DERDE FAILLISSEMENTSVERSLAG TEVENS EINDVERSLAG Inzake : de heer T. WIGGERS, h.o.d.n. GRAAFSCHAP GROENTE & FRUIT Faillissementsnummer : C05/13/639 F Datum faillissement : 2 juli 2013 Rechter-Commissaris : Mr. P.F.A. Bierbooms Curator : Mr. J. Zeegers Datum : 10 februari 2014 Activiteiten onderneming : Winkel in aardappelen, groenten en fruit. Groentespeciaalzaak. Tevens leverancier aan de horeca en grootverbruikers. Omzetgegevens : Zie hierna Personeel : 2 Verslagperiode : 28 november 2013 t/m heden. Bestede uren verslagperiode : zie urenstaat. Bestede uren totaal : zie urenstaat. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Edelachtbare Heer Rechter-Commissaris, Ondergetekende, curator in het bovengenoemde faillissement, brengt u hierbij het derde faillissementsverslag tevens eindverslag uit betreffende zijn bevindingen. Oorzaak faillissement: Cijfers betreffende de door failliet gedreven onderneming: Lopende procedures:
Huurovereenkomsten: Personeel: Activa: Op 27 januari 2014 heeft de Firma Postuma het bedrag ad 2.000,00 te vermeerderen met 21% BTW, zijnde 2.420,00 inclusief BTW, betreffende de aankoop van de Mercedes-Benz Vito bus met kenteken 97-BF-GB naar de faillissementsrekening overgemaakt. Onroerende zaken: Niet van toepassing. Bedrijfsmiddelen: Voorraden / onderhanden werk: Debiteuren: Bank / zekerheden:
Doorstart / voortzetten: Niet van toepassing. Rechtmatigheid: De curator heeft tot op heden geen onrechtmatigheden en/of onregelmatigheden geconstateerd. Bestuurdersaansprakelijkheid: Niet van toepassing. Boedelbijdrage heer Wiggers: Sinds september 2013 heeft de heer Wiggers, hierna te noemen: "failliet", een baan in loondienst, waarmee hij een bruto maandinkomen van bijna 1.800,00 verdient. Failliet woont samen met een partner, die in haar eigen levensonderhoud voorziet. Op basis van financiële stukken, die door de curator aan de heer Van Alst van uw Rechtbank aangeleverd zijn, is er door de heer Van Alst een VTLB-berekening aangaande het voor failliet vrij te laten bedrag uitgevoerd. Uit deze berekening is als resultaat gekomen dat failliet maandelijks een boedelbijdrage ad 837,57 aan de boedel zal moeten betalen en eens per jaar een bedrag ad 638,06 van zijn vakantiegeld aan de boedel af zal moeten dragen. Gelieve u bijgaand voornoemde VTLB-berekening (*) in kopie aan te treffen. Deze berekening is geaccordeerd door de Rechter-Commissaris. Op basis van bovengenoemde VTLB-berekening heeft de curator eind januari 2014 aan failliet verzocht om een bedrag ad 4.187,85 naar de faillissementsrekening over te maken. Het gaat dan om de door failliet over de periode september 2013 t/m januari 2014 te betalen boedelbijdrage uitgaande van een bedrag ad 837,57 per maand. Failliet gaf vervolgens echter richting de curator aan dat hij vanaf september 2013 slechts 500,00 per maand had gereserveerd en dat hij geen 4.187,85 had en dat hij slechts 2.500,00 had om naar de faillissementsrekening over te maken. Op 30 januari 2014 heeft failliet voornoemd bedrag ad 2.500,00 ook overgemaakt naar de faillissementsrekening.
Ten aanzien van de 500,00 per maand, die failliet vanaf september 2013 reserveerde om een boedelbijdrage te betalen, wil de curator nog het volgende opmerken. Op het moment dat failliet in september 2013 een baan kreeg, heeft de curator failliet geadviseerd om in ieder geval een bedrag ad 500,00 per maand voor het betalen van een boedelbijdrage te reserveren. Daarbij heeft de curator echter duidelijk aangegeven dat deze 500,00 per maand nog niet het definitieve bedrag aan boedelbijdrage is, maar dat de definitieve boedelbijdrage op basis van een VTLB-berekening berekend zou moeten worden. Thans stelt failliet zich op het standpunt dat de uitkomst van de VTLB-berekening niet correct is. De curator laat het aan de Rechtbank over om hierover een oordeel te vellen. Eventueel kan dit onderwerp op de zitting, waarbij het verzoek van de curator om het faillissement van failliet in een WSNP-regeling om te zetten mondeling behandeld zal worden, ook meegenomen worden door de Rechtbank. Aangezien de VTLB-berekening door de Rechter-Commissaris akkoord bevonden is, gaat de curator er vooralsnog vanuit dat failliet maandelijks een bedrag ad 837,57 aan de boedel af dient te dragen en dat failliet over de periode september 2013 t/m januari 2014 1.687,85 te weinig aan de boedel afgedragen heeft. De curator laat het wederom aan de Rechtbank over om te bepalen of failliet het door hem te weinig aan boedelafdracht betaalde bedrag alsnog aan de boedel af dient te dragen of dat een boedelafdracht ad 500,00 per maand akkoord is wat de Rechtbank betreft. Voornoemd onderwerp zou eveneens ter zitting betreffende het verzoek om het faillissement van failliet om te zetten in een WSNP-traject behandeld kunnen worden. Crediteuren: Tot op het moment van dit verslag hebben zich de volgende crediteuren gemeld: Boedelcrediteuren: Aantal: 2, in totaal ten bedrage van 12.057,02 Preferente crediteuren: Aantal: 2, in totaal ten bedrage van 17.105,92 Concurrente crediteuren: Aantal: 15, in totaal ten bedrage van 44.029,60 Ik verwijs u voorts naar de bij dit verslag gevoegde lijsten.
Saldo faillissementsrekening: Thans bedraagt het saldo op de faillissementsrekening 9.028,14. Gelieve u bijgaand een printscreen (*) van de faillissementsrekening d.d. 5 februari 2014 aan te treffen, waaruit het voornoemde blijkt. Overig: Termijn van afwikkeling: Ondergetekende verzoekt u, Edelachtbare Rechter-Commissaris, hierbij om de Rechtbank te verzoeken om onderhavig faillissement ex artikel 15b Faillissementswet om te zetten in een WSNP-traject. Ter toelichting op het te goeder trouw zijn van failliet voor wat betreft het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, merkt ondergetekende nog het volgende op. De curator stelt zich op het standpunt dat failliet te goeder trouw is als het gaat om het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. Failliet heeft niet onbezonnen schulden laten ontstaan. Bij de schulden van failliet gaat het (bijna) volledig om bedrijfsschulden. De totale schuldenpositie van failliet is ook niet onevenredig hoog in verhouding tot de door hem uitgevoerde bedrijfsactiviteiten, te weten een groentenwinkel. Om zijn bedrijf op te kunnen starten, was het voor failliet noodzakelijk om een krediet af te sluiten. De hoogte van dit krediet staat in verhouding tot de door failliet geëxploiteerde onderneming. Verder heeft failliet niet onnodig schulden laten ontstaan en heeft failliet tot vlak voordat hij zijn faillissement aangevraagd heeft geprobeerd om de kosten van zijn onderneming te drukken en regelingen te treffen met de schuldeisers. Bijvoorbeeld heeft failliet nog aan de verhuurder van zijn bedrijfspand gevraagd om de huur te verlagen. Door diverse tegenslagen (recessie, wegopbreking, arbeidsongeschiktheid van personeel en failliet zelf en het in juni 2013 afhaken van de grootste klant van de groentenwinkel) kon failliet echter uiteindelijk niet anders dan begin juli 2013 zijn faillissement aanvragen. Op grond van het bovenstaande komt de curator dan ook tot de conclusie dat failliet tot de WSNP toegelaten kan worden. Zeker gezien het feit dat failliet een behoorlijke aflossingscapaciteit heeft, waardoor zijn schuldeisers hoogstwaarschijnlijk een aanzienlijk percentage van hun vordering uitgekeerd zullen krijgen na het eindigen van het WSNP-traject.
Doetinchem, 10 februari 2014 Mr. J. Zeegers