Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Industrie- en dienstenbeleid Nr. 6 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 26 april 2002 In het algemeen overleg op 13 december 2001 van de Vaste Commissie voor Economische Zaken van uw Kamer over het intellectueel eigendomsbeleid (Tweede Kamer, , , nr. 5) zijn door enkele leden van de commissie vragen gesteld die ik graag door middel van deze brief wil beantwoorden. TRIPs-verdrag en «differentiatie» Mij is door de heer Van Walsem (D66) gevraagd naar de mogelijkheid van een gedifferentieerd octrooistelsel onder de Agreement on Trade Related Aspects of Intellectual Property Rights (het zogenaamde TRIPs-Verdrag, een bijlage bij het WTO-Verdrag uit 1994). Naast dit TRIPs-Verdrag ga ik ook in op het tweede algemene industriële eigendomsrechtverdrag, het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom dat met name op het punt van licenties van belang is. Ik herhaal hier eerst nog dat de beleidsvraag naar de mogelijkheid en wenselijkheid van differentiatie (als alternatief voor uniforme bescherming van kennis) in verband staat met de economische realiteit die zowel vraagt om bevordering van innovatie als om rendement op kennisinvesteringen: zie mijn beleidsverkenning Intellectueel Eigendom en Innovatie, u toegezonden met mijn brief d.d. 5 december Een gedifferentieerd octrooibeleid impliceert dat de generieke regels van het octrooirecht worden verbijzonderd in het voordeel van bepaalde technologiegebieden en/of bepaalde doelgroepen van octrooihouders, om algemene of bijzondere economische belangen. Differentiatie van het octrooibeleid wordt hier ruim gedefinieerd. De reden hiervoor is helder: het zal immers niet gauw gebeuren dat een technologiegebied of doelgroep als geheel wordt uitgesloten van het octrooirecht (voor zover dat verdragsrechtelijk überhaupt zou kunnen: zie hieronder); aannemelijker zal zijn dat differentiatie genuanceerder wordt ingevuld met behulp van uitvoeringsmodaliteiten zoals voorwaarden voor bescher- KST61542 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2002 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 1

2 ming, beschermingstermijnen, taksen, beperkingen van het octrooirecht alsmede (dwang)licenties. Ten aanzien van doelgroepen, bijvoorbeeld het MKB, is er meteen duidelijkheid te verschaffen: het TRIPs-verdrag leidt niet tot belemmeringen voor differentiatie. Wel zij opgemerkt dat er in het algemeen niet gediscrimineerd mag worden bij het toekennen van octrooibescherming. Voor de vraag naar de mogelijkheid van differentiatie naar technologiegebieden is allereerst artikel 27 van het TRIPs-verdrag van belang. Dit artikel behelst de voorwaarden voor octrooibescherming. Art. 27 regelt dat de WTO-leden bevoegd zijn octrooi te verlenen voor uitvindingen, producten dan wel werkwijzen op «alle gebieden van de technologie» (enkele uitzonderingen daargelaten in de sfeer van openbare orde en goede zeden, bescherming van leven of gezondheid van mensen, dieren of planten e.d.), mits zij (a) nieuw zijn, (b) op uitvinderwerkzaamheid berusten en (c) industrieel kunnen worden toegepast. Het is niet mogelijk om in het kader van differentiatie aan deze drie voorwaarden (a) tot en met (c) voor bescherming nog aanvullende voorwaarden toe te voegen. Het TRIPs-Verdrag geeft namelijk volgens artikel 1, eerste lid, de ondergrens voor bescherming aan waaraan de WTO-leden moeten voldoen. In nationale wetgeving mag dus alleen uitgebreidere bescherming worden toegepast. Het toevoegen van beschermingsvoorwaarden leidt juist tot beperktere bescherming omdat bepaalde uitvindingen die niet aan die toegevoegde voorwaarde voldoen niet voor octrooibescherming in aanmerking komen. Anderzijds zijn de drie genoemde beschermingsvoorwaarden de minimumregels die in de nationale wetgeving opgenomen moeten zijn. Een tweede belangrijk aspect waarmee een gedifferentieerd octrooibeleid gevoerd zou kunnen worden, betreft de beperkingen en uitzonderingen op door het octrooirecht verleende uitsluitende rechten, geregeld in artikel 30 TRIPs. Mogelijk zijn beperkte uitzonderingen, mits: 1. zij niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van het octrooi, 2. zij niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de octrooihouders schaden, 3. rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van derden. Op basis van deze toets zal iedere beperking of uitzondering op haar eigen merites beoordeeld moeten worden. Een voorbeeld in de huidige Rijksoctrooiwet 1995 (ROW 1995) van een dergelijke beperking van het recht van de octrooihouder is de zogenaamde onderzoeksvrijstelling (artikel 53, derde lid). Daardoor kan de octrooihouder niet optreden tegen handelingen die uitsluitend dienen tot onderzoek van het geoctrooieerde; doel hiervan is om onderzoek te stimuleren en de techniek verder te ontwikkelen. Overigens blijkt deze onderzoeksvrijstelling onduidelijk te zijn en wordt deze zeer beperkt geïnterpreteerd door de Hoge Raad. Het derde aspect betreft de termijnen. Artikel 33 TRIPs bepaalt dat de beschermingsduur niet eindigt voor het verstrijken van een tijdvak van twintig jaar (gerekend vanaf datum van indiening van de octrooiaanvraag). In Nederland bestaat het zesjarige ongetoetste octrooi hetgeen mogelijk is omdat daarnaast ook de reguliere TRIPs-termijn van twintig jaar beschikbaar is. Het is dus niet mogelijk om voor bepaalde uitvindingen een kortere beschermingsduur voor te schrijven zonder de optie van twintig jaar open te houden. Uit de praktijk blijkt dat de gemiddelde beschermingsduur van een octrooi tien jaar bedraagt. Gegeven de termijn van vier jaar waarbinnen het Europees Octrooibureau een octrooi verleent, rest er ogenschijnlijk nog slechts Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 2

3 een relatief korte periode waarbinnen het variëren met de wettelijke beschermingstermijn daadwerkelijk effect sorteert. Differentiatie via termijnen bestaat overigens al: zie het algemeen beschermingscertificaat voor geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen. Het gaat daar om uitbreiding van de termijn met vijf jaar die gerechtvaardigd is door de lengte van de overheidsprocedure voor het op de markt brengen van de bedoelde middelen. Feitelijk differentiëren ook de octrooihouders zelf door een octrooi slechts zo lang te verlengen (door betaling van instandhoudingtaksen) als zij nodig vinden. In de vierde plaats leiden ook dwanglicenties tot differentiatie (in de ruime betekenis) van het octrooirecht. Immers, dwanglicenties kunnen door de overheid gebruikt worden om het octrooirecht van de octrooihouder te beperken. De overheid kan zelf dwanglicenties opleggen (in het algemeen belang, zie artikel 57, eerste lid, ROW 1995) of in de wet de dwanglicenties opnemen die door derden voor de rechter kunnen worden ingeroepen tegenover de octrooihouder, wegens niet-gebruik van de geoctrooieerde uitvinding (zie artikel 57, tweede lid) of wegens afhankelijkheid van een te octrooieren uitvinding van een eerder geoctrooieerde uitvinding (zie artikel 57, vierde lid). Op dit gebied is het Verdrag van Parijs van belang. Artikel 5A, tweede lid, van dat verdrag bepaalt dat lidstaten mogen voorzien in dwanglicenties om de misbruiken te voorkomen die zouden kunnen voortvloeien uit de uitoefening van het octrooirecht (zoals het achterwege laten van toepassing van de geoctrooieerde uitvinding). Volgens artikel 5A, vierde lid, kan een dwanglicentie wegens onvoldoende toepassing van de geoctrooieerde uitvinding pas na vier jaar vanaf de octrooiaanvraag worden opgelegd en zal de licentie worden afgewezen als de octrooihouder geldige redenen heeft voor het niet-gebruik. In artikel 31 TRIPs staat nog een tiental voorwaarden waaraan het opleggen van dwanglicenties moet voldoen. Zo moet degene die een dwanglicentie verlangt eerst proberen van de octrooihouder een vrijwillige licentie te verkrijgen op redelijke commerciële voorwaarden en tegen een toereikende vergoeding. Als het gaat om een dwanglicentie wegens afhankelijkheid ten behoeve van een octrooi dat niet gebruikt kan worden zonder inbreuk te maken op een eerder aangevraagd octrooi, zijn bijkomende voorwaarden van toepassing. Een belangrijke voorwaarde is dan dat de afhankelijke uitvinding een belangrijke technische vooruitgang van aanmerkelijke economische betekenis moet zijn vergeleken met de eerdere uitvinding waarvan ze is afgeleid. Een laatste aspect betreft de taksen waarmee octrooirechten worden aangevraagd en in stand worden gehouden. Voor een eigen taksenbeleid bestaan geen belemmeringen op grond van de verdragen. Samenvattend concludeer ik als volgt. Allereerst constateer ik dat het TRIPs-verdrag niet verhindert dat ten aanzien van bepaalde doelgroepen differentiatie wordt toegepast. Verder is hierboven aangegeven dat volgens artikel 27 TRIPs-Verdrag geen mogelijkheden bestaan voor differentiatie door toevoeging van nieuwe beschermingsvoorwaarden. Onder de noemer beperkingen en uitzonderingen op het octrooirecht is hierboven ingegaan op met name de onderzoeksvrijstelling (artikel 53, derde lid, ROW 1995). Opgemerkt is dat deze onderzoeksvrijstelling onduidelijk blijkt en zeer beperkt wordt uitgelegd door de rechter. Nadere bestudering van de gewenste betekenis van de onderzoeksvrijstelling is opportuun. Hoewel de mogelijkheden beperkt zijn gezien de voorwaarden die het TRIPs-Verdrag aan dwanglicenties stelt, zal ik bezien of dwanglicenties Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 3

4 onderwerp van nadere studie moeten zijn, zowel wat betreft de toepassing van de reeds bestaande dwanglicenties als het eventueel mogelijk maken van dwanglicenties op andere gronden. Ten aanzien van de taksen bestaat in Nederland eigenlijk al een zekere differentiatie als gevolg van de progressieve stijging van de instandhoudingtaksen van 222, voor de eerste naar 937, voor de laatste vernieuwing. In maart 2001 heeft PriceWaterhouseCoopers op mijn verzoek een onderzoek gedaan naar de vraag wat voor effect een verandering van het taksenstelsel (lagere proceduretaksen en meer progressieve instandhoudingtaksen dan wel een algehele taksenverlaging naar een kostendekkend niveau) kan hebben. Conclusie daaruit was dat een verandering van het taksenstelsel slechts een gering effect zal hebben op de hoeveelheid octrooiaanvragen en op de duur van de instandhouding van de octrooien. De reden daarvan was dat bij beslissingen tot het aanvragen of instandhouden van octrooien het marktperspectief van de vinding voorop staat. Deze conclusies sluiten nagenoeg naadloos aan bij de onderzoeksresultaten van de projectgroep Herbezinning Taksenstelsel uit november Op het punt van de beschermingstermijnen concludeer ik dat de mogelijkheid van differentiatie bestaat zolang de TRIPs-termijn van twintig jaar beschikbaar blijft. Benelux Merkenbureau Mevrouw Van der Hoeven heeft gevraagd nader in te gaan op het feit dat het Merkenbureau van de Benelux al jaren zonder zetelovereenkomst werkt. Haar vraag beantwoord ik als volgt. Het voornemen bestaat de bestaande Benelux-verdragen met betrekking tot merken en tot tekeningen en modellen om te vormen tot één verdrag. Tussen de drie Benelux-landen is hierover in februari 2002 ambtelijk overleg gestart. Het uitvoerende bureau komt daarbij voor een internationale status in aanmerking. In dat kader zal ook aandacht worden besteed aan de wenselijkheid van een zetelovereenkomst. Het ligt immers voor de hand dat het bureau en zijn personeel voorrechten en immuniteiten worden toegekend die nodig zijn voor het functioneren van de nieuwe organisatie. Het is de bedoeling dat het overleg over de omvorming van de Benelux-verdragen dit kalenderjaar wordt afgerond. Illegaal gebruik zakelijke software Mevrouw Van der Hoeven heeft verder gewezen op een onderzoek van de Business Software Alliance, waaruit blijkt dat in Nederland een hoog percentage zakelijke software illegaal gebruikt zou worden. In dit verband wil ik u graag laten weten dat ik met mijn collega s van Justitie en Financiën bezig ben de handhaving van intellectuele eigendomsrechten in het algemeen te bezien. We willen de coördinatie versterken van de acties die zowel door diverse instanties binnen de overheid als door private partijen worden ondernomen en we willen nagaan wat er wellicht verbeterd zou kunnen worden. Het probleem van het illegale gebruik van zakelijke software is immers niet het enige probleem op het gebied van namaak en piraterij van door intellectuele eigendomsrechten beschermde producten en diensten. Wij hopen u in de loop van dit jaar te berichten over de uitkomsten van deze exercitie. Universitair octrooibeleid Verder heb ik u een vergelijkende analyse van het universitair octrooibeleid in Nederland en de Verenigde Staten toegezegd. Deze analyse Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 4

5 betreft de wettelijke prikkels waarmee universiteiten in de beide landen worden gestimuleerd om kennis commercieel toe te passen. Er doen zich daarbij fundamentele verschillen voor. De Nederlandse universiteiten hebben volgens artikel 1, derde lid, van de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek twee hoofdtaken: het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Een en ander vertaalt zich in het verzorgen van initiële opleidingen, het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, het opleiden van wetenschappers en het overdragen van kennis ten behoeve van de maatschappij. Alleen voor de uitvoering van deze wettelijke taken ontvangen de universiteiten overheidsgelden. Daarnaast is er tegenwoordig steeds meer aandacht voor het commercialiseren van universitaire kennis (d.m.v. octrooien, licenties, start-up s, spin-offs etc.) als alternatieve maatschappelijk toepassing van kennis. Binnen het bestaande bekostigingssysteem bestaan echter geen specifieke prikkels voor Nederlandse universiteiten om kennis via octrooien, licenties, start-up s en spin-offs te commercialiseren. In de Verenigde Staten zijn daarentegen wel prikkels in de wet opgenomen om universiteiten te stimuleren om kennis te commercialiseren. Deze prikkels vinden hun oorsprong in de 1980 ingevoerde Bayh-Dole Act. In deze wet zijn ten aanzien van de commercialisatie van publiek gefinancierde kennis o.a. de volgende punten geregeld: universiteiten moeten uitvindingen, tot stand gekomen door publiekgefinancierde onderzoek, binnen twee maanden melden aan de overheid; universiteiten moeten na een dergelijke melding beslissen of zij de rechten op deze vinding willen hebben; een universiteit die de rechten op de vinding claimt, heeft de plicht de vinding te commercialiseren; verwachting is dan dat de universiteit de vinding octrooieert; de universiteit moet licenties verstrekken aan het bedrijfsleven waarbij aan het MKB voorrang wordt verleend; de overheid krijgt een non-exclusieve licentie op de vinding. Met behulp van dit wettelijke kader zijn de Amerikaanse universiteiten bewust bezig met commercialisatie van universitaire kennis. In Nederland luidt de conclusie dat een wettelijke stimulans voor universiteiten om vindingen te commercialiseren niet aan de orde is. In de rapportage «Het universitair octrooibeleid» (Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 4) geven EZ en OC&W de voorkeur aan andere beleidsmaatregelen die de commerciële toepassing van publiek gefinancierde kennis stimuleren. In die rapportage staan verschillende beleidsacties omschreven. Die worden op dit moment uitgevoerd. MKB en octrooien Verschillende leden van uw commissie hebben in het Algemeen Overleg van 13 december 2001 de aandacht gevestigd op de positie van het MKB. Mij is gevraagd naar de knelpunten die de organisatie MKB-Nederland momenteel op het terrein van octrooien ziet. Deze organisatie wijst erop dat met name kleinere leden zich op het standpunt stellen dat octrooieren voor hen geen zin heeft. Voor hen betekent octrooieren openbaarmaking van recentelijk ontwikkelde kennis waardoor concurrenten toekomstige marktactiviteiten van het octrooierende bedrijf kunnen inschatten. Daarbij zijn het vooral grote internationale bedrijven die het zich kunnen veroorloven octrooiaanvragen te screenen en zich zo kunnen voorbereiden op de marktintroductie van nieuwe producten van kleine bedrijven. Die grote bedrijven kunnen dan snel een alternatief ontwikkelen, proberen verkoopkanalen voor MKB-bedrijven minder toegankelijk te maken of een vijandige overnamestrategie volgen. Zelf beperk ik mij tot de vaststelling dat het octrooi-instrument inderdaad niet voor iedereen in alle gevallen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 5

6 geschikt is. Ook toont dit punt in feite aan dat geheimhouding soms een goedkoper en effectiever methode is om kennis te beschermen. Ik berichtte u daarover door middel van de beleidsverkenning Intellectueel Eigendom en Innovatie die ik u op 5 december 2001 toezond. Verder noemt MKB-Nederland de omstandigheid dat veel gebruikers octrooiering als zodanig juridisch lastig, complex en kostbaar vinden. Ook spreekt het MKB uit dat het de octrooiliteratuur als moeilijk toegankelijk ervaart. Ik kan over deze problemen zeggen dat het beleidsstreven er al geruime tijd op is gericht te komen tot een vereenvoudiging van octrooiregelgeving en kostenreductie voor gebruikers. Binnenkort zal bijvoorbeeld de Nederlandse Rijksoctrooiwet 1995 worden aangepast om enkele wijzigingen te implementeren die recentelijk in het kader van de WIPO (World Intellectual Property Organization) mondiaal zijn afgesproken teneinde het octrooieren zèlf procedureel eenvoudiger en goedkoper te maken. Van belang daarvoor zou ook de totstandkoming van het Gemeenschapsoctrooi zijn; daarmee wordt het gemakkelijker om octrooibescherming in Europa aan te vragen, tegen aanzienlijk lagere kosten. In reactie op de opmerking over de toegankelijkheid van de octrooiliteratuur merk ik op dat het Bureau voor de Industriële Eigendom als onderdeel van de versterking van de eigen voorlichtingswerkzaamheden sinds kort een zogenaamde «octrooiscan» heeft ontwikkeld. Deze octrooiscan is een service waarbij een ondernemer via een consult hulp van deskundigen van het BIE krijgt om na te gaan welke octrooischriften uit de octrooiliteratuur relevante technische informatie kunnen opleveren voor de specifieke activiteiten van de ondernemer. Daarnaast heeft MKB-Nederland gemeld dat er problemen zijn gerezen over de intellectuele eigendom van uitkomsten van onderzoeksprojecten waarin MKB-bedrijven samenwerken met TNO. Het komt voor dat MKB-bedrijven het onrechtvaardig vinden dat TNO in de standaardvoorwaarden voor samenwerking de octrooirechten op de resultaten van onderzoek claimt. Deze MKB-bedrijven zouden in die gevallen zelf houder van het octrooi willen zijn. Dit ongenoegen wordt soms versterkt als ondernemers pas na afloop van het onderzoek beseffen wat er daaromtrent precies in de standaardvoorwaarden staat. Dit laatste punt is een voorlichtingsprobleem. Ik zal dit punt onder de aandacht brengen van TNO. Meer principieel ligt de vraag naar de reden om TNO volgens de eigen standaardvoorwaarden steeds eigenaar te laten zijn. Achtergrond hiervan is dat de kennis die TNO genereert voor zoveel mogelijk bedrijven toepasbaar moet kunnen worden. Door het octrooi aan één marktpartij over te dragen zou TNO geen zeggenschap meer hebben over verdere licentieverlening. Het zou dan helemaal van de wil van die marktpartij afhangen of andere partijen een licentie zouden kunnen krijgen om zo ook de kennis te benutten. Voor TNO zou nog een ander probleem rijzen als het niet zelf eigenaar zou zijn van de zelf ontwikkelde kennis. TNO doet zeer veelvuldig op allerlei gebieden commercieel onderzoek. Hierbij maakt TNO regelmatig gebruik van door TNO zelf ontwikkelde eerdere kennis. TNO zou in dergelijke gevallen steeds aan de octrooihouder per geval weer toestemming moeten vragen en een licentie moeten kopen om deze kennis te gebruiken. Tot slot Met deze brief hoop ik de vragen uit uw commissie voldoende te beantwoorden. Verder is het de bedoeling om aan het einde van dit kalender Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 6

7 jaar een ruimere beleidsbrief aan de Kamer te sturen. Met die brief wordt dan nadere invulling gegeven aan de beleidsverkenning Intellectuele Eigendom en Innovatie die u in december 2001 toeging. De Staatssecretaris van Economische Zaken, G. Ybema Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 6 7

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. [email protected] www.vriesendorp.nl

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl 1 Een octrooi (ook wel patent) is een juridisch document waarin de beschermingsomvang van een technische uitvinding of idee is vastgelegd. Met een octrooi kunt u derden, die daartoe niet gerechtigd zijn,

Nadere informatie

BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE

BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE BACK TO BASICS OCTROOIRECHT ERIC DE GRYSE [email protected] I. OCTROOIWETGEVING : België Wetboek van economisch recht, 19 April 2014, Boek XI, "Intellectuele eigendom, titel 1, Uitvindingsoctrooien

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 975 (R 1821) Wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 en enige andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van de Rijksoctrooiwet 1995 van 2006

Nadere informatie

Zaak C-377/98. Koninkrijk der Nederlanden tegen Europees Parlement en Raad van de Europese Unie

Zaak C-377/98. Koninkrijk der Nederlanden tegen Europees Parlement en Raad van de Europese Unie Zaak C-377/98 Koninkrijk der Nederlanden tegen Europees Parlement en Raad van de Europese Unie Nietigverklaring Richtlijn 98/44/EG Rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen Rechtsgrondslag Artikel

Nadere informatie

STW-gebruikerscommissie

STW-gebruikerscommissie STW-gebruikerscommissie Versie: november 2013 Pagina 1 / 10 Inhoud Inhoud... 1 Inleiding... 2 Definities... 3 02. Toepasselijkheid... 3 03. Taak... 4 04. Uitvoering project... 4 05. Samenstelling... 4

Nadere informatie

Evaluatie Rijksoctrooiwet 1995

Evaluatie Rijksoctrooiwet 1995 Ministerie van Economische Zaken Evaluatie Rijksoctrooiwet 1995 -eindrapport- Dit rapport is uitgebracht aan de opdrachtgever, het Ministerie van Economische Zaken en mag alleen gebruikt worden in het

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2005 2006 29 874 (R 1777) Goedkeuring en uitvoering van de op 17 december 1991 te München tot stand gekomen Akte tot herziening van artikel 63 van het Verdrag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

Samenwerken & Intellectueel Eigendom

Samenwerken & Intellectueel Eigendom Samenwerken & Intellectueel Eigendom 15 mei 2012 Mecc Maastricht René Janssen octrooiadviseur regio Limburg NL Octrooicentrum (locatie Syntens-Roermond) NL Octrooicentrum Octrooiverlening Nederland (uitvoering

Nadere informatie

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. [email protected] www.vriesendorp.nl

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl 1 Het ontwerpen en op de markt brengen van producten in een veelheid van vormen en verschijningen is een wezenlijk kenmerk van onze economie. De ontwikkeling en realisering van een nieuwe uitvoering van

Nadere informatie

5 Op grond van art 23p ROW 1995 overweegt de voorzitter van de Raad het volgende:

5 Op grond van art 23p ROW 1995 overweegt de voorzitter van de Raad het volgende: Beslissing Mw. A. - B. Per brief van 31 juli 2003 richt mw. A. (hierna A.) zich tot de Raad van Toezicht voor Octrooigemachtigden (hierna de Raad) met een klacht wegens niet geleverde diensten en het hiervoor

Nadere informatie

1. Wanneer kan je een octrooi (=patent) nemen op een planteigenschap die voordien nog niet gekend was in de landbouw?

1. Wanneer kan je een octrooi (=patent) nemen op een planteigenschap die voordien nog niet gekend was in de landbouw? Q&A Octrooien op planteigenschappen 1. Wanneer kan je een octrooi (=patent) nemen op een planteigenschap die voordien nog niet gekend was in de landbouw? Als het Europees Octrooi Bureau een patent verleent,

Nadere informatie

Shutterstock HANDLEIDING VOOR INTELLECTUELE EIGENDOM

Shutterstock HANDLEIDING VOOR INTELLECTUELE EIGENDOM Shutterstock HANDLEIDING VOOR INTELLECTUELE EIGENDOM April 2018 Deze handleiding zal u helpen bij het identificeren van de intellectuele eigendom (IE) die in uw bedrijf aanwezig is en bij het beschermen

Nadere informatie

Bedrijfsgeheimen bij technische innovaties. Octrooicentrum Nederland zet voors en tegens op een rij

Bedrijfsgeheimen bij technische innovaties. Octrooicentrum Nederland zet voors en tegens op een rij Bedrijfsgeheimen bij technische innovaties Octrooicentrum Nederland zet voors en tegens op een rij In opdracht van het ministerie van Economische Zaken Jaarlijks krijgt 20% van de Nederlandse bedrijven

Nadere informatie

1. Koken: de ingrediënten

1. Koken: de ingrediënten 8 1. Koken: de ingrediënten Weet alvast dat: een patent hetzelfde is als een octrooi (of brevet). Een merk wordt niet gepatenteerd, maar geregistreerd (ingeschreven in een register) nadat het gedeponeerd

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

NEDERLANDS PATENT IN 6 STAPPEN

NEDERLANDS PATENT IN 6 STAPPEN NEDERLANDS PATENT IN 6 STAPPEN www.inaday.eu WIJ ZIJN INADAY, SPECIALIST IN MERKEN & PATENTEN Inaday maakt merk- en patentbescherming begrijpelijk en bereikbaar. Dit doen we door de procedures voor merk-

Nadere informatie

Tentamen Octrooirecht 10 januari 2011. Casus I : ± 90 minuten. Casus II : ± 30 minuten. Casus III : ± 30 minuten. Casus IV : ± 30 minuten

Tentamen Octrooirecht 10 januari 2011. Casus I : ± 90 minuten. Casus II : ± 30 minuten. Casus III : ± 30 minuten. Casus IV : ± 30 minuten Tentamen Octrooirecht 10 januari 2011 Casus I : ± 90 minuten Casus II : ± 30 minuten Casus III : ± 30 minuten Casus IV : ± 30 minuten Casus I Pluto BV, een onderneming met een innovatieve researchafdeling

Nadere informatie

Een i-depot is een dienst die door het BBIE wordt aangeboden om aan documenten een vaste datum te verlenen.

Een i-depot is een dienst die door het BBIE wordt aangeboden om aan documenten een vaste datum te verlenen. i-depot 1. Wat is een I-depot? Een i-depot is een dienst die door het BBIE wordt aangeboden om aan documenten een vaste datum te verlenen. Een i-depot is geen intellectueel eigendomsrecht, maar een hulpmiddel

Nadere informatie

OCTROOIEN IN BELGIË een praktische leidraad

OCTROOIEN IN BELGIË een praktische leidraad OCTROOIEN IN BELGIË een praktische leidraad tweede volledig herziene uitgave André Clerix Véronique Pede Nele D Halleweyn Harry Kraft Pieter Callens Michaël Beck D/2016/0147/237 ISBN 978 90 4862 660 1

Nadere informatie

Software en continuïteit

Software en continuïteit Software en continuïteit Jaarvergadering Orde van Advocaten 25 september 2009 Presentatie van de Vereniging Informaticarecht Advocaten (VIRA) Polo G. van der Putt, voorzitter VIRA Agenda VIRA Wat is (de

Nadere informatie

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM REGELING VALORISATIE 2014 Vastgesteld bij besluit nr. 2014cb0118 van het College van Bestuur van 14 april 2014 Inhoud Aanleiding Artikel 1: Artikel 2: Artikel 3: Artikel 4: Artikel 5: Artikel 6: Artikel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 936 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van het recht op bijstand bij verblijf buiten Nederland Nr. 4 ADVIES RAAD

Nadere informatie

Vragen aan de uitvinder

Vragen aan de uitvinder Dit octrooiprotocol wordt onderschreven door Contactgroep Vrije Octrooigemachtigden Vragen aan de uitvinder De antwoorden helpen om de juiste beslissingen over octrooieren te nemen. Ze helpen ook om de

Nadere informatie

VERZOEK AAN DE MINISTER VAN ECONOMIE

VERZOEK AAN DE MINISTER VAN ECONOMIE KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE ALGEMENE DIRECTIE ECONOMISCHE REGLEMENTERING DIENST VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM VERZOEK TOT VERLENING VAN EEN OCTROOI

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Geoctrooieerde uitvindingen in de GWW

Geoctrooieerde uitvindingen in de GWW Geoctrooieerde uitvindingen in de GWW Open licenties voor meer innovatie Peter Dorr Octrooicentrum Nederland Inhoud 1. Wat zijn IE-rechten 2. Waarom in de GWW problemen zijn ontstaan 3. Nieuwe balans 4.

Nadere informatie

Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen

Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen Regelingen en voorzieningen CODE 1.3.4.93 Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen bronnen Antwoord staatssecretaris SZW d.d. 27.4.2011 op Kamervragen, Vergaderjaar 2010-2011, 2354 Een aantal

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 234 28 887 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de in beginsel tijdelijke invoering van een omzetbelastingregeling

Nadere informatie

Recht in Balans. Mr. Arnoud E.C. Punt.

Recht in Balans. Mr. Arnoud E.C. Punt. Recht in Balans Mr. Arnoud E.C. Punt www.aecius.nl De website Intellectueel Eigendom (IP) Intellectuele eigendomsrechten zijn rechten op voortbrengselen van de menselijke geest en behoren tot het privaatrechtelijk

Nadere informatie

Gelet op artikel 4.5, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Gelet op artikel 4.5, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; Regeling vergoeding uitvindingen en software TU Delft HET COLLEGE VAN BESTUUR VAN DE TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Overweegt dat de Technische Universiteit Delft (TU Delft) belang hecht aan het ontwikkelen

Nadere informatie

FISCALE VOORDELEN OCTROOIEN. Publicatie van verschillende bronnen

FISCALE VOORDELEN OCTROOIEN. Publicatie van verschillende bronnen FISCALE VOORDELEN OCTROOIEN Publicatie van verschillende bronnen Welke intellectuele eigendomsrechten komen in aanmerking? De tekst van de programmawet van 27 april 2007 (BS 08.05.2007) maakt enkel melding

Nadere informatie

1 Beleidsregels inzake gebruik Woord- en Beeldmerk

1 Beleidsregels inzake gebruik Woord- en Beeldmerk 1 Beleidsregels inzake gebruik Woord- en Beeldmerk 1.1 Uitgangspunten 1. Het Woord en Beeldmerk SnelStart is officieel gedeponeerd in het Merkenregister voor de Benelux landen 2. Het gebruik van het Woord-

Nadere informatie

TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE

TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE TOELICHTING MELDING ONRECHTMATIGE INFORMATIE Vraag 1 Bij deze vraag dient u aan te geven wie de verzoeker is van deze melding. Eventuele correspondentie over de melding zal naar deze persoon worden verstuurd.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 975 (R 1821) Wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 en enige andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van de Rijksoctrooiwet 1995 van 2006

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 818 Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 499 Wijziging van de Wet werk en bijstand en enige andere wetten in verband met een aantal technische verbeteringen en het herstel van enkele

Nadere informatie

Richtlijnen Intellectueel eigendom. Algemeen. Notitie met aanbevelingen

Richtlijnen Intellectueel eigendom. Algemeen. Notitie met aanbevelingen Pagina 1 van 8 Algemeen Voor een werkgever is innovatie een belangrijk onderdeel voor de ontwikkeling van de organisatie. De innovatie vindt veelal niet alleen plaats op het niveau van de bestuurders of

Nadere informatie

OCTROOIRECHT EN GENEESMIDDELEN

OCTROOIRECHT EN GENEESMIDDELEN OCTROOIRECHT EN GENEESMIDDELEN Een rechtsvergelijkende studie naar de juridische aspecten van medisch-farmaceutische uitvindingen in het octrooirecht Marie-Hélène D.B. Schutjens Maklu Uitgevers NV Antwerpen

Nadere informatie

BASISWETTEKSTEN INZAKE HET RECHT VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM

BASISWETTEKSTEN INZAKE HET RECHT VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM BASISWETTEKSTEN INZAKE HET RECHT VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM BASISWETTEKSTEN INZAKE HET RECHT VAN DE INTELLECTUELE EIGENDOM Hendrik VANHEES Hoogleraar Universiteit Antwerpen Hoofddocent Universiteit

Nadere informatie

TRIPs 15 april 1994 Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom

TRIPs 15 april 1994 Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom TRIPs 15 april 1994 Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom P.B., L. nr. 336 van 23 december 1994 Goedgekeurd bij wet 23 december 1994 (B.S., 23 januari 1997) Preambule: De

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 352 Besluit van 17 juli 2012 tot vaststelling van de procedure voor verlenging van vergunningen als bedoeld in artikel 20.2 van de Telecommunicatiewet

Nadere informatie

De Octrooicellen. Bescherm en valoriseer uw uitvindingen. Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming

De Octrooicellen. Bescherm en valoriseer uw uitvindingen. Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming De Octrooicellen Bescherm en valoriseer uw uitvindingen Gratis sectorale ondersteuning rond intellectuele eigendom op maat van uw onderneming De octrooicellen Bescherm en valoriseer uw uitvindingen Gratis

Nadere informatie

EUROPEES PATENT IN 9 STAPPEN

EUROPEES PATENT IN 9 STAPPEN EUROPEES PATENT IN 9 STAPPEN www.inaday.eu WIJ ZIJN INADAY, SPECIALIST IN MERKEN & PATENTEN Inaday maakt merk- en patentbescherming begrijpelijk en bereikbaar. Dit doen we door de procedures voor merk-

Nadere informatie

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B.

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B. Postbus 3219, 2280 GE Rijswijk -------- Beschikking A. - B. 1.1 Bij brief van 6 juni 2000 heeft de heer A. (hierna A.) aan de Raad van Toezicht (hierna de Raad) verzocht om een oordeel te geven over een

Nadere informatie

1. Inleiding. 1 Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van

1. Inleiding. 1 Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van 01-02-2012 Richtlijnen van de Europese Commissie betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (IER) door de douaneautoriteiten van de EU met betrekking tot goederen, met name geneesmiddelen,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 637 Vluchtelingenbeleid Nr. 636 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

[TITLE IN CAPS, VERDANA, 32]

[TITLE IN CAPS, VERDANA, 32] [TITLE IN CAPS, VERDANA, 32] DEBAT I Handhaving van een standaardessentiëel octrooi: FRANDlicentie of verbod? Zeist, 14 maart 2012 INLEIDING Op diverse terreinen worden standaards gebruikt om uniforme

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 621 Regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet...) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie