Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar IXB Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 1995 Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 16 februari 1995 Bij de behandeling van het voorstel tot privatisering van s Rijks Munt 1 heeft mijn ambtsvoorganger, de heer Van Amelsvoort, toegezegd uw Kamer te informeren over het beleid betreffende de uitgifte van bijzondere munten en over de bevindingen betreffende een reeds in gang gezet onderzoek naar de mogelijkheden tot jaarlijkse uitgifte van een bijzondere f 10-munt. Het beleid ten aanzien van bijzondere munten betreft de uitgifte van de bijzondere munten in circulatiekwaliteit en in de bijzondere kwaliteiten fleur de coin de proof, alsmede de uitgifte van dukaten. Hieronder zal allereerst beknopt worden ingegaan op de uitgangspunten van het beleid ten aanzien van bijzondere muntuitgiften 2. Vervolgens zal worden stilgestaan bij de uitvoering van dit beleid en de bevindingen dienaangaande. Tot slot zal aan de orde komen of en zo ja in hoeverre het gevoerde beleid zou dienen te worden bijgesteld. Uitgangspunten van het beleid 1 Kamerstukken en Handelingen, , Dit beleid is uitvoerig geformuleerd in de brief «Beleid ten aanzien van bijzondere muntuitgiften» (kamerstukken II, , , nrs. 1, 2 en 3). 3 Afgezien van de uitgifte van de f 10-Beneluxmunt eerder dit jaar, wordt op basis van het huidige beleid tot op heden overigens alleen de f 50-munt uitgegeven. De frequentie van deze munt is in principe een uitgifte van ten hoogste eenmaal per twee jaar. Het huidige beleid ten aanzien van bijzondere muntuitgifte wordt sinds 1987 gevoerd. Uitgangspunten zijn de volgende. Munten worden primair uitgegeven als betaalmiddel. Om te voorkomen dat van de uitgifte van bijzondere munten een verwarrende invloed op de reguliere circulatie uitgaat, is uitgangspunt van het beleid ten aanzien van bijzondere munten, dat het uiterlijk van de ten behoeve van het betalingsverkeer gebruikte munten bestendig en ondubbelzinnig dient te zijn. Dit betekent dat de gangbare munten (de lage denominatie tot en met de f 5-munt) in beginsel niet voor uitgifte als bijzondere munt in aanmerking komen. Bij het gebruik van de hogere denominatie (de f 10- en f 50-munt) als bijzondere munt is de uitgiftefrequentie en de oplage voorts zodanig, dat die munten, hoewel wettig betaalmiddel, als verzamelobject worden opgenomen. Immers op grond van artikel 2 van de Muntwet 1987 zijn ook bijzondere munten wettig betaalmiddel. Ten aanzien van de uitgiftefrequentie wordt gestreefd naar een zekere regelmaat 3, zonder dat daarbij overigens sprake is van een van te voren 5K0427 ISSN Sdu Uitgeverij Plantijnstraat s-gravenhage 1995 Tweede Kamer, vergaderjaar , IXB, nr. 12 1

2 vastgestelde frequentie. Dit omdat anders het gevaar zou bestaan dat niet de bijzondere gelegenheid de uitgifte gaat bepalen, maar dat omwille van de uitgifte een gelegenheid wordt gezocht. Met betrekking tot de uitgiftegelegenheid is vastgesteld, dat een bijzondere munt kan worden uitgegeven, indien zich een bijzondere gelegenheid voordoet, zowel rond ons Koningshuis als rond belangrijke historische of maatschappelijke gebeurtenissen. Wat betreft de budgettaire verwerking van bijzondere munten wordt het volgende opgemerkt. De uitgifte van de reguliere circulatiemunten leidt tot uitgaven waar geen voor de Rijksbegroting relevante inkomensten tegenover staan. Deze munten fungeren immers als geld en betreffen schuldverplichtingen van de Staat aan het publiek. De uit deze uitgifte voortvloeiende opbrengsten de nominale waarde van de munten zijn dan ook budgettair niet relevant. In beginsel geldt dit ook voor de circulatie-exemplaren van een bijzondere munt. Ter zake hiervan is evenwel overwogen, dat de kans dat deze munten feitelijk gaan circuleren, gering moet worden geacht, mits zij in een beperkte oplage worden uitgegeven. Tegen die achtergrond is in overleg met de Nederlandsche Bank destijds geconcludeerd, dat de uit de uitgiften voortvloeiende opbrengsten als budgettair relevant kunnen worden aangemerkt. In de toepassing van het beleid ten aanzien van bijzondere muntuitgiften wordt tenslotte als uitgangspunt gehanteerd, dat de kosten en baten voor de Staat zorgvuldige afweging vereisen. Naast de bijzondere munten die wettig betaalmiddel zijn, worden ook munten uitgegeven die geen wettig betaalmiddel zijn: de gouden, de dubbele gouden en de zilveren. De gouden is een munt die onafgebroken al meer dan 400 jaar in de muntregelgeving voorkomt. Bij de herziening van de muntwetgeving is in 1987 de dubbele gouden ingevoerd 4. Tevens werd op grond van een amendement de zilveren in de Muntwet 1987 opgenomen. Toepassing van het beleid Onder de hiervoor weergegeven uitgangspunten van het beleid ten aanzien van bijzondere muntuitgiften zijn f 50-munten uitgegeven in 1987, 1988, 1990, 1991 en en is in januari jongstleden een f 50-munt uitgegeven ter gelegenheid van de herdenking van 50 jaar Bevrijding. Daarnaast is in 1994 nog een f 10-munt uitgegeven 6. De thans beschikbare gegevens leveren het volgende beeld op van de oplage, de terugvloei en de in verzamelingen opgenomen f 50-munten 7. 4 Kamerstukken en Handelingen, , ; Herziening van de bepalingen betreffende het Nederlands muntwezen (Muntwet 1987) het vijftigjarige huwelijksfeest van Prinses Juliana en Prins Bernhard 1988 Willem & Mary-herdenking 1990 Honderd jaar Vorstinnenregering 1991 het vijfentwintigjarige huwelijksfeest van Koningin Beatrix en Prins Claus 1994 het Verdrag van Maastricht alsmede voordien: 1982 Bicentennial Nederland/Verenigde Staten van Amerika 1984 Willem van Oranje-herdenkingsmunt. 6 Het thema was de ondertekening 50 jaar geleden van het Benelux-verdrag. 7 Jaarverslag 1993 s Rijks Munt aangevuld met gegevens over Jaar Circulatiemunten Bijzondere kwaliteiten Oplage Terugvloei Verzamelingen Fleur de Coin Proof 1982 n.v.t. n.v.t De oplage voor de f 50-munt ter gelegenheid van vijftig jaar bevrijding is vooralsnog bepaald op stuks. Deze oplage is gebaseerd op de verwachte belangstelling voor de munt. Ten aanzien van de terugvloei van f 50-munten in circulatiekwaliteit wordt opgemerkt, dat de getallen zijn gebaseerd op ramingen. De bij de Nederlandse Munt teruggestorte munten worden ongesorteerd aangeleverd; aan de hand van een steekproef wordt vervolgens de Tweede Kamer, vergaderjaar , IXB, nr. 12 2

3 verdeling over de jaren bepaald. Uiteraard wordt getracht de oplage zodanig vast te stellen, dat de terugvloei tot een minimum beperkt blijft. Daarnaast moet echter worden vermeden, dat de oplage te laag wordt vastgesteld, waardoor belangstellenden geen munt kunnen bemachtigen en worden teleurgesteld. Dit kan weer een negatief effect hebben op de volgende muntuitgiften. Een zekere terugvloei van munten is tegen deze achtergrond dan ook onvermijdelijk. Hierbij wordt aangetekend, dat het feit dat de ontmunting van teruggevloeide munten een kostenpost is, voor de Rijksbegroting met zich brengt, dat in dezen een direct verband is met de zorgvuldige afweging van de kosten en baten van een uitgifte. Ten principale geldt dat de met een bijzondere muntuitgifte samenhangende financiële risico s exclusief berusten bij de Staat. De Nederlandse Munt als betrokken partij levert immers tegen het overeengekomen muntloon de door de Staat bestelde munten in circulatiekwaliteit, de Staat geeft de munten vervolgens uit. Bij de bijzondere kwaliteit van de herdenkingsmunten loop de Staat geen financieel risico. De oplage van de bijzondere kwaliteiten wordt namelijk door de Nederlandse Munt vastgesteld aan de hand van de bij haar geplaatste bestellingen. Deze munten zullen in principe niet terugvloeien, aangezien zij worden verkocht voor een prijs die de nominale waarde van de munten in ruime mate overtreft. De f 10-munt is in 1969 ingevoerd en in 1970 en 1973 uitgegeven. Nadien maakte het oplopen van de zilverprijs het feitelijk onmogelijk nog f 10-munten uit te geven, hetgeen leidde tot de invoering in 1982 van het f 50-muntstuk 8. De zilverprijs is inmiddels echter scherp gedaald van circa f 800 per kilo toen tot minder dan f 300 per kilo nu. De gedaalde zilverprijs maakte het mogelijk om in 1994 opnieuw een zilveren tientje uit te geven. De oplage in circulatiekwaliteit van de f 10-Beneluxmunt bedroeg 2 miljoen exemplaren. Van de bijzondere kwaliteit zijn ruim exemplaren besteld en verkocht. De oplage van de set met alle drie de Benelux-munten ( stuks) is geheel verkocht. Zowel de f 50-munt als de f 10-munt in circulatiekwaliteit worden via het voor de reguliere voor het betalingsverkeer bestemde munten geëigende kanaal (de banken) uitgegeven. De bijzondere kwaliteiten worden door en via het kanaal van de Nederlandse Munt uitgegeven. Ten aanzien van de dukaten waren de oplagen 9 over de in beschouwing genomen periode als volgt. Jaar Gouden Dubbele gouden Zilveren Dukatenset * * De bestelperiode van deze munt is nog niet afgesloten. 8 Kamerstukken II, , Zie voetnoot 7. De dukaten worden door de Nederlandse Munt via haar eigen verkoopkanaal verkocht. De oplagen worden eveneens aan de hand van de bestellingen van geïnteresseerden vastgesteld. De Staat ontvangt per verkochte munt een vooraf vastgestelde royalty. Uit het vorengaande volgt dat voor zowel de Staat als voor de Nederlandse Munt ter zake van de uitgifte van dukaten geen sprake is van financiële risico s. Tweede Kamer, vergaderjaar , IXB, nr. 12 3

4 Evaluatie van het beleid Uit het bovenstaande kan worden afgeleid dat de vraag naar de f 50-munt in circulatiekwaliteit zich stabiliseert op een niveau tussen de 0,4 en de 0,6 miljoen exemplaren. Met de uitgifte van de f 50-munt wordt derhalve tegemoet gekomen aan een duidelijke behoefte bij het publiek. Wel moet worden geconstateerd dat de belangstelling voor de f 50-munt geringer is, dan bij de start van het programma nog werd verondersteld 10. Daarbij moet niet worden uitgesloten, dat de relatief hoge nominale waarde heeft bijgedragen aan de teruggelopen vraag. Deze indruk wordt bevestigd door een onderzoek van s Rijks Munt in 1991 onder de bij haar geadministreerde verzamelaars 11. Voor de f 10-munt blijkt er bij het publiek een zeer ruime belangstelling te bestaan. Vermoedelijk moet deze belangstelling blijkens een voorlopige indicatie mede worden toegeschreven aan de relatief lage nominale waarde van de munt. Van de oplage van de 2 miljoen exemplaren in circulatiekwaliteit van het Benelux-tientje heeft slechts een geringe terugvloei plaatsgevonden. Bij deze oplage is ook tot dusverre niet geconstateerd, dat de munt daadwerkelijk in het betalingsverkeer wordt gebruikt. Er is dus geen sprake van een verstorende invloed op de reguliere muntcirculatie of op het uitgiftepatroon van de bankbiljetten met een overeenkomstige nominale waarde. Voor de dukaten geldt evenals voor de f 50-munt, dat de belangstelling daarvoor lager is, dan het zich in eerdere instantie liet aanzien. Nochtans kan ook hier worden vastgesteld, dat zich ten aanzien van de vraag een stabilisering aftekent en dat derhalve de uitgiften tegemoet komen aan en behoefte bij het publiek. In het kader van de privatisering van s Rijks Munt is overigens een aanpassing van de Muntwet 1987 doorgevoerd die de uitgifte mogelijk heeft gemaakt van zilveren dukaten met een verschillende beeldenaar per provincie. De daardoor gerealiseerde variëteit zal naar verwachting leiden tot een grotere belangstelling voor de. De Groningse zilveren van 1994 (ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de provincie Groningen) is de eerste in deze nieuwe reeks. Nieuw te voeren beleid 10 Uit een in opdracht van s Rijks Munt uitgevoerd onderzoek (Onderzoek naar de zilveren 50 guldenmunt s Rijks Munt ; augustus 1994, Motivaction Amsterdam B.V.) naar aanleiding van de uitgifte van de f 50-munt 1994 «Verdrag van Maastricht» komt vooral een verminderde belangstelling naar voren voor het verzamelen van munten in het algemeen. Daarnaast speelt bij de f 50-munt nog een rol de prijs (die bij bijzondere kwaliteiten f 79 respectievelijk f 99 bedraagt) gecombineerd met het feit dat de beleggingswaarde van munten sterk is gedaald. Thema en vormgeving blijkt nauwelijks invloed te hebben op het teruglopen van de belangstelling voor munten. Overigens moet hierbij worden aangetekend, dat het onderzoek zich richtte op verzamelaars die bij De Nederlandse Munt NV als geïnteresseerden staan ingeschreven; dit zijn derhalve de kopers van de bijzondere kwaliteiten. 11 Uit dit onderzoek blijkt onder andere, dat er bij de verzamelaars die reageerden, behoefte bestaat aan het gebruik van lagere denominatie dan de f 50-munt in een hogere frequentie, waarbij enerzijds wordt voorgesteld de f 10-munt weer te gaan gebruiken en anderzijds wordt gesuggereerd om een nieuwe munt van f 25-munt te introduceren. Het bovenstaande overwegende kan worden geconcludeerd, dat de praktijk van de bijzondere muntuitgifte geen aanleiding geeft tot heroverweging van het beleid ten aanzien van bijzondere muntuitgiften ten principale, doch tevens dat de manifeste behoefte aan de f 10-munt het rechtvaardigt, dat deze munt een vaste plaats krijgt in het bijzondere muntuitgifteprogramma. De oplage van de f 10-munten in circulatiekwaliteit is in overleg met de Nederlandsche Bank vooralsnog vastgesteld op 2 miljoen exemplaren per uitgifte. Voor de uitgifte van de f 10-munt wordt ten aanzien van de vraag of een bepaalde gebeurtenis is aanmerking komt om herdacht te worden met een bijzondere muntuitgifte een ruimer toetsingskader dan bij de f 50-munt noodzakelijk geacht. Dit toetsingskader luidt als volgt: een persoon of een gebeurtenis waarvan reeds bekend is, dat die persoon of gebeurtenis in het uitgifte-jaar ook zonder een munt bij een breed publiek in de belangstelling zal staan. Zo mogelijk wordt aansluiting gezocht bij andere evenementen en activiteiten in het herdenkingsjaar; indien er in en bepaald jaar meerdere mogelijkheden zijn, dan komt in principe als eerste in aanmerking de internationaal meest bekende Nederlander of een internationale gebeurtenis, zo mogelijk in combinatie in Benelux-verband. De herdenking van nationale persoonlijkheden moet echter niet worden uitgesloten; als bekende Nederlanders worden herdacht, zullen diverse aandachtsgebieden aan de orde moeten komen. Als aandachtsgebieden kunnen Tweede Kamer, vergaderjaar , IXB, nr. 12 4

5 onder andere worden genoemd schilderkunst, beeldhouwkunst, muziek, literatuur, wetenschap, staatkunde/politiek, maatschappij, sport, scheepvaart. Evenals bij de f 50-munt zal voor de f 10-munt de lijn van unieke artistieke kwaliteit worden voortgezet; voor elke uitgifte zal derhalve een kunstenaar worden verzocht een ontwerp te leveren. Wat betreft de uitgangspunten van het beleid wordt opgemerkt dat, de huidige zilverprijs in aanmerking noemende, ook de budgettaire randvoorwaarde niet langer een obstakel vormt voor uitgifte van deze munt 12. Waarbij moet worden aangetekend, dat bij een verdere optimalisering van het beleid ten aanzien van bijzondere muntuitgiften de uitgifte van herdenkingsmunten niet mag leiden tot netto-uitgaven. Met betrekking tot de uitgiftegelegenheid wordt ten aanzien van de f 50-munt vastgehouden aan het uitgangspunt dat deze munt kan worden uitgegeven, indien zich een bijzondere gelegenheid voordoet, zowel rond ons Koningshuis als rond belangrijke historische of maatschappelijke gebeurtenissen. De invoering van een derde bijzondere munt hierbij zou kunnen worden gedacht aan ee munt van f 25 is vooralsnog niet overwogen. Tenslotte deel ik u mee, dat met de Nederlandse Vereniging van Banken thans afspraken zijn gemaakt voor de distributie van de bijzondere munten en de afstemming tussen de banken en de Nederlandse Munt over de te voeren publiciteitscampagnes. Zoals bekend verzorgen de banken al de distributie van de reguliere circulatiemunten. Over het hiervoor voorgenomen nieuwe beleid is overleg gevoerd met De Nederlandse Munt NV. Haar advies is bijgevoegd 13. Daaruit blijkt dat dit beleid wordt onderschreven. De Staatssecretaris van Financiën, W. A. F. G. Vermeend 12 Overigens wordt opgemerkt, dat om de f 10-munt als zilveren munt te kunnen blijven presenteren, het zilvergehalte zal moeten worden verhoogd van 720 duizendsten naar 800 duizendsten. De f 10-Beneluxmunt werd naar analogie van de eerdere f 10-munten gepresenteerd als zilveren f 10-munt. Echter op grond van de Waarborgwet 1986 mogen niet-gewaarborgde werken (edelmetalen munten zijn vrijgesteld van waarborging) niet in de handel worden gebracht als zijnde van zilver, indien deze niet voldoen aan het op grond van artikel 1 van de Waarborgwet 1986 voor het desbetreffende voorwerp geldende laagste gehalte, voor zilver 800 duizendsten. De f 10-munt heeft echter het in 1969 vastgestelde gehalte van 720 duizendsten. De aanpassing zal worden gerealiseerd door middel van een voorstel tot wijziging van de desbetreffende algemene maatregel van bestuur. 13 Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie. Tweede Kamer, vergaderjaar , IXB, nr. 12 5

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 404 Besluit van 29 augustus 2011, houdende regels inzake doorberekening van kosten van de stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 27 789 Modernisering Successiewetgeving Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

2013 no. 39 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA

2013 no. 39 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA 2013 no. 39 AFKONDIGINGSBLAD VAN ARUBA LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, van 5 juli 2013 ter uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Landsverordening regeling geldstelsel (AB 1991 no. GT

Nadere informatie

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitgifte van euromunten

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitgifte van euromunten RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 15 juni 2011 (16.06) (OR. en) 11701/11 Interinstitutioneel dossier: 2011/0131 (COD) ECOFIN 432 UEM 207 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 26 mei 2011 Nr. Comdoc.:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1990-1991 22126 Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk IXA (Nationale Schuld) voor het jaar 1991 (wijziging samenhangende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 071 Wateroverlast in Nederland Nr. 21 HERDRUK 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/1. (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing)

21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/1. (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing) 21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/1 I (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing) VERORDENING (EG) Nr. 2182/2004 VAN DE RAAD van 6 december 2004 betreffende op

Nadere informatie

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 24 mei 2012 (30.05) (OR. en) 10175/12 Interinstitutioneel dossier: 2011/0131 (COD)

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 24 mei 2012 (30.05) (OR. en) 10175/12 Interinstitutioneel dossier: 2011/0131 (COD) RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 24 mei 202 (30.05) (OR. en) 075/2 Interinstitutioneel dossier: 20/03 (COD) CODEC 376 ECOFI 423 UEM PE 23 I FORMATIEVE OTA van: het secretariaat-generaal aan: het Comité

Nadere informatie

Wij Beatrix bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wet van nr. houdende de vaststelling van het Nederlandse muntstelsel in verband met de invoering van de chartale euro Wij Beatrix bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 15 637 Casinospelen Nr. 2 Het vroegere stuk is gedrukt in de zitting 1978-1979 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de heer Voorzitter

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 275 Besluit van 18 mei 1995, houdende vaststelling van maatstaven die bij het in artikel 7a, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Wijzigingen: AB 1995 no. 81 (inwtr ); AB 1997 no. 34; AB 2005 no. 10; AB 2013 no. 28; AB 2014 no. 11 (inwtr. AB 2014 no. 12); AB 2014 no.

Wijzigingen: AB 1995 no. 81 (inwtr ); AB 1997 no. 34; AB 2005 no. 10; AB 2013 no. 28; AB 2014 no. 11 (inwtr. AB 2014 no. 12); AB 2014 no. Intitulé : Landsverordening regeling geldstelsel Citeertitel: Landsverordening regeling geldstelsel Vindplaats : AB 1991 no. GT 34 Wijzigingen: AB 1995 no. 81 (inwtr. 2010 88); AB 1997 no. 34; AB 2005

Nadere informatie

Wijzigingen: AB 1995 no. 81 (inwtr ); AB 1997 no. 34; AB 2005 no. 10; AB 2013 no. 28. Artikel 1

Wijzigingen: AB 1995 no. 81 (inwtr ); AB 1997 no. 34; AB 2005 no. 10; AB 2013 no. 28. Artikel 1 Intitulé : Landsverordening regeling geldstelsel Citeertitel: Landsverordening regeling geldstelsel Vindplaats : AB 1991 no. GT 34 Wijzigingen: AB 1995 no. 81 (inwtr. 2010 88); AB 1997 no. 34; AB 2005

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 700 Besluit van 22 december 1995 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 in verband met de totstandkoming van de Tweede

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 002 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2015) Nr. 78 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 18 november

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 700 I Vaststelling van de begrotingsstaat van het Huis der Koningin (I) voor het jaar 2009 Nr. 6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 23 929 Voornemens met betrekking tot de AOW-toeslag Nr. 2 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Resultaten verantwoordingsonderzoek

Resultaten verantwoordingsonderzoek Resultaten verantwoordingsonderzoek 2014 hoofdstuk de Koning (I) 20 mei 2015 Dit document bevat alle resultaten van ons Verantwoordingsonderzoek 2014 bij zoals gepubliceerd op www.rekenkamer.nl/verantwoordingsonderzoek.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 272 Wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (aanpassing regime ter zake van de afkoop van verplichtingen tot alimentatie of tot verrekening

Nadere informatie

Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog

Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog Deviezenproblemen rondom de Tweede Wereldoorlog - deel IV (slot) Postzegelruil met het buitenland Direct na de bevrijding was postzegelruil met het buitenland niet mogelijk, zeer tot ongenoegen van de

Nadere informatie

Artikel 1. Het muntstelsel van Suriname omvat munten en muntbiljetten. Artikel 2 1. 1. De rekeneenheid van het muntstelsel in Suriname is de dollar.

Artikel 1. Het muntstelsel van Suriname omvat munten en muntbiljetten. Artikel 2 1. 1. De rekeneenheid van het muntstelsel in Suriname is de dollar. WET van 8 april 1960 tot regeling van het muntstelsel in Suriname (G.B. 1960 no. 38), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij G.B. 1961 no. 59, G.B. 1973 no. 151, S.B/. 1976 no. 12,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 480 IXA Wijziging van de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2012 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) Nr. 3 VERSLAG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 499 Wijziging van de Wet werk en bijstand en enige andere wetten in verband met een aantal technische verbeteringen en het herstel van enkele

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 230 Besluit van 18 mei 2009, houdende wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap (vaststelling duur zwangerschap) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 19484 Herziening van de bepalingen betreffende het Nederlandse muntwezen (Muntwet 1986) IMr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING HET ALGEMENE GEDEELTE Inleiding

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228 INGEKOMEN DOCUMENT Betreft: monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 066 Belastingdienst Nr. 28 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 5

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2016 508 Besluit van 9 december 2016, houdende toestemming als bedoeld in de artikelen 4, derde lid, en 9, aanhef en onderdeel c, van de Bankwet 1998

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 322 Kinderopvang Nr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

EENIGE AANVULLINGEN OP DE ENCYCLOPAED1E VAN WEST-INDIE

EENIGE AANVULLINGEN OP DE ENCYCLOPAED1E VAN WEST-INDIE EENIGE AANVULLINGEN OP DE ENCYCLOPAED1E VAN WEST-INDIE HET MUNTWEZEN IN SURINAME DOOR C. R. WEIJTINGH Kort na het uitbreken van den wereldoorlog in 1914 werd den Gouverneur bij Verordening van 18 Augustus

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22887 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met verlaging van de basisbeurs voor studerenden in het middelbaar beroepsonderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 867 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen) Nr. 12 DERDE NOTA

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 059 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet, alsmede enige andere wetten in verband met de introductie van aanvullende

Nadere informatie

Directie Directe Belastingen. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. 16 november 2007 DB M

Directie Directe Belastingen. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. 16 november 2007 DB M Directie Directe Belastingen De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 16 november 2007 DB 2007-00589 M Onderwerp Vrijwillige

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 303 Besluit van 30 mei 1996, houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 juni 1993, houdende vaststelling van regelen, bedoeld in de

Nadere informatie