Installatie handleiding

Vergelijkbare documenten
Gebruikershandleiding

Luchtbevochtiging voor directe ruimte en ULO

Gebruiks- & Montage handleiding

INSTALLATIE INSTRUCTIES Alleen geschikt als permanente installatie, onderdelen genoemd in de handleiding kunnen niet buiten gemonteerd worden.

Magneetklep DN10, DN15 en DN20 Kenmerken

Installatie & Onderhoudsinstructies

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies

Magneetklep DN15 t/m DN150

GEBRUIKSAANWIJZING ZUMOVAL MINIMAX & MINIMATIC

Ultrasone Luchtbevochtiging zoals het hoort!

Handleiding aansluiten en in gebruik nemen zelfaanzuigende SHE pompen

Handleiding rookgascondensor INHOUDSOPGAVE: WERKING. 1.1 Algemeen 1.2 Werking INSTALLATIE

L N L N. Fig.3 L N L N. Fig.4

LAADZUIL ELEKTRISCHE MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC laadzuil met plug and play systeem

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN

Instructieboek/Gebruiksaanwijzing B250 electronic luchtbevochtiger

Stabu breektank documentatie. Inleiding

ClimateBooster Handleiding

Technische handleiding Versie 11/11. PLC-INTERFACE (slave)

Flamco. Automaat voor drukverzorging Ontluchten Bijvullen D1/D2. Installatie- en bedieningsvoorschrift. 2002, Flamco

MYSON. Kickspace 500, 600 & 800. Installatie-, bedienings- en onderhoudsvoorschriften. Deze instructies dienen bij het toestel bewaard te worden

STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit

Gebruikers- en montagehandleiding Pijpdakventilator MPV

Installatie handleiding Emergency Battery System.

GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 HDR-105 HALOGEEN DIMMER/SCHAKELAAR MET TRANSFORMATOR

Handleiding Zelfaanzuigende e-she pomp

PERFECTCOOL Gebruikershandleiding

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL

GEBRUIKERSHANDLEIDING

MT ELEKTRONISCHE REGELAAR. Montage & gebruiksvoorschriften

Sanifount. Elektronisch. Onderhoud/Storingen. Sanifount Sensorgestuurd

GEBRUIKSAANWIJZING ZUMOVAL BASIC

MUNTTELMACHINE CC-601

Bewaar deze gebruiksaanwijzing bij de Coolfog Comfort. Kijk voor de meest actuele versie op

Methode van Stoomverspreiding. Elektrische ventilator Model FSA, AMEF. Pneumatische ventilator Model AMAF. Uitblaasnozzle Model VSA, AM

Pijpventilator KPMe. Belangrijke kenmerken. Elektrische aansluiting. Algemeen. Behuizing. Regelbaarheid. Optie. Motor en vleugel

Technische Handleiding Versie 07/05. CompTrol Signal 1. Signaalkabel

S900 S901 S902 S901-2D S903 S901-4D PS900 S903 PS300

NEDERLANDS. Veiligheidsvoorschriften Stel het product niet bloot aan water of vocht Verf niet over de rookmelder

Gebruikershandleiding Woonhuisventilator MVS type: MVS-10P

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding

Elektrische servomotoren

Montage- en gebruiksaanwijzing

De ET31F (die alleen de vloertemperatuur meet) kan in een andere ruimte geplaatst worden.

Elektrische kippengrills

Let op! Zware lading. Sta niet onder de hangende lading tijdens het transport of de montage.

Belangrijke instructies

AQUASNAP Bedieningspaneel

Electrische Boiler. Installatie, gebruik en onderhoud TNC 10 TNC 15 TNC 30 TNC 50 TNC 80 TNC 80 H TNC 100 TNC 100 H TNC 150 TNC 150 H

Woonhuisventilator type: Compact-8/14p

VALIO XP KLOKTHERMOSTAAT

DROOGPLATEAU. Handleiding

FACILA DP091, DP092. Buitenpost opbouw met camera. Montage- en gebruikershandleiding

Installatie & Onderhouds Instructies WARNER-LT 03/11

Facilitair BV. Pulpmatic Vermaler. Installatie handleiding. QRS Facilitair Randmeer JW Oss. T: E:

HUISHOUDELIJKE AFZUIGKAST

Bewaar deze gebruiksaanwijzing bij de Coolfog Maxi. Kijk voor de meest actuele versie op

SUI Bedieningspaneel

VOCHTBEHEERSING MOBIELE RUIMTELUCHTBEVOCHTIGERS SERIE B125/250/500 PRIJZEN ZIE PAG B125, B250, B300, B500 Mobiele ruimteluchtbevochtigers

PAC-LBK-KIT. Installatie beschrijving Gebruikers beschrijving Technische beschrijving

INHOUD. CE Verklaring van Overeenstemming 8. 2

Reservoir PRO3-VAQ PRO7-VAQ

BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren

Handleiding. AirQlean H luchtfiltersysteem voor montage aan het plafond

Handleiding AZEZ. Type Eenheid

Handleiding. Standard LED (LED ST) Serie spiegels

Aandachtspunten voor en na de meting

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies

PDM-8-MB POM (VOEDING OVER MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften

DIC WANDMODEL HANDLEIDING MONTAGE EN GEBRUIK Deze handleiding is van toepassing op een DIC wandmodel met plug and play systeem

EcoAir 60. Gebruiksaanwijzing

Installatie- en bedieningsinstructie. Table Stand DS (2018/08) nl

Technische Handleiding Versie 08/06. CompTrol Signal 3. Signaalkabel

Gebruikers- en montagehandleiding Pijpdakventilator MPV

Product informatie 3. Technische specificaties 4. Installatie / onderhoud 5. Thermometer BKM waterkoeler 6. Aansluitschema thermometer 7

MONTAGE- EN INSTALLATIE HANDLEIDING. IRPRO Series: IRPRO350, IRPRO500, IRPRO750

FACILA DP091, DP092. Buitenpost opbouw met camera. Montage- en gebruikershandleiding

HiTAC -filterpatroon vervangen worden. Tevens wordt dan de kalk uit het reservoir

Smoke Alarm FERION 4000 O

Installatiehandleiding. Composiet verdeler. Model Industrie

* /1 * /1 * x40

Inhoud: 1x Lynx watergekoelde airco 1x Gebruikershandleiding 1x Controller t.b.v. Lynx watergekoelde airco (foto 7) 1x Luchtrooster (reeds

Smoke Alarm FERION 1000 O

AFVOER-/AANZUIGAPPARAAT RQN 1071 GEBRUIKSAANWIJZING

LED inbouwschijnwerper Light WDS 100E (zonder transformator) 100x Super LED (warm white)

Gebruikershandleiding Woonhuisventilator MVS

Fig.1a Fig.1b

Gebruiksaanwijzing HEETWATERAPPARAAT HEETWATERAPPARAAT HWA 20

INSTALLATIE INSTRUCTIES 6/2019

Woonhuisventilator type: Compact-10P

Nefit Economy cv-boilers

ROBUUST BASIC. Elektrische Convector W

1 van VENTILATIE- EN LUCHTBEHANDELINGSINSTALLATIES VENTILATOREN

Technische handleiding Versie 01/11 SERVER-CONTROL

Handleiding. Bij het installeren en / of samenbouwen van de apparatuur moet voor de ingebruikname alle veiligheidscomponenten zijn aangebracht.

Installatie instructies

Inhoud Inhoud... 1 Veiligheidsinstructies... 1

Transcriptie:

Installatie handleiding Ultra-Mist ST2.2 Luchtbevochtiger 3L, 5L en 8.5 liter bevochtigingsunits (ULM-ST2.2 3L / ULM-ST2.2.2 5L / ULM-ST2.2.2 8.5L) -1-

Inhoud: 1. Inleiding 1.1 Toepassingen 1.2 Opstelling 2. Veiligheidsinstructies 3 3 3 4 3. Aansturing 3.1 Regeling 3.2 Instelbare variabelen 5 5 4. Homogene uitblaas 5 5. Werking van de apparatuur 5 6. Product overzicht 6 7. Technische specificaties 6 8. Pakket inhoud 7 9. Montage 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 Veiligheidsinstructies voor montage en installatiewerkzaamheden Plaatsing van de apparatuur Montage van de mistuitblaasleiding naar de mistverdeelpijp Montage van de mistverdeelpijp Montage van de luchtaanzuigleiding bij een gesloten systeem Montage voorbeelden 8 8 9 10 10 11 10. Elektrische aansluitingen 10.1 10.2 10.3 10.4 Aansluitingen op de REF-6R-ULO Aansluitingen op de ULM-Master-HV Aansluiten hygrostaat Aansluiten tracing 11. Water aansluiting 12 13 14 14 14 12. Inbedrijfstelling 12.1 Checklist 12.2 Ingebruikname 15 15 13. Onderhoud 16 14. Garantie 17 15. Contact gegevens 17-2-

1. Inleiding Bedankt dat u heeft gekozen voor de Ultra-Mist ST2.2. De Ultra-Mist ST2.2 serie is speciaal ontwikkeld voor het vernevelen van omgekeerd osmosewater direct in de ruimte door middel van een mistverdeelpijp. De jarenlange ervaring van MicroNevel met bevochtiging onder verschillende (vooral extreme) condities heeft geleid tot de ontwikkeling van de nieuwe Ultra-Mist ST2.2 serie. De Ultra-Mist ST2.2 is robuust, betrouwbaar, veelzijdig, eenvoudig in installatie en aansturing. Om een veilig, juist en economisch gebruik van de Ultra-Mist ST2.2 te garanderen, dient men aan alle aanwijzingen en veiligheidsinstructies in deze handleiding aandacht te schenken en op te volgen. Wanneer u vragen heeft, waarop u in deze documentatie geen, of onvoldoende antwoorden vindt, neem dan contact op met MicroNevel. 1.1 Toepassingen voor de Ultra-Mist ST2.2 (ST2.2/ULO/HV series) Directe ruimtebevochtiging Luchtbehandelingscentrales Ruimtes met een hoog gewenste RV. Laboratoria Museale ruimtes Groente- en fruitopslag Vruchtbomen opslag Koelcellen Ontsmetting 1.2 Opstelling De Ultra-Mist ST2.2 serie kan zowel in, als buiten de te bevochtigen ruimte worden geplaatst, waarbij de mist via (een) verdeelpijp(en) in de te bevochtigen ruimte wordt geblazen. De exacte opstelling is hier echter sterk afhankelijk van de ruimte. In alle gevallen ontstaat echter condensatie in de mistverdeelpijp. De mistverdeel-pijp dient derhalve altijd op afschot te hangen. Op pagina 11 worden beide situaties geschetst en de opstelling van de unit en de verdeelpijp uitgewerkt. Indien de unit buiten de ruimte wordt geplaatst kan zowel de aanzuiglucht als de mistuitblaas via een buizenconstructie in de te bevochtigen ruimte worden gebracht, waardoor er een gesloten systeem ontstaat. Hierdoor is er sprake van re-circulatie van de te bevochtigen lucht waarbij de atmosfeer in de ruimte niet beïnvloed wordt, anders dan dat de luchtvochtigheid op het gewenste niveau gebracht wordt. De exacte opstelling dient derhalve altijd in samenspraak met een erkend installateur te worden gekozen. Bij montage buiten de ruimte, is het tevens mogelijk om (periodiek) onderhoud uit te voeren, zonder dat de atmosfeer in de te bevochtigen ruimte beïnvloed wordt. NB: In de Ultra-Mist ST2.2 serie is de luchtbehandeling volledig gescheiden van de elektronica, waardoor de apparatuur ook uitstekend functioneert bij zeer hoge luchtvochtigheid. Indien de luchtvochtigheid op een hoog RV niveau (75% +) gehouden dient te worden is het noodzakelijk om de unit buiten de te bevochtigen ruimte te plaatsen. -3-

2. Voor uw veiligheid Algemene veiligheidsinstructies: De Ultra-Mist ST2.2 mag uitsluitend door personen worden geïnstalleerd, bediend, onderhouden en eventueel worden gerepareerd die het product voldoende kennen en die voor de desbetreffende werkzaamheden voldoende zijn gekwalificeerd. Voor de controle op deze kwalificaties is de klant verantwoordelijk. Neem bij twijfel contact op met MicroNevel Pas op voor direct contact met delen in de unit! De Ultra-Mist ST2.2 werkt op netspanning. Voor het begin van de werkzaamheden aan de Ultra-Mist ST2.2 dient het apparaat buiten bedrijf te worden gesteld en tegen onbedoeld inschakelen te worden beveiligd. (water en stroomtoevoer afsluiten). Volg de ter plaatse geldende veiligheidsvoorschriften op over de omgang met vanuit het lichtnet gevoede elektrische apparaten en over de uitvoering van water- en elektrische installaties. Slecht onderhouden bevochtigers kunnen de correcte werking negatief beïnvloeden, laat daarom regelmatig onderhoudswerkzaamheden uitvoeren. Neem voor de juiste onderhoudsinterval contact op met MicroNevel. Wanneer u op het zicht waar neemt, of vermoed dat een risicoloos gebruik van de Ultra-Mist ST2.2 niet meer mogelijk is moet deze onmiddellijk buiten gebruik gesteld worden en tegen onbedoeld inschakelen worden beveiligd. Neem hierna direct contact op met MicroNevel of uw installateur. Dit kan het geval zijn bij de volgende omstandigheden: De Ultra-Mist ST2.2 is beschadigd De Ultra-Mist ST2.2 functioneert niet meer correct Aansluitingen of leidingen zijn lek of beschadigd. Zonder schriftelijke toestemming van MicroNevel mogen aan de Ultra-Mist ST2.2 géén wijzigingen worden aangebracht. LET OP! De Ultra-Mist ST2.2 moet gevoed worden met osmose water van < 50μS/cm. Bij het niet toepassen van omgekeerd osmose water kunnen de trilelementen van de drop-ins ernstige schade oplopen en wordt de levensduur sterk verkort. Tevens vervalt dan de garantie op de trilelementen en ventielen! -4-

3. Aansturing 3.1 Regeling De Ultra-Mist ST2.2 serie is PLC gestuurd en is standaard geschikt voor een aan/uit functie door middel van een NO contact. De Ultra-Mist ST2.2 kan optioneel ook geleverd worden met een 0-10VDC regeling. Voor optimale beheersing van de luchtvochtigheid is het aan te bevelen gebruik te maken van aansturing middels een RV sensor. Dit bied tevens de mogelijkheid om de Ultra-Mist ST2.2 aan te sluiten op een klimaatbeheersingsinstallatie. 3.2 Instelbare variabelen Doordat de Ultra-Mist ST2.2 PLC gestuurd is, bestaat de mogelijkheid een aantal variabelen te laten aanpassen. Dit kan in overleg met MicroNevel. Variabelen die door middel van de PLC zijn aan te passen, zijn onder andere: Voor- en na-ventilatie Minimale en maximale tijd van aaneengesloten mist productie Frequentie van de periodieke spoeling Maximaal aaneengesloten inschakel tijd van het inlaatventiel Regelbare inschakeling van eventuele tracing 4. Homogene uitblaas Afhankelijk van de toepassing kan worden gewerkt met een mistverdeelpijp, die voor een homogene uitblaas in de ruimte zorgt. Ervaring en testen hebben uitgewezen dat hiermee een betrouwbare en goede verdeling van de mist wordt verkregen. Indien de omgevingstemperatuur onder de 1 C komt, moet de verdeelpijp worden geïsoleerd en getraced, zodat de kans op bevriezing wordt voorkomen. 5. Werking van de apparatuur Bij ultrasone luchtbevochtiging wordt door middel van trilelementen een hoogfrequent trilling opgewekt. Hierdoor wordt het water in beweging gebracht waardoor er een zeer fijne nevel ontstaat, ook wel koude stoom genoemd. Deze mist wordt met behulp van een mistverdeelpijp direct in de te bevochtigen ruimte of luchtbehandelingskast geblazen. Door de zeer kleine druppelgrootte < 5µm, wordt deze mist zeer snel door de omgevingslucht opgenomen en in de ruimte verdeeld. De unit dient gevoed te worden met omgekeerd osmose water om te voorkomen dat er vervuiling in het water reservoir ontstaat of kalkaanslag plaats vindt in de unit waardoor er eventueel kalkdeeltjes in de te bevochtigen ruimte zouden neerslaan. Door het gebruik van uitsluitend omgekeerd osmose water is tevens de hygiëne gegarandeerd. -5-

6. Overzicht van de producten Door de modulaire opbouw is de Ultra-Mist ST2.2 leverbaar in verschillende capaciteiten. Capaciteit Type 3 liter per uur 5 liter per uur 8.5 liter per uur ULM-ST2.2 3L ULM-ST2.2 5L ULM-ST2.2 8.5L 7. Technische specificaties Ultra-Mist ST2.2 serie ULM-ST2.2 3L ULM-ST2.2 5L ULM-ST2.2 8.5L 550x500x460 550x500x460 550x500x460 Gewicht leeg 22,0 kg 22,7 kg 31,1 kg Gewicht in bedrijf 29,1 kg 30,3 kg 36,1 kg 3 5 8,5 400 Watt 580 Watt 1120 Watt 50 x 3,0 (mm) 50 x 3,0 (mm) 75 x 3,0 (mm) 1 1 1 1 1 2 Specificaties Maten (H x B x D) in mm Max. opbrengst (liter per uur) Max. opgenomen vermogen (exclusief eventuele tracing) Aansluitmaten lucht aan- en afvoer PVC (mm) Luchtaanzuig (aantal) Mistuitblaas (aantal) Aansluitspanning Waterdruk aanvoer Druppelgrootte Aansluitmaat waterleiding Aantal ventilatoren Luchtverplaatsing vrije uitblaas Geluidsniveau Temperatuur van de ruimte (uitblaas) Temperatuur van de ruimte (aanzuig) Omgevingstemperatuur Ultra-Mist ST2.2 unit Aansturing 230 Volt 50 Hz 0,5 tot 5 bar kleiner dan 5 μ ¼ inch (snelkoppeling) 1 ST2.2 3L & 5L ST2.2 8.5L ongeremd luchtvolume 85 ongeremd luchtvolume 185 m3/h m3/h minder dan 35 db -10 C tot +40 C -2 C tot +40 C 0,5 C tot +40 C N.O. contact (standaard) 0-10V / 4-20mA (optioneel) -6-

8. Pakket inhoud Inclusief: Ultra-Mist ST2.2 bevochtiger 2 x 2 mtr.of 4 x 1mtr. mistverdeelpijp ( Bij de 8.5L 4 x 2 mtr. of 8 x 1 mtr.) Exclusief: Wanddoorvoeren PVC aansluitmaterialen t.b.v. de koppeling van de Ultra-Mist ST2.2 aan de verdeelpijpen Montage materialen voor de mistverdeelpijpen Aansluit- montage- materialen voor de water aan- en afvoer Elektrische aansluitmaterialen (RV) sensor -7-

9. Montage 9.1 Veiligheidsinstructies voor de montage- en installatie- werkzaamheden Alle montage- en installatie- werkzaamheden mogen uitsluitend door daartoe geautoriseerd en deskundig personeel worden uitgevoerd. De controle op deze kwalificatie is voor verantwoording van de afnemer. Neem bij twijfel contact op met MicroNevel Alle plaatselijke voorschriften betreffende de uitvoering van de installatie werkzaamheden ( water- en elektrische- installatie ) dienen in acht te worden genomen. Aan alle in deze documentatie vermelde informatie over de montage van de apparatuur, evenals over de aansluiting op water- en elektrische- installatie, dient men voldoende aandacht te schenken en op te volgen. Pas op voor direct contact met delen in de unit! De Ultra-Mist ST2.2 werkt op netspanning. De unit mag pas op de netspanning worden aangesloten nadat alle montage- en installatie- werkzaamheden zijn uitgevoerd. Wanneer u na installatie en ingebruikname, op het zicht waar neemt, of vermoed dat een risicoloos gebruik van de Ultra-Mist ST2.2 niet meer mogelijk is moet deze onmiddellijk buiten gebruik gesteld worden en tegen onbedoeld inschakelen worden beveiligd. Neem hierna direct contact op met MicroNevel of uw installateur. Dit kan het geval zijn bij de volgende omstandigheden: De Ultra-Mist ST2.2 is beschadigd. De Ultra-Mist ST2.2 functioneert niet meer correct. Aansluitingen of leidingen zijn lek of beschadigd. 9.2 Plaatsing van de apparatuur De positionering van de Ultra-Mist ST2.2 is in sterke mate afhankelijk van de algehele opstelling en de positie van de mistverdeelpijp(en). Om een juiste werking van de bevochtiger te waarborgen en om een optimaal rendement te bereiken, dient men bij het kiezen van de juiste positie van de bevochtiger rekening te houden met onderstaande punten: Plaats de bevochtiger zodanig, dat de lengte van de toevoerbuizen naar de mistverdeelpijp(en) zo kort mogelijk zijn ( max. 4 meter). De Ultra-Mist ST2.2 dient horizontaal gemonteerd te worden. Let op dat de constructie de juiste afmetingen en voldoende draagvermogen heeft. ( voor maten en gewichten zie pagina 6 ) Plaats de bevochtiger zodanig, dat deze goed bereikbaar is voor werkzaamheden zoals onderhoud e.d. De minimale vrije ruimte boven de bevochtiger dient 60 cm te zijn. Plaats de Ultra-Mist ST2.2 niet in een omgeving met een relatieve luchtvochtigheid hoger dan 75%. Neem bij vragen contact op met MicroNevel. De bevochtiger, toevoerbuizen en mistverdeelpijpen dienen tegen vorst beschermd te worden. ( voor toegestane temperatuur zie pagina 6 ) -8-

Luchtaanzuig Mist uitblaas Aansluiting wateraanvoer 9.3 Montage van de mist uitblaasleiding naar de mistverdeelpijp Pas uitsluitend PVC pijp toe met een diameter die gelijk is aan hetgeen gebruikt is in de Ultra-Mist ST2.2. Gebruik uitsluitend PVC materiaal, daar osmose water hoog corrosief is. Monteer de mist uitblaasleiding met zo min mogelijk bochten. Gebruik indien nodig, daar waar mogelijk, 45 bochten. Dit om grote condensaatverliezen te voorkomen. Bij montage van de mistverdeelpijp op gelijke hoogte of hoger dan de bevochtiger, dient al het leidingwerk op afschot richting de bevochtiger te worden gemonteerd. Bij montage van de mistverdeelpijp lager dan de bevochtiger, dient al het leidingwerk op afschot van de bevochtiger af te worden gemonteerd. Tevens dient men nu een condensaatafvoer aan te sluiten. De condensaatafvoer dient aan het uiteinde van de mistverdeelpijp te worden aangesloten. De mistuitblaasleiding mag nergens doorhangen, dit om watersloten te voorkomen. In de mistuitblaasleiding dient altijd een druppelvang te worden geconstrueerd. ( zie hiervoor afbeelding A & B op pagina 11). -9-

9.4 Montage van de mistverdeelpijp Monteer de mistverdeelpijp met de mistverdeelgaten schuin omhoog ( ca 45 ) voor een juiste mistverdeling en om te voorkomen dat condensaat uit de gaten kan gaan lekken. Gebruik uitsluitend PVC materiaal met een uitgaande diameter gelijk aan de mistuitblaas van de Ultra-Mist ST2.2. Gebruik derhalve géén verloopstuk. Indien de mistverdeelpijp in een ruimte wordt gemonteerd die voorzien is van een zgn. systeemplafond moet er voldoende afstand worden gehouden tussen de mistuitblaas en het systeemplafond. Dit om te voorkomen dat de mist direct tegen de plafondplaten wordt uitgeblazen en er gevaar voor doorhangende plafondplaten ontstaat. Tevens kan de uitblaashoek van de mistverdeelpijp eventueel worden teruggebracht naar 30 Indien de mistverdeelpijp hoger geplaatst wordt dan de ULM-ST2.2, monteer de mistverdeelpijp dan op afschot richting de bevochtiger Indien de mistverdeelpijp lager geplaatst wordt dan de ULM-ST2.2 monteer de mistverdeelpijp dan op afschot van de bevochtiger af. In dit geval dient er op het einde van de mistverdeelpijp, tevens het laagste punt, een condensaatafvoer te worden aangesloten. De condensaatafvoer dient door middel van een slang ( diameter 3/4 ) te worden aangesloten op een drukloze afvoer. Bij bevochtiging onder 0 C dienen de mistuitblaasleiding, mistverdeelpijp en condensaatafvoer te worden voorzien van isolatie en tracing om bevriezing te voorkomen. Bij isolatie van de buizen in verband met een lage omgevingstemperatuur, dient van de mistverdeelpijp uitsluitend de achterzijde te worden geïsoleerd. De gaten aan de voorzijde van de mistverdeelpijp dienen te worden vrijgehouden. Neem contact op met MicroNevel indien de RV van de aangezogen lucht hoger is dan 90% of als u vermoedt dat de aangezogen lucht veel fijnstof bevat. 9.5 Montage van de luchtaanzuigleiding bij een gesloten systeem De luchtaanzuigleiding dient zo kort mogelijk te zijn, zodat de aanzuiging zo dicht mogelijk bij de Ultra-Mist ST2.2 plaats vindt en wel zodanig dat de lucht vrij aangezogen kan worden. Gebruik uitsluitend PVC materiaal met een uitgaande diameter gelijk aan de luchtaanzuig van de Ultra-Mist ST2.2. Gebruik derhalve géén verloopstuk. Monteer indien geadviseerd, altijd het aanzuig filter, tenzij de RV van de aangezogen lucht hoger is dan 90%. Neem contact op met MicroNevel indien de RV van de aangezogen lucht hoger is dan 90% of als u vermoedt dat de aangezogen lucht veel fijnstof bevat. Neem bij vragen over het plaatsen van de verdeelpijp(en) contact op met MicroNevel - 10 -

9.6 Montage voorbeelden Afbeelding A: Mistverdeelpijp(en) op gelijke hoogte of hoger dan de ULM-ST2.2 Afbeelding B: Mistverdeelpijp(en) lager dan de ULM-ST2.2-11 -

10 Elektrische aansluitingen 10.1 Aansluitingen op de printplaat REF 6R-ULO - 12 -

10.2 Aansluitingen op de printplaat REF MASTER-HV - 13 -

10.3 Aansluiten hygrostaat Voor het aansturen van de bevochtiger kan men gebruik maken van een hygrostaat met een potentiaal vrij wissel contact. Afhankelijk van de toegepaste hygrostaat kan men voor de voedingsspanning gebruik maken van de extra VAC aansluiting op de printplaat. Optioneel kan men de bevochtiger ook aansturen met een 0-10VDC regelspanning voor zgn. proportionele regeling. Neem hiervoor contact op met MicroNevel Belangrijk: Indien er een 0-10VDC regelspanning wordt aangesloten, dient men gebruik te maken van een afgeschermde kabel waarvan de afscherming eenzijdig geaard is. 10.4 Aansluiten tracing (optioneel) Indien gebruik wordt gemaakt van tracing, dient men de zekering aux op de printplaat ( zie punt 10.1 of 10.2 aansluitingen op de printplaat blz. 12 of 13) aan te passen aan het opgenomen vermogen. Hiervoor is de volgende formule van toepassing: ( Totaal opgenomen vermogen van de tracing / spanning ) x 1.6 = zekering waarde (traag) 11 Aansluiten water LET OP! De Ultra-Mist ST2.2 moet gevoed worden met osmose water van < 50μS/cm. Bij het niet toepassen van omgekeerd osmose water kunnen de trilelementen van de drop-ins ernstige schade oplopen en wordt de levensduur sterk verkort. Tevens vervalt dan de garantie op de trilelementen en de ventielen! De plaatselijke voorschriften met betrekking tot het aansluiten van apparatuur op het waterleidingnet en aansluiting op de afvoer dienen te worden opgevolgd. Gebruik voor het aansluiten van de Ultra-Mist ST2.2 op de omgekeerde osmose installatie uitsluitend kunststof leidingen met een diameter van 1/4. Vereisten met betrekking tot de watertoevoer van de Ultra-Mist ST2.2: Voordruk Temperatuur Toevoerwater 0.5-5 bar 1 15 C Omgekeerde osmose < 50µS /cm - 14 -

12 Inbedrijfstelling installatie 12.1 Checklist Controleer de volgende punten voordat de bevochtiger ingeschakeld wordt: Zijn de kogelkranen (indien in gebruik) van de lucht-aanzuig en de mist-uitblaas geopend? Controleer of de waterleidingen op de juiste wijze en lekvrij zijn aangesloten. Is er voldoende druk in de watertoevoerieiding aanwezig? (0.5-5 bar ) Indien er gebruik wordt gemaakt van een 0-10VDC regelspanning, is deze aanwezig en correct aangesloten? Indien er gebruik wordt gemaakt van tracing, is deze aangesloten en is er een zekering met de juiste waarde geplaatst? ( zie punt 10.4 blz. 14 ) 12.2 Ingebruikname LET OP! Voor ingebruikname is het zeer belangrijk de waterleiding eerst grondig door te spoelen, zodat eventueel vuil uit de waterleiding niet in het magneetventiel terecht komt. Deze handeling is ter verantwoording van de gebruiker. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. NB: Schakel het regelsignaal tijdelijk uit. Dit kunt u bewerkstelligen door de hygrostaat op 0 te zetten, dan wel (bij een 0-10VDC regeling) deze op 0V te zetten. Zet de Ultra-Mist ST2.2 nu aan d.m.v. de aan/uit schakelaar rechts op het apparaat. De ventilator zal nu enkele seconden draaien. De toevoerkraan van de wateraanvoer opent zich, waarna de unit zich zal vullen tot het niveau van de niveau vlotter. Controleer tijdens deze eerste vulprocedure of de watertoevoer daadwerkelijk stopt bij het bereiken van het gewenste niveau. De unit is klaar om te gaan vernevelen. Stel nu de hygrostaat in op het gewenste niveau, of leg de regelspanning aan. De ventilator gaat draaien en de unit start met vernevelen. Controleer of de unit vernevelt, binnen enkele seconden moet er nevel zichtbaar zijn. De Unit is nu in bedrijf. Ten gevolge van een lange(re) periode van opslag in lege toestand, kunnen de vlotters soms ietwat gaan verkleven. Het kan dan incidenteel voorkomen dat bij een eerste vulling van de unit er teveel water in het waterreservoir komt waardoor de hoogste-niveau vlotter word aangesproken. Mocht dit het geval zijn, dan dient u de unit uit te schakelen en het overtollige water door middel van een slang volgens de overhevelmethode af te voeren. Schakel de unit hierna weer in d.m.v. de aan/uit schakelaar en de unit zal weer in bedrijf gaan. - 15 -

13. Onderhoud WAARSCHUWING! Verwijder altijd eerst de netstekker uit de wandcontactdoos en sluit de watertoevoer af. Door gebruik te maken van osmose-water zal het onderhoud van de ULM-ST2.2 unit tot een minimum beperkt kunnen worden. De onderhoudsfrequentie is minimaal één keer per jaar. Bij zeer intensief gebruik van de apparatuur en/of bij zeer stoffige ruimtes is het aan te raden om de unit regelmatig te controleren op vervuiling (ook in het waterreservoir) en hier de onderhouds-intervallen op aan te passen. Neem voor afwijkende onderhouds-intervallen contact op met MicroNevel. De volgende zaken dienen te worden uitgevoerd bij het onderhoud: Controleren van de werking als ook reiniging van de trilplaten. Reinigen van het waterreservoir Controle voedingswater osmose installatie. Controle vervuiling van het water in de waterbak. Controle werking vlotters Controle werking toevoerventiel Klik de 4 klemmen van de deksel van het waterreservoir los of verwijder de 4 schroeven en verwijder de deksel. Verwijder de ventilator, door deze voorzichtig naar het midden van de bak te verschuiven. U kunt nu het tussenschot uit het waterreservoir tillen en u ziet dan de drop-ins met elk 6 trilelementen. De trilelementen mogen beslist niet bekrast of anderszins beschadigd worden, reinig deze daarom uitsluitend met een kwastje met zachte haren en borstel de trilelementen schoon. Als het water vervuild is dan dient het waterreservoir geleegd te worden. Plaats hierna het tussenschot en de ventilator terug in het reservoir. Let hierbij goed op dat de grote afgeschuinde hoeken van het tussenschot tegenover de ventilator terecht komen. Tevens dient u er op te letten dat de gladde zijde van het tussenschot aan de onderzijde terecht komt. Klem of schroef de deksel vast op het waterreservoir. Het waterreservoir zal zich weer automatisch vullen bij het opstarten van de unit. Wat te doen bij teruglopende nevelopbrengst? Het komt voor dat het bij zeer droge lucht lijkt, alsof er minder nevelopbrengst is dan bij vochtige lucht. Dit kan gebeuren daar bij droge lucht het vocht eerder en sneller wordt opgenomen dan bij vochtige lucht. Laat in dit geval de ruimte eerst een paar uur bevochtigen en controleer dan nogmaals. Is dit niet het geval neem dan contact op met MicroNevel. - 16 -

14. Garantie: Op de Ultra Mist ST2.2 wordt, vanaf datum aankoop 12 maanden garantie verleend op materiaal en constructiefouten. De totale garantie is nooit langer dan de aankoopdatum plus 12 maanden. Voor de drop-ins is de garantie gelimiteerd tot max. 2000 uur en uitsluitend bij gebruik van osmose water van < 50μS/cm. Buiten de garantie valt schade ten gevolge van bedienings fouten en verander(en)de externe/omgevings factoren. 15. Contactgegevens: MicroNevel Havinghastraat 15 1817 DA Alkmaar T F (072) 564 70 97 (072) 562 40 44 E W info@micronevel.nl www.micronevel.nl - 17 -