SCA-Examineringsschema



Vergelijkbare documenten
Examenprotocol Infra Kwaliteit SW-010(5)

Examenprotocol Infra Kwaliteit SW-010(1) 2019

SCA-Examineringsschema

PERSOONSCERTIFICERING W1

CERTIFICATIESCHEMA voor het ASCERT Certificaat Deskundig Asbest Acceptant (DAA)

Certificatieschema. Examinatorcertificatie Start Veilig. Opgesteld door Goedkeuring en Actuele versie. Document. Pagina code

SCA Certificaatmodellen Sc-810 versie 02,

Certificatieschema. Personeelscertificatie Start Veilig. Opgesteld door Goedkeuring en Actuele versie. Document. Pagina code

Examenreglement SW-013(4)

PERSOONSCERTIFICERING W5-02

5.1. Eindtermen, toetstermen en toetsmatrijs Basis competentieprofiel Inspecteur Elektrische Arbeidsmiddelen

REGLEMENT VAN HET CENTRAAL COLLEGE VAN DESKUNDIGEN RESTAURATIEKWALITEIT

Certificatie en examinering

Certificatieschema. Persoonscertificatie Start Veilig. Opgesteld door Goedkeuring en Actuele versie. Document. Pagina code

Asbest Jan W.C. van Willigenburg (beleid en communicatie) BME Asbestconsult BV Vianen

CERTIFICATIESCHEMA voor het ASCERT Persoonscertificaat Asbestdeskundige (ADK)

Bijlage G Model werkplan

CERTIFICATIESCHEMA voor het ASCERT Persoonscertificaat Asbestdeskundige (ADK)

Examenreglement Fittest Examen. Vastgesteld door AVAG Bestuur Opgesteld door: AVAG werkgroep Fittest. Versie: 3.0

EXAMENREGLEMENT. Copyright DNV GL Business Assurance

Programma. 1. Voordracht new age in de asbestsector : Jan van Willigenburg

Certificatieschema BEI-IV LS Installatieverantwoordelijke Laagspanning

Certificatieprocedure Voor

Certificatieschema VOP-HS VOLDOEND ONDERRICHT PERSOON HOOGSPANNING

Examenreglement RAS-Examenbureau

Pagina 1 van 7 STIPEL 40120:2019 THP TR (BEI BHS)

SCa-100 Nadere interpretaties certificatieschema d.d

Pagina 1 van 7 STIPEL 40150:2019 VOP TR (BEI BHS)

Certificatieschema BEI-VPs LS Vakbekwaam Persoon service Laagspanning

SCa-100 Nadere interpretaties Certificatieschema s d.d

EXAMENREGLEMENT CURSUSSEN NATIONAAL DUIKCENTRUM

Examinering volgens Persoonscertificatie. Nikta Certificatie heeft diverse Certificatieregelingen,

Certificatieschema VIAG-AVP VIAG-Allround Vakbekwaam Persoon

Uitvoering Certificatie STIPEL

Certificatieschema BEI-AVPmb LS Allround Vakbekwaam Persoon. Laagspanning

DT-Asbestverwijdering CERTIFICATIESCHEMA. voor het SCA Persoonscertificaat Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering

Gemeente: Bouw- en Woningtoezicht Toetsingslijst Sloopvergunningen/ sloopmeldingen ambt. regnr. Aanvrager : sloopadres : plaats :

NEN-2991 Onderwerp en toepassingsgebied

Asbestonderzoek bij scheepswerven en treinonderhoudsplaatsen deelproject asbestobjecten Datum 16 mei 2011 Status Definitief

Certificatieschema BEI-VOP LS Voldoend Onderricht Persoon Laagspanning

Certificatieschema VOP-HS VOLDOEND ONDERRICHT PERSOON HOOGSPANNING

Certificatieschema THP HS LNB (THP LNB)

Examenreglement. PCE-examens

BIJLAGE 5. Bijlage XIIIe behorend bij Artikel 4.28

Nadere criteria en voorschriften voor het aanwijzen en (blijven) functioneren als certificerende instelling in het werkveld ASBEST

EXAMENREGLEMENT FACTORING MANAGEMENT

Certificatieschema BEI-VP LS Vakbekwaam Persoon Laagspanning

3. Een norm voor valide examenproducten norm voor valide examenproducten cesuur exameninstrumentarium

Certificatieschema BEI-VOPt LS Voldoend Onderricht Persoon toeganghebbend Laagspanning

E X A M E N R E G L E M E N T

SCa-100 Nadere interpretaties certificatieschema d.d

Examenreglement EPA-opnemer en EPA-adviseur (woningen)

SCa-100 Nadere interpretaties certificatieschema d.d

Certificatieschema VIAG-VOPt VIAG-Voldoend Onderricht Persoon toeganghebbend

Examenreglement. Da Vinci College

1 Inleiding Examencommissie Toelating Toelatingseisen Vrijstellingen De inrichting van toetsen...

IBEX EXAMENREGLEMENT CERTIFICATIE VAN VAKBEKWAAMHEID. Voor alle Vakbekwaamheidsprofielen conform de

1. definitie voor asbestverontreiniging ( besmetting )

Niveaudrempelbepaling potentiële MCPM-studenten die niet beschikken over een hbo-/bachelordiploma

UITVOERINGSREGELS KYNOLOGISCHE OPLEIDINGEN

Examenreglement. voor het afnemen van het examen INBOUWSPECIALIST BEVEILIGINGSSYSTEMEN

Monteur Beveiligingsinstallaties

Stichting Jachtopleidingen Nederland. Reglement op het examen KENNIS & BEHEER VAN REEËN

Certificatieschema VIAG-VOP VIAG-Voldoend Onderricht Persoon

Klachtenreglement 2015

Technisch Beheerder Mechanische Beveiliging (TBMB)

Examenreglement RAS-Examenbureau

Reglement van Toelating

Certificatieschema VOP MS Distributie (VOP MS)

Examenreglement. Da Vinci College

KBI Accreditatiereglement voor de Centrale Opleidings- en Examencommissie

Examenreglement CIHEX 2015

PRESENTATIE NVVA-SYMPOSIUM Asbest doorgeslagen?

REGISTRATIE REGLEMENT van de Commissie Professional Registration van de Nederlandse Vereniging voor Farmaceutische Geneeskunde

Statuten voor de Waarborgcommissie SSVV opleidingengids (WBC SSVV Opleidingengids)

PRIVACYREGLEMENT. de publieke uitvoerder van re-integratieactiviteiten in de Leidse regio, onderdeel van de gemeentelijke instelling DZB Leiden.

Chex Liftkeuringen B.V Reglement R.1.0. Keuringen van liftinstallaties tijdens de gebruiksfase van de liftinstallatie

Stichting Futura. Tilburg, 25 oktober Michel Baars Dennis Strik.

Kwaliteitsregister Doktersassistent Dispensatie- en herintrederregeling

Examenreglement

Reglement Erkenning Opleidingsinstituten ATEX

CERTIFICATIESCHEMA voor het ASCERT Persoonscertificaat Deskundig Inventariseerder Asbest

EXAMENREGLEMENT CASH MANAGEMENT (QCM)

Transcriptie:

blad 1 van 32 SCA-Eamineringsschema voor het SCA-Diploma Stichting SCA Postbus 22 6720 AA BENNEKOM www.ascert.nl oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 2 van 32 INHOUD DEEL I ALEMENE BEPALINEN... 4 1. Inleiding... 4 2. Definities... 6 3. Werkveld asbestdeskundige... 7 3.1.1. Beschrijving werkveld... 7 3.1.2. Eamenstructuur... 7 4. Eamenreglement... 7 4.1. Doelstelling 7 4.1.1. Aanvraag... 7 4.1.2. Eamenbeslissing... 7 4.1.3. Registratie... 7 4.2. De eameninstelling... 8 4.2.1. Eisen te stellen aan de eameninstelling... 8 4.2.2. Het eamenreglement van de eameninstelling... 8 4.3. Eisen te stellen aan het eamenpersoneel... 8 4.3.1. Ten behoeve van het theorie-eamen:... 8 4.3.2. Ten behoeve van het praktijkeamen... 9 4.3.3. Onafhankelijkheid van de eaminator... 10 4.3.4. Register van goedgekeurde eamenpersoneel, belast met afname... 10 4.4. Eisen te stellen aan het eamen... 10 4.4.1. Beslotenheid van eamens... 10 4.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van theorie-eamen... 10 4.4.3. Algemene regels bij de uitvoering van het praktijk-eamen... 11 4.5. Klachten 11 4.6. Verzoek tot herziening... 11 4.7. Beheer centrale itembank en eamenversies... 11 5. Overgangsregeling... 11 oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 3 van 32 DEEL II NORMEN... 12 6. Entree eisen... 12 7. VAKBEKWAAMHEIDSEISEN Asbestdeskunidge... 12 8. TOESTMethodiek bij eaminering... 13 8.1. Theorie-eamen... 13 8.1.1. Toetstermen... 13 8.1.2. Beoordelingsmethode theorie eamen... 13 8.1.3. Toetsmatrijs theorie eamen... 13 8.1.4. Cesuur theorie-eamen... 14 8.2. Praktijkeamen... 14 8.2.1. Toetstermen... 14 8.2.2. Toetsmatrijs Praktijkeamen... 14 8.2.3. Uitvoering praktijkeamen... 14 8.2.4. Toetsmatrijs Praktijkeamen... 16 8.3. Cesuur theorie-en praktijkeamen... 16 8.4. Tijdsduur van het eamen:... 16 8.4.1. Theorie-eamen... 16 8.4.2. Praktijk-eamen... 16 9. Modeldiploma Asbestdeskunidge... 17 10. Eindtermen... 19 1. Algemeen... 20 2. ezondheidsrisico's... 20 3. Herkennen... 21 4. Wetgeving... 22 5. Zelfregulering... 25 6. Asbestinventarisatie... 26 7. Persoonlijke beschermingsmiddelen... 27 8. Asbestwerkzaamheden... 27 9. Containment... 29 10. Inspectieinstelling... 29 11. Decontaminatie... 30 12. Asbesthoudend afval... 31 13. Isolatiemethoden... 31 14. Communicatie... 32 oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 4 van 32 DEEL I ALEMENE BEPALINEN Deel I van dit schema bevat algemene uitgangspunten en bepalingen voor de eaminering van de kandidaat asbestdeskundige en voorwaarden waaronder de afgifte van het SCA-diploma gebeurt Beschreven wordt achtereenvolgens: Definities, Het werkveld van de asbestdeskundige Het eamenreglement 1. INLEIDIN Het is een belangrijke voorwaarde dat binnen asbestland alle direct en indirect betrokkenen over voldoende kennis bezitten over wat zich daarbinnen zoal afspeelt. Het gaat daarbij niet alleen over de asbestregelgeving maar ook over de uitwerking daarvan in de diverse certificatieschema s. Tevens is van belang te weten welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden bijvoorbeeld opdrachtgevers, asbestinventarisatiebureau s, asbestverwijderingsbedrijven, gemeenten, provincies, Arbeidsinspectie, VROM inspectie, milieupolitie, certificatie-instellingen etc hebben. Daarnaast zullen dem vaardigheden in de praktijk van voldoende niveau dienen te zijn om te kunnen beoordelen of risico s bij asbestverwijderingswerk goed worden ingeschat. Het is om die reden dat het vakbekwaamheidsprofiel is ontwikkeld. In hoofdstuk 10 is dit profiel in eindtermen geformuleerd. Het gaat om onderwerpen met een algemeen karakter gecombineerd met onderwerpen die per doelgroep specifiek in te vullen zijn. In onderstaande afbeelding zijn de bij een asbestverwijderingswerk betrokkenen weergegeven Onderscheid wordt gemaakt in: De toezichthoudende en handhavend (overheids-)instellingen: AI-CI-emeenten Opdrachtgevers, asbestinventarisatiebureau s, asbestverwijderingsbedrijven. In de eindtermen is dit onderscheid doorgezet naar de onderwerpen die bij een eamen in algemene en specifieke zin per doelgroep aan de orde komen bij het eamen. Op het SCA-Diploma zal dit onderscheid zijn aangebracht. Het Landelijk Overleg Milieuhandhaving heeft, in het kader van de implementatie van de interventiestrategie asbest, bij de toezicht- en handhavingsinstellingen de financiële ondersteuning kunnen regelen voor het opstellen van de eind- en toetstermen, vragen en eamenreglement e.d. LOM heeft vervolgens IBE opdracht gegeven om de werkzaamheden uit te voeren, waarbij de projectgroep een en ander zou oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 5 van 32 begeleiden. Dit om te komen tot verdere professionalisering van de bij toezicht en handhaving betrokken gemeentelijke toezichthouders. De voorloper van het projectteam, het DTA-C overleg als initiatief van de CI s, heeft op haar laatste vergadering van 3 december 2007 is met instemming van alle betrokken besloten om het project ter vervolgen onder verantwoordelijkheid van SCA te plaatsen. De projectgroep is voortvarend te werk gegaan met als resultaat het SCA Eamineringsschema SC-570 versie 18-03-2009. Het SCA eamineringschema "SC-570 en met name het vakbekwaamheidsprofiel in eindtermen geformuleerd is op 23-09-2008 door het Centraal College van Deskundigen Asbest goedgekeurd. Opmerkingen over het eamineringschema kunnen worden ingediend bij het Centraal College van Deskundigen Asbest p/a Stichting SCA Postbus 22 6720 AA Bennekom en/of via e-mail info@ascert.nl oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 6 van 32 2. DEFINITIES Beoordelingsmodel : Een ondubbelzinnige aanduiding van het juiste antwoord, de juiste vaardigheid, en/of de juiste houding, gerelateerd aan een concrete toetsopgave. Beoordelingsprotocol : Het vastleggen van de waardering voor een gegeven antwoord van een kandidaat door een corrector en/of eaminator. Beroepsprofiel : In het eamineringschema vastgelegde competentie-eisen waarop het diploma betrekking heeft, gespecificeerd middels eindtermen. Centraal College van Deskundigen Asbest (CCvD Asbest) : Het college, onderdeel van Stichting Certificatie Asbest (SCA), dat belanghebbende partijen in het werkveld asbest de mogelijkheid biedt tot deelname op zodanige wijze dat sprake is van een evenwichtige en representatieve vertegenwoordiging van deze partijen. Centrale Eamencie : Commissie welke binnen de structuur van de Stichting Certificatie Asbest de Centrale Itembank beheert en waarin de operationele eaminering -instellingen met deskundigen vertegenwoordigd zijn. Centrale Itembank : Itembank waar onder beheer van de SCA Centrale Eamencie alle eamenvragen zijn opgeslagen en van waar de uitgifte en inname van eamens wordt geregeld. Cesuur : De grens tussen de hoogste toetsscore waaraan de term ''niet geslaagd'' en de laagste toetsscore waaraan de term ''geslaagd'' wordt toegekend. Competentie : edemonstreerd vermogen om kennis en vaardigheden toe te passen en - waar relevant- gedemonstreerde persoonlijke eigenschappen, zoals gedefinieerd in het eamineringschema. Diplomadatum Datum waarop het besluit wordt genomen het diploma aan de kandidaat te verlenen. Eindtermen Entreecriteria Eamen Eameninstelling Eamenreglement Klacht KO Leerdoel SCA-register Toets Toetsmatrijs Toetsterm : Een omschrijving van het geheel aan kennis, vaardigheden en houdingen van een specifiek vakbekwaamheidsgebied ten behoeve van het toetsen van eamenkandidaten. : Criteria, zoals vooropleiding en werkervaring, waaraan de kandidaat moet voldoen om toegelaten te worden tot eaminering. : Het geheel van toetsopgaven (toetsvragen en / of toetsopdrachten), bedoeld om de individuele kandidaat te kunnen beoordelen in de mate waarin hij of zij aan de toetstermen voldoet. : Onafhankelijke instelling, die onder toezicht en goedkeuring van een door SCA aangewezen toezichthouder eamens van kandidaten afneemt en hierover rapporteert aan SCA. : Bepalingen voor de uitvoering van eamens in de relatie tussen de kandidaat en de eameninstelling. : Verzoek om vaststelling van rechtmatigheid, anders dan via een bezwaar of beroep, door elke organisatie of elk individu, dat moet leiden tot correctieve maatregelen in relatie tot activiteiten van een eameninstelling of via de SCA Centrale Eamencie en het CCvD bijstelling van SC-570 : Knock-outs; fatale fouten in de opdrachtuitvoering bij een praktijkeamen. : Een omschrijving van een cognitieve, psychomotorische en/of psychosociale doelstelling die in een leersituatie bereikt moet worden. : Een door SCA beheerd centraal overzicht van verleende certificaten en diploma s conform het werkveldspecifieke eamineringschema. : Het geheel van toetsopgaven (toetsvragen en / of toetsopdrachten), bedoeld om de individuele kandidaat te kunnen beoordelen in de mate waarin hij of zij aan de eindtermen voldoet. : Het geheel aan eisen met betrekking tot de samenstelling en de beoordelingswijze van de toets en de voorwaarden waaronder de toets dient te worden afgenomen, voor het inrichten van een valide eamensituatie in het kader van de eindtermen. : Een omschrijving van (een element van) een eindterm, in de vorm van één kennisaspect, één vaardigheid of één houding, zodanig dat ze toetsbaar is. oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 7 van 32 3. WERKVELD ASBESTDESKUNDIE 3.1.1. Beschrijving werkveld Het is een belangrijke voorwaarde dat binnen asbestland alle direct en indirect betrokkenen over voldoende kennis beschikken over wat zich daarbinnen zoal afspeelt. Het SCA-Diploma is bestemd voor o.a. opsporingsambtenaren (medewerkers van gemeente, provincie en overheid) belast met opsporing en handhaving alsmede auditoren van certificatie-instellingen die vanuit hun functie toezicht moeten houden op de gehele keten van asbestverwijdering. Daarnaast is het SCA-Diploma ook bedoeld voor medewerkers van asbestinventarisatie- en asbestverwijderingsbedrijven die vanuit hun functie bekend dienen te zijn met de onderwerpen, zoals aangegeven in het vakbekwaamheidsprofiel asbestdeskundige. Het eamen sluit aan bij de veiligheidsaspecten, opgenomen in SC-530 en SC-540 en de relevante wet- en regelgeving hieromtrent. 3.1.2. Eamenstructuur Alleen eameninstellingen, die onder verantwoordelijkheid van certificatie-instellingen (aangewezen door de Minister van SZW), DTA- èn DAV-eamens afnemen komen in aanmerking voor het afnemen van het eamen ten behoeve van SCA-Diploma. Deze eameninstellingen moeten (voor het praktijkgedeelte) beschikken over gekwalificeerde eaminatoren, waarvan de CV s ter beoordeling vooraf zijn ingeleverd bij SCA (zie ook par. 4.3) De eameninstelling hebben een overeenkomst met Stichting Certificatie Asbest, op grond waarvan zij gerechtigd zijn eamens conform SC-570 af te nemen. Het toezicht op de eaminering op conformiteit met SC-570 geschiedt door een door SCA aangewezen toezichthouder. 4. EAMENRELEMENT 4.1. Doelstelling Dit eamenreglement bevat bepalingen voor de voorbereiding en uitvoering van eamens ten behoeve van het SCA-Diploma met registratie van de uitvoerende eamenstellingen. 4.1.1. Aanvraag De kandidaat dient bij de bevoegde eameninstelling 1 een aanvraag in voor het SCA-Dip;loma. Vervolgens verstrekt de eameninstelling alle relevante informatie over de gang van zaken.. 4.1.2. Eamenbeslissing De eamenbeslissing wordt genomen door een functionaris van de eameninstelling die niet betrokken is geweest bij de beoordeling van de kandidaten en daartoe is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem en de procedures van de eameninstelling. 4.1.3. Registratie De door SCA geaccepteerde eameninstellingen zullen op de website van SCA worden vermeld. De eameninstelling registreert de gegevens van de kandidaat conform SC-720. Deze gegevens worden binnen een week na de diplomadatum per e-mail conform de overeenkomst met SCA art. 5 Rapportage verzonden aan SCA ten behoeve van het SCA-Register 1 Op basis van een getekende overeenkomst met SCA voor het gebruik van SC-570 oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 8 van 32 Na ontvangst van de SCA-afdracht ontvangt de geslaagde kandidaat binnen uiterlijk 5 werkdagen het SCA- Diploma en worden de gegevens opgenomen in het SCA-Register ten behoeve van het SCA-netwerk van n 4.2. De eameninstelling 4.2.1. Eisen te stellen aan de eameninstelling Eameninstellingen dienen te worden goedgekeurd door de door SCA aangewezen toezichthouder De toezichthouder zal deze goedkeuring ter registratie melden aan Stichting SCA. Tevens dient de eameninstelling de verplichtingen na te komen vermeld in de samenwerkingsovereenkomst met de Stichting SCA. De eameninstelling dient te beschikken over een kwaliteits- en procedurehandboek dat onderdeel uitmaakt van het kwaliteitssysteem dat gelijkwaardig is aan een systeem dat voldoet aan de normserie NEN-ISO 9001:2000 en bovendien geaccordeerd is door de door SCA aangewezen toezichthouder. De eameninstelling dient een handleiding voor eamenfunctionarissen samen te stellen, waarin o.a. de taken en bevoegdheden opgenomen zijn. Deze handleiding dient goedgekeurd te zijn door de door SCA aangewezen toezichthouder. 4.2.2. Het eamenreglement van de eameninstelling in dit eamenreglement van de eameninstelling dienen opgenomen te zijn: ingangsdatum; de inschrijvingsprocedure; bevestiging van deelname en oproep; identificatie van de deelnemers; toelating en afwezigheid; eamenduur en wijze van eaminering; gedragsregels voor kandidaten; regeling aangepast eamen; normen voor slagen en afwijzen; bekendmaking van de uitslag; bewaartermijn van de eamendocumenten zoals uitwerkingen en beoordelingsformulieren; inzagerecht; klachtenprocedure; geldigheidsduur van het eamenresultaat. 4.3. Eisen te stellen aan het eamenpersoneel 4.3.1. Ten behoeve van het theorie-eamen: Voor het theorie-eamen wordt door de eameninstelling een functionaris aangesteld. Deze heeft geen specifieke kennis nodig van het vakgebied. De functionaris wordt wel geacht te beschikken over: organisatorische capaciteiten; communicatieve en contactuele vaardigheden; het vermogen regelend en besluitvaardig op te treden; Van de functionaris wordt tevens verwacht dat hij: toeziet op de naleving en uitvoering van het eamenreglement, de uitvoeringsvoorschriften en de eameneisen; verantwoordelijk is voor het afsluiten van de ruimte s voor de afnameplaats van het theorieeamen. op correcte wijze de vastgestelde administratieve procedures afhandelt; oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 9 van 32 zich op voldoende wijze beschikbaar stelt voor het toezicht op de afname van theorieeamens. Een functionaris verricht de volgende taken: het controleren van de personalia en de aanmeldingen; het controleren en aansluitend voorbereiden van het theorie-eamen zodat de kandidaten direct na aanvang van het eamen kunnen starten; het uitoefenen van toezicht teneinde misbruik te voorkomen; het innemen van de eamenstukken en het aansluitend verzendklaar maken; het verzenden van het totale pakket aan de eameninstelling, dan wel het overhandigen aan de voorzitter. Voor het beoordelen van de schriftelijke uitwerking van het theorie-eamen wordt door de eameninstelling een corrector aangesteld. De corrector wordt geacht te voldoen aan de volgende kwalificatiecriteria: de Nederlandse taal machtig zijn; actuele vakinhoudelijk kennis en inzicht; bereid zijn de beoordelingscriteria zoals vastgelegd in SC-570 toe te passen. De corrector dient binnen de gestelde termijn de uitwerkingen van de theorie-eamens te beoordelen en hier een waardering volgens de methodiek zoals vastgelegd in het SC-570 aan te verbinden. 4.3.2. Ten behoeve van het praktijkeamen Voor het praktijkeamen wordt door de eameninstelling een eaminator aangesteld. Indien meerdere eaminatoren het eamen afnemen, dient door de eameninstelling een voorzitter aangesteld te zijn. De eaminator is belast met de beoordeling of, en in welke mate, kennis, vaardigheden en attitude van de kandidaat voldoen aan de gestelde eameneisen voor het behalen van het eamen. De eaminator wordt geacht te beschikken over: minimaal twee jaar werkervaring in het vakgebied; praktische en theoretische kennis van het werkveld van de, onderscheiden naar emeenten, Arbeidsinspectie en Milieupolitie etc.; praktische en theoretische kennis van het werkveld van de en met name de auditor van de certificatie-instelling 2 betrokken bij procescertificatie conform SC-530 en SC-540; goede communicatieve vaardigheden t.o.v. de kandidaat; het vermogen besluitvaardig op te treden; kennis van het eamenreglement. Van de eaminator wordt verwacht dat hij: begrip heeft voor de invloed die een eamensituatie heeft op het gedrag van de kandidaten; een optimaal klimaat weet te scheppen voor de kandidaat, opdat kennis en opgedane ervaring, inzicht, vaardigheden en attitude zo goed mogelijk uit de verf komen; op correcte wijze omgaat met de kandidaten en alle overigen die functioneel bij het eamen aanwezig zijn; een objectieve beoordeling geeft van de kennis en het inzicht van de kandidaat; nauwgezet de voorschriften in acht neemt die voor elk eamenonderdeel gelden; op representatieve wijze de eameninstelling vertegenwoordigt tijdens het eamen en zorg draagt voor een correct eamenverloop. De voorzitter wordt geacht, naast de eigenschappen van de eaminator, te beschikken over: organisatorische en leidinggevende capaciteiten; communicatieve en contactuele vaardigheden; het vermogen improviserend/regelend en besluitvaardig op te treden; een ruime ervaring inzake praktijkeaminering met betrekking tot vakbekwaamheid. 2 In overleg met de gezamenlijke CI s uit te werken oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 10 van 32 Van de voorzitter wordt tevens verwacht dat hij: toeziet op de naleving en uitvoering van het eamenreglement, de uitvoeringsvoorschriften en de eameneisen; leiding geeft aan de overige leden van het eamenpersoneel; op correcte wijze de vastgestelde administratieve procedures afhandelt; zich op voldoende wijze beschikbaar stelt voor het voorzitten van de eamens. De voorzitter is verantwoordelijk voor het gehele verloop van het eamen waaronder ook de afhandeling van de administratieve zaken zoals beschreven door de eameninstelling. Het eamenpersoneel wordt benoemd op basis van toetsing van bovengenoemde criteria en de voor eaminatoren geldende procedure zoals genoemd onder paragraaf 8.3. 4.3.3. Onafhankelijkheid van de eaminator De eaminator dient onafhankelijk te zijn en geen belang te hebben bij de uitslag van het eamen. De eaminator werkt in opdracht van de eameninstelling en met goedkeuring van de SCA Toezichthouder en mag geen werkzaamheden of andere verrichtingen van welke aard dan ook, gevraagd of ongevraagd, van tijdelijke dan wel permanente duur, in welke hoedanigheid dan ook en ongeacht of er al of niet een vergoeding tegenover staat, uitvoeren in opdracht van het opleidingsinstituut van de kandidaat voor het desbetreffende eamineringsschema. Elke eaminator tekent een verklaring waarin geheimhouding en onafhankelijkheid en de beslotenheid van de eamens wordt gegarandeerd. De eaminator moet zich onafhankelijk verklaren van de kandidaat en de eventuele opleider van de kandidaat. Mocht blijken dat er toch een relatie, van welke aard dan ook, bestaat tussen de kandidaat en de betreffende eaminator, dient de eaminator dit tijdig aan de eameninstelling te melden. Het is onder geen enkele voorwaarde toegestaan dat de betreffende eaminator deze kandidaat eamineert. De SCA Centrale Eamencie zal periodiek een overleg met uitvoerende eaminatoren organiseren ten behoeve van de afstemming van de uitvoering van de praktijkeamens. Van dit overleg wordt een verslag gemaakt dat ter kennisname aan de eamen-instellingen zal worden gezonden. 4.3.4. Register van goedgekeurde eamenpersoneel, belast met afname De eameninstelling dient een register bij te houden van eamenpersoneel en hun inzet bij de eamens. Dit register dient beschikbaar te zijn voor de SCA Toezichthouder. Tevens dient de eameninstelling over persoonsdossiers te beschikken waarin opgenomen een curriculum vitae, een geheimhoudingsverklaring, een informatie/bereidheidsverklaring c.q. overeenkomst, beoordelingsformulieren en andere relevante, persoonsgebonden documenten. 4.4. Eisen te stellen aan het eamen 4.4.1. Beslotenheid van eamens Medewerkers van de eameninstelling dragen zorg voor de absolute geheimhouding van de eamenopgaven, voor zover deze opgaven geen onderdeel uitmaken van een publieke norm. Verificatie en implementatie hiervan dient te geschieden door de eamineringinstelling. Medewerkers van Bureau SCA en de leden van de Centrale Eamencie hebben een verklaring van geheimhouding ondertekend. In de overeenkomst SCA-Eameninstelling is de verplichting tot de beslotenheid bij de eamen-instelling geregeld. 4.4.2. Algemene regels bij de uitvoering van theorie-eamen Het theorie eamen wordt afgenomen in de Nederlandse taal op een locatie die voldoet aan de volgende eisen: Op de locatie dient een ruimte voor de opvang van de kandidaten beschikbaar te zijn; Nabij de eamenlocatie dienen sanitaire voorzieningen beschikbaar te zijn; De lichtcapaciteit van de eamenlocatie dient voldoende te zijn; oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 11 van 32 Elke eamenlocatie dient afsluitbaar en in eamenopstelling ingericht te zijn, waarbij een minimale tussenruimte van 1,00 meter in acht genomen moet worden tussen de tafels onderling; Voor elke kandidaat dient een tafel (minimaal 0,50 m 0,70 m) en een stoel aanwezig te zijn; Voor de toezichthouder dient een bij voorkeur grotere tafel en stoel aanwezig te zijn; In de directe omgeving van elke eamenlocatie mogen geen storende invloeden optreden (bijv. geluidsoverlast); De ruimte dient voldoende geventileerd en verwarmd te kunnen worden. Eamenmiddelen Voor het theorie-eamen dienen op basis van het aantal te eamineren kandidaten voldoende gebundelde opgaven en uitwerkpapier aanwezig te zijn. Indien op één eamenlocatie tijdens één eamendag op twee verschillende momenten een theorie-eamen wordt afgenomen, dienen er twee verschillende versies gebruikt te worden. 4.4.3. Algemene regels bij de uitvoering van het praktijk-eamen Het praktijkeamen wordt op de werklocatie afgenomen in de Nederlandse taal conform de afspraken, die de kandidaat met de eaminator heeft gemaakt binnen het kader van dit eamineringsschema. Zie ook par. 4.1.2. 4.5. Klachten Klachten van kandidaten worden door de eamenstelling geregistreerd en afgehandeld conform haar eigen klachtenreglement (zie ook par 9.6). Indien uit de afhandeling van de klacht blijkt dat een verduidelijking of aanvulling van SC-570 gewenst is zal de eameninstelling daartoe een voorstel, indienen bij de SCA Centrale Eamencie ter voorbereiding van besluitvorming daaromtrent in het CCvD. Minimaal jaarlijks rapporteert de eameninstelling aan het CCvD Asbest over de ontvangen en afgehandelde klachten. (Zie ook overeenkomst SCA-EI [SC-062]) 4.6. Verzoek tot herziening Met betrekking tot een verzoek tot herziening wordt verwezen naar de procedure die de eameninstelling daarvoor op aanvraag beschikbaar heeft. 4.7. Beheer centrale itembank en eamenversies Beheer van de itembank geschiedt onder strikte geheimhouding centraal door de SCA Centrale Eamencommissie. 5. OVERANSREELIN n met jarenlange ervaring kunnen worden vrijgesteld van het praktijkeamen. Daartoe dienen zij aantoonbaar aan de volgende criteria te voldoen: meer dan 3 jaar werkervaring op het werkgebied asbest van de doelgroep waarvoor zij theorieeamen gedaan hebben; het minimaal 6 keer per jaar uitvoeren van een inspectieactiviteit in het veld op het gebied van asbestverwijdering (aantoonbaarheid van afgelopen jaar) Indien de kandidaten aan het eamenbureau stukken overleggen waaruit bovenstaande kwalificaties blijken, kan het eamenbureau op basis van deze stukken vrijstelling verlenen. Het eamenbureau legt over deze vrijstelling, binnen een maand een schriftelijke verklaring, met de argumenten voor deze vrijstelling, af aan SCA. oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 12 van 32 DEEL II NORMEN Deel 2 van dit eamineringsschema bevat de normen die gelden voor het SCA-diploma. Beschreven wordt achtereenvolgens: entree-eisen die gesteld worden om toegelaten te worden tot het eamen; Omschrijving van de vakbekwaamheidseisen voor de asbestdeskundige; de eindtermen die gelden ten behoeve van het diploma; de wijze waarop het voldoen aan de eindtermen wordt beoordeeld en gerapporteerd; het SCA-Diploma. 6. ENTREE EISEN Voor het deelnemen aan het eamen ten behoeve van het SCA-Diploma dient aantoonbaar te worden voldaan aan de volgende eisen. - Nederlandse taal minimaal in woord en geschrift machtig zijn; - minimale leeftijd van 18 jaar hebben; 7. VAKBEKWAAMHEIDSEISEN ASBESTDESKUNIDE De algemene vakbekwaamheidseisen voor de asbestdeskundige zijn onder te verdelen in de volgende onderwerpen: 1) Algemene kennis van asbest 2) ezondheidsrisico s van asbest 3) Herkennen van asbestverdachte materialen 4) Wetgeving 5) Zelfregulering 6) Asbestinventarisatie 7) Persoonlijke beschermingsmiddelen 8) Asbestwerkzaamheden 9) Containment 10) Laboratorium / Inspectie-instelling 11) Decontaminatie 12) Asbesthoudend afval 13) Isolatiemethoden 14) Communicatie 15) Calamiteiten In hoofdstuk 10 Eindtermen zijn de vakbekwaamheidseisen op deze gebieden meer gedetailleerd weergegeven. oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 13 van 32 8. TOESTMETHODIEK BIJ EAMINERIN 8.1. Theorie-eamen Het theorie-eamen deel A bestaat uit 40 meerkeuzevragen en deel B 2 cases. In de itembank zijn per toetsterm meerdere, uniek gecodeerde vragen opgeslagen. 8.1.1. Toetstermen Zie hoofdstuk 10 Eindtermen 8.1.2. Beoordelingsmethode theorie eamen Het theorie-eamen deel A bestaat uit 40 meerkeuzevragen en deel B 2 cases. In de itembank zijn per toetsterm meerdere, uniek gecodeerde vragen opgeslagen. 8.1.3. Toetsmatrijs theorie eamen Deel A: meerkeuzevragen onderdeel Algemene beschrijving Aantal meerkeuze Vragen (min-ma) voor emeente Aantal meerkeuze Vragen (min-ma) voor overige doelgroepen 1 Algemene kennis van asbest 3 (2 4) 3 (2 4) 0-1 2 ezondheidsrisico s van asbest 1 ( 0 2) 2 (1-3) 3 Herkennen van asbestverdachte materialen 1 ( 0 2) 2 (1-3) 1 Casus Min-ma 4 Wetgeving 14 ( 12 16) 7(5 8) 5 Zelfregulering 2 (1 3) 2 (1 3) 0-1, gemeente minimaal 1 0-1, CI minimaal 1 6 Asbestinventarisatie 2 (1 3) 3 (2 5) 0-1 7 Persoonlijke beschermingsmiddelen 2 (1 3) 3 (2 4) 8 Asbestwerkzaamheden 3 (2 4) 4 (3 5) 9 Containment 3 (2 4) 3 (2-4) 10 Inspectie-instelling 2 (1 3) 2 (1 3) 11 Decontaminatie 1 ( 0 2) 2 (1 3) 0-1 12 Asbesthoudend afval 2 (1 3) 2 (1 3) 13 Isolatiemethoden 2 (1 3) 2 (1 3) 14 Communicatie 1 ( 0 2) 1 ( 0 2) 15 Calamiteiten 2 (1 3) 2 (1 3) oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 14 van 32 Theorie Deel B (casus met open vragen) De casus is een beschrijving van een situatie die binnen het werkgebied van de asbestdeskundige ligt. Over de situatie worden open vragen gesteld, die het inzicht en het toepassen van de hieronder genoemde onderdelen toetsen. De verdeling van de vakbekwaamheidseisen waarover de casus kan gaan is aangegeven in de toetsmatrijs (par 5.1). 8.1.4. Cesuur theorie-eamen De beoordeling van deel A van het theoretische eamen is een functie van het aantal goed beantwoorde vragen. Bij de beoordeling van de meerkeuzevragen wordt gecorrigeerd voor de statistische kans op een goed antwoord. De cesuur voor de meerkeuzevragen bedraagt daarom 70%. De theorietoets deel A bestaat uit 40 meerkeuzevragen. In de itembank zijn per toetsterm meerdere, uniek gecodeerde, vragen opgeslagen. Het theorie B bestaat uit 2 opdrachten. Deze opdrachten worden aan de eamen-instelling per eamensessie beschikbaar gesteld door de SCA Centrale Itembank. In deze itembank zijn per toetsterm meerdere, uniek gecodeerde, open vragen opgeslagen. De beoordeling van deel A en B van het theoretisch eamen is een functie van het aantal goed beantwoorde vragen. Een kandidaat is geslaagd voor de totale theorietoets als hij/zij voor theorie A en B samen een voldoende heeft gescoord. Voor deel B moet minimaal een 5,5 te zijn behaald. Daarbij wordt de volgende formule toegepast: Het eindcijfer theorie = (0,5 cijfer deel A) + (0,5 cijfer deel B) Waarbij voor deel A de volgende staffel geldt: Aantal goed 0-6 7-10 11-14 15-19 20-23 24-27 28-30 31-33 34-37 38-39 40 Cijfer 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 8.2. Praktijkeamen 8.2.1. Toetstermen Voor het praktijkeamen gelden de eindtermen als vermeld in par. 10. Met name het praktijkeamen is dat gedeelte van het eamen waar de specifieke aspecten van de werkzaamheden van doelgroep getoetst worden. De eisen te stellen aan de aard en omvang van de werkzaamheden van de kandidaat bij een dergelijk werkbezoek zijn vermeld in hoofdstuk 10 kolom Praktijkeamen: emeente (), Arbeidsinspectie / Milieupolitie (AI) 8.2.2. Toetsmatrijs Praktijkeamen Zie hoofdstuk 10 Eindtermen 8.2.3. Uitvoering praktijkeamen a. Voor de gemeenten (SCA-Diploma ) Het uitvoeren van één inspectie op asbestverwijderingslokaties onder toezicht van een eaminator van de eameninstelling. Bij deze inspectie wordt gebruik gemaakt van de BWT-controlelijst zoals opgenomen in SC-530: 2009 Bijlage K, welke op de website van SCA te downloaden is. Bij de beoordeling van de eaminator zal de kandidaat de werkelijke situatie moeten beoordelen en zal de eaminator een viertal situaties beschrijven waarop de kandidaat zijn maatregelen moet nemen en oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 15 van 32 rapporteren. De kandidaat rapporteert op 2 separate lijsten: Eén van zijn bevindingen in de werkelijke situatie en één van zijn bevindingen in de situatie die door de eaminator is geschetst. Indien de beoordeling en de rapportages om een adequate manier zijn uitgevoerd cq. opgesteld is de kandidaat geslaagd voor zijn/haar eamen. b. Voor de asbestdeskundige Arbeidsinspectie(SCA-Diploma AI) Het uitvoeren van één inspectie op asbestverwijderingslokaties onder toezicht van een eaminator van de eameninstelling. Bij deze inspectie wordt gebruik gemaakt van de handhavingslijst AI met kenmerk zoals opgenomen in SC-530: 2009 Bijlage H, welke op de website van SCA te downloaden is.. Bij de beoordeling van de eaminator zal de kandidaat de werkelijke situatie moeten beoordelen en zal de eaminator een viertal situaties beschrijven waarop de kandidaat zijn maatregelen moet nemen en rapporteren. De kandidaat rapporteert op 2 separate lijsten: Eén van zijn bevindingen in de werkelijke situatie en één van zijn bevindingen in de situatie die door de eaminator is geschetst. Indien de beoordeling en de rapportages om een adequate manier zijn uitgevoerd cq. opgesteld is de kandidaat geslaagd voor zijn/haar eamen. c. Voor de asbestdeskundige Certificatieinstelling (SCA-Diploma CI A ) Het uitvoeren van één inspectie op asbestinventarisatie onder toezicht van een eaminator van de eameninstelling. Bij deze inspectie wordt gebruik gemaakt van de projectcontrolelijst asbestverwijdering met kenmerk SC-542 zoals opgenomen in SC-540: 2009 Bijlage, welke op de website van SCA te downloaden is. Bij de beoordeling van de eaminator zal de kandidaat de werkelijke situatie moeten beoordelen en zal de eaminator een viertal situaties beschrijven waarop de kandidaat zijn maatregelen moet nemen en rapporteren. De kandidaat rapporteert op 2 separate lijsten: Eén van zijn bevindingen in de werkelijke situatie en één van zijn bevindingen in de situatie die door de eaminator is geschetst. Indien de beoordeling en de rapportages om een adequate manier zijn uitgevoerd cq. opgesteld is de kandidaat geslaagd voor zijn/haar eamen. d. Voor de asbestdeskundige Certificatieinstelling (SCA-Diploma CI V) Het uitvoeren van één inspectie op asbestverwijderingslokaties onder toezicht van een eaminator van de eameninstelling. Bij deze inspectie wordt gebruik gemaakt van de projectcontrolelijst asbestverwijdering met kenmerk SC 532, zoals opgenomen in SC-530: 2009 Bijlage H, welke op de website van SCA te downloaden is. Bij de beoordeling van de eaminator zal de kandidaat de werkelijke situatie moeten beoordelen en zal de eaminator een viertal situaties beschrijven waarop de kandidaat zijn maatregelen moet nemen en rapporteren. De kandidaat rapporteert op 2 separate lijsten: Eén van zijn bevindingen in de werkelijke situatie en één van zijn bevindingen in de situatie die door de eaminator is geschetst. Indien de beoordeling en de rapportages om een adequate manier zijn uitgevoerd cq. opgesteld is de kandidaat geslaagd voor zijn/haar eamen. e. Voor de asbestdeskundige Asbestinventarisatiebureau(SCA-Diploma AIB) Voor medewerkers van asbestverwijderingsbureau s (interne beoordelaars cf SC-540: 2009 art 11.8) is het mogelijk om het diploma te behalen als zij voldoen aan de eisen die gesteld zijn aan de CI. In plaats van een etern projectlokatie-bezoek, kunnen de medewerkers volstaan met een interne beoordeling van een eigen project met behulp van projectcontrolelijst asbestverwijdering met kenmerk SC-542, zoals opgenomen in SC-540: 2009 Bijlage, welke op de website van SCA te downloaden is. De werkwijze voor de beoordeling is eact hetzelfde als de beoordeling voor de asbestdeskundige van de certificatie-instelling. f. Voor de asbestdeskundige Asbestverwijderingsbedrijf (SCA-Diploma AVB) Voor medewerkers van asbestverwijderingsbedrijven (o.a. interne beoordelaars cf SC-530: 2009 art 8.6.2.2) is het mogelijk om het diploma te behalen als zij voldoen aan de eisen die gesteld zijn aan de CI. In plaats van een etern projectlokatie-bezoek, kunnen de medewerkers volstaan met een interne beoordeling van een eigen project met behulp van de projectcontrolelijst asbestverwijdering met kenmerk SC-532, zoals opgenomen in SC-530: 2009 Bijlage H, welke op de website van SCA te downloaden is.. oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 16 van 32 De werkwijze voor de beoordeling is eact hetzelfde als de beoordeling voor de asbestdeskundige van de certificatie-instelling. 8.2.4. Toetsmatrijs Praktijkeamen Zie hoofdstuk 10 Eindtermen 8.3. Cesuur theorie-en praktijkeamen De kandidaat slaagt voor het eamen wanneer binnen een half jaar na het met goed gevolg afgelegde theorie-eamen de praktijktoets met goed gevolg is doorlopen en hij/zij voor zowel het theorie- als het praktijkeamen een voldoende ( 5,5) heeft gescoord. 8.4. Tijdsduur van het eamen: 8.4.1. Theorie-eamen Het opdrachten en vragen van het theorie-eamen dienen binnen 90 minuten uitgevoerd en beantwoord te zijn. 8.4.2. Praktijk-eamen Het praktijkeamen omvat de beoordeling van een werklokatie. De tijdsduur is afhankelijk van de grootte van het werk dat beoordeeld wordt, maar dient minimaal 2 uur te duren. oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 17 van 32 9. MODELDIPLOMA ASBESTDESKUNIDE SCA Diploma Hierbij verklaart de voorzitter van het Centraal College van Deskundigen Asbest, dat mevrouw Baukje PIETERSE, geboren op 12-12-1980 te Rabaraberdeel met goed gevolg het eamen volgens het SCA Eamineringsschema, Wageningen, 05-12-2008 heeft afgelegd Dit SCA-Diploma is geregistreerd onder SCA-code 51F-121208-510001 Het eamen is uitgevoerd door de eameninstelling ABCD te AASBEST, ir. J.A. van der Kuil Nadruk verboden = emeente AI = Arbeidsinspectie CI A = Certificatie-instelling Asbestinventarisatie CI V = Certificatie-instelling Asbestverwijdering AIB = Asbestinventarisatiebureau AVB = Asbestverwijderingsbedrijf oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 18 van 32 oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 19 van 32 10. EINDTERMEN ASBESTDESKUNDIE oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 20 van 32 Nr Module Onderwerp Thema 1. ALEMEEN 1.1 Oorsprong 1.Product 2.Herkomst / winning Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling Kandidaat kan beschrijven wat asbest is Kandidaat kan de natuurlijke achtergrondconcentratie in Nederland noemen in vezels/m 3 Kandidaat kan beschrijven waar asbest vandaan komt Kandidaat kan noemen hoe lang asbest ongeveer gebruikt wordt 1.2 Eigenschappen en Toepassingen 1.Eigenschappen Kandidaat kan de eigenschappen van asbest noemen Kandidaat kan omschrijven waarom asbest zoveel is toegepast Kandidaat kan het asbestgehalte van asbesthoudende materialen noemen. 2.Toepassingen 3.Bouwkundige toepassingen 4.Instalatietechniek 5.toepassingen van asbest in objecten 6.toepassingen in op schepen en booreilanden 1.3 ASBEST 1.Serpentijn en Amfibool Kandidaat kan toepassingen noemen die asbest bevatten Kandidaat kan veel voorkomende toepassingen herkennen Kandidaat kan de toepassingsfuncties van asbestproducten noemen. Kandidaat kan beschrijven wanneer asbest veel is toegepast. Kandidaat kan veel voorkomende asbestbevattende toepassingen noemen die in de bouw voorkomen Kandidaat kan veel voorkomende asbestbevattende toepassingen herkennen Kandidaat kan onderscheid maken in de verschillende toepassingsgebieden van asbesthoudende materialen in de industrie Kandidaat kan veel voorkomende asbestvattende toepassingen herkennen Kandidaat kan veel voorkomende asbestbevattende toepassingen noemen die in objecten voorkomen Kandidaat kan veel voorkomende asbestbevattende toepassingen herkennen Kandidaat kan aangeven welke materialen asbestverdacht zijn. Kandidaat kan methodes noemen om asbest te herkennen. Kandidaat kan de materiaaleigenschappen noemen. Kandidaat kan de structuren van asbest noemen theorie meerkeuze casus algemeen () of specifiek ( / AI / CI) praktijk eamen 2.Soorten 3.Hecht- of niethechtgebonden 4.Vervangende materialen Kandidaat kan alle soorten noemen Kandidaat kan de oorspronkelijke kleuren van alle soorten noemen Kandidaat kan de verschillende structuren van alle soorten omschrijven Kandidaat kan omschrijven hoeveel de verschillende soorten ongeveer zijn toegepast Kandidaat kan het verschil omschrijven tussen hecht- en niethechtgebonden Kandidaat kan voorbeelden noemen van zowel hecht- als niethechtgebonden producten Kandidaat kan omschrijven welke producten risicovoller zijn t.a.v. hechtgebondenjheid Kandidaat kan vervangende grondstoffen voor asbest noemen. Kandidaat kan producten noemen waarin asbestvervangende materialen zijn verwerkt. 2. EZONDHEIDSRISICO'S 2.1 Natuurlijke afweer 1.Menselijk lichaam 2.2 Ziektes 1.Ziektes 2.Asbestose 3.Mesothelioom Kandidaat kan de menselijke bescherming tegen asbest noemen Kandidaat kan de functie van de longblaasjes noemen Kandidaat kan de afmetingen van schadelijke vezels noemen Kandidaat kan omschrijven wat de gezondheidsrisico's van asbest zijn Kandidaat kan de verschillende asbestgerelateerde ziektes noemen Kandidaat kan de ziekte Asbestose omschrijven Kandidaat kan de risico's van de ziekte Asbestose omschrijven Kandidaat kan omschrijven hoe Asbestose zich openbaart Kandidaat kan de ziekte Mesothelioom omschrijven Kandidaat kan de risico's van de ziekte Mesothelioom omschrijven oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 21 van 32 Nr Module Onderwerp Thema 4.Longkanker Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling Kandidaat kan de ziekte asbestgerelateerde longkanker omschrijven Kandidaat kan de risico's van asbestgerelateerde longkanker omschrijven Kandidaat kan omschrijven hoe longkanker zich openbaart 5.Pleurale Plaque Kandidaat kan de ziekte Pleurale plaque omschrijven Kandidaat kan de risico's van Plerale plaque omschrijven Kandidaat kan omschrijven hoe de ziekte Pleurale plaque zich openbaart 2.3 Beroep 1.Algemeen 2.eneeskundig onderzoek 3.Begrippen risicoblootstelling 3. HERKENNEN 3.1 Herkennen Algemeen 1.Asbestverdacht? 2.Zekerheid mbt asbest Kandidaat kan omschrijven waarom de beroepsgerelateerde risico's met asbest groter zijn Kandidaat kan de risico's inzake natuurlijke achtergrondconcentraties noemen Kandidaat kan aangeven welke groepen verhoogd risico lopen om een asbestziekte op te lopen Kandidaat kan de wettelijke normen tav risico noemen Kandidaat kan het belang van het voorkomen van vezelemissie naar mens en milieu omschrijven Kandidaat kan verklaren wat de risico's bepaald (Mate van waarschijnlijkheid dat een gebeurtenis zal plaatshebben, bepaald door de kans van optreden, de frequentie of tijd van blootstelling en het ongewenste effect) Kandidaat kan de verplichting tot arbeidsgezondheidskundig onderzoek noemen Kandidaat kan aangeven wie het arbeidsgezondheidskundig onderzoek moet aanbieden aan de werknemer Kandidaat kan de longfunctieonderzoek als arbeidsgezondheidkundig onderzoek noemen Kandidaat kan de 3 jarige termijn van arbeidsgezondheidskundig onderzoek noemen Kandidaat kan de 40-jarige bewaartermijn van dossiers van arbeidsgezondheidsonderzoek noemen Kandidaat kan omschrijven wie de dossiers van arbeidsgezondheidsonderzoek bewaart Kandidaat kan het begrip "actueel blootstellingrisico" omschrijven. Kandidaat kan het begrip "potentieel blootstellingrisico" omschrijven. Kandidaat kan het begrip "primaire emissie" omschrijven. Kandidaat kan het begrip "secundaire emissie" omschrijven. Kandidaat kan het begrip "blootstellingrisico's onder normale omstandigheden" omschrijven. Kandidaat kan het begrip "blootstellingrisico's bij bewerking van de bodem" omschrijven. Kandidaat kan inschatten of toepassingen asbestverdacht zijn. Kandidaat kan de herkenningspunten aangeven waarop producten herkent kunnen worden. Kandidaat kan de jaartallen noemen mbt de verboden op asbest Kandidaat kan omschrijven welke instantie bevoegd is een uitspraak te doen erkende uitslag kan geven over het risico (de aanwezigheid ) van asbest. 3.2 Herkennen materialen (aansluiten bij bijlage B van SC-540) 1.Beplating hechtgebonden 2.Beplating niethechtgebonden 3.Asbestcement producten Kandidaat kan aangeven welke materialen asbestverdacht zijn. Kandidaat kan methodes noemen om asbest te herkennen. Kandidaat kan de materiaaleigenschappen noemen. Kandidaat kan aangeven welke materialen asbestverdacht zijn. Kandidaat kan methodes noemen om asbest te herkennen. Kandidaat kan de materiaaleigenschappen noemen. Kandidaat kan aangeven welke materialen asbestverdacht zijn. Kandidaat kan methodes noemen om asbest te herkennen. Kandidaat kan de materiaaleigenschappen noemen. 4.Vloerbedekking Kandidaat kan aangeven welke materialen asbestverdacht zijn. Kandidaat kan methodes noemen om asbest te herkennen. Kandidaat kan de materiaaleigenschappen noemen. 5.Pakkingen Kandidaat kan aangeven welke materialen asbestverdacht zijn. Kandidaat kan methodes noemen om asbest te herkennen. theorie praktijk casus meerkeuze eamen algemeen () of specifiek ( / AI / CI) oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 22 van 32 Nr Module Onderwerp Thema theorie praktijk Eindterm casus meerkeuze eamen algemeen () = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling of specifiek ( / AI / CI) Kandidaat kan de materiaaleigenschappen noemen. 3.3 Specifieke aandacht aan niet-hechtgebonden materialen 1.Hechtgebonden Kandidaat kan aangeven welke materialen asbestverdacht zijn. Kandidaat kan methodes noemen om asbest te herkennen. 2.niethechtgebonden 3.4 SMA-rt 1.SMA-rt 3.5 Materiaalmonsters 1.Algemeen Aandacht aan NEN 2990 3.6 Eindcontrole 1.Technieken Kandidaat kan de materiaaleigenschappen noemen. Kandidaat kan aangeven welke materialen asbestverdacht zijn. Kandidaat kan methodes noemen om asbest te herkennen. Kandidaat kan de materiaaleigenschappen noemen. Kandidaat kan aangeven wat de uitgangspunten zijn van SMA-rt Kandidaat kan nagaan in SMA-rt wat de risicoklasse is Kandidaat kan beoordelen mbv SMA-rt of de werkwijzen in het rapport juist zijn Kandidaat kan de werkwijze van een identificatie van een materiaalmonster omschrijven. Kandidaat kan een lichtmicroscopische techniek omschrijven. Kandidaat kan een elektronenmicroscopische techniek omschrijven. Kandidaat heeft kennis van de NEN 2990 Kandidaat kan een monsterneming omschrijven. Kandidaat kan noemen waar een complete eindcontrole uit bestaat. Kandidaat kan technieken aangeven waarmee asbestverdacht materiaal kan worden geanalyseerd. Kandidaat kan aangeven op welke manieren luchtmonsters worden genomen. Kandidaat kan het grootste verschil tussen analysetechnieken aangeven. Kandidaat kent het proces van monsterneming. 2.Voorschriften en Kandidaat kan aangeven wat is opgenomen in NEN 2990. rapportage Kandidaat kan de rapportage verklaren/ interpreteren 3.Instrumenten Kandidaat kan de functie van een elektronenmicroscoop omschrijven. 4. WETEVIN 4.1 Europese wetgeving 1.Europese wetgeving 4.2 Algemeen 1.Algemeen 4.3 Arbo-wet 1.Algemeen 2.Doel 3.Verantwoordelijk heid Kandidaat kan aangeven welke eisen er zijn opgenomen mbt asbest Kandidaat kan aangeven wat het doel is van de verschillende eisen mbt asbest Kandidaat kan aangeven hoe de Europese wetgeving staat tov nationale wetgeving Kandidaat kan Europese wetgeving aangeven als input voor Nederlandse wetgeving. Kandidaat weet waar de Europese wetgeving te vinden is Kandidaat kan de geschiedenis van de wetgeving mbt asbest omschrijven. Kandidaat kan relevante wetgevingen, besluiten, normen en belangrijke aspecten noemen. Kandidaat kan het doel en nut van het Productenbesluit Asbest omschrijven. Kandidaat kan aangeven bij welk ministerie de Arbo-wet hoort. Kandidaat kan aangeven wanneer de wet in werking is getreden. Kandidaat kan omschrijven voor wie de wet bedoeld is. Kandidaat kan aangeven wat de grote lijnen van de Arbo-wet zijn. Kandidaat kan omschrijven wat het doel van de Arbo-wet is. Kandidaat kan omschrijven wat het doel mbt asbest is. Kandidaat kan de belangrijkste uitgangspunten van de Arbo-wet noemen. Kandidaat kan omschrijven aan wie de wet verantwoordelijkheden geeft. Kandidaat kan minimaal 4 voorbeelden van de verantwoordelijkheden en verplichtingen noemen voor zowel werknemer als werkgever. oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 23 van 32 Nr Module Onderwerp Thema 4.Onderdelen Arbo-wet 5.Asbest 6.Werkonderbreking Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling Kandidaat kan aangeven dat de Arbo-wet een raamwet is en waarom voor een raamwet is gekozen. Kandidaat kan de verschillende onderdelen van de raamwet noemen en de inhoud hiervan beschrijven. Kandidaat kan voorbeelden noemen van een algemene eis, een Arbobesluit en een arboregeling. Kandidaat kan omschrijven wat de functie van een ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiger is Kandidaat kan de specifieke regelgeving in Arbobesluit m.b.t. asbest omschrijven. Kandidaat kan bepalingen uit het ARBO-besluit noemen. Kandidaat kan het ALARA-principe omschrijven. Kandidaat kan de eisen noemen die de Arbo-wet stelt mbt asbest. Kandidaat kan de definitie van een schadelijk respirabel vezel noemen volgens de Arbo-wet. Kandidaat kan omschrijven wanneer het asbestbesluit Arbo-wet van toepassing is. Kandidaat kan de asbestnormen noemen voor te hoge concentraties in bepaalde situaties. Kandidaat kent de asbestnorm en kan deze omschrijven. Kandidaat kan een omschrijving geven van het risiconiveau van de asbestconcentratie in de lucht conform de aangepaste nieuwe wetgeving juli 2007. Kandidaat kan omschrijven wanneer een werknemer recht heeft op werkonderbreking. 7.Arbeidsinspectie Kandidaat kan omschrijven wie controleert of de Arbo-wet op het gebied van werken met asbest wordt nageleefd. kandidaat kan omschrijven wat de hoofdtaak is van de Arbeidsinspectie. Kandidaat kan de taken, bevoegdheden, maatregelen en verantwoordelijkheden van de Arbeidsinspectie noemen. Kandidaat kan omschrijven ten gunste van wie de arbeidsinspectie komt controleren. 8.ARBO Maatregelen Kandidaat kan de algemene maatregelen noemen die gelden voor het werken met asbest Kandidaat kan de maatregelen noemen die getroffen dienen te worden bij een overschrijding van de grenswaarde. Kandidaat kan de meest voorkomende redenen noemen waarom een ruimte niet wordt vrijgegeven Kandidaat kan aangeven wanneer een asbestinventarisatie verplicht is. Kandidaat kan indeling in risicoklassen beoordelen Kandidaat kan de risicoklassen vaststellen. Kandidaat kan aangeven hoe de uitvoering conform de risicoklassen verloopt. Kandidaat kan aangeven of de maatregelen conform de indeling in risicoklassen zijn getroffen. theorie praktijk casus meerkeuze eamen algemeen () of specifiek ( / AI / CI) 4.4 Arbodienst 1.Arbodienst asbest gerelateerd 4.5 Milieuwetgeving 1.Wetgeving Kandidaat kan de functie van de Arbodienst noemen. Kandidaat kan de taken en werkzaamheden van de Arbodienst noemen. Kandidaat kan de asbestkeuring benoemen in relatie met de Arbodienst Kandidaat kan de taken van de Arbodienst omschrijven. Die bij asbestsanering van belang zijn Kandidaat kan de wetten in relatie tot asbest noemen Kandidaat kan het ministerie noemen waaronder deze wetgeving valt 2.VROM-inspectie Kandidaat kan op hoofdlijnen uitleggen hoe en op wie en wat de VROMinspectie handhaaft. 4.6 Asbestverwijderings-besluit 1.Algemeen Kandidaat kan aangeven onder welke ministerie dit besluit valt. 2.Doel Kandidaat kan aangeven wat het doel is van het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Kandidaat kan aangeven welke onderdelen rechtstreeks werken oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 24 van 32 Nr Module Onderwerp Thema 3.Sloopvergunnin g en mededeling onder voorschriften 4.Deskundige bedrijven Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling Kandidaat kan aangeven wanneer een sloopvergunning verplicht aangevraagd moet worden. Kandidaat kan aangeven wanneer een mededeling onder voorschriften nodig is. Kandidaat kan aangeven wie een sloopvergunning aanvraagt Kandidaat kan aangeven binnen welke termijnen na mededeling onder voorschrift bekend moet zijn of een sloopvergunning nodig is. Kandidaat kan aangeven dat er niet gesloopt mag worden zonder een sloopvergunning. Kandidaat kan aangeven wie op de sloopvergunning handhaaft Kandidaat kan aangeven wie verantwoordelijk is voor de sloopvergunning Kandidaat kan aangeven wie de sloopvergunning verstrekt Kandidaat kan beoordelen of een rapport voldoet om een sloopvergunning op af te geven (SC540) Kandidaat kent het verschil tussen sloopvergunning en mededeling onder voorschriften Kandidaat kan omschrijven wat een deskundig bedrijf is volgens het Arbobesluit Kandidaat kan aangeven hoe een bedrijf in aanmerking kan komen voor een SCA-procescertificaat. 4.7 Productenbesluit 1.Algemeen Kandidaat kan omschrijven wat de eisen zijn mbt asbest (bijv. afval) Kandidaat kan aangeven onder welk ministerie de wet valt Kandidaat kan aangeven wie op deze wet handhaaft en of ze opsporingsbevoegd zijn Kandidaat weet waar de wetten te vinden is Kandidaat kan voorbeelden noemen wanneer men inzake asbest met deze wet in aanraking komt Kandidaat kan het doel van deze wetgeving omschrijven Kandidaat kan aangeven welke bedrijven en onder elke voorwaarden asbest mogen opslaan theorie praktijk casus meerkeuze eamen algemeen () of specifiek ( / AI / CI) 4.8 Wet Milieubeheer 1Wet Milieubeheer 4.9 Eural 2.Algemeen Kandidaat kan algemene omschrijving geven van de WMb. Kandidaat kan de belangrijkste vier wetteksten benoemen en de relatie aangeven wat er is aan relevante wetgeving en wat de relatie is tussen alle wetten. Kandidaat kan aangeven wat voor lijst de Eural is. Kandidaat kan aangeven op welke 3 manieren de lijst aangeeft of een stof gevaarlijk is of niet. Kandidaat kent de codes voor asbest (houdend) afval en kan onderscheid aangeven tussen dit en ander sloopafval 4.10 Wet verontreinigd oppervlakte water 1.Wet verontreinigd oppervlakte water 4.11 Wet vervoer gevaarlijke stoffen Kandidaat kan een omschrijving geven van deze wet. Kandidaat kan aangeven wie toeziet op handhaving van deze wet asbestgerelateerd. 1.Wet vervoer Kandidaat kent de verplichting voor inzamelaar en de positie van gevaarlijke stoffen plaatsing op de NWO lijst. Kandidaat kan omschrijven wat de eisen zijn mbt asbest (bijv. afval) Kandidaat kan aangeven onder welk ministerie de wet valt Kandidaat kan aangeven wie op deze wet handhaafd en of ze opsporingsbevoegd zijn Kandidaat weet waar de wetgeving te vinden is Kandidaat kan voorbeelden noemen wanneer men inzake asbest met deze wet in aanraking komt Kandidaat kan het doel van deze wetgeving omschrijven Kandidaat kan omschrijven of deze wet altijd van toepassing is oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 25 van 32 SCA-diploma Nr Module Onderwerp Thema Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling theorie meerkeuze casus algemeen () of specifiek ( / AI / CI) praktijk eamen 4.12 emeente 1.Bouwverordenin Kandidaat kan aangeven waar de (model) bouwverordening onderdeel g en bouwbesluit asbest op is gebaseerd en wat deze regelt. 2.Vergunningverlening Kandidaat kan aangeven wanneer een sloopvergunning verplicht is. Kandidaat kan aangeven wanneer en door wie een mededeling onder voorschriften mag worden aangevraagd. Kandidaat kan termijnen aangeven (2) van de te onderscheiden sloopvergunningprocedure(s). Kandidaat kan aangeven wie een sloopvergunning aanvraagt en wie verantwoordelijk is. Kandidaat kan aangeven wanneer met sloop mag worden gestart. Kandidaat weet door wie, waar en wanneer en wat moet worden gemeld. 3.Toezicht en Handhaving 4.illegale sloop waarbij asbest is vrijgekomen/ verwijderen in afwijking van de verleende vergunning 5.Optreden bij incidenten 6.Algemene wet bestuurrecht 5. ZELFREULERIN 5.1 Zelfregulering asbestbranche Kandidaat kan aangeven waarop een gemeente mbt asbest dient te handhaven. Kandidaat weet wat administratief en op sanering gecontroleerd kan worden. Kandidaat kan de bevoegdheden opsommen. Kandidaat kan aangeven wat de sanctie mogelijkheden zijn. Kandidaat kan onderscheid bestuur en strafrechtelijk aangeven. Kandidaat kan betekenis kernbepalingen aangeven. Kandidaat weet wat de consequenties bij verwijderen zonder vergunning zijn. Kandidaat weet wie en wanneer toezichthouden op slooplocatie. Kandidaat kan aangeven in welke situatie deze ingelicht dienen te worden Kandidaat kent de parapluvergunning (mutatie- en klachten en onderhoud) Kandidaat kent het Landelijke uitvoeringsmethodiek Asbestverwijderingsbesluit 2005 Kandidaat kan beschrijving geven van het adequate niveau gemeentelijke asbesttaken/ VROM inspectie Kandidaat kan de procedure benoemen hoe te handelen bij de constatering van asbestverwijdering waarvoor geen vergunning is verleend/ verwijderen in afwijking van de verleende vergunning. Kandidaat kan de bestuursrechtelijke maatregelen benoemen. Kandidaat kan zijn bestuursrechtelijke bevoegdheden benoemen. Kandidaat kan benoemen welke overige instanties eveneens hierbij betrokken zijn. Kandidaat kan benoemen welke betrokken instanties aanwezig zijn bij een asbestbrand. Kandidaat kan de procedure benoemen bij het optreden bij brand waarbij asbest is vrijgekomen. Kandidaat kan de bestuursrechtelijke maatregelen benoemen. Kandidaat kan zijn bestuursrechtelijke bevoegdheden benoemen. Kandidaat kan zijn verantwoordelijkheden benoemen Welke mogelijkheden zijn er om bestuursrechtelijk op te treden Welke mogelijkheden zijn er voor de 'aangeschrevene' om in beroep te gaan. Wie moet legitimatiebewijs kunnen tonen. Aan wie moet inzage worden gegeven in documenten 1.Algemeen Kandidaat kan het begrip zelfregulering omschrijven 2.Certificatiestruct Kandidaat kan alle partijen noemen die deelnemen aan de uur certificatiestructuur 3.Partijen Kandidaat kan de functie van alle partijen omschrijven 4.Certificaten Kandidaat kan beschrijven welke certificaten verplicht zijn Kandidaat kan beschrijven waarom deze certificaten verplicht zijn 5.SCA Kandidaat kan beschrijven hoe en waarom de SC-510, -520, -530, -540 ontstaan zijn en voor wie deze zijn bedoeld. Kandidaat kan criteria noemen op basis waarvan de SCA Certificaten SC- 510, -520, -530 en -540 worden verleend oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 26 van 32 SCA-diploma Nr Module Onderwerp Thema Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling theorie meerkeuze casus algemeen () of specifiek ( / AI / CI) praktijk eamen 5.2 Beheersstichting 1.SCA Kandidaat kan omschrijven hoe asbestverwijderingsbedrijven een SCA procescertificaat krijgen Kandidaat kan omschrijven hoe asbestinventarisatiebedrijven een SCA procescertificaat krijgen 5.3 Certificerende instelling 1.Controle Kandidaat kan omschrijven wie controleert Kandidaat kan omschrijven wie de CI's handhaaft CI CI 2.Toelating Kandidaat kan het toelatingsonderzoek beschrijven voor SCA bedrijven CI 3.Sanctiebeleid Kandidaat kan het sanctiebeleid van de certificerende instellingen CI benoemen 4.Klachten Kandidaat kan omschrijven welke instantie kan worden benaderd in geval van klachten CI 5.5 Verantwoordelijkheid 1.Verantwoordelijkheid Kandidaat kent de verantwoordelijkheden van de verschillende organisaties/instanties binnen het certificeringschema. Kandidaat kent de verantwoordelijkheden van de verschillende organisaties/instanties vanuit de overheid 5.6 esloten toezichtsfront en sanctiebeleid 1.gesloten toezichtsfront 5.7 Klachten 1.Klachten mbt inventarisatierapp ort 2.Klachten mbt de sanering 5.7a Overtreden handhavende instanties 1.Overige klachten Kandidaat kan aangeven wat het gesloten toezichtsfront inhoudt Kandidaat kan aangeven welke partijen hierbij betrokken zijn. Kandidaat kan aangeven bij welke instantie/partij men de klacht moet melden. Kandidaat kan aangeven hoe men de klacht moet melden. Kandidaat kan aangeven bij welke instantie/partij men de klacht moet melden. Kandidaat kan aangeven hoe men de klacht moet melden. Kandidaat kan aangeven bij welke instantie/partij men de klacht moet melden. Kandidaat kan aangeven hoe men de klacht moet melden. 6. ASBESTINVENTARISATIE 6.1 Asbestinventarisatie-bedrijven 1.Algemeen Kandidaat kan aangeven welke verplichtingen gelden voor een asbestinventarisatiebedrijf Kandidaat kan aangeven waar deze richtlijnen omschreven staan Kandidaat kan aangeven waar de wettelijke verplichting tav asbestinventarisatiebedrijven omschreven staat 2.Asbestinventariseerder inventarisatie moet voldoen Kandidaat kan aangeven aan welke eisen een persoon belast met 3.Melding Kandidaat kan aangeven bij wie een asbestinventarisatie gemeld moet worden 6.2 Asbestinventarisatie 1.Doel Kandidaat kan het doel van asbestinventarisaties omschrijven 2.Soorten Kandidaat kan de soorten onderzoek conform SC-540 3.Verplichting Kandidaat kan de situaties benoemen wanneer een asbestinventarisatie verplicht is Kandidaat kan het soort inventarisatie tbv sloopsituatie noemen 4.Materieel Kandidaat kent de hulpmiddelen die gebruikt worden bij een inventarisatie 5.Monsterneming Kandidaat kan omschrijven hoe materiaalmonsters representatief genomen moeten worden Kandidaat kan omschrijven hoe het oppervlak na bemonstering behandeld dient te worden Kandidaat kan de soorten bemonstering noemen Kandidaat kan technieken omschrijven voor bemonstering, die geen asbestvezelemissies veroorzaken oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 27 van 32 Nr Module Onderwerp Thema Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling 6.Arbeidshygiën- Kandidaat kan de arbeidshygiënische maatregelen voor een ische maatregelen asbestinventariseerder benoemen theorie praktijk casus meerkeuze eamen algemeen () of specifiek ( / AI / CI) 6.3 Asbestinventarisatie-rapport 1.Eisen Kandidaat kan omschrijven wat de eisen zijn mbt het eindrapport van een asbestinventarisatiebedrijf Kandidaat kan de inhoud van het asbestinventarisatierapport omschrijven 2.Normen Kandidaat kan de normen omschrijven voor asbestconcentraties in arbeidssituaties Kandidaat kan de normen omschrijven voor asbestconcentraties in het milieu 3.Rapportages Kandidaat kan een onderscheid in inventarisatierapporten noemen (A/ B) 4.Conclusie 5.Informatie 6.4 Toepassen/Verificatie 1.Toepassen / Verificatie 6.5 Asbestvolgsysteem 1.Asbestvolgsysteem Kandidaat kan het puntensysteem (NEN 2991) benoemen tav de conclusies Kandidaat kan de risicoklasse indeling beoordelen (SMART) Kandidaat kan het inventarisatierapport lezen Kandidaat kan beoordelen of een inventarisatierapport correct is opgesteld en volledig is Kandidaat kan het asbestinventarisatierapport toepassen Kandidaat kan omschrijven wat een asbestvolgsysteem aan informatie moet bevatten 7. PERSOONLIJKE BESCHERMINSMIDDELEN 7.1 Algemeen 1.Vereiste PBM's Kandidaat kan de PBM's noemen die nodig zijn bij werkzaamheden met asbest 2.oorten ABM's Kandidaat kan de wet- en regelgeving noemen wat dit vereist maakt Kandidaat kan het verschil omschrijven tussen onafhankelijke en afhankelijke ademhalingsbescherming 3.ebruik ABM's Kandidaat kan aangeven wanneer onafhankelijke en afhankelijke ademhalingsbescherming gebruikt mag worden Kandidaat kan de nadelen benoemen van continu flow ABM 7.2 Eisen 1.Werkkleding Kandidaat kan de eisen omtrent werkkleding, schoeisel ed noemen 2.ABM's Kandidaat kan aangeven waaraan de ABM's moeten voldoen Kandidaat kan de minimale capaciteit van ABM's noemen 3.Filters Kandidaat kan de juiste filters voor ABM inzake asbest noemen 4.Keuring Kandidaat kan de keuringstermijn noemen van ABM's 7.3 Controle en onderhoud 1.Controleren ABM's 7.4 Praktische uitvoering 1.Pas-lek-test 2.Flow-test 7.5 Verantwoordelijkheid 1.DAV 2.DTA Kandidaat kan ABM's controleren op goede werking Kandidaat kan de procedure omtrent controle beschrijven Kandidaat kan de pas-lek-test uitvoeren Kandidaat weet wanneer ABM afgekeurd moet worden Kandidaat kan de flow-test uitvoeren Kandidaat weet wanneer ABM afgekeurd moet worden Kandidaat kan omschrijven wat de verantwoordelijkheid is van de DAV'er omtrent PBM's Kandidaat kan omschrijven wat de verantwoordelijkheid is van de DTA omtrent PBM's 8. ASBESTWERKZAAMHEDEN 8.1 Algemeen oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 28 van 32 Nr Module Onderwerp Thema 1.Algemeen 8.2 Voorbereiding 1.Melding 2.Afzetten werkgebied 3.DTA 4.Werkplan 5.V& plan 6.Calamiteitenpla n Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling Kandidaat kan de procesfasen van de asbestverwijdering omschrijven Kandidaat kan de eisen van de werkzaamheden met asbest in een binnen en buiten situatie noemen Kandidaat kan de instanties noemen waar werkzaamheden met asbest gemeld moet worden Kandidaat kan de vereiste documenten noemen voorafgaand aan werkzaamheden met asbest Kandidaat kan aangeven hoe het werkgebied op een juiste manier afgezet moet worden, zowel in binnen- als buitensituatie Kandidaat kan minimaal 5 punten noemen waarvoor de DTA verantwoordelijk is in de voorbereidingsfase Kandidaat kan de wettelijk vereiste inhoud van een werkplan beoordelen welke standaard moet worden toegepast. Kandidaat kan de eisen benoemen tbv de sloopvergunning en weet wanneer deze wel of niet van toepassing is Kandidaat kan de inhoud van een V&-plan beoordelen en welke standaard moet worden toegepast. Kandidaat kan de inhoud van een calamiteitenplan beoordelen en welke standaard moet worden toegepast. 8.3 Uitvoering 1.Werkzaamhede Kandidaat kan omschrijven hoe lang een werknemer in containment aan n het werk mag 2.Apparatuur Kandidaat kan omschrijven wat te doen als hiervan wordt afgeweken Kandidaat kan het materiaal en materieel beoordelen dat gebruikt mag worden bij een sanering Kandidaat kan de voorschriften noemen bij het gebruik van elektrisch of pneumatisch aangedreven verspanende werktuigen in een containment en daarbuiten. Kandidaat kan omschrijven waarom er geen hoge druk apparatuur mag worden gebruikt Kandidaat kan de regels omtrent keuring van materiaal en materieel noemen Kandidaat kan aangeven wat te doen als van de regels wordt afgeweken Kandidaat kan de voorschriften noemen bij het gebruik van elektrisch of pneumatisch aangedreven verspanende werktuigen in een containment en daarbuiten. (komt uit oude wetgeving) 3.Werken met Kandidaat kan uitzonderingen inzake werken met asbest zoals gemeld in asbest SC-530 noemen 4. Kandidaat kan de toegestane verwijderingtechnieken beoordelen Verwijderingtechni Kandidaat kan het onderscheid in verwijderingtechnieken noemen eken 5.Risicoklassen Kandidaat kan de risicoklassen noemen SZW 6.Vezelemissie Kandidaat kan alle eisen noemen om vezelemissie zo klein mogelijk te houden Kandidaat kan uitleggen waarom en waar dit geregeld is theorie praktijk casus meerkeuze eamen algemeen () of specifiek ( / AI / CI) 7.lovebag Kandidaat kan omschrijven wat een glovebag is Kandidaat kan omschrijven hoe men met de glovebag methode te werk gaat Kandidaat kan de regels omschrijven tav het gebruik van de glovebag Kandidaat kan omschrijven wat met een glovebag verwijderd mag worden Kandidaat kan omschrijven welke PBM's hiervoor nodig zijn 8.Logboek Kandidaat kan de inhoud van een logboek beoordelen 9.DTA 10.DAV 8.4 Eindfase 1.Schoonmaak Kandidaat kan minimaal 5 punten noemen waarvoor de DTA verantwoordelijk is in de uitvoeringsfase Kandidaat kan minimaal 5 punten noemen waarvoor de DAV verantwoordelijk is in de uitvoeringsfase Kandidaat kan omschrijven hoe het containment schoongemaakt dient te worden Kandidaat kan omschrijven wat als asbesafval behandeld dient te worden oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 29 van 32 Nr Module Onderwerp Thema 2.Visuele inspectie 3.DTA 4.DAV 9. CONTAINMENT 9.1 Containment 1.Opbouw (Praktische beoordeling) 2.Aansluiten apparatuur 9.2 Eisen 1.Algemeen 2.Ideale airflow 3.Rooktest 9.3 Werken in containment 4.Best bestaande technieken noemen 9.4 Onderdrukmachine 1.Onderdrukmachine 2.Capaciteit 3.Filters 4.Onderdrukregist ratie Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling Kandidaat kan aangeven dat de DTA-A een visuele inspectie moet uitvoeren Kandidaat kan minimaal 5 punten noemen waarvoor de DTA verantwoordelijk is in de eindfase Kandidaat kan minimaal 5 punten noemen waarvoor de DAV verantwoordelijk is in de eindfase Kandidaat kan een containment beoordelen Kandidaat kan omschrijven waarop gelet dient te worden bij de bouw van een containment Kandidaat kan aangeven wanneer een containment met PBM's opgebouwd moet worden Kandidaat kan de eisen van het folie noemen waarmee gewerkt moet worden Kandidaat kan beoordelen of de vereiste apparatuur goed is aangesloten en gebruikt. Kandidaat kent de eisen om te bepalen of de apparatuur ingezet mag worden. Kandidaat kan de eisen van het containment noemen Kandidaat kan de vereiste onderdruk in het containment noemen Kandidaat kan een ideaal containment omschrijven (folie 0,2 mm, luchtdicht, ideale airflow, ODM, ODR, Deco, Materiaalsluis/afvoersluits, afzetten werkgebied) Kandidaat kan beoordelen of een containment aan de eisen voldoet Kandidaat weet wat de eisen zijn voor een ideale luchtstroom. Kandidaat kan beoordelen of de luchtstroom juist is Kandidaat kan omschrijven wat de rooktest is Kandidaat kan omschrijven waarvoor de rooktest dient Kandidaat kan beschrijven hoe de test wordt uitgevoerd Kandidaat kan omschrijven wanneer de rooktest plaats mag vinden Kandidaat kan aangeven wat de best bestaande technieken zijn voor het werken in containment Kandidaat kan omschrijven wat een onderdrukmachine is Kandidaat kan de functie van de onderdrukmachine noemen Kandidaat kan aangeven hoe vaak een onderdrukmachine gekeurd moet worden Kandidaat kan uitleggen wat er met de capaciteit van een containment bedoeld wordt Kandidaat kan met de formule de minimale capaciteit uitrekenen Kandidaat kan omschrijven welke filters in een ODM zitten Kandidaat kan omschrijven welke deeltjes elk filter tegenhoudt Kandidaat kan aangeven wanneer en welke filters vervangen dienen te worden Kandidaat kan de functie van de onderdrukregistratie beschrijven Kandidaat kan aangeven waar in het containment de onderdrukregistratie geplaatst mag worden Kandidaat kan aangeven hoe vaak moet worden geregistreerd (zowel bij risicoklasse 2 als risicoklasse 3) 9.5 Ontmantelen 1. Ontmantelen Kandidaat kan uitleggen hoe een containment afgebroken dient te worden en tot wat voor afval dit materiaal bestempeld wordt 9.6 Eindoplevering 1. Eindoplevering Kandidaat kan de verschillende aspecten van de eindoplevering beschrijven Kandidaat kan beoordelen of alle aspecten van de eindoplevering zijn gedaan 10. INSPECTIEINSTELLIN 10.1 Eindcontrole theorie praktijk casus meerkeuze eamen algemeen () of specifiek ( / AI / CI) oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 30 van 32 Nr Module Onderwerp Thema 2.Doel 3.Metingen 4.Analyses 5.Eindcontrole SC-530 bijlage B par. 3 Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling Kandidaat kan omschrijven waarom de eindschoonmaak zo belangrijk is Kandidaat kan omschrijven wat de wettelijke verplichting is van de DTA voordat de laborant komt meten (visuele inspecties) Kandidaat kan de eisen noemen voordat de eindmeting (eindcontrole na asbestverwijdering NEN 2990) plaats kan vinden Kandidaat kan het verschil in en doel van de controles door het laboratorium noemen Kandidaat kan de eisen aan de installatie noemen voordat de eindmeting kan plaats vinden Kandidaat kan beschrijven wat gemeten wordt Kandidaat kan beschrijven hoe de meting in zijn werk gaat Kandidaat kan de diverse metingen omschrijven tbv de onderzoeken Kandidaat kan de soorten analyses die door een RvA geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd worden benoemen Kandidaat kan de eindcontrole beschrijven Kandidaat kan omschrijven wanneer een eindbeoordeling akkoord is Kandidaat kan omschrijven hoe dit geregistreerd wordt Kandidaat weet dat de eindcontrole gemeld moet worden (aan het Asbestvolgsystreem; AVS) theorie praktijk casus meerkeuze eamen algemeen () of specifiek ( / AI / CI) 10.2 Eisen Eisen Kandidaat kent de benodigde accreditaties voor inspectie en analyses 10.3 Controle Certificerende Instelling controle Kandidaat kan omschrijven hoe de controle van laboratoria eruit ziet CI 11. DECONTAMINATIE 11.1 Hygiënische maatregelen 1.Algemene hygiënische maatregelen 1.Eindschoonmaak 2.Arbeidshygiënis che maatregelen 3.Milieuhygiënische maatregelen 11.2 Decontaminatie 2.Niet ideale situatie 1.Decontaminatieunit 3.Omkledingsprocedure naar containment 4.Doucheprocedure naar containment 5.Doucheprocedure uit containment 6.Transit-route 7.Transit-route naar containment 8.Transit-route uit containment Kandidaat kan omschrijven wat algemene hygiënische maatregelen zijn Kandidaat kan voorbeelden noemen van algemene hygiënische maatregelen Kandidaat kan omschrijven wat arbeidshygiënische maatregelen zijn Kandidaat kan voorbeelden noemen van arbeidshygiënische maatregelen Kandidaat kan omschrijven wat milieuhygiënische maatregelen zijn Kandidaat kan voorbeelden noemen van milieuhygiënische maatregelen Kandidaat kan omschrijven hoeveel ruimtes een decontaminatie-unit minimaal heeft Kandidaat kan aangeven hoeveel en wat de functies zijn van de verschillende ruimtes en waaraan ze dienen te voldoen Kandidaat kan aangeven hoe de decontaminatie-unit in een ideale situatie dient te staan Kandidaat kan de functie van de Deco-unit noemen Kandidaat kan omschrijven wanneer een situatie niet ideaal is Kandidaat kan omschrijven hoe een niet ideale situatie opgelost dient te worden (Transit en 2-traps deco) Kandidaat kan de omkledingprocedure naar het containment omschrijven Kandidaat kan de doucheprocedure naar het containment omschrijven/ beoordelen Kandidaat kan de doucheprocedure uit het containment omschrijven/ beoordelen Kandidaat kan aangeven in welke ruimte en hoe het filter van de powerpack (ABM) wordt weggedaan Kandidaat kan aangeven aan welke voorwaarden moet worden voldaan voor een transit-route Kandidaat kan omschrijven waar een transit-overall en schoeisel aan moet voldoen Kandidaat kan de transit-procedure naar het containment/ werkplek omschrijven/ beoordelen Kandidaat kan de transit-procedure uit het containment/werkplek omschrijven/ beoordelen oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 31 van 32 SCA-diploma Nr Module Onderwerp Thema Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling theorie meerkeuze casus algemeen () of specifiek ( / AI / CI) praktijk eamen 11.3 Schoonmaak en legionella 12. ASBESTHOUDEND AFVAL 12.1 Afval conform Eural 1.Wat is afval? 3.Afvalstroom 1.Decontami- Kandidaat kan aangeven hoe de decontaminatie-unit gereinigd dient te natieunit worden 2.Waterbehandeling Kandidaat kan beoordelen of de filters juist gewisseld worden 3.Legionella Kandidaat kan beoordelen of er maatregelen genomen worden ter voorkoming van legionella Kandidaat kan aangeven hoe dit gecontroleerd moet worden 4.Legionella Kandidaat kan beoordelen of het legionella logboek juist wordt logboek bijgehouden. 2.Verantwoordelijkheid 4.Afvalstroomformulier Kandidaat kan aangeven wat tot asbesthoudend en asbestbesmet afval hoort Kandidaat kan omschrijven wie verantwoordelijk is voor het asbesthoudend afval Kandidaat kan omschrijven wanneer de verantwoordelijkheid van het asbesthoudend afval vervalt en hoe dit geregistreerd wordt Kandidaat kan benoemen waar en hoe lang het stortbewijs/ factuur bewaard dient te worden Kandidaat weet hoe men om dient te gaan met de afvalstroom op locatie (tijdelijke opslag) Kandidaat weet hoe er omgegaan dient te worden met losgestort afval Kandidaat kan beoordelen of het afvalstroomformulier juist ingevuld is. 12.2 Afval uitsluizen 1.Materiaalsluis Kandidaat kan de functie van materiaal/afvalsluis noemen 2.Afvalzak Kandidaat kent de procedure voor het verpakken van afval. 3.Reinigen afval Kandidaat kan beoordelen of de afvalzak juist gereinigd is. 4.Afval uitsluizen Kandidaat kan beoordelen of het afval juist wordt uitgesluisd bij gebruik van materiaalsluis 5.een materiaalsluis Kandidaat kan beoordelen of het afval juist wordt uitgesluisd bij gebruik van deco-unit Kandidaat kan de risico s benoemen die hier bij kunnen ontstaan 6.Buitensanering Kandidaat kan beoordelen of het asbest in een buitensituatie juist verpakt is 12.3 Afvalopslag en storten 1.Uitzonderlijk opslag in containment. 2.Storten Kandidaat kan aangeven onder welke eisen afval in containment opgeslagen mag worden Kandidaat kan beoordelen of afval tijdelijk opgeslagen mag worden in containment Kandidaat kan omschrijven wat de regels zijn mbt het storten van asbesthoudend afval Kandidaat kan omschrijven wat er met afval gebeurd op een stortplaats 13. ISOLATIEMETHODEN 13.1 Coaten 1.Algemeen Kandidaat kan aangeven wat bedoeld wordt met coaten/ duurzaam impregneren/inkapselen Kandidaat kan aangeven hoe men coaten veilig kan uitvoeren Kandidaat kan aangeven in welke situaties men coating kan toepassen Kandidaat kan aangeven welke soort materialen men goed kan coaten Kandidaat kan aangeven dat er niet gecoat of geïmpregneerd worden voor aanvang van de eindbeoordeling Kandidaat kan aangeven wanneer er wel ingekapseld mag/ moet worden Kandidaat kan aangeven volgens welke NEN-norm de formulering mbt coaten vastlegt (NEN 2990) en wat dit inhoudt (niet coaten/impregneren voor aanvang van de eindcontrole) 2.Voordelen Kandidaat kan aangeven wat de voordelen van coaten zijn 3.Nadelen Kandidaat kan aangeven wat de nadelen van coaten zijn CI/AI CI/AI CI/AI CI/AI oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009

blad 32 van 32 SCA-diploma Nr Module Onderwerp Thema Eindterm = gemeente; AI = Arbeidsinspectie ; CI = certificatieinstelling theorie meerkeuze casus algemeen () of specifiek ( / AI / CI) praktijk eamen 13.2 Ruimtelijke afscheiding 1.Algemeen 2.Voordelen Kandidaat kan aangeven dat werkzaamheden met asbest gemeld moeten worden Kandidaat kan aangeven wat bedoeld wordt met ruimtelijke afscheiding Kandidaat kan aangeven in welke situaties men gebruik kan maken van ruimtelijke afscheiding Kandidaat kan aangeven hoe men op een veilige manier een ruimtelijke afscheiding kan plaatsen Kandidaat kan aangeven wat bedoeld wordt met ruimtelijke afscheiding Kandidaat kan aangeven wat de voordelen van ruimtelijke afscheiding zijn 3.Nadelen Kandidaat kan aangeven wat de nadelen van ruimtelijke afscheiding zijn 14. COMMUNICATIE 14.1 Communicatie 1.Algemeen 14.4 Eterne keten communicatie 2.Algemeen 15 15.1 Calamiteit 1.Werken met Kandidaat kan het belang van toetsing en terugkoppeling van kennis omschrijven Kandidaat kan 5 punten noemen die van belang zijn bij communicatie Kandidaat kan omschrijven waarom een asbestdeskundige communicatief moet zijn Kandidaat moet communiceren en sociaal vaardig zijn om bevindingen tijdens de controles door te spreken Kandidaat kan beoordelen of de juiste maatregelen zijn genomen na een calamiteit bij een asbestsanering Kandidaat kan beoordelen of de juiste maatregelen zijn genomen bij een asbest 2.Brand calamiteit 3.Normoverschrijding calamiteit Kandidaat kan beoordelen of de juiste maatregelen zijn genomen bij een 4.Onverwacht Kandidaat kan beoordelen of de juiste maatregelen zijn genomen bij een asbest aantreffen calamiteit 5. Illegale sloop Kandidaat kan beoordelen of de juiste maatregelen zijn genomen bij een calamiteit 6. Brand bij Kandidaat kan beoordelen of de juiste maatregelen zijn genomen bij een werken met calamiteit asbest oedgekeurd CCvD Asbest 23-09-2009