Studiegids Life Sciences & Technology

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Studiegids Life Sciences & Technology 2013 2014"

Transcriptie

1 Studiegids Life Sciences & Technology Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek Biotechnologie Chemie Chemische Technologie Voedingsmiddelentechnologie Studiegids Life Sciences and Technology

2 sopgave Inleiding De opleiding Doel van de opleiding Beroepen en toekomstmogelijkheden Majors Major Biomedical Research Major Human Diagnostics Health & Food 4-jarige specialisatie Overzicht studieprogramma Toelatingseisen Opbouw van de opleiding Keuze-onderdelen Vrijstellingen Biotechnologie De opleiding Doel van de opleiding Beroepen en toekomst mogelijkheden Majors Major Biotechnology Forensic Sciences 4-jarige specialisatie Major Biomedical Research Major Process Engineering Water Technology 4-jarige specialisatie Overzicht studieprogramma Toelatingseisen Opbouw van de opleiding Keuze-onderdelen Vrijstellingen Chemie De opleiding Doel van de opleiding Beroepen en toekomstmogelijkheden Majors Major Applied Chemistry Overzicht studieprogramma Toelatingseisen Opbouw van de opleiding Keuze-onderdelen Vrijstellingen Chemische Technologie De opleiding Doel van de opleiding Beroepen en toekomst mogelijkheden Majors Major Process Engineering Petrochemie en Offshore 4-jarige specialisatie Water Technology 4-jarige specialisatie Overzicht studieprogramma Toelatingseisen Opbouw van de opleiding Keuze-onderdelen Vrijstellingen Studiegids Life Sciences and Technology

3 5 Voedingsmiddelentechnologie De opleiding Doel van de opleiding Beroepen en toekomstmogelijkheden Majors Major Food Technology Major Process Engineering Health and Food 4 jarige specialisatie Overzicht studieprogramma Toelatingseisen Opbouw van de opleiding Keuze-onderdelen Vrijstellingen Aanvullende informatie Life Sciences & Technology Assessment jaar Cum laude-regeling Lestijdentabel Opbouw studieprogramma Onderwijseenheden in de propedeusefase Onderwijseenheden in de hoofdfase Organisatie Examencommissie Opleidingscommissie Life Sciences & Technology Werkveldadviescommissie Namen en adressen Life Sciences & Technology Jaarrooster Het onderwijs Internationalisering Bijkomende benodigdheden Klachtenprocedure Digitale informatiekanalen Overzicht propedeusemodules Life Sciences & Technology Overzicht hoofdfasemodules Life Sciences & Technology Examenregeling Life Sciences & Technology Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Hoofdstuk 2 Examens Hoofdstuk 3 Examencommissie Hoofdstuk 4 Toetsen Hoofdstuk 5 Studievoortgang en studiebegeleiding Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Regeling bindend studieadvies Life Sciences & Technology Uitvoeringsregelingen onderwijs Voorvereisten juniorstage Voorvereisten projectstage Voorvereisten afstudeeropdracht Gelegenheid tot het afleggen van toetsen Studiepunten studieloopbaanbegeleiding Inschrijving en toelating tot modules Certificaat Veilige Microbiologische Technieken Begeleiding en advies Decanaat Vertrouwenspersonen Ombudsman Rechtsbescherming Bijlage 1 Voorbeelden trajecten voor studenten met vrijstellingen Studiegids Life Sciences and Technology

4 Inleiding Voor je ligt de studiegids met de opleidingsspecifieke informatie over de opleidingen die worden verzorgd door de unit Life Sciences & Technology in Leeuwarden. Life Sciences & Technology Leeuwarden leidt met een uitgebreid programma van opleidingen en onderzoek, waarin levende organismen en chemische processen de hoofdrol spelen, breed inzetbare technologen op voor een kansrijke toekomst in de wereld van morgen waarin zij hun kennis en kunde inzetten voor mens, industrie en maatschappij. De Unit Life Sciences & Technology (LS&T) verzorgt de volgende opleidingen: Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek (BM) Met de 4-jarige specialisatie Health and Food (HF) Chemie (CH) Chemische Technologie (CT) Met de 4-jarige specialisaties Petrochemie en Offshore (PO) en Water Technology (WT) Biotechnologie (BT) Met de 4-jarige specialisaties Forensic Sciences (FS) en Water Technology (WT) Voedingsmiddelentechnologie (VT) Met de 4-jarige specialisatie Health and Food (HF) De Unit Life Sciences & Technology is een samenwerking tussen Hogeschool Van Hall Larenstein (VHL) en de NHL Hogeschool. De licenties van de eerste drie opleidingen berusten bij de NHL Hogeschool, beide hogescholen hebben een licentie voor BT en Hogeschool VHL heeft de licentie voor VT. De directeur van Life Sciences & Technology heeft de leiding van de unit. Zij wordt in haar taak bijgestaan door teamleiders voor de dagelijkse gang van zaken. Hiernaast kent Life Sciences & Technology een eigen Research & Development afdeling. Deze afdeling is gehuisvest in de kerk die tegenover de hogeschool staat. Het bezoekadres staat vermeld in paragraaf 6.7. De teamleiders vormen samen met de directeur het management van de unit. In de hoofdstukken 1 t/m 5 staan per opleiding de opleidingsspecifieke regelingen over de betreffende opleiding en over de specialisaties binnen de opleiding. Het leerplanschema van elke opleiding is opgenomen in het leerplanschema van Life Sciences & Technology in 6.4. Het overzicht van de modules uit het leerplansschema staat in 6.4. De beschrijving van de modules staat in hoofdstuk 7 (propedeuse) en hoofdstuk 8 (hoofdfase). In de hoofdstukken 6 en 10 zijn uitvoeringsregelingen voor het onderwijs bij Life Sciences & Technology beschreven en wordt informatie gegeven over onderwijsvisie en organisatie van de unit. De hierboven beschreven hoofdstukken functioneren voor elke opleiding als opleidingsspecifieke onderwijsregeling (OOR). Life Sciences & Technology heeft een eigen examenregeling. Deze staat als hoofdstuk 9 in deze studiegids. Hierin staat alles wat met toetsen te maken heeft, zoals: bekendmaking uitslag, uitreiking diploma's, taken/bevoegdheden en werkwijze van de examencommissie, studielast, toetsvormen, geldigheidsduur toetsen, vrijstellingen, inzage, bewaren van toetsen etc. De opleidingsspecifieke onderwijsregeling (OOR), de examenregeling en de algemene onderwijsregeling vormen te samen de Onderwijs- en Examenregeling (OER). Naast de OER stelt de hogeschool een studentenstatuut vast, waarin de rechten en plichten van de student enerzijds, en anderzijds van de hogeschool, beschreven staat. Deze studiegids wordt afgesloten met een hoofdstuk over mogelijkheden voor begeleiding en advies waar je als student een beroep op kunt doen als je vragen hebt waar de studieloopbaanbegeleider geen antwoord op heeft of als zich bijzondere omstandigheden voordoen gedurende de opleiding. Studiegids Life Sciences & Technology

5 1 Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek 1.1 De opleiding Doel van de opleiding De doelstelling van de opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek is de studenten op te leiden tot medisch laboratoriumingenieur. Daarom is de opleiding zo ingericht dat de afgestudeerde laboratoriumingenieur zowel goed inzetbaar is in de diagnostiek als in het onderzoek. Tevens heeft de afgestudeerde kennis en/of vaardigheden op de volgende terreinen: klinische chemie, microbiologie biochemie moleculaire biologie instrumentele analyse immunologie hematologie Daarnaast biedt de opleiding de mogelijkheid Health & Food Expert te worden, waarbij jij je kunt specialiseren tot Medisch Voedingsanalist, waar een deel van bovenstaande vaardigheden wordt gecombineerd met die van de voedingsmiddelenexpert (zie 5.2.3) De competenties bij Biologie- en Medisch Laboratoriumonderzoek vallen onder de competenties: beheren en coördineren, laboratoriumdiagnostiek klinische chemie / medische microbiologie, laboratoriumresearch en het beoefenen als beroepsbeoefenaar. Deze competenties zijn tot stand gekomen in het landelijk overleg van opleidingen Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek. Voor de major Health & Food zijn door de opleiding een tweetal specifieke competenties geformuleerd. De competenties zijn onder te brengen bij landelijk opgestelde competenties voor de Bachelor of Applied Sciences. Competentie BM1 Beheren & Coördineren Rol Kwaliteitsfunctionaris Biologisch/Medisch/Veterinair Competentie BM2 Laboratoriumdiagnostiek klinische chemie Rol Diagnostisch klinisch chemisch laboratoriummedewerker Competentie BM3 Laboratoriumdiagnostiek medische microbiologie Rol Diagnostisch medisch microbiologisch laboratoriummedewerker Competentie BM4 Laboratoriumresearch Rol Research laboratoriummedewerker Biologie en Medisch Onderzoek Competentie BM5 Functioneren als beroepsbeoefenaar Rol Beroepsbeoefenaar Competentie HF1 Adviseren gezondheid en voeding richting productie Een Health & Food-expert vertaalt aan de verkoopzijde eisen en wensen van klanten in technologische aspecten van voedingsmiddelen en productieprocessen en stemt aan de inkoopzijde het aanbod van toeleveranciers af op eisen en wensen van het eigen bedrijf. In de advisering naar klanten zal hij duidelijk de relatie leggen tussen voedingscomponenten, productieomstandigheden en gezondheid. Aan de inkoopzijde zal hij eisen aangeven t.a.v. gezondheidsaspecten van ingrediënten Studiegids Life Sciences & Technology

6 Competententie HF2 Adviseren gezondheid en voeding richting consument Een medisch voedingsanalist bepaalt bij klanten de noodzaak tot adequaat voedingsadvies met het oog op gezondheid en eventuele preventie van ziekte, en geeft dat advies. De technologische achtergronden bij het tot stand komen van de analyse zijn de analist bekend. Aspecten van voedingsmiddelen en productieprocessen eveneens, doch het contact met de consument staat voorop Beroepen en toekomstmogelijkheden Veel studenten kunnen na afloop van de opleiding direct aan het werk bij een organisatie waar ze al eens stage hebben gelopen. Er is onverminderd veel vraag naar goed geschoolde medisch analisten in klinisch chemische laboratoria van (academische) ziekenhuizen en medisch microbiologische laboratoria. Ook naar researchanalisten in universitair medische centra, de farmaceutische industrie en kleinere biomedische bedrijven is veel vraag. Als Health & Food Expert kun je aan de slag binnen de voedingsmiddelindustrie en de zorgsector, maar ook bij sportscholen en andere instellingen die zich met gezondheid en voeding bezig houden. 1.2 Majors Major Biomedical Research Nieuwe strategieën ontwerpen om kanker te bestrijden, bestuderen hoe hart- en vaatziekten kunnen worden voorkomen, nieuwe behandelmethoden voor astma ontwikkelen, of misschien wel gedetailleerd onderzoek doen naar de moleculaire achtergronden van een ziekte. Het zijn maar enkele voorbeelden van de onderwerpen waar je als researchanalist mee bezig kunt gaan. Tijdens het onderzoek werk je met geavanceerde apparatuur en gebruik je materialen zoals stamcellen of patiëntenmateriaal om tot nieuwe inzichten te komen. Je werkzaamheden voer je voornamelijk uit in een laboratorium van een universitair medisch centrum of van een farmaceutisch bedrijf. Het uiteindelijke doel is een bijdrage leveren aan verbeterde behandelingen van de meest ernstige ziektes Major Human Diagnostics Medische analyses zijn van levensbelang. Om een juiste diagnose te stellen heeft een arts jouw onderzoeksresultaten nodig. Een foute uitslag kan fatale gevolgen hebben. Deze analyses voer je, soms als spoedonderzoek, uit op een diagnostisch laboratorium. Je doet in een ziekenhuislaboratorium onderzoek naar de hoeveelheid enzymen, hormonen, vitaminen, en andere moleculen in het bloed, urine of andere lichaamsstoffen of je analyseert in een streeklaboratorium welk micro-organisme verantwoordelijk is voor een infectie. Met dit belangrijke en afwisselende werk lever je een waardevolle bijdrage aan het welzijn van de mens. De splitsing van bovenstaande majors vindt plaats in het eerste deel van het derde studiejaar. Dit betekent dat er naast een brede gemeenschappelijke basis nog voldoende ruimte is voor specialisatie Health & Food 4-jarige specialisatie Deze major begint al in het eerste jaar. In de eerste twee jaar maak je kennis met veel facetten van het menselijk lichaam en de voedingsmiddelenindustrie. Belangrijk is dat je verbindingen leert te leggen tussen gezondheid en voeding, dus dat je leert wat de rol is van voedingscomponenten in het menselijk lichaam. In de eerste twee jaar oefen je een aantal basisvaardigheden en natuurlijk ga je ook aan de slag in de proeffabriek en in het laboratorium. Het lesprogramma is meteen gericht op de praktijk. Je krijgt te maken met thema's als 'van vlees tot worst', of bloedanalyse, of 'bier'. Bij een basisvak als vleestechnologie leer je alles over eiwitzwelling, Studiegids Life Sciences & Technology

7 maar ook wat het effect is van zout op de bloeddruk, en hoe je een worst kunt maken met minder zout. De laatste vier maanden van je tweede jaar pas je je kennis al toe tijdens de oriënterende stage. Je bestudeert het vakgebied in de volle breedte, variërend van productontwikkeling tot gezondheidsaspecten. Je ontdekt welke richting je het beste ligt, de adviserende rol richting producent of die richting consument. Daar richt je je op bij het vinden van een stage, waarmee je het laatste jaar begint. Daarna begin je aan je afstudeerproject, eventueel samen met een medestudent. Bijna alle afstudeeropdrachten worden uitgevoerd in opdracht van het bedrijfsleven. Na je eindpresentatie en afrondend gesprek ben je klaar voor een van de vele uitdagende banen in de voedingsmiddelensector. Voor deze major worden de competenties VT1 en VT6 (zie 5.1.2) minimaal op niveau i) behaald. De overige VT competenties worden alle op niveau ii) behaald. Daarnaast worden de competenties BM2 en BM3 (zie 1.1.2) op niveau ii) behaald, de competenties VT5 en VT7 op niveau iii) behaald en HF1 of HF2 op niveau iii). Competentie VT4 is vergelijkbaar met BM1; VT7 is vergelijkbaar met BM Overzicht studieprogramma Toelatingseisen De toelatingseisen voor de opleiding Biologie en Medisch laboratorium onderzoek zijn: HAVO-diploma profiel N&T of N&G; VWO-diploma profiel N&T of N&G; MBO-diploma niveau 4 kaderfunctionaris. Studenten met een VWO-diploma N&T of N&G en kaderfunctionarissen met een verwante MBOopleiding kunnen toegelaten worden tot verkorte, doorstroomtrajecten. De procedure voor toelating staat beschreven in hoofdstuk Een studenten die niet voldoet aan de reguliere vooropleidings- of toelatingseisen is in principe niet toelaatbaar, tenzij de student: een HAVO- of VWO-diploma met profiel E&M of C&M heeft én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden). Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde en wiskunde. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. of of op 1 september 21 jaar of ouder is én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden) en Nederlands. Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde, wiskunde en Nederlands. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. De toelatingstoets voor Nederlands wordt in de praktijk alleen afgenomen als er reden is voor twijfel aan het kennisniveau. buiten Nederland een diploma heeft behaald dat gelijkwaardig is aan een HAVO- diploma én ten genoege van de examencommissie het bewijs kan leveren van voldoende beheersing van de Nederlandse taal. Het bewijs wordt geacht te zijn geleverd door het behalen van NT2, niveau II. Studenten die Nederlands als moedertaal hebben, kunnen het bewijs op een andere manier leveren. Studiegids Life Sciences & Technology

8 1.3.2 Opbouw van de opleiding De vierjarige opleiding bevat een propedeuse van 1 jaar en een hoofdfase van 3 jaren. Het totale programma omvat 240 credits: 60 credits in de propedeuse en 180 credits in de hoofdfase. Propedeuse: 8 propedeuse modulen 56 credits studieloopbaanbegeleiding 3 credits assessment 1 e jaar 1 credits Totaal 60 credits Hoofdfase De hoofdfase van het 4-jarige standaard studieprogramma is als volgt opgebouwd: hoofdfase modulen 4 major modulen 28 credits 4 algemeen verplichte modulen 28 credits 4 minor- of keuzemodulen 28 credits Juniorstage 28 credits Project stage 30 credits Afstudeeropdracht 30 credits Studieloopbaanbegeleiding 8 credits Totaal 180 credits De major bestaat uit 90 EC s. Deze is opgebouwd uit 4 majormodulen, de projectstage en de afstudeerstage. 4 major modulen 28 credits Project stage 30 credits Afstudeeropdracht 30 credits Studieloopbaanbegeleiding 2 credits Totaal 90 credits HAVO Studenten afkomstig van het HAVO worden in een reguliere stroom geplaatst. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk 6.3. MBO verwant Voor studenten met een MBO-opleiding die duidelijk verwant is aan de opleiding Biologie en Medisch laboratoriumonderzoek bestaat er een driejarig programma. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk VWO Van het VWO afkomstige studenten kunnen in de reguliere 4 jarige of een verkorte 3 jarige VWOstroom geplaatst worden, afhankelijk van het vakkenpakket Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk Studiegids Life Sciences & Technology

9 1.3.3 Keuze-onderdelen Keuzevakken en modulen aan andere onderwijsinstellingen De mogelijkheid bestaat dat studenten in het kader van hun studie onderwijs volgen aan een andere hogeschool of universiteit in binnen- of buitenland. Het dient te gaan om duidelijk afgeronde programma's of cursussen die als zodanig herkenbaar en te waarderen zijn en die tenminste op hbohoofdfase niveau zijn. Zij komen in de plaats van de vrije keuze (of minor)modulen aan Hogeschool VHL. Vervanging van verplichte modulen is slechts mogelijk indien de inhoud van het te volgen onderwijs hiermee voldoende overeenstemt. Eventuele extra kosten die voortvloeien uit het benutten van de mogelijkheid om elders onderwijs te volgen zijn voor rekening van de student. Een verzoek voor het volgen van programma's of cursussen moet vooraf, met redenen omkleed, schriftelijk en voorzien van het advies van de opleidingsdirecteur worden gericht tot de examencommissie. Criteria vrije ruimte 1. De vrije ruimte kan worden ingevuld door minors, losse keuzemodules of een stage in de beroepspraktijk. Voor minors en losse keuzemodules en vakken kan een keuze worden gemaakt uit het aanbod binnen de gehele hogeschool, maar ook uit het aanbod van andere hogescholen. 2. Een minor is een samenhangend onderwijselement dat bestaat uit minimaal 14 EC s. 3. De invulling van de vrije ruimte dient vooraf aan de examencommissie ter goedkeuring te worden voorgelegd. Informatie over de examencommissie is te vinden in hoofdstuk Een externe minor moet passen binnen de opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek en dient relevant te zijn voor de beroepspraktijk van de opleiding. 5. Mits aan bovenstaande criteria wordt voldaan kan een keuze worden gemaakt uit het aanbod binnen de gehele hogeschool, maar ook uit het aanbod van andere hogescholen. 6. De volgende minors zijn a-priori goedgekeurd voor de opleiding Biologie en Medisch Laboratorium onderzoek: Molecular Biology (LLS341 en LLS342) Bio-engineering (LLS345 en LLS346) Toxicology (LLS347 en LLS348) DNA Special (LLS341 en LLS349) Chemistry Special (LCH331 en LCH332) Research & Development (LLS520VN) Proefdierkunde (LDM350VN, LDM351VN, LDM352VN en LDM353VN) Studiegids Life Sciences & Technology

10 1.3.4 Vrijstellingen Er zijn 3 vormen van instroom in de opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek die kunnen leiden tot vrijstellingen voor bepaalde onderdelen van de opleiding : VWO met profiel NG of NT; verwante MBO-opleiding niveau 4; niet-verwante MBO-opleiding niveau 4. Verwante MBO-4 opleidingen zijn: Klinisch-chemisch analist Microbiologisch analist De unit voert een intakegesprek met de student, die vrijstellingen wil aanvragen bij de examencommissie. Dit intakegesprek wordt gevoerd met de voorzitter van de opleiding of zijn/haar vervanger en heeft de volgende agenda: 1. Wederzijdse kennismaking (student, voorzitter, opleiding). 2. Beoordeling van de vooropleiding van de student. De student neemt diploma s en cijferlijsten mee. Eventueel wordt door de voorzitter van de opleiding ook inzicht gevraagd in studieboeken. 3. Opstellen van een advies aan de examencommissie m.b.t. mogelijke vrijstellingen en aangepast studieprogramma voor de student. Het voorgestelde advies wordt in de opleidingsvergadering besproken en vastgesteld en daarna voor besluitvorming gestuurd naar de examencommissie. Vervolgens wordt het studieprogramma in een studiecontract voor de student verwerkt. Het studiecontract wordt door de student ondertekend en in het studentdossier opgeborgen. Als het om de vooropleiding VWO met profiel NT of NG of om een MBO-opleiding gaat, die in de bovenstaande opsomming vermeld staat, kan de student in zijn eerstejaars programma een aantal hoofdfasemodules volgen. Voorbeelden van dergelijke programma s zijn te vinden in bijlage 1 van de studiegids. Als het om een MBO-4 opleiding gaat, die niet in de bovenstaande opsomming vermeld staat, bepaalt de voorzitter van de opleiding of volgen van hoofdfasemodules in het eerste jaar mogelijk is en stelt op basis hiervan een studieprogramma op. Studiegids Life Sciences & Technology

11 2 Biotechnologie 2.1 De opleiding Doel van de opleiding De Hbo-opleiding Biotechnologie van Hogeschool VHL /NHL Hogeschool leidt op voor de volgende drie verwante beroepen: de bioprocestechnoloog, de forensisch onderzoeker en de biotechnologisch analist. Een beginnend beroepsbeoefenaar hanteert voortdurend in zijn beroepsuitoefening de integratie van kennis uit het domein van de biologie en uit dat van de Technologie. De Hbo-biotechnoloog wordt opgeleid om binnen het Biotechnologische beroepenveld te worden ingezet om in research en analyse laboratoria en in industriële omgevingen fundamentele biologische processen te onderzoeken en/of toe te kunnen passen. Al naar gelang de werkplek in het beroepenveld zal hij vooral ingezet worden in analytisch, fundamenteel en/of toegepast onderzoek, bijvoorbeeld ten aanzien van: Pathologie, toxicologie en criminalistiek. Bijvoorbeeld op het gebied van gentherapie, het ontstaan en de bestrijding van kanker, erfelijke ziekten en criminaliteit & opsporing enz. Opzet en uitvoering van moleculaire, moleculair biologische en analytisch chemische onderzoeks-strategieën, digitaal-, balistisch-, technisch- en tactisch onderzoek. Genomics, proteomics en metabolomics, bijvoorbeeld in verband met toepassing van gezonde voeding, voorkoming/bestrijding van ziekten/plagen en verhoging van de dierlijke productie; Ontwikkeling van biologische gewasbeschermingsmiddelen, allerlei vormen van gewasresistentie en plantenveredeling; Ontwerp en beheer van kweeksystemen, ontwikkeling van kwaliteitsnormen; Het ontwerpen en beheren van installaties ten behoeve van productiesystemen van geneesmiddelen, levensmiddelen en fijnchemicaliën. Het ontwerpen en beheren van installaties ten behoeve van de reductie van de belasting van het milieu Bovenstaande betekent dat ontwerpen en uitvoeren van experimentele biochemische processen, het ontwerpen van moleculair biologische strategieën en het ontwerpen en beheersen van kweek- en productiesystemen alsmede het beheer van systemen tot de kerntaken van het beroep gerekend kunnen worden. Het beroepenveld omvat dus een groot aantal werkterreinen van bijvoorbeeld de medische en dierlijke Biotechnologie, forensistiek, bioprocestechnologie tot en met de levensmiddelen- en plantenbiotechnologie, waarbij de bioinformatica een belangrijke schakel is. Daarnaast is het beroepenveld divers en sterk aan veranderingen onderhevig. Daardoor kan de aard van de probleemstelling en de organisatiestructuur - meer horizontaal ten opzichte van meer verticaalsterk verschillen. Dat betekent dat studenten breed opgeleid moeten worden. De opleiding heeft zich tot doel gesteld de student te assisteren bij het verwerven van deze competenties. Studiegids Life Sciences & Technology

12 2.1.2 De competenties van de opleiding Biotechnologie en van de 4-jarige specialisatie Forensic Sciences zijn na consultatie van het beroepenveld opgesteld door de opleiding. De door de opleiding opgestelde competenties zijn onder te brengen bij landelijk opgestelde competenties voor de Bachelor of Applied Sciences. BT1 BT2 BT3 BT4/FS2 BT5 BT6/FS1 FS3 FS4 FS5 Experimenteren/onderzoeken/optimaliseren in biotechnologische productieprocessen. Ontwerpen van biotechnologische productieprocessen. Bedrijven van biotechnologische productieprocessen. Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek (Her)ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten Functioneren als beroepsbeoefenaar Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek (biologisch en chemisch sporenonderzoek) Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensische informatica Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch gedragsonderzoek Beroepen en toekomst mogelijkheden De volgende trends lijken van belang voor de hbo-opleiding Biotechnologie. De elektronische snelweg maakt een steeds snellere communicatie en uitwisseling van data mogelijk. De informatica wordt in sterkere mate gebruikt voor de ontwikkeling van moleculair biologische onderzoeksstrategieën en databeheersing/verwerking. Het onderzoek dat door biotechnologen wordt verricht is niet altijd algemeen geaccepteerd. Soms reageert de maatschappij vrij fel, bijvoorbeeld in het geval van klonen van organismen. De ethische grenzen leggen wij voor de verschillende levensvormen anders en deze grenzen verschuiven. De contacten met klanten worden belangrijker. Er is meer oefening nodig in communicatieve vaardigheden De maatschappij wordt snel multicultureler. Dat gaat gepaard met andere zeden, gewoonten en taaluitingen. Tegenwoordig wordt men vaak voor projecten in dienst genomen, waardoor nogal eens van organisatie wordt gewisseld; elke organisatie heeft zijn eigen cultuur. Dit verlangt een hierop inspelende flexibele gedragshouding. Het wettelijke kader waarbinnen het onderzoek zich afspeelt, verandert bij voortduring. Toenemende aandacht voor kwaliteitszorg en kwaliteitsborgingsystemen Er treden verschuivingen op in de aandachtsgebieden van onderzoek: van kloneren naar genomics, proteomics en metabolomics; dit komt enerzijds doordat genetisch gemodificeerd voedsel maatschappelijk minder geaccepteerd is, anderzijds doordat productie van gezonde voeding op maat mogelijk ziekten kan voorkomen. De farmaceutische industrie wil in de toekomst graag geneesmiddelen op maat (designer drugs) leveren. Naast een kwalitatief hoogwaardig goed beschreven product wordt een genetisch profiel van de patiënt (klant) belangrijker voor effectiviteitbepalingen van geneesmiddelen. Forensisch onderzoek is inmiddels een volwaardig en zeer krachtig hulpmiddel wat zowel door politie en justitie, als particuliere onderzoekers en consultants wordt toegepast. Specialistische recherchetaken worden door de komende pensioneringsgolf binnen de landelijke politiekorpsen in de toekomst door HBO zij-instromers uitgevoerd. De groeiende betekenis van de Biotechnologie zowel in de productie als in het ontwerp van nieuwe producten. Het vakgebied wordt steeds breder. Er worden voortdurend nieuwe technieken ontwikkeld. Medewerkers moeten in staat zijn om snel in te spelen op veranderingen in het werkveld. Studiegids Life Sciences & Technology

13 Er is sprake van een verschuiving van bulkchemicaliën naar fijnchemicaliën en specialisaties. Toenemende aandacht voor gezond voedsel en een schoner milieu. Dit betekent meer aandacht voor toxiciteit, voor het gebruiken van gevoeliger analysemethoden en voor het gebruiken van duurzame uitgangsproducten. Bovendien is er een toenemende behoefte aan producten die minder of geen bijproducten opleveren. Er is een groeiende aandacht voor kwaliteitszorg en validering. De automatisering neemt sterk toe. Dit uit zich door het gebruik van informatica in apparatuur, berekeningen, inclusief een koppeling van financiële resultaten aan de productieruns. Het toenemende gebruik van de informatica blijkt ook uit het toenemende gebruik van databases met productiegegevens bij het optimaliseren van het productieproces. Verder zijn er belangrijke ontwikkelingen op het gebied van de bio-informatica. Vooral de ontwikkeling van de automatisering en de ontwikkeling van applicaties van moleculair biologische analyseapparatuur vindt in hoog tempo plaats. Voor wat betreft de inhoud van een aantal functies kan men een groter accent verwachten op managementaspecten. Het werken in (en het leiding geven aan) teams en projecten neemt toe. Van invloed hierop is de verandering van de grootte van bedrijven, samenwerkingsverbanden e.d. door technische en marktontwikkelingen. Deze trends vragen van het onderwijs vooral bij de studenten de juiste attitude te ontwikkelen en de aandachtsgebieden te verschuiven. 2.2 Majors Major Biotechnology In deze major kun je werken aan verscheidene toepassingen van de biotechnologie. Je bent mét mensen bezig om vóór mensen onderzoek te doen. Je werkt in laboratoria in groepsverband aan onderzoeken waar de mens "letterlijk en figuurlijk" beter van wordt. Zo ontwikkel je nieuwe medicijnen of zoek je naar oorzaken van ziekten of vaccins tegen malaria. Maar ook ben je betrokken bij de verbetering van oogsten, de ontwikkeling van smaak- en geurstoffen of een nieuw soort kaas. En er is meer! Plantenbiotechnologie bijvoorbeeld, richt zich op snellere groei van planten of het resistent maken tegen ziekten en plagen. Of ontdek de geheimen van bio-informatica. Nu het menselijk DNA in kaart is gebracht, zijn er specialisten nodig die deze gegevens kunnen beheren en er nuttige informatie uit kunnen halen. Bijvoorbeeld om de oorzaak van ziekten te achterhalen en aan te pakken. In het derde jaar volg je modules op het gebied van biochemie, celbiologie, plantenbiotechnologie, bioprocestechnologie of medisch gerichte modules. In het vierde jaar kun je tijdens projectstage en afstudeeropdracht deze kennis toepassen op een zelf te kiezen deelgebied van de biotechnologie Forensic Sciences 4-jarige specialisatie Je begint met het aanleren van basale labhandelingen: beetje zonde als door jouw toedoen uniek bewijsmateriaal verloren gaat! Maar al heel snel leer je opsporingsmethoden en forensische analyses uit te voeren bij modulen als moleculaire detectie, biologisch & chemisch sporenonderzoek en patroonherkenning. Ook computercriminaliteit en gebruik van forensische databases en computervision komen aan bod. Daarnaast leer je de theorie en praktijk van research management, forensische wapenleer en criminaliteit & opsporing (o.a. daderprofilering). Daarna mag je voor het eerst gaan proeven van het werkveld tijdens je juniorstages bij bijvoorbeeld de politie of particuliere recherchebureaus, maar ook bij onderzoekslaboratoria en verzekeringsmaatschappijen. Studiegids Life Sciences & Technology

14 In het derde jaar kan jij jouw kennis zowel verbreden als verdiepen om je te richten op je afstudeeropdracht. Als je je in de breedte wilt bekwamen, neem je vakken als management skills, communicatie of rechten. Kies je voor verdieping, dan is bijvoorbeeld de DNA-special of Toxicologie misschien meer jouw ding. Het vierde jaar loop je een halfjaar stage waarin je toewerkt naar je afstudeerproject. Daarmee mag je laten zien wat je in je mars hebt. FS leidt professionals in waarheidsvinding op, die breed en internationaal inzetbaar zijn door een uniek gedifferentieerd en hoogstaand programma van gericht onderwijs en innovatief toegepast wetenschappelijk onderzoek Major Biomedical Research Nieuwe strategieën ontwerpen om kanker te bestrijden, bestuderen hoe hart- en vaatziekten kunnen worden voorkomen, nieuwe behandelmethoden voor astma ontwikkelen, of misschien wel gedetailleerd onderzoek doen naar de moleculaire achtergronden van een ziekte. Het zijn maar enkele voorbeelden van de onderwerpen waar je als researchanalist mee bezig kunt gaan. Tijdens het onderzoek werk je met geavanceerde apparatuur en gebruik je materialen zoals stamcellen of patiëntenmateriaal om tot nieuwe inzichten te komen. Je werkzaamheden voer je voornamelijk uit in een laboratorium van een universitair medisch centrum of van een farmaceutisch bedrijf. Het uiteindelijke doel is een bijdrage leveren aan verbeterde behandelingen van de meest ernstige ziektes. In het derde jaar volg je modules op het gebied van biochemie, celbiologie, immunologie, fysiologie, pathologie en anatomie. In het vierde jaar ga je tijdens projectstage en afstudeeropdracht deze kennis toepassen binnen de medische biotechnologie Major Process Engineering Biotechnologie wordt toegepast bij de productie van allerlei gewenste producten: medicijnen, voedingsmiddelen, schoon water en schone lucht. Met biotechnologie gaat dat vaak beter en milieuvriendelijker (duurzamer) dan met andere productiemethoden. Dierlijke cellen worden gebruikt om afweerstoffen tegen ziektes te produceren, plantencellen kunnen smaakstoffen en vitamines produceren, gisten zetten afvalstoffen om in alcohol of maken bier nog lekkerder en bacteriën maken van vervuild water weer schoon water. Weer andere bacteriën zorgen voor gezonder en lekkerder voedsel. Met deze toepassingen kun je aan de slag in de major Process Engineering. In het derde jaar volg je modules over procesontwerp, bioprocestechnologie, kwaliteits- en milieuzorg en zuivering van stoffen. In projecten werk je samen met chemisch technologen en voedingsmiddelentechnologen. In het vierde jaar ga je tijdens projectstage en afstudeeropdracht deze kennis toepassen op een zelf te kiezen deelgebied van de bioprocestechnologie Water Technology 4-jarige specialisatie Bedrijven, actief in de watersector, vestigen zich in Noord-Nederland. Dit komt omdat Leeuwarden Europese hub van watertechnologie aan het worden is. Heb je affiniteit met water en wil je naast goede arbeidsperspectieven ook graag in Noord-Nederland wonen/werken dan is dit de major die je moet volgen. In de eerste twee jaar van de opleiding wordt aan basiskennis en vaardigheden gewerkt. Dit komt kortweg neer op een solide theoretische basis waarmee watertechnologische vraagstukken op een Studiegids Life Sciences & Technology

15 pragmatische manier aangepakt kunnen worden. Vaak werk je in groepsverband aan praktijkvraagstukken welke veelal uit het werkveld komen. De laatste 2 jaar staan in het kader van de specialisatie en afstuderen. Watertechnologie heeft een breed karakter en kent vele specialisaties. Waterbesparing en hergebruik, water en energie, nutrienten en landbouw, watersysteem, industriewater en sensortechnologie zijn hier voorbeelden van. In deze fase van de opleiding kom je veelvuldig in aanraking met water technologische bedrijven waardoor een mening gevormd kan worden welke specialisatie het beste aansluit op je ambities. Na de opleiding kun je aan het werk gaan, maar in Leeuwarden is de mogelijkheid om verder te studeren in watertechnologie voor een masters bij Wetsus. 2.3 Overzicht studieprogramma Toelatingseisen De toelatingseisen voor de opleiding Biotechnologie zijn: HAVO-diploma profiel N&T of N&G; VWO-diploma profiel N&T of N&G; MBO-diploma niveau 4 kaderfunctionaris. Studenten met een VWO-diploma N&T of N&G en kaderfunctionarissen met een verwante MBOopleiding kunnen toegelaten worden tot verkorte, doorstroomtrajecten. De procedure voor toelating staat beschreven in hoofdstuk Een student die niet voldoet aan de reguliere vooropleidings- of toelatingseisen is in principe niet toelaatbaar, tenzij de student: een HAVO- of VWO-diploma met profiel E&M of C&M heeft én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden). Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde en wiskunde. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. of of op 1 september 21 jaar of ouder is én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden) en Nederlands. Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde, wiskunde en Nederlands. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. De toelatingstoets voor Nederlands wordt in de praktijk alleen afgenomen als er reden is voor twijfel aan het kennisniveau. buiten Nederland een diploma heeft behaald dat gelijkwaardig is aan een HAVO- diploma én ten genoege van de examencommissie het bewijs kan leveren van voldoende beheersing van de Nederlandse taal. Het bewijs wordt geacht te zijn geleverd door het behalen van NT2, niveau II. Studenten die Nederlands als moedertaal hebben, kunnen het bewijs op een andere manier leveren. Studiegids Life Sciences & Technology

16 2.3.2 Opbouw van de opleiding De vierjarige opleiding bevat een propedeuse van 1 jaar en een hoofdfase van 3 jaren. Het totale programma omvat 240 credits: 60 credits in de propedeuse en 180 credits in de hoofdfase. Propedeuse: 8 propedeuse modulen 56 credits studieloopbaanbegeleiding 3 credits assessment 1 e jaar 1 credits Totaal 60 credits Hoofdfase De hoofdfase van het 4-jarige standaard studieprogramma is als volgt opgebouwd: Hoofdfase modulen 4 major modulen 28 credits 4 algemeen verplichte modulen 28 credits Vrije ruimte 28 credits 5 maanden juniorstage 28 credits 5 maanden projectstage 30 credits Afstudeeropdracht 30 credits Studieloopbaanbegeleiding 8 credits Totaal 180 credits De major bestaat uit 90 EC s. Deze is opgebouwd uit 4 majormodulen, de projectstage en de afstudeerstage. 4 major modulen 28 credits Project stage 30 credits Afstudeeropdracht 30 credits Studieloopbaanbegeleiding 2 credits Totaal 90 credits HAVO Studenten afkomstig van het HAVO worden in een reguliere stroom geplaatst. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk 6.3. MBO verwant Voor studenten met een MBO-opleiding die duidelijk verwant is aan de opleiding Biotechnologie bestaat er een driejarig programma. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk VWO Van het VWO afkomstige studenten kunnen in de reguliere 4 jarige of een verkorte 3 jarige VWOstroom geplaatst worden, afhankelijk van het vakkenpakket Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk Studiegids Life Sciences & Technology

17 2.3.3 Keuze-onderdelen Keuzevakken en modulen aan andere onderwijsinstellingen De mogelijkheid bestaat dat studenten in het kader van hun studie onderwijs volgen aan een andere hogeschool of universiteit in binnen- of buitenland. Het dient te gaan om duidelijk afgeronde programma's of cursussen die als zodanig herkenbaar en te waarderen zijn en die tenminste op hbohoofdfase niveau zijn. Zij kunnen worden gebruikt als invulling van de vrije ruimte. Vervanging van verplichte modulen is slechts mogelijk indien de inhoud van het te volgen onderwijs hiermee voldoende overeenstemt. Eventuele extra kosten die voortvloeien uit het benutten van de mogelijkheid om elders onderwijs te volgen zijn voor rekening van de student. Een verzoek voor het volgen van programma's of cursussen moet vooraf, met redenen omkleed, schriftelijk en voorzien van het advies van de opleidingsdirecteur worden gericht tot de examencommissie. Criteria vrije ruimte 1. De vrije ruimte kan worden ingevuld door minors, losse keuzemodules of een stage in de beroepspraktijk. Voor minors en losse keuzemodules en vakken kan een keuze worden gemaakt uit het aanbod binnen de gehele hogeschool, maar ook uit het aanbod van andere hogescholen. 2. Een minor is een samenhangend onderwijselement dat bestaat uit minimaal 14 EC s. 3. De invulling van de vrije ruimte dient vooraf aan de examencommissie ter goedkeuring te worden voorgelegd. Informatie over de examencommissie is te vinden in hoofdstuk De criteria waarop de invulling van de vrije ruimte zal worden beoordeeld zijn: minimaal HBO-hoofdfaseniveau; een zinvolle aanvulling op de andere onderdelen van de opleiding. 5. De volgende minors zijn a-priori goedgekeurd voor de major Forensic Sciences van de opleiding Biotechnologie: Forensic Toxicology (LLS347VN en LFS344VN); DNA Special (LLS341VN en LLS349VN); Chemistry Special (LCH331VN en LCH332VN); Cybercrime (externe minor bij NHL Hogeschool) Criminaliteit & Opsporing (LFS345VN en LFS346VN) Research & Development (LLS520VN) 6. De volgende minors zijn a-priori goedgekeurd voor de majors Biomedical Research en Biotechnology van de opleiding Biotechnologie: Molecular Biology (LLS341VN en LLS342VN) Bioengineering (LLS345VN en LLS346VN) Toxicology (LLS347VN en LLS348VN) DNA Special (LLS341VN en LLS349VN) Chemistry Special (LCH331VN en LCH332VN) Research & Development (LLS520VN) Proefdierkunde (LDM350VN, LDM351VN, LDM352VN en LDM353VN) 7. De volgende minors zijn a-priori goedgekeurd voor de major Process Engineering van de opleiding Biotechnologie: Molecular Biology (LLS341VN en LLS342VN) Bioengineering (LLS345VN en LLS346VN) Chemistry Special (LCH331VN en LCH332VN) Biobased Chemistry (LCH333VN en LCH334VN) Research & Development (LLS520VN) Werkveld Watertechnology Doorstroom Watertechnology (LLS513VN) Studiegids Life Sciences & Technology

18 2.3.4 Vrijstellingen Er zijn 3 vormen van instroom in de opleiding Biotechnologie die kunnen leiden tot vrijstellingen voor bepaalde onderdelen van de opleiding : VWO met profiel NG of NT; verwante MBO-opleiding niveau 4; niet-verwante MBO-opleiding niveau 4. Verwante MBO-4 opleidingen zijn: Klinisch-chemisch analist Microbiologisch analist De unit voert een intakegesprek met de student, die vrijstellingen wil aanvragen bij de examencommissie. Dit intakegesprek wordt gevoerd met de voorzitter van de opleiding of zijn/haar vervanger en heeft de volgende agenda: 1. Wederzijdse kennismaking (student, voorzitter, opleiding). 2. Beoordeling van de vooropleiding van de student. De student neemt diploma s en cijferlijsten mee. Eventueel wordt door de voorzitter van de opleiding ook inzicht gevraagd in studieboeken. 3. Opstellen van een advies aan de examencommissie m.b.t. mogelijke vrijstellingen en aangepast studieprogramma voor de student. Het voorgestelde advies wordt in de opleidingsvergadering besproken en vastgesteld en daarna voor besluitvorming gestuurd naar de examencommissie. Vervolgens wordt het studieprogramma in een studiecontract voor de student verwerkt. Het studiecontract wordt door de student ondertekend en in het studentdossier opgeborgen. Als het om de vooropleiding VWO met profiel NT of NG of om een MBO-opleiding gaat, die in de bovenstaande opsomming vermeld staat, kan de student in zijn eerstejaars programma een aantal hoofdfasemodules volgen. Voorbeelden van dergelijke programma s zijn te vinden in bijlage 1 van de studiegids. Als het om een MBO-4 opleiding gaat, die niet in de bovenstaande opsomming vermeld staat, bepaalt de voorzitter van de opleiding of volgen van hoofdfasemodules in het eerste jaar mogelijk is en stelt op basis hiervan een studieprogramma op. Studiegids Life Sciences & Technology

19 3 Chemie 3.1 De opleiding Doel van de opleiding De doelstelling van de opleiding is studenten op te leiden tot chemicus: deskundigen die zich bezighouden met chemische en instrumentele analyses en synthesen. De afgestudeerde chemicus heeft kennis en/of vaardigheden op de volgende terreinen: Instrumentele analyse Analytische chemie Organische chemie Materiaalkunde en polymeerchemie Biochemie Levensmiddelenchemie Visie op toekomstige ontwikkelingen binnen het beroep en de consequenties van het onderwijs Chemie op HBO-niveau is de vaardigheid van het verwerven en toepassen van bestaande chemische kennis in een nieuwe situatie. Deze kennis zal vaak per onderwerp vergaard moeten worden. Als een chemicus een opdracht krijgt van een opdrachtgever, dan zal als regel het probleem eerst geanalyseerd moeten worden. Het is de kunst om in deze fase zonodig de benodigde nieuwe kennis te verwerven en vervolgens toe te passen. De opdrachten moeten meestal met de opdrachtgever geherformuleerd worden voordat een strategie voor de oplossing ontwikkeld kan worden. Voor de opleiding Chemie houdt dit in dat afgestudeerden breed inzetbaar zijn, hun handelen kunnen bijstellen naar aanleiding van de gevolgen en procedures moeten kunnen ontwikkelen voor bijzondere situaties. Daarnaast moeten afgestudeerden beschikken over voldoende sociale, communicatieve en probleemoplossende vaardigheden om in een multidisciplinaire omgeving hun werk te kunnen doen Landelijk zijn de competenties vastgelegd in het document Bachelor of Applied Sciences: Een competentiegerichte profielbeschrijving. Dit document is richtinggevend geweest bij de ontwikkeling van het onderwijs bij Life Sciences & Technology. De nummers verwijzen naar de landelijk vastgestelde BAS-competenties. Deze competenties voor de Bachelor of Applied Science staan op Blackboard bij Life Sciences Algemeen bij. 1. Onderzoeken De HBO-Bachelor CH voert onderzoek uit op chemisch-technisch of op chemisch-wetenschappelijk gebied. Dit onderzoek draagt bij aan de oplossing van een probleem of het onderzoek leidt tot een groter inzicht in een onderwerp binnen de eigen werkomgeving. 2. Experimenteren De HBO-Bachelor CH zet experimenten op om antwoord te krijgen op een onderzoeksvraag. De HBO-bachelor CH voert de experimenten zo uit, dat ook in spoedeisende situaties aantoonbaar betrouwbare resultaten worden verkregen. 3. Ontwikkelen. De HBO-Bachelor CH ontwikkelt, verbetert of implementeert producten, processen of methoden op basis van bestaande kennis. 4. Beheren De HBO-Bachelor CH onderhoudt een beheersysteem of onderdelen daarvan, zoals een kwaliteitssysteem, een onderhoudssysteem, een KAM-systeem (Kwaliteit, Arbo, Milieuzorg), een QAsysteem (Quality Assurance). Deze systemen kunnen onderdeel uitmaken van een LIMS (Laboratorium Informatie Management Systeem). Studiegids Life Sciences & Technology

20 5. Adviseren De HBO Bachelor CH vertaalt op servicegerichte wijze eisen of wensen van gebruikers naar een onderzoekvraag en een proefopzet. Hierbij worden wensen en vragen vertaald naar haalbare oplossingen. Na onderzoek draagt de HBO bachelor bij aan het leveren van delen van een adviesrapport. 6. Instrueren De HBO-bachelor CH instrueert en begeleidt medewerkers en klanten bij het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden over processen, producten en/of materialen. 7. Leiding geven/managen De HBO-bachelor CH geeft richting en sturing aan organisatieprocessen en daarbij betrokken medewerkers om doelen te realiseren van het organisatieonderdeel of project. 8. Zelfsturing De HBO-bachelor CH stuurt zichzelf in zijn functioneren en in zijn ontwikkeling en zorgt dat hij qua kennis en vaardigheden op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen, ook in relatie tot ethische dilemma s en maatschappelijk geaccepteerde normen en waarden. * De nummers verwijzen naar de landelijk vastgestelde BAS-competenties. Deze competenties voor de Bachelor of Applied Science staan op Blackboard bij Life Sciences Algemeen bij Beroepen en toekomstmogelijkheden De chemicus is inzetbaar op alle laboratoria waar chemie een rol speelt. Een HBO-chemicus is een generalist, maar geen alleskunner. Hieronder staan een aantal voorbeelden van taakgebieden: 1. Productontwikkeling. Het gaat om mensen die affectie hebben tot een tastbaar product. Dit kan een membraan zijn, een katalysator of een verfsysteem. Materiaalkunde, polymeerchemie, organische chemie en chemometrie zijn belangrijke handvatten voor de productontwikkelaar. 2. Synthese. Een syntheticus maakt nieuwe stoffen. Soms gaat het om isotoop-gemerkte stoffen voor de research, om medicijnen of om geurstoffen. In al deze voorbeelden wordt het product vervaardigd vanwege specifieke stofeigenschappen. In andere gevallen maakt de syntheticus een nieuw polymeer. In dat geval spelen vooral de materiaaleigenschappen een rol en fungeert de syntheticus ook als productontwikkelaar. 3. Ontwikkeling van analysemethoden binnen een kwaliteitssysteem. Een analytisch chemicus ontwikkelt en valideert chemische analysemethoden en implementeert ze daarna in de organisatie. Als het analyses met complexe apparatuur betreft, zoals LC-MS, voert hij die zelf ook uit. In ieder geval is de analytisch chemicus thuis in de wereld van de vloeistof- en gaschromatografie, van de ir- en uv-spectrometrie alsmede van de diverse vormen van atoomanalyse. 4. Beheer van (delen van) een kwaliteitssysteem. Elke HBO-chemicus heeft wel enige beheerstaken op het gebied van de kwaliteitszorg. Apparatuur, chemicaliën en analyses moeten immers voortdurend gecontroleerd worden. Sommige functionarissen hebben echter een hoofdtaak aan beheerstaken van het kwaliteitssysteem. Studiegids Life Sciences & Technology

21 3.2 Majors Major Applied Chemistry Tijdens de studie Chemie houd je je bezig met toegepaste chemie. Dat betekent dat je middenin de samenleving staat en je de problemen van alledag op je bureau vindt. Zoals milieuproblemen. Wat is een goed alternatief voor die eeuwige plastic tas of voor wegwerpaanstekers? Al tijdens de propedeuse is het lab je klaslokaal. Je oefent laboratoriumtechnieken met medestudenten uit andere richtingen. In de propedeuse ga je onder andere syntheses en isolaties uitvoeren, en je leert de theorie hierbij. Omdat chemie heel belangrijk is voor veel vakgebieden en opleidingen zullen ook studenten van andere opleidingen chemische modules volgen. Samen met de studenten chemie volgen de studenten Forensic Sciences de modules Chemisch Sporenonderzoek en Chromatografie. In deze modules besteed je ook aandacht aan kwaliteitszorg. Je gaat samen met de biotechnologie en voedingsmiddelentechnologie studenten je eigen bier brouwen en onderzoeken. Samen met de chemisch technologie studenten ontdek je de wereld van polymeren in de module Polymeertechnologie. Zo kom je in contact met verschillende facetten van de chemie, leer je samenwerken met collega s van andere vakdisciplines en je verworven chemische kennis toepassen in verschillende vakgebieden. In het tweede jaar verdiep je je verder in de chemie onder andere in productontwikkelingen en in onderzoeksmanagement. Je oriënteert je op de beroepspraktijk om een stageplaats te vinden. Daarnaast kies je twee modules van een verwante opleiding. De derde en vierdeperiode van het jaar loop je 20 weken juniorstage in een laboratorium. In het derde jaar volg je voor de major Applied Chemistry de modulen Advanced Chemical Instrumentation, Analytical Chemistry, Organic Chemistry en Biobased Materials. Hiermee leg je een brede en verdiepende basis onder je chemiekennis. Naast deze majormodulen maak je zelf een vrije keuze : je kunt kiezen tussen enkele minoren of voor vrije keuzevakken. Deze keuze bespreek je met je SLB docent. Zie par In de loop van het derde jaar oriënteer je je op het vinden van een stageplaats voor je projectstage en voor je afstudeeropdracht. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor laboratoria die sterk gespecialiseerd zijn in wateronderzoek, levensmiddelenonderzoek of geneesmiddelenonderzoek. Of je zoekt laboratoria die nieuwe materialen maken, bijvoorbeeld voor zelfreparerende autolakken. Het hele vierde jaar loop je stage: 20 weken projectstage en een afstudeerperiode van 20 weken. Studiegids Life Sciences & Technology

22 3.3 Overzicht studieprogramma Toelatingseisen De toelatingseisen voor de opleiding Chemie zijn: HAVO-diploma profiel N&T of N&G; VWO-diploma profiel N&T of N&G; MBO-diploma niveau 4 kaderfunctionaris. Studenten met een VWO-diploma N&T of N&G en kaderfunctionarissen met een verwante MBOopleiding kunnen toegelaten worden tot verkorte, doorstroomtrajecten. De procedure voor toelating staat beschreven in hoofdstuk Een studenten die niet voldoet aan de reguliere vooropleidings- of toelatingseisen is in principe niet toelaatbaar, tenzij de student: een HAVO- of VWO-diploma met profiel E&M of C&M heeft én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden). Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde en wiskunde. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. of of op 1 september 21 jaar of ouder is én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden) en Nederlands. Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde, wiskunde en Nederlands. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. De toelatingstoets voor Nederlands wordt in de praktijk alleen afgenomen als er reden is voor twijfel aan het kennisniveau. buiten Nederland een diploma heeft behaald dat gelijkwaardig is aan een HAVO- diploma én ten genoege van de examencommissie het bewijs kan leveren van voldoende beheersing van de Nederlandse taal. Het bewijs wordt geacht te zijn geleverd door het behalen van NT2, niveau II. Studenten die Nederlands als moedertaal hebben, kunnen het bewijs op een andere manier leveren Opbouw van de opleiding De vierjarige opleiding bevat een propedeuse van 1 jaar en een hoofdfase van 3 jaren. Het totale programma omvat 240 credits: 60 credits in de propedeuse en 180 credits in de hoofdfase. Propedeuse: 8 propedeuse modulen 56 credits studieloopbaanbegeleiding 3 credits assessment 1 e jaar 1 credits Totaal 60 credits Studiegids Life Sciences & Technology

23 Hoofdfase De hoofdfase van het 4-jarige standaard studieprogramma is als volgt opgebouwd: Hoofdfase modulen 4 major modulen 28 credits 4 algemeen verplichte modulen 28 credits Vrije ruimte 28 credits 5 maanden juniorstage 30 credits 5 maanden projectstage 30credits Afstudeeropdracht 30credits Studieloopbaanbegeleiding 6 credits Totaal 180 credits De helft van de credits uit de hoofdfase wordt bepaald door de major Applied Chemistry.. Deze is opgebouwd uit 4 majormodulen, de projectstage en de afstudeerstage. Tevens worden 2 SLB punten van studiejaar 3 hierbij gerekend. 4 major modulen 28 credits Project stage 30 credits Afstudeeropdracht 30 credits Studieloopbaanbegeleiding 2 credits Totaal 90 credits HAVO Studenten afkomstig van het HAVO worden in een reguliere stroom geplaatst. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk 6.3. MBO verwant Voor studenten met een MBO-opleiding die duidelijk verwant is aan de opleiding Chemie bestaat er een driejarig programma. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk VWO Van het VWO afkomstige studenten kunnen in de reguliere 4 jarige of een verkorte 3 jarige VWOstroom geplaatst worden, afhankelijk van het vakkenpakket Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk Keuze-onderdelen Keuzevakken en modulen aan andere onderwijsinstellingen De mogelijkheid bestaat dat studenten in het kader van hun studie onderwijs volgen aan een andere hogeschool of universiteit in binnen- of buitenland. Het dient te gaan om duidelijk afgeronde programma's of cursussen die als zodanig herkenbaar en te waarderen zijn en die tenminste op hbohoofdfase niveau zijn. Zij komen in de plaats van de vrije keuze (of minor)modulen van de Unit Life Sciences. Vervanging van verplichte modulen is slechts mogelijk indien de inhoud van het te volgen onderwijs hiermee voldoende overeenstemt. Eventuele extra kosten die voortvloeien uit het benutten van de mogelijkheid om elders onderwijs te volgen zijn voor rekening van de student. Een verzoek voor het volgen van programma's of cursussen bij een andere universiteit of hogeschool dan het VHL of de NHL Hogeschool moet vooraf, met redenen omkleed, besproken zijn met de SLB docent. Dit verzoek wordt vervolgens schriftelijk en voorzien van het advies van de SLB docent en de toestemming van de opleidingsdirecteur worden gericht tot de examencommissie. Criteria vrije ruimte 1. De vrije ruimte kan worden ingevuld door minors, losse keuzemodules of een stage in de beroepspraktijk. Voor minors en losse keuzemodules en vakken kan een keuze worden gemaakt uit het aanbod binnen de gehele hogeschool, maar ook uit het aanbod van andere hogescholen. 2. Een minor is een samenhangend onderwijselement dat bestaat uit minimaal 14 EC s. 3. De invulling van de vrije ruimte dient vooraf aan de examencommissie ter goedkeuring te worden voorgelegd. Informatie over de examencommissie is te vinden in hoofdstuk Studiegids Life Sciences & Technology

24 4. De SLB docent beoordeelt de keuzes. Bij de beoordeling gebruikt de SLB docent reflectieverslagen en POP s (persoonlijke ontwikkelingsplannen). 5. Als een student afwijkt van de hieronder genoemde keuzes, dan is altijd een motivatie aan de hand van een op de beroepsuitoefening gericht POP noodzakelijk. Bovendien geldt: in principe niet interfererend qua tijd met modulen major Applied Chemistry (in principe mogen geen twee modulen met dezelfde modulecode gevolgd worden). 6. Mits aan bovenstaande criteria wordt voldaan kan een keuze worden gemaakt uit het aanbod binnen het gehele VHL, binnen de NHL Hogeschool maar ook uit het aanbod van andere hogescholen. 7. De volgende keuzes zijn a-priori goedgekeurd voor de Chemie: Analytisch Chemische profilering: de combinatie LLS331 (Biochemistry), LBM331 (Clinical Chemistry), LLS347 (Tox1) en LLS348 (Tox2). LLS347 en LLS348 vormen de minor Toxicology. Procestechnologische profilering: Separation Processes (LCT332), Chemische reactoren (LCT221), LCT331 (Reactor Design), LLS334 (Plant and Process design). LCT332 en LCT331 vormen de minor Process Engineering. De combinatie LLS31 (Biochemistry), LLS347 (Tox1) en LLS348 (Tox2). Voor Chemie studenten is LLS31 noodzakelijk om Tox1 en Tox2 te kunnen volgen. In periode 2 kan gekozen worden voor bijvoorbeeld een LS&T, milieukunde of watertechnologie module uit het 2e of 3e jaar. LLS347 en LLS348 vormen de minor Toxicology Vrijstellingen Er zijn 3 vormen van instroom in de opleiding Chemie die kunnen leiden tot vrijstellingen voor bepaalde onderdelen van de opleiding : VWO met profiel NG of NT; verwante MBO-opleiding niveau 4; niet-verwante MBO-opleiding niveau 4. Verwante MBO-4 opleidingen zijn: Chemisch-fysisch analist De unit voert een intakegesprek met de student, die vrijstellingen wil aanvragen bij de examencommissie. Dit intakegesprek wordt gevoerd met de voorzitter van de opleiding of zijn/haar vervanger en heeft de volgende agenda: 1. Wederzijdse kennismaking (student, voorzitter, opleiding). 2. Beoordeling van de vooropleiding van de student. De student neemt diploma s en cijferlijsten mee. Eventueel wordt door de voorzitter van de opleiding ook inzicht gevraagd in studieboeken. 3. Opstellen van een advies aan de examencommissie m.b.t. mogelijke vrijstellingen en aangepast studieprogramma voor de student. Het voorgestelde advies wordt in de opleidingsvergadering besproken en vastgesteld en daarna voor besluitvorming gestuurd naar de examencommissie. Vervolgens wordt het studieprogramma in een studiecontract voor de student verwerkt. Het studiecontract wordt door de student ondertekend en in het studentdossier opgeborgen. Als het om de vooropleiding VWO met profiel NT of NG of om een MBO-opleiding gaat, die in de bovenstaande opsomming vermeld staat, kan de student in zijn eerstejaars programma een aantal hoofdfasemodules volgen. Voorbeelden van dergelijke programma s zijn te vinden in bijlage 1 van de studiegids. Als het om een MBO-4 opleiding gaat, die niet in de bovenstaande opsomming vermeld staat, bepaalt de voorzitter van de opleiding of volgen van hoofdfasemodules in het eerste jaar mogelijk is en stelt op basis hiervan een studieprogramma op. Studiegids Life Sciences & Technology

25 4 Chemische Technologie 4.1 De opleiding Doel van de opleiding De doelstelling van de opleiding is studenten op te leiden tot chemisch technoloog: ingenieurs die zich bezighouden met het ontwikkelen, aanpassen, bedrijven en onderhouden van chemische en fysische processen zoals die met name industrieel worden toegepast. De afgestudeerd chemisch technoloog heeft kennis en vaardigheden op de volgende terreinen: Fysische transportverschijnselen Unit operations Chemische reactorkunde en bioreactoren Processimulatie en meet- en regeltechniek Milieukunde Materialen Kwaliteitsanalyse De chemisch technoloog is zich bewust van de samenhang die deze terreinen vertonen. Omschrijving en analyse van het beroep in zijn context De chemisch technoloog is inzetbaar bij de ontwikkeling van nieuwe producten en proces-apparatuur, kan storingen in het productieproces opsporen, is in staat kwaliteitscontroles uit te voeren en kan meestal vrij snel optreden als bedrijfsleider van een productie-eenheid. Daarnaast vinden chemisch technologen ook vaak een functie op het terrein van veiligheid en milieu, zowel bij het bedrijfsleven als de overheid (w.o. arbeidsinspectie en brandweer). Visie op toekomstige ontwikkelingen binnen het beroep en de consequenties van het onderwijs De chemisch technoloog zal in toenemende mate zuinig om gaan met grondstoffen, hij doet zo veel mogelijk aan hergebruik. Hij produceert energie, bijvoorbeeld uit afval en gaat verspilling zo veel mogelijk tegen. Hij werkt projectmatig. De chemisch technoloog maakt vooral moeilijke producten (de eenvoudige komen uit lage lonen landen) en produceert goedkoper en schoner met lastige processen Landelijk zijn de competenties vastgelegd in het document Bachelor of Applied Sciences: Een competentiegerichte profielbeschrijving. Dit document is richtinggevend geweest bij de ontwikkeling van het onderwijs bij Life Sciences & Technology. De nummers verwijzen naar de landelijk vastgestelde BAS-competenties. Deze competenties voor de Bachelor of Applied Science staan op Blackboard bij Life Sciences Algemeen bij. 1. Onderzoeken De HBO-ingenieur CT voert onderzoek uit aan materialen, producten of processen. Dit onderzoek draagt bij aan de oplossing van een probleem of het onderzoek leidt tot een groter inzicht in een onderwerp binnen de eigen werkomgeving. 2a. Experimenteren De HBO-ingenieur CT zet experimenten op om antwoord te krijgen op een onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag gaat over materialen, producten of processen. De HBO-ingenieur CT voert de experimenten zo uit, dat ook in spoedeisende situaties aantoonbaar betrouwbare resultaten worden verkregen. 2b. Bedrijven De HBO-ingenieur CT bedrijft chemische en fysische processen, lost problemen op en produceert binnen spec, ten behoeve van industriële productieprocessen met als doel een materiaal, product of proces dat aan de vooraf gestelde eisen voldoet. Studiegids Life Sciences & Technology

26 3. Ontwikkelen/optimaliseren De HBO-ingenieur CT ontwikkelt, verbetert of implementeert producten, materialen en processen of beheert die processen. Het doel is een materiaal, product of proces dat aan de vooraf gestelde eisen voldoet. 4. Beheren De HBO-ingenieur CT onderhoudt een beheersysteem of onderdelen daarvan, zoals een kwaliteitssysteem (onder andere klachtenafhandeling), onderhoudssysteem, KAM-systeem (Kwaliteit, Arbo, Milieuzorg), VGM-systeem (Veiligheid, Gezondheid, Milieu), QA-systeem (Quality Assurance), HACCP (in de levensmiddelenindustrie) en een automatiserings- of informatiesysteem, om te voldoen aan wet- en regelgeving, kwaliteitsnormen en maatschappelijke geaccepteerde normen en waarden. Hierin heeft hij zowel een coördinerende functie naar de werkvloer als een uitvoerende functie bij het doen van studies. 5. Adviseren De HBO-ingenieur CT vertaalt eisen of wensen van gebruikers naar technische aspecten van processen, producten en/of materialen, met als doel optimalisering of verbetering van eigen processen, producten en materialen vanuit economisch oogpunt. 6. Verkopen De HBO-ingenieur CT brengt renderende transacties tot stand met processen, producten en/of materialen. 7. Instrueren De HBO-ingenieur CT instrueert en begeleidt medewerkers en klanten bij het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden over processen, producten en/of materialen. 8. Leiding geven/managen De HBO-ingenieur CT geeft richting en sturing aan organisatieprocessen en daarbij betrokken medewerkers om doelen te realiseren van het organisatieonderdeel of project waar hij leiding aan geeft. 9. Zelfsturing De HBO-ingenieur CT stuurt zichzelf in zijn functioneren en in zijn ontwikkeling en zorgt dat hij qua kennis en vaardigheden op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen, ook in relatie tot ethische dilemma s en maatschappelijk geaccepteerde normen en waarden Beroepen en toekomst mogelijkheden Er 4 hoofdrichtingen in het beroep: 1. De werkvloer. Je bent verantwoordelijk voor het beheren en beheersen van het productieproces. Je overlegt met operators, management en externen, neemt beslissingen over procesveranderingen en rapporteert over het procesverloop. Het gaat meestal om grootschalige procesinstallaties, die gassen, vloeistoffen, poeders, granulaat of andere niet-vormgegeven producten produceren of kleine units, waar linten, platen, schuimen en draden worden gemaakt. Je wordt bijvoorbeeld troubleshooter, process engineer of productiechef. 2. Research & Development. Binnen de R&D ben je betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe of verbetering van bestaande (unit)processen. Onze eigen R&D afdeling heeft bijvoorbeeld een zuiveringssysteem ontwikkeld voor een komkommerkweker. Dit zuiveringssysteem filtert het schadelijke komkommerbontvirus uit het voedingswater van de planten. Je voert onderzoek uit op pilotschaal, ontwerpt experimenten, voert die uit of laat die uitvoeren, interpreteert de resultaten op een wetenschappelijke manier, trekt conclusies en presenteert die aan de opdrachtgever. Voorbeelden van functies zijn ontwerper (design engineer) en projectleider. 3. Laboratorium. Een aantal afgestudeerden kiest ervoor om op een lab aan het werk te gaan, bijvoorbeeld als producttechnoloog. Je ontwerpt nieuwe producten of materialen of je behandelt klachten van gebruikers. Deze richting heeft grote raakvlakken met de opleiding Chemie. Je kunt bijvoorbeeld applicatie engineer worden of in de after sales support belanden. Studiegids Life Sciences & Technology

27 4. Commercie, service en dienstverlening. Je adviseert gebruikers over het toepassen van processen, producten en materialen. Daarnaast kun je ook acute problemen oplossen of instructie geven aan nieuwe gebruikers en klanten. Je overlegt met klanten en gebruikers, brengt problemen in kaart, zoekt de oorzaken en adviseert de klant. Je kunt dit doen in loondienst, maar natuurlijk ook als zelfstandig consulent. Mogelijke functies zijn kwaliteitsfunctionaris en accountmanager. 4.2 Majors Major Process Engineering In het eerste jaar verken je het vakgebied van een chemisch technoloog. Samen met studenten voedingsmiddelentechnologie maak je kaas, met biotechnologen stort je je op bier en met chemici onderzoek je kunststoffen. Ook krijg je training voor consultant en je lost een lastig scheidingsprobleem op voor een echt bedrijf. In het tweede jaarontwerp je een leiding, bijvoorbeeld naar een nieuwe gas- of zoutbron, je ontwerpt een chemische reactor om een milieuprobleem op te lossen en je vult een deel van je jaar met een onderwerp naar keuze. De tweede helft loop je stage om kennis te maken met je toekomstige werkveld. In het derde jaar komt alles samen. Je werkt in teams aan complexe problemen. Ook heb je een half jaar keuze.het hele vierde jaar werk je bij bedrijven en je sluit je studie af met je afstudeerproject. Al met al vele mogelijkheden om de studie geheel naar jouw interesse in te richten, waarbij je ondersteuning krijgt van je eigen studieloopbaanbegeleider Petrochemie en Offshore 4-jarige specialisatie Olie, staal, zweet en stoere mensen (m/v). Dat is het beeld dat iedereen heeft bij de petrochemie en offshore. En dat klopt, want de 'gas en olie' is een wereld vol actie en dynamiek. Maar eveneens een zakelijke wereld waar enorm veel geld in om gaat. Een werkplek voor durfals en slimmeriken! Een plek ook waar je op verschillende manieren aan de slag kunt gaan, zowel offshore als on shore. Je kunt meewerken op een platform, maar ook kiezen voor een managementfunctie op de wal. Of bij een adviesbureau of onderzoeksinstituut gaan werken. Tijdens de opleiding leer je niet alleen over de chemie van boorvloeistof, maar ook hoe je het milieu tegen rampen kunt beschermen. Het echte praktijkwerk doe je tijdens de stages; de laatste twee jaar van je studie werk je zelfs helemaal in de praktijk. Als afgestudeerde van Petrochemie & Offshore ben je een no nonsens persoon met oog voor veiligheid en milieu; de wereld is jouw werkterrein Water Technology 4-jarige specialisatie Bedrijven, actief in de watersector, vestigen zich in Noord Nederland. Dit komt omdat Leeuwarden Europese hub van watertechnologie aan het worden is. Heb je affiniteit met water en wil je naast goede arbeidsperspectieven ook graag in noord Nederland wonen/werken dan is dit de major die je moet volgen. In de eerste twee jaar van de opleiding wordt aan basiskennis en vaardigheden gewerkt. Dit komt kortweg neer op een solide theoretische basis waarmee watertechnologische vraagstukken op een pragmatische manier aangepakt kunnen worden. Vaak werk je in groepsverband aan praktijkvraagstukken welke veelal uit het werkveld komen. Studiegids Life Sciences & Technology

28 De laatste 2 jaar staan in het kader van de specialisatie en afstuderen. Watertechnologie heeft een breed karakter en kent vele specialisaties. Waterbesparing en hergebruik, water en energie, nutrienten en landbouw, watersysteem, industriewater en sensortechnologie zijn hier voorbeelden van. In deze fase van de opleiding kom je veelvuldig in aanraking met water technologische bedrijven waardoor een mening gevormd kan worden welke specialisatie het beste aansluit op je ambities. Na de opleiding kun je aan het werk gaan, maar in Leeuwarden is de mogelijkheid om verder te studeren in watertechnologie voor een masters bij Wetsus. 4.3 Overzicht studieprogramma Toelatingseisen De toelatingseisen voor de opleiding Chemische Technologie zijn: HAVO-diploma profiel N&T of N&G; VWO-diploma profiel N&T of N&G; MBO-diploma niveau 4 kaderfunctionaris. Studenten met een VWO-diploma N&T of N&G en kaderfunctionarissen met een verwante MBOopleiding kunnen toegelaten worden tot verkorte, doorstroomtrajecten. De procedure voor toelating staat beschreven in hoofdstuk Een student die niet voldoet aan de reguliere vooropleidings- of toelatingseisen is in principe niet toelaatbaar, tenzij de student: een HAVO- of VWO-diploma met profiel E&M of C&M heeft én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden). Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde en wiskunde. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. of of op 1 september 21 jaar of ouder is én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden) en Nederlands. Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde, wiskunde en Nederlands. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. De toelatingstoets voor Nederlands wordt in de praktijk alleen afgenomen als er reden is voor twijfel aan het kennisniveau. buiten Nederland een diploma heeft behaald dat gelijkwaardig is aan een HAVO- diploma én ten genoege van de examencommissie het bewijs kan leveren van voldoende beheersing van de Nederlandse taal. Het bewijs wordt geacht te zijn geleverd door het behalen van NT2, niveau II. Studenten die Nederlands als moedertaal hebben, kunnen het bewijs op een andere manier leveren Opbouw van de opleiding De vierjarige opleiding bevat een propedeuse van 1 jaar en een hoofdfase van 3 jaren. Het totale programma omvat 240 credits: 60 credits in de propedeuse en 180 credits in de hoofdfase. Propedeuse: 8 propedeuse modulen 56 credits studieloopbaanbegeleiding 3 credits assessment 1 e jaar 1 credits Totaal 60 credits Studiegids Life Sciences & Technology

29 Hoofdfase De hoofdfase van het 4-jarige standaard studieprogramma is als volgt opgebouwd: Hoofdfase modulen 4 major modulen 28 credits 4 algemeen verplichte modulen 28 credits 4 minor- of keuzemodulen 28 credits Juniorstage 28 credits Project stage 30 credits Afstudeeropdracht 30 credits Studieloopbaanbegeleiding 8 credits Totaal 180 credits De major bestaat uit 90 EC s. Deze is opgebouwd uit 4 majormodulen, de projectstage en de afstudeerstage. 4 major modulen 28 credits Project stage 30 credits Afstudeeropdracht 30 credits Studieloopbaanbegeleiding 2 credits Totaal 90 credits HAVO Studenten afkomstig van het HAVO worden in een reguliere stroom geplaatst. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk 6.3. MBO verwant Voor studenten met een MBO-opleiding die duidelijk verwant is aan de opleiding Chemische Technologie bestaat er een driejarig programma. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk Keuze-onderdelen Keuzevakken en modulen aan andere onderwijsinstellingen De mogelijkheid bestaat dat studenten in het kader van hun studie onderwijs volgen aan een andere hogeschool of universiteit in binnen- of buitenland. Het dient te gaan om duidelijk afgeronde programma's of cursussen die als zodanig herkenbaar en te waarderen zijn en die tenminste op hbohoofdfase niveau zijn. Zij komen in de plaats van de vrije keuze (of minor)modulen aan het Van Hall Instituut. Vervanging van verplichte modulen is slechts mogelijk indien de inhoud van het te volgen onderwijs hiermee voldoende overeenstemt. Eventuele extra kosten die voortvloeien uit het benutten van de mogelijkheid om elders onderwijs te volgen zijn voor rekening van de student. Een verzoek voor het volgen van programma's of cursussen moet vooraf, met redenen omkleed, schriftelijk en voorzien van het advies van de opleidingsdirecteur worden gericht tot de examencommissie. Studiegids Life Sciences & Technology

30 Criteria vrije ruimte 1. De vrije ruimte kan worden ingevuld door minors, losse keuzemodules of een stage in de beroepspraktijk. Voor minors en losse keuzemodules en vakken kan een keuze worden gemaakt uit het aanbod binnen de gehele hogeschool, maar ook uit het aanbod van andere hogescholen. 2. Een minor is een samenhangend onderwijselement dat bestaat uit minimaal 14 EC s. 3. De invulling van de vrije ruimte dient vooraf aan de examencommissie ter goedkeuring te worden voorgelegd. Informatie over de examencommissie is te vinden in hoofdstuk De criteria waarop de minorkeuze zal worden beoordeeld zijn: a. Passend bij POP b. Goedgekeurd door SLB docent c. In principe: niveau HBO hoofdfase d. Uitvoerbaar: in principe niet interfererend qua tijd met modulen major Process Engineering (in principe mogen geen twee modulen met dezelfde modulecode gevolgd worden). 5. Mits aan bovenstaande criteria wordt voldaan kan een keuze worden gemaakt uit het aanbod binnen de gehele hogeschool, maar ook uit het aanbod van de NHL Hogeschool en andere hogescholen. 6. De volgende minors zijn a-priori goedgekeurd naast de major Process Engineering: Research & Development (LLS520VN) Doorstroom Watertechnologie (LLS513VN) Werkveld Watertechnologie Vrijstellingen Er zijn 3 vormen van instroom in de opleiding Chemische Technologie die kunnen leiden tot vrijstellingen voor bepaalde onderdelen van de opleiding : VWO met profiel NG of NT; verwante MBO-opleiding niveau 4; niet-verwante MBO-opleiding niveau 4. Verwante MBO-4 opleidingen zijn: Chemisch-fysisch analist Technoloog Levensmiddelenindustrie Vapro-C of Vapro-D Middenkader Werktuigbouwkunde De unit voert een intakegesprek met de student, die vrijstellingen wil aanvragen bij de examencommissie. Dit intakegesprek wordt gevoerd met de voorzitter van de opleiding of zijn/haar vervanger en heeft de volgende agenda: 1. Wederzijdse kennismaking (student, voorzitter, opleiding). 2. Beoordeling van de vooropleiding van de student. De student neemt diploma s en cijferlijsten mee. Eventueel wordt door de voorzitter van de opleiding ook inzicht gevraagd in studieboeken. 3. Opstellen van een advies aan de examencommissie m.b.t. mogelijke vrijstellingen en aangepast studieprogramma voor de student. Het voorgestelde advies wordt in de opleidingsvergadering besproken en vastgesteld en daarna voor besluitvorming gestuurd naar de examencommissie. Vervolgens wordt het studieprogramma in een studiecontract voor de student verwerkt. Het studiecontract wordt door de student ondertekend en in het studentdossier opgeborgen. Als het om de vooropleiding VWO met profiel NT of NG of om een MBO-opleiding gaat, die in de bovenstaande opsomming vermeld staat, kan de student in zijn eerstejaars programma een aantal hoofdfasemodules volgen. Voorbeelden van dergelijke programma s zijn te vinden in bijlage 1 van de studiegids. Als het om een MBO-4 opleiding gaat, die niet in de bovenstaande opsomming vermeld staat, bepaalt de voorzitter van de opleiding of volgen van hoofdfasemodules in het eerste jaar mogelijk is en stelt op basis hiervan een studieprogramma op. Studiegids Life Sciences & Technology

31 5 Voedingsmiddelentechnologie 5.1 De opleiding Doel van de opleiding De doelstelling van de opleiding Voedingsmiddelentechnologie is het begeleiden van studenten bij het verwerven en het in het praktijk leren toepassen van kennis, inzichten en vaardigheden op het brede terrein van productontwikkeling, kwaliteitsmanagement, procesontwikkeling en productie-management in de voedingsmiddelensector. Hiernaast is het ook mogelijk dat studenten zich ontwikkelen als Health & Food-expert. Om deze doelstelling te bereiken werkt de opleiding met verschillende competenties. zijn opgebouwd uit kennis, vaardigheden en houding en worden in hoofdstuk weergegeven. kunnen worden verworven op drie niveau s. Niveau i) houdt in dat de context redelijk eenvoudig is (vnl. eerste jaar). Niveau ii) houdt in dat de context complex is: verschillende vakgebieden worden gecombineerd. Niveau iii) is de meest complexe situatie. Deze kan alleen in de complexe beroepspraktijk worden verworven. Visie op toekomstige ontwikkelingen binnen het beroep en de consequenties v.h. onderwijs De eindtermen zijn gebaseerd op de beroepskwalificaties zoals die verlangd worden voor functies van een afgestudeerde voedingsmiddelentechnoloog.. De afgestudeerde voedingsmiddelentechnoloog van Hogeschool VHL heeft gedurende de opleiding een breed scala aan competenties verworven. Daarom staat een breed scala aan functies in de voedingsmiddelensector open, als: Product- en Procestechnoloog Productiemanager Productontwikkelaar Kwaliteitsmanager Commercieel voedingsmiddelentechnoloog Voedingsdeskundige Adviseur VT1. Ontwerpen of optimaliseren van productieprocessen. Op basis van een opdracht ontwerpt, vernieuwt of optimaliseert een voedingsmiddelentechnoloog zelfstandig of in teamverband een productieproces voor de productie van een voedingsmiddel. VT2. Ontwikkelen van een voedingsmiddel Een voedingsmiddelentechnoloog ontwikkelt of vernieuwt volgens een vaste systematiek en in teamverband een voedingsmiddel, dat aansluit op de wensen van de opdrachtgever of de markt. Tevens moet het voedingsmiddel voldoen aan de warenwettelijke eisen. VT3. Advies uitbrengen over applicaties Een voedingsmiddelentechnoloog vertaalt aan de verkoopzijde eisen en wensen van klanten in technologische aspecten van voedingsmiddelen en productieprocessen en stemt aan de inkoopzijde het aanbod van toeleveranciers af op eisen en wensen van het eigen bedrijf. VT4. Ontwikkelen en beheren van Managementsystemen Een voedingsmiddelentechnoloog ontwikkelt, implementeert, gebruikt en onderhoudt een beheersysteem of onderdelen daarvan zoals een KAM-systeem (Kwaliteit, Arbo, Milieu) en een automatiserings- of informatiesysteem, om te voldoen aan wet- en regelgeving, kwaliteitsnormen en maatschappelijk geaccepteerde normen en waarden. Studiegids Life Sciences & Technology

32 VT5. Onderzoeken of experimenteren met betrekking tot voedingsmiddelen en productieprocessen. Aan de hand van een onderzoeksopdracht vergaart de voedingsmiddelentechnoloog in teamverband gegevens (dit kunnen productieroutes zijn, maar ook (bio)chemische of fysische productparameters of een andere instelling van procesparameters) met als doel een voedingsmiddel of het productieproces van een voedingsmiddel te (her)ontwerpen of te optimaliseren. Hij voert daarbij technieken uit op het gebied van: kleinschalige productie van voedingsmiddelen conservering van voedingsmiddelen analyse van reologische, microbiologische, fysische en chemische parameters VT6. Productiemanagement Een productiemanager geeft leiding aan een grotere of kleinere productie eenheid voor voedingsmiddelen. Hij/zij stuurt aan en bewaakt een groot aantal aspecten om een efficiënte en flexibele productie eenheid te realiseren/handhaven. VT7. Functioneren als beroepsbeoefenaar De voedingsmiddelentechnoloog vervult de rol van beroepsbeoefenaar deskundig en adequaat. HF1. Adviseren gezondheid en voeding richting productie Een Health&Food-expert vertaalt aan de verkoopzijde eisen en wensen van klanten in technologische aspecten van voedingsmiddelen en productieprocessen en stemt aan de inkoopzijde het aanbod van toeleveranciers af op eisen en wensen van het eigen bedrijf. In de advisering naar klanten zal hij duidelijk de relatie leggen tussen voedingscomponenten, productieomstandigheden en gezondheid. Aan de inkoopzijde zal hij eisen aangeven t.a.v. gezondheidsaspecten van ingrediënten HF2. Adviseren gezondheid en voeding richting consument Een medisch voedingsanalist bepaalt bij klanten de noodzaak tot adequaat voedingsadvies met het oog op gezondheid en evt. preventie van ziekte, en geeft dat advies. De technologische achtergronden bij het tot stand komen van de analyse zijn de analist bekend. Aspecten van voedingsmiddelen en productieprocessen eveneens, doch het contact met de consument staat voorop Beroepen en toekomstmogelijkheden Met Voedingsmiddelentechnologie als studie heb je enorm veel mogelijkheden. Iedereen moet immers eten, iedere dag! Dus food is fun. Verdiep je in het product als productontwikkelaar of richt je op processen en apparatuur (procestechnoloog). Of zorg ervoor dat het product zo vers mogelijk bij de consument komt en dat het op de goede manier gecontroleerd wordt. Dan ben je een kwaliteitsmanager. Leidinggeven aan een afdeling of een heel bedrijf? Dat is meer het werk van productiemanagers. Adviseren over ingrediënten of grondstoffen aan diverse grote afnemers is echt iets voor een commercieel ingestelde technoloog en een Health & Food-expert. Een Health & Food-expert kan ook consumenten adviseren t.a.v. voeding en gezondheid. Naast deze algemene functies zijn er ook voedingsmiddelentechnologen te vinden bij onderzoeksinstituten en de Voedsel en Waren Autoriteit. Studiegids Life Sciences & Technology

33 5.2 Majors Major Food Technology In de eerste twee jaar maak je kennis met vele facetten van de voedings- en genotsmiddelenindustrie. Je traint een aantal basisvaardigheden en natuurlijk ga je aan de slag in de proeffabriek. Het lesprogramma is meteen gericht op de praktijk. Je krijgt te maken met thema's als 'van vlees tot worst', 'het maken van een zuivelproduct' of 'bier'. Bij een basisvak als vleestechnologie leer je de ins en outs van eiwitzwelling kennen. En bij zuivel simuleer je zoutdoordringing in kaas. Om goed te kunnen functioneren in een bedrijf, komen management en organisatie, kwaliteits- en informatiesystemen en marketing aan bod. De laatste vier maanden van je tweede jaar pas je je kennis al toe tijdens de oriënterende stage. In het derde jaar start je echt met het majorprogramma Food Technology. Je bestudeert het vakgebied in de volle breedte, variërend van productontwikkeling tot gezondheids-aspecten. Je ontdekt welke richting je het beste ligt, bijvoorbeeld de proceskant, de marketingrichting of de kwaliteitsbewaking. Daar richt je je op bij het vinden van een stage, waarmee je het laatste jaar begint. Daarna begin je aan je afstudeerproject, samen met een medestudent. Bijna alle afstudeeropdrachten worden uitgevoerd in opdracht van het bedrijfsleven. Met ervaren docenten als adviseurs en de professionals uit het werkveld als critici lever je een topprestatie. Na je eindpresentatie en afrondend gesprek ben je klaar voor een van de vele uitdagende banen in de voedingsmiddelensector! Eindkwalificatie: alle competenties op niveau 2; VT5 en VT7 op niveau 3, daarnaast nog tenminste competentie VT2 of VT4 op niveau Major Process Engineering Na de eerste twee jaar breed opgeleid te zijn als voedingsmiddelentechnoloog kun je kiezen voor de major Process Engineering. Binnen de sector staat men te springen om procestechnologen. Onderwerpen als het efficiënt drogen van suikerwerk (snoepjes), goed en gelijkmatig mengen (sausmixen) of energiebesparing bij verhittingsstappen zijn jouw terrein. Kortom: als voedingsmiddelentechnoloog met belangstelling voor proces, apparatuur of techniek is dit een prachtige major. Eindkwalificatie: alle competenties op niveau 2; VT5 en VT7 op niveau 3, daarnaast nog tenminste competentie VT1 op niveau Health and Food 4 jarige specialisatie Deze major begint al in het eerste jaar. In de eerste twee jaar maak je kennis met vele facetten van het menselijk lichaam en de voedingsmiddelenindustrie. Belangrijk is dat je verbindingen leert te leggen tussen gezondheid en voeding, dus dat je leert wat de rol is van voedingscomponenten in het menselijk lichaam. In de eerste twee jaar oefen je een aantal basisvaardigheden en natuurlijk ga je ook aan de slag in de proeffabriek en in het laboratorium. Het lesprogramma is meteen gericht op de praktijk. Je krijgt te maken met thema's als 'van vlees tot worst', of bloedanalyse, of 'bier'. Bij een basisvak als vleestechnologie leer je alles over eiwitzwelling, maar ook wat het effect is van zout op de bloeddruk, en hoe je een worst kunt maken met minder zout. De laatste vier maanden van je tweede jaar pas je je kennis al toe tijdens de oriënterende stage. Je bestudeert het vakgebied in de Studiegids Life Sciences & Technology

34 volle breedte, variërend van productontwikkeling tot gezondheidsaspecten. Je ontdekt welke richting je het beste ligt, de adviserende rol richting producent of die richting consument. Daar richt je je op bij het vinden van een stage, waarmee je het laatste jaar begint. Daarna begin je aan je afstudeerproject, eventueel samen met een medestudent. Bijna alle afstudeeropdrachten worden uitgevoerd in opdracht van het bedrijfsleven. Na je eindpresentatie en afrondend gesprek ben je klaar voor een van de vele uitdagende banen in de voedingsmiddelensector. Voor deze major worden de competenties VT1 en VT6 (zie 5.1.2) minimaal op niveau i) behaald. De overige VT competenties worden alle op niveau ii) behaald. Daarnaast worden de competenties BM2 en BM3 (zie 1.1.2) op niveau ii) behaald, de competenties VT5 en VT7 op niveau iii) behaald en HF1 of HF2 op niveau iii). Competentie VT4 is vergelijkbaar met BM1; VT7 is vergelijkbaar met BM Overzicht studieprogramma Toelatingseisen De toelatingseisen voor de opleiding Voedingsmiddelentechnologie zijn: HAVO profiel N&T of N&G of E&M met wiskunde A en scheikunde; VWO profiel N&T of N&G of E&M met wiskunde A en scheikunde; MBO-diploma niveau 4 kaderfunctionaris. Studenten met een VWO-diploma N&T of N&G en kaderfunctionarissen met een verwante MBOopleiding kunnen toegelaten worden tot verkorte, doorstroomtrajecten. De procedure voor toelating staat beschreven in hoofdstuk Een studenten die niet voldoet aan de reguliere vooropleidings- of toelatingseisen is in principe niet toelaatbaar, tenzij de student: een HAVO- of VWO-diploma met profiel E&M of C&M heeft én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden). Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde en wiskunde. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. of of op 1 september 21 jaar of ouder is én certificaten heeft voor de vakken scheikunde en wiskunde (niveau: zomercursus VHL/NHL Leeuwarden) en Nederlands. Bij ontbreken van certificaten kunnen er toelatingstoetsen worden gedaan voor scheikunde, wiskunde en Nederlands. Op deze toetsen moet ten minste een afgeronde 6 worden gehaald. De toelatingstoets voor Nederlands wordt in de praktijk alleen afgenomen als er reden is voor twijfel aan het kennisniveau. buiten Nederland een diploma heeft behaald dat gelijkwaardig is aan een HAVO- diploma én ten genoege van de examencommissie het bewijs kan leveren van voldoende beheersing van de Nederlandse taal. Het bewijs wordt geacht te zijn geleverd door het behalen van NT2, niveau II. Studenten die Nederlands als moedertaal hebben, kunnen het bewijs op een andere manier leveren. Studiegids Life Sciences & Technology

35 5.3.2 Opbouw van de opleiding De vierjarige opleiding bevat een propedeuse van 1 jaar en een hoofdfase van 3 jaren. Het totale programma omvat 240 credits: 60 credits in de propedeuse en 180 credits in de hoofdfase. Propedeuse: 8 propedeuse modulen 56 credits studieloopbaanbegeleiding 3 credits assessment 1 e jaar 1 credits Totaal 60 credits Hoofdfase De hoofdfase van het 4-jarige standaard studieprogramma is als volgt opgebouwd: hoofdfase modulen 4 major modulen 28 credits 4 algemeen verplichte modulen 28 credits 4 minor- of keuzemodulen 28 credits Juniorstage 28 credits Project stage 30 credits Afstudeeropdracht 30 credits Studieloopbaanbegeleiding 8 credits Totaal 180 credits De major bestaat uit 90 EC s. Deze is opgebouwd uit 4 majormodulen, de projectstage en de afstudeerstage. 4 major modulen 28 credits Project stage 30 credits Afstudeeropdracht 30 credits Studieloopbaanbegeleiding 2 credits Totaal 90 credits HAVO Studenten afkomstig van het HAVO worden in een reguliere stroom geplaatst. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk 6.3. MBO verwant Voor studenten met een MBO-4 opleiding bestaat er een driejarig programma. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk VWO Van het VWO afkomstige studenten met de profielen N&G en N&T worden in de 3-jarig VWO-stroom geplaatst. Dit studieprogramma wordt beschreven in hoofdstuk Keuze-onderdelen Keuzevakken en modulen aan andere onderwijsinstellingen De mogelijkheid bestaat dat studenten in het kader van hun studie onderwijs volgen aan een andere hogeschool of universiteit in binnen- of buitenland. Het dient te gaan om duidelijk afgeronde programma's of cursussen die als zodanig herkenbaar en te waarderen zijn en die tenminste op hbohoofdfase niveau zijn. Zij komen in de plaats van de vrije keuze (of minor)modulen aan Hogeschool VHL. Vervanging van verplichte modulen is slechts mogelijk indien de inhoud van het te volgen onderwijs hiermee voldoende overeenstemt. Studiegids Life Sciences & Technology

36 Eventuele extra kosten die voortvloeien uit het benutten van de mogelijkheid om elders onderwijs te volgen zijn voor rekening van de student. Een verzoek voor het volgen van programma's of cursussen moet vooraf, met redenen omkleed, schriftelijk en voorzien van het advies van de SLB-er worden gericht tot de examencommissie. Criteria vrije ruimte 1. De vrije ruimte kan worden ingevuld door minors, losse keuzemodules of een stage in de beroepspraktijk. Voor minors en losse keuzemodules en vakken kan een keuze worden gemaakt uit het aanbod binnen de gehele hogeschool, maar ook uit het aanbod van andere hogescholen. 2. Een minor is een samenhangend onderwijselement dat bestaat uit minimaal 14 EC s. 3. De invulling van de vrije ruimte dient vooraf aan de examencommissie ter goedkeuring te worden voorgelegd. Informatie over de examencommissie is te vinden in hoofdstuk De criteria waarop de minorkeuze zal worden beoordeeld zijn: relevantie met de keuzerichting en interesse van de student en relevantie met de majorkeuze. 5. Mits aan bovenstaande criteria wordt voldaan kan een keuze worden gemaakt uit het aanbod binnen de gehele hogeschool, maar ook uit het aanbod van andere hogescholen. 6. De volgende minors zijn a-priori goedgekeurd voor de major Food Technology: Voeding & Management (HVM25 en HVM26) Toxicology (LLS347 en LLS348) Process Engineering (LCT321 en LCT322) Food & Health (2 HF-modules, waarvan maximaal 1 PHF-module) Food Specials (LLS343 en LLS350) Research & Development (LLS520VN) 7. De volgende minors zijn a-priori goedgekeurd voor de major Process Engineering: Voeding & Management (HVM25 en HVM26) Toxicology (LLS347 en LLS348) Food (LVT331 en LVT332) Food & Health (2 HF-modules, waarvan maximaal 1 PHF-module) Research & Development (LLS520VN) Vrijstellingen Er zijn 3 vormen van instroom in de opleiding Voedingsmiddelen Technologie die kunnen leiden tot vrijstellingen voor bepaalde onderdelen van de opleiding : VWO met profiel NG of NT; verwante MBO-opleiding niveau 4; niet-verwante MBO-opleiding niveau 4. Verwante MBO-4 opleidingen zijn: Technoloog Levensmiddelenindustrie De unit voert een intakegesprek met de student, die vrijstellingen wil aanvragen bij de examencommissie. Dit intakegesprek wordt gevoerd met de voorzitter van de opleiding of zijn/haar vervanger en heeft de volgende agenda: 1. Wederzijdse kennismaking (student, voorzitter, opleiding). 2. Beoordeling van de vooropleiding van de student. De student neemt diploma s en cijferlijsten mee. Eventueel wordt door de voorzitter van de opleiding ook inzicht gevraagd in studieboeken. 3. Opstellen van een advies aan de examencommissie m.b.t. mogelijke vrijstellingen en aangepast studieprogramma voor de student. Het voorgestelde advies wordt in de opleidingsvergadering besproken en vastgesteld en daarna voor besluitvorming gestuurd naar de examencommissie. Vervolgens wordt het studieprogramma in een studiecontract voor de student verwerkt. Het studiecontract wordt door de student ondertekend en in het studentdossier opgeborgen. Studiegids Life Sciences & Technology

37 Als het om de vooropleiding VWO met profiel NT of NG of om een MBO-opleiding gaat, die in de bovenstaande opsomming vermeld staat, kan de student in zijn eerstejaars programma een aantal hoofdfasemodules volgen. Voorbeelden van dergelijke programma s zijn te vinden in bijlage 1 van de studiegids. Als het om een MBO-4 opleiding gaat, die niet in de bovenstaande opsomming vermeld staat, bepaalt de voorzitter van de opleiding of volgen van hoofdfasemodules in het eerste jaar mogelijk is en stelt op basis hiervan een studieprogramma op. 6 Aanvullende informatie Life Sciences & Technology 6.1 Assessment jaar 1 Eerstejaars studenten Life Sciences & TEchnology regulier (havisten) Eerste jaar studenten die het 3 of 4 jarig programma volgen en die na periode 3 minimaal 30 EC s gehaald hebben mogen meedoen aan het assessment. Dit staat gepland in een week van periode 4 (zie hiervoor het jaarrooster). Het assessment is een individuele meerdaagse theoretische opdracht, die mondeling afgesloten wordt. Bij het assessment worden de competenties (kennis, vaardigheden en beroepshouding) van de afgelopen drie periodes getoetst. Als een student het assessment met een voldoende afsluit levert dat 1 EC op en het recht om MAXIMAAL 3 gemiste EC s van de kennislijn van de propedeuse te compenseren (absolveren). Te absolveren zijn onderdelen van de kennislijn ( de theorie) van de modulen uit periode 1, 2 en 3, met uitzondering van de onderdelen wiskunde (LLS101-B) en chemisch rekenen ( LLS101-A). Deze zijn niet absolveerbaar. De examencommissievergadering propedeuse Life Sciences & Technology legt vast en rapporteert aan de cijferadministratie. Eerstejaars studenten niet regulier (mbo, vwo, andere trajecten) - Zij krijgen hetzelfde assessment als havisten - De toelating tot het assessment wordt gebaseerd op grond van behaalde EC s in propedeuse modules in periode 1,2 en 3 van hun eerste jaar. aantal propedeuse modules in Toelating tot assessment bij periode 1, 2, 3 behaalde EC s Deze studenten mogen alleen absolveren t.a.v. modules uit het propedeuse programma van de havisten. Het aantal te compenseren EC s is afhankelijk van het aantal propedeusemodules in periode 1,2, en 3. aantal propedeuse modules in Te compenseren EC s periode 1, 2, Cum laude-regeling Een afstudeerkwalificatie cum laude is bedoeld voor studenten die met aantoonbaar bovengemiddelde studieresultaten en zonder herkansingen het afsluitend examen behaald hebben. Studiegids Life Sciences & Technology

38 Voor de voorwaarden voor toekenning wordt verwezen naar art. 2.3 van de Examenregeling 2013/2014 Unit Life Sciences & Technology. Deze vindt je als bijlage achterin dit document. De onderwijseenheden die minstens met een goed of acht moeten worden beoordeeld om in aanmerking te kunnen komen voor het afstudeerpredikaat cum laude zijn de volgende: 4 majormodules die deel uitmaken van de major die de student volgt (zie het Jaaroverzicht Major Life Sciences & Technology in paragraaf 6.3). Afstudeeropdracht 6.3 Lestijdentabel Met ingang van het schooljaar gelden de volgende lestijden. De tabel geldt voor propedeuse en hoofdfase. lesuur tijd pauze pauze pauze Opbouw studieprogramma In het schema op pagina 40 vind je het jaaroverzicht van de propedeusefase. Daarop is aangegeven welke modules er gedurende het jaar aangeboden worden door alle opleidingen van Life Sciences & Technology. Het schooljaar bestaat uit 4 periodes. Elke periode volgt de student 2 modules. In de eerste kolom vind je de opleiding of specialisatie die je doet en bij FS ook de groep waarin je zit. Je kunt dan horizontaal zien welke twee modules je volgt in elke periode van het jaar. Een aantal modules wordt door studenten van verschillende opleidingen gevolgd. Per module wordt vermeld modulenaam, modulecode en roostercode. De volgende afkortingen worden gebruikt: FS (Forensic Sciences), BM (Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek), BT (Biotechnologie), CH (Chemie), PO (Petrochemie & Offshore), WT (Water Technology), CT (Chemische Technologie), VT (Voedingsmiddelentechnologie), HF (Health & Food). Roostercode A: moduleactiviteiten worden geroosterd op maandag en donderdagmiddag. Roostercode B: moduleactiviteiten worden geroosterd op dinsdag en donderdagochtend. Roostercode C: moduleactiviteiten worden geroosterd op woensdagochtend en vrijdag. Roostercode D: moduleactiviteiten worden geroosterd op donderdagavond en vrijdag. In de propedeuse kunnen ook actviteiten op andere dagdelen worden geroosterd. Studiegids Life Sciences & Technology

39 In het schema op pagina 41 vind je het jaaroverzicht van jaar 2 met daarin ook de juniorstage. Daarna volgt op pagina 42 het overzicht van de modules die deel uitmaken van de majors. In de eerste kolom staat de naam van de major en je kunt dan horizontaal de modules vinden die bij deze major horen. Hieronder wordt per opleiding beschreven uit welke majors gekozen kan worden. Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek: Human Diagnostics Biomedical Research Health & Food Biotechnologie: Biotechnology Forensic Sciences Biomedical Research Process Engineering Water Technology Chemie: Applied Chemistry Chemische Technologie: Process Engineering Petrochemie & Offschore Water Technology Voedingsmiddelentechnologie: Food Technology Health & Food Process Engineering In het schema op pagina 43 staan de modules die horen bij minors die aangeboden worden door de unit Life Sciences & Technology. Deze modules kunnen je volgen in de vrijekeuzeruimte van je opleiding. Je kunt ook modules van een major die je zelf niet volgt, in je vrijekeuzeruimte opnemen. In jaar 4 vinden de projectstage en de afstudeeropdracht plaats. Deze maken deel uit van de door jou gekozen major. In hoofdstuk 7 van de studiegids staan de beschrijvingen van de propedeusemodules. In hoofdstuk 8 staan de hoofdfasemodules beschreven. Studiegids Life Sciences & Technology

40 Studiegids Life Sciences & Technology

41 Studiegids Life Sciences & Technology

42 Studiegids Life Sciences & Technology

43 Studiegids Life Sciences & Technology

44 Overzicht onderwijseenheden De modulebeschrijvingen van de propedeuse zijn vermeld in hoofdstuk 7 en de beschrijvingen van de hoofdfase module in hoofdstuk 8. Hieronder vind je een overzicht van deze modules Onderwijseenheden in de propedeusefase LAS100VN Assessment propedeuse LBM101VN PBM01 Welke infectie heeft deze patiënt? LBM102VN PBM02 Afweer of afkeer LBT101VN PBT01 Cel- en weefselkweek LCH101VN PCH01 Syntheses LCH121VN PCH21 Chromatografie LCT122VN PCT22 Unit Operations LFS101VN PFS01 Chemisch Sporenonderzoek LFS102VN PFS02 Cybercrime LFS122VN PFS22 Inleiding Criminaliteit & Opsporing LHF101VN PHF01 Voeding, communicatie en bewustzijn LLG201VN PHG01 Managenent & Organisatie LLG102VN PHG02 Leeronderneming LKZ113VN PKZ13 Effectief Adviseren LLS101VN PLS01 Werken in het lab LLS102VN PLS02 Enzymen LLS103VN PLS03 Optimalisatie Zuivelproces LLS104VN PLS04 Bier LLS105VN PLS05 Moleculaire Detectie LLS106VN PLS06 Polymeertechnologie LLS107VN PLS07 Bio Bits LLS108VN PLS08 Bio-Logisch! LLS111VN PLS11 Je studie, je toekomst LMK105VN PMK43 Where water chain meets water system LMK107VN PMK45 Milieutechnologie: schoonmaken of schoonhouden? LPO101VN PPO01 Well Engineering 1 LPO102VN PPO02 Emergency Management LPO103VN PPO03 Production of oil and gas 1 LVT101VN PVT01 Van vlees tot worst LVT102VN PVT02 Verwerking plantaardige producten Onderwijseenheden in de hoofdfase LAO430VN Afstudeeropdracht LBM203VN HBM03 Infectie en therapie LBM221VN HBM21 Bloedanalyse; Bloedlink LBM222VN HBM22 Diagnostisch redeneren LBM331VN HBM31 Clinical Chemistry LBM332VN HBM32 Medical Microbiology LBM333VN HBM33 Haematology LBT221VN HBT21 Zuiveren LBT331VN HBT31 Plant Biotechnology 1 LBT332VN HBT32 Immunology LBT333VN HBT33 Plant Biotechnology 2 LBT334VN HBT34 Pathology, Physiology Studiegids Life Sciences & Technology

45 LCH222VN HCH22 Productontwikkeling Chemie LCH331VN HCH31 Advanced Chemical Instrumentation LCH332VN HCH32 Analytical Chemistry LCH333VN HCH33 Organic Chemistry LCH334VN HCH34 Biobased Materials LCT201VN HCT01 Ontwerp van een vloeistof- en gasleiding LCT221VN HCT21 Chemische Reactoren LCT321VN HCT31 Reactor Design 1 LCT331VN HCT31 Reactor Design 2 LCT322VN HCT32 Separation Processes 1 LCT332VN HCT32 Separation Processes 2 LFS203VN HFS03 Forensische Patroonherkenning LFS203VN HFS04 Biologisch Sporenonderzoek LFS215VN HFS15 Research Management LFS221VN HFS21 Forensische Wapenleer LFS331VN HFS31 The Letter LFS332VN HFS32 Justice LFS333VN HFS33 Corporate Crime LFS334VN HFS34 Crime & Society LFS344VN HFS44 Forensic Toxicology & Pathology LFS345VN HFS45 Criminaliteit & Opsporing 1 LFS346VN HFS46 Criminaliteit & Opsporing 2 LHF201VN HHF01 Fysiologie en Methodiek LHF332VN HHF32 Voedingssupplementen en verrijkte producten LLG226VN HHG26 Marketing en Logistiek LLS215VN HLS15 Research Management LLS221VN HLS21 Productie van vaccins LLS331VN HLS31 Biochemistry LLS332VN HLS32 Cell Biology LLS333VN HLS33 Industrial Quality Management LLS334VN HLS34 Plant and process design LLS341VN HLS41 Gene Hunting LLS342VN HLS42 Molecular Architecture LLS343VN HLS43 Fermented Products LLS345VN HLS45 Bio-engineering 1 LLS346VN HLS46 Bio-engineering 2 LLS347VN HLS47 Toxicology 1 LLS348VN HLS48 Toxicology 2 LLS349VN HLS49 Dnano LLS350VN HLS50 Sweets & Chocolate LLS520VN HLS200 Research & Development LMK210 HMK56 Water treatment & Soil Remediation LMK211 HMK62 Advanced Water Technology LPO201VN HPO01 Well Engineering 2 LPO203VN HPO03 Production of oil and gas 2 LST228VN LST430VN Juniorstage Projectstage LVT221VN HVT21 Kwaliteits- en informatiesystemen LVT222VN HVT22 Applicaties in de Zuivel LVT331VN HVT31 Food Product Development LVT332VN HVT32 Food Preservation Processes LWT301VN LWT302VN LWT303VN LWT304VN Mathematics (doorstroom minor Water Technology) Water Biology (doorstroom minor Water Technology) Water Physics (doorstroom minor Water Technology) Water Chemistry (doorstroom minor Water Technology) Studiegids Life Sciences & Technology

46 6.5 Organisatie Examencommissie Voor alle opleidingen van Life Sciences & Technology is er een examencommissie ingesteld. De samenstelling betreft: dhr. P. Grin, voorzitter, dhr. J. Middeldorp, secretaris dhr. K. Jorritsma, mevr. C. van Muijen, dhr. G. van der Steege, dhr. P. Vandermeiren, Opleidingscommissie Life Sciences & Technology Met voorstellen voor verbetering en met klachten over de uitvoering van het onderwijs gaat men in eerste instantie naar de desbetreffende docent, de studieloopbaanbegeleider of de teamleider van de unit. Heeft dat geen resultaat of wil men een onderwerp in een breder verband bespreken dan kunnen studenten en medewerkers van de afdeling altijd terecht bij de opleidingscommissie die gewoonlijk één keer per onderwijsperiode vergadert. Ook geeft de opleidingscommissie gevraagd en ongevraagd advies aan de MR. De samenstelling van de Opleidingscommissie is regelmatig aan wijzigingen onderhevig. Kijk voor de laatste gegevens op Blackboard bij Life Sciences Algemeen, tabblad opleidings cie. Naam adres opleiding studenten Janneke Pietersma BM Ellen Pijnappel BT/FS Lisette Bosman BT/FS Remko Welker CH Tarah Salmi VT Rosa Schat CT 1 vacature (NB Per opleiding heeft 1 student stemrecht) docenten: Gallego y van Seijen, Xavier (VZ) [email protected] tst FS Hoeke, Martijn [email protected] tst BT Knobbe, Luuk [email protected] tst VT Borght van der, Karin [email protected] tst BM Spekreijse, Ton (secretaris) [email protected] tst CT Versprille, Cees [email protected] tst CH notulen: Dijkstra, Marjo (secretaresse) [email protected] tst Studiegids Life Sciences & Technology

47 6.6 Werkveldadviescommissie De opleiding beschikt over een Werkveld Advies Commissie (WAC). Deze bestaat uit leden van het werkveld van de vijf opleidingen. De WAC vergadert minimaal twee keer per jaar. Bij deze vergaderingen zijn naast de leden, een aantal docenten en de teamleiders aanwezig. De voorzitter van de vergadering is de directeur van Life Sciences and Technology. De taak van de WAC is het formuleren van adviezen om de kwaliteit van het onderwijs van de opleiding te bevorderen. In de vergaderingen wordt overleg gevoerd over: - het onderwijsprogramma van de opleiding; - signalen vanuit het beroepenveld die aandacht behoeven bij de evaluatie en eventuele bijstelling van het onderwijsbeleid van de opleiding; - de kwaliteit van het door de opleiding verzorgde onderwijs. 6.7 Namen en adressen Life Sciences & Technology Het adres van de unit Life Sciences & Technology is: Agora 1 (bezoekadres) Postbus BV Leeuwarden Telefoon Telefoon secretariaat Fax: Research & Development (bezoekadres in de voormalige Johannes de Doperkerk) Agora CJ Leeuwarden Telefoon Studiegids Life Sciences & Technology

48 Medewerkers van Life Sciences & Technology: BRH BNR BSC Mevr. dr. K. van der Borght VB Dhr. Dr.Ir. H.P.J. Bonarius VB Mevr. Ing. N. van den Bosch Msc VB Mw. Ing. C.M. Brouwer-Witteveen B CPR DKM Mevr. A.B. Cuperus HC Mevr. M.J. Dijkstra VB ENM Mevr. M. van Engelen VA1.14 FST FOG GLL GAN GRI GRE HGN HBS HEJ HKE JOE JGN Mevr. L. Fassotte Harmsen VB Mevr. Ing. G. Fortuin JdD kerk Dhr. ing. X. Gallego y van Seijen VB [email protected] Mevr. drs. N.A. Gastkemper VB [email protected] Dhr. ir. P.C. Grin VB [email protected] Dhr. ing. E. de Groot VB [email protected] Mevr. dr. A. Hagendorf VB [email protected] Dhr. drs. K.A. Halbesma VB [email protected] Dhr. drs. J.J. Heijenga VB [email protected] Dhr. drs. M.O. Hoeke VB [email protected] Mevr. drs. E.A. de Jong VB [email protected] Dhr. drs. J. de Jong VB [email protected] Studiegids Life Sciences & Technology

49 JOJ KNO KRB KOJ LEF LNK Dhr. ir. J.P.A. Jorritsma VB Dhr. ir. L.H.A Knobbe VB Dhr. J.TH.M. Krabbe VB Mevr. J. Kooistra - Folkers B [email protected] Dhr. dr. F.R. van der Leij VB [email protected] Mevr. dr ir. G. Leusink Ionescu VB [email protected] VRI Mevr. ing. I. Lotterman de Vries [email protected] MLT MDD MUI NAU MAN PEN POM PRI REA ROS Mevr. ing. T. van der Meulen S [email protected] Dhr. drs. J.A.M. Middeldorp VB [email protected] Mevr. ir. C.W.C. van Muijen VB [email protected] Dhr. ir. J. Nauta VB [email protected] Dhr. M. Niemantsverdriet VB [email protected] Mevr. drs. J.F.M. Pennekamp VB [email protected] Mevr. Ing. M. Postma JdD kerk [email protected] Mevr. dr. J.H. Pratt-Terpstra VB [email protected] Mevr. ing. drs. A. de Reuver VB [email protected] Dhr. ing. M. Ros VB [email protected] Studiegids Life Sciences & Technology

50 SPA STG STR STD VRU JAA VDM HLK VEC VOR VOP VRS WGR WTR WER WCH WIS WRM Dhr. ir. A.C. Spekreijse VB Dhr. ing. P. van der Steeg S [email protected] Dhr. dr. G. van der Steege VB [email protected] Mevr. drs. ing. M. Strikwold VB [email protected] Mevr. A. Uitterdiijk de Vries VB [email protected] Mevr. A. Vaartjes-Jacobi S [email protected] Dhr. P.L.F. Vandermeiren VB [email protected] Mevr. ing. M. van der Velde Hijlkema Msc. VB [email protected] Dhr. ing. C.J. Versprille VB [email protected] Dhr. Ing. R. Vollenbroek JdD kerk [email protected] Dhr. P.R. Vos HB [email protected] Mevr. S. Vrieseling VA [email protected] Mevr. N. M. Wagenaar BEn, BASc VB [email protected] Mevr. ing. S. Weitering S [email protected] Dhr. R.S.B. van der Werf S [email protected] Dhr. F. Wichers S [email protected] Dhr. Ing. S. Wiegersma JdD kerk [email protected] Mevr. drs. Ing. A.T. Wiersema VB [email protected] HNS Mevr. ir. ing. W.M.A.A. Zuidema-Haans [email protected] VA Studiegids Life Sciences & Technology

51 6.8 Jaarrooster Jaaragenda Life Sciences & Technology Algemeen Unit LS&T donderdag Unitpersoneel week 3 Teamvergaderingen donderdag BM/BT week 5 woensdag BT/BM week 4 donderdag HF/VT week 6 dinsdag divers FS week 1,3,5,7,9 donderdag CH/CT/PO/WT week 5 Voorzittersoverleg donderdag Voorzitters week 2 Opleidingscommissie donderdag Leden week 4 SLB-overleg donderdag SLB-ers week 8 Examencommissie donderdag Leden week 1 en 7 POAoverleg dinsdag Practicumdocenten week 9 Examencommissie 7 juli juli 2014 en 27 augustus 2013 Vaststelling diplomering Propedeuse: vaststellen voorlopig en definitief bindend studieadvies WAC-bijeenkomst Studiedagen 9 en 10 december Unitpersoneel 26 en 27 mei Unitpersoneel Toetsweek voor herkansingen de 9e week van elke periode 26 mei 2014 uitreiking 28 mei 2014 inleveren 4 juni 2014 behalve FS Assessment jr. 1 5 juni 2014 FS 30 juni 2014 uitreiking herkansing 1 juli 2014 inleveren herkansing 2 juli 2014 behalve FS 3 juli 2014 FS (herkansing) Diplomering 19 september 2013 Diplomering: alle studenten van de unit LS &T 14 februari juli 2014 Propedeuseuitreiking 20 november 2013 Alleen studenten die in 1 jaar hun propedeuse hebben gehaald Studiegids Life Sciences & Technology

52 Introductie 26 augustus t/m 30 augustus 2013 week datum p+w Life Sciences & Technology algemeen aug 1-0 Opleidingendag / Start introductieweek LS&T 27-aug BM en BIT eindpresentaties Inhaalpresentaties AFO FS Hoorzittingen Propedeuse-adviezen 28-aug Inhaalpresentaties AFO FS Examencommissie Propedeuse-adviezen 29-aug 30-aug Periode 1 2 september t/m 8 november 2013 week datum p+w Life Sciences & Technology algemeen 36 2-sep 1-1 Start project stages ICT/SLB-intro voor eerstejaars 3-sep 4-sep ICT/SLB-intro voor eerstejaars FS-teammeeting Opening Hogeschooljaar VHL 5-sep Examencommissie Opening Studiejaar NHL Hogeschool 6-sep 37 9-sep sep 11-sep 12-sep 13-sep sep sep 18-sep 19-sep 20-sep sep sep 25-sep 26-sep 27-sep sep okt 2-okt 3-okt 4-okt VZ-overleg FS-teammeeting Unitvergadering Diplomauitreiking LS&T Team BM/BT Opleidingscommissie Team BT/BM Team CH/CT/PO/WT FS-teammeeting Studiegids Life Sciences & Technology

53 41 7-okt okt 9-okt 10-okt 11-okt okt okt 16-okt Team HF/VT FS-teammeeting Symposium Eetprikkels 17-okt Examencommissie Walk In NHL okt FS-teammeeting okt Herfstvakantie 21 t/m 25 oktober okt 1-8 Terugkomdag BM & BT 29-okt 30-okt Provinciale beroepenvoorlichting 31-okt SLB-overleg Provinciale beroepenvoorlichting 1-nov 45 4-nov 1-9 FS-teammeeting 5-nov 6-nov 7-nov 8-nov POA-overleg Periode 2 11 november 2013 t/m 24 januari 2014 week datum p+w Life Sciences & Technology algemeen nov nov 13-nov FS-teammeeting TKD FS 14-nov Examencommissie DAS bijeenkomst 15-nov nov nov 20-nov 21-nov 22-nov Propedeuse uitreiking LS&T Voorzittersoverleg zaterdag 23-nov Open Dag VHL (vt) en NHL /16.00 uur nov nov 27-nov FS-teammeeting 28-nov Unitvergadering LS&T Terugkomdag CT/CH/PO/WT Studiegids Life Sciences & Technology

54 29-nov 49 2-dec dec 4-dec Team BM/BT Meeloopdag VHL -FS 5-dec Opleidingscommissie Meeloopdag VHL BT,CH,CT 6-dec 50 9-dec OW Studiedag LS&T 10-dec 11-dec 12-dec 13-dec dec dec 18-dec 19-dec 20-dec Studiedag LS&T FS-teammeeting Team BM/BT Team CH/CT/WT/PO 52 & 1 Kerstvakantie 23 december 2013 t/m 3 januari jan 2-6 Nieuwjaarsontbijt 7-jan 8-jan 9-jan 10-jan 3 13-jan jan 15-jan deadline eindverslag AO VT Team HF/VT Inleveren afo verslagen FS 16-jan Examencommissie Walk In NHL jan FS-teammeeting 4 20-jan 2-8 Inleveren afo verslagen BM & BT 21-jan 22-jan mondelinge presentaties AO VT Meeloopdag VHL -FS 23-jan 24-jan SLB-overleg einde projectstages CH 5 27-jan 2-9 FS-teammeeting 28-jan 29-jan 30-jan 31-jan Eindgesprekken AO VT Eindpresentaties AFO FS POA-overleg Eindpresentatie BM/BT Inleveren stageverslag FS Inleveren PS verslagen BM/BT Studiegids Life Sciences & Technology

55 Periode 3 3 februari t/m 11 april 2014 week datum p+w Life Sciences & Technology algemeen 6 3-feb 3-1 Start Juniorstages alle opleidingen LS Start afstudeeropdracht alle opleidingen 4-feb 5-feb FS-teammeeting Cariéredag VHL 6-feb Examencommissie / eindpresentatie BM & BT Walk In NHL feb 7 10-feb feb 12-feb 13-feb Voorzittersoverleg Wegwijsdag 14-feb 8 17-feb feb 19-feb 20-feb 21-feb Diplomering LS&T FS-teammeeting Examencommissie propedeuse-adviezen Unitvergadering LS&T 9 24-feb Voorjaarsvakantie 24 t/m 28 februari mrt mrt 5-mrt 6-mrt 7-mrt 8-mrt mrt mrt 12-mrt 13-mrt Team BT/BM Opleidingscommissie Team BT/BM FS-teammeeting Team CH/CT/WT/PO Open Dag VHL (vt) en NHL /16.00 uur 14-mrt mrt mrt Terugkomdag FS juniorstages 19-mrt Meeloopdag VHL -FS 20-mrt Team HF/VT Meeloopdag alle rest opl. NL+DE 21-mrt Terugkomdag CH / Terugkomdag PO mrt mrt Contactavond eerstejaars studenten 26-mrt Studiegids Life Sciences & Technology

56 27-mrt 28-mrt Examencommissie FS-teammeeting mrt 3-8 Terugkomdag BM & BT 1-apr 2-apr alle stages + AFO Dag voor Autisme 3-apr 4-apr SLB-overleg 15 7-apr 3-9 FS-teammeeting 8-apr POA-overleg Techniekdiner NHL uur 9-apr 10-apr Walk In NHL apr Inleveren stageverslag FS Periode 4 14 april t/m 27 juni 2014 week datum p+w Life Sciences & Technology algemeen apr 4-1 start 2e juniorstage FS 15-apr 16-apr 17-apr 18-apr FS-teammeeting TKD FS Examencommissie Goede Vrijdag apr e Paasdag 22-apr 23-apr 24-apr 25-apr Terugkomdag juniorstage CT Voorzittersoverleg apr Meivakantie 28 april t/m 2 mei mei 4-3 Bevrijdingsdag 6-mei 7-mei 8-mei 9-mei mei mei 14-mei Unitvergadering LS&T FS-teammeeting Team BT/BM 15-mei Opleidingscommissie Walk In NHL mei mei mei 21-mei 22-mei FS-teammeeting Team BM/BT Team CH/CT/WT/PO Dig-It: uur Studiegids Life Sciences & Technology

57 23-mei mei OW Studiedag team LS&T uitreiken assessments 27-mei Studiedag team LS&T 28-mei inleveren assessments Dig-It 29-mei 30-mei 23 2-jun jun Hemelvaartsdag Roostervrij Personeelsdag VHL Leeuwarden 4-jun Assessments behalve FS Meeloopdag FS en DM NL + DE 5-jun Team HF/VT Assessments FS 6-jun Infomarkt VHL uur Open Dag NHL uur 24 9-jun 4-7 Tweede Pinksterdag 10-jun 11-jun Terugkomdag FS Inleveren stageverslag AFO FS deadline eindverslag AO VT 12-jun 13-jun Examencommissie FS-teammeeting jun 4-8 inleveren AFO verslagen BM/BT 17-jun 18-jun 19-jun 20-jun mondelinge presentaties AFO VT inleveren AFO verslagen CH/CT/PO/WT SLB overleg jun 4-9 FS-teammeeting inleveren afo verslagen BM & BT eindpresentaties FS TKD FS 24-jun Eindgesprekken AO VT POA-overleg eindpresentaties FS TKD FS 25-jun eindpresentaties CH/ PO eindgesprekken AFO VT Eindpresentaties BM/BT 26-jun 27-jun CH/PO eindpresentaties Eindpresentaties BM/BT Inleveren juniorstageverslagen FS inleveren verslag juniorstage BM & BT eindpresentaties CT/CH/PO Eindpresentaties BM/BT inleveren AFO verslagen FS Studiegids Life Sciences & Technology

58 Uitloopweken en start nieuwe studiejaar week datum p+w Life Sciences & Technology algemeen jun 4-10 Uitreiken herkansing assessment 1-jul Inleveren herkansing assessment 2-jul herkansing assessment (behalve FS) eindpresentatie BM&BT 3-jul Herkansing assessment FS Walk In NHL jul 28 7-jul jul 9-jul 10-jul 11-jul Personeelsuitje Examencommissie propedeuse-adviezen 9-12 uur Diplomering LS&T Zomervakantie 14 juli t/m 22 augustus aug Opleidingendag Start Introductieweek LS&T Endpresentatie BM/BT 26-aug 27-aug Endpresentatie BM/BT Hoorzittingen studie-adviezen Propedeuse Lastminute/infomarkt VHL Lastminute NHL 15:00-17:00 28-aug 29-aug 36 1-sep Inleveren stageverslag FS Eindpresentaties AFO FS Vergadering van de examencommissie LS&T over bindende studieadviezen Inleveren stageverslag FS Eindpresentaties AFO FS Studiegids Life Sciences & Technology

59 6.9 Het onderwijs Visie op leren: het opleidingsmodel Centrale gedachte in de visie op leren is dat de student verantwoordelijk is voor zijn/haar leerproces. De opleiding schept de condities, die effectief en efficiënt leren mogelijk maken. De activiteit van de docent bestaat er uit leiding te geven aan het leerproces en het leren van de student te ondersteunen; op eigen initiatief (m.n. door het geven van opdrachten) of op vraag van de student (n.a.v. het uitvoeren van opdrachten). De inrichting van het onderwijs (i.c. het instructiesysteem, programmasysteem en de werkorganisatie) en de (materiële) faciliteiten ondersteunen het zelfstandig leren optimaal. Vormgeving van het leren De toenemende eigen verantwoordelijkheid van de student komt naar voren in de geleidelijke ontwikkeling van de zelfsturing van zijn/haar leerproces. In de loop van de opleiding wordt deze groter. De student maakt een proces door van geleid leren via begeleid leren naar zelf leiding geven aan zijn/haar leren. De rol van de docent verschuift in de loop van de opleiding van opdrachtgever en organisator van het leerproces via opdrachtgever en ondersteuner van het leerproces naar ondersteuner en gever van feedback, waarbij de student als opdrachtgever van zichzelf fungeert. In dit laatste geval houdt de docent wel de eindverantwoordelijkheid. Concreet komt dit tot uiting in het feit dat de docent hierbij de initiatieven van een student sanctioneert en het eindresultaat beoordeelt. De context van het leren in samenhang met eisen van de beroepspraktijk Leersituaties worden geplaatst in een bij voorkeur realistische (en indien dit niet mogelijk is een d.m.v. simulaties zo realistisch mogelijk benaderde) context van de beroepsuitoefening. Er wordt daarom gewerkt met opdrachten, die een student ook in zijn/haar toekomstig beroep kan verwachten. De opdrachten doen een beroep op geleerde en nog gelijktijdig met de uitvoering aan te leren vaardigheden en kennis m.b.t. het vakgebied van Life Sciences. In toenemende mate worden in de praktijk meer en bredere professionele vaardigheden en houdingen gewenst. Het gaat dus om brede competenties die de afgestudeerde in staat stellen zijn/haar beroep uit te oefenen middels toepassing van vaardigheden en kennis op het vakgebied in combinatie met gebruikmaking van vaardigheden als samenwerken, nieuwe problemen oplossen, plannen, organiseren, initiatieven nemen, mondeling en/of schriftelijk presenteren of beslissingen nemen. De opdrachten zijn zo opgesteld dat een kernprobleem van het beroep aan de orde komt, waardoor verschillende leeraspecten tegelijkertijd aan bod komen. Het gaat zoals gezegd om toepassing van eerder geleerde vaardigheden en kennis. Iedere opdracht voegt daar nieuwe elementen aan toe. Bovendien neemt de complexiteit toe. Daarom worden parallel lopend aan de opdracht in de vorm van ondersteuning van de opdrachten nieuwe vaardigheden en kennis toegevoegd. Kennis en vaardigheden worden zo direct geplaatst in de context van de beroepsuitoefening. De student zal al doende intrinsiek gemotiveerd zijn om zich de aangedragen kennis en vaardigheden eigen te maken, omdat hij/zij ze direct kan toepassen en gebruiken bij de uitvoering van een opdracht. In de loop van de opleiding zal hij/zij zelf meer op zoek gaan naar benodigde kennis en aan te leren vaardigheden. Iets wat hij/zij later in zijn/haar beroep ook voortdurend zal moeten doen, gezien de snelle technologische (en maatschappelijke) ontwikkelingen. De omvang van opdrachten kan verschillen. Dit kan doordat bepaalde competenties opgesplitst worden in deelcompetenties, omdat zij anders te omvangrijk zouden zijn of doordat competenties meerdere keren aan bod komen op een verschillend, steeds hoger niveau of in een andere context. Ook kan er sprake zijn van een opbouw in complexiteit: in het begin van de opleiding een relatief eenvoudige en/of qua omvang kleine opdracht uitlopend naar complexe, langdurige opdrachten. De leerlijnen en hun samenhang Zoals al gezegd vervullen opdrachten een centrale rol in het curriculum. Gedurende de opleiding krijgen ze een steeds grotere plaats. Aanvankelijk nog aparte en door de opleiding geplande en georganiseerde kennis- en vaardigheidslijnen zullen langzaamaan niet meer uitdrukkelijk aanwezig zijn als van bovenaf en vooraf aangereikte, geplande onderwijsleersituaties. Studiegids Life Sciences & Technology

60 De student zal de bij de opdracht benodigde kennis en vaardigheden zelf op het spoor (moeten) komen en toepassen. Daar waar nog sprake is van afzonderlijke leerlijnen zullen docenten/begeleiders vanaf het begin niet het aparte moeten benadrukken, maar juist de routine van het integreren moeten aanleren en stimuleren. De manier waarop opdrachten zijn opgezet is in deze bepalend, zowel door de inhoud als de vorm en de te hanteren procedures. In de kennislijn is aandacht voor (wetenschappelijke) concepten, die in het vakgebied een belangrijke functie vervullen. Door middel van de opdrachten worden de competenties van de studenten tot het verrichten van samenhangende, cruciale beroepshandelingen getoetst. In feite zijn de opdrachten bedoeld om de competenties aan bod te laten komen in (zo realistisch mogelijke) beroepssituaties. De opdrachten, ondersteund door leeractiviteiten met kennis- en vaardigheidscomponenten staan centraal in het model. Voor de ondersteuning van het leerproces zijn er twee leerlijnen. Deze staan niet los van de kern (= opdrachten leren van vaardigheden leren van nieuwe kennis), maar maken er integraal deel van uit. De ervaringsreflectielijn en studieloopbaanlijn helpen de student om zijn leren efficiënt en effectief te doen verlopen. De student leert om na te denken over hoe hij/zij opdrachten en onderdelen ervan concreet aanpakt en of de tussentijdse en eindresultaten overeenkomen met de gestelde doelen. Ervaringen worden omgezet en doorvertaald naar gebruik in toekomstige leer- en beroepssituaties. Ook is er aandacht voor de integratie van persoonlijke en sociale vaardigheden. Tenslotte wordt de student intensief begeleid tijdens buitenschools te verrichten opdrachten. Voor de ordening en volgorde van de leerinhouden en opdrachten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: toenemende complexiteit; toenemende diversiteit en multidisciplinariteit; toenemende zelfstandigheid: van geleid naar volledig zelfstandig; van praktijksimulatie naar opdrachten, die in een realistische beroepssituatie worden uitgevoerd. In model In model ziet de visie op leren er als volgt uit: Kern is de integrale lijn: kenmerkende beroepsvraagstukken worden door middel van opdrachten op een projectmatige manier aangepakt met een direct daaraan gerelateerde ondersteuning van een kennis- en een vaardigheidslijn (Specifieke beroepsvaardigheden, projectvaardigheden, sociale en communicatieve vaardigheden). Kennislijn (als ondersteuning) Integrale lijn OPDRACHTEN Vaardigheis-lijn (ondersteuning) Studieloop-baanlijn + ervarings-reflect Jaar 1 Oriënteren Jaar 2 Jaar 3 Analyseren Startdocument (doelen en definities) Uitvoeren Jaar 4 Evalueren Verbeteren/Aanvullen Studiegids Life Sciences & Technology

61 De omvang en complexiteit van de opdrachten neemt toe in de loop van de opleiding ten koste van een expliciet aangebrachte en georganiseerde kennis- en vaardigheidslijn. De ervaringsreflectie- en de studieloopbaanlijn ondersteunen het primaire leerproces, maar voegen er vanuit hun eigen intrinsieke waarden ook wat aan toe. (NB vertikaal in het model staan de studiejaren: horizontaal de indeling van de studiejaren) Binnen dit onderwijs vervullen docenten verschillende rollen: 1. Deskundige: iedere docent overziet een deel van het vakgebied van de unit. Op grond van zijn expertise begeleidt hij studenten en levert een bijdrage aan de onderwijsontwikkeling. 2. Tutor: de studenten van een themagroep komen eenmaal in de week bijeen in de aanwezigheid van een tutor. Een tutor heeft de volgende taken: Stimuleren van het verwerven van een actieve onderwijsattitude Groepsproces bewaken; duidelijk maken waarom de groep en het groepswerk nuttig voor hen is. Hij/zij kan aangeven dat meeliftgedrag niet getolereerd hoeft te worden. Daarnaast zal hij/zij moeten toezien op, systematisch werken, een goede taakverdeling en het vaststellen en nakomen van afspraken. Observeren, analyseren, feedback geven en beoordelen van studenten Bewaken van de voortgang van het werk van de groep 3. Modulecoördinator: de modulecoördinator is de docent, die verantwoordelijk is voor de roostering van het thema en voor de onderlinge afstemming van alle onderdelen. Ook is hij/zij de contactpersoon met het roosterbureau, de cijferadministratie, de studenten (mbt organisatorische zaken) en het opleidingsmanagement. De rol van modulecoördinator laat zich goed combineren met die van tutor of docent als inhoudsdeskundige. 4. Studieloopbaanbegeleider: Binnen competentiegericht onderwijs staat de individuele ontwikkeling van competenties van de student centraal. In het ontwikkelingstraject van de student neemt de studieloopbaanbegeleiding (SLB) een centrale plaats in. SLB wordt in alle studiejaren aangeboden. Studieloopbaanbegeleiding (SLB) De studieloopbaanbegeleiding is coaching bij het pad dat je door je studie volgt. In je studie verwerf je competenties, dat is een combinatie van kennis, vaardigheden en houding. Als je bepaalde kennis of vaardigheden mist, dan adviseert je studieloopbaanbegeleider je om cursussen en trainingen te volgen. Bijvoorbeeld een sollicitatiecursus of een assertiviteitstraining. Als je houding nog niet aansluit bij de gewoonten van je werkveld, dan krijg je coaching in bijvoorbeeld reflectie of planning. Of je krijgt de keus uit een aantal sociale activiteiten, zoals helpen met meeloopdagen of open dagen. Dat heeft allemaal tot doel om jou beter te laten functioneren in je toekomstige werk. De student is de centrale persoon in SLB. Het is tenslotte zijn studie, waarin zijn competentieontwikkeling centraal staat. Studieloopbaanbegeleiding is de verbindende factor tussen alle activiteiten die de student onderneemt in het kader van zijn studie. In het curriculum is daarom voor SLB een aparte leerlijn opgenomen. Het doel van SLB is tweeledig: De student leert reflecteren op zijn eigen handelen en zijn studieresultaten. Dit doel wordt gerealiseerd door de student informatie te laten verzamelen over zichzelf, te laten nadenken over zichzelf en door hem een studieplanning te laten maken en verantwoorden. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is het portfolio. In het portfolio verzamelt de student documenten m.b.t. zijn studie. Welke documenten dat zijn, staat in de studentenhandleiding van de studieloopbaanbegeleiding. Deze handleiding staat in de Blackboard cursus Life Sciences Algemeen onder de knop Studieloopbaanbeg. Studiegids Life Sciences & Technology

62 De omvang van het onderwijselement SLB is gemiddeld 1 EC per periode. De studieloopbaanbegeleider beslist na afstemming met anderen over het toekennen van deze EC S. Hiervoor wordt de student beoordeeld aan de hand van de door de opleiding gegeven specificaties bij de opdrachten. In het algemeen zal de student moeten voldoen aan: Het voldoende uitvoeren van de SLB-opdrachten. Ingeleverde producten moeten voldoen aan de criteria. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan stagevoorbereiding. De student neemt deel aan de individuele gesprekken en bereidt zich daarop voor. Na afloop van elk gesprek maakt hij een verslag en stelt, waar nodig, zijn persoonlijk ontwikkelingsplan bij. De student maakt op basis van zijn portfolio een persoonlijk ontwikkelingsplan dat wordt besproken tijdens een studievoortgangsgesprek. De student stelt zijn studieplanning op naar aanleiding van het studievoortganggesprek. De studieplanning wordt besproken met de studieloopbaanbegeleider. Activiteiten in de studieloopbaanbegeleiding SLB kenmerkt zich door een afnemende sturing door de docent en een toenemende zelfstandigheid van de student. Dit betekent dat SLB in het eerste jaar meer sturend en meer gestructureerd van opzet is dan in de latere studiejaren. Voor een 4-jarig traject ziet de invulling per jaar er als volgt uit: In jaar 1 denken de studenten na over de gemaakte studiekeuze (zit ik hier goed), de overgang naar het HBO-onderwijs, de invulling van het tweede jaar, de (zelf)selectie, de diagnose en het verbeteren van de studievaardigheden die nodig zijn om efficiënt en effectief aan het competentiegericht onderwijs deel te nemen en het omgaan met het persoonlijke ontwikkelingsplan. Sommige programma s hebben in jaar 1 en begin jaar 2 keuze mogelijkheden (profileringsruimte). Van studenten wordt ook verwacht dat zij per periode hun activiteiten van de voorgaande periode reflecteren. Tenslotte wordt er in de propedeuse aandacht besteed aan het bindend studie advies. In jaar 2 staat het SLB traject in het teken van de stagevoorbereiding (juniorstage). Voordat een student concreet met de organisatie van zijn stage aan de slag kan heeft hij met zijn SLB er een stageoriëntatieplan (STOP) besproken. In jaar 3 staat naast reflectie en planning het werken aan de major en de minor centraal. In jaar 4 rondt de student zijn studie af. Het uitvoeren van het afstudeerproject is het sluitstuk van de opleiding, de meesterproef. Aan het eind van dit jaar komt de overgang van studie naar loopbaan. Voor andere dan 4-jarige studietrajecten worden de activiteiten aangepast aan de lengte van de studie en het competentieniveau van de student. De studieloopbaanbegeleider voert individuele gesprekken met studenten en kan groepsbijeenkomsten organiseren. Soms komt een gehele jaarklas bijeen in het kader van de studieloopbaan. Voor meer informatie raadpleeg je de Studentenhandleiding SLB. Definities & begrippen studieloopbaanbegeleiding Bindend Studieadvies Een besluit dat de examencommissie neemt op grond van de studievoortgang in jaar 1 over de voortzetting van de studie. In het examenreglement is het bindend studieadvies exact omschreven. Persoonlijk Ontwikkelingsplan Portfolio Studieplanning Studieloopbaanbegeleider Een plan dat, aan de hand van persoonlijke eigenschappen, studieresultaten en feedback beschreven is in te realiseren leerdoelen, activiteiten en te behalen resultaten. Een verzameling documenten in een digitaal dossier van de student. De documenten dienen als bewijsmateriaal aan de hand waarvan hij kan aantonen dat hij competenties beheerst. Op grond van een Persoonlijk Ontwikkelingsplan maakt een student keuzes mbt de verdere invulling van zijn studie (keuzes van stages, major en minoren) De studieloopbaanbegeleider begeleidt studenten bij het realiseren van zelfreflectie en keuzes maken ten aanzien van studie en beroep. Hij levert hierdoor een bijdrage aan het opleiden van zelfbewuste professionals en aan het principe van lifelong-learning. Studiegids Life Sciences & Technology

63 Studieloopbaanbegeleiding Studievoortgangsgesprek De studieloopbaanbegeleiding (SLB) is de ondersteuning en hulp die de studieloopbaanbegeleider biedt bij het leren reflecteren op, betekenis geven aan en keuzes maken ten aanzien van studie en beroep. Een gesprek tussen student en studieloopbaanbegeleider, dat gevoerd wordt aan de hand van het persoonlijke ontwikkelingsplan en portfolio en resulteert in nieuwe acties en een studieovereenkomst. Kijk voor meer informatie op Blackboard bij Life Sciences Algemeen onder het kopje studieloopbaanbeg. Praktische uitvoering van het model In hoofdlijnen hebben alle modules dezelfde structuur. Een module wordt gekenmerkt door een opdracht en een opdrachtgever, een inhoudsdeskundige, flankerend onderwijs en een tutor. De Opdracht De opdracht die studenten krijgen is het centrale hart van een module. Afhankelijk van de studiefase is deze meer of minder complex. Bij de opstartbijeenkomst wordt deze opdracht aan de studentengroep uitgereikt. Aan deze opdracht zullen zij de 9 weken werken. De opdracht kan worden afgerond met een presentatie, een jurygesprek, een verslag of rapport of met een beroepsproduct. Het plan van aanpak In week 1 en 2 moeten studenten een plan van aanpak schrijven: hoe zij van plan zijn om het probleem op te lossen. Dit plan van aanpak zal ook de experimenten bevatten die zij willen gaan uitvoeren. Het plan van aanpak moet door de opdrachtgever worden goedgekeurd alvorens studenten verder kunnen werken (go/no-go). Flankerend (Theoretisch) Onderwijs Docenten kunnen een aantal theoretische modellen of praktische handelingen, die voor het uitvoeren van de opdracht cruciaal zijn, klassikaal aan de studenten aan te bieden. Het ligt voor de hand om deze theorie of praktijk met het beoordelen van de opdracht mee te beoordelen. Onderwijs dat behoort bij de kennislijn kan in jaar 1 en 2 zelfstandig worden aangeboden. (het is wel onderdeel van het thema maar heeft geen relatie met de opdracht). Dit is kennis die studenten wel moeten hebben (bijvoorbeeld voor een opdracht van een periode later), of iets dat studenten moeten kunnen maar niet aan een opdracht gerelateerd kan worden. Deze vorm van onderwijs kan ook apart getoetst worden. De roostering van het onderwijs Studenten volgen 2 modules tegelijk, maar niet alle studenten volgen dezelfde combinatie van thema s. Daar er een beperkte capaciteit aan laboratoria, computers en andere middelen is en dat studenten effectief moeten kunnen studeren is een strikte roostering nodig. Modules met een A code hebben onderwijs op maandag en donderdag middag, modules met een B code op dinsdag en donderdagochtend, een C code heeft onderwijs op woensdag ochtend en vrijdag Doordat de helft van de studenten die een module (met bv een A code) ernaast een module met een B code volgt en de andere helft een met een C is uitwijken van de code erg lastig. Alle onderwijsactiviteiten (inclusief de examens ) moeten dus op de code uitgevoerd worden. Dit maakt dat ook de terugkoppelingsmomenten geroosterd moeten worden. Studiegids Life Sciences & Technology

64 Toetsbeleid Het toetsbeleid van de unit is gebaseerd op de opleidingsvisie en is als volgt geformuleerd: wordt ingezet als leermiddel (feedback voor student, sturing leerproces; formatief) en als middel om vast te stellen of de student bepaalde kwalificaties verworven heeft (certificering; summatief) Het toetsen vindt zoveel mogelijk plaats in reële beroepssituaties; kennis en vaardigheden worden daarbij zoveel als mogelijk geïntegreerd getoetst De wijze van toetsing sluit aan op de leerdynamiek van wat getoetst wordt (leerlijnen: integrale lijn, conceptuele lijn, enz.) Waar mogelijk wordt het werkveld betrokken bij de toetsing De verantwoordelijkheid om aan te tonen dat de student bepaalde competenties beheerst ligt niet in de eerste plaats bij de opleiding maar bij de student zelf Daarnaast zijn de volgende algemene uitgangspunten voor het toetsbeleid geformuleerd Iedere opleiding heeft zich te houden aan de wettelijke kaders m.b.t. toetsing. Dit betreft de richtlijnen m.b.t. de OER (Onderwijs Examen Reglement) en de informatie over de bekwaamheden van de individuele student. Iedere opleiding moet voldoen aan de internationaal vastgestelde Dublin Descriptoren. Deze descriptoren moeten zichtbaar een rol spelen in toetsingscriteria en normen. Iedere opleiding moet voldoen aan het vastgestelde beroepsprofiel. Dit wordt geborgd met het beroepenveld. Iedere opleiding moet voldoen aan de accreditatie-eisen m.b.t. toetsing De examencommissie is verantwoordelijk voor het gehele proces van examinering en de kwaliteit van de afgestudeerden, kortom de gehele toetsing. De examencommissie stelt ook de regels vast met betrekking tot de toetsing of organisatie van de toetsing. moet niet alleen de functie hebben leeractiviteiten op de korte termijn te stimuleren, maar moet worden gebruikt als instrument om aan te zetten tot en zicht te geven op de ontwikkeling van de student op de langere termijn, in het perspectief van de competenties die een beginnende beroepsbeoefenaar moet beheersen. Het onderwijs en het geven en ontvangen van feedback vormt hiervoor een essentieel aanknopingspunt. Toetsen moeten betrekking hebben op Specifieke kenmerken van de beroepscontext. Er moet daarbij niet alleen aandacht zijn voor kennis, maar ook voor vaardigheden in het omgaan met anderen, ethische aspecten, normen en waarden. Demonstratie van competent gedrag dient in zo realistisch mogelijke situaties plaats te vinden. Iedere opleiding voorziet in tenminste een summatief toetsmoment in het kader van het studieadvies, het propedeuse diploma en het afstuderen. Het evalueren van toetsing is onderdeel van de module-evaluatie Iedere opleiding beschikt over een uitgewerkt toetsplan, waarin de kwaliteit van de toetsing wordt verantwoord. Het toetsplan van een opleiding moet uitvoerbaar en financieel haalbaar zijn. In het toetsplan van de opleiding moeten de toetsvormen verantwoord worden, waarbij toetsvormen moeten passen bij de kenmerken van de leerlijn. De toetsing en toetsvormen moeten stimuleren tot leren en reflectie op ervaringen en ontwikkeling. Er moet voldoende variatie in toetsvormen zijn om de student te blijven prikkelen en uit te dagen tot construerend leergedrag. Het toetsplan van de opleiding behoort een verantwoording over de verhouding groeps- en individuele toetsmomenten te bevatten. is zodanig dat de beoordeling van de bekwaamheden van de individuele student gewaarborgd is. De verdeling van de toetsen en de soorten toetsen moet een afspiegeling zijn van de verdeling van de EC s over de leerlijnen. Iedere opleiding moet de verhouding summatief/ formatief toetsen verantwoorden, waarbij het beleid is dat het aandeel formatieve toetsen substantieel moet zijn. Concepten en vaardigheden worden via de integrale leerlijn getoetst, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken. Bij mondelinge summatieve toetsmomenten behoren altijd twee beoordelaars ingezet te worden. Binnen Life Sciences & Technology wordt de studieloopbaanlijn op uniforme wijze getoetst. De student is verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces en moet ook (zich)zelf leren beoordelen. De student behoort een actieve rol te hebben, onder meer door te analyseren en te reflecteren op de eigen ontwikkeling en het maken van keuzes en plannen voor verdere ontwikkeling. Studiegids Life Sciences & Technology

65 Aan het begin van de studie is het van belang dat de eerder verworven kwalificaties (EVC s) in beeld worden gebracht, op basis waarvan de student een passend programma kan doorlopen. Hierbij kan gedacht worden aan een intake-assessment voor een selecte groep nieuwe studenten of de gehele instroom Internationalisering Het doel van internationalisering binnen het Life Sciences and Technology is tweeledig. Enerzijds het voorbereiden van afgestudeerden op een beroepspraktijk in Nederland die steeds meer bepaald zal worden door internationale invloeden en anderzijds het voorbereiden op een beroep dat geheel of gedeeltelijk in het buitenland uitgeoefend zal worden.. Binnen de opleidingen wordt internationalisering verschillend ingevuld. Dit kan variëren van het doen van een korte of lange (project) stage in het buitenland, het gedurende een periode van 4 maanden tot een jaar studeren aan een buitenlandse universiteit of hogeschool of het uitvoeren van je afstudeeropdracht in het buitenland. Ook het behalen van een dubbeldiploma behoort tot de mogelijkheden. Bespreek dit soort mogelijkheden met je studieloopbaan-begeleider Bijkomende benodigdheden Boekenlijst Jaarlijks wordt een boekenlijst uitgebracht die aan alle (aankomende) studenten wordt toegezonden. Boeken worden slechts opgenomen op de lijst na parafering door een docent. De boekenlijst staat op Blackboard. Extra Studiekosten Bijkomende studiekosten voor de opleidingen van de unit Life Sciences & Technology. Door overname van ouderejaars of afgestudeerden kunnen bij sommige posten de kosten soms gedrukt worden. Boeken Introductie Excursiekosten Labjassen, veiligheidsbrillen ed Dictaten In het eerste studiejaar circa 400, -. Latere jaren is dit aanzienlijk minder. Maximaal 85,- in het 1 e studiejaar Reiskosten afhankelijk van type OV-jaarkaart en reisdoel Kunnen aangeschaft worden tijdens de introductieweek Bril Labjas Roervlo Spatel Pipetteerballon Pincet Extra aan te schaffen bij sommige modules Let op: betalen met gepast geld, geen pinautomaat aanwezig op school! 7,50 27,50 1,80 1,60 4,75 2,25 Maximaal per studiejaar: 100,- Studiegids Life Sciences & Technology

66 6.12 Klachtenprocedure Evaluaties Modules worden regelmatig geëvalueerd, waarbij studenten verbeterpunten kunnen aangeven. Het resultaat van de evaluaties en de te nemen acties naar aanleiding van de evaluaties worden besproken in de onderwijscommissie. Klachten over de organisatie en uitvoering van modules Studenten wordt geadviseerd bij klachten over modules contact op te nemen met de betrokken docenten en de modulecoördinator. Als dit niet leidt tot een oplossing kan het probleem besproken worden in de opleidingscommissie. Studenten kunnen het probleem inbrengen via de studentvertegenwoordigers in de opleidingscommissie of contact op nemen met de voorzitter van de opleidingscommissie. Klachten over de opbouw en uitvoering van het leerplan van een opleiding Studenten wordt geadviseerd bij klachten over het leerplan van een opleiding contact op te nemen met de voorzitter van het docententeam van de opleiding. Als dit niet leidt tot een oplossing kan het probleem besproken worden in de opleidingscommissie. Studenten kunnen het probleem inbrengen via de studentvertegenwoordigers in de opleidingscommissie of contact op nemen met de voorzitter van de opleidingscommissie. Klachten over het functioneren van docenten Studenten wordt geadviseerd bij klachten over het functioneren van docenten contact op te nemen met de directeur of de teamleiders van de unit Life Sciences & Technology Digitale informatiekanalen Hogeschool VHLmaakt gebruik van verschillende digitale informatiekanalen. Die verschillende onderliggende systemen kennen elk hun eigen autorisatieprocedures. Je krijgt dus met meer dan één password te maken. Je kunt vrijwel alle informatie via één toegangspoort vinden: Studentnet. Als je als student inlogt, komt je er automatisch op terecht. Studentnet Studentnet is de digitale studie- en informatiegids voor Hogeschool VHL. Op Studentnet vind je o.a. zaken die ook op papier te vinden zijn in deze studiegids voor zover het de eigen opleiding betreft. Daar waar beide versies verschillen, geldt dat de versie op Studentnet prioriteit heeft. Via Studentnet zijn de andere kanalen gemakkelijk bereikbaar. Eduweb Op Eduweb zie je o.a. mededelingen van de modulen waaraan je op dat moment deelneemt Via Eduweb kun je - naar de Blackboardcursussen waar je in die periode bij betrokken bent - naar je cijfers (in SIS) - naar het Studentnet - naar de bibliotheeksystemen van Van Hall en de WUR De EDUwebpagina is gepersonaliseerd. Dat wil zeggen dat je alleen informatie ziet die op dat moment voor jou van belang is. Verder informatie en instructies is te vinden in het Basispracticum Computergebruik Digitaal te vinden op Studentnet > Voorzieningen> ICT. Studiegids Life Sciences & Technology

67 7 Overzicht propedeusemodules Life Sciences & Technology Onderwijseenheid LAS100 Assessment Alle competenties uit propedeuse modulen van periode 1 t/m 3 De student kan meerdere competenties en kennisgebieden uit de propedeuse toe integraal toepassen op een vraagstuk uit het vakgebied van de opleiding Een student mag aan het assessment van het propedeusejaar meedoen als hij na het bekend worden van de uitslagen van periode 3 tenminste 30 ec studiepunten heeft gehaald. Voor een student die vrijstellingen heeft voor onderdelen van de propedeuse wordt deze norm aangepast, zoals beschreven i de studiegids. Iedere student doet in de 4 e periode van de propedeuse een assessment. Dit assessment is een mondelinge, individuele toetsing van de competenties, dat wil zeggen de kennis, vaardigheden en houdingsaspecten die in aangewezen propedeusemodulen van periode 1 tot en met 3 moeten zijn verworven. De competenties worden getoetst via een beroepsgerichte opdracht die eerst schriftelijk wordt voorbereid. Aan het behalen van het assessment wordt 1 ec toegekend. Het assessment moet elke student doen en moet gehaald worden om voor de propedeuse te kunnen slagen. Gedurende het jaar wordt er meer gedetailleerde informatie over het assessment verschaft. Studenten krijgen een informatiebrief waarin ze ook worden uitgenodigd voor een centrale voorlichting voor eerstejaars. 1 ec Schriftelijke opdracht 27.5 uur Mondeling assessment 0.5 uur Nederlands Werkvorm(en) Schriftelijke thuisopdracht, mondeling assessment Schriftelijke opdracht en mondeling (beide voldoende) Periode Jaar 1 periode 4 Verplichte literatuur Jaap Middeldorp Opmerkingen Onderwijseenheid LBM101VNA (PBM01) Welke infectie heeft deze patiënt Theorie De competenties van laboratorium diagnostiek medische microbiologie, functioneren als beroepsbeoefenaar en communiceren komen aan de orde op niveau i Studenten zijn zowel theoretisch als praktisch gespecialiseerd in een van de richtingen binnen het veld van medische microbiologie. Module LLS101VN werken in het laboratorium, certificaat VMT, Je bent werkzaam op een medisch diagnostisch laboratorium als analist. Een arts microbioloog van Izore, centrum voor infectieziekten te Leeuwarden, heeft een aantal casussen van patiënten die opgelost moeten worden (LBM101VNC). Om deze casussen op te lossen zal je eerst een aantal basisvaardigheden worden aangereikt d.m.v. flankerend onderwijs (LBM101VNA) en flankerend practicum (LBM101VNB). Vervolgens maak je een plan van aanpak hoe je deze casussen kunt oplossen. Met behulp van dit plan van aanpak kun je in de praktijk uiteindelijk vaststellen welk micro-organisme de infectie heeft veroorzaakt. Theorie; 2 ec: Colleges Zelfstudie 20 uur 32 uur Tentamen 4 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvorm(en) Tijdens deze module wordt de theorie duidelijk gemaakt m.b.v. PowerPointpresentaties. De lessen worden verzorgd door docenten van Izore, centrum voor infectieziekten te Leeuwarden. Theorie; 2 ec: (toetsvorm: multiple choice, cijfer) Kennis wordt getoetst d.m.v. een schriftelijke toets (tentamen). Periode 4 Anneke Uitterdijk - de Vries [email protected] Verplichte De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. literatuur Studiegids Life Sciences & Technology

68 Onderwijseenheid LBM101VNB (PBM01) Welke infectie heeft deze patiënt Practicum De competenties van laboratorium diagnostiek medische microbiologie, functioneren als beroepsbeoefenaar en communiceren komen aan de orde op niveau i Studenten zijn zowel theoretisch als praktisch gespecialiseerd in een van de richtingen binnen het veld van medische microbiologie. Module LLS101VN werken in het laboratorium, certificaat VMT, Je bent werkzaam op een medisch diagnostisch laboratorium als analist. Een arts microbioloog van Izore, centrum voor infectieziekten te Leeuwarden, heeft een aantal casussen van patiënten die opgelost moeten worden (LBM101VNC). Om deze casussen op te lossen zal je eerst een aantal basisvaardigheden worden aangereikt d.m.v. flankerend onderwijs (LBM101VNA) en flankerend practicum (LBM101VNB). Vervolgens maak je een plan van aanpak hoe je deze casussen kunt oplossen. Met behulp van dit plan van aanpak kun je in de praktijk uiteindelijk vaststellen welk micro-organisme de infectie heeft veroorzaakt. Practicum; 2 ec: Voorbereiding 16 uur Uitvoering 24 uur Rapportage 16 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvorm(en) Tijdens deze module wordt er zelfstandig en in groepsverband gewerkt aan praktische vaardigheden. Deze praktische vaardigheden zijn nodig om LBM101VNC uit te kunnen/mogen voeren. Practicum; 2 ec: : weekopdrachten, moeten voldoende zijn, met aanvullende opdrachten herkansing mogelijk. De practica worden beoordeeld op basis van uitvoering en d.m.v. in te leveren weekopdrachten. Tijdens het hele praktijk gedeelte wordt de student door de docent beoordeeld op zijn/haar vorderingen wat betreft labvaardigheden, interpretaties van de verschillende patiënte materialen en bijbehorende determinatie testen. Periode 4 Anneke Uitterdijk - de Vries [email protected] Verplichte De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. literatuur Onderwijseenheid Werkvorm(en) LBM101VNC (PBM01) Welke infectie heeft deze patiënt Opdracht De competenties van laboratorium diagnostiek medische microbiologie, functioneren als beroepsbeoefenaar en communiceren komen aan de orde op niveau i Studenten zijn zowel theoretisch als praktisch gespecialiseerd in een van de richtingen binnen het veld van medische microbiologie. Module LLS101VN werken in het laboratorium, certificaat VMT, LBM101VNB Je bent werkzaam op een medisch diagnostisch laboratorium als analist. Een arts microbioloog van Izore, centrum voor infectieziekten te Leeuwarden, heeft een aantal casussen van patiënten die opgelost moeten worden (LBM101VNC). Om deze casussen op te lossen zal je eerst een aantal basisvaardigheden worden aangereikt d.m.v. flankerend onderwijs (LBM101VNA) en flankerend practicum (LBM101VNB). Vervolgens maak je een plan van aanpak hoe je deze casussen kunt oplossen. Met behulp van dit plan van aanpak kun je in de praktijk uiteindelijk vaststellen welk micro-organisme de infectie heeft veroorzaakt. Opdracht; 3 ec: Onderzoeksvoorstel 36 uur Experimenten Procesontwerp Poster presentatie 24 uur 10 uur 4 uur Voorbereiding presentatie 10 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Tijdens deze module wordt er zelfstandig en in groepsverband gewerkt aan een opdracht die praktisch uitgevoerd dient te worden. Voor de opdrachten dient met een PVA te maken. Uiteindelijk zal men van de opdrachten een poster moeten maken. De arts-microbioloog van Izore, centrum voor infectieziekten te Leeuwarden, zal een patiëntcasus uitzoeken en die aan jullie voorleggen om verder uit te werken. Naast de integrale opdrachten wordt de kennis ondersteund door flankerende theorie (LBM101VNA) en praktische vaardigheden (LBM101VNB). Studiegids Life Sciences & Technology

69 Opdracht; 3 ec: toetsing: <beroepsproduct>, v/o, min. 80% aanwezigheid bij werkgroep bijeenkomst, actieve deelname. Het plan van aanpak is een groepsproduct. Het moet voldoen aan criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. De individuele toetsing vindt plaats door iedere student tijdens de uitvoering te beoordelen op correcte uitvoering en interpretaties. Tijdens tutorgesprekken met docenten wordt de samenwerking, voortgang van het proces toegelicht. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van het pva, de bijdrage van de student aan de opdracht, de toelichting van het uitgevoerde werk tijdens het tutorgesprek en posterpresentatie. Periode 4 Anneke Uitterdijk - de Vries [email protected] De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. Verplichte literatuur Onderwijseenheid Werkvorm(en) LBM102VNA (PBM02-A) Afweer of afkeer Casusopdracht tutorgroep De volgende competenties komen in deze module aan bod: - Literatuuronderzoek in het kader van een immunologische casus (onderzoeken, effectief communiceren en samenwerken, verslaglegging). Na afronding van de module is de student in staat: - Gericht literatuuronderzoek te verrichten in het kader van een immunologische casusopdracht, immunologische mechanismen m.b.t. de casus te struktureren en zowel mondeling te presenteren als schriftelijk in een verslag vast te leggen. Geen beginvereisten In deze module onderzoeken studenten in kleine tutorgroepjes immunologische processen aan de hand van een immunologische casus De studiebelasting bedraagt 3 EC. Deze zijn als volgt verdeeld: Aanpak van de casus door tutorgroepje; 1 EC Presentatie casus : 1 EC Verslaglegging casus: 1 EC Nederlands Tutorbijeenkomsten, communiceren en plannen, literatuuronderzoek, verslaglegging, presentatie presentatie / verslaglegging Periode 4 Verplichte literatuur Navorsing van enkele recente [na 2000] voor de casus relevante wetenschappelijke artikelen Anneke de Reuver ([email protected]) Onderwijseenheid LBM102VNB (PBM02-B) Afweer of afkeer Theorie Immunologie De volgende competenties komen in deze module aan bod: - De basisprincipes en mechanismen van de immuunrespons Na afronding van de module is de student in staat: De mechanismen van een normaal werkend immuunsysteem te beschrijven op het niveau van interacties tussen betrokken cellen, cytokines, receptoren e.d., en heeft een globaal inzicht in oorzaak / mechanisme van enkele gangbare immunologische afwijkingen, zoals allergie, auto-immuunzioekten, transplantatie en afstotingsverschijnselen e.d. Geen beginvereisten In deze module krijgt de student een inleiding in de werking van een normaal werkend immuunsysteem op celniveau, alsmede in enkele gangbare afwijkingen. De studiebelasting bedraagt 2 EC. Deze zijn als volgt verdeeld: Onderdeel Casusopdrachten: 2 EC - Colleges: 4 x 2 uren - Zelfstudie: ca uren - Tentamen : 1,5 uur Nederlands Studiegids Life Sciences & Technology

70 Werkvorm(en) - Hoorcolleges, zelfstudie Tentamen / herkansing: Belgische meerkeuzevragen, aangevuld met enkele open vragen of open vrage. Periode 4 Verplichte literatuur Campbell, Reece, Biology, 7 e druk, hoofdstuk 43 A.de Reuver, [email protected] Onderwijseenheid LBM102VNC (PBM02-C) Afweer of afkeer Practicum immunologische technieken De volgende competenties komen in deze module aan bod: - het uitvoeren van tenminste 4 gangbare immunologische technieken Na afronding van de module is de student in staat: - de immunologische technieken: agglutinatie, turbidimetrie, immuunfluorescentie en Elisa correct uit te voeren, en te interpreteren aan de hand van meetbriefverslaglegging Geen beginvereisten In deze module voeren studenten, na een korte inleiding over het principe van deze technieken, in tweetallen bovengenoemde technieken uit, met behulp van commerciële kits. Van elke proef wordt een meetbrief opgesteld waarin tenminste: korte inleiding, testprincipe, waarnemingen / resultaten, berekening (titer), en conclusie / discussie. De studiebelasting bedraagt 2 EC. Deze zijn als volgt verdeeld: - Aanwezigheid uitvoering technieken: 1 EC - Goedgekeurde Meetbrieven : 1EC Nederlands Werkvorm(en) Praktica, schrijven ven meetbrieven. Vier goedgekeurde (evt. na correctie) meetbrieven. Periode 4 Verplichte literatuur Prakticumhandleiding immunologie A.de Reuver, ([email protected]) Onderwijseenheid LBT01VNA (PBT01) Cel en Weefselkweek Theorie De competenties Bt4;) ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategien voor biotechnologisch onderzoek) en Bt5; (ontwerpen en toepassen van teelsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) komen aan de orde op niveau i theoretisch kennis van de plantaardige en dierlijke cel- en weefselkweek binnen het veld van de biotechnologie met betrekking op competenties Bt4i en Bt5i Werkvorm(en) Module PLS01 werken in het laboratorium, certificaat VMT, Cel- en weefselkweektechnieken worden al gedurende een groot aantal jaren toegepast in vele laboratoria. Jaarlijks worden vele nieuwe media en kweektechnieken aan het repertoire toegevoegd. De mogelijkheid om cellen maar ook complete weefsels te kunnen kweken en behouden heeft een enorme impact gehad op bijv. veredeling en onderzoek. De ontwikkeling van deze technieken is echter nog niet afgerond en er komen steeds uitgebreidere toepassingsmogelijkheden. in dit thema wordt ingegaan op dierlijke en plantaardige toepassingen van cel en weefselkweektechnieken. Onderdeel A (Theorie); 3 ec: Colleges Zelfstudie Tentamen 42 uur 32 uur 6 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Hoor en werkcollege s Onderdeel A (Theorie); 3 ec: Studiegids Life Sciences & Technology

71 Periode 3 (toetsvorm: multiple choice, en/of open vragen) Kennis wordt getoetst d.m.v. een schriftelijke toets (tentamen). Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. Erik de Groot (GRE) Onderwijseenheid LBT01VNB (PBT01) Cel en Weefselkweek Opdracht dier De competentie Bt4;) ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategien voor biotechnologisch onderzoek) komt aan de orde op niveau i Studenten hebben praktisch kennis en vaardigheden in de dierlijke cel- en weefselkweek binnen het veld van de biotechnologie met betrekking op competenties Bt4i Werkvorm(en) Module PLS01 werken in het laboratorium, certificaat VMT, Cel- en weefselkweektechnieken worden al gedurende een groot aantal jaren toegepast in vele laboratoria. Jaarlijks worden vele nieuwe media en kweektechnieken aan het repertoire toegevoegd. De mogelijkheid om cellen maar ook complete weefsels te kunnen kweken en behouden heeft een enorme impact gehad op bijv. onderzoek. De ontwikkeling van deze technieken is echter nog niet afgerond en er komen steeds uitgebreidere toepassingsmogelijkheden. Aan de hand van opdrachten wordt in dit thema ingegaan op het gebied van dierlijke toepassingen van cel en weefselkweektechnieken. Onderdeel B (opdracht dier ); 2 ec: Voorbereiding 16 uur Uitvoering Rapportage Praktijk 24 uur 8 uur 8 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Tijdens deze module wordt er zelfstandig en in groepsverband gewerkt aan een opdracht waarvan een schriftelijke verslaglegging wordt gemaakt. Naast de integrale opdrachten wordt de kennis ondersteund door flankerende theorie en praktische vaardigheden. De praktische vaardigheden worden getoetst tijdens het practica en d.m.v. in te leveren opdrachten. Onderdeel B Opdracht dier; 2 ec: Verslaglegging van een dierlijke weefselkweek van verschillende weefsels (fibroblast, lever en hersencellen) Verslaglegging van de integrale opdracht Periode 3 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. Erik de Groot (GRE) Onderwijseenheid LBT01VNC (PBT01) Cel en Weefselkweek Opdracht plant De competentie Bt5; (ontwerpen en toepassen van teelsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) komt aan de orde op niveau i Studenten hebben praktisch kennis en vaardigheden in de plantaardige cel- en weefselkweek binnen het veld van de biotechnologie met betrekking op competentie Bt5i Module PLS01 werken in het laboratorium, certificaat VMT, Cel- en weefselkweektechnieken worden al gedurende een groot aantal jaren toegepast in vele laboratoria. Jaarlijks worden vele nieuwe media en kweektechnieken aan het repertoire toegevoegd. De mogelijkheid om Studiegids Life Sciences & Technology

72 cellen maar ook complete weefsels te kunnen kweken en behouden heeft een enorme impact gehad op bijv. veredeling en onderzoek. De ontwikkeling van deze technieken is echter nog niet afgerond en er komen steeds uitgebreidere toepassingsmogelijkheden. Aan de hand van opdrachten wordt in dit thema ingegaan op het gebied van dierlijke en plantaardige toepassingen van cel en weefselkweektechnieken. Werkvorm(en) Onderdeel C (opdracht plant ); 2 ec: Voorbereiding 16 uur Uitvoering Rapportage Praktijk 24 uur 8 uur 8 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Tijdens deze module wordt er zelfstandig en in groepsverband gewerkt aan een opdracht waarvan een schriftelijke verslaglegging wordt gemaakt. Naast de integrale opdrachten wordt de kennis ondersteund door flankerende theorie en praktische vaardigheden. De praktische vaardigheden worden getoetst tijdens het practica en d.m.v. in te leveren opdrachten. Onderdeel C. Opdracht; 2 ec: Verslaglegging van een plantaardige celkweek Verslaglegging van de integrale opdracht Periode 3 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. Erik de Groot (GRE) Onderwijseenheid Werkvorm(en) LCH101VNA (PCH01) Syntheses Project Chemie en CT: De competentie Experimenteren komt aan de orde op niveau i Het aanleren van basistechnieken in de organische chemie: scheidingstechnieken, isolatie- en zuiveringstechnieken en identificatiemethoden en het uitvoeren van syntheses. Het leren en toe kunnen passen van een aantal theoretische basisconcepten in de organische chemie zoals atoombouw, molecuulbouw, functionele groepen en chemie van alkanen, alkenen en alkynen. Module PLS01 werken in het laboratorium Nadat je in een flankerend practicum basistechnieken hebt geleerd, ga je in een project een synthese optimaliseren (bv. aspirine). Daarnaast volg je een college dat de basis van de organische chemie behandelt. Onderdeel A (Project); 3 ec: PVA en voorbereiding 25 u Uitvoering Syntheses: 25 u Rapportage: 15 u Jurygesprek en voorbereiding: 10 u Projectoverleg: 9 u Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur -Het uitvoeren van de basispractica en de syntheses in tweetallen. -Het schriftelijk rapporteren van resultaten -Zelfstudie A. Project (3 ec): go/no go criteria: A1 Plan van Aanpak en optimalisatievoorstel A2 Individueel labjournaal centrale opdracht A3 Uitvoeren van de syntheses A5 Individuele beoordeling projectwerk Studiegids Life Sciences & Technology

73 Periode 2 Eindcijfer is een gemiddelde van : A4 Groepseindverslag of individueel labjournaal en A6 Jurygesprek Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. E. A. de Jong; [email protected]; JOE Opmerkingen Onderwijseenheid LCH101VNB (PCH01) Syntheses Theorie Chemie en CT: Elementen uit de Body of Knowledge: Algemene Chemie en Organische Chemie Het leren en toe kunnen passen van een aantal theoretische basisconcepten in de organische chemie zoals atoombouw, molecuulbouw, functionele groepen en chemie van alkanen, alkenen en alkynen. Werkvorm(en) Module PLS01 werken in het laboratorium Je volgt een college dat de basis van de organische chemie behandelt. Onderdeel B (Theorie); 3 ec: Colleges Zelfstudie 16 uur 66 uur Tentamen 2 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur -Hoorcollege -Zelfstudie B. Flankerende theorie (3 ec): toetsing d.m.v. schriftelijk tentamen. Voor details zie themahandleiding Periode 2 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. E. A. de Jong; [email protected]; JOE Studiegids Life Sciences & Technology

74 Onderwijseenheid Werkvorm(en) LCH101VNC (PCH01) Syntheses Practicum Chemie en CT: De competentie Experimenteren komt aan de orde op niveau i Het aanleren van basistechnieken in de organische chemie: scheidingstechnieken, isolatie- en zuiveringstechnieken en identificatiemethoden en het uitvoeren van syntheses. Het leren en toe kunnen passen van een aantal theoretische basisconcepten in de organische chemie zoals atoombouw, molecuulbouw, functionele groepen en chemie van alkanen, alkenen en alkynen. Module PLS01 werken in het laboratorium In dit flankerend practicum leer je basistechnieken Onderdeel C (Practicum); 1 ec: Voorbereiding 8 uur Uitvoering 15 uur Rapportage 5 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur -Het uitvoeren van de basispractica en de syntheses in tweetallen. -Het schriftelijk rapporteren van resultaten -Zelfstudie C. Flankerend practicum(1 ec): vind plaats op basis van labjournaal en practisch werk. Voor details zie themahandleiding Periode 2 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. E. A. de Jong; [email protected]; JOE Studiegids Life Sciences & Technology

75 Onderwijseenhei d LCH121VNA(PCH21) Chromatografie De student kan rapporteren over zelfstandig verkregen resultaten van instrumentele chemische analyses. De student heeft elementaire kennis verworven over de technieken; Chromatografie: GC, HPLC. Massaspectrometrie: MS. Spectrometrie: ICP en Chemische Analyses. De student heeft kennis verworven over Kwaliteitsborging (QA/QC). De student heeft elementaire kennis verworven over chemische evenwichten: zuren, basen, buffers. De student kent soorten fouten (toevallig, systematisch), juistheid, precisie, significante cijfers, afrondingsinterval PLS01 Werken in het lab, met een voldoende voor het onderdeel veilig werken in het laboratorium (chemie practicum) en de veiligheidstoets chemie Analytische chemie is een heel breed vakgebied. Een doel van deze module is je theoretische kennis van analytische chemie en van kwaliteit van analyses te vergroten, en deze kennis te integreren in praktisch werk. Naast theorie en practicum werk je mee aan een centrale opdracht: het project. In je projectbeschrijving zou bijvoorbeeld kunnen staan dat bij een controle een partij whisky is aangetroffen met een etiket van een bepaald merk. Aan de echtheid wordt getwijfeld. Je krijgt de opdracht een chromatografische methode te ontwikkelen, te optimaliseren en te valideren waarmee de echtheid van de whisky onderzocht kan worden, en waarmee relevante stoffen die in kleine hoeveelheden voorkomen kwantitatief bepaald kunnen worden. Hiervoor is het nodig een chromatografische bepalingsmethode op te zetten. De technieken train je in het vaardighedenpracticum van dit thema (4 dagdelen). Je werkt uur actief op het lab aan het praktijkdeel van de projectopdracht. De resultaten verwerk je in een groepsverslag en in een PowerPoint Presentatie Onderdeel A (Practicum); 2ec Voorbereiden: 18 uur; Uitvoering: 20 uur; Verwerking: 18 uur Studiegids Life Sciences & Technology

76 Onderdeel B (Theorie); 2ec Colleges: 20 uur; Zelfstudie: 23 uur; Tentamens: 8 uur Onderdeel C (Project); 3ec PVA: 28 uur; Experimenten: 28 uur; Rapportage: 28 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Hoorcollege, werkcollege, practicum, werkgroep toets beoordeling registratie ec Periode 4 Verplichte literatuur A1 groepsverslag A2 individuele toets A3 individuele feedback A4 jurygesprek voldaan Voldaan Voldaan cijfer A 3 B tentamen chemie cijfer B 2 C labjournaal cijfer C 2 Een aantal hoofdstukken uit een recente druk (4e druk of nieuwer) van Harris, Exploring Chemical Analysis, Uitg. Freeman. ISBN-13: Prijs ca. 59,- H.M. Raadschelders en M.F.M. den Rooijer, Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium. Uitgever: Syntax Media. EAN: Hiernaast: tijdschriftartikelen, practicumhandleiding, themahandleiding etc. Raadpleeg voor de meest actuele boekenlijst Studentnet of Blackboard S. weitering ([email protected]) Onderwijseenheid LCT122VNA Unit Operations Integrale opdracht De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) competenties 1 onderzoeken,i 2b bedrijven,i 9 professionele ontwikkeling, I Body of knowledge: 1a Bedrijfseconomie, niveau K 3 Materiaalkunde, niveau K 4 Milieukunde, niveau K 5 Modelleren, niveau K 6b procesbeschrijving niveau K 8 Systematische probleemaanpak, niveau T 9ab Unit Operations niveau T onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT materiaalkunde milieukunde modelleren procesbeschrijving statistiek systematische probleemaanpak unit operations toets beoordeling I I I I a:k b:t K K K b:k a:k T ab:t A1 bestuderen UOP Go/NoGo A2 I a:k K K b:k T ab:t D1 prof.ontw. deel A2 werk A2 voortgang deel A2 werk I A2 werk 0,4 cijfer>55 A2 verslag 0,4 cijfer>55 I I K K b:k T ab: T A2 presentatie 0,2 cijfer>55 De onderstaande kennis en vaardigheden worden als bekend beschouwd: Wiskunde: Oplossen van stelsel vergelijkingen, logaritmen en exponenten; Scheikunde: havo niveau Mechanica en warmteleer op havo niveau: stofeigenschappen, temperatuur, kracht, arbeid, energie en vermogen Kunnen werken met excel als rekenblad. Studiegids Life Sciences & Technology

77 Life Sciences R&D voert procestechnologische opdrachten uit voor bedrijven. De onderstaande opdrachten zijn uitgevoerd door projectingenieurs van Life Sciences R&D. Dit soort opdrachten zal jij later ook uit gaan voeren, mogelijk al tijdens je studie. Het is dan wel aan jou de taak om aan te tonen dat je competent bent. Daarom vragen we jou om deze vragen of een deel ervan te beantwoorden of de opdracht uit te voeren. Uiteraard wordt je ondersteund door middel van training en begeleiding bij de opdracht, maar - jij wordt de professional - dus je zal het werk zelf moeten doen Praktijkvoorbeelden zijn: zuiver een stroom van 1 m 3 /h afvalwater met een concentratie fenol van 0,1 mg/l door middel van een actief koolfilter een waterstroom met een debiet van 9000 kg/h moet worden ingedampt zodat de NaCl concentratie stijgt van 1% tot 3% aan welke specificaties moet een centrifuge voldoen om glasdeeltjes uit een waterstroom van 10 m 3 /u te halen ontwerp een eloktrodialyseapparaat waarmee zeewater gezuiverd wordt van 3% zout naar 1% zout ten behoeve van de productie van polyetheen wordt 25 ton/h etheen in de secundaire compressor van 250 op 2500 bar gebracht. Hoe ziet de specsheet voor een dergelijke compressor er uit? In de papierindustrie wordt een vacuümpomp gebruikt om pulp in te dampen. Het vacuüm is 35 kpa en de pomp moet 150 Nm 3 /min damp afpompen bij 80 o C. Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec: 112 uur In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands Aan de integrale opdracht zal gewerkt worden in projectgroepen van 3-5 personen. Elke projectgroep wordt Werkvorm(en) begeleid door een vakdocent/tutor. Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec: De creditpoints worden toegekend als aan de volgende criteria is voldaan: De projectgroep waar de student deel van uit maakt, levert een voorstel voor een stromingsmodel, dat voldoet aan de gegeven criteria. Het voorstel wordt beschreven in een rapport en een presentatie. De student verantwoordt tijdens wekelijkse voortgangsgesprekken van de projectgroep zijn bijdrage aan de totstandkoming van het stromingsmodel. De student kan zijn voorstellen verantwoorden vanuit relevante concepten (theorie) en gevonden informatie. De student bewaakt op basis van het plan van aanpak de voortgang van het project. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van de groepsproducten en de bijdrage van de student aan de uitvoering van de integrale opdracht. Zowel de groepsproducten als de bijdrage van de student moeten voldoende zijn. Periode 4 Verplichte literatuur H.E.A.van den Akker, Fysische Transportverschijnselen; 2 e druk isbn Ton.Spekreijse ([email protected]) Onderwijseenheid LCT122VNB Unit Operations Theorie fysische transportverschijnselen 1 De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) Body of knowledge: 5 Modelleren, niveau K onderzoeken bedrijven experimenteren ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen materiaalkunde instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT milieukunde modelleren toets beoordeling I I I I a:k b:t K K K b:k a:k T ab:t B1 toets warmteoverdracht 0,5 cijfer>55 K K procesbeschrijving statistiek systematische probleemaanpak unit operations De onderstaande kennis en vaardigheden worden als bekend beschouwd: Wiskunde: Oplossen van stelsel vergelijkingen, logaritmen en exponenten; Scheikunde: havo niveau Mechanica en warmteleer op havo niveau: stofeigenschappen, temperatuur, kracht, arbeid, energie en vermogen Kunnen werken met excel als rekenblad. Je leert warmte- en stofoverdracht: stationaire situaties Studiegids Life Sciences & Technology

78 Werkvorm(en) kentallen van Nu en Sh Onderdeel C (Theorie); 2 ec In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands Les Onderdeel B (Theorie); 2 ec: Tentamen. Periode 4 Verplichte literatuur H.E.A.van den Akker, Fysische Transportverschijnselen; 2 e druk isbn Ton.Spekreijse ([email protected]) Onderwijseenheid Werkvorm(en) LCT122VNC (PCT22) Unit Operations Prakticum De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) competenties 2 experimenteren,i onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen materiaalkunde instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT milieukunde modelleren toets beoordeling I I I I a:k b:t K K K b:k a:k T ab:t C1 prakt.meerapporten 0,5 cijfer>55 I procesbeschrijving statistiek systematische probleemaanpak unit operations De onderstaande kennis en vaardigheden worden als bekend beschouwd: Wiskunde: Oplossen van stelsel vergelijkingen, logaritmen en exponenten; Scheikunde: havo niveau Mechanica en warmteleer op havo niveau: stofeigenschappen, temperatuur, kracht, arbeid, energie en vermogen Kunnen werken met excel als rekenblad. Je leert warmte- en stofoverdracht in de praktijk. Onderdeel C (Practicum); 1 ec In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands Les en prakticum Onderdeel C (Practicum); 1 ec: Per experiment een meetrapport. Alle meetrapporten moeten voldoende zijn. Periode 4 Verplichte H.E.A.van den Akker, Fysische Transportverschijnselen; 2 e druk isbn literatuur Ton.Spekreijse ([email protected]) Onderwijseenheid LFS101VNA (PFS01) Chemisch sporenonderzoek Practicum Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek (biologisch en chemisch sporenonderzoek De student kan binnen een forensische context rapporteren over zelfstandig verkregen resultaten van instrumentele chemische analyses. De student heeft elementaire kennis verworven over de technieken FTIR, GLC, AAS, LLE en SLE LLS101 Werken in het lab, met een voldoende voor het onderdeel veilig werken in het laboratorium Studenten krijgen practicumopdrachten waarbij kennismaken met monstervoorbewerkingstechnieken en instrumentele analysetechnieken centraal staan. Onderdeel A (Practicum); 2ec Voorbereiden: 18 uur; Uitvoering: 20 uur; Verwerking: 18 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Studiegids Life Sciences & Technology

79 Werkvorm(en) Hoorcollege, werkcollege, practicum, werkgroep toets beoordeling registratie ec Periode 2 en 3 A labjournaal cijfer A 2 Verplichte literatuur Practical Skills in Forensic Science, Alan Langford, e.a.; (2e edition, 2010, Pearson, Prentice Hall Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium, H.M. Raadschelders, M.F.M. den Rooijen; Heronreeks / Syntax Media C.J. Versprille ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

80 Onderwijseenheid LFS101VNB (PFS01) Chemisch sporenonderzoek Theorie Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek (biologisch en chemisch sporenonderzoek De student kan binnen een forensische context rapporteren over zelfstandig verkregen resultaten van instrumentele chemische analyses. De student heeft elementaire kennis verworven over de technieken FTIR, GLC, AAS, LLE en SLE LLS101 Werken in het lab, met een voldoende voor het onderdeel veilig werken in het laboratorium Colleges analytische chemie en statistiek. Onderdeel B (Theorie); 2ec Colleges: 25 uur; Zelfstudie: 23 uur; Tentamens: 8 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Hoorcollege, werkcollege, practicum, werkgroep toets beoordeling registratie ec B1 tentamen chemie B2 tentamen statistiek 0,50 cijfer 0,50 cijfer B 2 Periode 2 en 3 Verplichte literatuur Practical Skills in Forensic Science, Alan Langford, e.a.; (2e edition, 2010, Pearson, Prentice Hall Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium, H.M. Raadschelders, M.F.M. den Rooijen; Heronreeks / Syntax Media C.J. Versprille ([email protected]) Onderwijseenheid LFS101VNC (PFS01) Chemisch sporenonderzoek Project Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek (biologisch en chemisch sporenonderzoek De student kan binnen een forensische context rapporteren over zelfstandig verkregen resultaten van instrumentele chemische analyses. De student heeft elementaire kennis verworven over de technieken FTIR, GLC, AAS, LLE en SLE LLS101 Werken in het lab, met een voldoende voor het onderdeel veilig werken in het laboratorium Studenten krijgen de opdracht plaats delict materiaal praktisch te analyseren op de aanwezigheid van chemische sporen. De chemische analyse resultaten van dit onderzoek worden beschreven in een groepsverslag. Onderdeel C (Project); 3ec PVA: 28 uur; Experimenten: 28 uur; Rapportage: 28 uur; Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Studiegids Life Sciences & Technology

81 Werkvorm(en) Hoorcollege, werkcollege, practicum, werkgroep toets beoordeling registratie ec C1 groepsverslag cijfer C2 individuele toets +/- 0,6 (op 10) C3 individuele feedback Voldaan C 3 Periode 2 en 3 Verplichte literatuur Practical Skills in Forensic Science, Alan Langford, e.a.; (2e edition, 2010, Pearson, Prentice Hall Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium, H.M. Raadschelders, M.F.M. den Rooijen; Heronreeks / Syntax Media C.J. Versprille ([email protected]) Onderwijseenheid LFS102VNA (PFS02) Cybercrime: Think bad, think like a criminal Prakticum De competentie Functioneren als beroepsbeoefenaar (FS1) komt aan de orde op niveau 1 De competentie Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensische informatica (FS4) komt aan de orde op niveau 1 Werkvorm(en) Door praktijk ervaring opdoen op het gebied van Social Engineering. Aan de hand van prakticumopdrachten de datastructuur van digitale media kunnen ophelderen en volgens forensisch protocol kunnen klonen, digitaal sporenonderzoek kunnen uitvoeren en documenteren. In het bijzonder traceren en restaureren van verloren data en digitale identificatie van gebruikersspoor ophelderen en vastleggen in een Proces Verbaal (PV) Verkrijgen van inzicht in (computer)netwerkstructuren en de datastromen door monitoring van het netwerk. Geen Social Engineering; Principes netwerken (OSI-model, TCP/IP); Digitale media (flashcards, USB sticks en harde schijven); Principes hacking, cryptografie en steganografie; Log File analyse en Internet Usage Analyse; Gebruik forensische tools; Werken volgens stappenplan forensisch onderzoek/protocollen. Student maakt kennis met basis technieken voor digitaal spooronderzoek: begrijpen van het frame analyse pakket Ethereal/Wireshark; Maken kennis met de Forensische Toolkit (FTK) en leren de werking ervan te beheersen. Begrippen als cryptography en steganography kunnen plaatsen. Beheersing van het OFFICE pakket voor rapportage (deskundigen onderzoek, Proces Verbaal) en presentatie Onderdeel A: Prakticum Rapportage PV s Praktijkoefeningen 30 uur 30 uur 4EC s Literatuur onderzoek 30 uur Nederlands Nederlands en Engelse vakliteratuur Praktica/werkcolleges; benodigde specifieke (lab)vaardigheden, zelfstudie, veldonderzoek; basale technieken digitaal onderzoek. Combinatie van werkvormen voor het casusonderzoek. Onderdeel A: Prakticum Praktijkvaardigheden worden getoetst aan de hand van de onderzoeks- en/of prakticumverslagen. En tijdens de uitvoering door de praktijkdocent. Periode Leerjaar 1 periode 2 of 3 Verplichte Wordt via ELO verstrekt. literatuur Mark Ros ([email protected]) Opmerkingen Studiegids Life Sciences & Technology

82 Onderwijseenheid LFS102VNB (PFS02) Cybercrime: Think bad, think like a criminal Theorie De competentie Functioneren als beroepsbeoefenaar (FS1) komt aan de orde op niveau 1 De competentie Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensische informatica (FS4) komt aan de orde op niveau 1 Door praktijk ervaring opdoen op het gebied van Social Engineering. Aan de hand van prakticumopdrachten de datastructuur van digitale media kunnen ophelderen en volgens forensisch protocol kunnen klonen, digitaal sporenonderzoek kunnen uitvoeren en documenteren. In het bijzonder traceren en restaureren van verloren data en digitale identificatie van gebruikersspoor ophelderen en vastleggen in een Proces Verbaal (PV) Verkrijgen van inzicht in (computer)netwerkstructuren en de datastromen door monitoring van het netwerk. Geen Social Engineering; Principes netwerken (OSI-model, TCP/IP); Digitale media (flashcards, USB sticks en harde schijven); Principes hacking, cryptografie en steganografie; Log File analyse en Internet Usage Analyse; Gebruik forensische tools; Werken volgens stappenplan forensisch onderzoek/protocollen. Student maakt kennis met basis technieken voor digitaal spooronderzoek: begrijpen van het frame analyse pakket Ethereal/Wireshark; Maken kennis met de Forensische Toolkit (FTK) en leren de werking ervan te beheersen. Begrippen als cryptography en steganography kunnen plaatsen. Beheersing van het OFFICE pakket voor rapportage (deskundigen onderzoek, Proces Verbaal) en presentatie Onderdeel B: Theorie 1EC s Colleges Zelfstudie Tentamen 20 uur 20 uur 2 uur Werkvorm(en) Nederlands Nederlands en Engelse vakliteratuur Hoorcollege: theoretische kennis van de onder genoemde werkvelden. Onderdeel B: Theorie De theoriekennis wordt getoetst met behulp van een schriftelijk tentamen. Periode Leerjaar 1 periode 2 of 3 Verplichte literatuur Wordt via ELO verstrekt. Mark Ros ([email protected]) Opmerkingen Studiegids Life Sciences & Technology

83 Onderwijseenheid LFS102VNC (PFS02) Cybercrime: Think bad, think like a criminal Onderzoek De competentie Functioneren als beroepsbeoefenaar (FS1) komt aan de orde op niveau 1 De competentie Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensische informatica (FS4) komt aan de orde op niveau 1 Werkvorm(en) Door praktijk ervaring opdoen op het gebied van Social Engineering. Aan de hand van prakticumopdrachten de datastructuur van digitale media kunnen ophelderen en volgens forensisch protocol kunnen klonen, digitaal sporenonderzoek kunnen uitvoeren en documenteren. In het bijzonder traceren en restaureren van verloren data en digitale identificatie van gebruikersspoor ophelderen en vastleggen in een Proces Verbaal (PV) Verkrijgen van inzicht in (computer)netwerkstructuren en de datastromen door monitoring van het netwerk. Geen Social Engineering; Principes netwerken (OSI-model, TCP/IP); Digitale media (flashcards, USB sticks en harde schijven); Principes hacking, cryptografie en steganografie; Log File analyse en Internet Usage Analyse; Gebruik forensische tools; Werken volgens stappenplan forensisch onderzoek/protocollen. Student maakt kennis met basis technieken voor digitaal spooronderzoek: begrijpen van het frame analyse pakket Ethereal/Wireshark; Maken kennis met de Forensische Toolkit (FTK) en leren de werking ervan te beheersen. Begrippen als cryptography en steganography kunnen plaatsen. Beheersing van het OFFICE pakket voor rapportage (deskundigen onderzoek, Proces Verbaal) en presentatie. Onderdeel C: Onderzoek Praktisch Onderzoek Onderzoeksrapport Zelfstudie 20 uur 20 uur 20 uur Nederlands Nederlands en Engelse vakliteratuur 2 EC s Prakticum-onderzoek; benodigde specifieke (lab)vaardigheden, zelfstudie, veldonderzoek; basale technieken digitaal onderzoek. Combinatie van werkvormen voor het casusonderzoek. Onderdeel C: Casus-Onderzoek. Het onderzoek wordt getoetst aan de hand van het onderzoeksrapport. Periode Leerjaar 1 periode 2 of 3 Verplichte literatuur Wordt via ELO verstrekt. Mark Ros ([email protected]) Opmerkingen Onderwijseenheid LFS122VNA (PFS22) Inleiding Criminaliteit en Opsporing -Theorie De volgende competenties komen in deze module aan bod: - Methode van experimenteel onderzoek (onderzoeken, experimenteren, coördineren, adviseren en leren leren) op niveau I; - Functioneren als beroepsbeoefenaar/ Brede professionalisering op niveau I. Na afronding van de module is de student in staat: - Verschillende vormen van criminaliteit te herkennen en te benoemen; - Een gepleegd strafbaar feit te verklaren met behulp van een of meerdere criminologische theorie(en); - Bevoegdheden van de verschillende recherche-eenheden te benoemen; - Verschillende opsporingsmethoden te herkennen en te benoemen. Geen beginvereisten Studiegids Life Sciences & Technology

84 In deze module krijgt de student een inleiding in criminaliteit en opsporing. Aan bod komt wat criminaliteit is, welke vormen van criminaliteit er zijn, welke criminologische theorieën kunnen helpen een verklaring te bieden voor criminaliteit, welke instanties zich bezighouden met de opsporing van criminaliteit en welke methoden ze daarvoor gebruiken. De studiebelasting bedraagt 2 EC. Deze zijn als volgt verdeeld: Onderdeel theorie: 2 EC *Colleges : 20 uur *Zelfstudie : 32 uur *Tentamen : 4 uur Werkvorm(en) Nederlands Hoorcolleges en gastcolleges Schriftelijk tentamen. Periode 4 Verplichte literatuur Inleiding Criminaliteit en Opsporing (Auteur: Stol; Uitgeverij: Boom Juridische Uitgevers; 1 e druk). N. van den Bosch ([email protected]) Onderwijseenheid LFS122VNB (PFS22) Inleiding Criminaliteit en Opsporing - Casusopdrachten De volgende competenties komen in deze module aan bod: - Methode van experimenteel onderzoek (onderzoeken, experimenteren, coördineren, adviseren en leren leren) op niveau I; - Methode van forensisch gedragsonderzoek (onderzoeken en ontwikkelen) op niveau I Na afronding van de module is de student in staat: - Een gepleegd strafbaar feit te verklaren met behulp van een of meerdere criminologische theorie(en); - Bevoegdheden van de verschillende recherche-eenheden te benoemen en deze op een praktijksituatie (casus) toe te passen. Geen beginvereisten In deze module krijgt de student een inleiding in criminaliteit en opsporing. Aan bod komt wat criminaliteit is, welke vormen van criminaliteit er zijn, welke criminologische theorieën kunnen helpen een verklaring te bieden voor criminaliteit, welke instanties zich bezighouden met de opsporing van criminaliteit en welke methoden ze daarvoor gebruiken. De studiebelasting bedraagt 2 EC. Deze zijn als volgt verdeeld: Onderdeel Casusopdrachten: 2 EC *Voorbereiding : 12 uur *Uitvoering : 32 uur *Rapportage : 10 uur *Presentatie : 2 uur Nederlands Werkvorm(en) - Werkcolleges, waarin studenten in groepen van ongeveer 5 personen onder begeleiding van een docent werken aan de casusopdrachten. - Tutorbijeenkomsten, waarbij de studenten samen met hun tutor de voortgang van de opdrachten bespreken. De casusopdrachten bestaan uit twee opdrachten. Bij de eerste opdracht gaan de studenten in hun werkgroep bepalen welke criminologische theorie(en) het beste een verklaring kan (kunnen) geven voor een bepaald strafbaar feit, dat door de docent in de vorm van een casus aan de studenten wordt uitgereikt. Bij de tweede casusopdracht krijgen de studenten een recherche-eenheid aangewezen (particuliere recherche of recherche van de politie) en moeten zij met behulp van de bevoegdheden van deze recherche-eenheden een gegeven casus proberen op te lossen. Schriftelijke verslaglegging en mondelinge presentatie. Het rapport en de presentatie zijn groepsproducten en moeten voldoen aan de criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. Het eindcijfer wordt bepaald door het gemiddelde cijfer van de twee casusopdrachten, waarbij voor elke casusopdracht geldt dat het cijfer wordt gevormd door het verslag (75%) en de mondelinge presentatie (25%), met als voorwaarde dat beide onderdelen met een voldoende dienen te worden afgesloten. Periode 4 Verplichte literatuur Inleiding Criminaliteit en Opsporing (Auteur: Stol; Uitgeverij: Boom Juridische Uitgevers; 1 e druk). N. van den Bosch ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

85 Onderwijseenheid LFS122VNC (PFS22) Inleiding Criminaliteit en Opsporing - Cold-case & Review De volgende competenties komen in deze module aan bod: - Methode van experimenteel onderzoek (onderzoeken, experimenteren, coördineren, adviseren en leren leren) op niveau I; - Methode van forensisch gedragsonderzoek (onderzoeken en ontwikkelen) op niveau I Na afronding van de module is de student in staat: - Een gepleegd strafbaar feit te verklaren met behulp van een of meerdere criminologische theorie(en); - Bevoegdheden van de verschillende recherche-eenheden te benoemen en deze op een praktijksituatie (casus) toe te passen; - Een cold-case onderzoek en een review onderzoek te evalueren en aanbevelingen te doen voor verbetering en voor verder onderzoek. Geen beginvereisten In deze module krijgt de student een inleiding in criminaliteit en opsporing. Aan bod komt wat criminaliteit is, welke vormen van criminaliteit er zijn, welke criminologische theorieën kunnen helpen een verklaring te bieden voor criminaliteit, welke instanties zich bezighouden met de opsporing van criminaliteit en welke methoden ze daarvoor gebruiken. De studiebelasting bedraagt 2 EC. Deze zijn als volgt verdeeld: Onderdeel Cold-case en Review: 3 EC *Plan van Aanpak : 15 uur *Uitvoering : 40 uur *Rapportage : 25 uur *Presentatie : 4 uur Nederlands Werkvorm(en) - Werkcolleges, waarin studenten in groepen van ongeveer 5 personen onder begeleiding van een docent werken aan de cold-case en review opdracht. - Tutorbijeenkomsten, waarbij de studenten samen met hun tutor de voortgang van de opdrachten bespreken. Bij het cold-case onderzoek gaan de studenten in hun werkgroep een cold-case onderzoek opzoeken (via internet of de politie) en dit onderzoek evalueren. Bij het reviewonderzoek evalueren de studenten een plaats-delict onderzoek, welke door derdejaars studenten FS is uitgevoerd. Deze evaluatie voeren de studenten uit op basis van de kennis opgedaan in deze, maar ook in voorgaande, modules. Alle opdrachten zullen aan medestudenten worden gepresenteerd. Schriftelijke verslaglegging en mondelinge presentatie. Het rapport en de presentatie zijn groepsproducten en moeten voldoen aan de criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. Het eindcijfer wordt bepaald door het gemiddelde cijfer van de twee casusopdrachten, waarbij voor elke casusopdracht geldt dat het cijfer wordt gevormd door het verslag (75%) en de mondelinge presentatie (25%), met als voorwaarde dat beide onderdelen met een voldoende dienen te worden afgesloten. Periode 4 Verplichte Inleiding Criminaliteit en Opsporing (Auteur: Stol; Uitgeverij: Boom Juridische Uitgevers; 1 e druk). literatuur N. van den Bosch ([email protected]) Naam onderwijseenheid Beginvereisten LHF101VNA (PHF01) Voeding, communicatie en bewustzijn Verslag en presentatie Adviseren gezondheid en voeding richting consument, niveau i i, functioneren als beroepsbeoefenaar i Na afronding van de module: Beheerst de student de basis van de voedingsleer en kan de student deze kennis toepassen bij het beoordelen van de voedingswaarde van verschillende producten. Kent de student de begrippen Psychologie, Gezondheidsleer, Communicatie en Consumentengedrag en is de student in staat deze begrippen toe te passen en te integreren in een voedingsgerelateerde setting. Hierbij voeren de studenten een onderzoek uit naar de verschillende claims, beweringen en verkoopstrategieën die gebruikt worden om een product aan de man te brengen. Beheerst de student verschillende communicatiestrategieën en kan de student deze toepassen om effectief advies uit te brengen aan een opdrachtgever of consument. Is de student in staat een eenvoudig consumentenonderzoek op te zetten en uit te voeren. nvt Studiegids Life Sciences & Technology

86 Werkvormen Verplichte literatuur In deze module komt de basis van de voedingsleer aan bod en leer je hoe je deze kennis kunt toepassen bij het beoordelen van de voedingswaarde van verschillende producten. Hierbij worden o.a. de begrippen Psychologie, Gezondheidsleer, Communicatie en Consumentengedrag behandeld. Je voert met een groepje een onderzoek uit naar de verschillende claims, beweringen en verkoopstrategieën die gebruikt worden om een product aan de man te brengen. Je leert daarbij verschillende communicatiestrategieën en hoe die toe te passen om effectief advies uit te brengen aan een opdrachtgever of consument. Een eenvoudig consumentenonderzoek behoort tot de opdrachten. Onderdeel A (verslag en presentatie); 3 ec: Tutorbijeenkomsten Uitvoeren onderzoek Verslag 8 uur 44 uur 20 uur Voorbereiden + Presentatie 8 uur Nederlands Gebruik van Nederlandse en Engelse vakliteratuur A. Centrale casus (opgedragen door externe opdrachtgever) Studenten werken in groepjes aan een opdracht waarbij bepaalde claims/logo s over gezondheid of duurzaamheid van een bepaald voedingsmiddel/verkoopstrategieën onder de loep worden genomen. Ook de voedingswaarde van het product wordt hierbij in ogenschouw genomen. Studenten werken in kleine groepjes aan een theoretisch project dat wordt aangevuld met consumentenonderzoek. Zij worden hierbij begeleid door vakinhoudelijke tutoren, die aan de zijlijn staan en beschikbaar zijn voor hulp A - Verslag en presentatie 3 EC Campbell, N.A. & Reece, J. Biology- Pearson/Benjamin Cummings-8th edition ISBN ,98 Hartman, E. Mens en Voeding- HB uitgevers- zesde herziene druk ISBN ,50 G. Schaafsma ([email protected]) Naam onderwijseenheid Beginvereisten Werkvormen LHF101VNB (PHF01) Voeding, communicatie en bewustzijn Theorie Adviseren gezondheid en voeding richting consument, niveau i i, functioneren als beroepsbeoefenaar i Na afronding van de module: Beheerst de student de basis van de voedingsleer en kan de student deze kennis toepassen bij het beoordelen van de voedingswaarde van verschillende producten. Kent de student de begrippen Psychologie, Gezondheidsleer, Communicatie en Consumentengedrag en is de student in staat deze begrippen toe te passen en te integreren in een voedingsgerelateerde setting. Hierbij voeren de studenten een onderzoek uit naar de verschillende claims, beweringen en verkoopstrategieën die gebruikt worden om een product aan de man te brengen. Beheerst de student verschillende communicatiestrategieën en kan de student deze toepassen om effectief advies uit te brengen aan een opdrachtgever of consument. Is de student in staat een eenvoudig consumentenonderzoek op te zetten en uit te voeren. nvt In deze module komt de basis van de voedingsleer aan bod en leer je hoe je deze kennis kunt toepassen bij het beoordelen van de voedingswaarde van verschillende producten. Hierbij worden o.a. de begrippen Psychologie, Gezondheidsleer, Communicatie en Consumentengedrag behandeld. Je voert met een groepje een onderzoek uit naar de verschillende claims, beweringen en verkoopstrategieën die gebruikt worden om een product aan de man te brengen. Je leert daarbij verschillende communicatiestrategieën en hoe die toe te passen om effectief advies uit te brengen aan een opdrachtgever of consument. Een eenvoudig consumentenonderzoek behoort tot de opdrachten. Onderdeel B (Theorie); 2 ec: Colleges Zelfstudie 18 uur 24 uur Voorbereiding tentamen 8 uur Tentamen 4 uur Nederlands Gebruik van Nederlandse en Engelse vakliteratuur B. Flankerend onderwijs (theorie lessen): 1. Inleiding in de voedingsleer, invloed van voedingskeuze op gedrag en v.v. 2. Gastcolleges over voeding en gedrag Studiegids Life Sciences & Technology

87 Verplichte literatuur B - Tentamen 2 EC Campbell, N.A. & Reece, J. Biology- Pearson/Benjamin Cummings-8th edition ISBN ,98 Hartman, E. Mens en Voeding- HB uitgevers- zesde herziene druk ISBN ,50 G. Schaafsma ([email protected]) Naam onderwijseenheid Beginvereisten LHF101VNC (PHF01) Voeding, communicatie en bewustzijn Communicatietraining Adviseren gezondheid en voeding richting consument, niveau i i, functioneren als beroepsbeoefenaar i Na afronding van de module: Beheerst de student de basis van de voedingsleer en kan de student deze kennis toepassen bij het beoordelen van de voedingswaarde van verschillende producten. Kent de student de begrippen Psychologie, Gezondheidsleer, Communicatie en Consumentengedrag en is de student in staat deze begrippen toe te passen en te integreren in een voedingsgerelateerde setting. Hierbij voeren de studenten een onderzoek uit naar de verschillende claims, beweringen en verkoopstrategieën die gebruikt worden om een product aan de man te brengen. Beheerst de student verschillende communicatiestrategieën en kan de student deze toepassen om effectief advies uit te brengen aan een opdrachtgever of consument. Is de student in staat een eenvoudig consumentenonderzoek op te zetten en uit te voeren. nvt In deze module komt de basis van de voedingsleer aan bod en leer je hoe je deze kennis kunt toepassen bij het beoordelen van de voedingswaarde van verschillende producten. Hierbij worden o.a. de begrippen Psychologie, Gezondheidsleer, Communicatie en Consumentengedrag behandeld. Je voert met een groepje een onderzoek uit naar de verschillende claims, beweringen en verkoopstrategieën die gebruikt worden om een product aan de man te brengen. Je leert daarbij verschillende communicatiestrategieën en hoe die toe te passen om effectief advies uit te brengen aan een opdrachtgever of consument. Een eenvoudig consumentenonderzoek behoort tot de opdrachten. Onderdeel C (Communicatietraining); 2 ec: College en training (deel PKZ13) Werkvormen Nederlands Gebruik van Nederlandse en Engelse vakliteratuur C. Flankerende vaardigheden: Communicatietraining Onder leiding van een communicatiedocent worden de studenten in kleine groepen door middel van hoorcolleges en nagebootste praktijksituaties getraind in communicatieve vaardigheden. Verplichte literatuur C - Adviesgesprek dat de student voert met een klant (rollenspel) 2EC Campbell, N.A. & Reece, J. Biology- Pearson/Benjamin Cummings-8th edition ISBN ,98 Hartman, E. Mens en Voeding- HB uitgevers- zesde herziene druk ISBN ,50 Studiegids Life Sciences & Technology

88 G. Schaafsma Onderwijseenheid LKZ113VN (PKZ13) Effectief adviseren Afhankelijke van de beslising van Kust- en Zeestudies wordt deze module al dan niet in 3 onderwijseenheden opgesplitst. Bruggenbouwer Sociaal communicatieve bekwaamheid en probleemgericht werken: (alg. HBO) Besef van persoonlijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid (alg. HBO) Onderhouden van contacten met alle betrokken partijen Deze module gaat over adviseren, en vooral mondeling adviseren. Als student leer je om op adequate wijze door middel van gesprekken de wensen en behoeften van een cliënt te inventariseren, via een onderzoek de mogelijkheden aan te geven, en vervolgens de cliënt te adviseren welk alternatief voor hem het beste kan zijn. Een cliënt kan variëren van een individu of organisatie, tot een bedrijf of overheidsinstelling. De module is op niveau I, wat inhoudt dat je binnen een redelijk eenvoudige context kennismaakt met de verschillende aspecten die verbonden zijn met professioneel adviseren, zoals het voeren van een intake, het doen van een onderzoek en het plaatsen van je advies in een ethische context. Beroepsproducten: Intake-gesprek, Follow-up gesprek Adviesgesprek, Offerte Adviesrapport Geen Expertisegebieden: Benutting waddengebied, binnen en buitendijks. Beleidskader Gebiedsinvulling met zoet zout overgangen (b.v. Lauwersmeer, N-Fryslan) Ethiek Engels Specificatie van mondeling adviseren: Aandachtgevend gedrag: non-verbaal gedrag: aankijken, open houding, knikken, e.d. verbaal volgen: hm hm, oh? ja ja, nee, herhalen een of paar woorden op vragende toon, e.d. stiltes laten vallen Selectieve luistervaardigheden: vragen stellen: nieuwe en, vooral, doorvraagvragen parafraseren van inhoud reflecteren van gevoel concretiseren samenvatten: selecteren en bewaken van gespreksthema s empathie tonen Regulerende vaardigheden: terugkoppelen naar begindoelen situatie verduidelijken hardop denken metacommuniceren Richtlijnen voor verslagen (mbv formulier) Rollen: Voorlichter, procesbegeleider, manager: Doelgroepenonderzoek Gespreks- en luistervaardigheid extern Gespreks- en luistervaardigheid intern Onderhandelen Schrijven kleine schaal 7 credits Groepswerk/zelfstudie: 74 uren Werkcollege: 14 uren Training Adviesvaardigheden: 24 uren Presentatietechnieken in het Engels: 6 uren Hoorcollege: 12 sbu Studiegids Life Sciences & Technology

89 Computerpractica: 6 sbu Individuele Zelfstudie: 60 Werkvorm(en) Periode Verplichte literatuur Nederlands Groepswerk/zelfstudie Werkcollege Training Adviesvaardigheden Presentatietechnieken in het Engels. Hoorcollege Computerpractica Individuele Zelfstudie Adviseren; 3 EC op basis van voeren van adviesgesprek (cijfer), een engelse groepspresentatie (cijfer) Onderzoek: 2 EC op basis van een adviesrapport (cijfer) en een excel-opdracht (V/O). Gesloten tentamen Vakkennis, ethiek en Engels: 2 EC Derde 1. Reader Feilloos Adviseren, VHL-dictaat Reader Ethiek, VHL-dictaat 01013; 3. Basishandleiding Excel 2010 VHL-dictaat Baarda, De Goede, Basisboek Methoden en Technieken, Wolters-Noordhoff, Groningen, 4e druk, 2006, ISBN X (hst. 1, 2 en 3) Raadpleeg voor de meest actuele boekenlijst Studentnet of Blackboard Peter Smit, ([email protected]) Onderwijseenheid LLG102VNA (PHG02) Leeronderneming Sensoriek/management en organisatie De competenties Ontwikkelen/beheren van managementsystemen, Managen in een productieomgeving en functioneren als beroepsbeoefenaar komen aan de orde op niveau 1 De student kan een ondernemingsplan opstellen en projectmatig werken in groepsverband. De student heeft kennis verworven over bedrijfsprocessen (organiseren, communiceren, produceren) en sensoriek. geen Studenten zijn als groep een "onderneming" en kiezen een product dat geproduceerd kan worden. Voor de onderneming wordt een ondernemingsplan opgesteld. Na goedkeuring van het ondernemingsplan wordt het product geproduceerd en verkocht. Via social media wordt bekendheid gegeven aan de onderneming. Er wordt een promotiefilm gemaakt en een excursie naar een voor de onderneming relevant bedrijf gehouden. Over de ervaringen van de groep als onderneming wordt een rapport geschreven en wordt een presentatie gehouden. Er wordt (door VT-studenten in de projectgroep) een opdracht op het gebied van sensoriek uitgewerkt en opdrachten op het gebied van Management en Organisatie.. Onderdeel A Sensoriek/management en organisatie Colleges 8 uur Zelfstudie 4 uur Opdracht 16 uur Nederlands Werkvorm(en) Aan het opstellen van een ondernemingsplan, uitvoering van productie, verkoop en administratie wordt gewerkt door groepen van 8-12 studenten. Elke groep wordt wekelijks begeleid door een tutor. Ter ondersteuning van de onderwerpen worden hoor- en werkcolleges gegeven. Onderdeel A : Sensoriek : cijfer groepsopdracht 5,5; opdrachten management en organisatie : voldaan. (1 EC). Periode 3 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijst en zal vermeld worden in de modulehandleiding. C.W.C. van Muijen ([email protected]) Opmerkingen Studiegids Life Sciences & Technology

90 Onderwijseenheid Werkvorm(en) LLG102VNB (PHG02) Leeronderneming Samenwerken in een groep De competenties Ontwikkelen/beheren van managementsystemen, Managen in een productieomgeving en functioneren als beroepsbeoefenaar komen aan de orde op niveau 1 De student kan een ondernemingsplan opstellen en projectmatig werken in groepsverband. De student heeft kennis verworven over bedrijfsprocessen (organiseren, communiceren, produceren) en sensoriek. geen Studenten zijn als groep een "onderneming" en kiezen een product dat geproduceerd kan worden. Voor de onderneming wordt een ondernemingsplan opgesteld. Na goedkeuring van het ondernemingsplan wordt het product geproduceerd en verkocht. Via social media wordt bekendheid gegeven aan de onderneming. Er wordt een promotiefilm gemaakt en een excursie naar een voor de onderneming relevant bedrijf gehouden. Over de ervaringen van de groep als onderneming wordt een rapport geschreven en wordt een presentatie gehouden. Er wordt (door VT-studenten in de projectgroep) een opdracht op het gebied van sensoriek uitgewerkt en opdrachten op het gebied van Management en Organisatie. Onderdeel B Samenwerken in een groep Overleg zonder tutor 10 uur Tutorbijeenkomsten 10 uur Colleges 17 uur Excursie 6 uur Promotiefilm 10 uur Nederlands Aan het opstellen van een ondernemingsplan, uitvoering van productie, verkoop en administratie wordt gewerkt door groepen van 8-12 studenten. Elke groep wordt wekelijks begeleid door een tutor. Ter ondersteuning van de onderwerpen worden hoor- en werkcolleges gegeven. Onderdeel B : Samenwerken : verplichte aanwezigheid (80 %) bij tutoroverleg. V/O. (2EC) Periode 3 De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijst en zal vermeld worden in de modulehandleiding. Verplichte literatuur C.W.C. van Muijen ([email protected]) Opmerkingen Studiegids Life Sciences & Technology

91 Onderwijseenheid LLG102VNC (PLG02) Leeronderneming Verslag en presentatie De competenties Ontwikkelen/beheren van managementsystemen, Managen in een productieomgeving en functioneren als beroepsbeoefenaar komen aan de orde op niveau 1 De student kan een ondernemingsplan opstellen en projectmatig werken in groepsverband. De student heeft kennis verworven over bedrijfsprocessen (organiseren, communiceren, produceren) en sensoriek. geen Studenten zijn als groep een "onderneming" en kiezen een product dat geproduceerd kan worden. Voor de onderneming wordt een ondernemingsplan opgesteld. Na goedkeuring van het ondernemingsplan wordt het product geproduceerd en verkocht. Via social media wordt bekendheid gegeven aan de onderneming. Er wordt een promotiefilm gemaakt en een excursie naar een voor de onderneming relevant bedrijf gehouden. Over de ervaringen van de groep als onderneming wordt een rapport geschreven en wordt een presentatie gehouden. Er wordt (door VT-studenten in de projectgroep) een opdracht op het gebied van sensoriek uitgewerkt en opdrachten op het gebied van Management en Organisatie. Onderdeel C Verslag en presentatie Ondernemingsplan Produceren, promotie en verkopen Eindverslag Presentatie 20 uur 60 uur 20 uur 4 uur Nederlands Werkvorm(en) Aan het opstellen van een ondernemingsplan, uitvoering van productie, verkoop en administratie wordt gewerkt door groepen van 8-12 studenten. Elke groep wordt wekelijks begeleid door een tutor. Ter ondersteuning van de onderwerpen worden hoor- en werkcolleges gegeven. Onderdeel C : Beoordeling hoe de onderneming gefunctioneerd heeft via eindverslag en presentatie. In het cijfer telt presentatie voor ¼ en het verslag voor ¾ mee. (4EC) Periode 3 De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijst en zal vermeld worden in de modulehandleiding. Verplichte literatuur C.W.C. van Muijen ([email protected]) Opmerkingen Studiegids Life Sciences & Technology

92 Onderwijseenheid LLG201VNA (PHG01) Management en organisatie Tentamen : organiseren (2), leidinggeven (2), beheersen (1) De student is in staat om van een bedrijf in een bepaalde situatie een beschrijving en analyse te maken, zodat met behulp van deze 'bedrijfsdoorlichting' hij/zij aanbevelingen kan doen die de effectiviteit en de efficiëntie van het bedrijf zullen bevorderen. Beschrijven, analyseren, integreren, adviseren en evalueren met behulp van bepaalde bedrijfskundige instrumenten, modellen, concepten en theorieën. geen vereiste, wel gewenst: ervaring met organisaties (stage of werk) Naast de aansturing van je eigen afdeling krijg je als (midden)manager te maken met veel onderwerpen die betrekking hebben op het functioneren van je gehele organisatie, de besturing en het management ervan. Denk maar eens aan samenwerking met andere afdelingen, productontwikkeling, beloningsstructuren, medezeggenschap, kwaliteitszorg overnames, samenwerkingsverbanden etc. In het managementteam/pilotgroep wordt een bijdrage van je verwacht aan de ontwikkeling van de gehele organisatie. Een helikopterview (inzicht en overzicht van het geheel) is daarbij van essentieel belang. In de taken wordt dit gestuurd door uit te gaan van de samenhang van de externe afstemming (welke mogelijkheden heeft de organisatie gezien de externe omgeving), de structurering (hoe moet ik mijn organisatie structureren) en de interne afstemming (hoe kan dat met alle betrokkenen zo goed mogelijk worden vorm gegeven). In deze module zul je met 3 collega s (managementteam/pilotgroep) een analyse uitvoeren en een advies opstellen voor de ontwikkeling van een organisatie. Bij de eerste 3 kleinere taken is je organisatie gegeven en voor de 4e grotere taak kun je zelf een organisatie kiezen Daarnaast worden verschillende managementvaardigheden geoefend met behulp van rollenspelen en opdrachten. In dit onderdeel staat de theorie van de organisatiekunde centraal. Iedere week zijn er hoorcolleges ter voorbereiding op het tentamen. 7 EC = 196 SBU 40 uur college (waaronder 12 uur managementvaardigheden training), 40 uur werken aan kleine leertaken in groepsverband en houden van presentaties 50 uur werken aan grote leertaak in teamverband ( 3-4 personen) : opdracht uit werkveld. Afstemmen met opdrachtgever, interview doen en rapport schrijven bestudering literatuur: 66 uur Werkvorm(en) Nederlands hoorcollege, practica, zelfstudie, werkgroep, veldonderzoek LHG101-A: Man. & organisatie tentamen 2 EC Voor nadere informatie wordt verwezen naar het moduleboek dat op Blackboard en/of bij de Repro verschijnt. Periode 4 Verplichte literatuur Zie voor de verplichte literatuur de meest recente boeken- en dictatenlijst die per periode op Studentnet vóór elke periode verschijnt. / modulecoördinator Froukje Mosterman GTF ([email protected]) Opmerkingen Deze module is de basis van vervolgvakken op het gebied van management. Ook voor niet-bab studenten is deze module qua niveau zeer toegankelijk en nuttig aangezien iedereen in zijn werk met organisaties te maken krijgt. Studiegids Life Sciences & Technology

93 Onderwijseenheid LLG201VNB (PHG01) Management en organisatie Managementvaardigheden : organiseren (2), leidinggeven (2), beheersen (1) De student is in staat om van een bedrijf in een bepaalde situatie een beschrijving en analyse te maken, zodat met behulp van deze 'bedrijfsdoorlichting' hij/zij aanbevelingen kan doen die de effectiviteit en de efficiëntie van het bedrijf zullen bevorderen. Beschrijven, analyseren, integreren, adviseren en evalueren met behulp van bepaalde bedrijfskundige instrumenten, modellen, concepten en theorieën. geen vereiste, wel gewenst: ervaring met organisaties (stage of werk) Naast de aansturing van je eigen afdeling krijg je als (midden)manager te maken met veel onderwerpen die betrekking hebben op het functioneren van je gehele organisatie, de besturing en het management ervan. Denk maar eens aan samenwerking met andere afdelingen, productontwikkeling, beloningsstructuren, medezeggenschap, kwaliteitszorg overnames, samenwerkingsverbanden etc. In het managementteam/pilotgroep wordt een bijdrage van je verwacht aan de ontwikkeling van de gehele organisatie. Een helikopterview (inzicht en overzicht van het geheel) is daarbij van essentieel belang. In de taken wordt dit gestuurd door uit te gaan van de samenhang van de externe afstemming (welke mogelijkheden heeft de organisatie gezien de externe omgeving), de structurering (hoe moet ik mijn organisatie structureren) en de interne afstemming (hoe kan dat met alle betrokkenen zo goed mogelijk worden vorm gegeven). In deze module zul je met 3 collega s (managementteam/pilotgroep) een analyse uitvoeren en een advies opstellen voor de ontwikkeling van een organisatie. Bij de eerste 3 kleinere taken is je organisatie gegeven en voor de 4e grotere taak kun je zelf een organisatie kiezen Daarnaast worden verschillende managementvaardigheden geoefend met behulp van rollenspelen en opdrachten. Bij dit onderdeel gaan studenten in rollenspellen/simulaties de geleerde theorie toepassen. 7 EC = 196 SBU 40 uur college (waaronder 12 uur managementvaardigheden training), 40 uur werken aan kleine leertaken in groepsverband en houden van presentaties 50 uur werken aan grote leertaak in teamverband ( 3-4 personen) : opdracht uit werkveld. Afstemmen met opdrachtgever, interview doen en rapport schrijven bestudering literatuur: 66 uur Werkvorm(en) Nederlands hoorcollege, practica, zelfstudie, werkgroep, veldonderzoek LHG101-B: Managementvaardigheden 1 EC Voor nadere informatie wordt verwezen naar het moduleboek dat op Blackboard en/of bij de Repro verschijnt. Periode 4 Verplichte literatuur Zie voor de verplichte literatuur de meest recente boeken- en dictatenlijst die per periode op Studentnet vóór elke periode verschijnt. / modulecoördinator Froukje Mosterman GTF ([email protected]) Opmerkingen Deze module is de basis van vervolgvakken op het gebied van management. Ook voor niet-bab studenten is deze module qua niveau zeer toegankelijk en nuttig aangezien iedereen in zijn werk met organisaties te maken krijgt. Studiegids Life Sciences & Technology

94 Onderwijseenheid LLG201VNC (PHG01) Management en organisatie M&O Taak : organiseren (2), leidinggeven (2), beheersen (1) De student is in staat om van een bedrijf in een bepaalde situatie een beschrijving en analyse te maken, zodat met behulp van deze 'bedrijfsdoorlichting' hij/zij aanbevelingen kan doen die de effectiviteit en de efficiëntie van het bedrijf zullen bevorderen. Beschrijven, analyseren, integreren, adviseren en evalueren met behulp van bepaalde bedrijfskundige instrumenten, modellen, concepten en theorieën. geen vereiste, wel gewenst: ervaring met organisaties (stage of werk) Naast de aansturing van je eigen afdeling krijg je als (midden)manager te maken met veel onderwerpen die betrekking hebben op het functioneren van je gehele organisatie, de besturing en het management ervan. Denk maar eens aan samenwerking met andere afdelingen, productontwikkeling, beloningsstructuren, medezeggenschap, kwaliteitszorg overnames, samenwerkingsverbanden etc. In het managementteam/pilotgroep wordt een bijdrage van je verwacht aan de ontwikkeling van de gehele organisatie. Een helikopterview (inzicht en overzicht van het geheel) is daarbij van essentieel belang. In de taken wordt dit gestuurd door uit te gaan van de samenhang van de externe afstemming (welke mogelijkheden heeft de organisatie gezien de externe omgeving), de structurering (hoe moet ik mijn organisatie structureren) en de interne afstemming (hoe kan dat met alle betrokkenen zo goed mogelijk worden vorm gegeven). In deze module zul je met 3 collega s (managementteam/pilotgroep) een analyse uitvoeren en een advies opstellen voor de ontwikkeling van een organisatie. Bij de eerste 3 kleinere taken is je organisatie gegeven en voor de 4e grotere taak kun je zelf een organisatie kiezen Daarnaast worden verschillende managementvaardigheden geoefend met behulp van rollenspelen en opdrachten. Aan de hand van bedrijfsbeschrijvingen worden analyses gedaan waarbij de theorie toegepast dient te worden. Ook gaan studenten een organisatie naar keuze analyseren en een interview doen. 7 EC = 196 SBU 40 uur college (waaronder 12 uur managementvaardigheden training), 40 uur werken aan kleine leertaken in groepsverband en houden van presentaties 50 uur werken aan grote leertaak in teamverband ( 3-4 personen) : opdracht uit werkveld. Afstemmen met opdrachtgever, interview doen en rapport schrijven Werkvorm(en) Periode Verplichte literatuur bestudering literatuur: 66 uur Nederlands hoorcollege, practica, zelfstudie, werkgroep, veldonderzoek LHG101-C: M&O taak 4 EC Voor nadere informatie wordt verwezen naar het moduleboek dat op Blackboard en/of bij de Repro verschijnt. 4 Zie voor de verplichte literatuur de meest recente boeken- en dictatenlijst die per periode op Studentnet vóór elke periode verschijnt. / modulecoördinator Opmerkingen Froukje Mosterman GTF ([email protected]) Deze module is de basis van vervolgvakken op het gebied van management. Ook voor niet-bab studenten is deze module qua niveau zeer toegankelijk en nuttig aangezien iedereen in zijn werk met organisaties te maken krijgt. Onderwijseenheid LLS101VNA (PLS01-6A) Werken in het lab Chemisch rekenen Nummer niveau Naam competentie BT 1 i Experimenteren/onderzoeken/optimaliseren in biotechnologische productieprocessen BT 4 i Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek BM 2 i Uitvoeren/testen/ontwikkelen van biochemische/microbiologische analyse methoden BM 3 i Beheersen van referentiemethoden/kam zorg onderdelen CH 1 i Ontwikkelen en uitvoeren van chemische analysemethoden CT 1 i Onderzoeken van materialen/producten en productieprocessen VT 5 i Kennisgebieden experimenteren/onderzoeken Studiegids Life Sciences & Technology

95 Na het behalen van het thema beheerst de student de volgende competenties op niveau I: - de juiste basistechnieken van (bio)chemisch- en (micro)bio(techno)logisch werken - toepassen van de juiste veiligheidsmaatregelen - het goed verwerken van resultaten m.b.v. de juiste statistisch en de juiste ICT-hulpmiddelen Toegelaten worden alle studenten die ingeschreven zijn bij Life Sciences (voldoen aan VWO/Havo Natuur&Techniek / Natuur&Gezondheid / Economie&Maatschappij + Scheikunde) en iedere MBO gediplomeerde. Vrijstelling: Studenten met VWO diploma hebben vrijstelling van het onderdeel Chemisch Rekenen. Studenten met een diploma MBO vooropleiding Voedingsmiddelentechnologie of MLO hebben gedeeltelijke vrijstelling van deze module. (Vrijstellingen tellen wel mee voor de propedeuse, maar er worden geen studiepunten aan toegekend). De kern van deze module vormt praktische laboratoriumvaardigheid, zowel chemisch als microbiologisch, waardoor studenten binnen de school kennis maken met de beroepspraktijk. De studenten dienen zich een aantal vaardigheden eigen maken, zoals: - het veilig, reproduceerbaar en met gebruik van de juiste technieken kunnen uitvoeren van zowel chemische als (micro)bio(techno)logische labwerkzaamheden - het op correcte wijze kunnen weergeven van resultaten van experimenten in een verslag of meetrapport - het op een gestandaardiseerde wijze kunnen bijhouden van een labjournaal, dat ook voor anderen begrijpelijk is Na het behalen van dit thema is de basis gelegd voor het werken op een laboratorium. Tevens ontvangt de student het certificaat Veilige Microbiologische Technieken (VMT). Onderdeel A (Chemisch rekenen); 1 ec: Colleges: 6 uur Werkcolleges: 6 uur Zelfstudie: 14 uur Tentamen: 2 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvorm(en) Deze bestaan voor het grootste gedeelte uit werkzaamheden op het laboratorium. Verder worden er hoorcolleges en computerpractica gegeven ter ondersteuning bij de uitvoering en berekeningen van de proeven. LLS101VNA (PLS01-6A) 1 EC, cijfer: Chemisch rekenen - Chemisch rekenen wordt getoetst door middel van een tentamen. Periode 1 Verplichte literatuur - Boek Veiligheid in het Laboratorium (Heron Reeks) Auteurs: Kramer Pals en v.d. Meulen; Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum; ISBN: ( 27,50) - Dictaat Veilig werken met micro-organismen, parasieten en cellen in laboratoria en andere werkruimten Repronummer ( 5) - Dictaat: Wiskunde voor de propedeuse Life Sciences. Repronr Dictaat: Spreadsheet Excel. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr Dictaat: Praktikum Veilige Micrbiologische Technieken. Practicumhandleiding Microbiologie, P.N. Leemker. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr ( 8) - Dictaat: Basis Labvaardigheden Chemie. Practicumhandleiding Chemie, Samenstellers: de Jong, de Lange, Wichers. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr ( 3) - Dictaat: Chemisch Rekenen. Auteurs: Drs. H.R. Leene, R. Udo. Samenstellers: de Jong, Middeldorp, Veldhuis. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr ( 4). - Boek Food Microbiology and Laboratory Practice (ALLEEN VERPLICHT VOOR STUDENTEN VT) Chris Bell, Paul Neaves & Anthony P. Williams, 2005 (first published) Blackwell Publishing EAN ; Prijs 127 J. Midddeldorp ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

96 Onderwijseenheid LLS101VNB (PLS01-6B) Werken in het lab Wiskunde/excel Nummer niveau Naam competentie BT 1 i Experimenteren/onderzoeken/optimaliseren in biotechnologische productieprocessen BT 4 i Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek BM 2 i Uitvoeren/testen/ontwikkelen van biochemische/microbiologische analyse methoden BM 3 i Beheersen van referentiemethoden/kam zorg onderdelen CH 1 i Ontwikkelen en uitvoeren van chemische analysemethoden CT 1 i Onderzoeken van materialen/producten en productieprocessen VT 5 i Kennisgebieden experimenteren/onderzoeken Na het behalen van het thema beheerst de student de volgende competenties op niveau I: - de juiste basistechnieken van (bio)chemisch- en (micro)bio(techno)logisch werken - toepassen van de juiste veiligheidsmaatregelen - het goed verwerken van resultaten m.b.v. de juiste statistisch en de juiste ICT-hulpmiddelen Toegelaten worden alle studenten die ingeschreven zijn bij Life Sciences (voldoen aan VWO/Havo Natuur&Techniek / Natuur&Gezondheid / Economie&Maatschappij + Scheikunde) en iedere MBO gediplomeerde. Vrijstelling: Studenten met VWO diploma hebben vrijstelling van het onderdeel Chemisch Rekenen. Studenten met een diploma MBO vooropleiding Voedingsmiddelentechnologie of MLO hebben gedeeltelijke vrijstelling van deze module. (Vrijstellingen tellen wel mee voor de propedeuse, maar er worden geen studiepunten aan toegekend). De kern van deze module vormt praktische laboratoriumvaardigheid, zowel chemisch als microbiologisch, waardoor studenten binnen de school kennis maken met de beroepspraktijk. De studenten dienen zich een aantal vaardigheden eigen maken, zoals: - het veilig, reproduceerbaar en met gebruik van de juiste technieken kunnen uitvoeren van zowel chemische als (micro)bio(techno)logische labwerkzaamheden - het op correcte wijze kunnen weergeven van resultaten van experimenten in een verslag of meetrapport - het op een gestandaardiseerde wijze kunnen bijhouden van een labjournaal, dat ook voor anderen begrijpelijk is Werkvorm(en) Na het behalen van dit thema is de basis gelegd voor het werken op een laboratorium. Tevens ontvangt de student het certificaat Veilige Microbiologische Technieken (VMT). Onderdeel B (Wiskunde/excel); 2 ec: (werk-)colleges: 15 uur Practica: 6 uur Zelfstudie: 33 uur Tentamen: 2 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Deze bestaan voor het grootste gedeelte uit werkzaamheden op het laboratorium. Verder worden er hoorcolleges en computerpractica gegeven ter ondersteuning bij de uitvoering en berekeningen van de proeven. LLS101VNB (PLS01-6B) 2 EC s, cijfer: Wiskunde/Excel - Wiskunde wordt met een tentamen getoetst. - Het practicum Excel wordt via opdrachten getoetst. Periode 1 Verplichte literatuur - Boek Veiligheid in het Laboratorium (Heron Reeks) Auteurs: Kramer Pals en v.d. Meulen; Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum; ISBN: ( 27,50) - Dictaat Veilig werken met micro-organismen, parasieten en cellen in laboratoria en andere werkruimten Repronummer ( 5) - Dictaat: Wiskunde voor de propedeuse Life Sciences. Repronr Dictaat: Spreadsheet Excel. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr Dictaat: Praktikum Veilige Micrbiologische Technieken. Practicumhandleiding Microbiologie, P.N. Leemker. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr ( 8) - Dictaat: Basis Labvaardigheden Chemie. Practicumhandleiding Chemie, Samenstellers: de Jong, de Lange, Wichers. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr ( 3) - Dictaat: Chemisch Rekenen. Auteurs: Drs. H.R. Leene, R. Udo. Samenstellers: de Jong, Middeldorp, Veldhuis. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr ( 4). - Boek Food Microbiology and Laboratory Practice (ALLEEN VERPLICHT VOOR STUDENTEN VT) Chris Bell, Paul Neaves & Anthony P. Williams, 2005 (first published) Blackwell Publishing EAN ; Prijs 127 J. Midddeldorp ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

97 Onderwijseenheid LLS101VNC (PLS01-6C) Werken in het lab Praktijk Nummer niveau Naam competentie BT 1 i Experimenteren/onderzoeken/optimaliseren in biotechnologische productieprocessen BT 4 i Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek BM 2 i Uitvoeren/testen/ontwikkelen van biochemische/microbiologische analyse methoden BM 3 i Beheersen van referentiemethoden/kam zorg onderdelen CH 1 i Ontwikkelen en uitvoeren van chemische analysemethoden CT 1 i Onderzoeken van materialen/producten en productieprocessen VT 5 i Kennisgebieden experimenteren/onderzoeken Na het behalen van het thema beheerst de student de volgende competenties op niveau I: - de juiste basistechnieken van (bio)chemisch- en (micro)bio(techno)logisch werken - toepassen van de juiste veiligheidsmaatregelen - het goed verwerken van resultaten m.b.v. de juiste statistisch en de juiste ICT-hulpmiddelen Toegelaten worden alle studenten die ingeschreven zijn bij Life Sciences (voldoen aan VWO/Havo Natuur&Techniek / Natuur&Gezondheid / Economie&Maatschappij + Scheikunde) en iedere MBO gediplomeerde. Vrijstelling: Studenten met VWO diploma hebben vrijstelling van het onderdeel Chemisch Rekenen. Studenten met een diploma MBO vooropleiding Voedingsmiddelentechnologie of MLO hebben gedeeltelijke vrijstelling van deze module. (Vrijstellingen tellen wel mee voor de propedeuse, maar er worden geen studiepunten aan toegekend). De kern van deze module vormt praktische laboratoriumvaardigheid, zowel chemisch als microbiologisch, waardoor studenten binnen de school kennis maken met de beroepspraktijk. De studenten dienen zich een aantal vaardigheden eigen maken, zoals: - het veilig, reproduceerbaar en met gebruik van de juiste technieken kunnen uitvoeren van zowel chemische als (micro)bio(techno)logische labwerkzaamheden - het op correcte wijze kunnen weergeven van resultaten van experimenten in een verslag of meetrapport - het op een gestandaardiseerde wijze kunnen bijhouden van een labjournaal, dat ook voor anderen begrijpelijk is Na het behalen van dit thema is de basis gelegd voor het werken op een laboratorium. Tevens ontvangt de student het certificaat Veilige Microbiologische Technieken (VMT). Onderdeel C (Praktijk); 4 ec: Microbiologie: 20 uur Labjournaal: 20 uur Chemie: 23 uur Labjournaal: 23 uur Colleges: 3 uur Zelfstudie: 20 uur Tentamens: 3 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvorm(en) Deze bestaan voor het grootste gedeelte uit werkzaamheden op het laboratorium. Verder worden er hoorcolleges en computerpractica gegeven ter ondersteuning bij de uitvoering en berekeningen van de proeven. LLS101VNC (PLS01-6C) 4 EC s, cijfer: Labvaardigheid: toetsing In Practice voor Chemie en Microbiologie + Lab-Journaal + Veiligheid + een Praktijk- en Theorietoets voor Veilige Microbiologische Technieken - Bij Labvaardigheid wordt de praktische uitvoering van de proeven In Practice beoordeeld door de practicumdocent. - Het labjournaal wordt op inhoud en uitvoering beoordeeld. - Veiligheid wordt getoetst a.d.h.v. vragen (muliple choise) in BlackBoard. - Voor het certificaat VMT wordt een theorie- en practicumtoets afgenomen. Studiegids Life Sciences & Technology

98 Periode 1 Verplichte literatuur - Boek Veiligheid in het Laboratorium (Heron Reeks) Auteurs: Kramer Pals en v.d. Meulen; Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum; ISBN: ( 27,50) - Dictaat Veilig werken met micro-organismen, parasieten en cellen in laboratoria en andere werkruimten Repronummer ( 5) - Dictaat: Wiskunde voor de propedeuse Life Sciences. Repronr Dictaat: Spreadsheet Excel. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr Dictaat: Praktikum Veilige Micrbiologische Technieken. Practicumhandleiding Microbiologie, P.N. Leemker. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr ( 8) - Dictaat: Basis Labvaardigheden Chemie. Practicumhandleiding Chemie, Samenstellers: de Jong, de Lange, Wichers. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr ( 3) - Dictaat: Chemisch Rekenen. Auteurs: Drs. H.R. Leene, R. Udo. Samenstellers: de Jong, Middeldorp, Veldhuis. Uitgever: Hogeschool VHL, Leeuwarden. Repronr ( 4). - Boek Food Microbiology and Laboratory Practice (ALLEEN VERPLICHT VOOR STUDENTEN VT) Chris Bell, Paul Neaves & Anthony P. Williams, 2005 (first published) Blackwell Publishing EAN ; Prijs 127 J. Midddeldorp ([email protected]) Onderwijseenheid LLS102VNA (PLS02-6A) Enzymen Eiwitten & Enzymen Nummer niveau Naam competentie BM2 i Ontwerpen van een analyse methode BM3 i Uitvoeren en interpreteren van een analyse BM4 i Beheren van KAM zorg onderdelen C1 i Ontwikkelen en uitvoeren van chemische analysemethoden C4 i Beheren van KAM-zorg onderdelen BIT1 i Experimenteren/onderzoeken/optimaliseren in biotechnologische pro ductie pro cessen BIT2 i Ontwerpen van biotechnologische productieprocessen BIT3 i Bedrijven van biotechnologische productieprocessen Binnen het thema enzymen maakt de student kennis met de beginselen van enzymen. Hij/zij zal zowel theoretisch (in flankerende colleges eiwitten en enzymen, workshop massa- en energiebalansen, chemisch rekenen) als praktisch (in flankerend praktijkdeel instrumentele analyse) bezig zijn. In het integrale deel van dit thema zal hij/zij werken aan een centrale opdracht. Ook in de integrale opdracht zullen experimentele en theoretische componenten verweven zijn. Havo Natuur en Techniek of Natuur en Gezondheid PLS01: Afronding van het praktisch werk van het thema Werken op het lab uit periode 1 met een voldoende; Toets VMT moet voldoende zijn, anders kan niet deelgenomen worden aan het praktisch werk en kan dit thema niet gehaald worden. Life Science georiënteerde laboranten werken binnen hun beroep regelmatig met micro-organismen en eiwitten, zoals enzymen. Dit kan binnen een onderzoeksomgeving waar bijvoorbeeld onderzoek gedaan wordt naar pathogene (ziekmakende) organismen, naar enzym activiteit, enzymbronnen, enzymstabilisatie, nieuwe toepassingen maar ook binnen een productieomgeving waar enzymen worden toegepast bij de verwerking van producten als kaas, wijn, zetmeel, textiel en papier. Men dient dus inzicht te hebben in kweek, identificatie e.d. van micro-organismen en in de diverse aspecten van enzymen. De integrale opdracht Flankerend theorie o Eiwitten en enzymen o Chemisch rekenen o Dataverwerking m.b.v. Excel Flankerend praktijk o Instrumentele analyse Onderdeel A (Eiwitten & Enzymen); 1 ec: Colleges: 7 uur Werkcolleges: 2 uur Studiegids Life Sciences & Technology

99 Zelfstudie: 17 uur Tentamen: 2 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvorm(en) Groepswerk, colleges, practica LLS102VNA (PLS02-6A) : Toets Eiwitten & Enzymen 1 EC (cijfer) Periode 2 Verplichte literatuur College Eiwitten en enzymen. voor BM en BT: Biochemistry van Stryer e.a. voor CH: Dictaat Eiwitten en enzymen. Workshop Dataverwerking met Excel. Speadsheet Excel (dictaatnr ). Dit dictaat wordt ook gebruikt bij PLS01, Werken in het Lab. Practicum Instrumentele analyse (Practicumhandleiding via Blackboard) Andere leermiddelen ( blackboard, websites, ) J. Midddeldorp ([email protected]) Onderwijseenheid LLS102VNB (PLS02-6B) Enzymen integrale opdracht Nummer niveau Naam competentie BM2 i Ontwerpen van een analyse methode BM3 i Uitvoeren en interpreteren van een analyse BM4 i Beheren van KAM zorg onderdelen C1 i Ontwikkelen en uitvoeren van chemische analysemethoden C4 i Beheren van KAM-zorg onderdelen BIT1 i Experimenteren/onderzoeken/optimaliseren in biotechnologische pro ductie pro cessen BIT2 i Ontwerpen van biotechnologische productieprocessen BIT3 i Bedrijven van biotechnologische productieprocessen Binnen het thema enzymen maakt de student kennis met de beginselen van enzymen. Hij/zij zal zowel theoretisch (in flankerende colleges eiwitten en enzymen, workshop massa- en energiebalansen, chemisch rekenen) als praktisch (in flankerend praktijkdeel instrumentele analyse) bezig zijn. In het integrale deel van dit thema zal hij/zij werken aan een centrale opdracht. Ook in de integrale opdracht zullen experimentele en theoretische componenten verweven zijn. Havo Natuur en Techniek of Natuur en Gezondheid PLS01: Afronding van het praktisch werk van het thema Werken op het lab uit periode 1 met een voldoende; Toets VMT moet voldoende zijn, anders kan niet deelgenomen worden aan het praktisch werk en kan dit thema niet gehaald worden. Life Science georiënteerde laboranten werken binnen hun beroep regelmatig met micro-organismen en eiwitten, zoals enzymen. Dit kan binnen een onderzoeksomgeving waar bijvoorbeeld onderzoek gedaan wordt naar pathogene (ziekmakende) organismen, naar enzym activiteit, enzymbronnen, enzymstabilisatie, nieuwe toepassingen maar ook binnen een productieomgeving waar enzymen worden toegepast bij de verwerking van producten als kaas, wijn, zetmeel, textiel en papier. Men dient dus inzicht te hebben in kweek, identificatie e.d. van micro-organismen en in de diverse aspecten van enzymen. De integrale opdracht Flankerend theorie o Eiwitten en enzymen o Chemisch rekenen o Dataverwerking m.b.v. Excel Flankerend praktijk o Instrumentele analyse Onderdeel B (integrale opdracht); 4 ec: Microbiologie: 30 uur Chemie: 20 uur Studiegids Life Sciences & Technology

100 Projectverslag: 50 uur Tutoruren: 9 uur Presentatie: 3 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Groepswerk, colleges, practica LLS102VNB (PLS02-6B) : Integrale opdracht: Eindpresentatie + Verslag 4 EC s (cijfer) Periode 2 Verplichte College Eiwitten en enzymen. literatuur voor BM en BT: Biochemistry van Stryer e.a. voor CH: Dictaat Eiwitten en enzymen. Workshop Dataverwerking met Excel. Speadsheet Excel (dictaatnr ). Dit dictaat wordt ook gebruikt bij PLS01, Werken in het Lab. Practicum Instrumentele analyse (Practicumhandleiding via Blackboard) Andere leermiddelen ( blackboard, websites, ) J. Midddeldorp ([email protected]) Onderwijseenheid LLS102VNC (PLS02-6C) Enzymen Practicum Instrumentele Analyse Nummer niveau Naam competentie BM2 i Ontwerpen van een analyse methode BM3 i Uitvoeren en interpreteren van een analyse BM4 i Beheren van KAM zorg onderdelen C1 i Ontwikkelen en uitvoeren van chemische analysemethoden C4 i Beheren van KAM-zorg onderdelen BIT1 i Experimenteren/onderzoeken/optimaliseren in biotechnologische pro ductie pro cessen BIT2 i Ontwerpen van biotechnologische productieprocessen BIT3 i Bedrijven van biotechnologische productieprocessen Binnen het thema enzymen maakt de student kennis met de beginselen van enzymen. Hij/zij zal zowel theoretisch (in flankerende colleges eiwitten en enzymen, workshop massa- en energiebalansen, chemisch rekenen) als praktisch (in flankerend praktijkdeel instrumentele analyse) bezig zijn. In het integrale deel van dit thema zal hij/zij werken aan een centrale opdracht. Ook in de integrale opdracht zullen experimentele en theoretische componenten verweven zijn. Havo Natuur en Techniek of Natuur en Gezondheid PLS01: Afronding van het praktisch werk van het thema Werken op het lab uit periode 1 met een voldoende; Toets VMT moet voldoende zijn, anders kan niet deelgenomen worden aan het praktisch werk en kan dit thema niet gehaald worden. Life Science georiënteerde laboranten werken binnen hun beroep regelmatig met micro-organismen en eiwitten, zoals enzymen. Dit kan binnen een onderzoeksomgeving waar bijvoorbeeld onderzoek gedaan wordt naar pathogene (ziekmakende) organismen, naar enzym activiteit, enzymbronnen, enzymstabilisatie, nieuwe toepassingen maar ook binnen een productieomgeving waar enzymen worden toegepast bij de verwerking van producten als kaas, wijn, zetmeel, textiel en papier. Men dient dus inzicht te hebben in kweek, identificatie e.d. van micro-organismen en in de diverse aspecten van enzymen. De integrale opdracht Flankerend theorie o Eiwitten en enzymen o Chemisch rekenen o Dataverwerking m.b.v. Excel Flankerend praktijk o Instrumentele analyse Studiegids Life Sciences & Technology

101 Werkvorm(en) Onderdeel C (Practicum Instrumentele Analyse); 2 ec: Chemie: 16 uur Labjournaal: 32 uur Dataverwerking m.b.v. excel: 8 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Groepswerk, colleges, practica LLS102VNC (PLS02-6C): Practicum Instrumentele analyse 2 EC s (cijfer) Periode 2 Verplichte literatuur College Eiwitten en enzymen. voor BM en BT: Biochemistry van Stryer e.a. voor CH: Dictaat Eiwitten en enzymen. Workshop Dataverwerking met Excel. Speadsheet Excel (dictaatnr ). Dit dictaat wordt ook gebruikt bij PLS01, Werken in het Lab. Practicum Instrumentele analyse (Practicumhandleiding via Blackboard) Andere leermiddelen ( blackboard, websites, ) J. Midddeldorp ([email protected]) Onderwijseenheid LLS103VNA (PLS03) Optimalisatie zuivelproces tentamen engineering De competenties Optimaliseren en Bedrijven van processen komen aan de orde op niveau i. De student heeft kennis verworven over onderdelen van procestechnologie: opstellen massabalansen, melk / vloeistof transport, warmtebalansen en warmtetransport, indampen, zuiveltechnologie, en toepassen wiskundig model over zoutindringing in kaas. Geen De module start met colleges procestechnologie en zuiveltechnologie. Het onderdeel procestechnologie wordt afgesloten met een tentamen engineering in week 6. Centraal in de module staat de productiedag van kaas of koffiemelk. De student werkt in groepen van 3 of 4 aan de voorbereiding van de productiedag door middel van practica in de productiehal en na afloop aan het eindrapport; daarin worden verwerkt de kennis over procestechnologie, zuiveltechnologie en de resultaten van metingen aan het productieproces. De module wordt afgesloten met een jurygesprek bij Friesland Campina. Procestechnologen van FC beoordelen samen met de docenten kennis en resultaten van de individuele student. Werkvorm(en) Onderwijseenheid tentamen engineering omvat 2 ec Colleges Zelfstudie Tentamen 24 uur 24 uur 4 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Colleges en werkcolleges Tentamen Periode 2 Verplichte De te gebruiken literatuur is voor de verschillende opleidingen (Chemische Technologie en literatuur Voedingsmiddelentechnologie) aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. J. Nauta ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

102 Onderwijseenheid LLS108VNB LPO102VNB LLS103VNB Bio-Logisch Emergency management Optimalisatie zuivelproces Logisch - statistiek Statistiek Statistiek De competenties van het Domein Applied Sciences (DAS) Body of knowledge: Statistiek, niveau K De student(e) is in staat om: Een eenvoudig statistisch onderzoek te beoordelen en op te zetten. De volgende begrippen te hanteren en toe te passen in Excel: normale verdeling, standaard normale verdeling, overschrijdingskansen, som, gemiddelde en verschil van metingen bij een normale verdeling, schatten m.b.v. normale verdeling, toetsen, nul- en alternatieve hypothese en student t verdeling. geen Er wordt aandacht besteed aan de basisbeginselen van de statistiek. Deze kennis is noodzakelijk om bijvoorbeeld onderzoeksresultaten op een correcte manier weer te geven, of om de betrouwbaarheid van experimenten te kunnen beoordelen. 1 EC (28 uur): Colleges: 9 uur Tentamen: 2 uur Opdrachten: 8 uur Zelfstudie: 9 uur Nederlands Werkvorm(en) lessen en opdrachten test grading in class registration ec B1 opdrachten statistiek zelfnakijkende toets Go/NoGo B2 B2 tentamen tentamen cijfer Periode 2 1 Verplichte literatuur H.M.Raadschelders, M.F.M.den Rooijen Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium ; Heron reeks, 4 e druk 2012 Jan Heijenga ([email protected]) Onderwijseenheid LLS103VNC (PLS03) Optimalisatie zuivelproces eindrapport / jurygesprek De competenties Onderzoeken/experimenteren/optimaliseren en Bedrijven van processen komen aan de orde op niveau i. De student kan een productieproces praktisch uitvoeren en daarbij onderzoeksresultaten verzamelen voor optimalisatie van het proces. De student heeft kennis verworven over procestechnologie: opstellen massabalansen, vloeistof transport, warmtetransport, indampen, zuiveltechnologie, en wiskundig model over zoutindringing kaas. Geen Centraal in de ze onderwijseenheid staat de productiedag van kaas of koffiemelk. De student werkt in groepen van 3 of 4 aan de voorbereiding van de productiedag door middel van practica in de productiehal en na afloop aan het eindrapport; daarin worden de resultaten van metingen aan het productieproces verwerkt. De onderwijseenheid wordt afgesloten met een jurygesprek bij Friesland Campina. Procestechnologen van FC beoordelen samen met de docenten kennis en resultaten van de individuele student. Studiegids Life Sciences & Technology

103 Onderwijseenheid eindrapport / jurygesprek: 4 ec: Tutoruren 7 uur Feedback bijeenkomsten met docenten 12 uur Voorbereiding productiedag 20 uur Productiedag: 8 uur Schrijven eindrapport / voorbereiden jurygesprek Jurygesprek (incl. excursie bij FC) 4 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur 40 uur Werkvorm(en) Voorafgaande, op en na de productiedag wordt gewerkt met groepen van 3 of 4 studenten. Bij het wekelijkse tutoroverleg komen 3 groepen bij elkaar met de tutor. In enkele practica aan het begin van de module worden studenten getraind in werken en meten aan het productieproces. Studenten produceren als groep een dag kaas of koffiemelk, en verrichten een aantal metingen aan het proces. Aan het eind van de module zijn feedback bijeenkomsten met docenten gepland, ter voorbereiding op het eindrapport en jurygesprek.. Het eindcijfer is gebaseerd op de kwaliteit van het eindrapport (25%), de bijdrage van de student aan het project (25%) en de individuele toelichting op het eindrapport tijdens het jurygesprek (50%). Periode 2 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is voor de verschillende opleidingen (Chemische Technologie en Voedingsmiddelentechnologie) aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. J. Nauta ([email protected]) Onderwijseenheid LLS104VNA (PLS04) Bier Theorie De competenties Onderzoeken/experimenteren/optimaliseren, Ontwerpen van processen en Bedrijven van processen komen aan de orde op niveau i. De student heeft kennis verworven over koolhydraten en zetmeelsplitsende enzymen, bioprocestechnologie en chemische evenwichten en buffers. Werkvorm(en) De onderwerpen genoemd in de leerdoelen worden behandeld in hoor- en werkcolleges. Studenten kunnen zich door het maken van opgaven en opdrachten voorbereiden op de toetsing. Tijdens de werkcolleges wordt feedback gegeven op de gemaakte opdrachten. Onderdeel A (Theorie); 3 ec: Colleges Zelfstudie Tentamen 30 uur 50 uur 4 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Studenten verdiepen zich door (werk)colleges en literatuurstudie in kennis over bierproductie, koolhydraten, enzymen, vergisting en (bio)procestechnologie. Te behalen studiepunten: 3 ec Kennis over Koolhydraten/ enzymen wordt getoetst d.m.v. presentaties of een schriftelijke toets (tentamen). Kennis over Bioprocestechnologie en Chemische evenwichten/buffers wordt getoetst d.m.v. schriftelijke toetsen (tentamens). Het cijfer voor het onderdeel theorie is het gemiddelde van de deeltoetsen. Periode 3 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is voor de verschillende opleidingen (Biotechnologie, Chemie, Chemische Technologie en Voedingsmiddelentechnologie) aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. P.C. Grin ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

104 Onderwijseenheid LLS104VNB (PLS04) Bier Practicum De competenties Onderzoeken/experimenteren/optimaliseren, Ontwerpen van processen en Bedrijven van processen komen aan de orde op niveau i. De student kan een aantal practicumproeven volgens voorschrift uitvoeren en daarover rapporteren d.m.v. een voorgeschreven format. Werkvorm(en) De student voert practicumproeven uit m.b.t. chemie, microbiologie en/of voedingsmiddelentechnologie en maakt daarover een rapportage. Onderdeel B (Practicum); 1 ec: Voorbereiding 6 uur Uitvoering Rapportage 16 uur 6 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur In enkele practica worden studenten getraind in analysemethoden en microbiologisch werk. Onderdeel B Practica; 1 ec: De practica worden beoordeeld op basis van uitvoering en meetrapporten (voldaan of niet voldaan). Periode 3 Verplichte literatuur P.C. Grin ([email protected]) Onderwijseenheid LLS104VNC (PLS04) Bier Adviesrapport De competenties Onderzoeken/experimenteren/optimaliseren, Ontwerpen van processen en Bedrijven van processen komen aan de orde op niveau i. De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen, uitvoeren en de resultaten verwerken naar een advies over de optimalisering van een productieproces. De student heeft kennis verworven over koolhydraten en zetmeelsplitsende enzymen en bioprocestechnologie. VMT-certificaat Studenten krijgen de opdracht een advies te maken voor de productie van een nieuw biertype. Op basis van eigen kennis en literatuurstudie worden ideeën geformuleerd over de productie van het nieuwe biertype. Een aantal ideeën wordt experimenteel getest in kolven en fermentoren. Het praktische werk vindt plaats op basis van een goedgekeurde proefopzet. Op basis van literatuur en de resultaten van de experimenten wordt een procesontwerp gemaakt. Het eindproduct van de module is een adviesrapport waarin de resultaten van het experimenteel onderzoek en het procesontwerp worden beschreven en een advies wordt uitgebracht over de productie van het nieuwe biertype. Onderdeel C (Adviesrapport); 3 ec: Onderzoeksvoorstel 20 uur Experimenten Procesontwerp Adviesrapport 20 uur 20 uur 20 uur Voorbereiding jurygesprek 4 uur Studiegids Life Sciences & Technology

105 Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvorm(en) Aan onderzoek, ontwerp en adviesrapport m.b.t. het nieuwe biertype wordt gewerkt door groepen van 4-6 personen. Elk groep wordt wekelijks begeleid door een tutor. Onderdeel C. Adviesrapport; 3 ec: Het adviesrapport is een groepsproduct. Het moet voldoen aan criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. De individuele toetsing vindt plaats door iedere student tijdens werkbesprekingen te laten rapporteren het adviesrapport te laten toelichten tijdens een (jury)gesprek met docenten. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van het adviesrapport, de bijdrage van de student aan het project en de toelichting van het uitgevoerde werk tijdens het jurygesprek. Periode 3 Verplichte literatuur P.C. Grin ([email protected]) Onderwijseenheid LLS105VNA (PLS05) Moleculaire Detectie praktijk casus De competenties die behaald worden met de voltooiing van dit thema vinden toepassing in de biologie, (medische) biotechnologie, dierwetenschappen, moleculaire wetenschappen, plantenwetenschappen en voeding en gezondheid. : BIT 4 i Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek BIT 5 i (Her)ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) B&M 32 i (Beheren & Coördineren) B&M 27 i (Laboratoriumdiagnostiek) FS2 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor experimenteel onderzoek), FS3 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek) Na bestudering is de student(e) in staat: Basisbegrippen als chromosoom, gen, eiwit, aminozuurvolgorde e.d. te hanteren. Structuren als ssdna, dsdna, resp. RNA te beschrijven De processen replicatie, transcriptie, translatie te beschrijven in hun onderlinge relatie. Eenvoudige mutatie en herstelmechanismen te noemen. Regulatie processen op verschillende niveau's te beschrijven. Te kunnen werken met basale moleculaire- genetische- en andere regelprocessen door hierin voldoende inzicht te hebben. VMT-certificaat Het onderwijs in deze module behandelt een inleiding in de moleculaire biologie en het praktische werk geeft een inleiding en verdieping van de moleculaire detectiemethoden. Er wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de bio-informatica. Het werkveld acht de verwerking en analyse van bulk-data als een van de belangrijkste ontwikkelingen met het oog op toekomstig inzet van HBOpersoneel. Er wordt ingegaan op de praktische toepassing van de meest recent gebruikte bio-informatica methoden in een breed gebied. Met het onder de knie krijgen van de verschillende competenties zal je een goede basis leggen om in de werkpraktijk bio-informatica en moleculaire detectiemethoden toe te passen, te valideren en de resultaten te reflecteren en overleggen. Centraal staan de begrippen: DNA, RNA, Eiwit en daarmee de processen: Replicatie, Transcriptie en Translatie Daarnaast is aandacht voor PCR principes, toepassingen en problemen. Accenten op medische, forensische en technologische toepassingen worden afhankelijk van de opleiding/major aangebracht middels de casusopdracht (onderdeel A). LLS105-A (praktijk casus); 3 EC: Zelfstudie/voorbereiding Uitvoering in laboratorium Rapportage 44 uur 24 uur 16 uur Werkvorm(en) Colleges en instructie in het Nederlands Gebruik van Engelstalige vakliteratuur Onderdeel A van LLS105 bestaat uit het ontwerpen en testen van een moleculaire detectiemethode. De aangereikte casus wordt in groepsverband (3 personen) uitgewerkt. Hiertoe wordt eerst een plan van aanpak (PvA) geschreven Studiegids Life Sciences & Technology

106 welke vervolgens in de praktijk wordt uitgevoerd. Over de verkregen resultaten wordt een verslag geschreven. Beoordeling (cijfer) per tutorgroep op basis van: aanwezigheid bij tutorgesprekken (minimaal 80%), PvA, praktische uitvoering/inzet in het laboratorium, actieve deelname aan de totstandkoming van het groepsproduct en het verslag zelf. Periode 2, 3, en 4 Verplichte literatuur Bruce Alberts, Dennis Bray, Karen Hopkin, Alexander Johnson, Julian Lewis, Martin Raff, Keith Roberts, Peter Walter Essential Cell Biology; derde druk; 2009 Uitgeverij: Garland Science ISBN13: M.O. Hoeke ([email protected]) Onderwijseenheid LLS105VNB (PLS05) Moleculaire Detectie Theorie De competenties die behaald worden met de voltooiing van dit thema vinden toepassing in de biologie, (medische) biotechnologie, dierwetenschappen, moleculaire wetenschappen, plantenwetenschappen en voeding en gezondheid. : BIT 4 i Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek BIT 5 i (Her)ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) B&M 32 i (Beheren & Coördineren) B&M 27 i (Laboratoriumdiagnostiek) FS2 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor experimenteel onderzoek), FS3 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek) Na bestudering is de student(e) in staat: Basisbegrippen als chromosoom, gen, eiwit, aminozuurvolgorde e.d. te hanteren. Structuren als ssdna, dsdna, resp. RNA te beschrijven De processen replicatie, transcriptie, translatie te beschrijven in hun onderlinge relatie. Eenvoudige mutatie en herstelmechanismen te noemen. Regulatie processen op verschillende niveau's te beschrijven. Te kunnen werken met basale moleculaire- genetische- en andere regelprocessen door hierin voldoende inzicht te hebben. Het onderwijs in deze module behandelt een inleiding in de moleculaire biologie en het praktische werk geeft een inleiding en verdieping van de moleculaire detectiemethoden. Er wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de bio-informatica. Het werkveld acht de verwerking en analyse van bulk-data als een van de belangrijkste ontwikkelingen met het oog op toekomstig inzet van HBOpersoneel. Er wordt ingegaan op de praktische toepassing van de meest recent gebruikte bio-informatica methoden in een breed gebied. Met het onder de knie krijgen van de verschillende competenties zal je een goede basis leggen om in de werkpraktijk bio-informatica en moleculaire detectiemethoden toe te passen, te valideren en de resultaten te reflecteren en overleggen. Centraal staan de begrippen: DNA, RNA, Eiwit en daarmee de processen: Replicatie, Transcriptie en Translatie Daarnaast is aandacht voor PCR principes, toepassingen en problemen. Accenten op medische, forensische en technologische toepassingen worden afhankelijk van de opleiding/major aangebracht middels de casusopdracht (onderdeel A). Werkvorm(en) LLS105-B (Theorie); 2 EC: Colleges Zelfstudie 20 uur 32 uur Tentamen 4 uur Colleges en instructie in het Nederlands Gebruik van Engelstalige vakliteratuur Onderdeel B van PLS05 bestaat uit hoorcolleges en een schriftelijk tentamen. Individuele beoordeling (cijfer). (Digitaal) Schriftelijk tentamen, vragen worden in Nederlands of Engels gesteld. Periode 2, 3, en 4 Bruce Alberts, Dennis Bray, Karen Hopkin, Alexander Johnson, Julian Lewis, Martin Raff, Keith Roberts, Peter Studiegids Life Sciences & Technology

107 Verplichte literatuur Walter Essential Cell Biology; derde druk; 2009 Uitgeverij: Garland Science ISBN13: M.O. Hoeke Onderwijseenheid LLS105VNC (PLS05) Moleculaire Detectie Praktijkinstructie De competenties die behaald worden met de voltooiing van dit thema vinden toepassing in de biologie, (medische) biotechnologie, dierwetenschappen, moleculaire wetenschappen, plantenwetenschappen en voeding en gezondheid. : BIT 4 i Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek BIT 5 i (Her)ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) B&M 32 i (Beheren & Coördineren) B&M 27 i (Laboratoriumdiagnostiek) FS2 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor experimenteel onderzoek), FS3 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek) Na bestudering is de student(e) in staat: Basisbegrippen als chromosoom, gen, eiwit, aminozuurvolgorde e.d. te hanteren. Structuren als ssdna, dsdna, resp. RNA te beschrijven De processen replicatie, transcriptie, translatie te beschrijven in hun onderlinge relatie. Eenvoudige mutatie en herstelmechanismen te noemen. Regulatie processen op verschillende niveau's te beschrijven. Te kunnen werken met basale moleculaire- genetische- en andere regelprocessen door hierin voldoende inzicht te hebben. Het onderwijs in deze module behandelt een inleiding in de moleculaire biologie en het praktische werk geeft een inleiding en verdieping van de moleculaire detectiemethoden. Er wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de bio-informatica. Het werkveld acht de verwerking en analyse van bulk-data als een van de belangrijkste ontwikkelingen met het oog op toekomstig inzet van HBOpersoneel. Er wordt ingegaan op de praktische toepassing van de meest recent gebruikte bio-informatica methoden in een breed gebied. Met het onder de knie krijgen van de verschillende competenties zal je een goede basis leggen om in de werkpraktijk bio-informatica en moleculaire detectiemethoden toe te passen, te valideren en de resultaten te reflecteren en overleggen. Centraal staan de begrippen: DNA, RNA, Eiwit en daarmee de processen: Replicatie, Transcriptie en Translatie Daarnaast is aandacht voor PCR principes, toepassingen en problemen. Accenten op medische, forensische en technologische toepassingen worden afhankelijk van de opleiding/major aangebracht middels de casusopdracht (onderdeel A). C (Praktijkinstructie); 2 EC: Instructiepractica (2x hele dag) Werkcollege (3x een blokuur) Zelfstudie/voorbereiding Verslaglegging 16 uur 6 uur 28 uur 6 uur Werkvorm(en) Colleges en instructie in het Nederlands Gebruik van Engelstalige vakliteratuur Onderdeel C van PLS05 bestaat uit twee onderdelen: 1. Instructiepractica over PCR (polymerase chain reaction) en FISH (fluorescent in situ hybridisation) 2. Werkcolleges over het gebruik van het software pakket Vector NTI, primer design en BLAST. Beide onderdelen worden individueel beoordeeld. De instructiepractica worden beoordeelt (voldaan) op basis van aanwezigheid (verplicht), inzet en labjournaal. De werkcolleges worden beoordeelt (voldaan) op basis van aanwezigheid (verplicht) en inzet. Periode 2, 3, en 4 Verplichte literatuur Bruce Alberts, Dennis Bray, Karen Hopkin, Alexander Johnson, Julian Lewis, Martin Raff, Keith Roberts, Peter Walter Essential Cell Biology; derde druk; 2009 Uitgeverij: Garland Science ISBN13: M.O. Hoeke ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

108 Onderwijseenheid Werkvorm(en) LLS106VNA (PLS06) Polymeertechnologie Practicum De competenties Onderzoeken (CCT) / experimenteren (CCT) / professionalisering (C) / adviseren (CT) en professionele ontwikkeling (CT) komen aan de orde op niveau i. Je werkt ook aan de competenties leiding geven / managen (CT) De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen, uitvoeren, de resultaten verwerken in het vorm van een verslag (in het Nederlands of in het Engels). De student heeft kennis verworven over polymeertechnologie. Wiskunde, natuurkunde en scheikunde op HAVO-niveau (natuur- en gezondheid) Binnen het thema kunststoffen maakt de student kennis met de beginselen van de polymeerchemie. Hij/zij zal zowel theoretisch (in flankerende colleges) als praktisch (in flankerend praktijkdeel) bezig zijn. In het integrale deel van dit thema zal hij/zij werken aan een concrete opdracht (vanuit het bedrijfsleven). Ook in de integrale opdracht zullen experimentele en theoretische componenten verweven zijn. Kortom een afwisselend thema dat jaarlijks van inhoud zal wijzigen waarbij de studenten zelf grotendeels de invulling bepalen. Onderdeel A (Practicum); 2EC: Voorbereiding 12 uur Uitvoering 32 uur Rapportage 12 uur Nederlands (Engels) Gebruik van Nederlandse en Engelse vakliteratuur Practicum: synthese van verschillende polymeren en aanleren van technieken, methoden en andere vaardigheden die relevant zijn voor het karakterisering van polymeren.. Onderdeel A (Practicum); 2 EC. De practica worden beoordeeld op basis van voorbereiding in labjournaal (theoretisch en praktisch), uitvoering (toepassen theorie tijdens uitvoering, samenwerking, communicatie over experimenten met begeleiders) en uitwerking in labjournaal. Periode 4 Verplichte Vegt, A.K. van der, Polymeren (van keten tot kunststof) ISBN literatuur Dr.Ir. Gabriela Leusink ([email protected]) Opmerkingen Externe opdrachten, gastcolleges en een excursie naar een universiteit of een bedrijf zijn onderdeel van deze module. Onderwijseenheid Werkvorm(en) LLS106VNB (PLS06) Polymeertechnologie Het project De competenties Onderzoeken (CCT) / experimenteren (CCT) / professionalisering (C) / adviseren (CT) en professionele ontwikkeling (CT) komen aan de orde op niveau i. Je werkt ook aan de competenties leiding geven / managen (CT) De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen, uitvoeren, de resultaten verwerken in het vorm van een verslag (in het Nederlands of in het Engels). De student heeft kennis verworven over polymeertechnologie. Wiskunde, natuurkunde en scheikunde op HAVO-niveau (natuur- en gezondheid) Binnen het thema kunststoffen maakt de student kennis met de beginselen van de polymeerchemie. Hij/zij zal zowel theoretisch (in flankerende colleges) als praktisch (in flankerend praktijkdeel) bezig zijn. In het integrale deel van dit thema zal hij/zij werken aan een concrete opdracht (vanuit het bedrijfsleven). Ook in de integrale opdracht zullen experimentele en theoretische componenten verweven zijn. Kortom een afwisselend thema dat jaarlijks van inhoud zal wijzigen waarbij de studenten zelf grotendeels de invulling bepalen. Onderdeel B (De centrale integrale opdracht (het project) ); 3 EC: Literatuurstudie en onderzoeksvoorstel 12 uur Experimenteren 34 uur (Tutor)overleg +uitwerkingen 12 uur Verslag 20 uur Voorbereiding eindpresentatie 6 uur Nederlands (Engels) Gebruik van Nederlandse en Engelse vakliteratuur Centrale opdracht: literatuurstudie, laboratoriumwerk, functioneren als projectgroeplid, notuleren groepsbijeenkomsten en bijeenkomsten met de tutor, verslaglegging laboratoriumwerk en literatuurstudie in de vorm van een verslag en een labjournaal, reflectie op eigen functioneren. Onderdeel B (Het project); 3 EC: De toetsing van het project vindt plaats middels een presentatie (25%) en een verslag (75%). Periode 4 Verplichte Vegt, A.K. van der, Polymeren (van keten tot kunststof) ISBN literatuur Dr.Ir. Gabriela Leusink ([email protected]) Opmerkingen Externe opdrachten, gastcolleges en een excursie naar een universiteit of een bedrijf zijn onderdeel van deze module. Studiegids Life Sciences & Technology

109 Onderwijseenheid Werkvorm(en) LLS106VNC (PLS06) Polymeertechnologie Theorie De competenties Onderzoeken (CCT) / experimenteren (CCT) / professionalisering (C) / adviseren (CT) en professionele ontwikkeling (CT) komen aan de orde op niveau i. Je werkt ook aan de competenties leiding geven / managen (CT) De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen, uitvoeren, de resultaten verwerken in het vorm van een verslag (in het Nederlands of in het Engels). De student heeft kennis verworven over polymeertechnologie. Wiskunde, natuurkunde en scheikunde op HAVO-niveau (natuur- en gezondheid) Binnen het thema kunststoffen maakt de student kennis met de beginselen van de polymeerchemie. Hij/zij zal zowel theoretisch (in flankerende colleges) als praktisch (in flankerend praktijkdeel) bezig zijn. In het integrale deel van dit thema zal hij/zij werken aan een concrete opdracht (vanuit het bedrijfsleven). Ook in de integrale opdracht zullen experimentele en theoretische componenten verweven zijn. Kortom een afwisselend thema dat jaarlijks van inhoud zal wijzigen waarbij de studenten zelf grotendeels de invulling bepalen. Onderdeel C (Theorie); 2 EC: Colleges 10 uur Zelfstudie 44 uur Tentamen 2 uur Nederlands (Engels) Gebruik van Nederlandse en Engelse vakliteratuur Theorie: hoorcollege, werkcollege, zelfstudie. Onderdeel C (Theorie); 2 EC: Kennis over polymeerchemie wordt getoetst d.m.v. een individuele schriftelijke toets (tentamen). Periode 4 Verplichte Vegt, A.K. van der, Polymeren (van keten tot kunststof) ISBN literatuur Dr.Ir. Gabriela Leusink ([email protected]) Opmerkingen Externe opdrachten, gastcolleges en een excursie naar een universiteit of een bedrijf zijn onderdeel van deze module. Onderwijseenheid LLS107VNA (PLS07) Bio-bits Theorie casussen De competenties die behaald worden met de voltooiing van dit thema vinden toepassing in de biologie, (medische) biotechnologie, dierwetenschappen, moleculaire wetenschappen, plantenwetenschappen en voeding en gezondheid. : BIT 4 i Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek BIT 5 i (Her)ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) B&M 32 i (Beheren & Coördineren) B&M 27 i (Laboratoriumdiagnostiek) FS2 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor experimenteel onderzoek), FS3 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek) Na bestudering heeft de student(e) kennis verworven van: Snelle detectie methoden zoals PCR, FISH en QPCR, toepassingen en problemen. Toepassingen van Recombinant DNA technologie: Indirecte overdracht van DNA via vectoren Transformatie Blotting, sequentie analyse, micro arrays en hybridisatie Na bestudering is de student(e) in staat: Moleculaire detectiemethoden op basis van PCR en FISH te ontwerpen. DNA/eiwit sequenties te bewerken en te analyseren. Te werken met grote databases In deze module wordt veel gewerkt met computers en dienen ook verschillende opdrachten uitgevoerd te worden met behulp van de computer. Basiskennis van het werken met de computer is dus een pré. Van het computerprogramma Vector NTI kan een Quick Start document gevonden worden op blackboard, als je deze al hebt doorgenomen voor de lessen kan je hier vragen over stellen tijdens de lessen. De opdrachten worden individueel uitgevoerd. Deze module kan uitsluitend in combinatie met PLS05 (moleculaire detectie) worden gevolgd binnen dezelfde periode. De inhoud van deze module is berust op twee pijlers: Studiegids Life Sciences & Technology

110 1) Bio-informatica 2) Toegepaste moleculaire biologie (biotechnologie) Bio-informatica is het vakgebied op het grensvlak van de moleculaire biologie, computerwetenschappen en statistiek en houdt zich bezig met het analyseren van grote hoeveelheden (moleculair) biologische gegevens. In de moleculaire biologie, biotechnologie en andere life sciences wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de bio-informatica. Het werkveld acht de toenemende behoefte aan verwerking en analyse van bulk-data als een van de belangrijkste ontwikkelingen met het oog op toekomstig inzet van HBO-personeel. Met biotechnologie wordt bedoelt hoe de mens de (kennis van) moleculaire biologie (de natuur om ons heen) kan gebruiken om er zelf beter van te worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de productie van het hormoon insuline wat gebruikt kan worden om de symptomen suikerziekte te bestrijden. Of aan het analyseren van DNA-sporen om zo een DNA profiel van een mogelijke dader op te stellen. Hierbij wordt aandacht besteed aan de praktische technieken die hiervoor op een laboratorium worden gebruikt en de toepassingen die dit op heeft geleverd. Deze module is een verdieping in de biologie en moleculaire biologie van de cel, training in database-management, computerprogrammering, structural and functional genomics, systems biology, proteomics en het gebruik en analyse van dnachips (array technology). LLS107-A Theorie casussen (4EC) Zelfstudie 92 uur Rapportage 20 uur Colleges en instructie in het Nederlands Gebruik van Engelstalige vakliteratuur Werkvorm(en) Onderdeel A van LLS107 bestaat uit het uitwerken van twee casussen, dit zal gebeuren in groepsverband (3 personen). Voor iedere casus dient een moleculaire detectie methode ontworpen te worden. Ik tegenstelling tot LLS105 zal de ontworpen methode echter niet in de praktijk worden getoetst. Van elke casus wordt een verslag geschreven. Beoordeling (cijfer) per tutorgroep op basis van: aanwezigheid bij tutorgesprekken (minimaal 80%), actieve deelname aan de totstandkoming van het groepsproduct en het verslag zelf. Het cijfer voor dit onderdeel is het gemiddelde van de cijfers van de twee afzonderlijke verslagen. Periode 2, 3 en 4 Verplichte literatuur Opmerkingen Bruce Alberts, Dennis Bray, Karen Hopkin, Alexander Johnson, Julian Lewis, Martin Raff, Keith Roberts, Peter Walter Essential Cell Biology; derde druk; 2009 Uitgeverij: Garland Science ISBN13: M.O. Hoeke ([email protected]) LLS107 kan uitsluitend in combinatie met LLS105 (moleculaire detectie) worden gevolgd binnen dezelfde periode. Onderwijseenheid LLS107VNB (PLS07) Bio-bits Theorie De competenties die behaald worden met de voltooiing van dit thema vinden toepassing in de biologie, (medische) biotechnologie, dierwetenschappen, moleculaire wetenschappen, plantenwetenschappen en voeding en gezondheid. : BIT 4 i Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek BIT 5 i (Her)ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) B&M 32 i (Beheren & Coördineren) B&M 27 i (Laboratoriumdiagnostiek) FS2 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor experimenteel onderzoek), FS3 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek) Na bestudering heeft de student(e) kennis verworven van: Snelle detectie methoden zoals PCR, FISH en QPCR, toepassingen en problemen. Toepassingen van Recombinant DNA technologie: Indirecte overdracht van DNA via vectoren Transformatie Blotting, sequentie analyse, micro arrays en hybridisatie Na bestudering is de student(e) in staat: Moleculaire detectiemethoden op basis van PCR en FISH te ontwerpen. DNA/eiwit sequenties te bewerken en te analyseren. Te werken met grote databases Studiegids Life Sciences & Technology

111 In deze module wordt veel gewerkt met computers en dienen ook verschillende opdrachten uitgevoerd te worden met behulp van de computer. Basiskennis van het werken met de computer is dus een pré. Van het computerprogramma Vector NTI kan een Quick Start document gevonden worden op blackboard, als je deze al hebt doorgenomen voor de lessen kan je hier vragen over stellen tijdens de lessen. De opdrachten worden individueel uitgevoerd. Deze module kan uitsluitend in combinatie met LLS105 (moleculaire detectie) worden gevolgd binnen dezelfde periode. De inhoud van deze module is berust op twee pijlers: 1) Bio-informatica 2) Toegepaste moleculaire biologie (biotechnologie) Bio-informatica is het vakgebied op het grensvlak van de moleculaire biologie, computerwetenschappen en statistiek en houdt zich bezig met het analyseren van grote hoeveelheden (moleculair) biologische gegevens. In de moleculaire biologie, biotechnologie en andere life sciences wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de bio-informatica. Het werkveld acht de toenemende behoefte aan verwerking en analyse van bulk-data als een van de belangrijkste ontwikkelingen met het oog op toekomstig inzet van HBO-personeel. Met biotechnologie wordt bedoelt hoe de mens de (kennis van) moleculaire biologie (de natuur om ons heen) kan gebruiken om er zelf beter van te worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de productie van het hormoon insuline wat gebruikt kan worden om de symptomen suikerziekte te bestrijden. Of aan het analyseren van DNA-sporen om zo een DNA profiel van een mogelijke dader op te stellen. Hierbij wordt aandacht besteed aan de praktische technieken die hiervoor op een laboratorium worden gebruikt en de toepassingen die dit op heeft geleverd. Deze module is een verdieping in de biologie en moleculaire biologie van de cel, training in database-management, computerprogrammering, structural and functional genomics, systems biology, proteomics en het gebruik en analyse van dnachips (array technology). LLS107-B Theorie (2EC) Colleges Zelfstudie Tentamen 20 uur 32 uur 4 uur Werkvorm(en) Colleges en instructie in het Nederlands Gebruik van Engelstalige vakliteratuur Onderdeel B bestaat uit hoorcolleges en een (digitaal) schriftelijk tentamen. Individuele beoordeling (cijfer). Schriftelijk tentamen, vragen worden in Nederlands of Engels gesteld. Periode 2, 3 en 4 Verplichte literatuur Bruce Alberts, Dennis Bray, Karen Hopkin, Alexander Johnson, Julian Lewis, Martin Raff, Keith Roberts, Peter Walter Essential Cell Biology; derde druk; 2009 Uitgeverij: Garland Science ISBN13: M.O. Hoeke ([email protected]) Opmerkingen LLS107 kan uitsluitend in combinatie met LLS105 (moleculaire detectie) worden gevolgd binnen dezelfde periode. Onderwijseenheid LLS107VNC (PLS07) Bio-bits informatica casus De competenties die behaald worden met de voltooiing van dit thema vinden toepassing in de biologie, (medische) biotechnologie, dierwetenschappen, moleculaire wetenschappen, plantenwetenschappen en voeding en gezondheid. : BIT 4 i Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek BIT 5 i (Her)ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) B&M 32 i (Beheren & Coördineren) B&M 27 i (Laboratoriumdiagnostiek) Studiegids Life Sciences & Technology

112 FS2 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor experimenteel onderzoek), FS3 i (Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek) Na bestudering heeft de student(e) kennis verworven van: Snelle detectie methoden zoals PCR, FISH en QPCR, toepassingen en problemen. Toepassingen van Recombinant DNA technologie: Indirecte overdracht van DNA via vectoren Transformatie Blotting, sequentie analyse, micro arrays en hybridisatie Na bestudering is de student(e) in staat: Moleculaire detectiemethoden op basis van PCR en FISH te ontwerpen. DNA/eiwit sequenties te bewerken en te analyseren. Te werken met grote databases In deze module wordt veel gewerkt met computers en dienen ook verschillende opdrachten uitgevoerd te worden met behulp van de computer. Basiskennis van het werken met de computer is dus een pré. Van het computerprogramma Vector NTI kan een Quick Start document gevonden worden op blackboard, als je deze al hebt doorgenomen voor de lessen kan je hier vragen over stellen tijdens de lessen. De opdrachten worden individueel uitgevoerd. Deze module kan uitsluitend in combinatie met LLS105 (moleculaire detectie) worden gevolgd binnen dezelfde periode. De inhoud van deze module is berust op twee pijlers: 1) Bio-informatica 2) Toegepaste moleculaire biologie (biotechnologie) Bio-informatica is het vakgebied op het grensvlak van de moleculaire biologie, computerwetenschappen en statistiek en houdt zich bezig met het analyseren van grote hoeveelheden (moleculair) biologische gegevens. In de moleculaire biologie, biotechnologie en andere life sciences wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de bio-informatica. Het werkveld acht de toenemende behoefte aan verwerking en analyse van bulk-data als een van de belangrijkste ontwikkelingen met het oog op toekomstig inzet van HBO-personeel. Met biotechnologie wordt bedoelt hoe de mens de (kennis van) moleculaire biologie (de natuur om ons heen) kan gebruiken om er zelf beter van te worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de productie van het hormoon insuline wat gebruikt kan worden om de symptomen suikerziekte te bestrijden. Of aan het analyseren van DNA-sporen om zo een DNA profiel van een mogelijke dader op te stellen. Hierbij wordt aandacht besteed aan de praktische technieken die hiervoor op een laboratorium worden gebruikt en de toepassingen die dit op heeft geleverd. Deze module is een verdieping in de biologie en moleculaire biologie van de cel, training in database-management, computerprogrammering, structural and functional genomics, systems biology, proteomics en het gebruik en analyse van dnachips (array technology). Werkvorm(en) LLS107-C Bio-informatica casus (1EC) Werkcolleges Zelfstudie Rapportage 4 uur 20 uur 4 uur Colleges en instructie in het Nederlands Gebruik van Engelstalige vakliteratuur Onderdeel C van LLS107 bestaat uit een bio-informatica casus. Deze casus wordt in tweetallen uitgewerkt in de vorm van een werkcollege. De student ontvangt een DNA sequentie van een hypothetisch gen en onderzoekt welk(e) eiwitproducten hiermee gevormd zouden kunnen worden. Daarnaast wordt bekeken met welke bekende genen/eiwitten dit hypothetische gen/eiwit overeenkomsten vertoond. Van deze casus wordt een rapport geschreven. Beoordeling (cijfer) per tweetal op basis van (verplichte) aanwezigheid bij de werkcolleges en het rapport. Periode 2, 3 en 4 Verplichte literatuur Bruce Alberts, Dennis Bray, Karen Hopkin, Alexander Johnson, Julian Lewis, Martin Raff, Keith Roberts, Peter Walter Essential Cell Biology; derde druk; 2009 Uitgeverij: Garland Science ISBN13: Opmerkingen M.O. Hoeke ([email protected]) LLS107 kan uitsluitend in combinatie met LLS105 (moleculaire detectie) worden gevolgd binnen dezelfde periode. Studiegids Life Sciences & Technology

113 Onderwijseenheid LLS108VNA (PLS08) Bio-Logisch theorie Biologie-deel Biotechnologie: Ontwerpen/uitvoeren methoden biotechnologisch onderzoek & Ontwerpen/toepassen teeltsystemen Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek: Beheren en coördineren, laboratoriumdiagnostiek klinische chemie, laboratoriumdiagnostiek medische microbiologie, laboratorium research Health & Food: Zie B&M + Adviseren richting producent en Adviseren richting consument Alle competenties op niveau i Na bestudering van het Bio-deel is de student(e) in staat: - Basisbegrippen als cel (+ celorganellen), weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme, soort, en classificatie te hanteren. - Verschillen tussen eukaryoten en prokaryoten, tussen plant en dier en tussen eencellige en meercellige organismen te benoemen. - De basis van de fysiologie en anatomie van dieren, planten en micro-organismen uit te leggen. Geen instroomeisen. Deze module is onderdeel van de propedeuse van de opleidingen Biotechnologie, Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek en Health & Food. Binnen de unit Life Sciences & Technology bevinden zich verschillende opleidingen die allemaal wel op één of andere manier overlap met elkaar hebben. De module Bio-Logisch is onderdeel van de propedeuse van de opleidingen Biotechnologie, Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek en Health & Food. De module is opgebouwd uit 2 delen, het Bio-deel en het Logisch-deel. Tijdens het Bio-deel worden een aantal basiselementen van de biologie behandeld, van groot naar klein. Dit wil zeggen dat de collegeserie begint met de oerknal en evolutie en vervolgens verder gaat met dieren, planten, microorganismen en tenslotte voedingsstoffen. Deze basiskennis is belangrijk om de kennis en vaardigheden die later tijdens je studie aan bod komen te kunnen plaatsen in een groter geheel. Onderdeel A (theorie Biologie-deel), 2 EC s: Colleges: 12 uur Tentamen: 4 uur Zelfstudie: 40 uur Nederlands. Gebruik van Engelse literatuur. Werkvorm(en) A: Hoorcolleges over verschillende aspecten binnen de biologie A: Theorie schriftelijk tentamen (2 EC) Periode 2 Verplichte literatuur Campbell N.A, Reece J.B. Biology, ninth rev. edition Uitgever: Pearson/Benjaming Cumming EAN: Karin van der Borght ([email protected]) Opmerkingen Studiegids Life Sciences & Technology

114 Onderwijseenheid LLS108VNB LPO102VNB LLS103VNB Bio-Logisch Emergency management Optimalisatie zuivelproces Logisch - statistiek Statistiek Statistiek De competenties van het Domein Applied Sciences (DAS) Body of knowledge: Statistiek, niveau K De student(e) is in staat om: Een eenvoudig statistisch onderzoek te beoordelen en op te zetten. De volgende begrippen te hanteren en toe te passen in Excel: normale verdeling, standaard normale verdeling, overschrijdingskansen, som, gemiddelde en verschil van metingen bij een normale verdeling, schatten m.b.v. normale verdeling, toetsen, nul- en alternatieve hypothese en student t verdeling. geen Er wordt aandacht besteed aan de basisbeginselen van de statistiek. Deze kennis is noodzakelijk om bijvoorbeeld onderzoeksresultaten op een correcte manier weer te geven, of om de betrouwbaarheid van experimenten te kunnen beoordelen. 1 EC (28 uur): Colleges: 9 uur Tentamen: 2 uur Opdrachten: 8 uur Zelfstudie: 9 uur Nederlands Werkvorm(en) lessen en opdrachten test grading in class registration ec B1 opdrachten statistiek zelfnakijkende toets Go/NoGo B2 B2 tentamen tentamen cijfer Periode 2 1 Verplichte literatuur H.M.Raadschelders, M.F.M.den Rooijen Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium ; Heron reeks, 4 e druk 2012 Jan Heijenga ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

115 Onderwijseenheid LLS108VNC (PLS08) Bio-Logisch Integrale opdracht Biotechnologie: Ontwerpen/uitvoeren methoden biotechnologisch onderzoek & Ontwerpen/toepassen teeltsystemen Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek: Beheren en coördineren, laboratoriumdiagnostiek klinische chemie, laboratoriumdiagnostiek medische microbiologie, laboratorium research Health & Food: Zie B&M + Adviseren richting producent en Adviseren richting consument Alle competenties op niveau i Na bestudering van het Bio-deel is de student(e) in staat: - Basisbegrippen als cel (+ celorganellen), weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme, soort, en classificatie te hanteren. - Verschillen tussen eukaryoten en prokaryoten, tussen plant en dier en tussen eencellige en meercellige organismen te benoemen. - De basis van de fysiologie en anatomie van dieren, planten en micro-organismen uit te leggen. Na bestudering van het Logisch-deel is de student(e) in staat: - Een eenvoudig statistisch onderzoek te beoordelen en op te zetten. - De volgende begrippen te hanteren en toe te passen in Excel: normale verdeling, standaard normale verdeling, overschrijdingskansen, som, gemiddelde en verschil van metingen bij een normale verdeling, schatten m.b.v. normale verdeling, toetsen, nul- en alternatieve hypothese en student T of χ-kwadraat verdeling. Geen instroomeisen. Deze module is onderdeel van de propedeuse van de opleidingen Biotechnologie, Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek en Health & Food. Binnen de unit Life Sciences & Technology bevinden zich verschillende opleidingen die allemaal wel op één of andere manier overlap met elkaar hebben. De module Bio-Logisch is onderdeel van de propedeuse van de opleidingen Biotechnologie, Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek en Health & Food. De module is opgebouwd uit 2 delen, het Bio-deel en het Logisch-deel. Tijdens het Bio-deel worden een aantal basiselementen van de biologie behandeld, van groot naar klein. Dit wil zeggen dat de collegeserie begint met de oerknal en evolutie en vervolgens verder gaat met dieren, planten, microorganismen en tenslotte voedingsstoffen. Deze basiskennis is belangrijk om de kennis en vaardigheden die later tijdens je studie aan bod komen te kunnen plaatsen in een groter geheel. In het Logisch-deel wordt aandacht besteed aan de basisbeginselen van de statistiek. Deze kennis is noodzakelijk om bijvoorbeeld onderzoeksresultaten op een correcte manier weer te geven, of om de betrouwbaarheid van experimenten te kunnen beoordelen. Naast het bestuderen van de theorie, zal je ook vaardigheden opdoen op het laboratorium in de vorm van practica. Uiteindelijk gaan jullie in groepjes werken aan een verdiepingsonderwerp, de integrale opdracht. Hierbij gaan jullie de kennis die jullie hebben opgedaan in de colleges en de practica toepassen in een project waarbij jullie verschillende organismen met elkaar gaan vergelijken. Onderdeel C (integrale opdracht), 4 EC: De EC s voor onderdeel C worden pas toegekend als op alle drie de practica een V is behaald. Deelname aan 3 practica (histologie, plant en microbiologie): 12 uur Voorbereiding en uitwerking 3 practica: 20 uur Tutorbijeenkomsten: 8 uur Literatuuronderzoek: 28 uur Schrijven verslag: 24 uur Poster maken: 12 uur Eindpresentaties (poster): 8 uur Nederlands. Gebruik van Engelse literatuur. Werkvorm(en) C: Drie practica (histologie, plant, microbiologie), literatuuronderzoek, verslag schrijven, posterpresentatie geven. C: Verslag en posterpresentatie. Op het verslag en de poster wordt een cijfer gegeven. Hieruit wordt (verhouding verslag : poster is 2 : 1) een eindcijfer voor de integrale opdracht gedestilleerd. Voor zowel het verslag als de poster moet minimaal een 5,5 worden gehaald. Studiegids Life Sciences & Technology

116 Pas als op de 3 practica een V is gegeven, wordt het eindcijfer van de opdracht toegekend. Deze V s zijn gebaseerd op de eindproducten die voor de practica gegenereerd moeten worden (afhankelijk van het practicum zijn dat tekeningen, antwoorden op vragen en/of een verslag). Periode 2 Verplichte literatuur Campbell N.A, Reece J.B. Biology, ninth rev. edition Uitgever: Pearson/Benjaming Cumming EAN: H.M. Raadschelders en M.F.M. den Rooijer Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium Uitgever: Syntax Media EAN: Karin van der Borght ([email protected]) Onderwijseenheid LLS111VNA (PLS11) Je studie, je toekomst Projectverslag De competentie Functioneren als beroepsbeoefenaar/brede professionalisering komt aan de orde op niveau i De student heeft: 1) een overzicht van een bepaald werkveld en de beroepen daarbinnen, 2) informatie over werkzaamheden, functie-eisen van het beroep. De student heeft: 1) een beeld van het studieobject van de opleiding, 2) kennis van enkele concepten en methoden die binnen het vakgebied gebruikt worden. Geen Studenten krijgen als project een groepsopdracht waarin een bij de opleiding passend studieobject in ieder geval theoretisch en bij voorkeur ook praktisch wordt belicht. Het organiseren van een excursie kan hierbij een centrale rol spelen. Het eindproduct is steeds een projectverslag. Onderdeel A (Projectverslag); 4ec Colleges: 25 uur; Zelfstudie: 55 uur; Rapportage: 32 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Hoorcollege, werkcollege, werkgroep, workshop toets beoordeling registratie ec A1 verslag: inhoud A2 verslag: ICT A3 verslag: techniek 0,35 cijfer 0,15 cijfer 0,50 cijfer A 4 Periode 1 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is voor de verschillende opleidingen aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. C.J. Versprille ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

117 Onderwijseenheid Werkvorm(en) LLS111VNB (PLS11) Je studie, je toekomst Presenteren De competentie Functioneren als beroepsbeoefenaar/brede professionalisering komt aan de orde op niveau i De student heeft: 1) een overzicht van een bepaald werkveld en de beroepen daarbinnen, 2) informatie over werkzaamheden, functie-eisen van het beroep. De student heeft: 1) een beeld van het studieobject van de opleiding, 2) kennis van enkele concepten en methoden die binnen het vakgebied gebruikt worden. Geen Mondelinge presentatievaardigheden Onderdeel B (Presenteren); 2ec Colleges: 10 uur; Zelfstudie: 25 uur; Uitwerking: 21 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Hoorcollege, werkcollege, werkgroep, workshop toets beoordeling registratie ec B1 presenteren: ppt 0,50 cijfer B 2 Periode 1 B2 presenteren: poster 0,50 cijfer Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is voor de verschillende opleidingen aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. C.J. Versprille ([email protected]) Onderwijseenheid LLS111VNC (PLS11) Je studie, je toekomst Opleidingspecifieke opdracht De competentie Functioneren als beroepsbeoefenaar/brede professionalisering komt aan de orde op niveau i De student heeft: 1) een overzicht van een bepaald werkveld en de beroepen daarbinnen, 2) informatie over werkzaamheden, functie-eisen van het beroep. De student heeft: 1) een beeld van het studieobject van de opleiding, 2) kennis van enkele concepten en methoden die binnen het vakgebied gebruikt worden. Geen De student profileert zich aanvullend met een individuele opleidingspecifieke opdracht. Onderdeel C (Opleidingspecifieke opdracht); 1ec Zelfstudie: 28 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Hoorcollege, werkcollege, werkgroep, workshop toets beoordeling registratie ec Studiegids Life Sciences & Technology

118 C: opl.spec. opdracht O/V of cijfer (VT,HF) C 1 Periode 1 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is voor de verschillende opleidingen aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. C.J. Versprille ([email protected]) Onderwijseenheid LMK105VN / LMK105DN (PMK43) Waterketen en watersysteem: de ontmoeting Afhankelijk van de beslissing van Milieukunde wordt deze module al dan niet in drie onderdelen opgesplitst. Werkvorm(en) Volgens de competenties geldend voor opleiding Milieukunde: 3 (niveau 1); 5 (niveau 1); kennis en vaardigheden op het gebied van Waterzuivering en Kaderrichtlijn Water en de relatie tussen oppervlaktewater, de waterketen en grondwater De student is na afloop van de module in staat om: Monsters te nemen van oppervlaktewater en afvalwater De processen in een waterzuivering (incl. de waterharmonica) te beschrijven en een overzicht te geven van de meest toegepaste waterzuiveringstechnieken De wetgeving rondom de KRW toe te passen in eenvoudige situaties Eenvoudige berekeningen te maken rondom de mengingsprocessen in oppervlaktewater Watertypen te beschrijven binnen de KRW en deze in eenvoudige situaties te kunnen onderscheiden Het rioolsysteem in Nederland te beschrijven Eenvoudige berekeningen te maken betreffende de grondwater hydrologie Geen ingangseisen Middels hoorcolleges, verdeeld over de onderwerpen: Water in the city Sewerage Waterecology Watertreatment Groundwater European Water Framework Directive Mixing Statistics krijgt de student de theorie aangeboden over de verschillende processen die een rol spelen bij de ontmoeting tussen de waterketen en het watersysteem. Hierbij wordt vooral aandacht besteed aan de rol van de Europese wetgeving (KRW). De theorie wordt praktisch toegepast binnen een casus, die zich afspeelt rondom de waterzuivering (RWZI) te Grouw (Fr) en de waterharmonica die daaraan is gekoppeld. Hierbij wordt aandacht besteed aan het gehele proces, de monstername, de lozing van het effluent, de menging in het oppervlaktewater, de verwerking van de resultaten. De student dient in groepsverband de resultaten te presenteren in een rapportage (rollenspel: de studenten zijn juniormedewerkers en dienen intern te rapporteren aan een senior medewerker over de processen in de RWZI te Grouw) en aansluitend individueel dit rapport te verdedigen/toe te lichten in een mondeling assessment tegenover twee docenten. Totaal aantal credits: 7 EC (196 sbu), volgens onderstaande verdeling over thema s (in sbu): Theorie Water in the city 14 sbu Sewerage 14 sbu Waterecology 14 sbu Watertreatment 14 sbu Groundwater 14 sbu European Water Framework Directive 14 sbu Mixing 14 sbu Statistics 14 sbu Casus Veldwerk 12 sbu Uitwerken gegevens 76 sbu Engels (Engelse readers, boeken en colleges) Hoor- en werkcolleges, oefeningen met computer (basis statistiek met excel of SPSS), groepsopdracht (casus), veldwerk LMK105VNA: Schriftelijke individuele toetsing op de theorieonderdelen: 4 EC LMK105VNB: Beoordeling groepsopdracht middels individueel assessment (mondeling): 3 EC Deelname aan veldwerk verplicht. Periode Verplichte literatuur zie het jaarrooster Diverse readers / dictaten vervaardigd door docenten en verkrijgbaar in reproductie van Hogeschool VHL Boek: Watertechnology (door Gray) L. Bentvelzen ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

119 Onderwijseenheid LMK107VN/LMK107DN (PMK45) Inleiding milieutechnologie Afhankelijk van de beslissing van Milieukunde wordt deze module al dan niet in drie onderdelen opgesplitst. 3 Inventariseren, analyseren en evalueren van milieuprocessen 4 Methodisch en beschouwend denken en handelen de student - heeft inzicht in de belangrijkste principes van waterzuivering en kan op grond van globale overwegingen hieruit een keuze maken. - Student heeft voldoende kennis van chemie, microbiologie en wiskunde en kan die kennis toepassen. - kan een goed lab-onderzoeksrapport schrijven. LMK104VN begrippenkader energie - Overzicht van waterzuiveringstechnieken - Analyse welke technieken in welke volgorde toepasbaar zijn om te komen tot de gewenste kwaliteit - Kennis van achterliggende fysisch/chemische en biologische processen - Energiegebruik bij waterzuiveringsprocessen - Massabalansen doorrekenen - Consequenties van inrichting waterketen op energiegebruik en CO 2-emissie - Keuzes maken op grond van globale overwegingen als zuiveringsrendement, energiegebruik, slibproductie, gebruik van chemicaliën, grootte en complexiteit van de installatie Basiskennis - Fysisch/chemische processen, Microbiologie, Wiskunde, gebruik van Excel Werkvorm(en) Totaal 7 EC 2 EC Chemie + wiskunde Colleges + labwerk ±27 sbu Zelfstudie ±30 sbu 2 EC Waterzuivering + Technologie + Microbiologie Colleges + labwerk ± 31 sbu Zelfstudie ± 25 sbu 3 EC labonderzoek Voorbereiding incl. bestudering theorie ±40 sbu Labwerk + werklessen ±12 sbu Gegevensverwerking + rapporteren ±30 sbu Deeltijdstudenten draaien met minder contacturen Nederlands (evt. ook Engelse variant) hoorcollege, werkcolleges, practica, zelfstudie, werkgroep Labonderzoek (3 EC) beoordeeld a.d.h.v. onderzoeksverslag; eisen aan verslagvorm en inhoud; beoordeeld met cijfer Chemie + wiskunde (2 EC) beoordeeld middels tentamen; open vragen; beoordeeld met cijfer Waterzuivering + Technologie + Microbiologie (2 EC) beoordeeld middels tentamen; open vragen; beoordeeld met cijfer Periode Verplichte literatuur Opmerkingen Periode 2 (deeltijd) en 4 (voltijd) Dictaten Environmental Chemistry 2 (voltijd) Basis theorie milieuchemie-2 (deeltijd) Practicumdictaat milieuchemie Module Guide PMK Reader Environmental Technology Reader Microbiology Practical Manual PMK Reader, Mathematics PMK45... Practical manual Microbiology (see Blackboard) Boeken Gray, N.F., Water Technology, IWA Publishing, ISBN , prijs circa 56,- Binas voor havo/vwo, Nederlands, Noordhoff, Groningen, ISBN: , prijs circa 35,- of Binas English, Noordhoff, Groningen, ISBN , prijs circa 35,- Jos Theunissen, [email protected] Studiegids Life Sciences & Technology

120 Onderwijseenh eid LPO101VNA Well Engineering 1 Project assignment De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) competenties 1 onderzoeken,i 3 ontwikkelen/optimaliseren,i 9 professionele ontwikkeling, I Body of knowledge: 1 Bedrijfseconomie, niveau K 2 ICT, niveau K 8 Systematische probleemaanpak, niveau K Studiebelastin g toets beoordeling registratie ec onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT materiaalkunde QHSE modelleren procesbeschrijving statistiek 1 2a 2b ab 2ab 3ab 4 5a-e 6ab 7ab 8 9a-c 10 <--- competenties ---> <--- Body of Knowledge ---> niveau in module PPO01 I I I K K A1 project assignment cijfer A 5 I I I K K K none, Preferred: LPO102VN because of knowledge on oil and safety LLS111VN because of Excel, math and the VCA-certificate systematische probleemaanpak unit operations SCM In this project you will organize and perform an oil drilling: organizing: before the first action the whole process is prepared (well development) in the office. This is the work of a drilling engineer. The conclusions of the geologists are interpreted and processed to drilling sheets. These sheets are shortlists for drillers. Performing: you will perform a kick in a drilling simulator. Onderdeel A (Integrale opdracht); 5 ec: 140 uur In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands & English Werkvorm(en) project assignment report (individual) Periode 3 Verplichte literatuur Contactpersoo n none Jan Heijenga ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

121 Onderwijseenh eid LPO101VNB Well Engineering 1 Theorie De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) Body of knowledge: 5 Modelleren, niveau K 8 Systematische probleemaanpak, niveau K Studiebelastin g toets beoordeling registratie ec onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT materiaalkunde QHSE modelleren procesbeschrijving statistiek 1 2a 2b ab 2ab 3ab 4 5a-e 6ab 7ab 8 9a-c 10 <--- competenties ---> <--- Body of Knowledge ---> niveau in module PPO01 I I I K K B1 test cijfer B 1 K K none, Preferred: LPO102VN because of knowledge on oil and safety LLS111VN because of Excel, math and the VCA-certificate You will learn about well physics. Especially the fluid mechanics and how to deal with a kick. Onderdeel B (Toets); ec: 28 uur In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands & English systematische probleemaanpak unit operations SCM Werkvorm(en) B: (guest) lessons B: written test Periode 3 Verplichte literatuur Contactpersoo n none Jan Heijenga ([email protected]) Onderwijseenhei d LPO101VNC Well Engineering 1 Prakticum De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) competenties 2 experimenteren,i Body of knowledge: 3 Materiaalkunde, niveau K 5 Modelleren, niveau K 7a Statistiek, niveau K 8 Systematische probleemaanpak, niveau K Studiegids Life Sciences & Technology

122 toets beoordeling registratie ec onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT materiaalkunde QHSE modelleren procesbeschrijving statistiek 1 2a 2b ab 2ab 3ab 4 5a-e 6ab 7ab 8 9a-c 10 <--- competenties ---> <--- Body of Knowledge ---> niveau in module PPO01 I I I K K C1 practical cijfer C 1 I K K K K none, Preferred: LPO102VN because of knowledge on oil and safety LLS111VN because of Excel, math and the VCA-certificate systematische probleemaanpak unit operations SCM You will experiment on drilling mud. You make a mud on spec. This mud is ruined (a simulation on drilling in a well with problems) and you will bring it on specs again. Onderdeel C (Practicum); 1 ec: 28 uur In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands Werkvorm(en) C: practical C: individual (report, logbook) Periode 3 Verplichte literatuur none Jan Heijenga ([email protected]) Onderwijseenheid LPO102VNA Emergency management Individual assignment De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) competenties 1 onderzoeken,i 5 adviseren,i 4E Body of knowledge: Environment, niveau K toets beoordeling registratie ec onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT materiaalkunde QHSE modelleren procesbeschrijving statistiek 1 2a 2b ab 2ab 3ab 4 5a-e 6ab 7ab 8 9a-c 10 <--- competenties ---> <--- Body of Knowledge ---> niveau in module PPO01 I I E:K a:k A OSRP cijfer A 3 I I E:K systematische probleemaanpak unit operations SCM none In this assignment you will prevent the consequences of an oil disaster on an oil rig. This analysis and the measures are laid down in the Oil Spill Response Plan, abbreviated to OSRP. It will be your task to write and defend such an OSRP. Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands & English Studiegids Life Sciences & Technology

123 Werkvorm(en) project assignment test grading in class registration ec A1-6 assignments 1-6 grading in class Go/NoGo A7 A7 OSRP assessment form OSRP 50% of mark A8 group presentation assessment form presentation base grade for A9 A9 individual presentation assessment form presentation 50% of mark Periode 2 4 Verplichte literatuur none Jan Heijenga ([email protected]) Onderwijseenheid LLS108VNB LPO102VNB LLS103VNB Bio-Logisch Emergency management Optimalisatie zuivelproces Logisch - statistiek Statistiek Statistiek De competenties van het Domein Applied Sciences (DAS) Body of knowledge: Statistiek, niveau K De student(e) is in staat om: Een eenvoudig statistisch onderzoek te beoordelen en op te zetten. De volgende begrippen te hanteren en toe te passen in Excel: normale verdeling, standaard normale verdeling, overschrijdingskansen, som, gemiddelde en verschil van metingen bij een normale verdeling, schatten m.b.v. normale verdeling, toetsen, nul- en alternatieve hypothese en student t verdeling. geen Er wordt aandacht besteed aan de basisbeginselen van de statistiek. Deze kennis is noodzakelijk om bijvoorbeeld onderzoeksresultaten op een correcte manier weer te geven, of om de betrouwbaarheid van experimenten te kunnen beoordelen. 1 EC (28 uur): Colleges: 9 uur Tentamen: 2 uur Opdrachten: 8 uur Zelfstudie: 9 uur Nederlands Werkvorm(en) lessen en opdrachten test grading in class registration ec B1 opdrachten statistiek zelfnakijkende toets Go/NoGo B2 B2 tentamen tentamen cijfer Periode 2 1 Verplichte literatuur H.M.Raadschelders, M.F.M.den Rooijen Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium ; Heron reeks, 4 e druk 2012 Jan Heijenga ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

124 Onderwijseenheid LPO102VNC Emergency management Law/Oceanography/Ecology geen toets beoordeling registratie ec onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT materiaalkunde QHSE modelleren procesbeschrijving statistiek 1 2a 2b ab 2ab 3ab 4 5a-e 6ab 7ab 8 9a-c 10 <--- competenties ---> <--- Body of Knowledge ---> niveau in module PPO01 I I E:K a:k C test law/ecol/ocean. cijfer C 2 none Zeerecht is de basis voor juridische beslissingen op de Noordzee, Bij oceanografie leer je over golfgedrag en stroming Ecologie leert je hoe (micro)organismen reageren op vervuiling Onderdeel C (Maritime law/oceanography/ecology); 2 ec In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands systematische probleemaanpak unit operations SCM Werkvorm(en) lessen en opdrachten test grading in class registration ec C1 maritime law C2 oceanography 1 written test on the 3 subjects mark 2 C3 ecology Periode 2 Verplichte literatuur Pinet, P.R., Invitation to Oceanography, toronto 2003 Jan Heijenga ([email protected]) Onderwijseenheid LPO103VNA Production of oil & gas Meet- en regeltechniek De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) Body of knowledge: 4S Safety, niveau T 6T procesbeschrijving, niveau T 8 systematische probleemaanpak, niveau K toets beoordeling registratie ec onderzoeken experimenteren instrueren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT materiaalkunde QHSE modelleren procesbeschrijving statistiek systematische probleemaanpak unit operations SCM 1 2a 2b ab 2ab 3ab 4 5a-e 6ab 7ab 8 9a-c 10 <--- competenties ---> <--- Body of Knowledge ---> PPO03 I I I T S:T T K A1 regelaar H1 vold/niet vold A2 regelaar H2 vold/niet vold A3 regelaar H3 0,5 cijfer >55 A 4 A4 pfd Go/NoGo A5 T A5 regelschema 0,25 cijfer T K A6 ESD 0,25 cijfer >55 S:T T K Studiegids Life Sciences & Technology

125 Werkvorm(en) none Je leert om een regelaar in te stellen voor een gegeven proces. Daarnaast ontwerp je ook een plan voor een groter proces, waarin de regelbaarheid en de veiligheid worden geborgd. Onderdeel A (M&R); 4 ec In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands lessen en opdrachten Onderdeel nr.: Scenario van de toetsing (vorm) Scenario van de boordeling (criteria + procedure) A0 sensorkeuze A1 benoemen onderdelen regelsysteem geen toetsing (individueel) opdracht A2 tunen van een regelaar (individueel) opdracht Moet Voldoende zijn A3 identificeren van proces en tunen van regelaar (individueel) opdracht A4 PFD van proces groepswerk, iedere student krijgt deelproces Moet Voldoende zijn Individuele nabespreking. Moet Voldoende zijn cijfer. Moet voldoende zijn (>= 55). 50% van cijfer van A A5 regelschema van dit proces groepswerk, iedere student krijgt deelproces cijfer. Moet voldoende zijn (>= 55). 25% van cijfer van A A6 ESD van dit proces groepswerk, iedere student krijgt deelproces cijfer. Moet voldoende zijn (>= 55). 25% van cijfer van A Periode 4 Verplichte none literatuur Jan Heijenga ([email protected]) Onderwijseenheid LPO103VNB Production of oil & gas Materiaalkunde De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) competenties 1 onderzoeken,i 2a experimenteren Body of knowledge: 3 materiaalkunde, niveau T 8 systematische probleemaanpak, niveau K toets beoordeling registratie ec onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT materiaalkunde QHSE modelleren procesbeschrijving statistiek 1 2a 2b ab 2ab 3ab 4 5a-e 6ab 7ab 8 9a-c 10 <--- competenties ---> <--- Body of Knowledge ---> PPO03 I I I T S:T T K B1 materiaalkunde 0,25 cijfer >55 B 2 I I T K systematische probleemaanpak unit operations SCM none Je maakt een las en onderzoekt vervolgens de materiaaleigenschappen Onderdeel B (materiaalkunde); 2 ec In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands Werkvorm(en) lessen en prakticum Onderdeel nr.: Scenario van de toetsing (vorm) Scenario van de boordeling (criteria + procedure) B1 Materiaalonderzoek opdracht en rapport cijfer Periode 4 Verplichte literatuur none Jan Heijenga ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

126 Onderwijseenheid LPO103VNC Production of oil & gas Theorie De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) Body of knowledge: 10 SCM, niveau K toets beoordeling registratie ec onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT materiaalkunde QHSE modelleren procesbeschrijving statistiek 1 2a 2b ab 2ab 3ab 4 5a-e 6ab 7ab 8 9a-c 10 <--- competenties ---> <--- Body of Knowledge ---> PPO03 I I I T S:T T K C1 toets prod.techn. cijfer C 1 K systematische probleemaanpak unit operations SCM none Dit onderdeel gaat over scheidingsprocessen op een platform en over de achtergronden (thermodynamica), die daarvoor nodig zijn. Onderdeel C (theorie); 1 ec In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands Werkvorm(en) lessen Onderdeel nr.: Scenario van de toetsing (vorm) Scenario van de boordeling (criteria + procedure) C1 toets productietechn. tentamen in week 6 en her in week 9 cijfer Periode 4 Verplichte literatuur none Jan Heijenga ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

127 Onderwijseenheid LVT101VNA (PVT01) Van vlees tot Worst praktisch werk VMT 3 i Advies uitbrengen over applicaties VMT 4 i Ontwikkelen en beheren van managementsystemen VMT 5 i Onderzoeken en experimenteren m.b.t. voedingsmiddelen en productieprocessen De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen en uitvoeren en de resultaten in een overzichtelijk verslag vast leggen. De student verwerft kennis op het gebied van eiwitten, vetten, microbiologie, vleestechnologie en statistiek. Havo/VWO, natuur en techniek of natuur en gezondheid, of MBO opleiding met voldoende scheikunde Een groep van twee studenten kiest uit het aanbod van vleesproducten twee producten. Voor elk product wordt m.b.v. colleges en middels een literatuuronderzoek nagegaan wat de invloed is van additieven en procesomstandigheden op de producteigenschappen. Vervolgens wordt er een onderzoek opgezet, waarbij additieven uit het recept worden vervangen door andere (concentraties van) additieven. De resultaten worden weergegeven in een verslag. Onderdeel A (praktisch werk) 1 EC Praktisch werk geroosterd 28 uur Nederlands Evt. Engelstalige literatuur Werkvorm(en) De eerste weken worden er colleges gegeven over o.a vetten, eiwitten, additieven, vlees en vleesproducten, basismicrobiologie en statistiek. Daarnaast doen studenten in hun werkgroepje aanvullend literatuuronderzoek en schrijven een onderzoeksvoorstel. Dan volgt vier weken van praktisch onderzoek, dat beoordeeld wordt op uitvoering. Tijdens tutoruren worden plan van aanpak en resultaten besproken. Tot slot wordt een rapport geschreven.. Tijdens het jurygesprek wordt de kennis m.b.t. het gekozen onderwerp getest en verdedigen studenten hun rapport. De uitvoering van het praktisch werk wordt beoordeeld. Periode 2 Verplichte literatuur o Inleiding in de vleestechnologie, Ir. M. Roozen, repronr o Bio-organische chemie voor levenswetenschappen Engbersen en de Groot ISBN ,22 o Theoretische achtergronden en recepten o Dictaat: Basis Statistiek o SPSS programma o Voor het hele curriculum zal voor microbiologie zowel voor de theorie als het practicum - gebruik gemaakt worden van: Adams and Moss, Food Microbiology, RSC Publishing, Cambridge ISBN: ,95 J. de Jong ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

128 Onderwijseenheid LVT101VNB (PVT01) Van vlees tot Worst toets VMT 3 i Advies uitbrengen over applicaties VMT 4 i Ontwikkelen en beheren van managementsystemen VMT 5 i Onderzoeken en experimenteren m.b.t. voedingsmiddelen en productieprocessen De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen en uitvoeren en de resultaten in een overzichtelijk verslag vast leggen. De student verwerft kennis op het gebied van eiwitten, vetten, microbiologie, vleestechnologie en statistiek. Havo/VWO, natuur en techniek of natuur en gezondheid, of MBO opleiding met voldoende scheikunde Een groep van twee studenten kiest uit het aanbod van vleesproducten twee producten. Voor elk product wordt m.b.v. colleges en middels een literatuuronderzoek nagegaan wat de invloed is van additieven en procesomstandigheden op de producteigenschappen. Vervolgens wordt er een onderzoek opgezet, waarbij additieven uit het recept worden vervangen door andere (concentraties van) additieven. De resultaten worden weergegeven in een verslag. Onderdeel B (toets) 3 EC Colleges Zelfstudie 47 Toets 2 Nederlands Evt. Engelstalige literatuur 35 uur Werkvorm(en) De eerste weken worden er colleges gegeven over o.a vetten, eiwitten, additieven, vlees en vleesproducten, basismicrobiologie en statistiek. Daarnaast doen studenten in hun werkgroepje aanvullend literatuuronderzoek en schrijven een onderzoeksvoorstel. Dan volgt vier weken van praktisch onderzoek, dat beoordeeld wordt op uitvoering. Tijdens tutoruren worden plan van aanpak en resultaten besproken. Tot slot wordt een rapport geschreven.. Tijdens het jurygesprek wordt de kennis m.b.t. het gekozen onderwerp getest en verdedigen studenten hun rapport. De kennis op het gebied van eiwitten, vetten, microbiologie, vleestechnologie en de toepassing van deze kennis wordt getest d.m.v. een schriftelijke toets Periode 2 Verplichte literatuur o Inleiding in de vleestechnologie, Ir. M. Roozen, repronr o Bio-organische chemie voor levenswetenschappen Engbersen en de Groot ISBN ,22 o Theoretische achtergronden en recepten o Dictaat: Basis Statistiek o SPSS programma o Voor het hele curriculum zal voor microbiologie zowel voor de theorie als het practicum - gebruik gemaakt worden van: Adams and Moss, Food Microbiology, RSC Publishing, Cambridge ISBN: ,95 J. de Jong ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

129 Onderwijseenheid LVT101VNC (PVT01) Van vlees tot Worst verslag/jurygesprek VMT 3 i Advies uitbrengen over applicaties VMT 4 i Ontwikkelen en beheren van managementsystemen VMT 5 i Onderzoeken en experimenteren m.b.t. voedingsmiddelen en productieprocessen De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen en uitvoeren en de resultaten in een overzichtelijk verslag vast leggen. De student verwerft kennis op het gebied van eiwitten, vetten, microbiologie, vleestechnologie en statistiek. Havo/VWO, natuur en techniek of natuur en gezondheid, of MBO opleiding met voldoende scheikunde Een groep van twee studenten kiest uit het aanbod van vleesproducten twee producten. Voor elk product wordt m.b.v. colleges en middels een literatuuronderzoek nagegaan wat de invloed is van additieven en procesomstandigheden op de producteigenschappen. Vervolgens wordt er een onderzoek opgezet, waarbij additieven uit het recept worden vervangen door andere (concentraties van) additieven. De resultaten worden weergegeven in een verslag. Onderdeel C (verslag/jurygesprek) 3 EC Onderzoeksvoorstel 16 Eindrapport 40 Voorbereiding jurygesprek 27 Gesprek 1 Nederlands Evt. Engelstalige literatuur Werkvorm(en) De eerste weken worden er colleges gegeven over o.a vetten, eiwitten, additieven, vlees en vleesproducten, basismicrobiologie en statistiek. Daarnaast doen studenten in hun werkgroepje aanvullend literatuuronderzoek en schrijven een onderzoeksvoorstel. Dan volgt vier weken van praktisch onderzoek, dat beoordeeld wordt op uitvoering. Tijdens tutoruren worden plan van aanpak en resultaten besproken. Tot slot wordt een rapport geschreven.. Tijdens het jurygesprek wordt de kennis m.b.t. het gekozen onderwerp getest en verdedigen studenten hun rapport. Het eindrapport wordt beoordeeld a.d.v. criteria in de themahandleiding en ook op inhoud. Tijdens het jurygesprek vindt individuele beoordeling plaats van de studenten. Studenten moeten hier het verslag verdedigen en ook vragen m.b.t. vleestechnologie, procesomstandigheden en additieven kunnen beantwoorden. Periode 2 Verplichte literatuur o Inleiding in de vleestechnologie, Ir. M. Roozen, repronr o Bio-organische chemie voor levenswetenschappen Engbersen en de Groot ISBN ,22 o Theoretische achtergronden en recepten o Dictaat: Basis Statistiek o SPSS programma o Voor het hele curriculum zal voor microbiologie zowel voor de theorie als het practicum - gebruik gemaakt worden van: Adams and Moss, Food Microbiology, RSC Publishing, Cambridge ISBN: ,95 J. de Jong ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

130 Onderwijseenheid LVT102VNA (PVT02) Verwerking Plantaardige producten Conceptuele leerlijn Algemeen: VMT 1 ii Ontwerpen of optimaliseren van productieprocessen VMT 5 ii Onderzoeken en experimenteren m.b.t. voedingsmiddelen en productieprocessen Details: VMT5 i a, b, d, e, g VMT4 i a + b Zie competenties geen De conceptuele leerlijn bestaat uit colleges technologie en microbiologie die in de eerste paar weken geroosterd worden. De microbiologie is gericht op kennis ten behoeve van de voedingsmiddelenproductie. De rol van micro-organismen is daarbij hetzij positief (fermentatie, onderwerp in de integrale leerlijn) hetzij negatief (in de vorm van bederf). In de technologiecolleges wordt een aantal uiteenlopende onderwerpen behandeld (Geleer- en verdikkingsmiddelen, Stabiliteit van emulsies, Enzymen/enzymkinetiek, Fermentaties, Indampen en Zetmelen). Deze onderwerpen zijn ter ondersteuning van de onderwerpen en opdrachten uit de integrale leerlijn. De conceptuele leerlijn wordt afgesloten met twee tentamens. Werkvorm(en) A: Conceptuele leerlijn(3 EC) 1. Colleges : Zelfstudie: Tentamens 4 Nederlands Hoorcolleges, werkcolleges, zelfstudie-opdrachten A: Conceptuele leerlijn 3 EC's (individueel cijfer) Schriftelijke Toets: Voedselbederf en voedselvergiftiging; stofwisseling Schriftelijke Toets: Geleer- en verdikkingsmiddelen; Stabiliteit van emulsies; Enzymen/enzymkinetiek; Fermentaties; Indampen; Zetmelen Periode 4 Verplichte literatuur Bio-organische chemie voor levenswetenschappen, Engbersen en De Groot; ISBN (ook nog te gebruiken: 'Inleiding in de bio-organische chemie') Fysische chemie, J. de Jong (repro nr ) Inleiding fermentatie en productie zuurkool L. Knobbe (repro nr ) Pectine en jamproductie, L. Knobbe (repro nr ) Zetmeel en derivaten, L. Knobbe (repro nr ) Alleen voor studenten VT: Martin R. Adams and Maurice O. Moss, Food Microbiology (third edition), ISBN Uitgever: RSC Publishing / modulecoördinator Luuk Knobbe ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

131 Onderwijseenheid LVT102VNB (PVT02) Verwerking Plantaardige producten Integrale leerlijn Algemeen: VMT 1 ii Ontwerpen of optimaliseren van productieprocessen VMT 5 ii Onderzoeken en experimenteren m.b.t. voedingsmiddelen en productieprocessen Details: VMT5 i a, b, d, e, g VMT4 i a + b Zie competenties geen De technologische opdrachten zijn gerelateerd aan manieren van verwerking. Deze opdrachten behelzen het produceren van een aantal producten en het uitvoeren van een aantal variaties. De producten zijn: een fermentatie (zuurkool of vergelijkbaar) -product, jam en een saus. Naast deze opdrachten is er aandacht voor de rol van diverse kwaliteitssystemen in de voedingsmiddelenindustrie. De student gaat uitgaande van de literatuur een bestaande productiemethode bestuderen en een opzet maken om zelf ook productie te gaan uitvoeren. Belangrijk hierbij is om de rol van ingrediënten en procesomstandigheden in te zien en die rol ook uit te testen door bewust geselecteerde parameters te variëren. Bij de opzet hoort ook een plan om bepaalde parameters gedurende de productie te volgen en een manier om het eindproduct te beoordelen. Bij deze module vervult de student de rol van producttechnoloog bij een productielocatie. De docent is de opdrachtgever. De opdrachten worden geheel intern uitgevoerd op de laboratoria en in de producttechnologiehallen. Specifiek leert de student een proefopzet te maken en, omdat het ook daadwerkelijk uitgevoerd moet worden, na te denken over praktische consequenties en uitvoerbaarheid. Er moet vooraf een doordacht plan van productie, metingen en bepalingen aanwezig zijn. Verder wordt de technologische kennis uitgebreid met onderwerpen op het gebied van toepassing van ingrediënten, specifieke productieprocessen, microbiologische aspecten en kwaliteitszorg. B: Integrale leerlijn(3 EC) 1. Tutorials/practica Zelfstudie Schriftelijke voorbereiding/rapportages 40 Nederlands Werkvorm(en) Tutorgroepen en practicumgroepen. Practicum productiehal. PGO (kwaliteitszorg) B: Integrale leerlijn 3 EC's Procesontwerp (groep): Vaardigheid in maken voorstel.schriftelijke taalvaardigheid. Toepassing van kennis over (concentraties van) ingrediënten en procesomstandigheden op de kwaliteit van het eindproduct. Resultaat: Go / no go Verslagen (groep): Eindverslag. Resultaat: cijfer Assessment (groep + individueel): Kwaliteitszorg GMP/BRC/HACCP Resultaat: Formatief Verslag (groep): Kwaliteitszorg GMP/BRC/HACCP. Resultaat: cijfer Periode Verplichte literatuur 4 Bio-organische chemie voor levenswetenschappen, Engbersen en De Groot; ISBN (ook nog te gebruiken: 'Inleiding in de bio-organische chemie') Fysische chemie, J. de Jong (repro nr ) Inleiding fermentatie en productie zuurkool L. Knobbe (repro nr ) Pectine en jamproductie, L. Knobbe (repro nr ) Zetmeel en derivaten, L. Knobbe (repro nr ) Alleen voor studenten VT: Martin R. Adams and Maurice O. Moss, Food Microbiology (third edition), ISBN Uitgever: RSC Publishing / modulecoördinator Luuk Knobbe ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

132 Onderwijseenheid LVT102VNC (PVT02) Verwerking Plantaardige producten Vaardigheidsleerlijn Algemeen: VMT 5 ii Onderzoeken en experimenteren m.b.t. voedingsmiddelen en productieprocessen Details: VMT5 i a, b, d, e, g VMT4 i a + b Zie competenties Geen Van witte kool naar zuurkool Witte kool ondergaat een fermentatieproces waardoor uiteindelijk zuurkool ontstaat. Dit fermentatieproces wordt uitgevoerd door meerdere groepen bacteriën in opeenvolgende fases. Op het laboratorium wordt zuurkoolproductie ingezet, waar monsters uit genomen worden. De monsters (zuur)koolvocht worden onderzocht op de aanwezige bacteriën. Tevens wordt er op gelet of er ook andere micro-organismen aanwezig zijn. Verder wordt een bewaarproef met doperwten gebruikt om een aantal andere microbiologische analysetechnieken te oefenen. Er wordt gewerkt in twee tweetallen, zodat duplo-waarden van de resultaten verkregen worden. Werkvorm(en) C: Vaardigheid Microbiologie (1EC) 1. Practicum Zelfstudie/voorbereiding 4 3. Rapportages 8 Nederlands Practicum Microbiologie. C: Vaardigheidsleerlijn: 1 EC (individueel, formatief) Praktisch werk Microbiologie: Veiligheid en handigheid, netjes en hygiënisch Periode 4 Verplichte literatuur Bio-organische chemie voor levenswetenschappen, Engbersen en De Groot; ISBN (ook nog te gebruiken: 'Inleiding in de bio-organische chemie') Fysische chemie, J. de Jong (repro nr ) Inleiding fermentatie en productie zuurkool L. Knobbe (repro nr ) Pectine en jamproductie, L. Knobbe (repro nr ) Zetmeel en derivaten, L. Knobbe (repro nr ) Alleen voor studenten VT: Martin R. Adams and Maurice O. Moss, Food Microbiology (third edition), ISBN Uitgever: RSC Publishing / modulecoördinator Luuk Knobbe ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

133 8 Overzicht hoofdfasemodules Life Sciences & Technology Onderwijseenheid LAO430VN Afstudeeropdracht Aan de door de student gekozen major gerelateerde competenties op niveau i 3 Aantonen in staat te zijn een onderzoek (project) op te zetten, uit te voeren/ organiseren, rapporteren en te verdedigen in het vakgebied van de gekozen major De afstudeeropdracht is het sluitstuk van de opleiding en maakt onderdeel uit van de gekozen major. De afstudeercoördinator moet voorafgaande aan de start toestemming verlenen voor het onderwerp. Een afstudeeropdracht kan starten nadat er 150 studiepunten (inclusief de stage en de verplichte majormodules) in de hoofdfase zijn behaald. De examencommissie kan toestemming geven van deze norm af te wijken als dit in het belang is van de studievoortgang van de student. De afstudeeropdracht is het afsluitende onderdeel van de opleiding en vindt dus plaats na afronding van de andere activiteiten. Voor dit onderdeel kan in principe nooit vrijstelling worden verleend. De afstudeeropdracht is gekoppeld aan de majorkeuze. De opdracht is groot, biedt de mogelijkheid voor theoretische verdieping, heeft een duidelijke onderzoekscomponent en wordt uitgevoerd op basis van een zelf opgezet project/onderzoeksplan. Afstudeeropdrachten worden individueel of in tweetallen uitgevoerd. Zowel de begeleiding als de beoordeling van de opdracht is de verantwoordelijkheid van de opleiding. 30 = 840 uur Onderzoek en rapportage Nederlands Werkvorm(en) Afstudeeronderzoek van 20 weken Beoordeling van het afstuderen vindt plaats op basis van de volgende onderdelen: Het proces; hierbij speelt het opstellen van het onderzoeksvoorstel, creativiteit en diepgang en de realisatie van de planning een grote rol. Cijfer Het verslag; diepgang, verslagtechniek en dataverwerking en interpretatie zijn hier belangrijk. Cijfer Periode Verplichte literatuur Opmerkingen Mondelinge presentatie; hierbij zijn belangrijke aspecten het aansluiten bij de doelgroep, presentatietechniek en verdediging resultaten belangrijk. Cijfer De drie onderwerpen moeten alle met minimaal een 5,5 worden afgesloten. Het eindcijfer voor de afstudeeropdracht is een gewogen gemiddelde van de cijfers per onderdeel Studiegids Life Sciences & Technology

134 Onderwijseenheid Werkvorm(en) LBM203VN (HBM03) Infectie en therapie De competenties van laboratorium diagnostiek medische microbiologie, functioneren als beroepsbeoefenaar en communiceren komen aan de orde op niveau ii Studenten zijn zowel theoretisch als praktisch gespecialiseerd in een van de richtingen binnen het veld van Microbiologie. Module LLS101 werken in het laboratorium, certificaat VMT, Module LBM101 medische microbiologie in de praktijk Je bent werkzaam op een medisch diagnostisch laboratorium als analist. Een arts microbioloog Izore centrum voor infectieziekten te Leeuwarden heeft een aantal casussen van patiënten die opgelost moeten worden. Om deze casussen op te lossen zal je eerst een aantal basisvaardigheden worden aangereikt d.m.v. flankerend onderwijs en flankerend practicum. Daarnaast beschik je reeds over een aantal benodigde vaardigheden verworven tijdens de module welke infectie heeft deze patiënt. Vervolgens maak je een plan van aanpak hoe je deze casussen met een patiënten probleem kunt oplossen. Met behulp van dit plan van aanpak kun je in de praktijk uiteindelijk vaststellen welk micro-organisme de infectie heeft veroorzaakt en vaststellen voor welke antibiotica het micro-organisme gevoelig is. Onderdeel A (Theorie); 2 ec: Colleges Zelfstudie Tentamen 20 uur 32 uur 4 uur Onderdeel B (Practicum); 2 ec: Voorbereiding 16 uur Uitvoering Rapportage 24 uur 16 uur Onderdeel C (opdracht); 3 ec: Onderzoeksvoorstel 36 uur Experimenten Procesontwerp Poster presentatie 24 uur 10 uur 4 uur Voorbereiding presentatie 10 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Tijdens deze module wordt er zelfstandig en in groepsverband gewerkt aan een opdracht die praktisch uitgevoerd dient te worden. Voor de opdrachten dient met een PVA te maken. Uiteindelijk zal men van de opdrachten een poster moeten maken. De arts-microbioloog van Izore centrum voor infectieziekten te Leeuwarden zal een patiëntcasus uitzoeken en die aan jullie voorleggen om verder uit te werken. Naast de integrale opdrachten wordt de kennis ondersteund door flankerende theorie en praktische vaardigheden. De praktische vaardigheden worden getoetst tijdens het practica en d.m.v. in te leveren opdrachten. Onderdeel A (Theorie); 2 ec: (toetsvorm: multiple choice, cijfer) Kennis wordt getoetst d.m.v. een schriftelijke toets (tentamen). Periode 2 Onderdeel B Practica; 2 ec: : weekopdrachten, moeten voldoende zijn, met aanvullende opdrachten herkansing mogelijk. De practica worden beoordeeld op basis van uitvoering (Tijdens het hele praktijk gedeelte wordt de student door de docent beoordeeld op zijn/haar vorderingen wat betreft lab-vaardigheden, interpretaties van de verschillende patiënte materialen en bijbehorende determinatie testen.) en d.m.v. in te leveren week opdrachten. Onderdeel C. Opdracht; 3 ec: toetsing: <beroepsproduct>, v/o, min. 80% aanwezigheid bij werkgroep bijeenkomst, actieve deelname. Het plan van aanpak is een groepsproduct. Het moet voldoen aan criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. De individuele toetsing vindt plaats door iedere student tijdens de uitvoering te beoordelen op correcte uitvoering en interpretaties. Tijdens tutorgesprekken met docenten wordt de samenwerking, voortgang van het proces toegelicht. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van het pva, de bijdrage van de student aan de opdracht en de toelichting van het uitgevoerde werk tijdens het tutorgesprek. Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. Studiegids Life Sciences & Technology

135 Onderwijseenheid LBM221VN (HBM21) Implementatie van een bloedanalyse Beheren en coördineren niveau i Laboratoriumdiagnostiek Klinische Chemie niveau ii Je maakt als student deel uit van het personeel van een klinisch chemisch laboratorium waar dagelijks een groot aantal bepalingen verricht worden t.b.v. de diagnostiek. De klinisch chemicus vraagt jou een bepaalde kit te evalueren voordat deze eventueel in het laboratorium geïmplementeerd wordt. In de loop van de module komen o.a. de volgende aspecten aan de orde: De lineariteit bepalen; zijn hoge waarden nog wel te meten? De inter-assay variatie bepalen (reproduceerbaarheid) De intra-assay variatie bepalen (herhaalbaarheid) De detectiegrens bepalen De invloed van storende factoren bepalen Geen instroomeisen. De student bezit algemene chemische laboratoriumvaardigheden, zoals pipetteren en werken met een spectrofotometer. Het is van essentieel belang dat de door het klinisch chemisch laboratorium bepaalde uitslagen juist zijn, omdat een onjuiste uitslag voor een patiënt zelfs fataal kan zijn. Voordat een analysetechniek toegepast kan worden moet worden uitgezocht of deze inderdaad 100% betrouwbare resultaten oplevert. Indien dit niet het geval is moet de methode worden aangepast om de uitslagen wel betrouwbaar te maken. Wanneer je medisch analist bent zal je regelmatig het verzoek krijgen een bloedanalyse te optimaliseren. Er komen steeds nieuwe bepalingen en methoden op de markt, die vaak nauwkeuriger, goedkoper en milieuvriendelijker zijn dan de bestaande methode. Deze nieuwe methoden moeten eerst geoptimaliseerd worden, voordat ze in het laboratorium in gebruik kunnen worden genomen. Ook wanneer je in een onderzoekslaboratorium werkzaam bent, zal je de meetmethodes die je gebruikt eerst moeten optimaliseren voor de door jou gewenste analyse. In deze module test je de methode voor een enzymbepaling op betrouwbaarheid en indien nodig optimaliseer je deze verder. Bij de zogenaamde validatie van de enzymbepaling komt een aantal zaken aan de orde, zoals beschreven bij de leerdoelen. Verder krijg je in de module theorielessen over de klinische chemie, het valideren van methoden en over koolhydraten, vetten en eiwitten. Onderdeel A (opdracht), 3 EC s: Uitwerken practica: 16 uur Tutorbijeenkomsten: 8 uur Schrijven verslag: 26 uur Maken poster: 10 uur Presenteren poster: 6 uur Literatuuronderzoek: 8 uur Bijwonen gastcollege (verplicht): 4 uur Bijwonen excursie (verplicht): 6 uur Onderdeel B (theorie), 2 EC;s: Colleges: 10 uur Tentamen: 4 uur Zelfstudie: 42 uur Onderdeel C (vaardigheden), 2 EC: Bijwonen practica: 48 uur Bijhouden labjournaal: 8 uur Nederlands. Gebruik van Engelse literatuur. Werkvorm(en) A: Laboratoriumwerk, tutorbesprekingen, verslag schrijven, posterpresentatie, literatuuronderzoek, excursie, gastcollege B: Hoorcolleges C: Laboratoriumwerk (enzymbepaling, pipetteren, spectrofotometrie). A: Het verslag en de poster worden becijferd (3 EC). Gemiddeld (verhouding 1 : 1) moet het cijfer minimaal 5,5 zijn. Het cijfer wordt pas toegekend wanneer de gastlezing en de excursie zijn bijgewoond. Studiegids Life Sciences & Technology

136 Periode 1 B: Theorie schriftelijk tentamen (2 EC) C: Aanwezigheid bij de practica + bijhouden labjournaal en dit wekelijks bespreken met de tutor (2 EC). Verplichte literatuur Clinical Chemistry, concepts and applications, revised edition Shauna Anderson and Susan Cockayne Waveland Press Inc. USA EAN: H.M. Raadschelders en M.F.M. den Rooijer Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium Uitgever: Syntax Media EAN: Karin van der Borght ([email protected]) Onderwijseenheid LBM222VN (HBM22) Diagnostisch redeneren Beheren en coördineren niveau i Laboratoriumdiagnostiek Klinische Chemie niveau ii Je maakt als student deel uit van het personeel van een klinisch chemisch laboratorium waar dagelijks een groot aantal bepalingen verricht worden t.b.v. de diagnostiek. Je krijgt als student de opdracht om op basis van onderzoeksgegevens en de aanvragen van een arts voor verschillende bepalingen in bloed ( in het serum of plasma en in cellen)een diagnose te stellen voor de betreffende patiënt. De zgn. casus. Het praktische onderzoek zal plaatsvinden in de laboratoria op school(voor zover mogelijk) Verdere gegevens als klachten, anamnese en overige uitslagen worden verstrekt. Bij voorkeur LBM221. Indien deze niet of slechts gedeeltelijk is afgerond kan de student na overleg met de moduco toegelaten worden. De student moet dan wel de volgende algemene chemische laboratoriumvaardigheden, zoals pipetteren en werken met een spectrofotometer bezitten. Klinische Chemie en Hematologie, nodig voor het uitvoeren van de casuïstiek. Onderdeel A (opdracht), 3 EC; Uitwerken practica: 20 uur Tutorbijeenkomsten: 12 uur Schrijven verslag: 28 uur Presenteren casus : 6 uur Literatuuronderzoek: 18 uur Onderdeel B (theorie), 2 EC; Colleges: 10 uur Tentamen: 4 uur Zelfstudie: 42 uur Onderdeel C (vaardigheden), 2 EC: Bijwonen practica: 48 uur Bijhouden labjournaal: 8 uur Nederlands. Gebruik van Engelse vakliteratuur. Werkvorm(en) A: Laboratoriumwerk, tutorbesprekingen, verslag schrijven, presentatie casus, literatuuronderzoek. B: Hoorcolleges C: Laboratoriumwerk diverse technieken, o.a. vlamfotometrie, spectrofotometrie van enzymbepaling, suiker bepaling, cholesterol bepaling, kreatinine bepaling, zouten. Verder hematologische bepalingen als, Hb, Ht, differentiëren witte cellen, tellen cellen. Studiegids Life Sciences & Technology

137 A: Het verslag en de poster worden becijferd (3 EC). Gemiddeld (verhouding 1 : 1) moet het cijfer minimaal 5,5 zijn. Het cijfer wordt pas toegekend wanneer de gastlezing en de excursie zijn bijgewoond. Periode 2 B: Theorie schriftelijk tentamen (2 EC) C: Aanwezigheid bij de practica + bijhouden labjournaal en dit wekelijks bespreken met de tutor (2 EC). Verplichte literatuur Clinical Chemistry, concepts and applications, revised edition Shauna Anderson and Susan Cockayne Waveland Press Inc. USA EAN: H.M. Raadschelders en M.F.M. den Rooijer Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium Uitgever: Syntax Media EAN: Hoffman et al. Hematologie Bohn, Stafleu en van Loghum ISBN Maarten Niemantsverdriet, [email protected] Anneke de Reuver, [email protected] Opmerkingen Onderwijseenheid LBM331VN (HBM31) Clinical Chemistry, Hormones, what is life without them, Beheren en coördineren niveau i Laboratoriumdiagnostiek: Interpreteren lab resultaten niveau ii Beoordeling diagnostische producten niveau ii Studenten krijgen de opdracht om zich aan de hand van een specifiek ziekte beeld te verdiepen in de endocrinologie, de leer van de hormonen. De student moet aan de hand van gespecialiseerde endocriene bepalingen en verdere relevante laboratorium bepalingen een goed onderbouwde diagnose van de patiënt kunnen maken. Hierin moet het totale endocriene systeem betrokken bij dit ziektebeeld aan de orde komen. Dit moet onderbouwd worden door relevante, up to date vakliteratuur. Daarnaast moet de student in staat zijn een commerciële endocrinologische test op het laboratorium te implementeren Bij voorkeur LBM221 en/of LBM222 Endocrinologie, zowel theoretisch als praktisch. Onderdeel A (opdracht), 3 EC s: Uitwerken vragenvuur: 10 uur Tutorbijeenkomsten: 10 uur Schrijven verslag: 25 uur Literatuuronderzoek: 20 uur Bijwonen en voorbereiden vragenvuur 10 uur Bijwonen gastcollege (verplicht): 3 uur Bijwonen excursie (verplicht): 6 uur Onderdeel B (theorie), 2 EC;s: Colleges: 10 uur Tentamen: 4 uur Zelfstudie: 42 uur Onderdeel C (vaardigheden), 2 EC: Bijwonen practica: 48 uur Bijhouden labjournaal: 8 uur Nederlands. Gebruik van Engelse literatuur. Studiegids Life Sciences & Technology

138 Werkvorm(en) A: Laboratoriumwerk, tutorbesprekingen, verslagschrijven,,literatuuronderzoek, excursie, gastcollege, vragenvuur B: Hoorcolleges C: Laboratoriumwerk (Elisa s). A: Het verslag wordt en het vragenvuur wordt becijferd (3 EC). Gemiddeld (verhouding 1 : 1) moet het cijfer minimaal 5,5 zijn. Het cijfer wordt pas toegekend wanneer de gastlezing en de excursie zijn bijgewoond. B: Theorie schriftelijk tentamen becijferd en moet minimaal 5.5 zijn (2 EC) C: Aanwezigheid bij de practica + bijhouden labjournaal en dit bespreken met de tutor (2 EC). Periode 3 Verplichte literatuur Clinical Chemistry, concepts and applications, revised edition Shauna Anderson and Susan Cockayne Waveland Press Inc. USA EAN: Ina Pratt ([email protected]) Onderwijseenheid LBM332VN (HBM32) medical microbiology De competenties van laboratorium diagnostiek medische microbiologie, functioneren als beroepsbeoefenaar en communiceren komen aan de orde op niveau ii. De medisch microbiologisch laboratoriummedewerker voert experimenten uit t.b.v. diagnostisch en toegepast onderzoek. Hij voert deze zelfstandig, veilig en systematisch uit, zodanig dat aantoonbaar betrouwbare resultaten worden verkregen. Studenten zijn zowel theoretisch als praktisch gespecialiseerd in een van de richtingen binnen het veld van medische microbiologie. Module LLS101 werken in het laboratorium, certificaat VMT, Module LBM101 medische microbiologie in de praktijk en LBM203 infectie en therapie, moeten zijn voldaan Je bent werkzaam op een medisch diagnostisch laboratorium als analist medische microbiologie. Een artsmicrobioloog van Izore centrum infectieziekten friesland in Leeuwarden heeft een aantal casussen van patiënten die opgelost moeten worden. De integrale lijn bestaat uit een theoretische casus, een verslag over het praktijk gedeelte en een poster over een omschreven opdracht. De theoretische casus zal de virusdiagnostiek bevatten en er moeten een aantal vragen worden beantwoord, in een geschreven verslag moeten de praktische werkzaamheden worden verwerkt welke tijdens de praktijk verricht zijn. Dit zullen serologische practica zijn. Daarnaast krijg je bij dit thema te maken met een opdracht welke door middel van een poster verwerkt moet worden. Er wordt bij dit thema gewerkt in groepjes van twee studenten voor de posteropdracht en de andere twee opdrachten zijn individuele. Het verslag moet zijn met o.a. een gedegen inleiding, een heldere weergave van de resultaten en een kritisch geschreven discussie. De casusopdracht mag via de mail worden beantwoordt en de posteropdracht wordt via een presentatie beoordeeld. Tijdens het praktische werken wordt in tweetallen gewerkt. Onderdeel A (Theorie); 2 EC: Colleges Zelfstudie Tentamen 20 uur 32 uur 4 uur Onderdeel B (Practicum + verslag samen 2EC), theoretische opdracht 1EC; totaal 3 EC: Voorbereiding 36 uur Uitvoering Rapportage 24 uur 24 uur Onderdeel C (poster opdracht); 2 ec: Onderzoeksvoorstel 38 uur Procesontwerp Poster presentatie 10 uur 4 uur Voorbereiding presentatie 2 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Studiegids Life Sciences & Technology

139 Werkvorm(en) Tijdens deze module wordt er zelfstandig en in groepsverband gewerkt aan een theoretische casus, een verslag over het praktijk gedeelte en een poster over een omschreven opdracht. De arts-microbioloog van Izore centrum voor infectieziekten te Leeuwarden zal een patiëntcasus uitzoeken die moet worden uitgewerkt. Deze theoretische casus zal de virusdiagnostiek bevatten en er moeten een aantal vragen worden beantwoord, in een geschreven verslag moeten de praktische werkzaamheden worden verwerkt welke tijdens de praktijk verricht zijn. Dit zullen virologische en serologische practica zijn. Daarnaast krijg je bij dit thema te maken met een opdracht welke door middel van een poster verwerkt moet worden. Er wordt bij dit thema gewerkt in kleine groepjes studenten voor de posteropdracht en de andere twee opdrachten zijn individuele. Het verslag moet zijn met o.a. een gedegen inleiding, een heldere weergave van de resultaten en een kritisch geschreven discussie. De casusopdracht mag via de mail worden beantwoordt en de posteropdracht wordt via een presentatie beoordeeld. Tijdens het praktische werken wordt in tweetallen gewerkt. Naast de integrale opdrachten wordt de kennis ondersteund door flankerende theorie en praktische vaardigheden. Onderdeel A (Theorie); 2 ec: (toetsvorm: Kennis wordt getoetst d.m.v. een schriftelijke toets (tentamen), cijfer Onderdeel B Practica, verslag, theoretische casus; 3 ec: : individueel; cijfer Deze theoretische casus zal de virusdiagnostiek bevatten en er moeten een aantal vragen worden beantwoord, in een geschreven verslag moeten de praktische werkzaamheden worden verwerkt welke tijdens de praktijk verricht zijn. Dit zullen virologische en serologische practica zijn. Het verslag moet zijn met o.a. een gedegen inleiding, een heldere weergave van de resultaten en een kritisch geschreven discussie. Onderdeel C. Opdracht; 3 ec: toetsing: klein groepje, cijfer virologische en serologische thema opdracht welke door middel van een poster verwerkt moet worden. Tijdens tutorgesprekken met docenten wordt de samenwerking, voortgang van het proces toegelicht. Er zal veelvuldig moeten worden overlegd over de uitvoering van deze opdracht. Voor deze opdracht zal er contacten met verschillende bedrijven of laboratoria moeten worden opgenomen (commerciële of diagnostische), interviews houden, netwerken etc. Tijdens het werken aan dit project moet je ervoor zorgen de voortgang te bewaken. Er zal dus constant een vergelijking moeten worden gemaakt tussen wat er in de planning zit en wat er al bekend en/of uitgevoerd is en door wie. Als blijkt dat een lid van jouw groep dreigt achter te lopen, zal men moeten beslissen hoe men dit gaat oplossen. Halverwege de module is er een voortgangsgesprek met je tutor/opdrachtgever maar geef het in de tussentijd actief aan als je denkt dat er niet gelijkwaardig gewerkt wordt. Het cijfer is mede gebaseerd op de kwaliteit van de bijdrage van de student aan de opdracht en de toelichting van het uitgevoerde werk tijdens het tutorgesprek. Periode 4 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. Onderwijseenheid LBM333VN (HBM33) Hematology De competenties van diagnostisch hematologisch / klinisch chemisch laboratoriumonderzoek, alsmede het functioneren als beroepsbeoefenaar en communiceren, komen aan de orde op niveau ii en iii De student: - kan gangbare benigne en maligne afwijkende bloedbeelden in perifere bloeduitstrijkjes (difjes) herkennen en screenen, alsmede de verschillende onrijpe beenmergcellen in een beenmerguitstrijk herkennen en benoemen; - heeft inzicht in bloedtransfusieproblematiek en kan een antigram oplossen, - heeft inzicht in de oorzaken, diagnose en behandeling van gangbare bloedstollingsafwijkingen, zoals bloedingsneigingen en thrombose.. - kan hematologische en andere relevante laboratoriumtest-resultaten interpreteren aan de hand van een aantal hematologische cases. Verplicht: Module HBM22 hebben doorlopen. Aanbevolen (niet verplicht) juniorstage op een klinisch chemischhematologisch ziekenhuislaboratorium. (Deelname zonder voorafgaande basismodule HBM22 is niet onmogelijk, maar wordt alleen aangeraden als de student zich de leerstof van deze basismodule zelfstandig in korte tijd kan eigen maken.) Studiegids Life Sciences & Technology

140 A: De studenten brengen in tutorgroepjes realistische hematopathologische cases in kaart en presenteren deze aan elkaar. B: Theorie: pathologie van bloedcellen [rood / wit], van bloedstolling [thrombose-oorzaken / bloedingsneigingen] en bloedtransfusieproblematiek. C: Praktica: leren herkennen van afwijkende bloedbeelden [rood / wit; benigne / maligne]. Bloedgroepen en kruisproef. Onderdeel A [Casus]: 3 ec.: 6x tutorbijeenkomsten : 6 x 0,5 uur + casusverslag. Presentatie, incl. Vragenvuur: 3 uur Onderdeel B [Tentamen]: 2 ec: Colleges: 4 x 2 uur + 1 x 2 Vragenuur, totaal 10 lesuren Tentamen: 2 uur Zelfstudie: 30 uur Onderdeel C :5x 3 uur prakticum Proefprakticum: 3 uur: 4 blinde bloedpreparaten + benoemen 20 Beenmergcellen + Bloedgroeptest Nederlands, met gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvorm(en) Hoorcolleges, practica, zelfstudie, tutorgroepoverleg A: groepsproduct: cijfer verslag (inhoudelijke en verslagtechnische kriteria in themahandleiding) en presentatie, incl. beantwoorden van vragen, tellen elk voor 50% mee. Periode 3 B: Tentamen: open vragen; 5,5 of hoger is voldoende. C: het prakticumcijfer wordt samengesteld uit de behaalde punten tijdens het Proefprakticum. In week 6. Verplichte literatuur Hematologie, Hoffmann e.a., Syntax Media, 2006 Anneke de Reuver ([email protected]) REA Naam onderwijseenheid LBT221VN ( HBT21) Zuiveren BT De competenties: uitvoeren/onderzoeken/optimaliseren van biotechnologisch productieprocessen/ Ontwerpen van biotechnologische productieprocessen / Bedrijven van biotechnologische productieprocessen op niveau ii / Functioneren als beroepsbeoefenaar op niveau i De student kan, gegeven een praktijksituatie, een zuiveringsstrategie zoeken in de literatuur; deze operationaliseren en verdedigen. Vervolgens uitvoeren en de resultaten kritisch analyseren. De student kan aangeven hoe afvalstromen worden voorkomen dan wel verwerkt. Zie competenties hierboven op niveau ii. De student kan op basis van een geformuleerde opdracht een zuiveringsproces ontwerpen en uitvoeren. Hij/zij is in staat te formuleren hoe de verbetering van de zuiverheid van een product kan worden aangetoond en kan dit toepassen bij bewijsvoering voor het eigen proces. De student kan resultaten van kleinschalige proeven gebruiken bij het opzetten van een rekenmodel voor een grootschalige zuivering. De student heeft kennis verworven over unit operations; zuiveringsprocessen voor eiwitten en effectief groepswerk. Voor deelname aan dit thema dien je in het bezit te zijn van een VMT-certificaat Kennis van de Bioprocestechnologie (LPLS04) en Engels relevant i.v.m. lesstof en leerboek. Je onderzoekt een vakgebied dat in de praktijk relevant is en ontwikkelt een product met een mogelijke (bio)medische toepassing op grote schaal. Dat is een taak die een biotechnoloog regelmatig zal uitvoeren. Hij/zij krijgt een opdracht, doet onderzoek, vertaalt literatuuronderzoek naar aanpak van probleem, doet experimenten, trekt conclusies en levert een product. Zuiveren, of in het algemeen DSP, is voor biotechnologen niet eerder aan bod gekomen. Het is wel het soort activiteiten dat in de praktijk het overgrote deel van de kosten veroorzaakt. Voor de integrale opdracht wordt elk jaar gezocht naar een bedrijf dat biomaterialen maakt en op zoek is naar een zuiveringsproces voor een biologisch product. Onderdeel A: (Literatuurstudie en Opschaling DSP) 2 EC s Colleges 8 uur uitvoeren en verslag maken 68 uur go/nogo beoordeling 2 uur Studiegids Life Sciences & Technology

141 Verdediging literatuur + opsch 2 uur Onderdeel B (Voorstel DSP Protocol + Praktijkwerk) 4 EC s begeleide praktijk 24 uur zelfstandig praktisch werk 70 uur labjournaal (summ beoord.) 6 uur lit.studie + verslag maken 56 uur jurygesprek incl voorber. 4 uur Onderdeel C (theorie DSP) 1 EC colleges 12 uur studie 26 uur Theorietoets 2 uur Werkvormen Nederlands + Engelstalig studieboek. Ondersteuning Engels wordt op aangeboden. In de integrale leerlijn werken studenten in groepen aan deelopdrachten. Dat omvat alle elementen die hierboven genoemd zijn. Veel groepswerk, vrij zelfstandig met regelmatig overleg met inhoudsdeskundige tutoren. Daarnaast flankerende theorie (afgesloten met tentamen) en flankerende praktijk (leren technieken) waarbij aandacht wordt besteed aan het labjournaal (moet voldoende worden beoordeeld). Alle themaonderdelen worden beoordeeld. Als er creditpoints verstrekt worden, bevat de toetsing individuele elementen Onderdeel A: Literatuurstudie moet worden verdedigd tegenover opdrachtgever. Opschaling DSP komt aan bod in jurygesprek waarbij alle groepsleden elke vraag moeten kunnen beantwoorden. Onderdeel B: Labjournaal wordt individueel beoordeeld. Voorstel DSP is een groepsproduct. Elke student moet individueel vragen daarover kunnen beantwoorden in het jurygesprek. Het onderdeel Unit Operations van het flankerend onderwijs wordt getoetst met een schriftelijk tentamen. Periode 2 van jaar 2 Verplichte literatuur Opmerking Doran, Pauline M. Bioproces Engineering, 2 nd edition, Academic Press, London, 2012, ISBN (1e druk voor ouderejaars ook bruikbaar) Dictaten van HS VHL, resp. NHL Hogeschool Raadpleeg voor de meest actuele boekenlijst Studentnet of Blackboard J.P.A. Jorritsma. ([email protected]) Aangepast aan SIS 5/4/2013 K. Jorritsma Onderwijseenheid LBT331VN (HBT31) Plant Biotechnology 1 De competenties Bit 4, Bit 5 en Bit 6 komen aan de orde op niveau ii. Bit 4 ii : Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek Bit 5 ii : Ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten Bit 6 ii : Professioneel handelen De student kan zelfstandig een onderzoeksvoorstel schrijven voor een uit te voeren onderzoek. De student kan een soortgelijk onderzoek ook uitvoeren. De student heeft kennis verworven op het gebied van de Plantenbiotechnologie, Fytopathologie en Plantenfysiologie Jaar 1 & 2 van de opleiding Biotechnologie. Het tevens volgen van HBT33 (Plant Biotechnology 2) in periode 4 wordt ten zeerste aangeraden. Studenten krijgen een praktische opdracht waarin het opzetten en uitvoeren van plantenteeltproeven in de kas en weefselkweekexperimenten in het laboratorium centraal staan. Dit is de praktische opdracht van de Integrale lijn. Studenten krijgen een theoretische opdracht, waarin het toepassen van theorie in werkveldgerelateerde vraagstukken centraal staan. Dit is de theoretische opdracht van de Integrale lijn. Om de opdrachten in de Integrale lijn goed te kunnen uitvoeren zal er studie nodig zijn naar verschillende onderwerpen op het gebied van de Plantenbiotechnologie. Dit is de Conceptuele lijn. Integrale lijn Praktische opdracht; 3 ec Literatuurstudie 20 uur Projectplan Poster Tutoruren Experimenten 16 uur 8 uur 8 uur 32 uur Studiegids Life Sciences & Technology

142 Integrale lijn Theoretische opdracht; 1 ec Literatuurstudie 20 uur Rapport 8 uur Conceptuele lijn; 3 ec Colleges 20 uur Zelfstudie 60 uur Tentamen 4 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse boeken als ook Engelse vakliteratuur. Aan de praktische opdracht van de Integrale lijn wordt gewerkt door projectgroepen van 3-4 personen. Elke groep wordt wekelijks begeleid door een tutor. De theoretische opdracht van de Integrale lijn wordt individueel uitgevoerd. In colleges zal aandacht besteed worden aan de toepassing van verschillende moleculaire technieken, die gebruikt worden binnen de Plantenbiotechnologie, als ook aan de vakgebieden Fytopathologie en Plantenfysiologie. Integrale lijn Praktische opdracht; 3 ec Voor het uit te voeren onderzoek wordt een projectplan geschreven. Ook wordt er een wetenschappelijke poster gemaakt. Zowel het projectplan als de poster zijn groepsproducten. Het moet voldoen aan de criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. Projectplan en poster worden beoordeeld met een cijfer. Integrale lijn Theoretische opdracht; 1 ec De theoretische opdracht zal afgesloten worden met een rapport. Conceptuele lijn; 3 ec Kennis over Plantenbiotechnologie, Fytopathologie, Plantenfysiologie wordt getoetst d.m.v. een schriftelijk tentamen. Periode 3 Verplichte literatuur * Chawla, H.S. (2009) Introduction to Plant Biotechnology, 3th. ed. Science Publishers, Inc. Enfield/USA * Dickinson, M. (2003) Molecular Plant Pathology, Bios Scientific Publishers, London, New York * Taiz, L. & Zeiger, E. (2006) Plant Physiology, fourth ed. Sinauer Associates, Inc. Publishers, Sunderland,Massachusetts H. Pennekamp ( [email protected]) Onderwijseenheid LBT332VN (HBT32) Immunology De volgende twee competenties komen aan bod op niveau ii: ontwikkelen en uitvoeren van methoden in het biotechnologisch-/medisch onderzoek en beroepsbeoefenaar - Actieve beheersing van kennis betreffende immunologische processen - De student kan een literatuurstudie uitvoeren betreffende een wetenschappelijk immunologisch onderwerp; kan deze kort en bondig in wetenschappelijk taalgebruik- samenvatten en presenteren mbv een power point presentatie - De student is in staat om de resultaten uit een reeks samenhangende laboratoriumexperimenten helder schriftelijk weer te geven zoals dat in het wetenschappelijk onderzoeksveld gebruikelijk is De module LBM102 of LLS2 21 (theoretische onderdeel immunologie) moeten met een voldoende zijn afgerond In deze module moet de student in de huid kruipen van een vierdejaars HBO-er die bezig is met zijn afstudeeropdracht op een biomedisch onderzoekslaboratorium, waarbij items van de immunologie centraal staan Om dit tot een goed eind te brengen - kan de student deelnemen aan een wetenschappelijke werkomgeving, d.w.z.: het actief bijwonen van werkbesprekingen, litteratuurstudie, wetenschappelijke verslaglegging (Engels), mondelinge presentatie (Nederlands) - beheerst de student immunologische vakkennis zowel betreffende immunologische processen in het algemeen als ook in relatie tot immunologische ziekten en aanverwante onderzoeksvelden A. Colleges docenten + PP presentaties door studenten+bijwonen: 40 uur) + A. Zelfstudie literatuur + review + vragen formuleren 44 uur) =3 ec Studiegids Life Sciences & Technology

143 B. Zelfstudie afschrijven artikel 56 uur 2 ec C. Tentamen (leren + maken) 56 uur 2 ec - Nederlands (mondeling en schriftelijk) + Engels (schriftelijk) - Gebruik van Engelstalige literatuur Werkvorm(en) Hoorcollege volgen, zelfstudie, werkgroep, power point presentatie geven, verschillende vormen van verslaglegging Onderdeel A: - De samenvatting over een onderwerp uit de immunologische vakliteratuur (samenvatting van minimaal 5 artikelen) plus de door de studentengroep opgestelde 5 toetsvragen behorend bij deze literatuurstudie (A1 + A2) - De power point presentatie over bovengenoemd onderwerp, inclusief het beantwoorden van de vragen (=discussie) (A3) - Het onderdeel A (A1+ A2+A3) levert een cijfer op dat 3 ec waard is; hierbij weegt het cijfer voor (A1+A2) 2x zo zwaar als dat voor A3 Onderdeel B: De schriftelijke verslaglegging (in het Engels) van het aangereikte niet volledig uitgeschreven onderzoek (B) + bijwonen van een dag met gastcolleges: 2 ec Onderdeel C; schriftelijke toets, gesloten boek tentamen: 2 ec Periode Majormodule jaar 3 periode 3 Geadviseerde Literatuur Geadviseerde literatuur - Rijkers, G.T., Kroese, F.G.M., Kallenberg, C.G.M., Derksen, R.H.W.M., Immunologie, 2009, Bohn Stafleu van Loghum, Houten OF - Male, D., Brostoff, J., Roth, D.B., Roitt, I., Immunology, minimaal 7yh edition, 2009, Mosby/Elsevier - Artikelen uit recente immunologische vakliteratuur (voorbeelden worden in de themahandleiding vermeld); minimaal 10 artikelen (5+5 voor respectievelijk onderdeel A1 en B) D.Bonarius ([email protected]) Opmerkingen Onderwijseenheid LBT333VN (HBT33) Plant Biotechnology 2 De competenties Bit 4, Bit 5 en Bit 6 komen aan de orde op niveau ii. Bit 4 ii : Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek Bit 5 ii : Ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten Bit 6 ii : Professioneel handelen De student kan onderzoek uitvoeren en hierover een onderzoeksverslag schrijven, als ook de resultaten van het onderzoek presenteren. De student heeft kennis verworven op het gebied van de Plantenbiotechnologie, Fytopathologie en Plantenfysiologie Jaar 1 & 2 van de opleiding Biotechnologie. Het tevens volgen van LBT331 (Plant Biotechnology 1) in periode 3 wordt ten zeerste aangeraden. Studenten krijgen een praktische opdracht waarin het opzetten en uitvoeren van plantenteeltproeven in de kas en weefselkweekexperimenten in het laboratorium centraal staan. Dit is de praktische opdracht van de Integrale lijn. Studenten krijgen een theoretische opdracht, waarin het toepassen van theorie in werkveldgerelateerde vraagstukken centraal staan. Dit is de theoretische opdracht van de Integrale lijn. Om de opdrachten in de Integrale lijn goed te kunnen uitvoeren zal er studie nodig zijn naar verschillende onderwerpen op het gebied van de Plantenbiotechnologie. Dit is de Conceptuele lijn. Integrale lijn Praktische opdracht; 3 ec Literatuurstudie Tutoruren 16 uur 8 uur Studiegids Life Sciences & Technology

144 Experimenten 40 uur Onderzoeksverslag 16 uur Presentatie 4 uur Integrale lijn Theoretische opdracht; 1 ec Literatuurstudie 20 uur Rapport 8 uur Conceptuele lijn; 3 ec Colleges 20 uur Zelfstudie 60 uur Tentamen 4 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse boeken als ook Engelse vakliteratuur. Aan de praktische opdracht van de Integrale lijn wordt gewerkt door projectgroepen van 3-4 personen. Elke groep wordt wekelijks begeleid door een tutor. De theoretische opdracht van de Integrale lijn wordt individueel uitgevoerd. In colleges zal aandacht besteed worden aan de toepassing van verschillende moleculaire technieken, die gebruikt worden binnen de Plantenbiotechnologie. Als ook aan de vakgebieden Fytopathologie en Plantenfysiologie. Integrale lijn Praktische opdracht; 3 ec Zowel het onderzoeksverslag als de presentatie zijn groepsproducten. Het moet voldoen aan de criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. Het onderzoeksverslag en de presentatie worden beoordeeld met een cijfer. Integrale lijn Theoretische opdracht; 1 ec De theoretische opdracht zal afgesloten worden met een rapport. Conceptuele lijn; 3 ec Kennis over Plantenbiotechnologie, Fytopathologie, Plantenfysiologie wordt getoetst d.m.v. een schriftelijk tentamen. Periode 4 Verplichte literatuur * Chawla, H.S. (2009) Introduction to Plant Biotechnology, 3th. ed. Science Publishers, Inc. Enfield/USA * Dickinson, M. (2003) Molecular Plant Pathology, Bios Scientific Publishers, London, New York * Taiz, L. & Zeiger, E. (2006) Plant Physiology, fourth ed. Sinauer Associates, Inc. Publishers, Sunderland,Massachusetts H. Pennekamp ( [email protected]) Onderwijseenheid LBT334VN (HBT34) Body Works Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek: Laboratorium Research en Functioneren als beroepsbeoefenaar, beide op niveau ii. Biotechnologie: Ontwikkelen/uitvoeren methoden biotechnologisch onderzoek, niveau ii De module Body Works heeft als doel om de fundamentele kennis uit de eerdere modules in een grotere, beter begrijpbare, context te plaatsen. Kennis over het functioneren en falen van lichaamsprocessen dienen als houvast voor het uitvoeren van gedetailleerd onderzoek in een research laboratorium. De deeldoelen die aan de orde komen zijn: - Het vergaren van theoretische kennis over fysiologische processen in een gezond lichaam. - Inzicht krijgen in de ligging van organen en weefsels in een dier. - Kunnen beredeneren wat de effecten van het falen van een orgaan zijn op het functioneren van een dier. - Inzicht verkrijgen in de oorzaken en gevolgen van ziektebeelden. - Presenteren van bevindingen aan andere wetenschappers. - Kritisch nadenken over de ethische dilemma s die spelen binnen het biomedisch onderzoek. Na afloop van de cursus heeft de student voldoende achtergrond om specifiek wetenschappelijk onderzoek in een breder kader te kunnen plaatsen en de (maatschappelijke) relevantie ervan in te schatten. Propedeuse Biotechnologie, Propedeuse Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek De module Body Works vormt de afsluiting van de major Biomedical Research. In de eerste drie modules van Studiegids Life Sciences & Technology

145 deze major is een theoretisch fundament gelegd van biochemische, celbiologische en immunologische processen. Bij de module Body Works zal deze basiskennis worden geïntegreerd in een grotere context: het (dis)functioneren van het menselijk lichaam. De module Body Works bestaat uit drie onderdelen: Fysiologie, Anatomie en Pathologie. De fysiologie wordt aangeboden in de vorm van hoorcolleges door (gast)docenten. De anatomie wordt behandeld in een practicum, terwijl de pathologie aan de orde komt in de integrale opdracht (project). De fysiologie colleges behandelen onderwerpen die nog niet in eerdere modules aan de orde zijn gekomen, zoals het zenuwstelsel, het spijsverteringskanaal, longfunctie, voortplantingsstelsel, huidfunctie en het skelet. Kennis van het functioneren en de structuur van andere organen wordt bekend verondersteld en die kennis zal in het verloop van de module worden toegepast in het project. Het anatomie practicum heeft als doel de samenhang tussen de organen te kunnen zien en bestuderen. Bij het project verdiepen de studenten zich in mogelijke pathologieën binnen een orgaan(systeem). Hierbij wordt de fysiologische en anatomische kennis geïntegreerd en uitgediept. Doel van het project is het beschrijven van effecten die bepaalde ziekten kunnen hebben op het gehele functioneren van een organisme. Onderdeel A (theorie), 3 EC s: Colleges: 15 uur Tentamen: 4 uur Zelfstudie: 65 uur Onderdeel B (practicum), 1 EC: Practicum: 8 uur Bijwonen gastlessen: 12 uur Ethiekdag: 8 uur Onderdeel C (integrale opdracht), 3 EC: Tutorbijeenkomsten/tussentijdse presentaties: 8 uur Eindpresentaties: 12 uur Schrijven verslag: 24 uur Literatuuronderzoek: 40 uur Werkvorm(en) Nederlands. Gebruik van Engelse literatuur. A: Hoorcolleges fysiologie B: Practicum anatomie C: Integrale opdracht in groepsverband (literatuurstudie) over pathologie A: Theorie schriftelijk tentamen (3 EC) B: Praktijk Deelname aan en goede inzet bij het anatomiepracticum + aanwezigheid bij gastcolleges en ethiekdag (1 EC) C: Integrale opdracht tussentijdse presentaties, eindpresentatie, verslag (3 EC). Periode 4 Verplichte literatuur Dee Unglaub Silverthorn e.a., Human Physiology, an integrated approach (2010), Uitgever: Pearson, Benjamin Cummings, 5 th edition (ISBN: / ) Karin van der Borght ([email protected]) Onderwijseenheid LCH222VN (HCH22) Productontwikkeling Chemie Onderzoeken niveau i Experimenteren niveau ii Je werkt aan de competenties beheren, adviseren, instrueren, leiding geven/managen, zelfsturing, professionalisering. De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen, uitvoeren, de resultaten verwerken in het vorm van een artikel op het niveau van artikelen in het Journal of Chemical Education (in het Nederlands of in het Engels). De student heeft kennis verworven over elektrochemie. Afgerond of vrijgesteld de thema s LLS101, LCH101 (Syntheses) en LLS106 (Polymeertechnologie) Naast theorie en practicum studenten krijgen de opdracht om een product (zoals een geleidend polymeer of een elektrochemische sensor) te maken. Ze voeren metingen uit om het product te karakteriseren en maken een voorstel voor een optimalisatie met als doel een product met meer gewenste eigenschappen te krijgen. Onderdeel A (Het project); 4 EC: Literatuurstudie en onderzoeksvoorstel 20 uur Experimenteren (Tutor)overleg +uitwerkingen Excursie plus reflectieverslag etc. Verslag in de vorm van een artikel Beoordeling artikel andere projectgroep 38 uur 12 uur 10 uur 24 uur 3 uur Studiegids Life Sciences & Technology

146 Voorbereiding jurygesprek 5 uur Onderdeel B (Theorie); 2 EC: Colleges 10 uur Zelfstudie 44 uur Tentamen 2 uur Werkvorm(en) Onderdeel C ( Practicum (elektriciteit, elektrochemie, kinetiek)); 1 EC: Voorbereiding 6 uur Uitvoering 16 uur Rapportage 6 uur Nederlands (Engels) Gebruik van Engelse vakliteratuur Theorie: hoorcollege, werkcollege, zelfstudie waarbij veel opgaven gemaakt worden. Voor het maken van opgaven is vaardigheid in het werken met logaritmen, het oplossen van vergelijkingen en vaardigheid in chemisch rekenen een vereiste. Practicum: aanleren van meetmethoden en andere vaardigheden die relevant zijn voor het project Geleidende Polymeren Centrale opdracht: literatuurstudie, laboratoriumwerk, functioneren als projectgroeplid, notuleren groepsbijeenkomsten en bijeenkomsten met de tutor, verslaglegging laboratoriumwerk en literatuurstudie in de vorm van een tijdschriftartikel en een labjournaal, beoordelen werk en projectvaardigheden van medestudenten, reflectie op eigen functioneren. Onderdeel A (Het project); 4 EC: De eindtoets van het project vindt plaats middels een jurygesprek. Er wordt toestemming gegeven tot deelname aan het jurygesprek als aan de volgende voorwaarden is voldaan: - het tijdschriftartikel is met een voldoende beoordeeld - het tijdschriftartikel van een andere groep studenten is beoordeeld - de individuele beoordeling van het projectwerk is voldoende - het labjournaal van de syntheseopdracht is volledig bijgewerkt en ingeleverd, - alle onderdelen van het project zijn afgerond Het projectwerk wordt individueel beoordeeld door middel van feedback Periode 1 Verplichte literatuur Onderdeel B (Theorie); 2 EC: Kennis over elektrochemie wordt getoetst d.m.v. een individuele schriftelijke toets (tentamen). Onderdeel C (Practicum); 1 EC: De practica worden beoordeeld op basis van voorbereiding in labjournaal (theoretisch en praktisch), uitvoering (toepassen theorie tijdens uitvoering, samenwerking, communicatie over experimenten met begeleiders) en uitwerking in labjournaal. Harris, Daniel C., Quantitative Chemical Analysis, W.H. Freeman and Company, New York (8 e druk), ca. 80. EAN: Let op: bestel de International Students Edition (de andere editie is 2x zo duur!) of Harris (D.C.), Exploring Chemical Analysis, Uitgever: W.H. Freeman and Company (New York) 5e druk ISBN- 13: ,ca.60. Raadschelders, H.M., Den Rooijen, M.F.M., Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium, Syntax Media, Arnhem (2005). Opmerkingen Hiernaast: tijdschriftartikelen, practicumhandleiding, themahandleiding. Dr.Ir. Gabriela Leusink ([email protected]) Externe opdrachten, gastcolleges en een excursie naar een universiteit of een bedrijf zijn onderdeel van deze module. Onderwijseenheid LCH331VN (HCH31) Advanced Chemical Instrumentation 1. Onderzoeken niveau ii 2. Experimenteren niveau ii 4, 5, 6, 7, 8,9: je werkt aan de competenties beheren, adviseren, instrueren, leiding geven/managen, zelfsturing, professionalisering De student moet diverse analysemethoden kunnen uitleggen en toepassen. De student moet de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de analyseresultaten kunnen aangeven. De student moet m.b.v. diverse spectra de structuur van een onbekende verbinding kunnen ophelderen. De propedeuse voor een van de opleidingen binnen Life Sciences & Technology is gehaald. De module onderzoeksmanagement is met goed gevolg afgerond. Studiegids Life Sciences & Technology

147 Binnen de module wordt aandacht besteed aan diverse analysetechnieken: 1 H-NMR, 13 C-NMR, AAS, ICP, IR, UV/VIS, en massaspectrometrie. Naast theorie, practicum en oefenen in het ophelderen van de molecuulstructuur van onbekende verbindingen, werken de studenten ook aan een project (bijvoorbeeld: het gehalte vitamine C in een voedingsmiddel bepalen). Onderdeel A (Advanced Chemical Instrumentation); 2 EC: Colleges 14 uur Zelfstudie Tentamen 40 uur 2 uur Onderdeel B ( Structuuropheldering); 2 EC: Colleges 12 uur Zelfstudie Tentamen 42 uur 2 uur Onderdeel C (Practicum + Project); 3 EC: Practicum (NMR, AAS-vlam, ICP, UV/VIS, Fluorimeter/IR); 1 EC: Voorbereiding 6 uur Uitvoering Rapportage 16 uur 6 uur De centrale integrale opdracht (het project); 2 EC: Literatuurstudie en onderzoeksvoorstel 12 uur Uitvoering project Verslag 32 uur 10 uur Nabespreken verslagen 2 uur Nederlands (Engels) Gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvorm(en) Theorie: hoorcollege, werkcollege, zelfstudie waarbij veel opgaven gemaakt worden, training m.b.v. simulatie. Practicum: aanleren en optimaliseren van meetmethoden en werking van apparatuur (veel aandacht wordt besteed aan de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de resultaten). Centrale opdracht (= integrale opdracht = project): literatuurstudie, laboratoriumwerk, functioneren als projectgroeplid, notuleren groepsbijeenkomsten en verslaglegging laboratoriumwerk en literatuurstudie in de vorm van een verslag en een labjournaal, reflectie op eigen functioneren. Onderdeel A (Theorie); 2 EC: Kennis over verschillende analytische technieken wordt getoetst d.m.v. een individuele schriftelijke toets (tentamen). Onderdeel B (Theorie); 2 EC: Kennis over de structuurtoekenning van een molecuul aan de hand van een combinatie van spectra wordt getoetst d.m.v. een individuele schriftelijke toets (tentamen). Onderdeel C (Practicum+Project); 3 EC: De practica en het project worden beoordeeld op basis van: - voorbereiding in het labjournaal (theoretisch en praktisch); - uitvoering (toepassen theorie tijdens uitvoering, samenwerking en communicatie over experimenten met begeleiders); - uitwerking in het labjournaal en in het verslag. Periode 2 Verplichte Harris, Daniel C., Quantitative Chemical Analysis (8 e druk of nieuwer), Uitgever :W.H. Freeman and literatuur Company, New York, EAN: , ca. 80. Mc Murry, John, Fundamentals of organic chemistry (7e druk 2009,Uitgever:Brooks/Cole, Cengage Learning.EAN: , 55,= Let op: bestel de International Students Edition (de andere editie is 2x zo duur!) Opmerkingen Dr.Ir. Gabriela Leusink ([email protected]) Externe opdrachten, gastcolleges en een excursie naar een universiteit of een bedrijf kunnen onderdeel zijn van deze module. Onderwijseenheid LCH332VN (HCH32) Analytical Chemistry Onderzoeken niveau ii Experimenteren niveau ii Je werkt aan de competenties beheren, adviseren, instrueren, leiding geven/managen, zelfsturing, professionalisering. Het doel van deze module is om je theoretische kennis van analytische chemie, van kwaliteit van analyses en van proefopzetten te vergroten, zodat je deze kennis kun integreren in het praktisch werk. De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen, uitvoeren, de resultaten verwerken in de vorm van een poster (in het Nederlands of in het Engels). Afgerond of vrijgesteld van de thema s LCH121VN (Chromatografie) en LLS215VN (Researchmanagement). Studiegids Life Sciences & Technology

148 Vaardigheid in chemisch rekenen, rekenen met exponenten, rekenen met logaritmen, oplossen van vergelijkingen, rekenvaardigheden en kennis van chemie op het niveau van een afgeronde propedeuse LS&T. In deze thema s zijn de competenties ontwikkeld die nodig zijn aan de start van het thema Analytical Chemistry (bijvoorbeeld het maken van een onderzoeksplan, vaardigheid in het plannen, uitvoeren en uitwerken van instrumentele chemische analyses, chemisch rekenen, toepassen van statistiek en experimental design (= slim experimenteren = proefopzetten), gebruik van software als Excel, verslaggeving etc.) Analytische chemie kent een breed toepassingsgebied. We kunnen analyses uitvoeren op het gebied van water en voeding, van olie en kunststoffen, van parfums, we kunnen analyses aan drugs uitvoeren etc. In dit thema lever je een bijdrage aan de succesvolle kwantitatieve analyse van een real sample d.m.v. diverse analysetechnieken, inclusief monstervoorbewerking, optimalisatie, kwaliteitsborging en methodevergelijking. Je hebt een actieve rol in (voor)onderzoek voor een (nieuw te ontwikkelen of te optimaliseren) analyse voor een externe opdrachtgever. Je draagt bij aan voldoende praktische resultaten en een voldoende statistisch onderbouwde rapportage in de centrale opdracht. Heb je zelf een onderzoeksvraag op het gebied van analytische chemie? Overleg tijdig met de docenten of deze vraag geschikt is voor je projectopdracht!. Binnen de module wordt ook aandacht besteed aan diverse theoretische onderwerpen (zie inhoudsopgave Harris): Chemical Equilibrium, Activity and the Systematic Treatment of Equilibrium, Acid-Base Equilibria, Advanced Topics in Equilibrium, Chromatographic Methods and Sample Preparation. Onderdeel A (Het project); 4 EC: Literatuurstudie en onderzoeksvoorstel 22 uur Experimenteren 44 uur (Tutor)overleg +uitwerkingen 12 uur Verslag (Poster) 24 uur Beoordeling poster andere projectgroep 2 uur Voorbereiding posterpresentatie+jurygesprek 8 uur Onderdeel B (Theorie); 2 EC: Colleges 10 uur Zelfstudie 44 uur Tentamen 2 uur Werkvorm(en) Onderdeel C ( Opdracht); 1 EC: Voorbereiding 6 uur Uitvoering 16 uur Rapportage 6 uur Nederlands (Engels) Gebruik van Engelse vakliteratuur Theorie: hoorcollege, werkcollege, zelfstudie waarbij veel opgaven gemaakt worden. Voor het maken van opgaven is vaardigheid in het werken met logaritmen en vaardigheid in chemisch rekenen en het oplossen van vergelijkingen een vereiste. Opdrachten: computerpracticum: theoriemodellen en opgaven uit Harris uitwerken in Excel Centrale opdracht (het project): literatuurstudie, plan van aanpak schrijven, laboratoriumwerk uitvoeren, statistische analyse van een eigen dataset, verslaglegging laboratoriumwerk en literatuurstudie in de vorm van een poster en een labjournaal, beoordelen werk en projectvaardigheden van medestudenten, functioneren als projectgroeplid, reflectie op eigen functioneren. Onderdeel A (Het project); 4 EC: De eindtoets van het project vindt plaats middels een jurygesprek. Hiervoor moet het labjournaal, het scoreformulier projectwerk, het verslag of de poster voldoende zijn. De eindtoets van het project vindt plaats middels een (poster)presentatie gevolgd door een jurygesprek. Onderdeel B (Theorie); 2 EC: Kennis op het gebied van analytische chemie wordt getoetst d.m.v. een individuele schriftelijke toets (tentamen). Onderdeel C (Opdracht); 1 EC: Het projectwerk wordt individueel beoordeeld door middel van feedback. Periode 1 Verplichte Harris, Daniel C., Quantitative Chemical Analysis, W.H. Freeman and Company, New York (8 e druk), ca. literatuur 80. EAN: Let op: bestel de International Students Edition (de andere editie is 2x zo duur!) Opmerkingen Raadschelders, H.M., Den Rooijen, M.F.M., Kwaliteitszorg en statistiek in het laboratorium, Syntax Media, Arnhem (2005). Hiernaast: tijdschriftartikelen en themahandleiding. Ing. Linda Weitering ([email protected]) Dr.Ir. Gabriela Leusink ([email protected]) Externe opdrachten, gastcolleges en een excursie naar een universiteit of een bedrijf zijn onderdeel van deze module. Studiegids Life Sciences & Technology

149 Onderwijseenheid LCH333VN (HCH33) Organic Chemistry Chemie: De competentie Experimenteren komt aan de orde op niveau ii Het toepassen van theoretische organisch chemische kennis bij de uitvoering van syntheses. Met het doel tijdens de uitvoering het proces te monitoren en eventueel bij te sturen. Module LCH101 en de propedeuse moet zijn behaald. Je bent in dienst van een aan de universiteit gelieerd bedrijf dat contractresearch doet in opdracht van de chemische industrie. Het gaat er hierbij om op labschaal te onderzoeken of bepaalde syntheses en synthetische methoden kunnen worden uitgevoerd zoals in de voorschriften vermeld staat, zodat deze mogelijk in productie kunnen worden genomen. Je doet dus een vooronderzoek naar de haalbaarheid van één of meerdere syntheses. Onderdeel A (Integrale leerlijn/praktijk); 3 ec: Voorbereiden incl. presenteren: 30 u Practicum: 42 u Rapportage: 8 u Excursie: 4 u Onderdeel B (Theorie); 4 ec: Colleges: 24 u Zelfstudie: 86 uur Tentamen: 2 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur -Het uitleggen van de theoretische achtergronden aan de medestudenten en de opdrachtgever, in de vorm van mondelinge presentaties. -Het uitvoeren van de syntheses. -Het schriftelijk rapporteren van de resultaten. -Hoorcollege -Zelfstudie project vindt plaats op basis van practisch werk en rapportage. (zie themahandleiding). theorie op basis van een tentamen. Periode 3 Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur is aangegeven op de boekenlijsten en zal vermeld worden in de modulehandleiding. E. A. de Jong; [email protected]; JOE Opmerkingen Studiegids Life Sciences & Technology

150 Onderwijseenheid LCH334VN (HCH34) Biobased materials / learning outcomes. Zie BAS-competenties. 1. Onderzoeken niveau II 2. Experimenteren niveau II 5. Adviseren niveau I 8. Zelfsturing niveau I Je werkt aan de competenties beheren, instrueren, leiding geven/managen en zelfsturing. De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen, uitvoeren, de resultaten verwerken in de vorm van een verslag (in het Nederlands of in het Engels). De student heeft kennis verworven over biobased materials. De propedeuse voor een van de opleidingen binnen Life Sciences & Technology is gehaald. De module onderzoeksmanagement is met goed gevolg afgerond. Met de term Biobased materials wordt bedoeld materialen en grondstoffen die gemaakt zijn op basis van materiaal van biologische of bio-organische oorsprong. Door het dreigende tekort aan grondstoffen van fossiele oorsprong (met name aardolie en aardgas) zal de chemische industrie zich in de toekomst meer op deze grondstoffen richten. In de theorie en opdrachtonderdelen (A en B) van de module Biobased materials komen zowel chemische als biotechnologische aspecten aan de orde die van belang zijn bij het maken van materialen van biologische oorsprong. Werkvorm(en) Voorbeelden van Biobased materials zijn polymeren die gemaakt zijn op basis van biotechnologischgeproduceerde monomeren, zoals PLA (poly-lactic acid). De chemische synthese en chemische eigenschappen van deze polymeren zijn o.a. onderwerp van het practicum onderdeel (onderdeel C). Onderdeel A (Theorie); 1EC: Colleges Zelfstudie Presentaties 8 uur 17 uur 3 uur Onderdeel B (Opdracht); 4 EC: Literatuurstudie en onderzoeksvoorstel 20 uur Experimenteren (Tutor)overleg +uitwerkingen Excursie plus reflectieverslag etc. Verslag Voorbereiding jurygesprek Onderdeel C (Practicum ); 2 EC: Voorbereiding 12 uur Uitvoering 30 uur 38 uur 12 uur 10 uur 24 uur 5 uur Rapportage 14 uur Nederlands (Engels) Gebruik van Engelse vakliteratuur Theorie: gastcolleges, hoorcolleges en werkcollege waarbij elke student een deel van de leerstof presenteert. De presentaties worden beoordeeld. Practicum: aanleren van vaardigheden met betrekking tot opzetten en uitvoeren van experimenten en het verwerken van meetresultaten. Bij elk experiment besteedt je waar mogelijk veel aandacht aan de onderliggende theorie en aan duurzaamheidsaspecten, zowel tijdens de voorbereiding als tijdens de uitvoering en de verslaglegging. Centrale opdracht: literatuurstudie, laboratoriumwerk, functioneren als projectgroeplid, notuleren groepsbijeenkomsten en bijeenkomsten met de tutor, verslaglegging laboratoriumwerk en literatuurstudie in de vorm van een verslag, beoordelen werk en projectvaardigheden van medestudenten, reflectie op eigen functioneren. Onderdeel A (Theorie); 1 EC: Voor de theorie worden alle presentaties (van docenten, gastdocenten, medestudenten) bijgewoond, en wordt zelf een presentatie verzorgd. Bij de beoordeling van de individuele presentaties spelen bijdragen aan discussies ook mee. Onderdeel B (Opdracht); 4 EC: De eindtoets van het project vindt plaats middels een (poster)presentatie gevolgd door een jurygesprek. Er wordt toestemming gegeven tot deelname aan het jurygesprek als aan de volgende voorwaarden is voldaan: - het verslag is met een voldoende beoordeeld; - de individuele beoordeling van het projectwerk is voldoende; - het labjournaal is volledig bijgewerkt en ingeleverd; - alle onderdelen van het project zijn afgerond Studiegids Life Sciences & Technology

151 Periode 4 Verplichte literatuur Opmerkingen Onderdeel C (Practica); 2 EC: De practica worden beoordeeld op basis van voorbereiding in labjournaal (theoretisch en praktisch), uitvoering (toepassen theorie tijdens uitvoering, samenwerking, communicatie over experimenten met begeleiders) en uitwerking in labjournaal. Techno-economic Feasibility of Large-scale Production of Bio-based Polymers in Europe. Het rapport is te downloaden vanaf het adres ftp://ftp.jrc.es/pub/eurdoc/eur22103en.pdf Hiernaast: tijdschriftartikelen, themahandleiding, informatie van Blackboard. Raadpleeg voor de meest actuele boekenlijst Studentnet of Blackboard Dr. Ir. H.P.J. Bonarius ([email protected]) Externe opdrachten, gastcolleges en een excursie naar een universiteit of een bedrijf zijn onderdeel van deze module. Onderwijseenheid Werkvorm(en) LCT201VN (HCT01) Leidingontwerp De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) 1 Onderzoeken, niveau I 2 Experimenteren, niveau I 3 Ontwikkelen/optimaliseren, niveau I 5 Adviseren, niveau I 8 Leiding geven, managen, niveau I 9 Professionele ontwikkeling, niveau I De student is in staat om een stromingsmodel op te stellen, te simuleren en te valideren. De onderstaande kennis en vaardigheden worden als bekend beschouwd: ICT: MSWord en MSExcel Wiskunde: Oplossen van stelsels vergelijkingen Mechanica op havo-niveau: stofeigenschappen, temperatuur, kracht, arbeid, energie en vermogen Warmteleer op havo-niveau: relaties tussen energie (warmte) en temperatuur. In dit thema ga je een stromingsmodel opstellen en daarmee een probleem oplossen. Een probleem met stroming van vloeistof of gas in opdracht van een bedrijf. Welk bedrijf dat is en wat er waardoor stroomt, is terug te vinden in de themahandleiding, evenals de verdere specificaties. De nodige kennis en vaardigheden die je nodig hebt bij dit onderwerp, krijg je door het volgen van workshops stromingsleer en bij de uitvoering van practicum. Onderdeel A (Integrale opdracht); 5 ec: 140 uur Onderdeel B (Toets stromingsleer); 1 ec: 28 uur Onderdeel C (Practicum stromingsleer); 1 ec: 28 uur In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands Aan de integrale opdracht zal gewerkt worden in projectgroepen van 3-5 personen. Elke projectgroep wordt begeleid door een vakdocent/tutor. Stromingsmodellen komen aan de orde in werkcolleges en opdrachten die studenten individueel uitvoeren. Onderdeel A (Integrale opdracht); 5 ec: De creditpoints worden toegekend als aan de volgende criteria is voldaan: De projectgroep waar de student deel van uit maakt, levert een voorstel voor een stromingsmodel, dat voldoet aan de gegeven criteria. Het voorstel wordt beschreven in een rapport en een presentatie. De student verantwoordt tijdens wekelijkse voortgangsgesprekken van de projectgroep zijn bijdrage aan de totstandkoming van het stromingsmodel. De student kan zijn voorstellen verantwoorden vanuit relevante concepten (theorie) en gevonden informatie. De student bewaakt op basis van het plan van aanpak de voortgang van het project. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van de groepsproducten en de bijdrage van de student aan de uitvoering van de integrale opdracht. Zowel de groepsproducten als de bijdrage van de student moeten voldoende zijn. Onderdeel B (Toets stromingsleer);1 ec: Schriftelijke toets en opdrachten. Het cijfer is een gewogen gemiddelde van de toets en de opdrachten. Beide moeten voldoende zijn Onderdeel C (Practicum stromingsleer); 1 ec: Per experiment een meetrapport. Alle meetrapporten moeten voldoende zijn. Studiegids Life Sciences & Technology

152 Periode 1 Verplichte literatuur geen Ton Spekreijse ([email protected]) Onderwijseenheid Werkvorm(en) LCT221VN (HCT21) Chemische reactoren De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) : 1. onderzoeken, niveau (werken aan) Ix 3. ontwikkelen/optimaliseren, niveau (werken aan) Ix 5. adviseren, niveau I 8. leiding geven, niveau I 9. professionele ontwikkeling, niveau Ix Body of Knowledge: 2a ICT - simulatie, niveau T 5ab modelleren, niveau T 8. systematische probleemaanpak, niveau K 9c. unit operations - reactoren, niveau K De student kan een proces: tot in detail doorrekenen en zo een ontwerp maken van het proces met behulp van massabalansen en transportvergelijkingen en dimensionering van de procesunits op te stellen: - als dat proces concentratiegestuurd is (reactie, diffusie,...) - als het proces plaats vindt in een geroerde tank (batch of continu) - als het proces plaatsvindt bij constante temperatuur en druk - door simulatie en door identificatie van de procesparameters.dit doet de student zowel in de praktijk als met behulp van rekenmodellen. Competentie onderzoeken op nivo i. Kennis van: het begrip druk, de ideale gaswet, rekenen met druk in de ideale gaswet omrekenen van mol naar massa en omgekeerd het begrip concentratie, berekening van concentratie uit massa en volume wiskunde: - manipuleren van vergelijkingen, zoals kruislings vermenigvuldigen en haakjes wegwerken - oplossen van 1 vergelijking met 1 onbekende door middel van +, -, /, * en machtsverheffen - manipuleren van e-machten en berekenen van natuurlijke logaritmes. Deze module gaat - zoals de titel al suggereert - over chemische reactoren. En wel over het ontwerp en/of optimalisatie van chemische reactoren. Er zijn verschillende opdrachten waar je uit kan kiezen, voor studenten met een verschillende interesse en achtergrond. Het kan bijvoorbeeld gaan over enzymatische omzetting in jam, maar ook over absorptie van zware metalen. Elk jaar zijn er nieuwe opdrachten. Je werkt in groepen van 3-4 studenten. Onderdeel A (Integrale opdracht); 5 ec:120 uur Onderdeel B (Theorie reactorkunde 1); 2 ec:56 uur In de themahandleiding is een wekelijkse planning te vinden Nederlands Aan de integrale opdracht zal gewerkt worden in projectgroepen van 3-4 personen. Elke projectgroep wordt begeleid door een vakdocent/tutor. Reactormodellen komen aan de orde in hoor/werkcolleges en opdrachten die studenten individueel uitvoeren. Studiegids Life Sciences & Technology

153 LCT221VN onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen materiaalkunde instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT toets beoordeling I I I I a:k b:t K K K b:k a:k T ab:t niveau in module HCT21 Ix Ix I I Ix a:t ab:t K c:k A0 proj: nulpaper Go/NoGo A1 Ix Ix A1 proj: PvA Go/NoGo A2 Ix Ix A2 proj: rapport 0,5 cijfer >55 Ix Ix I a:t ab: T K c:k A3 proj: werk 0,5 cijfer >55 Ix Ix I Ix K B1,C1,C2: toets reactoren cijfer a:t ab: T c:k D reflectie deel van A3 Ix Periode 2 milieukunde modelleren procesbeschrijving statistiek systematische probleemaanpak unit operations Verplichte literatuur H.Scott Fogler, Elements of Chemical reaction Engineering, 4 th edition (Elements en niet Essetials!) Ton Spekreijse ([email protected]) Onderwijseenheid LCT321VN (HCT21) Reactor design 1 De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) : 1. onderzoeken, niveau (werken aan) II 3. ontwikkelen/optimaliseren, niveau (werken aan) II 5. adviseren, niveau II 8. leiding geven, niveau I 9. professionele ontwikkeling, niveau Ix Body of Knowledge: 2a ICT - simulatie, niveau T 3. materiaalkunde, niveau T 5abd modelleren, niveau T 8. systematische probleemaanpak, niveau T 9c. unit operations - reactoren, niveau T De student kan een proces: tot in detail doorrekenen en zo een ontwerp maken van het proces met behulp van massabalansen en transportvergelijkingen en dimensionering van de procesunits op te stellen: - als dat proces concentratiegestuurd is (reactie, diffusie,...) - als het proces plaats vindt in een geroerde tank (batch of continu) - als het proces plaatsvindt bij constante temperatuur en druk - door simulatie en door identificatie van de procesparameters.dit doet de student zowel in de praktijk als met behulp van rekenmodellen. Competentie onderzoeken op nivo i. Kennis van: het begrip druk, de ideale gaswet, rekenen met druk in de ideale gaswet omrekenen van mol naar massa en omgekeerd het begrip concentratie, berekening van concentratie uit massa en volume wiskunde: - manipuleren van vergelijkingen, zoals kruislings vermenigvuldigen en haakjes wegwerken - oplossen van 1 vergelijking met 1 onbekende door middel van +, -, /, * en machtsverheffen - manipuleren van e-machten en berekenen van natuurlijke logaritmes. De procesindustrie heeft gemeenschappelijk dat het onafhankelijk van de sector (voedingsmiddelen, biotechnologie, watertechnologie of chemische technologie) altijd grondstoffen verwerkt tot producten. De procestechnologische route kan hierbij sterk verschillen voor hetzelfde product. Sommige producten kunnen bijvoorbeeld gemaakt worden door chemische synthese maar ook door biotechnologische processen. Ook zijn er regelmatig diverse chemische syntheseroutes voor een product. Welk proces uiteindelijk het meest geschikt is, hangt af van vele factoren Deze module gaat - zoals de titel al suggereert - over chemische reactoren. En wel over het ontwerp en/of optimalisatie van chemische reactoren. Er zijn verschillende opdrachten uit het werkveld, waar je uit kunt kiezen, voor studenten met een verschillende interesse en achtergrond. Het kan bijvoorbeeld gaan over enzymatische omzetting in jam, maar ook over absorptie van zware metalen. Elk jaar zijn er nieuwe opdrachten. Je werkt in groepen van 3-4 studenten. Het eindproduct van de module is een voorstel voor een procesroute. Dit voorstel wordt in een rapport beschreven en mondeling gepresenteerd aan de opdrachtgever. Reactormodellen en kinetiek van reacties komen aan de orde in werkcolleges. Bioreactorontwerp en upen downscaling van bioprocessen komen aan de orde in hoor- en werkcolleges. Studiegids Life Sciences & Technology

154 Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec: Bronnenonderzoek 20 uur Plan van aanpak 10 uur Procesontwerp 58 uur Eindrapport 16 uur Presentaties 8 uur Onderdeel B (Flankerend onderwijs); 3 ec: Hoor- werkcolleges 36 uur Opdrachten 58 uur Werkvorm(en) Nederlands Aan de integrale opdracht zal gewerkt worden in projectgroepen van 3-5 personen. Elke projectgroep wordt begeleid door een vakdocent/tutor. Bioreactorontwerp, up- en downscaling van bioprocessen, reactormodellen en kinetiek komen aan de orde in werkcolleges en opdrachten die studenten individueel uitvoeren. Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec: De creditpoints worden toegekend als aan de volgende criteria is voldaan: De projectgroep waar de student deel van uit maakt, levert een voorstel voor een procesroute dat voldoet aan de gegeven criteria. Het voorstel wordt beschreven in een rapport en mondeling gepresenteerd. De student verantwoordt tijdens wekelijkse voortgangsgesprekken van de projectgroep zijn bijdrage aan de totstandkoming van het ontwerp. De student kan zijn voorstellen verantwoorden vanuit relevante concepten (theorie) en gevonden informatie. De student bewaakt op basis van het plan van aanpak de voortgang van het project. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van de groepsproducten en de bijdrage van de student aan de uitvoering van de integrale opdracht. Zowel de groepsproducten als de bijdrage van de student moeten voldoende zijn. Periode 2 Verplichte literatuur Onderdeel B (Flankerend onderwijs);3 ec: Schriftelijke toetsen. Het cijfer is een gemiddelde van de toetsen. H.Scott Fogler, Elements of Chemical reaction Engineering, 4 th edition, 80,-; Riet, K. van t and J. Tramper, Basic Bioreactor Design, Marcel Dekker, New York, 1991, ISBN (reduced price for LS&T students); Walstra G. and K. Jorritsma: Applied Reactionkinetics, reader NHL/VHL no (also available as PDF). Piet Grin ([email protected]) Onderwijseenheid LCT331VN (HCT31) Reactor design 2 De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) : 1. onderzoeken, niveau (werken aan) II 3. ontwikkelen/optimaliseren, niveau (werken aan) II 5. adviseren, niveau II 8. leiding geven, niveau I 9. professionele ontwikkeling, niveau Ix Body of Knowledge: 2a ICT - simulatie, niveau T 3. materiaalkunde, niveau T 5abd modelleren, niveau T 8. systematische probleemaanpak, niveau T 9c. unit operations - reactoren, niveau T De student kan een proces: tot in detail doorrekenen en zo een ontwerp maken van het proces met behulp van massabalansen en transportvergelijkingen en dimensionering van de procesunits op te stellen: - als dat proces concentratiegestuurd is (reactie, diffusie,...) - als het proces plaats vindt in een geroerde tank (batch of continu) of in een buis (propstroom) - als het proces plaatsvindt bij al dan niet constante temperatuur en druk - door simulatie en door identificatie van de procesparameters.dit doet de student zowel in de praktijk als met behulp van rekenmodellen. Competentie onderzoeken op nivo I. Kennis van: Studiegids Life Sciences & Technology

155 basischemie: - het begrip druk, de ideale gaswet, rekenen met druk in de ideale gaswet - omrekenen van mol naar massa en omgekeerd - het begrip concentratie, berekening van concentratie uit massa en volume wiskunde: - manipuleren van vergelijkingen, zoals kruislings vermenigvuldigen en haakjes wegwerken - oplossen van 1 vergelijking met 1 onbekende door middel van +, -, /, * en machtsverheffen - manipuleren van e-machten en berekenen van natuurlijke logaritmes. reactorkunde (LCT221): - berkeningen aan tankreactoren (continu en ladingsgewijs) - bij constante temperatuur en druk De procesindustrie heeft gemeenschappelijk dat het onafhankelijk van de sector (voedingsmiddelen, biotechnologie, watertechnologie of chemische technologie) altijd grondstoffen verwerkt tot producten. De procestechnologische route kan hierbij sterk verschillen voor hetzelfde product. Sommige producten kunnen bijvoorbeeld gemaakt worden door chemische synthese maar ook door biotechnologische processen. Ook zijn er regelmatig diverse chemische syntheseroutes voor een product. Welk proces uiteindelijk het meest geschikt is, hangt af van vele factoren Deze module gaat - zoals de titel al suggereert - over chemische reactoren. En wel over het ontwerp en/of optimalisatie van chemische reactoren. Er zijn verschillende opdrachten uit het werkveld, waar je uit kunt kiezen, voor studenten met een verschillende interesse en achtergrond. Het kan bijvoorbeeld gaan over enzymatische omzetting in jam, maar ook over absorptie van zware metalen. Elk jaar zijn er nieuwe opdrachten. Je werkt in groepen van 3-4 studenten. Het eindproduct van de module is een voorstel voor een procesroute. Dit voorstel wordt in een rapport beschreven en mondeling gepresenteerd aan de opdrachtgever. Reactormodellen en kinetiek van reacties komen aan de orde in werkcolleges. Bioreactorontwerp en up- en downscaling van bioprocessen komen aan de orde in hoor- en werkcolleges. Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec: Bronnenonderzoek 20 uur Plan van aanpak 10 uur Procesontwerp 58 uur Eindrapport 16 uur Presentaties 8 uur Onderdeel B (Flankerend onderwijs); 3 ec: Hoor- werkcolleges 36 uur Opdrachten 58 uur Werkvorm(en) Nederlands Aan de integrale opdracht zal gewerkt worden in projectgroepen van 3-5 personen. Elke projectgroep wordt begeleid door een vakdocent/tutor. Bioreactorontwerp, up- en downscaling van bioprocessen, reactormodellen en kinetiek komen aan de orde in werkcolleges en opdrachten die studenten individueel uitvoeren. Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec: De creditpoints worden toegekend als aan de volgende criteria is voldaan: De projectgroep waar de student deel van uit maakt, levert een voorstel voor een procesroute dat voldoet aan de gegeven criteria. Het voorstel wordt beschreven in een rapport en mondeling gepresenteerd. De student verantwoordt tijdens wekelijkse voortgangsgesprekken van de projectgroep zijn bijdrage aan de totstandkoming van het ontwerp. De student kan zijn voorstellen verantwoorden vanuit relevante concepten (theorie) en gevonden informatie. De student bewaakt op basis van het plan van aanpak de voortgang van het project. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van de groepsproducten en de bijdrage van de student aan de uitvoering van de integrale opdracht. Zowel de groepsproducten als de bijdrage van de student moeten voldoende zijn. Periode 2 Verplichte literatuur Onderdeel B (Flankerend onderwijs);3 ec: Schriftelijke toetsen. Het cijfer is een gemiddelde van de toetsen. H.Scott Fogler, Elements of Chemical reaction Engineering, 4 th edition, 80,-; Riet, K. van t and J. Tramper, Basic Bioreactor Design, Marcel Dekker, New York, 1991, ISBN (reduced price for LS&T students); Walstra G. and K. Jorritsma: Applied Reactionkinetics, reader NHL/VHL no (also available as PDF). Piet Grin ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

156 Onderwijseenheid LCT322VN Separation processes 1 De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) competenties 1 Onderzoeken, II 2a Experimenteren, Ix 3 Ontwikkelen, II 5 Adviseren, II 8 Leidinggeven, managen, I 9 Professionele ontwikkeling, Ix Body of knowledge: 2b ICT, niveau T 3 Materiaalkunde, niveau T 4 Milieukunde, niveau K 5bde Modelleren, niveau T 6b Procesbeschrijving, niveau T 8 Systematische probleemaanpak, niveau T 9ab Unit Operations, niveau T De student is in staat om een gekozen unit operation te bestuderen en te dimensioneren. De onderstaande kennis en vaardigheden worden als bekend beschouwd: Wiskunde: Oplossen van stelsel vergelijkingen, logaritmen en exponenten; oplossen van eenvoudige differentiaalvergelijkingen (met behulp van software) Mechanica en warmteleer op havo niveau: stofeigenschappen, temperatuur, kracht, arbeid, energie en vermogen Stromingsleer: kentallen (Re), weerstand in leidingen en appendages Zoals de naam al doet vermoeden staat het oplossen van een scheidingsprobleem centraal in dit thema. Je leert met behulp van een systematische probleemaanpak (SPA) een scheidingsprobleem op te lossen. Je werkt in een groep (3-5 studenten) aan een opdracht uit het werkveld. De eerste weken kun je zien een soort training, waarin je aantal aspecten aan bod komen zoals het werken met SPA, en opstellen en beoordelen van een specsheet (specification sheet). Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec: 120 uur Onderdeel B (Theorie fysische transportverschijnselen 1, LCT122VNB); 2 ec: 28 uur Onderdeel C (Practicum); 1 ec: 28 uur In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands Werkvorm(en) Periode 1 Aan de integrale opdracht zal gewerkt worden in projectgroepen van 3-5 personen. Elke projectgroep wordt begeleid door een vakdocent/tutor. onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen materiaalkunde instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT milieukunde modelleren toets beoordeling I I I I a:k b:t K K K b:k a:k T ab:t niveau in module HCT32 II Ix II II I Ix b:t T K bde:t T T ab:t A1 discussiecollege Go/NoGo A2 II b:t T T T ab:t A2 project verslag 0,5 cijfer II II II b:t T K T T ab:t A2 project werk 0,5 cijfer I B1 ws ftv: toets cijfer bde:t C1 practicum cijfer Ix ab:t D: reflectie: 360 gr fb deel A2werk Ix Verplichte literatuur H.E.A.van den Akker, Fysische Transportverschijnselen; 2 e druk isbn procesbeschrijving statistiek systematische probleemaanpak unit operations Ton Spekreijse ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

157 Onderwijseenheid LCT332VN Separation processes 2 De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) competenties 1 Onderzoeken, II 2a Experimenteren, Ix 3 Ontwikkelen, II 5 Adviseren, II 8 Leidinggeven, managen, I 9 Professionele ontwikkeling, Ix Body of knowledge: 2b ICT, niveau T 3 Materiaalkunde, niveau T 4 Milieukunde, niveau K 5bde Modelleren, niveau T 6b Procesbeschrijving, niveau T 8 Systematische probleemaanpak, niveau T 9ab Unit Operations, niveau T De student is in staat om een unit operation te kiezen bij een scheidingsprobleem. Vervolgens kan de student deze unit operation dimensioneren. De onderstaande kennis en vaardigheden worden als bekend beschouwd: Wiskunde: Oplossen van stelsel vergelijkingen, logaritmen en exponenten; oplossen van eenvoudige differentiaalvergelijkingen (met behulp van software) Mechanica en warmteleer op havo niveau: stofeigenschappen, temperatuur, kracht, arbeid, energie en vermogen Stromingsleer: kentallen (Re), weerstand in leidingen en appendages Warmte- en stofoverdracht: stationaire situaties, kengetallen van Nu en Sh (LCT122VNB). Zoals de naam al doet vermoeden staat het oplossen van een scheidingsprobleem centraal in dit thema. Eerst haal je de systematische probleemaanpak (SPA) om een scheidingsprobleem op te lossen weer op (LCT122VNA). Je werkt in een groep van 3-5 studenten aan een opdracht uit het werkveld. Bij het prakticum ga je de diepte in met 1 proces. Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec: 120 uur Onderdeel B (Theorie fysische transportverschijnselen 2); 2 ec: 28 uur Onderdeel C (Practicum); 1 ec: 28 uur In de themahandleiding staat een weekplanning Nederlands Werkvorm(en) Periode 1 Aan de integrale opdracht zal gewerkt worden in projectgroepen van 3-5 personen. Elke projectgroep wordt begeleid door een vakdocent/tutor. onderzoeken experimenteren bedrijven ontwikkelen/optimaliseren beheren adviseren verkopen materiaalkunde instrueren leiding geven/managen professionele ontwikkeling bedrijfseconomie ICT milieukunde modelleren toets beoordeling I I I I a:k b:t K K K b:k a:k T ab:t niveau in module HCT32 II Ix II II I Ix b:t T K bde:t T T ab:t A1 discussiecollege Go/NoGo A2 II b:t T T T ab:t A2 project verslag 0,5 cijfer II II II b:t T K T T ab:t A2 project werk 0,5 cijfer I B1 ws ftv: toets cijfer bde:t C1 practicum cijfer Ix ab:t D: reflectie: 360 gr fb deel A2werk Ix Verplichte literatuur H.E.A.van den Akker, Fysische Transportverschijnselen; 2 e druk isbn procesbeschrijving statistiek systematische probleemaanpak unit operations Ton Spekreijse ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

158 Onderwijseenheid LFS215VN (HFS15) Research management De competenties onderzoeken en rapporteren komen aan de orde op niveau ii. De student kan een kwantitatief onderzoek beoordelen op gekozen methoden en de uitwerking met statistische technieken. De student beheerst naast de basis data-analyse technieken ook enkele geavanceerde statistische technieken. De student is in staat zelfstandig een onderzoeksvoorstel te schrijven. Basis statistiek van propedeuse Studenten maken kennis met de basisbegrippen van kwantitatief empirisch onderzoek. Centraal staat: wat komt kijken bij onderzoek doen en hoe gaat dat praktisch in zijn werk? En hoe beoordeel je een echt onderzoek? Daarbij is ook aandacht voor (basis)statistiek en werken met SPSS. Het tweede deel van de module richt zich op enkele geavanceerde data-analyse technieken. Studenten maken kennis met logistische regressie en itemanalyse bij vragenlijsten. Deze technieken worden verwerkt in casussen. In het derde onderdeel schrijven studenten (in groepen van 3 of 4 studenten) een professioneel onderzoeksvoorstel. Onderdeel A tentamen Methoden en Technieken; 2 ec: Hoorcolleges Werkcolleges Tutoroverleg Zelfstudie Tentamen 14 uur 6 uur 3 uur 30 uur 4 uur Onderdeel B data-analyse; 3 ec: Hoorcolleges 12 uur Werkcolleges 12 uur Zelfstudie 30 uur Onderdeel C Schrijven onderzoeksvoorstel; 2 ec: Startcollege 2 uur Tutoroverleg 4 uur Schrijven onderzoeksvoorstel 40 uur Nederlands Werkvorm(en) Hoor- en werkcolleges; practica SPSS Begeleidingsuren kleine groepen (tutoroverleg): beoordeling afstudeer onderzoeksrapport en schrijven onderzoeksvoorstel Onderdeel A (tentamen Methoden en Technieken); 2 ec: Onderdeel B (tentamen slim experimenteren); 3 ec Onderdeel C (onderzoeksvoorstel); 2 ec Periode 1, 2, 3 Verplichte literatuur Basisboek Methoden en Technieken van Baarda en De Goede. Dictaat Slim experimenteren, J. Jorritsma J. Nauta ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

159 Naam onderwijseenheid LFS221VN (HFS21) Forensische Wapenleer Coordinator Nog niet bekend Credits 7 Beoordelingsvorm Zie toetsing Beginvereisten Toegelaten worden alle studenten die ingeschreven zijn bij Life Sciences in het tweede studiejaar of hoger. De studenten van andere opleidingen als forensic sciences, moeten voor toelating aantonen deze module binnen hun opleiding te kunnen toepassen in het verdere verloop van hun opleiding (bijvoorbeeld projectstage en/of afstudeeropdracht). In de praktijklessen ga je de kennis die je hebt opgedaan in de theorielessen leren toepassen. Je krijgt na de lessen waarin het onderwerp munitie behandeld wordt, een verzameling hulzen, met bij behorende vragen. Onder toezicht van een docent, ga je proberen deze vragen te beantwoorden m.b.v. CartWin-Pro 3.5, internet en een schuifmaat, RAL kleurenwaaier en magneet. De theorielessen waarin het onderwerp vuurwapens wordt behandeld worden direct ook praktisch toegepast. Gedurende deze lessen krijg je dus vuurwapens in handen, waarmee je dan op een veilige en verantwoorde wijze de in de lesstof behandelde handelingen moet uitvoeren. Let op!! Het gaat hier om echte vuurwapens en munitie, het is dus van groot belang dat je je aan de gestelde veiligheidsregels houdt. Het is dus niet de bedoeling om met de vuurwapens en de munitie te gaan stunten (op elkaar richten voor de grap), dit gedrag wordt beloond met een onvoldoende voor de gehele module. Bij de excursie naar de schietbaan zal iedere student zelf (onder toezicht en begeleiding van een instructeur) gaan schieten met verschillende vuurwapens en verschillende kalibers munitie. Er zal geschoten worden op drie afstanden van het doel, namelijk 10 meter voor de.22 kaliber wapens en 25 meter en 100 meter voor wapens met een groter kaliber. Na het schieten worden de sporen verzameld (hulzen en eventueel schotresten). Deze sporen worden door de opdrachtgever opzettelijk vervuild, er worden namelijk hulzen aan toegevoegd die afgevuurd zijn met wapens waar bij deze excursie niet mee geschoten is. Vervolgens gaan je in kleine groepen (3 of 4 personen) sporenonderzoek uitvoeren op de verzamelde sporen (hulzen) van de schietbaanexcursie. Werkvormen Als afsluiting van deze module, waarin je o.a. alles hebt geleerd over de juiste manier van handelen met munitie en vuurwapen, gaan we op excursie naar de afdeling in beslag genomen wapens van de politie. Hiermee krijg je een beeld van alle wapens en munitie waarmee de politie geconfronteerd wordt op straat. Tevens worden een aantal zelfgemaakte wapens en aparte verschijningsvormen (bijvoorbeeld een schietwandelstok). Er worden hoorcolleges gegeven om de theoretische basis te vormen en computerpractica ter ondersteuning van de theoretische kennis en vorming van praktische vaardigheden. Daarna wordt er zelfstandig aan casusopdrachten gewerkt. Deze bestaan voor het grootste gedeelte uit toepassingswerkzaamheden in de praktijk en daarnaast zal de voortgang van het project worden begeleid door tutorgesprekken. Studenten moeten aan het eind van deze module munitie en vuurwapens kunnen herkennen. Munitie moet a.d.h.v. een aantal parameters kunnen worden opgezocht in CartWin -Pro 3.5. Ze moeten veilige en verantwoorde werkmethoden, met vuurwapens en munitie, kunnen omschrijven en toepassen. Processen van sporenvorming moeten kunnen worden omschreven. Sporenonderzoek op munitie moet kunnen worden benoemd en uitgevoerd. Er moet volgens wettelijke richtlijnen kunnen worden geschoten met vuurwapens en nadien moeten de diverse sporen op de juiste manier worden verzameld voor verder onderzoek. De verslaglegging, zowel mondeling als schriftelijk dient te worden uitgevoerd alsof deze in de rechtzaal gebruikt zou moeten worden. Deze module bestaat uit drie onderdelen waarvan de EC verdeling als volgt is: A. Theorie 2 EC - Beoordeling: Cijfer B. Casus Opdrachten 3 EC Beoordeling: Cijfer C. Praktijk trainingen, excursies & Les aanwezigheid 2 EC Beoordeling: Voldaan Totaal 7 EC A In de theorielessen wordt de basiskennis op het gebied van vuurwapens, munitie, sporenvorming en CartWin -Pro 3.5 behandeld. Deze kennis vormt de basis voor de praktijklessen, excursies en casus opdrachten. Naar aanleiding van de theorielessen (hoorcolleges) en de praktijktrainingen (gerelateerd aan de theorie) zal er een schriftelijk tentamen gemaakt worden. Deze toetsvorm is gekozen om een toetsing te waarborgen van het theorie gedeelte wat de student als kennisvaardigheid moet kunnen toepassen. B In kleine groepen (3 of 4 personen) sporenonderzoek uitvoeren op de verzamelde sporen (hulzen) van de schietbaanexcursie. Je gebruikt CartWin-Pro 3.5 en verwerkt de resultaten als bijlagen in het verslag. Ook maak je aan de hand van de verkregen resultaten uit CartWin een analyse van de mogelijke vuurwapens waarmee de munitie verschoten kan zijn. Deze analyse dient eerst beoordeeld te worden voordat je verder gaat met de overige opdrachten. Dit controlemoment is ingelast om vroeg in de casusopdracht nog bij te kunnen sturen, voordat je de wapens en de mogelijke sporenvorming op de hulzen en patronen gaat analyseren. Bij de casusopdracht zal de student moeten bewijzen voldoende theoretische en praktische vaardigheden te hebben verworven, om een opdracht zelfstandig, volgens de daarvoor in het werkveld geldende normen, uit te kunnen voeren en hier verslag van te leggen. Studiegids Life Sciences & Technology

160 C Verwerven van elementaire praktische vaardigheden voor casussen. Diverse zelfstandig uit te voeren praktijkopdrachten. Naar aanleiding van de praktijklessen (werkcolleges) zal er een aantal vragen beantwoord moeten worden, dit kan zowel schriftelijk als mondeling plaatsvinden. Deze toetsvorm is gekozen om de studenten op hun eigen handelen en verslagleggen te laten reflecteren. Bij onvoldoende beantwoording zal een mondelinge herkansing moeten worden afgerond waarbij vragen worden gesteld aan de hand van een praktijkvoorbeeld. Verplichte literatuur Bij de excursie zal de student de instructeur moeten overtuigen van voldoende kennis omtrent het handelen met vuurwapens en munitie. Presentielijsten worden bijgehouden. In verband met de veiligheidsrisico s bij de praktische vaardigheden is in deze module de aanwezigheid bij de theorielessen van groot belang. Zonder theoretische basiskennis is het vrijwel onmogelijk om veilig werken te kunnen garanderen. Er wordt gebruik gemaakt van: - Themahandleiding LFS221 - Blackboard pagina LFS221 A Theorie Diverse powerpointpresentaties en pdf bestanden. Ballistiek-1print.ppt CIP-compleet.pdf CW3-NL-Patronen.ppt CW-NLvanHallvs30-4.pdf Kaliber.ppt Teken.ppt Wapens1.ppt Wapens2.ppt Wapens3.ppt Internet: Blackboard onder Tabblad Documenten B Casus Opdrachten Zie hoofdstuk 4.3 Themahandleiding Blackboard onder Tabblad Documenten C1 Training C2 Excursie Praktijk opdrachten/ vragen. BrochureWapensMunitie3256.pdf Wordt bij de praktijklessen uitgedeeld. Blackboard onder Tabblad Documenten Raadpleeg voor de meest actuele boekenlijst Studentnet of Blackboard Studiegids Life Sciences & Technology

161 Onderwijseenheid LFS331VN (HFS31) The Letter De competenties Beroepsbeoefenaar (FS1) en Methoden forensic onderzoek (FS3) komen op niveau I aan bod, de competentie Methoden van experimenteel onderzoek (FS2) komt op niveau II aan bod. De student kan een complex (forensisch) onderzoek analyseren aan stukken van overtuiging (SVO). Hij/zij is in staat een forensisch onderzoek (op onderdelen) zelfstandig uit te voeren. Hij/zij is in staat de uitkomsten van onderzoeken in het juiste forensische kader te plaatsen Jaar 1 en 2 van de opleiding FS met goed gevolg afgerond. Natuurwetenschappelijk onderzoek met als doel waarheidsvinding. De onderwerpen zijn de geschiedenis van het forensisch onderzoek in nederland, dactyloscopie, fotografie, Kras indruk vorm sporen (KIV), handschriftonderzoek, systematiek van forensisch onderzoek, rapportage en PD management. Onderdeel A: Theorie 1 EC College 26 Tentamen 2 uur Onderdeel B: Opdracht 5 EC Zelfstudie 40 uur Onderzoeksplan 35 uur Lab onderzoek 25 uur Onderzoeksverslag 40 uur Onderdeel C: presentatie 1 EC Voorbereiden en presenteren van (tussen)resultaten aan medestudenten en docenten 28 uur Nederlands Werkvorm(en) Hoorcollege, interactieve presentaties, praktijk/onderzoeksopdrachten en workshops Onderdeel A: theorietoets Onderdeel B: verslaglegging van de opdracht is een groepsproduct het moet voldoen aan de criteria die beschreven zijn in de modulehandleiding, individuele toetsing vindt plaats door presenteren van (tussen)producten en tutorbesprekingen. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van de verslaglegging en de bijdrage van de student aan de opdracht. Onderdeel C: presentaties van resultaten (formatief) met feedback van docenten en studenten (voldaan/niet voldaan) Periode 2 Verplichte literatuur Module reader De essentie van forensisch DNA onderzoek en de Forensisch Technische Normen (FTO) Erik de Groot ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

162 Onderwijseenheid LFS332VN (HFS32) Justice De competenties Beroepsbeoefenaar (FS1), Methoden experimenteel onderzoek (FS2) en Methoden forensisch onderzoek (FS3) komen op niveau II aan bod De student is in staat een complex forensisch onderzoek uit te voeren (te coordineren) aan meerdere stukken van overtuiging (SVO). De student is in staat de uitkomsten van het onderzoek in het juiste (forensische) kader te plaatsen, te rapporteren, te verdedigen en te presenteren. Jaar 1 en 2 van FS met goed gevolg afgerond (Natuur)wetenschappelijk onderzoek met als doel de waarheidsvinding. Onderwerpen zijn: Team grootschalig onderzoek, de rol van de OvJ in een onderzoek, optreden PD/PD onderzoek, bloedspatpatroonanalyse, luminol onderzoek, speurhonden, wapens en munitie onderzoek, schotrest onderzoek, onderzoek biologische sporen, DNA-onderzoek, Glas, verf en tape onderzoek, microsporen, Haren, vezels en textiel en niet humane biologische sporen. Onderdeel A: Theorie 1 EC Colleges 26 uur Tentamen 2 uur Onderdeel B: PD onderzoeken 2 EC PD dagen/voorbereiding 40 uur FIT gespreken 18 uur Onderdeel C: Labonderzoek/presentatie 4 EC Labwerk Verslaglegging 50 uur Literatuuronderzoek 40 uur Presentatie 22 uur Nederlands Werkvorm(en) hoorcollege, zelfstudie, workshops, PD onderzoek, FIT gesprekken (rollenspel). Onderdeel A: Theorie Theorietoets (schriftelijke toets) Periode 4 Onderdeel B: PD onderzoeken Op twee geënsceneerde PD s wordt een PD onderzoek uitgevoerd volgens de FT normen. Er mag maximaal 1 cruciale fout gemaakt worden, deze moet tijdens het tweede onderzoek verbeterd worden. Alle samples moeten teruggevonden worden. Op de schiet PD w2ordt een kledingstuk met (door)schot geplaatst, hiervan moet kaliber en afstand bepaalt worden. Tijdens een rollenspel wordt de kennis over de verschillende actoren getoetst (FIT gesprek) Onderdeel C: Labonderzoek/presentatie Gevonden samples worden volgens de juiste normen onderzocht en behandeld, Chain of Custody wordt niet verbroken. Rapportage voldoet aan de in de modulehandleiding gestelde eisen Presentatie voldoet aan de in de modulehandleiding gestelde eisen. Verplichte literatuur Module reader De essentie van forensisch DNA onderzoek en de Forensisch Technische Normen (FTO). Erik de Groot ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

163 Onderwijseenheid LFS333VN (HFS33) Corporate crime De competenties Beroepsbeoefenaar (FS1), Methoden experimenteel onderzoek (FS2) en Methoden forensisch onderzoek (FS3) komen op niveau II aan bod. De student is in staat een (complex) forensisch onderzoek te analyseren en is in staat aan te geven welke onderzoeken waarom moeten worden uitgevoerd op basis van verschillende hypothesen. De student is in staat de uitkomsten van het onderzoek in het juiste (forensische) kader te plaatsen, te rapporteren, te verdedigen en te presenteren. Jaar 1 en 2 van FS met goed gevolg afgerond. Natuur)wetenschappelijk onderzoek met als doel de waarheidsvinding. Onderwerpen zijn: Fraude en falsificaten, analytische vraagstukken, datacommunicatie, afvalstoffen en risico s, spraak en audio, statistiek, documenten en printers, hand en machineschrift, forensische elementenanalyse, gesloten/open systemen, bedrijfsrecherche en expertische bureau s. Onderdeel A: Theorie Colleges 26 uur Tentamen Onderdeel B: Casus Workshops Zelfstudie Labwerk Verslaglegging Onderdeel C: Bestrijdingsplan Zelfstudie 35 uur Verslaglegging 21 uur 2 uur 10 uur 50 uur 30 uur 22uur 2EC 1EC 4EC Nederlands Werkvorm(en) hoorcollege, practica, zelfstudie, werkgroep, workshops, presentaties Onderdeel A: Theorie Theorietoets (schriftelijke toets) Onderdeel B: SVO s worden volgens de juiste normen onderzocht en behandeld, Chain of Custody wordt niet verbroken. Rapportage voldoet aan de in de modulehandleiding gestelde eisen Onderdeel C: Verslaglegging/presentatie Presentatie en verslag voldoen aan de in de modulehandleiding gestelde eisen. Periode 3 Verplichte literatuur Module reader De essentie van forensisch DNA onderzoek en de Forensisch Technische Normen (FTO). Erik de Groot ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

164 Onderwijseenheid LFS334VN (HFS34) Crime en Society De competenties Beroepsbeoefenaar (FS1) komt op niveau III aan bod, Methoden experimenteel onderzoek (FS2) en Methoden forensisch onderzoek (FS3) komen op niveau II aan bod. De student is in staat een complex (forensisch) onderzoek te analyseren, te plannen en te plaatsen in het kader van een aantal hypothesen. De student is in staat (een gedeelte van) dit onderzoek zelf uit te voeren binnen de daarvoor gestelde kaders. De student is in staat de bevindingen van dit onderzoek te presenteren en te verdedigen binnen het onderzoeksteam. Jaar 1 en 2 van FS met goed gevolg afgerond. Natuur)wetenschappelijk onderzoek met als doel de waarheidsvinding. Onderwerpen zijn: Onderdeel A; Theorie 1 EC College 26 uur Temtamen 2 uur Onderdeel B: rampenplan: 2 EC Workshops 10 uur Verslaglegging 30 uur Zelfstudie 16 uur Onderdeel C: CasusTA en BVM Workshops 10 uur Reele werksituatie 8 uur Verslaglegging 40 uur Labwerk 20 uur Zelfstudie 34 uur 4 EC Nederlands Werkvorm(en) Hoorcollege, interactieve presentaties, casus Onderdeel A: Theorie Theorietoets (schriftelijke toets) Onderdeel B: Kennis en Attitude wordt formatief geassesd in reële werksituatie. Rapportage en presentatie voldoet aan de in de modulehandleiding gestelde eisen. Onderdeel C: Labwerk en Verslaglegging SVO s worden volgens de juiste normen onderzocht en behandeld, Chain of Custody wordt niet verbroken. Presentatie en verslag voldoen aan de in de modulehandleiding gestelde eisen. Periode 1 Verplichte literatuur Module reader De essentie van forensisch DNA onderzoek en de Forensisch Technische Normen (FTO). Erik de Groot ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

165 Onderwijseenheid HFS44, Forensic Toxicology op niveau II: Functioneren beroepsbeoefenaar Methoden van onderzoek Verdieping van kennis en vergroten van in inzicht in de anatomie, fysiologie en toxicologie, o.a. op het gebied van lever, CNS, toxicokinetiek met specifiek aandacht voor alochol, drugs en verslaving Inzicht verkrijgen in wetttelijk kaders rondom het gebruik van drugs Kennismaken met pathologische responses Uitbreiden ervaring in forensisch analytische chemie Interpreteren van forensisch toxicologische gegevens Wetenschappelijk artikel kunnen presenteren en bediscussieren in de vorm van een wetenschappelijke posterpresentatie Theorie van de module Biochemistry (HLS31) Toxicology 1 De vergiftenleer richt zich op de bestudering van schadelijke effecten van (giftige) stoffen op levende organismen. Afhankelijk van de dosis kunnen alle stoffen toxisch zijn. Niet alleen de dosis maakt dat een stof giftig is, maar o.a. ook de wijze van toediening en verschillen binnen en tussen organsimen. Mede daarom is het belangrijk dat de studenten meer inzicht krijgen in de anatomie en fysiologie van de mens, kinetische processen en daarop voortbordurend de mogelijke schade in het organisme veroorzaakt door een stof (pathologie) In deze module zal voornml. worden ingegaan op de fysiologie en toxicologie van het centrale zenuwstelsel en het spijsverteringssysteem (o.a. de lever). Om het begrip van de fysiologie te en pathologie te versterken zal een patholoog een gastcollege geven over het verloop van een sectie en gaan studenten in een snijpracticum de anatomie van ratten bestuderen. Daarnaast zal de patholoog leverpreparaten tonen en bespreken. Het deelgebied Forensische Toxicologie houdt zich niet alleen bezig met (het analyseren van) de schadelijke effecten van een stof op een organisme, maar ook met: a) de vraag wanneer een concentratie strafbaar wordt (bijvoorbeeld alcohol) en b) of een stof (überhaupt) verboden is per wet; c) de interpretatie van (analyse) resultaten ter ondersteuning van het gerecht. Middels colleges en in de opdracht komen o.a. deze onderwerpen aan bod. In deze module worden vooral de schadelijke effecten van bepaalde drugs (bijvoorbeeld Heroïne, XTC, hasj en alcohol) op de hersenen en de lever toegelicht. 7 EC Onderdeel A (Integrale opdracht); 3 ec: Onderzoeksvoorstel 4 uur Literatuuronderzoek 36 uur Tutoruren 6 uur Verwerking data op wiki-site 8 uur Verdieping wetenschappelijke artikelen 16 uur Voorbereiding presentatie artikel 8 uur Uitvoering en aanwezigheid presentatie 6 uur Onderdeel B (Theorie); 3 ec: Colleges 24 uur Zelfstudie 56 uur Tentamen 4 uur Onderdeel C (Practica); 1 ec: Voorbereiding 8 uur Uitvoering 16 uur Rapportage 4 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Studiegids Life Sciences & Technology

166 Werkvorm(en) Hoorcollege, practica, zelfstudie, werkgroep Onderdeel A (Integrale opdracht); 3 ec: De integrale opdracht wordt afgesloten met een een wiki-site en een power point presentatie over een wetenschappelijk artikel. De wiki-site is een groepsproduct, welke moet voldoen aan de criteria die beschreven staan in de modulehandleiding. Het individuele cijfer voor de wiki is gebaseerd op de kwaliteit (inhoud en vormgeving) van de wiki en de individuele bijdrage van de student aan de opdracht. Periode 4 De power point is een groepsproduct met een individuele component waarop de toetsing plaatsvindt. Tijdens de power point presentatie wordt de presentatie als groepsproduct beoordeeld en elke student wordt individueel beoordeeld op de inhoudelijke verdediging aan het einde van de presentatie. Het eindcijfer voor de integrale opdracht bestaat uit een cijfer voor de wiki-site en de presentatie in verhouding 2:1. Onderdeel B (Theorie); 3 ec: Kennis aangeboden tijdens de hoorcolleges, gastcolleges en de in de modulehandleiding aangewezen hoofdstukken uit het boek worden getoetst middels een individuele schriftelijke toets (tentamen). Aanwezigheid bij de gastcolleges is verplicht. Onderdeel C (Praktijk); 1 ec: De practica worden beoordeeld op basis van uitvoering en de schriftelijke beantwoording van zowel de voorbereidende als de verwerkinsgvragen (voldaan of niet voldaan). Elk practicum moet afzonderlijk met een voldaan worden beoordeeld. Verplichte literatuur Casarett & Doull s Essentials of toxicology, , Paperback EUR 55,-. Marije Strikwold [email protected] Opmerkingen Geen Onderwijseenheid LFS345VN (HFS45) Criminaliteit en Opsporing 1 De volgende competenties komen in deze module aan bod: - Functioneren beroepsbeoefenaar (leren leren, zelfsturing en besef maatschappelijke verantwoordelijkheid) op niveau II; - Methoden van forensisch onderzoek (onderzoeken, beheren, coördineren en zelfsturing) op niveau II. Na afronding van de module is de student in staat: - Het examen tot Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) met goed gevolg af te leggen; - De theoretische kennis over het recht toe te passen binnen de forensische wetenschap; en - Zelfstandig een onderzoek uit te voeren met behulp van verschillende methoden van onderzoek (observeren, interviewen, dossieranalyse). Aantoonbare (basis)kennis op het gebied van criminaliteit en opsporing. In deze module staan methoden en technieken van (criminologisch) onderzoek, het recht en de Buitengewoon Opsporingsambtenaar centraal. Studenten leren hoe het Nederlands Recht (strafrecht, bestuursrecht en civiel recht) in elkaar zit en hoe dit recht past binnen de forensische wetenschap. Verder zullen de studenten de Studiegids Life Sciences & Technology

167 theorie van de opleiding tot BOA aangereikt krijgen, waarna ze zelf het afsluitende examen tot BOA kunnen afleggen. Daarnaast maken de studenten kennis met de verschillende methoden en technieken van onderzoek en leren ze deze te gebruiken tijdens de uitvoering van een eigen onderzoek. De studiebelasting betreft 7 EC. Deze zijn als volgt verdeeld: - Onderdeel A (theorie ): 3 EC Colleges : 54 uur Zelfstudie : 26 uur Tentamen : 4 uur - Onderdeel B (Excursies): 1 EC Voorbereiding : 8 uur Uitvoering : 12 uur Rapportage : 8 uur - Onderdeel C (Praktijkopdrachten): 3 EC Voorbereiding : 20 uur Uitvoering : 44 uur Rapportage : 20 uur Werkvorm(en) Nederlands Binnen deze module worden verschillende werkvormen toegepast: - Hoorcolleges en gastcolleges, waarin de studenten de theorie wordt bijgebracht door docenten en mensen uit het werkveld. - Werkcolleges, waarin studenten opdrachten krijgen over de hoor- en gastcolleges ter voorbereiding van de tentamens en waarin studenten worden begeleid bij de uitvoering van hun praktijkopdrachten. - Praktijkopdrachten. Bij deze opdrachten gaan de studenten zelfstandig aan het werk. Zij schrijven een proces-verbaal aan de hand van een door de docent aan hen verstrekte casus. Daarnaast interviewen de studenten een persoon omtrent zijn of haar idee over het gevangeniswezen, observeren de studenten een zelf te kiezen plaats en letten daarbij met name op aspecten van veiligheid en analyseren de studenten een tiental, door de docent verstrekte, dossiers inzake strafbare feiten. - Excursies. Binnen deze module zullen een tweetal excursies plaatsvinden. De eerste excursie betreft een rondleiding door de binnenstad van Leeuwarden onder begeleiding van een wijkagent, waarbij speciale aandacht wordt geschonken aan het observeren van veiligheid. De tweede excursie is een rondleiding door de gevangenis van Leeuwarden, waarbij de mogelijkheid wordt geboden een gedetineerde te interviewen. Onderdeel A (theorie): 3 EC - Schriftelijk tentamen Onderdeel B (Excursies): 1 EC - Deelname en Schriftelijke verslaglegging Onderdeel C (praktijkopdrachten): 3 EC - Schriftelijke verslaglegging Van elk van de vier praktijkopdrachten (proces-verbaal, interview, observatie en dossieranalyse) moet schriftelijk verslag worden gedaan. De verslaglegging moet voldoen aan de criteria zoals omschreven in het onderdeel toetsing welke beschikbaar is op de blackboardomgeving van de module. Elke praktijkopdracht moet met een voldoende worden afgesloten en het eindcijfer wordt bepaald door het gemiddelde cijfer van de vier praktijkopdrachten. Bij een herkansing van een of meerdere praktijkopdracht(en) kan maximaal een 6,5 worden behaald voor deze opdracht (en). Periode 1 en 4 Verplichte literatuur Bij deze module wordt er gebruik gemaakt van een tweetal boeken: - Basisboek Recht (Auteur: V/d Roest; Uitgever: Noordhoff; 11 e druk) - Methoden en Technieken van Onderzoek in de Criminologie (Auteur: Bijleveld; Uitgever: Boom Juridische Uitgevers; 4 e druk) Studiegids Life Sciences & Technology

168 Natascha v/d Bosch Opmerkingen Onderwijseenheid LFS346VN (HFS46) Criminaliteit en Opsporing 2 De volgende competenties komen in deze module aan bod: - Functioneren beroepsbeoefenaar (leren leren, zelfsturing en besef maatschappelijke verantwoordelijkheid) op niveau II; - Methoden van forensisch onderzoek (onderzoeken, beheren, coördineren en zelfsturing) op niveau II. - Methoden van forensisch gedragsonderzoek (onderzoeken, beheren, coördineren en adviseren) op niveau II Na afronding van de module is de student in staat: - Zowel theoretisch als praktisch vraagstukken vanuit de strafrechtelijke rechtshandhaving en de forensische psychiatrie op te lossen en te plaatsen in het kader van de forensische wetenschap; en - Om gerechtelijke stukken te lezen, te interpreteren en op waarde te schatten. Aantoonbare (basis)kennis op het gebied van criminaliteit en opsporing. In deze module staan rechtshandhaving en forensische psychiatrie centraal. Studenten krijgen inzicht in de handhaving binnen de verschillende rechtsgebieden De studiebelasting betreft 7 EC. Deze zijn als volgt verdeeld: - Onderdeel A (theorie RH en FP): 3 EC Colleges : 54 uur Zelfstudie : 26 uur Tentamen : 4 uur - Onderdeel B (Excursies): 1 EC Voorbereiding : 8 uur Uitvoering : 12 uur Rapportage : 8 uur - Onderdeel C (Praktijkopdracht): 3 EC Voorbereiding : 20 uur Uitvoering : 40 uur Rapportage : 20 uur Presentatie : 4 uur Nederlands Werkvorm(en) Binnen deze module worden verschillende werkvormen toegepast: - Hoorcolleges en gastcolleges, waarin de studenten de theorie wordt bijgebracht door docenten en mensen uit het werkveld. - Werkcolleges, waarin studenten de praktijkopdracht krijgen uitgedeeld en waarin er voor de studenten de gelegenheid is aan de praktijkopdracht te werken en vragen te stellen. - Praktijkopdracht. Bij deze opdracht gaan de studenten in tweetallen aan het werk om een, door hen zelf gekozen, arrest van de Hoge Raad der Nederlanden uit te werken. Hierbij gaan de studenten in op het strafbare feit, de procesgangen en actoren bij de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad en zullen zij facetten uit de forensische psychiatrie toepassen op hun gekozen arrest - Excursies. Binnen deze module zullen een tweetal excursies plaatsvinden. De eerste excursie betreft Studiegids Life Sciences & Technology

169 het bijwonen van een aantal strafzaken van de politierechter of meervoudige kamer bij de rechtbank van Leeuwarden. De tweede excursie is een bezoek aan een forensisch psychiatrische afdeling of kliniek. Onderdeel A (theorie RH en FP): 3 EC - Schriftelijk tentamen Periode 2 en 3 Onderdeel B (Excursies): 2 EC - Deelname en schriftelijke verslaglegging Onderdeel C (praktijkopdracht): 3 EC - Schriftelijke verslaglegging - Mondelinge presentatie Van de uitwerking van het arrest moeten de studenten een rapport schrijven. De opbouw van dit rapport is vrij, echter inhoudelijk moet het rapport wel voldoen aan de criteria die tijdens de werkcolleges zullen worden uitgelegd en technisch moet het voldoen aan de richtlijnen voor verslaglegging (beschikbaar op Blackboard). Daarnaast moeten de studenten hun bevindingen aan elkaar presenteren. Zowel het rapport als de presentatie moeten met een voldoende worden afgesloten en het eindcijfer wordt bepaald door het cijfer van het rapport (75%) en het cijfer van de presentatie (25%), waarmij maximaal een 10 kan worden behaald. Bij een herkansing kan voor de opdracht nog maximaal 6,5 worden behaald. Verplichte literatuur Bij deze module wordt er gebruik gemaakt van een tweetal boeken: - Strafrechtelijke rechtshandhaving (Auteur: Blad; Uitgever: Boom Juridische Uitgevers; 2 e druk). - Reizen met mijn rechter (Auteur: van Koppen; Uitgever: Kluwer; 1 e druk). Natascha v/d Bosch ([email protected]) Opmerkingen Naam onderwijseenheid Beginvereisten LHF201VN (HHF01) Fysiologie en Methodiek Adviseren gezondheid en voeding richting consument, niveau ii, onderzoeken/experimenteren ii, labdiagnostiek ii De student verwerft kennis van Klinische Chemie en voedingsgerelateerde ziekten s. Kennis van Klinische Chemie moet worden toegepast. Flankerende theorie van zowel de Klinische Chemie en voedingsgerelateerde ziekten, daarnaast van beide onderdelen ook flankerende practica.verder is er een opdracht in de vorm van een casus waarin de student in een groepje werkt aan het stellen van een diagnose op basis van patiëntengegevens, waaronder laboratoriumonderzoeken. Deze casus dient beschreven te worden in een verslag en moet tevens gepresenteerd worden. Klinische Chemie en specifiek voor H&F de voedingsgerelateerde ziekten. Aan de hand van de opdracht, een casus, krijgt de student theoretische kennis en praktische vaardigheden aangereikt om een diagnose te stellen. De Klinische Chemie behandelt de theorie van de orgaansystemen en verder worden stofwisselingsziekten, gebreksziekten en de immunologie behandeld. Er wordt een gastcollege gegeven over stofwisselingsziekten en het opsporen ervan. Onderdeel A (Theorie); 2 ec: Colleges Zelfstudie Tentamen 10 uur 42 uur 4 uur Onderdeel B (Praktijk); 2 ec: Praktijklessen 48 uur Labjournaals 8 uur Onderdeel C (Opdracht); 3 ec: Studiegids Life Sciences & Technology

170 Casus 18 uur Tutorbijeenkomsten 8 uur Literatuuronderzoek 8 uur Verslag 32 uur Voorbereiding + presentatie 8 uur Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvormen Flankerende theorie van zowel de Klinische Chemie als de voedingsgerelateerde ziekten, daarnaast van beide onderdelen ook flankerende practica.verder is er een opdracht in de vorm van een casus waarin de student in een groepje werkt aan het stellen van een diagnose op basis van patiëntengegevens, waaronder laboratoriumonderzoeken. Deze casus dient beschreven te worden in een verslag en moet tevens gepresenteerd worden. Studenten leren met deze module om uitslagen van laboratoriumproeven te relateren aan patiëntengegevens om zo een diagnose mogelijk te maken of verder te differentiëren en tevens om de benodigde proeven op de juiste wijze uit te voeren. De student is in staat om de consument te adviseren over de relatie tussen voeding en gezondheid Adviseren gezondheid en voeding richting consument, niveau ii, onderzoeken/experimenteren ii, labdiagnostiek ii Periode 3 A. Theorie 2 ec s tentamen Klin. Chemie B. Praktijk 2 ec s praktijk Klin.Chemie C. Opdracht 3 ec s Verplichte literatuur Andersen, S. C. & Cockayne, S. - Clinical Chemistry-Waveland Press herziene druk ISBN G. Schaafsma ([email protected]) Naam onderwijseenheid LHF332VN (HHF32) Voedingssupplementen en verrijkte producten Advies uitbrengen over applicaties ii, Onderzoeken /experimenteren i Beginvereisten De student kan een literatuuronderzoek uitvoeren m.b.t. een verrijkt product, inclusief conclusies en adviezen over dit (bestaande) product. De student verwerft kennis over vitamines, mineralen, sporenelementen, voedingssupplementen en verrijkte producten. Ook weet de student hoe een literatuuronderzoek moet worden uitgevoerd. nvt In deze module worden vitamines, mineralen en sporenelementen behandeld. Vanuit eigen onderzoek vertelt een van de docenten over vitamine A en komen de risico s van inname van te veel vitamine A aan de orde, een andere docent vertelt over selenium. Zelf moet er literatuuronderzoek verricht worden naar andere vitamines/mineralen/ sporenelementen. Gekeken wordt naar de gezondheid wereldwijd in relatie tot vitamines, mineralen en sporenelementen. De spijsvertering wordt behandeld. Voedingssupplementen zijn er in soorten en maten. We kijken naar kruidensupplementen en de holistische benadering Ayurveda. Ook worden gezonde vetzuren behandeld. Vele voedingsmiddelen worden verrijkt met o.a. gezonde vetzuren. Van de verrijkte producten worden verder prebiotica, probiotica en anti-oxidanten behandeld. Onderdeel A (Literatuuronderzoek); 3 ec: Overleg Literatuurstudie Plan van aanpak Literatuurverslag 20 uur 10 uur 10 uur 30 uur Voorbereiding + presentatie 8 uur Voorbereiding + jurygesprek 4 uur Onderdeel B (Theorie); 3 ec: Colleges 18 uur Zelfstudie 50 uur Voorbereiding tentamen 8 uur Studiegids Life Sciences & Technology

171 Tentamen 4 uur Onderdeel C (Gastcolleges en excursies); 1 ec: Gastcollege 3 uur Excursies 20 uur Werkvormen Nederlands Gebruik van Nederlandse en Engelse vakliteratuur A. Literatuuronderzoek naar vitamines/mineralen/ sporenelementen. Studenten werken in groepjes van 2 aan een literatuuronderzoek waarbij iedere groep een eigen vitamine/mineraal/sporenelement onderzoekt. Tot slot moet er een advies gegeven worden aan het bedrijfsleven over een (bestaand) voedingsmiddel dat verrijkt kan worden met de vitamine/mineraal/ sporenelement van het onderzoek. Voordat zij aan het onderzoek beginnen wordt er les gegeven over hoe literatuur gezocht moet worden. Bij het onderzoek worden de studenten begeleid door vakinhoudelijke tutoren, die aan de zijlijn staan en beschikbaar zijn voor hulp. B. Flankerend onderwijs (theorielessen): 1. Les literatuuronderzoek ( HKE) 2. Inleiding vitamines, mineralen en sporenelementen, verrijkte producten: prebiotica, probiotica en anti-oxidanten (SCG) 3. Spijsvertering (x2) (HKE) 4. Voedingssupplementen en bedrijfsleven (HEP) 5. Ayurveda: de holistische benadering (HEP) 6. Geschiedenis naamgeving vitamines en vitamine A uitgebreid (HKE) 7. Voorbeeld literatuuronderzoek (SCG) 8. Voorbeeld literatuurstudie zink (JGN) C.Gastcollege en excursies: 9. Gastcollege (SCG) 10.Excursies Reholitas (SCG Na afronding van de module: Kent de student vitamines, mineralen en sporenelementen. Daarnaast heeft de student kennis van de stofwisseling. Op basis van al deze kennis kan de student deze kennis toepassen bij het verzamelen en beoordelen van literatuur over deze onderwerpen. Kent de student de begrippen voedingssupplementen en verrijkte voeding en kent voorbeelden hiervan. Kent de student alternatieve levenswijzen als Ayurveda en weet dat en hoe bedrijven voedingssupplement en verrijkte producten op de markt brengen A - Verslag en presentatie 3 EC B - Tentamen 3 EC C - Verplichte gastlezing en excursies 1 EC Periode 3 Verplichte literatuur Campbell, N.A. & Reece, J. Biology- Pearson/Benjamin Cummings-8th edition ISBN ,98 Hartman, E. Mens en Voeding- HB uitgevers- zesde herziene druk ISBN ,50 Voedingscentrum - Alles over vitamines, mineralen en supplementen Stichting Voedingscentrum Nederland 1 e druk ISBN G. Schaafsma ([email protected] ) Studiegids Life Sciences & Technology

172 Onderwijseenheid LLG226VN (HHG26) Marketing en Logistiek Plannen (niveau 2) Conceptualiseren (niveau 2) Doel van deze module is om studenten een breed overzicht te bieden van het marketing en logistieke werkveld en daarmee een solide basis te leggen voor verdere verdieping van deze twee vakgebieden. Daarnaast heeft deze module als doel om studenten vaardigheden op het terrein van verkoop bij te brengen. Tot slot kunnen studenten beslissingen op bovengenoemde terreinen op kwantitatieve wijze onderbouwen middels statistiek en Operations Research. geen, maar aanbevolen wordt om de propedeuse afgerond te hebben. In deze module gaan studenten in kleine groepen aan de slag met opdrachten op het gebied van marketing en logistiek. Kwantitatieve beslissingen op dit gebied worden middels opdrachten op het gebied van statistiek en OR geoefend. Tot slot krijgen studenten workshops Verkooptechniek en moeten ze een dag met een vertegenwoordiger op stap 7 EC,s 196 SBU Hoor- en werkcolleges Logistiek en Marketing 2 EC (56 sbu) Workshops en opdracht Verkooptechniek 2 EC (56 sbu) Werkgroepopdrachten Marketing en Logistiek 3 EC 84 sbu Nederlands Werkvorm(en) hoorcollege, practica, zelfstudie, workshop, werkgroep en veldonderzoek HHG26-6A Toets Marketing en toets logistiek 2 EC HHG26-6B Verkooptechniek 2 EC HHG26-6C Leertaken Marketing en Logistiek 3 EC Periode Periode 1 Voor nadere informatie wordt verwezen naar het moduleboek dat op Blackboard en/of bij de Repro verschijnt. Verplichte literatuur Werken met Logistiek, Visser en van Goor; 6 e druk Grondslagen van de Marketing, Verhage; 7 e druk Reader Verkooptechniek Reader Statistiek Reader OR. Zie voor de verplichte literatuur de meest recente boeken- en dictatenlijst die per periode op Studentnet vóór elke periode verschijnt. / modulecoördinator Oene Schriemer - SCO [email protected] Studiegids Life Sciences & Technology

173 Onderwijseenheid LLS215VN (HLS15) Research management De competenties onderzoeken en rapporteren komen aan de orde op niveau ii. De student kan een kwantitatief onderzoek beoordelen op gekozen methoden en de uitwerking met statistische technieken. De student beheerst naast de basis data-analyse technieken ook enkele geavanceerde technieken. De student is in staat zelfstandig een onderzoeksvoorstel te schrijven. Basis statistiek van propedeuse Studenten maken kennis met de basisbegrippen van kwantitatief empirisch onderzoek. Centraal staat: wat komt kijken bij onderzoek doen en hoe gaat dat praktisch in zijn werk? En hoe beoordeel je een echt onderzoek? Daarbij is ook aandacht voor (basis)statistiek en werken met SPSS. Het tweede deel van de module richt zich op meer geavanceerde data-analyse technieken. Studenten maken kennis met experimental designs, waarmee met zo weinig mogelijk experimenten een optimaal resultaat wordt behaald. In het derde onderdeel schrijven studenten (in groepen van 3 of 4 studenten) een professioneel onderzoeksvoorstel. Onderdeel A tentamen Methoden en Technieken; 2 ec: Hoorcolleges Werkcolleges Tutoroverleg Zelfstudie Tentamen 12 uur 6 uur 3 uur 30 uur 4 uur Onderdeel B data-analyse; 3 ec: Hoorcolleges 12 uur Werkcolleges 12 uur Zelfstudie 30 uur Tentamen 4 uur Onderdeel C Schrijven onderzoeksvoorstel; 2 ec: Startcollege 2 uur Tutoruren 4 uur Schrijven onderzoeksvoorstel 40 uur Werkvorm(en) Nederlands Hoor- en werkcolleges; practica SPSS Begeleidingsuren kleine groepen (tutoroverleg): beoordeling afstudeer onderzoeksrapport en schrijven onderzoeksvoorstel Onderdeel A (tentamen Methoden en Technieken); 2 ec: Onderdeel B (tentamen slim experimenteren); 3 ec Onderdeel C (onderzoeksvoorstel); 2 ec Periode 1, 2, 3 Verplichte literatuur Basisboek Methoden en Technieken van Baarda en De Goede. Dictaat Slim experimenteren, J. Jorritsma J. Nauta ([email protected] ) Studiegids Life Sciences & Technology

174 Onderwijseenheid LLS221VN (HLS21) Productie van vaccins De competenties Bit 4 en Bit 5 komen aan de orde op niveau ii. Bit 4:Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek. Bit 5: Ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten. De student kan zowel een 0-paper als een projectvoorstel schrijven voor een uit te voeren onderzoek. De student kan een soortgelijk onderzoek ook zelf uitvoeren. De student heeft kennis verworven over Moleculaire Biologie, Immunologie en Plantenfysiologie. VMT certificaat Bit 4 en Bit 5 op niveau i In het theoretische deel van de Centrale Opdracht krijgen de studenten de opdracht om zowel een 0-paper, als een projectplan te schrijven. Hierin wordt beschreven hoe een gewas gemodificeerd kan worden, opdat deze een recombinant vaccin tegen Mexicaanse griep kan produceren. Op basis van eigen kennis en literatuurstudie worden mogelijkheden geformuleerd voor de productie van dit vaccin. In het praktische deel van de Centrale Opdracht wordt in het laboratorium een recombinant vaccin tegen een veilige ziekteverwekker geproduceerd en getest. Het praktische werk vindt plaats op basis van een goedgekeurde plan van aanpak. In colleges zal aandacht besteed worden aan het modificeren van organismen. Ook zullen er colleges gegeven worden betreffende het vakgebied van de Immunologie en van de Plantenfysiologie. Onderdeel A: Centrale Opdracht Theoretische deel; 3 ec: Literatuurstudie 40 uur 0-Paper Projectplan Tutoruren 12 uur 24 uur 8 uur Onderdeel B: Centrale Opdracht Praktische deel; 1 ec: Plan van aanpak 4 uur Uitvoering 20 uur Verslag 4 uur Onderdeel C: Flankerend onderwijs; 3 ec: Colleges 20 uur Zelfstudie 60 uur Tentamen 4 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van een Engels boek als ook Engelse vakliteratuur Aan het theoretische deel van de Centrale Opdracht wordt gewerkt door projectgroepen van 3-4 personen. Elke groep wordt wekelijks begeleid door een tutor. Aan het praktische deel van de Centrale Opdracht wordt gewerkt op het laboratorium door projectgroepen van 3-4 personen. Door middel van de gegeven colleges verdiepen studenten zich in kennis over Moleculaire Biologie, Immunologie en Plantenfysiologie. Onderdeel A: Centrale Opdracht Theoretische deel; 3 ec: Het projectplan is een groepsproduct. Het moet voldoen aan de criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. Zowel het 0-paper als het uiteindelijke projectplan worden beoordeeld met een cijfer. Het eindcijfer voor dit onderdeel bestaat voor 1/3 deel uit het cijfer voor het 0-paper en voor 2/3 deel uit het cijfer voor het projectplan. Onderdeel B: Centrale Opdracht Praktische deel; 1 ec: De practica worden beoordeeld met een cijfer op basis van uitvoering en het verslag. Onderdeel C: Flankerend onderwijs; 3 ec: Kennis over Moleculaire Biologie, Immunologie, Plantenfysiologie wordt getoetst d.m.v. een schriftelijk tentamen. Periode 1 Verplichte literatuur Boek: Campbell & Reece: Biology Dick Bonarius [email protected] Studiegids Life Sciences & Technology

175 Onderwijseenheid LLS331VN (HLS31) Biochemistry B&M majors HD en BMR: De competenties laboratorium research en functioneren als beroepsbeoefenaar komen aan de orde op niveau ii; Major H&F: De competenties labdiagnostiek klinische chemie, laboratorium research en functioneren als beroepsbeoefenaar komen aan de orde op niveau ii; Biotechnologie - BMR en BT: De competenties ontwikkelen/uitvoeren methoden biotechnologisch onderzoek en functioneren als beroepsbeoefenaar komen aan de orde op niveau ii; Biotechnologie FS: De competenties functioneren als beroepsbeoefenaar en methoden forensisch onderzoek komen aan de orde op niveau i; De competentie methoden experimenteel onderzoek komt aan de orde op niveau ii. De module Biochemistry is een geheel theoretische module waarbij in de groepsopdracht (onder leiding van een tutor) de rolverdeling in een vakgroep wordt nagespeeld. De student kruipt in de rol van een promovendus/zelfstandig research analist. Je leert vakliteratuur op te zoeken en in te schatten op waarde/relevantie. Je leert wetenschappelijke informatie te verzamelen en te presenteren. Het gehele traject van informatie verzamelen, ontsluiten en presenteren komt aan bod. Basiskennis Chemie Je werkt binnen dit thema bij de afdeling Research & Technology, een onderdeel van Hogeschool VHL / Hogeschool NHL. De afdeling bestaat uit de vakgroepen, zoals bijv. Medical Biochemistry. Iedere vakgroep wordt geleid door een vakgroepshoofd (rol van de tutor), die een aantal onderzoeksgebieden beheert. De studenten worden ingedeeld bij een onderzoeksgroep. Bij aanvang van de cursus krijgt iedereen de mogelijkheid om aan te geven welke vakgroep en welk onderzoek de voorkeur heeft. Iedere onderzoeksgroep gaat zich daarna theoretisch verdiepen in het onderzoeksgebied. De eerste taak van de onderzoeksgroep is het verzorgen van een powerpoint-presentatie voor de gehele afdeling Research & Technology over het onderwerp in het algemeen (de context). Na de algemene presentatie krijgt de groep de opdracht van het vakgroepshoofd om een inventarisatie te maken van recent wetenschappelijk onderzoek binnen het veld (specifieke theorie). De afdeling Research & Technology zit namelijk sinds kort op een dood spoor en wil nieuwe mogelijkheden voor toekomstig onderzoek in kaart brengen. Vervolgens wordt de groep opgedeeld in twee subgroepen. Elke subgroep kiest één wetenschappelijk artikel uit voor een uitgebreide analyse. De resultaten die zijn beschreven in het artikel dienen vervolgens te worden beschouwd als eigen resultaten (verzamelen van resultaten). Het artikel wordt besproken met het vakgroepshoofd (presenteren binnen een werkbespreking) waarna de groepsleden in de huid van de auteurs van het wetenschappelijke artikel kruipen door de bevindingen in het artikel te presenteren tijdens een symposium: The Symposium on Life (presenteren aan andere wetenschappers). Onderdeel A (Presenteren); 2 ECs: Oriëntatie op onderwerp 15 u Powerpoint presentaties 10 u Tutor/vergaderingen 5 u Voorbereiden en poster maken 13 u Poster presentatie 5 u Onderdeel B (Verslaglegging); 2ECs Tutor/vergaderingen 8 u Literatuur verzamelen 20 u Adviesrapport 10 u Voorbereiden en refereren 10 u Werkvorm(en) Onderdeel C (Theorie); 3 EC: Colleges 25 u Zelfstudie 55 u Tentamens 4 u Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Projectgroepswerk: - Literatuuronderzoek - Zelfstudie - Mondeling presenteren - Refereren, mondelinge verdediging - Schriftelijke rapportage - Posterpresentatie Studiegids Life Sciences & Technology

176 Theorie: - Hoorcollege - Zelfstudie Onderdeel A (Presenteren): Het onderdeel presenteren is samengesteld uit twee subonderdelen: - Powerpoint presentatie - Poster presentatie Eindcijfer: is het gemiddelde van het powerpointpresentatiecijfer en het posterpresentatiecijfer. Periode 1 Verplichte literatuur Onderdeel B (Verslaglegging) Dit onderdeel bestaat uit: -Adviesrapport -Refereren Eindcijfer: is de beoordeling van het adviesrapport. Het refereren dient als go/no go voor de deelname aan de poster presentatie. Onderdeel C (Theorie): De kennis van de theorie (aangeboden in de hoorcolleges) wordt getoetst door middel van twee deeltentamens. Het gemiddelde cijfer van deze twee deeltentamens is het eindcijfer voor onderdeel C. Een deeltentamen moet minimaal met een 3,5 worden afgesloten om deel uit te kunnen maken van het eindcijfer. De te gebruiken literatuur is: J.M. Berg, J.L. Tymoczko en L. Stryer: Biochemistry, 7 th edition. W.H. Freeman and Company, New York ISBN 13: ISBN 10: (Raadpleeg altijd de meest recente boekenlijsten) M.O. Hoeke, [email protected] Opmerkingen Onderwijseenheid LLS332VN (HLS32) Cell Biology De competenties Bit 4 en B&M 4 en 5 komen aan de orde op niveau ii. Bit 4: Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch onderzoek. B & M 4: Laboratorium research. B & M 5: Functioneren als beroepsbeoefenaar. De student kan zelfstandig een onderzoeksvoorstel schrijven voor een uit te voeren onderzoek. De student kan een soortgelijk onderzoek ook zelf uitvoeren en hierover een artikel schrijven. De student heeft kennis verworven op het gebied van de Celbiologie. Jaar 1 & 2 van de opleiding Biotechnologie dan wel de opleiding Biologie & Medisch Laboratorium Onderzoek. Studenten krijgen een opdracht op het gebied van de signaaltransductie in cellen. Dit is de Integrale lijn. Om deze opdracht te kunnen maken zal er eerst studie nodig zijn naar de verschillende componenten en hun functioneren in een cel. Dit is de Conceptuele lijn. In praktisch onderzoek worden er verschillende laboratoriumtechnieken aangeleerd. Dit is de Vaardigheidslijn. Uiteindelijk kunnen de studenten zelfstandig de integrale opdracht uitvoeren. Onderdeel A: Conceptuele lijn; 2 ec Colleges 12 uur Zelfstudie 40 uur Tentamen 4 uur Onderdeel B: Vaardigheidslijn; 1 ec Voorbereiding 6 uur Uitvoering 16 uur Lab-journaal 6 uur Onderdeel C: Integrale lijn; 4 ec Literatuurstudie 32 uur Onderzoeksplan 12 uur Tutoruren 8 uur Studiegids Life Sciences & Technology

177 Werkvorm(en) Experimenten 36 uur Onderzoeksverslag 20 uur Voorbereiding Jurygesprek 4 uur Nederlands Gebruik van een Engels boek als ook Engelse vakliteratuur. In practicumvorm worden bepaalde laboratoriumtechnieken aangeleerd. In colleges zal aandacht besteed worden aan de bouw en het functioneren van de verschillende componenten in een cel, als ook aan het proces van signaaltransductie in cellen. In projectgroepen van 3 4 personen zal de integrale opdracht uitgevoerd worden. Integrale lijn; 4 ec: Het onderzoeksverslag is een groepsproduct. Het moet voldoen aan criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. De individuele toetsing vindt plaats door iedere student tijdens tutoruren te laten presenteren en het onderzoeksverslag te laten toelichten tijdens een jurygesprek met docenten. Het cijfer wordt gebaseerd op het onderzoeksplan, het onderzoeksverslag en de toelichting van het uitgevoerde werk tijdens het jurygesprek. Het is het gemiddelde van deze drie onderdelen. Periode 2 Conceptuele lijn; 2 ec: Kennis over alle de bouw en het functioneren van de verschillende componenten in een cel zal getoetst worden dmv een tentamen. Vaardigheidslijn; 1 ec; De practica worden beoordeeld met een cijfer op basis van uitvoering en het lab-journaal. Verplichte literatuur Essential Cell Biology Bruce Alberts et al 3 ed 2009 Garland Science New York and London H. Pennekamp ([email protected]) Onderwijseenheid LLS333VN (HLS33) Industrial Quality Management VMT1(ii) l; VMT3(ii) c,d; VMT4(ii) c,g,m,o; VMT4(i) c1,c2; VMT6(ii) e,g,h,j Zie competenties Praktische kwaliteitszorg (LVT102), HACCP en informatiesystemen (LVT221) De kracht van een bedrijf zit vaak in de mate waarin men in staat is zichzelf te verbeteren dan wel om efficiënt te werken. TQM is een belangrijk concept waarmee een bedrijf kan werken aan zijn concurrentiepositie. Er zijn erg veel verschillende zaken die bij het management-concept van TQM horen. Een aantal van deze zaken komt in dit thema aan bod. Total Quality Management is het management-concept waarbij ervan wordt uitgegaan dat werken aan kwaliteit alles en iedereen binnen de organisatie betreft en dat kwaliteit gemanaged kan, eigenlijk, móet worden. Dit brede hanteren van het werken aan kwaliteit impliceert dat er mede aandacht is voor milieu- en arbo-aspecten. Arbo en Milieu-aspecten kunnen ook gezien worden als een bijdrage aan kwaliteit (verantwoordelijkheid voor milieu en werknemers). In het kader van continu verbeteren en voorkómen van fouten worden allerlei praktische kwaliteits'tools' toegepast zoals de procesgerichte TPM methodiek met als tools OEE, SGA, 5S en SMED. Een weg om te komen tot minder fouten en problemen en het beheersen van een productieproces is procesautomatisering. Procesautomatisering werkt als ondersteuning van de kwaliteitsbeheersing. Onderdeel van een goed functionerend kwaliteitssysteem en nadrukkelijk geëist door de wetgever is de aanwezigheid van een sluitend systeem van Tracking en Tracing. Al deze benaderingen en invoering van systemen vraagt van een manager of adviseur de nodige communicatieve vaardigheden. Om te komen tot een goede analyse bij een organisatie tav het invoeren van (delen van) TQM en vooral om goed over te brengen welke projecten het best op welke manier kunnen worden aangepakt, worden adviesvaardigheden getraind. A : Managementsystemen, TPM, T&T (4EC) 1. College en tutorials: Zelfstudie: 50 Studiegids Life Sciences & Technology

178 3. Opdrachten (groepswerk), schrijven individueel plan 50 B: Procesautomatisering (2EC) 1. College + practicum Zelfstudie: Opdrachten 20 C Adviesvaardigheden (1EC) 1. Workshops, rollenspelen Zelfstudie 2 3. Rollen voorbereiden, rapportage 10 Werkvorm(en) Nederlands Schriftelijk materiaal gedeeltelijk Engels groepsopdrachten, individuele opdracht, practica, trainingen, cases, rollenspelen, tutorials A: 4 EC Managementsystemen individueel plan van aanpak cijfer + TPM+T&T: casus + opdrachten, groepscijfer B: 2 EC Procesautomatisering: individuele opdrachten cijfer. C: 1 EC Adviesvaardigheden(groepsgewijs, cijfer): schriftelijk werk + gesprekstechniek. Periode 2 Verplichte literatuur Dictaat Procesautomatisering Dictaat Effectiever en efficiënter produceren: TPM en T&T Werkboek Management systemen, TPM en T&T L.H.A. Knobbe ([email protected] ) Onderwijseenheid LLS334VN (HLS34) Plant and process design Ontwerpen of optimaliseren van productieprocessen Onderzoeken of experimenteren om een productieproces te ontwerpen of te optimaliseren. De student kan aanwezige kennis en vaardigheden gebruiken en integreren voor het ontwerpen van een proces. De student kan relevante informatie vinden en deze informatie bruikbaar maken voor het projectteam. De student kan voorstellen doen voor delen en/of aspecten van het ontwerp door aanwezige en nieuwe kennis te combineren. De student kan voorstellen verdedigen en becommentariëren in teamvergaderingen. De student kan verantwoordelijkheid nemen voor het verloop van het project en de eigen bijdrage aan het project verantwoorden. Geen Studenten krijgen de opdracht een productieproces- en locatie te ontwerpen op basis van eerder verworven kennis en literatuurstudie. Het proces zal voor studenten Voedingsmiddelentechnologie betrekking hebben op de productie van voedingsmiddelen. Voor studenten Chemische Technologie en Biotechnologie komen ook andere productieprocessen in aanmerking. Het procesontwerp bevat de volgende aspecten: procestechnologie, procescontrole, TQM, procesontwerp, productdefiniëring, duurzame technologie, productielogistiek, kostprijs, investeringen. Het ontwerp wordt gemaakt door een projectteam van 6 tot 8 studenten. Elke student is verantwoordelijk voor een aantal aspecten van het ontwerp. Voor dit aspect doet de student voorstellen aan het projectteam. De gemaakte keuzes moeten verantwoord worden. In het projectteam beslissen alle leden mee over de uiteindelijke keuzes in het ontwerp. Het eindproduct van de module is een ontwerp voor een productieproces- en locatie. Dit ontwerp wordt in een rapport beschreven en mondeling gepresenteerd aan de opdrachtgever. Toepassen van meet- en regeltechniek op productieprocessen komt aan de orde in werkcolleges. Het gaan om het maken van een regelschema, instelling van regelaars en het opzetten van een veiligheidssysteem. Onderdeel A (Project procesontwerp); 5 ec: Instructiecolleges 10 uur Bronnenonderzoek 20 uur Studiegids Life Sciences & Technology

179 Plan van aanpak Weekjournaals Procesontwerp Eindrapport Presentaties 10 uur 20 uur 56 uur 16 uur 8 uur Onderdeel B (Meet- en regeltechniek); 2 ec: Werkcolleges 12 uur Opdrachten 44 uur Werkvorm(en) Nederlands Aan het ontwerp zal gewerkt worden in projectgroepen van 4-6 personen. Elke projectgroep wordt begeleid door een vakdocent/tutor. Economische aspecten en Duurzame productie komen aan de orde in enkele instructiecolleges. Meet- en regeltechniek komt aan de orde in werkcolleges en opdrachten die studenten individueel uitvoeren. Onderdeel A (Project procesontwerp); 5 ec: De creditpoints worden toegekend als aan de volgende criteria is voldaan: De projectgroep waar de student deel van uit maakt, levert een ontwerp dat voldoet aan de gegeven criteria. Het ontwerp wordt beschreven in een rapport en mondeling gepresenteerd. De student verantwoordt tijdens wekelijkse voortgangsgesprekken van de projectgroep en in weekjournaals zijn bijdrage aan de totstandkoming van het ontwerp. De student kan zijn voorstellen voor onderdelen van het ontwerp verantwoorden vanuit relevante concepten (theorie) en gevonden informatie. Hij geeft hierbij ook de relevante kostenposten. De student denkt mee en geeft feedback over onderdelen van het ontwerp die door anderen uitgevoerd worden. De student bewaakt op basis van het plan van aanpak de voortgang van het project. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van de groepsproducten en de bijdrage van de student aan de uitvoering van de integrale opdracht. Zowel de groepsproducten als de bijdrage van de student moeten voldoende zijn. Onderdeel B (Meet- en regeltechniek); 2 ec: De toetsing bestaat uit 5 opdrachten, waarvan twee voorbereidende opdrachten. Alle opdrachten moeten met een voldoende zijn beoordeeld. Het cijfer is het gemiddelde van de drie eindopdrachten. Periode 4 Verplichte literatuur Piet Grin ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

180 LLS341VN (HLS41) Gene Hunting De competenties BIT4 en FS2 (Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch/experimenteel onderzoek), FS3 (Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek) BIT5 (Ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) en BIT6 professioneel functioneren, B&M laboratorium research en B&M professioneel functioneren komen aan de orde op niveau ii Na bestudering is de student(e) in staat om een gen met daarbinnen verschillende functionele gebieden (promoter, exon, intron, poly-a signaal, transcriptie- en translatie start/stop, etc.) in kaart te brengen. Na bestudering heeft de student(e) kennis verworven van: Historische mijlpalen in genetisch onderzoek Forward genetics versus reverse genetics (conditionele) Knock-out/ knock-in/ knock-down in o.a. diermodellen Chimere planten en dieren Up to date methoden om DNA sequenties te bepalen (Next generation sequencing) De modules LLS105 (Mol. Detectie) en LLS107 (BioBits) moeten met voldoendes zijn afgesloten Zoogdieren zoals de mens bevatten ongeveer genen. Van ruwweg genen is de functie bekend, van vele genen is dus de rol niet duidelijk. Het omgekeerde is ook waar: van vele ziekten is nog niet bekend welke genen een rol spelen. Studenten krijgen de opdracht een aantal genen tot in detail in kaart te brengen op basis van databank onderzoek en literatuurstudie. Daarnaast krijgt men training in het gebruik van op de module gerichte software, en bevat het flankerend onderwijs een overzicht van diverse wetenschappelijke benaderingen om genen in kaart te brengen. De gehele module bestaat uit 7 EC, welke zijn onderverdeeld over drie onderdelen (A t/m C): HLS41-A (Casussen); 4 EC: Werkcolleges Presentaties Zelfstudie/uitvoering Rapportage 12 uur 4 uur 80 uur 16 uur HLS41-B (Theorie); 2 EC: Colleges Zelfstudie Tentamen 20 uur 32 uur 4 uur HLS41-C (Presenteren); 1 EC: Presentatie(s) geven en bijwonen Zelfstudie/voorbereiding 8 uur 20 uur Werkvorm(en) Colleges en instructie in het Nederlands Gebruik van Engelstalige vakliteratuur Onderdeel A A1: Met behulp van computers met geschikte software (BLAST; Vector NTI; DNAstar; MetaGene Visual Insight X) worden mogelijk interessante genen geselecteerd uit de genoombanken (NCBI; EMBL). Vergelijkingen met z.g. Expressed Sequence Tag data zal een genstructuur-analyse mogelijk maken waarbij de introns en exons in kaart worden gebracht, en een aanzet tot promotor-analyse wordt gegeven. Wanneer genen reeds gedeeltelijk beschreven zijn in de literatuur zal deze informatie door de studenten erbij moeten worden betrokken. Deze opdracht zal worden uitgevoerd in de vorm van werkcolleges in groepsverband (3 personen). De bevindingen worden beschreven in de vorm van wetenschappelijk artikel (in het Engels). A2: Studenten geven een kort hoorcollege (per tweetal) over een moleculair biologische techniek/vraagstelling. Onderdeel B bestaat uit hoorcolleges en een schriftelijk tentamen. Onderdeel C bestaat uit een het verzorgen van een mini-hoorcollege (in twee of drietallen, afhankelijk van het aantal cursisten). Onderwerpen worden tijdens één van de hoorcolleges uitgereikt. Studiegids Life Sciences & Technology

181 De beoordeling van onderdeel A bestaat uit twee onderdelen: Onderdeel A1: Beoordeling (cijfer) per groep op basis van: aanwezigheid bij werkcollege (minimaal 80%), actieve deelname aan de totstandkoming van het groepsproduct en het artikel zelf. Onderdeel A2: Beoordeling per tweetal (voldaan) op basis van presentatie, inhoud/diepgang en discussie. Zolang A2 niet is voldaan wordt het cijfer (is cijfer onderdeel A1) voor onderdeel A niet toegekend. Onderdeel B: Individuele beoordeling (cijfer). Schriftelijk tentamen, vragen worden in Nederlands of Engels gesteld. Onderdeel C: De presentatie wordt als groepsproduct beoordeeld op basis van inhoud/diepgang en discussie. Periode 1 Verplichte literatuur Aangeraden wordt: Hartl D.L. and Jones E.W.: Essential Genetics, 4 th edition, Jones &Bartlett Publishers ISBN-10: ISBN-13: M.O. Hoeke ([email protected]) Opmerkingen Tezamen met de module LLS342 Molecular Architecture vormt LLS341 de minor Molecular Biology. Tezamen met de module LLS349 Dnano vormt LLS341 de minor DNA special. Studiegids Life Sciences & Technology

182 Onderwijseenheid LLS342VN (HLS42) Molecular Architecture De BT competenties 4 en 6, resp. Ontwerp en Uitvoering van methoden en strategieën in biotechnologisch- / moleculair biologisch onderzoek; en Professioneel Functioneren komen aan de orde op niveau ii. Voor BM zijn dit de competenties Laboratoriumonderzoek; en Professioneel Functioneren, ook op niveau ii. De student kan na afloop met behulp van diverse software en online tools en software een willekeurige aminozuur-sequentie analyseren op samenstelling, eigenschappen, homologie, potentiële structuur en functie. Daarnaast heeft de student kennis verworven van eiwit, genoom, en RNA structuren, en van RNA expressie data-analyses m.b.v. Excel. De modules LLS105 (Mol. Detectie) en LLS107 (BioBits) moeten met voldoendes zijn afgesloten. Voor studenten Chemie kan hierop in overleg met de module coördinator een uitzondering worden gemaakt. Studenten krijgen colleges over 2D en 3D structuurvoorspelling en structuuranalyse van biomoleculen: DNA, RNA en vooral eiwitten. Bio-informatica tools spelen een belangrijke rol in deze module, de praktijk is computer- analyse van eiwit-, DNA- en RNA-sequenties. De studenten adopteren per tweetal een humaan, hypothetisch eiwit met onbekende functie en proberen in deze module alles te weten te komen over structuur, expressie, homologieën, en mogelijk functie. De module bestaat uit 7 EC; 5 EC voor onderdeel A, de opdrachten, en 2EC voor het onderdeel B, de Excel workshop. Daarnaast zijn er colleges, onderdeel C; dit is zelfstudie, er is geen tentamen. Onderdeel A (Computer analyse): Midi-presentatie 4 uur Computer practica 18 uur Zelfstudie en Rapportage (paper) 90 uur Onderdeel B (RNA Excel workshops) Excel workshop en uitwerking Onderdeel C (Theorie) Colleges (verplicht) Zelfstudie 6 uur 18 uur 60 uur Nederlands; gebruik van Engelse vakliteratuur en software / online tools. Het verslag van onderdeel A is in het Engels. Werkvorm(en) Hoorcolleges, gastcolleges, computer practica, zelfstudie, werken in een tweetal (soms drietal), literatuurstudie, databank onderzoek, rapportage in scientific paper format, powerpoint presentaties geven, een midi-presentatie over een bekend structuur onderwerp, en een eindpresentatie over de opdracht. Onderdeel A, 5 EC. Cijfers voor de midi-presentatie, de presentatie van de opdracht, en het verslag van de opdracht; weging 25:25:50. Beoordeling van de presentaties is door docenten en studenten. Beoordeling van het verslag is door docenten. Onderdeel B, 2 EC voor de workshop plus rapportage, tezamen met de verplichte aanwezigheid bij het gastcollege. Periode 2 Verplichte literatuur Geen; overwogen kan worden: Essential Bioinformatics van Jin Xiong (Cambridge University Press 2006, 1st ed.), ISBN G. van der Steege ([email protected]) Opmerkingen Tezamen met de module LLS341 Gene Hunting vormt LLS342 de minor Molecular Biology Studiegids Life Sciences & Technology

183 Onderwijseenheid LLS343VN (HLS 43) Fermented Products VT1 ii Ontwerpen/optimaliseren productieprocessen VT2 ii Ontwikkelt/vernieuwt een voedingsmiddel VT5 ii Onderzoeken en experimenteren m.b.t. voedingsmiddelen en productieprocessen Werkvorm(en) De student moet duidelijk aan kunnen geven hoe een fermentatieproces verloopt, welke factoren een fermentatieproces beïnvloeden en hoe deze factoren het proces beïnvloeden. De student kan een literatuuronderzoek uitvoeren en de resultaten in een overzichtelijk verslag vast leggen. De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen en uitvoeren en de resultaten in een overzichtelijk verslag vast leggen. Havo/VWO, natuur en techniek of natuur en gezondheid, of MBO opleiding met voldoende scheikunde Een groep van vier studenten kiest uit het aanbod van zuivelproducten twee producten. Voor elk product wordt middels een literatuuronderzoek nagegaan wat de invloed is van additieven en procesomstandigheden op de producteigenschappen. Vervolgens wordt er een applicatieonderzoek opgezet, waarbij additieven uit het recept worden vervangen door andere (concentraties van) additieven. De resultaten worden weergegeven in een verslag en mondeling gepresenteerd. Onderdeel A (literatuuronderzoek/jurygesprek 2 EC Colleges Literatuuronderzoek 20 Tutor gesprek 3 Rapportage 20 Voorbereiding jurygesprek 4 Jurygesprek 2 7 uur Onderdeel B (praktisch werk en presentatie) 1 EC Praktisch werk Onderdeel B (onderzoeksverslag/jury) Onderzoeksvoorstel uur Analyses selecteren, uitvoeren 40 Eindrapportage 30 Voorbereiding jurygesprek 10 Jurygesprek 2 Nederlands Evt. Engelstalige literatuur 4 EC De eerste weken worden er colleges gegeven over o.a. zuursels, stremsels en invloed van zuursels, stremsels en diverse procesomstandigheden op het gefermenteerde eindproduct. Studenten voeren in hun werkgroepje een literatuuronderzoek en schrijven een literatuurverslag. Verder stellen ze een onderzoeksvoorstel op dat uitgevoerd wordt. De resultaten worden vastgelegd in een onderzoeksverslag. Wekelijks is er tutor uur. Dan worden opzetten van literatuurverslag, plan van aanpak en resultaten besproken. Tijdens het jurygesprek wordt de kennis m.b.t. het gekozen onderwerp getest en verdedigen studenten hun rapport. Dit geldt voor zowel literatuurverslag als onderzoeksverslag. De uitvoering van het praktisch werk wordt beoordeeld. Het literatuurverslag en het onderzoeksverslag worden beoordeeld a.d.h.v. criteria in de themahandleiding en op inhoud. Tijdens het jurygesprek vindt individuele beoordeling plaats van de studenten. Studenten moeten hier het verslag verdedigen en ook vragen m.b.t. producten, procesomstandigheden kunnen beantwoorden. De beoordeling wordt gedaan door medestudenten met de docenten als arbiter en bewaker van het nivbeau. Periode 1 Verplichte literatuur Aanbevolen literatuur is in de themahandleiding te vinden J. de Jong ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

184 Onderwijseenheid LLS345VN (HLS45) Bio-engineering I De competenties Onderzoeken/experimenteren/optimaliseren (BM4; BT4; VT5), Ontwerpen van processen (BT1; BT2) en Bedrijven van processen (BT3) komen aan de orde op niveau i. Studenten kunnen via deze module zich praktisch bewegen op verschillende terreinen binnen de Bioengineering. Men wordt voorbereid voor module 2 van de minor Bio-engineering. op niveau ii binnen de diverse competentieprofielen. Als voor de majors van B&M, C, CT, Forensisch, VMT Kennis van moleculaire biologie is een pré (LLS105 en LLS107) en eventueel LLS221) voor onderdeel 2, maar niet vereist Bio-engineering is een breed begrip. Men moet hierbij denken aan het ontwikkelen en verbeteren van materialen zoals(bio)polymeren voor implantatie, lenzen, kunsthuid, handschoenen, etc. Relevant daarin zijn de cascades van reacties die resulteren in de formatie van bio films, welke zich kunnen ontwikkelen tot een dikke laag: een fouling. In de voedingsmiddelen technologie kan zo n fouling leiden tot verstopping van leidingen, terwijl in de scheepvaart deze foulings problematiek zorgt voor een groter energieverbruik. Een ander uiterste binnen het spectrum van bio-engineering is het genetisch veranderen van bacteriën en zoogdiercellen waarmee nieuwe kennis over eiwitten verkregen kan worden. Daarnaast maak je ook kennis met de verschillende soorten immunoassays en het maken van deze.aan alle onderwerpen wordt aandacht geschonken, studenten kunnen daarbinnen zelf de accenten kiezen. Omdat hierin veel disciplines nodig zijn is het aantrekkelijk voor studenten uit alle bovenstaande studierichtingen, mede omdat het gevarieerd onderzoek is met een duidelijke maatschappelijke waarde. De gehele module bestaat uit 7 EC, welke zijn onderverdeeld over drie onderdelen (A t/m C): HLS45-A (Theorie); 2 ec: Colleges Zelfstudie Tentamen 12 uur 40 uur 4 uur HLS45-B (Flankerende vaardigheden); 2 ec: Voorbereiding/zelfstudie 28 uur Uitvoering 20 uur Rapportage 8 uur HLS45-C (Opdracht); 3 ec: Practica Zelfstudie/voorbereiding Adviesrapport Presentatie 40 uur 24 uur 16 uur 4 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelstalige vakliteratuur Er worden in overleg met de studenten en hun interesse gebied verschillende opdrachten verstrekt. Voorbeelden: Een firma maakt tanks voor de opslag van bijvoorbeeld melk, karnemelk en citrusvruchtextracten. De leidingen kunnen van verschillend materiaal zijn, bv. van siliconenrubber, koper of staal. De tanks zijn soms voorzien van kijkglazen die van glas, plexiglas of polycarbonaat kunnen zijn. Probleem is de biofilm vorming die in de tanks, leidingen en op de kijkglazen optreedt. Opdracht 1: Voorbeeld: Bedenk een experiment waarbij je drie of vier materialen kunt testen op de mate waarin het biofilm probleem kan worden voorkomen of teruggedrongen, en vergelijk hierbij bv. de toepassingsmogelijkheden voor de opslag van melk. Eindproduct moet zijn een evaluatie rapport van experimentele gegevens waarmee de materiaalkeuzes kunnen worden onderbouwd. Het rapport wordt mondeling toegelicht tijdens een eindpresentatie. Dit onderdeel kan plaatsvinden in het kader van een samenwerkingsverband tussen Life Sciences & Technology en de Dairy Campus. Opdracht 2: De R&D afdeling van LS&T is geïnteresseerd in ontwikkelingen op het gebied van functional genomics zoals die in de minor Molecular Biology aan bod zijn geweest. In deze minor zijn een aantal eiwitten theoretisch beschouwd. Om te beoordelen of deze eiwitten marktpotentie hebben willen we weten waar deze binnen (of buiten) de cel terecht komen. Lokalisatiestudies in zoogdiercellen kunnen vervolgens in periode 4 gedaan kunnen worden mits er DNA-constructen gevonden zijn in Studiegids Life Sciences & Technology

185 periode 3, die voor deze eiwitten coderen. Zoek in de databanken naar plasmiden die leverbaar zijn. Plaats de bestelling en ontwerp een klonering met Green Fluorescent Proteïne zodat je een fusie-eiwit kunt lokaliseren. Bestel twee verschillende plasmiden en presenteer een genconstructie-strategie. Onderdeel A: Individuele beoordeling (cijfer). Schriftelijk tentamen, vragen worden in Nederlands of Engels gesteld. Periode 3 Onderdeel B: Beoordeling (cijfer) per groep op basis van: aanwezigheid bij tutorgesprekken (minimaal 80%), actieve deelname aan de totstandkoming van het groepsproduct en het plan van aanpak (cloning strategy) zelf. Onderdeel C: Beoordeling (cijfer) per groep op basis van: praktische uitvoering/inzet in het laboratorium, actieve deelname aan de totstandkoming van het groepsproduct en het verslag zelf. Verplichte literatuur Geen textbooks, er wordt opstapliteratuur aangereikt, zoals bij opdracht 1: J Dairy Sci. 2000;83(4): , PMID: Opmerkingen M.O. Hoeke ([email protected]) J.H. Pratt ([email protected]) Tezamen met de module LLS346 Bio-engineering II vormt LLS345 de minor Bio-engineering Studiegids Life Sciences & Technology

186 Onderwijseenheid LLS346VN (HLS46) Bio-engineering II De competenties Onderzoeken/experimenteren/optimaliseren (BM4; BT4; VT5), Ontwerpen van processen (BT1; BT2), Bedrijven van processen (BT3) en BM5: Functioneren als beroepsbeoefenaar (BM5; BT6; VT7) komen aan de orde op niveau ii. Studenten zijn zowel theoretisch als praktisch gespecialiseerd in een van de richtingen binnen het veld van bio-engineering. Module LLS345 Bio-engineering I Bio-engineering is een breed begrip (zie module LLS345). In LLS346 gaat men zich nader specialiseren in een van de richtingen die in LLS345 aan de orde zijn geweest. Dit kan betreffen: - Fouling en antifouling (dat wil zeggen verder uitdiepen van biofilmvorming, preventie daartegen en bestrijding ervan) in de melkvee industrie. Hierbij wordt samengewerkt worden met de Dairy Campus (onderzoeksboerderij). - Moleculaire Klonering. Het maken van een construct en het uitwerken en uitvoeren van experimenten in zoogdiercellen met Green Fluorescent Proteïne gen constructen. De gehele module bestaat uit 7 EC, welke zijn onderverdeeld over twee onderdelen (A en B). Deze module bevat geen hoorcolleges tenzij daar behoefte aan blijkt te zijn ( on demand ), het is daarmee een voltijd praktijk module. HLS46-A (Integrale lijn); 6 ec: 168 Zelfstudie/voorbereiding Praktijk onderzoek Rapportage Presentatie 56 uur 96 uur 12 uur 4 uur HLS46-B (Reflectie); 1 ec: Voorbereiding 22 uur Rapportage 6 uur Verslaglegging in het Engels. Werkvorm(en) Voornamelijk laboratoriumwerkzaamheden in groepsverband. Voorbeelden uitwerking: De R&D afdeling van een firma wil eiwitlokalisatiestudies in zoogdiercellen laten uitvoeren In periode 3 zijn in de databanken plasmiden gevonden die zijn besteld. Er is al een kloneringstrategie met Green Fluorescent Proteïne ontworpen zodat een fusie-eiwit in zoogdiercellen tot expressie kan worden gebracht. Doel is dit eiwit binnen de zoogdiercellen te lokaliseren. De ontwikkelde gen constructie-strategie zal worden uitgevoerd en moet tot praktisch resultaat leiden. De studies zullen met behulp van fluorescentiemicroscopie en celkweek worden uitgevoerd. De resultaten worden neergelegd in een verslag dat net als in HLS41 in de vorm van een wetenschappelijke publicatie gepresenteerd wordt, en als basis dient voor een presentatie richting opdrachtgever. Ook andere externe opdrachten behoren tot de mogelijkheden (Bijvoorbeeld het construeren van controle-plasmiden voor de DNA diagnostiek). De Dairy Campus wil graag een verdere uitwerking van materiaalkeuzen voor de melktanks en transportleidingen ter voorkoming van of het reduceren van fouling en infecties in de melk. Daarnaast zijn er actuele casussen in samenwerking met Dairy Campus. Onderdeel A: per groep wordt het praktisch werk, een verslag en een presentatie beoordeeld (6 EC). Onderdeel B: per individu wordt een reflectieverslag beoordeeld (1 EC). Periode 4 Verplichte literatuur Geen Opmerkingen M.O. Hoeke ([email protected]) J.H. Pratt( [email protected]) Tezamen met de module LLS345 Bio-engineering I vormt LLS346 de minor Bio-engineering Studiegids Life Sciences & Technology

187 Onderwijseenheid LLS347VN (HLS47) Toxicology 1 op niveau II: Functioneren beroepsbeoefenaar Methoden van onderzoek Kennis verkrijgen op het vakgebied toxicologie Inzicht verkrijgen in toxicologische assays Toepassen van enkele methoden voor detectie van stoffen en bestuderen toxicologische responses Kunnen uitvoeren van een eenvoudige risico-analyse als gevolg van blootstelling aan stoffen Uitvoeren van een wetenschappelijke toxicologische literatuurstudie, integreren met de eerder opgedane kennis en deze kunnen rapporteren en middels een power point presentatie kunnen presenteren Theorie van de module Biochemistry (HLS31) In de huidige samenleving komt de mens veelvuldig in aanraking met lichaamsvreemde stoffen waarvan de uitwerking op het lichaam niet altijd direct voorspelbaar is. Opname van deze stoffen kan ondermeer geschieden via medicijnen en vergiftiging, via voeding (verontreinigde grondstoffen, verpakkingsmaterialen, bederf, bewerkingsprocessen etc) en vanuit het milieu (lucht, water, bodem). Toxicologie (giftigheidsleer) bestudeert de werking van giftige stoffen op biologische systemen en is een multidisciplinair vakgebied. Of en onder welke omstandigheden een stof giftig is (voor mens, plant en/of dier), wordt bepaald door verschillende aspecten, o.a. de dosis, de toedieningsvorm en de intrinsieke toxiciteit van een stof. Aan de hand van diverse hoorcollege wordt een theoretische basis gelegd in het brede vakgebied van de toxicologie. De volgende colleges worden aangeboden; Geschiedenis en scope toxicologie, Principes toxicologie, Mechanismen toxicologie, ADME, Biotransformatie, Toxiciteitstesten, Risk assessment, Chemische carcinogenese en Genotoxiciteit, Introductie voedingstoxicologie en Introductie milieutoxicologie. Aan de hand van een integrale opdracht wordt de theorie toegepast en zo veel mogelijk in het eigen studdiekader geplaatst (forensistiek, voeding, chemie, milieu). Via diverse practica wordt de toxicologische werking van stoffen bestudeerd, chemisch analytische technieken toegepast voor detectie van stoffen in verschillende media. Op basis van de resultaten wordt een risicobeoordeling uitgevoerd. 7 EC Onderdeel A (Integrale opdracht); 3 ec: Onderzoeksvoorstel 4 uur Literatuuronderzoek 40 uur Tutoruren 6 uur Rapportage 20 uur Voorbereiding presentatie 8 uur Uitvoering en aanwezigheid presentatie 6 uur Onderdeel B (Theorie); 3 ec: Colleges 24 uur Zelfstudie 56 uur Tentamen 4 uur Onderdeel C (Practica); 1 ec: Voorbereiding 6 uur Uitvoering 16 uur Rapportage 6 uur Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Hoorcollege, practica, zelfstudie, werkgroep Onderdeel A (Integrale opdracht); 3 ec: De integrale opdracht wordt afgesloten met een verslag en een power point presentatie. Het verslag is een groepsproduct. Het verslag moet voldoen aan criteria die beschreven staan in de modulehandleiding. Het cijfer voor het verslag is gebaseerd op de kwaliteit van het verslag (inhoud en verslaggeving) waarbij de individuele bijdrage van de student aan de opdracht wordt meegewogen in de eindbeoordeling voor de individuele student. De power point is een groepsproduct met een individuele component waarop de toetsing plaatsvindt. Tijdens de power point presentatie wordt de presentatie als groepsproduct beoordeeld en elke student wordt individueel beoordeeld op de inhoudelijke verdediging van de presentatie. Studiegids Life Sciences & Technology

188 Periode 2 of 3 Het eindcijfer voor de integrale opdracht bestaat uit een cijfer voor het verslag en de power point presentatie in verhouding 3:1. Onderdeel B (Theorie); 3 ec: Kennis aangeboden tijdens de hoorcolleges en de in de modulehandleiding aangewezen hoofdstukken uit het boek worden getoetst middels een individuele schriftelijke toets (tentamen). Onderdeel C (Praktijk); 1 ec: De practica worden beoordeeld op basis van uitvoering en de schriftelijke beantwoording van zowel de voorbereidende en de verwerkinsgvragen (voldaan of niet voldaan). Elk practicum moet afzonderlijk met een voldaan worden beoordeeld. Verplichte literatuur Casarett & Doull s Essentials of toxicology, , Paperback EUR 55,-. Opmerkingen Marije Strikwold [email protected] Geen Onderwijseenheid LLS348VN (HLS48) Toxicology 2 op niveau II: Functioneren beroepsbeoefenaar Methoden van onderzoek Verdieping van kennis envergroten van in inzicht in de fysiologie en toxicologie, o.a. op het gebied van lever, CNS, nieren, toxicokinetiek en inzicht vergoten in pathologie van de lever. Inzicht vergroten in praktische toepassingen op het gebied van milieutoxicologie, voedingstoxicologie en klinische toxicologie. Uitvoeren van een toxicologische literatuurstudie, integreren met de eerder opgedane kennis en deze middels een power point presentatie kunnen presenteren Wetenschappelijk artikel kunnen presenteren en bediscussieren in de vorm van een wetenschappelijke posterpresentatie Theorie van de module Biochemistry (HLS31) Toxicology 1 In Toxicology 1 is een basis gelegd voor het vakgebied toxicologie. In Toxicology 2 wordt de basis uitgebreid en nader ingegaan op de praktische toepassing van het vakgebied op het gebied van voeding, milieu en klinische (en deels forensische) toxicologie. Dit laatste gebeurt voornml. aan de hand van diverse gastcolleges, een excursie en de praktijkgerichte opdracht. De colleges die een uitbreiding vormen op de basisvakken uit Toxicology 1 betreffen colleges over orgaantoxicologie (o.a. nieren, lever, zenuwstelsel) en toxicokinetiek + diverse gastcollges. 7 EC Onderdeel A-1 (Integrale opdracht); 4 ec: Onderzoeksvoorstel 8 uur Literatuuronderzoek 52 uur Tutoruren 8 uur Ontwikkelen en voorbereiden powerpoint presentatie 8 uur Uitvoering en aanwezigheid presentatie 6 uur Verdieping wetenschappelijke artikelen 16 uur Ontwerpen poster 8 uur Uitvoering en aanwezigheid posterpresentaties 6 uur Onderdeel B; 3 ec: B-1 (Theorie): Colleges 24 uur Zelfstudie 52 uur Tentamen 4 uur Onderdeel B-2 Excursie 4 uur Nederlands Studiegids Life Sciences & Technology

189 Gebruik van Engelse vakliteratuur Werkvorm(en) Hoorcollege, zelfstudie, werkgroep Onderdeel A (Integrale opdracht); 4 ec: De integrale opdracht wordt afgesloten met een power point presentatie en een posterpresentatie. Zowel de power point als de poster presentatie is een groepsproduct met een duidelijke individuele component die mee wordt genomen in de toetsing. Elke student heeft binnen de power point presentatie een eigen presentatiedeel en wordt daar individueel op beoordeeld. Tijdens de posterpresentatie wordt de poster als groepsproduct beoordeeld en elke student wordt individueel beoordeeld op de inhoudelijke verdediging van de poster. Het eindcijfer voor de integrale opdracht bestaat uit een cijfer voor de power point presentatie en de posterpresentatie in verhouding 3:2 Onderdeel B-1 (Theorie); 3 ec: Kennis aangeboden tijdens de hoorcolleges, gastcolleges en de in de modulehandleiding aangewezen hoofdstukken uit het boek worden getoetst middels een individuele schriftelijke toets (tentamen). Aanwezigheid bij de gastcolleges is verplicht. Onderdeel B-2: De excursie wordt individueel beoordeeld (voldaan) op basis van verplichte deelname. Periode 4 Verplichte literatuur Casarett & Doull s Essentials of toxicology, , Paperback EUR 55,-. Opmerkingen Marije Strikwold [email protected] Geen Studiegids Life Sciences & Technology

190 Onderwijseenheid LLS349VN (HLS49) DNAno (Forensic en Human DNAno) De competenties BIT4 en FS2 (Ontwerpen en uitvoeren van methoden en strategieën voor biotechnologisch/experimenteel onderzoek), FS3 (Ontwerpen en uitvoeren van methoden voor forensisch onderzoek), BIT5 (Ontwerpen en toepassen van teeltsystemen voor genetisch gemodificeerde planten) en BIT6 professioneel functioneren, B&M laboratorium research en B&M professioneel functioneren, komen aan de orde op niveau ii. De student kan na afloop een DNA analyse test ontwikkelen op basis van DNA sequentie verschillen tussen DNA bronnen (organismen); de student kan een qpcr uitvoeren en een DNA-profiel analyse interpreteren en berekenen. Daarnaast heeft de student kennis opgedaan van genoom en databank analyses; PCR design; DNA sequentie vergelijk; de praktijk van DNA analyses en kwantificeren; DNA sequentie analyse. DNA analyse en Forensische toepassingen. De module LLS341 (Gene Hunting) moet met een voldoende zijn afgesloten. DNA onderzoek maakt gebruik van het verschil in DNA tussen mensen (of dieren, planten, microorganismen). Op dit moment maakt men in het forensisch onderzoek gebruik van zgn. short tandem repeats (STR s) om slachtoffers en daders te onderscheiden. Studenten zullen tijdens deze module STR profielen leren maken en interpreteren. Op DNA niveau zijn er echter veel meer verschillen tussen mensen. Naast STR profielen zullen studenten dan ook leren omgaan met humane databases waar deze verschillen gedocumenteerd zijn en geeft het flankerend onderwijs een overzicht van de volgende onderwerpen: SNP s, verschillen in het humane DNA, micro-arrays, low-copy DNA, verschillende sequentie methoden, bewijswaarde van DNA, etc.; bovendien wordt aandacht besteed aan DNA en DNA analyse van dieren, planten, etc., en aan qpcr en het kwantificeren van DNA. De module bestaat uit 7 EC; 4EC voor onderdeel A de Opdrachten, dit omvat de laboratorium opdrachten, zowel de computer/databank opdrachten als de praktijk; en de deelname en afronding van de workshops STR analyse en SNP analyse; 2 EC voor onderdeel B, de Theorie, incl. het tentamen; en 1 EC voor onderdeel C, de minipresentaties en aanwezigheid bij 2 gastcolleges en workshops. Onderdeel A Projectcasus (4 EC) Laboratoriumwerk plus uitwerking Integrale opdracht Uitwerking Workshops Onderdeel B (Theorie 2 EC) Colleges Zelfstudie en Tentamen 34 uur 74 uur 8 uur 32 uur 28 uur Onderdeel C (Workshops en Gastcolleges, 1 EC) Minipresentaties 4 uur GastColleges, aanwezigheid bij Workshops 16 uur Nederlands; gebruik van Engelse vakliteratuur en software / online tools. De gastcolleges kunnen in het Engels zijn. Werkvorm(en) Hoorcolleges, gastcolleges, computer practica, laboratorium practica, zelfstudie, werken in groepen, literatuurstudie, databank onderzoek, powerpoint presentaties geven. Onderdeel A, 4 EC. Cijfers voor de presentatie van de opdracht, en het verslag van de opdracht; weging 50:50. Beoordeling van de presentaties is door docenten en studenten. Beoordeling van het verslag is door docenten. Goedkeuring van de extra praktijkopdrachten, qpcr en STR-analyse, en van de workshop uitwerkingen. Onderdeel B, 2 EC voor een individueel, schriftelijk tentamen. Ondereel C, 1 EC bij aanwezigheid en deelname aan 2 gastcolleges, de minipresentaties, en 2 workshops. Periode 3 Verplichte literatuur Forensic DNA Typing: Biology & Technology Behind STR Markers. By John Marshall Butler. Edition: illustrated, 2ND Published by Academic Press, 2005 ISBN Introduction to Genetics, a molecular approach. By Terry Brown. Edition: First. Garland Science ISBN Opmerkingen G. van der Steege (STR); [email protected] Tezamen met de module LLS341 Gene Hunting vormt LLS349 de minor DNA Special Studiegids Life Sciences & Technology

191 Onderwijseenheid LLS350VN (HLS50) Sweets and chocolate De competenties ontwikkelen (VT2) en advies uitbrengen over applicaties (VT3) en onderzoeken/experimenteren (VT5) op niveau II. De student kan een literatuuronderzoek doen naar zoetstoffen, geur- kleur en/of smaakstoffen. Een onderzoeksvoorstel opstellen voor zoetstoffen, geur- kleur en/of smaakstoffen en/of de textuurbepalende ingrediënten, uitvoeren en de resultaten verwerken in een advies over het gebruik in een zoetwaar. De student heeft kennis verworven over de structuur bepalende en functionele grondstoffen in chocolade, drop, winegums en andere zoetwaren. geen Studenten voeren een literatuurstudie uit. Met behulp van informatie en theoretische ondersteuning door (gast)colleges worden ideeën geformuleerd voor een smaak/kleur/geur/textuur in een zoetwaar. N.a.v. deze ideeën wordt experimenteel getest er worden producten gemaakt en deze worden op o.a. textuur onderzocht. Het praktische werk vindt plaats op basis van een goedgekeurde proefopzet. Op basis van literatuur en de resultaten van de experimenten wordt een adviesrapport geschreven. Ter ondersteuning wordt een practicum gedaan over product eigenschappen. Integrale leerlijn 110 uur - Colleges 12 uur - Literatuuronderzoek 30 uur - Jurygesprek incl. voorbereiding 4 uur - Adviesrapport 40 uur - Onderzoeksvoorstel 24 uur Vaardigheidslijn 80 uur - practica en eigen onderzoek 80 uur Werkvorm(en) Nederlands, Engels bij aanwezigheid van buitenlandse studenten. Gebruik van Engelse vakliteratuur Aan literatuur-, praktisch onderzoek en adviesrapport wordt gewerkt in tweetallen. Elk tweetal wordt wekelijks begeleid door een tutor. Tijdens de module verdiepen studenten zich door colleges en literatuurstudie in kennis over drop, winegums en andere zoetwaren en chocolade. In enkele practica worden studenten getraind in analysemethoden en productkunde (food fysics). Onderdeel A. Toets : kennis wordt getoetst middels een tentamen met open vragen. 1 ec. Periode 2 Onderdeel B. Praktisch werken in de hal + practicum productkunde (incl. practicumverslagen) : voldoende/onvoldoende. 2 ec. Onderdeel C. Eindverslag inclusief literatuuronderzoek + jurygesprek (2:1) 4 ec. Verplichte literatuur De te gebruiken literatuur wordt bij aanvang van de module bekend gemaakt. C. W.C. van Muijen ([email protected]) Opmerkingen Studiegids Life Sciences & Technology

192 Onderwijseenheid LLS520VN (HLS200) minor Research & Development De competentie Onderzoeken en Experimenteren komen aan de orde op niveau ii Ontwerpen, managen en uitvoeren van toegepast onderzoek binnen de natuurwetenschappen, het werkveld van LS&T. Juniorstage afgerond. HLS15/HFS15 (Research Management) behaald. Binnen de minor R&D komt volop in beeld dat instellingen voor Hoger Beroeps Onderwijs niet voor niets bekend staan als Universities of Applied Science. Onder begeleiding van docenten en een LSR&D projectingenieur en/of andere deskundige uit het werkveld komen de verschillende rollen op het gebied van projectmatig werken in een echte opdracht uit het werkveld aan bod. Naast een markt-, literatuur- en haalbaarheidsonderzoek is er binnen de minor R&D volop ruimte voor experimenteren. De theoretische basis van het projectwerk wordt gevoed door een bestaande LS-minoren in overleg met de student te koppelen aan het praktisch werk. Behalve een goede voorbereiding voor een projectstage en/of afstudeeropdracht is het een mogelijkheid zich te profileren op de toekomstige arbeidsmarkt. 28 EC / Komt overeen met die van de aanvullende minoren Werkvorm(en) Nederlands Gebruik van Engelse vakliteratuur Theorie: zie aanvullende minor ; Praktijk: projectwerk Theoretische minor/modules (deel 1) 14 EC Deze EC s worden verdiend door tentamens en groepsopdrachten. De verdeling van de EC is na te lezen in de handleiding van deze theoretische minor/modules. Theorie (deel 2) 7 EC De 7 EC s worden verdiend door het volgen van de module HVM25, door het behalen van het tentamen en de groepsopdracht. De verdeling van de EC is na te lezen in de handleiding van HVM25 R&D, Integrale opdracht en praktijk 7 EC Periode 1 t/m 4 Verplichte literatuur Zie aanvullende minoren C.J. Versprille ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

193 Planning Doorstroomminor Watertechnology (LLS513VN) Coördinator Loes Fassotte (FSS) 2013/14 1e periode 2e periode 3e periode 4e periode F* LWT301VN Mathematics 4 EC (HBS) LWT301VN Mathematics 3 EC (HBS) LWT303VN Water Physics 3 EC (vac) F* LWT302VN Water Biology 3 EC (VRK) LWT302VN Water Biology 4 EC (VRK) LWT304VN Water Chemistry 4 EC (vac) F*: donderdagavond en vrijdag hele dag, dit gedurende alle weken van de periode LWT303VN Water Physics 4 EC (vac) LWT304VN Water Chemistry 3 EC (vac) Onderwijseenheid LWT301VN Mathematics (Doorstroom) (doorstroommodule wiskunde in de minor LLS513VN: Doorstroom Water Technology) Kan ook als losse module gevolgd worden. nr.4 (impliciet getoetst) op een snel toenemend niveau, uiteindelijk uitstijgend boven de HBO-classificatie. Immers, deze module is bedoeld om voor het vakgebied wiskunde een goede aansluiting tussen HBO- en Academisch niveau mogelijk te maken. De student: kan op voldoende niveau bedenken hoe hij een voorliggend probleem in context *) kan oplossen door dit eerst te vertalen naar een wiskundig probleem. beheerst de bij trefwoorden genoemde onderwerpen op voldoende niveau om ook qua rekenwerk de oplossing van dit wiskundige probleem te kunnen vinden. kan de oplossing bij b) terugvertalen naar de oorspronkelijke context en een goed geformuleerd antwoord geven op de oorspronkelijke vraag. kan bij bovenstaande (en met name onderdeel b)) de wiskunde in relatief hoge mate herkennen en toepassen op een analytische wijze, d.w.z. zoveel mogelijk zonder gebruik van computeralgebrapakketten. *) de aard en moeilijkheidsgraad van deze problemen in context worden aanvankelijk bepaald door op het HBO voorkomende relevante situaties en verschuiven gaandeweg naar situaties in een VWO/academische omgeving. Wiskunde met ruim voldoende resultaat hebben gevolgd op het niveau van aangeboden lesstof in 1 e en 2 e jaar van het HBO. A. Herhaling van HBO-wiskunde, met daarbij achtergronden en ook in meer of mindere mate aanvulling hierop; afhankelijk van jouw specifieke (voor)kennis komt dit onderdeel neer op het opfrissen van halfweggezakte stof dan wel het leren van volledig nieuwe stof. Het betreft hierbij: kennis van diverse soorten functies (eerstegraads, tweedegraads, exponentiële, goniometrische, gebroken, enz.) met daarbij ook begrippen als inverse functie, logaritme, radiaal, asymptoot, afgeleide functie, differentiëren en uiteraard toepassingen hiervan. een begin van het werken met differentiaalvergelijkingen, maar dit nog zonder gebruik van integralen hierbij, uitsluitend gericht op het begrijpen van wat een eenvoudige differentiaal-vergelijking inhoudt (gebruikt wordt hierbij een context van 0 e orde, 1 e orde en 2 e orde reactiekinetiek. B. (Pre-)calculus: primitieve functies, primitiveren; integraalrekening, integreren; differentiaalvergelijkingen opstellen en oplossen. Waar mogelijk en relevant kan ook de wiskunde aan bod komen die voorkomt in de parallel uitgevoerde modules binnen de doorstroomminor. De behandeling is nu in toenemende mate op academisch niveau, deels al met gebruik van het hieronder genoemde, Engelstalige, Calculusboek. C. Een verdieping en uitbreiding van de stof van A en B, nu volop aan de hand van het Calculusboek, en daarmee volledig op academisch niveau. We doen hier (bijna) 600 bladzijden van de hoofdstukken 1 t/m 9 (op enkele gedeelten na), hierin zit ook de nodige herhaling. Onderdeel A; 2 EC Colleges 18 klokuren Zelfstudie 36 klokuren Tentamen 2 klokuren Onderdeel B; 2 EC Colleges 18 klokuren Studiegids Life Sciences & Technology

194 Zelfstudie Tentamen 36 klokuren 2 klokuren Onderdeel C; 3 EC Colleges 36 klokuren Zelfstudie 44 klokuren Tentamen 4 klokuren Werkvorm(en) Nederlands; gebruik van Engelstalig boek Afwisselend hoor- en werkcolleges met een enkel computerpracticum. Onderdeel A: 2 EC Kennis en vaardigheden worden getoetst d.m.v. een schriftelijke toets (tentamen T A). Onderdeel B: 2 EC Kennis en vaardigheden worden getoetst d.m.v. een schriftelijke toets (tentamen T B). Onderdeel C: 3 EC Kennis en vaardigheden worden getoetst d.m.v. een schriftelijke toets (tentamen T C). Eindbeoordeling: eindcijfer = 2A 2B 3C 7 Periode 1+2 (samen één uitvoering in lintvorm) F-code, wekelijks, waarbij onderdelen A en B in periode 1 en onderdeel C in periode 2. Verplichte literatuur Boek: James Stewart, Calculus: Early Transcendentals, Metric Version, 7 th (International) edition, Brooks/Cole Cengage Learning. ISBN-10: , ISBN-13: Dictaat: Wiskunde voor de doorstroommodule Mathematics (in voorbereiding) Klaas Halbesma (HBS), docent wiskunde, kamer Vb1.05, [email protected] Opmerkingen Studiegids Life Sciences & Technology

195 Onderwijseenheid LWT302VN Water Biology (Doorstroom) (doorstroommodule biologie in de minor LLS513VN: Doorstroom Water Technology) Kan ook als losse module gevolgd worden. Biologie met ruim voldoende resultaat hebben gevolgd op het niveau van aangeboden lesstof in 1 e en 2 e jaar van het HBO. A. Praktische laboratoriumvaardigheid, zowel chemisch als microbiologisch. De studenten dienen zich een aantal vaardigheden eigen maken, zoals: het veilig, reproduceerbaar en met gebruik van de juiste technieken kunnen uitvoeren van zowel chemische als (micro)bio(techno)logische labwerkzaamheden; het op correcte wijze kunnen weergeven van resultaten van experimenten in een verslag of meetrapport; het op een gestandaardiseerde wijze kunnen bijhouden van een labjournaal, dat ook voor anderen begrijpelijk is. Na het behalen van onderdeel A is de basis gelegd voor het werken op een laboratorium. Tevens ontvangt de student het certificaat Veilige Microbiologische Technieken (VMT). B. Theorie: door middel van hoorcolleges wordt de basis biologie, relevant voor het vervolg naar de Wetsus Academy, gelegd. Hierbij worden de volgende onderwerpen behandeld: structuur van cellen; cel cyclus en communicatie; moleculaire basis van erfelijkheid; biotechnologische methoden; (energie) metabolisme; ecologie (interactie van kringlopen); watertechnologie. De theorie wordt afgesloten met een tentamen. Werkvorm(en) C. Praktijk: hier worden praktische vaardigheden verder geoefend op het niveau van watertechnologisch onderzoek bij Wetsus. De experimenten omvatten: lichtmicroscopie (visualisatie); proteïne inhoud (kwantificatie) en 16s rrna gen amplificatie (PCR). Hierbij wordt gebruikt gemaakt van bacteriën relevant voor water technologie en het geheel wordt beschreven in een verslag. Onderdeel C wordt beoordeeld op basis van een verslag. Onderdeel A: 3 EC Onderdeel B: 3 EC Onderdeel C: 1 EC Nederlands; gebruik van Engelstalige boeken Hoorcolleges en practica Onderdeel A: theorie- en practicum toets Onderdeel B: schriftelijke theorie toets Onderdeel C: toets door middel van verslag Eindbeoordeling: eindcijfer = Periode Verplichte literatuur (samen één uitvoering in lintvorm) F-code, wekelijks, waarbij onderdeel A in periode 1 en onderdelen B en C in periode 2. Boeken: Campbell Biology, 2011, ninth edition, Pearson, San Francisco Brock Biology of Microorganisms 13th edition, Madigan M. Marco Verkaik (VRK), docent biologie, modulecoördinator, kamer Vb1.06, [email protected] Studiegids Life Sciences & Technology

196 Onderwijseenheid LWT303VN Water Physics (Doorstroom) (doorstroommodule fysica in de minor LLS513VN: Doorstroom Water Technology). Kan ook als losse module gevolgd worden. De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS): Body of knowledge: 2a. ICT-simulatie, niveau T 5abd. modelleren, niveau T 9c. unit operations reactoren, niveau K De student kan een proces: tot in detail doorrekenen; een ontwerp maken van het proces met behulp van massabalansen en transportvergelijkingen; dimensionering van de procesunits opstellen met behulp van rekenmodellen. Fysica en chemisch rekenen met ruim voldoende resultaat te hebben gevolgd op het niveau van aangeboden lesstof in 1 e en 2 e jaar van het HBO. A. Theorie: door middel van hoorcolleges wordt de basis procestechnologie relevant voor het vervolg naar de Wetsus Academy gelegd. Hierbij worden de volgende onderwerpen behandeld: ontwerp en optimalisatie van chemische reactoren, procesontwerp met behulp van massabalansen en transportvergelijkingen, dimensionering van de procesunits opstellen. De theorie wordt afgesloten met een tentamen. B. Theorie: door middel van hoorcolleges wordt kennis van transportverschijnselen verder uitgebreid. Hierbij worden de volgende onderwerpen behandeld: massabalansen, convectief en moleculair warmtetransport, stationair en instationair warmtetransport, impulsbalansen. De theorie wordt afgesloten met een tentamen. Werkvorm(en) Onderdeel A: 3 EC Onderdeel B: 4 EC Nederlands; gebruik van Engelstalige boeken Hoorcolleges en werkcolleges met computerpractica Onderdeel A: schriftelijke theorie toets Onderdeel B: schriftelijke theorie toets Eindbeoordeling: eindcijfer = Periode Verplichte literatuur (samen één uitvoering in lintvorm) F-code, wekelijks, waarbij onderdeel A in periode 3 en onderdeel B in periode 4. Boeken: H. Scott Fogler, Elements of Chemical reaction Engineering, 4th edition (Elements en niet Essentials!) v.d Akker en Mudde: Fysische transportverschijnselen v.d Akker, Mudde en Stammers: 200 opgaven fysische transportverschijnselen Loes Fassotte (FST), modulecoördinator, kamer Vb1.19, [email protected] Studiegids Life Sciences & Technology

197 Onderwijseenheid Modulebeschrijving LWT304VN Water Chemistry (Doorstroom) (doorstroommodule chemistry in de minor LLS513VN: Doorstroom Water Technology) Kan ook als losse module gevolgd worden. De student kan: (fysisch)chemische berekeningen uitvoeren, gerelateerd aan watertechnologie; een eenvoudig watertechnologisch probleem analyseren; de resultaten vastleggen in een Engelstalig verslag; een presentatie geven in het Engels. Chemie met ruim voldoende resultaat te hebben gevolgd op het niveau van aangeboden lesstof in 1 e en 2 e jaar van het HBO. A. Theorie: door middel van hoorcolleges wordt de basis chemie relevant voor het vervolg naar de Wetsus Academy gelegd. Hierbij worden de volgende onderwerpen behandeld: redox, diffusie, gedrag van chemische verbindingen, fysisch/chemisch rekenen. De theorie wordt afgesloten met een tentamen. B. Praktijk: door middel van literatuurstudie en/of praktijkonderzoek wordt een watertechnologisch probleem onderzocht, gerelateerd aan een thema binnen Wetsus. Dit onderzoek wordt afgesloten met een verslag en presentatie (beiden in het Engels). Werkvorm(en) Onderdeel A: 4 EC Onderdeel B: 3 EC Nederlands; gebruik van Engelstalige boeken Hoorcolleges en literatuuronderzoek Onderdeel A: theorietoets Onderdeel B: toets door middel van verslag Eindbeoordeling: eindcijfer = Periode (samen één uitvoering in lintvorm) F-code, wekelijks, waarbij onderdeel A in periode 3 en onderdeel B in periode 4. Verplichte literatuur Loes Fassotte (FST), modulecoördinator, kamer Vb1.19, [email protected] Studiegids Life Sciences & Technology

198 Onderwijseenheid LMK210VE / LMK210DE (HMK56) Water Treatment and Soil Remediation Volgens de competenties geldend voor opleiding Milieukunde: 1 (niveau 2); 2 (niveau 2) 3 (niveau 2); 4 (niveau 1); 5 (niveau 2); 7 (niveau 2) De student is na afloop van de module in staat om: Waterzuiveringstechnieken te beschrijven en beoordelen in specifieke situaties Traditionele Waterzuiveringen te dimensioneren Waterzuiveringstechnieken praktisch op laboratoriumschaal te ontwikkelen en onderhouden Bodemsaneringstechnieken te beschrijven en beoordelen Een keuze te maken uit verschillende bodemsaneringstechnieken in een specifieke verontreinigingssituatie De microbiologische processen te beschrijven in bodemsanering en waterzuivering Afbraaksnelheden berekenen (voorspellen) in specifieke situaties Transportsnelheden berekenen in bodems Duurzaamheid te integreren en te herkennen in de diverse zuiveringssystemen LMK105VN, LMK107VN (of LMK112DN in deeltijd/ad) Middels hoorcolleges, verdeeld over de onderwerpen watertechnologie, bodemsanering en microbiologie krijgt de student de theorie aangeboden over de verschillende processen binnen de waterzuiveringstechnologie en de bodemsaneringstechnieken. Hierbij wordt vooral aandacht besteed aan de fysische en biologische technieken en processen, mede in relatie met de omgeving en altijd in gericht op duurzame oplossingen. De theorie wordt praktisch toegepast binnen een casus, waarbij de student een bepaald type afvalwater moet zuiveren (laboratoriumschaal, nagebouwd) waarbij tevens aandacht wordt gegeven aan de pathogenen en de kwaliteit van het zuiveringsslib. Daarnaast wordt de student getraind in het maken van dimensioneringsberekeningen van een traditionele waterzuivering, alsmede in de afbraak- en transportberekeningen in de bodem(sanering). Hierbij dient de student een aantal taken uit te voeren, t.w. een beschrijving maken van de RWZI te Leeuwarden (na een excursie aldaar), een aantal dimensioneringsberekeningen uitvoeren betreffende een traditionele waterzuivering, een saneringsvoorstel te schrijven voor een bodemverontreiniging met BTEX en MTBE en een rapport te schrijven en een presentatie te geven over een practicum waarbij een specifiek type afvalwater is gereinigd middels een eigen ontwerp op labschaal. Totaal aantal credits: 7 EC (196 sbu), volgens onderstaande verdeling over thema s (in sbu): Werkvorm(en) Theorie (56 sbu) Waterzuivering Bodemsanering Microbiologie Fysische en Biologische Technieken Opdrachten (112 sbu) Beschrijving RWZI processen 18 sbu Dimensioneringberekeningen 30 sbu Schrijven bodemsaneringsvoorstel 64 sbu Practicum (28 sbu) Uitvoering 12 sbu Rapporteren en presenteren 8 sbu Slib- en pathogenen practicum 8 sbu Engels of Nederlands (Engelse readers, boeken; colleges in Nederlands of Engels) Hoor- en werkcolleges Practicum groepsopdrachten (casus) Excursie Schriftelijke individuele toetsing op de theorieonderdelen: 2 EC Beoordeling van de verschillende (groeps)opdrachten 4 EC Beoordeling practicum (werkwijze, rapportage & presentatie) 1 EC Periode Periode 2 en periode 3, Verplichte literatuur Opmerkingen Diverse readers / dicaten vervaardigd door docenten en verkrijgbaar in reproductie van Hogeschool VHL Boek: Watertechnology (door Gray) L. Bentvelzen; ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

199 Onderwijseenheid LMK211VE / LMK211DE (HMK62) Advanced Water Technology After completing this module, you will be able to: 1. Have knowledge of different water treatment systems in the field of wastewater and drinking water treatment 2. Use the knowledge in the field of physical-chemical and biological processes for the complete treatment of water. 3. Have knowledge of reuse options concerning various kinds of water sources for different purposes. 4. In the water technology you will considering the water chain as a cradle to cradle issue. The fundamentals of sustainability in water treatment will be considered of a principle in the total Module. Sufficient knowledge of Microbiology, Physics, Chemistry, Mathematics & English. To follow this Module, the modules LMK107VN/DN and LMK210VE/DE are recommended but not required. The module will deal with the following topics: Drinking water production from ground- and surface-waters and wastewater treatment effluent Advanced wastewater treatment techniques (new applications) Membrane Technology including Membrane Bioreactors Decentralized Concepts Water reuse Bottom of the Pyramid (BOP) Water and Sanitation in developing countries Use of a Simulation Program for Wastewater Treatment 196 sbu = 7 EC English. In case no foreign students participate the language can be Dutch. Study material, however, is always in English. Werkvorm(en) Theory (including several guest lectures) Case study (desk study and/or experimental study) Practical Work Excursions to different treatment plants Periode Verplichte literatuur Opmerkingen LMK211VEA: written exam (5 EC) LMK211VEB: presentation (2 EC) zie het jaarrooster Documents available on the Blackboard site for this module L. Groendijk ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

200 Onderwijseenheid Werkvorm(en) LPO201VN (HPO01) Reservoir Engineering De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) competenties 1 onderzoeken,i 3 ontwikkelen/optimaliseren,i 9 professionele ontwikkeling, I Body of knowledge: 1 Bedrijfseconomie, niveau K 3 Materiaalkunde, niveau K 5 Modelleren, niveau K 6 procesbeschrijving niveau K 7a Statistiek, niveau K 8 Systematische probleemaanpak, niveau K 9 ab Unit Operations niveau T De competenties voor de opleiding Chemische Technologie van het Domein Applied Sciences (DAS) : 1. onderzoeken, niveau (werken aan) I 3. ontwikkelen/optimaliseren, niveau (werken aan) I 5. adviseren, niveau I 8. leiding geven, niveau I 9. professionele ontwikkeling, niveau I Body of Knowledge: 1 bedrijfseconomie, niveau K 8. systematische probleemaanpak, niveau K 9. unit operations - reactoren, niveau K none, Preferred: PPO01 because of knowledge on reservoirs PLS11 because of Excel, math and the VCA-certificate In this project you will organize a field development. The reservoir is identified. The completion is designed. Onderdeel A (Integrale opdracht); 5 ec: 140 uur Onderdeel B (Flankerend onderwijs); 3 ec: 84 uur In de themahandleiding staat een weekplanning English A; project assignment B: (guest) lessons C: practical D: reflection A: group test (report, presentation) and individual (progress) B: written test C: group test (report) and individual (report, logbook) D: reflection form/intervision Periode 3 Verplichte literatuur none Jan Heijenga ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

201 Naam onderwijseenheid LPO203VN (HPO03) Well Intervention Coordinator S. Pruiksma (PRS) Credits 7 Beoordelingsvorm A Grade, B Grade, C Grade Beginvereisten PPO01, HPO01 Werkvormen Verplichte literatuur This module covers various technologies used to bring hydrocarbons from the formation to the surface and focuses on the different operations that can be planned on a previously drilled well and/or gas well for the purpose of restoring, maintaining or enhancing the production of the hydrocarbons. The student will learn about the different services which play a role during the complete life of a well, including getting familiar with the basic procedures of well completion and well intervention operations. Also they will also learn about production enhancement techniques like fracturing and acid stimulation. For the project the student works on a gas well deliquification case study. (Guest) lessons, material practice, computer practice, workshops After this module the student has knowledge of Completions design basics Knowledge of well control methods Overview of well intervention services (coiled tubing, wireline, snubbing, etc.) Basic safety rules for well control Basic pressure/hydrostatic calculations Failure and effect (coiled tubing, wireline, snubbing) Basics of stimulation (fracturing, acidizing, chemical treatment) A Project (Report 80%, presentation 20%) 4 ec B Practice 1ec C Assignments 2ec For most recent booklist see Studentnet or Blackboard Onderwijseenheid LST228VN Juniorstage Aan de opleiding gerelateerde competenties op niveau i 1 of 2 De student neemt kennis van en krijgt inzicht in bedrijfsmatige, organisatorische en sociale processen in een bedrijf of instelling. De student leert in een beroepscontext in teamverband en zelfstandig werken. De student krijgt inzicht in zijn eigen functioneren binnen de beroepspraktijk. De student is in staat schriftelijk en mondeling te communiceren over de uitgevoerde werkzaamheden. Om te mogen beginnen met de juniorstage moet het stage-oriëntatieplan van de student door de studieloopbaanbegeleider zijn goedgekeurd. Daarnaast moet de student de propedeuse hebben behaald. Voor de opleidingen Biotechnologie en Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek zijn in de juniorstagehandleiding aanvullende eisen geformuleerd. De examencommissie kan toestemming geven van deze regels af te wijken als dit in het belang is van de studievoortgang van de student. De juniorstagecoördinator moet voorafgaande aan de start toestemming verlenen voor bedrijf of instelling waar de stage plaatsvindt. Deze stage vindt als regel plaats in Nederland bij een bedrijf of instelling in het werkveld. Het bedrijf of de instelling waarbij stage wordt gelopen en de daarbij uitgevoerde opdrachten sluiten bij voorkeur aan bij te kiezen major. In het kader van de stage worden een of meer grotere opdrachten uitgevoerd ten behoeve van de stagebieder. Verder kunnen in beperkte mate algemeen ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de opdrachtgever worden uitgevoerd. Het totaal aan activiteiten moet de student de gelegenheid bieden inzicht te krijgen in de vereisten die aan het functioneren van een HBO er in het werkveld worden gesteld. 28 ec = 784 uur Stagelopen en stageverslag Nederlands Werkvorm(en) Stage van 20 weken. De beoordeling van de stage vindt plaats op basis van het volgende: Een beoordeling door de stagebieder; V/O De verslaglegging: V/O Eindgesprek incl. verslagbeoordeling met de begeleider vanuit school; V/O Periode Verplichte literatuur Opmerkingen De eindbeoordeling is voldoende als de drie bovenstaande onderdelen als voldoende zijn beoordeeld. Studiegids Life Sciences & Technology

202 Onderwijseenheid LST430VN Projectstage Aan de door de student gekozen major gerelateerde competenties op niveau i 2 of 3 Toepassen van tijdens de opleiding verworven kennis, verbreden en verdiepen van vaktechnische kennis, (verder) ontwikkelen van sociale en communicatieve vaardigheden (mondeling en schriftelijk; teamwork), ontwikkelen van een zelfstandige, initiatiefrijke, positieve en constructieve werkwijze, resulterend in vergroting van de creativiteit en probleem oplossend vermogen. Werkvorm(en) Periode Verplichte literatuur Opmerkingen Om te mogen beginnen met de projectstage moet het stage-oriëntatieplan van de student door de studieloopbaanbegeleider zijn goedgekeurd.. De projectstage kan pas beginnen nadat de propedeuse is behaald, de verplichtingen m.b.t. de juniorstage zijn afgerond en er minimaal 90 ec (inclusief de juniorstage) zijn behaald in de hoofdfase. De examencommissie kan toestemming geven van deze norm af te wijken als dit in het belang is van de studievoortgang van de student. De projectstagecoördinator moet voorafgaande aan de start toestemming verlenen voor het onderwerp. Het onderwerp moeten passen binnen het werkgebied van de gekozen major. De project bestaat uit een praktisch onderzoek waarbij toetsing aan de literatuur plaatsvindt. Deze stage biedt de student de gelegenheid kennis te maken met een arbeidsorganisatie. De stagiair zal de tijdens de opleiding verworven kennis toepassen in het werkveld en tevens de relatie leggen tussen theorie en praktijk (verbreden en verdiepen van vaktechnische kennis). Verder zal de stagiair in staat gesteld worden zijn sociale en communicatieve vaardigheden verder te ontwikkelen. Dit betreft onder meer de mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, het vermogen zich in de denkwijze en gevoelens van anderen te verplaatsen, het zich bewust worden van de eisen die aan leden van een arbeidsorganisatie worden gesteld, waaronder het leren werken in een bestaand teamverband. De stagiair ontwikkelt een zelfstandige, initiatiefrijke, positieve en constructieve werkwijze, resulterend in vergroting van de creativiteit en probleem oplossend vermogen. 30 ec = 840 uur Stagelopen en stageverslag Nederlands Stage van 20 weken. De beoordeling van de stage vindt plaats op basis van het volgende: Een beoordeling door de stagebieder; V/O De verslaglegging: V/O Eindgesprek incl. verslagbeoordeling met de begeleider vanuit school; V/O De eindbeoordeling is voldoende als de drie bovenstaande onderdelen als voldoende zijn beoordeeld. Studiegids Life Sciences & Technology

203 Onderwijseenheid LVT221VN (HVT21) Kwaliteits- en informatiesystemen VT 1: Ontwerpen of optimaliseren van productieprocessen (ii) VT 4 Ontwikkelen en beheren van Managementsysteem (i) VT 4: Ontwikkelen en beheren van Managementsysteem (ii) VT 5i Het kunnen analyseren en interpreteren van microbiologische parameters. Ch 1 (ii) - Gebruik van programmatuur voor kwaliteitsborging en kwaliteitscontrole. - Kwaliteit (QA, QC, SPC) met hierbij horende statistiek. Zie competenties Basisstatistiek gehaald (Werken op het lab (Stat 1) + Stat 2 van periode 2) Competentie 4 niveau i (Plantaardige producten/van vlees tot worst) Basis Microbiologie (PLS01 Werken op het lab; PVT01 Van vlees tot worst, PVT02 Verwerking plantaardige producten) Vanuit een wettelijke verplichting heeft ieder voedingsmiddelenproductiebedrijf een HACCP-systeem. In dit thema wordt door het uitwerken van een case de HACCP-systematiek op een in de praktijk toepasbare wijze getraind. De nadruk ligt daarbij op het kunnen uitvoeren van een HACCP-analyse en met deze resultaten een rudimentair kwaliteitssysteem kunnen opzetten. Bij het uitvoeren van een HACCP-analyse is het van groot belang om de microbiële gevaren bij een bepaald type product te inventariseren. De aanpak wordt getraind met behulp van opdrachten. Ook wordt er aandacht besteed aan noodzakelijke achtergrondkennis. In het kader van monitoring van bepaalde microbiële gevaren wordt aandacht besteed aan moderne detectietechnieken. Niet weg te denken uit het moderne (bedrijfs)leven is het werken met databases (informatie-systemen) en het gebruik van informatie daaruit ten behoeve van de bedrijfsvoering zoals het uitvoeren van kwaliteitscontroles of het beheersen van een uit het HACCP-plan voortkomend kritisch punt. Om hier optimaal gebruik van te kunnen maken en om de mogelijkheden en onmogelijkheden van systemen te leren inschatten maakt de student een aantal opdrachten, uitmondend in een case waarbij het geleerde integraal in praktijk gebracht wordt. Een specifieke vorm van gebruik van informatie is het sturen van een productielijn op basis van Statistic Process Control. Een aantal gerichte opdrachten verschaft de student inzicht in de basisbegrippen van deze methodiek. A. (1EC) 1. Practicum Zelfstudie/ voorbereiding 4 3. Rapportages 8 B. (5EC) 1. Hoorcolleges, werkcolleges, feedback: Zelfstudie: Groepsopdrachten: 64 C. (1EC) 1. College/practicuminstructie 6 2. Zelfstudie 6 3. Practicumopdrachten/eindopdracht 16 Nederlands Werkvorm(en) Conceptuele leerlijn Zelfstudie (weken 1 t/m 4). Schriftelijke toetsen (M.C. toetsen) Vaardigheidsleerlijn Practicum Microbiologie (4 dagdelen) deels in de vorm van workshops, deels eigen uitvoering in groepen van twee studenten. Integrale leerlijn HACCP-plan Opdrachten in tutorgroepen. Presentaties met terugkoppeling. Microbiologie theorie. In tweetallen een aantal samenhangende en in moeilijkheidsgraad toenemende opdrachten uitvoeren. Feedback spreekuren. De uitwerking van de opdrachten worden gebundeld ingeleverd en beoordeeld (summatief). Informatiesytemen: serie werkcolleges + ACCESS practicum (individueel). Dit gedeelte wordt getoetst d.m.v. een toets met open vragen. Verder case-opdracht in groepjes van 4 personen. SPC: Hoorcolleges en opdrachten met SPC-software(QI-Analyst). Studiegids Life Sciences & Technology

204 A: vaardigheidslijn totaal (formatief)...1 EC Practicum microbiologie: aanwezigheid, samenwerken, meetbrieven, verslagen B: Integrale lijn totaal (groepscijfer)...5 EC's Opdrachten microbiologie Opdrachten HACCP Opdrachten SPC C: Informatiesystemen...1 EC Individuele opdracht Periode Verplichte literatuur Periode 1 Zie voor de verplichte literatuur de meest recente boeken- en dictatenlijst die per periode op Studentnet vóór elke periode verschijnt. / modulecoördinator Luuk Knobbe ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

205 Onderwijseenheid LVT222VN (HVT22) Applicaties in de zuivel VT2 ii Ontwikkelen van een voedingsmiddel VT 3 ii Advies uitbrengen over applicaties VT 5 ii Onderzoeken en experimenteren m.b.t. voedingsmiddelen en productieprocessen Werkvorm(en) De student kan een onderzoeksvoorstel opstellen en uitvoeren en de resultaten in een overzichtelijk verslag vast leggen. De student moet duidelijk aan kunnen geven wat de effecten van additieven en procesomstandigheden zijn op de kwaliteit van het eindproduct en hierover op correcte wijze schriftelijk en mondeling kunnen communiceren. De student verwerft kennis t.a.v. emulsies, geleer- en verdikkingsmiddelen, reologie, zuiveltechnologie Havo/VWO, natuur en techniek of natuur en gezondheid, of MBO opleiding met voldoende scheikunde De volgende competenties zijn reeds (deels) behaald: Onderzoeken / experimenteren op niveau i en productontwikkeling op niveau i Een groep van vier studenten kiest uit het aanbod van zuivelproducten twee producten. Voor elk product wordt middels een literatuuronderzoek nagegaan wat de invloed is van additieven en procesomstandigheden op de producteigenschappen. Vervolgens wordt er een applicatieonderzoek opgezet, waarbij additieven uit het recept worden vervangen door andere (concentraties van) additieven. De resultaten worden weergegeven in een verslag en mondeling gepresenteerd. Onderdeel A (praktisch werk en presentatie) 2 EC Praktisch werk geroosterd Praktisch werk niet geroosterd 16 Presentatie 8 Onderdeel B (Verslag) Zelfstudie 32 uur 24 uur Onderzoeksvoorstel 30 Eindrapport 30 Onderdeel C (Jurygesprek) Colleges 22 Zelfstudie 33 Gesprek 1 Nederlands Evt. Engelstalige literatuur 3 EC 2 EC De eerste weken worden er colleges gegeven over o.a. melkkunde, homogeniseren, emulsies, geleer-en verdikkingsmiddelen en doen studenten in hun werkgroepje aanvullend literatuuronderzoek en schrijven een onderzoeksvoorstel. Dan volgt vier weken van praktisch onderzoek, dat beoordeeld wordt op uitvoering. Wekelijks is er tutor uur. Dan worden plan van aanpak en resultaten besproken. Tot slot wordt een rapport geschreven en een mondelinge presentatie gegeven welke beoordeeld worden. Tijdens het jurygesprek wordt de kennis m.b.t. het gekozen onderwerp getest en verdedigen studenten hun rapport. De uitvoering van het praktisch werk en de presentatie worden beide beoordeeld en wegen even zwaar. Het eindrapport wordt beoordeeld a.d.h.v. criteria in de themahandleiding en op inhoud. Tijdens het jurygesprek vindt individuele beoordeling plaats van de studenten. Studenten moeten hier het verslag verdedigen en ook vragen m.b.t. producten, procesomstandigheden en additieven kunnen beantwoorden. Periode 2 en 4 Verplichte literatuur Fysische chemie, J. de Jong Aanbevolen literatuur is in de themahandleiding te vinden J. de Jong ( [email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

206 Onderwijseenheid LVT331VN (HVT31) Food Product Development VMT 2 ii a,b,d,f,h,i,k,r Zie competenties geen Een team studenten fungeert als onderzoeksbureau. Zij ontwikkelen aan de hand van een omschreven kader-opdracht (uitgangssituatie) een nieuw voedingsmiddel voor de eindconsument. Het totale ontwikkelproces wordt gestructureerd door vooraf een projectplan te formuleren. Ondersteunende technieken zoals creativiteitstechnieken en sensoriek worden getraind in workshops en toegelicht in hoorcolleges. De technieken worden vervolgens in de ontwikkelopdracht toegepast. Bij het productontwerp hoort ook een etiket dat voldoet aan de wetgeving op dit gebied. Het basisprincipe van wetgeving en structuur van de warenwet wordt in hoorcolleges uitgelegd. Toelichting en beoordeling van etikettering vindt plaats door een gespecialiseerde gastdocent. A : projectplan (2EC) 4. College en presentaties: 6 5. Zelfstudie: Groepswerk, schrijven concept + definitief plan en voorbereiden presentatie 40 B: poster+promotion (2EC) C Centraal project 4. Presentatie + productmarkt 6 5. Zelfstudie: Aankleding promotie, productvoorbereiding, poster maken, speech voorbereiden Workshops, colleges Productontwikkeling, schrijven rapport Zelfstudie, vooronderzoeken 15 Nederlands Schriftelijk materiaal gedeeltelijk Engels Werkvorm(en) Tutorgroep, praktijk in de productiehal, workshops (ook extern), hoorcolleges, presentaties, productmarkt. A Project Plan (groepscijfer): 2EC Projectplan wordt in concept en als uiteindelijke versie beoordeeld. B Promotion (groepscijfer): 2EC Beoordeling van posterpresentatie, presentatie uiteindelijk product en promotiepraatje C Final report (groepscijfer): 3EC Het eindverslag wordt beoordeeld. Periode 1 Verplichte literatuur Project-management: Handout LHA Knobbe ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

207 Onderwijseenheid LVT332VN (HVT32) Food Preservation Processes VMT Competentie 1:Ontwerpen of optimaliseren van productieprocessen VMT Competentie 5: Onderzoeken of experimenteren met betrekking tot voedingsmiddelen en productieprocessen. De student kan methodes toepassen om bij een voedingsmiddel de effecten van een hittebehandeling op afdoding van micro-organismen, denaturatie van nutriënten, inactivatie van enzymen en kleur- en smaakverandering te berekenen. De student kan een proces ontwerpen voor het drogen van een voedingsmiddel en hierbij een inschatting maken m.b.t. energie-efficiency van het proces en kwaliteitseffecten voor het product. De student kan de invriessnelheid van een voedingsmiddel berekenen en een proces ontwerpen voor het invriezen van een voedingsmiddel. De student maakt kennis met de principes en toepassingsmogelijkheden van milde/moderne conserveringsmethoden. De student kan een onderzoek doen naar de optimalisatie of het ontwerp van een conserveringsproces en hierover adviseren naar de opdrachtgever. Geen In deze module staan de processen voor het conserveren / verduurzamen van voedingsmiddelen centraal. Naast de proceskundige aspecten komen ook de technologische aspecten aan de orde. In de voedingsmiddelenindustrie speelt het verduurzamen van voedingsmiddelen een belangrijke rol. De onderwerpen, die in deze module aan de orde komen zijn: Niet-stationaire warmteoverdracht, Hitteconservering, Drogen, Mollier diagram voor vochtige lucht, Vriezen en 'Moderne conserveringsmethoden' (Emerging Technologies). Het onderwerp Moderne conserveringsmethoden komt aan de orde in een literatuurstudie en presentaties. De overige onderwerpen worden behandeld in werkcolleges en opdrachten die tijdens de werkcolleges aan de orde komen. In een project wordt gewerkt aan de optimalisatie of het ontwerp van een conserveringsproces. Onderdeel A (Hitteconservering en niet-stationaire warmteoverdracht); 2 ec: Colleges 15 uur Zelfstudie en opdrachten 39 uur Tentamen 2 uur Onderdeel B (Vriezen en Drogen); 2 ec: Colleges 15 uur Zelfstudie en opdrachten 39 uur Tentamen 2 uur Onderdeel C (Integrale opdrachten); 3 ec: Literatuuronderzoek 20 uur Onderzoeksvoorstel 14 uur Experimenten 10 uur Procesontwerp 20 uur Adviesrapport 10 uur Presentaties 10 uur Werkvorm(en) Nederlands De werkvormen bij onderdeel A en B zijn (werk)colleges en uitvoering van opdrachten. Aan onderzoek, ontwerp en adviesrapport m.b.t. de integrale opdrachten wordt gewerkt door projectgroepen van 3 tot 5 personen. Elk groep wordt begeleid door een tutor. Studiegids Life Sciences & Technology

208 Onderdeel A (Hitteconservering en niet-stationaire warmteoverdracht); 2 ec: Schriftelijke toets en opdrachten. Het cijfer is een gewogen gemiddelde van de toets en de opdrachten. Onderdeel B (Vriezen en Drogen); 2 ec: Schriftelijke toets en opdrachten. Het cijfer is een gewogen gemiddelde van de toets en de opdrachten. Onderdeel C. Integrale opdrachten); 3 ec: Schriftelijke rapportages en presentaties zijn groepsproducten. Deze moeten voldoen aan criteria die beschreven worden in de modulehandleiding. De individuele toetsing vindt plaats door iedere student tijdens werkbesprekingen te laten rapporteren. Het cijfer is gebaseerd op de kwaliteit van de groepsproducten en de bijdrage van de student aan de uitvoering van de integrale opdrachten. Zowel de groepsproducten als de bijdrage van de student moeten voldoende zijn. Periode 3 Verplichte literatuur Singh and Heldman, Introduction to Food Engineering Piet Grin ([email protected]) Studiegids Life Sciences & Technology

209 9 Examenregeling Life Sciences & Technology Citeertitel Datum inwerkingtreding 1 september 2013 Goedkeuring door directie Instemming MR Rechtsgrondslag Korte omschrijving Bijzonderheden Examenregeling 2013/2014 Unit Life Sciences & Technology Art WHW In de examenregeling staan de bepalingen die gelden voor de voltijdse bacheloropleidingen behorende onder Life Sciences & Technology De regeling heeft als doel de geldende procedures en rechten en plichten met betrekking tot het onderwijs en de examens vast te stellen voor alle studenten en extraneï van de opleidingen van de Unit Life Sciences & Technology Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Opbouw examenregeling 1 Deze regeling is opgebouwd in zes hoofdstukken te weten: 1. Algemene bepalingen 2. Examens 3. Examencommissie 4. Toetsen 5. Studievoortgang en studiebegeleiding 6. Slotbepalingen 2 De WHW (art. 7.13) verplicht het instellingsbestuur voor elke opleiding of groep van opleidingen een onderwijs- en examenregeling vast te stellen (OER). Bij de unit Life Sciences & Technology is deze regeling in drie delen opgesplitst: een examenregeling, de algemene onderwijsregeling en de opleidingsspecifieke onderwijsregeling. Alle regelingen zijn te vinden op studentnet. Artikel 1.2 Begripsbepalingen 1 De in deze regeling voorkomende begrippen hebben dezelfde betekenis als de begrippen in de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW), tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. 2 In deze regeling wordt voorts verstaan onder:: a-1 Bestuur van de hogeschool: de Directie van stichting VHL als bedoeld in artikel 13 van de statuten van de stichting en/of het College van Bestuur van de NHL Hogeschool; a-2 Bestuur unit Life Sciences & Technology: het bestuur van de unit Life Sciences & Technology als bedoeld in de gemeenschappelijke regeling met betrekking tot opleidingen op het gebied van de Life Sciences van 1 september 2004 (hierna te noemen de gemeenschappelijke regeling); a-3 Unit Life Sciences & Technology: het samenwerkingsinstituut dat, aanvankelijk onder de naam unit Life Sciences, is opgericht bij de gemeenschappelijke regeling; b Credits: de studielast van een onderwijseenheid wordt uitgedrukt in credits volgens het ECTS (European Credit Transfer System). Een credit komt overeen met een studiepunt in de zin van artikel 7.4 WHW; c Hogeschool: VHL Hogeschool en de NHL Hogeschool gevestigd te Leeuwarden; d Student: hij die staat ingeschreven aan de hogeschool voor het volgen van het onderwijs; e Studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar; f Wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) g Opleiding: een samenhangend geheel van onderwijseenheden gericht op de verwezenlijking van welomschreven competenties waarover de student die de opleiding voltooit, dient te beschikken. Alle opleidingen zijn geregistreerd in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO); h Minor: een samenhangend onderwijs-aanbod dat verbredend of verdiepend is; i : een combinatie van kennis, vaardigheden, inzicht, attitudes en persoonskenmerken die de student gebruikt om te functioneren naar de eisen die gesteld worden in een specifieke (arbeids-, opleidings-, maatschappelijk-culturele) context; j Directeur: de directeur van de unit Life Sciences & Technology als bedoeld in artikel 4 van de gemeenschappelijke regeling. Studiegids Life Sciences & Technology

210 k l m n o p Studieloopbaanbegeleider: de begeleider van studenten bij het verwerven van de competenties; Toets: een onderzoek naar kennis, inzicht en vaardigheden van de student, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek. Praktische toets; bijvoorbeeld een verslag, presentatie of een werkstuk Onderwijseenheid: het samenhangend geheel van onderwijsleeractiviteiten en inhouden gericht op de verwerving van competenties; Examencommissie: een examencommissie in de zin van art van de wet. De unit Life Sciences & Technology wordt als groep van opleidingen beschouwd die met één examencommissie kan functioneren. College van beroep voor de examens volgens art. 7.60, 7.61 en 7.62 van de wet. Studenten van de unit Life Sciences & Technology kunnen in beroep gaan bij het college van beroep voor de examens van de hogeschool van eerste inschrijving. Artikel 1.3 Toepasselijkheid en wijzigingen 1 Deze regeling is van toepassing op het onderwijs, de toetsen en examens van de propedeutische fase en de hoofdfase van de in lid 2 van dit artikel opgesomde opleidingen van de unit Life Sciences & Technology voor studenten die vanaf studiejaar met de opleiding zijn begonnen. 2. Voor studenten die reeds eerder dan september 2006 waren ingeschreven geldt de examenregeling VHL 2005/ De unit Life Sciences & Technology verzorgt de volgende voltijdse bacheloropleidingen waarbinnen tevens 4-jarige specialisaties kunnen voorkomen: - Biotechnologie - 4-jarige specialisatie Forensic Sciences - 4-jarige specialisatie Water Technology - Biologie en Medisch laboratoriumonderzoek - 4-jarige specialisatie Health and Food - Chemie - Chemische Technologie - 4-jarige specialisatie Petrochemie & Offshore - 4-jarige specialisatie Water Technology - Voedingsmiddelentechnologie - 4-jarige specialisatie Health and Food 3 De hoofdfase kent de volgende majoren en specialisaties: Major te volgen vanuit de opleiding(en) - Biotechnology - Biotechnologie - Biomedical Research - Biotechnologie en Biologie & Medisch laboratoriumonderzoek - Human Diagnostics - Biologie & Medisch laboratoriumonderzoek - Applied Chemistry - Chemie - Process Engineering - Chemische Technologie, Biotechnologie en Voedingsmiddelentechnologie - Food Technology - Voedingsmiddelentechnologie 4-jarige specialisaties - 4-jarige specialisatie Forensic Sciences - 4-jarige specialisatie Petrochemie & Offshore - 4-jarige specialisatie Health and Food - 4-jarige specialisatie Water Technology Studiegids Life Sciences & Technology

211 Hoofdstuk 2 Examens Artikel 2.1 Onderwijsaanbod en examens 1 De voltijdse bacheloropleidingen zijn vierjarige opleidingen met een studielast van 240 credits. 2 De deeltijdse bacheloropleiding is een opleiding met een studielast van 240 credits. 3 Elke bacheloropleiding bestaat uit twee studiefases: a de propedeutische fase met een studielast van 60 credits. De student die met goed gevolg de propedeutische fase afsluit heeft het propedeutisch examen behaald. b de hoofdfase van de bacheloropleiding met een studielast van 180 credits. De student die met goed gevolg de hoofdfase afsluit heeft het bachelor examen behaald. De inhoud en de studielast van de propedeutische fase en de hoofdfase zijn beschreven in de opleidingsspecifieke onderwijsregeling die in het OOR is opgenomen. 4 Het door de examencommissie goedgekeurde aanbod aan invulling van de minor is in de opleidingsspecifieke onderwijsregeling gepubliceerd. Voor een afwijkende invulling van de minor is schriftelijke toestemming van de examencommissie vereist. 5 Als datum van slagen voor het propedeutisch examen en het afsluitend examen geldt de datum waarop de examencommissie heeft vastgesteld dat de student door het afleggen van een toets aan de slagingsnorm voldoet. Artikel 2.2 Vaststelling en bewaring uitslag examen 1 De examencommissie stelt ten minste eenmaal per drie maanden vast welke studenten voldoen aan de slagingsnorm voor het propedeutisch - en het afsluitend examen. 2 De examencommissie bewaart de bescheiden waaruit de uitslag blijkt gedurende ten minste 10 jaar gerekend vanaf het moment dat de uitslag van een examen is vastgesteld. Artikel 2.3 Predikaat cum laude 1 Een afstudeerkwalificatie cum laude is bedoeld voor studenten die met aantoonbaar bovengemiddelde studieresultaten het afsluitend examen voor de graad Bachelor of Applied Sciences behaald hebben. De afstudeerkwalificatie cum laude wordt in ieder geval verstrekt als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a Het afstuderen is met tenminste een goed of een acht beoordeeld; b De vooraf aangewezen onderwijseenheden van de opleiding zijn minstens met een goed of acht beoordeeld. De vooraf door de examencommissie aangewezen onderwijseenheden, zoals in de onderwijsregeling vermeld, omvatten tezamen ten minste 28 credits; c De student heeft binnen de aan de opleiding toegekende studieduur de opleiding voltooid; d In de postpropedeutische fase zijn alle feitelijk door de student gevolgde onderwijseenheden met minimaal een zeven beoordeeld; 2 De examencommissie besluit of een student een cum laude beoordeling krijgt. Het besluit om een cum laude toe te kennen wordt bekend gemaakt bij de diploma-uitreiking. Artikel 2.4 Bekendmaking uitslag De examencommissie maakt de uitslag van het propedeutisch examen en het afsluitend examen binnen een week na vaststelling schriftelijk aan de student bekend. De examencommissie informeert de student daarbij over de uitreiking van het getuigschrift. Artikel 2.5 Getuigschriften, diplomasupplement en graad 1 Nadat de directie heeft verklaard dat aan de procedurele vereisten voor afgifte is voldaan, reikt de examencommissie aan de student een getuigschrift uit als bewijs dat een examen met goed gevolg is afgelegd en voegt aan het getuigschrift betreffende het afsluitend examen een gewaarmerkte kopie toe van een Nederlands diplomasupplement en/of een Engelstalig diplomasupplement. 2 De examencommissie verleent namens het bestuur van de hogeschool van eerste inschrijving aan de student die het afsluitend examen met goed gevolg heeft afgelegd de graad Bachelor of Applied Science (BAS) 3 De examencommissie vermeldt de door het bestuur van de hogeschool van eerste inschrijving verleende graad met vermelding van de major of afstudeerrichting waarop de graad betrekking heeft, op het getuigschrift van het afsluitend examen. Studiegids Life Sciences & Technology

212 4 Op het diploma wordt naast de unit Life Sciences & Technology de hogeschool van eerste inschrijving vermeld. Artikel 2.6 Studieadvies 1 Namens het bestuur unit Life Sciences & Technology brengt de examencommissie van de desbetreffende opleiding aan iedere student aan het einde van diens eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase advies uit over de voortzetting van zijn studie binnen of buiten de bacheloropleiding. 2 Onverminderd het eerste lid kan de examencommissie, namens het bestuur unit Life Sciences & Technology, het advies aan de student uitbrengen zolang deze het propedeutisch examen niet met goed gevolg heeft afgelegd. 3 Aan dit studieadvies kan de examencommissie namens het bestuur unit Life Sciences & Technology een afwijzing (met bindend karakter) verbinden overeenkomstig door het bestuur unit Life Sciences & Technology vast te stellen nadere regels (artikel 2.6.5). 4 De student die een studieadvies heeft ontvangen, waaraan een afwijzing is verbonden, kan niet meer aan de hogeschool voor dezelfde opleiding als student worden ingeschreven, tenzij het bestuur unit Life Sciences & Technology een termijn heeft verbonden aan de afwijzing of tenzij de student op een later tijdstip verzoekt om te worden ingeschreven voor de desbetreffende opleiding en daarbij ten genoege van het instellingsbestuur aannemelijk maakt dat hij die opleiding met vrucht zal kunnen afronden. 5 Het bestuur van de unit Life Sciences & Technology heeft over het uitbrengen van het studieadvies als bedoeld in lid 3 een nadere regeling Regeling bindend studieadvies Life Sciences & Technology vastgesteld die is opgenomen in de studiegids als bijlage bij de examenregeling. Artikel 2.7 Deelname aan onderwijs buiten de eigen hogeschool 1 De student die credits wil behalen bij een andere opleiding van VHL of de NHL Hogeschool Leeuwarden, bij een andere HBO- of WO-instelling of bij een daaraan gelijkgestelde instelling, dient daarvoor goedkeuring te vragen aan de examencommissie. Met het bewijs van goedkeuring kan de student toestemming vragen om deel te nemen aan een onderwijsonderdeel van een andere opleiding. De student dient zich via een tweede inschrijving en een intekening voor het desbetreffende onderdeel van deelname aan het onderwijs bij de andere instelling respectievelijk andere opleiding te verzekeren. 2 De elders behaalde resultaten met de daarbij behorende studielast worden volgens de examenregeling van de opleiding van eerste inschrijving verwerkt. Hoofdstuk 3 Examencommissie Artikel 3.1 Examencommissie Het bestuur van de unit Life Sciences & Technology benoemt één examencommissie voor het propedeutische en afsluitend examen van de opleidingen. Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan hoort het bestuur de leden van de examencommissie. De examencommissie is het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of een student voldoet aan de voorwaarden die de onderwijs- en examenregeling stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad. Artikel 3.2 Taken 1 De examencommissie voert alle taken uit die haar bij of krachtens de wet of de regelingen van de hogeschool worden opgedragen, waaronder de volgende taken: a de examencommissie borgt de kwaliteit van de toetsen en examens en examinatoren; b de examencommissie wijst ten behoeve van het afnemen van toetsen en het vaststellen van de uitslag daarvan examinatoren aan. Als examinator kunnen slechts worden aangewezen leden van het personeel die met het verzorgen van het onderwijs binnen de betreffende onderwijseenheid zijn belast alsmede deskundigen van buiten de hogeschool. De examinatoren verstrekken de examencommissie de gevraagde inlichtingen; Studiegids Life Sciences & Technology

213 c d e f g h de examencommissie is belast met het laten afnemen van het propedeutisch dan wel afsluitend examen en het vaststellen van de uitslag daarvan en draagt zorg voor de organisatie van het examen en de toetsen; de examencommissie kan binnen het kader van de onderwijs- en examenregeling aan de examinatoren richtlijnen en aanwijzingen geven met betrekking tot de beoordeling van degene die de toets aflegt en met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van de toets. de examencommissie beoordeelt het voorstel van de student voor de invulling betreffende keuze major, minor(en) en/of keuzevakken. Het aanbod en de invulling van de majoren, minoren en keuzevakken is nader geregeld in de onderwijsspecifieke regeling. de examencommissie kan vrijstelling verlenen voor het afleggen van één of meer toetsen, zoals nader omschreven in artikel 4.27; de examencommissie kan in geval van fraude door een student maatregelen tegen die student treffen, zoals nader omschreven in artikel 4.23 en 4.24; de examencommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden. De examencommissie verstrekt het verslag aan het bestuur unit Life Sciences & Technology. 2 De examencommissie stelt regels vast over de uitvoering van de in lid 1 genoemde taken en bevoegdheden en over de maatregelen die zij in dat verband kan nemen. Artikel 3.3 Samenstelling 1 De examencommissie bestaat uit ten minste drie leden waaronder de voorzitter. Elke opleiding is ten minste met één lid vertegenwoordigd in de examencommissie. 2 De leden worden benoemd op basis van hun deskundigheid op het terrein van de desbetreffende opleiding of groep van opleidingen. Ten minste één lid is als docent verbonden aan de opleiding of aan een van de opleidingen die tot de groep van opleidingen behoort. 3 De opleidingsdirecteur kan geen deel uitmaken van een examencommissie. Artikel 3.4 Zittingsduur 1 De leden van de examencommissie hebben zitting voor een periode van een jaar. De leden zijn terstond herbenoembaar. 2 Het lidmaatschap eindigt: a met ingang van de dag waarop er geen dienstverband meer bestaat met Stichting VHL en/of de NHL Hogeschool; b met ingang van de dag waarop een docentlid niet meer als docent verbonden is aan de opleiding of groep van opleidingen en/of wanneer het lid niet meer kan voldoen aan de onafhankelijkheidsen deskundigheidsvereisten; c door een besluit van het bestuur unit Life Sciences & Technology; d door het verstrijken van de zittingstermijn. Artikel 3.5 Openbaarheid Een vergadering van de examencommissie is niet openbaar, tenzij de examencommissie anders beslist. Artikel 3.6 Quorum In een vergadering van de examencommissie kunnen geen besluiten worden genomen, indien niet een meerderheid van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel 3.7 Besluitvorming 1 De examencommissie beslist bij gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. 2 De stemmen worden mondeling uitgebracht, tenzij de voorzitter anders besluit. 3 Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter. 4 Aan stemmingen over studenten wordt alleen deelgenomen door leden van de examencommissie 5 De examencommissie laat zich adviseren door teamleden van de betreffende opleidingen wanneer het gaat om opleidingsspecifieke kwesties. De teamvoorzitters van elke opleiding zijn gemachtigd besluiten namens de examencommissie aan studenten kenbaar te maken. Studiegids Life Sciences & Technology

214 Artikel 3.8 Directeur De directeur verstrekt de examencommissie desgevraagd en uit eigen beweging alle informatie. Hoofdstuk 4 Toetsen Artikel 4.1 Toetsen Aan iedere onderwijseenheid zijn maximaal drie toetsen verbonden, en in het cijferadministratiesysteem zijn derhalve voor iedere onderwijseenheid maximaal drie scores verbonden. Artikel 4.2 Examinatoren De examencommissie wijst voor het afnemen van een toets één of meer examinatoren aan. Artikel 4.3 Toetsvormen 1 In de onderwijsregeling opleidingsspecifiek is van iedere onderwijseenheid aangegeven op welke wijze zal worden getoetst. 2 Een toets kan schriftelijk, mondeling, in een vorm van praktische oefening of in enige andere vorm of combinatie van vormen worden afgenomen. 3 De toetsvorm is passend voor het onderzoek naar kennis, het inzicht en de vaardigheden van de student. Artikel 4.4 Bijzondere regels mondeling toetsen 1 Een mondelinge toets is openbaar, tenzij de examencommissie anders beslist. 2 De examencommissie kan in verband met de goede orde personen de toegang ontzeggen tot een mondelinge toets. Artikel 4.5 Gelegenheid tot het afleggen van toetsen 1 Studenten worden voor iedere onderwijseenheid ten minste twee maal per studiejaar in de gelegenheid gesteld een toets af te leggen. 2 De examencommissie maakt dag en tijdstip waarop - en de ruimte waar de toets wordt afgenomen ten minste een week hieraan voorafgaande bekend aan de student. Artikel 4.6 Afwijkende toetsvormen Studenten die in afwijking van het bepaalde in artikelen 4.3. lid 1 of 4.5 lid 2 een toets wensen af te leggen dienen hiervoor schriftelijke toestemming te krijgen van de examencommissie. Artikel 4.7 Recht op deelname 1 Tenzij in de volgende leden van dit artikel anders is bepaald, heeft de student gedurende zijn inschrijving het recht toetsen af te leggen van de onderwijseenheden behorend tot zijn opleiding en daarmee de examens te behalen van die opleiding. 2 Tenzij in de onderwijsregeling opleidingsspecifiek anders is bepaald, geldt geen volgtijdelijkheid voor het afleggen van toetsen. 3 De student die een toets met goed gevolg heeft afgelegd, heeft niet het recht om deze toets nogmaals af te leggen, tenzij de examencommissie hiervoor toestemming geeft met inachtneming van artikel De student die het propedeutisch examen van de opleiding met goed gevolg heeft afgelegd heeft het recht om toetsen van het afsluitend examen af te leggen. 5 De examencommissie kan aan de student die niet voldoet aan de in lid 4 van dit artikel genoemde voorwaarden toestemming verlenen tot het afleggen van een of meer toetsen van onderwijseenheden van het afsluitend examen. De examencommissie doet haar beslissing schriftelijk aan de student toekomen. 6 Een student kan iedere reguliere toets die niet met goed gevolg is afgelegd herkansen. De student dient zich hiervoor elektronisch aan te melden. Artikel 4.8 Aanmelding 1 De examencommissie kan bepalen dat een student zich voor het afleggen van een toets dient aan te melden.. 2 De examencommissie kan, met inachtneming van de wet en deze regeling, nadere regels vaststellen betreffende de aanmelding voor toetsen. Studiegids Life Sciences & Technology

215 Artikel 4.9 Toezicht De examencommissie houdt toezicht op de goede gang van zaken bij het afleggen van een toets. De examencommissie kan daartoe een of meer examinatoren en/of surveillanten aanwijzen. Indien het toezicht aan twee of meer surveillanten wordt opgedragen, wordt één van hen aangewezen als hoofdsurveillant. Artikel 4.10 Aanwijzingen examinator of surveillant 1 De student dient alle aanwijzingen van de examinator of de surveillant ten behoeve van de goede gang van zaken tijdens de toets op te volgen. 2 De student mag de toetsruimte uitsluitend verlaten na verkregen toestemming van de examinator of de surveillant. De examinator of de surveillant heeft daarbij het recht de student buiten de toetsruimte te begeleiden. Artikel 4.11 Bewijs van deelname 1 De examinator of de surveillant stelt bij het afleggen van een toets de identiteit van de student vast alsmede of de student is ingeschreven aan één van de hogescholen. De student is verplicht om op verzoek van de examinator of de surveillant een geldig bewijs van inschrijving en een geldig legitimatiebewijs te tonen. 2 De student die niet aan de in lid 1 van dit artikel genoemde verplichtingen kan voldoen, wordt uitgesloten van de toets, tenzij de examinator of de surveillant anders beslist. Hiervan wordt aantekening gemaakt op het proces-verbaal. In geval van toelating tot de toets dient de student na afloop van de toets zo spoedig mogelijk alsnog een geldig bewijs van inschrijving en of een geldig legitimatiebewijs te tonen aan de examinator of de surveillant. Artikel 4.12 Tijdige aanwezigheid en deelname na begintijdstip 1 De student is verplicht om tijdig voor het officiële begintijdstip van een toets aanwezig te zijn. 2 De examinator of de surveillant kan besluiten de student die na het officiële begintijdstip van de toets verschijnt alsnog aan de toets te laten deelnemen. 3 De student die na het officiële begintijdstip wordt toegelaten om een toets af te leggen, is gebonden aan het officiële eindtijdstip van de toets. 4 De student die na het officiële begintijdstip verschijnt wordt niet toegelaten indien een van de andere kandidaten de examenruimte verlaten heeft. Artikel 4.13 Proces-verbaal 1 De examinator of de surveillant maakt van iedere toets een proces-verbaal op. 2 Dit proces-verbaal bevat ten minste: a de naam van de opleiding en de onderwijseenheid waarvan de toets wordt afgelegd; b de dag en het tijdstip waarop en de plaats waar de toets wordt afgenomen; c de naam van de examinator; d de naam van de surveillant; e een presentielijst met de namen van de studenten die aan de toets hebben deelgenomen; f de vermelding van onregelmatigheden in de zin van artikel 4.23 van deze regeling; en in voorkomende gevallen: g de namen van de studenten die na het officiële begintijdstip zijn verschenen; h de namen van de studenten die de toetsruimte tijdelijk hebben verlaten; i het aantal van naam voorziene en ingeleverde toetsen; 3 De student dient op verzoek van de examinator of de surveillant zijn handtekening op de presentielijst te plaatsen. Artikel 4.14 Wijziging en vervallen toets 1 Na wijziging van een toets, wordt in het studiejaar waarin de gewijzigde toets voor de eerste maal wordt afgenomen, de toets nog tweemaal in de oude vorm aangeboden echter uitsluitend aan studenten die de toets in de oude vorm reeds een of twee maal zonder goed gevolg hebben afgelegd. 2 Indien een toets komt te vervallen, wordt de toets nog tweemaal aangeboden in het studiejaar waarin de toets voor de eerste maal niet meer wordt afgenomen. 3 Onder wijziging van een toets als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt niet verstaan wijziging van de toets als gevolg van actualisering van de leerstof. De examinator geeft aan welke Studiegids Life Sciences & Technology

216 actualisering van de leerstof ten opzichte van het voorgaande studiejaar heeft plaatsgevonden. De student dient zich zelf op de hoogte te stellen van een mogelijke actualisering. Artikel 4.15 Herhaling toets wegens bijzondere omstandigheden De student kan schriftelijk aan de examencommissie verzoeken hem alsnog een toets te laten afleggen, indien hij als gevolg van bijzondere persoonlijke omstandigheden verhinderd is geweest deel te nemen aan de toets, dan wel indien een toetsuitslag in ernstige mate negatief is beïnvloed door bijzondere persoonlijke omstandigheden. De examencommissie doet haar beslissing op het verzoek van de student binnen drie weken schriftelijk aan de student toekomen en zendt een afschrift van haar beslissing aan de examinator. Artikel 4.16 Vaststelling uitslag 1 De examencommissie stelt de uitslag van een toets vast. 2 Als de student een toets voor een tweede of volgende maal heeft afgelegd, komt door de vaststelling van de uitslag een uitslag van een voordien afgelegde toets te vervallen. Artikel 4.17 Waardering uitslag 1 De uitslag van een toets wordt uitgedrukt in een waardering waaruit is af te leiden of de toets wel dan niet met goed gevolg is afgelegd. 2 De uitslag van een toets wordt uitgedrukt in een cijfer zonder of met decimalen, als voldoende of onvoldoende, of als voldaan. 3 Indien de waardering van een uitslag van een toets wordt uitgedrukt in een cijfer wordt het volgende in acht genomen: a. een niet-afgerond cijfer waarvan de eerste decimaal 4 of lager is, wordt naar beneden afgerond; b. een niet-afgerond cijfer waarvan de eerste decimaal 5 of hoger is, wordt naar boven afgerond; 4 Een toets is met goed gevolg afgelegd als de uitslag een 5,5 dan wel 6 of hoger bedraagt, dan wel voldoende of voldaan. Artikel 4.18 Bekendmaking en registratie uitslag 1 De uitslag van een toets wordt bekendgemaakt binnen 15 werkdagen nadat de toets is afgelegd, tenzij anders is bepaald in de regeling. 2 De uitslag van een mondelinge toets wordt bij voorkeur aan de student meegedeeld direct na afloop van de zitting tijdens welke de toets is afgelegd; de examinator kan beslissen dat de uitslag wordt uiterlijk binnen 5 werkdagen bekend gemaakt nadat alle studenten de toets hebben afgelegd. 3 De uitslag van een praktische toets wordt bekendgemaakt binnen 20 werkdagen nadat de toets is afgelegd. 4 De examencommissie kan op grond van bijzondere omstandigheden de in dit artikel genoemde termijnen verlengen en deelt deze verlenging aan de student mee. 5 De toetsuitslagen worden bekendgemaakt door registratie in een studentenvolgsysteem, waartoe de student toegang heeft om kennis te nemen van zijn resultaten. Indien de toetsuitslagen op andere wijze zijn bekendgemaakt, worden de toetsuitslagen binnen 20 werkdagen na bekendmaking in het studentenvolgsysteem geregistreerd. 7 De examencommissie reikt aan de student op diens schriftelijk verzoek een door de examencommissie gewaarmerkt overzicht uit van de uitslagen behaald op de door hem afgelegde toetsen. Artikel 4.19 Geldigheidsduur van een met goed gevolg afgelegde toets 1. De geldigheidsduur van een met goed gevolg afgelegde toets is gelijk aan de nominale studieduur vermeerderd met drie jaar, gerekend vanaf het moment dat de toets is afgelegd. Door verstrijken van de geldigheidsduur vervalt het toetsresultaat. 2. De examencommissie kan op verzoek van de student de geldigheidsduur van een met goed gevolg afgelegde toets verlengen of de student een aanvullende of vervangende toets laten afleggen ter voorkoming van het vervallen van het toetsresultaat. Indien een nieuwe of vervangende toets wordt afgelegd begint een nieuwe vervaltermijn. Studiegids Life Sciences & Technology

217 Artikel 4.20 Toekenning van credits 1 Aan de student die met goed gevolg een toets heeft afgelegd wordt het daaraan verbonden aantal credits toegekend. 2 In geval van een vrijstelling, zoals bedoeld in artikel 4.27 krijgt de student het daarmee overeenkomende aantal credits toegekend. Deze credits tellen niet mee bij de beoordeling of voldaan is aan de studievoortgangnorm voor de tempo- of prestatiebeurs en het bindend studie advies. Artikel 4.21 Bewaring toetsen en beoordelingsnormen 1 De examencommissie bewaart gedurende ten minste vijf jaar gerekend vanaf het moment dat de toets is afgenomen de toetsopgaven en de beoordelingsnormen. 2a De examinator bewaart een door de student afgelegde toets en de daarop betrekking hebbende beoordelingsnormen tot drie maanden na het studiejaar waarin de toets is afgelegd en vernietigt de door de student afgelegde toets zorgvuldig. 2b Onverminderd het bepaalde in lid 2a van dit artikel bewaart de examinator een door de student afgelegde toets en de daarop betrekking hebbende beoordelingsnormen ten minste gedurende de beroepstermijn (6 weken, zie artikel 6.2) en in het geval er beroep is aangetekend tegen de uitslag gedurende de periode dat niet onherroepelijk op het beroep is beslist. 3 In afwijking van het bepaalde in lid 2 van dit artikel kan de examencommissie besluiten dat een door de student gemaakte en door de examinator beoordeelde toets aan de student wordt verstrekt. De kopie van de stukken wordt dan bewaard gedurende de termijn neergelegd in lid 2a. Artikel 4.22 Inzage, bespreking en beschikbaarstelling beoordelingsnormen De examinator verstrekt de student een toelichting op het toetsresultaat, stelt de student in de gelegenheid de door hem gemaakte toets in te zien en geeft de student de gelegenheid om kennis te nemen van de beoordelingsnormen van de door hem afgelegde toets, indien de student binnen zes weken nadat de uitslag van de toets bekend is gemaakt, daartoe een verzoek aan de examinator heeft gedaan. Artikel 4.23 Onregelmatigheden 1 Indien een student in het kader van het afleggen van een toets een onregelmatigheid pleegt, kan de voorzitter van de examencommissie en of de examencommissie : a hem de deelname aan de toets ontzeggen; b bepalen dat er geen of een door de examencommissie te bepalen uitslag van de toets wordt vastgesteld; c bepalen dat gedurende een door de examencommissie te bepalen termijn van ten hoogste een jaar de student het recht wordt ontnomen een of meer daarbij aan te wijzen toetsen of examens aan de hogeschool af te leggen; en/of, d indien de onregelmatigheid eerst na bekendmaking van de uitslag van een toets wordt ontdekt, de student het getuigschrift onthouden of terugvorderen, of bepalen dat de student het getuigschrift uitsluitend kan worden uitgereikt nadat een toets in de door de examencommissie aan te wijzen onderdelen en op een door haar te bepalen wijze met goed gevolg is afgelegd. e bij ernstige fraude kan de examencommissie het bestuur van de hogeschool voorstellen de inschrijving voor de opleiding van de student definitief te beëindigen. 2 De examencommissie stelt de student in de gelegenheid te worden gehoord alvorens zij een beslissing neemt ingevolge lid 1 onder a, b, c, d en e van dit artikel. De examencommissie deelt haar beslissing schriftelijk en gemotiveerd mee aan de student. 3 Onder onregelmatigheid in de zin van dit artikel wordt onder meer verstaan: a het voorhanden hebben van andere hulpmiddelen bij het afleggen van een toets dan zijn toegestaan; b het gedurende een toets of ten behoeve van een toets verstrekken van informatie aan andere studenten dan wel het ontvangen van informatie van andere studenten; c het gedurende een toets gedrag vertonen dat er op gericht is om kennis te nemen van de antwoorden van andere studenten; Studiegids Life Sciences & Technology

218 d e het ten behoeve van een toets verwerken van materiaal van andere auteurs, waaronder begrepen andere studenten, zonder dat dat is voorgeschreven of daarvan op de voorgeschreven wijze verantwoording wordt afgelegd; het handelen in strijd met een mondeling of schriftelijk gegeven toetsinstructie. 4 Onder het plegen van een onregelmatigheid in de zin van lid 1 van dit artikel valt mede: het doen plegen, het medeplegen, het uitlokken en een poging tot het plegen. Artikel 4.24 Vastlegging en melding van onregelmatigheden 1 In geval de examinator of een surveillant een onregelmatigheid constateert, neemt hij onmiddellijk die maatregelen welke noodzakelijk zijn om deze onregelmatigheid later aannemelijk te kunnen maken. 2 De examinator stelt met de surveillant, indien aanwezig, een proces-verbaal op waarin de onregelmatigheid wordt omschreven. Het proces-verbaal wordt door de examinator en de surveillant en zo mogelijk de student ondertekend. De examinator verstrekt het proces-verbaal onverwijld aan de examencommissie. Artikel 4.25 Voorzieningen ten behoeve van studenten met een functiebeperking, studenten die Nederlands niet als moedertaal hebben, of studenten die topsport beoefenen Op verzoek van de student treft de unit Life Sciences & Technology maatregelen, voor zover deze in redelijkheid kunnen worden gevergd, die de student in staat stellen om het onderwijs te volgen en om toetsen af te leggen, op een wijze, die is aangepast aan de mogelijkheden van de student. Studenten dienen hiertoe een verzoek in via het studentendecanaat. Het vervolg van de procedure is neergelegd in de algemene onderwijsregeling. Artikel 4.26 Beheersing van de Nederlandse dan wel de Engelse taal 1 De eisen te stellen aan de studenten inzake de beheersing van de Nederlandse dan wel de Engelse taal indien zij niet in het bezit zijn van een Nederlands diploma HAVO, VWO, of MBO bij de inschrijving van de propedeuse van een opleiding verzorgd in de Nederlandse dan wel de Engelse taal zijn opgenomen in de algemene onderwijsregeling. Artikel 4.27 Vrijstellingen van toetsen of examens 1 De student kan schriftelijk aan de examencommissie verzoeken vrijstelling te verlenen van het afleggen van een toets of een examen op grond van: a een eerder met goed gevolg afgelegde toets of examen in het hoger onderwijs; b buiten het hoger onderwijs opgedane kennis, inzicht of vaardigheden c opgedane kennis, inzicht of vaardigheden door het verrichten van bestuurlijke en organisatorische activiteiten gerelateerd aan deze hogeschool zoals vastgelegd in de honoreringsregeling. De examencommissie reageert schriftelijk op het verzoek van de student binnen 15 werkdagen en zendt een afschrift van haar beslissing aan de examinator. 2 De examencommissie verleent een vrijstelling op grond van een objectief onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de student en legt haar onderzoek vast in een verslag waaraan de door de student verstrekte bescheiden worden gehecht. De bij dit onderzoek te stellen eisen worden per opleiding vermeld in de opleidingsspecifieke onderwijsregeling die is gepubliceerd op studentnet. 3 Indien de examencommissie een vrijstelling verleent, verstrekt zij aan de student een bewijs van vrijstelling. Dit bewijs vermeldt de datum waarop de vrijstelling is verleend, de desbetreffende toets en in voorkomende gevallen de geldigheidsduur. Het bewijs van vrijstelling is namens de examencommissie ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de examencommissie. Studiegids Life Sciences & Technology

219 Artikel 4.28 Vrijstellingen van vooropleidings- en toelatingseisen 1. Het bestuur unit Life Sciences & Technology kan een student als bedoeld in artikel 7.28 WHW vrijstelling verlenen van de aan een opleiding gestelde vooropleidingseisen op grond van een onderzoek als bedoeld in artikel 7.28 lid 2 t/m 4 WHW. Indien voor een opleiding van toepassing, zijn de eisen per opleiding vermeld in de opleidingsspecifieke onderwijsregeling die in de studiegids is opgenomen en tevens staat gepubliceerd op studentnet. 2. Een student die de leeftijd van 21 jaar of ouder heeft bereikt en niet in het bezit is van het HAVO- of VWO-getuigschrift of een diploma van een middenkaderopleiding of van een specialistenopleiding als bedoeld in artikel lid 1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (MBO-niveau 4) kan worden toegelaten op grond van een toelatingsonderzoek als bedoeld in artikel 7.29 WHW. De eisen die gesteld worden aan deze toelating zijn per opleiding vermeld in de opleidingsspecifieke onderwijsregeling. Hoofdstuk 5 Studievoortgang en studiebegeleiding Artikel 5.1 Studievoortgang Het bestuur unit Life Sciences & Technology draagt zorg voor een zodanige registratie van de studieresultaten dat elke student een overzicht heeft van de door hem behaalde toetsen. Artikel 5.2 Studiebegeleiding Het bestuur unit Life Sciences & Technology draagt zorg voor de individuele studiebegeleiding van de studenten die voor de opleiding zijn ingeschreven, ten behoeve van de bewaking van de studievoortgang en mede ten behoeve van hun oriëntatie op mogelijk studieroutes in en buiten de opleiding. Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 6.1 Nadere regels De examencommissie kan, met in achtneming van de wet en deze regeling, nadere regels vaststellen betreffende het afleggen van toetsen. Artikel 6.2 Beroepsrecht Tegen de behandeling tijdens het afleggen van een toets of een examen en tegen besluiten van de examencommissie dan wel van de examinator staat beroep open bij het College van Beroep voor de Examens van de hogeschool waar de student de eerste inschrijving heeft. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken. De procedure is nader omschreven in het Reglement van het College van Beroep van de hogeschool dat is gepubliceerd op Studentnet. Artikel 6.3 Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de examencommissie. Artikel 6.4 Voorlopige voorziening De voorzitter van de examencommissie is bevoegd om in gevallen van spoedeisende aard namens de examencommissie een voorlopige voorziening te treffen met inachtneming van de wet en deze regeling. Hij deelt de voorlopige voorziening binnen een week mee aan de examencommissie. Artikel 6.5 Inwerkingtreding en citeertitel 1 Deze regeling treedt in werking op 1 september Deze regeling kan tijdens het studiejaar worden gewijzigd, indien en voor zover de student hierdoor niet in een nadeliger positie komt te verkeren. Wijzigingen behoeven de instemming van de Medezeggenschapsraad en worden gepubliceerd op studentnet. 3 Deze regeling wordt aangehaald als: Examenregeling 2013/2014 Unit Life Sciences & Technology. Studiegids Life Sciences & Technology

220 Regeling bindend studieadvies Life Sciences & Technology Artikel 1 Werkingssfeer De Regeling (bindend) studieadvies heeft betrekking op alle opleidingen binnen de Unit Life Sciences & Technology. Artikel 2 Algemeen 1) Namens het bestuur van de unit brengt de examencommissie aan iedere student gedurende het eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase van een opleiding advies uit over de voortzetting van zijn studie binnen of buiten de instelling: a) in de vorm van een préadvies: na het einde van de tweede onderwijsperiode, vóór 1 maart; b) als studieadvies: vóór 1 september. 2) Onverminderd het eerste lid kan de examencommissie, namens het bestuur, het studieadvies aan de student uitbrengen zolang deze het propedeutisch examen niet met goed gevolg heeft afgelegd. 3) Indien de student binnen 24 maanden na inschrijving het propedeutisch examen nog niet met goed gevolg heeft afgelegd, wordt aan het in lid 2 bedoelde studieadvies een bindende afwijzing voor verdere inschrijving voor dezelfde opleiding verbonden. Wanneer er sprake is van persoonlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 7a van deze regeling kan de examencommissie van deze termijn van 24 maanden afwijken en kan de examencommissie het advies uitbrengen zolang het propedeutisch examen niet met goed gevolg is afgelegd. 4) Het instellingsbestuur zorgt voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede studievoortgang zijn gewaarborgd. Artikel 3 Normering préadvies De student wordt in het préadvies gewezen op een mogelijke afwijzing (negatief bindend studieadvies) aan het eind van diens eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase van een voltijdse opleiding als het behaalde aantal studiepunten na de tweede onderwijsperiode minder dan 20 EC s bedraagt. Een afwijzing bij het préadvies (waarschuwing) gaat vergezeld van een redelijke termijn waarbinnen de studieresultaten ten genoegen van het bestuur moeten zijn verbeterd. Artikel 4 préadvies Het préadvies bedoeld in artikel 2, onder A, wordt schriftelijk uitgebracht en bevat tenminste: A. de naam en het studentennummer van de student; B. het aantal behaalde EC s (studiepunten) C. een positief préadvies ('naar verwachting geschikt voor de opleiding') of een negatief préadvies ('op basis van de huidige studieresultaten naar verwachting niet geschikt voor de opleiding' inclusief redelijk termijn); D. de ondertekening door of namens de examencommissie, alsmede de dagtekening. Artikel 5 Normering studieadvies 1. De student wordt in het studieadvies een afwijzing (negatief bindend advies) gegeven indien het totaal aantal behaalde studiepunten in het eerste jaar van inschrijving voor de opleiding minder dan 40 EC s bedraagt. De examencommissie stelt, namens het bestuur, de student alvorens tot een afwijzing over te gaan in de gelegenheid te worden gehoord. 2. Bij inschrijving als student na 1 oktober of aan de student die gedurende het studiejaar wordt uitgeschreven voor een opleiding onder gelijktijdige inschrijving voor een andere opleiding kan de examencommissie de normering naar verhouding aanpassen of het studieadvies uitstellen tot een nader aan te geven datum. 3. Alvorens in het studieadvies een afwijzing (negatief bindend advies) te geven wint de examencommissie advies in van de decaan. Studiegids Life Sciences & Technology

221 Artikel 6 studieadvies Het studieadvies bedoeld in artikel 2, onder B, wordt schriftelijk uitgebracht en bevat tenminste: A. de naam en het studentennummer van de student; B. het aantal behaalde studiepunten (EC s); C. een positief studieadvies ('geschikt voor de opleiding') of een voorlopig positief studieadvies ('op basis van de huidige studieresultaten naar verwachting geschikt voor de opleiding') of een negatief bindend studieadvies ('niet geschikt voor de opleiding'); D. het feit of rekening is gehouden met persoonlijke omstandigheden indien het een negatief bindend studieadvies betreft; E. de ondertekening door of namens de examencommissie, alsmede de dagtekening; F. de mogelijkheid van beroep binnen de daarvoor geldende termijn bij het college van beroep voor de examens van de hogeschool van eerste inschrijving. Artikel 7 Verzoek student Bij een negatief bindend studieadvies worden de persoonlijke omstandigheden van de student door de examencommissie in acht genomen op basis van een daartoe strekkend verzoek van de student, vergezeld van een schriftelijk advies van de decaan. De examencommissie is niet gebonden aan het advies van de decaan. Zij weegt dit advies zwaar mee. Als persoonlijke omstandigheden die in acht genomen worden, gelden de in artikel 7a genoemde omstandigheden voor zover zij er naar oordeel van de examencommissie toe hebben geleid dat betrokkene redelijkerwijze niet in staat is geweest de norm van 40 EC s, te halen. Artikel 7a Persoonlijke omstandigheden De persoonlijke omstandigheden als bedoeld in de artikelen 2 en 7 zijn uitsluitend: A. ziekte van de betrokkene; B. lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis van de betrokkene; C. zwangerschap van de betrokkene; D. bijzondere familieomstandigheden. E. andere door de directie aan te geven omstandigheden waarin de betrokkene activiteiten ontplooit in het kader van de organisatie en het bestuur van de zaken van de instelling. Artikel 8 Beroep De student kan tegen het uitgebrachte negatief bindend studieadvies beroep aantekenen bij het college van beroep voor de examens binnen 30 dagen na toezending van de beslissing. Algemene toelichting: Studiepunten betrekking hebbend op deze regeling (zie artikel 3 en 5) zijn de studiepunten die behaald worden bij een voldoende ( eind)resultaat van een examenvak. Het betreft de verkregen studiepunten waarvoor de student een daadwerkelijke inspanning heeft verricht. De studiepunten verkregen door middel van vrijstellingen op grond van vooropleiding tellen daarom niet mee. Heeft de student in het eerste jaar van inschrijving voor een opleiding, vanwege verkregen vrijstellingen, ook een voldoende (eind)resultaat voor examenvakken van het tweede jaar van de hoofdfase geboekt, dan tellen de daarbij behorende studiepunten mee voor het studieadvies. Definitie propedeutisch examen voor studenten met aangepaste leerroute: De unit kent een aantal speciale routes voor studenten met VWO; resp. een passende MBO vooropleiding. Deze studenten volgen in het eerste studiejaar een mix van propedeuse- en hoofdfasemodulen. De examencommissie van de unit Life Sciences & Technology heeft bepaald dat voor deze studenten het eerste jaars programma met een omvang van 60 EC s beschouwd wordt als programma voor het propedeutisch examen zoals in artikel 2 tot en met 7 aangeduid. Op deze wijze kan de normering voor adviezen zoals hierboven beschreven onverkort worden gebruikt voor alle studenten binnen de opleiding. Studiegids Life Sciences & Technology

222 Er wordt alleen met hele studiepunten gewerkt. Een studiepunt is een ECTS (European Credit Transfer System)-punt en staat gelijk aan 28 uren studie van een gemiddelde student. 10 Uitvoeringsregelingen onderwijs 10.1 Voorvereisten juniorstage Een student mag beginnen aan de juniorstage als hij de propedeuse heeft behaald en zijn studieloopbaanbegeleider van mening is dat de juniorstage op dat moment past in het studietraject van de student. De studieloopbaanbegeleider geeft dit aan door ondertekening van het stageoriëntatieplan (STOP) van de student. Voor de volgende opleidingen gelden aanvullende eisen. Biologie & Medisch Laboratoriumonderzoek: De praktische toets van de module LBM221 moet met een voldoende zijn afgesloten. Biotechnologie (met uitzondering van de vierjarige specialisatie Forensic Sciences): De praktische toets van de module LLS221 moet met een voldoende zijn afgesloten. Als een student niet aan de voorvereisten voldoet, maar van mening is dat de uitvoering van de juniorstage op dat moment goed past in zijn studietraject, kan hij hiervoor toestemming vragen van de examencommissie Voorvereisten projectstage Een student mag beginnen aan de projectstage als hij de propedeuse heeft behaald, de juniorstage met beoordeling voldoende heeft afgesloten, 90 studiepunten (inclusief de juniorstage) van de hoofdfase heeft behaald en zijn studieloopbaanbegeleider van mening is dat de projectstage op dat moment past in het studietraject van de student. De studieloopbaanbegeleider geeft dit aan door ondertekening van het stage-oriëntatieplan (STOP) van de student. Als een student niet aan de voorvereisten voldoet, maar van mening is dat de uitvoering van de projectstage op dat moment goed past in zijn studietraject, kan hij hiervoor toestemming vragen van de examencommissie Voorvereisten afstudeeropdracht Een student mag beginnen aan de afstudeeropdracht als hij de propedeuse heeft behaald en 150 studiepunten (inclusief de stages en de verplichte majormodules) van de hoofdfase heeft behaald. Als een student niet aan de voorvereisten voldoet, maar van mening is dat de uitvoering van de afstudeeropdracht op dat moment goed past in zijn studietraject, kan hij hiervoor toestemming vragen van de examencommissie Gelegenheid tot het afleggen van toetsen Studenten worden voor iedere onderwijseenheid twee maal per studiejaar in de gelegenheid gesteld een toets af te leggen. Een student kan een gemotiveerd verzoek doen aan de examencommissie voor een derde gelegenheid om de toets af te leggen Studiepunten studieloopbaanbegeleiding In de handleiding Studieloopbaanbegeleiding staat aangegeven wat van de student verwacht wordt in het kader van studieloopbaanbegeleiding en wat de criteria zijn voor het toekennen van de studiepunten hiervoor. Daarnaast worden aan een aantal studiepunten aanvullende eisen gesteld. Deze eisen staan hieronder geformuleerd. Het studiepunt voor de studieloopbaanbegeleiding in periode 3 van jaar 3 wordt toegekend als de student aantoonbaar heeft meegedaan aan een sollicitatietraining. Het studiepunt voor de studieloopbaanbegeleiding in periode 4 van jaar 3 wordt toegekend als de student aantoonbaar een opleidingsgerelateerde, maatschappelijke activiteit heeft uitgevoerd. Studiegids Life Sciences & Technology

223 Voorbeelden hiervan zijn : activiteit op open dagen, bijwonen symposium, volgen cursus, bezoeken tentoonstelling. Deze activiteit kan uitgevoerd worden tijdens jaar 1, 2 of 3 van de opleiding. Bij de opleiding Biotechnologie wordt het studiepunt voor de studieloopbaanbegeleiding in periode 3 van jaar 1 toegekend als de student aanwezig is geweest bij de door de opleiding georganiseerde biotechlezingen en daarover een reflectieverslag heeft geschreven. Bij de opleiding Biotechnologie wordt het studiepunt voor de studieloopbaanbegeleiding in periode 2 van jaar 2 toegekend als de student aanwezig is geweest bij de door de opleiding georganiseerde excursies en daarover een reflectieverslag heeft geschreven Inschrijving en toelating tot modules Wanneer een student zich via SIS heeft ingeschreven voor een module en aan de voorvereisten voldoet, kan deze meedoen aan de betreffende module. Wanneer studenten te laat zijn om zich via SIS in te schrijven, maar er is nog plaats in de module, kunnen ze op volgorde van aanmelding via het daarvoor bestemde formulier (het groene briefje), toegelaten worden tot het maximale aantal deelnemers voor de module is bereikt. De modulecoördinator bepaalt op basis van het aantal geroosterde docenten/instructeurs en de geroosterde laboratoriumruimte hoeveel studenten kunnen meedoen aan de module Certificaat Veilige Microbiologische Technieken Studenten kunnen tijdens hun propedeuse het certificaat Veilige Microbiologische Technieken (VMTcertificaat) behalen als zij een aantal onderdelen van module LLS101VNC (voorheen PLS01-6C) met een voldoende afsluiten. Het gaat om de onderdelen: Practica microbiologie (inclusief praktijktoets); Theorie Veilige Microbiologische Technieken (inclusief tentamen). Module LLS101VNC wordt aangeboden in periode 1. Bovenstaande onderdelen van deze module worden ook aangeboden in periode 3. Het behalen van het VMT-certificaat is voor een aantal onderwijsonderdelen een voorvereiste. Zonder het VMT-certificaat kan een student niet meedoen aan deze onderwijsonderdelen. Studenten die in hun vooropleiding voldoende getoetst zijn op praktische vaardigheden op het gebied van microbiologie kunnen vrijstelling krijgen voor het praktijkdeel. Dit is weergegeven in onderstaand schema. Module LLS101VNC VMT-certificaat Praktijk Theorie Vooropleiding: MBO Microbiologie Vrijstelling Onderdeel volgen MBO overig Onderdeel volgen Onderdeel volgen Studiegids Life Sciences & Technology

224 11 Begeleiding en advies 11.1 Decanaat Soms loop je vast in je studie en privé. Aarzel dan niet en praat hierover met een van de studentendecanen; Tine de Jong of Tjitske Keidel. Je kunt bij een decaan terecht met vragen en problemen over de volgende onderwerpen: (her)inschrijving studiekeuze, motivatie, studieverandering, studievertraging ziekte, functiebeperking en andere persoonlijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld zwangerschap studiefinanciering wet- en regelgeving, onderwijs- en examenregeling, klachten, BSA actuele ontwikkelingen diverse trainingen op o.a. het gebied van leren omgaan met uitstelgedrag en persoonlijke groei. Ga in ieder geval naar de decaan voor: het melden van bijzondere omstandigheden waardoor je studievertraging op kunt lopen (melden binnen 3 maanden na het begin van de omstandigheid) aanvragen voor financiële ondersteuning studenten klachtenprocedures en beroepsprocedures advies over verwijzing bij psychosociale problemen advies over je opleiding bij ziekte en functiebeperking alle ingewikkelde vragen over studiefinanciering Een studentendecaan geeft informatie, advies en begeleiding. Dit gebeurt in een één-op-één gesprek, waarbij de decaan als vertrouwenspersoon een geheimhoudingsplicht heeft. Er zijn twee studentendecanen, Tine de Jong - van Boggelen, en Tjitske Keidel. Voor een gesprek kun je via het loket van het onderwijsbureau (F1.30) een afspraak maken (telefonisch bereikbaar op /412). Voor een simpele vraag kun je altijd bellen of een mail sturen of langskomen tijdens het open spreekuur, kijk voor de tijden op Studentnet of informeer bij de studentenadministratie. Naam telefoon Als het dringend is: Tine de Jong [email protected] Tjitske Keidel [email protected] Uitgebreidere informatie over het decanaat vind je op Studentnet. Studenten met een eerste inschrijving bij NHL Hogeschool kunnen terecht bij Herma Gelderblom. Naam telefoon Als het dringend is: Herma Gelderblom [email protected] Uitgebreidere informatie over het decanaat van de NHL Hogeschool vind je op Studiegids Life Sciences & Technology

225 11.2 Vertrouwenspersonen Elke organisatie in Nederland is verplicht om vertrouwenspersonen te hebben voor zaken die te maken hebben met ongewenste intimiteiten en geweld. Dat is een van de redenen dat er vertrouwenspersonen zijn op Hogeschool VHL. Er is echter nog een reden: de organisatie vindt het belángrijk dat deze personen er zijn om de doodeenvoudige reden dat ze het belangrijk vindt dat iedereen op Hogeschool VHL in zijn/haar waarde wordt gelaten en ze het wil weten als dat niet gebeurt. Gelukkig komen ongewenste intimiteiten en geweld bij ons niet voor, zelfs pesten niet denken we, hopen we, zouden we maar wat graag willen! Nee, helaas, we kunnen er dus van uitgaan dat ook op Hogeschool VHL wel eens dingen gebeuren waardoor mensen zich ongemakkelijk of gekrenkt voelen. We verwachten dat mensen respectvol met elkaar omgaan en pikken het niet als dat niet gebeurt. Bij deze willen we duidelijk maken dat je bij óns terecht kunt als het om jezelf gaat of wanneer je iets gehoord hebt waarvan je vindt dat het niet door de beugel kan en de betrokkene zelf niet durft. Of je komt samen. We proberen de drempel zo laag mogelijk te krijgen om op die manier een gezond studie- en werkklimaat op Hogeschool VHL te hebben en te houden. Denk niet dat als je komt je meteen in een officiële klachtenprocedure terecht komt. Daar beslis je zelf over, er zijn vaak meer oplossingen mogelijk. In ieder geval bieden de vertrouwenspersonen een luisterend oor en hebben de intentie om mee te zoeken naar beste oplossing. De vertrouwenspersonen zijn: Naam Kamer Telefoon Als het dringend Thuis werk is: Inge Koenis Vb Vacature man 11.3 Ombudsman Voor studenten én medewerkers Wanneer je je individueel of als groep benadeeld voelt door een gedraging of nalatigheid van personeel of van Hogeschool VHL als instelling, dan kun je terecht bij de Ombudsman. Dit is een onafhankelijke functionaris, die zowel voor studenten als voor het personeel werkt. In eerste instantie zal de Ombudsman proberen om via overleg of bemiddeling een oplossing te vinden. Lukt dat niet, dan kun je een officiële klacht bij de Ombudsman indienen, behalve voor zaken waarvoor een bezwaar- of beroepsprocedure bestaat. De Ombudsman onderzoekt je klacht vervolgens en doet hierover een uitspraak. Deze uitspraak is juridisch niet afdwingbaar, maar de Ombudsman kan wel aanbevelingen doen aan de directie. De onafhankelijkheid van de Ombudsman betekent dat zij geen belangenbehartiger is van de melder of degenen tegen wie de klacht is gericht. Het werk van de Ombudsman is altijd vertrouwelijk. Ineke Vogelzang: Zie ook: intranet(people/arbeidsvoorwaarden/bezwaar en klacht)/studentnet.wur De ombudsman kan je helpen bij allerlei verschillende zaken. Bemiddeling speelt daarbij een grote rol. Meestal komt het probleem namelijk neer op een communicatiestoornis. Hieronder staan een paar voorbeelden genoemd. Als je twijfelt waar je terecht kunt, neem dan contact op met de ombudsman om de kwestie te bespreken. Je kunt bij de ombudsman terecht - als je vindt dat een medewerker of instantie van Hogeschool VHL je niet juist heeft behandeld; - als er sprake is van een verstoorde onderwijssituatie/werkrelatie; - als een beslissing uitblijft doordat bijvoorbeeld je beoordelingsgesprek wordt uitgesteld; - als je denkt dat een regel of procedure niet goed wordt toegepast of uitgevoerd; - als je denkt dat je belangen onnodig in het gedrang komen door een onzorgvuldige procedure; Studiegids Life Sciences & Technology

226 - als je vermoedt dat er sprake is van structurele misstanden of knelpunten; - als je niet weet waar je met je vraag of probleem terecht kunt Rechtsbescherming Rechtsbescherming is een belangrijk onderdeel van de rechten van de student. Het biedt je de mogelijkheid om voor je belang op te komen als je het in bepaalde gevallen niet eens bent met een besluit of gedraging als je belang daardoor wordt geschaad. In een aantal gevallen zijn er mogelijkheden om er wat aan te doen bijvoor- beeld via een bezwaar of beroep of klacht bij instanties als het College van Beroep of zoals hierboven genoemd bij de Ombudsman. Het voert te ver om de volledige regeling in de studiegids op te nemen. Zoek je rechtsbescherming, ga dan naar Studentnet en lees de regeling in hoofdstuk 6 van het Studentenstatuut. Studiegids Life Sciences & Technology

227 Bijlage 1 Voorbeelden trajecten voor studenten met vrijstellingen Biologie en Medisch Laboratorium Onderzoek MBO (cohort 2013) 3 jarig MBO studiejaar 1 ( ) LBM221 A LBM222 A Implementatie van een Bloedanalyse Diagnostisch Redeneren LLS331 C LLS215 C Biochemistry Research Management LLS105 A Moleculaire detectie LLS107 C Bio Bits LBM102 A Afweer of Afkeer LBM101 B Welke Infectie 3 jarig MBO studiejaar 2 ( ) Vrije Keus Major Major Major Vrije Keus LBM203 B Vrije Keus Vrije Keus Infectie en Therapie 3 jarig MBO studiejaar 3 ( ) Periode 1,2, 3 en 4: projectstage en afstudeeropdracht; afh. van de eerder gelopen stages kan een vrijstelling gegeven worden voor de projectstage Biologie en Medisch Laboratorium Onderzoek MBO februari instroom (cohort 2013) 3 jarig MBO jaar 1 februari 2014 instroom (studiejaar ) LLS105 A Moleculaire detectie LLS107 C Bio Bits 3 jarig MBO jaar 2 februari 2014 instroom (studiejaar ) LBM221 A LBM222 A Major Implementatie van een Diagnostisch Bloedanalyse Redeneren LLS331 C LBM203 B Vrije keus Biochemistry Infectie en Therapie LBM102 A Afweer of Afkeer LBM101 B Welke Infectie Major Vrije keus 3 jarig MBO jaar 3 februari 2014 instroom (studiejaar ) LLS215 C Major Research Management Vrije keus Vrije keus Periode 3, 4 en periode 1, 2 van het jaar daarop: projectstage en afstudeeropdracht; afh. van de eerder gelopen stages kan een vrijstelling gegeven worden voor de projectstage Studiegids Life Sciences & Technology

228 Biologie en Medisch Laboratorium Onderzoek VWO (cohort 2013) 3 jarig VWO studiejaar 1 ( ) LBM221 A LBM222 A Implementatie van een Bloedanalyse Diagnostisch Redeneren LLS101 B LLS332 B (samen met BT1) Cell Biology Werken in het lab 3 jarig VWO studiejaar 2 ( ) Major LBM203 B Infectie en Therapie Major Vrije Keus Minor module Vrije Keus Minor module LLS105 A Moleculaire Detectie LLS107 C Bio Bits Major Vrije Keus LBM102 A Afweer of Afkeer LBM101 B Welke Infectie Major Vrije Keus 3 jarig VWO studiejaar 3 ( ) Periode 1, 2, 3 en 4: projectstage en afstudeeropdracht Biotechnologie MBO (cohort 2013) 3 jarig MBO, studiejaar 1 ( ) LBM221 A LBT221 A Implementatie van een Zuiveren Bloedanalyse LLS331 C LLS215 C Biochemistry Research Management LBT101 A Cel en Weefselkweek LLS104 B Bier LLS105 C Moleculaire Detectie LLS107 B Bio Bits 3 jarig MBO, studiejaar 2 ( ) Major/Vrije Keus Major Major Major LLS221 B Vrije Keus Vrije Keus Vrije Keus Productie van Vaccins 3 jarig MBO studiejaar 3 ( ) Periode 1,2, 3 en 4: projectstage en afstudeeropdracht; afh. van de eerder gelopen stages kan een vrijstelling gegeven worden voor de projectstage Biotechnologie MBO (cohort 2012) 3 jarig MBO, studiejaar 2 ( ) Major/Vrije Keus Major Major Major LLS221 B LBT221 A Vrije Keus Vrije Keus Productie van Vaccins Zuiveren 3 jarig MBO studiejaar 3 ( ) Periode 1,2, 3 en 4: projectstage en afstudeeropdracht; afh. van de eerder gelopen stages kan een vrijstelling gegeven worden voor de projectstage Studiegids Life Sciences & Technology

229 Biotechnologie MBO februari instroom (cohort 2013) 3 jarig MBO studiejaar 1, februari 2014 instroom 1 e helft ( ) LBT101 A Cel en Weefselkweek LLS104 B Bier LLS105 C Moleculaire Detectie LLS107 B Bio Bits 3 jarig MBO studiejaar 1, februari 2014 instroom 2 e helft en studiejaar 2, 1 e helft ( ) LBM221 A LLS215 C Major Major Implementatie van een Research Management Bloedanalyse LLS221 B LBT221 A Vrije Keus Vrije Keus Productie van Vaccins Zuiveren 3 jarig MBO studiejaar 2, februari 2014 instroom 2 e helft en studiejaar 3, 1 e helft ( ) Major Major Vrije keus Vrije keus Periode 3, 4 en periode 1, 2 van het jaar daarop: projectstage en afstudeeropdracht; afh. van de eerder gelopen stages kan een vrijstelling gegeven worden voor de projectstage Biotechnologie VWO (cohort 2013) 3 jarig VWO, studiejaar 1 ( ) LLS331 C LBT221 A Biochemistry Zuiveren LLS101/ LLS111 combi LLS215 C B/C Research Management LBT101 A Cel en Weefselkweek LLS104 B Bier LLS105 C Moleculaire Detectie LLS107 B Bio Bits 3 jarig VWO studiejaar 2 ( ) Major Major Major Major LLS221 B Vrije Keus Vrije Keus Vrije Keus Productie van Vaccins 3 jarig VWO studiejaar 3 ( ) Periode 1 en 2: projectstage Periode 3 en 4: afstudeeropdracht Studiegids Life Sciences & Technology

230 Chemie MBO (cohort 2013) 3 jarig MBO studiejaar 1 ( ) LCH222 A Productontwikkeling Chemie LLS111 C Communicatie (presenteren, verslag, solliciteren, Engels) LLS101 B Wiskunde/excel VMT certificaat LLS102 A Enzymen LCH101 B Syntheses LLS215 C Research Management (samen met turbo VT studenten) LLS104 B Bier LLS106 C Polymeer Technologie LCH121 A Chromatografie SLB SLB SLB Assessment (aangepast) (ook toetsen EVC s) 3 jarig MBO studiejaar 2 ( ) is hetzelfde als 3 e jaar reguliere instroom 3 jarig MBO studiejaar 3 ( ) Periode 1, 2 en 3: afstudeerstage en -opdracht Chemie MBO februari instroom (cohort 2013) 3 jarig MBO februari 2014 instroom studiejaar 1 ( ) LFS101 A Chemisch Sporenonderzoek 7EC s LLS104 B Bier 7 EC s Instroompakket SLB LLS106 C Polymeer technologie 7 EC s LCH121 A Chromatografie Instroompakket 3 jarig MBO februari 2014 instroom studiejaar 2 ( ) LCH222 A Productontwikkeling LCH101 B Syntheses Chemie LLS111 C LLS101 B Minor of vrije keuze Communicatie (presenteren, verslag, solliciteren, Engels) Wiskunde/excel LCH333 B Organic Chemistry LLS215 C Research Management (samen met turbo VT studenten) LCH334 C Biobased Materials Minor of vrije keuze VMT certificaat Assessment (aangepast) (ook toetsen EVC s) SLB SLB SLB SLB 3 jarig MBO februari 2014 instroom studiejaar 3 ( ) LCH332 B Analytical Chemistry Minor of vrije keuze LCH331 B Advanced Chemical Instrumentation Minor of vrije keuze Afstuderen: 3 perioden (periode 3 en 4 van jaar 3 en periode 1 van jaar 4) SLB SLB Studieduur: jaar 1: 2 perioden, jaar 2 en jaar 3: 4 perioden, jaar 4: 1 periode, totale studieduur: 2 ¾ jaar. Het examenreglement van Life Sciences is van toepassing. Studiegids Life Sciences & Technology

231 Chemie VWO (cohort 2013) 3 jarig VWO studiejaar 1 ( ) LLS101/ LLS111 combi LCH101 B B/C Syntheses LCH222 A Productontwikkeling Chemie LFS101 A Chemisch Sporenonderzoek 7EC s 3 jarig VWO studiejaar 2 ( ) LCH332 B LCH331 B Analytical Chemistry Advanced Chemical Juniorstage 3 dagen per week Instrumentation LLS215 C Research Management (samen met turbo VT studenten) LLS104 B Bier 7 EC s LCH333 B Organic Chemistry Minor of vrije keuze LLS106 C Polymeer Technologie LCH121 A Chromatografie LCH334 C Biobased Materials Minor of vrije keuze 3 jarig VWO studiejaar 3 ( ) Periode 1, 2 projectstage en periode 3, 4 afstudeeropdracht Chemische Technologie MBO Chemie (cohort 2013) 3 jarig MBO studiejaar 1 ( ) LCT201 B LCT221 B Leidingontwerp Chemische Reactoren LLS215 C LLS103 A Research Management Optimalisatie Zuivelproduct LKZ113 A Effectief Adviseren LLS104 B Bier 3 jarig MBO studiejaar 2 ( ) is hetzelfde als 3 e jaar reguliere instroom 3 jarig MBO studiejaar 3 ( ): afstudeerstage en -opdracht LLS106 C Polymeer Technologie LCT122 A Unit Operations Chemische Technologie VWO (cohort 2013) 3 jarig MBO studiejaar 1 ( ) LCT201 B LCT221 B Leidingontwerp Chemische Reactoren LLS101 A/C Werken in het lab LCH101 B (C) Synthese LLS215 C Research Management LLS104 B Bier LLS106 C Polymeer Technologie LCT122 A Unit Operations 3 jarig MBO studiejaar 2 ( ) is hetzelfde als 3 e jaar reguliere instroom 3 jarig MBO studiejaar 3 ( ): afstudeerstage en -opdracht Studiegids Life Sciences & Technology

232 Petrochemie & Offshore MBO (cohort 2013) 3 jarig MBO studiejaar 1 ( ) LCT232 A LPO102 A Separation Processes Emergency Management LLKZ221 (zeerecht+toets) LLS101 B/C Werken in het Lab A LCH101 B Syntheses LPO101 B Well Engineering LPO201 B Reservoir Engineering LPO103 C Production of oil and gas 1 LPO203 C Production of oil and gas 2 3 jarig MBO studiejaar 2 ( ) LLS215 C LCT221 B researchmanagement Chemische reactoren LCT201 B Project Leidingontwerp Experimenteren MINOR * keuzeminor * vrije minor WERKEN en LEREN 3 jarig MBO studiejaar 3 ( ) PROJECTSTAGE AFSTUDEREN Voedingsmiddelentechnologie MBO (cohort 2013) 3 jarig MBO studiejaar 1 ( ) LVT221 A LVT101 C Kwaliteit en Informatie- Van Vlees tot Worst systemen LLS215 C Research Management LLG201 C Management en Organisatie LLG226 B Marketing en Logistiek LLS103 A Optimalisatie Zuivelproduct LLS104 Bier B LVT222 A Applicaties in de Zuivel Voedingsmiddelentechnologie VWO (cohort 2013) 3 jarig VWO, studiejaar 1 ( ) LLS111 C LVT101 C Je Studie, je Toekomst Van Vlees tot Worst LLS101 A Werken op het Lab LLS103 A Optimalisatie Zuivelproduct LLS215 C Research Management LLS104 Bier B LLG201 C Management en Organisatie LVT222 A Applicaties in de Zuivel 3 jarig VWO, studiejaar 2 ( ) Major Major Major Major LVT221 A Vrije Keus Vrije Keus Vrije Keus Kwal. en Informatiesyst. 3 jarig VWO studiejaar 3 ( ) Periode 1 en 2: projectstage Periode 3 en 4: afstudeeropdracht Studiegids Life Sciences & Technology

233 Health and Food MBO (cohort 2013) Cohort 2013: 3 jarig traject vanuit MBO: Studiejaar 1 ( ) LBM221 A Implementatie van een Bloedanalyse LLG226 B Marketing en Logistiek LHF201 A Fysiologie en Methodiek LVT101 C Van Vlees tot Worst LHF101 A Voeding, Communicatie en Bewustzijn LLS104 B Bier LVT222 A Applicaties in de Zuivel LLS105 C Moleculaire Detectie Studiejaar 2 ( ) Major Vrije Keus Major Major Major Vrije Keus Vrije Keus Vrije Keus Studiejaar 3 ( ) Periode 1 en 2: projectstage Periode 3 en 4: afstudeeropdracht Health and Food VWO (cohort 2013) Cohort 2013: 3 jarig traject vanuit VWO: Studiejaar 1 ( ) LBM221 A Implementatie van een Bloedanalyse LLS101 B Werken in het lab (met BT1) LHF201 A Fysiologie en Methodiek LVT101 C Van Vlees tot Worst LHF101 A Voeding, Communicatie en Bewustzijn LLS104 B Bier LVT222 A Applicaties in de Zuivel LLS105 C Moleculaire Detectie Studiejaar 2 ( ) Major Vrije Keus Major Major Major Vrije Keus Vrije Keus Vrije Keus Studiejaar 3 ( ) Periode 1 en 2: projectstage Periode 3 en 4: afstudeeropdracht Studiegids Life Sciences & Technology

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden &

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Technische Universiteit Delft Uitvoeringsregeling/Bijlage behorend bij de Onderwijs-

Nadere informatie

Van Zuivelschool naar Life Sciences

Van Zuivelschool naar Life Sciences Van Zuivelschool naar Life Sciences 1 Programma Intro Terugblik Zuivelschool Levensmiddelentechnologie Start MBO Fusies Van Hall Larenstein Terugloop studentenaantallen Onderwijsontwikkeling Modules Leerplanschema

Nadere informatie

Legenda KG Kennisgestuurde leerlijn PG Praktijkgestuurde leerlijn SG Studentgestuurde leerlijn

Legenda KG Kennisgestuurde leerlijn PG Praktijkgestuurde leerlijn SG Studentgestuurde leerlijn Legenda Kennisgestuurde leerlijn Praktijkgestuurde leerlijn Studentgestuurde leerlijn Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek 1e jaar regulier BML1/BML2 Propedeutisch jaar 2011/2012, cohort 2011 Studieloopbaancoaching

Nadere informatie

Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek. Bachelor of Science - Voltijd

Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek. Bachelor of Science - Voltijd 2018 2019 Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek Bachelor of Science - Voltijd In het kort Onderzoek doen om ziekteverwekkers goed en snel op te sporen, zoeken naar oorzaken en oplossingen voor ernstige

Nadere informatie

Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek. Bachelor of Science - Voltijd

Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek. Bachelor of Science - Voltijd 2018 2019 Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek Bachelor of Science - Voltijd In het kort Onderzoek doen om ziekteverwekkers goed en snel op te sporen, zoeken naar oorzaken en oplossingen voor ernstige

Nadere informatie

Opleidingsspecifiek deel bij de OER Bacheloropleiding Natuurwetenschap en Innovatiemanagement Undergraduate School Geosciences

Opleidingsspecifiek deel bij de OER Bacheloropleiding Natuurwetenschap en Innovatiemanagement Undergraduate School Geosciences Opleidingsspecifiek deel bij de OER 2016-2017 Bacheloropleiding Natuurwetenschap en Innovatiemanagement Undergraduate School Geosciences art. 2.1 Toelating 1. Naast de in de wet genoemde diploma s die

Nadere informatie

FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009

FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009 UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009 DE MASTEROPLEIDING BIOMEDICAL

Nadere informatie

Specialisatie Microbiologie (Mi) in het nieuwe curriculum. Master Moleculaire Diagnostiek

Specialisatie Microbiologie (Mi) in het nieuwe curriculum. Master Moleculaire Diagnostiek hogeschool Leiden Specialisatie Microbiologie (Mi) in het nieuwe curriculum Master Moleculaire Diagnostiek Hogeschool Leiden Nieuw curriculum Bachelor of Applied Science Major - Biologie en medisch laboratoriuminderzoek

Nadere informatie

BACHELOROPLEIDING DEELTIJD

BACHELOROPLEIDING DEELTIJD HBO-ICT INFORMATICA BACHELOROPLEIDING DEELTIJD 2015-2016 2014-2015 LEERROUTES: BUSINESS IT & MANAGEMENT, SOFTWARE ENGINEERING, SYSTEM AND NETWORK ENGINEERING CREATING TOMORROW HBO-ICT DE VIERJARIGE DEELTIJDOPLEIDING

Nadere informatie

creating tomorrow BEDRIJFSWISKUNDE Hva techniek

creating tomorrow BEDRIJFSWISKUNDE Hva techniek creating tomorrow 2013 2014 BEDRIJFSWISKUNDE Hva techniek HVA TECHNIEK BEDRIJFSWISKUNDE 2013-2014 Bedrijfswiskunde: jij wordt degene die de feiten kent. Bij Bedrijfswiskunde draait het om het oplossen

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling/Bijlage behorend bij de Onderwijs- en Examenregeling van de Bacheloropleiding Molecular Science & Technology 2010-2011

Uitvoeringsregeling/Bijlage behorend bij de Onderwijs- en Examenregeling van de Bacheloropleiding Molecular Science & Technology 2010-2011 Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Technische Universiteit Delft Uitvoeringsregeling/Bijlage behorend bij de Onderwijs-

Nadere informatie

HBO Bedrijfskunde Bachelor of Business Administration (BBA)

HBO Bedrijfskunde Bachelor of Business Administration (BBA) HBO Bedrijfskunde Bachelor of Business Administration (BBA) HBO Bedrijfskunde Academie Mercuur en AdviCo verzorgen in samenwerking met Hogeschool SDO de opleiding HBO Bachelor Bedrijfskunde. Het programma

Nadere informatie

Hoe verbreed ik mijn carrièreperspectief? Met VAPRO D, de schakel van MBO naar HBO!

Hoe verbreed ik mijn carrièreperspectief? Met VAPRO D, de schakel van MBO naar HBO! Hoe verbreed ik mijn carrièreperspectief? Met VAPRO D, de schakel van MBO naar HBO! TIL JEZELF NAAR EEN HOGER NIVEAU MET VAPRO D EMPOWERING PEOPLE AND INDUSTRIES Brancheopleiding VAPRO D Waarom VAPRO D?

Nadere informatie

Opleidingsspecifieke bijlage van de onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding Scheikundige Technologie

Opleidingsspecifieke bijlage van de onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding Scheikundige Technologie Faculteit Technische Natuurwetenschappen Opleidingsspecifieke bijlage van de onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding Scheikundige Technologie (art. 7.13 en 7.59 WHW) Inhoudsopgave Artikel

Nadere informatie

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden &

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit Technische Natuurwetenschappen van detechnische Universiteit Delft Uitvoeringsregeling behorend bij de Onderwijs- en

Nadere informatie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek Studiejaar 2013-2014 Algemeen 1. Deze bijlage bij het algemene gedeelte van de Onderwijs- en examenregeling van Codarts is van toepassing

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO 2018-2019 Opleidingsdeel voor de bachelor lerarenopleidingen voortgezet onderwijs van Driestar hogeschool (onderdeel van Driestar educatief)

Nadere informatie

UvA Avondvoorlichting

UvA Avondvoorlichting UvA Avondvoorlichting (BMW) aan de UvA Prof. Dr. Stanley Brul BSc directeur & Master track coördinator Hgl. Moleculaire Biologie & Microbiële Voedselveiligheid Wat laten we vandaag zien Informatie over

Nadere informatie

Jan des Bouvrie Academie, interior design & styling - hbo bachelor

Jan des Bouvrie Academie, interior design & styling - hbo bachelor Jan des Bouvrie Academie, interior design & styling - hbo bachelor De opleiding interior design & Styling - hbo bachelor Mensen zien hun omgeving steeds meer als een verlengstuk van hun persoonlijkheid.

Nadere informatie

Studeren aan het hbo. W i n d e s h e i m z e t k e n n i s i n w e r k i n g

Studeren aan het hbo. W i n d e s h e i m z e t k e n n i s i n w e r k i n g Studeren aan het hbo Inhoud van de presentatie Kenmerken van het hbo Verschil tussen havo en hbo Verschil hbo en universiteit Opbouw van een hbo-opleiding Studieresultaten en begeleiding Toelating en aanmelding

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek 2014-2015

Onderwijs- en examenregeling opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek 2014-2015 Decoskenmerk: 2014/863 Onderwijs- en examenregeling opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek 2014-2015 Citeertitel OER opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek 2014-2015 Datum inwerkingtreding

Nadere informatie

NHL Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein. HBO-bacheloropleidingen: Biotechnologie Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek

NHL Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein. HBO-bacheloropleidingen: Biotechnologie Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek NHL Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein HBO-bacheloropleidingen: Biotechnologie Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek Netherlands Quality Agency (NQA) December 2010 2/75 Managementsamenvatting

Nadere informatie

De leerlingen maken kennis met het beroep van biotechnoloog en doen onderzoek naar het gebruik van enzymen in de bereiding van voedingsmiddelen.

De leerlingen maken kennis met het beroep van biotechnoloog en doen onderzoek naar het gebruik van enzymen in de bereiding van voedingsmiddelen. docentenhandleiding Module: De leerlingen maken kennis met het beroep van biotechnoloog en doen onderzoek naar het gebruik van enzymen in de bereiding van voedingsmiddelen. Inhoud 1. opzet module 2. voorbereidingen

Nadere informatie

Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013

Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013 Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013 Masteropleidingen Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Biologie Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Natuurkunde Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Scheikunde

Nadere informatie

Onderwijs- en Examenregeling 2010/2011

Onderwijs- en Examenregeling 2010/2011 Onderwijs- en Examenregeling 2010/2011 Masteropleidingen Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Biologie Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Natuurkunde Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Scheikunde

Nadere informatie

Hbo-bachelor verloskunde

Hbo-bachelor verloskunde Hbo-bachelor verloskunde zaterdag 8 november 2014 algemene informatie opleiding Willeke Boom, Teamleider propedeuse Korine Meulepas, Teamleider postpropedeuse Jasper de Jong, student Janneke Mathijssen,

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO 2016-2017 Opleidingsdeel voor de bachelor lerarenopleidingen voortgezet onderwijs van Driestar hogeschool (onderdeel van Driestar educatief)

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO 2015-2016

Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO 2015-2016 Onderwijs- en examenregeling Hoofdstuk 3 Opleidingsdeel LVO 2015-2016 Opleidingsdeel voor de bachelor lerarenopleidingen voortgezet onderwijs van Driestar hogeschool (onderdeel van Driestar educatief)

Nadere informatie

HBO-ICT BACHELOROPLEIDING DEELTIJD 2015-2016

HBO-ICT BACHELOROPLEIDING DEELTIJD 2015-2016 HBO-ICT BACHELOROPLEIDING DEELTIJD 2015-2016 LEERROUTES: BUSINESS IT & MANAGEMENT, SOFTWARE ENGINEERING EN SYSTEM AND NETWORK ENGINEERING CREATING TOMORROW HBO-ICT DEELTIJD NAAST JE WERK LEG JE MET EEN

Nadere informatie

Food Forensics. School: Bedrijf: Titel project:

Food Forensics. School: Bedrijf: Titel project: School: Bedrijf: Titel project: 1. De opdracht Food Forensics Opdrachtgever In opdracht van de Consumentenbond wordt onderzoek verricht door de afdeling Forensic Science bij Van Hall Larenstein in Leeuwarden.

Nadere informatie

Toelatings- en vrijstellingsbeleid Hbo Bachelor Verpleegkunde

Toelatings- en vrijstellingsbeleid Hbo Bachelor Verpleegkunde Toelatings- en vrijstellingsbeleid Hbo Bachelor Verpleegkunde Toelating Hbo-ba Verpleegkunde vs.29.10.2015 Pagina 1 1. Toelatingsbeleid 1.1 Officiële toelatingseisen Als voorwaarde voor toelating tot de

Nadere informatie

CREaTINg TOmORROw TECHNISCHE BEDRIJFSKUNDE. Hva TECHNIEK

CREaTINg TOmORROw TECHNISCHE BEDRIJFSKUNDE. Hva TECHNIEK CREaTINg TOmORROw 2013 2014 TECHNISCHE BEDRIJFSKUNDE Hva TECHNIEK HVA TECHNIEK TECHNISCHE BEDRIJFSKUNDE 2013-2014 Technische Bedrijfskunde: méér dan bedrijfskunde, méér dan techniek Bij de opleiding Technische

Nadere informatie

Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem

Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem Medical Imaging/ Radiation Oncology Masteropleiding Haarlem Gezondheid, Sport en Welzijn Masteropleiding Medical Imaging/ Radiation Oncology Verschillende studies laten zien dat de druk op de gezondheidszorg

Nadere informatie

creating tomorrow Bouwkunde hva techniek

creating tomorrow Bouwkunde hva techniek creating tomorrow 2013 2014 Bouwkunde hva techniek HVA TECHNIEK bouwkunde 2013-2014 Bouwkunde: studeren in dé bouwplaats van Nederland Bouwkunde studeren in Amsterdam biedt veel uitdagingen. Want als er

Nadere informatie

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen Aanvullende regels en richtlijnen voor de opleidingen geldig vanaf 01 september 2010 Hoofdstuk 1 Bachelor Wiskunde... 2 Hoofdstuk 2 Master Mathematics... 2

Nadere informatie

UNIVERSITY OF EYE-OPENING SCIENCE. BACHELOR OF SCIENCE WERKTUIGBOUWKUNDE

UNIVERSITY OF EYE-OPENING SCIENCE. BACHELOR OF SCIENCE WERKTUIGBOUWKUNDE UNIVERSITY OF EYE-OPENING SCIENCE. BACHELOR OF SCIENCE BACHELORPROGRAMMA De bacheloropleiding Werktuigbouwkunde is een veelzijdige universitaire opleiding, waarin je technische kennis leert omzetten naar

Nadere informatie

Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Voor de Bacheloropleiding Bio-exact Studiejaar 2009-2010 Preambule In de onderwijs- en

Nadere informatie

Biochemie & Biotechnologie. Prof. Dr. Koen Geuten Siene Swinnen Ine Esters

Biochemie & Biotechnologie. Prof. Dr. Koen Geuten Siene Swinnen Ine Esters Biochemie & Biotechnologie Prof. Dr. Koen Geuten Siene Swinnen Ine Esters Biochemie en biotechnologie De opleiding Jouw profiel Een Een student student aan aan het het woord woord Studiebegeleiding@science

Nadere informatie

Management & Organisatie

Management & Organisatie Management & Organisatie Algemeen De opleiding Bedrijfskunde MER (deeltijd) wordt verzorgd door het Instituut voor Bedrijfskunde, Hanzehogeschool Groningen. Steeds meer krijgen organisaties te maken met

Nadere informatie

Management & Organisatie

Management & Organisatie Management & Organisatie Algemeen De Associate degree Human Resource Management (deeltijd) wordt verzorgd door het Instituut voor Bedrijfskunde, Hanzehogeschool Groningen. Mensen zijn het belangrijkste

Nadere informatie

Oriëntatiejaar Life Sciences

Oriëntatiejaar Life Sciences Oriëntatiejaar Life Sciences Oriëntatiejaar Life Sciences Joan Wellink (studieadviseur) Voor wie is het oriëntatiejaar? Wat is het oriëntatiejaar? Wat heb je nodig? Hoe en wat studeer je? Wat kun je er

Nadere informatie

Chemie 1e jaar regulier CHM1/CHM2 Propedeutisch jaar Studiejaar 2012-2013, cohort 2012 Legenda Bij de kolom 'Toets' kiezen uit:

Chemie 1e jaar regulier CHM1/CHM2 Propedeutisch jaar Studiejaar 2012-2013, cohort 2012 Legenda Bij de kolom 'Toets' kiezen uit: Chemie 1e jaar regulier CHM1/CHM2 Propedeutisch jaar Studiejaar 2012-2013, cohort 2012 SG Studieloopbaancoaching 1e jaar CHMSLC11 2 O;V;AS Keuzeonderwijs SG Keuzeonderwijs/bijspijkeronderwijs 2 KG Algemene

Nadere informatie

Moleculaire Levenswetenschappen

Moleculaire Levenswetenschappen Moleculaire Levenswetenschappen Voorlichting over Bachelor of Science - BSc 3 november 2018 Even voorstellen Presentatie René Hoogendam, studieadviseur MLW Ayleen Lascaris/Isa Sanders, student MLW Meer

Nadere informatie

creating tomorrow Logistiek en economie Hva techniek

creating tomorrow Logistiek en economie Hva techniek creating tomorrow 2013 2014 Logistiek en economie Hva techniek HVA TECHNIEK Logistiek en Economie 2013-2014 Het muziekfestival staat op de kalender, de artiesten zijn geboekt. Maar hoe komen al die onderdelen

Nadere informatie

De onderwijs- en examenregeling

De onderwijs- en examenregeling De onderwijs- en examenregeling Algemeen In de onderwijs- en examenregeling (OER) wordt informatie gegeven over het onderwijs van een opleiding of een groep van opleidingen. Heeft de OER betrekking op

Nadere informatie

BEDRIJFSKUNDE MER 2015-2016

BEDRIJFSKUNDE MER 2015-2016 BEDRIJFSKUNDE MER 2015-2016 PROGRAMMA De opleiding Bedrijfskunde MER Wat kun je met Bedrijfskunde MER? Na je opleiding Je profiel Studieprogramma Onderwijsvisie Bedrijfskunde MER Toelatingseisen Studiekeuzeproces

Nadere informatie

Technische Bedrijfskunde

Technische Bedrijfskunde Format samenvatting aanvraag macrodoelmatigheidstoets Associate Degree Technische Bedrijfskunde Algemeen Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing is): Naam instelling Contactpersoon/contactpersonen

Nadere informatie

HOGESCHOOL VAN ARNHEM EN NIJMEGEN. Voorlichtingsfolder Pré-master BW Instromen in Master Biomedical Sciences na de HBO bachelor Fysiotherapie

HOGESCHOOL VAN ARNHEM EN NIJMEGEN. Voorlichtingsfolder Pré-master BW Instromen in Master Biomedical Sciences na de HBO bachelor Fysiotherapie HOGESCHOOL VAN ARNHEM EN NIJMEGEN Voorlichtingsfolder Pré-master BW Instromen in Master Biomedical Sciences na de HBO bachelor Fysiotherapie Inhoud Inleiding... 3 Leerroute... 4 Toelatingseisen... 5 Inschrijving...

Nadere informatie

BACHELOR OF APPLIED SCIENCE

BACHELOR OF APPLIED SCIENCE BACHELOR OF APPLIED SCIENCE BAS Een competentiegerichte profielbeschrijving ADDENDUM februari 2015 Colofon Teksten Drs. Lisette van der Beek (DAS) Marjolein Wijnker-Schrauwen, MSc. (DAS) Projectgroep drs.

Nadere informatie

UITVOERINGSREGELING. Technische Universiteit Delft

UITVOERINGSREGELING. Technische Universiteit Delft UITVOERINGSREGELING voor de bacheloropleiding Scheikundige Technologie en Bioprocestechnologie behorend bij de onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleidingen Technische Natuurkunde, Scheikundige

Nadere informatie

Science. De nieuwe bètabrede bacheloropleiding van de Radboud Universiteit Nijmegen

Science. De nieuwe bètabrede bacheloropleiding van de Radboud Universiteit Nijmegen Science De nieuwe bètabrede bacheloropleiding van de Radboud Universiteit Nijmegen Waarom een brede natuurwetenschappelijke opleiding? Je krijgt een brede natuurwetenschappelijke basis met vakken uit de

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Dramaturgie. Paragraaf 1 Algemene bepalingen. art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling

Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Dramaturgie. Paragraaf 1 Algemene bepalingen. art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling [60717] Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Dramaturgie Paragraaf 1 Algemene bepalingen art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling Deze regeling is van toepassing op het onderwijs en

Nadere informatie

Plant, mens en innovatie. BSc Plantenwetenschappen 17 maart 2018

Plant, mens en innovatie. BSc Plantenwetenschappen 17 maart 2018 Plant, mens en innovatie BSc Plantenwetenschappen 17 maart 2018 Plant your future! Waarom Plantenwetenschappen studeren? Plant en Mens Toenemende vraag plantaardige productie Plant en Innovatie MEER MINDER

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling wo bacheloropleiding Informatiekunde

Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling wo bacheloropleiding Informatiekunde 1 Faculteit Management, Science and Technology Uitvoeringsregeling bij de Onderwijs- en examenregeling 2014-2015 wo bacheloropleiding Informatiekunde U2014/02463 De uitvoeringsregeling treedt in werking

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Spaanse taal en cultuur. Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Spaanse taal en cultuur. Paragraaf 1 Algemene bepalingen [66810] Onderwijs- en examenregeling 2004-2005 Masteropleiding Spaanse taal en cultuur Paragraaf 1 Algemene bepalingen art. 1.1 toepasselijkheid van de regeling Deze regeling is van toepassing op het onderwijs

Nadere informatie

Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Voor de Bacheloropleidingen Bio-exact Natuurkunde en Sterrenkunde, Scheikunde, Wiskunde

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1.

INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1. 1 INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1.4 Onderwijs- en examenregeling... 4 2. TOELATING TOT DE OPLEIDING...

Nadere informatie

// IK DROOM VAN EEN INNOVATIEF, EFFECTIEF MIDDEL TEGEN KANKER //

// IK DROOM VAN EEN INNOVATIEF, EFFECTIEF MIDDEL TEGEN KANKER // TU/e Bachelor College Instroom 2014-2015 // IK DROOM VAN EEN INNOVATIEF, EFFECTIEF MIDDEL TEGEN KANKER // Bachelor College MEDISCHE WETENSCHAPPEN EN TECHNOLOGIE* * Deze major is formeel onderdeel van de

Nadere informatie

UNIVERSITY OF INFINITE AMBITIONS. MASTER OF SCIENCE SCIENCE EDUCATION AND COMMUNICATION

UNIVERSITY OF INFINITE AMBITIONS. MASTER OF SCIENCE SCIENCE EDUCATION AND COMMUNICATION UNIVERSITY OF INFINITE AMBITIONS. MASTER OF SCIENCE SCIENCE EDUCATION AND COMMUNICATION LERARENOPLEIDING NATUURKUNDE, WISKUNDE, SCHEIKUNDE, INFORMATICA EN ONTWERPEN Heb jij een technische bachelor gevolgd

Nadere informatie

ACADEMIEJAAR 2015-2016. Bijlagen onderwijs-en examenreglement TECHNOLOGIECAMPUS GENT. www.odisee.be

ACADEMIEJAAR 2015-2016. Bijlagen onderwijs-en examenreglement TECHNOLOGIECAMPUS GENT. www.odisee.be ACADEMIEJAAR Bijlagen onderwijs-en examenreglement TECHNOLOGIECAMPUS GE www.odisee.be IOUD - PROFESSIONELE OPLEIDINGEN (GE) Biomedische laboratoriumtechnologie (dagonderwijs) Afstandsonderwijs is in afbouw;

Nadere informatie

Inleiding 2. Het toelatingsexamen 3. NVO-examen 5. Het Pre-masterprogramma 6. Studeren in deeltijd 8

Inleiding 2. Het toelatingsexamen 3. NVO-examen 5. Het Pre-masterprogramma 6. Studeren in deeltijd 8 INHOUD Inleiding 2 Het toelatingsexamen 3 NVO-examen 5 Het Pre-masterprogramma 6 Studeren in deeltijd 8 1 INLEIDING Het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden biedt de eenjarige

Nadere informatie

Het niveau van Medisch-Microbiologisch Onderzoeker wordt bereikt door een combinatie van een cursorisch gedeelte èn een

Het niveau van Medisch-Microbiologisch Onderzoeker wordt bereikt door een combinatie van een cursorisch gedeelte èn een Reglement voor de opleiding tot Medisch-Microbiologisch Onderzoeker (MMO) binnen het kader van het Algemeen Reglement van de Stichting voor opleiding tot Medisch-Biologisch Wetenschappelijk Onderzoeker

Nadere informatie

Hbo tweedegraadslerarenopleiding

Hbo tweedegraadslerarenopleiding Hbo tweedegraadslerarenopleiding Verkort traject www.saxionnext.nl Inhoudsopgave Inleiding 3 Een bijzondere opleiding 4 Opbouw 5 Toelating en inschrijving 7 Beste student, Je hebt een afgeronde hbo- of

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Biologie en medisch laboratoriumonderzoek

Onderwijs- en examenregeling van Bacheloropleiding: Biologie en medisch laboratoriumonderzoek Hogeschool Leiden Onderwijs- en examenregeling 2013-2014 van Bacheloropleiding: Biologie en medisch laboratoriumonderzoek CROHO-nummer 34397 Graad: Bachelor of Applied Science De Onderwijs- en examenregeling

Nadere informatie

laboratoriumtechnologie

laboratoriumtechnologie Academiejaar 2015/2016 jobzekerheid bachelor biomedische laboratoriumtechnologie Farmaceutische en biologische laboratoriumtechnologie Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen bachelor biomedische laboratoriumtechnologie

Nadere informatie

Inleiding 2. Het toelatingsexamen 3. NVO examen 5. Het schakelprogramma 6. INHOLLAND met doorstroomminor 8. Studeren in deeltijd 9

Inleiding 2. Het toelatingsexamen 3. NVO examen 5. Het schakelprogramma 6. INHOLLAND met doorstroomminor 8. Studeren in deeltijd 9 INHOUD Inleiding 2 Het toelatingsexamen 3 NVO examen 5 Het schakelprogramma 6 INHOLLAND met doorstroomminor 8 Studeren in deeltijd 9 1 INLEIDING Het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit

Nadere informatie

BIJLAGE 1 BIJ 3TU.ONDERWIJS ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING

BIJLAGE 1 BIJ 3TU.ONDERWIJS ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING BIJLAGE 1 BIJ 3TU.ONDERWIJS ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING 3TU.Onderwijs (Masteropleiding) UITVOERINGSREGELING 2014-2015 Master of Science in Science Education and Communication (croho 68404) TECHNISCHE

Nadere informatie

NHL Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein. HBO-bacheloropleidingen: Chemische Technologie Chemie Voedingsmiddelentechnologie

NHL Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein. HBO-bacheloropleidingen: Chemische Technologie Chemie Voedingsmiddelentechnologie NHL Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein HBO-bacheloropleidingen: Chemische Technologie Chemie Voedingsmiddelentechnologie Netherlands Quality Agency (NQA) December 2010 2/77 Managementsamenvatting

Nadere informatie

Bijlagen bacheloropleidingen Farmacie en Farmaceutische Wetenschappen

Bijlagen bacheloropleidingen Farmacie en Farmaceutische Wetenschappen Bijlagen bacheloropleidingen Farmacie en Farmaceutische Wetenschappen 2010-2011 Bijlage I Eindtermen van de bacheloropleiding (artikel 1.3) Voor de bacheloropleiding Farmacie gelden de volgende eindtermen:

Nadere informatie

Onderwijs- en Examenregeling (OER) Masterprogramma van Onderwijskunde. Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

Onderwijs- en Examenregeling (OER) Masterprogramma van Onderwijskunde. Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen Onderwijs- en Examenregeling (OER) Masterprogramma van Onderwijskunde Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen 2018-2019 Bijlage: het programma Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Doel

Nadere informatie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING 2016-2017 Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen Master Filosofie () Deze onderwijs- en examenregeling (OER-FFTR) treedt in werking op 1 september 2016.

Nadere informatie