ECLI:NL:HR:2001:AD4046
|
|
|
- Julius Bauwens
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ECLI:NL:HR:2001:AD4046 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie C99/314HR Civiel recht Cassatie - Wetsverwijzingen Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 177, geldigheid: Vindplaatsen Uitspraak Rechtspraak.nl JOL 2001, 515 NJ 2001, 632 RvdW 2001, 149 VR 2002, 97 AV&S 2002, p. 22 JWB 2001/229 5 oktober 2001 Eerste Kamer Nr. C99/314HR AP Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n NEDERLANDS BUREAU DER MOTORRIJTUIGVERZEKERAARS, gevestigd te Rijswijk, VERWEERDER in cassatie,
2 advocaat: mr. D. Rijpma. 1. Het geding in feitelijke instanties Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 23 maart 1995 verweerder in cassatie - verder te noemen: het Bureau - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-gravenhage en gevorderd te verklaren voor recht dat de rugklachten van [eiser] toerekenbaar zijn aan het verkeersongeval dat [eiser] op 17 januari 1991 overkwam en dat het Bureau mitsdien aansprakelijk is voor de schade welke van die rugklachten het gevolg is. Het Bureau heeft de vordering bestreden. De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 8 mei 1996 de zaak naar de rol verwezen om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het aantal en de personen van de te benoemen deskundigen en de aan hen voor te leggen vragen. Tegen dit tussenvonnis heeft het Bureau hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-gravenhage. Nadat het Hof bij tussenarrest van 21 april 1998 [eiser] toegelaten had tot bewijslevering, heeft het Hof bij eindarrest van 22 juni 1999 het bestreden tussenvonnis vernietigd en, opnieuw rechtdoende, het door [eiser] gevorderde afgewezen. De arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit ar-rest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het Bureau heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot vernietiging van de bestreden arresten en tot verwijzing van de zaak. De advocaat van het Bureau heeft bij brief van 31 mei 2001 op die conclusie gereageerd. 3. Beoordeling van het middel 3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (i) Op 17 januari 1991 heeft op de T-kruising Hoofdstraat/Wilhelminastraat te Hulst een botsing plaatsgevonden tussen een door [eiser] bestuurde bestelbus en een door [betrokkene A] bestuurde vrachtauto met het Belgische kenteken [...]. (ii) [Betrokkene A] reed over de Hoofdstraat, een voorrangsweg, en sloeg op de kruising linksaf de Wilhelminastraat in. Daarbij nam hij de bocht niet ruim genoeg, waardoor hij - in strijd met art. 47 van het toentertijd geldende Reglement verkeersregels en verkeerstekens (hierna: RVV) - met zijn vrachtauto (gedeeltelijk) op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft van de Wilhelminastraat is geraakt. (iii) De linker voorzijde van de door [betrokkene A] bestuurde vrachtauto is toen in aanraking gekomen met de linker voorzijde van de bestelbus van [eiser], die zich op dat moment op de Wilhelminastraat bevond, ongeveer een meter verwijderd van de haaientanden voor voornoemd kruispunt. (iv) Het Internationaal Schaderegelingsbureau B.V. (hier-na: ISB), dat namens de (buitenlandse) verzekeraar van de door [betrokkene A] bestuurde vrachtauto de zaak in behandeling heeft genomen, heeft aan [eiser] een bedrag van ƒ 4.500,-- met wettelijke rente betaald "als voorschot op schade onder algemene titel betreffende schade voortvloeiende uit het ongeval op ". De door
3 [eiser] op 24 juli 1992 ondertekende kwitantie vermeldt: "Deze betaling geschiedt zonder erkenning van aansprakelijkheid en kan gebeurlijke rechte van haar verzekerde niet schaden." (v) Het Bureau is gehouden de schade die door de door [betrokkene A] bestuurde vrachtauto is veroorzaakt te vergoeden overeenkomstig de bepalingen van de WAM. 3.2 [Eiser] heeft een verklaring voor recht gevorderd dat zijn rugklachten toerekenbaar zijn aan het ongeval en dat het Bureau aansprakelijk is voor de schade die daarvan het gevolg is. Daartoe heeft hij gesteld dat het ongeval te wijten is aan de schuld van [betrokkene A], dat het Bureau aansprakelijk is voor de schade die van dit ongeval het gevolg is, dat ISB namens het Bureau aansprakelijkheid heeft erkend en dat hij aan het ongeval rugklachten heeft overgehouden die leiden tot een blijvende invaliditeit van 7%. De Rechtbank heeft de stelling dat ISB aansprakelijkheid heeft erkend verworpen, geoordeeld dat [betrokkene A] schuldig is aan het ongeval en de zaak naar de rol verwezen teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich, met het oog op een door haar noodzakelijk geacht deskundigenbericht over de oorzaak van de rugklachten, uit te laten over het aantal en de perso(o)n(en) van de te benoemen deskundige(n) en de aan deze(n) voor te leggen vragen. 3.3 In zijn tussenarrest heeft het Hof [eiser] "op de voet van art. 177 Rv. en overeenkomstig zijn bewijsaanbod" toegelaten tot het bewijs van de door hem gestelde toedracht van het ongeval, welke - naast hetgeen hiervoor in 3.1. onder (ii) en (iii) is vermeld - inhoudt dat hij met zijn bestelbus op ongeveer een meter voor de haaientanden stilstond op het moment dat de aanrijding plaatsvond (rov. 4). In zijn eindarrest heeft het Hof geoordeeld dat [eiser] niet was geslaagd in het bewijs van de door hem gestelde toedracht van het ongeval en met name niet in het bewijs van zijn stelling dat hij met de door hem bestuurde bestelbus vóór de haaientanden stilstond toen de aanrijding plaatsvond (rov. 3). Het Hof heeft de vordering van [eiser] afgewezen na voorts nog te hebben overwogen, voor zover in cassatie van belang: "5. Weliswaar staat - als niet door grieven of anderszins bestreden - vast dat de door [betrokkene A] bestuurde Volvo-vrachtauto met Belgisch kenteken links afslaand van de Hoofdstraat (een voorrangsweg) naar de Wilhelminastraat, bij het indraaien van deze straat (gedeeltelijk) op de voor tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft van die straat is geraakt - derhalve niet overeenkomstig het bepaalde in art. 47 van het toentertijd geldende Reglement verkeersregels en verkeerstekens (verder: "Reglement") de bocht ruim genoeg heeft genomen - op het moment dat de bestelbus van [eiser] zich aldaar, ongeveer één meter verwijderd van de haaietanden, bevond, maar dat wil (nog) niet zeggen dat het ongeval daarom (uitsluitend) aan [betrokkene A] moet worden toegerekend. 6. Uit de lezing die [eiser] (blijkens het proces-verbaal van getuigenverhoor) zelf over zijn handelen voorafgaand aan het ongeval geeft, valt - kort gezegd en voor zover van belang - op te maken dat hij ter plaatse zeer goed bekend is, dat hij, rijdend in de Wilhelminastraat, voornemens was links af te slaan en de Hoofdstaat op te rijden, dat hij zijn auto midden op zijn weghelft vóór de haaietanden tot stilstand heeft gebracht en dat hij, hoewel hij goed zicht op de kruising had en de vrachtauto van [betrokkene A] goed had kunnen waarnemen, eerst (naar het verkeer) op de kruising is gaan kijken toen hij stopte. 7. Nog daargelaten dat de plaats waar [eiser] met zijn auto zou zijn gestopt niet strookt met zijn voornemen om linksaf te slaan - in dat geval had hij immers (overeenkomstig het bepaalde in art. 44 lid 2 onder b sub 2º Reglement) zoveel mogelijk tegen de wegas moeten voorsorteren -, is in elk geval niet kunnen blijken dat hij - zoals van hem als verkeersdeelnemer mag worden verwacht - voldoende op de verkeerssituatie heeft geanticipeerd en als de ten opzichte van [betrokkene A] voorrangsplichtige (overeenkomstig het bepaalde in art. 42 c.q. art. 41 Reglement) voldoende vrije doorgang heeft verleend aan deze.
4 8. Uit het vooroverwogene volgt niet alleen dat na bewijslevering [eisers] lezing van de toedracht van het ongeval niet is komen vast te staan, maar daaruit volgt ook dat hij zelf schuld heeft aan het ongeval althans in die mate dat een (eventuele) verkeersfout van [betrokkene A] daarbij in het niet valt. Nu aldus aan de door [eiser] ingestelde vordering de grondslag komt te ontvallen, dient zij alsnog te worden afgewezen. (...)" Onderdeel onderdeel 1.1 bevat geen klacht - betoogt dat het Hof heeft miskend dat de vordering van [eiser] reeds volledig kan worden gedragen door diens door het Hof (eindarrest, rov. 5) als vaststaand aangemerkte stelling dat [betrokkene A] niet overeenkomstig art. 47 RVV de bocht ruim genoeg heeft genomen op het moment dat de bestelbus van [eiser] zich aldaar, ongeveer een meter verwijderd van de haaientanden bevond, en dat daarbij niet relevant is of [eiser] op het moment van de aanrijding stilstond of niet Het onderdeel faalt. Dat [betrokkene A] door de bocht niet ruim genoeg te nemen een verkeersfout heeft gemaakt brengt niet onder alle omstandigheden mee dat hij verplicht is de door [eiser] geleden schade te vergoeden. Zo kan zich het geval voordoen dat de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend en dat de billijkheid wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist, dat de vergoedingsplicht geheel vervalt. Naar het oordeel van het Hof is hier van een zodanig geval sprake. Het Hof heeft immers geoordeeld dat [eiser] niet voldoende op de verkeerssituatie heeft geanticipeerd en als ten opzichte van [betrokkene A] voorrangsplichtige aan deze niet voldoende vrije doorgang heeft verleend, en dat de verkeersfout van [betrokkene A] bij deze fouten van [eiser] in het niet valt. Aangezien de ernst van de schending van de anticipatieplicht mede wordt bepaald door de wijze waarop [eiser] zijn verkeersgedrag heeft aangepast aan het feit dat hij een voorrangsweg naderde, is op zichzelf - los van het hierna in 3.5 met betrekking tot onderdeel 1.3 overwogene - niet onbegrijpelijk dat het Hof bij dit oordeel belang heeft gehecht aan de omstandigheid dat [eiser] niet erin was geslaagd te bewijzen dat hij met zijn bestelbus voor de haaientanden stilstond toen de aanrijding plaatsvond. 3.5 Gegrond is de klacht van onderdeel 1.3 dat het Hof heeft miskend dat de (stelplicht en de) bewijslast van omstandigheden die kunnen meebrengen dat de vergoedingsplicht van [betrokkene A], ondanks de door hem gemaakte verkeersfout, geheel of gedeeltelijk vervalt wegens eigen schuld van [eiser] op het Bureau rust. Van eigen schuld was, naar de stellingen van het Bureau, sprake omdat [eiser] hard kwam aanrijden en eerst op het laatste moment - op een afstand van circa zes meter voor de haaientanden - remde, waardoor een aanrijding niet meer was te voorkomen; indien [eiser] de doorgang voor zich had vrijgelaten en geanticipeerd had op eventueel van de voorrangsweg hem tegemoetkomend verkeer, dan zou het ongeval nimmer hebben plaatsgevonden, aldus het Bureau. [eiser] heeft deze stellingen omtrent de toedracht van het ongeval, die naar het in zoverre in cassatie niet bestreden oordeel van het Hof een beroep op eigen schuld kunnen dragen, gemotiveerd betwist. Gegeven deze betwisting rustte, overeenkomstig de hoofdregel van art. 177 Rv., de bewijslast van de zo-even genoemde stellingen op het Bureau. Het Hof, dat in de bestreden arresten niet tot uitdrukking heeft gebracht dat sprake was van omstandigheden die een andere verdeling van de bewijslast rechtvaardigden, heeft derhalve ten onrechte geoordeeld dat het aan [eiser] was om te bewijzen dat hij wel voldoende op de verkeerssituatie heeft geanticipeerd en dat hij aan [betrokkene A] wel voldoende vrije doorgang heeft verleend. 3.6 Onderdeel 1.4 berust op een onjuiste lezing van de bestreden arresten nu het ten onrechte uitgaat van de veronderstelling dat het Hof heeft aangenomen dat niet is komen vast te staan dat de door [betrokkene A] gemaakte verkeersfout het ongeval mede heeft veroorzaakt. Het onderdeel kan derhalve wegens gemis aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. 3.7 De onderdelen 2 en 3 keren zich tegen het oordeel dat [eiser] niet is geslaagd in het door het Hof van hem gevergde bewijs. Deze onderdelen behoeven, nu onderdeel 1. 3 blijkens het hiervoor in 3.5 overwogene slaagt, geen behandeling.
5 3.8 Onderdeel 4 klaagt terecht dat het Hof de vordering van [eiser] niet had mogen afwijzen zonder te beslissen op diens door de Rechtbank verworpen stelling dat ISB namens het Bureau de aansprakelijkheid van [betrokkene A], en derhalve van het Bureau heeft erkend. Uit de gedingstukken blijkt niet dat [eiser] deze stelling in hoger beroep heeft prijsgegeven. Nu het hoger beroep de toewijsbaarheid van de vordering van [eiser] opnieuw aan de orde stelde had het Hof derhalve opnieuw moeten onderzoeken of van de gestelde erkenning sprake was. 4. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de arresten van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 april 1998 en 22 juni 1999; verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het Gerechtshof te Amsterdam; veroordeelt het Bureau in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op ƒ 740,49 aan verschotten en ƒ 3.500,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 5 oktober 2001.
ECLI:NL:HR:2001:AD4914
1 of 5 12-10-2014 15:35 ECLI:NL:HR:2001:AD4914 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 14-12-2001 Datum publicatie 14-12-2001 Zaaknummer C00/042HR Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD4914 Rechtsgebieden
ECLI:NL:HR:2018:484. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 17/01642
ECLI:NL:HR:2018:484 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 30-03-2018 Datum publicatie 30-03-2018 Zaaknummer 17/01642 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:46
ECLI:NL:HR:2015:1871. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 14/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:589, Gevolgd
ECLI:NL:HR:2015:1871 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10-07-2015 Datum publicatie 10-07-2015 Zaaknummer 14/04610 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:589,
ECLI:NL:PHR:2008:BD1383 Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak Datum publicatie
ECLI:NL:PHR:2008:BD1383 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak 20-06-2008 Datum publicatie 20-06-2008 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie C07/041HR
ECLI:NL:HR:2014:156. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/00392
ECLI:NL:HR:2014:156 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 24-01-2014 Datum publicatie 24-01-2014 Zaaknummer 13/00392 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:1257,
ECLI:NL:HR:2000:AA4941
ECLI:NL:HR:2000:AA4941 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 25-02-2000 Datum publicatie 13-08-2001 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie C98/232HR Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA4941
ECLI:NL:HR:2016:24. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 14/03918
ECLI:NL:HR:2016:24 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 15-01-2016 Datum publicatie 15-01-2016 Zaaknummer 14/03918 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:1701,
ECLI:NL:HR:2016:2884. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1003, Gevolgd
ECLI:NL:HR:2016:2884 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 16-12-2016 Datum publicatie 16-12-2016 Zaaknummer 15/04494 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1003,
ECLI:NL:GHLEE:2007:BA7844 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHLEE:2007:BA7844 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 20-06-2007 Datum publicatie 25-06-2007 Zaaknummer 0600267 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
ECLI:NL:HR:2003:AF3057
ECLI:NL:HR:2003:AF3057 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2003:af3057 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 21 03 2003 Datum publicatie 21 03 2003 Zaaknummer C01/201HR
ECLI:NL:HR:2016:2885. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1004, Gevolgd
ECLI:NL:HR:2016:2885 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 16-12-2016 Datum publicatie 16-12-2016 Zaaknummer 15/04731 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1004,
IN NAAM DER KONINGIN
2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES
ECLI:NL:GHAMS:2013:3271 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2013:3271 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 08-10-2013 Datum publicatie 06-01-2014 Zaaknummer 200.121.491-01 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie
ECLI:NL:PHR:2007:AZ6118 Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 00636/06
ECLI:NL:PHR:2007:AZ6118 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak 06-03-2007 Datum publicatie 06-03-2007 Zaaknummer 00636/06 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie
ECLI:NL:HR:2016:65. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 14/05661
ECLI:NL:HR:2016:65 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 15-01-2016 Datum publicatie 15-01-2016 Zaaknummer 14/05661 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2048,
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:417, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1483
ECLI:NL:HR:2014:2652 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 09-09-2014 Datum publicatie 10-09-2014 Zaaknummer 13/01257 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie In cassatie op
ECLI:NL:RBROT:2016:665
ECLI:NL:RBROT:2016:665 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 20012016 Datum publicatie 28012016 Zaaknummer C/10/473480 / HA ZA 15333 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
ECLI:NL:HR:2005:AT8241
ECLI:NL:HR:2005:AT8241 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-11-2005 Datum publicatie 18-11-2005 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie C04/176HR Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT8241
ECLI:NL:GHAMS:2013:3247 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2013:3247 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 08-10-2013 Datum publicatie 06-01-2014 Zaaknummer 200.035.875-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01
ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 29-11-2016 Datum publicatie 06-02-2017 Zaaknummer 200.174.828/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:21, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2016:1717, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
ECLI:NL:HR:2017:571 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 31-03-2017 Datum publicatie 31-03-2017 Zaaknummer 16/03870 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:21,
ECLI:NL:GHSHE:2014:1286 Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer HD
ECLI:NL:GHSHE:2014:1286 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 06-05-2014 Datum publicatie 07-05-2014 Zaaknummer HD 200.134.974_01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger
de vennootschap naar Duits recht MECKLENBURGER KARTOFFELVEREDLUNG GMBH, gevestigd te Hagenow, Bondsrepubliek Duitsland,
LJN: AD9613, Hoge Raad, C00/311HR Datum uitspraak: 26-04-2002 Datum publicatie: 26-04-2002 Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Cassatie Vindplaats(en): JOL 2002, 260 Rechtspraak.nl Uitspraak 26
ECLI:NL:GHAMS:2014:4363 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2014:4363 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 07-10-2014 Datum publicatie 30-01-2015 Zaaknummer 200.126.703-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:GHSHE:2015:3457
ECLI:NL:GHSHE:2015:3457 Instantie Datum uitspraak 08-09-2015 Datum publicatie 08-09-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch HD
Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid
Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid Mr. Bert Kabel (1) Inleiding In het hedendaagse verkeer komt het regelmatig voor dat verkeersdeelnemers elkaar geen voorrang verlenen. Gelukkig
ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5454
ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5454 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 13-05-2009 Datum publicatie 18-08-2009 Zaaknummer 310816 / HA ZA 08-1724 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel
LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie
LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523 Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Onteigening. Verzuim tot betekening cassatieverklaring
ECLI:NL:GHSHE:2017:3619
ECLI:NL:GHSHE:2017:3619 Instantie Datum uitspraak 15-08-2017 Datum publicatie 16-08-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch 200.216.119_01
Hoge Raad der Nederlanden
4 november 2016 Eerste Kamer 15/00920 LZ/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: tegen STICHTING PENSIOENFONDS PERSONEELSDIENSTEN, gevestigd te Amsterdam, VOOR VERWEERSTER in cassatie, advocaat:
ECLI:NL:GHDHA:2016:3495
ECLI:NL:GHDHA:2016:3495 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 08-03-2017 Zaaknummer 200.179.055 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Verbintenissenrecht
ECLI:NL:HR:2007:BA1414
ECLI:NL:HR:2007:BA1414 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 15-06-2007 Datum publicatie 15-06-2007 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie C05/339HR Conclusie: ECLI:NL:PHR:2007:BA1414
JURISPRUDENTIE BURGERLIJK PROCESRECHT
JURISPRUDENTIE BURGERLIJK PROCESRECHT SPREKER MR. DRS. P.J.J. VONK, SENIOR RAADSHEER HOF DEN HAAG, RECHTER-PLAATSVERVANGER RECHTBANK NOORD-HOLLAND 3 JULI 2015 12:00 13:00 UUR WWW.AVDRWEBINARS.NL Inhoudsopgave
ECLI:NL:GHAMS:2017:147 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01
ECLI:NL:GHAMS:2017:147 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 17-01-2017 Datum publicatie 23-03-2017 Zaaknummer 200.189.286/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:HR:2017:1064. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 16/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410, Gevolgd
ECLI:NL:HR:2017:1064 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 09-06-2017 Datum publicatie 09-06-2017 Zaaknummer 16/04866 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:410,
ECLI:NL:GHDHA:2014:3834
ECLI:NL:GHDHA:2014:3834 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 28-10-2014 Datum publicatie 27-11-2014 Zaaknummer 200.140.914/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:HR:2010:BO2558
ECLI:NL:HR:2010:BO2558 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 02-11-2010 Datum publicatie 03-11-2010 Zaaknummer 09/00354 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BO2558
ECLI:NL:RVS:2016:2348
ECLI:NL:RVS:2016:2348 Instantie Raad van State Datum uitspraak 31-08-2016 Datum publicatie 31-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201506454/1/A3 Bestuursrecht Hoger
ECLI:NL:GHAMS:2016:4193 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01
ECLI:NL:GHAMS:2016:4193 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 18-10-2016 Datum publicatie 21-10-2016 Zaaknummer 200.181.474/01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie
ECLI:NL:GHSHE:2016:2505
ECLI:NL:GHSHE:2016:2505 Instantie Datum uitspraak 21-06-2016 Datum publicatie 24-04-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie - Vindplaatsen Uitspraak Gerechtshof
LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, Datum uitspraak: Datum publicatie:
LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, 225359 Datum uitspraak: 15-02-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 17-02-2012 Handelszaak Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: In deze zaak
ECLI:NL:HR:2014:381. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556, Gevolgd
ECLI:NL:HR:2014:381 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-02-2014 Datum publicatie 19-02-2014 Zaaknummer 13/02084 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556,
Rechtspraak.nl - Print uitspraak
pagina 1 van 6 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:HR:2015:2191 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:hr:2015:2191 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 14-08-2015 Datum
Hoge Raad der Nederlanden
'" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,
ECLI:NL:GHAMS:2016:4259 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01
ECLI:NL:GHAMS:2016:4259 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 25-10-2016 Datum publicatie 06-02-2017 Zaaknummer 200.053.248/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:RBAMS:2015:5812
ECLI:NL:RBAMS:2015:5812 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 23-06-2015 Datum publicatie 04-09-2015 Zaaknummer CV EXPL 14-22777 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014
arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke
ECLI:NL:RBLIM:2017:4741
ECLI:NL:RBLIM:2017:4741 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 24052017 Datum publicatie 29052017 Zaaknummer 04 5426165/CV 169694 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Verbintenissenrecht
LJN: BY3633, Gerechtshof Leeuwarden, /01
LJN: BY3633, Gerechtshof Leeuwarden, 200.092.893/01 Datum uitspraak: 20-11-2012 Datum publicatie: 20-11-2012 Rechtsgebied: Handelszaak Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Ziektekostenverzekering
het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.
LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij
ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL
ECHTSCHEIDINGS PROCESRECHT SPREKER MR. H.A. GERRITSE 9 APRIL 2015 09:00-11:15 WWW.AVDRWEBINARS.NL Inhoudsopgave Mr. H.A. Gerritse Jurisprudentie Hoge Raad 4 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1402, met betrekking
ECLI:NL:GHARL:2015:9831
ECLI:NL:GHARL:2015:9831 Instantie Datum uitspraak 22-12-2015 Datum publicatie 31-12-2015 Zaaknummer 200.173.880 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Civiel
ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8832
ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8832 Instantie Datum uitspraak 02-04-2008 Datum publicatie 07-04-2008 Zaaknummer C 06/14 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:57, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:5348, Bekrachtiging/bevestiging
ECLI:NL:HR:2016:1052 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 03-06-2016 Datum publicatie 03-06-2016 Zaaknummer 15/00912 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:57,
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2010:932 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer
ECLI:NL:GHAMS:2010:932 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 30-03-2010 Datum publicatie 05-01-2016 Zaaknummer 200.015.254-01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht
ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie
ECLI:NL:HR:2013:983 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie 18-10-2013 Zaaknummer 12/03380 Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:52, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8529,
ECLI:NL:HR:2016:2356. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/00920
ECLI:NL:HR:2016:2356 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 04-11-2016 Datum publicatie 04-11-2016 Zaaknummer 15/00920 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:238,
