\ Vlaamse \ Regering
|
|
|
- Bernard de Smedt
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 \ Vlaamse \ Regering DE MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering 1. INHOUDELIJK Er worden een aantal wijzigingen voorgesteld aan het kabinetsbesluit die leiden tot het beter op punt stellen van een aantal praktische regelingen rond de organisatie van de kabinetten, zowel als kleine tekstuele verbeteringen. Andere wijzigingen zijn principieel. Na advies van de Raad van State, dat heeft geleid tot een aangepast ontwerp van besluit, wordt het ontwerp thans voorgelegd ter definitieve goedkeuring. Wijziging van artikel 6, 1,1, b): Het betreft een tekstuele verbetering m.b.t, de omschrijving van de opdracht van de kabinetschef van de minister-president, die in diens kabinet is belast met de inhoudelijke beleidsmateries. Wijziging van artikel 12; Artikel 12, waarin wordt voorzien in de tijdelijke ondersteuning van de uittredende ministers die geen ministeriële functie meer uitoefenen, wordt grondig herbekeken. in de huidige regeling heeft het uittredend lid van de Vlaamse Regering dat geen ministeriële functie meer uitoefent, recht op 2 VTE (1 staflid en 1 uitvoerend personeelslid), voor de duur van de nieuwe regering of in voorkomend geval voor de resterende duur van de lopende legislatuur. De verschillen met de voorgestelde nieuwe regeling worden uiteengezet in onderstaande tabel. Oude regeling Uittredend lid van de VR dat geen ministeriële functie meer uitoefent Recht op 2 VTE (staflid en uitvoerend personeelslid) - Voor de duur van de nieuwe regering (ruim 5 jaar) - In voorkomend geval, voor de resterende duur van de lopende legislatuur (< 5 jaar) Nieuwe regeling Uittredend lid van de VR dat noch een ministeriële functie, noch een parlementair mandaat uitoefent Recht op 1 VTE (medewerker) Maximaal twee jaar te rekenen vanaf de datum van beëindiging van de functie in de VR Pagina 1 van 4
2 Salaris: omzendbrief VR 22: - Personeelslid dat tot het vorig kabinet behoorde: maximaal hetzelfde salaris als op het vorig kabinet - personeelslid dat niet tot het vorig kabinet behoorde: maximum salarisschaal A212 (staflid), B212 (uitvoerend personeelslid) Salaris: salarisbegrenzing verankerd in kabinetsbesluit: in alle gevallen beperkt tot maximum salarisschaal A212 In de voorgestelde nieuwe regeling zal een gewezen lid van de Vlaamse Regering dat deel uitmaakt van een wetgevende vergadering (Europees parlement, federaal parlement, parlement van een gemeenschap of gewest), geen recht meer hebben op een medewerker. Het uittredend lid bepaalt op welke medewerker een beroep wordt gedaan, ongeacht of deze deel uitmaakte van het vorig kabinet. In alle gevallen wordt het salaris (en de terugvorderbaarheid ervan, wat gedetacheerden betreft) evenwel beperkt tot de schaal A212, die vergelijkbaar is met de schalen die worden gehanteerd voor parlementaire medewerkers. De gehanteerde schaal maakt het ook mogelijk om een medewerker van universitair niveau aan te trekken. De regelingen vermeld in de omzendbrief VR 22 inzake de reis- en verblijfskosten, woon-werkverkeer en maaltijdcheques blijven verder van toepassing, met dien verstande dat geen forfaitaire vergoedingen voor verblijfskosten, zoals geregeld in artikel 22 van het kabinetsbesluit, kunnen worden toegekend aan deze categorie medewerkers. Een aangepaste omzendbrief VR22 zal nog aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd. Er wordt een overgangsmaatregel genomen voor de personeelsleden die op de datum van de inwerkingtreding van het gewijzigd kabinetsbesluit, nog in dienst zijn. Hun tewerkstelling onder de oude regeling blijft voorzien tot en met 31 december Vanaf 1 januari 2016 geldt de nieuwe generieke regeling voor de uittredende leden, met name 1 VTE (medewerker) per uittredend lid gedurende maximaal twee jaar te rekenen vanaf de datum van de beëindiging van de functie van de gewezen leden van de Vlaamse Regering, op voorwaarde dat het gewezen lid geen deel uitmaakt van een wetgevende vergadering, noch een ministeriële functie uitoefent. Concreet neemt de tewerkstelling van de medewerker dus uiterlijk op 25 juli 2016 een einde. Bij uitdienst van deze personeelsleden gelden uiteraard analoge regelingen ingevolge einde detachering, resp. einde aanstelling, zoals gelden voor kabinetspersoneel uit dienst (ontslag in de loop van de legislatuur). Wijziging van artikel 13 en 14: De wijziging heeft betrekking op de vereenvoudiging van de procedure van benoeming en ontslag van de kabinetschefs en de adjunct-kabinetschefs. De algemene regel is dat het lid van de Vlaamse Regering de personeelsleden van het kabinet benoemt en ontslaat. Voornoemde functies waren tot hiertoe een uitzondering. Met de wijziging aan artikel 13 en 14 wordt de algemene regel ook van toepassing op de kabinetschef en de adjunct-kabinetschef. Voortaan geldt dezelfde procedure als voor het kabinetspersoneel. met dien verstande dat hun benoeming en ontslag nog wel bij mededeling aan de Vlaamse Regering wordt ter kennis gebracht. Gezien het belang van de functies, wordt ook nog een uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Wat het voeren van de eretitel betreft, werd het advies van de Raad van State gevolgd om de tekst op dit punt te preciseren. Wijziging van artikel 21: Pagina 2 van 4
3 Het kabinetsbesluit voorziet reeds om aangestelde personeelsleden die met bevallingsverlof zijn en van de moederschapsuitkering of de aanvullende moederschapsuitkering genieten, te vervangen zonder dat de vervangers tijdens de duur van de vervanging worden meegerekend in het aantal VTE. Het niet meerekenen van deze VTE voor de duur van de vervanging wordt thans uitgebreid: - naar de vervangers van de aangestelde personeelsleden die langer dan 35 werkdagen afwezig zijn wegens ziekte: - naar de vervangers van de gedetacheerde contractuele personeelsleden die om dezelfde redenen afwezig zijn. Hiermee wordt, met een minimale budgettaire impact, tegemoet gekomen aan de nood aan continuïteit van de werking, die door niet-vervanging in het gedrang kan komen en door de afslanking van de kabinetten meer en meer onder druk is komen te staan. Wijziging van artikel 22: De wijziging heeft te maken met de forfaitaire vergoeding voor verblijfskosten die wordt toegekend aan het personeelslid met de functie van chauffeur. Er worden een paar algemene bepalingen van het VPS die gelden voor alle vergoedingen, duidelijk geëxpliciteerd, wat betreft de koppeling aan het indexcijfer, waarbij het te betalen bedrag wordt afgerond op de hogere cent: en wat betreft de stopzetting van de betaling, met name als er geen salaris wordt uitbetaald, of bij een afwezigheid, met inbegrip van de afwezigheid wegens arbeidsongeval, die langer dan 35 werkdagen duurt. De opmerking van de Raad van State werd eveneens verwerkt in het nieuwe artikel 22. om de analogie met artikel VII 73 van het VPS over de hele lijn door te trekken. Wijziging van artikel 26: Artikel 26 omvat de ontslagregeling van de aangestelde kabinetsleden. De toekenning van de ontslagtoelage is afhankelijk van een aantal voorwaarden waaronder de waarneming van functies op een kabinet van de Vlaamse Regering. Met de invoeging hiervan, komt de Vlaamse regeling thans op dezelfde lijn als de federale regeling, waar geen wederkerigheid is. De toevoeging van een paragraaf 6, betreft geen nieuwe maatregel, maar de verankering ervan in het kabinetsbesluit. Bij beslissing van de Vlaamse Regering van 25 mei 1999 en 19 juli 2002 werd het toepassingsgebied van het outplacement bepaald. Ook de aangestelden op de kabinetten van de Vlaamse Regering konden er een beroep op doen. De inspectie van Financiën suggereerde om de mogelijkheid van outplacement regelgevend te verankeren door opname in het kabinetsbesluit. De Raad van State adviseerde eveneens om het recht op outplacement van alle aangestelde personeelsleden van de kabinetten van de Vlaamse Regering, met inbegrip van de personeelsleden die tijdens de zittingsperiode worden ontslagen (en dus niet enkel de ontslagen ingevolge het einde van de legislatuur), te regelen in het kabinetsbesluit, dit om geen situatie van rechtsonzekerheid te creëren. Het thans voorliggende ontwerp besluit werd dan ook in die zin aangepast. Niet nieuw zijn de voorwaarden van minimale ononderbroken activiteitsperiode en het verval van recht voor wie uit eigen beweging het ambt neerlegt. De termijn van ontvankelijkheid is analoog aan de termijn voorzien in het eenheidsstatuut. Verder zijn de voorwaarden analoog aan deze die gelden voor het personeel van de Vlaamse overheid. 2. BUDGETTAIRE WEERSLAG De voorziene wijzigingen van artikel 6,13 en 14 van het kabinetsbesluit hebben geen enkele budgettaire weerslag. De wijziging van artikel 12 zal een besparend effect teweegbrengen op de voorziene centrale loonkredieten. Door de overgangsmaatregel in artikel 8 van dit besluit, heeft de nieuwe regeling nog Pagina 3 van 4
4 geen invloed op de huidige budgetten, die behouden moeten blijven uiterlijk tot aan het einde van de voorziene tewerkstelling (onder de oude regeling: einde met ingang van 1 januari 2016; onder de nieuwe regeling: einde met ingang van 25 juli 2016) en de mogelijk verschuldigde ontslagtoelagen voor de aangestelden (maximum 5 maanden volgend op de datum uit dienst en dus mogelijk tot en met 24 december 2016). Vanaf einde 2016 zullen er bij ongewijzigde omstandigheden, evenwel geen uitgaven meer zijn op de centrale kredieten tot het einde van de legislatuur in Vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe regeling zullen de verstrengde voorwaarden van het gewijzigd artikel 12 alleszins minder uitgaven genereren dan onder de thans geldende regeling, door de volgende maatregelen: - beperking van de toekenning van het recht aan gewezen leden van de Vlaamse Regering: evenmin recht ingeval van lidmaatschap van een wetgevende vergadering: - slechts recht op 1 VTE. in plaats van 2 VTE; - tewerkstelling van de medewerker wordt beperkt in duurtijd: maximaal twee jaar, nu volledige legislatuur mogelijk (ruim 5 jaar): - salarisgrens in alle gevallen beperkt tot de schaal A212 (is een begrenzing t.o.v. de salarissen van de medewerkers die tot het vorig kabinet behoorden en die deze schaal overstijgen: is eveneens een begrenzing van het bedrag van de terugvordering, mocht geopteerd worden voor een gedetacheerde. De draagwijdte van artikel 21 is om de vervangers voor de duur van de vervanging niet te laten meetellen voor het beoogde aantal VTE. Het betreft redenen van afwezigheid van functiehouders (aangestelden en gedetacheerde contractuelen) die tijdens deze perioden niet door het kabinet worden bezoldigd en waar dus budgettaire ruimte is vrijgekomen voor hun vervanging. Wat de wijziging aan artikel 22 betreft, is er evenmin een budgettaire weerslag, aangezien deze regeling wordt toegepast analoog aan deze van het VPS. De afschaffing van de wederkerigheid in artikel 26, door wijziging van de paragrafen i, 2 en 4, heeft een minimaal besparend effect. In de praktijk wordt er sporadisch een beroep op gedaan, met name als de ononderbroken activiteitsperiode op een kabinet van de Vlaamse Regering ontoereikend zou zijn voor het principieel toekennen van het x aantal maanden ontslagtoelage. Aan het einde van de vorige legislatuur waren er geen zulke gevallen. Net zoals de beslissing van de Vlaamse Regering van 25 mei 1999 en 19 juli 2002 betreffende het outplacement, heeft de verankering in het kabinetsbesluit van outplacement einde legislatuur, een budgettaire weerslag. De kost is afhankelijk van hetgeen is voorzien in de raamcontracten afgesloten voor de personeelsleden van de Vlaamse overheid. Op basis van het raamcontract dat geldig was aan het einde van de vorige legislatuur, bedroeg de kostprijs: Voor groepsbegeleidlng, 2.117,5 euro per persoon (21% BTW inbegrepen) - Voor individuele begeleiding, euro per persoon (21% BTW inbegrepen). De geraamde reële uitgaven op basis van de ingediende dossiers ingevolge einde vorige legislatuur, bedraagt thans euro. De middelen die hiervoor nodig zijn ingevolge het einde van de legislatuur worden tijdens de begrotingsopmaak. op basis van een raming, voorzien op de centrale kabinetskredieten (werkingsmiddelen). In alle andere gevallen worden de kosten opgevangen op de werkingsmiddelen van het kabinet waar de betrokkenen vóór het ontslag waren tewerkgesteld. 3. WEERSLAG OP DE LOKALE BESTUREN a) Personeel: voorliggend ontwerpbesluit noodzaakt geen bijkomende inzet van het in dienst zijnde personeel van de lokale besturen, noch de werving van bijkomend personeel: Pagina 4 van 4
5 b) Werkingsuitgaven: voorliggend ontwerpbesluit heeft geen weerslag op de lopende uitgaven van de lokale besturen: c) Investeringen en schuld: de uitvoering van voorliggend ontwerpbesluit veroorzaakt geen bijkomende investeringen voor de lokale besturen: d) Ontvangsten: in uitvoering van voorliggend ontwerpbesluit worden geen bijkomende financiële middelen aan de lokale besturen ter beschikking gesteld; e) Conclusie: voorliggend ontwerpbesluit heeft geen weerslag op het personeel, de werkingsuitgaven, investeringen, schuld en ontvangsten van de lokale besturen. 4. WEERSLAG OP HET PERSONEELSBESTAND EN DE PERSONEELSBUDGETTEN Dit voorstel heeft geen weerslag op de personeelsformatie en het personeelsbudget. 5. KWALITEIT VAN DE REGELGEVING Het ontwerpbesluit werd aangepast aan het wetgevingstechnisch en taaladvies (nr.2015/56). Aangezien het ontwerp autoregulering van de overheid betreft, is geen reguleringsimpactanalyse vereist. Het ontwerp werd aangepast aan het advies nummer /3 dat op 7 mei 2015 werd verleend door de afdeling Wetgeving van de Raad van State. 6. VOORSTEL VAN BESLISSING De Vlaamse Regering beslist: haar definitieve goedkeuring te hechten aan het bijgaande ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 tot organisatie van de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering. De minister-president van de Vlaamse Regering, Geert BOURGEOIS Pagina 3 van 4
BISNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
VR 2017 1002 DOC.0123/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT BISNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit
VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenstelling, de werking en de opdrachten van
VR DOC.0633/1BIS
VR 2019 0305 DOC.0633/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 1979
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1993 betreffende
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VICEMINISTER PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - wijziging
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de regels tot bepaling van de bedragen
VR DOC.1167/1BIS
VR 2016 2810 DOC.1167/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse
BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING
VR 2016 1612 DOC.1387/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Voorontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse
NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het totale aantal subsidiabele uren
VR DOC.0400/1
VR 2019 2903 DOC.0400/1 DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 12
BISNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
VR 2016 2312 DOC.1484/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Subsidiebesluit
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Standpuntbepaling van de Vlaamse Regering inzake het ontwerp van koninklijk
VR DOC.0850/1BIS
VR 2017 0809 DOC.0850/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering
Vlaamse '(>3 \ Regering
Vlaamse '(>3 \ Regering DE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BE STUUR. INBURGERING. WONEN. GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 februari 2008 tot vaststelling
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: samenwerkingsakkoord van 17 juni 2016 tussen de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap
VR DOC.1329/1BIS
VR 2016 0212 DOC.1329/1BIS VR 2016 0212 DOC.1329/1BIS DE VICEMINISTER PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van
NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING. Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering houdende de kinderopvangtoeslag en de kleutertoeslag
DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering houdende de kinderopvangtoeslag
NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Voorontwerpbesluit van de Vlaamse Regering betreffende de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid
DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
VR 2016 2312 DOC.1539/1BIS DE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING. - Ontwerp van decreet houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B - Definitieve goedkeuring
DE VLAAMSE MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN, VLAAMSE RAND, TOERISME EN DIERENWELZIJN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van decreet houdende het terugkommoment in het kader van de
De minister president van de Vlaamse Regering Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
De minister president van de Vlaamse Regering Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse
