Beleid veiligheid en gezondheid
|
|
|
- Willem Peeters
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang Beleid veiligheid en gezondheid 1. Inleiding De Wet Innovatie en kwaliteit Kinderopvang (IKK) is gebaseerd op vier pijlers. Dat zijn: 1. De ontwikkeling van het kind staat centraal 2. Veiligheid en gezondheid 3. Stabiliteit in de praktijk en meer ruimte voor pedagogisch maatwerk 4. Kinderopvang is een vak Dat zijn de vier inhoudelijke dragers van de kwaliteit van de kinderopvang. Kinderopvang levert een substantiële bijdrage aan het gezond en veilig opgroeien van heel veel kinderen in Nederland. De Wet IKK maakt met betrekking tot de veiligheid en gezondheid van kinderen een omslag. De jaarlijkse risico-inventarisatie is vanaf niet meer verplicht. Vanaf die datum moet elke kinderopvangorganisatie en -locatie een beleid veiligheid en gezondheid hebben en een plan van aanpak. In dit beleid is er meer ruimte voor de ondernemer om, samen met de pedagogisch medewerkers, afwegingen te maken over wat grote en wat kleine risico s zijn. De wet geeft aan dat voor grote risico s adequate maatregelen moeten worden getroffen en kinderen moeten leren omgaan met kleine risico s; in het beleid wordt beschreven hoe dat binnen de organisatie wordt ingevuld. In deze notitie worden de maatregelen van de tweede pijler veiligheid en gezondheid- verder toegelicht en uitgewerkt. Vervolgens beschrijven we welke onderwerpen in het beleid veiligheid en gezondheid moeten staan. Brancheorganisatie Kinderopvang doet een oproep aan de leden om goede voorbeelden te delen. Deze worden geplaatst op het besloten gedeelte van de website. 2. Veiligheid en gezondheid Welke maatregelen zijn er afgesproken met betrekking tot het beleid veiligheid en gezondheid (beleid v&g)? De Wet IKK zet drie concrete maatregelen in om dat doel te bereiken. Maatregel 1: Een actueel beleid veiligheid en gezondheid In het beleid worden de grote risico s onderkend en daarvoor worden adequate maatregelen getroffen. Daarnaast wordt beschreven hoe kinderen geleerd wordt om te gaan met kleine risico s. Het beleid en het daarbij behorende plan van aanpak worden ontwikkeld samen met de pedagogisch medewerkers. Het beleid en plan van aanpak worden actueel gehouden door periodieke evaluatie (dat hoeft niet per sé jaarlijks te zijn) en na gebeurtenissen die daartoe aanleiding geven (zoals een verbouwing, een ongeval, nieuwe inzichten e.d.). Maatregel 2: Vierogenprincipe is onderdeel van beleid veiligheid en gezondheid Het vierogenprincipe is een maatregel uit de huidige wet, die geïmplementeerd moet zijn in alle locaties voor kinderen van 0-4 jaar (dagopvang en peuterspeelzaalwerk). De Wet IKK stelt geen nieuwe of ander eisen aan deze maatregel, maar schrijft wel voor dat het vierogenprincipe onderdeel wordt van het beleid v&g. 1
2 Maatregel 3: Altijd een volwassene aanwezig met Kinder-EHBO Per 1 januari 2018 moet er op elke locatie tijdens openingsuren een volwassene aanwezig zijn, die beschikt over een Kinder-EHBO certificaat dat is behaald bij een gecertificeerde aanbieder. Op 1 september 2017 is in de Staatscourant gepubliceerd om welke aanbieders het gaat. Het is dezelfde lijst die in 2015 is vastgesteld voor de gastouderopvang. De lijst is te vinden op de website van BK in het dossier IKK. 3. Het beleid veiligheid en gezondheid De omslag van het invullen van de jaarlijkse risico-inventarisatie (huidige wet) naar een beleid dat samen met medewerkers wordt ontwikkeld en bovendien meer gericht is op omgaan met risico s, vraagt om een proces dat mogelijk langer tijd nodig heeft dan enkele maanden. Ons advies is dan ook om de oude Rie V&G en het huidige Plan van aanpak als basis te gebruiken bij de inventarisatie van de kleine en grote risico s, en te beschrijven hoe stapsgewijs, in samenspraak met de pedagogisch medewerkers, het beleid veiligheid en gezondheid verder wordt ontwikkeld. De te maken stappen zijn: 1. Het inventariseren van de grote risico s op organisatieniveau en locatie specifiek, aan de hand van de huidige RIE. Het doel is om grote risico's en calamiteiten te voorkomen door een aantal maatregelen in een plan van aanpak en in onderliggende beleid (dat er nu al is in de organisatie). Ook is het belangrijk dat de pedagogisch medewerkers op de locatie zich meer bewust worden van de grote risico's, zodat ze hier gericht op in kunnen spelen in het dagelijks handelen. Een vraag die hierbij helpt is Wat zijn risicovolle plekken en situaties op de locatie en welke incidenten willen we voorkomen op de locatie. Bovendien moeten pedagogisch medewerkers adequaat kunnen handelen bij een incident. 2. Het vergroten van het bewustzijn van de kleine risico's die er zijn bij de ontwikkeling van een kind in de kinderopvang en bij (risicovol) spelen. Het doel hierbij is dat pedagogisch medewerkers de kinderen begeleiden in het omgaan met de kleine risico's op gebied van veiligheid en gezondheid, en adequate hulp kunnen bieden na een klein incident. 3. Het toevoegen van de elementen vierogenprincipe, grensoverschrijdend gedrag en achterwachtregeling 1 met verwijzing naar onderliggend beleid. In de teams moet dus gestart worden met het inventariseren van de grootste risico s van betreffende locatie, en een bespreking van hoe deze zo veel als mogelijk te voorkomen zijn. In de teams moet ook het leren omgaan met kleine risico s onderwerp van gesprek zijn om het beleid veiligheid en gezondheid verder uit te werken en in te vullen. Bij het aanpassen van het beleid v&g formuleer je antwoorden op vragen als: Hoe zorgen we dat de grote risico s zo veel als mogelijk zijn afgedekt? Hoe leren we de kinderen omgaan met kleine risico s? Hoe ontwikkelen we een beleid v&g samen met de pedagogisch medewerkers? Op welke 1 De Wet IKK stelt geen nieuwe of andere eisen aan de achterwachtregeling, maar schrijft wel voor dat dit onderdeel wordt van het beleid veiligheid en gezondheid. Een achterwacht is in twee situaties nodig: a. Er is één pedagogisch medewerker op de locatie, waarbij wordt voldaan aan de BKR. In die situatie moet er een volwassene op afroep beschikbaar zijn die binnen 15 minuten op de locatie kan zijn. b. Er is één pedagogisch medewerker op de locatie, waarbij niet aan de BKR wordt voldaan (drie-uursregeling). In die situatie moet er een tweede volwassene op de locatie aanwezig zijn. 2
3 manier zorgen we ervoor dat er een evaluatie plaatsvindt als daar aanleiding toe is (ongeval, verbouwing, nieuwe inzichten e.d.). Hoe borgen we dat er een periodieke evaluatie plaatsvindt? Deze en andere vragen worden op hoofdlijnen beantwoord op organisatieniveau, maar ook een specifieke uitwerking voor elke locatie is nodig. Immers, de grote en kleine risico s kunnen per locatie verschillen. Het beleid v&g wordt vertaald naar het handelen. Het gaat dan niet alleen om het voorkómen van grote en kleine calamiteiten, maar ook over hoe te handelen als zich onverhoopt een ongeval of ongewenste situatie voordoet of heeft voorgedaan. Het beleid v&g moet op 1 januari 2018 beschikbaar en up to date zijn. Het moet worden ontwikkeld in samenspraak met de pedagogisch medewerkers. Het moet voor advies worden voorgelegd aan de oudercommissie. De Stichting Veiligheid.NL, die de eigenaar is van de huidige risico-inventarisatie, ontwikkelt een nieuwe applicatie (monitor), die behulpzaam kan zijn voor het beleid v&g. Belangrijk daarbij is om goed voor ogen te houden dat het niet alleen gaat om het toepassen van een checklist, maar vooral om de goede inschatting over voorkómen en handelen in de uitvoeringspraktijk. Deze monitor komt naar verwachting in de loop van het vierde kwartaal beschikbaar. 4. De onderwerpen van het beleid veiligheid en gezondheid In het beleid veiligheid en gezondheid worden in ieder geval de onderstaande onderwerpen opgenomen en uitgewerkt (niet per sé in deze volgorde): 1. Beschrijving van het continu proces van beleid, implementatie, evaluatie en actueel houden van het veiligheids- en gezondheidsbeleid 2. Grote risico s: a. Concrete beschrijving van risico s met grote gevolgen veiligheid kinderen b. Concrete beschrijving van risico s met grote gevolgen gezondheid kinderen c. Het risico op grensoverschrijdend gedrag van volwassenen en kinderen d. In concrete termen een plan van aanpak om de onder a, b en c benoemde risico s in te perken en de handelswijze als risico s zich voordoen 3. Beschrijving hoe kinderen geleerd wordt om te gaan met de kleine risico s 4. Beschrijving van de achterwacht regeling 5. De uitvoering van het vierogenprincipe op het kindercentrum 0-4 jaar 6. Beschrijving van hoe het beleid v&g en de evaluaties inzichtelijk gemaakt worden voor alle medewerkers en ouders. Een beschrijving hoe voldaan wordt aan de eis dat tijdens openingsuren er minimaal één medewerker aanwezig is met een Kinder-EHBO diploma van een gecertificeerde aanbieder, kan eventueel ook in het beleid v&g worden opgenomen. De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een apart artikel in het Besluit kwaliteit kinderopvang. De meldcode is gebaseerd op een eigen wettelijk kader (Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling d.d. 14 maart 2013). In het beleid veiligheid en gezondheid kan een verwijzing naar de meldcode opgenomen worden. Ook kan er verwezen worden naar andere 3
4 protocollen of documenten, die een relatie hebben met veiligheid en gezondheid (bijvoorbeeld omgaan met (infectie)ziekte van kinderen, voedselveiligheid, hygiëne richtlijnen) en met andere wetgeving die op de kinderopvang van toepassing is (zoals Arbowet, Bouwbesluit (brandveiligheid en ventilatie), Voedsel en Warenwet). In de bijlage zijn de artikelen uit het Besluit kwaliteit kinderopvang met betrekking tot het beleid veiligheid en gezondheid voor dagopvang (art. 4) en voor buitenschoolse opvang (art. 13) opgenomen. 4
5 Artikel 4 en artikel 13 uit Besluit kwaliteit kinderopvang BIJLAGE Artikel 4. Veiligheid en gezondheid (dagopvang) 1. De houder heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld. 2. De houder of voorgenomen houder stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid schriftelijk vast en verstrekt dit, conform artikel 5, derde lid, onder f, van het Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, aan het college. De houder evalueert, en indien nodig actualiseert, het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen drie maanden na opening van het kindercentrum. Daarna houdt de houder het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel. 3. Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat in ieder geval: a. een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder er zorg voor draagt dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid samen met de beroepskrachten een continue proces is van het vormen van beleid, implementeren, evalueren en actualiseren; b. een concrete beschrijving van de risico s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich brengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: 1. de voornaamste risico s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen; 2. de voornaamste risico s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen, en 3. het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen; c. een plan van aanpak waarin in concrete termen is aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen teneinde de onder b genoemde risico s in te perken en de handelswijze indien deze risico s zich verwezenlijken; d. een beschrijving in algemene zin van de wijze waarop kinderen wordt geleerd om te gaan met risico s waarvan de gevolgen voor de veiligheid en gezondheid van kinderen beperkt zijn en welke derhalve geen risico s vormen als bedoeld onder b; e. een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder er zorg voor draagt dat het actuele veiligheids- en gezondheidsbeleid en de evaluaties daarvan inzichtelijk zijn voor de beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers en ouders, en f. indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de achterwacht is geregeld indien er op grond van artikel 7, vijfde en zesde lid, slechts een beroepskracht op het kindercentrum aanwezig is. 4. In het kader van de in het plan van aanpak, bedoeld in het derde lid, onder c, te beschrijven maatregelen die gericht zijn op het inperken van het risico op grensoverschrijdend gedrag, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, onder 3, beschrijft de houder in ieder geval de wijze waarop hij de dagopvang zodanig organiseert dat een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. 5. De houder draagt er zorg voor dat er gedurende de dagopvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld aan deze kwalificatie. Artikel 13. Veiligheid en gezondheid (buitenschoolse opvang) 1. De houder heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de buitenschoolse opvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld. 2. De houder of voorgenomen houder stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid schriftelijk vast en verstrekt dit, conform artikel 5, derde lid, onder f, van het Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, aan het college. De houder evalueert, en indien nodig actualiseert, het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen drie maanden na opening van het kindercentrum. Daarna houdt de houder het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel. 3. Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat in ieder geval: a. een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder er zorg voor draagt dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid samen met de beroepskrachten een continue proces is van het vormen van beleid, implementeren, evalueren en actualiseren; b. een concrete beschrijving van de risico s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich brengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: 1. de voornaamste risico s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen; 2. de voornaamste risico s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen, en 5
6 3. het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen; c. een plan van aanpak waarin in concrete termen is aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen teneinde de onder b genoemde risico s in te perken en de handelswijze indien deze risico s zich verwezenlijken; d. een beschrijving in algemene zin van de wijze waarop kinderen wordt geleerd om te gaan met risico s waarvan de gevolgen voor de veiligheid en gezondheid van kinderen beperkt zijn en welke derhalve geen risico s vormen als bedoeld onder b; e. een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder er zorg voor draagt dat het actuele veiligheids- en gezondheidsbeleid en de evaluaties daarvan inzichtelijk zijn voor de beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers en ouders, en f. indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de achterwacht is geregeld indien er op grond van artikel 16, vijfde en zesde lid, slechts een beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is. 4. De houder draagt er zorg voor dat er gedurende de buitenschoolse opvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld aan deze kwalificatie. 6
Inspectierapport de Hilbillies (KDV) Biezenstraat SM Roosendaal Registratienummer
Inspectierapport de Hilbillies (KDV) Biezenstraat 7 4703SM Roosendaal Registratienummer 182247958 Toezichthouder: GGD West-Brabant In opdracht van gemeente: Roosendaal Datum inspectie: 02-10-2018 Type
Inspectierapport Kinderopvang Breed (BSO) Urksteeg LL Zwolle
Inspectierapport Kinderopvang Breed (BSO) Urksteeg 1 8031LL Zwolle Toezichthouder: GGD IJsselland In opdracht van gemeente: Zwolle Datum inspectie: 06-02-2018 Type onderzoek: Onderzoek voor registratie
Inspectierapport nader onderzoek Kinderopvang De Vlindertuin (KDV) Broekgeuterweg AV Kampen Registratienummer
Inspectierapport nader onderzoek Kinderopvang De Vlindertuin (KDV) Broekgeuterweg 3 8263AV Kampen Registratienummer 179000731 Toezichthouder: GGD IJsselland In opdracht van gemeente: Kampen Datum inspectie:
Inspectierapport De Beestenboel (KDV) Herikerweg 27a 7475TS Markelo Registratienummer
Inspectierapport De Beestenboel (KDV) Herikerweg 27a 7475TS Markelo Registratienummer 168665359 Toezichthouder: GGD Twente In opdracht van gemeente: Hof van Twente Datum inspectie: 30-10-2018 Type onderzoek
Veranderingen in de kwaliteitseisen voor ondernemers in de kinderopvang
Veranderingen in de kwaliteitseisen voor ondernemers in de kinderopvang Wet IKK Het akkoord IKK leidt tot wijzigingen in de kwaliteitseisen in de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk. Hiervoor wordt
Inspectierapport KDV 't Sprengetje (KDV) Beethovenstraat 20a 6961 BE Eerbeek Registratienummer
Inspectierapport KDV 't Sprengetje (KDV) Beethovenstraat 20a 6961 BE Eerbeek Registratienummer 187523022 Toezichthouder: GGD Noord- en Oost-Gelderland In opdracht van gemeente: Brummen Datum inspectie:
Inspectierapport Kinderopvang Poespas (KDV) Rozendaalselaan LC Velp Registratienummer
Inspectierapport Kinderopvang Poespas (KDV) Rozendaalselaan 18 6881LC Velp Registratienummer 215974141 Toezichthouder: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden In opdracht van gemeente: Rheden
Inspectierapport Club van Belle Fleur Sonate (BSO) Hobodreef XB Etten-Leur
Inspectierapport Club van Belle Fleur Sonate (BSO) Hobodreef 5 4876XB Etten-Leur Toezichthouder: GGD West-Brabant In opdracht van gemeente: Etten-Leur Datum inspectie: 30-07-2018 Type onderzoek : Onderzoek
1. Pijler: De ontwikkeling van het kind staat centraal
Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en ; de maatregelen per 1 januari 2018 Algemeen De Wet IKK is door Eerste en Tweede Kamer aangenomen en wordt
Inspectierapport Club van Belle Fleur Sport BSO (BSO) Heikantsestraat 37B 4841EG Prinsenbeek
Inspectierapport Club van Belle Fleur Sport BSO (BSO) Heikantsestraat 37B 4841EG Prinsenbeek Toezichthouder: GGD West-Brabant In opdracht van gemeente: Breda Datum inspectie: 03-07-2018 Type onderzoek
Veiligheids- en Gezondheidsbeleid SWW Kinderopvang BV Petra te Selle, leidinggevende kinderopvang
Veiligheids- en Gezondheidsbeleid 28-11-2017 SWW Kinderopvang BV Petra te Selle, leidinggevende kinderopvang Inleiding Voor u ligt het nieuwe veiligheids- en gezondheidsbeleid van SWW Kinderopvang. Dit
1. Pijler: De ontwikkeling van het kind staat centraal. Concretisering pedagogische doelen in pedagogisch beleid
Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en Ministeriële regeling; de maatregelen per 1 januari 2018 2017 Algemeen De Wet IKK is door Tweede en Eerste
Inspectierapport SportBSO in de Roos (BSO) Commandobaan CL Roosendaal
Inspectierapport SportBSO in de Roos (BSO) Commandobaan 6 4706CL Roosendaal Toezichthouder: GGD West-Brabant In opdracht van gemeente: Roosendaal Datum inspectie: 05-11-2018 Type onderzoek : Onderzoek
Inspectierapport Kinderdagverblijf Kiddies (KDV) Opwettenseweg AJ Nuenen Registratienummer
Inspectierapport Kinderdagverblijf Kiddies (KDV) Opwettenseweg 72 5672AJ Nuenen Registratienummer 504407880 Toezichthouder: GGD Brabant-Zuidoost In opdracht van gemeente: Nuenen c.a. Datum inspectie: 22-05-2018
Inspectierapport Kindercentrum Belle Fleur Sonate (KDV) Hobodreef XB Etten-Leur
Inspectierapport Kindercentrum Belle Fleur Sonate (KDV) Hobodreef 5 4876XB Etten-Leur Toezichthouder: GGD West-Brabant In opdracht van gemeente: Etten-Leur Datum inspectie: 30-07-2018 Type onderzoek :
Informatiebijeenkomst. Wijziging Kwaliteitseisen Kinderopvang 2018
Informatiebijeenkomst Wijziging Kwaliteitseisen Kinderopvang 2018 Doel: Informeren Wijzigingen Kwaliteitseisen Agenda 19.00 19.15 Ontvangst 19.15 19.30 Inleiding en achtergrond 19.30 21.00 Wijzigingen
1. Pijler: De ontwikkeling van het kind staat centraal. Concretisering pedagogische doelen in pedagogisch beleid
Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen en Ministeriële regeling; de maatregelen per 1 januari 2018 Versiedatum 7 september 2017 Algemeen De Wet IKK
Inspectierapport Amberrosia Emmen (KDV) Oosterbracht CC Emmen Registratienummer
Inspectierapport Amberrosia Emmen (KDV) Oosterbracht 11 7821CC Emmen Registratienummer 334503826 Toezichthouder: GGD Drenthe In opdracht van gemeente: Emmen Datum inspectie: 29-05-2018 Type onderzoek :
