Inhoudstafel 1 Toelichting 2 1.1 Definities 2 1.1.1 Rigger 2 1.1.2 Verschil tussen, rolbrugbestuurder, kraanmachinist en seingever 2 1.1.3 Toelatingsvoorwaarden 2 1.1.4 Vereiste vaardigheden 2 1.2 Opleidingen 3 Waarom een opleiding volgen? 3 Deskundigheid op het terrein? 3 Waar een opleiding volgen? 3 Opmerking 3 1.3 Arbeidsmiddelen: hijstoebehoren 4 1.3.1 Hulpmiddelen 4 Haken 4 1.3.2 Lengen 5 Touwen (kunststofvezel en natuurlijke vezel) 5 Kabels 5 Kettingen 6 Hijsbanden van synthetische vezels 6 1.4 Werkomgeving 7 Vloer 7 Werkplaats 7 Verlichting 7 Weersomstandigheden 7 1.5 Voornaamste oorzaken van ongevallen 7 Loslaten/loshaken van de last 7 Breken van de hijsband 7 Kantelen van de last 7 Klem raken van de bovenste ledematen 7 Vallen van een deel van de last 7 Andere risico s 7 II. Risico s en preventiemaatregelen 8 2.1 Persoonlijke beschermingsmiddelen 8 2.2 Veilig werken 9 2.2.1 Werkpost leren kennen 9 2.2.2 Werk opstarten in 10 stappen 9 2.2.3 Aandachtspunten 10 2.2.4 Het werk beëindigen 10 2.3 Gebarencode/geluidssignalen 11 2.3.1 Gebarencode 11 A. Algemene gebaren 11 B. Verticale bewegingen 11 C. Horizontale bewegingen 12 D. Gevaar 12 2.3.2 Geluidssignalen om te communiceren met de 12 III. Gezondheidstoezicht 13 Veiligheidsfunctie 13 Specifieke risico s (zie werkpostfiche) 13 IV. Bedrijfsbezoek 14 Algemene vragen 14 Specifieke vragen 14 V. De risicozoektocht 15 Oplossingen 16 1
1 Toelichting 1.1 Definities 1.1.1 Rigger Het beroep bestaat in: een oordeelkundige keuze maken zodanig dat noch het aanslagmateriaal noch de behandelde last beschadigd raken het aanslaan en uitwijzen van deze lasten aan een hefwerktuig het geven van seinen aan de rolbrugbestuurder of de kraanmachinist om te manoeuvreren Lengen zijn soepele hefaccessoires waar aan de uiteinden meestal haken, ringen, shackles enz. zijn bevestigd. Gebruikt materiaal bestaat hoofdzakelijk uit: kettingen touw uit kunststofvezel staalkabel hijsband uit kunststofvezel De moet vrachtwagens, treinwagons, en ander materieel kunnen laden en lossen, op bouwwerven materiaal en zware voertuigen kunnen behandelen, en ook materialen op een efficiënte wijze stockeren. Hij staat tevens in voor het: beheren van de hijs- en hefhulpstukken en lengtoebehoren zorgen voor de seingebaren aan de bedienaars van de hefwerktuigen toepassen van de veiligheidsregels stockeren van de materialen 1.1.2 Verschil tussen, rolbrugbestuurder, kraanmachinist en seingever De rolbrugbestuurder of de kraanmachinst heeft als taak lasten van één plaats naar de andere, bij middel van een rolbrug of kraan, te tillen en te verplaatsen. Deze lasten zijn meestal zeer zwaar en omvangrijk. De seingever heeft als taak aan de rolbrugbestuurder of kraanmachinist bevelen te geven voor de uit te voeren handelingen (zie 2.3 Gebarencode). Vaak wordt deze taak ook toevertrouwd aan de. De, de rolbrugbestuurder, de kraanmachinist en de seingever moeten dus heel nauw samenwerken. Bij het bedienen op de grond worden deze verscheidene taken uitgevoerd door één en dezelfde persoon. Dan is er sprake van een rolbrugbestuurder-. 1.1.3 Toelatingsvoorwaarden Tenminste 18 jaar zijn Medisch geschikt zijn: voorafgaande gezondheidsbeoordeling en jaarlijks onderzoek (zie punt III. Gezondheidstoezicht) Een opleiding gevolgd hebben: een brevet van is een noodzaak 1.1.4 Vereiste vaardigheden Veilig werken: aandacht en waakzaamheid Opmerkzaam: snel kunnen handelen in functie van een plots gebeuren Ordelijk werken en zorg dragen dragen voor de arbeidsmiddelen Ruimtelijk zicht /Dieptewaarneming Doeltreffendheid Verantwoordelijkheidsgevoel 2
1.2 Opleidingen Waarom een opleiding volgen? 1. Om te voldoen aan de verantwoordelijkheden die met de uitoefening van de taak gepaard gaan. De moet een goede kennis hebben van zijn grenzen, de lasten, het gebruik van het materiaal en de veiligheidsregels. Daarom is een degelijke theoretische en praktische beroepsopleiding nodig. 2. Aanslaan van lasten door personeel kan gevolgen hebben wat burgerlijke en strafrechterlijke verantwoordelijkheid betreft. Burgerlijke verantwoordelijkheid= herstellen van een geleden schade aan derden zowel fysisch als materieel. Men kan zich hiervoor verzekeren. Strafrechterlijke verantwoordelijkheid= sanctioneren van een overtreding en niet verzekerbaar. Deskundigheid op het terrein? De werknemer moet daarna praktijkkennis opdoen op de werkvloer en informatie bekomen over: De bedrijfseigen tiltechnieken De te gebruiken aanslagmethoden waarbij ervoor gezorgd wordt dat noch de last noch het materiaal schade oplopen De te verplaatsen lasten: massa, afmetingen/grootte (gabarit), specifieke voorzorgsmaatregelen, De onderneming op zich: huisreglement, risico s en veiligheidsmaatregelen, Waar een opleiding volgen? De opleiding wordt door verschillende opleidingscentra georganiseerd. De lijst is beschikbaar op de website http://www.besacc-vca.be/ in de rubriek opleidingen. Opmerking Indien de uitzendkracht tewerkgesteld wordt op een bouwwerf (PC 124), moet hij in het bezit zijn van een attest waaruit blijkt dat hij een veiligheidsopleiding gevolgd heeft van 16 uur, georganiseerd door een instelling erkend door het NAVB (Nationaal Actiecomité voor veiligheid en hygiëne in het bouwbedrijf). Dit attest is niet vereist indien één van volgende voorwaarden vervuld is: een attest hebben dat afgeleverd is door het NAVB op einde van de leertijd bouw een VCA-diploma hebben attest voor basisveiligheid bouw (van of conform verklaard door het NAVB) tenminste 5 jaar ervaring hebben in bouwsector tijdens de jongste 15 jaar van de beroepsloopbaan 3
1.3 Arbeidsmiddelen: hijstoebehoren Het hijstoebehoren zoals touwen, kabels, kettingen, hijsbanden zijn hijs- en hefhulpmiddelen tussen de machine (via o.a. een tilhaak) en de last welke toelaat deze op te tillen, te verplaatsen, te doen dalen tijdens de goederenbehandeling. Alle hijstoebehoren, in dienst sinds 1955, zijn verplicht CE gemarkeerd: maximale toegelaten last, datum jongste controle. Het hijstoebehoren moet bovendien driemaandelijks gecontroleerd worden door een externe dienst voor technische controle op de werkplaats (EDTC) 1. De verslagen moeten beschikbaar zijn op de werf. Deze accessoires moeten dus op elk ogenblik de garantie bieden dat ze stevig zijn en gebruiksklaar. Na elk gebruik dient de staat ervan gecontroleerd te worden. Bij twijfel worden ze hersteld of buiten bedrijf gesteld. De veiligheid van de gebruikers hangt er van af. 1.3.1 Hulpmiddelen HAKEN VOORZORGSMAATREGELEN: Niet gebruiken indien asymmetrisch, roestig, versleten, misvormd, gebarsten De ring of leng goed door het oog van de haak steken Veiligheidshaken of -klephaken gebruiken die het loshaken van de last onmogelijk maken 4 1 Volledige lijst van de externe diensten voor technische controle op de werkplaats: http://www.werk.belgie.be, module erkenningen
1.3.2 Lengen TOUWEN (kunststofvezel en natuurlijke vezel) DEFINITIE: Het betreft touwen in natuurlijke of synthetische vezels. Een kleurenetiket duidt het gebruikt soort textiel aan: Groen: polyamide Blauw: polyester Kastanjebruin: polypropyleen Wit: hennep, sisal, manillahennep Het is belangrijk de verschillende producteigenschappen te kennen daar ze elk eigen mechanische kenmerken hebben en dus anders reageren op warmte, vocht of chemische producten... TE VERMIJDEN: Touwen laten liggen in de modder, er op stappen of zware lasten er laten op vallen Contact van de touwen met zuren, bijtende producten zoals bv. ammoniak, zuren, kalk, cement Touwen blootstellen aan wisselende temperaturen (vochtigheid, warmte, enz.) Blootstelling aan hevige zonnestralen U.V. stralen kunnen fataal zijn voor touwen VOORZORGSMAATREGELEN: Touwen opbergen op een plaats vrij van knaagdieren en uit de zon Touwen nakijken op beten van knaagdieren en schimmels Staat van elk aanslagmiddel vóór het gebruik nakijken Kabels DEFINITIE Kabels zijn koud gedraaide stalen draden die samen een streng kabelgaren (kardeel) vormen. Met deze strengen wordt de kabel gemaakt. Stalen kabels zijn voorzien van een controlecertificaat en worden regelmatig door de externe dienst voor technische controle op de werkplaats nagekeken. De kabel is het meest aangewezen materiaal om lasten te tillen. Zeer zware lasten worden het best opgetild met kettingen. TE VERMIJDEN: Kabels laten slenteren/liggen in modder of in de nabijheid van een belangrijke warmtebron Contact van kabels met bijtende producten (soda, zuren, ) VOORZORGSMAATREGELEN: Kabels op een droge plaats opbergen Grondige inspectie van de kabel voor gebruik: verroeste kabels of kabels met een fout of vernauwing verwijderen Regelmatig de kabels ontvetten en ze invetten Regelmatig de eindverbindingen van de lussen van de kabels nakijken Kabels steeds op de juiste manier op- en ontrollen 5
KETTINGEN DEFINITIE: Kettingen worden vooral gebruikt om zware lasten te tillen. Kettingen bestaan meestal uit gelegeerd staal. Elke ketting is voorzien van een controlecertificaat en wordt regelmatig door de externe dienst voor technische controle op de werkplaats nagekeken. TE VERMIJDEN: Kettingen niet met een hamer bewerken en er geen zware lasten op laten vallen Nooit een schakel vervangen, noch de ketting inkorten met een schroefbout of stuk metalen draad, Kettingen niet overbelasten. Altijd de maximaal voorziene last aangeduid op de ketting respecteren Kettingen niet kruisen, wringen, draaien of knopen erin leggen VOORZORGSMAATREGELEN: De maximaal toegelaten belasting van de ketting nakijken en zich ervan vergewissen dat deze in de lengte wordt gebruikt Geen ketting gebruiken waarvan één van de schakels vervormd is, plat, verwrongen, open, vastzit of geroest is Kettingen die een tijdje blijven liggen moeten goed ingevet worden Kettingen opbergen in droge ruimte, waar noch zuren noch bijtende producten zijn gestockeerd HIJSBANDEN VAN SYNTHETISCHE VEZELS DefiniTIE: Het zijn ofwel platte geweven hijsbanden ofwel ronde hijsbanden. Een kleurenetiket toont aan welk materiaal gebruikt werd: Groen: polyamide Blauw: polyester Bruin: polypropyleen Wit: hennep, sisal, manillahennep Het is belangrijk op te letten welk materiaal aangewend wordt daar ze verschillende mechanische kenmerken hebben en anders reageren op blootstelling aan warmte of aan scheikundige producten. De kleur van de hijsbanden duidt de maximale last aan, die getild kan worden: kleur (Overeenkomend) gewicht Paars 1000 kg Groen 2000 kg Geel 3000 kg Grijs 4000 kg Rood 5000 kg (kastanje) bruin 6000 kg Blauw 8000 kg Oranje 10 000 kg Oranje + dan 10 000 kg TE VERMIJDEN: Blootstelling aan hevige zonnestralen U.V. stralen kunnen fataal zijn voor hijsbanden VOORZORGSMAATREGELEN: Nagaan of de hijsband stevig genoeg is voor de te tillen last door de maximale last vermeld op het etiket van de hijsband te controleren Controle van de hijsband vóór elk gebruik, zelfs al steekt de hijsband in een beschermhoes De hijsbanden beschermen voor de scherpe kanten van de last met specifieke beschermingsmiddelen 6
1.4 Werkomgeving Vloer Werkplaats In goede staat, vlak (geen gaten, uitstekende gedeelten...) en voldoende stevig Proper, niet glad en vrij van obstakels (bv. kabels, kettingen ) Geschikt voor het verplaatsen van lasten Niet (over)vol, zorg voor orde en netheid Een ruimte voorzien voor het opbergen van hijstoebehoren Er moeten gangen voorzien zijn voor voetgangers Verlichting De zone waar de lasten verplaatst worden moet goed verlicht zijn: vermijd schaduwzones en verblindende lichten Weersomstandigheden Bij werkzaamheden buiten: draag geschikte kledij, naargelang van het weer Draag steeds signalisatiekledij 1.5 Voornaamste oorzaken van ongevallen Loslaten/loshaken van de last Dit is de meest voorkomende oorzaak van ongevallen. Het loshaken/loslaten kan gebeuren door het wegglijden van een last (bij mandopstelling) of tussen de last en de hijsband of tussen de hijsband en de (aanslag)haak. Breken van de hijsband De hijsbanden in textiel lopen het meest kans op breken. Kantelen van de last Het kantelen gebeurt meestal wanneer het zwaartepunt van de last uit het centrum ligt. Klem raken van de bovenste ledematen Dit type ongeval wordt veroorzaakt door een onaangepaste houding bij de goederenbehandeling of aan een verkeerde communicatie tussen de en de bedienaar van het toestel. Zorg ervoor dat u zich nooit tussen een bewegende last en een vaste constructie bevindt. Vallen van een deel van de last Dit type ongeval komt voor bij het tillen van verschillende voorwerpen of buizen met de mandopstelling van de hijsbanden. Zijn de lasten niet goed vastgebonden, dan kunnen ze vallen. Kies de aanslagwijze zodanig dat er nooit enig deel van de last kan vallen. Andere risico s Val van de bij het aanslaan of uitwijzen van lasten Klemming bij het verplaatsen van de last Aansluithaak raakt 7
II. Risico s en preventiemaatregelen 2.1 Persoonlijke beschermingsmiddelen opgelet: Draag steeds: een veiligheidshelm veiligheidsschoenen type S3 met antislipzool beschermende handschoenen signalisatiekledij of fluorescerende banden Naar gelang de risico s op de werkpost moet de oordoppen dragen: aanbevolen als het geluid > 80 db(a) verplicht als het geluid > 85 db(a) Veiligheidshelm Bij gevaar voor vallende voorwerpen (voorwerpen die van rekken kunnen vallen) Gehoorbescherming Bij een blootstelling aan geluid van 80 db(a) of meer Handschoenen Dragen van snij- en kerfbestendige handschoenen bij: - het manipuleren van lasten met scherpe randen, palletten - het verwijderen van mesjes Dragen van beschermhandschoenen tegen chemische risico s bij het manipuleren van chemicaliën Veiligheidsschoenen - anti-slipzolen - stalen neus S3 8
2.2 Veilig werken 2.2.1 Werkpost leren kennen Informeer u over de precieze inhoud van de uit te voeren taken Volg steeds alle instructies die de werfleider geeft Draag steeds de persoonlijke beschermingsmiddelen Leef correct de veiligheidsaanwijzingen na 2.2.2 Werk opstarten in 10 stappen 1. Controleer de staat van de lengen aan de hand van de afkeuringscriteria 2. Kijk de veiligheidspal na van de haak van de rolbrug of kraan. Hij moet automatisch sluiten 3. Evalueer de last Kan de last zonder schade verplaatst worden? Plaats indien nodig beschermhoeken of een ander beschermmiddel om te zorgen dat noch de last, noch het aanslagmateriaal beschadigd wordt De lengen en aanslagmethode kiezen in functie van het gewicht van de last (CMU) 4. Kies de aanslagpunten in functie van de vorm van de last en van het zwaartepunt 5. Bevestig de lengen zodat ze niet kunnen glijden noch de last beschadigen. Hou rekening met de maximaal toegelaten tophoeken tussen de lengen onderling 6. Bekijk nauwkeurig het traject/parcours en de werkomgeving die de last moet volgen om zeker te zijn dat het tillen geen gevaar oplevert. Zorg ervoor dat de kabel steeds verticaal opgehangen blijft aan de kraan of loopbrug. Vraag indien nodig aan de rolbrugbestuurder of kraanman om zijn positie te verbeteren Opgelet: Als de last slecht is aangeslagen of niet goed in evenwicht hangt mag hij niet gehesen worden Begin nooit te hijsen als de last schommelt 7. Kijk de spanning na van de lengen vooraleer de last traag op te tillen van de grond 8. Kijk na of de last in evenwicht hangt, geef dan pas het hijsteken aan de kraanman of rolbrugbestuurder 9. Stop elke beweging wanneer de last schuin begint te hangen of wanneer de hijspunten zich verplaatsen. Laat de last eerst op de begane grond komen vooraleer de lengen goed te plaatsen 10. Bereid goed de losplaats voor, ga na dat niemand zich daar bevindt en ga zelf weg van die plaats Opgelet Sta NOOIT onder een hangende last 9
2.2.3 Aandachtspunten Het is verboden: een last boven personen te verplaatsen een persoon te vervoeren die zich op de last bevindt of aan de lengen hangt gasflessen te verplaatsen, tenzij met het geschikte hijsgereedschap de hijswerktuigen te overbelasten Op elke leng wordt het maximaal bruikbaar gewicht van de last vermeld (CMU). Op de kunststof hijsbanden duidt een etiket de coëfficient aan die gehanteerd moet worden voor de CMU in functie van het gebruik. De maximale last is afhankelijk van verschillende factoren: het type leng de afmeting de manier van aanslaan de hoek gevormd met de horizontale as 2.2.4 Het werk beëindigen Laat nooit een last of een leng hangen Breng de haak terug tot in de normale rustpositie (op meer dan 2 m hoogte) Meld eventuele problemen aan uw directe chef De lengen worden zorgvuldig opgeborgen in een aangepast lokaal op speciaal daarvoor bestemde steunen 10
2.3 Gebarencode/geluidssignalen Aan de hand van gebaren kunnen de rolbrugbestuurder en de seingever communiceren en elkaar begrijpen wanneer wegens afstand en/of omgeveingsgeluiden geen gesproken bevelen kunnen worden doorgegeven (Codex, Titel III, bijlage IX). 2.3.1 Omgevingsgeluiden A. Algemene gebaren Begin Pas op! Begin van commando Beide armen zijn horizontaal gestrekt met de handpalmen naar voren Stop Onderbreking Einde van de beweging De rechterarm is opgeheven en de rechterhandpalm naar voren gehouden Einde van de werkzaamheden Beide handen zijn ter hoogte van de borst samengevoegd B. Verticale bewegingen Hijsen Met de opgeheven rechterarm en naar voren gebrachte rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt Vieren Met de naar beneden gerichte rechterarm en naar binnen gehouden rechterhandpalm wordt traag een cirkelbeweging gemaakt Verticale afstand De afstand wordt met de handen aangegeven 11
Vooruit C. Horizontale bewegingen Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar binnen gehouden en met de voorarmen worden trage bewegingen naar het lichaam toe gemaakt Achteruit Beide armen worden gebogen, beide handpalmen worden naar buiten gehouden, met de voorarmen worden trage bewegingen van het lichaam af gemaakt Naar rechts ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte rechterarm en de naar beneden gehouden rechterhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt Naar links ten opzichte van de signaalgever Met de ongeveer horizontaal gestrekte linkerarm en de naar beneden gehouden linkerhandpalm worden trage richtingaanwijzende bewegingen gemaakt Horizontale afstand De afstand wordt met de handen aangegeven D. Gevaar Gevaar Stop of noodstop Beide armen worden opgeheven, handpalmen naar voren 2.3.2 Geluidssignalen om te communiceren met de Kort signaal = begrepen, ik voer het bevel uit 2 korte signalen = herhaal, ik vraag bevelen Lange, opeenvolgende signalen = pas op, dreigend gevaar Aanhoudend signaal = toestel in nood Afzonderlijke signalen met tijd ertussen = toestel in beweging 12
III. Gezondheidstoezicht De werkpostfiche vereist altijd een voorafgaande gezondheidsevaluatie. Riggers moeten altijd een voorafgaande gezondheidsevaluatie ondergaan omdat zij een veiligheidsfunctie uitoefenen (Codex, Titel I, Hoofdstuk IV, art. 2): Veiligheidsfunctie: jaarlijks onderzoek basisonderzoek (o.a. musculoskeletaalonderzoek, rugonderzoek) gepast oogonderzoek en onderzoek van het gezichtsvermogen Specifieke risico s (zie werkpostfiche): lawaai: jaarlijkse audiometrie nachtarbeid en ploegenarbeid: jaarlijks onderzoek manueel hanteren van lasten met risico op rugletsel: -- jaarlijks indien 45 jaar -- alle 3 jaar indien < 45 jaar werken in de hoogte: -- normalerwijze wordt het beroep van op de begane grond uitgeoefend. Soms bevindt de last zich in de hoogte of is de last omvangrijk en moet er in de hoogte gewerkt worden -- val van last 13
IV. Bedrijfsbezoek Volgende vragen kunnen de inlener/gebruiker helpen bij het opstellen van een correcte werkpostfiche. Algemene vragen In welke talen worden de instructies gegeven? Hoe wordt het onthaal georganiseerd? Door wie? Wat wordt meegedeeld: intern reglement, uitleg bij de verschillende taken, refter, EHBO, Wanneer: eerste dag? Duur van het onthaal? Hoe gebeurt de registratie van het onthaal bij de inlener? Wordt er een peter aangeduid? Wie is de preventieadviseur? Wie geeft de bijzondere veiligheidsinstructies met betrekking tot het hijsen van lasten, de verschillende hijstoebehoren (werkprocedure, veiligheidsvoorschriften, )? Op welke specifieke punten wordt de uitzendkracht beoordeeld? Specifieke vragen Brevet van vereist? Ervaring vereist? Welke taken moet de uitzendkracht uitvoeren? Stockeren? Laden en/of lossen? Moet de uitzendkracht naast ook rolbrugbestuurder en/of signaalgever zijn? Zal de uitzendkracht binnen en/of buiten moeten werken? Welk type goederen zal worden verhandeld (gevaarlijke producten, containers, )? Wie bezorgt aan de uitzendkracht werkkledij en persoonlijke beschermingsmiddelen? -- beschermende handschoenen -- signalisatievest -- veiligheidsschoenen -- veiligheidsbril -- oordoppen 14
V. De risicozoektocht Zoek de 10 fouten in onderstaande tekening. 15
Oplossingen 1. Een werknemer droomt op de werf 2. Een werknemer hangt aan de last 3. Een last is niet in evenwicht 4. Een werknemer loopt onder de hangende last 5. De losplaats is niet ontruimd 6. Er is geen veiligheidspal aan de haak 7. Een werknemer draagt geen veiligheidshelm 8. Een leng en een haak liggen op de modderige grond 9. Er zit een knoop in een van de lengen 10. Er is geen net gespannen rond de last met bakstenen Dank aan het CEPS (www.ceps-esm.be) voor zijn medewerking bij het tot stand brengen van dit werk. 16