van aanleg tot onderhoud
DUOMIX halfverharding 2 de juiste mix van eigenschappen voor een halfverharding Wat is Duomix? Duomix is een mengsel van ca. 85% gebroken LD-staalslak en ca. 15 % gegranuleerde hoogovenslak. Duomix is in twee gradaties te verkrijgen: Duomix 0-8 mm en Duomix 0-22 mm. Deze mengsels worden geproduceerd door Pelt & Hooykaas IJmuiden B.V. Duomix is zowel geschikt voor een halfverharding met een gesloten toplaag alsmede voor de funderingslaag bij een halfverharding van wandel-en fietspaden, parkeerterreinen en bermen. De componenten Produktie Duomix LD-staalslak ontstaat als vloeibaar gesteente bij de bereiding van staal uit ruwijzer bij Corus te IJmuiden. Dit proces wordt de methode Linz Donawitz (LD) genoemd, ofwel het oxystaalproces. De vloeibare staalslak (ca. 1500 C) wordt verzameld in een slakbed en gecontroleerd afgekoeld met zoet water. Hierbij ontstaat een kristallijn gesteente. De afgekoelde slak wordt ontgraven, ontijzerd, gebroken en afgezeefd tot de gewenste korrelgradering. Gegranuleerde hoogovenslak ontstaat als een vloeibaar gesteente bij de bereiding van ruwijzer uit ertssoorten in een hoogoven bij Corus te IJmuiden. De smelt wordt onder hoge druk met veel water afgekoeld. Hierdoor ontstaat een fijne granulaire slak met een glasachtige structuur. Duomix wordt verkregen door de gebroken LD- staalslak via dosering te mengen met circa 15% (m/m) gegranuleerde hoogovenslak. Los gestorte Duomix Toepassingen Duomix wordt gebruikt als halfverharding bij de aanleg van wandel- en fietspaden. Voor deze toepassing adviseren wij Duomix 0-8 mm als onder- én toplaag. Een tweede belangrijke toepassing van Duomix zijn parkeerterreinen. Hiervoor adviseren wij Duomix 0-22 mm, omdat deze grovere gradering een beter draagvermogen geeft. Bij parkeerterreinen wordt Duomix overigens alleen gebruikt op de parkeervakken. De aanrijroute van het parkeerterrein wordt veelal uitgevoerd in een elementenverharding of in asfalt. Een derde toepassing van Duomix is bermverharding. Hiervoor worden beide graderingen gebruikt. Voor andere toepassingsmogelijkheden van Duomix adviseren wij u contact op te nemen met Pelt & Hooykaas Weg- en Waterbouw. Specificaties Eigenschap typische waarde Gehalte aan fijne bestanddelen 3% Vreemde bestanddelen geen Los Angeles coëfficiënt < 25% Vlakheidsindex < 20 Volumetoename van LD-staalslak in Duomix < 5% CBR-waarde/toename na 28 dagen 0-8 mm > 30% / > 125% > 50% / > 125% 0-22 mm Maximale droge dichtheid 2,2 Mg/m³ Optimaal vochtgehalte 6% (m/m) Korreldichtheid (> 4 mm) 3,4 Mg/m³ Waterabsorptie (> 4 mm) 2% (m/m) Kleur grijs Wandel / fietspad Mechanische eigenschappen Duomix is een materiaal dat zowel voor een gesloten toplaag als een funderingslaag geschikt is. Door de geringe hoeveelheid kalk in de LD-Staalslak stabiliseert de Duomix bijzonder goed. Dankzij de hoge verbrijzelingweerstand, de hoekige korrelvorm en de korrelopbouw ontstaat na verdichting van de Duomix een funderingslaag met een hoog draagvermogen. Door de hydraulische eigenschappen van Duomix zal dit draagvermogen (geleidelijk) in de tijd toenemen. Parkeerterrein Certificering: Duomix is gecertificeerd volgens de BRL 9310 LD-staalslakmengsels voor de wegenbouw. Bermverharding Afvoer Duomix per schip 0%,4 (//9+!!3 WEG EN WATERBOUW 3
de juiste aanleg van gesloten toplagen en splitlagen 4 5 Uitgegraven cunet Halfverharding met banden Halfverharding met een gesloten toplaag Een halfverharding met een gesloten toplaag vraagt, los van de gekozen materiaalsoort, extra aandacht bij de aanleg. De grootste zorg hierbij is verpapping : bij veel regenval kan het water niet meer weg, waardoor tijdens de aanleg de bovenlaag van de verharding week wordt. Een eerste vereiste is dan ook, dat de halfverharding iets hoger ligt dan het aangrenzende maaiveld. Op deze wijze kan het hemelwater, bij voldoende afschot toch afvloeien. De aanleg van een halfverharding is niet ingewikkeld, maar moet wel zorgvuldig gebeuren om een juist resultaat te bewerkstelligen. De voorbereiding Als eerste wordt er een cunet van 20 à 25 cm diep gegraven. Voor een strakke rand kan een kantopsluiting van bijvoorbeeld betonnen of natuurstenen banden worden gebruikt. Deze rand kan ook de zijdelingse druk opvangen. Hoe zwaarder de belasting op het pad (auto s etc.), des te groter de zijdelingse druk. Zonder kantopsluiting kan de verharding snel kapot worden gereden. Na het uitgraven van het cunet wordt eerst een laag van 10-12 cm zand aangebracht en verdicht. Een dynamische wals of trilplaat (afhankelijk van de ondergrond en de dikte van de laag) is het meest geschikt voor de verdichting van zowel het zandbed als de Duomix, Een belangrijk aandachtspunt is dat ook het zand vochtig dient te zijn. Aanbrengen van de Duomix Boven op het zandbed wordt de halfverharding aangebracht in een laagdikte van 12 à 20 cm. Bij grote projecten kan dit met een spreidmachine gebeuren. De Duomix dient bij een laagdikte van 20 cm of meer in twee lagen te worden aangebracht en verdicht. De Duomix moet met het juiste vochtgehalte in het cunet worden aangebracht. Mocht tijdens het verdichten het vochtgehalte van de Duomix kleiner zijn dan ca.10%, dan kan dit worden gecorrigeerd middels besproeiing of beneveling. Men dient er wel op te letten dat hierbij niet de fijne deeltjes uit de Duomix worden gespoeld. Het is aan te bevelen ook het zandbed goed vochtig te maken. Hiermee wordt een snelle uitdroging van de Duomix voorkomen. Het aanbrengen van de tweede laag Duomix vraagt de meeste aandacht. Deze laag moet op de goede hoogte en bolrond of naar een zijde aflopend worden aangelegd. Dit om ervoor te zorgen dat (na de optimale verharding) het hemelwater kan afvloeien. Het verhardingsproces Bij warm weer tijdens de aanleg bestaat de mogelijkheid, dat door het snelle drogen, de Duomix onvoldoende kan binden. Bij vochtig weer zal dit effect beperkt blijven. Om het bindingsproces op gang te houden (vooral bij warm weer), moet de aangebrachte halfverharding direct na de aanleg nat worden gehouden. Over een klein pad kan ook een plasticfolie worden aangebracht om het uitdrogen te voorkomen. Ook met een laagje zand kan het beoogde effect worden verkregen. Hoe snel de halfverharding uithard, hangt af van het vochtgehalte en de wijze van verdichten. Het verhardingsproces van de Duomix begint onder in de aangebrachte laag, omdat het materiaal daar het langst vochtig blijft. In het najaar dient men er rekening mee te houden, dat het enige tijd kost voordat alle vocht uit de halfverharding is verdampt. Wij adviseren dan ook om een dergelijke halfverharding nooit in een periode met kans op nachtvorst aan te leggen. Bermverharding De bermverharding kan worden vergeleken met een halfverharding met een gesloten toplaag. De beste resultaten worden verkregen door langs de bestaande verharding een cunet te graven en een laag Duomix aan te brengen met een vochtgehalte van ca.10%, en het daarna te verdichten. De breedte en diepte van het cunet hangen af van het type weg waarlangs de bermverharding wordt aangelegd. Welke korrelgradering ook wordt gekozen, men dient er altijd voor te zorgen dat de bovenste laag uit Duomix 0-8 mm bestaat. Door de constante kwaliteit is Duomix ook goed aan te brengen met een bermafwerkmachine. Halfverharding met een splitlaag Het grote voordeel van een halfverharding met splitlagen is dat er meer keuze is in materiaalsoort en in kleur dan bij een gesloten toplaag. Een nadeel is dat er, door het weglopen van de split, makkelijk kale plekken kunnen ontstaan. Als de funderingslaag een afwijkende kleur heeft ten opzichte van de toplaag, dan kan dat wel opvallen. Het aanleggen van een halfverharding met splitlaag lijkt erg op de aanleg van een halfverharding met een gesloten toplaag. Ook hier wordt eerst een zandbed aangelegd. Hierop wordt een laagdikte van 10 à 15 cm Duomix in de gradatie 0-8 mm aangebracht. Ook deze laag wordt weer met een trilplaat of wals verdicht. Hier overheen komt maximaal 2 cm split of grind en wordt ingewalst. Het beste resultaat wordt verkregen met een gebroken split of grind in de gradatie 2-6 mm. Aanbrengen van Duomix Walsen van Duomix Veertien jaar na aanleg Trilplaat
DUOMIX halfverharding 6 het juiste onderhoud en gebruik van Duomix halfverharding Eenvoudige reparatie van slijtageplekken Slijtageplekken kunnen gerepareerd worden Een halfverharding is duurzaam, maar vraagt meer onderhoud dan een elementenverharding. Slijtageplekken die ontstaan in een halfverharding met een gesloten toplaag kunnen echter eenvoudig gerepareerd worden. Allereerst wordt de slijtageplek uitgeharkt, opgeruwd en nat gemaakt. Hierop wordt een dun laagje nieuwe Duomix aangebracht en verdicht. Als de gaten gedicht zijn, is de halfverharding gerepareerd, maar vaak niet meer egaal van kleur. Maak in dat geval de gehele halfverharding vochtig en breng er een dun laagje nieuwe Duomix 0-8 mm op aan. Daarna licht statisch afwalsen en de halfverharding is weer egaal van kleur. Doe dit echter nooit als er veel regen verwacht wordt. Bij een halfverharding met een splitlaag is een slijtplek snel en makkelijk te repareren door wat extra split aan te brengen. Onkruid verwijdering Onkruid groeit bij een halfverharding niet door de verharding heen, maar kan wel op de oppervlakte groeien, doordat de zaden kiemen in de toplaag. Bij een splitlaag kan eenvoudig geschoffeld worden. Bij een gesloten toplaag moet het onkruid gebrand, gestoomd of bespoten worden. Milieu-aspecten Duomix is onderhoudsvriendelijk Duomix voldoet aan de eisen van het Bouwstoffenbesluit. Het meegeleverde certificaat vormt in combinatie met de leveringsbonnen het wettige bewijsmiddel. De maximale laagdikte waarin Duomix mag worden toegepast wordt op de leveringsbonnen vermeld. Deze maximale laagdikte is ruimschoots voldoende voor de in deze brochure omschreven toepassingen van Duomix. Duomix bevat circa 85 % (m/m) LD-staalslak, met een geringe hoeveelheid vrije kalk. Duomix mag daarom nooit in vijvers of sloten (oppervlaktewater) of in direct contact met het grondwater worden toegepast. Door uitspoeling van de vrije kalk kan een tijdelijke verhoging van de ph ontstaan. Dit effect zal na verloop van de tijd verminderen en uiteindelijk verdwijnen. De mate waarin is mede afhankelijk van de eigenschappen en aard van de bodem. Voor de gangbare toepassingen van Duomix zijn voor zover bekend geen schadelijke milieueffecten geconstateerd. Arbo-aspecten Bij het werken met Duomix moet stofvorming voorkomen worden, waarbij de in de wegenbouw gangbare stofbestrijding (sproeien) kan worden gevolgd. (Standaard RAW bepalingen 2005, 28.12.03 en 28.14.02) Stof van Duomix kan ogen, huid en ademhalingswegen irriteren. Na aanleg (in de gebruiksfase) is onder normale gebruikscondities de stofvorming nihil. In relatie tot de arbo-aspecten kan Duomix bij het verwerken worden vergeleken met betonmortel. Contact met huid en ogen moet worden vermeden en het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen wordt aangeraden. Voor meer informatie verwijzen wij u naar het veiligheidsinformatieblad dat op aanvraag beschikbaar is. Duomix in een recreatiegebied Wenken voor het probleemloos toepassen van Duomix Bij Duomix als halfverharding moet extra aandacht geschonken worden aan het vochtgehalte en de wijze van verdichten. Het vochtgehalte van Duomix tijdens het aanbrengen in het cunet dient ca. 10% te bedragen. Bedraagt het gemiddelde vochtgehalte bij de aanvoer van de Duomix bijvoorbeeld maar 5%, dan moet ca. 95 l/m³ water toegevoegd worden om een vochtgehalte van ca.10% te halen. Let er op dat het materiaal nog goed te verdichten is. Een goed resultaat wordt verkregen door de Duomix in het werkdepot nat te maken, met de shovel te mengen en in het cunet te rijden. Voorkom, met name in de zomermaanden, uitdroging van de Duomix. Een halfverharding van Duomix NOOIT aanbrengen in een periode waarin nachtvorst kan optreden! Duomix met splitlaag De Duomix wordt na het aanbrengen dusdanig verdicht, dat deze egaal dicht is (geen slaknesten). Afhankelijk van de ondergrond gebeurt dit dynamisch en/of statisch. Afwalsen gebeurt altijd statisch. De verharding van de Duomix begint vanuit het onderste deel van de aangebrachte laagdikte, omdat het daar het langst vochtig blijft. Om een vast en dicht oppervlak te verkrijgen, is ook na de aanleg een goede bevochtiging nodig. Halfverhardingen van Duomix laten in de tijd weinig water meer door. Zorg ervoor dat het hemelwater weg kan afvloeien. In opslag kan Duomix los gestort langere tijd worden bewaard. Rijdt niet met een shovel op het los gestorte materiaal. Na een maand zullen er wat klonten in het materiaal gaan ontstaan. Deze zijn met een shovelbak eenvoudig te verpulveren. Duomix in bosrijke omgeving Duomix in een natuurlijke omgeving 0%,4 (//9+!!3 WEG EN WATERBOUW 7
Vertrouwde kwaliteit en deskundig advies Pelt & Hooykaas is in 1901 als vennootschap opgericht, toen de firma Pelt te Rotterdam al 10 jaar een bekende leverancier van natuursteen was. In 1932 werd begonnen met de productie van slakgranulaten op het terrein van Hoogovens in IJmuiden, het huidige Corusterrein. Als tweede productielocatie kwam daar in 1968 het toenmalige Hoechst te Vlissingen bij, tegenwoordig Thermphos. In 1999 werd de Pelt & Hooykaas groep uitgebreid met zand- en grindhandel Waalwijk, die naast zand en grind tevens gespecialiseerd is in natuursteenkorrels. Al vele decennia lang ontwikkelt Pelt & Hooykaas producten voor de weg- en waterbouw. Jaarlijks verwerken wij zo n 1,4 miljoen ton product als toeslag-, stabilisatie- en bestortingsmateriaal, zowel voor fundering als halfverharding. Onze grote ervaring en deskundigheid verzekert u niet alleen van vertrouwde kwaliteit, maar staat u ook ten dienste. Om te beginnen met de praktische informatie in deze folder. Wij zijn graag bereid om u persoonlijk nader te adviseren over de toepassing van Duomix. Voor meer informatie of advies kunt u contact opnemen met: Bijlstraat 1, 3087 AA Rotterdam, Postbus 59011 3008 TA Rotterdam Telefoon +31 (0)10-42 85 111, Telefax +31 (0)10-42 98 836, E-mail info@pelt-hooykaas.nl, Internet www.pelt-hooykaas.nl