Alles over LVB, de handleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Alles over LVB, de handleiding"

Transcriptie

1 Idris, Amarant Groep Alles over LVB, de handleiding Handleiding voor hulpverleners voor het geven van psychoeducatie; voorlichting over een licht verstandelijke beperking aan jeugdigen met deze beperking en hun ouders (studentnummer) Leerwerkproject in het kader van de Master of Education in pedagogical studies Scriptiebegeleidster Fontys: Monique van EmpelDentener Methodoloog Fontys: Cristel Elias Begeleidster Idris: Lesley Boons Breda, mei 2013

2 Inhoudsopgave Inleiding een Licht Verstandelijke beperking in vogelvlucht Definitie Kenmerken van een licht verstandelijke beperking Psychoeducatie aan ouders en hun kind Wie geeft psychoeducatie? Een voorbeeld Communiceren op niveau Afstemmen van communicatie Oplossingsgerichte gespreksvoering omgaan met weerstand Oefeningen voor het geven van psychoeducatie aan ouders (met hun jeugdigen) In gesprek aan de hand van de strip met ouders en jeugdigen In gesprek met ouders aan de hand van tekst Ontwikkelingstaken jeugdigen met voorbeelden van vaardigheden Ontwikkelingstaken adolescenten met voorbeelden van vaardigheden Wat heeft je kind nodig? Toekomst: Oefeningen voor het geven van psychoeducatie aan jeugdigen Jouw IQ Voor meiden Voor jongens Wat heb je nodig? Toekomst Bibliografie

3 Inleiding Deze handleiding geeft concrete handvatten voor jou als hulpverlener om psychoeducatie over een licht verstandelijke beperking (LVB) te geven aan jeugdigen met een LVB en hun ouders, met of zonder LVB. Het uitgangspunt van deze handleiding is dat hij niet statisch is. Het is een hulpmiddel die je flexibel zal moeten inzetten. Dit vraagt creativiteit van jou als hulpverlener, maar ook zekerheid. Wanneer je het zelf moeilijk vindt om over dit onderwerp te praten, zal het voor ouders en jeugdigen ook moeilijk worden. Daarom wordt geadviseerd om onzekerheid of moeilijke situaties, die zich kunnen voordoen tijdens het geven van psychoeducatie, te bespreken met collega s of je leidinggevende. Als hulpverlener dien je over voldoende kennis van de doelgroep te beschikken en daarbij zul je moeten kunnen aanvoelen op wel niveau de cliënt de informatie het beste aangereikt kan krijgen. Het is belangrijk om aan te sluiten bij het niveau van zowel de jeugdige als de ouder. Er wordt vanuit gegaan dat de omgeving van de jeugdige dezelfde worsteling ervaart als de jeugdige zelf (Bode & Bom, 2008). Wanneer de omgeving onvoldoende kennis bezit kan veel onbegrip ontstaan bij zowel ouders, familie als hulpverleners (Luijten, 2004). Het gaat erom dat de betekenis van de beperking verandert voor ouders en kind naarmate zij kennis hebben, want de beperking zal niet verdwijnen (Boom, 2011). Het is voor hulpverleners de taak om deze kennis aan te reiken, op een respectvolle en passende manier. Rekening houdend met de mogelijkheden van de jeugdige betekent het dat de hulpverleners aanpassingen zal moeten doen met betrekking tot het geven van informatie. Zo zullen er aanpassingen zijn op het gebied van taal, omdat deze zo eenvoudig mogelijk moet zijn. Hierbij vinden jeugdigen het leuk als zij hun eigen woorden mogen kiezen tijdens het gesprek, zo wordt de jeugdige direct actief betrokken en weet de hulpverlener zeker dat de jeugdige het begrijpt (Boom, 2011). Het gaat erom dat ouders en hun kind weten waar de kwetsbaarheid zit in de LVB. Waardoor raken zij gefrustreerd, treedt paniek of blokkade op, raken zij in conflict? Waar zit de onmacht en waar liggen juist de krachten? De hulpverlener zal hierin continu het gevoel van de cliënt als vertrekpunt kunnen nemen, om de aansluiting te vinden. Zijn ouders bijvoorbeeld gespannen, kan dit het uitgangspunt worden. Wat maakt ouders gespannen en wanneer is dit gevoel er juist niet? Het heeft geen zin om erover te praten als ouders veel weerstand tonen, dan komt het niet binnen. Wel kan de hulpverlener proberen het onderwerp bespreekbaar te maken. Probeer ze het belang te laten zien. Wanneer ouders inzicht krijgen in de behoeftes van hun kind, ontstaat vanzelf meer grip op de situatie. Ze leren signalen beter te herkennen en hebben hier begrip voor en daarbij hebben ze woorden zodat zij er samen over kunnen praten (Boom, 2011). In deze handleiding wordt in vogelvlucht uitgelegd wat een licht verstandelijke beperking inhoudt. Raadpleeg voor meer informatie het onderzoeksverslag Alles over LVB, een onderzoek naar het geven van psychoeducatie over een licht verstandelijke beperking aan jeugdigen met deze beperking 3

4 en hun ouders. Daarbij worden een aantal tips gegeven voor gespreksvoering. Vervolgens worden voorbeelden gegeven op welke manier je als hulpverlener psychoeducatie kunt geven. Hierbij worden een aantal oefeningen en/of hulpmiddelen aangereikt. 4

5 1. een Licht Verstandelijke beperking in vogelvlucht 1.1 Definitie Er bestaan verschillende definities van een licht verstandelijke beperking (LVB). Dit komt omdat het intelligentieniveau, hoe belangrijk ook, niet het enige kenmerk is. Daarom is er in de praktijk een formele definitie en een praktijkdefinitie ontstaan (de Beer, De kleine gids. Mensen met een licht verstandelijke beperking 2012, 2012). De formele definitie staat in de DSMIV (2000) wat de afkorting is van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. In dit Amerikaanse boek wordt de diagnose van psychische aandoeningen beschreven en daarbij in veel landen gebruikt voor psychiatrische diagnostiek. De DSMV is in ontwikkeling en komt in mei 2013 uit. In deze nieuwe DSM zullen een aantal verschillen zichtbaar zijn in de definiëring van een verstandelijke beperking. Zo verdwijnen ondermeer de vier verschillende niveaus op IQindeling en de leeftijdsgrens van 18 jaar als voorwaarde voor het ontstaan van een verstandelijke beperking (Expertisecentrum verstandelijke beperking, ). In de DSMIV wordt een verstandelijke beperking in het hoofdstuk Mental Retardation, ook wel zwakzinnigheid, genoemd. Criteria voor de diagnose verstandelijke beperking Verstandelijk duidelijk onder het gemiddelde functioneren: een IQ van ongeveer 70 of lager bij een individueel toegepaste IQtest; Gelijktijdig aanwezige tekorten in of beperkingen van het huidige aanpassingsgedrag op ten minste twee van de volgende terreinen: communicatie, zelfverzorging, zelfstandig kunnen wonen, sociale en relationele vaardigheden, gebruikmaken van gemeenschapsvoorzieningen, zelfstandig beslissingen nemen, functionele intellectuele vaardigheden, werk, ontspanning, gezondheid en veiligheid; Begin voor het achttiende jaar. Voor een Mild Mental Retardation, dus een LVB wordt een IQ gehanteerd van 5055 tot ongeveer 70. In 2004 kondigde het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een maatregel aan waarbij de bovengrens van het IQ voor jeugdigen met een LVB op 75 werd gesteld. Dit hield in dat jeugdigen met een IQ daarboven geen gebruik meer konden maken van gespecialiseerde, gefinancierde zorg vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Maar in de praktijk blijkt echter dat jeugdigen met een IQ tussen de 70 en 85 vaak ernstig probleemgedrag ontwikkelen en deze specialistische LVBzorg wel nodig hebben. Niet alleen het IQ bepaalt de beperking van de jeugdige, ook het sociaal aanpassingsvermogen is hierin van belang. Op dit moment heeft de 5

6 overheid de maatregel ingetrokken en is in samenwerking met deskundigen een praktijkdefinitie geformuleerd (de Beer, 2012) welke er als volgt uit ziet. IQscore tussen de 50 en 85; én Beperkt sociaal aanpassingsvermogen. Tekorten of beperkingen in het aanpassingsgedrag van wat op zijn leeftijd en bij zijn cultuur verwacht mag worden op ten minste twee van de volgende gebieden: communicatie, zelfverzorging, zelfstandig kunnen wonen, sociale en relationele vaardigheden, gebruikmaken van gemeenschapsvoorzieningen, zelfstandig beslissingen nemen, functionele intellectuele vaardigheden, werk, ontspanning, gezondheid en veiligheid: én Bijkomende problematiek, zoals leerproblemen, een psychiatrische stoornis, medischorganische (lichamelijke) problemen en/of problemen in het gezin en sociale omstandigheden. Omdat deze jeugdigen vaak ernstige gedragsproblemen laten zien hebben zij vaak behoefte aan langdurige of chronische hulp. In onderstaand model wordt de praktijkdefinitie weergegeven. Wanneer iemand een IQscore tussen de 70 en 85 heeft moet dit worden gezien als een signaal voor het vermoeden van een LVB. Wanneer de andere kenmerken aanwezig zijn kan duidelijk worden of de jeugdige een LVB heeft of niet. Figuur 1 (Bron: Moonen & Verstegen, 2006) 6

7 1.2 Kenmerken van een licht verstandelijke beperking Een licht verstandelijke beperking is aan het uiterlijk van iemand niet te zien (de Beer, 2012). Dat kan ervoor zorgen dat er geen rekening gehouden wordt met de beperking, wat we wel doen als iemand bijvoorbeeld het syndroom van Down heeft. Daarom komt het in de praktijk voor dat mensen met een LVB overschat worden en dat zorgt voor frustraties voor mensen met een LVB. Het hebben van een LVB houdt in dat er op verschillende leefgebieden beperkingen zijn en die houden allemaal verband met elkaar. In de bijlage worden deze dertien leefgebieden uitgebreid beschreven. Bij een (licht) verstandelijke beperking is er een wisselwerking gaande tussen enerzijds de intellectuele en aanpassingsvermogens van het individu en anderzijds de specifieke eisen uit de omgeving (Kraijer, 2007). De maatschappij gaat uit van personen die gemiddeld mee kunnen komen op cognitief en adaptief gebied. Dit betekent voor iemand met een LVB dat hij of zij alleen kan functioneren wanneer ondersteuning plaatsvindt op deze gebieden. Mensen met een LVB hebben een beperkt sociaal aanpassingsvermogen. Dit betekent dat zij tekortkomen op verschillende gebieden zoals communicatie, zelfverzorging, sociale en relationele vaardigheden, ontspanning, gezondheid en veiligheid (Moonen & Verstegen, 2006). In de praktijk komt dit neer op onhandigheid in sociale situaties, omdat zij bijvoorbeeld anderen niet altijd begrijpen of kunnen inschatten wat de ander wil zeggen. Hierdoor kunnen frustraties en conflicten ontstaan. Leren gaat ook moeilijker, omdat zij meer moeite hebben met abstractie en abstracte begrippen en met het onthouden van nieuwe dingen. Dit valt in de eerste levensjaren van een kind nog niet op, maar vanaf groep 3 zal een achterstand zichtbaar kunnen worden. Meestal zullen deze jeugdigen naar speciaal onderwijs gaan. Onderzoek toont aan dat jeugdigen met LVB in vergelijking met leeftijdsgenoten zonder LVB een 3 tot 4 keer grotere kans hebben op emotionele problemen, gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen (Dekker & Koot, 2003). Daarbij blijkt dat deze problemen niet zomaar verdwijnen en vaak blijven bestaan (Ruiter, Dekker, Douma, Verhulst, & Koot, 2008). De meest voorkomende bijkomende problematiek bij jeugdigen met LVB die intramuraal zijn opgenomen zijn de oppositioneelopstandige gedragsstoornis (ODD), Gedragsstoornis (CD), ADHD, reactieve hechtingsstoornis en een stoornis uit het autistisch spectrum (Vermeulen, Jansen, & Feltzer, 2007).Deze problemen kunnen zorgen voor een belemmering van de ontwikkeling omdat ze vaak te laat worden vastgesteld. 7

8 2. Psychoeducatie aan ouders en hun kind Er wordt vanuit gegaan dat de jeugdige een licht verstandelijke beperking heeft. Daarnaast kan het zijn dat de ouder ook een (licht) verstandelijke beperking heeft, hier wordt echter geen specifieke aandacht aan besteedt. Het is aan de hulpverlener om hier rekening mee te houden bij het geven van psychoeducatie. Het is belangrijk dat ouders zo vroeg mogelijk uitleg krijgen over de licht verstandelijke beperking van hun kind. Voor jeugdigen zelf is het goed om te starten wanneer zij in de puberteit komen. De volgende opbouw is deels gebaseerd op de cursus psychoeducatie aan ouders en hun kind met een licht verstandelijke beperking van de RINOgroep en deels gebaseerd op conclusies uit het onderzoek Alles over LVB van. 2.1 Wie geeft psychoeducatie? Elke hulpverlener werkend bij de Amarant Groep, Idris kan met psychoeducatie te maken krijgen. Bijvoorbeeld tijdens een evaluatiebespreking wanneer een jeugdige op een groep verblijft. Of met jeugdigen zelf die vragen stellen tijdens hun verblijf, maar ook bij ambulante hulpverlening waarbij ouders er misschien wel zelf om vragen. Omdat Idris zich heeft gespecialiseerd in mensen met een licht verstandelijke beperking zullen hulpverleners al veel van dit onderwerp af weten omdat zij er dagelijks mee werken. Vergeet daarbij niet dat ouders en jeugdigen als ervaringsdeskundigen nog veel beter weten waar zij tegenaan lopen. Dat moet ook het uitgangspunt zijn; stel je vragend op en laat ouders en jeugdigen vertellen. Maak ze belangrijk en nodig ze uit hun kennis en ervaringen te delen. 2.2 Een voorbeeld Het is goed om een uitgangspunt te hebben en hierbij kun je denken aan een IQbepaling. Alle jeugdigen die bij Idris in behandeling zijn hebben een indicatie, neem deze als leidraad omdat het IQ vast staat. Dit betekent overigens niet dat het IQ leidend is, maar het geeft wel goed weer op welk niveau de jeugdige ongeveer functioneert. Leg uit wat zo n niveaubepaling inhoudt, wat verbaal en performaal IQ betekent. Het verbale IQ staat voor taalvaardigheid en het performale IQ staat voor ruimtelijk vaardigheden, ook wel ruimtelijk inzicht genoemd. Hoe je dit precies kunt uitleggen wordt verderop beschreven. Zoek daarna samen naar voorbeelden van verbale en performale vaardigheden. Hierbij geven ouders en jeugdigen voorbeelden, de hulpverlener kan ze helpen door voorbeelden te helpen bedenken. Schrijf deze samen op. 8

9 Een voorbeeld: Vaardigheden met woorden: Telefoneren Iets vragen Gesprek voeren Luisteren naar taal (radio, TV) Verhaaltjessommen Gevoel uiten Lezen Vaardigheden zonder woorden: Geld betalen Koken Reizen (OV, fiets, lopen) Verkeersborden lezen Tijd Wiskunde Dagelijkse verzorging Tekenen, techniek, handwerk Daarna vraag je wat gedoe geeft en wat geen gedoe geeft. Wat iemand leuk vindt en minder leuk vindt. Een voorbeeld: Wat geeft geen gedoe? Koken Opstaan; ochtendroutine De tijd bijhouden Wat geeft gedoe? luisteren naar wat er gezegd wordt lezen iets vragen in de winkel Wat vind je leuk? Sporten Knutselen Wat vind je minder leuk? boodschappen doen uitgaan Meestal zegt dat wat iemand wel of niet leuk vindt ook iets over het verbaal en performaal IQ. Bovenstaand voorbeeld is van iemand met een verbaal zwak IQ. 9

10 Vervolgens ga je de normaalverdeling tekenen en koppel je dit aan vaardigheden en wat de jeugdige wel en niet leuk vindt. Wanneer je de normaal verdeling aan het tekenen bent, leg je uit dat een IQ van 100 gemiddeld is, daarna leg je uit wat hooggemiddeld is en hoogbegaafd. Daarna leg je uit wat zwakbegaafd is en verstandelijk beperkt. Vervolgens kruis je in de normaalverdeling, teken dan het IQ, zowel verbaal als performaal, op de normaalverdeling met een kruisje. Hieronder een voorbeeld: X X Verbaal: 69 Performaal: 81 Het gaat er niet om dat er in gewreven wordt dat een jeugdige een licht verstandelijke beperking heeft. Zeg daarom in plaats van je hebt een licht verstandelijke beperking : Jouw IQ is. Dit betekent: een licht verstandelijke beperking Leg uit dat dit gaat over begrijpen, leren en kunnen. Dit kan met woorden (verbaal) en zonder woorden (performaal). Leg uit dat dit het volgende betekent op het gebied van leren, het kost: Meer tijd Meer hulp Meer herhaling Minder resultaat Tip: laat ouders/jeugdige een foto maken met hun smartphone van de tekening zodat ze er nog eens naar kunnen kijken. 10

11 2.3 Communiceren op niveau Er zijn verschillende mogelijkheden om in gesprek te gaan met zowel ouders als jeugdigen. Het is belangrijk om je manier van communiceren aan te passen aan het niveau van de jeugdige en de ouder. Hier zijn verschillende hulpmiddelen voor waarvan er hieronder een aantal worden toegelicht. Het is voor veel mensen met een LVB moeilijk om gesproken taal te begrijpen. Zij kunnen zich vaak moeilijker uidrukken in taal. Dit vraagt van hulpverleners, ouders en anderen die communiceren met iemand met een LVB bepaalde vaardigheden in de communicatie. Zij zullen steeds op zoek moeten gaan naar afstemming. Een aantal tips (expertisecentrum William Schrikker, 2007) welke de communicatie kunnen helpen laten slagen staan hieronder geformuleerd. Gebruik korte zinnen Formuleer zinnen concreet Gebruik simpele, maar niet kinderachtige, taal; Geef weinig keuzes; Herhaal; Bouw stiltes in voor verwerking; Check of de boodschap begrepen wordt; Pas het tempo aan; Bespreek niet meerdere onderwerpen tegelijk; Toon geduld; Wees consequent en betrouwbaar in gedrag; Ondersteun en bied hulp; Wees betrokken maar ga niet mee in grillig gedrag; Veroordeel niet, maar toon begrip; Neem de mening van de cliënt serieus; Wees betrouwbaar in afspraken en uitspraken; Ondersteun bij moeilijke situaties en leg zaken uit; Verdeel ingewikkelde activiteiten in stapjes; Ondersteun opdrachten met materiaal (bijvoorbeeld plaatjes) als geheugensteuntje Maar bovenal: toon oprechte betrokkenheid bij, interesse in en aandacht voor de ander! Dit lijkt misschien vanzelfsprekend, maar hoe vaak vragen we in de praktijk werkelijk of iemand het heeft begrepen? Bij psychoeducatie ligt het accent echt op het begrijpen. Ga dus niet te snel! Het is niet erg wanneer er meer tijd nodig is om iets uit te leggen. Visualiseer met materiaal, kies woorden 11

12 die de ander echt begrijpt en doe alles in kleine stapjes waarbij je steeds checkt of de ander je heeft begrepen. Afstemmen van communicatie Vereenvoudig het taalgebruik Ga na of je elkaar begrijpt Gebruik visuele ondersteuning Beperkte woordenschat Moeite met figuurlijk taalgebruik Moeite met verbale informatieverwerking Beperkt werkgeheugen Risico op overvragen Moeite met (verbale) informatieverwerking en productie Moeite met (verbale) informatieverwerking Bron: (Wit, Moonen, & Douma, 2011) Hanteer kernachtig gesproken of geschreven teksten Gebruik korte, enkelvoudige zinnen van ongeveer 5 woorden Gebruik geen impliciete boodschappen of figuurlijk taalgebruik Gebruik gangbare en concrete woorden en vermijd overkoepelend termen (trein en bus i.p.v. openbaar vervoer) maar niet te kinderachtig Gebruik dezelfde woorden als de jeugdige (neem geen straattaal over) Laat de jeugdige zelf woorden kiezen voor belangrijke begrippen Praat rustig en stel 1 vraag tegelijkertijd Zorg dat nonverbale en verbale informatie overeen komen Laat de jeugdige in eigen woorden herhalen wat er gezegd is Vraag als hulpverlener na of je de jeugdige goed begrijpt Geef de oefenstof kernachtig weer in een tekening of schets Laat de jeugdige zelf zijn verhaal verduidelijken met een tekening Gebruik bijv. pictogrammen of foto s in de communicatie (met duidelijke betekenis voor jeugdige) 12

13 Oplossingsgerichte gespreksvoering Bij oplossingsgericht werken staan emancipatie van de cliënt en de ontdekkingstocht naar werkwijzen die dat proces versterken centraal (Roeden & Bannink, 2007). Bij oplossingsgericht werken wordt er met de cliënt gesproken en niet over de patiënt, zoals in het medisch model. De cliënt wordt als een expert gezien die in staat is om zelf zijn doel te bepalen en over de benodigde vaardigheden beschikt om dit doel te bereiken. De Shazer (1994) stond aan de basis van oplossingsgericht werken en hanteert de houding leading from one step behind. Hiermee zegt hij dat de hulpverlener niet hoeft te trekken, maar een stap achter de cliënt staat en samen kijkt in dezelfde richting, namelijk de toekomst. Dit betekent dat de hulpverlener zich bescheiden en geïnteresseerd opstelt, de houding van het nietweten. De cliënt informeert de hulpverlener, die fungeert als coach die samen met de cliënt speurt naar oplossingen die de cliënt (meestal) al zelf kent, in combinatie met de sterke kanten die de cliënt bezit. De oplossingsgerichte hulpverlener past zich in de samenwerking steeds aan de motivatie van de cliënt aan en gebruikt hierbij de competenties en hulpbronnen, woorden en opvattingen van de cliënt. Wanneer een oplossing werkt gaat de cliënt ermee door, wanneer het niet werkt kan de cliënt ermee stoppen. Er zijn sterke aanwijzingen uit de praktijk dat oplossingsgericht werken goed aan kan sluiten bij mensen met een LVB (Cooke, 2003). Veel gesprekken gaan vooral over de problemen van mensen, terwijl hiermee de kans op een negatief zelfbeeld toeneemt (Roeden & Bannink, 2007). Oplossingsgericht werken richt zich op optimale samenwerking, formulering van het gewenste doel, succes uit het verleden en stapsgewijze vooruitgang. Hier wordt in dit onderzoek verder niet op ingegaan. Wel wordt aandacht besteed aan de oplossingsgerichte gespreksvoering. Deze manier van bevragen en onderzoeken kan helpen het gesprek aan te gaan. Er worden een aantal mogelijkheden beschreven. Onder elke mogelijkheid worden een aantal voorbeelden aan vragen geformuleerd, welke aansluiten bij het geven van psychoeducatie over een LVB. Deze vraagstelling kan ondersteunend werken om jeugdigen zelf tot antwoorden te laten komen! Vragen naar het doel. Als start om het doel te bepalen kan de hulpverlener de wondervraag inzetten. Een voorbeeld van zo n wondervraag is: Stel je gaat vannacht slapen en er gebeurt een wonder. Door dat wonder is het probleem (probleem concreet benoemen) bijna weg. Wat is er dan veranderd? En wat nog meer? En wat doe jij anders? (Roeden & Bannink, 2007). Hiermee kan worden ingeschat wat belangrijk is voor ouders en/of jeugdigen. Wanneer zij zouden willen dat de beperking dan weg is, kun je bijvoorbeeld insteken op de (on)mogelijkheden van de LVB. 13

14 Welk probleem heb je volgens? Ben je het eens met de zorgen die. Over je heeft? Kijk, dit is een toverstokje. Als daarmee je probleem kan worden weggetoverd, wat gaat dan beter? Hoe ziet jouw ideale dag eruit? Hoe wil je jezelf het liefst zien? Of hoe zie je je kind het liefst? Vragen naar uitzonderingen. Interessant is te onderzoeken wanneer het probleem er niet is. Op zoek gaan naar successen en strategieën die mogelijk eerder geholpen hebben bij het oplossen van een probleem is daarvan een vorm (Selekman, 1993). Wanneer merken ouders en/of jeugdigen bijvoorbeeld niks van de beperking? Wat weet je al? Wat heeft je tot nu toe geholpen om om te gaan met de beperking (van je kind)? Wat gaat goed? Wie kunnen je daarbij helpen? Wat kunnen anderen doen, waardoor het beter met je gaat? Schaalvragen. Hierbij kunnen jeugdigen op een schaal aangeven hoe de huidige situatie is. Bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 10, maar ook met pictogrammen van een lachend tot een huilend poppetje, regenwolkjes tot zonnetjes, hoger en lager, et cetera. Deze vragen kunnen nuttig zijn wanneer het gaat om bezorgdheid bij ouders over hun kind met LVB, bijvoorbeeld over de toekomst. Of om erachter te komen hoeveel last de jeugdige zelf ervaart van zijn beperking. Wat gaat er beter? Als 10 is: Ik heb veel zin om. En als 0 is: ik heb geen zin om.welk cijfer geef je dan? Hoe ziet een stapje hoger eruit? Wat is een klein stapje vooruit? Hoe ziet dat stapje er dan uit? Competentievragen. Waaromvragen roepen vaak weerstand of verdediging op. Hoe en wanneervragen werken vaak beter, omdat hiermee competenties naar boven worden gehaald (Roeden & Bannink, 2007). Hulpverleners kunnen beter aandacht besteden aan de krachten die mensen bezitten (Saleebey, 1992). De beperking kan niet worden opgelost, wel is een goede beeldvorming van de beperking belangrijk. Complimenteren is zeer belangrijk bij deze doelgroep. Zoeken naar wat iemand kan en dit uitbreiden, vertelt tegelijkertijd waar iemand moeite mee heeft. Maar daar wordt de nadruk dan niet op gelegd. 14

15 Kun je me iets vertellen over jezelf (over je kind)? Wat zijn jouw talenten (of die van je kind)? Hoe lukt het je om? Hoe is het je eerder gelukt om? Wat moet zo blijven? Wat gaat je gemakkelijk af? Waarover is. Trots op jou? 2.4 omgaan met weerstand Het kan zijn dat je als hulpverlener te maken krijgt met (blijvende) weerstand. Voor ouders is het zeer belangrijk dat zij vroegtijdig weten wat de beperking inhoudt, maar tegelijkertijd zal ook hierbij goed gekeken moeten worden of ouders hier voor open staan. Wanneer ouders er onvoldoende voor openstaan heeft het weinig zin om psychoeducatie te geven. Zij zijn immers ook degene die de jeugdige moeten opvangen. Dit betekent overigens niet dat een hulpverlener er dan direct geen aandacht meer aan hoeft te geven. Met voorzichtigheid kan in kleine stapjes worden gevraagd naar de beleving van ouders. Ga hier als hulpverlener niet mee in de ontkenning van ouders, maar ontkrachtig ze ook niet direct. Stel verdiepingsvragen zoals bijvoorbeeld waar merkt u dat aan of u ziet geen verschillen in de ontwikkeling, kunt u voorbeelden noemen van gelijkenissen. Als hulpverlener zul je tegen dilemma s aanlopen. Want wat doe je bij blijvende weerstand? Wat kun je doen om in te schatten of iemand er klaar voor is? Wat merk je als je te snel gaat? Hoe stem je af? Wat doe je als iemand blijft ontkennen of zeggen dat de IQscore niet klopt. Of als iemand blijft zeggen dat hun kind er wel overheen groeit of alleen een gedragsprobleem heeft. Hoe hoog ligt het tempo? Wanneer is het acceptatieprobleem zo groot dat verdere hulp nodig is? In deze handleiding kunnen bovenstaande vragen (helaas) niet geheel beantwoord worden. Wanneer je als hulpverlener tegen weerstand aanloopt is het goed om te overleggen met je collega s. Zij kunnen wellicht bruikbare tips geven. Ook is het goed om de oplossingsgerichte vragen er eens bij te pakken. Soms kan een andere vraagstelling nieuwe openingen bieden. Een belangrijk advies is om altijd de aansluiting te blijven zoeken bij ouders. Probeer hun tempo te volgen en neem tijd voor het mogelijke rouw en/of acceptatieproces. Vraag aan ouders of je te snel gaat en vraag ook of ouders het moeilijk vinden en wat zij dan precies moeilijk vinden. Hierdoor blijf je als het ware op de hoogte van het tempo/proces van ouders. Ouders moeten hun (toekomst)verwachtingen bij stellen en dit valt niet altijd mee. Heb begrip voor dit feit, maar trap niet in de valkuil mee te gaan in ontkenning. Als een ouder dus tegen je zegt; Ik was ook geen hoogvlieger op school, maar het is allemaal goed gekomen kun je bijvoorbeeld 15

16 benoemen dat de jeugdige inderdaad nog veel kan leren, maar dat het meer tijd en herhaling kost. Wanneer na lange tijd blijkt dat ouders het probleem dusdanig ontkennen of onderschatten en zij daarmee onvoldoende kunnen afstemmen op de behoeftes van hun kind, is het goed om verdere hulp in te schakelen. Vraag advies aan je collega s, orthopedagogen of systeemdeskundigen. 16

17 3. Oefeningen voor het geven van psychoeducatie aan ouders (met hun jeugdigen) 3.1 In gesprek aan de hand van de strip met ouders en jeugdigen Deze oefening visualiseert en ondersteunt je verhaal. Deze oefening kan goed gebruikt worden met de jeugdige en/of met ouders die visualisering prettig vinden. Ga naar aanleiding van deze strip samen op zoek naar krachten en naar dingen die moeilijk zijn om te leren. Stel daarbij de volgende vragen aan ouders en kind: Wat kan je/de jeugdige al zelf? Wat kan je/de jeugdige samen? Wat kan je/de jeugdige nog leren? Waar is hulp nodig? 17

18 3.2 In gesprek met ouders aan de hand van tekst Het kan helpend zijn om kort concrete informatie voorhanden te hebben voor ouders. Beperk je informatie, er komt veel op de ouders af en het gaat erom dat zij begrijpen wat er gezegd wordt. In de DSMIV is het niveau van intellectueel functioneren als volgt onderverdeeld (APA, 1994). Zwakbegaafd: IQ 70/7585/90. Lichte verstandelijke handicap: IQ 50/5570. Matige verstandelijke handicap: IQ 35/4050/55. Ernstige verstandelijke handicap: IQ 20/2535/40. Diepe verstandelijke handicap: IQ lager dan 20/25. Mensen met een diepe verstandelijke beperking functioneren op volwassen leeftijd op het niveau van een 2jarige. Mensen met een ernstige verstandelijke beperking op het niveau van een 4jarige. Iemand met een matige verstandelijke beperking functioneert uiteindelijk op het niveau van een 4 tot 7jarige. Voor iemand met een licht verstandelijke beperking geldt een ontwikkelingsleeftijd van 7 tot 12 jaar. In Nederland is de IQgrens van een licht verstandelijke beperking nu tot 85, vanwege de vaak bijkomende gedragsproblematiek of psychiatrische stoornissen. Vaak komt pas op de basisschool tot uiting dat de jeugdige, omdat dan blijkt dat de jeugdige niet goed mee kan komen. Sterke kanten: Je bent vaak goed met je handen Je leert van voordoen en nadoen Je kunt mensen en dieren vaak goed aanvoelen Je houdt van regelmaat Je doet graag dezelfde dingen en je kan dat goed volhouden Je doet graag taken waarbij je meteen kunt zien wat het wordt Je bent voorzichtig met nieuwe dingen Zwakke kanten: Moeite met oorzaak/gevolg Moeite om informatie te werven, te ordenen, te verwerken, en vast te houden Minder exploreren Moeilijk leren van ervaringen Onthoudt minder van wat hij leert 18

19 Moeite met reflectie Vaker een negatief zelfbeeld Weinig inlevingsvermogen Moeite met taal, woorden vinden Moeite met plannen en organiseren Moeite met overzicht Beïnvloedbaar Dit betekent voor ouders: Gebruik korte en eenvoudige zinnen Benoem de emotie van uw kind en uw zelf Benoem wat goed gaat, geef complimentjes Probeer geduldig te zijn, geef veel herhaling Praktische tips voor ouders: Structureer situaties goed voor Gebruik eenvoudige taal met korte zinnen Vraag of je kind je heeft begrepen Doe dingen voor Gebruik hulpmiddelen zoals plaatjes of pictogrammen Geef complimentjes Beloon gewenst gedrag Doe alles in kleine stapjes, ga niet te snel Heb begrip en geduld Ontwikkelingstaken jeugdigen met voorbeelden van vaardigheden Onderstaande schema s kunnen ook veel duidelijkheid binnen voor ouders. Hierin worden de normale ontwikkelingstaken en bijkomende vaardigheden besproken en daarnaast de invloed van de licht verstandelijke beperking. Het is prettig om te weten wat tot de normale ontwikkeling hoort om in te kunnen schatten wat niet normaal is. 19

20 Ontwikkelingstaken jeugdigen Fysiologische regulatie Motorische ontwikkeling Gevoelens herkennen en reguleren Vorming gehechtheidsrelaties Vorming (kinderlijke) autonomie Voorbeelden van vaardigheden Slikken, goed op prikkels reageren, opbouw van slaap/waak ritme Fles vasthouden, rollen, kruipen, lopen, fijne motoriek Gevoelens herkennen, benoemen, uiten, weten wanneer je gevoel mag en kunt uiten en hoe Opvoeder opzoeken als veilige basis, om hulp vragen, gepaste afstand bij vreemden, zich laten troosten Initiatieven nemen, exploreren, contact leggen Voorbeelden van invloed van de LVB op de ontwikkelingstaak Leert minder van opgedane ervaringen, bijvoorbeeld een baby die per ongeluk met de rammelaar tegen zijn hoofd slaat, heeft langer de tijd nodig om de oorzaak en het volg hiervan te begrijpen Minder vermogen tot het differentiëren tussen verschillende gevoelens: duurt langer voor ene kind onderscheid kan maken tussen bijvoorbeeld ik ben boos of ik ben bang Kind met LVB is minder goed in staat om signalen naar de ouder te sturen om zijn hulpbehoefte te laten blijken en ook minder goed in staat om de intentie van de ouder te begrijpen. Ouder begrijpt niet dat de jeugdige niet of minder goed reageert op respons naar de jeugdige toe. Hierdoor komt een veilige hechting moeilijker tot stand Een kind met een LVB heeft van nature minder exploratiedrang 20

21 met andere jeugdigen, gepast nee zeggen, omgaan met en blijft langer afhankelijk van de opvoeder ouderlijk gezag Symbolische ontwikkeling Woorden leren, napraten, het alsofspel, stimulerend speelgoed pakken Mogelijkheid om op abstract niveau te kunnen denken, zoals nodig is bij taal of fantasiespel, is beperkt Verwerking sociale informatie Nieuwsgierig naar wat de ander bedoelt, vragen stellen, begrijpen of iemand iets goed of kwaad meent Gedrag van de ander die per ongeluk tegen je aanloopt, wordt geïnterpreteerd als expres en negatief. Door de LVB kan het gedrag niet in het perspectief geplaatst worden van de omstandigheid (bijvoorbeeld drukte) Relaties met leeftijdgenootjes Spelletjes doen met anderen, simpele conflicten aangaan en oplossen, kunnen geven en nemen Vraagt om invoelingsvermogen en het kennen en begrijpen van sociale regels; vaardigheden die beide beperkt zijn Functioneren op school Luisteren, een tijdje stilzitten, gevoeligheid voor instructies en aanwijzingen Aandacht vasthouden bij de instructie en meerdere aanwijzingen tegelijk onthouden is moeilijk voor een kind met LVB Bron: Deltamethode Gezinsvoogdij (2008) aangevuld met voorbeelden LVB (de Beer, 2012) 21

22 Ontwikkelingstaken adolescenten met voorbeelden van vaardigheden Onderstaand eenzelfde schema maar dan met ontwikkelingstaken voor de adolescent. Ook weer met een aantal voorbeelden en de invloed van de LVB aangevuld door de Beer (2012). Ontwikkelingstaken adolescenten Voorbeelden van vaardigheden Voorbeelden van invloed van de LVB op de ontwikkelingstaak Autonomie ten opzichte van ouders Geven en nemen in discussie met ouders, accepteren dat ouders niet alles van je begrijpen, minder afhankelijk zijn van Meer en langer controle nodig van ouders, bijvoorbeeld omdat het langer duurt voordat waarden en normen geïnternaliseerd zijn goedkeuring Onderwijs en werk Realistische beroepsverwachting, dagritme kunnen volgen, met leerkrachten en chefs communiceren, solliciteren Lastiger kunnen plannen en werkzaamheden kunnen overzien en daardoor in de problemen komen met het tijdig afhebben van (school)werk Vrije tijd Hobby kiezen, plannen van vrije tijd, iets zinnigs doen bij teveel vrije tijd, met geld uitkomen Beperkter voorstellingsvermogen van de mogelijkheden en moeite met plannen, waardoor zinvolle invulling van vrije tijd moeizamer gaat Woonsituatie Eigen huishouden opbouwen, dagritme vinden, zorgen voor hygiëne, met geld uitkomen Minder in staat om regie over huishouden te voeren, bijvoorbeeld hoe je uitgaven over de maand verdeeld Omgaan met autoriteit Aanwijzingen en regels opvolgen, meningsverschil uiten, onderhandelen Beperkter gevoel voor gezagsverhoudingen: onder andere door beperkte sociale vaardigheden en beperkt empathisch vermogen Gezondheid Gerichte keuzes bij eten en Minder kennis over wat wel en 22

23 drinken, risico s op letsel inschatten, veilig rijden in het verkeer,grenzen kennen en hanteren ten aanzien van drugs en drank, naar de niet gezond is, minder in staat om weloverwogen beslissingen te nemen, meer impulsief zijn, wat kan leiden tot een minder gezond eetpatroon huisarts/tandarts gaan Lichaam en uiterlijk Ontspannen zijn als je bekeken wordt, zorgen voor hygiëne en goede voeding, zorg besteden aan kleding Minder kennis over en vaardigheden bij zelfverzorging kunnen leiden tot onvoldoende hygiene (bijvoorbeeld een overzorgd gebit) of slecht zittende en gecombineerde kleding Sociale contacten en vriendschappen Iets voor een ander doen, vertrouwen tonen, probleem oplossen, humor begrijpen en toepassen Sociale vaardigheden zijn beperkt, iemand met een LVB heeft vaak weinig zelfvertrouwen, is afhankelijk van wat de ander van hem vindt en is beperkt in staat om op een adequate manier vriendschappen te onderhouden. Is daardoor gevoelig voor de groepsnorm (om erbij te horen); neemt gemakkelijk waarden en normen over van peergroup Intimiteit en seksualiteit Contact leggen, aanvoelen welke intimiteit de ander wenst, soa s voorkomen, nee Minder empathisch vermogen met als gevaar dat eigen gevoel en gedrag stuurt kunnen zeggen Bron: Deltamethode Gezinsvoogdij (2009) aangevuld met voorbeelden LVB (de Beer, 2012) 23

24 3.3 Wat heeft je kind nodig? Het is goed om vooraf met je kind door te nemen wat je van hem of haar verwacht. Dat kan ook zo worden gebracht dat je hem / haar laat kiezen uit dat wat jij wilt wat er gebeurt. Samen activiteiten ondernemen. Voordoen hoe het zou kunnen doen. Als het goed gaat belonen. Begrip en veel geduld laten zien. Ga even bij..na of hij / zij het begrepen heeft... mag zijn zoals ze is met haar/ zijn goede kanten en ook de minder sterke kanten. Laat duidelijk merken wat je goed aan haar vindt. Benoem daarbij ook de gewonen dagelijkse dingen Hij/zij heeft een vereenvoudiging nodig van haar leefwereld. Hij/zij moet kunnen herkennen wat er gaat of moet gebeuren. Zijn of haar wereld moet overzichtelijk zijn, duidelijk en er moet vastigheid zijn. Dit betekent voor voorstructureren van situaties: Hierbij geef je aan wat je van verwacht in bepaalde situaties. Je geeft aanwijzingen, tips hoe hij evt. zou kunnen reageren in bepaalde situaties. Je geeft hem tips, aanwijzingen, wat te doen als hij het even niet meer weet. Je leert hem nieuwe dingen aan, door ze in kleine overzichtelijke stukjes te hakken. Samen activiteiten ondernemen Door samen activiteiten te ondernemen krijgt.. Individuele aandacht, die hij erg prettig vindt. Hierbij kun je tijdens de activiteit. nieuwe dingen aanleren en hem steunen in zaken die hij nog moeilijk vindt. Gewenst gedrag belonen: Belangrijk is het om dingen die.. goed doet te belonen met of een complimentje, duim omhoog, schouderklop, aai over zijn bol of knuffel... zal eerder geneigd zijn gedrag te herhalen als dit hem positieve aandacht oplevert. Door de positieve aandacht, kan. een positiever zelfbeeld ontwikkelen. 24

25 Model staan Als je nieuw gedrag wil aanleren lukt dit gemakkelijker als je dit samen met hem doet. Jeugdigen leren door imitatie gedrag, door zelf het juiste voorbeeld te geven, kan hij jouw gedrag gaan imiteren Je mag, kan van een kind geen gedrag verwachten, dat jezelf ook niet doet. Jij als ouders bent zijn grote voorbeeld. Begrip en geduld opbrengen: Voor.. is het geen onwil maar onvermogen dat hij bepaalde zaken te doen... heeft veel herhaling, begeleiding, aansturing nodig om zich zaken eigen te maken. Dit vraagt van jouw als moeder veel begrip en geduld. Klimaat scheppen en aanpassen Voor is het prettig als hij een vast terugkerend dagritme heeft. Toekomst: Ouders moeten rekening houden met de volgende zaken: Pubers met LVG zijn beïnvloedbaar. Pubers met LVG kunnen vluchtgedrag vertonen (zoals stoer gedrag). Ook kunnen ze zich terugtrekken in hun eigen wereldje. Ze leggen alles buiten zichzelf. Er is een risico voor verslavingen, criminaliteit of prostitutie. Vanaf 18 jaar valt de LVGjongere niet meer onder de jeugdhulpverlening en dan komt juist de leeftijd waarop keuzes moeten worden gemaakt: bijvoorbeeld over werk, huisvesting en geldzaken. Hierover is het belangrijk van te voren na te denken en eventueel ondersteuning te zoeken. Zorg dat je trots kunt zijn op je kind en wat je kind kan. Succes ervaringen zijn belangrijk voor je kind, hierdoor groeit het zelfvertrouwen! 25

26 4. Oefeningen voor het geven van psychoeducatie aan jeugdigen Op een heldere manier kunnen vertellen wat een LVB inhoudt aan jeugdigen, vraagt veel van hulpverleners. Ten eerste is het de kunst om aansluiting te vinden, dus door aan te sluiten op het niveau van de jeugdige. Daarnaast is het belangrijk dat ouders of andere mensen uit het netwerk het feit dat hun kind uitleg krijgt steunen. Zij zullen de jeugdige immers moeten opvangen. De oefeningen op de volgende pagina geven een basis voor het geven van psychoeducatie. Gebruik ook de tips die eerder in deze handleiding te vinden zijn. Daarbij kan het stripverhaal op pagina 13 worden gebruikt. 26

27 4.1 Jouw IQ Het IQ betekent je intelligentie. En je intelligentie gaat over hoe slim je bent. Dus bijvoorbeeld hoe makkelijk je kunt leren. Hiervoor scoor je punten, net zoals bijvoorbeeld met je schoenmaat. In dit schema kun je zien wat de meeste mensen hebben, dat is namelijk oranje. Als je het vergelijkt met je schoenmaat; welke schoenmaat hebben de meeste jongens/meisjes van jouw leeftijd? Vul in: Tussen de.. en de.. As je het IQ neemt is dat tussen de 90 en 115 punten (oranje strepen) Als je dan naar de roze streep kijkt en naar de paarse, welke schoenmaat zou dat ongeveer zijn? Roze is als mensen grotere voeten hebben: tussen de.. en de Paars is als mensen grote voeten hebben: tussen de en de.. Als je IQ tussen de 115 en 130 is heet dat intelligent of meer begaafd. Als je IQ hoger is dan 130 heet dat hoogbegaafd. Dan gaan we kijken naar de gele streep, voor de kleinere voeten. Welke schoenmaat zou dat zijn? Geel is als mensen kleinere voeten hebben: tussen de en de.. Groen is als mensen kleine voeten hebben: tussen de. En de 27

28 Als je IQ tussen de 70 en 90 is heet dat zwakbegaafd. Als je IQ tussen de 50 en 70 is heet dat een licht verstandelijke beperking. Als je IQ tussen de 70 en 85 is en je hebt bijkomende problematiek heet dit ook een licht verstandelijke beperking. Wat is jouw IQ?.. 28

29 4.2 Voor meiden Op wie lijk jij? Waar ben je goed in? Waar ben je minder goed in? 29

30 4.3 Voor jongens Op wie lijk jij? Waar ben je goed in? Waar ben je minder goed in? 30

31 4.4 Wat heb je nodig? Wanneer de jeugdige de nodige voorlichting heeft gehad, is het goed om samen met de jeugdige te kijken wat werkt voor de jeugdige zelf en wat hij/zij daarin nodig heeft van zijn omgeving. Je kunt hierbij vooraf doornemen wat je van hem of haar verwacht. Dat kan ook zo worden gebracht dat je hem / haar laat kiezen uit dat wat jij wilt wat er gebeurt. Samen activiteiten ondernemen. Bedenk samen met de jeugdige een activiteit en neem deze als voorbeeld. Voordoen hoe het zou kunnen doen. Hoe gaat de activiteit nu? Wie kan.. helpen bij het ondernemen van activiteiten? Wat helpt bij het doen van die activiteit? Wat moet de ander doen.. jou te helpen? (bijv. herhalen, geduldig zijn, lachen, niet mee bemoeien etc.) Hoe wil je beloond worden als het goed gaat? (bijv. complimentje, sticker etc.) Het is belangrijk dat je begrijpt wat je moet doen. Je moet kunnen herkennen wat er gaat of moet gebeuren. Je wereld moet overzichtelijk zijn, duidelijk en er moet vastigheid zijn. Met wie onderneem je graag samen activiteiten?. Je hebt een aantal mensen gekozen die jou kunnen helpen bij het ondernemen van activiteiten. Nu ga je bedenken hoe zij jou kunnen helpen in verschillende situaties. Voorstructureren van situaties: Het helpt als de ander jou tips en aanwijzingen geeft als je het even niet meer weet. Vind je dat goed? Het helpt jou als de ander jou helpt met het maken van kleine overzichtelijke stukjes. Vind je dat goed? Het helpt jou als de ander aangeeft wat zijn/haar verwachtingen zijn. Je kunt daar een standaard lijstje voor maken. Wat zou daarop moeten staan? Gewenst gedrag belonen: Het helpt jou om complimentjes te krijgen. Vind je dat fijn of soms nog moeilijk? 31

32 Welke complimentjes vind je fijn? (bijv. aai over bol, duim omhoog, schouderklop, knuffel, met woorden) Spreek samen af welke complimentjes te graag krijgt. Wie geeft jou het goede voorbeeld? Begrip en geduld opbrengen: Je hebt veel herhaling nodig. Durf je te vragen als je iets niet begrijpt? Hoe zou je het op een goede manier kunnen vragen? Heb je hier hulp bij nodig? (bijv. een vel met een vraagteken erop of een codewoord) Voor jou is het prettig als je een vast terugkerend dagritme hebt. Hoe ziet die eruit? 4.5 Toekomst Niemand kan in de toekomst kijken. Misschien heb je wel vragen over de toekomst. Schrijf ze hier op:..... Belangrijk voor jou om te weten: Alle pubers vinden het soms lastig om voor zichzelf te kiezen. Iedereen wil er graag bijhoren. Het is belangrijk dat je voor jezelf kan opkomen zodat je alleen dingen doet die je ook zelf graag wil. Het is voor pubers soms moeilijk om naar zichzelf te kijken. Ze denken dan dat hun ouders maar iets stoms zeggen en luisteren niet. Heb jij dat ook wel eens? Wat doe je dan? Met jouw beperking is het nog niet zeker of je zelfstandig zou kunnen wonen later. Hier komt heel veel bij kijken. Misschien kun je wel heel veel leren met wat begeleiding en is het daarna wel mogelijk, misschien heb je altijd nog wat begeleiding nodig. Bijvoorbeeld met het invullen van papieren of het betalen van rekeningen. Dat is trouwens niet erg, want je kan ook heel veel zelf leren. Bijvoorbeeld koken of werken of sporten! Wat zou jij nog willen leren? 32

33 Bibliografie Bode, C., & Bom, d. H. (2008). Gewoon leven met ongewone handicaps. Amsterdam: Nelissen. Boom, A. (2011). Hoe vertel ik het mijn kind? Hoe help ik ouders om met hun kind te praten over de verstandelijke beperking? Ouderschapskennis, 515. Cooke, L. (2003). Treating the sequelae of abuse in adults with learning disabilities. The British Journal of Developmental Disbabilities, 49, 1, de Beer, Y. (2012). De kleine gids. Mensen met een licht verstandelijke beperking Deventer: Kluwer. de Shazer, S. (1994). Words were originally magic. New York: Norton. Dekker, M., & Koot, H. (2003). DSMIV disorders in children with bordeline to moderate intellectuel disability. I: Prevalence and impact. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry, 42, Expertisecentrum verstandelijke beperking. ( ). Opgeroepen op maart 12, 2013, van Van DSM IV naar DSM: Kraijer, D. (2007). Handboek autismespectrumstoornissen en verstandelijke beperking. Amsterdam: Harcourt. Luijten, J. (2004). Had ik maar een mongool! Ouderschap & Ouderbegeleiding 7, Moonen, X., & Verstegen, D. (2006). LVGjeugd met ernistige gedrpagroblematiek in de verbinding met prakijk en wetgeving. Onderzoek & Praktijk, 4 (1), p Roeden, J., & Bannink, F. (2007). Handboek Oplossingsgericht werken met licht verstandelijk beperkte jeugdigeen. Amsterdam: Harcourt Assessment BV. Ruiter, K. d., Dekker, M., Douma, J., Verhulst, F., & Koot, J. (2008). Development of parent and teacherreported emotional and behavioural problems in young people with intellectuel disabilities: Does level of ID matter? Journal of Applied Research in Intellectual Disabilities, 21, Saleebey, D. (. (1992). The strengths perspective in social work practice. New York: Longman. Selekman, M. (1993). Pathways to change: Brief therapy solutions with difficult adolescents. New York: Guilford. 33

34 Vermeulen, T., Jansen, M., & Feltzer, M. (2007). LVG: een licht verstandelijke handicap met grote gevolgen: een onderzoek naar de problematiek van licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. Onderzoek & Praktijk, 5(2), 415. Wit, d. M., Moonen, X., & Douma, J. (2011). Richtlijn effectieve interventies LVB. Utrecht: Dekkers. 34

Tips bij het in gesprek gaan met een burger met een licht verstandelijke beperking

Tips bij het in gesprek gaan met een burger met een licht verstandelijke beperking Tips bij het in gesprek gaan met een burger met een licht verstandelijke beperking S.N. Kuik (2014, ongepubliceerd) Inleiding Het in Gesprek gaan met iemand met een LVB vergt nogal wat van Gespreksvoerders.

Nadere informatie

Mijn kind heeft een LVB

Mijn kind heeft een LVB Mijn kind heeft een LVB Wat betekent een licht verstandelijke beperking nu precies? Informatie voor ouders van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 6 tot 23 jaar

Nadere informatie

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave

Nadere informatie

Weet wat je kan Samenvatting op kaarten

Weet wat je kan Samenvatting op kaarten Samenvatting op kaarten 16 kaarten met samenvattingen van de inhoud van de module, psychoeducatie over een Lichte verstandelijke Beperking (LVB) voor cliënten en hun naasten. De kaarten 1 14 volgen de

Nadere informatie

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Doelgroep s Heeren Loo, Almere: Alle leeftijden: kinderen, jongeren & volwassenen (0 100 jaar) Alle niveaus van verstandelijke

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

5. Draag over aan (gespecialiseerde) kraamzorg / JGZ / huisarts

5. Draag over aan (gespecialiseerde) kraamzorg / JGZ / huisarts Zorgpad (licht) verstandelijk beperkt 1. Vermoeden aanwezigheid LVB 2. Neem eventueel contact op met sociaal wijkteam en/of MEE om signalen te bespreken nee 3. Complexe problemen en LVB Zorgpad Tienerzwangerschap

Nadere informatie

Dit betekent dat kennis over de ontwikkeling van het kind onmisbaar is bij de beslissing wel of geen maatregel uit te spreken.

Dit betekent dat kennis over de ontwikkeling van het kind onmisbaar is bij de beslissing wel of geen maatregel uit te spreken. Roep om veiligheid wordt steeds groter terwijl de criminaliteitscijfers dalen. Categorie die de minste kans loopt slachtoffer te worden van een misdrijf voelt zich het meest onveilig. De overheid stelt

Nadere informatie

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport Sanne Gielen Inleiding Starten met een nieuwe sport is voor iedereen spannend; Hoe zal de training eruit zien? Zal de coach aardig zijn? Heb ik een klik met mijn teamgenoten? Kán ik het eigenlijk wel?

Nadere informatie

Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Utrecht, Gooi & Vecht Ondersteuning bij leven met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave Wat betekent het dat uw kind moeilijk lerend is en wat 3

Nadere informatie

[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster

[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster [PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster! Hoofdzaken Ster Copyright EffectenSter BV 2014 Hoofdzaken Ster SOCIALE VAARDIGHEDEN VERSLAVING DOELEN EN MOTIVATIE 10 9 8 10 9 8 7 6 4 3 2 1 7 6 4 3 2 1 10 9

Nadere informatie

mensen met een Licht Verstandelijke Beperking

mensen met een Licht Verstandelijke Beperking Herkennen van mensen met een Licht Verstandelijke Beperking 23 juni 2015 GGD jeugdartsen Limburg Marijke van Duijnhoven en Hanneke van Gaal I have no actual or potential conflict of interest in relation

Nadere informatie

Licht verstandelijke beperking. Praktische tips voor herkennen. voor professionals

Licht verstandelijke beperking. Praktische tips voor herkennen. voor professionals Licht verstandelijke beperking Praktische tips voor herkennen voor professionals Begrijp je wat ik bedoel? Kinderen en jongeren zijn er bij gebaat wanneer vroegtijdig wordt herkend of er sprake is van

Nadere informatie

Reader Gespreksvoering

Reader Gespreksvoering Reader Gespreksvoering Achtergrondinformatie Soorten vragen Actief Luisteren Slecht nieuws Gesprek Fasen in het gesprek Soorten Vragen In een gesprek kun je verschillende soorten vragen stellen. Al je

Nadere informatie

Workshop Herkennen van LVB

Workshop Herkennen van LVB Workshop Herkennen van LVB MEE in Leiden Onderdeel JGT s en Sociale wijkteams (kortdurende ondersteuning) Onafhankelijke cliëntondersteuning; WLZ Specialistenpool Deelname aan diverse regionale samenwerkingen;

Nadere informatie

Zelfbeeld. Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld.

Zelfbeeld. Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld. Zelfbeeld Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld. Een kind dat over het algemeen positief over zichzelf denkt, heeft meer zelfvertrouwen.

Nadere informatie

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Creatief en flexibel toepassen van Triplep Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Programma Overzicht Kennismaking Persoonlijke werving van ouders Een goede relatie opbouwen met de ouders

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

ogen en oren open! Luister je wel?

ogen en oren open! Luister je wel? ogen en oren open! Luister je wel? 1 Verbale communicatie met jonge spelers Communiceren met jonge spelers is een vaardigheid die je van nature moet hebben. Je kunt het of je kunt het niet. Die uitspraak

Nadere informatie

Voorlezen is leuk en nuttig. Maar hoe doe je dat eigenlijk, goed voorlezen? Hieronder vindt u de belangrijkste tips en trucs.

Voorlezen is leuk en nuttig. Maar hoe doe je dat eigenlijk, goed voorlezen? Hieronder vindt u de belangrijkste tips en trucs. R.K. Basisschool Anselderlaan 10 6471 GL Eygelshoven Tel: 045-5351434 De fijne kneepjes van het voorlezen Voorlezen is leuk en nuttig. Maar hoe doe je dat eigenlijk, goed voorlezen? Hieronder vindt u de

Nadere informatie

Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Praten helpt. Verslavingspreventie Mondriaan

Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Praten helpt. Verslavingspreventie Mondriaan Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Praten helpt Verslavingspreventie Mondriaan Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Alle ouders hebben het beste voor met hun kinderen. Ouders vragen

Nadere informatie

Online Titel Competentie Groepsfase Lesdoel Kwink van de Week

Online Titel Competentie Groepsfase Lesdoel Kwink van de Week onderbouw Les 1 Online Dit ben ik! Besef van jezelf Forming Ik kan mezelf voorstellen aan een ander. Ken je iemand nog niet? Vertel hoe je heet. Les 2 Online Hoe spreken we dit af? Keuzes maken Norming

Nadere informatie

EN ALS HIJ KAN LEZEN, STUUR IK M NAAR DE CHINESE LES.

EN ALS HIJ KAN LEZEN, STUUR IK M NAAR DE CHINESE LES. 3 1 2 EN ALS HIJ KAN LEZEN, STUUR IK M NAAR DE CHINESE LES. Realistisch kijken naar wat kinderen wel en niet kunnen. WAT KAN JE KIND (AL)? Natuurlijk verwacht je veel van je kind. Dat het snel nieuwe dingen

Nadere informatie

De oplossingsgerichte flowchart

De oplossingsgerichte flowchart De oplossingsgerichte flowchart Inleiding De oplossingsgerichte flowchart is een hulpmiddel om de werkrelatie te beschrijven tussen cliënt en hulpverlener. Het instrument kan bij elke client-hulpverlener

Nadere informatie

Als wij dit soort vragen stellen dan gaan wij uit van de talenten en mogelijkheden van cliënten.

Als wij dit soort vragen stellen dan gaan wij uit van de talenten en mogelijkheden van cliënten. Hand-out Workshop oplossingsgericht gesprekvoeren. Wat is oplossingsgericht werken? Volgens Mahlberg&Sjöblom (2011) wordt er over het algemeen uit gegaan van een probleem gerichte benadering. Een probleem

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

Tekst lezen en vragen stellen

Tekst lezen en vragen stellen 1. Lees de uitleg. Tekst lezen en vragen stellen Als je een tekst leest, kunnen er allerlei vragen bij je opkomen. Bijvoorbeeld: Welke leerwegen zijn er binnen het vmbo? Waarom moet je kritisch zijn bij

Nadere informatie

Waarom komt hij onze afspraken nooit na? Snapt ze nu wat ik zeg? Ik weet niet meer hoe ik dit anders kan aanpakken?

Waarom komt hij onze afspraken nooit na? Snapt ze nu wat ik zeg? Ik weet niet meer hoe ik dit anders kan aanpakken? Herkennen van LVB Waarom komt hij onze afspraken nooit na? Snapt ze nu wat ik zeg? Ik weet niet meer hoe ik dit anders kan aanpakken? Definitie LVB het intellectueel functioneren ligt duidelijk onder het

Nadere informatie

William Schrikker Pleegzorg

William Schrikker Pleegzorg Landelijke specialist, met regionale accenten Nieske Selles, pleegmoeder Marion Inghels, pleegzorgwerker 25 mei 2016 Doelgroep van de WSP Wat betekent LVB + bijkomende problematiek Interactieve opdracht

Nadere informatie

Sociale/pedagogische vragenlijst

Sociale/pedagogische vragenlijst Bijlage 1 Sociale/pedagogische vragenlijst voor ouders en begeleiders van mensen met een matige tot (zeer) ernstige verstandelijke beperking, al dan niet in combinatie met een lichamelijke beperking 1

Nadere informatie

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W

Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W 1 Naam student: Studentnummer: Datum: Naam leercoach: Inleiding Voor jou ligt het meetinstrument ondernemende houding. Met dit meetinstrument

Nadere informatie

Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen.

Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen. Bijlage 11 Voorbeeld informatie VHT: Bouwstenen voor geslaagd contact Informatie Video - hometraining Belangrijke begrippen initiatieven herkennen volgen ontvangstbevestiging beurt verdelen leidinggeven

Nadere informatie

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers MEE Ondersteuning bij leven met een beperking Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Voor verwijzers Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Veel mensen met een licht

Nadere informatie

In gesprek gaan met ouders in verband met een vermoeden van kindermishandeling

In gesprek gaan met ouders in verband met een vermoeden van kindermishandeling In gesprek gaan met ouders in verband met een vermoeden van kindermishandeling 1. Aandachtspunten voor een gesprek met ouders i.v.m. een vermoeden van kindermishandeling: Als je je zorgen maakt over een

Nadere informatie

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden zelfstandig leren Leren leren is veel meer dan leren studeren, veel meer dan sneller lijstjes blokken of betere schema s maken. Zelfstandig leren houdt in: informatie kunnen verwerven, verwerken en toepassen

Nadere informatie

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht

Nadere informatie

MEE Utrecht Ondersteuning bij leven met een beperking. Zeer moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind

MEE Utrecht Ondersteuning bij leven met een beperking. Zeer moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind MEE Utrecht Ondersteuning bij leven met een beperking Zeer moeilijk lerend Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind Zeer moeilijk lerend Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend

Nadere informatie

Deze folder legt uit hoe je SNAP kan gebruiken voor een blijvende verandering.

Deze folder legt uit hoe je SNAP kan gebruiken voor een blijvende verandering. Bij SNAP leren we ouders en kinderen vaardigheden om problemen op te lossen en meer zelfcontrole te ontwikkelen. Deze folder legt uit hoe je SNAP kan gebruiken voor een blijvende verandering. SNAP (STOP

Nadere informatie

Doelstellingen van PAD

Doelstellingen van PAD Beste ouders, We kozen er samen voor om voor onze school een aantal afspraken te maken rond weerbaarheid. Aan de hand van 5 pictogrammen willen we de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze leerlingen

Nadere informatie

Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren

Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren Direct aan de slag met Baby- en kindergebaren Inhoudsopgave Welkom Blz. 3 Wat zijn baby- en kindergebaren? Blz. 4 Voordat je begint Blz. 5 De eerste gebaren Blz. 6 & 7 Gebaren- tips Blz. 8 Veel gestelde

Nadere informatie

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Informatie voor cliënten Cliënten en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel hebben vaak nare dingen meegemaakt. Ze zijn geschokt

Nadere informatie

6.2.1 Dealen met afleiding onderweg

6.2.1 Dealen met afleiding onderweg Stap 6: Deel 2 6.2.1 Dealen met afleiding onderweg In het tweede deel van jullie experiment ga je verder met het ondernemen van ACTies die je met de anderen hebt afgesproken te doen. Daarnaast krijg je

Nadere informatie

Peuters. Lief maar ook wel eens lastig

Peuters. Lief maar ook wel eens lastig 1 Peuters Lief maar ook wel eens lastig 2 Peuters: Lief maar ook wel eens lastig Peuters zijn ondernemend en nieuwsgierig. Ze willen alles weten en ze willen alles zelf doen. En als ze iets niet willen,

Nadere informatie

Oplossingsgerichte benadering MBO platformdag, 9 april 2015

Oplossingsgerichte benadering MBO platformdag, 9 april 2015 Oplossingsgerichte benadering MBO platformdag, 9 april 2015 Joost Iserief & Ingrid Kroezen Waarom oplossingsgerichte gespreksvoering? Praten over problemen leidt vaak niet tot oplossingen, praten over

Nadere informatie

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten Tot een geloofsgesprek komen I Ontmoeten Het geloofsgesprek vindt plaats in een ontmoeting. Allerlei soorten ontmoetingen. Soms kort en eenmalig, soms met mensen met wie je meer omgaat. Bij de ontmoeting

Nadere informatie

B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1

B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 JE ONBEWUSTE PROGRAMMEREN VOOR EEN GEWELDIGE TOEKOMST De meeste mensen weten heel goed wat ze niet willen in hun leven, maar hebben vrijwel geen

Nadere informatie

Wat er ook aan de hand is, de gevolgen zijn hetzelfde. Je bent een aantal lichamelijke functies, die je voorheen als vanzelfsprekend aannam, kwijt.

Wat er ook aan de hand is, de gevolgen zijn hetzelfde. Je bent een aantal lichamelijke functies, die je voorheen als vanzelfsprekend aannam, kwijt. Hoofdstuk 7 Emoties Nu is het tijd om door te gaan. Je hebt je dwarslaesie, je bent hopelijk klaar met al de medische dingen, nu is het tijd om ook je gevoelens aandacht te geven. Dus: ga lekker zitten,

Nadere informatie

Collectief aanbod Jeugd Houten

Collectief aanbod Jeugd Houten Collectief aanbod Jeugd Houten Groepsmaatschappelijk werk Santé Partners in Houten 2018-2019 1 Inhoud Blz. Training Sterk staan 9-12.... 3 Zomertraining Plezier op School (aankomende brugklassers). 4 Assertiviteitstraining

Nadere informatie

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier in meervoud. - Gebruik je hoofdletters op een

Nadere informatie

Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Zeer moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind

Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Zeer moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind Utrecht, Gooi & Vecht Ondersteuning bij leven met een beperking Zeer moeilijk lerend Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind Inhoudsopgave Wat betekent het dat uw kind zeer moeilijk lerend

Nadere informatie

Aan de slag blijven. Schematisch overzicht van thema s, leerdoelen en inhoud

Aan de slag blijven. Schematisch overzicht van thema s, leerdoelen en inhoud Schematisch overzicht van thema s, leerdoelen en inhoud Jezelf presenteren De medewerker moet zichzelf goed presenteren. Bijvoorbeeld door er schoon en verzorgd uit te zien. Zo laat hij/zij een goede indruk

Nadere informatie

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Autisme Spectrum Stoornis (ASS) MEE Utrecht, Gooi & Vecht Autisme Spectrum Stoornis (ASS) Prikkelverwerkingsproblemen De wereld in losse deeltjes Problemen met plannen en organiseren Moeite om zich in te leven in een ander Geef ze de

Nadere informatie

Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging

Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging Info@piresearch.nl www.piresearch.nl Stappenplan: maken van een beloningskaart Je kind stimuleren door aanmoediging Een beloningskaart helpt ouders gericht aandacht te besteden aan gewenst gedrag van hun

Nadere informatie

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme Deel VI Inleiding Wat zijn de mogelijkheden van EMDR voor cliënten met een verstandelijke beperking en voor cliënten met een autismespectrumstoornis (ASS)? De combinatie van deze twee in een en hetzelfde

Nadere informatie

ZELFVERTROUWEN EN ZELFBEELD BIJ KINDEREN Rehobothschool Geldermalsen. Karolijn Ilsink-Erwich

ZELFVERTROUWEN EN ZELFBEELD BIJ KINDEREN Rehobothschool Geldermalsen. Karolijn Ilsink-Erwich ZELFVERTROUWEN EN ZELFBEELD BIJ KINDEREN Rehobothschool Geldermalsen Karolijn Ilsink-Erwich 1 Wat wil ik u vertellen Wat is zelfvertrouwen? Wat is het belang van zelfvertrouwen? Hoe kan je het zelfvertrouwen

Nadere informatie

Visie (Pedagogisch werkplan)

Visie (Pedagogisch werkplan) Visie (Pedagogisch werkplan) Gastouderopvang De Krummeltjes stelt zich tot doel om een omgeving te bieden waarin kinderen kunnen opgroeien tot zelfstandige en evenwichtige mensen met respect voor anderen

Nadere informatie

Marianne Haspels & Renske van Bemmel Competentiegericht Werken met cliënten met een verstandelijke beperking

Marianne Haspels & Renske van Bemmel Competentiegericht Werken met cliënten met een verstandelijke beperking Marianne Haspels & Renske van Bemmel m.haspels@piresearch.nl Competentiegericht Werken met cliënten met een verstandelijke beperking Wat is Competentiegericht Werken? Doel van CGW - professionalisering

Nadere informatie

Wat heeft dit kind nodig?

Wat heeft dit kind nodig? ADHD PDD-NOS Leerstoornis Gedragsstoornis Team Wat heeft dit kind nodig? Lynn leest in haar leesboek. Tegelijkertijd tikt ze constant met haar pen op haar tafel. Dat doet ze wel vaker. De kinderen van

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden van les 12, 13, 14 en 15. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

Vragenkaartjes voor kinderen van 4 t/m 6 jaar

Vragenkaartjes voor kinderen van 4 t/m 6 jaar 4 t/m 6 jaar 4 t/m 6 jaar 4 t/m 6 jaar Hoe vraag je aan iemand om met je te spelen? Wat speel je graag op het schoolplein? Jij kan al goed helpen hè. Wie help jij graag? Wat doe je dan? van 4 t/m 6 jaar

Nadere informatie

Ik stel veel 'doe-ik-het-goed' vragen. Ik weet hoe ik mezelf kan verbeteren, maar het lukt mij nog niet.

Ik stel veel 'doe-ik-het-goed' vragen. Ik weet hoe ik mezelf kan verbeteren, maar het lukt mij nog niet. Leerdoelen a.d.h.v. rubrics Rubrics voor het onderwijs Deze rubrics zijn door ons verzameld, geschreven of herschreven. Met vriendelijke groet, Team Vierkantgoed Rubric Optie 1 Optie 2 Optie 3 Optie 4

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Luisteren en samenvatten

Luisteren en samenvatten Luisteren en samenvatten Goede communicatie, het voeren van een goed gesprek valt of staat met luisteren. Vaak denk je: Dat doe ik van nature. Maar schijn bedriegt: luisteren is meer dan horen. Vaak luister

Nadere informatie

Waar een wil is, is een Weg!

Waar een wil is, is een Weg! 5 tips om moeiteloos voor jezelf te kiezen en een stap te zetten. Waar een wil is, is een Weg! - Lifecoach http://www.facebook.com/arlettevanslifecoach 0 Je bent een ondernemende 40+ vrouw die vooral gericht

Nadere informatie

Inhoud Verkorte matrix ontwikkelingsmijlpalen -

Inhoud Verkorte matrix ontwikkelingsmijlpalen - Catalogus volwassenen West Brabant West Matrix Domein Criteria Verwijsmodel Ontwikkelingstaken Bronnen Handboek Deltamethode; versie 2008 Inhoud Verkorte matrix ontwikkelingsmijlpalen - Ontwikkelingsmijlpalen

Nadere informatie

voorwoord VOORBEELDPAGINA S Bestelnr De ander en ik

voorwoord VOORBEELDPAGINA S Bestelnr De ander en ik voorwoord Dit werkboek gaat over de omgang met andere mensen. We bespreken hoe jij met anderen kunt omgaan. Bijvoorbeeld hoe je problemen oplost, omgaat met pesten, gevoelens en vriendschappen en hoe je

Nadere informatie

! Laat u inspireren en ga de uitdaging aan! ! Stel uzelf de vraag wat het kan opleveren en waar mogelijkheden liggen!

! Laat u inspireren en ga de uitdaging aan! ! Stel uzelf de vraag wat het kan opleveren en waar mogelijkheden liggen! Inleiding Vrijwilligerscentrale Haarlem e.o. ziet al een aantal jaren de aanloop van kwetsbare burgers toenemen. Uit onderzoek van Movisie blijkt dat kwetsbare burgers onvoldoende op het netvlies te staan

Nadere informatie

Interessen: Wat vind ik leuk?

Interessen: Wat vind ik leuk? Interessen: Wat vind ik leuk? Opdracht 1: Zet een kruisje bij de punten die je leuk vindt om te doen. Omcirkel vervolgens drie punten die je het allerleukst vindt om te doen. Ik vind het leuk om iets van

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Waar gaat dit boek over? Verschillende beelddenkers. Dit boek gaat over kinderen die in beelden denken.

Waar gaat dit boek over? Verschillende beelddenkers. Dit boek gaat over kinderen die in beelden denken. Verschillende beelddenkers Twee vriendinnen: Fátima en Jolijn. Allebei denken ze in beelden, maar allebei op hun eigen manier. Fátima is een kei in dansen. Ze heeft een goed ritmegevoel en kan een dans

Nadere informatie

Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag?

Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag? Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag? Publieksversie Ga zo veel mogelijk door met uw normale dagelijkse activiteiten. Dat geeft u het gevoel dat u de baas bent over de situatie. Dit is ook

Nadere informatie

Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf

Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf Programma Tienerclub. Tienerclub Blok 1 & 5: Adventure 4 Kids Op avontuur met jezelf Vijf woensdagmiddagen kunnen jongens en meiden tussen de 10 en 14 jaar op avontuur naar zichzelf. Het kind leert zichzelf

Nadere informatie

DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS

DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS WWW.PESTWEB.NL DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS Kinderen en jongeren willen je hulp, als je maar (niet)... Wat kinderen zeggen over pesten Kinderen gaan over het algemeen het liefst met hun probleem naar hun

Nadere informatie

en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht

en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht I Lichamelijke ontwikkeling en zelfbeeld Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht Lesdoelen: Kinderen worden zich meer bewust van eigen talenten en eigenschappen en ontwikkelen een positief zelfbeeld. Kinderen kunnen

Nadere informatie

Informatie en advies voor de praktijkbegeleider SPECIALE AANDACHT GEVRAAGD VOOR EEN STAGIAIRE MET NLD IN DE WERKSITUATIE

Informatie en advies voor de praktijkbegeleider SPECIALE AANDACHT GEVRAAGD VOOR EEN STAGIAIRE MET NLD IN DE WERKSITUATIE Informatie en advies voor de praktijkbegeleider SPECIALE AANDACHT GEVRAAGD VOOR EEN STAGIAIRE MET NLD IN DE WERKSITUATIE Inzicht, herkennen, handelen Gemiddeld één op de twaalf deelnemers op een ROC heeft

Nadere informatie

Wiekslag Speciaal. Vanuit het kamertje

Wiekslag Speciaal. Vanuit het kamertje Wiekslag Speciaal Vanuit het kamertje Uw dochter van vijf vraagt hoe baby's in een buik komen. Uw zoontje van vier laat trots zijn stijve piemeltje zien. Uw 9-jarige moet er ineens niet meer aan denken

Nadere informatie

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen 1. Kijkt veel naar andere kinderen. 1. Kan speelgoed met andere kinderen 1. Zoekt contact met andere kinderen 1. Kan een emotionele

Nadere informatie

Wat kan de orthopedagoog of psycholoog voor jou doen?

Wat kan de orthopedagoog of psycholoog voor jou doen? Wat kan de orthopedagoog of psycholoog voor jou doen? Samenwerkingsverband NIP-NVO zorg voor mensen met een verstandelijke beperking 2014 1 Inhoud Voorwoord 3 Wat doet de psycholoog of orthopedagoog? 5

Nadere informatie

Mats Werkt! WWW.MATSWERKT.NL DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER.

Mats Werkt! WWW.MATSWERKT.NL DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER. Mats Werkt! DÉ CURSUS VOOR HET BEGELEIDEN VAN MENSEN MET EEN ARBEIDSBEPERKING OP DE WERKVLOER. WWW.MATSWERKT.NL Mats werkt: Dé cursus voor het begeleiden van mensen met een arbeidsbeperking op de werkvloer.

Nadere informatie

Met het hele gezin gezond het nieuwe jaar in

Met het hele gezin gezond het nieuwe jaar in Met het hele gezin gezond het nieuwe jaar in LINDA AMMERLAAN KINDERVOEDINGSCOACH Inleiding Wie ben ik? Als moeder van 2 kinderen weet ik hoe lastig het is om in deze tijd je kinderen gezond te laten opgroeien.

Nadere informatie

Dé 14 fundamentele stappen naar geluk

Dé 14 fundamentele stappen naar geluk Dé 14 fundamentele stappen naar geluk Van de Amerikaanse psycholoog Michael W. Fordyce 1. Wees actief en ondernemend. Gelukkige mensen halen meer uit het leven omdat ze er meer in stoppen. Blijf niet op

Nadere informatie

ADHD en lessen sociale competentie

ADHD en lessen sociale competentie ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier

Nadere informatie

7 tips voor begeleiding van onrustige kinderen

7 tips voor begeleiding van onrustige kinderen Anne Marie van Bilsen, www.praktijk-deregenboog.nl 1 Titel: 7 tips voor begeleiding van onrustige kinderen Auteur: Anne Marie van Bilsen Omslagontwerp: R.P. da Costa Druk: ebook Uitgever: Praktijk de Regenboog

Nadere informatie

LUPUS: HOE GA JE ER MEE OM? Workshop voor de Lupus Patiënten Groep op zaterdag 7 november 2009 door Ditta van Dijk, MSc.

LUPUS: HOE GA JE ER MEE OM? Workshop voor de Lupus Patiënten Groep op zaterdag 7 november 2009 door Ditta van Dijk, MSc. LUPUS: HOE GA JE ER MEE OM? Workshop voor de Lupus Patiënten Groep op zaterdag 7 november 2009 door Ditta van Dijk, MSc. Twee thema s Ik, mijn ziekte en de buitenwereld Piekeren De oplossingsgerichte methode

Nadere informatie

MANIEREN OM MET OUDERPARTICIPATIE OM TE GAAN

MANIEREN OM MET OUDERPARTICIPATIE OM TE GAAN Blijf kalm; Verzeker je ervan dat je de juiste persoon aan de lijn hebt; Zeg duidelijk wie je bent en wat je functie is; Leg uit waarom je belt; Geef duidelijke en nauwkeurige informatie en vertel hoe

Nadere informatie

Seksualiteit en ASS. Presentatie symposium pleegzorg 19 juni 2014. presentatie symposium pleegzorg

Seksualiteit en ASS. Presentatie symposium pleegzorg 19 juni 2014. presentatie symposium pleegzorg Seksualiteit en ASS Presentatie symposium pleegzorg 19 juni 2014 programma Opfrissen van informatie over ASS (heel kort het spectrum toelichten). ASS en seksualiteit belichten. Seksuele en relationele

Nadere informatie

DSM IV interview. Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis.

DSM IV interview. Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis. DSM IV interview Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis. A.A. Spek Klinisch psycholoog Centrum Autisme Volwassenen GGZ Eindhoven Wanneer

Nadere informatie

Terrorisme en dan verder

Terrorisme en dan verder Terrorisme en dan verder Hoe kunt u omgaan met de gevolgen van een aanslag? - Ga zo veel mogelijk door met uw normale dagelijkse activiteiten. Dat geeft u het gevoel dat u de baas bent over de situatie.

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Lisa Westerman Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Lisa Westerman... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Lisa,

Nadere informatie

Ouderavond lijf & relaties

Ouderavond lijf & relaties Ouderavond lijf & relaties Robert van der Gaag info@one2know.nl 0611003414 Voorstellen Ervaring Gezonde school, genotmiddelen, seksualiteit, voeding, bewegen, mondzorg en mediawijsheid Kinderen Wie heeft

Nadere informatie

waar denkt u aan bij het woord opvoeden? De kracht van Positief opvoeden Overzicht Hoop en verwachting

waar denkt u aan bij het woord opvoeden? De kracht van Positief opvoeden Overzicht Hoop en verwachting Overzicht De kracht van Positief opvoeden 1 Hoop en verwachting Opvoeden in de praktijk Waarom positief opvoeden? De 5 principes van positief opvoeden Tijd voor vragen en discussie 2 Hoop en verwachting

Nadere informatie

Opgeblazen ego s in behandeling Prof. Wim Slot

Opgeblazen ego s in behandeling Prof. Wim Slot Opgeblazen ego s in behandeling Prof. Wim Slot ACK-Symposium Korte lontjes en opgeblazen ego s Amsterdam 27 februari 2007 Wat gebeurt hier? Zelfwaardering is iets anders dan narcisme Zelfwaardering: mate

Nadere informatie

Begeleiding van kind en ouders op de SEH. Leerdoelen. ontwikkeling. 20% van de patienten die een SEH bezoeken is jonger dan 16 jaar.

Begeleiding van kind en ouders op de SEH. Leerdoelen. ontwikkeling. 20% van de patienten die een SEH bezoeken is jonger dan 16 jaar. Begeleiding van kind en ouders op de SEH Module 3 vervolgopleiding SEH-vpk Monique Vermaas Verpleegkundige SEH UMCN st Radboud Leerdoelen Aan het eind van de les heeft de cursist kennis en inzicht in de

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? is op het werk. moet aan de machine werken. De chef vertelt eerst hoe de machine werkt. Dan werkt met de machine. De machine doet het niet. roept een

Nadere informatie

Motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering Motiverende gespreksvoering Naam Saskia Glorie Student nr. 500643719 SLB-er Yvonne Wijdeven Stageplaats Brijder verslavingszorg Den Helder Stagebegeleider Karin Vos Periode 04 september 2013 01 februari

Nadere informatie

Licht verstandelijk beperking? Hoe herken je mensen met een licht verstandelijke beperking. Hoe kom je samen verder?

Licht verstandelijk beperking? Hoe herken je mensen met een licht verstandelijke beperking. Hoe kom je samen verder? Licht verstandelijk Hoe herken je mensen met een licht verstandelijke beperking. Hoe kom je samen verder? Wat gaan we doen: Signalen van een licht verstandelijke beperking Wat is een licht verstandelijke

Nadere informatie

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Info Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Inhoud INHOUD 1. Waar gaat het over 3 2. Aanraken 4 3. Hoe noem jij dat? 5 4. Baas over

Nadere informatie

Peuters: lief maar ook wel eens lastig

Peuters: lief maar ook wel eens lastig Peuters: lief maar ook wel eens lastig Informatie voor ouders Het Centrum voor Jeugd en Gezin ondersteunt met deskundig advies, tips en begeleiding. Een centraal punt voor al je vragen over opvoeden en

Nadere informatie

Inleiding psycho-educatie ASS bij volwassenen

Inleiding psycho-educatie ASS bij volwassenen Inleiding psycho-educatie ASS bij volwassenen Dit is de inleiding van de psycho-educatie modules. Aan de hand van deze modules geven we meer informatie over hoe autismespectrumstoornissen (ASS) zich uiten

Nadere informatie