Draaiboek Difterie. Juli 2013
|
|
|
- Elisabeth van Dijk
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Draaiboek Difterie Juli 2013 Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding RIVM - Centrum Infectieziektebestrijding Postbus 1, Interne postbak BA Bilthoven T F [email protected] Pagina 1 van 30
2 Inhoudsopgave Inleiding 3 Stapsgewijze benadering na een signaal of melding 4 Schema 1: Maatregelen bij (verdenking op) respiratoire difterie 9 Schema 2: Maatregelen bij (verdenking op) cutane difterie 9 Schema 3: Leidraad diagnostiek 10 Schema 4: Leidraad contacten 11 Bijlage 1. Registratie van (vermoede) difteriepatiënt 12 Bijlage 2. Casusdefinitie 15 Bijlage 3. Difterieantitoxine 16 Bijlage 4. Richtlijnen voor laboratoriumonderzoek 17 Bijlage 5. Intakeformulier intensief contact van (vermoede) difterie 19 Bijlage 6. Overzicht eersteringcontacten van (vermoede) difterie 21 Bijlage 7. Overzicht tweederingcontacten van (vermoede) difterie 22 Bijlage 8. Modelbrieven difterie door C. diphtheriae 23 Bijlage 9. Richtlijn voor het voltooien van de immunisatie bij onvolledig geïmmuniseerden 25 Bijlage 10. Profylaxeadvies voor contacten 27 Bijlage 11. Modelpersbericht 28 Bijlage 12. Modelbrief behandelaars 29 Bijlage 13. Belangrijke telefoonnummers 30 Pagina 2 van 30
3 1 Inleiding Difterie is in Nederland een zeldzame ziekte geworden dankzij actieve immunisatie in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma. Vanwege de dreiging van import uit endemische gebieden elders in de wereld, met daarna mogelijke verspreiding van de bacterie in Nederland, werd in 1993 door de Inspectie voor Gezondheidszorg een werkgroep ingesteld, die ter voorbereiding van mogelijke importgevallen een draaiboek voor difterie heeft geschreven. Importgevallen doen zich in Nederland gelukkig zelden voor en hebben tot heden niet tot verspreiding geleid. De oorspronkelijke werkgroep is daarom in 2013 opgeheven, maar blijft als solide groep deskundigen beschikbaar in geval een Outbreak Management Team voor difterie nodig zou zijn. Zolang in Nederland pockets met een lage vaccinatiegraad bestaan, blijft alertheid op import en verspreiding geboden. De epidemiologie van respiratoire difterie en huiddifterie in Nederland toonde afgelopen jaren solitaire, onverwachte gevallen met C. diphtheriae of C. ulcerans als verwekker. C. ulcerans kan hetzelfde klinische beeld als C. diphtheriae geven, maar overdracht van mens op mens is onwaarschijnlijk. De bron van deze infecties blijft vaak onopgehelderd, maar in de literatuur zijn (rund)vee en huisdieren als bron beschreven, en daarom kunnen we C. ulcerans als zoönose beschouwen. In de LCI-richtlijn Difterie is achtergrondinformatie over C. ulcerans en het daarbij benodigde bron- en contactonderzoek opgenomen. Bij de herziening van dit draaiboek in 2013 is het verschil in beleid tussen respiratoire- en cutane difterie duidelijker uiteen gezet. Bij gevallen van cutane difterie is het beleid bij aangetoond keeldragerschap uitgewerkt. Hoewel een aantal bijlagen, zoals conceptpersberichten en ouderbrieven, in de huidige epidemiologische situatie niet vaak nodig zullen zijn, is er voor gekozen om ze beschikbaar te houden om voorbereid te blijven op een (import)geval van difterie in een omgeving met een lage vaccinatiegraad. Pagina 3 van 30
4 Stapsgewijze benadering na een signaal of melding Difterie is een acute infectieziekte van voornamelijk de respiratoire slijmvliezen (respiratoire difterie) en soms van de beschadigde huid (cutane difterie). De verspreiding geschiedt aerogeen via druppels of door rechtstreeks contact met secreties uit de luchtwegen of met wondexsudaat. Asymptomatische dragers spelen een rol bij de verspreiding van difterie, maar overdracht van toxigene stammen is effectiever bij symptomatische patiënten. Preventieve maatregelen zijn erop gericht om door bron- en contactonderzoek verspreiding van de bacterie tegen te gaan en om nieuwe ziektegevallen te voorkomen. Brononderzoek is bij C. diphtheriae gericht op een besmet persoon of (endemisch) gebied van herkomst, bij C. ulcerans op het opsporen van besmet rundvee of huisdieren die in staat zijn ook andere personen te infecteren. Hieronder volgt de stapsgewijze benadering na een signaal of melding van difterie. Een overzicht van maatregelen bij een (verdenking op) difterie is weergegeven in schema 1 en 2. Schema 3 is een leidraad voor de diagnostiek en schema 4 een beslisboom voor maatregelen bij contacten. Stap 1 Binnenkomst melding - verifiëren signaal Difterie is op grond van de Wet publieke gezondheid een meldingsplichtige infectieziekte uit groep B1. Respiratoire en cutane difterie, veroorzaakt door toxinevormende C. diphtheriae of C. ulcerans, zijn meldingsplichtig. Vanwege het belang van tijdige melding wordt behandelend artsen geadviseerd al bij een vermoeden van difterie binnen 24 uur de GGD te informeren. In de praktijk wordt de verwekker nogal eens onverwacht gekweekt, en wordt een positieve kweek van C. diphtheriae of C. ulcerans bij de GGD gemeld zonder dat al bekend is of deze toxineproducerend is. Dit laatste wordt op het RIVM bepaald. In afwachting van het resultaat dienen wel reeds de volgende stappen in gang gezet te worden. Stap 2 Gegevens verzamelen (bijlage 1) Onder andere de volgende aanvullende gegevens worden verzameld: klachten, verschijnselen, eerste ziektedag, mogelijke bron van besmetting (bij C. diphtheriae met name contacten met personen uit gebieden waar difterie endemisch is, bij C. ulcerans rundvee en huisdieren, zie LCIrichtlijn Difterie ), vaccinatiestatus, andere ziektegevallen in omgeving en land van herkomst. Stap 3 Definiëren casus De GGD neemt in overleg met de dienstdoende arts van de LCI de beslissing af te wachten of maatregelen te nemen. Op basis van een eerste inschatting van de situatie wordt de diagnose gecategoriseerd als onverdacht, verdacht, waarschijnlijk of bevestigd geval (maak hierbij gebruik van bijlage 2). In afwachting van het aantonen van toxigeniteit kan in ieder geval gestart worden met inventariseren van bron en contacten. Afhankelijk van de uitingsvorm kan een voorlopige klinische diagnose kan voldoende zijn voor het nemen van maatregelen (zie schema s 1 en 2) Respiratoire difterie: er wordt onderscheid gemaakt tussen een verdacht en een waarschijnlijk geval o Verdacht geval: globale inventarisatie van bron en contacten. o Waarschijnlijk geval: maatregelen bij eersteringcontacten (zie schema 4): uitstrijken en aanbieden van profylaxe/vaccinatie. Cutane difterie: bij een verdacht of waarschijnlijk geval van cutane difterie wordt een globale inventarisatie van de bron en contacten geadviseerd. Maatregelen worden pas genomen wanneer de toxigeniteit bekend is. Stap 4 Vervolgen therapie en besmettelijkheid Het middel van keuze voor antimicrobiële therapie is penicilline IM of erythromycine oraal gedurende 10 dagen. Bespreek de besmettelijke periode met de behandelaar. Als de patiënt is opgenomen zijn isolatiemaatregelen geïndiceerd. Indien de patiënt niet is opgenomen dient de Pagina 4 van 30
5 GGD de (duur van de) beschermende maatregelen en weren van school, werk en andere activiteiten te bespreken met de betrokken personen en instanties (zie LCI-richtlijn Difterie). Respiratoire difterie: indien klinische verdenking op respiratoire difterie bestaat, verifieert de GGD bij de behandelend arts of specifiek antidifterie-immunoglobuline is toegediend of zal worden toegediend (de immunoglobuline is te verkrijgen bij de RCP/DVP, na overleg met het LCI, zie bijlage 3). Zo nodig adviseert de GGD de behandelaar hierin. De immunoglobuline dient zo spoedig mogelijk te worden toegediend. Voor of op het tijdstip van toediening van de immunoglobuline dient een serummonster van de patiënt beschikbaar te zijn voor onderzoek naar de immunologische status. Als de patiënt is opgenomen is druppelisolatie van toepassing en worden kweken door het ziekenhuis verricht. Cutane difterie: voor start van antimicrobiële therapie dienen nasofarynxkweken te worden afgenomen i.v.m. mogelijk keeldragerschap. Naast contactisolatie moet de patiënt in druppelisolatie verblijven totdat keeldragerschap is uitgesloten óf, indien keeldragerschap is aangetoond, tot de controlekweken 48 uur na staken van de antibiotische therapie tweemaal achtereen negatief zijn, met een interval van ten minste 24 uur tussen de kweken. Bij cutane difterie zonder keeldragerschap is alleen contactisolatie van toepassing tot 48 uur na start antimicrobiële therapie. C. Ulcerans: aangezien mens-op-mens overdracht bij C. Ulcerans onwaarschijnlijk is, zijn bij een patiënt met respiratoire difterie door deze verwekker geen isolatiemaatregelen nodig. Bij een door C. Ulcerans veroorzaakte cutane difterie is wondisolatie vanuit hygiënisch oogpunt wel aanbevolen. Stap 5 Bewaken diagnostiek (zie schema 2 en bijlage 4) De GGD verifieert of een geïsoleerde verdachte bacteriestam van de patiënt via het direct betrokken laboratorium snel wordt ingezonden naar de afdeling Infectieziektendiagnostiek en screening (IDS/RIVM), ter confirmatie en voor onderzoek naar de toxigeniteit van de geïsoleerde stam. Zie bijlage 4 voor de juiste procedure voor afname van diagnostische en inventarisatiekweken (voor screening). Bepaling van de titer van antitoxine in serum kan eveneens op het RIVM plaatsvinden. Voor verzending van materiaal naar het RIVM dient telefonische vooraanmelding plaats te vinden. Stap 6 Brononderzoek Voor C. diphtheriae zijn potentiële bronnen: verblijf in een endemisch gebied in het buitenland, contact in Nederland met bezoekers uit endemische gebieden of contact met een patiënt in Nederland, zie bijlage 1. De potentiële bron maakt waarschijnlijk onderdeel uit van de contacten van de index. Voor C. ulcerans zijn potentiële bronnen het drinken van rauwe, ongepasteuriseerde melk, contact met runderen of ander vee, buitenlands verblijf of contact met buitenlandse bezoekers. Ook honden en katten kunnen drager zijn van C. ulcerans. Onderzoek en diagnostiek bij dieren vindt plaats in overleg met de Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA), zie bijlage12 voor contactgegevens). Zie schema 1 en 2 voor overzicht in welk stadium brononderzoek geïndiceerd is. Stap 7 Contactonderzoek Goede informatievoorziening aan contacten is belangrijk. De voorlichting is er op gericht onrust te voorkomen en uitleg te geven over de preventieve maatregelen. De voorlichting vindt zo nodig schriftelijk en/of collectief plaats (bijvoorbeeld op scholen), en bij voorkeur nadat de toxigeniteit van de Corynebacterie is bevestigd. Stap 7.1 Omschrijving contacten bij C. diphtheriae - respiratoir of keeldragerschap Het gaat bij respiratoire difterie of cutane difterie met bewezen keeldragerschap om contacten in de 7 dagen voorafgaand aan de eerste ziektedag en tot 48 uur na het instellen van de antimicrobiële therapie De eerste ring gezinscontacten of daarmee vergelijkbaar te stellen contacten (personen die 4 uur of langer in dezelfde woning verblijven); Pagina 5 van 30
6 personen met zoen- en/of seksuele contacten met het indexgeval; personeel dat betrokken is bij de verzorging en behandeling van het indexgeval én blootgesteld is aan orofaryngeaal secreet van de patiënt; opgenomen patiënten in een ziekenhuis/instelling die in dezelfde ruimte liggen als het indexgeval, of gelegen hebben. De GGD treedt in overleg met de ziekenhuishygiënist voor afstemming met de intramurale infectieziektebestrijding. De tweede ring Ook de tweede ring wordt zo volledig mogelijk in kaart gebracht. Het gaat daarbij om contacten bij wie mogelijk onder andere omstandigheden dan bij de eerste ring transmissie heeft plaatsgevonden. Voorbeelden van tweederingcontacten: kinderen en onderwijzend personeel die dagelijks 4 uur of langer bij het indexgeval in hetzelfde lokaal verblijven (kinderdagverblijf analoog); collega's op het werk die dagelijks 4 uur of langer in dezelfde ruimte doorbrengen; regelmatige bezoekers van het gezin (ten minste 4 uur of langer in dezelfde ruimte als de index); leden van een reisgezelschap, vereniging etc. Let wel: het is te overwegen bij ongevaccineerde tweederingcontacten dezelfde maatregelen te treffen als bij eersteringcontacten. Voor de inventarisatie van contacten voor de eerste en tweede ring zijn bijlagen 5, 6 en 7 opgesteld. Stap 7.2 Omschrijving contacten bij C. diphtheriae - cutaan Bij cutane difterie zonder keeldragerschap gaat het om alle contacten die vanaf het ontstaan van de wond mogelijk in contact zijn geweest met wondexsudaat. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen eerste en tweede ring. Per geval moet een inschatting gemaakt worden van de kans op overdracht. Overleg met de LCI op basis van de aard, omvang, lokalisatie en wijze van behandelen, hoe ruim de wondcontacten geïnterpreteerd moeten worden en hoe lang er terug in de tijd naar contacten gezocht moet worden. Stap 7.3 Omschrijving contacten C. ulcerans Dit betreft contacten die aan de gemeenschappelijke bron (dier, rauwe melk) hebben blootgestaan. De kans op overdracht van mens op mens is bij C. ulcerans onwaarschijnlijk en onderzoek onder contacten van de index die niet aan dezelfde bron (dier, melk) zijn blootgesteld is niet nodig. Inventarisatie van klachten onder contacten van de index kan wel helpen een gemeenschappelijke bron te identificeren. Stap 7.4 Benaderen en informeren contacten bij C. diphtheriae Respiratoire difterie of keeldragerschap: reeds bij een waarschijnlijk geval van respiratoire difterie, en bij bewezen keeldragerschap bij cutane difterie of bij onderzochte contacten, worden alle contacten in de eerste ring actief benaderd, en indien de diagnose en toxigeniteit bevestigd zijn, ook de contacten in de tweede ring. (zie voor modelbrieven voor school en werk bijlage 10). Dit dient snel plaats te vinden om pingpongeffecten te voorkomen. Cutane difterie: pas wanneer de diagnose en toxigeniteit bevestigd zijn worden de (wond)contacten in de eerste en tweede ring benaderd. Indien er tevens sprake blijkt te zijn van keeldragerschap wordt gehandeld zoals beschreven bij respiratoire difterie. Afhankelijk van de specifieke omstandigheden kan het contactonderzoek worden uitgebreid naar andere groepen waarbij een verhoogde kans op transmissie bestaat. Stap 7.5 Verzamelen gegevens en verificatie dragerschap bij alle contacten uit de eerste ring (bij C. diphtheriae) Gebruik voor het verzamelen van de gegevens bij elk contact het registratieformulier in bijlage 5. Bij alle eersteringcontacten wordt onderzoek naar dragerschap ingesteld door middel van het afnemen van een keelwat en/of een neuswat uit de nasofarynx (vóór de eventuele start van chemoprofylaxe). Eventueel geïsoleerde stammen worden aangeboden aan het RIVM ter confirmatie en voor onderzoek van de toxigeniteit (zie bijlage 4). Pagina 6 van 30
7 Verificatie van de vaccinatiestatus Bij alle contacten wordt de vaccinatiestatus geverifieerd en wordt gevraagd naar aanvullende gegevens die kunnen bijdragen aan de identificatie van de bron, met name de directe en indirecte contacten met het buitenland. Vermeld met nadruk dat contacten bij keel-, neus- of huidklachten direct de huisarts dienen te raadplegen. Contacten uit de tweede ring worden geïnventariseerd, alsmede hun vaccinatiestatus. Stap 8 Maatregelen ten aanzien van contacten (zie schema 3) Onderstaande stappen zijn geïndiceerd bij toxigene C. diphtheriae. Stap 8.1 Vaccinatie (eerste en tweede ring) Aan niet of onvolledig gevaccineerden (dat wil zeggen: de basisvaccinatie niet voltooid) en aan diegenen waarvan de vaccinatiestatus onduidelijk is, wordt vaccinatie met DTP aangeboden (kinderen t/m 5 jaar DKTP) en zo nodig herhaald (zie bijlage 9). Revaccinatie met een eenmalige booster is noodzakelijk indien de laatste vaccinatie meer dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Stap 8.2 Profylaxe (eerste ring) Respiratoire difterie en bewezen keeldragerschap: om verspreiding van de bacterie tegen te gaan krijgen personen uit de eerste ring ongeacht de vaccinatietoestand altijd profylactisch antibiotica (zie bijlage 10). Cutane difterie: bij cutane difterie krijgen de wondcontacten ongeacht de vaccinatietoestand profylactisch antibiotica (zie bijlage 10). Er bestaan regionale verschillen met betrekking tot wie daadwerkelijk de antibiotica voorschrijft en er kunnen regionaal redenen zijn om af te wijken van het standaardadvies. Overleg met de behandelaars en arts-microbioloog is aanbevolen. Bij C. ulcerans is contactonderzoek pas geboden als een bron wordt vastgesteld (dier, rauwe melk). Aangezien van C. ulcerans weinig clusters zijn beschreven in de literatuur, dient contactonderzoek zich alleen te richten op contacten die bloot hebben gestaan aan de potentiële bron. De vaccinatiestatus dient op peil gebracht te worden, maar behandeling met antibiotica is pas geïndiceerd als een nasofarynxuitstrijk positief is. Stap 8.3 Weren Respiratoire C. diphtheriae: mensen met een positieve keelkweek van C. diphtheriae dienen te worden geweerd van school, werk of kindercentrum en andere sociale acitiviteiten (sport, etc.) buiten de kring van gezin/huisgenoten. De GGD kan deze maatregelen opheffen indien de controlekweken tweemaal achtereen negatief zijn (zie stap 8.5). Nacontrole dient plaats te vinden. Cutane C. diphtheriae: bij de cutane vorm van C. diphtheriae dienen mensen te worden geweerd totdat keeldragerschap is uitgesloten óf tot 48 uur na de start van de antimicrobiële therapie. Daarna is wering niet noodzakelijk, mits de wond goed wordt afgedekt en hygiënemaatregelen in acht worden genomen. C. ulcerans: geen weringsmaatregelen. Stap 8.4 Hygiënemaatregelen Als uitgangspunt geldt dat alle voorwerpen die in direct contact zijn geweest met patiënten en dragers, en voorwerpen en oppervlaktes die zijn besmeurd met secreties uit de luchtwegen of wondexsudaat van patiënten en dragers, goed huishoudelijk dienen te worden gereinigd. Stap 8.5 Vervolgmaatregelen Verdere maatregelen zullen in belangrijke mate afhangen van wat microbiologisch wordt vastgesteld. Nieuwe index Iemand uit de eerste ring bij wie door middel van kweken dragerschap van C. diphtheriae wordt vastgesteld, geldt als een nieuw indexgeval indien de toxigeniteit van de stam bij de eerste indexpatiënt of bij de geïdentificeerde drager uit de eerste ring vaststaat. Onder de Pagina 7 van 30
8 eersteringcontacten van deze nieuwe index worden opnieuw contactonderzoek en preventieve maatregelen ingesteld (zie stap 7 en 8). Dit is bij C. ulcerans niet aan de orde. Nacontrole behandeling De GGD of behandelaar neemt bij iedereen met een positieve kweek 48 uur na beëindiging van de antibiotische behandeling een controlekweek af. Bij respiratoire difterie en keeldragerschap worden isolatiemaatregelen in het ziekenhuis pas opgeheven wanneer controlekweken tweemaal achtereen negatief zijn, met een interval van ten minste 24 uur. Nacontrole dragerschap Bij respiratoire difterie dient de kweek na 2 weken nogmaals herhaald te worden. (Er bestaat een kans dat personen met een positieve kweek, na aanvankelijk negatief te zijn geweest na behandeling, toch weer positief worden). Stap 9 Informeren LCI De GGD informeert de LCI bij nieuwe ziektegevallen of als dragers worden geïdentificeerd. Stap 10 Landelijke maatregelen Afhankelijk van bijzondere omstandigheden van de casus en bij bovenregionale verspreiding zal de LCI landelijke coördinatie initiëren. Pagina 8 van 30
9 Schema 1: Maatregelen bij (verdenking op) respiratoire difterie Casusdefinitie (zie bijlage 2. ) Lokalisatie symptomen A. verdacht geval Keel- of neusklachten B. waarschijnlijk Keel- of geval neusklachten C. bevestigd geval* Keel- of neusklachten Asymptomatisch Verwekker Toxigeen? Brononderzoek Actie/maatregelen voor patiënt Nog onbekend Nog Globale inventarisatie Druppelisolatie patiënt onbekend bron Diagnostiek: kweek, serologie (zie schema 3) Nog onbekend Nog Potentiële bron(-nen) Toediening specifiek immunoglobuline onbekend uitstrijken Druppelisolatie patiënt Diagnostiek: kweek, serologie (zie schema 3) C. diphtheriae Tox + Potentiële bron(-nen) uitstrijken C. ulcerans Tox + Brononderzoek ism NVWA C. diphtheriae Tox + Potentiële bron(-nen) uitstrijken Toediening specifiek immunoglobuline Druppelisolatie patiënt Toediening specifiek immunoglobuline Druppelisolatie C. ulcerans Tox + Bron zal bekend zijn Geen (asymptomatische drager is waarschijnlijk bij contactonderzoek gevonden) Contactonderzoek** Globale inventarisatie contacten Contacten registreren, maatregelen 1e ring (zie schema 4) Contacten registreren maatregelen 1e + 2e ring (schema 4) Onderzoek onder contacten van bewezen bron Contacten registreren, maat-regelen 1e + 2e ring (schema 4) Geen Schema 2: Maatregelen bij (verdenking op) cutane difterie Casusdefinitie (zie bijlage 2. ) A en B. verdacht of waarschijnlijk geval C. bevestigd geval* Lokalisatie symptomen Verwekker Toxigeen? Brononderzoek Nasofarynxkweek Actie/maatregelen voor patiënt Huidafwijking C. Nog Globale Nog onbekend Diagnostiek: toxigeniteit bepaling van diphtheriae onbekend inventarisatie geïsoleerde stam (zie schema 3) en of ulcerans bron, bij C. nasofarynxkweek ulcerans i.s.m. Indien opgenomen: druppelisolatie NVWA Indien thuis: contactisolatie Huidafwijking C. diphtheriae Tox + Potentiële bron(nen) uitstrijken Negatief Positief 1. Antibiotische therapie, specifiek immunoglobuline op indicatie 2. Contactisolatie patiënt 1. Antibiotische therapie, specifiek immunoglobuline op indicatie 2. Druppelisolatie Contactonderzoek** Globale inventarisatie contacten Contacten registreren Maatregelen bij wondcontacten cf 1 e ringcontacten (zie schema 4) Contacten registreren Maatregelen bij alle 1 e + 2 e ringcontacten (schema 4) C. ulcerans Tox + Brononderzoek i.s.m. NVWA Niet nodig Contactisolatie Onderzoek onder contacten van bewezen bron *: In geval van een niet-toxigene stam zijn geen maatregelen nodig, behoudens afdekken van de wond in geval van cutane difterie, vanuit hygiëneoogpunt. **: In geval van lage vaccinatiegraad onder de contacten dienen de maatregelen in een zo vroeg mogelijk stadium te worden genomen. Pagina 9 van 30
10 Schema 3: Leidraad diagnostiek Kweek C.diphtheriae of C. ulcerans gekweekt nee herhalen tot definitieve diagnose is gesteld ja toxigene stam? nee geen verdere maatregelen ja bevestigd geval, neem maatregelen zoals beschreven bij bevestigd geval (schema 1 en 2) Serologie antidifterietoxine aangetoond nee bepaling herhalen na 2 weken ja zeer hoge titer? nee bepaling herhalen na 2 weken ja bevestigd geval, neem maatregelen zoals beschreven bij bevestigd geval (schema 1 en 2) Pagina 10 van 30
11 Schema 4: Leidraad contacten Nauwe contacten nee geen verdere maatregelen t.a.v. de omgeving ja 1e ring neem keelen/of neuswat af C. diphtheriae of C. ulcerans gekweekt? ja patiënt weren* toxigene stam? ja bevestigd geval, neem maatregelen zoals beschreven bij bevestigd geval (schema 1) nee wering kan opgeheven worden als de controlekweken 2x negatief zijn nee geen verdere maatregelen t.a.v. contact geef profylaxe ga DTPvaccinatiestatus na < 3 doses DTP of ongevaccineerd ja voltooi DTP-vaccinatieschema nee laatste dosis > 10 jaar geleden ja geef 1 DTP-vaccinatie nee geen verdere maatregelen > 3 doses DTP en laatste doses > 10 jaar ja geef 1 DTP-vaccinatie 2e ring * Bij C. ulcerans is wering niet aan de orde. nee geen verdere maatregelen ga DTP-vaccinatiestatus na zoals bij 1e ring van dit schema, en zo nodig op peil brengen Pagina 11 van 30
12 Bijlage 1. Registratie van (vermoede) difteriepatie nt Ingevuld door: Datum: Instelling: Informatie verkregen van: Personalia (patiënt) Naam: Adres: Geslacht: Geboortedatum: BSN: Telefoon (event. ouders): Huisarts (naam): Adres: Telefoon: Eerste ziektedag: Datum verwijzing: Datum opname: Specialist (naam): Telefoon: Ziekenhuis: Klachten/verschijnselen Temperatuurstijging: Tachycardie: Keelpijn: Slikklachten: Membraan in keel/neus: Huidzweren: Gezwollen nek: Opgezette klieren: Benauwdheid: Overig: Medische VG (bijzonderheden): Laboratoriumonderzoek Datum uitstrijk: Tijd: Lokalisatie: Verzonden: binnen 24 uur / na 24 uur Verzonden naar RIVM voor bepaling toxigeniteit? Bloedmonster (antistoftiters): Pagina 12 van 30
13 Antidifterie-immunoglobuline Toegediend? (zo nee, waarom niet): Indien ja, datum: Antibiotica Voor kweekafname: Na kweekafname Uitslag kweek Pos./neg.: Micro-organisme: Type/tox+? Evt. andere micro-organismen: Uitslagen vervolgkweken: Datum: Uitslag: Datum: Uitslag: Datum: Uitslag: Vaccinatiestatus Gevaccineerd? (zo nee, waarom niet): Zo ja, aantal vaccinaties: Data (jaar) vaccinaties en boosters: Uitslag bloedmonster Datum afname: Antistoftiter(s): Naam laboratorium: Microbioloog: Telefoon: Indien < 10 jaar geleden: door welke instantie gevaccineerd: Lotnummer vaccin: Mogelijke bron (max. 7 dagen vóór eerste ziektedag patiënt) In geval van C. diphtheriae: Naam: Adres: Symptomen: Behandelend arts: - naam: - telefoon: - ziekenhuis: In geval van C. ulcerans: Contact rundvee/paarden? Contact zieke honden/katten? Aantal mogelijke contacten (met wie is er contact geweest vanaf 7 dagen vóór de eerste ziektedag van de patiënt tot 3 dagen na het instellen van de therapie) Samenstelling/gezondheidstoestand Gezin: Werk: School: Recreatie/sport: Reis Pagina 13 van 30
14 Bezoek platteland? Consumptie producten waarin rauwe melk verwerkt? Voor C. diphtheriae en C. ulcerans: Reis gemaakt in de afgelopen weken? Zo ja, waarheen: Met hoeveel personen: Zijn er zieken onder (event.) reisgenoten? (zie ook linkerkolom): Uitgaansleven: Kerk: Anders: Pagina 14 van 30
15 Bijlage 2. Casusdefinitie A. Verdacht geval Laryngitis en/of nasofaryngitis en/of tonsillitis en/of serosanguinolente rhinorroe in combinatie met pseudomembraanvorming. of Huidafwijkingen waarbij C. diphtheriae of C. ulcerans is geïsoleerd waarvan de toxigeniteit (nog) niet bekend is. B. Waarschijnlijk geval Verdacht geval in combinatie met ten minste één van de volgende factoren: recent (< 2 weken) contact met een bevestigd geval; de index is in de 7 dagen voorafgaand aan de eerste ziektedag in een gebied geweest waar difterie endemisch is (bij huiddifterie langer geleden); stridor; zwelling/oedeem van de nek; petechieën op de huid en/of submucosaal; toxische circulaire collaps; acute nierinsufficiëntie; myocarditis en/of motorische verlamming 1-6 weken na de eerste ziektedag; overlijden. C. Bevestigd geval (al dan niet symptomatisch)* Isolatie van een toxigene stam van C. diphtheriae of C. ulcerans afkomstig van een typische locatie (neus, keel, huidzweer, wond, conjunctiva, oor, vagina/urethra) ongeacht de klinische verschijnselen (dus óók bij asymptomatische dragers en mensen met huiddifterie) of Tenminste viervoudige of anderszins significante stijging van de serumantitoxine. Dit geldt uitsluitend indien beide serummonsters zijn afgenomen vóór de toediening van difterietoxoïd of specifiek immunoglobuline (antitoxine) *: De casusdefinitie verschilt van het meldingscriterium: asymptomatische dragers hoeven niet gemeld te worden, maar komen wél in aanmerking voor behandeling en contactonderzoek. Pagina 15 van 30
16 Bijlage 3. Difterieantitoxine Voor behandeling van patiënten met difterie in Nederland is antitoxine beschikbaar bij het RCP/DVP, na overleg met het LCI. Men tracht antitoxine van humaan serum op voorraad te hebben, maar dat is vrijwel niet meer leverbaar. In dat geval wordt uitgeweken naar paardenantiserum. Voor indicatiestelling en uitgifte van de producten dient overlegd te worden met de LCI. De levering wordt afgehandeld door het RCP/DVP. Productbeschrijving Afhankelijk van welk product op dat moment beschikbaar is: momenteel is dit Diphtheria antitoxin B.P., een vanuit paardenserum verkregen antitoxine van de firma Sii: flacons à 10,000 IU in 10 ml. Het product is in Nederland niet geregistreerd, maar kan beperkt onder bewustheidsverklaring gebruikt worden. Indicatie Bij een waarschijnlijk of bevestigd symptomatisch geval van respiratoire, toxigene difterie, dient de patiënt zo snel mogelijk behandeld te worden met difterieantitoxine. Antitoxine wordt in principe niet toegediend bij huiddifterie of bij asymptomatisch dragerschap van toxigene C. diphtheriae, en ook niet als postexpositieprofylaxe. Toediening Antitoxine is bestemd voor intramusculaire toediening, zonodig op meerdere injectieplaatsen. Voor toediening van antistoffen verkregen uit paardenserum dient eerst hypersensibilisatie uitgesloten te worden middels een intracutane proefdosis (lees hiervoor de bijsluiter en overleg met de LCI). Dosering A. Paardenantitoxine Nasaal/pharyngeaal/laryngeal < 48h IU IM Nasopharyngeaal IU IV Extensive disease of > 3 dagen IU IV Doseringen tot IU kunnen intramusculair gespoten worden, grotere hoeveelheden moeten intraveneus toegediend worden. B. Humaan immunoglobuline Indien beschikbaar, kunnen bij humaan Ig verschillende fabrikanten verschillende doseringen aangeven, afhankelijk van de leeftijd van patiënt en ernst van het ziektebeeld. Overleg altijd met de LCI over de dosering. Pagina 16 van 30
17 Bijlage 4. Richtlijnen voor laboratoriumonderzoek 1. Algemene opmerkingen Vooraf informeren laboratorium Bij voorgenomen inzending van kweekwatten voor onderzoek naar Corynebacterium diphtheriae is het raadzaam het laboratorium c.q. de arts-microbioloog tijdig dan wel zo snel mogelijk op de hoogte te stellen. Toelichting: Voor primaire isolatie wordt gebruik gemaakt van selectieve, telluriethoudende media, zoals Hoyle s medium en Tinsdalemedium (cysteinetelluriet). Met name Tinsdalemedium heeft een beperkte houdbaarheid en sommige C. diphtheriae-stammen groeien niet op dit medium. Laboratoria zullen deze media in het algemeen niet gebruiksklaar op voorraad hebben. Daarnaast kan schapenbloedagar met fosfomycine of met colistinenalidixinezuur gebruikt worden. Voedingsbodem bij screening contacten Bij kweken in het kader van screening van (asymptomatische) contacten kan voor primaire isolatie volstaan worden met beënten van alleen een selectieve voedingsbodem (bijvoorbeeld vier monsters per cysteinetelluriet-bloed-agarplaat). Toelichting: Bij eventuele dragers of recent besmette en (nog) niet symptomatische individuen is de bacterieconcentratie zo laag dat overgroei met normale flora (op niet-selectieve voedingsbodems) de detectie van het pathogeen onmogelijk kan maken. Alleen een selectieve plaat biedt de mogelijkheid het pathogeen te ontdekken (in tegenstelling tot de situatie ten aanzien van een symptomatische patiënt waarbij breder dekkende diagnostiek via beënting van zowel selectieve als niet-selectieve voedingsbodems complementaire waarde heeft). Organisatie afname Afname zodanig organiseren dat de kweekwatten met patiëntmateriaal direct uitgestreken kunnen worden op de voedingsbodems en geïncubeerd (indien laboratorium op loopafstand; dat wil zeggen dat het monster binnen 2 uur na afname uitgestreken kan worden) of gebruik maken van transportmedia (indien de tijd tussen afname van watten en uitstrijken op voedingsbodems meerdere uren zal bedragen). Toelichting: Uitdroging van het monster moet voorkomen worden. Overleg met de arts-microbioloog. 2. Afname en transport Materialen voor afname sterke lichtbron om farynx te verlichten; steriele wattendragers/stokken in steriele houders (voor afname van nasofaryngeaal materiaal zijn flexibele wattendragers nodig); tongspatels om tong neer te drukken; steriel fysiologisch zout voor afname materiaal van huid-/neuslaesies. Afnameprocedures Keelwat: 1. De farynx moet goed zichtbaar en verlicht zijn. 2. Druk de tong neer met spatel en wrijf de wat over de achterwand van de keel, zonder daarbij de tong of binnenzijde van de wangen te raken. Pagina 17 van 30
18 3. Indien een (pseudo)membraan aanwezig is: probeer de rand van de (pseudo)membraan enigszins op te heffen en wrijf de wat onder die rand om zo diepliggende micro-organismen te bereiken. 4. Wrijf de wat stevig over elk (pseudo)membraan en alle witte plekjes en/of ontstoken gebieden; men dient lichte druk en een roterende beweging uit te oefenen. Nasofaryngeale wat: 1. Breng de wat in in een neusgat (in richting loodrecht op het aangezicht!) tot voorbij de voorste neusholte. 2. Introduceer de wat verder over de bodem van de neusholte tot de achterste nasofarynxwand is bereikt. Vermijd kracht bij stuiten op obstakels! Roteer de wat voorzichtig gedurende 10 seconden. Wat van huid- en andere laesies (bijvoorbeeld voorste neusholte): 1. Laesies dienen eerst schoongemaakt te worden met steriel fysiologisch zout; korsten zo mogelijk verwijderen. 2. Druk de wat stevig in de laesie. Transport naar laboratorium Indien onmiddellijk (laboratorium op loopafstand, monster kan binnen 2 uur na afname uitgestreken worden): Watten terugsteken in steriele hoes en afleveren bij laboratorium, alwaar de watten onmiddellijk uitgestreken dienen te worden op voedingsbodems. Indien pas na enkele uren mogelijk: Watten na materiaalafname onmiddellijk insteken in transportmedium. De keuze van het transportmedium moet in overleg met de arts-microbioloog bepaald worden; standaard (dat wil zeggen lokaal gebruikte) transportmedia zijn vrijwel altijd geschikt; officieel wordt door de WHO aanbevolen: Amies transportmedium (= gemodificeerd Stuart's medium). Wanneer de transporttijd meer dan 24 uur zal bedragen, wordt door de WHO silicagel-transportmedium aanbevolen. 3. Te vermelden klinische en epidemiologische gegevens voor het laboratorium Persoonsgegevens: naam, geboortedatum, geslacht, adres ziekenhuis waarin opgenomen (indien van toepassing) Gegevens behandelend of aanvragend arts: naam, adres, BSN Gegevens betreffende monster voor kweek: plaats/bron van patiëntmateriaal tijdstip van afname datum van afname Klinische gegevens: (indien van toepassing) symptomen datum begin ziekte behandeling voorafgaand aan monstername (antitoxine, antibiotica start- en einddatum) Epidemiologische gegevens: ziektegeval, nauw contact (eerste, tweede ring) of drager vaccinatiestatus/historie recent verblijf buitenland Pagina 18 van 30
19 Bijlage 5. Intakeformulier intensief contact van (vermoede) difterie Ingevuld door: Datum: Instelling: Personalia contact Naam: Adres: Geslacht: Geboortedatum: BSN: Telefoon (event. ouders): Relatie tot patiënt: Data contact met patiënt: Klachten/verschijnselen Temperatuurstijging: Tachycardie: Keelpijn: Slikklachten: Membraan in keel/neus: Huidzweren: Gezwollen nek: Opgezette klieren: Benauwdheid: Huisarts Naam: Adres: Telefoon: Eerste ziektedag: Datum verwijzing: Datum opname: Specialist Naam: Telefoon: Ziekenhuis: Vaccinatiestatus Gevaccineerd? (zo nee, waarom niet): Zo ja, aantal vaccinaties: Data (jaar) vaccinaties: Indien < 10 jaar geleden: door welke instantie gevaccineerd: Lotnummer vaccin: Voorgeschiedenis Ziektegeschiedenis: Gebruik corticosteroïden: Gebruik immunosuppressiva: Anders: Pagina 19 van 30
20 Mogelijke bron Contact met difteriepatiënt gehad? (anders dan het indexgeval) Zo ja, wie? Naam: Adres: Behandelend arts: - naam: - telefoon: - ziekenhuis: Opmerking Indien uit de keel- en/of neusuitstrijk van deze persoon een C. diphtheriae wordt gekweekt, dan wordt deze persoon als een nieuw indexgeval beschouwd indien de toxigeniteit van de stam bij de indexpatiënt of bij deze persoon vaststaat. Indien dit het geval is, dient bijlage 1 te worden ingevuld. Reis gemaakt in de afgelopen weken? Zo ja, waarheen: Met hoeveel personen: Zijn er zieken onder (event.) reisgenoten? Overige opmerkingen Pagina 20 van 30
21 Bijlage 6. Overzicht eersteringcontacten van (vermoede) difterie Ingevuld door: Instelling: Datum: Personalia (patiënt) Naam: Adres: Geslacht: Geboortedatum: Telefoon (contactpersoon): Eerste ziektedag: Datum verwijzing huisarts: Datum verwijzing specialist: Datum opname: Naam Relatie Geb. datum Geslac ht Huisarts Naam: Adres: Telefoon: Specialist Naam: Telefoon: Ziekenhuis 1e ziekt edag Verschijnsel en? Vaccinatiestatus Pagina 21 van 30
22 Bijlage 7. Overzicht tweederingcontacten van (vermoede) difterie Ingevuld door: Instelling: Datum: Gegevens school / werk / overig Naam: Adres: Plaats: Telefoon (contactpersoon): Relatie: Naam groep / afdeling: Naam leerkracht / contactpersoon: N a a m Relatie Geb. datum Geslac ht 1e ziektedag Verschijnsel en? Vaccinatiestatus Pagina 22 van 30
23 Bijlage 8. Modelbrieven difterie door C. diphtheriae Modelbrief schoolsituatie Aan ouders betrokken kinderen Geachte ouders van <naam school>, Enkele dagen geleden is op de school van uw kind in <woonplaats> een mogelijk geval van difterie geconstateerd. De ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie. De bacterie kan bij nauw contact van mens op mens worden overgedragen. Op dit moment is de ziekte bij de patiënt nog niet met zekerheid vastgesteld. Hoewel er nog geen zekerheid is of het echt om difterie gaat, bestaat de mogelijkheid dat uw zoon/dochter op school contact heeft gehad en daardoor besmet kan zijn. De kans dat de difteriebacterie ziektegevallen zal veroorzaken is uiterst klein. Het vóórkomen van difterie is ongebruikelijk aangezien in Nederland alle personen die geboren zijn na 1950 tegen difterie worden ingeënt. Difterie is een infectie van de keel (soms van de neus of de huid). Bij infectie ontstaan keelpijn en slikklachten. Difterie kan zonder behandeling zeer ernstig verlopen. Bij vroegtijdige opsporing en snelle behandeling geneest iedereen altijd volledig. Bij kinderen die gevaccineerd zijn verloopt de infectie onbemerkt of met weinig klachten. Toch is het verstandig om als kinderen uit groep <nummer> last hebben van keelklachten of pijn bij slikken naar de huisarts te gaan en deze brief te overhandigen. Informatie over difterie en de vaccinatie ertegen kunt u vinden op de website van het RIVM: [Wellicht bij de brief al een folder/bijlage met meer informatie over difterie toevoegen] Voor vragen over deze brief of over difterie kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de afdeling infectieziektebestrijding van <naam GGD> via telefoonnummer <tel. nr. GGD>. U kunt telefonisch aan een van onze deskundigen deze vragen stellen via het telefoonnummer <...>. Wij zijn op <dag> vanaf <tijd> bereikbaar. Directeur GGD Pagina 23 van 30
24 Modelbrief werksituatie Geachte heer, mevrouw, Bij één van de medewerkers van < naam vestiging, bedrijf, etc. > is mogelijk difterie geconstateerd. De ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie. De bacterie kan bij nauw contact van mens op mens worden overgedragen. Op dit moment is de ziekte bij de patiënt nog niet met zekerheid vastgesteld. Hoewel er nog geen zekerheid is of het echt om difterie gaat, bestaat de mogelijkheid dat u of een van uw collega's tijdens het werk contact heeft gehad en daardoor besmet kan zijn. De kans dat de difteriebacterie ziektegevallen zal veroorzaken is uiterst klein. Het vóórkomen van difterie is ongebruikelijk aangezien in Nederland alle personen die geboren zijn na 1950 tegen difterie worden ingeënt. Difterie is een infectie van de keel (soms van de neus of de huid). Bij infectie ontstaan keelpijn en slikklachten. Difterie kan zonder behandeling zeer ernstig verlopen. Bij vroegtijdige opsporing en snelle behandeling geneest iedereen altijd volledig. Bij personen die gevaccineerd zijn tegen difterie verloopt de infectie onbemerkt of met weinig klachten. Toch is het verstandig om bij keelklachten of pijn bij slikken naar de huisarts te gaan en deze brief te overhandigen. Informatie over difterie en de vaccinatie ertegen kunt u vinden op de website van het Rijksvaccinatieprogramma van het RIVM: en via Voor vragen over deze brief of over difterie kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de afdeling infectieziektebestrijding van <naam GGD> via telefoonnummer <tel. nr. GGD>. U kunt telefonisch aan een van onze deskundigen deze vragen stellen via het telefoonnummer <...>. Wij zijn op <dag> vanaf <tijd> bereikbaar. Directeur GGD Pagina 24 van 30
25 Bijlage 9. Richtlijn voor het voltooien van de immunisatie bij onvolledig geı mmuniseerden* Voltooien van de basisimmunisatie voor DKTP-Hib, DKTP en DTP bij niet of onvolledig gevaccineerde kinderen van 12 maanden en ouder Ontvangen op de Actuele leeftijd van het kind en toe te dienen vaccin(s) leeftijd van: < 12 maanden 1 tot 2 jaar (12 t/m 23 maanden) 0 x DKTP-Hib Op dit moment -Hip en 4 weken en 6 maanden 1 x DKTP-Hib Op dit moment -Hip en 4 weken en 6 maanden 2 x DKTP-Hib Op dit moment -Hip en 6 maanden 3 x DKTP-Hib Op dit moment -Hip (mits 6 maanden na de laatste dosis) 2 t/m 5 jaar (24 t/m 71 maanden) Op dit moment en 4 weken en 6 maanden # Op dit moment en 4 weken en 6 maanden # Op dit moment en 6 maanden # Op dit moment # (mits 6 maanden na de laatste dosis) 6 jaar ( 72 maanden) Op dit moment DTP en 4 weken DTP en 6 maanden DTP Op dit moment DTP en 4 weken DTP en 6 maanden DTP Op dit moment DTP en 6 maanden DTP Op dit moment DTP Pagina 25 van 30
26 Ontvangen op de leeftijd van: 12 maanden Actuele leeftijd van het kind en toe te dienen vaccin(s) 1 tot 2 jaar (12 t/m 23 maanden) 0 x DKTP-Hib Op dit moment -Hip en 4 weken en 6 maanden 1 x DKTP-Hib Op dit moment en 6 maanden 2 t/m 5 jaar (24 t/m 71 maanden) Op dit moment, en 4 weken en 6 maanden # Op dit moment en 6 maanden # 6 jaar ( 72 maanden) Op dit moment DTP en 4 weken DTP en 6 maanden DTP Op dit moment DTP en 6 maanden DTP 2 x DKTP-Hib Op dit moment (mits 6 maanden na de laatste dosis) Op dit moment # (mits 6 maanden na de laatste dosis) Op dit moment DTP (mits 6 maanden na de laatste dosis) # Geldt als revaccinatie op de leeftijd van 4 jaar als het kind ouder is dan 24 maanden Geldt als revaccinatie op de leeftijd van 4 jaar als het kind jonger is dan 6 jaar of als revaccinatie op de leeftijd van 9 jaar als het kind 6 jaar of ouder is. * Afkomstig uit: Uitvoeringsregels RVP 2010 Een uitgave van het Centrum Infectieziektebestrijding RIVM Belangrijke wijziging ten opzichte van 2009: In hoofdstuk 7 staat vermeld dat de leeftijdsgrens voor Hib-vaccinatie is teruggebracht naar de 2e verjaardag. De reden hiervoor is dat de incidentie voor meningitis en sepsis, veroorzaakt door de Hib-bacterie, bij kinderen van 2 jaar en ouder erg laag is, namelijk iets boven de 1/ Meestal betreft het een vaccinfalen. (Zie ook tcm pdf) Pagina 26 van 30
27 Bijlage 10. Profylaxeadvies voor contacten Onafhankelijk van de vaccinatiestatus van betrokkenen wordt in de eerste ring bij een bewezen geval van difterie door C. diphtheriae altijd profylaxe gegeven. Erytromycine is eerste keus. Penicilline is tweede keus als erytromycine niet wordt verdragen of als er twijfel is over de therapietrouw. Hierbij gelden de volgende doseringen: 1e keus erytromycine oraal gedurende 7 dagen: volwassenen 1.0 g/dag (4dd 250 mg) kinderen 40 mg/kg/dag (max. 1.0 g/dag) 2e keus benzathine penicilline (Penidural ) éénmalig IM: < 30 kg 0,6 miljoen E 30 kg 1,2 miljoen E Indien de keeluitstrijk positief is dan dient deze profylaxe gevolgd te worden door een 10- daagse kuur erytromycine. Pagina 27 van 30
28 Bijlage 11. Modelpersbericht Bij <aantal> personen in de regio <regio> is de ziekte difterie vastgesteld. <Aantal> patiënt(en) is/zijn met ziekteverschijnselen in het ziekenhuis opgenomen. In de directe omgeving zijn maatregelen genomen om verspreiding van de ziekteverwekker te voorkomen. Bij <aantal> contacten zonder klachten is de ziekteverwekker ook gevonden. Er bestaat geen direct gevaar voor de volksgezondheid omdat in Nederland sedert de jaren vijftig vaccinatie tegen difterie in het Rijksvaccinatieprogramma is opgenomen. Difterie is een ziekte die gepaard kan gaan met ernstige keelklachten. Bij tijdige onderkenning is behandeling in het algemeen goed mogelijk. Door massale vaccinatie van de bevolking komt de ziekte sedert de Tweede Wereldoorlog nog maar sporadisch voor in Nederland en andere West-Europese landen. De GGD in <naam> coördineert de bestrijdingsmaatregelen. Alle personen die hiervoor in aanmerking komen, zullen actief door de GGD worden benaderd. De huisartsen en ziekenhuisartsen in de regio zijn door de GGD gewaarschuwd alert te zijn op verschijnselen van difterie bij hun patiënten. Verdere maatregelen worden momenteel niet noodzakelijk geacht. Pagina 28 van 30
29 Bijlage 12. Modelbrief behandelaars Aan huisartsen, internisten, kinderartsen, KNO-artsen Hierbij vraag ik uw aandacht voor het volgende. In <plaats> is op <datum> een geval van difterie geconstateerd. Difterie is een acute infectieziekte, voornamelijk van de respiratoire slijmvliezen, veroorzaakt door de grampositieve, staafvormige bacterie, Corynebacterium diphtheriae. De verspreiding geschiedt aerogeen via druppels of door rechtstreeks contact met secreties uit de luchtwegen. De lokale en systemische verschijnselen bij difterie worden veroorzaakt door een krachtige exotoxine. Verschijnselen zijn necrose van het slijmvlies van de bovenste luchtwegen met de vorming van een pseudomembraan en submucosaal oedeem. Systemisch zijn hart, nieren en perifere zenuwstelsel het meest gevoelig voor de toxine. Na een incubatietijd van 1 tot 7 dagen (meestal 2 tot 5 dagen) ontstaan algemene malaise met subfebriele temperatuur, rusteloosheid, tachycardie en lokale verschijnselen. De GGD <naam GGD> is belast met de bestrijding en onderneemt momenteel de nodige activiteiten om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Hiertoe worden alle directe contacten van de patiënt benaderd voor onderzoek op dragerschap, voor profylactisch antibiotische behandeling en voor zo nodig vaccinatie. De antibiotische behandeling vindt plaats om ziekte te voorkomen bij eventueel dragerschap en om verdere verspreiding van de bacterie tegen te gaan. Indien verspreiding plaatsvindt is op epidemiologische gronden te verwachten dat de ziekte zich slechts langzaam verspreidt. Bovendien zal hetzij door vaccinatie hetzij door natuurlijk verworven immuniteit een groot deel van de bevolking beschermd zijn tegen ziekte. Hierdoor wordt eveneens de kans op dragerschap sterk verminderd. Het is niet uit te sluiten dat zich de komende periode meerdere gevallen van difterie voordoen. Verdenking op difterie bestaat indien patiënt zich presenteert met de volgende verschijnselen: laryngitis en/of nasofaryngitis en/of tonsillitis en/of serosanguinolente rhinorroe in combinatie met pseudomembraanvorming. Bij verdenking verzoek ik u de volgende maatregelen te nemen: - de patiënt direct te melden bij de GGD; - zorg te dragen voor opname voor klinische evaluatie en behandeling. Bij de behandeling is het van groot belang dat zo spoedig mogelijk specifiek antidifterieimmunoglobuline wordt toegediend. De immunoglobuline is met tussenkomst van de GGD te verkrijgen bij de RCP/DVP van het RIVM (zie bijlage 1). Aan het afnemen van de kweek worden speciale eisen gesteld (zie bijlage 2). Kweekmateriaal dient via het direct betrokken laboratorium zo snel mogelijk te worden aangeboden aan het RIVM (afdeling IDS/CIb/) ter confirmatie en voor onderzoek naar de toxigeniteit van een (eventueel) geïsoleerde stam. Patiënten met respiratoire difterie en asymptomatische dragers met een toxigene stam dienen in druppelisolatie te worden verpleegd. Patiënten met huiddifterie dienen in druppel en contactisolatie te verblijven totdat keeldragerschap is uitgesloten óf tot 48 uur na de start van antimicrobiële therapie. Daarna volstaat contact (wond) isolatie. (WIP-richtlijnen). Personen met een positieve kweek die thuis verblijven, moeten worden geweerd van kindercentrum, school, werk en sociale activiteiten (sport etc.) buiten de kring van gezin/huisgenoten. Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met de GGD: < > NB. De in de conceptbrief genoemde bijlagen 1 en 2 zijn identiek aan resp. de bijlagen 3 en 4 uit het draaiboek. Pagina 29 van 30
30 Bijlage 13. Belangrijke telefoonnummers RIVM CIb/LCI (dienstdoend arts) Telefoon (binnen en buiten kantooruren): CIb/IDS Inzenden bacteriestammen of serum Kantooruren: (dr. D. Notermans of vervanger) Buiten kantooruren (het algemene nummer): (dienstdoende artsmicrobioloog) Vaccins Antidifterie-immunoglobuline (zie bijlage 3). Voor indicatiestelling: LCI (binnen en buiten kantooruren) De producten worden geleverd door RCP/DVP) (24 uur per dag bereikbaar). Binnen kantooruren: Buiten kantooruren: Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) Telefoon (binnen en buiten kantooruren): Pagina 30 van 30
Rubella Synoniemen: rodehond, German measles, Röteln
Rubella Synoniemen: rodehond, German measles, Röteln B06 Bijlage I Rubella en zwangerschap, richtlijnen voor de praktijk Beleid naar aanleiding van een (mogelijk) contact (zie toelichting 1) Inventariseer
Difterie. Ziektebeeld
57 Difterie Ziektebeeld Difterie is een acute, bacteriële infectie van de bovenste luchtwegen. Difterie kan ook voorkomen ter hoogte van de huid en zelden op andere plaatsen. Het ziektebeeld vormt een
Bijlage 1. Bron- en contactonderzoek bij clusters van MRSA-infectie
Staphylococcus aureus-infecties, inclusief MRSA A41 Bijlage 1. Bron- en contactonderzoek bij clusters van MRSA-infectie Achtergronden Het in Nederland gevoerde strikte screenings- en isolatiebeleid ( search-and-destroy
Tot categorie 1 behoren - patiënten bij wie het MRSA dragerschap is aangetoond A
MRSA In deze folder geeft het Ruwaard van Putten Ziekenhuis u algemene informatie over de MRSA bacterie en de maatregelen die het ziekenhuis treft bij patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting.
De nieuwe meldingsplicht voor tien ziekten Hans van Vliet RIVM-CIb 7 oktober 2008
De nieuwe meldingsplicht voor tien ziekten Hans van Vliet RIVM-CIb 7 oktober 2008 Wat bespreken Iets over meldingscriteria De nieuwe ziekten (2 minuten per ziekte!) - Wat is de reden om het te melden -
Mazelen. Coschap Huisarts- en Sociale geneeskunde Huisartsenpraktijk P.A.J. van de Kar Jiske Sloekers
Mazelen Coschap Huisarts- en Sociale geneeskunde Huisartsenpraktijk P.A.J. van de Kar Jiske Sloekers 25-04-2019 Wat is mazelen? Virusinfectie morbellivirus Aerogene druppel verspreiding Primaire infectie
Bijlage 3. Monitoring contacten ebola- of marburgpatie nt
Bijlage 3. Monitoring contacten ebola- of marburgpatie nt Contacten van een patiënt met een ebola- of marburginfectie staan onder controle van de GGD, de afdeling infectiepreventie of de bedrijfsgeneeskundige
MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN
MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN Inleiding U kunt in deze folder informatie vinden over de Methicilline Resistente Staphylococcus aureus (MRSA) en de maatregelen die het Franciscus Gasthuis & Vlietland treft
Afwezige of niet goed werkende milt. Behandeling en voorkomen van infecties
Afwezige of niet goed werkende milt Behandeling en voorkomen van infecties In deze folder vindt u informatie over de risico s die een afwezige milt of een milt die niet goed werkt met zich mee kunnen brengen.
Maatregelen tegen overdracht van Klebsiella Oxa-48 buiten het ziekenhuis
Maatregelen tegen overdracht van Klebsiella Oxa-48 buiten het ziekenhuis LCI-RIVM en Werkgroep Infectiepreventie (WIP) Versie 16/6/2011 1. Bacteriologisch onderzoek Bacteriologisch onderzoek 1.1 Soorten
Gastro-enteritis. Ziektebeeld. Incubatieperiode
DRAAIBOEK INFECTIEZIEKTEN CLB GASTRO-ENTERITIS 73 Gastro-enteritis Voor meer achtergrondinformatie over een individuele kiem, zie ook volgende fiches: Calicivirusinfecties Campylobacteriose Escherichia
Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A
Naast deze infokaart over hepatitis zijn er ook infokaarten beschikbaar over: infectieziekten algemeen, tuberculose, seksueel overdraagbare aandoeningen, jeugd en onveilig vrijen en jeugd en vaccinatie.
RSV Risicogroep Oorzaak Symptomen van RSV
RS virus Uw kind is opgenomen op de kinderafdeling van het VUmc in verband met een infectie van RSV. Opname in het ziekenhuis vindt plaats bij ernstige benauwdheid en als zich voedingsproblemen voordoen.
MRSA. Wat is MRSA, wat zijn de gevolgen voor u, uw familie, voor medewerkers en andere patiënten?
MRSA Wat is MRSA, wat zijn de gevolgen voor u, uw familie, voor medewerkers en andere patiënten? 2 Wat is MRSA? MRSA staat voor Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus. Stafylokokken zijn bacteriën
Afdeling hygiëne en infectiepreventie MRSA-bacterie? Voorkomen is beter
Afdeling hygiëne en infectiepreventie MRSA-bacterie? Voorkomen is beter Bent u de afgelopen 2 maanden in een buitenlands ziekenhuis opgenomen of behandeld geweest? Hebt u beroepsmatig contact met varkens
Bijzonder Resistente Micro-Organismen. Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO
Bijzonder Resistente Micro-Organismen Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO In deze folder vindt u meer informatie over Bijzonder Resistente Micro Organismen (BRMO) en Extended Spectrum Beta-Lactamase
Beroepsmatig in aanraking komt met levende varkens, vleeskalveren of vleeskuikens.
MRSA 1 U wordt behandeld in een zorginstelling en bent mogelijk in contact gekomen met de MRSA bacterie (Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus). Dit kan zijn doordat u Beroepsmatig in aanraking
Wat is M RSA? Wat zijn de ziekteverschijnselen van M RSA? Hoe kun je M RSA krijgen en hoe kun je anderen besmetten?
MRSA In deze folder leest u wat MRSA is, welke gevolgen dit kan hebben voor uw opname en behandeling en welke maatregelen er genomen worden om de verspreiding van MRSA te voorkomen. U wordt behandeld
Nr Naam Beschrijving Mogelijke waarden of verwijzingen 1 Patiëntidentificatie Een uniek patiëntidentificatienummer Vrije tekst
Toelichting op het registratieformulier oktober 2014 Optionele variabelen zijn in donkergrijs weergegeven op het registratieformulier en in deze toelichting. Nr Naam Beschrijving Mogelijke waarden of verwijzingen
MRSA Radboud universitair medisch centrum
MRSA U wordt behandeld in het Radboudumc en bent mogelijk in contact gekomen met de MRSA bacterie (Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus). Dit kan zijn doordat u Beroepsmatig in aanraking komt
VSV Achterhoek Oost Protocol Preventie en behandeling van early-onset neonatale infecties
VSV Achterhoek Oost Protocol Preventie en behandeling van early-onset neonatale infecties Doel Het doel van dit protocol is preventie, herkenning, optimalisering van diagnostiek en behandeling van early-onset
LCI-richtlijn hepatitis B Bijlage 3. Vragenlijst over hepatitis B
LCI-richtlijn hepatitis B Bijlage 3. Vragenlijst over hepatitis B Algemeen Deze vragenlijst biedt de mogelijkheid gegevens te verzamelen voor bron- en contactonderzoek na een melding van hepatitis B. Hoewel
Bijzonder Resistente Micro-organismen (BRMO)
Bijzonder Resistente Micro-organismen (BRMO) Inleiding U ontvangt deze folder omdat bij u een BRMO is aangetoond. In deze folder kunt u lezen meer over een BRMO zoals wat het is, hoe het wordt vastgesteld
Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1
Protocol Ziekte bij kinderen Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 Voorwoord... 2 Ziektebeleid... 3 Zieke kinderen... 3 Richtlijnen voor geneesmiddelenverstrekking binnen het dagverblijf... 3 Richtlijnen voor
Wie komen er voor het RVP in aanmerking?
Wie komen er voor het RVP in aanmerking? Vanaf 1 januari 2015 wordt het RVP niet meer via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geregeld, en is dus geen verstrekking meer in het kader van de AWBZ. Met
Wat te doen na een Prik of Snij-ongeval
Wat te doen na een Prik of Snij-ongeval Wat te doen na een Prik of Snij-ongeval in de St. Anna Zorggroep Voorlichtingsbrochure betreffende bloedoverdraagbare aandoeningen op en door het werk. Algemeen
Papegaaienziekte. (Psittacose) Informatie over de ziekte en de procedures van de NVWA voor vogelhouders en -handelaren
Papegaaienziekte (Psittacose) Informatie over de ziekte en de procedures van de NVWA voor vogelhouders en -handelaren Papegaaienziekte bij dieren De bacterie Chlamydia psittaci veroorzaakt papegaaienziekte
Tuberculose LTBI (latente tuberculose infectie) Vragenlijst en handleiding. M.i.v. 1 januari 2011
Osiris-NTR Tuberculose LTBI (latente tuberculose infectie) Vragenlijst en handleiding M.i.v. 1 januari 2011 Handleiding Osiris-NTR LTBI, januari 2011-1 - Melding van LTBI Personen bij wie een LTBI is vastgesteld
8 Kinkhoest Rubriekhouder: Mw. dr. H. de Melker, RIVM ( )
8 Kinkhoest Rubriekhouder: Mw. dr. H. de Melker, RIVM (1998-2012) Inleiding Kinkhoest is een acute, zeer besmettelijke infectie van de bovenste luchtwegen die veroorzaakt wordt door de bacterie Bordetella
MRSA. Hygiëne en infectiepreventie. Beter voor elkaar
MRSA Hygiëne en infectiepreventie Beter voor elkaar Inleiding Ieder mens draagt bacteriën bij zich. Deze bacteriën zijn zowel op als in het lichaam aanwezig. De Staphylococcus aureus is een bacterie die
MRSA. Rini Eringfeld Specialist ouderengeneeskunde De Zorgboog
MRSA Rini Eringfeld Specialist ouderengeneeskunde De Zorgboog MRSA in het verpleeghuis Op 1-8-2008 wordt bij een medewerker werkzaam op de dubbelzorgafdeling de Wich op St. Jozefsheil te Bakel een MRSA
Mazelen surveillance overzicht, 1 mei 4 dec 2013 (week 49)
Mazelen surveillance overzicht, 1 mei 4 dec 2013 (week 49) Bron gegevens: Osiris/CIb-LCI/CIb-IDS. Auteurs: Esther Swart, Susan Hahné (CIb-EPI). Met dank aan Annemarijn van Ginkel, Tessa van t Klooster,
Bescherm je kind tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm je kind tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Bescherm je kind tegen ernstige infectieziekten Bijna alle kinderen in Nederland worden gevaccineerd tegen ernstige infectieziekten. Daarom
Informatie over Clostridium difficile
Informatie over Clostridium difficile 2 Clostridium difficile is een bacterie die bij elk mens in de dikke darm voorkomt. Door toediening van antibiotica kan het evenwicht in de darmen verstoord raken.
Schimmelinfectie van de huid ("ringworm," dermatofytose) bij honden en katten
Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Dermatofytose is de medische term voor een schimmelinfectie van de oppervlakkige laag van de huid, nagels of haren. De infecties
Tetanusvaccinatie. Afdeling Spoedeisende Hulp Locatie Veldhoven
Tetanusvaccinatie Afdeling Spoedeisende Hulp Locatie Veldhoven Wat is tetanus? Tetanus is een ernstige, acute infectieziekte die door een bacterie wordt veroorzaakt. Tetanus komt wereldwijd voor. De bron
LCI-richtlijn difterie
LCI-richtlijn difterie 1. Historie Hoewel waarschijnlijk Hippocrates de ziekte reeds kende, kreeg ze pas in 1821 een naam. Tijdens een epidemie in het zuiden van Frankrijk gaf de Fransman Bretonneau de
Ziekteprotocol kinderopvang. september Protocol ter ondersteuning van handelswijze bij ziektegevallen in de kinderopvang
Ziekteprotocol kinderopvang september 2018 Protocol ter ondersteuning van handelswijze bij ziektegevallen in de kinderopvang ZIEKTEPROTOCOL KINDEROPVANG Algemeen Het ziekteprotocol is opgesteld conform
Allereerst wensen wij iedereen natuurlijk een beestachtig en gelukkig 2014 toe!
Nieuwsbrief Januari 2014 Allereerst wensen wij iedereen natuurlijk een beestachtig en gelukkig 2014 toe! Wij staan in het nieuwe jaar weer voor u en uw huisdieren klaar! Ik wilde het over het nut en het
Procedure afhandeling meldingen Havens Noordzeekanaal
Procedure afhandeling meldingen Havens Noordzeekanaal Juni 2013 versie 2.0 Gebaseerd op Draaiboek IHR: infectieziekten gerelateerd aan internationaal vervoer van mensen en goederen MELDINGSSYSTEEM SCHIP-RMD-GGD
U denkt dat uw kind mazelen heeft Wanneer u vermoedt dat uw kind mazelen heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met uw huisarts.
Aan alle ouders en verzorgers, Bij een aantal niet-gevaccineerde kind(eren) in het Land van Heusden en Altena is mazelen geconstateerd. In deze brief willen wij u in overleg met de GGD West-Brabant informeren
adviezen na een MRSA informatiefolder voor hernia-operatie patiënt en bezoeker van ZorgSaam Ziekenhuis ZorgSaam
MRSA adviezen na een informatiefolder voor hernia-operatie patiënt en bezoeker van ZorgSaam Ziekenhuis ZorgSaam 1 Wat is MRSA en wat zijn de gevolgen voor u, uw familie, voor medewerkers en andere patiënten?
Rundertuberculose. (Boviene tuberculose) Informatie over de ziekte en de procedures van de NVWA voor dierhouders
Rundertuberculose (Boviene tuberculose) Informatie over de ziekte en de procedures van de NVWA voor dierhouders Rundertuberculose bij dieren De tuberculosebacterie Mycobacterium bovis veroorzaakt tuberculose
Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma
Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma In Nederland gingen vroeger veel kinderen dood aan infectieziekten waar tegen nu vaccins bestaan. Omdat bijna alle kinderen in Nederland
Screening BRMO na opname in een buitenlands ziekenhuis
Infectiepreventie Screening BRMO na opname in een buitenlands ziekenhuis www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: [email protected] INF006 / Screening BRMO na opname
MRSA staat voor Methicilline (M) resistente (R) Staphylococcus (S) aureus (A).
MRSA MRSA staat voor Methicilline (M) resistente (R) Staphylococcus (S) aureus (A). Stafylokokken zijn bacteriën die ongemerkt leven bij vele mensen, bij voorkeur in de neus of op de huid. Deze bacteriën
Dragerschap van resistente bacteriën
Dragerschap van resistente bacteriën Afdeling infectiepreventie Drager bacterie Er is geconstateerd dat u drager bent van een bacterie die ongevoelig (resistent) is voor bepaalde antibiotica. Dit is op
Onderstaand stappenplan kan als raamwerk dienen bij uw eigen voorbereidingen op een mogelijk ebola contact in uw praktijk/post.
LS, Onderstaand stappenplan kan als raamwerk dienen bij uw eigen voorbereidingen op een mogelijk ebola contact in uw praktijk/post. Het verdient aanbeveling om dit stappenplan aan te passen aan uw eigen
Kinderdagverblijf. Duckie. Ziektebeleid
Kinderdagverblijf Duckie Ziektebeleid Ziektebeleid Kinderdagverblijf Duckie is niet berekend op de opvang van zieke kinderen. Ziekte is echter een nogal rekbaar begrip. Er ontstaat daardoor voor de ouders
KINKHOEST KINDERGENEESKUNDE FRANCISCUS VLIETLAND
KINKHOEST KINDERGENEESKUNDE FRANCISCUS VLIETLAND Kinkhoest In Nederland krijgen kinderen van drie, vier, vijf en elf maanden de zogenoemde DKTP-vaccinatie voor difterie, kinkhoest, tetanus en polio. Door
Mazelen en rubella surveillance overzicht, 1 mei 14 aug 2013 (week 33)
Mazelen en rubella surveillance overzicht, 1 mei 14 aug 2013 (week 33) Bron gegevens: Osiris/CIb LCI/CIb IDS. Auteurs: Esther Swart, Mirjam Knol (CIb EPI). Met dank aan Henriette Giesbers, VZP, en Irmgard
Ik ben verdacht voor BMRO/MRSA, wat nu?
Ik ben verdacht voor BMRO/MRSA, wat nu? Bacteriën, virussen en schimmels worden micro- organismen genoemd, omdat deze organismen alleen met een microscoop zichtbaar gemaakt kunnen worden. Iedereen draagt
ONDERZOEK NAAR BRMO EN MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN
ONDERZOEK NAAR BRMO EN MRSA INFORMATIE VOOR PATIËNTEN Inleiding In deze folder leest u informatie over Bijzonder Resistente Micro-Organismen (BRMO) en MRSA (Methicilline Resistente Staphylococcus aureus)
2.1. Hoe kan tbc worden voorkomen? Het is belangrijk dat mensen met besmettelijke tbc zo snel mogelijk worden opgespoord en behandeld.
Tuberculose Inleiding U ontvangt deze folder omdat u mogelijk tuberculose (ook wel tbc genoemd) heeft. In deze folder kunt u meer lezen over tbc zoals wat het is, hoe het wordt vastgesteld en welke behandeling
Bescherm je kind tegen infectieziekten
Bescherm je kind tegen infectieziekten Bijna 95% van alle kinderen in Nederland is gevaccineerd tegen infectieziekten. Door betere hygiëne, een betere gezondheidszorg én door vaccinaties komt sterfte door
Meningokokken. 04 februari 2011
Meningokokken 04 februari 2011 Andere informatiebronnen Meningokokken webpagina Vragen en antwoorden meningokokken Vaccinatie meningokokken ACWY Vaccinatie meningokokken B Vaccinatie meningokokken C Afbeeldingen
VSV Preventie groep B streptokokken ziekte neonaat september 2011
VSV Preventie groep B streptokokken ziekte neonaat september 2011 1.0 EPIDEMIOLOGIE In Nederland is circa 20% van alle zwangeren draagster van GBS. Naar schatting zal gemiddeld 50% van alle kinderen, van
Afweer en Immuniteit
Afweer en Immuniteit Foto: Wim van Egmond over drie linies van afweer en vaccinatie Je lichaam wordt gedurende je leven voortdurend aangevallen door ziekteverwekkers. Meestal merk je daar niets van omdat
Kinkhoest. Kinkhoest of pertussis is een acute bacteriële infectie van de luchtwegen.
Kinkhoest Ziektebeeld Kinkhoest of pertussis is een acute bacteriële infectie van de luchtwegen. Het ziektebeeld kan variëren van een milde hoest tot ernstige ziekte. Klassiek wordt kinkhoest gekenmerkt
22-11-2012. Beleid zieke kinderen
Beleid zieke kinderen Inhoudsopgave Inleiding... 3 Het beleid omvat de volgende onderdelen:... 3 1. Zieke kinderen op een groep... 3 1. Zieke kinderen op een groep... 3 2. Kinderziekten... 3 2.1 Voorkomende
Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Vertrouwd en dichtbij. Informatie voor patiënten. Geïsoleerd verplegen
Wilhelmina Ziekenhuis Assen Vertrouwd en dichtbij Informatie voor patiënten Geïsoleerd verplegen 1 Geïsoleerd verplegen U bent opgenomen in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) en wordt hier geïsoleerd
Brabant-Zuidoost. Zicht op Q-koorts. Ronald ter Schegget. arts infectieziektebestrijding. GGD Brabant-Zuidoost
Zicht op Q-koorts Ronald ter Schegget arts infectieziektebestrijding GGD Brabant-Zuidoost 1 Kernboodschap Q-koorts kunt u oplopen door het inademen van de bacterie. Wees alert op de verschijnselen van
LCI-richtlijn Tularemie Bijlage 3. Vragenlijst Osiris
LCI-richtlijn Tularemie Bijlage 3. Vragenlijst Osiris Voldoet de casus aan de klinische EN diagnostische criteria? Indien de casus niet aan de definitie voldoet van bevestigde tularemie, wat is dan de
Informatieblad MERS. Middle East Respiratory Syndromeconoravirus
Informatieblad MERS Middle East Respiratory Syndromeconoravirus MERS - Middle East Respiratory Syndrome-coronavirus Het Middle East Respiratory Syndrome-coronavirus (MERS-CoV) is een vrij nieuw type coronavirus
De ziekenhuisbacterie MRSA. Contactonderzoek
De ziekenhuisbacterie MRSA Contactonderzoek Inleiding Op de afdeling waar u verblijft of opgenomen bent geweest, is bij een patiënt de ziekenhuisbacterie MRSA aangetoond. Om te controleren of de bacterie
