Toetsmatrijs Veiligheid & Milieu



Vergelijkbare documenten
Opgesteld door: CCV. Examenonderdeel: Veiligheid en milieu Code: BVVM Naam: Schipper Toetsvorm: Schriftelijk: meerkeuzevragen.

Toetsmatrijs Veiligheid & Milieu

Toetsmatrijs Veiligheid & Milieu

Toetsmatrijs Veiligheid & Milieu

Taxonomie code: B Schriftelijk. B Schriftelijk. R Schriftelijk. R Schriftelijk. R Schriftelijk

Toetsmatrijs. Opgesteld door: CCV. Examenonderdeel Code: n.v.t. Naam: Veiligheidsadviseur Modaliteitspecifiek deel Binnenvaart Toetsvorm: Schriftelijk

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Binnenvaart - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Nationale en Internationale Vervoersmarkt

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Binnenvaart - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Nationale en Internationale Vervoersmarkt

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Wegvervoer - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Planner wegtransport - Wet- en regelgeving

Toetsmatrijs Vakbekwaamheid Behandeling Gevaarlijke Stoffen Initieel en Verlenging - Extern

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Spoorvervoer - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Wegvervoer Goederen

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur wegvervoer - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Internationaal Bus

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur Spoorvervoer - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Veiligheidsadviseur wegvervoer - Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Geconditioneerd Vervoer, Productkennis en voedselveiligheid

Toetsmatrijs Personeelsmanagement

Examenprogramma. Voorschot diploma s. Schippersdiploma s Rijnvaart en Zeilvaart

Toetsmatrijs Wegvervoer Goederen Deel 2

Toetsmatrijs Personeelsmanagement

Toetsmatrijs Navigatie 2

Toetsmatrijs Vakbekwaamheid behandeling gevaarlijke stoffen Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Internationaal Bus

Toetsmatrijs Vakbekwaamheid behandeling gevaarlijke stoffen Initieel en Verlenging

Toetsmatrijs Wegvervoer Goederen

Toetsmatrijs Internationaal Goederen

Toetsmatrijs Logistiek medewerker - Extern

Binnenvaart en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Vivian van der Kuil 3 december 2014

Toetsmatrijs Geconditioneerd Vervoer, Productkennis en voedselveiligheid

Toetsmatrijs Vakbekwaamheid behandeling gevaarlijke stoffen - Initieel en Verlenging

Arbeids- en rusttijd in de binnenvaart

a) de navolgende, onder punt 3 genoemde vermeldingen worden na hoofdstuk 4 ingevoegd.

In deze toetsmatrijs staat wat u moet kunnen en kennen. De toetsmatrijs vormt daarom de basis van de opleiding en het examen.

Toetsmatrijs ADR Vakbekwaamheid - Initieel en Verlenging Klasse 1

Toetsmatrijs Logistiek medewerker

Toetsmatrijs ADR Vakbekwaamheid - Initieel en Verlenging Klasse 7

Toetsmatrijs Wegvervoer Bus Deel 1

Toetsmatrijs Wegvervoer Bus Deel 1

In deze regeling wordt verstaan onder besluit: Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.

Toetsmatrijs Wegvervoer Goederen Deel 1

AANBEVELINGEN EN INFORMATIE VOOR DE BINNENVAART ALS HULPMIDDEL VOOR EEN CORRECTE TOEPASSING VAN DE VOORSCHRIFTEN OVER DE AFVALVERWIJDERING

Branchestandaard Schipper alle binnenwateren / Schipper rivieren, kanalen en meren

Toetsmatrijs LZV. Opgesteld door:

Toetsmatrijs Wegvervoer Bus

Toetsmatrijs Wegvervoer Goederen

Toetsmatrijs Planner wegtransport - Transportplanning A + B (B: alleen en 1.8.5)

Toetsmatrijs ADR Vakbekwaamheid - Initieel en Verlenging Klasse 7

Examenprogramma Schippersdiploma s binnenvaart

Vergadering water- en scheepvaartpolitiediensten. Vraag BE3 van de Belgische delegatie

Toetsmatrijs Personeelsmanagement - extern

Toetsmatrijs Wegvervoer Bus

Toetsmatrijs Navigatie 2

Toetsmatrijs Planner wegtransport - Transportorganisatie

Toetsmatrijs RV1, RV1L en RV1P Aanvullend document

Toetsmatrijs Chauffeur Geconditioneerd Vervoer, Koeltechniek

Toetsmatrijs Navigatie 2

OPLEIDINGENSTRUCTUUR MATROOS BINNENVAART

Edumar studiegids. Januari Opleiding Groot Vaarbewijs en Rijnpatent. copyright Edumar

Toetsmatrijs Pluimveetransport

BIJLAGEN. bij. richtlijn van het Europees Parlement en de Raad

Arbobeleid. Titus Terwisscha van Scheltinga

De sjorstangen zitten kriskras over elkaar heen

Aanvullende bepalingen inzake de kennis van de bemanningsleden van binnenschepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken

Toetsmatrijs ADR Vakbekwaamheid Initieel en Verlenging - Basis

Toetsmatrijs ADR Vakbekwaamheid Initieel en Verlenging - Basis

Toetsmatrijs ADR Vakbekwaamheid - Initieel en Verlenging - Tankvervoer

Toetsmatrijs LZV. In deze toetsmatrijs staat wat u moet kunnen en kennen. De toetsmatrijs vormt daarom de basis van de opleiding en het examen.

HULPVERLENING BIJ CALAMITEITEN

REGLEMENT BETREFFENDE HET SCHEEPVAARTPERSONEEL OP DE RIJN (RSP)

Wet- en regelgeving. Scheepsafvalstoffenverdrag (SAV) Reglement van Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR)

ROSR DEEL III BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE BEMANNING HOOFDSTUK 23 BEMANNING


Tax = Taxonomiecode F = Feitelijke kennis B = Begripsmatige kennis R = Reproductieve vaardigheid P = Productieve vaardigheid

Dit is een door het CCV goedgekeurd lesplan

Uitbreiding van de kring geschikte nautische deskundigen

Verantwoordingsdocument. Praktijkexamen Schipper Binnenvaart. In opdracht van Agentschap.nl/Onderwijscentrum Binnenvaart

Toetsmatrijs Touringcarvervoer Nationaal - Reisuitvoering

8.2 Voorschriften voor de opleiding van de deskundigen Algemene voorschriften voor de opleiding van de deskundigen

Vakbekwaamheid vorkheftruck-/reachtruckchauffeur theorie

Toetsmatrijs. Opgesteld door: CCV

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt

1; Besluiten en regelingen Rijn en BSW. Aanwijzing; Rijnkruisend scheepvaartverkeer 2007

Toetsmatrijs aanvullende opleiding elektrische voertuigen

Veiligheid vorkheftruck-/reachtruckchauffeur praktijk

Toetsmatrijs Taxi Doelgroepenvervoer

Voorlichting, onderricht & Toezicht

Webinar. Gevolgen wijzigingen Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) 11 april 2017

Speerpunten handhaving in de tankvaart & Convenanten. Frans Plu & Eric van Hees 6 september 2012

Specifieke regels in de binnenvaart, zeescheepvaart en zeevisserij

Toetsmatrijs Logistiek supervisor 1

Toetsmatrijs Kennis Schip en Motorkennis

Vakbekwaamheid vorkheftruck-/reachtruckchauffeur theorie

Transcriptie:

Opgesteld door: CCV Categoriecode: VVM Toetsvorm: Schriftelijk Totaal aantal vragen: 30 meerkeuzevragen Dekkingsgraad toetstermen: 81% Cesuur: 80% ijzonderheden: De huidige cesuur is vastgesteld op 77%. Dit percentage zal te zijner tijd worden verhoogd naar 80%. Toelichting op tabel met afbakening = onomiecode = eitelijke kennis = egripsmatige kennis R = Reproductieve vaardigheid P = Productieve vaardigheid V/ = Verplicht of facultatief Nr Eindtermen Aantal vragen 1. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot de veiligheid aan boord van het schip. 3 2. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot het veilig omgaan met de lading. 2 3. heeft kennis van en inzicht in het voorkomen van ongevallen en te nemen maatregelen in geval van een calamiteit. 9 4. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot de bemanning. 4 5. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot de arbeidsomstandigheden en de wet- en regelgeving met betrekking tot reddingsmiddelen. 8 6. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot het milieu in relatie tot de beroepsuitoefening. 4 Vastgesteld door: College van Deskundigen innenvaart d.d. 14 juni 2012 eoordeeld door: innenvaartraad d.d. 13 juli 2012 Goedgekeurd door: Manager Vakbekwaamheid (CCV) d.d. 13 juli 2012 Ingangsdatum: 1 december 2012 Pagina 1 van 5

1. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot de veiligheid aan boord van het schip. 1.1 Kent het toepassingsgebied van de innenvaartwet en het ROSR in relatie tot de veiligheid aan boord. 1.2 Weet de noodzaak van het ventileren en schoonmaken van besloten ruimtes zoals laadruimen en lading- en slobtanks. 1.3 Kent de voorschriften met betrekking tot het zich aan boord ophouden van personen en de toegang tot het schip. 1.4 Kent de voorschriften inzake de omstandigheden waarin het vaartuig onbeheerd achtergelaten mag worden. 2. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot het veilig omgaan met de lading. Ruimtes die niet onder het ADN vallen. De vigerende certificaten. PR, ISPS tijdens laden en lossen, tijdens de reis, RPR, ADN. Ligplaats nemen op bijvoorbeeld kegelplaatsen of in havens. Mag b.v. een kegelschip alle Rotterdamse havens invaren, mag een tankschip dit. Havenverordeningen, nautische regelgeving. 2.1 Kan de gevaren benoemen die bij specifieke ladingsoorten kunnen voorkomen. Waterwet, besluit bodemkwaliteit, klasse A,, T en NT, 2.2 Weet in welke situaties met betrekking tot de lading roei, stabiliteit, dunvloeibaarheid, chemische en biologische reacties. aanvullende veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. 2.3 Kent de veiligheidseisen tijdens het laden en lossen. Veiligheid bij het gebruik van hulpmiddelen zoals verhaallier, ruimladders en werken op hoogte. Het dragen van veiligheidskleding en persoonlijke beschermingsmiddelen en het onderhoud hiervan. 3. heeft kennis van en inzicht in het voorkomen van ongevallen en te nemen maatregelen in geval van een calamiteit. 3.1 Kent de preventieve maatregelen ter voorkoming van ongevallen. Werken in de machinekamer, met elektriciteitskasten, ankerlieren, autokraan, meren en ontmeren, gevaarsmarkering, gebruik juiste pbm s. 3.2 Weet hoe een brand kan ontstaan. randdriehoek, -vijfhoek. Pagina 2 van 5

3.3 Kent de preventieve maatregelen ter voorkoming van brand. 3.4 Weet met welke blusmiddelen een brand bestreden moet worden. 3.5 Kent de noodzakelijke maatregelen in geval van een stranding. 3.6 Kent de noodzakelijke maatregelen in geval van een aanvaring. 3.7 Kent de noodzakelijke maatregelen in geval het schip dreigt te zinken. 3.8 Kent de noodzakelijke maatregelen bij ernstige verwondingen aan boord. Voorzorgsmaatregelen zoals sluiten brandkleppen en luiken, sluiten SOS afsluiters brandstoftanks. Water, blusgassen, bluspoeder, vaste opgestelde blusgasinstallaties Regelgeving m.b.t. het gebruik van deze middelen. Verschil van stranding op de rivier of getijde wateren. Overheidsinstanties waarschuwen. Voorzien van hulp. Noodzaak van lichten. Lenssystemen, het gebruik van het reddingskleed, gebruik van de noodlens. Overheidsinstanties waarschuwen. Gebruik van lenssystemen. Overheidsinstanties waarschuwen. Aanvullende maatregelen afhankelijk van de verschillende vaargebieden Het gebruik van EHO-middelen, inhoud verbanddoos. 3.9 Kent de noodzakelijke maatregelen bij man overboord. Nautische handelingen schipper/bemanning, gebruik reddingsmiddelen. Op ruim water de positiebepaling van de drenkeling. Het functioneren van noodscenario s en procedures. 3.10 Kent de noodzakelijke maatregelen bij uitval van de voor Gegeven een situatie, vaart al dan niet voortzetten. de navigatie belangrijke apparatuur. 3.11 Kent de meldplicht van het vervoeren van containers. Via de applicatie 4. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot de bemanning. 1 4.1 Kent het toepassingsgebied van de innenvaartregeling (innenvaartwet) en het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP) (voorheen Hoofdstuk 23 van het ROSR1995). Hoofdstuk 3, paragraaf 3 en 4 innenvaartwet Deel II van het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP) (voorheen Hoofdstuk 23 van het Reglement Onderzoeken schepen op de Rijn (ROSR1995)) 1 Het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn wordt genoemd bij de toetstermen van eindterm 4. De innenvaartwet is op deze punten nagenoeg gelijk. Pagina 3 van 5

4.2 Kent de eisen met betrekking tot de bekwaamheid en geschiktheid van de bemanningsleden. 4.3 Kent de exploitatiewijzen in relatie tot de emanningsregeling. 4.4 Kan aan de hand van de tabellen uit het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP) (voorheen Hoofdstuk 23 van het Reglement Onderzoeken schepen op de Rijn (ROSR1995)) de minimum bemanning voor een schip bepalen. 5. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot de arbeidsomstandigheden en de wet- en regelgeving met betrekking tot reddingsmiddelen. 5.1 Kent het toepassingsgebied van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) in relatie tot de beroepsuitoefening. 5.2 Weet welke verplichtingen er in het kader van de Arbowet gelden voor werkgevers. 5.3 Weet welke verplichtingen en rechten er in het kader van de Arbowet gelden voor werknemers. 5.4 Kent de functie en de manier van totstandkoming van een risico-inventarisatie en evaluatie. Deel II van het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP), hoofdstuk 3, paragraaf 2, art. 3.02 t/m 3.07 Vakbekwaamheideisen aan bemanningsleden unctieomschrijvingen Geschiktheidverklaring Gebruik dienstboekje Gebruik vaartijdenboek. Deel II van het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP), hoofdstuk 3, paragraaf 2, artikel 3.10 t/m 3.13 Exploitatiewijzen in relatie tot bloktijden Gebruik tachograaf Rusttijden Deel II van het Reglement Scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP), hoofdstuk 3, paragraaf 3, art. 3.15 t/m 3.17 Gezondheid, veiligheid, welzijn, milieu. Art. 3 + 8 van de Arbowet. Toepassen van arbeidshygiënische aanpak, bronbestrijding, bedrijfshulpverlening. Art. 11 van de Arbowet. Door wie op te stellen, toetsen, plan van aanpak. R Pagina 4 van 5

5.5 Kan de wettelijk voorgeschreven procedures met betrekking tot arbeidsongevallen en beroepsziekten interpreteren. 5.6 Weet welke reddingsmiddelen aan boord aanwezig moeten zijn. 5.7 Weet wanneer reddingsmiddelen gebruikt moeten worden. 5.8 Kent de keuringseisen die voor de voorgeschreven reddingsmiddelen gelden. 5.9 Weet welke voorgeschreven reddingsmiddelen moeten worden gebruikt bij calamiteiten. 5.10 Kent de veiligheidseisen die gelden voor besloten ruimtes. 6. heeft kennis van de wet- en regelgeving met betrekking tot het milieu in relatie tot de beroepsuitoefening. Acute en chronische aandoeningen (beroepsziekten). Meldplicht. Gebruik nooduitgangen en voorschriften hiervoor, valt ook onder de Arbowet. Draagplicht van reddingsvesten In welke omstandigheid dient bv. een reddingsvest te worden gedragen. Wettelijke eisen. Wanneer een reddingsvest gebruiken en wanneer een reddingsboei. Hoe vooraf zuurstof meten en/of ventileren in ruimtes waarin de omstandigheden zodanig zijn dat het zuurstofgehalte te laag is. 6.1 Kent het toepassingsgebied van de Waterwet. Het CDNI-verdrag en de relevante artikelen uit de Wet Milieubeheer. 6.2 Kent het toepassingsgebied van de Wet milieubeheer. Het vervoer van afvalstoffen. De vergunning verlenende instantie NIWO. 6.3 Kent het toepassingsgebied van Categorieën, voorschriften voor afgifte, lozing. Gebruik schoonmaakmiddelen aan boord. Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart (CDNIverdrag). Afgifte ladingresten, olie en vethoudend scheepsbedrijfsafval en overig scheepsbedrijfsafval. 6.4 Kent de maatregelen ter voorkoming van milieuschade Handelwijze bij het bunkeren van het eigen schip. binnen het kader van de beroepsuitoefening. Gebruik unkerovervulbeveiliging. 6.5 Kent het toepassingsgebied van de hygiënecode. Afvalstoffen en stoffen die in de voedselketen voorkomen. 6.6 Kent de gevolgen van uitstoot van uitlaatgassen en in Milieuschade. eschermende maatregelen. De vigerende emissie normen van scheepsdiesel verband hiermee de voorschriften. motoren. Pagina 5 van 5