Inleiding. 1. Doelstelling



Vergelijkbare documenten
PVB 2.1 Geven van trainingen

BVT2 PVB 2.1 Geven van trainingen

Begeleiden bij vaardigheidstoetsen

Assisteren bij activiteiten

PVB 2.1 Geven van lessen (praktijkbeoordeling) Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie 2

Toetsdocumenten Trainer Wedstrijdzwemmen 2. PVB 2.1 Geven van trainingen

Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie niveau 2

PVB 2.1: Geven van trainingen; (praktijkbeoordeling) Deelkwalificatie van Squash Trainer 2

PVB 2.2: Begeleiden bij wedstrijden; PVB 2.3: Assisteren bij activiteiten. Kwalificatiestructuur KSS 2012

PVB 4.1 Geven van trainingen Pistool Deelkwalificatie van trainer-coach 4 Pistool

VT2 PvB 2.3 Assisteren bij activiteiten

PvB 3.3. Organiseren van activiteiten

PVB 2.3 Assisteren bij activiteiten (portfoliobeoordeling) Deelkwalificatie van Basketballtrainer-coach 2

PVB 3.1 Geven van lessen Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie 3

PvB 2.2 Begeleiden bij wedstrijden

PvB 3.3 Organiseren van activiteiten

PVB 5.4 Geven van workshops

PVB 3.4 Aansturen van sportkader

Kwalificatiestructuur Sport Toetsdocumenten Roei-instructeur

PVB 3.4 Aansturen van sportkader (portfoliobeoordeling) Deelkwalificatie van Basketballtrainer-coach 3

PvB 3.1 Geven van trainingen

Proeve van Bekwaamheid

PVB 3.4 Aansturen van sportkader

PVB 4.1 Geven van trainingen Geweer Deelkwalificatie van trainer-coach 4 Geweer

PVB 2.3 Assisteren bij activiteiten (portfoliobeoordeling)

Toetsplan van de kwalificatie golfinstructeur level 2

Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie niveau 2

3.1 Portfoliobeoordeling De portfoliobeoordeling heeft betrekking op het door u opgestelde en deels uitgevoerde en geëvalueerde jaarplan.

Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie niveau 3

3.2 Praktijkbeoordeling De praktijkbeoordeling bestaat uit een planningsinterview, praktijk geven van training en een reflectieinterview.

Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie niveau 3

PVB 3.1 Geven van trainingen (portfoliobeoordeling) Deelkwalificatie van Basketballtrainer-coach 3

Toetsplan van de kwalificatie Schaatsbegeleider niveau 1

Wielertrainer 2 Geven van trainingen Proeve van bekwaamheid (PVB) KSS 2.1 Vastgesteld door de toetsingscommissie op 18 maart 2008

Beoordelingsformulier PVB 1.1 Assisteren bij lessen/activiteiten. Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie 1

Sportleider 4 Geven van training Proeve van bekwaamheid (PVB) KSS 4.1

PvB 3.3 Organiseren van activiteiten

Kwalificatiestructuur Sport Toetsdocument Roei-instructeur 2

Proeve van Bekwaamheid

BVT4 PvB 4.2 Coachen bij wedstrijden

PvB 3.2 Coachen bij wedstrijden

1.2.1 Begeleidt sporters bij toetsen/evenementen; Waarborgt de hygiëne; Maakt afspraken; Handelt formaliteiten af.

CVT2 PvB 2.3 Assisteren bij activiteiten

Toetsdocumenten Triathlontrainer 3

Sportleider 4 Coachen van wedstrijden Proeve van bekwaamheid (PVB) KSS 4.2

PVB 3.4 Aansturen van sportkader Deelkwalificatie van Leider Sportieve Recreatie 3

Toetsplan van de kwalificatie ski- of snowboardinstructeur niveau 2

Handbaltrainer 3 Organiseren van activiteiten Proeve van bekwaamheid (PVB) KSS 3.3 Deze PVB wordt afgenomen in combinatie met PVB KSS 3.2 en 3.

Proeve van Bekwaamheid

PVB 4.5 Samenwerken met een begeleidingsteam en onderhouden van externe contacten

Handbaltrainer 2 Begeleiden bij wedstrijden Proeve van bekwaamheid (PVB) KSS 2.2 Deze PVB wordt afgenomen in combinatie met PVB KSS 2.

Algemene informatie over kwalificatie

Toetsdocumenten Wielertrainer 3 Inhoudsopgave

PVB-beschrijving 4.3

Wielertrainer 1. Toetsdocumenten

PvB 3.2 Coachen bij wedstrijden

PvB 3.4 Aansturen van kader

VT4 PVB 4.5 Samenwerken met een begeleidingsteam en onderhouden van externe contacten

BVT3 PvB 3.3 Organiseren van activiteiten

Trainer (Muay Thai) Kickboxing 3. Federatie Oosterse Gevechtskunsten. Proeven Van Bekwaamheid (PVB) Versie 1, 2012

Wielertrainer 2 Kwalificatieprofiel

5. Afnamecondities De activiteit waarbij u assisteert is gericht op het werven en behouden van leden en is geen training.

PVB 3.1 Geven van trainingen

Toetsplan. KNHB Hockeytrainer niveau 2 Elftal

1. Algemene informatie over kwalificatie

3.1 Praktijkbeoordeling De praktijkbeoordeling bestaat uit praktijk geven van (delen van) trainingen en een reflectieinterview.

Transcriptie:

PVB 2.1 Geven van lessen Inleiding Om het door de NWWB en NOC*NSF erkende diploma Waterski- en Wakeboardinstructeur 2 te behalen moet de kandidaat drie kerntaken op niveau 2 beheersen. Door met succes een proeve van bekwaamheid (PVB) af te leggen, toont de kandidaat aan dat deze een kerntaak beheerst. 1. Doelstelling Deze PVB heeft betrekking op kerntaak 2.1 Geven van lessen. Met deze PVB toont de kandidaat aan dat deze: - sporter kan begeleiden bij een les; - zich kan voorbereiden op het geven van een les; - oefeningen kan uitleggen; - onderdelen van een les kan uitvoeren. 2. Opdracht De kandidaat geeft een deel van een les aan één beginnende skiër of rider, aan de hand van het voorbereide lesplan. Bij deze les houdt de kandidaat rekening met de beleving en verwachtingen van de sporter. Deze opdracht voert de kandidaat uit aan de hand van vier deelopdrachten. Deze deelopdrachten hebben betrekking op de volgende werkprocessen: 2.1.1 Begeleidt sporter bij lessen; 2.1.2 Bereidt zich voor op lessen; 2.1.3 Legt oefeningen uit; 2.1.4 Voert onderdelen van lessen uit. 3. Eisen voor toelating tot deze PVB De kandidaat wordt toegelaten tot de PVB, als deze voldoet aan de volgende eisen: - zij/hij is minstens 18 jaar oud; - zij/hij is lid van de NWWB; - zij/hij heeft voldaan aan de financiële verplichtingen die voortvloeien uit de PvB; - zij/hij heeft een voldoende gescoord voor de schriftelijke toets; - zij/hij heeft bij de PVB-aanvraag een planning van de les die de kandidaat tijdens de PVB wil geven, aan het bondsbureau gestuurd. 4. Onderdelen van deze PVB De PVB bestaat uit een praktijkbeoordeling, voorafgegaan door een planningsinterview en gevolgd door een reflectie-interview. In het planningsinterview wordt de kandidaat bevraagd op de logische samenhang tussen de beginsituatie van de lesgroep, de doelen (technisch, tactisch, mentaal en conditioneel) en de lesvoorbereiding. Het planningsinterview duurt maximaal 15 minuten. Bij de praktijkbeoordeling observeert de PVB-beoordelaar de gegeven les (maximaal 30 minuten) en de nabespreking met de cursisten (maximaal 15 minuten). 1

Het reflectie-interview gaat over de beoordelingscriteria die zich in de praktijk niet hebben voorgedaan en/of waarover nog twijfel bestaat wat betreft de beheersing. Het reflectieinterview duurt maximaal 15 minuten. In totaal duurt de praktijkopdracht maximaal 75 minuten. De beoordelingscriteria staan in het protocol van PVB 2.1. 5. Afnamecondities en locatie De kandidaat geeft een les aan één kandidaat op basis van een lesplanning die de kandidaat bij de PVB-aanvraag aan het bondsbureau heeft gestuurd. De locatie is een vereniging of skischool aangesloten bij de NWWB. Er moet een ruimte zijn rond de leslocatie voor de beoordelaar. Ook dient een aparte ruimte beschikbaar te zijn voor het plannings- en het reflectie-interview. 6. Aanmeldingsprocedure De kandidaat schrijft zich in voor de PvB door het aanmeldingsformulier en de lesplanning naar het bondsbureau te sturen. De toetsingscommissie bevestigt schriftelijk de ontvangst van de aanmelding en bevestigt daarmee de inschrijving voor de PvB. Namens de toetsingscommissie ontvangt de kandidaat informatie over de praktijkbeoordeling. 7. Taken van de PVB-beoordelaars - Houden een planningsinterview op basis van de door de kandidaat aangereikte lesvoorbereiding, aan de hand van het protocol; - Beoordelen het lesplan; - Observeren en beoordelen de les en vullen het protocol in; - Houden een reflectie-interview aan de hand van het protocol; - Bepalen het voorlopige resultaat en geven feedback aan de kandidaat. - Informeren de toetsingscommissie over de voorlopige uitslag. 8. Voorbereiding door de kandidaat De kandidaat is 30 minuten voor de les aanwezig op de testlocatie, met het lesplan. 9. PVB-beoordelaars De PVB wordt afgenomen door twee PVB-beoordelaars. De PVB-beoordelaars worden aangewezen door de toetsingscommissie van de NWWB. Wanneer er een boot gebruikt wordt is er een ervaren stuurman betrokken, bij de kabel een ervaren baandraaier deze worden door de NWWB aangewezen. 10. De normering De kandidaat is geslaagd, wanneer alle beoordelingscriteria met voldoende zijn beoordeeld. 2

11. Vaststelling van de uitslag Binnen vijftien minuten na afloop van het reflectie-interview wordt een voorlopige uitslag vastgesteld en bekendgemaakt aan de kandidaat. De voorlopige uitslag wordt binnen drie werkdagen voorgelegd aan de NWWB. De NWWB stelt de definitieve uitslag vast. De kandidaat ontvangt binnen tien werkdagen na afname van de PVB een formele bevestiging van de definitieve uitslag. 12. Beroepsmogelijkheid De kandidaat kan schriftelijk beroep aantekenen tegen de definitieve uitslag binnen vier weken na de bekendmaking bij de Commissie van Beroep voor de Toetsing van de NWWB. De Commissie van Beroep voor de Toetsing maakt binnen vier weken na ontvangst van het beroep de uitspraak van het beroep schriftelijk bekend aan de kandidaat. De uitspraak van de Commissie van Beroep voor de Toetsing is bindend. 13. Herkansing Indien de kandidaat een onvoldoende voor de PVB haalt, is er de mogelijkheid voor een herkansing. Deze nieuwe toets moet echter binnen 2 maanden na de vaststelling uitslag plaatsvinden. Mocht de kandidaat ook voor deze herkansing een onvoldoende halen, dan zal de betreffende scholing opnieuw gevolgd moeten worden. 3

Bijlage bij PVB 2.1 LESPLANFORMULIER Weer/veiligheid Doelgroep Doelen Materiaal Locatie Trainer Inhoud van de training Evaluatie Warming-up Droogtraining Op het water 4

Protocol PVB 2.1 Geven van lessen Praktijkbeoordeling Kandidaat: PVB-beoordelaars: Locatie: Datum: Voldaan aan de afnamecondities? ja / nee* *Bij nee gaat de PVB niet door. De PVB-beoordelaar motiveert dit bij de toelichting. Toelichting: Beoordelingscriteria Voldaan Bewijzen (of het weglaten daarvan) waarop score is gebaseerd Werkproces 2.1.1 Begeleidt de sporter bij de lessen 1 Motiveert, stimuleert en enthousiasmeert de sporter 2 Stemt de manier van omgang af op de sporter en benadert deze op positieve wijze 3 Gebruikt heldere en begrijpelijke taal naar de sporter 4 Spreekt de sporter aan op hun gedrag 5 Bewaakt (en ziet toe op) de veiligheid en handelt in geval van een noodsituatie (ongeluk) 6 Vertoont voorbeeldgedrag op en rond de sportlocatie 7 Gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie 8 Houdt zich aan de beroepscode 9 Informeert over sportrelevante zaken als kleding, schoeisel en materiaal Werkproces 2.1.2 Bereidt zich voor op de les(sen) 10 Zorgt dat de materialen en hulpmiddelen beschikbaar zijn 11 Zorgt dat de activiteit is afgestemd op de sporter 5

12 Leest de lesvoorbereiding en/of vraagt om aanwijzingen van de verantwoordelijke instructeur 13 Overlegt met de verantwoordelijke instructeur 14 Komt afspraken na 15 Houdt rekening met de grenzen van de eigen bevoegdheid 16 Vraagt hulp, feedback en bevestiging Werkproces 2.1.3 Legt oefeningen uit 17 Doet de oefeningen op correcte wijze voor of maakt gebruik van een goed voorbeeld 18 Geeft aanwijzingen aan de sporter 19 Controleert of de sporter de opdrachten goed begrijpt 20 Kiest positie afgestemd op de oefening 21 Maakt zichzelf verstaanbaar 22 Zorgt dat de uitleg is afgestemd op de sporter 23 Past de uitleg aan de beginsituatie aan Werkproces 2.1.4 Voert onderdelen van lessen uit 24 Draagt bij aan het bereiken van het doel van de les 25 Past indien nodig de oefening aan aan de sporter en de omstandigheden 26 Legt uit en past relevante regels toe 27 Gaat sportief en respectvol om met alle betrokkenen 28 Reflecteert op het eigen handelen Resultaat van de PVB: Handtekeningen van de PVBbeoordelaars: Toelichting 6

Accoord Toetsingscommissie: 7

Toelichting op de beoordelingscriteria Werkproces 2.1.1 Begeleidt de sporter bij de lessen 1 Motiveert, stimuleert en enthousiasmeert de sporter De instructeur spreekt de sporter op een positieve en opbouwende manier aan. Zij/hij geeft complimenten, als opdrachten goed worden uitgevoerd of een techniek goed wordt toegepast. De instructeur stimuleert sporter om positief met anderen om te gaan. 2 Stemt de manier van omgang af op de sporter en benadert deze op positieve wijze De benadering van de instructeur past bij de leefwereld van de sporter. Zij/hij stimuleert gewenst gedrag door haar/zijn voorbeeldfunctie en laat de sporter positief met anderen omgaan. Daarbij worden afspraken gemaakt over gewenst gedrag en het omgaan met ongewenst gedrag. 3 Gebruikt heldere en begrijpelijke taal naar de sporter De instructeur geeft korte en duidelijke instructies. De spreektaal van de instructeur past bij de leeftijd van de sporter en de sporter reageert adequaat op de instructies van de instructeur. 4 Spreekt de sporter aan op hun gedrag Indien de veiligheid van de sporter in het gedrang komt (bijvoorbeeld bij pesterijen, negatieve opmerkingen naar elkaar), de sporter de opdrachten niet opvolgen of de sporter geen sportief en respectvol gedrag toont, spreekt de instructeur deze aan op deze gedragingen en maakt daar afspraken over. 5 Bewaakt (en ziet toe op) de veiligheid en handelt in geval van een noodsituatie (ongeluk) De instructeur is zich bewust van de veiligheid van de sporter. Bij overbodige en onveilige materialen neemt hij maatregelen. Hierbij let de instructeur ook op kleding, sieraden en schoeisel. De instructeur grijpt direct in, als er zich een onveilige situatie of ongeval voordoet. 6 Vertoont voorbeeldgedrag op en rond de sportlocatie De instructeur is zich er van bewust dat hij als instructeur een voorbeeldfunctie heeft. Hij weet wat het gewenste gedrag is en draagt dit ook uit naar de sporter. Daarbij handelt de instructeur naar de afspraken die gemaakt zijn over sportief en respectvol gedrag. 7 Gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie De instructeur geeft geen persoonlijke informatie door aan derden zonder toestemming van de betreffende personen. 8 Houdt zich aan de gedragscode De instructeur handelt in de uitoefening van zijn functie als instructeur conform de regels van de gedragscode. 9 Informeert over sportrelevante zaken als sportkleding, sportschoeisel en materiaal De instructeur ziet toe op en adviseert zonodig m.b.t. geschikte kleding en schoeisel tijdens en na de les. Denk hierbij aan transpireren, temperatuur en versleten materialen en het effect hiervan op het lichaam. Werkproces 2.1.2 Bereidt zich voor op de les(sen) 10 Zorgt dat de materialen en hulpmiddelen beschikbaar zijn De instructeur zorgt er voor dat er voldoende materialen aanwezig zijn om de voorbereide les te kunnen geven. 11 Zorgt dat de sportactiviteit is afgestemd op de sporter De instructeur zorgt ervoor dat de sporter begrijpt wat er gedaan moet worden. Ook zorgt de instructeur ervoor dat het niveau en de inhoud van de les zijn afgestemd op het niveau en de behoefte van de sporter. 12 Leest de lesvoorbereiding en/of vraagt om aanwijzingen van de verantwoordelijke instructeur De instructeur voert de les uit zoals gepland in de lesvoorbereiding. Daarbij luistert de instructeur naar de aanwijzigingen van de verantwoordelijke sportleider en voort deze uit, indien dit van toepassing is. 13 Overlegt met de verantwoordelijke instructeur De instructeur treedt in overleg met de verantwoordelijke instructeur, als zich problemen of moeilijkheden rond de les voordoen. Samen overleggen zij wat er aangepast moet worden. 14 Komt afspraken na De instructeur formuleert de afspraken eenduidig. De instructeur controleert of de betrokkenen de afspraken hebben begrepen. De instructeur voert de afspraken uit en indien, door veranderende omstandigheden, een wijziging van een afspraak noodzakelijk is, worden de betrokkenen tijdig geïnformeerd. 15 Houdt rekening met de grenzen van de eigen bevoegdheid De instructeur is zich bewust van de grenzen van haar/zijn eigen kennis, vaardigheden en daarop afgestemde bevoegdheid. De instructeur blijft binnen de grenzen van zijn taak en bevoegdheid. 16 Vraagt hulp, feedback en bevestiging De instructeur vraagt om hulp, feedback en bevestiging ten bate van het eigen functioneren aan de instructeur onder wiens verantwoordelijkheid zij/hij opereert. Mocht de instructeur zelfstandig functioneren, dan vraagt de instructeur feedback aan andere instructeurs en betrokkenen in de vereniging. Werkproces 2.1.3 Legt oefeningen uit 8

17 Doet de oefeningen op correcte wijze voor of maakt gebruik van een goed voorbeeld De instructeur maakt gebruik van een goede sporter of geeft zelf het goede voorbeeld. 18 Geeft aanwijzingen aan de sporter De instructeur observeert en corrigeert of geeft aanwijzigingen aan de sporter. Hierbij maakt de instructeur gebruik van een positieve benadering en hij let op sportief gedrag van de sporter. 19 Controleert of de sporter de opdrachten goed begrijpt De instructeur controleert en stimuleert zichtbaar of de acties goed worden uitgevoerd. Waar nodig spreekt de instructeur de sporter er op een sportieve en respectvolle manier op aan dat de oefening anders uitgevoerd moet worden. 20 Kiest positie afgestemd op de oefening De instructeur kiest de juiste positie in de boot of op de wal, waarbij zij/hij de uitvoering van de oefening goed kan overzien en de sporter in zijn blikveld valt. 21 Maakt zichzelf verstaanbaar De instructeur stelt zich zichtbaar en binnen gehoorafstand van de sporter op, praat duidelijk en vraagt na de uitleg of deze haar/hem verstaan en begrepen heeft. 22 Zorgt dat de uitleg is afgestemd op de sporter De instructeur zorgt ervoor dat de sporter de uitleg begrijpt en op de juiste manier kan uitvoeren. Wanneer de uitleg niet begrepen wordt, past de instructeur de uitleg aan aan de sporter. Dit kan door bijvoorbeeld de oefening te vereenvoudigen of verschillende onderdelen van de oefening apart door te spreken. 23 Past de uitleg aan de beginsituatie aan De instructeur past de uitleg aan de beginsituatie van de sporter aan. Als de sporter al verder is, verzwaart de instructeur de uitleg en oefeningen. Als sporter nog niet zo ver is, vereenvoudigt de instructeur de uitleg en de oefeningen. Werkproces 2.1.4 Voert onderdelen van lessen uit 24 Draagt bij aan het bereiken van het doel van de les De oefeningen sluiten aan bij de doelgroep en er worden structureel aanwijzigingen gegeven. De doelen van de les zijn vooraf duidelijk en worden aan het einde van de les geëvalueerd. 25 Past indien nodig de oefening aan aan de sporter en de omstandigheden De instructeur is in staat de oefeningen indien nodig te vereenvoudigen dan wel te verzwaren. De instructeur is ook in staat de uitleg aan te passen aan de leeftijd/ontwikkelingsfase van de sporter. 26 Legt uit en past relevante (spel)regels toe De instructeur maakt afspraken over sportief en respectvol gedrag vóór, tijdens en na de les. Daarnaast legt de instructeur de relevante regels uit en zorgt ervoor dat ze worden nageleefd. De instructeur grijpt in, als de gedragsregels van sportief en respectvol gedrag onjuist worden toegepast. 27 Gaat sportief en respectvol om met alle betrokkenen De instructeur gaat sportief en respectvol om met alle betrokkenen. Hiervoor heeft de instructeur duidelijke richtlijnen gegeven aan de betrokkenen wat zij kunnen verwachten en waar zij de instructeur op mogen aanspreken als dit niet gebeurt. 28 Reflecteert op het eigen handelen De instructeur laat zien dat hij in staat is te reflecteren op het eigen handelen. De instructeur evalueert zijn eigen functioneren en vraagt daarbij feedback aan de riders en anderen. In zijn nieuwe functioneren laat de instructeur zien dat zij/hij de uitkomsten van de evaluatie en feedback verwerkt in zijn handelen. Deze PvB 2.1 Geven van Lessen is vastgesteld door de Toetsingscommissie van de NWWB, bestaande uit Harry Middeljans & Wendy Buijs, op 20 maart 2015. Harry Middeljans Wendy Buijs.... 9