Nummer 17 22 september-5 oktober 2003 IAB-Info Inhoud 15e jaargang Beroep Het toelatingsexamen, de stage en het bekwaamheidsexamen van accountant en/of belastingconsulent Het Koninklijk Besluit van 8 april 2003 betreffende het toelatingsexamen, de stage en het bekwaamheidsexamen van accountant en/of belastingconsulent, dat werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 6 juni 2003, vervangt de twee koninklijke besluiten van 20 april 1990 (KB betreffende de stage van de kandidaat-accountants (B.S., 26 april 1990) en KB houdende vaststelling van het programma en de voorwaarden voor het bekwaamheidsexamen van accountant (B.S., 26 april 1990)). Het stelt de nieuwe bepalingen vast die de toegang tot het beroep van accountant regelen en waarvan de algemene voorwaarden vervat zijn in artikel 19 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. Het KB bevat daarnaast bepalingen die de toegang tot het beroep van belastingconsulent regelen; de algemene voorwaarden daarvan vinden we eveneens in het artikel 19 van de wet van 22 april 1999 terug. In dit nummer brengen we een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden die het KB van 8 april 2003 invoert. IAB-mededeling De Raad van het IAB heeft op zijn zitting van 1 september 2003 de heer Eric Steghers benoemd tot algemeen directeur in opvolging van de heer Philip Van Eeckhoute. Dezelfde Raad benoemde mevrouw Petra Van Sande tot administratief directeur. J. DE LEENHEER Voorzitter «Nieuwe opdracht voor de accountant in het kader van de gewijzigde Faillissementswet» IAB-studienamiddag op 14 november 2003 U kan nog steeds inschrijven voor de studienamiddag van 14 november 2003. Gebruik daarvoor het formulier in bijlage bij dit nummer. Het volledige programma en alle praktische informatie vindt u in het nr. 16/2003 van de nieuwsbrief. De groei van de economie blijft ondermaats en dat stemt accountants, belastingconsulenten en bedrijfsleiders somber. Zoveel mag blijken uit de derde driemaandelijkse poll die het IAB en Trends begin september 2002 uitvoerden onder 3 000 IAB-leden en 1 000 CEO's.
Beroep Het toelatingsexamen, de stage en het bekwaamheidsexamen van accountant en/of belastingconsulent E. STEGHERS 1. Algemeen Het Koninklijk Besluit van 8 april 2003 betreffende het toelatingsexamen, de stage en het bekwaamheidsexamen van accountant en/of belastingconsulent, dat werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 6 juni 2003 (hierna : het KB), vervangt de twee koninklijke besluiten van 20 april 1990 (KB betreffende de stage van de kandidaat-accountants (B.S., 26 april 1990) en KB houdende vaststelling van het programma en de voorwaarden voor het bekwaamheidsexamen van accountant (B.S., 26 april 1990)) en stelt de nieuwe bepalingen vast die de toegang tot het beroep van accountant regelen en waarvan de algemene voorwaarden vervat zijn in artikel 19 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen. Het KB bevat daarnaast bepalingen die de toegang tot het beroep van belastingconsulent regelen; de algemene voorwaarden daarvan vinden we eveneens in het artikel 19 van de wet van 22 april 1999 terug. Uit het verslag aan de Koning blijkt dat ernaar wordt gestreefd om, rekening houdend met de verschillende opdrachten die werden toevertrouwd aan de accountant en de belastingconsulent, de adequate vorming van deze beroepsbeoefenaren te verzekeren, vorming waarmee de wetgever sinds 1985 en 1999 het Instituut heeft belast. Met het oog daarop zal het Instituut erover blijven waken dat het kwaliteitsniveau van de personen die de titel van accountant en/of belastingconsulent verkrijgen, beantwoordt aan de verwachtingen van de ondernemingen en van derden voor wie boekhoudkundige en fiscale informatie van belang is. Tijdens de parlementaire werkzaamheden betreffende de wet van 22 april 1999 werd een toenadering op middellange termijn vooropgesteld tussen het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en het Instituut der Bedrijfsrevisoren. In een eerste fase zou de toenadering tussen deze twee Instituten gebeuren door de instelling van een toelatingsexamen en een gedeelte van de stage die gemeenschappelijk zijn voor de stagiairs van beide Instituten. Tegemoet komend aan de bekommernis hieromtrent die de Hoge Raad voor de Economische Beroepen uitdrukte in zijn advies van 2 april 2003, werd ervoor gezorgd dat geen enkele bepaling van het KB de toenadering op termijn tussen de twee Instituten zou schaden. Met het oog op de gebruiksvriendelijkheid, neemt de hierna volgende commentaar de volgorde van de artikelen van het KB van 8 april 2003 in acht. 2. Het toelatingsexamen 2.1. Doel van het examen Het toelatingsexamen bestaat uit een schriftelijke proef en heeft tot doel de theoretische kennis van de kandidaat te toetsen vooraleer met de stage gestart wordt (art. 2 van het KB). 2.2. Examenstof Ten gevolge van de erkenning van de titel van belastingconsulent in 1999 en de integratie van de belastingconsulenten in het Instituut van de Accountants, moet de stof van het toelatingsexamen voor belastingconsulent wettelijk vastgesteld worden.
Het toelatingsexamen tot de stage van accountant heeft betrekking op de volgende opleidingsinhouden : 1. accountantsonderzoek; 2. analyse en kritische beoordeling van de jaarrekening; 3. algemene boekhouding; 4. geconsolideerde jaarrekeningen; 5. analytische bedrijfsboekhouding en management accounting; 6. interne controle; 7. wetgeving inzake de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening; 8. organisatie van de boekhouddiensten en van de administratieve diensten van de ondernemingen; 9. beginselen van wiskunde en statistiek; 10. financieel bedrijfsbeheer, daarbij inbegrepen de analyse door middel van boekhoudtechnische procédés, van de positie en de werking van ondernemingen vanuit het oogpunt van hun kredietwaardigheid, van hun rendement en hun risico's; 11. algemene beginselen van fiscaal recht; 12. personenbelasting; 13. vennootschapsbelasting; 14. belasting op de toegevoegde waarde; 15. beginselen van registratie- en successierechten; 16. beginselen van regionale en lokale belastingen; 17. beginselen van Europees en internationaal fiscaal recht; 18. fiscale procedure; 19. juridische en beroepsnormen met betrekking tot de accountancy, de belastingconsultancy en de andere wettelijke opdrachten van de accountant en van de belastingconsulent; 20. vennootschapsrecht; 21. beginselen van handelsrecht en de wetgeving met betrekking tot ondernemingen in moeilijkheden; 22. beginselen van burgerlijk recht; 23. beginselen van arbeids- en sociaal zekerheidsrecht; 24. beginselen van bedrijfseconomie, algemene economie en geld- en kredietwezen; 25. informatiesystemen en informatica. De kandidaat-accountant die niet geslaagd is voor alle fiscale opleidingsinhouden bedoeld in de nummers 12 tot 18 van de lijst, kan toegelaten worden tot de stage, voor zover hij geslaagd is in het examen over alle andere opleidingsinhouden, inbegrepen de algemene beginselen van fiscaal recht, bedoeld in nummer 11, en gelet op eventuele vrijstellingen (cf. punten 2.3.1. en 2.3.2.). Als de kandidaat-accountant tijdens de examenzitting die volgt op het begin van zijn stage slaagt voor de verschillende fiscale opleidingsinhouden, zal het deel van de reeds uitgevoerde stage in aanmerking genomen worden voor de berekening van de drie jaar. Het toelatingsexamen tot de stage van belastingconsulent heeft betrekking op de volgende opleidingsinhouden : 1. algemene boekhouding; 2. wetgeving inzake de jaarrekening; 3. algemene beginselen van fiscaal recht; 4. personenbelasting; 5. vennootschapsbelasting; 6. belasting op de toegevoegde waarde; 7. beginselen van registratie- en successierechten; 8. beginselen van regionale en lokale belastingen; 9. beginselen van Europees en internationaal fiscaal recht; 10. fiscale procedure; 11. juridische en beroepsnormen met betrekking tot de accountancy, de belastingconsultancy en de andere wettelijke opdrachten van de belastingconsulent; 12. vennootschapsrecht; 13. beginselen van handelsrecht en de wetgeving met betrekking tot ondernemingen in moeilijkheden; 14. beginselen van burgerlijk recht;
15. beginselen van arbeids- en sociaal zekerheidsrecht; 16. beginselen van bedrijfseconomie, algemene economie en geld- en kredietwezen. 2.3. Vrijstellingen en concordantietabellen 2.3.1. Vrijstellingen Artikel 3 4 van het KB voorziet in een vrijstellingsregeling voor kandidaten met een diploma van het universitair onderwijs of van het hoger onderwijs van het lange type of van twee cycli, met betrekking tot de opleidingsinhouden die uitdrukkelijk worden vermeld op hun diploma, of in voorkomend geval op het diploma-supplement. Achteraan in deze tekst werd een rooster opgenomen dat de voor het examen van accountant en van belastingconsulent voorziene opleidingsinhouden vermeldt, naargelang de kandidaat universitair onderwijs heeft gevolgd, hoger onderwijs van het lange type of van twee cycli, dan wel hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus (zie bijlagen 1 en 2). Het aantal contacturen of studiepunten dat werd besteed aan de studie van een opleidingsinhoud moet ten minste gelijk zijn aan het aantal dat vermeld wordt in het rooster. 2.3.2. Automatische vrijstellingen Het KB voorziet in verschillende systemen van automatische vrijstelling. Zo geniet een kandidaat-accountant en/of een kandidaat-belastingconsulent die wordt vrijgesteld voor de drie opleidingsinhouden personenbelasting, vennootschapsbelasting en belasting op de toegevoegde waarde, ook een vrijstelling voor de opleidingsinhoud algemene beginselen van het fiscaal recht. De andere vrijstellingssystemen houden verband met het diploma van de kandidaat. Drie categorieën van diploma s van hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus worden beoogd, en met name : a) de afgestudeerden in boekhouding, in bedrijfsbeheer, optie accountancy/fiscaliteit of in boekhouding, optie fiscaliteit : de kandidaat-accountant en/of kandidaat belastingconsulent wordt vrijgesteld voor de volgende opleidingsinhouden : 1. algemene boekhouding; 2. analytische bedrijfsboekhouding en management accounting; 3. algemene beginselen van fiscaal recht; 4. organisatie van boekhouddiensten en van administratieve diensten van ondernemingen; 5. informatiesystemen en informatica. b) de afgestudeerden met een specifieke opleiding in fiscaliteit, niet bedoeld in a) : de kandidaataccountant en/of kandidaat-belastingconsulent wordt vrijgesteld voor de volgende opleidingsinhouden : 1. algemene beginselen van fiscaal recht; 2. personenbelasting; 3. vennootschapsbelasting; 4. belasting op de toegevoegde waarde. c) de afgestudeerden in de rechten (rechtspraktijk) : de kandidaat-accountant en/of kandidaatbelastingconsulent wordt vrijgesteld voor de volgende opleidingsinhouden : 1. algemene beginselen van fiscaal recht; 2. beginselen van burgerlijk recht; 3. beginselen van handelsrecht en de wetgeving met betrekking tot de ondernemingen in moeilijkheden; 4. beginselen van arbeids- en sociaal zekerheidsrecht. 2.3.3. Individueel dossier Overeenkomstig artikel 3 6 van het KB moet iedere kandidaat (afgestudeerden van universitair niveau, van hoger onderwijs van het lange type of van twee cycli of hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus) die vrijstellingen wenst te genieten voor het toelatingsexamen, uiterlijk drie maanden voor de datum van het examen, een individueel aanvraagdossier indienen. Dit dossier wordt vooraf geverifieerd en ondertekend door de instellingen die de diploma's uitgereikt hebben.
De Stagecommissie onderzoekt de dossiers en maakt haar beoordeling over aan de Raad van het Instituut. De Raad informeert de kandidaat uiterlijk één maand voor het examen over de vrijstellingen die hem werden toegekend. Bij gebrek aan antwoord binnen de gestelde termijn wordt de kandidaat vrijgesteld van de opleidingsinhouden waarvoor hij een verzoek heeft ingediend. 2.3.4. Concordantietabellen In overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken onderwijsinstellingen stelt het Instituut jaarlijks per instelling een concordantietabel op waarin de vrijstellingen voor elk diploma worden aangegeven (art. 3 5). Deze tabellen worden telkens vóór eind mei op de website van het Instituut geplaatst, behalve voor het jaar 2003 waarin het Instituut deze tabel uiterlijk eind juni mocht publiceren. 2.4. Toegang tot het examen De toegang tot het examen is onderworpen aan de vervulling van drie voorwaarden, die worden opgesomd in artikel 4 van het KB. 1. De kandidaat moet de door artikel 19, eerste lid, 1, 2 en 3, van de wet van 22 april 1999 gestelde voorwaarden vervullen; 2. Uiterlijk drie maanden voor de datum van het examen moet een schriftelijk kandidatuurdossier aan de Stagecommissie worden gericht waarbij de volgende stukken worden gevoegd : een bewijs van nationaliteit of van woonplaats, afgeleverd door de bevoegde overheid; een bewijs van goed gedrag en zeden, niet ouder dan drie maanden; een voor eensluidend verklaard afschrift van het diploma van de kandidaat of een gelijkwaardig getuigschrift; in voorkomend geval, het individueel aanvraagdossier voor vrijstellingen bedoeld in nummer 2.3.3. 3. De kandidaat moet bijdragen in de administratieve kosten van het kandidatuurdossier en in de kosten van het toelatingsexamen. Het bedrag van deze vergoeding wordt door de Raad vastgesteld. 2.5. Organisatie en praktische modaliteiten van het examen De Raad van het Instituut richt tweemaal per jaar een examenzitting in, in maart of april en vervolgens in oktober of november. Dit jaar wordt het examen voor de eerste keer op 18 en 25 oktober georganiseerd. Overeenkomstig artikel 5 van het KB kunnen de kandidaten zich gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren vijf maal aanbieden om de verschillende opleidingsinhouden van het toelatingsexamen met succes af te leggen. Niettegenstaande de verschillende kansen waarover hij beschikt, dient de kandidaat verplicht alle opleidingsinhouden van het toelatingsexamen af te leggen tijdens de eerste zitting waaraan hij deelneemt, met uitzondering van de opleidingsinhouden waarvan hij wordt vrijgesteld in toepassing van artikel 3, 4 en 5 van het KB. Wanneer de kandidaat voor bepaalde opleidingsinhouden niet geslaagd is, blijven de vrijstellingen, evenals de punten voor de opleidingsinhouden waarvoor hij wel geslaagd is, voor de volgende examenzittingen telkens behouden. 2.6. Examenreglement Het Instituut heeft, overeenkomstig artikel 7 van het KB, een examenreglement opgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan de Ministers die bevoegd zijn voor Middenstand en Economie. Vervolgens werd het twee maanden vóór de datum van het examen gepubliceerd op de website van het Instituut (www.iec-iab.be). Het regelt de volgende punten : De samenstelling van de examencommissie De examenzittingen De inschrijvingen voor het examen De oproeping voor het examen De vrijstellingen De organisatie van het examen Het aantal punten toegekend aan de verschillende opleidingsinhouden De slaagcriteria De klachtenprocedure Het inzagerecht De deliberaties De punten.
Artikel 5 1, 3e lid van het KB bepaalt dat de Stagecommissie, voor het opstellen van de vragen en de verbetering van de examens, een beroep doet op personen buiten de commissie, belast met het onderwijs van de betrokken opleidingsinhouden. De punten worden aan de Stagecommissie overgemaakt uiterlijk één maand na de datum van het examen. Overeenkomstig artikel 6 van het KB worden de uitslagen van het toelatingsexamen per aangetekende brief door de Raad aan de kandidaat ter kennis gebracht uiterlijk twee maanden na de datum van het toelatingsexamen. 3. De stage 3.1. Doel van de stage Volgens artikel 8 van het KB heeft de stage tot doel de kandidaten voor te bereiden op de uitoefening van de activiteiten van accountant en/of belastingconsulent door te voorzien in hun vorming met betrekking tot de beroepspraktijk en de plichtenleer. 3.2. Stagecommissie De Stagecommissie telt twaalf effectieve leden en tien plaatsvervangende leden. Hun aanwijzing en hun spreiding over de taalgroepen worden geregeld in artikel 10 van het KB. Goed om weten is dat plaatsvervangende leden de vergaderingen van de Stagecommissie mogen bijwonen; ze zijn evenwel maar stemgerechtigd wanneer zij een effectief lid vervangen (art. 10 4 van het KB). 3.2.1. Bevoegdheden Het Verslag aan de Koning stelt : «De bevoegdheden van de Stagecommissie werden herzien rekening houdende met de wijzigingen inzake de organisatie van de toegang tot het beroep en meer bepaald ten gevolge van de invoering van een systeem van vrijstellingen. Deze wijzigingen hebben tot doel de onafhankelijkheid van deze commissie te vergroten door haar bevoegdheden te verruimen en dit, met het oog op het toekomstige streven naar een eventuele gemeenschappelijke stage tussen accountants, belastingconsulenten en bedrijfsrevisoren, door een maximale coherentie te waarborgen met de bevoegdheden van de Stagecommissie bij het Instituut der Bedrijfsrevisoren». Artikel 9 van het KB somt de verschillende bevoegdheden van de Stagecommissie op : het toelatingsexamen organiseren; de stageovereenkomsten onderzoeken en goedkeuren; aan de Raad de toelating tot de stage voorstellen; de lijst van de stagiairs opmaken en deze bijhouden; toezicht houden op het goed verloop van de stage en onderzoeken van de stagedagboeken; de opleiding, gegeven door de stagemeester, opvolgen; de aan de stagiairs opgelegde praktijkoefeningen organiseren en leiden; jaarlijks voor de stagiairs op het einde van elk stagejaar tussentijdse proeven organiseren teneinde de verworven beroepsvorming te evalueren; het bekwaamheidsexamen organiseren; de verlenging of verkorting van de stageduur of de opschorting ervan beslissen; aan de Raad de schrapping van een stagiair voorstellen om andere dan tuchtrechtelijke redenen; de bemiddeling organiseren in geval er een geschil ontstaat tussen de stagemeester en de stagiair; advies verstrekken over alle aangelegenheden betreffende de stage en de stagiairs. Krachtens 2 van artikel 9 beschikt de Stagecommissie, in de uitoefening van haar opdracht, over de ruimste middelen wat betreft toezicht en controle. 3.2.2. Verslag van de Stagecommissie Drie maanden voor de jaarlijkse algemene vergadering, overhandigt de Stagecommissie aan de Raad een gedetailleerd verslag over haar werkzaamheden van het verlopen jaar. 3.3. Toelating tot de stage Een kandidaat die geslaagd is voor het toelatingsexamen, kan een aanvraag indienen om toegelaten te worden tot de stage. Deze toelatingsaanvraag wordt aan de Stagecommissie gericht die nagaat of
de voorwaarden, gesteld bij artikel 17 van het KB, vervuld zijn. Het dossier wordt vervolgens aan de Raad overgezonden, die uitspraak doet over de aanvraag. De artikelen 20 en 21 van het KB bepalen de modaliteiten voor het instellen van beroep tegen de weigering van de Raad. 3.4. De stageovereenkomst (art. 22 tot 26 van het KB) Eén van de stukken die bij de toelatingsaanvraag tot de stage moeten gevoegd worden, is de tussen de stagiair en de stagemeester gesloten stageovereenkomst (in drie exemplaren). De stageovereenkomst heeft uitwerking zodra de Raad beslist heeft de stagiair toe te laten. Ze houdt verschillende verbintenissen in, zoals onder meer deze om zich te schikken naar de onderrichtingen en richtlijnen die door de Raad, op advies van de Stagecommissie, worden verstrekt. In de stageovereenkomst verbindt de stagiair zich ertoe het beroepsgeheim te eerbiedigen, zich met loyaliteit aan de stage te wijden en de beroepsbelangen van de stagemeester niet te schaden. De stagiair gaat de verbintenis aan om gedurende drie jaar volgend op het einde van de stageovereenkomst geen rechtstreeks noch onrechtstreeks cliënteel over te nemen van de stagemeester zonder diens schriftelijke toestemming. De stagemeester van zijn kant verbindt zich ertoe om de stagiair de opleiding te geven nodig om de vereiste beroepservaring te verwerven en de regels van de plichtenleer toe te passen. De stageovereenkomst moet de voorwaarden inzake de vergoeding en de proefperiode vermelden, alsook of de stage verricht wordt in het kader van een arbeidsovereenkomst dan wel van een overeenkomst van zelfstandige dienstverlening. 3.5. Duur van de stage (art. 27 tot 35 van het KB) 3.5.1. Principes van en aanpassingen aan de stageduur De stage duurt drie jaar; ze vangt aan op 1 januari van elk jaar. Alleen de Stagecommissie kan de stage verlengen, wanneer ze van oordeel is dat de stagiair een gebrek aan praktijkervaring heeft, in afwachting van de volgende zitting ingeval de kandidaat niet geslaagd is voor het bekwaamheidsexamen en op gemotiveerd verzoek van de stagiair zelf. Op voorstel van de Stagecommissie kan de Raad vrijstelling toestaan van het volgen van de stage aan de gediplomeerden of houders van titels bepaald in artikel 29 2 van het KB. Het betreft personen die in het buitenland een hoedanigheid bezitten die gelijkwaardig is met die van accountant en/of belastingconsulent in België. Artikel 29 voegt daaraan toe : «voor zover de wettelijke en reglementaire vereisten voor de toegang tot het beroep in dat land beantwoorden aan die welke met betrekking tot de theoretische kennis en vakbekwaamheid zijn gesteld voor een accountant en/of belastingconsulent in België». Eveneens op voorstel van de Stagecommissie kan de Raad de stageduur verminderen voor de personen die ingeschreven zijn, ofwel op de ledenlijst van het Instituut der Bedrijfsrevisoren, ofwel op de ledenlijst van het Beroepsinstituut van de Erkende Boekhouders en Boekhouders-Fiscalisten. Op verzoek van de stagiair of van de stagemeester kan de Stagecommissie de stage ook voor een door haar bepaalde duur opschorten. 3.5.2. Effect van tuchtmaatregelen op de stageduur De Stagecommissie kan iedere stagiair schorsen die ten gevolge van een veroordeling of een andere maatregel in de onmogelijkheid verkeert zijn stagewerkzaamheden te verrichten. Tegen die beslissing kan de stagiair beroep met schorsende kracht instellen volgens de modaliteiten van de artikelen 48 tot 51 van het koninklijk besluit van 2 maart 1989. Artikel 32 van het KB ziet op het geval waarin de stagemeester zou geschorst worden : de stage wordt dan niet onderbroken wanneer een nieuwe stageovereenkomst binnen drie maanden wordt afgesloten en wordt goedgekeurd door de Stagecommissie. 3.5.3. Administratieve schrapping Overeenkomstig artikel 34 van het KB kan de Raad, op voorstel van de Stagecommissie, beslissen tot de schrapping van een stagiair op grond van andere dan tuchtmaatregelen. Tegen die beslissing kan een beroep met schorsende werking worden ingesteld volgens de modaliteiten bepaald in de artikelen 48 tot 51 van het koninklijk besluit van 2 maart 1989. 3.6. Einde van de stage Overeenkomstig artikel 35 van het KB eindigt de stage door :
1 de beslissing van de Raad om, op voorstel van de Stagecommissie, een kandidaat-accountant en/of kandidaat-belastingconsulent toe te laten tot de eedaflegging, wanneer de kandidaat de wens heeft uitgedrukt om ingeschreven te worden op de lijst van de externe accountants en/of externe belastingconsulenten; 2 de beslissing van de Raad om, op voorstel van de Stagecommissie, de hoedanigheid van accountant en/of belastingconsulent te verlenen als de kandidaat de wens heeft uitgedrukt om ingeschreven te worden op de lijst van de interne accountants en/of interne belastingconsulenten; 3 ontslag van de stagiair; 4 schrapping van de lijst van de stagiairs. 3.7. Verplichtingen van de stagiair Artikel 36 van het KB wijst erop dat de stagiair, overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van de wet van 22 april 1999, geen lid is van het Instituut, maar wel onderworpen is aan het toezicht en aan de tuchtbevoegdheid ervan. Hij moet eveneens alle reglementen van het Instituut in acht nemen. De artikelen 37 en 38 hernemen de verplichtingen van de stagiair. De stagiair moet niet alleen ten minste 1 000 uur per jaar aan de uitvoering van zijn stage wijden, maar hij moet tijdens de stageduur ook daadwerkelijk de werkzaamheden van accountant en/of belastingconsulent uitoefenen, inbegrepen de verschillende bijzondere opdrachten die door de wetgever werden toevertrouwd aan de accountants en/of aan de belastingconsulenten. 3.8. De stagemeester Artikel 41 van het KB somt de voorwaarden op die gesteld zijn om stagemeester te kunnen worden. Kunnen stagemeester zijn : 1 de natuurlijke personen die ten minste vijf jaar op de ledenlijst van het Instituut zijn ingeschreven; 2 de natuurlijke personen die bij toepassing van artikel 60, 1, van de wet van 22 april 1999 als belastingconsulent erkend werden. De stage van accountant wordt uitgevoerd bij een lid van het Instituut, ingeschreven op de lijst der accountants. De stage van belastingconsulent wordt uitgevoerd bij een lid van het Instituut, ingeschreven op de lijst der belastingconsulenten. Overeenkomstig de artikelen 43 en 44 van het KB, moet de stagemeester zorgen voor de goede beroepsvorming en deontologische vorming van de stagiair. Hij moet geregeld kennis nemen van het stagedagboek van de stagiair. Om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen, mag de stagemeester niet meer dan drie stagiairs tegelijk begeleiden. 3.9. Stagedagboek De stagiair moet tijdens zijn stage een stagedagboek bijhouden, waarin hij een overzicht geeft van de werkzaamheden die hij tijdens zijn stage heeft verricht (art. 39 van het KB). De stagiair moet erop toezien dat het stagedagboek met inachtneming van de nodige discretie wordt opgemaakt, maar met vermelding van de juridische vorm van de onderneming of cliënt, alsook de aard van de uitgevoerde opdrachten en de hieraan bestede tijd. De pagina s van dit dagboek, bestemd voor de inschrijving van de activiteiten van de stagiair, mogen met de computer worden ingevuld aan de hand van de modelpagina s die vervat zijn in de elektronische versie van het stagedagboek dat op de website van het Instituut ter beschikking is. Deze met de computer ingevulde pagina s moeten wel afgedrukt worden, in het stagedagboek geplakt en aan de stagemeester voor parafering en zijn bemerkingen worden voorgelegd. De prestaties die de stagiair in zijn dagboek heeft ingeschreven, moeten per pagina worden getotaliseerd. Iedere pagina moet op de daartoe bestemde plaats door de stagemeester worden geparafeerd. Op het einde van ieder stagejaar moet een jaarlijkse samenvatting van de gepresteerde uren, uitgesplitst volgens de aard van de uitgeoefende opdrachten en activiteiten, alsook het totaal van de opleidingsuren worden vermeld. De jaarlijkse evaluatie en de beoordeling van de stagemeester, zowel van de prestaties van de stagiair als van de tijdens het afgelopen jaar geboekte vooruitgang, worden bij het dagboek gevoegd.
De stagiair wordt verzocht ieder jaar en bij iedere verandering van stagemeester een nieuw stagedagboek te gebruiken. 3.10. Tucht Overeenkomstig artikel 40 1 van het KB, is in eerste instantie de Stagecommissie bevoegd voor de door de stagiair na te leven plichtenleer. Voor de procedure zijn, bij analogie, de artikelen 5 tot 8 van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht van toepassing. Zo kan de Stagecommissie slechts een tuchtstraf opleggen, nadat de stagiair bij ter post aangetekende brief, ten minste dertig dagen vooraf, werd opgeroepen te verschijnen. Overeenkomstig artikel 40 1 van het KB wordt ook de stagemeester door de Stagecommissie opgeroepen en gehoord. De gemotiveerde beslissing wordt bij ter post aangetekende brief aan de stagiair en de stagemeester medegedeeld. Artikel 40 2 van het KB bepaalt dat de stagiair tegen de beslissing van de Stagecommissie beroep kan aantekenen, overeenkomstig artikel 7 van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht. De tuchtstraffen die volgens artikel 40 1 kunnen worden opgelegd zijn : 1 de waarschuwing; 2 de berisping; 3 de schorsing voor ten hoogste één jaar; 4 de schrapping. De Stagecommissie is niet bevoegd voor inbreuken op de verplichtingen van de stageovereenkomst wanneer deze door een stagemeester zijn gepleegd; in dat geval maakt de Stagecommissie de zaak bij de Raad aanhangig (art. 46 van het KB). 3.11. Vertegenwoordiging van de stagiairs Artikel 47 van het KB regelt de vertegenwoordiging van de stagiairs. Jaarlijks kiezen de stagiairs drie Nederlandstalige en drie Franstalige stagiairs die hen in een comité van stagiairs vertegenwoordigen. Hun mandaat duurt een jaar en is tweemaal hernieuwbaar. Dit comité, dat viermaal per jaar vergadert, kan aan de Stagecommissie voorstellen en aanbevelingen richten. Vier maanden voor de algemene vergadering brengt het comité een jaarverslag uit van zijn werkzaamheden aan de Stagecommissie. De Raad legt de werkingsregels van het comité van stagiairs vast. 4. Tussentijdse proeven De Stagecommissie is ermee belast op het einde van elk stagejaar de door de stagiair verworven beroepsvorming te evalueren (art. 9, 8 van het KB); daartoe organiseert ze tussentijdse proeven. De stagiair moet niet alleen deelnemen aan de voordrachten en seminaries die door het Instituut worden georganiseerd, maar ook aan de tussentijdse proeven. Voor stagiair-accountants kunnen de tussentijdse proeven betrekking hebben op volgende opleidingsinhouden : 1 wetgeving inzake de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening; 2 vennootschapsrecht; 3 interne controle en accountantsonderzoek; 4 wettelijke opdrachten en beroepsnormen; 5 personenbelasting; 6 belasting op de toegevoegde waarde; 7 vennootschapsbelasting; 8 beginselen van registratie- en successierechten; 9 beginselen van regionale en lokale belastingen; 10 beginselen van Europese en internationale belastingen; 11 fiscale procedure. De stagiair-belastingconsulenten leggen dezelfde proeven af, maar beperkt tot volgende opleidingsinhouden : 1 wettelijke opdrachten en beroepsnormen;
2 personenbelasting; 3 vennootschapsbelasting; 4 belasting op de toegevoegde waarde; 5 beginselen van registratie- en successierechten; 6 beginselen van regionale en lokale belastingen; 7 beginselen van Europees en internationaal fiscaal recht; 8 fiscale procedure. 5. Het bekwaamheidsexamen 5.1. Toegang tot het bekwaamheidsexamen Overeenkomstig artikel 49 van het KB wordt de kandidaat die zijn stage regelmatig heeft volbracht, toegelaten tot het bekwaamheidsexamen. 5.2. Programma van het examen Overeenkomstig artikel 49 van het KB bestaat het bekwaamheidsexamen uit twee gedeelten : een schriftelijk en een mondeling. Het bekwaamheidsexamen heeft tot doel na te gaan of de kandidaat in staat is om de tijdens de stage verworven kennis toe te passen met inachtneming van de wetten en de regels van plichtenleer. Het schriftelijk gedeelte slaat op meerdere praktische toepassingsgevallen met betrekking tot dezelfde opleidingsinhouden als vermeld voor het toelatingsexamen. De Raad organiseert tweemaal per jaar een bekwaamheidsexamen. 5.3. Samenstelling van de examencommissie Overeenkomstig artikel 51 van het KB benoemt de Raad één of meerdere examencommissies. Deze commissies bestaan uit vijf leden, waaronder ten minste vier leden die lid zijn van het Instituut, en één docent aan een universiteit, aan een inrichting voor hoger onderwijs van universitair niveau of aan een inrichting voor hoger economisch onderwijs. Het Instituut moet erop toezien dat in elke commissie zowel de lijst van de accountants als de lijst van de belastingconsulenten vertegenwoordigd is. 5.4. Aanbieding voor het examen Overeenkomstig artikel 52 van het KB heeft de kandidaat gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren maximaal vijf kansen om te slagen in het bekwaamheidsexamen. Indien de kandidaat niet is geslaagd, kan hij zich aanbieden bij een volgende examenzitting tot het maximum van vijf kansen. Indien de Stagecommissie beslist de stage te verlengen wegens overmacht of gebrek aan praktijkervaring, neemt de periode van vijf jaar slechts een aanvang vanaf de datum van deze beslissing van de Stagecommissie. De uitslag van het bekwaamheidsexamen wordt uiterlijk drie maanden na het examen door de Raad bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht (art. 54 van het KB). 5.5. Eedaflegging Overeenkomstig artikel 53 van het KB heeft de kandidaat-accountant en/of belastingconsulent die geslaagd is in het bekwaamheidsexamen, de keuze zich in te schrijven op de deellijst van de externe accountants en/of de externe belastingconsulenten of op de deellijst van de interne accountants en/of de interne belastingconsulenten. Hij heeft toegang tot de titel van accountant en/of van belastingconsulent. De Stagecommissie deelt aan de Raad haar advies mee. Wanneer de kandidaat kiest voor de deellijst van de externe accountants en/of de externe belastingconsulenten, verleent de Raad hem de hoedanigheid van accountant en/of belastingconsulent op het moment dat hij de eed heeft afgelegd, overeenkomstig artikel 19, eerste lid, 6, van de wet van 22 april 1999. Wanneer hij kiest voor de deellijst van de interne accountants en/of de interne belastingconsulenten, voegt de Raad hem toe aan de lijst ad hoc.
Bijlage 1. Universiteiten en hoger onderwijs van het lange type of twee cycli Nr. Benaming van de leerstof Contacturen Semesteruren Studiepunten 1 Accountantsonderzoek 75 5 5 2 Analyse en kritische beoordeling van de jaarrekening 60 4 4 3 Algemene boekhouding 120 8 10 4 Geconsolideerde jaarrekeningen 30 2 3 5 Analytische bedrijfsboekhouding en management accounting 90 6 6 6 Interne controle 45 3 4 7 8 Wetgeving inzake de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening Organisatie van de boekhouddiensten en van de administratieve diensten van de ondernemingen 45 3 3 30 2 3 9 Beginselen van wiskunde en statistiek 45 3 4 10 Financieel bedrijfsbeheer, daarbij inbegrepen de analyse door middel van boekhoudtechnische procédés, van de positie en de werking van ondernemingen vanuit het oogpunt van hun kredietwaardigheid, van hun rendement en hun risico's 75 5 5 11 Algemene beginselen van fiscaal recht 45 3 3 12 Personenbelasting 45 3 6 13 Vennootschapsbelasting 45 3 6 14 Belasting op de toegevoegde waarde 30 2 5 15 Beginselen van registratie- en successierechten 15 1 3 16 Beginselen van regionale en locale belastingen 15 1 17 Beginselen van Europees en internationaal fiscaal recht 15 1 18 Fiscale procedure 30 2 3 19 Juridische en beroepsnormen met betrekking tot de accountancy, de belastingconsultancy en de andere wettelijke 15 1 3 opdrachten van de accountant en van de belastingconsulent (1) 20 Vennootschapsrecht 60 4 4 21 Beginselen van het handelsrecht en de wetgeving met betrekking tot ondernemingen in moeilijkheden 30 2 3 22 Beginselen van burgerlijk recht 45 3 4 23 Beginselen van arbeids- en sociaal zekerheidsrecht 30 2 3 24 Beginselen van bedrijfseconomie, algemene economie en gelden kredietwezen 30 2 4 25 Informatiesystemen en informatica 45 3 5 (1) De kandidaat kan ook van het examen over deze opleidingsinhoud vrijgesteld worden als deze in de vereiste mate onderwezen werd in het kader van een algemene cursus «Deontologie van de juridische en economische beroepen».
Bijlage 2. Hoger onderwijs van het korte type of van één cyclus Nr. Benaming van de leerstof Vereiste contacturen Vereiste studiepunten 1 Accountantsonderzoek 75 5 2 Analyse en kritische beoordeling van de jaarrekening (1) 60 4 3 Algemene boekhouding 120 10 4 Geconsolideerde jaarrekeningen 30 3 5 Analytische bedrijfsboekhouding en management accounting 90 6 6 Interne controle 45 4 7 8 Wetgeving inzake de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening (2) 45 3 Organisatie van de boekhouddiensten en van de administratieve diensten van de ondernemingen (2) 30 3 9 Beginselen van wiskunde en statistiek 45 4 10 Financieel bedrijfsbeheer, daarbij inbegrepen de analyse door middel van boekhoudtechnische procédés, van de positie en de werking van ondernemingen vanuit het oogpunt van hun kredietwaardigheid, van hun rendement en hun risico's 75 5 11 Algemene beginselen van fiscaal recht 15 3 12 Personenbelasting 60 6 13 Vennootschapsbelasting 60 6 14 Belasting op de toegevoegde waarde 45 5 15 16 17 Beginselen van registratie- en successierechten Beginselen van regionale en locale belastingen Beginselen van Europees en internationaal fiscaal recht 45 3 18 Fiscale procedure 30 3 19 Juridische en beroepsnormen met betrekking tot de accountancy, de belastingconsultancy en de andere wettelijke opdrachten van de accountant en van de belastingconsulent 15 3 (3) 20 Vennootschapsrecht 60 4 21 Beginselen van het handelsrecht en de wetgeving met betrekking tot ondernemingen in moeilijkheden (4) 30 3 22 Beginselen van burgerlijk recht (4) 45 4 23 Beginselen van arbeids- en sociaal zekerheidsrecht 30 3 24 Beginselen van bedrijfseconomie, algemene economie en geld- en kredietwezen (5) 30 4 25 Informatiesystemen en informatica 45 5
(1) Als deze opleidingsinhoud onderwezen werd onder de titel «Financiële analyse», kunnen de kandidaten hiervoor een vrijstelling bekomen. (2) Als deze opleidingsinhouden onderwezen werden in het kader van een cursus «Algemene boekhouding» kunnen de kandidaten hiervoor een vrijstelling bekomen op voorwaarde dat : 1 ten minste 16 studiepunten of 195 contacturen besteed werden aan de cursus «Algemene boekhouding»; 2 de kandidaat of de onderwijsinstelling kan aantonen dat er binnen de cursus «Algemene boekhouding» in de vereiste mate een duidelijk herkenbaar hoofdstuk werd gewijd aan de opleidingsinhoud, waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd. (3) Ook wanneer de voorwaarde van de contacturen of de studiepunten niet vervuld is, heeft de kandidaat of de onderwijsinstelling de mogelijkheid om aan te tonen dat deze opleidingsinhoud in de vereiste mate onderwezen werd in het kader van een andere cursus, voor zover er een duidelijk herkenbaar hoofdstuk aan werd gewijd. (4) Als deze twee opleidingsinhouden onderwezen werden onder één enkele titel (bv : «burgerlijk en handelsrecht»), moeten er minimum 6 studiepunten of 75 contacturen aan gewijd zijn. (5) Als deze opleidingsinhouden onderwezen werden onder de titel «Algemene Economie», dient de kandidaat of de onderwijsinstelling aan te tonen dat de andere delen (bedrijfseconomie en financiële economie) wel degelijk in de vereiste mate onderwezen werden. (501/NB I.A.B.) 2003 Alle rechten voorbehouden. Noch deze publicatie, noch gedeelten ervan mogen worden gereproduceerd of opgeslagen in een retrieval systeem, en evenmin worden overgedragen in welke vorm of op welke wijze dan ook, elektronisch, mechanisch of door middel van fotokopieën, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De auteurs, de redactie en de uitgever streven naar betrouwbaarheid van de gepubliceerde informatie waarvoor ze echter niet aansprakelijk kunnen worden gesteld. Verantwoordelijke uitgever: J. De Leenheer, IAB, Livornostraat 41, 1050 Brussel (tel. (02) 543 74 90, e-mail: info@iec-iab.be) IAB-publicatie, in samenwerking met Kluwer uitgevers, Ragheno Business Park, Motstraat 30, 2800 Mechelen.