Advies. Uitzendarbeid. Brussel, 21 maart 2016
|
|
|
- Hans Lambrechts
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Advies Uitzendarbeid Brussel, 21 maart 2016 SERV_ _Uitzendarbeid_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T [email protected]
2 . Adviesvraag: Uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en Lokale Besturen Adviesvrager: Liesbeth Homans - Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding Ontvangst adviesvraag: 25 februari 2016 Adviestermijn: 30 Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie) Goedkeuring raad: 21 maart 2016 Contactpersoon: Niels Morsink - [email protected] 2
3 Mevrouw Liesbeth HOMANS Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding Arenberggebouw Arenbergstraat BRUSSEL contactpersoon ons kenmerk Brussel Niels Morsink SERV_BR_ _Uitzendarbeid_ADV_nm 21 maart 2016 [email protected] Advies op conceptnota Uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen Mevrouw de viceminister-president Hierbij vindt u het advies van de raad omtrent de conceptnota Uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen. Wenselijkheid van de invoering De raad werd het niet eens over de wenselijkheid van de invoering van uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen. De werkgeversorganisaties zijn de uitbreiding van uitzendarbeid naar de Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen genegen. Zij wensen dat deze uitbreiding ook gebeurt naar het onderwijs. De werknemersorganisaties zijn niet akkoord met de uitbreiding van uitzendarbeid naar de Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen en dit op basis van volgende argumenten. Ze stellen dat de overheid reeds voldoende mogelijkheden heeft om af te wijken van de statutaire tewerkstelling met het oog op uitzonderlijk werk en flexibiliteit. De stijgende flexibiliteit zet de onafhankelijkheid van ambtenaren onder druk die wordt gewaarborgd door het statuut. Een groot personeelsverloop doet mogelijks afbreuk aan de kwaliteit van de dienstverlening. Tenslotte stellen ze dat uitzendarbeid zonder perspectief op werkzekerheid ongelijkheid in de hand werkt; Aligneren met CAO 108 Indien echter de politieke keuze wordt gemaakt om uitzendarbeid bij de Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen in te voeren, adviseert de raad dat er voor de motieven vervanging wegens beëindiging en tijdelijke vermeerdering van werk en uitzonderlijk werk in overleg met de sectorale sociale partners wordt vastgesteld hoe de CAO 108 correct kan worden toegepast in de Vlaamse overheidsdiensten en lokale besturen. Er dient voor elk van de artikels in CAO 108 te worden nagegaan hoe de toepassing in de openbare sector kan SERV_ _Uitzendarbeid_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T [email protected]
4 worden uitgewerkt. Dit evenwel door ook rekening te houden met de eigenheid van de openbare sector. Dit is met name het geval voor wat betreft de maximale tijdsduur. In de conceptnota is het voorstel om zowel voor tijdelijke vermeerdering van werk, voor tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is geëindigd en voor uitzonderlijk werk een maximumtermijn te voorzien van zes maanden die kan verlengd worden tot maximaal 18 maanden. Voor tijdelijke vermeerdering van werk en vervanging door ontslag anders dan met opzegtermijn of dringende reden, vindt de raad dit een redelijk voorstel. Voor wat betreft de vervanging door ontslag met opzegtermijn of dringende reden, vraagt de raad de termijn van de privé-sector over te nemen, nl. 6 maanden, met mogelijkheid om éénmaal te verlengen tot 12 maanden. Volgens de conceptnota zal de Vlaamse overheid een voorstel van definitie doen bij de federale overheid omtrent het motief uitzonderlijk werk in het geval de CAO-wet niet van toepassing is. De raad stelt voor dat de Vlaamse overheid haar voorstel van definitie baseert op de definitie van uitzonderlijk werk in CAO 108. De sociale partners stellen dat ook de monitoring moet worden gealigneerd op CAO 108. Ze stellen dat de monitoring geen extra administratieve lasten mag opleggen aan de uitzendbedrijven. De raad stemt in met de uitzondering op het principe van alignering met CAO 108 met betrekking tot het motief instroom. Uitzendarbeid met het motief instroom zal niet worden gebruikt voor indienstneming bij de Vlaamse overheidsdiensten of lokale besturen. De raad is van oordeel dat ook wat betreft de procedure omtrent de betrokkenheid van de vakorganisaties, de regeling best zou gealigneerd worden op die in de privésector, zonder verzwaring van de procedure alsook zonder inboeten aan transparantie en informatiedoorstroming. De raad is van oordeel dat dit best kan gebeuren in overleg met de sectorale sociale partners. De raad wenst meer uitleg bij de berekening van de kostprijs van een uitzendkracht ten aanzien van contractuele tewerkstelling. Volgens de conceptnota bedraagt de kostprijs van een uitzendkracht-bediende 1,850 keer de kostprijs van een contractuele bediende. Volgens de conceptnota bedraagt de kostprijs van een uitzendkracht-arbeider 1,7508 keer de kostprijs van een contractuele arbeider. Graag had de raad meer uitleg bij deze berekening alsook bij de achterliggende cijfers en hun bron. Bijkomende aandachtspunten Tot slot geven de werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties nog volgende aandachtspunten mee. De werkgeversorganisaties stellen dat: de functie-afhankelijke talenkennis wordt getoetst door het uitzendkantoor zelf; lokale besturen geen bijkomende beperkingen of belemmeringen kunnen opleggen op het gebruik van uitzendarbeid of het reglementair kader zoals voorzien in het decreet. 4
5 Toelaten in de conceptnota kan dus enkel worden begrepen als inschakelen. Het reglementair kader zal worden vastgelegd in decreet en uitvoeringsbesluiten; De werknemersorganisaties stellen dat: deze conceptnota een regeling betreft inzake organisatie van het werk en dat deze regelgeving dient onderhandeld te worden binnen Comité A, vermits het gaat om de Vlaamse Gemeenschap en het Gewest (sectorcomité) en meerdere bijzondere comités (één bijzonder comité per lokaal bestuur); er in de conceptnota nergens sprake is van het verwittigen van de sociale inspectie bij het gebruik van bepaalde motieven. De werknemersorganisaties vragen ook hier alignering met CAO 108 Pieter Kerremans administrateur-generaal Karel Van Eetvelt voorzitter 5
VR DOC.1329/1BIS
VR 2016 0212 DOC.1329/1BIS VR 2016 0212 DOC.1329/1BIS DE VICEMINISTER PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING
COMITE VOOR DE PROVINCIALE EN PLAATSELIJKE OVERHEIDSDIENSTEN Afdeling 2 Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap".
COMITE VOOR DE PROVINCIALE EN PLAATSELIJKE OVERHEIDSDIENSTEN Afdeling 2 Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap". Brussel, 5 mei 2017 PROTOCOL NR.. 13 HOUDENDE DE CONCLUSIES VAN DE ONDERHANDELINGEN DIE GEVOERD
Advies. Modernisering secundair onderwijs: maatregelen basisonderwijs en eerste graad. Brussel, 21 september 2016
Advies Modernisering secundair onderwijs: maatregelen basisonderwijs en eerste Brussel, 21 september 2016 SERV_20160921_moderniseringSO_BOen1ste_ADV.docx Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat
protocol nr. 332.1 068
Agentschap voor Overheidspersoneel SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST protocol nr. 332.1 068 PROTOCOL HOUDENDE DE CONCLUSIES VAN DE ONDERHANDELINGEN VAN 20 JANUARI 2014 DIE GEVOERD
Adviesvraag: voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en van de Vlaamse Codex
Advies Beroepsmogelijkheden milieuvergunningsdecreet Codex Ruimtelijke Ordening Brussel, Minaraad, 5 juli 2011 Brussel, SERV, 6 juli 20111 SERV_ADV_20110706_decreetberoepen Sociaal-Economische raad van
VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR INSTITUTIONELE EN BESTUURLIJKE HERVORMING EN AMBTENARENZAKEN
C208 IBH7 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2002-2003 29 april 2003 HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR INSTITUTIONELE EN BESTUURLIJKE HERVORMING EN AMBTENARENZAKEN Vraag om uitleg van mevrouw Ann De
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Ontwerp van Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1993 betreffende
redenen voor uitzendarbeid
redenen voor uitzendarbeid Randstad-uitzendkrachten geven uw bedrijf meer kracht en flexibiliteit om in wisselende omstandigheden optimaal te functioneren. Uitzendarbeid is echter strikt gereglementeerd.
Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap". OVERKOEPELEND ONDERHANDELINGSCOMITE VRIJ GESUBSIDIEERD ONDERWIJS
SECTORCOMITE X ONDERWIJS (Vlaamse Gemeenschap) COMITE VOOR DE PROVINCIALE EN PLAATSELIJKE OVERHEIDSDIENSTEN Afdeling 2 Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap". OVERKOEPELEND ONDERHANDELINGSCOMITE VRIJ GESUBSIDIEERD
VR DOC.0633/1BIS
VR 2019 0305 DOC.0633/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 1979
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VICEMINISTER PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE KANSEN EN ARMOEDEBESTRIJDING NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - wijziging
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 58 VAN 7 JULI 1994 TOT VERVANGING VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 47 VAN 18 DECEMBER
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 58 VAN 7 JULI 1994 TOT VERVANGING VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 47 VAN 18 DECEMBER 1990 BETREFFENDE DE NA TE LEVEN PROCEDURE EN DE DUUR VAN DE TIJDELIJKE
Omzendbrief AZNOII98l3. Aan de leidend ambtenaren van de Vlaamse openbare instellingen. 8 juni 1998
departement Algemene Zaken en Financiën administratie Ambtenamnzaken afdeling Statutaire Aangelegenheden Omzendbrief AZNOII98l3 Aan de leidend ambtenaren van de Vlaamse openbare instellingen 8 juni 1998
Advies. Voorontwerp van decreet kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
VR 2019 2501 DOC.0083/4 Advies Voorontwerp van decreet kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie Brussel, 26 november 2018 SERV_20181126_KwaliteitsenRegistratiemodelDienstverlenersWSE_ADV.docx
SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST. protocol nr
SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST protocol nr. 170.500 PROTOCOL HOUDENDE DE CONCLUSIES VAN DE ONDERHANDELINGEN VAN 23 OKTOBER 2001 DIE GEVOERD WERDEN IN HET SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE
