Besluit maatschappelijke ondersteuning



Vergelijkbare documenten
Besluit maatschappelijke ondersteuning

Besluit maatschappelijke ondersteuning

Besluit maatschappelijke ondersteuning

Besluit: Vast te stellen het navolgende Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013.

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Besluit. maatschappelijke ondersteuning. Gemeente Oude IJsselstreek

Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning. gemeente Wijk bij Duurstede

Voorzieningen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de

TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011

Besluit individuele voorzieningen. Gemeente Tiel Gemeente Tiel Afdeling Werk, Inkomen en Zorg Unit Wmo

Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2013 gemeente Venray

Besluit maatschappelijke ondersteuning citeertitel: Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015 Scherpenzeel vastgesteld bij besluit van

Besluit maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Roermond 2015

Tweede besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlagtwedde 2012

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND

BESLUIT WMO GEMEENTE WERKENDAM

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Wormerland 2015

Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2010 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk > 2011

Financieel Besluit Wmo. Onderdeel Maatschappelijke Ondersteuning

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Duiven 2012

Beleidsregels eigen bijdrage Wmo gemeente Heemskerk juli 2012

Bijlage 1 van de nadere regels maatschappelijke ondersteuning. Uitleg eigen bijdrage systematiek

Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Schouwen-Duiveland 2015

Besluit maatschappelijke ondersteuning. gemeente Nunspeet 2010

Besluit maatschappelijke ondersteuning Hollands Kroon 2015

Vaststellen financieel besluit Wmo en ingangsdatum pilot SVB

Besluit maatschappelijke ondersteuning Hollands Kroon 2015

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE MARUM 2016

besluiten vast te stellen het volgende BESLUIT MAATSCHAPPELIJK ONDERSTEUNING GEMEENTE MARUM 2015

Transcriptie:

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wijk bij Duurstede, november 2012

Artikel 1. Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage of eigen aandeel zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning, Stb.2006 nr. 450, artikel 4.1, lid 1, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Artikel 2. Bedragen persoonsgebonden budget 1. De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden bedragen: a. voor hulp bij het huishouden 1 of 2 door een niet daartoe opgeleid persoon die niet werkzaam is voor een instelling (bijvoorbeeld familie/kennissen van de aanvrager): 15,85 per uur; b. voor hulp bij het huishouden 1 door een zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) of gelijkwaardige functie: 15,85 c. voor hulp bij het huishouden 2, waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist door een zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) of gelijkwaardige functie die daarvoor in het bijzonder is opgeleid: 18,90 d. voor hulp bij het huishouden door een daartoe opgeleid persoon werkzaam in dienst van een instelling: 22,66 per uur; e. voor hulp bij het huishouden 2, waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist, door een persoon die daarvoor in het bijzonder is opgeleid, werkzaam in dienst van een instelling, 27,- per uur. 2. De bedragen voor een persoonsgebonden budget voor een zaak, worden bepaald als tegenwaarde van de zaak die de aanvrager op dat moment ontvangen zou hebben als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Was dat een niet nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte afschrijvingstermijn, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Was de naturaverstrekking een nieuwe voorziening geweest, dan wordt de tegenwaarde daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. Artikel 3. eigen aandeel 1. Het bedrag dat als eigen aandeel gevraagd wordt bedraagt bij verstrekking van een: driewielfiets 370,- fiets in bijzondere uitvoering 370,- kinderfiets (16 inch) 4 t/m 8 jaar 145,- kinderfiets (24 inch) 8 t/m 12 jaar 260,- Orthesejas: voor de zomeruitvoering 45,-. Voor de winteruitvoering 70,- Artikel 4. Bedragen vervoersvoorzieningen 1. Er wordt geen inkomensgrens voor vervoersvoorzieningen gehanteerd. Wel wordt bepaald in hoeverre een persoon met beperkingen in zijn eigen vervoersbehoefte kan voorzien, bijvoorbeeld door het inzetten van eigen (financieel) vermogen. 2. De bedragen voor een vervoersvoorziening zijn: a. autokostenvergoeding 800,- per jaar b. taxikostenvergoeding 800,- per jaar c. rolstoeltaxikostenvergoeding 800,- per jaar 3. De collectieve vervoersvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een tegoed van maximaal 778 zones per kalenderjaar

3. Per zone betaalt de aanvrager een bedrag van 0,60 1 voor het collectief vervoer Artikel 5. Vergoeding auto-aanpassingen en rijlessen Indien sprake is van een vergoeding voor autoaanpassingen dan geldt: a. De kosten komen alleen in aanmerking voor vergoeding indien de aanpassing c.q. reparatie van de aanpassing, gelet op de nog te verwachten technische levensduur van de auto verantwoord is. b. De vergoeding voor het aantal rijlessen voor een gehandicapte of zijn huisgenoot, als een auto de enige vervoersmogelijkheid biedt, en er ook sprake is van autoaanpassingen is aan een maximum van 50 lessen gebonden. Indien blijkt, dat het aantal van 50 niet voldoende is om het rijbewijs te behalen kan van dit aantal in individuele situaties worden afgeweken tot maximaal 75. c. De vergoeding van meerkosten van een aangepaste auto ten opzichte van de aanschaf van een gebruikelijke auto wordt individueel beoordeeld. Artikel 6. Vergoeding bovenregionaal vervoer In geval van bovenregionaal vervoer van en naar het ouderlijk huis voor AWBZ-bewoners wordt een financiële tegemoetkoming verstrekt, die is gebaseerd op maximaal 18 bezoeken per jaar, de enkele reisafstand maal 4 per bezoek en een kilometervergoeding van 0,28 per kilometer. Artikel 7. Kindervoorzieningen Voor kindervoorzieningen geldt dat deze in bruikleen worden verstrekt. Indien een kindvoorziening niet in bruikleen kan worden verstrekt en de voorziening noodzakelijk is dan kan voor de meerkosten ten opzichte van de algemeen gebruikelijke voorzieningen een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. De algemeen gebruikelijke kosten voor kindervoorzieningen zijn als volgt vastgesteld: Een buggy 100,- Een autozitje 180,- Een fietszitje 50,- Artikel 8. Oplaadkosten scootmobiel Een vergoeding voor oplaadkosten van een scootmobiel wordt alleen verstrekt wanneer er in een leefeenheid meer dan één elektrische vervoersvoorziening gebruikt wordt. De vergoeding bedraagt in die gevallen maximaal 50,- per jaar en moet zelf door de gebruiker worden aangevraagd. Artikel 9. Trapliften 1. Trapliften worden in bruikleen verstrekt. De bruiklener dient hiervoor een bruikleenovereenkomst te tekenen. 2. De gemeente Wijk bij Duurstede blijft eigenaar van de traplift. Zodra de traplift niet meer wordt gebruikt wordt deze teruggenomen door de leverancier van de traplift. Zodra dit mogelijk is wordt de traplift ingezet bij een andere belanghebbende. 3. De gemeente is verantwoordelijk voor het afsluiten van een onderhoudscontract voor de traplift. Artikel 10. Andere voorzieningen in bruikleen 1. Alle woonvoorzieningen van niet-woontechnische of niet-bouwkundige aard worden in bruikleen verstrekt als hergebruik tot de mogelijkheden behoort. 1 Bij aanpassing van de kosten van het reguliere openbaar vervoer zal ook het zonetarief voor het collectief vervoer/regiotaxi omhoog gaan.

2. Kleine woonvoorzieningen (onder de 500,-) en woonvoorzieningen die vanwege hygiënische redenen niet in bruikleen verstrekt worden kunnen op verzoek wel door de leverancier worden opgehaald en verwijderd. Artikel 11. Het anti-speculatiebeding De terugbetaling bij verkoop van een woning die op grond van de Wvg of Wmo is aangepast luidt als volgt: Voor het eerste jaar moet 100% van de meerwaarde worden terugbetaald Voor het tweede tot en met het twintigste jaar moet voor elk jaar 5 % van de meerwaarde worden terugbetaald. In alle gevallen minus het bedrag dat voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen. Artikel 12. Verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding Het bedrag voor de verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding bedraagt 5.250,- mits het bestede bedrag kan worden verantwoord. Deze vergoeding is conform de verhuiskostenvergoeding bij renovatie van huurwoningen, zoals geregeld in het Burgerlijk Wetboek, artikel 220 en 275 van boek 7. Artikel 13. Bezoekbaar maken van de woning Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken van een woning bedraagt 5.000,-. Artikel 14. Financiële tegemoetkoming in kosten van onderhoud, keuring en reparatie De gemeente verstrekt een financiële tegemoetkoming van 100% van de gemaakte kosten van keuring, onderhoud en reparatie van de volgende woonvoorzieningen, mits zij door de gemeente verstrekt zijn en in de kosten voor onderhoud, keuring en reparatie niet al op een andere manier voorzien is: a. Stoelliften; b. Rolstoel- of sta-plateauliften; c. Woonhuisliften; d. Hefplateauliften; e. Balansliften; f. Plafondliften; g. Tilliften; h. Mechanische of elektrische inrichting voor het in hoogte verstellen van een keukenblok, bad of wastafel; i. Elektromechanisch openings- en sluitingsmechanisme van deuren; j. Toiletten voorzien van onderspoel en föhninrichting; Artikel 15. Tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting, huurderving en verwijdering van voorzieningen De gemeente kan een financiële tegemoetkoming verstrekken in de kosten van tijdelijke huisvesting aan belanghebbende of in de kosten voor huurderving aan een verhuurder wanneer aanpassing van een woning op grond van de Wmo noodzakelijk is. Deze tegemoetkoming is als volgt bepaald: 1. Voor tijdelijke huur: maximaal 100% van de kale huur van de tijdelijke woning waarbij huurtoeslag wordt verstrekt tot een maximum van 6 maanden; 2. De werkelijke kosten met een maximum ter hoogte van de netto huurprijs voor een sociale huurwoning per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk

betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte; 3. De werkelijke kosten voor huurderving worden verstrekt aan de verhuurder, met een maximum ter hoogte van de netto huurprijs voor een sociale huurwoning per maand, en kan voor maximaal 6 maanden worden verstrekt. 4. Deze tegemoetkomingen worden alleen toegekend in gevallen waarin de woonruimte voor meer dan 10.000,- wordt aangepast. Artikel 16. Rolstoel in bruikleen Rolstoelen in natura worden in bruikleen verstrekt en zijn eigendom van de gemeente. Artikel 17. Forfaitaire vergoeding sportvoorzieningen Het bedrag voor het aanschaffen en onderhouden van een sportvoorziening voor drie jaar bedraagt 2.850,-. Voor een andere voorziening dan een sportrolstoel worden alleen de meerkosten in verband met de handicap verstrekt met een maximum van 2.850,- per drie jaar. Artikel 18. Vergoeding kinderrolstoelen Voor kinderrolstoelen gelden de volgende specifieke vergoedingen: Orthese-jas (minus besparingsbijdrage conform art. 3 van dit besluit). Oplaadkosten, wanneer er in een leefeenheid meer dan een elektrische rolstoelvoorziening gebruikt wordt. De vergoeding bedraagt in die gevallen maximaal 50,- per jaar en moet zelf door de gebruiker worden aangevraagd. Artikel 19. Oplaadkosten elektrische rolstoelen Een vergoeding voor oplaadkosten van een elektrische rolstoel wordt alleen verstrekt wanneer er in een leefeenheid meer dan één elektrische rolstoelvoorziening gebruikt wordt. De vergoeding bedraagt in die gevallen maximaal 50,- per jaar en moet zelf door de gebruiker worden aangevraagd. Artikel 20. Inwerkingtreding Dit Financieel besluit treedt in werking op 1 maart 2013. Artikel 21. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Wijk bij Duurstede 2013. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede in de vergadering van. Burgemeester en wethouders voornoemd, Dhr. G. Swillens burgemeester Mw. J. Louisa secretaris