Spelregels Drietal hockey Hoe ziet een speelveld eruit? speelr ichtin g speel richti ng. Veldarkeringen in de vor van pylonnen Doelarkeringen in de vor van pylonnen De zijlijnen doen dienst als achterlijnen. De achterlijn en iddenlijn doen dienst als zijlijnen, In plaats van een cirkel is er het 1 eter doelgebied. Dit wordt aangegeven door de pylonnen. Beschikt de vereniging over een veld et twee oefen cirkels in breedte richting van het veld, dan is het doelgebied de cirkel. De doelen worden idden op de achterlijn gezet d..v. pylonnen of originele (ini)doelen (achterplank et zijschotten). Deze hebben een onderlinge afstand van 3,66 (de norale breedte van een hockeydoel). Het wedstrijddoel (11:11) op de zijlijn, in verband et gevaar, tijdens het spelen weghalen. De bal De bal die gebruikt wordt is een norale hockey bal.
Teas Een tea bestaat uit axiaal 3 veld spelers. Er is geen doelverdediger. Er ogen wisselspelers zijn die op elk oent kunnen worden ingezet. Eerst een speler eruit, dan een speler erin dit gebeurt bij de iddenlijn. Wedstrijdduur Een wedstrijd duurt x1 inuten et een korte rust van axiaal inuten. Odat een F-hockeytea bestaat uit iniaal zes spelers, waaruit u dus twee teas kunt voren, spelen dus synchroon twee teas tegelijk naast elkaar. Na een speelse waring up speelt tea 1 van partij A tegen tea 1 van partij B en tea van partij A tegen tea van partij B. Na de rust wisselen de teas. De wedstrijdjes zijn dan: 1A-B en 1B-A. Ieder speelt dus totaal 30 inuten. Spelleiding Het speelveld is zo klein dat kan worden volstaan et 1 spelleider. De spelleider is geen scheidsrechter en oet het spel begeleiden en kan bij voorkeur het spel onderbreken o uitleg te geven over situaties die de spelers niet begrijpen. Begin van het spel Voordat de wedstrijd begint loten (tossen) de aanvoerders. Het tea dat de toss wint, kiest voor de beginslag of voor een speelhelft. De beginslag wordt genoen vanaf het idden van het veld en deze ag in alle richtingen worden gespeeld. Algeene regels Het spelen van de bal ag alleen et de platte kant van de stick door iddel van een push, schuifslag of flats. De stick ag hierbij in de achterzwaai niet los van de grond en in de voorzwaai niet hoger dan de knie koen. Doelpunt Een doelpunt wordt gescoord wanneer de bal binnen het doelgebied door een aanvaller is gespeeld of als de bal via een voet of stick van een verdediger in het doel gaat.
Wat ag niet? - gevaarlijk zwaaien et de stick - je tegenstander duwen - op de stick slaan van een tegenstander - de bal et de voet spelen - de bal hoog spelen Afstandsregel Bij een spelhervatting oet de tegenstander iniaal 3 eter afstand van de bal neen. Bij een aanvallende vrije slag bij het doelgebied oeten beide partijen iniaal 3 eter afstand van de bal neen. Begin van het spel De beginslag wordt genoen vanaf het idden van het veld en deze ag in alle richtingen worden gespeeld. Na de rust is de beginslag voor het andere tea.
Vrije slag Als een speler iets doet wat niet ag (overtreding) krijgt het andere tea een vrije slag. De bal: - oet genoen worden op de plaats van de overtreding. - oet stil liggen. - ag niet ohoog worden gespeeld. - ag binnen 3 eter van het doelgebied nooit rechtstreeks het doelgebied ingespeeld worden. Dus de bal oet dan - eerst 3 eter hebben afgelegd of - eerst door een andere speler dan de neer zijn aangeraakt voordat hij het doelgebied in gaat. Aanvaller aakt een overtreding binnen het doelgebied De verdedigende partij krijgt een vrije slag. De bal oet op de lijn worden gelegd recht tegenover de plaats waar de overtreding heeft plaats gevonden. Afstand alleen aanvallende partij 3 eter. Verdediger aakt een overtreding in het doelgebied of binnen 3 van het doelgebied De aanvallende partij krijgt een vrije slag. De vrije slag oet zo dicht ogelijk bij de plek van de overtreding worden genoen, doch op iniaal 3 van het doelgebied. Afstand beide partijen 3 eter. Uitslaan De bal gaat, als laatste aangeraakt door een aanvaller, over de achterlijn: uitslaan door een verdediger op de lijn recht tegenover de plaats waar de bal over de achterlijn ging. Afstand alleen aanvallende partij 3 eter. Lange corner De bal gaat, als laatste aangeraakt door een verdediger, over de achterlijn: lange corner voor het aanvallende tea. De bal wordt op zijlijn gelegd, van de achterlijn. Beide partijen oeten iniaal 3 afstand van de bal neen. Een doelpunt kan alleen worden gescoord, wanneer de bal buiten het gebied is geweest. Inslaan Vrije slag op de zijlijn daar waar de bal over de zijlijn ging door het tea dat de bal niet het laatst aanraakte. Inslaan binnen doelgebied door aanvaller. De bal ag niet rechtstreeks richting doel worden gespeeld. De bal oet eerst 3 zijn verplaatst of zijn aangeraakt door een ede- dan wel tegenspeler. Afstand beide partijen 3 eter. Een doelpunt kan alleen worden gescoord, wanneer de bal buiten het gebied is geweest. In de andere gevallen oeten alleen de tegenstanders bij inslaan iniaal 3 afstand van de bal neen. Self-pass Bij beginslag, vrije slag, inslaan, uitslaan en lange corner ag de neer de bal zelf spelen zonder dat hij de bal naar een edespeler oet spelen. De speler ag daarna gelijk gaan lopen et de bal. De selfpass ag, aar oet niet (accent leggen op saenspelen). Tie-out Een tie-out kan worden gegeven o de coaches van beide teas gelegenheid te geven de spelers extra aanwijzingen te geven, zodat het spel beter kan verlopen.
- een tie-out kan op initiatief van de spelleider worden gegeven - een tie-out kan gevraagd worden door de coach van een tea