Kwartierstaat Voerman de Kruiff
|
|
|
- Peter de Jonge
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Kwartierstaat Voerman de Kruiff door Klaasjan Visscher 1 Versie 12 december 2017 Generatie I 1. [Probant] Generatie II 2. Jacob Voerman, zn. van Jan Voerman en Johanna Berendina Gerharda Meijnen, geboren te Winterswijk op 17 juli 1906, winkelier, lood- en zinkwerker, installateur van gas, water en electra, leerling aan de R.H.B.S. te Winterswijk in 1921, leerling aan de ambachtsschool te Winterswijk in 1925, dienstplichtig militair bij het 4-11 Depot Bataljon te Hoorn in 1939, overleden te Groenlo op 3 maart 1994, trouwt te Woudenberg op 14 april 1932 met 3. Helena Maria Cornelia de Kruiff, dr. van Teunis de Kruiff en Anna Maria Mulder, geboren te Woudenberg op 24 april 1908, leerlinge aan de H.B.S. te Amersfoort vanaf 1921, leerlinge aan de Amersfoortsche Industrie- en Huishoudschool van 1925 tot 1927, huishoudkundige, winkelierster, overleden te Enschede op 22 oktober : J. Voerman, Winterswijk, wint de 100 m snelzwemmen voor juniores met een tijd van 2 min 17 3/5 sec [De Graafschap-bode] : J. Voerman is na een herexamen bevorderd naar de 2e klasse van de R.H.B.S. te Winterswijk [De Graafschap-bode] : De directeur van de ambachtsschool te Winterswijk meldt dat het verzuim zeer matig was. 'Ook kwamen daarbij eenige voor die nimmer te laat waren gekomen. Dit zijn de leerlingen Klomp, J. Voerman, Brummelstroete en Heezen' [De Graafschap-bode] : H.M.C. de Kruiff uit Woudenberg krijgt haar diploma voor huishoudkundige aan de Industrie- en Huishoudschool te Amersfoort uitgereikt [Nieuwe Rotterdamsche Courant , p.2]. Generatie III 4. Jan Voerman, zn. van Jacob Voerman en Bregje Otto, geboren te Zuid-Scharwoude op 9 september 1877, spekslager, later spekhandelaar, rentenier, dienstplichtig sergeant bij 1 [email protected]. Vragen, aanvullingen en correcties zijn van harte welkom. 1
2 de infanterie, lid van de Weerbaarheidbeweging Wilhelmina tussen 1902 en 1905, kandidaat-gemeenteraadslid voor de Vrijzinnig Democaten te Winterswijk in 1917, bestuurslid van de vereniging Volksfeest te Winterswijk in 1919, penningmeester van de Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt te Winterswijk tussen 1931 en 1936, bestuurslid van het Winterswijks Begrafenisfonds in 1938, overleden te Winterswijk op 15 april 1969, trouwt te Winterswijk op 9 september 1905 met 5. Johanna Berendina Gerharda Meijnen, dr. van Jan Hendrik Meijnen en Johanna Fredrika Steinkamp, geboren te Winterswijk op 20 maart 1883, overleden te Doetinchem op 29 maart : Jan Voerman vertrekt van Winterswijk naar Zutphen. Op komt hij terug naar Winterswijk vanuit Doetinchem en op vertrekt hij weer, ditmaal naar Den Haag. Op komt hij vanuit Arnhem weer terug naar Winterswijk, vanwaar hij op al weer vertrekt naar Bocholt, om op vanuit Duitsland terug te keren [Bev.Reg. Winterswijk] : Jan Voerman is bij de lichting der nationale militie te Winterwijk nummer 35 ten deel gevallen en ingelijfd. Hij is nog dienende [Certificaat Nationale Militie] : De vrijzinnig-dem. kiesvereniging te Winterswijk stelt als kandidaten voor de gemeenteraad J.F. Overweg, G.C. Bent en J. Voerman [Nieuwe Rotterdamsche Courant]. 1927: J. Voerman, Stationsstr. 5, nr. 45 [Telefoongids Winterswijk 1927]. 6. Teunis de Kruiff, zn. van Hendrik de Kruiff en Helena Harskamp, geboren te Woudenberg op 27 maart 1884, landbouwer, later caféhouder op Bellevue aan de Spoorstraat, slijter en tabaksverkoper, beëdigd makelaar in 1933, agent van de Doornsche Bank te Woudenberg in 1936, overleden te Amersfoort op 28 januari 1942, trouwt te Woudenberg op 15 januari 1908 met 7. Anna Maria Mulder, dr. van Jan Mulder en Maria Cornelia van Lunteren, geboren te Woudenberg op 8 maart 1881, overleden te Woudenberg op 26 juli : Teunis de Kruiff wordt vrijgesteld van militaire dienst vanwege lichaamsgebreken. Er wordt verwezen naar nr.217 van het reglement geneeskundig onderzoek (als dit reglement nog gelijk is aan dat van 1871, betreft het longluchtziekte in belangrijke graad, emphysema pulmonum) [Certificaat Nationale Militie, Utecht, nr.312]. 2
3 1918: 'Ondergeteekende maakt de ingezetenen van Woudenberg en Omstreken bekend: dat zijn zaak in Gedistilleerd enz. met ingang van 5 October a.s. DES ZONDAGS van 1 tot 10 uur zal gesloten zijn. Tevens beveelt hij zich beleefd aan voor het leveren van binnen- en buitenlandsch gedistilleerd, wijnen, cognac, likeuren, sigaren, sigaretten en allerhande soorten Rook- en Pruimtabak, alles prima kwaliteit, tegen scherp concurreerende prijzen. Voor het leveren aan Bruiloften of partijen speciale condities met gratis bijlevering van vaat- en glaswerk. Beleefd aanbevelend, T. de Kruiff. Café en Slijterij, Woudenberg [Advertentie, De Holevoet] : Woensdag j.l. werd de heer T. de Kruiff alhier, door de Arrondissemensrechtbank te Utrecht beëdigd als makelaar in onroerende goederen, assurantieën en hypotheken [De Holevoet; Het Vaderland, etc.] : Wegens ziekte, op zeer druk punt, in de Gelderse Vallei, een druk Café. Zeer geschikt voor jonge mensen. Brieven te zenden aan T. de Kruiff, Stationsweg 398, Woudenberg [Advertentie Nieuwsblad van het Noorden] : Bij vonnis der Arrondissements-Rechtbank te Utrecht van den 23sten October 1940 is verklaard in staat van faillissement Teunis de Kruiff, van beroep koffiehuishouder, wonende te Woudenberg aan den Stationsweg no.398, met benoeming van den E.A. Heer Mr. H.P.J.M. Loeff, lid van gemelde rechtbank, en Mr. W.J.B. Verstelt tot curator [De Holevoet] : 'Notaris Lagerwey te Woudenberg is voornemens op Dinsdag 19 November 1940 des voormiddags om 11 uur, in café "de Poort" te Woudenberg in het openbaar te verkopen: I. Een huis ingericht tot café en woning, met schuren, erven en grond aan den Rijksstraatweg te Woudenberg, kadaster sectie B no.1841, groot Aren. Verhuurd onder goede borgstelling tegen f 22,50 per week, voor 6 jaren eindigende 2 September II. Een huis met schuur, erf en tuin te Maarsbergen, kadaster gemeente Maarn, sectie C no.1044, groot 5.80 Aren. Mondeling in huur bij Groothuis tegen f 2,10 per week. Beide perceelen eigendom van T. de Kruiff H.zoon, te Woudenberg. Aanvaarding bij de betaling der kooppenningen uiterlijk 14 December Te zien op 14, 15 en 18 November aanstaande. Nadere inlichtingen bij de notaris' [Woerdensch Weekblad ] : Notaris J.E.G. Lagerwey verkoopt in het openbaar, op 16 april 1941 om 2 uur in het café van de heer van Laar te Maarsbergen, 'een huis met schuur, erf en tuin te Maarsbergen, kadastraal Maarn C1044, groot 5.80 aren. Het is mondeling in huur bij Groothuis tegen f 2.10 per week en in eigendom bij de heer T. de Kruiff H.zoon te Woudenberg [De Holevoet]. Generatie IV 8. Jacob Voerman, zn. van Dirk Voerman en Grietje Glazekas, geboren te St. Pancras op 17 oktober 1846, landbouwersgezel, landbouwer aan de Dorpsstraat te Zuid-Scharwoude, dienstplichtig militair bij het 7e regiment infanterie van 1866 tot 1871, verhuist naar Winterswijk in 1881, groentenkoopman aan de Spoorstraat te Winterswijk, overleden te Winterswijk op 23 december 1910, trouwt te Zuid-Scharwoude op 30 april 1871 met 9. Bregje Otto, dr. van Jan Otto en Trijntje Meijlis, geboren te Broek op Langedijk op 29 maart 1846, overleden te Winterswijk op 17 december
4 : Jacob Voerman, landbouwersgezel de Zuid-Scharwoude, is in het inschrijvingsregister van Zuid-Scharwoude in 1865, voor de lichting 1866, bij loting het nummer 3 ten deel gevallen. Hij is op ingelijfd en is nog dienende. Op krijgt hij als milicien van het 7e regiment infanterie van zijn kolonel toestemming om te trouwen [Certificaat Nationale Militie]. 1880: Jacob Voerman, NH landbouwer, zijn vrouw Bregje Otto, en hun zoons Dirk en Jan Voerman, wonen aan de Dorpsstraat [doorgestreept: 165] nr. 22 te Zuid-Scharwoude. In mei 1881 vertrekken zij naar Winterswijk. Vanaf dat moment wordt het huis bewoond door Pieter Balder en Grietje Bouwens [Bevolkingsregister Zuid-Scharwoude ] : Jacob Voerman, koopman, vestigt zich vanuit Zuid Scharwoude in Winterswijk. Op vertrekt hij naar Enschede en op keert hij terug naar Winterswijk [Bev.reg. Winterswijk] : Een burgerwoonhuis geschikt voor landbouwbedrijf met aangrenzende bergplaats wordt uit de hand te koop aangeboden in de kom der gemeente Zuid-Scharwoude. Franco te bevragen bij J.Otto, te Zuid-Scharwoude, en Jb. Voerman, te Winterswijk [Het nieuws van den dag; kleine courant] : Testamenten Jacob Voerman en Bregtje Otto [NA Winterswijk; inv.nr.5990 akte nr.3158, 3159] : Memorie van aangifte van de nalatenschap van Jacob Voerman, te Winterswijk overleden op , weduwnaar van Bregje Otto. Dirk Voerman, fotograaf en kunstschilder te Winterwijk, en Jan Voerman, slager aldaar, verklaren ter kantore van notaris van Eekelen te Winterswijk dat Jacob Voerman bij testament van heeft vermaakt aan zijn zoon Jan Voerman de helft van een huis en erf in Winterswijk (sectie K nr.2278, groot 3 are) en dat tegen uitkering in zijn nalatenschap van f De nalatenschap bestaat uit de helft van een huis in Winterswijk (K nr. 2574) voor f 5000, inboedel voor f 150, f 50 aan contanten en de inleg in de spaarbank van f 255 plus f 6,60 rente; maakt totaal f 5461,60. Daartegenover staat een vordering ten behoeve van Jan Voerman wegens een obligatie van van f 2000, plus f 53,61 rente. Verder is er een rekening van Buma uit Haarlem f 11 wegens geleverde wijn. Het saldo is f 3396,99. Begrafeniskosten zijn f 153,25 [Memories van Successie; kantoor Groenlo; 1910 nr. 5/5314]. 10. Jan Hendrik Meijnen, zn. van Gerrit Jan Meijnen en Janna Berendina Loijtink, geboren te Winterswijk op 13 februari 1851, huisschilder, overleden te Winterswijk op 13 januari 1905, trouwt te Eibergen op 6 april 1878 met 11. Johanna Fredrika Steinkamp, dr. van Johann Heinrich Steinkamp en Johanna Berendina Gerharda Lammers, geboren te Eibergen op 19 maart 1850, overleden te Winterswijk op 1 juni : Jan Hendrik Meynen, huisschilder te Winterswijk, is in 1870 te Winterswijk ingeschreven, waarbij hem bij de loting nr. 54 ten deel is gevallen, wat hem tot geen dienst heeft verplicht [Huwelijksbijlage; Certificaat Nationale Militie] : Janna Geertruid Hoebink, landbouwster op Hoebink in Meddo, vrouw van Gerrit Willem Dunnewijk, testeert. Zij legateert o.a. aan Jan Hendrik Meijnen en Johan Meijnen, de eerste schilder, de laatste onderwijzer, elk 250 gulden [Not. Archief Winterswijk, not. W.A. Roelvink, inv.nr akte 63] : Jan Hendrik Meijnen, schilder te Winterswijk, vader en voogd van Johanna Berendina Gerharda, Berendina Wilhelmina en Johan Willem Meijnen, Gerrit Jan Meijnen, onderwijzer te Rheden, Johan Hendrik Meijnen, winkelbediende te Winterswijk, verklaren ten kantore van notaris Jan Berend Roelvink te Winterswijk dat op te Winterswijk is overleden Johanna Frederika Steinkamp. Haar vijf kinderen zijn erfgenamen. De nalatenschap bestaat uit inboedel en winkelgoederen (f 1140), bouwplaatsje Tuber in Dorpbuurt (sectie H 305, 324, 325, 330, , 354, ) groot ha ( f 1903), huisje Lappenbrink in 4
5 Winterswijk (sectie K 1299, 1672, 1959) groot 2.4 are (f 1500), idem Meddosche straat (sectie K 2290, 2291, 997) groot 1-84 are (f 3000), landerijen te Winterswijk groot ha (f 1190), een aandeel Geldersch-Overijselsche Locaal Spoorweg Maatschappij groot f 250, waardig 126% (f 315), obligatie Winterwijksche badinrichting groot f 12,50 (f 10), een aandeel van f 250 van de Noord Ooster locaal spoorweg Maatschappij (f 250), een onderhandse obligatie ten laste van G. Steinkamp te Arnhem (f 500), 2 aandelen volksfeest à f 25 (f 40), bewijs van lidmaatschap vereniging 'Ons Belang'(f 55,07), 4 loten Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam à f 2,50 (f 10,90), gezit in de hervormde kerk te Winterswijk (f 100), contante gelden (f 303), renteloze vorderingen (f 176, 83), totaal f 13457,47. Daartegenover staan f 427,78 aan schulden (verschillende belastingen, winkelwaren en verfwaren). Saldo is f 13032,69, waarvan de helft is f 6516,34½. Begrafeniskosten zijn f 144,47, waarna overblijft een zuivere nalatenschap van f 6371,87½ [Memories van Successie; kantoor Groenlo; 1910 nr. 5/422]. 12. Hendrik de Kruiff, zn. van Teunis de Kruijff en Johanna van de Lagemaat, geboren te Woudenberg op 8 juli 1861, timmerman, koopman, dienstplichtig militair bij het 8e regiment infanterie van 1881 tot 1886, overleden te Utrecht op 23 maart 1919 (wonend te Zeist), trouwt (2) te Amersfoort op 25 oktober 1893 met Willemijntje Vervat, geboren te Scherpenzeel op 25 januari 1863, overleden te Utrecht op 27 november 1936, trouwt (1) te Woudenberg op 13 juli 1883 met 13. Helena Harskamp, dr. van Aalbert Harskamp en Cornelia van Lunteren, geboren te Woudenberg op 28 augustus 1845, overleden te Woudenberg op 12 januari : Hendrik de Kruiff, geboren te Woudenberg op , timmerman, lotingsnummer 9. Signalement: 1 m 652 cm, lang aangezicht, kl voorhoofd, br ogen, br neus, gr mond, br haar. 'Gebreken' opgegeven als reden voor vrijstelling bij de militieraad, maar op door de militieraad toch tot de dienst aangewezen. Hij dient zelf en wordt op ingelijfd bij het 8e regiment infanterie. Op wordt hij gepasporteerd [Registers Nationale Militie] : Hendrik de Kruiff, geb. Woudenberg , NH, timmerman (ondergeschikte), wordt ingeschreven te Utrecht aan de Nicolaasweg 20. Hij is afkomstig van de Zonstraat 85 (blz wijk VI), en vertrekt op naar Driebergen. Hij is samen met zijn vrouw Willemijntje Vervat, zijn dochter Johanna en zijn zoon Willem [Utrecht Bevolkingsregister ]. 14. Jan Mulder, zn. van Gerrit Mulder en Johanna van Heeteren, geboren te Woudenberg op 27 juli 1849, kleermaker, winkelier, uitgever van prentbriefkaarten, overleden te Woudenberg op 14 juli 1918, trouwt te Woudenberg op 17 januari 1878 met 15. Maria Cornelia van Lunteren, dr. van Antonie van Lunteren en Anna Maria van Leeuwen, geboren te Woudenberg op 7 augustus 1857, overleden te Woudenberg op 28 juli : Jan Mulder, kleermaker te Woudenberg, wordt uit hoofde van broederdienst vrijgesteld van dienst [Certificaat Nationale Militie; Huwelijksbijlagen]. 5
6 Generatie V 16. Dirk Voerman, zn. van Jacob Jacobs Voerman en Dieuwertje Pieters Noordwest, geboren te Broek op Langedijk op 20 oktober 1816, watermolenaar, landbouwer, overleden te St. Pancras op 10 juni 1849, trouwt te St. Pancras op 1 januari 1846 met 17. Grietje Glazekas, dr. van Pieter Dirks Glazekas en Grietje Jacobs Blom, geboren te Noord-Scharwoude op 26 december 1815, overleden te Zuid-Scharwoude op 15 oktober 1866, trouwt (2) te Zuid-Scharwoude op 4 mei 1851 met Jacob Balder, zn. van Jacob Cornelisz Balder en Maartje Boon, geboren te Broek op Langedijk op 21 december 1825, landbouwer, overleden te Oudorp op 14 september : Dirk Voerman, landbouwer in St.Pancras, lotingsnr.18, wordt vrijgesteld van militaire dienst omdat zijn broer in dienst overleden is. Dirk is 1 el 5 pm 0 dm 9 str lang, heeft een vol aangezicht, een hoog voorhoofd, blauwe ogen, een spitse neus, gewone mond, ronde kin en bruin haar [Certificaat Nationale Militie] : Akte van scheiding na het overlijden van Grietje Glazekas tussen Jacob Voerman, haar zoon uit haar eerste huwelijk, Pieter Balder, haar zoon uit haar tweede huwelijk, en Jacob Balder, landbouwer, met wie zij in gemeenschap van goederen getrouwd was. Aan onroerend goed is er een huis en erf in Zuid Scharwoude (nr. C1104, gewaardeerd op f 900,-), bouwland en weiland in Zuid Scharwoude, Broek op Langedijk, en St.Pancras. De inventaris is f 1045,71 waard. In totaal is de erfenis f 4335,71 waard, waar tegenover f 2606,66 aan schulden staan. Door Jacob Balder wordt zuiver f 1080,66 genoten, door Pieter Balder en Jacob Voerman elk f 324,19½. Onder de schulden bevinden zich ook schulden aan Jacob Voerman, te weten f 223, 77½ vanwege zijn vaderlijk erfgoed en f 541,82 uit de nalatenschap van zijn grootmoeder Dieuwertje Noordwest [ONA Zuid Scharwoude, not. P.Hulst, 41/nr.5041]. 18. Jan Otto, zn. van Hendrik Jans Otto en Bregje Dirks Bink, geboren te Broek op Langedijk op 26 februari 1813, schuitenmaker te Broek op Langedijk, later landbouwer te Zuid Scharwoude, overleden te Zuid-Scharwoude op 11 oktober 1866, trouwt te Broek op Langedijk op 30 december 1838 met 19. Trijntje Meijlis, dr. van Jan Meijlis en Antje Bouwens, geboren te Zuid-Scharwoude op 12 september 1813, akkerbouwster, overleden te Zuid-Scharwoude op 26 maart : Jan Otto, schuitemaker te Broek op Langedijk, lotingsnr.15, heeft voldaan aan de dienstplicht door een plaatsvervanger aan te stellen. Jan Otto is 1 el 6 pm 0 dm 2 str lang, heeft een rond aangezicht, een laag voorhoofd, blauwe ogen, een grote neus, een gewone mond, een spitse kin, bruin haar en een litteken aan de lip [Certificaat Nationale Militie] : Eene bij uitstek drukke en welgelegen, sedert ruim eene halve eeuw bestaan hebbende schuitenmakerij, met al derzelver gereedschapen. Te aanvaarden 1 Januarij [ ] Eigenaar en Bewoner Jan Otto, te Broek op Langedijk [Opregte Haarlemsche Courant ] : Op Dingsdag den 20sten Januarij 1857, des vormiddags te 11 ure, zal in de Herberg de Zwaan, te Broek op Langedijk, in publieke Veiling worden Verkocht: Eene zeer bloeijende Schuitenmakers-affaire, met ruime Huizing en Aanhoorigheden, te Broek op Langedijk, zijnde de eenige in die Gemeente, Kadaster Sectie A No. 1361, groot 15 Roeden, 70 Ellen. Dadelijk te aanvaarden. De helft der Kooppenningen kan op het Perceel gevestigd blijven, hetwelk inmiddels in uit de Hand te Koop. Te bevragen bij J. Otto Hz, te Broek op Langedijk, en bij den Notaris Ph. Hulst te Zuid-Scharwoude [Opregte Haarlemsche Courant ]. 1883: Hendrik Otto Janszoon, landbouwer te Zuidscharwoude; Jan Otto Janszoon, landbouwer aldaar; Cornelis Bouwens, landbouwer aldaar en gehuwd met Antje Otto; Jacob Voerman, koopman te Winterswijk, gehuwd met Bregje Otto; Albert de Wit, dagloner te Zuidscharwoude, gehuwd met Neeltje Otto; Dirk Stuurman, koopman aldaar, gehuwd met Fijtje Otto, erfgenamen van Trijntje Meijlis, overleden op , geboren uit haar huwelijk met Jan Otto. Er is een 6
7 testament van voor notaris Hulst te Zuidscharwoude. Zij verdeelt verscheidene akkers onder haar kinderen en legateert aan haar kleinkind Trijntje Otto een zilveren schaar ketting, haak en een gouden ring, aan haar zoon Hendrik Otto een [ ] en aan haar dochters Antje, Bregje, Neeltje en Fijtje haar klederen en overige lijfsieraden. De baten bestaan uit een huis, erf, enige akkers bouwland en water te Zuidscharwoude, sectie A 97, 99, B 133 (etc.), goederen waaronder bedden, klederen en sieraden, en enige leningen, in totaal waard f ,49. De schulden bedragen f 8010, waardoor als nalatenschap overblijft f 17914, 49. De kinderen krijgen elk bedragen tussen de f 2863 en f 3068 [Memorie van Successie]. 20. Gerrit Jan Meijnen, zn. van Jan Willem Meijnen en Hendrina Disselbrink, geboren te Winterswijk op 21 december 1806, wever, landbouwer, overleden te Winterswijk op 9 november 1873, trouwt (2) te Winterswijk op 12 september 1855 met Johanna Berendina Beijers, dr. van Jan Berend Beijers en Anna Catharina Loijtink, trouwt (1) te Winterswijk op 25 maart 1840 met 21. Janna Berendina Loijtink, dr. van Jan Albert Loijtink en Janna Willemina Veenemans, geboren te Winterswijk op 22 augustus 1816, overleden te Winterswijk op 25 december : Gerrit Jan Meijnen is uitgeloot voor militaire dienst. Hij is 1,565 m. lang, heeft een ovaal aangezicht, een rond voorhoofd, blauwe ogen, een spitse neus, een gewone mond, een brede kin, en bruine haren en wenkbrauwen [Certificaat Nationale Militie] : Nicolaas Massart, gepensioneerd ritmeester, en zijn vrouw ter ene zijde en Gerrit Jan Meijnen en Jan Derk Meijnen, grondeigenaren, ter andere zijde, allen wonend te Winterswijk, zijn tezamen ongedeeld eigenaar van het bouwplaatsje Leurdijk, deels in Meddo en deels in Dorpbuurt gelegen, met getimmerte en bijbehorende gronden. De eerste comparant is voor 5/6 eigenaar, de tweede comparanten voor 1/6. De comparanten gaan over tot deling, waarbij aan Gerrit Jan en Jan Derk Meijnen bunder bouwland in Dorpbuurt wordt toegedeeld [Not. Archief Winterswijk, inv.nr akte 120] : Jan Berend te Boske en zijn vrouw Hanna Loitink, en Gerrit Jan Meijnen, landbouwer te Winterswijk, voor zichzelf en als vader en voogd over zijn bij wijlen Janna Berendina Loitink verwekte minderjarige kinderen Jan Willem en Jan Hendrik, verkopen aan Jan Berend Beijers, landbouwer op de Horst in Meddo, 2/3 deel van enige percelen bouwland, weiland en heidegrond in Meddo. De koopsom is 600 gulden [Not. Archief Winterswijk, inv.nr akte 152] : Er wordt een boedelscheiding gemaakt tussen Johanna Berendina Beijers, Jan Hendrik Meijnen en Jan Hendrik Beijers. Het betreft een huis in de Meddosche straat, een huis op de Lappenbrink, het plaatsje Tubers, heide, bouw- en weiland bij het dorp, en 3 zitplaatsen in de hervormde kerk, samen waard gulden. Op dezelfde dag wordt echter een procesverbaal van weigering opgesteld. Op volgt een nieuwe boedelscheiding opgemaakt tussen Johanna Berendina Beijers, Jan Willem Sellink, Jan Hendrik Meijnen en Jan Hendrik Beijers te Winterswijk betreffende deze zelfde goederen [Not. Archief Winterswijk; inv.nr. 5010, aktes 2405, 2406; inv.nr.2531, akte nr.2531]. 22. Johann Heinrich Steinkamp, zn. van Friedrich Wilhelm Steinkamp en Hanne Elisabeth (Hanna Wilhelmina) Schildmann, geboren op 25 maart 1824, gedoopt te Herford op 28 maart 1824 (St. Marien-Stiftberg), broodbakker, wonend aan de Grotestraat te Eibergen, overleden te Eibergen op 4 maart 1891, trouwt te Borculo op 17 februari 1849 met 23. Johanna Berendina Gerharda Lammers, dr. van Engelbertus Lammers en Johanna Petronella Sieverdink, geboren te Winterswijk op 20 augustus 1827, overleden te Eibergen op 8 november : Johann Henrich, Maij 25, [geboren] am fünfundzwanstigsten März abends sieben 7
8 Uhr, ehelich, [vader] Wegemeister Friedrich Wilhelm Steinkamp gebürtig aus Brackwede, [Moeder] Hanne Eliesabeth Schildmanns, gebürtig aus der b. Quelle kr Brackwede. [gedoopt] März 28, [getuige] Johann Henrich Uffelmeyer [opmerking] die Eltern des kinds sind für [..] [Doopboek Herford, Marien-Stiftberg] : Aangifte memorie van successie van Johan Heinrich Steinkamp, overleden te Eibergen op Jan Hendrik Meinen, schilder te Winterswijk, gehuwd met Johanna Steinkamp; Pieter Robert Metzlar,ambtenaar te Rotterdam, gehuwd met Frederika Willemina Steinkamp; Johan Steinkamp, zonder beroep te Eibergen; Frederik Willem Steinkamp, zonder beroep aldaar; Johanna Berendina Gerharda Lammers, weduwe van Johan Henrich Steinkamp, zonder beroep te Eibergen, als moeder en voogd van haar minderjarige kinderen Engelbertus en Bernardus Gerhardus Steinkamp; erfgenamen van Johan Henrich Steinkamp. Actief zijn: Verschillende percelen bouwland, weiland, hakhout en heide te Eibergen, alsmede een schuur en erf (kad. D3611) en een huis en erf (D4347), samen waard f. 3025; een inlage in de Spaar- inleg en voorschotbank van Eibergen, Nede en omstreken, groot f (plus f. 1,46 en f. 61,57 interest), f. 400 aan schuldvorderingen (plus interest), roerende lichamelijke voorwerpen waard f. 1230, winkelpretentiën ten bedrage van f. 500, aan contanten f. 300 en een aandeel in de Geldersch- Overijselsche locaal spoorweg maatschappij, waard f. 280; samen waard f 9420,53. Passief zijn f. 722 voor geleverd meel en winkelwaren. Na aftrek van de helft voor de weduwe, en voor begrafeniskosten blijft f. 4289,26 over voor de erfgenamen[memories van Successie, kantoor Groenlo, eerste helft 1891, nr.4/458]. 24. Teunis de Kruijff, zn. van Hendrik Teunisse de Kruijff en Jannetje Willems van Ginkel, geboren te Leusden op 11 juli 1831, landbouwer, tolgaarder, overleden te Woudenberg op 1 april 1903, trouwt te Leusden op 2 januari 1861 met 25. Johanna van de Lagemaat, dr. van Anthonie Meesse van de Lagemaat en Clara Antonisse van Cooten, geboren te Leusden op 18 november 1835, overleden te Woudenberg op 17 december : Teunis de Kruijff, bouwman te Leusden, is in 1850 binnen de gemeente Leusden ingeschreven voor de Nationale Militie, waarbij hem lotingsnummer 12 ten deel is gevallen, hetwelk tot heden niet opgeroepen zijnde, hem tot geen dienst heeft verplicht. Signalement: vol aangezicht, breed voorhoofd, blauwe ogen, kleine neus en mond, ronde kin, l[icht]blond haar en wenkbrauwen [Certificaat Nationale Militie]. 26. Aalbert Harskamp, zn. van Cornelis Aalts Harskamp en Jannigje Aalts van de Wetering, gedoopt te Doorn op 19 februari 1797, landbouwer te Geerestein, overleden te Woudenberg op 4 november 1875, trouwt te Woudenberg op 10 april 1819 met 27. Cornelia van Lunteren, dr. van Johannes van Lunteren en Rika Kraaijestein, gedoopt te Amsterdam (Westerkerk) op 25 juli 1800, wonend te Maarsbergen, overleden te Woudenberg op 22 januari : Aalbert Harskamp, landbouwer in Maarsbergen, wordt uitgeloot voor de dienstplicht. Hij is 59 lt. 4 lang, heeft een ovaal aangezicht, een rond voorhoofd, blauwe ogen, een brede neus, een kleine mond, een ronde kin, blond haar en blonde wenkbrauwen [Certificaat Nationale Militie]. 1830: Aalbert Harskamp, 33 jaar, protestant, landbouwer, wonend op Ekeris in Woudenberg [Volkstelling 1830 Woudenberg]. 1832: Aalbert Harskamp, bouwman te Woudenberg, bezit een huis en erf te Woudenberg (kadastraal nr. B295) met een tuin en verscheidene percelen bouwland, weiland en bos. Totaal oppervlak is ha; totaal belastbaar inkomen hieruit is 270,15 gulden [Kadaster Woudenberg 1832]. 1840: Aalbert Harskamp, 42 jaar, protestant, landbouwer, wonend op Blootenburg in Woudenberg [Volkstelling 1840 Woudenberg]. 8
9 28. Gerrit Mulder, zn. van Jan Harmens Mulder en Reintje Gerrits Brouwer, geboren te Barneveld op 16 januari 1817, kleermaker, tabaksplanter, plaatsvervangend brandmeester te Woudenberg in 1857, overleden te Woudenberg op 29 november 1876, trouwt te Woudenberg op 12 september 1840 met 29. Johanna van Heeteren, dr. van Albertus Gerrits van Heeteren en Weijntje Antonisse Veldhuizen, geboren te Woudenberg op 21 mei 1811, gedoopt te Woudenberg op 16 juni 1811, overleden te Woudenberg op 1 oktober : Gerrit Mulder, protestant, 24 jr, kleermaker, inwonend op de Voorstraat 22 [Volkstellingsregister Wouderberg 1840] : Gerrit Mulder, kleermaker uit Barneveld, is in 1836 binnen Woudenberg voor de Nationale Militie ingeschreven en door de Militieraad te Utrecht uit hoofde van gebrek aan de [r?] hand finaal vrijgesteld. Hij is 1 el 7 Pl. 4 dm 2 St, heeft een ovaal gezicht, een rond voorhoofd, blauwe ogen, een dikke neus, ord. mond, ronde kin, bruin haar, en geen merkbare tekenen [Certificaat Nationale Militie; Huwelijksbijlagen] : Gerrit Mulder, kleedenmaker, wonend te Woudenberg, leent f.1.000,- tegen 4% van Jacobus van Loenen, landbouwer te Leusden. Tot waarborg stelt hij een perceel wei- en bouwland op de Wetering, genaamd De Eendenkooij, en huis nr. 21 (staand op erfpachtgrond) met korenberg, kad. Woudenberg E 523, 524, 601 en 610, verkregen door boedelscheiding en door koop op , bij not. D. Scheerenberg [NA Amersfoort, not. de Louter AT 055j020 rep 2539] : Gerrit Mulder, wonend te Woudenberg, procuratie grootboek op Jacobus Zimmer en Jacobus Zimmer junior te Amsterdam [NA Amersfoort, not. de Louter AT 055j032 rep 3812; akte ontbreekt; gegevens zijn uit de index overgenomen] : Gerrit Mulder, tabaksplanter en kleermaker te Woudenberg, huurt bouwland 'De Platte Hoeken' van Hendrik Daniel Hooft van Woudenberg van Geerestein, grondeigenaar te Amsterdam, vertegenwoordigd door Hendrik Weynand Cornelis Hooft, rentenier te Woudenberg [ONA Woudenberg, not. De Louter, AT 055j047]. 30. Antonie van Lunteren, zn. van Cornelis Antonisse van Lunteren en Maria Cornelisse van Os, geboren te Woudenberg op 7 november 1812, metselaar, aannemer, wegenbouwer, herbergier aan de Voorstraat, dienstplichtig militair bij het regiment genietroepen van 1831 tot 1833, drager van het metalen kruis op 5 april 1832, brandmeester te Woudenberg in 1857, overleden te Woudenberg op 27 maart 1863, trouwt te Woudenberg op 19 april 1856 met 31. Anna Maria van Leeuwen (alias Anna van 't Rechthuis), dr. van Aalbert Cornelisse van Leeuwen en Jannetje Cornelisse van Eden, geboren te Veenendaal op 17 januari 1823, kasteleinsvrouw, overleden te Woudenberg op 27 november
10 1831: Antonie Cz van Lunteren, zoon van Cornelis van Lunteren en Maria van Osch, geboren te Woudenberg op , laatst gewoond te Woudenberg, 1 el 6 palmen 4 duimen 9 strepen, ovaal aangezicht, lang voorhoofd, grijze ogen, brede neus, ord. mond, spitse kin, lichtbruin haar. Op ingelijfd op autorisatie van het departement van oorlog van no.30, overgenomen van de 13e afdeling infanterie. Op ingedeeld bij de 13e afdeling infanterie voor de tijd van 5 jaar, zijnde loteling van de lichting van 1831, gemeente Woudenberg, nr.12. Hij is in de vesting Nijmegen, bij gelegenheid van den opstand in België in Idem ten Bergen op Zoom in Metalen kruis op Op met paspoort wegens ligchaamsgebreken ingevolge minst. aut. d.d. 29 mei nr.133 [Stamboek Regiment Genietroepen , nr.2525] : In aanmerking nemende dat bij den brand op gisteren ten huize van Korstiaan van Ginkel plaats gehad hebbende, verschillende personen zich door onverschrokkenheid en allen door ijverige pligtsbetrachting hebben onderscheiden, hebben [de burgemeester en assessoren] besloten: In deze notulen van het kloekmoedig gedrag van Wouter van Ede en Antonie van Lunteren Cz eervolle anentie te maken; en den Burgemeester te verzoeken aan allen die daar aan hebben deel genomen, bij publicatie uit naam der gemeente, zijnen dank te betuigen [Notulen Burgemeester en assessoren Woudenberg; verkregen van Karel van Lunteren] : Uit de hand te koop: Eene boeren hofstede, met al zijn toebehooren en getimmeerten, heeren-behuizing, zeer goed geschikt tot zomer- en winterverblijf, met groote tuin, uitmuntend ingerigt voor liefhebbers van landbouw, of om de boerderij apart te verhuren, beide is ook afzonderlijk te koop, te zamen groot ongeveer zeven bunder best bouw-, wei- en tabaksland, gelegen in Gelderland, in de nabijheid van het station Maarsbergen.Gegadigden adresseren zich franco, onder Lett. H, bij A. van Lunteren, mr.metselaar, te Woudenberg [Algemeen Handelsblad, ] : Anna van Leeuwen, weduwe van Antoni van Lunteren, logementhoudster te Woudenberg, huurt bouwland, De Streep, in de kamp onder Geerestein van Hendrik Daniel Hooft van Woudenberg van Geerestein, grondeigenaar te Amsterdam, vertegenwoordigd door Hendrik Weynand Cornelis Hooft, rentenier te Woudenberg Borgen: Jan van Lunteren, bakker en Gerrit Mulder, kleermaker, beiden te Woudenberg [ONA Woudenberg, not. De Louter, AT 055j047] : De gemeenteraad van Woudenberg besluit om voor de huur van de kamer bij de weduwe van Lunteren, die door de gemeenteraad gebruikt wordt, f 40,- te betalen, net als voorheen [Notulen gemeenteraad Woudenberg] : De gemeenteraad van Woudenberg besluit, met 4 tegen 1 stem, om in te gaan op het aanbod van de weduwe van Lunteren om een kamer te bouwen voor de secretarie van de gemeente, die zij met de raadskamer tesamen wil verhuren voor f 70,-. De huurtijd is 6 jaar, maar 10
11 de gemeente heeft het recht om na 3 jaar de huur op te zeggen [Notulen gemeenteraad Woudenberg] : De gemeenteraad van Woudenberg besluit unaniem om de huur van de raadskamer en de kleine kamer beneden, thans gehuurd van de weduwe van Lunteren voor f 70,-, vanaf te huren voor f 110,-. De weduwe van Lunteren heeft zich bereid verklaard voor deze huurprijs deze localen, ingevolge de drankwet, af te scheiden van haar tapperij. Daaraan wordt toegevoegd de huur van het locaal boven, dat thans tot secretarie dient en waarvoor de burgemeester jaarlijks f 40,- betaalt uit eigen fondsen, zodat de totale huur op f 150,- komt [Notulen gemeenteraad Woudenberg]. Generatie VI 32. Jacob Jacobs Voerman, zn. van Jacob Jacobs Voerman en Maartje Dirks Hensbroek, geboren te Heerhugowaard op 15 november 1787, watermolenaar, overleden op 10 oktober 1845, trouwt met 33. Dieuwertje Pieters Noordwest, dr. van Pieter Jans Noordwest en Maartje Ariens Schilder, geboren te Warmenhuizen op 14 januari 1787, molenaarster, belijdenis te Warmenhuizen op 12 mei 1808, met attestatie naar Schermer op 20 november 1810, overleden te St. Pancras op 10 maart : Fredrik de Boer, te Broek op Langedijk, verkoopt aan Jacob Voerman, watermolenaar te St. Pancras, een akker bouwland onder St. Pancras, groot 10 rd 99 ellen, belast met een erfpacht van f 1,57½, verkocht voor f 20 [ONA Alkmaar, not. De Lange, toegang , inv.nr.932, akte 112] : De nalatenschap van Dieuwertje Noordwest bestaat uit twee stukken bouwland in Sint Pancras. Jacob Voerman is erfgenaam [Memorie van Sucessie, nr ]. 34. Pieter Dirks Glazekas, zn. van Dirk Cornelisse Glasekas en Jannetje Pieters de Graaf, geboren te Zuid-Scharwoude op 11 januari 1784, schilder, glazenmaker, overleden te Zuid-Scharwoude op 5 mei 1821, trouwt te Broek op Langedijk op 21 februari 1807 met 35. Grietje Jacobs Blom, dr. van Jacob Klaasz Blom en Sijtje Teunisdr van der Giet, gedoopt te Broek op Langedijk op 18 maart 1787, overleden te Zuid-Scharwoude op 15 december 1851, trouwt (2) te Zuid-Scharwoude op 21 maart 1822 met Pieter Willems de Graaf, geboren rond 1773, broodbakker, overleden in : Pieter Glazekas gld [Quotisatie Zuid-Scharwoude 1808; Afdelingsblad HNK, 2009, p.118]. 1818: Pieter Glazekas, te Zuid-Scharwoude, behoort tot de 2e classis en betaalt 8 stuivers per vierde jaar voor een buitengewoon predikantstractement [Lidmatenboek Noord-Scharwoude]. 1822: Pieter Glazekas, glazemaker en verwer, 5 kinderen. [Vredegerecht Alkmaar inv akte 18-10] : Inventaris ten verzoeke Grietje Blom, wonend te Zuid Scharwoude, weduwe van Pieter Glazekas, in leven verwer en glazemaker, in eigen naam en als voogdesse over haar 5 minderjarige kinderen Jantje 12 jr, Sijtje 9 jr, Grietje 6 jr, Antje 4 jr, en Dirk 2 jr, met Simon Hoff, landman aldaar, toeziende voogd over zijn nichten en neef. Alles wordt opgetekend wat zich bevindt in een huis te Zuid Scharwoude nr.90, waar Pieter Glazekas op overleden is, in tegenwoordigheid van Cornelis Bies, landbouwer aldaar, als deskundige. In het binnenhuis: een hangklok, een dito, een glazekastje met daarin porcelein. Om de wand: 30 Delftse schotels, een Delfts stelletje, een spiegeltje, 18 prenten in lijsten achter glas, een kastje met een tabakspot en 4 schoteltjes, een koffieketeltje, 2 bedbankjes, een houtbak, een ijzeren pot, een heugel, een tang, een blaasbalg, een kinderstoel, een tafel, 6 stoelen, de gordijnen voor de glazen, in de bedstede een bed met toebehoren, in een andere bedstede een bed met toebehoren. In een pottekast: enige schotels en 11
12 borden, een koffiemolen, een keteltje, een doofpot, enige blikken trommels en andere kleinigheden. In het voorend: 18 Delftse schotels, een spiegeltje en 7 schilderijtjes, een glazekastje met daarin porcelein, een hoekkastje, een paar trommelstokken, een aanrechtbank, enig linnen, 6 schotels, 2 trekpotten, enige kleinigheden, 2 tafeltjes, 2 koffiekannetjes, 2 tabakskistjes, een stilletje in een lessenaar, 6 stoelen, een kast met enig linnen, mansklederen, vrouweklederen. In een schrijfkamertje: een lessenaar en 2 vlootjes, enige boeken, 3 stoelen, een handzaag en een stoof. In het achterend, Om de wand: 50 Delftse schoteltjes, een tresoor met daarop staande stel, een mangeltafel, een gortlade, een ijzeren pot, 2 koperen ketels, een mangelbord en stok en lantaarn, een tafeltje en 2 stoven. In een achterkamer: Om de wand 20 Delftse schotels, 20 prenten in lijsten achter glas, een konfoor, een stok, een schel, een heugel, 2 damborden, 2 bedbankjes. In een glazekast: enig porcelein, 2 tafels, een vuurschutje, 3 stoven. Op de darsch: 2 tobben, 2 emmers, enige rommeling, een partij verwersgereedschappen. Op de werf: 2 schapen. Goud en zilverwerk: 3 gouden naalden wegend 9 Engels, een gouden boot met stenen, een paar gouden spelden met stenen, een paar gouden schuifjes wegend 1½ Engels, een paar zilveren gespen wegend 6 lood, een zilveren kapijzer wegende 5 lood, een zilveren tasbeugel wegende 10 lood, een paar zilveren broekgespen wegend 5 lood, een zilveren horlogeketting. Totaal f 313,40. Vaste goederen: huis, erf en boomgaard te Zuid Scharwoude nr.90. Er zijn inschulden voor f 100, van verdiend arbeidsloon als verwer en glazemaker, en f 25 aan contanten. Daarnaast zijn er voor f 780,88 aan schulden ten laste van de boedel: aan Tollens Usselino compagnie te Amsterdam voor verfwaren, aan L. Kleersnijder te Amsterdam voor geleverd glas, aan Abraham Stikkel te Alkmaar voor olie, aan L. Kikkert te Alkmaar voor winkelwaren, aan chirurgijn Biskanter te Nieuwe Niedorp voor geneesmiddelen, aan Cornelis Eelen te Oudcarspel voor hout, aan Jan Schouten voor linnen, en aan Antje Glazekas voor landhuur. De begrafenis kostte f 75 [ONA Alkmaar, not. de Lange, inv.nr.899, akte 80] : De nalatenschap van Grietje Blom bestaat uit de volgende onroerende goederen: ¼ deel in een perceel grasland en 2 percelen bouwland in Zuid Scharwoude; 1/8 deel in een huis in Zuid Scharwoude, kadastraal nr. A1(?). Erfgenamen zijn Dirk, Jansje, Antje, Grietje, Sijtje Glasekas [Memorie van Successie, nr ]. 36. Hendrik Jans Otto, zn. van Johannes Melchior Otto en Maartje Hovenier, geboren te Broek op Langedijk op 5 februari 1772, scheepstimmerman, overleden te Broek op Langedijk op 3 februari 1836, trouwt rond 1810 met 37. Bregje Dirks Bink, dr. van Dirk Pieters Bink en Fijtje Jacobs Balder, geboren te Broek op Langedijk rond 1788, overleden te Broek op Langedijk op 16 maart : Hendrik Otto koopt een huis in het midden van Broek op Langedijk, ten westen van de Agterburgsloot [GN, 2004, nr.4, p. 221]. 1818: Hendrik Otto, te Broek, behoort tot de 2e classis en betaalt 8 stuivers per vierde jaar voor een buitengewoon predikantstractement [Lidmatenboek Noordscharwoude] : Hendrik Otto, schuitemakersbaas wonend te Broek op Langedijk in huis nr.70, herroept eerdere testamenten. Hij legateert aan zijn huisvrouw Bregje Dirks Bink eigendom en vruchtgebruik van zijn goederen. Op dezelfde datum maakt Bregtje Dirks Bink een testament, waarin zij alles aan haar man nalaat [ONA Alkmaar 1090, akte 418 en 419, not. AP de Lange] : Hendrik Otto, scheepstimmerman te Broek op Langedijk [Vredegerechten Alkmaar akte 030; idem akte 059; idem akte 89] : De nalatenschap van Bregje Bink bestaat uit de volgende onroerende goederen: een tweetal huizen in Broek op Langedijk, kadastraal nrs. A1362 en A86, en 3 percelen akkerbouwland in Broek op Langedijk. Daarnaast zijn er twee schuldvorderingen op Jan Otto, de één van 130 gulden, de ander van 1300 gulden, en een schuldvorgering ten laste van Jacob Otto voor 650 gulden, alle tegen 5%. De erfgenamen zijn Jan, Maartje, Dirk en Jacob Otto [Memorie van Successie]. 38. Jan Meijlis, zn. van Willem Cornelisz Meijlis en Neeltje Pieters de Graaf, geboren te 12
13 Oudkarspel op 20 december 1791, landbouwer, veehouder, overleden te Zuid-Scharwoude op 23 november 1823, trouwt te Noord-Scharwoude op 28 juni 1812 met 39. Antje Bouwens, dr. van Jan Jansz Bouwens en Trijntje Cornelisdr Bies, gedoopt te Zuid-Scharwoude op 21 mei 1786, overleden te Zuid-Scharwoude op 1 februari 1849, trouwt (2) te Zuid-Scharwoude op 31 december 1826 met Arien Willis, geboren rond 1795, landman, overleden te Zuid-Scharwoude op 8 februari : Testamenten van Jan Willemsz Meilis, cultivateur à Zuid Scharwoude, et Antje Jansdr Bouwens [ONA Alkmaar, not. De Lange, inv. 1173, akte 259, 260] : Arien Willis, landman te Zuidscharwoude, voor zich en als voogd van zijn minderjarige zoon Pieter Willis; Maarten Spoor, landman te Broek op Langedijk, als toeziende voogd van die minderjarige. Jan Otto Hz, mr. schuitemaker te Broek op Langedijk, in huwelijk hebbende Trijntje Meijlis; Jan Smit, mr. broodbakker te Bergen, in huwelijk hebbende Jantje Meijlis; declareren dat Antje Bouwens, weduwe van Jan Meijlis, laatst huisvrouw van de eerste aangever, gewoond hebbend te Zuidscharwoude, op is overleden. Er is een testament op voor not. P. Hulst. De nalatenschap bestaat uit een huis, erf en tuin, staande en gelegen te Zuidscharwoude, sectie B nrs. 334 en 335, en 18 percelen wei- en akkerbouwland te Zuidscharwoude [Memorie van Successie Alkmaar; 1 reg.4 Nr. 199]. 40. Jan Willem Meijnen, zn. van Jan Derk Meijnen en Josina Catharina Boeyink, gedoopt te Winterswijk op 28 augustus 1782, wever, overleden te Winterswijk op 30 juni 1817, trouwt te Winterswijk op 11 november 1804 met 41. Hendrina Disselbrink, dr. van Garrit Jan Dusselbrink en Anna Catharina ter Haer, geboren te Miste, gedoopt te Winterswijk op 6 oktober 1771, landbouwster, overleden te Winterswijk op 6 maart 1850, trouwt (2) te Winterswijk op 25 november 1818 met Jan Willem Hoebink, geboren rond 1783, overleden te Winterswijk op 11 maart : Testament Jan Willem Meijnen [NA Winterswijk; inv.nr.1607 akte nr.61] : Gerrit Jan en Jan Derk Meijnen, landbouwers te Winterswijk, verklaren dat hun moeder Hendrina Dijsselbrink is overleden op 6 maart 1850 te Winterwijk. Er was een huwelijkscontract van Haar nalatenschap bestaat uit ¼ deel in een huis en achter in het dorp Wintersijk kadastraal K160 en 161, groot 5 roeden 40 ellen, een gaarde land aan de Lange brugge (J902) groot 8 rd 10 el, een perceel bouwland op den Lagen Weeken (J932) groot 7 rd, een dito op den Pas (J1017 en 1077) groot 36 rd 50 el, een dito op den Meijnenkamp (J1081) groot 16 rd 80 el, een dito op den Esen (J1112) groot 11 rd 60 el, een dito in de Passerij (J1133) groot 12 rd 50 el, een dito (J1136) groot 30 rd 40 el, 2/3 in een weiland bij het dorp (J1779) groot 36 rd 90 el, en het bouwplaatsje Tuken in Dorpboer bestaand uit een woning en landerijen (H268, 323, 331, , 356), groot 2 bunder 60 rd 5 el [Memories van Successie; kantoor Groenlo; 1850 eerste helft, nr.30 nr.106]. 42. Jan Albert Loijtink, zn. van Berend Willem Loijtink en Anna Catharina ter Horst, geboren te Meddo, gedoopt te Winterswijk op 9 augustus 1772, landbouwer op de Horst in Meddo, rotmeester, belijdenis te Winterswijk op 17 december 1792, overleden te Meddo op 19 oktober 1832, ondertrouwt op 4 juni 1803, trouwt te Winterswijk op 26 juni 1803 met 43. Janna Willemina Veenemans, dr. van Albert Veenemans en Derksken Konings, geboren te Ratum op 5 april 1783, gedoopt te Winterswijk op 13 april 1783, landbouwster, belijdenis te Winterswijk op 29 maart 1803, overleden te Meddo op 23 maart 1858, trouwt (2) te Winterswijk op 28 mei 1834 met Jan Hendrik Maas : Garrit Hendrik Helders en Garritien ter Horst, echtelieden, wonend op de Horst in 13
14 Meddo, geven te kennen 'aangezien hunnen jaaren van dag tot dag accresseren, zij hun leeftijdt rustiger en met minder beslommeringen door willen brengen'. Zij cederen aan hun neef Jan Albert Loijtink, 'bij hun van zijne kindsheidt af aan hebbende ingewoond en alnoch woonende', al hun gerede goederen op de Horst, de inboedel, huislinnen, bedden en beddegoed, koper, tin, blik, ijzer, 'aart', glas, porcelein, houtwerk, levende have, bouwgereedschap, 'gezaaijen', mest en mestrecht, gedorst en ongedorst koren, hooi, stro, keukenprovisie, niets uitgezonderd dan het bijenhuisje en de bijen en korven daarin, hun contante penningen, lopende renten en lijfstoebehoren, die pas na hun beider dood aan J.A. Loitink zullen komen. Ook transporteren zij aan hem de Steenkamp bij de Horst en een stuk land op de Horster es, genaamd het Snijdersland. Dit alles tegen 800 gulden, geheel te betalen of ten dele, waarbij de rest verrent wordt. Wanneer bij de dood van de comparanten nog niet alles betaald is zal het overschot vervallen aan hun erfgenamen, waar J.A. Loijtink ook onder begrepen is. J.A. Loitink moet hen onderhouden, maar wanneer hij trouwt met een vrouw en 'comparanten niet wel met die vrouw harmoniëren en zij daarom van huisvestinge en leevens onderhoud willen veranderen' zal hij hun jaarlijks een kostgeldsom van 50 gulden betalen, en 25 gulden als er één overlijdt. J.A. Loitink bedankt zijn oom en moeij voor de gedane cessie en belooft om aan de inhoud van de akte te voldoen [RA Bredevoort 451, fol. 202r-205r] : Anna Catharina Loijtinck gehuwd met Jan Berend Beijers, Hanna Loitink en Janna Willemina Venemans, weduwe Jan Albert Loijtink als moeder en voogd over haar onmondige dochter Janna Berendina Loitink, alle landbouwers in Winterswijk, domicilie kiezend ten huize van Jan Berend Beijers op de Horst te Meddo, verklaren dat de nalatenschap van hun vader Jan Albert Loitink, overleden te Winterswijk op , bestaat uit de halfscheid van een stuk bouwland op den Steenkamp ten Meddo, groot 1 bunder 56 rd 60 el, een dito, het Sniedersland genoemd, groot 35 rd 40 el, en een perceel weideland bij het Wijenboom, groot 53 rd 70 el [Memories van Successie, kantoor Winterswijk, 1832, 2e helft, p.368]. 44. Friedrich Wilhelm Steinkamp, zn. van Johann Hermann Friedrich Brinkhans en Anne Margaretha Elisabeth Steinkamp, geboren te Brackwede (Brok nr.53) op 15 februari 1789 (get: Hans Brinkhans), dagloner in 1817, wegemeister te Herford tussen 1821 en 1824, belastingontvanger te Oldenkotte rond 1849, gepensioneerd Pruisisch rijksontvanger in 1868, verhuist van Vreden naar Eibergen op 11 mei 1868, overleden te Eibergen op 8 november 1868, trouwt (2) met Gesina Simmelinck, trouwt (1) te Brackwede op 29 november 1816 met 45. Hanne Elisabeth (Hanna Wilhelmina) Schildmann, dr. van Christoph Heinrich Schildmann en Anna Catharina Tiemans, gedoopt te Brackwede (Quelle nr.19) op 21 februari 1796 (get: Hanna Wilhelmina Tiemann), overleden te Zwillbrock op 1 september (Quelle no.19): Joh Christoff Schildman, Anna Cath Sielmans [sic!]: Hanna Wilhelmina. Get: Henna Wilh Tiemans [Doopboek Brackwede] : Im Pfarrhaus, der Landwirtsman (?) Friedrich Wilhelm Steinkamp, Sohn der Col Herrman Fred: Steinkamp und Maria Elisabeth Steinkamps, mit Hanna (doorgestreept: Elisabeth) Wilhelmina Schildmans von no 22 in Quelle Tochter der Col Christoph Heinrich Schildmann und Anna Cathar. Tiemans, Junggesell 28 Jahr ( ), Jungfrau 22 Jahr ( ) [Ev. Trouwen Brackwede] : Friedrich Wilhelm Steinkamp, gepensioneerd Pruisisch rijksontvanger, komt uit Vreden naar Eibergen, waar hij bij zijn zoon gaat wonen [Bev.Reg. Eibergen]. 1868: Friedrich Wilhelm Steinkamp, gepensioneerd ontvanger, overleden te Eibergen, , geboren 15 feb 1789 Brackwede (Pruissen), weduwnaar eerst van [ ] Elisabeth Schiltman, laatst van Gesina Simmelink, geen onroerend goed nagelaten [Memories van Successie, kantoor Groenlo, Tafel V-bis, , nr. 147; 2/4265]. 46. Engelbertus Lammers, zn. van Garrit Jan Lammers en Hinders Sikkink, gedoopt te 14
15 Winterswijk op 18 augustus 1798, korenmolenaar, wonend op Roerdinkhuisje te Meddo in 1821, verhuist naar Borculo in 1837, verhuist weer naar Meddo in november 1851, overleden te Winterswijk op 3 februari 1870, trouwt te Aalten op 31 augustus 1815 met 47. Johanna Petronella Sieverdink, dr. van Jan Berend Sieverdink en Johanna Christina Eppink, geboren te Aalten op 29 januari 1792, overleden te Winterswijk op 13 mei Engelbertus Lammers is de eerste korenmolenaar op de in 1821 gebouwde Hazenveldse molen en woont op Roerdinkhuisje in Meddo, naast Roerdink, waar de eerste eigenaar van de molen woont. In 1837 vertrekt hij naar Borculo en in november 1851 komt hij terug naar Meddo. Hij gaat dan in het molenaarshuis wonen [Beskers (1995), Meddo deel II, p. 104]. 1851: E. Lammers, B.A. Elsinghorst en J.W. te Strake, al voor 7/8 deel eigenaar van de Hazenveldveldse molen in Meddo [waarschijnlijk sinds 1844], kopen samen met H.J.F. Offenberg het laatste 1/8 deel, voor f 662,50 van molenaar A.B.A.C. Roeloffzen [Beskers (1995), Meddo deel II, p. 106] : Engelbartus Lammers, molenaar in Meddo, en zijn vrouw Johanna Petronella Sieverdink stellen elk een testament op. Zij legateren aan elkaar het vruchtgebruik van hun hele nalatenschap. Aan hun zoon Bernardus Gerhardus Lammers, molenaar, bij hen inwonende, legateren zij al hun roerende en onroerende goederen, welke hij pas kan aanvaarden na afloop van het bovengenoemde vruchtgebruik. Onder dit legaat zijn niet hun klederen, lijfslinnen en lijfstoebehoren begrepen, die onder alle kinderen deelbaar blijven. Hun zoon moet na afloop van het vruchtgebruik aan elk van zijn zusters, te weten Johanna Berendina Gerharda Lammers, gehuwd met Jan Hendrik Steenkamp, bakker te Eibergen, Geziena Hendrika Lammers, gehuwd met August Steenkamp, kuiper te Neede, en Johanna Christina Lammers, gehuwd met Hendrik Adolf Prins, molenaar te Aalten, een som van 225 gulden uitkeren, zowel volgens het testament van Engelbarts Lammers als volgens dat van zijn vrouw [Notarieel Archief Winterswijk, not. Dericks, inv.nr. 4942, akten 23 en 24]. 48. Hendrik Teunisse de Kruijff, zn. van Teunis Hendriks de Kruijff en Gosina Willems Hienekamp, gedoopt te Amersfoort op 6 december 1795, landbouwer op Vrijhoef, overleden te Leusden op 26 december 1873, trouwt te Leusden op 2 maart 1825 met 49. Jannetje Willems van Ginkel, dr. van Willem Brandse van Ginkel en Klaasje Gosense Pothoven, geboren te Leusden op 31 maart 1801, landbouwster, overleden te Leusden op 11 juni : Hendrik de Kruijff, landbouwer te Leusden, lotingsnummer 7-5, wordt uit hoofde van in 1814 geremplaceerd te hebben, finaal vrijgesteld voor militaire dienst. Hij is 1 el 7 pl. 6 dm, heeft een rond aangezicht, een hoog voorhoofd, blauwe oogen, een grote neus en mond, een ronde kin en bruin haar [Certificaat Nationale Militie] : Hendrik de Kruif, landbouwer te Leusden, en Jannetje van Ginkel maken een testament, waarbij zij elkaar wederzijds het vruchtgebruik vermaken van hun na te laten bezittingen [NA Amersfoort, not. de Louter AT 055j041 rep en 4820]. 50. Anthonie Meesse van de Lagemaat, zn. van Mees Gijsberts van de Lagemaat en Maria Saare van de Wetering, geboren te Leusden op 20 mei 1796, herbergier in de Mof in Leusbroek, landbouwer, imker, kerkvoogd in 1826, pachter van de rijkstol aan de grote weg te Leusbroek tussen 1844 en 1846, bestelhouder in 1851, gecommitteerde van de Slaperdijk in 1861, zetter der directe belastingen te Leusden in 1861, overleden te Leusden op 11 juni 1868, trouwt te Cothen op 24 februari 1821 met 51. Clara Antonisse van Cooten, dr. van Antonie van Cooten en Sophia van Eck, gedoopt te Cothen op 4 juni 1797, overleden te Leusden op 2 januari : Antonie van de Lagemaat, landbouwer, met lotingsnr. 9, 3e klasse, is tot op heden 15
16 niet opgeroepen, hem alzoo tot geen dienst heeft verpligt [Certificaat Nationale Militie] : Notaris Johannes de Louter verpacht bij opbod, in tegenwoordigheid van mr. Willem Huydecoper, waarnemend ontvanger der gemeente Amersfoort, een viertal rijkstollen voor de tijd van twee jaar, ingaande 1 april 1844, waaronder de tol numero één op den grooten weg der eerste klasse numero twee, staande in Leusbroek, tussen Amersfoort en Scherpenzeel. De pacht van deze tol wordt toegewezen aan Anthony van de Lagemaat voor 1570 gulden. Tot borgen heeft hij aangesteld de heren Frans van Zeyl en Melis Veldhuizen [ONA Amersfoort, Not. Johannes de Louter, inv. nr. AT55-j 003]. 1846: Akte van ruil tussen Daniel Hooft van Woudenberg en Teunis van de Lagemaat van twee bosjes ten noorden en ten zuiden van de Lunterse beek [Archief familie de Beaufort; UA, toegangsnr. 53, nr.1814] : Inventaris van de boedel van wijlen Anthonie van de Lagemaat. In het voorhuis bevindt zich: een kabinet, klok, toonbank, 3 tafels, vuurgereedschap en kool, borden, kistjes, comfoortjes, 3 kommen en schilderijen, een spiegel, een tapkast met flesschen, caraffen, glazen, maten en [ ], 8 stoelen, 3 stoven, 3 koperen kannen, glazenkleedjes en [ ], manskleerderen, 3 lakens en 10 slopen. In de kamer: een tafel en 6 stoelen, een hoekkast en 4 schilderijen, een zetkast, vloerkleeden en matten. In de achterkamer: een ton met snijbonen, een tafel en botermandje, een sluitmand en kruiken. In de goot: een koperen aker, een dito ketel, trommels, bussen, lampen, borden en ijzeren potten, een tuinenschotel en lepels, koppen, borden en kruiken, een melkstop, twee emmers, vuurgereedschap, een kast met hetgeen erin is, 6 stoelen, 2 stoven en een groote koffijmolen. In de kelder: boter en melk, rommel op de zolder, 3 bedden met toebehoren, 2 span gordijnen. In de voorschuur: een melkkarn, schijf en divers met karnbank, emmers en ton, voerbakken en banken, (balksleeten) en divers. In de schuur: 3 wagens met opzet, een ploeg, 4 span eegden, een span wagenzeelen, een span ploegzeelen en zeel, weerbomen, [ ]houten en rommel. In het achterhuis: schoppen en grepen, zigten, [ ] en kaargers, gavels, snoeimes en bijl, kettings, een treebak en maat, een wanmolen en twee snijbanken, 4 zeefden, een kortkist en baktrog, gereedschap, touwen, wagenkleden en twee dekken, balkslieten, eenig ijzerwerk en divers. Te velde staat boekweit en rogge. Er is hooi in de berg en haver in huis. Er zijn ongeveer 100 stokken bijen op de klei en 3 tonnen honig, 60 vellen korven, doeken en bijburrien. Er zijn droge erwten en boonen, appels aan de boomen, [ ], bonestaken en brandhout, een slijpsteen, 3 ladders, een bergkaaf en stoel, 5 koeijen, 3 pinken, 3 kalveren, 2 paarden, 4 varkens, een lam, 7 kippen en 8 kuikens. Op Hamersveld is er nog hout en ten sterfhuize is gevonden: een ledekantsbehang, een bijen[ ] en 5 kan genever. In totaal is de inventaris f 2679,30 waard. Verder hebben de erfgenamen geld tegoed vanwege de huur van aardappelland en geleverde drank. Zij zijn geld verschuldigd wegens geleend geld en landpacht, voor hout, drank en koorn, en aan de touwslager, koperslager, winkelier, arts, veearts, smid en metselaar (o.a. de weduwe van Lunteren) [ONA Amersfoort, not. de Louter AT 055j052 rep 6159]. 52. Cornelis Aalts Harskamp, zn. van Aalt Cornelisz Harskamp en Grietje Berends Groenhout, gedoopt te Woudenberg op 29 mei 1757, landbouwer op Haxvoord onder Maarsbergen, overleden te Maarn op 25 mei 1829, trouwt te Doorn op 30 november 1788 met 53. Jannigje Aalts van de Wetering, dr. van Aalt Theunisse van de Wetering en Gijsbertje Anthonisse van 't Voort, gedoopt te Doorn op 11 maart 1764, overleden te Maarn op 17 september : Peeter Kok en zijn vrouw lenen 500 gulden van Cornelis Aalten van Harskamp, op Haxvoord onder Maarsbergen. Onderpand is boerderij Groot Moorst [Dorpsgerecht Woudenberg inv.nr.2349 p.112]. 1804: Kornelis van Harskamp f. 3- [Gerechtsbestuur Maarn en Maarsbergen; inv.nr.5; Omslagen per persoon Maarsbergen]. 54. Johannes van Lunteren, zn. van Jan Woutersz van Lunteren en Cornelia Thone Renes, 16
17 gedoopt te Woudenberg op 16 juni 1765, overleden te Amsterdam op 19 december 1809, begraven te Amsterdam (St. Anthoniekerkhof) op 23 december 1809, ondertrouwt te Amsterdam op 9 mei 1800 met 55. Rika Kraaijestein, dr. van Christoffel van Kraaijestein en Jacobje Sang, gedoopt te Amersfoort op 15 september 1775, belijdenis te Amersfoort in april 1795, met attestatie naar Amsterdam op 10 januari 1798, naar Maarssen op 19 maart 1802, begraven te Maarssen (in de kerk) op 4 juni : Rijkje van Kraaijesteijn, kind van Christoffel Kraaijesteijn, geboren ca. 1775, verblijft in het Stadskinderhuis [Archief Eemland; Weeskinderen; toegang 0101, inv.nr. 521, fol.141] : Jan van Lunteren, van Woudenberg in't Sticht, geref, oud 34 jaren op de Kyzergt over de Westermarkt, gead met zijn vader Jan van Lunteren, wt te Woudenberg; Hendrica Krayensteyn van Amersfoort geref oud 23 jaren, op de Heerengragt, ouders dood, gead met de dood ged van zijn ouders [Amsterdam Trouweb] : Rijkje Kraaijesteijn krijgt een akte van indemniteit ten laste van de gereformeerde gemeente van Amersfoort in verband met haar vertrek naar Maarssen [Stadsarchief inv.nr. 1966] : Willem van Lunteren, schaapherder te Doorn, legateert aan de twee minderjarige kinderen van wijlen Johannes van Lunteren en Rijkje Kraayensteyn, te weten Cornelia en Hendrika van Lunteren, elk f 200,-. Hij legateert aan zijn broer Rijk 2 kampjes land onder Woudenberg, benoemt zijn broers Rijk, Anthonie en Jacob en zijn zuster Mijntje tot algehele erfgenamen [Not. H.A. Vliercks, Amersfoort]. 56. Jan Harmens Mulder, zn. van Harmen Mulder en Geertje Geurs, geboren te Barneveld op 24 februari 1784, dagloner, overleden te Barneveld op 1 juli 1832, trouwt (2) te Barneveld op 19 januari 1821 met Maria Geertruijda Rademaker, gedoopt te Amsterdam (Westerkerk) op 8 april 1796, dagloonster, overleden te Barneveld op 17 februari 1822, trouwt (3) te Barneveld op 27 juli 1827 met Roelofje Roelofs van den Broek, geboren te Barneveld rond 1785, overleden te Barneveld op 27 juli 1841, trouwt (1) te Barneveld op 8 november 1811 met 57. Reintje Gerrits Brouwer, dr. van Gerrit Jansen Brouwer en Marretje Dirks Baggel, geboren te Voorthuizen op 5 april 1779, gedoopt te Voorthuizen op 11 april 1779 (get: Stijntje Dirks), overleden te Barneveld op 2 december Albertus Gerrits van Heeteren, zn. van Gerrit van Heteren en Agnita Verbrug, geboren te Meerten, gedoopt te Lienden op 17 september 1769, tabaksplanter, gemeentebode te Woudenberg tussen 1830 en 1840, overleden te Woudenberg op 20 februari 1840, trouwt te Woudenberg (met attestatie van Utrecht) op 13 maart 1796 met 59. Weijntje Antonisse Veldhuizen, dr. van Anthonie Errisz van Ekeris en Jennigje Claasse Veldhuizen, gedoopt te Woudenberg op 27 maart 1768, tabaksplantster, overleden te Woudenberg op 16 januari : Huwelijk van Albertus van Heteren, j.m. geboren onder de Buurkerk Meerten, Carspel Lienden, wonend te Utrecht, en Wijntje Velthuizen, j.d, geboren te Geerestein, wonend voorheen te Utrecht, nu te Woudenberg. Getrouwd met attestatie van Utrecht. 1812: Albertus van Heteren, cultivateur de tabac, betaalt 2 franc 70 ct. cotisation cadastrale en 3 franc 4 ct. repartition du contingent [Contribution foncière de 1812, Woudenberg 500/832, nr. 82]. 1818: Albertus van Heteren betaalt f 1,50 personele omslag [Personele omslag Woudenberg 1818, inv.nr. 500/632]. In 1821 betaalt hij f 4, : Albertus van Heteren, 53 jr, tabaksplanter, wonend aan de Schans te Geerestein nr. 16. Hij is ook eigenaar van een tabaksschuur aan de Nieuwen uitleg nr 84 [Volkstellingsregister 17
18 Wouderberg 1824]. 1830: Albertus van Heteren, protestant, 61 jr, landbouwer en bode, wonend aan de Schans te Geerestein nr. 18 [Volkstellingsregister Wouderberg 1830]. 1832: Aalbertus van Heteren, bouwman te Woudenberg, bezit 1 perceel weiland, 3 percelen bouwland en 3 percelen hakbos te Woudenberg. De totale oppervlakte is ha.; het totaal belastbaar inkomen hieruit is 96,55 gulden [Kadaster Woudenberg 1832]. 1840: Albertus van Heteren, protestant, 72 jr, zonder beroep, wonend aan de Voorstraat nr. 35 [Volkstellingsregister Wouderberg 1830]. 60. Cornelis Antonisse van Lunteren, zn. van Anthonie Jansz van Lunteren en Jannegje Hendriks Meerbeek, geboren te Woudenberg op 7 juli 1788, metselaar, overleden te Woudenberg op 20 januari 1860, trouwt te Doorn op 22 april 1810 met 61. Maria Cornelisse van Os, dr. van Cornelis van Os en Elisabeth Bosch, gedoopt te Doorn op 5 augustus 1787, overleden te Woudenberg op 5 april Verscheidene bouwwerken van Cornelis van Lunteren bestaan nog steeds. In 1834 verbouwde hij Huize Geerestein bij Woudenberg in opdracht van Jhr. Hooft, in 1838 verbouwde hij de boerderij Klein Geerestein tot een landhuis en in 1849 bouwde hij hier een neogotische toren aan vast. Ook bouwde hij verscheidene boerderijen, die tegenwoordig als monumenten gelden [zie o.a. K.C. van Lunteren (2004), De dorpskerk in de Woudenbergse historie]. 1832: Cornelis van Lunteren, metzelaar te Woudenberg, bezit een huis en erf en een tuin (kad. B524 en B525) in Woudenberg. Belastbaar inkomen van het huis is 12,81 gulden; dat van de tuin is 3,02 gulden [Kadaster Woudenberg 1832]. 62. Aalbert Cornelisse van Leeuwen, zn. van Cornelis van Leeuwen en Neeltje Verhoef, gedoopt te Veenendaal op 4 september 1791, wolfabrikant, overleden te Veenendaal op 30 januari 1866, trouwt te Veenendaal op 3 november 1820 met 63. Jannetje Cornelisse van Eden, dr. van Cornelis van Eden en Anna Maria de Ruijter, geboren te Veenendaal op 6 mei 1798, fabrikante, overleden te Veenendaal op 16 januari : Aalbert van Leeuwen, wolkammer te Veenendaal, is in 1814 bij de loting nr.103 ten deel gevallen, wat hem tot de dienst verplichtte. Hij heeft daar aan voldaan door Jan van Verbeek als plaatsvervanger aan te stellen. Hij is 5 vt 5 dm 4 sk, heeft een vol aangezicht, rond voorhoofd, blauwe ogen, gewone neus, idem mond, ronde kin, en blond haar [Certificaat Nationale Militie; 18
19 Huwelijksbijlagen]. 1832: Aalbert van Leeuwen, wolkammer, is eigenaar van een huis en plaats, een tuin, een stuk weg en nog een huis in Stichts Veenendaal, gelegen aan de Grift (kadastraal nrs. B 313, 314, 314bis, 315). Het belastbaar inkomen van de huizen is resp. 21 en 15 gulden [OAT Stichts Veenendaal 1832] : Neeltje van Leeuwen, zonder beroep in Gelders Veenendaal; Anna Maria van Leeuwen, weduwe van Anthonie van Lunteren, kasteleinesse te Woudenberg; Willem Homoet, wolkammer te Stichts Veenendaal als in huwelijk hebbend Steventje van Leeuwen; Cornelis van Leeuwen, wolkammer in Stichts Veenendaal; Hendricus Albertus van Leeuwen,wolkammer in Gelders Veenendaal; Hendrik Kroesbergen, wolkammer in Stichts Veenendaal, in huwelijk hebbend Judikje Aletta van Leeuwen; Albertus van Leeuwen; Gerrit van Leeuwen, beiden wolkammers te Gelders Veenendaal, ten sterfhuize van de erflater, verklaren dat Albertus van Leeuwen op in Gelders Veenendaal overleden is en dat zijn kinderen zijn enige erfgenamen zijn. Tot de nalatenschap behoren de helft in een huis, erf en tuin te Gelders Veenendaal (kad. C 97 en 98), groot 3rd 12 el; een vierde deel in een stuk weiland in Stichts Veenendaal (A 258, 259), samen 2 bunder 12 rd [Memories van Successie, kantoor Wageningen, 1866 nr.8795] : Albertus van Leeuwen, fabrikant te Gelders Veenendaal, uitvoerder van de uiterste wil van zijn moeder Jennigje van Eden, weduwe van Albertus van Leeuwen, op voor notaris Kemelaar te Veenendaal verleden, verklaart dat de nalatenschap van Jannigje van Eden voor hun legitieme portie of ¾ deel wordt geërfd door haar kinderen: Neeltje van Leeuwen, zonder beroep, Gerrit van Leeuwen, Albertus van Leeuwen, fabrikant, allen te Gelders Veenendaal, Hendricus Albertus van Leeuwen, Cornelis van Leeuwen, fabrikant, Steventje van Leeuwen echtgenote van Willem Homoet, winkelier, allen te Stichts Veenendaal, Anna Maria van Leeuwen weduwe van Antonie van Lunteren, logementhoudster te Woudenberg, en Aletta van Leeuwen echtgenote van Maas van Wagensveld, metselaar te Lunteren, voor 1/9 deel, en de twee kinderen van wijlen Judikje van Leeuwen, in leven gehuwd met Hendrik Kroesbergen, landbouwer te Stichts Veenendaal, ook voor 1/9 deel. De drie eerstgenoemde kinderenzijn volgens haar testament ook benoemd in samen ¼ deel. De nalatenschap bestaat uit de helft van de nog onverdeelde boedel van haar en haar man, bestaande uit een huis, erf en grond in Gelders Veenendaal (kad. C 97, 98), het geheel waard f 1800; een perceel weiland en water groot ha (A 259, 1015, 1016) in Stichts Veenendaal, waard f 1000; twee zitplaatsen in de hervormde kerk sectie B nr.1870, waard f 250; meubelen, inboedel, koopmanschappen, wol, winkelwaren, waard f 4031,10; inschulden voor f 1243,64; f 1212,99 gereed geld. De helft hiervan bedraagt in totaal f 4768,87 [Memories van Successie, kantoor Wageningen, 1883]. Generatie VII 64. Jacob Jacobs Voerman, zn. van Jacob Jacobs Voerman en Elsje Gerrits Ochtend, gedoopt te Oudorp op 12 februari 1758, molenaar, ondertrouwt te St. Pancras op 2 april 1787 met 65. Maartje Dirks Hensbroek, dr. van Dirk Pieters Hensbroek en Maartje Cornelis Visser, gedoopt in april : Bij het huwelijk krijgt Jacob Voerman de acte pro deo en valt Maartje Hensbroek in klasse : Jacob Voerman verkoopt aan Jacob Schermer een akker zaadland, groot 9 snees 7 roeden, voor f 77,-. Op dezelfde datum verkoopt hij met Pieter Miesen voor f 75,- aan Dirk Schouten een stuk weytland, genaamd Dikstal, groot 3 gars 7 snees 13 roeden [Transportregister Sint Pancras]. 66. Pieter Jans Noordwest, zn. van Jan Maartens Noordwest en Antje Pieters Smit, geboren te Kalverdijk, gedoopt te Harenkarspel op 21 april 1754, dagloner, overleden te Warmenhuizen op 27 oktober 1829, trouwt (1) te Koedijk op 21 april 1776 met Dieuwertje Jans, trouwt (2) met 19
20 67. Maartje Ariens Schilder, dr. van Arie Pieters Schilder en Dieuwertje Cornelis Hoofd, gedoopt te Oudesluis op 18 december 1757, belijdenis te Warmenhuizen op 7 mei 1791, overleden te Warmenhuizen op 10 november Dirk Cornelisse Glasekas, zn. van Cornelis Cornelisz Glasekas en Antje Dirks Schouten, j.m. van Zuid-Scharwoude, verver, belijdenis op 12 juni 1761, begraven te Zuid-Scharwoude (impost) op 16 januari 1802, trouwt (1) te Zuid-Scharwoude op 18 maart 1759 met Aafje Cornelisse Pranger, begraven te Zuid-Scharwoude op 18 maart 1782, trouwt (2) te Zuid-Scharwoude op 28 september 1783 met 69. Jannetje Pieters de Graaf (alias Backer), dr. van Pieter Pietersz de Graaf en Aaltje Jans Oudes, gedoopt te Zuid-Scharwoude op 12 september 1756, begraven te Zuid-Scharwoude op 11 januari : Dirk Glasekas en Aafje Pranger, echtelieden te Zuid Scharwoude, stellen een testament op [ONA Alkmaar, not. Bootsman; inv.nr.704] : Dirk Glasekas, weduwnaar en bruidegom ter eenre, en Jannetje Pieters de Graaf, meerderjarige dochter en bruid ter andere zijde, wonend te Zuid Scharwoude op Langedijk, stellen huwelijkse voorwaarden op. Indien de bruid het eerst zou sterven zonder dat zij samen kinderen nalaten, dan zal de man aan haar ouders of naasten haar linnen, wollen, sieraden en 100 gulden uitkeren; haar man is erfgenaam. Als de bruidegom als eerste sterft zonder kinderen uit dit huwelijk, dan verklaart hij zijn bruid te maken 500 gulden en de bewoning van het huis en werf tot haar hertrouwen. Zijn er wel kinderen, dan vermaakt hij zijn vrouw een kindsdeel in zijn nalatenschap, zulks naar voldoening van het moeders erfdeel aan zijn voorzoon bewezen, alzo hij zijn vrouw en al zijn kinderen dan tot erfgenaam maakt in egale portiën. Hij tekent 'Dirk Glasekas', zij zet een merk [ONA Alkmaar, not. De Lange; inv.nr.696] : Dirk Glazekas en Jannetje de Graaf zitten bij hun trouwen in de classe van f 6,-. Zij trouwt als j.d. van Schoorldam : Dirk Glasekas, te Zuid Scharwoude, maakt een testament. Hij verklaart dat aan zijn kinderen uit zijn laatste huwelijk, met Jannetje Pieters de Graaff, 500 gulden zal worden uitgekeerd ter voldoening van hun moederlijke goed. Hij benoemt zijn kinderen tot erfgenaam en stelt als voogden aan Cornelis Glazekas te Zuid Scharwoude en Jan Pieters de Graaf te Schoorldam [ONA Alkmaar, not. Van Oostveen; inv.nr.751] : C. Glazekas geeft het lijk van Dirk Glazekas aan onder de 4e classe (f 3,-). 1808: De kinderen van Dirk Glazekas, gld [Quotisatie Zuid-Scharwoude 1808; Afdelingsblad HNK, 2009, p.117]. 70. Jacob Klaasz Blom (alias Stip), zn. van Klaas Jacobsz Blom en Barber Dirks Hooghuijs, gedoopt te Heerhugowaard op 24 november 1755, bouwman, overleden te Heerhugowaard op 26 augustus 1812 (aan de Pannekeet), ondertrouwt te Heerhugowaard op 16 oktober 1785, trouwt te Heerhugowaard (voor schepenen) op 30 oktober 1785 met 71. Sijtje Teunisdr van der Giet, dr. van Teunis Klaasz Giet en Grietje Paulus de Graaff, gedoopt te Egmond-Binnen op 11 december 1763 (get: Treijntje Paulus de Graaf), overleden te Zuid-Scharwoude op 15 november : Eerste gebod Jacob Claasz Blom j.m. en Sijtje Teunisz Giet j.d. beyde in de Heer Huygen Waart, op acte pro deo nihil [ Impost trouwen Heerhugowaard] : Sijtje Giet, weduwe van Jacob Blom te Schoorldam, in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met Jacob Blom; Pieter Glazekas, verwer te Zuidschermeer en Grietje Blom zijne huisvrouw; Neeltje Blom, weduwe van IJsbrand de Nijs, zonder beroep te Schagen; Frans Glansdorp, timmerman in de HHwaard, en Aagje Blom, zijne huisvrouw; verkopen aan Klaas Blom, boer in de HHwaard, 7/8 deel in een huis en erf aan de Westdijk in de Heerhugowaard, 3 20
21 akkers bouwland samen groot 20 sneesen aan de Kolkdijk inde Zuidscharwoudepolder, verkocht voor f 149 [ONA Alkmaar, not. de Lange, toegang , inv.nr.928, akte 117]. 72. Johannes Melchior Otto, meesterkleermaker, komt met attestatie uit Hessen naar Broek op Langedijk in december 1753, diaken tussen 1777 en 1781, overleden voor 15 oktober 1807, ondertrouwt te Broek op Langedijk op 9 juni 1767 met 73. Maartje Hovenier, dr. van Jan Cornelisz Hovenier en Jannetje Cornelis Langereis, gedoopt te Winkel op 6 november 1735, komt met attestatie van Winkel naar Broek op Langedijk op 16 september 1767, overleden te Broek op Langedijk op 15 oktober : Jan Otte koopt een huis in Broek op Langedijk voor gulden. 1761/1768: Mogelijke broers van Johan Melchior Otto zijn Johann Herman Otto (kleermaker, op met attestatie uit Hessen naar Broek op Langedijk gekomen en op te Koedijk overleden) en Joannes Leopoldus Otto (met een behoorlijke Latijnse attestatie uit Grissen in Hessen als lidmaat in Broek op Langedijk erkend, en op naar de Koog vertrokken) [Kwartierstaat de Geus] : Jan Otto en Maartje Jans Hovenier, wonend te Broek op Langedijk, beiden redelijk gezond, maken een testament op de langstlevende. [In de marge: testateuren verklaren boven de 2000 gld niet gegoed te zijn]. Als de testatrice kinderloos sterft laat zij haar ouders Jan Hovenier en Jannetje Langerijs een legitieme portie na. Zij stellen elkaar aan als voogd van eventuele kinderen en sluiten de weeskamer uit. Hij tekent 'Jan Otto', zij tekent 'Maertje Yans Hoveniers' [ONA Alkmaar, not. De Lange; inv.nr. 675 akte 31]. 1777/1781: Jan Otto is diaken in 1777 en Later wordt hij enkele malen genomineerd als ouderling [GN, 2004, p.224]. Op een bepaald moment wilde men vanuit Koedijk een kind dat kleermaker moest worden bij hem uitbesteden. De Koedijker predikant Philippus Verbrugge getuigde dat Jan Otto te goeder naam en faam bekend stond en de diakenen verklaarden dat Jan en zijn vrouw hen voorkwamen als zeer ordentelijke en geschikte mensen, die hun kinderen een zeer goede opvoeding gaven. Door onenigheid tussen de predikant en diakenen is de plaatsing overigens niet doorgegaan [GN, 2004, p.224] : De boedel van Jan Otto en zijn vrouw wordt gedeeld door hun beide zoons. Jan krijgt het huis en erf in het midden van Broek op Langedijk, nr.65, getaxeerd op f.140. Hendrik krijgt contant geld en huisraad te waarde van f.140 [GN 2004, p.224]. 74. Dirk Pieters Bink, zn. van Pieter Bartholomeusz Bink en Neeltje Dirks Hensbroek, lidmaat te Broek op Langedijk op 6 mei 1781, begraven te Zuid-Scharwoude (impost) op 3 april 1794, trouwt rond 1782 met 75. Fijtje Jacobs Balder, dr. van Jacob Bartelmiesz Balder en Bregje Cornelis Slot, geboren rond 1764, overleden te Broek op Langedijk op 26 december 1853, trouwt (2) met Jan Jansz Winter. 1793: Dirk Bink wordt genomineerd als diaken : De kinderen van Dirk Bink en Fijtje Balder zullen uit hun vaders nalatenschap elk f.125 genieten, alsook hun vaders kleren, goud, zilver en verder sierraad [Weeskamer, ORA 6177]. Op wordt uit de nalatenschap van hun grootouders Pieter Bink en Neeltje Hensbroek f.660 ter weeskamer geboekt : Het tweede huwelijk van Fijtje Balder, met Jan Winter, is niet erg gelukkig geweest. Al op scheiden zij van tafel en bed, in augustus 1798 wonen zij weer samen en in maart 1800 zijn zij weer uit elkaar [Gens Nostra, 2004, p225] : Fijtje Balder verkoopt aan Cornelis Waiboer de noordelijkste akker in de Admiraals groet voor f [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.143]. 21
22 76. Willem Cornelisz Meijlis, zn. van Cornelis Jansz Meijlis en Grietje Jans Kerkmeer, gedoopt te Oudkarspel op 7 oktober 1759, landbouwer, overleden te Oudkarspel op 31 mei 1801, trouwt voor 1788 met 77. Neeltje Pieters de Graaf, dr. van Pieter Pietersz de Graaf en Aaltje Jans Oudes, gedoopt te Zuid-Scharwoude op 8 juni 1760, landbouwster, overleden te St. Maarten op 30 april 1829, trouwt (2) met Jan Winter. 1791: De erfgenamen van Cornelis Maijlis en Grietje Jans Kerkmeer verkopen aan Willem Maijlis zaadland beoosten de Kerkmeer, groot 1 geers 11 snees 9 rd [Oudkarspel; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste droogmakerijen, p.193] : Willem Cornelis Meilis en Neeltje Pieters de Graaf, wonend te Oudkarspel, maken een testament op de langtlevende. Zij benoemen hun kind of kinderen tot erfgenaam in hun legitieme portie. De testateurs zijn beneden de 8000 gld gegoed. Hij tekent 'Willem Maylis', zij 'neelije pieters de graaf'[ona Alkmaar, not. Van Oostveen; inv.nr.766 akte 155]. 78. Jan Jansz Bouwens, zn. van Jan Jansz Bouwens en Hillegond Hendriks Leeuwen, gedoopt te Zuid-Scharwoude op 10 maart 1754, begraven te Zuid-Scharwoude (in het schip van de kerk) op 23 maart 1808, ondertrouwt te Zuid-Scharwoude op 2 mei 1779 met 79. Trijntje Cornelisdr Bies, dr. van Cornelis Laurensz Bies en Antje Pieters Croon, geboren te Koedijk, gedoopt te Zuid-Scharwoude (als volwassene) op 21 mei 1786, overleden te Zuid-Scharwoude op 2 juli : In het schip van de kerk in Zuid Scharwoude bevindt zich een steen met de volgende inscriptie: Hier ligt begraven / Jan Janszn. Bouwens / overleden den 23 Maart 1808 in den / ouderdom van ruim / 54 jaren. [Bloys van Treslong Prins, N.H. kerk Zuid Scharwoude, p. 20] : Het overlijden van Jan Bouwens wordt aangegeven. Zijn nalatenschap is vrij van belasting. 80. Jan Derk Meijnen, zn. van Adam Meijnen en Janna Willemina Sijwassink, gedoopt te Winterswijk op 21 april 1754, wever, legt zijn gildeproef af te Winterswijk in 1779, overleden te Winterswijk op 15 juni 1808, trouwt (2) te Winterswijk op 9 april 1797 met Janna Gesina Sellink, geboren rond 1766, overleden te Winterswijk op 24 maart 1824, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 17 april 1779, trouwt op 9 mei 1779 met 81. Josina Catharina Boeyink, dr. van Hendrik Jan Boeyink en Jante Gelkinck, geboren te Ratum, gedoopt te Winterswijk op 5 september 1751, overleden voor 9 april : Jan Derk Meijnen, zoon van een weversbaas, legt zijn proef af voor het weversgilde in Winterswijk : Jan Derk Meijnen, weduwnaar van Josina Catarina Boejink, geeft te kennen zich tot een tweede huwelijk te geven, en stelt een staat en inventaris op voor zijn drie minderjarige kinderen, namelijk Janna Willemina 17 jr, Jan Willem 14 jr en Abraham 7 jr, bij zijn ehevrouw ehelijk verwekt. Tot mombers worden gesteld Salomon Boejink en Gerrit Jan Huiskamp, naaste verwanten van moeders zijde. Ongerede goederen: een huis en hof en where daarbij in Winterswijk in de Meddosche straat, door de inventaisant bewoond; 3 schepel bouwland op de Meinenkamp bij het dorp; 2 mud gezaai bouw en grond, de Huisstede en Biesengat genaamd, bij het dorp; 3 schepel bouwland bij het dorp op de Orrienkamp; 1½ schepel bouwland bij het dorp op de Marienbree; een half schepel bouwland bij het dorp op de Lagen Wieber; 2 dagen grasmaaien hooigrond bij het dorp in het St Anna maatjen. Gewas op het land: 7 schepels mestrogge, een halve schepel raapgewas. Mest en mestrecht: mestrecht van 7 schepel land met rogge en boekweit, enige mest in de stal, 3 vimmen schoven, een voer hooi, 2 mud boekweit, een half schepel 22
23 gerst,enige aardappelen, een schepel erwten, een schepel kleine bonen, enig spek en vlees, enige turf. Levendige have: een koebeest, een vierse, 8 hennen en een haan. IJzerwerk: een ijzeren pot, een plat ijzeren potje, een klein dito potje, een metalen potje, een haal, een vuurtang, schop en lepeltje, een schuimer, 2 haardijzertjes, een koekepan en hangijzer, 2 schoppen, 3 mestgrepen, 3 vorken, een veenepan en stotemes, een turfspade en 2 bouwzigten, een bijltje en hakmes defect, een vlasreppele, een snaphaan, 2 vlashekels, 12 fourchetten, 2 blikkebosjes en een worsthoorn. Koperwerk: een wasketel, een thee en koffieketeltje, een schenkketeltje, een koperen en blikken lampenhaal, een oude koffiemolen. Tinwerk: een tinnen bak, een dito schoteltje, 6 dito telders, een dito beddefles, 2 dito theepotten, een zoutvaatje, peperbus, mosterdpotje, suikerbakje en melkbakje, 18 tinnen lepels. Aardewerk: 6 Delftse schotels defect, 6 dito telders, 3 rood aarde telders defect, een roompot en 13 melkpotjes defect, 5 kleine potjes, 11 paar theegoed en theepotje, een spiegeltje. Houtwerk: 3 oude kisten, 2 tafeltjes, 15 oude stoelen, 3 oude vuurstoven, een zoutvat en 2 lepelborden, 3 oude spinnewielen defect, 2 oude haspels, 3 vlegels en 3 harken, een oude kruikarre, een snijtrog met een mes, een hekelstoel defect, 3 koekuevens, een karn en 2 keupens defect, 2 oude wateremmers, een oude baktrog, 2 oude braken en vlasbeuken, een weefgetouw met toebehoren, een oud schrientje, wanne en spindtvat defect, 2 inmaaktonnetjes. Tafelgoed: 6 oude tafellakens, 9 oude servetten, 6 oude handdoeken. Beddegoed: drie maal een over- en onderbed, met driemaal een peul en 2 kussens, 14 beddelakens, 6 kussenslopen, 20 stukken vlessen garen, 7 boten vlas, 16 ellen smaldoek. Voordelige schulden van f Schulden ten laste van de boedel van f Linnen en klederen van de inventarisants vrouw: een roodbruin stoffen jak en rok, een zwart lakens jak en rok, een bruin zijden jak en rok, een groen damasten rok en paar katoenen jak,een zwart calminke stikte rok, een zwart gestreepte greijne rok, een bruine calminke rok, een blauwe spiegel damaste rok, een katoenen voorschort en neusdoek, een hoepelrok en zonhoed, een groen bont koetoenen jak, een beugeltas, 'aux de la rain doosje', snuifdoosje, een paar gespen, een haak en oog, een bijbel met zilveren klampen, een witbont katoenen jak, 20 mutsen kanten en stroken, 8 neteldoekse halsdoeken, een punthaak, een keurslijf, 8 hemden, 3 bonten katoenen voorschorten,een regenkleed, een kast. De gerede goederen zijn waard f 594-9, de klederen f De vader zal de gerede goederen behouden, iedere minderjarige krijgt 1/6 daarvan ad f Hij zal de kinderen onderhouden, de zoons een ambacht laten leren [RA Bredevoort; toegang 3017 inv.nr.595; Protocollen van Tuteele en Curateele] : Magescheid van tussen Jan Willem Meijnen en Rosier Willem Meijerink, in huwelijk hebbende Janna Willemina Meijnen, ter eenre zijde, en Janna Gesina Sellink, weduwe en boedelhoedster van Jan Derk Meijnen ter anderen zijde, met concurrentie van Jan Hendrik Smalbraak en Hendrik Jan Zijwassink als voogd en toegeziende voogd over Janna Geertruid en Josina Catarina Meijnen, de nog minderjarige kinderen van Jan Derk Meijnen, waarbij aan de laatsgenoemden gecedeerd wordt hetgeen door haar in het huwelijk is aangebracht, bestaande uit een derde part in het erf en goed Leurdijk in Meddo, en een obligatie van 550 gulden ten laste van Jan Willem Sellink en Aaltjen Eefsink van en aan Jan Willem Meijnen o.a. een 'veene boord' op het Kolenberger Veen, blijvende de onroerende goederen van vaders zijde krachtens de magescheid van alleen deelbaar tussen de twee eerstgenoemde contrahenten en de minderjarigen, te vinden op het register op het dorp en Dorpboer Winterswijk [RA Bredevoort 320]. 82. Garrit Jan Dusselbrink, zn. van Jan Disselbrink en Willemken Debbink, geboren te Miste, gedoopt te Winterswijk op 15 mei 1735, landbouwer, overleden op 18 september 1787, begraven te Winterswijk op 21 september 1787, ondertrouwt te Winterswijk op 6 augustus 1768, trouwt te Winterswijk op 28 augustus 1768 met 83. Anna Catharina ter Haer, dr. van Jan Hijink en Hendrina Meijnen, geboren te Woold, gedoopt te Winterswijk op 31 januari 1742 (get: Gesina Hijinck, Geertruit te Kulve, Wander Schreurs), overleden op 20 april 1779, begraven te Winterswijk op 23 april Berend Willem Loijtink, zn. van Berent Loijtink en Henders Hoebink, gedoopt te Winterswijk op 29 juni 1738, landbouwer op Loijtink in Meddo, overleden te 23
24 Winterswijk op 22 juni 1806, trouwt (1) te Winterswijk op 11 juli 1758 met Henders Mensink, gedoopt te Winterswijk op 22 april 1737, trouwt (2) te Winterswijk op 26 februari 1769 met 85. Anna Catharina ter Horst, dr. van Berent ter Horst en Henders Scheunink, gedoopt te Winterswijk op 1 oktober 1734, begraven te Winterswijk op 18 april : Na het overlijden van Hinders Mensink wordt door Berent Willem Loytink een staat en inventaris opgemaakt van de gereede goederen. Hieronder bevinden zich houtwerk (o.a. een weefgetouw, twee wagens, een hoge kar, twee stort karren, een kafmolen, een kast, twee tafels, drie spinnewielen, acht stoelen), ijzerwerk (o.a. een horlogie, twee bijlen, een bakpan en hangijzer), koper (twee ketels, een theeketel, een degelpanne), gewas (o.a. l zaad met mestrogge, rogge, boekwijt, stroo, hooi, vlas, en 40 stukken garen), levende have (twee paarden, een varken, vier koeien, vijf ganzen, vijf gusten, twintig hoenders), bedden (o.a. acht bedden, kussens, tafellakens, handdoeken en beddelakens), klederij en linnen van de inventarisant en van de vrouw zaliger (jakken, lakens, rokken, rijlijven, voormouwen, hemdrokken, mutsen, servetten, nevelkappen, schorteldoeken, zakdoeken, een regenkleed, halsdoeken, kustogen en hemden). Verder zijn er vorderingen van f en schulden van f De vader krijgt de inboedel en zal zijn twee zoons ieder 198 gulden geven voor hun moederlijke goed. Eén van de zoons zal op Loijtinck als bouwman blijven [OTGB 13 p.60] : Berent Willem Loijtink, weduwnaar van wijlen Hinders Mensink, geeft over inventaris van zijn boedel. Tot momboiren over zijn 2 onmundige zoons Garrit Willem en Jan Barts worden aangesteld Jan Hindrik Goijkink en Jan Mensink. Maaggescheid: de vader belooft (tegen behoud van de gehele inboedel des huizes, levendige have, gezaaij, mest en mestregt) aan iedere zoon voor moeders goed, als zij 20 jaren oud zijn, een som van 198 gulden en haar moeders kiste met het linnen en wullen. Ook zal met goedvinden der landheren één van de zoons weer op den goede Loijtink als bouwman blijven en bij voorafsterven van de vader zal de zoon, als hij 25 jaren oud is, de bouwerije mogen aanvaarden [Volontaire Protocollen Bredevoort 543, fol.73]. 86. Albert Veenemans, zn. van Derk te Kortschot en Harmken ten Brincke, geboren te Ratum, gedoopt te Winterswijk op 18 mei 1736, landbouwer op Veenemans in Ratum, overleden op 1 april 1795, begraven te Winterswijk op 4 april 1795, trouwt te Winterswijk op 30 juni 1771 met 87. Derksken Konings, dr. van Willem Könninks en Jenneke te Kronnie, geboren te Ratum, gedoopt te Winterswijk op 18 september 1744, overleden te Winterswijk op 19 augustus : Peinding door Jan Veneman en Albert Veneman qq op de gerede en ongerede goederen van J.B. Mengers en zijn vrouw, speciaal op de erfenisse door de doot van Berndken ter Ulewijk op het erve gedevolveert speciael op haer quota van het katerstedeken de Stegge gut [GA; Toegangsnr. 0136, inv.nr.461; Repertorium volontaire protocollen buurtschappen Winterswijk, fol.427v]. 88. Johann Hermann Friedrich Brinkhans (alias Steinkamp), zn. van Frans Henrich Brinkhans en Cathrina Ilsabein Kükenshofener, geboren te Brackwede (Brock), gedoopt te Brackwede op 4 maart 1764 (get: J.G. Schüttfoort), landbouwer op Steinkamp te Brock, trouwt te Brackwede op 13 oktober 1787 met 89. Anne Margaretha Elisabeth Steinkamp, dr. van Franss Henrich Griese en Johanna Liesabet Steinkamp, geboren te Brackwede (Brock), gedoopt te Brackwede op 30 oktober 1763 (get: C. Hindemans), overleden na 16 november : B. Brok No.93 Harm Friedrich Brinkhanss und Margr Liesab Steinkamps, Jgs 24 Jare, Jgfr 14 Jare [Trouwboek Brackwede]. 24
25 90. Christoph Heinrich Schildmann, zn. van Christoffel Biele en Trin Margret Schildman, gedoopt te Brackwede op 7 maart 1756, landbouwer op Schildmann te Quelle, trouwt (1) te Brackwede (ook proclamaties te Heepen) op 16 juni 1781 met Anne Ilsebein Sielmann, geboren rond 1756, trouwt (2) te Brackwede (proclamaties ook te Heepen) op 26 maart 1795 met 91. Anna Catharina Tiemans, dr. van Johann Jacob Grünewald en Clara Ilsabe Sielmans, geboren te Sieker (Heepen) rond 1767, overleden te Brackwede (Quelle) op 9 april 1813 (abends 10 Uhr), begraven te Brackwede op 12 april (Quelle nr 19 ganz frei): Christoph Henrick Schildmann, Jungs 25 Jahr, und Anna Ilsabein Sielmans, Jungf 16 Jahr [Trouwboek Brackwede] (Quelle nr.19): Christoph Schildmann, Witwer 38 Jahr, und Anna Catrin Tiemanns, Jungfr 28 Jahr [Trouwboek Brackwede] : Anna Catharina, vrouw van Colon Christoph Schildmann te Quelle, is overleden. Zij is een dochter van Colon Jacob Tiemann en Clara Ilsabein Sielmann te Heepen, Siecker [Begraafregister Brackwede 1813, fol.45v nr.130]. 92. Garrit Jan Lammers, zn. van Jan Hendrik Lammers en Enneken ten Holthuis, gedoopt te Winterswijk op 1 november 1749, molenaar op de Plekenpolse molen in het Woold, overleden te Woold op 15 december 1826, trouwt te Winterswijk op 26 april 1778 met 93. Hinders Sikkink, dr. van Geert Sikkink en Geertje Boijkink, gedoopt te Winterswijk op 18 januari 1756, overleden te Woold op 15 januari Tot 1825 wonen Garrit Jan Lammers en Hinders Sikkink op het Keupenhuis in het Woold. Daarna gaan zij naar Bennink in Brinkheurne : Jan Hendrik Lammers, landbouwer te Winterswijk, Jacobus Lammers, molenaar te Aalten, Engelbartus Lammers, molenaar te Winterswijk, Harmen Jan Lammers, molenaar in Beltrum, en Catharina Lammers, zonder beroep te Winterswijk, verklaren ten huize van Jan Hendrik Lammers, op Bennink nr.97 in Brinkheurne, dat hun vader Gerrit Jan Lammers op te Winterswijk is overleden en geen onroerende goederen heeft nagelaten [Memories van Successie, kantoor Winterswijk, 1826 p.705]. 94. Jan Berend Sieverdink, zn. van Jan Berent Sieverdink en Anna Willemina Sellink, gedoopt te Winterswijk op 14 februari 1759, winkelier, overleden te Aalten op 24 september 1794, begraven te Aalten op 27 september 1794, trouwt te Aalten op 4 april 1784 met 95. Johanna Christina Eppink, dr. van Gerrit Eppink en Sophia Prins, gedoopt te Aalten op 30 maart 1763, winkelierster, overleden te Aalten op 5 februari 1827, trouwt (2) te Aalten op 11 oktober 1799 (huwelijkscommissarissen) met Bernardus Hollink, geboren te Aalten rond 1774, winkelier, overleden te Aalten op 28 april : Johanna Christina Eppink, weduwe van wijlen Jan Berent Sijverdink, geassisteerd met Steven Schaars, voornemens te hertrouwen, heeft een inventaris van haar boedel opgetekend, en verzoekt over haar 5 minderjarige kinderen met namen Sophia Cathrina 14 jr, Bernardus Gerhardus 13 jr, Johanna Wilmina 11 jr, Johannis Everhardus 9 jr en Johanna Petronella Sijverdink 7 jr, tot mombers aan te stellen Abraham Sijverdink en Hendricus Duenk, naasten in den bloede. Deze hebben de momberschap aangenomen. Ongerede goederen: een huis, erve en hof in Aalten tussen de huizen van Jan Hondorp en Hermannus Freriks, en een schuurtje aan de straat recht over het huis (samen f 1125), de helft van een bouwplaats genaamd Meinen en de gehle koren- en bloedtiende uit het goed bestaande uit 2 schepel rogge en voor de bloedtiende f 2-10 (f 2270), de helft van een bouwplaats genaamd Sikking in Corle (f 1950), een zesde van een 25
26 bouwplaatsje genaamd 't Roele, waarvan Gerrit Hoorntje bouwman is (f 4000, een stuk bouwland gelegen bij Aalten in den Esch bij den Trompetter (f 450), een dito groot 2 schepel (f 200), een dito (f 175), een dito (f 172), 5 spint (f 125), 5 spint (f 50), een weideken genaamd den Slagt in Dale (f 190), een dito bij Sonderloo (f 200), een halve hof bij Aalten (f 124), een halve hof aan de Koelmansstege (f 190), een halve hof in Grevink (f 100), twee zitplaatsen in de kerk onder de orgelzolder, en een voor het kastje van Hendrik Duytshof, nog een dito in die kast voor die van de koster (f 88), een ¼ deel van een klein gedeelte van een veendijk aan den Hagedijk (f 10). Gereede goederen. Koperwerk: ¼ gedeelte van een waschketel, een ketel, een traanketel, 2 theeketels, 2 koffiekannen, 6 schenkketels, een komfoor, een melkketeltje, een tabakkomfoor, een staande lamp, 2 hanglampen, een bedpan, een bierkraan, een strijkijzer, een theebus, een trommeltje, een tafelrand, een dekkel van een lantaarn, 4 paar dopschalen, een grote dop tot een schaal, een hang horlogie (f 40-10). Tinnen: 2 koffiekannen, een bierkan, een waterpot, een mosterdpot, een peperbus, 2 zoutvaten, een oord, een halven oord, 2 trechters, 2 kandelaars, 15 schotels, een boek, 25 borden, 25 lepels, een visplaat, een soeplepel ( f 38). Blikwerk: 8 theebussen, 7 trommels, een syrooptrom, een peperbus, 8 oliemaatjes, 5 trechters, een lantaarn, een zwaveldoosje, een schenkketel, 2 koffiebonenbussen, een staande lamp, een rijve, een gieter, een worsthoorntje (f 10-4). IJzer: 5 kookpotten, 2 aspotten, 4 potdeksels, een bakpan en hangijzer, een haal, een haalketen, een lenghaal, 2 vuurtangen, een vuurschup, een blaaspijp, een schuimer, een vuurlepel, een grijper, een lepel en een vleesvork, een rooster, een koffietrommel met zijn vaen, 18 forsietten, een koeijketen met een kluns, een komfoor, een vijzel met een stamper, een schoevel, 2 grepen en een vork, een mesthaak, een strijkijzer met 2 bouten, een el, een zuyker schaar, een zeisje, een bijl, een hiepe, een hamer, een strootmes, een hakmes, 2 schuppen, een brandijzer, 12 tevelmessen, een grote schaal met 104 pond gewichten, 4 kleine schalen met 1¾ pond kleine gewichten, een bengtang, een haardijzer, 2 ovenplaten (f 31-6). Houtwerk: een kabinet, een glazekas, een kast, een bureau, een klein glazekastje, een lessenaar, 5 tafels, een klein kistje, een kleerbak, 35 stoelen, een tafelstoel, een kinderstoel, een stelletje, een vleesstender, een zoutkist, 8 tonnetjes, 2 dozen, 2 garenschagen, ¼ gedeelte van een buikkuiven, 4 kleine kuivens, 3 botertonnen, een karn, 14 melkvaten, 4 emmers, een baggerschoevel, een schraag, een wiel, een haspel, een kleermand, een pepermolen, een koffiemolen, een schepel, een spint, een beker en een halve beker, 2 tonnen tot ingemaakt goed, 3 kleine tonnetjes, een spinjager, 2 handstoffers, een kleerborstel, een wan, 2 zeven, een stuykel, een theeblaadje, 4 lepels, een pankoek lampen, 4 vuurstoven, een theestoof, een snijtrog, een braake, een luywagen, een kamerbezem, een trijkrooster, een platte boeder, een vogelkouw, 3 ermkorven, 2 mandjes, een confituurmandje, een tabakinstrument (f 128-3). Glas, porcelijn en aardegoed: 4 spiegels, 8 wijnromers, 4 bierglazen, 6 bouteltjes, 2 zoutvaten, 13 borden, 30 dito Delfts porcelein, 6 dito boterschoteltjes, een stelsel op het kabinet, een dito de glazekast, 5 kommen, een spoelkom, een theepot, 30 paar theegoed, 6 paar dito gemeen, een zwart melkkannetje, 3 dito theepotten, een dito suikerbakje, 3 bruine spoelkommen, 3 dito potjes, een sauskom, een boterpotje, een kwispedoor, een snuijtpot, 16 Delfts porceleinen schotels, 8 gemeen aarden kannen, 6 dito potten, een komfoor, een mosterdmolen, een slijpsteen (f 36-7). Bedgoedt: 7 bedden, 5 peluwen, 15 kussens, 4 dekens, 4 paar gordijnen, 2½ el bedtheek (f 127). Linnen: 56 bedlakens, 45 slopen, 23 tafellakens, 28 servetten, 27 handdoeken, 10 glasgordijnen, 5 pond gehekeld vlas, een kap vol vlas dat nog op de spreide ligt, 100 stukken vlessen gaarn voor het maken, 26½ ellen wit werken doek, 102 vetten werken gaarn, 31 stukken dito vlessen, 17 stukken dito om te blijken, 9 korenzakken, 2 boesem rollen, een dito wullen, 3 linnen glasgordijnen, 2 kleerlijnen (het linnen zal verdeeld worden). Boeken: een bijbel in folio, Brakel het eerste deel, van der Kemp over de cathechismus, Hellenbroek over de Lijders Hoffen, Hellenbroek over het Hooglied Salomons, Clarisse laat-redenen, dan nog verscheiden boeken van veele autheuren (f 13). Levendige have en gesaaij mest en mestregt: een koe, boekweit, knollen, vruchten, mest (f ). Gedorst als ongedorst koorn, strho, hooij, turf en keuken provisie: boekweit, rogge, mankzaad, rogge gerven, raapzaad, roggeschoven, hooi, hammen, spek, angel, rundvlees, roggepacht van het goed Meinen, havergarven van Sikking, tarwe, turf ( f 336-2). Linnen en wullen klederen tot den overledene lichaam behoort heeft: 2 lakense rokken, 4 camisolen, een broek, 2 voorpanden tot een camisool, een hoed, 36 hemden waarvan 6 nog niet 26
27 genaaid zijn, 12 overhemden, een paar witleren handschoenen, 15 paar voormouwen, 57 stropdassen, 2 paar kousen (blijft voor de minderjarige kinderen). Koopmanswaaren als tot de winkel sig bevindt: 110 pond snuiftabak, 120 pond provintie houd, 8 kannen boomolie, 14 kannen raapolie, 7 kannen lijnolie, 30 pond stroop, 28 kannen azijn, 32 pond rijst, 35 pond gepelde gerst, een zak en een schepel zout, 6 pond kandijsuiker, 1½ pond basterdsuiker, 1¾ pond koffiebonen, 8 pond stokvis, 5 pond bleek blauw, 8 pond donker blauw, ¾ pond gum arabicum, 2 pond peper, 5 pond galnoten, 6 lood indigo, 10 lood Spaans groen, 94 pond koper rood, 63 pond mul, 15 pond smak, 20 pond anijszaad, 515 pond oirgini tabak, 121 pond inlands aardgoed, 75 pond dito bestgoed, 42 pond thee in de theekist, 10 pond dito soort in een zakje, 31 pond dito beste soort, 22 pond dito gemeen soort, 52 pond dito middensoort, een pond en 6 koekjes chocolade, 31 pond komijnekaas, 19½ gros korte pijpen, 6 gros lange pijpen, een vaatje zeep, 4¾ Spaanse zeep, 30 pond krijt, een riem Schrens papier, 5 boek schrijfpapier, 7 pakjes kruiden van Marten Lammers, 4 flesjes Haarlemmer olie, 6 lood kaneel, 1 lood kruidnagels, ¾ pond orange appels, 9 pond corinten, 6 pond rozijnen, 9 pond pruimen, 3 pond gemalen potlood, 2 pond potas, een spint zesant, 27 snuifdozen, 11 kammen, 1½ dozijn potloden, een dozijn gespen, 1½ boekverguld en chitspapier, 1¾ lood zwarte zijde, 4 ellen fluweel band, ½ stuk zwarte franje, ½ stuk wit dito, 2 stuk smal versellen lint, 1¼ stuk dito breed, een bosje merkzijde, 2 halve stukjes floers lint, 3 bagijne boesellaarsbandjes, 1 stuk smal groene zijde lint, ¼ dito zonhoede lint. 1½ rol carcasse, 1 pond wit garen, ¼ pond dito stopgaren, ½ pak spelden, ½ gros poliste knoopjes, ½ gros dito hoorn, 3 rollen zwartzijde linten en een half stuk, 3 rollen wollen vijfkeper, 8 rollen boordlint, 1 stuk blauw zijde lint, 1 dito zwart en smal, 2 stuk groen zijde koord, ½ stuk zwart linnen haarband, 1½ dito blauw, ½ dozijn likoorden, 1¾ dozijn stukjes mutselint, 2 stuk breed wit lint, 12 stukken dito smal, 8 dito grijs keper, ½ gros gemene riemen en ½ gros dito, 2 gros beenknoopjes, 1 pak haken en ogen, 2½ pond gebaayt garen, 4 pond koperdrad, 80 blikken en 12 koper pijpen dopjes, 7 vuurstalen, 5 pijpen huisjes, 6 pond aluin, 2 pond Engels rood, 2 pond bindtouw, 4 dozijn vingerhoeden, 7 pakjes spijkers, 2 doosjes, een schepper, een koffiebonenbak, 8 pond lijm, 3 pond gebrande koffiebonen, een klein mandje, 3 pond cichorij, ledige vaten welke aan de kooplieden weder terug moeten worden gezonden, 9 zeepvaatjes, een oxhoofd, 2 aams, 3 halve aams, 6 ankers, een half anker, versierde bloemen (samen f ). Zilverwerk en contante penningen: 2 lepels, 2 forsietten, een tabaksdoos, 2 paar mouweknoopjes (f 39) en contante penningen (f ). Voordelige boedels schulden: van 67 personen (f ). Dubieuze schulden: van 8 personen (f ). Schulden tot laste van den boedel: aan Steven van Groeningen wegens ontvangen waar, en van ontvangen waar van Hendk Middelburg, B.P. van Calcer, de weduwe van wijlen Hendk van Calcer, Gerrit van Calcer, P. van Delden, allen kooplieden te Deventer, aan Jan Bus d Criter en D. J. Horij, beiden wonend te Rotterdam, aan G.S. Boland te Dinxperlo, S. en H. Walient te Winterswijk, H. Arendsen te Oedink, Kobus te Doetinchem, De Haan te Wesel, van Asten in Luykerland, G. Jan Hoopman Berentz, aan tabakaccijns, verponding, aan de pachter van het hoofdgeld, koffie en theegeld, haardstedegeld, aan de dienstmeid Gesina Neerhof, aan S. Schaars voor het formeren van de inventaris (f ). De waarde van de boedel minus de schulden is f , waarvan de minderjarige kinderen f competeert. Zij krijgen het halve goed Meinen en Sikkink. Etc. Getekend door Johanna Chrisina Eppink weduwe Sieverdink, Abraham Sijverdink en Hendrijkes Duenk, Steven Schaars Hendrkz en Bernardus Hendricus Beeking als dedingsmannen, Bernardus Hollink en Harmanes Freriks [Heerlijkheid Bredevoort; Protocollen van Tuteele en curateele; inv.nr.596]. 96. Teunis Hendriks de Kruijff, zn. van Hendrik Gijsbertsen de Kruijff en Aaltje Harmens Camerbeek, gedoopt te Amersfoort op 5 december 1769, landbouwer op de Zuidwind in Hamersveld, overleden te Leusden op 19 november 1837, trouwt te Leusden op 24 juni 1793 met 97. Gosina Willems Hienekamp, dr. van Willem Brandse Hienekamp en Trijntje Goosense van de Lindeboom, gedoopt te Amersfoort op 14 juni 1768, overleden te Leusden op 27 februari
28 : Testament Gesina Hennekamp. Door haar overige kinderen en erfgenamen zal worden gegeven aan haar dochter Reyntje de Kruyf, bij haar inwonende: 6 jaar huur aan de boerenplaats door haar bewoond en gebruikt ingaande 22 februari volgende op de dag van haar overlijden, terwijl ingeval op de dag van haar overlijden het winterkoorn nog te velde moet worden gebragt, slechts 8 bunder daarmee mogen worden bezaaid en ook geen driesten (= braakliggend land) daarvoor mogen worden gescheurd. Verder zal het koren van het laatste huurjaar aan de huurster komen. Zij zal hebben het genot van het houtgewas vanaf het voorste paardengat tot aan de Linie, maar mag slechts 1 maal in de huurperiode gehakt worden. Ze verzoekt haar overige kinderen aan haar wensen te voldoen en verklaart dat Reyntje heeft beloofd altijd bij haar te zullen blijven zolang ze leeft. Als haar kinderen hieraan niet willen voldoen dan vermaakt zij aan Reyntje 1/4 deel bij vooruitgenieting, boven haar wettig aandeel in het overige. Haar kabinet en chafonière heeft zij aan Reyntje gegeven [Js. de Louter, Amersfoort, AT 055j009 rep 1150]. Eerder testament van [not de Louter AT 055j004 rep 538] : Inventaris van de hofstede De Zuidwind in Hamersveld (Leusden E 529 t/m 536; F 582 t/m 590, 810 t/m 813, 815 t/m 819) en weiland in polder de Haar (Duist C 254, 255) van wijlen Teunis De Kruif en Gosina Hienekamp. Op de haard: een tafel [ ], stoelen, een vierkante tafel, een koperen koffijkan, een theeservies met trekpot, suikerpot, melkkan, appelkom en twaalf blauw en zo dito rood gekleurd theegoed met een theeblad, een dito blauw met twaalf paar theegoed, een glazenkast (met daarin een koperen en twee tinnen koffijkannen, twee kandelaars en enig divers theegoed), enige borden, een koperen ketel, veertien prenten achter glas, twee spiegeltjes, twee rikken met lepels, een trommeltje en een tabakskistje, drie boven- en vier ondergordijnen, twee Vriesche klokken, een geschilderde kast, vijftien schotels en een kom, een blikken trommel, een [ ]buffet, enig theegoed en twee trommeltjes, een oliekan, lamp, thee, ballenbus en een tabakscomfoor, vier stoven, een ijzeren haaltang, blaaspijp, vuurlepel, [ ]kerschaar, comfoor, twee haakjes en vuurplaat, een koperen lamp, een turfkist, zwavelbak en stoffer, drie schoorsteenvallen, een paar bedgordijnen en val, een bed, twee peuluwen, vier kussens, twee lakens, een wollen en een [ ], en een strijkijzer. In de kamer: een kleederenkast, een spinnewiel, zes tonnen, enige boonen en kool, een stelletje en [ ], een koffijmolen, trommel, manden, [ ], een bed met toebehoren. In de kelders: boter, eieren, twee sloten, potten. Op de Geut: een karn met toebehoren, elf emmers, twee koperen ketels, twee blikken, blik, enige borden, theegoed en aardewerk, twee rikken met lepels, een tafel, een pappot en drie ijzeren potten, een tinnen schotel, borstels, zeefden, boterschalen met drie pond gewicht, een koperen ketel [ ], een spiegel en stoffer. Op zolder: een partij gedorste weit, een dito rogge, een spantuig, een vleeskuip, twee tonnen [ ], vier bijkorven, vier potten met vet, een ton met appelen. Op de deel: o.a. twee bedden met toebehoren [ ], rogge, een hooimand, zeven grepen, vijf scheppen, een haan en vijftien kippen, vier zeeften, een spijkerboor en gereedschap, een honington, een zak met bonenmeel, een dito met bonen [ ], vier vlegels, vier knuppels, touwen, bindzelen, oude tuigen, tien zakken boekweit, een zak rogge, een wintmolen [ ], een lamp, een partij koeken, twee tonnen, een bijl, twee paardenkettingen, een zwartbonte koe, drie kalfdragende koeien, vijf diro, vijf guste veerzen, twee kalfdragende koeien, zes eenjarige pinken, een bruin zevenjarig ruinpaard, een dito driejarige, een veulen, een bruin vijfjarig paard, een partij gedorste boekweit, een dito weit, rogge en boekweit, een oude troebak en een kribbe. Op de hofstede en het land: brandhout, droog hout, rogge, boekweit, een slijpsteen, een hond met hok. In de loots: een ploeg, een oude kruiwagen, hooi in de berg, twee emmers. In de schuur: een partijtje turf, een wagen met kleed en spantuig, een wagenstel [ ], een boerenwagen [ ], drie plaggenwagens, een wagenbouw en leuningen, een rijbank, wagenkist, een span ploegtuigen [ ]. In het bakhuis: o.a. een spint, een koperen ketel, een wastobbe, een kleederenmand, een tafel en drie stoelen. In het schapenhok: [.] de hofstede: o.a. mest, honig. De totale waarde van de inventaris is f. 4440,45 [Not. D. Scheerenberg, AT 051c019 rep 2194] : De erfgenamen van Gosina Hienekamp, te weten Hendrik de Kruif, landbouwer te Leusden, Jannetje van Essen, weduwe van Willem de Kruif, voor haar 5 minderjarige kinderen, Hendrik Rynders, weduwnaar van Aaltje de Kruif, voor zijn 3 minderjarige kinderen, Gijsbert de Kruif, Jurden de Kruif en Lammert de Kruif, landbouwers onder Leusden, Trijntje de Kruif, 28
29 getrouwd met Willem van beek, en Reyertje de Kruijf, verhuren een boerenhofstede genaamd de Zuidwind in Leusden (huizinge, bergen, schuur, schaaphokken, wagenloods, bakhuis, varkenshok, tuin, boomgaard, bouw- en weiland, bomen en houtgewassen) voor 6 jaar aan hun zuster Reyertje, volgens testament van Gosina Hienekamp [Not. De Louter AT 055j011 rep1353] : De erfgenamen van Teunis de Kruif en Gosina Hienekamp verkopen 1) Hofstede de Zuidwind in Leusden, aan het einde der buurtschap Hamersveld (huizinge, berge, schuur, schaaphokken, wagenloods, bakhuis, varkenshok, tuin, boomgaard, bouw- en weilanden, boomen en verder houtgewasch), verkregen op door koop (not. S. van Wisselingh), alsook het stuk land daartoe behorende, genaamd de Langestreek. (verkregen door koop en door akte van scheiding resp en , not. J. van den Hengel te Leusden). De koper is Jeremias Meyjes Johanneszoon, koopman te Amsterdam. Speciale condities ten behoeve van perceel 1: de eigenaar van het bosch over de Linie, bij het erf De Kromme Staart, welke nu is mr. van Walchren, heeft een vrije overweg over de landerijen en steeg van deze hofstede tot aan den Hamersveldschenweg. 2) Wei- en hooiland in de polder de Haar, gemeente Duist, de Haar en Zevenhuizen. Koper is Jurden de Kruif, zijnde reeds eigenaar voor 1/8 deel [not. De Louter AT 055j011 rep 1355]. 98. Willem Brandse van Ginkel, zn. van Brand Jansen van Ginkel en Anthonia Franken, geboren te Maarsbergen, gedoopt te Doorn op 6 januari 1765, arbeider, tapper, tabaksplanter, landbouwer op Vrijhoef in Leusbroek, burger te Amersfoort op 10 februari 1806, overleden te Leusden op 26 november 1824, trouwt (2) te Woudenberg op 20 maart 1820 met Geertrui Lagerweij, geboren te Woudenberg rond 1759, overleden te Woudenberg op 4 januari 1826, trouwt (1) te Woudenberg op 5 november 1797 met 99. Klaasje Gosense Pothoven, dr. van Gosen Gerrits Pothoven en Jannetje Willems van Ginkel, gedoopt te Renswoude op 6 april 1764, overleden te Leusden op 5 augustus : Claasje Goosse Pothoven en Jannitje Goosse Pothoven, ingekomen van hun geboorteplaats Renswoude, met ondersteuning van de hervormde gemeente aldaar [Archief Eemland; Akten van Indemniteit Leusden] : Willem van Ginkel geadmitteerd met zijne huisvrouw en drie kinderen genaamd Tonia, oud 6 jaren, Jannetje, oud 4 jaren en Brand, oud 3 jaren; met permissie de tapneringe te exerceren [Burgerrechtverleningen Amersfoort]. 1812: Willem Brandsen van Ginkel, laboureur à Leusden, betaalt 22 franc 40 ct. cotisation cadastrale en 25 franc 24 ct. repartition du contingent [Contribution foncière de 1812, Woudenberg 500/832, nr.169]. 1825: Brief van de procurator van de erven van Willem Brandse van Ginkel aan de meentgraaf, meldende dat hij geen oproep heeft ontvangen voor de vergadering van geërfden van de Leusderberg [UA: Archief van de Mark van de Meent van de Leusderberg; / ] : Boedelscheiding tussen Antonia van Ginkel, getrouwd met Gerrit Hienekamp, landbouwer op Nimmerdor onder Amersfoort, en Jannetje van Ginkel, getrouwd met Hendrik de Kruijff, landbouwer op Vrijhoef onder Leusden, van de nalatenschap van hun ouders, Willem Brandse van Ginkel en Klaasje Gosense Pothoven. Antonia krijgt f 4000,= aan roerende goederen, Jannetje krijgt Vrijhoef t.w.v. f 7000 [ONA Amersfoort, not. Hondius AT055f024, nr. 2265] Mees Gijsberts van de Lagemaat, zn. van Gijsbert Gijsberts van de Lagemaat en Beatrix Hendriks van Nieuwenhuizen, gedoopt te Woudenberg op 21 mei 1752, landbouwer op de Kikvorsch, later herbergier in de Mof in Leusbroek, overleden te Woudenberg op 19 september 1810, trouwt te Woudenberg op 17 september 1780 met 101. Maria Saare van de Wetering, dr. van Saar Dirks van de Wetering en Jannetie Thone Renes, gedoopt te Woudenberg op 16 januari 1752 (get: Maria Aartsz van de Wetering), overleden te Woudenberg op 26 september
30 1809: Maas van de Lagemaat en Maria van de Wetering, die waarschijnlijk woonden op boerderij de Kikvorsch aan de Vieweg, nemen in 1809 herberg de Mof over van de ouders van Maria. Daarvoor lenen zij 1000 gulden, waarvoor ze de herberg en de daglonerswoning 'de Keut' als onderpand stellen. De boerderij van 2,5 ha, die ook bij de koop behoorde, werd niet beleend. Na hun dood in 1810 nemen Hendrik en Saar van de Lagemaat de exploitatie van de herberg en boerderij over, en in 1821 worden Anthonie van de Lagemaat en Clara van Cooten eigenaar [Leusden Toen, 2003, p.585] : Mees van de Lagemaat en zijn vrouw Maria Sare van de Wetering, won. in de Mof, in Leusbroek lenen 1000 gulden van Alijda van Hensbergen, wed. van Jan Jacob Greven. Onderpand zijn een huis en herberg, genaamd de Mof, en een daghuurderswoning, genaamd de Keut, in Leusbroek, onder Leusden [Gerecht Leusden; inv.nr.1057] Antonie van Cooten, zn. van Jan van Cooten en Maria Bosch, gedoopt te Doorn op 23 juni 1754, schoolmeester, met attestatie van Driebergen naar Nederlangbroek op 28 oktober 1783, diaken te Nederlangbroek van 1782 tot 1784, ouderling van 1784 tot 1786, naar Cothen op 30 april 1787, diaken in 1787, secretaris te Cothen van 1800 tot 1808, gerechtsbode van 1801 tot 1808, overleden te Cothen op 9 april 1808, trouwt te Cothen op 20 mei 1781 met 103. Sophia van Eck, dr. van Rijck Gerrits van Eck en Maagje Jacobs van Niekerken, gedoopt te Cothen op 13 september 1761, winkelierster, overleden te Cothen op 22 januari : Anthonij van Cooten is bezoldigd schoolmeester te Cothen. Hij krijgt een jaarwedde van f 61,-. Schrijvers betalen 6 stuivers schoolgeld, lezers en speld. 4 stuivers per maand. Twee leden van de municipaliteit houden toezicht, onder 't Utrechts commité [P.T.F.M. Boekholt, De Onderwijsenquête van 1799] Aalt Cornelisz Harskamp, zn. van Cornelis Aalten van Harskamp en Cornelia Jans van Maarn, gedoopt te Doorn op 18 februari 1731, begraven te Woudenberg op 10 februari 1795, trouwt te Veenendaal op 21 november 1756 met 105. Grietje Berends Groenhout, dr. van Berend Dirkse van Groenhout en Jannetje Harmse Roskam, gedoopt te Veenendaal op 29 oktober 1730, overleden te Woudenberg op 10 december : Aalt Cornelissen van Harscamp en Grietje Barends Groenhoudt, wonend te Maarsbergen, leggen een verklaring af op verzoek van Hendrik van Geytenbeek. Zij zeggen gekend te hebben de blanke en 'ongeborsten' plaat die in de haardstede in het voorste verstrek van het Blauwe Huijs te Maarsbergen heeft gestaan, in de tijd dat schout Casper Schultz, tot mei 1766, daar gewoond heeft. Zij weten dat dat niet de zwarte 'geborste' plaat is die thans in 't Blauwe Huijs staat. Zij hebben die blanke plaat meermalen gezien, toen zij vier jaren woonden in de kamer of woning annex het Blauwe Huijs, in de tijd dat Casper Schultz in 't Blauwe Huijs woonde. Grietje Groenhoud heeft de plaat vescheidene malen voor de huisvrouw van Casper Schultz geschuurd. Casper Schultz heeft haar op 16 oktober jl. willen laten verklaren dat die zwarte plaat die blanke is. Zij is met Schultz in het huis gegaan en heeft hem overtuigd dat hij ongelijk had. Schultz had haar verzocht 'dat zij wilde verswijgen het geen hij haar gevergt hadde' en haar een dubbeltje voor de moeite gegeven. Aalt van Harscamp en Grietje Groenhoudt tekenen beiden met een kruisje [ONA Utrecht, not. Van Goudoever, inv.nr. U191a3, aktenr. 99] Aalt Theunisse van de Wetering, zn. van Theunis Dirks van de Wetering en Jantje Wulpherts van Overeem, gedoopt te Woudenberg op 14 februari 1732, buurmeester te Maarsbergen tussen 1775 en 1777, begraven te Woudenberg op 22 april 1797, ondertrouwt te Doorn op 24 oktober 1761 met 107. Gijsbertje Anthonisse van 't Voort, dr. van Antonie Errisz van 't Voort en Theunisje 30
31 Jans van Doorn, gedoopt te Woudenberg op 8 november 1739, begraven te Woudenberg op 20 oktober Jan Woutersz van Lunteren, zn. van Wouter Berendsen en Elisje Jansen, gedoopt te Woudenberg op 10 oktober 1723, begraven te Woudenberg op 14 november 1785, trouwt te Woudenberg op 3 mei 1750 met 109. Cornelia Thone Renes, dr. van Antonie van Renes en Willemtje Jacobs van Mandersloot, gedoopt te Woudenberg op 9 juni 1726, tabaksplantster, overleden te Woudenberg op 15 juli : Johannes van Geelkerken, secretaris van Doorn laat namens Johannis van de Haar, gerechtsbode van Maarn en Maarsbergen taxeren: een huis, berg en schuur met ca. 7 morgen land, gebruikt door de weduwe van Jan Wouterse van Lunteren. Geschat op 1500 gulden [Gerecht Woudenberg inv.nr p.162] : Registratie van de verkoop van Ernst Burgers, bode van Renswoude, namens Klaas van Putten, getrouwd met Hanna van de Haar en Teunis van Putten, getrouwd met Rijkje van de Haar aan Cornelia Renez, wed. Jan Wouterse van Lunteren de helft van een huis en ruim vijf morgen land bij de Heijgraaf voor 600 gulden. Geregistreerd voor Huis Renswoude [Gerecht Woudenberg inv.nr p.111]. 1812: La veuve de Jan van Lunteren, cultivatrice de tabac, betaalt 15 franc 50 ct. cotisation cadastrale en 17 franc 47 ct. repartition du contingent [Contribution foncière de 1812, Woudenberg 500/832, nr. 90]. 1818: De kinderen van Jan van Lunteren betalen f.1,50 personele omslag [Personele omslag Woudenberg 1818, inv.nr. 500/632] : Cornelia Renes, wed. van Jan Wouters van Lunteren, maakt een testament ten gunste van haar zoons Jacob en Rijk van Lunteren, die bij haar inwonen. Voor de aan haar bewezen diensten en als loon krijgen zij ieder een som van 300 Hollandsche guldens, uit te betalen binnen een jaar na haar overlijden. 1817/1818: Willem van Lunteren, Willemijntje van Lunteren en de kinderen van Antonie van Lunteren en Jannetje Meerbeek, allen erfgenamen van Cornelia Renes, machtigen Arie Koudijs, burgemeester van Woudenberg, om namens hun te verkopen aan Jacob en Rijk van Lunteren, tabaksplanters te Woudenberg, de helft van de losse goederen, voorwerpen en vee, behorende tot de nalatenschap van Cornelia Renes, met een totale waarde van f 695,- (de helft is dus f 347,50), die zich bevinden in een huisinge en erf, gelegen aan de Heygraeff onder Woudenberg, waar Cornelia Renes onlangs is overleden [Not. H.A. Vliercks, datum onbekend] Christoffel van Kraaijestein, zn. van Johannes Stoffels van Kraaijestein en Trijntje Hendriks Bos, gedoopt te Amersfoort op 15 april 1725, grenadier onder graaf Praetorius te Namen in 1751, overleden te Amersfoort (Utrechtsestraat), begraven te Amersfoort op 4 augustus 1789, trouwt (1) te Amersfoort op 6 augustus 1751 (met attestatie van Namen) met Maria Jans van Gulik, trouwt (2) te Amersfoort op 27 maart 1761 met 111. Jacobje Sang, dr. van Hendrik Sang en Catrina Lings, gedoopt te Amersfoort op 5 oktober 1731, begraven te Amersfoort op 23 oktober : Christoffel Kreijestein is soldaat in het regiment van brigade-generaal graaf Andries August Praetorius. Dit was sinds 1749 gelegerd in Namen. Daarvoor, in 1748, lag het in Geertruidenberg en in 1746 in Urecht. Het regiment bestond vanaf 1752 uit twee bataljons, elk bestaande uit een grenadierscompagnie en zes musketierscompagnieën. Vanaf 1772 wordt dit regiment aangeduid als regiment Nationalen : Christoffel Crayesteyn (Kryenstein), Jacobje Sang [Weeskamer Amersfoort, toegang 0039, inv.nr.182 ( ); inv.nr.152 (1789)] : Comparant Stoffel Krijensteijn; overledene Jacoba Zangh; noodruftig [Weeskamer Amersfoort; AE toegangsnr.39; inv.nr.4]. 31
32 112. Harmen Mulder, zn. van Rutger Geurs Mulder en Hendrina Gerrits Mulder, gedoopt te Wilp op 31 maart 1743, daghuurder, karreman, overleden te Barneveld op 3 juli 1821, trouwt te Barneveld op 30 maart 1768 met 113. Geertje Geurs, dr. van Geurt Willemsen en Gijsje Thomas, gedoopt te Nijkerk op 16 april 1747, overleden te Barneveld op 28 maart : Harmen Mulder en Geertje Geurts wonen bij hun huwelijk beiden in Barneveld. Geertje trouwt zonder vaderlijke goedkeuring, omdat haar vader vermist is en men van desselfs leven of dood niets weet : Albert Jansen, weduwnaar van Fijtjen van Leeuwen, transporteert aan Harmen Mulder en Geertjen Geurts 7/8 part van een huis, hof en berg, gelegen in Barneveld tussen de huizen van Aart Aartsen en Geurt van Leeuwen, voor een som van 1063 gulden [ORA Barneveld 0203, boek 837, fol ] : Hermen Mulder en Geertjen Geurts bezwaren hun huis en hof ten behoeve van de weduwe van Frederik van den Ham met 300 gulden. Op bezwaren zij dit zelfde huis, gelegen midden in de Grote Straat in Barneveld, door hen zelf bewoond, nogmaals voor 300 gulden ten behoeven van Gerrit van Engelvoort en Johanna Maria Siebers. De schuld wordt geroyeerd op [ORA Barneveld 0203, boek 837, fol. 154, 156]. 1798: Herman Mulder, 58 jr, daghuurder en 1 karreman, wed. en verscheidene kinderen, onvermogend [Wapendragende burgers Barneveld] : Harmen Mulder, arbeider, wonende te Barneveld, verkoopt diverse roerende goederen [NA Barneveld, not. Mey Mettenbrinck, akte 1817/5] Gerrit Jansen Brouwer, zn. van Jan Willems en Reijntje Harms, gedoopt te Voorthuizen op 27 augustus 1747, dagloner, wonend te Stroe, overleden te Voorthuizen op 2 juni 1821, trouwt te Voorthuizen op 3 mei 1778 met 115. Marretje Dirks Baggel, dr. van Derk Jansen Baggel en Gijsbertje Jansen, gedoopt te Voorthuizen op 25 december 1753, dagloonster, overleden te Voorthuizen op 17 maart : Gerrit Jansen, 50 jr, daghuurder, woont met vrouw en 6 kinderen in Voorthuizen; is onvermogend [wapendragende burgers Barneveld] Gerrit van Heteren, zn. van Steven Jansen van Heteren en Johanna Loot, geboren te Opheusden, belijdenis te Lienden op 4 januari 1766, trouwt (1) rond 1758 met Aaltje Noest, met attestatie van Ingen naar Lienden op 28 september 1758, ondertrouwt (2) te Lienden op 7 maart 1766, trouwt te Lienden op 30 maart 1766 met 117. Agnita Verbrug, dr. van Johannes Sanders Verbrug en Maria Rijks van Grootvelt, gedoopt te Maurik op 1 juli : Den 7 Maart in huwelijks ondertrouw opgenomen Gerrit van Heteren, weduwenaar van Aaltje Noest, geboortig van Heusden woonagtig te Lienden, met Agnietge Verbrug, j.d, geboortig van Maurik, en woonagtig te Lienden. Getrouwt te Lienden den 30 Maart [Trouwboek Lienden] Anthonie Errisz van Ekeris, zn. van Erris Besselse van Ekeris en Aartje Theunis, gedoopt te Woudenberg op 22 februari 1728, overleden voor 8 augustus 1773, trouwt te Woudenberg op 29 januari 1764 met 119. Jennigje Claasse Veldhuizen, dr. van Klaas Kempesen van 't Ruijsseveen en Wijntje Teunissen, gedoopt te Veenendaal op 8 maart 1739, trouwt (2) op 8 augustus 1773 met Willem Hendriksz van den Broek. 32
33 120. Anthonie Jansz van Lunteren, zn. van Jan Woutersz van Lunteren en Cornelia Thone Renes, gedoopt te Woudenberg op 12 maart 1750, tabaksplanter, overleden te Woudenberg op 14 juni 1817, trouwt te Woudenberg op 4 juli 1779 met 121. Jannegje Hendriks Meerbeek, dr. van Hendrik Hermens van Meerbeek en Oetje Eikelkamp, gedoopt te Woudenberg op 12 maart 1758, spinster, overleden te Woudenberg op 11 maart : De weduwe van Ant. van Lunteren betaalt f.0,50 personele omslag (dit is de laagste categorie; 3 gulden is het hoogst) [Personele omslag Woudenberg 1818, inv.nr. 500/632]. In 1821 betaalt zij 1 gulden (dan is 12 gulden het hoogst). 1824: Jannetje Meerbeek, weduwe van Antonie van Lunteren, woont met haar dochter Oetje en diens man Antonie Verhoef aan de Uitleg nr. 20 [Bevolking Woudenberg en Geerestein 1824] Cornelis van Os, zn. van Pieter Jans van Os en Teuntje Jans Bouwman, gedoopt te Amerongen op 5 mei 1754, metselaarsbaas, overleden te Amsterdam op 18 november 1801, ondertrouwt (2) te Amsterdam op 9 januari 1795, trouwt te Doorn op 22 maart 1795 met Maria Catharina Ridders, dr. van Barent Ridders en Anna Maria Blank, geboren te Amsterdam rond 1759, begraven te Doorn op 7 juli 1800, ondertrouwt (1) te Amerongen op 28 juli 1780, trouwt te Doorn op 20 augustus 1780 met 123. Elisabeth Bosch, dr. van Hendrikus Bosch en Petronella van Nieuwendaal, gedoopt te Doorn op 18 april 1745, begraven te Doorn op 8 augustus : Cornelis van Os en Elizabeth Bosch, wonend te Doorn, maken een testament. De langstlevende zal het vruchtgebruikt krijgen van de na te laten goederen en wordt aangesteld als voogd over eventuele minderjarige kinderen. De weeskamer wordt uitgesloten [ONA Utrecht, not. Gobius; Inv.nr. U262a1, akte 8] Cornelis van Leeuwen, zn. van Geurt Goossens van Leeuwen en Christina Verkuil, gedoopt te Veenendaal op 16 januari 1757, fabrikeur in wol, overleden te Veenendaal (het Zand) op 17 februari 1825, trouwt te Veenendaal op 16 september 1782 met 125. Neeltje Verhoef, dr. van Melis Symons Verhoef en Anthonia Aalberts van Wakeren, gedoopt te Veenendaal op 3 juli 1763, overleden te Veenendaal (het Zand) op 12 mei : De erven Cornelis van Leeuwen zijn eigenaar van een tuin, een huis, schuur en berg, en een stuk weg in Stichts Veenendaal, gelegen aan de Grift (kadastraal nrs. B 321, 322, 322 bis). Het belastbaar inkomen van het huis is 36 gulden [OAT Stichts Veenendaal 1832] Cornelis van Eden, zn. van Gijsbert Gerrit Brands van Eden en Gerarda Cornelisse Vollewens, gedoopt te Veenendaal op 13 december 1761, grutter, overleden te Veenendaal (Gelders) op 7 februari 1826, trouwt te Veenendaal op 7 mei 1786 met 127. Anna Maria de Ruijter, dr. van Rijk Everts de Ruijter en Judith van Ede, gedoopt te Veenendaal op 2 november 1755, overleden te Veenendaal op 20 augustus : Compareren Monsr. Jan Volwensch en Anna van Laar, echtelieden, ter eenre, en Kornelis van Ede, minderjarige jongman, geassisteerd met zijn ouders Gijsbert van Ede en Gerarda Volwensch, ter andere zijde, allen wonend in Veenendaal onder het ambt van Ede. De comparanten ter eenre verklaren verkocht te hebben aan de eerste comparant ter andere zijde een huisinge, schuur, hof en erf in Veenendaal onder jurisdictie van Rhenen, erfpachtplichtig aan de domeinen van Utrecht op een jaarlijkse canon van 5 gld. 7 st. De koopsom is 600 guldens [ONA Veenendaal, kantoor Jan Smith en opvolger; inv.nr.2210, akte 91] : Aletta van Eden gehuwd met Pieter Hardeman, Judikje van Eden getrouwd met 33
34 Hendrik Kroesbergen, Gijsbert Gerritse van Eden, Rijk van Eden, allen wonend te Stichts Veenendaal, Jannetje van Eden gehuwd met Aalbert van Leeuwen en Gerrit van Eden, wonend te Geldersch Veenendaal, ten woonhuize van hun moeder Anna Maria de Ruyter, weduwe van Cornelis van Eden, nr.113, verklaren dat de nalatenschap van hun vader Cornelis van Eden, overleden op te Geldersch Veenendaal, door zijn kinderen wordt geërfd. De nalatenschap bestaat uit de helft van een huis nr.113, waarin een grutmolen, met hof en erve; een huis tot vijf woningen nr.114 met ongeveer 42 rd 58 el hooiland; 2 bunderen 55 rd 47 ellen weiland genaamd Spitsbergen; de helft in 4 bunder 25 rd 79 el hooiland genaamd de Osse[ ] waarvan de wederhelft behoort aan de kinderen van Cornelis de Ruyter; een vierde deel van 11 bunder 92 rd 21 el hooiland genaamd den Dragonder, waarvan de overige delen behoren aan Pieter van Eden en Cornelis de Ruiter; 2 bunder 12 rd 29 el hooiland genaamd de Rimpelaarsweide; de helft van 4 bunder 25 rd 29 el hooiland, waarvan de wederhelft aan Ruth van Dolder behoort; in de gemeente Stichts Veenendaal een huis nr.88 hof en erve; de helft van een huis nr.70 hof en erve met 42 rd 58 el bouwland, waarvan de andere helft behoort aan Pieter Hardeman; 2 bunder 50 rd 47 el bouwland [Memories van Successie, kantoor Wageningen, 1826]. Generatie VIII 128. Jacob Jacobs Voerman, j.m. van Oudorp, lidmaat te Oudorp op 1 mei 1758, schepen te Oudorp van 1760 tot 1763, trouwt te Oudorp (impost) op 24 april 1757 met 129. Elsje Gerrits Ochtend, dr. van Gerrit Theunisz en Guurtje Cornelis, geboren te Zanegeest, gedoopt te Bergen op 31 januari : Jacob Jacobsz Voerman j:m: van Ouddorp, met Elsje Gerrets Ochtend j:d: van Zanegeest onder Bergen. Zij vallen in de classe van nihil [Trouwboek Oudorp] : Jacob Jacobs Voerman, wonende alhier, bekent schuldig te zijn aan mr.jan van der Bussen, wonende mede alhier, een som van 200 Carolij guldens en 40 grooten spruitende uit de koop van een huis en erve in Oudorp [ORA Oudorp, inv.nr.6258] : Jan van der Bussen en Jacob Voerman, onze medeconfraters in officio, als eigenaars geworden van het nagenoemde huis van de wed. Claas Gerbrantsz alias Aaf Bil, volgens conditie van , hebben en op speciale conditie van bij publieke veilinge verkocht aan Jan Deugt een huis en erve van drie geersen. Zij verklaren betaald te zijn met een som van vijf en [ ] guldens [ORA Oudorp, inv.nr.6255] Dirk Pieters Hensbroek, molenaar op de Ambachtsmolen in St. Pancras, diaken in 1774, trouwt voor mei 1755 met 131. Maartje Cornelis Visser. 1799: In de staat van door de Frans/Bataafse en Engels/Russische troepen aangebrachte schade komt een post voor van f 350 wegens het door Hollandse militairen afbreken van de brug bij Dirk Hensbroek, ook bekend als de Muldersbrug (te Sint Pancras gelegen bij kadastr. A144) [Sint Pancras, Zuideinde en Oudorp; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen, p.45] Jan Maartens Noordwest, zn. van Maarten Gerritsz Noordwest en Grietje Willems Kunst, schipper, overleden te Kalverdijk, trouwt met 133. Antje Pieters Smit, dr. van Pieter Jansz en Maritje Willems, gedoopt te Kalverdijk op 6 september 1722, overleden te Kalverdijk Arie Pieters Schilder, zn. van Pieter Cornelisz Schilder en Lijsbeth Jans, gedoopt te Oudesluis op 12 april 1698, landbouwer aan de Ruijgeweg, overleden te Oudesluis in 1758, trouwt (1) voor 1730 met Neeltje Cornelis Schoor, trouwt (2) te Zijpe (impost) op 34
35 27 augustus 1757 met 135. Dieuwertje Cornelis Hoofd, dr. van Cornelis Willemsz Hoofd en Maartje Pieters Braaf, j.d. van Oudesluis (Ruijgeweg), gedoopt te Barsingerhorn op 12 oktober 1732, overleden te Warmenhuizen na 2 maart : Arien Pietersz Schilder bezit een bouwhuis met 7 morgen land. Het is gelegen aan de Belkmerweg tussen de Schagerweg en de dijk (nr.176). De (huur)waarde is 9 gld. [Verponding Zijpe 1733]. 1742: Arien Schildert, woont aan de Ruijgewegh van de Oude Sluijs tot aan de Schagerweg, met vrouw, 3 kinderen en een meid. Hij gebruikt zijn eigen land, met koeien, paarden en een wagen tot bouwerij en chaise [Personele quotatie Zijpe 1742] : Pieter Cornelisz Waart wonend aan de Oude Sluijs in de Zijpe als in huwelijk hebbend Maartje Claas, Jantje Claas wonend tot Colhorn, Jan Bestevaar wonend op Wieringen als in huwelijk hebbend Antje Claas, kinderen van Anna Pieters, en Jan Bestevaar en Pieter Cornelisz Waert als voogden over Maartje Huijberts en Klaas Huijbertsz kinderen van Trijntje Claas die mede een dochter was van Anna Pieters, Jan Gerritsz Blaauwboer en Arij Pietersz Schilder wonend in de Zijpe als voogden over de drie minderjarige kinderen van Cornelis Claasz Poorter die een zoon was van Anna Pieters, en Laurens, Maartje en Jantje Pieters, kinderen van Pieter Claasz zeeman, zoon van Anna Pieters, kinderen, kindskinderen en erfgenamen van Anna Pieters, overleden aan de Oude Sluijs, institueren Jan Bestevaar en Arij Pietersz Schilder, mitsgaders Huijbert Gerritsen Bakker aan de Oude Sluijs, om alle goederen van Anna Pieters te verkopen. O.a. getekend door 'Aarjen Pieterz: Schilder' [ONA Alkmaar; not. Van Bodeghem inv.nr.541 akte 33]. 1747: Arien Schilder, 50 jaar, boer, onvermogend, wonend in Polder P 'van de Keijnsemerwegh tot aan de Oude Sluijs toe', bezit geweer [Weerbare mannen Zijpe 1747] : Arien Schilder en Dieuwer Cornelis vallen beiden in de 4e klasse en betalen voor hun huwelijk elk f 6,- impost [Impost trouwen Zijpe]. 1758: Voor het overlijden van Arien Pieters Schilder aan de Ruigeweg wordt tussen 24-7 en impost betaald. Aangever is Cornelis Garmansz [Impost overlijden Zijpe] Cornelis Cornelisz Glasekas, zn. van Cornelis Michiels Glasekas en Guertje Cornelis, gedoopt vermoedelijk te Noord-Scharwoude op 21 april 1697 (uyt het Waardland), schepen te Zuid-Scharwoude tussen 1750 en 1753, overleden te Zuid-Scharwoude op 20 juni 1755, begraven te Zuid-Scharwoude (in het schip van de kerk), trouwt met 137. Antje Dirks Schouten, dr. van Dirk Schouten, geboren in 1711, overleden te Zuid-Scharwoude op 22 april 1752, begraven te Zuid-Scharwoude (in het schip van de kerk). 1733: Cornelis Glasekas bezit een huis in Zuid-Scharwoude met een huurwaarde van 12 gld. [Verponding Zuid-Scharwoude 1733] : Hendrik de Graav, Cornelis en Michiel Glasekas wonende alhier, zich sterk makende voor de verdere vrinden en erfgenamen van wijlen Jan Jacobsz Baas en Stijntje Glasekas, beide alhier overleden, hebben getransporteerd aan Gerrit Jansz Bouwens, oud regent alhier, 3 snezen bouwland in de Koog. Ook verkopen zij aan Jan Steeman een huis en erf aan de Voorburgsloot (belend Dirk en Michiel Glasekas) en aan anderen nog enkele percelen grond [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6162] : In het schip van de kerk in Zuid Scharwoude bevindt zich een steen met de volgende inscriptie: Hier legge begraven / Antje Dirks Schouten / is gerust out 40½ jaer / den 22 April anno 1752 / en haar man Cornelis / Cornelis Glasekas / out 57 jaer is gerust / den 20 Juny 1755 (een wapen met een zwaan op een pol en daarboven de letters C.C./G.K.) Creyn Cornelis Gla / secas out 3½ jaar obiit / den 14 Augustus / Geurtje Cornelis Gla / sekas ou ruym 22 jaer /is gerust den 13 jannuary anno 1766 [Bloys van Treslong Prins, N.H. kerk Zuid Scharwoude, p. 22]. 35
36 : Het dode lichaam van Antje Dirx Schouten wordt aangegeven door haar man, in de klasse van 3 gulden. Zijn lijk wordt aangegeven door zijn zoon Cornelis op : Juffrouw Evera Rooseboom weduwe van de heer Joris Verbindt, wonend te Alkmaar, transporteert aan Jan Punt wonend te St Pancras, en Michiel Glasekas wonend in de Rijp, testamentaire voogden van Cornelis, Dirk, Guurtje en Trijntje Glasekas, minderjarige kinderen van Cornelis Glasekas, overleden te Zuid-Scharwoude, voor deze kinderen, een obligatie van 500 gld ten laste van t Gemene Lands Comptoir binnen Alkmaar op Jan Roelofsz van , aan de juffrouw getransporteerd op [ONA Alkmaar; not. Groen, inv.nr.606 akte 66] Pieter Pietersz de Graaf, zn. van Pieter Dirksz Backer en Aaltje Pieters, j.m. van Zuid-Scharwoude, bakker, belijdenis te Broek op Langedijk op 9 juni 1754, schepen te Zuid-Scharwoude tussen 1756 en 1762, met attestatie naar Warmenhuizen op 20 januari 1765, met attestatie naar Schoorl op 26 januari 1767, begraven te Schoorldam (impost) op 20 maart 1797, trouwt te Zuid-Scharwoude op 10 december 1752 met 139. Aaltje Jans Oudes, dr. van Jan Jacobs Oudes en Jantje Fredrix Swaagh, j.d. van Zuid-Scharwoude, belijdenis te Broek op Langedijk op 9 juni : Jan Swaag, in de Hr Huijenwaart, en Gerrit Stoel, alhier wonend, voogden over Aaltje Oudes, minderjarige nagelaten dochter van Jan Oudes en Jannetje Fredrix Swaag, laten de volgende goederen registreren, de dochter ten deel gevallen na het overlijden van haar ouders: 2000 gulden aan gereed geld, een stuk weiland op de Voorburgsloot, een stuk bouwland aan de Breggesloot genaamd Oom Wilms ent, een stuk bouwland aan Sijbout Ettessloot, een akker bouwland aan de Boomgaardsloot, en onder Broek nog twee stukken bouwland. Mede compareerde Jacob Oudes, broeder van Aaltje Oudes, die verklaart de 2000 gulden onder zich in bewaring te hebben genomen. Op compareert Pieter Pietersz de Graaf, als in huwelijk hebbend Aaltje Jans Oudes, die verklaart de goederen ontvangen te hebben [ORA Zuid- Scharwoude, inv.nr.6177] : Pieter Pietersz de Graav jongman en Aaltje Jans Oudes jongedr van Zuijdscharwoudt als voornemens zijnde met elkander te trouwen haar aangegeven ieder van hun te gehooren onder de classis van ses, en dus te samen f [Zuid-Scharwoude Impost trouwen] : Pieter Dircxz Backer wonende tot Broek, heeft getransporteerd aan zijn zoon Pieter Prsz de Graav, wonend alhier, een huis en erve, zijnde een bakkerij, staande en gelegen bij de Crommebrug, en een huisje en erve gelegen geneven het voorgaande, benoorden de kerkelaan, naast het dorpsraadhuis, voor een som van 600 gulden. Op verkoopt Pieter Pietersz de Graav deze bakkerij aan Jan Pietersz Backer, met het pakhuisje naast het raadhuis, voor 700 gulden en een custingbrief van 800 gulden [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6162] : Pieter Pietersz de Graaf, wonend te Schoorldam, verkoopt aan Cornelis Oudes te Zuid- Scharwoude een stukje weiland, genaamd de Kromhout, voor f. 450 [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.66] Klaas Jacobsz Blom (alias Stip), zn. van Jacob Cornelisz Blom en Neeltje Ariaens, trouwt te Zuid-Scharwoude op 30 april 1746 met 141. Barber Dirks Hooghuijs (Kleimeer), dr. van Dirck Sijmonsz Cleijmeer en Trijntje Saskers, gedoopt te Koedijk op 23 november Teunis Klaasz Giet, zn. van Claas Teunisz Giet en Martje Jans, geboren te Texel, timmerman te Egmond a/d Hoef, huistimmerman in dienst van de VOC van 1778 tot 1779, overleden te Batavia op 11 augustus 1779, trouwt met 143. Grietje Paulus de Graaff, dr. van Paulus Cornelisz de Graaff en Sijtje Cornelis, geboren te Lutjewinkel, gedoopt te Winkel op 18 augustus 1737, overleden te Egmond aan den Hoef. 36
37 : Op een woensdag in juni 1778 verscheen Teunis Claasz Giet voor schout en regenten van Egmond. Aan hem werd voorgesteld om naar Oost-Indië te gaan, waarschijnlijk omdat men hem niet als arme wilde ondersteunen. Hij zal geen andere uitweg gezien hebben en ging accoord met dit voorstel. Daarop legde hij een proef af voor een bewindhebber van de Hoornse kamer van de VOC en werd aangenomen als timmerman. Teunis Giet maakte echter problemen om aan boord te gaan en de schout van Egmond kwam persoonlijk op zijn vertrek toezien. Door de VOC werd een transportbrief voor 200 gulden opgemaakt, in verband met de kosten voor presentering, aanmonstering en uitrusting. Dit ging om: kostgeld, drank (bier en een fles wijn) en in zijn kist 20 lb tabak, 3 paar schoenen, 1 gros pijpen, ½ anker genever met accijns, een hangmat, matras, deken en kussen, 4 bonte hemden, 1 bruin lakense duffel, 2 gestreepte pakken, 2 linnen dito, 4 paar kousen, 1 rood baaitje, 3 zakdoeken, 1 slaapmuts, 1 engelse muts, 1 bruine kiel, 2 onderbroeken en klein goed (2 kammen, 3 messen en scheede, een pompje en kroesje, een naairing, een naaldekoker met naalden, tien strengen garen, een paar gesp). Verder had hij kosten aan wagenvracht, vertering en kosten van Willem Stapel, de boekhouder. In totaal waren de kosten gulden. Op vertrok hij met een lichter van Hoorn naar de rede van Texel, waarvandaan hij op vertrok met het schip Hindeloopen van schipper Jan Tromp, een schip van 850 ton dat op zijn eerste uitreis is. Hij staat vermeld als 'huystimmerman', wat wil zeggen dat hij niet tot de bemanning behoort, maar in Indië als timmerman voor de VOC moest gaan werken. Hij staat ingeschreven als 'Theunis Claasz Giet, van Texel, huijstimmerman', met als toevoeging 'heeft aan de armevoogde vande Egmonden ten behouve zijner kinderen 3/m vermaakt'. Zijn gage bedraagt f 14 per maand. Het schip kwam op aan in Batavia en al op overleed hij, zonder testament of goederen[afdelingsblad Hollands Noorderkwartier nr. 60, p ; NA; inv.nr.14504, fol.35] Jan Cornelisz Hovenier, zn. van Cornelis Jansz Hovenier en Anne Dirks, gedoopt te Winkel op 16 november 1698, landbouwer, diaken in 1742, ouderling in 1753, begraven te Winkel op 15 december 1780, trouwt te Winkel op 1 april 1731 met 147. Jannetje Cornelis Langereis, dr. van Cornelis Jacobsz Langereis en Antje Ariaans, gedoopt te Winkel op 12 juni 1707, begraven te Winkel op 5 april : Jan Hovenier bezit een huisje aan de Laagzijde van Winkel, met een getaxeerde huurwaarde van 16 gld, waarvan hij het voorste eind verhuurt aan Jan Willemsz Koomen en het achtereind aan Dieuwer Jacobs. De oude verponding was gld, de nieuwe 1-7 gld. Daarnaast bezit hij een huis dat getaxeerd wordt op een huurwaarde van 15 gld. De oude verponding was 2-1-0, de nieuwe 1-5 gld [Verponding Winkel 1733; NHA, Toegangsnr.151.1]. 1734: Jan Hovenier wordt genomineerd als diaken, maar niet gekozen. Hetzelfde gebeurt in 1735 en In 1756, 1757, 1767 en 1769 wordt hij genomineerd, maar niet gekozen als ouderling : Jan Hovenier en zijn vrouw en 4 kinderen, heeft boer en bouwerije, houd chaize; 1-5; Winkel aan de laagzijde [Lijst van huizen en hoofdbewoners in het rechtsgebied van Winkel; Informatieblad stichting Historisch Niedorp 1992] : Quitantie van Jan Hovenier en zijn vrouw Jannetje Langereijs wegens de ontvangst van een legaat uit de nalatenschap van Aaltje Ruijgenhoff tot Naarden overleden [ONA Winkel; not. Sloof]. 1768: Jan Hovenier en Jannetje Langereis wonen in het Oostend in Winkel Pieter Bartholomeusz Bink, zn. van Meus Cornelisz Bink en Neeltje Aartes, gedoopt te Schermerhorn op 7 september 1721, schipper, schepen en lid van de vroedschap te Broek op Langedijk tussen 1774 en 1792, overleden te Broek op Langedijk op 22 januari 1807, trouwt met 149. Neeltje Dirks Hensbroek, dr. van Dirk Pieters Hensbroek en Aagje Baerts Hartog : Pieter Miesz Bink en Neeltje Dirks Hensbroek, wonend te Broek op Langedijk, 37
38 redelijk gezond, maken een testament op de langstlevende. Zij verklaren boven de 2000 gulden niet gegoed te zijn. Wanneer de testatrice eerst sterft en haar moeder Aagje Baars, weduwe van Dirk Hensbroek, nog in leven is, dan krijgt zij een legitieme portie uitgekeerd. Zijn er kinderen, dan krijgen die hun naakte legitieme portie en worden zij tot hun 25e onderhouden. Hij zet een kruisje, zij tekent 'Neeltje Dirks Hensbroek' [ONA Alkmaar, not. Bolten; inv.nr.580 akte 124] : Gerrit Oudes verkoopt aan Pieter Miesz Bink een akker groot 10 snees, genaamd de Gouden hoek, voor 315 gulden. Op verkopen de kinderen en erfgenamen van Pieter Miesz Bink en Neeltje Hensbroek deze akker aan Cornelis Opdam voor 155 gulden [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.76] : De kinderen en erfgenamen van Klaas Volkerts en Aafje Pieters Bijl, te Broek op Langedijk overleden, verkopen aan Pieter Miesz Bink, wonend te Broek op Langedijk, een akker zaadland genaamd Oom Smits End, groot 13 snees 1 rd, voor gulden [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.281] : Pieter Miesz Bink uit Broek op Langedijk verkoopt aan Pieter Wijers een akker zaadland groot 11 snees 10 roeden, gelegen in 't Would letter D nr.32, voor 345 gulden [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.186]. 1807: Pieter Miesz Bink, gewoond hebbende te Broek op Langendijk, is aldaar op ten huize van zijn schoonzoon, Cornelis Opdam, overleden. Zijn nalatenschap bestond uit een aantal percelen land, met een gezamelijke oppervlakte van 198 snees 14½ roede, dat is iets minder dan 5 ha. Verder het grasgewas van een end Geestmerambachtsdijk en aan Contante Penningen f 40,-. Zijn roerende goederen bestonden uit: Een paar gouden knoopen, twee stel zilveren knoopen, Mans kleederen, Twee kussens en een peul, 2 dekens. Meubilaire goederen en huis cieraden. Een glazekas, een Regtbank, een Gortlaad, een huisklokje, 2 bedbankjes, 2 koperen ketels, een schutje, een tafel. Coper en Tin: een schenkketel, een ijzeren pot, een partij stoelen, een partij porcelein, 3 half dozijn fijne borden, 2 porcelijnen Koeijen, 1 dozijn borden, een half dozijn porceleinen koppen, 14 half dozijn Porceleinen kopjes, 8 half dozijnen poreeleine Schotelen, een half dozijn koppen, een half dozijn kommen, 13 porceleine borden, 3 half dozijn borden, nog enig klein goed, Een tinnen bedfles, een spiegel, een blaser, potten en pannen bestaande in rommeling. Een weerglas, een Theeblad, een lamptaarn [Westfriese Families, september 1968, pagina 19-20] : De erven van Pieter Musz Bink en Neeltje Hensbroek, beiden overleden te Broek op Langedijk, verkopen aan Jacob Dirksz Booij een akker zaatland, gelegen in de Venne, groot 8 sneese 4 roeden, voor 159 gulden en 10 stuyvers [Transp.reg. St.Pancras] Jacob Bartelmiesz Balder, zn. van Bartelmies Jacobsz Balder en Grietje Aarjens Hillen, overleden voor 12 februari 1770, trouwt met 151. Bregje Cornelis Slot, dr. van Cornelis Jans Slot en Antje Jans Kaar, geboren rond 1740, overleden te Broek op Langedijk op 27 april 1819, trouwt (2) met Arij Cornelisz Nierop : Blijkens de kerkeraadnotulen van Broek op Langedijk hebben Bregje Slot en haar tweede man Arij Nierop verregaande onenigheid en heeft hij bij haar het huis doen ontruimen. Op 3 februari 1782 wordt gemeld dat zij vrijwillig van elkaar geschieden zijn, terwijl op 4 augustus van dat jaar geconstateerd wordt dat zij weer verzoend zijn : Bregtje Slot, 79 jaar, overlijdt in huis nr.61 (kadastraal A nr.118) [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.29] Cornelis Jansz Meijlis, zn. van Jan Jansz Meijlis en Maartje Cornelis, gedoopt te Oudkarspel op 4 oktober 1716, trouwt te Oudkarspel op 6 december 1744 met 153. Grietje Jans Kerkmeer, dr. van Jan Dirks Kerkmeer en Trijntje Pieters Blokker, gedoopt te Oudkarspel op 28 december 1721, begraven te Oudkarspel op 20 juli : Jan Cornelisz Maylis, Jan van der Linden x Lijsbeth Cornelis Maylis, Gerrit Kerkmeer en Jan Stellinwerff als voogden over Aafje, Aagtje en Willem Cornelisz Maylis, nagelaten kinderen van Grietje Jans Kerkmeer, gehuwd met Cornelis Maylis; Hendrik Parelberg en Jan Luytjes, 38
39 voogden over Antje Pieters Kerkmeer, nagelaten dochter van Pieter Jansz Kerkmeer; Adriaan Swam te Warmenhuizen en Theunis de Jong te Oudkarspel als voogden over Jan Bruijneman, nagelaten zoon van Grietje Gerrits Kerkmeer en Cornelis Bruijneman te Warmenhuizen; allen erfgenamen van Jan Dirksz Kerkmeer en Trijntje Pieters, verkopen aan Jan Dirksz Kerkmeer en Jan Luytjes een stuk weiland genaamd de Westerven Hoge Wei en de Holmoor, groot 13 geerzen [Oudkarspel; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste droogmakerijen, p.85] : De gezamenlijke erfgenamen van Cornelis Maijlis en Grietje Jans Kerkmeer leveren o.a. aan Jan Rus een huis en erf, belend ten zuiden Arien Schuyt, ten noorden de weduwe van Pieter Voogt, voor ƒ 900, een stuk weiland, groot 17 geerzen 11 snees, genaamd van Olven, belend ten noorden Pieter van Schagen, ten zuiden de kerk van Noord-Scharwoude, voor ƒ 1397:10:0, een stuk weiland in de Dergmeer, groot 13 geerzen 7 snees 10 roeden, belend ten westen de weduwe van Jan Strooper, ten oosten Cornelis Kos, voor ƒ 354:5:0, de helft in een stuk zaadland genaamd Sakkersven, de Zuidzijde, groot 4 geerzen 6 snees 1¼ roe, belend ten zuiden een akker genaamd Roosendaal, voor ƒ 391:19:1, een akker zaadland, groot 1 gars 6 snees, genaamd 't Aanbeelt, belend ten zuiden de koper, voor ƒ 108 [ORA Oudkarspel inv.nr.6064, fol.143; Genealogie Rus] = 138 Pieter Pietersz de Graaf, trouwt met 155. = 139 Aaltje Jans Oudes Jan Jansz Bouwens, zn. van Jan Jansz Bouwens en Guurtje Jacobs, belijdenis te Broek op Langedijk op 9 juni 1754, begraven te Zuid-Scharwoude op 7 juni 1782, ondertrouwt te Zuid-Scharwoude op 29 januari 1752 met 157. Hillegond Hendriks Leeuwen, dr. van Hendrik Cornelisz Leeuwen en Trijntje Houwen, geboren te Zuid-Scharwoude rond maart 1728, overleden te Zuid-Scharwoude op 30 december : Jan Bouwens en Hillegond Leeuwen vallen bij hun huwelijk elk in de classe van f 6, : Dirk Landmeter te Noordscharwoude in huwelijk hebbende Grietje Leeuwen, Jan Bouwens x Hillegont Leeuwen te Zuidscharwoude, Pieter Boogert x Maartje Leeuwen tot Broek tesamen kinderen van Hendrik Leeuwen en Trijntje Houwen voor 1/3. Mitsgader Kornelis en Sijmon Ridder wonende te Broek sijnde kinderen van Hendrik Ridder en Neeltje Houwen tesamen voor 1/3 en dus tesamen voor 2/3 portie erfgenamen van Claas Houwen + tot Zuid- Scharwoude. Zij verkopen aan Cornelis, Dirk, Klaas, Jan en Adriaan Dirksz Glasekas tot Zuid- Scharwoude een gedeelte van een akker zaadland in de Jannesloot, groot 6 snees en 10 roede, belend de koper ten Westen en Claas Hopman annex ten Noorden. f.81:5:-. [ORA Noord Scharwoude nr fol.187; verkregen van Otto van Driel] : Maarten Vroon, schoolmeester en voorzanger tot Egmond op de Hoef, weduwnaar en boedelhouder van wijlen Maartje van Twuijver, e.a, verkopen aan Jan en Jacob Bouwens item Jan Jankris tot Zuid-Scharwoude, een stuk land groot 2½ morgen in Heerhugowaard, letter G nr. 51, voor f [RHC Alkmaar; Polderarchief Heerhugowaard 936; Transport- en hypotheekakten, fol.97] : Jan Bouwens en Hillegond Hendriks Leeuwen, wonend te Zuid-Scharwoude, maken een testament op de langstlevende en institueren hun kinderen bij meerderjarigheid in hun legitieme portie. Zij begeren dat hun dochter Trijntje Jans zal hebben het gouden oorijzer, mits de andere kinderen daarvoor zullen hebben elk 100 gld. De legitieme portie bedraagt 1200 gld. Als de langstlevende komt te hertrouwen zal deze hebben de kast met hetgeen zich daarin bevindt, hun huis met huisraad. Alle andere vaste goederen en effecten zullen in twee delen moeten worden verdeeld en tussen de langstlevende en kinderen verdeeld worden. Tot voogden over hun minderjarige kinderen stellen ze aan Cornelis Ridder, wonend te Broek op Langedijk, Jan Jonkers en Jan Cornelisz Bakker te Zuid-Scharwoude. Hij tekent 'Jan Bouwens', zij 'Hillegont Hendriks' [ONA Alkmaar; not. Van der Burgh; inv.nr. 632 akte 67]. 1794: Grafsteen 48 En Zijn Huis vrouw Hillegond Hendriks Leeuwen is Gerust Den 26 December 1794 Oud 66 Jaar En 42 weken En Haar zoon Hendrik Jansz Bouwens Overleden den 39
40 13 Mei 1807 In den Ouderdom van Ruim 46 Jaren Cornelis Laurensz Bies, zn. van Lourens Claasz Bies en Maartje Cornelis, overleden voor 4 februari 1797, ondertrouwt te Koedijk op 11 april 1748, trouwt te Langedijk op 28 april 1748 met 159. Antje Pieters Croon, dr. van Pieter Arentsz Croon en Maartje Jans Rus, gedoopt te Langedijk op 3 april 1746 (doopsgezind), overleden voor 6 februari : Gerrit Bakker te Kalverdijk verkoopt aan Cornelis Laurensz Bies te Koedijk een akker zaadland groot 11 snezen 8 rd. In 1798 verkoopt Aaltje Bouwens, weduwe van Lourens Bies, deze akker, genaamd de Keijzelenberg, groot 10 snees, aan Jacob Willigrijp [Oudkarspel; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste droogmakerijen, p.41] : Cornelis Rus en Gerrit Jansz Rus, volle broers, testeren. Zij legateren o.a. aan de vier kinderen van Cornelis Bies en Antje Croon elk 200 gld, aan de drie kinderen van Jan Croon elk 200 gld, aan het kind van Cornelis Rus en Maartje Croon 200 gld, en aan Cornelis Croon 50 gld en daarenboven het vruchtgebruik van een stuk land in Oudkarspel genaamd het Botje. [ONA Alkmaar 704, notaris Bootsman, akte 889]. 1771: Cornelis Bies is één van de pompers onder commandeur Jacob Volkers (hebbende de witte stok) [C. Visser, Koedijker Brandweerlieden in 1771; Koedijk inv.nr.11] : Cornelis Bies en Laurens Bies worden aangesteld als voogden over Maartje en Trijntje Cornelis Bies, dochters van Cornelis Bies en Antje Croon. Cornelis Bies stelt 2½ geers land onder Oudcarspel tot zekerheid [Weeskamer Koedijk] : Cornelis Bies en Antje Pieters Kroon, wonend te Koedijk, maken een testament op de langstlevende [In de marge: man en vrouw niet boven 8000 gegoed]. Na de dood of het hertrouwen van de langstlevende benoemen zij hun erfgenamen volgens het Hollands versterfrecht. De weeskamer wordt uitgesloten. Zij tekenen beiden met een kruisje [ONA Alkmaar, not. Van Oostveen; inv.nr. 715 akte 69] : Cornelis Bies en Antje Pieters Kroon maken een testamen op de langstlevende. Na de dood van de langstlevende prelegateren zij aan hun zoon Lourens Bies en diens vrouw Guurtje Pieters IJffs een huis en erve op het Noordeinde van Koedijk. De weeskamer wordt uitgesloten. Zij tekenen beiden met een kruisje [ONA Alkmaar, not. Van Oostveen; inv.nr.723 akte 133] : Cornelis Bies en Antje Pieters Kroon, wonend te Koedijk, maken een testament op de langstlevende (testateuren beneden f 8000 gegoed). Na hun overlijden zijn hun kinderen erfgenaam, maar ten aanzien van Trijntje Jans Bakker, nagelaten dochter van hun vooroverleden dochter Maartje Cornelis Bies, begeren zij dat gedurende haar minderjarigheid de renten zuiver tot het kapitaal gelegd worden zonder uit te keren aan de vader. Aan zoon Lourens wordt aanbedeeld in mindering van zijn erfdeel een stuk weiland in de Diepsmeer genaamd Hoogemeer, een akkertje zaadland, een akkertje in de Oostergreb, een dito beoosten de Diepsmeer, een dito genaamd Robon, een dito de Linden en een rietbos in de Greb in de Zwaanskamp; aan Trijntje Cornelis Bies een stuk weiland genaamd Luikes land, een dito genaamd Jan Alderts Slik, een akker zaadland genaamd de Bakkers akker; aan kleindochter Trijntje Jans Bakker een stuk weiland genaamd Jan Meyers, een dito aan de westkant van de Diepsmeer genaamd Lourens Bieze stuk, een akker zaadland genaamd de Breelandsakker, een dito gelegen in Luimoord. De overige roerende en onroerende goederen mogen niet publiek verkocht worden, maar moeten onderling worden verdeeld. Over hun minderjarige kinderen stellen zij aan als voogd hun zoon Lourens Bies en Aalbert Cornelis Meilis [ONA Alkmaar, not. Van Oostveen; inv.nr.734 akte 172] : De kinderen en erfgenamen van wijlen Cornelis Bies en wijlen Antje Kroon, echtelieden gewoond hebbende te Koedijk, verkopen aan Arien Hartland een huis en erf, belend ten zuiden de weduwe van Klaas Hillebrans, ten noorden de Mennonietenkerk, voor 830 gld. [ORA Koedijk 6227, fol.171v] Adam Meijnen, zn. van Jan Hendrik Meijnen en Aeltje Kempers, gedoopt te Winterswijk op 20 januari 1721, weversbaas, legt zijn gildeproef af in 1749, gardiaan van 40
41 het weversgilde in 1780, overleden voor 25 maart 1797, trouwt te Winterswijk op 12 mei 1748 met 161. Janna Willemina Sijwassink, dr. van Jan Sijwassink en Trijnjen Wevers, gedoopt te Winterswijk op 10 februari 1717, overleden voor 25 maart : Adam Meijnen, zoon van een weversbaas, legt zijn proef af voor het weversgilde in Winterswijk Hendrik Jan Boeyink, zn. van Jan Willem Boeyink en Josina Kössink, geboren te Ratum, gedoopt te Winterswijk op 27 december 1713, landbouwer op Boeijink in Ratum, ondertrouwt te Winterswijk op 9 november 1737, trouwt te Dinxperlo op 10 november 1737 met 163. Jante Gelkinck, dr. van Hendrick Gelkinck en Aeltien ten Cotte, geboren te De Heurne, gedoopt te Dinxperlo op 24 december : Schuldbekentenis door Hendrik Jan Boeijink en zijn vrouw aan David Wijgink, onder speciaal verband van hun twee Kokssteden, zijnde Kavensteden, de welke door Derk te Hoffstede en Hendr Kobes bewoond worden. De schuld wordt geroyeerd op [GA; Toegangsnr. 0136, inv.nr.461; Repertorium volontaire protocollen buurtschappen Winterswijk, fol.424v; Ratum] : Hendrik Jan Boeijink en zijn vrouw Jante Gelkink bekennen een schuld aan Jenneken Tenkink, weduwe Ber. Te Kortschot, onder speciaal verband van de kavenstede het Moesebrink, alsmede van een molder saetlant op den Boeijink, zo Geert te Kulve 'in boute' heeft. Op dezelfde dag verkopen zij de Kremerskamp aan Hindrik te Buekenhorst [GA; Toegangsnr. 0136, inv.nr.461; Repertorium volontaire protocollen buurtschappen Winterswijk, fol.425v] : Hendrik Jan Boeijink en Jante Gelkink zijn een bedrag schuldig aan Hendrik Walien Hendriks en Willem Walien Hendriks, onder speciaal verband van de kavenstede Koshuis, zo Derk te Havestede bewoont, voorts de kavenstede Rosenhuis [GA; Toegangsnr. 0136, inv.nr.461; Repertorium volontaire protocollen buurtschappen Winterswijk, fol.425v] : Schuldbekentenis van H.J. Boeijink en zijn vrouw aan Willem te Voortwijs en zijn vrouw, onder speciaal verband van twee stukken bouwland, gelegen op de Boeijink Esch bij Rosen Geert en Gerrit Bodders gebouwd [GA; Toegangsnr. 0136, inv.nr.461; Repertorium volontaire protocollen buurtschappen Winterswijk, fol.425v] Jan Disselbrink, zn. van Geert Disselbrink en Berndeken Stottlers, geboren te Miste, gedoopt te Winterswijk op 22 oktober 1693 (get: Gert Slat, Gesken Disselbrinck, Berent ten Brinke), overleden op 10 juni 1763, begraven te Winterswijk op 14 juni 1763, ondertrouwt te Winterswijk op 7 juni 1722 met 165. Willemken Debbink, dr. van Lammert Debbink en Jenneken Maes, geboren te Corle, gedoopt te Winterswijk op 19 december 1700 (get: Lammert Bras, Geesken Oenck, Trijncken Maes), overleden op 21 maart 1768, begraven te Winterswijk op 23 maart : Berentjen Stortelers wede Geert Diesselbrink, desselfs soon Jan Disselbrink verkl. gedaen dat sijn moeder heeft 4 kinder die haer eijgen kost winnen, voor de selve eedt gedaen. 700 [gld]. 1e en 2e term betaelt. Jan Disselbrink voor sig selfs getr met Willemken Debbink, heeft 8 kinder, 3 over de 16 jaer. Eedt gedaen en de 1e en 2e term betaelt [Liberale Gifte Miste] Jan Hijink (alias ter Haer), zn. van Jan Hijink en Geesken Selleckinck, gedoopt te Winterswijk op 24 januari 1687 (get: Wander Hijnck, Coene Esselinck, Jenneken Esselinck, Stijnken Ellekinck), landbouwer op de Haar in het Woold, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 4 juli 1717 met Geertjen ter Veene, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 25 september 1729 met 41
42 167. Hendrina Meijnen, dr. van Jan Hendrik Meijnen en Janna Bonnekink, geboren te Woold, gedoopt te Winterswijk op 21 december Berent Loijtink, zn. van Gerrit Loijtink en Anna Geertruid Dieterink, gedoopt te Winterswijk op 17 april 1713, landbouwer op Loijtink in Meddo, begraven te Winterswijk op 10 juni 1766, ondertrouwt te Winterswijk op 5 april 1732 met 169. Henders Hoebink, dr. van Willem Hoebink en Geertje Huijnink, gedoopt te Winterswijk op 26 februari 1716, begraven te Winterswijk op 13 december : Berent Loijtink 36 jr, vrouw Hinders 31 jr, soons Gerrit Hindrik 10 jr, Willem 8 jr, Harmen Jan 5 jr, dogters Leijda 2 jr, Willemina, oom Hindrik 60 jr, een knegt, een maagd, 2 paarden [Liberale Gifte 1748] Berent ter Horst, zn. van Arent ter Horst en Willemken Geessink, gedoopt te Winterswijk op 8 juli 1708, landbouwer op de Horst in Meddo, rotmeester te Meddo, trouwt te Neede op 30 oktober 1733 met 171. Henders Scheunink, dr. van Geert Scheunink en Henders Cuijpers, geboren te Neede rond 1708, belijdenis te Neede op 25 maart : Berent ter Horst, 45 jr (sic!), vrouw Henders 40 jr, dogters Anna Catharina 13 jr, Gerritjen 4 jr, vader Arent 79 jr, moeder Willemken 68 jr, 2 paarden [Liberale Gift 1748] Derk te Kortschot (alias Veneman), zn. van Berent te Kortschot en Jenneken Tenckinck, geboren te Ratum, gedoopt te Winterswijk op 22 januari 1688 (get: Jan Tenckijnck, Aelbert Schulten, Berentjen Kortschot), landbouwer op Veenemans in Ratum, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 25 oktober 1716 met Aeltjen Kosink, overleden te Winterswijk op 3 november 1728, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 21 januari 1736 met 173. Harmken ten Brincke, dr. van Berent Oonk en Geertjen ten Brincke, geboren te Ratum, gedoopt te Winterswijk op 30 augustus 1711 (get: Dersken Roerdink, Aelken Hellekamp, Jan Ubbink), overleden op 1 december 1784, begraven te Winterswijk op 3 december 1784 (de oude Venemanse). 1748: Derk Venemans (61), vrouw (40), soons Jan Willem (24), Albert (10), Berent (9), Derk (8), dogters Beerndine (7), Jenneken (5), Bartha (3), Janna (½) 2 paarden [Liberale Gifte 1748] Willem Könninks, zn. van Derk Coninck en Geertken Lesinck, gedoopt te Winterswijk op 7 maart 1696 (get: Hendrick Meijerinck, Jan Conincks, Hindersjen Beerninck), begraven te Winterswijk op 22 juni 1763, ondertrouwt te Winterswijk op 27 april 1733 met 175. Jenneke te Kronnie, dr. van Teube Coorenberg en Hendrikje Hemink, gedoopt te Winterswijk op 24 maart 1709, begraven te Winterswijk op 4 februari Frans Henrich Brinkhans (ook Brinkmann), zn. van Johann Gerdt Brinkmann en Anna Ilsabein Heyler, gedoopt te Brackwede op 11 mei 1740, landbouwer in 1764, grenadier van Bronikowski tussen 1770 en 1774, in de Bardemer compagnie in 1778, trouwt (1) te Brackwede op 27 april 1759 met Anna Catharina Ramsbrock, gedoopt te Brackwede op 19 oktober 1736, overleden te Brackwede (Brock) op 6 april 1762, trouwt (2) te Brackwede op 1 oktober 1762 met 177. Cathrina Ilsabein Kükenshofener Franss Henrich Griese (alias Steinkamp), zn. van Johann Herman Griese en Agnete Ilsabein Voss, gedoopt te Brackwede op 23 oktober 1718, begraven te Brackwede op 42
43 14 oktober 1797, trouwt te Brackwede op 11 juli 1745 met 179. Johanna Liesabet Steinkamp, dr. van Dietrich Steinkamp en Liesabeth Hinnerman, gedoopt te Brackwede in februari : Wittwer Franz Henrich Steinkamp, Alters selber alt 84 Jahr, Brock [ ] Steinkamp im Dorf nr.53 [Begraafboek Brackwede] Christoffel Biele (alias Schildmann), zn. van Johann Henrich Biele en Anna Margreth Ilsabein Uchtman, gedoopt te Brackwede op 25 juli 1723, trouwt te Brackwede op 21 december 1748 met 181. Trin Margret Schildman Johann Jacob Grünewald (alias Tiemann), landbouwer op Tiemann te Sieker, trouwt te Heepen op 9 mei 1760 met 183. Clara Ilsabe Sielmans, trouwt (1) te Heepen op 28 april 1758 met Johann Henrich Tiemann : Johann Henrich Tiemann und Clara Ilsabe Sielemans wohnen in Sieker [Trouwboek Heepen] : Johann Jacob Grünewald und die Witwe Clar Ilsab Timans, Wohnen in Sieker [Trouwboek Heepen] Jan Hendrik Lammers, zn. van Ceupe Lammers en Elizabeth Boeghman, gedoopt te Winterswijk op 22 september 1715, molenaar op de Plekenpolse molen in het Woold, bierbrouwer, overleden te Winterswijk op 28 juni 1761, ondertrouwt te Winterswijk op 1 januari 1742 met 185. Enneken ten Holthuis, dr. van Jan ten Holthuis en Aaltje Planten, gedoopt te Winterswijk op 9 mei 1717, overleden te Winterswijk op 21 december 1785, trouwt (2) te Winterswijk op 21 november 1762 met Harmen Jan Grevink : Erfmagescheid tussen Enneken Holthuijs, weduwe van Jan Lammers, geassisteerd met Harmen Jan van Hengel als haar momber, ter eenre, en Hendrik Cessink en Garrit Hendrik Kranen als mombers van de vijf onmondige kinderen met namen Gesina Getruijt, Johanna Catharina, Garrit Jan, Jan Willem en Jacobus, ehelijk door Jan Lammers en Enneken Holthuijs geprocreëerd, ter andere zijde. De moeder zal de boedel behouden. Op hun 20e krijgen alle kinderen 27 gld 10 st voor hun vaderlijke goed. Zij zal haar kinderen onderhouden en laten scholen. Staat en inventaris. Gereede goederen: een molder zaad met mestrogge, een molder zaad met volge rogge, 2 koeien, een brouwbudde, 5 biertonnen, 3 tafels, 12 stoelen, 8 Delftse schotels, 10 borden dito, 2 halen, een pan en hangijzer, een tange, een schoppe, 6 bierkannen, een toijte, 2 ijzeren potten, een karn, 4 melkvaten, 2 fleuten, een tunne kuijven, 2 grepen, een vork, 12 tinnen lepels, 12 vorken, een brouwbak, een koesomp, een bed, 2 aarden schotels, 8 dito borden en koppen, een theeketel, een trekpot, 5 paar theegoed, 2 bierglazen, een trechter blik, een tinnen kandelaar, een koperen lamp, 3 dito blik, een brake, 2 emmers, een grote koperen ketel, een dito kleine, een degelpan, een reppele, een bakketrog, een snijtrog, een Draege ton, een bierkraan, een logte, een biertrechter, een koffer, een roosterm een bijl, 6 zakken. Er is ongeveer 185 gld aan schulden ten laste van de boedel (o.a. aan de eigenaren en aan de knecht) [RA Bredevoort; toegang 3017 inv.nr.567; Protocollen van Tuteele en Curateele] Geert Sikkink, zn. van Hendrik Sikkink en Aeltjen Honders, geboren te Kotten, gedoopt te Winterswijk op 29 juni 1721, landbouwer op Sikkink in Kotten, overleden te Winterswijk op 20 april 1766, ondertrouwt te Winterswijk op 19 april 1738 met 187. Geertje Boijkink, dr. van Hendrik Boijkink en Marija Bruggers, gedoopt te Winterswijk 43
44 op 11 maart 1725, overleden na december : Op Sikkink in Kotten wonen: Geert Sikkink (27) en zijn vrouw Geertjen Boitink (23), zijn broers Tonnis (18) en Jan Hendrik (14), zijn dochter Aaltjen (4), zoon Gerrit Jan (2), en als maagd Stijnken Boijtink (14). Hij heeft 2 kinderen onder de 16 jaar; de eed gedaan dat niet meer dan 525 gld bezit; 1e term. betaald, mede voor zijn broer Jan Hendrik; Teunis Sikkink, ongetrouwd, heeft de eed gedaan dat hij onder de 500 gld bezit; iets gegeven; de maagd Geertjen: iets gegeven [Liberale Gifte 1748] Jan Berent Sieverdink, zn. van Jan Kotman en Trijntjen Sijverdink, geboren te Brinkheurne, gedoopt te Winterswijk op 5 februari 1721, diaken te Winterswijk in 1774, trouwt te Winterswijk op 31 oktober 1754 met 189. Anna Willemina Sellink, dr. van Berend Sellink en Geertruijd Katman, gedoopt te Winterswijk op 3 januari : Jan Berent Sijverdink en Anna Willemina Sellink krijgen als zuster- en broederskinderen dispensatie om te trouwen [ : Jan Berend Sieverdink en Anna Willemina Sellink, eheluiden, Jan Willem te Slippe en Stijne Sieverdink, eheluiden, en Janna Sieverdink, dragen op aan Garrit Jan Lammers op Sieverdink en Elsken Sieverdink, eheluiden, het bouwstedeken Sieverdink te Brinkheurne. Op dezelfde dag lenen Garrit Jan Lammers en Elsken Sieverdink van Jan Berend Sieverdink en Anna Willemina Sellink 900 gulden. De schuld is geoyeerd op [GA; Toegangsnr. 0136, inv.nr.461; Repertorium volontaire protocollen buurtschappen Winterswijk, fol.563] Gerrit Eppink, zn. van Willem Eppink en Hendersken Scholten, gedoopt te Aalten op 10 juni 1731, diaken in 1773, ouderling in 1781, overleden te Aalten op 17 oktober 1783, begraven te Aalten op 18 oktober 1783, ondertrouwt te Aalten op 7 maart 1761 met 191. Sophia Prins, dr. van Gijsbert Prins en Anna Catharina van Waeij, gedoopt te Aalten op 31 maart 1720, overleden te Aalten op 30 december 1779, begraven te Aalten op 3 januari 1780, ondertrouwt (1) te Aalten op 3 december 1746 met Joannes Martens. 1763: Bij G. Eppink, in het rot van commies Carlier, worden 2 man infanterie ingekwartierd [Drost en Geërfden van Bredevoort, nr.400; Stukken inzake de inkwartiering van Britse regimenten te Aalten en Bredevoort] : Christiaan Caspar Stumph draagt op aan Gerrit Eppink en Sophia Prins 't voorste getimmer aan het huis de Halve Maan in het dorp Aalten [ORA Heerlijkheid Bredevoort; inv.nr.466 fol.9] Hendrik Gijsbertsen de Kruijff, zn. van Gijsbert Hendricks de Kruijff en Annetje Cornelis, gedoopt te Leusden op 12 april 1722, koopman, landbouwer, wonend buiten de Slijkpoort, overleden te Leusden op 6 november 1777, trouwt te Amersfoort op 7 september 1756 met 193. Aaltje Harmens Camerbeek, dr. van Harmen Jansen Camerbeek en Reyertje Teunis, gedoopt te Amersfoort op 9 maart 1731, overleden te Leusden op 30 september Willem Brandse Hienekamp, zn. van Brand Hendrickse Rademaker en Neuleke Lamberts, gedoopt te Lunteren op 20 mei 1725, molenaar op de Bavoortse molen in Leusden, overleden te Leusden op 21 januari 1802, trouwt te Lunteren op 28 maart 1758 met 195. Trijntje Goosense van de Lindeboom, dr. van Gosen Reijertsen en Aaltje Brands, gedoopt te Lunteren op 13 april
45 1757/1802: Vanaf 1757 tot aan zijn dood in 1802 is Willem Hienekamp molenaar op de molen van Bavoort in Leusden. In 1762 is hij eigenaar van de molen, het huis en de landerijen. In 1801 heeft hij 1 meid in dienst [W. Bos, Rond de molen van Bavoort] : Willem Brantsen Heijnekamp en Trijntje Goosens, onder Lunteren geboren, komen naar Leusden vanuit Lunteren, met een akte van indemniteit vanuit de hervormde gemeente aldaar [Archief Eemland; Akten van Indemniteit Leusden] : Een deel van Glashorst wordt belast door Hendrik Hinnekamp, gehuwd met Grietje Brandsdr, te Scherpenzeel, voor Willem Hinnekamp, molenaar op Bavoort te Leusden, met ƒ 21.- te lossen met ƒ De lening is geroyeerd op [J.C. Kort, De lenen en tijnsen van de hofstede Scherpenzeel] Brand Jansen van Ginkel, zn. van Jan Brantsz en Errisje Helmerts, gedoopt te Scherpenzeel op 5 januari 1716, landbouwer op Valkeneng te Maarsbergen, later op Ojevaarshorst te Leusden, overleden te Leusden in 1771, trouwt te Amersfoort op 21 oktober 1742 met 197. Anthonia Franken, overleden te Leusden in : Akte van indemniteit betreffende het echtpaar Brand Jansen en Tonia Franken en hun zes kinderen, alsmede haar nichtje, de 1 jaar oude [ ]. De kinderen zijn Jan Brandsen, 13 jaar, Frank Brandsen, 12 jaar, Teunis Brandsen, 7 jaar, Hendrikje Brandsen, 5 jaar, Erris Brandsen, 4 jaar, en Errisje Brandsen, 1 jaar oud; het nichtje van Tonia Franken is een [ ]. Zij gaan van Leusden naar Maarsbergen en worden door de gemeente Leusden ondersteund [Archief Eemland; Akten van Indemniteit Maarsbergen] : De hofstede Valkeneng, gelegen onder Maarsbergen, gebruikt wordend door Brand Jansen, groot 60 morgen 77 roeden, is onderdeel van een openbare verkoping van de goederen van de kinderen en erven van Constantia Clara Tamminga [ONA Utrecht, not. Van Vliet, inv.nr. U238a2, aktenr. 164] : Brand Janse van Ginkel, getrouwd met Anthonia Francken, huurt van Johan Diderik van Blokland, ritmeester, een boerehuisinge c.a. en aanhorige landeryen, genaamd Ojevaarshorst (te Leusden), met landeryen te weten: de 2 Heyhoecken, het Nieuwe Land, de Ackers, het Boscampje, de Elscamp, de Brey, de Duivekamp, de Brink, de 2 Kleine Hoekjes achter de Brink, de Ouden Hoff, de Dwarskamp, de Omloop, een Hoekje achter de Omloop, de Veldschoor, en de Viekamp. De verhuurder behoudt enige stukken land aan zichzelf. Op dezelfde dag verklaart Brand Jans van Ginkel, wonend op de Valkeneng te Maarsbergen, f 399,- schuldig te zijn aan Willem Jordense, op de Bieshaar te Leusden. Johan Diderik van Blokland is borg [ONA Utrecht, not. Lagerwey; inv.nr. U209a1, aktenr. 149/150] : Akte van indemniteit betreffende de 1 jaar oude te Maarsbergen geboren kinderen van het echtpaar Brandt Janze van Ginkel en Antonia Franken, nl [ ] Brantsz. van Ginkel en Willem Brantsz. van Ginkel, ingekomen uit Maarsbergen en ondersteund door de gemeente aldaar. De ouders vertrekken ook; volgens een aantekening op deze akte d.d gedeponeerd te Renswoude aldaar [Archief Eemland; Akten van Indemniteit Leusden] : IJsebrand van Engelen, gerechtsbode verkoopt namens Anthonia Franken, wed. Brand Jansen van Ginkel aan Anthonij Methorst, oud-schepen en raad van Amersfoort en Christina van Deventer, meerderjarig, ongehuwd, samen voor de helft en Jan Staal, koopman te Amersfoort, voor de helft, voor 815 gulden een boeren bouwerf, huis, hof, hofstede, korenberg, schuur, schaapskooi en land, genaamd Veldorp, onder Leusden. Met recht van overpad voor de OLV-Kapel. Met de helft van het weiland in de Veltschooren, bij Oijevaarshorst, onder Leusden. De andere helft wordt gebruikt door Gerrit Aardsen, op de Bruine Haar. Ook nog zes morgen weiland, genaamd het Oudeland, aan het Maansteegje en de Grift, onder Leusden [Gerecht Leusden; inv.nr.1054 fol.172] Gosen Gerrits Pothoven, zn. van Gerrit Goossens Pothoven en Jannitje Teuniszen van de Pol, landbouwer en schapenhouder op Oud Voskuyl in Woudenberg, overleden te 45
46 Woudenberg op 6 mei 1805, trouwt te Amersfoort op 22 maart 1763 (met attestatie van Leusden) met 199. Jannetje Willems van Ginkel, dr. van Willem Jordens van Ginkel en Claasje Gijsberts, gedoopt te Scherpenzeel op 18 maart 1731, overleden te Woudenberg op 30 januari /1766: Gozen Gerritze en Jannetje Willemze wonen bij hun huwelijk in Leusden; in 1764 en 1766 in Dazelaer bij Renswoude : Gosen Gerritsen Pothoven koopt de boerderij Oud Voskuilen, met 59 morgen, voor 5400 gulden van Arien en Elbert Teunissen [Archief Eemland; 40e penning; ] "Gozen Pothoven en zijn vrouw Jantje Willemse van Ginkel, won. op Voskuijl, aan de ene kante, Willem Brandse van Ginkel en zijn vrouw Claasje Gozense Pothoven, voor de helft, en Willem Brandse van Ginkel en Jan Sanderse van de Pol als voogden van Gozen en Geertruij Cornelisse van de Pol, nagelaten onmondige kinderen van Cornelis Sanders van de Pol en Jantje Gozense Pothoven, voor de andere helft, aan de andere kant, komen overeen dat Gozen Pothoven en zijn vrouw Jantje Willemse van Ginkel overgeven aan de anderen: hun inboedel, have en vee en hun boerderij met huis, bakhuis, twee bergen, wagenschuur, schaaphok en zestig morgen bouw-, wei en heiland, genaamd Oud Voskuijl, op Voskuijl. Voorwaarden: zij krijgen hun leven lang gratis kost en inwoning; er mag niets verkocht worden totdat de minderjarige kinderen meerderjarig zijn geworden en als één van de erflaters nog in leven is. Mocht het inwonen niet goed gaan, dan gaan zij elders wonen tegen uitkering van 300 gulden per jaar. De erfgenamen nemen een hypotheek van 1700 gulden over. De erfgenamen aan de ene zijde moeten 1500 gulden inbrengen en de erfgenamen aan de andere zijde 332 gulden voor het erfdeel van hun ouders [Gerecht Woudenberg; inv.nr p.59 e.v.] : Boedelscheiding door de erfgenamen van Goossen Pothoven en Jannetje van Ginkel, gewoond hebbend op Oud Voskuil in de gemeente Woudenberg, te weten Willem Brandsen van Ginkel, landbouwer te Leusden, getr. met Klaasje Goossens Pothoven, en Goossen en Geertruij van de Pol, minderjarige kinderen van Cornelis van de Pol en Jannetje Goossense Pothoven. De boedel omvat de hofstede Oud Voskuil, gelegen onder Woudenberg, bestaande uit een huizinge, bakhuis, 2 bergen, een wagenschuur, een schaaphok en ongeveer 36 morgen bouw- en weiland, een morgen bos, 23 morgen heidevelden, thiendplichtig, met een totale waarde van f 6000,-. Daarnaast is er de hofstede Vrijhoef, gelegen in Leusbroek, bestaande uit een huizinge, bergen, schuur, schaaphok en verdere opstal, met ongeveer 18 morgen land daarbij, als ook 4 morgen genaamd de Plaskamp, 4 morgen genaamd Blokvoort, gelegen aan de beek tegenover de Griftsbrug, en 1½ morgen land in de Waterkamp, met een totale waarde van f 6000,-. Vrijhoef is voor Willem van Ginkel en Klaasje Pothoven, Oud Voskuyl is voor Goossen en Geertruij van de Pol [ONA Amersfoort, not. E.J. van Wisselingh AT 055b018 rep 46] Gijsbert Gijsberts van de Lagemaat, zn. van Gijsbert Barten van de Lagemaat en Merritje Gijsberts van de Lageweij, gedoopt te Woudenberg op 29 december 1724, landbouwer op de Lagemaat, later op Groot Nieuwenhuizen onder Woudenberg, diaken in 1756, ouderling in 1775, overleden te Woudenberg op 20 september 1798, trouwt te Woudenberg op 10 november 1748 met 201. Beatrix Hendriks van Nieuwenhuizen, dr. van Hendrik Tymensen van Nieuwenhuijzen en Neeltje Cornelissen Versteeg, gedoopt te Woudenberg op 23 maart 1727, overleden te Woudenberg op 30 maart : Gijsbert Gijsbertze, boer, 7 personen boven de 10 jaar, 20 morgen land in gebruik (NB, de opsteller van de lijst vermoedt dat hij meer land in gebruik heeft) [Huisgezinnen Woudenberg 1783]. 1784: Gijsbert Lagemaat is één van de indieners van een verzoekschrift door inwoners van Woudenberg en Geerestein om verlichting van provinciale belastingen te vragen, wegens de slechte oogsten van vorig jaar en dit jaar, en de oneerlijke belastingdruk tussen stad en platteland [Gerecht Woudenberg; inv.nr.2347 fol.240]. 46
47 202. Saar Dirks van de Wetering, zn. van Dirck Aelten van de Wetering en Maritje Saaren, wonend te Leusbroek, overleden voor 1767, trouwt te Woudenberg op 11 februari 1748 met 203. Jannetie Thone Renes, dr. van Antonie van Renes en Willemtje Jacobs van Mandersloot Jan van Cooten, zn. van Claas Teunisse van Cooten en Cornelia Jansen van Nellesteyn, j.m. van Nederlangbroek, meestertimmerman, rentmeester, schepen te Doorn tussen 1753 en 1776, ouderling tussen 1782 en 1785, begraven te Doorn op 8 oktober 1792, trouwt te Doorn op 10 november 1748 met 205. Maria Bosch, dr. van Hendrikus Bosch en Petronella van Nieuwendaal, j.d. van Doorn, begraven te Doorn op 4 oktober : mr. Pieter Mangard machtigt mons. Jan van Cooten, timmermansbaas te Doorn, om zijn hofstede in Doorn te administreren en de huur en pachtpenningen te innen [ONA Utrecht, not. Van Goudoever inv.nr.u191a2, aktenr.150] : Arnold Pit, raad in de vroedschap van Utrecht en ontfanger van XX en XL penning, machtigt monsr. Jan van Kooten, meester timmerman te Doorn, om namens hem deel te nemen aan alle vergaderingen van ingelanden en geërfden van Doorn en Neerlangbroek [ONA Utrecht, not. Sluyterman inv.nr. U230a16, aktenr 28] Rijck Gerrits van Eck, zn. van Gerrit van Eck en Sophia van Oort, gedoopt te Cothen op 8 november 1723, meestersmid, belijdenis te Cothen op 28 maart 1754, gerechtsbode te Cothen tussen 1756 en 1794, overleden te Cothen op 28 juni 1810, ondertrouwt te Nederlangbroek op 10 juni 1751 met 207. Maagje Jacobs van Niekerken, dr. van Jacob Dirks van Niekerken en Jacobje Aries van Donselaar, geboren rond 1727, komt met attestatie van Nederlangbroek naar Cothen rond 1751, overleden te Cothen op 14 juni : Rijck van Eck koopt een molen in Cothen uit de desolate boedel van Frederick de Bruyn. De molen is een leen van het Domkapittel. In 1777 neemt zijn zoon Gerrit de molen over [H.Reinders De Cothense molen 'Oog in 't Zeil' en zijn molenaars, Tussen Rijn en Lek, 1990, p. 20, 23] : Rijk van Eck, mr. smit te Cothen, verklaart dat hij boven en behalve de windkoorn en olijmolen aldaar, door hem onlangs uit de insolvente boedel van Frederick de Bruijn aangekocht, ten behoeve van Mr. Jan Jacob van Westrenen, raad in de vroedschap van Utrecht, voor een kapitaal van 1500 gulden zonodig ook tot onderpand stelt zijn huizinge met boomgaard en bouwland, samen groot 3 morgen, gelegen onder Cothen, wezende een erfpachtgoed van het kapittel St. Pieter te Utrecht, door hem op van Christina van Uijtert, weduwe van Otto Aartsz van Voorst, aangekocht, of naar keuze een plechtbrief groot f 800,-, sprekende ten laste van Gerrit Hofman, op voor de Domproostdij te Utrecht gepasseerd [ONA Utrecht, not. Koppen; Inv.nr. U270a3, akte 106] : Rijk van Eck transporteert aan zijn zoon Gerrit van Eck het molenaarshuis met achterhuis, varkenshok en boomgaard van 150r, zijnde landpachtgoed van het Convent van Oudwijk op een jaarlijkse pacht van 7 gulden en 5 stuivers, alles onder Cothen aan de Zandweg [Dorpsgerecht Cothen inv.nr. 509 fol.105] : Akte van aanstelling door Pieter de Smeth, domproost en ambachtsheer van Cothen, ingevolge vrijwillige afstand door Rijk van Eck, van Rijk van Eck junior tot gerechtsbode en doodgraver van Cothen [Dorpsgerecht Cothen, inv.nr.507 fol34] Cornelis Aalten van Harskamp, zn. van Aalt Reijers van Harskamp en Annigje Cornelis Ketel, gedoopt te Amerongen op 17 april 1701, trouwt met 47
48 209. Cornelia Jans van Maarn (alias van Steenwijk), dr. van Jan Cornelis van Maarn en Ariaentje Goosens de Heus, gedoopt te Doorn op 9 oktober 1698, begraven te Doorn op 5 oktober 1766, trouwt (2) met N.N. Logt Berend Dirkse van Groenhout, zn. van Dirk Barentsen van Groenhout en Jannitje Thijssen, gedoopt te Veenendaal op 19 mei 1700, overleden te Veenendaal op 23 januari 1736, trouwt te Veenendaal op 19 maart 1724 met 211. Jannetje Harmse Roskam, dr. van Harmen Teunisse Roskam en Grietje Jansen, gedoopt te Veenendaal op 11 mei Theunis Dirks van de Wetering, zn. van Dirck Aelten van de Wetering en Maritje Saaren, landbouwer op Dashorst in Woudenberg, schepen te Geerestein in 1763, begraven te Woudenberg op 21 januari 1784, trouwt te Woudenberg op 1 april 1725 met 213. Jantje Wulpherts van Overeem, dr. van Wulphert Jansz van Overeem en Reijertje Roelofs van Methorst, gedoopt te Woudenberg op 2 juli 1701, begraven te Woudenberg op 9 maart : Teunis Dirksen en Jantje Wulpherts ontvangen uit de nalatenschap van haar vader Wulphert Jans van Overeem ¼ part van Rumelaar in Woudenberg en land in Bunschoten [ONA Woudenberg, inv.nr.001 a001]. 1748: Theunis Dirkse en vrouw, boer op Dashorst, 60 morgen gehuurd land, (9)-8 morgen eigen land dat hij verhuurt, 2 zoons (>10), 1 dochter (>10), 1 dochter (<10) [huisgezinnen Woudenberg] Antonie Errisz van 't Voort, zn. van Erris Everts van 't Voort en Gijsbertje Anthonijs van Overeem, gedoopt te Amerongen op 5 februari 1699, landbouwer op Rumelaar onder Woudenberg, schepen te Woudenberg in 1741, trouwt te Woudenberg op 5 december 1734 met 215. Theunisje Jans van Doorn, dr. van Jan Jansen van Doorn en Willemtje Elis, gedoopt te Leersum op 18 februari : Derck Janse van Overeem vermaakt in zijn testament zijn boerderij Strubbelenburg aan de bij hem inwonende neef Anthony Errisz. Op trekt hij dat terug en vermaakt alles naar rechte, maar Anthony Errisz wordt toch eigenaar [RA Woudenberg; VG 1991, p.202] : De erfgenamen van Dirk Anthonisse Overeem vragen taxatie van Rumelaar, bestaande uit een huis, bergen, schuren, hof en hofstede, met ca. 16 morgen land, belast met een tijns van 19 gulden aan de St. Joriskerk te Amersfoort. Rumelaar wordt gebruikt door Antonij Errissen. Waarde geschat op 2000 gulden [AE; Gerecht Woudenberg, inv.nr.2346, fol.217]. 1748: Antonij Erissen en Theunisje Jansen, boerderije op Rumelaar, 1 zoon (>10), 1 zoon (<10), 1 dochter (<10), 1 meid, 19 morgen eigen land onder hun beheer [Huisgezinnen Woudenberg] Wouter Berendsen, zn. van Beert Jansen en Rijkje Jansen, gedoopt te Lunteren op 18 oktober 1691, landbouwer, overleden te Woudenberg op 31 januari 1776, trouwt te Woudenberg op 4 december 1718 met 217. Elisje Jansen, dr. van Jan Teunissen van Dickerijst en Geertje Evertsen, gedoopt te Woudenberg op 9 september 1691, overleden voor 20 maart : Testament van Wouter Barentsen, wed. van Elisje Jans. Zijn dochter Jantje, wed. van Jan van Veenendaal, krijgt alle meubilaire goederen en huisraad, bestaande uit kasten, kisten, een bank, stoelen, tin, koper en aardewerk, als ook alle linnen en wol bestaande uit dekens en ander linnengoed. Zij krijgt ook een huis, achterhuis en schuur met de spullen daarin behorende, gelegen ten noorden van de Schanserdijk onder het gerecht van Geerestein. Jantje verplicht zich 48
49 om haar vader levenslang te onderhouden van spijs en drank en om na diens dood een ordentelijke begrafenis te regelen [Gerecht Geeresteinm inv.nr.690 p.88] Antonie van Renes, zn. van N.N. en Jantje Anthonissen van Renes, gedoopt te Scherpenzeel op 31 december 1699 ('in onecht verkregen bij een seecker persoon, wiens naam noch niet hebbe konne verkregen'), landbouwer, overleden voor 1748, ondertrouwt te Doorn op 18 oktober 1725 met 219. Willemtje Jacobs van Mandersloot, dr. van Jacob Lambertsz van Mandersloot en Jantje Saaren, gedoopt te Woudenberg op 8 april 1700, overleden te Woudenberg op 16 februari 1779, trouwt (2) te Woudenberg op 11 juli 1751 met Willem Jansz Geseker : Willemijn Jacobs Mandersloot weduwe van Antonij Renes, met haar kinderen Dirkje (16 jaar), Jan (14 jaar), Evertje (12 jaar) en Teunis (10 jaar) verkrijgt een akte van indemniteit ten laste van het gerecht Woudenberg. Zij is waarschijnlijk Amersfoort ingekomen van Maarn en Maarsbergen en vertrekt ook weer naar Maarn en Maarsbergen. Op wordt de akte weer in Amersfoort ingediend [Stadsarchief inv.nr.1958, fol.53] Johannes Stoffels van Kraaijestein, zn. van Christoffel Craeijestein, geboren te Amersfoort rond 1693, wonend in het Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis van 1762 tot 1774, overleden op 3 maart 1774, begraven te Amersfoort op 7 maart 1774, ondertrouwt te Amersfoort op 6 april 1724, trouwt te Amersfoort op 30 april 1724 met 221. Trijntje Hendriks Bos, j.d. van Amersfoort : Hannes Stoffelzen van Kraijenstein j.m. met Trijntje Hendriks Bos j.d. beide 't Amersfoort. Hier getrout den 30 April 1724 [Trouwboek Amersfoort]. 1747: Hennes Kreysteyn, aan de Utrechtse straat in Breul, nr.231, 2+kk [Liberale Gifte Amersfoort] : Bij Hannes van Kreijesteijn, aan de Utrechtsestraat, zijn 2 personen ingekwartierd [Inkwartiering van de dragonders van Mattha; Archief Amersfoort inv.nr.1676] : Johannes Krayesteyn wegens Tryntje van Scherpenseel verclarende als voren [niets nagelaten, arm] des nooth onder eede [Weeskamer Amersfoort; AE toegangsnr.39; inv.nr.3]. 1762: Johannes Krayesteyn [Weeskamer Amersfoort, inv.nr.140 (1762)] Hendrik Sang, zn. van Henrick Sang en Maesje Berents van Laer, gedoopt te Amersfoort (Kromme Elleboog) op 21 april 1709 (get: Aeltie Masie), soldaat onder generaal Palland in 1730, overleden voor 4 augustus 1747, ondertrouwt te Amersfoort op 10 november 1730, trouwt te Amersfoort op 26 november 1730 met 223. Catrina Lings, j.d. van Amersfoort, trouwt (2) te Amersfoort op 4 augustus 1747 (met attestatie naar Hoevelaken) met Nicolaas la Sache, geboren te Maastricht : Hendrik Sang, soldaat onder 't regiment van den generaal Pallant, met Catharina Lings j.d. wonende alhier. Hier getrout den 26 novemre 1730 [Trouwboek Amersfoort]. Het infanterieregiment van F. Palland is sinds 1728 in Utrecht gelegerd. Daarvoor, en ook na 1731, ligt het in Doornik. 1768: Caatje Lings en Claas Lesagie [Weeskamer Amersfoort, toegang 0039, inv.nr.142 (1768); inv.nr.3 (1768)] Rutger Geurs Mulder, zn. van Geurt Rutgers Mulder en Grietje Gerrits, gedoopt te Wilp op 29 april 1703, timmerman, landbouwer op Hondschoten, begraven te Wilp op 19 november 1776, trouwt (1) met Jenneken Jansen, ondertrouwt (2) te Twello op 1 mei 1734 met 225. Hendrina Gerrits Mulder, dr. van Gerrit Henrix en Engeltje Teunis, gedoopt te Wilp op 49
50 16 januari 1707, begraven te Wilp op 3 juni : Rotger Geurts, weduwnaer van wijlen Jenneken Jansen onder Wilp, en Hendrina Gerrits jongedochter van wijlen Gerrit Henrics onder Vaassen [Trouwboek Twello] : Voor de begrafenis van Rutger Geurs Mulder op t Hondschoten wordt f betaald (2x klok luiden, graf maken). Voor de begrafenis van zijn weduwe op wordt f 3-6 betaald Geurt Willemsen, zn. van Willem Janssen en Grietje Hendriks, gedoopt te Nijkerk op 18 mei 1721, stalknecht te Amsterdam, onder een gefingeerde naam vertrokken naar Oost Indië rond 1760, trouwt (2) met N.N., trouwt (1) te Nijkerk op 23 september 1746 met 227. Gijsje Thomas : Geurt Willemsen en Gijsje Thomas wonen volgens hun huwelijksinschrijving beiden onder Appel : Harmen Mulder, wonende in het dorp Barneveld, en Geertje Geurts, wier vader Geurt Willemsen na de dood van haar moeder Geesje Teuinissen [sic!] in Amsterdam voor stalknecht was gaan dienen, daar was hertrouwd en daar hij het niet met zijn vrouw kon vinden 8 of 9 jaar geleden onder een gefingeerde naam, aan de bruid onbekend, naar 0. Indië was gegaan. Zij mag zonder vaderlijk consent trouwen [Huwelijksdispensaties Gelderland] Jan Willems, j.m. van Voorthuizen (Zeumeren), begraven te Voorthuizen op 26 januari 1775, trouwt te Voorthuizen op 6 december 1744 met 229. Reijntje Harms, j.d. van Voorthuizen (Zeumeren), begraven te Voorthuizen op 31 januari Derk Jansen Baggel, zn. van Jan Dirksen Baggel en Evertje Lubberts, j.m. van Voorthuizen (Zeumeren), overleden te Garderen, trouwt te Voorthuizen op 16 augustus 1744 met 231. Gijsbertje Jansen, j.d. van Barneveld, overleden te Garderen Steven Jansen van Heteren, zn. van Jan Stevens van Heteren en Catharina Hermans, trouwt met 233. Johanna Loot (Lothe) Johannes Sanders Verbrug, zn. van Alexander Cornelissen Verbrug en Johanna Aertsen, gedoopt te Maurik op 13 mei 1706, trouwt te Maurik op 15 juni 1732 met 235. Maria Rijks van Grootvelt, dr. van Rijk Jans van Grootvelt en Agnita van Westrheene, gedoopt te Maurik op 21 april Erris Besselse van Ekeris, zn. van Bessel Evertsen en Petertje Arissen, gedoopt te Scherpenzeel op 23 april 1682, diaken van 1735 tot 1737, trouwt te Woudenberg op 26 april 1716 met 237. Aartje Theunis, j.d. van Woudenberg Klaas Kempesen van 't Ruijsseveen, zn. van Kempes Klaesen en Aeltje Everts, gedoopt te Veenendaal op 4 april 1688, landbouwer, overleden te Renswoude op 29 maart 1753, trouwt (1) te Ede op 15 augustus 1720 met Marritjen Jansen, dr. van Jan Cornelissen, overleden voor 6 november 1773, trouwt (2) rond 6 november 1733 met 239. Wijntje Teunissen, dr. van Teunis Henriksen. 50
51 : Momberschapsverborging Jan Cornelissen, als bestevader en Willem Jansen, oom en bloedmomber van de onmondige nagelaten kinderen van Marrigje Janssen, ehelijk verwekt bij Claes Kempussen, met name Kempus, Jan Aeltjen en Ot Claessen [ORA Veluwe en Veluwezoom; Momberschapsverborgingen, nr.504, fol.14] : Huwelijkse voorwaarden Klaas Kempesen en Wijntje Teunissen in Ede. Tegelijk wordt ook een inventaris opgemaakt van de boedel van Klaas Kempesen en Marritje Jans, van hun woning in de Melm (aan de Veenendaalse kant van Renswoude). Bij hun boerderijtje behoren o.a. 4 morgen weiland, hooiland en baggerveld aan de Stichtse zijde onder Renswoude, en een morgen bouwland in het zand onder Veenendaal. In de keuken en de kamer bevinden zich 2 bedden met toebehoren, 2 kastjes, 2 eetensspinde, 1 kist, 3 tafels, 6 tinnen schotels, 2 richeltjes met 24 tinnen lepels, 6 aarden schotels, 19 aarden borden, 5 boterschoteltjes, 11 paar theegoed, 1 tinnen trekpot, 1 koperen melkkan, 1 koperen potje, 2 bakjes op de kast, 2 tinnen bekertjes, 1 Bijbel, 1 strijkijzer, 11 stoelen, 2 roosters, 2 hangijzers, 3 tangen, 1 koekepan, 2 tinnen kannen, 1 tinnen mengelen, 1 tinnen boterdoos, 3 aarden kommen, 6 aarden schotels, 4 bordjes, 1 koperen theeketel, 1 gieter, 3 koperen ketels, 3 ijzeren potten, 9 tinnen lepels, 2 stoven en 2 halen. Op de geut en in de kelder bevinden zich 1 kern met toebehoren, 2 melkstoppen, 2 rode aarden potten, 3 emmers, 1 blikken theeketel, 1 lantaarn, 2 kuipjes, 3 aarden kruiken, 1 scherftvat, 1 vaetenbank, 1 schabel, 1 mandje, 1 mantelstok, 1 spiegeltje, 2 boternappen, 1 broodnap, 1 zoutvat, spek en vlees, rogge, boekweit, haver, linnen en wollen kleding, huislinnen, 2 paarden, 3 melkkoeien, 2 guste malen, 3 kalveren, 1 varken, 9 hoenders, bijenkorven, wagens, een ploeg, eggen, 3 spinnewielen, 1 wieg, 1 kakstoel en 1 prikslee [Kerkarchief Renswoude; Gens Nostra 1971, p.334] : Na de dood van Klaas Kempesen wordt een inventaris opgemaakt. Daaruit blijkt dat hij een huis met hof, berg, beplanting, bouw- en weiland bezit, gelegen in de Melm, erfpachtplichtig aan de Carthuijsers te Utrecht [Gens Nostra 1971, p.334] = 108 Jan Woutersz van Lunteren, trouwt met 241. = 109 Cornelia Thone Renes Hendrik Hermens van Meerbeek, zn. van Hermen Jans van Meerbeek en Jannigje Hendriks Steenhof, gedoopt te Woudenberg op 12 februari 1730, begraven te Woudenberg op 14 april 1771, trouwt te Woudenberg op 20 april 1755 met 243. Oetje Eikelkamp, dr. van Gijsbert Ariens Eijkelkamp en Meynsje Jans van Geytenbeek, 'in tabakken', begraven te Woudenberg op 16 mei Pieter Jans van Os, zn. van Jan van Os en Sara van der See, gedoopt te Rotterdam op 2 mei 1723 (?) (get: Arij van der See, Lijsbeth van Os), belijdenis te Amerongen op 31 mei 1748, ouderling in 1780, begraven te Amerongen op 28 augustus 1802 (een uur luijden en kleppen), trouwt te Amerongen op 22 januari 1744 met 245. Teuntje Jans Bouwman, dr. van Jan Gijsberts Bouwman en Lijsbeth Jans Tol, gedoopt te Amerongen op 7 februari 1712, begraven te Amerongen in december 1804, trouwt (1) te Amerongen op 14 september 1738 met Jacobus van Woudenberg. 1764: Pieter van Os te Amerongen betaalt landpacht aan Joan Carel Loten, burgemeester van Utrecht en rentmeester van het Maria Magdalenaconvent [St. Maria Magdalenaklooster van dominicanessen te Wijk bij Duurstede; UA , nr 78; begeleidende brief en kwitantie] : Peter Jansen van Os getrouwd met Teuntje Bouwen, gezond van lichaam, refereren aan de acte van lijftocht van te Amerongen. Zij stellen als erfgenamen hun kinderen Peter van Os, Jan van Os, Cornelis van Os en Zara van Os getrouwd met Jan Ketel [Amerongen Protocollen Dorpsgerecht; inv.nr.146] Hendrikus Bosch, zn. van Georgius Bosch en Cornelia Willems van Stam, geboren rond 1700, winkelier, tabaksplanter, landbouwer, belijdenis te Nederlangbroek op 51
52 6 april 1721, met attestatie naar Overlangbroek op 5 juli 1722, schepen te Doorn tussen 1732 en 1772, kerkmeester, oudste schepen en substituut-schout tussen 1761 en 1771, begraven te Doorn op 7 januari 1773, trouwt met 247. Petronella van Nieuwendaal, dr. van Arien Dircksen van Nieuwendaal en Cunera Wouters, overleden voor 21 maart : De heer Gerard Cocq, schout van Doorn, verhuurt aan Hendricus Bosch 'seeckere huijse, sijnde een herbergh, met de bergen, en schueren, mitsgrs den boomgaerdt, en hof daer aenbehorende, gelegen in desen Dorpe van Doorn, alsmede het land dat hij reets daer bij gebruijct, den huerder alles wel bekent ende dit voorden tijt van ses aen een volgende Jaren' voor 75 gulden jaarijks [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.532] : Hendrik Bos, oom maternel van Jacob Mandersloot en Jannetje Mandersloot, kinderen van Aert Jacobz Mandersloot en Sara Bos, treedt op bij een boedelscheidingsakte [ONA Utrecht, not. de Clefay, inv.nr. U237a2, aktenr. 180] : Hendrikus Bosch en Petronella van Nieuwendaal, wonend in Doorn, hij gezond, zij ziekelijk van lichaam, maken een testament op de langstlevende. Zij verklaren dat na hun overlijden, hun afwezig zijnde oudste zoon en leenvolger Georgius, in plaats van zijn kindsdeel, de som van 1200 gld zal krijgen, wat meer is dan wat de anderen kunnen trekken, en dit uyt aanmerkinge dat hij sedert eenige jaaren met swaar moedigge gedagten besogt is geworden, mits hij met dit bedrag genoegen neemt en van alle pretentien afziet. Verder geven zij aan hun drie nog ongetrouwde kinderen, Arien, Maria en Elisabeth, als zij bij het overlijden nog ongetrouwd zijn, de voorkeur om voor 2000 gld te mogen aannemen het huis naast het kerkhof, waar de comparanten wonen, met de stallinge, tabaksschuur, schuurberg, hof en grond daarbij behorend, met de bepoting en beplanting daarop staand. Ook betreft dit de tabakskisten, luyken, spijlen en verdere gereedschappen voor de tabaksplantage; verder bouw- en melkgereedschappen, alsmede de winkel in het voorhuis met de toonbank, planken, dozen, tonnen, bakken, schalen, ellen en gewichten, niets uitgezonderd, en de winkelwaren; ook alle bedden met toebehoren van dekens, peluwen en kussens, met voor ieder bed 2 slaaplakens en voor ieder kussen een sloop; ook de beste kast, de glaasekas, het ledikant met de behangsels, de spiegels en het land gelegen aan de Agterweg in Doorn, gekocht van Gerrit Agterberg, met het gewas dat daar op staat. De kinderen zullen binnen 6 weken na het overlijden moeten verklaren of zij dit alles willen kopen voor 2000 gld (waarvan 800 ten behoeve van de gemene boedel die door de andere kinderen verdeeld mag worden en 1200 voor broer Georgius, vast te houden tot hij terug komt of bekend wordt dat hij is overleden). Zolang de drie genoemde kinderen ongetrouwd zijn, mogen zij samen in het huis blijven wonen; bij een huwelijk moeten zij vertrekken en hun recht in het eigendom opgeven. De getrouwde kinderen zullen elk moeten inbrengen wat zij bij hun huwelijk tot uitzet hebben genoten, te weten de som van [ ]honderd gld, en de kinderen mogen geen recht van voordeel van leen, tins of erfpacht opeisen. De weesmeesters worden uitgesloten. [ONA Utrecht, not. Van Goudoever, inv.nr.u191a2, aktenr. 224]. 1765: Hendricus Bosch is eigenaar en bruiker van 8 morgen land in Nederlangbroek [Mergentalen en oudschildgeld Nederlangbroek; transcriptie H. Postema] : De eerbare Piternella van Nieuwendaal, weduwe en lijftogtesse van Hendrikus Bosch, wonend te Doorn, ziekelijk, laat aanvullende bepalingen opstellen voor het testament van Zij stelt monsr. Pieter van Resand en Otto Jan van Dugteren, geregtsmannen te Doorn, aan tot directeuren van haar begrafenis en reddenaars en executeurs van haar boedel. Haar kinderen mogen zich er niet mee bemoeien. Als er onmin of onenigheid komt, mogen de executeurs zich ten laste van de boedel laten bedienen door een advocaat of notaris. De testatrice verklaart dat haar drie inwonende, ongetrouwde kinderen in volle eigendom krijgen al de sijde, wolle en linne klederen, mitsgaders goude en silvere properheden tot diksel en cieraad van hare lighamen. Haar dochter Maria krijgt het wit eyken cabinet, haar dochter Elisabeth het bruyn geboend eyken cabinet, beide in de voor benedenkamer, en haar zoon Arien krijgt zijn koffer en kastje. De drie kinderen mogen in eigendom behouden hun spaarpotpenningen door haar uytgesuynigt of overgewonnen uyt de negotie die zij voor eigen rekening hebben gedaan, zonder 52
53 dat dit in de boedel hoeft te worden ingebracht. Verder mogen zij de aanwezige winkelwaren en negotiegoederen overnemen tegen inkoopprijs, zodat het verkopen en slijten de winkelgoederen door haar overlijden niet gestremd wordt. Een doos met kanten die zich in de winkel bevindt is voor haar dochter Elisabeth. Zoon Anthon Henrick Bosch moet in de boedel brengen de som van 290 gld, die hij gekregen had van zijn vader om in de stad Utrecht baas te worden. [ONA Utrecht, not. Van Goudoever, inv.nr.u191a3, aktenr. 254] : De kinderen en kleinkinderen van wijlen Hendricus Bosch en wijlen Pieternella van Nieuwendaal: Cornelis van Cothen en Cornelia Bosch te Neerlangbroek; Cunera Bosch, wed. Gerrit van Dyk te Doorn; de minderjarige kinderen van wijlen Maria Bosch, te weten Geertruid van Cothen en Willem van Cothen, met als voogden de vader Jan van Cothen en Jan Otto van Dugteren, wonend te Doorn, en de meerderjarige kinderen van wijlen Maria Bosch, te weten Claas van Cothen, Antony van Cothen en Hendrik van Cothen, wonend te Demmerary, Jan Hendrik Stoltenkamp en Petronella van Cothen te Doorn, Coenraad van Gumster en Cornelia van Cothen te Utrecht; Arie Bosch te Doorn; Maria Bosch, Antony Bosch te Doorn; Cornelis van Os en Elisabeth Bosch te Werkhoven. Zij maken een scheiding van het erfdeel van hun krankzinnige en reeds 20 jaar vermiste broer respectievelijk oom Georgius Bosch uit de nalatenschap van zijn ouders [ONA Utrecht, not. W. Geerling, inv.nr. U243a5, aktenr. 90; verwijzingen naar een testament voor notaris mr. A. van Goudoever, een procuratie van voor notaris A. van Geytenbeek te Woudenberg en een testament d.d voor notaris mr. A. van Goudoever]. [N.B. Georgius Bosch is in 1759 als soldaat bij de V.O.C. in dienst getreden en overleden te Batavia op 8 november 1760] Geurt Goossens van Leeuwen, zn. van Goossen Geurts van Leeuwen en Johanna Hendricks Slock, gedoopt te Veenendaal op 11 december 1720, overleden te Veenendaal op 5 juli 1790, trouwt te Veenendaal op 7 augustus 1746 met 249. Christina Verkuil, dr. van Cornelis Verkuil, j.d. van Eck Melis Symons Verhoef, zn. van Symen Hendriks Verhoef en Neeltje Melissen, gedoopt te Veenendaal op 20 maart 1740, trouwt te Veenendaal op 2 augustus 1761 met 251. Anthonia Aalberts van Wakeren, dr. van Aalbert Jans van Wakeren en Dirkje Heij, gedoopt te Veenendaal op 10 november Gijsbert Gerrit Brands van Eden, zn. van Brand Maasse van Eden en Jannetje Gerrits van Amerongen, gedoopt te Veenendaal op 9 februari 1727, molenaar op de Nieuwe Molen in Gelders Veenendaal, overleden te Veenendaal op 21 juni 1813, trouwt te Veenendaal op 31 mei 1761 met 253. Gerarda Cornelisse Vollewens, dr. van Cornelis Gerrits Vollewens en Geertje Jans Klomp, gedoopt te Veenendaal op 17 oktober 1734, overleden te Veenendaal op 12 november : Gijsbert van Ede en Maas van Ede, wonend in Veenendaal, machtigen Jan Gerrit Heckman, bode van de 'Heeren Staaten vanden Provintie Utrecht', om te compareren voor de rentmeester, hov- en tinsmeester van de domeinen van Utrecht en daar te verzoeken en te verwerven de erfpacht of verlijbrieven van de volgende goederen in Veenendaal: een hofstede aan de Panhuis, door hun samen van Lysbeth en Gerarda van Laar gekocht; een stuk bouw- en weiland groot ca. 3 morgen omtrent de Vendel, tesamen gekocht van Neeltje van Eden; voorts ten behoeve van comparant Gijsbert van Eden een stuk hooi- of weiland aan de Panhuis, hem aanbedeeld uit de nalatenschap van wijlen zijn broeder Anthonij van Ede; en ten behoeve van Maas van Ede een stuk wei- of bouwland genaamd Goijensgoedt, ook uit de nalatenschap van Anthonij van Ede [ONA Veenendaal, kantoor Jan Smith en opvolger; inv.nr.2212, akte 112] Rijk Everts de Ruijter, zn. van Evert de Ruijter en Anna Maria van Langeveld, gedoopt 53
54 te Veenendaal op 15 oktober 1719, wolkammersbaas, koopman, diaken in 1764, veenraad in 1777, overleden voor 14 juli 1788, trouwt (1) met Celia van Setten, overleden voor 22 januari 1749, trouwt (2) te Veenendaal op 2 februari 1749 met 255. Judith van Ede, dr. van Rutger Stevens van Ede en Otje Otten, gedoopt te Veenendaal op 28 februari 1717, winkelierster, belijdenis te Veenendaal op 17 april 1737, begraven te Veenendaal op 10 juni 1803, ondertrouwt (1) te Veenendaal op 3 mei 1739 (3e gebod) met Cornelis van Dolder : Rijk de Ruijter, weduwnaar van Celia van Setten, en Judith van Eden, weduwe van Cornelis van Dolder, echtelieden, maken een testament [ONA Veenendaal, not. Jan Smith, inv.nr. 2200, akte 37] : Rijk de Ruijter en Judick van Ede, Jacob Verburgh en Jan de Ruijter wegens het onmondige kind van Celia van Setten, verwekt bij Rijk de Ruijter, tezamen voor 1/3 part; Derck Bosch en Maria van Setten voor 1/3 part; Jan Groenevelt en Neeltjen van Setten voor 1/3 part; hebben verkocht voor 575 gld aan Jan Jacobsen en Aaltjen Cornelissen een morgen bouwland in Veenendaal Bovenbuurt [ORA Veluwe en Veluwezoom; Protocol van opdrachten en verbanden Veenendaal; inv.nr. 831 fol.36v] : Monsieur Rijk de Ruijter, coopman in Veenendaal, machtigt Johan Boon, procureur voor het gerecht van Rhenen [ONA Veenendaal, not. Jan Smith, inv.nr.2200, akte 78] : Cornelis Harmense c.s, erfgenamen van hun broer Willem Harmens, verkopen voor f 1350,- aan de monsieurs Jochem Wildeman en Rijk de Ruyter, wonend te Veenendaal, 2/3 portien in een stuk wey- of veenland, ruim 2½ morgen groot, in erfpacht van de domeinen 's lands van Utrecht, belast met een jaarlijkse canon van f 7-4-6, gelegen aan de Domijnensloot in Veenendaal. Het overige derde part behoort aan de weduwe van Marceles Bosch [ONA Utrecht, not. Van Goudoever, inv.nr.u191a2, aktenr. 171] : Rijck de Ruijter, veenraad, en Judith van Ede, echtelieden wonende in Veenendaal, de eerste comparant zwak van lichaam, maken een testament op de langstlevende. Universele erfgenamen van Rijck de Ruijter zijn Evert de Ruijter, uit zijn huwelijk met Celia van Setten, en Jan, Steeven, Anna Maria en Cornelis de Ruijter, zijn kinderen verwekt bij de tweede comparante. Judith van Ede benoemt tot haar universele erfgenamen, naast haar kinderen bij Rijck de Ruijter, ook haar zoons Ruth en Hendrik, van wijlen haar man Cornelis van Dolder [ONA Veenendaal; not. Jan Smith, inv.nr.2207, akte 25] : Judith van Ede, weduwe van Rijk de Ruijter, geeft te kennen 'dat zij weegens haare hooge jaaren en lighaams zwakheyd niet geneegen is en zig langer in staat bevind haar winkel aan de hand te houden en te regeeren'. Zij staat deze af aan haar zoon Steven de Ruijter, ook comparerend, en cedeert hem de volle eigendom van: '47 [ ] boter, 30 [ ] koffyboonen, 40 worp aardewerk, 2 dosijn thegoet, 2 thebussen met een weinig thee, 2 blausel doosen, 2 [ ] blausel, eenig gaarn en lint, een meelbak, een soutkist, vijf schaalen met evenaars en een koopere meeltregter, een tinnen tregter met de eekmaten, een koffijmolen, twee olij amen, een sirooptonnetje, twee toonbanken, 23 wolstokken, een plankeboek met het gewigt op de toonbank, 10 [ ] bontsuyker, zestien leege zakken, groot en kleyn, een paar houten schaalen met den eevenaar en eenig gewigt, 461 [ ] oude wol, vijftien roede turf, 4000 oude tabaxspylen, een tabakskist met vier litten en een partijtje brandhout', alles voor de som van 380 gulden 16 stuivers en 8 penningen [ONA Veenendaal, kantoor Jan Smith en opvolger, inv.nr. 2211, akte 66]. Generatie IX 258. Gerrit Theunisz (van Ravenswaeij), zn. van Anthonis Jansen van Ochten en Emmigje Hermens van Bueren, geboren op 13 april 1703, gedoopt te Ravenswaaij op 15 april 1703, landbouwer, trouwt te Bergen op 12 december 1730 met 259. Guurtje Cornelis, dr. van Cornelis Willemsz en Elsje Lammers, gedoopt te Bergen op 24 mei 1691, trouwt (1) met Gerrit van Dijk. 54
55 : Getrouwd Gerrit Theunisze, J.M, en Guurtje Cornelis, Wed:e, beide te Bergen [Trouwboek Bergen]. 1733: Oosdorp nr. 61, bouhuijs. Gerrit Teunisz met 5 morgen 39 roeden lant en in huer 3 morgen lant [Verpondingskohier Bergen 1733] Maarten Gerritsz Noordwest (?), ouderling in 1742, begraven te Warmenhuizen op 23 juli 1747, trouwt (2) te Warmenhuizen op 19 september 1732 met Neeltje Jacobs, trouwt (1) met 265. Grietje Willems Kunst (?), dr. van Willem Pietersz Kunst en Neeltje Adriaens, gedoopt te Warmenhuizen op 6 april 1685, begraven te Warmenhuizen op 27 september : Huis, erf en werf aan de Herenstraat bij de Groote Bregh, met aan de oostzijde aangebouwd het woonhuis van Claas Son, wordt verkocht door Neeltje Adriaens, weduwe van Willem Pietersz Kunst, aan Maerten Gerritsz Noordwest. In 1754 wordt dit perceel door de erven Noordwest verkocht aan Cornelis Noordwest [Warmenhuizen, meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen; perceel B21 Zuidwest]. 1733: Maarten Noordwest bezit een huis in Warmenhuizen met een huurwaarde van 9 gld. Hij betaalt 0-15 gld. verponding [Quohier der Verponding Warmenhuizen 1733] : Maarten Gerritsz Noortwest en zijn vrouw Neeltje Jacobs, wonend te Warmenhuizen, verklaren hun huwelijkse voorwaarden te herroepen en maken een testament. Zij legateren elkaar de bezit en de lijftocht van het huis en erve waarin zij wonen en de hofstede of het bouwland daar annex groot 6 snees 10 roeden. Na het overlijden van de langstlevende komt het bouwland aan de erfgenamen van de man, maar omdat het huis herbouwd is uit gemeenschappelijke winst, wordt dit als gemeen goed gerekend. Hij tekent 'Maerten Gerritsz Noordwest' zij 'Neeltie Iacobs' [ONA Zuid-Scharwoude, not. van Twuijver; inv.nr.6578b] : Maarten Gerritsz Noordwest is om lastertaal geabstineerd van het avondmaal. Ook in mei 1746 moet hij nog afblijven [Kerkenraadshandelingen Warmenhuizen] Pieter Jansz (?) (alias Pieter Huijbertsz), j.m. van Harenkarspel (Lang Kalverdijk), trouwt te Harenkarspel op 2 maart 1710 met 267. Maritje Willems (?), j.d. van Oudkarspel (Diepmeer) Pieter Cornelisz Schilder, trouwt met 269. Lijsbeth Jans (of Adriaens) Cornelis Willemsz Hoofd, trouwt met 271. Maartje Pieters Braaf Cornelis Michiels Glasekas, zn. van Michiel Cornelisz Glasekas en Aeltje Jacobs, trouwt met 273. Guertje Cornelis : Claas Sijberts Speelder, schout en schotvanger te Ouddorp, benevens de andere erfgenamen van Maartjen Jan Priggers, verkopen aan Cornelis Michielsz Glasekas, onze inwonende buurman, een akker zaailand op Aagtesloot, groot 6 snees 12 rd 7 voet,voor 17 gulden [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6158] : Cornelis Michielsz Glasekas, wonend te Broek op Langedijk, verklaart uit hoofde van geleende penningen schuldig te zijn aan Hendrik Pietersz de Graaff, schipper alhier, een som van 1100 guldens [ONA Zuid-Scharwoude, not. van Twuijver; inv.nr.6577] Dirk Schouten (?). 55
56 1733: Dirk Schouten, een voorhuijsje, f 10 [Verponding Broek op Langedijk 1733] 276. Pieter Dirksz Backer, bakker, schepen te Broek op Langedijk, ouderling in 1764, trouwt met 277. Aaltje Pieters, overleden voor 2 juli /1757: Pieter Dircksz koopt van Claas Tomasz, meelmolenaar te Noord Scharwoude, een huis met bakkerij en baknering in Broek op Langedijk, met al het gereedschap, voor f 588,-. Het transport vindt plaats op 15 april 1722, doch de rechten waren al ingegaan op 1 januari Op verkoopt hij het huis met de bakkerij van rogge- en tarwebrood, gelegen op het Noordeinde van Broek op Langedijk, met een pakhuis en alle gereedschappen, voor f 2000,-. Op dezelfde dag koopt hij voor f 80,- een huis met voor- en achtererf in 't midden van het dorp [Kwartierstaat J.P. Geus, jubileum cd-rom van de NGV-afdeling HNK] : Pieter Dirkz Backer en Aaltje Pieter, echtelieden op het noordeind van Broek, maken een testament op de langstlevende. De weeskamer wordt uitgesloten. Zij tekenen beiden met een kruisje [ONA Zuid-Scharwoude, not. van Twuijver; inv.nr.6577]. 1733: Pieter Backer bezit een huis in Broek op Langedijk met een huurwaarde van 20 gld. Hij betaalt hiervoor 1-13 gld. verponding [Verponding Broek op Langedijk 1733] : Neeltje Dirx, weduwe van Hendrik Stoel, heeft getransporteerd aan Pieter Dirxz backer een agterhuijsje en erve aan de kerkelaan, naast het dorpsraadhuis, voor 32 gulden [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6162] Jan Jacobs Oudes, zn. van Jacob Adriaens Oudes, overleden voor 22 mei 1749, trouwt met 279. Jantje Fredrix Swaagh, dr. van Frederik Jansz Swaagh en Aeltje Maijlis, begraven te Zuid-Scharwoude (impost) op 28 januari : Jan Jacobsz Oudes bezit een huis in Zuid-Scharwoude met een huurwaarde van 20 gld. verponding [Verponding Zuid-Scharwoude 1733] : Jan Oudes en Cornelis Koeman, procuratie hebbend van Jan Fredericks Swaagh, wonend in Heerhugowaard, verkopen aan Jan Claasz Decker, wonend te Zuid Scharwoude, een akker zaadland groot 6 snees 10 roeden, voor 78 gulden [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.68] : Hendrik Leeuwen, getrouwd met Hilgont Jacobs Koedijk, Jantje Fredrix Swaag wed. Jan Oudes, Aldert Kaas of zijn erven, mitsgaders de weduwe van den E. Dirk Hoflaan, en de weduwe Cornelis Nierop, de twee eersten alhier, de anderen te Noord-Scharwoude, Schagen en Koedijk woonachtig, hebben getransporteerd aan Gerrit Jansz Bouwens, regent alhier, 4 geers 5 snees 2 ½ roeden in een stuk van 6 geers 3 snees, waarin hem het overige toebehoort, gelegen beneden de Kossloot, voor 44 gulden 6 st [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6162] : De lasthebber van Gerbrant en Willem van Grootvelt, de ene wonend te Hoorn de andere te Swol, verkoopt aan Jannetje Oudes, weduwe van Jan Oudes, 11 geers 11 snees op de Voorburgsloot, voor 786 gulden 10 st [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6162] : Scheiding van de nalatenschap van Jan Oudes en zijn vrouw voor de schepenen te Zuid Scharwoude [ORA 6199] Jacob Cornelisz Blom (alias Stip), zn. van Cornelis Jacobsz, geboren te Heerhugowaard, gedoopt te Noord-Scharwoude op 25 juli 1683, belijdenis te Zuid-Scharwoude op 30 december 1708, overleden te Zuid-Scharwoude voor 11 juni 1759, trouwt te Nieuwe Niedorp op 11 november 1708 met 281. Neeltje Ariaens, geboren te Nieuwe Niedorp, belijdenis te Zuid-Scharwoude op 30 december 1708, overleden na
57 282. Dirck Sijmonsz Cleijmeer, zn. van Sijmon Dircksz en Aaf Cornelis, gedoopt te Koedijk op 26 november 1684, watermolenaar in de Cleijmeer, overleden te Koedijk op 25 januari 1759, trouwt (1) te Koedijk op 5 april 1711 met Guurtje Jans, j.d. van Koedijk, trouwt (3) te Koedijk op 24 januari 1723 met Trijntje Jans, j.d. van Koedijk, overleden te Koedijk op 1 december 1758, ondertrouwt (2) te Oudkarspel op 22 december 1719, trouwt te Koedijk op 7 januari 1720 met 283. Trijntje Saskers, j.d. van Oudkarspel, overleden voor 24 januari Claas Teunisz Giet (?), zn. van Theunis Dircksz Giet en Anna Claes Korff, j.m. van Den Helder, trouwt te Den Helder op 19 februari 1734 (impost), trouwt te Den Hoorn op 28 februari 1734 met 285. Martje Jans (?), dr. van Jan N.N. en, j.d. van Den Hoorn : Claas Teunisz Giet, jongman van den Helder met Martje Jans jongedogter van den Hoorn op Texel nevens hem wegens de bruyt present Pieter Cornelisz Tromp haar halve broeder volgens acte vandaag p:d: [Trouwboek Den Helder; impost] : Zijn Klaas Giet jongman wonende aan den Helder met Martje Jans jongedogter woonende aan den Hoorn ingeschreven, de bruydegom ende moeder van de bruydt present 't welk ik getuygen Pro Deo getrouwt den 28 February door do J. Stokker, W. Boesel custos [Trouwboek Den Hoorn]. 1740: Claas Theunisz Giet, uit Texel, treedt in dienst van de VOC als matroos op de Beukestein op Hij overlijdt al op , onderweg naar de Kaap. Er zijn een maandbrief en een schuldbrief. Begunstigde is zijn moeder Jannetje Claasz [VOC opvarenden]. Is hij dezelfde? Paulus Cornelisz de Graaff, daghuurder, overleden in 1750, trouwt met 287. Sijtje Cornelis, trouwt (2) te Winkel op 27 april 1755 met Aalbert Florisz Queldam : Poulus Cornelisz Graaf met vrouw en kinderen, werken om daghuur de kost; 1-2; te Lutjewinkel aan de Noordzijde [Lijst van huizen en hoofdbewoners in het rechtsgebied van Winkel; Informatieblad stichting Historisch Niedorp 1992] : Setje Cornelis weduwe alhier zullende trouwen met Aalbert Floris weduwnaar aan de Pooldijk onder Barsingerhorn geeft haar aan onder de onvermogenden [Impost trouwen Winkel] Cornelis Jansz Hovenier, zn. van Jan Cornelisz Hovenier en Maartgen Cornelis, geboren rond 1669, schepen te Winkel, armenvoogd, ouderling tussen 1711 en 1732, overleden te Winkel op 9 juli 1735, trouwt (2) te Winkel op 7 november 1723 met Grietje Jans Mooij, overleden te Winkel op 29 mei 1732, ondertrouwt (1) te Winkel op 11 oktober 1692 (23 1/2 jaar) met 293. Anne Dirks, geboren te Aartswoud, overleden voor 7 november : Cornelis Hovenier wordt in Winkel genomineerd als ouderling, maar niet gekozen. Hetzelfde gebeurt in 1716, 1718, 1719 en In 1711, 1722 en 1732 wordt hij wel gekozen. 1733: Cornelis Jansz Hovenier bezit een huis aan de Hoogzijde van Winkel (nr.42), met een getaxeerde huurwaarde van 14 gld. De oude verponding was gld [Verponding Winkel 1733; NHA, Toegangsnr.151.1] Cornelis Jacobsz Langereis, zn. van Jacob Cornelisz Langereis, geboren rond 1673, landbouwer, schepen te Winkel, diaken tussen 1711 en 1716, ouderling tussen 1725 en 1736, burgemeester te Winkel tussen 1734 en 1737, overleden te Winkel op 28 januari 1741, trouwt met 295. Antje Ariaans, overleden te Winkel op 12 mei
58 1720: Cornelis Langereis wordt genomineerd als ouderling, maar niet gekozen. Hetzelfde gebeurt in 1722 en In 1725, 1729, 1730 en 1736 wordt hij wel gekozen. 1733: Cornelis Langereijs bezit een huis aan de Laagzijde van Winkel (nr.11), waarvan het voorhuis verhuurd is voor 11 gld en het achterhuis, getaxeerd op 7 gld, in eigen gebruik is. De oude verponding was gld. Hij bezit ook een boerenhuijs met 32 geersen land (nr.12), getaxeerd op 38 gld, waarvoor de oude verponding gld was [Verponding Winkel 1733; NHA, Toegangsnr.151.1] : De wed. Cornelis Langereijs woont met 3 kinderen en een knecht aan de Zijdesloot nr. 90 en betaalt aan verponding f [Quohier families en huishoudens te Winkel] Meus Cornelisz Bink, trouwt te Schermerhorn op 12 december 1717 met 297. Neeltje Aartes : Mues Cornelisz, jongman met Neeltje Aartes, jongedogter beide tot Schermerhorn [Trouwboek Schermerhorn] Dirk Pieters Hensbroek, molenaar, lidmaat te St. Pancras in 1735, overleden in 1754, trouwt met 299. Aagje Baerts Hartog, dr. van Baert Jansz Hartog, overleden na 8 april : Aegje Baerts Hartog verkoopt aan haar zoon Jan Dirksz Hensbroek een stuk weiland [Kwartierstaat Geus] Bartelmies Jacobsz Balder, zn. van Jacob Klaasz Balder en Fijtje Bartelmies, geboren rond 1703, landbouwer, schipper op Amsterdam, armmeester in 1739, schepen te Broek op Langedijk tussen 1749 en 1778, diaken tussen 1750 en 1759, ouderling tussen 1764 en 1768, weesmeester te Broek op Langedijk tussen 1767 en 1775, lid van de vroedschap te Broek op Langedijk tussen 1772 en 1775, overleden te Broek op Langedijk op 1 augustus 1778, trouwt met 301. Grietje Aarjens Hillen, dr. van Aarjen Jansz Hillen en Trijn Claas, overleden op 17 oktober 1776, begraven te Broek op Langedijk (in de kerk) : De erfgenamen van Pieter Jansz Bijl verkopen aan Bartelmies Balder de noordelijkste akker in de Admiraals groet voor f Op verkoopt Cornelis Weiboer deze akker aan Fijtje Balder, weduwe van Dirk Bink te Zuid-Scharwoude. Met huis, erf en akker kost dit samen f.1100 [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.143] : Cornelis Mul, schout alhier, bekent een som van 300 gulden schuldig te zijn aan Bartelmeus Balder, wonend tot Broek [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6162] : Cornelis Mollevanger verkooptaan Bartelmies Balder een akker groot 4 snees 15 rd gelegen over 't Oosterdel, voor 85 gulden. Op dezelfde koopt hij Cornelis Garbrants acker, groot 4 snees 14 rd, voor 70 gulden 10 st [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p115] : Matthijs Ringers, wonend binnen deze stad, heeft verkocht aan Bartholomeus Balder een obligatie van 1500 gld ten laste vant gemene lands comptoir binnen Alkmaar op naam van Jacob Hovingh van [ONA Alkmaar, not. Groen; inv.nr. 596 akte 107] : Juffrouw Maria Plugh weduwe van Dirk Klijn, wonend binnen deze stad, heeft verkocht aan Bartholomeus Balder een obligatie van 2000 gld ten laste vant gemene lands comptoir binnen Alkmaar op naam van Catharina van Collen tot Amsterdam van [ONA Alkmaar, not. Groen; inv.nr. 598 akte 6] : Bartelmies Balder verkoopt aan Jan Ameliswaart een weiland van 2 geers, belend de molen van Pieter Tijsz, voor f 200. [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.347]. 58
59 1776: H.L.B.G. / Grietie Arieiens Hillen / is gerust op den 17 October / 1776 [Bloys van Treslong Prins, Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden, Noord-Holland dl.ii, p.210] : Na het overlijden van Bartelmies Balder en zijn echtgenote wordt een scheidingsakte van hun nalatenschap opgemaakt. Het betreft een huis en erf, 43 perceeltjes land en zevenduizend gulden aan obligaties [ORA 6192] Cornelis Jans Slot, zn. van Jan Willemsz Slot en Maartje Simons Braak, armmeester tussen 1736 en 1739, schepen te Broek op Langedijk in 1749, kerkmeester in 1751, ouderling in 1770, lid van de vroedschap te Broek op Langedijk in 1772, trouwt (2) te Broek op Langedijk op 30 juli 1770 met Neeltje Klaas Ploeg, trouwt (1) met 303. Antje Jans Kaar, dr. van Jan Jacobsz Kaar en Bregtje Bartelmies, overleden voor 30 juli : Cornelis Jans Slot en Antje Jans Kaar testeren [ORA Broek op Langedijk; nr. 6193] : Cornelis Jansz Slot, wonend te Broek op Langedijk heeft bekend /3 gulden schuldig te zijn aan Maartje Jans Kuijpers over de koop van eenwestend akker zaadland groot 10 snees 5 rd gelegen in 't Wout D nr.34 [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.185] : Cornelis Slot verkoopt aan Pieter Obdam de twee westerste akkers zaadland met een rietbos daarbij, groot 12 snees, genaamd de Nieuw Acker, voor 250 gulden [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.65]. 1772: In een vergadering van de vroedschap houdt Cornelis Slot een toespraak in verband met een burenruzie: "Als Bartholomeus Balder hier was dan zouw ik die vragen, maar nouw ben ik de oudste, nu zal ik mijn gedagtten zeggen, een ander ken ook soo doen. Van de winter is er een resolutie gevallen om de dam op te ruijmen, wat zouw hier spul doen van menschen uit de stad om dat werk te onderzoeken en die kosten te maken, neen die man namentlijk Willem Bogert die is stout geweest, en daar moeten wij stout tegen weesen, dog kan hij 't aantonen dat hij 't doen mag, het kan mij niet scheelen al wou hij er een dam slaan, daar hij over rije kon". De toespraak krijgt bijval, maar lost de problemen niet op [G.Kalverdijk (2005) Een dam te ver; Hooglopende burenruzie in Broek (1772), Hollands Noorderkwartier, p.82] Jan Jansz Meijlis, trouwt te Oudkarspel op 28 december 1704 met 305. Maartje Cornelis Jan Dirks Kerkmeer, zn. van Dirk Gerrits Kerkmeer, gedoopt te Oudkarspel op 5 december 1694, overleden te Oudkarspel voor 1778, trouwt met 307. Trijntje Pieters Blokker, dr. van Pieter Cornelisz Blokker en Aefje Cornelis Joppes, gedoopt te Oudkarspel op 14 november 1700, overleden voor : Jan Dirksz Kerkmeer en Trijntje Pieters Blokker, beiden in de Diepsmeer onder Oudkarspel, maken een testament op de langstlevende. De testanten verklaren beneden de gulden gegoed te zijn en geen ambt of bediening in het ambtgeld getaxeerd te bezitten. Zij institueren hun dochter Grietje, nevens Grietje de enige nagelaten dochter van hun overleden zoon Gerrit, en het nagelaten kind of kinderen van hun jonger overleden zoon Pieter, in hun legitieme portie. De nakomelingen van hun zoon Pieter krijgen 1000 gulden in mindering op hun erfportie, die hij in 1755 (volgens zijn handtekening van ) tot uitzet heeft gehad. Zij tekenen met een kruisje [ONA Alkmaar, not. Croll; inv.nr.654 akte 39]. 1778: De erfgenamen van Jan Dirksz Kerkmeer en Trijntje Pieters, beide in de Diepsmeer onder deze heerlijkheid overleden, hebben verkocht aan Jan Strooper te Warmenhuizen een stuk weiland groot 9 geerzen, genaamd Jooste Ven [Oudkarspel; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste droogmakerijen, p.90] Jan Jansz Bouwens, zn. van Jan Jansz Bouwens en Anna Jans, schepen te 59
60 Zuid-Scharwoude tussen 1749 en 1756, president-schepen in 1753, begraven te Zuid-Scharwoude op 21 april 1756, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met 313. Guurtje Jacobs, begraven te Zuid-Scharwoude op 18 juni : Jan Jansz Bouwens de Jonge en zijn vrouw Guertje Jacobs, wonend alhier, maken een testament op de langstlevende. Hij institueert zijn voorzoon Gerrit Jansz in zijn legitieme portie, stellende in zijn verdere nalatenschap zijn erfgenamen, de descendenten die hij uit dit of een later huwelijk achter zal laten. Als zij eerst sterft institueert zij haar nazaten in hun naakte legitieme portie en haar man in de verdere boedel, mits hij de kinderen opvoedt [ONA Zuid-Scharwoude, not. van Twuijver; inv.nr.6577]. 1733: Jan Jansz Bouwens bezit een huis in Zuid-Scharwoude met een huurwaarde van 19 gld. [Verponding Zuid-Scharwoude 1733] : Jan Jansz Bouwens en Sybit Claasz Speelder zijn voogden van de kinderen van Jacob Cornelisz Mollevanger, wonend te Ilpendam [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.117] : De voogden van de minderjarige kinderen van Pieter Korn, overleden te Broek, verkopen aan Jan Jansz Bouwens, regent onzer plaatse, een stuk bouwland groot 1 gars 1 snees 10 roeden op de Voorburgsloot, voor 216 gulden [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6162] : Jan Jansz Bouwens, oud regent alhier, draagt over aan Hendrik de Graav een stuk weiland groot 3 geers 9 smees, gelegen in de Koog, voor 225 gulden [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6162] Hendrik Cornelisz Leeuwen, zn. van Cornelis Hendricks Leeuwen en Grietje Aalberts, geboren te Zuid-Scharwoude, gedoopt te Oudkarspel op 24 juli 1689, kerkmeester te Broek op Langedijk in 1739, schepen te Zuid-Scharwoude tussen 1748 en 1751, ouderling, begraven te Zuid-Scharwoude op 13 januari 1757, trouwt (2) rond 1 februari 1734 (huwelijkse voorwaarden) met Aaltje Jans Hillen, overleden voor 13 mei 1739, trouwt (3) met Hilgont Jacobs Koedijk, trouwt (1) met 315. Trijntje Houwen : Jacob Bregman tot Kalverdijk als kerkmeester van Haringkarspel; Cornelis Hendriksz Leeuwen en Claas Willemsz Houwen beide tot Zuid-Scharwoude als kerkmeesteren aldaar; Dirk Heyne en Claas Warmenhuijsen diaken tot Zuid-Scharwoude; Jan Cornsz Vader tot Warmenhuizen, zich sterk makend voor de vier kinderen van Willem Cornelisz tot Haringcarspel overleden; Pieter Michielsz als in huwelijk hebbend Maartje Jans onder Niedorp; Aalbert en Hendrik Cornelis Leeuwen; Item Sybrig Cornelis voor zichzelf en voor haar zuster Maartje Cornelis Leeuwen, wonend te Zuid-Scharwoude en tot Broek resp.; Aalbert Jansz Meylis mede alhier voor hemzelf en Aldert Cornelisz Stammes in huwelijk hebbend Lysbet Jans Meylis en daarenboven nog de laatste twee comparanten instaande voor Maartje Jans Meylis tot Schagen en alzo tezamen uitmakende 't zaat van Sybrig Jans. Item Grietje Jans Peetoom tot Oudcarspel voor haarzelf en instaande voor Trijntje Jacobs Peetoom, mitsgaders Corns Wouters Buys weesmeester te Oudcarspel vervangende Cornelis Jansz Peetoom nagelaten minderjarige zoon van Jan Jansz Peetoom overleden, en alzo uitmakende de descendenten van Trijn Jans Peetooms; Adriaan Pietersz Poot tot Oudcarspel voor zijn vijf kinderen verwekt bij Trijntje Sijmons; en Jacob Bregman voorgemeld instaande voor Lysbet Symons, tezamen descendenten van Symon Zegersz. Jacob Enigenbrug tot Dirkshorn getrouwd met Neeltje Nierop en wijders caverende voor verdere descendenten van het kind van Maartje Zegers. Mitsgaders Fredrik Swaag, regerend schepen alhier als in huwelijk hebbend Aaltje Maylis dochter van Maijl Jacobsz. De comparanten hebben visie en lecture gehad van de uiterste wil door zal. Maartje Cornelis Maylis, Adriaan Jansz Oversloot en Aaltje Lamberts, op voor notaris Jan Warmenhuysen gepasseerd, en verklaren van de erfgenamen van gemelde Oversloots nalatenschap in het gemeen, als uithanden van de afkomelingen der neven en nichten van de gezegde Aaltje Lamberts in het bijzonder, en alzo van diegene welke bij genoemde uiterste wil daarmede resp zijn belast, ontvangen te hebben 60
61 het volgende: de kerk tot Haringcarspel en de kerkmeesters tot Zuid-Scharwoude elk 1000 gulden, de diaken aldaar 500 gulden, de kinderen van Willem Cornsz 500 gulden, Maartje Jans 500 gulden, de descendenten van Sybrig Jans ofwel deszelfs zaat bij representatie te samen 300 gulden, de descendenten van Trijn Jans Peetooms en zaat te samen ook 300 gulden, de descendenten van Symon Zegersz en het zaat van deszelfs vooroverleden descendenten 300 gulden, het zaat van het kind van Maartje Zegers 100 gulden, de dochter van Meyl Jacobsz 300 gulden, alles tot voldoening van de legaten [ONA Zuid-Scharwoude, not. van Twuijver; inv.nr.6577]. 1733: Hendrik Leeuwen bezit een achterhuis in Zuid-Scharwoude met een huurwaarde van 12 gld. Het voorhuis is in handen van Jan Hendriksz bakker [Verponding Zuid-Scharwoude 1733] : De gezamenlijke vrienden en erfgenamen van Aaltje Jans Hillen, alhier overleden, verkopen aan Hendrik Cornelisz Leeuwen, mede alhier, een perceel zaadland groot 4 snees 7rd, gelegen over 't Zuijderdel in Jaap Spek seg Jaap Helder, letter Q nr.28. Ook verkopen zij hem een endje zaailand bij de Weijvenend, letter O nr.11 [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen wateren veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.321, 287] : Aldert Caas en Hendrik Leeuwen treden op als voogden van Louwris Ettens [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.154] : Hendrik Leeuwen en Hark Bouwens treden op als de voogden van de kinderen van Sijmon Bouwens [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.168] : Hendrik Leeuwen, in huwelijk hebbend Hilgont Jacobs Koedijk, wonend alhier, heeft getransporteerd aan Jan Jansz Bouwens, onze inwonende burger, een stuk weiland in de Koog, groot 5 geerzen 2 snees 10 roeden, voor 572 gulden 18 stuivers [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6162] Lourens Claasz Bies, overleden voor 16 april 1749, trouwt met 317. Maartje Cornelis. 1733: Louwris Claassz Bies bezit een oud vervallen huijs in Koedijk, onder de jurisdictie van Oudkarspel, getaxeerd op 10 gld. [Verponding Oudkarspel 1733] : Maartje Cornelis, weduwe van Louris Klaasz, wonend in Koedijk in de banne der vrije heerlijkheid Oudkarspel, redelijk gezond van lichaam, maakt een testament. Zij institueert haar kinderen Neeltje, Jannetje, Maartje en Cornelis Laurisz, bij haar overleden man Louris Klaasz in huwelijk verwekt, in hun naakte legitieme portie. In haar overige goederen institueert zij haar jongste zoon Klaas Lourisz, tegenwoordig nog bij haar wonend, om getrouwe diensten en andere bijzondere redenen. Als haar zoon bij haar overlijden nog minderjarig is stelt zij aan als voogden Pieter Jansz en Jacob Pietersz, beiden in de banne van Oudkarspel wonend. Zij tekent 'Maertje Cornelijs' [ONA Alkmaar, not. Langedijk, nr.612 akte 36]. 1761: Van Louris Bies wed. worden op verkocht 2 gs 9 sn 2 rd land te Oudcarspel, voor f Executiekosten zijn f 1-0-0, zodat het debet f blijft [Restantlijst van de huysen en landen, by executie om de agterstallige verpondingen door de regenten van Oudcarspel van tyd tot tyd op ordre van de Heeren Gecommitteerde Raaden deeses Quartiers verkogt]. NB L. Claasz Bies erve, geabandonneerd in 1745, groot 9 gs 5 sn 13 rd, doet in de verponding f en heeft een schuld van f in Pieter Arentsz Croon, gedoopt te Broek op Langedijk op 31 maart 1720, trouwt (2) te Koedijk op 23 mei 1765 met Trijntje Cornelis, ondertrouwt (1) te Koedijk (impost) op 6 februari 1723 met 319. Maartje Jans Rus, dr. van Jan Cornelisz Rus en Maartje Feddis, gedoopt te Broek op Langedijk op 10 mei 1721, overleden voor 8 januari : Maartje Rus betaalt bij haar ondertrouw 3 gld. impost : Pieter Croon verkoopt aan Lourus Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten 61
62 zuiden de koper, ten noorden Pieter Garments, voor 100 gld. [ORA Koedijk 6224, fol. 21; NB Dit gegeven en andere gegevens m.b.t. het voorgeslacht van Maartje Rus zijn grotendeels ontleend aan de website van H. de Vries en A.B. de Vries-Doyle] : Boedelscheiding na het overlijden van Maartje Jans, getrouwd met Pieter Croon. De erfgenamen zijn Jan Croon in Koedijk, Cornelis Croon in Warmenhuizen, Cornelis Lourisz in Koedijk, getr. met Antje Croon en Cornelis Rus de Jonge, wed. van Maartje Croon en zijn twee kinderen. Pieter Croon krijgt 7 geers genaamd het Breedland, onder Oudcarspel, Jan Croon krijgt een huis en erf op het Noordeinde. Verder is er land in Oudcarspel [Weeskamer Koedijk nr.286, akte.59] Jan Hendrik Meijnen, zn. van Jan Meijnen en Jenneken Lantink, geboren rond 1683, weversbaas, toegelaten tot het gilde op 13 mei 1717, ondertrouwt te Winterswijk op 11 april 1717 met 321. Aeltje Kempers, dr. van Fiet Kempers en Stijntje Honders, gedoopt te Winterswijk op 27 januari 1690 (get: Jenneken Vlaskamp, Jenneken Gellinck, Jan Kemppers) : Jan Hendrik Meijnen wordt als weversbasensoon opgenomen in het weversgilde in Winterswijk : Jan Meijnen getr met Aeltjen Kempers, heeft 4 kinder, 2 over de 16 jaer, eedt gedaen dat niet meer als 800 gldn besit. Mede bet. voor sijn soon Adam [Liberale Gifte Winterswijk] Jan Sijwassink, zn. van Hendrik te Weekamp en Fenne Holthuis, geboren te Brinkheurne rond 1681, overleden te Winterswijk op 22 april 1764, ondertrouwt te Winterswijk op 15 mei 1707 met 323. Trijnjen Wevers, dr. van Harmen Rooks en Enneken Rauwerdink, geboren te Woold Jan Willem Boeyink, zn. van Jan Boeyink en Maria Loijtink, geboren te Ratum, landbouwer op Boeijink in Ratum, ondertrouwt te Winterswijk op 18 oktober 1711 met 325. Josina Kössink, dr. van Jan Hijink en Maria Smalbraak, geboren te Huppel, gedoopt te Winterswijk op 6 december Hendrick Gelkinck, zn. van Jan Gelkinck en Hendrixken Giebinck, gedoopt te Dinxperlo op 12 januari 1679, landbouwer op Gelkinck in de Heurne, overleden voor 19 april 1732, ondertrouwt te Dinxperlo op 13 mei 1714, trouwt te Dinxperlo op 24 juni 1714 met 327. Aeltien ten Cotte, dr. van Hendrik te Cotte en Enneken Borninckhoff, geboren te Sporck, belijdenis te Dinxperlo in 1712 in de herfst, trouwt (2) te Dinxperlo op 20 april 1732 met Anthonie Giebink : Staat en inventaris van Aeltien ten Caethe nagelaten weduwe van Hendrrijck Gelkinck. Ongereed goed: De Gelkink plaetse voor zover die nog niet verkocht is nevens het opstaande huis en schoppe in de buurschap Huerne onder Dinxperlo, met de ondergehorende weidegrond in Klein Bredenbroek, met mest en mestrecht op het land; 4 dag maaiens hooigrond, de Twiffelties, onder Gendringen; het aandeel in de Giebink weide onder Dinxperlo en Gendringen. Vee: 3 paarden, een jarig veulen, 6 koebeesten, 4 tweejarige stieren, een bolle, 3 jarige kalveren, 2 jarige varkens, 2 herfstpoggen, 8 jonge poggen, 11 ganzen, 12 à 13 hoenders. Gereed goed: 5 mud rogge, 11 mud boekweit, 3 schepel haver, 3 molder gerst, een weinig erwten en bonen om te koken, een half voeder hooi in de schoppe, 4 koolhopen. Inboedel: 2 kasten, 2 kisten, een etenskast, een baktrog, 2 snijtroggen met messen, 2 oude biertonnen, een standt, 3 oude koetroggen, een paardentrog, 2 paardenrepen, een hexelkist, een bedstee, 2 haspels, 3 paardentouwen, 2 paar lang, een paar ploegkettingen, een boldt kettinge, 2 wagens, 2 stortkarren, een ploeg, een zware en 2 lichte eggen, 7 stoelen, een tafel, een wanne, 3 gaffels, 2 grepen, 4 62
63 spaden, een schoffel, een schuppe, plag hacken, een sighte, 3 bouwsighten, 2 reijsen, 2 bijlen, 2 hippen, een exe biele, een ijzeren beitel, een hael, een panijzer, een bakpan, een zoutvat, 20 melkvaten, 3 botertonnen, een karn, een melkbus, 2 wateremmers, 2 geelkoperen melkketeltjes, een eker van een emmer nats, nog een van 6 emmer nats geel koper, een koperen lamp, een blikken lamp, een haerspidt, een tang, een haardscuppe, 3 ijzeren potten, 11 tinnen lepel, een tinnen bak, een beker. Aardewerk: 3 koppen, 3 schotels, 4 telders, 2 kannen, een roompot, 2 glazen flessen, een bierglas, een kan. [ ] Een meelzeef, 2 hekels, 6 koeklompen, 3 of 4 harken, 2 schadden gaffels, een houten pannenkoekenschotel, een luipen, een kruikarre, 3 ruijdtkorven, een punder, een bolle, peppelen planken, 5 vlegels. Linnen en wullen tot het lijf van de inventarisant behorend, 8 paar beddelakens, 4 paar tafellakens, 8 a`9 handdoeken, 5 paar kustogen. Van wijlen de man 13 hemden, 4 dassen, 4 neusdoeken, een rock, een kamisool, een broek, een hoed. 4 onder- en 4 overbedden, 4 pulvens, 3 kussens, 7 zaadzakken, een wieg met 2 kussens. Enig spek, vlees en worsten aan de zolder. Er zijn voor ca. 225 gld aan inkomende schulden, en ca gld aan uitschulden (grotendeels aan Frerick Gelkink en de kinderen van wijlen Derk Gelkink). Er wordt gedeeld tussen Aeltien te Caethe, weduwe van Hendr Gelkink, geassisteerd met haar gekozen mombers Juerden te Caethe en Nicolaas te Grootenhuijs, enerzijds, en de vier kinderen met namen Enneken, Jantie, Henderina en Janna Gelkink, geassisteerd met hun naaste bloedmombers Frerick Gelkink en Reinder Oostendorp op Onsink anderzijds. De Gelkinksplaatse, de Twijffelties, het vee en het gereede goed worden getaxeerd op 3100 gld. Daarnaast is er nog 600 gld voor behoorlijke uitreiding van de kinderen en een erfquote van de Giebinkweide. Komt een kind te sterven dan komt de helft op de moeder en de helft op de andere erfgenamen. De moeder zal de kinderen opvoeden bij hun mondige jaren hun vierde quote uitreiken, waarvoor zij haar goederen verbindt. Getekend door Aeltien te Caethe (met een spinnewiel als handmerk), Anthoni Giebinck bruidegom, Frerijck Gelckinck momber, Reinder Oostendrop momber (handmerk), en merken van Juerden te Kaette, Derck Giebinck en Jan Brunsinck als getuigen, en door Harmen ten Houcke, Sturis Ovinck en Derck Nilandt mede als getuigen [Heerlijkheid Bredevoort; Protocollen van Tuteele en Curateele; inv.nr.557] Geert Disselbrink, zn. van Tonnis Dijsselbrink, geboren te Miste, begraven te Winterswijk in oktober 1734, ondertrouwt te Winterswijk op 5 februari 1693 met 329. Berndeken Stottlers, dr. van Jan Stottlers en Berentjen Goerkink, geboren te Woold Lammert Debbink (alias ter Stegge), zn. van Wessel ter Stegge en Enneken Stottlers, geboren te Corle, landbouwer op Debbinck in Corle, ondertrouwt te Winterswijk op 29 december 1699 met 331. Jenneken Maes, dr. van Jan Maes en Trinke, geboren te Corle, trouwt (1) met Willem Meulers, (Willem Meulers trouwt (1) met Stijntjen Debbink.) Jan Hijink, zn. van Wander Hijink en Catharina van Ratum, gedoopt te Winterswijk op 13 november 1659, landbouwer op de Haar in het Woold, ondertrouwt te Winterswijk op 4 juni 1685 met 333. Geesken Selleckinck (alias Eellinck), dr. van Geert Elinck en Stijntgen Hunders, geboren te Miste, gedoopt te Winterswijk op 29 november 1657, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 23 maart 1679 met Jan Esselinck, zn. van Coene Esselinck en Jenneken Schulten, overleden voor Jan Hendrik Meijnen, zn. van Hendrik Meijnen en Alken Boeckers, geboren te Winterswijk, weversbaas, ondertrouwt te Winterswijk op 15 juni 1710 met 335. Janna Bonnekink, dr. van Wander Bonnekink en Geesken Samberg, geboren te Dorpbuurt, gedoopt te Winterswijk op 24 april Gerrit Loijtink, zn. van Harmen Loijtink en Geeske Hijink, gedoopt te Winterswijk op 63
64 6 januari 1672, landbouwer op Loijtink in Meddo, begraven te Winterswijk op 13 september 1728, ondertrouwt te Winterswijk op 22 mei 1712 met 337. Anna Geertruid Dieterink, dr. van Wander Dieterink en Elisabeth Gijskes, gedoopt te Winterswijk op 17 augustus Willem Hoebink, zn. van Berent Hoebink en Willemken Nijenhuis, gedoopt te Winterswijk op 12 januari 1691, landbouwer op Hoebink in Meddo, overleden te Winterswijk op 4 januari 1758, trouwt te Aalten op 1 oktober 1713 met 339. Geertje Huijnink, dr. van Hendrik Hoetinck en Engele Huijninck, gedoopt te Aalten op 1 oktober 1682, overleden te Winterswijk op 5 oktober : Bewoners van Hoebink zijn Willem Hoebink, 64 jr, zijn vrouw Geertken 68 jr, zoon Berent 24 jr, dochter Beerndeken 27 jr, een knecht en een meid. Zij hebben 2 paarden [Liberale gifte 1748] Arent ter Horst, zn. van Frederik ter Horst en Trijnken Maas, gedoopt te Winterswijk op 4 juli 1676, landbouwer op de Horst in Meddo, rotmeester te Meddo, overleden na 1748, ondertrouwt te Winterswijk op 17 juli 1707 met 341. Willemken Geessink, dr. van Herbert Geessink en Enneken Esselinck, gedoopt te Winterswijk op 19 september 1683, overleden na Geert Scheunink, zn. van Albert ten Beckedam en Engele Mengerinck, gedoopt te Neede op 19 februari 1671 (get: Hendric Olthof, Gert ten Brinckhof, Essele Mengerinck), overleden voor 26 mei 1743, ondertrouwt te Eibergen in 1705 (met attestatie op Neede), trouwt te Neede op 6 maart 1705 met 343. Henders Cuijpers, dr. van Harbert ten Grootenholt en Elsken ter Woest, geboren te Mallem : Harbers Cupers e.v. Esken Cuper, Jenneken Cupers te Amsterdam e.v. Jan ter Weege, Henders Cupers e.v. wijlen Geert Scheunink, Richelt Cuper e.v. Berent Heerdink, Anniken Cupers e.v. Otto Deseker, Trientien Cupers e.v. Teunis Lemmenes [ORA Borculo 419, fol.83] Berent te Kortschot, zn. van Derk te Kortschot en Elske Rennerdink, geboren te Henxel, gedoopt te Winterswijk op 18 mei 1651 (get: Berent Rerners, Tonnis Heminck, Lijse ter Cavenstede), landbouwer op Veenemans in Ratum, ondertrouwt te Winterswijk op 17 november 1682 met 345. Jenneken Tenckinck, dr. van Willem Tenckinck en Jenneken van Zwoll, geboren te Ratum, overleden te Winterswijk op 19 mei 1727 (oude Venemanse) : Berent Nienhuijs op 't Dondergoor verklaart 100 caroli gulden schuldig te zijn aan Berent ter Corchot [Volontaire Protocollen Bredevoort 426 fol.64v] : 'Erschenen de Hr Stadtholder Sonsfelt naemens Gerrit ende Maria Laerbergh ende bekande de halfscheijt deser capitaels ende interesse door Berent te Cortschot ende Jenneken Tenkinck Eheluiden als Erfgenamen bij succesie van Coepe te Kreijl voldaen ende betaelt te sijn' [NB Gerrit en Maria Laerbergh zijn de erfgenamen van Coepe ten Kreijl]. Op verklaart Hend. Ten Bengevoort als cessionaris vande Erven van wijlen Jan van Graes dat 'de resterende halfscheijt deeser obligatie door Derck Meenck ontfangen te hebben'. Het betreft een obligatie van , toen Johan Simmeldinck en zijn vrouw Trine 'in pandtschap avergelaten und verkofft' hebben aan Coepen ten Kreijll en zijn vrouw Marrien 'een stucke landts den Bleck genant alsoe t'selve Inden Kerspel Wenterswick buerschap Medehoe achter opten Simmelts Esch' [Volontaire protocollen Bredevoort 1626, fol.24v, 25] : Berent te Cortschot laat een obligatie van 200 gulden registreren die Berent 64
65 [ ]inhuijs op heeft gepasseerd ten profijte van zijn broeder Hendrick te Cortschot [GA; Toegangsnr. 0136, inv.nr.461; Repertorium volontaire protocollen buurtschappen Winterswijk, fol.2] : Henrick Frecken en Aleijda Gijsberts verkopen aan Berent te Kortschot en Jenneken het halve goed het Corschot in Henxel zo als zij het geërfd hebben van Hendrik Gijsberts [Das; Aantekeningen volontaire protocollen Bredevoort; : Berent te Kortschot, gehuwd met Jenneken Tenckinck, draagt zijn pretentie op het huis van Jacob Weeninck te Bredevoort over aan Johan Mentinck en Hendrina Schutten [Das; Aantekeningen volontaire protocollen Bredevoort] Berent Oonk, zn. van Geert Oenck en Lijsken Oenck, geboren te Miste, gedoopt te Winterswijk op 11 november 1674 (get: Wanner Sambargh, Gert Hellekamp, Metta Woordes), begraven te Winterswijk op 17 februari 1717, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 20 december 1711 met Hermken Woordes, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 7 oktober 1701 met 347. Geertjen ten Brincke, dr. van Hermen ter Haer en Hindersken Kempel, geboren te Miste, gedoopt te Winterswijk op 11 april 1675, begraven te Winterswijk op 23 september Derk Coninck, zn. van Berent Coninck, geboren te Brinkheurne, begraven te Winterswijk op 12 oktober 1734, ondertrouwt te Winterswijk op 6 december 1689 met 349. Geertken Lesinck, dr. van Willem Lesinck en Lijsabeth Nijenhuis, geboren te Ratum, gedoopt te Winterswijk op 4 januari 1671 (get: Jenneken Tinck, Harmen Lesinck, Steine ter Maet), begraven te Winterswijk op 12 maart Teube Coorenberg, zn. van Jan te Coorenberg en Enneke te Cronje, landbouwer op Kronnie in Meddo, begraven te Winterswijk op 21 juni 1727, ondertrouwt te Winterswijk op 4 februari 1703 met 351. Hendrikje Hemink, dr. van Willem Hemink, gedoopt te Winterswijk op 11 oktober 1674, begraven te Winterswijk op 18 november Johann Gerdt Brinkmann (alias), geboren rond 1711, overleden te Brackwede (Brock) op 15 januari 1758, trouwt te Brackwede in november 1735 met 353. Anna Ilsabein Heyler Johann Herman Griese, trouwt te Brackwede op 3 februari 1715 met 357. Agnete Ilsabein Voss Dietrich Steinkamp, trouwt met 359. Liesabeth Hinnerman Johann Henrich Biele, overleden voor 28 mei 1773, trouwt (2) met Gret Ilsabein Springmeier, geboren rond 1700, overleden op 28 mei 1773, trouwt (1) met 361. Anna Margreth Ilsabein Uchtman : Quelle nr.3 Hrl, Joh Henr Biele Witwe, Gret Ilsabein Springmeiers 73 jr [Begraafboek Brackwede] Ceupe Lammers, zn. van Jan Lammers en Truy Deunk, gedoopt te Winterswijk op 16 mei 1687, molenaar op de Plekenpolse molen in het Woold, begraven te Winterswijk op 10 april 1761, trouwt te Winterswijk op 27 januari 1715 met 369. Elizabeth Boeghman, dr. van Berent Boeghman en Berendeken Roeterinck, gedoopt te 65
66 Winterswijk op 9 december 1688 (get: Hindrick Boeghman, Hellena Klotteer mijnvrou van Walijen, Wander Deeterdinck, Elske ter Boeghtels), begraven te Winterswijk op 15 maart Jan ten Holthuis, zn. van Teunis ten Holthuis en Trijnken Heminck, geboren te Woold, gedoopt te Winterswijk op 30 maart 1690 (get: Jan Holhuis, Gerdt Gleiwen, Eenneken Saedeler), landbouwer op Holthuijs in het Woold, begraven te Winterswijk op 31 maart 1759, ondertrouwt te Winterswijk op 5 maart 1713 met 371. Aaltje Planten, dr. van Hendrik Planten en Jenneken Esselinck, geboren te Kotten, gedoopt te Winterswijk op 2 januari 1686, begraven te Winterswijk op 17 april Hendrik Sikkink (alias Honders, Wieberdinck), zn. van Geert Hunders en Gertruijt Wamelink, gedoopt te Winterswijk op 22 januari 1689, landbouwer op Sikkink in Kotten, later op Wieberdinck in Brinkheurne, begraven te Winterswijk op 16 juni 1758, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 28 maart 1744 met Derksken Keunen (alias Wieberdink), ondertrouwt (1) te Winterswijk op 30 augustus 1716 met 373. Aeltjen Honders, dr. van Geert Hunders en Trijne Oossinck, gedoopt te Winterswijk op 5 december 1696, begraven te Winterswijk op 28 februari : Hendrik Sikkink, weduwnaar van Aeltje Honders, stelt voor de securiteit van zijn onmondige kinderen tot onderpand t Maethuis en de Hoeskampsmate. De magescheid vindt plaats op [RA Bredevoort, Volontaire protocollen] Hendrik Boijkink, zn. van Hendrik Boijkink, geboren te Kotten, gedoopt te Winterswijk op 20 januari 1691 (get: Wander Boickinck, Jan Mentinck, Jan.), landbouwer op Boijtink in Kotten, begraven te Winterswijk op 28 december 1767, ondertrouwt te Winterswijk op 16 maart 1721 met 375. Marija Bruggers, dr. van Berent Bruggers en Aelcken Elinck, gedoopt te Winterswijk op 30 januari 1690, begraven te Winterswijk op 22 oktober : Op Boijtinck in Kotten wonen: Hindrik Boijtink (81), vrouw Hinders Elink (69), soon Hendrik (58) en zijn vrouw Marija Bruggers (57), soon Jan (26) en zijn vrouw Stijne Aarnink (34), soon Willem (4), Wander (2), Gerrit Jan (1), dogter Janna (6), suster Alken (20), knegt Willem Eefsink (18). Er zijn 2 paarden [Liberale gifte 1748]. 50ste penning: Hij heeft 1 soon over de 16 jaar (eedt gedaen en 1e Term. betaald); Hendrik heeft 4 kinderen (3 over de 16 jaar; eedt gedaen dat niet meer als 700 Gln. Besit); Jan heeft 4 kinderen onder de 16 jaar (eedt gedaen dat niet meer als 600 Gln. Besit); Willem de knegt iets gegeven Jan Kotman (alias Sijverdink), zn. van Jan Katman en Elsken Wijskamp, geboren te Miste, gedoopt te Winterswijk op 26 maart 1691, landbouwer op Sieverdink in Brinkheurne, ondertrouwt te Winterswijk op 2 januari 1718 met 377. Trijntjen Sijverdink, dr. van Harmen Dijkbos en Stijnken Sijverdink, gedoopt te Winterswijk op 20 februari : Jan Sijverdink (52), vrouw Trijntje (53), soons Jan Berent (27), Gerrit Jan (13), Stijne (24), 6 kinderen over de 16 jaar, waervan 2 bij hem; Eedt gedaen en 1e termijn betaelt [Liberale Gifte 1748] Berend Sellink, zn. van Jan Sellekinck en Enneken Hijink, gedoopt te Winterswijk op 16 juli 1691, wever, opgenomen in het weversgilde te Winterswijk op 15 maart 1722, ondertrouwt te Winterswijk op 21 januari 1721 met 379. Geertruijd Katman, dr. van Jan Katman en Elsken Wijskamp, gedoopt te Winterswijk 66
67 op 16 april 1689, trouwt (1) met Arent Meerdink : Berend Sellink wordt als weversbazenzoon opgenomen in het weversgilde in Winterswijk : Berent Zellink getr met Gertruit Kottmans, heeft 2 kinder, een over de 16 jaer, eedt ged: pro se en dogter [gulden] [Liberale Gifte Winterswijk] Willem Eppink, zn. van Rosier Eppink en Gerritjen Eeltinck, gedoopt te Aalten op 14 februari 1692, landbouwer op Rouhof in Dale, rotmeester te Dale in 1748, overleden te Aalten op 29 februari 1764, begraven te Aalten op 3 maart 1764, trouwt (1) te Aalten op 23 mei 1717 met Deva Neerhof, trouwt (2) te Aalten op 29 oktober 1719 met Aaltje Wamelink, trouwt (4) te Aalten op 21 januari 1745 met Johanna Rouhof, trouwt (3) te Aalten op 8 augustus 1728 met 381. Hendersken Scholten, dr. van Hendrik Scholten, geboren te Gendringen, overleden voor 21 januari : Door Willem Eppink voor de generaalswagten gelevert 4 voer turf a 30 sts, 6 gld [Drost en Geërfden van Bredevoort, nr.394; Rekening van de voogd en de kerkmeesters van Aalten wegens gevorderde hand- en spandiensten en inkwartiering t.b.v. Hollandse en Hannoveraanse troepen] : Willem Eppink op Rouhof getr met Janna Drentel die wede was van Hendr Rouhoff, heeft van 1 voorkint over de 16 jaer met eede verkl dat met zijn voorkinder niet meer als 1600 en 200 glns besit [Liberale Gifte Aalten, Dale] : Aan Willem Eppink voor 28 peppelen plenters betaalt à 2 st. 't stuk, gld. [Rekenboek kerk Aalten] Gijsbert Prins, zn. van Jan Prins en Geertje Grevinck, gedoopt te Aalten op 15 februari 1680, diaken van 1719 tot 1721, ouderling tussen 1725 en 1747, provisor in 1741, overleden te Aalten op 28 mei 1764, begraven te Aalten op 1 juni 1764, trouwt (1) te Aalten op 25 oktober 1705 met Helena Huijnink, trouwt (2) te Schenkenschans (met dispensatie van het Hof van Gelderland) op 2 maart 1714 met 383. Anna Catharina van Waeij, dr. van Johannes Wessels van Waeij en Sophia Grevinck, gedoopt te Rees op 6 oktober 1686 (get: Gerhart Pingsten, Gerrit Schnitselaer, Anna Maria [..] von Heller), overleden voor : Gijsbert Prins, geboren in Aalten, en Anna Catharina van Waei, geboortig van Schenkenschans, zusterskinderen, krijgen huwelijksdispensatie [Jrb. CBG 1957] : Gijsbert Prins weduenaer van Ann: Katrini van Waeij heeft drie kinder over de 16 jaer waer van twee getrouwt zijn en haer eygen affeires doen, heeft den eedt gedaen [Liberale Gifte Aalten] Gijsbert Hendricks de Kruijff, zn. van Henrick Gerrits de Cruijff en Aaltje Barten, geboren te Leusbroek, landbouwer op de Crommestaart in Leusbroek, overleden rond 1736, trouwt (1) te Leusden op 3 november 1705 met Grietje Gerrits, geboren te Barneveld, trouwt (2) te Amersfoort op 18 februari 1710 met 385. Annetje Cornelis, dr. van Cornelis Gijsbertsen Versteeg en Beatris Hendriks, gedoopt te Driebergen op 15 oktober 1682, overleden rond : Gijsbert Hendricksen betaalt tot gulden familiegeld : Gijsbert Hendrikse de Cruyff, wonende aan den 2e Coper Molen ten oosten van de Cortenyp, koopt een sekere huijsinge, hoff ende hoffsteede, met getimmerten, beplantinge en bepotinge, gelegen in 't overend van Leusbroek, genaamt "de Steert" [RA Leusden 1052; Stichtse 67
68 Heraut 1991, p.158]. 1734: Gijsbert de Kruijf wordt beleend met Loeuffs aan het Heetveld in Leusden : Annetje Gijsbertse, wed. van Gijsbert Hendrikse de Cruijf, verkoopt aan Aris Meese en zijn vrouw Gijsbertje Gijsberts de helft en nog een vijfde deel van de andere helft van de hofstede met ca. vier morgen land, genaamd de Crommestaart, in Leusbroek. Evert Willemse en zijn vrouw Teuntje Gijsberts verkopen aan dezelfden twee vijfde deel van de andere helft van de hofstede; samen voor 430 gulden. Het laatste twee vijfde deel van de andere helft blijven eigendom van de onmondige kinderen Hendrik en Cornelis Gijsbertse. De hofstede is gebruikt geweest door Annetje Gijsbertse [Gerecht Leusden; inv.nr.1053 fol.98; origineel in inv.nr.1065] Harmen Jansen Camerbeek, overleden na 1759, trouwt met 387. Reyertje Teunis, overleden voor 14 december : Hendrik Gijsbertsen en Aaltje Hermens Camerbeek, echtelieden, verklaren ontvangen te hebben van hun (schoon)vader Hermen Janse Camerbeek een som van f 58,- voor hun moederlijk goed [ONA Amersfoort AT 041a001 rep 23] Brand Hendrickse Rademaker, rademaker, komt met attestatie van Ede naar Lunteren op 5 oktober 1710, overleden voor 1754, trouwt voor 1710 met 389. Neuleke Lamberts, overleden te Lunteren op 16 augustus Gosen Reijertsen, zn. van Reijer Goossens en Trijntje Beerns, gedoopt te Lunteren in 1680, overleden voor 19 februari 1724, trouwt te Lunteren op 3 augustus 1720 met 391. Aaltje Brands, dr. van Brand Breunissen en Maritje Stevens, gedoopt te Lunteren op 17 februari 1695, trouwt (2) te Lunteren op 19 februari 1724 met Otto Jochems van Maanen : Henrick Ellerts, Aris Everts, Wouter Evers en Gosen Reyers worden er van beschuldigd dat zij op Victorsavond in september 1704 ten huize van Franck Willems rumoer hebben gemaakt en met messen, vorken en roers zouden hebben gevochten. De beschuldigden verweren zich. Gosen Reijers heeft Willem Francken op verzoek van zijn vrouw tegengehouden en is met hem ter aarde gevallen zonder met elkaar te vechten. De schoten zijn gevallen in blijdschap [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.212 fol.65; zie ook fol.67] : Staat en inventaris door Aeltjen Brantsen, weduwe van Goossen Reijersen. Er zijn geen huwelijkse voorwaarden en er zijn twee kinderen, Trijntjen en Marritjen. Aan levende have zijn er 2 paarden, 3 melkkoeien, 1 pink, 1 varken, 4 hoenders. Aan bouw- en deelgereedschap is er 1 wagen met touwen en toebehoren, 1 ploeg met toebehoren, 1 wanmolen, 1 handwan, 1 snijbank en mes, 2 koebakken, 3 vlegels, 1 gavelt, 2 schaddegavels, 2 grepen, 2 schoepen, 1 plagsigt, koornsigt en mathaeck, 1 zeis, 1 deelhark, 1 hooihark, 1 leer, 1 kruiwagen, 1 bijl, 1 kijp, 1 kuijsblok, 1 tobbe, 1 koornschoep, 3 touwen, 1 kortkist, 1 peertskris, [ ] op den balk, turf en hout, 2 mestkoeken, [ ], 1 schepel, 1 rijpsteen. Op de heert is 1 bed met toebehoren voor de inventarisante, nog 2 bedden met toebehoren, 1 kast, 1 kist, 1 etenskast, 1 grote koperen ketel, 1 aecker, 1 tinnen schotel, 1 blikken emmertje, 1 tinnen beker, nog een, 1 tinnen zoutvat, 2 richels, 12 bonte schotels, 1 mantelstok, 2 witte aarden schotels, 6 boterschoteltjes, 1 snaphaan, 1 zoutvat, 1 lepelrek met 12 lepels, 2 wateremmers, 2 ijzeren potten, 1 spiegel 1 scherfvat, 1 mengvaatje, 1 kern en schijf, 2 stoppen, 1 melkbank, 6 houten borden, 3 rode aarden schotels, 7 aarden koppen, 2 potjes, 3 roompotten, 1 tuijtpot, 2 spinnewielen, 1 baktrog, 1 vleeskuip, 2 bankjes, 1 melknap, 1 mengvat, 1 haspel, 1 tobbetje, 1 elsen, 1 turfmand, 1 kakstoel en wieg, 1 tafel, 6 stoelen, 1 koekepan en hangijzer, 2 lampen, 1 blaaspijp, een drinkensham, 1 rooster, 1 vuurschup, 1 vleesgavel, 1 tang, 1 snijmes, 1 hamer, 1 ketting, 2 gordijnen en een valletje, 4 schoorsteenkleedjes, 3 stoven, 9 boekjes, 1 asbak, 5 korenzakken. Aan spek en vlees is er wat rundvlees in de kuip, rookspek van een heel varken, 3 worsten, 1 stuk rookvlees, 3 borstukken, 20 68
69 rookstukjes. Aan koren zijn er 4 vimmen rogge, vimmen boekweit, wat stro, 3 mud Arnhems met rogge gezaaid, 4½ dag bouwens met boekweit gezaaid, de messe, 100 [ ]koeken. Aan linnen en wol van de overledene is er 1 lakense rok, 1 gekleurde pije rok, 1 broek, 1 rode hemdrok met zilveren knopen, 1 sargie wambuis met zilveren knopen, 1 broek met zilveren knopen, 1 broek een hoed en een paar kousen verkocht voor 4 gld, 1 hoed, 4 hemden, 4 dassen, 1 paar zilveren gespen, 1 zilveren knoop in het hemd, een psalmenboek met zilveren krappen, 1 rouwband, 3 neusdoeken, 1 paar handschoenen. Aan gemeen huislinnen zijn er 10 beddelakens, 7 slopen, 2 witte tafellakens, 1 bont tafellaken, 2 botterdoeken, 23 [ ] zakken garen, enige gehekelde hennip, 14½ el nieuw laken. Er zijn inschulden voor gld (o.a. Breunis Brantsen en Jan Gijsbertsen Top, volgens obligaties van ). De inventarisante is van haar vader 175 gld aanbestorven, die haar moeder nog bezit. Er zijn voor gld aan uitschulden (o.a. loon voor de meid en de knecht) en voor gld aan doodschulden (o.a. de doodskist, 60 pond vis tot de begrafenis, 25 pond rijst, 2½ pond suiker, ½ mud weit, mosterdzaad, 1 schepel rogge, boter en bier). Een magescheid wordt gemaakt tussen Aeltjen Brants, weduwe van Goossen Reijers, geassisteerd met haar toekomende bruidegom Ot Jochums, en Bart Reijersen als oom en bloedmomber van de nagelaten kinderen, in aanwezigheid van Maes Everts en Aris Everts als onpartijdige mannen. De gerede boedel wordt gewaardeerd op 480 gld. Inschulden, uitschulden en doodschulden meegerekend komt het op gld [ORA Veluwe en Veluwezoom; Inventarissen onmondigen, nr.493, nr.86, fol.552] Jan Brantsz, geboren te Leusden, trouwt te Woudenberg op 6 oktober 1714 met 393. Errisje Helmerts, dr. van Helmert Jans en Geertje Teunis, gedoopt te Woudenberg op 14 februari 1692 (get: Ariaentje Jans) : Herman Janse, oud-buurmeester van Asschat, verkoopt aan Jan Brandse, jongeman, een hofstede met ca. 14 morgen land, onder Leusden, en nog ca. vier morgen land, genaamd de Heuvel, in Snorrenhoef, onder Leusden [Gerecht Leusden; inv.nr.1052] : Jan Brandse en zijn vrouw Arisje Helmigs verkopen aan Pieter Moijaart, won. Amersfoort een hofstede met ca. 14 morgen land, afgedeeld van het erf Steenbeecq, onder Leusden. Ook nog vier morgen land, genaamd de Heuvel en Buntveldt, daarnaast gelegen, onder Leusden [Gerecht Leusden; inv.nr.1052] Gerrit Goossens Pothoven, zn. van Gosen Gosensen en Aaltje Willems, gedoopt te Lunteren op 28 november 1697, schepen te Leusden tussen 1751 en 1753, armmeester in 1753, kerkmeester te Leusden in 1755, ondertrouwt te Amersfoort op 13 april 1731, trouwt te Amersfoort op 3 mei 1731 met 397. Jannitje Teuniszen van de Pol, geboren te Leusden : Schepenen van Leusden Gerrit Gosense te Leusbroek, Jacob van de Haar te Hamersveld, en Brand Melissen worden aangesteld tot commissarissen om anderhalf procent van ieders inkomen te vorderen [Gerecht Leusden; inv.nr.1054 fol.33] : Het gerecht van Leusden taxeert de helft van een erfje, aan de Bavoordse brug, onder Leusden, gebruikt door Gerrit Gosensen, nagelaten door Catharina Lelyvelt, op 650 gulden [Gerecht Leusden; inv.nr.1054 fol.41v] Willem Jordens van Ginkel, zn. van Jorden Willems en Jantjen Cornelissen, gedoopt te Scherpenzeel op 2 juni 1688, landbouwer op Oude Bieshaar onder Leusbroek, ondertrouwt te Scherpenzeel op 17 februari 1720, trouwt te Scherpenzeel op 10 maart 1720 met 399. Claasje Gijsberts, dr. van Gijsbert Cornelissen en Willemtje Arisen, gedoopt te Scherpenzeel op 1 maart
70 : Willem Jordensen j:m: van Klejn Bruynhorst en Claasje Gijsberts j:d: van de Groep. Testes: Gerrit Hendriksen van Klejn Brujnhorst vader van de bruydegom; de ouders van de bruyd zijn dood [Trouwboek Scherpenzeel] : Willem Jordens is gebruiker, Wulfert Teunissen is eigenaar van Oude Bierhaar [Haardstedegeld Leusden; Veluwse Geslachten 1996, p.329] Gijsbert Barten van de Lagemaat, zn. van Bart Thijssen van de Lagemaat en Johanna Anthonis van Overeem, gedoopt te Woudenberg op 3 april 1697, landbouwer op de Lagemaat onder Woudenberg, overleden te Woudenberg op 1 april 1765, trouwt te Amersfoort op 28 augustus 1722 met 401. Merritje Gijsberts van de Lageweij, dr. van Gijsbert Lamberts van de Lageweij en Teuntje Gerrits van Selder, geboren rond : De erfgenamen van Anthonij Barten van de Legemaat vragen taxatie van een zevende deel van boerderij met ca. 17 1/2 morgen, gebruikt door Gijsbert Barten. Dit deel wordt geschat op 300 gulden [Gerecht Woudenberg; inv.nr.2346 fol.50v] : Jan Barten van de Legemaet, te Doorn, draagt over aan zijn broeders Gijsbert Barten van de Legemaet en Tijs Barten van de Legemaet, met afstand van de huur, de roerende goederen, vee en gewas, vanwege de overname van de pachtschuld aan Laurens Pit en de verschuldigde ongelden aan schout Johannes Jonas [ONA Utrecht, not. Vosch van Avezaat, inv.nr. U118a7, aktenr. 87-1] : Laurens Pit, kanunnik van St Marie te Utrecht, verhuurt aan Gijsbert Barten van de Legemaet en Tijs Barten van de Legemaet, zijn broeder, een hoffstede met landerijen, genaamd Dubbelland, gelegen te Doorn (zie ook de akte van verhuur d.d voor notaris Th. Vosch van Avesaet). De huurders nemen hun broer Jan Barten van de Legemaet als bouwknecht in dienst [ONA Utrecht, not. Vosch van Avezaat, inv.nr. U118a7, aktenr. 87-2] : Jan Barten van de Leegemaet verkoopt aan Gijsbert Barten van de Legemaet, zijn broeder, een zesde part in een huysinge c.a, en in 50 mergen lants, genaamd den Bieshaar, gelegen te Leusden, als van zijn vader Bart Tijssen [ONA Utrecht, not. Vosch van Avezaat, inv.nr. U118a7, aktenr. 88] : Gijsbert Barte van de Lagemaat, voor een zesde deel, Dirk Barte van de Lagemaat, voor twee zesde deel, Geertie Willems, wed. Tijs Barte van de Lagemaat met haar kind Hanna Tijsse, Geertie Willems nu getrouwd met Cornelis Dirkse, voor een zesde deel, verkopen aan Jan Arien van Ravesloot en zijn vrouw Jannetie Franse vier zesde deel van een hofstede met land, genaamd de Bieshaar, in Leusbroek, onder Leusden, in gebruik door Saar Aalte, voor 3000 gulden. Geertie Willems kreeg een zesde deel bij magescheid tussen haar en Gijsbert en Jan Barten van de Lagemaat, als ooms en voogden van vaderszijde van Hanna Teijsse voor not. A. van Geijtenbeek [Gerecht Leusden inv.nr.1053 fol.126v]. 1748: Gijsbert Barten en vrouw, boer op de Lagemaat, 29 morgen, kinderen [Huisgezinnen Woudenberg 1748] Hendrik Tymensen van Nieuwenhuijzen, geboren te Maarsbergen, landbouwer op Nieuwenhuizen onder Woudenberg, diaken tussen 1726 en 1736, ouderling tussen 1738 en 1744, overleden te Woudenberg op 11 oktober 1750, trouwt te Woudenberg op 13 september 1722 met 403. Neeltje Cornelissen Versteeg, dr. van Cornelis Gijsbertsen Versteeg en Beatris Hendriks, gedoopt te Zeist op 13 juni 1697, overleden voor : De erfgenamen van Anna Pergens, wed. Johan Ort van Nieuwenrode, Breukelen enz. laten de helft van het 13e tiendblok (bestaande uit 5 1/2 morgen koren- en 3 1/2 morgen wei- of driestland) taxeren, geschat op 294 gulden, 2 stuivers, 4 penningen; idem de helft van het 16e tiendblok, genaamd de Tweede Zesmergens (7 morgen koren- en 2 morgen wei- of driestland), geschat op 234 gulden, 7 stuivers, 8 penningen; idem de helft van het 18e tiendblok, genaamd de 70
71 Twee Tienmergens (14 morgen korenland), geschat op 303 gulden, 7 stuivers. Alle percelen worden gebruikt door Hendrik Tijmens [AE; Gerecht Woudenberg, inv.nr.2346, fol.137v-138v] : Registratie van een verkoop voor Frederik Adriaan, baron van Rheede, door Aart Claassen van Maarn, won. Huis ter Heide onder Zeist, aan Hendrik Tijmensen, won. Ekeris, van twee percelen land, samen 11 morgen land in Slappendel, voor 1275 gulden [AE; Gerecht Woudenberg, inv.nr.2346, fol.154]. 1748: Hendrik Tymensen, wed. van Neeltje Cornelissen, boer op Nieuwenhuize, (17)-16 morgen, 1 zoon (>10), 1 dochter (>10), broer Mees Theijmense [Huisgezinnen Woudenberg] Dirck Aelten van de Wetering, zn. van Aalt Jansz en Grietje Gerrits de Cruijff, geboren te Woudenberg, herbergier in de Mof onder Leusbroek, wonend in de Hoeff onder Geerestein in 1676, schepen te Leusden in 1704, overleden in 1704, trouwt te Amersfoort op 19 juni 1688 met 405. Maritje Saaren, dr. van Saar Adriaansz en Dirckje Gerrits de Cruijff, geboren te Woudenberg, overleden na 1736, trouwt (1) met Aert Hendricksen, trouwt (2) te Scherpenzeel op 1 januari 1683 met Willem Jans, trouwt (4) te Scherpenzeel op 5 oktober 1704 (met attestatie naar Leusbroek) met Peter Otten = 218 Antonie van Renes, trouwt met 407. = 219 Willemtje Jacobs van Mandersloot, trouwt (2) met Willem Jansz Geseker Claas Teunisse van Cooten, zn. van Teunis Cornelisz van Cooten en Cornelia Claasse van Zuylen, meestersmid, schepen te Nederlangbroek in 1718, ouderling in 1744, kerkmeester in 1748, trouwt met 409. Cornelia Jansen van Nellesteyn, dr. van Jan Jacobsen van Nellesteyn en Deliana Willems van Nykerken : Monsr. Cornelis Gysbertsen Vernoy verkoopt aan monsr. Claas van Koten, meester smit te Nederlangbroek, een hofstede, genaamd Rynvoort, met zijn boerenwoninge, bergen, schuren, duyfhuys en verder getimmer, mitsgaders twaalf mergen soo bouw, wey als boomgaartland met alle syne boomen en verder houtgewas, gelegen onder Nederlangbroek, strekkende van de Nederlangbroekerwetering tot achter aan de Goyerwetering. De hofstede wordt gepacht door Gerrit Vernier voor jaarlijks f 190. De verkoopprijs is f 2395,-. In mindering op de koopprijs wordt f 700,- gebracht, vanwege een plecht ten behoeve van Reyertje Vernier, gehuwd met Antoni van Koten, zoon van de koper. Verder mag de koper behouden een som van f 1195,- in deze hofstede, waarover de koper jaarlijks f 36,- rente zal betalen, en waarvan hij jaarlijks f 200,- mag aflossen.[ona Utrecht, not. Van Goudoever, inv.nr.u191a1, aktenr.16] : Is Claas van Cooten gecommitteerd, geduurende den tijd van de afweesigheid van dom. Bender in den edele kerkenraed te praesideren [Acta Kerkenraad Nederlangbroek] : Monsr. Claas van Cooten, meester smit in Nederlangbroek, verhuurt voor een periode van 6 jaar aan Hendrik van Vendeloo en Willemyn van Nykerk een huysinge, berg en schuur met. met 12 mergen bouw- en weyland en boomgaardt, genaamd Rynvoort, gelegen in Nederlangbroek, door de huurders thans gebruikt, voor een jaarlijks bedrag van 190 gld. [ONA Utrecht, not. Van Goudoever, inv.nr.u191a1, aktenr.206] : Claas van Cooten en Cornelia van Nellestijn, wonend te Nederlangbroek, gezond van lichaam, maken een testament op de langstlevende uijt egte liefde die sij den anderen toedragen. Het betreft hun huisraad en inboedel (juwelen, kleinnoden en gemunt goud en zilver niet inbegrepen) en overige goederen. Verder begeren zij dat na het overlijden van de langstlevende hun zoon Cornelis de vrijheid zal hebben om hun huis, berg, schuur, erve en grond, gelegen in Nederlangbroek, met alle smidsgereedschap, gemaakt ijzer, kolen en wat er verder tot de smederij behoort, aan te nemen voor 1000 gld. [ONA Utrecht, not. Vlaer, inv.nr.u166a26, aktenr. 24]. 71
72 410. = 246 Hendrikus Bosch, trouwt met 411. = 247 Petronella van Nieuwendaal Gerrit van Eck, zn. van Cornelis Gerritsen van Eck en Cornelia Jans van Pappelendam, gedoopt te Driebergen op 9 oktober 1687, meesterhoefsmid, belijdenis te Cothen in 1716, schepen te Cothen tussen 1725 en 1750, ondertrouwt te Amersfoort op 11 april 1710, trouwt te Amersfoort op 29 april 1710 met 413. Sophia van Oort, dr. van Hendrick van Oort en Clara van Veenhuijsen, gedoopt te Montfoort op 8 oktober 1682, belijdenis te Cothen in : Gerrit van Eck, j.m. van Driebergen, met Sophia van Oort, j.d. van Montfoort, beide wonende alhier, hier getrout 29 April 1710 [Trouwboek Amersfoort] : Arend van Veenhuijsen, lieutenant schout, en zijn huisvrouw Maria van Goudoever; Helmigh Warneke, lakenkoper, en Arnolda van Veenhuijsen, echtelieden; Pieter van Veenhuijsen, als speciale gemachtigde van Clara van Veenhuijsen, meerderjarige dogter; Anthonia van Veenhuijsen meerderjarige dochter, wonende alhier; Anthonij van Veerssen als speciale gemachtigde van Petronella Everts Matthijs, enige erfgename van haar zoontje Evert van Oort, welke erfgenaam is geweest van zijn vader Rijk van Oort; en Arend van Veenhuijsen als gemachtigde van Anthonia van Oort minderjarige ongehuwde dochter wonende te Amsterdam, allen zich sterk makende en de rato caverende voor Gerrit van Eck en Sophia van Oort, echtelieden tot Kooten in deze provincie, welke Arend van Veenhuijsen voor een derde, Arnoldus van Veenhuijsen, Clara van Veenhuijsen en Anthonia van Veenhuijsen mede voor een derde, en Rijk van Oort, Sophia van Oort en Anthonia van Oort voor een laatste derde de erfgenamen zijn van haar zusters en moeye Margeretha van Veenhuijsen, weduwe van Barent Makagen, binnen deze stad overleden. Zij verkopen een huis, erf en grond bij de Kamppoort aan Anna van Overhorst, laast weduwe van Lambert ter Beek, en een halve morgen tabaksland aan Johannes Peperhoven [Transportregister Amersfoort] : Gerrit van Eck, meester smit tot Cothen, is gesommeerd door de pander om aan Cornelis Vogelesangh f 145,- te betalen voor geleverd ijzer (een restant van een schuld van f ). Gerrit van Eck erkent de schuld en verklaart hem in vijf jaarlijkse termijnen te zullen voldoen [ONA Utrecht, not. Overvest, Inv.nr.U176a1, aktenr. 112] : Andries Oortman, wonend te Utrecht, treft een regeling met Gerrit van Eck over de aflossing van een plecht van f 500,- ten laste van Gerrit van Eck, gevestigd op zyn huis onder Cothen. Borgen zijn zijn zoons Rijk, Cornelis en Hendrick, en zijn schoonzoon Dirck de Klijn [ONA Utrecht, not. Van Spall inv.nr.u196a8, aktenr.97] : Gerrit van Eck en Sophia van Oort, wonend in Cothen, verklaren te willen schenken uyt sonderlinge genegenhijd haar daartoe moveerende aan hun kinderen Cornelis van Eck, Hendrick van Eck, Ryk van Eck, en Clara van Eck, getrouwd met Dirck de Klyn: hun huis tegenover de kerk in Cothen, op de grond van het capittel St Pieter, met alle het geene daar inne aert en nagelvast is, ende tot de smederije behoorende. Op het huis is een plecht gevestigd van f 400 ten behoeve van Andries Oortman. De kinderen accepteren de gift [ONA Utrecht, not. Van Spall, inv.nr.u196a9, aktenr.20] Jacob Dirks van Niekerken, zn. van Dirck Aertsen van Nykerken en Geertruij Jacobs, meestertimmerman in Nederlangbroek, diaken in 1721, ouderling in 1739, trouwt met 415. Jacobje Aries van Donselaar, dr. van Arien Elberts van Donselaar en Jannigje Jochems Aalt Reijers van Harskamp, zn. van Reijer Hendrikse en Marijtje Aelten, gedoopt te Barneveld op 11 februari 1677, trouwt te Amerongen op 8 februari 1700 met 417. Annigje Cornelis Ketel, dr. van Cornelis Janse Ketel en Willempje Ariens, gedoopt te Amerongen op 31 januari : Aalt Reijersz woont op Ginkel onder Leersum, Annigje Ketel woont in Amerongen. 72
73 418. Jan Cornelis van Maarn (alias van Steenwijk), geboren te Maarn rond 1660, koopman in vee, wonend te Maarn, gedetineerde in het tuchthuis te Utrecht in 1720, begraven te Doorn op 16 december 1725, ondertrouwt te Doorn op 3 september 1697, trouwt te Erichem op 24 oktober 1697 met 419. Ariaentje Goosens de Heus, dr. van Goossen Jansz de Heus en N.N : Jan Cornelisz, meerderjarige jongeman te Doorn, verkoopt aan Wouter Jacobsz van der Woert 107 oude schapen en enige lammeren. De koopsom wordt verrekend bij liquidatie van gezamenlijk koopmanschap van partijen [ONA Utrecht, not. De Coole, inv.nr. U113a1, aktenr.279] : Steven Huybertsz van Elspit machtigt Wouter Jacobsz van der Woert, wonend te Driebergen, om van Jan Cornelisz te Doorn helft koopsom van 60 hamels op te eisen, zo nodig door middel van arrest en detentie [ONA Utrecht, not. De Coole, inv.nr. U113a1, aktenr.281]. 1697: Jan Cornelis van Maren, [Buurlasten Doorn 1697] : Reijer Arisz van Dijck eist van Jan Cornelisz van Maren. De eiser had de gedaagde 5 gld 10 st geleverd op 'de gede voorde heer Eicksted duijvemessen haelden, op Conde dat so haest den gede soude 't huijs gecomen sijn, deselve te restitueren'. De gedaagde is in gebreke gebleven en moet restitueren [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.528] : Jan Corneliss van Maren, wonend te Doorn, bekent f 600,- schuldig te zijn aan Cornelis van Isendoorn, meester smith te Houten, vanwege een lening en voor aangekocht vee [ONA Utrecht, not. Van Woudenbergh, inv.nr. U93a42, aktenr.5] : De schout heeft bekend gemaakt 'den slegten staet van Jan Cornelisz van Maren Inwoonder deses Geregts, en dat hij schout den voorn[oem]den van Maren hadde geext over de ongelden vande Jaren 1706 en 1707 alsoo den geexde sijn beste goederen en haef, elders al gevlugt hadde en dat de goederen die nogh inde huijsinge en op de hofstede waren, soo geringh en weijnigh waren dat bij v[er]coop[inge] boven de costen weijnigh of niet soude comen over te schieten, hebbende de presente schepenen met de vigilantie vanden schout genoegen genomen [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerechtsnotulen Doorn] : Jan Corns van Maren transporteert aan de Hoogh Welgeb Heer Fredrick Wilhelm van Diest, Baron vant Ham Heer van Winnekendonck, Doorn, Tiessinga, etc, Domproost tot Utrecht, 'seeckere huijsinge met twee bergen, en een schuur, mitsgrs alle de fruijtbomen daeromme staende onder desen Gerechte tot noch toe bewoond wordende bij den Compnt' [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.530] : Rijckjen Jacobs Stomper en de Heer Gerard Cocq schout van Doorn 'verclaerden samentelijck te constitueren en machtigh te maecken Willem de With', procureur voor het Hof van Utrecht, 'ende specialijck inder saecke op ende jegens Jan Cornelis van Maeren' [RHC Zuid- Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.534] : Jan Cornelisse van Maren, oud in de 60 jaren, geboortig van Maren, tegenwoordig gevangen op den huyse van Hasenbergh, heeft voor het hof van Utrecht bekend en beleden dat op 24 juli laatstleden, wanneer de pander van dit hof met zijn assistent en de gerechtsbode van Doorn, executie dirigerend aan twee van zijn gevangen koebeesten,lopend op het kerkhof tot Doorn, en deze vervolgens in het gerechtshuis wilde brengen, 'hij gevangen de stoutheijd heeft gehad om de eene koey, welke den assistent aan een seel had, aan te grypen en tot twee distincte reysen het seel met een groot mes bij de hand vanden assistent door te snijden, met bedreyging van denselve te sullen doorstoten, ingeval hij de koeij niet los wilde laten; Dat hij gevangen door de voorss violente dreygementen die koey den pander en syn assistent heeft ontwildigt, en van het kerkhof afgedreven, onaangesien den selven pander by het doen van de executie syn wapenstoks in de hand had, en heur gevangen verscheyde malen versogt had van geen resistentie aan sijne executie te doen. Dat hij gevangen by die geweldenarij het nogh niet latende, op den 30 Julij daar aan volgende des avonds ontrent agt uren is gegaan na de stal van het Geretshuys tot Doorn, alwaar de andere geexecuteerde koey gebragt was en aldaar de deur die met spijkers agter de grendel en boven den haak wel versekerd was heeft opengebroken, en dus die koey daar uyt 73
74 gehaald'. Jan van Maren wordt voor dit 'publicq geweld, gepleegt tegen de auctotiteijt en bevelen van de hoge Overigheyd [ ] maar daar en boven een notoire diverij van goederen gesteld in bewaring van 's heeren handen' veroordeeld 'omme te werden geschavotteert, strengelyk gegeeselt en gebrandmerkt 't welk gedaan, band deselven ten euwigen dage uyt de stad, steden en landen van Utrecht, sonder oyt daar weder innen te komen op peene van swaarder straffe' [HUA; Register van criminele sententies; toegangsnr , inv.nr.99-10, p. 143v -144v] : Jan Cornelisse van Maaren, oud in de 60 jaren, geboortig van Maaren, gevangen op den huyse van Hasenbergh heeft 'buyten pyn en banden van yser' bekend en beleden dat hij, hoewel hij verbannen is uit Utrecht, hij 'sederd dien tyd sigh meest tot Doorn in syn vorige woonplaats tot vrese vande goede opgesetenden heeft opgehouden, en niettegenstaande hij gevangen wist door de Dienaars van de Justitie te vergeefs aldaar gesogt te syn, egter heeft genegligeert syn bannissement te pareren; Dat hij gevangen op voorleden dingsdagh avond door de Dienaars van de Justitie aan syne huysinge werdende gesoght, op een van deselve, die aangeklopt hebbende het eerste binnen ging, het mes heeft getrocken, en daar mede op syn linker arm door den rok tot op het vel stiet, sulx dat denselven aande hand enigsints gequetst wierd; Dat daar op den anderen dienaar door syn Cameraad om hulp geroepen synde, mede binnen quam, en tragtende hem gevangen de boeyen om de handen te doen, en voorts vast te binden, hij gevangen insgelyx op den selven continueel het mes stiet, sulx dat hij te samen in het agterhuys op de plaggen raakte; Dat hy gevangen in het agterhuys tot driemaal toe met syn mes het touw, waar mede hij gebonden wierd, los snied, en sigh met alle force uyt de handen vande Justitie poogde te ontweldigen; welk voors is niet alleen eene opsettelyke violentie, maar ook eene geweldige resistentie gepleegt aan derselven dienaars, en dienvolgens feyten van permiciensen gevolge, dewelke in een landt alwaar regt en Justitie vigeert niet konnen werden getolereerd, maar na merite andere ten exemple moeten worden gestraft'. Jan van Maren wordt veroordeeld om te worden 'geschavotteerd, strengelyk gegeesselt na gebrandmerkt welk gedaan synde confineert hem voor den tyd van ses agtereenvolgende jaren in deser stads tugthuijs, om gedurende den voors tyd met synde handen aldaar ter discretie vande heeren regenten van het selve huys de cost te winnen', waarna de eeuwige verbanning volgt. Uitspraak door van Heeswijk, Milan Visconti, Natewisch, Cockengen, Bruijnenburg, Oudbroekhuysen, Nellesteyn, Roelans, Bronkhorst, van Cleeff en Lauwenreght [HUA; Register van criminele sententies; toegangsnr , inv.nr.99-10, p.149r-150v] Dirk Barentsen van Groenhout, zn. van Barend Huijbertsen van Groenhout en Elsjen Dircks Turen, gedoopt te Veenendaal op 27 december 1674, trouwt voor 1700 met 421. Jannitje Thijssen, wonend aan de Meulenbrug te Veenendaal. 1705: Aen de Meulenbrug woont Jannetje Thijssen.. In de marge: dood [Lidmatenregister Veenendaal] Harmen Teunisse Roskam, zn. van Anthony Harmsen Rossenkamp en Jantje Gerrits, trouwt met 423. Grietje Jansen = 404 Dirck Aelten van de Wetering, trouwt met 425. = 405 Maritje Saaren, trouwt (1) met Aert Hendricksen, trouwt (2) met Willem Jans, trouwt (4) met Peter Otten Wulphert Jansz van Overeem, zn. van Jan Helmertsen van Overeem en Jantje Wulpherts de Bruijn, landbouwer op Rumelaar in Maarsbergen, overleden voor 1741, trouwt te Renswoude op 1 april 1700 met 427. Reijertje Roelofs van Methorst, dr. van Roelof Roelofs van Methorst en Hendrikje, gedoopt te Renswoude op 22 november
75 428. Erris Everts van 't Voort, zn. van Evert Teunissen van Donckelaer en Marritje Cornelis van 't Voort, gedoopt te Scherpenzeel op 26 december 1669, landbouwer op Strubbelenburg onder Woudenberg, overleden voor 1707, trouwt te Woudenberg op 2 december 1696 met 429. Gijsbertje Anthonijs van Overeem, dr. van Anthonie Dircksz van Overeem en Maijtje Jans Gijsbertsen, geboren te Woudenberg rond 1671, overleden voor 1747, trouwt (2) te Woudenberg op 4 december 1707 met Dirk Gerritsz van Barneveld Jan Jansen van Doorn, j.m. van Woudenberg, trouwt (2) te Doorn op 3 juni 1741 met Cornelia de Bie, ondertrouwt (1) te Doorn op 16 december 1702 met 431. Willemtje Elis, dr. van Elis Jansz van Landaes en Elisabeth Jans, gedoopt te Doorn op 18 oktober 1674, overleden voor Beert Jansen, trouwt voor 1690 met 433. Rijkje Jansen Jan Teunissen van Dickerijst, zn. van Teunis Thijmensz en Geertje Jans, geboren rond 1633, trouwt met 435. Geertje Evertsen, geboren te Woudenberg N.N., heeft een relatie met 437. Jantje Anthonissen van Renes, dr. van Teunis Antonissen van Renes en Jantje Cornelissen van Ebbenhorst, gedoopt te Scherpenzeel op 17 december Jacob Lambertsz van Mandersloot, afkomstig van de Haer onder Leusden, gerichtsman te Leusden, buurmeester te Maarn in 1699, overleden voor 17 oktober 1732, ondertrouwt te Leusden (gerecht) op 22 januari 1682 met 439. Jantje Saaren, dr. van Saar Adriaansz en Dirckje Gerrits de Cruijff : Godert van Brinckesteijn, notaris te Amersfoort namens jkvr. Agatha Temmingh, bejaarde dochter en jkhr. Everard Temmingh, kinderen en erfgenamen van Joan Temmingh en zijn vrouw Sibilla van der Hoeve, verkoopt aan Jacob Lambertsz en zijn vrouw, won. te Maarn, de helft van een erf en goed met huis, berg en schuur en land in Maarn, onder Leusden, waar van de wederhelft is van Henrick Both, raad van Amersfoort. Ook nog de helft van een erf en goed met huis, berg en schuur en land in Maarn, onder Leusden, gebruikt door Jan Cornelisz. Nog de helft van drie morgen land, in de Maarnse Meent en de helft van een erf en goed met huis, berg en schuur en land, in de Maarnse Meent, beiden gebruikt door Robbert Jansz, waarvan de wederhelft is van Henrick Both. Alle percelen zijn met recht op de Maarnse Meent [Gerecht Leusden; inv.nr.1052] : Henrick Arent van Zevender namens Erland Bernhard Steenhouwer, luitenant-kolonel van het regiment van generaal-majoor Idaland, verkoopt voor 2000 gulden aan Jacob Lambertsz en zijn vrouw Jannitje Saaren een huis, hof en hofstede, met berg, schuren, schapenhokken en land, in Maarn, onder Leusden, gebruikt door Jan Tijssen. Gedaan te Amersfoort, voor not. Anthoni van Goudoever. Geprotocolleerd d.d [Gerecht Leusden; inv.nr.1052] : Hendrick Both, burgemeester van Amersfoort verkoopt voor 2520 gulden aan Claes Lambertsz van Woudenbergh de helft van een hofstede, in totaal 113 morgen, 3 hond en 26 roeden groot. De ene helft, genaamd Mandersloot, gelegen achter het Huis Lichtenbergh, bij Woudenberg, wordt bewoond door Jacob Lambertsen. De andere helft ligt onder Maarn, gebruikt door Hendrick Elissen en Jan Cornelissen. Ook nog de helft van 27 morgen land, genaamd de Berkter, onder Maarn, waarvan 6 morgen 334 roeden onder Woudenberg ligt [Gerecht Leusden; inv.nr.1052] : Boedelscheiding Jacob Lambertsen en Jannitje Saaren [ONA Amersfoort, not. van 75
76 Bemmel AT 036a002] : Een openbare verkoping door de erven van Jacob Lambertse Mandersloot en Jannitje Zaren, in leven echtelieden. Dit zijn Lambert Jacobse Mandersloot, Aert Jacobse Mandersloot, Gerrit Jacobse Mandersloot, Teunis Bosch, wedr. van Lysje Jacobs Mandersloot (met kinderen), Gerrit Andriesse Woudenberg, gehuwd met Hendrikje Jacobs Mandersloot, Sara Jacobs Mandersloot, wed. van Cornelis Pieterse van Beek en Hendrik Janse van Appeldoorn (met kinderen), Anthony van Renes, gehuwd met Willemina Jacobs Mandersloot, de kinderen van Arris Janse van Eekeris en wijlen Merritje Jacobs Mandersloot. Verkocht worden: een hofstede, bestaande uit een huis, berg en schuur, met bouw-, wei- en heidelanden, groot 70 morgen, genaamd Mandersloot, gelegen achter Ligtenberg in Maarn (gepacht door Hendrik Bruinisse; met een deel erfpacht van f 12,- voor het Vrouweconvent in Amersfoort); 6 morgen bouw- en weiland in Kleyn Ringelpoel onder Woudenberg; 33 morgen en 460 roeden (met erfpacht van f 5-10 voor het St.Servaesconvent in Utrecht); een huis, erf, berg en schuur, met 30 morgen bouw-, wei- en heidelanden in Maarn [gepacht door Cornelis Janse voor f 98,- gegeven de huurcedule d.d voor notaris A. van Geytenbeek te Woudenberg; met erfpacht van f 35,- voor de regenten van de Armen de Poth in Amersfoort). Deze percelen zijn verkocht via secr. Lagerweij aan de heer van Maarsbergen en Maarn voor f 3035,-. Daarnaast een huizinge, hof en hofstede, berg en schuur, met 50 morgen bouw-, weide- en heidelanden in Maarn (gepacht door Anthony Renes voor f 60,-), verkocht via secr. Lagerweij aan de heer van Maarsbergen en Maarn voor f 1400,-. Daarnaast zijn 5 morgen weiland onder Maarn (gepacht door Cornelis Janse), verkocht aan Hermen Jacobse van Manen voor f 525,-; Daarnaast 2½ morgen bouwland op de Wetering onder Woudenberg, verkocht aan Aert Jacobse voor f 870,-; Tenslotte, 1½ morgen bouwland, genaamd het Zegertje, in Maarn, verkocht via secr. Lagerweij aan de heer van Maarsbergen en Maarn voor f 340,-. Appointement van permissie van het hof van Utrecht d.d [not. Van Broek inv.nr. U203a1, nr. 87-1]. Op dezelfde dag verkopen zij ook 5 morgen weiland aan de Slappendelsedijk aan de Maarnse Meente [not. Van Broek inv.nr. U203a1, nr. 87-2] Christoffel Craeijestein, matroos in dienst van de V.O.C. van 1709 tot : Christoffel Crijsteijn, afkomstig uit Amersfoort, reist op uit voor de Hoornse kamer van de V.O.C. Hij is matroos op het schip Beverwaart, onder leiding van schipper Dirk Danielsz Bent, dat met 160 zeelieden en 71 soldaten naar Batavia zeilt. Van tot is het schip op de Kaap en van tot op Mauritius. Op komt het aan in Batavia. Chistoffel zal een aantal jaren in de Oost zijn gebleven. Op vertrekt hij op het Huis te Hemert uit Batavia, onder leiding van Herman Grindet en met 65 zeelieden en 15 soldaten aan boord, om op weer in Texel aan te komen. Hij start met een schuld van f , met een schuld van f 150 aan Antie Pieters, f 18 aan gage voor de compagnie, een kist, aan Jan Admiraal en IJf Claasz Langereijs gemeijns goet, aan boelksangers 1 mans, aan linnen packjes 1 jongenspackje, aan hemden 3 stuck, aan linnen coussen 2 paar, aan schoenen 1 paar. Later komen daar betalingen bij: op f 80 aan Arnold Houtman, in 1712 f 52 en op f 18 aan dezelfde en op f aan Christoffel Crijsteijn.Totaal gaat het om f Zijn gage van f 9 per maand neemt een aanvang op als hij zeilt vanuit Texel. Dit loopt tot Tot is hij op Zoelen, tot op Padang, op dito tot Daarna tot op IJsselmonde, waarna de thuisreis begint op de Hemert [Opvarenden VOC, NA; inv.nr.14353, fol. 126] 444. Henrick Sang, geboren te Oedt, burger te Amersfoort op 6 augustus 1714, begraven te Amersfoort op 2 juni 1736, trouwt (1) met Lijsbet van der Hoeve, trouwt (2) (Schepenbank) te Amersfoort op 12 juni 1708 met 445. Maesje Berents van Laer, dr. van Berent Buijters van Laer en Aeltje Maes Verburgh, j.d. van Amersfoort, overleden na / : Henrick Zangh, weduwnaar van Lijsbet van der Hoeve, geboren in Hut in 76
77 Kempenland, wonend in Amersfoort, geassisteerd door Aert van Dalencamp, bekende, burger en tabacxverkoper te Amersfoort, trouwt met Maesje Barents van Laer, j.d. van en wonend te Amersfoort, geassisteerd door haar vader Barent Buijter van Laer. [Hut is waarschijnlijk het plaatsje Oedt, dat ligt bij Kempen, tussen Venlo en Krefeld] [Schepenhuwelijken Amersfoort] : Henrick Sang, burgerrecht versocht, geboortig in de stad Kemp in Ceulsland [Stadsarchief Amersfoort inv.nr. 1847]. 1747: Maas van Laar, aan de Cingel in Breul, nr.161, 1+k, wed. Hendr. Sang [Liberale Gifte Amersfoort] Geurt Rutgers Mulder, zn. van Rutger Harmens en Geesken Gaerts, j.m. van Twello, trouwt te Twello op 16 maart 1689 met 449. Grietje Gerrits, dr. van Gerrit Hermens, j.d. van Twello : Geurt Rutgers jongeman soon van Rutger Hermens op 't Schelenhof ende Grietje Gerrits jongedogter van wijlen Gerrit Hermens beijde van Twello [Trouwboek Twello] Gerrit Henrix, zn. van Hendrick Gerrits, wonend op Ter Vruchtshofste in de Holthuiserstraat in 1707, overleden voor 1734, trouwt te Voorst op 25 april 1707 met 451. Engeltje Teunis, dr. van Tonis Jans : Gerrit Henr. s.v. Hend. Gerris in Gieteld en Engeltjen Tonissen j.d.v. Tonis Jansen in Gieteld. Get: ouders [Trouwboek Voorst] Willem Janssen, j.m. onder Nijkerk, ondertrouwt (1) te Nijkerk op 20 maart 1705, trouwt te Nijkerk op 16 april 1705 met Grietje Berends, j.d. onder Nijkerk, ondertrouwt (2) te Nijkerk op 17 september 1707, trouwt te Nijkerk op 2 oktober 1707 met 453. Grietje Hendriks, j.d. onder Nijkerk Jan Dirksen Baggel (van 't Ruisseveen), j.m. van Veenendaal, ondertrouwt te Garderen op 1 januari 1699, trouwt te Garderen op 21 januari 1699 met 461. Evertje Lubberts, j.d. van Garderbroek : Jan Dirricksen vant Ruisseveen j.m. van Venendal en Evertjen Lubbers j.d. vant Garderbroek. Bevestight tot Garderen den 21 jann. [Trouwboek Garderen] Jan Stevens van Heteren, trouwt met 465. Catharina Hermans, trouwt (2) met Jan van Lienden : Magescheid tussen Jan Stevense en zijn vrouw Catharine Hermens ter eenre en Lubbert Arissen met zijn mede-erfgenamen van Adriaan Adriaanse de Man ter andre zijde. De erfgenamen van Adriaan de Man zijn accoord afstand te doen van hun deel van de erfenis, te weten het huis en de hofstede waarin de overledene woonde, als ook de boomgaard, 1/6 van seecker willige pasje met het hout en een obligatie van 150 gulden, zoals hun bij loting is toegevallen. Aan Jan Stevense en Catharina Hermans zijn ten deel gevallen alle gerede goederen, niets uitgezonderd, zoals door de overledene zijn nagelaten, ook het hout in het achterhuis en het losse hout in de boomgaard. Jan Stevense mag tot mei 1709 in het voornoemde huis blijven wonen. De erfgenamen van Arie Adriaens de Man hebben in erfkoop verkocht aan Lubbert Arissen en Geertje Peters het huis, hofstede en boomgaard aan de Bandijk onder Heusden [ORA Opheusden] Alexander Cornelissen Verbrug, zn. van Cornelis Geurts Verbrugh en Anthonia Sanders van Grootvelt, gedoopt te Maurik op 7 februari 1664, diaken van 1701 tot 1702, 77
78 begraven te Maurik op 19 oktober 1728, trouwt te Maurik op 16 april 1699 met 469. Johanna Aertsen, dr. van Aert Aertsen en Janneke Jans, gedoopt te Maurik op 18 februari : Nicolaus van Hattem en Maria van de Borghgraaf transporteren aan Sander Cornelis Verbrugh en Johanna Aarts de helft, en aan Geurt Cornelis Verbrugh de andere helft van 4 morgen 2 hont bouwland in de Overwijcker maat [Protocol van Maurik NB 223 fol. 201]. 1703: Sander Cornelis Verbrugh betaalt 1 gulden familiegeld in Maurik Rijk Jans van Grootvelt, zn. van Jan Sanders van Grootvelt en Beatrix Cornelissen Verbrugh, gedoopt te Maurik op 9 september 1666, belijdenis te Maurik op 6 juni 1690, diaken in 1707, begraven te Maurik op 20 augustus 1733, trouwt te Maurik op 10 november 1695 met 471. Agnita van Westrheene, dr. van Goossen van Westrheene en Elisabeth van Hattem, gedoopt te Maurik op 11 januari 1674, begraven te Maurik op 6 januari : Rijck Jansen van Grootveld, j.m, wordt aangenomen als lidmaat in Maurik. 1702: Rijck van Grootvelt betaalt 9 gulden familiegeld in Maurik. In 1703 ook. 1711: Rijk van Grootveld voert een proces tegen de erfgenamen van Steven Cornelisz Verbrugh. Het heeft te maken met de erfenis van Jantje of Johanna van Wijck, overleden op , de grootmoeder van Rijck van Grootveld (zij was getrouwd met Cornelis Verbrugh; hun dochter Beatrix trouwde Jan van Grootveld). Deze erfenis was 5899 gulden 10 stuivers en 4 penningen groot, grotendeels bestaande uit schuldbrieven. Getuigen beweren dat Steven Verbrugh heeft beloofd om Rijck van Grootveld 200 gulden te betalen in verband met deze erfenis [ORA Nederbetuwe, civiele procesdossiers 14] Bessel Evertsen, rademaker, afkomstig uit Appel, overleden op 11 januari 1696, ondertrouwt (2) te Scherpenzeel op 7 maart 1691, trouwt te Scherpenzeel op 25 maart 1691 met Neeltje Teunissen van Coudijs, ondertrouwt (1) te Scherpenzeel op 12 maart 1681, trouwt te Scherpenzeel op 27 maart 1681 met 473. Petertje Arissen, dr. van Arris Peters en Mensje Gerards, gedoopt te Scherpenzeel op 30 maart 1657, overleden voor 25 maart : Bessel Everts ramaker wordt verlijd in plaats van Arris Peters met 'een partije lant in Cleijn Lambalgen groot 3 m[orgen]'[tinsakten van het Huis Amerongen; Gens Nostra 2007, p.326] Kempes Klaesen, zn. van Claes Otten, vervener, wonend aan het Ruijsscheveen, buurtmeester te Stichts Veenendaal in 1678, kerkmeester in 1688, overleden voor 29 oktober 1726, trouwt te Veenendaal op 11 januari 1680 met 477. Aeltje Everts, dr. van Evert Cornelis Hoorens. 1672: Kempus Claesz, in Bovenbuurt, heeft een roer en rappier, deficit draeghbant [Monsterrol Veenendaal 1672]. 1683: Kempus Claes, in de Bovenbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683] : Kempus Claes en Aeltjen Everts, wonende in Veenendaal aan de Stichtse zijde, maken een testament waarbij zij de weeskamer uitsluiten [ONA Veenendaal; not. C. Boumeister, inv.nr.2190, akte 130]. 1705: Op 't Ruijsche veen wonen Kempis Claesz en sijn vr Aaltjen Everts en de soon Klaas Kempisz (1714) en Ot Kempusz (1715). Bij allen staat: dood [Lidmatenregister Veenendaal]. 78
79 : Kempis Claisen en Aeltjen Everts geven te kennen dat zij samen met Willem Jansen en Lijsbeth Cempisen, hun schoonzoon en dochter, ieder voor de helft, in december 1705 hebben gekocht van Dirck Aertsen en Annitje Jans, een hofstede gelegen in 't Ruijscheveen, bestaande uit huis, hof, berg en schuur met verder getimmerte en ruim 47 (?) morgen baggerveld, voor de som van gulden. Zij hebben tesamen de kooppenningen voldaan. In de erfpachtbrief van van de Heer Hautivalle worden Willem Jansen en zijn huisvrouw mede als participanten genoemd. De toekomstige erfgenamen van de comparanten hebben dan ook geen rechten op deze helft van Willem Jansen en zijn vrouw [ONA Veenendaal; not. E. Verschuur, inv.nr.2193, akte 83]. 1711: Kempis Claessen, wonend in Stichts Veenendaal, betaalt achterstallig haardstedegeld over , voor 2 haardsteden [OA Rhenen, inv.nr.425]. 1722: Kempes Klaassen bezit in Veenendaal een perceel veenland van 3 morgen 50½ roede, een perceel van 5 morgen 290 roeden 3½ voet en een perceel van 1½ morgen. Op wordt het eerste perceel overgezet op Willem Jansen en worden de andere twee overgezet op Aeltje Jans, weduwe van Oth Kempesen, verkregen bij magescheid op [Legger der Morgentalen 1722, fol 75, 76v, 77] Teunis Henriksen Hermen Jans van Meerbeek (alias Rosendaal), zn. van Jan Hermsen van Meerbeek en Teuntje Berends ten Voorde, gedoopt te Velp op 22 februari 1699, daghuurder, overleden te Rozendaal op 22 januari 1778, trouwt rond 1729 met 485. Jannigje Hendriks Steenhof, dr. van Hendrik Jans Steenhof en Geertje Hendriks de Bree, gedoopt te Woudenberg op 7 april 1708 (get: Grietje Jans Steenhof), begraven te Woudenberg op 12 februari : Volmacht tot scheiding van de boedel van Jannetje Steenhoff, overleden in Woudenberg in februari 1776, in leven echtgenote van Harmen van Meerbeek. Erfgenamen zijn de kinderen van haar vooroverleden zoon Hendrik van Meerbeek [ONA Amersfoort, not. H. ter Horst AT 047a001 rep 122] Gijsbert Ariens Eijkelkamp, zn. van Arien Cornelisz van Eijckelkamp en Maria Cornelisse van Hardevelt, gedoopt te Woudenberg op 25 maart 1695, riet- en strodekkersbaas, ondertrouwt te Doorn op 26 januari 1724 met 487. Meynsje Jans van Geytenbeek (alias van Dashorst), dr. van Jan Cornelisz van Geytenbeek en Oetje Jansen van Renswoude, gedoopt te Scherpenzeel op 6 augustus 1702, 'in tabakken', begraven te Woudenberg op 27 december : Aart Hermsen Schouten en zijn vrouw verkopen aan Gijsbert Arijsz Eijkelkamp een huis aan de zuidzijde van Woudenberg [Gerecht Woudenberg; inv.nr.2346 fol.165v] Jan van Os (?), zn. van Peter Jansz van Os en Lijsbeth Wijnen Visch, gedoopt te Amerongen op 1 november 1691, meesterkleermaker, poorter te Rotterdam op 22 juli 1720, begraven te Rotterdam op 2 juni 1762 (St. Janskerkhof), ondertrouwt te Rotterdam op 22 oktober 1719, trouwt te Rotterdam op 7 november 1719 met 489. Sara van der See (?), dr. van Arij van der See en Maria Schooneman, gedoopt te Rotterdam op 20 mei 1696 (get: Cornelis van der See, Jannetje Jans, Ammerensia Klem), begraven te Rotterdam op 15 juli 1760 (St. Janskerkhof). 1719: Jan van Os, j.m. van Amerongen, wonend in de Santstraat, (o)tr op 22-10/ met Sara van der Zee, j.d. van Rotterdam, wonend in de Santstraat [Trouwboek Rotterdam] : Jan van Os en Sara van de See wonen in de Franckestraat ( ), de Nieuwe 79
80 Franckestraat ( ) en in de Vogellesang (1733) [Doopboek Rotterdam] : Jan van Os, meester kleermaker, wonend te Rotterdam, met Hermen Schouten als borg, neemt hypotheek van Hieleman Haafkes, secretaris van de Dingbank Oost en Middelbeers en Dingbank Velsum, van 1000 gl op zijn huis met 2 akkers land daar achter [Amerongen Protocollen Dorpsgerecht; inv.nr.145] : Sara van der Zee, huisvrouw van Jan van Os, wonend in de Lange Frankestraat bij de vest, nalatende 2 meerderjarige kinderen, begraven op het St. Janskerkhof [Begraafboek Rotterdam] : Jan van Os, weduwnaar van Sara van der Zee, wonend in de Frankestraat bij de vest, nalatende 2 meerderjarige kinderen, begraven op het St. Janskerkhof [Begraafboek Rotterdam] Jan Gijsberts Bouwman, zn. van Gijsbert Jansen Bouwman en Elsje Corsse, gedoopt te Amerongen op 13 juli 1662, begraven te Amerongen op 15 oktober 1730, trouwt (1) te Amerongen op 9 augustus 1691 met Lijsje Jans, begraven te Amerongen op 18 januari 1694, trouwt (2) te Amerongen op 19 februari 1702 met 491. Lijsbeth Jans Tol, dr. van Jan Huijberts Tol en Teuntje Vos, gedoopt te Amerongen op 15 februari 1672, herbergierster, overleden na : Jan Gijsbertsz Bouman oudste zoon en leenvolger van Gijsbert Jansz Bouman en Elsjen Corsen, ter eenre, en Geertje Gijsberts Bouman, Pons Jacobsz als oom en voogd over de onmondige kinderen van Dirck Boschman en Geertruijt Gijsberts Bouman, geassisteerd met dezelve, Deliana Gijsberts Bouwman, weduwe en momberse over haar onmondige kinderen verwekt door Cornelis Huijberden, mitsgaders zich allen sterkmakende voor Aertje, Gijsberta, Annigje, en Judikje Frans, onmondige kinderen van Frans van Scherpenzeel en Aelbertje Gijsberts Bouman, tezamen kinderen en erfgenamen van Gijsbert en Elsjen ter andere zijde, geven te kennen dat hun ouders een huis en hofstede met 2 morgen tabaksland te Amerongen aan de Achterweg hebben nagelaten, leenroerig aan huize Amerongen. Zij maken een boedelscheiding [ONA Amerongen; not. Adriaen Hardenbergh; inv.nr.171] : Jan Gijsbertsz Bouman, weduwnaar van Lijsbeth Jans, ter eenre, Cornelis van der Horst en Willem van Garderen, neven en bloedvoogden over Gijsbert Jansen Bouman, onmondige nagelaten zoon van Jan Gijsbertsz Bouman en Lijsbeth Jans, ter andere zijde, maken een boedelscheiding [ONA Amerongen; not. Adriaen Hardenbergh; inv.nr.171] : Johannes Quint getrouwd met Anna Tol, voor ¼ erfgenaam van Geurtje Tol, ter eenre, en Cornelis van Hattum getrouwd met Neeltje Tol, dochter en enige erfgenaam van Aert Tol, haar vader, ¼ erfgenaam van Geurtje Tol, Anthonis Jansen Tol en Jan Bouwen getrouwd met Lijsbet Jansen Tol, tezamen kinderen en kleinkinderen van Jan Tol, die een broer is geweest van Gerritje Tol, ook voor ¼ erfgenaam van hun tante Geurtje Tol ter andere zijde, verklaren dat Geurtje Tol heeft nagelaten 1/3 in een huis hof en boomgaard aan de Achterweg. De tweede partij staat dit af aan Johannes Quint [ONA Amerongen; not. Adriaen Hardenbergh; inv.nr.171] : De herbergiers Cornelis Vreem, Jan van Dolderom en Lijsbeth Jansz, huisvrouw van Jan Bouwman, vragen, omdat zij zoveel belasting moeten betalen en anders niet kunnen bestaan, of zij op kermis en vasternavond en enkele keren daartussen, toestemming kunnen krijgen om het jongspel te mogen houden, zonder van de tafel des Heren te worden afgehouden. Ds. Keppel weigert, maar in de kerkenraad pleit Jan van den Deurslagh voor toestemming, mits het niet op dankdagen, bedendagen, of andere Heerendagen gebeurt. Ook andere kerkenraadsleden zijn die mening toegedaan, maar Ds. Keppel houdt voet bij stuk. De herbergiers gaan echter toch hun gang [P. Tuik (2004), De kerk van het Heylig Cruys en Sint Andreas; duizend jaar geschiedenis van de Andrieskerk in Amerongen, p.102.] : Jan Gijsbertsz. Bouwman, oudste zoon, bij dode van Elsje Corsen, weduwe Gijsbert Jansz. Buwman, zijn moeder, wordt na kaveling beleend met een huizing, hofstede en 1 morgen engeland. Op volgt een belening van Gijsbert Bosman, voor Elisabeth Jans Tol, bij dode van Gijsbert Bouwman, haar man. Op Jan Gijsbertsz Bouwman een stukje tabaksland, op toegekaveld aan zijn zuster Geertruida, en op nog een stukje 80
81 tabaksland, toegekaveld aan zijn zuster Geertje. Een laatste stukje tabaksland komt aan Gijsbert Cornelisz Verschuur, zoon van Deliana Gijsberts Bouwman [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de hofstede Amerongen; : Lijsbet Tol, wed. van Jan Bouwen, is lidmaat in Amerongen [NG Lidmatenboek Amerongen] Georgius Bosch, zn. van Evert Bosch en Maria Jans, procureur voor het Hof van Utrecht tussen 1659 en 1665, gewezen procureur in 1665, verbannen uit Wijk bij Duurstede in 1684, procureur voor het gerecht te Amerongen tussen 1691 en 1694, vicaris van het St. Petersaltaar in de Mariakerk te Utrecht in 1698, overleden voor 17 maart 1706, ondertrouwt te Doorn op 14 april 1677 (met attestatie om tot Woudenberg te trouwen) met 493. Cornelia Willems van Stam, dr. van Willem Jansz van Stam en Willemken Jans, overleden voor 30 maart 1718, ondertrouwt (1) te Amsterdam op 27 april 1675, trouwt te Doorn op 20 mei 1675 ('om de siekte van bruijdegom haer in huijs voor 't bet getrouwt') met Wolphert Vlieck, geboren te Danzig, koopman, failliet in 1673, begraven te Doorn op 28 mei 1675, (Wolphert trouwt (1) voor mei 1654 met Catharina Boelens.) : Georgius Bosch koopt uit de boedel van Rene de Renesse de Wulp een 'outeigen' van f 1-16 op een huis genaamd 'de Belderom', gelegen te Steenwijck tegenover de Buerkerck, waarvan Aert Otten van Renswoude eigenaar is, en een 'outeigen' van f 2,- op een huis van N. van de Water aan de Oude Graft, op de hoek van de St. Jacobssteech [Transportregisters Utrecht]. 1672/1673: Wolfert Vlieck, eerste echtgenoot van Cornelia van Stamme, was een broer van Rutger Vlieck. Boekhouder Rutger Vlieck lichtte zijn werkgever, de Wisselbank in Amsterdam, voor zo n gulden op, een enorm bedrag in die tijd. De fraude kwam aan het licht in het rampjaar 1672, toen door de klanten veel geld opgenomen werd en de bank liquiditeitszorgen kreeg. Vlieck bleek sinds 1657 op grote schaal malitieuse affschrijvingen te hebben gedaan. Vlieck bekende op 18 april 1673 zonder dralen zijn misdaden. Hij werd ter dood veroordeeld en met een zwaard werd zijn hoofd afgehakt. Al zijn goederen werden geconfisqueerd. en de boedel werd failliet verklaard. Zijn zoon werd twee weken na de executie van zijn vader begraven (pleegde hij zelfmoord?). Wolffert, de broer van Rutger Vlieck, woonde sindsdien in Wijk bij Duurstede, een vrijplaats voor schuldenaren. De schande voor de familie was groot: zij ging voortaan Boelens heten, naar de familienaam van Vliecks vrouw [Website stadsarchief Amsterdam, Meesterfraudeur Rutger Vlieck] : Wolphert Vlieck ende Cornelia Willems van Stam, hij sieckelijck te bedde leggende en zij gezond, maken een testament. Hij legateert aan zijn huisvrouw 'alle het linnen ende wollen 'tgene hem toebehoort ende hij metter doot (bij voor afflivicheijt) sal comen achter te laten, item een paer paindanten in yder sestien diamant steentjes, een chiaerus goude kettingh, een goude penninck daer op staet den Coninck van Polen en Prusse etc. item een uts daer op staet Sigus: rex Pol: et Sue: ende een Zilvere penninck daer op staet pax cum Justitia etc. ende noch een uts daerop staet Principium Dulce est Sed: etc. Ende noch uyt sijne gereetste goederen, de somme van drie duijsent Ca: guldens eens'. Verder legateert hij aan zijn zoons Johannes, Carel en Hendrick Vlieck. Zijn zoons zijn ook universele erfgenamen van zijn goederen 'soo wel in Hollant, Dansijck als andere Coninckrijcken' [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.530] : Drost contra Georgius Bos gearresteerde. Hij heeft zijn mes getrokken en agressie gepleegd ten huize van Jan Teunisz van Noort inde Veertigh Garden. Zijn advocaat vraagt uijt wat krachte den drost hem seer affronteuselijk heeft geapprechendeert ende in detentie geset met twee dienders vande Justitie. Hij is overgebracht van de detentie ten huize van Jan Teunisz van Oort omdat hij haer dickwijls dreijchde te aggresseren. Op komen Jan Joosten en Arris Hendricksz voor het gerecht en constitueren zich borg voor Georgius Bosch. Op Joachim Vervoorn, drost, contra Georgius Bosch en Johannes Tilborgh gearresteerden om te antwoorden op het verzoek van provisie. Ook Abraham van Son wordt geciteerd. Hij verklaart ten huize van de requirant gehoord te hebben dat Johannes Tilburgh seijde, dat Georgius Bosch hem 81
82 Tilburgh opde Borst had gestaen, en dat sijl[ieden] daer over malkanderen in't haijr hebben gegrepen. Voortgezet , , [Amerongen; Rol van lijfstraffelijke en boetstraffelijke zaken, inv.nr.120; transcriptie H.J. Postema] : De erven van Wolphert Vlieck verkopen aan Jacob van Cosen een huis en erf, tussen Herengracht en Keizersgracht aan de Nieuwe Binnen Amstel [Amsterdam Transportakten]. 1677: Georgius Bosch is eigenaar en bewoner van het huis en hofstede Lockhorst (later genoemd 't Wolvegat) aan de Langbroekerdijk in Overlangbroek. In 1707 staat Joffrouw Cornelia van Stam, de weduwe van Georgius Bosch als eigenaar aangegeven, in 1727 de kinderen en in 1731 Dina Bosch, getrouwd met Teunis Gijsberts Veldhuijsen [Van Schaik en Van Schaik (2008), Overlangbroek op de kaart gezet, p.112] Gezien de criminele eis van de schout contra Georgius Bosch, gedetineerde, met advies van rechtsgeleerden, condemneert hem omdat hij op zich verstout heeft openlijk op straat en met luider stem ten aanhoren van vele personen te zeggen dat de magistraat schelmen en fielen zijn en met ongedekt hoofd te verschijnen in de raadskamer tijdens een vergadering. Hij moet met luider stem God almachtig en de heren van de magistraat om vergiffenis bidden [Stadsgericht Wijk bij Duurstede, inv.nr.2] Georgius Bosch, gewezen procureur voor het Hof van Utrecht, heeft de magistraat groffelijk miszegd en is uitgebroken uit zijn gevangenis in de nacht van 28/29 juni. Hij wordt verbannen uit de stad [Stadsgericht Wijk bij Duurstede, inv.nr.2]. 1678: George Bosch ; belediging magistraat [Stadsgerecht Wijk bij Duurstede; Bijlage A; nadere toegang 5-7] : Georgius Bosch, voor zichzelf en voor zijn zuster Richarda Bosch, nagelaten kinderen van Maria Jans, de enige en universele erfgenaam van Jan Aertss Beijman, haar vader, machtigt Carell Martens, raet ter admiraliteyt te Rotterdam, tot het innen van rente op obligatie ten laste van stad Rotterdam en op obligaties ten laste van de stad Gouda [ONA Utrecht, not. H. Vyandt, inv.nr. U78a3, aktenr.33] : Georgius Bosch benoemt Cornelis de Wijs en David van den Berch, advocaten voor het hof van Utrecht, tot arbiters inzake een geschil met Gijsbert van Nyenrode, zijn zwager, over de boedel van Evert Bosch en zijn vrouw, zijn overleden ouders [ONA Utrecht, not. De Cruyff, inv.nr.u87a1, aktenr.139]. 1684/1695: Georgius Bosch wordt in 1684 door de Hoofd Officier der stad Wijk verbannen uit de stad en vrijheid van Wijk wegens zijn praktijken als procureur bij het gerecht aldaar. Hij wordt ook als procureur afgezet door het gerecht Amerongen en Zuilenstein [SAKRUH Stadsarchief Wijk bij Duurstede 51-K; Oud Bestuursarchief Amerongen nr.1, ; Van Schaik en Van Schaik (2008), Overlangbroek op de kaart gezet]. 1685: G. Bosch is eigenaar van 8 morgen te Nederlangbroek voorheen in eigendom van Hendrik Valkenaar te Rhenen. Ook is Sr. Bosch eigenaar van 3 morgen in 4 morgen aldaar, voorheen in bezit van Cornelis Hermense [HUA; Manualen van de ontvangst van het oudschildgeld; Nederkwartier nr.1679]. 1692: Georgius Bosch weet in 1692 het huis Lokhorst te Overlangbroek, waar hij woonde, te nauwer nood uit een executieveiling te redden [Van Schaik en Van Schaik (2008), Overlangbroek op de kaart gezet, p.87] : t Gerecht geleth hebbende opde langhdurende ende trainerende maniere van procederen waermede Georgius Bosch de parthen en sijne meesters. Hij krijgt verbod om als procureur op te treden [Gerechtsbestuur Amerongen, inv.nr.1; transcr. H.J. Postema] : Georgius Bosch gedraagt zich niet goed. Hij heeft onlangs nog weer een request aan het Hof van Utrecht gebracht over de drossaard. Waer bij nogh accedeert dat hij nergens anders toe dient, als om processen te smeden en de lieden vele kosten te maken, soo met v[er]teringen als het practiseren van nodelose differenten ende dat de Geregten sijne Dronckenschap vloecken, sweren en lieber en irreverent spreecken genoeghsaem bekent was. Dat hem oock om dese en andere redenen de regtbanck tot Amerongen was ontseijt. De bode moet hem aanzeggen dat hij zich van het postuleren voor dese Banck sal hebben te onthouden en ook zijn schriftelijke verzoeken zullen niet meer behandeld worden. [Leersum; inv.nr.2473; transcriptie Postema]. 82
83 : Georgius Bosch, gewesene procureur 's hoofs van Utrecht, zoon van wijlen Evert Bosch en Maria Bosch, verklaart verkocht te hebben en draagt over aan Carel Martens, out raet ter admiraliteyt tot Rotterdam, een obligatie van pond ten laste van gemene middelen over Dordrecht, een obligatie van pond ten laste van generale middelen van Utrecht, en een obligatie van 200 gulden ten laste van gemene landsmiddelen van Gouda (zie aggregaties door gecommitteerde raden van Holland, door gedeputeerden 's lands van Utrecht en door gecommitteerde raden van Holland). Hiermee wordt het resterende kapitaal van 1500 gulden voldaan, wegens de obligatie van 5000 gulden, van van zijn overleden moeder en Johannes Bosch, zijn overleden broeder, aan Martens. [ONA Utrecht, not. H. Vyandt, inv.nr. U78a7, aktenr. 20] : Georgius Bosch en Cornelia van Stam krijgen octrooi om te testeren [Octrooiregister Hof van Utrecht]. 1703: Cornelia van Stam wed. Georgius Bos ; mr. Gerbrand Schagen [Stadsgerecht Wijk bij Duurstede; Bijlage D; nadere toegang 40] : Rapport gedaen bij de heeren Loten en 5 andere heeren commissarissen, als dat inspectie hadden genomen op de Wijckerwech, alwaer de wedue Georgius Bosch versocht twee boompjes te mogen worden geamoveert, om met een hordigje op 10 haer lant te komen rijden; is haer versoeck bij provisie tot wederseggens toe, geaccordeert [Stadsbestuur Wijk bij Duurstede; inv.nr.51p fol.192v; transcriptie D. van Hillegondsberg] : De erven van Georgius Bosch en Cornelia van Stam, te weten Johannes Bosch, Johanna Magdalena Bosch, wed. van Paulus van Wyck, Aert Jacobsz Mandersloot, getrouwd met Sara Bosch, Digna Bosch en Henricus Bosch, sluiten een accoord over de verdeling van goederen uit de nalatenschap van Georgius Bosch en Cornelia van Stam. De comparanten zijn ook erfgenamen van hun zuster Maria Everarda Bosch, in leven gehuwd met Aert Harmensz van Kuylenborg. De comparanten genieten uit de boedel elk 1400 gulden, zoveel als ook Johannes Bosch genoten heeft. [ONA Utecht, not. J. van den Doorslag, inv.nr. U139a12, aktenr. 9] Arien Dircksen van Nieuwendaal, geboren te Overlangbroek, herbergier, bakker, ondertrouwt te Wijk bij Duurstede op 7 oktober 1678, trouwt te Cothen op 17 november 1678 met 495. Cunera Wouters, dr. van Wouter Petersen en Cornelisje Corsse, gedoopt te Amerongen op 27 augustus : De kerkenraad 'is verstaen dat zeker gebot tusschen Arien Dircksen geboortich van Overlangbroeck en Kuijntie Wouters geboortigh van Amerongen gestuijt was van zeker Neeltie Gijsberts woonende onder capel van Derthuijsen en sijn partijen daer op binnen geroepen. Eerst Neeltie Gijsberts en is haer afgevraegt wat reden sij hadde om het gebot tusschen voorseijde persoonen op te houden. Heeft daer op geantwoort dat hij Arien Dirksen haer hadde belooft te trouwen. Hebbende daerop de duijvel lijf en ziel gegeven om sijn belofte te volbrengen. Ende heeft op die belofte haer vleeselijck bekent en een ontijdige vrucht gebaert en heeft sij Neeltie Gijberts verclaert met niemant anders vleeselijcke converzatie gehadt te hebben als met Arien Dirksen wiens gebooden sij geschorset hadde, hebbende trouw van hem met woorden hoewel niet konde doen blijcken met eenigh uijt wendige giffe tot versterckinge. Dit aengehoort sijnde is Arien Dirksen alles voorgehouden en heeft op het eerste van Neeltie Gijsberts voorgewent dat hij haer hadde belooft te trouwen gesegt dat het niet waer was. Op het tweede ad idem. Wel was waer bij haer gelegen te hebben ende haer bekent maer geen belofte gedaen te hebben met eede. Heeft daer op de vergaderinge geresolveert haer met den anderen te confronteeren coram collegio en beijde binnen sijnde geroepen en gehoort persisteert Arien Dirksen bij sijn voorgaende antwoort in het eene als in het andere en Neeltie persisteert met groote protestatie dat recht en waer is in conscientie dat sij de vergaderinge heeft voorgedragen willende het op haer gewisse neemen alles soo in waerheijt gepasseert te sijn. De eerweerdige vergaderinge dit gehoort hebbende pro en contra heeft naer rijpe deliberatie partijen gerenvoijeert aen den politijkcken rechter tot dat den anderen sullen verstaen hebben ende dat onderwijlen de gebooden sullen gesurcheert werden tot 83
84 naerder bescheijt en is alsoo dit partijen aengesegt sijnde de vergaderinge met den gebeden geeijndicht. heeft dominus Nottelman op een andere vergaderinge van deese handelinge openinge gedaen ende de vergaderinge bekent gemaeckt, dat Neeltie Gijsberts desisteerde van haer pretensie op Arien Dircksen en dat sij gedulde en toestont dat voornoemde Arien sich met Cuijntie Wouters voorschreven in den echten staet mochte begeven' [Kerkenraadsnotulen Wijk bij Duurstede] : Hendrick Versteegh verhuurt aan Adriaen Dircxen van Nieuwendael een huis buiten de stad aan de Steenstraat, eerst bewoond door Robbert van Vogelpoel [ONA Wijk bij Duurstede, not. Van Sandick inv.nr.2501 fol.90] : Arnold van Ossenberg verhuurt aan Adriaen Dircks van Nijendaell een huijsinge en hofstadt gelegen in Overlangbroek aan de Steenebrugh met den bongaert en landerijen daerachter, groot omtrent 8 morgen, voor den duur van zes jaar voor het huis ingaande 1 mei 1682 en voor het land petri 1682, jaarlijks om 130 gulden. [Dit was een huis, herberg, resp. bakkerij genaamd Snellensteijn, strekkende van de Langbroekerwetering langs de Wijckerweg tot in de Goijerwetering]. De partijen beëindigen de pacht in [SAKRUH, Not Wijk bij Duursteden nr.2502; Van Schaik en Van Schaik (2008), Overlangbroek op de kaart gezet, p.209] Goossen Geurts van Leeuwen, zn. van Geurt Claassen van Leeuwen en Cornelisje Goossens van den Treeck, gedoopt te Barneveld op 23 november 1693, kuiper, begraven te Veenendaal op 6 juni 1742, trouwt (2) te Amersfoort op 16 november 1728 met Lijsbeth Sterking, trouwt (1) te Veenendaal op 2 januari 1718 met 497. Johanna Hendricks Slock, dr. van Hendrik Everts Slock en Elisabeth Sanders Stip, gedoopt te Veenendaal op 28 maart 1692, overleden voor 26 mei : Inventaris door Goosen van Leeuwen, weduwnaar en boedelhouder van Johanna Slok. Er zijn geen huwelijkse voorwaarden. Er zijn vier kinderen, te weten Henrick, Geurt, Claes en Evert. Aan ongerede goederen zijn er een huis en hof in Veenendaal aan de Gelderse zijde 'door den inventarisant bewoont en gebruijkt wordende' en 'de Erffenisse en versterfenisse van de Inventarisants schoonmoeder ende kinderen grootmoeder Lijsbeth Stip, welke Henrick Slok alsnog in lijfrecht besit'. Aan gereden goederen: 3 tinnen schotels, 2 tinnen trekpotten, 2 zoutvaten, 1 tinnen hem[ ], 1 tinnen beker, 1 mosterdpot, 1 tinnen kan, 1 tinnen peperdoos, 8 tinnen lepels, een koperen koffiekan, 2 koperen schaaltjes met een balans, 1 vierdel koperen gewicht, 3 koperen keteltjes, 2 koperen koffieketels, 1 koperen lamp, 2 koperen rijven, 1 koperen oliebrom, 2 blikken oliemaetjes, 2 blikken blakers, 1 blikken trechter, 2 blikken theebusjes, 1 blik. Aan ijzerwerk is er 1 plaat, 1 klein plaatje, 1 haardijzer, 1 haal, 1 ketting, 1 rooster, 1 tang, koekepan, hangijzer, 1 asschep, 1 blaaspijp, 1 ijzer haakje, 2 luchters, 1 strijkijzer, 2 ijzeren potten, 2 gordijnsroeijers. Aan aardewerk 3 de [ ] aarden [ ] op de kast, 10 grote schotels, 11 kleine schoteltjes, een oliekannetje, 17 bonte borden, 7 witte borden, 6 grove theeschoteltjes en kopjes, 18 fijne theekopjes, 6 fijne theeschoteltjes, 2 fijne spoelkommen, een fijn suikerschoteltje, een trekpotje, een klein stelseltje op een theerackje, rode potten, schotels en borden. Aan allerhande huisraad is er een bed met toebehoren dat aan de inventarisant wordt gelaten, een eiken kast, een tafel, een theetafel, 1 leuningstoel, 13 stoelen, 1 stoof, 2 schotelrekken, 1 mantelstok, 1 naaidoosje, een lepelhuisje, 1 spiegeltje, een theeblaadje, 1 kleerborstel, 2 schilderijtjes, 2 groene gordijnen met een valletje, een groen schoorsteenkleed, een salaer emmer, 1 water emmer, een wastobbe, 1 wieg, 1 wiel. Aan kuipersgereedschap zijn er 55 ijzeren hoepel, 4 snijmessen, 2 treckmessen, 3 dezelfde, 4 houwelen, 3 kroolen, 2 schaven, 2 strijkbanken, 1 gerftschaafje, 4 boren, 2 holmessen, 2 kloofmessen, een klooftleer met een hamer, 3 vuurijzers, 2 zaagjes, 1 passer en vijl, 7 blaeijen duijms wageschot, 1½ blat 5 quartiers wageschot, 27 hamburger duigen, nog enige kwijpers hout, 5 en 16 voets bosse hoepels, 74 krutjes hoepels. Aan linnen en wol van de overledene zijn er 'een swarte ras de marocke rock, met swarte sijde gevoldert', een zwarte rasdemarokke tabbert, een zwarte zijden rock, een gekleurde rasdemarokke rock, een gekleurde damasten rock, een zwarte stoffen rock, enige kappen rasdemarok, 'een calemincke corchet', een caleminke stiklijf, een paar zwarte zijden handschoenen, een paar zwarte wollen dito, 2 paar zeemsleren handschoenen, een 84
85 kort zwart zijde schorteldoek, 2 zwarte zijden kappen, een zwarte zijden lap, een zwarte borst, een waeijer, een zilver lignet, een zilveren schaartje, 6 kuijffmutsen, 2 neteldoeken kapjes, 2 witte schorteldoeken en een bonte, 5 feijteltjes, 10 halsneusdoeken, een gestikte borst, 8 paar mouwen, 6 neersten, een paar handschoenen, 29 trekmutsen. In de luirmand is een sitse doek, een cergie de dame leuijer, 2 zwachtels, 5 borsthemdjes, 9 bovenmutsjes, 6 mutsen en flappen, een borstrokje, een paar handschoentjes, een speldekussen. Aan gemeene huisluren zijn er 6 slaaplaken, 6 slopen, 5 tafellakens, 11 servetten. Verder zijn er 20 gld aan inkomende schulden en gulden aan uitgaande schulden (o.a. aan Henrick Slock, aan timmerman Verburg, aan de metselaar, aan Henrick Ketelaer tot Rotterdam, aan winkelwaren tot Amersfoort en aan Otto Goosens tot Ede). De magescheid wordt gemaakt tussen Goossen van Leeuwen, weduwnaar van Johanna Slock, ter eenre, en Henrick Slock en Otto Goossens, als bestevader en oom van de onmondinge kinderen, ter andere zijde, in presentie van twee onpartijdige naburen, Dirk Cornelissen Clomp en Arrien Gaesbeek [ORA Veluwe en Veluwezoom; Inventarissen onmondigen, nr.493, nr.78, fol.493] Cornelis Verkuil (?), buurmeester te Eck en Wiel van 1742 tot 1743, trouwt (1) met Johanna van Kerkhoven, overleden voor 27 januari 1732, trouwt (2) te Eck en Wiel op 27 januari 1732 met Catharina van Tinteren, trouwt (3) te Ommeren op 5 april 1733 met Aletta van Ommeren, j.d. van Ommeren Symen Hendriks Verhoef, zn. van Hendrik Sijmons Verhoef en Geertruij Turen, gedoopt te Veenendaal op 13 januari 1709, wolkammersknecht, belijdenis te Veenendaal op 23 maart 1736, trouwt met 501. Neeltje Melissen, dr. van Melis Teunisse, lidmaat te Ede op 10 mei 1725, met attestatie van Ede naar Veenendaal in : Sijmen Verhoeff, wolkammersknecht, getrouwd met Neeltje Melissen, 2 kinderen boven de 10, 2 kinderen onder de 10, 1 inwoonder [Bevolking Veenendaal] Aalbert Jans van Wakeren, zn. van Jan Otten van Wakeren en Johanna Aelten, gedoopt te Veenendaal op 20 januari 1684, overleden voor 1747, trouwt te Veenendaal op 1 april 1714 met 503. Dirkje Heij, dr. van Johannes Heij en Gijsbertje Hartgers : Dirkje Heij, weduwe, 2 kinderen [Bevolking Veenendaal ] Brand Maasse van Eden, zn. van Maas Dirksen van Ede en Neeltje Lamberts van Hardeveld, gedoopt te Veenendaal op 20 december 1696, molenaar op de Nieuwe Molen in Gelders Veenendaal, belijdenis te Veenendaal op 21 december 1736, kerkmeester te Veenendaal, veenraad tussen 1752 en 1764, trouwt te Veenendaal op 7 januari 1725 met 505. Jannetje Gerrits van Amerongen, dr. van Gerrit Gijsberts en Annetien Teunis Hardeveld, gedoopt te Veenendaal op 27 augustus 1693, overleden voor 13 juni 1776, ondertrouwt (1) te Veenendaal op 13 oktober 1715 met Peter Huyberts van Laar : Graf nr.8 in de kerk van Veenendaal, in bezit van Cornelis Hardeman, Marcelis Bos en Brant van Ede c.s, wordt overgeboekt op Hermen Willemse, Marcelis Bosch, Teunis van der Wis en Harmen Hardeman : Graf nr.5 in de kerk van Veenendaal, voorheen op naam van Huijbert Peterse molenaer, wordt verboekt op Brant van Ede. Ook wordt graf nr.37, eerder van Tijs Thonissen van Hardevelt, op zijn naam gesteld. Op wordt ook graf nr.47 op zijn naam gezet : Monsr. Lammert van Ede, wonende te Amsterdam, machtigt zijn broers Brand en Anthonij van Ede, wonende in Veenendaal, om uit zijn naam, als mede-erfgenaam van zijn broer Dirck Maase van Ede, alhier overleden, op te treden bij de scheiding en deling van diens goederen 85
86 [ONA Veenendaal, not. Jan Smith, inv.nr.2201, akte 37] : Magescheid tussen Lijsebeth van Laar, Jan Vollewensch en Anna van Laar, Gerarda van Laar, kinderen uit het eerste huwelijk van Jantje van Amerongen en Peter van Laar aan de ene kant, en Gijsbert van Ede en Gerarda Vollewensch, Neeltje van Ede, Maas van Ede en Jannigje van Dikkenburgh, Anthonij van Ede, kinderen uit het tweede huwelijk van Jantje van Amerongen en Brand van Ede aan de andere kant. Maas van Ede en Jannigje van Dikkenburgh krijgen huis, hof, schuur, berg, weide en tabaksland [Repertorium van de beleningen van het huis Scherpenzeel; 146, fol. 108] Cornelis Gerrits Vollewens, zn. van Gerrit Jansen Vollewens en Marretien Henricks van Kreel, gedoopt te Veenendaal op 28 augustus 1692, geërfde van de Veluwe in 1736, begraven te Veenendaal in september 1741, ondertrouwt te Veenendaal op 20 augustus 1719 met 507. Geertje Jans Klomp, wolkammersvrouw, winkelierster in kousen en mutsen, tabaksplantster. Geertje Jans Klomp is wellicht een dochter van Jan Cornelisse Clomp en Neeltje Stip. 1711: Cornelis Volwens, wonend in Stichts Veenendaal, betaalt gulden achterstallig haardstedegeld over , voor 2 haardsteden [OA Rhenen, inv.nr.425] : Cornelis Volwens en Geertruijd Jans, wonende in Veenendaal, maken een testament ten gunste van de langstlevende. Op lijftochten zij elkaar en laten zij weten dat de momberstelling van gehandhaafd blijft en alle andere testamenten vervallen [RA Veenendaal] : Graf nr.39 in de kerk van Veenendaal, voorheen van de kinderen en weduwe van mr. Jan Garritse Volwens, wordt overgeboekt op meester Corneelis Gerritse Volwens : 5 morgen worden overgezet van domheer Anthonij van Wijk op Cornelis Volwens en Geertje Jans, die de eigendom hebben verkregen volgens een transport van Ook wordt op hen overgezet 4 morgen en 3 quartier, gekocht op [Legger der Morgentalen 1722, fol 58v/110] : Akte van seclusie van de weeskamer dd Cornelis Volwensch x Geertruijd Jansen, won. Veenendaal, nomineren de langstlevende [Weeskamerarchief Rhenen; inv.nr.11] : Geertien Jans, weduwe van Cornelis Volwens, wolkammersvrouw, heeft een winkel van kousen, mutsen, etc, 7 kinderen ouder dan 10, 1 kind jonger dan 10 [Bevolking Veenendaal ]. 1750: De weduwe van Cornelis Vollewens is met 4100 pond één van de grootste tabaksplanters in Stichts Veenendaal (in totaal wordt daar pond verbouwd) [D.v.Manen, Aanzienlijk vlek in t Stichtse, 2001] Evert de Ruijter, zn. van Rijk Jans de Ruijter en Jannetje Everts Bosch, gedoopt te Veenendaal op 31 januari 1686, kerkmeester te Veenendaal tussen 1718 en 1730, veenraad in 1734, geërfde van de Veluwe in 1736, overleden voor 1747, trouwt te Veenendaal op 12 maart 1719 met 509. Anna Maria van Langeveld, dr. van Jan Claesz van Langeveld en Maria Jacobs van Holten, gedoopt te Veenendaal op 14 februari 1697, wolspinster : Verboekt op Evert de Ruijter wordt 3,5 morgen. Voorheen was dit in het bezit van zijn vader Rijck Jans, zoon van Jan Gerritsz, in plaats van Daam Gerrits. Idem: Rijck Jans 4 morgen op zijn zoon Evert de Ruijter [Legger Morgenthalen nr. 40 nr. 62] : Cornelis van Langevelt, jonckman, transporteert aan Evert de Ruijter en Anna Maria van Langevelt twee starten wei of veenland gelegen in Veenendaal in de Middelbuurt in 't goed van Langevelt, voor de som van 350 gld [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.12 (Veenendaal)]. 86
87 : Graf nr. 13 in de kerk van Veenendaal, voorheen in bezit van Jan van Langevelt, wordt verboekt op Everd de Ruijter en Cornelis van Langeveld, ieder voor de helft : Geertgen Janssen, weduwe van Brant Cornelissen, geassisteerd met haar zoon Jan Brantsen, Jan Brantsen als man en momber van Jantjen Teunissen, zich sterk makend voor Reijer Cornelis en Jacob Brantsen, item Henrick Brantsen voor zich zelf en zich sterk makend voor de anderen, hebben verkocht aan Evert de Ruijter en Anna Maria van Langevelt een vierde part van een erf en goed in de Middelbuurt, genaamd den Banepol, voor 1000 gld. Op dezelfde dag stellen Evert de Ruijter en Anna Maria van Langevelt hun huis, hof, schuur en bijbehorende bouw-, wei-, hooi- en veenlanden, groot 14 morgen, genaamd den Banepol en grote Vendel, plus nog twee stukken wei- of veenland, groot ruim 6 morgen in het goed van Langeveld, tot onderpand van een lening van 5000 gld bij Baron Torck en vrouwe Petronella van Hoorn [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.60v (Veenendaal)] Rutger Stevens van Ede, zn. van Steven Teunissen van Ede en Judith Rutgers, wonend aan de oostzijde van de kerkstraat te Veenendaal, overleden voor 1724, trouwt voor 1698 met 511. Otje Otten : Rutger Stevensz van Ede en Otjen Otten, echtelieden, wonende in Stichts Veenendaal in de Kerckstraat, hij een weinig ziekelijk, zij gezond, maken een testament op de langstlevende [ONA Veenendaal, not. Bouwmeister] : Hermannus Holtrop contra Rutger Stevensen. Om betaling van 37 gld 16 st ter goeder reekeninge, heercomende van verschite penn. verdient salaris ende vacatien vermogens specifque aenteijkeninge van den aenlr verdient en verschoten in sacke van de verwr. tegens Willem Reijersen op Buterschoten in den voorleden jaere tot den 12. Febr Rutger Stevens eist deze kosten van Willem Reijersen [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.208 fol.5] : Rutger Stevensen contra Willem Reijersen. De aanlegger wil de kosten van Hermannus Holtrop op de verweerder verhalen. Tussen de aanlegger en verweerder was een dispuut ontstaan over de verdeling van het goed Bitterschoten dat de aanlegger nom. uxoris is afgedeeld [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.208 fol.31] : Tomas van Dulcken, weduwnaar van Dirkje Dircks Boumans, als vader en voogd van Maria van Dulcken, zijn enige dochter, nevens Dirck Jansz als oom en bloedvoogd van die dochter, mitsgaders Rutger Stevensz van Ede als neef van die dochter, maken een boedelscheiding [ONA Leersum; not. Simon de Moij]. 1705: Aan de oostzijde van de Kerkstraet woont Rutger Stevensz (in de marge: doot) en sijn vr: Otjen Otten en de soon (1719) Steven Rutgersz en de knegt Aalbert Gijsberts (vertrokken 1709) [Lidmatenregister Veenendaal] : Rutger Stevensen van Ede en Otjen Otten, wonende in Veenendaal, hij ziek te bed liggend en zij gezond van lichaam, herroepen eerdere testamenten, behalve de akte van seclusie van de magistraat en weeskamer van Rhenen van voor notaris Bouwmeister, en maken een testament op de langstlevende. Als beiden gestorven zullen zijn komt aan hun oudste zoon Steven hun huis en erf, tegenwoordig door de comparanten bewoond, mits hij zijn andere broers en zusters uitkeert de penningen waarvoor het gekocht is. Als iemand van hun kinderen de leeftijd van 16 jaar nog niet bereikt zal hebben zal die uit de gemene boedel onderhouden moeten worden [ONA Veenendaal, not. Elias Verschuur, inv.nr. 2195, akte 29] : Willem Cornelissen Clomp wedn. van Elsjen Wouters, Oloff Verhoeff en Neeltjen Clomp echteluijden, en Wouter Clomp wedn. van Jacobjen van Stuijvenberg verkopen aan Otjen van Ede, weduwe van Rut Stevensen van Ede, 2 morgen wei of veenland [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.40 (Veenendaal)]. Jan Derkse van Laer en Rutger Stevense van Ede betalen voor graf nr.53 in de kerk van Veenendaal. 87
88 : Otje Otten, weduwe van Rutger Stevens van Ede, doet peinden de goederen van Cornelis Janssen van Creel, wegens 50 gld achterstallige rente over een kapitaal van 500 gld [ORA Veluwe en Veluwezoom; Protocol van opdrachten en verbanden Veenendaal; inv.nr. 831 fol.2]. Generatie X 516. Anthonis Jansen van Ochten, j.m. van Ochten, belijdenis te Ravenswaaij in 1694, ondertrouwt te Kesteren op 8 februari 1685, trouwt te Ochten op 8 maart 1685 met 517. Emmigje Hermens van Bueren, dr. van Herman Adriaens van Bueren en Maijcken Anthonis, gedoopt te Rijswijk op 16 juni : Thonis Jansen, j.m. van Ochten, wonend tot Ochten, met Emmechie Hermans, j.d. van Rijswijck, wonend tot Kesteren, dochter van Harmen Arisen van Buren. Getrouwd 8 maart [Trouwboek Kesteren] Cornelis Willemsz, zn. van Willem Claesz en Guertje Cornelis, gedoopt te Bergen op 15 oktober 1656, overleden voor 14 mei 1711, trouwt te Bergen op 20 april 1687 met 519. Elsje Lammers, j.d. van Schoorl (woonachtigh tot Bergen), trouwt (2) te Bergen op 14 mei 1711 met Cornelis Wilemsz (Buijck?), j.m. van Koedijk Willem Pietersz Kunst, zn. van Pieter Willemsz Kunst, gedoopt te Langedijk op 1 april 1654, trouwt met 531. Neeltje Adriaens Michiel Cornelisz Glasekas, zn. van Cornelis Dircksz Glasekas, j.m. van Alkmaar, overleden voor 10 augustus 1712, ondertrouwt te Koedijk op 12 april 1671, trouwt te Alkmaar met 545. Aeltje Jacobs, j.d. van Koedijk : Trijntje Cornelis Glasecas linnen neijster in het weeshuis, ziek en onpasselijk, maakt een testament. Zij prelegateert aan haar zuster Annitie Cornelis Glasecas het kastje en de huisraad van haar woonplaats en aan haar broeder Drick Cornelis Glasecas de gouden [ ] 'daer het agaet steentje in staet' en de tas met zilverwerk. Zij institueert in haar andere goederen Annitge, Michiel, Dirck en Pieter Corneliss Glasecas, elk in een vierde part [ONA Alkmaar; not. Hertogh; inv.nr.334 akte 83] : Annetie Cornelis Glasekas, bejaarde dochter wonend alhier, ziek te bed liggend, maakt een testament. Zij legateert aan haar broeder Pieter Cornelisse Glasekas, tegenwoordig in Nederlands Oost Indië, twee huisjes in Alkmaar, de een op de Corte Nieuwsloot, de ander tegen het eerste huisje aan; hij mag de huisjes niet belasten of verkopen. Zij institueert tot haar universele erfgenaam Mighiel Cornelisse Glasekas, haar broeder, en bij diens overlijden zijn kind of kinderen. Zij stelt haar broeder Mighiel Cornelisse Glasekas en Nicolas van Steenhuijsen, haar goede bekende vrint, aan tot executeurs. In een clausule van 2 februari wordt vermeld dat zij prelegateert aan Jannetie Mighiels Glasekas de som van 100 gulden, evenals de beste kast met het porselein en de beste saij schort en rood laken. Zij legateert aan Claes Ariens, zoon van Arien Mi[ ] de som van 20 gulden met een zilveren lepel. Op verklaart zij dat het overschot van de huisjes aan het weeshuis zal komen en dat de kinderen van Hillegont Glasekas samen 50 gulden en de kinderen van Cornelis Glasekas ook 50 gulden zullen krijgen, om daarvoor iets te kopen tot haar gedachtenis. Aan Guertie Cornelis, huisvrouw van Cornelis Glasekas, legateert zij een gouden ring, evenals aan Hillegont Glasekas. Tot mede-executeur in plaats van Mighiel Glasekas zaliger worden zijn zoon Cornelis Glasekas en Pieter Claes van der Meulen benoemd [ONA Alkmaar, not. Van der Hoeve; inv.nr.433]. 88
89 556. Jacob Adriaens Oudes, schepen te Broek op Langedijk tussen 1695 en 1730, armmeester in 1701, president-schepen in 1708, weesmeester in 1711, kerkmeester tussen 1717 en : Cornelis Aerjansz Wagenmaker, nomine uxoris, verkoopt aan Jacob Adriaans Oudes, wonend te Broek, een akker groot 9 snees 17 rd 4 vt. Op verkoopt Pieter de Graaf, wonend te Zuid-Scharwoude, deze akker, genaamd de Gouden hoek, aan Gerrit Oudes voor 210 gulden [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.76] : Hendrik Jansz Dulcken als grootvader en Jacob Adriaansz Oudes treden op als voogden over de kinderen van Jacob Hendriksz Dulcken en Anna Willems [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.119] : De heer Jacob Colles verkoopt aan Jacob Adriaansz Oudes, regent te Broek, een weiland groot 2 geers 7 snees 6 rd 7/12 voet, genaamd Ou Ketels lant, voor gulden. Op verkoopt Jacob Adriaansz Oudes dit weiland aan IJf Slijkerman voor 170 gulden [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.76] : Jan Willemsz Winter voor hemzelf, Jacob Adriaansz Ouden en Jan Baartsz Groot, wonend alle tot Broek, als voogden over Maartjen Jans, dochter van de eerste comparant, verkopen een akkertje land [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6158] : Jan Albertsz, getrouwd met Lijsbeth Cornelis Zeijlemakers, Arjan Cornelisz Zeijlemaker en Albert Claes, allen te Koedijk, verkopen aan Jacob Adriaensz Oudes, president schepen in Broek op Langedijk, een stuk land van 5 snees 11 rd 10 vt, genaamd het Breetje, voor f [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.64] 558. Frederik Jansz Swaagh, zn. van Jan Fredericks Swaagh en Anna Wouters, gedoopt te Koedijk op 16 februari 1661, landbouwer, schepen te Zuid-Scharwoude tussen 1697 en 1700, ouderling tussen 1708 en 1716, regent te Zuid-Scharwoude in 1725, overleden voor 19 maart 1737, trouwt met 559. Aeltje Maijlis, dr. van Maijl Jacobsz, geboren te Zuid-Scharwoude, gedoopt te Oudkarspel op 19 november 1662, overleden voor 19 maart 1737, trouwt (1) met Pieter Eenigenburg : Vrederick Swaagh, mede regerend schepen alhier, verkoopt aan Michiel de Trompetter, koopman tot Alkmaar, een huis en erf binnen het dorp [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6158] : De diakenen en armvoogden hebben verkocht aan Vredrik Swaagh 'onsen mede regerent confrater' een huisje en erf alhier [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6158] : Fredrick Jansz Swaag en Aaltje Maylis maken een testament op de langstlevende [ONA Zuid-Scharwoude, not. van Twuijver; inv.nr.6576a] : Boedelscheiding van Fredrik Swaag en Aaltje Maijlis, volgens de erfgenamen onder de 5000 gulden. Jan Fredriksz Swaag in de Heer Hugowaart, Jan Jacobsz Oudes, wonend alhier, als in huwelijk hebbend Jantje Fredriks Swaag, Klaas Willems Houwen en IJff Heylemansz Dekker mede alhier als voogden over Pieter, Grietje en Maartje Cornelis, nagelaten minderjarige kinderen van Cornelis Pieters Enigenburg, mitsgaders Adriaan Adriaansz Ootjers en Ootjer Reyersz Outkarspel, beiden tot Noord Scharwoude, met Jan Fredriksz Swaag voogden over Maartje en Jantje Ootjers, nagelaten kinderen van zal. Niesje Pieters, de twee eerste comparanten kinderen en voorde helft erfgenamen van zalr. Fredrik Swaag, en wijders alle de comparanten als kinderen en kindskinderen, ieder voor een vierde portie erfgenamen van Aaltje Maylis alhier overleden. Fredrik Swaag en zijn vrouw hadden de boedel in gemeenschap bezeten en de erfgenamen hebben voor de gemene boedel verkocht het vee, de huisraad, boer en bouwgereedschap, het huis en erve met 5 snees 10 rd boomgaard en bouwland. Jan Fredriks Swaag, voor de helft van zijn vaders en voor een vierde van zijn moeders nalatenschap, krijgt
90 gulden en 6 stukken land onder Zuid Scharwoude, een akker onder Broek en twee stukken land onder Dirkshorn. Jan Jacobs Oudes, voor de helft van zijn vrouws vaders en voor een vierde van haar moeders nalatenschap, krijgt 450 gulden en 7 stukken land onder Zuid Scharwoude. De kinderen van Cornelis Pietersz Enigenburg, voor een vierde erfgenaam van hun grootmoeder, krijgen 175 gulden en een stuk land onder Koedijk, en de kinderen van Niesje Pieters krijgen, ook voor een vierde in hun grootmoeders nalatenschap, krijgen 175 gulden, 3 stukken land onder Zuid Scharwoude en een stuk land onder Noord Scharwoude [ONA Zuid-Scharwoude, not. van Twuijver; inv.nr.6578b] Cornelis Jacobsz Sijmon Dircksz, j.m. van Koedijk, trouwt te Koedijk op 15 november 1671 met 565. Aaf Cornelis, j.d. van Broek op Langedijk Theunis Dircksz Giet, zn. van Dirck Teunisz Giet en Anna Theunis, reder, begraven te Huisduinen op 10 november 1718, trouwt met 569. Anna Claes Korff, dr. van Claes Pietersz Korff en Gerbrig, overleden na 24 juli : Theunis Dirks Giet, Meijndert Dirksz Giet en Jacob Dirksz Giet broers, de laatstgenoemde uitlandig en door zijn broers vertegenwoordigd, verkopen een half huis [ORA Den Helder nr. 6733; P. Schager, It giet oan, Hollands Noorderkwartier, sept p.73]. 1702: Theunis Dircksz Giet wordt aangeslagen voor f 2 te betalen omdat hij op grond van zijn geloof geen wapens kon dragen [P. Schager, p.74] : Jacob Lambertsz Braam, Maartje Lamberts Braam en Anna Lamberts Braam gehuwd met Theunis Jansz Giet, kinderen en erfgenamen van Lambert Pietersz Braam, overleden tot Huisduinen en diens laatste vrouw Dieuwer Dirks Giet. Er bestaat een verschil van mening met een groep familileden over de erfenis. Deze tweede groep bestaat uit Pieter Aarjens Platevoet als in huwelijk gehad hebbende Guurtje Meijnards Giet, Jacob Gildjes gehuwd met Frederikje Frederiks, die weduwe was van Dirk Meijnards Giet en Dirk Theunisz Giet zich sterk makende voor z'n indispooste moeder Anna Claas, wed. v. Theunis Dirksz Giet [ORA Den Helder nr. 6685; P. Schager, p.76] : Teunis Dirksz Giet is bij zijn overlijden mede-vennoot, samen met Jacob en Cornelis Timmers, van de twijfelaar St. Lauris. De andere vennoten beginnen een proces tegen Anna Claas, zijn weduwe. Haar dochter Anna Teunis Giet wordt gehoord wegens indispositie van haar moeder [ORA Den Helder nr. 6687; P. Schager, p : Dirk Teunisz Giet, Claas Teunisz Giet en Anna Teunis Giet en de nagelaten kinderen van Gerbreg Teunis Giet, vertegenwoordigd door de oppervoogden Willem Zeeuw en Willem Tuijnzaad, kinderen en erfgenamen van Teunis Dirksz Giet en Anna Claas [ORA Den Helder nr. 6739] Jan Cornelisz Hovenier, zn. van Cornelis Jansz Adriaans en Marritgen Jans, geboren rond 1639, hovenier, schepen te Winkel, overleden tussen 1692 en 1695, trouwt met 585. Maartgen Cornelis : Maartje Cornelis, weduwe, ziek te bedde, wonend in 't oosteinde van Winkel, maakt een testament. Zij heeft vier kinderen: Cornelis, Claes, Maertien en Jan. Zij bepaalt dat Claes haar 'enterij met de plantagie daar op, groot omtrent 6 snees, gelegen aan de brijsloot te Winkel' zal genieten, ter compensatie van wat hij met zijn arbeid voor de gemene boedel gedaan heeft. Hij moet ook het jongste kind, Jan, tot zijn 22e jaar onderhouden [ONA 5591, not. Sijvert Schagen; Kwartierstaat Geus, jubileum cd-rom HNK] Jacob Cornelisz Langereis, schepen te Winkel van 1688 tot 1692, begraven te Winkel (impost, gulden) op 17 augustus
91 598. Baert Jansz Hartog, zn. van Jan Hartog en Maertje Aerians Jacob Klaasz Balder, zn. van Klaas Theeuwis Balder, overleden te Broek op Langedijk voor 10 januari 1721, trouwt met 601. Fijtje Bartelmies, turftonster, overleden te Broek op Langedijk voor 10 januari Aarjen Jansz Hillen, trouwt met 603. Trijn Claas : Pieter Cornelisz Blocker, voor zichzelf en als voogd van zijn voorkinderen bij Aef Cornelis, verkoopt aan Aerjan Jansz Hillen een zaadland groot 8 snees 9 roeden 4 voet, genaamd het Breetje. Op verkoopt Aerjan Jansz Hillen, wonend te Broek, deze akker aan Pieter jansz Werf voor f.254 [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.128] : Gerrit Jansz Backer, wonend op de Zijdwint, in huwelijk hebbend Mien Jans, verkoopt aan Aerjan Jansz Hillen, wonend te Broek, de helft in een stuk zaadland genaamd de Kreng, gelegen in letter B nr.47. Ook verkopen zij hem een vierde part in een stuk zaadland groot 4½ snees, met de koper gemeen, gelegen in letter B nr.23. Op verkoopt Arjan Jansz Hillen het eerste perceel aan Allert Jacobz Kaas, op verkoopt hij IJf Heijleman het tweede perceel [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.99, 105] : Claas Jacobsz Boldewijn, getrouwd met Neel Allerts uit Koedijk, verkoopt aan Aerjan Hillen een westend akker zaadland groot 8 snees 6 roed 1 voet, genaamd Gravenacker. Op verkoopt Pieter Aarjens Hillen deze akker aan zijn moeder Trijn Claas [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.334] Jan Willemsz Slot, diaken te Broek op Langedijk in 1709, overleden voor 27 juli 1736, trouwt met 605. Maartje Simons Braak, dr. van Simon Adriaans Braak en Aaltje Jans, overleden voor 27 juli : Gerrit Admiraal en Jan Willems Slot treden op als voogden over de kinderen van Cornelis Willems Engels [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.170] Jan Jacobsz Kaar, overleden voor 1733, trouwt met 607. Bregtje Bartelmies. 1733: Jan Kaars weduwe ½ huis, 12 gulden; Hendrik Ridder d'ander ½, 14 gulden [Verponding Broek op Langedijk 1733] : Bregtje Bartelmies testeert als weduwe voor schepenen te Broek op Langedijk [ORA 6193] Dirk Gerrits Kerkmeer, begraven te Oudkarspel op 11 september : Dirk Gerritsz Kerkmeer en zijn zoon Jacob Dirksz Kerkmeer, wonend in de Kerkmeer onder Oudcarspel, verklaren dat zij een contract van gemeenschap en maatschappij waren aangegaan, op voor wijlen Gerrit Warmenhuijzen als secretaris van Oudcarspel gepasseerd, maar dat de eerste comparant 'door zijn hooge jaren en verval van kragten tot die maatschappij en den dienst en arbeyt daartoe en tot directie en hanthavinge der gemene goederen vereyscht werdende, niets van importantie konde contribueren' en dat zij daarom op
92 de maatschappij hebben gedissolveerd. Jacob Kerkmeer zal zijn vader onderhouden en zal daarvoor krijgen, naast het rendement van de goederen, jaarlijks 50 gulden. Beiden tekenen met een kruisje [ONA Zuid-Scharwoude, not. van Twuijver; inv.nr.6578b] 614. Pieter Cornelisz Blokker, wonend in de Speketer, ondertrouwt (2) te Oudkarspel op 21 januari 1703, trouwt te Oudkarspel met Antje Cornelis, j.d. van Broek op Langedijk, trouwt (1) met 615. Aefje Cornelis Joppes (?) : Gerrit Pietersz, regent te Koedijk, verkoopt aan Pieter Cornelisz Blocker te Broek een akker zaadland genaamd 't Breetje. Op verkoopt hij dit door, voor zichzelf en als voogd van zijn voorkinderen bij Aef Cornelis, aan Aerjan Jansz Hillen [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.128] Jan Jansz Bouwens, schepen te Zuid-Scharwoude tussen 1699 en 1702, overleden voor 1733, trouwt met 625. Anna Jans : De voogden over de kinderen van Cornelis Garbrantsz aen de Langereijs verkopen aan Jan Jansz Bouwens, te Zuid Scharwoude, een end akker groot 5 snees 13 rd 3 vt. Op verkoopt Jan Cornelis Oomkes als man van Anna Claes, te Koedijk, aan Jan Jansz Bouwens een westend akker zaadland, groot 7 snees 11 vt 6 duim [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.82] : Cornelis Teunisz Kopper, onze buurman, heeft verkocht aan Jan Jansz Bouwens, regent schepen alhier, een huis en erf in het dorp [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6158] : Jan Jansz Bouwens, oud regent alhier, heeft verkocht aan Barent Barents Linnenwerker te Zuid-Scharwoude, een voorent en keuken met zijn voorerfje benevens de straat voor 75 gulden [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6158] : Jan Bouwens en Anna Jans, wonend te Zuid Scharwoude, maken een testament op de langstlevende. Zij stellen Jannetie Jans en Jan Jansz hun twee kinderen in eigendom van alle goederen. Hij tekent 'Jan Jansen Bouwens', zij 'Anne Jans' [ONA Alkmaar; not. Heijmens; inv.nr. 447 akte 16]. 1733: Jan Jansz Bouwens weduw, f 20 [Verponding Zuid-Scharwoude 1733] : In een akkoord van Klaas Huijbertsz Twisk, weduwnaar van Jantje Jans Bouwens, met Claas Jacobsz Huijsman, enige zoon van Jantje Jans Bouwens, wordt melding gemaakt van een testament van Jan Bouwens en Anna Jans, de ouders van Jantje Bouwens, verleden voor notaris Theodorus van Heymenberg te Alkmaar op Om verdere verwijdering en kostbare processen te voorkomen wordt afgesproken dat Klaas Huijsman verschillende goederen zal krijgen, waaronder een obligatie van 400 gulden ten laste van zijn oom Jan Jansz Bouwens [ONA Zuid-Scharwoude, inv.nr.6579] Cornelis Hendricks Leeuwen, geboren rond 1657, regent te Zuid-Scharwoude voor 1724, kerkmeester te Zuid-Scharwoude in 1728, trouwt met 629. Grietje Aalberts, dr. van Aalbert N.N. en Sijbrig Jans, overleden voor 10 mei : Trijn Adriaans, weduwe van Jan Aalbertsz, voor haarzelf en als moeder en voogdesse van haar kinderen, met Adriaan Gorter haar voogd, mitsgaders Cornelis Henriksz Leeuwen als getrouwd met Grietje Aalberts, hebben verkocht aan Jan Adriaansz Veerman een oost endt van een acker zaadtlant, alhier in de Coogh, groot 2 snees 16 rd 2 voet [ORA Zuid Scharwoude, inv.nr. 6158] : Adriaan Gorter en Adriaan Oversloot, als voogden van de kinderen van Jan Meijlisz,overleden te Zuid-Scharwoude, verkopen aan Cornelis Hendriksz Leeuwen, mede wonend alhier, de helft in een akker land in de Coogh in onze banne [ORA Zuid Scharwoude, 92
93 inv.nr. 6158] : Cornelis Hendriksz Leeuwen, oud-regent, voor de helft, Hendrik Leeuwen voor 1/8, Jan Jansz Ettes, in huwelijk hebbende Maartjen Cornelis Leeuwen, voor de 1/8 en verder gezamenlijk de rato caverende voor Cornelis Jansz Bijl, in huwelijk hebbende Sijberg Cornelis Leeuwen, voor 1/8 part, te zamen 7/8 parten, verkopen aan hun broer Albert Cornelisz Leeuwen (koper heeft de resterende 1/8 part) een huis en erf gelegen over de Westburgsloot bij de Schagensloot. Belend Claas Smit ten Z. en W, de Schagensloot ten N. en de Voorburgsloot ten O. voor f.227:10:- [Uitgave COOG Zuid-Scharwoude] Jan Cornelisz Rus, zn. van Cornelis Gerritsz Rus, geboren rond 1662, begraven te Koedijk (impost) op 26 maart 1740, trouwt met 639. Maartje Feddis, dr. van Fedde Volkertsz en Anna Gerritsdr, begraven te Koedijk (impost) op 7 april : Jan Arentsz Prins verkoopt aan Bouwen Gerritsz Slommer en Jan Cornelis Rus een weiland van 5 geers 2 snees bewesten de Cleijmeer, tegen een lijfrente van 200 gld per jaar, getaxeerd op 1312 gld. [ORA Koedijk 6222, fol. 192v; Genealogie Rus] : Aalt Dirks, weduwe van Hendrik Butter, alsmede de twee voogden over zijn kinderen verkopen aan Jan Cornelisz Rus, wonende te Koedijk, een vijfdepart in een stuk grasland genaamd de Buijne, groot in 't geheel omtrent 10 geerzen, bij Koedijk [ORA Oudkarspel 6059 fol. 197] : Jan Cornelisz Rus, wonende te Koedijk, verkoopt aan Cornelis Feddes een stukje zaadland van omtrent 2 snees [ORA Broek op Langedijk 6184 blz. 415] : Jan Cornelisz Rus verkoopt aan Pieter Cornelisz een half weiland genaamd de Platven, groot in 't geheel 5 geers 3 snees 6 voet, waarvan de koper de wederhelft bezit, belend ten oosten de Ringsloot van de Noorder Cleijmeer, voor ƒ 951:18:12 [ORA Koedijk 6222, fol. 177v ]. 1723: De lasthebber van de kinderen en erfgenamen van Jr Jacob van Foresst en Vrouwe Maria Sweers, transporteert, na verkoop bij publieke veiling, aan Jan Cornelisz Rus, wonende te Koedijk, een stuk weiland in de Zuidwesthoek van de Diepsmeer, groot omtrent 9 geerzen, zijnde het tweede stuk bezuiden de Westerwegh [ORA Oudkarspel 6061 blz. 59] : Bij een doopinschrijving in de Nederduits Gereformeerde kerk in Koedijk staat vermeld dat Jan Rus en Maartje Feddis mennonieten waren : Jan Cornelisz Rus geeft het overlijden aan van Maertie Vettis en betaalt 3 gld. impost : De 7 kinderen en erfgenamen van wijlen Jan Pietersz Volkers verkopen aan Jan Cornelisz Rus een huis en erve op het Noordeijnde, voor ƒ 84 [ORA Koedijk 6223 fol. 125] : Cornelis Jans Rus geeft het overlijden aan van Jan Cornelis Rus, 77 jaar oud, en betaalt 3 gld Jan Meijnen, zn. van Tonnis Meijnen en Geesken Veltcamp, gedoopt te Winterswijk op 7 november 1655 (get: Hendrick Doijnck, Lammert ten Catte, Elske Selkinck), weversbaas, ondertrouwt te Winterswijk op 4 december 1689 met 641. Jenneken Lantink, dr. van Adam Lantink, gedoopt te Winterswijk op 29 juli 1655 (get: Geert Oennekinck, Elske Hansen, Lijsken Cuipers) : Tugtmakinge waerbij Jan Meijnen aen sijn dogter Gertruit maekt de tugt van sijn huis in de Meddehose strate, gelegen tussen Hendrik Derks en Jan Hendrik Bloemers huysen, voorts aen een stuk boulants off kamp aen den Pas, naest Wijginks landerien gelegen [Das aantekeningen Volontaire protocollen Bredevoort; zie ook Fiet Kempers, zn. van Derck Kempers, geboren te Nichteren, overleden voor februari 1701, ondertrouwt te Winterswijk op 4 december 1689 met 643. Stijntje Honders, dr. van Hermen Hunders en Hilleken Elinck, geboren te Kotten. 93
94 644. Hendrik te Weekamp (alias Sijwassink), zn. van Wessel te Weekamp, geboren te Woold, gedoopt te Winterswijk op 15 januari 1654 (get: Jan Wibbels, Jan ter Wijsche, Aeltjen Linthum), begraven te Winterswijk op 12 november 1706, ondertrouwt te Winterswijk op 12 januari 1679 met 645. Fenne Holthuis, dr. van Hermen Holthuis en Jenneke ten Hoorne, gedoopt te Winterswijk op 28 februari 1658 (get: Berentjen Colstede, Lijsebett Nienhuis, Lammertjen Aelderinck) Harmen Rooks, zn. van Berent Roocks en Trijne Geerdes, geboren te Woold, gedoopt te Winterswijk op 2 juli 1650, begraven te Winterswijk op 16 augustus 1718, ondertrouwt te Winterswijk op 7 juli 1672 met 647. Enneken Rauwerdink, dr. van Berent Rauwerdink, geboren te Woold, begraven te Winterswijk op 6 april Jan Boeyink, zn. van Lammert Boeyink, gedoopt te Winterswijk op 2 maart 1651 (get: Jan Cocks, Toebe Bojinck, Geescken Cocks), landbouwer op Boeijink in Ratum, ondertrouwt te Winterswijk op 13 juli 1679 met 649. Maria Loijtink, dr. van Berent Loijtinck en Hinneken Gossinck, gedoopt te Winterswijk op 13 maart : Jan Weeninck en Christina ten Hulsen verkopen aan Jan Boeijink en Marrie Loijkink de halfscheid van Boddenborg en toebehoren tussen Mosebrink en Cremersstede [Das; aantekeningen volontaire protocollen Bredevoort] : De kinderen Salomon, Joanna Maria en Bernardina, van Jan Boeyink en Maria Loijtink, worden vrijgekocht voor 80 daalder in 3 termijnen, maart 1723, maart 1724 en maart 1725 (resp. 30 dlr. 25 dlr. 25 dlr.) [Archief Anholt, fol.40; Jan Hijink (alias Kosink), zn. van Wander Hijink en Catharina van Ratum, geboren te Woold, gedoopt te Winterswijk op 30 augustus 1663, landbouwer op Koessinck in Huppel, ondertrouwt te Winterswijk op 2 september 1690 met 651. Maria Smalbraak, dr. van Jan Smalbraak en Aaltje Hilberdings, geboren te Huppel, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 1 februari 1683 met Joost Cosink Jan Gelkinck, zn. van Frerick Gelkinck, diaken in 1697, provisor van de armen te Dinxperlo in 1701, ondertrouwt te Dinxperlo op 9 februari 1673 met 653. Hendrixken Giebinck, dr. van Hendrik Giebinck Hendrik te Cotte, zn. van Jeurden te Cotte en Aelken Eppink, geboren te Bocholt, overleden voor april 1717, trouwt te Aalten op 18 september 1685 (met attestatie naar Boeckholt) met 655. Enneken Borninckhoff, dr. van Jan Borninckhoff en Geesken te Boveldt, gedoopt te Aalten op 17 november Tonnis Dijsselbrink, begraven te Winterswijk op 29 september Jan Stottlers, zn. van Warner Stottlers en Aeltje van Loo, trouwt met 659. Berentjen Goerkink, dr. van Berent Everkinck en Beele ter Wogt Wessel ter Stegge, zn. van Wessel ter Stegge en Grietje ter Stegge, landbouwer op Stegge in het Woold, overleden voor november 1693, ondertrouwt te Winterswijk op 13 november 1664 met 661. Enneken Stottlers, dr. van Warner Stottlers en Aeltje van Loo, geboren te Woold. 94
95 662. Jan Maes, trouwt met 663. Trinke Wander Hijink, zn. van Johan Hijinck en Gertken toe Lintom, geboren rond 1625, scholte op Hijink in het Woold, rotmeester, overleden rond 1702, trouwt rond 1650 met 665. Catharina van Ratum, dr. van Johan Schulte van Ratum en Aelken Oesinck, overleden rond : Warner Hijinck en Triene van Ratum, 'beijde out van jaeren doch van volcomen gesontheit en verstant en lichaems krachten' hebben aan hun oudste zoon Warner Hijinck en zijn huisvrouw Marie getransporteerd hun goed Hijinck, hofhorig aan het huis Bredevoort en in Woold gelegen, met huis, hof, land, zand, houtgewas en onderhorige katersteden [Volontaire Protocollen Bredevoort 434]. 1705: Warner Hijink obijt cum uxore, sonder afdracht [Hofboek Hof van Miste] Geert Elinck, zn. van Tonis Willinck en Aelken Eelinck, geboren te Dorpbuurt, landbouwer op Elinck in Dorpbuurt, overleden voor 1 december 1681, trouwt (2) met Geertje Hesselink, geboren te Ratum, trouwt (1) met 667. Stijntgen Hunders, overleden voor 5 mei : Tonnies Elingh in Winterswijk fur seinen sohn [dat is Geert] und dessen künftigen Hausfr. [dat is Stijntgen], Johan Hunderts guet gebürtigh die Erbwinnung verhandelt auf 60 Rdlr. [Archief Wasserburg Anholt, rep.64, nr.8/prot. Kapittel Vreden , fol.100]. [Van Wimersma-Greidanus (Kwartierstaat in Stamreeksen p.74) vindt het gezien de namen van hun kinderen waarschijnlijker dat Stijntgen een dochter van Hendrick en Aeltgen Hunders is dan een dochter van Johan Hunders] : Stinen Eheling in Wenterswick Verstarb, accordirt ad 48 RD [Anholt, bestand 64, nr.27 fol.11v] : Gerd Eheling die auffahrt seiner zweiter frauw 35 Rd [Anholt, Band 64, nr.27 fol.14] : Gert Elinck en Gertke kopen de hooimate die Dockum maete in Dorpbuurt [RA Bredevoort 471 fol.46] Hendrik Meijnen, zn. van Tonnis Meijnen en Geesken Veltcamp, weversbaas, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 5 januari 1677 met Hijndersken Waelijen, dr. van Sondagh Waelijen, geboren te Winterswijk, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 28 augustus 1680 met Marija Rijcker, geboren te Huppel, trouwt (3) te Winterswijk in 1681 met 669. Alken Boeckers, dr. van Gerrit Boeckers en Fijken Hijinck, gedoopt te Winterswijk op 23 september 1660 (get: Jan Buijckers, Jutthe Thruijn, Fenneken Wamelinck) Wander Bonnekink, zn. van Joost Helmerdinck en Berendeken Bonneckinck, gedoopt te Winterswijk op 6 februari 1653, landbouwer op Bonnekinck in Dorpbuurt, begraven te Winterswijk op 10 december 1720, ondertrouwt te Winterswijk op 2 maart 1683 met 671. Geesken Samberg, dr. van Jan te Samberg en Berentje ten Hulsen, gedoopt te Winterswijk op 3 januari 1658, begraven te Winterswijk op 28 oktober Harmen Loijtink, zn. van Berent Loijtinck en Hinneken Gossinck, landbouwer op Loijtink in Meddo, trouwt met 673. Geeske Hijink, dr. van Johan Hijinck en Gertken toe Lintom. 95
96 : Herman Loijckinck bekent wegens afgehaelde waeren ende verschoten geldt aen Willem Waelien schuldich te weesen die summa van 50 guldens, doende hem daer voor aenbetaelingh dit jaer de twee garven van des langhsten einde van den Hoogen camp, ende dieselve mettet stroe afftetrecken ende de andere jaeren van den heelen camp, ende nae marckganck op martini te bereeckenen. Op verklaart Matthias Walien noie. parentis Willem Walien dat de schuld voldaan is [Volontaire Protocollen Bredevoort 427, fol.7] Wander Dieterink, zn. van Herbert Dieterink en Aelken Slotboom, gedoopt te Winterswijk op 30 december 1655 (get: Cunne Schulten, Freckrick Tjienck, Blesius Volmer), knecht van de Heer tot Waliën in 1675, landbouwer op Dieterink in Meddo, overleden voor 9 april 1701, ondertrouwt te Winterswijk op 6 september 1689 met 675. Elisabeth Gijskes, dr. van Jan Gijskes en Sibilla Harbers, geboren te Wesel, begraven te Winterswijk op 24 maart 1724, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 9 april 1701 met Henrick Wassinck Berent Hoebink, zn. van Geert Boeijink en Freerijck Hoebinck, gedoopt te Winterswijk op 26 november 1654 (get: Frerijck Tjeinck, Jan Camphuis, Cunne Schulten), landbouwer op Hoebink in Meddo, begraven te Winterswijk op 1 mei 1721, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 12 juni 1691 met Willemken te Samberg, gedoopt te Winterswijk op 29 januari 1672, begraven te Winterswijk op 6 april 1712, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 2 juli 1682 met 677. Willemken Nijenhuis, dr. van Berent Oosterholt en Enneken ten Nijenhuijs, gedoopt te Winterswijk op 5 april 1661, overleden in : Berendt Hoebinck bouwman op 't Havesate Walien, is schuldig aan Gerrit Meijs. 200 Caroligulden [ORA Bredevoort; : Berent Hobinck, voor sijn huijsvrouw de rato caverende, bekande verkoft te hebben aen Gerrit Meijs de naevolgende parceelen, twee rootbruijne beesten, wagen en ploegh, 2 ijseren potten, den karre met 2 raden, 4 molder saets mestrogge nu op 't lant staende, dogh moet de sware garve blijven staen, en mogh Meijs 't selve lant tegen de tijt weer besaijen, nogh 3 molder saet volge rogge oock op 't lant staende, moetende de sware garve insgelicks blijven sgaen, en sulx alles voor de summa van 192 caroli gulden. Omdat comparant aan Meijs nogh meer verschult is, soo is 't dat Meijs den comparant nogh ongeveer 3 molder saet met boeckweijte sal laten besayen, de boeckweijte daervan trekken en deselve nae markganck op des comparants verdere schuldigheid defalceren [ORA Bredevoort, nr. 431] Hendrik Hoetinck (alias Huijnink), zn. van Henrick Hoetinck en Engele, geboren te Corle, gedoopt te Winterswijk op 29 oktober 1654 (get: Willem Peerkes, Jan Sickinck, Harmcken ter Hoorne), trouwt te Aalten op 22 november 1674 met 679. Engele Huijninck, dr. van Geert Huijninck en Elsken ten Lohuis, geboren te Barlo Frederik ter Horst, zn. van Arent Tenckinck en Hilleke ter Horst, landbouwer op de Horst in Meddo, rotmeester te Meddo, begraven te Winterswijk op 24 september 1720, trouwt met 681. Trijnken Maas, dr. van Jan Maas en Trijnken ter Wocht Herbert Geessink, zn. van Dirick Geessink en Mariken te Gronde, geboren te Kotten, landbouwer op Geesink in Kotten, trouwt voor 1672 met 683. Enneken Esselinck : Mariken, weduwe van Dirick Giesinck, met Herbert Giesinck voor zijn vrouw en medezusters en broeders, verkopen aan Geert Beschers de Beschers Coorden met het kempken 96
97 en huis, bij den Siverskamp en Giessinck, zo zij al in 1664 gekocht heeft [RA Bredevoort, Volontaire protocollen]. 1688: Voor Geessinck wordt verponding betaald en voor de thiende : Herbert Giesink en Enneken Esselinck bekennen 1126 gulden en 9 stuivers schuldig te zijn aan voogd Wassenberg, met de belofte te som te verrenten [RA Bredevoort, Volontaire protocollen] : Harbert Geesinck en Enneken Esselinck beloven de landschapschrijver W.H. van Couwendael en sijn bedienden de advokaten Weddinck en Spencker een voorschot te betalen en jura [RA Bredevoort, Volontaire protocollen] : Herbert Giesink en Enneken Esselinck dragen op aan zoon Derk en diens huisvrouw Elisabeth Rennerdinck hun eigendommelijke erf Giesink [RA Bredevoort, Volontaire protocollen] Albert ten Beckedam (genaemt Schoeninck), zn. van Hendrick ten Beckedam, geboren te Diepenheim, wonend te Noordijk, ondertrouwt te Neede op 5 april 1668, trouwt te Neede op 3 mei 1668 (met attestatie van Diepenheim) met 685. Engele Mengerinck, dr. van Geert Mengerinck, geboren te Noordijk Harbert ten Grootenholt (alias Cuijpers), zn. van Tonnis ten Grotenholt en Ricxse, gedoopt te Eibergen op 11 februari 1644, trouwt (1) te Eibergen op 11 juli 1675 met Hendriksken Assinck, dr. van Hendrick Assinck, geboren te Haaksbergen, trouwt (3) te Eibergen op 22 februari 1696 met Geesken Geerdink, geboren te Haarlo, trouwt (2) te Eibergen op 11 februari 1677 met 687. Elsken ter Woest (?), dr. van Court Assinck en Trijne Grobbinck, geboren te Rekken, overleden voor 22 februari Derk te Kortschot, geboren te Henxel, landbouwer op Kortschot in Henxel, trouwt te Winterswijk op 2 september 1643 met 689. Elske Rennerdink, geboren te Huppel. 1647: Kortschot in Henxel. Zal. Jan Volmers erfgen huis, hof, 1½ sp, boulant 6½ mlr. derde gerve Een half voeder hoey gewass vercken of 3 dlr. eycken boomen. Johan van Haghen Kortenschot 3 spint Miskoorn [Verponding Henxel 1647] : Coepe Veltcamp verklaart 200 dall. schuldig te zijn aan Dijrck te Cortschatt. Op verklaart Berent te Cortschot dat de schuld voldaan is [Volontaire Protocollen Bredevoort 426 fol.26] Willem Tenckinck, zn. van Johan Tenckinck en Baete toe Lintom, landbouwer op de Veenesteede in Ratum, begraven te Winterswijk op 4 oktober 1720, trouwt met 691. Jenneken van Zwoll : Joost Simmelinck ende Getruijt Tenckinck ehel, hij Joost de rato voor sijn absente huijsvrouw caverende, bekennen hoedaenigh haeren vader Wilhelm Tenckinck, woonende op de Veene stede in Rathem, sigh als borghe en principaele debiteur voor comparanten heeft gestelt voor een summa van 325 gl, welcke comparanten van de Provisorije van Wenterswijck hebben opgenoomen [ ] [Volontaire Protocollen Bredevoort 435] Geert Oenck, overleden voor 15 november 1693, trouwt met 693. Lijsken Oenck : Lijsken Oenk, wed. Geert Oenk, met oudste zoon Berent, is schuldig aan Wessel Lutgers f 78-6 en 8 molder en 3 schepel rogge en 2 molder boekwijt, in 6 weken terug te betalen. Onderpand is de melioratie van het hoeksken landt hetwelke aan Jan Doevenslat voor 25 dlr. 97
98 verkocht is [Volontaire protocollen Bredevoort 432; Aantekeningen Das] : Lijsken Oenck, nagelaten weduwe van wijlen Geert Oenck, voor haar zelf en als moeder en momber van haar kinderen, geassisteerd met keurnoot Hendrik Kalff als haar momber, belooft 3 molder 3½ schepel rogge als zij aan de edele David van Sonsvelt schuldig is. Zij stelt als onderpand haar gerede en ongerede goederen [Volontaire Protocollen Bredevoort 432] Hermen ter Haer (alias ten Brincke), zn. van Goslich ter Haer en Harmken Arninck, geboren te Woold, overleden voor 7 oktober 1701, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 7 februari 1664 met Lijsken ten Brincke, ondertrouwt (3) te Winterswijk op 25 augustus 1678 met Gesken Rauwerdijnck, gedoopt te Winterswijk op 17 oktober 1652, ondertrouwt (2) te Winterswijk in 1672 met 695. Hindersken Kempel, dr. van Arent Kempel en Jenneken Mengers, geboren te Meddo, overleden voor 25 augustus Berent Coninck, begraven te Winterswijk op 16 april Willem Lesinck, zn. van Berent Leessinck en Aaltjen Tenckinck, overleden voor 16 april 1690, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 10 juli 1684 met Enneken Schroors, trouwt (1) met 699. Lijsabeth Nijenhuis Jan te Coorenberg, zn. van Herman te Coorenberg, geboren te Dorpbuurt, landbouwer op Kronnie in Meddo, trouwt te Winterswijk op 29 maart 1663 met 701. Enneke te Cronje, dr. van Herman te Cronje, geboren te Meddo Willem Hemink, landbouwer op Uwland in Huppel Jan Lammers, zn. van Kope Lammers, gedoopt te Winterswijk op 3 april 1653, molenaar op de Plekenpolse molen in het Woold, overleden voor 27 januari 1715, trouwt te Winterswijk op 31 oktober 1686 met 737. Truy Deunk, dr. van Geert Doenck en Hendersjen Eijk, gedoopt te Winterswijk op 24 juni Berent Boeghman, zn. van Hans Boeghman, geboren te Bocholt, begraven te Winterswijk op 11 mei 1740, ondertrouwt te Winterswijk op 1 mei 1688 met 739. Berendeken Roeterinck, dr. van Jan Roeterinck, geboren te Winterswijk, begraven te Winterswijk op 22 januari : De advocaat-fiscaal eist een boete van Berent Boegman. Hij heeft gejaagd op het land van Baron van Keppel tot Oedink. De baron heeft zijn geweer ingenomen. Hij zegt dat hij de boete niet wil betalen, omdat hij een pas had van Mattijas Walijen om te mogen jagen [RA Bredevoort inv.nr.5] Teunis ten Holthuis, zn. van Hermen Holthuis en Jenneke ten Hoorne, geboren te Woold rond 1642, landbouwer op Holthuijs in het Woold, overleden voor mei 1699, ondertrouwt te Winterswijk op 4 februari 1677 met 741. Trijnken Heminck, dr. van Willem Heminck, geboren te Huppel, gedoopt te Winterswijk op 12 augustus 1650 (get: Harmen Boicinck, Juffer Anne Marie Hemminck), begraven te Winterswijk op 15 februari 1723, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 3 mei 1699 met Jan Kempers, ondertrouwt (3) te Winterswijk op 16 november 1701 met Coene Planten. 98
99 742. Hendrik Planten, zn. van Berent Planten en Anneke Gielink, geboren te Kotten, landbouwer op Planten in Kotten, overleden voor 3 november 1719, ondertrouwt te Winterswijk op 26 juni 1664 met 743. Jenneken Esselinck, dr. van Coene Esselinck en Jenneken Schulten, geboren te Woold Geert Hunders (alias Sickinck), zn. van Hendrik Hunders en Enneken Elink, gedoopt te Winterswijk op 20 maart 1664 (get: Jan Hunders, Berent Ceusinck, Hillecken Eelinck), landbouwer op Sikkink in Kotten, begraven te Winterswijk op 17 januari 1719, ondertrouwt te Winterswijk op 10 november 1684 met 745. Gertruijt Wamelink, dr. van Geert Wamelink en Christina Gossinck, gedoopt te Winterswijk op 5 december 1658, begraven te Winterswijk op 26 augustus Geert Hunders, zn. van Hermen Hunders en Hilleken Elinck, geboren te Kotten, landbouwer op Honders in Kotten, begraven te Winterswijk op 27 mei 1711, ondertrouwt te Winterswijk op 19 januari 1693 met 747. Trijne Oossinck, dr. van Jan Oossinck en Jenneken ten Damkott, gedoopt te Winterswijk op 26 december 1654, begraven te Winterswijk op 8 mei 1720, ondertrouwt (1) te Winterswijk in 1674 met Hendrik Hunders, zn. van Hendrik Hunders en Enneken Elink, geboren te Kotten, gedoopt te Winterswijk op 19 november : Honders betaalt 15 stuiver voor de collecte Armjager Hendrik Boijkink, zn. van Wander Boijkink en N.N, geboren te Kotten rond 1667, landbouwer op Boijtinck in Kotten, ondertrouwt te Winterswijk op 26 mei 1700 met Hendersken Elinck Berent Bruggers, zn. van Hendrick Bruggers en Stijne Boeijinck, gedoopt te Winterswijk op 11 februari 1655, landbouwer op Bruggers in Meddo, begraven te Winterswijk op 12 juni 1731, ondertrouwt te Winterswijk op 1 mei 1686 met 751. Aelcken Elinck, dr. van Geert Elinck en Stijntgen Hunders, gedoopt te Winterswijk op 16 februari Jan Katman, zn. van Willem Katman, geboren te Miste, trouwt (2) met Geertruijt Lantinck, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 1 januari 1688 met 753. Elsken Wijskamp, dr. van Jan Wijskamp, geboren te Henxel, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 7 januari 1683 met Jan Beckerinck Harmen Dijkbos (alias Sijverdink), zn. van Harmen Dijkbos, geboren te Woold, gedoopt te Winterswijk op 18 juli 1652, landbouwer op Sieverdink in Brinkheurne, ondertrouwt te Winterswijk op 19 augustus 1677 met 755. Stijnken Sijverdink, dr. van Frans Doenk en Jenneken, geboren te Brinkheurne, gedoopt te Winterswijk op 1 april 1651 (get: Jan Laerbarch, Jenneken Aennekinck, Berentjen Schroers) Jan Sellekinck, zn. van Tonnis Sellekinck, geboren te Winterswijk, weversbaas, ondertrouwt te Winterswijk in 1675 met 757. Enneken Hijink, dr. van Jan Hijink, geboren te Dorpbuurt = 752 Jan Katman, trouwt (2) met Geertruijt Lantinck, trouwt (1) met 759. = 753 Elsken Wijskamp, trouwt (1) met Jan Beckerinck Rosier Eppink, zn. van Willem Rosier en Geesken, diaken tot 1693, ondertrouwt te 99
100 Aalten op 13 augustus 1687 met 761. Gerritjen Eeltinck, dr. van Geert Eeltinck, geboren te Winterswijk Hendrik Scholten, overleden voor 8 augustus Jan Prins, zn. van Jan Prins en Johanna Kockert, diaken in 1667, ouderling in 1669 en in 1681, provisor van de armen te Aalten tussen 1696 en 1700, overleden voor 28 maart 1705, trouwt (2) te Bredevoort in maart 1658 met Aeltjen Ebbinck, ondertrouwt (1) te Aalten op 13 mei 1666 met 765. Geertje Grevinck, dr. van Gijsbert Grevinck en Enneke ten Brincke, lidmaat te Aalten in 1666, overleden in januari : Jan Prins, getrouwd met Aaltje Ebbinck, koopt van zijn grootvader Berend Kockert een huis in Aalten [NL 1985, kol.271] (Pinksteren): Geertjen Grevincks, huisfro van Jan Prins wordt lidmaat in Aalten : Geesken Arentsen, met Dr. A.Sluijsken haar momber, heeft verkocht aan Jan Prins en Hendrick Huijninck en hun huisvrouwen, haar achtste deel, van haar ouders aangeërfd, van 't Goet Kempinck in t kerspel Aelten Boerschap Hoerne notoirlick gelegen [Volontaire Protocollen Bredevoort 426] : Jan Prins wordt beleend met de Mockinckstiende in IJzerlo, na opdracht door Gijsbert Grevinck. Op , na zijn dood, wordt zijn zoon Gerhardt Johan hiermee beleend [Leenregister van Limburg Stirum III, p.166] : Jan Prins wordt beleend met de 'Melck Winckel tijndt in Aelten tot IJserloe'. Op wordt Gerhardt Johan Prins 'nae doode van zijn vaeder Jan Prins' hiermee beleend [GA; Leenregister der Hoogheid Wisch; toegangsnr.0443, inv.nr.65, fol.2] : De broers Hendrik, Wessel en Garrit Grevink verkopen aan hun zwager Jan Prins den Ouden hun geërfde deel van Haermans/Clovers, in de Haert bij Aalten [Judicieel Protocol van Winterswijk nr 431] : Jan Prins en Geertje Grevinck testeren [NL 1985, kol.272] : Gerr.Grevink, wed.van wijlen, Jan Prins, draagt op aan haar zoon Gijsbert Prins haar huis en wehre met zijne geregtigheyt, gelegen met de hof daarachter, alsook de mans en vrouwen kaste in de kerke met het bankjen daer voor mitsgaeders de groeve op den kerkhof [RA Breedevoort 0136, inv 465] Johannes Wessels van Waeij, zn. van Wessel van Waeij en Maria Elisabeth de Vrijer, met attestatie van Rheinberg naar Rees op 2 september 1682, burger te Rees in 1682, beziener van de licenten voor de keurvorst van Brandenburg te Schenkenschans tussen 1696 en 1711, beziener op de Christineschans te Tolkamer tussen 1718 en 1727, trouwt (1) met Catrina Hafmans, ondertrouwt (2) te Aalten op 21 september 1684, trouwt te Rees op 5 oktober 1684 met 767. Sophia Grevinck, dr. van Gijsbert Grevinck en Enneke ten Brincke, geboren te Aalten, gedoopt te Bredevoort in oktober 1664 (get: Jacob Huijninck, Lijsbeth Grievinck gnt Elvervelt, Geesken Grievinck), overleden voor : Johan Weszels mit sohn wordt burger van Rees [Buergerbuch der Stadt Rees] : Johannes Wessels komt met attestatie van ds. Vorstman uit Rheinberk [Lidmatenboek Rees]. 1696: Johannes van Waeij is beziener van de keurvorst van Brandenburg. Deze had op een conventie met de Republiek gesloten, waarin stond dat hij in tijden van oorlogh of andere diergelijke necessiteiten werd toegestaan om zijn tol- en licentkantoren tijdelijk naar de Schenkenschans te verplaatsen [J.W. van Petersen, Reizen is tol betalen, p.476]. 1711: Na de doorbraak van de Boterdijk, waarbij de landverbinding tussen Lobith en 100
101 Schenkenschans verloren ging, werd het tol- en licentkantoor verplaatst naar een iets noordelijker gelegen onderkomen, pal tegen de vervallen Christinaschans (Nieuw Schenkenschans), in het ambt Kleverham. Dit werd de grondslag voor het dorp Tolkamer [J.W. van Petersen, Reizen is tol betalen, p.476]. 1718: In het lidmatenregister van Lobith worden enkele ledematen van de schans tot ons overgecomen ingeschreven. Het zijn de gezinnen van licentmeester Rappardus, beziender Claassen en beziender van Waaij. Johan van Waaij wordt ingeschreven met zijn dochters Maria van Waaij, Theodora van Waaij en Gijsberta van Waay. Bij Johan, Theodora en Gijsberta staat vermeld obiit : Herr Besier von Waij heeft een hausplatz van 112 ¼ roeden [Kaartboek Ambt Kleverham] Henrick Gerrits de Cruijff, zn. van Gerrit Hendricks de Cruijff en Willemtgen Hendriks, landbouwer op het Veentje in Leusbroek, buurmeester te Leusbroek tussen 1674 en 1698, gerechtsman te Leusden tussen 1674 en 1699, overleden voor 15 januari 1734, trouwt met 769. Aaltje Barten, overleden voor : Hendrick Gerritsen de Cruijff betaalt tussen 1698 en tot gulden familiegeld in Leusderbroek. In 1705 vindt er een splitsing plaats en betaalt hij niets tot 1 gulden en van 1708 tot 1724 woont hij elders onder Leusden en betaalt hij 0-15 tot 3 gulden Cornelis Gijsbertsen Versteeg, zn. van Gijsbert Aertsz, j.m. van Sterkenburg, wonend op de Koppel te Zeist, later op Zuijdwind te Hamerveld, schepen te Sterkenburg van 1689 tot 1696, trouwt te Driebergen op 30 oktober 1681 met 771. Beatris Hendriks, dr. van Henrick Hermans van Seijst en Anna Jans Westenengh, j.d. van Driebergen : Adriaen Gijsbertsz, schepen te Sterkenburg, en Cornelis Gijsbertsz, won. Sterkenburg, en Claes Aertsz, won. De Bilt, als oom en momber van Maria Gijsberts, kinderen van Gijsbert Aertsz, verklaren dat hun vader een obligatie van 400 gulden had laten passeren op op de 8 ongetrouwde kinderen van Teunis Teunisz. Nu bekennen zij dat er in jaren geen rente is betaald en dat zij dit nog schuldig zijn aan die kinderen. Zij stellen als onderpand 15 morgen land te Sterkenburg, met een huis daarop [ORA Sterkenburg; inv.nr.1935] : Adriaen Gijsbertsz en Cornelis Gijsbertsz en Claes Aertsz als momber van Maria Gijsbertsz verklaren dat hun vader Gijsbert Aertsz op een hypotheek van 400 gulden heeft opgenomen bij Cornelis Willemsz van Schaijck, schout van Achttienhoven. Zij bekennen dit nog schuldig te zijn aan diens nakomelingen [ORA Sterkenburg; inv.nr.1935]. 1685: De Heeren van Den Dom ten Utrecht bezitten 14 morgen in Sterkenburg, waarvan Johan de Pauw 8 morgen gebruikt en Cornelis Gijsberts Versteegh 6 morgen. Cornelis Gijsberts Versteegh is eigenaar en bruiker van de helft van 10 morgen in Sterkenburg (voorheen in eigendom van de regulieren), waarvan de andere helft in eigendom is van de heren van de Dom (gebruikt door Sander Willems Damen). Hij is ook eigenaar en gebruiker van 9 morgen, voorheen in eigendom van Peter Olij te Doorn [HUA; Manualen van de ontvangst van het oudschildgeld; Nederkwartier nr.1679] : Cornelis Gijsbertsz Versteeg verkoopt met toestemming van zijn zus Maria Gijsbertsz Versteeg een hofstede aan Adriaen Claesz Versteegh, streckende van de gemenen wech tot de Langhbroecker dijck ofte weteringe toe. Op transporteren Cornelis Gijsbertsz Versteeg en Maria Versteeg deze hoeve, 'seeckere huijsinge, hoffstede met gepooth ende getimmer daer vorder op staende, ende ontrent veertien mergen soo bouw als weijlant aen den anderen onder deser Gerechte gelegen'. Op verkoopt Cornelis Gijsbertsz Versteeg inboedel aan Adriaen Claesz Versteeg, waarop Adriaen Cornelis voor een jaar als zijn bouwknecht aanneemt [ORA Sterkenburg; inv.nr.1935]. 101
102 : Jan Abrahams van Cauwenhoven verhuurt aan Cornelis Gijsberts Versteech, te Sterkenburg, een huysinghe, hoffstede c.a. met boomgaert en 26 mergen landts te Seyst, De Bilt en Cattenbroeck [HUA; not. D Woertman; inv.nr. U065b001, akte 236] : Cornelis Gijsbertsz Versteech, wonend onder Seyst, verklaart in huur aangenomen te hebben van Egbertus de Leeuw, canonick van St Pieters t' Utregt ontrent ses mergen bouwlands streckende uijtden Bredesteegh tot aan de Grv, welk land door Arien van Hoeven gebruikt wordt, de huurder bekend, voor 5 jaren, ingegaan in 1697, om de som van 50 Caroli guldens jaarlijks [ONA Utrecht, not. J. Wechter, Inv.nr.U120a1, akte 203] : Arien Gysbertsen Versteech, te Overlangbroek, en Cornelis Gysbertsen Versteech zijn voogden over de onmondige kinderen van hun overleden zuster Maria Gysberts Versteech, weduwe van Cornelis Hendricksen van Velpen en laatst getrouwd met Ryck Aartsen van Huysstede, wonend te Stoetwegen [ONA Utrecht, not. P. Leechburch inv.nr. U97a10, aktenr. 109] : Cornelis Gijsbertsz Versteech, won. op de Zuijdwind op Hamersveld is gulden schuldig aan Johan Wechter, notaris en procureur voor het Hof van Utrecht voor personele belasting over , en ook nog 25 gulden voor de executie van , en ook nog gulden te voldoen aan pander Cramer, etc, in totaal gulden. Johan Wechter had dit voorgeschoten en is verrekend met de executie van Er is ook nog een pachtschuld tot 1704 t.b.v. Petrus Philippus van Blocklant. Hiervoor stelt hij over als onderpand: drie paarden, vier koeien, drie vaarzen, vier pinken, twee bergen met koren en een wagen [Gerecht Leusden; inv.nr.1052] Reijer Goossens, zn. van Goossen Reijers, overleden voor 27 april 1720, trouwt met 781. Trijntje Beerns, dr. van Beert Gisberts : Reyer Goossens krijgt investituur voor de helft van het herengoed Klein Butseler in Meulunteren. In 1691 en 1707 bezwaart hij dit goed voor f 1800,- ten behoeve van Hendrik Warners en Nennitje Beerts. Niet lang na wordt dit goed aan hen overgedragen door zijn kinderen en erfgenamen, te weten Goosen Reyersen, j.m, Jacob Cornelissen als man van Grietje Reyersen, en Bart Reyersen, getrouwd met Stijntje Claessen [Herengoederen Veluwe; Gens Nostra 1990, p.83]. 1694: Jan Crolboom contra Reijer Goosens 'soo voor hem selfs en als momber van onmundige kinderen van Jan Francken'. Hij eist 25 gulden of hoe groot zijn portie als mede-erfgenaam van Bart Beernts mag zijn, wegens verschot en moeite die de aanlegger heeft gedaan voor Beert Gisberts en daarover geaccordeerd is in maart 1693 ten huize van Rutger Jacobs van Lijssel. Beert Gisberts is de vader van de vrouw van de verweerder [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.203 fol.17] Brand Breunissen, trouwt met 783. Maritje Stevens Helmert Jans, landbouwer op de Doijenstock, lidmaat te Scherpenzeel op 23 maart 1673, trouwt (1) met Willempje Segers, lidmaat te Scherpenzeel op 23 maart 1673, trouwt (2) te Amerongen (met attestatie te Leersum) op 1 oktober 1676 met 787. Geertje Teunis, j.d. van Ginkel. 1675: Helmert Janssen, op de Doeijenstock, betaalt familiegeld [Familiegeld Woudenberg 1675; Eemlandse Klappers]. 1684: Maijtje Jans, weduwe van Anthony Dircks van Overeem, machtigt een advocaat (voor notaris van Raalt te Amersfoort) in verband met een conflict met Helmer Jans op de Doyestok. Het resultaat van de rechtzaak is dat een deel van de Doyestok aan haar wordt toegewezen [Veluwse Geslachten 1991, p.201] : Helmert Jansz, op den Dojestock, betaalt familiegeld [Familiegeld 102
103 Woudenberg; Eemlandse Klappers] Gosen Gosensen, wonend in het Nederwoud onder Lunteren, overleden voor 11 maart 1708, ondertrouwt (2) te Lunteren op 6 december 1705, trouwt te Renswoude op 20 december 1705 met Geertje Gerlaas van Resteren, trouwt (1) met 793. Aaltje Willems, overleden voor 6 december Jorden Willems, wonend op Kleijn Bruijnhorst, ondertrouwt te Scherpenzeel (met attestatie van Renswoude) op 25 oktober 1685, trouwt te Scherpenzeel op 8 november 1685 met 797. Jantjen Cornelissen, ondertrouwt (2) te Scherpenzeel op 16 februari 1696, trouwt te Scherpenzeel op 1 maart 1696 met Cornelis Gijsbertsen, trouwt (3) te Scherpenzeel op 16 augustus 1705 met Gerrit Hendricksen, gedoopt te Scherpenzeel op 29 oktober : Jorden Willemsen, j.m. van Bruijnhorst, & Jantje Cornelissen, j.d. van Spijckhorst,met attestatie van Renswoude [Trouwboek Scherpenzeel] : Cornelis Gijsbertsen, j.m. van aen de Veenkant, & Jantje Cornelissen, weduwe van Jorden Willemsen, op Kleijn Bruijnhorst. Testis: Wouter Morren aen de Groep [Trouwboek Scherpenzeel] Gijsbert Cornelissen, overleden voor 17 februari 1720, trouwt te Scherpenzeel op 22 februari 1696 met 799. Willemtje Arisen, dr. van Arris Wolven en Marijtje Maes Willems, gedoopt te Renswoude op 15 november 1663, overleden voor 17 februari : Gijsbert Cornelissen, j.m. van de Groep, woonende op Egdom, & Willemtje Arisen, j.d. van Kleijn Oordeel, oock woonende op Egdom. Testes: Cornelis Tijssen, op Aerdenoort, oom des bruijdegoms. Teunis Jacobsen, aen de Groep, swager van de bruijt. Ingeschreven den 22 februarij Getrout alhier den 11 Martii [Trouwboek Scherpenzeel] Bart Thijssen van de Lagemaat, zn. van Thijs Gijsbertsen en Mary Willems, geboren rond 1665, landbouwer op de Lagemaat onder Woudenberg, overleden te Woudenberg op 17 december 1725, ondertrouwt te Woudenberg op 24 november 1694 met 801. Johanna Anthonis van Overeem, dr. van Anthonie Dircksz van Overeem en Maijtje Jans Gijsbertsen, geboren rond : Geurt Elisz eist van Bart Thijsz betaling van 4 gulden meesterloon dat de eiser heeft betaald aan Frans de barbier voor het behandelen van een snee in zijn hand, hem door de gedaagde toegebracht [Gerecht Woudenberg; inv.nr.2343 fol.72] Gijsbert Lamberts van de Lageweij, zn. van Lambert Dirksen Lageweij en Aeltje Claes, trouwt te Woudenberg op 10 november 1700 met 803. Teuntje Gerrits van Selder, dr. van Gerrit Jacobsen op Selder en Jannitke Cornelis, gedoopt te Scherpenzeel op 26 mei = 770 Cornelis Gijsbertsen Versteeg, trouwt met 807. = 771 Beatris Hendriks Aalt Jansz, overleden op 6 augustus 1677, trouwt met 809. Grietje Gerrits de Cruijff, dr. van Gerrit Hendricks de Cruijff en Willemtgen Hendriks : 'Omdat zeker Paap op Voskuylen zich verstout heeft het H. Olijsel bij haer zo afgodisch 103
104 genoemt aen kranken te geven gelijck noch zojuist aan Aelt Jansen, nu gestorven op maendag lestleden sijnde 6 augusti 1677 geschiet, als oock mede 3 waskeersen op het lijk ter uitvaert bereit hadden doen branden tot ergernisse van de gedefameerde gemeijnte aldaer' [Acta kerkenraad Woudenberg; kwartierstaat Cornelia van de Pol] Saar Adriaansz, zn. van Adriaan Saren en Mayke Berents, overleden rond 1667, trouwt met 811. Dirckje Gerrits de Cruijff, dr. van Gerrit Hendricks de Cruijff en Willemtgen Hendriks, overleden na 3 september 1676, trouwt (2) met Hendrick Aertsz : Verkoop door de erfgenamen van Zaar Hendriksen van de Wetering, in sijn leven gewoond hebbende in de Swarten Arent buijten de Slijkpoort [zoon van Hendrick Aerts en Dirckje Gerrits de Cruijff], te weten: Gerrit Saaren van Kleijnvelt, Jannitje Saaren weduwe van Jacob Lambertsen van Mandersloot, Maria Saaren weduwe van Dirk Aelten van de Wetering, Aeltje Henriks van de Wetering weduwe van Johannes Elissen van Doorn ende Jan Hendriksen van de Wetering, mitsgaders Jan Arissen van Ravenhorst voor sijn selve ende sig sterk makende voor sijne broeders en susters, nagelaten kinderen van Gerritje Saaren, door Aalt Jacobsen van Rutten bij haar in echte verwekt; aan Jacob van Beek ende Anna van de Pol: tweevijfde portien in de herberge genaamt De Swarten Arend met sijne schuijren ende omtrent een dammaat off halff mergen tabaxland. Op verkopen zij aan Aleijda van Speuijenburg, weduwe van Anthonij Hoogland twee vakken tabaxland, groot omtrent seven vierel mergen, gelegen zijn buijten de Slijk- ende Utrechtsepoort, tussen de twee straaten over de herberge den Swarten Arent en aan Jonas Cohen ende Samuel Cohen gebroeders, kooplieden in tabak, seekere gelatte tabaxschuur sonder het afdakje aen de sijde van de huijsinge met een uijtgangh op de Cingel, mitsgaders den hof daarachter tot aen de Cingel, staande de schuer in de Koeijsteeg [Transportregister Amersfoort , 251v en 252v] Teunis Cornelisz van Cooten, smid, overleden voor 22 februari 1716, trouwt met 817. Cornelia Claasse van Zuylen, dr. van Claes Jans van Zuylen en Jannichje Jans, overleden voor 22 februari : Teunis Cornelisz van Cothen, smid te Neerlangbroek, en Anthonij van Nijkerken, stellen zich borg voor Jan Jansz Lego, die iets koopt uit de have van Jan Cornelisz Blanckesteijn [ONA Werkhoven; not. Jan van Reumst] : Thonis Gosense Rijsmuer machtigt zijn zwager Hendrick Cornelissen Blanckestijn om voor het gerecht van Neerlangbroek zijn deel in het smidshuis te Neerlangbroek te transporteren aan Thoonis van Cooten [ONA Utrecht, not. Van Noortdijck inv.nr.u106a16, aktenr.23] : De erven van Teunis van Cothen en Cornelia Claasse van Zuylen, te weten Nicolaas Teunisse van Cothen, getrouwd met Cornelia van Nellesteyn, te Nederlangbroeck, en Elbert Arisse van Donselaar, getrouwd met Elisabet van Cothen, verkopen aan Evert Gosense Cool, te Houten, de helfte van huysinge, erve en grond en een stuckje landts, met alles wat aard- en nagelvast en gepoot is, staande aan het Sandpadt in Houten, voor 228 gld. Op verkoopt Annichje Claess van Zuylen, wed. van Wouter Vierhout, als dochter en medeërfgenaam van Claes Janss van Zuylen en Jannichje Claes, de andere helfte ook aan Evert Gosenss Kool [ONA Utrecht, not. De Munnik, inv.nr.u155a1, aktenr.241 en 264] Jan Jacobsen van Nellesteyn, zn. van Jacob Jansz van Nellesteyn en Anneke Jans, meestertimmerman, overleden voor 11 juli 1738, trouwt met 819. Deliana Willems van Nykerken, dr. van Willem Volkerts van Nykerken en N.N, overleden voor 11 juli 1738, trouwt (1) voor 1687 met Jan Dirks Blom. 1717: Jan Jacobsz Nellesteyn en Ellis Willemsz van Nijkerken verkopen aan Jan Ellisz van 104
105 Nijkerken van 2/5 deel in 2 morgen land in Nederlangbroek [UA, toegangsnr ; Huis Moersbergen te Doorn, nr. 79] : De erfgenamen van Jan Jacobsen van Nellesteijn en Deliana van Nykerk, hebben per publieke veiling verkocht aan herbergier Harman van Woerden, een huysinge, gesepareert in twee woningen met erf, boomgaardje en schuurtje, staande op de hoek van de Brink in Nederlangbroek, voor 593 gld 18 st. De erfgenamen zijn Jan Jansen van Nellesteyn en Maria de Kruyff, Claas van Cooten en Cornelia van Nellesteijn, Anthony Aman en Catharina Abbinkhoff (die Barent Otto gemachtigd hebben, volgens procuratie van voor notaris Beukelaar te Amsterdam). Door het overlijden van de weduwe van Jan Jacobsen van Nellesteijn staat één woning leeg; de andere is tot aan mei 1743 verhuurd aan Theunis Frederiksen van Doorn, voor jaarlijks 24 gld.het huis ligt op de hoek van de Brink, met ooswaarts het huis van Jan van Vulpen, westwaarts de Nederlangbroeker wetering en noordwaarts de Doornseweg, belast met een jaarlijkse uitgang van 2 gld ten behoeve van de Nederlangbroekse kerk. [ONA Utrecht, not. Van Goudoever inv.nr.u191a1, aktenr. 23] Cornelis Gerritsen van Eck, j.m. van Eck, trouwt te Driebergen op 23 oktober 1681 (na proclamaties tot Eck) met 825. Cornelia Jans van Pappelendam, dr. van Jan Cornelisz van Pappelendam, j.d. van Driebergen : Cornelis van Eck koopt goederen bij een publieke verkoop. Borgen zijn Cornelis Anthonisz en Peter van Velpen. Op zijn Cornelis Gerritsz van Eck en Wouter Jacobsz Woerts borg voor Claes Arisz van Dijck bij een publieke verkoopt te Driebergen [ONA Werkhoven; not. Van Reumst; inv.nr.2437]. 1705: Cornelis Gerritsz van Ek - 2 [Driebergen; inv.nr.366; consumptielasten] Hendrick van Oort, zn. van Rijck Rutgers van Oort en Sophia Flinckerts, gedoopt te Amersfoort op 15 oktober 1650, met attestatie van Amersfoort naar Montfoort in oktober 1681, procureur voor het gerecht van Montfoort, diaken tussen 1684 en 1687, rentmeester van de vier armenfundaties te Montfoort vanaf 1688, ondertrouwt (2) te Amersfoort op 9 oktober 1691, trouwt te Amersfoort op 3 november 1691 met Geertruij van Beeftingh, ondertrouwt (1) te Amersfoort op 18 januari 1679, trouwt te Amersfoort op 7 februari 1679 met 827. Clara van Veenhuijsen, dr. van Cornelis Hendricks van Veenhuijsen en Anthonia Willems, gedoopt te Amersfoort op 14 november 1650, belijdenis te Amersfoort op 23 april 1671, met attestatie naar Montfoort in oktober 1681, overleden voor 3 november : Clara van Veenhuysen, op de Camp, doet belijdenis in Amersfoort : Hendrick van Oort en Clara van Veenhuijsen wonen bij hun huwelijk beiden in Amersfoort (?): Huwelijkse voorwaarden Henrick van Oort en Clara van Veenhuijsen. Fijtje Flinckerts is getuige [ONA Amersfoort, AT019b002] : Anthonia Willems, weduwe van Cornelis van Veenhuysen, majoor van Amersfoort; Barent Thonis Matlage, Geertruyd Opoeter, laatst weduwe van Pieter Rechts, hospita van de Vergulde Swaen, allen wonend te Amersfoort, verklaren dat Henrick van Oort, wonend te Montfoort, hun resp. schoonzoon, zwager en broerder, bij de Heren Staten 's lands van Utrecht is aangesteld tot Rentmeester van de vier armenfundaties te Montfoort, zoals het "Oude Man en Vrouw huys" en het "Geest- en Gasthuis" aldaar. Zij verklaren dat Arent van Veenhuysen, luitenant van Jhr. Jacob Godin, heer van Boelesteijn en hoofdofficier in deze stad, zich voor de administratie door Henrick van Oord borg stelt, maar nu beloven zij dat ingeval Arent van Veenhuijsen hierdoor schade lijdt, dat zij dit dan ieder voor 1/4 part voor hun rekening zullen nemen, zodat Arent niet meer dan 1/4 part schade lijdt. Henrick van Oord belooft ter voorkoming 105
106 van schade minstens 1 x per jaar een schriftelijke staat aan de borgen te leveren. Voor voldoening van hun plichten verbinden de borgen hun goederen [ONA Amersfoort, not. Van Brinckesteyn, AT 015a005 fol.34-35; borgtocht: ONA Utrecht, not. Houtman, U82a13, akte 25]. 1688: De vier armenfundaties van Montfoort zijn het gasthuis (later het weeshuis), het Heilige Geesthuis, het oudemannenhuis en het oudevrouwenhuis. In 1688 werden het bestuur en de administratie van deze fundaties samengevoegd. Er waren 8 regenten en een rentmeester, die ook de vergaderingen notuleerde. De samenvoeging ging blijkbaar niet zonder slag of stoot, aangezien de regenten in 1689 een brief stuurden aan de staten van Utrecht met bezwaren tegen het aanstellen van één rentmeester : Frans Lagerstond, winkelier te Utrecht, machtigt Nicolaas van Loon te IJsselstein om vorderingen te innen, o.a. bij NN van Oort te Montfoort [ONA Utrecht, not. Van Rheenen, U119a2, acte 75] : Hendrick van Oort, wonend in Montfoort, en Jan van Gelder treden op als voogden van de kinderen van Pieter Rechts en Geertruijd van Opoeteren [Transportregister Amersfoort] : Het archief van de armenfundaties bevat een omslag met stukken betreffende de liquidatie tussen de regenten en de gewezen rentmeester H. Van Oort Dirck Aertsen van Nykerken, zn. van Aert Volkerts van Nykerken en Lysken Dirks, diaken te Nederlangbroek in 1686, overleden voor 11 juni 1717, trouwt te Leersum op 13 mei 1683 met 829. Geertruij Jacobs, dr. van Jacob Gerrits van Vredendael en Maagje Jans van Velpen, geboren te Leersum, gedoopt te Amerongen op 20 maart 1659, overleden te Leersum op 2 september : Willem Gijsbert van Egmondt van der Nieuwborgh verhuurt aan Dirck Aartsen van Nijkercken ontrent 4 mergen lants, genaamd de Gasthuysackker, gelegen te Nederlangbrouck bij den Goij, voor 60 gulden het jaar [ONA Utrecht, not. P. Leechburch, inv.nr. U97a10, akte 55] : Geertruij Jacobs, weduwe van Dirck Aertsz van Nieukercken, in leven meestertimmerman te Nederlangbroek, bekent zo staande het huwelijk als daarna, in diverse reizen van mijn moeder Maijgjen Knoppers of wel bij leven van mijn stiefvader Jan Willemsz Knoppert ontvangen te hebben 300 gl, en beken Jan Woutersz van Ginkel getrouwd met Krijntje Jacobs 400 gl [ONA Leersum; not. Simon de Moij] : Gerrit Cornelissen van Oosterbeecq als speciael gemachtigde van Jacob Dirxen van Nijkercken, Anthonie Dirxen van Nijkercken, Gerrit Dirxen van Nijkercken, Dirck Dirxen van Nijkercken, Anthonie van Alewijck, als man en voogt van sijn huijsvrouw Annetije Dirx Nijkerck, Aert Jansen Hoevelock als man en voogt van sijne huijsvrouw Ariaentijen Dirx Nijkerck, mitsgaders Trijntijen Dirx Nijkerck meerder jarige dochter voor haar selven, en haar alle te samen sterck maeckende ende de rato caverende voor Boudewijn van Vellecamp in huwelijck hebbende Lijsbet Dirxen van Nijkercken, ende Rijck vanden Berg als in huwelijck hebbende Gerrigijen Dirx van Nijkercken sijnde tesamen kinderen, ende erfgenamen van Geertruij Jacobs wede van Dirck Aarts van Nijkercken, Mitsgaders Jan Woutersen wedr en erfgenaam van Kuijntijen Jacobs, ende Gijsbert Reijerts als man en voogt van sijn huijsvrouw Gerrigije Jacobs volgens procuratie voor schout en geregte van Leersum den 10 Augustus 1726 gepasseert alhier vertoont gelesen, verkopen aan Jacob Knoppert, borgermr van Leerseum 'seeckere drie achste portie in een derde portie van een huijsinge, hofstede met berge, en schueren genaemt de peertskeutel, groot ongeveerlijck twee en dartig mergen, dog soo groodt en cleijn deselve gelegen is onder desen geregte, ende voorsz wede van Dirck Aertsen van Nijkerken mitsgaders Gijsbert Reijertsen, en Jan Wouterzen van Ginckel ieder voor een achste portie in het geregte derde portie van de gemelde hofstede van Maegijen Jans laast wede van Jan Willemsen Knoppert toe gescheijden in dato den eersten Januarij 17c xxiij' [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.531] : De erven Jacob Knoppert, Jacob Dirkse van Nykerk, Gerrit Dirkse van Nykerk, Anthony van Alewyk x Annigje Dirks van Nykerk, Ryk van den Bergh x Gerritje van Nykerk, 106
107 Tryntje Dirks van Nykerk, Adriaantje Dirksen Nykerk, Jan de Jongh x Maagje Hoefflaak, dochter, Willem de Greeff x Geertruid Hoeflaak, dochter, Boudewyn van Vellekamp x Lysbeth van Nykerken, Hermannus van Lens x Willemyntje van Stein, eerder wed. Dirk van Nykerken, Dirk Nykerk, zoon van Anthony Nykerk, wonend te Utrecht int Ambagtskinderhuys, de kinderen van wijlen Anthony van Nykerk,Geertruid van Nykerk en Johanna van Nykerk (bedeeld door de aalmoesenierskamer van Utrecht), machtigen Fredrik van den Honart, drossaard van Zuylestyn, Leersum en Ginkel, tot een openbare verkoop aan Bernard Casius, van een obligatie van f 700,- ten laste van het anderdeel der generale middelen 's lands van Utrecht; zie ook procuratie d.d voor het gerecht van Zuilestein, Leersum en Ginkel; procuratie d.d voor notaris D. van Vianen [ONA Utrecht; ot. Van Vloten; inv.nr. U169a12, aktenr. 90-2] Arien Elberts van Donselaar, zn. van Elbert Cornelissen van Donselaar en Goosentje Peters, j.m. van Nederlangbroek, overleden voor 2 februari 1695, trouwt te Wijk bij Duurstede op 16 juni 1674 met 831. Jannigje Jochems, j.d. van Wijk bij Duurstede, met attestatie van Nederlangbroek naar Overlangbroek op 6 oktober Reijer Hendrikse, zn. van Hendrik Jacobs, j.m. van Otterlo, ondertrouwt te Barneveld op 12 juni 1674, trouwt te Barneveld op 12 juli 1674 met 833. Marijtje Aelten, trouwt (1) met Henrick Reijers : Reijer Henrickss j.m. sone van Henrick Jacobss van den Aenstoot te Otterloo ende Marrijtje Aelten wed: van zalg: Henrick Reijers woonend op Brijler onder Barneveld. Confer: den 12 Julij [Trouwboek Barneveld]. 1674: Jan Francken van Dronckeler contra Reijer Henricks als man en momber van zijn Marriken Aelten, eerst getrouwd geweest aan Henr. Reijers. Voor 183 gl van pacht van het goed Bitterschoten vervallen Petri 1672 en nog van voldoening van 220 gl voor twee jaren vervallen Petri Geaccordeerd [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.183 fol.26 (Barneveld)] Cornelis Janse Ketel, j.m. van Amerongen, begraven te Amerongen op 28 september 1700, trouwt (2) te Amerongen op 5 augustus 1688 met Geertruijt Tempels, trouwt (1) te Amerongen (met attestatie van Doorn) op 16 november 1671 met 835. Willempje Ariens, j.d. van Darthuizen, overleden voor 5 augustus : Willempje Ariens woont in Amerongen en trouwt met attestatie van Doorn Goossen Jansz de Heus, zn. van Jan Baltusz de Heus en Metje Goossens, gedoopt te Erichem op 2 april 1648, overleden te Erichem op 16 maart 1723, trouwt met 839. N.N., begraven te Erichem op 10 juni : Goossen de Heus ontvangt 'root vries tot drie rockijens' van de armmeesters van Erichem [ORA Erichem nr.424; Familievereniging de Heus] Barend Huijbertsen van Groenhout, overleden na 1705, trouwt (2) te Veenendaal op 1 juni 1679 met Elisabeth Gerrits, trouwt (3) te Veenendaal op 29 augustus 1704 met Gerretie Jans Haelboom, trouwt (1) met 841. Elsjen Dircks Turen, dr. van Dirck Turen, overleden rond : Beernt Huijbertsz, in de Beneden Middelbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683]. 1711: Barent Huijbertsz, wonend in Stichts Veenendaal, betaalt gulden achterstallig 107
108 haardstedegeld over , voor 1 haardstede [OA Rhenen, inv.nr.425] Anthony Harmsen Rossenkamp, overleden voor 12 april 1718, trouwt met 845. Jantje Gerrits, overleden voor : Harmen, Rijck en Geurit Teunisse Rosenkamp, mitsgaders Heijltje, in huwelijk hebbend Leendert Janse van Dijk, kinderen en erfgenamen van hun overleden vader Anthonij Harmense Rosenkamp [ook Joannis Rossecamps weduwe Geertje Aelders], maken machtig Rijck Rossecamp en Jan Lindemans om te ontvangen van Pieter de Noijelles, executeur testamentair van Eva van Cranepoel, alles waartoe zij wegens vonnis van de schepenen van Amsterdam van gecondemneerd is. Het betreft enkele losrentebrieven op Holland [ONA Veenendaal, not. Elias Verschuur, inv.nr. 2195, akte 184] : Harmen, Rijk en Geurt Teunisse Rossenkamp en Heijltie Teunis Rossenkamp, getrouwd met Leendert Janse van Dijk die in 1717 naar Oost Indië is gevaren, zijn de erfgenamen van hun vader Anthony Harmense Rossenkamp. Ze hebben 249 gulden ontvangen. Geertie Alders, weduwe van Johannes Rossenkamp, heeft afstand gedaan van de nalatenschap in 1718 bij magescheid. Jan Lindeman, wonende te Amsterdam, heeft een maagescheijt opgemaakt na machtiging van 7 april 1718, voor deze notaris [ONA Veenendaal, not. Verschuur inv.nr.2195 akte 63] Jan Helmertsen van Overeem, zn. van Helmert Fransen van Overeem en Gijsbertgen Fransen van Triest, geboren rond 1635, landbouwer op Rumelaar onder Woudenberg, overleden te Woudenberg op 5 juni 1696, trouwt met 853. Jantje Wulpherts de Bruijn, dr. van Wulphert Jansz de Bruijn en Jantje Harmsen, overleden na Roelof Roelofs van Methorst, zn. van Roelof Jansen van Methorst en Reijertje Claassens, geboren rond 1638, landbouwer op Lichthorst, schepen te Renswoude van 1695 tot 1698, overleden te Renswoude op 9 mei 1718, trouwt met 855. Hendrikje. 1675: Roeloff Roeloffsz, doet bouwerije, met vr. en 2 kdr [Familiegeld Renswoude 1675; Eemlandse Klappers] : Roelof Roeloffs Methorst, wonende onder Renswoude, getrouwd met Hendrickjen, wordt beleend door opdracht van Evert Hendriks van Achtevelt met Wittenoort, gelegen voor het grootste deel in Renswoude en gedeeltelijk in Scherpenzeel. Het is gekocht voor f Op wordt Jan Roeloffs Methorst, na dode van zijn vader, hiermee beleend [Repertorium van de beleningen van het huis Scherpenzeel, p.136] Evert Teunissen van Donckelaer (alias op Ouwenhorst), zn. van Theunis Jansen van Donckelaer en Barbara Meeussen, geboren in 1632, overleden te Woudenberg op 22 oktober 1687, trouwt met 857. Marritje Cornelis van 't Voort, dr. van Cornelis Jansz van 't Voort en Helmertgen Hermens, gedoopt te Scherpenzeel in november 1641, overleden te Woudenberg op 7 juli : Marritje Cornelis van 't Voort wordt beleend met een deel van 't Voort Anthonie Dircksz van Overeem, zn. van Dirk Helmerts van Overeem en Evertje Huijberts, geboren rond 1647, landbouwer op Strubbelenburg onder Woudenberg, overleden voor 1684, trouwt met 859. Maijtje Jans Gijsbertsen, geboren rond 1649, overleden te Woudenberg in
109 1686: Maijtje Jans is eigenares van een deel van de Doyestok : De weduwe van Anthonij Dirxe Overeem betaalt 9 tot 10 gulden familiegeld. Van 1692 tot 1705 betaalt zij ook voor de erfenis van Dirck Helmerts, in totaal 6 tot gulden Elis Jansz van Landaes, zn. van Jan Arisz en Willempje Elissen, geboren rond 1645, timmerman, schepen te Doorn tussen 1672 en 1705, begraven te Doorn op 23 mei 1723, trouwt met 863. Elisabeth Jans, dr. van Jan Jacobs en Luijtgen Arris, begraven te Doorn op 30 augustus : Elis Janss,getrouwd met Lijsbet Janss, enige dochter en universele erfgenaam van wijlen Jan Jacobss, in zijn leven gewoond hebbend tot Maarn, bekent f 268,- schuldig te zijn aan Carel Godin, sergeant majoor van een regiment infanterie te Utrecht, vanwege achterstallinge pacht over stuk land sinds 1668, gebruikt door wijlen Jan Jacobss [ONA Utrecht, not. F. van Drielenburch, inv.nr. U88a1, aktenr.43] : Anthonis Cooll en Neeltgen Thomas hebben getransporteerd aan Elis Jansz van Landaes timmerman 'seeckere huijsinge ende erve met alle het getimmer ende bepotinge daerop staende, ende 'tgene daerin aerd ende nagelvast is, staende ende gelegen in desen Dorpe Doorn Daer ten Oosten het kerckhoff ende doodenwegh, ende ten Westen d'erfgenamen van Luijtgen Aris wede van Jan Jacobsz ende de Diaconie naest gehuijst ende geerft zijn [ ] Bekennen[de] vande totale Cooppenningen voldaen ende betaelt te zijn, renunchierende diensvolgende van alle actie recht ende toeseggens als sij Compten daeraen hadden, mitsgaders van alle oude brieven ende bescheijden als daervan roerende ende spreeckende zijn, alles ten behoeve vande voorn Luijtgen Aris ende haren nacomelingen [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.530] : Elis Jansz Timmerman tot Doorn, weduwnaar en boedelhouder van Elisabet Jans zijn huijsvrouw zaliger geeft te kennen dat op voor not. Houtman te Utrecht een zekere akte is gepasseerd 'Jnhoudende dat al voor ontrent acht Jaren geleden bij het trouwen van sijn soon Jacob Elisz zar met Catharina Antonis van Dijck aendenselven sijnen soon tot Huwelijx goedt en ten reguarde van moeders goedt dewelcke den voorn[oemde] Jacob Elisz wegens sijns comparants overleden huijsvr[ouw] van hem te pretenderen hadde in volcomen eijgendom heeft overgegeven gelijk dan oock den voorn[oemde] Jacob Elisz en Catharina Anthonis van Dijck gewesene echtelieden v[er]volgens in eijgendom hebben geaccepteert en aengenomen de roerende goederen bij deselve acte geprecisiceert ter somme van twee hondert seven en seventigh gulden tien stuijvers waer bij hij Compnt nogh in gelde belooft heeft de somme van twee en twintigh gul[den] tien stuijvers makende te samen de somme van drie hondert gulden tot Egalisatie van gelijke somme als hij Compnt aen sijn andere uijtgetrouwde kinderen soo voor moeders goedt als houwelijx goedt belooft en betaeld heeft Dat hij Compnt naderhandt bij 't examineren vandeselve acte bevonden heeft daer in alsoo geschreven te staen dat die penningen sijn overleden soon voornt waren toegereeckent voor Huwelijx goedt, en oock voor moeders goedt tot Egalisatie van gelijke soe als hij Compnt aen sijn andere uijtgetrouwde kinderen soo voor moeders goe als huwelijx goedt belooft en betaeldt heeft, daer sijn Compnts intentie en meninge niet anders is geweest als dat de voorsz soe sijn voorn[oemde] soon sijn aengereeckent alleen voor huwel[ijcks] goedt en niet voor moeders goedt tot egalisatie van gelijke soe als hij Compnt aen sijn andere uijtgetroude kinderen ten huwel[ijck] belooft en betaelt hadde gelijk hij den Compnt alsnogh v[er]claerde sijn volcomen intentie en meninge alsoo te wesen, Compareerde mede Hendrik Elisz voor sijn selven, Hendrick Claesz Venendael als getrouwt hebben[de] Maegjen Elis, Jan Gerritsz Haerman als man en voogt van Jannigjen Elis, Aelten Hendrix wed en Boeldelharster van Johannis Elisz en v[er]volgens moeder, en mombersz over hare onmundige kinderen in echte v[er]wect bij voorn[oemde] haer man zar Jan Jansz van Doorn als in huwelijck hebbende Willempje Elis, mitsgrs Harmen Jansz van Dijck als getrouwt hebbende Henderijntjen Elis te samen indier qe mede kinderen en erfgen[amen] vande voorgemelde Elisabet Jansz ende Beloofden de voorsz acte vanden 18e April 1716 in voegen hier voren naerder v[er]claert nae te comen 109
110 sonder in rechten of daer buijten iets tegen te doen' [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.534] Teunis Thijmensz, trouwt met 869. Geertje Jans Teunis Antonissen van Renes, zn. van Antoni Willemsen op Renes en Jantien Driessen, geboren te Scherpenzeel, landbouwer op Renesse, trouwt (2) te Scherpenzeel op 25 oktober 1685 met Aeltje Teunissen van 't Vliedt, trouwt (1) met 875. Jantje Cornelissen van Ebbenhorst, dr. van Cornelis Jansz van Ebbenhorst en Trijntje Gosens van Spickhorst, overleden te Scherpenzeel op 11 januari : Anthonis op Renes wordt verscheidene malen beboet door de schout van Scherpenzeel wegens vechten. Hij vecht met Engel, met mr. Willem, barbier (op de Amersfoorder weg, eerst op Sniddelaer, daarna op Donckelaer en toen op de dam van 't Willaer), met Cornelis Jansz Ouwens [RA Scherpenzeel 3; Veluwse Geslachten 32(5), p.59] = 810 Saar Adriaansz, trouwt met 879. = 811 Dirckje Gerrits de Cruijff, trouwt (2) met Hendrick Aertsz Berent Buijters van Laer, geboren te Laer, burger te Amersfoort op 5 december 1681, ondertrouwt te Amersfoort op 7 oktober 1681, trouwt (Schepenbank) te Amersfoort op 25 oktober 1681 met 891. Aeltje Maes Verburgh, dr. van Maes Jans Verburgh en Hendrickjen Soest, overleden na 7 februari : Barent Buijters van Laer wordt bij zijn huwelijk geassisteerd door Hendrick Harmens, een bekende [NB waarschijnlijk is dit zijn plaatsgenoot Hendrick Harmens van Laer], Aeltie Maes Verburgh wordt geassisteerd door haar nicht Margariet Soest [waarschijnlijk is dit Margareta Gerrits Soest die in 1652 trouwt met Henrick Jansz van Bemmel] : Barent Buijters, afkomstig van Laren in Münsterland, heeft het burgerrecht versocht [Stadsarchief Amersfoort]. Laren is waarschijnlijk Laer bij Münster : Arnaut van Veen, voor zichzelf en als gemachtigde van zijn vrouw Johanna Anthonis, en voor zijn zuster Anna van Veen en Willem van Veen, verkoopt aan Willem [?] Buijters van Laer, zijn vrouw en hun erfgenamen, een zeker huis, staande bij het stadhuis, gelegen tussen het huis door Jan Mom zaliger nagelaten en de weduwe van Reijer Gerrits, linnenwever [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.2] : Baernt Buyter van Laer, burger en inwoner, en Aeltie Maesz Verbrugh zijn vrouw, lenen van Meusie Jans, wed. van Gosen Theunisz Veth, 160 gulden à 20 stuiver het stuk. Onderpand is hun huis staande bij het stadhuis, met aan de ene zijde het huis door Jan Mons zal. nagelaten, en aan de andere zijde de weduwe van Rijer Gerritsz,linnenwever [Transportregisters Amersfoort , fol.29v] Rutger Harmens, geboren te Wijhe, landbouwer op Schelenhof in Twello, overleden na maart 1689, trouwt (2) te Twello op 12 november 1671 met Henrickjen Harmens, geboren te Wilp, ondertrouwt (1) te Twello op 25 oktober 1663, trouwt te Twello op 20 december 1663 met 897. Geesken Gaerts, geboren te Diepenheim, overleden voor november Gerrit Hermens, overleden voor maart Hendrick Gerrits. 110
111 902. Tonis Jans, overleden te Voorst op 20 maart : Tunnes Jansen op den Hoeck in Gietel [Overlijden Voorst] 936. Cornelis Geurts Verbrugh, zn. van Geurt Cornelisz Verbrugh en Dirkje van Vincelaer, j.m. van Maurik, overleden voor maart 1693, trouwt te Maurik op 27 oktober 1661 met 937. Anthonia Sanders van Grootvelt, dr. van Sander Hendricks van Grootvelt en Metgen Gijsberts, gedoopt te Maurik op 27 januari 1639, 'doet schoenmakerswinckel' : Cornelis Geurtsz Verbrug's wed, in Maurik, doet schoenmakerswinckel [Inwonerslijsten Nederbetuwe; Archief Polderdistrict Nederbetuwe]. 1702: Cornelis Geurts Verbrughs weduwe betaalt 10 gulden familiegeld in Maurik. In 1703 betaalt zij 7-10 gulden Aert Aertsen, j.m. van Eck, landbouwer, kerkmeester tussen 1697 en 1702, ouderling in 1700, buurmeester te Maurik in 1702, trouwt (2) te Maurik op 25 november 1687 met Aaltje Verbrug, trouwt (1) te Maurik op 2 augustus 1674 met 939. Janneke Jans, j.d. van Beesd, overleden voor 25 november : Aert Aertsen woont bij zijn huwelijk in Eck, Janneke Jans woont in Maurik : Aart Aartsz behoort tot de hele ploegen in Maurik [Inwonerslijsten Nederbetuwe; Archief Polderdistrict Nederbetuwe]. 1702: Aart Aartsz betaalt 20 gulden familiegeld in Maurik. In 1703 betaalt hij 21 gulden : Aert Aertsen, bouwman tot Maurik, verklaart in huur te hebben aanvaard van de kinderen van dhr. van Cattenburg, in leven burgemeester van Rhenen: een wooninghe, sijnde een groot woonhuijs en agterhuijs, backhuijs, wagehuijs en bergh in de kerspel van Maurik, waarop Aert Aertsen vele jaren gewoond heeft en nog woont. Bij het erf horen de boomgaarden aan beide zijden van het huis, ca. 2 morgen bouwland, leenroerig aan het Hof van Culemborg, 3 morgen en 3 hond bouwland en boomgaard in Overparrik, 1½ morgen bouwland, 4 morgen 3 hont bouwland in Overwijckmaet, 8 hont weiland in een kamp van 4 morgen (samen met Aert Aertsen), en tenslotte 3 morgen in Middelparrik, waaronder 2 hont boomgaard, tesamen 15 morgen, en 15 hont land. De huur is voor 4 jaar, beginnend in De huurprijs is jaarlijks 110 gulden; of 100 gulden als hij voor het onderhoud etc. zorgt. [Not. Van Meerwijk, Utrecht, inv.nr. U132a1, akte 103] Jan Sanders van Grootvelt, zn. van Sander Hendricks van Grootvelt en Metgen Gijsberts, gedoopt te Maurik op 2 maart 1640, ouderling van 1700 tot 1701, schepen te Maurik in 1718, begraven te Maurik op 21 december 1729 (in de kerk), trouwt te Maurik op 17 mei 1663 met 941. Beatrix Cornelissen Verbrugh, dr. van Cornelis Stevens Verbrugh en Johanna Jans van Wijck, j.d. van Maurik, trouwt (1) te Maurik op 15 juni 1651 met Rijck Mertens van der Eem : Cornelis Jans van Ommeren verkoopt een hypothecaire lening van 300 gulden (verstrekt aan Evertjen Jans, weduwe van Gerrit Vonck) aan Jan van Grootfelt en Beatricx Verbrugh [Vrijwillige Rechtspraak Ingen] : Johan van Grootvelt Sandersz behoort tot de principaelste van de halve ploegen in Maurik [Inwonerslijsten Nederbetuwe; Archief Polderdistrict Nederbetuwe] : Johan van Wyk, koopman van paerden in Utrecht, verhuurt aan Jo. Jan van Eck en Jan van Grootveld Sandersen, wonend te Maurick, voor 6 jaar een uytterweerd in Maurick, groot 4 mergen, genaamd de Sluisweerd, voor f 144,- jaarlijks. Op wordt de huur voor 6 jaar 111
112 vernieuwd voor f 128,-. [ONA Utrecht, not. Van Munster, inv.nr.u124a1, aktenr.133 en U124a2, aktenr.97]. 1702: Jan van Grootvelt betaalt 11 gulden familiegeld in Maurik. In 1703 betaalt hij 10 gulden Goossen van Westrheene, zn. van Anthony Jansz van Westrheene en Anna Vonck van Lienden, gedoopt te Lienden op 19 januari 1645, landbouwer, ouderling in 1696, begraven te Maurik op 13 december 1720, trouwt (2) te Maurik op 8 april 1688 met Cornelia van Triest, trouwt (1) te Maurik op 27 mei 1672 met 943. Elisabeth van Hattem, dr. van Dirk van Hattem en Elisabeth van Vincelaer, gedoopt te Maurik op 16 januari 1653, begraven te Maurik op 15 juni Wapen van Westrheene: In goud een zwarte ring vergezeld van drie zwarte leliën [van Wimersma-Greidanus, kwartierstaat in stamreeksen, reeks 483] : Goossen van Westrhenen en Elisabeth van Hattum lenen van Cornelia van Schadick, wed. van Willem van Grootvelt, 400 gulden op 7 hont boomgaard en bouwland op den korte hoeff. Op lenen zij van scholtis Gerard Uyttenweerde en Johanna Vonck van Lienden 1000 gulden, met als onderpand een huis, enz, met 6½ morgen aan de Homoetse steech. Op lenen zij van lenen van Johan van Grootfelt Willems 600 gulden op 9 hont boomgaard op den Corten hoeff, 14 hont bouwland op de Slaegh en 3 morgen weiland Geerts weert. En op lenen zij van Raetsheer Kloeckhoff 300 gulden, met als onderpand 14 hont bouwland op de Slaegh. [Protocol Maurik NB 223] : Magescheid tussen Goossen van Westrhenen, weduwnaar en boedelhouder van Betje van Hattum, ter eenre, en Elisabet van Vinceler, weduwe van Dirk van Hattum, grootmoeder, Johan van Hattum en Wouter van Hattum, ooms van Agnieta, Dirk, Maria en Elisabet van Westrhenen, onmondige kinderen van Betje van Hattum ten andere zijde. Het le lot is voor de boedelhouder: 7 hont boomgaard op de korten hoof, 2 hont in den langen boomgaard en 14 hont bouwland op de Slaegh te Maurick; 3 morgen weiland in Meerten, de Muyscamp genaamd; de helft van 525 gulden ten laste van Wouter van Hattum en de volgende lasten: 600 gulden ten behoeve van Jan van Grootfelt, 400 gulden ten behoeve van Alexander van Grootfelt, 300 gulden aan Kloeckhoff, etc. Het 2e lot is voor de onmondigen: een ledige huysplaets, 10 morgen, de Oude weyde genaamd, en 3 morgen, de Peetweert genaamd, beiden te Maurik, deels leenroerig aan Culemborg [Protocol Maurik NB 223] : Gossen van Westrhenen bewoont een huis en hofstad op de Slaagh, onderdeel van de boedel van Elisabeth van Vincelaer [Protocol Maurik NB 223] : Goossen van Westrhenen behoort tot de hele ploegen in Maurik [Inwonerslijsten Nederbetuwe; Archief Polderdistrict Nederbetuwe] : Gosen van Westrenen, als vader en momber van zijn 4 onmondige kinderen, bij Elisabeth van Hattem verwekt, bekent wegens zijn kinderen schuldig te zijn aan Steven Gerritsen Verbrugh, een bedrag van 220 gulden tegen 5% rente. Onderpand is 11 hont weiland in t Vregius te Ingen. De schuld is voldaan op [Vrijwillige Rechtspraak Ingen] : Gosen van Westrenen wordt, na opdracht door zijn vader Antonis Jansz van Westrenen, beleend met een morgen bouwland op de Horick onder Meerten. Op , na de dood van Goossen, wordt zijn zoon Derk er mee beleend [Repertorium op de lenen van Lienden en Ter Leede, nr.19]. 1702: Goosen van Westrhenen betaalt 15 gulden familiegeld in Maurik. In 1703 betaalt hij gulden. 1703: Goossen van Westrheene wordt na de dood van zijn vader beleend met 1½ morgen onder Ommeren, genaamd de Nedersten Lodderkamp [Archief Heren en Graven van Culemborg] : Dirck van Westrhenen en Gerritje van Triest, Rijck van Grootvelt en Agnita van Westrenen, kinderen en erfgenamen van zal. Goossen van Westrhenen, verkopen aan Lambert Augustinus en Evertge de Leeuw 1½ morgen bouwland in den Engh [Protocol van Ommeren NB 239 fol. 102]. 112
113 946. Arris Peters, rademaker, trouwt met 947. Mensje Gerards : Arris Pietersz. en Mensje Gerardsd, zijn vrouw, worden bij overdracht door Fransje, dochter van Cornelis Morre, weduwe van Jan Albertsz. Holtappel, c.s, beleend met de tijnsen uit een kamp in Lambalgen, groot 3 morgen [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de hofstede Amerongen; : Arris Petersz raeijmaker tot Scherpenzeel contra Jacob Cornelisz Boschman tot betaling van van een nieuwe wagen schuldig gebleven [Amerongen; Rol van Civiele Zaken; inv.nr.127] Claes Otten, buurmeester te Veenendaal in : Claes Otten is eigenaar en gebruiker van een huis met 1 haardstede in Stichts Veenendaal, gelegen in het stuk 'van den Slaperdijck aff oostwaerts op naer de Kerckewijck toe' [Haarstedengeld; Oud Archief Rhenen, inv.nr.423] 954. Evert Cornelis Hoorens, overleden te Veenendaal op 12 september 1693, begraven te Veenendaal (op het kerckhof, met de groote klock geluyt). 1683: Evert Hoorens, in de Bovenbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683] : Cornelis Evertsz, Jan Evertsz, Kempus Claesz getrouwd met Aeltjen Evers, Cornelis Petersz getrouwd met Jantjen Everts, en Cornelis Cornelisz getrouwd met Willemtjen Everts, zijn samen erfgenamen van hun vader en schoonvader Evert Cornelisz Hoorens, die overleden is op in Stichts Veenendaal. Zij verklaren wel zijn begrafenis te willen verzorgen maar doen afstand van zijn nalatenschap [ONA Veenendaal, not. Boumeister] 968. Jan Hermsen van Meerbeek, trouwt voor 1699 met 969. Teuntje Berends ten Voorde : Staat van inventaris van de vaste goederen van Jan van Meerbeek nagelaten. De inventaris bevat een huys met hof en een half molder lant van 't erfhuys (f ), een obligatie aan Beckhuijsen van f 500, een obligatie aan Albert van Meerbeek voor f 108 en een rekening van f , 3 fijtels, 2 neerste, een paar mouwen, 5 mutsen, een das, 2 kussens, slopen, een tafellaken, 5 manshemden, 3 vrouwenhemden, 3 veerdel fijn doek, 3 ellen grof doek, 2 paar laken. Aldus geinventariseerd en opgegeven bij Albert van Meerbeek en Dirk Hulstijn, mombers en boedelhouders van het onmundige kind van Jan Rietbergen [ORA Veluwe en Veluwezoom, Inventarissen en maagescheiden der onmundigen; toegang 203 inv.nr.508 fol.237] Hendrik Jans Steenhof, zn. van Jan Hendriksz Steenhof en Gosentje Roelofs, smid, schepen te Woudenberg in 1708, diaken tussen 1708 en 1711, kerkmeester te Woudenberg in 1710, overleden rond 1712, trouwt te Woudenberg op 24 december 1705 met 971. Geertje Hendriks de Bree, dr. van Hendrik Gerritsz de Bree, overleden te Woudenberg op 23 februari 1748, trouwt (2) te Woudenberg op 12 maart 1713 met Geurt Woutersen Smees Arien Cornelisz van Eijckelkamp, zn. van Cornelis Cornelisz Flooren en Aeltje Ariaens, geboren te Maarsbergen rond 1657, overleden voor 12 oktober 1715, trouwt te Renswoude op 7 november 1686 met 113
114 973. Maria Cornelisse van Hardevelt, dr. van Cornelis Willems van Hardevelt en Grietje Harmens Hardeman, gedoopt te Scherpenzeel op 22 november 1668, overleden na 28 september 1720, trouwt (2) met Cornelis Theunisz : Maria Cornelis van Hardeveldt weduwe en boedelhoudster van Arien Cornelisz Floor, ter eenre, mitsgaders 'Cornelis, en Willem Arrisz Floor meerderjarige Jonghmans, mitsgrs Cornelis Eijckelcamp als Om, en bloedtvoocht, over Gijsbert, Metjen, en Aeltjen Aris Floor ter andere sijden te samen kinderen en Erfgenamen vanden voorn[oemde] Arien Cornelisz Floor in Echte v[er]wect bij de eerste compnte, verklaren 'inderminne en vriendschap wegens de nalatenschap van gemelden Arien Cornelisz Floor overcomen en geaccordeertte sijn, nae dat alvorens d'effecten en lasten des boedels tegen den anderen gebalanceert waren ende dat in voegen en manieren als volgt, te weten, dat d'eerste Compnte van nu af aan in een volcomen eijgendom sal hebben en behouden alle de goederen en effecten des boedels gene vandien uijtgesondert soo en in dier voegen deselve bij de eerste Comparanes man zar met ter doodt ontruijmt en nagelaten sijn, alsmede hare voornoemde vijf kinderen ontheffen van alle schulden en lasten des boedels gene vandien mede uijtgesondert, wer en boven de eerste Compnte aen haer voornoemde vijf kinderen voor haer vaders versterf belooft te voldoen en betalen de somme van twee hondert en tien Car[olus] gul[den] tot xx st: 't stuck, sijnde ieder kindt twee en veertigh gulden boven een behoorlijcke alimentatie vande voorsz drie onmundige kinderen soo in cost en dranck, cledinge en redinge ter tijt en wijlen deselve bequaem sijn om haer cost te winnen, mits dat deselve oock gehouden sijn nae v[er]mogen boedels oirbaer te doen en sullen de portie van Cornelis en Willem Arrisz aen haer tot vermaninge moeten worden voldaen, en de portie vande drie onmundige kidneren als sij respe tot haren mundigen daege of huwelijcken staete sullen gecomen sijn, en worden deselve onmundige kinderen bij desen tot securiteijt en in minderinge van haer voorsz portie aengewesen, en overgegeven, de somme van vijftigh gul[den], met de renten vandien nae dato deses te v[er]schijnen sijnde de helfte van een Oble van een hondert gul[den] staende tot laste van Dirck Petersz van Woudenbergh inde Ginckel' [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.534] : Huwelijkse voorwaarden Maria van Hardevelt en Cornelis Teunisz voor het gerecht van Doorn Jan Cornelisz van Geytenbeek, zn. van Cornelis Brandsen van Dashorst en Meijnsje Adriaansen van Langelaer, gedoopt te Renswoude op 16 mei 1658, landbouwer op Geijtenbeek onder Woudenberg, later op de Meent in Maarsbergen, trouwt (2) te Woudenberg op 3 april 1707 met Rijkje Jans, trouwt (3) te Woudenberg op 26 oktober 1721 met Hendrikje Klaas, trouwt (1) te Doorn op 6 november 1701 met 975. Oetje Jansen van Renswoude, dr. van Jan Gerritsen van Renswoude en Adriaantje Teunissen, gedoopt te Zeist op 2 september 1664, overleden te Scherpenzeel op 31 maart : Bij zijn huwelijk staat dat Jan Cornelisz woont op Geytenbeek omtrent Scherpenzeel. In 1706 wordt vermeld dat Jan Cornelisz van de Rouwe Hofstede gebruiker is van Geitenbeek, gehuurd van Frederik van Geitenbeek [Oudschildgeld 1706] : Na zijn huwelijk met Rijkje Jans verhuisde Jan Cornelisz naar de Meent, de hoeve van zijn schoonouders in Maarsbergen : Jan van Geytenbeek treed op als voogd van Cornelis en Meinsje, kinderen van Oetje Jans en kleinkinderen van Jan Gerrits en Adriaantje Theunis [RA Sterkenburg] Peter Jansz van Os, zn. van Jan Arisz van Os en Jannigje Willems van Buren, gedoopt te Amerongen op 12 november 1668, overleden voor 23 juni 1744, ondertrouwt te Amerongen op 11 april 1691 met 977. Lijsbeth Wijnen Visch, dr. van Wijnand Joosten Visch en Annighje Jans den Duitsche, gedoopt te Amerongen op 30 december 1669, overleden voor 23 juni
115 : Gerrit de Ridder contra Peter van Osch. Hij seijde dat den eijscher op 1-8 deses jaers ten huijse vande wed. van Claes van Dam in de roode Leeuw alhier tot Amerongen aenden gedaagde hadde vercocht de keure van een sijnen eijschers te vette gaande beesten [Amerongen Rol van civiele zaken; inv.nr.131; transcr. H.J. Postema] : On omvrage gebraght, hoe men althans met Peter van Os en zijne Huijsvrouw Lijsbet Vis, zal hebben te handelen, en dat om haar beijde te noodigen off niet te noodigen tot des Heeren Heijligh Avond-maal, terwijle dat niet alleen Peter van Os en zijne huijsvrouwe Lijsbeth Vis, alle beleeffde aanbiedinge, en ernstige verzoeken van den predikant aan haar beijde teffens, en nogh namaals aan hem Peter van Os alleen gedaan als hebben verworpen, en zelffs naar geen verzoeken off beleeffde aanbiedinge jn het alderminste willen luijsteren, en dat om een proces, over de zomme van 21 gulden, door hem Peter van Os veroorzaakt, tusschen hem en eenen Gerrit de Ridder thans Diaken deser Kerke van Amerongen [ ] [Kerkenraad Amerongen] : Pieter van Os, alhier tot Amerongen wonende, heeft verzocht 'dat den Kerkenraat van Amerongen hem eene verzeekeringe wilde geven, voor zijn zoon Matheus van Os, thans woonende tot Rotterdam, terwijle dat zulx aldaar gevordert wierdt, omdat hij zijn borger reght niet tijdigh genoegh gewonnen had, dat jngevalle hij voor zijn perzoon tot armoede moght komen te vervallen, van den zelven te zullen onderhouden, off geheel naar haar te nemen, onder belofte dat hij Pieter van Os daar voor wederom zal borge worden' [Kerkenraad Amerongen] : Peter van Os en Lijsbet Wijnen lijftochten elkaar. Zij testeren op hun vijf kinderen Jan van Os, Mattheus van Os, Henrik van Os, Anna van Os en Hendrina van Os, met een beschrijving van de toekomstige verdeling [Amerongen Protocollen Dorpsgerecht; inv.nr.144] : Jan van Os, Mattheus van Os, Hendrik van Os, Anna van Os, en Hermen Schouten getrouwd met Hendrijn van Os, kinderen en erfgenamen van Peter van Os en Lijsbet Wijnen, maken een boedelscheiding [Amerongen Protocollen Dorpsgerecht; inv.nr.145] Arij van der See, zn. van Cornelis Ariens van der See en Jannetge Jans, gedoopt te Rotterdam op 10 februari 1669 (get: Govert Gijsbertsse, Arijaentie Jans), begraven te Rotterdam op 10 april 1748, trouwt (1) te Rotterdam op 27 maart 1690 met Ingetje Pieters de Vries, trouwt (3) te Rotterdam op 24 augustus 1704 met Heiltie Willems, begraven te Rotterdam op 9 februari 1742, ondertrouwt (2) te Rotterdam op 7 augustus 1695, trouwt te Rotterdam op 21 augustus 1695 met 979. Maria Schooneman, dr. van Jan Cornelisz Schooneman en Aeltje Jans van Santen, gedoopt te Rotterdam op 3 mei 1672 (get: Pieter van Santen), begraven te Rotterdam op 10 juni : Arij van der Zee, j.m. van Rotterdam, wonend op de Rotte, (o)tr 12/ met Ingetje de Vries, j.d. van Rotterdam, wonend Rosant [Trouwboek Rotterdam]. 1695: Arij van der Zee, weduwnaar, wonend Rotte, (o)tr op 7/ met Maria Schoonemans, j.d. van Rotterdam, wonend Moolewerf [Trouwboek Rotterdam] : Arij van der See en Maria Schooneman wonen achter Clooster (1696), in de Santstraet (1698) en op 't Roosant ( ) [Doopboek Rotterdam] : Marijtje Schoonemans, huisvrouw van Arij van der Zee, kraamvrouw, nalatend 4 minderjarige kinderen, wonend op 't Roosant in de Gaper [Begraafboek Rotterdam]. 1704: Arij Cornelis van der Zee, weduwnaar te Rotterdam, wonend in de Zantstraat, (o)tr op 10/ met Heijltije Willemz, weduwe van Claas Janse Brachel, wonend in de Zantstraat [Trouwboek Rotterdam] : Arij van der Zee, weduwnaar van Heiltie Willems, nalatend 1 meerderjarig kind, wonend in de Frankestraet vooraan [Begraafboek Rotterdam] Gijsbert Jansen Bouwman, zn. van Jan Gijsberts en Deliana Adriaens, j.m. van Amerongen, wonend aan de Achterwegh te Amerongen, later bij Royesteijn onder Amerongen, schepen te Amerongen in 1656, overleden voor 8 februari 1677, trouwt te 115
116 Amerongen op 15 januari 1643 met 981. Elsje Corsse, dr. van Cors Cornelisz, j.d. van Amerongen, overleden voor 8 oktober /1664: Geritgen Jan Daems wed. 22 morgen in den Eng. Eigenaar en bruiker Huijbert van Zijll. Nu eigenaar graaf van Culemborg en bruiker Willem Lambertsz weduwe, nu Willem Philipsz. Nu eigenaar dhr Gresunt en bruikt Gijsbert Bouwen [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183] : Gijsbert Jansz Bouwen transporteert aan Anthonis Huijbertsz Deurslach de helft van een hofje te Amerongen ow Crijn Cornelisz ww schoolhuijsinge zw de domheren nw Arris Cornelissen Smit [Dorpsgerecht Amerongen inv.nr.148; verkregen van Dick van Wageningen] : Gijsbert Jansz Bouwen transporteert aan Arien Jansz Smit de helft van een hofje [Dorpsgerecht Amerongen inv.nr.148] : Peter van Cleeff drossaard, Huijbert van Velpen en Jan van Kesteren schepenen met de secretaris hebben op verzoek van Arien Jansz de Goede zich getransporteerd in seecker stuck boeckent gelegen naast de hofstede van Gijsbert Bouwen en de schade geëstimeerd door de varkens en hoenderen gedaan. Met diverse stukken tussen Arien Jansz de Goede contra Gijsbert Jansz Bouwman [Dorpsgerecht Amerongen inv.nr. 133] : Drost contra de huisvrouw van Gijsbert Bouwen en Neeltje Mod. Zij hebben op gevochten. Eis: boete 25 gl. [Amerongen Rol van lijfstraffelijke en boetstraffelijke zaken, inv.nr.120] : Gijsbert Jansz Bouwman transporteert aan Gerrit Gijsbertsz x Jantje Cornelisdr die wednr. was van Crijn Cornelisz seeckere huijsinge ende hoffstede berch ende getimmer etc, soo die verkoper deselve van sijne moedere Deliana Aerts met toestant van sijn swager Augustijn Hendricksz overgenomen ende door die doot vande vande sijne moeder nagelaten is, staande aan de Overstraat [Dorpsgerecht Amerongen inv.nr.142] : Diderick van Eck van Panthaleon, heer van Lievendaal, verklaart verhuurd te hebben aan Gijsbert Jansz Bouman, wonend te Amerongen, een zekere wei groot 3 morgen, om met beesten te beweijen, maar geensints te hooijen, gelegen bij huize Lievendael, voorheen door Jan Cornelisz in pacht gebruikt, voor 3 of 6 jaren [ONA Amerongen; not. Van den Doorslag; inv.nr.168] : Govert van der Doorslag, secretaris, treedt op voor Elsie Corsend, weduwe Gijsbert Jansz. Bouwer, bij dode van Cors Cornelisz, haar vader, bij de belening met 2 stukken land op de Ameronger Eng (zijnde een hofstede met 2 morgen engeland), waarna belast voor Geertruida Bremgen, weduwe Jordaan Guesent, drost en stadhouder van Culemborg, met ƒ 15.- Karolus, te lossen met ƒ 300 [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de hofstede Amerongen; : Drost contra Elsje Corssen en Jan Bouwen Gijsbertsz. Zij hebben gevochten [Amerongen Rol van lijfstraffelijke en boetstraffelijke zaken, inv.nr.120] Jan Huijberts Tol, zn. van Huijbert Jansen Tol en Lijsje Wouters, herbergier, overleden voor 8 juni 1674, trouwt te Amerongen op 3 december 1665 met 983. Teuntje Vos, dr. van Anthonis Jans Vos en Marrichje Roelofs, trouwt (2) te Amerongen op 8 juni 1674 met Peter Cornelisz. 1600/1664: Mathijs Reijersz nog 5 morgen opten Enge hemzelf toebehorende. Eigenaar en bruiker Cornelis Mathijsz nu eigenaers. Hier van eigenaars: Roelof Adriaensz 2,5 hont, Sander Jansz 1 morgen 5 hont, Jan Huijbertsz 8 hont, Lijsbeth Hermansz 3 hont, Jan Toll 1 mergen [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183] : Jan Huijbertsz Toll verklaart verhuurd te hebben aan Jan Arissen van Osch zijn huis, hof en bouwland daarachter gelegen, zoals hij dit al gebruikt, aan de Achterweg te Amerongen, waar de Haes uithangt, voor 6 jaar [ONA Amerongen; Minuten van Godert van den Doorslag, nr.168]. 116
117 : Teuntje Vos, wed. Jan Huijbertsz Tol, heeft uitgekocht Peter Maesz wegens zijn huisvrouw Geurtje Tol en Jan Jacobsz Toll als aangetrouwde oom en neef, voogden en bloedmombers over de twee onmondige kinderen Teunis en Lijsbet Jans Tol, nadat opening van de boedelinventaris had getoond [ONA Amerongen; Minuten van Godert van den Doorslag, nr.168] Evert Bosch, zn. van Jurriaen Bosch, geboren te Ingen, kleermaker, wonend in de Minrebroedersstraat, belijdenis te Utrecht op 18 december 1643, begraven te Utrecht op 20 februari 1654 (in de Jacobikerk), ondertrouwt te Utrecht op 9 mei 1630, trouwt te Schoonhoven op 26 mei 1630 met 985. Maria Jans, dr. van Jan Aerts Beijman, geboren te Schoonhoven, overleden voor 11 december : Evert Bosch, afkomstig uit Ingen in de Nederbetuwe, wonend in de Roomburgerstraat, en Mariken Jans, afkomstig van en wonend in Schoonhoven, krijgen attestatie om in Schoonhoven te trouwen [NG Trouwboek Utrecht] : Evert Bosch in de Minnebroedersstraat, Melis (?) van Nijkercken bij de Neude en Matheus Schinckel zijn voogden van de onmondige kinderen van wijlen Jan Joriaens Bosch, horlogemaker, en Catharina Jans Schenckaerts [Besognes van de Momberkamer te Utrecht, inv.nr. 1385] : Evert Bosch, kleermaker, en Maria Jans van Schoonhoven, wonend te Utrecht krijgen octrooi om te testeren [Octrooiregister Hof van Utrecht] : Jurriaen Bosch verleent ontslag aan zijn voogden: Zijn oom Evert Bosch, zijn oom Elias Janss, en zijn oom Matheus Schinckel. Comparant machtigt zijn stiefvader Peter Baart, horlogemaker, om ontslag bij het gerecht te laten vastleggen en om zijn goederen te beheren [HUA; Not. Zwaerdecroon, akte 50]. 1650: Evert Bos van Steenhuijs staat op de ledenlijst van het kleermakersgilde [UA, inv.nr. 465, Gildelijsten Utrecht 1650] : Inschrijving van de begrafenis van Evert Bosch, in de Minnebroederstraat, begraven in de St. Jacob, 'nalatende syn huysfrouw met echte onmondige kinderen'. Groefbidder is D. Geest [NG Begraafboek Utrecht, nr.123 p.601] : Maria Jans van Schoonhoven, weduwe van Evert Bosch, kleermaker in de Minrebroederstraat, vertoont een zeker extract hangende aan een acte van een zekere dispositie, van haar en haar man zaliger, op voor not. Ruijsch gepasseerd, bevattende de seclusie van de weesheren van Utrecht. Dit vermeldt ook dat zij tot mombers over hun onmondige kinderen benoemen, eerst de langstlevende en verder Peter van de Poel, borger en passementwerker te Utrecht, gevende hun de macht en authoriteit die zij als momber nodig hebben. Maria Jans verklaart dat Peter van de Poel tegenwoordig impotent is en presenteert tot momber in diens plaats Willem Dircks van Oosterwijck. Later dat jaar presenteert zij Mattheus Aerts Schinckel 'behoude oom van 's vaders sijde' [getrouwd met Maijchgen Bosch], wonend in de Lege Marssche Garst, en Joriaen Bosch, horlogemaker aan de Marie plaets, 'ooms zoon' van vaders zijde, als mombers [Besognes van de Momberkamer te Utrecht, inv.nr ] : Hendrickgen Bosch, weduwe van Joriaen Bosch, wonend in de Betuwe, Matheas Jansz, tobacq vercoper te Utrecht, en Peter Cornelisz, wonend in de Betuwe, zijn f schuldig (volgens koopconditie d.d ) aan Marichien Jans, weduwe van wijlen Evert Bosch, in leven burger van Utrecht [HUA; not. W van Beeck, akte 8] : Mr Willem Logier advocaat 's hooffs en canonick ten Dom, geassisteerd met Simon Logier zij vader, verklaart verkocht te hebben aan de weduwe van Evert Bosch ten behoeve van haar zoon Johannes Bosch van Steenhuijsen de verkopers 'canonicale en supplementaire prebende' voor 5500 gld boven 10 rosenobels tot een verering. Georgius Bosch, procureur voor het Hof van Utrecht, stelt zich borg [ONA Utecht, not. Van Aelpoel, inv.nr.u054a001 akte 417] : Johan van Waeij, getrouwd met Johanna Casteleijn, en Catharina Casteleijn, geven procuratie aan Joannes Bosch om voor het Domkapittel te Utrecht, ten behoeve van Maria van 117
118 Koevoet, weduwe van Evert Bosch, haar aandeel in een resterende plecht van f 400,- ten laste van Philips Robbart te transporteren. Verwijzingen naar plechten van en voor het Domkapittel van Utrecht [ONA Utrecht, not. Van Vuijeren, inv.nr. U36a16, akte 71]. 1663: De weduwe van Evert Bosch uit Utrecht verwierf uit de executieveiling van de goederen van Jonker Herman van Doeijenburg en zijn echtgenote, van wie de desolte boedel onder beheer stond van Georgius Bosch, de 'huijsinge en hofstde genaamd Lokhorst' met 37 morgen land, voor 8450 gulden [later het Wolvegat genoemd, aan de Langbroekerdijk B8]. Deze rijke rentenierster betrok de hofstede met haar kinderen. Het moet een aanzienlijk verblijf zijn geweest, waarvoor gulden huisgeld voor moest worden betaald. Het beschikte over 2 haardsteden en een oven. Georgius Bosch volgde haar op als eigenaar en bewoner [Van Schaik en Van Schaik (2008), Overlangbroek op de kaart gezet, p.87] : Henricus de Jongh, wedr. van Maria van Beckbergen, schout van Demmerich, Vinckeveen en der Aa, verkoopt aan Maria van Koevoet, weduwe van Evert Bosch, een plecht op een huis en hofstede aan de Lange Nieuwstraat, gelegen naast de uitganck of poortwech aan de huijse van den heere Hardenbroec. De eerste plecht van f 5000 à 6% is ten laste van Cornelis van Deuverden, gehuwd met Elisabeth van Bijlert t.b.v. Helena Wouters van Staell, weduwe van Adriaen van Beckbergen. Ook zit er een tweede plecht op van f 500, à 5 % [Transportregisters Utrecht] : Josina van der Does, wed. van Hendrick van Eede, in leven ritmeester, machtigt Georgius Bosch en Johannes Bosch, borgers te Utrecht, tot het transport, voor het gerecht van Maarn, van een perceel land onder Maarn, groot 9 morgen 560 roeden, beplant met eiken, aan de weduwe van Evert Bosch [ONA Utrecht, not. Duerkant, inv.nr.u70a4, aktenr.140] : Boedelinventaris van Everard Bosch [HUA, Hof van Utrecht nr , G24; Van Schaik en Van Schaik (2008), Overlangbroek op de kaart gezet, p.182] Willem Jansz van Stam, overleden voor 26 oktober 1665, trouwt met 987. Willemken Jans : De weduwe van Herman Hendricksz eijser versus Willemken weduwe van Willem Jansz gedaagde. Partijen accoord [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.527] : Willemken Jans weduwe van Willem Jansz van Stam, wonend te Doorn, verklaart 'te consenteren ende voor soo veel haer aengaet te vreden te zijn, dat het houwel[ijck] werde gesolemniseert van haer Comptes dochter Teuntgen Willems van Stam met Jan Abrahams van Elschenborgh, versoeckende derhalven sij Compte aende Eerw: heeren vande kerckenraed, ofte magestraten off overste regenten der Stede Elschenborgh, off elders, alwaer de wettelijcke ondertrouw versocht soude mogen worden, dat haer Ed: gelieve dit moederlijck Consent te accepteren, ende 't houwelijck te solemniseren [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.527] : Anthonis Cool en Neeltgen Thomas verhuren aan Frederick Ter Gau rademaker 'seeckere huijsinge schuer ende hoffstede, staende ende gelegen in desen Dorpe genaemt de Swaen', waarin een Camer wordt bewoond door de weduwe van Willem Jansz [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.527] Wouter Petersen, overleden voor 24 mei 1674, trouwt te Amerongen op 17 september 1643 met 991. Cornelisje Corsse, trouwt (2) te Amerongen op 24 mei 1674 met Evert Peters : Wouter Peterse & Cornelisjen Corsse beijde woonachtich tot Amerongen sijn nae voorgaende proclamatien in den houwelijcken staet bevesticht tot Amerongen de 17 september [Trouwboek Amerongen] Geurt Claassen van Leeuwen (alias Kuiper), zn. van Claes Otten van Leeuwen en Dirkje Geurts, gedoopt te Barneveld op 13 maart 1672, tonnenmaker, koster, overleden 118
119 voor 23 juli 1726, ondertrouwt te Barneveld op 18 maart 1692, trouwt te Ede op 10 april 1692 met 993. Cornelisje Goossens van den Treeck, j.d. van Ede, fruitverkoopster, overleden na 9 december : Aert Gosense van den Treeck, smid in Amersfoort, wordt bij zijn huwelijk met Theodora van Lingh geassisteerd door zijn zwager Willem Aertsz, door Cornelisje Gosens van den Treeck, getrouwd met Geurt Claesz van Leeuwen, en door Dirckje Gosens van de Treeck, meerderjarige dochter [ONA Amersfoort, not Harthoorn AAT027a001fol.44] : Guert Claesen van Leeuwen en Cornelissien Goosses verkopen aan Willem van Esvelt en. Elisabet Heerman seeker huijs en hoff geleegen in den dorpe Barnevelt voor een somma van een duijsent gulden. Dit wordt geregistreerd op [ORA 0203, boek 835, Barneveld, folio 51v] : Gerhardus van de Vliert, cessionaris van Jacob van Bemmel, peijnt (legt beslag) op de gerede goederen, actien en creditten van Guert Claasen Cuijper ende Cornelisjen Gooses, speciaal een huijs staand in den dorpe van Barneveld dat door Guert Claasen en sijn vrouw bewoond wordt. Dit om daar op te verhalen een betaling van de summa van 200 gulden met interest [ORA 0203, boek 835, Barneveld, folio 63] : Cornelisjen Goosens, weduwe en boedelhouder van wijlen Guert Claasen van Leeuwen, geassisteerd door haar zoon Thoon Guertsen verkoopt aan Gijsbert Hendriksen Scherpekamp en Stephanie van Haard seeker huijs, hoff en hofsteede in de Catrijnestraat staande in den dorpe Barneveld sijnde vrij alodiael deijlbaar Thinsgoet voor de somma 600 gulden (geregistreerd op ) [ORA 0203, boek 835, Barneveld, folio 71] Hendrik Everts Slock, zn. van Evert Thonisz Slock en Elsje van Lintelo, herbergier in de Hartogh van Gelderland te Veenendaal, onderschout te Gelders Veenendaal tussen 1680 en 1736, geërfde gerichtsman van de Veluwe te Veenendaal tussen 1682 en 1731, overleden voor 26 april 1742, trouwt (1) met Hendrickje Gerrits Dijcker, trouwt (3) te Veenendaal op 30 maart 1732 met Jannetje Stevens van de Dijkgraaf, trouwt (2) te Veenendaal op 17 januari 1686 met 995. Elisabeth Sanders Stip, dr. van Sander Teunisz Stip en Jantje Aerts, overleden voor 30 maart : Hendrick Slock, onderschout van Veenendaal, wordt beleend na dode van zijn schoonvader Hendrick Jans met een 'groote huijsinge met slijckgront, hoven, boogaert en alle sijne toebehoren. [Repertorium van de beleningen van het Huis Scherpenzeel, ] : Jannechien Franse Rosch verkoopt aan Hendrick Everts Slock het zesde deel van het huis daar hij in woont, gestaan in het ampt van Venendael, voor de som van 125 gld [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.14 (Veenendaal)]. 1690: Elisabeth Stip bezit een stoel in de kerk buyten t heckentje, zuidzijde, 2e rij [VG 2000, p.382] : Cornelis Fransz Ros en Hendrick Slock zijn eigenaars van graf nr.3 in de kerk van Veenendaal, ieder voor de helft. Op wordt het graf alleen op naam van Hendrik Slock gezet en op koopt Sander Slock het graf van de weduwe en verdere kinderen van zijn vader [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal] : Van Hendrik Slok zijn verscheidene aantekeningen teruggevonden. Hij schrijft o.a. 23 Maert 1692 is mijn vrouw van een dogter bevallen ende genaemt Johanna nae haer m.., 12 Julij 1698 tís een seer drooge somer het coren velt ende thuijnvrugten groeijen door het barre weer nijet met de taback is het oock arremoeij, November 1698 so is het hijer overal een groote gebreecke aen coren hoij ende strooij soo dat veele beeste ja selfs menschen van honger stijerven en 17 October 1699 tís overal een goet jaer geweest ende in alles beetercoop gelijck mij verhaelt is in de jaere 1599 oock een geseegent jaer waere [VG 2000, p.381]. 119
120 1705: Hendrik Slok (dood) ende sijn huijsvr: Lijsbet Stip (dood) en de soon (1717) Sander Slok en haar dogter Hanna Slok en de meijt Elisabet van Ellekum [Lidmatenregister Veenendaal] : Arien van der Meijen en Claertjen Slock hebben verkocht aan Henrick Slock en Lijsbet Stip, een huis, schuurtje en erve, voor 330 gld [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.41 (Veenendaal)] Hendrik Sijmons Verhoef, zn. van Sijmon Hendriks Verhoef en Stijntien Abrams van Blijsel, trouwt met Geertruij Turen, dr. van Harmen Dirks Turen en Anneke Henricks Slotboom : Hendrick Simensen Verhoeff en zijn vrouw Geertruijt Teuren machtigen Derck van Ommeren om aan Jelis Janse, volgens koopcontract van , te transporteren een huis, brouwerij en melkerij gelegen in Stichts Veenendaal bij de mercktbrugge naast het huis van Willem Lambertsen van Hardevelt, onderschout. Het verkochte is erfpachtplichtig aan de domijnen van Utrecht [ONA Veenendaal, not. Verschuur, inv.nr.2193 akte 88] Melis Teunisse, zn. van Teunis Melissen en Aeltien Hendricks. 1694: Melis Theunis wordt beschuldigd dat hij met Gerrit en Evert Hulst, schepen van de Calvercamp, en meer anderen 'met messen, stocken, gavels, grepen' gevochten heeft 'en malcanderen gebloetwont'. De beklaagde zegt dat hij in dit 'rencontre is gequetst geworden' zonder dat hij er iets mee van doen had [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.203 fol.36]. 1709: De zoon van Melis Theunissen tot Velthuijsen, Jan Melissen, wordt er van beschuldigd dat hij op 21 april met een roer gejaagd en in het veld geschoten heeft [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.216 fol.5] Jan Otten van Wakeren, zn. van Ot Jansen van Wakeren en Trijntje Jansen, j.m. van Veenendaal, ondertrouwt te Scherpenzeel op 17 maart 1683, trouwt te Scherpenzeel op 1 april 1683 (met attestatie naar Veenendaal) met Johanna Aelten, dr. van Aelt Gerritsz Schuerman en Jantje Morren, j.d. van Egdom : Een vijfde part van een huis met 9½ morgen gesaeij in Venedael aan de Gelderse zijde, toebehorend aan Hans Gindeler sargiant en Janneke Mense, wordt getransporteerd aan Jan Otten. Op dragen Guert Hendrickse en Jannetie Goijer nog een vijfde part over aan Jan Otten [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.7v (Veenendaal)]. 1705: Aen de Meulenbrug wonen Jan Otten en sijn vr: Johanna Aal en haar suster Gerrigje Aal (dood 1715) en de dogter Antonia Jans van Waken en de soon Ot Jansz van Waken [Lidmatenregister Veenendaal] Johannes Heij, zn. van Hendrick Willems Heij en Dirckjen Willems, gedoopt te Utrecht op 27 januari 1667, wonend in de Voorstraat te Utrecht in 1694, ondertrouwt te Utrecht op 3 mei 1691, trouwt te Utrecht (in de Dom) op 21 mei 1691 met Gijsbertje Hartgers : Johannes ter Heijde j.m. en Gijsbertje Hartjens j.d, beijde wonend op de Voorstraat. Get: Hendrik de Haan, bruidegoms swager, schriftelijk consent van bruijds moeder in de Dom getrouwd [NG Trouwboek Utrecht]. 1705: Aan de Geldersche zijde woont Johannes Heij (dood) en sijn vrou Gijsbertje Hartjens (dood) en de dogter Derkjen [Lidmatenregister Veenendaal]. 1711: Jan Heij, wonend in Stichts Veenendaal, betaalt gulden achterstallig haardstedegeld 120
121 over , voor 2 haardsteden [OA Rhenen, inv.nr.425] : Jan Heij en Gijsbertje Hartgers kopen graf nr. 74 in de kerk van Veenendaal van Jacob van Schivikhaeven, erfgenaam van Lambert Vonck en Belighje Maas Dirksen van Ede, zn. van Dirk van Ede en Aaltien, molenaar en herbergier in de Nieuwe Molen in Gelders Veenendaal, overleden voor 4 december 1724, trouwt te Veenendaal op 21 april 1678 met Neeltje Lamberts van Hardeveld, dr. van Lambert Roelofs van Hardeveld en Teuntje Willems, geboren rond 1658, overleden voor 16 januari : Aan de Nieuwe weg en Nieuwe Meulen woont Maes Dirksz (dood) en sijn huysvr Neeltje Lamberts van Hardeveld en de dogter Christijntje Maasen [Lidmatenregister Veenendaal] : Henrick van Creel en Geertjen Weppelman verkopen aan Maes Derksen en Neeltjen Lamberts van Hardevelt 2½ morgen bouwland. Geregistreerd [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.46 (Veenendaal)] : Maes Dercks van Eede is overleden. Zijn zoon Derck Maessen van Eede wordt namens zijn moeder Neeltjen Lamberts van Hardevelt beleend met een huis, hof, boomgaard, weide en bouwland en slijkgrond, ongeveer 3½ morgen groot. Oost: de gemene Grift, zuid: Jan Gijsbersz, west: Elias de Ridder, noord: de molenaar van de nieuwe molen. De vorige belening is van Op vertoonden Maes Dircks en Neeltjen Lamberts hun testament, opgemaakt in huize Scherpenzeel. Op is Neeltje van Hardeveld overleden en wordt haar zoon Anthony hiermee beleend. Het wordt dan getaxeerd op f 3000 [Repertorium van de beleningen van het huis Scherpenzeel; 143, fol. 54v en 139; 144 fol. 97v] : Muurgraf nr.65 in de kerk van Veenendaal, eerder op naam van Jan Otten s erfgenamen en Roelof Lamberts van Hardevelt, wordt op naam gezet van de weduwe Maas van Eede en Jan Boonzaaijer Gerrit Gijsberts, trouwt te Veenendaal op 7 mei 1682 met Annetien Teunis Hardeveld : Gerrit Gijsbertsz, j.m. en Anneken Teunis j.d. beyde in Venendael. 23 April i proclamatie [ ] 7. Maij alhier getrouwt [Trouwboek Veenendaal]. 1683: Gerrit Gijsberts, in de Bovenbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683] : De veenraden en kerkmeesters oordelen dat Gerrit Gijsbertsz voor de helft gerechtigd is in grafstede nr.8 en daarom wordt deze helft op hem verboekt. De grafstede was oorspronkelijk eigendom van Cornelis Reijersz Bunt, en wordt op verboekt op Cornelis, Jacobje en Maeijgje Hardeman, erfgenamen van Huijbertje Hardeman, getrouwd geweest met Herman Hardeman, die een dochter van Cornelis Bunt in huwelijk heeft gehad, op verzoek van deze kinderen en ook op begeren van Cornelis Willemsz Hardevelt, getrouwd met Grietje Hermans Hardeman [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal, p.8, 9] : Gerrit Gijsbertsz. en Annichje Thonisz. van Hardeveld, echtelieden, wonende te Stichts Veenendaal, beiden gezond, maken een testament waarbij zij de weeskamer uitsluiten [ONA Veenendaal; not. Boumeister, inv.nr.2190, akte 145]. 1705: De Pannenhuijs: Gerrit Gijsbertsz en sijn vr: Annetje Teunis en haar broer Thijs Teunis. Bij allen staat: dood [Lidmatenregister Veenendaal] Gerrit Jansen Vollewens, zn. van Jan Gerrits Vollewens en Gerritje Clemens van Dashorst, chirurgijn, ondertrouwt te Veenendaal op 17 oktober 1680 met Marretien Henricks van Kreel, j.d. van Bennekom : Mr Gerrit Jansen Volwens chirurgijn in Venendael & Marretien Henrix van Kreel 121
122 j.d. onder Bennckom, 17 october 1 proclamatie [ ] Attestatie verleent om in de kerce aldus te trouwen [Trouwboek Veenendaal]. 1683: Meester Gerrit Volwens, in de Beneden Middelbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683]. 1698: Mr. Gerrit Volwens chirurgijn contra Aert Cornelissen Suckel. Eist betaling van 36 gulden meestersloon als hij verdiend heeft aan het genezen van verweerders hand toen hem de duim afgehouwen was in De verweerder zegt dat niet door hem, maar door Jan Hendriksen Brouwer betaald moet worden, bij sententie van Jan Hendricksen Brouwer zegt daarop dat het maar een simpele vleeswond waarvoor een pleister genoeg was. De eiser heeft 5 weken daarover gedaan en heeft 3 weken lang dagelijks 2 verbanden verbonden, voor het eerste verband 15 st en voor de andere 3 st. De zaak is geaccordeerd [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.207 fol.8]. 1705: Aan de Geldersche zijde woont Gerrit Volwens en sijn dogters Adriana Vollewens en soon Cornelis (1715). Bij allen staat: dood [Lidmatenregister Veenendaal]. 1710: Antoni van Ravenswaeij wordt beschuldigd dat hij met Gerrit Volwens, Aert Jans van Dolder en Frans de Fluijter met stokken en stenen heeft gevochten. Hij beweert echter Gerrit Volwens dat heeft gedaan [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.217 fol.31v] : Mr. Garrit Volwensch, chirurgijn, en zijn vrouw Maria Hendricx, wonende te Stichts Veenendaal, de eerste zwak van lichaam en te bed liggend, de tweede gezond, herroepen alle voorgaande testamenten en wijzen hun kinderen als hun erfgenamen aan. Bij overlijden van een van beide comparanten wordt de langstlevende gelijftocht en krijgt alle huisraad en inboedel alsmede de winkel met zijn toebehoren. Zij wijzen de langstlevende aan als voogd over de eventuele onmondige kinderen, met het recht andere voogden te benoemen. Alle kinderen zullen evenveel erven. Het kind dat tegen deze beslissing protesteert krijgt alleen het wettelijke deel van de erfenis [ONA Veenendaal, not. Elias Verschuijr, akte 100] Rijk Jans de Ruijter (alias op de Pol), zn. van Jan Gerrits de Ruijter en Jantien Aalten, overleden voor 24 september 1693, trouwt te Veenendaal op 30 april 1676 met Jannetje Everts Bosch, dr. van Evert Hendriks Bosch en Gijsbertje Evertsen : Rijk Jansen is de enige nagelaten zoon van Jan Gerritsen en Jantie Aalten [RA Veluwe 797 fol.11]. 1705: Aan de Geldersche zijde wonen Jannegje Bosch, Gijsbertje de Ruijter en Evert de Ruijter. Bij allen staat: dood [Lidmatenregister Veenendaal] Jan Claesz van Langeveld, zn. van Jurriaan Jans van Langeveld en Mayken Cornelis van Eijckeveld, rekenmeester tussen 1701 en 1709, diaken in 1703, kerkmeester te Veenendaal tussen 1706 en 1713, geërfde van de Veluwe in 1707, veenraad van 1715 tot 1717, trouwt voor 1695 met Maria Jacobs van Holten, dr. van Jacob Jansz van Holten en Maria Jans van Veenendaal, gedoopt te Veenendaal op 6 december : Grietje Jans en haar zuster Neeltje Jans, wonende in Veenendaal, geërfden machtigen hun neef Jan Claessen van Langevelt medegeërfde om hun te vertegenwoordigen op de open rekendag van de veengenoten der Gelderse- en Rhenense Venen [ONA Veenendaal, not. Boumeister] : Op verzoek van Jeurjaen Jansz van Langevelt worden 2 morgen verboekt op zijn zoon Jan Claesz van Langevelt. De inschrijving van deze 2 morgen was in 1681 op de erfgenamen van den ouden Jan Claesz. Ook worden 5 morgen op hem verboekt, die hij op weer verkoopt aan Evert Claesen van Velthuijsen [Legger der Morgentalen 1681 fol 20v] : Grafstede nr.13 in de kerk van Veenendaal, eerder in bezit van Jurriaen van Langevelt, 122
123 wordt verboekt op Jan van Langevelt, zijn enige zoon en erfgenaam. Op wordt ook 1/5 deel van grafstede 11, eerder in het bezit van de erfgenamen van Jan Claesz aent Boveneijndt, op hem verboekt. Op wordt grafstede 44 verboekt op de gezamenlijke erfgenamen van Jan Cornelisz, op verzoek van Garrit vande Poel en Jan van Langevelt [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal] : 17½ morgen wordt verboekt op Jan van Langevelt, die dit verkregen heeft door koop van Sander van Eijckevelt. Voorheen was dit bezit van Cornelis Sandersz. Op worden 304 roeden hiervan uitgegeven in erfpacht aan Aert van Stuijvenberg [Legger der Morgentalen fol.15] Steven Teunissen van Ede, zn. van Anthoni Stevens van Ede, overleden voor 22 september 1701, trouwt met Judith Rutgers, dr. van Rutger Jacobs en Jantje Rutten : Een vierde portie van 6 morgen wordt verboekt op Judith Rutgers, de weduwe van Steven Theunisz, op verzoek van hun zoon Rutger Stevensz van Ede. Op dezelfde dag wordt op Rutger Stevens van Ede en zijn zus Ariaentje een deel van een morgen verboekt [Legger der Morgentalen]. Generatie XI Herman Adriaens van Bueren, zn. van Adriaen Hermens van Bueren en Cornelisken Otten, j.m. van Ravenswaaij, ondertrouwt te Rijswijk op 28 november 1647, trouwt te Rijswijk op 19 december 1647 met Maijcken Anthonis, j.d. tot Rijswijk : Adriaen Hermansz van Buren behoort tot de 'halve ploeghen' in Rijswijk [Inwonerslijsten Nederbetuwe ] Willem Claesz, j.m. van Bergen, trouwt te Bergen op 29 april 1646 met Guertje Cornelis, j.d. van Bergen Pieter Willemsz Kunst Cornelis Dircksz Glasekas, glazenmaker, begraven te Alkmaar (Grote kerk) op 2 januari : Cornelis Dircx glasemaker is belender bij de verkoop van een huis in de OZ Houttilstraat. Idem op en Hij wordt dan aangeduid als Cornelis Glasekas. Zijn huis is Kad. AX8 [Historisch Kadaster Alkmaar] : Transport van huis en erf aan de OZ Houtilstraat (Kadastraal AX8), door Meyndert Santvelt aan de Stad Alkmaar ter vergroting van de Kaasmarkt, met als belenders zuid Allert Clock, noord de verkoper met zijn eigen steeg. Bevestiging door schepenen van transport bij executie onder beding van willig decreet van een huis en erf OZ Houtil van Adriaen Santvelt (als in voorgaande akte reg.919), door Jan Claesz Woorthouder, gezworen roedrager op verzoek van Cornelis van Heymenberg (als voogd van kinderen van Cornelis Dircxsz Glaesecas) aan Meyndert Santvelt [Historisch Kadaster Alkmaar; RAA, SA 1589 reg.920] : Kornelis Ghlaezekas N.G W 82, 6 gld [Begraafregister Grote Kerk Alkmaar] Jan Fredericks Swaagh, j.m. van Zuid-Scharwoude, schepen te Koedijk van 1682 tot 1683, vertrekt van Koedijk naar Zuid-Scharwoude in 1683, trouwt te Koedijk op 2 mei 1660 met 123
124 1117. Anna Wouters, dr. van Wouter Pietersz Spicker en N.N, trouwt (1) voor 1655 met Nanning Gerritsz : Michgiel Aerjens en Hendrick Bouwens Clercq verkopen met volmacht van de erfgenamen van Cornelis Pietersz Bel, hun overleden oom, aan Jan Fredrickx Swaech een huis en erf op 't Suytent van Koedijk [ORA Koedijk e stuk, blz. 32] : Jan Frerixz Swaag en Cales Gerritsz treden op als voogden over de nagelaten kinderen van Pieter Cornelisz Wacker, te Zuid-Scharwoude [Broek op Langedijk; meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaartveiling, p.261] : Jan Vreeksz Swaagh en Jan Gerrit Bouwens verkopen, als voogden over Maartje Adriaens, weduwe van Reyer Mieuszoon, en haar kinderen, aan Simon Crijnen een stuk zaadland [ORA Zuid-Scharwoude 6157, blz. 146] Maijl Jacobsz Dirck Teunisz Giet, zn. van Theunis Jansz Giet en Aleid Dircks, overleden voor 9 februari 1683, trouwt met Anna Theunis : Anna Theunis, weduwe van Dirck Theunisz Giet saliger, wordt geassisteerd bij de verkoop van een stukje land door Meijndert Dirksz Giet, haar zoon, vervangende zijne andere broeders en zuster [ORA Den Helder nr. 6730; P. Schager, It giet oan, Hollands Noorderkwartier, sept p.73] Claes Pietersz Korff, trouwt met Gerbrig Cornelis Jansz Adriaans, wonend op de Limmerschouw, schepen te Winkel in 1649, trouwt met Marritgen Jans Jan Hartog, overleden voor 4 februari 1671, trouwt met Maertje Aerians : Maartje Aeriaens, weduwe van Jan Hertog, verkoopt een half huis te Broek op Langedijk genaamd 'Het Visbien', aan haar broer Jacob Aeriaens, schoenmaker [ORA Broek op Langedijk 6163] Klaas Theeuwis Balder, zn. van Teeuwis Cornelisz Balder Simon Adriaans Braak, geboren rond 1658, schoolmeester en koster te Broek op Langedijk van 1682 tot 1736, schotvanger van de erfpachtige landen te Broek op Langedijk in 1686, collecteur van de impost der tienden te Broek op Langedijk in 1694, kerkmeester in 1697, overleden op 2 juni 1736, begraven te Broek op Langedijk (in de kerk), trouwt met Aaltje Jans, overleden te Broek op Langedijk in januari : Op 's Gravenhuijse te Kethel woont een zekere Symon Arijensz Braeck, op wiens levende have, bouwgereedschap etc Egbert Ramp beslag laat leggen [ORA Kethel, nr.255, fol.127]. Hij is een zoon van molenaar Arijen Arijensz Braeck en Maartje Pieters Post. Zou dit dezelfde Symon Braeck kunnen zijn als de schoolmeester van Broek op Langedijk? : De gezamenlijke erfgenamen van Sijmon Krijnen en zijn huisvrouw Neel Willems, 124
125 beiden overleden te Zuid-Scharwoude, verkopen aan Sijmons Adriaansz Braak, schoolmeester, een akker zaadland, groot 1 gars 2 snees, 8 1/3 roeden, voor ƒ 462:2:12 [ORA Broek op Langedijk 6185 fol. 165] : Simon Adriaansz Braak, koster en schoolmeester tot Broek, en zij huisvrouw Aaltje Jans, maken een testament op de langstlevende. De kinderen zijn erfgenamen; hun zoons zoon Marten Jansz Braak krijgt het naakte legitieme portie, hun zoon Adriaan Simonsz Braak een derde van de ganse boedel, en de descendenten van hun dochter Maartje Simons de verdere nalatenschap. Als Adriaan Braak overlijdt zullen zijn kinderen en die van Maartje Simons allen hoofd voor hoofd tot erfgenamen geroepen, uitgezonderd de legitieme portie van Marten Jansz Braak [ONA Zuid-Scharwoude, not. van Twuijver; inv.nr.6576a]. 1729/1736: H.L.B. / Aaltje Jans de huysvrou / Symon Braak / min 2 weken gerust den /. Januarius 1729 / Symon Braak in / leven Schoolmeester tot Broek / van 54 jaren tiende boek / 48 jaren, out 78 jaren / gerust den 2 Juni 17 [Bloys van Treslong Prins, Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden, Noord-Holland dl.ii, p.208]. 1733: Sijmon Braak bezit een huis in Broek op Langedijk met een huurwaarde van 15 gld, waarvoor hij 1-5 gld. verponding betaalt. Ook bezit hij een daarnaast gelegen klein huisje 'onbewoont en onwoonbaar', zonder huurwaarde [Verponding Broek op Langedijk 1733] : De erfgenamen van Sijmon Braak verkopen aan Symon Dirksz Bergen een akker zaadland van 1 gars 3 snees 15 roeden, voor gulden [ORA Broek op Langedijk 6186, blz. 356] Aalbert N.N., trouwt met Sijbrig Jans Cornelis Gerritsz Rus, zn. van Gerrit Jansz Rus, overleden voor 2 maart : Cornelis IJsbrants verkoopt aan Cornelis Gerritsz Rus een huis en erf op 't Noordeind [ORA Koedijk 6219 blz. 280; Genealogie Rus] : Maerten Cornelisz Soetelief verkoopt aan Cornelis Gerritsz Rus, wonende te Koedijk, de helft van een stuk weiland in onze banne te Koedijk, belend ten westen de Vaert, ten zuiden de banscheiding van Oudkarspel en Koedijk, groot in 't geheel omtrent 4 geerzen 9 snees en onderdeel met Pieter Soetelief, voor een custingbrief [ORA Oudkarspel 6058 blz. 211] : Theuwis Meyertsz verkoopt aan Cornelis Gerritsz Rus, wonende te Koedijk, een perceel land binnen de Oude Greb, groot 4 geerzen 9 snees, belend ten noorden de koper [ORA Warmenhuizen 5997 blz. 23] Fedde Volkertsz, zn. van Volckert Feddesz, overleden voor 21 december 1696, trouwt met Anna Gerritsdr, dr. van Gerrit Claesz van Bergen en Dieuwertje Pieters. Fedde Volkertsz is lid van de doopsgezinde gemeente in Broek op Langedijk : De weesmeesters van Broek op Langedijk verkopen voor het weeskind van Jan Aeriansz Slap aan Fedde Volckersz, buurvrijer, een akker zaadland van omtrent 6 snees genaamd Sijverstuijn [ORA Broek op Langedijk 6183, fol. 37v; overgenomen uit Parenteel Fedde] : Dirck Dircksz Joncker en de voogden van de weeskinderen van wijlen Willem Cornelis Neeses verkopen aan Fedde Volckersz een achterhuis en erf, ook 't erf van Kloeijers Horren op 't Suitendt, belend ten zuiden de Bonte Koe, belast met 2 snees ouwedijck, aan welk huis de noordkant van 't laantje voor de Bonte Koe toekomt [ORA Broek op Langedijk 6183, fol. 110v] : Fedde Volckertsz verkoopt aan Teunis Reijertsz een achterhuis en erf, belend ten zuiden de Bonte Koed, belast met 2 snees ouwedijck, met het erf van Kloyers Horn in 't geheel aan voornoemd huis toekomend [ORA Broek op Langedijk 6183, fol. 129] : Marijtgen Hendrixdr, weduwe van Jan Claes Harcx, en haar meerderjarige zoon 125
126 verkopen aan Fedde Volckertsz een huis en erve overtsloot, belend ten zuiden Jan Dircksz Keijser, ten noorden Oom Jan met zijn tuintje, ten oosten de Burgsloot, met een half snees ouwedijck, met 12 voeten erf aan de noordzijde van de weg af te meten [ORA Broek op Langedijk 6183, fol. 129]. 1676: Vedde Volkertsz pacht vroonland [J. P. Geus, De Vroonlanden bij Alkmaar, 1987] : Cornelis Jansz Keyser verkoopt aan Anna Gerrits, weduwe, en haar kinderen nagelaten door Fedde Volckertsz, een huis en erve waarin koopster tegenwoordig woont [ORA Broek op Langedijk 6184 blz. 377] Tonnis Meijnen, wever, overleden voor januari 1677, ondertrouwt te Winterswijk op 15 januari 1646 met Geesken Veltcamp, dr. van Hendrick Veltcamp : Tonnis Meijnen bekent voor zich en voor Geessken zijn huisvrouw verkocht te hebben aan Johan Hardes en Henrica Rumps, eheluijden, 'Sess dall, den dall ad dertich str. den str. Tott vijfftijn placken gerekent Jaerlix op Michaelis und op Michaelis 1655 eerst toe verschijnen, stellende daervoor t'onderpande sijnen goorden voort Dorp Wentersswick naest Henrick Willincks goorden ende Herman Laerberchs Maedeken gelegen, voorts alle sijne gereide ende ongereide goederen, om sich daeran gemelter pension, sampt hoofftsum, hinder kosten ende schaden mit pendongh nae Landtrechte te verhaelen' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.106v] : Tonnis Meijnen bekent voor zich en voor Geessken sijn huijsfrouw 'ondergemelt rechter Jaerlixer pension avergelaten ende verkofft te hebben ahn Gerhardus Henrici Schollmeister tott Wenterswick Elsken Oldensell eheluiden ende haeren erven Vijff Dall. ende een oort, Jaerlix op Petri ende op Petri 1656 eerst toe verschijnen, stellende daervoor t' onderpandt alle sijne geriede ende ongeriede goederen, in specie sijnen goorden den Meijnen goorden genant'. Op bekennen de cessionarien van deze obligatie voldaan te zijn. Ook op verschijnen Jurrien ten Veltkamp en Griete Golden, eheluijde, die bekenden 'voor eene welbetaelde Summa geldes ondergemelt rechter Jaerlixer pension avergelaten ende verkofft te hebben an sijnen Swager Tonnis Meijnen Geessken eheluijden ende haeren erven, vier gulden Jaerlix op Petri, ende op Petri 1656 eerst toe verschijnen, stellende daervoor t' onderpande sijn recht ende gerechtigheijt van sijn Vaeders naelatenschap voor so voel hem daervan nae desselven doot competieren kan offte mochte, voorts alle sijns Comparanten goederen' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.6v-7] : Lambert ten Caete, voor zich en met volmacht van zijn huisvrouw Berntijen Meijnen, opgesteld 'voor Heren Richter ende Schepenen der Stadt Zutphen in dato den 14. deses', bekent verkocht te hebben 'an sijnen Swaeger ende Swaegerinnen Tonnis Meijnen Geessken ten Veldtkamp eheluijden ende haeren erven, een hoff offte gaerden voor Wenterschwick t'eindens vande Medehoesche Strate, mit eener sijdt naest Eppenhoffs gaerden, mit den ander an Henrick Willinx goorden naest Herman Laerbergs weijdeken, mit eenen ende ande Beke, in vorder bepalingen schietende, Item een stuckessken Landes voor Wenterschwick opte Osterwoort ongefehr een schepel geseij, tussen Blesius Volmers landt gelegen, mit eenen einde an Samberges weijde, mitten anderen einde ande gemeine stege schietende' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.73] : Juerden ten Veltkamp, caverende voor zijn vrouw Griete, Henderick Cornelisse, voor zich zelf en caverende voor zijn broeder Jan Cornelissen en zijn zuster Trijntijen Cornelissen, Tonnes Meijnen, voor zich en zijn vrouw Geesken ten Veltkamp, en Hendrick Doeinck en zijn vrouw Tammele ten Veltkamp, verkopen aan Arnt Giessinck een stuk bouwland van 1½ schepel in Huppel [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.93v] : Tonnis Meijnen en Geessken ten Veldtkamp, eheluijden, hebben verkocht aan Blesius Volmer en Aelken van Munster eheluijden 'een stuck Landts groot ongevehr van een halff schepels geseij, voor den Dorpe Wenterswick op den Ostervoordt' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.100] : Hendrick Doeinck en Temmele ten Veldtkamp eheluijden, en Tonnis Meijnen en 126
127 Geessken ten Veldtkamp eheluijden, bekennen verkocht te hebben aan Willem Wahliens en Mechtelt Willinck eheluijden 'haere verkoeperen behuijsinge inden Darpe Wenterswick, so als hun dieselve van Henderick ten Veltkamp angeerft inde Medehoesche straete, tuschen Rutger Poelhuijs ende Willem T'Jeincks behuijsinge in ', 'kummerfrij, uijtgenomen soevenden halven str thins an Jonker Adrian van Eerden Jaerlix' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.12] : Cornelius Smitz, der rechten Dr, bekende voor zich en voor Juffr. Joanna Moselaege zijn huisvrouw, verkocht te hebben aan Tonnis Meijnen en Geessken Veltkamp, eheluijden, 'seecker huijs staende op die Medehoesche Straete mett een plaetsken daerachter gelegen, schietende mett d'eene sijde voor Jacop Willincks hoff, mett d'ander sijde langs seeckeren putte opdes Comparants grondt gelegen -waervan Comparant hem Tonnis Meijnen het gebruijck bij provisie ende hen ten tijde van revocatie vergunt heefft - met het einde aen het stacket tusschen des Comparants grondt ende het voorssn. Plaetsken'. Tonnis Meijnen bekent op dezelfde dag dat hij 'nochtans wegens den cooppenninck is schuldigh verbleven, sess gulden en sess str. ende daerbeneffens een stuck pellen te maecken, offte daervoor Vijff Rijx dllr. tott keur van gemelten Dr. Smitz' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.67] : Tonnis Meijnen en zijn vrouw Geesken lenen 100 dlr. bij Jan Giessink. Onderpand is een stuk land op t Hilligen Loe. Op verklaart Wander Bovelt, erfgenaam van Jan Giessink, dat de schuld voldaan is [RA Bredevoort 425, fol. 8r] Adam Lantink, wever. 1688: Adam Lantink betaalt 1-2 gulden verponding in Winterswijk : Adam Lantinck is 25 daelder schuldig, half aan de provisorie, half aan de Diaconie te Winterswijk. Hierover moet hij vanaf procent rente betalen. De schuld is op afgelost [Rekeningen Diaconie Winterswijk; Derck Kempers Hermen Hunders, zn. van Hendrik Hunders en Aelken Weninck, geboren rond 1635, overleden voor april 1687, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 20 mei 1685 met Jenneken Aarnink, trouwt (1) met Hilleken Elinck, dr. van Tonis Willinck en Aelken Eelinck, overleden voor 20 mei : Hendrik Hunders, Toebe Hunders en Jan Ebbinck, mombaeren van de nagelaten kinderen van Herman Hunders, hebben een schuld van 125 daalder aan Gerda Vockinck. Onderpand is 2½ schepel land op ten Vardinckkamp in Kotten [R.A.Bredevoort] Wessel te Weekamp, overleden voor 12 januari Hermen Holthuis, landbouwer op Holthuijs in het Woold, trouwt (1) te Winterswijk op 26 maart 1626 met Fie Esselink, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 19 december 1637 met Jenneke ten Hoorne (?). 1647: Ten Holthuis, Jor. Eerde. t'huis op 8 dlr, Hof 2 sp. gesaeis, Boulant 8 mlr, de vierde gerve, , thientbaer. 1 Voeder hoeij gewass 3 dlr, Vercken of 3 dlr, Eijcken boomen [Verponding Woold; Afschrift Kreijnck] Berent Roocks, overleden voor 1672, ondertrouwt te Winterswijk op 3 februari 1628 met Trijne Geerdes. 127
128 1294. Berent Rauwerdink, overleden rond Lammert Boeyink, overleden rond : Lambert Boïnck impetrant, en Jan Kocks gedaagde. De impetrant concludeert dat de gedaagde moet worden gecondemneerd tot het ophalen van 'des impetrants gemeijde plaggen in sijn sichtvree in den herfst ao 1638 begaen'. Het hof wijst de eis toe [Hof van Gelre en Zutphen; Civiel sententieboek,nr.4885]. 1647: Lambert Boeijnck, Hofhorigh an t'capittel van Vreden. Huis, hof 1/2 sch. boulant 8 1/2 mlr. 3de gerve, D'hofhorigheit afgetrocken, blijft Eijcken boomen. Daarnaast is Lambert Boeinck eigenaar van Musebrinck, Caete. t'huis op 4 dlr, Hof 1 sp. gesaeis Boulant 2 mlr. op de derde gerve Eijcken boomen [Verponding Ratum 1647; Afschrift Kreynck]. 1668: Lambert Boings versterf betaald ad 68 Glns [Archief Anholt] Berent Loijtinck, zn. van Harmen Loijtinck en Geertgen Schilderinck, geboren rond 1611, landbouwer op Loijtink in Meddo, gildemeester te Meddo tussen 1655 en 1670, overleden in 1681, ondertrouwt te Winterswijk op 8 april 1637 met Hinneken Gossinck : Bernt Loijkinck en Henrick zijn huisvrouw hebben aan Geert Wijbers en zijn vrouw Anna een jaarrente van 8½ daler verkocht, op een hoofdsom van 150 gulden, waarvoor zij de halve Hogenkamp in Loijkick als onderpand stellen. Op verklaart Geert Wijbers dat Berndt Loijkinck hem de som heeft afgelost [Volontaire protocollen Bredevoort, , fol.69] : De gevolmachtigde van Hendrick van Eck tot Medler ende Harselo heeft verkocht aan Bernst Loijkinck en Hinrick zijn huisvrouw, de helft van het erf en goed Loijkinck, waar Berndt de andere helft van bezit, met de vrijkoop van twee molder rogge [Volontaire protocollen Bredevoort, 1641, fol. 15v] : Geert ten Hulsen en Aelken Loijkinck hebben verkocht aan hun zwager en zuster Berndt Loijkinck en Henrick zijn vrouw, hun recht in het goed Loijkinck in Meddo en hun recht in een deel van het Kornen Goor in Ruurlo [Volontaire protocollen Bredevoort, 1641, fol. 28v] : Bernt Loijkinck wordt aangeklaagd omdat hij op Warner Deterinck ten huize van Jan Sadeler 'gewaltsaelick opt lijff gevallen, in het angesigt gekrabbet en hem schandelick met slagen getractiert heeft'. Bernt Loijkinck zegt dat hij wegens contributie woorden met Warner Deterinck heeft gehad en hem gekrast heeft, maar niet geslagen [RA Bredevoort inv.nr. 102, fol.72; OTGB ] : Bernt Loijkinck en Henrick hebben verkocht aan juffer Anna van Eerde een hoijmate die Reijse genant in Meddo [Volontaire protocollen Bredevoort, 1641, fol. 54v] : Bernt Loijkinck en Henrickssken Gossinck hebben verkocht aan hun zwager en broeder Jan Gossinck, getrouwd met Elsske Loijkinck al hun rechten op het goed Gossinck in Henxel. Omgekeerd hebben Jan Gossinck en Elsske Loijkinck aan Bernt Loijkinck en Henrickssken Gossinck hun recht op het erf en goed Loijkinck in Meddo verkocht, neffens hun derde deel in een stukje land op de Loijckinks Esch, de Driepsche Wei genaamd [Volontaire protocollen Bredevoort , fol. 15v]. 1650: Berent Loickinck een goetien eijgen, met een huijs op 7 dlr. ende gaerde van 2 spint geseij, een boulant 6 molder geseij konnen die landerijen niet boven die darde garve doen, noch 4 voeder hoeijs doende int jaer. Geeft aan sijn Hoecheit voor thins 2 str. 3 dlr. hoffholtsgelt, noch 6 daler ofte den dienst die heer te doen, 1 schepel richthaver ende 1 vastelavonts hoen aent huijs Bredevoort, 1 schepel miscooren aan die heeren Gedeputeerden met eenige jonge eijckenbomen omt huiijs, opgaende holt [Verponding 1650] : Trijneken Marssmans, weduwe van Johan Maes, met Bernt ter Horst, haar gekozen momber, met daarnaast Willem ten Hulsen en Warner te Walfahrt als ooms en mombers van de 128
129 onmondige kinderen van Johan Maes en Trijnken Marssmans, te weten Trijnken, Jan en Wijchmoet, hebben verkocht aan Bernt Loijkick en Henrica Gossincks hun erf 'Rhemens huijs' in Meddo, als ook de Niethuijser goorden, een 'Ackermaell hoijgrondts in Dieters Broeck so jaerlicks mitt Gert ten Hulsen Ackermaell omgebuijtet wort' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol v]. 1680: Berent Loykinck is mede door de Münsterse invallen zo in de schulden geraakt dat hij zijn boerderij en landerijen moet verkopen aan Maurits Harman Ripperda, als voogd van de kinderen van zijn broer Adolph Hendrik Ripperda, heer tot Buirse en Heerjansdam. Het gaat om zijn geheele erf ende bouwstede Looijckinck benaemt in het kerspel Wenterswick geleegen, bestaende in twie bouwhuijsen, waervan het eene bij verkooperen soon wordt bewoont ende denselven toekoomt ende niet mede verkoft is. Ook omvat het twee hoven, de Rouwemans, een kempken naast den Bult, den Grashoff, Wanssinckmaete, een kamp bij Sibinck, een kamp bij Maetjens huijs, een kamp bij Lantinck, de gehele esch (een schepel uitgezonderd die aan de bouwman op Nienhuis toebehoort), bossen, inslag en alle andere percelen. Het is alles een allodiaal, vrij goed, met geen lasten bezwaard, uitgezonderd de gemeene Heeren en s lands lasten voor de verponding, 3 daalder jaarlijks hofholtsgelt, een vastenavondshoen, een schepel richthaver voor de rentmeester, een schepel rogge jaarlijks op Kerstmis voor miskooren, als ook twie stuijver minder een oortjen aan jaarlijkse thins [R. Beskers (1995), Meddo deel II, p.174] = 664 Wander Hijink, trouwt met = 665 Catharina van Ratum Jan Smalbraak, landbouwer op Meerdinkhaken in het Woold, overleden voor 20 mei 1683, trouwt met Aaltje Hilberdings, dr. van Coert Hilberdinck Frerick Gelkinck, overleden voor Hendrik Giebinck, overleden voor Jeurden te Cotte, landbouwer op ten Kotte in Spork, overleden voor december 1683, trouwt met Aelken Eppink. 1662: Jörgen ten Cotte, Frau, Dirck, Arndt, Jenne, Henrick; behoort tot de gehele erven in de Sporck. 1663: Ten Kotte is in eigendom van Meister Raass in Bocholt. Er wordt rt voor betaald. In 1679 is het in eigendom van dr. Becker in Wesel [Huisschatting Bocholt 1663, 1679] Jan Borninckhoff (alias Tengenhorst), zn. van Dirck Tangerinck en Lotte Sevinck, geboren te Aalten in 1630, scholte op Borninckhof in de Haart, tegeder van de Hof van Miste tussen 1662 en 1682, overleden te Aalten in 1697, trouwt (2) te Aalten op 6 april 1679 met Hendersken ten Cotte, dr. van Jeurden te Cotte en Aelken Eppink, geboren te Bocholt, trouwt (1) rond 1657 met Geesken te Boveldt, geboren rond 1636, overleden te Aalten in : Jan Schulte thoe Borninckhoff, gezien de 'broosheijt der menschelicke nature', legateert aan Hendrixken ten Cotte, na zijn overlijden, de tucht voor de tijd van haar leven van het nieuwe huis op het goed Borninckhoff an den Veltboom gelegen daar tegenwoordig Jan, gewezen knecht aan Borninckhoff in woont; voorts 'den nieuwen camp inde Bosch', door zijn vader in tucht gebruikt, 'den halven hollekes goerden', 'het havergoor, sijnde groen offte weijde grondt' [ ], daarnaast een paard, 2 koeien, een gust beest, 2 bedden, 6 paar beddelakens, de 129
130 oudste wagen en stortkarre, de middelste koperen ketel en ijzeren pot [ ]. Opgesteld door Jan Schulte Borninckhoff op , met Joost ter Vijle, Berent Griewinck, Hendrick ten Gussicklo, Evert Coelwagen en Warnder Borninckhoff als getuigen [Volontaire Protocollen Bredevoort 426] Warner Stottlers, zn. van Jan Stottlers en Geesken, geboren te Woold, landbouwer op Stortelaer in het Woold, ondertrouwt te Winterswijk op 8 oktober 1637 met Aeltje van Loo, dr. van Engelbert op het Loo en Enneken : Henrick Warners en zijn vrouw Lijsken Warners verkopen aan Warner Stortelers en zijn vrouw Aelken een jaarrente van 3 daler, op een hoofdsom van 50 daler, met als onderpand hun gerede en ongerede goederen [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.10] Berent Everkinck (alias Goerkink), overleden voor mei 1652, ondertrouwt te Winterswijk op 10 maart 1639 met Beele ter Wogt, trouwt (2) te Bredevoort in mei 1652 met Jan Pijper : Tonnis ter Maet en Aelken, eheluide, bekennen verkocht te hebben aan Berndt Goerkinck en Biele, eheluiden, 'hett recht vierde gedeelte van het Erff und Goetken kleine Elinck Inden Kerspell Aelten anden Esch t'iserloe tusschen Elinck und Arnsinck in verder bepalongh gelegen', met zijn toebehoren en gerechtigheid. Op verkopen ook Garrit op Loe en Reinken, eheluiden, hun een vierde deel van het Kleine Ekinck [Volontaire Protocollen Bredevoort, , fol.86v; idem 1641, fol.31v,32] Wessel ter Stegge, trouwt met Grietje ter Stegge, dr. van Lammert ter Stegge en Jenneken ter Stegge : Joanna Berninck, weduwe Moselagen, verklaart van Wessel ter Stegge en zijn vrouw Griete ter Stegge 100 daler ontvangen te hebben, met rente, die de ouders van Griete, Lammert en Jenneken ter Stegge, van haar geleend hadden [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.53]. 1647: Ter Stege, kaete, Wessel. t'huis op 4 dlr, Hof 1 sp. gesaeis, Boulant 6 sch, [Verponding Woold 1647; Afschrift Kreynck] = 1316 Warner Stottlers, trouwt met = 1317 Aeltje van Loo Johan Hijinck, zn. van Warner tho Boomfelt en Jenneken Hijinck, geboren rond 1590, landbouwer op Hijink in het Woold, rotmeester, overleden rond 1661, trouwt met Gertken toe Lintom, dr. van Joan toe Lintom en Anneken Elking, overleden rond Johan Schulte van Ratum, zn. van Johan Schulte van Ratum en Jenneken, scholte op de Hof van Ratum, gildemeester te Ratum, tegeder, trouwt rond 1615 met Aelken Oesinck, dr. van Johan Oissinck en Trijne. 1648: Schulte Raetman, Hofhorigh an t' Cappitel tot Vreden, Huis ende hof 2 sp. gesaeis op 10 dlr, Boulant 10 mlr, derde garve. Hofhoricheit afgetrocken blijft koeweiden of Hoeij gront Eijcken boomen. Verder zijn in eigendom de erven Mensinck, Geleckinck, Venneman, Veltboom, Werners en Cremer, alle in Ratum [Verponding 1648] : Johan en Aelken van Ratum verkopen aan hun kinderen Jan van Ratum, gehuwd met Enneken Liefferdinck, Berndt van Ratum en Luijcke van Ratum hun aandeel in Mensinck. 130
131 1332. Tonis Willinck (alias Rensinck, Elinck), zn. van Johan Willinck en Hille Wicherts, geboren te Ratum, landbouwer op Elinck in Dorpbuurt, setter voor de verponding in 1647, overleden na 8 november 1663, trouwt te Winterswijk op 28 augustus 1625 met Aelken Eelinck, dr. van Geert Eelinck en Anna, geboren te Dorpbuurt, overleden na 6 augustus = 1280 Tonnis Meijnen, trouwt met = 1281 Geesken Veltcamp Gerrit Boeckers (?), winkelier, ondertrouwt te Winterswijk op 13 maart 1640 met Fijken Hijinck (?), dr. van Gert Hijinck : Huwelijkse voorwaarden tussen Geert Boeckers en Fijken Hijinck, 'ehliche dochter van selige Gert Hiijnck'. Onderschreven op met merken van Geritt Boeckers, Fije Hijinck, Harmen Thijr, Jan Lammerdinck, Jacob Roerdinck, Berent Hoebinck, Jan Bocker, Gert Hijinck, Willem Hijinck, Evert Lichtharten, Jan Hijinck, Hinderich, Rotger Lebbinck, Rotger Polhuijss en Warner Rump. Indien Ihnen Godt gien lijffs erven bescheren wurde alle gereide und ongereide gueder giene Uhtgesondert, sowall angewunnene alss so Ihnnen enichsins ansterven mochten, erfflick beholden, genieten, kieren und wenden solle sijns of hares wellgevallens, Uhtkierende allenich eens voor all an des eerst affstervenden naesten frinden tott afstandt die summa van Vijfftijn dall. hollants. Sonder exception und argelist [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.95v-97] : Gerrit Boeckers en Fijke, eheluide, hebben verkocht aan Rotger Lebbinck en Derissken Romp, eheluide, 'een hoexken goordenlandts voor den Darpe Wenterschwick anden Snellenborch an Koeperen grondt ende Koerweteringe in verner Vohr und bepalongh gelegen' [Volontaire protocollen Bredevoort 1641, fol.29v]. 1647: Geert Boeckers huis 11 dlr, [Afschrift Kreynck verponding Winterswijk] : Geerdt Boekers en Fijken sijner huijsfrouwen hebben verkocht aan Tonnis Boeijnck en Gertken eheluiden, 'sess dall, den dall ad dertich Str. den str. tott vijfftijn placken [ ] stellende daervoor t'onderpande een stuck Landes voor Wenterschwick opten Arrissvelt tusschen Jan Tomas ende heeren Landerijen gelegen' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.40v-41] : Adrian Poppinck heeft verkocht aan Geerdt Boekers Fije sijner huijsfrouwen 'een huijs mitt een hoff daer achter binnen Wenterswick, mit eener sijdt naest Laerbergs huijs, mitter ander ahn Tonnis Wolters huijs gelegen, achter an Rutger Lebbincks hoff, ende voor ande strate schietende' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.52v-53] Joost Helmerdinck (alias Bonnekinck), landbouwer op Bonnekinck in Dorpbuurt, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 8 mei 1681 met Berndeken Garverdinck, geboren te Meddo, ondertrouwt (1) te Winterswijk op 26 november 1645 met Berendeken Bonneckinck, overleden voor : Bonnekinck, de Weduwe Asbeeck. Huis, hof 1/2 sch. boulant 6 mlr, derde gerve Voeder hoeij ende een vercken Eijcken boomen [Verpondingskohier Winterswijk, Dorpbuurt; Afschrift Kreynck] Jan te Samberg, zn. van Willem ten Santbergh en Stine, overleden voor 1679, ondertrouwt te Winterswijk op 12 maart 1642 met Berentje ten Hulsen, dr. van Willem Tjeinck en Geesken ten Hulsen. 1664: Jan te Samberg wordt beleend met Koenynck in Dorpbuurt. 131
132 1344. = 1298 Berent Loijtinck, trouwt met = 1299 Hinneken Gossinck = 1328 Johan Hijinck, trouwt met = 1329 Gertken toe Lintom Herbert Dieterink, zn. van Warner Dieterink en Dele, landbouwer op Dieterink in Meddo, trouwt met Aelken Slotboom, dr. van Jan Slotboom : Jan ter Pelckwick vertoont een willekeur van Harbert Dieterink d.d , waarin deze bekent 144 gulden 5 stuivers schuldig te zijn aan de comparant, daarnaast een derde part impost van 1665, als mede 'ses settonge'(?), en belooft om de comparant 'die borchtaelen van 50 dlr. ende 26½ Rixdlr. schadeloos te holden'. Omdat Dieterink in gebreke is gebleven en 'naestleeden weecke [ ] eenich onrijp ende ontijdig saet gemaijt, 't welcke terstondt op Walien is gevuert', verzoekt ter Pelckwick nogmaals of de koeien, paarden en gerede goederen door de voogd opgehaald en geveild mogen worden, dat het koren in beslag mag worden genomen en dat de bouwlieden van Walien het weggehaalde koren terug brengen. Het verzoek wordt door het gericht toegestaan [RA Bredevoort 131, fol.167] : Er wordt overeengekomen dat Harbert Dieters 5 jaren op Dieters zal continueren en ondertussen zijn schuld aan Jan ter Pelckwick en aan zijn landheer zal betalen en dat hij 'alle vierdel jaers sal hebben te betaelen sijn verpondinge ende alle andere lasten uijt den goede gaende, ende 't selve bij quitantie an sijn Heer vertonen' [RA Bredevoort 132, fol.123v] : Engelbert van Munster, heer tot Walien, geeft te kennen dat Warner Dieterinck, tegenwoordig zijn knecht, voor hem 'in de belegeringe vande Graeff voor de van Meddeho' gearbeid heeft, en dat zijn vader Herbert Dieterinck daar voor 'een peerdt met een halven waegen' uit gedaan heeft. Jan ter Pelckwijck heeft op die verdiende penningen beslag willen leggen, maar het is 'onbillijck, dat des soons suir verdiende geldt voor des vaeders schuldt geëmplojeert wierde' [RA Bredevoort 136, fol.65v-66v] : Jan ter Pelckwick verklaart dat Harbert Dieters in 5 jaren zijn schuld aan hem zou afbetalen, als ook alle verponding en andere lasten uit Dieters, maar dat hij tot nog toe niet is 'vergenoeght noch betaelt'. Hij verzoekt dat een nieuwe dag en plaats van 'distractie' zal worden vastgesteld. Dit wordt dinsdag 27 juli, op het goed Dieterinck [RA Bredevoort 136] : Dr. Stump, gevolmachtigde van Hans Zennip, heeft de gepeinde gerede en ongerede goederen van Herbert Dieterinck, voor 100 gulden achterstallige pacht, verponding en tiende, 'opgebaedet' [RA Bredevoort 141, fol.154v] Jan Gijskes, trouwt met Sibilla Harbers, begraven te Winterswijk op 10 november Geert Boeijink, landbouwer op Hoebink in Meddo, overleden voor 1682, trouwt voor 1654 met Freerijck Hoebinck, dr. van Derck Hoebinck en N.N. Camphuijs, overleden voor 4 maart 1694, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 14 juni 1682 met Jan Keeveskamp, geboren te Meddo : Erschenen Geert Boeinck en Jan ten Haegen als Man ende Mombaer haerer huisvrouwen Frerick ende Jenneken Hoebinck voorts Tonisken Stijntien ende Geesken Hoebinck met Derck Hoebinck haren Vader ende haeren hier toe erkooren ende toegelaten mombaer, die bekanden voor sich ende haeren erven ende nakoomelingen uit vrijen wille ende welbedachtelijck voor eene welbetaelde summa geldes rechtens steden eeuwigen ende onwederroeplijcken erfkoops verkoft ende overgelaten te hebben an Jan Camphuis Britte(?) sijn huisvrou ende erven, soodane erfnis ende nalatenschap als haer van haer respective Bestemoeder Griete Camphuis gemelte Jan 132
133 Camphuis moeder mach koomen an te sterven off erven off allet recht soo sij off haer erven doer haer overlijden daeran mochten konnen prætenderen, niet daervan uitgesondertt alsoo dat Jan Camphuis voorschreven sijne moeders nalatenschap alleenich sal hebben ende beerven sonder ijmant van den Comparanten of deren erven daer an te recognosceren ofte dat ijmant haerent voegen eenige vordering van inventaris of andersints daer an sal maecken ende hebben [Volontaire protocollen Bredevoort 1663, fol.42v] Berent Oosterholt (alias Nijenhuis), landbouwer op Nijenhuis in Meddo, ondertrouwt te Winterswijk op 18 december 1639 met Enneken ten Nijenhuijs : Verkoop door Henrick Campes, Griete sijn huijsfr, aan Beerndt ten Nijenhuijs, Enneken sijn huijsvr. en erven, van een gerecht vierdendeell van de Gijskes mathe, gelegen in den kerspel Wenterswick, buerschap Medehoe [ORA Bredevoort nr.418, fol.92v-93] : Erschenen die Eersame Zander Zanderssen van Coppendel, voor hem selven, ende sich sterck maeckende, ende de rato cavierende voor sijn huijsvrow Lisabeth Lebbincks ter eener, Ende Henrick Loomans nomine uxoris Mette Oosterholts, Beerndt Oosterholts woonende op Nijenhuijs in Medehoe, Geerdt Oosterholts Muller tott Gesscher, Jan Oosterholts woonende op.huijs Warnshuijs in Henxel, Jan Herbers nomine uxoris Stine Oosterholts ter weder sijden, die bekanden ende betuijghden reciprocelick ende hinc inde bij accordt ende vergelijckinge, eene permutatie, over eenige obligatien, rent- ende pandtverschrijvingen ende pretensien, ingegaen ende gecelebriert te hebben gelijck sij Comparanten ingaen ende celebrieren bij deesen, in voegen ende maniere als volgt : In den eersten heefft Zander Zanderssen van Coppendell aen die vijff respective gebroeders ende Swaegers bij bij geroerde accort overgegeven ende getransporteert, gelijck hij overgeefft, transporteert ende cedeert bij deesen bester ende bestendigster forme rechtens Naevolgende respective Pandt - ende rentverschrijvingen ende obligatien, to weten eene oude Pandtverschrijvinge gevesticht inde Hemminck Mathe in Miste, ter Summa van hondert daller verschijnende Jaerlix op den 12. Maij, Een Gerichtelijcke rentverschrijvinge van Gerrit Doncken de dato 1598 ad vijfftigh Daler capitaell, verschijnende op Vastelavont; Een rentverschrijvinge van oock vijfftigh Daler van den vorss Gerrit Doncken verschijnende op Michaelis in dato den 3de Januarij 1637, Eene handtschrift van Griete Hoedtmaeckers van Vijfftigh Daler verschijnende op Paesschen Noch eene handtschrifft van Stijnken Rabelincks in dato den 18den Augusti 1638 ter summa van sessende tachtentigh Daler 18 str, bedraegende die voorss capitaele summen t'saemen die summa van Driehondert Ses ende dartigh daler 18 str. doende in guldens t'saemen Vijffhondert vier guldens 18 strs. Daerentegens hebben bij transactie ende accort bovengemelt, die voorbenoemde Vijff respective gebroeders ende Swaegers getransporteert, ende gecediert, transportieren ende cedieren bester ende bestendighster forme rechtens aen gemelte Zander Zanderssen desselffs huijsvrouwen ende Erven, ende geven bij forme van permutatie in solutum naevolgende obligatien ende pretensie op seecker huijsjes binnen Amsterdam inde Rosestraet in een ganckijen gelegen, soo ende als op hurluijden dieselve van hunne Zalige Moeije Aeltien Jans van Grol tott Amsterdam overleeden, vererfft ende aengekomen sijn te weeten eene obligatie van hondert gulden van Cornelis Gerritsen huijstimmerman wonende inde Nieuwe Lelijstraet tott Amsterdam, verschijnende op Allerheijligen de dato den 29en Martij 1649 Item eene handtschriff van Vijfftigh gulden Capitael van den voorssn. Cornelis Geurtsen de dato den 20. Novembris Noch eene obligatie van Lubbert Janssen in dato den 29den Januarij 1633 gepasseert in Amsterdam ter summa van 300 gulden. Noch alsodaene actie ende pretensie als sij Comparanten als Erffgenaemen gedachten haerer zall. Moeij hebben op den inhebber ende besitter vant'voorseijde huijsjen binnen Amsterdam Berendt Schuijrmans genaemt omtrent Coesvelt geboertigh van vierhondert gulden, welcke penningen also in acht nae den anderen volgenden terminen ende Jaerthijden uijt krachte van der Comparanten zalige Moeijs uijterste wille souden betaelt worden, Comparanten aen gemelte Zander Zanderssen bij meergedachte accort gelaeten hebben, ende in permutatie bij deesen cedieren voor eene contente somma van twiehondert Vijfftigh gulden, cedierende also in sampt aen duckgemelten Zander 133
134 Zanderssen sijne huijsvrow ende erven, ende in solutum gevendt tegens die voorschreven hunluijden vanden voorschreven Cessionaris gecedierde Vijffhondert vier gulden 18 str. de summa van Soevenhondert gulden Ende also hondert Vijff ende t'negentigh gulden twie str. meer, dan sij Comparanten in solutum offte betaelinge ontfangen hebben, Waerom meergemelte Comparant Zander Zanderssen bij deesen deselve overige penningen tott ægalisatie vande gehoudene permutatie aende voorseijde gebroeders ende Swaegers tegens behoorlijcke quitantie content te betaelen, heefft aenbeloofft [Volontaire protocollen Bredevoort , fol 51-53] : Erschenen Adriaen ten Hulsen voor sijn huijsvrouw de rato caverende, bekande voor sich ende sijnen erven oprechter deuchdelicker schult schuldich te sijn aen Berent Nijenhuijs uijt Medehoo de somma van 150 daekder ende belaefde deselve, neffens 3 jaeren interesse tegens aenstaende Pinxteren gewis ende onfeijlbaer te betalen, onder verbant van sijn persoon ende goederen, omme in case van misbetalinge sich daer aen met reele executie ende distractie te verhaelen [ORA Bredevoort nr.139; fol.141v] : Berent ten Nienhuis bekent overgedragen te hebben uijt kracht van coopbrief d.d aen den hoog wel geb. heere Georg Ripperda, heere tot Verwolde, seecker hem verkooper toebehoorend stuck landts, ongeveer 5 spints gesaeijs groot, middels in den Loickinck esch gelegen [ORA Bredevoort nr.428, fol.27] Henrick Hoetinck, overleden voor augustus 1688, trouwt met Engele Geert Huijninck, trouwt met Elsken ten Lohuis Arent Tenckinck (alias ter Horst), ondertrouwt te Winterswijk op 21 maart 1641 met Hilleke ter Horst (alias Wogmans) Jan Maas, zn. van Johan Maas en Wichmoet, overleden voor maart 1652, trouwt met Trijnken ter Wocht (alias Marsman) : Testament van Johan Maes, waarin hij tot zijn follenkommene arfgenamen benoemd: Willem ten Hulsen, Koene ter Wulvar en Wichtmoet Houckes [R. Beskers (1995), Meddo deel II, p.22; Volontaire protocollen Bredevoort, , fol.32]. 1647: Jan Maes is eigenaar van de kaethe Maes in Meddo, bewoond door Sondagh Maes, met een huis, den gaerden van 2 spint geseij, is groot aan boulant 4 molder saet, doet die derde garve (en) voer slecht hoij lant. De uitgangen zijn de gerf tiende en aan t huis Ahaus [R. Beskers (1995), Meddo deel II, p.22]. 1650: Jan Maes is eigenaar van Reims in Meddo, bewoond door Willem Remens, een huisken op 4 dl, ende den gaerden groot t saemen met het bouwlant 1 molder saet, geeft die darde garve. Uitgangen zijn 3 stuiver aan zijne hoogheid en 2 stuiver aan de pastoor [Verponding 1650] : Trijneken Marssmans, weduwe van Johan Maes, met Bernt ter Horst, haar gekozen momber, met daarnaast Willem ten Hulsen en Warner te Walfahrt als ooms en mobers van de onmondige kinderen van Johan Maes en Trijnken Marssmans, te weten Trijnken, Jan en Wijchmoet, hebben verkocht aan Bernt Loijkick en Henrica Gossincks hun erf 'Rhemens huijs' in Meddo, als ook de Niethuijser goorden, een 'Ackermaell hoijgrondts in Dieters Broeck so jaerlicks mitt Gert ten Hulsen Ackermaell omgebuijtet wort' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol v] Dirick Geessink, overleden voor 29 januari 1680, trouwt met Mariken te Gronde. 1647: Gesinck in Kotten, in eigendom van de Graaf van Benthem. Huis en hof, 9 molder bouwland, vierde gerve, belast voor gld. 1½ voeder hoeis voor 3 dlr. Eycken boomen
135 0. Uitgangen: Voor rentmr. ter Vile gld, 1 schepel richthaver, 1 vastelavonts hoen, voor rentmr. Johan van Haghen gld, 1 schepel miskoorn, voor Jor. Eerde tot den Pleckenpoel gld, 3 schepel rogge en de bloedigen thient ad 3 gld [Verponding 1647] : Marie the Grunde, weduwe van zal. Derck Giesinck, ten overstaan van haar zoon Herbert Gijsinck, bekent 1300 gulden schuldig te zijn aan Derck Philibs Erpenbeeck en Otto Volmer, erfgenamen van Johanna van Langendonck, welke schuld Herbert Gijsinck, oudste zoon van zal. Derck Gijsinck, en zijn huisvrouw Enneken Esselinck, voorts voor zijn broeder en zusters, op zich genomen heeft. Op verklaart Otto Volmer, predikant tot Winterswijk, dat deze schuldbrief is overgedaan aan vrouw Gerharda op Gelder, weduwe van Johan Rauwerts [Volontaire Protocollen Bredevoort 426 fol.87] Hendrick ten Beckedam, overleden voor 5 april Geert Mengerinck, overleden voor 5 april Tonnis ten Grotenholt (alias Kupers), wonend op 't Loo, trouwt met Ricxse : Otto Wachen en Johanna van Bevervoerde hebben volgens octrooi van graaf Otto van Limborch van dlr ontvangen van Tonniss ten Grootenholte en Ricxe [ORA Borculo nr.398 fol.26v] : Jan te Luttickholdt, voor hem en voor zijn absente kranke huisvrouw Aelbertien, heeft opgedragen aan Tonnis ten Groteholdt en zijn huisvrouw een stuksken bouwland op de Boumeisters camp bij Eibergen, groot omtrent een schepel gesaeij [ORA Borculo nr.405 fol.17] Court Assinck (alias ter Woerst), zn. van Hendrick Assinck, landbouwer op de Woerst te Rekken, trouwt op 14 februari 1651 (huwelijkscontract te Haaksbergen) met Trijne Grobbinck, dr. van Harmen Tijasink en Hermke Grubbinck Johan Tenckinck, zn. van Johan Tenckinck en Geesken Vijth, scholte op Tenckinck, ondertrouwt te Winterswijk op 16 december 1624 met Baete toe Lintom, dr. van Joan toe Lintom en Anneken Elking : Jhr. Henrick van Marveldt en Margareta van Huet verkopen aan Johan Schulte van Ratum die Jonger, aan Bernt Liessinck en Aelken, aan Johan Tenckick en Bate, en aan Johan Schulte Hesseling en Hinneken hun erf en goed Gelkink in Ratum, met toebehoren, waaruit tienden voor het kapittel van Vreden [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.37] : Jhr. Adolph van Mervelt en Helena Drosten verkopen aan Jan Schulte van Ratum en Aelken, aan diens zoon Jan, aan Johan Tenckinck en Beata, en aan Bernt Liessinck en Aelken, het erf en goed Mensinck in Ratum, met toebehoren, waaruit en schepel rogge aan het kapittel van Vreden. Op dezelfde dag verkopen Johan Tenckinck en Bate aan zijn broeder Vit Tenckinck en Tonnisken hun halve recht in dit goed Mensinck allergestalt hem t selve huiden dato pro quota van Jr. Adolph van Mervelt gecediert ende opgedragen [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.50] : Bernt Gelkinck verkoopt aan Johan Tenckinck en Beata een jaarrente van 8½ rijksdaalder op een hoofdsom van 125 rijksdaalders, met als onderpand een stuk land van ongeveer ½ molder op de Mensinck Esch, zijn aandeel in Mensinck Busch en al zijn gerede en ongerede goederen [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.67] : Jan Schulte Tenckinck en zijn vrouw Bate verkopen aan hun zoon Derck hun recht op het erf Gellekinck in Ratum so voell sie verkoeperen daervan noch int gebruijck hebben [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.46v] Goslich ter Haer, geboren te Woold, overleden voor mei 1675, ondertrouwt te 135
136 Winterswijk op 4 november 1627 met Harmken Arninck Arent Kempel, trouwt te Winterswijk op 29 juni 1637 met Jenneken Mengers Berent Leessinck, zn. van Jan Mensinck en Henneken, landbouwer op Leessinck, trouwt (1) met Geeske, trouwt (2) met Aaltjen Tenckinck : Johan T'Jeinck en Jenneken Leessinck eheluijde, bekenden 'vanwegen harer Jennekens olderlicker, so Vader- als Moederlicker Nalatenschap, gereden und ongereden goederen van haren respective Swager und broeder Berndt Leessinck volnkomentlick und thoe dancke entrichtet und betaelt te sijn'. Zij laten daarop aan Berndt Leessinck sijner kinderen und erven 'dat Erf und guedt Leessinck inden Kerspel Wenterswick buerschap Raetman gelegen, sampt alle Vader- und Moederlicke Nalatenschap mit hant, halm und monde' [Volontaire Procollen Bredevoort 1631, Fol. 17] : Johan Hesselinck en Hinneken sijner huijsfrouwen, hebben verkocht aan Berndt Leessinck en Aelcken sijner huijsfrouwen 'die gerechte Helffscheidt eens stucke Landes die Veldtbraecke genant, nemptlick die sijdt nae die Tenckinck Voort in Hesselinck, inden kerspell Wenterschwick buerschap Raetman gelegen' [Volontaire Procollen Bredevoort 1634, fol. 32] : Berndt Leessinck en Aelken, eheluijde, hebben verkocht aan Henrick Cranen en Lijsbeth, eheluijden, 'twelff daler, den daler ad dertich stuiver, den stuiver tott vijfftijn placken gerekent'. Onderpand is 'haer Rentverkoeperen Erff und guedt Leessinck inden Kerspell Wenterschwick gelegen' [Volontaire Procollen Bredevoort 1636, fol 4v, 5] : Adolph van Merfeldt en Juffer Helena Droste, eheluide, hebben verkocht aan Berndt Leessinck en Aelcken Tenckinck, eheluiden, 'een Kamp Landes dat Heerken genant inden Kerspell Wenterssswick Buerschap Raetman, mit eener sijdt inden Leessinck Hoff mitter ander anden Mensinck brinck' [Volontaire Procollen Bredevoort 1636, fol 18v, 19] : Rudolphus Theben, als gevolmachtigde van Henrick van Eck tott Medler und Harsseloe, heeft verkocht aan Berndt Leessinck Aelcken Tenckinck, eheluijden, 'Drie Molder Roggen thenden Jaerlix uth heterff und Guedt Leessinck inden Kerspell Wenterswick buerschap Raetman gelegen', het Capittul tott Vreden toestendich gewesen [Volontaire Procollen Bredevoort 1636, fol.41 v]. 1642: Akte waarbij Vit Tenckinck en Tonnisken Liesink, zijn vrouw, en Michael Michaels en Henrisken Liesink, zijn vrouw, het goed Liesink verkopen aan hun broeder en zwager Bernt Liesink [GA; 0535 Scholtengoed Meerdink, nr.75] Herman te Coorenberg Herman te Cronje Kope Lammers, molenaar op de Plekenpolse molen in het Woold, overleden voor 31 oktober Geert Doenck, molenaar op de Dravenhorster watermolen in Dorpboer, trouwt met Hendersjen Eijk Hans Boeghman, overleden voor 1 mei Jan Roeterinck, overleden voor 1 mei
137 1480. = 1290 Hermen Holthuis, trouwt (1) met Fie Esselink, trouwt (2) met = 1291 Jenneke ten Hoorne (?) Willem Heminck, zn. van Lambert Heminck en Maria, geboren rond 1618, overleden voor maart Berent Planten, geboren te Kotten, landbouwer op Planten in Kotten, overleden voor mei 1675, ondertrouwt te Winterswijk op 9 oktober 1643 met Anneke Gielink, geboren te Kotten. 1647: Bernt Plante, een goet hofhorigh an t Capittel van Vreden, met een pachtwaarde van ; huis en hof 2 spint. Boulant 10 molder , 1 voeder hoeij gewass kan doen 3 daalder, eijken boomen. Uitgangen: De Prince van Orangien. Bernt Planten goet 3 daalder hofholtgelt sch. Richthaver end 8 st. tot thins. Jor. Eerde tot den Pleckenpoel, wegens sack small oft bloedigen thien Planten goet, 3 mlr. Rogg thient, en smallen thient ad 50 stuiver. Kerck te Wenterswyck Planten goet tot thins oft uijtganck. t Capittel te Vreden wegens hofhorigheit uijt Berent Planten goet, 10 sch. Haver [Verponding 1647] Coene Esselinck, overleden na juni 1664, ondertrouwt te Winterswijk op 27 maart 1640 met Jenneken Schulten Hendrik Hunders, zn. van Hendrik Hunders en Aelken Weninck, landbouwer op Honders in Kotten, overleden voor 29 mei 1666, trouwt met Enneken Elink, overleden na 2 mei 1684, trouwt (1) met Geert Siebinck : Eodem quo suppra hat Hundert [sic!] Hunderts in Winterschwik vor sich und seiner haussfrawen Enniken Ehling die Erbwinnung und Hermansen wie Joansen Hunderts freilassungh verhandelt vor achtich sechs Rd. [Archief Wasserburg Anholt, rep.64, nr.27 fol.1; Kwartierstaat Greidanus-Jaeger in Stamreeksen] : Ist das Versterb Henricken Hunderts in Winterswick weil der innigster gewesen krieg alle bestialia bis auff 2 pferde und 1 kalbchen weggenommen verhandelt ad 25 Rd. et jura [Archief Wasserburg Anholt, rep.64, nr.27 fol.15] Geert Wamelink, zn. van Jan Wamelink en Aelken Wassinck, overleden na november 1687, trouwt voor 1652 met Christina Gossinck = 1286 Hermen Hunders, trouwt (2) met Jenneken Aarnink, trouwt (1) met = 1287 Hilleken Elinck Jan Oossinck, zn. van Gert Oissinck en Hilleken, scholte op Oossinck in Kotten, ondertrouwt (2) te Winterswijk op 24 augustus 1662 met Jenneken Scholten, trouwt (1) met Jenneken ten Damkott, dr. van Geert Heminck en Mechteld, overleden voor Wander Boijkink, landbouwer op Boijtinck in Kotten, trouwt met N.N : Voor Boijkinck in Kotten wordt betaald [Verponding] Hendrick Bruggers, zn. van Berndt Bruggers en Geertke, landbouwer op Bruggenkamp 137
138 in Meddo, trouwt (2) met N.N. Stoltenborch, trouwt (1) voor 1655 met Stijne Boeijinck, dr. van Herman Boeijinck en Jutte, overleden voor : Rotger Poelhuis verkoopt aan Henrick Brugger en Stijne een stuk land op de Hijink Esch voor 350 dlr. [RA Bredevoort 425a, fol.60; Beskers (1995), Meddo deel II, p.47] = 666 Geert Elinck, trouwt (2) met Geertje Hesselink, trouwt (1) met = 667 Stijntgen Hunders Willem Katman, overleden voor Jan Wijskamp Harmen Dijkbos Frans Doenk (alias Siberinck), overleden voor 1677, trouwt met Jenneken : Frans Boeiyink trouwt in Winterswijk met Jenneken Clandermans. Mogelijk zijn dit Frans Doenck en Jenneken : Frans Sijverdinck en Jenneken, eheluijde, bekennen verkocht te hebben aan Lijssken ten Nijenhuijs 'Anderhalven dall. ad dertich str. t'stuck'. Onderpand zijn 'alle haere gereide ende ongereide goederen'. De hoofdsom is 25 dall. [Volontaire Procollen Bredevoort , fol.64v, 65] : Frans Sijverdinck, bekent voor zich en voor Jenneken sijner huijsfrouwen, schuldig te zijn aan Jan Laerbergh en Geessken, eheluiden, de 'Summa van hondert und Vijff und twintich dall. ad dertich str. t'stuck'. Onderpand zijn 'aller sijner gereiden ende ongereiden goederen, voort alle gewass ende geseij in ende opten lande' [Volontaire Procollen Bredevoort , fol.9] Tonnis Sellekinck Jan Hijink Willem Rosier (alias Eppink), zn. van Rosier Lohman en Jenneken Kappers, landbouwer op Eppink, trouwt met Geesken : Willem Eppinck, zal. Rosier Lohmans zoon, wonend op Eppinck, verklaart dat Herman Evers en Gerritken Huijninck hun schuld hadden afbetaald. Het gaat om een schuld die Margriete Mächtens en Peter Evertsz op zijn aangegaan en die op aan Warner Eppinck en zijn vrouw Jenneken wordt overgedragen [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.70v] : Berent Freseler en Derksken Hartrinck ehel, Willem Eppinck en Geesken sijn huijsvrouw, hebben opgedragen aan de Heere Ritmr. Wilhelm Crocks en die Wel.ed. vrouw Margarieta een obligatie van 'soo door deesen dan geannuleert is, belovende gemelte hondert Dalder jaerlix en alle jaer op Michiel met vijff dergelijcke daller te verpensioneeren, stellende daarvoor al hun gerede en ongerede goederen tot onderpand [Volontaire Protocollen Bredevoort 426 fol.26] Geert Eeltinck. 138
139 1528. Jan Prins, zn. van Johan Printzen en Truijde, ouderling in 1648, overleden voor 17 december 1676, trouwt met Johanna Kockert, dr. van Berend Kockert en Geesken Martens. 1634: Jan Prins bewoont een huis aan de Heelstrate in Aalten [Nederlandsche Leeuw 1985 kol.271]. 1645: Jan Prins en Johanna Kockert, op Estijser, zijn lidmaat in Aalten : Is oock mede het verschill tuschen Jan Prins en Jan Kockckers, glijck oock tuschen der beijder vrouwen affgedaen [Acta kerkenraad Aalten; transcriptie Hans Ligterink]. 1647: Jan Prinss huis op 8 dlr ; een hof an t'aelterbroeck van 2 sp ; op den Esch 1 sch. gesaeis ; den gront en hof van 1 sp ; camer en hoflant 1 beeker, voor 4 dlr ; camer en hoflant voor 3 dlr ; een stuxken hoflant voor 15 str [Verponding Aalten 1647; Afschrift Kreijnck]. 1653: Jan Prins en Johanna Kockert verkopen land dat tijnsplichtig is aan de Ahof [NL 1985, kol.271]. 1663: Prinz in Aalten in eigenaar van Ibingk ( betaald) in Crommert (Rhede) [Huisschatting Bocholt] Gijsbert Grevinck, zn. van Herman Grevinck en Gertken Heijnen, overleden voor 21 september 1684, trouwt (2) te Aalten op 15 juli 1666 met Mechtelt Brethouwer, trouwt (1) met Enneke ten Brincke, dr. van Hendrik ten Brincke en Enneken Snijders, overleden voor 10 juni : In de Heurne ligt De Best, van Gijsbert Grievinck, een huis en hof, 5 spint gesaeis, boulant: 5 molder, aangegraven lant: 2 molder, op de derde gerve, ; een vercken, of 3 daler, Inslagh, 6 schepel waterigh lant, t' beswaer afgetogen blijft 8-8- [Verpondingslijst de Heurne] : Meister Conraet Hoekelman en Sophia Grievinck, eheluiden, verkopen aan hun zwager en broer Gijsbert Grievinck en Enneken ten Brincke, eheluiden, haer andeell und halfscheit van huijss, huijssplaetsen, hooven und Landerijen in und om den durpe Aelten gelegen so haer door affsterven haeren zl. olderen pro quota door Maechscheijt ende lottinge is angeërft ende toegevallen als ook haerer andeel recht ende gerechtigheit des Seffs ende goedes de Bheest inden kerspel Dinxperloe, voorts alle haere goederen soe ende waer dieselve gelegens : Gerhardt Satinck, rentmeester van de graaf van Limburg en Bronckhorst, etc, verkoopt aan Gissbert Grievinck en Enneke ten Brincke, en aan Jan Doeinck, het erf en goed Cloevers, gelegen in de Haart bij Aalten. Het is een allodiaal goed, met als uitgangen 6 schepel rogge voor het gasthuis in Bocholt en 2 schepel haver voor het huis Bredevoort [Volontaire Protocollen Bredevoort , fol.28v, 29]. 1663: Greving te Bredevoort [is dit Gijsbert?] is eigenaar van Willing en Klein Willingk in Spork (Bocholt) (waarvoor resp en betaald). In 1679 is hij ook eigenaar van Döyngk ( ) in Hemden (Bocholt) [Huisschatting Bocholt] : Gijsbert Grevinck wordt beleend met de Mockinckstiende in IJzerlo. Op verzoekt zijn oudste zoon Herman om beleend te worden en op krijgt deze verlof om het leen te vervreemden. Een dag later draagt Gijsbert Grevinck het op aan [zijn schoonzoon] Jan Prins [Leenregisters van Limburg Stirum III, p.166] : Gijsbert Grevinck wordt beleend met de 'Melck Winckel tijndt in Aelten tot IJserloe'. Op ontvangt hij consent tot verkoop, maar op wordt na refutatie van Gijsbert Grevinck Jan Prins beleend. De vorige belening was van , van Derk Roesingh [GA; Leenregister der Hoogheid Wisch; toegangsnr.0443, inv.nr.65, fol.2] Wessel van Waeij (?), trouwt met Maria Elisabeth de Vrijer (?). 139
140 1534. = 1530 Gijsbert Grevinck, trouwt (2) met Mechtelt Brethouwer, trouwt (1) met = 1531 Enneke ten Brincke Gerrit Hendricks de Cruijff, zn. van Henrick Gerritsz de Cruijff en Gerritgen Rijcx, landbouwer en imker op Loeuffs aan het Heetveld in Leusden, overleden voor 29 juni 1649, trouwt met Willemtgen Hendriks, overleden voor 20 oktober 1695, trouwt (2) met Bart Cornelis : Thomas van Schoonhoven, notaris en Willem de Swart, beiden won. Amersfoort verkopen namens Gerrit Henricksz de Cruijff, en zijn moeder Gerritgen Rijcx, met toestemming van het Hof van Utrecht , aan jkhr. Diederick van Gronsfelt, won. te Utrecht, de hofstede genaamd De Heuvel, een erf en goed met huis, berg, schaaphok, uitslag, hei, wei en gemeente, gelegen tot Manderen, anders genaamd Maarn, gebruikt door Wouter Jansz. Vervolgens voldoen de gemachtigden een hypotheek aan Henrick Lambertsz, won. te Woudenberg, als oudoom en momber van de kinderen van Jorden Thonisz en zijn vrouw Gerritgen [Gerecht Leusden; inv.nr fol.144v] (ouden stijl): Willemtgen Henricx, (sieck te bedde leggende, wonend in Amersfoort), weduwe van Bart Cornelis en Gerrit Cruijff maakt een testament. Zij legateert aan Henrick Gerrits. den ouden en Henrick Gerrits. d'jonge, Grietgen Gerrits, Dirckgen Gerrits en Gijsbertgen Gerrits, die genoemd zijn naar haar eerste man saliger Gerrit Henricks Cruijff, ieder de som van 100 gulden. Aan haar dochters Grietgen, Dirckgen en Ghijsbertgen Gerrits legateert zij al haar klederen. Trijntgen zal hebben en behouden de zilveren onderriem. Een brieve van octroij: voor not. Derck Matheus ( van haer en haer eerste man saliger ); [ONA Amersfoort, not. A. v. Brinckesteyn AT 015a002 fol.22v] : Willemtgen Cornelis, wonend tot Woudenbergh, maakt een testament. Zij verklaart nietig het legaat van 500 gulden, bij codicil van , aan de zonen van Henrick Gerrits. den Ouden, Henrick Gerrits. de jonge en Grietgen Gerrits, Dirckgen Gerrits en Ghijsbertgen Gerrits, kinderen van haar eerste man saliger, Gerrit Henricks. Het prelegaat betreffende de klederen blijft gehandhaafd [ONA Amersfoort, not. A. van Brinckesteyn AT015 a002 fol.43] : Boedelverdeling van vadersgoed. Henrick Gerrits Cruijff, gehuwd met Gerritje Adriaens (wonend aan de Schans); Henrick Gerrits Cruijff de jonge, gehuwd met Aeltgen Thonis (wonend in Leusderbroeck), Aelt Jans, gehuwd met Grietgen Gerrits Cruijff (wonend in de Hoeff onder Geresteijn); Henrick Aerts, gehuwd met Dirckgen Gerrits Cruijff (wonend in de Woudenberger Meent); Johannis Cornelus, gehuwd met Ghijsbertje Gerrits Cruijff en Roelof Thonis, gehuwd met Trijntgen Gerrits Cruijff (beide paren wonend aan 't Heetveld onder Leusden). De kinderen van Gerrit Cruijff verklaren, met consent en ten overstaan van hun moeder, Willemtgen Henricx, dat enigen van hen hun vadersgoed waren betaald en dat Henrick Gerrits op de Schans niets had genoten. Zij zijn overeengekomen om de nalatenschap van hun moeder na haar overlijden in egale portien te delen. Henrick Gerrits. in Leusderbroeck, Henrick Aerts. in de Meent en Roelof Thonis. op de Treeck, hebben ieder, als man en voogd van hun resp. huijsvrouw, 510 gulden genoten (samen 1530 gulden). Aeltgen Jans. en Johannis Cornelis. ieder 250 gulden (samen 500 gulden), terwijl Johannis Cornelis. 80 gulden schuldig is voor een jaar pacht. De erfgenamen van Bart Cornelis zijn schuldig met de renten 426 gulden, Gerrit Wouters. in Leusderbroeck 300 gulden in zijn erff gevestigd (samen 2836 gulden), waarvan getogen 200 gulden, welke Thomas Thomas, vleeshouwer tot Amersfoort, competeert. Zo schiet over 2636 gulden, waarvan ieders zesde part bedraagt 439 gulden 6 stuivers en 10 penningen. Aelt Jans. en Grietgen Gerrits, echteluijden, moeten ter zake van hun huwelijksgoed en klederen nog inbrengen 250 gulden. Grietgen, Dirckje en Ghijsbertje Gerrits. zullen de klederen tot haars moeders lijf behorende, genieten. De akte is opgemaakt ten huijse van Henrick Aerts [Notaris A. van Brinckesteyn AT015 a002 folio 27 R] Gijsbert Aertsz. 140
141 1542. Henrick Hermans van Seijst, overleden voor 15 januari 1675, trouwt met Anna Jans Westenengh, dr. van Jan Jans Westenengh en Maria Jacobs, overleden voor 6 februari 1713, trouwt (1) met Jan Gijsbertsz Haerman, overleden voor 23 februari : Taxatie van 2 hond land met schapenhok te Doorn en 2 morgen land in Den Engh, eveneens te Doorn, eigendom van Annichgen Jans, weduwe van Jan Gijsberts Haerman [ONA Utrecht; not. Masius; inv.nr.u037a002, akte 511] : Hendrick Hermansen en Annigje Jans van Westeneng nemen een hypotheek van 800 gulden op bij Margaretha van Panhuijsen, wed. Jacob Godijn. Als ooms van de onmondige kinderen van Jan Gijsbertsz Haerman (de eerste man van Annigje) treden op Jan Jansen Westenengh en Cornelis Gijsbertsen Haerman. Deze hypotheek strekt tot betaling van de schulden van de boedel. Zij nemen deze hypotheek op 3 morgen land en op 2 morgen leengoed, leenroerig aan Sterkenburg [ORA Sterkenburg; inv.nr.1935] : Jan Jansz Westenengh, Hendrick Jansz Westenengh en Jan Robbertsz wonende jnden Gerechte van Doorn, mitsgaders Hendrick Hermansz wonende onder 't Gerecht van Driebergen, verklaren zich borg te stellen voor Steven Teunisz mede wonende tot Doorn, pachter van de Heer Mr Johannes Wttenboogaert Canonick St Jans, voor pachtpenningen [ORA Doorn; inv.nr.527] : Anna Jans Westeneng, lest weduwe Hendrick Harmsz, wonend te Driebergen, is schuldig en ten achteren aan de diaconie van Driebergen 100 gl, van de diaconie van Hendrick Jansz in de winter 1673 ontvangen [ONA Werkhoven; inv.nr.2437] : Akkoord over oplossing geschil over eigendom van acht morgen land gelegen te Doorn, tussen aan de ene kant de erven Adriaen Canter, Johan van Gendt, Anna de Kemp, Jan de Cocq van Delwijnen, met als gemachtigde Paulus Stael, notaris 's hoofs van Utrecht, en aan de andere kant Anna Westeneng, laatst weduwe van Hendrik Hermans van Seyst: Arbiters Cornelis de Wys, Johan Vinck en Gysbert van Toll beslissen dat perceel eigendom is van Anna Westeneng [ONA Utrecht; not. Pronckert; inv.nr.u117a001, akte 165] : Jannigje Jacobs Haarman, ongehuwde nagelaten dochter van Jacob Jansz Haarman, Jan Jansen Haarman, haar oom, Jan Gerritsen Haarman, Jacomina Haarman, Rijk Gerritsen Haarman en Jan Barten van Ouwenhorst, als in huwelijk hebbende Jannigje Gerritsen Haarman, en Cornelis Gijsbertse Versteeg, als in huwelijk hebbende Beatrix Hendriks van Seijst, in tweede echte verwekt door Anna Westeneng, hun moeder en grootmoeder, en Anthonis Jansen Haarman zaliger, wiens erfgenamen zij zijn, machtigen bovengenoemde Jan Jansen Haarman om voor diverse percelen verlijbrief te verzoeken [ORA Sterkenburg; inv.nr.1935] Goossen Reijers, zn. van Reyer Willems van Butseler, overleden voor 6 november : Goosen Reyers wordt na de dood van zijn vader beleend met de helft van het herengoed te Meulunteren. Hij doet oprukking in 1644, 1652, 1661 en Op krijgt zijn zoon Reyer investituur [Herengoederen op de Veluwe; Gens Nostra 1990, p.83] Beert Gisberts, overleden voor Arris Wolven, ondertrouwt te Renswoude op 12 maart 1654, trouwt te Renswoude op 20 mei 1654 (met attestatie van Lunteren) met Marijtje Maes Willems, trouwt (2) te Renswoude op 20 december 1668 met Willem Gerritsen van Klein Ordel : Aert Wolven, j.g. van Appelaer, en Marijtie Maes Willems j.d. van Hasedonk onder Lunteren sijn alhier wettelijken voor dese gemeijnte getrouwt met attestatie van Lunteren den 20. meij [Trouwboek Renswoude]. 141
142 1600. Thijs Gijsbertsen, zn. van Gijsbert Hermens van Lambalgen en Weimgen Jans van Landaes, geboren rond 1630, landbouwer op Groot Landaas, trouwt met Mary Willems, geboren rond : Thijs Gijsbertz pacht Groot Landaas. Juffr. Foeijt is eigenaar. 2 haardsteden [Haardstedengeld Woudenberg 1693] = 858 Anthonie Dircksz van Overeem, trouwt met = 859 Maijtje Jans Gijsbertsen Lambert Dirksen Lageweij, zn. van Dirk van de Lageweij en Merritje, geboren voor 1640, landbouwer op de Laegeweijde aan de Dwarswetering in Woudenberg, kerkmeester tussen 1678 en 1687, overleden in 1689, trouwt met Aeltje Claes, overleden te Woudenberg op 17 november : Lambert Dirxe betaalt 19 gulden familiegeld. Van 1690 tot 1705 betaalt zijn weduwe 17 tot gulden Gerrit Jacobsen op Selder (alias van Renesse), geboren te Emminkhuizen, schepen te Renswoude tussen 1698 en 1702, overleden voor 12 mei 1723, trouwt te Renswoude op 18 november 1666 met Jannitke Cornelis, dr. van Cornelis Faesz en Teuntje Peters, ondertrouwt (1) te Renswoude op 30 augustus 1663, trouwt te Woudenberg met Arris Jansz van Huijsstede : Cornelis Claesen eist van Jantje Cornelis, wede. van Garrit Jacobsen op Zeller, vanwege diverse reizen waarin hij voor haar zoon Faes Garritsen vrachten had gevoerd, voor een som van 69 gulden, welke penningen de weduwe had aangenomen te voldoen [Archief Eemland, Rol van het Gerecht Renswoude, ] = 1536 Gerrit Hendricks de Cruijff, trouwt met = 1537 Willemtgen Hendriks, trouwt (2) met Bart Cornelis Adriaan Saren, zn. van Saar Adriaensz en Aeltje, geboren rond 1596, gerichtsman te Leusden, buurmeester te Maarn tussen 1643 en 1651, overleden voor 24 mei 1653, trouwt met Mayke Berents, overleden na juni : Adriaen Sarsen en Maeijtjen Barents zijn vrouw wonend te Maarn zijn [ ] schuldig aan Aeltgen Reijers, weduwe van zaliger Dirck Saren en haar erven. Onderpand: de nagelaten goederen van Dirck Saren zaliger, aan hen toegekomen. In de marge: Reijer Jacobsz wonende in de Veenhuijsen onder het gerecht van Soest voor zich en zijn mede eigenaren, samen erfgenamen van zaliger Aeltgen Reijers, weduwe van Dirck Saren, verklaart dat Adriaen Saren de schuldsom heeft afgelost. Akte [Transportregisters Amersfoort ] : Adriaen Saren en Marritgen Baerntsdochter zijn vrouw; Jan Thonisz in de Hoogebirct en Burchgen Saren zijn vrouw; Hendrickgen Saren weduwe van zaliger Reijer Cornelissen; Jannitgen Saren, weduwe van zaliger Gerrit Thonisz; Hierbij is Adriaen Saren tevens als oom en momber van de onmondige kinderen van zaliger Jan Saren; Marten Hendricks bombasijnwerker voor die van zaliger Aeltgen Saren; Thonis Jansz voor de kinderen van Peter Saren; Anna Jans, weduwe van Rutger Lamberts, samen erven van zaliger Dirck Saren; Reijer Jacobsz en Fijtgen Alberts zijn vrouw; Huijck en Jacob Jacobsz, broers; Swaentgen en Jannitgen Jacobsz, zusters; Henrick Thonisz en Annitgen Jacobs zijn vrouw, kinderen en erven van zaliger 142
143 Jacob Reijersz, tezamen erven van zaliger Aeltgen Reijers, in leven vrouw van zaliger Dirck Saren, transporteren aan Willem Hendricxsz van Betum, zijn vrouw en erven een perceel land van derde halve morgen, genaamd de kleine hooiberg, gelegen buiten de Utrechtsepoort [Transportregisters Amersfoort ] : Gerrit Ryckssen te Maern, Sar Adriaenssen te Woudenberch, Cornelis Adriaenssen te Maeren stellen zich borg voor hun (schoon)moeder Meychgen Bernts, weduwe van Adriaen Saren, voor de som van f die zij schuldig is vanwege de borgtocht van haar man voor Peter Guisius inzake pachting van de koningsaccijns voor de domeijnen deses landts van Utrecht, met als rentmeester Heurnius [ONA Utrecht; not. De Cruyff, Inv.nr. U34a3, akte 303] = 1536 Gerrit Hendricks de Cruijff, trouwt met = 1537 Willemtgen Hendriks, trouwt (2) met Bart Cornelis Claes Jans van Zuylen (den joncxten), zn. van Jan Peters van Zuylen en Neeltgen Goyertsdr, overleden voor 11 april 1686, trouwt te Utrecht (huwelijkscommissarissen) op 25 januari 1651 met Jannichje Jans, dr. van Jan Brantsz, overleden voor 23 mei : Claes Jansse van Suijlen ende Jannichge Jan Brants dr beyde woonende alhier. Gesolemniseert voor Bor ende Sijl schepenen den 25en jarij 1651 [Schepentrouwboek Utrecht] : Compareren Claes Janss van Zuylen, wonend te Schalckwyck, Goyert Janss van Zuylen, smid te Utrecht, voor henzelf en zich sterk makend voor hun zusters en nagelaten kinderen, naaste bloedverwanten van hun overleden broeder Arien Janss, onlangs overleden buiten Utrecht; en Herman Jacobss ter Stege, borger te Utrecht, voor zichzelf en zich sterk makend voor zijn broeders en zusters, neve en naaste bloedverwant van Catryntje Pieters Conincxdr. Zij verklaren dat Pieter Aerts van Zuylen op 24 april is komen te overlijden en dat zij het kind hebben begraven zonder diens boedel te aanvaarden [ONA Utrecht, not. Van Velpen, inv.nr.u72a2, aktenr. 24] : Hermannus Schoormont, wonend te Utrecht, verhuurt aan Claes Janss van Suylen een huis met duifhuis, boomgaard en bouwland, gelegen op de Schaft te Houten. Dit goed is in onderhuur van Agata Meyster [ONA Utrecht, not. Van Woudenbergh, inv.nr. U93a62, aktenr. 21] Jacob Jansz van Nellesteyn, geboren te Overlangbroek, overleden voor 1675, ondertrouwt te Wijk bij Duurstede op 2 januari 1639, trouwt (Schepenbank) te Wijk bij Duurstede op 22 januari 1639 met Anneke Jans, geboren te Odijk : Jacob Janssen Nellesteijn transporteert een huis, erf en grond in de Vorderstraat aan Hendrick van Santen, zuidwaarts de wed. van Sander Cornelissen, noordwaarts Teuntgen Elissen, strekt voor van de straat tot aan de Achterstraat toe; belast met 300 gld. t.b.v. Jan Janssen Nellesteijn, broer van de verkoper; 28 st. jaarlijks uit het huis [Transporten Wijk bij Duurstede, inv.nr , fol.1] : Styntgen Dircks van Langelaer transporteert aan Jacob Janss Nellesteijn een woning in de Vorderstraat [ONA Wijk bij Duurstede, not. Van Sandick inv.nr.2498 fol.178]. 1675: wede Jacob van Nellesteijn 2-0-0, genoemd onder de 'Luijden geerft en gegoet onder de gerechte van Wijck en woonachtig buijten de provincie' [Kohier Familiegeld Wijk bij Duurstede] : Gijsbert Philipsen, voor Anneke Jans, dr van zijn overl broeder Jan Philipsen, samen erfg. van Thomas Philipsen zijn overl. broeder. mitsgaders, Jan Jelissen Merrion, het recht hebbende van Peter, en Jan Jacobssen van Nellesteyn; Dirck Janss van Dijck, man van Lambertgen van Nellesteyn en Janneken van Nerllesteyn; Maria Gerrits, wed. van Cornelis de Roy, Peter Janssen van Broeckhuysen, man van Janneken Gerrits, Hendrick Hendrickss man van Jacobgen Gerritss; Peter Janssen voor Jan Gerrits; alsook Jan Janssen alias Jan Meyssen als vader 143
144 en voocht van zijn zoons Jan en Cornelis, te samen erfg. van Neeltgen Jans, gewezen wed van Thomas Philipssen, scheiden de boedel in vriendschap [ONA Wijk bij Duurstede, not. Van Sandick inv.nr.2500 fol.168]. 1677: Jacob van Nellesteijn wede 2-0-0, aan het 'neder eijnde vande Vorderstraet; idem 1679, 1680; doorgehaald in 1682/1683 [Kohier Familiegeld Wijk bij Duurstede] : Dirck van Dijck, man van Lambertien Jacobs van Nellesteijn, Janneke Jacobs van Nellesteijn, kinderen van Jacob Janss. van Nellesteijn; Willem Jacobs van Nellesteijn en Maria Gerrits; Hendrick Hendricks en Jacobtje Gerritss. van Nellesteijn, en anderen, tranporteren aan Mr. Gerbrandt Schaghen 8/10 van de helft van 4 morgen land op 't Leutervelt [Transporten Wijk bij Duurstede, Inv.nr , fol.1] Willem Volkerts van Nykerken, zn. van Volkert Rijcks en Ikke, overleden voor 29 januari 1703, trouwt met N.N : De erven van Steven van den Berch verhuren aan Willem Volckenss te Nederlambroeck 2 campen landts, zynde de 2 voorste van 12 mergen, achter aan het bosch van Lunenburch te Nederlambroeck [ONA Utrecht, not. Van Velpen, inv.nr. U072a006, akte 74]. 1685: Willem Volckertse is eigenaar van 6 morgen te Nederlangbroek, voorheen in eigendom van Jan van Oostrum en gebruikt door Folckert Rijcx. Ook zijn Willem Volckert en zijn broeder eigenaar van 2 morgen aldaar, voorheen in eigendom van de zusters van St. Nicolaij, en van 4 morgen die in bezit was van de vier cloosters, eveneens gebruikt door Folckert Rijcx. [HUA; Manualen van de ontvangst van het oudschildgeld; Nederkwartier nr.1679] : Willem Volckersz van Nijkercken als grootvader en Jan Jacobsz van Nellesteijn als aangetrouwde oom treden op als voogden van Willem Jansz van Nijkercken en van Gougje en Trijntje Jans van Nijkercken, minderjarige zoon en twee dochters van Jan Willemsz van Nijkerken aan Gerrigje Jans [ONA Werkhoven; not. Jan van Reumst; inv.nr.2437; transcriptie H.J. Postema] : Willem Volkerts, oom, en Joost Ponsen van Agthoven, neef, zijn voogden van de kinderen van wijlen Cornelis Elissen [Stultingh] en Neeltien Gerrits [van Nijkercken], nu gehuwd met Aert Wulpherts [de Bruijn] [ONA Utrecht, not. Vonck inv.nr. U83b22, aktenr.10] : De erven van Willem Volkerss, te weten Ellis Willemss te Nederlangbroek, Jan Jacobss, getrouwd met Deliana Willems, timmerman te Nederlangbroek, Teunis Aertss Pappeldam, getrouwd met Gysbertie Willems, te Nederlangbroek, de kinderen van wijlen Jan Willemsen (Jan, Gougien (overleden), en de onmondige Germgie, Willem, en Catarina, onder voogdij van Cornelis Aertss van Doorn te Amsterdam, gerepresenteerd door Aert Volkerss), verkopen voor 200 gld aan Cornelis Willemsen, zoon van de overleden Willem Volkerss, een huysinge, berg een schuur, met duyffhuys en verder getimmer, bepoting en beplanting in Nederlangbroek, staand op land van het kapittel of convent van St. Jan te Wijk bij Duurstede. Ook betreft het overige huysraet, inboedell alsmede bougereepschap en anders aldaer nog berustende [ONA Utrecht, not. Vonck inv.nr.u83b26, aktenr. 7] Jan Cornelisz van Pappelendam (?), ouderling in : Jacob van Berck, greffier 's hooffs van Utrecht, verhuurt aan Jan Corneliss van Pappelendam 41 morgen soo bouw als weylanden mette huysinge c.a, 8 morgen op de Velters, en 34 morgen te Driebergen, aan het kleyne heck op die Stege ontrent het huys langhs het Middelwechien, met achter de Langbroeckerweteringe. Borgen zijn Cornelis Janss van Pappelendam en Jan Thoniss van Garderen [ONA Utrecht, not. Van Aelst; inv.nr. U049a001 akte 4] : Jan Cornelisz van Pappelendam als vader van Maria Jans van Pappelendam, ter eenre, en Cornelis Jansz, won. Sterkenburg in de wandelinge genaemt den advocaet, met assistentie en toedoen van Joost Ponssen sijn gecoren voorspraeck in desen ter andere zijde, in der 144
145 minnen ende vrientschap overcomen ende geaccordeert, over de defloratie ofte beslapinge bij den voorsz Cornelis Jansz aen den voorsz Maria Jans gepleecht in manieren als hier na volcht. Cornelis geeft haar 150 gl contant. Hij hoeft dan het kind niet te onderhouden.[ona Werkhoven; not. Jan van Reumst; inv.nr.2437; transcriptie H.J. Postema] Rijck Rutgers van Oort, zn. van Rutger Maesz Robert en Eva Jans van Gelder, j.m. van Amersfoort, bierbrouwer, pachter van bieren, belijdenis te Amersfoort op 1 april 1648, diaken in 1649, regent van de St. Joriskerk in 1656, raad te Amersfoort van 1656 tot 1665 behalve in 1659, schepen te Amersfoort van 1666 tot 1675, bierschooier te Amersfoort vanaf 1674, raad te Amersfoort van 1676 tot 1677, overleden te Amersfoort op 23 juli 1677, ondertrouwt te Amersfoort op 28 september 1648, trouwt te Amersfoort op 18 oktober 1648 met Sophia Flinckerts, j.d. van Emmerich, komt met attestatie van Emmerich naar Amersfoort op 24 juni 1643, overleden na 1688, ondertrouwt (1) te Amersfoort op 4 mei 1643 (geboden gaan ook tot Emmerick), trouwt te Amersfoort op 23 mei 1643 met Wouter Petersen van Oppoeter, brouwer. 4-5/ : Jan Karreman en Cornelis Loochs zijn getuigen bij het huwelijk van Wouter Peters van Oppoeteren en Sophia Flinckers. De geboden gaan ook tot Emmerich : Fijken Flinckers, in de Langstraet, komt met attestatie van Emric : Rijck Rutgersen, jongeman op Bloemendaal, doet belijdenis in Amersfoort [Zijn zusters Aeltjen en Geertjen doen belijdenis op ] : Rijck Rutgersen en Fijtgen Flinckerts zijn vrouw; Henrick Camp voor hemzelf en als voogd van Maria Flinckerts zijn vrouw; samen voor Cornelis Petersen en Cornelia Flinckerts zijn vrouw; Jan van Gelder en Annitgen Flinckerts zijn vrouw. Tezamen erven van Johan Karmans, in leven schepen, transporteren aan Arien Jansen van Emenes, zijn vrouw en hun erven, 'n huis, hof en hofstede aan de Breestraat, gelegen tussen de weduwe van Goort Cornelisen en de nakinderen van Jacob Thonisen Ceelen [Transportregisters Amersfoort; ] : Rijck Rutgerz, raad, koopt bij een openbare verkoop op verzoek van Judith Cluijt, weduwe van Cornelis Evertz de Ruijgh, een huis, hof en hofstede aan de Langestraat, nu bewoond door Gijsbert de Beer, gelegen tussen de gemene straat en een huis van Willem Martensen van Kempen en Herman van Bornbergen [Transportregisters Amersfoort ]. 1657: Rijck Rutgers van Oort komt voor op een schilderij dat Gerrit Louwerensz van Stellingwerff in 1657 heeft gemaakt van de regenten van de St.Joriskerk. Het hangt in de consistorie van de St.Joriskerk. De bovenstaande uitsnede uit dit schilderij is vermoedelijk Rijck van Oort [Rootselaar, Het naamboek van het St.Lucasgild te Amersfoort 1627, p.307] : Cornelis van Ommeren, clercq ter secretarie, als gemachtigde van Rijck Rutgertsz, raad deser stadt, en zijn vrouw Sophia Flinckers, verkoopt aan Goort Bartelsz, bombasijnverwer, een huis, erf en grond, staande op de Langegraft, gelegen tussen Willem Marten van Kempen en een seeckere gemeene steech; op last van fl. 500,- voor jaerlijks te renten te betalen van f 25,- tegen vijf ten hondert [Transportregisters Amersfoort ] : Christiaen Haverman, deurwaarder, als gemachtigde van Rijck Rutgerz Brouwer, 145
146 raad dezer stad, ende Sophia Flinckers, echtel, verkoopt aan Aleijda Borren j.d. een huis en grond, staande op de Langegraft, gelegen tussen Evert van Kempen en een gemene uitgang; procuratie voor nots. Marten van Kempen op ; f 500,- uit zake van f 1600,- bij Cornelis van Leuven opgenomen van zaliger Johanna ende Deliana Cornelis, waar Rijck Rutgerz borg voor was, de jaerlijkse rente daarvoor bedraagt f 25,- [Transportregisters Amersfoort ] : De gemachtigde van Rijck Rutgers van Noordt, raad dezer stad, en zijn vrouw Sophia Flinckerts, verkoopt aan Barent Hugo, korenkoper, een huis, hof en hofstede aan de Langegraft, gelegen tussen Evert van Kempen en een steeg; op last van 300 gulden; t.b.v. o.a. gekochte mout [Transportregisters Amersfoort ] : De gemachtide van Rijck Rutgerz van Noord, raad dezer stad, en zijn vrouw Sophia Flinckers, leent van Sr. Johan van der Gorp, koopman tot Utrecht, 500 gulden, o.a. i.v.m. geleverde mout en hop. Onderpand is hun huis en brouwerij, door debiteur bewoond in de Langestraat. Op lenen zij opnieuw 500 gulden van Sr. Johan van Gorp [Transportregisters Amersfoort ] : De gemachtigde van Rijck Rutgers van Oort, schepen dezer stad, en zijn vrouw Sophia Flinckers verkoopt aan Hendrick Camp een huis, hof en hofstede en brouwerij aan de Langestraat, gelegen tussen Cornelis van Bemmel en Herman van Bombergen; 100 gulden te gebruiken t.b.v. Leendert Jans van der Treek volgen de obligatie van 1000 gulden; dit onr. goed is alleen belast met 2800 gulden [Transportregisters Amersfoort ] : Renunciatie van een request door Rijck Rutgers van der Oort, brouwer en pachter van bieren in Amersfoort, tegen Herman van Bombergen [ONA Amersfoort, not. Van Brinckesteyn AT015a001 fol38v] : De Gemachtigde van Aeltjen Rutgers, weduwe van Elias Bres, en Beatris Bres jongedochter, leent van Anna Thiens, weduwe van Dinghman Doense, 800 Carolus gulden, met als onderpand een huis en hofstede aan de Langestraat op de hoek van de Krommestraat. Dit betreft een kapitaal van 600 gulden, door de broeder van de comparanten, Rijck Rutgers van Noordt, van wijlen Gerard Thiens, in zijn leven burgemeester dezer stad, op interest gelicht en waarvan de comparanten zich met Jan van Gelder als borgen hebben gesteld. Anna Doenssen, als mede-erfgename van Anna Thiens, tekent voor de ontvangst van het geleende geld [Transportregisters Amersfoort ] : Rijck Rutgers van Oort sluit een contract over het leveren van zijde [ONA Amersfoort]. 1674: Het stadsbestuur van Amersfoort stuurt een brief aan de Staten over een klacht bij de Staten, ingediend door de brouwers binnen de stad, als pachters van de impost op de bieren in de stad en de stadsvrijheid, naar aanleiding van het ingrijpen van het stadsbestuur in een geschil tussen de brouwers en Rijck Rutgerz van Oort over de impost op de buitenbieren. Het stadsbestuur had bepaald dat de invoer van alle vreemde Bieren van buijten incomende voor een periode van 12 jaar bij uitsluiting werd toegestaan aan Rijck Rutgers van Oort [Archief stadsbestuur Amersfoort; H. Halbertsma, zeven eeuwen Amersfoort, p.48-49] : De brouwers van Amersfoort, als pachters van bieren, ageren tegen Rijck Rutgers. van Oort, schepen en bierschoijer van Amersfoort, die tegen hun wil verscheidene vaten en enige lasten bier zonder de inslag op de buitenbieren te betalen, verordonneerd volgens de Staten deser Provincie, zijnde acht en twee stuivers, te leveren met een behoorlijke dumzeel. De insinuanten laten de notaris vragen voortaan de inslag te betalen van door hem in te slane buyten bieren. Van Oort verklaart zich bereid de inslag te betalen indien de pachters de vaten en halve vaten, die buiten dese stad en vrijheid door hem zullen worden geïnsinueerd en uitgeslagen, willen laten korten. Zelfs te Utrecht wordt de inslag betaald [ONA Amersfoort, not. Van Brinckesteyn AT015a002, fol.43r]. 1675: Rijck Rutgersz van Oort, wonend in de Bredestraat, betaalt gulden familiegeld : Rijck Rutgers van Oort, raad, treedt met Maes Peelens op als momber van Janntigen Thonis, minderjarige dochter van Anthoni Peelen en Teuntje Gerrits Coedijk [Transportregister Amersfoort] : De kinderen van Rijck Rutgers van Oort saliger staan voor 1/3 als erfgenaam in het 146
147 testament van hun tante Aeltgen Rutgers, weduwe van Elias Bres. Andere erfgenamen zijn haar nicht Eva van Ommen (prelegaat), de kinderen van haar zuster Geertgen Rutgers van Oort saliger, in leven vrouw van Cornelis van Bemmel (voor 1/3) en de kinderen van haar halfzuster Grietgen van der Veen (voor 1/3). Dit onder conditie dat de resp. erfgenamen zullen inbrengen wat de testatrice van hun ouders te goed heeft [ONA Amersfoort, AT 015a004 fol.14v]. 1688: Fijtje Flincken, te Muurhuizen nabij de Kortegracht, staat op een lijst van lidmaten in Amersfoort Cornelis Hendricks van Veenhuijsen, zn. van Henrick Peelen en Clara Cornelis, j.m. van Amersfoort, olieslager, belijdenis te Amersfoort op 6 juli 1639, diaken tussen 1647 en 1652, majoor te Amersfoort tussen 1659 en 1679, overleden tussen 12 april 1684 en 30 december 1684, ondertrouwt te Amersfoort op 11 mei 1639, trouwt te Woudenberg op 26 mei 1639 met Anthonia Willems, dr. van Willem Aertsz Roelens en Grietgen Christiaens van Hoogstraten, j.d. van Amersfoort, belijdenis te Amersfoort op 29 september 1638, overleden te Amersfoort op 21 december Wapen van Veenhuijsen: Een dwarsbalk, beladen met twee omgewende geitenkoppen, vergezeld onder van drie pluimvormige planten [Stadsarchief Amersfoort; wapen Arent van Veenhuijsen, luitenant-schout] : Teuntgen Willems, j.d, wonend in de Kerskorff op de Camp, doet belijdenis in Amersfoort. [Op doet haar zuster Judith Willems, wonend in hetzelfde huis, belijdenis; zij trouwt in 1658 met Peel Hendriks van Veenhuijsen, waarschijnlijk de broer van Cornelis, en gaat vervolgens met attestatie naar Deventer. Hun zuster Rutje Willems blijkt het huis te erven want zij verkoopt op huis, hof en hofstede cum annexis, op de Kamp daer de Keerskorff uythangt ] : Cornelis Hendrixsz van Veenhuijsen wordt bij zijn huwelijk geassisteerd door Gerrit Hendrixsz, Teuntgen Willems door haar zuster Rutgen Willems [getrouwd met Dirck Hendricks van Leyn] : Cornelis Hendrixsen van Veenhuysen, op de Camp, doet belijdenis in Amersfoort : Dirck Henricsz, kaarsenmaker, Cornelis Henricsz, olieslager en Frans Ares, voor zichzelf en voor hun huisvrouwen en Christiaen van Hoochstraten, transporteren aan Henrick Goortsz, zijn vrouw en hun erven 2 woningen met een berg en schuurberg, hof en hofstede in de Potstraat, met aan de ene zijde mr. Peter Jansz, chirurgijn, en aan de andere zijde de gang van Jan Jansz; 15 stuivers erfpacht p.jr. aan de L. Vrouwekapel. Koopsom voldaan [Transportregisters Amersfoort ] : De gemachtigde van Cornelis Henricksz van Veenhuijsen, majoor dezer Stad en Anthonia Willems zijn vrouw, leent 1000 Carolus gulden, met een losrente van 60 gulden bij Mr. Harman Henrickz Kock en Maria Claes zijn vrouw, met als onderpand een huis, hof en hofstede aan de Kampstraat, vanaf die straat tot aan het Zocherpad, naast de Oliesteeg [Transportregister Amersfoort; ] : De gemachtigde van Cornelis van Veenhuijsen, majoor dezer stad, en Anthonia Willems, echtelieden, leent van Mr. Herman Henricksz van Munster, kok, en Maria Claess zijn huisvrouw, 400 gulden. Onderpand is een schuur of huis in de Coninckstraat, gelegen tussen de weduwe van Sander Sandersz en de erfgenamen van Gerrit de Hooch [Transportregisters Amersfoort ]. 1675: Cornelis van Veenhuijsen, wonend op de Camp, betaalt gulden familiegeld : De erfgenamen van Annitgen Planteau, laatst weduwe van Aert Maessen, verkopen aan Cornelis van Veenhuysen, majoor van de stad, en zijn vrouw, een huis, hof en hofstede op de Campstraat, tussen de gemene straat of stadswal en de erfgenamen van Maritgen Jacobsz Neus. Op is dit huis, bewoond door Cornelis Veenhuijs en zijn vrouw, onderpand bij een lening van 200 Carolus gulden bij Barent van Martelangen en zijn vrouw Grietje Cornelis van Veenhuysen. Al op verkoopt Anthonija Willems, wed. van Cornelis van Veenhuijsen, 147
148 dit huis aan Barent Mattelagen en zijn vrouw [Transportregisters Amersfoort ] : Arent van Veenhuysen, luitenant van Jhr. Jacob Godin, zoon van wijlen Anthonia Willems, weduwe van Cornelis van Veenhuysen, majoor van Amersfoort, verklaart dat zijn moeder vanmorgen is overleden en dat hij geen kennis heeft van de staat van zijn moeders boedel en dat hij zich er niet "geerne mee immisoeren sal" (=bemoeien) en dat hij de begrafenis regelt om zijn moeder daarmee te eren en niet om zich als erfgenaam van de boedel te gedragen [ONA Amersfoort, not. Van Brinckesteyn AT015a005 fol.7] : Henrick van Veenhuysen, chirurgijn in Deventer, Barent Thonis Matlage, man en voogd van Grietje van Veenhuysen, Franck Obijn te Montfoort, man en voogd van Maria van Veenhuysen, Henrick van Oort te Montfoort, man en voogd van Clara van Veenhuysen, kinderen van Anthonia Willemsen, overleden op , weduwe van Cornelis van Veenhuysen, majoor deser stad. Hoewel zij geen kennis hebben van de staat van de boedel van hun moeder, willen zij zich niet als efgenamen van haar gedragen. Uit piëteit dragen zij de doodschulden van hun moeder [ONA Amersfoort, not. Van Brinckesteyn AT015a005 fol.8] : [De erven van] Cornelis van Veenhuijsen en Anthonia Willems, in leven echtelieden, verkopen aan Nicolaas Craack een huis, hof en hofstede staande en gelegen op de Kam, tussen de Oliesteeg en Rijck Henricksz, en een zekere tabaksschuur met een woninkje daarbij, staande in de Pothstraat [Transportregister Amersfoort] Aert Volkerts van Nykerken, zn. van Volkert Rijcks en Ikke, timmerman, overleden te Nederlangbroek voor 13 december 1710, trouwt (2) voor augustus 1705 met Jannichje Jans van Velpen, dr. van Jan Pelgroms van Velpen en Anna Jansdr, trouwt (1) met Lysken Dirks, overleden voor 2 april : Johan Gerard van Oestrum, majoor, verhuurt aan Aert Volckertss Timmerman te Neederlanghbroeck ontrent vier mergen lants aan de Langhbroeckerweteringhe, met als belenders achter: Cornelis den Berger, bruycker ow: de Stryp ww: Willem Volckertss [ONA Utrecht, not. Becker, inv.nr. U100a005, akte 27] : Aart Volckertsz van Nijkercken, wonend te Neerlangbroek, is borg voor Adriaan Cornelisz Vernier, in verband met f 6.17 achterstallige pacht aan Franchoijs Romswinckel, canonick ten dom [ONA Utrecht, not. F. de With, inv.nr. U112a2, akte 82] : Aert Volkersen van Nykerken en Jannigien Jans van Vulpen, echtelieden te Nederlangbroek, beiden gezond, maken een testament op de langstlevende [HUA; ONA Utrecht; not. Vonck inv.nr. U083b028 akte 26] : Aert Folckss van Nijkercken, wonend te Nederlanghbroeck, is 200 gulden schuldig aan Cornelis Vermeer te Utrecht, vanwege een lening [ONA Utrecht, not. H. van Woudenbergh, inv.nr. U93a51, akte 62] : Scheiding van de boedel van Aert Volckertss van Nyckercken, eerst weduwnaar van Lijsjen Dirks, later gehuwd met Jannichje Janss van Vulpen, overleden in Nederlangbroek. Kinderen van Aert en Jannigje van Vulpen zijn Jan Aertss van Nyckercken te Neederlanghbroeck, Cornelis Aertss van Nyckercken te Amsterdam, Volckert Aertss van Nyckercken te Hoorn, en Lysbeth Aertss van Nyckercken, echtgenote van Jacob Smith te Amsterdam. Erfgenamen van Aert en Lysken Dirckss zijn Geertruyt Jacobss, weduwe van Dirck Aertss van Nyckercken te Neederlanghbroeck (met onmondige kinderen Thoon, Gerrit, Dirck, Gerrichje, Tryntie, Jacob en Jan te Neederlanghbroeck; verder Boudewyn van Vellecamp en Lysbeth Dirckss te Utrecht, Anna Dirckss te Neerlanghbroeck, en Aert Janss getrouwd met Adriaentje Dirckss te Doorn), en de kinderen en kleinkinderen van Gerrichje Aertss bij Arien Vernier. De huysinge met getimmer, bepoting en beplanting, gelegen in Neerderlanghbroeck te Goywaerts gaan naar Geertruyt Jacobss en haar kinderen, staand op grond van de erven Johan Boudaen. Geertruyt Jacobs en haar kinderen krijgen ook 100 gld uit de boedel en 200 gulden uit het moederlijke goed van Dirck Aerts, volgens een acte van uitkoop van [etc.] [ONA Utrecht, not. Becker, inv.nr.u100a25, aktenr.8]. 148
149 1658. Jacob Gerrits van Vredendael, j.m. van Leersum, overleden voor 12 februari 1667, ondertrouwt te Amerongen op 2 januari 1657 met Maagje Jans van Velpen, dr. van Jan Pelgroms van Velpen en Anna Jansdr, j.d. van Doorn, overleden voor 1 januari 1723, trouwt (2) op 12 februari 1667 met Jan Willems Knoppert : Compareerden Corn Jansz van Velpen mede Schepen alhier, ende Aert Volckensz als man ende vooght van Jantgen Jans te samen v[er]vangen[de] ende haer sterckmaeckende voor Jan Willemsz Knoppert als getrout hebbende Maeychjen Jans, erffgenamen van Pelgrom ende Teunis Jansz beyde za: ende in dier qualite mede Crediteuren van Jan Willemsz van Enspick in sijn leven Molenaer tot Wijck, constitueren Arnoldus van Ossenberch, notaris en Procureur tot Wijck te Duerstede, om uit hun naam te innen uit de boedel van Jan Willemsz van Enspick [RHC Zuid- Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.527] : Voorwaarden waarnaar Jan Evertsz Bisschop, Jan Jacobsz Tol getrouwd met Maagje Everts, en Wouter Jansz van Ginkel getrouwd met Aeltje Everts, alle tezamen kinderen en erfgenamen van Evert Jansz, mitsgaders Dirck Aertsz van Nijkercken getrouwd met Geertruijdt Jacobs en Jan Willemsz Knoppert als stiefvader Cuijntje en Gerrigje Jacobs als kinderen en erfgenamen van Jacob Gerritsz, willen verkopen een stuk land genaamd het Collandt onder Amerongen, groot 4½ morgen. Ingezet bij Jan Jacobsz Tol voor 600 gl [ONA Amerongen; not. Marcus Renssen; inv.nr.170] : Frederick van den Honert, drost van Zuilenstein, als rentmeester van de graaf van Rochford, heeft verhuurd aan Jacob Knoppert, als present vermits de zwakheid van zijn moeder Maagje Jans, weduwe van Jan Willemsz Knopper, 20 morgen land [ONA Leersum; not. Simon de Moij] Elbert Cornelissen van Donselaar, zn. van Cornelis Hendrikse van Donselaar, vertrekt met attestatie van Wijk bij Duurstede naar Nederlangbroek op 23 juli 1654, trouwt (2) te Wijk bij Duurstede op 9 juli 1654 met Jannigje Jans, trouwt (1) met Goosentje Peters, overleden voor 9 juli : Elbert van Donselaer en zijn vrouw vertrekken met attestatie van Wijk bij Duurstede naar Neerlangbroek Hendrik Jacobs Jan Baltusz de Heus, zn. van Baltus Jansen de Heus en Beertjen Dircksen, trouwt met Metje Goossens, overleden na : Jan de Heus krijgt 18 gulden voor het schoonmaken van de watergangen [Buren; inv.nr.9b; Familievereniging de Heus]. 1694: Metgen Goossensdochter vervalt 'in seer groote armoede' en wordt door haar zoon Goossen Jansz in huis genomen [ORA Erichem nr.428] Dirck Turen. 1665: Dirck Turen is gebruiker van een huis met 1 haardstede, in eigendom van Aelbert Steck, in Stichts Veenendaal gelegen 'van den Hulck aff en voorts de Kerckstraet langhs tot den boom toe' [Haarstedengeld; Oud Archief Rhenen, inv.nr.423] Helmert Fransen van Overeem, zn. van Frans Hendricksen van Overeem en Dirckje Fransen, geboren rond 1575, landbouwer op Klein Rumelaar, overleden voor 3 juni 1644, trouwt met 149
150 1705. Gijsbertgen Fransen van Triest, dr. van Frans Adriaansen van Triest en Jannigje Fransen van Ravesloot, geboren te Woudenberg rond 1593, overleden te Woudenberg in april : Volgens het testament van Frans van Triest en Jannichgen Fransdr, ouders van Gijsbertgen, zullen Helmert en Gijsbertgen erven: de helft van het erf Groot Rumelaar en drie stukken land in de buurt. Volgens aanvullingen in 1648 krijgt Gijsbertgen ook land te Zeldert en de helft van vier morgen in de Caneel in Woudenberg toebedeeld [ONA Amersfoort, not. Van Ingen] : Goort Thonisz, wonend te Leusden, geeft een volmacht aan Frans van Triest om namens hem te compareren voor de thinsheer van het huis Natewisch en te transporteren aan Helmert Fransen en Gisbertgen van Triest (zijn helft van) het erf genaamd Cleijn Rumelaar. Op transporteert Frans van Triest, oud-schout van Woudenberg, de andere helft van Cleijn Rumelaar aan zijn dochter Gisbertgen, inmiddels weduwe. Het erf is gelegen in t Wout in het oude gerecht van Amerongen, tussen de erven Doijestok, Landaes en Rumelaar [Archief Domkapittel, register van tijnsbrieven van Natewisch, , fol.1,3] : Helmert Fransz en Gijsbertgen van Triest krijgen octrooi om te testeren [VG 1996, p.122] Wulphert Jansz de Bruijn (?), geboren rond 1610, landbouwer op Klein Lambalgen in Scherpenzeel, overleden op 9 april 1682, trouwt met Jantje Harmsen (?), geboren rond Roelof Jansen van Methorst, zn. van Jan Maesz van Methorst en Roelgen, landbouwer en imker op Groot Lichthorst in Renswoude, armmeester, diaken, overleden te Renswoude op 13 mei 1670, trouwt met Reijertje Claassens, overleden te Renswoude op 21 februari : Jan Roeloffsen, Roeloff Roeloffsen, Maes Roeloffs en Lubbert Jochemsen, als man en voogd van Truijtijen, Fijtjen Everts, weduwe van Hendrick Roeloffsen, geassisteerd met Willem de Ridder haar broeder, Evert Thomassen als man en voogd van Claesjen Roeloffs en Gijsbert Jansen als man en voogd van Maria Roeloffs, tesamen kinderen en erfgenamen van zaliger Roeloff Jansen Methorst en Reijertjen Claessen, verklaren te transporteren aan Fransje Jans, weduwe van Gijsbert Jans Methorst, het erf en goed Lichthorst in Renswoude, door Roeloff Janss en Reijertje Claesse in hun leven van het erve Ubbelschooten aangekocht en door Roeloff Roeloffsen bewoond en gebruikt [Archief Eemland, ORA Renswoude, Register van Transporten, Vestenissen en andere akten, nr.1800] Theunis Jansen van Donckelaer, zn. van Jan Cornelisz, overleden voor 11 mei 1670, trouwt met Barbara Meeussen : Barbera Meeusen eist betaling van 34 gl. van Jorden Thonis [ORA Scherpenzeel 1 fol. 34; W. de Greef, Genealogie van Manen] : Tonis Jansz, gehuwd met Barbara Meeussen, wordt bij dode van Jan Cornelisz, zijn vader, volgens hun huwelijksvoorwaarden d.d , beleend met de helft van erf en goed Heintjeskamp te Scherpenzeel. Op maken Anton Jansz. En zijn vrouw Barbara Meeusen, wederzijdse lijftocht. De oudste zoon zal de andere kinderen uitkopen met ƒ bij een voordeel van ƒ en Aaltje Tonis, hun dochter, zal tevoren ƒ voor haar erfdeel ontvangen. Op wordt Hendrik Tonisz. bij dode van Tonis Jansz, zijn vader, hiermee beleend [J.C. Kort, De lenen en tijnsen van de hofstede Scherpenzeel] : Jan Cornelissen Heijntgencamp namens zijn zoon Thonis Jansz, wonende op Cleijn Donckelaer door Thonis Jansz, gewoont hebbende op Donckelaer gevorderd tot betaling van f 150
151 100,= uitkoop aan Jan Thijessensz uit de boedel van Kleijn Donckelaer [ORA Scherpenzeel 1 fol.60, en 2 fol. 41,41v; Genealogie van Manen]. 1647: Heijntgenscamp, pachter Cornelis Jansz, eigenaar Thonis Jansz [Landcedule; Westerholt nr.1] Cornelis Jansz van 't Voort, zn. van Jan Woutersz van 't Voort en Geertgen Brand Theunisz, j.m. van Scherpenzeel, landbouwer op het Voorde in Woudenberg, overleden voor 10 mei 1651, ondertrouwt te Scherpenzeel op 5 juni 1617, trouwt te Scherpenzeel op 19 juni 1617 met Helmertgen Hermens : Cornelis Jansen, j.m. van Scherpenzeel, met Helmertgen Hermensen, j.d. op de Glinthorst [Trouwboek Scherpenzeel] : Cornelis Jansz wordt bij dode van Johan Woutersz, zijn vader, beleend met een stuk land, groot 2 1/2 morgen, genaamd de hofstede met de Brink, met het Vaeltstukje, de Voordersteeg en de vrije weg vanaf de Brink [Lenen Gaasbeek 103 fol. 24v-25v] : Cornelis Jansz, wonend op het erf Voorde, wordt beleend met een kamp, groot 2 morgen, gelegen in het goed Voorde, bij overdracht door Frans van Triest, schout van Woudenberg, voor Hermantje Jansdr, gehuwd met Pieter Lambertsz. Feer, schoenmaker te Amersfoort [Lenen Gaasbeek 103 fol. 161v-163] Dirk Helmerts van Overeem, zn. van Helmert Fransen van Overeem en Gijsbertgen Fransen van Triest, geboren te Woudenberg rond 1620, landbouwer op Rumelaar, overleden tussen 1673 en 1674, trouwt met Evertje Huijberts, dr. van Huijbert Evertsz en Meisje Sanders, j.d. van Woudenberg, overleden voor : Dirk Helmertsz Overeem wordt na dode van zijn schoonvader Huijbert Evertsz beleend met het erf t Voort [Beleningen Holevoet nr.13c, 50a]. 1674: Evertje Huijberts, wed. Dirk Helmertsz van Overeem, wordt beleend met het erf t Voort en de helft van De Wetering. Hulder is haar neef Sander Arissen [Beleningen Holevoet nr.13c, 50a] Jan Arisz, landbouwer op Klein Landaes, overleden voor 1653, trouwt met Willempje Elissen. 1647: Jan Arisz pacht het erf Klein Landaes van Armen de Pot in Amersfoort. In de periode huurt zijn weduwe Willempje Elissen dit erf [Archief De Pot D1; Henk van Woudenberg; Vereniging Oud Scherpenzeel] Jan Jacobs, overleden voor 26 januari 1668, trouwt met Luijtgen Arris, overleden voor 10 december : Aris Jansz voor hem selven ende mede hem sterckmaeckende voor Elisabeth Jans sijn suster mitsgaders Gerrit Goossensz, als man ende vooght van Maritgen Jans dr t'samen erffgenamen van Luytgen Aris, hebben getransporteerd aan Adriaen van Ossenberch, Schout van Doorn, 'een huijsinge ende Erve, staende ende gelegen in desen Dorpe, met alle tgene daerin Aerdt ende nagelvast is, Streckende voor van het gemeene padt Noortwaerts op tot aenden hoff van Elis Jansz, daer aende Oostzijde de gemelte Elis Jansz timmerman, ende aende Westzijde de Diaconie naest gelegen zijn' [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.530] Antoni Willemsen op Renes, zn. van Willem Teunissen op Renes en Christijngen, 151
152 gedoopt te Scherpenzeel op 27 november 1614, landbouwer op Renesse, overleden te Scherpenzeel op 9 september 1673, trouwt (2) met Helmertje Cornelisse, trouwt (1) met Jantien Driessen, overleden te Scherpenzeel (aan de pest) in Cornelis Jansz van Ebbenhorst, zn. van Jan Cornelisz van Ebbenhorst en Neeltje Elbert Jordens, landbouwer op Ebbenhorst, controleur van de maten en gewichten in 1640, schepen te Scherpenzeel in 1651, zetter te Scherpenzeel in 1663, overleden na 11 april 1671, trouwt met Trijntje Gosens van Spickhorst, dr. van Goosen Jacobsz van Spickhorst. 1638: Cornelis Jansz is eigenaar van 1/4 deel van het goed Spikhorst onder Renswoude [Laansma, Boederijen Renswoude] : Cornelis Jans van Ebbenhorst en Trijntjen Gosens van Spickhorst, wonend te Renswoude krijgen octrooi om te testeren [Octrooiregister Hof van Utrecht] : Cornelis Jansz wordt beleend met Ebbenhorst onder Scherpenzeel. In 1671 draagt hij dit goed over aan Wulfert Franken [Lenen van het Huis Scherpenzeel] : Cornelis Jansz Ebbenhorst maakt een testament Maes Jans Verburgh, zn. van Jan Gerritsz Verburgh en Petertgen Gijsberts, metselaar, overleden voor 28 augustus 1654, trouwt met Hendrickjen Soest, dr. van Dirck Daemsz Soest en Aeltgen Jans Verschuer, overleden voor 28 mei : Maes Jansz Verburch en Marritgen Jans Verburch en Hendrick Fransz als man en voogd van Evertgen Verburch, elk voor een derde part, transporteren aan Jan Helmichsz smid en zijn erfgenamen, 'n huis, hof en hofstede in de Muurhuizen, bestaande in 2 woningen, met aan de ene zijde Gerrit Jansz, metselaar en aan de andere zijde Gijsbert Woutersz, bombasijnwerker. De lening is voldaan [Transportregisters Amersfoort ] : De weduwe van Maes Jans Verburch metselaer moet op aantonen met een notariële akte of de weeskamer is uitgesloten [Weeskamer Amersfoort; toegangsnr.39; inv.nr.177]. 1654: Maes Jansz Verburch, metselaer, en Thoontgen Dircks [Weeskamer Amersfoort, toegang 0039, inv.nr.7 (1654); inv.nr. 178 (1654)] : Aelt Elbertz en Marritgen Soest zijn vrouw voor zichzelf en als mede-erfgenamen van Gerrit Soest; Leendert Janzen Bottercoper als momber over de onmondige kinderen van Maes Jansz Verborch en Henrickgen Soest, beiden overleden, transporteren aan Jan Bos, brouwer, zijn vrouw en hun erven, twee huizen, hof en hofsteden met al wat aard- en nagelvast is in de Vijver, uitkomend in de Krommestraat, gelegen tussen Henrick Both, oud-burgemeester en de kinderen van Maes Jansz Verborch [Transportregister Amersfoort; ] Geurt Cornelisz Verbrugh, zn. van Cornelis Stevens Verbrugh en Sophia Willems de Kemp, ouderling in 1647, begraven te Maurik op 1 april 1666, trouwt met Dirkje van Vincelaer : Dirkje van Vinceler is getuige bij de doop van een zoon van Wouter Jacobs. Elisabeth van Vinceler, getrouwd met Willem van Grootveld, is in 1639 ook getuige bij de doop van één van zijn kinderen (en in 1637 bij de doop van een dochter van Willem van Vinceler). 1650: Geurt Cornelisse is eigenaar van een huis en hof, met les en gres, vier hont boomgaard en boomvruchten (belast voor gulden). Deselve nog een huis dat 3 à 4 jaar ledig staat, met boomgaard en boomvruchten in t Nieuslag, met erfpacht aan de heer van Culemborg. Daarnaast is er nog bouwland en weiland [Verponding Maurik 1650] Sander Hendricks van Grootvelt, zn. van Hendrick van Grootvelt en Adriana 152
153 Hendricks van Oort, landbouwer, diaken in 1647, ouderling in 1657, begraven te Maurik op 25 oktober 1663, trouwt (1) met juffr. Maria van Eck, trouwt (2) met Metgen Gijsberts, begraven op 1 maart Het is nog onduidelijk of Maria van Eck of Metgen Gijsberts de moeder van de oudste kinderen is : Huijbert Janss, wonende op Lienderveld, belooft aan Sander van Grootfelt en juffr. Maria van Eck 230 gld. c.i, uit de helft van een kamp land, genaamd Crijghsmanskamp, groot 7 morgen 2 hond, in het Ommerenerveld [RA Nederbetuwe, Protocol van bezwaar Bank van Kesteren, inv.nr. 203, fol.102] : Aeltgen Dirck van Ecksdr, wonende te Utrecht, laatst weduwe van zal. Jan Cornelisz, verkoopt aan haar neef Sander van Grootvelt te Maurik en Maria van Eck, zijn vrouw, en aan Willem van Grootvelt de thiendhoff in het kerspel Maurik welke haar toekwam uit de boedel van wijlen Willem Joriphaesz van Hattem [ARA Collectie Panthaleon van Eck; ook Familie-archief van de Bergh van Lunenburgh nr. 64] : Proces van Gerrit Verhuedt tegen Alexander van Grootvelt en diens vrouw juffr. Maria van Eck [RA Nederbetuwe 109, fol.5] : Sander van Grootvelt wordt, na opdracht door Adriaen van Driel, beleend met 6 morgen land in Zoelen, genaamd den Krommen camp. Op wordt Johan Hermens hiermee beleend, na opdracht door Metgen Gijsberts, weduwe van Sander van Grootfelt, en haar zoon Johan van Grootfelt [Leenkamer Zoelen en Aldenhaag]. 1650: Sander van Grootvelt bezit 3 morgen land in Maurik, genaamd den Thiendhof (voor 53-6 gulden belast), alsmede een huis, hof en boomgaard waar hij woont, aan de Pastorije in Maurik (belast voor gulden) en 3 morgen weiland in de Huijsmaten (belast voor 90-6 gulden). Hij pacht bovendien 5 morgen bouwland op het Meerlandt [Verponding Maurik 1650] : Sander van Grootvelt wordt na de dood van Hendrick van Grootvelt beleend met 8 hont land in Maurik, genaamd den Wynckell [Leenrepertorium Culemborg, nr.4782/33] (oude stijl): Sander van Grootvelt en Metge Gijsberts, e.l, doen kond verkocht en gecedeerd te hebben aan Willem van Grootfelt en Cornelia van Schadijck, e.l, de helft van 11 hont land waarvan de kopers de andere helft bezitten in het kerspel Maurik, genaamd de Tiendhof, die aan hen is getransporteerd door Aeltje Dircks van Eckdr, laatst weduwe van zal. Jan Corneliss op 15 dec. 1627, wonende te Utrecht. Getuigen waren Goswijn van Grootvelt en Willem van Hattem als geërfden in de Neder-Betuwe [Familie-archief van de Bergh van Lunenburgh, nr. 64] : De Amptman spreekt aen Dirck Johan Hermans, Rentmr, Reyner van Hattum, Sander van Grootfelt en Willem van Grootfelt elck voor een breucke van 10 goltgulden, omdat zij op met elkaar gevochten hebben [Gelders Archief; Gerichtssignaat Kesteren NB 111, fol.124] : Jantien van den Butzelaer, weduwe en boedelhouder van wijlen Cornelis van Schadick, nevens Albert Steck en Jan Claessen als medemomberen van haar kinderen bij Schadijck verwekt, impetranten, contra Sander van Grootvelt, pro se et nomine uxoris, gedaagde. Het hof condemneert de gedaagde de gevorderde interesse sedert verschenen jaarlijks tot 33 gl. ter goeder rekening te voldoen [Hof van Gelre en Zutphen; Civiel sententieboek,nr.4891] = 1874 Sander Hendricks van Grootvelt, trouwt (1) met juffr. Maria van Eck, trouwt (2) met = 1875 Metgen Gijsberts Cornelis Stevens Verbrugh (de Jonge), overleden voor 1654, trouwt met Johanna Jans van Wijck, overleden op 25 september : Cornelis Janss Udo en Maria Olifiersdr beloven aan Cornelis Verbrugh Stevenss de jonge en Johanna van Wijck 200 gulden met rente. Onderpand is een huis en hofstad waarin zij wonen te Maurik, aan de Tielsestraat. Zij stellen tot waarschap de helft van 2½ morgen land op het Eygen onder Ingen, waarvan de andere helft Jan van Eck Willemss toekomt [RA 153
154 Nederbetuwe, Protocol van bezwaar Bank van Kesteren, inv.nr. 203, fol.86v] : Steven Verbrugh en Johanna van Grootfelt beloven aan Cornelis Verbrugh de jonge 250 gld. c.i, uit de helft van ca. 11 hond land, genaamd Koekampje, bestaande uit weiland in het Nieuwslag te Maurik RA Nederbetuwe, Protocol van bezwaar Bank van Kesteren, inv.nr. 203, fol.90v] : Magdalena Vernoij, weduwe van Johan van Wijck Huijbertss, cum tutore haar schoonzoon Herman Henrickss, belooft aan Cornelis Verbrugh Stevenss en Johanna van Wijck Jansdr 250 gld, met interest. Onderpand is een akker bouwland, genaamd de Tochtgraafse akker, in de Middelparrick te Maurik, groot 2 morgen [RA Nederbetuwe, Protocol van bezwaar Bank van Kesteren, inv.nr. 203, fol.110v] : Joost van Estvelt en Dercxken van Hattum promiserunt aan Johanna van Wijck, wed. van Cornelis Verbrugh, 600 gld. uit huysinge en hofstadt, 1½ morgen. Op nog eens 300 gld. [Protocol van Ommeren NB 239 fol. 40v] : Johanna van Wijck overlijdt. Haar erfenis was 5899 gulden 10 stuivers en 4 penningen groot, grotendeels bestaande uit schuldbrieven. [ORA Nederbetuwe, civiele procesdossiers 14]. 1684: Deductie van Catharina Voet op een huis en hofstadt in de Winckel in Maurick, toebehoord hebbende aan Hubert van Wijck. Op bekennen Jacob van Amerongen en Juffer Heijlwich van Hattem verkoft te hebben aan Cornelis Verbrugh Stevense en Janneke van Wijck den eijgendom van eenen rentenbrieff van 6 gouden overlantsche cuervorster gulden, die Jan Deijs en Beth Woltersdr, bekend en gepasseerd hebben ten behoeve van Jerephaes van Hattem en zijn erfgenamen op St. Matthijs avont 1536 [Protocol van bezwaar NB 201; RA Neder-Betuwe NB 68] Anthony Jansz van Westrheene, zn. van Jan Goossens van Westrheene en Maria Udents, geboren te Meerten rond 1618, wonend op den Engh te Ommeren, overleden voor 1703, trouwt te Lienden op 21 mei 1644 met Anna Vonck van Lienden, dr. van Hillebrandt Dircks Vonck van Lienden en Agneta Sweders Wtenweerde, j.d. van Meerten, overleden na 31 oktober : Teunis van Westrheene wordt na de dood van zijn vader beleend met 1½ morgen onder Ommeren, genaamd de Nedersten Lodderkamp. In 1703 wordt zijn zoon Goossen hiermee beleend [Archief Heren en Graven van Culemborg 4782, fol.376; 4783 fol.209] : De erfgenamen van Jasper Uyttenweerde, waaronder Anna Vonck van Linden, getrouwd met Antonys Jansen van Westreenen, Derck Vonck van Linden, Gerarda Vonck, getrouwd met Elias van den Rhijn en Margareta Vonck van Linden, dragen 7 morgen land, geheten den Sandtwech, met daarop een huis en hofstad, gelegen in Maurik, op aan Diederyck Uytenweerde [Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en de Graafschap Zutphen, p.344] : Arnoldus van Hattum transporteert aan Anthonis Janss van Westrhenen en Anna Vonck van Lienden 2 morgen weiland in den groten Ham [Protocol Meerten en Aalst NB 242 fol. 51v] : Teunis van Westrene en Anna Vonck wonen op den Engh onder Ommeren [Doopboek Ommeren] Dirk van Hattem, zn. van Willem Wouters van Hattem en Elisabeth de Kemp, geboren te Maurik, bierbrouwer, diaken van 1649 tot 1651, overleden voor 16 september 1657, ondertrouwt te Maurik op 3 januari 1641 met Elisabeth van Vincelaer, dr. van Jan Willemsz van Vincelaer en Dirkje Jans, geboren te Maurik, begraven te Maurik op 19 augustus : Dirck van Hattem is eigenaar van een huis en hof mette brouwerije, gres en les van 1½ hont boomgaard en een pont wasch t saemen aan de kerck tot Maurick, getaxeerd op
155 Daarnaast van boomgaarden, boomvruchten en bouwland [Verponding Maurik 1650] : Magescheid tussen de kinderen en kindskinderen van Zal. Dirck van Hattum en Elisabeth van Vincelaar: Jan van Hattum, Wouter van Hattum, de nagelaten kinderen van Gerrit van Hattum, verwekt bij Neeltgen van Gulck (geassisteerd door hun ooms Jan van Grootvelt Sandersen, Jan van Hattum en Adriaan van Gulck); de onmondige naargelatene kinderen van zal. Elisabeth van Hattum, in echt verweckt door Goossen van Westrhenen (geassisteerd door hun vader Goossen van Westrhenen en hun oom Jan van Hattum). Arbiters en vrinden zijn Mr Arnoldus Wttenweerde en Jan van Grootfelt Sandersen. Het gaat over de goederen van Elisabeth van Vincelaar, nu niet meer in leven zijnde. Aan Wouter van Hattum is volgens een contract van vrijwillige overgifte van door Elisabeth van Vincelaar overgegeven en aanbedeeld een huisinge, hofstadt, brouwerij en brouwketel met gereedschap in Maurik aan de Dorpsplaats voor de somma van 2500 gulden, onder afslag van 400 gulden, zodat Wouter ten behoeve van de gemene boedel betaald heeft 200 gulden soo denselven vermogens sijn vaders goet van den gemenen boedel te pretenderen had en ook aan Goosen van Westrenen, zodat blijft 2100 gulden. De 3 andere staken komen daarom ook op 2100 gulden. Het 1e lot is voor Johan van Hattum: huis en hofstadt, bewoond bij Gossen van Westrhenen, op de Slaagh, met 4 ½ morgen, tezamen 1800 gulden; 250 gulden uit de boedel en van het 3e lot nog 50 gulden. Het 2e lot is voor de kinderen van Elisabeth van Hattum: huis en hofstede, een huisje en de boomgaarden met de Leenacker op de korte hoeven, waar de weduwe overleden is, samen 3 morgen en 1 hont, tezamen waard 2100 gulden. Het 3e lot is voor de kinderen van Gerrit van Hattum: 4½ morgen op wtterweert, waard 2150 gulden (dit lot moet 50 gulden uitkeren aan Jan van Hattum). De rest van de boedel omvat, voor het 1e lot: 6 morgen weiland "de Reumelaars", leengoed van Cuylenborg, waard 1250 gulden (wat 400 gulden te veel is, wat hij moet compenseren) Het 2e lot: huis en hofstadt, ½ hont in Eck en 2 hont boomgaard met hof, 3½ morgen bouwland op het eyger onder Maurick, samen 900 gulden (50 gulden uit te keren). Het 3e lot: 2 morgen 2 hont wterweert "het Backersweertgen" en 2 morgen op het eyger, waard 850 gulden. Het 4e lot: 11 hont weylant in het Ingener velt, 3½ morgen op het eygen, gecomen van Aaltje van Eck, en huis en hofstadt "t Heufken", 1½ morgen, waard 950 gulden (moet uitkeren 100 gulden). Alle loten zijn te aanvaarden met Ook de capitalen, lasten en schulden worden verdeeld: aan Roelof van Darthuysen 200 gld; aan Steven Verbrugh 100 gld; aan Balthasar Cloeckhoff 160 gld; aan de Diaconie Maurik 280 gld; aan Aalbert Henricksen Heddingh 118 gulden; aan joff. Johanna Mechtelt van Zijl, wed. Jan van Grootfelt, 800 gld; aan Jacob Prijs 100 gld; aan aan Hendrickje Meertens 200 gld; aan Sander van Grootfelt 350 gld; aan Heddingh 180 gld, 8-2 stuivers, gld en gld. De totale waarde van de boedel is gulden, waar 3423 gulden aan schulden tegenover staan [Protocol van Maurik NB 223] Jan Hendriksz Steenhof, smid, wonend aan de Middenstraat te Woudenberg, diaken in 1690, overleden in 1699, trouwt rond 1678 met Gosentje Roelofs, dr. van Roelof Gosensz en Beatris Aarts, overleden voor 7 augustus : Jan Hendricksz Steenhof betaalt 3 tot 4-10 gulden familiegeld. Van 1699 (2) tot 1705 betaalt zijn weduwe 2 tot 3-3 gulden : Gozentje Roelofs wordt, bij dode van Jan Hendriksz. Steenhof, haar man, beleend met een huis in Woudenberg in de Kerkstraat naast het rooster, zoals Hendrik Melisz. (die werd op hiermee beleend, na overdracht door Annetje Pieters, weduwe van Jan Tonisz Rosmuller e.a.). Op wordt Pieter Jansz. Steenhof, oudste zoon, bij dode van Gozentje Roelofs, zijn moeder, hiermee beleend [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Geerestein; Hendrik Gerritsz de Bree, voerman : Hendrick de Bree eist van Johannes van Rheenen betaling van 6 gulden 12 stuivers 155
156 voor geleverde waren en gedane wagenvrachten. Uitspraak: binnen twee maanden betalen [AE; 0502 Gerecht Woudenberg] : De vrouw van Johannes van Rheenen eist van Hendrick de Bree betaling of teruggave van 40 pond vlas, ter waarde van 4 gulden 14 stuivers. Hendrick de Bree verklaart dat hij een zak van de eiser heeft ontvangen maar niet wist wat daar in zat. Hij moest de zak in een herberg brengen. Uitspraak: 3 gulden betalen [AE; 0502 Gerecht Woudenberg] : Hendrick den Bree betaalt 2-14 tot 5 gulden familiegeld : Hendrik de Bree eist van Tonis Jansz, gewoond hebbend op Voskuijlen, betaling van 7 gulden voor de smalle tiend over 1687 en 1688 met aftrek van 3 gulden 10 stuivers [AE; 0502 Gerecht Woudenberg] : Hendrik de Bree stelt zich borg voor zijn zwager Joost Jochemsz ten behoeve van Meijns Theunisz Voor 14 gulden wegens landpacht. Met huismerk van Hendrik de Bree [AE; 0502 Gerecht Woudenberg] Cornelis Cornelisz Flooren, geboren rond 1612, landbouwer, wonend te Maarsbergen, trouwt (2) in 1671 met Hendrickje Arissen, trouwt (1) met Aeltje Ariaens, overleden voor 14 juli : Cornelis Cornelisz, weduwnaar van Aeltjen Ariaens, wonend te Maarsbergen, en Hendrickje Arissen, weduwe van Cornelis Jans, laten huwelijkse voorwaarden opstellen [ORA Leusden, nr.1050; ONA Amerongen, not. Van den Doorslagh] : Cornelis Cornelisz Flooren, 63 jr, Feijsgen Roelofs, 20 jr, en Arien Cornelisz, 18 jr, verklaren ten behoeve van de heer van Maarsbergen, Samuel de Marez, dat zij gezien hebben dat op de heer tot Groenewouw en schout Gijsbert Wolfswinckel met ca. 30 tot 40 personen de watergang inden haarwech aende Cruijswegh bij de huijsinge die den voorn. Cornelis Cornelisz bewoont hebben toegedamd en dat zij naar de kooi van de heer van Maarsbergen zijn gereden om het water dat naar de haarwech loopt ook toe te dammen [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.527] Cornelis Willems van Hardevelt, zn. van Willem Roelofsz en Janneken Otten, overleden te Scherpenzeel op 29 juli 1702, trouwt te Veenendaal op 14 januari 1660 met Grietje Harmens Hardeman, dr. van Harmen Cornelissen Hardeman en Marritge Cornelissen Bunt, geboren rond 1643, overleden na : Cornelis Wilmsen Hardevelt woont te Amerongen a/d Dwarsweg, Grietje Hermens Hardeman woont te Veenendaal. Zij gaat met attestatie naar Veenendaal [Trouwboek Amerongen] Cornelis Brandsen van Dashorst, landbouwer op Groot Dashorst, schepen te Renswoude tussen 1662 en 1671, overleden te Renswoude op 9 maart 1674, trouwt met Meijnsje Adriaansen van Langelaer, dr. van Adriaen Mattheussen van Langelaer en Mayke Fransen van Triest, overleden te Renswoude op 17 juli : Jan Matheusz van Langelaer en Meijnsge Everts, Jacob Gerritsz van Blotenburg en Willemke Cornelis, Jan en Jacob als voogden en gestelde curators over het minderjarige kind Adriaantje Rijcks, Willem Adriaensz van Langelaer en Anna Jans, Cornelis Brantsz en Meijnske Adriaens van Langelaer, Jan Cornelisz van Spickhorst en Truijchge Adriaens van Langelaer, Gerrit Aertsz en Triesge Adriaens van Langelaer, Aelbert Cornelisz van Santen als vader en voogd over zijn twee onmondige kinderen van Reijertje Adriaens van Langelaar, Jan Willemsz van der Scheur en Teunisje Adriaens van Langelaer, mitsgaders Jan Matheusz van Langelaer voornoemd als voogd van Adriaentje van Langelaer, constitueren Geurt Gauda om te transporteren aan Matheus Adriaensz van Langelaar en Dirckje Willems alsmede aan Gijsbert Aertsz en Teunisje Otten een erf en goed, bestaande uit wei-, bouw-, veen- en hooiland in 156
157 Veenendaal genaamd de Rode Deur, zoals dat tegenwoordig gebruikt wordt door Geurt Hendricksz Bakkenes [ONA Rhenen, not. Jacob Boumeister; inv.nr.2056]. 1662: Willem Adriaens van Langelaer heeft getransporteerd aan Cornelis Brantsen een achtste part van het erve en goed Grooten Dashorst in Renswoude, mitsgaders het portie dat hij had aan het derde part van het vierde part van de gemeente zoals Adriaen Mattheus van Langelaer in eigendom had. Matheus Adriaens van Langelaer en Jan Willems, getrouwd met Tonisgen Adriaens transporteren Cornelis Brandsen ook elk een achtste part van den Grooten Dashorst en hun deel in de gemeente [Archief Eemland, ORA Renswoude, Register van Transporten, Vestenissen en andere akten, nr.1800] Jan Gerritsen van Renswoude, zn. van Gerrit Hendricks en Oetge Cornelis, geboren te Renswoude rond 1637, doodgraver te Zeist, schepen te Doorn tussen 1683 en 1704, begraven te Doorn op 19 juni 1712, ondertrouwt te Zeist op 8 november 1663 met Adriaantje Teunissen, begraven te Doorn op 18 september : Joost Jansz, en Jantgen Gerrits, geassisteerd met de voorn Joost Jansz haar oom en momber, hebben getransporteerd aan Jan Gerritsz van Renswoude 'een huijsken ende erve groot ontrent een hondert vijff ende vijftich roeden staende ende gelegen onder desen Gerechte, daer Oostwaerts een Vicarie, behoorende aende Capel tot Driebergen, ende Westwaerts Daem van Cauwenhoven ofte die daer met recht naest gelegen zijn' [RHC Zuid-Oost Utrecht; Gerecht Doorn inv.nr.530] : Jan Jansen van Renswoude, Jacob Teunissen van Hoogland als in huwelijk hebbende Claasje Jans, Jan Jansen Haarman, als in huwelijk hebbende Cornelia Jans en Jan van Geijtenbeek als vader en voogd over zijn twee onmondige kinderen Cornelis en Meijnsje, in echte verwekt bij Oetjen Jans, aan Willem Hendrikse Overeem, als in huwelijk hebbende Aartje Jans, kinderen en erfgenamen van Jan Gerritse van Renswoude en Adriaantje Tonis, verkopen de helft in 2,5 morgen land te Sterkenburg. De andere helft was al in eigendom bij Willem Overeem [ORA Sterkenburg; inv.nr.1935] Jan Arisz van Os, geboren te Oss, herbergier, trouwt te Amerongen op 14 juni 1668 (met attestatie van Oss) met Jannigje Willems van Buren, dr. van Willem Willems van Buren en Maijchjen Jans, gedoopt te Amerongen op 25 augustus : Jan Arisz van Os, geboren te Os, wonend te Meurs, trouwt met Jannighie Willems van Buren, wonend te Amerongen, met att. van Oss [Trouwboek Amerongen] : Jan van Os contra Jacob Jordensz Vos. Den eijser seijde dat sijn soon had verhuijrt bijden ged: 2 Jaer. Jacob heeft hem eerder weg gestuurd zonder betaling. [Amerongen Rol van civiele zaken; inv.nr.128; transcr. H.J. Postema] : Peter van Buren wijncoper tot Rotterdam contra Jan van Os herbergier tot Amerongen. Hij heeft van Peter wijn gekocht ter somme van Deze wijn is op geleverd en nog niet betaald [Amerongen Rol van civiele zaken; inv.nr.128] Wijnand Joosten Visch, j.m. van Wijk bij Duurstede, voerman, overleden voor 9 september 1695, ondertrouwt (1) te Wijk bij Duurstede op 1 januari 1659, trouwt te Amerongen op 10 maart 1659 met Annighje Cornelis Knoet, ondertrouwt (3) te Amerongen op 5 april 1694 met Teuntje Cornelis van de Groep, trouwt (2) te Amerongen op 18 oktober 1668 met Annighje Jans den Duitsche, dr. van Jan Tuenisz Duijtsen en Leijsjen Willems, gedoopt te Amerongen op 14 september : Wijnand Joosten, wonende te Amerongen, weduwnaar van Annighie Cornelis 157
158 Knoet, trouwt met Annighie Jans, wonende te Amerongen aan de Kade [NH Trouwboek Amerongen] : Hendrickje Hendricks weduwe Hendrick Willemsz, dekker, verklaart verkocht te hebben aan Wijnandt Joosten haar huis en hofstede te Amerongen aan de Overstraat, tinsgoed van huize Amerongen [ONA Amerongen; Minuten van Godert van den Doorslag, nr.168] : Wijnand Joosten Vis, bij overdracht door Hendrik Jansz. Smit te de Bilt voor Hendrikje Hendriks, diens dochter, weduwe Hendrik Willemsz. Decker, te Amerongen, wordt beleend met een huis en boomgaard te Amerongen. De koop wordt bevestigd door Jan Willemsz. te Woudenberg, haar zwager [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de hofstede Amerongen; : De drost van Amerongen krijgt toestemming om Wijn Joosten Vis te dagvaarden, die op op de dijk Willem van Dam, schepen van Overlangbroek, heeft gezegd 'soo haast ick u alleen become ofte betrappen kan sal ick u slaen dat nauwelijcks kruijpen sult en daerenboven de oren affsnijden, met bijvoeginge off de duivel soude hem haalen [ ] ingeval ick niet kan soo sal mijn soon die in de oorlog is uitvoeren' [ORA Amerongen nr.120, 122; Overlangbroek op de kaart gezet, p.456] : Wijnand Joosten Vis en Peter Jansz van Os, beide wonend te Amerongen, stellen zich borg voor de penningen die Hendrick Goes wegens zijn moeder Maagje, weduwe van Arien Goes, heeft op huiden in mindering van beloofde kooppenningen tussen Jan Cornelisz van de Clift en Wijnand Joosten Vis opgericht [ONA Amerongen; not. Marcus Renssen; inv.nr.170; transcriptie H.J. Postema] : Wijnand Joosten verklaart niet het minste recht te hebben tot een zekere obligatie van 100 gl van een resterend kapitaal dd tot laste van zijn zwager Pons Dircksen, die niet meer hem maar zijn schoonzoon Peter van Os in volle eigendom competeert [ONA Amerongen; not. Marcus Renssen; inv.nr.170] : Hardenberg contra Berent Petersz van Berneveld. Hij heeft op met Wijn Joosten gevochten. Wijn is inmiddels overleden. Eis: boete 75 gl [Dorpsgerecht Amerongen; Rol van lijfstraffelijke en boetstraffelijke zaken, inv.nr.120] Cornelis Ariens van der See, zn. van Arien Ariensz en Sara Barents, matroos onder commandeur Jacob Pieters Swart in 1665, trouwt (2) te Rotterdam op 26 mei 1697 met Marietje Willems, ondertrouwt (1) te Rotterdam op 18 maart 1668, trouwt te Rotterdam op 2 april 1668 met Jannetge Jans, dr. van Jan Ariensz Conijn en Maertgen Philips, gedoopt te Rotterdam op 22 april 1640 (get: Maertijen Nijnghe) : Cornelis Ariens, matroos onder commandeur Jacob Pieters Swart, jongman, benoemt tot zijn erfgenaam zijn vader Arien Ariens, wonende buiten het Hofpoortge bij Katshouck met een bepaling t.a.v. zijn zuster Ariaentge Arens en zijn stiefmoeder Hilletge Willems, vrouw van zijn vader [ONA Rotterdam, not. Duyfhuysen; inv.nr.223, p.262]. [NB Jacob Pieterszoon Swart was in de Tweede Engelse oorlog kapitein van het fregat Schiedam, met 22 kanonnen, 60 zeelieden en 10 soldaten, in dienst van de admiraliteit van de Maze. Hij nam deel aan vierdaagse zeeslag en de tweedaagse zeeslag in 1666 en hij vocht bij Chatham in 1667]. 1668: Cornelis Ariense, j.m. van Rotterdam, wonend te Katshouck, (o)tr 18-3/ met Jannetge Jans, j.d. van Rotterdam, wonend te Botersloot [NH Trouwboek Rotterdam]. 1697: Cornelis Ariensz van der Zee, weduwnaar van Rotterdam, wonend achter 't Verbrande Clooster, (o)tr 9/ met Marietje Willems, j.d. van Rotterdam, wonend te Doelwater [Trouwboek Rotterdam] Jan Cornelisz Schooneman, zn. van Cornelis Jansz Schooneman en Grietge Willems Geestbergen, geboren rond 1641, grutter, begraven te Rotterdam op 10 november 1673, ondertrouwt (1) te Rotterdam op 9 april 1662 met Clara Thijssen Pliet, begraven te Rotterdam op 14 januari 1663, ondertrouwt (2) te Rotterdam op 1 april 1663, trouwt te 158
159 Bleiswijk op 15 april 1663 met Aeltje Jans van Santen, dr. van Jan Aertsz van Santen en Lijntge Pieters van Heel, begraven te Rotterdam op 11 december : Ondertrouw van Jan Cornelissen Schooneman, jongeman van Rotterdam, wonend te Quackernaat, met Clara Thijsen Pliet, jongedochter van Deventer, wonend in de Lommertstraat [Trouwboek Rotterdam] : Jan Cornelisz Schooneman, zoon van Grietge Willemsdr en mede-erfgenaam van wijlen Maritge Flore, weduwe van Willem Claesz Geesbergen, comparants grootouders, bevestigt te hebben ontvangen van Floris Willemsz Drost, zijn oom en voogd, een bedrag van 354 gulden als zijn deel van de erfenis van Maritge Flore volgens de inventaris en boedelscheiding. Deze boedelscheiding is gepasseerd op t.o.v. notaris Jacob Delphius [ONA Rotterdam, not. Arnout Wagensvelt, inv.nr.146, fol.727]. Vergelijkbare verklaringen zijn er van Willem Cornelisz Schooneman, van Harmen Aryensz, drapenier, getrouwd met Geertge Cornelisdr, dochter van Grietge Willems, van Jacob Meeusz Brasser, wonende te Honselaersdijck, en Willem Meeusz Brasser, wonende te Maeslandtsluis, zoons van Burrichge Willemsz, van Pieter Meesse, glaesemaker, wonende in De Liere buiten de stad Delft. De totale som is gld. [ONA Rotterdam] : Jan Cornelisse Schooneman, weduwnaar van Rotterdam, wonend aan de Botersloot, met Aeltje Jans van Santen, jongedochter van Rotterdam, wonend aan de Meent [Trouwboek Rotterdam] : Jan Cornelisse Schoneman, grutter en Allette Jans van Santen, zijn vrouw benoemen elkaar tot erfgenaam en voogd. Tevens benoemt testatrice tot erfgenaam Jan Adriaensz van Santen en Lijntje Pieters van Heel, haar testatrices vader en moeder [ONA Rotterdam, not. De Custer, inv.nr. 567, p.317] Jan Gijsberts (alias Bauw Gijsberts), zn. van Gijsbert Aelberts en Marichgen, schepen te Amerongen tussen 1624 en 1627, overleden voor 1642, trouwt met Deliana Adriaens, dr. van Adriaen Aerts en Aelbertgen : Adriaen Aertsz als principael, Jan Gysbertsz alias Bauw Gysbertsz en Roeloff Thomasz allen woonend inden dorpe van Amerongen, als borgen ende mede principalen elcx, bekennen gesamenderhandt verkocht te hebben aan joffrouwe Alidt van Hyndersteyn weduwe van zaliger Willem van Radelandt in zijn leven president inden Hove van Utrecht, 'een erfflicke losrente van zes gulden vijff stuvers' [Dorpsgerecht Amerongen inv.nr.140]. 1600/1664: Cornelis Jansz van Zijll en Lijsbet van Zijll haer kinderen tsamen 9 morgen kleiland, bruikt Cornelis voorsz. Eigenaar en bruikers de kinderen voorsz. Jonker Jan Ruijsch eigenaar van 6 morgen en Cornelis Quint te Elst van 3 morgen, Bauw Gijsbertsz c.s. bruikers van de weij [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183] Cors Cornelisz, overleden voor 8 februari : Aeldt van Amerongen, schout tot Amerongen, heeft voor hemzelf en voor zijn kinderen bij Petronella van Leuwen zaliger, getransporteerd aan 'Cors Cornelisz ende Cornelis Reyersz Bundt, als getroudt hebbende dweduwe van zalyge Thounen Cornelisz ende huerluyder erffgenaemen die gerechte helfte van een stuck veens velts ende vullinge grondt ende bodem water hey wey wilt ende tam mit allen zijnen toebehoorten gelegen inde gerechte van van Amerongen van oudts genaempt Den Dansacker eertijts gecomen van Cornelis Gelisz mit eggen ende mit eynden soo groot ende kleyn tzelve veen van oudts gelegen ende nu ter teijt gelegen is mitsgaders zijn actie recht ende toeseggen als hij comparant heeft aent getimmer opte voorschreven veen staende daer Herman van Holten iegenwoordich inne woondt'. Cors Cornelisz en Cornelis Reyersz Bunt verkopen dit goed vervolgens aan Herman van Holten en Hillegond Dircks [Dorpsgerecht Amerongen , inv.nr.140; transcriptie Dick van Wageningen]. 159
160 : Hierna het coorngewas van Cors Cornelisz, is den thiendt geestimeert op twe gulden ende tien stuver [Dorpsgerecht Amerongen , inv.nr.140, fol.106v; transcriptie Dick van Wageningen] : Cors Cornelisz, die kocht van Reiner Jordaansz, krijgt een nieuwe brief m.b.t. een belening met 2 stukken land op de Ameronger Eng (zijnde een hofstede met 2 morgen engeland), omdat de oude in 1636 verloren gingen door de pest. Op , na zijn dood, wordt zijn dochter Elsie hiermee beleend [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de hofstede Amerongen; Huijbert Jansen Tol, zn. van Jan Tol, brouwer, schepen te Amerongen van 1669 tot 1670, overleden voor 13 oktober 1674, trouwt (2) te Amerongen op 29 april 1660 met Weijntjen Peelen, begraven te Amerongen op 28 februari 1662, trouwt (1) met Lijsje Wouters, overleden voor 29 april /1664: Aelbert Quint 1 morgen bergland en Sweer Adriaensz bruiker. Nu eigenaars de erfgenamen van Cornelis Gelisz. Nu eigenaar en bruiker Wouter Hendricksz. Nu Huijbert Tol eigenaar en bruiker [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183]. 1600/1664: Landen en veenen die Demijnen behorende: Gerrit van Harn 12 morgen boschlants ende is maer 11 morgen 354 roeden. Erfgenamen van Gerrit Harn bruiker. Nu Huijbert Tol bruiker [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183] : Johan Verweij, drost en scholtus, contra schaapherder van Huijbert Gerritsen van Velpen, [ ] inde maent van July met een stock de soon van Huijbert Toll te slaen [Amerongen; Rol van Civiele Zaken; inv.nr.125] : Mr. Basel contra Willem Philipsz als borg voor Jan Aertsz tot betaling van 12 gl ter saecke van verdient meesterloon aen quetsure vande soon van Huijbert Toll twelck den gedaechde den eijser heeft aenbestaeijt ende belooft te betalen [Amerongen; Rol van Civiele Zaken; inv.nr.126] : Huijbert Jansz Toll contra Trijn Philipsz. Hij alsoo die ged ende gereq contrarie die waerheijt over all voor geeft vanden eijser ende requirant getrouwt te sijn ende te seggen dat zij den selven houdt voor haren man latende haer mede verluijden dat jndien den requirant sich met een ander inden echten staet soect off will begeeven zijne houwelijxe proclamatie will stuijten off ophouden, versoect den requirant daeromme dat die gerequireerde haar actie zal bewijzen. Zij verschijnt niet [Amerongen; Rol van Civiele Zaken; inv.nr.126] : Johan Quint substituutdrost contra Huijbert Toll tot betaling van 9 gl ter saecke hij opden lesten biddach met sijn drien gearbeijt heft [Amerongen; Rol van Civiele Zaken; inv.nr.126] : Diderick van Eck van Panthaleon, heer van Lievendael, bekent verhuurd te hebben aan Jan Huijbertsz Toll, Peter Maessen en Huijbert Jansz Toll de brouwerij van de Roos, gelegen aan de westzijde van de steeg strekkende van de Nederstraat af naar de riddermatige huize van Lievendael toe, met de schuur, bergen en boomgaard, voor 9 jaren [ONA Amerongen; Minuten van Godert van den Doorslag, nr.168]. 1670: Huijbert Jansz Toll, Jan Huijbertsz Toll en Peter Maessen als huurders van brouwerij de Roos, overgedaan aan Jan Petersz Bruer de verdere huurjaren vanaf De overdoeners mogen er nog blijven wonen tot [ONA Amerongen; Minuten van Godert van den Doorslag, nr.168] : Marrigje Cornelis wed Huijbert van Velpen contra kinderen van Huijbert Tol tot betaling van 20 gl over twee schaer weijens in 1673 bestadet ter arbitragie vant gerecht en naer exempel van ander [Amerongen; Rol van Civiele Zaken; inv.nr.127] : Mechtelt Jans huisvrouw van Coenraet Jansz, wonend te Heteren contra Peter Maesz getrouwd met Geurtje Tol, met Neeltje en Annigje Tol possiderende de boedel van hun vader Huijbert Jansz Tol, tot kennen of ontkennen hun vaders hantmerck staende onder seecker hantschrift, tot betaling van 51 gl hercomende vande erffenis van Neeltjen Tol des eijsers bestemoeder [Amerongen; Rol van Civiele Zaken; inv.nr.127]. 160
161 1966. Anthonis Jans Vos, kerkmeester te Amerongen tussen 1651 en 1664, cameraar kerkmeester in 1659, schepen te Amerongen van 1662 tot 1664, overleden te Amerongen op 18 maart 1665, trouwt met Marrichje Roelofs, overleden te Amerongen op 23 februari : Tonis Janse Vosch wordt verlijd met 'de huysinge en hoffstede staande tot Amerongen aen 't eijnt in de Ooverstraat' [Tinsakten van het Huis Amerongen; Gens Nostra 2007, p.320] : Teuntje Anthonis Vos en Annigje Anthonis Vos, kinderen van Anthonis Jansz Vos x Marrigje Roelofs hebben nog in gemeenschap een huis en hofstede genaamd de Hes aan de Achterweg te Amerongen met het land daarachter, 1 morgen, en nog 2 akkertjes op verscheidene plaatsen ieder 0,5 morgen in het Molenblok. Waarvan Teuntje op , toen huisvrouw van Jan Huijbertsz Tol, 1/3 heeft verkregen van haar broer Jan Anthonisz Vos, en nu dus voor 2/3 gerechtigd. Teuntje is tegenwoordig vrouw van Peter Cornelisz. Zij houden nu boedelscheiding [ONA Amerongen; Minuten van Godert van den Doorslag, nr.168] Jurriaen Bosch, overleden voor Jan Aerts Beijman. 1610: Jan Ariensz Byeman [Weeskamer Gouda, inv.nr.5 fol.108]. 1630: Jan Aertsen Bijman betaalt gld verponding voor een huis in de Koestraat en voor een huis aan de 'oostzijde van de haven mette straten streckende oostwaerts'. Voor dit laatste huis betaalt hij ook in gld verponding [Verpondingsregister Schoonhoven 1630; Transcritpe H. Verhoef] : Jan Arienss Bijeman, obligatie [Not. Arch. Moordrecht, 6103, nr.165] Claes Otten van Leeuwen (alias de Cuyper), kuiper, trouwt rond 1657 met Dirkje Geurts, dr. van Geurt Jansen en Stijntjen Jansen, gedoopt te Barneveld op 13 augustus : Johannes van der Beke, cellerarius van Putten, verzoekt begin juni 1674 aan Meinardus van Houten om te gaan naar Barneveld en er zich in te zetten voor de weinige Katholieken in de wijde omgeving. Daar aangekomen, gaat hij naar de boerderij van Claas Otten. Deze was gehuwt met Dirkje Geurts. Een klein gedeelte van de boerderij, die nog steeds in handen was gebleven van de Katholieken, was bestemd als Pastorie [J.M. Schouten, Rooms Katholieke Parochie van Achterveld]. 1698: Gisbert van Welhuijsen weduwnaar van Paulijntjen Hermens van Immenes, erfgenamen van haar vader Hermen Frans, contra Claes Otten Kuiper. Eist betaling van 7-10 gulden wegens de helft van zes jaren erfpacht, uit een zeker huis en erve staande in Veenendaal aan de Gelderse zijde [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.207 fol.5] Evert Thonisz Slock, zn. van Thonis Slock, onderschout te Gelders Veenendaal tussen 1674 en 1677, trouwt met Elsje van Lintelo, overleden voor 15 januari : Evert Anthonisz Slock heeft de visserije mette swaeij aff tot aen de werff toe gepacht [Arch. Veenraadschap 378a] : Evert Toenissen Slock en Elsien van Linteloo hebben verkocht een jaarlijkse rente van 17 gld 10 st uit het huis en erve aan het beneden eijnde in Venendael, ten profijte van de armen van Venendael, losbaar met een kapitaal van 350 gulden. Op heeft Evert Toenissen 161
162 Slock, onderscholt in Venendael, voor deze som verbonden zijn huis en hof in het dorp van Venendael aan de Gelderse zijde [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.4 (Veenendaal)]. 1674: Evert Tonissen Slock, onderscholtis in Venendal, contra Grietjen, Neeltjen en Elisabeth Jans dochters van Jan Claess. Voor zijn onkosten en verteringe ten huize van de aenlr 1670 over het apprehenderen en detineren van twee heidinnen gedaan op het verzoek van de gedaagden [ORA Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.183 fol.21] : De helft van een huis, hof en landerijen met veen en slijk, gelegen in Veenendaal aan de Gelderse zijde, waarvan de kinderen van de transportant de wederhelft toekomt; item de helft van een huis en hof in Veenendaal waarvan zijn kinderen ook de wederhelft toekomt, toebehorend aan Evert Teunissen Slock, transporteert hij aan Celeman van Ommeren [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.3v (Veenendaal)] Sander Teunisz Stip, trouwt (1) met Gerrigje Klomp, trouwt (2) met Jantje Aerts, overleden voor 20 oktober : Jan Aertsz en Wobbegje Celis, wonend te Achterberg, bekennen schuldig te zijn aan Sander Teunisz Stip, weduwnaar van Jantje Aerts, 1500 gl herkomende van de uitkoopspenningen van Jantje Aerts vaders en moeders erfenis volgens uitkoopbrief van [ONA Rhenen, not. Jacob Boumeister; inv.nr.2056] Sijmon Hendriks Verhoef, zn. van Hendrik Sijmonsz Verhoef en Evertje Goosens, schipper, trouwt voor 1675 met Stijntien Abrams van Blijsel. 1683: Sijmen Hendrisz Verhoef, in de Beneden Middelbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683] : Een huis en erf gehuurd en bewoond door Sijmon Hendricksz Verhoeff, gelegen aan Stichtse zijde bij de Swaluwenstart, dient als onderpand bij een hypothecaire schuld van Adam Gerritsz van Weelderen en zijn vrouw Hillichge van Broeckhuijsen aan Claesge Gerrits Blom en haar man Arien Thonisz den Beticker [ONA Veenendaal, not. Boumeister, inv.nr.2189 akte 73] : Sijmen Hendrichsz Verhoeff en zijn vrouw Stijntjen Abrahams, wonende in Stichts Veenendaal, de eerste comparant ziek en bedlegerig, benoemen hun naaste familieleden tot voogden over hun onmondige kinderen, met uitsluiting van de weeskamer [ONA Veenendaal, not. Boumeister, inv.nr akte 162] : Sijmen Hendricksen Verhoeff en Stijntjen Abrahams, echtelieden wonende in Veenendaal aan de Stichtse zijde, gezond van lichaam, maken een testament op de langstlevende [ONA Veenendaal; not. E. Verschuur, inv.nr.2193, akte 36] Harmen Dirks Turen, zn. van Dirck Turen, metselaar, onderschout te Stichts Veenendaal van 1674 tot 1685, overleden te Veenendaal in oktober 1685, trouwt (1) met Catharina Hermans, trouwt (2) met Anneke Henricks Slotboom, dr. van Hendrik Aalberts en Truijtje Sanders, overleden voor 14 oktober 1704, trouwt (2) te Veenendaal op 18 september 1687 met Willem Lambertsen van Hardeveld, zn. van Lambert Roelofs van Hardeveld en Teuntje Willems, onderschout te Stichts Veenendaal. 1672: Hermen Thueren, in de Benedenste Middelbuurt, metselaer, heeft roer, rappier ende draeghbant [Monsterrol Veenendaal 1672] : Testament op de langstlevende van Herman Tueren, onderschout van Veenendael, eerder weduwnaar van Catharina Hermans, getrouwd met Anna Henrixdr Slotboom. Erfgenamen zijn zijn voordochter Elisabeth Hermans Teuren en de kinderen uit hun huwelijk. De 162
163 weeskamer wordt uitgesloten [ONA Utrecht, not. Van der Houve; U047a009 nr.275] : Harman Tuijren koopt een enkele grafstede in de kerk van Veenendaal, nr. 28, voor gld. 1683: Herman Tuijren, in de Beneden Middelbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683] : Onderschout Harmen Tuyren komt met zijn vriend Hendrik van Stuijvenberg beschonken terug uit Rhenen. Bij het huis den Blaauwendraad krijgt Harmen opeens een aanval van razernij, slaat zijn vriend een gat in het hoofd en verroert zich verder niet meer. Zijn elfjarig zoontje brengt hem huilend naar huis toe, waar blijkt dat Harmen is overleden [D. van Manen, Aanzienlijk vlek in t Stichtse]. NB Als begraafdatum staat (pas) vermeld : Grafstede nr. 28 in de kerk van Veenendaal, voorheen eigendom van Harmen Tuijren, wordt verboekt op Willem Lambertsz van Hardevelt, die met zijn weduwe getrouwd is. In 1710 blijkt dit om 1/7 te gaan, terwijl de rest verboekt wordt op Derck Tuiren, die dit heeft bekomen van zijn broeders en zusters [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal, p.17] : Willem Lambertsen van Hardevelt en Annetjen Hendricx lenen 400 gld van Maerjen Cornelissen van Hardevelt, huisvrouw van Cornelis Floor, met als onderpand 4 percelen hooiland zijnde erfpacht, groot 3½ mrn, op de Nijeuwe Wijck [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.29 (Veenendaal)] : Willem Lambertsen van Hardevelt en Cnelia van de Horst, echtelieden, mitsgaders de kinderen en erfgenamen van zijn overleden huisvrouw Anna Hendricx (dit zijn: Dirck Tueren en Geertjen Jans, Hendrick Tueren en Hendrickje Gijsberts, Hendrick Simonsen van de Hoeff en Geertruijt Tueren, Jan van Holten en Catharina Tueren, Lambert van Hardevelt en Ariaentje Tueren, en Jan van Stockum en Willemijntje Tueren), machtigen Lambert van Hardevelt om in hun naam te compareren voor het gerecht en de magistraat van Rhenen om aldaar te transporteren aan Gerrit van Snoeckevelt en Dirckje van Oostveen een camp bouwland van plusminus 1 morgen te Veenendaal, breder omschreven in de koopakte d.d Kooppenningen zijn ontvangen. Ten tweede om te transporteren aan Willem Harmensen en Maeijke Hardemans, een huis en hof en lant van ongeveer 2 morgen te Veenendaal, ten oosten en ten zuiden vrouw van der Hem, ten westen Garrit Gijsberts en Matthijs van Hardevelt, ten noorden de gemeene Veengrift [R.A. Veenendaal] Teunis Melissen (?), trouwt met Aeltien Hendricks (?) : Evert Melissen en Gerretien Gerrits transporteren aan Tonis Melissen en Aeltien Hendricksen een stuk bouwland genaamd den Schaep acker, groot derdehalff schepel, en twee stukjes genaamd de Mijeltgens groot 2 schepel [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.1 (Doesburg)] : Lambert Berntsen en Berntien Aers transporteren aan Toenis Melissen en Aeltien Hendricks 3 stukken bouwland genaamd Peter Niessen lant, het ene genaamd het Middenstuckien, 1½ schepel, het tweede stuk genaamd den Eeckbosch, groot 2 schepel, en het derde stuk genaamd de Kley groot 1½ schepel [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.1v (Doesburg)] Ot Jansen van Wakeren, zn. van Jan Petersen Waecker, overleden voor 24 november 1687, trouwt met Trijntje Jansen. 1672: Oth Jansz, wonend in de Bovenbuurt, aen den IJssel arbeydende [Veenendaal monsterrol 1672] : Oth Jansz, wonende te Stichts Veenendaal bij de Molenbrugh, stelt zich borg voor Anthonij de Bijl, man en voogd over Jannichge Cornelis van Eijckevelt, betreffende een vonnis 163
164 dat Hendrick Vastrick heeft verkregen. Oth Jansz stelt Willem Lijster als deurwaarder aan om hem tot nakoming rechtelijk te veroordelen en hij verklaart dat zijn persoonlijke goederen in beslag genomen mogen worden [ONA Veenendaal, not. Boumeister, inv.nr.2188, akte 24]. 1683: Oth Jansz, in de Bovenbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683] : Trijntge Jans, weduwe en boedelhoudster van Oth Jans, wonende in Veenendaal aan de Stichtse zijde, omtrent de Molenbrugge, gezond van lichaam, maakt haar testament. Zij prelegateert aan haar zoon Frederick Otten de helt van een zeker huis en erf dat zij tegenwoordig bewoont en gebruikt, gelegen omtrent de Molenbrugge, erfpachtplicht aan de Heer Gerard vander Hem van Nedersteijn; daarnaast de gerechte helft van omtrent anderhalve morgen land in het watermolense veld, erfpachtplichtig aan 'haer Ed. mog. Domeijnen', en laatstelijk nog een koebeest met een hockelingh; Dit zal na haar overlijden vooraf uit de gemene boedel worden getrokken. Dit omdat haar zoon geen ambacht kan en omdat hij bij haar en haar man zaliger in hun hoge ouderdom, nadat haar andere zoon Jan Otten (die zij een ambacht of handwerk hebben doen leren) getrouwd is, omtrent de tijd van drie jaren heeft gewoond en na 't overlijden van haar man nog ongeveer drie en half jaar, en altijd gearbeid heeft met turfbaggeren zonder daarvoor huurloon genoten te hebben, wat zij aan een vreemd knecht wel zouden hebben moeten geven. Daarbij ook in consideratie de uitzetting die haar andere drie kinderen ten huwelijk hebben ontvangen. In de verdere na te laten goederen heeft de comparante tot universele erfgenamen genomineerd haar vier kinderen Jan, Stijntje, Jannichje en Frederick Otten. Zij secludeert de weesmeesters van Rhenen. Verder belooft zij haar zoon Frederick, zo lang hij bij haar blijft wonen, jaarlijks 30 gulden huurloon te betalen [ONA Veenendaal, not. C. Boumeister, inv.nr 2189, akte 197] : Overgezet en verboekt worden 1 morgen 250 roeden, toebehoord hebbend aan Oth Jansz: aan Fredrick Otten de helft, aan Jan Otten en Aert Claesz de Rouw elk een kwart. Theunis Theunisz Bouman verklaart dat hij zijn vierde portie heeft overgegeven aan zijn zwager Fredrick Otten. Coram Weppelman, Langevelt en van Holten, veenraden [Legger der Morgentalen, fol.48v] Aelt Gerritsz Schuerman, landbouwer op Klein Egdom te Woudenberg, trouwt met Jantje Morren, belijdenis te Scherpenzeel op 11 april : Aelt Gerritsz woont met zijn vrouw en vier minderjarige kinderen op Oudenhorst of Klein Egdom [Huisgezinnen Woudenberg, nr. 94] Hendrick Willems Heij, zn. van Willem Heij en Catharina Hendricks, ondertrouwt te Utrecht op 31 maart 1650, trouwt te Utrecht op 23 april 1650 met Dirckjen Willems, overleden na 26 december : Hendrick Willemsen Heij j.g. van Utrecht woonende in de Vroujuttesteegh, en Dirrickjen Willems j.d. van Utrecht woonende bijde Geertenbrugh. 23 April 1650 [N.G. Trouwboek Utrecht] Dirk van Ede, molenaar op de Nieuwe Molen in Gelders Veenendaal, trouwt met Aaltien Lambert Roelofs van Hardeveld, zn. van Roelof Lamberts van Hardeveld en N.N, overleden te Veenendaal op 14 januari 1672, trouwt met Teuntje Willems, dr. van Willem Gerrits en Hendrikje Cornelisse : Op Jacob Woutersz en Lambert Roeloffsz, ieder voor de helft, wordt 10½ morgen verboekt, die eerder in bezit waren van Marcelis Jansen en Thonis Roelofsen [Legger der Morgentalen, fol.54v]. 164
165 2024. Jan Gerrits Vollewens, zn. van Gerrit Jansen Vollewens en Neeltje Meeuwsen, j.m. van Veenendaal, chirurgijn, barbier, overleden voor 26 juni 1681, trouwt te Amersfoort op 22 november 1649 met Gerritje Clemens van Dashorst, dr. van Clemens van Dashorst en Reyertgen van Snuel, j.d. van Amersfoort, overleden na 20 september : Jan Gerritsz Volwens, chirurgijn, wonend te Veenendaal, getrouwd met Gerarda van Dashorst, constitueert Clemens van Dashorst, oud-raad van Amersfoort, om te transporteren aan Jasper van Lijnden, heer van Mijnden, Loosdrecht, Hoeflaken, Geresteijn, etc, twee percelen in Zuijderbroeck onder Geresteijn gelegen, zoals Thonis Gerritsz aan het erve in Leusderbroek gelegen gebruikt zijn; en om te transporteren aan Peter Vastrick een erf en goet huis, hof hofstede en schuur met het houtgewas daarop in Leusderbroek, zoals het nu lange jaren gebruikt is door Thonis Gerritsz, die op deze hofstede woont [ONA Rhenen, not. Johan Gilpin; inv.nr.2055] : Jan Volwens, chirurgijn in Veenendaal, constitueert Hendrick Stevensz van Verkelickhoesen om te vorderen van Johan van Madel 30 gld wegens meesterloon van verscheidene verwondingen aan zijn been, bij Jacob Woutersz en Meijns Arisz ten verzoeke van Jan van Madel in zijn presentie aanbesteed [ONA Rhenen, not. Jacob Boumeister; inv.nr.2056]. 1665: Meester Jan Vollewens, barbier, is 'eygenaar en bruiker' van een pand met 2 haardsteden aan het Benedenend van Stichts Veenendaal. Hij is ook eigenaar van een huis met 1 haardstede, gebruikt door Beernt Lambertsz. Per haardstede wordt gulden betaald [kohier van het haardstedengeld aan de Stichtse zijde van Veenendaal]. 1683: meester Gerrit Volwens sijn moeder, in de Beneden Middelbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683] : Grafstede 39 in de kerk van Veenendaal, eerder op naam van meester Jan Gerritsz Volwens, wordt verboekt op de weduwe en kinderen van Mr Jan Gerritsz Volwens [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal, p.19]. 1705: Aan de oostzijde van de Kerkstraet woont Gerrigje Dashorst (dood) [Lidmatenregister Veenendaal] : Garritje van Dashorst, weduwe van mr. Jan Garritsen Volwens verklaart dat zij niet machtig genoeg is om zonder hulp van mensen haar eigen lichaam te redden en dat zij de staat van haar goederen had overwogen en had bemerkt dat indien het God almachtig mocht behagen haar nog enige jaren in leven te laten blijven, zij met het hare niet zou toekomen. Daarom heeft zijn met haar zoon mr. Garrit Volwens, zijn huisvrouw en erven het volgende accoord gemaakt. Zij geeft hem al haar goederen, renten, actien en crediten, ter waarde van 339 gulden en 3 stuivers en hij zal daarvoor zijn moeder haar leven lang onderhouden en verplegen, en na haar dood voor haar begrafenis zorg dragen [ONA Veenendaal; not. E. Verschuur, inv.nr.2193, akte 124] Jan Gerrits de Ruijter, zn. van Gerrit Jans de Ruijter, overleden voor 23 april 1680, trouwt met Jantien Aalten, overleden voor 12 januari : De helft van een 'kleijn huijsken met den halven hoff daerbij behoorende gelegen in Venendael aen de Gelderse zijde'; item een halve morgen land, behorende aan Evert Everts Bos en Betien Derrix, worden verkocht aan Jan Gerritse, weduwnaar van Jantien Aelten, en alzo Jan Gerritsen inmiddels is overleden, zo hebben de verkopers het opgedragen aan Rijck Jans, de enige en universele erfgenaam van Jan Gerrits, en Jantie Everts Bos ehel. Ingetekend [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.11v (Veenendaal)] Evert Hendriks Bosch, kerkmeester te Veenendaal van 1662 tot 1663, overleden 165
166 rond 1688, trouwt met Gijsbertje Evertsen : Jan Evertsz Bos getrouwd met Elisabeth Marcelis Waker, wonend te Veenendaal, transporteren aan hun broer Jacob Evertsz Bos en de andere erfgenamen van Evert Hendricksz Bos, een obligatie van 100 gl tot laste van Anthonij Jansen Remmen getrouwd met Marrigje Abrahams, als principaal en Hendrick van Broekhuijsen en Sijmon Hendricksz Verhoef als borgen, dd [ONA Amerongen; not. Marcus Renssen; inv.nr.170] : Verboeking van 8 mergen en 3 quartier, in bezit geweest van Evert Hendricksz Bosch, en daarvoor van Evert Jansz: 3 quartier worden verboekt op Jan Evertsz Bosch, op verzoek van zijn huisvrouw; 2 morgen op Jan en Dirckje Bosch, nagelaten kinderen van Dirck Bosch (verboekt op..); 2 morgen op Jacob Bosch, ten verzoeke van Jeurjen Jansz van Langevelt; en 2 morgen en 1 quartier op Jantje Bosch, weduwe van Rijck Jans (waarvan 2 morgen overgezet op haar zoon Evert de Ruijter) [Legger der morgentalen, fol.24v] Jurriaan Jans van Langeveld, zn. van Jan Claessen aent Boveneijndt, geboren op 20 oktober 1635, kerkmeester tussen 1666 en 1680, cameraar van de Gelderse en Rhenense venen van 1671 tot 1675, ouderling in 1675, veenraad tussen 1675 en 1700, geërfde van de Veluwe tussen 1679 en 1690, overleden te Veenendaal in 1701, trouwt met Mayken Cornelis van Eijckeveld, dr. van Cornelis Sanders van Eijckeveld en Anna Quint, overleden na 6 september Wie is de vader van Jurriaan van Langeveld? De meest voor de hand liggende kandidaat is Jan Claasz aent Boveneind. In de gravenlegger van de kerk wordt graf 11, gekocht door Jan Claesz, verboekt op zijn 'naergelatene soone' Jurriaen Jans van Langeveld. D. van Manen heeft echter twijfels en vermoedt dat Jurriaan uit de Amersfoortse familie van Langeveld stamt. Voor 1676 komt Jurriaan alleen met patronym voor, maar daarna gaat hij zich van Langeveld noemen. Hij voert ook het wapen van de familie van Langeveld. Van Manen vermoedt dat pater capucijn Jan Baptista van Langeveld uit Amersfoort de natuurlijke vader is van Jurriaan Jans van Langeveld. Volgens hem is Jurriaan opgevoed in het gezin van oom Gijsbert van Langeveld in Veenendaal. Toen dit gezin in 1636 door de pest vrijwel geheel uitstierf - alleen een dochter overleefde en kreeg nakomelingen - is hij verder opgevoed door een vriend van de familie, de oude Jan Claasz van 't Boveneind. Er is wat 'circumstancial evidence' voor deze parentatie, maar enig hard bewijs ontbreekt [D. van Manen (2005), Van Langeveld in Amersfoort en Veenendaal, in: A. van Grootheest, R. Bisschop, G.C. Groenleer (red.) Geschiedenis van Veenendaal 2, p ] : Anthonij Gerritsz de Bijl en zijn vrouw Jannitge van Eijckevelt, wonende te Veenendaal, moeten 212 gulden en 10 stuivers betalen aan Jeurjaen Jansz van Langevelt, volgens vonnis van het hof van Utrecht d.d Dit bedrag is Jannitge van Eijckevelt als toenmalige weduwe van Rijck Jansz van 't Sant nog schuldig uit de boedel van Jan Rijcksz van 't Sant. 106 gulden en 10 stuivers wordt betaald aan de advocaat Cornelis de Wijs, waarna Cornelis alles kan verrekenen hetgeen Jeurjaen nog aan hem schuldig is [ONA Veenendaal, not. Boumeister, inv.nr.2188, akte 55] : Peterken Gerrits Volwens, getrouwd met Cornelis Fransz Rosch en eerder weduwe van Garardus Swelinck, medicina doctor, kiest Jeurjaen Jansz van Langevelt tot haar voogd, en stelt namens Johannes Drogenhorst, koopman te Amsterdam, Cornelis Fransz Ros aan als voogd over haar kinderen, Theodora, Johannes en Gerrichje Swelinck [ONA Veenendaal, not. Boumeister]. 1683: Jeurjaen Jansen Langevelt, in de Bovenbuurt aan Gelderse zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683] : Grafstede nr.10 in de kerk van Veenendaal is (wederom) verboekt op Jeurjaen Jansz van Langevelt. Op wordt de grafstede na verkoop door Jan van Langevelt verboekt op 166
167 Juster Camps. Op wordt ook grafstede 13 op zijn naam gezet. Voor deze grafstede had hij het recht bekomen van wijlen procureur Anthonij Paulinij van Domselaer, getrouwd geweest met een dochter van Gijsbert van Langevelt, die weer met een dochter van Christiaen Aelberts Lam getrouwd was (deze Christiaen Lam stond als eerdere eigenaar ingeschreven) [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal, p.14] : Vrouwe Wilhelmina van Esvelt wed Brant tot Bruynhorst als erfuytersche en oltste erfgen. van de Heer Jan van Ommeren, contra verscheide personen, waaronder 'Neeltjen van Langevelt wed van Jurrien Jansen van Langevelt en Peter Henriksen', 'de wed. van Wouter Stevens en haer dogters man Willem Cornelissen Clomp', 'Jacob van Holten', 'de wed. van Rijk Jansen Marija Collerts moeder en momberse van haer onmondige kinderen bij Claes Derksen geprocreert, en Cornelis Gerritsen Clomp en bij besaet contra Christoffel Boumeyster secret'[ora Veluwe en Veluwezoom; Signaturen van de gerechtszittingen van Veluwe, nr.211 fol.26] : Op Maeijgje van Eijckevelt, weduwe van Juriaen Jansen van Langevelt, worden een stuk van 6 morgen en een stuk van 4 morgen en 400 roeden verboekt en overgezet. Dit gebeurt in presentie en op verzoek van haar zoon Jan van Langevelt, op wie deze stukken verboekt waren op Voorheen behoorden deze beide stukken aan Juriaen Jansen van Langevelt, het tweede stuk daarvoor ook aan Jan Claesz [Legger der morgentalen 19, 19v] : Bij de inventarisatie van de nalatenschap van Jan van Langeveld, bet-achterkleinzoon van Jurriaan van Langeveld, wordt melding gemaakt van een zilveren familiestuk van ca. 350 gram, waarop gegraveerd staat 'Jeuriaen Janzen van Langeveld is gebooren den twintigsten October sestien honderd vijf en dertig' [D. van Manen (2005), op.cit, p.316] Jacob Jansz van Holten, zn. van Jan Hermens van Holten en Mechteld Jansdr Verwold, bierbrouwer in Het Roode Hart in Veenendaal, ouderling, veenraad tussen 1675 en 1718, geërfde van de Veluwe tussen 1680 en 1699, buurmeester te Veenendaal in 1691, trouwt (2) te Veenendaal op 14 februari 1704 met Celigjen van Dompselaar, trouwt (1) met Maria Jans van Veenendaal, dr. van Jan Cornelisz van Veenendaal en Maria Gerrits, overleden voor 1704, trouwt (1) met Paulus Jansen. 1672: Jacobus van Holten, wonend in de Bovenste Middelbuurt, musquettier, paratus [Veenendaal monsterrol 1672] : Jacob van Holten en zijn huisvrouw, voor henzelf en de rato caverend voor Aeltjen Jansen en voor de onmondige kinderen van Annichje Jansen bij Willem Adriaensen en Gerrit van Maenen, erfgenamen van Jan Cornelissen, hebben getransporteerd aan Jacobmina van Straelen, weduwe van Jacob Bouwmr, een halve morgen land, staande uit heide, water en weide, gelegen in Veenendaal in het goed daar de koperse op woont [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.16v (Veenendaal)] : De curators van de boedel van Arien Jorisen Bunt verkopen aan Jacob van Holten en Maria Jansen van Venendael een weijcken groot 2 morgen, genaamd Aert Lammers weijcken [ORA Veluwe en Veluwezoom, Protocol van opdrachten en verbanden Ede, inv.nr.797, fol.19 (Veenendaal)]. 1683: Jacob van Holten, in de Bovenste Middelbuyrt aan Rhenense zijde, betaalt gld. voor de reparatie van het dak van de kerk [Veenraadschapsarchief, inv.nr. 8; penningen tot reparatie van de kerk 1683] : Jacob van Holten en Maria Jans van Venendael, hij gezond en zij ziekelijk te bedde liggende, maken een testament waarin zij de weeskamer uitsluiten [ONA Veenendaal, not. C. Boumeister, inv.nr 2189, akte 135] : Grafstede nr.18 in de kerk van Veenendaal wordt verboekt op Jacob van Holten, getrouwd met Maria Jans van Venendael, nagelatene dochter van Jan Cornelisz van Venendael. Hij heeft dit recht mede door overgifte bekomen van Rijck Bessels, getrouwd met Aeltje Jans van Venendael. Op wordt dit graf verboekt op Jan van Langeveld en Jacobus van Langeveld, ieder voor 1/8, en op de weduwen van Poulus van Holten en Jan van Holten, en op Willem van 167
168 Eede, elk voor ¼ [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal]. 1692: Jacob van Holten declareert 80 gulden i.v.m. zijn bijdrage aan de kosten van een geschil van Veenendaal met de stad Rhenen [D. van Manen, Aanzienlijk vlek in t Stichtse] Anthoni Stevens van Ede Rutger Jacobs, overleden voor 24 september 1693, trouwt met Jantje Rutten : Op Gijsbert Rutgersz worden 2 mergen, 503 roeden en 3½ voet verboekt. Daarvoor was het stuk in handen van Jantje Rutten, de weduwe van Rutger Jacobsz. Op wordt van 6 morgen, voorheen op nam van de weduwe van Rutger Jacobs, de helft verboekt op Jan Rutgersz (1/4 als erfgenaam en ¼ door koop van de weduwe van Willem Rutten). De andere helft wordt verboekt op Elbert Sweeren en Steven Theunisz [Legger der morgentalen]. Generatie XII Adriaen Hermens van Bueren, zn. van Hermen Adriaens en Cornelia van Eck, overleden voor 27 juni 1641, trouwt met Cornelisken Otten : Adriaen Hermans, erve zijns vaders Herman Adriaens, wordt beleend met de helft in 13 morgen 4 hont te Maurik. Hij verklaart dat na zijn dood het leen tussen zijn tegenwoordige huisvrouw en hun beide kinderen deelbaar zal zijn. Op worden zijn weduwe, Cornelia Otten, en zijn kinderen beleend [Sloet (1901), Register op de leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen; Kwartier van Nijmegen; p.364] : Het Meerlant, groot derdehalve margen bouwlants [ ] afgespleten van een leen van dartien margen twee hont [te Maurik], door Mattheus Arissen, voor hem selven ende mede als hulder ende sich sterck maeckende voor sijn moeder Cornelisken Otten, weduwe van Adriaen Harmans, ende sijn broeders ende susters Harman, Jan en Grietjen Arissen, sampt Anneken Otten, naergelaten kint van sijn broeder Ott Arissen ende Lijsbet Willems, in handen van de heer Stadtholer overgegeven, die daer weder mede beleent heeft Pelgrim Floris Verhaer [Sloet (1901), Register op de leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen; Kwartier van Nijmegen; p.365] Wouter Pietersz Spicker, zn. van Pieter Cornelisz Spicker, weesmeester te Koedijk in 1628, schepen te Koedijk tussen 1632 en 1638, overleden tussen 1639 en 1640, trouwt met N.N., trouwt (2) met Adriaan Jansz Boon : Gerrit Jansz Rus, buurman te Koedijk, legt een verklaring af ten verzoeke van Wouter Pietersz Spijcker, wonende te Koedijk, als voogd van de nagelaten weeskinderen van Jan Pietersz Soetelieff, in verband met de erfenis van Pieter Gerritsz Backer, in zijn leven wonende te Warmenhuizen [ONA Alkmaar 57, notaris van der Gheest, fol. 41v] Theunis Jansz Giet, overleden voor 10 februari 1680, trouwt met Aleid Dircks, overleden voor 10 februari : Thonis Jansz Giet is f 250 schuldig aan Cornelis Jansz Smit [ORA Den Helder nr. 6718; P. Schager, It giet oan, Hollands Noorderkwartier, sept p.72]. 1636: Thonis Janssen Giet f [Huiseigenaars in de Kerkbuurt te Huisduinen; Levend Verleden, 1998, p.15] : Jan Theunisz Giet, wonend te Huisduinen, Pieter Cornelisz Houtcoper gehuwd met 168
169 Neel Theunis en de kinderen van Dirk Theunisz Giet, kinderen en erfgenamen van Aled Dircks, wed. van wijlen Theunis Jansz Giet [ORA Den Helder nr. 6729; P. Schager, p.72] Teeuwis Cornelisz Balder (?), armmeester te Broek op Langedijk in Gerrit Jansz Rus, zn. van Jan Cornelisz Rus, geboren rond 1591, buurman te Koedijk in 1626, gecommitteerde van de Oude Greb in 1637, overleden voor 3 mei : Bij de verpachting van vroonlanden wordt no. 59, Garbrant Pouwelsweyde, groot 3 morgen 23 roeden, met de aanwas in 't oost in de Somersloot, gemijnd door Gherryt Jansz Rus van Koedijk voor 150, met als borgen Pieter Jansz Rus en Jan Pietersz [Nat.Arch. Grafelijkheidsrekenkamer 775g, No. 59, fol. 33; Genealogie Rus] : Gerrit Jansz Rusch, buurman te Koedijk, oud omtrent 35 jaar, en Claes Jansz backer, poorter van Alkmaar, oud omtrent 28 jaar, verzocht zijnde door Aerian IJffsz Cramer als voogd van de kinderen van wijlen Jan Pietersz Soetelieff, leggen een verklaring af in verband met de erfenis van Pieter Gerritsz Backer, in zijn leven wonende te Warmenhuizen [ONA Alkmaar 57, notaris van der Gheest), fol. 15v en 41v] : Bij de verpachting van vroonlanden op 't stadhuis te Alkmaar wordt de Noortooster helft van Foppe Pieterswaijde, groot 3 morgen 270 roeden, gemijnd door Gerrit Jansz Rus voor 184, met als borgen Garbrant Jacobsz en Jacob Adriaensz. De Willem Foppiswaijde alias de Metinge, groot 3 morgen 68 roeden, met de aanwas in het Oost in de Somersloot, wordt eveneens gemijnd door Gerrit Jansz Rus, voor 182, met dezelfde borgen. Gerrit Jansz Rus(ch) wordt mede als borg gemeld bij een verpachting aan Jacob Ariensz Bruijneman en aan Ghermant Jacobsz Tesselaer [Nat.Arch. Grafelijkheidsrekenkamer 776a, fol. 20v No. 23, fol. 30v No. 59, en fol. 31 No. 60 en 61] : Gerrijt Jansz Rus is mede-voogd van de kinderen van Cornelis Jansz Soetelieff [ORA Koedijk 6218 fol. 221] : Voor de notaris in Noord-Scharwoude compareren in 1637 Jan Gleynisz Breelant, Gerrit Jansz (Rus) en Cornelis Reijersz Stammes, allen van Koedijk, als gecommitteerden van de Oude Greb [ONA Noord-Scharwoude 4067, notaris Pieter Cornelisz, blz. 21 akte 11, ook blz. 40 akte 24] : Jan Jansz alias Cleijn Jan te Huiswaard verkoopt aan Gerrit Jansz Rus een huis en erf op 't Noordend, belend ten zuiden de koper, ten noorden Cornelis Jacobsz Folkers [ORA Koedijk 6219, blz. 135] : Reijer Jacopssen, wonende op Sijbelhuijse in Harenkarspel, verkoopt aan Gerrit Janssen Rus, wonende op Koedijk, de helft van een stuk weiland, omstreeks 3 geerzen 11 snees 10 roeden, gemeen en onderdeel met Gerrit Jansz Kaeckien, groot in 't geheel 7 geerzen 9 snees [ORA Oudkarspel 6057, blz. 67] : Gerriet Jansz, wonende te Warmenhuizen, verkoopt aan Gerriet Jansz Rus, wonende op Koedijk, de helft van een stuk weiland groot in 't geheel 8 geerzen in de Vulle Grep [ORA Oudkarspel 6057, blz. 133] Volckert Feddesz : Pieter Jans verkoopt aan Volckert Feddesz een voorendje en erf met zijn "tackdrop" op de Spieringbuiert, met voor en achter een vrije gang, een aanleg zonder meer, en als Volckert een boet wil timmeren dan zal hij die aan de Noordwesthoek van zijn woning zetten. Hij mag vrij bleken op 't erf en van een koe mest leggen die de comparant dan zal kopen; belend ten oosten Cornelis Willemsz Neeses, ten westen Isbrant Willemsz, ten zuiden Pieter Jansz zelf met zijn schuur en keuken [ORA Broek op Langedijk 6182 fol. 140v; Parenteel Fedde] : Volckert Feddesz verkoopt aan Trijn Jans, weduwe van Pieter Jansz, een noordend van een huis en erf op de Spieringbuiert, belend ten oosten Cornelis Willemsz Neeses, ten zuiden Trijn Jans, ten westen IJsbrant Willemsz [ORA Broek op Langedijk 6183 fol. 72]. 169
170 2558. Gerrit Claesz van Bergen, zn. van Claes Gerritsz, kramer, buurman te Langedijk in 1638, overleden voor 21 september 1671, trouwt met Dieuwertje Pieters, kraamster, overleden voor 2 februari : Gerrit Claesz, wonende in Broek op Langedijk, verkoopt aan Sebastiaen Jans Geersbergen een akker geestland op de Suijergeest in Bergen, groot omtrent 40 roeden [ORA Bergen 2168 fol. 4v; Kwartierstaat de Vries-Keizer] : Gerrit Claesz kramer verkoopt aan Tames Dircksz kramer een end akker voor de huizen van omtrent 5½ snees, waarna de koper aan de verkoper een huis en erf verkoopt (in de kantlijn staat: dat Tames Dircksz geen koopmanschap zal mogen houden tussen Puppes en het huis waar Gerrit Claesz gewoond heeft) [ORA Broek op Langedijk 6182, fol.96v] : Iff Reijersz en Frans Fransz verkopen vanwege de gemene Mennisten te Broek aan Gerrit Claesz Kramer een huis en erf op 't Noortent, met ten oosten 't Mennistenpreekhuis en erf, met bepalingen over de toegang tot het preekhuis. Gerrit Claesz Kramer verkoopt op de zelfde dag aan Frans Fransz een hoekje gang gaande vanaf het achterend van Willem Pietersz tot het voorerf aan de Burghsloot [ORA Broek op Langedijk 6182, fol.98v,99] : Gerrit Claesz kramer verkoopt aan Anne Claesdr, weduwe van Pieter Cornelisz Hals, een achterhuis met erf zonder gang of aanleg op t Noortent [ORA Broek op Langedijk 6182, fol. 101v] : Gerrit Claesz kramer verkoopt aan Jan Maertensz een voorhuis en erf, met ten noorden de laan van het Mennistenpreekhuis, met een vrije gang langs de voorschreven laan naar de achterwal bezuiden het voornoemde preekhuis langs met een aanleg aan de voorschreven achterwal [ORA Broek op Langedijk 6182, fol. 121v] : Hendrik Sijmonsz Posker eist van Gerrit Claesz van Bergen de betaling van ƒ ter cause van een mondeling "appoinctement ende verwys". Later dat jaar eist Gerrit Claesz van Bergen van Hendrik Sijmonsz Posker. Hij eist van Gerrit Reijersz de betaling van ƒ ter zake van gehaalde rogge, en van Teuwis Jacobsz de betaling van ƒ van gehaalde [..] [ORA Broek op Langedijk 6179 (schepenrol) 28-3, 9-5, 19-9 en ] : De gemeente van Broek op Langedijk verkoopt aan Gerrit Claesz van Bergen, kramer alhier, een huis en erf, [ORA Broek op Langedijk 6183, fol.169v] : Diewertie Pieters, kraamster te Broek op Langedijk, weduwe van Gerrit Claesz van Bergen, kloek en gezond, maakt een testament. Zij verklaart te ratificeren het testament door haar en haar zal. man op 7 mei 1668 gemaakt en verleden voor notaris Jan Gerritsz Warmenhuijsen te Broek, onder de navolgende veranderingen. Het is haar wille en begeren dat haar jongste kinderen, met namen Guijrtie, Anna en Dirck Gerritsz, of hun kinderen, niets bij prelegaat uit haar goederen genieten zullen, maar dat zij met haar oudste kinderen Claes en Pieter Gerritsz of hun descendenten, al haar nagelaten goederen in gelijke delen zullen schiften en scheiden. Voor zoveel haar jongste kinderen zouden mogen zijn gebeneficieerd vanwege het testament van testatrices man prelegateert zij aan haar oudste kinderen [..] [ONA Alkmaar 189, notaris Jacob van Beijeren, blz. 206] : Claes Gerritsz Bergen, wonende op de Boekel onder Alkmaar, Pieter Gerritsz Bergen, wonende in de Beemster, Dirck Symonsz nomine uxoris Guurte Gerritsz wonende te Broek, allen ook voor Anna Gerrits en haar kinderen wonende alhier, verkopen aan Dirk Gerritsz Bergen hun broer, die een vijfdepart erft, een huis en zijn erve [ORA Broek op Langedijk 6184 fol. 127] Hendrick Veltcamp. 1647: Henrick Veltcamp, huisken, 7 dlr, [Verpondingskohier Winterswijk; afschrift Kreijnck 1647] Hendrik Hunders, zn. van Henrick Hunders en Naele Oesminck, landbouwer op Honders in Kotten, overleden voor 5 februari 1652, trouwt te Winterswijk op 170
171 8 januari 1626 met Aelken Weninck, overleden voor 19 mei : Rudolf Theben bekent namens zijn ouders door Henrick Hunders en Aelcken betaald te zijn vanwege een brief uit het Hondersgoed, verworven door zijn ouders van het Kapittel van Vreden op [RA Bredevoort 401 fol.21] : Henrick Honders en Aelcken kopen in pandschap een stuk bouwland op het goed ten Gronde in Kotten [RA Bredevoort 401, fol.62v] : Henrick Honders en Aelcken kopen zijn zuster Anna uit het erf en goed Honders. Op kopen zij ook het aandeel van broer Johan Honders [RA Bredevoort 405, fol.22v; 414, fol.68] : Henrick Honders en Aelcken Wenneckinck kopen van Henrick van Eck, namens het Stift Vreden, de gerechtigheid van het kapittel van Vreden in het Hondersgoed [RA Bredevoort 409, fol.39]. 1647: Hunders, hofhorig aan t Capittel te Vreden, bestaande uit huis en hof, ½ schepel, 11 molder bouwland, met een totale pachtwaarde van gld. 2 voeder hoeij gewas, gld; gld, een vercken of 2 rijxdlr. Uitgangen: voor rentmr. ter Vile sdl. hofholtsgelt, 1 schepel richthaver, 16 stuiver thins, wegens verplaginge van de jacht 50 stuiver, aan rentmr. Johan van Haghen gld, en 1 schepel Miskoorn [Verponding 1647] : Alheit Hunderts in Kotten ihres seel. Mans Henrichen Hunderts versterb und nachlassenschaft capitulariter bedingen auf 50 Rd. [Archief Wasserburg Anholt Rep.64/8; Prot. Kapittel Vreden , fol.121] : Aelken Wenninck, wed. van Henrick Honders, koopt van Berend Roex een rente van 6 dlr. 1 oort op onderpand van een stuk land in de Roexkamp in het Woold [RA Bredevoort 420, fol.95] : Hunderts in Winterswijk wegen des mutter Versterb; die fraw vraagt om uitstel [Archief Wasserburg Anholt Rep.64/27, fol.69] : die letzige Wittib Honderss in Wenterswick sambt dessen sohn Henrich und seiner jungen frawen Trineken Oesterwick genandt accordirten ihrer abgelebten grossmutter Ahleken versterb, seine Erbwinnung und seiner frawen vorgemelt auffahrt. Item Gerdt Honders freylassung op 90 Rd. in termijnen [Archief Wasserburg Anholt Rep.64/27, fol.87v] = 1332 Tonis Willinck (alias Rensinck, Elinck), trouwt met = 1333 Aelken Eelinck Harmen Loijtinck, zn. van Kerst Laijkinck en Nailken, geboren rond 1570, landbouwer op Loijtink in Meddo, gildemeester te Meddo tussen 1598 en 1631, overleden rond 1637, trouwt met Geertgen Schilderinck, dr. van Johan toe Lintom en Geesken Klandersmans. Harmen Loytinck wordt tenmiste viermaal aangeklaagd wegens vechtpartijen [OTGB 1998, p.114] : Harmen Loytinck is gildemeester van Meddo in 1598, 1607, 1619, 1624 en : Hermen en Elsken Loijtinck treffen een boedelscheiding, waarbij het goed in tweeën wordt gedeeld en wordt afgesproken dat Herman sall beholden die zaalplatze, daer dat huijs op steit met den gantzen ummeloept. De schulden worden ook verdeeld [Beskers (1995), Meddo deel II, p.174] Coert Hilberdinck Dirck Tangerinck (alias Tengenhorst, Borninckhoff), geboren te Winterswijk in 1600, scholte op Borninckhof in de Haart, tegeder van de Hof van Miste tussen 1630 en 1658, overleden in 1680, trouwt te Aalten in 1629 met 171
172 2621. Lotte Sevinck, dr. van Berend Sevinck en Jenneken ten Borninckhave, geboren te Aalten in 1602, overleden in : Na het overlijden van Lotte Sevinck wordt Derck Tengenhorst bezitter van het hof en opvolger in de horigheid, tot zijn zoon volwassen wordt. Overlijdt zijn zoon, dan wordt diens oudste zuster opvolgster. Derck Tengenhorst denkt er echter over te hertrouwen en omdat hij den Heere genoegsame hoffhoorige erven geproceerd heeft, mag hij zich een vrij man noemen. In 1648 geeft hij echter aan weer hofhorig te willen worden. In zijn plaats wordt dan zijn dochter Jenneken vrij [Krosenbrink, Winterswic is minen naem, p.87]. 1647: Borninckhof, Hofgoet, hoorigh ant'huis Bredevoort. Huis, schuijr en hof 2 sp. Noch een hof van 1 sp. end 1 nieus gemaeckten hof 1 sp. Boulant 16 mdr, groen gront. 4 koeweidens, t'beswaer afgetrocken blijft Holtgewas. Daarnaast gelegen: Borninckhofs Lijftucht. Huis hof 2 sp. noch 1 hofken van 1 sp. end een hof van 1 sch. Boulant 4 mdr. groenlant, Koeweidens, ieder ad 2 1/2 dlr Verder: Slotboom en Borninckhof zijn eigenaar van Hoernenborgh, Huis, hof 1 sch. boulant 3 sch. Pacht 18 dlr. end 2 hoender, en pontschatt [Verponding Haart en Heurne 1647; afschrift Kreynk] Jan Stottlers, overleden voor 25 mei 1648, trouwt met Geesken : Coope Hellekamp bekende voor zich en voor Henderick sijner huijssfrouwen, verkocht te hebben aan Geesken, weduwe van Jan Stortelers, 'sess dall. den daller ad dertich Stuijver, den Stuijver tott vijfftijn placken gerekent, Jaerlix op Martini und op Martini deses 1648 Jaers eerst toe verschijnen'. Daarvoor stelt hij zijn huis het Hellekamp in het Woold tot onderpand. De hoofdsom is 'Anderhalffhondert Dall' In de marge staat:' Anno 1661 den 13. Maij erschenen Geert Storteler tegenwoordich bowman op Ubbinck ende bekande dat Coope Hellekamp deese anderhalffhondert daelder vollencomentlick wederom entrichtet ende betaelt' [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.9] : Geessken, weduwe van zl. Jan Storteler, met Peter Cloeck, coernoot, haar gekozen momber, bekende 'uijt sonderlinge haer daertoe bewegende redenen ende oorsaecken' getransporteerd te hebben aan haar kinderen en kindskinderen Warner Storteler en Aelken eheluijden, Warner Eelkinck en Gertken Storteler eheluijden, en Warner en Gertken nagelatene kinderen van zl. Bernt Storteler, een renteverschrijving van 'Anderhalff hondert dall. Capitael' In de marge: NB. Dese Verschrijvinge is bij Maechgescheidt in dato den 5. Martij 1649 verandert [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.9v] : Warner Stortteler op Stortteler en Warner Stortteler op Bovelt presenteren een zekere magescheid en verzoeken deze te protocolleren. Geessken, weduwe van zal. Jan Storteler, Warner Eelkinck en Geertken Stortteler, eheluijden, Warner Stortteler en Aelken, eheluijden, en Warner und Geert Storteler op Bovelt veraccorderen dat 'het Maechscheidt in voortijden opgerichtet alnoch vast ende unverbreecklick sall achtervolgt ende naegekohmen werden', en dat de moeder en bestemoeder Geessken, tot onderhoud van haar, voor de tijd van haar leven, het nut zal genieten van de Noortkamp, 'daertoe den tijtt hares levens genieten ende trecken. die pensionnes van Anderthalffhondert Dall. Capitael herkommende vanden Kruijsswinckel ende die tegenwordig an Coepe Hellekamp belecht ende uijt den Halven goedt gevestet sijn'. Na het sterven van Geesken zal de Noortkamp en het kapitaal van 'Anderthalffhondert Dall.' wederom vererven waar het hoort, te weten op Werner ende Geerdt Storteler op Boveldt. Daarnaast hebben Werner ten Stortteler nu op Bovelt aangenomen tot onderhoud van zijn moeder Geessken 'daerbij te leggen und op Schmeinck te laeten staen Vijff schepel Roggen, und Eelkinck ses schepel Roggen', en heeft Werner ten Stortteler op Stortteler aangenomen de moeder Geesken te verzorgen en in huis te nemen, 'und wan het Werner niet mehr beliefft hefft Eelkinck sich verobligiert, sulx te willen doen ende bij sich nehmen'. Actum Bredevoort den Vijfften Martij Ondertekend met het merk van Werner Stortelers, Werner Stortelers op Bovelt, Werner Eelkinck en Derck Bovelt. Mede ondertekend door Joost ter Vile, als dedingsman, en Rudolph 172
173 Theben [Volontaire protocollen Bredevoort , fol. 30v-31v] Engelbert op het Loo, trouwt met Enneken Lammert ter Stegge, trouwt met Jenneken ter Stegge Warner tho Boomfelt, zn. van Johan tho Boomfelt en Gesken Stortelers, geboren rond 1560, landbouwer op Hijink in het Woold, rotmeester, tegeder van de Hof van Miste tussen 1599 en , 1612, overleden in 1620, trouwt met Jenneken Hijinck, overleden rond : Frederick Raven, als gevolmachtigde van Sybillae van Westerholt e.a, verkoopt aan Dierick Thieben, burger van Borcken, en zijn vrouw Maria Raven, en aan Werner thoe Bovelt en zijn vrouw Jenneken Hijinck 'sijn principalen schop-, garff und schmalen thenden alsoo dieselve in de kerspelen Aelten und Wenterswick zijn gelegen'. Hieronder vallen o.a. uit Hijinck en Bruggenkamp in Meddo twaalf schepel rogge en de smalle tiende [RA Bredevoort 391, fol.6v-8v] Joan toe Lintom, zn. van Gert toe Lintom en Alit Elverdinck, trouwt rond 1596 met Anneken Elking, dr. van Warner Eelkinck en Jenneken, geboren rond 1565, overleden rond Johan Schulte van Ratum, zn. van Albert Schulte van Ratum en Naelen, scholte op de Hof van Ratum, overleden voor juli 1620, trouwt voor maart 1590 met Jenneken Johan Oissinck, scholte op Oossinck in Kotten, trouwt met Trijne : Erschenen Johan Schulte toe Oossminck, die bekande voer sich und sijnen erven, dat hij nae rijpe deliberatie und mit gueden vrijen willen uth sonderligen bewegenden oirsaecken, sijner huijsfrouwen Trijnen Meijersch t'oissminck und hare erven erfflick und onwedderroeplick avergegeven und opgedragen hedde, cedierde, avergaff und droegh op In krafft deses alle und Jede sijne gereede und ongereede gueder, woe offt waer dieselve gelegen und antoetreffen wehren, In der eerden und opten eerden, Uthbescheijden dat gemelte sijn huijsfrouw offt hare erven nae sijnen dode den Heeren ten Grooten Buerlo eens, woefern soveell averschieten werde, de Somme van Vijffundtwintich gulden ad twintich stuver t'stuck, entrichten sulle, Die hij Ihr Ehrw(eerdigen) und And(echtigen) vermitz desen wolle bescheijden hebben, Voerbeholden oick Dat sijn huijsfrow dieselve goeder haren Kinderen niet ontmaecken solle und hefft die Schulte voer sich und sijnen erven In behueff gemelter sijner huisfrouwen und harer erven hierop In qualiteit voorschreven mit hant, halm und monde vertegen, desselven waerschap verner und beter verschrijvong und vestniss gelaefft nae Landtrechte, Sonder exceptie und argelist [Volontaire Protocollen Bredevoort 397, fol.45, 45v] Johan Willinck (alias Rensinck), zn. van Tonis Willinck en Fia, overleden rond 1621, trouwt in 1592 met Hille Wicherts, dr. van Gert Wicherts en Geske Hijinck, overleden in Geert Eelinck, zn. van Johan Eelinck en Nael, landbouwer op Elinck in Dorpbuurt, overleden voor 13 juli 1616, trouwt rond 3 juni 1605 met Anna. 173
174 2678. Gert Hijinck, overleden voor 8 december Willem ten Santbergh, geboren rond 1585, landbouwer op Sambergh in Dorpbuurt, overleden voor 1646, trouwt met Stine, overleden na : Stine ten Santbergh, weduwe van Willem ten Santbergh, met haar zoon Jan, heeft verkocht aan Henrick Boijinck en Anna in Huppel een stuk land in de Bolder, gelegen aan de Huppeler Broeck. De kopers verkopen daarop aan Stine ten Santberge, ten behoeve van haar zoons Warner en Geerdt, een pandtverschrijvinge van een stucks landts van 1½ schepel, met 50 daler te lossen. In de marge staat dat Warner ten Sandtberge, ook voor zijn broer Gerdt, op bekende dat de obligatie van 50 dlr. door Lambert Boinck voldaan is [Volontaire protocollen Bredevoort , fol. 54] Willem Tjeinck (alias ter Walvart, ten Hulsen), zn. van Willem Tjeinck en Tonnisken, trouwt voor 1611 met Geesken ten Hulsen Warner Dieterink, trouwt met Dele : Bernt Loijkinck wordt aangeklaagd omdat hij op Warner Deterinck ten huize van Jan Sadeler 'gewaltsaelick opt lijff gevallen, in het angesigt gekrabbet en hem schandelick met slagen getractiert heeft'. Bernt Loijkinck zegt dat hij wegens contributie woorden met Warner Deterinck heeft gehad en hem gekrast heeft, maar niet geslagen [RA Bredevoort inv.nr. 102, fol.72; OTGB ] Jan Slotboom Derck Hoebinck, trouwt met N.N. Camphuijs, dr. van Jan Camphuijs en Griete Johan Maas, buurtvoogd te Meddo in 1616, trouwt met Wichmoet Hendrick Assinck, landbouwer op die Woerst te Rekken Harmen Tijasink (alias Grobbinck), zn. van Berndt Tijasink en Tryne Harmolen, landbouwer op Grobbinck te Buurse, trouwt met Hermke Grubbinck, dr. van Jan Grubbinck en Bertken Harmolen : Gerdt Grubbink verkoopt aan Herman Tyasinck vrij en onbezwaard allodiaal erve Grubbink met tienden als aangekocht van Nic.Christ. van Beverfoerde en diens moeder Judith Schelen ter Olde Molle op 22 januari 1621 [OTGB 1997, p.63] Johan Tenckinck (de jonge), zn. van Johan Tenckinck en Gese Gesinx, overleden rond 1630, trouwt met Geesken Vijth, dr. van Simon Vijth en Geese, geboren te Südlohn : Wij broeder Joannes Gulich Prior und Celner, vorth H. Dierich Wever, und H. Johan Bilderberch, Conventualen des Cloisters grossen Buerlo in Stifft Munster, und int kerspell van 174
175 Borcken gelegen, doen kondt, bekennen und tuegen in dissen apenen und besegelden brieff, voer uns, unser Nakomlingen, dat wij eindrechtiglich mit gueden voerberade hebben frei, loss und leddich gelaten Gees Vijth, Simons und Geiss eheluijden natuerliche eheliche dochter im kerspell zu Zuijdloon geboren van allen Eijgenheit und Ansprake, damit sie suslange unseren Closter vorschreven bewandt und verplichtet ist gewest. Als dat sie nu vorthmer sich sall kieren und wenden moegen in wat echt und recht Ihr beleven sall, und dat wij Prior und gemene Conventualen und unsere Nachkomlingen nu vorth mehr an Geess vorgemelt gienerlei recht noch Ansprach hebben, off tot einiger Zeit hebben sullen, und geloven hiermit vor uns und unsere Nachkomlinge berurter Geess Ihrer frijheit toestaen und goede waerschofft toedoen, als nae recht behoert, und desses orths landes gebruicklich ist. Des tot oirkondt der wairheit hebben wij Prior und Conventualen mit unsers Cloisters Ziegel bekrefftiget. Geschien im Jair Duijsent Funffhundert Neigentzich und acht auff unser lieber frauwen gebuerts dach. Und wass mit dess Conventz opgedruckten Siegel bestedigt [Hofboek Bredevoort , fol.35; : Bartholomeus Frenckinck en Odilia zijn huisvrouw, en Henrick Frenckinck en Jenneken zijn huisvrouw, verkopen aan Johan Tenckinck en Gesen zijn huisvrouw hun quoten en gerechtigheid in het erve en goed Leessinck in Raetman, welke de verkopers van hun zalr zuster Enneken Frenckincks kinderen Trijntgen en Henrick ab intestato aangeërfd hebben [RA Heerlijkheid Bredevoort; Judicieel protocol 1613; inv.nr.75] : Erschenen 'Johan Tenckinck voer sichund mede als echte man und Mombaer Gesen sijner Huisfrouwen' bekennen verkocht te hebben aan 'den Edlen Ernvesten und Manhaffteen oick Ehr und veeldoegentrijcker, Gosswin van Laiwick, Drosten und Richter toe Bredevoort, J. Joanna Bentinck eheluiden, und haer Edlen erven, die twie Derdendeele des Erffs und guets Leessinck inden Kerspell Wenterswick, buerschap Raetman, tusschen Mensinck und Tenckinck' [ ] [Volontaire Protocollen Bredevoort nr.387, fol.43v; : Drost und Hoffrichter Goswin van Lawick, Tegeders Johan Mierdinck, Johan Roerdinck.Erschenen Gese Vijtz ter tijt als sij aen Johan Tenckinck bestaedt worden, sich uijt haren vrijen standt den Huijse tot Bredevoort Hoffhorich ergeven, und dan na Hovesrechte gebruicklick, dat in sulcken Personen Plaetz eene van hare Kinderen so haer Godt verlenen mochte die Vrijheit werden genieten moge, so is huijden dato erschenen Geesken Tenckinck, der vorgemelte Johan Tenckincks und Gesen Vijtz nagelatene echte dochter, versoeckende in plaetse van haer zal. Moeder der Hoffrechten ontslagen und vrijgelaten te worden, gelijck sij derselven Hoffrechten, allet na Hovesrechten, vermitz desen ontslagen und daervan vrij erkandt is [Hofboek Bredevoort , fol.120; = 2658 Joan toe Lintom, trouwt met = 2659 Anneken Elking Jan Mensinck, landbouwer op Leessinck in Ratum, trouwt met Henneken : Hendrick ten Lutken Esch zou Jan Mensinck en diens zoon Berndt Mensinck van toverij hebben beschuldigd, maar hij ontkent, of zou het slechts in dronkenschap en in haast hebben gezegd [Volontaire Protocollen Bredevoort nr.387, fol.33; Kwartierstaat Greidanus-Jaeger in stamreeksen 58] : Erschenen die WellEdle, Erntfest und Manhaffte, oick Ehr undveeldoegentrijcke Gosswin van Lawick Drost Heer tot Geldermalssen, Drost tot Bredeforth, Jouffrou Joanna Bentinck eheluijde, die bekanden voer sich und haer WelEdlen erven, voer eene walbetaelte Summa geldes, rechtes steden ewigen und onwedderroeplicken erffkoips avergelaten und verkofft toe hebben, Johan Mensinck und sijnen erven, twie gerechte derdendeele des Erffs und goets Leessinck inden Kerspell Wenterswick, buerschap Raetman, tusschen Mensinck und Tenckinck in sijner verner Vohr und bepalong gelegen, mit die gerechte twie derdendeele aller Schulden, Lasten und beschwaernissen opt vorschreven goet staende, sampt anderen natuerlicken 175
176 inliggenden und daerop staenden dienst, schattong und beswaernissen, welcke Lasten, schulden und beswaernissen Koeper und sijne erven dragen und entrichten sullen, wie Koper dieselve anneemt und gelaefft te betalen vermitz desen, aller gestaldt die Heere Verkopere dieselve hierbevorens van Johan Tenckinck erholden. Edoch hem Jan Tenckinck und sijnen erven den Meesen Camp, tusschen Tenckinck Seelkamp und Tenckinck Winckell in sijner verner vohr und bepalong gelegen, mit ener sijdt ande Beke, mitter ander sijdt an Leessinck Mesenkamp schietende, mit dessen toebehoer und gerechticheit, vorbeholden. [ ] Erschenen Johan Mensinck und Thonijs ten Wuesten Ess und gelaeffden malckanderen reciproce voer sich und haren erven, offte sich hiernaest t'eniger tijt toesdragen mochte dat d'eene offt ander van hunbeijden sijn andeell und gerechticheit des Erffs und goets Leessinck erfflick affstaen und verkopen wollen, dat alssdan die ander van hunbeijden offt dessen erven, wen hij een anderen gelijck doen wolle, die naeste daertoe sijn solle. Sonder exceptie und argelist [Volontaire Protocollen Bredevoort 1617, fol.33; Lambert Heminck, landbouwer op Heminck in Huppel, trouwt met Maria : Lambert Hemkinck en Maria eheluijde, hebben verkocht aan Henrick Bockwever 'een stuck Landes ongefehr van een schepelsaet, inden kerspel Wenterschwick, buerschap Henxtell, inden olden Esch, mit eener sijdt an Brockhorst landt mitter ander sijdt naest kopers Landt gelegen mit eenen ende an Grotenhuijss Bulten, mitten anderen ende an de Westerhege schietende'. Ook hebben zij verkocht aan Goslick ter Stroet en Gertken, eheluijden, 'een stuck Landes gestaldt datselve inden Kerspell Wenterschwick buerschap Henxtell, inden Olden Esch, mit eener sijdt neffens Tonis ten Kortschattes Landt, mitter ander sijdt langss den Spraeckell in sijner fohr und bepalong gelegen, mit eenen ende na de Beke an Wijskamps grondt, mitten anderen ende anden Voerwech so doer den Esch gaet' [Volontaire protocollen Bredevoort 1629, fol. 50, 50v] : Rudolphus Theben, gevolmachtigde van Henrick van Eck tot Medler en Harselo, heeft verkocht aan Lambert Heminck het erf en goed Heminck, alsook zes schepel spilkoorn jaarlijks, vijf schepel spilkoorn, vijfenhalve schepel rogge, en de bloedtiende uit Heminck [Volontaire Protocollen Bredevoort 1636, fol. 44v, 45]. 1647: Heminck, Hofhorigh an t'capittel te Vreden; Huis, hof 1/2 sch. boulant 6 1/2 mlr, derde gerve; Hofhorigheit afgetrocken blijft ; 1 Vercken of 4 dlr, 6-0 -; Eijcken boomen. Lambert Heminck is eigenaar van Ten Julant; Huis ende hof op 5 dlr.; Boulant 1 mlr, derde gerve [Verpondingskohier Huppel; afschrift Kreijnck 1647] = 2572 Hendrik Hunders, trouwt met = 2573 Aelken Weninck Jan Wamelink, landbouwer op Wamelinck in Dorpbuur, trouwt (2) met Fenneken, trouwt (1) met Aelken Wassinck, dr. van Herman Drommelers en Geertken Coips, overleden voor 18 juni : Testament van Johan Schulten van Stadthagen 'gesondes lijves, gaende und staende', en Griete Wassinck 'sijn echte huijsfrow, etwas swack van lijve, dannoch gelijck oick Johan vorschreven, doer Godts genaden, goedes vernuffts und verstandts'. Zij legateren aan 'des eerstaffchestorvenen Erven und Frunden eens voer all die Somme van Vijfftienhondert daler', aan de 'Armen toe Bredevoort Tyen Carl. Gulden', aan Grieten broeders Tonis Dromlers dochter Fije 'haer Grieten Sijlveren gordell', aan haar zaliger broeders Tonis Dromlers kinderen Jan, Fije en zaliger (?) Naelen kint, Naelcken genaamd, 'Vijffhondert daler'. Item aan'haer Suster Elsken huijsfrow van Aerndt Broijlss Vijffhondert daler; und haer saligen broeders Herman Kluppelss drie Kindes Kinder, van Jan Wamelinck und Aelcken Kluppels geprocreert, elck hondert daler 176
177 erholden sullen, die oeverige Twiehondert daler' [Volontaire protocollen Bredevoort, 1633, fol 2v e.v.] : Goeken Wamelinck, met Coepe Lammers, haar man en voogd, verklaart dat zij 'van wegen harer Oldelicker Nalatenschap und gueder, so haer van haer zalige Moeder albereidts angeerfft sijn, und van haren Vader anerven und nagelaten worden mochten, eens voer all' door haar broeder Johan Wamelinck en zijn vrouw Fenneken vergenoegd en betaald is. Op verklaart Berndt Wamelinck, met zijn vrouw Wijchmoet, hetzelfde. Het gaat om het erf en goed Wamelinck in Dorpbuur [Volontaire protocollen Bredevoort 1635, fol.26v, 28] : Johan Wamelinck en Fenneken zijn huisvrouw bekende 300 daler 'als sijne drien Voerkinderen bij sijner saligen Huijsfrouwen Aelcken Wassinck geprocreert van zalige Griete Drommelers Huijsfrouw (van) Joan Schultens bij testamente vermaeckt und legiert, in tegenwoordicheit und mit consent Johan Drommelers und Fiken Drommelerss wedtwe Henricks ten Hondarpsch, als Oems und Moeijen gemelte Kinder, van Jenneken Haecken nagelatener gemelte Johan Schultens saliger, nu Wijnholdts Laeckes huissfrouw an eenen Sommen ontfangen te hebben'. 'Und hefft voort van wegen gemelter sijner Kinder op alle verner Nalatenschap zaliger Grieten vast vrijwillich gerenuntieert'. Johan Wamelinck en Fenneken hebben op diezelfde dag van Jenneken Haecken een pensioen op 300 daler gekocht voor zijn voorkinderen (Geerdt, Henrick en Gertken), waarvoor hij als onderpand stelt de Wamelinck Esch in Dorpbuur. Ook op dezelfde dag verklaarde Johan Dromler, ook voor Fijken Dromler, dat zij betaald zijn voor hetgene hun door hun moeije Griete Dromlers genant Schulten zaliger vermaakt is, betaald te zijn [Volontaire protocollen Bredevoort 1635, fol.27-27v] Gert Oissinck, zn. van Johan Oissinck en Trijne, scholte op Oossinck in Kotten, trouwt met Hilleken : Henrick Sijbelinck en Imme, eheluide, hebben verkocht aan Geerde Oissminck en Hillen, eheluijden, een stuck Groenlandts die Kranengoordens Mathe genant, Inden Kerspell Wenterswick Darpbuerschap' [Volontaire Protocollen Bredevoort 400, fol.36v] : Geerdt Schulte Oissti(ninck), voer sich sijn huijsfrouwe unnd Erven, daervoer de rato caverende, und hefft op alsodaenigh Jus, recht unnd gerechticheit alss hij van den WelEdlen gestrengen unnd Vesten Henderick van Eck toe Haerseloe und Meddeler, opper Jegermeister van Vehluwen, in krafft van sijn weled. voer den Edelen Hove van Gellerlandt erholdener Sententien unnd darher in A 1633 erstandener gerichtlijcker Kerssenbrandts execution und Distraction opt Erve unnd goet Ostininck in den Herlicheit van Bredeforth, Kerspell van Wentersswick buirschap Cathen gelegen, geacquirert unnd verworven bester gestaldt rechtens gerenunciert und vertegen unnd t'selve sijn Jus vorschreven wederom den Goddes Huijsse unnd Conventualen toe groeten Buirloe cediert, transportiert unnd opgedragen gelijck hij renunciert, vertiggt, cediert, transportert unnd opdragt hiermede unnd krafft dieses, Sonder eeniger hande exception, bedrogh unnd Argelist. Erschenen die Wurdige ahndegtige unnd Veelgelerde Here Joannes Volmer Prior ten groeten Buirloe voer sich, unnd in nahmen der saementlicken Conventualen dess Goddes Huijsses toe Groeten Buirloo ihn den Stift van Munster, daervan ratificatie beloffde bitebrengen unnd bekande in qualiteit vorschreven voer eene welbetaelte Summa geldes underbenoembt, derwelcke Comparanten sich vermitz deser gueder Vollenkomener betalungh bedancken dede, bester und bestendichster gestaldt rechtens in Pandtschap sampt Rostlijck(en) vredsamen besidt nuts unnd gebruijck avergelaten unnd (ver)kofft te hebben, averlieten unnd verkofften hiermith (und in krafft) deses, ahn Gerdt Schulte Ostninck sijner huijsfrouwe unnd erven haer Erve unnd guet Ostninck in dieser Herlicheit van Bredefoorth Kerspell van Wenterswick buirschap Cathen gelegen mitt sijn toebehoer unnd gerechticheit voer doerslechtich kummerfrij guidt, Vorbeholtlick gewontlick beswaer, mitt conditie, infall eenigh Versterff geduijrende dese Pandtschap op Ostninck viele, dath Conventualen daervan geen vordell hebben sollen, Deses in qualiteit voorschreven gecediert und uthgegaen, daerop mit handt unnd monde, renunciert und vertegen, waerschap, ferner und beter verschrijvongh gelaefft nae Landtrechte. Die loese een Vierendeel 177
178 Jaers te voeren toe verkundigen voerbeholden und demnae op Martini, Viertijn dage daernae unverhaelt, met die Summe van Elffhundert Vijff und Dartich Daller, den daller ad dertich str. den str. tott 15 placken gerekent, te loesen und quijt te koepen. Allet sunder exceptie und argelist. In de marge: Anno 1645 den 8. Maij bekande Welgemelte Prior noch van Schulte Oissinck ontfangen te hebben hondert daller ende den vorschreven Pandtpenninck daermede verhoeget, alles vermoge Protocols in dato vorschreven. [Volontaire protocollen Bredevoort 410, fol.93, 93v] : Geert Schulte Oissinck, Hilleken eheluide bekennen verkocht te hebben aan Lubbert Brussen Aelken Brethouwer eheluijden 'Twelff dall:, den daller ad dertich Stuijver, den Stuijver tott Vijfftijn placken gerekent [ ] stellende daervoor t'onderpande haere geheel pandtverschrijvinge vande Geldersche Weijsche, so sie vande Heeren Conventualen tott Groten Buerloe, in pandtschap bekomen ende in gebruijck hebben, Voorts alle harer gereide ende ongereide gueder, om sich daeran gemelter pension, sampt hoofftsum, hinder kosten und schaden wegen missbetalongh und uthmanongh erleden und angewendt mit pendongh nae Landtrechte te verhalen'. Op verklaart Jan Haeffkens, schhonzzon van de weduwe van wijlen Lubbert Brussen dat Jan Oisinck hem de 200 daler plus alle rente voldaan heeft [Volontaire Protocollen Bredevoort 415, fol.51] : Gerrit Jeremias, impetrant, tegen Schulte Gerrit Ossinck, gedaagde. Het hof verklaart dat de gedaagde de impetrant de geëiste som van 225 gulden en nog 60 gulden, met interest, moet betalen [Hof van Gelre en Zutphen; Civiel sententieboek,nr.4889] : Geerdt olden schulte Oissinck, Hilleken sijn huijsfrouw, willen voorbeholden die tugt uijt Oissinck in den kerspell van Wenterschwick buhrschap Cathen gelegen, so als dieselve der comparanten vaeder zl. Johan Schulte Oissinck in sijn oldendomb gebruijckt heeft, te weten die lijftucht wohninge, dogh bij sijnen kinderen int huijs te blijven, off daervan te trecken nae believen, en gebruicken alsodanige landerijen als in voortijden bij die lijfftucht sijn gebruijckt worden, te weten dat Haekenstucke schietende ahn Hunders Haekenstucke, t welcke haekenstucke comparanten jharlix seij aftrecken sollen, en daertegens oock t'opgenomen beswaer daer op staende uitrichten en draegen. Item dat Kloetken und den geheelene lijfftuchtes gaerden, met het maedeken geheeten dat hoeij buycken(?) Ende dannoch den angekoften nieuwen kamp, een hoekesken(?) grundtes van ten Grunde afgekofft, een stucksken angekoft landtes langes den graven liggende mitt noch een stuckscken landtes geheten dat Roelinckes baedeken(?) van den Graeff van Bentheim angekofft. Noch sollen comparanten mede twie roheve(?) ende een kalff moegen holden ende gaen laeten ter plaetsen daer sijn soons besten gaen en geweijdet worden. Daertegens comparanten eheluijde, ahn haeren soon Johan Oisinck, desselven huijsfrou und erven hebben avergegeven cedirt ende transportiert gelijck sij avergeven, cedieren ende transportieren bij desen, het alinge erve ende guedt Oissinck [Volontaire Protocollen Bredevoort 419, fol.11, 12] Geert Heminck (alias ten Damkott), overleden voor 17 januari 1668, trouwt met Mechteld : Johan ter Lochte en Anna, ehel, Maria en Hendersken Lochte, met Thijs ten Rowkamp en Henrick Schepers, hun ooms en gekozen mombers, verkopen aan Geerdt Heminck en Mechtelt, ehel, 'haer verkoeperen cavenstede die Lochte genant, inden kerspel Wenterswick buerschap Medeho [ ] uthbescheyden een stuck landes ongefehr van een schepel garsten geseys, Barckell Dierick toestendich, item den huijs thoe Bredevoert 4 stuver weiniger een oort thins und lijfdienst und der kercke to Wenterswick 6 stuver op Martini [RA Bredevoort 409; fol.21v] : Jan Schulte op Wehninck en Enneken Wehninck, eheluide, ingezetenen van het Ambt Bocholt, buurschap Bahrle, hebben ten behoeve van de buurschap Bahrle een jaarlijks pensioen verkocht aan Geert ten Damkate en Mechtelt, eheluiden, van 6 dal, jaarlijks op St. Johan in de winter. Onderpand zijn hun gerede en ongerede goederen om dit pensioen en de hoofdsom van 100 daler te betalen. In de marge staat dat op J. Oossinck verschenen is, als schoonzoon van zal. Geert ten Damkotte, en bekend heeft dat dit ten volle betaald is door Behrendt Weeninck [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.33]. 178
179 : Geerdt ten Damkate en Mechtelt, eheluijde, bekennen verkocht te hebben aan Dries van Eerden en Elssken sijn huijsfrouw 'een Cathstede die Lochte genant inden Kerspell Wenterswick Bourschap Medehoe' [Volontaire Protocollen Bredevoort, , fol.96] Berndt Bruggers, landbouwer op Bruggenkamp in Meddo, trouwt met Geertke. 1647: Bruggenkamp in Meddo: goetien toebehorende die heeren gedeputeerden met een huys, gaerden en bouwlant [Verponding 1647]. 1659: Herman Camphuis, borger binnen Doetinchem, verkoopt aan Berent Bruggers en Geertken een stuk bouwland in de Tolkampsmaet [RA Bredevoort 421 fol.29; Beskers (1995), Meddo deel II, p.46] Herman Boeijinck, zn. van Gerrit Boeijinck en Dielke Willinck, landbouwer op Boeijnck in Huppel, overleden voor 14 januari 1663, trouwt (1) met Stijne, trouwt (2) voor 7 december 1627 met Jutte : Herman Boeyinck en zijn vrouw Stijne geven een hypotheek [RA Bredevoort 73 fol.100v] : Herman Boenck en zijn vrouw Jutte kopen het halve erf en goed Poelhuis in Meddo, met de Rouwe mate. Op dezelfde dag verkopen zij de helft daarvan en op verkopen zij de helft van het resterende kwart [RA Bredevoort 400 fol.38v, 39; 402 fol.62v] : Harmen Boeynck wordt als oudste zoon van Gerrit Bogynck beleend met het goed Boeynck in Huppel. Op wordt zijn oudste zoon Teunis hiermee beleend [A.P. van Schilfgaarde, De graven van Limburg Stirum in Gelderland en de geschiedenis hunner bezittingen, p.202] : Harmen Boeijnck erkent voldaan te zijn vanwege de nalatenschap van Conne ten Borninckhave (Willinck) [RA Bredevoort 402 fol.15v] : Herman Boeijinck en Jutte kopen een rente uit de Poelhuiskamp. Op kopen zij 2 schepel roggetiende uit Boenck [RA Bredevoort 409, fol.32, 58] : Harmen Boeinck en Geert ten Hietbrinck treden op als ooms en mombers van de kinderen van wijlen Bernd Mollers [RA Bredevoort 412, fol.39v] : Johan Poelhuijs bekent wie dat hij sijnen Sohn Lambert voor sijns Moeders goedt bekert ende bewesen heefft Huijs ende Hoff Poelhuijsen, so hij datselven an sich gekofft hefft van Herman Boeinck, wonende in Huppele [RA Bredevoort 414 fol.22] : Harmen Boeinck en Jutte verkopen aan hun dochter Geeske, getrouwd met Lambert Poelhuis, alle grond van het erf Poelhuijs die zij tevoren van Otto Volmers gekocht hebben [RA Bredevoort 414 fol.75] : Harmen Boeinck en Jutte kopen van Adrian van Erde ten Pleckenpoell 2 stukken land onder Debbinck, op de groten Dullen in Corle [RA Bredevoort 414 fol.75]. 1647: Boeinck in Huppel is een leengoed van de heren van Styrumb, met een huis, gaarden, bouwland en eikebomen [Verponding 1647] : Harmen Boeijinck en Jutte testeren. Er zijn voor- en nakinderen; Stijne ten Bruggenkamp is de jongste dochter [Registratie op ; RA Bredevoort 423, fol.38 e.v.] Rosier Lohman, overleden voor 9 april 1636, trouwt met Jenneken Kappers, trouwt (2) met Warner Eppinck : Warner Eppinck en Jenneken Cappers, eheluiden, hebben verkocht aan Johan Lohmans en Stine ten Ruijl, eheluiden, en Lubbert Lohmans en Aelcke Essink, eheluiden, een 'originale Pandtverschrijvongh (In)holdts van Soeven Molder und een schepell roggen Aeltensche maten, staende mit soeven hondert gulden toeloesen, soe haer Vade(r) Rosier Lohman' die op
180 van Wilhelm Friedrich graaf van Limburch, etc, [heeft bekomen]. Op dezelfde dag verklaren Johan Lohman en Lubbert Lohman, met hun vrouwen, dat zij door Warner Eppinck en Jenneken Cappers voor hun vaderlijke en moederlijke nalatenschap betaald zijn. Ook verklaren zij het goed Boijtinck in Lintelo, met een maat in dezelfde buurtschap, aan Warner Eppinck en Jenneken Cappers te hebben verkocht [Volontaire Protocollen Bredevoort 1636, fol. 17v-18v] : Werner Eppinck en Jenneken Kappers, eheluiden, hebben verkocht aan Jacob Wijchers en Enneken Lobeeck, eheluiden, hun huis, dat binnen Bocholt gelegen is, in de Rauwersstrate gelegen, tussen de huizen van Tilman Stennekens en Berndt Alers, aan de Ae stroom schietende [Volontaire protocollen Bredevoort fol.48v] : Margriete Mächtens, weduwe van Peter Evertsz, met Johan Grievinck, ondervoogd te Aalten, als haar voogd, heeft een pensioen van 10 daler verkocht aan Warner Eppinck en Jenneken, eheluiden. Naast de acte staat dat op Willem Eppinck, zoon van zal. Rosier Lohman, wonend op Eppinck, bekent dat Herman Evers en Gerritken Huijninck deze som afgelost en betaald hadden. Op dezelfde dag, , hebben Warner Eppinck en Jenneken verkocht aan Peter Kremer en Anna, eheluiden, hun huis inde Nederstrate in Aalten, tussen het huis van Lubbert Hoevinck en Henrick Hetterscheijs grond gelegen. Warner Eppinck en Jenneken kopen een stuk groenland, de Boeinckmate genoemd, gelegen in Lintelo. [Volontaire protocollen Bredevoort fol.70v-71v] : Warner Eppinck en Jenneken hebben van Jan Schaers een huis in Aalten gekocht, tussen Henrick Smits en Meister Lubberts huis [Volontaire protocollen Bredevoort fol.100v] Johan Printzen, overleden voor 10 april 1622, trouwt met Truijde : Truijde, weduwe zaliger Johan Printzen, met Herman Steinrotz Coernoot als haar momber heeft verkocht aan Lubbeken Lechters 'eene Huijssstede Inden Darpe Aelten, mit eener sijdt langs den Voetpat, naest Voerknechtz, nu Wessel Brethouwers gront, mitter ander sijdt negst Berndt Jentincks und Temmen Bourholdts huiss und grondt gelegen, mit beijden enden anden beijden straten schietende' [Volontaire Protocollen Bredevoort 395 fol.14] Berend Kockert, trouwt voor oktober 1616 met Geesken Martens, trouwt (1) met Jan Cockers : Berend Kockert verkoopt aan zijn kleinzoon Jan Prins, getrouwd met Aaltje Ebbinck, een huis in Aalten [NL 1985, kol.271] Herman Grevinck, zn. van Gijsbert Grevinck en Sophie Schaers, keurnoot van de stad en heerlijkheid Bredevoort tussen 1625 en 1638, kerkmeester te Aalten van 1632 tot 1637, stadholder in 1635, markerichter van de St. Helena marke in 1637, overleden voor 16 juni 1639, trouwt met Gertken Heijnen, overleden voor 16 juni : Erschenen Joannes Wisselincks eens unnd Henrick unnd Herman Grevincks anderdeels unnd avergeven een Verdrags zeddull tuschen hun luiden upgerichtet und onderteickent bekennende vor sich respective haren huisfrouwen und Erven, inholdts desselven verdragen te sijn unnd blieven, unnd hebben malckanderen die Parcelen respective daerin benompt hiermit gecediert und upgedragen, daerop mit handt unnd monde vertegen derselven wahrschap gelavet nae Landtrechte sunder exception und argelist, Luidende gemelte verdrachszeddull van woordt tot woorde alss volgtt. Anno 1621 den 25n Martij ist tuschen die Ernthaffte Henrich und Herman Grevinck anh eener und Johan Wisselinck als cessionaris Berntken Grievincks ahn die ander sijden over een seekere behuisongh liggende binnen Bredeforth op die olde graffte tuschen Claes van Berwichss ahn eener unnd Landtschrijvers Wilhelm 180
181 Wisselincks vaalt ahn die ander sijden, vorts over eenen Hoff achter Wilhelm Wisselinck Landtschrijvers hoff int Ventgen liggende, met alle gerechticheit so den vorschreven kinderen Grevincks bie schicht und deelongh van haer zaligen moders Sophie Schaers unnd Wilhelm Wisselincx Landtschrijvers naelaetenschap und goeder ist toegevallen - naefolgender gestaldt deelongh geholden worden. Und ist Johan Wisselinck toegefallen den derdendeell vande voorschreven behuissingh schietende ahn Wilhelm Wisselincx Landtschrijvers Vaalt, mit daertoe gehoerende gerechtigheit, luidt des verdrages tuschen mehrgemelten Wilhelm Wisselinck landtschrijver unnd den kinderen Grievincks opgerichtet, die twie andere derdendeelen des vorschreven hoffs averst sijn toegefallen Henrick unnd Herman Grievinck, daer over sich deselve bestens gefallens hebben toevergelijcken. Den tins und ander beschwernisse vanden behuijsungh, sollen allersijdts nae advenant betaelt ende gedragen werden. Den hoff aengaende deselve is in drie deelen affgestoeken en affgepaelt worden met sijne aengehoerende wegen. Unnd ist Johan Wisselinck toegefallen den derdendeell schietende langs de sijden van Johan ten Berge sijnen hoff, die andere beide derdendeele dess vorschreven hoffs overst sijn Henrick und Herman Grievinck toegefallen in haere bepaelinge, unnd ist ferner veraffscheidet, dat den Wech gelijck deselve is affgesteeken en affgepaelt den contrahenten een ijder nae het sijne sall gemeen sijn, unnd soe veer eene vande Parthijen sijn aengefallen deel will frij maecken ende bepatten, sall een ijder nae het sijne hen in, vieff verdell voets vanden weeg wijcken, aengaende de graeffte langes den wech vande porte ahn bess aent sijdenstuck naest des Heeren Drosten hoff daerin sall niemant vande Parthijen vrijstaen te vischen offte korven te leggen, sunsten heeft een ijder de graeffte tegens sijn andeel toegebruicken en toegenieten. Inden middelsten kolck dess vorschreven hoffs, daerin heeft een ijder sijn derdendeel ahn sich beholden. Ende soe eenige reparatie ahn die Porte vanden Hoff offt andersins op die platsen sie gemeen sijn vorviele, daervan sall een ijder sijn derdendeell vande lasten betaelen. Hierbie ahn unnd avergewesen Claes Wibbelss undd Henrick Peterssen [Volontaire protocollen Bredevoort 1622, fol.23v-25] : Erschenen Henricus Bourman in nhamen und als Volmechtiger Berndtz Geerloffss Berndtken Grievincks eheluiden, daervan speciaell Volmacht voer Niclaes Verduin Notaris und getuigen under desselven hant und segel, in dato den lesten Novembris voerbracht, die bekande in nhamen sijner Principalen vorschreven und deren erven, voer eene walbetaelte Somma geldes, rechtes steden, ewigen und onwedderroeplicken erffkoops avergelaten und verkofft thoe hebben Herman Grievinck Gertken Heijnen eheluiden und haren erven sijner Principalen gerechte helffte vande alinge Andeelen, quoten recht und gerechticheit alss sie gehadt und Ihnen respective van haer Berntkens vader und Moeder angeerfft, omt Erff und guet Rickerdinck Inden kerspel Aelten buerschap Hoerne, und anden Kerckenslach ind'aelter Hemmel ande Camerstraet gelegen, Item van haer quota und Andeel der Renten staende ande Erffgenhamen van wijlen Claes van Weeske in sijnen leven Schepen der Stadt Wesel, und an Christiaen van Bunsberch, borger thoe Bocholdt [Volontaire protocollen Bredevoort 1626, fol.39] : Erschenen Henrick Heijnen, Herman Hillebrandtss, Herman Grevinck, Derick ten Berne, und Lubbert thoe Hengefeldt voer sich, mede voer Henrick te Welpshoff cavierende, eenss; und Johan Boessinck de olde, Johan Boessinck de Jonge, Herman Lijsen, Herman Rensinck voer sich, mede in nhamen und vanwegen Thonis Lambertss Goeden Boessinck eheluiden und Derick Sluijsken Gertken Boessincks eheluijden, daervoer sie sampt und besonder de rato cavierden, anderdeelss und presenteerden een Recess und VerdragsNottull, am 24en Februarij naestleden tusschen hun, wegen zaligen Berntkens vermaeckter Morgengaven und anderen questien und differenten opgericht, und bekanden respective voer sich, haren miternenten und haren erven, malckanderen inholdts desselven Recesses und Verdrachs entrichtet, voldaen, und contenteerdt tehebben, und hebben malckanderen reciproce voer sich, haren mitbeschrevenen und erven gequitiert und renuntijeert, malckanderen deses waerschap und Vestniss gelaefft nae Landtrechte. Sonder exception und argelist. Luijdende gemelte Verdragss Nottull van woorde thoe woorde als volgt: Op huijden den 24en Februarij 1629 hebben die Erffgenamen van zaligen Berntken Heijnen mit Herman Hillebrandtss und desselven adherenten, Erffgenamen van zaligen Henrick Heijnen und anderen mitconsorten allen achterstandt des Inventarij van zaligen Berntken Heijnen Nalatenschap, als mede die affrekeningen in Anno 1624 tusschen Parthien 181
182 geholden, geklaert und alles tegen een geliquideeert, so dat bevonden is, Herman Hillebrandtss und Consorten an die Erffgenamen van zaligen Berntken Heijnen, die Somma van DrieundVijfftich daler, twintichstenhalven stuver schuldich und plichtich tesijn, Belovende angemelte Summa van Pennongen tegens Mitfasten aenstaende in eene onverdeelde Summa toebetalen Annemende die Vijffundsoeventich daler an Warner Eppinck und andere inden Verdrage Anno Eenduijsent Sesshundert Vierund twintich opgericht specifierde Schuldt und Wedderschuldt /: Uthgesondert Vijffund soeventich daler van Johan Lammerss, so die Erffgenamen van zaligen Berntken Heijnen op sich genomen : Bekanden demnegst die Erffgenamen van zaligen Berntken Heijnen dat sie naestleden Saterdach den 21. deses van wegen die Morgengave, so zaligen Heijnen an haren Eheman Johan Lohmans constitueert hefft, und saligen Henrick Heijnen und Consorten an sich gebracht, verdragen sijn, belovenden tegens Mitvasten anden Erffgenamen Heijnen und Consorten vorschreven thoe betalen, ingevolge dat vorschreven Verdrages die Summa van Vijffhondert Carolus guldens, Sijnde voer die Pensioen opte Morgengave verschenen teniete gedaen en seecker Decretum moderationis in dato den 25 Julij 1626 ter Summen van Soevenundvijfftich daler, Eenundtwintich stuver, Acht pennongen. Und belooffden voorts Parthien, die eene an den anderen, tegens betalinge te quitieren, Updracht und Vertichniss tedoen nae Landtrechte. Allet sonder bedrogh, gefehrde und argelist. Hierbij an und avergewesen Johan Boessinck die Olde, Johan Boessinck die Junge, Herman Lijsen, und Herman Rensinck, Godele Boessinck und Gertken Boessinck an eener; an die ander sijde Henrick Heijnen, Herman Hillebrandtss, Derick ten Berne, Lubbert thoe Hengefeldt, Henrick Schulte Welpesshoff, Lenhardt van Elvervelt Voogt tot Aelten, und meer andere, so desen Verdragh respective underschreven und underhantteijckent [Volontaire protocollen Bredevoort 1629, fol.18-19v] : Herman Grievink, 2 schorstien, 1 backoven daerin in eenige jaren niet gebacken [Archief Drost en Geërfden Bredevoort nr.171; : Henrick Hellebrants, impetrant, en Herman Grevinck, gedaagde. De impetrant concludeert dat de gedaagde zijn handen van het leengoed Groot Heijnen in het kerspel Aalten moet aftrekken. Het hof wijst de eis toe toe [Hof van Gelre en Zutphen; Civiel sententieboek,nr.4884] : Gissbert Grevink voor zichzelf, en Henrick Heijnen en Lubbert Brussen als angeborener mumbaren van Fijken Grievinck, Gijsberts zuster, nagelatene kinderen van zal. Herman Grievinck en Gertken Heijnen, hebben verkocht aan luitenant Hans Hendrich Moch en Clara Kertzemaker hun ouderlijk huis binnen Bredevoort op de Olden Wal, tussen het huis van Bernt Mensinck en dat van de landschrijver Jan Wisselinck, waaraan het vast zit [Volontaire protocollen Bredevoort , fol. 32] Hendrik ten Brincke, provisor van de armen te Aalten in 1645, ouderling van 1646 tot 1648, overleden voor 11 maart 1648, trouwt voor 26 mei 1619 met Enneken Snijders, dr. van Henrick Snijders en Geesken Slickermans, trouwt (1) met Berndt Huninck : Henrick te Hengevelt en Griete Peerbooms Stienrots, alsmede Herman toe Hengevelt en Geessken Rijkels, hebben verkocht aan Henrick ten Brincke en Enneken, en aan Herman Huijninck en Agnes Smitz, het vrij gebruik om plaggen te vueren ende brengen recht over kleine Kempinck, so Kappert und Brethouwer gebruijken, voorbehouden dat de kopers sullen mijden van Verkoeperen kleine Kempinck tott op de derde sichtvrede inclusive, alwaer die Coeperen off desselffs bowluijde niet sullen mogen plaggen meijen, om vorder offt compstigen onheil te vermijden, so mit toedoens des heckens als anderszins [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.76] : Herman Snijders genant Liefferdinck, voor zichzelf en als gevolmachtigde van zijn vrouw Catharinen Gaerdts (volmacht voor de schepenen van de stad Cranenburgh) verkoopt aan zijn zwager en zuster Henrich ten Brincke en Enneken Snijders zijn halve aangeërfde kamp, de Snijders Camp, op de Aelter Esch, waarvan Jan Garwins de andere helft heeft, waaruit tienden 182
183 voor de Ahof [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.72]. 1647: Henrick ten Brincke huis op 15 dlr, den uitgangk afgetrocken, blijft ; in den Esch 2 sch. gesaeis thientbaer an den Hof to Ahave 4-3 -; op Smeenck 3 mdr, d'uitganck afgetr. blijft ; an weidegront en Inslagh 51/2 sch. en 2 sp ; hofgront 6-0 -; op t'grootenhuis 1 1/2 sch. nieu angegraven lant 3-2 -; een halve coppele van 1 1/2 voederhoeij, den uitganck afgetrocken, blijft 6-1 -; camer, achterhuis en solder, voor 5 dlr [Verponding Aalten 1647; Afschrift Kreijnck] Henrick Gerritsz de Cruijff, trouwt met Gerritgen Rijcx, dr. van Rijck Cornelisz en Claesgen Dirkxs, overleden voor 9 januari 1630, trouwt (1) met Jorden Teunis. Het wapen van de familie de Cruyff is doorsneden, bestaand uit 3 rechtopstaande degens boven en een hazewindhond beneden. Dit wapen wordt ook gevoerd door de geslachten van Blootenburg en van Rossum, spruitend uit broers van Gerritgen Rijcx : Geertgen Rijcx en haar broers Cornelis, Jan, Gerrit en Claes worden door hun zuster Emmitghen Rijcx, getrouwd met Rutger Henricks, wonend te Amersfoort, benoemd tot universele erfgenamen. Geertgen zal ook de 7½ morgen land krijgen die Emmitghen gemeen heeft met haar broer Gerrit, gelegen op Eeckeris onder Woudenberg, op voorwaarde dat Geertgen en haar man het land niet verkopen en het land t.z.t. weer op haar broers kan vererven. Verder krijgt Geertgen al haar kleren en kleinoden tot haar lijf behorend, die haar man bij haar overleden direct aan Geertgen moet overdragen [ONA Amersfoort, not. J. van Ingen, AT 002a001 fol.8v-9; NL vol.54, p.208] : Barent Tonisz, Willem Tonisz de jonge en Henrick Cruijff, getrouwd met Gerritge Ricxs, verkopen aan hun broer en zwager Willem Teunisz den ouden hun erfdeel in een erfje te Maarn, met huis, hofstede en uitslag, hun nagelaten door hun vader Tonis Jordensz, gebruikt door Barent Dircxsz [Gerecht Leusden; inv.nr fol.85v] : Inventaris en boedel wordt opgemaakt door Henrick Cruyff, weduwnaar van Gerritgen Rijcx. Onder haar goederen bevinden zich een kamp lands, 2 morgen groot, in Klein Ringelpoel onder Woudenberg, een kamp land van 1½ morgen onder Woudenberg en de helft van een huis en hof in het dorp Woudenberg. Er is een zoon Gerrit Henricks de Cruyff en er zijn twee dochters uit een eerder huwelijk met Jorden Teunis [ONA Amersfoort, not. Mol; NL 1936 p.247.] Jan Jans Westenengh, zn. van Jan Wolters en Anna Jans, schepen te Doorn tussen 1633 en 1649, overleden voor 31 mei 1651, trouwt met Maria Jacobs : Henrick Jansz x Evertgen Janssen bekomen overdracht na transport door hun zwager Steven Henricks, mede voor zijn vrouw Woltergen Janssen, van een vierde part van een herenoed te Barneveld. Op krijgen zij transport na overdracht door zijn broer en schoonzus Jan Janszdr x Marichgen Jacobsdr van hun deel van het herengoed Op krijgt hij opruukking in naam en vanwege zijn broer Evert Janss die innocent is [Herengoederen Veluwe dl.1; zie ook Henk van Woudenberg (2015), Westenengh] : Alidt van Beest, weduwe van Bruno Verdoes, in leven chirurgijn, wonend te Utrecht, constitueert Jan Gijsberts Haerman, te Driebergen, tot transport ten behoeve van Maria Jacobsdochter, weduwe van Jan Janss van Westenengh en haar kinderen van erf en goed den Heuvell met huis c.a. onder Maarn, 4 morgen weiland in de Marense gemeente, heetveld in de Birrick en 't Veen onder Maarn en een kamp land onder Woudenberg [ONA Utrecht; not. Van Vechten; inv.nr.u031a004, akte 87] Reyer Willems van Butseler, zn. van Willem Reijers van Butseler en Merie Willems Schuerman, overleden voor 27 mei
184 : Reyer Willems van Butseler wordt beleend met de helft van het herengoed d'olde Horingh [Heerengoederen op de Veluwe; Gens Nostra 1990, p.83] : Reyer Willems van Butseler wordt beleend met de helft van het 'vrijheerengoet' te Meulunteren. De wederhelft van dit goed was in november 1621 overgedragen aan zijn broer Willem. Reyer doet oprukking in mei In mei 1637 krijgt zijn zoon investituur [Herengoederen op de Veluwe; Gens Nostra 1990, p.83] Gijsbert Hermens van Lambalgen, zn. van Hermen Thijmensz, geboren te Scherpenzeel rond 1589, landbouwer op Lambalgen, ondertrouwt te Scherpenzeel op 14 maart 1613, trouwt te Scherpenzeel op 30 januari 1614 met Weimgen Jans van Landaes, dr. van Jan Gerritsen van Landaes, geboren rond Dirk van de Lageweij, geboren rond 1615, landbouwer, overleden voor 1696, trouwt met Merritje, geboren rond 1619, overleden na Cornelis Faesz, zn. van Faes Evertsen, landbouwer op Selder onder Renswoude, trouwt te Renswoude in 1648 met Teuntje Peters, dr. van Peter Meeuws : Gerrit Aertsen verklaart dat hij f 2-10 zal betalen aan Cornelis Faesz voor geleverde schapen [R.A. Scherpenzeel 2, fol.232; Vereniging Oud Scherpenzeel] Saar Adriaensz, overleden na 1629, trouwt met Aeltje : Saer Adriaenszn en Jan Ariaensz zijn getuigen van Geertgen Jansdr, bij haar huwelijkscontract met Jan Aertsz [ONA Amersfoort; not. Van Ingen, AT 002b001, akte 334] : Saer Adriaensz, wonend te Darthuizen; Dirck Saren en Aert Gerritsz voor henzelf en voor hun mede-erfgenamen, verkopen aan Doctor Cornelius Benignus SIllingh en zijn erven 3 morgen bouwland in de Vrijheid van de stad, vanaf de Isselsesteeg tot aan de Vlasakkers [Transportregisters Amersfoort ] : Saer Adriaensz, ziek te bedde liggend, wonend te Amersfoort, maakt een testament. Hij vermaakt al zijn bezittingen aan Dirck, Jan, Ariaen en Peter Saren, zijn zonen, en aan Aeltgen, Burrichgen, Henrickgen en Jannichgen Saren, zijn dochters, en bij overlijden van één van hen, aan diens geboorte, allen bij gelijke portie. Uitgezonderd dat Dirck Saren, zijn oudste zoon, voor zijn voordeel, 100 gulden zal genieten. Gedaan ter woonplaats van Dirck Saren in de Utrechtsestraat. [ONA Amersfoort, not. J. van Ingen, AT002a003 fol.112v] Jan Peters van Zuylen, zn. van Peter Jansz en Anna Aert Janszdr de With, wonend op huis ten Engh te Vleuten, overleden voor 25 februari 1654, trouwt met Neeltgen Goyertsdr, dr. van Goyert Jansz en Cunera Claesdr, overleden na : Jan Peeters van Suylen, getrouwd met Neeltgen Goyerts, te Vleuten; Jan Everts Buys, getrouwd met Neeltgen Goyers de jonge, te Vleuten; leveren een kwitantie aan Cornelis Jans Splint, weduwnaar van hun zuster Sophia Goyers, aen St. Martensdyck [HUA; not. G. Houtman; inv.nr. U022a013, akte 28] : De mede-erven van Maychgen Peters van Suylen, in leven geh. met Jacob Huybertss Helmich, te weten haar broer Jan Peeterss van Suylen, de onmondige kinderen van wijlen haar broers Anthonis Peeterss van Suylen en Cornelis Peeterss van Suylen, Jacon Jans Schinckell, getrouwd met Lutgen Peters van Suylen, de kinderen van Cunera Peeters van Suylen en Jacob Meyns, constitueren hun mede-erfgenamen Harman Peters van Suyelen en Dirck Peters van 184
185 Suylen tot verkoop en transport van huis en stalling aan de Voorstraat omtrent het Bonte Peert, de kamere by Tolsteeg op stadsgrond gelegen en de helft in huis en erf aan de Neude, gemeen met Jacob Huybertss Helmich; met procuratie door lastgevers en gemachtigden op Johan Saell, Beernt van Sutphen en Justus van Ewyck, allen advocaat hof van Utrecht, om tot een oplossing te komen over de geschillen tussen hen en een loting der nagelaten goederen van hun zuster en tante te doen formeren [HUA; not. G. Houtman; inv.nr. U022a019, akte 164] : De kinderen, kindskinderen en erven van Jan Peterss van Suylen: Claes Jans van Suylen te Schonauwen, Claes Jans van Suylen te Houten, Jan Cornelis van Ysendoorn, smid te Houten, getrouwd met Lambartgen Jans van Suylen, Peter Henricxss van Lintschoten te Houten, getrouwd met Jannichgen Jans van Suylen, Adriaen Jans van Suylen, Goyert Jans van Suylen, Cunera Jans van Suylen, en het onmondige kind van wijlen Peter Jans van Suylen, geven procuratie aan Neeltgen Goyertsdochter (hun moeder en grootmoeder) om hun aandeel in de erfenis van Cornelis Aerts de With, woonachtig geweest in de Weerd, te aanvaarden en met Adriaen Willemss van der Schoor, gehuwd met Petertgen Joosten, als enige erfgenaam ex testamento van Aertgen Gysberts van de Vliedt, in leven weduwe van Cornelis Aerts de With, te komen tot scheiding van de boedel, goederen te verkopen en gelden te ontvangen. Wijlen Jan Peterss van Suylen is woonachtig geweest op de Engh; Peter Janss van Suylen was in leven smid buiten de Catharynepoort. De erven van Jan Peterss van Suylen en de mede-erven van Dirck Peterss van Suylen en Harmen Peterss van Suylen, zijn met wijlen Jan Peterss van Suylen medeerven van Cornelis Aertss de With [HUA; not. C. van Vechten; inv.nr. U031a006, akte17] : Testament Neeltgen Goyertsdr, weduwe van Jan Peterss van Suylen, wonend te Vleuten. Erfgenamen zijn haar kinderen en kleinkinderen, Claes Janss den ouden, Adriaen Janss, Goyert Janss, Lambertgen Jans van Suylen, Jannichien Jans van Suylen, Cuyntgen Jans van Suylen, Metgen Peters, dochter van wijlen Peter Jans van Suylen (zoon) en Maychien Cornelis van Isendoorn, nu gehuwd met Gerrit van Wijck [HUA; not. J. van Aelst, akte 46] Jan Brantsz Volkert Rijcks, zn. van Rijck Volckensz, timmerman, trouwt met Ikke. 1639: Volcken Rijcks, Gerrit Volkens en Conradt Hurich repareren in opdracht van het Domkapittel het huis waar Jan Cleijnen in woont, voor 255 gulden; op worden hiervoor 1300 halve bakstenen aangevoerd [HUA; Dom /b; Van Schaik en Van Schaik (2008), Overlangbroek op de kaart gezet, p.258]. 1656: Noch Joost voorsz [van Hardenbroeck] x mergen Landts bruijct Volcken Rijcxsz t's'jaers om x Outst [Blaffaard Hardenbroek]. 1685: Folckert Rijcx was voorheen bruiker van 8 morgen te Nederlangbroek, in eigendom van de Heeren van St. Jan te Utrecht. Eigendom blijft. Ook gebruikte hij 6 morgen van Jan van Oostrum, 2 morgen van de zusters van St. Nicolaij en 4 morgen van de vier cloosters [HUA; Manualen van de ontvangst van het oudschildgeld; Nederkwartier nr.1679] Rutger Maesz Robert, zn. van Maes Pelen Robert, overleden voor 17 december 1632, ondertrouwt te Amersfoort op 18 augustus 1619, trouwt te Amersfoort op 7 september 1619 met Eva Jans van Gelder, dr. van Johan Jansz van Gelder en Grietien Cornelis, belijdenis te Amersfoort op 17 maart 1630, overleden voor 28 augustus 1654, trouwt (2) te Amersfoort op 8 februari 1635 met Wolter van der Veen : Joost Gerritsz e.a, samen erfgenamen van Johan van Dompselaar, verkopen aan Eva Jans van Gelder, weduwe van Rutger Maesz, een huis, hof en hofstede gelegen aan de Langestraat op de hoek van de Krommestraat, aan de ene zijde Mathijs Broenisz, aan de ander zijde de gemene straat op laste van 200 gulden kapitaal, competerende Brandt Aertsz van Slichtenhorst tot 185
186 Nijkerk; item 150 gulden competerende het Oude Mannenhuis tot Harderwijk [Transportregisters Amersfoort ] : Copie van een testament van Eva Jans van Gelder, weduwe van Rutger Maesz Robert. Omdat zij voor de tweede maal zal huwen, verklaart zij, om redenen haar moverende, dat zij aan haar drie kinderen uit haar eerste huwelijk ieder carolus guldens schenkt uit haar goederen, met handen van Johan de Ridder (oud-schepen dezer stad; haar gecoren momber) door hen te genieten wanneer zij huwen "met mijn en mijn naaste vrunden raedt". Dit boven hetgeen zij uit hun vaders goed hebben gekregen. Indien enige van deze voorkinderen overlijden zonder echte geboorte na te laten zal hun deel uit de guldens vererven op de langstlevende van de andere twee en op de nakinderen die testatrice nog mocht krijgen. Indien alle voor- en nakinderen overlijden zonder nalatende echte geboorte, zullen deze guldens weer naar haar teruggaan of vererven op de naaste van haar zijde. Voornoemde gift gaat naar Johan van Gelder de oude, als bestevader van voornoemde kinderen, in hun naam en ten behoeve van hen, met zijn accoord. Getekend te Amersfoort den ouden stijl en was ondertekend "Jefgen Jans van Gelder, gemerct aldus [ ], daerbij stont gemerct bij Johan van Gelder de oude, noch ondertekent Johan de Ridder, presente met mr. J. van Ingen, notaris en was geconverteert met 't cleyne segel van de Ed. Mog. Heeren Staten 's lands van Utrecht A. Booth" [ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT 002a003, fol ] : De kinderen van Eva Jans van Gelder moeten op aantonen met een notariële akte of de weeskamer is uitgesloten [Weeskamer Amersfoort; toegangsnr.39; inv.nr.177] : Cornelis van Bemmel en Jan van Omme, mede namens hun vrouwen, Aeltgen Rutgers, wed. Elias Bres, geassisteerd door voornoemde Cornelis van Bemmel, Rijck Rutgersz Brouwer, raad van Amersfoort en zijn vrouw Sophia Flijnckers, kinderen van Eva Jans van Gelder, laatst wed. van Wouter van Veen, verkopen aan Cornelis Moijart, koopman te Amersfoort en zijn vrouw een hofstede met ca. 28 morgen land, onder Leusden, belast met 1000 gulden door Rijck Rutgersz gevestigd op het vierde deel van de hofstede t.b.v. diverse personen [Gerecht Leusden; inv.nr fol.77v] Henrick Peelen, zn. van Peel Reijners en Geertgen Melis, j.m. van Nijkerk, olieslager, begraven te Amersfoort op 14 december 1636, ondertrouwt te Nijkerk op 9 augustus 1612 met Clara Cornelis, dr. van Cornelis Gerrits en Marrichgen Cornelis Veenen, j.d. van Amersfoort, begraven te Amersfoort op 23 juni : Henrick Peelen, olieslager en zijn vrouw Clara Cornelisz voor 5/8 deel, Helmig Cornelisz en zijn vrouw Jannitgen Willems voor 2/8 deel en Helmich Willems, brouwer, en zijn vrouw Neeltgen Cornelis voor het resterende achtste deel verkopen aan Gerrit Henriksz een huis en hof op 't Havik, gelegen tussen de weduwe van Peter Woutersz van Lockhorst en Harman Roelofsz, op een last van 50 gulden hoofdsom t.b.v. Jannitgen de voornoemde weduwe van Peter Woutersz [Transportregister Amersfoort ] Willem Aertsz Roelens, zn. van Aert Roelen en Truda Pieters, kaarsenmaker, wonend in de Keerskorff op de Camp, overleden in maart 1625, ondertrouwt te Amersfoort op 17 januari 1600, trouwt te Amersfoort op 24 januari 1600 met Grietgen Christiaens van Hoogstraten, dr. van Christiaen Jansz van Hoogstraten en Rutgen Breunis, gedoopt te Amersfoort op 22 september 1579 (get: Jan Claessen Brouwer, Tuentgen Peters, Geertgen Bruenis), overleden in maart : Maria, weduwe van [..erts] Schults, e.a, verkopen aan Willem Aertsz en Margriet zijn vrouw 4 kamertjes in de St. Jansstraat achter de prince [Transportregisters Amersfoort ] : Willem Aerts, keersenmaker en Grietgen zijn huisvrouw verkopen aan Reijer Loochsz Taets, en Aeltgen zijn huisvrouw een huis, schuur, berg, hof en stege staande in de Hellestraat, 186
187 met aan de eene zijde Camphert Henricsz en aan de andere zijde Jan Cornelisz; op last van vijftig stuiver en 8 pennignen jaarlijks competerende St. Peters Gasthuis. Op dezelfde dag lenen Reijer Loochsz Taets en Aeltgen van Willem Aertsz, keersenmaker en Margareta een jaarlijkse losrente van 12 gulden, thien stuiver over een hoofdsom van 200 gulden, waarvoor het huis als onderpand dient. In de marge staat dat WIllem Aertsz bekent dat de hoofdsom in deze plecht gelost en voldaan is door Cornelis Reijersz, op [Transportregisters Amersfoort ] : Reijer Reijersz, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Neeltgen zijn husivrouw, heeft getransporteerd t.b.v. Willem Aertsz en Margaretha zijn huisvrouw een schuur met de hof en hofstede gelegen aan de wal bij de St. Anna landerijen [Transportregisters Amersfoort ] : Jacob van Schaijck, als kerkmeester vande St. Joriskerk alhier, heeft gepasseerd t.b.v. Wilem Aertsz, keersemaecker en de Margareta zijn huisvrouw twee delen van vijer margen lants gelegen tussen de Leusder- en de Woombergerwech en waarvan de andere delen de voornoemde Willem Aertsz competeren [Transportregisters Amersfoort ] : De erfgenamen van Thonis Cornelisz verkopen aan Willem Aertsz, kaarsenmaker, een stuk land in de Woesteijgen, waarop een last van 135 gulden rust t.b.v. Dirck van Crachtwijck; het land is tiendvrij [Transportregisters Amersfoort ] : Inventaris van de nalatenschap van zal. Willem Aertsz en Grietgen Christiaens, door Volcken Cornelisz en Lambert Broenisz als naaste bloedmombers van de nagelaten kinderen. De staat van de boedel bestond ten tijde van het overlijden in maart 1625 uit de volgende onroerende goederen: 'Een huijsinge, hoff en hoffstede staende op de Camp ende streckende van voor tot achter inde Soeck ofte Pothstraet toe' ; 'twee camerkens in St. Jansstraet alhier after d'prins staende' ; 'eenighe hoven tot een bomgaert gemaeckt met een berchschuijr ende berch ende een huijs aende wall bij St. Anna een hooffken daeraen ende een huijs met een hooffken bij Robbert Franchois wed nu bewoont ende noch twee nijewe kamers inde Soeck ofte Pothstraet'; een stuk land in de West[ ]; 4 morgen land tussen de Leusder en Woudenberger wegen buiten de Slijkpoort ; 'twee cameren in St.Jans straet' ; een vierendeel van een hoeve land op de Amersfoorder Enghe te Isselt, zijnde een leengoed van Isselt; een stuk land op de Hoogen Engh en een hoeffslaechgen daarbij; nog een akker land. Daarnaast is er voor 450 gulden aan rentebrieven. In de boedel bevinden zich ook verschillende brieven en munimenten, waaronder een transportbrief van het huis op de Camp van , een leenbrief van de hoeve land op Isselt van , gekocht , 'd'hijlicxvoorwaerden gess in franchijn opgericht tusschen Willem Aertsz ende Grietgen Cristiaens zijn huijsfr gedat den 16 Ja.rij 1600', een testament van de overledenen voor Jacob van Bitterschoten gemaakt , huwelijksbrieven tussen Christiaen Janss van Hoochstraten en Rutgen Corstensdr van , een rekening van Willem Aerts over de ontvangst en uitgaven van de goederen van Jan Aertsz zijn broeder. Aan gereed geld bevond zich in het sterfhuis 405 gld. Verder zijn verkocht 4 koeien voor 160 gld, 8 koeien voor 336 gld, een vaars voor 20 gld en 90 immen voor gld en 33 immen voor 38 gld, de rapen op het land voor de Slijkpoort voor 135 gld, voor 238 gld aan rogge, 11 vaten honing voor 427 gld, 2 last en 1½ schepel garsten voor , en nog een last [ ] voor gld. Aan inschulden (o.a. van de koop van was) en verlopen pachten en renten is er ongeveer 585 gld. De kleren van Willem Aertsz bestaan uit 2 zwarte mantels, een 'swart lakens wambuis met kersaije mouwen', 'twee swarte lakense bocxen', een hoed, 11 paar 'swarte gebreijde hoosen', 1 paar 'kerseije hoosen', 17 hemden, 11 kragen, 7 beffen. De kleren van Grietgen Cristiaens bestaan uit 2 heucken, een oude heucke, een lakense vlieger, 3 'rocken een versette en 2 swarte lakense', een fluwelen borst, 2 lakense borsten, 3 mantelkes, 17 hemden, 15 halsdoeken, 17 doeckhuijven, 1 'paertse schorteldoek'. Aan juwelen zijn er 4 gouden ringen, een zilveren schaal, een zilveren beker, een zilveren lepel, en een zilveren lepelken. De huisraad bestaat uit 27 schone beddelakens, nog 9 beddelakens, 38 oorkussenbladen, 3 hoofdelakens, 10 pelle tafellakens, 14 servetten, 100 ellen tot servetten, 20 ellen breed cruijsbeelt, 5 bedden 'oudt en nije', 2 groene dekens, 3 oude dekens, 12 hoofdkussen, 5 hoofdpeluwen, 3 beddekleden, 6 stoelkussens van groen laken, tin (42 tinnen schotels 'groot en cleijn', 5 wijnkannen, 2 botter coppen, 1 mosterdpot, 3 sleepen, 2 waterpotten, 2 dozijn lepelen, 1 lamp, 12 telliuren, 23 koppen en kannen, 1 pijp kanneken, 3 187
188 zoutvaten, 2 boterschalen), 16 stenen kannen met tinnen leden, koper en blik (1 becken met een roos, 1 stulp, 1 oude stulp, 2 'narnen en cranssen', 1 koperen schup, 1 bedpan, 3 pijpen, 8 houtblaeckertgens, 2 koperen snuiters, 1 belblaker, 1 vijseltgen, 9 kandelaars groot en klein, 3 hangblakers, 1 koperen waterpot, 1 komfoor, 1 aeckertgen, 1 plaat, 1 'potken aende bedstede', 1 tang met koper, 8 koperen potten, 1 metalen pan, 10 koperen deksels 'soo root als geel coper', 3 grote rode koperen ketels, een grote aecker, 1 schouderketel, 1 vleesketel, 1 aecker, 2 rode koperen ketelkens, 2 koperen scheppers, 3 koperen lepelen, 2 schuimspanen, 1 koperen doorslag, 1 koperen lantaarn, 2 blikken doorslagen, 1 blikken nemmerken, 1 blikken tonneke), ijzer (2 brandijzers, 1 oude halen, 2 hangijzers, 3 roosters, 3 [ ]uthengels, 1 tang en asschup, 1 'ijser om den heert'), houtwerk (1 kleerkast, 1 halff kasken, 1 bedstede in de benedenkamer, 1 bedstede in de bovenkamer, 1 eiken tafel, 1 vierkant toeslaand tafeltje, 1 ronde tafel, 3 eiken schabellen, 1 vuren schabelle, 1 turfton, 1 mantelstock, 1 setelstoel, 8 mansstoelen, 6 vrouwenstoelen, 1 moses, 1 Coninck van Engelant, 2 cristelijne spiegels). In de neringe bevinden zich een zekere kwantiteit van smeer, enige kerfstokken 'ende alsoot selve dagelijcx verandert sal daer van reeckeningh gemaeckt worden bij separatie des boedels'. Er zijn voor ongeveer 3035 aan uitschulden (o.a. obligaties, honing, arbeidsloon) en voor 67 gld aan doodschulden (o.a. voor het openen van de graven, het luiden van de grote klok, doodskisten en 'noch van bidden ende hoeijkensgelt ende broederschappen, dragers ende d'potman) [Weeskamer Amersfoort; AE toegangsnr.39; inv.nr.171, nr.13] : Volcken Cornelisz. en Lambert Broenisz, borgers en inwoonders van Amersfoort, zijn de naaste bloedmombers over de minderjarige en onmundige kinderen van Willem Aerts. en zijn vrouw Grietgen Christiaens. Zij machtigen Rutgen, de dochter van Willem Aertss. voornoemd, om de penningen te vorderen van Aert Janss, die woont tot Alckmaer, die de onmundigen inzake gehaalde waren en schepenkennisse of vestiture te goed hadden [ONA Amersfoort, Notaris J. van Ingen AT002 a002 folio 506 R] : Dirck Henricksz ende zijn vrouw Rutgen Willems, voor hunzelf en Dirk Henricksz als momber over de onmondige kinderen van Willem Aertsz en zijn vrouw Grietgen Christiaens, geassisteerd met de heren weeshuizen als oppervoogd over alle onmondigen en hebben getransporteerd aan Jan Jansz, Rutger Cornelisz en zijn vrouw, een huis met de boomgaard daarachter gelegen, staande aan de wal bij St.Anna en strekkende de boomgaard tot achteraan de Pothstraat, met aan de ene zijde Gerrit Aertsz, zijdelakenkoper, en aan de andere zijde mr. Peter Jansz, chirurgijn; op laste van 1 gulden, van xx stuiver, jaarlijks de kapel van O.L.Vrouwe competerende, volgens de brieven daarvan zijnde. Mitsgaders Volker Cornelisz en Mathijs Broenisz, mombers over de onmondige kinderen ten enen en de ontvangers van dezen dd 15 maart 1629; en bekende Dirck Henricksz en Rutger Willemsz van de beloofde kooppeningen ten volle betaald te zijn [Transportregisters Amersfoort ] : Dirck Henricus en zijn vrouw Rutger Willemsdochter, voor een vierde part, de heren weesmeesteren voor wijlen Matthijs Broenisz en Volckgen Cornelis, gewezen mombers van de onmondige kinderen van wijlen Willem Aertsz, keersemaecker en zijn vrouw Grietgen Christiaensz, voor drievierde part verkopen aan Peter Gijsbertsz. Bonert en zijn vrouw Henrickgen Adriaens 2 morgen land gelegen in de Hooge Engh en een hoeftslaehgen van ongeveer 11 morgen groot, gelegen in de Amersfoorder Engh [Transportregisters Amersfoort ] : Dirck Henricxz, kaarsenmaker, en Rutgen Willems zijn vrouw; Cornelis Henricxz en Teuntgen Willems zijn vrouw voor henzelf; Frans Aeres als man en voogd van Judith Willems mede voor hemzelf; allen voor Judith Willems en voor Christiaen Willemsz hun broer en schoonbroer, samen erven van zaliger Willem Aertsz, kaarsenmaker en Grietgen Christiaens, hun ouders en schoonouders, verkopen aan Andries de Graeff en zijn erven, een perceel land van omtrent 5 morgen buiten de Arnhemsepoort omtrent het Colffveer, met voor de Woestijgerweg en achter de Leusderweg [Transportregister Amersfoort ] : Rutgen Willems, weduwe en boedelharster van Dirck Henricksz, Judith Willems (volgens procuratie gepasseerd voor burgmeester en schepenen en raden der stad Deventer), vrouw van Peel Henricksz van Veenhuijsen, voor haarzelf en als gemachtigde van Peel Henricksz 188
189 van Veenhuijsen, Cornelis van Veenhuijsen, majoor dezer stad Amersfoort en zijn vrouw Theijntgen Willems, tezamen kinderen van Willem Aertsz, verkopen aan Lambert Jacobsz een huis, hof en hofstede aan de Pothstraat, met aan de oostzijde de erfgenamen van SImon van Oosterhoff en aan de westzijde en noordzijde Jan Janss Bleijcker; op een last van 16 stuivers toekomende aan de Lieve Vrouwenkapel [Transportregisters Amersfoort ] = 3276 Volkert Rijcks, trouwt met = 3277 Ikke Jan Pelgroms van Velpen, zn. van Pelgrim Jansz van Velpen en Machteltje, kerkmeester te Doorn in 1631, schepen te Doorn tussen 1631 en 1636, overleden voor 20 maart 1646, trouwt met Anna Jansdr : Jan Martensz, wonend te Doorn, geeft over aan Annichgen Jans wede van za: Jan Pelgromsz sijne landtvrouwe 'twee keurmergen koorn soo van Rogge als boeckweijt bij hem compt alrede te velde gebrocht' [Dorpsgerecht Doorn; inv.nr.527] : Teunis Jansz soone Evert Andriesz ende Herman Christiaensz swaegers van Jan Cornelisz Bellaert, haer sterckmaeckende ende derato caverende voorden selven haren vader, hebben getransporteerd aan Anna Jans wede van za: Jan Pelgrumsz een huijsinge hoffstede ende ontrent een mergen landts staende ende gelegen in desen gerechte, streckende vanden Heeren wech tot het middelpadt toe [Dorpsgerecht Doorn; inv.nr.527] Cornelis Hendrikse van Donselaar, geboren te Barneveld, schipper, burger te Wijk bij Duurstede op 27 december : Cornelis Hendricsoon van Dompselaer, geboren in Barneveld, wordt ingeschreven in het burgerboek van Wijk bij Duurstede Baltus Jansen de Heus, zn. van Jan de Heus en Margaretha Petersdr, landbouwer, overleden voor 9 oktober 1662, trouwt (2) te Zoelen op 28 december 1634 met Hilleken Woutersdr, overleden te Erichem rond 1660, trouwt (1) met Beertjen Dircksen. 1649: Stukken betreffende het verzoek van Balthes de Heus, Theunis Balthess, Willem de Kemp en Cornelis Blom aan de drossaard en de magistraat van Buren om de door de verdeling bij verloting van de meent van Erichem naar aanleiding van de laatste tienjaarlijkse verdeling, voor hen nadelig uitgevallen toestand te willen opheffen [Oud Archief Buren; Archief van de geërfden van de meent te Erichem, nr.745] Frans Hendricksen van Overeem, zn. van Hendrick Andriessen van Overeemdt, geboren te Renswoude rond 1537, landbouwer op Klein Rumelaar, overleden te Woudenberg voor 1599, trouwt met Dirckje Fransen, dr. van Frans Hendricksz, overleden voor Frans Adriaansen van Triest, zn. van Adriaen van Triest, geboren rond 1560, herbergier in de Voorstraat in Woudenberg, substituut-schout te Woudenberg in 1584, schout te Woudenberg tussen 1588 en 1635, overleden te Woudenberg voor 18 april 1652, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met Jannigje Fransen van Ravesloot, dr. van Frans Jansen van Ravesloot, geboren rond 1565, overleden rond
190 : Frans Adriaensz van Triest, substituut scholt en herbergier tot Woudenberch, constitueert Cock [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten]. 1588: Frans van Triest is erfgenaam van zijn vader Adriaan. Hij bedient dan al enige tijd het schoutambt van Woudenberg [Arch Hof van Utrecht 188, dl.13, behandeld ] : Henrickgen Thonis, weduwe van Wouter Beerntsz, met Rijck van Diest haar gekozen momber, verkoopt aan Frans van Trijst, scholtus tot Woudenberg, zekere lijfrentebrieven sprekende op deze stad d'eene van vijftig gulden jaarlijks van 28 juni 1590, d'andere van twaalf gulden theijn stuiver jaarlijks van 26 juni 1595 [ ], ende dit in voldoeninge van seeckere borchtocht van 150 gld. die de voornoemde Frans van Triest van haar heeft gepresteert waervan zij d'voornoemde hare borge belooft hadde [Transportregisters Amersfoort ] : François van Triest; scholtus te Woudenberch, had zich borg gesteld voor zijn zwager, Rijck van Diest, oud-borgemeester van Amersfoort, voor de ontvangst van de Impost door Van Diest. Rijck Jacobzn, doelemeester, en Jacques Lhermite, zijn zwagers, hadden beloofd de comparant te vrijen en indemneren van voornoemde borgtocht [ ][ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT 002a003 fol v] : Frans van Trijest, scholt tot Woudenberch en Jannichgen Fransdr. zijn huysvrouw, die ziek te bedde ligt, testeren. Zij revoceren alle voorgaande testamenten, in het bijzonder die zij gemaakt hebben op voor notaris Gerrit Kuijff te Utrecht. Zij vermaken aan de kinderen van hun overleden zoon, Anthonis van Triest, boven hetgeen hun zoon ten huwelijk ontvangen en daarbuiten nog gehad heeft, "het huys met 2 hofsteden, staende ende gelegen a/d Noordzijde van de Voorstraat tot Woudenberch, [ ], bij Reyer Huijgen bewoont, gelegen zijn, daerbij deselve kinderen van haerluyder overleden zoon mede sullen genieten die 6 schaer weijens op de Meent en de verdere gerechtigheid daeraan behorende, met al hetgeen daar verder aard en nagelvast en daerop is, so wel schuyr als andersints, daer van d'eene hofstede, daer de steenen camer op staat, is 't thijns en thijendt vrij, noch maeckten zij de voorn. kinderen van haerluyder zoon, 3 dammaten lants deselve gelegen sijn in Seldrecht tussen beide die Weteringen". Verder vermaken zij aan Adriaentgen van Trijest, voordochter van Frans van Trijest, medetestateur en huysvrouw van Gerrit Rijckzn "boven hetgeen sij in huwelijk en daarbuiten gehad heeft, een camp lants gelegen in Neder-Eeckerijs 't eijnden aen de straet tot Woudenberch, streckende van de Geresteijnsen dijck aff tot den Eeckerijster dijck toe, met nog een camp lants aan de Huijsteeder sijck, gelegen in Overeeckerijs en nog haerluyder testateurs aenpart van het land gelegen in Over en Nedereeckerijs, gelijcx die testateuren met de voors. Gerrit Rijckzn, haerluyder swager 't selve te samen van Gerrit van Schaffelaer en Aert Lam gecoft hebben en noch omtrent 6 oude halff margen lants gelegen in Slabbendel, mitsgaders vierde half dammaten lants gelegen onder Bunschoten aen de Nieuwe weg, genaamd de Demmer en nog het tweede Campgen in Seldert, wesende omtrent het vierendeel van 6 dammaten gelegen tussen het campgen 't welck bij de testateuren aen Goortgen van Trijest haerluyder dochter hierna gemaakt wordt en tussen de Selderse Weteringe, alles met de bescheijde dat alsoo de testateuren d'voornoemde Adriaentgen hiervoren gemaakt, hebben die Camp 't eijnd in de straet Neder- Eeckerijs daer die erffgenamen van de heer van Geresteijn een cleyn hockgen aan de Geresteynse steech aff toecompt, dat deselve haerluyder swager en dochter en derselver nakomelingen niet veerder komen zullen dan tot het hokgen toe. Maar soo de testateuren 't selve hockgen van de voorn. erfgenamen mochten kopen, soo sal deselve Adriaentgen van Trijest 'tselve mede hebben en anders niet en in zulke gevalle soo sij 'tselve hockgen mede competeren en genieten in de boedel daervoor inbrengen 200 car. gld. eens". Zij vermaken aan Gijsbertgen van Trijest, hun dochter, huisvrouw van Helmert Franszn van OverEem "boven hetgeen bij haar ten huwelijk en daerbuiten ontvangen is, haerluyder testateurs gedeelte, sijnde de rechte helft vant Erve Groot Rumelaer en het halve getimmer daerop staende, als mede het bovenste stuck op het Weteringsche Erffken aan de Zeedijck de warf over tot het plagvelt of plagmaet toe. Item het Rumelaerse padtstuck, mitsgaders die eene trijp van de lange ackeren verstaende die Noortsijdt van deselve lange ackeren tot die Benedenste Camp toe". Zij vermaken aan Meijnsgen van Trijest, hun dochter, huisvrouw van Evert Lambertzn, boven hetgeen bij haar ten huwelijk en daarbuiten 190
191 ontvangen is "een huysinge en hoffstede met 3 schaer weijens op de meent en alle getimmer daerop staende, daer die testateurs tegenwoordcih in en daerop wonen, met die reste vant Weteringse Erffgen, vande Weteringse dijck tot die lange ackeren toe, dwars over, soo breed het erfgen is met de shcuyr daerop staende. en dan voorts die Zuidzijde van de Langeackeren en die plagmaat tot het bovenste toe dat de huysvrouw van Helmert Franszn hiervoren gemaakt is. Mits dat deselve huysvrouw van Helmert Franszn en Meijnsgen van Trijest de ongelden vant voors. Erffgen sullen dragen naer advenant en ijgelick lant heeft en ook tegens malcanderen gehouden sijn half en half te tuijnen en breder en uit te weteren en bauwercken maecken". Zij vermaken aan Maijken van Trijest, huisvrouw van Adraen Mathijszn van Langelaer, boven hetgeen bij haar ten huwelijk en daarbuiten genoten is, "het Erffgen aent Heetvelt Loeffs genaampt, wesende keurmoedich goet, anders vrij sonder lasten, mitsgaders 9 dammaten landts gelegen tot Bunschoten te veen aen de Colck streckende van deselve Colck tot de nieuwen wech toe". Zij vermaken aan Goortgen van Triest, huisvrouw van Anthonis van Houff, boven hetgeen bij haar ten huwelijk ontvangen en daarbuiten genoten is, "een huysinge en hoffstede daer Reyer Huijgen in en daerop woont, met 3 schaer weijens op de meent en alle zijn vorder gerechtigheid staende mede aan de Noordzijde van de Voorstraat tot Woudenberch naest aen het huys hiervoren de kinderen van Anthonis van Triest zaliger gemaakt. Mits dat dit huys zijn gerechtigheid behoudt om in de muyre vant groote huys te mogen aenanckeren in voegen als het tegenwoordich is. Nog maeckten zij de-selve dochter Goortgen het huys op de Loodijck met het uijtterdijckgen daer 't op staet en 12 dammaten lants in de polre De Haar daeraen gelegen met het oude Kooijtgen gelegen tussen de Loodijck en de Seldersen dijck, mitsgaders nog een Campgen daeraen, wesende omtrent het vierendeel van 6 dammaten in Seldert gelegen". Verder legateren zij aan Meijntgen Evert Lambertzn dochter, "die bij henluyden woont 600 carolusgulden eens en dit bij so verre Meijntgen Everts haer nae der testateuren en vrunde raedt well ende eerlick draecht en niet anders dan met vrunden raedt haer ten huwelijk begeeft, tot welke einde haerluyder testateuren erfgenamen de voors. 600 gld t.b.v. Meijntgen op rente setten en op laten loopen zullen [ ]". "Belangende hun verdere goederen, roerende, onroerende, heerlijke, deelbare, renten acten en crediten, inboedel en huisraad, meesen in de vaelt, coorn opt velt en in de bergen en schuyren haeff en beesten, mitsgaders bouwgereedschap, geld, goud etc. etc. geen goederen uitgezonderd, die zij nalaten zullen, die vermaken zij bij deze aan de voorn. 5 dochters en de kinderen van hun zoon, i.p.v. hun overleden vader, ieder evenveel en voor het rechte 6e part, sulcx dat Adriaentgen van Trijst niettegenstaende sij een voordochter is daarin mede so diep sal deylen als de andere haerluyder gesamentlijke kinderen". [ ] Gedaan ter woonplaatse van de testateurs te Woudenberch. Getuigen: Henrick Breecker en Cornelis van Ingen [ONA Amersfoort, AT002a003, notaris Johan van Ingen, fol. 346v-349] Jan Maesz van Methorst, zn. van Maes Sijmons van Methorst, landbouwer, overleden te Renswoude in oktober 1667, trouwt met Roelgen, overleden in Jan Cornelisz, landbouwer op Heintjeskamp, lidmaat te Scherpenzeel in 1629, overleden voor 16 april : Jan Cornelisz. wordt bij overdracht door Matthijs Gerardsz. beleend met de helft van erf en goed Heintjeskamp te Scherpenzeel [J.C. Kort, De lenen en tijnsen van de hofstede Scherpenzeel] Jan Woutersz van 't Voort, molenaar, overleden voor 26 oktober 1631, trouwt (2) met Simontje Simons, trouwt (1) met Geertgen Brand Theunisz, dr. van Brand Theunisz. Hier van zal Cornelis Adriaensz als eigenaar van een gedeelte betalen, Gijsbert en Anthonis Brantsz ook als eigenaars van een gedeelt en juffr. Angenies Wtenweert de rest als eigenares 191
192 [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183] : Brand Tonisz, Jan Woutersz, molenaar te Scherpenzeel, en Geertje Brandsd, diens vrouw, worden bij overdracht door Cornelis Willemsz, molenaar te Utrecht, beleend met tijnsen uit het erf Luttik Lambalgen [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de hofstede Amerongen; : Johan Woutersz. te Scherpenzeel wordt, bij overdracht door Johan Mom Johansz. de jonge, beleend met een stuk land, hoog en laag, aan het erf Voorde in het oude gerecht Woudenberg, vanouds genaamd De Bree, en twee haverkampen Op wordt Cornelis Johansz. bij dode van Johan Woutersz, zijn vader hiermee beleend. Dit is een deel van het goed ten Voorde in Scherpenzeel [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Gaasbeek, nr.172e] : Johan Woutersz. wordt, bij overdracht door Johan Mom Jansz, beleend met een stuk land, groot 2 1/2 morgen, genaamd de hofstede, onderdeel van het goed ten Voorde in Scherpenzeel [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Gaasbeek, nr.172n] = 1704 Helmert Fransen van Overeem, trouwt met = 1705 Gijsbertgen Fransen van Triest Huijbert Evertsz, trouwt met Meisje Sanders, dr. van Sander Jansz en Jannichgen Arissen : Hubert Evertsz wordt beleend met tijnsen over de helft van het goed ten Broek, waarvan de andere helft in vier stukken is gekaveld, in Woudenberg. Op treedt Sander Jansz op voor Hubert Evertsz. Op zijn er beleningen van Nikolaas Bartsz. de Cruijff bij dode van Sander Jansz, zijn oom (voor een vierde van de helft het goed ten Broek), van Jan Paulusz. voor Geertje Jan Meeusz, zijn vrouw (voor een vierde van het goed), van Cornelis Sandersz. bij dode van Sander Jansz, zijn vader (voor een vierde van het goed en een vierde van een vierde deel), van Arris Jansz. bij dode van Sander Jansz, zijn vader [sic!] (voor een vierde van het goed en een vierde van een vierde deel) en van Hubert Evertsz, bij koop en kaveling (voor drie vierde van het goed). De vorige belening was van Moer Arnoutsz. voor de onmondige kinderen van wijlen Meis Jansz, op [J.C. Kort, Repertorium op de lenen tijnsen van de hofstede Beverweerd; : Willem Willemsz, bij dode van zijn vader Willem Rutgersz, wordt abusievelijk beleend met het geheel [van een hoeve in Woudenberg], waarna overdracht aan Hubert Evertsz. voor Maaike Jans, weduwe Jan Arisz. Op vindt de overdracht plaats van een ander deel van dit leen door Gijsbert Jansz. voor Gerard Baartsz, zijn onmondige neef [e.a.] aan Hubert Evertsz. voor Maaike Jansd [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Gaasbeek, nr.187 C en D] : Hubert Evertsz wordt bij overdracht door Tonis Arisse alias Ernsten te Woudenberg beleend met de helft van het bovengenoemde leen onder Woudenberg [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Gaasbeek, nr.187b] Willem Teunissen op Renes, trouwt voor 1612 met Christijngen Jan Cornelisz van Ebbenhorst, zn. van Cornelis Willemsz Ebbenhorst, gedoopt te Scherpenzeel op 4 december 1577, landbouwer op Ebbenhorst, schepen te Scherpenzeel in 1616, overleden voor 30 oktober 1654, trouwt rond 1605 met Neeltje Elbert Jordens, dr. van Elbert Jordens : Johan Henricxsz wordt namens zijn onmondige neef Jan Cornelisz beleend met Ebbenhorst, na dode van diens vader Cornelis Willemsz. Op wordt Johan Cornelisz, mondig geworden, met Ebbenhorst beleend en op wordt Neeltgen Elbert Jordensdr, zijn vrouw, gelijftocht met 40 gulden per jaar uit Ebbenhorst. Jan Cornelisz wordt door zijn vrouw gelijftocht met 40 gulden per jaar uit een bedrag van 1200 gulden, door Neeltgen in het 192
193 huwelijk gebracht volgens huwelijkse voorwaarden. Zij wordt geassisteerd door haar vader Elbert Jordens [Leenboek Huis Scherpenzeel 141; Veluwse Geslachten 32(5), p.53]. 1612: Jan Cornelisz Ebbehorst pacht de tiende van Klein Moorst van het St. Pieter te Utrecht [Veluwse Geslachten 32(5), p.53] Goosen Jacobsz van Spickhorst Jan Gerritsz Verburgh, sijdewercker, trouwt te Amersfoort (schepenen) op 29 april 1603 met Petertgen Gijsberts, dr. van Gijsbert Gijsberts Botter en Nellichgen Maes. 28/ : Lambert Broenisz. vanwege Jan Gerritsz; Henrick Both vanwege Petergen Ghijsbertsdr [Schepenhuwelijken Amersfoort; JbCBG 1974] : Huwelijk in gemeenschap van goederen tussen Claes Claesz Bosch en Elsgen, Gerrit Verburchs dochter, de bruidegom bijgestaan door Henrick Both en Aris Jansz Cuper, de bruid door Jan Gerritsz Verburch en Lambert Bruenisz [ONA Amersfoort not. E. van der Schuer AT 001a001] : Jan Gerritsz Verburch is belender bij de verkoop van twee huisjes in de Muurhuizen door Bart Jansz aan Gerrit Jansz [Transportregisters Amersfoort ] : Jan Gerrits Verburch stelt zich borg bij de verkoop van een hof buiten Bloemendael door Rijck Evertsz en Henrickgen Willems aan Claes Claesz Bosch en Elsgen Gerrits Verburch [ONA Amersfoort, not. Van Ingen; AT002b002, akte 406] (oude stijl): Testament Nellichgen Maesdr, borgerse van Amersfoort, 'syeck van lichaeme te bedde leggende'. Zij bemaakt haar na te laten goederen aan haar zoon Willem Gysbertsz. en haar dochter Petertgen Gysberts, elk voor de helft. In geval van overlijden te komen op hun resp. na te laten kinderen. Onder verband dat indien Willem Gysbertsz. zou overlijden zonder na te laten geboorte, alles wat hij van haar geërfd had en niet had verteerd, geheel erven zal op zijn zuster Petertgen Gysberts, en ook omgekeerd. Mede ondertekend door Willem Gysbertsz. en Petertgen Gysberts, samen met haar man Jan Gerritsz. Verburch (hij tekent met merk), dit "van weerden te houden". Zij secludeert de Weeskamer. Akte ten woonplaatse van de comparante. Getuigen: Henrick Both, Harman Cornelisz. en Anthonis Willems. Vastrick [ONA Amersfoort, Notaris J. van Ingen AT002 a002 fol.139v] (oude stijl): Testament Willem Gysbertsz, borger van Amersfoort. Hij bemaakt al zijn na te laten goederen aan zijn zuster Petertgen Gysberts, huysvrouw van Jan Gerrits. Verburch, of bij haar overlijden haar na te laten geboorte. Hij legateert aan zijn halve zuster Geertgen Gysberts, huysvrouw van Dirck Meynsz, 12 gulden [ONA Amersfoort, Notaris J. van Ingen AT002 a002 fol.140] : Aeltgen, dochter van Jacob van Wesel, cnoopemaecker, 13 jaar, gepresenteerd bij Petertgen Gijsberts, huijsfrouwe van Jan Verburch, sijdewercker. Dese dochter sal men met den eersten naer Wesel senden, door dijen de vrunden onder haer behouden eenijch gelt [Burgerweeshuis Amersfoort, toegangsnr.0101] : Jan Verburch (Verborch) [Weeskamer Amersfoort, toegang 0039, inv.nr.46 (1630); inv.nr.173 (1632), 51 (1646)] : Abraham Both [NB in de transciptie staat Bosch] voor hemzelf en zich sterkmakend voor Henric Both de jonge en diens vrouw mitsgaders voor Marcellus Thins en zijn vrouw Elisabeth Both erfgenamen van zal. Henric Both en Alid Both de overleden broer en zuster van de comparanten, voor zestiende parten. 2: Herman Sacharias en zijn vrouw Neeltgen Peters voor henzelf en zich sterkmakend voor: Henric Petersen de broer van zijn vrouw, voor Grietgen Beerntsen onmondige nagelaten dochter van Aeltgen Peters en bij haar verwekt door Beernt van Rencums en voor Henric en Jan Maessen onmondige nagelaten kinderen van zal. Maessen Petersen mitsgaders voor Pauls Swart, onmondige zoon van Trijntgen Maessen zal. alsook voor Petertgen Peters nagelaten onmondige dochter van Peter Petersen, voor Heijmtgen Claes nagelaten onmondige dochter van Mechteltgen Peters zal. voor Willem Masson onmondige zoon 193
194 van Petertgen Peters zal. 3: Jan Gerardsz. Verburch en zijn vrouw Petertgen Gijsbertsdr, Margareta Peters de Wilt, Peter Maessen en zijn vrouw Dirckgen van Raesvelt, Grietgen Thonis, Willem van Stricxdr. huisvrouw van Henric Breker, en Herman Sacharias voornoemd zich sterkmakend voor dezelfde Henric Breker en Dirck Matheuwsen notaris alhier als gemachtigde van Lenaert Adinssen als grootvader en voogd van de nagelaten kinderen van Thomas Anthonisen van Strick en Engeltgen Leonards volgens verleende procuratie te Amsterdam, voor de resterende viertiende parten en hebben getranspoteerd aan Hutse Morraij en zijn vrouw Lammetgen Dircx een huis staande tegenover de Havikerbrug met de woning daarnaast staande en de plaatse opzij daarvan aangelegen almede de uitgang onder de voorzeide woning ter straatwaarts. Zij verkopen op dezelfde datum aan Henric van Dompselaer een zekere woning staande aan het einde van de plaatse van het huis van Hutse Morraij, van hun comparanten op heden ontvangen, staande op Havick [Transportregisters Amersfoort , fol.94v, 96] Dirck Daemsz Soest (?), zn. van Daem Claesz Soest en Geertgen Dircks Versteech, tapper, overleden voor 2 april 1625, trouwt te Amersfoort op 24 december 1604 met Aeltgen Jans Verschuer (?), dr. van Jan van der Schuer, overleden voor 16 juni 1646, ondertrouwt (2) te Amersfoort op 2 april 1625, trouwt te Soest op 14 april 1625 met Willem Gijsbertsen van de Wal : Geertglen Versteech vaniwege haar zoon Dirck Soest, Peter Both vanwege Aeltgen Verschuer [Trouwen Schepenen Amersfoort] : Dirck Daemsz Soest en Aeltgen Verschuer lenen 100 gulden van Mechteltgen, weduwe van Clemens Goorts, waarvoor zijn een kampje land buiten de Kamppoort als onderpand stellen [Transportregisters Amersfoort ] : Daem Claeszn Soest en Gerritgen Versteech, borgers te Amersfoort, verklaren dat alzoo zij voor Jkhr. Johan van Westrhenen, de leenheer, ten behoeve van Dirck Daem Soest, hun zoon, hadden getransporteerd die leenweeren van een halve thynde met al haar toebehoren, alsoo die gelegen is int Wael, behoudens henluyden die lijftocht en vruchtgebruik van de rechte helfte van de pachten en de vruchten van deselve halve thynde jaarlicx, commende vermogens de leenbrieven daarvan zijnde (dd ) en dat Dirck Daem Soest, voor dezelve leenheer, ten behoeve van Jan Janzn. Mom en zijn nakomelingen, de leenweere van deselve halve thynde op had getransporteerd op de laste van deselve lijftochte en vruchtgebruik van de rechte helfte van de pachten en vruchten van de de selve thynde, jaarlicx tot voordeel van daem Soest en zijn huysvrouw, comparante alhier, breder vermogens deselve binnen daarvan zijnde. So is het dat zij, comparanten bij desen, van deselve lijftocht renuntieren en deselve quiteren ten behoeve van Jan Janzn. Mom en zijn nakomelingen, bekennende daarvan ten volle voldaan en betaald te zijn. Zij machtigen hierop onwederroepelijk Aert Ysebrantszn, wonende tot Wijck, om voor de leenheer in desselfs register de voornoemde lijftocht en vruchtgebruik van de rechte helfte van de pachten en de vruchten van deselve halve thiendt jaarlicx comende, te doen vrijen en casseren. Zij beloven van waarde te houden hetgeen Aert voor hun zal doen, waarvan Jan Janzn. Mom mede comparerende een akte verzocht, is deze [ONA Amersfoort; not. J. van Ingen AT 002a001 folio 258 V] : Dirck Daemsz Soest en Johan Denckerman zijn belenders bij de verkoop van twee huizingen, hoff en hofsteden met de daartoe behorende schuur strekkende van de Crommestraet tot achter in de Vijver, door Digna, weduwe van Jan van Velsen, aan Gerrit Daemsz Soest en Mechtelt Lourens [ONA Amersfoort, E. van Mulenborch AT003 b001 fol.313]. NB Op is Aeltgen, de natuurlijke dochter van Jan Verschuijr, belender van dit huis van Gerrit Soest en Mechtelt Louwe [Transportregisters Amersfoort ] : Jkvr Hillegont Zael, weduwe van Johan van Vanevelt, cranck van lichaam te bedde liggende, maakt een testament. Zij legateert o.a. aan haar nicht Geertruyt Zael haar gouden ring met de grootste poinct van diamant en een gouden ring met een tafel van een robijn en diverse kledingstukken, beddegoed, tafellinnen (waaronder met princen wapen), waaronder twee grove tafellakens, waarvan Aeltgen, natuurlijke dochter van zaliger Jan Verschuer ook een exemplaar 194
195 krijgt [ONA Amersfoort, not. Van Ingen, AT 002a001 fol.345v] : Accoord gesloten tussen Dirck Soest en Maes Lamberts inzake de levering van bier. Dirck Daemsz. Soest mag boven de afgerekende penningen, nog tot 25 gulden "te burghe" halen, de rest zal hij moeten betalen bij halen. Mocht Dirck van iemand anders zijn bier willen betrekken, dan zal hem dat vrij staan, mits dat hij dan alle penningen zal moeten betalen die hij aan Maes schuldig zal zijn. Getekend mits Maes Lamberts. aan Dirck Soest zal leveren zulk goed bier als hij ook aan andere tappers zal leveren [ONA Amersfoort, not. E. van Mulenborch AT003 b001 fol.326] : Aeltgen Verschuyr [Weeskamer Amersfoort, inv.nrs. 48, 49] : Aeltgen Verschuer, borgerse van Amersfoort, weduwe van Dirck Daemsz Soest, heeft gemachtigd Henrick Both de jonge en Jacob van Westrhenen Clemenszn, om voor haar te verkopen en daarna te transporteren zeker campgen land buiten de Camperpoort gelegen, door haar overleden man achtergelaten en hem ten huwelijk gegeven behoudens de lijftocht voor zijn overleden ouders [ONA Amersfoort, not van Ingen; AT 002a003 fol. 331] : De kinderen en erfgenamen van Aeltgen Verschuer zijn belenders bij de verkoop van een plechtbrief van 400 gulden op Joris Watkints en zijn vrouw Trijntgen Dircks, uit twee huizen, waaronder een huis in de Vijver. Op , bij de verkoop van dit huis door de erfgenamen van Thijman van Hardenberch aan Joris Watkins, zijn de kinderen en erfgenamen van Aeltgen Verschuijr eveneens belender [Transportregisters Amersfoort /23] Cornelis Stevens Verbrugh (de Oude), zn. van Steven Hermans Verbrugh en Maria Jansdr, overleden voor 1643, trouwt met Sophia Willems de Kemp, dr. van Willem de Kemp, overleden voor 10 juni : Cornelis Stevensz, weduwnaar [sic!] van Sofia de Kemp, wordt beleend met 2 morgen. Op wordt Cornelis de Kemp Willemsz hiermee beleend, bij dode van Vijcken de Kemp, gehuwd met Cornelis Verburg Stevensz, zijn zuster, na kaveling met haar erven [J.C. Kort, (1993), Het goederenbezit van de Heren van Culemborg in Maurik, , Genealogische Bladen 2, p.94] : Cornelis Verbrugh Stevenss den alden en Jan de Kemp Willems stellen zich borg voor Cornelis de Kemp Willems en Elisabeth Jansdr, echtelieden, voor een lening van 200 gld. met rente [RA Nederbetuwe, Prot.van bezwaar, Bank van Kesteren, inv.nr.203, fol.136v] : Cornelis Verbrugh Stevenss 'de oude' en Fijghen de Kemp Willems beloven aan de diaconie te Maurik 100 gld. Met rente, herkomende van de koop van een huis, boomgaard en aanhorig bouwland, groot 3 morgen, op het Nieuwslag te Maurik, gekocht van Geurt Henrickss, met ten westen de gemene straat [RA Nederbetuwe, Prot.van bezwaar, Bank van Kesteren, inv.nr.203, fol.114v] Hendrick van Grootvelt, zn. van Gosen van Grootvelt en Benigna van Lockhorst, overleden voor 21 augustus 1652, trouwt met Adriana Hendricks van Oort, dr. van Hendrick Hendricks van Oort en Maria Willems van Hattem, overleden in mei : Jan van Hattem spreekt aan Hendrick van Grootfelt voor 175 gulden die hij ten achteren is van koop van een halve weert [Gelders Archief; Gerichtssignaat Kesteren NB 105, fol.110v] : Wiesen die Ridderschappen tuschen Johan van Hattem Wylhems van Hattem, aenlegger, en Henrick van Groetfelt, verwerder, dat verwerder de resterende coopspenn. moet betalen, daertegens genietende alsulcke 100 g als Johan van Hattem Derickss ter cause van sijne gepretendeerde en gehadte pacht van den weerdt daervan noch schuldich, mits oeck die 2 perdsweyens als reyer Brugge daerop geweyt en noch thalden toe betalen staen, und indien die verwerder die 100 g van den voors. Hattem nieth beghert te vorderen, sall dieselve aen sijne coopspenn. moegen corten und verblieven laten tott proffijt van Eyscher en verder geen corting 195
196 genieten [Gelders Archief; Gerichtssignaat Kesteren NB 105, fol.124] : Willem van Hattem Jerephaes spreekt aen Henrick van Grootfelt van 2 onbetaelde renten, spruitende van de reste van de coopspenn. van een stuk lants, door Grootfelt van Willem voors. gecoft [Gelders Archief; Gerichtssignaat Kesteren NB 107, fol.51v] : Hendrick van Grootvelt wordt beleend met 3 morgen land, genaamd Grote Broick in Maurik, ten behoeve van zijn vrouw Adriana van Oordt, na de dood van Maria van Hattem [Leenrepertorium Culemborg, 4782, nr.308] : Henrick van Grootvelt spreekt aen Roeloff Gerritss, getrout hebbende de wed. van Willem van Hattum, als een mede erfgen. van Wolter van Hattum voor 9 gulden van gehaelt bier en verteerde costen, bij Wolter van Hattum in sijn leven gehaelt [Gelders Archief; Gerichtssignaat Kesteren NB 109, fol.209] Jan Goossens van Westrheene, geboren rond 1590, poorter te Tiel op 21 januari 1630, overleden voor 2 mei 1646, trouwt met Maria Udents, dr. van Anthonis Joostens Udents en Hadewich Mattheusdr van der Steech, geboren rond 1600, overleden na 2 september : Inschrijving in het poortersboek van Jan Goossens getrouwt met een borgers dogter deser stede [Poorterboek Tiel] : Jan Goossens wordt na opdracht door Jan van Hattem beleend met 1½ morgen onder Ommeren, genaamd de Nedersten Lodderkamp, te houden ten Stichtsen rechten, te veheergewaden met drij oude vranckrijcxe schilden. Op wordt zijn zoon Teunis hiermee beleend [Archief Heren en Graven van Culemborg 4782, fol.376; 4783 fol.209] Hillebrandt Dircks Vonck van Lienden, zn. van Dirck Hillebrants Vonck van Lienden, geboren rond 1563, pachter van het Rhenense veer, overleden na 24 maart 1643, trouwt met Agneta Sweders Wtenweerde, dr. van Sweder Oliviersz Wtenweerde en Margriet Adriaens Vonck van Lienden, geboren rond 1583, overleden voor 11 januari Wapen Vonck van Lienden: in rood een gouden kruis : Hillebrant Vonck Dirksz is medeërfgenaam van zijn tante Marie Vonk, weduwe van Dirck Lijster [NL 1986, kol.56] : Hillebrant Vonck van Lienden is gegoed in Meerten. Op komt hij voor als belender in Zoelen [RA Nederbetuwe 200 fol.66, 199 fol.28v] : Angneta, Margreta, Johanna, Johanna de jongste, Harmen, Aert en Derck Wttenweert dragen hun deel in 7 morgen land, geheten den Sandwech, met daarop een huis en hofstad, gelegen in Maurik, op aan hun broer Jasper Uttenweert. In 1632 transporteert ook Hadewich Uttenweert haar deel. In 1642 maakt Jasper zijn hele zusters Johanna, getr. met Bernard van Leeuwen, en Agneta, getr. met Hillebrant Vonck, tot zijn erfgenamen, maar in 1647 herroept hij dit en maakt hij al zijn broers en zusters tot erfgenaam [Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en de Graafschap Zutphen, p.344] Willem Wouters van Hattem, zn. van Wouter Willems van Hattem, overleden voor 15 juni 1621, trouwt met Elisabeth de Kemp, dr. van Aelbert de Kemp en Maria Thomasdr, overleden na 20 juni : Sweeder uten Werdt spreekt Johan van Eick Stevens en rentmeester Johan Derick Hermans aan met recht, als voer vriongh en quiterong van 14 g 6 st van verterde costen als over 2 perden ten huyse van Wylhem van Hattem Wolterss gedaen [Ger.signaat Kesteren fol. 223v] : Elisabeth de Kemp, wed. Willem van Hattem Wolterss constituit Cornelis de Kemp, haren broeder [GA; Ger.signaat Kesteren NB 108, fol.55; Collectie Ir. J. van Beynum]. 196
197 : Cornelis de Kemp spr. aen Jan de Kemp, Reynier de Kemp, Christiaen Sopingh als man van zijn huisfr, Beth de Kemp, wed. Willem van Hattem, tsaemen mede Erffgen. van Aelbert de Kemp [GA; Ger.signaat Kesteren NB 108, fol.133; Collectie Ir. J. van Beynum] Jan Willemsz van Vincelaer, zn. van Willem Jans van Vincelaer en Elisabeth Claesdr, ouderling te Maurik tussen 1643 en , 1656, begraven te Maurik op 9 augustus 1663, trouwt met Dirkje Jans, begraven te Maurik op 25 februari : Jan Willems van Vincelaer en zijn vrouw Dirksken treden op voor het gericht in Tiel [Vreemdgedingsignaat Tiel] : Johan van Vinceler, ouderling, wordt afgevaardigd naar de classisvergadering in Tiel [NL kol.123] : Dirck van Hoeven en Elisabeth de Haes verkopen aan Jan van Vincelaer de helft van omtrent 11 hont weiland in t Vreegras [Vrijwillige Rechtspraak Ingen] : Een schuld van Johan van Vinceler en Dirckge Jans aan Gerard Claasz van Hattem, groot 500 gulden, met als onderpand 11 hont weiland, is gecasseerd [Vrijwillige Rechtspraak Ingen] : Huijbert Henricksz en Jan van Grootvelt, schepenen, en Abraham Picard, ouderling in Maurik, verklaren dat zij Jan Willems van Vinceler gekend hebben, dat hij in Maurik woonde en op begraven werd. Hij had een zuster, Aaltje van Vinceler [getrouwd met Jan van Wely], een zoon Willem [getrouwd met Benigna van Grootvelt] en een dochter Elisabeth [NL, kol.122] Roelof Gosensz, trouwt met Beatris Aarts Willem Roelofsz, trouwt met Janneken Otten (Pasen): Willem Roelen en Janneken Otten, aen de Groep [Lidmatenregister Scherpenzeel] Harmen Cornelissen Hardeman, zn. van Cornelis Aerts Hardeman en Hendrikje Jacobs, landbouwer, overleden te Veenendaal op 10 augustus 1684, trouwt (2) met Huijbertje Jans Hootsen, trouwt (1) met Marritge Cornelissen Bunt, dr. van Cornelis Reijerse Bunt en N.N : Graf nr.8 in de kerk van Veenendaal wordt wordt op naam gezet van Cornelis, Jacobje en Maegje Hardemans, kinderen en erfgenamen van Huijbertje Hardeman, die getrouwd is geweest met Herman Hardeman, die in huwelijk heeft gehad de enige nagelatene dochter van Cornelis Reijersz Bunt, die het graf eerder bezat. Dit mede op t begeren van Cornelis Willemsz Hardevelt, getrouwd met Grietje Hermans Hardeman. Gerrit Gijsberts is gerechtigd in de helft van deze grafstede [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal, p.8, 9] Adriaen Mattheussen van Langelaer, zn. van Mattheus Gerritsz van Langelaer en Ariaantje Sanders van Wolfswinkel, geboren te Renswoude, landbouwer op Groot Dashorst, schepen te Renswoude tussen 1634 en 1653, overleden voor 1656, ondertrouwt te Scherpenzeel op 12 maart 1615 met Mayke Fransen van Triest, dr. van Frans Adriaansen van Triest en Jannigje Fransen van Ravesloot, geboren te Woudenberg rond : De kinderen van Jan Sarren en Geertruijt Jans verklaren getransporteerd te hebben 197
198 aan Adriaen Mattheus van Langelaer, Frans Jacobs en Jan Cornelis Hoetsen, elk voor een derde part, hun erf de Gemeente, met huis, hof en put [Archief Eemland, ORA Renswoude, Register van Transporten, Vestenissen en andere akten, nr.1800]. Adriaen van Langelaer is eigenaar van Loeufs aan het Heetveld onder Leusden en wordt in 1644 beleend met een deel van de tinsheerlijkheid Natewisch. Mayke van Triest is gegoed in Bunschoten Gerrit Hendricks, trouwt (2) te Renswoude op 26 mei 1644 met Trijntje Heijnderix, trouwt (1) met Oetge Cornelis, overleden rond december Willem Willems van Buren, trouwt met Maijchjen Jans : Brant Hendricksz, ter eenre, en Maagje Dirks, tevoren weduwe van Willem van Buren, gewoond hebbende onder Amerongen op de Duinen, met haar mondige en getrouwde dochter Lijsbet Willems van Buren ter andere zijde, accorderen in de minne over hun overleden schoonouders en grootouders Willem Willemsz van Buren en Maagje Jans. Maagje Dirks maakt zich ook sterk voor haar nog onmondige kinderen Gerrigje, Jacobus en Dirck Willemsz, alsmede voor het onmondige kind Jannigje Jans van wijlen haar zoon Jan Willemsz van Buren [ONA Amerongen; not. Marcus Renssen; inv.nr.170] Jan Tuenisz Duijtsen, overleden voor 20 mei 1677, trouwt met Leijsjen Willems. 1600/1664: Gijsbert Harmansz 13 mergen waarvan St. Jobs gasthuis ½ en hij de andere helft. Eigenaar en bruiker Emmelrijck Jansz; Jan Emmen weduwe bruikerse; Jan de Duitsen ½ nu Pons Dircksz; de heer ½ [RHCZU ;Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183]. 1600/1664: Convent van Wijk 2,5 morgen en Jan Joosten bruiker. Bruiker nu Jan Gerrit Jansz. Nu Jacob Hendricksz, nu Jan den Duijtschen eigenaar, nu Pons Dircksz [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183] : Boedelinventaris nagelaten bij Jan Tonisz Duijtsen en nu bij zijn weduwe Lijsje Willems, gepossideerd op de Duijnen in de Coornweert. Zij heeft een huis gekomen van Willemtje Peters, weduwe van Cornelis Gijsbertsz, volgens transportbrief van en hierbij 1,5 morgen bouwland gekomen van Steven Stevensz van Schaijck volgens transport van Beide percelen zijn vervat in een transportbrief van En nog een huis, hofstede, schuur en bakhuis met boomgaard en bouwland groot 3 morgen gelegen in de Coornweert, van de vrouw van Natewis gekomen, vervat in een transportbrief van En een mergen 130 roeden land op de Coornweert gekomen van Floris Zas van Weldam getransporteerd op En 3 morgen bouwland met een boomgaard gekomen van Jan Jansz van Zijl getransporteerd En 2 percelen bouwland ieder groot 4 hont, gekomen van het convent te Wijk bij Duurstede getransporteerd Volgt een lijst met alle goederen. Op koopt zij haar vier kinderen uit [ONA Amerongen; not. Van den Doorslag; inv.nr.168] : Lijsje Willems weduwe Jan Thonis Duijtsen, geassisteerd met ondersz gekoren personen, en Thonis Jansz, haar zoon, accorderen dat Tonis Jansz van zijn moeder in koop aanneemt 3 morgen wei en gerst en 1,5 morgen wei en rogge op het veld staande etc. en inboedel [ONA Amerongen; Minuten van Godert van den Doorslag, nr.168] : Teunis Jansz Duijtschen en Pons Dircksen verklaren te delen 3 morgen bouwland en coornweerdsland met de boomgaard, hen beiden competerende, hergekomen van hun vader en schoonvader Jan Teunisz Duijtschen, te Amerongen [ONA Amerongen; not. Marcus Renssen; inv.nr.170] Arien Ariensz, varende man, ondertrouwt (2) te Rotterdam op 21 november 1660, 198
199 trouwt te Rotterdam op 5 december 1660 met Hilletje Willems 't Hoen, trouwt (1) te Rotterdam (van Vlaerdingen) op 18 mei 1631 met Sara Barents, dr. van Barent Jorisz en Maertgen Michiels : Trouwen Ariaen Arentsz, jongeman, en Saertgen Barents, jongedochter [Trouwboek Rotterdam] : Arien Ariensz, varende man, man en voogd van Sara Barentsdr ter ene zijde en Maertgen Michielsdr wed. van Barent Jorisz en moeder van Sara ter andere zijde, zijn overeengekomen dat Maertgen door Arien Ariensz zal worden onderhouden. Maertgen doet afstand van haar goederen t.b.v. Arien [ONA Rotterdam, not. Duyfhuysen; inv.nr.194, p.157] / : (Onder)trouw Arien Ariensz, weduwnaar, wonend te Catshoek buiten 't Hofpoortje, en Hilletie Willems ''t Hoen, jongedochter, wonend in de Goutsewagestraat [Trouwboek Rotterdam] Jan Ariensz Conijn, zn. van Adriaen Jans Conijn en Maertgen Ingen, j.m. van Rotterdam, arbeider aan de stadswerken in 1647, begraven te Rotterdam op 21 november 1666, ondertrouwt te Rotterdam op 10 april 1639, trouwt te Rotterdam op 25 april 1639 met Maertgen Philips, j.d. van Rotterdam. 10/ : (Onder)trouw Jan Arentsen, j.m. van Rotterdam, wonend aan de Botersloot, en Maertje Philips, j.d. van Rotterdam, wonend aan de Botersloot [Trouwboek Rotterdam] : Jan Adreaensz Conijn, arbeyder aan de stadtswercken, verzoekt de notaris Cornelis Jansz Groenevelt mee te delen dat hij het contract niet zal tekenen dat Cornelis Anthonisz van Oostenrijck en Joris van Belle, metselaer, namens hem buiten zijn medeweten, met Groenevelt hebben gesloten voor notaris Jan Kool, maar zich uitsluitend zal houden aan het eerder gesloten huurcontract; hij is van plan het aan Groeneveld gehuurde huis te verkopen in de herberge Somersdijck [ONA Rotterdam, not. Jan van Aller, inv.nr.99, fol.368] : Maertge Phillipsdr, weduwe van Jan Arienss Konijn, bekent 129 gulden schuldig te zijn aan Aernout van Rosendael, vanwege 2 jaar huur van een huis in de Raemstraet. Als borg stelt zich Janneken Jans, bejaerde dochter van Maertge [ONA Rotterdam, not. Jacob Duyfhuysen jr, inv.nr. 238, fol.108] Cornelis Jansz Schooneman, geboren rond 1609 (of 1612), meesterknecht op de Blaeuwe Molen tussen 1644 en 1646, korenmolenaar op Pompenburg aan de Botersloot in 1650, hoofdman van het molenaarsgilde in 1655, begraven te Rotterdam op 8 september 1669, trouwt (2) te Rotterdam op 31 januari 1644 met Trijntje Dircks, trouwt (1) te Rotterdam op 24 september 1630 met Grietge Willems Geestbergen, dr. van Willem Claesz Geestbergen en Maritge Floris, overleden rond 1642, trouwt (1) te Rotterdam op 16 mei 1627 met Cornelis Abrahams, j.m. van Zierikzee, begraven te Rotterdam op 26 september : Grietge Willems, weduwe van Cornelis Abrahams, machtigt haar vader Willem Claesz, sleper, om de eigendom te ontvangen van de coornwintmolen met toebehoren aan de westzijde van de Bogaertstraet, die behoorde aan Ot Jans of de erfgenamen van molenaer Jop Cornelisz en zijn vrouw, alles volgens de coopcedulle dan [ONA Rotterdam, not. Arnout Hofflant, inv.nr.255, fol.49] : Abraham Gerritsz van Vleuten en Cornelis Jansz Schoneman, beiden molenaer, komen met elkaar tot een akkoord. Schoneman zal de coornmolen van Van Vleuten, staande in de Lombertstraet, gedurende een jaar voor eigen rekening bemalen. Ook de loonkosten van de knechten komt voor zijn rekening. Van Vleuten ontvangt de helft van het maalgeld. Beiden zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en reparaties komen voor rekening 199
200 van Van Vleuten [ONA Rotterdam; not. Cooll, inv.nr. 421, fol.139] : Jan Heyndricxz, molenaer, verkoopt aan Cornelis Jansz Schooneman, molenaer, de helft van zijn molen [ONA Rotterdam, not. Johan Cooll, inv.nr.421, akte 85] : Jan Pouwelsz, Aryaentge Adamsdr, en Barber Jacobsdr, allen wonend aan het einde van de Lombertstraet aan de Molewerff, leggen een verklaring af op verzoek van Cornelis Pietersz, molenaer op de pompmolen, betreffende een molenroe, die Cornelis Pietersz aan de molen heeft gekocht en betaald, terwijl de roe aan hem en aan Jan Heijndricxsz, gewezen molenaar, samen toebehoorde. Cornelis Schooneman, coornmolenaar, heeft het deel in de molen van Jan Heijndricxsz gekocht zonder hem Cornelis de helft van de roe te vergoeden. Er ontstaan woorden tussen Trijntgen, de vrouw van Schooneman, en de vrouw van Cornelis Pietersz. Ariaentge Adamsdr en Barber Jacobs verklaren dat toen Schooneman is thuisgekomen zijn vrouw Trijntge hem vertelde dat zij wegens de molenroe uitgescholden was voor hoer, varken door de vrouw van Cornelis Pietersz, die ook beweerde dat Trijntges moeder en zuster hun eer verloren hadden in oneerlijke huizen. Schooneman gaat naar haar toe en wordt ook uitgescholden voor schelm, fielt enz. [ONA Rotterdam; not. van Zijll, inv.nr. 451, fol.544] : Pouwels Jansz Appeldoorn en Cornelis Jansz Schoneman, beiden meestermolenaar, zijn door tussenkomst van Denijs Ariensz van Leeuwen, Pieter Huygen Hartich, Teunis Jacobsz van der Houff en Aryen Pietersz van der Ruyl, allen meestermolenaar, overeengekomen dat zij elkaar niet meer zullen beschimpen. Mocht dit wel voorkomen dan lopen zij de kans uit het molenaersgilde te worden gezet en moeten zij 50 gulden betalen aan de Armen van de Gereformeerde kerck alhier [ONA Rotterdam, not. Cooll, inv.nr.421, p.168] : Denijs Adrijaensz van Leeuwen, molenaer, verhuurt voor 5 jaar de helft van de coornmolen op het Pompenburch met de helft van het daarbij behorende huis en erf, waarvan de huurder de andere helft al in eigendom heeft, aan Cornelis Jansz Schooneman, molenaer. De huur bedraagt 300 gulden per jaar [ONA Rotterdam, not. Jacobus Delphius, inv.nr.367, p.556] : Jan Heyndrickxz, molenaer, verkoopt aan Cornelis Jansz Schoneman, molenaer, de helft van een coorn-wintmolen aan het eind van de Botersloot op Pompenburch, met de helft van de molewerf met een vrij rijpad dat uitkomt in de Lombardstraet, plus de helft van 2 huisjes aan de zuidzijde van het rijpad, naast de molenwerf en Jacob Ernestus, plus veel toebehoren. Koopprijs is gulden. De koper gebruikt het al enige maanden. Hypotheken van Aernout Hoflant, notaris, en Gerrit Gerritsz, kaescoper [ONA Rotterdam, not. Jacob Duyfhuysen jr, inv.nr.230, p.450] : Cornelis Jansz Schooneman, molenaer, laat de helft van zijn goederen na aan zijn vrouw Trijntge Dircxsdr en benoemt zijn kinderen tot zijn erfgenamen. Tot voogden over zijn kinderen benoemt hij Willem Cornelisz Schooneman, zijn zoon, en Jan Sijmonsz Hoogerwerff uit Schiedam [ONA Rotterdam; not. Delphius, inv.nr. 360, fol.403] : Transport van de helft van de korenmolen Pompenburg, aan het oosteinde van de Lombardstraat, met alle toebehoren en gereedschappen, alsmede van de helft van twee huisjes en molenwerf die met hypotheken zijn belast, door Cornelis Jansz. Schooneman, korenmolenaar, aan zijn zoon Willem Cornelisz. Schooneman [GA Rotterdam, Handschriftenverzameling] : Cornelis Jans Schooneman, corenmolenaer op de corenmolen "de Pomp", en zijn vrouw Trijntge Dircx, ter ene zijde, en Emmetge Gijsberts ter andere zijde, leggen een verklaring af. Schooneman en Gijsberts hebben 17 jaar geleden een buitenechtelijke zoon, Cnelis Cnelisz (of Cornelis Cornelisz), gekregen. Deze zoon is tot nu toe onderhouden door Schooneman. Hij zal hem vanaf nu niet verder onderhouden maar belooft hem bij zijn huwelijk 150 gulden [ONA Rotterdam, not. Gerrit van der Hout, inv.nr.277, p.224] Jan Aertsz van Santen, meesterbakker, diaken in 1658, trouwt te Rotterdam op 19 november 1630 met Lijntge Pieters van Heel, geboren rond : Verklaring voor Jan Coenen, te Hillegontsberge. Catalijne Pietersdr, echtgenote van 200
201 Jan Ariensz van Santen, oud 40 jaar; verklaart dat zij afgelopen dinsdag, toen Jan Coenen een "beutelaertgen" boter kwam afleveren, tegen Jan heeft gezegd om het maar binnen te zetten, vanwege de warme zonneschijn, en "haelt een brieffgen" [ONA Rotterdam, not. van der Heul, inv.nr.416, p.443] : Pieter Abramss Duyfhuysen, cuyper, bekent 800 gld. schuldig te zijn aan Jan Aertss van Santen, backer. Op is de schuld voldaan [ONA Rotterdam, not. Jacob Duyfhuysen jr, inv.nr.206, fol.298] : Jan Ariensz van Santen, backer en zijn vrouw Lijntge Pietersdr van Heel, wonende op de Meent, herroepen hun eerder gemaakte testament en benoemen elkaar tot enig erfgenaam. Aan hun evt. kinderen zal bij meerderjarigheid of huwelijk 500 gld. worden uitbetaald [ONA Rotterdam, not. Jacob Duyfhuysen jr, inv.nr.211, fol.116] : Henrick Maertensz, backer, wonend te Delfshaven, verklaart 2000 gulden schuldig te zijn aan Jan Aertsz van Santen, backer [ONA Rotterdam, not. Jacob Duyfhuysen jr, inv.nr.213, fol.18] : Jacob Jacobsz. Couwenhove, Jan Aerrsz. van Santen backer en Joost Gerritsz zijn voogden van de kinderen van Aert Pietersz. van Heel en Fytgen Cornelisdr. Scheiding weeskamer op [Rotterdam Weeskamer; nr.616 fol.239v] : Lijsbeth Aertsdr, weduwe van Aernout Saijmans, cleermaecker, wonende in de Aeckenoomensteech benoemt tot erfgenamen haar zoons Aert en Johannes Saijmans (de eerste zit in Oost-Indiën), elk voor een gelijk deel. Tot voogd benoemt zij haar mans broeder Jan Aerts van Santen [ONA Rotterdam, not. Delphius, inv.nr. 364, akte 69] : Jan Aertsz (Arentsen) van Santen, meesterbakker, wonend op de Meent, benoemt tot zijn erfgenamen: Zijn zoon Pieter Jansz van Santen, chirurgijn, voor de ene helft, en de kinderen van Aeltge Jans van Santen, zijn dochter, voor de andere helft. Verder is er een uitkering van 1000 gulden voor Grietge Jans Swieringh, dochter van zijn overleden dochter Maria Jans van Santen. Voorts moet de borg van 2000 gulden voor Jan Schooneman, getrouwd met zijn dochter Aeltge Jans van Santen, hiervoor genoemd, worden voldaan. Deze borg is beschreven in een acte van notaris Hartman de Custer in Voorts wordt geregeld dat zijn dochter het vruchtgebruik krijgt van de erfenis aan haar kinderen. Voogden over zijn kleinkinderen zullen zijn: Pieter Jansz van Santen, meesterchirurgijn, zijn zoon, en Johannes Swieringh, meesterkleermaker, zijn zwager. Uitgesloten van het voogdijschap is Jan Schooneman [ONA Rotterdam; not. Basteels; inv.nr.921, fol.468]. 1675: Verzoekschrift van het stadsbestuur van Rotterdam aan het ambachtsbestuur van Bleiswijk om Jan Adriaensz. van Santen op te nemen in het kohier van de 200ste penning [GA Rotterdam, Ambacht Bleiwijk, toeg.nr.1290, nr.235] Gijsbert Aelberts, schepen te Amerongen tussen 1595 en 1599, overleden voor 7 oktober 1613, trouwt met Marichgen : Marichgen weduwe van zaliger Gysbert Aelbertsz mit handen Bauw Gysbertsz heuren outsten zoon mitsgaders den selven Bauw Gysbertsz als gecooren momber zijns moeders voorschreven in dese saecke ende oick voor haer selven it Albert Gysbertsz hemluyden an dese meer vervangende ende sterck maeckende voorde gesamentlijcke kynderen van Jan Gysbertsz zaliger ende hebben zij comparanten inde qualite voorschreven voor heur ende heurlieder erfgenaemen tgerechtelicken gecedreert ende opgedraegen, cedrerenende droegen op mits desen aen ende ten behoeven van Heyltgen van Waegeningen weduwe van zalige Cornelis Gerritsz ende haere kinderen bijden voornoemde Cornelis Gerritsz geprocureert ende hoerlieder naecomelinge den eygendom van vijftien voeten inde lengte endeinde breete soo als dvoorschrevenen haer huijssinge staende op de grondt van de gemeente van Amerongen bijde voorschreven Cornelis Gerritsz ende Heyltgen van Waegeningen, in haere leven echtelyden betimmert ende mittet achterhuys op dese vijftien voeten vande voorschrevenen comparanten hoffstede ende erff gecoft staende is [ ][Dorpsgerecht Amerongen inv.nr.140; Transcriptie Dick 201
202 van Wageningen] Adriaen Aerts, zn. van Aert Aertsz van Wageningen, trouwt met Aelbertgen : Jan Aertsz, als man ende voocht van Adriaentgen Cornelis dochter, Gerrichgen Aelberts, wedue ende boedelhaustere van Cornelis Corneliss, Gijsbertgen wedue van zaliger Hubert Corneliss mitsgaders Cornelis Wolphertsz man ende voocht van Gerrichgen Elephiers dochter te voorens wedue van Kaerl Cornelisz tsamen kynderen ende erfgenamen van Cornelis Aertss ende Dirckgen van Ommeren, in hare leven echteluyden, hebben getransporteerd aan [doorgestreept: Bauw Gysbertsz ende Deliana Adriaens dochter] Adriaen Aertsz ende Aelbertgen echteluyden ende heuren erfgenamen den vrijen eygendom van twee hoffsteden mit dhuijsinge ende getimmer daer op staende daer de ene hoffstede [ ] streckende voer vande Overstraet tot achter aende Donckerstraet thoe mit allen hoeren rechten ende toebehooren ende dit voir vrij eygen goederen uutgesondert het tinsgoet wesende. [ ] Bekennende mede vande resterende cooppenningen doer handen van Bauw Gysbertsz ende Deliana Ariaes dochter echteluyden, van wegen Adriaen Aerts haren vader ende schoonvader voldaen ende bataelt tzijn [ ][Dorpsgerecht Amerongen inv.nr.140] Jan Tol, overleden voor 22 september : Jan Toll contra Thonis Cloetingh [Amerongen; Rol van Civiele Zaken; inv.nr.124] : Vermelding wed. van Jan Toll en Wouter Hendricksen mitsgaders Cornelis Jacobsz en Dirck Christiaensz [Amerongen; Rol van Civiele Zaken; inv.nr.125] Geurt Jansen, zn. van Jan Jorissen, molenaar op de Puurveense molen, ondertrouwt te Barneveld op 28 augustus 1636, trouwt te Barneveld op 18 september 1636 met Stijntjen Jansen, dr. van Jan Jansen, overleden voor 24 maart : Geurt Janssen, Jan Jorissens soen, Stijntjen Jan, Jan Janssens dr, beijde van Barnevelt. Confirm den 18 sept [Trouwboek Barneveld] Thonis Slock, begraven te Veenendaal (op het kerkhof) op 1 maart : den ouden Sloeck begr op het kerckhof en met byde kloeck overluyt [Luid- en Begraafgelden Veenendaal, p.78] Hendrik Sijmonsz Verhoef, overleden voor 1686, trouwt met Evertje Goosens : Gerrit de Wijs in de plaetse van de Hardeman, 8 mergen 2 hondt. - Is verboeckt op Hendrick Sijmonsz. [Legger der morgentalen Veenendaal]. 1681: Hendrick Sijmonsz sijn erffgenamen, 3 mergen 500 roeden. - Waervan de eene helffte op Elsje Claes, die weduwe van Garrit Hendricksen Verhoeff was ende welcke Garrit Verhoeff een soone van Hendrick Sijmonsen was ende de andere helffte op desselffs kinderen Teunis Garritsen ende Weijntje Garrits, yder tweenegende parten, Evert Garritsz een 9de part, Claes Garritsz eennegende part, Jannigje eennegende part, Jan Garritsz eennegende partt, hetgeen bij de moeder wort genoten omdat hij stom is. - Gerrit Bolderman tot Rhenen van Hendrick Sijmonsz viereenhalve mergen. - Dese viereneenhalve mergen verboeckt en overgeseth op Jacob van Holten ende dat op sijn versoeck den [Legger der morgentalen Veenendaal]. 1681/1682: Garhardt vander Hem van Nedersteijn contra Gerrit Hendricksz Verhoef Cornelis van der Sluijs heeft uit kracht van procuratie van Gerrit Hendricksz Verhoeff, Sijmen Hendricksz 202
203 Verhoeff, Sander Cornelisse van Eijckevelt n.u, Gerrit Janse van Linteloo als vader en voogd van zijn onmondige kind bij Geesken Hendricks Verhoeff, kinderen en erfgenamen van Hendrick Sijmensz en Evertje Goosens, aan dhr van der Hem verkocht een stuk land groot 15 morgen voor vrij allodiaal goed [Rhenen Stadsgerecht; inv.nr ] = 1682 Dirck Turen Hendrik Aalberts, trouwt (1) met Annetje Jacobs, trouwt (2) te Rhenen in november 1636 met Truijtje Sanders, geboren te Middelweert, trouwt (1) te Rhenen op 25 april 1632 met Meijnert Berentsz de Vries : Hendrick Aelberts woont bij zijn huwelijk in Veenendaal, Truijtje Sanders woont in Rhenen Jan Petersen Waecker, zn. van Peter Hendriks Waecker en Jannigje Bartels Cornelisdr, geboren rond 1596, herbergier in de Wildeman in Veenendaal, bierbrouwer, cameraar van de Gelderse en Rhenense venen, kerkmeester, ouderling, veenraad tussen 1638 en 1645, buurmeester te Veenendaal in 1660, begraven te Veenendaal op 18 november 1673, trouwt (1) met Jannigje Jacobs van Rhenen, overleden voor 21 mei 1662, trouwt (2) met Willemken Jans, overleden voor 2 mei Jan Petersz Waecker is eigenaar van grafstede nr.27 in de kerk van Veenendaal [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal, p.17]. 1624: Jan Peters Waecker wordt in 1624 vermeld als herbergier in de Wildeman. In 1629 is de herberg afgebrand, in een grote brand waarin zo n 75 huizen in Stichts Veenendaal verbrandden [D. van Manen, Aanzienlijk vlek in t Stichtse] : Cornelis de Keyser, houtkoper te Utrecht, draagt over aan Jan Petersz Weecker, brouwer te Veenendaal, f , de rest van een schuld van wijlen Peter Henrixsz, in leven timmerman te Ede, inzake geleverd vurenhout [ONA Utrecht, not. Van Waeij, inv.nr. U19a10, akte 9]. 1639: Jan Peters Waecker koopt het huisje de Hoop voor 130 gulden [D. van Manen, Aanzienlijk vlek in t Stichtse] : Johan van Driel, out schepen en brouwer in de brouwerie van de Roode Leeuw, verhuurt voor 2 jaar een stuk zaijlant van ca. 6 margen in de Reense muyden, dat hij in erfpacht heeft van het capittel van Ste. Peter te Utrecht, aan Cornelis Aryensz Boonzayer te Rhenen [ ] De huurder moet wel aan Jan Pietersz Weecker, brouwer te Veenendaal, betalen hetgeen Weecker opeist van Johan van Driel [ONA Rotterdam; not. Jacobus Delphius, inv.nr.367, fol.148] : Jan Petersz Waker en zijn vrouw Jannigje Jacobs van Rhenen revoceren het testament van gemaakt en lijftochten elkaar in al hun goederen. Jan stelt tot zijn universele erfgenamen zijn zoon Marcelis Jansz Beuker en legateert aan Elis Marcelis Waker ten aanzien van zijn kwade arm 1000 gulden. Jannigje stelt tot haar universele erfgenamen haar zuster Geertruijt Jacobs van Rhenen en de kinderen van Bruijn Jacobsz van Rhenen die hij verwekt heeft bij Jannigje Abels, en legateert aan Alidt Gijsberts Jans van Grachts, Jacob en Cornelia Stenfkens en Hendrickje van Rhenen ieder 25 gulden, en aan Elis Marcelis Waker vanwege zijn kwade arm 500 gulden [Stadsgerecht Rhenen; inv.nr.411] : Jan Petersz Waecker, brouwer in Veenendaal, stelt zich borg voor Gijsbert Jansz t.b.v. Cornelis de Cruijff om het gewijsde van het Hof van Utrecht te voldoen [ONA Rhenen, not. Jacob Boumeister; inv.nr.2056]. 1659: De diakonie betaalt 'sesentwijntich guldens aen Jan Petersz Waeker van bier ende turf die hij aen de armen zedert het jaer 1657 gelevert heeft'. [Veenendaalse krant ] : Jan Petersz Waker heeft beloofd te zullen overleveren boedelinventaris van zijn overleden vrouw Jannigje Jacobs van Rhenen [ONA Rhenen, not. Jacob Boumeister; 203
204 inv.nr.2056] : Jan Petersz Waker, wed. Jannigje Jacobs van Rhenen, bekent schuldig te zijn aan Jan de Drijver en Aeltje van de Graff, Jacob Steufkens, Jan van Sonsbeeck en Cornelia Steufkens, Henrica van Rhenen, Michiel Tijmensz Storck en Jacomina van Rhenen, de onmondige weeskinderen Sara Bruijnen en Neeltje Bruijnen, mitsgaders de vier kinderen van Cornelis Harmansz en Geertruijt Jacobs van Rhenen, tezamen elf in getal, erfgenamen van Jannigje Jacobs van Rhenen, 2500 gl. Hij verbindt hieraan een stuk goed te Veenendaal achter de kerk [ONA Rhenen, not. Jacob Boumeister; inv.nr.2056]. 1665: Jan Petersz Weecker is eigenaar en gebruiker van een huis met 3 haardsteden in Stichts Veenendaal, waarvoor hij gulden betaalt [Haarstedengeld; Oud Archief Rhenen, inv.nr.423] : Jan Petersz Waker verklaart dat zaliger Cornelis Geurtsz, zijn gewezen voorsaet van zijn overleden huisvrouw Willemke Jans, nevens Jan Aertsz Kuijper, tezamen hebben gekocht van Jan Teunisz van der Meijde 4 morgen bouwland in het Zant [ONA Rhenen, not. Jacob Boumeister; inv.nr.2056] : Gerrit Metman, Jeurriaen Jansz en Aelbert Steck, curators over de nagelatene boedel van wijlen Jan Petersz Waecker, benoemen Pieter van Sompeeken, procureur voor het hof van Utrecht, tot het voeren van een proces [ONA Veenendaal, not. Boumeister, inv.nr.2188, akte 3] Willem Heij, overleden voor 21 februari 1660, trouwt met Catharina Hendricks : Catarina Henricx, weduwe Willem Heij, met Sander Gilmer haar assistent, verkoopt aan haar zoon Henrick Willems Heij een kamer aan de zuidzijde van de Vrouw Juttestraet voor 400 gld [ONA Utrecht; not. Schaep, inv.nr.u032a001 akte 51] Roelof Lamberts van Hardeveld, overleden te Veenendaal in 1636, trouwt met N.N., overleden te Veenendaal in : Graf nr.47 wordt voor 1/3 verboekt op Thijs Thonis van Hardevelt, erfgenaam van zijn vader Anthonis Roelofs. Ook voor 1/3 op Cornelis Cornelisz, zoon van Cornelis Roelofs. En voor 1/3 op de kinderen van Lambert Roelofs, te weten Roelof, Krijntje, Neeltje en Willem Lamberts {grafsteden Veenendaal] Willem Gerrits, zn. van Gerrit Willems, timmerman, begraven te Veenendaal op 19 augustus 1632, trouwt met Hendrikje Cornelisse, begraven te Veenendaal op 12 mei : Graf nr. 66 in de kerk van Veenendaal wordt verboekt op de kleinkinderen van Willem Gerrits, nagelatene zoon van Gerrit Willems Timmerman. Dit zijn Gerrichje Gerrits, dochter van Gerrit Willems; Roelof, Krijntge, Neeltje en Willem Lamberts van Hardevelt, kinderen van Teuntge Willems; en Adriaen Bunt en Cornelis Teunis, weduwnaar van Jannichje Bunt, kinderen van Jannichje Willems Gerrit Jansen Vollewens, zn. van Jan Petersz Vollewens en Petergen van Westrenen, chirurgijn, begraven te Veenendaal op 19 oktober 1674, trouwt voor augustus 1626 met Neeltje Meeuwsen, belijdenis te Scherpenzeel in 1627 Pinksteren, met attestatie van Scherpenzeel naar Amersfoort op 24 december 1635, begraven te Veenendaal op 8 juni : Jannichgen Gerritsdr, borgerse van Amersfoort, machtigt haar moeije Lambertgen Stevens, om namens haar voor de predikanten en de Classis tot Arnhem te doleren over de trouwe 204
205 (het huwelijk) door de predikant tot Scherpenseel gedaan of toegestaan tussen Mr. Gerrit Janss. (chirurgijn) en Neeltgen Meusdr, niettegenstaande de uitspraak van het Gerecht van Amersfoort die tussen haar en Mr. Gerrit was gedaan, en de eed die Mr. Gerrit moest doen, niet voldaan was. En tegen de predikant inzake de nietigheid van dit huwelijk te procederen en alles te doen wat de zaak vereisen zal, eventueel het substitueren van een of meer procureurs ad lites [ONA Amersfoort, notaris J. van Ingen AT002 a002 folio 519v]. 1627: Nellien Meuwisz, huisvrouw van mr. Gerrit, doet met Pinksteren belijdenis te Scherpenzeel : Neeltjen Meuwissen, huisvrouw van Mr. Gerrit chirurgin, aen de Verkenmarck, komt attestatie van Scherpenssiel naar Amersfoort : Mr. Gerard (?) Vollewensch, chirurgijn, en zijn vrouw Neeltjen Meuwsz, voor de ene helft, en Marritgen Jacobs, weduwe van Joris Foular, in zijn leven schoolmeester in Venendaal, voor de andere helft, kopen van Claesgen Hillebrantsdr, geass. met Hillebrant Rijksz haar gekozen voogd, een stukje veen met de grond omtrent drie roeden breed en honderdtien roeden in de lengte gelegen onder het ambt van Ede [Transportregisters Amersfoort ] : Merrigje Jacobs wed mr. Jorus Foulart in zijn leven de directie gehad hebbende van de boedel van Huijbert Pauwelsen, heeft getransporteerd aan Gerard Volwens, chirurgijn, een huis en erf in Veenendaal [Stadsgerecht Rhenen inv.nr.282] : Neeltien Meussen, op den Hoff, komt op met attestatie van Doesborch naar Amersfoort. Mr. Gerrit Volwens, op den Hoff, komt op met attestatie naar Amersfoort [Lidmatenregister Amersfoort] : mr. Peter Vollewens wordt als chirurgijn van het weeshuis ontslagen en zijn broer meester Gerrit wordt gevraagd [Van Wees (2002), Het burgerweeshuis van Amersfoort, p.71] : Compareren de erfgenamen van Johan Mom, in zijn leven schepen dezer stad: de gemachtigde van de kinderen en erfgenamen van Adriana Mom, weduwe wijlen Barnardus Busschoff. Idem de heer burgermeester Drakenburgh als gemachtigde van Dirck Man en zijn vrouw Rijckgen Planten (procuratie te Doesburg), mede als gemachtige van Harbert Thomasz van Neck, Herman Coerts van Marmer en Jochum Hendricksz van Stellenghwerf en hun echtgenoten (procuratie te Amsterdam) alsmede als gemachtigde van Jannitghe Thomas, weduwe van Sr. van Kempen (procuratie te Amsterdam); Idem Mr. Gerard Vollewensch en zijn vrouw Neeltgen Mom [sic!], allen de r.c. voor de kinderen van Claas Mom. Compareren daarnaast de erfgenamen van Jannitje Anthonis, huisvrouw van voorsz. Johan Mom zaliger. Zij verkopen huizen en land [Transportregisters Amersfoort ]. [NB Jan Jansen Mom, van Scherpenseel, trouwt (geref.) te Amersfoort op met Jannitgen Tuenisdr, van Amersfoort] : Mr. Gerrit Volwens, chirurgijn, en zijn vrouw Neeltje Meuen, verkopen aan Willem Pele, glazenmaker, en zijn vrouw Gerritgen Jans, hun huis staande in de Langestraat, gelegen tussen percelen van Jan Palmer en de erfgenamen van Henrick van Raalt. Op dezelfde dag kopen Mr. Gerrit Volwens en Mr. Harman Lucasz, en hun echtgenoten, van Dirck Jansen, bleijcker en zijn vrouw Treijntgen Reijersen, zich sterkmakend voor de erfgenamen van zijn overleden vrouw Trijntgen Joosten, een huis, hof en hofstede staande en gelegen in de St. Jansstraat, gelegen tussen percelen van Wessel Evertz en Cornelis Caen, notaris [Transportregisters Amersfoort , fol v] : Aanstelling van mr. Gerard Volwens chirurgijn ipv Erasmus [Gerechtsbestuur Amerongen, inv.nr.1; transcr. H.J. Postema] : Idem [Peter van Cleeff] contra Gerrit Volwens. Hij is op door de gerechtsbode alhier geinterdiceerd sijn chirurgie binnen Amerongen ofte desselfs resort te exerceren [Amerongen; Rol van lijfstraffelijke en boetstraffelijke zaken, inv.nr.120; transcriptie H.J. Postema] : Gerrit Volwens, chirurgijn, en Neeltgen Meuwsdr, wonend te Veenendaal, krijgen octrooi om te testeren [Octrooiregister Hof van Utrecht] : Neeltge Mesen, wonende te Stichts-Veenendaal, weduwe en boedelhoudster van meester Gerrit Volwens, chirurgijn, en haar momber Jan Quint, drossaart te Amerongen, machtigen Cornelis Fransz Rosch, haar zwager tot het afwikkelen van de boedel en waar nodig te 205
206 procederen [ONA Veenendaal, not. Boumeister, inv.nr.2188, akte 7] Clemens van Dashorst, zn. van Gerrit Willemsz van Dashorst en Willemtgen Everts, regent van het burgerweeshuis te Amersfoort van 1632 tot 1634, raad te Amersfoort van 1635 tot 1642, overleden voor 10 januari 1662, trouwt met Reyertgen van Snuel, dr. van Goort van Snuel en Gerritgen Cornelis, regentes van het burgerweeshuis te Amersfoort in 1634, aangenomen als lidmaat te Amersfoort op 5 april 1634, overleden voor 21 april : Reijertjen Geurt van Snuelsdr, wonend te Amersfoort krijgt octrooi om te testeren [Octrooiregister Hof van Utrecht] : Clemens van Dashorst, burger, transporteert aan Warnar van Hulsen en zijn vrouw en hun erven een hof, met aankleven buiten de Andriespoort, in de besloten steeg naast de drie vongers; daarbij een lening van per jaar 8 stuivers en 8 penningen aan Sijmon Gerritsz van Losterhoff. Schuldsom is voldaan [Transportregisters Amersfoort ] : Clemens van Dasserts, gesont van lichaem, legateert aan Reijertje Volwens, dochter van zijn dochter Gerrigje van Dasserts, huisvrouw van mr. Jan Volwens, 300 gld [ONA Rhenen, not. Jacob Boumeister; inv.nr.2056] : Cornelis Hendricksz van Nieuwenhuysen, cnoopmaecker in Utrecht, en Willemina van Dashorst, dochter en voor de helft erfgenaam van wijlen Clemens van Dashorst, machtigen hun zwager mr. Johan Volwens, chirurgijn in Veenendaal, gehuwd met Gerarda van Dashorst, om in Amersfoort te transporteren een huis, hof en hofstede, gelegen tegenover de Nieuwstraat binnen Amersfoort, door Clemens van Dashorst met de dood ontruimd, aan Bartholomeus Jansz van Kempen. Johan Volwens wordt ook gemachtigd om van Cornelis Cornelisz Smith te Amersfoort rente van plecht te innen op een huis aan de Slykstraat en de plecht te doen casseren. [ONA Utrecht, not. Duerkant, inv.nr.u70a1, aktenr.72 en 73] : Johan Volwensch, chirurgijn, wonende in Venendaal, en zijn vrouw Gerarda van Dashorst voor de ene helft en mede als gemachtigde van Cornelis Henrixz van Nienhuijse, knopenmaker tot Utrecht en zijn vrouw Willemina van Dashorst voor de andere helft, ergenamen van Clemens van Dashorst, hun vader en schoonvader resp, verkopen aan Bartholomeus Janz van Kempen, lakendrapier, een huis, hof en hofstede recht over de Nieuwstraat, bewoond geweest door Clemens van Dashorst, tussen de gemeenschappelijke straat en Echbert van Staverden. Compareerde tevens Mr. Gerrit Volwensch, chirurgijn die verklaarde borg te staan [Transportregisters Amersfoort ] Gerrit Jans de Ruijter, overleden voor 3 januari : Verboekt op de weduwe van Gerrit Jansz den Ruijter, als erfgenaam van haar zoon Daem Gerrits, wordt 4 morgen in een stuk van 80 morgen, genaamd de Sack. [Onder de eerdere eigenaren is een jonker Roeloff de Ruyter] [Legger der Morgentalen 1681] Jan Claessen aent Boveneijndt, rekenmeester, directeur van het veenraadschap van 1636 tot 1637, kerkmeester tussen 1639 en 1663, veenraad tussen 1645 en 1661, overleden voor 24 december II : Het derde deel van een perceel van 10½ morgen en een perceel van 3 morgen 3 quartier worden verboekt op Jan Claesz. Hiervoor was dit deel van Joost Aelbertsen; de overige twee derden waren al van Jan Claesz. De voorgaande eigenaren waren Hermen Brantsz cum socys en daarvoor Gysbert van Langevelt [Legger der Morgentalen fol.44] : Graf nr.11 op het koor in de kerk van Veenendaal wordt overgeboekt van de eigenaar Jan Claesz aent Boveneijndt, op de kinderen en erfgenamen van Jan Claesz. Deze overboeking gebeurde op verzoek van Jeurjaen Jansz van Langevelt naergelatene soone van Jan Claesz. Op wordt dit graf overgeboekt opde kindskinderen en erfgenamen van Jan Claesen, te weten 206
207 Jan van Langevelt, Claes Evertsen, Jacob Bos, Peter Hendricks en Jan Jansen de Gooijer, ieder voor 1/5 deel [VG 1998 p.74] Cornelis Sanders van Eijckeveld, zn. van Sander Jans en Marietje Jans, veenraad in 1639, trouwt met Anna Quint, begraven te Veenendaal op 11 november : Neeltge Cornelis van Eijckevelt, weduwe van Wouter Stevens, Anthonij de Bijll, getrouwd met Jannichje Cornelis van Eijckevelt, Jurriaan Jans, getrouwd met Maijken Cornelis van Eijckevelt, en Jan Peters van Vleuten, getrouwd met Nieske Cornelis van Eijckevelt, mede kinderen en erfgenamen, naast Sander Cornelis van Eijckevelt, van hun ouders Cornelis Sanders en Anna Quint. Zij machtigen Johan van Amerongen, proc.spec, in hun zaak tegen Sander Cornelis van Eijckevelt [ONA Veenendaal, not. Bouwmeister, nr.2] : Neeltge Cornelis van Eijckevelt, weduwe van Wouter Stevensz, Anthonij de Bijl en Jannichge Cornelis van Eijckevelt, Jan Petersz van Vleuten en zijn vrouw Niesge Cornelis van Eijckevelt, Maijchge Cornelis van Eijckevelt vrouw van Jeurjaen Jansz van Langevelt, machtigen Jeurjaen Jansz van Langevelt tot overdracht van een huis, hofstede en landerijen gelegen in Stichts Veenendaal, zijnde leengoed van huis Sterckenburgh, voor 4/5 deel aan Hendrick Aertsz en Jacobge Helmerts (op wordt hij tevens gemachtigd om het 1/5 deel van Sander van Eijckevelt en zijn vrouw Annichge Hendricx ook te verkopen), en de overdracht voor 4/5 deel van 10 morgen vrij allodoiaal goed aan Gerrit Metman en zijn vrouw Lijsbeth Jans [ONA Veenendaal, not. Boumeister, inv.nr.2188, akte 52, 60] : Sander Cornelissen van Eijckevelt, zoon en mede-erfgenaam van zaliger Cornelis Sandersen van Eijckevelt, die in leven curator was van de boedel van Jacob van Sijll, verklaart voor zichzelf en de andere erfgenamen van zijn vader geconstitueerd te hebben Francois van Driellenburgh om voor de rentmeester van de domeinen van Utrecht te transporteren t.b.v. Jacob Woutersen van Essen een erfpachtgoed met huis, etc. in Veenendaal, en te bekennen dat des comparants moeder Anna Quinten, weduwe van zijn vader, van de totale kooppenningen is voldaan [ONA Rhenen, not. Adriaen van Wijck; inv.nr.2057] : Graf nr.33 in de kerk van Veenendaal wordt verboekt op Sander Cornelisz van Eijckevelt, naergelatene Soone van Cornelis Sandersz die t selve becomen hadde van sijn vader Sander Jansz. Mede aanwezig zijn Neeltje Cornelis van Eijckenvelt en Jeurjaen Jansz van Langevelt, getrouwd met Maeijgje Cornelis van Eijckenvelt [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal, p.18] Jan Hermens van Holten, zn. van Hermen van Holten en Hillegonda Dirks, herbergier, kerkmeester, ouderling, pachter van de accijnsen te Veenendaal tussen 1650 en 1672, pachter van de turfimpost te Amerongen van 1654 tot 1655, veenraad in 1660, overleden voor 25 oktober 1674, trouwt met Mechteld Jansdr Verwold, overleden te Veenendaal op 8 oktober 1688, trouwt (2) met Jan Berentsz : Johan Verweij drost contra Neeltgen Jans getrouwd met Bernt Jansz, wonend aan de Dwarsweg. De gedaagde heeft haer onderstaen ende laten gelusten op de persoon van Mechtelt Jans huisvrouw van Jan van Holten comende vanden Dwarswech aff om naer huijs te gaen, op de gemeijne wegh, aen te randen ende de selve bij dehanden vast te houden ende helpen slaen, soo seer dat de vnde Mechtel heeft geroepen en geschreuwt om hulp, dat die gereq. ende hare suster Huijbertjen Jans, haer Mechtelt wilden vermoorden; concludeerde den eijser ende req. dat de ged. ende gereq. daer over sall werden gecondemneeert in een boete van 150 gl [Amerongen Rol van civiele zaken inv.nr.126; transcriptie H.J. Postema]. 1660: Jan van Holten is nog maar kort veenraad als hij met Jacob Fransz, de directeur van de gemene werken, van het college van veenraden de opdracht krijgt om het marktplein van Veenendaal te zuiveren van mestvaalten, die ondanks eerdere verboden zijn ontstaan. Hij gaat 207
208 met twee arbeiders en twee karren aan het werk, maar bij het opladen van de mest voor het huis van chirurgijn Jan van Broekhuizen ontstaat een rel. De vrouw des huizes geeft haar dienstmeid opdracht om de mest weer van de wagen te smijten, maar als ze dat wil doen krijgt ze van Jan van Holten een oplawaai. Dan komt Barbara, de vrouw van de chirurgijn, zelf naar buiten, duwt haar kind in de armen van haar meid, pakt de greep en klimt op de wagen. Jan van Holten geeft haar daarop een vuistslag waardoor ze van de wagen valt en met haar benen omhoog in de drek belandt. Er komt een rechtzaak, waarvan de afloop onbekend is. Jan van Holten is daarna nog wel enkele jaren kerkmeester, maar wordt niet meer tot veenraad gekozen [D.van Manen, Aanzienlijk vlek in t Stichtse]. 1665: Jan van Holten is eigenaar van een drietal huizen in Stichts Veenendaal, elk met één haardstede, gebruikt door resp. de weduwe van de Fransman, Rem Jansz en Gerrit Dircksz. Jan van Holten gebruikt zelf een huis met 5 haardsteden, in eigendom van Reijnier van Huijsen. Per haardstede wordt gulden betaald [kohier van het haardstedengeld aan de Stichtse zijde van Veenendaal] : Harmen van Holten en Mechteltje Jans Verwolts lijftochten elkaar in al hun goederen. Zij prelegateren aan hun oudste zoon een zilveren beker of 30 gld, aan haar voordochter Jantje al haar kleren en aan Hilligje het beste bed met toebehoren. Tot erfgenamen stellen zij hun kinderen [ONA Rhenen, not. Johan Gilpin; inv.nr.2055]. 1675: Johan Bor, pander van de Staten van Utrecht, en Johan van Reumelaer, substituutschout van Rhenen, contra Mechtelt Verwolt, tevoren weduwe Jan van Holten, won. Veenendaal. Haar goederen worden geëxecuteerd ter waarde van 275 gl wegens schulden aan Cornelis Stevensz, gewoond hebbende te Achttienhoven, voor het zout- en hoorngeld over Rhenen over 1668, waarvoor Jan van Holten zich borg had gesteld [Stadsgerecht Rhenen; inv.nr ] : Mr. Gerhardt van Bercheijck als oudste leenvolger op straat van Morre van Domselaer constitueert mr. Samuel Gerobulus, oud-raad in de vroedschap en schepen te Utrecht, om te verschijnen voor stadhouder en leenmannen van Utrecht en te verlenen met de helft van 1,5 hoeve veen te Elstervenen, strekkende van de Carthuijserveenen tot in Elsterboschweer toe, zoals Morre van Domselaer die laatst bezeten heeft en daarmee in 1603 of in 1604 verleid is geweest. Voorts uit krachte van koopcedulle dd het veen te transporteren aan Simon van Holten voor hemzelf en voor zijn moeder Mechtelt Jans en zijn andere broers en zuster, het recht van zaliger Harman van Holten hebbende [ONA Amerongen; not. Van den Doorslag; inv.nr.168; transcriptie H.J. Postema] : Mechtelt Jans, weduwe van Jan van Holten, machtigt Henrick Ribbius, procureur in de hove van Utrecht, om de zaak van wijlen haar man tegen de erfgenamen van Johan Verweij, drossaert tot Amerongen voort te zetten [ONA Veenendaal, not. Boumeister, inv.nr.2188, akte 56] : Mechtelt Jans Verwolt, gewezen huisvrouw en erfgename van Jan van Holten en tegenwoordig getrouwd met Jan Beernts, haar momber, heeft verkocht aan Cornelis Huijgen, wonende te 's Gravenhage, een zeker erf en goed, met bepoting en betimmering (huis, berg, twee 'schaepschoijen' en de gerechtigheid om schapen te drijven), groot ongeveer 33 morgen, strekkende van de munnikeweg zuidwaarts to aan de 'bergh ofte bosch', tegenwoordig door Jan Jansz bewoond en gebruikt; item een naastgelegen stuk, erfpachtplichtig aan de erfgenamen van de heer Ad. Lommetsum, groot ongeveer 7 morgen; voor de som van tweeduisend vierhonderd en tien gulden [ONA Veenendaal, not. C. Boumeister, inv.nr 2189, akte 2] : Sijmen Jans van Holten, Hillegonda van Holten, huisvrouw van Aert Hendricks Boonsayer, beiden kinderen van Jan van Holten, overleden, en Mechteld Jans Verwolt. Zij verklaren dat zij op 't goed dat hun moeder ingevolge een akte van heeft verkocht aan Cornelis Huijgen geen pretentie hebben [R.A. Veenendaal] Jan Cornelisz van Veenendaal, zn. van Cornelis Michielsz, veenraad tussen 1639 en 1670, overleden in 1682, ondertrouwt (2) te Amsterdam op 25 februari 1660 met Maria Conincx, trouwt (1) met Maria Gerrits, overleden voor 14 maart
209 Jan Cornelisz is eigenaar van grafstede nr.18 in de kerk van Veenendaal [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal] : Johan de Kemp als gemachtigde van mr. Jacob van Sipenes, advocaat voor het Hof van Utrecht, voor zichzelf en namens zijn zuster Catharina van Sipenes, transporteert aan Jan Cornelissen Michielen en zijn vrouw Merrigje Gerrits, won. Veenendaal, een huis en hofstede strekkende uit de gemene grift zuidwaarts op tot aan het erf van Lubbert Jacobsen, molenaar, daar oostwaarts Willem Gerritsen Lam, westwaarts Sipenes, en nog het slijk en de grond van derdehalve morgen liggende op het overeind van het huis, strekkende van de grift noordwaarts op tot de Munnikenweg, daar oostwaarts de Gortsteeg, westwaarts Jan Cornelissen [Stadsgerecht Rhenen; inv.nr.410] : Jan Cornelis Michielsz en Maria Gerrits, wonend aan de Molenbrugh, maken een testament ten behoeve van de kinderen, op last van lijftocht langstlevende en met benoeming van langstlevende tot voogd [ONA Utrecht, not. Van Overmeer; inv.nr.u18a3, akte 89] : Jan Cornelisz van Venedael wer van Maria Gerrits woont tot Venedael & Maria Conincx van A wede van Hendr van Bronchorst op de Nieuwendijck [Ondertrouwboek Amsterdam] : Jan Cornelisz, geboortigh van 't Rheenseveen aan de Stichtse sijde, heeft het burgerschap gewonnen [Stadsarchief Amersfoort, inv.nr.1847]. Is hij dezelfde? : Jan Cornelis Michielsz en Maria Gerrits, wonend Molenbrug in Veenendaal, beijde gesont van lichaem, lijftochten elkaar. Tot erfgenaam stellen zij hun kinderen [Stadsgerecht Rhenen inv.nr.472]. 1674: Jan Cornelisz van Veenendaal contra Paulus Taets, de kinderen en erfgenamen van Anthonis Taets en Jan Duije gehuwd met Lijsbetje Taets. Met declaratie van kosten [Stadsgerecht Rhenen; inv.nr ] : Jan Cornelisz van Veenendael is schepen te Amersfoort in en , raad in 1677 en , en weesmeester Is hij dezelfde? : Grafstede nr.25 wordt verboekt op Garrit van de Poel, waarvan vermeld wordt dat zijn moeder een dochter van Jan Cornelissen van Venendael was. De eerdere eigenaar was Cornelis Klerck. Bij transport van dit graf op hij als erfgenaam van Cornelis Clerck vermeld [Eigenaren van graven in de kerk te Veenendaal]. Generatie XIII Hermen Adriaens, pachter van de impost van het gemaal te Rijswijk in 1617, overleden op 2 december 1635, begraven te Rijswijk, trouwt met Cornelia van Eck, dr. van Roeloff van Eck en Anna Job Jans : Herman Adriaansz. wordt bij overdracht door Nikolaas Wyenborg, beleend met de helft van de bouwing in Ravenswaaij genaamd Pepercoeck (het gehele leen in 12 morgen). Op wordt Jan Jobbenz. hiermee beleend, bij overdracht door Herman Adriaansz. [Repertorium op de lenen van de hofstede Culemborg] : Herman Adriaansz. wordt bij overdracht door Jan Jobbenz, beleend met 4 morgen (de Hoge kamp) te Rijswijk wordt Adriaan Hermansz, oudste zoon, bij dode van Herman Adriaansz. zijn vader, hiermee beleend [Repertorium op de lenen van de hofstede Culemborg] : Aert Claessoon wordt bij opdracht beleend met [de helft van] 13 morgen 2 hont land te Maurik. Hij tocht zijn vrouw Willemken van Bijler op , also d'ander helft Herman Adrians toecomt. Op maken Aert Claes en Herman Adrians dat het goed zal erven op hun oudste zoon, of bij gebrek de oudste dochter, van Aert zijn broederen en zusteren uitkerend 1000 gld, en de oudste zoon van Herman zijn broeders en zuster Johan, Dirck en Mayken 1000 daler. Wijnant Aerts wordt op als erve van zijn vader beleend met de helft. Op wordt Herman Arien geapprobeerd in de andere helft [Sloet (1901), Register op de 209
210 leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen; Kwartier van Nijmegen; p.363] : Herman Adriaenssen woonende tot Rijswijck, promisit aen Adriaen van Mierlo ende Alijdt van der Sande, sijn huijsvrouwen suster 470 gld c.i, als reste van de coopspennighen van een huijs ende hoffstadt lants gelegen op Rijswijck aen 't NedderEijndt, daer van hij debiteur den erffcoopbrieff hadde ontvanghen [RA Nederbetuwe 203, fol.22v] : Cornelia van Eck, weduwe van zaliger Herman Adrianssen van Bueren, cum tutore Christiaen Peterssen Plessius, promisit aen Gerarda van Cleeff 350 gld c.i, uut twee ackeren boulants op Rijswijck over den Middenwegh, groot anderhalven mergen [RA Nederbetuwe 204, fol.38v] : Neeltje van Eck verkoopt aan Cornelis Petersen van Wijck een seeckere huijsinge met het gepoot daerachter aenstaende, waervan den gront compt aen Sancta-Catharinae Vicarije staende tot Rijswijck int dorp [RA Nederbetuwe 204, fol.129v] : Johan van Heteren contra Cornelia van Eck, wed. van Herman Adriaens van Bueren, Schuldvordering [Hof van Gelre en Zutphen; toegang 0124, inv.nr. 5450, procesdossier 1663/15] Neeltje van Eck heeft "uijtter handt gegeven ende opgedraegen Roeloff Johansz van Eck: De rechte helfte van omtrent veertien hondt bouwlandt op Soelen, gelegen op Ter Weijde ende daervan de bovensten acker. item drie ackeren landts gelegen op Rijswijck over den Middelwegh genaemt Sartelandt " [RA Nederbetuwe 204, fol.190] Pieter Cornelisz Spicker, geboren rond 1548, overleden te Koedijk op 19 maart 1615, begraven te Koedijk (in de kerk) Jan Cornelisz Rus, zn. van Cornelis Reijersz Rus, overleden voor 28 juli Claes Gerritsz Henrick Hunders, zn. van Geerdt Hunders en Willemke, overleden voor 5 juli 1613, trouwt met Naele Oesminck : Naele Honders, wed. van Henrick Honders, met haar broer Johan Oissminck, is 390 dlr. 15 st. schuldig aan Dierick Bemer, uit 3 obligaties door zal. Geerdt Honders en zijn vrouw Willem in 1570 en 1578 uitgegeven aan de ouders van Dierick Bemer. Zij geeft twee stukken land in het Hondersgoed, te weten het Telgenstuk en de Hondershoek, in onderpand en zij verkoopt in pandschap aan haar broer Johan Oissminck en Trijne een stuk land in het Hondersgoed gehorig, genaamd het Haeckenstuk in de Oissminck Esch. In 1628 is alles afgelost [RA Bredevoort 75, fol. 212v, 213v] Kerst Laijkinck, zn. van Hermen Laijkinck en Elske, geboren rond 1530, landbouwer op Loijtink in Meddo, overleden voor 1588, trouwt met Nailken, overleden voor : Kerst Layckinck wordt veroordeeld wegens vechtpartijen (ook in 1553 en 1570) [OTGB 1998, p.115]. 1570: Kerst Layckinck heeft schulden vanwege de tachtigjarige oorlog [OTGB 1998, p.115]. 1575: Laykinck huesman III g, idem Boickholt III ort g, onraet [i.e. geldelijke last] II st. III pl. Kerstken mich hyr op betalt II daler [Schatbboek Anholt; Beskers (1995), Meddo deel II, p.174] Johan toe Lintom (alias Schilderinck), geboren rond 1565, landbouwer op Schilderinck in Vragender, overleden tussen 1641 en 1644, trouwt voor 1591 met 210
211 5195. Geesken Klandersmans, dr. van Jan Klandersmans. 1591: Joan tho Lintem en Gesken Jansdr Klandermans [Hofboek Bredevoort]. 1638: Getuigenverklaring: Jan op Schilderinck,ca. 60/70 jr. oud. Hij is onder Winterswijk geboren en zegt in die 20 jahr herwaarts in die herlicheit Lichtenvoorde gewoint (te) hebben [Archief Hof van Gelre, inv. nr. 5179; OTGB 95.28] : Johan en Gertien kopen het stedeken Centz kempeken of Lemeler stedeken in de buurschap Eefsele naast Rentingh olden goorden. Op lenen zij 25 daler aan Johan en Herman Sessinck in Vragender [RA Heerlijkheid Lichtenvoorde 18] : De pachtheer van het erf Schilderinck, jonker Johan Erick van Broeckhuysen en diens moeder Ermgart van Rietbergh, weduwe Van Broeckhuysen, lenen geld van Bartolt ten Holckenborg en Heelen, zijn vrouw. Hun bouwman Jan op Schilderingh stelt zich hiervoor borg [RAHL 19]. 1639: Er is een ruzie met de buren Jan Benninck en zijn vrouw Fenne. Fenne verklaart de Schilderincks alleen als erlievende lueden to kennen [OTGB 2002] : Tonnis Carstes Pleckenpoel en zijn vrouw Elsken verkopen aan Johan tho Lintumb bowman op Schilderinck in Vragerer, Geesen Clanderman syn huisvrow hun aenplandes in Vrageren [RAHL 19] Berend Sevinck, geboren in 1577, scholte op Borninckhof in de Haart, tegeder van de Hof van Miste van 1605 tot 1630, overleden in 1660, trouwt (2) met Henrichjen Sonderloe, trouwt (1) in 1602 met Jenneken ten Borninckhave, dr. van Gerth ten Borninckhave en Naelken ten Kreyll, geboren te Bredevoort in 1578, overleden in : Ze: Styne Zewinck kinderen: Styne Zewinck mortua; Henrica Zewinck, Pelgrum oer soen ingest anno 1566, Thonis de soon en Berndt de soon, ingeschreven anno 76; Herman Sewinck. Naele Henrica dochter; Anna oer dochter obijt anna 85, Wichgert oer Soen ingeschreven anna 85 (Winterswijk) [Thynsboeck vander Graeffschap des Landts van Zutphen; Gelderse Rekenkamer nr.1131 fol.113v]. NB in het voorgaande tynsboek, over , staat: Zelige Styne Zewincx kinderen: Styne Zewinck mortua; Herman Zewinck; Henrica Zewinckz, Nale oir dochter en Anna oir dochter ingeschreven anna 59 [Gelderse Rekenkamer nr.1128 fol.91v]. 1605: Berndt Sevinck, die op Borninckhof is ingetrouwd, wordt tegeder als opvolger van Coene ten Borninckhave. Hij betaalt het hiervoor verschuldigde bedrag en zweert Oick met opgestreckten Vingeren to Godt und sijn Heilig Evangelium gelaefft end geschworen, dat Tegeder Ambt zijns besten vermoegens und verstandts oprecht und getrouwelick te bedienen und alles te doen, dat ein Tegeder schuldigh is te doen. Daarbij houdt hij het recht om één van zijn kinderen vrij te doen zijn van horigheid. In 1613 wordt het tegederschap van Berndt Sevinck betwist door een zekere Berndt ten Borninckhave, met hulp van Berends voorganger Coene ten Borninckhave. Berndt Sevinck kan echter een akte tonen van , waarbij hem het recht wordt verleend op de Borninckhof. Ook in 1620 wordt protest aangetekend, eveneens zonder succes. Op draagt Berndt het tegederambt over aan zijn schoonzoon Derck Tengenhorst [Krosenbrink, Winterswic is minen naem, p.86] : Jan Roller en Mariken Stennekes hebben verkocht aan Berndt den olden Schulte ten Borninckhave en zijn vrouw Hendersken, een jaarlijkse rente van 28½ daler, op een hoofdsom van 500 daler, met als onderpand al hun gerede en ongerede goederen [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.71] : Berndt olde Schulte Borninckhave en zijn vrouw Henrika tonen een magescheid van tussen hemzelf en zijn voordochter Lotte zaliger en haar man Derck Tangerinck, opdat deze na zijn dood bestedigt zal worden. In de magescheid staat dat Berndt Schulte Borninckhoff aan Lotte en haar man Derrick de Schultenhoff ghenandt Borninckhoff transporteert, en dat zij de hof zullen bewonen en gebruiken, met het bijbehorende bouwland, groenland en bos. Als Derrick enich groffholt zou houwen, is 1/3 daarvan voor Berndt. Derrick en Lotte moeten ook 211
212 alle schattingen, pachten, etc, betalen. Als Derck komt te overlijden zonder kinderen na te laten zal hij Lotte 300 daler nalaten, als Lotte eerder overlijdt zonder kinderen zal zij hem 200 daler laten. Derck en Lotte zullen hun zusters elk derdehalffhundert daler betalen wanneer zij huwbaar zijn, waarmee die afstand doen van hun recht op het goed. Berndt en zijn vrouw zullen de hof ruimen en met hun kinderen de lijftocht trekken. Hij behoudt nog wel enkele rechten, o.a. tot het houden van 25 schapen onder de kudde en het houwen van hout [Volontaire protocollen Bredevoort , fol.78-80] Johan tho Boomfelt, zn. van Henrich tho Boomfelt en Gese, overleden voor 1609, trouwt voor 1557 met Gesken Stortelers, dr. van Werner Stortelers en Gesken, overleden rond : Johan to Boemfelt, met 'in die echte Wernersdr Stortelmans', komen voor het eerst voor in het Hofboek van Bredevoort in Zijn vrouw is overleden in 1574, waarbij vermeld staat 'heft onberaden dochters'. In 1592 en 1593 staat bij Johan 'ad huc in dubio utrum vivat aut decessit' (men weet niet of hij nog leeft of overleden is). Tussen 1601 en 1609 staat deze twijfel er opnieuw bij [Hofboek Bredevoort] : Bij afwezigheid van de tegeders treden de 'hofluiden' Johan tho Boemfelt en Johan Hijginck op bij het hofgericht te Bredevoort [Hofboek Bredevoort, p.692] Gert toe Lintom (?), zn. van Johan toe Lintom en Grete, landbouwer op Lintum in het Woold, overleden rond 1585, trouwt voor 1556 met Alit Elverdinck (?), overleden rond : Alit ein dochter van Elverdinck echte husfrowe Gerdes to Lintom vermidtz Henrick van Voirthusen hir to oren verkoren togelaten Mombar met consent oirs mans vurgemelt heft sich hofhorich na den gude to Lintom idoch op behorlich wederwessel bij verdrach mit den Drosten gegeven und hebben beide oir hofrecht verwaret [Hofboek Bredevoort, akten en notities p.362] : Die hocheit spreckt an mit recht Kerstgen Wibbols ind Gert to Lintom, elck voir ein gefecht ind handtwoponge [Judicieel Protocol Bredevoort, inv.nr.50; transcriptie ADW] Warner Eelkinck, overleden rond 1596, trouwt voor 1555 met Jenneken. 1555: Herman Roirdinck hefft sich beclaighet van twijer wesselinge in den ersten van sijner suster Grieten die sijn vader beforens bestaidt hefft in den Ampte van Boickholt an Venhuis, und die ander genoempt Jenneken gehijlickt an Werner Eelkinck in der burschap van Oltgisthe und begert darvan wessel und breve so hij die gerechtichheit lange betailt [Hofboek Bredevoort, p.332] Albert Schulte van Ratum, zn. van Johan Schulte van Ratum, scholte op de Hof van Ratum, overleden rond 1605, trouwt met Naelen, overleden voor september : Her Hinrich Schomaker, vermidtz Kopper sinen mu[m]bar, op Albert, schult to Raetman, voir 4½ moller rocgen verseten rente -1e [Judicieel Protocol Bredevoort, inv.nr.41; transcriptie ADW]. 1575: Albert Schulte van Ratum wordt ontvoerd. De bende verlangt van de "Meyersche en buren derselben Burschafft Raetmer" losgeld. Albert wordt gevangen gehouden in de herberg De Weye tussen Wesel en Borken. De ontvoerders dreigen heel Ratum te plunderen als Naelen of Albert's broer het geld niet komen brengen [OTGB 1999, p.136] Tonis Willinck, zn. van Henrick Willinck en Deyle, landbouwer op Willinck in Ratum, 212
213 overleden in 1593, trouwt in 1536 met Fia, overleden in Gert Wicherts, trouwt met Geske Hijinck (alias ter Dunnewick), overleden rond Johan Eelinck, zn. van Johan Eelinck en Wychmont Huninck, gildemeester te Dorpbuurt, overleden in 1588, trouwt met Nael, overleden op 3 november 1609, trouwt (2) met Henrick Huijninck (genant Elinck) Willem Tjeinck (alias ter Walvart), zn. van Wilhm Tjeinck, geboren rond 1555, landbouwer op Walvaart in Meddo, gildemeester te Meddo in 1588, overleden na 1619, trouwt met Tonnisken Jan Camphuijs, zn. van Johan Lammerdinck en Hille, trouwt met Griete : Verkoop door Wendele van Basten, nagelatene wed. van Otto Volmer, met Adrian Poppinck haren gekoren mombar, Henricus Rauwert richter thoe Stadtlohn, voer sich und als echte man und mombar Henrica Volmer sijne huijsfrouwen, und Henrick Volmer, Loepken Poelhuijs ehel, voor sich und die wedtwe Volmers voer haren anderen kinderen caveerende, aan Johan Camphuijs, Grieten sijner huijsfr, van haer eijgen toebehorige goedt, het Loerdijck genant, inden kerspel Wenterswick, buerschap Meddehoe an die Loersijdt, met allen desselven toebehoer, recht und gerechticheit [Volontaire Protocollen Bredevoort 408, fol.39] : Verkoop door Gert Besselinck, Hermken Kamphuis ehel, ahn Jan Camphuijs, Griete ehel, haren resp. broeder ende swagersch, van haer verkoperen kindts gedeelte van het erve ende goedt Camphuis in den kerspel Wenterswick, buhrschap Medehoe gelegen, ende haer toegedeelt, namentlick eenen kamp landes den Dingmaets camp genant, schietende mit den eenen einde an Dunnewolts Maet, mitten anderen einde ande Grolschen Voetpat, als oock mede haer verkoperen quota van die Dinghmaets Mate, an vorgmlt. kamp angrensende, mit noch omtrent een molder geseijs mit die heggen an beijden eijnden daeran schietende, opden Camphuijs esch gelegen [Volontaire Protocollen Bredevoort 414, fol.41] Berndt Tijasink, landbouwer op Jaasinck te Buurse, trouwt met Tryne Harmolen, dr. van Herman ter Harmölle : Gerdt ter Steinborgh en vr. Gese en Johan Ernstinck en vr. Fenne transporteren aan Berendt Tyasinck het Wylkensland in de marke Buurse gelegen [Stukken afkomstig uit het archief van de familie Jordaan te Haaksbergen; Historische Kring Haaksbergen] Jan Grubbinck, landbouwer op Grobbinck te Buurse, trouwt met Bertken Harmolen, dr. van Herman ter Harmölle, trouwt (2) met Gerd Weyenborgh Johan Tenckinck, zn. van Johan Tenckinck en Nale, landbouwer op Tenckinck in Ratum, overleden rond 1616, trouwt met Gese Gesinx, overleden rond : Jonge Johan Tenckinck in die echte gehilickt an Gese Gesinx dochter und hebben beide oir hofrecht gewonnen [Hofboek; Simon Vijth, trouwt met 213
214 5523. Geese Herman Drommelers (alias Kluppels, Wassinck), overleden voor 14 maart 1610, trouwt met Geertken Coips, overleden voor 27 juni = 2662 Johan Oissinck, trouwt met = 2663 Trijne Gerrit Boeijinck, zn. van Willem Boeijinck, landbouwer op Boeijinck in Huppel, gildemeester te Huppel in 1588, overleden voor 3 januari 1628, trouwt met Dielke Willinck, dr. van Tonis Willinck en Fia : Dele, dochter van Thonis Willinck en Fije, wordt door de pandheer van Bredevoort vrijgesproken van hofhorigheid aan het huis Bredevoort [Nassause Domeinen Gelderland, 13a fol.284v] : Gerrit Boeijick en Dielke bekennen een schuld van 79 daalder [RA Bredevoort 60, fol.162v] : Gerrit Bogynck Willemsz wordt beleend met het goed Boeynck in Huppel. Op wordt zijn oudste zoon Herman beleend [A.P. van Schilfgaarde, De graven van Limburg Stirum in Gelderland en de geschiedenis hunner bezittingen, p.202] : Gerrit Boeijinck cedeert al zijn vorderingen aan zijn zoon Herman [RA Bredevoort 73 fol.97]. 1619: Gerrit Boeijinck en Dielke kopen land op de Onnekinck binnenesch in Ratum [RA Bredevoort 392, fol.50] : Diele Boenck en haar broer Jan Willinck komen voor in het testament van Conne Schulte ten Borninckhave (geboren Willinck), getrouwd met Naele ten Borninckhave [RA Bredevoort 395 fol.25v] Gijsbert Grevinck, overleden voor 4 januari 1611, trouwt met Sophie Schaers (alias ter Kemenae), overleden voor 11 december 1622, trouwt (2) met Willem Wisselinck, landschrijver van de heerlijkheid Bredevoort, keurnoot in : Gisbert Grevinck heft bij sinen eidt gegichtet dat hie up dach van huden, na upstaen des gerichts, vanwegen der hocheit besatiget heft Gert Kortbecke voir ein actie und anspraicke als die hocheit op hem pretendirt to hebben. Und dat Gert sin guidt to borge gestalt heft, wes hie in desen ampte heft [Judicieel Protocol Bredevoort, inv.nr.50; transcriptie ADW] : Wilhelm Wisselinck, man en momber van Sophia, weduwe van Gijsbert Grevinck [ORA Bredevoort; Judicieel protocol nr.73] : Erschenen Everdt Venderbosch In nhamen und als Volmechtiger Berndt Gerloffs, Berntken Grievincks eheluijden, daervan speciale Volmacht voer Niclaes Verduijn openbaer Notaris bij den E. Hove Provinciaell van Utrecht beeedt und thoegelaten, gepasseert, onder desselven hant und Segell in dato den 22 Novembris stylo veteri deses Jaers voerbrachte, Die bekande In nhamen sijner Principalen Constituenten und deren erven voer eene walbetaelte Somma geldes rechtes steden ewigen und onwedderroeplicken erffkoips avergelaten und verkofft toehebben Henricke Grievinck Aelcken Sinnegers eheluijden und haren erven hare Constituanten geheele Portie ende Andeell van het huijss und hoff tot Aelten Int Darp gelegen, bij haren Olderen naegelaten, sampt die helffte harer quoten und Andeels des Erffs und guets Rickerdinck Inde buerschap Hoerne und des Kerckenschlachs in d'aelter Hemel buerschap Lintel beijde Inden Kerspell Aelten gelegen, Voort aller roerenden und onroerenden goederen, als Ihnen enichsinss door t'overlijden van Gijsbert Grievinck und Fijken Schaers - haer Berntkens vorschreven gewesene Vader und Moeder saliger gedachten- angestorven und nagelaten' [Volontaire protocollen Bredevoort, inv.nr.395, fol.51v]. 214
215 6126. Henrick Snijders, ondervoogd te Aalten in 1613, overleden voor 26 april 1615, trouwt (2) met Margriet Booms genant Spangemaeckers, trouwt (1) met Geesken Slickermans : Margriete Booms genant Spangemaeckers, weduwe van mr. Henrick Snijders zaliger, met Francisco Moselage, voogd tot Winterswijk, haar momber, voor zichzelf en als momberse voor haar zoon Herman Snijders voor het ene deel, en Berndt Huninck en Enneken Snijders, eheluiden, voor het andere deel, sluiten een overeenkomst betreffende de nalatenschap vanwege Henrick Snijder, alsook vanwege zijn zalige huisvrouw Geesken Slickermans, Ennekens moeder. Margriet zal voor zich en haar kinderen behouden de halve Snijders kamp op de Aalter Esch, ook een koperen pot die Bernt Huninck uit het sterfhuis [ ] en dat Bernt haar aanstaande Pinksteren 41 daler en 23 stuivers zal uitkeren; ook zal Margriet een half schepel 'lijns' zaaien op Bernts ledige grond. Berndt Huninck en zijn huisvrouw zullen de ouderlijke behuizing behouden, 'sampt tgene Berndt daervan gebetert' de hof, toebehoren en de bedsteden. De weduwe zal M. Henricks schulden en tegenschulden genieten en dragen. Zij zal ook zolang in de kamer waarin zij woont blijven, tot de daler volledig betaald zijn. Berndt Huninck en zijn vrouw hebben het erf en goed 'Smehinck, onangesien Mr. Henrick Snijders zaliger bij den Ankoep desselven benoempt' betaald en daar zal de weduwe of haar kind geen aanspraak op maken [Volontaire Protocollen Bredevoort 1615, fol.18v-19v] Rijck Cornelisz, overleden na 15 oktober 1605, trouwt met Claesgen Dirkxs, overleden na 15 oktober : Rijck Cornelis en Claesgen Dircks, wonend te Hoogland, krijgen van het Hof van Utrecht octrooi om te testeren [Octrooiregister Hof van Utrecht] Jan Wolters, zn. van Wolter Peters, trouwt met Anna Jans : Evert Jans, innocent, krijgt oprukking van een herengoed te Barneveld, op verzoek van zijn momber Jacob Wulffers. Eertijds behoorde het Wolter Peters, die de ene helft aangekomen was van heer Marcelis Paeuw Janssen, priester bij zeker opdrachtsbrief d.d Wolter deed het vererven op zijn oudste zoon Willem Wolters, daarna is het vererfd op diens broer Peter Wolters, daarna op diens broer Jan Wolters. Deze huwde Anna Janss, waaruit 4 zonen en 1 dochter: Evert, Willem, Henrick, Jan en Wolterken Jans. Evert heeft de zaalweer; de rest is ongescheiden. Op krijgt Evert Janss, innocent, oprukking op verzoek van zijn broer Henrick Jansz. Er volgt een correctie op de grootte: een molder geseijschs den Hogenkamp int binnenlandt bij de hoffstede gelegen, dat men somtijds weijdet ende altemet met rogge besaijt, een kamp roggelandts den Stuijffackergroot stijff drie molder geseijschs. Noch omtrent drie schepel geseijschs roggelandts neffens Thonis Melissens landt. Noch een schepel roggelandts den Weeghacker in den Enck. Noch een half molder geseijschs roggelandt Staelenkempgen. Noch een stuck van een molder geseijschs aen die westzijde vant huijs sijnde leech landt. Noch een molder geseijschs den Driest sijnde weijlandt werdende bij jaeren met haever gesaijt gelegen in den Hoge. Noch voor die voerdeure twe maetgens hoijlandt onder oer beijden 't samen groot drie mergen, sijnde halff herengoedt ende half thins goedt. Noch binnen in den Hoege enen mergen weijens [Herengoederen Veluwe dl.1; zie ook Henk van Woudenberg (2015), Westenengh] Willem Reijers van Butseler (alias van Krimpen), zn. van Reijer Hendricks van Butseler en Weijme Schuirman, geboren rond 1562, trouwt rond 1585 met Merie Willems Schuerman, dr. van Willem Gerrits Schuerman en Gerritgen Reynders Riksen, overleden in
216 : 'Alsoo Willem Reyersen van Butseler besat en gebruickte een vrijheerengoet, gelegen in de ampte van Ede, in de buyrschap Meulunteren, sonder daer nae gequalificeert toe wesen hebben die van de reekenmeesters 't Aernhem durch den keurmeester Gijsbert van Leesen op het voors. goet informatie doen nemen ende daerbij bevonden 't selve den voors. besitter aengeërft te sijn van sijnen vader Reyer van Butseler, die idt bij successie mit Weyme Schuirmans sijner huysfr. becommen heeft van Maes Schuyrman, oldste soen van Gerrit Schuyrman'. Aangezien de bezitter zijn verplichtingen tegenover zijn landsheer, de Staten van Gelderland niet was nagekomen, werd Willem Reyers Butseler door de scholtus van Ede bevolen 'ter cameren t'commen'. Op werd te Arnhem - na de nodige disputen - omdat dit goed gebruikt was 'bij hem, sijne ouders end voorsaten sonder daer na gequalificeert toe wesen overeengecommen en verdragen' dat hij 'eens geven sal ses golt guldens', voorts vijf gulden wegens de afsplitsing van een perceeltje land van dit goed (ca. 80 jaar te voren!) en hem verder verleend werd 'ses jaeren opruckinge' ingaande 'op huyden datum deses' voor vier goudgulden, te betalen 'Andreae toecomende' [Gelderse Rekenkamer; Gens Nostra 1990, p.83]. 1600: Het vrijheerengoet van Willem van Butseler omvat '13 molder' rogge- en haverland, gelegen in de 'Lunterschen Enck' en 'in 't Brouck bij Barnevelt', verder 'noch soe vele leech lants' om vier tot zes koeien te weiden en tevens zijn plaggen te steken, terwijl het goed ook nog 'zijne gerechticheyt (had) in 't Luntersche veen'. Op de 'soelwehre' is het huis gelegen met drie hooibergen, 'een schuirken en een schaepschot'. Voor ca was dit goed groter, want blijkens een verklaring in 1600 is 'omtrent 80 jaer geleden daerut gesplitst een halfcleyn mudde landes und nocg ses schepel, dat nu besitt Robert Evertsen, die 't selve vercregen (heeft) mitt wed (van Jan Gerrits Schuyrman, broeder van voorgenoemde Maes Schuyrman', de schoonvader van Reyner) [Herengoederen op de Veluwe; Gens Nostra 1990, p.82] : Willem Reyers Butseler verzoekt toestemming tot erfscheiding met zijn kinderen; Reyer, de oudste zoon, krijgt een half heerengoet d'olde Horingh te Meulunteren, zijn andere. zoons zijn Willem en Maes [Herengoederen op de Veluwe; Gens Nostra 1990, p.83]. 1659: Blijkens een verklaring had Willem Reyers van Butseler alias Crimpen zijn heerengoed 'vercofft' aan zijn twee zonen, Reyer de oudste en Willem Willems, ieder de helft [Gens Nostra 1990, p.83] Hermen Thijmensz Jan Gerritsen van Landaes Faes Evertsen, geboren rond 1590, landbouwer op Selder onder Renswoude : Faes Everssen staat borg voor de Heer van Geresteijn voor de restbetaling van de Barcks tienden [R.A. Scherpenzeel 1, fol.11v; Vereniging Oud Scherpenzeel] : Faes Evertsz leent f 100,- aan Jan Willemsen, smid en Baetgen [R.A. Scherpenzeel 1, fol 17] Peter Meeuws, landbouwer op Grote Vliert onder Renswoude Peter Jansz, wonend te Zuilen, trouwt met Anna Aert Janszdr de With, dr. van Aert Jansz de With en Luijtgen Jans Cluetingh Goyert Jansz, zn. van Jan Dircksz en Sophia, geboren rond 1561, schepen te Vleuten in 1597, overleden voor 6 februari 1633, trouwt met Cunera Claesdr, dr. van Claes Henricksz, overleden tussen 1627 en : Goijert Jansz gebruikt 31½ morgen land te Vleuten [Oudschildgeld 1600; D. Verhoef, Drie Vleutense schouten en hun nageslacht, in: Utrechtse Parentelen voor 1650 dl.3, p.148] : Goijert Jansz koopt 6 morgen van de H. Sacramentsbroederschap van de Buurkerk 216
217 [DG Vleuten 2051]. 1626/1627: Goijert Jansz en Cunera Claes testeren. Hun jongste dochter, Neeltgen, heeft bij haar huwelijk 1000 gulden gekregen, hun middelste dochter - ook Neeltgen geheten - heeft 600 gulden gekregen en Fijchgen 300 gulden. Neeltgen en Fijchgen krijgen een legaat om hun huwelijksgift tot 1000 gulden aan te vullen [DG Vleuten 2051 en 2080] Rijck Volckensz, zn. van Volcken Rijcksz Maes Pelen Robert, zn. van Peel Robert, geboren te Nijkerk, kerkmeester te Nijkerk in 1593, burger te Amersfoort op 19 januari 1607, overleden voor 23 juni : Maes Pelen en Peter Roelen assisteren Wijchemoet Claesdr bij het sluiten van een huwelijkscontract met Jan Reyerszn. Er wordt o.a. bepaald dat de bruid inbrengt 1/7 deel dat zij bezit in het erf genaamd Roetgens goet, gelegen in de buurtschap Hollick onder het kerspel van Nijkerk, gemeenschappelijk en ongedeeld met haar zusters en broers, zoals zij heeft geërfd van haar overleden ouders, met nog een bed en toebehoren. Daarboven geeft Grietgen Maes, moye van de bruid de contante som van 50 gulden plus nog 100 gulden terstond te genieten na het overlijden van Grietgen Maes [ONA Amersfoort, not. Van Ingen; AT002b002] : Maes Pelen assisteert zijn nicht Wychgemoet Claesdr bij haar huwelijk met Jan Reyersz. Op assisteert hij Claes Dircksz. van Geyn en op Peel Dircksz. van Geyn bij hun huwelijk [Schepenhuwelijken Amersfoort; JbCBG 1974] : Maes Peelen Robert is eigenaar van een graf in de kerk van Nijkerk [Nederlandsche Leeuw 1928, k.179] (ouden stijl): Maes Pelen Robaert, inwoonder van Amersfoort, prelegateert aan zijn dochter Wichemoet Maes een "coraelde vijftich" (d.w.z. een koralen rozenkrans), een gouden ring en de door zijn vrouw nagelaten wollen klederen. Plus een "spijnt (= kast) in 't voorhuys met drye tinnen schottelen daerop staende". Eveneens een nieuw bed met toebehoren en een "dubbelde rosenobel", die tijdens het leven van zijn vrouw aan haar beloofd en gegeven zijn voor haar getrouwe diensten. Getuigen: Peel Henricks. Roest, Henrick Pelen en Henrick Aerts. van Oss [ONA Amersfoort; Notaris J. van Ingen AT002 a002 folio 390 R] : Peel Maeszen Robbert Laeckencoper en Jannitgen Thonis zijn vrouw; Reyer Maezen Robbert Lackencoper en Marritgen Albertsdochter zijn vrouw; Meeus Heymanz, weduwnaar van Wichemoet Maes. Allen erven van zaliger Maes Peelen Robbert. Samen voor Adiaen Maezen Robbert, allen (of alle?) kinderen en kindskinderen van Rutger Maezen Robbert, verkopen aan Jacob Janz van Beeftingh, zijn vrouw en hun erven een huis, hof en hofstede op Bloemendal binnen de stad, gelegen tussen Heyman Dirckz en Adriaen Evertz Smith [Transportregister Amersfoort ] Johan Jansz van Gelder, lakenkoper, drapenier, burgerschap verzocht te Amersfoort op 26 januari 1596, overleden voor 8 december 1640, trouwt met Grietien Cornelis, dr. van Cornelis Gabriels en Geertruijt Adriaens : Meys Peters en Enickgen Heymans verkopen aan Jan van Gelder en Grietgen Cornelisdr. (echtelieden) een zeker huis staande op Bloemendael alhier, met de vrijheid van steeg uitgang zoals de verkopers daar hebben, op de Stadssingel. Belend aan de ene zijde Gerrit Henricxzn. (smit) en de gemeenschappelijke singel aan de andere zijde. Dit op de lasten van 50 gulden hoofdsom, Gerrit van Dashorst (schilder) toekomende en waarvan jaarlijks 3 gulden betaald wordt. En nog 50 gulden hoofdsom, Lubbert Gerritzn. toekomende en waarvan ook jaarlijks 3 gulden wordt betaald. Daarboven voor de som van 800 carolus gulden, alsmede nog 150 gulden voor de kisten, kasten en bedsteden en anders wat in het huis staat en eigendom is van de verkopers. Te betalen mei 1609 bij de aanvang 400 gulden, mei 1610, 300 gulden, en 150 gulden van het houtwerk in mei 1611 plus de laatste 100 gulden. Transport bij betaling van de eerste termijn. De 40e penning plus de kosten van het transport als anders, zullen de kopers 217
218 alleen betalen [ONA Amersfoort, not. Van Ingen; AT 002b001 nr.208] : Jan Gerritsen, timmerman, verkoopt aan Jan Jansz van Gelder, getrouwd met Grietgen Cornelis, een hoff en aancleven vandien, gelegen buiten de Coppelpoort. Verkoper heeft dit aan kopers en hun erven verkocht op de lasten van 100 gulden hoofdsom, waarover jaarlijks 6 gulden en 5 stuivers wordt betaald, toekomende aan Dirck Dircxzn. van Crachtwijck, als man en voogd van zijn vrouw. En daarboven voor de som van 160 carolus gulden, te betalen mei 1609, waarna transport zal worden gedaan. De kopers mogen de hof nu terstond aanvaarden. De 40e penning plus de wijnkoop zullen half om half zijn [ONA Amersfoort; not. Van Ingen, AT 002b001, akte 290] : Meus Petersz Roelen ender Ennickgen zijn vrouw hebben getransporteerd t.b.v. Jan Jansz van Gelder en Margaretha zijn vrouw een zeker huis met de vrijheid van de stegen als de overgevers daeraen hebben uijtgaende op dezer stadscingel, staende op Bloemendael, gelegen tussen Gerrit Henr. Smith en de gemene Cijngel; o.a. op laste van drie gulden jaarlijks op hoofdsomme van 50 gulden competerende Gerrit van Dashorst [Transportregisters Amersfoort ] : Lubbert Gerritssen en Gerrit van Dashorst verklaren voor de helft van honderd gulden hoofdsom voldaan te zijn door Jan van Gelder. Dit in verband met de koop van een huis, hof en hofstede gelegen in de Bruel in de stadsmuren, op , door Jan van Achtevelt en zijn vrouw Marritgen, Geryt Janszn dochter, van de voogden van de onmondige zonen van Willem Andries van Schayck en wijlen Petertgen zijn vrouw, en een lening van dezen bij de gebroeders Aert en Jacob van Schayck [Transportregisters Amersfoort , fol. 391r, 392r] : Wouter van de Veen en Eva Jans van Gelder, Evert Henricxz en zijn vrouw Jannitgen van Gelder, Johan van Gelder de jonge en zijn vrouw Catharijntgen Augstijnsdr, erfgenamen van Johan van Gelder de oude, hun vader en schoonvader, verkopen aan Henrick Lambertsz van Doesburch en zijn vrouw Maijken Rogols (?), een huis aan de Ment (?), gelegen tussen Mr. Lodewijck van Muijlenborch en de erfgenamen van Cornelis de Reuzer, op een last van 25 gulden competerend Johan Pote (?) apothecaris, en 225 gulden competerend de St. Joriskerk [Transportregisters Amersfoort] Peel Reijners, wonend op Veenhuijsen, trouwt met Geertgen Melis. De buurtschap Veenhuizen of De Veenhuis bestond oorspronkelijk uit vijf boerderijen: Jan Jansengoed, Jan Zegersgoed (beide oorspronkelijk Abtsgoederen, bezit van de abdij van Paderborn), Ruimschotel(en) (een Herengoed), Veenhuizergoed (of Wolter Arisgoed) en Peel Reinersengoed (beide oorspronkelijk Vrouwengoederen, bezit van de abdij van Elten) [Correspondentie Paul Meijer] : Missive van het Hof aan den drost van Nederveluwe, houdende verzoek om bericht op het verzoek van Peel Reyerss te Nijkerk om remissie van een manslag [GA, Hof van Gelre en Zutphen, inv.nr.124, nr.4128] : Huwelijkse voorwaarden tussen Lubbert Petersz de Ruijch en Geertgen Pelen. De bruid wordt geassisteerd door haar vader Peel Reyers en haar moeder Geertgen Melis. Verdere getuigen zijn Goodschalck Wijneken en Coop Schrasser. Peel Reyers en Geertgen Melis geven 3 morgen "mehelants", gelegen aan de Holleckerwech, in de Mehen in het Ambt van Nijkerck; 100 gulden aan geld van 't wedspel van het paard aan Aelt Wouterzn, collect uitstaande, voor zover die voorwaarde van deze weddenschap tot haar voordeel uitvalt; twee melkkoeien, een bed met toebehoren en kleding naar haar staat. De bruid zal dit na overlijden van haar ouders weer moeten inbrengen alvorens tot gemeenschappelijke deling te komen [ONA Amersfoort, not. Van Ingen, AT002boo2] : Peel Reynersz, wonende int Ampt van Nijckerk, verklaart "bij ware woorden" in plaats van bij eede, op verzoek van Cornelis Hendricxzn. Heuck (geweldige provoost van Guarnisoen van Amsterdam en van de Oost Indische Compagnie), het volgende. Omtrent 14 dagen nadat de schepen, waarop zijn zoon, Melis Pelen, als soldaat naar Oost Indie zou varen, 218
219 zonder hem vertrokken waren, heeft hij ten huize van de Scholtus van Nijkerck en in diens aanwezigheid een overeenkomst gesloten uit naam van zijn zoon, met de heer Van Essen (medebewinthebber van de VOC). Voor het feit dat zijn zoon zich niet heeft ingescheept zou hij, zijn vader, aan de heer Van Essen een vierendeel boter leveren die door Jan Thomaszn. zou worden afgeleverd. Verder beloofde hij hierbij zijn zoon te zullen leveren op de eerste schepen die omtrent "Galli" weer naar Oost Indie zouden varen, welke reis de heer Van Essen 14 dagen vantevoren aan hem zou berichten [ONA Amersfoort, not. Van Ingen, AT002aoo1 fol.416v] : Wouter Claes Buijs en zijn zuster Aeltgen Claes Buijs, Rijck Claes Buijs en Reijer Claes Buijs verkopen aan Peel Reijnersz, wonende in de Achterhoek in het kerspel van Nijkerk en zijn vrouw Geertgen Melis een huis, hof, hofstede, bergschuur, oliemolen en oliebak op de Kamp strekkend van de weg tot achter aan de Pothstraat [Transportregisters Amersfoort ] Cornelis Gerrits, overleden voor 22 maart 1609, trouwt (Schepenbank) te Amersfoort op 3 januari 1597 met Marrichgen Cornelis Veenen, dr. van Cornelis Petersz Veenen en Clara Thonis, overleden voor 14 december 1654, trouwt (2) met Gerrit Henricx Cremer (van Outerff), kramer, overleden voor 14 december : Jan Fransz vanwege Cornelis Gerritsz, Cornelis Gerritsz [sic!] van zijn dochter Marritgen Cornelis Venendr [Schepenhuwelijken Amersfoort, JbCBG 1973, p.199] : Marrichgen Cornelis Veenen is erfgename van Lumentgen Thonis. Lumentge, borgerse van Amersfoort, heeft op een accoord gemaakt met haar broer, Dirck Thonis te Rhenen, thans overleden, en andere vrinden t.w. : Lambert Adriaenszn. als man en voogd van Willemtje Cornelis en Lourens Gerrits, vanwege de kinderen van Harmantgen, tevoren weduwe van Jan Veen. Zij zullen 't effect van dit accoord niet genieten en in hun plaats komen Jacob en Lambert Peters, zonen van haar zuster, die tot onderhoud van de comparante beloofd hebben te contribueren. Tot haar universele erfgenamen van al haar bezittingen, benoemt zij Thonisgen Lamberts, huisvrouw van Thijmen Henricxzn, Marrichgen Cornelis Veenen, huisvrouw van Gerrit Henricxzn, Lambert - en Jacob Peters, welverstaande dat deze erfgenamen uit het voornoemde accoord niet mogen scheyden, maar voor haar en haar erven tot onderhoud van de comparante contribueren tot haar overlijden toe. Indien iemand onwillig zal zijn, gaat dit deel naar de willigen zonder dat zij mogen eisen hetgeen te voren gecontribueerd zou mogen zijn. [ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT 002a001 folio 77-78] : Peter Janzn Veen en Andries Janzn Veen hebben met handen van Jacob Franzn, hun momber, en Lourens van Stellingwerff, hun gewezen schoonvader, verkocht aan Gerrit Henricxzn. en Marrichgen Cornelis Veenen, echtelieden 1/3 deel van 1/3 Deel van huis, hof en hofstede met schuur en huisje met een gang daarachter aangelegen, staande op de Camp, strekkende van de straat tot achter aan de St. Jansstraat toe op de Camp, 1/3 deel van de helft van een hof buiten de Camppoort, en 1/3 deel van een hofje genaamd Munnichuysen buiten te Slijkpoort. De verkopers hebben deze percelen geërfd door het overlijden van hun grootvader, Cornelis Veen Peterzn. De verkopers bedanken de kopers voor de betaling van alle erfenissen, zowel roerend als onroerend, die hen door het overlijden van hun grootvader, Cornelis Veen Peterzn, zijn nagelaten [ONA Amersfoort, not. Van Ingen; AT002b002, akte 9] : Gerrit Henricxzn en Marrichgen Cornelis Veenendr, eerder gehuwd met Cornelis Gerritzn, vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit tot wederhuwelijk toe zonder de weesmeester enige rekening, boedelcedulle of bewijs te doen, welverstaande dat tot de lijftocht niet behoort, hun resp. clederen, cleynodiën, linnen, wollen, die volgens ieders dispositie zullen worden verdeelt. In haar testament wil Marrichgen, ten eerste, de lijftocht met haar man, zojuist gemaakt, persifiseren. Zij wil dat haar clederen, linnen als wollen en cleynodiën tot haar lijve behorende terstond na haar overlijden zullen worden verkocht met verzoek aan haar erfgenamen/nabestaanden om dit geld op rente te beleggen, uitgezonderd een "schippers schey" ende mes, daarin alles met zilver beslagen gelijk deselve gekomen is van zaliger Cornelis Gerritszn, dewelke zij heeft geprelegateerd aan Claertgen, haar oudste dochter, bij haar behouden 219
220 van Cornelis Gerrits voornoemd. Haar, comparantes, schey met zilveren messen prelegateert zij aan 't kind waarvan zij tegenwoordig bevrucht is, indien het een dochter is. Indien niet, dan naar Cornelis, haar zoon, geprocreëert bij Gerrit Henricxzn, voornoemd. Verder vermaakt zij al hetgeen zij achterlaten zal aan Claertgen Cornelisdr. en Cornelis Gerritszn, voornoemd, en het kind of kinderen waarvan zij tegenwoordig bevrucht is, hen daarmee tot haar erfgenamen instituerende. Ingeval haar dochter zonder kinderen zal overlijden dan gaan al haar goederen die haar van haar moeder of moederszijde aangekomen zullen zijn (in zoverre zij niet waren verteerd) succederen op haar andere kinderen of haar naaste in de bloede. Stellende tot mombers over haar voornoemde kinderen: Lodewijck Coninczn. en Gerrit Frans Andrieszn, verzoekende dat zij deze last op zich willen nemen. Getuigen zijn Gerrit Franszn, Wouter Evertszn. en Goort Corneliszn. [ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT 002a001 folio 163v -165v; Brief van octroy op voor het Hof van Utrecht] : Peter Jansz Veen en de Andries Jansz Veen verkopen aan Gerrit Henricks en Maria Veen, zijn huisvrouw, en haar erven een zeker derde part van een huis, hof en hofstede met een schuur en een huisken met een gang daarachter staande op de Camp strekkende van de straat tot achter aan St. Jansstraat toe, gelegen tussen Jan Evertsz, backer, en Herman Jansz, bode; nog een derde deel van een halve hof gelegen buiten de Camppoort, daar aan de eene zijde Reijn Jacobsz, peerdecoper, en aan d'andere zijde Gerrit Wilemsz; nog een derde deel van een hoofken gelegen buiten de Slijckpoort genaamd Munnichhuizen, daar aan d'eene zijde Gijsbert Rijcker, schoenmaker en aan d'andere zijde zeker boulant. Welke gedeelten overgevers door doode van haer peetvader Cornelis Veen aenbestorven en op de lasten van derde deel van zulks hoofdsomm. competeren de armen Poth alhier ent dende deel van de.. huisingh gevestigd, dewelke mr. Gerrit Henniks present tot zijn lasten [Transportregisters Amersfoort ] : Mr. Henrick van Outerff [in de transcriptie staat Cuterff], burgemeester, erfgenaam van Gerrit Henricksze van Outerff en Maria Veen voor 3/4 parten, en Thonis Lambertsz, deurwaarder, voor Clara Cornelis, mede-erfgename voor een vierde part, verkopen aan Peter Jansz Veen en Sara Adriaens een huis, hof en hofstede op de Kamp met uitgang tot achter aan de St. Jansstraat [Transportregister Amersfoort ] Aert Roelen (Rolofsz), zn. van Roloff Dircksz, trouwt met Truda Pieters : Aert Roloffsz heeft openbaar gekocht aan de huisvrouw van Ghijsbert Bijscop en de mombers van de weeskinderen, het huis en hof achtergelaten door Cornelis Gouwer, met de berge achter het huis, gelegen in de Holleshaer, voor de som van 300 car. gulden [Weeskamer Amersfoort; toegangsnr.39; inv.nr.11] : Ghijsbert Gouwer en Thonis Thomaszn van vaders zijde, Roloff Bartszn en Thonis Everstzn van moeders zijde, als de vier vierdelen en naaste vrienden van de onmondige zoon van wijlen Cornelis Janszn en zijn vrouw Rijckgen, verkopen aan Aert Rolofszn en zijn vrouw Truda een huis, hof en hofstede met drie hooibergen staande op de genoemde hofstede gelegen in de Hellestraat, met aan de ene zijde het huis dat Maes Peterszn nagelaten heeft en aan de andere zijde het huis van Heynrick Heymiszoon; belast met 3 karolusgulden sjaars, te lossen met 50 karolusgulden, die Heynrick Willemszn wonende in Leusderbroick daaruit ontvangt. Nog 1,5 karolusgulden die Koemen Philippus daaruit jaarlijks ontvangt, te lossen met 15 gulden. Ook nog 17 stuivers en 1 duit losrenten die Sinte-Petersgasthuys daaruit ontvangt. Op lenen Aert Rolofszn en zijn vrouw Truda van Heynrick Corneliszn een losrente van 12 karolusgulden, te lossen met 200 karolusgulden payment, waarvoor het huis als onderpand dient. Borgen zijn Roloff Evertszn en Cornelis Thoniszn. Op verklaart Ghijsbrecht van der Maet, weesmeester, dat Jan Willemss in aflossing van deze 12 gulden in de weeskamer geleverd heeft 200 gulden [Transportregisters Amersfoort 436-4]. 1562: Aert Roloffs, wonend in de wijk buiten de Rode Toren, betaalt 3½ stuiver emmerengeld [Stadsgerecht Amersfoort, beh.nr.12, inv.nr ] : Job Ebbertszn en zijn vrouw Anna, Cornelis Wouters en zijn vrouw Claes, Claes 220
221 Reyerss en zijn vrouw Weym, Goessen Reyerss en zijn vrouw Margryet, Volcker Lumanszn en zijn vrouw Petertgen, Lambert Janss voor zichzelf, Job Ebberss en Lambert Janszn als naaste vrienden van moeders zijde van Nellitgen, Maes Lubbertss dochter, Wolter Peterss en zijn vrouw Metgen, Peter Peterss en zijn vrouw Marry, Claes Peterss met Cornelis Peterszn en zijn vrouw Metgen, Rijck Peterss en zijn vrouw Marry, Meyns Wouterss voor zichzelf en als vader en momber van zijn onmondige kinderen, Jan Willemss en zijn vrouw Thoon, Aert Roelen en zijn vrouw Truy, Wouter Thoniss en zijn vrouw Lijsgen, allen tesamen voor de helft erfgenamen van Jan Craen, Cornelis Aertszn en zijn vrouw Katharina, Margryet en Geertruyt, Aert Moyen dochters, met hun gekozen momber Aeriaen van de Wal voor de andere helft, verkopen aan Cornelis Reyerss en zijn vrouw Margriet de vrije eigendom van een halve hof gelegen in de Sint- Jansstraat in gemeenschappelijk bezit met de erfgenamen van Aelbert Bosch, strekkende van de Sint Jansstraat tot aan de stadswal toe; aan Claes Goortszn en zijn kinderen verkopen zij een huis, hof en hofstede met de hooiberg staande op de Kamp, strekkende van de Kampstraat tot aan de Sint-Jansstraat, zoals Jan Craen en zijn vrouw Alijdt dat als laatste bewoond en achtergelaten hebben. Verder verkopen de erfgenamen van Jan Craen aan Willemtgen, Elis Willemss dochter, een huis, hof en hofstede met de hooiberg gelegen op de Kamp, strekkende voor van de straat tot achter aan de Pothstraat (Soechstraet) toe [Transportregisters Amersfoort 436-4]. 1569/1577: Aert Roloffsz, zoon van Roloff Dirricxz, getrouwd met Gertruydt Pieters, vijf kinderen [Weeskamer Amersfoort, invnr. 11 p.194, 306]. 1571: Aert Roelofsz heeft weder inne gehuert een stuckgen lants gelegen in Smits Del, daer oestwerts Peter Thimonssz erfgenamen, westwart Geerridt Beeren naest gelegen synt, jaerlix vuer 14 stuvers vrij gelt, ingaende Petri anno [1500] LXXI, facit 14 suvers [Rekening kerkmeesters St. Joriskerk , fol.3v] Christiaen Jansz van Hoogstraten, koster in 1594, trouwt op 27 juni 1571 met Rutgen Breunis, dr. van Breunis Costensz en Geertruyd, overleden voor 15 april : Anthonis Everts zoen maakt een testament. Hij legateert o.a. aan 'Rutgen Bonis Costens zoen dochter zyn meecht voer trouwen dienste die zy hem gedaen heeft ende dagelicx doet vier ende twyntich keyser gulden ende zoe wes hy comparant boven tgeen voerscreven staet nae synre doot meer achterlaten zall heeft hy gemaict Geertruyt Bronis Costens zoen wedue willende dat zy toverschot zal genyeten voer getrouwen dienste die zy hem bewesen heeft' [Transportregister Amersfoort 436-6] : Wouter van Deuenter, omtrent 32 jaar oud, verklaart dat hij rond vijf uur bij het portaal van de O.L.V. kerk korporaal Melchert de Groot uit Gorcum zag staan 'met een bloot rappyer stekende daermede nae Christiaen van Hoechstraten burger deser stede en so Cristiaen ontweek soude hy mitte selue steecke den burgermr Laureburch gegryeft hebben ten waere hy mede ontweken hadde'. De Groot wordt door schepen Cornelis Douwer gezegd dat hij de predicatie niet moet verstoren; later maakt hij nog rumoer bij de Utrechtse poort [Rootselaar, Amersfoort , p.483, 484] : Commissie om met Christiaen van Hoochstraten tot een compromis te komen inzake de kaarsen [Resoluties Stadsbestuur Amersfoort; inv.nr.14 fol.786] : Jacob Francken en Gerbrich zijn huisvrouw c.s. verkopen aan Christiaen Jansz. van Hoochstraeten en Rutgen Bronisz. dochter zijn huisvrouw 'maerckende huis, hof en hofstede so die staende en gelegen is op de Kamp strekkende voor van de Kamp tot achter aan de Sochstraat toe' (belendingen: Gerrit Aertsz. bakker, Frederick Cornelisz. Taets voor de Kamp en achter Henrick van Lockhorst), op de lasten van 5 gulden jaarlijks met 100 gulden hoofdsom, de Grote Kerk competerende en de rechte helft van achttien stuivers jaarlijks competerend de zusters van L. Vrouwe kapel. Op dezelfde dag lenen Christiaen Jansz. van Hoogstraeten en zijn huisvrouw 100 gulden van Evert Jansz. en Gonten zijn huisvrouw, waarvoor dit huis als onderpand dient. Op lenen zij 200 gulden van Sophia Bronisdochter, weduwe van zal. Gerrit Willemsz, 200 gulden, met ditzelfde huis als onderpand [Transportregisters Amersfoort , fol.15, 40] : Christiaen Jansz van Hoogstraten en Lambert Bronisz een uitkering toegekend 221
222 wegens verwondingen en gedane onkosten bij het halen van de klokken [Stadsbestuur Amersfoort; Resolutieboek, inv.nr.16 p.137] : Christiaen van Hoochstraten moet betalen voor het verzuim van wachten en de wachtdienst voortaan doen als andere burgers [Stadsbestuur Amersfoort; inv.nr.16 p.707] : Steven Stevensz en Christiaen van Hoochstraten zullen het lot werpen om het kosterambt. Zij zijn overeengekomen dat Christiaen het kostersambt zal hebben [Resolutieboek Amersfoort; inv.nr.17 fol.33v] (ouden stijl): Mathijs Brueniss herroept eerdere disposities, uitgezonderd de gemaakte reciproke lijftocht. Hij bemaakt al zijn na te laten goederen, elke staak ( = tak) voor een zesde deel, aan Lambert Broeniss. (resp. diens kinderen bij diens overlijden); de bij zijn overlijden in leven zijnde kinderen van zijn broeder zaliger Cors Broenisz.; zijn zuster Gerbrich Broenis (of in geval van overlijden, haar zoon); Grietgen Corstiaensdr, de dochter van zijn zuster (of haar kinderen bij haar overlijden); de kinderen van zijn overleden zuster Fytgen Broenis; de in leven zijnde kinderen van Jacobgen Broenis. Akte opgemaakt ten woonplaatse van Willem Aertsz. Getuigen: Volcken Cornelis. en Ryck Evertsz. [ONA Amersfoort, Notaris J. van Ingen AT002 a002 folio 24 V] Pelgrim Jansz van Velpen, zn. van Jan Jansz van Velpen en Margriet Jans, schepen te Doorn in 1611, overleden voor 12 september 1617, trouwt (2) met Elisabeth Jacobs de Wijse, dr. van Jacob Hermansz de Wijse, trouwt (1) met Machteltje : Pelgrim Jansz. van Velpen wordt beleend met 9 morgen in Cothen, genaamd Breevoet, te komen op Willem, zijn zoon bij Elisabeth, dochter van Jacob de Wijse, zijn vrouw, die dan Jacob van Velpen, zijn broer, ƒ Karolus zal geven, met lijftocht van zijn vrouw. Een eerdere vermelding is van Jan Pelgrims [J.C. Kort; Repertorium op de lenen en tijnsen van de proosdij ten Dom] : Pelgrim van Velpen wordt bij dode van Jan, zijn vader, beleend met een halve hoeve in Tuil, Doorn [Lenen van de hofstede Abcoude] : Pelgrim Jansz van Velpen, als mede erfgenaam van Jan van Velpen zijn vader, en Frans Willemsz Clueting, beide wonend omtrent Wijck, als getrouwd hebbend de weduwe van zalr Cornelis Peters, en mede-erfgenaam van voorn Jan van Velpen haar vader, hebben de schulden van zijn boedel tot zijne laste genomen en constitueren Sande om de hoofdsom in de rentebrief van Jan van Velpen ten behoeve van Goessen Dircx gepasseerd op St. Jooris avond 1551, te betalen [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] : Pelgrim Jans van Velpen, Jacob Cornelis, Jan van Noij voor hem zelven en zich sterk makend voor zijn andere broeders en zusters, erfgenamen van Maria van Noij hun moeder, al wonend in het gerecht van Wijck, constitueren samen Bueren voor hun proces ten principale bank te bekennen hun handen en de hand van Maria van Noij staande onder een zekere huurcedule ten behoeve van heer Vincent van Lochhorst gepasseerd op en en hun te laten condemneren in de inhoud van de huurcedule van 1581 [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] : Pelgrim Jansz van Velpen wordt bij dode van zijn broer Jan beleend met 3 morgen land in Cothen. Op wordt zijn zoon Willem hiermee beleend, na de dood van zijn vader [OV 1987, p.367] Jan de Heus, dagloner, koster, overleden voor 27 april 1627, trouwt met Margaretha Petersdr, trouwt (2) te Buren op 27 april 1627 met Frederick Harmanssen Hendrick Andriessen van Overeemdt, zn. van Andries Heynricks op Overeem Frans Hendricksz. 222
223 6820. Adriaen van Triest, zn. van mr. Peter van Triest, geboren te Woudenberg rond 1527, herbergier, schout te Woudenberg tot 1583, overleden voor 16 februari : Adriaen van Triest, schoudt tot Woudenberch, omtrent 50 jaar, verklaart dat in november 1576 de hopman Herman van Losecoot en zijn vaandrig respectievelijk een paard en 14 daalders hebben geschonken aan de buurtgenoten van Woudenberg; omdat dit schenkingen waren weigeren zij een korting op de rekening te accepteren [ONA Utrecht; not. Van Herwaerden, inv.nr.u3a1, akte 86] : Frans Adriaensz van Triest als een erfgenaam van Adriaen van Triest zijn zalr vader, maakt machtig Rijswijk [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] Frans Jansen van Ravesloot, schout te Woudenberg van 1583 tot Maes Sijmons van Methorst, zn. van Sijmon Maesz van Methorst en Gijsbertien, geboren rond 1531, overleden na : Maes Sijmonsz van Methorst wordt beleend met de Doldermarck Brand Theunisz, overleden voor 29 oktober Brand Theunisz is in 1599 eigenaar van een erf in Ginkel en land in de Ameronger venen, en in 1612 mede-eigenaar van Luttel Lambalgen. 1600/1664: In de veenen in Amerongen: Willem Gijsbertsz de Beer heeft een stuk veld en veen breed 9 roeden. Nu eigenaar en bruiker Brant Thonisz. Den eigendom Thonis en Gijsbert Brantsz en bruiken zelf continueert [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183] : De erfgenamen van Brand Thonisz contra Thonis en Gijsbert Brantsz [Amerongen Rol van civiele zaken inv.nr.124] : Cornelis Michielsz als enige erfgenaam van Jan Woutersz en Thoentgen Michiels contra Anthonis en Gijsbert Woutersz gebroeders, ende mede als mombers over de onmondige kinderen van Lubbert (?), wonend tot Ginkel, als erfgenamen van hun overleden vader Brant Thonis die neffens Cornelis Roelofsz borg was voor Cornelis Thonisz of zijn handtekening staat onder obligatie dd 27-?-1601 [Amerongen Rol van civiele zaken inv.nr.124] : Cornelis Michielsz en Jan Woutersz en Hubert Evertsz als mannen ende voogden van haerlieder huijsvrouwen, mede kinderen en erfgenamen van Brant Thonisz, en Cornelis Roelofsz als borgen voor Cornelis Thonisz [Amerongen Rol van civiele zaken inv.nr.124] Sander Jansz, overleden voor 19 juni 1632, trouwt met Jannichgen Arissen. 1599: Sander Marcelisz, Willem Sandersz, Sander Jansz en Harmen Tijmensz, zijn ieder voor ¼ deel eigenaars en bruiker van Lambalgen, groot 16 morgen [Oudschildgeld Woudenberg] : Mor Aertsz en Jan Aertsz voeren een proces tegen Sander Jansz wegens de onmondige kinderen van zal. Meins Janssen. Hij moet inventaris leveren volgens sententie van het Hof van Utrecht van [ORA Scherpenzeel 1, fol.1, zie ook: fol. 6v,11; H. van Woudenberg op website Vereniging Oud Scherpenzeel] Cornelis Willemsz Ebbenhorst, zn. van Willem Hendricksz, landbouwer op Ebbenhorst, overleden voor 6 november : Cornelis Willemsz wonend op Ebbenhorst in Scherpenzeel constitueert Huijgh van 223
224 Cothen [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten]. 1589: Cornelis Willemsz Ebbehorst pacht de tiende van Klein Moorst van het St. Pieter te Utrecht [Veluwse Geslachten 32(5), p.53] Elbert Jordens Gijsbert Gijsberts Botter, schipper, deken van het schipluydengilde in 1559, trouwt (1) met Cornelia Peters, trouwt (2) met Nellichgen Maes, dr. van Maes Celen en Margryet Jacobsdr. 1578: Gijsbert Gijsbertsz Botter, oom van Harman Wisz [Weeskamer Amersfoort, toegang 0039, inv.nr.12, (1578)] : Toestemming aan Gijsbert Botter om boekweit te vervoeren [Resoluties Stadsbestuur Amersfoort] : Neel Maes, dochter van Maes Celen, en Gijsbert Gijsberts Botter [Weeskamer Amersfoort, toegang 0039, inv.nr.12, ( )] : Margareta, huysfr. van Jan Henricxz. Noom, vanwege Anthonis Willemsz; Nellitgen Maes Celendr. vanwege Gijsbertgen Maes Celendr. [Trouwen gerecht Amersfoort; JbCBG 1973] (Oude Stijl): Testament van Frederickgen Maesdr, borgerse van Amersfoort, echtgenote van Henrick Bot. Al haar na te laten goederen, huisraad en inboedel bemaakt zij aan haar nagenoemde zusters en broeders, resp. kinderen en kleinkinderen als volgt, iedere staak voor een vijfdedeel. 1. de kinderen van Marrichgen, dochter van haar overleden broeder Peter Maesz. d'oude, woonachtig tot Utrecht, welke bij haar overlijden in leven zullen zijn, in plaats van hun moeder, mits [ ] 2. de kinderen en kindskinderen van haar overleden broeder Peter Maesz. d'jonge, die bij haar overlijden in leven zullen zijn, te weten de kinderen van Maes Peters. i.p.v. hun vader, Henrick Peters. (het kind van Peter Peters.) i.p.v. zijn vader, Neeltgen Peters, Aeltgen Peters, Mechtelt Peters, Petergen Peters. 3. haar zuster Nellitgen Maes, of bij overlijden haar zoon Willem en dochter Petertgen Gijsberts. 4. haar zuster Judith Maes, of ingeval van overlijden voor de ene helft haar dochter Grietgen Frans en voor de andere helft de kinderen van Petertgen Frans, in hun moeders plaats. 5. de twee kinderen van haar zuster Gijsbertgen Maes, te weten: Thomas anders Maes Vastricx en Margareta Vastricx, op de conditie dat na de expiratie van de lijftocht van de man van de testatrice, Anthonis Willemss. Vastricx en zijn vrouw Gijsbertgen Maes de lijftocht zullen genieten van dit vijfdedeel van hun kinderen. Verder is het haar uiterste wil dat haar erfgenamen aan haar man of zijn erfgenamen, voor haar portie tot haar overlijden toe, van het onderhoud van Jan, de natuurlijke zoon van haar man, niet meer op zullen eisen dan 200 Carolus gulden, waarop zij haar deel van het onderhoud had begroot. Zij secludeert de Weeskamer [ONA Amersfoort Notaris J. van Ingen AT002 a002 fol.277] : Nel(letgen) Maes [Weeskamer Amersfoort, toegang 0039, inv.nr.37, p.1 en 4 ( ); inv.nr.172 (1627)] Daem Claesz Soest, zn. van Claes Gerritsz Soest en Hermitgen Damen, begraven te Amersfoort op 16 november 1633 (begraafrechten), trouwt met Geertgen Dircks Versteech, dr. van Dirck Versteech en Marry Everts : Daem Claesz Soest en Geertgen Dirck Versteechdr, wonend te Amersfoort krijgen octrooi om te testeren [Octrooiregister Hof van Utrecht] : Ten overstaan van Ghijsbert van Raesvelt (als oom van vaders zijde), Daem Soest (als petevader) en Dirck Daemen (als oom van moeders zijde), wordt een accoord gesloten over Aert van Raesvelt, zoon van Steven van Raesvelt en wijlen Marrichgen Soest. Er wordt o.a. overeengekomen dat Daem Soest en zijn huisvrouw Aert van Raesvelt dadelijk bij zich zullen nemen en hem grootbrengen van de jaarlijkse inkomsten van zijn moeders goed tot zijn 18 jaren toe, zonder dat Daem Soest of de zijnen deze goederen mogen verminderen of vervreemden. Als 224
225 Aert van Raesvelt komt te overlijden zullen de goederen vererven volgens de huwelijkse voorwaarden tussen zijn ouders, van Steven van Raesvelt of Daem Soest zullen Aert van Raesvelt niet bij testament onterven of van de boedel uitsluiten op enige manier, maar zo diep in hun respectieve goederen laten succederen als de andere kinderen of kindskinderen die zij tegenwoordig hebben of nog mogen krijgen. Daarmede is Steven van Raesvelt van Aert van Raesvelt gescheiden, ten eeuwigen dage. Daem Soest en zjn vrouw beloven het goed en de rentebrieven niet te verkopen of te vervreemden zonder goedkeuring van voornoemde mombers en familie van vaders zijde. De akte is ook getekend door Geertgen Versteech [ONA Amersfoort, not. Van Ingen; AT 002b001 nr.150] : Daem Claesz Soest en Geertgen Dircks verkopen, voor het gerecht van Stoutenburg, aan Adriana, weduwe van Gerrit Jan Meijnsz, voor de helft, het rechte vierendeel van een erf, genaamd Davelaer, aldaar gelegen. Onderpand is een huis met toebehoren op 't Havik [Transportregisters Amersfoort ] : Daem Soest, voor hem selve en zich sterkmakende voor Geertgen zijn huisvrouw, zijn schuldig aan Mechtelt, weduwe van zaliger Celmeus Goortsz, een jaarlijkse losrente van 6 gulden over 100 gulden hoofdsom. Onderpand is een huis, staande op 't Havik en waar hij comparant tegenwoordig inne woont, naast Peter Schade [Transportregisters Amersfoort ] : Daem Soest en Geertgen zijn huisvrouw verkopen aan Hendr. Both en Frederickgen zijn huisvrouw een zeker huis met de gerechtigheid vandien staande op Havick, gelegen naast Peter Schade en de steeg of uitgang van het huis van za: Herman van Dompseler; op laste van 100 gulden hoofdsom, een jaarl. rente van zes gulden 5 stuiver competerend noch tachtig gulden hoofdsom comparerende Evertgen van Both Petersz waarvan een jaarlijkse rente van 4 gulden 7 st. 8 p. noch tachtig gulden hoofdsomme competerende Evertgen van Both Petersz een jaarl. rente 4 gl. 7 st. 8 penningen belovende dit transport van alle verdere lasten te vrijen [Transportregisters Amersfoort ] : Daem Claesz Soest en zijn vrouw Geertgen Versteech, wonende te Barneveld, verkopen aan Johan van Dael en zijn vrouw Goutgen een hoofdsom van 100 Philippus guldens gevestigd door Gerrit Spruijt Jansz en zijn vrouw Weyndelmaet op al hun goederen in dit gerecht gelegen de dato 26 april 1549, met een rente van vijf Philippus guldens tot 25 stuivers 't stuk [Transportregisters Amersfoort ] Jan van der Schuer (de Oude), zn. van Peter van der Schuer en Johanna Stevens van der Burch, geboren rond 1533, hopman tussen 1576 en 1586, overleden voor 18 augustus 1607, ondertrouwt te Amersfoort op 28 augustus 1587 met Hillegond Sael : Missive van het Hof aan den drost, dat hij het door hem aan Johan Peterss of van Appell alias Verschuyr, dader van den manslag op Henrich ten Bossch, schout van Leusden, gegeven geleide moet intrekken wegens het schandelijke van die daad [Hof van Gelre en Zutphen; Brieven van en aan het Kwartier van Veluwe, nr.1868] : Is 't vaendel en knechten vande hopman Jan Verschuer tot Wormer gekomen sterck zijnde hondert dertigh mannen ende vijftigh vrouwen hebbende aldaer op hopsman kosten gelegen vijf gelijcke daeghen voor ieder persoon 's daeghs 6 sch. Bedraeght in toto 270 pont [Het groot previlegie en hantvest boeck van Kennemerlandt en Kennemer gevolgh, p.594] : Jan Verschuyr wordt na opdracht door Anthuenis van der Burch beleend met een deel van het goed ter Borch te Leusden [Maris, Stichtse leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdsvak, p.187] : Hopman Johan vander Schuyr den ouden jegenwoordig wonend tot Amersfoort maakt machtig Rijswijck [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] : Jan vander Schuer Petersz den ouden wonend tot Amersfoort constitueert Gerrit van Rijswijck procureur in dese hove, om uit zijn naam ten behoeve van Gerrit Domensz ook wonend 225
226 tot Amersfoort voor de stadhouder van de lenen van Utrecht te transporteren de helft van het 'Slach van Calleveen met sijnder duijst ende met sijnder haer', (hetwelk hij met de capelle van onser liever vrouwen tot Amersfoort nu tegenwoordig zij) en de andere helft van de groote slage achter Snoedel, daarvan de voors capelle de wederhelft competeert, welk leengoed hem aangekomen is door de dood van Johanna Stevens vander Burch zijn zalr moeder, en daarmee op verlijd en beleend [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] : Door hopman Jan Verschuer en burgemeester Aert Jansz van Laurenburch bedragen afgegeven in verschillende muntsoorten om te overhandigen aan de Staten [Resolutieboek Amersfoort; inv.nr.12 p.430] : Henrick van der Schuer vanwege Johan van der Schuer, Henrick Sael vanwege Joffr. Hillegont Saelen [Trouwen schepenen Amersfoort] Steven Hermans Verbrugh, zn. van Herman Stevensz Verbrugh, geboren rond 1552, overleden voor 1618, trouwt met Maria Jansdr, overleden na 22 juni : Verzoek van Fier Reyerss en Steven Verbrugh om copie van Maechgescheyt, berustende onder Willem van Hattem tot Maurick. Het bericht daertegen van Aelbert de Kemp als volm. van Dirck Aryenss wordt onbevoecht verklaert [GA; Ger.signaat Kesteren NB 107, fol. 40v; Collectie Ir. J. van Beynum] : Maria Janss, weduwe van Steven Verbrugh, klaagt Willem Henrickss Udo aan wegens het niet betalen van ontvangen weit [Genealogie Gerrit Ude Janss] Willem de Kemp, overleden voor 21 februari : Aert Pagie als volm. van den Amptman spr. aen de wed. van Za Willem de Kemp, de wed. van Reyner van Hattem en anderen wegens niet volgen van de Clockenslach [GA; Ger.signaat Kesteren NB 107, fol.126; Collectie Ir. J. van Beynum] Gosen van Grootvelt, trouwt met Benigna van Lockhorst. 1556: Magescheid tussen Gosen van Groitvelt en zijn vrouw Benigna van Lookhorst ter eenre en Deliaen Voncken Zandersdr, de kinderen van wijlen Wyllem Vonck en hun moeder Alijt van Rumelar ten andere, over de nalatenschap van Zander en Wyllem Vonck en Janna van Lockhorst, hun moeder c.q. grootmoeder [Gelders Archief; Huizen Waardenburg en Neerijnen, inv.nr.439. Familie Pannecoeck nr.842] : Burgemeesters, schepenen en raad der stad Nymegen oorkonden dat in het ridderboek van het kwartier van Nymegen van april [15]56 opgetekend zijn Cornelis, Goissen en Johan van Groitfelt en Hubert Ffoyart wonende te Lynden in Nederbetow, en dat bij het doorzien van de oude ridderboeken in de stadskanselarij, onder de riddermatigen van het kerspel van Lynden gevonden wordt Hubert Ffoyart en de erfgenamen van Jan van Groitfelt, welke akte met het secreetzegel van de stad Nymegen wordt bekrachtigd [HCO; Huis Vilsteren, inv.nr.226; regest 52] : Burgemeesters, schepenen en raad der stad Nymegen oorkonden dat op verzoek van Goissen en Johan van Groitfelt, wonende in het ambt van Nederbetouwe, die in 1558 tezamen met Cornelis van Groitfelt en Hupert Ffoyart reeds een attestatie hadden ontvangen, nader de oude ridderboeken zijn doorgezien, waarbij bevonden werd dat vermeld staat: in het eerste register onder Lienden in Nederbetou: Cornelis van Brakell, erfgenamen van Jan van Groitvelt, Jan Vonck, de erfgenamen Van Lochorst; in het tweede register: Jan van Brakel, Gerit van Eck en Hubert Foyart; in het derde register: Cornelis van Brakell, de erfgenamen van Johan van Groitvelt, Jan Vonck en de erfgenamen Van Lochorst; in het vierde register: Cornelis van Brakell, 226
227 Daem van Lochorst en Sander van Groetfelt; in het vijfde register: Cornelis van Brakell, Daem van Lochorst en Sander van Groetfelt; voorts verklaren zij dat in 1556 zijn ingeschreven Cornelis, Goissen en Johan van Groitfelt alsmede Hubert Ffoyart, welke akte met het secreetzegel van de stad wordt bezegeld [HCO; Huis Vilsteren, inv.nr.226; regest 61] : Missive van Ambtman en ridderschap van Nederbetuwe aan het Hof, houdende klachten over geweldadige wegvoering van Goossen van Grootvelt uit Kesteren door soldaten van het vendel van van Angeren te Nijmegen. Zij dringen op loslating aan [Gelders Archief; Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, toegangsnr.0124, inv.nr.832, regest 9533] : Missive van het Hof aan den ambtman van Overbetuwe. Naar aanleiding van een request van Goessen van Grootvelt over den nederslag aan Sander van Grootvelt gepleegd, wordt hem gelast dienaangaande een nader onderzoek in te stellen en het Hof van advies te dienen, ook ten opzichte van de remissibiliteit van het feit [Gelders Archief; Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, toegangsnr.0124, inv.nr.836, regest 10685] : Missive van het Hof aan den ambtman van Overbetuwe met last om Goessen van Grootfelt tegen 10 october vóór het Hof te bescheiden ten einde te bewijzen, dat hij de remissie van den door hem aan Sander van Grootfelt beganen manslag debite heeft verworven [Gelders Archief; Brieven van en aan het Kwartier van Nijmegen, toegangsnr.0124, inv.nr.839, regest 11620] : Goossen van Grootveldt constitueert Claes Jansz, procureur, ende Jasper van Hattem, deurwerder, omme in zijns name tot Arnhem voor den Hove deses forstendoms Gelre op Dijnsdach te compareren [Tiel nr. 140, fol. 318v] Hendrick Hendricks van Oort, zn. van Hendrick van Oort en Hadewich Hermans, overleden rond 1576, trouwt met Maria Willems van Hattem, dr. van Willem Dircks van Hattem en Janna Reijer Willemsdr, overleden voor 4 augustus : Maria Willems van Hattem wordt beleend met land in Maurik Anthonis Joostens Udents, geboren te Ingen, poorter te Tiel op 22 januari 1603, overleden na 26 april 1629, trouwt (1) met Geertruyd Arians de Leeuw, trouwt (2) te Tiel op 15 juni 1597 met Hadewich Mattheusdr van der Steech, dr. van Mattheus van der Steech en Neelke van Randwijck, geboren te Tiel, overleden na 13 maart Wapen Udents: In goud een zwarte droogscheerdersschaar met de punten omhoog [van Wimersma-Greidanus, Kwartierstaat in stamreeksen, reeks 484]. 1596: Anthonis Udents woont in Ommeren : Anthonis Joostens Udents treedt op als voogd van Met Jansdr [RA Nederbetuwe 200 fol.83v] Dirck Hillebrants Vonck van Lienden, zn. van Hillebrant Dircks Vonck van Lienden en Margriet Jans van Hattem, pachter van het Rhenense veer, pachter van tienden te Meerten in : De gemachtigde van de ambtman eist voor de bank van Kesteren een boete van 25 gulden tegen Dirck Vonck en zijn broer Roelof. Zij hadden met honden op hazen gejaagd en met netten veldhoenderen gevangen en dat recht was volgens de ambtman voorbehouden aan landsheerlijke ambtenaren en aan de ridderschap. Dirck en Roelof Vonck stellen echter dat zij als opvolgers van hun voorouders gerechtigd zijn honden te houden, te jagen, etc, dat hun ouders en gootouders dat ook al deden en dat zij daarbij nooit door de ambtman gehinderd waren. Zij ontleenden dit recht aan hun afstamming van een natuurlijke zoon van de heer van Lienden (zij voerden ook hetzelfde wapen als de adelijke van Lynden s). Er ontspint zich daarop in 1574 voor 227
228 het Hof een proces over de vermeende riddermatigheid van verschillende leden van de familie Vonck. Ook de buurmeesters van Lienden mengen zich in dit geschil en brengen in dat de Voncken altijd huislieden zijn geweest, belasting hebben betaald en in de tijd van hertog Karel de klokkenslag hebben gevolgd. Zij hadden daar ook belang bij, omdat, als de Voncken als edelen zouden worden vrijgesteld van belasting, de dorpelingen met minder mensen de vastgestelde belastingen zouden moeten opbrengen. [Plomp, Een boer is geen edelman, Jb.CBG, p.96] Sweder Oliviersz Wtenweerde, zn. van Olivier Arnts Wtenweerde en Agneta Steven Evertsdr, geboren rond 1548, secretaris te Maurik, peinder te Maurik in 1572, schout te Eck en Maurik van 1580 tot 1626, rentmeester van de graaf van Culemborg in de Nederbetuwe van 1585 tot 1597, rentmeester van de heer van Doerwerdt in 1603, overleden voor 17 augustus 1626, trouwt (2) met Margriet van Endeling, trouwt (1) met Margriet Adriaens Vonck van Lienden, dr. van Adriaen Vonck van Lienden en Johanna Hermansdr van Leeuwen, overleden op 29 juni : Na renunciatie van zijn schoonmoeder Johanna van Leeuwen wordt Sweder Utenweert beleend met 7 morgen land, dan geheten den Sandwech, met daarop een huis en hofstad, gelegen in Maurik. Op tuchtigt hij zijn vrouw Margriet Voncken en maakt hij het leen aan zijn oudste zoon Olivier. Op maakt hij het leen half op zijn kinderen bij Margriet Vonck (Jasper, Jan, Johanna en Agniet) en half op zijn kinderen bij Margriet van Endeling. Op wordt zijn zoon en erve Jasper beleend [Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en de Graafschap Zutphen, p.344]. 1582: Sweder Wtenweerde pacht een een hofstad in de Overwyckermaten te Maurik : Tusschen Zweeder Wtenwerdt, scholtiss, en Gaerth van Hattem und Derick Otten als gewesen Buyrmeysteren tot Ingen ende Buermrn van Eck wordt gewezen, dat sij omslagpenn. moeten betalen [Ger. signaat Kesteren NB 105 fol. 99] : Wordt gewezen tussen Wylhem van Hattem en Zweeder ute Werd, dat uten werdt betalen sal [Ger. signaat Kesteren NB 105 fol. 218] Wouter Willems van Hattem, zn. van Willem Dircks van Hattem en Janna Reijer Willemsdr, geboren rond 1541, buurmeester te Maurik van 1579 tot 1583, gerichtsman in de Nederbetuwe tussen 1587 en 1593, gewaarbode van de pastoor van Maurik in 1592, overleden voor 30 november Aelbert de Kemp, kerkmeester tussen 1576 en 1591, buurmeester te Maurik tussen 1589 en 1599, overleden voor 4 oktober 1617, trouwt met Maria Thomasdr (?), trouwt (2) met Cornelis Hermans Ancoop : Albert de Kemp wordt bij overdracht door Hendrik Cornelisz beleend met 3½ morgen in het Nieuwe Slag. Op wordt Johan de Kemp Albertsz, lijdend aan de pest alias de gave Gods, hiermee beleend, die het verpandt aan Hendrik de Kemp, zijn natuurlijke zoon, voor f 800. Als op wordt Cornelis de Kemp beleend, na de dood van zijn broer Johan en diens zoontje [J.C. Kort, (1993), Het goederenbezit van de Heren van Culemborg in Maurik, , Genealogische Bladen 2, p.93] : Tusschen dinghtaell van Cornelis Hermansz Ancoop, man ende momber zijner huijsfr. Maria Thomasdr, gewesene weduwe van Aelbert de Kemp, eijsscher, ende Wilhem van Hattem, verweerder, wijsen schepenen dat den verweerder sal gehalden wesen den eijscher de geijste resterende somme van 75 g. van t maechgescheijdt in den aenspraeck vermeldt ter goeder rekeninge op te leggen ende te betalen, den verweerder van den eijsscher te mogen vorderen alsulcke penningen als hij sustineert voor des eijsschers huijsfr. voors. van het doodtcleedt des voorn. Aelberts de Kemp, als anders wegen des boedels verschoten en betaelt te hebben. [Tiel, nr. 141 fol.151v; Collectie D.F. Tollenaar]. Gerelateerde stukken zijn er vanaf : Cornelis de Kemp spreekt aan Jan de Kemp, Reynier de Kemp, Christiaen Sopingh als 228
229 man van zijn huisfr, en Beth de Kemp, wed. van Willem van Hattem, tesamen mede-erfgenamen van Aelbert de Kemp [Ger. signaat Kesteren NB 108 fol. 133] Willem Jans van Vincelaer, ondertrouwt (2) te Utrecht op 8 november 1605, trouwt te Utrecht (buurkerk) met Heyltgen van Leeuwen, trouwt (1) met Elisabeth Claesdr, overleden voor 8 november Willem Jansz van Vinceler is wellicht een zoon van Johan van Vinceler en een kleinzoon van Steven Lubberts van Vinceler en Geertruyd Hendriks van Dompseler [NL 1955, kol.255] : Willem Jansz van Vinceler wordt genoemd in een acte, waarin Aeltgen Lamberts, weduwe van Steven van Vincelaer een volmacht geeft voor het gericht van Kesteren [Gerichtsignaat Kesteren ; NL, kol.24] Cornelis Aerts Hardeman, zn. van Aert Cornelisz Hardeman en Trijn, geboren rond 1580, voerman, turfhandelaar, overleden te Veenendaal op 24 juli 1633, trouwt met Hendrikje Jacobs, dr. van Jacob Dircks Cornelis Reijerse Bunt, zn. van Reijer Cornelisz Bunt en Anthonia Jans, begraven te Veenendaal op 21 juni 1632, trouwt met N.N., trouwt (1) met Thounen Cornelisz, overleden voor 22 september Mattheus Gerritsz van Langelaer, zn. van Gerrit Mattheusz van Langelaer en Reyertje, overleden voor 13 april 1628, trouwt met Ariaantje Sanders van Wolfswinkel, dr. van Sander Marcelisz, overleden na 3 januari : Mateus Gerritsz en Adriaantgen Sanders kopen een stuk veen en veld in het Amerongerveen [RAA 1229 dl.1]. 1600/1664: Onder 'landen onder Amerongen voormaels niet aengebrocht': Sander Marcelis en Matheus Gerritsz 1,5 hont veenland, bruiker Aert Claesz. Bruiker Aelbert Thonisz. Nu bruiker Aert Gijsbertsz, nu Willem Aelbertsz [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183] : Adriaentge Sanders, dochter van Alexander Marcelis, wordt beleend met tienden uit goederen onder Renswoude. 11/ : Mateus Gerritsz en Adriaantgen Sanders kopen een stuk land en hei, gebruikt door Peter Bosch. Op kopen zij een stuk veenland in de Ginkel, gebruikt door Cornelis ouden Hoorn [ RAA 1229 dl.1] : Adriana Matheusen weduwe is lidmaat in Scherpenzeel : Adriana Sanders, weduwe van Mattheus Gerrits van Langelaar, wordt na de dood van haar neef Willem Jans van Wolfswinkel beleend met de helft van de tienden uit Overeem, Abbelaar en Klein Ubbelschoten onder Renswoude [AUL 191, fol.154] = 3410 Frans Adriaansen van Triest, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met = 3411 Jannigje Fransen van Ravesloot Barent Jorisz, overleden voor 24 januari 1634, trouwt met Maertgen Michiels Adriaen Jans Conijn, zn. van Jan Maertensz Conijn en N.N. Jans, geboren rond 1569, begraven te Rotterdam op 27 januari 1636, trouwt met Maertgen Ingen, begraven te Rotterdam op 22 april
230 : Leendert Maertensz, als voogd van de ene zijde van het weeskind van Jan Maertensz Conyn en zijn huisvrouw, beiden overleden, welk weeskind genaamd is Aryen Jansz, oud omtrent elf jaren, aangenomen te hebben op verzoek van Aert Jansz Vormer, als voogd van de andere zijde, om het weeskind te onderhouden tot hij oud zal zijn 18 of 20 jaren, voor welk onderhoud Leendert Maertensz hebben zal het erfdeel van het weeskind van de achtergelaten goederen van zijn bestevaar en bestemoer van vaderszijde, zonder dat hierin betrokken worden de goederen die het kind competeren van zijn bestemoer van moederszijde. Hij verbindt daartoe omtrent 5½ morgen land en zijn huis en erf [ORA Zevenhuizen nr.41 fol.257; Ons Voorgeslacht 2009, p.391] : Jan Jansz, een Soen ende gherechte bestorven voocht van Jannetgen Goverts Dochter, Synne moeder, als boelhoutster van de naegelaeten boel van Salijghe Aert Jansz Vormer, ter eenre,ende Ocker Jansz, voor eenne hant, Adrijaen Jansz Conyn, voor eenne hant, Ploenis Crynnesz, man ende voocht van Aryaentgen Jansdr, eenne hant, Corn. Willemsz Olshoorn, ghetrout hebbende Marritgen Jansdr, ende Corn. Jansz Claesz Tasch, als voocht, met Ocker Jansz Vormer, van Neeltgen Jansdr, Ploentge Jansdr. ende Annetgen Jansdr, kinderen van Leentgen Jansdr, by de Selve Leentge ende Jan Claesz Tasch geprocreert, tsaemen voor eenne hant, Ende Den voors. Ocker Jansz Vormer, als bestorven voecht van de kinderen achterghebleeven van Corn. Jansz Vormer, benaempt Maerten Cornz, Thoentgen Corndr. ende Marritgen Corndr, tsaemen voor eenne hant, Alle erffgenamers van Aert Jansz Vormer Salygher, ter andere Sijde, Ende bekennen verticht te hebben [Uitkoopakten Zevenhuizen 4; bewerking J. Heemskerk] : Ewout Ewoutsz, jonggezel, huurt van Adriaen Jansz Conijn een huisje en een schuurzolder aan de Botersloot om daarin een strohandel te drijven [ONA Rotterdam, not. Jacob Duyfhuysen, inv.nr. 47, fol.183] : Testament van Arien Jansz Conijn en zijn vrouw Maertgen Inggen, wonend te Botersloot. Zij bespreken een legaat aan Gheertgen Adriaensdr, hun dochter, en aan Janneken Adriaensdr, hun overleden dochter [ONA Rotterdam, not. Jacob Duyfhuysen, inv.nr. 37, fol.66] : Maritgen Ingendr, weduwe van Arien Jansz Konijn; en Jan Adriaensen Konijn, mede voor broer Inge Adriaensz Konijn, kinderen van Arien Jansz, verkopen aan Eduwaert van Wijlick, oudschepen, nu vredemaker, een huis en erf en schuren aan de oostzijde van de Botersloot; varkenskotten en een gortmolen zullen door verkopers nog worden afgebroken. De koopsom bedraagt gulden, waarvoor een betalingsregeling wordt overeengekomen. NB: Inge is afwezig. Acte wordt gevolgd op door een overdrachtsacte, waarbij de koop wordt overgedaan aan Lysbeth Danielsdr, weduwe van mr Nicolaes Veenhuysen, Henrick Danielsz Burchoven te Gouda, en Catharina Danielsdr Burchhoven [ONA Rotterdam, not. Van Zijl, inv.nr.458, p.243] : Maertge Ingen, weduwe van Adriaen Jans Conijn, machtigt haar zoon Jan Adriaens Conijn om een rentebrief van 1400 gulden te verlijden ten behoeve van Elisabeth Daniels, steenvercoopster, ter zake van de koop van steen en kalk. Als onderpand stelt zij haar huis aan de Botersloot. Belendingen: ten zuiden Jan Bartholomeesz. en ten noorden Henrickge Henricx, weduwe van Frederick Jans de Groot [ONA Rotterdam, not, Arnout Hofflant, inv.nr.265, fol.213] : Inger Aeryensz en Jan Aeryensz, kinderen en erfgenamen van Maertgen Ingen, bekennen 212 gulden schuldig te zijn aan Cornelis Phillipsz voor geld dat hun moeder van hem had ontvangen, en waarover nooit rente is betaald [ONA Rotterdam, not. Gerrit van der Hout, inv.nr.312, fol.243] Willem Claesz Geestbergen (Huysman), geboren waarschijnlijk te Noordwijk, sleper, later brandewijnbrander in het Brandewijnhoff op de Schiedamsedijk, lid van de Waterlandse doopsgezinde gemeente te Rotterdam in 1635, begraven te Rotterdam op 5 februari 1645, trouwt met Maritge Floris, begraven te Rotterdam op 14 november : Willem Claeszn, wonende Rotterdam, verkoopt Anthonis Janszn. Burger, stierman 230
231 wonende te Noordwijk op Zee, een huis en erf gelegen in de Zeestraat te Noordwijk binnen. Voldaan met een schuldbrief van 200 gulden [RA Noordwijk, nr.166 fol.18v] Jan Claeszn, kleermaker wonende te Noordwijk, en Willem Claeszn, wonende te Schiedam, broers, verkopen aan Daniel van der Bouchorst, secretaris alhier, een huis en erf met schuur gelegen in de Kerkstraat te Noordwijk binnen, belast met 6 st per jr t.b.v. de Abdij van Leeuwenhorst. Voldaan met een schuldbrief van 1080 gulden [RA Noordwijk nr.166, fol.122]. NB Deze Jan Claesz noemt zich later 'van Geestberch' of 'Drost van Geestberch' : Willem Claeszn, wonende Rotterdam, stelt enige jaren geleden verkocht te hebben en draagt alsnog over aan Cornelis Adriaenszn. Metselaar, een huiske met erf gelegen aan de Cruysweg [RA Noordwijk, nr.166 fol.161] : Willem Claesz Bouman, alias Geesbergen, verkoopt aan Abraham Lourisz Melder, zijn schoonzoon, een huis en erf buiten de Schiedamse Poort, belendende noord: het taenhuys van Cornelis Jansz Hartichsvelt, burgemeester, en zuid: Teunis Hendricxsz, backer, en strekkende van de dijk of Hoochstraet tot aan de sloot. Koopsom: 1800 gulden [ONA Rotterdam, not. Delphius, inv.nr.366, p.234] : Op verzoek van Willem Claessen, brandewijnbrander, verklaart Dammis Esaussen, 54 jaar, huystimmerman, dat Anthons/Theunis den Backer aan genoemde Claessen 9 jaar geleden een stuk erf verkocht heeft, ten zuiden van diens branderije, voor twee vette verckens [ONA Rotterdam, not. van Aller, inv.nr.95, p.100] : Joost Willemsz, bleycker, verkoopt aan Willem Claesz Geesbergen de westelijkste helft van zijn bleyckerie en aan Jan Ariensz Cock de oostelijkste helft, gelegen aan de zuidzijde van de Coolschewech in het ambacht van Cool, voor een bedrag van 400 gulden [ONA Rotterdam, not. Arent van der Graeff, inv.nr.329, fol.746] : Willem Claessen Huysman, brandewijnbrander, en zijn vrouw Maritgen Flooren bevestigen hun testament gemaakt op t.o.v. notaris Van der Hage, echter met de volgende wijzigingen. Hun zoon Claes Willemsz krijgt een legaat van 300 gulden en de drie weeskinderen van hun dochter Grietgen Willemsdr, waarvan vader is Cornelis Jansz, zullen tot hun meerderjarigheid alleen het vruchtgebruik van hun erfdeel genieten. N.B.: De akte is doorgehaald [ONA Rotterdam, not. Nicolaas v.d. Hagen, inv.nr.114, fol.193] : Willem Claesz Geestberge en zijn vrouw Maertgen Floren wonende buiten de Coolsewechpoort maken een wederkerig testament met legitieme porties voor hun kinderen Claes Willems, Floris Willems, Cornelis Willems, Weyntge Willems en de kinderen van hun overleden dochters Grietge Willems en Burchge Willems [ONA Rotterdam, not. Arnout Wagensvelt, inv.nr.130, fol.70] : Joost Willemsz, bleijcker, verkoopt 4 roeden erf van zijn bleijckerije, aan de zuidzijde van de Koolschewech in Kool buiten Rotterdam, aan Maertje Florisdr, weduwe van Willem Claesz, voor 80 gulden [ONA Rotterdam, not. Arent van der Graeff, inv.nr.333, fol.318] : Inventaris van de boedel die is nagelaten door Maertge Floren, weduwe van Willem Claesz Geestbergen. Kleding, linnen en beddengoed en huisraad. Een huis en erf staande in den ambachte van Cool dat grenst aan Joost Willemsz, bleycker en Jan Aryensz, cock. Tegoeden van obligaties van de Admiraliteyt en Cornelis Willemsz. Aan schulden en begrafeniskosten e.a. uitgaven totaal 478 gulden. Inkomsten van verkocht huisraad aan Claes Willemsz, Abram Lourisz Meller en een rentebrief van Cornelis Jansz van Bloetcoper. Erfgenamen zijn Floris Willemsz, Claes Willemsz, Meyntge Willemsdr, die gehuwd is met Abram Lourisz Meller, en de kinderen van hun zusters Grietgen en Burchien Willemsdr [ONA Rotterdam, not. Delphius, inv.nr.399, p.680] Aert Aertsz van Wageningen Jan Jorissen Jan Jansen. 231
232 8032. Peter Hendriks Waecker, zn. van Henric Peters die Weker, herbergier, kerkmeester, cameraar van de Gelderse en Rhenense venen in 1595, begraven te Veenendaal op 13 mei 1632, trouwt met Jannigje Bartels Cornelisdr, dr. van Bart Cornelissen, begraven te Veenendaal op 29 december Gerrit Willems, timmerman Aeltje Cornelis, wed. Cornelis Sandersen, en Jan Woutersen als mombers van het onmondige nagelaten kind van Peter Adriaensen, cederen aan Gerrit Willemse timmerman, won. Veenendaal, een huis en erf aan de Stichtse zijde, erfpachtgoed van Teunis Roelofsz [Stadsgerecht Rhenen; inv.nr.410] Jan Petersz Vollewens, zn. van Pieter Jansz Vollewens en Marijtge Thoenis, geboren rond 1569, chirurgijn, kerkmeester van de Lieve Vrouwenkapel te Amersfoort in 1617, verblijvend in Oost-Indië in 1631, overleden voor 16 april 1636, trouwt (2) te Amersfoort op 1 november 1617 (met attestatie naar Den Briel) met Grietgen Jeroens, dr. van Jeroen Jansz en Jacomijntgen Michiels van Vilvoorde, overleden te Brielle in augustus 1655, trouwt (1) (Schepenbank) te Amersfoort op 25 oktober 1592 met Petergen van Westrenen, dr. van Jan Jacobsz van Westrenen en Gerritje Willems van Hardevelt, overleden voor 1 november / : D'huysfr. van Mr. Matheus Toll vanwege Jan Petersz Vollwens, Herman ten Berch vanwege Petertgen van Westrenen [Schepenhuwelijken Amersfoort; JbCBG 1973, p.194] : mr. Jan Peterzn, chirurgijn te Amersfoort, en Jacob van Achtevelt voor Agnieta, weduwe van mr. Matheus van Toll, zijn getuigen vanwege Johanna van Toll, dochter van Agnieta, bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden met Jacob Jansz Vlug [ONA Amersfoort, not. Van Ingen; AT002b002, akte 171] : Mr. Jan Peterzn, chirurgijn, oud omtrent 44 jaar, en Johan van der Burgh, omtrent 63 jaar, beiden borgers van Amersfoort, leggen een verklaring af ten behoeve van Jkvr. Margareta van Isselt, weduwe van Andries van Isselmuyden [ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT 002a001 folio v] : Te bode gesteld een rentevrij boomgaardje bij de Varkenmarkt achter het huis van Jonge Cornelis Huygensz, verkocht door Anthony Tael goudsmid. Mr. Jan Pieter Volwensz [Brielle Transportregesten RA47, nr.5049] : Te bode gesteld een huis en erf in het Dijkslop, toebehoord hebbende Eias Eliasz, door Mr. Jan Pietersz Volwens met de rechten dezer stede ingewonnen voor 200 car. g. van 2 jaar custingen over 1617 en 1618 volgens de sententie van burgemeester en schepenen , Geordonneerd op dinsdag te roupen en woensdag te verkopen [Brielle Transportregesten RA47, nr.5114] : Willhem van Garderen en Rijck van.. als gemachtigde van Jan Petersz, chirurgijn ( procuratie alhier ), verkopen aan Henrick Harten een huis en hofstede in de Langestraat, gelegen naast Jacob Jacobsz van der Eem en Dirck van Duverden c.s, op een last van 350 gulden hoofdsom t.b.v. verscheidene personen [Transportregisters Amersfoort ] : Te bode gesteld een huis en erf in de Capoenstraat, met 12 g. per jaar uytgaende, zoals Mr. Jan Pietersz het bezeten en bewoond heeft. De koper zal het licht in het huis van Maritgen Benoys niet mogen betimmeren of verduisteren. Beklaagd door Tobias van den Berg en Cornelis Jansz metselaar. Koper: Dirck Jansz ketelboeter [Brielle Transportregesten RA47, nr.5236] : Te bode gesteld een huis en erf op de Schoenmarkt, met 7 g. per jaar vuytgaende, zoals Cornelis Roelantsz het heeft bezeten. Beklaagd door Van der Heul. Koper: Mr. Jan Pietersz Wollewens. In de marge: , Cornelis Evertsz organist, als bij testament van Mr. Jan Pietersz Volwens van last en procuratie hebbende, abandonneert het huis en erf hierboven t.b.v. 232
233 degene, die daarin gerechtigd is [Brielle Transportregesten RA47, nr.5276] : Te bode gesteld een rentevrij huis en erf op de Schoenmarkt, zoals Mr. Jan Pietersz Volwens chirurgijn het bezeten heeft en Cornelis Jacobsz Valck het heeft verkocht. Koper: Mr. Michiel Jacobsz chirurgijn. Gifte gegeven door Cornelis Jacobsz Valck [Brielle Transportregesten RA47, nr.5441] : Te bode gesteld een rentevrij huis en erf in de Langestraat, zoals Heyndrick Ambrosius za. dat het laatst bezeten heeft. Koper: Mr. Jan Pietersz Vollewens chirurgijn. Gifte gegeven [Brielle Transportregesten RA47, nr.5798]. 1628: Te bode gesteld een huis en erf in de Capoenstraat, met een rente van 12 car. g. per jaar uytgaende, zoals Mr. Jan Pietersz Vollewens dat het laatst bezeten heeft. Het licht, komende in de keuken van de bezitters van het huis van Maertgen Benoeys, mag niet betimmerd of verduisterd worden. Koper: Heyndrick Pietersz Schout. Gifte gegeven [Brielle Transportregesten RA47, nr.5818] : Boedelscheiding tussen Jan Aertsz Verhaeff, zoon en erfgenaam van wijlen Aert Jansz Verhaeff, schoemaecker, en van wijlen Jacobmijntgen Michielsdr te ener zijde, en Gryetgen Jeroensdr, vrouw van Jan Pietersz Volwens en dochter van wijlen Jeroen Jansz en van wijlen Jacobmijntgen Michielsdr, handelend met machtiging van haar man, thans reizende naar of in Oost-Indie ter andere zijde [ONA Rotterdam, not. Willem Jacobsz, inv.nr.68, blz.469]. 1632: Te bode gesteld een huis en erf aan de noordzijde van de Langestraat op de Korenmarkt, met een rente van 6 car. g. per jaar uytgaende, zoals Mr. Jan Pietersz Vollewens chirurgijn dat het laatst bezeten heeft. Koper: Gillis Pietersz Hoeyer. Gifte gegeven door Daniel Jansz (..?) en Jan Been, pp. voor Mr. Jan Pietersz Vollewens [Brielle Transportregesten RA48, nr.6123] : Te bode gesteld een rentevrij huisje en boomgaard aan de Oude Varkenmarkt, zoals zal. Mr. Jan Pietersz Vollewens, chirurgijn, daar door koop aangekomen is en het door zijn zoon Jacob Jansz Vollewens als testamentair erfgenaam is verkocht. Koper: Jan Heyndricxsz Panser. Gifte gegeven door Magdalena van Coesvelt, huisvrouw van Mr. Pieter Jansz Vollewens, chirurgijn, won. te Amersfoort, als gestelde testamenteur en mede-erfgenaam van voors. Mr. Jacob Vollewens, uit kracht van haar procuratie van [Brielle Transportregesten RA48, nr.6376] : Grietgen Jeroensdr, weduwe van Jan Pietersz Vollewens, wonende ten Brijel, benoemt tot erfgenaam haar halfbroer van moederszijde Jan Aertsz Verhaeff, etc. [ONA Rotterdam, not. Wagensvelt, inv.nr.129, blz.928] : Mr. Peter Jansz. Vollewensch, chirurgijn, voor hemzelf en zich sterkmakend voor zijn vrouw Magdalena van Coosvelt, mitsgaders voor Mr. Jan Petersen [sic!; waarschijnlijk een versteend patronym] en Gerard Petersen Vollewensch, zijn broeders en hun huisvrouwen, en voorts voor Charles Hagie en zijn vrouw Aginet Petersen, de zwager en zuster van de comparant en laatstelijk voor het onmondige nagelaten kind van zijn overleden zuster Willemtgen Peters, verkoopt aan Gijsbert en Jacob Cornelissen, als erfgenamen van zal. Cornelis Reijersz, hun overleden vader, een zeker erf, huis en berg, staande en gelegen in de Birkt, zo groot en klein hetzelfde aldaar in Margentaelen gelegen is, tussen het erf van zal. Peter Schade c.s. en het erf tegenwoordig gebruikt door Griet Gerards [Transportregisters Amersfoort , fol.189v] : Hillegont Pieters Hollaer, echtgenote van kapitein en schout-bij-nacht Jan Aertsz Verhaeff verklaart dat ze weet dat Grietgen Jeroens, weduwe van Jan Pietersz Vollewensch, in augustus in den Briel is overleden. en begraven is; ze was zelf op de begrafenis aanwezig [ONA Rotterdam, not. Delphius, inv.nr.394, blz.373] Gerrit Willemsz van Dashorst, zn. van Willem Willems en Alydh Gerritsdr van Dashorst, schilder, deken van de broederschap van het Heilige Sacrament in de St. Joriskerk te Amersfoort in 1607, regent van het St. Pietersgasthuis te Amersfoort in 1622, broeder van het St. Lucasgilde te Amersfoort in 1627, overleden in 1642, trouwt (Schepenbank) te Amersfoort op 26 april 1586 met Willemtgen Everts, dr. van Evert Gerrits en Geertruid Willems van der Burch, overleden na
234 26 (25) : Aeltgen van Dashorst voor Gerrit Willemsz van Dashorst, Aert Gerritsz voor Willemtgen Evertsdr [J.G. Smit (1973), Huwelijken voor schepenen van Amersfoort , JbCBG, p.185]. 1592: Gerrit Willemsz van Dashorst, vertegenwoordigende zijn echtgenote, is samen met Willem van Lilaar eigenaar van de helft van Klein Emiclaer (t/m 1599, van 1600 tot 1609 is hij samen eigenaar met Timan Lambertsz). Het halve goed was vanaf 1573 in handen van Johan Willemsz van der Burg en zijn zuster Margriet. Zij hadden het gekregen volgens het testament van hun moeder Elsa Jan Soest, weduwe van Willem van der Burg. Het testament werd medegezegeld door Pieter van der Burg (een wapen met vier kwartieren, twee met drie lelies en twee met een diagonale band). Voor dochter Margriet werd in januari 1574 recognitie gedaan door haar zwager Jacob van Dolre. Zij was gehuwd met Willem van Lilaar en hertrouwde in 1590 met Timan Lambertsz [G. Raven, De herontdekking van malenhoeve Ten Bosch, Flehite 2005, p.68, 69, 82, 85] : Meys Peters en Enickgen Heymans verkopen aan Jan van Gelder en Grietgen Cornelisdr. een zeker huis staande op Bloemendael, o.a. op de lasten van 50 gulden hoofdsom, Gerrit van Dashorst, schilder, toekomende en waarvan jaarlijks 3 gulden betaald wordt [ONA Amersfoort, not. Van Ingen; AT 002b001 nr.208] : Gijsbert van der Borch, voor hemzelf en vervangende zijn vrouw Jkvr. Anna van der Loo, machtigt Gerrit van Dashorst Willemzn, zijn neef, om te transporteren voor de Scholte en Gerecht van de Haer, ten behoeve van Cornelis Jacobzn, lakenkoper, Sophia, Peter de Ruyghedr, zijn huisvrouw en haar erven, land gelegen in de Haer. Dit land is gemeen met Cornelis Jacobszn. en Jannichgen, weduwe van Peter Harmanzn. de Ruych [ONA Amersfoort; J. van Ingen AT 002a001 folio 453 V] : Er is een geschil tussen de volgende verwanten: Gerrit van Dashorst Willems en zijn vrouw Willemgen Everts (zij tekent: Wijllemgen van Dashorst), en ter andere zijde: Elisabeth Evertsdr. (zij tekent: Elijsabet Eevers). Bemiddelaars zijn: Goort van Snuel en Wolter Meynsz, schepenen. Het accoord houdt in dat Elisabeth Everts dadelijk haar mobilia en huisraad zal lichten ten huyse van Gerrit van Dashorst. Elisabeth Everts zal niets opeisen van de renten uit een obligatie waarvan het kapitaal betaald is door Willem, de zoon van Gerrit van Dashorst ten behoeve van Cornelis Evertss, de broeder van Elisabeth. Anderzijds mag Gerrit van Dashorst noch mondkosten noch huishuur opeisen van Elisabeth Evertsdr. De partijen zullen ten behoeve van de armen een halve math betalen; de onkosten van dit accoord zullen half en half worden gedragen. Partijen zullen voorts in goeder vruntschap zijn en blijven. De gekoren voogd van Elisabeth Everts was Jan van Ingen, notaris. Wegens Willemtgen Everts, de vrouw van Gerrit van Dashorst trad, in verband met de absentie van haar man, Jacob Jacobs. van der Eem, haar zwager, op als haar gekoren voogd [ONA Amersfoort, Notaris J. van Ingen AT002 b006 fol.30 ] : Goordt van Sneul en zijn vrouw Gerritge Cornelis, Gerrit van Dashorst en zijn vrouw Willempge Evertsz, verklaren dat bij testament van Geertruijt de Wijs, weduwe van Lourens Hugens Poortman, voor not. Rijck van Mulenberch, hun vrouwen als enige erfgenamen waren aangewezen, met o.a. het erf in Leusbroek, gebruikt door Teunis Gerritsz. Zij aanvaarden dit erf en hebben de rituelen verricht: een schep zand gepakt, enige takken van de bomen gesnoeid en de deur open en dicht gedaan [Gerecht Leusden; inv.nr fol.59v] : Gerrit Willems van Dashorst en Willemtgen Evertsdr, wonend te Amersfoort krijgen octrooi om te testeren [Octrooiregister Hof van Utrecht] : Gerard van Dashorst Willemsz wordt bij dode van Geertruida de Wijs beleend met een stuk land in Alrehorst genaamd Zuidwind en Vogelslag te Isselt. Op wordt hij beleend met de ledige hand en op draagt hij het leen over aan François van Muilwijk [Repertorium op de lenen van de hofstede Isselt; De Nederlandsche Leeuw 1995, k.354] : Gerard van Dashorst, voor zijn vrouw, bij dode van Geertruida de Wijs, wordt wegens testament beleend met de tiende grof en smal van de Zwarte goor te Ede. Op wordt vermeld: Hendrik Both bij dode van Geertruida de Wijs na verzuim, omdat hij niet verhief met ledige hand. Op treedt Evert van der Scheur, advokaat bij Hof van Utrecht, op voor de 234
235 vrouw van Gerard van Dashorst in twee helften als tijnsweer. Op wordt Gerard Jan Melisz. beleend, bij overdracht door Willempje Evertsd, gehuwd met Gerard van Dashorst, in twee helften [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Stoutenburg; : Jan van der Borch Thonisz, gemachtigde van de erven van Lourens Huijgensz Poortman voor de ene helft (procuratie Hof van Utrecht); Goort van Snuel; met Gerrit van Dashorst Willemsz namens Willemtgen zijn vrouw; samen erven van Geertruijt de Wijs zaliger [NB zij is de dochter van Evert de Wijs] voor de andere helft, verkopen aan Jan Dircxs, zijn vrouw en hun erven, een loods of huis, met grond daarbij, met al wat daarin aard- en nagelvast is, in de Nieuwstraat. Op verkopen zij aan Willem Albertsz van Lockhorst een huis, hof en hofstede in de Haag, tegenover het klooster Marienhof, Op last van 11 stuivers per jaar aan de vicarie, waarvan Jan Holt tegenwoordig eigenaar is [Transportregister Amersfoort; ]. 1628: Gerrit Willemsz van Dashorst c.s. (met 4 dammaten) staat op een lijst van geërfden van de 18 dammaten in de Swarth Noort in de Bekaaide Maatpolder [Archief Eemland inv.nr.0719] : Willemtgen Everts, weduwe van Gerrit van Dashorst, met Clemens van Dashorst haar zoon en voogd, transporteert aan Casper Leermartijn en Beligjen Jans zijn vrouw en hun erven 'n huis, hof en hofstede buiten de Rodetoren in de Utrechtsestraat, met aan de ene zijde Arien Henricksz Cremer en aan de andere zijde het huis waar Erasmus uithangt; daarbij een lening van 2 gulden, 8 stuivers per jaar aan O.L. Vrouwekapel [Transportregisters Amersfoort ] : Willemina Everts, wed. van Gerrit van Dashorst, borgerse en inwoonder van Amersfoort, en Clemens van Dashorst, voor hemzelf en als gekoren voogd voor zijn moeder Willemina Everts, borger en inwoonder van Amersfoort, machtigen Anthonis Lambertsz, deurwaarder van Amersfoort, om de volgende comparanten in hun personen en goederen verbonden te laten verklaren en executabel: Jaspar van Lijnden, Heer van Mijnden, Loosdrecht, Hoevelaken, Geresteijn etc, in verband met de verkoop van twee percelen land gelegen in het Suijderbroeck onder de Heerlijkheid en het Gerechte van Geresteijn (koopcedule van ); en Peter Vastrick, in verband met het transport van twee percelen land onder 't Erve gelegen in Leusderbroeck [ONA Amersfoort, Notaris R. van Ingen, AT008 a001 fol.101v] Goort van Snuel, zn. van Aert van Snuel en Elisabeth Joachims, geboren rond 1562, rentenier, raad te Amersfoort tussen 1593 en 1623, schepen te Amersfoort tussen 1602 en 1629, weesvader en dispensier van het weeshuis in 1609, straatmeester in 1613, cameraar te Amersfoort tussen 1617 en 1621, weesmeester te Amersfoort van 1627 tot 1628, broeder van het St. Lucasgilde te Amersfoort in 1627, overleden te Amersfoort (overluid) op 13 november 1634, trouwt voor 8 juli 1585 met Gerritgen Cornelis, dr. van Cornelis Reyersz en Margriet van Rijn, overleden voor 5 juni : Goort van Snuel wordt na de dood van zijn vader beleend met de tienden uit Ubbelschoten, Daatselaar, Wagensveld, Wittenoord, Overeem en Abbelaar onder Renswoude. Hulder tot zijn mondige dagen is Gerrit van Achtevelt. Op draagt hij de helft van de tienden onder Renswoude op aan Alexander Marcelis [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.281] : Goort van Sneul en Geertgen Cornelis zijn huisvrouw verkopen aan Hans Petersz en Maria Peters zijn huisvrouw een zeker huurhuis en erf, achter of bezijden met een uitgang, aan de Noordzijde van de Langestraat, gelijk die vanouds gebruikt is geweest mitsgene daarin aard en nagelvast is, dewelcke tegenwoordig bij twee woningen gebruikt wordt, also de ene bij Rick Jacobsz en de ander door de ontvangers zelve, op laste van 200 Carolus gulden daarvan men jaarlijks te renten geeft elf derselver guldens ten behoeve van Willem en Goort Barten gebroeders, hen comparanten door banden in huwelijk mede gegeven is van Cornelis Renersz hun luijder vader [Transportregisters Amersfoort , p.18] : Geurt van Snuel is raad in 1593, 1594, 1600, 1601, 1604, 1608, 1609, 1622 en Hij is schepen in 1602, 1603, 1607, , 1618, en Hij is cameraar in 1617 en , en weesmeester in 1627 en
236 1594: Het erf Groot Snuel, gelegen op het Hoogland, behoort aan Guert Aertsz van Snuel [Wittert van Hoogland, Utrechtsche ridderhofsteden en heerlijkheden, I, p.607/615] : Aan Goert van Snuel wordt 100 gulden gegeven op renten om daer van den ontfanger van de incomsten van de Vrouwen Cappel jaerlicks te betalen ses gulden vyf stuvers [Rek. OLV kapel Amersfoort/Nav 1924, p.192 e.v.]. 1597: Goert van Snuyel neemt lijfrenten bij de stad Amersfoort ten lijve van zijn kinderen Willem (3 jr), Jochem (1 jr), Lysbeth (10 jr), Geertghe (8 jr) en Luthrina (6 jr) [Stadsrekening Amersfoort] : Henrick Corneliss van Rijn Goert van Snuel en Thomas ten Borch, voor henzelf en als man en voogden van hun vrouw; samen voor de nagelaten kinderen van zaliger Rijck Cornelisz, hun broer en zwager, verkopen aan Henric van Speulde en zijn erven een stuk land gelegen aan vijf kampen tussen de Eem en de Utrechtsepoort, genaamd Vissersland, eertijds behorend aan Willem de Wijs Reijerss, met bepalingen tot land van Jan Cranen en Peter Jansz in de Vlasakkers en de Amersfoortse Eng, en op last van twee schepel zout per jaar aan het Sint-Petersgasthuis [Transportregister Amersfoort ] : Arent Joachims Boldewijn maakt een testament. Hij vermaakt aan zijn neef Goert van Snuel 6 morgen land in Erckemeden in de kerspel van Nijkerck en de hofstede Wyendiriop, leengoed van de Edele Vrouwe van Elten. Verder legateert hij aan Goert van Snuel de helft van 't rechte derdedeel van de hoff en huysken staanden in de Conincxstraat. Zijn neef Aert van Snuel krijgt 50 carolus guldens, Elisabeth van Snuel krijgt ook 50 carolus guldens en de andere twee kinderen van Goort van Snuel, Cornelis en Reyertgen, krijgen elk een rosenobel. Verder vermaakt hij geld en een zilveren lepel aan Elisabeth, zijn nicht, huysvrouw van Johan van Deuverden, onroerend goed en een zilveren beker, gekomen van zijn grootmoeder Elisabeth de Haes, en nog een dubbele gouden rosenobel met een "hefgen" met silver beslagen, bij hem en zijn vader eertijds gedragen, aan zijn petekind Joachim van Curler, en een rentebrief en een derde van het hof en huisje in de Conincqstraat aan de 2 kinderen van Paeschier Janszn. van Louveseyn, verwekt bij Truychgen Lubbertsdr, zijn overleden nicht. Ook vermaakt hij geld aan zijn dienstmaagden en de armen. Omdat Henrickgen, zijn moeye, bij haar testament gewild had dat hetgeen hij van haar zou erven na zijn dood zou komen op Goort van Snuel en zijn erven, zo verklaart Arent Boldewijn dat Goort van Snuel content zal moeten zijn met hetgeen hem in dit testament is gelegateerd. Hij institueert tot zijn erfgenamen de drie kinderen van Gosen van Curler en zijn zuster Geertgen Joachims: Lubbert (ook geheten Boldewijn), Arent en Henrick van Curler. Zij zullen alles wat hij nalaat erven, waaronder ook een derde deel van het hoff en huysken in de Conincqstraat. [Notaris J. van Ingen, Amersfoort, AT 002a001 folio 81V-82V]. 1611: Guert van Snuel huurt goederen van de St.Joriskerk [Rek. St.Joriskerk] : Henrickgen van Hees, ca. 45 jaar, wonend t eamersfoort, Goort van Snuel, schepen van Amersfoort, en zijn vrouw Gereitgen Cornelis Reyersdr, als zijnde indertijd de naaste vrunden Harmantgen Willems, huisvrouw van Claes Reyerszn, poorter te Alkmaar, verklaren op vezoek van Harmantgen Willems, "bij ware woorden" in plaats van eede, dat Harmantgen Willems, hun nicht, gehad en genoten heeft de navolgende goederen en penningen tijdens haar huwelijk met Claes Reyersz. Zij is door Henrickgen Jan Lubbers, haar tante gelegateerd en een deel mede van haar moeder, gekomen van Willem Lubbertszn, binnen Amersfoort, waarvan Claes Reyersz voor zijn 1/4 deel ontvangen heeft de som van 500 gulden. Zij is ook gelegateerd door Anthonia Jans, haar tante, gestorven te Alkmaar en de som van 300 gulden is door Claes Reyersz ontvangen. Er is nog uit een stuk land door de erfgenamen van Steven van Zijll afgelost 200 gulden hoofdsom en dat is mede staande het huwelijk door Claes Reyersz ontvangen. Zij was mede krachtens het testament van haar overleden moeder gerechtigd tot 200 gulden hoofdsom van Harman Joosten, dat eveneens staande het huwelijk is afgelost. Idem nog verschillende renten. Claes Reyerszn, medecomparant, verklaart dat dit de waarheid is [ONA Amersfoort, not. Van Ingen, nr. AT002b002] : Johan van Speulde als rentmeester indertijd van de armen genaamd de Poth, verkoopt aan Goort van Sneul een huis genaamd 'de Pellicaen' op de Singel, gelegen omtrent de Kamperbinnenpoort. Op dezelfde dag verkoopt Steven Cooth then Bergh, als rentmeester 236
237 indertijd van 't armenweeshuis aan Goort van Sneul een schuur op de Singel bij de Kamperbinnenpoort. Op verkoopt hij huis, hofstede en schuur aan Cornelis Jansz de Jonghe [Transportregister Amersfoort ] : Goort van Snuel is lidmaat van gereformeerde kerk. Zijn kinderen zijn niet gereformeerd gedoopt : Goordt van Snuell, oud-dispensier van het Armenweeshuis, transporteert aan Reyer Brantsz en Henrickgen Willemsdochter zijn vrouw, een huis, hof en hofstede met alle getimmerte daarbij behorend, op de hoek van het monnikenpad [Papenhoffstede], zuid: het kerkhof, noord: Beatris van Waal, west: de Papenhofstede, oost: de Appelmarkt en de Nieuwe markt, 3 gulden, 4 stuivers per jaar aan St. Joriskapittel [Transportregister Amersfoort; ] : Goort van Snuel treedt op als 'oom en gekoren momber' op met Elisabeth Cornelis, weduwe van Johan van Duverden, in leven schout van Amersfoort, bij het transport van een rentebrief [ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT002 fol.337v]. 1624: In de nominaties voor Amersfoortse raden, etc, staat met een toelichting voor de Staten van Utrecht: Goort van Sneul, gaet ten Avondtmael, leeft op zijn renten, tamelijck rijck, is camelaer geweest wel vier jaren [J.G. Smit (1992) De magistraat van Amersfoort in 1623 en 1624, De Nederlandsche Leeuw, p.301] : Willem van Nieuwport treedt op voor de vrouw van Govert van Sneul, bij haar belening met de tiende grof en smal van de Zwarte goor te Ede. De vorige belening was van , voor Hendrik Both bij dode van Geertruida de Wijs. Op wordt Arnout van Sneul met deze tiende beleend, bij dode van Gerrichje Cornelisd, zijn moeder, in twee helften als tijnsweer [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Stoutenburg; : Goort van Snuel c.s, requirant, versus Henrick Both, te Amersfoort. Rechtzaak i.v.m. successie [Civiele rechtzaken Hof van Utrecht, inv.nr ] : Goort van Sneul voor hemzelf voor de ene helft en Frans Jacobs en Cornelis Camp als mombers over de onmondige kinderen van zaliger Catharijntgen Jan Nagelsdochter voor de andere helft, transporteren aan Jan Theunss, bleker, zijn vrouw en hun erven, een huis, hof en hofstede aan de Singel, met al wat aard- en nagelvast is, op last van 100 gulden [Transportregister Amersfoort; ] : Goort van Snuel overluid in de Domkerk : Scheiding van de erfenis van Goert van Snuel en van zijn zoon Aert, door Elisabeth, Reyertgen en Cornelis van Snuel [ONA Amersfoort, not. C. van Ingen] : Clemens van Dashorst als vader van de onmondige kinderen bij hem en zaliger Reyertgen van Sneul; mede Henric van Colenberch en Henric van Rhijn als mombers van die kinderen van moederszijde voor een vierde part; gemachtigde Willem van der Nijpoort, deken van 't Kapittel van St. Marien te Utrecht en Juffrouwe Elisabet van Sneul zijn vrouw voor een vierde part (procuratie te Utrecht). Voor Catharina Ewoutsdochter, weduwe van Cornelis van Sneul en als moeder en momber over haar kinderen voor een vierde part (procuratie te Amsterdam). Willem van Deuverden, schepen als curator over de erfenis van Aert van Sneul voor resterende part in de erfenis, verkopen uit de nalatenschap van Goort van Sneul, aan de Regenten van het Armenweeshuis, 2 vierdelen land aan de Hogeweg, gelegen tussen Jacobgen Paschiers en Otto van Gessel [Transportregister Amersfoort ] Sander Jans, kerkmeester te Veenendaal, overleden voor 30 augustus 1630, trouwt met Marietje Jans : Sander Jansz, te Veenendaal aan de Stichtse zijde, wordt bij overdracht door Gerard Hendriksz. Lam beleend met een derde van het veen van Schoneveld, genaamd Sterkenburgs veen, in het kerspel Rhenen. Op volgt de lijftocht van Marieke Jans, gehuwd met Sander Jansz, te splitsen en te komen op Adriaan, Niesken, Aertken, Joostje, zijn dochters, en Cornelis Sandersz, zijn zoon, die vooraf 2 morgen zal hebben, bevestigd door Allard van Meurs, eventueel op elkaar te komen Op : Marietje Jans, weduwe Sander Jansz, met Gillis Matthijsz, toegedeeld aan Cornelis Sandersz, haar zoon, voor zijn huwelijk, 2 morgen veen en 237
238 grond, strekkend 25 roeden breed [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Sterkenburg; Hermen van Holten, herbergier aan de Dwarsweg, schepen te Amerongen tussen 1620 en 1645, overleden na 20 januari 1645, trouwt met Hillegonda Dirks, dr. van Dirck Roeloffsz. 1600/1664: In de veenen in Amerongen: Dirck Hendricksz een stuk veld en veen breed wezende 14 roeden. Nu eigenaar Dirck Hendricksz van Amerongen.Dit is Tkleijn veen de weduwe van Cornelis Jansz jonge Merrichgens die een helft ende Herman van Holten die ander helft, bruiker zelfs. Nu Mor Jansz eigenaar en bruiker [RHCZU; Amerongen Oudschildgeld ; inv.nr.183] : Aeldt van Amerongen, schout tot Amerongen, heeft voor hemzelf en als vader en voogd van zijn kinderen bij Petronella van Leuwen zaliger, overgedragen en getransporteerd aan Cors Cornelisz ende Cornelis Reyersz Bundt, getrouwd met de weduwe van zaliger Thounen Cornelisz 'die gerechte helfte van een stuck veens velts ende vullinge grondt ende bodem water hey wey wilt ende tam mit allen zijnen toebehoorten gelegen inde gerechte van van Amerongen van oudts genaempt Den Dansacker eertijts gecomen van Cornelis Gelisz mit eggen ende mit eynden soo groot ende kleyn tzelve veen van oudts gelegen ende nu ter teijt gelegen is mitsgaders zijn actie recht ende toeseggen als hij comparant heeft aent getimmer opte voorschreven veen staende daer Herman van Holten iegenwoordich inne woondt, streckende dit voorseyde veen vande Grieft aff tot aenden Dwarswech toe' [NB Hij had dit goed op gekocht van Evert van Dolre, maarschalk van Montfoort, en Cornelis Jelis dochter zijn huisvrouw]. Cors Cornelisz en Cornelis Reijersz alias Bundt transporteren dit goed vervolgens op aan Herman van Holten en Hillegrondt Dierck Roeloffsz dochter, echteluyden [Dorpsgerecht Amerongen, inv.nr. 140, fol.70-72v; transcriptie uitgegeven door Dick van Wageningen] : Herman van Holten en Hillegond Dircks worden verlijd met het veen in de Amerongse venen 'van outs genaemt Merrichje Willem Jansz wed[uw]e, uytgesondert het slijck naest de Munckeweg' [Tinsakten van het Huis Amerongen; Gens Nostra 2007, p.319] : Aeldt van Amerongen, mede schout tot Amerongen, voor hemzelf en voor Dirck van Amerongen, Thijman van Amerongen en Elysabeth van Amerongen, zijn kinderen bij Petronella van Leuwen zaliger, heeft getransporteerd aan Harman van Holten 'den vrijen eygendom van die rechte helfte van een stucke veens, veldts ende vullinge, water hey wey, grondt wilt ende tam mit grondt ende bodem mit allen zijnen ouden rechten ende toebehoren gelegen inde Amerongensche Venen van oudts genoemt den Dansacker daer van hij comparant die wederhelfte voir date deses vercoft ende opgedragen heeft aen Cors Cornelisz ende Cornelis Reyersz Bundt. Ende nu de voornoemde Van Holten mede toebehoorden' [Dorpsgerecht Amerongen, inv.nr. 140, fol.133; transcriptie uitgegeven door Dick van Wageningen] : Herman van Holten wordt verlijd met 'de helfte van het cleijn veen van de wed[uw]e van Jan Cornelis' [Tinsakten van het Huis Amerongen; Gens Nostra 2007, p.320] Cornelis Michielsz, veenraad in : Cornelis Michielsz, IIII gulden [GA Veenendaal; Archief Veenraadschap, inv.nr.195; Lijst ambachtslieden en neringslieden van Veenendaal] Generatie XIV Roeloff van Eck (?), overleden voor 28 maart 1596, trouwt met Anna Job Jans (?), trouwt (2) met Thonis Goerts : Roeloff van Eck en Anna Jop Jans dochter worden beleend met 14 hond land opte Weyde in Zoelen. Op worden Thonis Diericx en Griet Ricken, weduwe van Dirrick 238
239 Joosten, hiermee beleend, na opdracht door Thonis Goerts als man van Anna Jop Jansdr [Repertorium op de lenen van Soelen en de Aldenhaag, p.52] Cornelis Reijersz Rus, zn. van Reijer Pietersz, geboren rond 1525, poorter te Alkmaar, begraven te Alkmaar op 24 februari 1598 (4 gld). 1558: Cornelis Reyers zijn huis en erf geëstimeerd 's jaars op 3½ gld, de 10e penning 7 st (voorafgegaan door Reyer Pieters' weduwe haar huis), Cornelis Reyers gebruikt een stuk land groot 3 geerzen toebehorende de kerk van Koedijk, voor 10 gld vrij geld een derdepart van de 10e penning, 6 st 11 penn (voorafgegaan door Pieter Reyers [Nationaal Archief, Staten van Holland nr.999; Kohier van de tiende penning van Koedijk 1558; H. de Vries en A.B. de Vries-Doyle, Genealogie Rus] : Bij de verpachting van vroonlanden wordt door Cornelis Reyers alias, Rus van 't Noorteynde van Koedijk, voor 36 gld gemijnd de Duve Lourisweyde, groot 1 morgen 617 roeden, met de aanwas in het oosten in de Groote Cleymeer, boven de 226 roeden die Wouter Jansz daarin pretendeert te hebben, gelegen in de banne van Koedijk tussen de banne van Oudkarspel in 't Noorden, De Groote Cleymeer in het Oosten, de Noorden Veersloot in 't Zuiden, de Coedyckergraft in t Westen. Dezelfde weide wordt in vermeld als in 1533 beleend door Reyer Pieter Gerryts zoon van Koedijk, geldende 26 pond; mogelijk is deze de vader van Cornelis Reyers Rus. [Nat.Arch. Grafelijkheidsrekenkamer 774b, fol. 2v en Grafelijkheidsrekenkamer 1234; Genealogie Rus] : Testament van Cornelis Reijersz Ruijsch van Coedyck, nu inwoenende poorter der stede Alckemaer, gekomen zijnde tot de ouderdom van omtrent 69 jaar, wat hardhorend. Hij nomineert tot zijn erfgenamen Pieter Cornelisz, Adriaen Cornelisz, Reijer Cornelisz en Lijsbeth Cornelisdochter, zijn kinderen, mitsgaders Pieter Jansz, Gerrit Jansz, Maritgen Jansdochter, Eelke Jansdr en Jannitgen Jansdr, allen kinderen van zal. Jan Cornelisz, zijn overleden zoon, en dat in plaats van hun vader bij representatie. Behoudelijk dat voornoemde Lijsbeth Cornelisdr als prelegaat zal hebben en vooruit nemen 150 gld als beloning van haar getrouwe diensten die zij hem testateur en zijn zal. huisvrouw bewezen heeft, en hem testateur nog dagelijks bewijzende is [ONA Alkmaar 9, notaris van Seevanck, fol. 60v] : Cornelis Reyersz van Alkmaar, is borg bij de koop van een akker door zijn zoon Pyeter Cornelisz [ORA Oudkarspel 6055 blz. 3] Geerdt Hunders, trouwt met Willemke. 1570/1578: Geerdt Hunders en Willemken geven drie obligaties uit ten gunste van Johan Bemer en Gertken [RA Bredevoort 75, fol. 212v] : Johan van Alten heft Gert Honders angepante reide guidt upgebadet voir vif molder gersten ter reckenschap und schaden mit recht of voir sovole hie mit recht penden mach [Judicieel Protocol Bredevoort, inv.nr.50; transcriptie ADW] :Johan Hunders, zoon van Geerdt en Willemke Hunders, wordt vrijgelaten uit de hofhorigheid van het Kapittel van Vreden [Archief Wasserburg Anholt, Rep.64/7, fol.32v] Hermen Laijkinck, zn. van Kerst Kossinck en Mechteld Laijkinck, geboren rond 1505, landbouwer op Loijtinck in Meddo, overleden voor 1544, trouwt met Elske. 1543: Hermen Laykinck neemt deel aan de bestorming van de havezate Dravenhorst Jan Klandersmans Gerth ten Borninckhave, zn. van Berend ten Borninckhave en Jenneke Worms, geboren 239
240 in 1548, overleden te Bredevoort in 1587, trouwt te Bredevoort op 26 april 1576 met Naelken ten Kreyll, dr. van Johan ten Kreyll en Lotte Henrich tho Boomfelt, zn. van Johan tho Boomfelt en Katherina, trouwt met Gese, overleden rond Werner Stortelers, overleden voor 15 juli 1571, trouwt met Gesken, overleden na : Hinrich Bleckinck die jonge en Geesken zijn huisvrouw hebben verkocht aan Wernner Stortelman en Gesken zijn huisvrouw 'ein hoick landes ind bussches, gelegen in die Woltburschap tusschen Bleckinxbussche ind den Hoenfelde' [Judicieel Protocol Bredevoort, inv.nr.41; transcriptie ADW] : Gesken, nagelaten wedwe zeligen Wernner Stortelmans, mit oren son Gert Stortelman, hirto oren verkaren, togelaten mombar, und Gert vurs. mede voir hemselven und vanwegen Metten siner huisfrowen, hebben voir ein summa geldes, der sie sich guder betalungh bedanckeden, uth oren voirbedachten berait und friën willen recht und redelick, erflick und ewelick vercoft, upgedragen und avergegeven Herman Nachtegale und Johan Nachtegale und Elsken siner huisfrowen und oren erven: Ein hoymate, geheiten die Nhiemate, gelegen in den kerspel van Alten, in der burschap Lintelo, in den Entinckbroicke [ ] [Judicieel Protocol Bredevoort, inv.nr.50; transcriptie ADW] Johan toe Lintom, zn. van Hendrick toe Lintom en Baetke, landbouwer op Lintum in het Woold, overleden rond 1563, trouwt met Grete, overleden rond Johan Schulte van Ratum Henrick Willinck, zn. van Harmen Willinck en Lijse, overleden rond 1541, trouwt met Deyle, overleden rond Johan Eelinck, zn. van Gert Eelinck en Nale, overleden voor 1588, trouwt met Wychmont Huninck, dr. van Wessel Huninck en Fenne, overleden na 24 januari Wilhm Tjeinck, zn. van Gert Tjeinck Johan Lammerdinck (alias Camphuijs), landbouwer op Camphuijs in Meddo, trouwt met Hille : Henrick Lammerdinck voer sich und sijn huijsfr, bekent schuldich te sijn aan sijn broeder Johan Camphuis die summa van 140 dlr, bij veronderpandongh sijnes goetgens oder kavensteden die Kronye genant, inden buerschap Meddehoe kerspel Wenterswick gelegen : Dit is gedoelet und utraedert; ergo vacat [Volontaire Protocollen Bredevoort 66, fol.75v; transcripties ORA Meddo G.H. Luiting] : Erschenen Henrick Lammerdinck voor sich und sijn huijsfr, die bekande neffens anderen betaelten, numeer sijnen broeder Johan Camphuis sampt sijnen huisfr, van wegen desselven kindts deels noch schuldich te zijn die somma van 105 dll. Daertoe wegen oeres broeders Berndt 11 dll, so er Berndt ihme Johan schuldich geweesen und er Johan sijnen broeder Henrick kompstiger tijt, wen hie Berndts kindtsdeell uthrichten sall, daer van toe quiten gelaeft. Belaefte dieselven op twie termijnen, als half op Martini int lopende jaers und die andere helft op Martini Ao.1607 mit gebuerlicke interesse van Michaelis 1605 antoerechnen, toebetalen 240
241 [Volontaire Protocollen Bredevoort 68, fol.66v] : Erschenen Berndt ter Nijenhuis, Everdt Camphuijs ehel, und Gehrdt Camphuijs met Herman Camphuis sijnen vader und mombaer, die bekanden sambt und besonder, dat Johan Camphuijs ihnen ihr alinge kindtsdeell des erfs und guets Camphuijs, nembtlick des Nijenkamps, der Vehnebraeken, den Dingen Maeten mit daertoe behorigen und bijgelegenen kamps, sambt dat toebehorige behuisonge und aller olden und nijer gerechticheit, ihnen vermits opgerichten maeggescheidts toegeschickett, thoe dancke entrichtet und betaelt hedde. Zij bedancken sich sambt und sonderlick solcher ihrer quoten und kindtsdeelen goede volnkommene betalong. Renuntyerden demnae zu behueff Johan Camphuijs, Hillen ehel, op gemelte gueden und lenderien [Volontaire Protocollen Bredevoort 73, fol.187v] : Erschenen Johan Camphuis, Hille ehel, die bekenden dat Johan Camphuis nu op Lammerdinck woonhaft, Stijne Lammerdinck ehel, ihnen haer alinge kintsdeell, hij Johan Camphuis op Lammerdinck geboren, an Lammerdinck, sambt Niers huijs und Colstede, de Stroet, de Hallen Rijt, und derselven toebehoer und gerechticheit, wegen vader- und moederlicken nalatenschap, enigsins te pretendieren gehadt, entricht und betaelt hedden. Zij bedanckten sich desselven goede volnkommener betalong. Und hebben demnae glte. Johan Lammerdinck, nu op Camphuis woonhaft, Hille ehel, in behueff Johans Camphuyses, nu op Lammerdinck woonhaft, sambt Stijnen Lammerdinck sijner huijsfr. op alle actien, recht und gerechticheit, sie an und op dat guet Lammerdinck, sampt etc.etc. gehadt oder hebbe mogen, hiermit vrijwillich vertegen. Edoch seins Johans broeders, Berndts Lammerdincks (so voer ethlicke jaren buiten landts verreist) andeill, quota und kindtsdeell, soe eer hij niet weder komen worde, hem und eenen iederen tot sijner quota, voerbeholden [Volontaire Protocollen Bredevoort 74, fol.67v] : Erschenen Johan Lammerdinck, op Camphuys geboren, Stijne ehel, die bekanden dat Johan Kamphuis, op Lammerdinck geboren, Hille ehel, ihnen haer alinge kindtsdeell, quota, als ime Johan op Lammerding van den Camphuis guede, sambt Nijenkamps, Vehnebraecken, und Dingen Maet enigsings gecompetiert, und sembtlicke olderlicke nalatenschap volnkommentlick und thoe dancken entricht und betaelt hedden. Bedancken sich derselven guede betalong. Und hebben demnae, allet voorn. sich und haren erven, in behoeff Johans op Camphuis, Hillen ehel, op glte. Camphuis guet, Nijenkamp, Vehnebraecke und Dingen Mathe, sambt toebehoer, hiermit vrijwillich vertegen [Volontaire Protocollen Bredevoort 74, fol.68] : Erschenen Johan Lammerdinck, Stijne ehel, die bekanden schuldich te sijn aan Johan Camphuis, Hillen ehel, die summa van 25 dll, belaefende dieselve op Martini deses jairs onfeilbaer toe betalen.een en ander bij veronderpandong aller harer guederen [Volontaire Protocollen Bredevoort 74, fol.68v] : Erschenen Johan Camphuijs, Hille ehel, Hille mit Johan ter Woert haeren mombar, die bekanden, datse malckanderen, infalt tijt hares doetlicken afscheidts giene lijfs erven tusschen ihnen beijden geprocreert, nalaten worden und betuchtigen malckanderen vermits desen. In fall Johan Camphuis eerst sterft, krijgt Hille die gerechte helfte aller sijner gereiden und ongereiden gueder tuchtsche wijse haer levenlangh te genieten und gebruijcken. Indien Hille eerst sterft, krijgt Johan Camphuis hare sembtlicke gereide und ongereide guederen, nichts uthbescheiden, sijn levenlanck tuchtsche wijse te. genieten und gebruicken [Volontaire Protocollen Bredevoort 74, fol.68v] : Johan Camphuis in Meddehoe, Helle sijn huijsfrouw, bekennen van verschetene und verjaerde pacht schuldigh toe sijn aan Roeloff Dapper und sijnen consorten, als gemeinen landtheren des erf und guets Camphuis, die summa van 100 dll. Zij stellen tot onderpand alle haeren gerieden und ongerieden goederen, in specie de Camphuis Nijen camps [Volontaire Protocollen Bredevoort 388, fol.41v] : Gijsbert Wassinck, Enneken ehel, verkopen aan Johan Camphuis, Hillen ehel, und Derick Berninck, Willemken ehel, een stuck groenlandts, die Lange Morsch genant, alsoe 't selve inden kerspel Wenterswick buerschap Meddehoe gelegen [Volontaire Protocollen Bredevoort 393, fol.6v]. 241
242 Herman ter Harmölle = Herman ter Harmölle Johan Tenckinck, zn. van Johan Tenckinck en Stine, landbouwer op Tenckinck in Ratum, tegeder in 1540, overleden rond 1576, trouwt met Nale (Schulte van Ratum). 1535: Jan Tenckink was getrouwd met een dochter van de schulte van Ratum, maar moest jaren wachten op de uitbetaling van de bruidsschat [ORA Bredevoort 34, fol.150; ook nr.42, ; J.B. te Voortwis (2007) Winterswijk onder het vergrootglas, dl. 2, p.135] : Wilhn Onnekinck spreckt an mit recht Johan Tenckinck in Raetman voir acht molder rocgen of 2 ridergulden voir ider molder. Ind noch voir 6 clymmergulden herkomende van rente; sal schuldich sin die achterstedige schult t' betalen. ind ock van der hoftsumma beter vestenisse t' doen of die hoftsumma t' betalen. Mit wederrichtung kost ind schaden [Judicieel Protocol Bredevoort, inv.nr.41; transcriptie ADW] Willem Boeijinck, landbouwer op Boeijnck in Huppel, overleden voor 1 juni : Willem Boinck wordt aangesproken door Herman Wenners voor een kindsdeel in het erf Boinck [RA Bredevoort 43, fol.15, 28v] : Willem Boeginck wordt na verzuim beleend met het goed Boeynck in Huppel. De vorige belening is van Harmen Beskamp [zijn vader?], na opdracht door Engelbert an Twyckel. Op wordt zijn zoon Gerrit hiermee beleend [A.P. van Schilfgaarde, De graven van Limburg Stirum in Gelderland en de geschiedenis hunner bezittingen, p.202] : Willem Boeijinck wordt door zijn schoonzoon aangesproken voor een kindsdeel. Er is ook sprake van voorkinderen [RA Bredevoort 51 fol.65] : Een verpand goed van Willem Boeijinck wordt aangesproken [RA Bredevoort 54 fol.71] : Willem Boeijinck bekent een schuld [RA Bredevoort 57 fol.95] = 5328 Tonis Willinck, trouwt met = 5329 Fia Wolter Peters Reijer Hendricks van Butseler, zn. van Henrick Goirts van Butseler en Willemke, geboren rond 1535, overleden in december 1573, trouwt in 1561 (rond Pasen) met Weijme Schuirman, dr. van Maes Gerrits Schuirman en Luytgen : Riekt Schuerman, oud ca. 56 jaar, verklaart dat toen Maes Schuerman's dochter aan Reyer Henricx 'gegeven werd', de 'hylicxbrief gezegeld werd door Hertger Gerrits van den Broeck. Tevens getuigen Geryt Schuerman, oud ca. 70 jaar, en Evert Willems, oud 57 jaar, dat zij 'verleden Vasten' hebben geholpen een 'verdrach' te maken tussen voorz. Maes en zijn 'swager' Reyner van Butseler. Evert Willems verklaart voorts dat hij 'gebeden is om de hylicxvurwerden', gemaakt tussen Reyner en zijn huisvrouw, 'te teyckenen' [Onclaerboeck Veluwe, nr. 44, Ede, Gens Nostra 1990, p.82] : Missive van het Hof aan den Schout van Ede, dat hij Robbert Everts moet gelasten alle aan Reyer van Butzeler berokkende schade te herstellen of anders op 31 october voor het Hof te verschijnen om tegen vav Butzeler te worden gehoord enz. [GA; Brieven van en aan het Kwartier van Veluwe; toegangsnr. 0124, inv.nr.988, regestnr. 2339]. 1563: Maes Schuerman, oud ca. 70 jaar met Luytgen zijn huisvrouw en Ryck Schuerman, 242
243 getuigen voor Reyner van Butseler dat zij niet kunnen lezen en schrijven en niet weten 'wat namen in 't ontwerp in of uyt gebleven sijn van de vursz. echteluyden dochter's hylicxvurwerden'. [ ] 'De drost [ ] heeft vuyt beveel des gerichts bevoelen by lyffstraff Reyner van Butseler dat hy voertaen. sich sall onthalden syner huysvrouwen vader Maes Schuerman mit eenige woorden off mit wercken te misdoen ofte aen hem te keren' [Civiele Processes Ede; Gens Nostra 1990, p.82] : Missive van het Hof aan den Schout van Ede, dat hij Maes Schuerman gelasten moet het hoorige goed Schuermansgoed door zijn schoonzoon Reymer van Butzeler en diens vrouw mede te laten gebruiken of hen op andere wijze tevreden te stellen of anders 16 november vóór het Hof te verschijnen om tegen hen te worden gehoord [GA; Brieven van en aan het Kwartier van Veluwe; toegangsnr. 0124, inv.nr.989, regestnr. 2808] : Reyner van Butseler en Weyme Schuermans nemen in pandschap de 'Anderde hoeve' te Lunteren. In december 1573, heeft Evert Arris, als erfgenaam van zalr. Reyner van Butseler in pandschap gekregen de 'Anderde hoeve' in ambt Ede, zoals deze augustus 1557 door zalr. Willem van Byler in pandschap was uitgegeven [Charters Rekenkamer; Gens Nostra 1990, p.82] Willem Gerrits Schuerman, zn. van Gerrit Schuerman en Alit Aertsen, landbouwer op Stormbroek in Putten, overleden te Ede (Doesburg) in 1564, trouwt met Gerritgen Reynders Riksen Aert Jansz de With, trouwt met Luijtgen Jans Cluetingh, dr. van Jan Jansz Cluetingh en Beatrix : [HUA; Utrecht SA II ; Bemuurde Weerd] Jan Dircksz, trouwt met Sophia, trouwt (1) met Cornelis Gerritsz van Rewijck, schepen te Vleuten van 1536 tot 1539, schout te Vleuten tussen 1539 en Claes Henricksz, zn. van Henrick Claesz en N.N, schepen te Vleuten in 1570, procurator van de O.L.V. Broederschap te Vleuten tussen 1579 en 1592, buur te Vleuten in 1586, overleden voor 14 december : Claes Hendricksz gebruikt 26½ morgen te Vleuten [Oudmunster 566-I; D. Verhoef, Drie Vleutense schouten en hun nageslacht, in: Utrechtse Parentelen voor 1650 dl.3, p.142] : Hendrick Claesz, Jacob Claesz en Cornelis Cornelisz, dragen hun huis te Vleuten, gekomen van Claes Hendricksz, alsmede alle andere goederen die zij in hun contract van benoemd hebben, over aan Cunera Claes en Goijert Jansz [DG Vleuten 2050; D. Verhoef, Drie Vleutense schouten en hun nageslacht, in: Utrechtse Parentelen voor 1650 dl.3, p.143] Volcken Rijcksz, geboren rond :Volcken Rijcksz, 70 jr, legt een verklaring af op verzoek van de Heer van Moesbergen [M. van Nieuwkerk (2017), Gens Nostra nr.2 p.98] Peel Robert : Het tijnsboek van Nijkerk vermeldt: Geertruijd van Rijs Aert Janse Maesse Rijcket Ariaense Robbert. Ariaen Maesse Robbert op Hollick. Item Maes Peelen, voor hem Peel Robberts, quond[am] Wolter Rixsen, alleer Rijcolt Peelen Roedebaerts van erve alleer Henrick Schoerrevoet [Tijnsboek van Nijkerk; Archief Gelderse Rekenkamer, inv.nr.1495, fol.46; 243
244 verkregen van Paul Meijer] Cornelis Gabriels, zn. van Gabriel Cornelisz en Judith, pottenbakker, pannenbakker, begraven te Amersfoort (St.Joris), trouwt met Geertruijt Adriaens, dr. van Adriaen Matthijsz en Margriet Willems : Adriaen Mathijsz en zijn vrouw Anna Peter Verhaerendochter verkopen aan Cornelis Gabrielszoon en zijn vrouw Geertruijt Adriaens, dochter van de voorschreven Adriaen Mathijsz, een huis, hofstede en plaats met pan- of pothuis met oven en ander getimmerte, staande op de Spoeij (met belendingen: voor de openbare straat, achter het convent van Sint-Aechten, en Jan Willemsz Poth, pottenmaker met een hofstede van de stad beleend of gekocht) en hun een hof en boomgaard buiten de Bloemendalsepoort; Op last van: 150 gulden aan de erfgenamen van Gerrijt en Andries van Westhreenen; 300 gulden aan Elis Fredericxz en zijn vrouw Grijetgen Petersdochter; 100 gulden aan Wouter Antonisz, molenaar en zijn vrouw Elijsabeth; 50 gulden aan de kinderen van Cornelis Gerrijtsz, timmerman; 50 gulden aan Nen, de weduwe van Aert Reijersz. Eveneens verkopen zij hun twee rentebrieven, beide losbaar met 50 gulden [Transportregisters Amersfoort 436-7, fol. 220v, 221v] : Compareert Jan van Westrenen als gevolmachtigde van Lubbert van Cleeff als transport hebbende ende houder van een rentbrief van 300 gld (waarvan 100 gld gelost), die 'Cornelis Gabriels zoen als trecht hebbende van Adriaen Mathys zoen sprekende hadde opde husinge van Elis Fredericx zoen daer de voernoemde Lubbert van Cleef tegenwoerdich yegent van es'. Dit betreft een lening uit 1567 van Adriaen Mathys zoen en Anna Peters dochter zijn huisvrouw aan Elis Fredericx end Gryetgen Peters zijn vrouw [Amersfoort Transportregisters; inv.nr.436-6,fol.98v] : Cornelis Gabrielsz borger te Amersfoort voor hem zelf en als man en voogd van Geertgen Adriaens zijn huisvrouw, en het recht van assignatie verkregen hebbend van Anthonis Camphertsz die Jonge baillu van de Vuers, mitsgaders hebbend het recht van Jan van Vanevelt die ook het recht van assignatie verkregen had van Anthonis Camphertsz, Nijenrode [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] : Cornelis Gabrielsz. en Geertruit zijn huisvrouw verkopen aan Evert Thonisz. en Gijsbertgen zijn huisvrouw een zeker huis staande op het Spui, belendingen: St. Pieters Gasthuis en Sander van Groetvelt [Transportregisters Amersfoort , fol.9] : Cornelis Gabrijelsz en Geertruit zijn vrouw lenen van Ebbertsz van Baren en Rutgen zijn vrouw 100 gulden, met als onderpand het huis dat zij comparanten tegenwoordig bewonen staande op het Spui, belendingen: het Convent van St. Aegten en de erfgenamen van Hans Pot op de Stad [Transportregisters Amersfoort , fol.19] : Getuigenverklaringen voor het gerecht op verzoek van zijn zuster betreffende Cornelis Gabriëlsz die te Deventer gevangen zit en geen middelen heeft om vrijgekocht te worden [Stadsbestuur Amersfoort; inv.nr.16 p.502] : Verbod aan Cornelis Gabriëlsz en Frans Oloffsz een gebouw te zetten op verdedigingswerken van de stad om nering te bedrijven [Stadsbestuur Amersfoort; inv.nr.16 p.523v] : Joffrouwe Elisabeth Ruijssen, priorin, en Marritgen Gerrits, procuratrice van het Sint Agatha Convent, met Bor Jansz hun voogd, ook voor hun mede conventualen, met verlof van de regenten van de stad en met consent van Cornelis Gabriels en Geertruijt zijn vrouw, verkopen twee huizen op 't Spui in 't kwartier van de Krommestraat. Cornelis Gabriels is bij beide huizen belender. Er is een overeenkomsten met betrekking tot onderhoud van Ketelaarsbrug, put en heul en scheidingsmuur [Transportregisters Amersfoort ] : Cornelis Gabrielsz en Evertgen [sic!] zijn vrouw verkopen aan Jan Janz van Gelder en Grijetgen zijn vrouw twee huizen op het Spui, gelegen tussen de percelen van de weduwe van Jan Vlugh; de kopers mogen verhalen op Claes Visscher de som van 78 gulden voor gekochte goederen [Transportregisters Amersfoort ]. 244
245 : Cornelis Gabrielsz en Adriaen Cornelisz, zijn zoon, voor hemzelf en voor Willem Cornelisz zijn broer, voor Jan Janz van Gelder als man en voogd van zijn vrouw, en voor Wouter Rutgersz als man en voogd van zijn vrouw, verkoopt aan Gabriel Cornelisz en Marritgen Gerritsz zijn vrouw een huis met pottenbakkerij met alle toebehoren op 't Spui, al wat erin is en al wat daar aard- en nagelvast is, met aan beide zijden de erfgenamen van Jan Vlug; op last van 200 gulden aan Jacob van Cleeff, 7 gulden, 10 stuivers aan de erven van Aleijdt Botters voor de ene helft en aan de weduwe van Henrick van Westrenen voor de andere helft, 100 gulden aan Ghijsbert Stael, 150 gulden aan Cornelis Vosch [Transportregister Amersfoort ] : Testament van Cornelis Gabriels, zwak van lichaam. Gabriel, Cornelis en Weijntge (huisfrou van Wouter Rutgers) en Grietgen (huisfrou van Jan Jans van Gelder) zijn kinderen, zullen hetgeen ze in huwelijkse voorwaarden gehad hebben, behouden. Willem Cornelis zal alle gereedschap, tot de pannebakkerij behorende, behouden. Willem Cornelis zal eerst uit de boedel 80 gulden betaald worden, die hij aan zijn vader had geleend. Gabriel zal al zijn clederen, linnen etc. tot vaders lijf behorende, erven. Willem, Adriaen, Gabriel en Cornelis zijn zonen, Grietge en Weijmtge zijn dochters. Hij heeft een grafstede gekocht in de Joriskerk en wil daar begraven worden. Hij legateert aan zijn oudste zoon, Gabriel Cornelis, voor de ene helft en Willem Cornelis voor de andere helft, deze grafstede, en zij moeten toestaan dat hun zusters en broers daarin begraven worden. Hij legateert aan Weymtgen Cornelis, de grootste ketel [ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT 002a001 folio 1] Cornelis Petersz Veenen, overleden voor 3 maart 1611, trouwt met Clara Thonis : Cornelis Peterszoon Veen en zij vrouw Clara lenen van Symon Willem Alberszoon en zijn vrouw Met een rente van jaarlijks 6 keyser gulden van 20 stuiver Hollands per stuk, over 100 keyser gulden, met als onderpand een huis en hofstede op de Kamp die Meerten Everszoon tegenwoordig gebruikt. In de marge: Geertruyt, weduwe van Bronis Costenszoon verklaarde dat haar dochter Fytgen 35 gulden ontvangen heeft; Gryet Maes Celen dat de nagelaten kinderen van Jacob Lamberszoon 16 gulden ontvangen hebben van Cornelis Veen, akte Cornelis Veen heeft nog betaald aan Henrick Janss Craen 20 gulden, akte dezelfde dag [Transportregisters Amerfoort 436-6, fol.9v] : Symon Willem Albertszoon en zijn vrouw Metgen, Meerten Evertzoon en zijn vrouw Anna, verkopen aan Cornelis Peterszoen Veen en zijn vrouw Clara Thonisdochter en huis en hofstede op de Kamp, strekkende tot aan de Sint Jansstraat toe. Meerten Evertzoon gebruikt de hofstede van de middelste wingerd tot aan de uitgang. Voorwaarde is dat de uitgang en watergang door de achterpoort altijd behouden zal blijven. Belast met 7 carolusgulden rente jaarlijks van 140 carolusgulden aan de armen genaamd de Poth [Transportregisters Amerfoort 436-6, fol.8] : Frans Andriesz, uitvoerder van het testament van zaliger Johanna Anthoenis, Jan Trant, mede voor zijn vrouw en mede als oom over de 3 onmondige nakinderen van genoemde Johanna, Thijman Henricxz en Anthonia zijn vrouw, verkopen aan Cornelis Veen en zijn erven een halve hof buiten de Kamppoort, gemeenschappelijk met de kopers, gelegen tussen Frerick Cornelisz en Gerrit Willemsz [Transportregisters Amersfoort ] : Op verzoek van Cornelis Veen en Lambert Petersz wordt Evert Thonisz, 6 jaar oud, zoon van Thonis Jansz, smit, alias Hebsmondelinge, opgenomen in het Burgerweeshuis [Burgerweeshuis, inv. nr. 225] Roloff Dircksz Breunis Costensz, zn. van Costen Matthijsz en Jannitgen, busmeester van het schoenmakersgilde in 1556, overleden voor 30 juli 1569, trouwt met Geertruyd. 245
246 : Bronis Costens en Cornelis Wouters treden op als mombers van de kinderen van wijlen Mathijs Costens en Alijdt Wouters. Weduwe van Matijs Costens is Cornelia Ghisberts [Weeskamer Amersfoort; toegangsnr.39; inv.nr.11, fol.53] : [ ] deecken inder tyt van Onser Liever Vrouwen Cappelle heeft verlyet ende verleent mitsdesen Broenis Costen zoen ende Geertruyt syn wyff die alinge huysinge hoff ende hoffstede staende opte Camp streckende vande Campstraet tot after aende Sochstraet toe [Transportregister Amersfoort 436-6] Jan Jansz van Velpen, zn. van Jan Pelgrums van Velpen en Beatrix Dircks Goes, overleden voor 25 september 1574, trouwt met Margriet Jans, overleden na 12 juni : Jan Jansz van Velpen wordt na de dood van zijn moeder beleend met 3 morgen land in Cothen, met lijftocht van zijn vader. [OV 1987, p.367] : Jan van Velpen wordt bij dode van Jan, zijn vader, beleend met een halve hoeve in Tuil, Doorn [Lenen van de hofstede Abcoude] Andries Heynricks op Overeem, zn. van Heyn Andriesz op Overeem mr. Peter van Triest, zn. van Adriaan Nikolaasz van Triest en Janna van Atteveld, geboren rond 1495, schout te Woudenberg in Sijmon Maesz van Methorst, zn. van Maes Symons van Methorst en Richolt Jacobs van Langelaer, geboren rond 1494, overleden rond 1565, trouwt met Gijsbertien, geboren rond Symon Maesz wordt beleend met Butselaar en is eigenaar van Methorst en Sponthorst in Ede. 1543: Symon Maesz van Methorst wordt ontvoerd en gevangen gezet in Vianen, Utrecht en Amersfoort Willem Hendricksz, zn. van Henrick Geritsz van Ebbenhorst, landbouwer op Ebbenhorst. 1578: Willem Hendricksz, eigenaar en bruiker van Ebbenhorst, betaalt 1 out claucken of 1½ stuiver tins aan het Huis Scherpenzeel [RGA; Archief Westerholt 276 nr.3, fol.39; Veluwse Geslachten 32(5), p.52] Maes Celen, overleden voor 1581, trouwt met Margryet Jacobsdr, dr. van Jacob Lambertsz van Westervelt en Cornelia Cornelis Vossen : Maes Celen en zijn wijf Gryet en Joest Thonissoen en zijn wijf Hylligont hebben elkaar beloofd zich te houden aan alle voorwaarden en deze na te komen, betreffende de verkoop van het huis van Maes aan Joest. Deze koopcedule luidde aldus: "Item Maes Celen heeft vercoft Joest Thonissoen dat huys dair hij inwoent om hondert philippusgulden ende twe te betalen mey die een helft ende die ander heeft Sint-Jan toecomende ende Jacobi dair naest volgende wel betaelt, beheltelicken al die penningen die dair wtghaen die selmen mit twyntich lossen, ist meer dat sell Maes verstoren ist min dat sell Joest Thonissoen tlaten comen ende wat nagelvast is dat sal dair blijven ende hyer is die helft op betaelt ende dese coep is geschyt op Sinte-Pouwelsavont anno XLI ('41)." Het betreft de tegoedschelding van een huis, hof en hofstede aan de Langestraat, gelegen tussen Geryt Soes Jacopsoen en Die Zalm, op door Joist Thonissoen en zijn wijf 246
247 Hylligont gekocht van Ceel Maessoen, en Maes Celen en zijn wijf Gryet gekocht [Transportregisters Amersfoort 436-3] : Maes Celen en zijn wijf Gryet lenen van Alijdt Wulfer Verhoeren dochter drie hollandse gulden aan rente, jaarlijks te betalen op Sint-Victorsdach, te lossen met vijftig hollandse gulden. Als onderpand dient alle goed dat zij hebben of nog verkrijgen mogen in het gerecht van Amersfoort. Op heeft Maes Ceelen deze rentebrief afgelost. En is mij opdracht gegeven bij Alijdt Vulpher aan te tekenen dat de brief is gecasseerd [Transportregisters Amersfoort 436-3, fol.78v] : Heer Peter Aeltsoen als procuratoer van Onser Lyver Vrouwen Loffbroederschap in de Sint Joriskerk bij wil en consent der gemeen broeders met zijn momber verkoopt aan Maes Celen en zijn wijf Gryet de tegoedschelding van een philippusgulden die de broederschap jaarlijks heeft uit het goed van zalige Willam Bartsoen en zijn wijf Lijsgen of uit het huis en hofstede gelegen op Spoey [Transportregisters Amersfoort 436-3] : Maes Ceelen lost een rentebrief aan handen van Jan van Ryn. Het betreft een rentebrief uit 1524 van '28 Rins gulden current 16 Hollantsche stuver off de weerde dair voir uutte alinge husinge hoff ende hofste gelegen op die Spoey die een side henrick Jans erffgenamen die ander side Steven Airts Focx' van Willem Barts en Lysbet zijn vrouw aan Albert Jans en zijn vrouw Geertruit [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.186] : Evert Gerytszn en zijn vrouw Bij verkopen aan Maes Ceelen en zijn vrouw Margryet een rentebrief van 3 karolusgulden van 20 stuiver per stuk die Dirck Goessenss en zijn vrouw Anthonia in het jaar 1541 toegekend hebben aan Gerberich Rutgers [Transportregisters Amersfoort 436-4, fol.78v] : Ammell van Schayck en zijn vrouw Gerberich, Harman Janszn en zijn vrouw Henrick van Schayck, verkopen aan Maes Ceelen en zijn vrouw Margriet de vrije eigendom van een hof gelegen op de stadtsyngel, strekkende voor van de syngel tot achter aan de Teut toe [Transportregisters Amersfoort 436-4, fol.174v] : Maes Celen, Margariet Jacobsdr [Weeskamer Amersfoort, toegang 0039, inv.nr.11, p. 59v, 78, 97, 119, 120, 121, 131, 160, 173v, 178v, 203v, 217v, 223, 252v, 272v, 311, 324]. 1562: Maes Ceelen, in de Krommestraat, betaalt 7 gld emmerengeld [Emmerengeld Amersfoort 1562] : Willem Damiss en zijn vrouw Margryet voor die twee delen en Elis Corneliszn en zijn vrouw Fransgen voor een derde deel verkopen aan Maes Ceelen en zijn vrouw Margryet een huis, hof en hofstede gelegen op Bloemendal bij de Havickerpoort, tussen Jan van Dijsteren en Jan van Gessel [Transportregisters Amersfoort 436-4]. 1573: Noch betaelt Maes Ceelen een stuver ende een blanck vuer een pijntgen wijns tzinen huise gehaelt vuer de kerck in septembris [1500] 73. Facit 1 stuver een blanck. Summa lateris 71 gulden 16 stuvers 1 oert [Rekening Kerkmeesters Sint Joriskerk , fol.21v]. 1581: Erfrentebrief, ten overstaan van substituut-schout en schepenen, van Roloff Jansz van Wijckersloot en Alidt, voor Margrijet Maes Ceelen weduwe, groot 12 gulden per jaar, aflosbaar met 200 gulden, met als onderpand een half vierendeel land op de stadsmeent [Archief Eemland ] Claes Gerritsz Soest, begraven te Amersfoort op 10 juli 1597, trouwt met Hermitgen Damen, begraven te Amersfoort op 5 mei : Schout en schepenen maken bekend dat Geryt Zoest Gerytszn en Henrick Pot de testamenteurs zijn van het testament van wijlen Willem Zoest van der Weteringe. Zij verzoeken de erfgenamen in hun goederen te bevestigen volgens de inhoud van het testament dat gedateerd is Erfgenamen zijn: 1. Geryt Gerytszn, Geryt Zoosten oudste zoon; 2. alle kinderen van Geryt Zoest Gerytzn; 3. de twee kinderen van Henrick Pot, Jan en Fueysgen; 4. de kinderen van zijn neef Geryt Zoest, genaamd Claes, Peter, Jacob en Cornelis, allen zonen, en Haesgen de dochter, die elk met een hand mogen intasten, hoofd voor hoofd. De erfgoederen bestaan uit: 1.een huis en hofstede gelegen bij de stadtwedde met alle rechten en lasten; 2.de alodiaal en heerlijke 247
248 goederen die hem aangekomen zijn na het overlijden van Jan Soest, zijn vader zaliger, en zijn moeder Margriet, welke erfenis nog wacht op een uitspraak van het hof van Utrecht; 3.al zijn smaelgoederen zoals een huis en renten, zowel heerlijk, alodiaal, erfpacht als anders, die hem aanbestorven zijn na het overlijden van zijn moeder Margriet, waaronder een huisje staande op de Kortegracht (Corte Graft) waar Aeltgen Strampero in woont en waaruit jaarlijks 10 stuivers aan Jan van Westrenen Janszn betaald moet worden; 4.al zijn andere alodiale goederen die hij na zijn dood nalaat, boven zijn schulden, uitvaart- en begrafeniskosten, waar geen geruzie over is. Hierbij het vijfde deel van 3 gouden gulden aan losrente per jaar uit het huis aan Den Hof naest het huis van de zoon Geryt Henricx [Amersfoort Transportregisters 436-4, fol.24] : Willem Daem zoen ende mergryet syn echte huysfrouw ende hebben beleden schuldich te wesen Claes Zoest ende Herman Damen syn huysfrouw een erffelicke losrente van thyen Phylips gulden tsiaers vyff ende twyntich stuver Hollants voorden gulden gereeckent, die sy gehypotequeert ende versekert hebben uuyt haerluyder huysinge staende op Havick [ ] ende voert generalick uuyt alle haer andere goederen roerende ende onroerende egeen daer van uuytgesondert die sy jegenwoerdich hebben ofte vercrygen sullen moegen binnen ofte buyten den gerichte van Amersfoert. In de marge: op compareerde Claes Soest 'belovende die kerste helft vande hoeffsomme van desen brieeff sprekende van twe hondert Philippus gulden mitte renten nae advanant by Jan Willem Daems zoen gelost te zyn wesende des voorscreven Jan Willemss portie sulx dat die ander helft blyeft staen tot laste van Daem Willems zoen toerconde [Amersfoort Transportregisters 436-6, fol.46] : Claes Zoest lost een schuld af aan Ryck Willems Bosch, busmeester van het kramersgilde. Het betreft een losrente van 3-13 gulden het jaar, van Johan Luman zoen snyder en zijn vrouw Henricken Voncken bij het kramergilde [Amersfoort Transportregisters 436-6, fol.126v] : Johan Luman zoen en Henrickgen Vonck transporteren 'als recht ende oirdel wysden' aan Claes Soest Gerrit zoen en Hermen Damen zijn vrouw 'die alinge huysinge hoff ende hoffstede staende op Havick daer sy comparanten tegenwoerdich in woenen daer aen deen syde Aert van Schayck dander syde Peter van Dammen erffgenamen naest gelegen syn, opte laste van vyer gulden achtalve stuver tsjaers die Sunte Peters Gasthuys daer uuyt heeft te lossen met tachtentich keyser gulden noch een gulden tsjaers te lossen met achtyen gulden die de snyders gilt daer uuyt hebben noch vyerdalve keyser gulden met een stoeter tsjaers te lossen met tzestich gulden die de cremers gilt daer uuyt hebben, noch ses gulden jaerlicx te lossen met hondert gulden die syn suster Alyt daer uuyt heeft ende vertegen hyer van een van allen ouden bryeven daer van sprekende tot behoef van Claes Zoest ende Hermen Damen syn huysfrouw kramergilde [Amersfoort Transportregisters 436-6, fol.140] : Claes Soest tot Amersfoort ontkent erfgenaam te wezen van zijn broeder zalr mr. Jacob Soest als daarvan overlange gerenuncieerd hebbende constitueert Rijswijck [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] : Claes Soest en Geertgen [sic!] zijn vrouw verkopen aan Hillegont, dochter van Claes Soest, ten behoeve van haar zoon Gerrit Soest, een plechte van zes gulden per jaar, sprekende op Willem Sael en Elisabeth zijn vrouw, mits dat Claes Soest en Hermanna zijn vrouw, van de verschenen renten, heffers zullen blijven, hun leven lang en langer niet [Transportregisters Amersfoort , fol.54v] : Daem Willemsz, mede voor zijn kinderen, verkoopt aan Evert Gerritsz, en Geertruijda zijn vrouw, een huis op het Havik onder Bloemendal aan de Muurhuizen. Het huis is opgedeeld met Jan Willemsz op last van 125 gulden aan Claes Soest. Willem Daemsz heeft zich borg gesteld voor de kinderen. Op wordt dit huis opnieuw verkocht. Dan is het op last van 125 gulden aan Daem Soest en 237 gulden, 10 stuivers aan de kinderen van Daem Willemsz [Transportregisters Amersfoort en ] Dirck Versteech, trouwt met Marry Everts, dr. van Evert Wouters en N.N. Henrick Vluggen. 248
249 : Gheryt Jansoen en zijn wijf Weym lenen van Merytgen Evert Wouters dochter drie karolusgulden aan rente jaarlijks. Deze rentebrief heeft Geryt Janssoen afgelost in handen van Dirck Versteech als man en voogd van Marytgen Evert Wouterssoen dochter en omdat de brief vermist is, is opdracht gegeven dit expres te annoteren omdat, indien die nog gevonden wordt, die dan krachteloos zal zijn als gequeten op [Transportregisters Amersfoort 436-3] : Dirck Versteech en zijn vrouw Marry verkopen aan Ghijsbertgen, Cornelis van Roesteverss dochter, een rentebrief van 3 rijders sjaars, losrente de penning 20, die Ren Everss en zijn vrouw Gerytgen in het jaar 1541 toegekend hebben aan Marry, Evert Wouterss dochter, Dircx huisvrouw [Transportregisters Amersfoort, , fol.070v] : Ghijsbert Stael en zijn vrouw Zwaentgen wonende te Baarn verkopen aan Dirck Versteech en zijn vrouw Marry het vierde deel van een huis, hofstede en schuur gelegen op de Kamp, strekkende van de Kampstraat totaan de Sint-Jansstraat en een hoefken gelegen buiten de Kamperbinnenpoort [Transportregisters Amersfoort 436-4]. 1562: Dirck Versteech, wonend in de wijk Langestraat, betaalt 7 stuiver emmerengeld [Stadsgerecht Amersfoort, beh.nr.12, inv.nr ] Peter van der Schuer, zn. van Heyn Andriesz van der Schuer en Jutta Brants van Delen, trouwt met Johanna Stevens van der Burch, dr. van Steven Johansz van der Burch en Aleit Bertolt Pauwen, overleden voor 16 februari : Peter Verschuer is eigenaar van een tijns in Appelrebroek [Jaarboek CBG 1978 p.294] Herman Stevensz Verbrugh, buurmeester te Maurik in 1570, overleden voor : Willem van Hattem en Harman Verbrugh hem verschenen tegen Jasper Janss [GA; Ger.signaat Kesteren NB 102, fol.211; Collectie Ir. J. van Beynum] : Herman Verbrug voor Steven, zijn zoon, onmondig, met ledige hand, wordt beleend met 5 morgen uit 9 morgen in de Oude Weide te Maurik [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Culemborg] : Herman Verbrug voor Maria, zijn dochter, met ledige hand, wordt beleend met de helft van een hof te Maurik. De vorige belening was van 1552, van Maria, dochter van Herman Verbrug [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Culemborg] Hendrick van Oort, zn. van Willem Hendricks van Oort, overleden na 1578, trouwt met Hadewich Hermans, overleden na Willem Dircks van Hattem, zn. van Dirck van Hattem en Hubertje Heynricxdr van Maurik, geboren rond 1515, secretaris te Eck en Maurik van 1549 tot 1564, rentmeester van Cunera van Eck in 1563, overleden na 15 juli 1585, trouwt met Janna Reijer Willemsdr, dr. van Reijer Willemsz en Geritgen Woerst, overleden na 11 november : Willem van Hattem Diericx wordt beleend met 3 morgen land, genaamd Grote Broick in Maurik, na opdracht van Belie Pons Gerytsdr, vrouw van Jan Jans. Op draagt hij dit stuk land over aan zijn dochter Maria van Hattem, met als hulder haar man Dirck Jan Dircks [Leenrepertorium Culemborg, 4782, nr.308]. 1563: Willem van Hattem en Janna Reijer Willems pachten een eertijds door haar vader gepachtte weerd, die deze samen met van Hattem heeft 'besteken' [Arch. Heren van Culemborg, nr. 5624, fol.20v-21] Mattheus van der Steech, zn. van Cornelis Rijcksz van der Steech en Christina van 249
250 Herwaerden, brouwer, rentmeester te Tiel van 1579 tot 1581, schepen te Tiel tussen 1586 en 1619, dijkgraaf van de Tielerwaard in 1589, ontvanger van de fortificatiepenningen van 1595 tot 1596, kerkmeester tussen 1600 en 1608, rentmeester van de geestelijke goederen te Tiel van 1601 tot 1615, substituut-schout te Tiel tussen 1607 en 1611, burgemeester te Tiel van 1616 tot 1617, overleden voor 14 november 1621, trouwt (2) met Geertruyt Geurts van Heeckeren, trouwt (1) met Neelke van Randwijck, dr. van Jan van Randwijck en Elisabeth Geritsdr, overleden voor 10 februari : Mattheus van der Steech is schepen van Tiel in en daarna in 1606, 1615 en Kerkmeester is hij in 1600 en , wellicht ook in de tussenliggende jaren. Als substituut-schout wordt hij genoemd in 1607 en 1611, maar wellicht is hij het van 1607 tot 1614, omdat hij gedurende die jaren niet in de schepenbank zit [Jaarboek CBG, 1950 en 1951] : In het oud archief van Tiel bevinden zich rekeningen van Matheus van der Steech over de ontvangst en uitgaaf van de fortificatiepenningen, die de schippers moeten betalen die opwaarts varen naar het land van Kleef en van daar naar Holland : In het oud archief van Tiel bevinden zich verscheidene rekeningen van Matheus van der Steech als rentmeester van de geestelijke goederen die onder het beheer van de magistraat van Tiel vielen. Deze goederen waren afkomstig van de binnen de stad gelegen vrouwenkloosters St.Agnita en St.Cecilia, het onder Zandwijk gelegen dominicanessenklooster Westeroyen en het college van vicarissen van de St. Maartenskerk, de zgn. Presentatieheren : Henrick Reijnen, man en momber van Christina van der Steegh, verkoopt aan Matheus van der Steegh, zijn schoonvader, de helft van een rentebrief van vier enkel Philipsgulden jaarlijks op een huis en hofstadt van Coen Hubertsz aan de Cleijberse Poort, met nog een rentebrief van drie enkel Philipsgulden staande op Geridt Heuff tot Avezaath [ORA Tiel, inv.nr.304, fol.210; Heuff & van der Hoeven, Van linie en stamme Hueff (2008), p.264] : Mattheus van der Steegh testeert in Kesteren. Op onterft hij zijn dochter Christina ten dele, vanwege haar tweede huwelijk met Henrick Reynen [RA Nederbetuwe 200 fol.29v] en op testeert hij in Tiel. Kort voor zijn overlijden trouwt hij met zijn huishoudster Geertruyt van Heeckeren, aan wie hij tot ongenoegen van zijn kinderen 300 gulden legateert [Jaarboek CBG 1951, p.78-79; Van Wimersma-Greidanus, Kwartierstaat in Stamreeksen, reeks 485] Hillebrant Dircks Vonck van Lienden, zn. van Dirck Vonck van Lienden en Johanna Pelgromsdr de Kemp, kerkmeester te Lienden in 1518, overleden rond 1567, trouwt in 1514 met Margriet Jans van Hattem, dr. van Jan Roelofs van Hattem en Aleidt van Wijck : Hillebrant Vonck van Lienden koopt van Dirc de Kemp een leengoed onder Lienden [Leenregisters Culemborg, lenen van Lienden en ter Leede, fol.17v] : Hillebrant Vonck van Lienden krijgt van hertog Karel van Gelre vrijheid van pondschatting wegens zijn diensten bij de inneming van Rhenen [van Hasselt (1807), Geldersch Maandwerk 2, p ] : Hillebrant Vonck van Lienden betaalt erfrente voor zijn hofstede in Lienden [Rekeningen Culemborgse goederen in de Nederbetuwe] Olivier Arnts Wtenweerde, zn. van Arnt Wtenweerde en Hadewich van Culemborg, geboren rond 1515, richter te Eck en Maurik tussen 1544 en 1550, schout te Maurik van 1557 tot 1566, assistent en borg van de rentmeester van de Nederbetuwe van 1557 tot 1566, schout te Kesteren in 1560, peinder te Maurik in 1567, overleden na 28 oktober 1568, trouwt met Agneta Steven Evertsdr, dr. van Steven Evertsz, geboren rond 1521, overleden 250
251 voor : Olivier Wtenweerde wordt beleend met land in Maurik : Agneta pacht een hofstad in de Overwijkermaten onder Maurik Adriaen Vonck van Lienden, zn. van Dirck Vonck van Lienden en Johanna Pelgromsdr de Kemp, overleden rond 1575, trouwt met Johanna Hermansdr van Leeuwen, dr. van Herman Hermansz van Leeuwen en Margaretha Wtenweerde, geboren in 1516, overleden na 5 juni : Adrian Vonck wordt na transport door [zijn schoonzuster] Elis van Leuwen beleend met 7 morgen land, geheten den Sandacker, met daarop een hofstad, gelegen in Maurik. Na zijn dood wordt in 1575 zijn zoon hiermee beleend. Na diens dood gaat het goed op over op zijn moeder Johanna van Leeuwen en [zijn zwager] Sweder Utenweert verheft dit als erledigt. Johanna approbeert deze verheffing en renuncieert op haar recht op [Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en de Graafschap Zutphen, p.343] = Willem Dircks van Hattem, trouwt met = Janna Reijer Willemsdr Aert Cornelisz Hardeman, geboren rond 1550, voerman, kerkmeester te Veenendaal, trouwt met Trijn Jacob Dircks Reijer Cornelisz Bunt, zn. van Cornelis Jansz Bunt en N.N, geboren te Rhenen rond 1562, kerkmeester te Veenendaal in 1610, overleden te Veenendaal in 1635, trouwt met Anthonia Jans, overleden te Veenendaal in Gerrit Mattheusz van Langelaer, zn. van Mattheus Gerritsz van Langelaer en Hendrikje van Zijl, geboren rond 1530, trouwt met Reyertje Sander Marcelisz, overleden voor 5 augustus : Sander Marcelis wordt na opdracht van Elias van Wolfswinckel beleend met de helft van het goed Wolfswinckel, gelegen naast Wittenoord en Overeem en beneden Scherpenzeel en Ebbenhorst. Op dezelfde datum koopt hij Sander Marcelis van hem de andere helft van het goed [AHS, leenboek 1, f.95/96; NL 1985] : Sander Marcelis tot Scherpenzeel constitueert Weede [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] : Sander Mercelisz koopt te Scherpenzeel het halve erf Wingelaar en de Robbenhorst in Renswoude van Ansem Ruysch voor 800 pond. Hij koopt van Melis Saertsz c.s. en Thonis Lubberts een stuk veen en veld in de Ginkel onder Amerongen voor 350 pond [GAU, IIe afd. 3606; NL 1985] : Alexander Marcelis wordt na opdracht van Goert van Snoel beleend met de helft van de tienden uit Ubbelschoten, Daatselaar, Wagensveld, Wittenoord, Overeem en Abbelaar onder Renswoude [AUL 191, fol 70 en 192; NL 1985] Jan Maertensz Conijn, zn. van Maerten Jansz Conijn en Merrigen Cornelisdr, overleden 251
252 voor 21 februari 1580, trouwt met N.N. Jans, dr. van Jan Jansz Vormer en Theuntgen Jans, overleden voor 21 februari : Pacraes Dircxz alias Stam, wonend te Cralingen, transporteert aan Jan Maertsz een hofstede met huis in het zuideinde van Zevenhuizen, gekocht op voor 832 car. gld. Jan Jansz Vormer en Merrigen Cornelisdr met Leenert Maertsz, haar zoon, als voogd, stellen zich borg, waarbij de voorsz. Jan Jansz tot borg stelt omtrent 1½ morgen, en de weduwe 2 morgen [ORA Zevenhuizen nr.40 fol.144; Ons Voorgeslacht 2009, p.394] Henric Peters die Weker Bart Cornelissen Pieter Jansz Vollewens, chirurgijn, trouwt met Marijtge Thoenis (?) : Mr. Wouter Christoffelsz en Mr. Pieter Vollewens, chirurgijns van Geervliet en Zwartewaal, worden in Heenvliet te hulp geroepen wanneer een gast in de herberg wordt neergestoken [De Heerlijkheid Heenvliet onder Maximiliaan van Cruyningen] : is te bode gesteld een onbelast huis en erf in de Nobelstraat, verkocht door de erfgenamen van Cors Jacobsz Fachol. De koper moet 'geheyngen', dat het huis van Lenert Maertensz, dat aan de noordzijde staat, een vrije watergang over het erf van het verkochte huis zal hebben. Doorgestreept: Beklaagd door Mr. Jan van Hastricht, pp. voor jhr. Dirrick van der Laen. Koper: Mr. Pieter Wolvens (?) chirurgijn. [Brielle Transportregesten RA43, nr.3319] : Is te bode gesteld een onbelast huis en erf in de Nobelstraat op de hoek van het Welleslop. verkocht door Mr. Pieter Jansz Wolvens (?) chirurgijn. Het huis van Lenert Maertsz kleermaker moet een vrije waterloop houden over het erf van het verkochte huis. [ ] Koper: Mr. Pieter (Swinglerst?) van de compagnie van de gouverneur [Brielle Transportregesten RA43, nr.3435]. 159?: Te bode gesteld een huis en erf in de Nobelstraat, genaamd De Wage, door jhr. Dirick van der Laen met rechte ingewonnen en gekocht door Mr. Pieter Volvens, als een gulden meer geboden hebbende, voor 8 gr. vl. van twee custingen van het huis over 1588 en 1589 met de rechtelijke onkosten, als placht toe te behoren Cors Jacobsz Fachol [Brielle Transportregesten RA43, nr.3452] : Is te bode gesteld een huis en erf in de Coomenstraat, door Pouwels Jansz coomen met rechte gekocht en ingewonnen voor 25 gr. vl. van een jaar custing van de koop van het huis verschenen mei 1591 met de rechtelijke onkosten, als placht toe te behoren Mr. Pieter Wolvens. Koper: Pouwels Jansz [Brielle Transportregesten RA43, nr.3575] [omtrent]: Te bode gesteld een custingbrief van 1300 g, verleden door Mr. Pieter Swinger, engelsman, t.b.v. Mr. Pieter Jansz Wolvens, die Geerloff Huybrechtsz en Rijck Thonisz ten onderpand hebben als borgen voor voorn. Volwens [Brielle Transportregesten RA44, nr.3651] : in de zaak hangende voor de commissarissen ter decisie van de kleine zaken bij dit hof geordonneert tussen mr. pieter jansz. vollewensch chirurgijn in de brielle, impt. van appointement penael ter eenre ende joost van leeuwen rentmeester van de exploite van de voorscr. hove ende gerrit van den gaten genaampt cornelis deurwaerder van dezelve hove, gede. ter anderen zijde [Hof van Holland 584/133; Bewerking C.C.J. Lans] : Is te bode gesteld een huis en erf bij de Cruysstraat op de hoek van het Marktveld, genaamd Het Boergoens Cruys, met 3 gr. vl. per jaar vuytgaende, verkocht door Joost Claesz visscher. De eigenaar van het kleine huisje in de Visstraat zal het huisje niet hoger mogen timmeren dan het nu is. Beklaagd door Mr. Pieter Volwens. Koper: Mr. Jan Sismus chirurgijn. [Brielle Transportregesten RA44, nr.3740] : mr. Pieter Wiggersz, ca. 60 jaar, en mr. Jan Sybrantsz de Bonte, ca. 50 jaar, beiden chirurgijns, verklaren ten verzoeke van de dekens en proefmeesters van het chirurgijnsgilde van 252
253 Leiden, dat geen van beiden de persoon van meester Pieter Jansz Vollewens heeft gekend, dat Pieter Jansz nooit binnen Amsterdam gewoond heeft of zijn meesterproef er heeft gedaan. Ook in de boeken komt hij niet voor [Bronnen tot de geschiedenis van het bedrijfsleven en het gildewezen van Amsterdam , dl.2, p.10] Jan Jacobsz van Westrenen, zn. van Jacob van Westrenen en Maria van Dam, begraven te Amersfoort op 25 november 1573 (St. Joriskerk), trouwt met Gerritje Willems van Hardevelt, dr. van Willem van Hardevelt en Geertruyt : Moor van Achtevelt [koopt een lijfrente op de stad Antwerpen] ten lijve van Jacob [van] Westrenen Janssone, oud 1½ jaar, wiens moeder is Gheerdeken Herdevels - 15½ gld [J.G. Smit, Antwerpse renten , De Nederlandsche Leeuw, 1994, kol.86] : Jan van Westhreenen Jacopsz en zijn vrouw Gerrijtgen Willem van Herdevelts dochter verkopen aan Cornelis Reijers en zijn vrouw Margrijet de helft van een huis, hof en hofstede in de Muurhuizen bij de Kamperpoort [Transportregisters Amersfoort 436-7] : Jan van Westrenen en Gerritje van Hardevelt Willemsdr maken een testament [De Navorscher 1925, p.138]. 1573: Jan van Westrenen Jacobssz is begraven den 25 novembris in de Zuidtkerck int achtste buen int derde graf, van topenen ontfangen. Facit 2 stuvers; Jan van Westrenen Jacobzone maenstont 17 decembris, 2 stuvers. [Rekening kerkmeesters St.Joriskerk ] Willem Willems (alias Willem Everts de jonge), zn. van Willem Evertsz en Margriet, raad te Amersfoort in 1558, overleden in maart 1573 (als vluchteling), trouwt met Alydh Gerritsdr van Dashorst, dr. van Gerrit Jansz van Dashorst en Sophia, overleden voor 4 juni Hun nakomelingen namen de naam van Dashorst aan, doch voeren als wapen een jachthoorn vergezeld van zes lelies : Willem Evertszn en zijn vrouw Margryet verkopen aan Willem Willemszn, hun zoon, een halve vierdel land, gelegen op de Meent aan de Quaede Sleyck, gelegen tussen Jan van Geyn en het Convent van Sint-Aechten; een halve huis,hof en hofstede en een halve hof daar tegenover gelegen in den Bruel in de Muurhuizen (Muerhuysen) gemeenschappelijk met Ghijsbert Botter, gelegen tussen Henrick van Westrenen en Lobberich, Jorden Vermaets weduwe; een hof, gelegen in de Horssewey, gelegen tussen Adriaen Jacobzn en Goort Janszn [Transportregisters Amersfoort 436-4, p.150v] : Marritgen, Willem Henricxzn weduwe, leent aan Willem Everss den Jongen en zijn vrouw Alijdt, Geryt van Dashorsten dochter. Het gaat om een losrente van 7 keizersgulden en 5 stuvers sjaars, te lossen met 100 philippusgulden van 25 stuvers Hollands. Als onderpand dient een half huis, hof en hofstede gelegen in De Bruel, waarvan de andere helft in bezit van Ghijsbert Botter. Op verschijnt Jan Willemss Backer en verklaart dat genoemde hoofdsom met de rente aan zijn handen is afgelost [Transportregisters Amersfoort 436-4, p.192] : Anthonis Wouterss en zijn vrouw Margryet verkopen aan Willem Everss de Jonge en zijn vrouw Alijt een hof gelegen buiten de Sint-Andriespoort (Trysgenspoort) in de Pothoff. De hof is belast met 6 stuivers aan het Capittel van de Sint-Joriskerk [Transportregisters Amersfoort , fol. 376v] : Willem Willem Everss den Jongen en zijn vrouw Alijdt verkopen aan Gerytgen, Jan van Rijns dochter een hof gelegen buiten de Sint-Andriespoort in de Pothoff. De hof is belast met 6 stuivers sjaars aan het Kapittel van de Sint-Joriskerk. Jan van Rijn en zijn vrouw Claesgen behouden hun lijftocht aan deze hof [Transportregisters Amersfoort , fol.404v] : Compareert Alijdt Gerrit van Dashorst, weduwe en boedelhoedster van Wijllem Wijllems, in martio fugitijf gestorven [Weeskamer Amersfoort; toegangsnr.39; inv.nr.11] : Aeltgen van Dashorst, weduwe van Willem Willemsz, met Gerrit Willemsz. haar gekozen momber in deze zaak, Gerrit Willemsz. voor hemzelf en zich sterkmakend voor 253
254 Willemtgen zijn vrouw, Dominicus ten Berch voor zichzelf en zich sterkmakend voor zijn vrouw Weijntgen, Jacob Jacobsz. van de Eem voor zichzelf en zich sterkmakend voor Anna zijn vrouw en de genoemde comparanten gezamenlijk zich sterkmakend voor Willem Willemsz, hun resp. zoon, zwager en broeder alhier present, verkopen aan Augustijn Cornelisz. en Marritgen Goosendochter zijn vrouw de gehele woning staande in het kwartier van de Krommestraat op Havik, strekkende van de voorstraat tot aan de achterstraat doorgaand, belendingen: Aeltgen Goris Cornelissen weduwe en Gerrit Boedeclaesz; Nog een schuur, hof en hofstede, staande in het voorseide kwartier in de Muurhuizen tegenover de voorseide woning en daaraan behorende, belendingen: Peter Peter Meijnsz. en Jan van Achtervelt [Transportregisters Amersfoort , fol.42] : Aeltgen van Dashorst, borgerse van Amersfoort, persisteert bij het testament dat zij ettelijke jaren geleden in 'sgravenhage voor een notaris gemaakt heeft. Het zal volkomen effect sorteren voor zo veel het bij desen niet veranderd wordt. Zij prelegateert aan Gerrit Willemszn. van Dashorst, haar oudste zoon, haar gehele inboedel en huisraad, linnen, tinnen, bedden, lakens, etc, niets van hetgeen tot haar lijf behoort uitgezonderd, mits dat Gerrit zal uitkeren aan de 2 kinderen van Weymtgen, haar overleden dochter, 40 guldens eens, dus ieder 20 guldens, en dat in plaats van de 40 guldens die zij deze kinderen bij het vorige testament tot laste van haar dochter Anna gemaakt had. Verder prelegateert zij nog aan Gerrit Willemsz van Dashorst de beste en zwaarste gouden ringen, mitsgaders 25 spaanse matten in specie met haar gereet geld. Zij prelegateert nog aan Gerrit Willemsz van Dashorst een grafstede in de St. Joriskerk gelegen, die deze zoon uit den name van de comparante bij sententie van Willem van Effelt gewonnen heeft. En zo op Petri aanstaande, van Gerrit van Dashorst Gerritszn, haar broeder, verschenen zullen zijn 14 jaren renten (jaarlijks 9 gulden), zo prelegateert zij van deze rente 100 carolus guldens aan haar oudste zoon, Gerrit, te ontvangen van de eerste betaling die haar broer haar doen zal of die ten tijde van haar overlijden verschenen zullen zijn [ONA Amersfoort, not. J. van Ingen, AT 002a001 folio 185] Evert Gerrits (?), organist, beiaardier, trouwt (2) met Hendrickje van Sulen, trouwt (1) met Geertruid Willems van der Burch (?), dr. van Willem Stevensz van der Burch en Ese Jans Soest : Geertruyt Willem van der Borch's dochter wordt na dode haars vaders beleend met 'acht dammaet lants ghelegen in Nederseldert in dat oude goet ter Borch', krachtens het testament van Hulder is Philips van Renesse Bastaard. Op wordt Anthonis Laurensz beleend met 4 dammaten hieruit, na opdracht door Geertruyt Willem van der Borch's dochter met meester Evert Gerritss, organist, haar man en voogd [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.189] : Te bode gesteld een huis en erf in de Coppoenstraat, met 20 st. per jaar vuytgaende, verkocht door Pieter Aelbrechtsz. Koper: Mr. Everhart Gerritsz organist [Transportregesten Brielle nr.3400] : Te bode gesteld een huis en erf in de Coppoenstraat, met 30 st. per jaar vuytgaende, verkocht door meester Everart Gerritsz organist. Jacob Allertsz met een huis ernaast zal in het verkochte huis, indien nodig of gewenst, mogen ankeren. Koper: Johan Pytken [Transportregesten Brielle nr.3543] : Te bode gesteld een huis en erf in het Noordeinde, met 20 st. gr. vl. per jaar vuytgaende, zoals Mr. Evert organist het het laatst bezeten heeft en Gerrit Heyndricxsz Steenbeeck het verkocht heeft [Transportregesten Brielle nr.3635] : De burgemeesters en regeerder hebben geaccordeerd mr. Evert organist 'het groote schoolhuys deser stede tot een woonplaetze, mitzs conditie zoo mijnen heeren zelve wilden gebruijcken tot een pesthuys ofte anders dat hij terstondt tot vermaeninge van mijnen heeren daeruuijt zal moeten vertrecken' [Transcriptie in Lingbeek-Schalekamp (1984) Overheid en muziek in Holland tot 1672]. 254
255 : Mr. Evert Gerritsz organist wordt wederom voor zes jaar worden aangesteld op voorgaande condities 'mets dat hem in plaetze van vijff en veertich ponden groten sjaers tzestich ponden groten sal werden uuijtgekeert, ter weten 35 groten van den stat, 20 gr van de kercke ende vijff ponden gr van de kercke van Maerlandt'. In 1603 wordt hij opnieuw aangenomen 'to het speelen opten orgel ende t steecken vandt voorslach vandt horologium' [Transcriptie in Lingbeek-Schalekamp (1984) Overheid en muziek in Holland tot 1672] : Mr. Cornelis Evertsz wordt aangenomen als 'organist en steker van het horologie en beiaardier'. Daarvoor had hij de plaats van zijn vader mr. Evert organist waargenomen. Op wordt hij opnieuw aangenomen; hij heet dan mr. Cornelis Evertsz van Schonck [of van Schaijck] [Vlam & Vente (1965) Bouwstenen voor een geschiedenis der toonkunst in de Nederlanden] Aert van Snuel, zn. van Goert van Snuel en Catharina Stickers, raad te Amersfoort tussen 1559 en 1564, deken van het St. Lucasgilde in 1561, overleden voor 13 mei 1577, trouwt met Elisabeth Joachims, dr. van Joachim Aertsz Boldewijn en Elisabeth Johans, overleden na 7 januari / : Aert van Snuel wordt na de dood van resp. zijn vader Goort van Snuel en van zijn neef Evert van Dolre [de zoon van Jacob Everts van Dolre en zijn zus Deliana van Snuel] beleend met de twee helften van de tienden uit Ubbelschoten, Daatselaar, Wagensveld, Wittenoord, Overeem en Abbelaar onder Renswoude. Hij herenigt de helften overeenkomstig het bepaalde bij de belening van dat de beide stukken weer één leengoed zouden worden als zij in handen van één persoon zouden komen. Zijn zoon Goert wordt hiermee beleend op [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.280]. 1572: Opten vijfthiende februarii anno [1500] LXIX hebben die kerckmeesters van dier tijt beleendt van Harman Joestenssz een rentebrieff spreeckende opt erf genamp Clein Snuel, gelegen opt Hogelandt, nu ter tijt tobehorende Aert van Snuel cum sociis met de somme van drehondert 12 ½ gulden Hollants hoeft somme, waervan de renthe jaerlix beloipt vijftien gulden en 12 ½ stuver ende verscinen jaerlix Bartholomei na breeder inhoudt der brieven daervan zijnde ende wert dese renthe alle jaer betaelt bij Aert van Snuel voerscreven. Facit 15 gulden 12 ½ stuvers [Rekening kerkmeesters St.Joriskerk ]. 1562: Aert van Snuel, wonend in de wijk Langestraat, betaalt 7 stuiver emmerengeld [Stadsgerecht Amersfoort, beh.nr.12, inv.nr ] : Momberstelling over de kinderen van wijlen Aert van Snuel [Resolutieboek Amersfoort ] : Jan van Achtevelt wonend te Amersfoort als momber over Guert van Snuel, mitsgaders Cornelis Conraetsz ook tot Amersfoort, als man van Deliana van Snuel, beide erfgenamen van Aerdt van Snuel hun vader en aannemende darrenien (?) van processe bij Gerit Joachimsz en zalr Gerrit van Achtevelt als mombers voor des hove geinstitueerd, constitueren Haeften [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] Cornelis Reyersz, zn. van Reyer Luiten en Ryckgen de Wijse, raad te Amersfoort in 1569, schepen te Amersfoort tussen 1571 en 1576, kerkmeester van de St. Joriskerk in 1572, cameraar in 1573, regent van de armen in 1574, scholaster in 1574, raad in 1577, burgemeester te Amersfoort in 1579, pachter van de accijns op vlees, wijn en brandewijn te Amersfoort in 1580, rentmeester van de armen genaamd de Poth in 1587, overleden in 1605, trouwt voor 8 november 1560 met Margriet van Rijn, dr. van Hendrik van Rijn en Anthonia Gerrits : Cornelis Reyers, onmondige zoon van van Reyer Luyten, wordt na de dood van zijn 255
256 broer Willem onder hulderschap van zijn vader beleend met een akker land in Soest. Op doet Cornelis Reijer Luijten zelf hulde [HUA; Leenregisters St. Paulus , fol.172v] : Evert de Wijs en Cornelis Reyerss treden op als naaste vrienden van vaders zijde bij de vierdelen van Alijdt en Elisabeth, Jacob de Wijsen dochteren [Transportregisters Amersfoort, 436-4, fol.217r] : Cornelis Reijerss, thinsgenoot, lijftocht zijn vrouw Margriet van Rijn in de rechte helft van 12 dammaten land in de Duijst, waarvan zijn broeder Willem Reijers de wederhelft bezit [HUA; Register van de St. Paulus Abdij; inv.nr.505-5] : Cornelis Reyerss is gekozen momber van Mary, Jan Brantszn dochter [Transportregisters Amersfoort, fol.354r] : Jacob Ebbertstzn et al, verkopen aan Cornelis Reyerss en zijn vrouw Margriet, de vrije eigendom van een halve hof gelegen in de Sint-Jansstraat in gemeenschappelijk bezit met de erfgenamen van Aelbert Bosch, strekkende van de Sint Jansstraat tot aan de stadswal toe [Transportregisters Amersfoort , fol.396] : Cornelis Reyerss zegelt met Drie lelies, vergezeld in het midden van een gekroonde hoofdletter M [Stadsarchief Amersfoort, inv.nr regestnr. 1045]. 1568: Cornelis Reijerss treedt op op verzoek van Willem de Wijs Reijerss, bij diens erfscheiding met Aeltgen, dochter van Jacob de Wijs, met haar voogd Roloff van Wijckersloot Jansz [Stadsbestuur Amersfoort, regestnr 1043]. 1572: Akte van transport ten door Neel van Rhyn, weduwe van Zeger Hart, met Cornelis Reyers, haar voogd, aan Dirck Dircxz van Crachtwyck namens de Armen de Poth van een hof in de Teut in de Coninckstraat. [Stichting Armen de Poth te Amersfoort Regestnr 558]. 1572: Item noch gecoft van Cornelis Reyerssz ses scepel weiten, elcke scepel vuer twee gulden 15 stuvers. Facit 16 gulden 10 stuvers; Item betaelt ses stuvers van vracht van een hallif aem Rijnse wijns de Cornelis Reijerssz tutrecht gecoft hadde vuer Kersmis anno [1500] 72, overmits de wech seer quaet was. Facit 6 stuvers. [Rekening kerkmeesters St.Joriskerk ]. 1578: De katholieke Cornelis Reyers en de protestantse Peter van Dam treden als borg op voor elkaar bij de verpachting van stedelijke belastingen en accijnsen. Cornelis Reyersz treedt ook in het Leicester-tijdperk ( ) op als belastingpachter. Bovendien is zijn dochter getrouwd met een protestants magistraatlid, Goert van Snuel. In de praktijk blijken protestanten en katholieken in Amersfoort dus veelal op een redelijke manier met elkaar om te kunnen gaan [Smit, 1992, De reformatie van Amersfoort ( ), in: H. Ten Boom et al, Utrechters entre-deux, p.254] : Cornelis Reyers is één van de ondertekenaars van de verklaring van trouw aan de koning [J.G. Smit, 1968, p.157 ev.]. 1579: Cornelis Reyersz is de laatste katholieke burgemeester voor de overgang van de stad. Hij is maar kort burgemeester, maar wel in een roerige tijd. Op 5 januari legt hij de eed af en krijgt meteen te maken met sluiten van de Unie van Utrecht op 23 januari. Amersfoort, dat op dat moment een volledig katholieke magistraat heeft, wordt niet gehoord en een gezantschap wordt zelfs in Utrecht gearresteerd. Op 7 en 8 maart slaan Amsterdamse schutters en Utrechtse troepen het beleg rond Amersfoort en op 9 maart geeft de stad zich over aan Jan van Nassau. Er wordt een nieuwe magistraat benoemd, waarin Cornelis Reyersz geen zitting meer heeft. Eind april vindt er voor het huis van Cornelis Reyersz een oproer plaats, waarbij hij wordt uitgemaakt voor landverrader. Op 1 oktober van dat jaar gaat het gerucht dat hij kapitein bij de Spanjaarden is. Als hij al op de vlucht gegaan is, is hij niet lang weggebleven, want op 16 juli 1580 blijkt hij al weer in Amersfoort te verblijven, in het huis van Jan Willemsz Schay. In de zomer van 1585, tijdens de belegering van Antwerpen door Parma, wordt hij, evenals enkele andere oudmagistraten, de stad uitgezet, maar op 8 november kregen zij al weer toestemming om terug te keren [Smit, 1968 p.17; Van Rootselaar II, p.457, 486; Leenregisters St. Paulus , fol.87v] : Cornelis Reyersz doet opdracht van land in de Duist [Leenregisters St. Paulus , fol.132v]. 256
257 : Cornelis Reyers pacht in Amersfoort de vlees-, wijn- en brandewijnaccijns [Van Rootselaar, 1878, II, p.457, 486] : Cornelis Reijertz borger tot Amersfoort voor hem zelf en zich sterk makend voor Dierck Jansz tot Woudenberg, eertijds zijn pachter van het goed Doyestock, constitueert Rijswijck HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] : Verzoek van Cornelis Reyersz, ontvanger van middelen en accijnzen, om een akte omdat krachtens besluit nr 722 de stad moet verlaten [Resoluties Stadsbestuur Amersfoort; inv.nr.14 fol.775v] : Goert van Snuel verklaart dat Cornelis Reyersz de eerste tijd zich wil ophouden te Nijkerk [Resoluties Stadsbestuur Amersfoort; inv.nr.14 fol.788v] : Cornelis Reyersz, oud-burgemeester, opponeert om redenen bij comparant breder ende naerder te deduceren tegen het huwelijk van Willem Reyersz met Maria Jansdr. Op 14-9 verklaart hij te resilieren van dese oppositie [Smit, 1973, Huwelijken voor schepenen van Amersfoort , JbCBG, p.198] : Andries van Megen en Goort van Megen, met procuratie van anderen, verkopen aan Cornelis Reijersz, oud burgemeester, het vierendeel van twee vierdelen land aan de Honthorsterweg, samen en deels met de erfgenamen van zaliger Claes Goortsz vander Schuer en Peter Gerritsz Soeser; op last van 3 Carolus gulden, 5 stuivers per jaar aan een zekere vrouw; 4 Philippus gulden per jaar aan de erven van Claes Goortsz en Peter Gerritsz. Op verkoopt hij dit land aan Maes Jansz en zijn vrouw [Tansportregisters Amersfoort ] Dirck Roeloffsz, overleden voor 20 mei Generatie XV Reijer Pietersz, zn. van Pieter Gerritz, overleden voor : Reyer Pietersz zijn huis en erf is getaxeerd op 50 st, 10e penning 5 st, Reyer Pietersz van 5 percelen land groot tezamen ½ morgen 5 roeden, die hij zelf gebruikt als zijn eigen, geëstimeerd op 5 gld, 10e penning 8 st, Reyer Pietersz van 8 percelen eigen die hij zelf gebruikt, geëstimeerd op 2 gld, 10e penning 4 st. [Nationaal Archief, Staten van Holland nr.267; Kohier van de tiende penning van Koedijk 1542; H. de Vries en A.B. de Vries-Doyle, Genealogie Rus]. 1543: (door die van Koedijk) Reyer Pieter Gerys 1 morgen 3 snees getaxeerd voor 8 gld en 1 stoter, 10e penning 16 st en 1 stoter. Idem in 1555: Reyer Pieter Gerrits 1 morgen 7 snees land, de renten 8 gld [Nationaal Archief, Staten van Holland nr.342; 745; Kohier van de tiende penning van Oudkarspel 1543, 1555; Genealogie Rus]. 1558: Reyer Pieters' weduwe haar huis en erf geëstimeerd jaarlijks op 6 gld, de 10e penning 12 st. [Nationaal Archief, Staten van Holland nr.999; Kohier van de tiende penning van Koedijk 1558; Genealogie Rus] Kerst Kossinck, zn. van Johan Kosynck, geboren rond 1470, landbouwer op Loijtink in Meddo, overleden voor 1529, trouwt met Mechteld Laijkinck, dr. van Henrick Lodekynk en Geertruidt, geboren rond 1470, overleden rond Machtelt Laykinck is de enige echte dochter van den gude Laykinck en brengt bij haar huwelijk met Kerstgen Kosinx die renten ind inkomsten van den gude Laykinck in als bruidschat. Machtelt heeft het goed in rostligen vredeligen besith ind gebrueck gehat bis Kerstgens sterffdach to. Daarna komt het goed na enige strubbelingen met haar zoon Herman, die er als pechter off bowman woont, aan haar dochter Elsken [Beskers (1995), Meddo deel II, p.175]. 1541: Kerst Kossink en Mechteld Laytinck schenken hun jaarrente uit een pand in Zutphen aan het spittaal in Zutphen genaamd de Heilige Drievuldigheid [OTGB 1998]. 257
258 Berend ten Borninckhave, zn. van Storris ten Borninckhave en Jutte, geboren in 1526, scholte op Borninckhof, overleden rond 1571, trouwt in 1547 met Jenneke Worms, geboren in 1522, overleden na : Bernt schulte Bernninckhoff und Derick Kesebrinx, vermitz mester Johan ter Wort oren hirto verkaren und togelaten mombar, hebben gelaeft Johan van Alten und Johan Tebes deser orer borschap und geloften vurs. schadeloiss to holden under verbonteniss orer haeff und gudes sich dairan to verhalen [Judicieel Protocol Bredevoort, inv.nr.50; transcriptie ADW] Johan ten Kreyll, geboren te Winterswijk (op Kreijll) rond 1522, trouwt met Lotte, geboren in Johan tho Boomfelt, trouwt met Katherina Hendrick toe Lintom, landbouwer op Lintum in het Woold, overleden voor 15 juli 1506, trouwt met Baetke, overleden na 15 juli : Hendrik te Lynthem en zijn vrouw Bathe worden beleend met Lynthem [Krosenbrink, Winterwick is minen naem] Harmen Willinck, holtrichter over de Ratumse marke en het gemene broek, overleden rond 1508, trouwt met Lijse, overleden rond Gert Eelinck, geboren te Ratum (op Tenckinck), landbouwer op Elinck in Dorpbuurt, trouwt rond 1510 met Nale Wessel Huninck, zn. van Henrick Huninck, trouwt met Fenne Gert Tjeinck Johan Tenckinck, landbouwer op Tenckinck in Ratum, trouwt met Stine Henrick Goirts van Butseler, zn. van Goirt van Butseler en Geertje, geboren rond 1510, overleden na oktober 1575, trouwt met Willemke, overleden na oktober : 'Wij Gerrit Huygens, priester vicarius te Barneveld, Willem van Dompseler, schout aldaar, Gerrit van Dompseler en Johan Goirts van Butseler doen kondt dat wij gebeden zijn van beide sijden als vrunden en gescheytsluyden' tussen Willem Goerts van Butseler getrouwd met Atruys Willems ter eenre en Henrick Goerts van Butseler getrouwd met Willemke ter andere zijde als erfgenamen van 'zalr. Goirt van Butseler en Gheertge' [Civiele Processen van het Hof van Gelderland; Gens Nostra 1990, p.81]. 1548: Robert Gaerts, oud 60 à 80 jaar en anderen verklaren dat twee morgen veen in Ederveen, naest Geryt Wolters gelegen, behoorde tot het erf 'geheyten Wolter Gysen's guet off Krolleboem. dat toebehoeren plach Gaert van Butseler voir ende nae Henrick van Butseler [Schepensignaat 258
259 Arnhem; Gens Nostra 1990, p.81] : Henrick van Butseler, oud ca. 50 jaar met Willemke, zijn huisvrouw, oud ca. 60 jaar, getuigt voor Herman Daniels, coster te Ede, dat hij ca. 35 jaar geleden 'mitterwoen was gecomen op het goet Ter Burch, in 't Wolt gelegen' [Onclaerboeck van de Veluwe; Gens Nostra 1990, p.81]. 1571: Henrick Goirts van Butseler wordt genoemd als bezitter van de helft van de 'Krolleboem' in de buurtschap Veldhuizen onder Ede; tevens, met zijn broeder Willem, rechthebbende van de tienden van Roesseler en Venler 'groff en smal', geërfd van hun ouders Goert en Geertge [Civiele Processen van het Hof van Gelderland ; Gens Nostra 1990, p.81] Maes Gerrits Schuirman, zn. van Gerrit Schuerman en N.N, geboren rond 1493, overleden na 1566, trouwt met Luytgen Gerrit Schuerman, zn. van Gerrit Schuerman, overleden rond 1536, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met Alit Aertsen Jan Jansz Cluetingh (?), cremer, trouwt met Beatrix (?) Henrick Claesz, zn. van Claes Woutersz, wonend op Alendorp, schout te Vleuten in 1527, schepen te Vleuten tussen 1529 en 1541, overleden voor 6 juli 1542, trouwt (2) met Lambertgen, dr. van Joest Lambertsz van Royen en Adriaentgen, overleden na 20 januari 1562, trouwt (1) met N.N : Hendrick Claesz op Alendorp gebruikt 56 morgen te Vleuten en 14 morgen op Reijerscop [Huisgeld 1511; D. Verhoef (2012), Drie Vleutense schouten en hun nageslacht, in: Utrechtse Parentelen voor 1650 dl.3, p.140] Gabriel Cornelisz, onderschout te Amersfoort tussen 1556 en 1558, overleden voor 13 mei 1563 (gewond en door toedoen van de chirurgijn overleden), trouwt met Judith : Goort Willemsz heeft Gabriel Cornelisz, substituyt van den schout, nedergeslagen. De onschuldige magen worden den 12den Sept. in vrede gestelt [Rootselaar, Amersfoort , dl.2 p.360] : Inventaris van het sterfhuis van za Gabriel Cornelis, bij Judith zijn huisvrouw aangebracht, bestaande uit een overhemelde bedstee, een bed van anderhalf [ ], een rode deken, twee oorcussen met die blaeden, slaepclackens, een [.]pan, een cleermant, kerskorf, tang hartrooster, voirhange, een stoel, opte hang[ ]r, een mat dair men inne slaept, een kijnder bedgen, drie erden potten, der tonnen leech, een spynt toebeh[orend] [ ] schotelen, een wijnkan, een stoelgen, twee vrouwen stoelen, een spijnt, een scabelgen, een kist, leech, een heckel, een kan met lit, twee taeferelen aen die want daer wij[ ] of compt, een taesse met een canton lacken, een kist behorende tot thuys, linnenwerck drie paer laekens, een pelle taeffellaecken, een coperen pot, een acker, een ketel, een emmer, 3 of 4 erde potten, een malck emmer, een pannekoecx pan. Immobile goederen: tot Nijerkerck soo veel lants dair Jairlijcx afcompt die somme van xxvi Carolus gl, noch tvierendeel van een erve en goet Weeckerd genoempt [Weeskamer Amersfoort; AE toegangsnr.39; inv.nr.168 nr.11] : Interinement van remissie. Gedaagde Evert Willemsz te Amersfoort; slachtoffer Gabriel Cornelisz te Amersfoort, gewond en door toedoen v.d. chirurgijn overleden. Straf: boete 259
260 en proceskosten [Hof van Utrecht inv.nr.99-3] Adriaen Matthijsz, pannenbakker, trouwt (2) met Anna Peters Verhoeven, trouwt (1) met Margriet Willems, overleden voor 28 september : Jacob Vredericxzn en zijn vrouw Dirckgen lenen van Adriaen Mathijszn en zijn vrouw Margryet een losrente van 30 karolusgulden, te lossen met 500 karolusgulden [Transportregisters Amersfoort 436-4] : Adriaen Mathijszn en zijn vrouw Margryet lenen van Splinter van Westrenen kerkmeester van de Sint-Joriskerk een losrente van 12 karolusgulden, te lossen met 200 karolusgulden, met als onderpand een huis, erf, hof en hofstede staande op het Spuy. De rentebroef wordt afgelostop [Transportregisters Amersfoort 436-4] : Alijdt, Evert Jacobszn weduwe, Cornelia, Cornelis Evertszn dochter met Andries Joriaenszn hun gekozen voogd, Ghijsbert Corneliszn en zijn vrouw Louwerentia, Henrick Dircxzn en Dirck Aeltszn als naaste vrienden van vaderszijde, Meyns Claeszn en Geryt Willemszn als naaste vrienden van moederszijde, representerende de vier vierdelen van de onmondige kinderen van Elsgen Cornelis Everss en zijn vrouw Alijdt, verkopen aan Adriaen Mathijszn en zijn vrouw Margrydt de eigendom van een huis, hof en hofstede staande op de Kamp doorgaande strekkende van de Kamp totaan de Sint-Jorisstraat [Amersfoort Transportregisters 436-6, fol.131] : Adriaen Mathijszn zich sterkmakende voor zijn onmondige kinderen Geertgen en Marytgen, verwekt bij zijn vrouw Margryet Willemsdr zaliger; Willem Adriaenszn alsmede Elis Fredericxzn en zijn vrouw Gryetgen, verkopen aan Dirckgen, Jan Vluggen dochter, weduwe van Jacob Fredericxzn alsmede haar kinderen Frederick, Jan en Jacobgen, een huis en hofstede met alle gerechtigheden. Belendingen: de stadswal, Adriaen Mathijsz en het klooster van Sint Agathen [Amersfoort Transportregisters 436-6, fol.278] : Adriaen Mathyszoon en zijn vrouw Anna Petersdochter lenen van Wouter Thoeniszoon en zijn vrouw Lysgen Petersdochter een jaarlijkse rente van 5½ keyser gulden, af te lossen met een bedrag van 100 keyser gulden, waarvoor zij tot onderpand stellen het huis en hofstede staande bij de Spoey waar zij wonen, strekkende van de straat tot aan het huis van Jan Willemszoon, pottenbakker. Op is de hoofdsom betaald [Transportregisters Amersfoort 436-6] : Adriaen Mathyszoon en zijn vrouw Anna Petersdochter, met als borgen Willem van Neerden, Symon Willemzoon en Willem Adriaenzoon, lenen van Elis Fredericx en zijn vrouw Gryetgen Peters een jaarlijkse rente van 16 gulden 10 stuivers af te lossen met een bedrag van 300 keyser gulden, waarvoor zij tot onderpand stellen huis en hofstede door hen bewoond, staande bij de Koppelpoort. Op zijn de 100 carolusgulden afgelost door middel van twee rentebrieven van elk 50 gulden die Cornelis Gabrielszoon, die het recht van Adriaen Mathyszoon op het huis van Elis Fredericxzoon verkregen had, waarvan Lubbert van Cleef tegenwoordig eigenaar is [Transportregisters Amersfoort 436-6] : Elis Frericxen en zijn vrouw Mergriet Petersdochter lenen van Adriaen Mathyszoon en zijn vrouw Anna Petersdochter een rente van 3 gulden jaarlijks, af te lossen met 50 carolusgulden, ter voldoening aan een vonnis tussen deze partijen van Cornelis Gabrielszoon verklaarde dat deze rente met hoofdsom afgelost is door Lubbert van Cleeff [Transportregisters Amersfoort 436-6] : Adriaan Mathijsz en zijn vrouw Anna Peter Verhoevendochter verkopen aan Wouter Lambertsz Smith en zijn vrouw Aeltgen Peter Verhoevendochter de helft van 8 gulden, 17,5 stuiver per jaar als hypotheek op het huis van Evert Jacopsz ramaecker, gekomen van Peter Verhoeft en zijn vrouw Geertgen, overleden vader en moeder [Transportregisters Amersfoort 436-7] Costen Matthijsz, slachter, burger te Amersfoort in 1529 door koop, raad te Amersfoort 260
261 tussen 1530 en 1543, trouwt met Jannitgen : Peter Willamss en zijn schoonvader Gerit Trant, namens zijn kleinkinderen Willam en Goutgen, maken een boedelscheiding, naar aanleiding van een gerezen geschil, ten overstaan van de vier scheidslieden, Gysbert Ammelss en Thonis Lumanss voor Peter en Costen Matthyss en Gerit Symonss voor Gerit. Oorspr.; met de zegels van Gysbert Ammelss (eerste en derde, in plaats van Thonis Lumanss) en Gerit Symonss; het vierde zegel van Jacob Geritss van Schaick, in plaats van Costen Mathyss, verloren [Stadsbestuur Amersfoort, regest 895] : Costen Mathijssoen en zijn huisvrouw Jannitgen met haar momber Roloff Albertsoen hebben elkaar gemaakt wie van beiden het langste leeft dat die bezitten en gebruiken zal alle goeden die er zijn als de eerste sterft. Op dezelfde datum vermaken Costen Mathijssen en zijn huisvrouw Jannitgen na hun dood het huis en hofstede met het slachhuis gelegen in de Goetscalckstraet, met alle recht en toezeggen dat zij nog verkrijgen aan Lijsgen en Alijdt hun twee gelijkgerechtigde dochters [Transportregisters Amersfoort, inv.nr ] : Costen Matijssen en zijn vrouw Jannitgen verkopen aan Thijs Costensoen en zijn vrouw Alijdt de tegoedschelding van het halve huis en de hofstede, gelegen in de Langestraat doorgaans geheten Die Half Maen en aan Bruenus [in de transcriptie staat Kruetus] de andere helft [Transportregisters Amersfoort, inv.nr ] Jan Pelgrums van Velpen, zn. van Pelgrom Gijsberts van Velpen en Neel Heymerickxdr, overleden rond 1564, trouwt met Beatrix Dircks Goes, dr. van Dierck Jans Goes, overleden voor 3 oktober : Jan van Velpen wordt bij dode van Pelgrim, zijn vader, beleend met een halve hoeve in Tuil, Doorn [Lenen van de hofstede Abcoude] : Jan Pelgrimsz van Velpen, voor zijn vrouw Beatrijs Dirks, wordt na de dood van haar vader Dirk Jansz Goes beleend met 3 morgen land in Cothen, te komen op hun zoon Jan. Op , na de dood van Beatrijs, komt dit leen inderdaad op zoon Jan [OV 1987, p.367] Heyn Andriesz op Overeem : Hein Andriess mit Cleyn Over Eem wordt genoemd in een akte [AE; Sint Pieter- en Bloklandsgasthuis, BNR. 99, inv.nr. 1113; verkregen van Dick van Wageningen] Adriaan Nikolaasz van Triest (?), zn. van Nikolaas van Triest en Lijsbeth Hermans, trouwt met Janna van Atteveld (?), dr. van Gerrit van Atteveld. 1495: Lambert Lumanz voirgenoemt heeft te goede gescouden Ariaen van Tryest ende Janna syn wyf een huys mitter erfpacht vanden hoff ende hofstede utsupra mede quam voir ons Peter Aerts gemachticht als recht was van Dierck Snoey ende heeft verlyt ten erfpacht Ariaen ende syn wyf voirgenoent dese voirscreven hoff ende hofstede elckes jairs om 7 (?) loet silvers min een Beyersche gulden elc loet gerekent voir negenhalven Vlamssche placken sol. Petri. ende tot wat tyden dese voirscreven hoff ende hofstede aen een ander hant gebrocht wert salmense voirt verlyden om (?) de voirscreven reynt ende om een quaert goets wyns te verliel gelde behoudelick elx (syns recht) [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.300v; transcriptie Dick van Wageningen] : Adriaan van Triest Nikolaasz. bij dode van Jan, zijn broer, wordt met lijftocht van Janna, dochter van Gerard van Atteveld, zijn vrouw, beleend met een halve hofstede in Lienden. Op draagt hij deze over aan Jacob Jansz. [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de abdij Sint-Paulus]. 1517: Mechtelt Geryt van Attevelts dochter ende myn momber heeft gemaict nae hoeren doet een 261
262 Rynsce gulden twyntich stuvers voir de gulden iairlix te renten uuter husynge de Adriaen van Tryest nu ter tyt in woint buten de Rode Toren te commen ende te erven op heer Rycolt hoir broeder in die Birket alsoe veer Mechtelt voirscreven dat achter laet mit voirwerden wanneer heer Rycolt voirscreven off lyvych wert soe sall die voirscreven gulden weder commen ende erven op Mechtels voirscreven rechten erffgenamen ende deyr maick altyt te vermeren ende te verminren als dat Mechtelt voirscreven gelieft den breeff in hoeren handen [Transportregisters Amersfoort, 436-2, fol.9; transcriptie Dick van Wageningen]. 1517: Adriaen van Triest heeft gemaickt nae synre doet Jannitgen syn dochter voir uutte nemen hondert Philippus gulden off die weerde de voir van dat allre reysse goet hy dan achter laet ende dese maick altyt te vermeren ende te verminderen alst hem gelieft den breef in synen handen. Idem heeft gemaickt all sulc goet hy nae synre doet achter laet gelyck te comen ende te erven op all syn kynderen hy heeft ende dese maick altyt te vermeren ende te verminderen alst hem gelieft den breeff in synen handen [Transportregisters Amersfoort, inv.nr , fol. 38v]. 1518: Jannitge Adriaen van Triesten dochter mit myn momber heeft gemaict nae hoeren doet heer Rycolt Geryts van Attevelts hoir oem vyff Rynsce gulden 20 stuver voir de gulden al sulcke stuver als inder alcke tyts betalinge binnen Amersfoirt gangbaer syn voir de gulden tot synre live toe ende nyt langer jairlix te reynten uuter alynge husynge hoff ende hoffstee gelegen buten de Roden Toeren geheten De Swaen deen syde Claes Luchter dander syde een Stege ende voirt uuter schuer gelegen inde Hellestraet deen syde Jacop van Twillert dander syde Rycolt Herman Daemz ende dese maick altyt te vermeren ende te verminderen alst haer gelieft den breeff in haeren handen. Jannitge voirscreven mit myn momber heeft gemaickt nae hoeren doet die helft vanden alyngen husynge hoff ende hoffstee gelegen buten de Roede Toeren de Geryt Evertz in woent deen syde Claes Luchter dander syde Peter Albertz te comen ende te erven op Ariaen van Triest hair vader ende dese maick altyt te vermeren ende te verminderen alst hair gelieft den breeff in hoeren handen. Eadem maickt nae haren doet Ariaen van Triest hair vader dat die besittenende gebruicken sell syn leven lanck ende nyet langer die alynge husynge hoff ende hoffstee mit de schuer gelegen buten die Roden Toeren geheten De Swaen deen syde Claes Luchter dander syde een Stege ende dese maick altyt te vermeren ende te verminderen alst hair gelieft den breeff in hoeren handen [Gerecht Amersfoort, inv.nr , (transportregisters ); Fol v] Maes Symons van Methorst, zn. van Symon van Methorst, geboren rond 1461, overleden na 1526, trouwt met Richolt Jacobs van Langelaer, dr. van Jacob Reijersz van Langelaer, geboren rond : Lubbert Jacobsz van Langeler wordt beleend met een jaarlijkse rente uit Veenschoten, door opdracht van Maas van den Hoeve Simonsz voor Ricolda, dochter van Jacob dochter van Langelaar, die haar aankwam van haar vader, die ermee beleend was door Otto van Scherpenzeell [Leenkamer Huis Scherpenzeel 107, fol. 9,9v] Henrick Geritsz van Ebbenhorst, zn. van Gerit Henricksz van Ebbenhorst : Gerit Henricksz van Ebbenhorst moet zijn zoon Henrick van Ebbenhorst een jaarlijkse rente van 8½ Rijnse guldens betalen uit een lening aan zijn zoon van 150 posthulaats guldens vanwege de erfenis van zijn moeder, volgens huwelijkse voorwaarden. Gerrit mag dit bedrag binnen 10 jaar aflossen. Het goed Ebbenhorst is onderpand. Henrick van Ebbenhorst Geritsz verklaart dat als zijn vader eerder sterft dan hij, hij van de erfgenamen 100 posthulaats guldens krijgt. Mocht Henrick eerder sterven dan zijn vader, dan zal Gerit 50 posthulaats guldens moeten uitkeren aan de erfgenamen. Henrick van Ebbenhorst verklaart dat zijn vader hem al 20 posthulaats guldens heeft betaald van de 100 die hij na de dood van zijn vader zal erven [Leenboek Huis Scherpenzeel 107, fol.14, 32v; Veluwse Geslachten 32(5), p.51, 52] Jacob Lambertsz van Westervelt, overleden voor 1560, trouwt (1) met Meyntgen Cornelis, trouwt (3) met Elysabeth Vluggen, trouwt (4) met Gertruyd Vlasman, trouwt 262
263 (2) met Cornelia Cornelis Vossen, dr. van Cornelis Rutgersz Vos en Fye : Steven Geritss van Westervelt mayckt alsulck goet hy heeft off vercrigen mach inden gericht van Amersfoert na sinre doet gelyc te comen ende te erven op Lambert ende Jacop Lambert ende Steven syn broeders kinderen ende op Rutgter Wouterss ende op Gerbrich syn echte huysfrou [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.195v]. 1550: Brief van Janneken Vissers [vrouw van schout Jan Visscher], afkomstig uit Amersfoort en verblijvend te Brussel, aan Jacop Lamberssoon van Westervelt, te Amersfoort, bij de Kamppoort, over de lotgevallen van haarzelf en haar dochter Tuengen en over haar familieleden en wederzijdse kennissen te Amersfoort [AE Stadsbestuur Amersfoort, nr.2251] : Jacob Lambertsz dolerende hoe dat hij met de kinderen bij zijn huisvrouw Cornelia Cornelis Vos gescheiden was op De kinderen heten Margariet, Meijnsghen en Stevengen. Mombers zijn Cornelis Vos die Jonge, oom van de kinderen, Goosen Rolofs en Maes Celen. Jacob Lambert zal voor Steventgen een lijfrente kopen, gelijk hij voor de andere kinderen gedaan heeft. Ook zal hij deze kinderen bij hun mondigheid 100 car gld betalen en zullen de kinderen een vierde deel van het huis behouden waarin Cornelis Vos en Fijge zijn huisvrouw in gestorven zijn. De vader zal de kinderen onderhouden met kost en drank, kleden, school laten gaan of een ambacht laten leren. Borgen zijn Lambert Lamberts en Johan Cornelissen Pot van Amsterdam [Weeskamer Amersfoort; AE toegangsnr.39; inv.nr.11, fol.47]. 1560: Accoord tussen de vrienden van de onmondige kinderen van z. Jacob Lambertsz. De kinderen van Jacob Lamberts en Cornelie Cornelis Voss met namen Margriet, Meynsge en Steven, samen 291 gulden. Item Lubbert geprocreëerd bij Elijsbeth Vlugge 223 gulden. De kinderen van Jacob bij Meijnsge Cornelis Jacobsdr, met name Cornelis, Lambert en Gerbrich 278 gulden. Volgt een specificatie van renten en brieven in het sterfhuis [Weeskamer Amersfoort; toegangsnr.39; inv.nr.11, fol.63v] : Lambert van Westenvelt en Jacob van Haeften als naaste vrienden van vaders zijde, Jacob Corneliszn en Johan Madder procureur der Stadt Amersfoort bij gebrek van een der vier vierdelen van Cornelis en Lambrecht, zonen van Jacob Lambertszn en zijn dochter Gerberichgen, die hij verwekt heeft bij zijn vrouw Meynsgen Cornelisdr; Claes Vlug Lubbertszn en Dirck Janszn Camp als naaste vrienden van Lubbert, de zoon van Jacob Lambertszn die hij verwekt heeft bij zijn vrouw Elysabeth, Lubbert Vluggen dochter; Maes Celen en Willem Rolofszn Kip als naaste vrienden van Steven Jacob Lambertszn; Gryetgen en Meynsgen, de dochters van Jacob Lambertszn die hij verwekt heeft bij zijn vrouw Neeltgen, Cornelis Vos Rutgerszn dochter, verkopen aan Joest Janszn stoeldrayer en zijn vrouw Katherina, Geryt Lambertszn dochter de eigendom van een hof en huisje alsmede een beddekoetsje daarin, staande in de Luyshorst buiten de Sint Andriespoort [Transportregisters Amersfoort 436-4, fol.293] : Jacob Evert zoen van Dolre ende Joffrouw Maria syn echte huysfrouw ende hebben beleden schuldig ten zijn aan Lambert van Westevelt ende Cornelis Vos als mombers over Steven Mergryet ende Clemens zalige Jacob Lambert zoen onmundige kinderen 'een erffelicke losrente van twaleff gulden tsjaers 20 Hollantsche stuver voorden gulden gerekent uuyt die huysinge hoff ende hoffstede gelegen achter tschoel daer sy jegenwoerdich in woenen'. In de marge: op : Cornelis Vos vanwege de kinderen geassisteerd met Margryt Marcelen huysfrouw ende Jan Henricxs 'als man ende voocht vande voorscreven Mergryet in desen benoempt ende bekenden dat alsoe als dese rente toegeleyt is die huysfrouw van Jan enricxs voorscreven dat die hoeffsomme ende renten vandyen aen zijne handen by Cornelis Anhonis zoen zoen van Thonis Pouwels ende affgelost ende voldaen is' [Transportregisters Amersfoort nr.6 fol. 51v] Evert Wouters, burger te Amersfoort in 1532, heemeraet van de lantgenoten van de Duyst in 1558, raad te Amersfoort in 1567, trouwt (2) voor 1559 met Steffania Aert Louwendr, trouwt (1) met N.N. Henrick Vluggen. 263
264 1532: Evert Woutersz, behilict aen Henrick Vluggen dochter, burgerschap verzocht [Stadsarchief Amersfoort iv.nr.5; burgerrechtverleningen] : Evert Wouters, te Amersfoort, wordt, na opdracht door Willem van Zuijlen, beleend met 3 dammaten land in een kamp land van 4 dammaten, gelegen naast Jacob van Dashorst, Cornelis Hermans en Meijns Jans erfgenamen. Getuigen zijn de leenmannen Henrick de Ridder en Luijtgen Wouters. In de marge staat een verwijzing naar Jan Wouters, zijn broeder, fol.41 [HUA; Register van de St. Paulus Abdij; inv.nr.505-5, fol.476v] Heyn Andriesz van der Schuer, zn. van Andries van der Schuer, trouwt met Jutta Brants van Delen. 1475: Jan van Corler een deel van een erf dat hij kocht van Jutte Henrick Andriess wyff vander Schueren Brant dochter van Deelen [HA Tynsboek inv.nr.101]. 1499: Heyn van der Schuer bezit de landtol ter Schuer en de tienden van Coperstege. Hij bezit ook een tiende van Appelrebroek [Jaarboek CBG 1978 p.294] Steven Johansz van der Burch, zn. van Johan Stevensz van der Burch en Trude de Beer, overleden voor 3 november 1526, trouwt met Aleit Bertolt Pauwen, dr. van Bertolt Pauwen en Armgard : Steven Johans zoon van der Borch wordt na dode zijns vaders Johan Stevenss van der Borch beleend met 'dat oude goet ter Borch mit tyns ende tiende'. Hij kent zijn echtgenote Aleit Bertolt Pauwen dochter een lijftocht toe van 28 Bourgondische philippusschilden 's jaars en wijst aan tot mombers over zijn kinderen bij Aleit, na zijn overlijden, Bertolt Pauwe en Frederic Jacobszoon. Idem een belening met 'den slach van Calenveen mit sijnre Duyst ende mit sijnre Haer' [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.103, 186] : Hubert Meyszoen van der Borch doet ten overstaan van bisschop Frederik, ten behoeve van Steven Janszoon van der Borch afstand van zijn recht op het leengoed ther Borch met den tyns en tiend te Zeldrecht [S. Muller, Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht ( ), regest 5027] : Steven Janssoen van den Borch maakt, ten overstaan van zijn leenheer den elect Henrick, aan zijne dochter Johanne de nahand van de helft van het slag van Callenveen, 'mit zijnre duyst ende mit zijnre haer' [S. Muller, Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht ( ), regest 5549] Willem Hendricks van Oort (?), zn. van Hendrick Willems van Oort en Alartje Dirck van Hattem, zn. van Willem Hendriksz van Hattem en Hadewich Freijs van der Eem, overleden rond 1521, trouwt met Hubertje Heynricxdr van Maurik, dr. van Henrick van Maurik en Swene Hubertsdr van Eck. 1491: Hubertje van Maurik wordt beleend met twee tienden in het land van Culemborg [op onser Liever Vrouwenavont Assumpcionis]: Dirck van Hatthem en zijn vrouw Hubert van Maurick Heynricxdr. erkennen verkocht te hebben aan Jaspar, heer tot Culenborch, 3 morgen land onder Eck op Homoit [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.2785] Reijer Willemsz, zn. van Willem Albertsz, nabuur te Maurik tussen 1543 en , 1552, overleden voor 22 april 1570, trouwt met Geritgen Woerst, dr. van Arnt Wtenweerde en Hadewich van Culemborg, begraven op 22 april
265 : Gereke, dochter van Arnout Wtenweerde wordt bij overdracht door Hadewig, haar moeder, beleend met 3 morgen land in de Huismaten in Maurik. Zij zal aan Joost, dochter van Adriaan van Maurik, en aan Beatrijs, dochter van Arnout Wtenweerde, beiden f 50 geven. Waarschijnlijk is zij dezelfde als Gerritje Woerstz (?), aangezien de zoon van Gerritje Woerst, Olivier Reiniers, op hiermee beleend wordt [A.J.G. Hogendoorn, De Maurikse familie Wtenweerde in de 14e, 15e en 16e eeuw, Stukken en Brokken, p.144] Cornelis Rijcksz van der Steech, zn. van Rijck van der Steech en Hadewich de Man, trouwt met Christina van Herwaerden, dr. van Herman Hendricksz van Herwaerden Jan van Randwijck, burger te Tiel in 1538, trouwt met Elisabeth Geritsdr Dirck Vonck van Lienden, zn. van Johan Hillensz Vonck van Lienden, overleden voor 17 juli 1531, trouwt met Johanna Pelgromsdr de Kemp, dr. van Pelgrom de Kemp [dess Sonnendages nae sunt Peters ind Pauwelsdach apostolorum] Adam van Lochorst, richter te Lyenden, oorkondt, dat Rutgher Vonck Borrensz. overgeeft aan den heer van Culenborch de verwinbrieven, die hij, als buurmeester te Merthen en als gemachtigde van zijn "medegesel" Dirck Voncke, heeft op de goederen van Bartold van Zalland en de bagijnen te Rienen onder Meerthen [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.2130] [des Vridages na den heiligen Dertiendach]: Dirck Vonck, die tegen de belofte van (door de gemeene naburen van Mauderick reg. nr. 1815) een rosmolen gebouwd had te Meerten, doch dezen weder afgebroken had, belooft nimmer meer een molen te Meerten of Aelst te zullen zetten, doch steeds te zullen malen op den molen van den jonker van Culenborch te Lienden [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.2583] : Johanna de Kemp Pelgromsdr, weduwe van Derick Vonck, wordt na overgifte beleend met 4 morgen land [Leenregister Culemborg, lenen van Lienden en ter Leede, fol.18] Jan Roelofs van Hattem, zn. van Roelof van Hattem, overleden voor 1533, trouwt met Aleidt van Wijck, overleden na : Jan van Hattem aan de dijk heeft gekocht van Florys Daemsz van Lochorst 14 schell. 2 penn. uit het goed te Verhusen, buiten de bandijk, uit vijf scharen weyen [Utrecht, St.Paulusabdij 328 fol. 6]. 1507: Jan van Hattem Rolofs aan de dijk te Ingen betaalt jaarlijks een oud zwartje tijns uit 4 morgen land [Utrecht, St.Paulusabdij 328 fol. 7] : Jan van Hattem te Ingen wordt door de heemraad betaald voor de bij hem doorgebroken dijk in de Marsch [Graven en hertogen van Gelre 920, fol.12]. 1559: Joffer Gerit van Groetfelt, weduwe van Walraven van Hattum, en haar kinderen worden aangesproken door de zoon van Frederick Schellaert van Oppendorp over de hof of bouwing te Ingen, die zij zeggen te hebben gekocht. Zij melden dat zij geen gebruicker als huyrlinghe van desen werdt und lant daerom questie doen, bij exhibitie van coopbrieven, daer doen en bewesen kunnen dat bij Johan van Hattum, der beclaechte voorsate, den weert gekoft en betaelt is van eynen Johan van Eck en Jonckvrouw Malsen E.L, inferierend dat zij derhalve van denselven weert proprietarii. De gevolmachtigde van de klager zegt echter dat er 4 pachtcedulen zijn, van 1511, waarin Jan van Hattum en Alit van Margareta van Wilick op den hilligen paessavont die alinghe bouwinge in pachtonge angenomen en gebruickt hebben, van 1521, waarin Johan van Hattum en Alit van Jofferen Beatrix van Oppendorp, frouwe tot Gossenich, dezelfde bouwing 12 jaer lang aangenomen hadden in pacht, in 1533, warin staat dat na het afsterven van Johan van 265
266 Hattum zijn weduwe Alit weer heeft gepacht, en in 1544, waarin domini Walraven van Hattum van joffer Beatrix het wederom in pacht heeft verkregen. Frederick Schellaert is een kleinzoon van Reiniera van der Meehr, die de hof in 1491 verpachtte [ger. signaat Kesteren NB 102 fol. 20v] Arnt Wtenweerde, zn. van Olivier Jansz Wtenweerde en Ide, geboren voor 18 september 1481, pachter van verscheidene tienden van de heer van Maurik tussen 1512 en 1528, schout te Maurik tussen 1521 en 1538, buurmeester te Maurik in 1521, richter te Eck en Maurik tussen 1540 en 1552, nabuur te Maurik in 1543, pander te Maurik van 1555 tot 1556, overleden tussen 1557 en 1558, trouwt met Hadewich van Culemborg, dr. van Sweder van Culemborg en Beatrijs, geboren rond 1480, overleden tussen 1566 en 1567, trouwt (1) met Adriaan Hendricks van Maurick (Op sunte Vichtorisdagh mit synen ghesellen martirum): Airnt Uten Weerde en zijn vrouw Hadewich erkennen de rente, vermeld in de brief van 1433 juli 22 (reg. nr. 950; een rente van 8 ganzen 's jaars, gaande uit de veerstad van te Wyel van heer Jan van Gaesbeeck aan Henric van Mauderick), waar deze doorgestoken is, aan Jan van Hatthem verkocht te hebben [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.s117] Steven Evertsz. Steven Evertsz pacht een hofstad onder Maurik = Dirck Vonck van Lienden, trouwt met = Johanna Pelgromsdr de Kemp Herman Hermansz van Leeuwen (de jonge), zn. van Herman Jansz van Leeuwen, lid van de ridderschap tussen 1544 en 1560, overleden in 1581, trouwt met Margaretha Wtenweerde, dr. van Olivier Jansz Wtenweerde en Ide, overleden na 4 mei : Herman van Leuwen die jonge wordt na transport door Johan van Merten beleend met 7 morgen land, geheten den Sandacker, met daarop een hofstad, gelegen in Maurik. Hij tuchtigt zijn vrouw Margriet Utenweert op De eed wordt vernieuwd in 1538 en Op maeckt sijnen oldsten soon Olivier dit leen, mitz dat hij sijnen susteren Elis ende Johannae elx 700 daler geve. Echter, Margriet Utenweert bewilligt op dat haer dochter Elis dit crige, ende haren broder Olivier 400 ende suster xc gl geve, waarna Herman van Leuwen op aan Elis transporteert [Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en de Graafschap Zutphen, p.343] : Herman van Leeuwen, te Maurik, wordt als lid van de ridderschap verschreven voor de landdag in 1544, 1547, 155, 1559 en 1560 [Plomp, Een boer is geen edelman, Jb.CBG, p120] Cornelis Jansz Bunt, vervener, overleden voor 1601, trouwt met N.N., overleden tussen 1596 en 1597, begraven te Veenendaal : Corn Jansz Bundt woenend tot Veenendael int gerechte van Rhenen constitueert Hardincxvelt [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten] : Cornelis Jansz Bunt wonend in Veenendael constitueert Hardincxvelt om van zijnentwegen te leveren aan Jan Aelbertsz Kemerling 1400 tonnen turf volgens de prijs en conditiën als zij eertijds overeengekomen zijn, breder in het proces zo voor het gerecht van Rhenen en daar het proces in materie van appel voor hetzelfde hof nog is hangende ongedecideerd 266
267 [HUA; Hof van Utrecht, 239-1; nr.233-1, Protokollen van akten van borgtocht, procuratiën en andere akten]. 1596/1597: Noch ontfangen van Reijer Cornelisz van een geopent graft voor zijn moeder twee pont [Luid- en begraafgelden te Veenendaal] Mattheus Gerritsz van Langelaer, zn. van Gerrit Reijersz van Langelaer, geboren rond 1500, burger te Amersfoort in 1536, trouwt met Hendrikje van Zijl, dr. van Jan van Zijl, geboren rond : Burgerrechtverlening in Amersfoort aan Matheus van Langelair Geritsz, door koop, ante Agneten, woenstadt tot Gerit Nijer Petersz [Stadsarchief inv.nr.8, fol. 5-4] : Matthijs van Langelaar wordt beleend met Groot Dashorst te Renswoude, met lijftocht van Hendrikje, dochter van Jan van Zijl, zijn vrouw, op 15 gouden Filips guldens : Matthijs van Langelaar, gehuwd met Hendrikje, dochter van Jan van Zijl, die aankwam van zijn vader, ƒ Karolus te delen tussen hun kinderen [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de hofstede Amerongen; Maerten Jansz Conijn, overleden voor 21 februari 1571, trouwt met Merrigen Cornelisdr Jan Jansz Vormer, trouwt met Theuntgen Jans Jacob van Westrenen, zn. van Peter van Westrenen en Margriet Jacobs, raad te Amersfoort in 1537, schepen te Amersfoort tussen 1539 en 1558, regent van de armen genaamd de Poth van 1546 tot 1554, weesmeester in 1546, pachter van de accijns op azijn in 1548, kerkmeester van de St. Joriskerk in 1549, mede-stichter van het burgerweeshuis in 1550, curator van het burgerweeshuis van 1550 tot 1558, cameraar in 1552, burgemeester te Amersfoort tussen 1555 en 1557, gerechtsman van Zeldert in 1557, pachter van de bieraccijns in 1558, overleden voor 6 maart 1560, trouwt met Maria van Dam, dr. van Willem van Dam en Beyraet van Ysselt, begraven te Amersfoort op 12 december 1572 (St. Joriskerk) : Gherytgen Jacop Meynssoen weduwe, Meijnsgen en Geertgen, Jacops Meynssoen twee dochters, met Pijll als momber, verkopen aan Peter van Dam en zijn wijf Marie en Jacop van Westrenen en zijn wijf Marie de tegoedschelding van de eigendom van het zestiende deel van een erf, huis, hof en hofstede, en landerijen met alle toebehoren, vanouds gelegen in de Nederbirckt, onderdeeld met genoemde Peter en Jacop en het Convent van Sint Aechten, en met Lumen Aert Moyen erfgenamen. Op verkoopt Henrick Brynck Claessoen hun ook een zestiende deel [Transportregisters Amersfoort , 5v, 44v] : Dirck Petersoen en zijn wijf Foeysgen lenen van Jacop van Westrenen, ten behoeve van het tymmerludengilde, een hollandse gulden, 20 hollandse stuivers voor de gulden als dagelijks te budel gaan, te rente jaarlijks te betalen op Jacobi (25 juli). Deze rentebrief heeft Dirck Peterssoen afgelost aan handen van Cornelis Janssen, busmeester van het tymmerluyde gilde op [Transportregisters Amersfoort , 43v] : Jacop van Westrenen en zijn huisvrouw Marie lenen van Elysabeth, Jan van Ysselts natuurlijke dochter, vijf gouden rijnsgulden 28 hollandse stuivers, of de waarde die zij bij de betaling gangbaar zal zijn aan lijfrente op haar lijf, te betalen de een helft Trium Regum (6 jan.) en de andere helft Translationis Martini (4 juli); daarbij zal Trium Regum anno '42 het eerste termijn zijn en zo voort elk jaar zolang Elysabeth leven zal, maar niet langer. Als onderpand dient alle goed dat zij hebben of verkrijgen in het gerecht van Amersfoort [Transportregisters Amersfoort , 44v]. 267
268 : Jacob van Westrenen Petersz wordt na opdracht door Geryt van Westrenen beleend met 4 ackeren zwart land in Soest, na zijn dood te komen op zijn zoon Peter van Westrenen [HUA; Register van de St. Paulus Abdij; inv.nr.505-5, fol.146v] : Joosgen, Splynter van Westrenen huisvrouw, met Splynter van Westreenen haar voogd, verkoopt aan Jacob van Westrenen en zijn vrouw Marritgen alle rechten en toezeggen aan een huis, hof en hofstede gelegen in de Langestraat achter Geryt Soest Gerytzn, waar zij nu in woont [Transportregisters Amersfoort , fol.106v] : Jacob van Westrenen en Marritgen zijn vrouw verkopen aan Jacob van Dashorst en Alijdt zijn vrouw de helft vaneen stuk land gelegen in de Westeyger bij den Heyligen Berch, zo zij dat op van Alijdt Henrick Corneliss weduwe ontvangen hebben, strekkende tot op de beek [Transportregisters Amersfoort , fol.108r] : Aert van Schayck en zijn vrouw Weyndelmoet, en Cornelis van Schayck en zijn vrouw Johanna, verkopen aan Marytgen, Jacob van Westrenens weduwe, de helft van een vierde deel van een erf gelegen in de Nederbirct en nog acht delen van negen delen van een derde vierendeel, daar Maritgen en haar kinderen en de kinderen en erfgenamen van wijlen Peter van Dam het negende deel in dat vierde vierendeel, Claes Gerytszn erfgenamen en de andere drie resterende vierendelen van het gehele erf het Convent van Sint-Aechten en Jan Steven Heynricxzn en Willem van Dams erfgenamen toebehoort. De goederen zullen na de dood van Marytgen van Westrenen vererven op haar zoon Jan van Westrenen [Transportregisters Amersfoort , fol.294r]. 1572/1573: Den XII decembris [1572] een graf geopent vuer Marritgen van Dam, Jacob van Westrenens wedue in de Middelkerck int vierde buen int tweede graf. Facit 2 stuvers; Marritgen van Dams maenstont den 15 januarii [1573] 2 stuver; Marritgen van Dam Jacob van Westrenens wedue jaergetijt is geweest den 7 decembris [1573] ende heeft de kercken keirsen gehadt. Facit 6 stuvers. Summa lateris 4gulden 13 stuvers. [Rekening kerkmeesters St.Joriskerk ] Willem van Hardevelt, schepen te Amersfoort tussen 1522 en 1541, gemeensman in 1543, raad te Amersfoort van 1551 tot 1553, gerechtsman van Zeldert in 1557, trouwt met Geertruyt, overleden voor 26 april : Gosen Rumeler en zijn wijf Engell verkopen aan Willem van Herdevelt en zijn wijf Geertruyt de tegoedschelding van een huis en hofstede gelegen op de Camp, met aan de ene zijde Arys Pouwelsoen dn aan de andere zijde Herman Airtsoen. Willem van Herdefelt leent op diezelfde dag bij Gosen Rumeler en zijn wijf drie gulden en 5 stuivers, te betalen op 1 mei aanstaande, waarvoor al zijn goed onder Amersfoort als onderpand dient [Transportregisters Amersfoort , 12v, 13] : Petrus Clementi de Westrenen, Wilhelmus de Hardevelt en Clemens Stephani, allen te Amersfoort, voogden van de aanstaande bruid, geven toestemming in het voorgenomen huwelijk tussen Arnoldus fs. Gerardi de Wee en Gijsberta fa. Cornelii de Wee, beiden te Amersfoort. Tevens verklaren zij dat zij eerder in het geheim en zonder toestemming van de voogden een verbintenis zijn aangegaan [ONA Utrecht, not. Van Hamersfelt, U001a001, akte 4] : Willem van Hardevelt verkoopt aan zijn zoon Geryt Willemss en zijn dochter Jannitgen een vierdel land zoals dat gelegen is binnen de vrijheid van Amersfoort, genoemd Den Doorncamp, strekkende van de Lageweg aan de Groone Steech toe. Overlijdt een van hun beide zonder nakomelingen dan zal hun broeder Jacob of hun zuster Gerberich erven [Transportregisters Amersfoort , blz.158r] : Willem van Herdevelt en Ghijsbert Rijcxzn treden op als voogden van Jannitgen, Willem van Wede weduwe, bij een verkoop van een erf en goed geheten Calveen op het Hoogeland. Het goed is o.a. belast met 7,5 gulden aan Willem van Herdenvelt [Transportregisters Amersfoort , blz.224v]. 1560: Willem van Hardeveld Hendriksz wordt beleend met erfrenten [Leenregisters St.Paulus , fol.391v; Smit (1968), p.73]. 268
269 Willem Evertsz, zn. van Willem Evertsz en Weym, brouwer, raad te Amersfoort in 1538, trouwt met Margriet. Willem Evertsen komt voor op de ledenlijst van het rederijkersgilde 'Sint Hieronymus' in Amersfoort. De datering is onduidelijk, maar waarschijnlijk midden 16e eeuw. Het kan ook zijn zoon Willem Evertsen de jonge betreffen [Van Bemmel, Beschrijving van Amersfoort, p.447]. 1517: Heer Frans Arysz heeft belyt Willam Willam Evertz zoen ende Dywytgen Willam Evertz dochter 3 Rynsce gulden [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.23v]. 1524: Willam Willam Evertz soen ende Mergriet syn wyff hebben belyt sculdich te wesen meyster Goert van Huyckenhorst ende Alyt syn wyff vier ende vyftich Rynssche gulden current sestien Hollantsche stuver [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.190v]. 1529: Akte van transport door Jonge Willam Everts soen en zijn vrouw Margriet, aan Willam Rijcks soen namens de Armen de Poth van een huis, hof en hofstede in de Coninckstraat, aan de ene zijde begrensd door een openbare steeg, aan de andere zijde door het erf van de Poth. [Stichting Armen de Poth te Amersfoort; Toegangsnr 0100, Regestnr 395] : Jan Claesse Kystemacker is gescheiden bij vrienden en magen als Goert Mercelis en bij het kind daartoe geschikt als de Jonge Willem Evertss en Elis van Wede van zijn onmondige kind dat hij bij Alijt Goert Mercelis dochter behouden heeft [Weeskamer Amersfoort; AE toegangsnr.39; inv.nr.168, nr.9] : Aert Botter van Snellenberch verkoopt aan Jacop Gerbersoen en zijn vrouw Alijdt de tegoedschelding van 2 hanteycken die genoemde Aert van Willem Evertsoen en Gijsbert Botter tegoed had volgens de hanteyckenen [Transportregisters Amersfoort 436-3] : Willam Evertsoen en zijn wijf Gryet verkopen aan Jan Vlug en zijn wijf Goutgen de tegoedschelding van het huis met de erfpacht van den hof en de hofstede, gelegen in de Coninxstraet, aan de ene zijde Alert Aryssoen erfgenamen en aan de andere zijde genoemde Jan zelf [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.60v]. 1555: Akte waarbij Willem Evertsz. c.s. voor de magistraat van Amersfoort afstand doen van aanspraken op hetgeen hun door Hillegond, dochter van Arend Botter is vermaakt [Verzameling Van Buchel Booth, charter nr.501] : Willem Evertszn en zijn vrouw Margryet verkopen aan Willem Willemszn, hun zoon, een hof, gelegen in de Horssewey. Zij verkopen hem ook een halve huis,hof en hofstede en een halve hof daar tegenover, gelegen in den Bruel in de Muurhuizen, gemeenschappelijk met Ghijsbert Botter [Transportregisters Amersfoort , fol.150v] : Heer Jacob van der Horst, rentmeester van het Kapittel van de Sint-Joriskerk, leent aan Willem Everss en zijn vrouw Margriet. Het gaat om een losrente van 3,5 keizersgulden, te lossen met 70 gulden payment. Als onderpand dient een een huis staande op Havick, gelegen tussen Reyer Jacobzn en Gerytgen, Geryt Germanss weduwe [Transportregisters Amersfoort 436-4, fol.190v] : Willem Everss en zijn vrouw Margriet sluiten een lening af bij Splynter Hermanss, deken, en mr. Jan Thol, busmeester van de Sint-Rocusbroederschap. Het betreft een losrente van 3 karolusgulden sjaars, te lossen met 50 keizersgulden payment. Onderpand is een huis staande op Havik [Transportregisters Amersfoort , fol.314v] : Willem Evertszn en zijn vrouw Margryet sluiten een lening af bij Jan Berntszn en zijn vrouw Jacobgen. Het is een losrente van 5 karolusgulden sjaars te lossen met 100 karolusgulden payments, met al hun goederen als onderpand [Transportregisters Amersfoort , fol.316v] : Willem Everss den ouden, brouwer, en zijn vrouw Margriet, sluiten een lening af bij Jacob Janszn aan de Coedijck. Het is een losrente van 16 keizersgulden te lossen met 300 keizersgulden. Onderpand is een halve vierdel land gelegen aan de Quade Sleynck, waarvan de andere helft aan de jonge Willem Everss, hun zoon, toebehoort [Transportregisters Amersfoort , fol.398v]. 269
270 Gerrit Jansz van Dashorst, zn. van Jan van Dashorst en Rolofge, raad te Amersfoort in 1533, overleden voor 1 juli 1547, begraven te Amersfoort (in de St. Joriskerk), trouwt met Sophia, overleden na 20 april : Claesgen German Janssoen dochter mit Pijll momber heeft gemaict Gheryt van Dashorst ende Fye sijn wijff Airt Meynssoen ende By sijn wijff Jacop Mensen ende Ghoirtgen sijn wijff onder hem dryen thebben na Claesgen voirs. doot ende nae dode Geertgen German Jansoen weduwe hondert karolus gulden van ende wt die alre reeste goeden tsij staende tymmer gelt oft liggende erve nyt dairvan wrgescheyden als Claesgen voirs. heeft off vercrijgen mach int gericht voirscreven [Transportregisters Amersfoort 436-3] : Gerard van Dashorst wordt (of is) beleend met het erf en goed te Nieuwenlande in Isselt, en de tienden grof en smal, wild en tam van dit goed. Op , wordt Jan van Dashorst 'bij dode van Gerard, zijn vader' hiermee beleend [Repertorium op de lenen van de hofstede Isselt; De Nederlandsche Leeuw 1995, k.352, 354] : Henrick Rutgerszn, als busmeester van het Sint-Severusgilde, leent aan Fytgen, Geryt van Dashorst weduwe, met Evert Janss haar gekozen voogd. Het gaat om een losrente van 2,5 keizersgulden, te lossen met 43 gulden. Deze lening is afgelost aan handen van Jan Camp, overman van het weversgilde, op afgelost [Transportregisters Amersfoort 436-4, p.52] : Frans Henricxzn en zijn vrouw Metgen verkopen aan Fijtgen, Geryt van Dashorsten weduwe, een hof in de Luyshoeck bij de Sint-Andriespoort (Trysgenpoort), gelegen tussen Maes Rijcxzn en Willem Dircxzn, belast met 10 stuivers erfrente t.b.v. het Kapittel van de Sint- Joriskerk. Als onderpand en waarschap stellen zij hun huis staande in de Kamperbinnenpoort (Camppoort) [Transportregisters Amersfoort 436-4, p.256v] : Sophia, Geryt van Dashorsten weduwe, met haar zoon mr. Jan van Dashorst als gekozen momber, en mr. Jan van Dashorst en Clemens van Dashorst voor zichzelf en zich sterkmaken voor alle andere kinderen van wijlen Geryt van Dashorst en Sophia, verkopen aan Ghijsbert Janszn, snijder, en zijn vrouw Ursula, een huis en hofstede, gelegen aan Den Hoff, lijnrecht strekkende tot achter aan een ander huis in de Krommestraat toebehorende Albert Claeszn, met de conditie dat de put van het privaat zal blijven in het ander huis toebehorende Aert Gerytszn. De verkopers beloofden dit transport te waarborgen en verbinden daartoe hun persoon en goederen en speciaal een huis, hof en hofstede staande aan de Langestraat met aan de ene zijde Claes Jacobszn en aan de andere zijde Geertruyt Zwarten. Zij verkopen op dezelfde dag aan Albert Claeszn en zijn vrouw Marry, een huis en hofstede, gelegen in de Krommestraat, strekkende vóór van de straat tot achter aan een ander huis toebehorende Ghijsbert Janszn, snyder, met de voorwaarde dat zij in elkaars muur mogen varen [Transportregisters Amersfoort , fol. 338r, 340r] : Sophia Gerijt van Dashorst nagelaten weduwe, met Jacob van Dashorst haar momber, heeft beleden schuldig te wezen aan Jan van Rhyn, Kerkmeester van Sint Joris kerck 'tot behoeff vande Kerck voernoemt een erffelicke losrente van thyen karolus gulden tsiaers tstuck tot twyntich stuvers Hollants gereeckent uuyt die alinge huisinge hoff ende hoffstede gelegen aende Langestraet' [Amersfoort Transportregisters 436-6, fol.18] : Sophia Gerrit van Dashorst wedue mit Adriaen vander Wall haere gecoren momber in dese zaecke ende heeft beleden als recht ende oirdell wysden voer heur ende heure erven schuldich te wesen Cornelis Jan Cryn Evert ende Geertruyt tsamen kynderen van Brant Evert zoen geprocreert by Marie syn overleden huysfrou ende haeren erven een jaerlicxe losrente van twaleff Philippus gulden tstuck van vyff ende twyntich stuvers Hollants ofte ander goet payment vandyer weerde uuyt die helft vande alinge husinge hoff ende hoffstede mit alle syn toebehoeren staende ende gelegen inde Langestraet [Amersfoort Transportregisters 436-6, fol.118] : 'Meyster Jan van Dashorst Gerryt van Dashorst ende Gysbertgen zyn huysfrouw voer haer selven ende huerluyden sterck maeckende voer Fytgen weduwe wylen Geryt van Dashorst mitsgaders voor Willem Willems zoen ende Alydt zyn huysfrouw ende hebben by consent ende believen van Aert Claes zoen ende Jannitgen zyn huysfrouw' hebben getransporteerd aan Evert Henricx zoen en Lysgen Wouters zijn vrouw 'die husynge ende 270
271 hoffstede gelegen inde Crommestraet daer voer ende bezyden een gemeen straet' [Amersfoort Transportregisters 436-6, fol.228]. 1571: Tot Gerrit van Dashorst staen 4 glaesen in 1571 gemaeckt met wapens van Jacob van Dashorst, Mr. Johan van Dashorst, Gerrit van Dashorst en van Willem Evertsz. De wapens sijn gedeeld, met als wapen Dashorst een struisveer en in de andere helft een jachthoorn en lelies. [NL 1927, kol. 24; Collectie Varia Genealogica Booth, RA Utrecht, deel c, fol. 232 en 277]. 1572: Sophia Gerrit van Dashorst wedue betaelt jaerlix te rente thien gulden bij haer specialicken beleden uuijt haer huisinge, hof ende hofstede ende generalicken te lossen met twee hondert gulden, termijn den 20en april. Facit 10 gulden. Summa lateris 37 gulden 10 stuvers [Rekening kerkmeesters St.Joriskerk ] Willem Stevensz van der Burch, zn. van Steven Johansz van der Burch en Aleit Bertolt Pauwen, overleden voor 4 september 1563, trouwt (1) met Mechtelt Johansdr, trouwt (2) met Ese Jans Soest (?), dr. van Jan Willemsz Soest en Margriet. 1525: Willem Verburch aen die een zyde, heer Jan Brant mit momber Aert Goertz, haer beyder zyn neeff then andere zyde, hebben al haer saicken twist ende scheel zy tot dese dagen toe gehadt mogen hebben ruerende van de goede ter Burch mit zyn toebehoren gerichtelicke gebleven van Willems Claes Geritz ende Dirick Poyt Jacop van Dolre ende Peter van Herdevelt aen heer Jan Brant mit zyn neeff zynde burger, van heer Jan Brants wegen Henrick Corneliss ende Jan Bott, van Willems wegen Heynrick Bot ende Dirick Poyt ende dat hebben dese vier voirscreven gerechtelicke aen genomen zoe dat die Partien voerscreven gerichtelicken en hoeren verbleeven hebben by een peen van 200 Vranksche schildenaen hoeren [ ] hebben by een peen van 200 Vrankische schilden die de uytspraick nyet zouden ende naegaen in woude in alle manieren dese vier uytspreken werden ende dese vier hebben geseyt dat zy de uytspraick doen sellen gerichtelicken als huyden over 8 dagen [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol. 218v; Transcriptie Dick van Wageningen] : Willem Stevensz van der Borch wordt na dode zijns vader Steven van der Borch beleend met het goed 'ter Borch', met tyns en tienden, gelegen op Seldert in Leusden. Op draagt hij een stuk hieruit over aan Claes Gerritsz. Op wordt het goed krachtens zijn testament van verdeeld onder zijn kinderen Geertruyt, Margriet en Anthonis, en zijn oomzegger Evert die Wijs [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.187] : Zeger van Achtefelt en zijn huisvrouw Mery transporteren aan Willam Verburch en zijn huisvrouw Ees de tegoedschelding van het huis hof en hofstede gelegen in de Crommestraet op Havyck en nog een lege hofstede tegenover genoemd huis gelegen. Belendingen: de Vijver, Luman Airt Moyen erfgenamen en Beyeraer van Hell. Seger met genoemde Mery hebben mede beleden Willem en zijn huisvrouw dit huis hof en hofstede te vrijwaren krachtens ons stadsrecht, uitgezonderd Em Peter Pouwelsoen weduwe vijf philippusgulden aan jaarlijkse losrente de penning twintig daaruit te lossen. Deze rente van vijf philippusgulden staat ingeschreven op en wordt door Willem Verburch afgelost aan handen van Henrick Peterszoen op [Transportregisters Amersfoort 436-3] : Willem vander Borch te Amersfoort en Joffrou Ees Jan Soesten dochter zijn huisvrouw, lenen 400 gulden van Sijmon Pijll Jans, een rente van 24 gouden keijser Carolus gulden, uit de rechte helft van drie vierendeel land op Seldert, de schuld te komen op hun kinderen en de voorkinderen van Willem van der Borch. In de marge: Op hebben Joffrou Eese Willem van der Borchs weduwe, en de voorkinderen voldaan [HUA; Register van de St. Paulus Abdij; inv.nr.505-5]. 1562: Willem Verburch, Krommestraat, betaalt 14 stuivers emmerengeld [Stadsgerecht Amersfor, inv.nr.407-1; Emmerengeld 1562] Goert van Snuel, zn. van Huege van Snuel en Delyaen, broeder van het St. Lucasgilde, 271
272 raad te Amersfoort in 1509, schepen tussen 1514 en 1519, vyve in 1514, burgemeester in 1517, deken van de St. Heer Jochims broederschap in 1517, kerkmeester in 1543, raad in 1549, schepen in 1551, overleden voor 5 januari 1564, trouwt met Catharina Stickers, dr. van Jacob Stickers en Margriet. 1517: Meyns die Wildt ende syn wyff hebben te goede gescouden Goert van Snueell ende Kateryn syn wyff al sulck goet heerlick ende onheerlick reede ende onreede rurende ende onrurende staende termyn ende leggen de erven myt de van uut gesceyden als hoir aen gecomen end ebestorven mach wesen van doede Deliaen zaliger gedachte de Styns voirscreven meoder was inde gericht van Amersfoirt [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.26] : Goert van Snuel is hulder voor Margriet, weduwe van Jacob Stickers, bij haar belening met 12 morgen land in Vrieswijk, na opdracht door Peter Aerndt Passer. Op wordt Catharina Stickers, echtgenote van Goert van Snuel, hiermee beleend onder hulderschap van haar man (idem in 1529). Op wordt Alexander van Boemel hiermee beleend, na opdracht van Catharine Stickers, echtgenote en gemachtigde van Goerdt van Snoel, die uit lijfangst niet naar Utrecht durft te gaan [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.397]. 1524: Jacop van Biler ende Lamberich zyn wyf belien Goert van Snuel ende Catheryn zyn wyf 100 gulden current 16 Hollntsche stuver of Badensche braspenningen of hore weerde vande gulden uyt alsulck goet zy hebben ofte vercrygen mogen mit voirwerden dat zy de gelden onderholden mogen ende geven daer jaerlix of te rente van 20 penningen een sol. (te betalen) exaltaten [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.216v] : Willem Jans van Amersfoert maakt Goert van Snoel, zoon zijner oudste zuster, de nahand over de helft van tienden uit Ubbelschoten, Daatselaar, Wagensveld, Wittenoord, Overeem en Abbelaar onder Renswoude. Op , na de dood van Wilhem Jans van Amerfoort, wordt Goert hiermee beleend. Op draagt hij de helft van der rechter helft van den thienden grof ende smal op aan zijn dochter Deliane, met recht van lossing van 1500 gulden [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.280] : Govert van Snuel wordt bij overdracht door Joost Adriaansz. beleend met 3 morgen min 1½ hont land in Kortrijkerveld in het gerecht van heer Wouter van Mijnden, te komen op Arnout, zijn derde zoon. Op wordt Evert Jansz. Bongenaar hiermee beleend, bij overdracht door Govert van Snuel [Repertorium op de lenen van de hofstede Nijenrode; Ons Voorgeslacht 1997] : Govert van Snuel, van Amersfoort, wordt bij overdracht door Joost Adriaansz. beleend met 3 morgen land in Kortrijkerveld in het gerecht van heer Wouter van Mijnden. Op wordt Govert van Snuel van Amersfoort beleend met ledige hand en op wordt Egbert Gerardsz. beleend bij overdracht door Govert van Snuel [Repertorium op de lenen van de hofstede Nijenrode; Ons Voorgeslacht 1997] : 'Ick goert van Snoel belie en bekenne dat ick handadich zyn en den nederslach god betert aen euert van zyl ouer my neem en nymant anders dan ick gedaen hebbe, pntibus stuen hricks en gysbert mouweris' [Rootselaar, Amersfoort , p.264] : Goort van Snuel Everts [sic!], grootvader en voogd van Evert van Dolre, is hulder bij diens belening met de helft van de tienden uit Ubbelschoten, Daatselaar, Wagensveld, Wittenoord, Overeem en Abbelaar onder Renswoude, na overlijden van zijn moeder Deliana Goorts van Snuel. Er is een voorbehoud van het het recht van lossing door Goort van Snuel Everts, met 1500 gulden [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.282]. 1562: Goort van Snuel, wonend in de wijk Langestraat, betaalt 7 stuiver emmerengeld [Stadsgerecht Amersfoort, beh.nr.12, inv.nr ] Joachim Aertsz Boldewijn, zn. van Elisabeth de Haes, raad te Amersfoort tussen 1556 en 1568, schepen te Amersfoort in 1567, overleden in februari 1572, trouwt met 272
273 Elisabeth Johans, dr. van Jan Lubbertsz en Henrickgen, één van de stichtsters van het St. Elisabethsgasthuis in : Abdis Veronica von Reichenstein staat toe op verzoek van Joachim Arntssoen, die twee leengoederen in het kerspel Nijkerk in Erkemeden bezit, namenlijk Nyendorp ter groote van 16 Hollandse morgen en Gysenkuyll ter grootte van 6 Hollandse morgen, om van deze 22 morgen 11 morgen af te splitsen en over te dragen aan Jan Lubberts, als momber en aan Elisabeth, Jan Lubberts dochter, waarop Jan Lubberts met het nieuwe leen (met een verplichting van een heergewaad van 10 oude franse schilden) formeel wordt beleend, voor leenmannen Otto van Tellich en Bernt van Hoevell [Thoben nr.595; website Genealogisch onderzoek naar horigen en vrijen in en rond Putten op de Veluwe] : Claes Pelensoen heeft verklaard dat Joachym Airtsoen hem de brieven terug gegeven heeft betreffende een stuk goed gelegen in het kerspel van Ermel dat hij aan Joachim in onderpand gegeven had krachtens een huurcedule die in genoemde brieven gementioneerd werd en die Joachim op gelofte ontvangen had en beloofd had terug te geven maar nog niet gedaan had [Transportregisters Amersfoort , fol.39]. 1562: Joachim Aertsz, wonend in de wijk Langestraat, betaalt 14 stuiver emmerengeld [Stadsgerecht Amersfoort, beh.nr.12, inv.nr ] : Henrickgen, weduwe van Jan Lubbertszoon voor zichzelf en als boedelhoudster, met Jacob Botter als haar gekozen momber, heer Thonis Janzoon, heer Jacob Janszoon en heer Marcellis Janzoon met Gysbert Janszoon als hun gekozen momber, Gysbert Janszoon met zijn vrouw Adriana voor zichzelf, Willem Henricxzoon, Claes Meynszoon en zijn vrouw Hillegondt, Claes Meynszoon en zijn vrouw Henrickgen, Henrickgen, weduwe van Jan Lubbertszoon zich tevens sterk makende voor haar dochter Anthonia, verkopen aan Jochem Aertszoon en zijn vrouw Elysabeth een huis, hof en hofstede aan de Langestraat tussen de Grote Kerk en de Camper Vypoirt, gelegen tussen Jan Swart en de erfgenamen van Hillitgen Jacob Gysberts, belast met 9 gulden jaarlijks aan Mercelen Janszoon en met 15 gulden per jaar aan de vijf boedelkinderen, met name heer Anthonis Janszoon, heer Mercelis Janszoon, Gysbert Janszoon, heer Jacob Janszoon en Anthonia Jansdochter [Transportregisters Amersfoort 436-6] : Joachim Aertsz Boldewijn voor heer Marcellus Jansz, pater te Isendoorn binnen Zutphen; Claes Meijnsz, mede voor zijn vrouw Henrickgen en genoemde Claes en voor Ghijsbert Jansz Pouw; Toentgen Jansdochter met haar momber Cornelis Woutersz, verkopen aan Rijck Maesz en Albert Cornelisz een hofstede gelegen tegen de Poth. Burgemeesters, schout en schepenen van Amersfoort laten weten dat heer Marcellus Jansz, pater van het Convent van IJzendoorn binnen Zutphen, met zijn momber Evert Jansz; Heer Willem Lubbertsz, Joachim Aertsz en Aert zijn zoon, samen en elk in het bijzonder machtigen in zijn naam te handelen in alle zaken dit transport betreffende en de erfenis van zijn overleden vader aangekomen. Stadszegel is aangehangen op , met een groene uithangende zegel. Compareerden nog Ghijsbert Jansz Pouw, schout in Hoefduijn en heeft zijn zwager Claes Meijnsz gemachtigd om zijn zaken waar te nemen, te kopen of te verkopen van de erfenissen van zijn overleden vader en moeder [Transportregisters Amersfoort 436-7]. 1573: Jachim Aertssz jaergetijt den 19 februarii, 2 stuvers. [Rekening kerkmeesters St.Joriskerk ] : Elijsabeth Jan Lubbersz-dochter, weduwe van Joachim Aert Boldewijnsz, mede voor haar kinderen en andere erfgenamen van voornoemde Joachim, met haar momber Aert van Zijl, leent van Elias van Wede 300 gulden. Onderpand is een huis, hof en hofstede in de Langestraat door haar bewoond. Op last van 400 gulden van Henrickgen, de weduwe van Jan Lubbertsz; haar moeder met haar kinderen. Nog uit een kamertje met een hof met toebehoren in de Koninckstraat (gelegen naast de weduwe en erven van Lambert van Westervelt en de erfgenamen van Geerlof Evertsz) belast met 12 stuivers per jaar aan de Onze Lieve Vrouwekapel. In de marge: Elias van Wede verklaart dat Jan Willemsz Schaij de schuldsom heeft voldaan. Akte: [Transportregisters Amersfoort 436-7] : Elijsabeth Jan Lubbertsz dochter weduwe van Joachim Aertsz voor haarzelf, mede 273
274 voor haar kinderen, met haar momber mr. Cornelis van Ingen, leent van heer Mercellus Jansz Pau 250 gulden. Onderpand is haarhuis aan de Langestraat. Het huis was op getransporteerd aan heer Anthonis Mercellus en Jacop Janss zonen; mede Ghijsbert Jansz en Anthonia Jansdochter. In de marge: Goordt van Snuel, bij successie eigenaar van de plechte verklaart de schuldsom van Jacob Jansz Schade, als eigenaar van de plechte, te hebben ontvangen. Akte: [Transportregisters Amersfoort 436-7] : Elisabeth, weduwe van Jochem Aertsz, is één van de stichters van het St. Elisabethsgasthuis [Van Rootselaar II p.416] : Kwitanties gegeven door Anthonia van Domselaer, namens het Sint Agnietenklooster te Amersfoort, aan Lysgen Jochems en Aerdt Jochimssoen, ten behoeve van respectievelijk haar kleindochter en zijn nicht, wegens betaling van rente van 15 stuivers [Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, , nr. 2864] Reyer Luiten, zn. van Luit Hermansz en Weym, raad te Amersfoort in 1509 en 1516, schepen te Amersfoort in 1535, gemeensman in 1543, bevelhebber van de St. Jans broederschap in 1555, overleden na 16 april 1558, trouwt (1) met Cornelia, trouwt (2) met Ryckgen de Wijse, dr. van Willam de Wijse en Lysbet Jacob Gerrits, trouwt (1) met mr. Henrick Geryts, schepen te Amersfoort in 1521, overleden voor : Reier Luitenz, gehuwd met Cornelia, bij overdracht door Meeus Gerardsz, gehuwd met Jacob, wordt beleend met 1 morgen veen uit 40 screden veen op Soest in het midden van het veen [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de Abdij Sint Paulus; : Reiner Luiten, gehuwd met Cornelia, bij overdracht door Gijsbert Willemsz, wordt beleend met een stuk veld en veen te Soest. Op [ ] wordt Luit Reinersz, bij dode van Cornelia zijn moeder hiermee beleend [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de Abdij Sint Paulus; : Rentebrief, ten overstaan van schout en schepenen, ten laste van Jacop Hermansoen en Metgen, zijn vrouw, ten gunste van Ryer Luyten en Ryckgen, zijn vrouw, met een jaarlijkse rente van een halve Philippusgulden, gevestigd op een halve hofstede gelegen aan het Spui bij de stadswal [Stadsbestuur Amersfoort, nr. 4347] : Rijckgen, Reyer Luyten huisvrouw met genoemde Reyer als haar momber, vermaakt aan Willem, Reyer Luyten zoon, na haar dood alle landerijen en goederen met alle toebehoren die zij heeft liggen buiten de Utrechtsepoort, gemeenschappelijk met haar broeder Goirt de Wijs, en die haar ouders toebehoorden. Als genoemde Willem sterft zonder geboorte na te laten, zullen de landerijen en goederen overgaan op het jongste kind, hetzij zoon of dochter, dat Reyer en Rijckgen zullen nalaten [Transportregisters Amersfoort v] Hendrik van Rijn, zn. van Johan van Rijn en Gerytgen, raad te Amersfoort in 1532, vyve in 1532, schepen te Amersfoort tussen 1534 en 1564, burgemeester te Amersfoort tussen 1537 en 1543, cameraar in 1539, regent van de armen de Poth tussen 1540 en 1567, rentmeester van de armen tussen 1547 en 1553, pachter van de accijns op azijn in 1548, kerkmeester van de St. Joriskerk tussen 1552 en 1556, weesmeester tussen 1556 en 1561, overste schepen in 1559, raad tussen 1562 en 1568, overleden voor 22 december 1569, trouwt met Anthonia Gerrits, dr. van Geryt Gerytsz en Margriet Denijsdr Verburch, overleden voor 12 augustus : Mr. Evert van Wijk treedt op voor Hendrik van Rijn bij diens belening met 7 morgen land in Aaxterveld in Ameide, zoals diens ouders. Op wordt Jan Adriaansz, bij dode van Adriaan Pietersz zijn vader, beleend met de helft, te lossen door de kinderen van Jan van Rijn. Op draagt Hendrik van Rijn het goed over aan Dirk Gijsberts [Leenhoven 274
275 van de heren van Vianen; Ons Voorgeslacht 1985, p.579] : Hendrik van Rijn, onmondig, vertegenwoordigd door mr. Evert van Coddenoord, wordt bij dode van Johan, zijn vader, beleend met 3 morgen in Cothen in het Uitveld en met 18 morgen in Overlangbroek. Vernieuwde beleningen van Hendrik van Rijn op en Op volgt de lijftocht van Antonia Gerardsd, gehuwd met Hendrik van Rijn, op een deel van 12 gouden Franse schilden wanneer zij kinderen heeft, en ƒ12.- filips zonder kinderen. Op wordt Jan van Rijn beleend, bij dode van Hendrik, zijn vader. Voor de 3 morgen volgt overdracht aan Hendrik van Rijn, zijn broer. Op wordt Johan van Rijn beleend, bij dode van Hendrik, zijn vader, en Antonia, dochter van Gerard Gerardsz. [J.C. Kort (2001), Repertorium op de lenen van Gaasbeek] : Zegel van Henrick van Ryn, schepen. Gedeeld: I drie golvende dwarsbalken; II doorsneden: A gekanteeld met twee kantelen;b effen [Stadsarchief Amersfoort, inv.nr. 4333, regestnr. 909; beschreven door Dick van Wageningen] : Geertruyt, weduwe van wylen Reyer van Ouwenbernevelt mit Henrick van Ryn, haere gecoren momber, bekent schuldig te zyn een losrente aan Margrieta Geryt Gerijtsz dochter haer suster [De Navorscher 1916, p.348] Pieter Gerritz, geboren rond Generatie XVI 1494: Onder de buyren van den dorpe van Koedijck o.a. Pieter Gerritsz, oud 40 jaar [Enqueste ende Informatie over de landen van Hollant ende Vrieslant, gedaan in 1494, R. Fruin, 1875, blz. 50] Johan Kosynck Henrick Lodekynk, landbouwer op Loijtink in Meddo, trouwt met Geertruidt Storris ten Borninckhave, zn. van Gert ten Borninckhave en Lijse, geboren in 1496, tegeder van de Ahof, overleden in 1569, trouwt met Jutte Henrick Huninck Goirt van Butseler, geboren rond 1460, overleden voor 1530, trouwt met Geertje = Gerrit Schuerman, trouwt (2) met Alit Aertsen, trouwt (1) met N.N Gerrit Schuerman (de Olde), geboren rond 1445, kerkmeester te Lunteren in 1470, overleden na 3 september Claes Woutersz, kerkmeester in 1476, buur te Vleuten tussen 1477 en 1496, overleden rond Pelgrom Gijsberts van Velpen, zn. van Gijsbert Jansz van Velpen van Wijck en Fye, overleden voor 2 januari 1535, trouwt met Neel Heymerickxdr, overleden voor
276 1501: Pelgrom van Velpen is gegoed in Doorn en Langbroek : Pelgrim van Velpen wordt bij dode van Gijsbert, zijn vader, beleend met een halve hoeve in Tuil, Doorn [Lenen van de hofstede Abcoude] Dierck Jans Goes, zn. van Jan Spronck Henric Goessoen, overleden voor 11 mei : Dirk Jansz Goes wordt, bij overdracht door Nikolaas die Rode, beleend met 3 morgen land in Cothen. Op wordt zijn dochter hiermee beleend [OV 1987, p.367] Nikolaas van Triest, zn. van Hubert Nikolaasz van Triest, overleden voor 1 april 1484, trouwt met Lijsbeth Hermans : Nikolaas van Triest wordt bij dode van zijn vader beleend met een halve hofstede in Lienden. Op volgt een belening van Hendrik van Schayk voor Johan van Triest, die ziek is, bij dode van Nikolaas, diens vader [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de abdij Sint-Paulus] : Oorkonde der stichting eener vicarie op Onze-Lieve-Vrouwealtaar in de parochiekerk te Lienden door Johan van Triest. Johan van Trijest 'naeste erfgenaem van Claes van Trijest saliger gedachten Angeleijt met geesteliker deuotien en aftervolgende die begeerte en Vterste Wille van Claes voors' en van salighe lijsbeth hermans dochter sijne echte huijsvrouwe begerende die Eertsche dingen in hemelsche en dat verganclick is in tgheen dat eeuich is salichlic te keren En dat Claes en lijsbeth voirst lange in der begeerten gedragen hebben bij der hulpen goids tot volcomenheijt te brenghe so heb ic gesticht en beghift stichte en begifte met desen tegenwoirdigen briuen in der prochij kercken tot lyenden op onser lieuen vrouwen altaer staende an die noortsijde bij dat choer een ewhighe vicarije ofte Capelrije ter eeren Goids ende sijnre glorioser moeder maria en sinte jans euangeliste voir saliche en lauenisse van Claes en lijsbeth voorst tot welker vicarijen ofte capelrijen en tot behoeff der persone die die besittë sellen die voirgen Clais ende lijsbeth gegeven ende be [ ]hebben een campken lants dat sij gecoft hadden tegen Otte die Rode geheten overmeir daer Oestwaert een gemeijnstraet zuijtwaert Ruthger Vonck westwaert goesens kijnder va ewick en noortwairt wolter foijert en noch vier rijnschgulden siaers erfrente wt Johan van lewens huis en hofstat ende noch derden halven Rijnschgulden siaers wt een erve toebehoorende Reijers erfgenamen van Aelst elcx so die gelegen en bepaelt sijn na inhout der brieve die daervan sijn Behoudeliken dat men die voirss Renten aflossenen en in anderen goeden landen ofte eruen dat dair goet genoech voir is belegghen sel moghen tot aller t[ ] des sel die besitter deser vicarijen ofte capelrijen verbonden wesen te doen ofte te doen doen twee missen binnenelke weke dats te weten alle vrijdaghe tusschen zes en zeve vren een singhende misse van den heijlige cruce ca alle sonnedaghe oec tusschen zes en zeven vren een lesende misse Voirt so behoude ic die ghifte van deser vicarien ofte Capelrijen an mij selven also lange als ic leve En an den pastoer en kercmeijsters der kercken tot Lyenden in der tijt wesende En na myre doet so wil ic dat se come op mijn naeste erfname en den oudsten die van mijne bloede gecome is hij is man ofte wijf en also voirt van erfname tot erfname tot ewighen daghen ende Here pastoer en kerckmeisters voirst in der tjjt wesende tot ewighen daghe mit voirwaerde dat die niewe kerckmeijsters eweliken in manieren voirst gedaen werden. Voirt so wil ic en ordinere dat men dese vicarije ofte capelrije tot ewighe tgden ende also minnichwerf als sy open wert geve sal een abelen persoen hy sij priester ofte klerck die verbonden sal wesen die (twee missen) voirst wekelicx te doen ofte te doen doen als voirst staet Oec soe en sel hy dese selue vicarie ofte capelrye niet moegen permityren buten consente van my ende den ghifsters voirs. Tot welcker vicarie ofte capelrije ic Johan van Triest voirgen eerstwerff gecoren en genoemt hebbe kijese en noeme den eerbaren Johan black klerck des kreesdoms van Vtrecht om die eerbairlick te besitten en te bedienen in alre manieren voirss Bidde dair om den eerweerdigen vader in gode ende Her Her david van Bourgöefi bisscop tutrecht zeer demoedelike dat hij hem weerdighe dese voirss vicarij te steppen tot een geestelick beneficiën dese fundatie bewysinge der goede en goeds dienstigen wille mit sy geestelyke macht te confirmeren en 276
277 dese voirsg goeden die als voirst staet daer toe bewyst sijn ende in toecomenden tijden bewyst sellen werden tot behoef der besitters te mortificer en voirt meer geestelik en kerckelik te maken so dat sy kerclicke vrijheden moght gebruijken In oirconde deser dinghen voirscrr so heb ick Johan van Trijest voirscreuen mijnen segell die ic plach te bruijcken an desen bryeff gehauge gegeve Int jaer ons hen duysent vier hondert vier en Tachtich op den eersten dach in Aprille'. Deze fundatie werd door bisschop David van Borgondië op bevestigd [De Navorscher 1897, p.213] Gerrit van Atteveld Symon van Methorst Jacob Reijersz van Langelaer, zn. van Reynier van Langelaer, geboren rond 1423, overleden tussen 1470 en Gerit Henricksz van Ebbenhorst Cornelis Rutgersz Vos, trouwt met Fye, dr. van Roloff Goessensz van Kyp en Margriet. 1555: Akte, ten overstaan van notaris Johannes Vlug en de getuigen Goessen Roeloffz Kip, Henrick Vlug Goirtz en Jacob Vlug Goirtz, waarbij Cornelis Vos Rutgerss en Ffietgen, zijn huisvrouw, aan hun jongste dochter Willemgen vermaken de som van 31 Karolusguldens [AE; Stadsbestuur Amersfoort, regest 997] Andries van der Schuer, zn. van Hendrick van der Schuer, overleden voor 26 oktober : Brand van der Schuur voor Heilwig van der Schuur, zijn nicht, onmondig, wordt beleend met de tiende grof en smal van het goed van Englebert Florisz van Barneveld bij dode van Andries van der Schuur, haar vader, die aankwam van Hendrik diens vader, niet te verzuimen [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Stoutenburg] Johan Stevensz van der Burch, zn. van Steven van der Burch en Margriet Gerrit Rutgersdr, overleden voor 24 juli 1490, trouwt met Trude de Beer : Jan van der Borch Stevensz wordt, na opdracht door Reyner van der Borch Meynsz, beleend met het goed ter Borch. Op doet Johan Brant Reyners zoon van der Borch afstand van zijn aanspraken op het leengoed ten behoeve van Johan van der Borch Stevensz [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.186] : Johan van der Borch zegelt als buur en geërfde van Over-Zeldert met een doorsneden wapen: A Een poort met drie kantelen,vergezeld rechts van een ruit; B drie vijfbladige bloemen. Schildhouder is een gehalsbande hond [Stadsarchief Amersfoort, inv.nr.3886; reg.nr.461] : Johan van der Borch Stevens zoon is hulder van Steven Doys van der Borch bij diens belening met het halve goed 'ten Acker', na de dood van diens vader Deric Doys van der Borch Stevens, totdat voorzegde Steven 18 jaar oud is [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.195] : Ghertruyt, vrouw van Johan Nyenkercke, en hare dochter Lutgert, als erfgenamen van Johan en Lutger, kinderen van Rutger van Leuwen, doen, ten overstaan van bisschop David, wegens de lossing door Johan van der Borch Stevenssoen afstand van haar recht van onderpand op diens leengoederen, de helft van het slag van Calenveen met zijn 'duyst' en zijn 'haer', en de helft van het groote slag achter Snodel [S. Muller, Regesten van het archief der bisschoppen van 277
278 Utrecht ( ), regest 4219] Bertolt Pauwen, zn. van Jacob Pauwen en Elisabeth van Sniddelaar, ouderman tussen 1470 en 1475, raad te Utrecht in 1482, overleden voor 9 oktober 1501, trouwt met Armgard. Het geslacht Pauw voerde als wapen drie rode gespen op een wit veld (Darthuysen) [Navorscher 1903, p.166] : Bertout Pauw wordt beleend met de hofstede in de Katwinkel, de Molenkamp, de Boschkamp en de tiende in het gerecht Darthesen in de kerspel Doorn. Op wordt Armgard, gehuwd met Bertout Pauw, gelijftocht [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Zuilenburg, Nederlandsche Leeuw, 2000, kol.68] : Bertout Pauwe Jacobsz. voor Elisabeth, dochter van Gijsbert van Sniddelaar, zijn moeder, doet leenhulde voor het goed te Sniddelaar in het Woud te Woudenberg, met toebehoren, na eerdere hulde door Jacob Pauwe, wijlen haar man, met lijftocht van Willem Pauwe, haar jongere zoon.op wordt Bertout Pauwe met dit goed beleend, bij dode van Elisabeth, dochter van Gijsbert van Sniddelaar, zijn moeder. Op wordt Gijsbert Pauwe bij dode van Bertout, zijn vader, hiermee beleend [J.C. Kort (2001), Repertorium op de lenen van Gaasbeek] Hendrick Willems van Oort, zn. van Willem Hendriksz van Oort, overleden voor 1503, trouwt met Alartje. Hendrick van Oort is leenman van Culemborg in Rijswijk Willem Hendriksz van Hattem, geboren te Frankenland, edelman, rentmeester van de graaf van Culemborg van 1472 tot 1501, kerkmeester te Maurik in 1492, overleden voor 7 maart 1508, trouwt rond 1465 met Hadewich Freijs van der Eem, overleden na 7 maart : Willem van Hattem Hendriksz. wordt bij overdracht door Jan van Darthesen Dirksz. beleend met 4 morgen in het kerspel Eck op de Ganshair [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de Abdij Sint Paulus] [des Dinxedages na sinte Servaes' dage biscops]: Aernt van Eck, Willem van Hattem en Roloeff Jansz. stellen zich borg bij Gherardt, heer tot Culenborch etc, dat Willem van Hattem, die gevangen genomen was samen met den ambtman Henrick van Rossum, en die op hun verzoek voor 14 dagen was vrijgelaten, op den bepaalden tijd zal terugkeeren [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr. 1878] [op Alreheiligenavont]: Gherartt, heer tot Culenborch etc, Herman van Leuwen, Oliphier Uten Weerde en Wilhem van Hattem erkennen schuldig te zijn aan Wychart Ten Have 95 rijnsche guldens en 7½ stuiver [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.2176] [des Dynxdages na den heiligen Dertiendach]: Wouter van Eck en Dirck van RIIN erkennen verkocht te hebben aan Wilhem van Hatthem 3 akkers land onder Wiel. [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.2423] [op sunte Willibrordus' dach]: Wilhem van Hatthem en zijn vrouw Hadewich erkennen verkocht te hebben aan Jasper, heer tot Culenborch etc, 3 akkers land in de buurschap Wiell [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.2444] [op Alle Lieve Godes Heylighendach]: Dirck Geritssen en zijn borgen erkennen gehuurd te hebben van Willem van Hatthem, rentmeester van Jaspar, heer tot Culenborch, den wind- en rosmolen te Maurick. [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.2577] [op sunte Peternellendach virginis]: Sweder van Culenborch, bastaard, richter te Eck en Maurick namens den heer van Culenborch etc, oorkondt, dat Wilhem van Hatthem, 278
279 rentmeester van genoemden heer, beslag laat leggen op de goederen van Dirck Gerytsz. c.s. onder Eck en Maurick. [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.2602] Henrick van Maurik (bastaard), zn. van Henrick van Maurik, overleden voor 12 januari 1517, trouwt voor 1473 met Swene Hubertsdr van Eck, dr. van Hubert van Eck, overleden voor 21 februari : Henrick van Maurick wordt beleend met land en een hofstad in Maurik : Zwanelt van Eck, gehuwd met Hendrik van Maurik, bij overdracht door Wouter, haar broer, met lijftocht van haar man, beleend met de tiende van Wolfsland en de tiende daarboven tussen de Diefdijk en Parijser tiende te Maurik. Op volgt een belening van Gozewijn van Cuyk voor Elisabeth, dochter van Herman Zwedersz. van Cuyk, zijn vrouw, bij overdracht door Zwanelt van Eck, voor wie belast met 5 gouden Rijnse guldens, te lossen met ƒ 60.-, en op een belening van Hubert van Maurik bij overdracht door Hendrik, haar vader, en Zwanelt, haar moeder, met lijftocht van haar ouders [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Culemborg] Willem Albertsz, zn. van Aelbert Henricxsz en Bartraet, nabuur te Maurik in = Arnt Wtenweerde, trouwt met = Hadewich van Culemborg, trouwt (1) met Adriaan Hendricks van Maurick Rijck van der Steech, trouwt met Hadewich de Man, dr. van Jan Gijsbertsz de Man Herman Hendricksz van Herwaerden, schipper, burger te Tiel in : Twee schepenen van Tiel oorkonden dat hun medeburger Herman Hendricksz van Herwaerden getuigd heeft dat hij zolang hij burger van Tiell is, hij met zijn schip tolvrij heeft gevaren voorbij Lobede, Niemegen, Tiell, Saltbommel, enz. [Regesten Tiel, nr.108] Johan Hillensz Vonck van Lienden (?), zn. van Hillebrant Stevens Vonck van Lienden, buurmeester te Meerten tussen 1457 en Het is onzeker of Jan Vonck de vader van Dirck Vonck is; ook zijn broer Dirck Vonck Hillensz zou in aanmerking kunnen komen [Van Wimersma-Greidanus, Kwartierstaat in Stamreeksen, reeks 487]. 1460: Jan Vonck verkoopt 3 morgen land in de maalschap Aalst onder Lienden. In 1466 wordt hij aangeslagen voor bezit in Meerten [Van Wimersma-Greidanus, Kwartierstaat in Stamreeksen, reeks 487]. 1463: Jan Vonck is leenman van de abdij van St.Paulus [Gelderse Volksalmanak 1880, p.26/27] Pelgrom de Kemp, gerichtsman van de Nederbetuwe in : Pelgrom die Kemp zegelt als gerichtsman van de Nederbetuwe met een halve leeuw [GA; Archief Heren van Culemborg, nr 1894] Roelof van Hattem [op sinte Petersavont ad vincula]: Roeloff van Hattem geeft aan Geraert, heer to Culenborch, het losrecht van een hem verkochten akker te Mouderyck op den Parryck, groot 1½ morgen land [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.2170] 279
280 Olivier Jansz Wtenweerde, zn. van Jan Gerrits Wtenweerde en Carstijne, geboren rond 1430, pachter van verscheidene tienden van de heer van Maurik tussen 1449 en 1479, gerichtsman tussen 1459 en 1505, overleden rond 1505, trouwt met Ide (Doys van Maurik) : In pacht Olivier Wtenweerde de OverPark tiende van de Heer van Maurik. In pacht hij de Huismaten- en Mente tiende. In pacht hij de Raaptiende, de Middel Park tiende en de Maurikse Gersttiende. In pacht hij de Broektiende en in de Smaltiende, samen met zijn broer Federick. In pacht hij samen met Otto Wtenweerde Jans de Hoeve- of Weerdtiende. In pacht hij samen met Gerrit Ponss de Smaltiende. In pacht hij de Raaptiende en de Gersttiende [A.J.G. Hogendoorn, De Maurikse familie Wtenweerde in de 14e, 15e en 16e eeuw, Stukken en Brokken, p ] [op sunte Thomas' dach des heilighen apostel]: Gheryt Uten Weerde, richter te Eck en Mauderic, namens jonker Everwiin van Culenborch, oorkondt, dat Olifier Uten Weerde en zijn vrouw Ide overdragen aan Henric Doys van Mauderic, ten behoeve van Gheryt, heer tot Culenborch, een akker land in Mauderic in Wykermaet [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.1596] : Olivier Wtenweerde, getrouwd met Ida, wordt beleend met een akker land in de Over Wijkermaat. 1470: Olijfier Uijtenweerde krijgt een rente uitgekeerd van het St.Catharina altaar in Maurik, gesticht in 1396 door Herick van Mauderick en Catharina van Aalst [Hogendoorn, p.141] : Olivier Wtenweerde wordt, na overdracht door de gasthuismeesters van Culembirg, beleend door de Heer van Maurik met 4 morgen in de Huismaten. Idem met 8 hond in het Nieuwe Slag [Hogendoorn, p141] : Olivier Wtenweerde pacht een akker van 1½ morgen in de Huismaten [Hogendoorn, p.141] [op Alreheiligenavont]: Gherartt, heer tot Culenborch etc, Herman van Leuwen, Oliphier Uten Weerde en Wilhem van Hattem erkennen schuldig te zijn aan Wychart Ten Have 95 rijnsche guldens en 7½ stuiver [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr. 2176] : Olivier Wtenweerde wordt beleend met 4 morgen in de Huismaten [Hogendoorn, p.142] : Olivier Wtenweerde ontvangt 3½ schelling van de Heer van Maurik [Hogendoorn, p.143] Sweder van Culemborg (bastaard), zn. van Hubert van Culemborg, richter te Eck en Maurik tussen 1492 en 1502, overleden voor 6 april 1503, trouwt met Beatrijs, overleden na 3 mei : Zweder Hubertsz, bastaard, wordt bij overdracht door Gerard van Culemborg, zijn broer, beleend met 3 morgen in Maurik in de Huismatenkamp, eventueel op die te komen. Op wordt Adriaan van Maurik voor Hase Zwedersdr, zijn vrouw, bij dode van Zweder Hubertsz. haar vader, hiermee beleend, met op lijftocht van Beatrijs, weduwe Zweder Hubertsz, en Elisabeth en Hubert, haar kinderen [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Culemborg] Herman Jansz van Leeuwen, zn. van Jan van Leeuwen, gerichtsman te Eck en Maurik tussen 1502 en 1514, lid van de ridderschap tussen 1519 en 1543, nabuur te Maurik in : Herman van Leeuwen, te Maurik, wordt als lid van de ridderschap verschreven voor de landdag in 1519, 1530 en 1543 [Plomp, Een boer is geen edelman, Jb.CBG, p120]. 280
281 = Olivier Jansz Wtenweerde, trouwt met = Ide (Doys van Maurik) Gerrit Reijersz van Langelaer, zn. van Reijer Gijsbertsz van Langelaer en N.N. van Glinthorst, geboren in 1479, burger te Amersfoort in 1527, overleden in Gerrit van Langelaer is gebruiker van Groot Dashorst'. 1527: Burgerrechtverlening aan Gerijt van Langeler, door koop [Stadsarchief Amersfoort inv.nr.5 fol.blz ]. 1501/1511: Gerrit Reijersz is gebruiker van het andere Dashorst. Reijer Gijsbertsz van Dashorst is eigenaar [Morgengeld 1501, 1511; Genealogie van Langelaer op website Oud Scherpenzeel] Jan van Zijl Peter van Westrenen, zn. van Jan van Westrenen en Mechteld, overleden voor 29 december 1549, trouwt met Margriet Jacobs, dr. van Jacob Jacob Stevens, overleden voor 14 april : Pieter Jansz. van Westreenen wordt zoals Machteld, weduwe Jan van Westreenen, zijn moeder, met lijftocht van Jan, zijn vader, beleend met Een vierde slag land in de Slage. De vorige vermelding was van , de lijftocht van Elsje, dochter Jan van Mouster, gehuwd met Jan Willemsz, op de helft van 6 dagmaat, bevestigd door Aleid, weduwe Willem Jansz, zijn moeder, voor haar lijftocht [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de Abdij Sint Paulus] (Quarta post Philippi): Peter van Westrenen gemachticht van Jacop Jacopz alse recht was ende Peter voirscreven mit Margriet syn wyf hebben samentlick te goede gescouden Henric botter ende Agnyese syn wyf den vryen eygendom vanden huse ende hofste gelegen in die Crommestraet dair henricgen Jans wedue van Menggen aen deen syde ende day huys geheten De Bontekan aen dander naest gelegen syn [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol. 401v] : Jan van Westreenen Pietersz. wordt bij dode van Margaretha, dochter van Jacob Jansz, zijn moeder, na uitstel, beleend met de helft van 3 viertel veen uit Vliegensenger hoeve in Soest. Op wordt Pieter van Westreenen Jansz. bij overdracht door Jan van Westreenen Pietersz, zijn zoon, bevestigd door Willem Jansz. van Amersfoort en Govert van Snoel, verwanten van moederszijde, hiermee beleend [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de Abdij Sint Paulus] : Jan van Westrenen wordt na de dood van zijn vader Peter van Westrenen beleend met een vierdeel van het land in de Slage [HUA; Register van de St. Paulus Abdij; inv.nr.505-5] Willem van Dam, zn. van Peter Willemsz en Willam van Dam, geboren rond 1450, raad te Amersfoort in 1476, schepen te Amersfoort in 1483, cameraar van de keuren in 1483, kerkmeester van de St. Joriskerk in 1498, kerkmeester van de O.L.V. kapel tussen 1501 en 1518, overleden voor 1526, trouwt (1) met Jutte Jacop Geritz, trouwt (2) rond 17 februari 1500 (huwelijkse voorwaarden) met Beyraet van Ysselt, dr. van Jan van Ysselt en Jacoba Both, overleden voor 1 mei : Na de dood van Willem van Dam Pietersz wordt zijn zoon Pieter van Dam beleend met de tienden van Schaffelaar en Schoonrebeek in Leusden [Repertorium op de lenen van het huis Lokhorst; De Nederlandsche Leeuw 1995, k.205] Willem Evertsz, zn. van Willem Evertsz en Fij, brouwer, schepen te Amersfoort tussen 281
282 1511 en 1525, raad te Amersfoort in 1526, vyve in 1530, trouwt met Weym. 1488: Willam Evertz de Jonge ende Jacop Gysbertz hebben belyt dat sy tegen Peter Henric Gerytz als gecoren momber van Geertgen Ventz ende tegen Geryt van Scayck als geset momber van Wychgert Scapen onmundige kynt een brouketell gehuert hebben van 51/2 100 ende ses drie jair lanck ingaende op Sunt Gallen dach anno '88 des jairs om 12 lichte gulden te betalen jairlix op Sunte Gallen dach uut te panden als vol verboden pande mit voirwerden dat sy eynden dese voirscreven 3 jaren die voirscreven ketell hem weder leveren sellen off 78 Ryns gulden current dair voir mit de onbetaelde rynten. Peter voirscreven is vernuecht van syn helft in die Barbier [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.191; transcriptie Dick van Wageningen] (4 post Gregorii): Geryt Scaep stelt te goede Willem Willem Evertzoen ende Weim sijn wijff den eigendom van der huysinge mitter hofstede ende mitte loedse die van outs gelegen is op Havick, d'een Aert de Ruge d'ander Willem van Hagenou [Archief Eemland, Armen de Poth, inv.nr 591, blz.25] (6 post Lucie): Willem Willem Evertzoen ende Weim sijn wijff, Fy Willem Evertzoen weduwe ende Alijt haer dochter mit Ammel Evertzoen momber hebben te goede geschouden Luman Aert Moyenzoen ende Beieraet sijn wijff de hofstede daer dat huys ende schuer afgebrant is mit alsulck hout ende steen als daer op is ende voert de camer mitter hofstede daer an staende in de Wiver zoe Luman ende Beieraet dat te gebruiken plagen, d'een Jacob Stael d'ander Jan Servaessen [Archief Eemland, Armen de Poth, inv.nr 591, blz.25] : Willam Everts, schepen, zegelt met een wapen met zes lelies, vergezeld in het midden van een jachthoorn. Schildhouder is een adelaar [Stadsarchief Amersfoort, inv.nr.4172, reg.nr.748]. 1517: Willam Evertz ende Weymgen syn wyff hebben te goede gescouden meyster Aert van Schayck al alsulc goet reede ende onreede liggende off staende tymmer heerlick ende onheerlick ende Brouwketell soe de gelegen syn inden gericht van Amersfoirt met de van uutgescheyden. Meyster Aert van Schayck amt myn momber heeft verhuert Willam Evertz ende Weym syn wyff tot hoeren beyder live toe elx bysonder nae des anders doet dit voirscreven goet te gebruken van meyster Aert voriscreven ds jairs om ses Rynsche gulden current gelts als altyt inder tyty ter betalynge binnen Amersfoirt gangbaer is 20 stuver voir de gulden voirscreven te betalen jairlix op Sinte Laurensen avont [Transportregisters Amersfoort 436-2]. 1518: Clais van Hagenouw te goede Willam Evertz ende Weym syn wyff een halve hoste gelege inde Stadts muer inde Crommestraet deen syde Geryt Bot dander syde Willem Evertz mit voirwerden dat dese halve hoste voirscreven nae hoeren beyder doet erven comen sall op Willam Willamz ende op Dywertz Willams dochter [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.47]. 1523: Willam Evertz ende Weym syn wyff hebben gemaict de alynge husynge ende hoste mitte hoff de dair aff inde stadtmuer staet mitte Brouketell ende mit dat Broutuych soe sy dat ter tyt besitten ende dair sy nu ter tyt in woenen deen syde Jan Dyrckz dander syde Willam Evertz [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.172v]. 1524: Willem Everts ende Weym syn wyff maken de hoffstede gelegen op Havick aen dat Willam Everts voirscreven sinen soen Willam gegeven heeft deen syde Willem Everts de Jonge dander syde Lysbet Ryc Voss weduwe mit Hoir kinderen na hoer beyder doet te comen ende te erven op Dywer Rutger de Verver Huysvrou. Noch een hoff egelgeen indie Horseweyde die een syde Peter Willamz dander syde Albert Everts oick te coemen ende te erven uutsupra. Noch maken die selve oick alsulck goit sy hiuden daichs hebben off noch vercrigen mogen na hoir beyder doet dat te comen ende te erven op Dywer voirscreven ende dese maick altyt te vermeren ende te verminren alst hem geliefft den brieff in hoeren handen [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol 195]. 1524: Bernt Henrics ende Belye syn wyff scelden te goede Willam Everts ende Weym syn wyff husinge hof hofstede gelgeen op die Camp indie Pothoff de een syde Reyer Luten de ander syde Hijllegont Henrick Vluggen weduwe mit hoir kinders mit voirwairden dat de husinge Hoff ende hofstede voirscreven na Willam ende Weym doist voirscreven comen ende erven sall op Diwer off op Fytgen Dywers dochter ende wairt zayck dat Dywer off Fytge voirscreven storff sonder 282
283 blikende geboirt achter latende ende sel Ffytgen voirscreven dese husinge hoff ende hofstede voirscreven erven op hair zusters ende broeders sy van hoyrs wegen heefft ende storven hair zuster ende broeders als voirscreven sonder blikende gebiurt achter latende so sal dese husinge hoff ende hofstede wederom comen ende erven op Willam Everts off op sinen rechte erffgenamen [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.199]. 1524: Willam Everts ende Weym syn wijff ende Dywer Willams dochter, mit Luman Airt Moy Momber, scelden te goede Henrick Willams ende Geertruyt syn wyff een legen hofstede de gelegen op Havick die een syde Willam Willams Everts de Jonge dander syde Lysbet Ryck Vossen weduwe so de nu gelegen es [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.120] Jan van Dashorst, zn. van Gheryt van Dashorst en Alyt Sproncx, raad te Amersfoort in 1512, overleden voor 1517, trouwt met Rolofge, dr. van Bart Outgers en Mergryt, overleden na : Roelgen Jan van Dassert weduwe mit myn momber heeft gemaickt nae hoeren doet alle all sulcke goeden als sy dair achter laet te comen ende te erven op hoir dree jonste kynderen de sy by Jan voirscreven heeft mit furwerden storff enich van dese dree kynderen de soude voirt dat ander erven op die twee die dan leven ende soe voirt sterft een vandie twee de sall dat dan erven op die ander ende nyet opten ousten ende altyt dese maickt te vermeren ende te vermynderen alst hoir gelieft den breeff in hoeren handen [Transportregisters 436-3, fol.24] : Roeltgen salige Jan van Dashorst weduwe my haer lantgenoeten is belender van een stuk land in de Duist [Dorpsgerecht Leusden, Hamersveld, Duist en de Haar, GA Amersfoort, inv.nr. 1047] : Rolofgen, zalige Jan van Dashorst nagelaten weduwe, met haar momber, verkoopt aan Jacop van Dashorst, haar zoon, de tegoedschelding van het huis en hofstede staande aan de Langestraet geheten Sconefelt met alle recht en toezeggen die zij heeft aan de kelder onder Schonefelt; ook het hefferschap van twaalf stadsguldens staande op Jacops leven op de Stad Amersfoort. Belenders zijn aan de ene zijde Mergryt Bart Outgersoen weduwe, aan de andere zijde de Sint-Joriskerckhoff. Met de voorwaarde dat dit huis hofstede en kelder altijd zullen vererven krachtens de huwelijksvoorwaarden die tussen Jacop van Dashorst en Alijdt Jan Spruyts dochter gemaakt is [Transportregisters Amersfoort , fol.61v] : Roeleffgen Jan van Dassers weduwe leent 600 gulden, i.e. een losrente van 33 gulden, van meijster Gerrit van Schaick, uit een thinsgoed van twee akkeren land gelegen in de Duist. In de marge: Op is de rente gelost door Roeltgen van Dashorst, ter presentie van Fijtgen en Jacob van Dashorst [HUA; Register van de St. Paulus Abdij; inv.nr.505-5, fol.322] : Cornelis Harmanss en zijn vrouw Zwaentgen, alsmede Roloffgen, Jans van Dashorsten weduwe, met Claes Henricxzn haar gekozen voogd, verkopen aan Styntgen, Pillegrom Thomaszn weduwe, twee cameren, hof en hofstede gelegen op Blomendal, strekkende met een uitgang tot aan de stadtsyngel, tussen Henrick van Esch en Aelt Goessenszn/Sander Jacobzn gelegen [Transportregisters Amersfoort 436-4, p.153v] : Roloffgen, Jan van Dashorsten weduwe, leent aan Styntgen, Pillegrom Thomaszn weduwe, met Claes Henricxzn haar gekozen voogd, een losrente van 2 philippusgulden, te lossen met 50 keizersgulden. Onderpand zijn haar twee kameren die zij heden ontvangen heeft. Deze rentebrief is afgelost door Styntgen Dircx aan handen van Roloffgen van Dashorst en is gecasseerd op [Transportregisters Amersfoort 436-4, p.153v] = Steven Johansz van der Burch, trouwt met = Aleit Bertolt Pauwen Jan Willemsz Soest, schepen te Amersfoort tussen 1510 en 1545, vyve in 1510, burgemeester tussen 1517 en 1529, kerkmeester van de St. Joriskerk in 1520, thynsmeester in 1525, raad in 1549, overleden in 1550, trouwt met Margriet, dr. van Eese. 283
284 1499: Ghysbert Evert Gysbertssoen heft belyt dat Jan Zoes hem of gelost heeft sulcke 3 ½ gouden Ryns gulden als Gysbert voirscreven jairlix hadde uter husynge ende hofstede gelegen inden Broell deen syde Jan Camp dander Willam Corneliss ened Gysbert voirscreven bedanckte Jan voirgenoemtdalrof goeden betalynge wel voldaen ende dair of vernuecht te wesen ende de principaell brief van de rent voirscreven doet ende te nyt te wesen. Jan Zoes ende Margriet syn wyf hebben belyt Eeffe Margrieten voirscreven moeder 3 ½ enckelen gouden Ryns gulden of de werde dair voir aen anderen goede payment jairlix te renten uter voirscreven husynge ende hofste te betalen jairlixdeen helft Passche dander helft Victory endealtyt te moegen lossen den pennynck mit 14 payment voirscrevne mitde verschenen rent naebeloep der tyt [Transportregisters Amersfoort 436-1; Transcriptie Dick van Wageningen]. 1519: Reyer Luten ende Cornelia syn wyff hebben te goede gescouden Ian Zoes ende Mergriet syn wyff sulc recht ende toe seggen sy hebben aen een halve gulden van gewicht uut Jan Potz lant dat mergriet Zweer Pelenz aen bestorven was Ende Reyer ende Cornelia sy wyff voir hoir ontfangen hadden [Transportregisters Amersfoort 436-2] : Jan Zoes, schepen, zegelt met een gekanteeld schildhoofd van vier kantelen beladen met drie lelies, vergezeld onder van een sterretje. Schildhouder is een klimmend hert met gewei [Stadsarchief Amersfoort, inv.nr.4211, regest 785; beschreven door Dick van Wageningen]. 1526: Jan Zoes ende Mergryet syn huysfrou mit min momber hebben malcander gemaict al sulc goet sy tegenwoirdich hebben ende hiernaemaels vercrigen moegen binnen den gericht van doet van hem beyden gelyck te erven ende te coemen op hoir vier kynderen te weten meyster Peter hoir soen ende Weym ende Gaet ende Eeff hoir beyder dochteren mit sulcke voirwerden wairt zaick dat enich van hem vieren voirscreven offlivich worde soude wittachtige blickende geboirt achter latende die soude als dan syn deel erven op den genen dan van hem vieren in levende lyve woenen ende alsoe voirt den enen op den andere ter lester doet toe mit voirwerden dat Jan voirscreven mit Mergriet voirscreven dese maick moegen vermeren ende verminren tsamen ende elck van hem bysonder ende den brieff in 'hoeren handen [Transportregisters Amersfoort 436-2] : De leste wil van Jan Zoest (copie). In den eirsten sal Wilhem ind meyster Peter hebben na vermoigen sijn octroy dat erff Vosculen, ind Wilhem Verburch dat halff erff Emmeler, dair Henrick Wouterssen op woent, ind Griet sal hebben dat halff erff Daetseler in Stoutenburch, dair Peter Bays nu woent, ind noch sal Griet hebben dat halffe huys ick nu in woon, beheltelicken dat sij sterft sonder blijkende gebuert sal 't weder komen daer 't off gecomen is. Noch sal Weym hebben dat halve lant te Buscoten des so sal sij betalen Wilhems sculden myt meyster Peter, item noch 3 deylen, elck deyl van vijff mud weyts, ind 1 scepel, ind de dy 't uyt Bachar volgen wil, sal van sijns vaders erffenisse onterfft wesen. Ende was gescreven in margine. Actum den 23 Aprilis anno 49. Stondt noch onder gescreven Timadeus Henri, pastor ecclesiae dive Georgii, Jan Zoest. Noch tuygen, Heer Roloff Gerritsse, deecken van Sint Joris Kerck t Amersfoert ind Michiel, de coster [Armen de Poth, inv.nr.591; Transcriptie Utrechtse werkgroep, p.138] Huege van Snuel, zn. van Goirt van Snuel, raad te Amersfoort in 1472, schepen in 1485, overleden voor 1488, trouwt met Delyaen, dr. van Jan Willems Heynricsz en Diercgen : Huych van Snuelt Godertsz, met als voogd Goessen van Voern, bij dode van zijn vader Godevart van Snuelt, wordt beleend met de helft van de Gulden Hoeve in de parochie Woerden. Belening op van Huych van Suvelt. Op wordt Elbert Claesz, gehuwd met Hillegont Dircxdochter, na overdracht door Hughe van Snoyelt Godevaertsz, hiermee beleend [Ons Voorgeslacht 1982, p.582; Lenen van de Proosdij van Oud Munster, gelegen in Zuid-Holland]. 1486: Llamff Mouwers, Jacobtgen Jorden Kairmans weduwe en Byatrriis Evert Douwers weduwe verklaren een overeenkomst gesloten te hebben volgens arbitrale uitspraak van de vier verwanten Hug van Snuel, Elbert Gosen Wouterss, Ghysbert Spruyt en Henric van Wingelair betreffende de goederen die Aeff van Snuel heeft nagelaten en die zij als lijftocht genoot vanwege haar man 284
285 Ghijsbert Ketelair, gelegen binnen de stad Amersfoort of de Stadsvrijheid, en tevens erfrenten van de stad. Oorspr.; de zegels verloren; met transfix d.d. 27 juli 1489 [Stadsbestuur Amersfoort, nr.598] Jacob Stickers, wonend in de Twijstraat, lid van het Schuttersgilde te Utrecht in 1494, overleden voor 1521, trouwt met Margriet, dr. van Aernt Passert en Geryt. 1521: Mergriet Aernt Passerts dochter, Jacob Stickers wedue heeft vercoft ende in eene ewelickse erfpacht gegeven Tomas Aelbertss die wantsnijder die alinge huisinge ende hofstede van voren tot afteren mitten kelre ende cluiscen onder der straten ende mit alle horen toebehoren soe Aernt Passert horen vader voirscreven die int laeste van sijne leven te bewoenen ende te gebruijcken plach alsoe die gelegen is bij die Viebrugge opten zuijthoick vande Potterstraet dair Bernt van Rumelair boven ende die Potterstraet beneden naest gelegen sijne elcs sjairs om viertien grootgens die Henrick van Lewens erffgenamen dair jairlics erffelick uut hebben uutdie after camere vanden huisinge voirscreven etc. ende dair toe elcs sjairs om twijntich goede gouden Hertoich Philips gulden van Oostenrijck van volre gewicht voir ende aende recht off ander goet paijments erffelicke losrente den penninck mit twijntich der selver [HUA Toegang 701-3, inv.nr. 708; Transporten , p.64; Transciptie Dick van Wageningen] Elisabeth de Haes Jan Lubbertsz (den Ouden), zn. van Lubbert Henricksz en Lysbeth, brouwer, raad te Amersfoort in 1530 en 1547, overleden voor 30 juli 1569, trouwt met Henrickgen : Jan Lubbertz Lubbert Henrickz ouste zoen ende Henrickgen Jans voirscreven wyff hebben overgegeven ende te goede gescouden Lubbert Henrickz Jans voirscreven van alle all sulcke goet erffnis ende besterffnis heerlick ende ander goet reet ende onreet leggende ende staende timmer scout ende onscout niet daer van enigen goede uutgesceyden als Jan Lubbertz voirscreven in eniger wys van syns moeders wegen aen geerfft mach wesen binnen den gericht van Amersfoirt off buten den gericht voirscreven wair die goeden gelegen moegen wesen[ ] Jan Lubbertz Lubbert Henrickz ouste zoen ende Henrickgen Jans voirscreven wyff hebben belyt ende bedanckt Lubbert Henrickz Jans voirscreven vande goede betalynge van vyerde halff [3 ½] hondert Ryns gulden off corting vande gelden die Lubbert voirscreven Jan voirscreven syn soen in hylix voirwerden geloeft heeft. Lubbert Henrickz heeft te goede gescouden Jan Lubbertz syn ouste soen ende Henrick syn wyff een huys opte Camp by de Vypoert [ ] myt sulcke voirwerden dat Gysbert Ebbertz ende Henrickgen syn dochter zullen van stonden aen off tusschen hyer ende mydwynter vestigen ende maken Jan Lubbertz voirscreven all sulc heerlick goet ende ander goeden als Henrick voirscreven hoir vader mit hoir geloeft heeft inden gericht van Baeren inden gericht van Emmenes [ ] Lubbert voirscreven heeft te goede gescouden Jan Lubbertz syn ouste zoen ende Henrick syn wyff dree cameren staende tegen die Pot Kerk over dair Jan Brant ende die Gemeen Wech aen beyden syden naest gelegen syn ende wairt zaicke dat dese voirscreven cameren tot eniger tyt niet goet genoich en waeren voir derdehalff hondert gulden [f 250] sestien Hollantsche suvers off Badensche braspennyngen ofte weerde de daervoir voir de gulden dat zullen Jan ende Henrick voirscreven moegen verhalen uut all sulc goet als Lubbert voirscreven heeft inden gericht van Amersfoirt off vercrigen mach [Transportregisters Amersfoort 436-2] : Tegoedschelding van een brouwketel staande ten huize van Jan Lubbertszoen en zijn wijf Henrickgen behoudens de lijftocht van Jan Lubbertsoen en Henrickgen aan genoemde ketel, door Ghijsbert Lumenzoen en zijn wijf Geertruyt, Henrick Meeussoen en zijn wijf Merytgen, aan heer Willam Lubbertsoen ten behoeve van Hillygont Jan Lubbertsoen dochter [Transportregisters Amersfoort 436-3] : Jan Lubbertzoen de Oude en zijn huisvrouw Henrickgen lenen van Weymtgen Jacop 285
286 Lijsters weduwe en haar erven acht keizer karolus gulden en een oort [ ] te lossen met anderhalf honderd gulden. Jan met zijn huisvrouw hebben mede beleden dat als Weym Jacop Lijster weduwe en haar erven meer en beter zekerheid van deze rente en gelden wensten dan zullen Jan en zijn huisvrouw daar altijd hand en mond toe doen op kosten van degene die dat wenste. In de marge: Deze rentebrief heeft Jan Lubbertszoen aan handen Cornelis Lijster afgelost waarna Cornelis de principale brief gecasseerd heeft. Actum [Transportregisters Amersfoort 436-3] : Henrick Vonck Henricxzn en Willem Bosch als naaste vrienden van vaders zijde, Jan Lubbertszn den Ouden en Evert Willemszn Bosch als naaste vrienden van moeders zijde als vier vierdelen van de nagelaten onmondige kinderen van Dirck Vonck en zijn vrouw Geertruyt [ ][Transportregisters Amersfoort 436-4] : Henrickgen, de weduwe van Jan Lubbertsz; Anthonia, de dochter van Jan Lubbertsz: broeder Anthonis Jansz Pauw met Aert Joachimsz hun momber; Claes Meijnsz en zijn vrouw Henrickgen Jansdochter; mede voor heer Jacop Pauw (bij procuratie voor schout en schepenen van Hasselt); bij volmacht van Ghijsbert Jansz, scholt in Huesdijnen en bij volmacht van heer Marcellus Jansz, pater van 't convent van IJzendoorn binnen Zutphen. mede voor alle erfgenamen van Jan Lubbertsz, voornoemd, verkopen aan Cornelis Taets en zijn vrouw Merritgen [ ][Transportregisters Amersfoort 436-7] Luit Hermansz, overleden voor 13 maart 1508, trouwt met Weym. 1490: Luyt Hermanz ende Weym syn wyf maken Reyer hoir Jongeste zoen te hebben nae hore beyder doet alsulc staende timmer ende liggende erve sy hebben inde gericht voirscrevenende vrecrygen moegen [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.221]. 1494: Luyt Hermenz ende Weym syn wyf scelden te geode Willam Goerts tot behoeff der bouwluden gilde enen hoff gelegen buten de Campoirt dat Vreetgen Bloemendaell aen deen syde ende Jan Vos aen dander syde naest gelegen syn [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.288v]. 1502: Gysbert Henrick en Luyt Hermans treden op als 'naeste magen als van horen vader wegen' voor 'Henrick Jan Henrics onmundige kynderen de hy behouden heft by Diergen syn wyf' [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.401]. 1508: Akten, ten overstaan van schout en schepenen, waarvan de eerste een transportakte door Feyns, weduwe van Jan Botter, en haar drie zonen en dochter, aan Weijm, weduwe van Luijt Hermens, en haar zoon Reijer van een vierendeel land, gelegen op de Meent, tussen de Lageweg en het Zwarte Land; de tweede is een schuldbekentenis, ten laste van Weijm, ten behoeve van Feijns, groot 40 Rijnse guldens, af te betalen met een rente van 2 Rijnse guldens per jaar, als betaling van de helft van het vierendeel land [Archief Eemland; Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, ] Willam de Wijse, zn. van Johan Everts die Wyse en Wendelmoet, schout te Leusden tussen 1489 en 1515, kastelein van Stoutenburg in 1495, schout te Amersfoort van 1498 tot 1524, lid van de O.L.V. Broederschap te 's-hertogenbosch in 1499, overleden rond 1524, trouwt met Lysbet Jacob Gerrits, dr. van Jacob Gerytsz Smeets en Ricolant : Lysbet, Jacop Geryt Smeetszoen dochter, Scayck momber, legateert aan Belye, Claes van Akens weduwe en Yde, Peter Hermanszoen vrouw, moeie van Lysbet, al haar goed dat zij achter laten zal zonder wettige geboorte na te laten. Als Belye of Yde dit testament niet accepteren, mogen de kinderen met een hand intasten alsof hun moeder geërfd [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.106v] : Willem de Wyse wordt beleend met 'enen halven acker lants gelegen op Emenesse', 'voir een verledicht ende versuemt leen', zoals Steven [i.e. Steven Henrix zoon] en zijn voorvaders het gehouden hebben. Op wordt Goerdt die Wyse, na dode zijns vaders, 286
287 hiermee beleend [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.78] : Willem de Wyse wordt na de dood van zijn vader Johan die Wyse beleend met 'den halven tienden, grof ende smal, mit allen synen toebehoeren, gelegen in der buerscop van Tellicht in den kerspele van Armelo'. Op dezelfde dag tucht Willem zijn vrouw Lysbeth, dochter van Jacob Gerytszoen, aan de helft van deze halve tienden. Blijkens een aantekening had Willem de Wyse op 3 juni 1479 uitstel gekregen zijn leen te verzoeken na de dood van zijn vader Johan de Wyse. Op wordt Goert die Wyse hiermee beleend, na de dood van zijn vader Willem die Wyse [Repertorium op de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen , nr. 1797]. 1495: Gelderse soldaten plunderen in mei 1495 het slot en huis Stoutenburg, met twee boerderijen en schuren, en steken het in brand. Hierbij worden alle bezittingen, voorraden en huisraad van de pachter Willem die Wijse en de twee boeren vernield, terwijl hun vee wordt meegenomen. Bisschop David van Bourgondië dient hierop op 2 mei 1495 een aanklacht in tegen deze schending van zijn neutraliteit in het conflict tussen Maximiliaan van Oostenrijk en Karel van Gelre. De bisschop schat de schade die hij geleden heeft door het in brand steken van Stoutenburg op 3000 Rijnse goudguldens. De persoonlijke schade van kastelein Willem die Wijse is 138 Rijnse goudguldens en de schade van de boeren is respectievelijk 70 en 76 goudguldens.of deze schade ook vergoed is, wordt betwijfeld [Hans L. Janssen (1990), Het verdwenen bisschoppelijk kasteel Stoutenburg bij Amersfoort ( )]. 1499: Willem die Wyse ende syn huysfr te Amersfoort betalen intredegeld [BHIC, Rekeningen O.L.V. Broederschap, inv.nr.123, p.183] : Willem de Wijse wordt na opdracht van Egbert Henrcisz beleend met de Alingetiend, genaamd de Swarte Gore, in de maalschap van Ede (Leenh. Egmond-Stoutenburg). Cornelis Willemsz de Wijs, te Amersfoort, wordt hiermee beleend op en , wegens ongeneeslijke ziekte van zijn vader. Zijn moeder Lijsbeth Jacob Gerrits houdt haar lijftocht [ L.F. van Gent, Register op de leenactenboeken van in Holland gelegen leenkamers betreffende leengoederen, gelegen in Gelderland, p.56]. 1519: Willam de Wyse ende Lysbet syn wyff hebben gemaickt hoir 3 zoenen te weten Evert, Cornelis ende de jonge Jacob de helft van acht vierdell lantz gelegen opten Meent, onderdeylt mit meyster henrick Gerytz ende noch een dardedeell van een vierdell lantz gelegen opten Meent geheten De Vuell Vierdell onderdeilt mit Jacob van Bylers erffgenamen ende somen Willam Evertz te hebben nae hoe beyden doet indeen sy dat achter laten ende dese maick te vermeren ende te bverminren altyt alx sonder alst hem gelieft. Lysbet de Wyse mit Willam hoir echte momber heeft gemaickt Goert de Wyse hoir Soen nae hoeren doet 4 campen lantz geheten De Spyck de Geer Hevogell slach Mitten uutdyck gelegen opten een aff Aelrehorst ende dese maick te vermeren nede Te verminren altyt alst hoir gelieft beheltelick Willam syn lyftocht [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.69]. 1526: Lysbet Willam de Wysen wedue mit Huickenhorst momber ende Rickgen Willam de Wyse dochter mit Goirt de Wyse momber ende Goirt mede voir hem selver Cornelis de Wyse ende Jacob de Wyse hebben te goede gescouden Loych Rutgerz ende Mergriet syn wyff die dre vierdendeell vande husynge hoff ende hoste gelegen inde Langestraet soe sy van hoir ontfangen hebben deen zyde een gemeen straet dander zyde Bertelmeus Evertz beheltelick Lysbet Willam de Wysen wedue altyt het vierdel vande husynge hoff ende Hoste voirscreven vry onbecroent. [Transportregisters Amersfoort 436-2, fol.245v] Johan van Rijn, zn. van Hendrik van Rijn, burger te Amersfoort op 3 januari 1510, raad te Amersfoort in 1516, overleden voor 6 februari 1518, trouwt met Gerytgen, overleden na : Jan van den Rijn Hendriksz wordt beleend met 7 morgen land in Aaxterveld in Ameide [Leenhoven van de heren van Vianen; Ons Voorgeslacht 1985, p.579] : Johan van Rijn wordt bij dode van Hendrik, zijn vader, beleend met 3 morgen in Cothen in het Uitvelden met 18 morgen in Overlangbroek. Op wordt zijn zoon Hendrik 287
288 ermee beleend [J.C. Kort (2001), Repertorium op de lenen van Gaasbeek]. 1527: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van de Duist en de Haar, door Seger Symon Hartens aan Gheritgen van Ryn, zijn schoonmoeder, van al de goederen die door zijn schoonvader, Jan van Ryn, nagelaten zijn aan zijn vrouw [Stadsbestuur Amersfoort, regestnr 876]. 1539: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Bunschoten, door Gerrytgen Jan van Ryns weduwe en Reyertgen haar dochter, met hun gekozen voogd, Gerryt Gerrytss, Zeger Hart Symonss, voor zichzelf en als voogd van Cornelia, zijn vrouw, en Henrick van Ryn Janss, voor zichzelf en als voogd van Anthonia, zijn vrouw, aan Jan van Ryn Janss, de helft van 9 dagmaten land gelegen te Velde [Stadsbestuur Amersfoort, regestnr 935]. 1539: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van de Duist en de Haar, door Henrick van Rijn, Gherrytgen Jan van Ryns weduwe en Reyergen van Ryn, Jan Meeuss weduwe, met Cornelis Volkers, hun voogd, aan Jan van Ryn, van het vierde deel van 12 dagmaten gelegen in de Haar en de helft van 8 dagmaten land in de Duist [Stadsbestuur Amersfoort, regestnr 936] Geryt Gerytsz, zn. van Geryt Reyersz, schepen te Amersfoort tussen 1503 en 1515, burgemeester te Amersfoort in 1511, gasthuismeester in 1515, overleden voor 1530, trouwt met Margriet Denijsdr Verburch, dr. van Denijs van der Burch, lid van de O.L.V. Broederschap te 's-hertogenbosch in : Lambert Reyers ende Geertruyt syn zuster mit Scayck momber hebben gemaect Geryt Geryt Reyers [soen] horen neve te hebben nae hore beyder doetde alynge husynge ende hofstede gelegen in de Langestraet op die Corte Graft deen syde Geryt Reyers dander een gemeen straet behoudelick dese maeck te vermeren ofte verminren etc. den brief in horen handen te hebben [Transportregisters Amersfoort fol.147]. 1486: Geryt Reyers, Jan Gerytsz ende Mechtelt syn wyf, Geryt Gerytz ende Margriet syn wyf, Geryt van Davelaer ende Agnyes syn wyf scelt, te goede Beertge Herman Bots wedue een huys mitter hofstede gelegen in dei Broelstraet aen den syde een gemeen stege ende aen dander syde ende after Lambert Reyers ende Geertruyt syn zuster [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.159]. 1500: Akte van transport van Geryt Geryts en Margriet, zijn vrouw, aan Alyt Aert Aerts weduwe van een rente van 6 Rijnse guldens per jaar [Stadsbestuur Amersfoort, regestnr 654; idem 1502, regestnr 665]. 1507: Griet Gerit Geritss wyf te Amersfoort betaalt intredegeld. In 1508 wordt haar doodschuld betaald, tijdens het leven [BHIC, Rekeningen O.L.V. Broederschap, inv.r.124, p.377v; inv.nr.125, p.29v] : Zegel van Geryt Geryts, schepen: een bemmel, vergezeld van drie lelies [Stadsarchief Amersfoort, inv.nr. 4126, regestnr. 707; beschreven door Dick van Wageningen]. 1509: Akte van belening, door de abt van Sint Paulus te Utrecht, ten overstaan van zijn leenmannen, van Gerrit Gerritsz en Margriet, zijn vrouw, van 4 morgen veenland, gelegen in het Hezerveen, nadat Margriet Cranen en Gerrit Crieck met zijn vrouw Henrickgen ieder van hun helf afstand hebben gedaan [Stadsbestuur Amersfoort, ]. 1530: Akten van boedelscheiding van de nalatenschap van Gerrit Gerritsz. te Amersfoort. Erfgenamen zijn zijn kinderen Gerrit, Jan, Tru, Frans, Marie en Anthonia [Utrechts archief; verzameling van Buchel Booth]. Generatie XVII Gert ten Borninckhave, geboren in 1467, overleden in 1530, trouwt in 1495 met Lijse. 288
289 Gijsbert Jansz van Velpen van Wijck, zn. van Jan Jansz van Wijck en Gouda Woutersdr Spronck, overleden voor 1502, trouwt met Fye, dr. van Jacob Sannes van Catwijck. 1438: Gijsbert Jansz van Velpen van Wijck wordt beleend met een halve hoeve in Doorn Jan Spronck Henric Goessoen, zn. van Henric Roelofs Goes, schout te Cothen in Hubert Nikolaasz van Triest, richter te Lienden in 1405, overleden voor 23 mei : Hubert van Triest, Claeszoon, richter te Lyenden vanwege den hertog van Gelre, en Geryt Claeszoon, richter te Lyenden vanwege Dyric, heer te Lyenden en ter Lede, knaap, oorkonden, dat Jan Lamp Janszoon en zijn moeder Nelle hebben overgedragen aan Splinter van Grotevelt, ten behoeve der pitanciën van het Godshuis van de Orde van St. Johan te Arnhem, een huis en hofstede te Lyenden, groot 1½ morgen [GA; Regesten Commanderij van Sint-Jan te Arnhem nr.297] : Jan van Triest Nikolaasz. wordt beleend met een halve hofstede in Lienden, waarna overdracht volgt aan Hubert van Triest Nikolaasz. Op wordt Nikolaas van Triest bij dode van zijn vader beleend. De vorige vermelding is van : Lijftocht van Volkwin, gehuwd met Jan van Triest Nikolaasz, bevestigd door Dirk, bastaard van Lienden. [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de abdij Sint-Paulus] : Hubert van Triest voor Elisabeth, zijn dochter, bij overdracht door Arnout Jacobsz. en Esse, diens vrouw, wordt beleend met 3 morgen 2 hont in de maalschap Lienden, genaamd Truden kampje [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de abdij Sint-Paulus] Reynier van Langelaer Roloff Goessensz van Kyp, zn. van Gosen Roelofsz van Kyp en Deliaen, overleden voor 28 januari 1545, trouwt met Margriet. 1497: Roeloff van Kippe ende Griet syn wyf verkopen aan Gosen van Kippe Roeloffs zijn vader 'alsulc erffenis ende besterffenis als hem aen gecomen ende bestorven mach wesen van dode Laen van Kippe Roloffs voirscreven moeder uutgesondert de halve husynge ende hofstede gelegen buten den Roden Toren dair Gose voirscreven nu in woent ende de helft van de 12 Ryns gulden jairlixsche reynte die jairlix gaen uter moelen ende moelenwerf gelegen buten de Utersche Poirt de Peter Jans de Vrese jairlix geeft den brief dair of in hout' [Transportregisters Amersfoort 436-1] : Lambert Maess, schout, en Geryt Trant, Willem Toniss, Willem Grenyss en Goessen Rijckz, schepenen van de Duist en de Haar, oorkonden dat Roloff van Kip Goessenz en Margriet zijn vrouw en Katheryna Peter Aertzoens weduwe overgedragen hebben aan Gheertruyt Thomas Pills weduwe, de eigendom van een akker van 3 dammaten land tussen de Neerweg en de Nieuweweg [AE; Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen; inv.nr , regest 664] Hendrick van der Schuer, knape in : Hendrik vander Scure bij overdracht door Wouter van Vellair wordt beleend met de tiende grof en smal van het goed van Englebert Florisz van Barneveld [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Stoutenburg] Steven van der Burch, zn. van Evert van der Burch, schout van de abt van St. Paulus te 289
290 Nederzeldert tussen 1414 en 1431, schout in de maalschap van Wede en Emmeklaar in 1417, overleden voor 3 juni 1457, trouwt met Margriet Gerrit Rutgersdr, dr. van Gerrit Rutgersz de Beer en Foyse Jansdr. 1414/1417: Op zegelt Steven van der Borch als schout op Zeldrecht beneden met een doorsneden wapen: A Een poort met drie kantelen,vergezeld rechts van een ruit; B drie vijfbladige bloemen (2-1). Op zegelt hij als schout in de maalschap van Wede en Emmiclaer [Stadsarchief Amersfoort, inv.nr.3647, reg.nr.179; inv.nr.3673, reg.nr.207; beschreven door Dick van Wageningen] : Steven van der Borch wordt na opdracht door Herman Kaerman Jacops beleend met de helft van het goed 'ten Acker' in Leusden. Op wordt Deric Doys van der Borch, na dode zijns vaders Steven van der Borch hiermee beleend [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.195]. 1433: Steven van der Borch en zijn vrouw Margriete Gerrit Rutgers dochter, met hun zoon Dirck Doys als haar momber, worden beleend met de goederen in Soest waarmee Gerrit Rutgers beleend was [HUA; Register van de St. Paulus Abdij; inv.nr.505-3, fol.132] Jacob Pauwen, overleden voor 1453, trouwt met Elisabeth van Sniddelaar, dr. van Gijsbert van Sniddelaar, overleden voor 18 januari : Jacob Pauw wordt in 1402 en 1436 genoemd als getuige. Hij zegelt met 3 rozen, 2:1 geplaatst [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Zuilenburg, Nederlandsche Leeuw 2000, kol.68; Genealogische en Heraldische Bladen, 1914, p.189; ARA Familie d'ablaing van Giessenburg, nr.95] Willem Hendriksz van Oort. Willem van Oirde is leenman van Culemborg in Rijswijk : Willem van Noord treedt op voor Hadewig van Noord, zijn zuster, bij overdracht van 1 morgen in Rijswijk door Machteld van Leeuwen. In 1453 zijn de kinderen van Willem van Noord belender [Leenrepertorium van Gaasbeek, lenen van Hofstede de Wijk, nr. 148] : Willem Hendriksz. van Oirde treedt op voor Johanna, dochter van Hendrik van Oirde, zijn zuster, bij overdracht door Arnout Loef van een leengoed van 5 morgen min 2 hont in de maalschap Rijswijk, strekkend van de middelweg tot de Broeksteeg. Op treedt hij op bij ditzelfde leen als Willem van Noorde Hendriksz, voor Jan van Leeuwen Jansz, onmondig, bij overdracht door oude Jan van Leeuwen Jansz, diens broer. Willem van Noorde is in 1481 belender van dit leen [Leenrepertorium van Gaasbeek, lenen van Hofstede de Wijk, nr. 140] Henrick van Maurik (alias Zwarte Hendrik), zn. van Henrick van Maurik en Katharina van Aelst, knape in 1452, overleden voor 27 maart : Henrick van Maurick wordt beleend met land en een hofstad in Maurik Hubert van Eck, zn. van Jan Woutersz van Eck, lid van de ridderschap, overleden voor 17 mei : Hubert van Eck Johans zoon wordt beleend met die Cortehuve te Eck na opdracht door Alart van Eck Derrekens zoon. Op wordt Aernt van Eck beleend, na opdracht door Henrick van Malsen [Leenregister Keppel p.117] : Hubert van Eck wordt beleend met de tiende van Wolfsland en de tiende daarboven tussen de Diefdijk en Parijser tiende te Maurik. De vorige belening was van Jan van Eck in
291 Op wordt Wouter van Eck bij dode van Hubert, zijn vader, met lijftocht van Adriaan van Eck, zijn tante, hiermee beleend [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Culemborg] : Hubert van Eck wordt beleend met 5 morgen in de maalschap Eck, genaamd Rijnacker en Tuderweide, vermeerderd met een hofstede met akker aldaar. Op wordt Wouter van Eck bij dode van Hubert, zijn vader, hiermee beleend, waarna overdracht aan Arnout van Eck Dirk Loefsz. [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Culemborg] [des nesten Saterdages nae sunte Mertensdach in den wynter]: Johan van den Steenhuys, richter in Nederbetuwe, oorkondt, dat, na panding door Hubert van Eck, de goederen van heer Walraven van Moirse, elect en confirmaat te Munster, gelegen in Nederbetuwe, gerichtelijk verkocht worden aan Derick van Eck [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr. 1463] Aelbert Henricxsz, zn. van Henric Aelbertsz, overleden tussen 31 maart 1486 en 1 februari 1490, trouwt met Bartraet : Bartraet, weduwe van Aelbert Henrixz, erkent in erfpacht genomen te hebben van Everwiin, oom tot Culenborch, 7 morgen land onder Maryck, genaamd de Pulmaet [Archief Heren en graven van Culemborg] Jan Gijsbertsz de Man, zn. van Gijsbert Gerritsz de Man. Wapen de Man: een uitkomende leeuw Hillebrant Stevens Vonck van Lienden, geboren rond Jan Gerrits Wtenweerde, zn. van Gerrit Roelofs Wtenweerde en Mechteld, rentmeester van de heer van Culemborg tussen 1430 en 1445, tijnsmeester in 1432, gevolmachtigde van de heer van Maurik in 1445, overleden op 10 april 1471 (of daarna), trouwt met Carstijne, overleden op 2 juni 1453 (of daarna) : Rekeningen van den rentmeester Jan Wtenweerde ( , afgehoord ) [Archief van de Heeren en Graven van Culemborg; Stukken van Zakelijke Aard, Maurik] [op sunte Mertensavont in den wynter]: Johan Uten Weerd Gherytsz, tynsmeester, en tynsgenooten oorkonden, dat Gheryt van Eck Dirxsz. en zijn vrouw Agnese overdragen aan Evert Uten Weerd Gherytsz, ten behoeve van den heer van Culenborch, een hofstad met 14 hont land in Wykermaet [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr. 933] [des naesten Dynxdages na sunte Petersdach ad cathedram]: Roelant van der Eem, richter te Eck en Mauderic, oorkondt, dat Jan van Eck Woutersz. overdraagt aan Jan Uten Weerde Gherytsz. ten behoeve van het kapittel van Culenborch, voor de ziel van zijn vrouw Zwevelt, een rente van 2 oude schilden 's jaars, gaande uit 5 morgen land onder Eck, gend. de Molenkamp [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.1105] Hubert van Culemborg, zn. van Gerrit van Culemborg en Gijsberta van Zuylen van Nyevelt, heer van Maurik, overleden voor 6 juni : Hubert van Culemborg, neef van de leenheer, wordt bij overdracht door Gijsbert van Nijeveld en Culemborg, zijn moeder, beleend met 3 morgen in Maurik in de Huismatenkamp. Zijn moeder behoudt de lijftocht. Op wordt Gerard van Culemborg, neef van de leenheer, bij dode van Hubert, zijn vader, hiermee beleend [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Culemborg]. 291
292 [up sinte Johan Baptistendage Nativitatis]: Hubert van Culenborch erkent opgedragen te hebben aan Gherardt, heer tot Culenborch etc, een hofstede c.a. te Mauderick met 14 morgen land, door hem van zijn vader geërfd, leenroerig aan Culenborch [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr. 1884] [in profeste sanctorum Petri et Pauli apostolorum]: Hubert van Culenborch, die, na een veede met Gerart, heer tot Culenborch, gevangen genomen is, en nu door tusschenkomst van zijn neef Everwiin en zijn broeder Wilhem van Culenborch met hem verzoend is, belooft nooit meer iets tegen hem te zullen ondernemen [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr. 1887] [op sunte Barbarendach Translationis]: Loef van der Haer, gezworen pander van den heer van Utrecht, oorkondt dat Hubert van Culenborch overdraagt aan jonker Geraert, heer tot Culenborch, al zijn rechten op twee schuldbrieven van Frederick Uten Hamme, knaap, en heer Frederick Uuyt de Hamme, ridder, aan zijn overleden vader Geraert van Culenborch en zijn moeder Giisbert [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr. 1888] : Hubert van Culenborch erkent overgedragen te hebben, als erfgenaam van zijn ouders, twee brieven, ten laste van heer Frederick Uyt Den Hamme, ridder, en diens zoon Frederick Uyten Hamme, aan jonker Geraert, heer tot Culenborch [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.1889] Jan van Leeuwen, zn. van Herman van Leeuwen en Belia Ottensdr van Wijck, peinder te Maurik in Reijer Gijsbertsz van Langelaer (alias van Dashorst), zn. van Gijsbert Reijersz van Langelaer en Alijt, trouwt met N.N. van Glinthorst : Reijer Gijsbertsz van Dashorst wordt na dode van zijn vader Gijsbert Reijersz van Dashorst beleend met een hoeve land op de Wetering onder Woudenberg. Vervolgens wordt zijn broer Dirck Gijsbertsz van Dashorst er mee beleend [Bisschop 110-3, leenregister Abcoude 19, fol. 19; Genealogie van Langelaer op website Oud Scherpenzeel] : Reijer Gijsbertsz van Langelaer zegelt bij een verpachting van de boerderij Egdom onder Woudenberg [HUA, Charters Oudmunster, nr. 1410] Jan van Westrenen, zn. van Peter van Westrenen en Yde, drapier, schepen te Amersfoort tussen 1475 en 1478, burgemeester te Amersfoort in 1481, trouwt (2) met Margaretha Meyns Poeyt, trouwt (1) met Mechteld, overleden voor 22 oktober : Johan van Westrenen brengt met enkele andere personen een som van vijf- of zeshonderd bijeen, waarvoor zij in Deventer en elders wol kochten, die zij onder de burgers uitdeelden en daarvoor weer de wollen lakens aannamen. Bij die gelegenheid verkregen zij vele voorrechten voor de drapiers. Zij mochten bijvoorbeeld elke week een vierdel bier cijnsvrij in huis drinken [Rootselaar, Amersfoort , p.282]. 1481: Tijdens de tweede Utrechtse burgeroorlog verwoesten krijgslieden van bisschop David van Bourgondië op 22 augustus het Huys Scherpenzeel, met alles wat er zich in bevond, en het dorp Scherpenzeel, waarvan de heer fel anti-bourgondisch was. De inwoners van Amersfoort deden daarop een uitval om het eerder door de Bourgondiërs buitgemaakte vee terug te veroveren. Burgemeester Jan van Westrenen, die volgens een kroniekschrijver voorop ging met het stadsvaandel in zijn hand, haalde met 400 man de vijand bij Scherpenzeel in. Benoorden het dorp werden de Amersfoorters opgewacht door de ruiterij uit Wijk bij Duurstede; een paar honderd man werden gedood, 233 gevangen genomen. De burgemeester weet te ontkomen. Prof.dr. A.H.J. Prins oppert de mogelijkheid dat Jan van Schaffelaar de Wijkse ruiterij aanvoerde en zich daardoor de haat van de Amersfoorters op de hals haalde. In 1482 wordt van Schaffelaar in 292
293 Barneveld in het nauw gebracht, waarna hij van de toren springt [zie o.a. Prins, A.H.J. (1982), Jan van Schaffelaar. Requiem voor een Gelderse Ruiter, p.57-58; Navorscher 1874, p.190] Jacob Jacob Stevens, zn. van Jacob Stevens, overleden voor 21 november : Jacob Jacob Stevens wordt, na dode zijns vaders, beleend met 'vier stucken lants gelegen up Amersfoerder enge'. Hulder tot zijn mondige jaren is zijn neve Johan Gerrits zoon. Op wordt Johan van Westrenen Peters zoon, na dode zijns oldevaders Jacob Jacob Stevens, onder kwijtschelding van verzuim, hiermee beleend [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.23]. NB Op wordt Jan van Westreenen Pietersz. bij dode van Margaretha, dochter van Jacob Jansz [sic!], zijn moeder, na uitstel, beleend met veen in Soest [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de Abdij Sint Paulus] Peter Willemsz, zn. van Willem Jansz en Geertruyd, schepen te Amersfoort tussen 1459 en 1480, overleden voor 4 juli 1485, trouwt (1) met Armgart, trouwt (2) met Willam van Dam, dr. van Willem van Dam en Hildegont, overleden voor : ƒ 7.- Beiers op een erf van Jan Hendrik Wenckenz. in Soest, gevestigd voor Pieter Willemsz. door Jan Hendrik Wenckenz, te komen op het tweede kind bij Willem van Dam, Pieters vrouw. Op aan Willem van Dam zoals Pieter Willemsz, zijn vader, waarna overdracht aan Folken Both Gerardsz. voor deken en kerkmeesters van de OLV. kapel en godshuis te Amersfoort [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de Abdij Sint Paulus; Jan van Ysselt, zn. van Jan Carman en Margriet van Ysselt, heer van Ysselt in 1462, raad te Amersfoort tussen 1467 en 1482, cameraar in 1467, schepen te Amersfoort tussen 1469 en 1471, overleden rond 1506, trouwt met Jacoba Both, dr. van Volcken Both, overleden voor : Schuldbekentenis, ten overstaan van schout en schepenen van Soest, door Jan van Ysselt en Jan Peterss van Roden, aan Peter Hermanss, groot 62 gulden per jaar, te betalen gedurende 18 jaar. Met akte waarbij Herman Peters verklaart dat Jan Craen hem de laatste termijn heeft afbetaald van de jaarlijkse rente vermeld in akte d.d juli 23 waardoor deze is gestoken, 1478 en 1496 [AE; Stadsbestuur Amersfoort, charterverzameling nr ] : Johan van Isselt Jansz en zijn zoons Volken en Mens verklaren dat zij geen vijandige daden tegen de bisschop van Utrecht, de heer van IJsselstein, de steden Amersfoort en Utrecht en de Hollandse steden zullen plegen wegens hun verdrijving uit Amersfoort op Sint Agnietennacht 1484 en zich niet in de steden van het Nedersticht en binnen drie mijl afstand van Amersfoort zullen ophouden. Oorspr.; door Johan van Isselt drie keer bezegeld, mede namens zijn zoons; ook bekrachtigd met drie zegels van Luman Reierz [AE; Stadsbestuur Amersfoort, regesten, nr.596]. NB Dit zijn zoenbrieven naar aanleiding van de inname van de stad door de Kabeljauwse partij op Sint Agnietennacht (21-22 jan), 1484 [AE; Stadsbestuur Amersfoort nr ] Willem Evertsz, schepen te Amersfoort in 1473, raad te Amersfoort in 1484, overleden voor 1495, trouwt met Fij. 1479: Goert Berntz ende Hildegont syne wyve scelden te goede Willam Evertz ende Fye syne wive een vierdel lants gelegen in dunen by die Birket aen deen zyde Lambert Henricxs ende aen dander zyde Willam voirscreven selvers [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.15; transcriptie Dick van Wageningen]. 1479: Margriet Jan Aerntz wedue mit ny momber scelden te goede Willam Evertz ende Fye syne 293
294 wive alle rechts ende toeseggen sy heft ende van hoirs vader wegen aen gecomen is in al Jacop Nennyncks after gelaten goeden [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.30]. 1479: Margriet Jan Aernts wedue mit Scayck momber scelt te goede Willam Everts ende Fye syne wive alsulc goet hoir aen gecomen ende bestorven machwesen van Daem Goirt Koenynxs hoirs vader wegen [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.62v]. 1480: Hildegont Bertout Willamz wedue Scayck momber scelden te goede Willam Evertz ende Zophie syn wyf aller recht ende toeseggen als hair aen gecomen ende bestorven als van dode hairs vaders [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.40] [Quarto post Martiny]: Willam Evertz ende Fye syn wyf scelden te goede Aernt Heymanz ende Alyt syn wyf een sestendeel van 2 Beyersche (?) Gulden ende van 2 postulaet gulden jairlicsche rente die Daem Goe Koenyncz ende Alyt syn wyf plagen te hebn inden huse ende hofstede dair Aert Heymanz nu ter tyt in woint gelegen aen die Corte Graft [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.55]. 1481: Transport ten overstaan van schout en schepenen door Jan van der Horren en zijn vrouw Foyse aan Willam Everts en zijn vrouw Fy van een half huis en hofstede in de Krommestraat op het Havik. [Archief Eemland; Stichting Armen de Poth, 683 Regestnr 204] [Quarta post Georgy]: Meister Jacop Tymanz Willam Everts ende Fye syn wyf Aernt Moy ende Laen syn wyf scelden te goede ende Hille Daems mit ny momber scelden te goede Geryt Moy ende Katrina syn wyf enen hoff gelegen buten de Bloemendaelsche Poirt in die Horsseweyde deen syde Geryt Roelofs erfgenamen dander syde Steven Meynss erfgenamen [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.153]. 1490: 'Willem Euerts en fye syn wyf sc. te goede, p. Phil. en Jac, goirt Ja z tot behoef der brouwerie gilde de renten die gaan uit het huis en de hofstede dat ons stadt vleyshuys te wesen plach, op voorwaarde dat dit gild hoen priest dair toe willige selle, dat hy alle manendage die eerste misse op ter gilden altair doen en aenslaen sal als men te hoep te mette lude'. Zij geven aan het gilde der timmerlieden een halven gouden Rijnsg. die zij jaarlijks hebben uit het huis van Wouter van der Mathe, op voorwaarde dat hun priester alle donderdagen 'die eerste misse opten voirs gilde altair doen en aenslaen sal ut supra' [Rootselaar, Amersfoort , p.153, 154] Gheryt van Dashorst (?), raad te Amersfoort tussen 1474 en 1480, trouwt (2) met Gerytgen, dr. van Jacob Dyer en Henricgen, trouwt (1) met Alyt Sproncx (?), overleden voor : Geryt van Dashorst ende Wulfger van Hukenhorst mit Adriaaen Wulfers wyf hebben te goede gescouden Tyman Henrics ende Lutgert syn wyf die helft vanden huse ende hofstede gelegen in die Crommestraet in die Seven huse [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.122v]. 1484: Evert Paeuwe ende Evertgen syn wyf hebben te goede gescouden Geryt van Dashorst ende Gerytgen syn wyf den eygendom vanden huse ende hofstede gelegen aen die Langestraet geheten Dat Vleyshuys [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.129]. 1486: Jacop Dier aen deen syde Geryt van Dashorst ende Gerytgen syn wyf aen dander hebben elx die een den anderen belyt te houden te voldoen ende nae te gaen alle alsulck punten ende voirwerden als de hilixbrief in hout duersteken. Geryt van Dashorst ende syn wyf heft belyt Jacop Dyerz dat hy hem betaelt voldaen ende vernuecht van alle dat geen dat hy Geryt beloeft had buten de hilix voirwerden [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.151]. 1486: Geryt Gerytz ende Bertraet syn wyf scelden te geode Geryt van Dashorst ende Geryt syn wyf alsulc goet ende erffenis ende besterffenis als Bertraet voirscreven van horen moeder wegen aen gecomen ende bestorven mach wesen inden gericht voirscreven ende scelde Geryt van Dashorst mede quyt van dat register van 1 ½ gulden [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.162]. 1487: Peter Bot Gysbertz ende Alyt syn wyf scelden te geode Geryt van Dashorst ende Geryt syn wyf een huys mitter hofstede gelegen in die Goetschallick straet dair heer Willam Hoffelaet ane deen syde ende een gemeen stege aen dander syde naest gelelgen syn mit voirwerden wairt zaick dat Geryt snde syn wyf voirgenoemt teniger tyt hier gebreck in geviel dat sellen verhalen moegen 294
295 aen 1 ½ vierdel lantze Peter ende syn wyf liggen hebben op die Meent opten onderstaell. Geryt ende syn wyf voirgenoemt hebben belyt Atruys Peters voirscreen dochter 60gulden current uter voirscreven huyse ende hofstede mit voirwerden dat sy dair Atrys. Dochter jairlix of genesellen 3 der gulden voirscreven te rynte uute huyse ende hofstede voirscreven te betalen jairrlix te idwynter [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.166]. 1487: Gheryt van Dashorst ende Geryt syn wyf hebben te goede gescouden Peter van Heze ende Lysbet syn wyfalle alsulc recht ende toe seggen als sy in eniger [ ]hebben moegen aenden huse ende hofstede dair Peter van Heze nu ter tyt in woent mit alsulcke brief ende goetsceldynge sy dair of ontfangen hebben van Goirt Koenincx erfgenamen deen syde Thomaes Pyl dander Splynter vanden Besen erfgenamen. Peter van Heze ende syn wyf hebben belyt Geryt ende syn wyf voirgenoemt sculdich te wesen hondert Rynsgulden current inden huse ende hofstede voirscreven mit voirwerden dat Peter ende syn wyf dese gelde onder houden moegen gevende Geryt ende syn wyf dair jairlix of te reynten vyve der gulden voirscreven ter tyt toe sy die voirscreven somme van de hondert Rynsgulden betaelt hebben mit de verschenen onbetaelde reynten te betalen jairlic Passche ende Galle of fuut te panden als vol verboden pande aenden voirscreven huse ende hofstede voirscreven ende Peters voirscreven goede dair nyt vorder in te betammeren behoudelick Geryt van Dashorst kynderen hy behouden heeft van Alyt Sproncx syn wyf was dat vierdel van de voirscreven gelde te hebben it de reynte dair of als voirscreven staet ende den brief van 11 gulden des jairs de uut alle Goirt Coenynx goet gaen dair Peter voirscreven huys ende hofstede voir belyt heft dair en sal Peter nijt vorder mede spreken dan dit voirscreven huys ende hofstede ten en ggaet. Item [ ] [Transportregisters Amersfoort 436-1] Bart Outgers, overleden voor 15 december 1540, trouwt met Mergryt Eese ('s manendag na Sint Pouweldach): Willem van Bloemenweert ende Mechtelt sijn wijff scouden te goede Bartout Outgerszoen ende Griet sijn wijff een hoeffstade ende alle datter op was eer dat Bartout voergenoemt daer op timmerde Albert Lumanszoen gelegen opten hoeck bij Havickpoert daer Fij Willem Evertzoen weduwe aen d' een zide ende de gemeen straet aen d' ander zijde ende after naestgelegen zijn behouden elcx sijns rechts [Archief Eemland, Armen de Poth, inv.nr 591; transcriptie 'Utrechtse werkgroep']. 1531: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Bart Outgerss en zijn vrouw Mergryt aan Ghisbert Lumanss namens de Armen de Poth van een gedeelte van een hof achter hun schuur in de Teut [Archief Eemland, Stichting Armen de Poth te Amersfoort, 646, regestnr. 418] : Vicarye gefundeert by Bart Outersen ende Margriet zyn egte wyf, Ao 1532 den 25. October op 't leste Altaar in de Westerzyde van S. Joris Kerk, ter Eeren van de H. Drie Kooningen, des H. Martelaars ende Paus S. Cornelis, des Moeders S. Anne en Maria Magdalena [Van Bemmel, dl I, p.115] : Mergryet Bart Outgersoen weduwe met haar momber Pijll maakt haar testament. Erfgenaam van al haar goed is Rolofgen, zalige Jan van Dashorst nagelaten weduwe, Mergryets dochter [Transportregisters Amersfoort , fol.24] Goirt van Snuel, zn. van Heynric van Snoedel, raad te Amersfoort in 1436, vyve in 1436, buur en landgenoot te Zeldert in 1439, overleden voor 22 oktober : Wendelmoet Gijsbert Keteler's dochter wordt na dode haars vaders beleend met 'Heren Gijsberts kamp gelegen in der stat meente van Amersfoert'[etc.]. Hulder is Goedert van Snoel, haar broeder. Op is haar echtgenoot Lamphe Mauris zoon hulder [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.18] : Goyert van Snuel Henricsz wordt beleend met de helft van de Gulden Hoeve in de 295
296 parochie Woerden. De voorgaande belening, van , was van Jonkvrouwe Korstinen Mathijs Clawendochter, met hulde door Hylbrant van Westerveld. Op wordt Henrick van Snuell, bij dode van zijn vader Goyert van Snuell, hiermee beleend en op wordt Huych van Snuelt Godertsz, met als voogd Goessen van Voern, bij dode van zijn vader Godevart van Snuelt. [Ons Voorgeslacht 1982, p.582; Lenen van de Proosdij van Oud Munster, gelegen in Zuid-Holland] : Elys van Wede, knape, beleent Jacob Janss als voogd van zijn zoon Gysbert met de hofstede Luttike Wede, die aan Wilneer Wouter Geryts van Lewen heeft toebehoord, ten overstaan van zijn leenmannen Goert van Snuel, Pouwels Bertoutss en Meyns Bertoutss [Stichting Armen de Poth te Amersfoort, toegangsnr. 100, inv.nr.759] Jan Willems Heynricsz, overleden voor 10 september 1470, trouwt met Diercgen, overleden voor : Jan Willems Heynricsz en Jan die Wise Evertsz worden ghesamender hant ende ongesceyden onderdelt met melckanderen na opdracht door Jutten Wolfaerts van Culenburch beleend met tienden uit Ubbelschoten, Daatselaar, Wagensveld, Wittenoord, Overeem en Abbelaar onder Renswoude. Zijn zoon Willem Johans wordt hiermee beleend, na de dode van zijn vader, op [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.280] : Diercgen, Jan Willamsoen weduwe mit Willam hoir soen ende geboren momber ende Willam voir henselven ende Claes Willams vors. Brueder Huege van Snuell ende Delyaen sijn wijf Aernt van Hell ende Margriet schelden te goede Jan Brant een vierdell lants gelegen buten die Camppoirt deen sijde Willam van Bloemenwerdt dander sijde Philippus van Hagenou ende Jan Vluggen erfgenamen ende aen teen eynde een gemeen wech ende aen dat ander eynde dat eerff te wairde [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.110] Aernt Passert, raad te Utrecht van 1483 tot 1484, vijve in 1484, trouwt met Geryt, dr. van Hendrik IJsbrandsz Winter [Quynta post Remigy]: Hubert van Stoutenburch heeft te goede gescouden ende over gegegeven Aernt Passer burger van Utrecht negen Vrancrycsche erfrentendie onse stadt jairlix sculdich is uut onser stadt Vleyshuys in allen manyren ende voirwerden als onse stadt brief in hout dair desen brief duersteken is mit voirwerden wairt zake dat Aernt Passer of syn nacomelyngen teniger tythier hynder schade ofte gebreck in geviell datmen dat Alyt [?] verhalen sel muegen aen alsulc goet Hubert voirscreen heeft of noch vercrygen mach [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.125] : Vrancke Reyners zoon kent Aernt Passer en Geryken, echtelieden, lijftocht toe aan het leengoed van 12 morgen in Vreeswijk. Op draagt hij het leengoed op aan Aernt Passer Aernsts zoon. Op wordt Peter Aernt Passert's zoon, na de dood van zijn vader, hiermee beleend [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.397] : Belening met twee morgen te Kockengen door Arnout Passer, gehuwd met Gerard, voor Aleid, hun dochter, bij overdracht door Willem Corlinc met hun lijftocht. Belening op van Mr. Jan van Hoy voor Aleid, dochter van Arnout Passert, weduwe Pelgrim van Hoy. Vorige belening zijn van : Gerard, dochter van Hendrik Winter IJsbrandsz, bij overdracht door Bruning Rudolf Bouckiinsz; : Hendrik Winter IJsbrandsz. voor Gerard, dochter van Hendrik Winter, met ledige hand; en 1461: Gerard, dochter van Hendrik Winter [Repertorium op de Lenen van de Hofstede de Haar, Ons Voorgeslacht 1997]. 1493: Heren Gysbert Proest voirgenoemt mit Passer momber heeft te goede gescouden Henric Duwer ende Alytsyn wyf een huys mitter hofsetde gelegen aen die Langestraet dair de Gulde Croen [ ]. Heren Gysbert voirgenoemt mit Jan Brant momber heeft te goede gescouden Aernt Passer ende Gerytgen syn wyf alsulc 2 Ryns gulden ende een oirt als hem Rycout Taetz hem 296
297 jairlix geeft ende voirt alsulcke vyf gouden gulden als Evert van Wede hem jairlixgeeft de brief dair of in houden ende nochalsulck pintreynten heren Gysbert voirgenoemt heeft inden gericht van Amersfoirt mit voirwerden dat Aert ende syn wyf jairlix hoer of betalenen gouden Wilhelmus sciltdie Dierc Poyt jairlix hier uut hadde ende nu in een vycarie gecomen is soe de brief dair of in houden [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.277] [Quynta post Ambrosy]: Aernt Passer ende Gheryt syn wyf hebben te geode gescouden Willam van Dam tot behoeff ons Liever Vrouwen Kerck sulcke vyf gouden Arnoldus gulden de Evert van Wede jairlix geeft uut eenstuck lantz dat aen ses hoeven gedeylt gelegen buten Tryskens soe Aernt voirscreven ende syn wyf de te goede gescouden syn van Heren Gysbert van Stoutenburch proest van St. Janz mit alsulcke verschenen onbetaelde reynten. Item selve scelt noch te goede den selve alsulcke Pontreynten als heren Gysbert van Stoutenburch proest van St. Jan tutrecht had inden gericht van Amersfoirt endeheren Gysbert voirscreven Aernt Passer ende syn wyfte goede gescouden hebben. Jan Craen als een deken van ons Liever Vrouwen bruederscap by consent den gemene bruederen heeft belyt Aernt Passer ende Geryt syn wyf dat die3 gouden Arnoldus gulden ende 13oude Vlaimssche jairlixsch reynte deonse Vrouwen brueder scap jairlix te hebben plegen uut Evert van Stoutenburchs goede dat die doet quyr ende te nyt wesen sellen [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.314] [Quarta post Margareta]: Aernt Passer ende Geryt syn wyf scelden te goede Henric Passer ende Janna syn wyf alsulcke negen gouden Vranckrycjsche scilden de Aernt ende syn wyf erflick jairlix te renten hebben uut ons stadt Vleyshuys te wesen mit alsulcke verhalbrief als sy dair off hebben ende voirt in allen manyren ende voierwerden als die oude brieven dair of wesende in houde mit alsulcke voirwerden dat dese voirscreven renten altyt weder on comen ende erven selle aen de rechte lyve van Arnt Passer voirscreven tot die anderde Clueft toe. Henrick Passer ende Janna syn wyf voirgenoemt belyden Aernt Passer ende syn wyf voirgenoemt dese voirscreven negen gouden Vranckersch te gebruycken te heffen ende te bueren so lange als enich van Aernt ende syn wyf voirgenoemt in levende lyve syn ende nyet langer welcke renten sy ontfangen hebben van Aernt ende syn wyf [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.388v] : Totten byerdragers, van dat zij eyschen [ ] stuver vant vat te dragen totten tappers, zyn gescict Lambert Vol, Aernt Passert uuten nyen raide bij consent des out-raets [De gilden van Utrecht tot 1528, tweede deel, p.143]. NB. Volgens bovenstaande beleningen is Aernt Passert voor overleden. De Aernt Passer die in 1509 en 1512 raad van Utrecht is is wellicht zijn zoon Lubbert Henricksz, zn. van Henrick Pauwe en Geertruyd, ouderman van het cramersgilde in 1512, trouwt met Lysbeth, overleden voor 3 november : Henric van Schayck gemachticht als recht is van Peter van Hamertvelt heeft Lubbert Henricz ende Lysbet syn wyf verlyt ten erfpacht de hofste dair Lubbert ende syn wyf voirgenoemt op woenen des jairs om 35 oude Vlaemsch groet te betalen op Sunte Martynsdach inden wynter of uut te panden als vol verboden pande sair aen deen syde ende after naest gelegen is Henric Peterz ende aen dander syde der Stadt Zyngel mit voirwerden tot wat tyden de hofste voirscreven vercoft [Transportregisters Amersfoort 436-1] : Willam van Blomenweerdt verkoopt aan Lubbert Henrickz die helft van die alynge husynge gelegen op die Camp mitte verbeterscap vanden erfpacht van de hoffstee gelegen by de Vy Poert daer Henrick Slotemakers erffgenamen ende Lubbert Henrickz voirscreven aen beyden naest gelegen syn achter mit een uutganck van eene stege op onser Stadt Syngel toe. Ook verkoopt hij aan Lubbert Henrickz die helft van enen hoff mit die helft van dat by huys datter op tsaet ende mit al sulcke bomen ende al datter toe hoert gelegen mit dat een eynde by onse Stadt muer by Sint Anna Kerck [Transportregisters Amersfoort 436-2] : Willam Evertz ende Alyt syn wyff de hebben gegeven in recht hylix voirwerden ende mede gaeff men hoir dochter de alynge husynge hoff ende hoste tegen Scoenevelt over daer Willam Vonck ende Nen syn wyff nu ter tyt in woenen [ ] mit voirwerden dat sy dat wederom inde 297
298 boell brengen zullen eer sy ter deyll comen moegen uutgesondert alsoe vuel deels als Willam Vonc ende Nen. Voirscreven van Lubbert Henrickz ontfangen hebben ende will Nen dat huys niet ter deyll brengen soe sall sy de voir in brengen hondert enckel gulden off twee horentgen gulden voirde voirscreven gulden ende dair sell sy hoir coer off hebben [Transportregisters Amersfoort 436-2] : Lubbert Henrickz verkoopt Willam Vonck ende Nen syn wyff dat rechte vyftendeel van dat huys ende hoff de als hem van syn vader ende moeder aenbestorven is ende noch alsoe veell deels als hem van Johan syn broeder aenbestorven mach wesen. (in de marge: gelegen inde Langestraet deen syde Dyrck Hermanz dander syde Aert Mertenz). Willam Vonc ende Nen hebben belyt sculdich te wesen Lubbert voirscreven 28 gouden gulden [Transportregisters Amersfoort 436-2] : Lubbert Henrickz heeft gemaict dat Willam syn zoen mede ter wylle comen sell ende mede erffgenaem wesen sall van alle synre goeden heerlick ende onheerlick staende timmer ende leggende erff rede ende onrede ruerenden ende onruerende wair die goede gelegen syn binnen off buten hem nae synre doet after latende sall mit de ander onbegeven kynder alsoe veer hy wederom inbrenget all sulcke 25 Rinsche gulden syn vader Lubbert hem belyt heeft mit sulcke voirwerden dat die voir makende Lubbert voirscreven gemaect heeft off noch maken mach Willam voirscreven niet hynderlick wesen en sall [Transportregisters Amersfoort 436-2] : Willem Everts heeft belyt ende bekent alsoe hy mit Lubbert Henrickz synen zwager cantwerpen in dat erffhuys van zalige meyster Henrick Pauw hoeren broeder hebben gecoft elx bysonder dair hoir beyder som off beloipt omtrent twyntich Hollantsche gulden dair sy onder hoir beyden Jacob Lumenz een hantbesem off gegeven hebben mit hoir weyd naem ende merck onderteykent dair Willam burch voir Lubbert Willam burch voir geset heeft ende Willam voirscreven geloeff heeft te betalen [ ] [Transportregisters Amersfoort 436-2] : Lubbert Henrickz verkoopt Jan Luwertz ende jongeste soen 'dat huys opten Camp by de Vypoirt mitte erfrecht vande hofste soe dat van outs gelegen es mit een uutganck van eene steech so uyt ende so voert als die nu es dair Lubbert voirscreven ende Evert Slotemaker aen beyde syden naest gelegen sint beheltelick dat Lubbert ende syne erven dat schuirtgen aen hem houden zullen' [Transportregisters Amersfoort 436-2] : Heer Evert Zomer als rentmeister van Onser Liever Vrou verlyt Lubbert Henrics de helft vande hoste gelegen op die Camp by de Wijpoirt de die oude Jan Lubbertz aen geerft was van syn moeders wegen ten erff pacht des jairs om 18 olden Vlaims groit te betalen jairlix Martini in de winter off uuter panden als vol verboden pande deen side Jan Lubberts ende Lubbert syn vader naist gelegen syn ende achter mit een uutganck van een stege so die stege nu gelegen is ende ander side onse Stadt Cijngel in alle menieren Lubbert voirscreven dese hostede voirscreven tot deser tyt toe selver bewoent heeft [Transportregisters Amersfoort 436-2] Johan Everts die Wyse, schepen te Amersfoort tussen 1437 en 1463, raad te Amersfoort in 1446, vijve in 1446, overleden voor 6 mei 1479, trouwt met Wendelmoet : Jan Willems Heynricsz en Jan die Wise Evertsz worden 'ghesamender hant ende ongesceyden onderdelt met melckanderen' na opdracht door Jutten Wolfaerts van Culenburch beleend met tienden uit Ubbelschoten, Daatselaar, Wagensveld, Wittenoord, Overeem en Abbelaar onder Renswoude. Op wordt Johan die Wyse Everts zoon na opdracht door hemzelf beleend met de helft van de tienden (waardoor deze helft een afzonderlijk Stichts leen wordt). Op wordt Arend van der Helle, na dode zijns vaders Johan de Wyse Everts hiermee beleend, waarna hij zijn echtgenote Griete lijftocht voor de helft [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.280, 281] : Johan die Wyse wordt na opdracht door Henric die Vos van Steenwyck beleend met 'den halven tienden, grof ende smal, mit allen synen toebehoeren, gelegen in der buerscop van Tellicht in den kerspele van Armelo', onder voorwaarde dat de tienden na zijn dood zouden vererven op zijn zoon Willem, zo die dan in leven was. Op dezelfde dag tucht Johan zijn vrouw 298
299 Wendelmoet aan 2 1/2 goudgulden uit deze tiende [Repertorium op de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen , nr. 1797] : Jan Willemsz. en Dirck syn wyf, Jacop van Byler en Alyt syn wyf, Jan de Wyse Everts. ende Wendelmoet syn wyf, Willem Aernts. ende Delyaen syn wyf, ende Hildegont van Dam komen in het gerecht van Amersfoort en transporteren 2 hofsteden aan de vicary van het hooge outer in de Kapel van het St. Barbaraklooster [Navorscher 1923, p.64]. 1469: Weyndelmoet Jan die Wysse wyff in Amersfoirt, doodschuld betaald deels tijdens het leven, deels na de dood [BHIC, Rekeningen O.L.V. Broederschap, inv.nr.119, p.336v]. 1478: Evert de Wijse bij dode van Johan de Wijse Evertsz. met de rente van ƒ 17.- Rijns [uit de helft van Gooswilligen in het kerspel Scherpenzeel] zoals zijn vader hem op Palmdag bij het 'scroder' altaar te Amersfoort beloofde [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de hofstede Scherpenzeel] Jacob Gerytsz Smeets, raad te Amersfoort in 1442, schepen in 1475, overleden voor 1479, trouwt met Ricolant (woensdag na Lucie) Presentibus Lumans Smit Camp Gerit Meeuss Wychgert Scaep Peter Jacopz ende Jan van Vloyck hebben eenpairlick ende eendrachtelick hoir uutspraeck gedaen inden zake tusschen Ricolant Jacop Geritz wedue mit Lysbert hair dochter aen deen side Hildegont ende Jutte Jancop Gerits dochteren aen dander side also dat by persentie van beyde die partyen voirgemelt gerechtelike aen die vier voirgenoemde gebleven varen ende sy gerichteliken aengenomen hadde. Item inden eerste so sel Lysbert Jacop Geritz dochter voirscreven hebben die 6 ½ hondert gulden die Ricolant voirscreven Hildegont ende Jutte voirscreven belyt hebben in een scepen brief ende dair toe sal sy hebben hair deel van die woll ende scapen ende van ander goeden de sy gedeylt hebn dat tsamen tverdich wesen sal 1 ½ hdert gulden ende wair dat dan niet so goet so selmen dat uuten gemene boedel 1 ½ hondert gulden goet maken ende dair toe sellen Hildegont ende Jutte voirscreven Lysbet hoir zuster voirscreven elx geven hondert gulden van hoeren goeden binnen jairs also dat Lysbets voirscreven somme wesen sel dusent gulden sel Rycolant voirscreven heffen ende boeren tot Lysbet hoir dochters tot hoeren mundige dagen weder uut te reyken dat Lysbet voirscreven dat vast is hiermede sal Lysbet voirscreven ofticht doen als sy mundich is of hier en binnen van alle hoirs vaders erffelick ende besterffelick van allen goeden rede ende onrede die hoir van hoirs vaders wegen aengecomen muegen wesen in allen gerichts buten ende binnen wair sy gelegen syn als mede dat op hoir begeert. Ende wairt zake dat Lysbet voirscreven oflivich worde eer sy mundich wair ende dese voirscreven vesticheit niet gedaen en had so soude Rycolant voirscreven dese ofticht doen gelyck als Lysbet hoir dochter gedaen soude hebn ende dair sal Rycolant voirscreven voll voir doen datr also oflicht of te doen oft van node wair als voirscreven is. Item so sal Rycolant voirscreven hebn die verbeterschap vanden huse ende hofstede mit alle syn toebehoeren also dat gelegen is tusschen Gysbert Duwers ende Gerit Boel. Item Hildegont ende Jutte voirscreven sellen hebn dat huys mitte hofstede ende mit syn to behoeren gelegen tusschen Peter Lubertz ende Evert Sem ende voirt so sal Rycolant voirscreven hebn die een helft, Hildegont ende Jut voirscreven daer sullen hebn dander helft van alle alsulke goeden staende timmer ende liggende erven heerlick ende onheerlick rede ende onrede hoe dat syn syn ende wair die gelegen syn in enige gerichte buten ende binnen als Jacop Geritz saliger gedacht ende Rycolant syn wyf voirscreven hadden opten selve dach dat Jacop voirscreven levendich ende doet was ende sellen sy elx den anderen in vestigen ende vast maken op des gever cost die de vesticht begeert behouwelick dat Hildegont Jacop voirscreven ouste dochter die helft van hoirs vader heerlike goeden voir uut hebben sall tot also veel als des is. Item so sal Rycolant voirscreven bewys ende rekenynge doen byde vier seggen voirgenoemt van deselve gelden de sy leet sien tot hoeren huse doe den raet dair was ende des gelichts sellen Hildegont ende Jutte rekenynge doen van sulke nobele ende ander gelden by de vier seggen hier mede sellem dese voirgenoemde partien geheel ende al ontslagen wesen van allen rechten ende numlick (?) gesceyden wesen van alsulke twyst ende scheel sy op malkanderen in dese zake voirscreven gehadt 299
300 hebn ende wairt zake dat hier noch enige gebreken in gelegen waren of in gevielen dat sal altyt staen tot verclarynge onser vier seggen voirgenoemt [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.33] Hendrik van Rijn, zn. van Johan van Rijn en Gijsbert, overleden voor 27 september : Hendrik van Rijn wordt bij dode van Johan, zijn vader, beleend met 3 morgen in Cothen in het Uitveld en met 18 morgen in Overlangbroek. Op wordt zijn zoon Johan hiermee beleend [J.C. Kort (2001), Repertorium op de lenen van Gaasbeek]. 1466: Hendrik van den Rijn wordt beleend met 7 morgen land in Aaxterveld in Ameide, zoals Jans zijn vader [Leenhoven van de heren van Vianen; Ons Voorgeslacht 1985, p.579] Geryt Reyersz, zn. van Reyer Lamberts, kerkmeester van de St.Joriskerk tussen 1466 en 1485, schepen te Amersfoort tussen 1467 en 1495, burgemeester in 1480, schout te Amersfoort in 1489, huisbewaarder 'vanden zuster huys vanden elf Dusent Maegden inden Hage' in : Gerijt Reyerss wordt na de dood van zijn vader Reyer Lambertss beleend met de helft van een stuk land. In de marge: Jan Gerrijts voors zoon in de helft van deze helft [ ] [HUA; Register van de St. Paulus Abdij; inv.nr.505-3, fol.163]. 1484: Geryt Reyerz heeft te goede gescouden Lambert Reyers syne brueder alle alsulck erffenis ende besterffenis als hem aen gecomen ende bestorven machwesen van vaders ende moeders ende dair thoe alle erffenis ende besterffenis hem aen gecomen ende bestorven is van dode Janna synre zuster. [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.123]. 1484: Geryt Reyers Lambert Reyersende Geertruyt Reyer Lamberts dochter mit Geryt voirscreven hoir geboren momber scelden te goede here Gysbert van Colverscoten ende here Zander Willams priesters die verbeterscaip vander husynge ende hofstede gelegen inde Bruedel in ons stadt Muer aen dat een eynde der stadt Raempten ende aen dat ander eynde Goirt van Snuelen erfgenamen behouden alx syns [Transportregisters Amersfoort fol.125]. 1486: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Soest, door Gerit Reyerss aan zijn broer Lambert en zijn zuster Geertruuit van de helft van een stuk veenland, gelegen achter de Soestereng, nadat Johan Geritss, Gherit Geritss, Agniese, dochter van Gherit Reyerss en Beerte, weduwe van Hermen Bot, afstand hadden gedaan van hun rechten op genoemd veenland ten behoeve van hun oom Lambert en tante Geertruuit [Stadsbestuur Amersfoort , regestnr 602] Denijs van der Burch, zn. van Johan Stevensz van der Burch en Trude de Beer, overleden voor (Teria post Pauli): Denys vanden Burch heft belyt dat Steven vanden Burch syn brueder hem vernuecht ende voldaen heft van 70 gulden die hy hem overmitz vercecynte van hoir vanden ende mage geven soude van de heerlicke goeden de Steven voirscreven aen gecomen waren van synen vader ende Denys voirscreven beleet mede voirscreven hem ende syn erfgenamen Steven ofte syn erfgenamen tot genen dagen dair vorder ofte eysschen [Transportregisters Amersfoort 436-1, fol.167] Generatie XVIII Jan Jansz van Wijck, zn. van Jan van Wijck van Velpen, pachter van de tiende te Langbroek in 1415, pachter van een windmolen te Doorn in 1425, trouwt met Gouda Woutersdr Spronck, dr. van Wouter Spronckxsoen, overleden 300
301 na 10 november Jan Jansz van Wijck wordt in 1432 beleend met een halve hoeve in Doorn, in 1435 met land in Neerlangbroek en Werkhoven. Gouda Woutersdr Spronck wordt beleend met de Fekerdeijshoeve in Werkhoven in Jacob Sannes van Catwijck (?), zn. van Sanne Jacobsz van Catwijck, overleden voor 12 oktober : Jacob Sannes van Catwijck is leenman van de bisschop van Utrecht : Jacob Sannen van Catwijck wordt na opdracht door zijn vader Sanne Jacobs van Catwijck beleend met de helft van 38 morgen en 6½ hont, met hofstede te Weerdenberch, in de kerspel Werconden. Op wordt Elys Jacob Sannen van Catwijck, na de dood van zijn vader hiermee beleend [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.436] Henric Roelofs Goes Gosen Roelofsz van Kyp, molenaar, trouwt met Deliaen. 1479: Jan van Isselt verkoopt aan Goesen van Kip en Laen syn wyf 'dat negendendeel vande Muelen ende mit syn to behoeren daer also de Goesen voirscreven nu ter tyt selver gebruyct' [Transportregisters Amersfoort 436-1]. 1480: Anthonis Gosenz ende Weyndelmoet syne wive verkopen aan Gosen van Kip en Deliaen syn wyf 'den eygendom vanden huse ende hofstede gelegen buten den Roeden Thoren' [Transportregisters Amersfoort 436-1]. 1487: Willam Aerntz ende Deliana syn wyf verkopen aan Gosen van Kip ende Delyaen syn wyf 'soe veel rechts ende toeseggen als Albert Ysack ende Janna hadden aenden muelen geheten Die Lewe miten werf huys hoff ene hofstede gelegen by dat Hontsgat soe Albert ende syn wyf voirscreven alle hoir goet over gegeven hadde alle hoir goet ter selver tyt die scouden Gosen ende syn wyf voirt te goede Peter Janz de Muelenair ende Margriet syn wyf dat voirscreven deel vanden muelen muelenwerf huys hoff ende hofstede als voirscreven is' [Transportregisters Amersfoort 436-1] Evert van der Burch (?), schout te Wede en Emmeklaar in : Evert van der Borch zegelt als schout in de maalschap van Wede en Emmynglaer met een doorsneden wapen: A Een poort met drie kantelen,vergezeld rechts van een ruit; B drie vijfbladige bloemen (2-1). [Stadsarchief Amersfoort, inv.nr.3669, reg.nr.202/203; beschreven door Dick van Wageningen] Gerrit Rutgersz de Beer, zn. van Rutger Jacobs de Beer en N.N, schout te Soest in 1402, overleden voor 1433, trouwt met Foyse Jansdr, dr. van Jan van Beinum en Belije : Gerrit Rutgers zoon ontvangt de helft van het goed 'then Acker' te Leusden in leen. In 1427 wordt Evert van Lyenlaer Everts zoon, na opdracht door Geryt Rutgersz, hiermee beleend. Op staat Geryt Rutgerss weer vermeld en op wordt Steven van Zulen van Nyenvelt na opdracht door Gerrit Rutgers beleend [Gerrit Rutgers heeft de helft van het goed samen met zijn vader, later met zijn broer] [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.194]. 301
302 : Lijftocht van Foyse, dochter van Jan van Beinum, gehuwd met Gerard Rutgersz, van een stuk land te Soest, genaamd Nieuwland, strekkend van het broek tot de Eem. Op verpand door Gerard Rutgersz. aan Nikolaas Ghelen, Gerard Louwen en Lubbert Snoek voor Jacob Hein Zwagersz. Lambert de Goyer en Geertruida, weduwe Hendrik uten Coep voor 100 oude Gelderse guldens. Op : Steven Doys van der Borch zoals Gerard Rutgersz, zijn overgrootvader: en op : Doys van der Burg bij dode van Steven, zijn vader [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de abdij Sint-Paulus] Gijsbert van Sniddelaar, zn. van Willem van Sniddelaar Henrick van Maurik (de Jonghe), zn. van Henrick van Maurik, knape in 1363, ridder in 1369, overleden voor 8 april 1400, trouwt met Katharina van Aelst, dr. van Reynier van Aelst en Oda Lysscap, overleden voor Henrick van Maurik wordt beleend met grond en een hofstad in Maurik. 1400: Katharina van Aelst wordt beleend met enen weert tot Vucht mit enen berge daer een huijs op steet mit eenre visscherien ende enen bemde [Gegevens van Aelst zijn afkomstig van ir. Schoolkate] Jan Woutersz van Eck (?). 1439: Jan van Eck Wouterssoon ontfangt 16 mergen lants gelegen tot Wijel. Vorige beleningen zijn van Nelle van Eck, huisvrouw van Dirck Doijs van der Eme, erve hares soons Huberts (in 1415 met Herberen van Eck Janss als hulder, en opnieuw in 1424 met Wouter van Huet als hulder). In 1403 werd Hubert Wolters soon van Culemborg hiermee beleend [Leenkamer van Gelre en Zutphen, register op de leenprotocollen kwartier van Nijmegen, Eck, nr.150] Henric Aelbertsz, pachter van tienden te Maurik in 1411, overleden voor Gijsbert Gerritsz de Man, zn. van Gerrit de Man, geboren rond 1400, overleden na Gerrit Roelofs Wtenweerde, zn. van Roelof Wtenweerde, gerichtsman in 1409, trouwt met Mechteld. 1394: Voor dit jaar wordt Gerard Wtenweede beleend met 11½ morgen in de Eng, afkomstig van Hendrik van Maurik. Hij wordt ook beleend met 3 morgen in de Huismatenkamp, als leenvolger van Gijsbert Loefs. Dit leen wordt verenigd met 3 morgen ander land aldaar. [Genealogische Bladen II, p.75, 88]. 1453: Voor dit jaar blijkt Gerard Wtenweerde Rudolfss eigenaar van de helft van Culemborgs Hofstad [28] Gerrit van Culemborg, zn. van Gerard van Culemborg en Bertha van Egmond, geboren in 1381, heer van Maurik, knape in 1403, heer van Geerestein in 1438, overleden voor 16 maart 1466, trouwt (1) voor 29 april 1417 met Arnolda van Zevender, overleden voor 26 februari 1423, trouwt (2) met Gijsberta van Zuylen van Nyevelt, dr. van Jacob van Zuylen van Nyevelt en Elsabe van Nijenrode, overleden na 16 maart : Gerrit van Culemborg verblijft aan het hof van hertogin Catharina van Gelre, die hem in haar testament een paard of 100 gulden vermaakt. 1403: Gerrit van Culemborg wordt beleend met Muyswinkel in Maurik. 302
303 1415: Gerrit van Culemborg wordt beleend met de tiend Middelparrick in Maurik Herman van Leeuwen, zn. van Herberen van Leeuwen, lid van het verbond van ridderschap en steden van Gelre in 1442, trouwt met Belia Ottensdr van Wijck, overleden voor 7 april Gijsbert Reijersz van Langelaer (alias van Dashorst), zn. van Reynier van Langelaer, overleden voor 1456, trouwt met Alijt, dr. van Jan Herman Hendricksz en Incken Andriesdr Goede : Gijsbert Reijersz van Dashorst wordt door opdracht van Willem van Schaick beleend met een hoeve land onder Woudenberg. In 1419 was dit eigendom van zijn schoonvader [Bisschop 110-3, leenregister Abcoude 10, fol.3; Genealogie van Langelaer op website Oud Scherpenzeel] Peter van Westrenen, schepen te Amersfoort tussen 1440 en 1462, trouwt met Yde, lid van de O.L.V. Broederschap te 's-hertogenbosch van 1462 tot 1488, overleden rond /1488: Yda Peters wyf van Westrene in Amersvoert betaalt intredegeld. In 1488 wordt doodschuld betaald na de dood van Yda van Wesstrenen [BHIC, Rekeningen O.L.V. Broederschap, inv.nr.119, p.194v; inv.nr. 122, p.89] Jacob Stevens, overleden voor 13 september : Jacob Stevens zoon wordt beleend met 'vier stucken lants gelegen up Amersfoerder enge'. De vorige belening op dezelfde dag is van Johan van Loesden [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.23] Willem Jansz, overleden voor 3 februari 1441, trouwt voor 1413 met Geertruyd, overleden voor 3 februari Willem van Dam, raad te Amersfoort in 1443, overleden tussen 1462 en 1472, trouwt met Hildegont, lid van de O.L.V. Broederschap te 's-hertogenbosch van 1460 tot 1474, overleden rond /1474: Hil van Dam te Amersfoort betaalt intredegeld. In 1474 wordt voor Hille Willems wyf van den Dam in Amersfoirt doodschuld betaald, na de dood [BHIC, Rekeningen O.L.V. Broederschap, inv.nr.120, p.109v] Jan Carman, raad te Amersfoort in 1438, schepen te Amersfoort tussen 1443 en 1455, overleden in 1462, trouwt voor september 1440 met Margriet van Ysselt, dr. van Heynrick Cosijn van Ysselt, vrouwe van Ysselt in : Johan Cairman, als voogd van zijn vrouw Margriete, beleent ten overstaan van drie van zijn leenmannen en twee leenmannen van het Sticht, Mechteld van Ysselt, met het goed Nyenlande, strekkende van de Turfweg tot aan Aelrehorst [Archief Eemland, Stadsbestuur, ; regestnr. 356] Volcken Both, zn. van Herman Both, schepen te Amersfoort tussen 1447 en 1478, raad te Amersfoort tussen 1463 en
304 Heynric van Snoedel, schepen te Amersfoort in 1411, schout vanwege de bisschop van Utrecht in de maalschap van Wede en Emmiclaer in Hendrik IJsbrandsz Winter, overleden voor 15 april : Hendrik IJsbrandsz. wordt beleend met 2 morgen land op het Oudeveld te Breukelen, bij overdracht door Bartholomeus Zoudenbalch voor Goye, dochter van Splinter Gillisz, diens vrouw, te komen op Christina, zijn dochter. Op wordt Christina Corlinx bij dode van Hendrik Winter, haar vader hiermee beleend [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Harmelen] Henrick Pauwe, raad te Amersfoort in 1483, vyve in 1483, overleden voor 1497, trouwt met Geertruyd. 1482: Reyer Peterz ende Alyt syn wyf hebben gegeven Henric Paewe ende Geertruyt syn wyf den eygendom vanden alynge husynge ende alynge hofstede also die van outs gelegen is in die Langestrait deen side heren Lubbert van Oemeren ende Atrys Pyls dander side Diercde Hoemaker Toenge Lubberts dochter Gosen vander Oeze ende hier of vervollicht ende behouden die hem syns thinze ende Geryt Meeus 10 Beyersche gulden uuter alynge husynge ende hofstede. Henric ende Geertruyt voirscreen belyden Reyer ende Alyt voirscreven sculdich te wesen tnegentich lichte gulden [Transportregisters Amersfoort 436-1]. 1497: Geertruyt Henric Pawen wedue mit Schadyck momber heft belyt sculdich te wesen Roeloff hoir soen 25 Ryns gulden 20 stuver [Transportregisters Amersfoort 436-1]. 1502: meister Jan Henrics heeft verkoopt Lubbert Henrics ende Lysbet syn wyf Roeloff Henrics ende Alyt syn wyf alsulc goet erffenis ende besterffenis als hem aen gecomen ende bestorven mach wesen van dode syns vaders saliger gedachten. [ ] meister Jan voirsgescreven heeft belyt Geertruyt sne moedergoede uutreykynge wel voldaen ende vernuecht te wesen vanden erffenis hem van syne salige vader aen gecomen is ende bedanck hoir dair of so hoir vrunde ende mage dat verdedyngt hebben.geertruyt voirgenoemt mit Schadyck momber heeft belyt meister Jan hoir zoen dertich enckell gulden sculdich te wesen nae hore doet mit voirwerden dat hy de voir uut hoir goet sy after laet nemen sal ende nochtans mede erfgenaemte wesen van syns moeders aftergelaten goeden gelyck syn ander broeders ende zusteren [Transportregisters Amersfoort 436-1] Johan van Rijn, zn. van Hendrik Jansz van den Rijn en Gerard, overleden voor 1 april 1466, trouwt met Gijsbert : Jan van den Rijn Jansz treedt op voor Jan van den Rijn bij diens belening met 7 morgen land in Aaxterveld in Ameide, zoals Hendrik, diens vader. Op wordt Gijsbert, gehuwd met Jan van den Rijn, gelijftocht [Leenhoven van de heren van Vianen; Ons Voorgeslacht 1985, p.579] : Jan van den Rijn, vertegenwoordigd door Jan van den Rijn, wordt bij dode van Hendrik, zijn vader, beleend met 3 morgen in Cothen in het Uitveld. Hulde van Jan van den Rijn Hendriksz op Op wordt zijn zoon Hendrik hiermee beleend [J.C. Kort (2001), Repertorium op de lenen van Gaasbeek] : Gerard van den Rijn, voor Gerard, weduwe Hendrik van den Rijn, wordt beleend met 7 morgen; Jan van den Rijn, voor Jan van den Rijn, wordt beleend met 11 morgen bij dode van Hendrik van den Rijn, diens vader, uit 18 morgen in Overlangbroek. Hulde van Jan van den Rijn op Op wordt Jan van den Rijn, bij dode van Hendrik, zijn vader, en Gerard, zijn moeder, met de 11 morgen beleend [J.C. Kort (2001), Repertorium op de lenen van Gaasbeek]. 304
305 : Johan van den Rijn Henrix zoon wordt, na opdracht door Willem Uuten Bongert, beleend met 6 morgen land in Odijk. Op draagt hij dit goed op aan Aelbert van Rijn Geryts zoon [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.249] Reyer Lamberts, schepen te Amersfoort in 1455, overleden voor = Johan Stevensz van der Burch, trouwt met = Trude de Beer. Generatie XIX Jan van Wijck van Velpen, zn. van Ghijsbert van Velpen Wouter Spronckxsoen. Wouter Spronckxsoen wordt in 1422 en 1429 vermeld als pachter in Werkhoven Sanne Jacobsz van Catwijck : Sanne Jacobs zoon van Catwijck wordt na opdracht door Johan van Zulen beleend met de helft van 38 morgen en 6½ hont, met hofstede te Weerdenberch, in de kerspel Werconden. Op draagt hij het goed op aan zijn zoon Jacob Sannen van Catwijck [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.436] Rutger Jacobs de Beer, schepen te Amersfoort tussen 1386 en 1404, overleden in 1405, trouwt (2) met Margriet Note, trouwt (1) met N.N : Rutger Jacops zoon verzocht en ontving in leen de helft van het goed 'then Acker' te Leusden, 'onderdeelt mit Gerit sinen soen'. Op wordt Jacob Beer Rutgers zoon, na dode zijns vaders, onder de voorbehoud van de lijftocht voor Margrieten, zijn moeder, beleend met dit goed. 'Onderdeelt mit Gerit sinen broeder' [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, p.194] : Bisschop Frederic vergunt aan Evert Reynerssoen van Lodenstein, Rutger Jacobss, Henric Note en Johan Goedens, om uit hun veen in het gerecht van Zoes achter Zoes-enghe een kanaal te graven naar de Eme (opgenomen in een akte van ) [S. Muller, Regesten van het archief der bisschoppen van Utrecht, dl. I, regest nr.1636] Jan van Beinum, schepen te Amersfoort tussen 1389 en 1395, trouwt met Belije, dr. van Gijsbrecht Scouten van den Kelre, overleden voor 11 juli 1402, trouwt (1) met N.N. de Coninc. 1391: Jan van Beinum wordt beleend met een hoeve in het kerspel Amerongen op de Hoeven, strekkend van de gemene weg bij de dijk tot Ameronger wetering, zoals Gijsbert Scoutenz [i.e. Gijsbert Scout van den Kelre, beleend op ]. Verdere vermeldingen (zonder datum) van Jan van Beinum, met de helft, en Arnout van Beinum Eliasz. voor Belie van Beinum met het geheel. Volgende belening, van , is van Dirk de Koning bij dode van Belie, weduwe Jan van Beinum, zijn moeder [J.C. Kort, Repertorium op de lenen en tijnsen van de Proosdij ten Dom] : Dirc de Coninc oorkondt dat hij aan deken en kapittel van St.-Joris bij testament vermaakt een stuk land buiten de St.-Jorispoort (is: Utrechtse poort), gelegen naast het land 'die 305
306 Brede', om met de inkomsten daaruit memoriediensten te houden voor hem, zijn vrouw Bate, zijn ouders, Mechelt de vrouw van Gysbert Scoutensoen, en haar zoon Evert, Bely Scouten, Evert Scouten op den Kelre, Lambert van den Velde, Dirc Coninc, en zijn moeder Geertruyt, Mabelien Scouten en Lybeth en Mechtelt, de dochters van Dirc Coninc [Archief Eemland; Capittel van Sint Joris te Amersfoort; regest nr. 109; inv.nr. 1 fol.42] Willem van Sniddelaar (?), zn. van Gijsbert van Sniddelaar en Aleid : Willem van Sniddelaar wordt bij dode van Gijsbert, zijn vader, beleend met het goed te Sniddelaar in het Woud te Woudenberg, met toebehoren [J.C. Kort (2001), Repertorium op de lenen van Gaasbeek] Henrick van Maurik (de Oude), zn. van Jan van Mauderick, knape in Reynier van Aelst, broeder van de Onze Lieve Vrouwebroederschap te 's-hertogenbosch in 1376, overleden rond 1400, trouwt met Oda Lysscap, dr. van Jan Lysscap en Katharine. 1383: Oda Lysscap wordt beleend met een huis en weerd bij Vught Gerrit de Man, geboren rond 1370, overleden na Roelof Wtenweerde. 1400: Rond dit jaar worden Roelof en Gerrit UtenWeerde met een halve hofstad op de Slaag. Dit is Culemborgs Hofstad in Maurik [Niet voortgezette lenen van de heren van Culemborg] Gerard van Culemborg, zn. van Hubert van Culemborg en Jutte van de Leck, knape tussen 1340 en 1363, heer van de Leck, Werth en Wertherbruch in 1352, ridder in 1371, heer van Culemborg en Schalkwijk vanaf 1379, heer van Maurik, overleden op 28 mei 1394, trouwt op 6 juli 1371 (huwelijkse voorwaarden) met Bertha van Egmond, dr. van Jan I van Egmond en Guyote van Amstel van IJsselstein, overleden in 1413, trouwt (1) op 13 december 1360 (huwelijkse voorwaarden) met Walram van Brederode, overleden in juli Jacob van Zuylen van Nyevelt, zn. van Steven van Zuylen van Nyevelt en Agnes van Heemskerck, lid van de ridderschap van Utrecht, kastelein op Stoutenburg in 1393, maarschalk van Amersfoort en Eemland in 1396, raadsheer van de bisschop van Utrecht tussen 1397 en , 1410, 1414, heer van Hoevelaken in 1402, heer van Nijeveld in 1403, heer van Geerestein in 1417, overleden in 1418, trouwt met Elsabe van Nijenrode, dr. van Gijsbert van Nijenrode en Belia van Arkel van Leyenburg, overleden na 18 juli Herberen van Leeuwen (?), zn. van Jan van Leeuwen, leenman van Willem van Gelre in 1395, medeoprichter van het verbond van ridderschap en steden van Gelre in = Reynier van Langelaer Jan Herman Hendricksz, trouwt met Incken Andriesdr Goede Heynrick Cosijn van Ysselt, zn. van Willem van Ysselt en Jutte Borre van Amerongen, 306
307 heer van Ysselt in 1406, overleden in : Hendrik Casijn van IJsselt wordt bij dode van zijn vader Willem beleend met 60 morgen land in Abcoude [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Amstel, Ons Voorgeslacht 1988, p.389] : Henric Casijn van Ysselt wordt na opdracht door Henric Borre van Amerongen Johanszoon beleend met het 'Guet te Lisenvoert', gelegen bij Amersfoort in het gericht van Ysselt. Hulder tot zijn mondige dagen is Henric Borre voorn [A.J. Maris, Repertorium op de Stichtse Leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak, I, p.340] : Frederik, bisschop van Utrecht, beleent Henric Cosiin van Ysselt, na de dood van zijn vader Willam, met het gerecht en grove en smalle tiend van zijn goed te Isselt, het goed Nyenlande met gerecht en tienden, het goed van Aelrehorst met gerecht en tienden, de Vry Hoeve op de Amersfoortse Eng, de gift van de kapel te Isselt en het goed te Lysenvoirde c.a. in het gerecht van Isselt [Archief Eemland, Stadsbestuur, ; regestnr. 143, 265; vidimus 1422]. 1433: Heinric Cosijn van Ysselt, ten overstaan van zijn leenmannen, beleent Coenegont Jacobs dochter van Vlowiic, met de grove en smalle tiend van Nyelande, onder het gerecht van Isselt, als onversterfelijk erfleen volgens Zutphens recht, nadat Eliaes Heinricx Conincx soen afstand ervan had gedaan [Archief Eemland, Stadsbestuur, ; regestnr. 314] Herman Both (?) Hendrik Jansz van den Rijn, overleden voor 23 november 1414, trouwt (1) met Agatha van Herlaar, trouwt (2) met Gerard, overleden voor 25 februari : Hendrik van den Rijn Jansz wordt, bij overdracht door Arnout van Elslo, beleend met 7 morgen land in Aaxterveld in Ameide. Op werd Aenout van Elso hiermee beleend, waarbij vermeld wordt 'eventueel te komen op Agatha van Herlaar, gehuwd met Hendrik van den Rijn, zijn zuster [Leenhoven van de heren van Vianen; Ons Voorgeslacht 1985, p.578] Ghijsbert van Velpen. Generatie XX 1408: Ghijsbert van Velpen wordt beleend met een halve hoeve land in Tuyl onder Doorn Gijsbrecht Scouten van den Kelre (?), schepen te Amersfoort tussen 1349 en 1353, godshuisberader van de St. Joris te Amersfoort in 1354, maal van Wede en Emmeklaar in Gijsbert van Sniddelaar, overleden voor 2 september 1418, trouwt met Aleid, dr. van Beer Momber en Fye van Nijenrode : Gijsbert van Sniddelaar wordt beleend met het goed te Sniddelaar in het Woud te Woudenberg, met toebehoren. Op volgt de lijftocht van Aleid, dochter van Beer Momber, gehuwd met Gijsbert van Sniddelaar, op de mindere helft. De voorgaande belening is van Gijsbert van Sniddelaar Willemsz op [J.C. Kort (2001), Repertorium op de lenen van Gaasbeek] Jan van Mauderick, zn. van Henrick van Maurik, tijnsmeester in 1326, rentmeester van de heer van Culemborg tussen 1332 en
308 Jan Lysscap, zn. van Ghiselbertus Lysscap, poorter te 's-hertogenbosch in 1302, schepen te 's-hertogenbosch tussen 1304 en 1316, provisor van de Tafel van de Heilige Geest te 's-hertogenbosch in 1312, broeder van de Onze Lieve Vrouwebroederschap te 's-hertogenbosch in 1346, overleden voor 1352, trouwt met Katharine, overleden na : Schepenen van 's-hertogenbosch oorkonden dat Hendrik Boenassijs een jaarlijkse erfcijns van 5 pond op een derde part van een erf in 's-hertogenbosch tussen het huis Rodenborch en het erf van Hendrik Crabbe, en op een ander deel in hetzelfde erf dat van Arnoud Vridach was, heeft verkocht aan Jan Lisscepe [Oorkondenboek Noord-Brabant, regest 0633] : Schepenen van 's-hertogenbosch oorkonden dat Jan, heer van Meerwijk, aan Jan Lysscop een erfrente van 20 pond zwarte Tournooisen 's jaars, te betalen te Empel in het "Vroenhuys", heeft verkocht [Oorkondenboek Noord-Brabant, regest 0676] : Schepenen van 's-hertogenbosch oorkonden dat Jan, heer van Meerwijk, en zijn broer Danekinus aan Jan Lysscop een jaarlijkse erfrente van 20 pond zwarte Tournoois op al hun goederen hebben verkocht [Oorkondenboek Noord-Brabant, regest 0736] : Jan de Milter, poorter van 's-hertogenbosch, verkoopt aan Jan Lysscep, eveneens poorter van 's-hertogenbosch, een erfcijns van 40 schelling op een huis en erf in de Hinthamerstraat. (Deperditum) [Oorkondenboek Noord-Brabant, regest 0807]. 1312: Jan Lysscap wordt beleend met een berg en weerd bij Vught en met goederen in Udenhout en Baardwijk. Jan Lysscap is eigenaar van de cijns op goederen in s Hertogenbosch Hubert van Culemborg, zn. van Johan van Bosinchem en Margaretha van Maurik, heer van Culemborg, heer van Maurik, Werth en Wertherbruch, heer van Schalkwijk in 1314, erfschenker van Utrecht in 1322, ridder in 1335, overleden te Hamont (gesneuveld) op 21 juli 1347, trouwt met Jutte van de Leck, dr. van Peter van de Leck en Jutte van Wassenaar, erfdochter van Werth en Wertherbruch, overleden op 21 september Jan I van Egmond, zn. van Wouter II van Egmond en Beatrijs van de Doortoge, geboren rond 1310, heer van Egmond, Zevenhuizen en Zegwaard, deelnemer aan de slag bij Kassel in 1328, raadsheer van de graaf van Holland tussen 1339 en , 1342, 1344, , , ridder in 1343, deelnemer aan veldtochten naar Pruisen, Utrecht en Friesland van 1344 tot 1345, mede-oprichter en leider van het Kabeljauws verbond in Holland in 1350, gezant naar Engeland in 1351, baanderheer in 1352, baljuw van Kennemerland en West-Friesland van 1353 tot 1354, militair leider over Kennemerland, West-Friesland, Amstelland en Waterland in 1355, stadhouder van Holland benoorden de Maas in 1356, baljuw van Kennemerland en West-Friesland in 1363, heer van IJsselstein in 1364, overleden op 28 december 1369, begraven te IJsselstein, trouwt rond 1331 met Guyote van Amstel van IJsselstein, dr. van Arnoud van Amstel van IJsselstein en Maria van Avesnes, overleden in Steven van Zuylen van Nyevelt, zn. van Jacob van Zuylen van Nyevelt en Christina Utenham, knape in 1348, burger te Utrecht in 1349, ridder in 1356, maarschalk van Eemland in 1358, maarschalk van het Sticht in 1364, maarschalk van Eemland in 1379, kastelein van de Eem in 1393, heer van Nijenvelde in 1394, maarschalk van het Sticht in 1394, raadsheer van de bisschop van Utrecht in 1394, heer van Hoevelaken in 1402, overleden voor 17 oktober 1403, trouwt met Agnes van Heemskerck, dr. van Gerit van Heemskerck. 308
309 Gijsbert van Nijenrode, zn. van Gerard Splinter van Nijenrode en Maria Persijn van Velsen, ridder, lid van het Kabeljauws verbond in Holland in 1350, maarschalk van Eemland en Gooiland in 1351, meesterridder van de herberg van graaf Willem V van 1353 tot 1354, heer van Nijenrode in 1355, heer van Velsen, baljuw van Kennemerland en West-Friesland van 1355 tot 1357, hoofdman van het land van Amstel, Amsterdam, Waterland, Zeevang en Naarden in 1356, baljuw en rentmeester van Amstelland en Waterland van 1357 tot 1358, raadsheer van graaf Willem V in 1357, kapitein van Delft in 1359, heer van den Poel in 1367, maarschalk van het Nedersticht tussen 1385 en 1393, raadsheer van graaf Albrecht van Beieren van 1393 tot 1394, kastelein op Wulverhorst in 1394, overleden in 1396, trouwt met Belia van Arkel van Leyenburg, dr. van Otto van Arkel van Leyenburg Jan van Leeuwen, lid van de schepenbank te Kesteren van 1376 tot 1410, hofmeester van de Heer van Culemborg in [op sunte Clemensdach]: Jan van Leeuwen, "hof" van den heer van Culenborch, oorkondt, dat Deengen Lampenzoon [etc.] hebben opgedragen ten behoeve van jonker Jan van Culenborch 2 morgen 26 roeden land onder Riiswiick [Regestenlijst Heren en Graven van Culemborg nr.387] Willem van Ysselt, zn. van Dirck Cosijn van Ysselt en Margaretha, overleden voor 6 augustus 1403, trouwt (1) rond 1372 met Glorie, trouwt (2) rond 1393 met Jutte Borre van Amerongen, dr. van Jan Borre van Amerongen : Willem Cosijn van IJsselt wordt beleend met 10 pond op een hoeve op Burveld te IJsselstein, bij dode van Margaretha, dochter van Willem heer Evertsz, zijn moeder, gehuwd met Dirk Cosijn van IJsselt. Op wordt Glorie, gehuwd met Willem Cosijn van IJsselt, gelijftocht op een hoeve en 6 morgen. In 1390 wordt Willem IJsselt te Utrecht beleend met de ledige hand. Op krijgt Willem van IJsselt dit van Jan die Voogd 'ten eigen' voor een vierde van de waarde [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Amstel, Ons Voorgeslacht 1989, p.277] : Willem van IJsselt Dirk Cosijnsz wordt bij opdracht beleend met 18 morgen land ten noorden van Benschop. Op wordt Jutte, dochter van Borre van Amerongen, gehuwd met Willem van IJsselt, gelijftocht. Op wordt vermeld 'Hendrik van IJsselt bij dode van zijn vader niet te verzuimen' en op 'Hendrik Cosijn van IJsselt ten eigen' [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Amstel, Ons Voorgeslacht 1988, p.391] : Willem van IJsselt Dirk Cosiinsz wordt beleend met 60 morgen land in Abcoude [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Amstel, Ons Voorgeslacht 1988, p.389] : Willam van Ysselt, Herman van Ysselt, Willem van Hemert, Ghisebrecht uter Koeken en Cosijn van Ysselt Willamsz verklaren dat hun neef Henric van den Werve en diens zuster Byatris van Stridelant op grond hunner afstamming welgeboren zijn [van Spaen, Inleiding, IV, Cod. Dipl, blz. 70]. Generatie XXI Beer Momber, trouwt met Fye van Nijenrode (bastaard), dr. van Gijsbert van Nijenrode. Beer Mombaar is getrouwd met Sophia, natuurlijke dochter van Gijsbrecht van Nijenrode. In 1396 komt hij voor als zwager van Otto van Nijenrode in de leenboeken van Nijenrode [Berigten van het Historisch Genootschap te Utrecht, 1853]. 309
310 Henrick van Maurik (?), zn. van Safatin van Maurik, ridder in Ghiselbertus Lysscap Johan van Bosinchem, zn. van Hubert van Bosinchem en Elisabeth van Arkel, heer van Culemborg, heer van Maurik in 1307, schenker van Utrecht in 1312, heer van Schalkwijk in 1319, overleden op 29 september 1322, trouwt (2) rond 1308 met Petronella van Abcoude, trouwt (1) met Margaretha van Maurik, dr. van Gerard van Maurik en N.N. van Lienden, erfdochter van Maurik, overleden rond Peter van de Leck, zn. van Hendrik II van de Leck en Jutta van Borssele, ridder in 1305, raadsheer van de graaf van Gelre in 1316, heer van de Leck vanaf 1321, raadsheer van de graaf van Holland tussen 1322 en , 1339, overleden in 1339, trouwt met Jutte van Wassenaar, dr. van Dirk van Wassenaar en N.N. van Wateringen, overleden na Wouter II van Egmond, zn. van Gerard van Egmond en Elisabeth van Strijen, heer van Egmond in 1312, heer van Warmenhuizen, Harenkarspel, Huisduinen, de Zijp en half Petten, overleden op 3 september 1321, begraven te Egmond (in de abdijkerk), trouwt met Beatrijs van de Doortoge, dr. van Dirk van de Doortoge en Ermegaerd van Naaldwijk, geboren rond 1290, overleden op 11 september 1323, begraven te Egmond (in de abdijkerk) Arnoud van Amstel van IJsselstein, zn. van Gijsbrecht van Amstel van IJsselstein en Bertha van Heukelom, knape in 1304, ridder in 1312, raadsheer van de bisschop van Utrecht in 1325, schout van Amersfoort en Eemland van 1338 tot 1341, heer van IJsselstein in 1344, raadsheer van de graaf van Holland tussen 1345 en , , baanderheer in 1354, zegelaar van 1354 tot 1358, ambachtsheer van Oudshoorn en Aarlanderveen in 1355, overleden na 12 februari 1363, trouwt voor 6 januari 1309 met Maria van Avesnes (bastaard), dr. van Gwijde van Avesnes, geboren rond 1290, overleden na 1 september Jacob van Zuylen van Nyevelt, zn. van Steven van Zuylen van Nyevelt en Mabelia, heer van Nijenvelde, knape in 1311, kastelein op Stoutenburch in 1343, ridder in 1346, burger te Utrecht in 1349, overleden voor 7 maart 1355, trouwt met Christina Utenham, dr. van Frederic Uten Ham en Christina Grauwert, overleden na Gerit van Heemskerck (?), zn. van Gerit van Heemskerck en Ada, ridder in 1335, heer van Oosthuizen, ambachtsheer van Rietwijk, Nieuwerkerk en Bakkum, baljuw van Amstelland en Waterland van 1336 tot 1340, raadsheer van graaf van Holland tussen 1339 en 1355, baljuw van Rijnland en het land van Woerden van 1346 tot 1347, medeoprichter en prominent lid van het Kabeljauws verbond in 1350, gezant naar Engeland in 1351, zegelaar tussen 1351 en 1354, gezant naar Gelre in 1353, overleden in Gerard Splinter van Nijenrode, zn. van Gijsbrecht van Nijenrode, ridder, heer van Nijenrode in 1320, overleden in 1351, trouwt met Maria Persijn van Velsen, dr. van Nicolaes Persijn van Velsen en Liesbeth. 310
311 Otto van Arkel van Leyenburg, zn. van Arnold van Arkel van Leyenburg en Mechtild de Cock van Waardenburg, ridder in Dirck Cosijn van Ysselt, zn. van Dirck Cosijn van Ysselt, trouwt voor 1357 met Margaretha, dr. van Willem heer Evertsz die Jonge : Margaretha, dochter van Willem heer Evertsz, gehuwd met Cosijn van IJsselt, wordt beleend met 10 pond op een hoeve op Burveld te IJsselstein, zoals haar ouders [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Amstel, Ons Voorgeslacht 1989, p.277]. 1366: Jan van Virneburg, bisschop van Utrecht, beleent Diderick Cosyn van Isselt, met gerecht en tienden van Isselt en enige daaraan verbonden goederen waaronder de kapel van Isselt [Archief Eemland, Stadsbestuur, ; afschrift 15e eeuw] Jan Borre van Amerongen. Generatie XXII = Gijsbert van Nijenrode, trouwt met Belia van Arkel van Leyenburg, relatie Safatin van Maurik, geboren rond 1240, ridder, heer van Maurik, overleden te Woeringen (gesneuveld) in Hubert van Bosinchem, zn. van Hubert van Bosinchem en N.N. van Loenersloot, geboren in 1230, ridder, heer van Culemborg in 1281, schenker van Utrecht van 1281 tot 1300, overleden tussen 1300 en 1302, begraven (op 20 maart), trouwt (2) met Clementia van Woerden, overleden tussen 1312 en 1316, trouwt (1) met Elisabeth van Arkel, dr. van Jan I 'de Sterke' van Arkel Gerard van Maurik, zn. van Safatin van Maurik, ridder, heer van Maurik in 1297, overleden na 1299, trouwt met N.N. van Lienden (?) Hendrik II van de Leck, zn. van Hendrik I van de Leck, geboren rond 1240, knape in 1271, heer van de Leck in 1271, ridder in 1277, raadsheer van de graaf van Holland in 1297, overleden voor 1309, trouwt met Jutta van Borssele, dr. van Peter van Borssele en Hadewich van Cruyningen, overleden voor , 1293: Hendrik van der Lecke wordt verbannen vanwege schulden : Syfridus, aartsbisschop van Colonia, beleent Henricus, heer van Lecke, met een deel van het broekland voor zijn kasteel te Weerde gelegen [Archief van de Heren en graven van Culemborg: Regestenlijst] Dirk van Wassenaar (?), zn. van Philips van Wassenaar, knape in 1254, raadsheer van de graaf van Holland vanaf 1266, ridder in 1268, baljuw van Delfland in 1276, ambachtsheer van Wassenaar in 1281, ambachtsheer van Voorschoten en Kethel, overleden voor 1300, trouwt met N.N. van Wateringen, dr. van Gerard van Wateringen en Machteld van Teylingen Gerard van Egmond, zn. van Willem van Egmond en Ada, overleden voor 18 mei 1300, trouwt met 311
312 Elisabeth van Strijen, dr. van Willem III van Strijen en N.N. van de Lede, overleden op 16 december Dirk van de Doortoge, zn. van Floris van Brederode en N.N. van Putten, knape in 1291, ridder, heer van de Doortoge, Zegwaard en Zevenhuizen, overleden voor 28 januari 1306, trouwt met Ermegaerd van Naaldwijk, dr. van Willem van Naaldwijk Gijsbrecht van Amstel van IJsselstein, zn. van Arnold van Amstel en Johanna, heer van Benschop in 1293, maarschalk van de bisschop in het Nedersticht in 1297, heer van IJsselstein in 1309, overleden rond 1343, begraven te IJsselstein, trouwt rond 1280 met Bertha van Heukelom, dr. van Otto van Arkel, overleden op 25 februari Gwijde van Avesnes, zn. van Jan I van Avesnes en Aleida van Holland, aartsdiaken en proost van St. Lambert te Luik, elect te Luik in 1292, bisschop van Utrecht vanaf 1303, overleden op 29 mei 1317, begraven te Utrecht (Domkerk), Steven van Zuylen van Nyevelt, zn. van Dirck van Zuylen, ridder, raadsheer van de bisschop van Utrecht, pandhouder van Vreeland, rentmeester van deze zijde van de IJssel in 1325, maarschalk in 1326, overleden na 1334, trouwt met Mabelia Frederic Uten Ham, knape in 1331, ridder in 1339, overleden in 1380, trouwt met Christina Grauwert, dr. van Peter Grauwert en Berta van Zuylen, overleden op 15 december Gerit van Heemskerck, zn. van Arnoud van Heemskerck, heer van Oosthuizen in 1292, ridder in 1305, baljuw van Amstelland in 1317, overleden voor oktober 1333, trouwt met Ada, overleden in januari Gijsbrecht van Nijenrode, zn. van Gerard Splinter van Ruweel, ridder, heer van Nijenrode in Nicolaes Persijn van Velsen, zn. van Jan Persijn van Velsen, knape in 1290, ridder in 1293, heer van half Waterland, Velsen, de Lier en Zouteveen, overleden in de omgeving van Zierikzee op 20 maart 1304 (gesneuveld), trouwt met Liesbeth Arnold van Arkel van Leyenburg, zn. van Otto van Arkel, ridder, heer van Valkenvoorde, heer van Leyenburg van 1318 tot 1336, trouwt (1) met Geertruyt van Wijffliet, dr. van Willem van Wijffliet, overleden in 1320, trouwt (2) met Mechtild de Cock van Waardenburg (?), dr. van Gerrit de Cock van Waardenburg en Johanna van Buren Dirck Cosijn van Ysselt, knape in : Cosijn van IJsselt wordt beleend met 60 morgen land in Abcoude. Op is dit Dirk Cosijn van IJsselt 'ten eigen' [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de Hofstede Amstel, Ons Voorgeslacht 1988, p.389] : Dirk Cosijn van IJsselt wordt bij opdracht beleend met 18 morgen land ten noorden van Benschop met lijftocht van Margaretha, gehuwd met Dirk zijn zoon [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van de hofstede Amstel, Ons Voorgeslacht 1988, p.391] 312
313 Willem heer Evertsz die Jonge, zn. van Willem heer Evertsz die Jonge en Margaretha : Willem die Jonge Willem Jongensz wordt beleend met 10 pond op een hoeve op Burveld te IJsselstein [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Amstel, Ons Voorgeslacht 1989, p.277] : Hase, gehuwd met Hendrik Wolf, wordt bij overdracht door Willem heer Evert Jongensz, haar vader, voor haar huwelijk bevestigd met drie viertels in de Hoge Biesen te IJsselstein, naast de hofstede van Willem heer Evert Jongensz. Dit is een Nassaus domein. Zij draagt dit over aan Maria van IJsselstein, bevestigd door Jan over de Vecht, haar oom [J.C. Kort, de leenkamers van de heren van Egmond; lenen afkomstig van Maria van IJsselstein; Ons Voorgeslacht 1983, p.246, 247] Generatie XXIII Hubert van Bosinchem, zn. van Steven van Bosinchem en Ava van Zulen, ridder in 1258, schenker van de bisschop van Utrecht, overleden voor 31 mei 1271, trouwt (1) met Margaretha van Voorne, trouwt (2) met N.N. van Loenersloot, dr. van Dirk Splinter van Loenersloot en N.N. van Zuylen Jan I 'de Sterke' van Arkel, zn. van Herbaren van de Lede en Mabelia, heer van Arkel, overleden op 15 mei = Safatin van Maurik Hendrik I van de Leck, zn. van Volpert van de Leck en Othilde van Smitshuisen, ridder in 1249, heer van de Leck van 1249 tot 1268, overleden voor 3 november Peter van Borssele, zn. van Nicolaes van Borssele, ridder, heer van Borssele, Goes en Kloetinge, trouwt met Hadewich van Cruyningen, dr. van Godfried van Cruyningen en Oda van Pumbeke Philips van Wassenaar, zn. van Dirk van Wassenaar en Bertha van Rijswijk, ridder, heer van Wassenaar Gerard van Wateringen, zn. van Ogier van Voorschoten en Gertrudis, ambachtsheer van Wateringen, ridder in 1260, raadsheer van de graaf van Holland vanaf 1266, gezant naar Engeland in 1285, trouwt met Machteld van Teylingen, dr. van Dirk van Teylingen en Gheertrudis, overleden voor 20 november Willem van Egmond, zn. van Gerard van Egmond en Beatrix van Haarlem, heer van Egmond, begeleider van graaf Jan I en zijn vrouw naar Engeland in 1297, overleden op 30 maart 1304, trouwt met Ada, overleden op 20 januari Willem III van Strijen, zn. van Willem II van Strijen, heer van Strijen in 1224, trouwt met N.N. van de Lede, dr. van Herbaren van de Lede en Mabelia Floris van Brederode, zn. van Dirk van Brederode en Alveradis van Heusden, heer van de Doortoge, Zegwaard en Zevenhuizen, ridder in 1289, trouwt met N.N. van Putten, dr. van Nicolaes I van Putten. 313
314 Willem van Naaldwijk, ridder Arnold van Amstel, zn. van Gijsbrecht III van Amstel en NN van Kuyc, heer van Benschop en IJsselstein, ridder in 1267, overleden voor 1300, trouwt met Johanna Otto van Arkel, zn. van Herbaren van de Lede en Mabelia, ridder, heer van Heukelom en Asperen Jan I van Avesnes, zn. van Bouchard van Avesnes en Margaretha van Vlaanderen- Henegouwen, geboren te Houffalize in april 1218, graaf in Henegouwen in 1246, overleden op 24 december 1257, begraven te Valenciennes, trouwt na 20 augustus 1246 met Aleida van Holland, dr. van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant, gravin van Holland, regentes voor graaf Floris V van 1258 tot 1263, overleden tussen 1 maart 1284 en 9 april 1284, begraven te Valenciennes Dirck van Zuylen (alias van Nyevelt), zn. van Steven van Zuylen en Hadewich van Wiltenburg, ridder, overleden in de omgeving van Zierikzee (gesneuveld) op 20 maart Dirck van Zulen is gegoed in Benschop Peter Grauwert (alias Ouderidder), zn. van Dirck Graward, schepen te Utrecht tussen 1318 en 1328, overleden op 30 september 1328, trouwt met Berta van Zuylen, dr. van Wouter van Zuylen en Christina, overleden op 4 september : Verklaring door bisschop Jan van Diest, dat Petrus Ouderidder alias Grawart, burger van Utrecht, verschillende goederen aan het kapittel geschonken heeft voor de stichting van een altaar bij het graf van zijn zoon Walterus van Zulen, kanunnik van de Dom, namelijk de helft van 6 morgen land in Harmelerwaard, de helft van 8 morgen land in Bijleveld, tevens drie percelen land te Odijk [UA, Archief Domkapittel, inv.nr.216, nr.2777] Arnoud van Heemskerck, baljuw van Kennemerland van 1254 tot 1256, kastelein van Toorenburg tussen 1254 en 1256, ridder in Gerard Splinter van Ruweel, zn. van Loeff van Ruweel, ridder, heer van Nijenrode van 1277 tot Jan Persijn van Velsen, zn. van Nicolaes Persijn van Haarlem en N.N. van Heusden, heer van Waterland, ridder in 1252, overleden tussen 21 december 1283 en 26 december = Otto van Arkel Gerrit de Cock van Waardenburg, zn. van Rudolf II de Cock en Margriet van Batenburg, heer van Waardenburg van 1315 tot 1329, overleden in 1329, trouwt met Johanna van Buren, dr. van Alard III van Buren en Elisabeth de Vries, overleden na
315 Willem heer Evertsz die Jonge, trouwt met Margaretha : Willem, heer Everard Jongenzn, beleent heer Gijsbert, heer van IJsselstein, met de Poelwaard, die hij zelf in leen houdt van de heren van Hagestein [Drossaers, R43] : Willem heer Evertsz, alias die Jonge, wordt als leenheer vermeld bij een belening van 10 pond op een hoeve op Burveld te IJsselstein (zegelt met 3 balken), zoals hij moest houden van Amstel met lijftocht van Margaretha zijn vrouw. De vorige vermelding uit 1285 is van Willem heer Evertsz, leenman van Amstel, die borg staat bij de graaf voor de zoen van Amstel [J.C. Kort, Repertorium op de lenen van Amstel, Ons Voorgeslacht 1989, p.277] : Hendrik van Harmelen, zoon van wijlen Hendrik van Harmelen, en Wouter, zijn broer, doen afstand aan Gijsbert van IJsselstein, die overdraagt aan Arnout van IJsselstein behalve de leenman Alfer Hubertsz, de mannen van Opburen verzochten aan Arnout behalve Alfer en Gerard Nikolaasz, die eerder beleend waren, bevestigd door Gijsbert en Wouter van Langerak, Willem heer Evertsz. en Hendrik Gijsbert Hazenz. van Harmelen, verwanten van de broers. Het betreft 62 morgen op Oudeland in Opburen te IJsselstein [Kort, Repertorium op de grafelijke lenen in het Sticht Utrecht] : Margriet, jonkvrouwe van den Goije, vrouw van Hendrik van de Leck, beleent Willem, heer Everard Jongenzn. met de Poelwaard gelegen naast IJsselstein en met 20 morgen land in de waard, gelegen bij Eiteren over de IJssel aan de oostzijde, waarna Willem, heer Everard Jongenzn, heer Gijsbert, heer van IJsselstein, met de Poelwaard beleent [Drossaers, R78]. Generatie XXIV Steven van Bosinchem, zn. van Hubert van Bosinchem, ridder, ministeriaal in 1228, schenker van de bisschop van Utrecht in 1230, overleden voor 1253, trouwt met Ava van Zulen, dr. van Steven van Zuylen Dirk Splinter van Loenersloot, zn. van Henricus van Lonreslothe en N.N. van Vechten, ridder in 1245, ministeriaal van de bisschop van Utrecht en de hertog van Gelre, trouwt met N.N. van Zuylen, dr. van Steven van Zuylen Herbaren van de Lede, zn. van Floris van de Lede en N.N. Hugo Bottensdr, ridder in 1241, heer van Arkel, Asperen en Heukelom, trouwt met Mabelia Volpert van de Leck, zn. van Giselbert van der Lecke en N.N. van Voorne, heer van de Leck van 1219 tot 1247, ridder in 1233, overleden voor 9 augustus 1249, trouwt (2) op 17 oktober 1236 (huwelijkse voorwaarden) met Margaretha van Kuyc, dr. van Albert van Kuyc en Hadewich (?) van Merum, trouwt (1) met Othilde van Smitshuisen, dr. van Hendrik van Smitshuisen en Machteld, overleden in Nicolaes van Borssele, ridder, heer van Borssele van 1243 tot 1258, overleden voor Godfried van Cruyningen, zn. van Wouter van Cruyningen en Bela, domicellus in 1233, heer van Kruiningen van 1233 tot 1265, ridder in 1238, heer van Woensdrecht in 1250, overleden in 1265, trouwt met Oda van Pumbeke, dr. van Hugo van Beveren en Beatrix van Tilburg, overleden na mei
316 Dirk van Wassenaar, zn. van Philips van Wassenaar, ridder, drost van Holland in 1203, ambachtsheer van Wassenaar in 1222, trouwt met Bertha van Rijswijk, dr. van Arnold van Rijswijk Ogier van Voorschoten (alias van Cralingen, uten Hoecke), heer van Wateringen, drost in 1211, overleden voor 1260, trouwt met Gertrudis, overleden na 18 mei Dirk van Teylingen, zn. van Willem van Teylingen en Hadewych, heer van Teylingen, ambachtsheer van Voorhout, Sassenheim, Lisse, Hillegom, Waddinxveen, raadsheer van de graaf van Holland, baljuw van Holland in 1266, ambachtsheer van Alblas tot 1280, ambachtsheer van Poliën in 1281, overleden op 19 november 1282, trouwt met Gheertrudis, overleden op 21 januari 1283 (of 1284) Gerard van Egmond, zn. van Willem van Egmond en Badeloch, heer van Egmond, overleden op 25 december 1242, trouwt met Beatrix van Haarlem, dr. van Wouter van Haarlem Willem II van Strijen = Herbaren van de Lede, trouwt met = Mabelia Dirk van Brederode, heer van Brederode, drost van Holland van 1215 tot 1226, ridder in 1224, overleden rond 1236, trouwt rond 1215 met Alveradis van Heusden, dr. van Jan I van Heusden en Aleid van Kessel Nicolaes I van Putten, zn. van Jan van Putten en N.N. van Voorne, ridder, heer van Putten en Striene, ambachtsheer van Katendrecht in 1243, overleden voor september Gijsbrecht III van Amstel, zn. van Gijsbrecht II van Amstel, ridder, heer van Amstel in 1231, overleden voor 22 november 1252, trouwt met NN van Kuyc, dr. van Albert van Kuyc en Hadewich (?) van Merum, overleden voor = Herbaren van de Lede, trouwt met = Mabelia Bouchard van Avesnes, zn. van Jacques d'oisy en Ameline de Guise, geboren rond 1182, heer van Avesnes, doctor juris te Orleans, subdiaken en tresorier van het kapittel van Doornik, cantor te Laon in 1205, hoogbaljuw van Henegouwen, overleden op 7 september 1244, trouwt te Le Quesnoy in juli 1212, (gesch. in 1221) met Margaretha van Vlaanderen-Henegouwen, dr. van Boudewijn van Henegouwen en Marie de Champagne, geboren in juli 1202, gedoopt te Valenciennes in augustus 1202, gravin van Vlaanderen en Henegouwen, overleden op 10 februari 1280, begraven te Flynes, trouwt (2) tussen 18 augustus 1223 en 5 november 1223 met Willem van Dampierre Floris IV van Holland, zn. van Willem I van Holland en Aleida van Gelre, geboren op 24 juni 1210, graaf van Holland en Zeeland, overleden te Corbie (gedood bij een 316
317 steekspel) op 19 juli 1234, begraven te Rijnsburg (Abdijkerk), trouwt in 1224 met Machteld van Brabant, dr. van Hendrik I 'de Strijdbare' van Brabant en Mathilde de Boulogne, regentes van Zeeland Bewesten Schelde voor graaf Willem II, overleden op 22 december 1267, begraven te Loosduinen Steven van Zuylen, zn. van Steven van Zuylen, ridder, heer van Sulen, trouwt met Hadewich van Wiltenburg Dirck Graward, zn. van Herman Alderidder Wouter van Zuylen, zn. van Gijsbert van Zuylen en Berta van Abcoude, ridder, trouwt met Christina Loeff van Ruweel, zn. van Gijsbrecht van Ruweel en Goede, ridder Nicolaes Persijn van Haarlem, zn. van Jan Persijn en N.N. van Haarlem, heer van Waterland, ridder in 1238, overleden rond 1255, trouwt met N.N. van Heusden Rudolf II de Cock, zn. van Rudolf I de Cock en Aleid van Ochten, ridder, heer van Waardenburg, Opijnen en Isendoorn, overleden in 1315, trouwt (1) met N.N. van Rossem, trouwt (3) op 14 juni 1310 met Elisabeth van der Sluis, overleden na 1315, trouwt (2) met Margriet van Batenburg, dr. van Gerard van Batenburg en Mabelia van Moers, overleden op 27 augustus Alard III van Buren, zn. van Otto II van Buren, heer van Buren, overleden na 1315, trouwt met Elisabeth de Vries, dr. van Lambert de Vries en Elisabeth van Puifflijk. Generatie XXV Hubert van Bosinchem, zn. van Rudolf van Bosinchem en Aleyt van Heynsberch, ministeriaal van de bisschop van Utrecht in 1196, overleden circa Steven van Zuylen Henricus van Lonreslothe, ministeriaal in 1227, ridder in 1245, trouwt met N.N. van Vechten, dr. van Dirk Splinter van Vechten = Steven van Zuylen Floris van de Lede, zn. van Herbaren van de Lede, heer te Lede en Asperen, trouwt met N.N. Hugo Bottensdr, dr. van Hugo Botter Giselbert van der Lecke, zn. van Volpert van der Lecke, trouwt circa 1193 met N.N. van Voorne, dr. van Dirk van Voorne Hendrik van Smitshuisen, zn. van Steven van Smitshuisen, ministeriaal, overleden voor 1219, trouwt met 317
318 Machteld, 'nobilis matrona' Wouter van Cruyningen, zn. van Wolfert van de Maalstede, heer van Kruiningen, advocatus van de abdij Ter Does, overleden voor 1226, trouwt voor april 1214 met Bela, overleden na Hugo van Beveren, waarschijnlijk zn. van Jordaan van Beveren, trouwt met Beatrix van Tilburg, dr. van Giselbert I van Tilburg en Alaysa van Boxtel Philips van Wassenaar, mogelijk zn. van Kerstant Arnold van Rijswijk, drost van Holland van 1198 tot Willem van Teylingen, zn. van Willem van Teylingen, heer van Teylingen, ridder in 1223, overleden op 5 maart 1244, trouwt voor april 1214 met Hadewych Willem van Egmond, zn. van Wouter van Egmond en Mabelia van Isselmunde, heer van Egmond, advocatus van de abdij van Egmond in 1213, overleden (gesneuveld tegen de Stadingers aan de Elbe) op 17 mei 1234, trouwt met Badeloch, overleden op 27 april Wouter van Haarlem, zn. van Symon Galo van Haarlem, heer van Bergen Jan I van Heusden, zn. van Arnoud I van Heusden en Justine, geboren circa 1160, heer van Heusden, trouwt met Aleid van Kessel (?), dr. van Hendrik III van Kessel en Alveradis van Merum Jan van Putten, trouwt met N.N. van Voorne, dr. van Hugo van Voorne, erfdochter van Putten Gijsbrecht II van Amstel, zn. van Gijsbrecht I van Amstel, heer van Amstel, ministeriaal, ridder in 1224, overleden voor Albert van Kuyc, zn. van Hendrik II van Kuyc en Sofia van Rhenen, geboren circa 1160, heer van Herpen, Merum en half Asten, ridder in 1191, heer van Kuyc en Grave van 1204 tot 1233, stadsgraaf te Utrecht tot 1220, overleden in 1233, trouwt circa 1195 met Hadewich (?) van Merum, dr. van Rutger van Merum en Aleidis van Altena, erfdochter van Merum en half Asten Jacques d'oisy, zn. van Nicolas Plukiel d'oisy en Mahaut de la Roche, heer van Avesnes, Condé en Landrecies in 1171, heer van Guise, raadsheer van de graaf van Vlaanderen in 1185, kruisvaarder van 1187 tot 1191, overleden te Arsouf [Israël] op 7 september 1191 (gesneuveld), trouwt met Ameline de Guise, dr. van Bouchard de Guise en Adelheid Boudewijn van Henegouwen, zn. van Boudewijn V van Henegouwen en Margaretha van Vlaanderen, geboren te Valenciennes in juli 1171, graaf van Vlaanderen en Henegouwen, keizer van het Latijnse keizerrijk in Constantinopel, overleden te Bulgarije na 20 juli 1205 (in gevangenschap), trouwt te Château-Thiéry op 13 januari 1186 met 318
319 Marie de Champagne, dr. van Henri I 'le Libéral' de Champagne en Marie de France, geboren circa 1174, regentes van Vlaanderen en Henegouwen in 1202, overleden te Akko in 1204 (op weg naar Constantinopel) Willem I van Holland, zn. van Floris III van Holland en Ada of Scotland, geboren circa 1168, graaf van Oostergo, Westergo en Stavoren, graaf van Holland, kruisvaarder, overleden op 4 februari 1222, trouwt (2) met Maria van Brabant, dr. van Hendrik I 'de Strijdbare' van Brabant en Mathilde de Boulogne, geboren circa 1191, overleden tussen 9 maart 1260 en 14 juni 1260, begraven te Leuven (St. Pieter), trouwt (1) te Stavoren in 1197 met Aleida van Gelre, dr. van Otto I van Gelre en Zutphen en Richardis von Scheyern- Wittelsbach, geboren circa 1187, overleden op 12 februari 1218, begraven te Rijnsburg Hendrik I 'de Strijdbare' van Brabant, zn. van Godfried III van Brabant en Margaretha van Limburg, geboren in 1165, ridder te Mainz op 20 mei 1184, kruisvaarder, hertog van Brabant van 1190 tot 1235, leenheer over Dordrecht en het oude graafschap Strijen in 1200, overleden te Keulen op 3 september 1235, begraven te Leuven (St.Pieter), trouwt (2) te Soissons op 22 april 1213 met Maria van Frankrijk, geboren in 1198, overleden op 15 augustus 1224, trouwt (1) in 1180 met Mathilde de Boulogne, dr. van Matthaeus van de Elzas en Maria de Boulogne, geboren tussen 1161 en 1165, overleden tussen 1210 en 1211, begraven te Leuven (St. Pieter) = Steven van Zuylen Herman Alderidder, schepen te Utrecht tussen 1227 en Gijsbert van Zuylen, zn. van Steven van Zuylen, ridder, schout te Jutphaas, ministeriaal in 1247, trouwt met Berta van Abcoude, dr. van Zweder van Abcoude Gijsbrecht van Ruweel, ridder, broeder van het Duitse Huis te Utrecht, trouwt met Goede Jan Persijn, zn. van Dirk Persijn en N.N. Arnoud Spikersdr, heer van Waterland, overleden op 20 september 1224, trouwt met N.N. van Haarlem, dr. van Symon Galo van Haarlem Rudolf I de Cock, miles, heer van Waardenburg, Opijnen en Isendoorn, overleden na 1295, trouwt in 1265 met Aleid van Ochten, dr. van Ricold van Ochten en N.N. van Kuyc Gerard van Batenburg, trouwt met Mabelia van Moers Otto II van Buren, zn. van Alard II van Buren, ridder, heer van Buren Lambert de Vries, zn. van Gerard de Vries, geldschieter van de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht, tot ridder geslagen in 1292, schepen te Utrecht van 1294 tot 1298, overleden voor 23 september 1321, trouwt met Elisabeth van Puifflijk, dr. van Willem van Puifflijk. 319
320 Generatie XXVI Rudolf van Bosinchem, ridder, overleden tussen 1164 en 1174, trouwt met Aleyt van Heynsberch Dirk Splinter van Vechten Herbaren van de Lede, heer van de Lede Hugo Botter, heer van Schoonhoven Volpert van der Lecke Dirk van Voorne Steven van Smitshuisen, ministeriaal Wolfert van de Maalstede Jordaan van Beveren (?), zn. van Dirk I van Beveren, ridder, heer van Beveren, burggraaf van Diksmuide, kamerling van de graaf van Vlaanderen Giselbert I van Tilburg, zn. van Henricus van Landen, overleden circa 1200, trouwt met Alaysa van Boxtel, dr. van Harper van Randerath Kerstant (?), drost van Holland Willem van Teylingen Wouter van Egmond (Kwade Wouter), overleden op 13 september 1208, trouwt met Mabelia van Isselmunde, waarschijnlijk dr. van Hugo van Isselmunde Symon Galo van Haarlem, zn. van IJsbrand Galenzoon van Haarlem, heer van Haarlem en Bergen Arnoud I van Heusden, geboren circa 1125, heer van Heusden in 1173, overleden voor 1200, trouwt met Justine, overleden voor Hendrik III van Kessel, waarschijnlijk zn. van Hendrik II van Kessel, graaf in Grevenbroich, overleden voor 1189, trouwt met Alveradis van Merum, dr. van Adalbert II von Saffenberg en Adelheid van Cuyck, erfdochter van de Waldgrafschaft Osning Hugo van Voorne, heer van Putten in Gijsbrecht I van Amstel, zn. van Egbert van Amstel, ministeriaal in Hendrik II van Kuyc, zn. van Herman van Kuyc, geboren circa 1130, ridder in 1157, stadsgraaf te Utrecht, voogd van St. Jan te Utrecht, kruisvaarder, overleden in 1204, trouwt circa 1160 met 320
321 Sofia van Rhenen, dr. van Dirk van Rhenen, erfdochter van Herpen, overleden na Rutger van Merum, trouwt met Aleidis van Altena Nicolas Plukiel d'oisy, zn. van Waltre Plukiel d'oisy en Ada de Mortagne, heer van Avesnes, Condé en Leuze, trouwt tussen 1148 en 1150 met Mahaut de la Roche, dr. van Henri de la Roche en Mathilde van Limburg, trouwt (1) met Thierry de Walcourt, overleden circa Bouchard de Guise, zn. van Guido de Guise en Adèle de Montmorency, heer van Guise, trouwt met Adelheid Boudewijn V van Henegouwen, zn. van Boudewijn IV van Henegouwen en Adelheid van Namen, geboren circa 1148, graaf van Henegouwen en Vlaanderen, overleden te Mons op 17 december 1195, trouwt te Le Quesnoy in april 1169 met Margaretha van Vlaanderen, dr. van Dirk van de Elzas en Sybille d'anjou, geboren tussen 1140 en 1145, gravin van Vlaanderen, overleden te Brugge op 15 november 1194, begraven te Brugge (St. Donaas) Henri I 'le Libéral' de Champagne, zn. van Thibaud de Blois en Mathilde von Spanheim, geboren tussen 1126 en 1127, graaf van Champagne, Troyes en Brie, kruisvaarder, overleden te Troyes op 17 maart 1181, begraven te Troyes, trouwt in 1164 met Marie de France, dr. van Louis VII 'Florus' de France en Eleonora d'aquitaine, geboren in 1138, overleden op 11 maart 1198, begraven te Méaux Floris III van Holland, zn. van Dirk VI van Holland en Sophia von Rheineck, geboren circa 1135, graaf van Holland, kruisvaarder, overleden te Antiochië op 1 augustus 1190, begraven te Antiochië (St. Petrus), trouwt in 1162 met Ada of Scotland, dr. van Henry of Scotland en Ada de Varenne, gravin van Ross, overleden op 11 januari 1208, begraven te Middelburg Otto I van Gelre en Zutphen, zn. van Hendrik I 'de Jongere' van Gelre en Zutphen en Agnes, geboren circa 1150, proost van Xanten, graaf van Gelre en Zutphen in 1182, deelnemer aan de 3e kruistocht in 1189, overleden in 1207, begraven te Düsseldorf (klooster Camp), trouwt circa 1185 met Richardis von Scheyern-Wittelsbach, dr. van Otto von Wittelsbach en Agnes von Loon, geboren circa 1173, regentes van Gelre en Zutphen voor Otto II, non in het dubbelklooster Bethlehem bij Doetinchem, abdis van de Munsterabdij te Roermond in 1224, overleden te Roermond op 21 september 1231, begraven te Roermond (Munsterkerk) Godfried III van Brabant, zn. van Godfried II van Leuven en Lutgardis von Sulzbach, geboren circa 1140, hertog van Brabant van 1142 tot 1190, markgraaf van Antwerpen, voogd van Gembloux, Nivelles, Afflighem en Tongerlo, kruisvaarder in 1190, overleden op 21 augustus 1190, begraven te Leuven (St.Pieter), trouwt (2) circa 1175 met Imagina von Loon, dr. van Ludwig I von Loon en Agnez von Metz, overleden voor 1229, trouwt (1) in januari 1155 met Margaretha van Limburg, dr. van Hendrik II van Limburg en Mathilde von Saffenberg, geboren circa 1138, overleden in 1172, begraven te Leuven (St.-Pieter). 321
322 Matthaeus van de Elzas, zn. van Dirk van de Elzas en Sybille d'anjou, geboren circa 1138, graaf van Boulogne van 1160 tot 1173, overleden te Driencourt op 25 juli 1173 (aan zijn verwondingen), begraven te St. Josse, trouwt (2) circa 1170 met Eleonore de Vermandois, overleden na 1221, trouwt (1) circa 1160, (gesch. in 1169) met Maria de Boulogne, dr. van Stephen de Blois en Mathilde de Boulogne, erfdochter van Boulogne, abdis van Romsey circa 1160, kloosterlinge in St. Austrebert bij Montreuil, na 1169, overleden te St. Austrebert bij Montreuil op 25 juli 1182, begraven te St. Austrebert bij Montreuil = Steven van Zuylen Zweder van Abcoude, zn. van Henricus de Abbekewolde Dirk Persijn, trouwt met N.N. Arnoud Spikersdr, dr. van Arnoud Spiker en Imme, erfdochter van Waterland = Symon Galo van Haarlem Ricold van Ochten, heer van Isendoorn, trouwt met N.N. van Kuyc, dr. van Hendrik III van Kuyc en N.N. van Perwez Alard II van Buren, zn. van Alard I van Buren en N.N. van Bosinchem, ridder, overleden circa Gerard de Vries, schepen te Utrecht van 1277 tot Willem van Puifflijk, ridder Dirk I van Beveren. Generatie XXVII Henricus van Landen, zn. van Gerardus van Landen Harper van Randerath (alias van Boxtel) Hugo van Isselmunde (?), overleden voor IJsbrand Galenzoon van Haarlem, zn. van Galo van Bergen en Geertruid, heer van Haarlem en Bergen Hendrik II van Kessel (?), waarschijnlijk zn. van Hendrik I van Kessel, graaf van Krikenbeck en Kessel, voogd van de abdij St.Pantaleon in Keulen Adalbert II von Saffenberg, zn. van Adolf I von Saffenberg en Margarete von Rötz, graaf van Saffenberg-Nörvenich en Bonn, voogd van St.Cassius in Bonn, overleden circa 1152, trouwt met Adelheid van Cuyck, dr. van Hendrik I van Cuyck en Alveradis van Hostaden, erfgename van de Waldgrafschaft Osning. 322
323 Egbert van Amstel, zn. van Wolfger van Amstel, meier van Amstelland, ministeriaal van de bisschop van Utrecht in Herman van Kuyc, zn. van Hendrik I van Cuyck en Alveradis van Hostaden, geboren circa 1100, stadsgraaf te Utrecht, voogd van St. Servaes te Maastricht in 1146, overleden circa 1168, trouwt circa Dirk van Rhenen, zn. van Godfried van Aarschot-Rhenen en Sophia van Bemmel, burggraaf te Utrecht circa 1156, overleden voor Waltre Plukiel d'oisy, zn. van Fastré d'oisy en Richilde, heer van Avesnes, Condé en Leuze, voogd van Doornik, overleden in 1147, trouwt met Ada de Mortagne, dr. van Everard I Radulf en Helewidis Henri de la Roche, zn. van Albert III van Namen en Ida von Sachsen, graaf van la Roche, voogd van Stablo-Malmedy, overleden voor 5 juni 1138, trouwt met Mathilde van Limburg, dr. van Hendrik I van Limburg en Adelheid van Botenstein, geboren circa Guido de Guise, zn. van Gottfried de Guise en Ada de Rameru, overleden na 1141, trouwt met Adèle de Montmorency, dr. van Bouchard IV de Montmorency en Agnes de Beaumont-sur-Oise, geboren circa Boudewijn IV van Henegouwen, zn. van Boudewijn III van Henegouwen en Jolante van Gelre, geboren circa 1110, graaf van Henegouwen, overleden te Mons op 6 november 1171, begraven te Mons, trouwt circa 1130 met Adelheid van Namen, dr. van Godfried van Namen en Ermesinde von Luxemburg, geboren circa 1110, overleden in juli 1168, begraven te Mons Dirk van de Elzas, zn. van Dirk II van Opper-Lotharingen en Geertruid van Vlaanderen, geboren te Bitche circa 1100, graaf van Vlaanderen van 1128 tot 1168, kruisvaarder in 1148, overleden te Grevelingen op 4 januari 1168, begraven te Watten, trouwt (1) met Swanehild, overleden op 4 september 1133, trouwt (2) in 1134 met Sybille d'anjou, dr. van Fulco V d'anjou en Eremburga de Maine, geboren circa 1116, overleden te Jeruzalem in 1165, begraven te Jeruzalem Thibaud de Blois, zn. van Étienne II Henri 'le Sage' de Blois en Adela de Normandie, geboren circa 1091, graaf van Blois en Champagne, trouwt met Mathilde von Spanheim, dr. van Engelbert II von Spanheim en Uta von Passau Louis VII 'Florus' de France, zn. van Louis VI 'le Gros' de France en Alix de Savoye, geboren circa 1120, koning van Frankrijk van 1137 tot 1180, kruisvaarder, overleden te Parijs op 18 september 1180, trouwt (2) op 13 november 1160 met Adela de Blois, dr. van Thibaud de Blois en Mathilde von Spanheim, geboren circa 1140, overleden te Parijs op 4 juni 1206, begraven te Fontigny, trouwt (1) te Bordeaux op 25 juli 1137, (gesch. te Beaugency op 21 maart 1152) met Eleonora d'aquitaine, dr. van Guillaume X d'aquitaine en Eléonore de Châtellerault, geboren te Nieul-sur-l'Autrec circa 1122, hertogin van Aquitanië, koningin van Frankrijk, deelneemster aan de kruistocht in 1147, koningin van Engeland in 1154, gevangene van haar echtgenote van 1174 tot 1186, overleden te Poitiers op 323
324 31 maart 1204, begraven te Fontevrault, trouwt (2) te Bordeaux op 18 mei 1152 met Henry 'Curtmantle' Plantagenet, gedoopt te Le Mans op 25 maart 1133, graaf van Anjou, Touraine en Maine, hertog van Aquitanië, koning van Engeland, overleden te Chinon op 6 juli Dirk VI van Holland, zn. van Floris II 'de Vette' van Holland en Gertrudis (Petronilla) van Lotharingen, graaf van Holland, overleden op 5 augustus 1157, begraven te Rijnsburg, trouwt voor 1135 met Sophia von Rheineck, dr. van Otto II von Rheineck von Salm en Gertrudis von Northeim, geboren na 1128, erfdochter van Bentheim, overleden te Jeruzalem (hospitaal der Duitsers) op 26 september 1176, begraven te Jeruzalem Henry of Scotland, zn. van David I of Scotland en Matilda of Huntingdon, geboren circa 1114, graaf van Northumberland en Huntingdon, overleden op 12 juni 1152, trouwt in 1139 met Ada de Varenne, dr. van William de Varenne en Isabel de Vermandois, geboren in 1120, overleden in Hendrik I 'de Jongere' van Gelre en Zutphen, zn. van Gerard III van Gelre en Ermgard van Zutphen, geboren circa 1117, graaf van Gelre en Zutphen in 1138, overleden tussen 27 mei 1182 en 10 september 1182, begraven te Düsseldorf (klooster Camp), trouwt tussen 1134 en 1137 met Agnes Otto von Wittelsbach, zn. van Otto IV von Scheyern en Heilica von Lengenfeld, geboren circa 1120, kruisvaarder van 1147 tot 1149, deelnemer aan verscheidene veldtochten naar Italië tussen 1154 en 1178, paltsgraaf van Beieren vanaf 1156, voogd van Freising, Obermünster en Regensburg vanaf 1156, keizerlijk gezant naar Rome in 1158, hertog van Beieren van 1080 tot 1083, overleden te Pfullendorf op 11 juli 1183, begraven te Scheyern, trouwt circa 1157 met Agnes von Loon, dr. van Ludwig I von Loon en Agnez von Metz, geboren circa 1150, overleden op 26 maart 1191, begraven te Scheyern Godfried II van Leuven, zn. van Godfried I 'met de Baard' van Leuven en Ida de Chiny, geboren circa 1105, graaf van Leuven, hertog van Neder-Lotharingen, overleden op 13 juni 1142, begraven te Leuven (St.Pieter), trouwt circa 1139 met Lutgardis von Sulzbach, dr. van Berengarius II von Sulzbach en Adelheid von Wolfratshausen, overleden na Hendrik II van Limburg, zn. van Walram III 'Paganus' van Limburg en Jutta van Gelre, geboren circa 1110, graaf van Arlon, hertog van Limburg, heer van Wassenberg, oppervoogd van St. Truiden, voogd van Rolduc, overleden te Rome in augustus 1167 (aan de pest), begraven te Rolduc, trouwt (2) circa 1150, (gesch. in 1152) met Laurette van de Elzas, dr. van Dirk van de Elzas en Swanehild, trouwt (1) in 1136 met Mathilde von Saffenberg, dr. van Adalbert I von Saffenberg en Mathildis, erfgename van Rode en de voogdij van Klosterrath, overleden op 2 januari 1145, begraven te Rolduc = Dirk van de Elzas, trouwt (1) met Swanehild, trouwt (2) met = Sybille d'anjou. 324
325 Stephen de Blois, zn. van Étienne II Henri 'le Sage' de Blois en Adela de Normandie, geboren circa 1096, graaf van Mortain en Alençon in 1118, graaf van Boulogne in 1125, koning van Engeland in 1135, overleden te Dover (Saint Martin's Priory) op 25 oktober 1145, begraven te Faversham (in de abdij), trouwt voor 1125 met Mathilde de Boulogne, dr. van Eustache III de Boulogne en Mary of Scotland, geboren circa 1105, erfdochter van Boulogne, koningin van Engeland in 1136, overleden te Romsey (Hedingham Castle) op 3 mei Henricus de Abbekewolde Arnoud Spiker, heer van Waterland, vir clarissimus in 1143, trouwt met Imme Hendrik III van Kuyc, zn. van Albert van Kuyc en Hadewich (?) van Merum, geboren circa 1195, ridder, heer van Kuyc en Grave, heer van Merum en half Asten, overleden in 1254, trouwt (2) met N.N. van Randerode, trouwt (1) met N.N. van Perwez, dr. van Willem van Perwez en Maria van Orbais Alard I van Buren, zn. van Otto I van Buren, ridder, overleden voor 12 maart 1248, trouwt met N.N. van Bosinchem, dr. van Hubert van Bosinchem, overleden voor 12 maart Gerardus van Landen. Generatie XXVIII Galo van Bergen, heer van Bergen, trouwt met Geertruid Hendrik I van Kessel (?), graaf van Krickenbeck en Kessel Adolf I von Saffenberg, zn. van Adalbert I von Saffenberg en Mathildis, graaf van Saffenberg en Nörvenich, graaf in de Keulse en Ruhrgouw, voogd van Marienthal en St. Cassius in Bonn, domvoogd van Keulen, overleden in 1147, trouwt in 1122 met Margarete von Rötz, dr. van Engelbert von Rötz en N.N. von Müllenark Hendrik I van Cuyck, zn. van Herman van Malsen en Ida de Boulogne, geboren circa 1070, burggraaf van Utrecht, heer van Cuyk in 1096, overleden op 9 augustus 1108, trouwt circa 1100 met Alveradis van Hostaden, dr. van Gerhard von Hostaden en Aleidis von Wickenrode, gravin van Hostaden, erfgename van de Waldgrafschaft Osning, overleden na Wolfger van Amstel, ministeriaal van de bisschop van Utrecht, schout van Amstelland = Hendrik I van Cuyck, trouwt met = Alveradis van Hostaden Godfried van Aarschot-Rhenen, waarschijnlijk zn. van Arnold I van Aarschot en N.N. van Leuven, geboren voor 1125, overleden circa 1160, trouwt (2) voor 1139 met Emiza van Valenciennes, trouwt (1) circa 1120 met Sophia van Bemmel, dr. van Dirk van Bemmel. 325
326 Fastré d'oisy, zn. van Fastre d'oisy en Ada d'avesnes, heer van Avesnes, Condé en Leuze, voogd van Doornik, monnik in de St. Maartensabdij in Doornik, overleden na 5 augustus 1111, trouwt met Richilde, non in de St. Maartensabdij in Doornik Everard I Radulf, zn. van Adalard van Petegem en Eine en N.N. van Doornik, ridder, heer van Mortagne, burggraaf van Doornik, overleden na 20 oktober 1110, trouwt met Helewidis Albert III van Namen, zn. van Albert II van Namen en Regelindis van Lotharingen, graaf van Namen, burggraaf en stadsgraaf van Verdun, voogd van Stablo- Malmedy, overleden op 22 juni 1102, trouwt circa 1066 met Ida von Sachsen, dr. van Bernhard II von Sachsen en Eilika von Schweinfurt, overleden op 31 juli 1102, trouwt (1) circa 1055 met Friedrich van Nederlotharingen, zn. van Friedrich von Luxemburg en NN von Gleiberg, geboren circa 1005, voogd van Malmedy en Stablo, hertog van Neder-Lotharingen van 1046 tot 1065, overleden op 18 mei Hendrik I van Limburg, zn. van Udo van Limburg en Judith von Luxemburg, geboren circa 1060, hertog van Limburg, paltsgraaf aan de Rijn, oppervoogd van St. Truiden, hertog van Neder-Lotharingen van 1101 tot 1106, overleden in 1119, trouwt (1) met N.N. van Arlon, dr. van Walram II d'arlon, trouwt (2) met Adelheid van Botenstein, dr. van Botho von Botenstein en Judith von Schweinfurt, overleden na 13 augustus Gottfried de Guise, heer van Guise, trouwt met Ada de Rameru, dr. van Hilduin V de Ponthieu-Montdidier en Adele de Roucy, overleden na 1121, trouwt (2) met Gautier de Ath Bouchard IV de Montmorency, zn. van Hervé de Montmorency en Agnes, geboren circa 1087, heer van Montmorency, overleden circa 1124, trouwt met Agnes de Beaumont-sur-Oise, dr. van Yvo II de Beaumont-sur-Oise en Adelaide de Gournay, geboren voor 1083, overleden na Boudewijn III van Henegouwen, zn. van Boudewijn II van Henegouwen en Ida van Leuven, geboren tussen 1087 en 1088, graaf van Henegouwen, overleden in 1120, trouwt circa 1107 met Jolante van Gelre, dr. van Gerard 'de Lange' van Gelre, geboren tussen 1089 en 1090, regentes van Henegouwen, overleden circa 1166, begraven te Mons Godfried van Namen, zn. van Albert III van Namen en Ida von Sachsen, graaf van Namen, trouwt met Ermesinde von Luxemburg, dr. van Konrad I von Luxemburg en Clémence de Poitou Dirk II van Opper-Lotharingen, zn. van Gerhard van Opper-Lotharingen en Hedwig van Namen, graaf in de Elzasgouw, voogd van Remiremont, hertog van Opper- Lotharingen van 1070 tot 1115, overleden op 23 januari 1115, trouwt (1) circa 1080 met Hedwich von Formbach, dr. van Friedrich von Formbach en Gertrud von Haldensleben, overleden tussen 1085 en 1090, trouwt (2) met Geertruid van Vlaanderen, dr. van Robert I 'de Fries' van Vlaanderen en Gertrud von Sachsen, overleden in 1117, trouwt (1) met Hendrik III van Leuven, zn. van Hendrik II 326
327 van Leuven en Adela van de Betuwe, geboren circa Fulco V d'anjou, zn. van Fulco IV 'le Rechin' d'anjou en Bertha de Montfort, geboren in 1092, graaf van Anjou, kruisvaarder, koning van Jeruzalem van 1131 tot 1143, overleden op 10 november 1143, trouwt tussen 1106 en 1109 met Eremburga de Maine, dr. van Elias de la Fleche en Matilda de Château-du-Loire, overleden in Étienne II Henri 'le Sage' de Blois, zn. van Thibaud III de Blois en Garsende de Maine, geboren circa 1045, graaf van Blois vanaf 1077, graaf van Méaux en Brie circa 1081, graaf van Chartres vanaf 1089, kruisvaarder in 1096, overleden te Ramleh (gesneuveld) in mei 1102, trouwt te Chartres voor 1085 met Adela de Normandie, dr. van William I 'the Conqueror' of Normandy en Mathilde van Vlaanderen, geboren te Normandie circa 1062, regentes van Blois en Chartres van 1102 tot 1107, non in het Cluniacenser dubbelklooster te Marcigny-sur-Loire in 1122, overleden te Marcigny-sur-Loire op 8 maart 1137, begraven te Caen (St. Trinité) Engelbert II von Spanheim, zn. van Engelbert I von Spanheim en Hedwig von Sachsen, markgraaf van Istrië, hertog van Karinthië, overleden op 13 april 1141, trouwt met Uta von Passau, dr. van Ulrich von Passau en Adelheid von Lechsgemünd, overleden op 16 april Louis VI 'le Gros' de France, zn. van Philippe I de France en Bertha van Holland, geboren in 1081, koning van Frankrijk van 1108 tot 1137, overleden op 1 augustus 1137, begraven te St. Denis, trouwt te Parijs tussen april 1115 en mei 1115 met Alix de Savoye, dr. van Humbert II de Savoye en Gisela de Bourgogne, geboren circa 1100, overleden in 1154, begraven te Parijs Guillaume X d'aquitaine, zn. van Guillaume IX 'le Troubadour' d'aquitaine en Philippa de Toulouse, geboren te Toulouse in 1099, graaf van Poitou, hertog van Aquitanië van 1126 tot 1137, overleden te Santiago de Compostela [Spanje] op 9 april 1137, trouwt circa 1121 met Eléonore de Châtellerault, dr. van Aimery I de Châtellerault en Dangerosa, overleden na maart Floris II 'de Vette' van Holland, zn. van Dirk V van Holland en Othilde, graaf van Holland, overleden op 2 maart 1121 (in flore juventutis), begraven te Egmond, trouwt voor 1108 met Gertrudis (Petronilla) van Lotharingen, dr. van Dirk II van Opper-Lotharingen en Hedwich von Formbach, geboren circa 1078, overleden op 23 mei 1144, begraven te Rijnsburg Otto II von Rheineck von Salm, zn. van Hermann von Salm en Sophie, graaf van Rheineck, paltsgraaf bij de Rijn, graaf van Bentheim, voogd van Rolandswerth, overleden in 1150, trouwt tussen 1119 en 1120 met Gertrudis von Northeim, dr. van Heinrich 'der Fette' von Northeim en Gertrud von Braunschweig, geboren in 1090, erfdochter van Bentheim, overleden voor 1165, trouwt (1) met N.N. von Ballenstedt-Orlamünde David I of Scotland, zn. van Malcolm III 'Canmore' of Scotland en Margaret of England, geboren tussen 1080 en 1085, koning van Schotland van 1124 tot 1153, 327
328 overleden op 24 mei 1153, trouwt tussen 1113 en 1114 met Matilda of Huntingdon, dr. van Waltheof of Northumbria en Judith de Boulogne, overleden tussen 23 april 1130 en 22 april William de Varenne, zn. van William de Varenne en Gundred, geboren in 1071, graaf van Surrey, overleden op 11 mei 1138, trouwt met Isabel de Vermandois, dr. van Hugo de Vermandois en Adelheid de Vermandois, geboren in 1081, overleden te Meulan op 13 februari 1130 (of 1131) Gerard III van Gelre, zn. van Gerard 'de Lange' van Gelre, geboren circa 1098, overleden voor 2 februari 1134, trouwt met Ermgard van Zutphen, dr. van Otto II 'de Rijke' van Zutphen en Judith, erfgename van Zutphen Otto IV von Scheyern, zn. van Otto II von Scheyern en Richardis von Weimar- Orlamünde, paltsgraaf van Beieren, voogd van Eisenhofen, Freising, Kühlbach en St.Ulrich, kruisvaarder, overleden op 4 augustus 1156, trouwt met Heilica von Lengenfeld, dr. van Friedrich II von Lengenfeld en Heilica von Staufen, overleden in september 1170, begraven te Ensdorf Ludwig I von Loon, zn. van Arnulf V von Loon en Agnes von Rieneck, geboren circa 1100, graaf van Loon en Rieneck van 1135 tot 1171, prefect van Mainz van 1139 tot 1162, voogd van Averboden en Munsterbilsen in 1155, overleden op 11 augustus 1171, trouwt circa 1140 met Agnez von Metz, overleden na Godfried I 'met de Baard' van Leuven, zn. van Hendrik II van Leuven en Adela van de Betuwe, geboren circa 1060, graaf van Leuven, hertog van Neder- Lotharingen, markgraaf van Antwerpen, voogd van Nijvel, Gembloers en Affligem, overleden op 25 januari 1139, begraven te Affligem, trouwt circa 1105 met Ida de Chiny, dr. van Otto II de Chiny en Adelheid van Namen, geboren circa 1088, overleden tussen 1117 en Berengarius II von Sulzbach, zn. van Gebhard II von Sulzbach en Irmingard von Rott, geboren in 1080, graaf van Sulzbach, heer van Aibling en Ebbs, voogd van Bamberg en Michelfeld, overleden te Kastl op 3 december 1125, trouwt (1) met Adelheid von Lechsgemünd, dr. van Kuno I von Lechsgemünd en Mathilde von Achalm, gravin van Cham-Vohburg, Sulzbach en in de Chiemgouw, overleden tussen 1108 en 1112, trouwt (2) in 1113 met Adelheid von Wolfratshausen, dr. van Otto II von Wolfratshausen en Adelheid von Regensburg, overleden op 11 januari Walram III 'Paganus' van Limburg, zn. van Hendrik I van Limburg en N.N. van Arlon, geboren circa 1085, graaf van Arlon, hertog van Limburg, heer van Wassenberg, oppervoogd van St. Truiden, hertog van Neder-Lotharingen van 1128 tot 1139, overleden op 16 juli 1139, trouwt circa 1110 met Jutta van Gelre, dr. van Gerard 'de Lange' van Gelre, erfdochter van Wassenberg, overleden te Rolduc op 24 juni Adalbert I von Saffenberg, zn. van Hermann IV von Saffenberg en Gepa von Werl, graaf van Saffenberg en Nörvenich, voogd van Rolduc, Cornelimünster en St. Martin in Keulen, overleden te Saffenberg op 16 december 1109, begraven te Rolduc, 328
329 trouwt met Mathildis, overleden op 4 november 1110, begraven te Wetter = Étienne II Henri 'le Sage' de Blois, trouwt met = Adela de Normandie Eustache III de Boulogne, zn. van Eustache II Gernobadatus de Boulogne en Ida de Bouillon, geboren circa 1058, graaf van Boulogne van 1092 tot 1125, kruisvaarder, trouwt in 1102 met Mary of Scotland, dr. van Malcolm III 'Canmore' of Scotland en Margaret of England, overleden in mei = Albert van Kuyc, trouwt met = Hadewich (?) van Merum Willem van Perwez, zn. van Godfried III van Brabant en Imagina von Loon, heer van Perwez en Ruisbroek, overleden in 1225, trouwt met Maria van Orbais, dr. van Ingram van Orbais en Juliana van Duras, overleden na 10 april Otto I van Buren = Hubert van Bosinchem. Generatie XXIX = Adalbert I von Saffenberg, trouwt met = Mathildis Engelbert von Rötz, zn. van Berthold I von Schwarzenburg en Richardis von Spanheim, geboren circa 1080, graaf van Rötz en Schwarzenburg, overleden in december 1125, trouwt met N.N. von Müllenark Herman van Malsen, heer van Cuyck, burggraaf van Utrecht in 1061, trouwt circa 1070 met Ida de Boulogne, dr. van Eustache II Gernobadatus de Boulogne en Ida de Bouillon Gerhard von Hostaden, zn. van Gerhard von Hostaden, graaf van Hostaden, heer van Wickenrode, voogd van Prüm en Knechtstaden, overleden in 1137, trouwt met Aleidis von Wickenrode Arnold I van Aarschot (?), graaf van Aarschot, overleden na 1135, trouwt voor 1125 met N.N. van Leuven (?), dr. van Hendrik II van Leuven en Adela van de Betuwe Dirk van Bemmel Fastre d'oisy, voogd van Doornik, trouwt met Ada d'avesnes, dr. van Wedric d'avesnes. 329
330 Adalard van Petegem en Eine, zn. van Ingelbrecht II van Petegem en Glismondis, trouwt met N.N. van Doornik Albert II van Namen, zn. van Albert I van Namen en Ermengarde van Neder- Lotharingen, geboren circa 1000, graaf van Namen, voogd van Ardenne, overleden tussen 1064 en 1065, trouwt voor 10 augustus 1035 met Regelindis van Lotharingen, dr. van Gozelo I 'de Grote' van Lotharingen, overleden na Bernhard II von Sachsen, zn. van Bernhard I von Sachsen en Hildegard von Stade, hertog van Saksen van 1011 tot 1059, overleden op 29 juni 1059, trouwt met Eilika von Schweinfurt, dr. van Heinrich von Schweinfurt en Gerberga, geboren circa Udo van Limburg, graaf van Limburg, overleden na 1070, trouwt voor 1062 met Judith von Luxemburg, dr. van Friedrich van Nederlotharingen en Gerberge de Boulogne, geboren circa Botho von Botenstein, zn. van Hartwich von Botenstein en Friderunda von Dittmarschen, geboren circa 1026, graaf van Bothenstein, overleden op 1 maart 1104, trouwt na 1055 met Judith von Schweinfurt, dr. van Otto III von Schweinfurt en Immola di Susa, overleden tussen 1094 en Hilduin V de Ponthieu-Montdidier, zn. van Hilduin IV de Ponthieu en Lesseline de Turqueville, heer van Ramerupt, Arcis en Breteuil, graaf van Roucy, overleden in 1063, trouwt voor 1031 met Adele de Roucy, dr. van Ebalus de Roucy en Beatrix van Henegouwen, overleden na Hervé de Montmorency, zn. van Bouchard II de Montmorency, geboren circa 1057, heer van Montmorency, schenker van Frankrijk in 1074, overleden in 1094, trouwt met Agnes Yvo II de Beaumont-sur-Oise, geboren circa 1052, graaf van Beaumont-sur-Oise, overleden circa 1083, trouwt met Adelaide de Gournay, geboren circa 1060, overleden op 8 april Boudewijn II van Henegouwen, zn. van Boudewijn van Vlaanderen-Henegouwen en Richilde 'van Henegouwen', geboren circa 1056, graaf van Henegouwen, kruisvaarder, overleden (vermoord in de bergen bij Nicaea) in 1098, trouwt in 1084 met Ida van Leuven, dr. van Hendrik II van Leuven en Adela van de Betuwe, geboren circa 1065, overleden na Gerard 'de Lange' van Gelre, zn. van Dirk 'de Rossige' van Wassenberg, graaf van Wassenberg in 1086, graaf van Gelre in 1096, overleden tussen 1134 en = Albert III van Namen, trouwt met = Ida von Sachsen, trouwt (1) met Friedrich van Nederlotharingen. 330
331 Konrad I von Luxemburg, zn. van Giselbert von Luxemburg, geboren circa 1040, graaf van Luxemburg in 1059, oppervoogd van St. Maximin in 1059, voogd van Malmédy van 1065 tot 1067, overleden (op een bedevaart naar het Heilige Land) op 8 augustus 1086, trouwt met Clémence de Poitou, dr. van Pierre l Aigret de Poitou en Ermesinde de Longwy, geboren circa 1055, vrouwe van Gleiberg, erfgename van Longwy, overleden op 4 januari Gerhard van Opper-Lotharingen, zn. van Gerhard II de Metz en Gisela van Opper- Lotharingen, graaf van Metz, voogd van Remiremont, hertog van Opper-Lotharingen van 1048 tot 1070, overleden op 6 maart 1070, trouwt met Hedwig van Namen, dr. van Albert I van Namen en Ermengarde van Neder- Lotharingen, overleden na Robert I 'de Fries' van Vlaanderen, zn. van Boudewijn V van Vlaanderen en Aelis de France, graaf van Vlaanderen, trouwt met Gertrud von Sachsen, dr. van Bernhard II von Sachsen en Eilika von Schweinfurt, overleden in augustus 1113, begraven te Veurne (St. Walburg), trouwt (1) circa 1050 met Floris I van Holland, zn. van Dirk III van Holland en Othilde, graaf van Holland, overleden te Nederhemert op 19 mei 1061 (vermoord), begraven te Egmond Fulco IV 'le Rechin' d'anjou, zn. van Geoffroy 'Ferréol' de Gâtinais en Ermengard (Blanche) d'anjou, geboren te Château-Landon in 1043, heer van Vihiers, graaf van Anjou in 1068, overleden te Angers op 14 april 1109, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) circa 1090 met Bertha de Montfort, dr. van Simon I de Montfort en Agnes d'evreux, trouwt (2) in 1092 met Philippe I de France, zn. van Henri I de France en Anna Jaroslawna van Kiev, geboren in 1053, koning van Frankrijk van 1060 tot 1108, overleden te Melun in juli Elias de la Fleche, zn. van Jean de la Fleche en Paula de Maine, graaf van Maine, overleden op 11 juli 1110, trouwt circa 1090 met Matilda de Château-du-Loire, dr. van Gervais de Château-du-Loire en Eremburga, overleden in maart Thibaud III de Blois, zn. van Odo II de Blois en Irmgard d'auvergne, graaf van Blois, Chartres, Châteaudun, Tours en Sancerre, graaf van Champagne, overleden in 1089, trouwt met Garsende de Maine, dr. van Heribert I 'Eveille-Chien' de Maine William I 'the Conqueror' of Normandy, zn. van Robert I 'le Diable' de Normandie en Herlette Salburpyr, hertog van Normandië van 1035 tot 1087, koning van Engeland van 1066 tot 1087, overleden te Rouen (in de priorij van St. Gervais) op 9 september 1087, begraven te Caen (St. Etienne), trouwt te Eu circa 1051 met Mathilde van Vlaanderen, dr. van Boudewijn V van Vlaanderen en Aelis de France, geboren in 1031, overleden te Caen in november 1083, begraven te St. Trinite (abbay aux Dames) Engelbert I von Spanheim, zn. van Siegfried I von Spanheim en Richardis von Lavant, markgraaf van Istrië, graaf van Spanheim en in de Kraichgouw, voogd van Salzburg, overleden op 1 april 1096, trouwt met Hedwig von Sachsen, dr. van Bernhard II von Sachsen en Eilika von Schweinfurt, geboren tussen 1030 en 1035, overleden circa
332 Ulrich von Passau, zn. van Rapoto IV von Cham en Mathilde, overleden te Regensburg op 24 februari 1099, trouwt met Adelheid von Lechsgemünd, trouwt (1) met Berengarius II von Sulzbach Philippe I de France, trouwt (2) met Bertha de Montfort, trouwt (1) in 1071 met Bertha van Holland, dr. van Floris I van Holland en Gertrud von Sachsen, geboren tussen 1050 en 1055, overleden te Montreuil-sur-Mer op 30 juli Humbert II de Savoye, zn. van Amadeus II de Savoye en Johanne de Genève, graaf van Savoye, overleden op 18 september 1103, trouwt circa 1090 met Gisela de Bourgogne, dr. van Guillaume I 'le Grand' de Bourgogne en Étiennette, geboren circa 1070, overleden na Guillaume IX 'le Troubadour' d'aquitaine, zn. van Guillaume VIII (Guy-Geoffroy) d'aquitaine en Hildegard de Bourgogne, geboren circa 22 oktober 1071, hertog van Aquitanië van 1086 tot 1126, hertog van Gascogne, graaf van Poitou, kruisvaarder, overleden op 10 februari 1126 (of 1127), begraven te Moustier-Neuf, trouwt (1) circa 1089, (gesch. in 1092) met Ermengard d'anjou, dr. van Fulco IV 'le Rechin' d'anjou en N.N, geboren voor 1070, overleden na 1119, trouwt (2) in 1094, (gesch. in 1115) met Philippa de Toulouse, dr. van Guillaume IV de Toulouse en Emma de Mortain, geboren circa 1073, overleden op 28 november Aimery I de Châtellerault, zn. van Boson II de Châtellerault en Aenor de Thouars, burggraaf van Châtellerault, overleden op 7 november 1151, trouwt met Dangerosa, overleden voor Dirk V van Holland, zn. van Floris I van Holland en Gertrud von Sachsen, graaf van Holland, overleden op 17 juni 1091, begraven te Egmond, trouwt voor 26 juli 1083 met Othilde, begraven te Egmond = Dirk II van Opper-Lotharingen, trouwt (2) met Geertruid van Vlaanderen, trouwt (1) met Hedwich von Formbach, dr. van Friedrich von Formbach en Gertrud von Haldensleben, overleden tussen 1085 en 1090, trouwt (1) met N.N. von Supplinburg Hermann von Salm, geboren circa 1040, graaf van Salm en Gleiberg, (tegen)koning van Duitsland van 1081 tot 1088, overleden te Burg Kochem op 29 september 1088, trouwt met Sophie Heinrich 'der Fette' von Northeim, zn. van Otto I von Northeim en Richenza, graaf van Northeim, markgraaf van Friesland, overleden in 1101 (gesneuveld), trouwt na 1085 met Gertrud von Braunschweig, dr. van Egbert I von Braunschweig en Immola di Susa, geboren circa 1058, overleden op 9 december 1117, trouwt (1) met N.N. von Katlenburg, trouwt (3) tussen 1101 en 1102 met N.N. von Wettin Malcolm III 'Canmore' of Scotland, zn. van Duncan I of Scotland en Sybilla of Northumbria, geboren circa 1031, koning van Schotland van 1057 tot 1093, overleden te Alnwick op 13 november 1093 (vermoord), trouwt met Margaret of England, dr. van Edward 'the Exile' of England en Agatha, geboren 332
333 circa 1042, overleden op 16 november Waltheof of Northumbria, zn. van Siward of Northumbria en Elfleda, graaf van Northumbria, Huntingdon en Northampton, gouverneur van York, overleden te Winchester op 31 mei 1076 (terechtgesteld), trouwt met Judith de Boulogne, dr. van Lambert de Boulogne en Adela de Normandie William de Varenne, zn. van Rodulf de Varenne en Beatrice, geboren in 1055, graaf van Surrey in 1088, overleden op 24 juni 1088, trouwt met Gundred, geboren circa 1063, overleden op 27 mei Hugo de Vermandois (de Crepi), zn. van Henri I de France en Anna Jaroslawna van Kiev, geboren in 1057, hertog van Frankrijk en Bourgondië, markies van Orleans, graaf van Vermandois, Valois, Amiens, Vlermont en Parijs, kruisvaarder, overleden te Tarsus op 18 oktober 1102, trouwt met Adelheid de Vermandois, dr. van Heribert IV de Vermandois en Adelais de Valois, geboren circa 1065, gravin van Vermandois en Valois, overleden op 28 september 1120 (of 1124) = Gerard 'de Lange' van Gelre Otto II 'de Rijke' van Zutphen, graaf van Zutphen, voogd van Corvey, overleden in 1113, begraven te Zutphen, trouwt met Judith Otto II von Scheyern, graaf van Scheyern en Dachau, voogd van Fischbachau en Freising, trouwt met Richardis von Weimar-Orlamünde, dr. van Ulrich II von Krain en Sophia van Hongarije Friedrich II von Lengenfeld, zn. van Rüdiger (Ruotger) von Veltheim en Heilica von Lengenfeld, geboren circa 1070, graaf van Lengenfeld, overleden tussen 1119 en 1121, begraven te Ensdorf, trouwt met Heilica von Staufen, dr. van Friedrich I von Schwaben en Agnes von Waiblingen, geboren tussen 1087 en 1088, overleden na 1110, begraven te Ensdorf Arnulf V von Loon, zn. van Arnulf IV von Loon en Aleidis van Holland, graaf van Loon van 1096 tot 1138, prefect van Mainz van 1108 tot 1138, graaf van Rieneck in 1115, overleden voor 1141, trouwt met Agnes von Rieneck, dr. van Gerhard von Rieneck Hendrik II van Leuven, zn. van Lambert II (Balderik) van Leuven en Oda van Neder- Lotharingen, geboren circa 1020, graaf van Leuven, overleden tussen 1078 en 1079, begraven te Nijvel, trouwt met Adela van de Betuwe, dr. van Eberhard van de Betuwe, overleden na Otto II de Chiny, zn. van Arnulf I de Chiny en Adele de Montdidier-Rameru, graaf van Chiny, monnik, overleden op 28 maart 1125, trouwt circa 1083 met Adelheid van Namen, dr. van Albert III van Namen en Ida von Sachsen, geboren circa 1068, overleden na 30 september Gebhard II von Sulzbach, zn. van Gebhard I von Sulzbach, geboren circa 1025, graaf 333
334 van Sulzbach, overleden tussen 1080 en 1085, trouwt in 1079 met Irmingard von Rott, dr. van Kuno von Rott en Uta, overleden op 14 juni 1101, trouwt (1) met Heinrich von Lechsgemünd, zn. van Kuno I von Lechsgemünd en Mathilde von Achalm, overleden te Mellrichstadt op 7 augustus 1078 (gesneuveld) Otto II von Wolfratshausen, zn. van Berthold von Diessen, graaf van Wolfratshausen, Diessen, Thanning en Ambras, graaf in het Pusterdal en aan de Isar, voogd van Brixen, overleden op 24 april 1122, trouwt circa 1070 met Adelheid von Regensburg, dr. van Heinrich I von Regensburg = Hendrik I van Limburg, trouwt (2) met Adelheid van Botenstein, trouwt (1) met N.N. van Arlon = Gerard 'de Lange' van Gelre Hermann IV von Saffenberg, graaf van Saffenberg en Nörvenich, voogd van Cornelimünster en St. Martin in Keulen, overleden circa 1091, trouwt met Gepa von Werl Eustache II Gernobadatus de Boulogne, zn. van Eustache I de Boulogne en Mathilde van Leuven, graaf van Boulogne vanaf 1049, graaf van Lens in 1054, trouwt (1) met Goda of England, dr. van Ethelred II 'the Unready' of England en Emma de Normandie, trouwt (2) in 1057 met Ida de Bouillon, dr. van Gottfried van Lotharingen en Doda, overleden op 13 augustus = Malcolm III 'Canmore' of Scotland, trouwt met = Margaret of England = Godfried III van Brabant, trouwt (1) met Margaretha van Limburg, trouwt (2) met Imagina von Loon Ingram van Orbais, trouwt met Juliana van Duras. Generatie XXX Berthold I von Schwarzenburg, trouwt met Richardis von Spanheim = Eustache II Gernobadatus de Boulogne, trouwt (1) met Goda of England, trouwt (2) met = Ida de Bouillon Gerhard von Hostaden = Hendrik II van Leuven, trouwt met = Adela van de Betuwe. 334
335 Wedric d'avesnes, heer van Avesnes, voogd van Doornik Ingelbrecht II van Petegem, trouwt met Glismondis Albert I van Namen, graaf van Namen, overleden voor 1011, trouwt met Ermengarde van Neder-Lotharingen, dr. van Karel van Nederlotharingen en Adelheid, overleden na Gozelo I 'de Grote' van Lotharingen, zn. van Godefred 'le Prisonier' de Verdun en Mathilde von Sachsen, markgraaf van Antwerpen, graaf van Verdun, hertog van Neder- Lotharingen van 1019 tot 1044, hertog van Opper-Lotharingen van 1033 tot 1044, overleden op 19 april Bernhard I von Sachsen, zn. van Hermann Billung, overleden te Corvey op 7 februari 1011, begraven te Lüneburg (St Michael), trouwt met Hildegard von Stade, dr. van Heinrich I 'der Kahle' von Stade en Judith de Vermandois, overleden op 3 oktober Heinrich von Schweinfurt, markgraaf van Schweinfurt en in de Beierse Noordgouw, overleden op 18 september 1017, trouwt met Gerberga, dr. van Heribert von Gleiberg en Ermentrud, geboren tussen 960 en Friedrich van Nederlotharingen, zn. van Friedrich von Luxemburg en NN von Gleiberg, geboren circa 1005, voogd van Malmedy en Stablo, hertog van Neder- Lotharingen van 1046 tot 1065, overleden op 18 mei 1065, trouwt (2) met Ida von Sachsen, trouwt (1) met Gerberge de Boulogne, dr. van Eustache I de Boulogne en Mathilde van Leuven, overleden voor september Hartwich von Botenstein, paltsgraaf in Beieren, trouwt met Friderunda von Dittmarschen Otto III von Schweinfurt, zn. van Heinrich von Schweinfurt en Gerberga, geboren circa 995, graaf van Schweinfurt, markgraaf in de Beierse Noordgouw, hertog van Zwaben van 1048 tot 1057, overleden op 28 september 1057, trouwt in 1036 met Immola di Susa, dr. van Manfredo Udalrico di Susa en Berta d'este, overleden op 21 januari 1078, trouwt (2) met Egbert I von Braunschweig, zn. van Liudolf von Braunschweig en Gertrud von Egisheim, geboren circa 1036, graaf van de Derlingouw, Oostergo, Westergo, Staveren en Islego, overleden op 11 januari Hilduin IV de Ponthieu, graaf van Montdidier, trouwt met Lesseline de Turqueville Ebalus de Roucy, zn. van Giselbert de Roucy, graaf van Roucy, trouwt met Beatrix van Henegouwen, dr. van Reginar IV van Henegouwen en Hadwig Bouchard II de Montmorency, zn. van Bouchard I 'le Barbu' de Montmorency, heer van Montmorency en Marly Boudewijn van Vlaanderen-Henegouwen, zn. van Boudewijn V van Vlaanderen en Aelis de France, geboren circa 1030, graaf van Vlaanderen en Henegouwen, overleden 335
336 op 17 juli 1070, trouwt in 1051 met Richilde 'van Henegouwen', regentes van Henegouwen, overleden op 15 maart = Hendrik II van Leuven, trouwt met = Adela van de Betuwe Dirk 'de Rossige' van Wassenberg, graaf van Wassenberg Giselbert von Luxemburg, zn. van Friedrich von Luxemburg en NN von Gleiberg, graaf van Luxemburg, Salm en Longwy Pierre l Aigret de Poitou (Guillaume VII), zn. van Guillaume V 'le Grand' d'aquitaine en Agnes de Bourgogne, geboren circa 1023, graaf van Poitou, hertog van Aquitanië van 1039 tot 1058, overleden te Poitiers in 1058, trouwt voor 1041 met Ermesinde de Longwy, dr. van Albert de Longwy Gerhard II de Metz, graaf van Metz, voogd van Remiremont, overleden tussen 1044 en 1045, trouwt met Gisela van Opper-Lotharingen = Albert I van Namen, trouwt met = Ermengarde van Neder-Lotharingen Boudewijn V van Vlaanderen, zn. van Boudewijn IV van Vlaanderen en Otgiva von Luxemburg, geboren circa 1013, graaf van Vlaanderen, regent van Frankrijk, overleden te Gent op 1 september 1067, begraven te Gent, trouwt te Parijs in 1028 met Aelis de France, dr. van Robert II 'le Pieux' de France en Constance de Provence, gravin van Coutance, overleden te Mesen op 8 januari 1079, begraven te Mesen = Bernhard II von Sachsen, trouwt met = Eilika von Schweinfurt Geoffroy 'Ferréol' de Gâtinais, zn. van Hugues du Perche en Beatrix de Mâcon, geboren circa 1004, graaf van Gâtinais van 1026 tot 1043, overleden tussen 1043 en 1 april 1046, trouwt circa 1035 met Ermengard (Blanche) d'anjou, dr. van Fulco III d'anjou en Hildegard van Lotharingen, geboren circa 1018, overleden op 21 maart 1075 (of 1076), trouwt (1) circa 1030 met Robert I de Bourgogne, zn. van Robert II 'le Pieux' de France en Constance de Provence, geboren in 1011, overleden in Simon I de Montfort, zn. van Amaury de Montfort en Bertrade, heer van Montfort, overleden circa 1087, trouwt met Agnes d'evreux, dr. van Richard d'evreux en Godechildis Jean de la Fleche, heer van la Fleche, overleden voor 1097, trouwt met Paula de Maine Gervais de Château-du-Loire, heer van Château-du-Loire, trouwt met Eremburga Odo II de Blois, zn. van Odo I de Blois en Berthe de Bourgogne, geboren circa 990, graaf van Blois, Chartres, Châteaudun, Tours en Beauvais, graaf van 336
337 Champagne, Troyes, Meaux en Provins, overleden te Verdun op 15 november 1037 (gesneuveld), trouwt met Irmgard d'auvergne, dr. van Robert I d'auvergne, overleden op 10 maart Heribert I 'Eveille-Chien' de Maine, zn. van Hugo III de Maine, graaf van Maine vanaf 1015, overleden op 13 april Robert I 'le Diable' de Normandie, zn. van Richard II de Normandie en Judith de Bretagne, geboren circa 1000, overleden te Nicaea op 22 juli 1035, heeft een relatie met Herlette Salburpyr, dr. van Fulbert, trouwt (2) tussen 1028 en 1030 met Herluin de Conteville = Boudewijn V van Vlaanderen, trouwt met = Aelis de France Siegfried I von Spanheim, geboren circa 1010, graaf van Spanheim en in Pustertal, markgraaf van de Neumark, overleden te Burg Spanheim op 7 februari 1065, trouwt met Richardis von Lavant, overleden circa 1072 (op pelgrimage in Spanje) = Bernhard II von Sachsen, trouwt met = Eilika von Schweinfurt Rapoto IV von Cham, zn. van Dietpold von Cham, graaf van Cham, voogd van St. Emmeram, overleden te Hohenmölsen op 15 oktober 1080 (gesneuveld), trouwt met Mathilde Kuno I von Lechsgemünd, graaf van Lechsgemünd, overleden circa 1092, trouwt met Mathilde von Achalm, overleden op 30 september 1092 (of 1094) Henri I de France, zn. van Robert II 'le Pieux' de France en Constance de Provence, geboren circa 1008, hertog van Bourgondië, graaf van Parijs, koning van Frankrijk van 1031 tot 1060, overleden te Vitry-en-Brie op 4 augustus 1060, trouwt op 29 januari 1044 met Anna Jaroslawna van Kiev, dr. van Jaroslav I 'de Wijze' van Kiev en Ingegerd van Zweden, geboren in 1036, overleden na 1075, trouwt (2) met Raoul III 'le Grand' de Valois, zn. van Raoul II de Valois en Alix de Breteuil, graaf van Valois, Crépy en Vitry, graaf van Amiens en Vexin, overleden te Péronne in Floris I van Holland, trouwt met = Gertrud von Sachsen, trouwt (2) met Robert I 'de Fries' van Vlaanderen Amadeus II de Savoye, zn. van Odo de Savoye en Adela di Susa, geboren circa 1048, overleden op 26 januari 1080, trouwt met Johanne de Genève Guillaume I 'le Grand' de Bourgogne, zn. van Reinoud I de Bourgogne en Adela (Judith) de Normandie, geboren tussen 1017 en 1018, graaf van Bourgondië, overleden op 11 november 1087, begraven te Besançon, trouwt tussen 1049 en 1057 met Étiennette, geboren circa 1035, overleden na 1088, begraven te Besançon Guillaume VIII (Guy-Geoffroy) d'aquitaine, zn. van Guillaume V 'le Grand' 337
338 d'aquitaine en Agnes de Bourgogne, geboren circa 1026, hertog van Gascogne, graaf van Poitou, hertog van Aquitanië van 1058 tot 1086, overleden op 25 september 1086 (of 1087), trouwt tussen 1068 en 1069 met Hildegard de Bourgogne, dr. van Robert I de Bourgogne en Heloise de Sémur, overleden na Guillaume IV de Toulouse, zn. van Pontius de Toulouse en Almodis de la Marche, geboren circa 1040, graaf van Toulouse, overleden in 1093, trouwt circa 1071 met Emma de Mortain, dr. van Robert de Mortain en Mathilda of Montgomery Boson II de Châtellerault, zn. van Hugo de la Rochefoucault en Gerberge de Châtellerault, burggraaf van Châtellerault, overleden in 1101, trouwt voor 1075 met Aenor de Thouars, dr. van Aimery IV de Thouars en Arengarde de Mauleon = Floris I van Holland, trouwt met = Gertrud von Sachsen, trouwt (2) met Robert I 'de Fries' van Vlaanderen Friedrich von Formbach, zn. van Thiemo von Formbach, overleden in 1059 (vermoord), trouwt met Gertrud von Haldensleben, dr. van Konrad von Haldensleben, overleden op 21 februari 1116, trouwt (2) met Ordulf von Sachsen, zn. van Bernhard II von Sachsen en Eilika von Schweinfurt, geboren circa 1020, hertog van Saksen, overleden op 28 maart Otto I von Northeim, zn. van Benno von Northeim, hertog van Beieren, overleden in 1083, trouwt met Richenza Egbert I von Braunschweig, trouwt met = Immola di Susa, trouwt (1) met Otto III von Schweinfurt Duncan I of Scotland, zn. van Crinan 'the Thane' of Atholl en Bethoc of Scotland, geboren circa 1001, koning van Schotland, trouwt met Sybilla of Northumbria Edward 'the Exile' of England, zn. van Edmund II 'Ironside' of England en Edith, geboren in 1016, overleden te Londen in 1057, trouwt met Agatha Siward of Northumbria, graaf van Northumbria, trouwt met Elfleda, dr. van Ealtred of Northumbria Lambert de Boulogne, zn. van Eustache I de Boulogne en Mathilde van Leuven, graaf van Lens in 1047, overleden te Phalampin in 1054 (gesneuveld), trouwt met Adela de Normandie, dr. van Robert I 'le Diable' de Normandie en Herlette Salburpyr, overleden tussen 1087 en 1090, trouwt (1) met N.N. de Ponthieu Rodulf de Varenne, trouwt met Beatrice = Henri I de France, trouwt met = Anna Jaroslawna van Kiev, trouwt (2) met Raoul III 'le Grand' de Valois. 338
339 Heribert IV de Vermandois, zn. van Eudes de Vermandois en Pavia, graaf van Vermandois in 1045, graaf van Valois in 1077, trouwt met Adelais de Valois, dr. van Raoul III 'le Grand' de Valois en Aélis de Bar-sur-Aube Ulrich II von Krain, zn. van Poppo von Weimar en Hadamut von Friuli, geboren circa 1020, graaf van Weimar, markgraaf van Krain en Istrië, overleden op 6 maart 1070, trouwt met Sophia van Hongarije, dr. van Bela I van Hongarije en Richeza van Polen, geboren circa 1050, overleden op 18 juni Rüdiger (Ruotger) von Veltheim, trouwt met Heilica von Lengenfeld Friedrich I von Schwaben, zn. van Friedrich von Büren en Hildegard von Egisheim- Mousson, geboren tussen 1047 en 1048, hertog van Zwaben, overleden in 1105, trouwt tussen 1086 en 1087 met Agnes von Waiblingen, dr. van Heinrich IV en Bertha de Savoye, geboren tussen 1072 en 1073, overleden op 24 september Arnulf IV von Loon, zn. van Emmo III von Loon en Irmengard, graaf van Loon van 1079 tot 1088, overleden in 1088, trouwt met Aleidis van Holland, dr. van Floris I van Holland en Gertrud von Sachsen Gerhard von Rieneck, graaf van Rieneck Lambert II (Balderik) van Leuven, zn. van Lambert I van Leuven en Gerberga von Niederlothringen, geboren circa 990, graaf van Leuven, overleden na 21 september 1062, begraven te Nijvel, trouwt met Oda van Neder-Lotharingen, dr. van Gozelo I 'de Grote' van Lotharingen, begraven te Nijvel Eberhard van de Betuwe, graaf in de Betuwe Arnulf I de Chiny, zn. van Louis II de Warcq et Ivoix en Sophie de Verdun, graaf van Chiny en Warcq, overleden op 16 april 1106, trouwt met Adele de Montdidier-Rameru, dr. van Hilduin V de Ponthieu-Montdidier en Adele de Roucy = Albert III van Namen, trouwt met = Ida von Sachsen, trouwt (1) met Friedrich van Nederlotharingen Gebhard I von Sulzbach, graaf van Sulzbach Kuno von Rott, zn. van Poppo II von Rott, paltsgraaf van Beieren in 1059, graaf aan de Isar in 1079, trouwt met Uta Berthold von Diessen, zn. van Friedrich von Diessen, graaf van Diessen Heinrich I von Regensburg, burggraaf van Regensburg. 339
340 Walram II d'arlon, graaf van Arlon Eustache I de Boulogne, graaf van Boulogne in 1041, overleden circa 1049, trouwt met Mathilde van Leuven, dr. van Lambert I van Leuven en Gerberga von Niederlothringen Gottfried van Lotharingen, zn. van Gozelo I 'de Grote' van Lotharingen, graaf van Verdun, hertog van Opper-Lotharingen in 1044, graaf van Tusculum in 1056, hertog van Neder-Lotharingen in 1065, overleden te Verdun op 21 december 1069, trouwt (2) in 1054 met Beatrix van Opper-Lotharingen, overleden in 1076, trouwt (1) met Doda, begraven te Münsterbilsen = Ludwig I von Loon, trouwt met = Agnez von Metz. Generatie XXXI Karel van Nederlotharingen, zn. van Louis IV de France en Gerberga von Sachsen, geboren te Rheims in 953, hertog van Neder-Lotharingen, overleden te Orléans na 991, begraven te Maastricht (St. Servatius) in 1001, trouwt voor 979 met Adelheid Godefred 'le Prisonier' de Verdun, zn. van Gozelo en Uda, geboren tussen 935 en 940, graaf in de Bidgouw, graaf van Verdun, overleden na 995, trouwt circa 963 met Mathilde von Sachsen, dr. van Hermann Billung, overleden op 25 mei 1008, trouwt (1) circa 961 met Boudewijn III van Vlaanderen, zn. van Arnulf I 'de Grote' van Vlaanderen en Adela de Vermandois, geboren circa 940, graaf van Vlaanderen, overleden te St. Bertin op 1 januari Hermann Billung, geboren in 905, graaf in de Wetigouw in 940, procurator van de koning in Saksen tussen 953 en 966, graaf in Tilithi en Marstem in 955, markgraaf in 956, hertog in Saksen in 965, overleden te Quedlinburg op 27 maart 973, begraven te Lüneburg (St. Michael) Heinrich I 'der Kahle' von Stade, zn. van Luder, graaf van Stade, overleden tussen 975 en 976, trouwt met Judith de Vermandois, dr. van Udo I en N.N. de Vermandois, overleden voor Heribert von Gleiberg, zn. van Udo I en N.N. de Vermandois, geboren circa 930, graaf in de Kinziggouw, graaf van Gleiberg, overleden in 992, trouwt met Ermentrud, dr. van Meingaud en Gerberga Friedrich von Luxemburg, zn. van Siegfried von Luxemburg en Hadwig, geboren circa 965, graaf in de Moezelgouw, graaf van Luxemburg, overleden in 1019, trouwt tussen 985 en 990 met NN von Gleiberg, dr. van Heribert von Gleiberg en Ermentrud = Eustache I de Boulogne, trouwt met = Mathilde van Leuven = Heinrich von Schweinfurt, trouwt met 340
341 = Gerberga Manfredo Udalrico di Susa, zn. van Manfredo di Susa en Prangarda di Canossa, geboren in 992, markgraaf van Susa en Turijn, overleden te Turijn op 29 oktober 1034, trouwt met Berta d'este, dr. van Oberto di Luni en Railende di Riprando Giselbert de Roucy, zn. van Ragenold de Roucy en Alberada van Lotharingen, geboren tussen 950 en 955, graaf van Roucy, overleden tussen 991 en Reginar IV van Henegouwen, zn. van Reginar III van Henegouwen en Adela von Dagsburg, geboren circa 950, graaf in Henegouwen, overleden in 1013, trouwt circa 996 met Hadwig, dr. van Hugo Capet en Aelis de Poitou, overleden na Bouchard I 'le Barbu' de Montmorency, heer van Montmorency en Marly = Boudewijn V van Vlaanderen, trouwt met = Aelis de France = Friedrich von Luxemburg, trouwt met = NN von Gleiberg Guillaume V 'le Grand' d'aquitaine, zn. van Guillaume IV 'Fièrebrace' d'aquitaine en Emma de Blois, geboren circa 969, hertog van Aquitanië en graaf van Poitou van 995 tot 1030, overleden te Maillezais op 31 januari 1030, trouwt (1) circa 997 met N.N., trouwt (2) in 1011 met Brisque de Gascogne, trouwt (3) voor maart 1018 met Agnes de Bourgogne, dr. van Odo Guillaume 'le Prisonier' de Bourgogne en Ermentrudis de Roucy, geboren circa 995, overleden te Poitou op 10 november Albert de Longwy, graaf van Longwy, hertog van Opper-Lotharingen Boudewijn IV van Vlaanderen, zn. van Arnulf II van Vlaanderen en Rozala d'ivrea, geboren circa 980, graaf van Vlaanderen, overleden op 30 mei 1035, begraven te Gent, trouwt (2) circa 1031 met Eleanor de Normandie, dr. van Richard II de Normandie en Judith de Bretagne, trouwt (1) circa 1012 met Otgiva von Luxemburg, dr. van Friedrich von Luxemburg en NN von Gleiberg, geboren tussen 985 en 990, overleden op 21 februari Robert II 'le Pieux' de France, zn. van Hugo Capet en Aelis de Poitou, geboren te Orléans circa 970, koning van Frankrijk, hertog van Bourgondië, overleden te Melun op 20 juli 1031, begraven te St. Denis, trouwt (1) voor 1 april 988, (gesch. in 991) met Rozala d'ivrea, dr. van Berengar II d'ivrea en Willa di Toscana, geboren tussen 950 en 960, overleden in 1003, begraven te Gent, trouwt (2) circa 997, (gesch. in 1000) met Berthe de Bourgogne, dr. van Konrad I de Bourgogne en Mathilde de France, geboren tussen 964 en 965, overleden na 1010, trouwt (3) tussen 1001 en 1002 met Constance de Provence, dr. van Guillaume II 'le Libérateur' de Provence en Adelais d'anjou, geboren circa 986, overleden te Melun op 25 juli 1032, begraven te St. Denis Hugues du Perche, zn. van Fulcois du Perche en Mélisende de Châteaudun, trouwt met Beatrix de Mâcon, dr. van Aubri II de Mâcon en Ermentrudis de Roucy, trouwt (1) 341
342 met Geoffroi de Château-Landon, heer van Château-Landon, graaf van Gâtinais Fulco III d'anjou, zn. van Geoffroi 'Grisgonelle' d'anjou en Adela de Méaux et Troyes, graaf van Anjou, overleden op 21 juni 1040, trouwt (1) met Elisabeth de Vendôme, trouwt (2) na 1000 met Hildegard van Lotharingen, overleden te Jerusalem op 1 april Amaury de Montfort, trouwt met Bertrade Richard d'evreux, zn. van Robert d'evreux en Herleve, graaf van Evreux, overleden in 1067, trouwt met Godechildis, trouwt (1) met Roger de Conches Odo I de Blois, zn. van Theobald I 'de Bedrieger' de Blois en Ledgard de Vermandois, geboren circa 950, graaf van Blois, Chartres en Tours, overleden te Marmoutier op 12 maart 996, trouwt circa 980 met Berthe de Bourgogne, dr. van Konrad I de Bourgogne en Mathilde de France, geboren tussen 964 en 965, overleden na 1010, trouwt (2) met Robert II 'le Pieux' de France Robert I d'auvergne, graaf van de Auvergne Hugo III de Maine, zn. van Hugo II de Maine, graaf van Maine van 992 tot Richard II de Normandie, zn. van Richard I de Normandie en Gunnor, hertog van Normandië, overleden te Fécamp op 23 augustus 1026, begraven te Fécamp, trouwt circa 1000 met Judith de Bretagne, dr. van Conan 'le Tort' de Rennes en Ermengard d'anjou, geboren circa 982, overleden in 1017, begraven te Fécamp (St. Trinité) Fulbert, leerlooier Dietpold von Cham = Robert II 'le Pieux' de France, trouwt (1) met Rozala d'ivrea, trouwt (2) met Berthe de Bourgogne, trouwt (3) met = Constance de Provence Jaroslav I 'de Wijze' van Kiev, zn. van Vladimir I 'de Heilige' van Kiev en Rogneda van Polotsk, geboren te Kiev [Ukraine] in 978, grootvorst van Kiev, overleden op 20 februari 1054, trouwt te Sarpsborg [Zweden] in februari 1019 met Ingegerd van Zweden, dr. van Olaf 'Skötkonung' van Zweden en Astrid der Obotriten, overleden op 10 februari Dirk III van Holland, zn. van Arnulf van Holland en Liutgard von Luxemburg, graaf van Holland, overleden op 27 mei 1039, begraven te Egmond, trouwt met Othilde, overleden op 9 mei Odo de Savoye, zn. van Humbert de Savoye en Auxilia von Lenzburg, graaf van Savoye, graaf van Maurienne en Chablais circa 1051, overleden op 1 maart 1060, begraven te Turijn (San Giovanni), trouwt met Adela di Susa, dr. van Manfredo Udalrico di Susa en Berta d'este, overleden op 342
343 27 december 1091, trouwt (1) met Hermann IV von Schwaben, zn. van Ernst von Schwaben en Gisela von Schwaben, hertog van Zwaben, overleden op 28 juli 1038, trouwt (2) met Enrico de Monferrato, overleden in Reinoud I de Bourgogne, zn. van Odo Guillaume 'le Prisonier' de Bourgogne en Ermentrudis de Roucy, geboren circa 990, graaf van Bourgondië, overleden tussen 3 september 1057 en 4 september 1057, begraven te Besançon, trouwt voor 1 september 1016 met Adela (Judith) de Normandie, dr. van Richard II de Normandie en Judith de Bretagne, geboren circa 1000, overleden na = Guillaume V 'le Grand' d'aquitaine, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met Brisque de Gascogne, trouwt (3) met = Agnes de Bourgogne Robert I de Bourgogne, zn. van Robert II 'le Pieux' de France en Constance de Provence, geboren in 1011, overleden in 1076, trouwt (1) met Ermengard (Blanche) d'anjou, trouwt (2) in 1033 met Heloise de Sémur, dr. van Dalmatius I de Sémur en Aremburga de Bourgogne, overleden op 22 april Pontius de Toulouse, zn. van Guillaume III 'Taillefer' de Toulouse en Emma de Provence, geboren circa 990, graaf van Toulouse, overleden in 1060, trouwt circa 1040 met Almodis de la Marche, dr. van Bernard I de la Marche en Amelia, overleden tussen 17 november 1071 en Robert de Mortain, zn. van Herluin de Conteville en Herlette Salburpyr, geboren circa 1031, overleden op 8 december 1090, trouwt voor 1066 met Mathilda of Montgomery, dr. van Roger de Montgomery en Mabel d'alençon Hugo de la Rochefoucault, trouwt met Gerberge de Châtellerault Aimery IV de Thouars, geboren circa 1020, overleden in 1093, trouwt met Arengarde de Mauleon Thiemo von Formbach, zn. van Berthold, graaf in de Schweinachgouw, Reichenhall en Salzburggouw, voogd van St. Emmeran, Altaich en Formbach, overleden circa Konrad von Haldensleben, zn. van Bernhard, graaf van Haldersleben Benno von Northeim, zn. van Siegfried I von Northeim en Mathilde Liudolf von Braunschweig, zn. van Bruno von Braunschweig en Gisela von Schwaben, graaf in de Derlingouw, graaf in Friesland, overleden op 23 april 1038, trouwt met Gertrud von Egisheim, dr. van Hogo VI von Egisheim en Heilwich von Dagsburg, overleden op 21 juli Crinan 'the Thane' of Atholl, zn. van Duncan of Atholl, overleden in 1045, trouwt met Bethoc of Scotland, dr. van Malcolm II of Scotland. 343
344 Edmund II 'Ironside' of England, zn. van Ethelred II 'the Unready' of England en Elgiva, overleden in 1016, trouwt met Edith Ealtred of Northumbria, zn. van Uhtred of Northumbria en N.N, graaf van Northumbria = Eustache I de Boulogne, trouwt met = Mathilde van Leuven = Robert I 'le Diable' de Normandie, heeft een relatie met = Herlette Salburpyr, trouwt (2) met Herluin de Conteville Eudes de Vermandois, zn. van Heribert de Vermandois en Ermengardis, graaf van Vermandois, overleden op 25 mei 1045, trouwt met Pavia Raoul III 'le Grand' de Valois, zn. van Raoul II de Valois en Alix de Breteuil, graaf van Valois, Crépy en Vitry, graaf van Amiens en Vexin, overleden te Péronne in 1074, trouwt (2) met Alienor, erfdochter van Montdidier en Péronne, trouwt (3) met Anna Jaroslawna van Kiev, trouwt (1) met Aélis de Bar-sur-Aube, dr. van Noches III de Bar-sur-Aube, gravin van Bar-sur-Aube Poppo von Weimar, zn. van Wilhelm II 'der Grosse' von Weimar, graaf van Weimar, markgraaf van Istrië, overleden voor 1040, trouwt met Hadamut von Friuli Bela I van Hongarije, zn. van Vazúl van Hongarije, geboren in 1016, koning van Hongarije van 1060 tot 1063, overleden in december 1063, trouwt met Richeza van Polen, dr. van Mieszko II Lambert van Polen en Richeza van Lotharingen Friedrich von Büren, zn. van Friedrich, overleden na 1053, trouwt circa 1042 met Hildegard von Egisheim-Mousson Heinrich IV, zn. van Heinrich III en Agnes d'aquitaine, geboren op 11 november 1050, hertog van Beieren, hertog van Zwaben, rooms koning, keizer van het Heilige Roomse Rijk, overleden op 7 augustus 1106, trouwt te Tribur in juli 1066 met Bertha de Savoye, dr. van Odo de Savoye en Adela di Susa, geboren op 21 september 1051, overleden op 27 december 1087, begraven te Speyer (Dom) Emmo III von Loon, graaf van Loon, overleden tussen 1078 en 1079, trouwt voor 1055 met Irmengard = Floris I van Holland, trouwt met = Gertrud von Sachsen, trouwt (2) met Robert I 'de Fries' van Vlaanderen Lambert I van Leuven, zn. van Reginar III van Henegouwen en Adela von Dagsburg, geboren circa 950, graaf van Leuven, overleden te Florennes op 12 september 1015 (gesneuveld), begraven te Nijvel, trouwt tussen 985 en 990 met 344
345 Gerberga von Niederlothringen, dr. van Karel van Nederlotharingen en Adelheid, geboren circa 975, overleden na = Gozelo I 'de Grote' van Lotharingen Louis II de Warcq et Ivoix, graaf van Warq en Ivoix, trouwt met Sophie de Verdun = Hilduin V de Ponthieu-Montdidier, trouwt met = Adele de Roucy Poppo II von Rott, zn. van Poppo I von Rott, graaf Friedrich von Diessen, graaf van Diessen = Lambert I van Leuven, trouwt met = Gerberga von Niederlothringen = Gozelo I 'de Grote' van Lotharingen. Generatie XXXII Louis IV de France, zn. van Charles III 'le Simple' de France en Edgiva of England, geboren tussen 10 september 920 en 921, koning van Frankrijk, overleden te Reims op 10 september 954, begraven te Reims (St. Remy), trouwt in 939 met Gerberga von Sachsen, dr. van Heinrich I 'der Vogler' von Sachsen en Mathilde von Westfalen, geboren te Nordhausen tussen 913 en 914, overleden te Reims op 5 mei 984, trouwt (1) tussen 928 en 929 met Giselbert van Lotharingen, zn. van Reginar I 'Langhals' van Henegouwen en Alberade, geboren circa 880, hertog van Lotharingen, overleden te Andernach op 2 oktober 939 (verdronken in de Rijn) Gozelo, zn. van Wigerich en Kunegund de France, geboren circa 910, graaf in de Bidgouw, overleden op 19 oktober 942, trouwt circa 930 met Uda, dr. van Gerhard en Oda, overleden na = Hermann Billung Luder, overleden te Lenzen op 4 september 929 (gesneuveld) Udo I, zn. van Gebhard van Lotharingen en Ida, geboren circa 896, graaf in de Wetterau en in de Rijngouw, overleden op 12 december 949, trouwt circa 915 met N.N. de Vermandois, dr. van Heribert I de Vermandois, overleden na = Udo I, trouwt met = N.N. de Vermandois Meingaud, trouwt met Gerberga, dr. van Godefrid Siegfried von Luxemburg, zn. van Wigerich en Kunegund de France, geboren tussen 915 en 917, graaf van Luxemburg, overleden na 26 oktober 997, begraven te Trier (St. 345
346 Maximin), trouwt tussen 955 en 960 met Hadwig, overleden na 993, begraven te Trier (St. Maximin) = Heribert von Gleiberg, trouwt met = Ermentrud Manfredo di Susa, zn. van Arduino 'Glabrio' di Torino, graaf van Auriate, markgraaf van Susa-Piëmonte en Turijn, overleden circa 1000, trouwt met Prangarda di Canossa, dr. van Adalberto Atto di Canossa en Ildegarde Oberto di Luni, zn. van Oberto Obizzo di Luni, graaf van Luni, markgraaf, overleden na 1013, trouwt met Railende di Riprando Ragenold de Roucy, overleden op 10 mei 967, begraven te Reims (St. Remigius), trouwt circa 945 met Alberada van Lotharingen, dr. van Giselbert van Lotharingen en Gerberga von Sachsen, geboren circa Reginar III van Henegouwen, zn. van Reginar II van Henegouwen, geboren in 920, graaf in Henegouwen, overleden in 973, trouwt met Adela von Dagsburg, dr. van Hugo III von Dagsburg, overleden in Hugo Capet, zn. van Hugo 'le Grand' de France en Hadwich von Sachsen, geboren circa 940, koning van Frankrijk, overleden te Melun op 24 oktober 996, begraven te St. Denis, trouwt circa 970 met Aelis de Poitou, dr. van Guillaume III 'Tête d'etoupes' d'aquitaine en Adela (Gerloc) de Normandie, geboren tussen 950 en 955, overleden circa Guillaume IV 'Fièrebrace' d'aquitaine, zn. van Guillaume III 'Tête d'etoupes' d'aquitaine en Adela (Gerloc) de Normandie, geboren circa 937, hertog van Aquitanië en graaf van Poitou van 963 tot 995, overleden tussen 995 en 996, trouwt in 968 met Emma de Blois, dr. van Theobald I 'de Bedrieger' de Blois en Ledgard de Vermandois, geboren circa 950, overleden na Odo Guillaume 'le Prisonier' de Bourgogne, zn. van Adalbert d'ivrea en Gerberga de Chalon, geboren tussen 958 en 959, graaf van Bourgondië en Mâcon, overleden op 21 september 1026, trouwt circa 982 met Ermentrudis de Roucy, dr. van Ragenold de Roucy en Alberada van Lotharingen, geboren circa 950, overleden op 5 maart 1003 (of 1004), trouwt (2) met Aubri II de Mâcon, graaf van Mâcon Arnulf II van Vlaanderen, zn. van Boudewijn III van Vlaanderen en Mathilde von Sachsen, geboren tussen 961 en 962, graaf van Vlaanderen, overleden op 30 maart 987, begraven te Gent, trouwt circa 968 met Rozala d'ivrea, dr. van Berengar II d'ivrea en Willa di Toscana, geboren tussen 950 en 960, overleden in 1003, trouwt (2) met Robert II 'le Pieux' de France = Friedrich von Luxemburg, trouwt met = NN von Gleiberg = Hugo Capet, trouwt met 346
347 = Aelis de Poitou Guillaume II 'le Libérateur' de Provence, zn. van Boso de Provence en Constantia, graaf van Arles, markgraaf van de Provence in 979, monnik, overleden te Avignon in 993, trouwt (1) met Arsinde, trouwt (2) met Adelais d'anjou, dr. van Fulco II d'anjou en Gerberga de Nevers, overleden na 1010, trouwt (1) met Etienne de Brioude, trouwt (2) met Raymond IV de Toulouse, zn. van Raymond III de Toulouse en Gundinildis, graaf van Toulouse, trouwt (3) in 982, (gesch. in 984) met Louis V de France, overleden op 22 mei 987, trouwt (5) met Othon Guilaume de Mâcon Fulcois du Perche, zn. van Rotrou, heer van Nogent-le-Rotrou, graaf van Mortagne, trouwt met Mélisende de Châteaudun, dr. van Hugues de Châteaudun en Hildegarde du Perche, burggravin van Châteaudun Aubri II de Mâcon, graaf van Mâcon, trouwt met = Ermentrudis de Roucy, trouwt (1) met Odo Guillaume 'le Prisonier' de Bourgogne Geoffroi 'Grisgonelle' d'anjou, zn. van Fulco II d'anjou en Gerberga de Nevers, geboren voor 958, overleden op 21 juli 987, trouwt (2) met Adelais de Chalon, trouwt (1) circa 965 met Adela de Méaux et Troyes, dr. van Robert de Méaux en Adelha de Bourgogne, geboren circa 950, overleden na 6 maart Robert d'evreux, zn. van Richard I de Normandie en Gunnor, graaf van Evreux, bisschop van Rouen in 989, overleden in 1037, trouwt met Herleve Theobald I 'de Bedrieger' de Blois, graaf van Blois en Chartres, overleden op 16 januari 975, trouwt tussen 942 en 945 met Ledgard de Vermandois, dr. van Heribert II de Vermandois en Adela de Neustrie, geboren tussen 915 en 920, overleden na 9 februari 978, trouwt (1) circa 940 met Guillaume I de Normandie, zn. van Robert (Rollo) de Normandie en Poppa de Bayeux, hertog van Normandië, overleden te Picquigny op 17 december 942 (vermoord), begraven te Rouen Konrad I de Bourgogne, zn. van Rudolf II de Bourgogne en Bertha von Schwaben, geboren in 926, koning van Bourgondië, overleden op 19 oktober 993, begraven te Vienne (St. André-le-Haut), trouwt (1) met N.N., trouwt (2) circa 964 met Mathilde de France, dr. van Louis IV de France en Gerberga von Sachsen, geboren in 943, overleden tussen 981 en 992, begraven te Vienne (St. André-le-Haut) Hugo II de Maine, zn. van Hugo I de Maine, graaf van Maine tot Richard I de Normandie, zn. van Guillaume I de Normandie en Sprota, geboren in 932, hertog van Normandië, overleden op 20 november 996, trouwt (1) in 960 met Emma de France, dr. van Hugo 'le Grand' de France en Hadwich von Sachsen, geboren circa 945, overleden na 18 maart 968, trouwt (2) met Gunnor, overleden in
348 Conan 'le Tort' de Rennes, zn. van Juhel Berengar de Rennes en Gerberga, graaf van Rennes, overleden te Conquereuil (gesneuveld) op 27 juni 992, trouwt circa 970 met Ermengard d'anjou, dr. van Geoffroi 'Grisgonelle' d'anjou en Adela de Méaux et Troyes Vladimir I 'de Heilige' van Kiev, zn. van Svyatoslav I van Kiev en Olga Malusha, geboren circa 960, grootvorst van Kiev, overleden op 15 juli 1015, trouwt circa 977 met Rogneda van Polotsk (?), dr. van Rognwald van Polotsk, overleden in Olaf 'Skötkonung' van Zweden, zn. van Erik 'Segersäll' van Zweden, koning van Zweden, overleden circa 1021, trouwt met Astrid der Obotriten Arnulf van Holland, zn. van Dirk II van Holland en Hildegard van Vlaanderen, geboren circa 955, graaf van Holland, overleden op 18 september 993, begraven te Egmond, trouwt tussen mei 980 en augustus 980 met Liutgard von Luxemburg, dr. van Siegfried von Luxemburg en Hadwig, geboren tussen 960 en 965, overleden na 1005, begraven te Egmond Humbert de Savoye, graaf van Maurienne en Chablais, trouwt met Auxilia von Lenzburg, dr. van Anselm en Aldiud = Manfredo Udalrico di Susa, trouwt met = Berta d'este = Odo Guillaume 'le Prisonier' de Bourgogne, trouwt met = Ermentrudis de Roucy, trouwt (2) met Aubri II de Mâcon = Richard II de Normandie, trouwt met = Judith de Bretagne = Robert II 'le Pieux' de France, trouwt (1) met Rozala d'ivrea, trouwt (2) met Berthe de Bourgogne, trouwt (3) met = Constance de Provence Dalmatius I de Sémur, heer van Semur, overleden circa 1055, trouwt circa 1015 met Aremburga de Bourgogne, geboren circa Guillaume III 'Taillefer' de Toulouse, zn. van Raymond IV de Toulouse en Adelais d'anjou, geboren circa 947, graaf van Toulouse, overleden in september 1037, trouwt circa 990 met Emma de Provence, dr. van Rotbald III de Provence en Ermengarde Bernard I de la Marche, graaf van la Marche, overleden in 1047, trouwt met Amelia Herluin de Conteville, trouwt met = Herlette Salburpyr, heeft een relatie (1) met Robert I 'le Diable' de Normandie Roger de Montgomery, zn. van Roger de Montgomery en Josceline, heer van Montgommery, burggraaf van l'hiémois, heer van Alençon, graaf van Shropshire en 348
349 Shrewsbury, overleden te Shrewsbury op 27 juli 1094, trouwt (2) met Adelais du Puiset, trouwt (1) met Mabel d'alençon, dr. van Guillaume 'Talvas' de Bellême en Hildeburge, overleden op 2 december 1079 (vermoord) Berthold, zn. van Ulrich, graaf in de Schweinachgouw circa Bernhard, markgraaf van de Noordmark Siegfried I von Northeim, graaf van Northeim, trouwt met Mathilde Bruno von Braunschweig, zn. van Ekbert en Frederina, graaf van Brunswijk, overleden voor 1012, trouwt in 1015 met Gisela von Schwaben, dr. van Hermann II von Schwaben en Gerberga de Bourgogne, geboren circa 990, overleden op 15 februari 1043, trouwt (2) na 1015 met Ernst von Schwaben, trouwt (3) in 1016 met Konrad von Bayern, zn. van Heinrich von Worms en Adelheid von Metz, koning, keizer van het Heilige Roomse Rijk, overleden op 4 juni Hogo VI von Egisheim, graaf in de Nordgouw, graaf van Egisheim, trouwt met Heilwich von Dagsburg Duncan of Atholl, 'mormaer' van Atholl Malcolm II of Scotland, zn. van Kenneth II of Scotland, geboren circa 954, koning van Schotland, overleden te Angus op 25 november Ethelred II 'the Unready' of England, zn. van Edgar 'the Peacable' of England en Elfrida, koning van Engeland van 978 tot 1016, trouwt (2) met Emma de Normandie, dr. van Richard I de Normandie en Gunnor, trouwt (1) met Elgiva Uhtred of Northumbria, zn. van Waltheof of Northumbria, graaf van Northumbria, trouwt (2) met Elgiva of England, dr. van Ethelred II 'the Unready' of England en Elgiva, trouwt (1) met N.N Heribert de Vermandois, zn. van Adalbert I de Vermandois en Gerberga van Lotharingen, graaf van Vermandois in 987, trouwt met Ermengardis Raoul II de Valois, zn. van Gauthier II 'le Blanc' de Mantes en Adela, graaf van Valois en Amiens, overleden in 1060, trouwt met Alix de Breteuil, dr. van Hilduin de Breteuil en Emmeline de Châteaudun, overleden op 11 september Noches III de Bar-sur-Aube, zn. van Nocher II de Bar-sur-Aube en Adelisa de Soissons Wilhelm II 'der Grosse' von Weimar, markgraaf, overleden op 24 december
350 Vazúl van Hongarije, zn. van Mihaly van Hongarije en Adelajda van Polen, hertog tussen March en Gran, overleden in Mieszko II Lambert van Polen, zn. van Boleslaw 'Chrobry' van Polen en Emnildis, geboren circa 990, koning van Polen van 1025 tot 1030, overleden op 10 mei 1034, trouwt met Richeza van Lotharingen, dr. van Ezzo van Lotharingen en Mathilde, overleden te Saalfeld op 21 maart Friedrich, graaf in de Riesgouw Heinrich III, zn. van Konrad von Bayern en Gisela von Schwaben, geboren te Oosterbeek op 28 oktober 1017, hertog van Beieren, hertog van Zwaben, Rooms koning, keizer van het Heilige Roomse Rijk in 1046, overleden te Bodfeld op 5 oktober 1056, begraven te Speyer, trouwt in 1043 met Agnes d'aquitaine, dr. van Guillaume V 'le Grand' d'aquitaine en Agnes de Bourgogne, geboren circa 1020, regentes van 1056 tot 1062, overleden te Rome op 14 december 1077, begraven te Rome = Odo de Savoye, trouwt met = Adela di Susa, trouwt (1) met Hermann IV von Schwaben, trouwt (2) met Enrico de Monferrato = Reginar III van Henegouwen, trouwt met = Adela von Dagsburg = Karel van Nederlotharingen, trouwt met = Adelheid Poppo I von Rott, graaf aan de Sempt circa 980. Generatie XXXIII Charles III 'le Simple' de France, zn. van Louis II 'le Bègue' de France en Adelheid de Paris, geboren op 17 september 879, overleden te Péronne op 7 oktober 929, begraven te Péronne (St. Fursy), trouwt tussen 10 februari 917 en 919 met Edgiva of England, dr. van Edward 'the Elder' of England en Elfleda, overleden na 951, trouwt (2) in 951 met Heribert III de Vermandois, zn. van Heribert II de Vermandois en Adela de Neustrie, geboren tussen 910 en 915, graaf van Vermandois, Méaux en Troyes, overleden tussen 980 en Heinrich I 'der Vogler' von Sachsen, zn. van Otto 'der Erlauchte' von Sachsen en Haduwig, geboren circa 876, hertog van Saksen, koning van het Heilige Roomse Rijk, overleden in 936, trouwt in 909 met Mathilde von Westfalen, dr. van Dietrich en Reginhild, geboren in 890, overleden in Wigerich, graaf in Lotharingen, overleden voor 919, trouwt voor 910 met Kunegund de France, dr. van Ermentrud de France, geboren tussen 890 en Gerhard, trouwt met 350
351 Oda, dr. van Otto 'der Erlauchte' von Sachsen en Haduwig, overleden na Gebhard van Lotharingen, geboren circa 865, hertog van Lotharingen, graaf in de Wetterau, overleden op 22 juni 910 (gesneuveld), trouwt met Ida Heribert I de Vermandois, zn. van Pippijn, geboren voor 850, graaf van Meaux en Vermandois, overleden tussen 900 en 6 november Godefrid = Wigerich, trouwt met = Kunegund de France Arduino 'Glabrio' di Torino, zn. van Roger di Auriate en N.N, graaf van Auriate, gouverneur van Turijn in 941, markgraaf van Turijn in 962, overleden na 4 april Adalberto Atto di Canossa, zn. van Sigefredo di Canossa, graaf van Canossa circa 960, graaf van Reggio en Modena in 962, graaf van Mantua in 977, trouwt met Ildegarde Oberto Obizzo di Luni, zn. van Adalberto di Luni, graaf van Luni in 951, markgraaf van de oostelijke mark in Giselbert van Lotharingen, zn. van Reginar I 'Langhals' van Henegouwen en Alberade, geboren circa 880, hertog van Lotharingen, overleden te Andernach op 2 oktober 939 (verdronken in de Rijn), trouwt met = Gerberga von Sachsen, trouwt (2) met Louis IV de France Reginar II van Henegouwen, zn. van Reginar I 'Langhals' van Henegouwen en Alberade, geboren circa 880, graaf in Henegouwen, overleden na Hugo III von Dagsburg, graaf van Dagsburg en Egisheim, overleden in Hugo 'le Grand' de France, zn. van Robert I de Neustrie en Beatrix, geboren circa 895, hertog van Frankrijk, hertog van Bourgondië, overleden te Dourdan op 16 juni 956, begraven te St. Denis, trouwt (1) in 926 met Edhilda of England, dr. van Edward 'the Elder' of England en Elfleda, overleden voor 937, trouwt (2) voor 14 september 937 met Hadwich von Sachsen, dr. van Heinrich I 'der Vogler' von Sachsen en Mathilde von Westfalen, geboren circa 922, overleden na Guillaume III 'Tête d'etoupes' d'aquitaine, zn. van Ebalus 'Mancer' de Poitou en Aremburgis, geboren circa 900, overleden te Poitiers op 3 april 963, trouwt te Rouen in 935 met Adela (Gerloc) de Normandie, dr. van Robert (Rollo) de Normandie en Poppa de Bayeux, overleden na = Guillaume III 'Tête d'etoupes' d'aquitaine, trouwt met = Adela (Gerloc) de Normandie. 351
352 = Theobald I 'de Bedrieger' de Blois, trouwt met = Ledgard de Vermandois, trouwt (1) met Guillaume I de Normandie Adalbert d'ivrea, zn. van Berengar II d'ivrea en Willa di Toscana, geboren circa 936, graaf van Ivrea, overleden tussen 972 en 975, trouwt met Gerberga de Chalon, dr. van Lambert de Chalon, overleden in 990, trouwt (2) circa 975 met Odo Henri de Bourgogne, zn. van Hugo 'le Grand' de France en Hadwich von Sachsen, geboren circa 948, hertog van Bourgondië, overleden op 15 oktober = Ragenold de Roucy, trouwt met = Alberada van Lotharingen Boudewijn III van Vlaanderen, zn. van Arnulf I 'de Grote' van Vlaanderen en Adela de Vermandois, geboren circa 940, graaf van Vlaanderen, overleden te St. Bertin op 1 januari 962, trouwt met = Mathilde von Sachsen, trouwt (2) met Godefred 'le Prisonier' de Verdun Berengar II d'ivrea, zn. van Adalbert 'de Rijke' d'ivrea en Gisela di Friuli, koning van Italië, overleden te Bamberg op 6 augustus 966, trouwt voor 936 met Willa di Toscana, dr. van Boso di Toscana en Willa, overleden na Boso de Provence, zn. van Rotbald d'agel, graaf van Avignon in 935, graaf van Arles in 949, overleden tussen 965 en 967, trouwt met Constantia Fulco II d'anjou, zn. van Fulco 'Rufus' d'anjou en Roscilla de Loches, graaf van Anjou, overleden op 11 november 958, trouwt met Gerberga de Nevers, dr. van Gausfred de Nevers en Aba d'auvergne, overleden voor Rotrou, heer van Nogent, overleden na 12 februari Hugues de Châteaudun, zn. van Geoffroy de Châteaudun, burggraaf van Châteaudun, trouwt met Hildegarde du Perche, dr. van Hervé du Perche en Melisande, overleden op 14 april 1021 (of 1022) = Fulco II d'anjou, trouwt met = Gerberga de Nevers Robert de Méaux, zn. van Heribert II de Vermandois en Adela de Neustrie, geboren tussen 910 en 915, graaf van Méaux, overleden na 19 augustus 967, trouwt voor 950 met Adelha de Bourgogne, dr. van Giselbert de Chalon en Ermengardis d'autun, overleden na augustus = Richard I de Normandie, trouwt (1) met Emma de France, trouwt (2) met = Gunnor Heribert II de Vermandois, zn. van Heribert I de Vermandois, geboren 352
353 circa 880, graaf van Meaux en Vermandois, overleden op 23 februari 943, trouwt voor 907 met Adela de Neustrie, dr. van Robert I de Neustrie en Aelis, geboren voor 900, overleden na Rudolf II de Bourgogne, zn. van Rudolf I de Bourgogne en Guille, koning van Bourgondië, overleden op 11 juli 937, trouwt in 922 met Bertha von Schwaben, dr. van Burchard II von Schwaben en Reginlind, overleden na 2 januari 966, begraven te Payerne, trouwt (2) op 12 december 937 met Hugo de Vienne, zn. van Theobald de Vienne en Bertha de Lorraine, geboren circa 880, graaf van Vienne, koning van Italië, overleden in = Louis IV de France, trouwt met = Gerberga von Sachsen, trouwt (1) met Giselbert van Lotharingen Hugo I de Maine, zn. van Roger en Rothilde, graaf van Maine Guillaume I de Normandie, zn. van Robert (Rollo) de Normandie en Poppa de Bayeux, hertog van Normandië, overleden te Picquigny op 17 december 942 (vermoord), begraven te Rouen, trouwt (2) met Ledgard de Vermandois, trouwt (1) met Sprota Juhel Berengar de Rennes, graaf van Rennes, trouwt met Gerberga = Geoffroi 'Grisgonelle' d'anjou, trouwt (2) met Adelais de Chalon, trouwt (1) met = Adela de Méaux et Troyes Svyatoslav I van Kiev, zn. van Igor van Kiev en Olga 'de Heilige', geboren in 942, grootvorst van Kiev, overleden in 973, trouwt (buitenechtelijk) met Olga Malusha Rognwald van Polotsk Erik 'Segersäll' van Zweden, koning van Zweden Dirk II van Holland, zn. van Dirk I (bis) van Holland en Geva, overleden op 6 mei 988, begraven te Egmond, trouwt tussen 940 en 945 met Hildegard van Vlaanderen, dr. van Arnulf I 'de Grote' van Vlaanderen en N.N, geboren circa 934, overleden tussen 971 en = Siegfried von Luxemburg, trouwt met = Hadwig Anselm, trouwt met Aldiud Raymond IV de Toulouse, trouwt met = Adelais d'anjou, trouwt (1) met Etienne de Brioude, trouwt (3) met Louis V de France, trouwt (4) met Guillaume II 'le Libérateur' de Provence, trouwt (5) met Othon Guilaume de Mâcon. 353
354 Rotbald III de Provence, zn. van Rotbald II de Provence en Emilde, graaf van de Provence, overleden in 1014, trouwt met Ermengarde, overleden na 1057, trouwt (2) in 1011 met Rudolf III de Bourgogne, zn. van Konrad I de Bourgogne en Mathilde de France, geboren circa 970, koning van Bourgondië, overleden op 6 september Roger de Montgomery, heer van Montgommery, burggraaf van l'hiémois, trouwt met Josceline, dr. van Sainsfrida Guillaume 'Talvas' de Bellême, zn. van Guillaume de Bellême en Mathilde de Condésur-Noireau, heer van Alençon, trouwt met Hildeburge, dr. van Arnoul Ulrich, graaf in de Schweinachgouw circa Ekbert, graaf in de Ambergouw, overleden in april 994, trouwt met Frederina Hermann II von Schwaben, zn. van Konrad von Schwaben en Judith von Marchtal, geboren tussen 945 en 950, hertog van Zwaben in 997, overleden op 4 mei 1003, trouwt met Gerberga de Bourgogne, dr. van Konrad I de Bourgogne en Mathilde de France, geboren tussen 965 en 970, overleden circa Kenneth II of Scotland, zn. van Malcolm I of Scotland, koning van Schotland, overleden in Edgar 'the Peacable' of England, zn. van Edmund I of England en Elgiva, koning van Engeland van 959 tot 975, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met Elfrida, dr. van Ordgar Waltheof of Northumbria, graaf van Northumbria Adalbert I de Vermandois, zn. van Heribert II de Vermandois en Adela de Neustrie, geboren circa 915, graaf van Vermandois, overleden op 8 september 987, trouwt met Gerberga van Lotharingen, dr. van Giselbert van Lotharingen en Gerberga von Sachsen, geboren circa 935, overleden na 7 september Gauthier II 'le Blanc' de Mantes, zn. van Gauthier I en Adela d'anjou, graaf van Mantes, Amiens en Vexin, overleden na 1017, trouwt met Adela Hilduin de Breteuil, burggraaf van Chartres in 1019, graaf van Breteuil in 1048, trouwt met Emmeline de Châteaudun Nocher II de Bar-sur-Aube, zn. van Nocher I de Bar-sur-Aube en Adelisa, graaf van Bar-sur-Aube en Soissons, trouwt met Adelisa de Soissons, dr. van Guy de Soissons, gravin van Soissons Mihaly van Hongarije, zn. van Taksony van Hongarije, hertog tussen March en Gran, 354
355 trouwt met Adelajda van Polen, overleden na Boleslaw 'Chrobry' van Polen, zn. van Mieszko I van Polen en Dobrava van Bohemen, geboren circa 965, prins van Polen in 992, hertog van Bohemen van 1003 tot 1004, koning van Polen in 1024, overleden op 17 juni 1025, trouwt in 987 met Emnildis, dr. van Dobromir, overleden in Ezzo van Lotharingen, paltsgraaf van Lotharingen, graaf van de Auelgau en de Bonngau, overleden te Saalfeld op 21 maart 1034, trouwt in 991 met Mathilde, dr. van Otto II von Sachsen en Theophanu, overleden op 4 november Konrad von Bayern, zn. van Heinrich von Worms en Adelheid von Metz, koning, keizer van het Heilige Roomse Rijk, overleden op 4 juni 1039, trouwt met = Gisela von Schwaben, trouwt (1) met Bruno von Braunschweig, trouwt (2) met Ernst von Schwaben = Guillaume V 'le Grand' d'aquitaine, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met Brisque de Gascogne, trouwt (3) met = Agnes de Bourgogne. Generatie XXXIV Louis II 'le Bègue' de France, zn. van Karel 'de Kale' en Ermentrud d'orléans, geboren in 846, overleden te Compiègne op 10 april 879, trouwt tussen 872 en 877 met Adelheid de Paris, dr. van Adalhard de Paris, geboren tussen 855 en 860, overleden na 9 november Edward 'the Elder' of England, zn. van Alfred 'the Great' of Wessex en Ethelswitha of Mercia, koning van Engeland van 899 tot 925, trouwt (2) circa 920 met Edgiva of Kent, dr. van Sigehelm, trouwt (1) tussen 901 en 902 met Elfleda, dr. van Ethelhelm en Elswitha, overleden in Otto 'der Erlauchte' von Sachsen, zn. van Liudolf von Sachsen en Oda, geboren circa 836, hertog van Saksen, overleden in 912, trouwt in 869 met Haduwig, overleden in Dietrich, trouwt met Reginhild Ermentrud de France, dr. van Louis II 'le Bègue' de France en Adelheid de Paris, geboren circa = Otto 'der Erlauchte' von Sachsen, trouwt met = Haduwig Pippijn, zn. van Bernhard en Kunigunde, geboren in 815, overleden na Roger di Auriate, zn. van Arduin, graaf van Auriate in 905, overleden na 935, trouwt met N.N., trouwt (1) met Rudolfo di Auriate, graaf van Auriate, overleden voor
356 Sigefredo di Canossa, graaf van Canossa Adalberto di Luni, markgraaf in de mark van Milaan Reginar I 'Langhals' van Henegouwen, zn. van Giselbert van de Maasgouw en Irmgard, geboren circa 850, graaf in Henegouwen, overleden op 19 januari 915, trouwt met Alberade, overleden na = Reginar I 'Langhals' van Henegouwen, trouwt met = Alberade Robert I de Neustrie, zn. van Robert 'le Brave' de Neustrie, markgraaf van Neustrië, koning van Frankrijk, overleden te Soissons op 15 juni 923 (gesneuveld), trouwt (1) voor 895 met Aelis, overleden tussen 907 en 908, trouwt (2) in 895 met Beatrix, geboren circa 880, overleden na maart = Heinrich I 'der Vogler' von Sachsen, trouwt met = Mathilde von Westfalen Ebalus 'Mancer' de Poitou, zn. van Ramnulf II de Poitou en N.N, graaf van Poitou van 890 tot 934, hertog van Aquitanië van 927 tot 932, overleden in 934, trouwt circa 892 met Aremburgis Robert (Rollo) de Normandie, geboren in 846, overleden in 931, trouwt in 886 met Poppa de Bayeux = Berengar II d'ivrea, trouwt met = Willa di Toscana Lambert de Chalon, graaf van Chalon Arnulf I 'de Grote' van Vlaanderen, zn. van Boudewijn II van Vlaanderen en Elfrida of Wessex, geboren tussen 885 en 890, graaf van Vlaanderen, overleden op 27 maart 964, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) in 934 met Adela de Vermandois, dr. van Heribert II de Vermandois en Adela de Neustrie, geboren tussen 910 en 915, overleden in Adalbert 'de Rijke' d'ivrea, zn. van Anskar II d'ivrea, overleden in 923, trouwt (2) circa 915 met Ermengard, dr. van Adalbert de Toscana en Bertha de Lorraine, geboren circa 901, overleden circa 29 februari 932, trouwt (1) voor 915 met Gisela di Friuli, dr. van Berengar I di Friuli en Bertila di Spoleto, geboren tussen 880 en 885, overleden tussen 13 juni 910 en Boso di Toscana, zn. van Theobald de Vienne en Bertha de Lorraine, geboren circa 885, graaf van Toscane, overleden na 936, trouwt met Willa Rotbald d'agel, graaf van de Provence in 903, overleden circa
357 Fulco 'Rufus' d'anjou, zn. van Ingelger en Adelais, geboren circa 870, burggraaf van Anjou in 898, graaf van Anjou in 929, overleden in 942, trouwt met Roscilla de Loches, dr. van Warnhar de Loches en Tescenda, geboren circa 880, overleden na Gausfred de Nevers, geboren circa 890, graaf van Nevers van 926 tot 935, graaf van Gâtinais van 935 tot 941, overleden na 942, trouwt met Aba d'auvergne Geoffroy de Châteaudun, burggraaf van Châteaudun, overleden na Hervé du Perche, graaf van Perche, trouwt met Melisande = Heribert II de Vermandois, trouwt met = Adela de Neustrie Giselbert de Chalon, zn. van Manasse de Chalon en Ermengarda de Vienne, graaf van Châlons-sur-Saône en Troyes, hertog van Bourgondië, overleden te Langres op 16 april 956, trouwt met Ermengardis d'autun, dr. van Hugo de Varais = Heribert I de Vermandois = Robert I de Neustrie, trouwt (2) met Beatrix, trouwt (1) met Aelis Rudolf I de Bourgogne, zn. van Konrad II d'auxerre en Waldrada, koning van Bourgondië, overleden in 912, trouwt met Guille, dr. van Boso de Vienne en N.N, trouwt (2) in 912 met Hugo de Vienne Burchard II von Schwaben, zn. van Burchard I, hertog van Zwaben, overleden in 926, trouwt met Reginlind, dr. van Gisela, overleden na 958, trouwt (2) met Hermann I von Schwaben, zn. van Gebhard van Lotharingen en Ida, geboren circa 898, hertog van Zwaben, overleden op 10 november Roger, trouwt met Rothilde = Robert (Rollo) de Normandie, trouwt met = Poppa de Bayeux Igor van Kiev, geboren circa 877, grootvorst van Kiev van 912 tot 945, overleden in 945, trouwt met Olga 'de Heilige', regentes van Kiev van 945 tot 963, overleden op 11 juli Dirk I (bis) van Holland, overleden tussen 916 en 928, trouwt met Geva = Arnulf I 'de Grote' van Vlaanderen, trouwt (2) met Adela de Vermandois, trouwt (1) met 357
358 N.N Raymond III de Toulouse, zn. van Raymond Pons de Toulouse en Gersende de Gascogne, graaf van Toulouse, overleden voor 972, trouwt met Gundinildis Rotbald II de Provence, zn. van Boso de Provence en Constantia, graaf van de Provence, overleden circa 1008, trouwt met Emilde Sainsfrida Guillaume de Bellême, zn. van Ives de Creil en Godehildis, heer van Alençon, trouwt met Mathilde de Condé-sur-Noireau, vrouwe van Condé-sur-Noireau Arnoul Konrad von Schwaben, zn. van Udo I en N.N. de Vermandois, geboren tussen 925 en 930, graaf in de Rijngouw, hertog van Zwaben, overleden op 20 augustus 997, trouwt tussen 963 en 964 met Judith von Marchtal, dr. van Adalbert von Marchtal = Konrad I de Bourgogne, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met = Mathilde de France Malcolm I of Scotland, zn. van Donald II of Scotland, koning van Schotland, overleden in Edmund I of England, zn. van Edward 'the Elder' of England en Edgiva of Kent, koning van Engeland van 939 tot 946, trouwt met Elgiva Ordgar = Heribert II de Vermandois, trouwt met = Adela de Neustrie = Giselbert van Lotharingen, trouwt met = Gerberga von Sachsen, trouwt (2) met Louis IV de France Gauthier I, graaf van Amiens, overleden in 987, trouwt met Adela d'anjou, dr. van Fulco 'Rufus' d'anjou en Roscilla de Loches Nocher I de Bar-sur-Aube, zn. van Achard de la Ferté-sur-Aube, graaf van Bar-sur- Aube in 1003, overleden na 1011, trouwt met Adelisa Guy de Soissons, graaf van Soissons Taksony van Hongarije, zn. van Zoltan van Hongarije en N.N, prins van Hongarije, overleden tussen 970 en
359 Mieszko I van Polen, zn. van Ziemomysl van Polen en Gorka, prins van Polen in 963, gedoopt in 966, overleden op 25 mei 992, trouwt (2) circa 978 met Oda von Haldensleben, trouwt (1) met Dobrava van Bohemen, dr. van Boleslav I van Bohemen en Biagota, overleden in Dobromir Otto II von Sachsen, zn. van Otto I 'der Große' von Sachsen en Adelheid de Bourgogne, hertog van Saksen, koning van Duitsland, koning van Italië, keizer van het Heilige Roomse Rijk, overleden te Rome op 7 december 983, trouwt te Rome op 14 april 972 met Theophanu, waarschijnlijk dr. van Konstantinos Skleros en Sophia Phokaina, overleden te Nijmegen op 15 juni Heinrich von Worms, zn. van Otto von Worms en Judith, overleden tussen 28 september 989 en 1000, trouwt met Adelheid von Metz, dr. van Richard von Metz, overleden tussen 1039 en Generatie XXXV Karel 'de Kale', zn. van Lodewijk 'de Vrome' en Judith Welfdr, geboren te Frankfurt am Main op 13 juni 823, hertog van Maine en Aquitanië in 838, koning van Aquitanië in 848, koning van Lotharingen in 869, keizer in 875, koning van Italië in 876, overleden te Brides-les-Bains op 6 oktober 877, begraven te Saint-Denis, trouwt (2) op 22 januari 870 met Richilde de Metz, dr. van Buvinus de Metz en Richilde, overleden tussen 910 en 914, trouwt (1) te Quéercy-sur-Oise op 13 december 842 met Ermentrud d'orléans, dr. van Odo d'orléans en Ingeltrud de Paris, geboren circa 830, overleden te St. Denis op 6 oktober Adalhard de Paris, zn. van Wulfhard en Susanna, geboren circa 830, overleden na 10 oktober Alfred 'the Great' of Wessex, zn. van Ethelwulf of Wessex en Osburga, geboren te Wantage tussen 848 en 849, koning van Wessex van 871 tot 899, overleden op 26 oktober 899, trouwt met Ethelswitha of Mercia, dr. van Ethelred Mucel en Edburga of Mercia Ethelhelm, trouwt met Elswitha Liudolf von Sachsen, geboren circa 806, graaf van Saksen, overleden in 866, trouwt circa 836 met Oda, dr. van Billung en Aeda, geboren in 806, overleden in = Louis II 'le Bègue' de France, trouwt met = Adelheid de Paris Bernhard, zn. van Pippijn (Karloman), geboren circa 797, koning van Italië, overleden op 17 april 818, begraven te Milaan (St. Ambrosius), trouwt circa 814 met 359
360 Kunigunde, overleden na 15 juni Arduin, ridder uit Normandië Giselbert van de Maasgouw, zn. van Reginar, graaf in de Maasgouw, overleden na 877, trouwt met Irmgard, dr. van Lothar I en Ermengard de Tours, geboren circa Robert 'le Brave' de Neustrie, zn. van Witichin, graaf van Neustrië, graaf van Anjou, overleden te Brisarte op 25 juli 866 (gesneuveld) Ramnulf II de Poitou, zn. van Ramnulf I de Poitou en Bilichild de Maine, geboren tussen 845 en 850, hertog van Aquitanië, graaf van Poitou van 866 tot 890, trouwt (buitenechtelijk) met N.N Boudewijn II van Vlaanderen, zn. van Boudewijn I 'de Goede' van Vlaanderen en Judith de France, geboren tussen 863 en 865, overleden in 918, trouwt (2) met N.N., trouwt (1) in 884 met Elfrida of Wessex, dr. van Alfred 'the Great' of Wessex en Ethelswitha of Mercia, overleden op 7 juni 929, begraven te Gent = Heribert II de Vermandois, trouwt met = Adela de Neustrie Anskar II d'ivrea Berengar I di Friuli, zn. van Eberhard I di Friuli en Gisela der Franken, geboren tussen 840 en 845, markgraaf van Friuli, koning van Italië in 888, keizer van het Heilige Roomse Rijk in 915, overleden te Verona op 7 april 924 (vermoord), trouwt tussen 880 en 890 met Bertila di Spoleto, dr. van Suppo II di Spoleto, overleden voor december 915 (terechtgesteld) Theobald de Vienne, zn. van Hubert van Transjuranië, graaf van Vienne en Arles, overleden tussen juni 887 en 895, trouwt tussen 879 en 881 met Bertha de Lorraine (bastaard), dr. van Lothar II en Waldrada, geboren circa 863, overleden op 8 maart 925, begraven te Lucca (Santa Maria Forisportam), trouwt (2) tussen 895 en 898 met Adalbert de Toscana, zn. van Adalbert I de Toscana en Rothilde de Spoleto, markgraaf van Toscane van 884 tot 915, overleden op 17 augustus 915, begraven te Lucca (in de Kathedraal) Ingelger, 'nobilis vir' in Anjou, overleden voor 929, trouwt met Adelais Warnhar de Loches, heer van Loches, overleden voor 929, trouwt met Tescenda Manasse de Chalon, graaf van Chalon en Vergy, overleden in 918, trouwt met Ermengarda de Vienne, dr. van Boso de Vienne en N.N Hugo de Varais, zn. van Richard 'Justitiarius' d'autun, graaf van Varais, hertog van 360
361 Bourgondië, overleden in Konrad II d'auxerre, zn. van Konrad en Adelheid, graaf van Auxerre, overleden voor 876, trouwt met Waldrada Boso de Vienne, zn. van Buvinus de Metz en Richilde, graaf van Vienne, hertog van Italië, koning van Neder-Bourgondië, overleden op 11 januari 887, trouwt (1) tussen maart 876 en juni 876 met N.N., trouwt (2) met N.N Burchard I, zn. van Adalbert II, graaf, overleden in Gisela Raymond Pons de Toulouse, graaf van Toulouse circa 923, hertog van Aquitanië en graaf van Auvergne in 932, overleden na 944, trouwt met Gersende de Gascogne, dr. van Garcia 'le Tors' Sanchez de Gascogne en Amuna = Boso de Provence, trouwt met = Constantia Ives de Creil, trouwt met Godehildis = Udo I, trouwt met = N.N. de Vermandois Adalbert von Marchtal, zn. van Berthold, graaf van Marchtal, overleden in Donald II of Scotland, zn. van Constantine I of Scotland, koning van Schotland, overleden in = Edward 'the Elder' of England, trouwt (1) met Elfleda, trouwt (2) met Edgiva of Kent = Fulco 'Rufus' d'anjou, trouwt met = Roscilla de Loches Achard de la Ferté-sur-Aube Zoltan van Hongarije, zn. van Arpad, geboren in 896, overleden in 948, trouwt met N.N., dr. van Menumorout Ziemomysl van Polen, zn. van Leszek van Polen, overleden voor 963, trouwt met Gorka Boleslav I van Bohemen, zn. van Vratislav van Bohemen en Drahomira, hertog van Bohemen in 935, overleden tussen 973 en 976, trouwt met Biagota Otto I 'der Große' von Sachsen, zn. van Heinrich I 'der Vogler' von Sachsen en 361
362 Mathilde von Westfalen, geboren in 912, koning van Duitsland, koning van Italië, keizer van het Heilige Roomse Rijk, overleden in 973, trouwt (1) tussen 925 en 930 met Edith, dr. van Edward 'the Elder' of England en Elfleda, overleden tussen 946 en 947, begraven te Magdeburg (St. Moritz), trouwt (2) met Adelheid de Bourgogne, dr. van Rudolf II de Bourgogne en Bertha von Schwaben, geboren tussen 931 en 932, overleden op 16 december Konstantinos Skleros (?), zn. van Munir (Photeinos) Skleros en Gregoria, patrikios, overleden op 11 maart 991, trouwt met Sophia Phokaina (?), dr. van Leon Phokas Otto von Worms, zn. van Konrad 'der Rote' en Liudgard von Sachsen, hertog van Karinthië, overleden in 1004, trouwt met Judith Richard von Metz. Generatie XXXVI Lodewijk 'de Vrome', zn. van Karel 'de Grote' en Hildegard, geboren te Chasseneuil in 778, koning van Aquitanië in 781, koning der Franken van 814 tot 840, keizer in 816, overleden te Ingelheim op 20 juni 840, begraven te Metz, trouwt (1) in 793 met N.N., trouwt (2) circa 794 met Ermengard van de Haspengouw, dr. van Ingram van de Haspengouw, overleden op 3 oktober 818, trouwt (3) in februari 819 met Judith Welfdr, dr. van Welf I en Eigilwi, geboren circa 805, overleden te Tours op 19 april Odo d'orléans, graaf van Orleans, overleden in 834, trouwt met Ingeltrud de Paris, dr. van Leuthard de Paris en Grimihild Wulfhard, trouwt tussen 825 en 830 met Susanna, dr. van Beggo de Paris en Alpais, geboren tussen 805 en Ethelwulf of Wessex, zn. van Egbert of Wessex en Redburga, koning van Wessex van 839 tot 858, overleden op 13 januari 858, trouwt (2) op 1 oktober 856 met Judith de France, dr. van Karel 'de Kale' en Ermentrud d'orléans, geboren circa 844, overleden na 870, trouwt (1), (gesch. in 853) met Osburga, dr. van Oslac, overleden na Ethelred Mucel, trouwt met Edburga of Mercia Billung, trouwt met Aeda Pippijn (Karloman), zn. van Karel 'de Grote' en Hildegard, geboren in 777, gedoopt te Roma op 15 april 781 (door paus Hadrianus), heer van Peronne en St.Quentin, koning van Italië in 781, overleden op 8 juli 810, trouwt circa Reginar. 362
363 Lothar I, zn. van Lodewijk 'de Vrome' en Ermengard van de Haspengouw, geboren in 795, keizer van het Heilige Roomse Rijk, overleden te Prüm op 29 september 855, begraven te Prüm, trouwt in oktober 821 met Ermengard de Tours, dr. van Hugo de Tours en Ava, overleden op 20 maart Witichin, overleden circa Ramnulf I de Poitou, zn. van Gerard d'auvergne en Hildegard, geboren circa 815, graaf van Poitou, lekeabt van St.Hilaire-le-Grand te Poitiers, overleden te Brissarthe in oktober 866 (gesneuveld), trouwt circa 845 met Bilichild de Maine, dr. van Rorico de Maine en Bilichild Boudewijn I 'de Goede' van Vlaanderen, graaf van Vlaanderen, overleden te Atrecht in 879, trouwt te Auxerre in 862 met Judith de France, dr. van Karel 'de Kale' en Ermentrud d'orléans, geboren circa 844, overleden na 870, trouwt (1) met Ethelwulf of Wessex, trouwt (2) in 858 met Ethelbald of Wessex, zn. van Ethelwulf of Wessex en Osburga, koning van Wessex van 858 tot 860, overleden in = Alfred 'the Great' of Wessex, trouwt met = Ethelswitha of Mercia Eberhard I di Friuli, zn. van Unruoch en Engeltrud, hertog van Friuli, overleden op 16 december 866, begraven te Cysoing, trouwt circa 836 met Gisela der Franken, dr. van Lodewijk 'de Vrome' en Judith Welfdr, geboren tussen 819 en 822, overleden na 1 juli 874, begraven te Cysoing Suppo II di Spoleto, zn. van Suppo I di Spoleto, hertog van Spoleto, overleden voor december Hubert van Transjuranië, zn. van Boso d'arles, hertog van Transjuranië, overleden te Orbe in 864 (gesneuveld) Lothar II, zn. van Lothar I en Ermengard de Tours, geboren circa 835, koning der Franken, overleden te Piacenza op 8 augustus 869, trouwt (1) circa 855 met Teutberga d'arles, dr. van Boso d'arles, abdis van het klooster van St.Glodasinde, overleden te Metz voor 25 november 875, trouwt (2) met Waldrada, overleden na = Boso de Vienne, trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met = N.N Richard 'Justitiarius' d'autun, zn. van Buvinus de Metz en Richilde, graaf van Autun, hertog van Bourgondië, overleden in Konrad, zn. van Welf I en Eigilwi, overleden in 863, trouwt met Adelheid, dr. van Hugo de Tours en Ava Buvinus de Metz, graaf van Metz, overleden in 862, trouwt met Richilde, dr. van Boso d'arles Adalbert II, graaf in de Thurgouw. 363
364 Garcia 'le Tors' Sanchez de Gascogne, zn. van Sancho de Gascogne, graaf van Gascogne, overleden na 920, trouwt met Amuna Berthold Constantine I of Scotland, zn. van Kenneth I of Scotland, koning van Schotland Sigehelm Arpad, aanvoerder van de Magyaren, overleden in Menumorout Leszek van Polen, zn. van Ziemowit van Polen, overleden circa Vratislav van Bohemen, zn. van Boriwoj I van Bohemen en Ludmilla 'de Heilige', geboren in 888, hertog van Bohemen in 915, overleden op 13 februari 921 (gesneuveld), trouwt met Drahomira, overleden na = Heinrich I 'der Vogler' von Sachsen, trouwt met = Mathilde von Westfalen = Rudolf II de Bourgogne, trouwt met = Bertha von Schwaben, trouwt (2) met Hugo de Vienne Munir (Photeinos) Skleros, strategos, trouwt met Gregoria, dr. van Bardas Leon Phokas, zn. van Bardas Phokas en N.N. Maléinos, geboren rond 915, kuropalates, overleden in Konrad 'der Rote', zn. van Werner, hertog van Lotharingen, overleden op 10 augustus 955, trouwt in 947 met Liudgard von Sachsen, dr. van Otto I 'der Große' von Sachsen en Edith, geboren in 931, overleden op 18 november 953. Generatie XXXVII Karel 'de Grote' (Charlemagne), zn. van Pippijn 'de Korte' en Bertrada 'de Jongere', geboren op 2 april 742, koning der Franken in 771, koning der Longobarden in 774, keizer in 800, overleden op 28 januari 814, trouwt (2) in oktober 783 met Fastrada, trouwt (3) in 769, (gesch. in 771) met N.N. der Longobarden, trouwt (4) in 794, (gesch. in 796) met Liutgard, trouwt (1) in 771 met Hildegard, dr. van Gerold I en Imma van Alamanië, geboren in 758, overleden op 30 april 783, begraven te Metz Welf I, overleden circa 825, trouwt met Eigilwi, overleden na
365 Leuthard de Paris, zn. van Gerard I de Paris en Rotrud, graaf van Fézenac, graaf van Parijs, trouwt met Grimihild Beggo de Paris, zn. van Gerard I de Paris en Rotrud, graaf van Aquitanië, graaf van Parijs, overleden op 28 oktober 816, trouwt circa 806 met Alpais (bastaard), dr. van Lodewijk 'de Vrome' en N.N, geboren circa 794, overleden na 29 mei 852, begraven te Reims Egbert of Wessex, zn. van Ealhmund of Kent, koning van Wessex van 802 tot 839, overleden in 839, trouwt met Redburga Oslac = Karel 'de Grote' (Charlemagne), trouwt (2) met Fastrada, trouwt (3) met N.N. der Longobarden, trouwt (4) met Liutgard, trouwt (1) met = Hildegard = Lodewijk 'de Vrome', trouwt (1) met N.N., trouwt (3) met Judith Welfdr, trouwt (2) met Ermengard van de Haspengouw Hugo de Tours, graaf van Tours, overleden op 4 november 839, trouwt met Ava, overleden na Gerard d'auvergne, zn. van Thierry de Laon, graaf van de Auvergne, overleden te Fontenoy op 25 juni 841 (gesneuveld), trouwt met Hildegard, dr. van Lodewijk 'de Vrome' en Ermengard van de Haspengouw, geboren tussen 802 en 804, overleden na oktober Rorico de Maine, graaf van Maine, overleden na 1 maart 839, trouwt (1) met Rotrud, dr. van Karel 'de Grote' en Hildegard, geboren circa 775, overleden op 6 juni 810, trouwt (2) voor 832 met Bilichild = Karel 'de Kale', trouwt (2) met Richilde de Metz, trouwt (1) met = Ermentrud d'orléans Unruoch, trouwt met Engeltrud = Lodewijk 'de Vrome', trouwt (1) met N.N., trouwt (2) met Ermengard van de Haspengouw, trouwt (3) met = Judith Welfdr Suppo I di Spoleto, graaf van Brescia, Parma, Piacenza, Modena en Bergamo in 817, hertog van Spoleto in 822, overleden in Boso d'arles, graaf van Arles, overleden voor
366 = Lothar I, trouwt met = Ermengard de Tours = Buvinus de Metz, trouwt met = Richilde = Welf I, trouwt met = Eigilwi = Hugo de Tours, trouwt met = Ava = Boso d'arles Sancho de Gascogne, hertog van Gascogne Kenneth I of Scotland, koning van Schotland Ziemowit van Polen, zn. van Piast van Polen, overleden circa Boriwoj I van Bohemen, hertog van Bohemen, trouwt met Ludmilla 'de Heilige', dr. van Slavibor, overleden te Tetin op 15 september 921 (vermoord) Bardas, zn. van Basileios Bardas Phokas, zn. van Nikephoros Phokas, geboren rond 879, gouverneur van Armeniakon in 941, opperbevelhebber van Byzantium in 945, overleden in 969, trouwt met N.N. Maléinos, dr. van Eudokimos Maléinos en Anastaso Werner, graaf in de Nahegouw, Speyergouw en Wormsgouw = Otto I 'der Große' von Sachsen, trouwt (2) met Adelheid de Bourgogne, trouwt (1) met Edith. Generatie XXXVIII Pippijn 'de Korte', zn. van Karel 'Martel' en Chrodtrud, geboren in 714, hofmeier, koning der Franken in 751, overleden te Saint-Denis op 24 september 768, trouwt met Bertrada 'de Jongere', dr. van Heribert de Laon en N.N, overleden op 12 juni 783, begraven te Saint-Denis Gerold I, graaf in de Kraichgouw, trouwt met Imma van Alamanië, dr. van Hnabi, overleden in Gerard I de Paris, graaf van Parijs, trouwt met Rotrud. 366
367 = Gerard I de Paris, trouwt met = Rotrud = Lodewijk 'de Vrome', trouwt (2) met Ermengard van de Haspengouw, trouwt (3) met Judith Welfdr, trouwt (1) met N.N Ealhmund of Kent, zn. van Eafa of Wessex, koning van Kent Ingram van de Haspengouw, graaf van de Haspengouw Thierry de Laon, graaf van Laon = Lodewijk 'de Vrome', trouwt (1) met N.N., trouwt (3) met Judith Welfdr, trouwt (2) met = Ermengard van de Haspengouw Piast van Polen Slavibor, prins van de Sorben Basileios, zn. van Bardas, rector Nikephoros Phokas, zn. van Phokas, strategos, domestikos van de scholen in 887, overleden rond Eudokimos Maléinos, zn. van Eustasios Maléinos, trouwt met Anastaso, dr. van Adralestos = Edward 'the Elder' of England, trouwt (2) met Edgiva of Kent, trouwt (1) met = Elfleda. Generatie XXXIX Karel 'Martel', zn. van Pippijn en Alpais, geboren circa 676, hofmeier, overleden te Ciersy op 22 oktober 741, begraven te Saint-Denis, trouwt met Chrodtrud, overleden circa Heribert de Laon, zn. van N.N. en Bertrada 'de Oudere', graaf van Laon, trouwt met N.N Hnabi Eafa of Wessex Bardas Phokas, militair uit Cappadocië, tourmarches in
368 Eustasios Maléinos Adralestos, domestikos van de scholen. Generatie XL Pippijn, zn. van Ansegiesel en Begga, hofmeier, overleden te Jupille op 16 december 714, trouwt (1) circa 637 met Plektrudis, dr. van Hugobert en Irmina, overleden na 717, heeft een relatie (2) met Alpais N.N., trouwt met Bertrada 'de Oudere', dr. van Hugobert en Irmina. Generatie XLI Ansegiesel, zn. van Arnulf 'de Heilige' van Metz, hofmeier, overleden voor 679, trouwt met Begga, dr. van Pippijn en Itta, abdis van Andenne in 691, overleden in Hugobert, overleden tussen 697 en 698, trouwt met Irmina, overleden voor 710. Generatie XLII Arnulf 'de Heilige' van Metz, geboren circa 582, paltsgraaf, raadsheer van de koning, bisschop van Metz in 614, overleden circa 640, begraven te Metz Pippijn, hofmeier van Austrasië, overleden in 640, trouwt met Itta, geboren in 592, overleden in
369 - Aaltien, 164 Ada..., 312, 313 Adalbert II, 363 Adela, 354 Adelais, 360 Adelheid, 321, 340, 350, 363 Adelisa, 358 Adralestos, 368 Aeda, 362 Aelbertgen, 202 Aelis 907, 356, 357 Aeltje, 184 Agatha, 338 Agnes, 324, 330 Alartje, 278 Alberade 916, 356 Aldiud, 353 Aleid, 307 Alienor, 344 Alijt, 303 Alpais, 368 Alpais *794, 365 Amelia, 348 Amuna, 364 Anastaso, 367 Anna, 173 Ansegiesel 679, 368 Anselm, 353 Arduin, 360 Aremburgis, 356 Armgard, 278 Armgart, 293 Arnoul, 358 Arpad 907, 364 Arsinde, 347 Ava 839, 365, 366 Badeloch 1244, 318 Baetke, 258 Bardas, 366, 367 Bartraet, 291 Basileios, 367 Beatrice, 338 Beatrijs, 280 Beatrix, 259 Beatrix *880, 356, 357 Begga 693, 368 Bela 1240, 318 Belije, 305 Bernhard, 349 Bernhard *797, 359 Berthold, 349, 364 Bertrada 'de Jongere' 783, 366 Bertrada 'de Oudere', 368 Bertrade, 342 Biagota, 361 Bilichild, 365 Billung, 362 Burchard I 911, 361 Carstijne, 291 Christijngen, 192 Christina, 317 Chrodtrud 725, 367 Constantia, 352, 361 Cornelia, 274 Dangerosa 1115, 332 Dele, 174 Deliaen, 301 Delyaen, 284 Deyle, 240 Diercgen, 296 Dietrich, 355 Dobromir, 359 Doda, 340 Drahomira 935, 364 Edith, 344 Edith 946, 362, 366 Eese, 295 Eigilwi 833, 364, 366 Ekbert 994, 354 Elfleda, 338 Elfleda 920, 355, 361, 367 Elfrida, 354 Elgiva, 349, 358 Elske, 239 Elswitha, 359 Emilde, 358 Emnildis 1017, 355 Engele, 134 Engeltrud, 365 Enneken, 173 Eremburga, 336 Ermengard *901, 356 Ermengarde 1057, 354 Ermengardis, 349 Ermentrud, 340, 346 Ethelhelm, 359 Étiennette *1035, 337 Fastrada, 364, 365 Fenne, 258 Fenneken, 176 Fia..., 213, 242 Fij..., 293 Frederina, 354 Friedrich, 350 Fulbert, 342 Fye..., 277, 289 Gauthier I 987, 358 Geertje, 275 Geertke, Geertruid, 325 Geertruidt, 275 Geertruyd, 245, 303, 304 Geertruyt, 268 Geese, 214 Geeske, 136 Geesken, 138, 172 Gerard, 307 Gerberga, 345, 353 Gerberga *960, 335, 341 Gerbrig, 124 Gerhard, 350 Gerold I, 366 Gertrudis, 316 Geryt, 296 Gerytgen, 287, 294 Gese, 240 Gesken, 240 Geva, 357 Gheertrudis, 316 Gijsbert, 304 Gijsbertien, 246 Gisela, 361 Glismondis, 335 Glorie, 309 Godechildis, 342 Godefrid, 351 Godehildis, 361 Goede, 319 Gorka, 361 Gozelo *910, 345 Gregoria, 364 Grete, 240 Griete, 213 Grimihild, 365 Guille, 357 Gundinildis, 358 Gundred *1063, 333 Gunnor 1031, 347, 352 Hadewych, 318 Haduwig 903, 355 Hadwig 1013, 341 Hadwig 993, 346, 353 Heinrich III *1017, 350 Heinrich IV *1050, 344 Helewidis, 326 Hendrikje, 108 Henneken, 175 Henrickgen, 285 Herleve, 347 Hildeburge, 354 Hildegard *758, 364, 365 Hildegard *802, 365 Hildegont, 303 Hille, 240 Hilleken, 177 Hnabi, 367 Hugobert 697, 368 Ida..., 351 Ide..., 280, 281 Ikke, 185, 189 Ildegarde, 351 Imme, 325 Ingelger 929, 360 Irmengard, 344 Irmgard *830, 360 Irmina 710, 368 Itta *592, 368 Jannitgen, 261 Jenneken, 138, 173, 212 Johanna, 314 Josceline, 354 Judith, 259, 333, 362 Justine 1200, 320 Jutte, 179, 275 Karel 'de Grote' *742, 364, 365 Karel 'de Kale' *823, 359, 365 Karel 'Martel' *676, 367 Katharine, 308 Katherina, 258 Kerstant, 320 Konrad 863, 363 Konrad 'der Rote' 955, 364 Kunigunde 835, 360 Lambertgen, 259 Liesbeth, 312 Lijse, 258, 288 Liutgard, 364, 365 Lodewijk 'de Vrome' *778, 362, 365, 367 Lothar I *795, 363, 366 Lothar II *835, 363 Lotte, 258 Louis V de France 987, 347, 353 Luder 929, 345 Ludmilla 'de Heilige' 921, 366 Luytgen, 259 Lysbeth, 297 Mabelia, 312, 315, 316 Machteld, 318 Machteltje, 222 Margaretha, 311, 315 Margriet, 269, 283, 285, 289 Maria, 176
370 Marichgen, 201 Mathilde, 337, 349 Mathilde 1025, 355 Mathildis 1110, 329 Mechteld, 178, 292, 302 Meingaud, 345 Melisande, 357 Menumorout, 364 Mergryt, 295 Merritje, 184 N.N., 50, 60, 75, 107, 137, 144, 168, 189, 204, 229, 259, 266, 275, 305, 331, 341, 343, 347, 349, 354, 355, 356, 358, 360, 361, 362, 363, 365, 367, 368 Nael, 213 Naelen, 212 Nailken, 210 Nale, 242, 258 Oda *806, 359 Oda 952, 351 Olga 'de Heilige' 969, 357 Ordgar, 358 Osburga 876, 362 Oslac, 365 Othilde, 332 Othilde 1044, 342 Pavia, 344 Phokas, 367 Pippijn *777, 362 Pippijn *815, 355 Pippijn 640, 368 Pippijn 714, 368 Pippijn 'de Korte' *714, 366 Plektrudis 717, 368 Redburga, 365 Reginar, 362 Reginhild, 355 Reginlind 958, 357 Reyertje, 251 Richenza, 338 Richilde, 326, 363, 366 Ricolant, 299 Ricxse, 135 Roelgen, 191 Roger, 357 Rolofge, 283 Rothilde, 357 Rotrou 996, 352 Rotrud, 366, 367 Rotrud *775, 365 Sainsfrida, 358 Sigehelm, 364 Slavibor, 367 A Sophia, 243, 270 Sophie, 332 Sprota, 353 Stijne, 179 Stine, 174, 258 Susanna *805, 362 Swanehild 1133, 323, 324 Tescenda, 360 Theophanu 991, 359 Tonnisken, 213 Trijn, 251 Trijne, 173, 214 Trinke, 95 Truijde, 180 Uda 963, 345 Udo I *896, 345, 361 Ulrich, 354 Unruoch, 365 Uta..., 339 Waldrada, 361 Waldrada 868, 363 Welf I 825, 364, 366 Wendelmoet, 298 Werner, 366 Weym, 282, 286 Wichmoet, 174 Wigerich 919, 350, 351 Willa, 356 Willem Meulers, 63 Willemke, 239, 258 Witichin 844, 363 Wulfhard, 362 Yde..., 303 Aalberts Grietje, 92 Hendrik, 203 Aalten Jantien, 165 Aarnink Jenneken, 127, 137 Aarschot, van Arnold I 1135, 329 Aarschot-Rhenen, van Godfried *1125, 325 Aartes Neeltje, 58 Aarts Beatris, 197 Abbekewolde, de Henricus, 325 Abcoude, van Berta, 319 Petronella, 310 Zweder, Abrahams Cornelis, 199 Achalm, von Mathilde 1092, 337 Adriaans Cornelis, 124 Adriaansz Saar, 104, 110 Adriaens Deliana, 159 Geertruijt, 244 Hermen, 209 Neeltje, 88 Adriaensz Saar, 184 Aelberts Gijsbert, 201 Aelbertsz Henric, 302 Aelst, van Katharina, 302 Reynier, 306 Aelten Johanna, 120 Marijtje, 107 aent Boveneijndt Jan..., 206 Aerians Maertje, 124 Aerts Adriaen, 202 Jantje, 162 Aertsen Aert, 111 Alit, 259, 275 Johanna, 78 Aertsz Gijsbert, 140 Hendrick, 104, 110 Alamanië, van Imma 798, 366 Albertsz Willem, 279 Alderidder Herman, 319 Altena, van Aleidis, 321 Amerongen, van Jan..., 311 Jannetje, 85 Amstel van IJsselstein, van Arnoud, 310 Gijsbrecht, 312 Guyote, 308 Amstel, van Arnold, 314 Egbert, 323 Gijsbrecht I, 320 Gijsbrecht II 1235, 318 Gijsbrecht III, 316 Wolfger, 325 Ancoop Cornelis, 228 Anthonis Maijcken, 123 Ariaans Antje, 57 Ariaens Aeltje, 156 Neeltje, 56 Ariens Willempje, 107 Ariensz Arien, 198 Arisen Willemtje, 103 Arissen Hendrickje, 156 Jannichgen, 223 Petertje, 78 Arisz Jan..., 151 Arkel van Leyenburg, van Arnold, 312 Belia, 309, 311 Otto, 311 Arkel, van Elisabeth, 311 Jan I 'de Sterke', 313 Otto, 314 Arlon, van N.N., 326, 334 Arninck Harmken, 136 Arris Luijtgen, 151 Assinck Court, 135 Hendrick, 174 Hendriksken, 97 Ath, de Gautier, 326 Atholl, of Crinan 'the Thane' 1045, 343 Duncan, 349 Atteveld, van Gerrit, 277 Janna, 261 Avesnes, van Bouchard, 316 Gwijde, 312 Jan I, 314 Maria, 310
371 B Backer Pieter, 56 Baggel Derk, 50 Jan..., 77 Marretje, 32 Balder Bartelmies, 58 Fijtje, 21 Jacob, 6, 38, 91 Klaas, 124 Teeuwis, 169 Ballenstedt-Orlamünde, von N.N., 327 Barents Sara, 199 Barneveld, van Dirk, 75 Bar-sur-Aube, de Aélis, 344 Nocher I 1011, 358 Nocher II, 354 Noches III, 349 Bartelmies Bregtje, 91 Fijtje, 91 Barten Aaltje, 101 Batenburg, van Gerard, 319 Margriet, 317 Bayern, von Konrad 1039, 349, 355 Bayeux, de Poppa, 356, 357 Beaumont-sur-Oise, de Agnes *1083, 326 Yvo II *1052, 330 Beckedam, ten Albert, 97 Hendrick, 135 Beckerinck Jan..., 99 Beeftingh, van Geertruij, 105 Beer, de Gerrit, 301 Rutger, 305 Trude, 277, 305 Beerns Trijntje, 102 Beijers Johanna Berendina, 7 Beijman Jan..., 161 Beinum, van Jan..., 305 Bellême, de Guillaume, 358 Guillaume 'Talvas', 354 Bemmel, van Dirk, 329 Sophia, 325 Berends Grietje, 77 Berendsen Wouter, 48 Berents Mayke, 142 Berentsz Jan..., 207 Bergen, van Galo, 325 Gerrit, 170 Betuwe, van de Adela 1086, 333, 334, 336 Eberhard, 339 Beveren, van Dirk I, 322 Hugo, 318 Jordaan, 320 Bie, de Cornelia, 75 Biele Christoffel, 43 Johann Henrich, 65 Bies Cornelis, 40 Lourens, 61 Trijntje, 22 Billung Hermann *905, 340, 345 Bink Bregje, 12 Dirk, 21 Meus, 58 Pieter, 37 Blijsel, van Stijntien, 162 Blois, de Adela *1140, 323 Emma *950, 346 Étienne II Henri 'le Sage' *1045, 327, 329 Odo I *950, 342 Odo II *990, 336 Stephen *1096, 325 Theobald I 'de Bedrieger' 975, 347, 352 Thibaud *1091, Thibaud III 1089, 331 Blokker Pieter, 92 Trijntje, 59 Blom Grietje, 11 Jacob, 20, 56 Jan..., 104 Klaas, 36 Boeckers Alken, 95 Gerrit, 131 Boeghman Berent, 98 Elizabeth, 65 Hans, 136 Boeijinck Gerrit, 214 Herman, 179 Stijne, 138 Willem, 242 Boeijink Geert, 132 Boelens Catharina, 81 Boeyink Hendrik Jan, 41 Jan Willem, 62 Jan..., 94 Josina Catharina, 22 Lammert, 128 Bohemen, van Boleslav I 973, 361 Boriwoj I, 366 Dobrava 977, 359 Vratislav *888, 364 Boijkink Geertje, 43 Hendrik, 66, 99 Wander, 137 Boldewijn Joachim, 272 Bonneckinck Berendeken, 131 Bonnekink Janna, 63 Wander, 95 Booms genant Spangemaeckers Margriet, 215 Boon Adriaan, 168 Borninckhave, ten Berend, 258 Gert, 288 Gerth, 239 Jenneken, 211 Storris, 275 Borninckhoff Enneken, 94 Jan..., 129 Borre van Amerongen Jutte, 309 Borssele, van Jutta, 311 Nicolaes, 315 Peter, 313 Bos Trijntje, 49 Bosch Elisabeth, 33 Evert, 117, 165 Georgius, 81 Hendrikus, 51, 72 Jannetje, 122 Jurriaen, 161 Maria, 47 Bosinchem, van Hubert, 311, 313 Hubert 1213, 317, 329 Johan, 310 N.N. 1248, 325 Rudolf 1164, 320 Steven, 315 Botenstein, van Adelheid 1106, 326, 334 Botenstein, von Botho *1026, 330 Hartwich, 335 Both Herman, 307 Jacoba, 293 Volcken, 303 Botter Gijsbert, 224 Hugo, 320 Bouillon, de Ida 1113, 334 Boulogne, de Eustache I 1049, 340, 344 Eustache II Gernobadatus, 334 Eustache III *1058, 329 Gerberge 1049, 335 Ida..., 329 Judith, 333 Lambert 1054, 338 Maria 1182, 322 Mathilde *1105, 325 Mathilde *1161, 319 Bourgogne, de Adelha 967, 352 Adelheid *931, 362, 366
372 Agnes *995, 341, 343, 355 Aremburga *999, 348 Berthe *964, 341, 342, 348 Gerberga *965, 354 Gisela *1070, 332 Guillaume I 'le Grand' *1017, 337 Hildegard 1104, 338 Konrad I *926, 347, 358 Odo Guillaume 'le Prisonier' *958, 346, 347, 348 Odo Henri *948, 352 Reinoud I *990, 343 Robert I *1011, 336, 343 Rudolf I 912, 357 Rudolf II 937, 353, 364 Rudolf III *970, 354 Bouwens Antje, 13 Jan..., 22, 39, 59, 92 Bouwman Gijsbert, 115 Jan..., 80 Teuntje, 51 Boveldt, te Geesken, 129 Boxtel, van Alaysa, 320 Braaf Maartje, 55 Braak Maartje, 91 Simon, 124 Brabant, van Godfried III *1140, 321, 334 Hendrik I 'de Strijdbare' *1165, 319 Machteld, 317 Maria *1191, 319 Brands Aaltje, 68 Brantsz Jan..., 69, 185 Braunschweig, von Bruno 1012, 349, 355 Egbert I *1036, 335, 338 Gertrud *1058, 332 Liudolf 1038, 343 Brederode, van Dirk, 316 Floris, 313 Walram, 306 Bree, de Geertje, 113 Hendrik, 155 Bretagne, de Judith *982, 342, 348 Breteuil, de Alix 1051, 349 Hilduin, 354 Brethouwer Mechtelt, 139, 140 Breunis Rutgen, 221 Breunissen Brand, 102 Brincke, ten Enneke, 139, 140 Geertjen, 65 Harmken, 42 Hendrik, 182 Lijsken, 98 Brinkhans Frans Henrich, 42 Johann Hermann Friedrich, 24 Brinkmann Johann Gerdt, 65 Brioude, de Etienne, 347, 353 Broek, van den Roelofje, 17 Willem, 32 Brouwer Gerrit, 32 Reintje, 17 Bruggers Berent, 99 Berndt, 179 Hendrick, 137 Marija, 66 Bruijn, de Jantje, 108 Wulphert, 150 Bueren, van Adriaen, 168 Emmigje, 88 Herman, 123 Buijters van Laer Berent, 110 Bunt Cornelis, 229, 266 Marritge, 197 Reijer, 251 Burch, van der Denijs, 300 Evert, 301 Geertruid, 254 Johan, 277, 305 Johanna, Steven, 264, 283, 289 Willem, 271 Buren, van Alard I 1248, 325 Alard II 1262, 322 Alard III, 317 Jannigje, 157 Johanna, 314 Otto I, 329 Otto II, 319 Willem, 198 Büren, von Friedrich 1053, 344 Butseler, van Goirt, 275 Henrick, 258 Reijer, 242 Reyer, 183 Willem, 215 C Camerbeek Aaltje, 44 Harmen, 68 Camphuijs Jan..., 213 N.N., 174 Capet Hugo *940, 346 Carman Jan..., 303 Catwijck, van Jacob, 301 Sanne, 305 Celen Maes, 246 Chalon, de Adelais, 347, 353 Gerberga 990, 352 Giselbert 956, 357 Lambert, 356 Manasse 918, 360 Cham, von Dietpold, 342 Rapoto IV 1080, 337 Champagne, de Henri I 'le Libéral' *1126, 321 Marie *1174, 319 Château-du-Loire, de Gervais, 336 Matilda 1099, 331 Châteaudun, de Emmeline, 354 Geoffroy 986, 357 Hugues, 352 Mélisende, 347 Château-Landon, de Geoffroi, 342 Châtellerault, de Aimery I 1151, 332 Boson II 1101, 338 Eléonore 1130, 327 Gerberge, 343 Chiny, de Arnulf I 1106, 339 Ida *1088, 328 Otto II 1125, 333 Claas Trijn, 91 Claassens Reijertje, 150 Claes Aeltje, 142 Claesdr Cunera, 216 Elisabeth, 229 Claesz Henrick, 259 Willem, 123 Cleijmeer Dirck, 57 Cluetingh Jan..., 259 Luijtgen, 243 Cock van Waardenburg, de Gerrit, 314 Mechtild, 312 Cock, de Rudolf I 1295, 319 Rudolf II, 317 Cockers Jan..., 180 Coips Geertken, 214 Conches, de Roger, 342 Condé-sur-Noireau, de Mathilde, 358 Conijn Adriaen, 229 Jan..., 199, 251 Maerten, 267 Coninc, de N.N., 305 Coninck Berent, 98 Derk, 65 Conincx Maria, 208 Conteville, de Herluin, 337, 344, 348 Coorenberg Teube, 65 Coorenberg, te Herman, 136 Jan..., 98
373 Cooten, van Antonie, 30 Claas, 71 Clara, 15 Jan..., 47 Teunis, 104 Cornelis Aaf..., 90 Annetje, 67 Antje, 92 Bart, 140, 142, 143 Clara, 186 Gerritgen, 235 Grietien, 217 Guertje, 55, 123 Guurtje, 54 Jannitke, 142 Maartgen, 90 Maartje, 59, 61 Meyntgen, 262 Oetge, 198 Sijtje, 57 Trijntje, 61 Cornelisdr Jannigje, 232 Merrigen, 267 Cornelisse Helmertje, 152 Hendrikje, 204 Cornelissen Bart, 252 Gijsbert, 103 Jantjen, 103 Cornelisz Cors, 159 Gabriel, 259 Jan..., 191 Peter, 116 Rijck, 215 Thounen, 229 Corsse Cornelisje, 118 Elsje, 116 Cosink Joost, 94 Costensz Breunis, 245 Cotte, te Hendrik, 94 Jeurden, 129 Cotte, ten Aeltien, 62 Hendersken, 129 Coudijs, van Neeltje, 78 Craeijestein Christoffel, 76 Creil, de Ives, 361 Cremer Gerrit, 219 Cronje, te Enneke, 98 Herman, 136 Croon Antje, 40 Pieter, 61 Cruijff, de Dirckje, 104, 110 Gerrit, 140, 142, 143 Grietje, 103 Henrick, 101, 183 Cruyningen, van Godfried, 315 Hadewich, 313 Wouter 1226, 318 Cuijpers Henders, 64 Culemborg, van Gerard, 306 Gerrit, 302 Hadewich, 266, 279 Hubert, 291, 308 Sweder, 280 Cuyck, van Adelheid, 322 Hendrik I *1070, 325 D d'agel Rotbald 949, 356 Dagsburg, von Adela 961, 346, 350 Heilwich, 349 Hugo III 973, 351 d'alençon Mabel 1079, 349 Dam, van Maria, 267 Willam, 293 Willem, 281, 303 Damen Hermitgen, 247 Damkott, ten Jenneken, 137 Dampierre, van Willem, 316 d'anjou Adela, 358 Adelais 1010, 347, 353 Ermengard, 348 Ermengard *1018, 336, 343 Ermengard *1070, 332 Fulco II 958, 352 Fulco III 1040, Fulco IV 'le Rechin' *1043, 331 Fulco 'Rufus' *870, 357, 361 Fulco V *1092, 327 Geoffroi 'Grisgonelle' *958, 347, 353 Sybille *1116, 323, 324 d'aquitaine Agnes *1020, 350 Eleonora *1122, 323 Guillaume III 'Tête d'etoupes' *900, 351 Guillaume IV 'Fièrebrace' *937, 346 Guillaume IX 'le Troubadour' *1071, 332 Guillaume V 'le Grand' *969, 341, 343, 355 Guillaume VIII *1026, 337 Guillaume X *1099, 327 d'arles Boso 855, 365, 366 Teutberga 875, 363 d'arlon Walram II, 340 Dashorst, van Alydh, 253 Clemens, 206 Cornelis, 156 Gerrit, 233, 270 Gerritje, 165 Gheryt, 294 Jan..., 283 d'autun Ermengardis, 357 Richard 'Justitiarius' 921, 363 d'auvergne Aba..., 357 Gerard 841, 365 Irmgard 1040, 337 Robert I, 342 d'auxerre Konrad II 876, 361 d'avesnes Ada..., 329 Wedric, 335 Debbink Lammert, 63 Stijntjen, 63 Willemken, 41 Delen, van Jutta, 264 d'este Berta, 341, 348 Deunk Truy, 98 d'evreux Agnes, 336 Richard 1067, 342 Robert 1037, 347 di Auriate Roger 935, 355 Rudolfo 905, 355 di Canossa Adalberto Atto, 351 Prangarda, 346 Sigefredo, 356 di Friuli Berengar I *840, 360 Eberhard I 866, 363 Gisela *880, 356 di Luni Adalberto, 356 Oberto 1013, 346 Oberto Obizzo, 351 di Riprando Railende, 346 di Spoleto Bertila 915, 360 Suppo I 824, 365 Suppo II 915, 363 di Susa Adela 1091, 342, 350 Immola 1078, 335, 338 Manfredo 1000, 346 Manfredo Udalrico *992, 341, 348 di Torino Arduino 'Glabrio' 976, 351 di Toscana Boso *885, 356 Willa 966, 352, 356 Dickerijst, van Jan..., 75 die Jonge Willem, 313, 315 die Weker Henric, 252 die Wyse Johan, 298 Diessen, von Berthold, 339 Friedrich, 345 Dieterink Anna Geertruid, 64 Herbert, 132 Wander, 96 Warner, 174 Dijcker
374 Hendrickje, 119 Dijk, van Gerrit, 54 Dijkbos Harmen, 99, 138 Dijkgraaf, van de Jannetje, 119 Dijsselbrink Tonnis, 94 Dircks Aleid, 168 Jacob, 251 Trijntje, 199 Dircksen Beertjen, 189 Dircksz Jan..., 243 Roloff, 245 Sijmon, 90 Dirks Anne, 57 Hillegonda, 238 Lysken, 148 Dirkxs Claesgen, 215 Disselbrink Geert, 63 Hendrina, 13 Jan..., 41 Dittmarschen, von Friderunda, 335 d'ivrea Adalbert *936, 352 Adalbert 'de Rijke' 923, 356 Anskar II, 360 Berengar II 966, 352, 356 Rozala *950, 341, 342, 346, 348 Doenck Geert, 136 Doenk Frans, 138 d'oisy Fastre, 329 Fastré 1111, 326 Jacques 1191, 318 Nicolas Plukiel, 321 Waltre Plukiel 1147, 323 Dolder, van Cornelis, 54 Dompselaar, van Celigjen, 167 Donckelaer, van Evert, 108 Theunis, 150 Donselaar, van Arien, 107 Cornelis, 189 Elbert, 149 Jacobje, 72 Doorn, van Jan..., 75 Theunisje, 48 Doornik, van N.N., 330 Doortoge, van de Beatrijs, 310 Dirk, 312 d'orléans Ermentrud *830, 359, 365 Odo 834, 362 Driessen Jantien, 152 Drommelers Herman, 214 Duijtsen Jan..., 198 Duitsche, den Annighje, 157 Duras, van Juliana, 334 Dusselbrink Garrit Jan, 23 E Ebbenhorst Cornelis, 223 Ebbenhorst, van Cornelis, 152 Gerit, 277 Henrick, 262 Jan..., 192 Jantje, 110 Ebbinck Aeltjen, 100 Eck, van Cornelia, 209 Cornelis, 105 Gerrit, 72 Hubert, 290 Jan..., 302 Maria, 153 Rijck, 47 Roeloff, 238 Sophia, 30 Swene, 279 Ede, van Anthoni, 168 Dirk, 164 Judith, 54 Maas, 121 Rutger, 87 Steven, 123 Eden, van 374 Brand, 85 Cornelis, 33 Gijsbert Gerrit, 53 Jannetje, 18 Eelinck Aelken, 131, 171 Geert, 173 Gert, 258 Johan, 213, 240 Eelkinck Warner, 212 Eeltinck Geert, 138 Gerritjen, 100 Eem, van der Rijck, 111 Eenigenburg Pieter, 89 Egisheim, von Gertrud 1077, 343 Hogo VI, 349 Egisheim-Mousson, von Hildegard, 344 Egmond, van Bertha, 306 Gerard, 311, 316 Jan I, 308 Willem, 313 Willem 1234, 318 Wouter 1208, 320 Wouter II, 310 Eijckelkamp, van Arien, 113 Eijckeveld, van Cornelis, 207 Mayken, 166 Eijk Hendersjen, 136 Eijkelkamp Gijsbert, 79 Eikelkamp Oetje, 51 Ekeris, van Anthonie, 32 Erris, 50 Elinck Aelcken, 99 Geert, 95, 138 Hendersken, 99 Hilleken, 127, 137 Elink Enneken, 137 Elis Willemtje, 75 Elissen Willempje, 151 Elking Anneken, 173, 175 Elverdinck Alit, 212 Elzas, van de Dirk *1100, 323, 324 Laurette, 324 Matthaeus *1138, 322 Endeling, van Margriet, 228 England, of Edgar 'the Peacable', 354 Edgiva 951, 350 Edhilda 937, 351 Edmund I, 358 Edmund II 'Ironside' 1016, 344 Edward 'the Elder', 355, 361, 367 Edward 'the Exile' *1016, 338 Elgiva, 349 Ethelred II 'the Unready', 349 Goda, 334 Margaret *1042, 332, 334 Eppinck Warner, 179 Eppink Aelken, 129 Gerrit, 44 Johanna Christina, 25 Rosier, 99 Willem, 67 Esselinck Coene, 137 Enneken, 96 Jan..., 63 Jenneken, 99 Esselink Fie..., 127, 137 Everkinck Berent, 130 Everts Aeltje, 78 Marry, 248 Willemtgen, 233 Evertsdr Agneta, 250 Evertsen Bessel, 78 Faes, 216 Geertje, 75 Gijsbertje, 166 Evertsz Huijbert, 192 Steven, 266 Willem, 269, 281, 293
375 F Faesz Cornelis, 184 Feddesz Volckert, 169 Feddis Maartje, 93 Ferté-sur-Aube, de la Achard, 361 Fleche, de la Elias 1110, 331 Jean 1097, 336 Flinckerts Sophia, 145 Flooren Cornelis, 156 Floris Maritge, 230 Formbach, von Friedrich 1059, 338 Hedwich 1085, 326, 332 Thiemo 1050, 343 France, de Aelis 1079, 336, 337, 341 Charles III 'le Simple' *879, 350 Emma *945, 347, 352 Ermentrud *875, 355 Henri I *1008, 337, 338 Hugo 'le Grand' *895, 351 Judith *844, 362, 363 Kunegund *890, 350, 351 Louis II 'le Bègue' *846, 355, 359 Louis IV *920, 345, 351, 353, 358 Louis VI 'le Gros' *1081, 327 Louis VII 'Florus' *1120, 323 Marie *1138, 321 Mathilde *943, 347, 358 Philippe I *1053, 331, 332 Robert II 'le Pieux' *970, 341, 342, 346, 348 Franken Anthonia, 45 Franken, der Gisela *819, 363 Frankrijk, van Maria *1198, 319 Fransen Dirckje, 189 Freijs van der Eem Hadewich, 278 Friuli, von Hadamut, 344 G Gabriels Cornelis, 244 Gaerts Geesken, 110 Garverdinck Berndeken, 131 Gascogne, de Brisque, 341, 343, 355 Garcia 'le Tors' Sanchez 920, 364 Gersende, 361 Sancho, 366 Gâtinais, de Geoffroy 'Ferréol' *1004, 336 Geerdes Trijne, 127 Geerdink Geesken, 97 Geessink Dirick, 134 Herbert, 96 Willemken, 64 Geestbergen Grietge, 199 Willem, 230 Gelder, van Eva..., 185 Johan, 217 Gelkinck Frerick, 129 Hendrick, 62 Jan..., 94 Jante, 41 Gelre en Zutphen, van Hendrik I 'de Jongere' *1117, 324 Otto I *1150, 321 Gelre, van Aleida *1187, 319 Gerard 'de Lange' 1134, 330, 333, 334 Gerard III *1098, 328 Jolante *1089, 326 Jutta 1151, 328 Genève, de Johanne, 337 Gerards 375 Mensje, 113 Geritsdr Elisabeth, 265 Geritz Jutte, 281 Gerrits Anthonia, 274 Cornelis, 219 Elisabeth, 107 Evert, 254 Grietje, 67, 77 Hendrick, 110 Jantje, 108 Lysbet, 286 Maria, 208 Willem, 204 Gerritsdr Anna, 125 Gerritsz Claes, 210 Nanning, 124 Gerritz Pieter, 275 Geryts Henrick, 274 Gerytsz Geryt, 288 Geseker Willem, 49, 71 Gesinx Gese, 213 Geurs Geertje, 32 Geurts Dirkje, 161 Geytenbeek, van Jan..., 114 Meynsje, 79 Giebinck Hendrik, 129 Hendrixken, 94 Giebink Anthonie, 62 Gielink Anneke, 137 Giet Claas, 57 Dirck, 124 Teunis, 36 Theunis, 90, 168 Giet, van der Sijtje, 20 Gijsberts Claasje, 69 Gerrit, 121 Jan..., 159 Metgen, 153 Petertgen, 193 Gijsbertsen Cornelis, 103 Maijtje, 108, 142 Thijs, 142 Gijskes Elisabeth, 96 Jan..., 132 Ginkel, van Brand, 45 Jannetje, 15, 46 Willem, 29, 69 Gisberts Beert, 141 Glasekas Cornelis, 35, 55, 123 Dirk, 20 Michiel, 88 Glazekas Grietje, 6 Pieter, 11 Gleiberg, von Heribert *930, 340, 346 NN..., 340, 341, 346 Glinthorst, van N.N., 292 Goede Incken, 306 Goerkink Berentjen, 94 Goerts Thonis, 238 Goes Beatrix, 261 Dierck, 276 Henric, 301 Goessoen Jan..., 289 Goosens Evertje, 202 Goossens Metje, 149 Reijer, 102 Gosensen Gosen, 103 Gosensz Roelof, 197 Gossinck Christina, 137 Hinneken, 128, 132 Gournay, de Adelaide *1060, 330 Goyertsdr Neeltgen, 184 Graaf, de Jannetje, 20 Neeltje, 22 Pieter, 11, 36, 39 Graaff, de Grietje, 36 Paulus, 57 Grauwert
376 Christina, 312 Peter, 314 Graward Dirck, 317 Grevinck Geertje, 100 Gijsbert, 139, 140, 214 Herman, 180 Sophia, 100 Grevink Harmen Jan, 43 Griese Franss Henrich, 42 Johann Herman, 65 Grobbinck Trijne, 135 Groenhout Grietje, 30 Groenhout, van Barend, 107 Berend, 48 Dirk, 74 Groep, van de Teuntje, 157 Gronde, te Mariken, 134 Grootenholt, ten Harbert, 97 Grootvelt, van Anthonia, 111 Gosen, 226 Hendrick, 195 Jan..., 111 Maria, 50 Rijk, 78 Sander, 152, 153 Grotenholt, ten Tonnis, 135 Grubbinck Hermke, 174 Jan..., 213 Grünewald Johann Jacob, 43 Guise, de Ameline, 318 Bouchard, 321 Gottfried, 326 Guido 1141, 323 Gulik, van Maria, 31 H Haarlem, van Beatrix, 316 IJsbrand, 322 N.N., 319 Symon Galo, 320, 322 Wouter, 318 Haelboom Gerretie, 107 Haer, ter Anna Catharina, 23 Goslich, 135 Hermen, 98 Haerman Jan..., 141 Haes, de Elisabeth, 285 Hafmans Catrina, 100 Haldensleben, von Gertrud 1116, 338 Konrad, 343 Oda..., 359 Harbers Sibilla, 132 Hardeman Aert, 251 Cornelis, 229 Grietje, 156 Harmen, 197 Hardeveld Annetien, 121 Hardeveld, van Lambert, 164 Neeltje, 121 Roelof, 204 Willem, 162 Hardevelt, van Cornelis, 156 Gerritje, 253 Maria, 114 Willem, 268 Harmanssen Frederick, 222 Harmens Henrickjen, 110 Rutger, 110 Harmolen Bertken, 213 Tryne, 213 Harmölle, ter Herman, 242 Harms Reijntje, 50 Harmsen Jantje, 150 Harskamp Aalbert, 8 Aalt, 30 Cornelis, 16 Helena, 5 Harskamp, van Aalt, 72 Cornelis, 47 Hartgers Gijsbertje, 120 Hartog 376 Aagje, 58 Baert, 91 Jan..., 124 Haspengouw, van de Ermengard 818, 362, 365, 367 Ingram, 367 Hattem, van Dirck, 264 Dirk, 154 Elisabeth, 112 Jan..., 265 Margriet, 250 Maria, 227 Roelof, 279 Willem, 196, 249, 251, 278 Wouter, 228 Heeckeren, van Geertruyt, 250 Heel, van Lijntge, 200 Heemskerck, van Agnes, 308 Arnoud, 314 Gerit, 310, 312 Heeteren, van Albertus, 17 Johanna, 9 Heij Dirkje, 85 Hendrick, 164 Johannes, 120 Willem, 204 Heijnderix Trijntje, 198 Heijnen Gertken, 180 Helmerdinck Joost, 131 Helmerts Errisje, 69 Heminck Geert, 178 Lambert, 176 Trijnken, 98 Willem, 137 Hemink Hendrikje, 65 Willem, 98 Hendricks Aeltien, 163 Catharina, 204 Gerrit, 198 Hendricksen Aert, 71, 74 Gerrit, 103 Hendricksz Frans, 222 Jan..., 306 Willem, 246 Hendriks Beatris, 101, 103 Grietje, 77 Willemtgen, 140, 142, 143 Hendrikse Reijer, 107 Henegouwen, van Beatrix, 335 Boudewijn *1171, 318 Boudewijn II *1056, 330 Boudewijn III *1087, 326 Boudewijn IV *1110, 323 Boudewijn V *1148, 321 Reginar I 'Langhals' *850, 356 Reginar II *880, 351 Reginar III *920, 346, 350 Reginar IV *950, 341 Henricksz Claes, 243 Lubbert, 297 Henricxsz Aelbert, 291 Henriksen Teunis, 79 Henrix Gerrit, 77 Hensbroek Dirk, 34, 58 Maartje, 19 Neeltje, 37 Herlaar, van Agatha, 307 Hermans Catharina, 77, 162 Hadewich, 249 Lijsbeth, 276 Hermansz Luit, 286 Hermens Gerrit, 110 Helmertgen, 151 Herwaerden, van Christina, 265 Herman, 279 Hesselink Geertje, 95, 138 Heteren, van Gerrit, 32 Jan..., 77 Steven, 50 Heukelom, van Bertha, 312
377 Heus, de Ariaentje, 73 Baltus, 189 Goossen, 107 Jan..., 149, 222 Heusden, van Alveradis, 316 Arnoud I *1125, 320 Jan I *1160, 318 N.N., 317 Heyler Anna Ilsabein, 65 Heymerickxdr Neel, 275 Heynricsz Jan..., 296 Heynsberch, van Aleyt, 320 Hienekamp Gosina, 27 Willem, 44 Hijinck Fijken, 131 Gert, 174 Geske, 213 Jenneken, 173 Johan, 130, 132 Hijink Enneken, 99 Geeske, 95 Jan..., 41, 63, 94, 138 Wander, 95, 129 Hilberdinck Coert, 171 Hilberdings Aaltje, 129 Hillen Aaltje, 60 Aarjen, 91 Grietje, 58 Hinnerman Liesabeth, 65 Hoebinck Derck, 174 Freerijck, 132 Hoebink Berent, 96 Henders, 42 Jan Willem, 13 Willem, 64 Hoen, 't Hilletje, 199 Hoetinck Hendrik, 96 Henrick, 134 Hoeve, van der Lijsbet, 76 Holland, van Aleida, 314 Aleidis, 339 Arnulf *955, 348 Bertha *1050, 332 Dirk I (bis) 916, 357 Dirk II 988, 353 Dirk III 1039, 342 Dirk V 1091, 332 Dirk VI 1157, 324 Floris I 1061, 331, 337, 338, 344 Floris II 'de Vette' 1121, 327 Floris III *1135, 321 Floris IV, 316 Willem I *1168, 319 Hollink Bernardus, 25 Holten, van Hermen, 238 Jacob, 167 Jan..., 207 Maria, 122 Holthuis Fenne, 94 Hermen, 127, 137 Holthuis, ten Enneken, 43 Jan..., 66 Teunis, 98 Honders Aeltjen, 66 Stijntje, 93 Hongarije, van Bela I *1016, 344 Mihaly, 354 Sophia *1050, 339 Taksony 970, 358 Vazúl 1037, 350 Zoltan *896, 361 Hoofd Cornelis, 55 Dieuwertje, 35 Hooghuijs Barber, 36 Hoogstraten, van Christiaen, 221 Grietgen, 186 Hoorens Evert, 113 Hoorne, ten Jenneke, 127, 137 Hootsen Huijbertje, 197 Horst, ter Anna Catharina, 24 Arent, 64 Berent, 42 Frederik, 96 Hilleke, 134 Hostaden, van 377 Alveradis 1131, 325 Hostaden, von Gerhard, 334 Gerhard 1137, 329 Houwen Trijntje, 60 Hovenier Cornelis, 57 Jan..., 37, 90 Maartje, 21 Hugo Bottensdr N.N., 317 Huijberts Evertje, 151 Huijninck Engele, 96 Geert, 134 Henrick, 213 Huijnink Geertje, 64 Helena, 67 Huijsstede, van Arris, 142 Hulsen, ten Berentje, 131 Geesken, 174 Hunders Geerdt, 239 Geert, 99 Hendrik, 99, 137, 170, 176 Henrick, 210 Hermen, 127, 137 Stijntgen, 95, 138 Huninck Berndt, 182 Henrick, 275 Wessel, 258 Wychmont, 240 Huntingdon, of Matilda 1130, 328 I Ingen Maertgen, 229 Isselmunde, van Hugo 1161, 322 Mabelia, 320 J Jacobs Aeltje, 88 Annetje, 203 Geertruij, 106 Guurtje, 60 Hendrik, 149 Hendrikje, 229 Jan..., 151 Margriet, 281 Maria, 183 Neeltje, 55 Rutger, 168 Jacobsdr Margryet, 246 Jacobsz Cornelis, 90 Maijl, 124 Jans Aaltje, 124 Anna, 92, 215, 238 Anneke, 143 Anthonia, 251 Dieuwertje, 19 Dirkje, 197 Elisabeth, 109 Geertje, 110 Guurtje, 57 Helmert, 102 Janneke, 111 Jannetge, 158 Jannichje, 143 Jannigje, 149 Lijsbeth, 55 Lijsje, 80 Maijchjen, 198 Margriet, 246 Maria, 117 Marietje, 237 Marritgen, 124 Martje, 57 N.N., 252 Rijkje, 114 Sander, 237 Sijbrig, 125 Theuntgen, 267 Tonis, 111 Trijntje, 57 Willem, 71, 74 Willemken, 118, 203 Jansdr Anna, 189 Foyse, 301 Maria, 226 Jansen Beert, 75 Elisje, 48 Geurt, 202 Gijsbertje, 50 Grietje, 74 Jan..., 231 Jenneken, 49 Marritjen, 50 Paulus, 167 Rijkje, 75 Stijntjen, 202
378 Trijntje, 163 Janssen Willem, 77 Jansz Aalt, 103 Goyert, 216 Peter, 216 Pieter, 55 Sander, 223 Willem, 303 Jeroens Grietgen, 232 Joachims Elisabeth, 255 Jochems Jannigje, 107 Johans Elisabeth, 273 Johansdr Mechtelt, 271 Joppes Aefje, 92 Jordens Elbert, 224 Neeltje, 192 Jorissen Jan..., 231 Jorisz Barent, 229 K Kaar Antje, 59 Jan..., 91 Kappers Jenneken, 179 Katlenburg, von N.N., 332 Katman Geertruijd, 66 Jan..., 99 Willem, 138 Keeveskamp Jan..., 132 Kemp, de Aelbert, 228 Elisabeth, 196 Johanna, 265, 266 Pelgrom, 279 Sophia, 195 Willem, 226 Kempel Arent, 136 Hindersken, 98 Kempers Aeltje, 62 Derck, 127 Fiet, 93 Jan..., 98 Kent, of Ealhmund, 367 Edgiva, 355, 361, 367 Kerkhoven, van Johanna, 85 Kerkmeer Dirk, 91 Grietje, 38 Jan..., 59 Kessel, van Aleid, 318 Hendrik I, 325 Hendrik II, 322 Hendrik III 1189, 320 Ketel Annigje, 72 Cornelis, 107 Keunen Derksken, 66 Kiev, van Anna *1036, 337, 338, 344 Igor *877, 357 Jaroslav I 'de Wijze' *978, 342 Svyatoslav I *942, 353 Vladimir I 'de Heilige' *960, 348 Klaas Hendrikje, 114 Klaesen Kempes, 78 Klandersmans Geesken, 211 Jan..., 239 Klein Ordel, van Willem, 141 Kleunen, van Maria Pieternella, 1 Klomp Geertje, 86 Gerrigje, 162 Knoet Annighje, 157 Knoppert Jan..., 149 Kockert Berend, 180 Johanna, 139 Koedijk Hilgont, 60 Konings Derksken, 24 Könninks Willem, 42 Korff Anna, 90 Claes, 124 Kortschot, te 378 Berent, 64 Derk, 42, 97 Kosink Aeltjen, 42 Kossinck Kerst, 257 Kössink Josina, 62 Kosynck Johan, 275 Kotman Jan..., 66 Kraaijestein Rika, 17 Kraaijestein, van Christoffel, 31 Johannes, 49 Krain, von Ulrich II *1020, 339 Kreel, van Marretien, 121 Kreyll, ten Johan, 258 Naelken, 240 Kronnie, te Jenneke, 42 Kruiff, de Helena Maria Cornelia, 1 Hendrik, 5 Teunis, 2 Kruijff, de Gijsbert, 67 Hendrik, 15, 44 Teunis, 8, 27 Kükenshofener Cathrina Ilsabein, 42 Kunst Grietje, 55 Pieter, 123 Willem, 88 Kuyc, van Albert *1160, 318, 329 Hendrik II *1130, 320 Hendrik III *1195, 325 Herman *1100, 323 Margaretha, 315 N.N., 322 NN..., 316 Kyp, van Gosen, 301 Roloff, 289 L Laar, van Peter, 85 Laer, van Maesje, 76 Lagemaat, van de Anthonie, 15 Bart, 103 Gijsbert, 46, 70 Johanna, 8 Mees, 29 Lagerweij Geertrui, 29 Lageweij Lambert, 142 Lageweij, van de Dirk, 184 Gijsbert, 103 Merritje, 70 Laijkinck Hermen, 239 Kerst, 210 Mechteld, 257 Lambalgen, van Gijsbert, 184 Lamberts Neuleke, 68 Reyer, 305 Lammerdinck Johan, 240 Lammers Ceupe, 65 Elsje, 88 Engelbertus, 14 Garrit Jan, 25 Jan Hendrik, 43 Jan..., 98 Johanna Berendina Gerharda, 7 Kope, 136 Landaes, van Elis, 109 Jan..., 216 Weimgen, 184 Landen, van Gerardus, 325 Henricus, 322 Langelaer, van Adriaen, 197 Gerrit, 251, 281 Gijsbert, 303 Jacob, 277 Mattheus, 229, 267 Meijnsje, 156 Reijer, 292 Reynier, 289, 306 Richolt, 262 Langereis Cornelis, 57 Jacob, 90 Jannetje, 37 Langeveld, van Anna Maria, 86 Jan Claesz, 122
379 Jurriaan, 166 Lantinck Geertruijt, 99 Lantink Adam, 127 Jenneken, 93 Laon, de Heribert, 367 Thierry, 367 Lavant, von Richardis 1072, 337 Lechsgemünd, von Adelheid 1108, 328, 332 Heinrich 1078, 334 Kuno I 1092, 337 Leck, van de Hendrik I, 313 Hendrik II, 311 Jutte, 308 Peter, 310 Volpert, 315 Lecke, van der Giselbert, 317 Volpert, 320 Lede, van de Floris, 317 Herbaren, 315, 316, 320 N.N., 313 Leessinck Berent, 136 Leeuw, de Geertruyd, 227 Leeuwen Cornelis, 92 Hendrik, 60 Hillegond, 39 Leeuwen, van Aalbert, 18 Anna Maria, 9 Claes, 161 Cornelis, 33 Geurt, 53, 118 Goossen, 84 Herberen, 306 Herman, 266, 280, 303 Heyltgen, 229 Jan..., 292, 309 Johanna, 251 Lengenfeld, von Friedrich II *1070, 333 Heilica, 339 Heilica 1170, 328 Lenzburg, von Auxilia, 348 Lesinck Geertken, 65 Willem, 98 Leuven, van Godfried I 'met de Baard' *1060, 328 Godfried II *1105, 324 Hendrik II *1020, 333, 334, 336 Hendrik III *1050, 326 Ida *1065, 330 Lambert I *950, 344, 345 Lambert II *990, 339 Mathilde, 340, 344 N.N., 329 Lienden, van Jan..., 77 N.N., 311 Limburg, van Hendrik I *1060, 326, 334 Hendrik II *1110, 324 Margaretha *1138, 321, 334 Mathilde *1095, 323 Udo 1070, 330 Walram III 'Paganus' *1085, 328 Lindeboom, van de Trijntje, 44 Lings Catrina, 49 Lintelo, van Elsje, 161 Loches, de Roscilla *880, 357, 361 Warnhar 929, 360 Lockhorst, van Benigna, 226 Lodekynk Henrick, 275 Loenersloot, van Dirk Splinter, 315 N.N., 313 Logt N.N., 48 Lohman Rosier, 179 Lohuis, ten Elsken, 134 Loijtinck Berent, 128, 132 Harmen, 171 Loijtink Berend Willem, 23 Berent, 42 Gerrit, 63 Harmen, 95 Jan Albert, 13 Janna Berendina, 7 Maria, Longobarden, der N.N., 364, 365 Longwy, de Albert, 341 Ermesinde, 336 Lonreslothe, van Henricus, 317 Loo, op het Engelbert, 173 Loo, van Aeltje, 130 Loon, von Agnes *1150, 324 Arnulf IV 1088, 339 Arnulf V 1141, 333 Emmo III 1078, 344 Imagina 1229, 321, 334 Ludwig I *1100, 328, 340 Loot Johanna, 50 Lorraine, de Bertha *863, 360 Lotharingen, van Alberada *930, 346, 352 Ezzo 1034, 355 Gebhard *865, 351 Gerberga *935, 354 Gertrudis *1078, 327 Giselbert *880, 345, 351, 353, 358 Gottfried 1069, 340 Gozelo I 'de Grote' 1044, 335, 345 Hildegard 1046, 342 Regelindis 1064, 330 Richeza 1063, 350 Louwendr Steffania, 263 Lubberts Evertje, 77 Lubbertsz Jan..., 285 Luiten Reyer, 274 Lunteren, van Anthonie, 33 Antonie, 9 Cornelia, 8 Cornelis, 18 Jan..., 31, 51 Johannes, 16 Maria Cornelia, 5 Luxemburg, von Ermesinde, 326 Friedrich *965, 340, 341, 346 Giselbert, 336 Judith *1040, 330 Konrad I *1040, 331 Liutgard *960, 348 Otgiva *985, 341 Siegfried *915, 345, 353 Lysscap Ghiselbertus, 310 Jan..., 308 Oda..., 306 M Maalstede, van de Wolfert, 320 Maanen, van Otto, 68 Maarn, van Cornelia, 48 Jan..., 73 Maas Jan Hendrik, 13 Jan..., 134 Johan, 174 Trijnken, 96 Maasgouw, van de Giselbert 877, 360 Mâcon, de Aubri II, 346, 347, 348 Beatrix, 341 Othon Guilaume, 347, 353 Maes Jan..., 95 Jenneken, 63 Nellichgen, 224 Maijlis Aeltje, 89 Maine, de Bilichild, 363 Eremburga 1126, 327 Garsende, 331 Heribert I 'Eveille- Chien' 1036, 337 Hugo I, 353 Hugo II, 347 Hugo III, 342 Paula, 336 Rorico 839, 365 Maléinos Eudokimos, 367 Eustasios, 368 N.N., 366 Malsen, van Herman, 329 Malusha Olga, 353 Man, de
380 Gerrit, 306 Gijsbert, 302 Hadewich, 279 Jan..., 291 Mandersloot, van Jacob, 75 Willemtje, 49, 71 Mantes, de Gauthier II 'le Blanc' 1017, 354 Marcelisz Sander, 251 Marche, de la Almodis 1071, 343 Bernard I 1047, 348 Marchtal, von Adalbert 954, 361 Judith, 358 Martens Geesken, 180 Joannes, 44 Matthijsz Adriaen, 260 Costen, 260 Mauderick, van Jan..., 307 Mauleon, de Arengarde, 343 Maurick, van Adriaan, 266, 279 Maurik, van Gerard, 311 Henrick, 279, 290, 302, 306, 310 Hubertje, 264 Margaretha, 310 Safatin, 311, 313 Méaux et Troyes, de Adela *950, 347, 353 Méaux, de Robert *910, 352 Meerbeek Jannegje, 33 Meerbeek, van Hendrik, 51 Hermen, 79 Jan..., 113 Meerdink Arent, 67 Meeussen Barbara, 150 Meeuws Peter, 216 Meeuwsen Neeltje, 204 Meijlis Cornelis, 38 Jan..., 12, 59 Trijntje, 6 Willem, 22 Meijnen Adam, 40 Gerrit Jan, 7 Hendrik, 95 Hendrina, 42 Jan Derk, 22 Jan Hendrik, 4, 62, 63 Jan Willem, 13 Jan..., 93 Johanna Berendina Gerharda, 2 Tonnis, 126, 131 Melis Geertgen, 218 Melissen Neeltje, 85 Teunis, 163 Mengerinck Engele, 97 Geert, 135 Mengers Jenneken, 136 Mensinck Jan..., 175 Mensink Henders, 24 Mercia, of Edburga, 362 Ethelswitha, 359, 363 Merum, van Alveradis, 320 Hadewich, 318, 329 Rutger, 321 Methorst, van Jan..., 191 Maes, 223, 262 Reijertje, 74 Roelof, 108, 150 Sijmon, 246 Symon, 277 Metz, de Buvinus 862, 363, 366 Gerhard II 1044, 336 Richilde 910, 359, 365 Metz, van Arnulf 'de Heilige' *582, 368 Metz, von Adelheid 1039, 359 Agnez 1175, 328, 340 Richard, 362 Michiels Maertgen, 229 Michielsz Cornelis, 238 Moers, van Mabelia, 319 Momber 380 Beer, 309 Monferrato, de Enrico 1044, 343, 350 Montdidier-Rameru, de Adele, 339 Montfort, de Amaury, 342 Bertha, 331, 332 Simon I 1087, 336 Montgomery, de Roger, 354 Roger 1094, 348 Montgomery, of Mathilda, 343 Montmorency, de Adèle *1105, 323 Bouchard I 'le Barbu', 341 Bouchard II, 335 Bouchard IV *1087, 326 Hervé *1057, 330 Mooij Grietje, 57 Morren Jantje, 164 Mortagne, de Ada..., 323 Mortain, de Emma, 338 Robert *1031, 343 Mucel Ethelred, 362 Mulder Anna Maria, 2 Gerrit, 9 Geurt, 77 Harmen, 32 Hendrina, 49 Jan..., 5, 17 Rutger, 49 Müllenark, von N.N., 329 N N.N. Aalbert, 125 Naaldwijk, van Ermegaerd, 312 Willem, 314 Namen, van Adelheid *1068, 333 Adelheid *1110, 323 Albert I 1011, 335, 336 Albert II *1000, 330 Albert III 1102, 326, 330, 339 Godfried, 326 Hedwig 1067, 331 Nederlotharingen, van Friedrich *1005, 326, 330, 335, 339 Karel *953, 340, 350 Neder-Lotharingen, van Ermengarde 1012, 335, 336 Oda..., 339 Neerhof Deva, 67 Nellesteyn, van Cornelia, 71 Jacob, 143 Jan..., 104 Neustrie, de Adela *900, 353, 357, 358, 360 Robert I 923, 356, 357 Robert 'le Brave' 866, 360 Nevers, de Gausfred *890, 357 Gerberga 952, 352 Niederlothringen, von Gerberga *975, 345 Niekerken, van Jacob, 72 Maagje, 47 Nierop Arij, 38 Nieuwendaal, van Arien, 83 Petronella, 52, 72 Nieuwenhuijzen, van Hendrik, 70 Nieuwenhuizen, van Beatrix, 46 Nijenhuijs, ten Enneken, 133 Nijenhuis Lijsabeth, 98 Willemken, 96 Nijenrode, van Elsabe, 306 Fye..., 309 Gerard Splinter, 310 Gijsbert, 309, 311 Gijsbrecht, 312 Noest Aaltje, 32 Noordwest Dieuwertje, 11 Jan..., 34 Maarten, 55 Pieter, 19
381 Normandie, de Adela *1000, 343 Adela *1062, 327, 329 Adela 1087, 338 Adela 969, 351 Eleanor, 341 Emma, 349 Guillaume I 942, 347, 352, 353 Richard I *932, 347, 352 Richard II 1026, 342, 348 Robert *846, 356, 357 Robert I 'le Diable' *1000, 337, 344, 348 Normandy, of William I 'the Conqueror' 1087, 331 Northeim, von Benno, 343 Gertrudis *1090, 327 Heinrich 'der Fette' 1101, 332 Otto I 1083, 338 Siegfried I, 349 Northumbria, of Ealtred, 344 Siward, 338 Sybilla, 338 Uhtred, 349 Waltheof, 354 Waltheof 1076, 333 Note Margriet, 305 Nykerken, van Aert, 148 Deliana, 104 Dirck, 106 Willem, 144 O Obotriten, der Astrid, 348 Ochten, van Aleid, 319 Anthonis, 88 Ricold, 322 Ochtend Elsje, 34 Oenck Geert, 97 Lijsken, 97 Oesinck Aelken, 130 Oesminck Naele, 210 Oissinck Gert, 177 Johan, 173, 214 Ommeren, van Aletta, 85 Oonk Berent, 65 Oort, van Adriana, 195 Hendrick, 105, 227, 249, 278 Rijck, 145 Sophia, 72 Willem, 264, 290 Oossinck Jan..., 137 Trijne, 99 Oosterholt Berent, 133 Opper-Lotharingen, van Beatrix 1076, 340 Dirk II 1115, 326, 332 Gerhard 1070, 331 Gisela, 336 Oppoeter, van Wouter, 145 Orbais, van Ingram, 334 Maria 1223, 329 Os, van Cornelis, 33 Jan..., 79, 157 Maria, 18 Peter, 114 Pieter, 51 Otten Claes, 113 Cornelisken, 168 Janneken, 197 Otje, 87 Peter, 71, 74 Otto Bregje, 3 Hendrik, 12 Jan..., 6 Johannes Melchior, 21 Oudes Aaltje, 36, 39 Jacob, 89 Jan..., 56 Outgers Bart, 295 Overeem, op Andries, 246 Heyn, 261 Overeem, van Anthonie, 108, 142 Dirk, 151 Frans, Gijsbertje, 75 Helmert, 149, 192 Jan..., 108 Jantje, 48 Johanna, 103 Wulphert, 74 Overeemdt, van Hendrick, 222 P Pappelendam, van Cornelia, 105 Jan..., 144 Paris, de Adalhard *830, 359 Adelheid *855, 355, 359 Beggo 816, 365 Gerard I, 366, 367 Ingeltrud, 362 Leuthard, 365 Passau, von Ulrich 1099, 332 Uta 1103, 327 Passert Aernt, 296 Pauwe Henrick, 304 Pauwen Aleit, 264, 283 Bertolt, 278 Jacob, 290 Peelen Henrick, 186 Weijntjen, 160 Perche, du Fulcois, 347 Hervé, 357 Hildegarde 1021, 352 Hugues, 341 Persijn Dirk, 322 Jan 1224, 319 Persijn van Haarlem Nicolaes, 317 Persijn van Velsen Jan..., 314 Maria, 310 Nicolaes, 312 Perwez, van N.N., 325 Willem 1225, 329 Petegem en Eine, van Adalard, 330 Petegem, van Ingelbrecht II, 335 Peters Arris, 113 Cornelia, 224 Evert, 118 Goosentje, 149 Teuntje, 184 Wolter, 242 Petersdr Margaretha, 222 Petersen Wouter, 118 Philips Maertgen, 199 Phokaina Sophia, 362 Phokas Bardas, 366 Leon, 364 Nikephoros, 367 Pieters Aaltje, 56 Dieuwertje, 170 Truda, 220 Pietersz Reijer, 257 Pijper Jan..., 130 Plantagenet Henry 'Curtmantle' *1133, 324 Planten Aaltje, 66 Berent, 137 Coene, 98 Hendrik, 99 Pliet Clara, 158 Ploeg Neeltje, 59 Poeyt Margaretha, 292 Poitou, de Aelis *950, 346, 347 Clémence *1055, 331 Ebalus 'Mancer' 934, 356 Pierre l Aigret *1023, 336 Ramnulf I *815, 363 Ramnulf II *845, 360 Pol, van de Jannitje, 69 Polen, van Adelajda 997, 355 Boleslaw 'Chrobry' *965, 355 Leszek 921, 364 Mieszko I 992, 359 Mieszko II Lambert *990, 350 Piast, 367 Richeza, 344
382 Ziemomysl 963, 361 Ziemowit 892, 366 Polotsk, van Rogneda 1002, 348 Rognwald, 353 Ponthieu, de Hilduin IV, 335 N.N., 338 Ponthieu-Montdidier, de Hilduin V 1063, 330, 345 Pothoven Gerrit, 69 Gosen, 45 Klaasje, 29 Pranger Aafje, 20 Prins Gijsbert, 67 Jan..., 100, 139 Sophia, 44 Printzen Johan, 180 Provence, de Boso 965, 352, 361 Constance *986, 341, 342, 348 Emma, 348 Guillaume II 'le Libérateur' 993, 347, 353 Rotbald II 1008, 358 Rotbald III 1014, 354 Puifflijk, van Elisabeth, 319 Willem, 322 Puiset, du Adelais, 349 Pumbeke, van Oda..., 315 Putten, van Jan..., 318 N.N., 313 Nicolaes I, 316 Q Queldam Aalbert, 57 Quint Anna, 207 R Rademaker Brand, 68 Maria Geertruijda, 17 Radulf Everard I 1110, 326 Rameru, de Ada 1121, 326 Ramsbrock Anna Catharina, 42 Randerath, van Harper, 322 Randerode, van N.N., 325 Randwijck, van Jan..., 265 Neelke, 250 Ratum, van Catharina, 95, 129 Rauwerdijnck Gesken, 98 Rauwerdink Berent, 128 Enneken, 94 Ravesloot, van Frans, 223 Jannigje, 189, 229 Regensburg, von Adelheid, 334 Heinrich I, 339 Reijers Goossen, 141 Henrick, 107 Reijertsen Gosen, 68 Reijners Peel, 218 Renes Cornelia, 31, 51 Jannetie, 47 Renes, op Antoni, 151 Willem, 192 Renes, van Antonie, 49, 71 Jantje, 75 Teunis, 110 Rennerdink Elske, 97 Rennes, de Conan 'le Tort' 992, 348 Juhel Berengar, 353 Renswoude, van Jan..., 157 Oetje, 114 Resteren, van Geertje, 103 Rewijck, van Cornelis, 243 Reyersz Cornelis, 255 Geryt, 300 Rheineck von Salm, von 382 Otto II 1150, 327 Rheineck, von Sophia *1128, 324 Rhenen, van Dirk 1178, 323 Jannigje, 203 Sofia 1203, 321 Ridders Maria Catharina, 33 Rieneck, von Agnes, 333 Gerhard, 339 Rijcker Marija, 95 Rijcks Volkert, 185, 189 Rijcksz Volcken, 243 Rijcx Gerritgen, 183 Rijn, van Hendrik, 274, 300 Johan, 287, 304 Margriet, 255 Rijn, van den Hendrik, 307 Rijswijk, van Arnold, 318 Bertha, 316 Riksen Gerritgen, 243 Robert Maes, 217 Peel, 243 Rutger, 185 Roche, de la Henri 1138, 323 Mahaut, 321 Rochefoucault, de la Hugo, 343 Roelen Aert, 220 Roelens Willem, 186 Roeloffsz Dirck, 257 Roelofs Gosentje, 155 Marrichje, 161 Roelofsz Willem, 197 Roeterinck Berendeken, 98 Jan..., 136 Roocks Berent, 127 Rooks Harmen, 94 Rosier Willem, 138 Roskam Harmen, 74 Jannetje, 48 Rossem, van N.N., 317 Rossenkamp Anthony, 108 Rott, von Irmingard 1101, 334 Kuno, 339 Poppo I, 350 Poppo II, 345 Rötz, von Engelbert *1080, 329 Margarete, 325 Roucy, de Adele 1068, 330, 345 Ebalus, 335 Ermentrudis *950, 346, 347, 348 Giselbert *950, 341 Ragenold 967, 346, 352 Rouhof Johanna, 67 Ruijsseveen, van 't Klaas, 50 Ruijter, de Anna Maria, 33 Evert, 86 Gerrit, 206 Jan..., 165 Rijk, 53, 122 Rus Cornelis, 125, 239 Gerrit, 169 Jan..., 93, 210 Maartje, 61 Rutgers Judith, 123 Rutgersdr Margriet, 290 Rutten Jantje, 168 Ruweel, van Gerard Splinter, 314 Gijsbrecht, 319 Loeff, 317 S Saaren Jantje, 75 Maritje, 71, 74 Sache, la Nicolaas, 49 Sachsen, von Bernhard I 1011, 335
383 Bernhard II 1059, 330, 336, 337 Gerberga *913, 345, 351, 353, 358 Gertrud 1113, 331, 337, 338, 344 Hadwich *922, 351 Hedwig *1030, 331 Heinrich I 'der Vogler' *876, 350, 356, 364 Ida 1102, 326, 330, 335, 339 Liudgard *931, 364 Liudolf *806, 359 Mathilde 1008, 340, 352 Ordulf *1020, 338 Otto 'der Erlauchte' *836, 355 Otto I 'der Große' *912, 361, 366 Otto II 983, 359 Sael Hillegond, 225 Saffenberg, von Adalbert I 1109, 328, 329 Adalbert II 1152, 322 Adolf I 1147, 325 Hermann IV 1091, 334 Mathilde 1145, 324 Salburpyr Herlette, 337, 344, 348 Salm, von Hermann *1040, 332 Samberg Geesken, 95 Samberg, te Jan..., 131 Willemken, 96 Sanders Meisje, 192 Truijtje, 203 Sang Hendrik, 49 Henrick, 76 Jacobje, 31 Santbergh, ten Willem, 174 Santen, van Aeltje, 159 Jan..., 200 Saren Adriaan, 142 Saskers Trijntje, 57 Savoye, de Alix *1100, 327 Amadeus II *1048, 337 Bertha *1051, 344 Humbert, 348 Humbert II 1103, 332 Odo 1060, 342, 350 Schaers Sophie, 214 Scheunink Geert, 64 Henders, 42 Scheyern, von Otto II, 333 Otto IV 1156, 328 Scheyern-Wittelsbach, von Richardis *1173, 321 Schilder Arie, 34 Maartje, 20 Pieter, 55 Schilderinck Geertgen, 171 Schildman Trin Margret, 43 Schildmann Christoph Heinrich, 25 Hanne Elisabeth, 14 Scholten Hendersken, 67 Hendrik, 100 Jenneken, 137 Schooneman Cornelis, 199 Jan..., 158 Maria, 115 Schoor Neeltje, 34 Schouten Antje, 35 Dirk, 55 Schroors Enneken, 98 Schuer, van der Andries, 277 Hendrick, 289 Heyn, 264 Jan..., 225 Peter, 249 Schuerman Aelt, 164 Gerrit, 259, 275 Merie, 215 Willem, 243 Schuirman Maes, 259 Weijme, 242 Schulte van Ratum Albert, Johan, 130, 173, 240 Schulten Jenneken, 137 Schwaben, von Bertha 966, 353, 364 Burchard II 926, 357 Ernst, 349, 355 Friedrich I *1047, 339 Gisela *990, 349, 355 Hermann I *898, 357 Hermann II *945, 354 Hermann IV 1038, 343, 350 Konrad *925, 358 Schwarzenburg, von Berthold I, 334 Schweinfurt, von Eilika *1000, 330, 336, 337 Heinrich 1017, 335, 340 Judith 1094, 330 Otto III *995, 335, 338 Scotland, of Ada 1208, 321 Bethoc, 343 Constantine I, 364 David I *1080, 327 Donald II 900, 361 Duncan I *1001, 338 Henry *1114, 324 Kenneth I, 366 Kenneth II 995, 354 Malcolm I 954, 358 Malcolm II *954, 349 Malcolm III 'Canmore' *1031, 332, 334 Mary 1116, 329 Scouten van den Kelre Gijsbrecht, 307 See, van der Arij, 115 Cornelis, 158 Sara, 79 Segers Willempje, 102 Seijst, van Henrick, 141 Selder, op Gerrit, 142 Selder, van Teuntje, 103 Selleckinck Geesken, 63 Sellekinck Jan..., 99 Tonnis, 138 Sellink Anna Willemina, 44 Berend, 66 Janna Gesina, 22 Sémur, de Dalmatius I 1055, 348 Heloise 1109, 343 Setten, van Celia, 54 Sevinck Berend, 211 Lotte, 172 Siebinck Geert, 137 Sielmann Anne Ilsebein, 25 Sielmans Clara Ilsabe, 43 Sieverdink Jan Berend, 25 Jan Berent, 44 Johanna Petronella, 15 Sijverdink Stijnken, 99 Trijntjen, 66 Sijwassink Jan..., 62 Janna Willemina, 41 Sikkink Geert, 43 Hendrik, 66 Hinders, 25 Simmelinck Gesina, 14 Simons Simontje, 191 Skleros Konstantinos, 362 Munir, 364 Slickermans Geesken, 215 Slock Evert, 161 Hendrik, 119 Johanna, 84 Thonis, 202 Slot Bregje, 38 Cornelis, 59 Jan..., 91 Slotboom Aelken, 132 Anneke, 162 Jan..., 174 Sluis, van der Elisabeth, 317 Smalbraak Jan..., 129 Maria, 94 Smees Geurt, 113
384 Smeets Jacob, 299 Smit Antje, 34 Smitshuisen, van Hendrik 1219, 317 Othilde, 315 Steven, 320 Sniddelaar, van Elisabeth, 290 Gijsbert, 302, 307 Willem, 306 Snijders Enneken, 182 Henrick, 215 Snoedel, van Heynric, 304 Snuel, van Aert, 255 Goert, 271 Goirt, 295 Goort, 235 Huege, 284 Reyertgen, 206 Soest Claes, 247 Daem, 224 Dirck, 194 Ese..., 271 Hendrickjen, 152 Jan..., 283 Soissons, de Adelisa, 354 Guy..., 358 Sonderloe Henrichjen, 211 Spanheim, von Engelbert I 1096, 331 Engelbert II 1141, 327 Mathilde, 323 Richardis, 334 Siegfried I *1010, 337 Spicker Pieter, 210 Wouter, 168 Spickhorst, van Goosen, 193 Trijntje, 152 Spiker Arnoud, 325 Spikersdr N.N., 322 Springmeier Gret Ilsabein, 65 Spronck Gouda, 300 Spronckxsoen Wouter, 305 Sproncx Alyt, 294 Stade, von Heinrich I 'der Kahle' 975, 340 Hildegard 1011, 335 Stam, van Cornelia, 81 Willem, 118 Staufen, von Heilica *1087, 333 Steech, van der Cornelis, 265 Hadewich, 227 Mattheus, 249 Rijck, 279 Steenhof Hendrik, 113 Jan..., 155 Jannigje, 79 Stegge, ter Grietje, 130 Jenneken, 173 Lammert, 173 Wessel, 94, 130 Steinkamp Anne Margaretha Elisabeth, 24 Dietrich, 65 Friedrich Wilhelm, 14 Johann Heinrich, 7 Johanna Fredrika, 4 Johanna Liesabet, 43 Sterking Lijsbeth, 84 Stevens Jacob, 293, 303 Maritje, 102 Stickers Catharina, 272 Jacob, 285 Stip Elisabeth, 119 Sander, 162 Stoltenborch N.N., 138 Stortelers Gesken, 212 Werner, 240 Stottlers Berndeken, 63 Enneken, 94 Jan..., 94, 172 Warner, 130 Strijen, van Elisabeth, 312 Willem II, 316 Willem III, 313 Sulen, van Hendrickje, 254 Sulzbach, von 384 Berengarius II *1080, 328, 332 Gebhard I, 339 Gebhard II *1025, 333 Lutgardis 1162, 324 Supplinburg, von N.N., 332 Swaagh Frederik, 89 Jan..., 123 Jantje, 56 T Tangerinck Dirck, 171 Tempels Geertruijt, 107 Tenckinck Aaltjen, 136 Arent, 134 Jenneken, 64 Johan, 135, 174, 213, 242, 258 Willem, 97 Teunis Engeltje, 77 Geertje, 102 Jorden, 183 Reyertje, 68 Teunisse Melis, 120 Teunissen Adriaantje, 157 Wijntje, 50 Teylingen, van Dirk, 316 Machteld, 313 Willem, 320 Willem 1244, 318 Theunis Aartje, 50 Anna, 124 Theunisz Brand, 223 Cornelis, 114 Geertgen, 191 Gerrit, 54 Thijmensz Hermen, 216 Teunis, 110 Thijssen Jannitje, 74 tho Boomfelt Henrich, 240 Johan, 212, 258 Warner, 173 Thoenis Marijtge, 252 Thomas Gijsje, 50 Thomasdr Maria, 228 Thonis Clara, 245 Thouars, de Aenor, 338 Aimery IV *1020, 343 Tiemann Johann Henrich, 43 Tiemans Anna Catharina, 25 Tijasink Berndt, 213 Harmen, 174 Tilburg, van Beatrix, 318 Giselbert I 1200, 320 Tinteren, van Catharina, 85 Tjeinck Gert, 258 Wilhm, 240 Willem, 174, 213 toe Lintom Baete, 135 Gert, 212 Gertken, 130, 132 Hendrick, 258 Joan, 173, 175 Johan, 210, 240 Tol Huijbert, 160 Jan..., 116, 202 Lijsbeth, 80 Toscana, de Adalbert 915, 360 Toulouse, de Guillaume III 'Taillefer' *947, 348 Guillaume IV *1040, 338 Philippa *1073, 332 Pontius *990, 343 Raymond III 972, 358 Raymond IV, 347, 353 Raymond Pons 944, 361 Tours, de Ermengard 851, 363, 366 Hugo 839, 365, 366 Transjuranië, van Hubert 864, 363 Treeck, van den Cornelisje, 119 Triest, van Adriaan, 261 Adriaen, 223
385 Cornelia, 112 Frans, 189, 229 Gijsbertgen, 150, 192 Hubert, 289 Mayke, 197 Nikolaas, 276 Peter, 246 Turen Dirck, 149, 203 Elsjen, 107 Geertruij, 120 Harmen, 162 Turqueville, de Lesseline, 335 U Uchtman Anna Margreth Ilsabein, 65 Udents Anthonis, 227 Maria, 196 Uten Ham Frederic, 312 Utenham Christina, 310 V Valenciennes, van Emiza, 325 Valois, de Adelais, 339 Raoul II 1060, 349 Raoul III 'le Grand' 1074, 337, 338, 344 ' 'van Henegouwen' Richilde 1086, 336 V Varais, de Hugo 952, 360 Varenne, de Ada *1120, 324 Rodulf, 338 William *1055, 333 William *1071, 328 Vechten, van Dirk Splinter, 320 N.N., 317 Veen, van der Wolter, 185 Veene, ter Geertjen, 41 Veenemans Albert, 24 Janna Willemina, 13 Veenen Cornelis, 245 Marrichgen, 219 Veenendaal, van Jan..., 208 Maria, 167 Veenhuijsen, van Clara, 105 Cornelis, 147 Veldhuizen Jennigje, 32 Weijntje, 17 Velpen van Wijck, van Gijsbert, 289 Velpen, van Ghijsbert, 307 Jan..., 189, 246, 261 Jannichje, 148 Maagje, 149 Pelgrim, 222 Pelgrom, 275 Veltcamp Geesken, 126, 131 Hendrick, 170 Veltheim, von Rüdiger (Ruotger), 339 Vendôme, de Elisabeth, 342 Verbrug Aaltje, 111 Agnita, 32 Alexander, 77 Johannes, 50 Verbrugh Beatrix, 111 Cornelis, 111, 153, 195 Geurt, 152 Herman, 249 Steven, 226 Verburch Margriet, 288 Verburgh Aeltje, 110 Jan..., 193 Maes, 152 Verdun, de Godefred 'le Prisonier' *935, 340, 352 Sophie, 345 Verhoef 385 Hendrik, 120, 202 Melis, 53 Neeltje, 33 Sijmon, 162 Symen, 85 Verhoeven Anna, 260 Verkuil Christina, 53 Cornelis, 85 Vermandois, de Adalbert I *915, 354 Adela *910, 356, 357 Adelheid *1065, 333 Eleonore 1221, 322 Eudes 1045, 344 Heribert, 349 Heribert I *850, 351, 357 Heribert II *880, 352, 357, 358, 360 Heribert III *910, 350 Heribert IV, 339 Hugo *1057, 333 Isabel *1081, 328 Judith 973, 340 Ledgard *915, 347, 352, 353 N.N. 943, 345, 361 Verschuer Aeltgen, 194 Versteech Dirck, 248 Geertgen, 224 Versteeg Cornelis, 101, 103 Neeltje, 70 Vervat Willemijntje, 5 Verwold Mechteld, 207 Vienne, de Boso 887, 361, 363 Ermengarda, 360 Hugo *880, 353, 357, 364 Theobald 887, 360 Vijth Geesken, 174 Simon, 213 Vincelaer, van Dirkje, 152 Elisabeth, 154 Jan..., 197 Willem, 229 Visch Lijsbeth, 114 Wijnand, 157 Visser Maartje, 34 Vlaanderen, van Arnulf I 'de Grote' *885, 356, 357 Arnulf II *961, 346 Boudewijn I 'de Goede' 879, 363 Boudewijn II *863, 360 Boudewijn III *940, 340, 352 Boudewijn IV *980, 341 Boudewijn V *1013, 336, 337, 341 Geertruid 1117, 326, 332 Hildegard *934, 353 Margaretha *1140, 321 Mathilde *1031, 331 Robert I 'de Fries', 331, 337, 338, 344 Vlaanderen- Henegouwen, van Boudewijn *1030, 335 Margaretha, 316 Vlasman Gertruyd, 262 Vlieck Wolphert, 81 Vliedt, van 't Aeltje, 110 Vluggen Elysabeth, 262 N.N., 263 Voerman Dirk, 6 Jacob, 1, 3, 11, 19, 34 Jan..., 1 Volckensz Rijck, 217 Volkertsz Fedde, 125 Vollewens Cornelis, 86 Gerarda, 53 Gerrit, 121, 204 Jan..., 165, 232 Pieter, 252 Vonck van Lienden Adriaen, 251 Anna, 154 Dirck, 227, 265, 266 Hillebrandt, 196 Hillebrant, 250, 291 Johan, 279 Margriet, 228 Voorde, ten Teuntje, 113 Voorne, van
386 Dirk, 320 Hugo, 320 Margaretha, 313 N.N., 317, 318 Voorschoten, van Ogier, 316 Voort, van 't Antonie, 48 Cornelis, 151 Erris, 75 Gijsbertje, 30 Jan..., 191 Marritje, 108 Vormer Jan..., 267 Vos Anthonis, 161 Cornelis, 277 Teuntje, 116 Voss Agnete Ilsabein, 65 Vossen Cornelia, 263 Vredendael, van Jacob, 149 Vries, de Elisabeth, 317 Gerard, 322 Ingetje, 115 Lambert 1321, 319 Meijnert, 203 Vrijer, de Maria Elisabeth, 139 W Waecker Jan..., 203 Peter, 232 Waeij, van Anna Catharina, 67 Johannes, 100 Wessel, 139 Waelijen Hijndersken, 95 Wageningen, van Aert, 231 Waiblingen, von Agnes *1072, 339 Wakeren, van Aalbert, 85 Anthonia, 53 Jan..., 120 Ot..., 163 Wal, van de Willem, 194 Walcourt, de Thierry 1147, 321 Wamelink Aaltje, 67 Geert, 137 Gertruijt, 99 Jan..., 176 Warcq et Ivoix, de Louis II, 345 Wassenaar, van Dirk, 311, 316 Jutte, 310 Philips, 313, 318 Wassenberg, van Dirk 'de Rossige', 336 Wassinck Aelken, 176 Henrick, 96 Wateringen, van Gerard, 313 N.N., 311 Weekamp, te Hendrik, 94 Wessel, 127 Weimar, von Poppo 1040, 344 Wilhelm II 'der Grosse' 1003, 349 Weimar-Orlamünde, von Richardis, 333 Welfdr Judith *805, 362, 365, 367 Weninck Aelken, 171, 176 Werl, von Gepa, 334 Wessex, of Alfred 'the Great' *848, 359, 363 Eafa, 367 Egbert 839, 365 Elfrida 929, 360 Ethelbald 860, 363 Ethelwulf 858, 362, 363 Westenengh Anna, 141 Jan..., 183 Westervelt, van Jacob, 262 Westfalen, von Mathilde *890, 350, 356, 364 Westrenen, van Jacob, 267 Jan..., 253, 292 Peter, 281, 303 Petergen, 232 Westrheene, van Agnita, 78 Anthony, 154 Goossen, Jan..., 196 Wetering, van de Aalt, 30 Dirck, 71, 74 Jannigje, 16 Maria, 29 Saar, 47 Theunis, 48 Wettin, von N.N., 332 Wevers Trijnjen, 62 Weyenborgh Gerd, 213 Wicherts Gert, 213 Hille, 173 Wickenrode, von Aleidis, 329 Wijck van Velpen, van Jan..., 305 Wijck, van Aleidt, 265 Belia, 303 Jan..., 300 Johanna, 153 Wijffliet, van Geertruyt, 312 Wijse, de Elisabeth, 222 Ryckgen, 274 Willam, 286 Wijskamp Elsken, 99 Jan..., 138 Wilemsz Cornelis, 88 Willems Aaltje, 103 Anthonia, 147 Dirckjen, 164 Gerrit, 232 Heiltie, 115 Jan..., 50 Jorden, 103 Leijsjen, 198 Margriet, 260 Marietje, 158 Marijtje, 141 Maritje, 55 Mary, 142 Teuntje, 164 Willem, 253 Willemsdr Janna, 249, 251 Willemsen Geurt, 50 Willemsz Cornelis, 88 Peter, 293 Reijer, 264 Willinck Dielke, 214 Harmen, 258 Henrick, 240 Johan, 173 Tonis, 131, 171, 212, 242 Willis Arien, 13 Wiltenburg, van Hadewich, 317 Winter Hendrik, 304 Jan..., 21, 22 Wisselinck Willem, 214 With, de Aert, 243 Anna, 216 Wittelsbach, von Otto *1120, 324 Wocht, ter Trijnken, 134 Woerden, van Clementia, 311 Woerst Geritgen, 264 Woest, ter Elsken, 97 Wogt, ter Beele, 130 Wolfratshausen, von Adelheid 1126, 328 Otto II 1122, 334 Wolfswinkel, van Ariaantje, 229 Wolters Jan..., 215 Wolven Arris, 141 Woordes Hermken, 65 Worms Jenneke, 258 Worms, von Heinrich 989, 359 Otto 1004, 362 Woudenberg, van Jacobus, 51 Wouters Anna, 124 Cunera, 83 Evert, 263 Lijsje, 160 Woutersdr Hilleken, 189 Woutersz Claes, 275 Wtenweerde
387 Y Agneta, 196 Arnt, 266, 279 Gerrit, 302 Jan..., 291 Margaretha, 266 Olivier, 250, 280, 281 Roelof, 306 Sweder, 228 Ysselt, van Beyraet, 281 Z Dirck Cosijn, 311, 312 Heynrick Cosijn, 306 Jan..., 293 Margriet, 303 Willem, 309 Zevender, van Arnolda, 302 Zijl, van Hendrikje, 267 Jan..., 281 Zulen, van Ava..., 315 Zutphen, van Ermgard, 328 Otto II 'de Rijke' 1113, 333 Zuylen van Nyevelt, van Gijsberta, 302 Jacob, 306, 310 Steven, 308, 312 Zuylen, van Berta, 314 Claes, 143 Cornelia, 104 Dirck, 314 Gijsbert, 319 Jan..., 184 N.N., 315 Steven, 317, 319, 322 Wouter, 317 Zweden, van Erik 'Segersäll', 353 Ingegerd 1050, 342 Olaf 'Skötkonung' 1021, 348 Zwoll, van Jenneken,
Kwartierstaat Voerman de Kruiff
Kwartierstaat Voerman de Kruiff door Klaasjan Visscher 1 Versie 10 januari 2015 Generatie I 1. [Probant] Generatie II 2. Jacob Voerman, zn. van Jan Voerman en Johanna Berendina Gerharda Meijnen, geboren
Notariële Akten na Overlijden Klaas Breedijk (172 )
Notariële Akten na Overlijden Klaas Breedijk (172 ) (Tussen haakjes de RIN nummers in de stamboom www.breedijk.net. ) Klaas Breedijk: ik heb opgezocht wat ik op internet allemaal gevonden heb over zijn
Heuvelrug, Col-lectie J.A.F. Thieme) 65
Het Kromme-Rijngebied 1999. - Dl.33 De verpachting Tijdens de openbare verpachting werd het veermet het veerhuis door Cornelis van Bemmeiingezet op 1200 gulden en vervolgens ver-hoogd met 125 gulden. Met
Familie Olgers HET GESLACHT OLGERS IN EN RONDOM. Het Oldambt GESCHREVEN DOOR. Albert Olgers en Jochum Roosma. Kerk te Midwolda
HET GESLACHT OLGERS IN EN RONDOM Het Oldambt GESCHREVEN DOOR Albert Olgers en Jochum Roosma Kerk te Midwolda Gegevens van nog levende personen in dit overzicht mogen niet zonder toestemming van de betreffende
NT00064_2004. Nadere Toegang op inv. nr 2004. uit het archief van de. Dorpsgerechten, 1515-1813 (64)
NT00064_2004 Nadere Toegang op inv. nr 2004 uit het archief van de Dorpsgerechten, 1515-1813 (64) H.J. Postema Januari 2015 Inleiding In dit document zijn regesten opgenomen van de dorpsgerechten van Tull
Parenteel van Ari (Arien) Jansz Kwant (ook: Quant)
Parenteel van Ari (Arien) Jansz Kwant (ook: Quant) I Ari (Arien) Jansz Kwant (ook: Quant) is geboren in 1790 in Heer Huijgenwaert, zoon van Joannes (Jan) Claasz Quant (Quand, Kwant) en Trijntje (Catherina)
Nummer Toegang: 857 Plaatsingslijst van stukken afkomstig van de eigenaren van de Hofwoning te 't Woudt,
Nummer Toegang: 857 Plaatsingslijst van stukken afkomstig van de eigenaren van de Hofwoning te 't Woudt, 1672-1977 Archief Delft 857 Hofwoning te 't Woudt 3 I N H O U D S O P G A V E Inhoudsopgave BESCHRIJVING
Een doktersrekening uit 1875.
Een doktersrekening uit 1875. Een rekening uit 1975 van P. Stolp, geneesheer, bestemd voor Jan Wildeboer was aanleiding om uit te zoeken: Wie was en waar woonde dokter Stolp en wie was en waar woonde Jan
Inventaris van het archief van. familie De Vor te Vianen,
T00443 Inventaris van het archief van familie De Vor te Vianen, 1785-1914 D. Ruiter Oktober 2013 Inleiding De in deze inventaris genoemde leden van de familie De Vor waren grondeigenaren en landbouwers.
E95 Koks (kleine) Moezebrinkweg 4
E95 Koks (kleine) Moezebrinkweg 4 Genealogische gegevens: (van microfiches Bibliotheek Winterswijk) Aantekeningen dokter Das rondom de Liberale Gifte van 1748 Koks, Ratum 57 Liberale Gifte 3 e Rot, no.
G23 Kortschot Nieuwhuis Vredenseweg 146
G23 Kortschot Nieuwhuis Vredenseweg 146 Genealogische gegevens: (van microfiches Bibliotheek Winterswijk) Bevolkingsregister 1820 1837 Henxel 129: Kortschot Jan Hendrik Hesselink (15-8-1774) z.v. Gerrit
LIJST VAN DE TE ONTEIGENEN ONROERENDE ZAKEN ONTEIGENINGSPLAN: N303 Rondweg Voorthuizen VERZOEKENDE INSTANTIE: PROVINCIE GELDERLAND
LIJST VAN DE TE ONTEIGENEN ONROERENDE ZAKEN ONTEIGENINGSPLAN: N303 Rondweg Voorthuizen VERZOEKENDE INSTANTIE: PROVINCIE GELDERLAND Grondplan nr. Te onteigenen grootte Van de onroerende zaak, kadastraal
VIIi - 1. Zie resp. Oud notarieel archief Delft, inv. nr. 2533A, f. 12, inv. nr. 2595, f. 146 en inv. nr. 2856, f.
VIIi - 1 Op 9.1.1721 maken Arij Claesz van Rijt, bouwman, en Annetje Hermansdr Berkel, wonende te Hof van Delft, hun testament op. Het betreft een testament op de langstlevende, waarbij deze wordt verplicht
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Adrianus (Theodorus) Meijer 27 mei 1914, Castricum, Nh Woonplaats: 1978, Limmen, Nh Overlijden: 21 feb 1985, Limmen, Nh Theodorus (Arie) Meijer (27 nov 1886-3 feb 1973) Wilhelmina (Dirk)
Kramer (1) 21-04-1813.
Kramer (1) I Hendrik Kramer, tr. Maaijken/Maatje Jans van Leusden, ged. Woudenberg 05-10-1738, ov. Scherpenzeel 25-09-1834, dr. van Jan Jacobsz van Leusden/van de Stulp en Willemtje Jans van Ginkel Lidm.
Nummer Toegang: 806 Plaatsingslijst van de collectie van vredenburch,
Nummer Toegang: 806 Plaatsingslijst van de collectie van vredenburch, 1480-1883 Archief Delft 806 Collectie Van Vredenburch 3 I N H O U D S O P G A V E Inhoudsopgave BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF...5 BESCHRIJVING
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Laurentius Mattheus (Johannes) Hoebe 15 jan 1910, Castricum, Nh Overlijden: 27 maa 1991, Akersloot, Nh Begraven: maa 1991, Castricum, Nh Memo: Onderlangs Johannes (Matthijs) Hoebe (3
OUDE WOONPLEKKEN IN VORSTENBOSCH LENDERSGAT 1 (voorheen Erpsche steeg, later Brakkensedijk) In 1832 is Antonius van Hooft, tuinman te Vorstenbosch, eigenaar van deze boerderij. De woning werd in deze periode
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Anna (Hendrik) Tromp 11 jun 1905, Uitgeest, Nh Overlijden: 31 okt 1980, Heemskerk, Nh Begraven: nov 1980, Castricum, Nh Memo: Onderlangs Hendrik (Gerrit) Tromp (17 dec 1875-7 jan 1941)
Huwelijksbijlage 1 (geboorte-extract van Hindrik Wolters)
Op heden den vierden juni achttienhonderd twee en negentig zijn voor mij ambtenaar van den Burgerlijke stand der Gemeente Gieten Provincie Drenthe,ten Gemeentehuis aldaar verschenen : Hindrik Wolters Jongman
OUDE WOONPLEKKEN IN VORSTENBOSCH RIETDIJK 19 Arie van den Bogaart een landbouwer uit Schijndel is in 1832 de eigenaar van dit huis (sectie: E130). Hij bezit ook het huis er naast Rietdijk D (verdwenen
VIIc - 2. o.tr./tr. Berkel (Gerecht) 1/18.5.1739 (impost man f 15), scheiding van tafel en bed Berkel (Gerecht) 13.5.1761
VIIc - 1 Na het overlijden van Annetje Arensdr Ham op 2.6.1762 te Berkel en Rodenrijs zijn Arij en Willem van Rijt en Geertje Cornelisdr Brederode, dochter van Marijtje van Rijt, als nakomelingen van Catharina
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Johanna Maria (Nicolaas) Cornelisse 24 dec 1908, Uitgeest, Nh Overlijden: 21 jun 1993, Castricum, Nh Begraven: jun 1993, Castricum, Nh Memo: Onderlangs Nicolaas (Teunis) Cornelisse
INVENTARIS VAN HET NOTARIEEL ARCHIEF VAN DE STAD WOERDEN, (W054)
INVENTARIS VAN HET NOTARIEEL ARCHIEF VAN DE STAD WOERDEN, 1580-1842 (W054) NB: Veel van deze notarissen waren zowel door het Hof van Holland als door het Hof van Utrecht geadmitteerd. Slechts enkele notarissen
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Jan (Klaas) Peijs 18 jun 1902, Castricum, Nh Overlijden: 4 nov 1957, Alkmaar, Nh Klaas (Jan) Peijs (6 jun 1876-21 dec 1939) Neeltje (Klaas) Beusman (28 jan 1878-22 jan 1945) bureel
Warder in Gevelstenen. De oude huizen van Warder met hun gevelstenen
Warder in Gevelstenen De oude huizen van Warder met hun gevelstenen Warder in Gevelstenen Een aantal oude huizen en boerderijen van Warder zijn voorzien van een gevelsteen. Hierop staat aangegeven wanneer
Uit het 1 e huw.: 1. Arie Berendse, geb./ged. Scherpenzeel 20-09/29-10-1848, erkend bij huwelijk, koperslager, smid, ov. Scherpenzeel 27-01-1929, tr.
Berendse In 1841 wordt de smederij De Lindenboom aan de Holevoet door Arie Berendse van zijn schoonvader Johan Ernst Kloos overgenomen. Nog generaties lang zijn leden van de familie Berendse smid in Scherpenzeel.
16 Dec Eerste generatie. 1. Johan Heinrich Michael 1 Schimmel, geboren CA hij trouwde Catharina Elizabeth Beltmann, getrouwd VR
Eerste generatie 1. Johan Heinrich Michael 1 Schimmel, geboren CA. 1720. hij trouwde Catharina Elizabeth Beltmann, getrouwd VR. 1752. 2. i. Frederik Willem Bernard 2 Schimmel geboren op CA. 1 april 1752.
Gerardus BESSELING Anna, Mactiae CRAMER (KRAEMETS) Joannis CRAMER (CREMER) Mariae HOEVEN Hendrick BESSELING Annitje BESSELING
III.9 Gerardus (Gerrit) Hendriksz BESSELING (BISSELINGH), smid in Edam, Amsterdam en baassmit te Wognum, geboren op 04-09-1694 te Emmerik, gedoopt (rk) op 04-09-1694 te Emmerik (getuige(n): nv), overleden
1 Feb Eerste generatie
Eerste generatie 1. Joannes 1 Schimmel, overige namen Jan Schimmel, geboren CA. 1770 te Bussum (Gooise Meren), overleden 10 maart 1818 te Bussum (Gooise Meren). hij trouwde Antonia Schoonhoord, getrouwd
3. Aart Hendriksen van Maarn, ged. Doorn , tr. Doorn Maria/Marrigje Claassen van Maarn Negen kinderen gedoopt te Doorn.
Maarn, van I Hendrik Peters, ov. voor 1747, otr. Doorn 26-09-1705 Cuijntje Hendriks, van Maarn, ov. Woudenberg 09-09-1760 Lidm. Woudenberg: Cuijntie Hendrikze, wed. Hendrik Peterze, met attestatie van
Nummer Toegang: 858 Plaatsingslijst van de stukken afkomstig van Familiestichting Van der Kooij,
Nummer Toegang: 858 Plaatsingslijst van de stukken afkomstig van Familiestichting Van der Kooij, 1700-1933 Archief Delft 858 Familiestichting Van der Kooij 3 I N H O U D S O P G A V E Inhoudsopgave BESCHRIJVING
Gerechtsbestuur Schalkwijk, 1685-1810 (105)
NT00105_16 Nadere Toegang op inv. nr 16 uit het archief van het Gerechtsbestuur Schalkwijk, 1685-1810 (105) H.J. Postema November 2014 Inleiding Dit document bevat regesten van de processen die voor het
akte nr. 4048: eerder weduwenaar van Gerritje Opmerkingen Bloos Rotterdam 1849 e028 Index trouwendistrict XIII.
Aarlanderveen Doopboek p.36 dd. 08-01-1769: dito [Den 8 Jan] 't kind Jacob, Vader Abraham Roest, Moeder Pietje van der Boon, Getuijge Margje Jongeneut [de vrouw van Jacobs oom Jacob]. Overledene Jacob
Het erve Meenderink gelegen aan Zonneweg 1 gelegen aan de rand van het dorp wordt voor het eerst vermeld in 1385.
MEENDERINK Het erve Meenderink gelegen aan Zonneweg 1 gelegen aan de rand van het dorp wordt voor het eerst vermeld in 1385. Thans is het een groot paarden- en ruitersportcentrum. Er zijn heden nauwelijks
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Johanna (Cornelis) Mulder 23 jul 1900, Heiloo, Nh Overlijden: 26 dec 1985, Castricum, Nh Cornelis (Pieter) Mulder (1 nov 1870-20 okt 1939) Agatha (Rembertus) Stam (27 okt 1875-23 sep
De jeugdjaren van pater Jan ( Johannes Henricus, geb. datum 28 dec. 1860) van de Westelaken in Sint-Michielsgestel.
De jeugdjaren van pater Jan ( Johannes Henricus, geb. datum 28 dec. 1860) van de Westelaken in Sint-Michielsgestel. De vader van pater Jan was Franciscus Antonius van de Westelaken (geb. datum 13 april
NT00064_512. Nadere Toegang op inv. nr 512. uit het archief van de. Dorpsgerechten (64)
NT00064_512 Nadere Toegang op inv. nr 512 uit het archief van de Dorpsgerechten 1515-1811 (64) A.A.B. van Bemmel 2006 Inleiding Deze notitie bevat een chronologische lijst van regesten van stukken in het
Inventaris van het archief van de
T00443 Inventaris van het archief van de familie De Vor te Vianen, 1785-1966 (2008) D. Ruiter Oktober 2013; November 2015 Inleiding De in deze inventaris genoemde leden van de familie De Vor waren grondeigenaren
Familie De Vor, te Vianen (2008) D. Ruiter Oktober 2013; November 2015
443 Familie De Vor, te Vianen 1785-1966 (2008) D. Ruiter Oktober 2013; November 2015 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. Aanwijzingen voor de gebruiker...3 Inventaris...4 1. Dirk de Vor (1740-1802)... 4 2.
De steenoven van Nicolaas Adrianus van Son op Groot Engeland te Acquoy. Door A. F. Verstegen
De steenoven van Nicolaas Adrianus van Son op Groot Engeland te Acquoy Door A. F. Verstegen Theodorus Adrianus van Son Anna Elisabeth Louisa van Tengnagell Kasteel te Gellicum van de fam. Van Tengnagell
De nakomelingen van Gerrit Cornelisse Fruijtier
een genealogieonline publicatie De nakomelingen van Gerrit Cornelisse door 3 augustus 2017 De nakomelingen van Gerrit Cornelisse De nakomelingen van Gerrit Cornelisse Generatie 1 1. Gerrit Cornelisse.
Stamboom Families Bronder, Korevaar, Walter
een genealogieonline publicatie Stamboom Families Bronder, Korevaar, Walter door 4 maart 2017 Stamboom Families Bronder, Korevaar, Walter Generatie 1 1. Dirk Bronder, zoon van Dirk Jansz Brons en Lijsbeth
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Hendrikus Jacobus (Johannes) Kloes 30 sep 1912, Heemskerk, Nh Overlijden: 20 nov 1985, Castricum, Nh Memo: Onderlangs Johannes (Jacob) Kloes (22 apr 1875-25 jul 1961) Jacoba (Hendrikus)
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Petrus Nicolaas (Johannes) van der Steen 27 feb 1886, Limmen, Nh Overlijden: 4 apr 1979, Limmen, Nh Woonplaats: 1979, Limmen, Nh Johannes (Petrus) van der Steen (11 feb 1856-) Aaltje
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Maria Catharina (Hendrik) van Amersfoort 4 jun 1919, Wijk aan Zee en Duin, Nh Overlijden: 4 mei 1996, Beverwijk, Nh Begraven: mei 1996, Castricum, Nh Memo: Onderlangs Hendrik (Cornelis)
Ruim 300 jaar in de St. Janstraat?
Ruim 300 jaar in de St. Janstraat? Het pand St. Janstraat 10, tot 1995 bewoond door Bep Buijs (1951-2000) en haar gezin, mogen wij als nakomelingen van Michiel Bernardus Buijs (1866 1955) ons voorvaderlijk
In 1858 veilen de erfgenamen van Reijer Kuijpers: 1. een stuk bouwland, genaamd het Hooge Land langs de laan van Beekvliet te Woudenberg, sectie C
Kuijpers I Evert Gerritsen Kuijpers, geb. (Garderen?) 1726, klompenmaker, ov. Scherpenzeel 17-10- 1814, zn. van Garret Kuijpers en Ortje NN, tr. (1) Geurtje Jans, tr. (2) Nijkerk 25-11-1779 Aaltje Reijers
VIIj - 1. Op 29.5.1752 geeft Sr. Cornelis Bartholomeus van Buijtene mr. timmerman te Delft gift aan Aalbregt van Rijt en Cornelis Jansz Koot van
VIIj - 1 Op 29.4.1729 koopt Aalbregt van Rijt - 1 morgen 422 roeden land in de Noord-Kethelpolder, grenzend aan oost de Poldervaart zuid Frank van der Burg west de Delfweg noord de kinderen en erfgenamen
bron Burgerlijke stand - overlijden Koudekerk aan den Rijn toegangsnummer inventarisnummer 60 aktenummer 24 naam
Hazerswoude Doopboek Gereformeerd p.25 dd.14-10-64: den 14.Octob[er] (kind) Gerrit (ouders) Klaas Roest en Aaltje Jansz Verganst (getuige) Neeltje Weselenburg. (Aantekening bij de datum:) te Boskoop gedoopt.
Index trouwen district XIII.
Doopboek Zwammerdam p.85 dd. 11-09-1763: Septemb[er] 11 (kind) Gerrit. Abraham Roest Pietertje van der Boon Getuijge Marijtje Roest. (in de marge:) onder Aarlanderveen. Gerrit is dus geboren te Aarlanderveen
1768 Op 12 december 1768 wordt, in Wilp, Hermanna (Everts) Albers geboren, dochter van Evert Albers en Geertje Harms en op gedoopt.
Door: Jan Jansen, maart 2014 De bijzondere geschiedenis van Harmanna (Everts) Albers Harmanna (Hermanna) is, indirect via haar zoon Hermanus de naamgever van een aantal dragers van de naam Hermanus /
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Jacoba Wilhelmina (Job) Zonneveld 17 okt 1902, Castricum, Nh Overlijden: 16 dec 1983, Heemskerk, Nh Begraven: dec 1983, Castricum, Nh Memo: Onderlangs Job (Cornelis) Zonneveld (20 mei
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Petrus (Cornelis) Hes 20 maa 1910, Castricum, Nh Overlijden: 27 dec 1985, Castricum, Nh Begraven: jan 1986, Castricum, Nh Memo: Onderlangs Cornelis (Pieter) Hes (5 jun 1886-31 dec 1959)
G E M E E N T E A R C H I E F S C H I E D A M
G E M E E N T E A R C H I E F S C H I E D A M TOEGANGSNUMMER 462 INVENTARIS VAN DE COLLECTIE VERHOEF 1811-1897 DOOR C. JEURGENS SCHIEDAM 1996 1 INHOUDSOPGAVE Wijze van citeren... 2 INVENTARIS... 3 1. Henricus
16 Bijlage Erfenis grootmoeder Dielemans Havermans 1832
16 Bijlage erfenis grootmoeder Dielemans Havermans 1832 16 Bijlage Erfenis grootmoeder Dielemans Havermans 1832 Aantekeningen m.b.t. akte van obligatie met hypotheek 1832. Isis Stadsarchief Breda Bron:
Stamreeks van Andries de Rooij 1725 naar Hennie de Rooij door Everardus Rollema 2014
Stamreeks van Andries de Rooij 1725 naar Hennie de Rooij door Everardus Rollema 2014 I. Andries de Rooij, geboren Den Haag omstreeks 1725, overleden aan de tering, aangifte Den Haag om begraven te worden
Beknopte kwartierstaat van de zangeres Teddy Scholten
Beknopte kwartierstaat van de zangeres Teddy Scholten Generatie I 1. Dorothea Margaretha (Teddy) VAN ZWIETEREN [19646], geb. Den Haag 11-5-1926 (Copernicusstraat 280), zangeres, bestuur Rode Kruis, overl.
HOOFDSTUK 2. Cornelis van de Ven. Cornelis van de Ven. * 25-04-1842 Horst +30-04-1875 Lith, 34 jaar
HOOFDSTUK 2 Cornelis van de Ven Cornelis van de Ven GEBOREN 08-07-1842 Nistelrode OVERLEDEN 13-10-1906 Veghel, 64 jaar GEHUWD 26-02-1867 Johanna Driessen * 25-04-1842 Horst +30-04-1875 Lith, 34 jaar KINDEREN
Parenteel van Jan van Gent. Generatie I. Generatie II. Generatie III. Generatie IV
Parenteel van Jan van Gent. Generatie I I. Jan van Gent, trouwde met Johanna Geertrui Snak. 1. Jan, volgt II [blz. 1]. Generatie II II. Jan van Gent, (zoon van I [blz. 1] ), trouwde te Gorinchem op vrijdag
Doopboek Veenendaal (zowel Stichts als Gelders!) den 13 september Gijsbert [zoon van] Jacob van Barneveld en Elbertje Veenbrink
Doopboek Veenendaal 13-09-1789 (zowel Stichts als Gelders!) den 13 september Gijsbert [zoon van] Jacob van Barneveld en Elbertje Veenbrink Stigt Trouwboek Stichts Veenendaal 05-07-1789 dito Jacob van Barnevelt
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Teunis (Pieter) Ooms 18 nov 1919, Castricum, Nh Overlijden: 19 jul 1987, Castricum, Nh Pieter (Teunis) Ooms (4 nov 1888-7 jan 1937) Jannetje (Cornelis) Tijms (21 jan 1894-6 jan 1937)
Genealogie van Eeuwit? Buijtenhek
Genealogie van Eeuwit? Buijtenhek I Eeuwit? Buijtenhek. Kinderen van Eeuwit uit onbekende relatie: 1 Cornelis Eeuwits Buijtenhek [DEK_57]. Volgt II-a. 2 Dirk Eeuwits (Evertsz) Buijtenhek [DEK_86]. Volgt
Nummer Toegang: 779 Inventaris van het familiearchief de heij, timmerlieden en molenmakers te rijswijk en voorburg,
Nummer Toegang: 779 Inventaris van het familiearchief de heij, timmerlieden en molenmakers te rijswijk en voorburg, 1790-1922 Archief Delft 779 Familie De Heij 3 I N H O U D S O P G A V E Inhoudsopgave
STOLP (HERBERG) WINKELERWEG 7 WINKEL juni herberg Ut Krom. Inleiding
STOLP (HERBERG) WINKELERWEG 7 WINKEL juni 2013 1 Inleiding Vanuit de tekst in de overdrachtsakte van 1900, mogen we aannemen dat de boerderij, vanaf het begin tot aan de tijd dat paard en wagen en de hondenkar
Parenteel van Michael de Bont. Generatie I. Generatie II. Generatie III
Parenteel van Michael de Bont. Generatie I I. Michael de Bont, trouwt met Joanna Torians. Uit dit huwelijk een zoon: 1. Cornelis de Bont, gedoopt te Alphen op zondag 25 februari 1748, overleden (ongeveer
JOHANNIS KAAREL (JOHANNES KAREL) VOOG(D)T, GEB. WERTHER
FRAGMENT GENEALOGIE GESLACHT VOOG(D)T VANUIT JOHANNIS KAAREL (JOHANNES KAREL) VOOG(D)T, GEB. WERTHER I. Anna WERTHER, ned.ger., overl. Sprang 4-7-1796 (blijkens bijlagen huwelijk zoon Johannis Kaarel in
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Theodora (Pieter) Castricum 26 dec 1906, Heemskerk, Nh Overlijden: 28 sep 1988, Castricum, Nh Begraven: okt 1988, Castricum, Nh Memo: Onderlangs Pieter (Johannes) Castricum (1 okt 1866-19
Stamvader familie Joosten
een genealogieonline publicatie Stamvader familie Joosten door 13 november 2016 Stamvader familie Joosten Generatie 1 1. Joost Jansen. Hij is getrouwd op 28 maart 1766 te Beekbergen, Gelderland, Nederland
Kind Cornelis van der Stoel Vader onbekend Moeder Jannetje van der Stoel Plaats Katendrecht Geboortedatum Bron Katendrecht
Doopboek Charlois 24-11-1799 24 [november gedoopt] Jannigtie een Dogter V[ader] Cornelis van der Stoel 1 [Meij geboren] M[oeder] Annigtie Verschoor G[etuigen] de Ouders Dopeling Jannigtie van der Stoel
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Aaltje (Gerardus) Beentjes 17 dec 1913, Castricum, Nh Overlijden: 19 dec 1988, Castricum, Nh Gerardus (Jan) Beentjes (1 sep 1875-18 aug 1944) Catharina (Dirk) Morsch (18 nov 1875-16
Marten Kanters (1761?), timmerman en kroeghouder In de patentregisters van 1815 t/m 1818 woont Marten Kanters op Plaats nr. 17
Nieuwstraat 40/42 Bewoners van 1815 tot heden : Kanters -van der Meijden Knicknie van den Biggelaar van de Coevering Immens (café Victoria) supermarkt Boxer (de Kroon) en vervolgens de Jumbo kindsheidoptocht
OUDE WOONPLEKKEN IN VORSTENBOSCH LENDERSGAT 11 (voorheen Erpsche steeg, later Brakkensedijk) In 1832 is Christiaan Thomas van de Leijgraaf de eigenaar van deze woning met herberg (sectie: E111/1118/1116).
[frontspiece] Scheiding van den boedel van Albertus Smeenk en Hendrika Eekhendriks, over leden te Haarle, gemeente Hellen doorn voor Cornelis Heuven
[frontspiece] Scheiding van den boedel van Albertus Smeenk en Hendrika Eekhendriks, over leden te Haarle, gemeente Hellen doorn voor Cornelis Heuven dd 16 September 1886 [1] Eerste blad No. 1877 Voor mij
CATHARINAHOEVE DE BURG 1 DE GOORN oktober 2012. 2012-2 boerderij De Goorn. Hoofdstuk I Bewoningsgeschiedenis Catharinahoeve, De Burg 1, De Goorn
CATHARINAHOEVE DE BURG 1 DE GOORN oktober 2012 1 Hoofdstuk I Bewoningsgeschiedenis Catharinahoeve, De Burg 1, De Goorn A. Eigenaren Vanaf 2011 Ed Peerdeman Van 1956 tot 2011 Johannes Petrus Tessel (Jan)
De nakomelingen van Antonij Spier
een genealogieonline publicatie door 21 July 2019 Generatie 1 1. Antonij Spier, is geboren rond 1744 in Pruysminden,deu. Hij is getrouwd met Geertrui Brasz, dochter van Gesina Hoot. Zij is geboren rond
De nakomelingen van Antonij Spier
een genealogieonline publicatie De nakomelingen van Antonij Spier door 12 maart 2017 De nakomelingen van Antonij Spier Generatie 1 1. Antonij Spier, is geboren rond 1744 te Pruysminden,deu. Hij is getrouwd
NT00381_14. Nadere Toegang op inv. nr 14. uit het archief van het. Nederlands Hervormde Gemeente. Houten, (381) H.J.
NT00381_14 Nadere Toegang op inv. nr 14 uit het archief van het Nederlands Hervormde Gemeente Houten, 1685-2006 (381) H.J. Postema September 2014 Inleiding In dit document zijn regesten opgenomen van de
Dorpsgerecht Bunnik en Vechten,
NT00205_83 Nadere Toegang op inv. nr 83 uit het archief van het Dorpsgerecht Bunnik en Vechten, 1695-1811 (205) H.J. Postema Juli 2014 Inleiding Dit document bevat regesten op een bundel gewaarmerkte uittreksels
Andere "van den Worm" takken in Holland vanaf 1622 Gesorteerd naar geboortedatum en trouwdag Geb.datum Geb.plaats Trouwdag Trouwplaats
Andere "van den Worm" takken in Holland vanaf 1622 Gesorteerd naar geboortedatum en trouwdag 03.12.2016 01.08.1622 Amsterdam Grietje Simon de Bok 14.03.1627 Velp Neeltje Joris Jorisse 02.11.1633 Valkenburg
Akte van geboorte. [w.g.] Govert van Andel Izak van der Beek. Jan Colijn C. Boll maire
BS Eethen (scan Family Search) Akte van geboorte Op heeden den zes en twintigste van de maand maart agtienhonderd twaalf des nademiddags ten zes uuren is gecompareerd voor mij Maire van Genderen canton
ZANDVLIET (onder Schijndel)
ZANDVLIET (onder Schijndel) Gegevens per perceel Laatste verandering: 18-11-2012 Rekonstruktie van Veghel Martien van Asseldonk Perceel nr. 1 Beschrijving: Een kleyn huijsken met den hoff ende aangelag,
Theodorus Hoefs ( )
Theodorus Hoefs (1855- eigen code : ouders : Hubertus Hoefs (1808-1878) Theodora Rutten (1811-1873) Theodorus Hoefs is geboren op 6 mei 1855 te Uden BSG Uden 1855-66 : In het jaar eenduizend acht honderd
Woudenberg , ov. Woudenberg , zn. van Evert Willemsz van Ede en Woutertje Wouters van Ginkel 3. Cornelia Hak, geb./ged.
Hak De familie Hak komt oorspronkelijk uit Soest. Via Amersfoort komt Gerrit Petersz Hak in Woudenberg terecht. Ondanks zijn 13 kinderen en 17 kleinkinderen komt de naam in Woudenberg niet meer voor. I
OUDHEIDKUNDIGE VERENIGING SLIEDRECHT DE VERENIGING WAAR VERLEDEN EN TOEKOMST ELKAAR ONTMOETEN WERKGROEP GENEALOGIE
OUDHEIDKUNDIGE VERENIGING SLIEDRECHT DE VERENIGING WAAR VERLEDEN EN TOEKOMST ELKAAR ONTMOETEN WERKGROEP GENEALOGIE Het is ons duidelijk geworden dat veel mensen geïnteresseerd zijn in stambomen. Om aan
De nakomelingen van Harmen Kucken
een genealogieonline publicatie De nakomelingen van Harmen Kucken door 3 maart 2017 De nakomelingen van Harmen Kucken Generatie 1 1. Harmen Kucken, is geboren in 1620. Hij is getrouwd in 1645 met Reijntjen
De oudste generaties Stoel in Dordrecht
De oudste generaties Stoel in Dordrecht In het Regionaal Archief Dordrecht bevindt zich onder Toegang 116 (Collectie van familiepapieren en genealogische aantekeningen), Inventarisnummer 763 een dossier
Stadsarchief Rotterdam, Digitale Stamboom http://www.stadsarchief.rotterdam.nl/
Stadsarchief Rotterdam, Digitale Stamboom http://www.stadsarchief.rotterdam.nl/ Dopeling Gerrit Vader Jan Ariense Moeder Maritie Gerrits Getuige Annetie Gerrits Plaats Rotterdam Datum doop 12-06-1697 Wonende
www.vorstenbosch-info.nl
OUDE WOONPLEKKEN IN VORSTENBOSCH HONDSTRAAT 4 Jan Rut Kluijtmans koopt op 24-12-1792 een huis en aangelag, gestaan en gelegen op Vorstenbosch onder Nistelrode, groot 2 L, 45 R, van Maria Sijmen Rijkers,
Johann Friederich Meiners ( ) zandgraf 766, vak K; notaris Johann Friedrich Meiners ( ) zandgraf 766, vak K; bankdirecteur
Johann Friederich Meiners (1857-1908) zandgraf 766, vak K; notaris Johann Friedrich Meiners (1891-1918) zandgraf 766, vak K; bankdirecteur Personalia Johann Friederich Meiners Geboren: 20 februari 1857
Bewoners van de Kapraol.
Bewoners van de Kapraol. Op dit moment, december 2006, wordt de Kapraol bewoond door Stef Rohof en Monique Slagman. In 200X zijn zij in het bezit gekomen van het woonhuis en na enige verbouwingen zijn
Nummer Toegang: 520 Plaatsingslijst van het archief van de familie eringaard (erven van marken),
Nummer Toegang: 520 Plaatsingslijst van het archief van de familie eringaard (erven van marken), 1871-1950 Archief Delft 520 Familie Eringaard 3 I N H O U D S O P G A V E Inhoudsopgave BESCHRIJVING VAN
Parenteel van Jasper Gijsberts van Namen
Parenteel van Jasper Gijsberts van Namen 1 Jasper Gijsberts van Namen. Kind van Jasper uit onbekende relatie: 1 Antonie Jaspers van Namen, geboren op 27-09-1637 in Oirschot. Volgt 1.1. 1.1 Antonie Jaspers
Gerechtsbestuur Cothen M.A. van der Eerden-Vonk; met wijzigingen door A.A.B. van Bemmel Versie 2013
26 Gerechtsbestuur Cothen 1789-1811 M.A. van der Eerden-Vonk; met wijzigingen door A.A.B. van Bemmel 1991. Versie 2013 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. Aanwijzingen voor de gebruiker...3 2. Nadere toegang...3
Cornelis van Huijk(Huik) ( )
1 Cornelis van Huik (1853-1894) Cornelis van Huijk(Huik) (1853-1894) Geboren op 22 maart 1853 in Hoogland, zoon van Joannes (Jan) van Huijk en Heiltje van Hamersveld. Cornelis trouwde, 23 jaar oud, op
A. Stukken inzake de voogdiistelling over C.A. Samson.
Archiefstukken, welke door het gemeentearchief van 's-gravenhage geschonken zijn aan het streekarchivariaat "Rijnstreek" en die betrekking hebben op het eigendom en het beheer van onroerend goed van Cornelis
Voorouders Rapport. Eerste generatie
Eerste generatie 1. Adrianus Johannes (Adrianus) Meijne 4 jul 1914, Castricum, Nh Overlijden: 18 okt 1993, Castricum, Nh Adrianus (Arie) Meijne (28 mei 1887-1 maa 1920) Duifje (Jan) Ruijter (8 jun 1886-27
Huwelijken Grosthuizen
Aker Teetje x Knip Sijmon 1845-04-24 Akerlaken, van Petronella Bregitta x Costerus Lubbertus Maagh 1822-07-18 Amman Hendricus Gerardus x Bouwman Trijntje 1852-01-11 Ammers, van Frank x Bouwes Maritje 1851-03-09
