Drogisterij Adviseren1 Lesboek 2018 1
2
Inhoud Drogisterij Adviseren 1 Inhoud Geschreven door: Anique Michielsen 3
Colofon Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Samenstellers en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een zo betrouwbaar mogelijke uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden op onjuistheden die eventueel in deze uitgave voorkomen. De uitgever meent alle rechten van afbeeldingen te bezitten of daar afspraken over te hebben gemaakt. Indien rechthebbenden toch een opmerking hebben, kunnen zij zich tot de uitgever wenden. ISBN nummer 978-94-92242-29-7 Adresgegevens ex:plain Disketteweg 6 Postbus 1230 3800 BE Amersfoort www.explain.nl Januari 2018 4 4
Inhoud Inhoud Algemeen 10 1. Basiskennis 12 1.1 De drogisterij 12 1.2 Zelfzorg en zelfzorgvoorlichting 12 1.3 Verantwoorde zorg 14 1.4 De Geneesmiddelenwet 16 1.5 Afleverstatus 16 1.6 Registratie 17 1.7 Informatie, voorlichting, of advies 18 1.8 Reclame 19 1.9 Het centraal bureau drogisterijbedrijven (CBD) 19 1.10 De Nederlandse Drogistennorm 20 1.11 Zelfzorgproducten 20 1.12 Regels voor vitamines en mineralen 21 1.13 De SmPC-tekst 23 1.14 De bijsluiter 23 1.15 Toedieningswegen 28 1.16 Toedieningsvormen 29 2. Communicatie 36 2.1 Zelfzorgvoorlichting 36 2.2 Het Drogisten Zelfzorgvoorlichtingsmodel 37 2.3 De kassacheck 38 2.4 Adviesvaardigheden 40 2.5 Communicatieve vaardigheden 41 2.6 Verbale communicatie 41 2.7 Non-verbale communicatie 42 2.8 Informatieverwerking 42 2.9 Risicogroepen 43 Inhoud 3. Maagklachten 50 3.1 Achtergrondinformatie maag en maagklachten 50 3.2 Tips bij maagklachten 53 3.3 Doorverwijzen naar de huisarts 55 3.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij maagklachten deel 1 56 3.5 Zelfzorggeneesmiddelen bij maagklachten deel 2 61 3.6 Klachten en bijbehorend advies 71 3.7 WASA-vragen bij maagklachten 71 3.8 De kassacheck en risicowaarschuwingen 72 3.9 Voorbeeld van een adviesgesprek 73 5
4. Verstopping 76 4.1 Achtergrondinformatie verstopping (obstipatie) 76 4.2 Tips bij verstopping 78 4.3 Doorverwijzen naar de huisarts 80 4.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij verstopping deel 1 81 4.5 Zelfzorggeneesmiddelen bij verstopping deel 2 84 4.6 Klachten en bijbehorend advies 92 4.7 WASA-vragen bij verstopping 92 4.8 De kassacheck en risicowaarschuwingen 93 4.9 Voorbeeld van een adviesgesprek 93 5. Diarree 96 5.1 Achtergrondinformatie diarree 96 5.2 Tips bij diarree 98 5.3 Doorverwijzen naar de huisarts 100 5.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij diarree 101 5.5 Klachten en bijbehorend advies 107 5.6 WASA-vragen bij diarree 107 5.7 De kassacheck en risicowaarschuwingen 108 5.8 Voorbeeld adviesgesprek 108 6. Misselijkheid en spugen 114 6.1 Achtergrondinformatie misselijkheid en spugen 114 6.2 Tips bij misselijkheid en spugen 116 6.3 Doorverwijzen naar de huisarts 116 6.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij misselijkheid en spugen 118 6.5 Klachten en bijbehorend advies 118 6.6 WASA-vragen bij misselijkheid en spugen 118 6.7 De kassacheck en risicowaarschuwingen 119 6.8 Voorbeeld adviesgesprek 119 7. Wormen 122 7.1 Achtergrondinformatie wormen 122 7.2 Tips bij wormen 124 7.3 Doorverwijzen naar de huisarts 124 7.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij wormen 126 7.5 Klachten en bijbehorend advies 127 7.6 WASA-vragen bij wormen 127 7.7 De kassacheck en risicowaarschuwingen 128 7.8 Voorbeeld adviesgesprek 128 8. Aambeien 132 8.1 Achtergrondinformatie aambeien 132 8.2 Tips bij aambeien 134 8.3 Doorverwijzen naar de huisarts 135 8.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij aambeien 136 8.5 Klachten en bijbehorend advies 140 6 6
Inhoud 8.6 WASA-vragen bij aambeien 141 8.7 De kassacheck en risicowaarschuwingen 142 8.8 Voorbeeld adviesgesprek 142 9. Pijnstillers 146 9.1 Achtergrondinformatie soorten pijnstillers 146 9.2 Paracetamol 147 9.3 Paracetamol met coffeïne 149 9.4 Paracetamol en vitamine C 152 9.5 Paracetamol, coffeïne en vitamine C 153 9.6 Paracetamol, coffeïne en propyfenazon 154 9.7 NSAID s 156 9.8 Acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium 157 9.9 Ibuprofen 160 9.10 Naproxen 163 9.11 Diclofenac 165 9.12 NSAID Combinatiemiddelen met acetylsalicylzuur, paracetamol en coffeïne 166 9.13 NSAID Combinatiemiddelen met acetylsalicylzuur en vitamine C 166 9.14 Klachten en bijbehorend advies 167 9.15 Kassacheck en risicowaarschuwingen 167 9.16 Overzicht pijnstillers 169 10. Pijn- en koorts 174 10.1 Achtergrondinformatie pijn en koorts 174 10.2 Tips bij pijn en koorts 181 10.3 Doorverwijzen naar de huisarts 181 10.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij pijn en koorts 182 10.5 Klachten en bijbehorend advies 182 10.6 WASA-vragen bij pijn en koorts 183 10.7 De kassacheck en risicowaarschuwingen 184 10.8 Voorbeeld adviesgesprek 185 Inhoud 11. Griep 188 11.1 Achtergrondinformatie griep 188 11.2 Tips bij griep 191 11.3 Doorverwijzen naar de huisarts 192 11.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij griep 193 11.5 Klachten en bijbehorend advies 194 11.6 WASA-vragen bij griep en koorts 194 11.7 De kassacheck en risicowaarschuwingen 195 11.8 Voorbeeld adviesgesprek 196 12. Hoofdpijn 200 12.1 Achtergrondinformatie hoofdpijn 200 12.2 Tips bij hoofdpijn 203 12.3 Doorverwijzen naar de huisarts 204 12.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij hoofpijn 204 12.5 Klachten en bijbehorend advies 205 7
12.6 WASA-vragen bij hoofdpijn 206 12.7 Klachten en bijbehorend advies 207 12.8 Voorbeeld adviesgesprek 207 13. Keelpijn 210 13.1 Achtergrondinformatie keelpijn 210 13.2 Tips bij keelpijn 214 13.3 Doorverwijzen naar de huisarts 214 13.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij keelpijn 216 13.5 Klachten en bijbehorend advies 222 13.6 WASA-vragen bij keelpijn 223 13.7 De kassacheck en risicowaarschuwingen 224 13.8 Voorbeeld adviesgesprek 224 14. Menstruatieklachten 228 14.1 Achtergrondinformatie menstruatieklachten 228 14.2 Tips bij menstruatieklachten 230 14.3 Doorverwijzen naar de huisarts 230 14.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij menstruatieklachten 230 14.5 Het adviseren van een NSAID bij menstruatiepijn. 230 14.6 WASA-vragen bij menstruatieklachten 231 14.7 De kassacheck en risicowaarschuwingen 231 14.8 Voorbeeld adviesgesprek 232 15. Spier en gewrichtsklachten 236 15.1 Achtergrondinformatie spier en gewrichtsklachten 236 15.2 Tips bij spier en gewrichtsklachten 240 15.3 Doorverwijzen naar de huisarts 241 15.4 Zelfzorggeneesmiddelen bij spier en gewrichtsklachten 242 15.5 Klachten en bijbehorend advies 248 15.6 WASA-vragen bij spier- en gewrichtsklachten 248 15.7 Kassacheck en risicowaarschuwingen 249 15.8 Voorbeeld adviesgesprek 249 8 8
Algemeen
Algemeen Welkom Je start met de module Adviseren 1 van Explain die je gaat afronden met een examen voor een deelcertificaat. De volledige opleiding voor assistent-drogist bestaat uit 2 modules: Adviseren 1 en Adviseren 2. Voor adviseren 2 doe je ook examen voor een tweede deelcertificaat. De twee deelcertificaten samen vormen het diploma Assistent-drogist. De examens van Pharmacon bestaan uit 60 meerkeuzevragen, waarvoor je 45 minuten de tijd krijgt. De opbouw van het boek Dit boek is ingedeeld in korte hoofdstukken, bevat een heldere uitleg, visuele ondersteuning en zeer veel oefeningen. Na het lezen van korte stukken tekst krijg je steeds een aantal vragen te maken die een opbouw in moeilijkheidsgraad hebben. Zo leer je op een leuke manier, stapsgewijs de veelomvattende lesstof je eigen te maken. Je rondt elk hoofdstuk af met een toets voordat je verder gaat met het volgende onderwerp. Het antwoordenboek en bijlages De juiste antwoorden op de meerkeuzevragen staan per hoofdstuk ingedeeld in je antwoordenboek. Achterin het antwoordenboek tref je 2 bijlages aan: Bijlage 1: Drogistennorm Bijlage 2: Terminologielijst Digitale leeromgeving In onze digitale leeromgeving zijn toetsen opgenomen die vragen bevatten over meer onderwerpen tegelijk. Deze toetsen zijn om die reden moeilijker dan de vragen in de boeken. Daarnaast zit er bij het volledige lesprogramma een intensieve lesdag aan het einde van de module voor een optimale voorbereiding op het examen. Dit is een toets in onze digitale leeromgeving. Wat ga je allemaal leren in de eerste module? Advies geven over veilig gebruik van zelfzorggeneesmiddelen is de hoofdtaak van de assistent drogist. Deze eerste module ga je leren zelfzorgadvies te geven bij maag- en darmklachten en bij pijn- en koortsklachten. Om te kunnen adviseren bij maag- en darmklachten en pijn- en koortsklachten, heb je vakkennis nodig over die klachten en over geneesmiddelen. Niet alleen omdat je het juiste middel voor de klacht moet kunnen adviseren maar ook omdat je moet weten wanneer je beter kunt doorverwijzen of wanneer de klant meer gebaat is bij tips om klachten te voorkomen of verminderen. Voordat je dit gaat leren krijg je in hoofdstuk 1 en 2 eerst basiskennis aangereikt die je nodig hebt voor het vak. Als assistent-drogist krijg je ook te maken met wetgeving. Je leert over bepalingen van de Geneesmiddelenwet en de Nederlandse Drogistennorm. 10 Veel succes en leerplezier!
BasiskennisH1
H1 Basiskennis Je leert dit hoofdstuk: omschrijven wat zelfzorg inhoudt omschrijven wat het doel van zelfzorgvoorlichting is omschrijven welke rol UAD-geneesmiddelen binnen de zelfzorg spelen de wettelijke adviesplicht voor UAD-geneesmiddelen omschrijven de wettelijke adviesfunctie van de (assistent) drogist omschrijven ĵ ĵ omschrijven wat de kenmerken van advies en reclame zijn ĵ ĵ benoemen wat de verschillen zijn tussen voorlichting, advies en reclame de inhoud van de wettelijke bepalingen uit de Geneesmiddelenwet (art 62) omschrijven ĵ ĵ omschrijven welke wettelijke regels gelden bij het ter handstellen van UADgeneesmiddelen omschrijven wanneer een product een geneesmiddel is omschrijven wat de termen UR, UA, UAD en AV betekenen ĵ ĵ benoemen wat verschillen zijn tussen fytotherapie, homeopathie en reguliere geneeskunde benoemen welke wettelijke regels gelden voor homeopathie en fytotherapie het verschil tussen de registratie van RVG en RVH-geneesmiddelen omschrijven de rubrieken van een bijsluiter benoemen de toedieningsvormen en wegen van geneesmiddelen omschrijven de betekenis van de termen uit de bijsluiter omschrijven (bijlage terminologie). 1.1 De drogisterij In veel landen is de aflevering van geneesmiddelen voorbehouden aan de apotheker. In Nederland zijn zelfzorggeneesmiddelen ook bij de drogist verkrijgbaar. In 1865 bepaalde de Nederlandse overheid dat niet alleen apothekers geneesmiddelen mochten afleveren en ontstonden er drogisterijbedrijven. Er zijn in Nederland ongeveer 2000 apotheken en 2600 drogisterijen. De drogist heeft een voorlichtende functie en neemt daarmee een plaats in de nuldelijns gezondheidszorg. Met nuldelijns gezondheidszorg wordt de fase bedoeld die vooraf gaat aan een bezoek aan de dokter. 1.2 Zelfzorg en zelfzorgvoorlichting Met zelfzorg wordt de zorg bedoeld die een persoon, op eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid, besteedt aan het verminderen of opheffen van herkenbare, tijdelijke gezondheidsklachten. Bij de verkoop van zelfzorggeneesmiddelen zijn assistent-drogisten en drogisten verplicht zelfzorgvoorlichting te geven. 12
Basiskennis Het doel van zelfzorgvoorlichting Het doel van zelfzorgvoorlichting is om de klant zo goed mogelijk te informeren over het veilig gebruik van zelfzorggeneesmiddelen. Door een goed advies kunnen consumenten op verantwoorde wijze zelfzorggeneesmiddelen gebruiken en worden risico s op verkeerd gebruik voorkomen. Zelfzorggeneesmiddelen zijn werkzaam en veilig als ze volgens het voorschrift in de bijsluiter worden gebruikt. Problemen kunnen ontstaan bij verkeerd gebruik, misbruik of gebruik in combinatie met andere middelen. Bij een te lage dosering werken ze niet of onvoldoende, terwijl ze bij overdosering schadelijk kunnen zijn. Als assistent-drogist heb je de functie om klanten zelfzorgvoorlichting te geven over het juiste gebruik van zelfzorggeneesmiddelen, waardoor risico s worden voorkomen. Het bevorderen van de gezondheid, het bestrijden van de klacht of kwaal staat daarbij centraal. Om zelfzorgvoorlichting te kunnen geven, moet je precies weten welke zelfzorggeneesmiddelen in een situatie wel of niet gebruikt mogen worden en op de hoogte zijn van de belangrijkste eigenschappen van UAD-geneesmiddelen. Ook moet die informatie op een begrijpelijke manier aan de klant uitgelegd worden. Je gebruikt dus zo min mogelijk onnodig moeilijke medische termen. H1 13
1.3 Verantwoorde zorg In de Geneesmiddelenwet staat dat bij de verkoop van geneesmiddelen verantwoorde zorg aangeboden moet worden. Het doel van de verantwoorde zorg is dat consumenten geneesmiddelen op een verantwoorde wijze gebruiken en de juiste keuzes maken. Verantwoorde zorg in de drogisterij houdt in dat: Elke klant het meest geschikte zelfzorggeneesmiddel krijgt en daarbij op de hoogte is van het juiste gebruik, relevante bijwerkingen en gezondheidswaarschuwingen en eventuele begeleidende maatregelen om de zelfzorgkwaal zo snel en effectief mogelijk te genezen. Bij ernstige klachten naar de huisarts wordt verwezen. Als assistent-drogist heb je dus de taak het juiste zelfzorggeneesmiddel te verkopen voor de klacht én voorlichting geven over het gebruik van deze zelfzorggeneesmiddelen. Er kan een spanning zijn tussen het geven van advies en commercieel ondernemerschap. Zo is het is bijvoorbeeld geen verantwoorde zorg om een UAD-geneesmiddel te verkopen terwijl je vermoed dat het geneesmiddel onverstandig gebruikt gaat worden door de klant. Ook is het geen verantwoorde zorg als de hoeveelheid UAD-geneesmiddelen die je een klant verkoopt, zo groot is dat je kunt verwachten dat deze middelen onverstandig gebruikt gaan worden. Dit geldt zowel bij een aankoop als bij meer aankopen kort achter elkaar. 1. Wat is zelfzorg? a. Met zelfzorg wordt bedoeld dat een persoon, op eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid, zelfzorggeneesmiddelen gebruikt om tijdelijke gezondheidsklachten te verminderen of op te heffen. b. Met zelfzorg wordt de zorg bedoeld die een persoon krijgt bij de huisarts. c. Met zelfzorg wordt de zorg bedoeld die een persoon, op eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid, besteedt aan het verminderen of opheffen van herkenbare, tijdelijke gezondheidsklachten. d. Met zelfzorg wordt de zorg bedoeld die een persoon, op eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid, besteedt aan het verminderen of opheffen van herkenbare, tijdelijke gezondheidsklachten, zonder advies van een drogist. 2. Wat is zelfzorgvoorlichting? a. De klant informatie geven over de werkzame stoffen van zelfzorggeneesmiddelen. b. De klant informatie geven over de bijwerkingen van zelfzorggeneesmiddelen. c. De klant informeren over het veilig gebruik van zelfzorggeneesmiddelen. d. De klant informeren over de dosering van zelfzorggeneesmiddelen. 14
Basiskennis 3. Wie mogen zelfzorgvoorlichting geven? a. De verkoopmedewerker, de assistent-drogist en de drogist. b. De assistent-drogist en de verkoopmedewerker. c. De drogist. d. De assistent-drogist en de drogist. 4. Bij de ter hand stelling van UAD-geneesmiddelen is het verplicht om verantwoorde zorg te leveren. Hoe lever je verantwoorde zorg? a. Elke klant het meest geschikte zelfzorggeneesmiddel adviseren en informeren over het juiste gebruik, relevante bijwerkingen en gezondheidswaarschuwingen geven. b. Begeleidende leefregels en/of tips geven om de zelfzorgkwaal zo snel en effectief mogelijk te genezen. c. Bij ernstige klachten naar de huisarts doorverwijzen. d. Alle antwoorden zijn juist. 5. Wat wordt bedoeld met het ter hand stellen van een UADgeneesmiddel? a. Het geven van voorlichting. b. Het afrekenen en het overhandigen van het UAD-geneesmiddel. c. Het verlenen van nazorg in de vorm van klachtenbehandeling. d. Alle antwoorden zijn juist. H1 6. Welke stelling is juist? I. De adviesplicht geldt voor alle UAD-geneesmiddelen. II. Advies geven is een verplichting, behalve als de klant te kennen heeft gegeven daaraan geen behoefte te hebben. a. Stelling I is juist, stelling II is onjuist. b. Stelling II is juist, stelling I is onjuist. c. Beide stellingen zijn juist. d. Beide stellingen zijn onjuist. 15