H E X, Een bridge systeem Bas van Gils bas.vangils@gmail.com Deventer, 1 februari 2006
IHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 3 2 Openingen 5 2.1 Openingen op 1-niveau................................... 5 2.1.1 Minors........................................ 6 2.1.2 Majors........................................ 7 2.1.3 1SA.......................................... 9 2.1.4 Overige afspraken................................. 11 2.2 Openingen op 2-niveau................................... 19 2.2.1 Multi......................................... 19 2.2.2 Muiderberg..................................... 21 2.2.3 2 -opening..................................... 22 2.2.4 2SA.......................................... 23 2.3 Preëmptieve openingen.................................. 23 3 Slem-conventies 25 3.1 Gemengde controles en splinters............................. 25 3.2 RKC-1430.......................................... 26 3.3 DOPI/ROPI........................................ 27 4 Volgbiedingen & informatie doublet 28 4.1 Volgbiedingen........................................ 28 4.1.1 Volgbieding in de tweede hand.......................... 28 4.1.2 Volgbieding in de vierde hand.......................... 29 4.1.3 Raptor 1SA volgbiedingen............................. 31 4.2 Reacties op een volgbod.................................. 32 4.3 Informatie doublet..................................... 34 4.3.1 Kracht van een informatie doublet........................ 35 4.3.2 Verdeling...................................... 36 4.4 Reacties op een informatie doublet............................ 37 4.4.1 De derde hand past................................. 37 4.4.2 De derde hand biedt................................ 38 4.4.3 Een bijzonder geval................................ 38 4.5 Twee-kleuren spellen: Ghestem.............................. 39 5 Verdedigingen 41 1
5.1 Verdedigingen tegen 1SA opening............................ 41 5.1.1 DOT........................................ 41 5.1.2 Multi Landy..................................... 42 5.2 Verdediging tegen de zwakke twee en Muiderberg................... 43 5.3 Verdediging tegen Multi.................................. 44 5.4 Verdediging tegen preëmptieve openingen....................... 46 5.5 Ekren/Tilburgse 2..................................... 46 5.6 Wereldconventie....................................... 47 6 Tegenspel 48 6.1 Uitkomsten.......................................... 48 6.2 Signaleren.......................................... 49 6.3 Uitkomst........................................... 50 6.4 Terugkomen na uitomst van partner........................... 50 2
HOOFDSTUK 1 Inleiding Dit document beschrijft een biedsysteem voor bridge. Om preciezer te zijn, het beschrijft het biedsysteem dat ik prettig vind om te spelen. Het is zowel gebaseerd op theorie (gelezen boeken) als de praktijk (spellen gespeeld op de club, op StepBridge of op drives). Dit document dient meerdere doelen. Aan de ene kant is het bedoeld om mijn gedachten over het bieden te ordenen. Aan de andere kant is het bedoeld als discussiestuk: het kan als basis dienen voor het opzetten van een systeem met mogelijke partners. Tot slot: anderen kunnen er, wellicht, ook hun voordeel mee doen. Aangezien smaak zich evolueert en er steeds weer nieuwe ontwikkelingen zijn op Bridge-gebied is het logisch dat dit document niet statisch is. Goede vragen, nieuwe ontwikkelingen, veel voorkomende (lastig biedbare) situaties; ze kunnen allen een weerslag hebben in dit document. De voorbeelden die ik noem zijn voor een groot deel verzonnen om bepaalde situaties te illustreren. Echter, enkele spellen komen uit de praktijk (Stepbridge, drives, boekjes). Op een aantal plaatsen is dat ook aangegeven. Ik heb geprobeerd het document gestructureerd op te zetten en uitgebreid te voorzien van motivaties bij gemaakte keuzes. Daar waar nodig/mogelijk heb ik ook aangegeven wat de zwakke punten zijn van afspraken, er zijn immers altijd situaties denkbaar die niet binnen het systeem opgelost kunnen worden. Dat maakt bridge zo n interessant spel: je kan zo veel afspreken als je wil, maar je moet altijd je gezonde verstand blijven gebruiken. Achtereenvolgens worden besproken: Openingen Openingen op 1-niveau Openingen op 2-niveau Preëmptieve openingen Slem-conventies Volgbiedingen Bijzondere verdedigingen tegen openingen van tegenstanders Afspraken over tegenspel Ik zal steeds eerst de gevallen bespreken waarin de tegenstanders niet storend tussenbieden. Daarna ga ik in op gevallen waarbij ze dat wel doen. In de rest van de tekst zal MA staan voor 3
een major suit (, ) en MI voor een minor suit (, ).. Een astrix (*) naast een bod betekent dat dit bod gealerteerd dient te worden. Alvorens daadwerlijk van start te gaan: mijn dank gaat uit naar Perry Groot, Mark Kaptein Inge Beekman Joop Duhne en Serena Frijters voor het proeflezen van dit document. De discussies waren interessant en hebben voor de nodige verbeteringen gezorgd zowel op het niveau van de tekst als inhoudelijk. Tot slot, in de bibliografie heb ik een lijst met boeken opgenomen die ik ter inspiratie heb gebruikt voor dit document. 4
HOOFDSTUK 2 Openingen Het moderne (paren)bridge wordt steeds agressiever. Waar je vroeger pas mocht openen op een vijfkaart en minimaal 13 punten wordt nu vaak al geopend op 11 punten en een vierkaart. Het gevecht om de deelscore wordt steeds belangrijker. Het is dan ook zaak om hiermee rekening te houden als je een systeem op zet. Je moet dus zowel voldoende constructieve als verdedigende bied-gereedschappen in het systeem op nemen. Als de tegenstanders zich met het bieden bemoeien moet er dus een onderscheid gemaakt worden tussen sterke en zwakke biedingen. Om hier constructief mee om te gaan ben ik uitgegaan van de volgende principes: Cuebids gebruik ik voor sterke fit-biedigen. Een fitbieding met sprong is een zwaktebod, vooral bedoeld om de tegenstanders maximaal onder druk te zetten. o n sprongbieding is (vaak) meer gebaseerd op verdeling dan op puntenkracht. Tot slot nog dit: het klassieke ACOL gaat in eerste instantie uit van het aangeven van puntenkracht; lengte lijkt op de tweede plaats te komen. Systemen gebaseerd op The law of total tricks 1 en Loosing trick count doen min of meer het omgekeerde, bied vooral op basis van lengte. Ik ben van mening dat beide aspecten belangrijk zijn. Puntenkracht en een (extreme) fit zijn ongeveer even belangrijk. In het bieden probeer ik hier dan ook rekening mee te houden. 2.1 Openingen op 1-niveau Ik ben van mening dat een vierkaart hoog systeem (waarbij een opening van 1 in een kleur dus altijd minimaal een vierkaart belooft) qua biedingen het meest elegant is: je vertelt partner wat je hebt. De tegenstanders luisteren echter ook mee! Bovendien is het vinden van een fit in de hoge kleuren dermate belangrijk geworden dat een vijfkaart hoog systeem toch de voorkeur verdient. Al was het maar om goed uit te kunnen nemen. Dit geldt met name in het parenbridge; het loont daar de moeite om zo snel mogelijk een fit in een van de MA te vinden. Sommige spelers gaan daar zo ver in dat ze liever in een fit met zeven kaarten in een MA spelen dan een fit met acht of misschien zelfs 9 kaarten in een MI. Het betaalt immers beter. Als openingen van 1 in een MA een vijfkaart beloven, rest de vraag: wat belooft een opening in een MI? Er zijn grofweg twee systemen denkbaar. De eerste betreft de voorbereidende klaver. 1 Het boek I fought the law van Lawrence doet vermoeden dat het gebruik van de Law minder makkelijk/ effectief is dan je zou verwachten. In sommige situaties kan het echter een goede leidraad zijn. 5
In dat geval kan 1 geopend worden op een tweekaart. In dat geval offer je uitsluitend de opening op. Het nadeel is, echter, dat je de kleur pas vanaf een zeskaart kan steunen. Het andere systeem wordt ook wel best of minors genoemd. In dat geval belooft een opening van 1 in een MI minimaal een driekaart. Dat is echter alleen het geval van een 3-3-3-4 of een 2-3-4-4 verdeling. Het principe dat fitbiedingen met sprong zwak zijn (vooral bedoeld om zand in de biedmachine van de tegenstanders te strooien) geeft de doorslag: ik ga uit van de best of minors aanpak. Qua puntenkracht kijk ik niet alleen naar punten maar zeker ook naar verdeling. Als leidraad houd ik als ondergrens 12 punten aan. Dat wil niet zeggen dat mooie handen met slechts 10 of 11 punten geen opening waard zijn! 2.1.1 Minors Een opening van 1 in een MI belooft dus minimaal een driekaart. Het verloop van fitbiedingen hangt er vanaf wat de rechter tegenstander doet: passen : Fitbiedingen vinden plaats volgens de inverted minors. Dat houdt in dat de fitbieding zonder sprong (2 in een MI) een sterke hand en dat de fitbieding met sprong (3 in een MI) een zwakke hand belooft. Een dubbele sprong wordt geboden met een extreme hand qua verdeling. Voor deze fitbiedingen (zeker voor de sprongbiedingen) moet de antwoordende hand in principe een vijfkaart of langer hebben. Het sterke 2-bod kan ook wel eens op een mooie vierkaart worden gegeven worden (zeker als de verwachting is dat er uiteindelijk SA gespeeld wordt). bieden : een enkele verhoging belooft voldoende punten om op het geboden niveau te spelen (6-9 na een gewoon volgbod, 10-11 na een sprong). Een verhoging met sprong is, uiteraard, zwak. De echt sterke handen worden via het cuebid geboden. Enkele voorbeelden: Voorbeeld 1: 952 KV3 KB109 A43 KV7 B42 V432 V52 West oord Oost uid 1-2 - In deze situatie is 2 dus een sterk bod. Het verdere bieden wordt zo besproken. Voorbeeld 2: V952 AK43 KB109 4 43 75 V87432 1052 West oord Oost uid 1 1 3?? a het het 1 volgbod van Oost is de 3 sprong zwak. Het zet oord-uid behoorlijk onder druk: moet uid nog 3 bieden? In dat geval zit West in een mooie positie om te doubleren. Ook een 3 bod van uid kan erg slecht uitpakken. 6
Voorbeeld 3: AV32 A4 KB109 432 B4 1098 V65432 98 West oord Oost uid 1 X?? Een wat extremer voorbeeld. Je hebt als oost slechts 3 punten maar zeker 9 (misschien zelfs 10) troeven samen. Deze hand is zeker geschikt voor een sprong naar 3 en misschien zelfs wel voor 4. Immers, er is een dikke kans dat de tegenstanders een manche in een hoge kleur kunnen spelen. Een issue dat nog niet besproken is, is het verder bieden na het inverted minors bod. De vraag is waar je heen wil natuurlijk. a een zwak (sprong) bod zal een pas veelal op zijn plaats zijn. a een sterk bod moeten goede afspraken gemaakt worden. De Biedermeijer standaard is prima speelbaar: 2SA herbieding = verdeelde hand, 12-14 punten. 3SA herbieding = verdeelde hand, 18-19 punten. Elk ander bod op 2niveau: belooft een stop (en ontkent een evenwichtige hand). Ook splinters kunnen geboden worden (ie Sectie 3.1) middels een sprong. In voorbeeld 1 herbiedt openaar dus 2SA. Antwoordende hand is niet sterk genoeg voor 3SA en zal dus passen. Voordeel van het bieden van SA is dat het de tegenstanders niet wijzer maakt dan ze al zijn. 2.1.2 Majors Een opening van 1 in een MA belooft een vijfkaart. Ook hier moet een onderscheid gemaakt worden tussen sterke en zwakke antwoorden. Met zwakke handen kun je, juist in een MA extra druk zetten. Als de tegenstanders niet mee bieden ziet het antwoord schema er als volgt uit: 2MA: 6-9 punten 2SA: 10-11 punten of 16+ punten 3MA: preëmptief, minimaal een vierkaart steun 3SA: 12-15 punten, no splinter 4MA: preëmtief, extreme verdeling een MI met dubbele sprong: splinter, manche-forcing Het verschil tussen de twee betekenissen van het 2SA antwoord wordt duidelijk na de herbieding van openaar. Deze kan verhogen naar de manche, inviteren met 3MAof meteen controles gaan bieden. De 2SA bieder kan dan beoordelen wat het beste is: de manche bieden of alsnog slem onderzoek starten. Enkele voorbeelden: Voorbeeld 4: AV532 543 KV2 B4 10972 109 A83 KV92 West oord Oost uid 1 X 2 3 - - 3 7
In dit voorbeeld geeft Oost aan 6-9 punten te hebben na het informatie doublet van oord. a het 3 bod van uid past West; de vijfkaart is op zich redelijk mooi maar met een bende vaste verliezers (en mogelijk slechts 6 punten bij partner) past hij. Oost weet dat er een fit is met 9 kaarten samen. Met zijn maximale volgbod en een dubbelton in de geboden kleur kan veilig 3 geboden worden. Voorbeeld 5: AK532 AV43 KB10 4 V10872 B109 AV2 AK West oord Oost uid 1-2SA* - 4 -?? Met het 4 antwoord geeft openaar aan overwaarde te hebben (minimaal genoeg voor de manche). Met 16 punten kan de 2SA bieder alsnog slem onderzoek starten door azen te gaan vragen (zie Sectie 3.2). Als de tegenstanders zich met de bieding gaan bemoeien wordt de situatie anders: het kan zijn dat SA de beste speelsoort is. Met andere woorden, de 2SA en 3SA biedingen worden dan niet meer gebruikt als fit-bieding. In deze gevallen hanteer ik de volgende fitbiedingen: Enkele verhoging: (krap) voldoende om op dat niveau te spelen Sprong verhoging: zwak Cuebid na volgbod: 10+ punten met troefsteun Cuebid na sprong volgbod: eigen opening Het voordeel van deze aanpak is dat openaar de kracht van partner beter kan beoordelen. Met name na een zwakke sprong van de tegenstanders is dit belangrijk zoals aangegeven in het volgende voorbeeld: Voorbeeld 6: Gegeven de handen uit Voorbeeld 5: West oord Oost uid 1 3 4 * -?? Door het 4 bod van partner weet openaar dat er minimaal de manche (4 ) geboden kan worden. Mocht uid nog 5 bieden dan kan hij gefundeerd besluiten wat te doen (doubleren, 5 bieden). Bovendien kan hij nu (met zelf een controle en overwaarde) ook besluiten om slem onderzoek te starten. Voorbeeld 7: AK532 AV43 KB10 4 108742 98 V3 B1092 West oord Oost uid 1 X 4?? Het informatie doublet gecombineerd met de eigen 3 punten doen bij oost de alarmbellen rinkelen. Omdat oost/west samen 10 troeven hebben zijn de tegenstanders hoogstwaarschijnlijk kort in. Het 4 bod zet de tegenstanders ze voet dwars: laat het ze maar uitzoeken. 8
Voorbeeld 8: AK532 AV43 KB10 4 1087 B109 V3 AK1092 West oord Oost uid 1 2?? Deze Oosthand is op het randje. Aan de ene kant heb je precies 10 punten (en ben je dus geneigd om 3 te bieden). Aan de andere kant is, vanuit Oost gezien, de vrouw in een verloren kaart. Twee tienen mee en een mooie kaart laten, wat mij betreft, de balans inderdaad doorslaan: bied 3. 2.1.3 1SA De 1SAopening belooft 15-17 punten en een SA-verdeling. Wat dat precies inhoudt is vaak een bron van discussie: open je een 5-3-3-2 verdeling met een 5-kaart in een MA wel of niet met 1SA? open je een 4-4-3-2 verdeling met een 2 kaart in een MA wel of niet met 1SA? Om met de eerste vraag te beginnen: als je met deze verdeling géén SA opent krijg je herbiedingsproblemen. SA herbieden limiteert de hand altijd verkeerd aangezien het de range 12-14 belooft of juist 18-19 (SA bieding met sprong). In geval van de tweede vraag gaat een zelfde redenering op: je wil graag je puntenkracht vertellen. Indien op de juiste manier gebruik gemaakt wordt van Puppet Stayman en Jacobi val je je geen buil aan dit soort gevallen. De antwoorden op een 1SA opening: 2 : Puppet Stayman (zie verderop in deze sectie) 2,, : Jacobi. 2 is een transfer voor beide lage kleuren. Dit heeft als nadeel dat bij een transfer voor de sterke hand op tafel komt. 3,,, : manche-forcing met een goede vijfkaart in de geboden kleur. Sterk uitnodigend om controles te bieden. De keuze om 1SA te openen met een vijfkaart in een MA is niet onomstreden. Het is een terugkerend issue in de bladen en op internet. eem bijvoorbeeld deze hand: 102 KV1082 AV3 AB2. Deze hand telt 16 punten. Issues die spelen: Stel, je opent 1. Wat herbied je als partner 1 of 1SA antwoord? De vijfkaart is in dit voorbeeld van goede kwaliteit dus je zou kunnen overwegen om m te herhalen. In alle andere gevallen ben je gedwongen om (qua punten) te sjoemelen en SA te herbieden. Gevolg: partner komt er niet achter hoe sterk/zwak je bent. Aan de andere kant: stel, je opent 1SA en partner laat je er op zitten. Met een magere dubbelton kan je al down zijn voor je eens aan slag komt! De keuze lijkt te zijn: wil je het risico nemen om met deze handen 1SA te bieden, of kies je er toch voor om eerst en vooral je puntenkracht (15-17) aan te geven. Ik ben van mening dat je door Puppet Stayman te gebruiken je een goede balans bereikt: je kan zowel je puntenkracht aangeven en een vijfkaart in een hoge kleur komt toch wel uit de verf. Een voorbeeld van het gebruik van Puppet Stayman wordt verderop gegeven bij de bespreking van deze conventie. oals al opgemerkt, het bieden wordt steeds aggressiever. Er wordt dan ook steeds vaker tussengeboden na een opening van 1SA (bijvoorbeeld middels DOT of MultiLandy). Traditioneel zijn er twee manieren om hier mee om te gaan: de conventies laten vervallen (en dus reëel bieden), of 9
de conventies blijven spelen (waarbij X aangeeft dat je gestoord wordt in je bod). Beide systemen hebben voor- en nadelen. Een van de problemen is dat het onduidelijk is of een doublet voor straf is of informatief. Bovendien is het vaak onduidelijk hoeveel speelkracht de antwoordende hand heeft (is een volgbod een take-out, of is de antwoordende hand juist sterk?). Lebensohl Lebensohl wordt gebruikt voor het bieden na 1SA als de tegenpartij zich ermee bemoeit. Het basis schema na 1SA, gevolgd door een bod van de tegenstanders op 2-niveau: een direct bod op drieniveau is forcing een direct cuebid: Stayman, ontkent opvang in de kleur van de tegenstanders 2SA: 1SAopenaar biedt verplicht 3. Pas of corrigeer naar eigen kleur: zwak spel Cuebid: Stayman, belooft opvang in de kleur van de tegenstanders 3SA: 10+ punten, belooft opvang in de kleur van de tegenstanders 3SA: 10+ punten, ontkent opvang in de kleur van de tegenstanders Als je kleur boven de kleur van de tegenstanders ligt kun je onderscheid maken tussen zwakke, sterke en inviterende handen: direct de eigen kleur (op 2-niveau): zwak spel 2SA, gevolgd door kleur op 3-niveau: inviterend spel sprong naar 3-niveau: sterk spel Het volgende voorbeeld illustreert hoe Lebensohl gebruikt kan worden. De oord-uid handen zijn bewust weggelaten: Voorbeeld 9: KV3 V104 VB43 KV3 2 A9652 10982 B102 West oord Oost uid 1SA 2 2SA* - 3 * - 3 De transfer naar harten is niet meer mogelijk na het 2 bod van oord. Met een singelton in de kleur van oord wil je als Oost toch iets, ondanks de slechts vijf punten. Via de 2SA-omweg wordt 3 bereikt. Openaar weet dat partner een (betrekkelijk) zwakke hand heeft. Dan rest nog de vraag wat er gedaan moet worden als onze 1SA gedoubleerd wordt (een natuurlijk doublet, dus). De vraag is of het zin heeft om dan de conventies te laten bestaan of dat ze moeten vervallen. De volgende oplossing blijkt simpel en effectief: X X is sterk en geeft aan dat je verwacht 1SA wel te maken De conventies blijven gewoon bestaan Als partner pas dan kan de 1SA openaar middels X X om een uitvlucht vragen. In dat geval fungeert X X dus als S.O.S. 10
Puppet Stayman a een 1SA bod vraagt het 2 bod naar een vijfkaart in een hoge kleur. Het voordeel hiervan is dat zowel een 4/4 als een 5/3 fit in een hoge kleur snel ontdekt kan worden. De antwoorden en herbiedingen zijn als volgt: 2 : geen vijfkaart in een MA maar wel een of meer vierkaarten. Hierna bied de 2 bieder als volgt: 3 belooft beide hoge vierkaarten, laat de keuze aan de 1SA openaar 2 belooft een vierkaart en 2 belooft een vierkaart. Hiermee wordt voorkomen dat de sterke hand op tafel komt. 2SA is een inviterend bod 3SA is een eindbod. 2 / : belooft een vijfkaart. Hiermee ligt de 5-3-3-2 verdeling zo goed als vast. 2SA: geen hoge vier of vijfkaarten. Het volgende voorbeeld illustreert het gebruik van Puppet Stayman. Let wel: mochten de tegenstanders besluiten om op hoog niveau uit te nemen dan is de verdeling van openaar zo goed als bekend. Dat kan een fors nadeel zijn bij tegenspel. Voorbeeld 10: A10 KB943 VB10 KVB K532 A82 A2 10982 West oord Oost uid 1SA - 2-2 - 4 Voorbeeld 11: A104 KB93 VB10 KVB K532 A82 A2 10982 West oord Oost uid 1SA - 2-2 - 2-2SA 3SA In de Westhanden van voorbeelden 10 en 11 zit precies een kaart verschil. In het ene geval heeft West een vijfkaart harten waarna de -fit moeiteloos gevonden wordt. In het andere geval heeft West een vierkaart. a het 2 antwoord biedt Oost 2 om een vierkaart aan te geven. Hierna weet West dat het SA moet worden. Oost biedt daarna de manche uit. Merk op dat je in geval van de eerste hand geen goede herbieding hebt als je 1 opent. Partner volgt 1 en dan? In het tweede geval is dit geen probleem, je opent gewoon 1SAen daarna vind je na (gewoon) Stayman ook het juiste 3SA contract. 2.1.4 Overige afspraken Er zijn nog diverse andere afspraken te maken, onder andere voor het onderzoek naar SA, voor slem onderzoek en in het geval de tegenstanders tussenbieden. 11
Losing trick count (LTC) In het bieden moeten regelmatig lastige beslissingen gemaakt worden zoals: Wat ga ik bieden op een x xxxxx xxxxxx x verdeling met slechts 4 punten? Hoever bied ik door? Ga ik naar de manche, of zit er wellicht slem in? Ga ik met mijn hand partners volgbieding verhogen of niet? In dit soort gevallen zijn zaken als verdeling vaak belangrijker dan het aantal punten dat je hebt. In dit soort gevallen kan LTC een belangrijk hulpmiddel zijn. Het voorbeeld op de kaft van het boek The modern losing trick count (Klinger) geeft deze situatie: Voorbeeld 12: 8763 AQB1064 7 AK A K982 A8643 754 Met deze miezerige 25 punten samen zit er een groot slem in! De auteur claimt dat dit slem op basis van LTC niet te missen is. a lezing van het boek ben ik geneigd om het met hem eens te zijn. In de praktijk mis je minder vaak iets als je hiervan gebruik maakt. In deze sectie neem ik slechts een (erg) korte samenvatting op van de hoofdpunten van dit systeem: Het systeem kan gebruikt worden nadat een troefkleur is vastgesteld. Het werkt dus niet voor SA spellen. De basis formule voor LTC is: tel je verliezers tel partners verliezers erbij op trek het totaal af van 24 het antwoord dat je krijgt is het aantal slagen dat je kan maken (althans, de verwachting ervan) als de kleuren normaal verdeeld zitten en de helft van de snits werken. Let op: het is geen wet van meden en perzen! Om je eigen verliezers te bepalen: tel alleen verliezers in de eerste 3 kaarten van een kleur tel azen, vrouwen en heren als winners, elke kandere kaart is een verliezer. correctie-factor: een losse vrouw (zonder aas of heer dus) moet als een halve verliezer gesteld worden. Een bezit als Vxx is immers veel minder krachtig dan Axx. Partners verliezers kun je niet tellen maar moet je schatten: opening verliezers zwakke opening 8 normale opening 7 1SA 6 sterke opening 5 2SA 4 2 3 12
In het bovenoemde voorbeeld wordt oost wakker na partners opening van 1. Hij telt 7 verliezers in de eigen hand en weet dus dat het minimaal naar de manche moest (24-(7+7) = 10 slagen). a een 3 splinter is west niet meer te stoppen want hij telt slechts 5 verliezers in de eigen hand. Tegenover partners splinter moet slem mogelijk zijn. a controles (eventueel gevolgd door RKC) kan het slem geboden worden. In de praktijk raapte ik eens deze hand op: 4 76543 1098654 A. Partner opende als oost de bieding met 1 en zuid volgde met een X. Wat doe je dan? In deze hand tel je 7 verliezers (mits / / fitje gevonden wordt). Het is du duidelijk dat je iets moet doen. Met deze hand kan je rustig een keer volgen. Mocht het bieden aggressief verlopen en partner steunt je dan heb je in elk geval een goede kleur gevonden om uit te nemen! Forcing/non-forcing Het herkennen van forcing biedingen is niet altijd even makkelijk omdat de meningen erover kunnen verschillen. Het doel van deze sectie is om enkele probleemgevallen eruit te lichten. Allereerst het biedverloop: West oord Oost uid 1-1 - 2 In dit geval is het 2 bod niet forcing. Met slechts 6 punten kan dit het goede contract zijn in een 4/4 fit. Met een driekaart en 6-9 punten wordt 2 geboden. Met een sterkere hand (10+ punten) en minimaal een driekaart kan geïnviteerd worden. Merk op dat west met een sterke hand dus 3 moet bieden! Immers: een nieuwe kleur op drie niveau is manche forcing! Dat blijkt ook na een kleurherhaling in een MA. eem bijvoorbeeld deze biedserie: West oord Oost uid 1-2 - 2-3 - West geeft een zeskaart aan en belooft niet geweldig veel overwaarde. Oost heeft blijkbaar en en minimaal een eigen opening. Het 3 bod maakt het bieden mancheforcing. West kan nu de vierde kleur (Sectie 2.1.4) bieden, 3 herbieden (erg zwak!) of 3SA bieden met een opvang in. Biedseries met een kleurherhaling in een MI verdienen speciale aandacht, vooral de gevallen waarin partner 5/4 in de MA heeft. In deze bieding: West oord Oost uid 1-1 - 2-2 geeft openaar aan een zeskaart te hebben zonder veel overwaarde. Antwoordende hand heeft een vijfkaart en minimaal een vierkaart. De vraag is of het 2 bod forcing of non-forcing moet zijn. Voor beide is wel wat te zeggen. Forcing: want 2 is een goed contract, dus toont 2 harten interesse in meer. Bovendien is het lastig bieden als je verplicht 3 moet bieden om de bieding forcing te houden. on-forcing: contract verbetering, kan belangrijk zijn in paren. Ik vind dat het een forcing bod moet zijn, voornamelijk omdat het alternatief is dat je met een inviterende hand na 2 dan 3 moet bieden. Merk op dat een biedverloop met een vijfkaart in een MA en een vier of een vijfkaart in een MI minder lastig zijn. eem het biedverloop 13
West oord Oost uid 1-1 - 2-3 Hier is de situatie uiteraad manche forcing. Immers: het 3 bod betreft nieuwe kleur op drie niveau! De volgende biedserie (uit een spel met Mark op Stepbridge) is ook interessant: West oord Oost uid 1-1SA - 2-3 Tijdens het spelen zette dit bod me even op het verkeerde been maar eigenlijk is de biedserie heel logisch. Met het 1SA bod limiteerde Mark zijn hand op 6-9 punten. Met 2 was mijn hand bekend: vijfkaart schoppen, minimaal een vierkaart harten, niet bijzonder veel overwaarde wat punten betreft. Het 3 bod van Mark betekent: lengte (minimaal zeskaart) in, niet forcing. Een pas van mijn kant had een top op geleverd, helaas kwamen we in 4 terecht. Tot slot een biedserie waarbij de tegenstanders mee doen. Onderstaand spel kwam voor op een clubavond: West oord Oost uid pas 1 pas pas 2 pas pas 2 pas 3 pas?? De hamvraag is: wat betekent 3? Wat voor hand geeft dit aan. Barage heeft in deze biedserie geen zin. Het geeft dus een hand aan die dusdanig sterk is dat je zelfs tegenover een minimale partner (minder dan 6 punten dus) misschien nog wel een manche kan spelen. 3 is dus inviterend! Bovendien is de hand blijkbaar ongeschikt om 2 te doubleren. Tot slot de situatie waarin een bod van de tegenstanders dusdanig in de weg zit dat je gedwongen wordt om op 2-niveau en boven de openingskleur van partner moet gaan bieden. Bijvoorbeeld: West oord Oost uid 1 1 2 - Wat moet 2 hier betekenen? Veel paren spelen het als sterk maar dat lijkt op de lange duur niet winnend. Beter is om het als negative free bid te spelen: 8-11 punten met een goede vijfkaart of een redelijke zeskaart. Het bod is niet forcing (maar wel inviterend. Een mooi handje in bovenstaand biedverloop zou zijn: xx AB10xxx xx KVx. Sprong in een nieuwe kleur Traditioneel in ACOL wordt een sprong in een nieuwe kleur als antwoord op het openingsbod geïnterpreteerd als: een eigen opening met een zeskaart. Gezien het principe dat opening + opening = manche is het bieden daarmee mancheforcing geworden. Ik speel echter sprongbiedingen als zwak, zelfs in het geval dat partner al geopend heeft. Dat soort biedingen komen dus niet vaak voor. Een voorbeeld van zo n hand is V10976432 32 10 108. a een opening van partner is de kans best aanwezig dat de tegenstanders een manche kunnen spelen. Het is waarschijnlijk dat ze het merendeel van de punten hebben en kort zijn in. Om het bieden onder druk te zetten kan hiermee 2 (of zelfs 3 bij gunstige kwetsbaarheid) geboden worden. In de praktijk heb ik op een slechte dag na een 1 opening van partner met xx K10875432 x xx verzuimd 4 te bieden; ik bood veel te zwak 2. Hierdoor hadden de tegenstanders alle ruimte om naar 3SAte bieden: 14
oord Oost uid West 1 X 2 X - 2-3 - 3SA Dit leverde dus een dikke nul op (4 was -1 of -2 gegaan). Ik had me moeten realizeren dat partner nooit veel in kan hebben (je mist er vijf die verdeeld zitten over 3 spelers). Met andere woorden, als je druk wil zeggen moet je dat meteen doen: 4. Gezien de opening bij partner zal dat in de praktijk vaak goed uitpakken. Een andere uitglijder betrof deze hand: 10x AKB10xxx xx Vx. iemand was kwetsbaar, ik was uid en het bieden verliep als volgt: West oord Oost uid 1 2 X?? Ik had me moeten bedenken dat ik partners helemaal niet nodig heb, mijn eigen bezit in deze kleur is goed genoeg. Verder had ik me moeten bedenken dat mijn bezig in opgeteld bij het 2 volgbod van partner waarschijnlijk een nuttig bezit was. Mijn 3 volgbod was dan ook veel te mager: het had 4 moeten zijn! Vierde kleur Een bod in de vierde kleur is een vraagbod: het vraagt om opvang in deze kleur zodat er veilig SA geboden kan worden. Bijvoorbeeld: Voorbeeld 13: 107 V92 A32 AV832 KV842 K104 KV52 10 Oost uid West oord 1-2 - 2-2 * - 2SA - 3SA In dit biedverloop vraagt het 2 bod om een opvang in de vierde, ongeboden kleur. Met een opvang biedt oost 2SA waarna west veilig de manche kan bieden. De vierde kleur kan ook gebruikt worden om het bieden manche-forcing te maken: als een van de kleuren van openaar gesteund wordt na diens antwoord op de vierde kleur is het bieden manche-forcing geworden. Bijvoorbeeld: Voorbeeld 14: AK532 4 AV43 VB10 V107 A2 KB109 K942 West oord Oost uid 1-2 - 2-2 * - 2-3 -?? a de 1 opening weet de antwoordende hand dat er een minimaal een manche, maar misschien wel meer in zit. Door rustig op te bouwen komt de dubbelfit naar voren. Door eerst de vierde kleur te bieden en daarna te steunen is het bieden manche-forcing geworden. Het is dus sterk uitnodigend om een slempoging (controles) te doen of de manche te bieden met een minimale opening. 15
egatief doublet a een opening van 1 in een MI en een tussenbod van de tegenstanders wil je partner een aantal dingen vertellen (mits je voldoende punten hebt): of je bezit hebt in een MA en of dat bezit bestaat uit een vierkaart of (minimaal) een vijfkaart. Het negatief doublet kan hiervoor gebruikt worden. Een hele poos heb ik een eigen variant van het negatieve doublet gespeeld: a een 1 opening en een 1 tussenbod van de tegenstanders belooft X een vierkaart in beide majors. De consequentie hiervan is dat je je vierkaart gewoon kan bieden als je slechts één van de majors hebt. a een opening van 1 in een MI en een tussenbod in een MA van de tegenstanders wordt het anders: a een 1 tussenbod ontkent het doublet een vierkaart. Het hoeft geen vierkaart te beloven! Daarmee zouden teveel handen onbiedbaar worden. Met andere woorden, het X geeft een hand aan die verder niet biedbaar is. na een 1 tussenbod belooft het een vierkaart. De consequentie hiervan is dat je met een een 4 kaart ruiten en 6-9 punten moet improviseren; wellicht kan je SA bieden of een X geven op een goede driekaart in. Onderstaande illustreert het negatief doublet zoals ik het speelde: Voorbeeld 15: West oord Oost uid 1 1 X - West oord Oost uid 1 1 X - In de eerste biedserie ontkent het X een vierkaart en belooft het minimaal 6 punten. In de tweede biedserie belooft het X minimaal een vierkaart en minimaal 8 punten. Op zich is deze variant goed speelbaar. In de praktijk bleek echter dat het nogal eens mis ging omdat partner gewend was aan het klassieke negatieve doublet. Dat is de belangrijkste reden om toch maar het klassieke negatieve doublet te spelen (waarbij na 1MI gevolgd door 1MA van de tegenstanders het X een vierkaart in de andere MA belooft). Check-back Stayman In veel spellen is het voor de antwoordende hand lastig om een vijfkaart in een MA goed uit de verf te laten komen. Vaak wordt de dan-maar conventie toegepast: dan maar de kleur herbieden op een vijfkaart, dan maar steunen op een driekaart in een lage kleur, dan maar SA bieden. Om dit soort problemen het hoofd te bieden is de Check-back Stayman (CBS) conventie bedacht. CBS treedt in werking na het volgende, schematische, biedverloop: 1MI 1SA 1MA a dit biedverloop kan de antwoordende hand om een driekaart steun voor zijn MA vragen door 2 te bieden. Het antwoord schema: 2MA: driekaart steun, minimaal 3MA: driekaart steun, maximaal 16
2 : geen steun, minimaal 2SA: geen steun, maximaal de andere MA: geen steun, vierkaart in deze MA. Het lijkt voor de hand te liggen om CBS uitsluitend te spelen met inviterende handen. Dat gaat echter mis met handen als Hxxxx Hxxx x xxx. Stel dat partner 1 opent. Dan wil je echt het liefst in of zitten en zo laag mogelijk! Daarom speel ik CBS gewoon met elke hand. Goede afspraken over forcing biedingen zijn dan wel noodzakelijk. De regel die hierbij in acht genomen moet worden is dan ook: als partner van de openaar na het antwoord op CBS nog doorbiedt dan is het bieden mancheforcing geworden. Vergelijk: 1 1 1 1 1SA 3 1SA 2 * 2 3 In de eerste biedserie is 3 een inviterende hand met en. In de tweede hand is het bieden forcing gemaakt via de CBS-omweg. De volgende twee voorbeelden laten zien hoe CBS in de praktijk gebruikt kan worden. Voorbeeld 16: AV3 104 VB432 AB10 1097 KV875 A7 V43 West oord Oost uid 1-1 - 1SA - 2 * - 2SA - 3SA a het 1SA bod is nog onduidelijk wat de juiste manche is. onder steun voor zal het waarschijnlijk 3SA moeten worden. Met 2 wordt naar steun gevraagd. Met 2SA omschrijft openaar zijn hand verder waarna partner met 11 punten de manche kan bieden. Voorbeeld 17: AV3 1042 VB43 AB10 K97 AKV75 A7 K43 West oord Oost uid 1-1 - 1SA - 2 * - 3 -?? a opening van partner heeft Oost met 19 punten slem-visioenen. Het is nog onduidelijk of het slem in of in SA moet worden. a het positieve signaal (3 ) van partner kan het slem onderzoek begonnen worden. Merk op dat je soms ook een vierkaart in de andere MA nog aan kan geven. Bijvoorbeeld: Voorbeeld 18: AV B1042 VB43 VB10 K10975 AKV5 A K43 West oord Oost uid 1-1 - 1SA - 2 * - 2 -?? Dit keer geeft west aan een vierkaart te hebben en minimaal te zijn (anders zou hij 3 hebben geboden). o wordt de 4/4 fit in nog gevonden. 17
Tegenstanders bieden 1T tussen Volgbiedingen nemen per definitie ruimte weg. Met name in het moderne paren bridge wordt al vlot gevolgd. Een van de uitwassen is de zwakke sprong die al op een vijfkaart geboden kan worden. Een 1T volgbod (pakweg met de range 14 17) neemt bijzonder veel ruimte weg. Bovendien geeft het de nodige sterkte aan en is voorzichtigheid geboden. Helaas heb ik hiermee een paar vervelende ongelukken gehad. a wat zoeken in de boeken vond ik de volgende, redelijk standaard, afspraak voor deze situatie: X is voor straf. In principe geeft het een hand aan met ongeveer 10 punten. Echter, met een mooie lange kleur en een aankomer kan het ook wel op een punt of 8. 2 is conventioneel en belooft in principe minstens 4/4 in de MA. De antwoorden zijn natuurlijk: 2 laat de keuze aan partner en 2 / zijn preferentie. een eigen kleur bieden is in principe zwak met een zeskaart (of een behoorlijke vijfkaart). Partner wordt geacht te passen. fitbiedingen zijn natuurlijk. Deze afspraken zijn vooral gebaseerd op de redelijk logische aanname dat na een 1SA volgbod van de tegenstanders een manche er over het algemeen niet in zit. Met extreme handen moet dus wat geïmprovieerd worden. Tot slot not het volgende. Het biedverloop: West oord Oost uid 1 1SA 2 verdiend extra aandacht. De vraag is: moet je 2 hier als fitbieding spelen voor de eerste kleur van openaar, of moet je het conventioneel spelen? aar mijn mening is het verstandig om het bod als conventioneel te bestempelen. Dit vooral om twee redenen: (1) het komt vaker voor en (2) de MA s betalen beter. De enkele keer dat je precies 2 wil spelen zal je moeten passen (of 3 gokken). Cuebids Tegenstanders bemoeien zich nogal snel met de bieding tegenwoordig. We hebben al afgesproken dat een direct cuebid een fitbod is. Cuebids kunnen echter ook later in het spel gebruikt worden om om te gaan met stoppers in hun kleur(en). Dit is vooral handig noodzakelijk onderweg naar 3SA. Veel paren spelen cue vraagt stop. a flink wat spellen kwam ik er achter dat dat op zich een speelbare situatie is zolang de tegenstanders maar één kleur hebben geboden. In het geval van twee kleuren wordt het lastiger. Beter is: Als tegenstanders één kleur hebben geboden dan vraagt een cue een stop Als tegenstanders twee eén kleuren hebben geboden dan belooft een cue een stop In het volgende voorbeeld laat ik de laatste variant zien. De eerste is standaard (en dus simpel). Voorbeeld 19: 109 KV82 AK43 B103 KV975 103 V8 KV92 West oord Oost uid 1 1 1 2 2 X 3SA In dit geval belooft openaar een stop in een van de kleuren van de tegenstanders. De antwoordende hand weet genoeg en kan de manche knallen. 18
Doubletten na (hun) volgbod in de sandwich Het is ongelooflijk om te zien hoe slecht er gevolgd wordt in de sandwhich positie, met name op 2-niveau: West oord Oost uid 1X - 1Y 2 Het is een typische plek om te psychen omdat veel partnerships geen goede afpraken hebben over het bieden in deze situatie. De grote vraag is: is een doublet voor straf of informatief? De klassieke literatuur (bijv. Westra) vindt dat een doublet voor straf is omdat je achter de knoeiende bieder zit. a wat verder zoeken lijkt er een betere afspraak te zijn: een doublet is informatief, een pas kan voor straf zijn. 2.2 Openingen op 2-niveau In het klassieke ACOL zijn de openingen op 2-niveau sterk. De 2 opening is de sterkste opening, 2SA belooft 20-22 punten en de overige openingen beloven ongeveer 8 speelslagen (niet zo zeer punten als wel speelslagen). eker omdat deze openingen zo weinig voor komen wordt er in het moderne bridge nogal wat geëxperimenteerd met allerlei zwakke openingen op dit niveau, bijvoorbeeld middels de zwakke twee (6-10 punten met een zeskaart in de geboden kleur), Multi, Muiderberg, Ekren en de Tilburgse twee. De vraag die je je moet stellen is: stel dat ik twee openingen als zwak ga spelen, hoe laat ik dan mijn (semi)forcing hand horen? Het is dus, evenals in het geval van openingen op 1-niveau, zaak om een goede balans te vinden tussen verdedigend bieden enerzijds en constructief bieden anderzijds. Evenals in het systeem Biedermeyer Rood heb ik ervoor gekozen om zowel Multi als Muiderberg op te nemen. Samen met de aangepaste 2 opening kun je zowel de traditionele zwakke twee in een MA kwijt als alle (semi)forcing handen. Het 2 / wordt gebruikt voor Muiderberg. Dat neemt niet weg dat de andere zwakke openingen minder goed zouden zijn. De zwakke twee (met Ogust) is bijvoorbeeld erg goed speelbaar. Ekren vind ik erg erg elegant en de Tilburgse twee maakt het bieden wel lastiger. In de praktijk wordt die echter vaak afgestraft, voor je het weet heb je 800 aan je broek! 2.2.1 Multi Multi wordt, zoals de naam al aangeeft, geopend met diverse handen. In de Multi 2 -opening zitten. Aangezien onze 2SA (zie Sectie 2.2.4) een apart biedspeeltje bevat zit de klassieke 20-22SA in de multi: zwakke twee in een MA (6-10 punten met een zeskaart) semi-forcing handen in een MI (ongeveer 9 a 10 speelslagen) 20-22 punten met een SA verdeling Omdat er zo veel verschillende handen in de Multi 2 zitten ligt het antwoordschema grotendeels vast: Antwoord 2 met alle handen waarmee je 2 wil spelen tegenover een zwakke twee. a 2-2 : pas : zwakke 2 19
2 : zwakke 2 2SA: 25+ SA 3 / : semi-forcing in geboden kleur Antwoord 2 als je 2 wilt spelen tegenover een zwakke twee en anderzijds 3 of 4 wil spelen tegenover een zwakke twee. Het toont dus een hartenfit. Hierna verloopt het bieden als volgt: pas : zwakke 2 2SA: 25+ SA 3 / : semi-forcing in geboden kleur 3 : zwakke twee, minimum 4 : zwakke twee, maximum Antwoord 2SA als je manche interesse hebt tegenover beide hoge kleuren. a 2-2SA: 3 : zwakke twee, minimum/medium 3 : zwakke twee, minimum/medium 3 : zwakke twee, maximum 3 : zwakke twee, maximum 3SA: 25+ SA 4 / : semi-forcing in geboden kleur Antwoord 3 / is echt en non-forcing. Alleen doorbieden met een maximale zwakke twee (in een MA) plus fit. Het voordeel van de Multi is tevens het nadeel: je kan er nogal wat openingen in kwijt. Dat maakt de verdediging tegen Multi lastig maar je kan partner ook op het verkeerde been zetten. In de praktijk valt dat overigens wel mee. Ook is het zo dat, bij de zwakke twee in harten, de hand van openaar op tafel komt. De volgende voorbeelden, waarbij de tegenstanders zich niet met de bieding bemoeien, illustreren het gebruik van de Multi. Voorbeeld 20: B108732 642 VB3 A 975 A10 KV73 6543 West oord Oost uid 2 * - 2 * - 2 Het 2 bod is een relay. Met een zwakke twee in biedt West 2 waarna het bieden stopt. Mochten de tegenstanders zich nog in de bieding mengen dan kan oost bij gunstige kwetsbaarheid nog 3 bieden op basis van de law. Voorbeeld 21: B108732 642 VB3 A KV7 AK5 K73 K543 West oord Oost uid 2 * - 2SA* - 3 * - 4 20
Het 3 antwoord belooft een mininum/medium zwakke twee in. Met drie mooie troeven mee en 18 punten wil je met zo n hand de manche spelen. Als er na de 2 opening door de tegenstanders wordt tussengeboden kan partner alsnog in actie komen. Doublet op een MA betekent: pas als je in die kleur een zeskaart hebt, of bied anders de andere hoge kleur. Het belooft dus zeker enige (speel)kracht. 3 blijft converteerbaar (pas of corrigeer naar 3 ). Voorbeeld 22: B108732 642 VB3 A V76 K105 K37 K543 West oord Oost uid 2 * 3 3 * - 3 Dit spel kwam voor op de kerstdrive 2004 waar ik met Perry speelde 2. Door het 3 bod kan het normale 2 -bod niet meer geboden worden. Het is zeer waarschijnlijk dat openaar een zwakke twee in een MA had. Met drie troeven mee en wat punten wil je sowieso tot op driehoogte mee bieden (the law of total tricks!). 3 is converteerbaar en 3 een kansrijke deelscore. Als oost geen geschikte hand heeft om 3 in een MA kan altijd nog gepast worden. Bovendien kunnen foutjes van de tegenstanders genadeloos afgestraft worden. 2.2.2 Muiderberg u de zwakke twee in een MA al in de Multi zit kunnen we de 2 / openingen gebruiken voor een ander speeltje. De basis voor een Muiderberg opening is een hand met een vijfkaart in een MA, minimaal een vierkaart in een MI en 6-10 punten 3. a zo n opening heeft partner de volgende mogelijkheden: de andere MA is echt en non-forcing 2SAvraagt naar de lage kleur van partner: 3 : 4 of 5 kaart 3 : 4 of 5 kaart 4 : 6 kaart 4 : 6 kaart Als je als antwoordende hand na dit antwoord nog doorbiedt heb je een sterke (mancheforcing) hand. 3 : converteerbaar, pas of corrigeer naar 3. Dit bied je in principe uitsluitend met (minstens) 4/4 in de lage kleur en een singleton in de MA van partner. De 5/2 fit in de MA speelt vaak zo slecht nog niet. 3 : inviterend in de geboden MA steunen is preëmptief. Dit geschiedt in principe aan de hand van The law of total tricks; hoe beter de fit, hoe hoger geboden kan worden. 3SA: echt en om te spelen nieuwe kleur met sprong in lage kleur: controle bieding of splinter 2 Ik kan me de exacte handen niet herinneren maar het biedverloop was precies hetzelfde. 3 Een vierkaart in de andere MA is, overigens, verboden. Een hand als x x x x x x x x x x x x x mag dus niet met een Muiderbergse 2 geopend worden. 21
Het volgende voorbeeld laat de storende kracht zien van Muiderberg. Voorbeeld 23: B10832 642 VB53 A A764 952 1073 1095 West oord Oost uid 2 * X 3?? Het informatie doublet belooft (tenzij een conventie gespeeld wordt) een forse opening zonder uitgesproken kleur. a de verhoging tot 3 door Oost staat uid voor het blok. Wat is hier goed? 4 gokken? Teruggekaatst doublet? Wie zal het zeggen. 2.2.3 2 -opening Aangezien de semi-forcing handen in een MA nog geen plaats hebben wordt de 2 opening, evenals de 2 opening, een vergaarbak. We stoppen er naast deze semi-forcing handen en de handen met 23+ punten ook de SA handen met 23-24 of 25+ punten in, evenals de zwakke twee in. Hierdoor worden de antwoorden op de 2 opening schematisch: als je 15+ punten hebt en een goede vijfkaart: noem dan de kleur als je 15+ punten hebt en een SA verdeling: bied 2SA in alle andere gevallen: bied 2 a 2 en een (2 ) bod van partner: 2MA: mancheforcing, minimaal 5kaart in geboden kleur, geen SA hand. 2SA: 23-24 punten met een SA verdeling 3MI: mancheforcing, minimaal 5kaart in geboden kleur, geen SA hand 3SA: 25+ punten met een SA verdeling 3MA: de semi-forcing handen in / met een lange troefkleur. Partner kan het bod afmaken in de manche of controles gaan bieden. De volgende twee voorbeelden illustreren het gebruik van de 2 opening: Voorbeeld 24: 42 A K109832 VB53 V764 B1095 765 105 West oord Oost uid 2-2 X - 2 3?? Wederom staat uid voor het blok. Partner heeft blijkbaar minimaal een vijfkaart en wat punten. Met zelf maximaal een driekaart is het maar de vraag wat uid moet bieden ondanks de meerderheid aan punten. Voorbeeld 25: AB KVB1098 AK 432 K643 5 765 AB1075 West oord Oost uid 2-2 - 3-3SA 22
Het 3 antwoord geeft een semi-forcing aan in. Met slechts een singelton en wel wat puntenkracht wil Oost naar de manche. West heeft slechts één kleur en daarom lijkt 3SA het goede eindbod. Met een minder goede hand moet West gewoon 1 openen. 2.2.4 2SA De sterke SA varianten zitten inmiddels in andere openingen; de 20-22 zit in de multi, 23-24 en 25+ zitten in de 2 opening. Hierdoor komt het 2SA bod vrij voor een biedspeeltje: de unusual 2SA opening. Dit komt er op neer dat je 2SA opent met een 5/5 verdeling in de MI en 6-10 of 16+ punten. Met 11-15 punten kun je gewoon 1 openen. Het antwoorden schema is vrij natuurlijk: 3 in een MI: om te spelen tegenover de zwakke variant. Met een sterke hand kan openaar doorbieden. 3 in een MA: echt, mancheforcing en minimaal een vijfkaart. Openaar kan steunen (op een tweekaart?), SA bieden of een van de MI bieden. 3SA: om te spelen tegenover de zwakker variant. Met een sterke hand kan openaar doorbieden. 4 of 5 in een MI: barrage De sterke variant zal niet overdreven vaak voorkomen maar we hebben m toch in het systeem opgenomen omdat ie in weze gratis is. Bijvoorbeeld: Voorbeeld 26: 9 93 KB1072 A10982 V1082 A2 9843 B43 uid West oord Oost pas 2SA X 3?? In dit geval heeft west de zwakke variant met 8 punten. Met slechts 7 punten kiest oost voor 3 in de 5/4 fit en oord mag nu maar uitzoeken wat nog te bieden. Effectief heb je dus het hele 1 en 2 niveau weggenomen voor de tegenstanders. 2.3 Preëmptieve openingen Openingen op drie en vier niveau zijn preëmptief. De preëmptieve openingen op drieniveau zijn traditioneel handen met 6-10 punten en een zevenkaart in een kleur. De 3SA opening is gambling, het belooft een lange, dichte lage kleur (AKVxxxx of AKxxxxxx) met hooguit een vrouw of een boer ernaast. Met een opvang in de overige kleuren past partner en anders wordt 4 (converteerbaar) geboden. Een heel enkele keer wordt je opgepakt maar vaak pakt het goed uit. Voor de MA nemen we ook openingen op met een achtkaart mee. Merk op dat deze handen vooral geopend worden op basis van lengte en niet zo zeer op basis van punten. Er moet bij dit type handen dan ook een onderscheid tussen magere en goede handen met een achtkaart gemaakt worden. De amyats conventie is hierbij erg bruikbaar. Een typische magere hand betreft een achtkaart met slechts een of twee punten in de lange kleur. Een typische goede hand betreft een achtkaart met negen of 10 punten en een lange kleur. Schematisch zien de openingen er als volgt uit: 3 / / / : alle handen met 6-10 punten en een zevenkaart in een kleur 4 : goede achtkaart 23
4 : goede achtkaart 4 : magere achtkaart 4 : magere achtkaart Het verschil tussen een magere en goede achtkaart kan erg belangrijk zijn als de tegenstanders nog in de bieding proberen te komen na de preëmptieve opening. Partner kan gefundeerd beslissen of doorbieden zinvol is of niet. Voorbeeld 27: A KVB109832 2 432 10932 A5 K109765 6 West oord Oost uid 4 X 5?? a het doublet van oord lijken oord-uid alsnog in de bieding te komen. Met een mooie dubbelton troef mee, en een vierkaart in (de andere MA) tegen worden de tegenstanders maximaal onder druk gezet. Merk op dat bij dit soort acties de kwetsbaarheid goed in de gaten gehouden moet worden. Het volgende voorbeeld komt uit de praktijk (een spel gespeeld op Stepbridge): Voorbeeld 28: H 65 A109762 H874 V1087 108432 53 A6 B965432 VB V4 B9 A AH97 HB8 V10532 uid West oord Oost 3 - - X - 4 4 Als zuid begon ik hier met een erg minimale 3. Omdat ik op de eerste hand zat wilde ik toch iets. Uiteindelijk ging ik -3. owel 5 als 5 waren door oost/west gemaakt. 24
HOOFDSTUK 3 Slem-conventies Het hebben van (heel) veel punten alleen is niet voldoende om slem uit te bieden; lengte in een of meer kleuren, opvang in kleuren, renonces etcetera tellen allemaal mee. Door middel van splinters en gemengde controles kan onderzocht worden in hoeverre stoppers in geboden kleuren aanwezig zijn. Let wel, dit is slechts een stapje op weg naar slem. Bovendien komt het nog wel eens voor dat tegenstanders zich nog met de bieding bemoeien tijdens het keycards vragen. Hiermee moet ook rekening gehouden worden. 3.1 Gemengde controles en splinters De definitie van een splinter is als volgt: een ongebruikelijke (dubbele) sprong geeft een splinter aan. Bijvoorbeeld: Voorbeeld 29: West oord Oost uid 1-1 - 1-4 West oord Oost uid 1-1 - 2-4 In de eerste bieding heeft de antwoordende hand minimaal 4/4 in en en als de fit is vastgesteld wordt een splinter geboden met 4. In de tweede bieding herbiedt openaar, reverse, zijn kleur. De antwoordende hand heeft blijkbaar een vijfkaart en een vierkaart en biedt met 4 zijn splinter. Als gemengde controle tellen: een aas of heer, een singelton of renonce. Controles worden van onder af geboden. Dat wil zeggen, als de vastgestelde troefkleur is wordt eerst de controle geboden (indien aanwezig) en daarna pas en! Op het moment dat duidelijk wordt dat een controle ontbreekt moet afgezwaaid worden in de manche. 25
Voorbeeld 30: V1094 A2 B2 AK1092 AKB32 KVB V10 VB3 West oord Oost uid 1-1 - 2-4 - 4-4 De eerst geboden controle is 4. Met 4 geeft openaar een controle te hebben, maar geen controle. Ondanks de 33 punten samen kan Oost niet anders dan afzwaaien in 4. 3.2 RKC-1430 Behalve het bieden van controles is azen vragen vaak een belangrijke stap in het onderzoek naar slem. Behalve de azen spelen ook troefheer en troefvrouw vaak een cruciale rol. Het systeem Roman Keycard Blackwood houdt hier rekening mee door naast de vier azen ook troefheer als keycard te tellen. Bovendien kan het bezit van troefvrouw aangegeven worden. In de 1430-variant zijn bovendien het 5 en 5 antwoord omgedraaid om wat meer biedruimte te creëren. a 4SA ziet het antwoordschema er als volgt uit: 5 : 1-4 keycards 5 : 3-0 keycards 5 : 2-5 keycards, zonder troefvrouw 5 : 2-5 keycards, met troefvrouw a 5 / wordt met een opvolgend bod (niet in de troefkleur) naar troefvrouw en het aantal heren gevraagd. a 4SA- 5-5 : 5 : geen troefvrouw 5 : wel troefvrouw, 0 heren 5SA: wel troefvrouw, 1 heer 6 : wel troefvrouw, 2 heren 6 : wel troefvrouw, 3 heren 6 : wel troefvrouw, 4 heren a het 5 / antwoord wordt uitsluitend naar het aantal heren gevraagd. Het belooft dus alle keycards. Voorbeeld 31: V1094 A2 K2 AB1092 AK432 K2 AV2 KV3 West oord Oost uid 1-1 - 2-4 - 4-4SA - 5-5SA - 5-7SA a de 4 controle wordt 4 geboden. Hierdoor weet Oost vrij zeker dat er 3 slagen in zeker zijn (de kans is groot dat partner de koning heeft). Met zelf een controle wordt 4SA geboden. Het 5 antwoord beloofd 2 keycards en troefvrouw. Openaar moet dus ook het aas van hebben. 7SA moet dan een goede kans van slagen hebben: Oost telt 9 kaarten in waardoor er een goede 26
kans is de boer te vinden. Er zijn, vanuit Oost gezien, zeker 3 slagen in (met een goede kans op meer), 2 in, 3 in en 3 in. Het RKC systeem is ook niet perfect. In veel gevallen wil je niet alleen weten hoeveel azen/heren partner heeft, maar ook welke. Hierin wordt niet voorzien in het systeem. Sommige paren spelen bovendien 2 varianten van RKC (de 1430 en de 3014 variant) afhankelijk van wie er gaat vragen. aar mijn mening is deze aanvulling nodeloos ingewikkeld. 3.3 DOPI/ROPI Als de tegenstanders zich met de bieding bemoeien na het azen vragen is het lastig om aan te geven hoeveel azen (keycards) je nu eigenlijk had. Deze afspraak heet DOPI/ROPI. DOPI staat voor: Doublet 0, Pas 1. ROPI staat voor Redoublet 0, Pas 1. Deze afspraak voorziet dus zowel in situaties dat de tegenstanders een X geven als na een ander storend bod van de tegenstanders: na een bod : X geeft 0-3 keycards aan, pas geeft 1-4 keycards aan. Het bod opvolgend aan dat van de tegenstanders geeft 2-5 keycards zonder troefvrouw aan. Het daarop volgende bod 2-5 keycards met troefvrouw. na een doublet : XX geeft 0-3 keycards aan, pas geeft 1-4 keycards aan. Het goedkoopste bod geeft 2-5 keycards zonder troefvrouw aan. Het daarop volgende bod 2-5 keycards met troefvrouw. 27
HOOFDSTUK 4 Volgbiedingen & informatie doublet et als bij openingen bestaan er diverse meningen over wat goed is bij volgbiedingen. De wat traditionele mening lijkt te zijn dat je voorzichtig moet zijn met in de bieding komen omdat er nogal wat risico s aan verbonden zijn. Volgbiedingen worden dan ook vaak gedaan vanaf 10 punten met een vijfkaart. In modernere ACOL systemen zie je dat er steeds lichter bij geboden wordt, vaak al op 6 punten. Het is belangrijk om je te realizeren dat er diverse redenen kunnen zijn om je in de bieding te storten. aar mijn mening zijn de belangrijkste: elf een goede deelscore proberen te bevechten Partner een goede uitkomst aangeven Biedruimte wegnemen bij de tegenstanders Dat laatste aspect wordt nogal eens onderschat. a een 1 opening bij de tegenstanders neemt een 1 volgbod het hele 1-niveau weg voor de tegenstanders. Ook bij volgbiedingen moet een onderscheid gemaakt worden tussen constructieve biedingen en storend bieden. Partner moet wel weten wat je hebt. Ook hier geldt dat een sprong een zwakke (distributionele) hand aangeeft. Achtereenvolgens bespreek ik hier volgbiedingen (inclusief de zwakke sprong) en reacties van partner op deze volgbieding, het informatie doublet en reacties erop, het teruggekaatste doublet en Ghestem, een conventie om twee kleurenspellen mee aan te geven. 4.1 Volgbiedingen In deze sectie besprek ik de volgbiedingen. Hierbij maak ik onderscheid tussen tweedehands volgbiedingen en volgbiedingen in de vierde hand. SA volgbiedingen bespreek ik aan het einde van deze sectie. 4.1.1 Volgbieding in de tweede hand Voor volgbiedingen op de tweede hand moet wat mij betreft gelden: biedt als het even kan, zeker bij gunstige kwetsbaarheid. Bij het beoordelen of een bod verantwoord is kijk je niet alleen naar 28
puntenkracht. Handwaardering is veel belangrijker: waar zitten de punten in je hand, hoe is je verdeling, is er een goede kans op een fit bij partner? Daarnaast moet je je afvragen hoe storend een bod is voor de tegenstanders. Enkele voorbeelden ter illustratie. Hierbij wordt er door de rechter tegenstander steeds 1 (reëel) geopend: Met KV1094 B10 62 A872 antwoord je normaal 1. Volgen kan ook op een vierkaart: KV109 B104 62 A872 Deze hand bevat even veel punten als de vorige. Het enige verschil is dat je nu slechts een vierkaart hebt. Gezien de vierkaart is de kans groot dat partner kort is in (er zijn inmiddels minstens 8 kaarten in bekend). Een 1 bod is hier zeker verantwoord, zeker omdat het het bieden voor de tegenstanders lastiger maakt. Punten zeggen niet alles: KV109 1094 6 109872 Deze hand heeft minder punten maar een gunstige(re) verdeling. Gewoon 1 volgen! Dikke kans dat partner kort is in en (dus) steun heeft voor. Ook 6 1094 KV109 109872 heeft deze verdeling maar de vierkaart is nu in plaats van. Een opgelegde pas. Omdat handen met een zeskaart sterk zijn kunnen ze gebruikt worden om veel biedruimte weg te nemen; eker als het om een hoge kleur gaat, moeten deze geboden worden middels een sprong. Hiermee zet je de tegenstanders maximaal onder druk. Als richtlijn kun je aan houden dat je hiervoor een hand moet hebben die je normaal gesproken met een zwakke twee zou hebben geopend: 6 tot 10 punten met een zeskaart. Uitzonderingen zijn uiteraard mogelijk. Het volgende voorbeeld illustreert het gebruik van de zwakke sprong: Voorbeeld 32: uid West oord Oost 1 2?? KB10987 1098 A 432 adat uid met 1 opent bied je met deze hand als oord onmiddellijk 2. oord staat nu voor het blok: wat is wijsheid. elfs met wat punten wordt het lastig bieden: is een X voor straf? Belooft het? Wat te doen met een hand met 10 punten en een vierkaart? Bovenstaande hand is overigens erg maximaal voor zo n zwakke sprong. elfs iets als KQ10987 1098 103 43 kan bij gunstige kwetsbaarheid al een goede kandidaat zijn voor een zwakke sprong. 4.1.2 Volgbieding in de vierde hand In de vierde hand heb je veel meer informatie tot je beschikking dan in de tweede hand. Dat kan zowel een voor- als een nadeel zijn; de tegenstanders hebben deze informatie ook! Over het algemeen is het verstandig om voorzichtig(er) te bieden in de vierde hand. De keuze om je al of niet in de bieding te storten hangt van een aantal zaken af: Hoe sterk is de eigen hand? Met een sterke hand en een mooie kleur kun je je natuurlijk sneller in de bieding storten dan met een lelijke hand. Wat heeft de rechter tegenstander gedaan? heeft deze een limiet-bod gedaan dan is de kans groter dat partner nog wat heeft qua punten dan wanneer de rechter tegenstander een ongelimiteerd bod heeft gedaan. Kan partner nog wat hebben qua punten? Wellicht had hij wel wat punten maar geen geschikt bod voorhanden. Hoe groot is de kans op een fit? 29
Overigens, volgbiedingen op een vierkaart zijn in de vierde hand uitgesloten! Het is lastig om harde regels op te stellen qua puntenkracht en verdeling. Grofweg hanteer ik de volgende regel na het bod van je rechter tegenstander: gelimiteerd bod : Je hebt minstens een redelijke vijfkaart en 10 punten nodig om je in de bieding te storten. ongelimiteerd bod : Als je nog op 1-niveau kan bieden heb je minstens een behoorlijk goede vijfkaart (dus: minimaal twee honneurs) en 10 punten nodig om je in de bieding te kunnen storten. Op 2-niveau moeten dat minstens een eigen opening zijn. Bij voorkeur heb je ook een korte (geboden) kleur. De volgende voorbeelden zijn bedoeld om te laten zien hoe dit werkt. Let wel, dit is een van de lastigste biedsituaties. Op een goede dag kun je wat makkelijker een risico tje nemen dan op een slechte! Voorbeeld 33: oord Oost uid West 1-2?? KV1087 A987 A109 4 Qua punten is dit bod minimaal. Echter, uid heeft een vierkaart in een hoge kleur ontkend wat de kans verhoogt dat partner wat mee heeft in. De singelton in is hier natuurlijk ook sterk. Hier moet 2 geboden worden. Merk overigens op dat een 4-4 fit in op deze manier verloren kan gaan. Let op: een doublet kan hier zeker ook door de beugel omdat je steun hebt voor alle ongeboden kleuren. Je bezit is echter mooi genoeg om meteen die kleur te bieden. Voorbeeld 34: oord Oost uid West 1-1?? A109 A987 KV1087 4 Dezelfde hand maar met en omgedraaid. oord kan vanalles hebben, zekers als 1 voorbereid kan zijn. 2 kan door de beugel maar dan loop je de kans om een 4-4 fit in te missen. Wellicht is een informatie doublet (zie Sectie 4.3) hier op zijn plaats. Voor pas valt ook wat te zeggen: laat ze maar raden hoe het zit. Als partner inderdaad nog wat in de melk te brokkelen heeft laat hij nog wel van zich horen. Voorbeeld 35: oord Oost uid West 1-1?? KV1087 A987 A109 4 Dezelfde hand als in Voorbeeld 33 maar met een ander biedverloop. uid heeft nu een ongelimiteerd bod gedaan en dus is voorzichtigheid geboden. Toch is 1 hier een goed bod want: je hebt een prachtige troefkleur, een singelton in een geboden kleur en een aas in de andere geboden kleur. Alles werkt, er zijn geen verloren punten. 30
Voorbeeld 36: oord Oost uid West 1-1?? K102 K1053 AB5 K32 Deze hand telt maar maar liefst 14 punten. En toch voel ik er veel voor om er mee te passen. De harten kleur is lelijk en in heb je verloren punten. Bovendien: openaar heeft waarschijnlijk 12-15 punten maar zijn partner (uid) heeft zijn hand nog niet gelimiteerd. Kan kan best zo zijn dat de punten 26/14 zitten. In dat geval zou het informatie doublet veel weggeven over de verdeling van de punten. Deze informatie kan dan weer gebruikt worden door oord/uid in het afspel! 4.1.3 Raptor 1SA volgbiedingen owel in de tweede, als in de vierde hand wil je soms een volgbieding in SA doen. De betekenis ervan verschilt nogal. In de tweede hand belooft het in standaard ACOL een sterke hand waarmee je normaal 1SA zou hebben geopend. Het belooft een goede (dubbele) opvang in de geboden kleur. Hierna kan gewoon Puppet Stayman en Jacobi geboden worden. In de vierde hand kan het in ACOL gebruikt worden om het bieden aan de gang te houden zonder eigen kleur, maar met opvang in de geboden kleur. Bijvoorbeeld: na een 1 opening van de tegenstanders kun je met iets als VB10 VB10 KV102 1098 in de vierde hand een 1SA bod overwegen. Dit bod is niet forcing. Mocht partner verder willen bieden dan gebeurt dat gewoon met Stayman/Jacobi. Deze biedingen komen echter niet erg vaak voor. Bovendien wordt een 1SA volgbieding maar al te vaak afgestraft door de tegenstanders. Vandaar dat ik voor een ander speeltje heb gekozen. Het komt regelmatig voor dat je na een opening van de tegenstanders een hand hebt met precies een vierkaart hebt in een ongeboden MA en (minstens) een vijfkaart in een ongeboden MI. Het bieden van de MI (mits met voldoende punten) heeft als nadeel dat een fit in de MA verloren kan gaan. Een informatie-doublet kan in deze situatie soms niet vanwege een verkeerde distributie. Voor deze situaties is de Raptor 1SA conventie bedacht. Speelkracht is voor deze conventie belangrijker dan punten. Denk echter aan een ondergrens van ongeveer 10 punten (bij gunstige kwetbaarheid kan een enkele keer 8 punten overwogen worden) en een maximum van 15 punten. Met meer dan 15 punten kan eerst een informatie doublet gegeven worden. (1 / ) - 1SA : (1 / ) - 1SA : cue-bid vraag naar de hoge kleur en sterkte. De antwoorden hierop zijn stapsgewijs: eerste stap: zwak met tweede stap: zwak met derde stap: sterk met en vierde stap: sterk met. - een bod in een van de hoge kleuren is converteer baar: na een bod in kan geconverteerd worden naar en na een bod naar de ongeboden lage kleur. een bod in de ongeboden lage kleur is zwak en om te spelen. 2SA is een goede / sterke verhoging voor de ongeboden lage kleur een bod in een van de lage kleuren is converteerbaar: na een bod in kan geconverteerd worden naar en na een bod naar de ongeboden hoge kleur. een cue-bid is een goede / sterke verhoging voor de ongeboden hoge kleur. een bod in de ongeboden hoge kleur is zwak en om te spelen. 2SA vraagt naar de lage kleur en sterkte. De antwoorden zijn stapsgewijs: eerste stap: zwak met, tweede stap: zwak met, derde stap: sterk met, vierde stap: sterk met 31
Bij het aangegeven van sterkte wordt 10-12 punten als minimum gezien en 13-15 als maximum. Het volgende voorbeeld illustreert raptor: Voorbeeld 37: 10832 KV73 B98 AK AKB7 42 AQ1032 52 oord Oost uid West 1 1SA* - 2 * - 2SA* - 4 In dit voorbeeld wordt met 2 * opgevraagd welke MA Oost heeft. Oost geeft aan te hebben en sterk te zijn. Hierna kan west meteen 4 bieden. Tot slot: raptor kan ook in de vierde hand gebruikt worden na een bieding als: oord Oost uid West 1x pass 1y 1SA* De 1SA belooft hier een vierkaart in de hoogste ongeboden kleur en minstens een vijfkaart in de laagste ongeboden kleur. Op een drive in Enschede pakte het aggressieve raptor goed uit: Voorbeeld 38: 5432 B83 A7 AHV3 B6 AHV65 9 B9874 West oord Oost uid 1 1SA* 2 3 Voor ons zat 3 er precies in. Onze (zwakke) tegenstanders lieten zich door het 1SA bod dermate van de wijs brengen dat ze niet eens naar de manche gingen. In de praktijk zou 5 nog een mooie uitnemer zijn geweest, overigens. 4.2 Reacties op een volgbod Omdat een volgbod een vrij brede range heeft (van ongeveer 6 tot 16 punten) kan het lastig zijn om te beslissen wanneer in de bieding te komen. Twee gevaren zijn: steeds hoger bieden zonder een fit te vinden onvoldoende punten hebben Wederom moet een onderscheid gemaakt worden tussen constructief bieden en preëmptief bieden. a een volgbod van partner op 1 niveau (en een pas van je rechter tegenstander) heb je in de vierde hand de volgende mogelijkheden: SA bieden: op 1-niveau belooft dit een hand met 9-11 punten, een goede (dubbele) opvang in de kleur van openaar (let op: openaar zit achter je) en onvoldoende steun voor partner. Op 2-niveau belooft het een opvang, weinig tot geen steun voor partner en een lange kleur als slagenbron. Het is weinig zinvol om hier een puntengrens aan te geven aangezien je in dit biedverloop in de vierde hand nooit veel punten kan hebben. een nieuwe kleur bieden: het bieden van een nieuwe kleur is constructief en is niet forcing. Op 1-niveau kan het vanaf ongeveer 8 punten. Een nieuwe kleur op 2-niveau belooft minimaal 10 punten. In geval van een misfit (een singleton of renonce in partners kleur) kan 32
een noodgreep nodig zijn. Dit is mede de reden waarom deze bieding niet forcing is. Met enige steun en overwaarde zal partner verhogen/inviteren. een nieuwe kleur met sprong: sprongbiedingen zijn (per definitie) zwak. In dit geval belooft het dus een lange kleur (minimaal een zeskaart) en ongeveer 6-10 punten. een steunbieding: een enkele verhoging belooft 6-9 punten met steun. Een sprongverhoging is preëmptief en is niet zo zeer aan punten, dan wel aan distributie gebonden. Een hand met een punt of 5, een vijfkaart steun voor partner en een singleton of renonce in de kleur van de tegenstanders kan het bieden voor hen erg lastig maken. Een cuebid belooft 10+ punten met fit. a een volgbod van partner en een willekeurig bod van je rechter tegenstander is X een teruggekaatst doublet. Als de rechter tegstander openaar heeft gesteund of een X heeft gegeven belooft het beide ongeboden kleuren. Als de rechter tegenstander een nieuwe kleur heeft geïntroduceerd belooft het de nieuwe kleur met tolerantie (minimaal een dubbelton met een honneur) voor partners kleur: De volgende voorbeelden illustreren hoe dit in praktijk gebracht kan worden. Voorbeeld 39: 8 AB103 52 AB10942 K10932 72 A432 V3 oord Oost uid West 1 1-1SA Met een mooie opvang in en precies 10 punten is 1SA hier een voor de hand liggend bod, zeker gezien de mooie lange klaver als bijkleur. Je wilt hier liever SA spelen omdat dat meer oplevert dan. Merk op dat het inderdaad zo kan zijn dat he 1SA contract lastiger speelt dan een contract in. Voorbeeld 40: A B1093 52 AB10942 K10932 72 A432 V3 oord Oost uid West 1 1-2 Evenveel punten en dezelfde distributie als eerder. Je hebt nu echter geen dekking in. Het enige alternatief is 2. Partner kan nog 2SA bieden met een opvang, of 3 bieden met een extreme hand. Met een minimaal volgbod van 9 punten en weinig in de pap te brokkelen in de vorm van troef steun zal partner passen. Voorbeeld 41: AB10942 8 52 B1093 72 K10932 A432 V3 oord Oost uid West 1 1-2 Qua distributie zijn deze handen hetzelfde als in Voorbeeld 39. De volgorde van de kleuren zijn veranderd en West heeft nu slechts 6 punten. Deze hand is ideaal voor een zwakke sprong naar 2. Mochten de tegenstanders nog in de bieding komen dan weet partner Oost in elk geval dat hij op een zeskaart kan rekenen. 33
Voorbeeld 42: A109 V8754 2 10842 72 K10932 A432 V3 oord Oost uid West 1 1 X 3 Deze west hand telt slechts 6 punten maar met een vijfkaart steun, een singleton in hun kleur en een aas in een ongeboden kleur is deze hand prachtig te noemen. uid belooft middels zijn negatief doublet een vierkaart. Met een aas in deze kleur en een vijfkaart steun voor partner is 3 een prima bod. iet kwetsbaar tegen wel kan zelfs 4 overwogen worden. Voorbeeld 43: VB A1042 543 862 K10987 KB52 2 K3 oord Oost uid West 1 1 2 X Met het teruggekaatste doublet belooft een vierkaart met tolerantie voor partners kleur. Oost kan nu veilig naar 2. Dit systeem van antwoorden op een volgbieding heeft een nadeel: het is lastig om het bieden forcing te maken in de vierde hand. Immers, het bieden van een nieuwe kleur is niet forcing en het cuebid is al in gebruik voor sterke fitbiedingen. Het kan dus voorkomen dat je in de vierde hand een probleem hebt: Voorbeeld 44: uid West oord Oost 1 1 -?? A KV109 KV103 V1043 Wat is wijsheid in dit geval? Het is waarschijnlijk dat er een manche inzit. Je kan 3SA gokken en een fit missen. Een lasige situatie. Ik denk dat deze specifieke situatie minder vaak voorkomt dan de situatie waarin je blij bent dat je in de vierde hand non-forcing een nieuwe kleur kunt bieden (waarna partner met enige steun en overwaarde kan steunen). In de specifieke situatie dat je en veel punten en geen steun hebt moet je improviseren. Bijvoorbeeld: eerst een cuebid, en daarna alsnog een eigen kleur bieden. 4.3 Informatie doublet Geen bod heeft in de afgelopen jaren meer betekenissen toebedeeld gekregen dan het doublet. Een ervan is het informatieve doublet. Dit komt het meeste voor na een opening op één niveau, maar kan ook na openingen op twee niveau of hoger worden gebruikt. In deze sectie kijk ik naar het informatie doublet na een opening op één niveau. Verdedigingen tegen andere openingen bespreek ik in hoofdstuk 5. Merk op dat ik in de voorbeelden in deze sectie alvast een voorschot neem op Sectie 4.4 waarin ik de reacties op het informatie doublet bespreek. 34
4.3.1 Kracht van een informatie doublet Handen die niet geschikt zijn (qua verdeling als puntenkracht) evenals sterke handen worden geboden middels het informatie doublet. iets nieuws onder de zon. Een belangrijke vraag, echter, is de hoeveelheid punten die zo n X belooft: normaal informatie doublet : vanaf ongeveer 12 punten. Verdeling kan de balans laten doorslaan (zowel positief als negetief). a een 1 opening van de rechter tegenstander zijn: A1098 KV3 KB108 32 en KB109 VB103 VB108 3 een informatie doublet waard. De laatste hand is niet geweldig qua puntenkracht (slechts 10 punten) maar de verdeling is ideaal. Een hand als K42 K42 VB32 KB42 is ondanks de 13 punten nauwelijks een informatie doublet waard; twee losse heren en een hele bende kleine kaarten spelen niet lekker! sterk informatie doublet : vanaf ongeveer 16 punten. Wederom kan de verdeling de doorslag geven. a het antwoord op een sterk informatie doublet bied je pas je sterke eigen kleur, minimaal een vijfkaart. Een andere belangrijke vraag is: is het bieden van een nieuwe kleur na het antwoord op een informatie doublet (ronde)forcing of niet? Dit hangt onder andere af van de vraag of je partner een gedwongen bod heeft gedaan of niet. Als je linker tegenstander past en partner normaal een kleur biedt geef je met een nieuwe kleur aan dat je een sterke hand hebt. Aangezien partner 0 punten kan hebben is dit bod niet forcing. Met wat punten en steun kan partner zich alsnog in de bieding mengen. Het bieden wordt forcing gemaakt door na het informatie doublet en het verplichte antwoord van partner een cuebid te geven. Als je linker tegenstander zich in de bieding mengt en partner doet ook een duit in het zakje dan verandert de zaak. In dit geval heeft partner ook wat te melden. In dit geval is het bieden van een nieuwe kleur wel forcing. Door een cuebid te geven wordt het bieden (semi)forcing: Voorbeeld 45: KV92 AK3 82 AB109 8743 109872 1093 8 uid West oord Oost 1 X - 1-2 - 2 Met een mooie 17 punter geeft West eerst een informatie doublet. Het 1 antwoord bevalt maar matig. De opties 1 en 2 kunnen beiden verkeerd uitpakken. Door een cuebid te geven kan Oost meedenken; West smokkelt dus (eignelijk is het bieden nu manche forcing!). Oost heeft twee opties: zijn vijfkaart herbieden of zijn vierkaart noemen. Met nul punten kiest Oost ervoor om 2 te bieden waarna het bieden stopt (merk op dat oost aan de handrem hangt ). Met een puntje of vijf zou Oost nog 3 kunnen proberen waarna West 4 zou hebben geboden. Voorbeeld 46: KV92 AK32 2 AB109 A743 VB1098 1093 8 uid West oord Oost 1 X 2 2-4 Met het 2 bod geeft Oost aan ook wel wat te hebben. Met mooie troef steun en een gunstige verdeling biedt West daarna de manche. Meer hierover in Sectie 4.4.2 35
4.3.2 Verdeling In deze sectie ga ik in op de vraag: wat voor verdeling heb je nodig om een informatie doublet te kunnen/mogen geven. Drie veel voorkomende meningen zijn: je hebt steun (of in elk geval tolerantie) nodig voor de ongeboden kleuren je hebt twee ongeboden vierkaarten nodig elke 13+ punter is een informatie doublet waard: je moet je punten vertellen Het eerste antwoord is het boekjes antwoord en ik ben sterk geneigd me hier bij aan te sluiten gezien de mogelijke sprong-antwoorden op het informatie doublet (zie Sectie 4.4). Dat heeft als consequentie dat je na een opening in een MI in elk geval een driekaart moet hebben in beide MA. Daarnaast vind ik dat je, na een opening in een MA zelfs een vierkaart moet hebben in de andere MA (een kaart minder in deze kleur kan gecompenseerd worden door extra kwaliteit). Heb je dat niet (bijvoorbeeld in een 4-2-3-3 verdeling) dan kun je altijd nog een volgbod op een vierkaart doen. In de rest van deze sectie bespreek ik drie belangrijke praktische issues met betrekking tot het informatie doublet. De eerste is: kun je een informatie doublet geven met een driekaart in een MA? Het antwoord daarop is, dus, ja. a een opening van 1 wil je met iets als AV3 109 AB109 VB98 zeer zeker niet passen. Wanneer gaat het mis? Als partner 1 biedt met een beroerde hand heeft met een vierkaart, allemaal lage kaarten. Maar zelfs dan kán het goed gaan als partner wat geluk heeft en/of het goed afspeelt. Het zal echter vaker goed gaan dan slecht: partner kan 4 (redelijk) hoge, of zelfs 5 hebben. elfs in een (redelijk) 4/3 fit moet er iets in zitten. partner kan 1 bieden op niets en de tegenstanders bieden door. Wellicht drijf je ze zo te hoog op. partner kan SA, of bieden. In dat geval heb je een mooie hand als dummy. Een tweede issue is: kun je een informatie doublet geven met een vijfkaart in een MI? Wederom is het antwoord: ja. Dit keer zit er een maar aan: je doet het alleen als er kans is op een fit in een MA. Bijvoorbeeld na een 1 opening met een hand als KV32 9 KB1092 AB10 of zelfs met AKV 92 B10983 AB10. De eerste hand spreekt voor zich, je wil graag de 4/4 fit in kunnen ontdekken. In geval van de tweede hand: misschien wil je liever spelen in de 4/3 fit dan een contract in met een fit van acht kaarten of meer, gezien de kwaliteit van. Het betaalt altijd nog beter! Kun je een informatie doublet geven met een tweekaart? Het antwoord hangt af van de vraag waar die tweekaart zit: met een tweekaart in een MA geef je geen informatie doublet. Met een tweekaart in een MI kan het wel. Een typische hand waarmee je na een 1 opening wel een informatie doublet wil geven: AV109 VB10 AB102 103. In het geval dat partner biedt kan je in de problemen komen: doorbieden kan niet omdat partner na een kleurbod denkt dat je 16+ punten hebt. partner 0 punten kan hebben, een SA bod kan dus niet. In het geval van een bod van partner kun je niet anders dan hopen dat partner een vijfkaart heeft of dat de tegenstanders nog doorbieden. Als er, of SA geboden wordt zit je goed. Bovendien kan je de tegenstanders opdrijven naar een te hoog niveau. aar mijn mening wegen de voordelen op tegen de nadelen van zo n informatie doublet. 36
4.4 Reacties op een informatie doublet adat partner een informatie doublet heeft is de partner van openaar aan zet. Deze kan passen of bieden. Als er gepast wordt heb je in de vierde hand een verplicht bod. Als er niet gepast wordt heb je de keuze: bieden of passen. Dit onderscheid tussen een verplicht bod en een vrijwillig bod ligt aan de basis voor de beslissing wat te bieden; je moet immers je hand zo goed mogelijk omschrijven. 4.4.1 De derde hand past Als de derde hand past heb je een verplicht bod. Het is nu zaak om je hand zo goed mogelijk te omschrijven. Met 0-7 punten bied je zo goedkoop mogelijk je vierkaart. Als dit de kleur van de tegenstanders is (en de kleur een opvang bevat) kun je ook 1SA bieden. Ben niet (te) bang om met een vierkaart en weinig punten op het twee-niveau te bieden: partner heeft immers steun/tolerantie voor de ongeboden kleuren toegezegd. Het bieden gaat als volgt: Vanaf een punt of 8 moet je springen om je sterkte aan te geven. Eigenlijk is speelkracht belangrijker: Wáár zitten de punten? Hoe is je verdeling? Om het bieden manche-forcing te maken kun je eerst een cuebid doen. Daarna kan dan gezocht worden naar de juiste manche. Tot slot: een cuebid met sprong vraagt om een opvang in de kleur van de tegenstanders; dit bod kun je gebruiken op weg naar een SA contract. oals altijd zeggen punten niet alles, singletons en extra lengte in een kleur tellen ook mee! De volgende voorbeelden illustreren de reacties op een informatie doublet als de derde hand past. Voorbeeld 47: KV92 AK32 2 AB109 A743 VB1098 1093 8 uid West oord Oost 1 X - 2-4 Deze handen zijn hetzelfde als in Voorbeeld 46 maar de bieding is anders. Je hebt slechts zeven punten maar wel een mooie hand; een singleton en een extra. Het juiste bod is dan ook 2 waarna West de manche biedt. Voorbeeld 48: KV92 AK32 2 AB109 B1043 VB109 AK4 8 uid West oord Oost 1 X - 2-2 - 4-4 - 4-4SA - 5-6 De West hand is hetzelfde gebleven maar deze Oost hand heeft meer punten. a het informatie doublet van West volgt een cuebid waarna West een van zijn vierkaarten ( ) biedt. Hierna volgt het slem onderzoek waarna 6 wordt bereikt. 37
Voorbeeld 49: K92 VB32 KV2 K72 AV104 A109 9 AV983 uid West oord Oost 1 X - 3-3SA Met 14 punten geeft West een informatie doublet. Oost heeft alle kleuren gedekt behalve en wil met 16 punten als het even kan 3SA spelen. Met 3 wordt naar een opvang gevraad waarna 3SA inderdad het eindcontract wordt. onder opvang zou west zijn beste / langste kleur geboden hebben. 4.4.2 De derde hand biedt Als er in de derde hand ook geboden wordt heb je de keuze om te bieden of niet. Als je biedt dan is dat vrijwillig. Je belooft daarmee minimaal zes punten en een redelijke kleur. Een belangrijk stuk gereedschap in deze biedserie is het teruggekaatste doublet: Als de tegenstanders een fit hebben gevonden in een MI dan belooft een teruggekaatst doublet een vierkaart in beide MA. Als de tegenstanders een fit hebben gevonden in een MA dan belooft een teruggekaatst doublet een vierkaart in beide MI. Als de tegenstanders een nieuwe kleur bied (waarin partner dus ook iets heeft!) dan is een doublet voor straf. Als je dit zo speelt dan is de consequentie dat je je met slechts één vierkaart gewoon in de bieding moet storten. De vierkaart moet dan wel van redelijke kwaliteit zijn. Voorbeeld 46 liet al zien dat je je al snel in de bieding kan storten. In dat voorbeeld had je kans op een dubbelfit ( en ) en een singleton erbij. Door de driekaart is de kans groot dat partner kort is in ; er valt ook veel te zeggen voor een cuebid. Voorbeeld 50: KV92 AK32 2 AB109 A743 VB109 10983 8 uid West oord Oost 1 X 2 X - 4 Hier heb je nagenoeg dezelfde West hand als in Voorbeeld 46 maar de Oost hand heeft een licht afwijkende verdeling. Oost weet nu zeker dat West slechts één kan hebben; misschien zijn het er helemaal geen. Het teruggekaatste doublet belooft beide MA waarna West 4 kan bieden (dubelfit!) 4.4.3 Een bijzonder geval Op StepBridge had ik laatst deze hand qua verdeling: xxxx xxxxx xx xx. Ik had veertien punten en voor me werd 1 geopend. Ik overwoog nog even een informatiedoublet te geven (was misschien wel beter geweest, ondanks de dubbelton maar besloot toch 1 te volgen. Het biedverlop ging als volgt: 38
Oost uid West oord 1 1 1SA - - X -?? Dit doublet is, natuurlijk, informatief. Ik wil geen 1SA laten spelen. De vraag is: wat belooft het, vooral qua?. Ik ben van mening dat het minstens een driekaart belooft. De kans dat het een vierkaart is is wel erg groot. Anders gezegd, ik heb of drie, vijf en vijf kaarten in de MI of vier, vijf en vier kaarten in de MI. Omdat noord al aan heeft gegeven weinig punten te hebben moet een zo goedkoop mogelijk contract gezocht worden dat speelbaar is. Met een vierkaart en een vijfkaart moet noord 2 volgen. Desnoods speel je in de 4/3 fit, dat gaat waarschijnlijk nog beter dan 3 in een 5/2 fit. Met een vijfkaart en een zeskaart moet natuurlijk wel 3 geboden worden waar ik vervolgens op moet passen. 4.5 Twee-kleuren spellen: Ghestem Het komt regelmatig voor dat je een twee-kleurenspel hebt (minimaal twee vijfkaarten). onder goede afspraken hierover loop je de kans dat je je prachtige verdeling niet aan partner over kunt brengen. Het liefst wil je in één bieding laten weten dat je wat punten hebt met twee vijfkaarten. Hiervoor zijn diverse conventies in omloop zoals de unusual 2SA en Michaels cuebid. De Ghestem conventie heeft beide aan boord en offert bovendien het 3 bod op om elke mogelijke combinatie van twee vijfkaarten in beeld te brengen. Schematisch zien de Ghestem biedingen er als volgt uit 1 : 2SA : de twee laagste vijfkaarten 3 : de twee hoogste vijfkaarten cuebid : de twee uiterste vijfkaarten (de hoogste en de laagste) Rest de vraag: hoe sterk moet je zijn om deze biedingen te kunnen doen. Er zijn paren die elk tweekleurenspel bieden, zo n beetje vanaf 0 punten. Het argument hiervoor is dat het enorm veel biedruimte wegneemt. elf ben ik hier geen voorstander van, het kan een te pijnlijke score opleveren. Wat mij betreft is de ondergrens zo n 10 punten waarbij de punten dan wél in de beide vijfkaarten moeten zitten. oals altijd kan er gecompenseerd worden: met meer punten mag de kwaliteit van de kleuren wat minder zijn. Tot slot: de antwoorden na het Ghestem bod zijn natuurlijk. De volgende twee voorbeelden illustreren Ghestem: Voorbeeld 51: 2 KV1032 KVB52 32 A3 B987 1094 AB109 uid West oord Oost 1 3 * - 4 Met het 3 bod brengt west zijn beide hoge kleuren in beeld. Met een mooie hand (dubbelfit!) kan oost nu de manche bieden. 1 Er zijn uitbreidingen/variaties in omloop, dit is mijn keuze 39
Voorbeeld 52: 2 KV1032 KVB52 32 AK103 B4 94 KVB109 uid West oord Oost 1 3-3SA elfde west hand, andere oost hand. Ondanks het omschrijvende 3 bod is er geen fit. Met weinig punten had oost het slechtste alternatief kunnen kiezen. u is er echter een mooie 3SA bod voorhanden. 40
HOOFDSTUK 5 Verdedigingen Het komt nogal eens voor dat je zand in de biedmachine van de tegenstanders wil strooien. Bovendien komt het ook nogal eens voor dat tegenstanders van een conventioneel speeltje (zoals bijvoorbeeld de openingen zoals beschreven in Sectie 2.2) gebruik hebben gemaakt om ons het bieden lastig te maken. In dat soort gevallen heb je een goede verdediging nodig. Achtereenvolgens bespreek ik de verdediging tegen een 1SA opening van de tegenstanders, verdediging tegen de zwakke twee en Muiderberg, Multi en preëmptieve openingen. 5.1 Verdedigingen tegen 1SA opening Het bieden na een 1SA opening van de tegenstanders is altijd lastig. Immers, een van de spelers heeft al laten weten 15-17 punten te hebben. Hoeveel blijft er dan nog over? Bovendien, als je je niet in de bieding mengt kunnen zij rustig via conventies als Stayman en Jacobi het juiste eindcontract vinden. Vandaar de noodzaak voor een adequate verdediging. In parenbridge moet / kan je wat agressiever te werk gaan dan in butler / viertallen. Vandaar dat ik in paren bridge heb gekozen voor DOT en in viertallen / butler heb gekozen voor Multi Landy. 5.1.1 DOT a een 1SA opening van de tegenstanders wil je graag in actie komen maar je moet voorzichtiger zijn dan na een kleur opening. De DOT conventie (Disturbing Opponents o Trump) is bedoeld om de bieding van de tegenstanders te frustreren. Met andere woorden: zoek zo snel mogelijk een acceptabel/ speelbaar contract. Vanaf ongeveer 10 punten bied je volgens onderstaand schema: X : belooft een zeskaart 2 is een (verplichte) relay eigen kleur belooft een zeskaart kleur bod: belooft een 4+ kaart in deze kleur en een 4+ kaart in een hogere kleur. de kleur erboven is een relay: pas of bied je tweede kleur 41
eigen kleur: goede 5+ kaart verhoging van geboden kleur: preëmptief Idealiter zitten je punten in de twee vierkaarten. Hoe meer punten je hebt hoe slechter je hand kan zijn. Er is natuurlijk altijd het gevaar dat je geen acceptabele fit vindt. In het ergste geval kom je in een 4/3 fit terecht. Het volgende voorbeeld laat zien hoe het werkt: Voorbeeld 53: KV104 1098 B10 KV109 9732 A43 V942 82 uid West oord Oost 1SA 2-2 - 2 a het 2 bod wordt het bieden voor noord lastig (kan hooguit 6 punten hebben). oord past en nu is de beurt aan oost. Met twee kansen op een 4/4 fit ( en ), evenals tolerantie, biedt oost. Hierna wordt de 4/4 fit in gevonden wat een speelbaar contract moet zijn. Voorbeeld 54: KV104 1098 B10 KV109 AB732 KV942 82 uid West oord Oost 1SA 2-2 - 3 4 Van hetzelfde laken een pak maar dit keer heeft oost een mooie vijfkaart en aardig wat punten. Het 3 bod is inviterend (mooie fit). Met een renonce biedt oost de manche. 5.1.2 Multi Landy De DOT conventie kan nogal link zijn en zeker in viertallen of butler wil je dat liever niet. De Multi Landy conventie is ook bedoeld na een opening van 1SA van de tegenstanders. Deze hand is wat conservatiever (en komt dus wat minder vaak voor). Schematisch ziet het er als volgt uit: 2 : 5+ kaart in beide hoge kleuren 2 : eenkleurenspel in of verder bieden als na Multi opening 2 : 5+ kaart en 4+kaart / verder bieden als na een Muiderbergse 2 opening 2 : 5+ kaart en 4+kaart / verder bieden als na een Muiderbergse 2 opening 2SA: 5+kaart / De Multi Landy combineert dus een soort Stayman op de opening van de tegenstanders met Multi, Muiderberg en een unusual 2SA. De minimale puntengrens ligt op ongeveer 10 punten. De handen uit Sectie 5.1.1 passen beiden niet in de Multi Landy. Voorbeelden van het gebruik van Multi Landy: 42
Voorbeeld 55: KV1094 109 B10 KV109 A732 A43 A3 B842 uid West oord Oost 1SA 2-2SA - 3-4 In dit voorbeeld is duidelijk hoe constructief de Multi landy kan werken. Het 2 bod laat een vijfkaart en minimaal een vierkaart in een klage kleur zien. Met een mooie hand gaat oost op onderzoek met 2SA. adat de dubbelfit is ontdekt heeft 4 een goede kans. Voorbeeld 56: 92 KV10984 B10 KV9 B102 732 A32 10432 uid West oord Oost 1SA 2-2 Dit voorbeeld laat een nadeel van (Multi)Landy zien: het contract komt in de verkeerde hand. Ik vind het zelf niet zo n groot nadeel, 2 is kansrijk. 5.2 Verdediging tegen de zwakke twee en Muiderberg De zwakke twee nemt, zeker in een MA, behoorlijk wat biedruimte weg. Enige voorzichtigheid met het bieden is dus geboden. Elk bod dat je doet is op twee-niveau dus je kan je niet zo maar in de bieding storten. De Muiderbergse opening is erg omschrijvend, het verklapt een vijfkaart in een MA en verder weet je dat openaar minimaal een vierkaart in een MI heeft. Prachtig mooi maar het bieden bevindt zich al behoorlijk hoog. Voorzichtigheid geboden dus, zeker omdat je nog niet weet hoe sterk partner is. Schematisch ziet het bieden er als volgt uit: Doublet: informatief, een geschikte verdeling of te sterk voor een direct volgbod (ie de regel van 7 ) met zwakke handen: langste kleur bieden met sterke handen het bieden manche forcing maken met een cuebid. 2SA en een nieuwe kleur met sprong zijn inviterend 2SA: 16-19 punten met een goede dekking in de geopende kleur Stayman & Jacobi Jacobi naar de kleur van de tegenstanders geeft 3-kleurenspel aan Volgbod in een kleur: ongeveer openingskracht met minimaal een goede vijfkaart. nieuwe keur: rondeforcing cuebid: vraagt om opvang Sprong volgbod in een kleur: goede intermediate Cuebid: vraagt om een stop In de uitpas kan een lichter informatie doublet gegeven worden 43
De wereldconventie met twee vijfkaarten. Dit bod is manche forcing. ie Sectie 5.6 voor behandeling van deze conventie. Om meteen maar de koe bij de horens te vatten: wanneer is een hand een informatie doublet waard? Het antwoord daarop is lastig, al ware het maar omdat de ene 13-punter de andere niet is. De regel van 7 is een goede richtlijn: Als partner een willekeurige hand met 7 punten heeft, voel ik me dan veilig genoeg? Als het antwoord bevestigend is is je hand een informatie doublet waard. Anders niet. a een zwakke 2 vind ik KV76 AB105 32 AB7 wel een informatie doublet waard maar KB75 AB32 V2 KB8 niet. De losse vrouw in is niets waard en de vork in is ook niet fijn. Het volgbod spreekt voor zich. Met iets als KVB72 A32 3 VB109 wil je na een zwakke 2 of een Muiderbergse 2 zeker een volgbod doen. Met iets als KV102 AK10 103 AK103, een mooie 19 punter, wil je naar 3SA. a een zwakke 2 is een 3 cuebid dan ook het juiste bod. a een Muiderbergse 2 is 2SA een mooi bod. Tot slot een voorbeeld waarbij je in de uitpas toch iets wilt: Voorbeeld 57: VB102 VB92 A43 B10 A983 A876 108 A98 uid West oord Oost 2 - - X - 2 In de uitpas wil je, ondanks de lege 12 punten toch wat doen. De dubbelton en twee vierkaarten in een MA geven de doorslag. a het informatie doublet kom je in een acceptabel 2 contract terecht. 5.3 Verdediging tegen Multi De Multi kan een verradelijk wapen zijn, mits goed gebruikt. In de bieding komen kan gevaarlijk zijn als partner weinig heeft. Bovendien weet je vrij zeker dat openaar een zeskaart in een MA heeft (deze vorm van Multi komt het meest voor), iets wat altijd erg sterk is. Om adequaat te kunnen reageren op een Multi 2 zijn goede afspraken nodig waarbij, zoals wel vaker, het belangrijk is welke biedingen ronde forcing dan wel manche forcing zijn. Ik speel onderstaande, vooral op natuurlijk bieden gebaseerd, schema als verdediging tegen de Multi. Doublet: informatief, een geschikte verdeling of te sterk voor een direct volgbod. a (2 ) - X - (2 ) gaat het bieden: nieuwe kleur: belooft een vijfkaart teruggekaatst doublet: wel punten, geen uitgesproken kleur 2SA: 10-11 punten, goede opvang beide hoge kleuren normaal volgbod: ongeveer openingskracht met minimaal een goede vijfkaart. Dit bod is niet forcing. Met sterke handen kan eerst een doublet gegeven worden of de wereldconventie toegepast worden. nieuwe keur: rondeforcing 2SAis inviterend zonder steun voor kleur van partner 44
2SA: 16-18 punten, gebalanceerd, opvang in de hoge kleuren. Puppet Stayman Jacobi transfer 3 / : goede intermediate met een zeskaart, minimaal een eigen opening. Dit bod is niet forcing maar wel sterk inviterend. 3SA: om te spelen 4 / : wereldconventie met 5+kaart of en 5+kaart /. Dit bod is manche forcing. ie Sectie 5.6 voor een behandeling van deze conventie. a 4 kun je met 4 de MA opvragen. Daarna eventueel controles of azen vragen. a 4 is 4 converteerbaar; na een eventueel 4 bod kun je nog azen vragen. Het 4 bod fungeert min of meer hetzelfde. Pas als de MA inderdaad is en ga azen vragen als de kleur was. 4 / : om te spelen In de 4e hand: doublet geeft een sterk spel aan met een korte hoge kleur Hoewel het schema nogal lang is en ingewikkeld aan doet is het een vrij natuurlijke manier van bieden; met een eigen kleur bied je die, met een verdeelde hand en wat punten is het informatie doublet een goede keus; een goede, inviterende intermediate in een MA wordt via een sprongbod geboden en de forcing handen gaan of via het sterke informatie doublet of via de wereldconventie. De biedingen voor de wereldconventie zijn het lastigst, met name na een 4 bod is het voorzichtig manouvreren. In de praktijk komen het gewone volgbod en het informatieve doublet het meeste voor. De intermediate en SA komen ook met enige regelmaat voor maar de wereldconventie is vrij zeldzaam na een Multi 2 opening. Ik heb m toch opgenomen omdat ik m ook speel na de zwakke twee, Muiderberg en andere preëmptieve openingen. De volgende voorbeelden illustreren de verdediging tegen de Multi. Voorbeeld 58: AB102 54 AB43 KV2 K983 A86 108 A983 uid West oord Oost 2 X 2 X - 2-4 Het doublet geeft een eigen opening zonder uitgesproken eigen kleur aan. Het teruggekaatst doublet belooft wat punten, maar ook geen uitgesproken kleur. a 2 weet oost dat er een mooie 4/4 fit is. Het is, vanuit oost bezien, waarschijnlijk dat de kleur van zuid is, en dat west kort is in deze kleur. Met een aas in de kleur van de tegenstanders en een dubbelton valt de manche te proberen. Voorbeeld 59: AVB98 2 A2 AK1092 K543 87 K843 987 uid West oord Oost 2 4-4 - 4 Met zijn 4 bod geeft west aan de manche te willen spelen in of in een van de MA. Oost vraagt met 4 deze MA op. Het 4 antwoord bevalt wel (sterker nog, met aas was oost waarschijnlijk azen gaan vragen). Als het antwoord was geweest was 5 het eind contract geworden. Merk 45
op dat de 6 punten van oost in dit voorbeeld wel erg mooi geplaatst zijn. Met iets als 543 K87 10843 987 was 4 ook het eindcontract geworden maar dat speelt wel een stuk lastiger! Maar, met zo n mooie hand moet je als West toch íets proberen. 5.4 Verdediging tegen preëmptieve openingen Preëmptieve openingen op drie niveau nemen, meer nog dan verdedigingende openingen op het twee niveau, erg veel biedruimte weg. Een redelijke hand alleen is dus niet voldoende om je in de bieding te kunnen storten; er moet ook nog een redelijke kans zijn op een fit en voldoende punten bij partner. Bijvoorbeeld, als partner gepast heeft waarna rechter tegenstander een preëmptieve opening heeft gedaan dan weet je al dat partner niet overdreven veel punten in handen zal hebben! Voor een normaal volgbod heb je minimaal een ruime opening en een goede vijfkaart nodig. De bijvoegelijke naamwoorden ruime en goede staan er niet voor niets. a een 3 opening van tegenstanders met iets als KB942 VB5 A1042 K mijn mond houden, ondanks de 14 punten. De vorken in en de losse K in zijn niets waard. Met KVB92 A102 A1042 2 zou ik me wel in de bieding storten. Wederom 14 punten maar de kleur ziet er nu mooier uit en je hebt geen verloren waarden in. Voor een informatie doublet komt de regel van zeven (zie Sectie 5.2) weer in beeld. Een belangrijke voorwaarde is dat je tolerantie hebt voor alle ongeboden kleuren. Steun voor de 3 ongeboden kleuren is onwaarschijnlijk (een 4-4-4-1 verdeling komt niet zo heel vaak voor). Als je kort (driekaart) bent in een kleur moet dat gecompenseerd worden door extra punten (in die kleur). Een mooie hand voor een informatie doublet na een 3 opening van de tegenstanders is AV10 KVB9 32 VB98. Deze hand telt maar liefst 15 punten. De kleur is kort maar wel van goede kwaliteit. a een preëmptieve opening op drie niveau is de wereld conventie van toepassing. Deze is uitgelegd in de volgende sectie. a een preëmpt op vier niveau wordt dat een stuk lastiger. In dat geval is het 4SA bod conventioneel: het belooft een goede hand met beide MI. 5.5 Ekren/Tilburgse 2 owel de Ekren opening (die in 2 of 2 kan zitten) als de Tilburgse 2 beloven beide MA. In Ekren kan de antwoordende hand daarna kracht en exacte distributie opvragen met 2SA. Openaar kan dus vrij precies aangeven of hij een 4/4, 5/4 of 5/5 verdeling heeft en hoe sterk hij is. In de praktijk wordt nogal eens (vaker wel dan niet) geopend op rommel. Het voornaamste doel van de verdediging is dan ook het opknopen van paren die zich daar schuldig aan maken. Het is uiteraard ook belangrijk om in de gaten te houden of het niet beter is om zelf een manche of slem te spelen! Tegen dit soort openingen zijn erg ingewikelde verdedingen bedacht om preciese kracht en distributie aan te geven. Het lijkt mij beter het simpel te houden: Vanaf ongeveer 15 punten wil je je al in de bieding storten. Een goede kleur is uiteraard direct biedbaar (en wellicht ook al met wat minder punten). Houd er rekening mee dat troef in een MA flink tegen zal zitten! Een X is in principe strafgericht. Het belooft een vlakke hand met openingskracht, zowel op de tweede als de vierde hand. Partner kan dan beslissen waar het heen moet. 2SA is conventioneel en belooft beide MI (minstens 5/4). 46
De noodzaak voor goede afspraken kwam naar voren op een drive in Enschede waar we oost/west zaten: Voorbeeld 60: VB4 B87 A8654 AH H83 HV10 V3 98542 oord Oost uid West 2 * pas 2 * pas 2 Op deze hand werd 2 geopend: manche forcing of Tilburgse twee. Het was me duidelijk dat het om het laatste ging maar zonder goede afspraken was ik bang om in een misfit terecht te komen met als gevolg dat k me (als zuid) koest hield. Het ging welliswaar down maar toch: 2 had gedubbeld een hele boel down gemoeten. Merk op dat er voor oost/west 2SA in zit. Gedoubleerd tegenspelen levert dus fors op. Het bieden had als volgt moeten verlopen: oord Oost uid West 2 * pas 2 * X 2 X a een start en het vinden van de switch kon het dik down. De kwetsbaarheid was dermate gunstig dat op dit spel tegenspelen inderdaad meer opleverde dan het spelen van de manche. 5.6 Wereldconventie De wereldconventie maakt het bieden minimaal mancheforcing en is o.a. te gebruiken na preëmptieve openingen. Onderstaand schema geeft de biedingen weer na een preëmptieve opening op drie niveau. De antwoord series na een zwakke twee / Muiderberg of Multi 2 zijn hieruit af te leiden; een apart schema hiervoor neem ik derhalve niet op. a 3 in een MI: 4 in de geboden MI belooft een 5+ kaart in beide MA. 4 in de ongeboden MI belooft een 5+ kaart in deze MI en een 5+ kaart in een van de MA. a 3 in een MA: 4 in een MI belooft een 5+ kaart in deze MI en een 5+ kaart in de overgebleven MA. 4 in de geboden MA 5+ kaart in beide MI. adat de troefkleur is vastgesteld kan er eventueel nog doorgeboden worden naar slem. Dit kan door of gebruik te maken van het RKC 4SA bod, of door controles op 5-niveau te gaan bieden. Een voorbeeld: Voorbeeld 61: AB1092 A4 4 AKVB2 K873 VB92 1098 98 uid West oord Oost 3 4 4 X - 4 Het 4 bod laat en een MA zien. a 4 geeft oost een teruggekaatst doublet waarna west de juiste manche kan bieden. 47
HOOFDSTUK 6 Tegenspel Bieden is een, spelen is twee. Om goed en effectief tegen te kunnen spelen moeten er ook goede afspraken gemaakt worden over het tegenspel. Het betreft dan vooral de uitkomst en het signaleren. In dit hoofdstuk bespreek ik de uitkomsten die ik aanhang evenals het systeem van signaleren dat mij het beste bevalt. Ik ga verder niet te diep in op voorbeelden en andere achtergronden. 6.1 Uitkomsten Ik vind het kiezen van een goede uitkomst een van de lastigste dingen van het tegenspel. Er zijn zo veel factoren die een rol spelen bij het kiezen van de juiste start, en het scheelt vaak een of meer slagen hoe je start! Een aantal factoren die van belang zijn bij het kiezen van een start: Heeft partner geboden? Speel ik tegen een SA contract of tegen een troef contract? Heb ik een goede eigen kleur die ik vrij wil spelen? Hoe meer informatie je hebt uit de bieding, hoe makkelijker het kiezen van de juiste kleur om in te starten. Als partner geboden heeft start ik in principe in zijn kleur (uitzondering, tegen een slem contract start ik met een aas als ik het heb!). Als partner dat niet heeft gedaan moet de bieding de doorslag geven. Factoren die een rol kunnen spelen bij het kiezen van een kleur om in te starten: Kan ik door het sterk sterk heen starten? Is er een ongeboden kleur? Kan ik een eigen kleur vrij spelen door erin te starten? Waren de tegenstanders wel erg huiverig om SA te bieden? Er zijn hele boeken volgeschreven over het kiezen van de juiste uitkomst. Harde regels kan ik er niet voor geven. Voor het kiezen van de juiste kaart in die kleur wel. Ik ben een aanhanger van het 1-3-5 systeem, gecombineerd met van-een-serie-de-hoogste. Dat wil zeggen: van een vijfkaart of langer start ik de 5 e kaart; van een driekaart of een vierkaart start ik de 3 e en van een dubbelton of een singelton start ik de hoogste. Een bezwaar aan zo n systeem is dat je liever niet 48
onder je aas of heer uit wil starten. Als je een mooie serie hebt start je de hoogste van een serie. eem deze hand: AK3 KV2 K10872 K2. Als je wil starten in : start met het aas, hoogste van een serie : start met de koning, hoogste van een serie : start met de 2, 1-3-5 : start hier liever niet mee (tenzij het de kleur van partner is). Als het toch moet start dan de koning. Overigens, met sommige partners speel ik ook de regel ace asks attitude, king asks count. Dat wil zeggen, als partner het aas start wordt een aan/af signaal gegeven. Als partner een heer start wordt een distributiesignaal gegeven. Er zijn paren die onderscheid maken tussen uitkomsten tegen SA en tegen troef (qua kaartkeus binnen een kleur). Van aas-heer-klein komen ze dan uit met de heer in plaats van het aas, om maar wat te noemen. elf ben ik daar geen voorstander van; ik kies voor één set van afspraken, dat is makkelijker te onthouden. 6.2 Signaleren Signalen kun je voor verschillende doeleinden in zetten. Middels een distributie signaal kun je laten weten hoeveel kaarten je nog in een kleur hebt. Middels een kleurpreferentie signaal kun je aangeven in welke kleur partner (niet) moet terug komen. Op systeemkaarten (en dus ook in deze sectie) worden drie situaties onderscheiden voor signalen: voorspelen leider : gebruik een distributie signaal. Hoog/laag geeft een even aantal kaarten aan. Laag/hoog geeft een oneven. Partner kan dan het beste inschatten of hij je een introever kan geven. voorspelen partner : als je in de derde hand een hoge kaart moet spelen ( derde man doet wat ie kan ) valt er weinig te signaleren. Echter, als je de slag niet kan nemen kun je aangeven of je nog wat in die kleur hebt. Het weggooien van een midden/hoge kaart is een afsignaal. Het bij spelen van een kleintje is een positief signaal. Stel dat partner een kleintje voorspeelt in. De leider slaat het aas in de dummie. Als je nog met de koning of de vrouw zit kan je dit laten weten door een kleintje weg te gooien. afgooien : als je niet meer kan bekennen kun je een kleur preferentie signaal geven. Bekende systemen hiervoor zijn Lavinthal en Revolving Discard. Ik vind de eerste het prettigst. Het werkt als volgt: je gooit een kaart weg in een kleur waarin je wil dat partner niet terug komt. Is de kaart in kwestie een midden/hoge kaart dan geef je aan dat partner terug moet komen in de hoogst overgebleven kleur. Is het een lage kaart dan geef je aan dat partner terug moet komen in de laagst overgebleven kleur. Stel: de leider is aan het afspelen en je kan niet meer bekennen. Je hebt nog wat in en niets meer in of Ḋan kun je een (redelijk) hoge kaart weggooien in / om je aan te seinen. Let wel, signaleren mag nooit een slag kosten. Bovendien moet je soms wat weggooien! Partner moet dus niet blind varen op je signalen! Lavinthal signalen zijn sowieso bijzonder omdat je ze vaker kan spelen: Bij het afgooien a het geven van een aan/af signaal: Als partner, bijvoorbeeld, het aas en de heer trekt in een kleur kun je eerst een aan/af signaal geven. Als partner de heer trekt kun je aangeven in welke kleur je wil dat partner terug komt. 49
Als je partner een introever geeft: Een typische situatie is dat partner start met een aas en je daarna in een andere kleur aan slag brengt. Dikke kans dat je partner nu een introever kan geven. De kaart die je voorspeelt kan een Lavinthal signaal bevatten. Als partner een aas trekt en het heer ligt (gedekt) op tafel: Het heeft weinig zin om in deze situatie een aan/af signaal te geven. Deze kleur doorspelen is meestal fout. Geef een Lavinthal signaal! In de loop van het spel kan het voorkomen dat je persé wil dat partner in een andere kleur terug komt kan je een overdreven hoge kaart afgooien. Als partner de kaart inderdaad herkent als overdreven hoog zal hij switchen. Als je in het bieden een zeskaart hebt aangegeven (bijvoorbeeld middels een zwakke sprong, of een Multi-opening) kun je ook het Lavinthal signaal gebruiken. Als je een middenkaart staart (in deze kleur) dan is dat een aan signaal. De kleinste/hoogste kaarten van de zeskaart zijn Lavinthal. 6.3 Uitkomst Tellen is en blijft een van de meest belangrijke aspecten van bridge. Het uittellen van een hand op basis van een bieding, de uitkomst en de dummie is dan ook uitermate belangrijk. Het is, echter, ook een van de moeilijkste aspecten van bridge. De enige manieren om het te leren is ervaring. Daarnaast is een goed (ingespeeld) partnership erg belangrijk. Het volgende voorbeeld kwam voor toen ik met Perry speelde: Voorbeeld 62: oord Oost uid West 1-1 2 2-4 - In dit spel had ik ongeveer deze hand: Ax AVxx xx xxxx. Perry startte met aas en er lagen drie kleine klavers in de dummie. In mijn hand kon ik uittellen dat de leider slechts één had. Ik gooide dan ook mijn hoogste af. Perry speelde daarna tien voor en ik stond voor het dilemma: slaan of de vrouw voorspelen. Helaas ging dit mis: ik sloeg het aas en moest daarna bedenken waarmee terug te komen. Ik had kunnen bedenken dat Perry van een dubbelton de hoogste voorspeelde en dat de leider, eenmaal aan slag, troef zou gaan trekken. De juiste speelwijze was geweest: de vrouw voorspelen, het naspel van de leider nemen met het aas, aas nemen en partner een introever gunnen voor 1 down. 6.4 Terugkomen na uitomst van partner Er is nog een situatie die belangrijk is om afspraken over te maken: hoe kom je terug na de uitkomst van partner. Het volgende voorbeeld illustreert dit. 50
Voorbeeld 63: oord Oost uid West 1-1SA - 3-3SA K72 K5 AVB1064 V7 AV9 108632 H83 H6 West start met een kleine naar je heer (de vrouw blijft in de dummie liggen). Oost kan uittellen dat partner hooguit 4 punten kan hebben, waarschijnlijk aas. Bovendien wil oost met alle geweld dat partner de inspeelt om zo een slag te ontwikkelen ( aas en vrouw, heer en twee slagen in voor 1 down). De vraag is hoe. In dit soort gevallen is het verstandig om upside-down attitude te spelen; hoog = af en laag = aan. In dit geval speel je dus een hoge (de T) na. Weer aan slag met heer speel je alsnog je terug. Partner weet nu dat je geen wil, geen wil (anders had je die meteen wel teruggespeeld) en zal dus aanspelen. Met andere woorden: bij terugkomst in de kleur van partner, geef je een 1-3-5 signaal van de overgebleven kaarten. Bij terugkomst in een nieuwe kleur geef je een upside-down attitude signaal. 51
BIBLIOGRAFIE Klinkger, R. (1998). The modern losing trick count, bidding to win at bridge. Gollancz, London, Great Britain, EU. ISB: 0-575-05650-9. Lawrence, M. (1994). The complete book on takeout doubles. Magnus books, Stamford, Connetticut, USA. ISB: 0-9637533-1-2. Lawrence, M. (2002). The complete book on overcalls in contract bridge. Devyn press, Louisville, Kentucky, USA. ISB: 0-939460-07-6. Lawrence, M. and Klinger, R. (2002). Opening leads for ACOL players. Cassell Group, London, UK, EU. ISB: 0-575-06502-8. iemeijr, C. and Sint, C. (2003). Biedermeijer rood, het nieuwe standaard biedsysteem voor wedstrijdbridgers. Tirion sport, Baarn, ederland, EU. ISB: 90-4390-472-4. Westra, B. Bieden met Berry, conventies en gadgets. Alpha Bridge B.V., Hazerswoude, ederland, EU. ISB: 90-74950-09-4. Westra, B. Spelen met Berry, deel 1: basis afspel techniek. Alpha Bridge B.V., Hazerswoude, ederland, EU. ISB: 90-74950-03-5. Westra, B. Spelen met Berry, deel 2: basis afspel techniek. Alpha Bridge B.V., Hazerswoude, ederland, EU. ISB: 90-74950-04-3. Westra, B. (1997a). Bieden met Berry, deel 1: het constructieve bieden. Alpha Bridge B.V., Hazerswoude, ederland, EU, 3 edition. ISB: 90-74950-01-9. Westra, B. (1997b). Bieden met Berry, deel 2: het competitieve bieden. Alpha Bridge B.V., Hazerswoude, ederland, EU, 2 edition. ISB: 90-74950-02-7. 52