ELEKTRISCHE INSTALLATIE



Vergelijkbare documenten
Wettelijke minimale voorschriften inzake veiligheid van oude elektrische installaties op arbeidsplaatsen (K.B. 2/6/2008)

DE INSTALLATIE IS CONFORM

PROCES-VERBAAL VAN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK EN/OF CONTROLEBEZOEK VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

Back to Basics RISICOANALYSE ELEKTRISCHE INSTALLATIES. Prebes Limburg 12/10/2017. Kristof Wellens Atecon vzw

DE INSTALLATIE IS NIET CONFORM

Hoe keuringsverslagen elektrische installaties interpreteren meest voorkomende inbreuken

INSTALLATIES 12 ONAFHANKELIJKHEID VAN EEN ELEKTRISCHE INSTALLATIE TEN OVERSTAAN VAN ANDERE INSTALLATIES

DE INSTALLATIE IS NIET CONFORM

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Arbeidsplaatsen Elektrische installaties Minimale voorschriften voor de oude installaties. Infodocument

KEURINGSVERSLAG 0,00. Adres eigenaar: VOB 2 x 4 mm² Type electrode: 2 x 20 A. Max. beveiliging: # verdeelborden: Bescherming:

YOUR REPUTATION IS MINE.

PROCES-VERBAAL VAN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK EN/OF CONTROLEBEZOEK VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/ / Ondernemingsnummer: BE

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/ / Ondernemingsnummer: BE

KEURINGSVERSLAG 0,00. Adres eigenaar: VOB 2 x 6 mm² Type electrode: Max. beveiliging: 2 x 20 A. # verdeelborden: Type: X2,5: 40 A.

Codex over het welzijn op het werk. Boek III.- Arbeidsplaatsen. Titel 2. Elektrische installaties

ELEKTRICITEITSKEURING

KEURINGSVERSLAG. Adres eigenaar: VVB 4 x 10 mm² Type electrode: Max. beveiliging: 4 x 25 A. # verdeelborden: Type: X2,5: 40 A.

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/ / Ondernemingsnummer: BE

VEILIGE ELEKTRISCHE INSTALLATIES Een mythe of werkelijkheid

Wilfried Mariën Demowerkplaatsen voor Veilig Werken Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

PROCES-VERBAAL VAN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK EN/OF CONTROLEBEZOEK VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

Inhoud van de presentatie

VERSLAG VAN ONDERZOEK

VERSLAG VAN ONDERZOEK

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/ / Ondernemingsnummer: BE

VERSLAG VAN ONDERZOEK

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/ / Ondernemingsnummer: BE

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

KEURINGSVERSLAG. Adres eigenaar: Max. beveiliging: 4 x 25 A Meter ñ bord verbinding: # eindstroombanen: Type: A A

PROCES-VERBAAL VAN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK EN/OF CONTROLEBEZOEK VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

VERSLAG VAN ONDERZOEK

Wat is de rol van een Externe Dienst voor Technische Controles/Erkend Organisme binnen het kader van het Koninklijk Besluit van

Nieuwigheden in verband met elektriciteit en veiligheid. G.Laridaen PAC Zuid Gent

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Fiche 10 (Analyse): Belangrijkste punten uit het AREI

PROCES-VERBAAL VAN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK EN/OF CONTROLEBEZOEK VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

ATECON vzw Britselei 94 ñ bus Antwerpen Tel: 03/ / N 618-INSP KEURINGSVERSLAG.

MEDEDELING Voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op de arbeidsplaatsen

Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties

PROCES-VERBAAL VAN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK EN/OF CONTROLEBEZOEK VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

PROCES-VERBAAL VAN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK EN/OF CONTROLEBEZOEK VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

PROCES-VERBAAL VAN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK EN/OF CONTROLEBEZOEK VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

A _ _PDM01_PE_LS_Bpost F0034 KapellestraatJabbeke.doc page 1/6. Standaard toestellen van de inspecteur Bijzonder materiaal: SGS ref...

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Mode 3 laadpunten voor elektrische voertuigen: keuze van de differentieelschakelaar

#Rond(d)e Tafel RISICOANALYSE ELEKTRISCHE INSTALLATIES. Kristof Wellens Atecon. Erik Remels CRH #Rond(d)e Tafel

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie NIET CONFORM. Huisnummer 12 Postcode 9270

WAAROM KIEZEN VOOR ELECTROTEST?

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

Presentatie: Peter Coninckx / Rik Hofmans

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/

AREI : DE KB 2012 AANPASSINGEN

TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT SCHAKELAARS. Artikel. A.R.E.I Algemeen

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Meensesteenweg 338, 8800 Roeselare TEL: 051/ FAX: 051/

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

2. Beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie NIET CONFORM

MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Veiligheid bij werken aan elektrische installaties

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Plan van aanpak. Elektrisch materieel / installaties in kaart brengen Plan uitwendige invloeden opmaken

Arbeidsplaatsen Elektrische installaties - Algemeen. Infodocument

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Transcriptie:

ELEKTRISCHE INSTALLATIE CONTROLES VERSLAGEN (AANKOOPPOLITIEK 3 GROENE LICHTEN) (WERKEN MET DERDEN) (AREI : nieuwigheden) GENT 1

ELEKTRISCHE INSTALLATIE SB AANN E.O. VERSLAGEN CONTROLES GENT 2

PREBES - PROJECTGROEP ELEKTRICITEIT GENT 3

PA : TAKEN - OPDRACHTEN 1. K.B. 27/03/1998 + wijzigingen : Afd. II (artikelen 4 tem 12) - Opdrachten IDPB Bijl I 4. : inventaris installaties, toestellen, machines controle EDTC/EO Bijl II 7.4. : commentaar v/d - attesten - PV s EDTC / EO - verslagen 2. A.R.E.I. : controles door EO Art. 270 : gelijkvormigheidsonderzoeken LS-installaties Art. 271 : controlebezoeken LS-installaties Art. 272 : gelijkvormigheidsonderzoeken & controlebezoeken HS - installaties GENT 4

ELEKTRISCHE INSTALLATIES CONTROLES DOOR EO 1. HOOGSPANNINGSINSTALLTIES 1.1. GELIJKVORMIGHEIDSCONTROLES : alle nieuwe inst. + belangrijke wijzigingen en uitbreidingen 1.2. PERIODIEKE CONTROLES : alle installaties jaarlijks GENT 5

ELEKTRISCHE INSTALLATIES 2. LAAGSPANNINGSINSTALLATIES 2.1. GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEKEN : alle nieuwe installaties + belangrijke wijzigingen en uitbreidingen 2.2. PERIODIEKE CONTROLES : - industriële installaties : 5 jaar - foorinstallaties : 13 maanden - huishoudelijke : 25 jaar GENT 6

ELEKTRISCHE INSTALLATIES CONTROLES VOORBEREIDENDE STAPPEN : 1. Voorontwerp + ontwerp : voorschriften AREI EISEN STELLEN IN HET BLK & BESTELBON EERSTE GROEN LICHT 2. DOSSIER E.I. ( HS & LS) : - inplantingsplan lokalen/ruimten met U.I. (AREI Art. 19) - ééndraadschema s verdeelborden - inplantingsplannen installatieonderdelen - berekeningsnota s van de voorstudie - berekeningsnota s na de plaatsing [U.I. : uitwendige invloedsfactoren] GENT 7

INPLANTINGSPLAN MET UI - BESTEMMING MAGAZIJNEN / OPSLAGPLAATSEN; - VERSCHILLENDE TYPES VAN BEWERKINGEN IN EEN WERKPLAATS HEBBEN HEEL GROTE INVLOED OP DE HEERSENDE OMGEVINGSOMSTANDIGHEDEN Bvb TEMP / VOCHTIGHEID / HOOGTE / TRILLINGEN / STOF / GSM / ENZ Vastleggen Uitwendige Invloedsfactoren i.f.v. de omgeving (ruimte) waarin de elektrische installatie is aangebracht. GENT 8

UITWENDIGE INVLOEDSFACTOREN (UI) Codes toekennen steunende op : - de voorschriften van het AREI (Art. 19 wijziging KB 7/05/2000) ; - codes van goede praktijk, vastgelegd in normen serie IEC 60364 en in 't bijzonder 60364-5-51, gebruiken, U I bepalen de keuze van : - de elektrische leidingen, - het elektrisch materiaal, - het netsystemen (TT, TN, IT), - waarde van de aardlekstroombeveiligingsinrichtingen. GENT 9

UITWENDIGE INVLOEDSFACTOREN Waarom? Veilig opbouwen van de elektrische installaties voor mens/ omgeving Hoe? Elk gebouw, elke verdieping wordt op het inplantingsplan of op dit plan met bijgevoegde tabel de van toepassing zijnde uitwendige invloeden vastgelegd. Uitbater elektrische installatie is verplicht plan op te stellen, met relevante Uitwendige Invloedsfactoren Codificatie van verscheidene parameters, die invloed hebben dmv 2 letters en 1 cijfer; Ondertekend door uitbater en afgevaardigde erkend keuringsorganisme. GENT 10

UITWENDIGE INVLOEDSFACTOREN Eerste letter : algemene categorie van de invloedsfactor A : milieugebonden factoren (omgevingsomstandigheden) B : gebruiksomstandigheden gebonden invloeden C : structuur gebonden invloeden Tweede letter : aard van de invloedsfactor (risico) A, B, C, D, E, F, G, H, K, L, M, N Cijfer: mate of klasse aanwezigheid invloedsfactor : 1 t.e.m.8 ATEX - ruimten met mogelijk explosiegevaar omwille van het ontstaan van een explosiefmengsel van lucht met de gassen, dampen, nevels van vloeistoffen en/of stof ExplosieVeiligheidsDocument (EVD) - zoneringsdossier : de sociale ATEX-richtlijn GENT 11

UITWENDIGE INVLOEDSFACTOREN CAT. AARD v/d INVLOED KLASSE AREI (Art.) A M I L I E U - O M G E V I N G A Temperatuur 1 tem 8 144 / 225 B Luchtvochtigheid 1 tem 8 ------------ C Hoogte 1 & 2 ------------ D Water 1 tem 8 84 / 145 / 226 E Vaste stoffen 1 tem 6 227 F Corrosieve / vervuilende 1 tem 4 146 / 228 G Schokken 1 tem 3 147 / 229 H Trillingen 1 tem 3 148 / 230 J Andere mechanische belasting ------------- ------------ K Flora & schimmels 1 & 2 149 / 231 L Fauna 1 & 2 149 / 231 M Magnetische, Elektrostatische en ioniserende / zwerfstromen 1 tem 6 (!!) 232 N Zonnestraling 1 tem 3 232 P Aardbevingen 1 tem 4 ------------ Q Bliksem 1 tem 3 ------------ R Luchtbewegingen 1 tem 3 ------------- S Wind 1 tem 3 ------------- GENT 12

UITWENDIGE INVLOEDSFACTOREN Cat AARD v/d INVLOED KLASSE AREI (Art.) A Bekwaamheid personen 1 tem 5 47 / 233 (266) B G E B R U I K B C D Elektrische weerstand lichaam Contact met aardpotentiaal Ontruiming personen 1 tem 4 31 / 234 1 tem 4 47 / 234 1 tem 4 101 / 234 E Goederen (voedingswaarden) 1 tem 4 101 / 234 (140) C C O N S T R U C T I E A Bouwmaterialen 1 & 2 101 / 104 B Structuur gebouw 1 tem 4 (!) 101 / 104 GENT 13

UITWENDIGE INVLOEDSFACTOREN GENT 14

UITWENDIGE INVLOEDSFACTOREN Bvb : TEMPERATUUR AA Code Omschrijving Voorwaarden Voorbeelden Elektrisch materiaal AA1 uiterst koud - 60 C tot +5 C diepvriesruimten Speciaal ontworpen of aangepaste schikkingen AA2 zeer koud - 40 C tot + 5 C koelruimten idem AA3 koud - 25 C tot + 5 C openlucht omgeving idem AA4 gematigd - 5 C tot + 40 C gematigde omgeving Normaal AA5 warm + 5 C tot + 40 C ingesloten lokalen Normaal Speciaal ontworpen of AA6 zeer warm + 5 C tot + 60 C ketelhuizen, machinezalen aangepaste schikkingen AA7 koud - 15 C tot + 25 C buiten de lokalen Normaal voor buiten + 5 C tot + gewoonlijk verwarmde AA8 gematigd Nomaal 30 C lokalen NOOT : de omgevingstemperatuur is o.a. bepalend voor de toelaatbare stroom (I Z ) in de leiding GENT 15

UITWENDIGE INVLOEDSFACTOREN Bvb : AANWEZIGHEID WATER AD GENT 16

UITWENDIGE INVLOEDSFACTOREN Bvb : BEKWAAMHEID PERSONEN GENT 17

ELEKTR. INST. CONTROLES UITVOERING CONTROLES : EINDE WERKEN ATTEST AANN. TWEEDE GROEN LICHT 1. AFGEVAARDIGDEN : AANN. + EO + IV + (PA) 2. DOSSIER VAN DE INSTALLATIES UITVOERING - AS BUILT PLANNEN + BEREKENINGEN - DOCUMENTATIE INSTALLATIEONDERDELEN 3. DEBRIEFFING DEELNEMERS 4. VERSLAG GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK 5. OPVOLGING BESLUITEN + INBREUKEN + OPMERKINGEN VERSLAG GENT 18

ELEKTR. INST. CONTROLES De gelijkvormigheidscontrole vóór de ingebruikname van niethuishoudelijke elektrische laagspanningsinstallaties omvat : 1. de administratieve controles; 2. de visuele controles; 3. de controles door beproeving; 4. de controles door meting. De controle mag niet worden aangevraagd vooraleer de voor de controle noodzakelijke documenten ter beschikking zijn gesteld van de met de controle belaste persoon. Vooraleer het gelijkvormigheidsverslag af te leveren moeten alle door het reglement vereiste documenten (schema's en plannen zoals bepaald in het artikel 16, berekeningsnota's, attesten, ) aan voormelde persoon voorgelegd zijn. GENT 19

ELEKTR. INST. CONTROLES 1. Administratieve controle : minimum volgende punten : 1.1. De controle op de aanwezigheid en de conformiteit van de schema's en plannen, zoals bepaald in het Art. 16 van het AREI; 1.2. De controle op de aanwezigheid en de inhoud van de materieelattesten; 1.3. De controle op de aanwezigheid van een document dat de technische aansluitkenmerken op het aansluitingspunt weergeeft, zoals : - de voedingsspanning; - het systeemtype van verbinding met de aarde, de globale aarding; - het te verwachten kortsluitvermogen op de plaats van de installatie; - de door de netbeheerder opgelegde maximale afstelwaarde van de beschermingsinrichtingen tegen overstroom. GENT 20

ELEKTR. INST. CONTROLES 1.4. De controle op de aanwezigheid van de berekeningsnota's ter bevestiging van de naleving van het Reglement en ter bevestiging van de doelmatige keuze van het elektrisch materieel. 1.5. De controle op de aanwezigheid en de conformiteit (visa door ) van de zoneringsplannen, de plannen van de vitale stroombanen, de plannen van de uitwendige invloeden en de plannen van de ondergrondse leidingen. 1.6. De controle op de aanwezigheid van een document dat de werking van de branddetectie- en brandblussystemen waarborgt, voor zover dit van toepassing is in het kader van artikel 104.04.e.1. 1.7. De controle van de overeenstemming tussen de U.I. en het materieel rekening houdende met het (de) plan(nen) van de uitwendige invloeden. GENT 21

ELEKTR. INST. CONTROLES 2. Visuele controles minim. volgende punten : 2.1. uitvoering van de elektrische installatie in overeenstemming met de schema's en plannen zoals bepaald in artikel 16; 2.2. plaatsing en de opstelling (bereikbaarheid, vasthechting, enz ) van het elektrisch materieel en zijn verbindingen; 2.3. kenmerken en de aanwending van het elektrisch materieel (machines, toestellen en leidingen), in functie van de werkelijke aanwezige uitwendige invloeden en de door de fabrikant opgestelde eventuele beperkingen; 2.4. staat van het elektrisch materieel (mechanische toestand, lekkage, bevuiling, ); 2.5. afwezigheid van een gevaarlijke wederzijdse beïnvloeding tussen componenten van elektrische installatie-onderdelen onderling en tussen deze en de niet-elektrische installatieonderdelen. GENT 22

ELEKTR. INST. CONTROLES 2.6. aanwezigheid, de kenmerken en de oordeelkundige plaatsing van : - onderbrekingstoestellen voor werkzaamheden aan de elektrische installatie; - noodonderbrekings- en/of de noodstop-inrichtingen; - beschermingstoestellen tegen elektrische schokken en tegen overstroom; - bedienings- en regelinrichtingen; - waarschuwings-, verbods-, inlichtings- en voorlichtingsborden en dergelijke. 2.7. aanwezigheid, doelmatigheid en juistheid van de identificatie van het elektrisch materieel (borden, stroombanen, onderdelen, ),machines en leidingen. 2.8. beschermingsmaatregelen tegen ES bij RA Deze controle heeft betrekking op de keuze en de uitvoering van de aangewende beschermingsmaatregelen tegen ESbij de RA (omhulsels, hindernissen, isolatie, verwijdering) : - bescherming van de actieve delen door middel van omhulsels of hindernissen; - bescherming van de actieve delen door middel van isolatie - bescherming van de actieve delen door verwijdering GENT 23

ELEKTR. INST. CONTROLES 2.9. beschermingsmaatregelen tegen elektrische schokken (ES) bij onrechtstreekse aanraking (OA). De controle heeft betrekking op de keuze en de uitvoering van de aangewende beschermingsmaatregelen tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking : - bescherming door middel van dubbele of versterkte isolatie ; - bescherming door middel van omhulsels ; - bescherming door middel van hindernissen; - bescherming door middel van verwijdering ; - bescherming door middel van een lokale niet met de aarde verbonden equipotentiale zone; - bescherming door middel van veiligheidsscheiding van de stroombanen ; - bescherming door middel van automatische onderbreking van de voeding; GENT 24

ELEKTR. INST. CONTROLES 2.10. beschermingsmaatregelen tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking ten gevolge van potentiaalverspreiding. 2.11. aarding en de equipotentialiteit. 2.12. doelmatige uitvoering van Z.L.S.-installaties (Z.L.V.S., Z.L.B.S. en Z.L.F.S.). 2.13. beschermingsmaatregelen tegen brandwonden, brand en ontploffing. 2.14. beschermingsinrichtingen tegen overstroom. 2.15. leidingen, hun onderdelen en hun plaatsingssystemen. 2.16. schakel- en verdeelinrichtingen. 2.17. de vaste en vast opgestelde gebruiksapparatuur. GENT 25

ELEKTR. INST. CONTROLES 18. de stopcontacten. 19. automatische differentieelstroominrichtingen. 20. de schakelaars en andere bedienings- of stuurinrichtingen. 21. betreffende de uitvoering van de vitale stroombanen. 22. afsluitmiddelen van omhulsels. 23. afsluitmiddelen van deuren en deksels van omhulsels in ruimten toegankelijk voor het publiek. 24. uitrusting en de uitvoering van de lokalen van de elektrische dienst. GENT 26

ELEKTR. INST. CONTROLES 3. De controle door beproeving Uitgevoerd vóór de eerste indienststelling omvatten minimum de volgende punten : 3.1. elektrische continuïteit van : - de beschermingsgeleider(s) met inbegrip van de massa('s) gebruikt als beschermingsgeleider, evenals hun onderlinge verbinding(en); - de hoofd- en bijkomende equipotentiaal-geleider(s) evenals hun verbinding(en). 3.2. Afwezigheid van een galvanische verbinding tussen beschermings- en nul- of compensatorgeleiders stroomafwaarts van differentieelstroominrichtingen. 3.3. Goede werking van de mechanische bediening van de ter plaatse samengebouwde onderbrekingstoestellen. GENT 27

ELEKTR. INST. CONTROLES 3.4. Afwezigheid éénpolige stuurinrichtingen in de nul- /compensatorgeleider. 3.5. Isolatieniveau van hoogspanningsinstallaties, rekening houden de met de eventuele aanwezigheid van rechtstreekse fouten, door middel van een beproeving met een spanning van minstens 5 kv. 3.6 Automatische afschakeling van de spanning op alle niet beschermde actieve delen bij verwijdering of opening van omhulsels waarvoor geen werktuig nodig is. 3.6 Automatische afschakeling van de spanning op alle niet beschermde actieve delen bij verwijdering of opening van omhulsels waarvoor geen werktuig nodig is. GENT 28

ELEKTR. INST. CONTROLES 3.7. Goede werking van : - de noodonderbreking van de elektrische installaties; - de differentieelstroominrichtingen via de eigen testinrichting; - de isolatiecontroletoestellen in installaties gevoed door een IT-net via de eigen testinrichting; - inrichtingen die de automatische herinschakeling van de elektrische motoren beletten; - de elektrische beschermingsinrichtingen tegen thermische effecten veroorzaakt door interne defecten in transformatoren. 3.8. Elektrische voeding van de componenten van de vitale stroombanen. 3.9. Draaiveldrichting aan de driefasige stopcontactdozen. GENT 29

ELEKTR. INST. CONTROLES 4. De controle door meting Meting uitgevoerd vóór de eerste indienststelling omvatten minimum de volgende punten : 4.1. Afstanden bij toepassing van omhulling, hindernissen of verwijdering in het raam van de bescherming tegen ES bij RA of OA. 4.2. Isolatieweerstand van de actieve delen. 4.3. Isolatieweerstand van de equipotentiaalgeleiders t.o.v. de aarde bij toepassing van de veiligheidsscheiding van de stroombanen. 4.4. Isolatieweerstand t.o.v. de aarde van vloeren, wanden en massa's en vreemde geleidende delen die zich in een niet-geaarde equipotentiale zone bevinden. GENT 30

ELEKTR. INST. CONTROLES 4.5. In het kader van de bescherming tegen ES, van de isolatieweerstand van vloeren en wanden alsook van de ter plaatse geïsoleerde massa's en vreemde geleidende delen ten opzichte van geaarde massa's of geaarde vreemde geleidende delen. 4.6. Aardingsweerstand van de aardverbindingen van : - de installaties op L.S. en Z.L.S.; - de nulgeleider; - de installaties op HS (RE). 4.7. Indien de tussenverbindingen met de globale aarding zijn verwezenlijkt, de meting van de aardingsimpedantie (ZE) in het geval dat de berekening van de contactspanning nodig is, teneinde na te gaan of een gemeenschappelijke aarding hoogspanning/laagspanning en/of nulgeleider mag worden verwezenlijkt. GENT 31

ELEKTR. INST. CONTROLES 4.8. Het nazicht van het verlichtingsniveau, eventueel door meting, in lokalen waarin ruimten van de elektrische dienst zijn ondergebracht 4.9. Isolatieafstanden voor het ter plaatse samengebouwd elektrisch materieel. 4.10. Uitschakelstroom en -tijd van de hoogspanningsvermogenschakelaars bij hun opgegeven instelwaarden. 4.11. De meting van de dienstspanning : - voor laagspanningsinstallaties; - tussen actieve geleiders bij zeer lage spanning (Z.L.V.S., Z.L.B.S. en Z.L.F.S.), teneinde de correlatie met de opgegeven spanning na te gaan. GENT 32

ELEKTR. INST. CONTROLES 4.12. De meting, op oordeelkundig gekozen plaatsen, van de foutlusimpedantie (Zs) tussen : - voor laagspanningsinstallaties; - de fasegeleiders en de nulgeleiders en/of beschermingsgeleiders, wanneer de aanwezige parameters verschillend zijn van deze gebruikt in de voorafgaandelijk opgestelde berekeningen uitgevoerd in het kader van de instelling van de beschermingstoestellen tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking en tegen overstroom in laagspannings- en zeer lage spanningsinstallaties. In een IT aardingssysteem wordt de meting uitgevoerd na het tijdelijk verbinden van een voedingspunt met de aarde (simulatie van een eerste isolatiefout). GENT 33

ELEKTR. INST. CONTROLES 4.13. De meting van de aardingsimpedantie (ZE) van de installatie teneinde de kenmerken van de beschermingstoestellen tegen elektrische schokken bij onrechtstreekse aanraking bij hoogspanning te beoordelen wanneer deze toestellen berusten op de actieve bescherming. GENT 34

ELEKTR. INST. CONTROLES DEBRIEFING 1. AFGEVAARDIGDE EO : 1.1. wat gecontroleerd; 1.2. inbreuken; 1.3. opmerkingen, vaststellingen; 1.4. besluit. 1.5. bijkomende inlichtingen 2. AFGEVAARDIGDE AANNEMER : 2.1. AS BUILT plannen; 2.2. BEREKENINGSNOTA S; 2.3. DOCUMENTATIE. GENT 35

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG VERSLAG - omvat minimaal de hierna vermelde elementen : A. De algemene administratieve identificatie-inlichtingen : 1. Naam + adres van de eigenaar of de beheerder van de onderzochte installatie. 2. Het adres van de onderzochte installatie. 3. De datum of data van de controle(s). 4. Naam en het adres van het erkend organisme of van de overheid waarvan een erkende afgevaardigde de controle heeft verricht. 5. Onderwerp van de controle met vermelding van de limieten van de controle met verwijzing naar de plannen en schema's zoals bepaald in artikel 16. 6. Aard van de controle en de reglementaire basis waarop de controle werd uitgevoerd. GENT 36

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG 7. De identificatiekenmerken van de controle-procedure (EO). 8. De identificatiekenmerken van de schema's en/of plannen (versie, nummer en datum) zoals vermeld in artikel 16. 9. De identificatiekenmerken van het verslag en van elke bladzijde van het verslag t.o.v. het totaal aantal bladzijden van het verslag. 10. De identificatiekenmerken van het verslag betreffende de controle van de goede werking van de hoogspanningsvermogenschakelaars en relais. 11. De datum van het nazicht van de goede werking van het branddetectiesysteem, voor zover van toepassing in het kader van artikel 104.04.e.1. 12.De identiteit van de agent(en)-bezoeker(s) die de controle heeft (hebben) uitgevoerd. GENT 37

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG B. De beschrijving van de gecontroleerde installatie : 1. De aard van de installatie, waarvan onder meer de dienstspanning, de frequentie, 2. Het (de) toegepaste syste(e)m(en) van verbinding met de aarde voor de laagspanning en het aardingssysteem voor de hoogspanningsinstallatie. 3. De juiste omvang en de aard van de gecontroleerde elektrische installatie of installatieonderdelen en de duidelijke identificatie van de elementen van de controle. De voormelde identificatie kan worden uitgevoerd door te verwijzen naar de elektrische schema's zoals vermeld in artikel 16, hetzij naar de lijsten die op een gedetailleerde wijze het geheel van de gecontroleerde elementen en componenten bevat. 4. De maximum kortsluitstroom > 3000 A ter hoogte van elk schakelbord. GENT 38

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG C. De resultaten van de metingen Voor zover ze van toepassing zijn worden de volgende resultaten vermeld : 1. De identificatie van de stroombanen waarvan de dienstspanning niet overeenstemt met de opgegeven spanning. 2. De aanwezigheid van een galvanische verbinding tussen beschermingsen nul- of compensatorgeleiders stroomafwaarts van differentieelstroominrichtingen. 3. De identificatie van de elementen waarvan de afstanden niet aan de reglementaire voorschriften voldoen bij toepassing van de bescherming door omhulsels, hindernissen of verwijdering in het kader van de bescherming tegen ES bij RA of OA. 4. De identificatie van de stroombanen waarvan de isolatieweerstand van de actieve delen niet aan de reglementaire voorschriften beantwoordt. 5. De identificatie van de equipotentiale geleiders waarvan de isolatieweerstand van de geleiders t.o.v. de aarde niet aan de reglementaire voorschriften voldoet, bij toepassing van de veiligheidsscheiding van de stroombanen. GENT 39

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG 6. De identificatie van de vloeren, wanden en massa's en vreemde geleidende delen waarvan de isolatieweerstand t.o.v. de aarde niet aan de reglementaire voorschriften voldoet bij toepassing van een nietgeaarde equipotentiale zone. 7. De identificatie van de vloeren en wanden alsook van de ter plaatse geïsoleerde massa's en vreemde geleidende delen waarvan de isolatieweerstand t.o.v. geaarde massa's of geaarde vreemde geleidende delen niet aan de reglementaire voorschriften voldoet in het kader van de bescherming tegen elektrische schokken. 8. De meetwaarde van de aardingsweerstand van : - de installaties op L.S. en Z.L.S.; - de nulgeleider; - de installaties op HS (RE). 9. De meetwaarde van de aardingsimpedantie (ZE) van de installatie. GENT 40

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG 10. De meetwaarde van de foutlusimpedantie (Zs) tussen : - de fasegeleiders; - de fasegeleiders en de nulgeleiders en/of beschermingsgeleiders. 11. De meetwaarde van de uitschakelstroom en -tijd die niet aan de opgegeven instelwaarde van de hoogspanningsvermogenschakelaars voldoen. 12. De identificatie van de stroombanen waarvan de afstanden tussen de actieve blanke geleiders voor het ter plaatse samengebouwd elektrisch materieel niet aan de reglementaire voorschriften voldoen. 13. De identificatie van de gebruikte meetuitrustingen. GENT 41

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG D. De resultaten van de administratieve en visuele controles, beproevingen en metingen. 1. Het verslag geeft op ondubbelzinnige wijze melding van : - de overtredingen op het vlak van de administratieve controles; - de overtredingen op de voorschriften van dit reglement; - de bemerkingen die non-conformiteiten betreffen met betrekking tot andere reglementeringen. 2. De niet behandelde controleaspecten van dit artikel, die van toepassing zijn op de betreffende installatie, en de afwezigheid van de door dit reglement vereiste documenten die niet toelaten de installatie conform te verklaren. 3. De eventuele bemerkingen die geen overtredingen zijn, zijn vermeld onder de benaming : opmerkingen. GENT 42

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG E. De besluiten Ieder controleverslag bevat als besluit slechts één van de volgende formuleringen : 1. De elektrische installatie zoals beschreven in punt B.3. is conform aan de voorschriften van het A.R.E.I.; - "Visum van de verdeler"; [- De eerste periodieke controle moet worden uitgevoerd na afloop van de termijn van één jaar na de datum van de gelijkvormigheidscontrole toekomst] - Dit verslag wordt "gelijkvormigheidsverslag" genoemd. 2. De elektrische installatie zoals beschreven in punt B.3. voldoet niet aan de voorschriften van het Algemeen reglement op de elektrische installaties (A.R.E.I.). Een heronderzoek moet door hetzelfde organisme worden uitgevoerd vóór de ingebruikname van de installatie. GENT 43

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG 3. De resultaten van de controle laten niet toe de installatie conform te verklaren. Een bijkomend onderzoek op de vastgestelde overtredingen moet door hetzelfde organisme worden uitgevoerd vóór de ingebruikname van de installatie. De besluiten worden vermeld op de eerste bladzijde van het controleverslag. GENT 44

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG F. De algemene inlichtingen Het controleverslag herinnert aan de volgende reglementaire voorschriften : - Geen enkele elektrische installatie waarvoor inbreuken tegenover dit reglement worden vastgesteld tijdens de gelijkvormigheidscontrole vóór de ingebruikname, mag in gebruik worden genomen. - De niet behandelde controleaspecten van dit artikel, die van toepassing zijn op de betreffende installatie, laten niet toe de installatie conform te verklaren. - De verplichting de gelijkvormigheidscontrole vóór de ingebruikname van de elektrische installatie of deel van de elektrische installatie zoals bepaald in het controleverslag te doen uitvoeren. GENT 45

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG - De verplichting het gelijkvormigheidsverslag te bewaren in het dossier van de elektrische installatie; - De verplichting het gelijkvormigheidsverslag voor te leggen aan de Interne dienst voor Preventie en Bescherming op het werk en aan het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk; - De verplichting in het dossier elke wijziging aan de elektrische installatie te vermelden en de verplichting een gelijkvormigheidscontrole van iedere belangrijke wijziging of belangrijke uitbreiding van de elektrische installatie te laten uitvoeren hetzij door een erkend organisme, hetzij door de overheid hiervoor bevoegd of ermee gelast volgens de voorschriften van artikel 275; GENT 46

ELEKTR. INST. CONTROLEVERSLAG - De verplichting jaarlijks / 5 jaarlijks een periodieke controle van de elektrische installatie te laten uitvoeren hetzij door een erkend organisme, hetzij door de overheid hiervoor bevoegd of ermee gelast volgens de voorschriften van artikel 275 vóór de vermelde vervaldatum; - De verplichting de Federale Overheidsdienst die Arbeidsveiligheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Federale Overheidsdienst die Energie onder zijn bevoegdheid heeft onmiddellijk in te lichten over elk ongeluk aan personen overkomen en rechtstreeks of onrechtstreeks te wijten aan elektriciteit. De voormelde algemene inlichtingen worden na de besluiten in het controleverslag opgenomen. GENT 47

ELEKTRISCHE INSTALLATIES CONTROLES VERSLAGEN BELANGRIJKE ELEMENTEN VOOR DE PA 1. INVENTARIS INSTALLATIES 2. DOSSIERS ELEKTRISCHE INSTALLATIES 3. VERSLAGEN GELIJKVORMIGHEIDSCONTROLES; PERIODIEKE CONTROLES. 4. OPVOLGING VERSLAGEN VOI (Verslag Onderzoek voor Ingebruikname) = DERDE GROEN LICHT GENT 48

ELEKTRISCHE INSTALLATIES A.R.E.I. RECENTE AANPASSINGEN K.B. 25 / 04 / 2013 (BS 4/06/2013) : artikelen 1-3 - 28.01-100 104 151 200 207.05 04 SEPTEMBER 2013 GENT 49

VRAGEN????????? Eventueel over te maken aan PreBes Project Groep Elek p.a. CoördinatieCentrum Of VERSLAGEN CONTROLES ELEKTRISCHE INSTALLATIES dhoosscheguy@yahoo.com (GDH Consulting) GENT 50