Clostridium difficile



Vergelijkbare documenten
Informatie over Clostridium difficile

Het norovirus wordt gemakkelijk overgedragen en er zijn maar weinig virusdeeltjes nodig om besmet te raken.

Bijzonder Resistente Micro-organismen (BRMO)

Extended Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producerende bacteriën

Meticilline-Resistente Staphylococcus Aureus (MRSA)

De ziekenhuisbacterie Clostridium Maatregelen tegen verspreiding

Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA)

2.1. Hoe kan tbc worden voorkomen? Het is belangrijk dat mensen met besmettelijke tbc zo snel mogelijk worden opgespoord en behandeld.

Clostridium Difficile

Isolatiemaatregelen. Infectiepreventie

BRMO (Resistente bacteriën)

BRMO. Bijzonder Resistent Micro-Organisme

Noro-virus Maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen

Contact + Druppel isolatie Kind & Jeugd

De ziekenhuisbacterie MRSA. Maatregelen tegen besmetting

Als u drager bent van de resistente Acinetobacter-bacterie

Maatregelen bij Bijzonder Resistent Microorganismen

Ziekenhuishygiëne BRMO

Druppel isolatie. Kind & Jeugd. Locatie Hoorn/Enkhuizen

De VRE-bacterie. Contactonderzoek

Isolatie kinderen i.v.m. infectie (informatie ouders)

ONDERZOEK NAAR BRMO EN MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN

Dragerschap van resistente bacteriën

BRMO INFORMATIE VOOR PATIËNTEN

INFECTIERISICO VERMINDEREN

De ziekenhuisbacterie MRSA Sluiting van een verpleegafdeling

Informatiefolder BRMO voor patiënt en familie

Een resistente bacterie... wat nu? Uitleg bij polikliniekbezoek of opname

Infectiepreventie. Noro-virus.

Bijzonder Resistente Micro-Organismen. Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO

Wie hebben een hoger risico op MRSA?

INFECTIEPREVENTIE. Norovirus (buikgriepvirus)

Rode Kruis ziekenhuis. Patiënteninformatie. Verplegen in isolatie. rkz.nl

Norovirus Help mee het Norovirus te bestrijden

Contact isolatie-ge. Infectiepreventie

MRSA-bacterie. 'ziekenhuisbacterie' Afdeling Infectiepreventie

De ziekenhuisbacterie MRSA. Contactonderzoek

MRSA Maatregelen tegen verspreiding

Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren.

ISOLATIE KINDERAFDELING Infectiepreventie FRANCISCUS VLIETLAND

MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN

MRSA: uitleg en isolatiemaatregelen

Hygiëne en Infectiepreventie. Patiënteninformatie. VRE-bacterie. Vancomycine resistente enterokok. Slingeland Ziekenhuis

Deze folder geeft antwoord op enkele van de meest gestelde vragen over MRSA. MRSA is een afkorting voor Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus.

VRE-bacterie. Vancomycine resistente enterokok. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Bijzonder resistente micro-organismen/ BRMO

Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie

Wat is M RSA? Wat zijn de ziekteverschijnselen van M RSA? Hoe kun je M RSA krijgen en hoe kun je anderen besmetten?

Informatie over MRSA bij opname van uw kind op de NICU

Behandeling Voorkoming van verspreiding Geïsoleerd verplegen Maatregelen voor bezoekers Heeft u nog vragen?

Infectiepreventie MRSA.

MRSA en patiënt in het Maasziekenhuis

Resistente bacterie (BRMO) en behandeling in het ziekenhuis

Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Vertrouwd en dichtbij. Informatie voor patiënten. Geïsoleerd verplegen

Ik ben verdacht voor BMRO/MRSA, wat nu?

Afdeling hygiëne en infectiepreventie MRSA-bacterie? Voorkomen is beter

MRSA staat voor Methicilline (M) resistente (R) Staphylococcus (S) aureus (A).

Maatregelen bij mogelijke dragers

Maatregelen voor drager van MRSA-bacterie

Infectiepreventie. Maatregelen bij isolatie

Infectiepreventie. Dragerschap van resistente bacteriën (behalve van MRSA)

Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting.

BRMO/MRSA BESMETTING informatie voor cliënten en familie

BRMO/MRSA BESMETTING informatie voor cliënten en familie

Griep (influenza) Maatregelen bij besmetting

Informatie over de MRSA (Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus) ziekenhuisbacterie. MRSA positief in het ziekenhuis en thuis

MRSA. Hygiëne en infectiepreventie. Beter voor elkaar

MRSA-positief, wat nu?

VRE (OF VANCOMYCINE RESISTENTE ENTEROCOCCUS)

Isolatie. Hygiëne en Infectiepreventie. Beter voor elkaar

Hygiëne/infectiepreventie

Waterpokken. Maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen

Isolatieverpleging Op de algemene verpleegafdelingen

Contact & druppel isolatie. Patiëntenvoorlichting

U bent drager van MRSA. Wat nu?

adviezen na een MRSA informatiefolder voor hernia-operatie patiënt en bezoeker van ZorgSaam Ziekenhuis ZorgSaam

MRSA-bacterie. 'ziekenhuisbacterie' Afdeling Medische Microbiologie en Infectiepreventie

Patiënteninformatie. MRSA en geïsoleerd verplegen. Hygiëne en Infectiepreventie. Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus (MRSA)

BRMO (MRSA/VRE/ESBL) Bacteriën die niet reageren op standaard gebruikte antibiotica

MRSA Radboud universitair medisch centrum

Transcriptie:

Clostridium difficile

2

Inleiding U heeft van uw arts gehoord dat bij u de ziekenhuisbacterie Clostridium difficile aanwezig is. Deze folder geeft informatie over deze bacterie. Ook leest u in deze folder wat u kunt doen om verspreiding te voorkomen. 1. Algemene informatie over Clostridium difficile Ieder mens draagt miljarden bacteriën met zich mee. Bacteriën worden ook wel micro-organismen genoemd omdat zij niet met het blote oog te zien zijn maar wel met een microscoop. Zij komen bijvoorbeeld voor op de huid, in de neus, mond en darmen. In onze contacten met andere mensen of voorwerpen pakken we bacteriën op en/of geven andere weer af. Dit gebeurt vele malen per dag. De meeste bacteriën zijn niet ziekmakend. Ze helpen ons zelfs, bijvoorbeeld bij de vertering van voedsel. 1.1. Wat is Clostridium difficile? Onder normale omstandigheden is er een biologisch evenwicht tussen de verschillende bacteriën die zich in de darmen bevinden. Clostridium difficile is een bacterie die bij elke mens in de dikke darm voorkomt. Door toediening van antibiotica kan het evenwicht in de darmen verstoord raken en gaan de clostridium bacteriën toxines (gifstoffen) produceren waar men ziek van wordt. Het ziektebeeld kan variëren van een milde diarree tot zeer ernstige diarree. De Clostridium difficile is zo besmettelijk omdat deze bacterie een bijzondere overlevingsstrategie heeft, namelijk het maken van sporen. Dat wil zeggen dat de bacterie zodra het zich buiten een menselijk lichaam bevindt, een hard ondoordringbaar buitenlaagje om zichzelf heen kan vormen. Dit buitenlaagje (= de spore) zorgt er voor dat deze bacterie heel lang kan overleven in de omgeving van de patiënt. 1.2. Wie zijn vatbaar voor de Clostridium-bacterie? Mensen met een hoge leeftijd of een ernstige ziekte hebben een grotere kans op een infectie met de Clostridium-bacterie. De besmettelijkheid van de bacterie ontstaat doordat clostridiumsporen van mens tot mens kunnen worden overgedragen, bijvoorbeeld via voorwerpen, toilet of de deurkruk. 3

1.3. Behandeling van de Clostridium-bacterie Meestal verdwijnt de infectie na een paar dagen vanzelf. Soms is een antibioticakuur nodig. Uw arts overlegt met de artsmicrobioloog van het ziekenhuis of en welke antibiotica gegeven wordt. We kunnen de Clostridium difficile niet doodmaken. Deze bacterie is niet gevoelig voor de in het ziekenhuis gebruikte handenalcohol. Het is daarom van groot belang dat u bij een besmetting met een Clostridium-bacterie uw handen voor het eten en na de toiletgang altijd goed wast met water én zeep en zo zorgt dat de bacterie wegspoelt. 2. Maatregelen in het ziekenhuis om besmetting te voorkomen? In een ziekenhuis kan de Clostridium-bacterie ernstige problemen veroorzaken. Er zijn in het ziekenhuis veel mensen bij elkaar, waardoor de kans op overdracht groter is. Veel ziekenhuispatiënten hebben minder weerstand en zijn daardoor gevoeliger voor infecties. Daarom wordt er in de ziekenhuizen speciale aandacht besteed aan het voorkomen van de verspreiding van de Clostridium-bacterie. 2.1. Hoe test het ziekenhuis op het norovirus? Het testen op de Clostridium-bacterie gebeurt door middel van een kweek van de ontlasting. In het laboratorium worden deze kweken nagekeken op de aanwezigheid van toxinen (gifstoffen) van de Clostridium-bacterie. -sneltest Als u bent opgenomen is een zogenaamde sneltest mogelijk. Met deze test kunnen we vaststellen of u de toxinen van de Clostridium-bacterie bij u draagt. De uitslag van de sneltest is meestal binnen twee dagen bekend. In een enkel geval (bijvoorbeeld in het weekend) duurt het langer. 2.2. Instellen isolatie- en/of beschermende maatregelen In verband met de aanwezigheid van de Clostridium-bacterie worden tijdens uw opname isolatie- en/of beschermende maatregelen genomen. Met isolatie kunnen we voorkomen dat ande- 4

re, ernstig zieke patiënten een moeilijk te bestrijden infectie oplopen. Tijdens uw opname betekent dit voor u het volgende: - u wordt verpleegd op een éénpersoons kamer met eigen sanitaire voorzieningen (= contactisolatie). - de deur van uw kamer mag niet open blijven staan; - u mag de kamer niet verlaten; - op uw kamerdeur komt een speciale kaart te hangen zodat iedereen die de kamer wil binnengaan weet dat in de kamer een patiënt in contactisolatie verblijft. Men kan op de kaart ook lezen welke maatregelen er gelden; - ziekenhuismedewerkers die op uw kamer komen, dragen een schort en handschoenen en bij het verlaten van uw kamer wassen zij hun handen met water én zeep; - wanneer u voor onderzoek naar een andere afdeling in het ziekenhuis gaat, worden ook daar voorzorgsmaatregelen genomen om verspreiding van de Clostridium-bacterie tegen te gaan. - uw wasgoed Mocht u wasgoed (kleding en/of beddengoed) meegeven naar huis, dan is het belangrijk dat dit wasgoed apart wordt gewassen in een niet te volle wasmachine volgens een standaardwasprogramma van 60 C, maar liefst 90 C. Mocht het 60-graden programma worden gekozen, dan moet de was in de droger worden gedroogd en/of zo heet mogelijk worden gestreken. Belangrijk is dat degene die uw was verzorgt, de handen goed wast met water én zeep, nadat uw wasgoed in de wasmachine is gestopt. 2.3. Opheffen van de maatregelen De voorzorgsmaatregelen worden pas gestopt nadat de antibioticakuur is gestopt of als u 2 dagen achter elkaar geen diarree meer heeft. 3. Bezoek tijdens uw verblijf in het ziekenhuis De verpleging informeert uw bezoek over de Clostridiumbacterie en over de voorzorgsmaatregelen die voor hen gelden tijdens een bezoek aan u. Zo hoeven zij geen handschoenen of schort te dragen als zij u bezoeken maar moeten zij wel bij het 5

verlaten van de kamer de handen goed wassen met water én zeep. Het is belangrijk dat u uw bezoek laat weten dat als zij van plan zijn om tijdens hun bezoek aan het ziekenhuis niet alleen u maar ook nog andere mensen te bezoeken, zij eerst naar deze andere mensen gaan en daarna pas naar u. 5. Naar huis Het kan zijn dat de arts besluit dat u naar huis mag terwijl u nog antibiotica gebruikt. U moet de kuur dan thuis afmaken. Het is van groot belang dat u de antibioticakuur helemaal afmaakt. Als na het stoppen van de antibiotica de diarree blijft aanhouden of weer opnieuw begint, neemt u dan contact op met uw huisarts of specialist. Thuis zijn geen extra maatregelen nodig. Voor u en uw huisgenoten is het naleven thuis van hygiënemaatregelen, zoals handen goed wassen met water en zeep na een toiletbezoek en voor het bereiden van eten of drinken, voldoende. 6. Heeft u nog vragen? Wij hopen u hiermee voldoende informatie te hebben gegeven over Clostridium difficile. Mocht u na het lezen nog vragen hebben, stelt u deze dan gerust aan de verpleegkundige of aan uw behandelend arts. We beseffen dat sommige maatregelen niet prettig zijn. We hopen dat u er begrip voor heeft. Heeft u nog specifieke vragen aan de adviseur Infectiepreventie? U kunt de verpleegkundige vragen een afspraak voor u te maken of u kunt bellen naar ons Klantcontactcentrum telefoonnummer 088-066 1000 en vragen naar een van de adviseurs Infectiepreventie. 6

Ruimte voor het opschrijven van vragen 7

Ommelander Ziekenhuis Groep locatie Delfzicht locatie Lucas Jachtlaan 50, Delfzijl Gassingel 18, Winschoten Postbus 30.000 Postbus 30.000 9930 RA Delfzijl 9670 RA Winschoten Telefoon 088-066 1000 E-mail: info@ozg.eu Web: www.ozg.nl OZG (01-13) IPC 405 8