RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES"

Transcriptie

1 R.v.V. 235 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, met het oog op de beteugeling van sommige reclamepraktijken. (doc. Kamer 0890/001 van 10 oktober 2000) Brussel, 30 januari 2001

2 De Raad voor het Verbruik, die op 25 oktober 2000 door de Minister van Economie werd verzocht een advies uit te brengen over een wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, met het oog op de beteugeling van sommige reclamepraktijken (doc.kamer 0890/001 van 10 oktober 2000) is op 30 januari 2001 in plenaire vergadering bijeengekomen onder het voorzitterschap van Mevrouw Struyven en heeft het hiernavolgend advies uitgebracht. De Raad voor het Verbruik heeft de Voorzitter verzocht om dit advies over te maken aan de Voogdijminister. ADVIES De Raad voor het Verbruik, Gelet op de brief van 25 oktober 2000 waarin de Minister van Economie de Raad voor het Verbruik verzoekt om een advies uit te brengen over het bovenvermelde wetsvoorstel; Gelet op de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument (W.H.P); Gelet op de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet; Gelet op het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 betreffende het consumentenkrediet; Gelet op de werkzaamheden van de Commissie "Financiële Diensten" tijdens de vergaderingen van 22 november en 15 december 2000; Gelet op de deelname aan de werkzaamheden van de volgende deskundigen : de dames Broeckaert en Marlier (M.E.Z), Domont-Naert (Test-Aankoop), Fauville (COFIDIS), de heren Guillaume en de Maleingreau (A.P.P.C), Noël (Obs.du Crédit et de l'endettement), Mampaey (Verbruikersateljee), Trimpeneers ( Bankcommissie), Van Poucke (O.I.V.O), Sénécal (B.V.K) en Cambie (M.E.Z); Gelet op het ontwerpadvies opgesteld door de heer W.Van Poucke (O.I.V.O) en de heer Sénécal (B.V.K); BRENGT HET HIERNAVOLGEND ADVIES UIT : 2

3 Inleiding Mevrouw Magda De Meyer en c.s. hebben recent een wetsvoorstel in de Kamer ingediend tot wijziging van de WHP met het oog op de beteugeling van sommige reclamepraktijken. Het wetsvoorstel beoogt drie soorten van reclame te verbieden: reclame die vermeldt of de indruk wekt dat schuldproblemen geen obstakel zijn voor het verkrijgen van een nieuw krediet, reclame die vermeldt of de indruk wekt dat de consument snel krediet kan verkrijgen en reclame die het aangaan van krediet stimuleert door te verwijzen naar bepaalde producten of diensten die daarmee verworven kunnen worden. Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in een strafsanctie wanneer verbodsbepalingen inzake reclame overtreden worden en in een burgerlijke sanctie wanneer de vooropgestelde reclameverboden overtreden worden: de rechter verklaart de overeenkomst nietig of vermindert de prijs tot de prijs bij contante betaling. Standpunt van de Raad 1. Algemene bemerkingen De Raad erkent dat sommige vormen van reclame voor krediet de consumenten ertoe aanzetten om schulden aan te gaan en aansporingen zijn tot overmatige schuldenlast. Tegen dergelijke reclameboodschappen moet worden opgetreden. De Raad vestigt de aandacht erop dat hij in het advies over een voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 12 juni 1991 betreffende het consumentenkrediet (R.v.V. 177, Brussel, 22 april 1998) de problematiek van reclame inzake consumentenkrediet reeds heeft besproken. De Raad stelt vast dat er ondertussen een nieuw wetsontwerp tot wijziging van de WCK werd opgemaakt, dat rekening houdt met zijn advies en dat werd voorgelegd aan de Raad van State. Artikel 6 van dit nieuwe wetsontwerp vult art. 6, 1 1, eerste lid WCK aan met de volgende bepaling; verboden is elke reclame voor een kredietovereenkomst: - die de consument, die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden, aanzet tot het opnemen van krediet. De Memorie van Toelichting van het wetsontwerp verduidelijkt dat twee hypotheses van onrechtmatige reclame met deze verbodsbepaling worden beoogd, nl. de reclame die personen, gebukt onder een overmatige schuldenlast, aanzet tot het beroep doen op krediet en het verbod beoogt eveneens de meest zwakke of kwetsbare personen te beschermen. Twee bijkomende verbodsbepalingen omtrent reclame voor consumentenkrediet die in het eerste voorontwerp van wet tot wijziging van de WCK werden vermeld, worden in het nieuwe wetsontwerp niet hernomen. Het betreft het verbod van reclame voor een kredietovereenkomst die misbruik maakt van het vertrouwen, de lichtgelovigheid of de zwakheden van de consument en het verbod van reclame voor een kredietovereenkomst die de passie voor het geld dat via een krediet beschikbaar is uitbuit. 3

4 2. Het wetsvoorstel De juridische basis van het wetsvoorstel: Het wetsvoorstel viseert een wijziging van de WHP met het oog op het verbieden van sommige reclame voor krediet. Deze verbodsbepalingen worden door het wetsvoorstel ingeschreven in de lex generalis (WHP) en niet in de specifieke wetgevingen omtrent krediet, nl. de wet op het consumentenkrediet van 12 juni 1991 (WCK) en de wet op het hypothecair krediet van 4 augustus 1992 (WHK) welke als lex specialis zijn te beschouwen. Zowel de WCK als de WHK bevatten echter reeds specifieke bepalingen omtrent reclame. De lex specialis is aangewezen om specifieke maatregelen te treffen die de algemene bepalingen van de WHP (verbod op misleidende reclame) aanvullen. De Raad is voorstander om specifieke verbodsbepalingen omtrent reclame voor krediet op te nemen in de specifieke wetgevingen, de WCK en de WHK, teneinde meer coherent te zijn. Een gelijkaardige bepaling, zoals voorzien in het wetsontwerp tot wijziging WCK (nieuw art. 6 WCK) zou kunnen worden opgenomen in de WHK. De dames Culot en De Roeck, de heren Fraselle, Hoffelt en Van Daele (vertegenwoordigers van de verbruikersorganisaties) merken op dat het toepassingsgebied van het wetsvoorstel ruimer is dan deze van de WCK en de WHK. Het wetsvoorstel viseert immers de reclame voor alle kredietovereenkomsten. Het betreft dus niet alleen reclame voor een consumentenkrediet of een hypothecair krediet maar ook de reclame voor bijvoorbeeld kredietopeningen aan consumenten die terugbetaalbaar zijn binnen een termijn van ten hoogste 3 maanden en lager zijn dan BEF (deze vallen immers niet onder het toepassingsgebied van de WCK). Laakbare reclameboodschappen voor kredietopeningen komen in de praktijk vaak voor en moeten dan ook door dezelfde verbodsbepalingen als in de WCK en WHK worden geviseerd. Zij pleiten derhalve om het toepassingsgebied van de WCK uit te breiden tot alle kredietopeningen. Zij verwijzen naar het advies nr. 177 en nr. 180 van de Raad waarin zij dit standpunt reeds aanhaalden en verdedigden. Door de opname van deze kredietopeningen in de WCK, met een gedeeltelijke uitsluiting (bijvoorbeeld zoals voor kredietovereenkomsten lager dan BEF), zullen deze onderworpen zijn aan dezelfde regels inzake reclame. (vertegenwoordigers van de productie), de heer de Laminne de Bex (vertegenwoordiger van de distributie), Mevrouw Van Havere en de heer Rizzo (vertegenwoordigers van de middenstand) en Mevrouw Neyt (vertegenwoordigster van de landbouw) zijn van mening dat aan de doelstellingen van het aan de Raad voor het Verbruik voorgelegde voorstel wordt voldaan door het ontwerp tot hervorming van de wet op het consumentenkrediet. Dit ontwerp werd reeds goedgekeurd door de Ministerraad en voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Wat betreft de uitbreiding van het toepassingsgebied van de wet op het consumentenkrediet, zijn die vertegenwoordigers van mening dat het niet nuttig zou zijn om het geheel van zware en dure vormvoorschriften van die wet uit te breiden tot de kleine kredietopeningen van minder dan BEF, die terugbetaalbaar zijn in maximum drie maanden. Die laatste "hebben vooral betrekking op tijdelijke debetstanden van de rekeningen of kasfaciliteiten" (zie Memorie van Toelichting van de wet van 1991 op het consumentenkrediet, sessie , 916-1, in verband met de uitsluitingen van het artikel 3, 4 van deze wet). Het gaat om situaties die kenmerkend zijn om hun soepelheid en 4

5 tekorten/kredieten mogelijk maken die verschillen van de ene maand tot de andere en waarvan de consument de eerste begunstigde is. Dit probleem is ter sprake gekomen tijdens de voorbereidende werkzaamheden op de wet van 1991 op het consumentenkrediet en de uitsluiting van die kleine kredietopeningen werd gerechtvaardigd. Artikel 2 van het wetsvoorstel: Wat de aanvulling voorzien in art. 23, 15 WHP betreft: De Raad is van mening dat aan de bezorgdheid die aan de basis ligt van dit verbod wordt tegemoetgekomen door de invoeging van artikel 6 van het wetsontwerp tot wijziging van de WCK, welke een verbod beoogt van reclame die personen, gebukt onder een overmatige schuldenlast, aanzet tot het beroep doen op krediet. De dames Culot en De Roeck, de heren Fraselle, Hoffelt en Van Daele (vertegenwoordigers van de verbruikersorganisaties) pleiten ervoor om dit verbod uit te breiden tot alle kredietovereenkomsten, ook deze die niet vallen onder het toepassingsgebied van de WCK. Wat de aanvulling voorzien in art. 23, 16 WHP betreft: De Raad vindt niet dat de snelheid van het toekennen van een krediet moet worden geviseerd maar wel de reclame die op overdreven wijze de snelheid of het gemak benadrukt met dewelke men een krediet kan bekomen. Op zichzelf vormt de snelheid niet noodzakelijkerwijze een gebrek. De toekenning van een krediet moet immers steeds overeenkomstig de regels gebeuren. (vertegenwoordigers van de productie), de heer de Laminne de Bex (vertegenwoordiger van de distributie), Mevrouw Van Havere en de heer Rizzo (vertegenwoordigers van de middenstand) en Mevrouw Neyt (vertegenwoordigster van de landbouw) zijn van mening dat het voorstel te ver gaat, daar het gewoonweg een verbod uitvaardigt, zonder te nuanceren. Zij benadrukken dat de Memorie van Toelichting van het voorontwerp van wet tot wijziging van de WCK tegemoet komt aan de verzuchtingen inzake snelheid. Het verbod van art. 6 van het wetsontwerp tot wijziging van de WCK beoogt immers ook de aankondigingen die op overdreven wijze het gemak, de snelheid, de discretie, benadrukken met dewelke men een krediet kan bekomen. En het is effectief de reclame, die op overdreven wijze de nadruk legt op de snelheid, die moeten worden aangepakt. De dames Culot en De Roeck, de heren Fraselle, Hoffelt en Van Daele (vertegenwoordigers van de verbruikersorganisaties) wensen een uitdrukkelijk verbod op dergelijke dubieuze kredietadvertenties die de lichtgelovigheid of de zwakheid van de consumenten met zware financiële problemen uitbuit door te benadrukken hoe gemakkelijk, snel, discreet en/of goedkoop het krediet is. Dergelijke reclame (snel geld nodig?, één telefoontje volstaat, ) richt zich specifiek op kwetsbare personen en tot personen die reeds moeilijkheden hebben, om nog een krediet aan te gaan. 5

6 Wat de aanvulling voorzien in art. 23, 17 WHP betreft: (vertegenwoordigers van de productie), de heer de Laminne de Bex (vertegenwoordiger van de distributie), Mevrouw Van Havere en de heer Rizzo (vertegenwoordigers van de middenstand) en Mevrouw Neyt (vertegenwoordigster van de landbouw) zijn van mening dat het verbieden van elke vorm van reclame die verwijst naar hetgeen via het krediet kan worden verworven, zou neerkomen op het verbieden van elke vorm van reclame, want een krediet wordt over het algemeen toegekend om een goed of een dienst te verwerven. Men spreekt trouwens over consumentenkrediet. Vooral de verkoop op afbetaling, de financieringshuur en het hypothecair krediet zijn wettige activiteiten die uitdrukkelijk bestemd zijn om een goed of een bepaalde dienst te verwerven en die vertegenwoordigers zien niet in waarom de reclame ervoor zou moeten worden verboden (men heeft het inzonderheid over het Autosalon en Batibouw, waarvan de gevolgen belangrijk zijn voor de economie). Hetzelfde geldt voor de kredietopeningen met of zonder kaarten die in verband staan met de aankoop van consumptiegoederen, die gewoonlijk slechts een bescheiden of middelmatige waarde hebben. Diezelfde vertegenwoordigers herinneren trouwens aan een steeds groter wordende Europese context en aan het feit dat aan de Belgische ondernemingen niet moet worden verboden wat andere wel zouden kunnen doen, waardoor ze eens te meer een zwakkere concurrentiepositie zouden bekleden. De dames Culot en De Roeck, de heren Fraselle, Hoffelt en Van Daele (vertegenwoordigers van de verbruikersorganisaties) vinden de formulering van een dergelijk verbod te verstrekkend. Zij wensen echter op te merken dat er wel een reëel probleem achter schuil gaat. Men lokt de consument om een krediet aan te gaan door te verwijzen naar een welbepaald product of dienst. Zo wordt in reclameboodschappen de aanschaf van een product vaak gekoppeld aan een kredietopening. Er is in dit geval geen relatie tussen de reclame die men voert (voor een product of dienst) en hetgeen feitelijk wordt verkocht (een krediet). Artikel 3 van het wetsvoorstel De Raad merkt op dat het wetsontwerp tot wijziging van de WCK in artikel 66 voorziet in een strafrechtelijke sanctie bij overtreding van reclamebepaling in de WCK. (vertegenwoordigers van de productie), de heer de Laminne de Bex (vertegenwoordiger van de distributie), Mevrouw Van Havere en de heer Rizzo (vertegenwoordigers van de middenstand) en Mevrouw Neyt (vertegenwoordigster van de landbouw) zijn trouwens van mening dat het bestudeerde voorstel te ver gaat en aan zijn doel voorbijgaat door het invoeren van een algemene strafrechtelijke sanctie voor inbreuken op de verbodsbepalingen in verband met de reclame uit de wet betreffende de handelspraktijken, via de reglementering van een specifiek kredietprobleem dat tot de lex specialis behoort zoals reeds werd onderstreept. Zij zijn van mening dat die algemene bestraffing niet past omdat er reeds een belangrijk instrumentarium van wet- en regelgeving bestaat om de consument te beschermen (zie hierna). 6

7 De dames Culot en De Roeck, de heren Fraselle, Hoffelt en Van Daele (vertegenwoordigers van de verbruikersorganisaties) wijzen erop dat artikel 103 WHP in strafsancties voorziet in het geval van overtredingen te kwader trouw. Zij zijn voorstander van daadwerkelijke sancties bij inbreuken. Dergelijke sancties moeten een voldoende afschrikkend karakter hebben om effectief te zijn en preventief te werken. Artikel 4 van het wetsvoorstel (vertegenwoordigers van de productie), de heer de Laminne de Bex (vertegenwoordiger van de distributie), Mevrouw Van Havere en de heer Rizzo (vertegenwoordigers van de middenstand) en Mevrouw Neyt (vertegenwoordigster van de landbouw) zijn van mening dat de burgerlijke sancties ook zeer streng zijn en op dezelfde wijze kunnen worden bekritiseerd als de strafrechtelijke sancties, namelijk dat door de voorgelegde tekst, die een specifiek doel heeft (reclame verbonden met krediet), ook andere praktijken in het gedrang komen. Bovendien gaat het vermoeden dat een overeenkomst werd gesloten als gevolg van een verboden vorm van reclame, wanneer het derhalve zou bewezen zijn dat de adverteerder reclame heeft gemaakt tijdens de periode waarin de overeenkomst werd gesloten, eveneens te ver en het zou tevens voor sommige consumenten met slechte bedoelingen een prikkel kunnen vormen om jacht te maken op reclame om vervolgens een vermindering van hun verplichtingen te bekomen. In het algemeen, herinneren de dames Struyven en Sweerts, de heren Billocq, Félix, Vandeplas en Walschot (vertegenwoordigers van de productie), de heer de Laminne de Bex (vertegenwoordiger van de distributie), Mevrouw Van Havere en de heer Rizzo (vertegenwoordigers van de middenstand) en Mevrouw Neyt (vertegenwoordigster van de landbouw) aan het feit dat het bestaande juridisch instrumentarium reeds over middelen beschikt om de consument te beschermen en dat men die middelen zou moeten gebruiken vooraleer nieuwe sancties te gaan bepalen; men heeft het inzonderheid over : het verbod op misleidende reclame (artikel 23, 2 WHP); het algemeen beginsel van het artikel 94 WHP waarbij elke daad die strijdig is met de eerlijke handelsgebruiken tegenover de consumenten verboden wordt; de vordering tot staking; het verbod op reclame die een daad in de hand werkt die dient te worden beschouwd als een niet-naleving van of een inbreuk op de wet op het consumentenkrediet (artikel 6, 3 WCK); de algemene principes van de contracten (bedrog, verantwoordelijkheid, ); het principe volgens welk elke overtreding van een wet ook een foute overtreding is van de norm van waakzaamheid en voorzichtigheid, die voortvloeit uit het artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, en aanleiding kan geven tot het vergoeden van de toegebrachte schade; het artikel 66, 16 van het wetsontwerp tot wijziging van de wet op het consumentenkrediet, dat een strafrechtelijke sanctie invoert. 7

8 De dames Culot en De Roeck, de heren Fraselle, Hoffelt en Van Daele (vertegenwoordigers van de verbruikersorganisaties) benadrukken dat de consument momenteel geen effectieve verhaalsmogelijkheid heeft om tegen reclameovertredingen op te treden. De toepassing van artikel 15 en 92 WCK is slechts een onrechtstreekse benadering van het probleem en geen rechtstreekse bestraffing van reclameovertredingen. De uitbreiding van artikel 85 WCK naar artikel 5 en 6 WCK zorgt voor een concreet actiemiddel in de handen van de consument. Deze concrete sanctie zal volgens hen een directe invloed hebben op de verdwijning van de geviseerde reclameboodschappen in artikel 5 en 6 WCK en aldus preventief werken. Zij verwijzen hiervoor naar de invloed die artikel 85 WCK had op de praktijk van het leuren voor kredietovereenkomsten die momenteel door artikel 85 WCK wordt geviseerd. 8

9 LEDEN AANWEZIG OP DE PLENAIRE VERGADERING VAN DE RAAD VOOR HET VERBRUIK VAN 30 JANUARI 2001 VOORGEZETEN DOOR MEVROUW STRUYVEN 1. Leden die organisaties van de consumenten vertegenwoordigen : Werkende : Mevrouw DE ROECK (B.G.J.G) De heer FRASELLE (Test-Aankoop) De heer HOFFELT (Febecoop) De heer VAN DAELE (F.G.T.B.) Plaatsvervangend: Mevrouw CULOT (C.S.C.) 2. Leden die de organisaties van de productie vertegenwoordigen : Werkende : Mevrouw STRUYVEN (V.B.O.) De heer FELIX (U.P.C.) Mevrouw SWEERTS (B.V.B) De heer VANDEPLAS (FEDICHEM) De heer WALSCHOT (Agoria) Plaatsvervangend: De heer BILLOCQ (B.V.B.) 3. Leden die de organisaties van de distributie vertegenwoordigen : Werkend : De heer de LAMINNE de BEX (FEDIS) 4. Leden die de organisaties van de middenstand vertegenwoordigen : Plaatsvervangende: Mevrouw VAN HAVERE (UNIZO) De heer RIZZO (U.C.M.) 5. Leden die de organisaties van de landbouw vertegenwoordigen : Werkend : Mevrouw Neyt (BOERENBOND) 9

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES R.v.V. 282 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over een ontwerp van Koninklijk Besluit tot vaststelling van bepaalde reeksen van nominale hoeveelheden en tot regeling van de aanduiding van hoeveelheden voor

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES. over de behandeling van klachten en geschillen voor de bankdiensten-krediet-beleggingen.

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES. over de behandeling van klachten en geschillen voor de bankdiensten-krediet-beleggingen. RVV 312 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over de behandeling van klachten en geschillen voor de bankdiensten-krediet-beleggingen. Brussel 19 juni 2003 De Raad voor het Verbruik die op eigen initiatief beslist

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES RVV 380 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over het ontwerp van KB betreffende de fabricage van en de handel in voedingssupplementen die andere stoffen bevatten dan nutriënten en planten of plantenbereidingen

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES R.V.V.344 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES Inzake het ontwerp van koninklijk besluit betreffende mayonaise, tot afschaffing van het koninklijk besluit van 12 april 1955 betreffende de handel in mayonaise

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES. over de hypothese van het verbod of van nieuwe maatregelen ter beperking van de huis-aan-huis verkoop.

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES. over de hypothese van het verbod of van nieuwe maatregelen ter beperking van de huis-aan-huis verkoop. R.v.V. 200 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over de hypothese van het verbod of van nieuwe maatregelen ter beperking van de huis-aan-huis verkoop. Brussel, 5 maart 1999 De Raad voor het Verbruik, die op 5

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES RVV- 472 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES Over een ontwerp van wet tot wijziging van het Wetboek van economisch recht, met betrekking tot de afronding van betalingen in euro. Brussel, 20 maart 2014 1 SAMENVATTING

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES RvV 484 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over oneerlijke handelspraktijken en aankondigingen van prijsverminderingen. Brussel, 25 juni 2015 SAMENVATTING Een arrest van het Hof van Justitie van de EU van 10

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK

RAAD VOOR HET VERBRUIK RvV 489 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over een ontwerp van Koninklijk Besluit tot opheffing van het Koninklijk Besluit van 18 juli 1972 betreffende de aanduiding van de prijs van juwelen, uurwerken, goud-

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES R.v.V. 174 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over een wetsontwerp tot wijziging van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet en tot wijziging van de wet van 13 april 1995 tot wijziging van de

Nadere informatie

Nieuwe wet B2B-Bescherming

Nieuwe wet B2B-Bescherming Nieuwe wet B2B-Bescherming Onrechtmatige bedingen Oneerlijke marktpraktijken Paul Cambie Attaché Dienst Handelsreglementering AD Economische Reglementering Onrechtmatige bedingen B2B Uitgangspunt: balans

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET Stuk 1605 (2002-2003) Nr. 1 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2002-2003 5 maart 2003 ONTWERP VAN DECREET tot goedkeuring van het samenwerkingsakkoord houdende invoering van de euro in het samenwerkingsakkoord van

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 29 / 95 van 27 oktober 1995 ------------------------------------------- O. ref. : 10 / A / 95 / 029 BETREFT : Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

A D V I E S Nr Zitting van woensdag 6 november

A D V I E S Nr Zitting van woensdag 6 november A D V I E S Nr. 1.873 ------------------------------ Zitting van woensdag 6 november 2013 ------------------------------------------------------- Voorontwerp van wet tot aanvulling en wijziging van het

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES R.v.V. 302 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over het ontwerp van Koninklijk Besluit houdende bepaalde uitvoeringsmaatregelen van de wet tot instelling van een basis-bankdienst. Brussel, 7 april 2003 De Raad

Nadere informatie

Wetboek van economisch recht consumentenkrediet. Art. 1, 1 Art. I.1, 2. Art. 1, 2 Art. I.9, 34. Art. 1, 3 Art. I.9, 35. Art. 1, 4 Art. I.

Wetboek van economisch recht consumentenkrediet. Art. 1, 1 Art. I.1, 2. Art. 1, 2 Art. I.9, 34. Art. 1, 3 Art. I.9, 35. Art. 1, 4 Art. I. Hoofdstuk 6 - Bijlage 1. Concordantietabel wet op het consumentenkrediet - Wetboek van Economisch recht (bron: FOD Economie) Wet van 12 juni 1991 op het Wetboek van economisch recht consumentenkrediet

Nadere informatie

RVV 375 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

RVV 375 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES RVV 375 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES over drie ontwerpbesluiten betreffende de regeling van de emissieniveaus van verwarmingsketels, verwarmingstoestellen en radiatoren Brussel, 15 maart 2007 De Raad

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES RVV 357 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES Over het ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van bijzondere regels inzake de aanduiding van de hoeveelheid bij het op de markt brengen van sommige motorbrandstoffen

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN

COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN C.O.B. 11 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN ADVIES OVER HET WETSVOORSTEL Nr. 51/0122 TOT WIJZIGING VAN HET BURGERLIJK WETBOEK, WAT DE INTERESTEN EN SCHADEBEDINGEN BIJ CONTRACTUELE WANUITVOERING BETREFT

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK

RAAD VOOR HET VERBRUIK RvV 488 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES Over een voorstel van koninklijk besluit betreffende mayonaise Brussel, 3 december 2015 SAMENVATTING De Minister van Economie en Consumenten vroeg de Raad om een advies

Nadere informatie

FAQ over de solden en de sperperiode

FAQ over de solden en de sperperiode FAQ over de solden en de sperperiode Boek VI Marktpraktijken en consumentenbescherming van het Wetboek van economisch recht (Boek VI WER) 1. Wanneer beginnen de solden?... 2 2. Welke sectoren kunnen deelnemen

Nadere informatie