Afbeelding 1: Bedieningszijde zonnesensor
|
|
|
- Augusta Rosalia Kuipersё
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Art. nr. : FM FS 1 S Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Deze handleiding is onderdeel van het product en moet door de eindklant worden bewaard. 2 Constructie apparaat Afbeelding 1: Bedieningszijde zonnesensor (1) Greep voor demontage (2) Zonnecel aan de achterkant (3) Knop Prog (4) Toets schemering 2 (5) Toets zonwering 3 (6) Status-LED (7) Insteller zonwering 3 (8) Insteller schemering 2 (9) Insteller temperatuur C Stand = uit (geen temperatuurverwerking) (10) Zuignap voor bevestiging op venster (11) Afdekkap 3 Functie Systeeminformatie Dit apparaat is onderdeel van het enet-systeem. Door het zendgedrag en de bidirectionele gegevensoverdracht wordt een hoge overdrachtsbetrouwbaarheid bij een radiofrequentie van 868 MHz bereikt. De reikwijdte van een radiografisch systeem hangt af van verschillende factoren. Met de keuze van de montageplaats kan de reikwijdte worden geoptimaliseerd. 1/7
2 Dit apparaat voldoet aan de eisen van de R&TTE-richtlijn 1999/5/EG. De verklaring van overeenstemming en nadere informatie over het enet-systeem vindt u op onze internetpagina. Het apparaat mag in alle EU- en EFTA-staten worden gebruikt. Bedoeld gebruik - Sensor voor helderheidsafhankelijke aansturing van enet-actoren - Montage op ruiten binnenshuis Producteigenschappen - Activeert scenario's bij over- en onderschrijden van de ingestelde zonwerings- en schemeringswaarde - Temperatuurafhankelijk zonwering mogelijk - Scenariotoetsen voor zonwering en schemering - Helderheidsmeting via helderheidssensor - Zendt helderheidswaarden aan enet-server bij helderheidsverandering van meer dan 50% - Testbedrijf voor aanpassen van de zonwerings- en temperatuurdrempelwaarde - Zonnegevoed apparaat - Geïntegreerde accu als energiebron Met enet-server instelbaar: - Bedieningsblokkering - Gedrag van actoren bij opheffen van een scenario i De parameterlijst staat op internet in de documentatie van dit apparaat. Extra functies met enet-server - Update van de apparaatsoftware - Foutengeheugen uitlezen Zonwering De zonweringsfunctie maakt het automatisch neerlagen van een zonwering mogelijk bij veel zonlicht. Wanneer een ingestelde zonweringswaarde gedurende meer dan 2 minuten wordt overschreden, dan zendt de zonnesensor het scenario "zonwering" en de jaloezieën bewegen naar de vooraf opgeslagen zonweringspositie. Wanneer de helderheid langer dan 15 minuten afneemt onder de ingestelde zonweringswaarde, dan beweegt de zonwering weer naar boven. i Actieve zonweringsfunctie kan door handmatig bewegen van de installatie worden gedeactiveerd. De zonwering wordt na onderschrijden van de zonweringswaarde daarna niet meer automatisch bewogen. i Koppelen van schakel- en dimactoren met de zonwering is alleen met de enet-server mogelijk. Zonwering temperatuurafhankelijk De temperatuurafhankelijke zonwering kan vooral in het koude jaargetijde worden gebruikt. Het beschaduwen van de binnenruimte wordt pas ingeschakeld, wanneer naast de zonweringswaarde ook de ingestelde temperatuurwaarde is overschreden. Na het activeren van de zonwering wordt de temperatuurverwerking gedeactiveerd. Schemering Bij invallen van de duisternis maakt de schemeringsfunctie het mogelijk een installatie automatisch neer te laten of een verlichting te schakelen. Bij het onderschrijden van de ingestelde schemeringswaarde gedurende meer dan 4 minuten wordt het scenario "schemering" opgeroepen. Wanneer de ingestelde schemeringsdrempel gedurende circa 15 minuten wordt overschreden, beweegt de installatie weer naar boven of de verlichting schakelt uit. Om de installatie ook bij ochtendschemering automatisch omhoog te laten bewegen, moet de zonnesensor zodanig worden gepositioneerd, dat deze door de installatie niet wordt beschaduwd. 4 Bediening i Voor iedere bediening de afdekkap afnemen en daarna weer plaatsen. 2/7
3 Zonweringsscenario activeren o Drukknop 3 (5) indrukken. Het zonweringsscenario wordt onafhankelijk van de actuele helderheid opgeroepen. i Automatisch opheffen van de zonwering volgt pas, wanneer de zonweringswaarde gedurende meer dan twee minuten is overschreden en dan wordt onderschreden. Schemeringsscenario activeren o Drukknop 2 (4) indrukken. Het schemeringsscenario wordt onafhankelijk van de actuele helderheid opgeroepen. Waarden voor zonwering, schemering en temperatuur instellen Fabrieksinstelling: Zonwering 3 ca Lux (7) Schemering 2 ca. 40 Lux (8) Temperatuur C = uit (9) o Met kleine schroevendraaier de waarde voor zonwering 3 (7), schemering 2 (8) en indien nodig ook temperatuur C (9) instellen. In testbedrijf de actuele helderheid als zonweringsdrempel instellen Het testbedrijf maakt een aanpassing van de zonwerings- en temperatuurdrempel mogelijk aan de momentele omstandigheden. o Knop Prog (3) kort indrukken. De zonnesensor bevindt zich ca. 1 minuut in testbedrijf. o Insteller C (9) naar linkeraanslag = uit draaien. LED brandt = zonweringsdrempel onderschreden LED knippert = zonweringsdrempel overschreden o Insteller 3 (7) langzaam draaien, tot de LED overgaat van branden naar knipperen. Nu kan indien nodig ook de actuele temperatuur voor de temperatuurafhankelijk zonwering worden overgenomen. i Instellen van de temperatuurdrempel is alleen mogelijk, wanneer de zonwering niet actief is. o Insteller C (8) langzaam naar rechts draaien, tot de LED overgaat van branden naar knipperen. i Opnieuw indrukken van de toets Prog (3) beëindigt het testbedrijf. 5 Informatie voor elektromonteurs 5.1 Montage en elektrische aansluiting Montage van de zonnesensor Houd voor een goede overdrachtskwaliteit voldoende afstand aan tot mogelijke storingsbronnen, bijv. metalen oppervlakken, magnetrons, Hifi- en tv-installaties, voorschakelapparaten of transformatoren. De montageplaats op de ruit zo kiezen, dat het zonlicht ook bij actieve zonwering ongehinderd op de sensor valt. Schaduw vervalst de meetwaarde of verhindert het opladen van de accu. De contactoppervlakken van de zonnesensor en de ruit moeten schoon en vetvrij zijn. o Zuignap iets bevochtigen. o Plaats de zonnesensor op de ruit en druk deze vast. i Met metaal bedampte ruiten kunnen het draadloze bereik sterk beperken. Demontage van de zonnesensor Om de zonnesensor niet te beschadigen, mag de demontage alleen via de lostrekgreep (1) worden uitgevoerd. o Maak de zonnesensor door iets trekken aan de lostrekgreep (1) los van de ruit. 3/7
4 5.2 Inbedrijfname GEVAAR! Elektrische schok bij aanraken van onderdelen die onder spanning staan. Elektrische schokken kunnen dodelijk letsel tot gevolg hebben. Tijdens de inbedrijfstelling de onderdelen onder spanning op de radiografische zenders en actoren en in de omgeving daarvan afdekken. i De energiebuffer in de zonnesensor is in uitleveringstoestand opgeladen. Zo kan een inbedrijfname worden uitgevoerd ook zonder de zonnesensor eerst op een heldere plaats te leggen. i De zonnesensor kan als alternatief voor de hier beschreven inbedrijfstelling ook met de enet-server in bedrijf worden genomen. Bij de inbedrijfname met de enet-server moet de zonnesensor op een heldere plaats zijn gemonteerd, om bij een langere programmering niet vanwege een te lage spanning uit te schakelen. De zonnesensor wordt in twee stappen in bedrijf gesteld. In de eerste stap worden de gewenste actoren met de scenario's zonwering of schemering verbonden (zie scenario's met draadloze actoren verbinden). In de tweede stap worden in de actoren schakel- of dimstanden resp. jaloezieposities toegekend (zie scenariowaarde in actor opslaan). Scenario's met draadloze actoren verbinden o Alle actoren, die met het scenario moeten worden verbonden, in de programmeermodus zetten (zie handleiding van de actoren). o Toets Progca. 4 seconden indrukken. De zonnesensor bevindt zich gedurende ca. 1 minuut in de programmeermodus. Status LED knippert. o Scenariotoets zonwering 3 (5) of schemering 2 (4) kort indrukken. Het scenario wordt met de actoren verbonden. De status-led van zender en actoren brandt enkele seconden. Actoren en zonnesensor verlaten automatisch de programmeermodus. i Met één stap kunnen max. 10 actoren met een radiografische zender worden verbonden. i Als de status-led gedurende ca. 5 seconden overgaat in 3-voudig knipperen, was de procedure niet succesvol en moet worden herhaald. Scenariowaarde in actor opslaan Nadat actoren met de scenario's zijn verbonden, moeten aan iedere actor schakel- of dimwaarden resp. bij zonweringen posities worden toegekend. De voorinstelling bij zonweringen is de onderste eindstand. Actoren zijn met het scenario verbonden. i Bij jaloezie-actoren moet de werkelijke looptijd van de installatie zijn opgeslagen (zie handleiding jaloezieactor), anders worden scenario's niet opgeroepen. o Verlichting resp. zonweringspositie instellen. o Toets 2 (4) of toets 3 (5) langer dan 4 seconden indrukken. De ingestelde waarden worden in de actoren opgeslagen. Verbinding met draadloze actoren verbreken o Voer dezelfde stappen als bij het verbinden uit (zie scenario's met draadloze actoren verbinden). De verbinding met draadloze actoren wordt verbroken. De LED op de sensor brandt enkele seconden en de LED van de actor knippert snel gedurende 5 seconden. Actoren en zonnesensor verlaten automatisch de programmeermodus. i Als de status-led gedurende ca. 5 seconden overgaat in3-voudig knipperen, was de procedure niet succesvol en moet worden herhaald. Scenario op fabrieksinstelling instellen Alle verbindingen van de scenario met actoren worden verbroken. 4/7
5 i o o In de actoren blijven de verbindingen behouden en moeten afzonderlijk worden verbroken. Toets Prog (3) minimaal gedurende 20 seconden indrukken. Na 4 seconden knippert de status-led. Na 20 seconden knippert de status-led sneller. Toets 2 of 3 binnen10 seconden kort indrukken. De status-led knippert kort. De scenario is weer op de fabrieksinstelling ingesteld. Apparaat weer op fabrieksinstelling instellen Alle verbindingen met actoren worden verbroken. i In de actoren blijven de verbindingen behouden en moeten afzonderlijk worden verbroken. o Toets Prog (3) minimaal gedurende 20 seconden indrukken. Na 4 seconden knippert de status-led. Na 20 seconden knippert de status-led sneller. o Toets Prog (3) loslaten en binnen 10 seconden opnieuw kort indrukken. De status-led knippert kort. Het apparaat is op de fabrieksinstelling gereset. 6 Bijlage Dit apparaat bevat een vast ingebouwde accu. Apparaat met accu na afloop van het gebruik milieuvriendelijk afvoeren. Apparaat niet in het huisvuil werpen. Informatie over milieuvriendelijke afvoer krijgt u van de lokale autoriteiten. Conform de wettelijke voorschriften is de eindverbruiker verplicht tot inleveren. Het symbool bevestigt de comformiteit van het product met de geldende richtlijn. 6.1 Technische gegevens Omgevingstemperatuur C Helderheidsinstelling lx Schemeringinstelling lx Temperatuurinstelling C Afmeting Ø H mm Radiofrequentie MHz Zendvermogen max. 20 mw Zenderbereik in vrije veld typ. 100 m 6.2 Parameterlijst Venster instellingen Instellingen apparaat Parameternaam Handmatige inbedrijfname Instellingen kanaal/scène Parameternaam Lokale bediening Instelmogelijkheden, Basisinstelling Aan, uit Basisinstelling: aan Instelmogelijkheden, basisinstelling Aan, uit Basisinstelling: aan Verklaringen Blokkeert voor alle apparaatkanalen de handmatige inbedrijfname. Bij de instelling "Uit" kan het apparaat niet meer naar de fabrieksinstelling worden teruggezet. Verklaringen Blokkeert het apparaatkanaal voor de lokale bediening. 5/7
6 Handmatige inbedrijfname Somstatus/zendherhalingen Aan, uit Basisinstelling: aan Aan, uit/2x... 11x zenden, uit/4x zenden (zonder verbinding) Basisinstelling: uit/4x zenden (zonder verbinding) Blokkeert voor het apparaatkanaal de handmatige inbedrijfname. Bij de instelling "Uit" kan het apparaat niet meer naar de fabrieksinstelling worden teruggezet. Uit/4x zenden (zonder verbinding): Om energie te besparen, is de somstatus uit. Ook wordt niet elke actor afzonderlijk geactiveerd, maar alle gelijktijdig. Aan: De zender analyseert de ontvangen statusmeldingen en toont deze als somstatus. Indien afzonderlijke statusmeldingen uitvallen, herhaalt de zender zijn telegram maximaal drie maal. Uit/ x keer zenden: De analyse en weergave van de somstatus zijn gedeactiveerd. Het aantal telegramherhalingen wordt ingesteld. Met deze instelling worden geen overdrachtsfouten weergegeven. Vensterinformatie In het venster Informatie wordt de laatst verzonden helderheid weergegeven. 6.3 Hulp bij problemen De installatie beweegt na de schemeringsfunctie in de ochtend niet automatisch omhoog. Oorzaak 1: de ingestelde schemeringswaarde is nog niet overschreden. Schemeringswaarde op de zonnesensor verlagen. Zonnesensor op een helderder positie monteren. Oorzaak 2: de in de zonnesensor opgeslagen energie is niet voldoende om de zonnesensor gedurende de nacht te voeden. Zonnesensor op een helderder positie monteren. i Bij iedere bediening van een van de toetsen 2 (4) of 3 (5) wordt gecontroleerd, of de actuele helderheid voor een continu bedrijf voldoende is. De status-led brandt bij voldoende helderheid gedurende ca. 1 seconde. De zonnesensor activeert geen zonwering of schemering. Na indrukken van de toets Prog gaat de status-led niet branden. Oorzaak 1: de energiebuffer is leeg, omdat het apparaat te lang in het donker is geweest. Oorzaak 2: de energiebuffer is leeg, omdat het apparaat zich tijdens een lange programmering met de enet-server niet op een lichte en heldere plaats bevond. Zonnesensor meerdere uren op een zeer heldere plaats leggen. Zodra het energiebuffer voldoende is opgeladen, is het apparaat na indrukken van de toets Prog weer bedrijfsklaar. i Temperaturen boven 70 C kunnen de zonnesensor beschadigen. Houd voldoende afstand aan tot hete lichtbronnen. 6/7
7 Testbedrijf of programmeermodus kon niet worden opgeroepen. De status-led knippert slechts kort. Zonnesensor is in low-batt-bedrijf. Scenario-oproep is mogelijk, testbedrijf en programmering niet. Zonnesensor meerdere uren op een zeer heldere plaats opladen. Zonnesensor op een helderder positie monteren. 6.4 Garantie Technische en formele veranderingen aan het product, voor zover deze de technische vooruitgang dienen, zijn voorbehouden. Wij bieden garantie in het kader van de wettelijke bepalingen. Verzendt het apparaat s.v.p. met een beschrijving van de fout aan onze centrale klantenservice. ALBRECHT JUNG GMBH & CO. KG Volmestraße Schalksmühle Telefon: Telefax: [email protected] Service Center Kupferstr Lünen Germany 7/7
Afbeelding 1: Repeater
Art. nr. : FMR 100 SGWW Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële
Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten.
enet radiografische repeater tussensteker Art. nr. : FMR100SGWW Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten.
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Funkmanagement Radiografische zender Universeel, L-leider. Art.-Nr.
Art.-Nr.: FUS 22 UP Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Jaloezie- en rolluikbesturingssysteem Jaloeziebesturingsknop, Jaloeziebesturingsknop met sensordetectie
Jaloeziebesturingsknop Best.nr. : 2328.. Jaloeziebesturingsknop met sensordetectie Best.nr. : 0820.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Afdekking Standaard met timerfunctie Art. nr. : ST.. Bedieningshandleiding
Art. nr. :.. 5232 ST.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële
Draadloze bussysteem Draadloze handzender comfort. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Best.nr. : 0527 00
Best.nr. : 0527 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Funkmanagement Radiografische sensorafdekking 180. Art.-Nr.:..FAS 180..
Art.-Nr.:..FAS 180.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Afbeelding 1: Constructie apparaat
Afdekking met radiografische ontvanger Art.-Nr.:..5232 F.. Afdekking met radiografische ontvanger en sensoraansluiting Art.-Nr.:..5232 FS.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Funkmanagement Radiografische wandzender "vlak" Art.-Nr.: A 41 F.. Art.-Nr.: A 42 F..
1-kanaals Art.-Nr.: A 41 F.. Art.-Nr.: A 42 F.. 4-kanaals Art.-Nr.: A 44 F.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur
Afbeelding 1: Schakelklok met alle segmenten
Art.-Nr.:..5201 DTST.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Funkmanagement Radiografische stuureenheid 1-10 V, voor DIN-rail. Art.-Nr.
Art.-Nr.: FST 1240 REG Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt
Gevaar voor lichamelijk letsel. Gebruik het apparaat alleen voor aansturen van jaloezieen rolluikmotoren of markiezen. Schakel geen andere lasten.
Best.nr. : 0425 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Lichtmanagement Taststuureenheid. Bedieningshandleiding
Art.-Nr.: 1240 STE Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Afbeelding 1: Constructie apparaat
Art.-Nr.: 244 EX Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement Draaidimmer conventioneel. Bedieningshandleiding
met druk-wisselschakelaar met druk-wisselschakelaar Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement Draaidimmer conventioneel. Bedieningshandleiding
met druk-wisselschakelaar met druk-wisselschakelaar Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als
Draadloze bussysteem Draadloze wandcontactdoosadapter voor dimmen. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Best.nr. : 1185..
Best.nr. : 1185.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Draadloze bussysteem Draadloze jaloezieactor mini. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Best. nr. : 0425 00. Bedieningshandleiding
Best. nr. : 0425 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. LB-management. Jaloeziebasiselement Universeel. Jaloeziebasiselement Universeel Art. nr.
Art. nr.: 1731JE Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade mogelijk.
Afbeelding 1: Binaire ingang 8-voudig 24 V
Art.-Nr.: 2128 REG Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële
Afbeelding 1: Schakelklok met alle segmenten
Best. nr. : 1175.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement Tronic dimmer. Bedieningshandleiding
Art.-Nr.: 243 EX Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Voedingseenheid. Art.-Nr.: 2005 REG. Art.-Nr.: 2002 REG. Bedieningshandleiding
Voedingseenheid 320 ma Voedingseenheid 640 ma Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement. Bedieningshandleiding
Draaidimmer universeel met incrementaalgever Art.-Nr.: 254 UDIE 1 Neventoestel voor draaidimmer universeel met incrementaalgever Art.-Nr.: 254 NIE 1 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Jaloeziemanagement Motorstuureenheid Universeel AC 230 V ~ Art. nr. 232 ME. Bedieningshandleiding
Art. nr. 232 ME Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële schade
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Jaloeziemanagement Motorstuureenheid Standaard AC 230 V ~ Art. nr. 230 ME. Bedieningshandleiding
Art. nr. 230 ME Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële schade
1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. LB-management. Power DALI-taststuureenheid TW
Art. nr.: 1713DSTE Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade
Draadloze bussysteem Draadloze actor mini. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat
Draadloze schakelactor mini Best.nr. : 0413 00 Draadloze tastactor mini Best.nr. : 0565 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement Trappenhuisautomaat, Impulsgever. Bedieningshandleiding
Trappenhuisautomaat Art.-Nr.: 1208 REG Impulsgever Art.-Nr.: 1208 UI Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden
Draadloze bussysteem Draadloze aanwezigheidsmelder. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Best.nr. : 0318 02. Best.nr.
Best.nr. : 0318 02 Best.nr. : 0318 04 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding
Bedieningshandleiding DALI Power Potentiometer
Lichtmanagement Bedieningshandleiding DALI Power Potentiometer 1. Veiligheidsinstructies Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend geschieden door een landelijk erkend installatiebedrijf..
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding 1. Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd, kunnen schade
Afbeelding 1. (5) LK, groen, Ethernet Link Signal, brandt bij actieve verbinding met het IP-net
KNX IP-interface Art.-Nr.: IPS 100 REG Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding
Afbeelding 1. (5) LK, groen, Ethernet Link Signal, brandt bij actieve verbinding met het IP-net
KNX IP-Router Art.-Nr.: IPR 100 REG Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding
Systeem 2000 Automatic-schakelaar 2 Standaard. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Best.nr. : Bedieningshandleiding
Best.nr. : 2301.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Systeem 2000 Trappenhuisverlichtingsautomaat, Basiselement impulsgever. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat
DIN-rail trappenhuisverlichtingsautomaat Best.nr. : 0821 00 Basiselement impulsgever Best.nr. : 0336 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag
Afbeelding 1: Constructie apparaat
Best.nr. : 0360 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Afb.2.: Achteraanzicht
KNX Multiroom-versterker Artikelnr.: MR-AMP4.4 MR-AMP4.8 Bedieningshandleiding Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Afbeelding 1: Gateway
Best. nr. : 5305 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële
1 Veiligheidsinstructies
Universeel-seriedimmer-basiselement Best.nr. : 2263 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.
1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Producteigenschappen. LB-management. Draaidimmer Standaard led
Art. nr.: 1730DD Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade mogelijk.
Systeem 2000 Systeem 2000 HLK-relais-basiselement. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Best. nr. : Bedieningshandleiding
Best. nr. : 0303 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
DALI-potentiometer Tunable White met geïntegreerde netvoeding, DALIpotentiometer. DALI-potentiometer Tunable White met geïntegreerde netvoeding
DALI-potentiometer met geïntegreerde netvoeding, DALIpotentiometer DALI-potentiometer met geïntegreerde netvoeding Best. nr. : 2030 00 DALI-potentiometer Best. nr. : 2020 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies
