Gebruikershandleiding Free Match Split airconditioning Buiten unit GWHD(18)NK3FO / GWHD(18)NK3KO GWHD(24)NK3GO / GWHD(24)NK3MO GWHD(36)NK3AO / GWHD(36)NK3BO GWHD(42)NK3AO Lees voor het in gebruik nemen eerst deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Inhoud Algemeen Instructies voor in gebruik name Hoe werkt de airconditioning Instructies voor installatie Werking van de afstandsbediening Werking van de afstandbediening (bedraad) Reiniging en onderhoud van filters Storingen Installatie Buitendeel Probleem Oplossen 3 5 6 8 12 23 25 27 33 Dit symbool staat voor handelingen die verboden zijn. Dit symbool staat voor handelingen die moeten worden uitgevoerd Bedankt dat u gekozen heeft voor een GREE airconditioner, lees deze handleiding eerst door voor het toestel wordt gebruikt en bewaar deze handleiding goed. De afbeeldingen die gebruikt worden in deze handleiding kunnen afwijken van de geleverde uitvoering, sommige modellen hebben een display andere niet, echter de positie en de uitvoering zijn gelijk aan de werkelijke uitvoering. Deze airconditioning is niet bedoeld voor gebruik door mensen, inclusief kinderen, met een beperkte kennis, zonder dat ze worden geïnstrueerd door een bevoegd persoon. Kinderen mogen de airconditioner alleen bedienen onder toezicht. Als de airconditioner niet meer wordt gebruikt en moet worden afgebroken laat dit dat doen door een erkend koeltechnisch bedrijf dat hiervoor bevoegd is. 1
Instructies voor in gebruik name. Aarde: zorg voor een goede aarde Controleer of de stekker eruit is als het toestel lange tijd niet wordt gebruikt. Selecteer de juiste temperatuur Zorg dat er een goede aarde is geïnstalleerd, gebruik hiervoor niet de waterleiding of de gasleiding. Dit kan een elektrische schok veroorzaken of er kan vuur ontstaan. Laat geen ramen en deuren open langer dan noodzakelijk Blokkeer de in en uitgang van het binnen en buiten deel niet Houd explosieve stoffen uit de buurt van de airconditioner. Dit kan van invloed zijn op de capaciteit Controleer of de beugel of ondergrond sterk genoeg is. Dit kan zorgen voor storingen en te weinig capaciteit. Ga niet staan of zitten op het buitendeel. Dit kan leiden tot explosie. Probeer de airconditioner niet zelf te repareren. Indien dit niet het geval is kan dit leiden tot gevaarlijke situaties. Plaats niets op of rondom het buitendeel. Laat dit doen door een erkend bedrijf. 2
Instructies voor installatie Belangrijk 1. Het installatiewerk moeten worden uitgevoerd door een erkend bedrijf volgens de geldende voorschriften. 2. Neem voor het plaatsen van de airconditioner contact op met de plaatselijke instanties om te controleren of de airconditioning op de gekozen positie mag worden geplaatst. 3. Het afbreken van de airconditioner moet worden uitgevoerd door een erkend bedrijf volgens de geldende voorschriften. 4. Installeer de airconditioner zo dat de airconditioner vanuit alle zijden goed bereikbaar is en men goed onderhoud uit kan voeren. Basis regels voor installatie Het installeren op de volgende plaatsen kan storingen veroorzaken. Indien er twijfel bestaat neem dan contact op met uw leverancier. Een plaats waar hoge temperaturen, dampen, ontvlambare gassen of vluchtige stoffen aanwezig zijn. Een plaats waar hoog frequente golven worden opgewekt, door radio signalen lasapparatuur of medisch materiaal. Een plaats waar een hoog zoutgehalte aanwezig is zoals aan de kust. Een plaats waar veel oliedamp (machine olie) in de lucht zit. Een plaats waar veel zwaveldamp in de lucht zit. Andere plaatsen met speciale omstandigheden. 3
Instructies voor installatie Plaatsing van het buitendeel 1. Kies een plaats die geen geluidoverlast veroorzaakt voor andere omwonende. 2. Kies een plaats waar voldoende wordt geventileerd. 3. Kies een plaats waar het toestel vrij kan uitblazen. 4. De gekozen plaats moet het totale gewicht van het toestel kunnen dragen. 5. Kies bij voorkeur een plaats waar het toestel niet direct in de zon staat of wordt beïnvloed door een sterke wind. 6. Zorg ervoor dat de gekozen opstelling voldoende plaats biedt voor onderhoud en eventuele reparaties. 7. Het hoogte verschil mag maximaal 5 meter bedragen en de lengte van de koelleiding 10 meter. 8. Kies een plaats waar het toestel beschermd is tegen vandalisme. 9. Zorg er tevens voor dat de gekozen plaats past een het stedelijk beeld. Veiligheidsvoorschriften 1. De voeding met overeenkomen met de gegevens op de typeplaat en de diameter van de voedingskabel moet voldoende groot zijn. 2. Maak de voedingskabel niet oneindig lang. 3. Het toestel moet deugdelijk zijn geaard, laat dit uitvoeren door een erkend bedrijf 4. De minimale afstand tot brandbare oppervlakten is 1,5 meter. 5. Het toestel moet worden geïnstalleerd volgens de geldende richtlijnen. 6. Er moet een werkschakelaar worden gemonteerd in de voeding. Notitie: Controleer voor het inschakelen of alle elektrische bedrading goed is gemonteerd, verkeerde bedrading kortsluiting veroorzaken. Dit valt niet onder de garantie. Aarde voorschriften 1. Een airconditioner moet worden geaard volgens de geldende voorschiften. 2. De aarde heeft de kleuren geel groen en mag daarom nergens anders voor gebruikt worden. 3. De aarde weerstand moet voldoen aan de wettelijk gestelde eisen. 4. Gebruik geen waterleiding, gasleiding of dergelijke als aarde. 4
Installatie buitendeel Naam en functie van ieder onderdeel GWHD(18) NK3FO, GWHD(18) NK3KO, GWHD(21) NK3KO Alle elektrische aansluitingen moeten conform de NEN 1010 zijn aangesloten en volgens de plaatselijk geldende normen. Voor de elektrische aansluitingen zie schema op iedere unit binnen en buiten. Alle bedradingen moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerd persoon. Op ieder airconditioner moet een werkschakelaar worden gemonteerd die de gehele airconditioning spanningsloos kan maken. Zorg voor een goede aarde. De bedrading moet voldoen aan de geldende normen. Buitendeel No. Omschrijving 1 Bescherm rooster 2 Aansluitingen (kranen) Let op: Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering. GWHD(24) NK 3GO, GWHD(24) NK 3GO, GWHD(24) NK 3MO, GWHD(36) NK 3BO, GWHD(42) NK 3AO Als de voedingskabel beschadigd is, dan moet dit worden vervangen door een gekwalificeerd persoon. Overtuig uzelf ervan dan de voeding is uitgeschakeld voor er met elektrische werkzaamheden word begonnen. De temperatuur van de koelleidingen kunnen hoog oplopen, zorg ervoor dat de voeding en signaal kabel niet tegen de koelleidingen aan komen. Buitendeel No. Omschrijving 1 Bescherm rooster 2 Aansluitingen (kranen) Let op: Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering. 5
Installatie buitendeel Technische data Omschrijving GWHD(18) NK 3KO Elektrische info Voeding 220 240V ~50 Hz Afzeker waarde 20 Amp. Minimale ader doorsnede 2,5 mm² Afmetingen L 890 mm P 362 mm H 700 mm 52 kg Omschrijving GWHD(24) NK 3MO Elektrische info Voeding 220 240V ~50 Hz Afzeker waarde 16 Amp. Minimale ader doorsnede 2,5 mm² Afmetingen L 920 mm P 280 mm H 790 mm 75 kg Omschrijving GWHD(36) NK 3BO Elektrische info Voeding 220 240V ~50 Hz Afzeker waarde 20 Amp. Minimale ader doorsnede 2,5 mm² Afmetingen L 1015 mm P 440 mm H 1103 mm 102 kg Omschrijving GWHD(42) NK 3AO Elektrische info Voeding 220 240V ~50 Hz Afzeker waarde 20 Amp. Minimale ader doorsnede 2,5 mm² Afmetingen L 1015 mm P 440 mm H 1103 mm 102 kg 6
Installatie buitendeel Elektrische aansluitingen GWHD(18) NK 3FO 1. Verwijder het handvat aan de rechterzijde van het toestel (een schroef). 2. Verwijder de trekontlasting en verbind de kabels in de juiste volgorde. De aansluiting moeten overeenkomen met de aansluitingen op het binnendeel. 3. Sluit de voeding aan en zet vast met de trekontlasting. 4. Controleer of de kabels goed vast zitten. 5. Monteer het handvat. Monteer altijd een werkschakelaar op het buitendeel. Verkeerde bedrading kan voor kortsluiting zorgen en daarmee beschadiging van het toestel. Controleer dat de koelleidingen en de elektrische bedrading van toestel A en B met elkaar overeenkomen en op de juiste manier zijn aangesloten. De elektrische aansluitingen moeten volgens de geldende regels worden aangesloten. Let op: Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering. 7
Installatie buitendeel Elektrische aansluitingen GWHD(24) NK 3GO / GWHD(24) NK 3MO 1. Verwijder het handvat aan de rechterzijde van het toestel (een schroef). 2. Verwijder de trekontlasting en verbind de kabels in de juiste volgorde. De aansluiting moeten overeenkomen met de aansluitingen op het binnendeel. 3. Sluit de voeding aan en zet vast met de trekontlasting. 4. Controleer of de kabels goed vast zitten. 5. Monteer het handvat. Let op: Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering. Monteer altijd een werkschakelaar op het buitendeel. Verkeerde bedrading kan voor kortsluiting zorgen en daarmee beschadiging van het toestel. Controleer dat de koelleidingen en de elektrische bedrading van toestel A en B en C met elkaar overeenkomen en op de juiste manier zijn aangesloten. De elektrische aansluitingen moeten volgens de geldende regels worden aangesloten. 8
Installatie buitendeel Elektrische aansluitingen GWHD(36) NK 3BO 1. Verwijder het handvat aan de rechterzijde van het toestel (een schroef). 2. Verwijder de trekontlasting en verbind de kabels in de juiste volgorde. De aansluiting moeten overeenkomen met de aansluitingen op het binnendeel. 3. Sluit de voeding aan en zet vast met de trekontlasting. 4. Controleer of de kabels goed vast zitten. Monteer altijd een werkschakelaar op het buitendeel. Verkeerde bedrading kan voor kortsluiting zorgen en daarmee beschadiging van het toestel. Controleer dat de koelleidingen en de elektrische bedrading van toestel A en B en C met elkaar overeenkomen en op de juiste manier zijn aangesloten. 5. Monteer het handvat. Let op: Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering. De elektrische aansluitingen moeten volgens de geldende regels worden aangesloten. 9
Installatie buitendeel Elektrische aansluitingen GWHD(42) NK 3AO 6. Verwijder het handvat aan de rechterzijde van het toestel (een schroef). 7. Verwijder de trekontlasting en verbind de kabels in de juiste volgorde. De aansluiting moeten overeenkomen met de aansluitingen op het binnendeel. 8. Sluit de voeding aan en zet vast met de trekontlasting. 9. Controleer of de kabels goed vast zitten. Monteer altijd een werkschakelaar op het buitendeel. Verkeerde bedrading kan voor kortsluiting zorgen en daarmee beschadiging van het toestel. Controleer dat de koelleidingen en de elektrische bedrading van toestel A en B en C met elkaar overeenkomen en op de juiste manier zijn aangesloten. 10. Monteer het handvat. Let op: Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering. De elektrische aansluitingen moeten volgens de geldende regels worden aangesloten. 10
Installatie buitendeel Energieniveau en Capaciteitscode Binnendeel Buitendeel Energie niveau Capaciteitscode 100% Aantal binnendelen 09 25 12 35 18 50 21 60 24 71 18 60 max. 2 24 90 max. 3 36 100 max. 4 42 120 max. 5 De som van de capaciteitscodes moet ongeveer liggen tussen 50% - 150% van het gekozen buitendeel. Dit betekend dat u zelf kunt bepalen hoeveel en welke binnendelen met een bepaalde capaciteit u kunt aansluiten. Maximale lengte en hoogte verschil van de koelleiding Maximale lengte Koelleiding 18 24 36 42 18 24 36 42 Totale lengte 20 70 70 80 L1+L2 L1+L2+L3 L1+L2+L3+ L1+L2+L3+L4 L4 +L5 Max. lengte per toestel 10 20 20 25 Lx Buitendeel en Max. 5 10 15 15 H1 binnendeel opstelling Binnendeel en hoogte 2,5 5 7,5 7,5 H2 binnendeel Afmetingen koelleiding Binnendeel Zuigleiding Persleiding 09, 12 ⅜ ¼ 18 ½ ¼ 21, 24 ⅝ ⅜ Afmetingen van de koelleidingen tussen binnen en buitendeel. 11
Installatie buitendeel Koelleiding aansluitstukken (extra bijgeleverd) Tijdens installatie van het buitendeel kunt u gebruik maken van de bijgeleverde hulpstukken (zakje in het buitendeel). Onderstaand de afmetingen en specificaties. Specificaties Serie no. Hulpstuk specificatie ( ) Afm. L1 (mm) Afm. L2 (mm) Aantal 1 ¼⅜ 79 88 1 2 ½⅜ 113 118 1 3 ½⅝ 113 123 1 4 ⅜¼ 111 141 1 5 ⅝⅜ 176 165 1 6 ⅜½ 111 95 2 12
Installatie buitendeel Koelleiding aansluitstukken (extra bijgeleverd) Tijdens installatie van het buitendeel kunt u gebruik maken van de bijgeleverde hulpstukken (zakje in het buitendeel). Onderstaand de afmetingen en specificaties. Specificaties Serie no. Hulpstuk specificatie ( ) Afm. L1 (mm) Afm. L2 (mm) Aantal 1 ¼⅜ 79 88 2 2 ½⅜ 113 118 2 3 ½⅝ 113 123 2 4 ⅜¼ 111 141 1 5 ⅝⅜ 176 165 1 6 ⅜½ 111 95 1 7 ⅝½ 176 133 1 13
Koelmiddel bijvullen en testen a) Bijvullen koelmiddel 1) Alle Buitendelen zijn af fabriek voorgevuld met koelmiddel. Het is noodzakelijk afhankelijk, van het binnendeel en de lengte van de koelleiding, dat er koelmiddel moet worden bijgevuld. Model GWHD(36)NK3BO GWHD(42)NK3AO Vulling (kg) 4,3 4,8 Dit is de standaard vulling af fabriek. b) Berekenen van koelmiddel dat moet worden bijgevuld 2) Als de totale koelmiddelleiding (persleiding) kleiner is dan in de onderstaande tabel, dan hoeft er niet extra worden bijgevuld. Model GWHD(36)NK3BO GWHD(36)NK3AO Totaal persleidinglengte (a+b+c+d+e) 40 mtr. 50 mtr. Extra koelmiddel vulling= extra persleiding lengte x 22 gram/meter (persleiding ¼). Opmerking: Als de totale koelleiding lengte groter is dan in bovenstaande tabel, dan is het extra bij te vullen koelmiddel 22 gram/meter 3) Voorbeeld: GWHD(42)NK3AO Binnendeel Unit 5 Unit 4 Unit 3 Unit 2 Unit 1 Model Duct GFH(09)EA-K3DNA1A/I Duct GFH(09)EA-K3DNA1A/I Duct GFH(09)EA-K3DNA1A/I Duct GFH(09)EA-K3DNA1A/I Duct GFH(18)EA-K3DNA1A/I Binnendeel e d c b a Diameter ¼ ¼ ¼ ¼ ⅜ Lengte mtr. 20 20 15 5 5 De totale lengte van iedere koelleiding is: e+d+c+b+a = 20+20+15+5+5 = 65 meter. Hieruit volgt dat er extra koelmiddel moet worden toegevoegd: (65-50) X 0,022 = 0,33kg. Opmerking er is geen extra koelmiddel nodig als de persleiding korter is dan 50 meter. 4) Noteer de bijgevulde hoeveelheid koelmiddel. 14
Installatie buitendeel Vacumeren en lektesten 1. Verwijder de moeren van de kranen. 2. Plaats de koelleiding recht boven de kranen en draai de moeren met de hand vast. 3. Draai de moeren vast met een passende sleutel en volgens de voorschriften. 4. Verwijder de eindkappen van de kranen. 5. Plaats een manometerset en sluit de stikstofcilinder aan. 6. Zet de installatie op stikstofdruk. (Max. 1,3 x MTW) 7. Sop alle koppelingen en lassen af met zeepsop of ander testmiddel. 8. Controleer of alles 100% dicht is, verhelp eventuele lekkage. 9. Laat de druk af en vacumeer, tot de benodigde druk. 10. Verwijder de vacuümmeter en pomp. 11. Draai de inbusschroeven los en controleer opnieuw met een lektester of alles dicht is. 12. Plaats de eindkappen terug Laat het toestel proefdraaien en controleer de druk. Adapter voor 18 K toestel (binnendeel) Installatie van de condens aansluiting Als het toestel wordt gebruikt om mee te verwarmen, dan zal er ook condens worden gevormd tijdens bedrijf. Installeer indien nodig het bijgeleverde hulpstuk, volgens bovenstaande tekening. 15
Installatie buitendeel Onderhoud Gebruik alleen materialen en meetmiddelen die bestemd zijn voor R 410A. Gebruik koelleidingen die geschikt zijn voor koelmiddel R 410 A. Gebruik geen bijtende of etsende reinigingsmiddelen het toestel schoon te maken. Installatie diagram De installatie moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel volgens de geldende normen en deze handleiding. Neem contact op met uw leverancier bij eventuele vragen om problemen te voorkomen. Zorg voor voldoende ruimte rondom het toestel. 16
Installatie buitendeel c) Aandachtpunten na installatie Aandachtpunten Is ieder onderdeel en component op de juiste manier geïnstalleerd? Is de vacuüm / pers test uitgevoerd? Is alles goed geïsoleerd? Is de condensafvoer getest? Is de voeding overeenkomstig met de gegevens op de typeplaat? Zijn de koelleiding en kabels goed aangesloten? Is het toestel goed geaard? Is alles aangesloten volgens de geldende normen? Zijn er geen obstakels voor de lucht in/uit laat geplaatst voor binnen of buitendeel? Is de totale lengte en koelmiddel inhoud genoteerd? Mogelijke storingen Het toestel kan vallen, vibreren of een ander geluid maken. Dit kan leiden tot minder koeling (verwarming). Condens en waterdruppels kunnen optreden. Condenswater lekkage Dit zorgt voor elektrische storingen. Dit zorgt voor elektrische storingen en niet goed werken van het toestel Dit kan elektrisch sluiting voorkomen. Dit zorgt voor elektrische storingen. Dit kan leiden tot minder koeling (verwarming). Dit kan problemen opleveren met het bijvullen van de koelmiddel inhoud. d) Uittesten 1) Controleer of alles goed aan gesloten en er verder geen beschadigingen zijn opgetreden tijdens transport. 2) Controleer of alle elektronische aansluitingen goed zijn aangesloten. 3) Controleer of de draairichting van de ventilator goed is. 4) Controleer of alle ventielen zijn open gedraaid. 5) De installatie moet gebeuren door gekwalificeerd personeel 6) Schakel de voeding en de werkschakelaar in en bediende via de afstandbediening het toestel op ON 7) De ventilator en de compressor starten binnen 1 minuut. 8) Als de compressor of de ventilator een geluid maak wat niet als normaal klink, schakel de gelijk het toestel uit. 17
Probleem oplossen Waarschuwing! 1) Indien er abnormale condities zijn, schakel dan direct de voeding uit en neem contact op met uw leverancier/installateur. Bij langdurig verkeerde werking kan dit de airconditioner beschadigen. 2) Ga bij een eventuele storing niet zelf het toestel repareren, hal er professionele hulp bij. 1 Controleer voor u contact opneemt de volgende punten: Probleem Oorzaak Actie Zekering stuk of aardlekschakelaar uitgeschakeld. Vervang de zekering of schakel de aardlekschakelaar in. Schakel toestel in na inschakelen Geen voeding voeding Het toestel start niet Stekker niet goed ingestoken Steek de stekker goed in Slechte of lege batterijen Vervang de batterijen Toestel reageert niet op de afstandsbediening. Hou de afstand tot het toestel binnen 8 meter. Het toestel stopt kort na de start Uitblaas / inlaat verstopt Verwijder de obstakels Uitblaas / inlaat verstopt Verwijder de obstakels Verkeerd ingestelde temperatuur Stel de temperatuur goed in Te lage ventilator snelheid Stel de juiste ventilator snelheid in Verkeerde uitblaas richting Stel de juiste richting in Koelen / verwarmen Geopende deuren en ramen Sluit ramen en deuren Direct zonlicht Sluit gordijnen, rolluiken enz. Te veel mensen in de ruimte Te veel warmte bronnen in de ruimte Vuile filters Reinig filters Opmerking: Als het toestel na het controleren van bovenstaande punten nog steeds niet goed werkt neem dan contact op met uw leverancier / installateur. 2 Probleem oplossen Het toestel start niet Het toestel blaast damp uit Het toestel maakt geluid Het toestel blaast stof uit Het toestel ruikt niet fris Probleem Het toestel stopt kort na de start Als de voeding wordt ingeschakeld Als de koeling start Het toestel ratelt als het inschakelt Het toestel sist tijdens de koelmodus Het toestel sist als het stopt of inschakelt Het toestel sist tijdens bedrijf Het toestel werkt tijdens bedrijf Als het toestel na lage tijd niet is gebruikt en wordt opgestart Als het toestel in bedrijf is Oorzaak De overbelastingbeveiliging van het toestel zorgt voor een starttijdvertraging van 3 minuten. Het toestel is 1 minuut in stand-by geschakeld De hoge relatieve vochtigheid wordt te snel afgekoeld Dit geluid wordt veroorzaakt door het ingebouwd elektronisch expansie ventiel Dit is het geluid als het koelmiddel door het systeem wordt geperst. Dit is het geluid van het koelmiddel dat stopt dat door het toestel gaat. Condenswater wordt afgevoerd Dit is het werken van de behuizing door opwarmen of inkrimpen van het materiaal Het stof wordt uitgeblazen Dit is de lucht die is geabsorbeerd en wordt uitgeblazen 18
Probleem oplossen 3 Storing omschrijving Als er storingen optreden terwijl het toestel in bedrijf is, dan wordt dit weergegeven op de bedraade afstandsbediening en op de hoofdprint van het buitendeel. Controleer voor meer details en de betekenis van de storing, onderstaande tabel. Indicatie LED aantal keer Display Storing Display knipperen Binnen Bedraade Storing buiten Bedrijf Koel Verwarmen Vloer/ bediening type LED LED LED plafond Hoge druk beveiliging E1 1X E1 E1 Buiten Uitschakelen complete Systeem E2 2X E2 E2 unit storing Lage druk beveiliging E3 3x E3 E3 Buiten Hoge temp. ontdooi beveiliging E4 4x E4 E4 Buiten Communicatie storing E6 6x E6 E6 Binnen & Buiten Koelmiddel recovery Speciale Fo Snel Snel Fo Fo mode mode Lucht temp. Sensor buiten defect F3 3x F3 F3 Buiten Midden verdamper sensor defect buiten F4 4x F4 F4 Buiten Lucht temp sensor ontdooien defect F5 5x F5 F5 Buiten Olie retour voor koelen F7 Speciale mode Geforceerd ontdooien H1 Snel H1 H1 Speciale mode Olie retour voor verwarmen / ontdooien Compressor oververhitting beveiliging H1 1X H1 H3 3x H3 H3 Speciale mode Drive IPM beveiliging H5 5x H5 H5 Drive Motor desynchronizing H7 7x H7 H7 Drive PFC fout Hc 6x Hc Hc Drive Start fout Lc 11x Lc Lc Drive Dc ventilator fout LA Buiten Ventilator binnendeel H6 11x Binnen Fase detectie compressor defect U1 12x Buiten DC spanningsval fout U3 20x Buiten Nul detectie circuit fout U8 17x Buiten Fase weg Ld 3x 3x 3x Ld Ld Drive Compressor stalling LE 3x 3x 3x LE LE Drive Over-speed LF 3x 3x 3x LF LF Drive IPM reset P0 3x 3x 3x P0 P0 Drive Compressor stroom Drive P5 15x P5 P5 beveiliging 19
Probleem oplossen Storing Communicatie storing tussen invereter driver en hoofd bord Radiator temp. Sensor defect Radiator oververhitting beveiliging Ac magneet schakelaar beveiliging Stroom sensor beveiliging Sensor aansluiting beveiliging Overspanning beveiliging Laag spanning beveiliging Display buiten Indicatie LED aantal keer knipperen Display Binnen Vloer/ plafond Bedraade bediening P6 16x P6 P6 P7 18x P7 P7 P8 19x P8 P8 P9 3x 3x 3x P9 P9 Pc 12x U1 Pd 3x 3x 3x Pd Pd PH 11X PH PH PL 21x PL PL Temp. Drift beveiliging PE 3x 3X 3X PE PE Lucht temp sensor drive board defect PF 3x 3x 3x PF PF Ac stroom beveiliging PA 5x E5 E5 Laad circuit storing PU 17x PU PU Storing type Ac ingang spanning niet juist PP 3x 3x 3x PP PP Unit communicatie storing Tabel 16 6x E6 E6 Binnen Unit n midden temp sensor verdamper Tabel 16 2x E2 E2 Binnen Temp sensor verdamper Tabel 16 2x F2 F2 Binnen Unit n uitblaas temp sensor storing Tabel 16 22x b7 b7 Binnen Unit n ingang temp sensor storing Tabel 16 19x b5 b5 Binnen Unit n mode conflict Tabel 16 1x F1 F1 Binnen Mode conflict Tabel 16 7x E7 E7 Binnen Tabel 16 Storing code Storing omschrijving Storing code Storing omschrijving Storing code Storing omschrijving 13 Unit A binnen temp. sensor Unit B binnen temp. sensor Unit C binnen temp. sensor 23 33 uitblaas storing uitblaas storing uitblaas storing 14 Unit A binnen temp. sensor Unit B binnen temp. sensor Unit C binnen temp. sensor 24 34 inlaat storing inlaat storing inlaat storing 15 Unit A binnen temp. sensor Unit B binnen temp. sensor Unit C binnen temp. sensor 25 35 ruimte storing ruimte storing ruimte storing 16 Unit A mode conflict 26 Unit B mode conflict 36 Unit C mode conflict 17 Unit A invries beveiliging 27 Unit B invries beveiliging 37 Unit A invries beveiliging 41 Unit D communicatie storing 46 Unit D mode conflict 54 42 Unit D binnen temp. sensor Unit E binnen temp. sensor 47 Unit D invries beveiliging 55 midden storing inlaat storing 43 Unit D binnen temp. sensor Unit E binnen temp. sensor 51 Unit E communicatie storing 56 uitblaas storing ruimte storing 44 Unit D binnen temp. sensor Unit E binnen temp. sensor 52 inlaat storing midden storing 57 Unit E invries beveiliging 45 Unit D binnen temp. sensor ruimte storing 53 Unit E binnen temp. sensor uitblaas storing C5 Jumper aansluiting fout 20
Probleem oplossen Tabel 17 Fout beschrijving van detectie van sensoren buitendeel Bedrading fout / Component fout Unit geeft aan Unit geeft niets aan 5E 01 ** 5E 02 ** 5E 03 ** 5E 04 ** 5E 05 ** Zuiggas aansluiting fout / Of component fout binnendeel Unit geeft aan -- 5P 01 -- 5P 02 -- 5P 03 -- 5P 04 -- 5P 05 -- Printplaten buitendeel GWHD(36)NK3BO EN GWHD(42)NK3AO Opmerking: Controleer het uiteindelijke buitendeel, de opstelling kan verschillen. Als er een storingcode op het display te zien is, schakel dan het toestel uit en neemcontact op met uw leverancier / installateur. 21
Functie omschrijving Koelmiddel terugwinnen inschakelen: Het koelmiddel kan worden terug gewonnen vanuit het binnen of buitendeel. Vanuit het buitendeel: het is mogelijk om koelmiddel terug te halen, door SW3 langdurig in te drukken. Vanuit het binnendeel: Als het toestel is ingeschakeld en werkt in de COOL mode, schakel dan d.m.v. de afstandsbediening binnen 5 minuten, naar de terughaal mode door 3 maal op de LIGHT knop te drukken tot er F0 in het display verschijnt. Hoe schakelen we deze terugwin mode uit: Als deze mode eenmaal is ingeschakeld, dan kan dit worden uitgeschakeld door SW3 langdurig in te drukken, of er wordt een signaal gestuurd vanuit de afstandsbediening of de mode wordt automatisch uitgeschakeld binnen 10 minuten. Geforceerd ontdooien. Hoe schakelen we deze functie in? Als het toestel in de HEAT mode werkt op 16 C, dan kan deze mode worden geactiveerd, door 3 keer afwisselend op de toetsen + en - te drukken binnen 5 seconden. Het uitschakelen van deze functie: deze functie word uitgeschakeld als er een mode conflict optreed. 22
www.gree.nl www.gree-klima.be www.gree-klima.de 23