Centraal Bureau voor de Statistiek De LokaleLastenVergelijker Arjan Bruil 1. Inleiding De LokaleLastenVergelijker (LLV) van het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft informatie over de hoogte van lokale heffingen en belastingen. De LokaleLastenVergelijker bestaat uit twee delen: Met de LokaleLastenVergelijker per huishouden kun je voor je voor je eigen woonsituatie de hoogte en de samenstelling van de lokale lasten berekenen en vergelijken met andere woonsituaties. Met de LokaleLastenVergelijker per tarief kun je per heffing of belasting de hoogte van het tarief in een gemeente, provincie of waterschap vergelijken met de tarieven in andere gemeenten, provincies of waterschappen. Lokale belastingen zijn de belastingen die gemeenten, provincies en waterschappen heffen. In de LokaleLastenVergelijker zijn de volgende belastingen opgenomen 1 : Gemeentelijke belastingen: onroerende zaakbelasting, rioolrecht eigenaar en gebruiker, reinigingsheffing, hondenbelasting en heffingskorting Provinciale belastingen: opcenten motorrijtuigenbelasting Waterschapsbelastingen: watersysteemheffing ingezetenen en gebouwd, niet-taakgebonden heffing ingezetenen en gebouwd, zuiveringsheffing en heffing wegenbeheer ingezetenen en gebouwd. De LLV is niet helemaal volledig, maar bevat de belastingen die voor huishoudens de grootste uitgaven vormen. De volgende lokale belastingen zitten niet in de LLV: 1 De tarieven voor de gemeentelijke belastingen zijn afkomstig van het COELO. De tarieven voor de provinciale belastingen en de waterschapsbelastingen zijn afkomstig uit StatLine tabellen van het CBS. Verwijzingen naar deze bronnen staan in hoofdstuk 5.
Gemeentelijke belastingen: toeristenbelasting, reclamebelasting, baatbelasting, forensenbelasting, parkeerbelasting, precariobelasting, roerende woon- en bedrijfsruimtenbelastingen en gemeentelijke leges zoals bouwvergunningen Provinciale belastingen: grondwaterbelasting, heffing nazorg stortplaatsen, leges milieubeheer en overige leges Waterschapsbelastingen: watersysteemheffing natuur en ongebouwd, niettaakgebonden heffing natuur en ongebouwd, heffing wegenbeheer natuur en ongebouwd en verontreinigingsheffing. 2. Hoe werkt de LLV? 2.1 De LokaleLastenVergelijker per huishouden Met de LokaleLastenVergelijker per huishouden kun je voor je voor je eigen woonsituatie de hoogte en de samenstelling van de lokale lasten berekenen en vergelijken met andere woonsituaties. Eigen woonsituatie Hoeveel een huishouden kwijt is aan lokale lasten is afhankelijk van de eigen woonsituatie, zoals de woongemeente, het aantal personen in het huishouden of het gewicht van de auto Het beginscherm van de LokaleLastenVergelijker per huishouden toont een invulkader waarin je kunt aangeven wat jouw specifieke woonsituatie is (woonsituatie 1). De velden in dit kader zijn: Het belastingjaar De woongemeente Huurhuis of koophuis (wanneer het een koophuis 2 betreft kan ook de WOZwaarde worden ingevuld) Het aantal personen in het huishouden Het aantal auto s in het huishouden (en het gewicht en of de auto een lage CO2 uitstoot heeft) Het aantal motoren in het huishouden Bezit van een hond 2 Bij enkele gemeenten moet de WOZ-waarde ook worden ingevuld als de gebruiker een huurhuis heeft. Deze gemeenten bepalen de rioolheffing voor bewoners (huurders) aan de hand van de WOZ-waarde van de woning. 2
Hoogte en samenstelling van de lokale belastingen Op basis van de woonsituatie berekent de LLV de hoogte van de lokale belastingen voor het huishouden. De samenstelling van de belastingen (gemeentelijke belastingen, provinciale belastingen en waterschapsbelastingen) is zichtbaar in het detailscherm. 3
Vergelijking met de rest van Nederland In het plaatje van Nederland kun je de hoogte en samenstelling van de lokale lasten voor je huishouden in je woongemeente (of een andere geselecteerde gemeente) vergelijken met die in andere gemeenten. De gemeenten die goedkoper zijn dan de geselecteerde gemeente kleuren groen en gemeenten die duurder zijn kleuren rood. Het kaartje van Nederland geeft de hoogte van de belastingen per gemeente weer. In een groot aantal gemeenten is echter meer dan één waterschap actief, waardoor er binnen die gemeenten ook meerdere uitkomsten mogelijk zijn. In dit geval zijn de tarieven gebruikt van het waterschap dat voor de meeste huishoudens in die gemeente geldt. 4
Vergelijking met een andere woonsituatie Ook kun je een vergelijking maken tussen verschillende (woon)situaties door in het tweede kader (woonsituatie 2) andere waarden in te vullen. Door bijvoorbeeld een andere gemeente te selecteren, verandert de hoogte van de gemeentelijke belastingen en mogelijk ook de waterschapsbelastingen en/of de provinciale opcenten. Op deze manier kun je elk aspect van je profiel veranderen en de effecten op de lokale lasten in detail bekijken. 5
2.2 De LokaleLastenVergelijker per tarief Met de LokaleLastenVergelijker per tarief kun je per heffing of belasting de hoogte van het tarief in een gemeente, provincie of waterschap vergelijken met de tarieven in andere gemeenten, provincies of waterschappen. Selectiemogelijkheden De LokaleLastenVergelijker per tarief is opgebouwd uit een selectiekader en een kaart van Nederland. De selectiemogelijkheden zijn: De heffing of belasting Weergave van de hoogte van de tarieven of de tariefverandering De huishoudensgrootte (indien van invloed) De WOZ-waarde (indien van invloed) Referentiegemeente/-provincie/-waterschap 6
Vergelijking van de hoogte van de tarieven In eerste instantie wordt het plaatje van Nederland gekleurd voor de hoogte van de tarieven. De gemeenten, provincies of waterschappen worden gekleurd op basis van rangschikking, van de goedkoopste in lichtblauw tot de duurste in het donkerblauw. Door linksonder het vakje kleur kaart relatief t.o.v. aan te vinken kan een gemeente, provincie of waterschap geselecteerd worden. In dit geval kleurt het kaartje t.o.v. de gekozen selectie. Gemeenten, provincies of waterschappen waar de tarieven lager liggen dan de gekozen selectie kleuren groen en gemeenten, provincies of waterschappen die duurder zijn kleuren rood. Met de mouseover worden in de kaart de tarieven weergegeven van de gemeente, provincie of waterschap waarboven de mouseover zweeft. In de legenda wordt het tarief weergegeven dat bij de duurste en goedkoopste gemeente, provincie of waterschap hoort. Ook wordt aangegeven waar de mediaan zich bevindt. Vergelijking van de tariefverandering Je kunt er ook voor kiezen om de tariefverandering t.o.v het voorgaande jaar te laten zien. Als de optie TariefStijging aangevinkt wordt, dan kleurt het kaartje rood als de stijging groter dan 0 is en groen als de stijging negatief is (belastingen worden goedkoper). Ook nu kan een ander referentiepunt gekozen worden. In dat geval kleurt het kaartje rood als de stijging groter is dan in de referentiegemeente (-provincie of waterschap) en groen als de stijging kleiner is. Reinigingsheffing en rioolheffing Bij de reinigingsheffing en de rioolheffing gebruiker zijn de tarieven verschillend per huishoudensgrootte. Als deze heffingen geselecteerd worden, verschijnt een selectiemogelijkheid voor het aantal personen in het huishouden. Voor de rioolheffing eigenaar en de rioolheffing gebruiker geldt dat er verschillende tariefstructuren door elkaar lopen, sommige gemeenten hanteren een absoluut bedrag en andere gemeenten een percentage van de WOZ-waarde. Om deze verschillende tariefstructuren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt er gebruik gemaakt van de gemiddelde woningwaarde in de gemeenten. Deze woningwaarde kan desgewenst worden aangepast (d.w.z. ingesteld op één vaste waarde) als deze belastingen geselecteerd worden. 7
3. Lokale belastingen 3.1 Gemeentebelastingen De gemeentelijke belastingen die in de LLV zitten zijn: Onroerende zaakbelasting Rioolheffing Reinigingsheffing Hondenbelasting Heffingskorting Het aantal gemeenten verandert door herindelingen. Hierdoor ontstaan nieuwe gemeenten, die in sommige gevallen aparte tarieven hanteren voor de verschillende gemeenten waaruit zij ontstaan zijn. Indien dit het geval is wordt in de LokaleLastenVergelijker per tarief het gemiddelde tarief gepresenteerd voor die gemeenten. Ook voor de vergelijking met het voorgaande jaar wordt gebruik gemaakt van het gemiddelde tarief van de gemeenten die in de nieuwe gemeente zijn opgegaan. Onroerende zaakbelasting Gemeenten heffen belasting op onroerende zaken (woningen, kantoorpanden en dergelijke). De OZB is een percentage van de WOZ-waarde. Huishoudens betalen deze belasting alleen als zij een eigen huis bezitten. Als een gebruiker in de LLV per huishouden aangeeft dat hij een eigen huis bezit, dan kan hij ook de WOZ-waarde van dit huis opgeven. In de LokaleLastenVergelijker per huishouden wordt deze WOZ-waarde (de grondslag) vermenigvuldigd met het tarief dat de gemeente hanteert. De LLV per tarief laat alleen het percentage zien. Rioolheffing De rioolheffing is een belasting die gemeenten heffen om de kosten te dekken van de aanleg en onderhoud van de riolering. De gemeente bepaalt zelf wie deze heffing moet betalen: eigenaren van een woning (de woningbezitter) en/of de gebruiker van een woning (de bewoner). Gemeenten mogen zelf bepalen hoe ze deze belasting berekenen. Voor eigenaren 8
van woningen bestaan momenteel drie verschillende tariefstructuren. 1. vastrecht 2. een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de woning 3. een combinatie van de twee bovenstaande methoden In het eerste geval betaalt elke huiseigenaar een vast bedrag. In het tweede geval is de rioolheffing vastgesteld als percentage van de WOZ-waarde van de woning. Dit is vergelijkbaar met de manier waarop gemeenten de OZB bepalen. Ook een combinatie van deze twee methoden is mogelijk, in dat geval betaalt de huiseigenaar een percentage van de WOZ-waarde plus een vast bedrag. Een paar gemeenten maakt voor het tarief geen gebruik van een vast percentage van de WOZ-waarde, maar van staffels. In dit geval is de hoogte van de rioolheffing afhankelijk van de klasse waarin de WOZ-waarde van een woning valt. Een eigenaar van een woning met een WOZ-waarde van 250.000 betaalt in de gemeente Reimerswaal bijvoorbeeld 44,88, omdat deze waarde in de klasse 190.000 tot 300.000 valt (zie onderstaande tabel). Een aantal gemeenten stelt een maximum aan de hoogte van de rioolheffing als deze afhankelijk is van de WOZ-waarde. Reimerswaal Klassen naar WOZ waarden Tarief 0 tot 100.000 22,44 100.000 tot 190.000 33,72 190.000 tot 300.000 44,88 300.000 en hoger 67,44 De LLV per huishouden neemt deze verschillende methoden bijna altijd exact over. Alleen als een gemeente gebruik maakt van een staffel om de hoogte van de rioolheffing te bepalen wordt gerekend met de gemiddelde woningwaarde in deze gemeente. Voor alle huiseigenaren in deze gemeente is de hoogte van de rioolheffing berekend met deze gemiddelde woningwaarde. In het geval dat een gemeente gebruik maakt van de WOZ-waarde wordt er in de LokaleLastenVergelijker per tarief uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Alleen op deze manier is een direct vergelijk tussen de verschillende tariefstructuren (absoluut bedrag en een percentage) mogelijk. Wel is het in deze gevallen mogelijk om de WOZ-waarde te veranderen om het vergelijk zo nauwkeurig mogelijk te maken. Gemeenten bepalen ook voor de rioolheffing voor bewoners (gebruikers) zelf hoe ze die berekenen. De gebruikte methoden hiervoor zijn: 9
1. vastrecht, of tot 250m3 waterverbruik een vast bedrag 2. een bedrag afhankelijk van de huishoudensomvang 3. een bedrag afhankelijk van het waterverbruik 4. een bedrag afhankelijk van de WOZ-waarde van de woning 5. een combinatie van de WOZ-waarde van de woning en vastrecht In het eerste geval betaalt een bewoner (gebruiker) een vast bedrag, onafhankelijk van het verbruik van water, de omvang van het huishouden of de waarde van een woning. Als een gemeente tot een waterverbruik van 250 m 3 geen verschillende tarieven hanteert dan wordt dit ook als een vast bedrag gezien. De tweede mogelijkheid is dat de hoogte van de belasting afhangt van het aantal personen in het huishouden. In de LLV zitten de tarieven tot huishoudens van maximaal vier personen. De derde mogelijkheid is dat de belasting afhangt van het waterverbruik. Dit is moeilijk te bepalen voor individuele huishoudens, daarom hanteert de LLV gemiddelde waarden voor het waterverbruik, waarbij voor elke huishoudensomvang een gemiddeld verbruik bepaald is. De vierde mogelijkheid is een bedrag afhankelijk van de waarde van de woning. Dit gaat op dezelfde manier als beschreven bij het eigenarendeel van deze belasting. Net als voor de heffing voor eigenaren maken een paar gemeenten gebruik van staffels en kan er een maximum gesteld zijn aan de hoogte van de belasting. Deze opties zijn in de LLV nauwkeurig opgenomen. In het geval dat de belasting bepaald wordt op basis van de WOZ-waarde, geldt wederom dat de LokaleLastenVergelijker per tarief uitgaat van de gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Reinigingsheffing De reinigingsheffing is een belasting die huishoudens betalen als vergoeding voor het verwijderen van huisvuil. Gemeenten bepalen de hoogte van deze belasting op één van de volgende manieren: 1. vastrecht 2. afhankelijk van de huishoudensomvang 3. volume container 4. volume container en aantal ledigingen 5. aantal zakken 6. aantal zakken en huishoudensomvang 7. aantal zakken en ledigingen of volume 8. gewicht van het afval 9. gewicht en aantal ledigingen 10
Hanteert een gemeente vastrecht of een bedrag afhankelijk van de huishoudensomvang dan zijn deze bedragen ook opgenomen in de LLV. Voor de overige methoden geldt dat ze afhankelijk zijn van de hoeveelheid afval die aangeboden wordt. Deze tariefsystemen worden ook wel DIFTAR (gedifferentieerde tarieven) genoemd. In de LLV zijn deze tariefstructuren omgerekend naar huishoudensomvang, zoals bij de rioolheffing gebruikers ook gedaan is met het waterverbruik. Dit betekent dat de LLV voor deze tariefstructuren geen exact bedrag voor de individuele situatie van een gebruiker kan bepalen, maar een gemiddeld bedrag per huishouden geeft. In Amsterdam hebben deelgemeenten de vrijheid aparte tarieven vast te stellen. Dit is in de LokaleLastenVergelijker per tarief niet meegenomen, voor Amsterdam is een gemiddeld tarief bepaald. In de LLV per huishouden kan wel nauwkeurig een deelgemeente geselecteerd worden. Hondenbelasting Gemeenten mogen belasting heffen op het bezit van één of meer honden. De opbrengst van de hondenbelasting kan aan het bestrijden van hondenoverlast worden besteed, maar gemeenten hoeven dit niet te doen. De tarieven die gemeenten hanteren zijn vaste bedragen per hond. De tarieven voor de eerste hond kunnen sterk afwijken van het tarief voor de tweede hond, de derde hond etc. In de LLV is alleen het tarief voor de eerste hond opgenomen. Heffingskorting Een aantal gemeenten kent nog een heffingskorting. Dit is een vast bedrag dat van de totale gemeentelijke belastingen afgetrokken wordt. In de LLV per huishouden is deze korting opgenomen als een negatief bedrag. De LLV per tarief geeft de heffingskorting niet weer. Er zijn te weinig gemeenten die deze heffing nog hanteren om binnen de LLV per tarief een interessant vergelijk te maken. 3.2 Provinciale belastingen De enige provinciale belasting in de LLV, zijn de provinciale opcenten. Deze belasting is alleen van belang voor eigenaren van één of meerdere personenauto s en/of motoren. Particulieren met een bestelauto betalen hierover geen provinciale opcenten. Het tarief is een percentage van de hoofdsom motorrijtuigenbelasting. Deze hoofdsom is afhankelijk van het gewicht van een auto. Over auto s met een lage CO2 uitstoot wordt géén motorrijtuigenbelasting geheven en ook geen opcenten motorrijtuigenbelasting. 11
De gewichtsklassen en bijbehorende hoofdsommen voor auto s staan in onderstaande tabel. De grondslag voor de opcenten over het bezit van een motor is 7,80 per drie maanden. Tabel 1: Grondslag opcenten bij een eigen massa in kilogrammen van Over een tijdvak van drie maanden Vermeerderd met Per 100 kg eigen massa boven 0-550 kg 14,50 551-650 kg 17,33 651-750kg 20,40 751-850 kg 26,98 851-950 kg 34,12 950 kg en meer 45,81 11,68 1050 kg 3.3 Waterschapsbelastingen De waterschapsbelastingen die in de LLV zitten zijn: Watersysteemheffing Heffing wegenbeheer Niet-taakgebonden heffing Zuiveringsheffing De waterschappen leggen de watersysteemheffing, de heffing wegenbeheer en de niet-taakgebonden heffing op aan vier soorten belastingplichtingen: Bewoners (heffing ingezetenen) Eigenaren van gebouwen (heffing gebouwd) Eigenaren van grond (heffing ongebouwd) Eigenaren van natuurgebieden (heffing natuur) De waterschappen leggen de heffing ingezetenen op aan de hoofdbewoner van een woonruimte. Dit is dus een tarief per woonruimte. Eigenaren van gebouwen moeten ook de heffing gebouwd betalen. De heffing natuur geldt voor eigenaren van natuurgebieden en de heffing ongebouwd voor eigenaren van grond waarop niet 12
gebouwd is en dat geen natuurgebied is. Deze laatste twee heffingen worden in de LLV niet meegenomen, omdat huishoudens over het algemeen geen onbebouwde grond of natuurgebieden bezitten. De LokaleLastenVergelijker per tarief presenteert de ingezetenenheffingen voor de watersysteemheffing, de heffing wegenbeheer en de niet-taakgebonden heffing als één heffing. Ditzelfde geldt voor de heffingen gebouwd. Niet elk waterschap hanteert al deze heffingen, waardoor een vergelijkend beeld van de afzonderlijke heffingen minder interessant is dan een beeld van het geheel. Watersysteemheffing De watersysteemheffing is een belasting die waterschappen opleggen om de kosten voor de zorg voor het gehele watersysteem te dekken. Dit omvat onder meer de zorg voor de waterkeringen en het waterpeil (het houden van droge voeten). De watersysteemheffing voor ingezetenen is een vast bedrag per woonruimte, in de LLV dus een vast bedrag per huishouden. De watersysteemheffing gebouwd is een percentage van de WOZ-waarde, in de LLV de WOZ-waarde van het huis. Dit is alleen van belang voor huiseigenaren. Waterschappen kunnen tariefdifferentiatie toepassen voor de watersysteemheffing gebouwd. Dit geldt bijvoorbeeld voor woningen die buitendijks staan en daarom geen belang hebben bij dijken. Niet elk waterschap hanteert tariefdifferentiatie, maar als dit er wel is hanteert de LLV een gemiddeld tarief. Heffing wegenbeheer Om de kosten te dekken voor het beheer en onderhoud van wegen mogen de waterschappen de heffing wegenbeheer opleggen. Niet alle waterschappen doen dit, sommige waterschappen betalen deze kosten uit de watersysteemheffing. Bovendien hebben niet alle waterschappen wegen in beheer. De heffing wegenbeheer wordt opgelegd aan dezelfde vier groepen belastingplichtigen als de watersysteemheffing. Ook hier zijn voor huishoudens alleen de groepen ingezetenen en de gebouwd van belang. Deze worden op dezelfde manier bepaald als de watersysteemheffing. Bij de heffing wegenbeheer komt geen tariefdifferentiatie voor. Zuiveringsheffing De zuiveringsheffing is een belasting die de kosten dekt voor het zuiveren van afvalwater. Huishoudens die afvalwater lozen op een riool of een 13
zuiveringsinstallatie zijn hiervoor belastingplichtig. Deze belasting is een vast bedrag per vervuilingseenheid. Aan een éénpersoonshuishouden wordt één vervuilingseenheid in rekening gebracht en aan een meerpersoonshuishouden drie. Niet-taakgebonden heffing Sommige kosten zijn niet zijn toe te schrijven aan de andere taken, zoals de kosten voor waterschapsverkiezingen. Om deze kosten te dekken mogen de waterschappen een niet-taakgebonden heffing opleggen. Ook hiervoor geldt dat niet alle waterschappen dit doen, maar sommigen ervoor kiezen deze kosten te dekken uit de watersysteemheffing en de heffing wegenbeheer. Voor de waterschappen die deze heffing wel opleggen geldt dezelfde systematiek als bij de watersysteemheffing en de heffing wegenbeheer. 4. Interpretatie van de resultaten De LokaleLastenVergelijker geeft een goed beeld van de lokale belastingen voor huishoudens. Maar de LLV bevat niet alle heffingen die door lokale overheden opgelegd (kunnen) worden, zo ontbreken bijvoorbeeld leges zoals bouwvergunningen en parkeervergunningen. Daarnaast zullen de uitkomsten van de berekeningen in de regel licht afwijken van de belastingaanslagen die gebruikers ontvangen. Hiervoor is een aantal redenen. Ten eerste heeft de LLV een aantal beperkingen in het op maat maken van de woonsituatie. De LLV is bijvoorbeeld beperkt tot één hond, terwijl gemeenten wel aparte tarieven hebben voor een tweede hond, een derde hond etc.. Daarnaast is de grootte van het huishouden beperkt tot 4 personen en het aantal auto's en motoren tot 5 (1 in de LLV per tarief). Ten tweede gebruikt de LLV niet in alle gevallen de exacte tarieven, maar maakt het een benadering. De reinigingsheffing wordt bijvoorbeeld door gemeenten verschillend bepaald. De ene gemeente berekent dit op basis van het aantal zakken huisvuil, een andere gemeente op basis aantal ledigingen van de container. Deze tariefstructuren (DIFTAR) zijn omgerekend naar huishoudensomvang en daardoor een benadering van de werkelijke kosten. Ook is er gebruik gemaakt van de gemiddelde WOZ-waarde in een gemeente om verschillende tariefstructuren met elkaar te kunnen vergelijken (in het geval van de rioolheffing) en worden heringedeelde gemeenten als een gemiddelde gepresenteerd in de LLV per tarief. En in het geval van de watersysteemheffing gebouwd bij de waterschappen zijn gedifferentieerde tarieven mogelijk. In dit geval gebruikt de LLV ook gemiddelde tarieven. Tot slot hebben gemeenten en waterschappen de mogelijkheid tot (gedeeltelijke) kwijtschelding van de belastingen, afhankelijk van het inkomen van het huishouden. Hier houdt de LLV geen rekening mee. 14
5. StatLine-tabellen Gemeentebegrotingen; opbrengst heffingen naar regio en grootteklasse Provinciebegrotingen; opbrengst heffingen Waterschappen; begroting, opbrengst heffingen Provincies; tarieven opcenten motorrijtuigenbelasting Waterschappen; begroting, tarieven De tarieven voor de gemeentelijke belastingen zijn afkomstig van het COELO. 15