HET MORFOLOGISCHE LANDSCHAP:
|
|
|
- Lotte van Dijk
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 HET MORFOLOGISCHE LANDSCHAP: HET POLEN VAN DE NEDERLANDSE DIALECTOLOGIE? MARC VAN OOSTENDORP & LEONIE CORNIPS HET MORFOLOGISCHE LANDSCHAP: HET POLEN VAN DE NEDERLANDSE DIALECTOLOGIE? Inleiding Volgens de inleiding tot een recent handboek (Spencer en Zwicky 1998:1) ligt de morfologie in het conceptuele centrum van de taalwetenschap. De oorzaak hiervoor is niet dat het de dominante subdiscipline is, maar dat morfologie de studie is van woordstructuur en woorden de interface vormen tussen fonologie, syntaxis en semantiek. (1) In zijn oratie uit 2005 noemde de Nederlandse morfoloog Geert Booij dit een belangrijke uitspraak omdat bij sommige theoretische taalkundigen de neiging heeft bestaan, en nog bestaat, om morfologie als aparte subdiscipline weg te redeneren, en te verdelen tussen fonologie en syntaxis. Spencer en Zwicky noemen de morfologie in dit verband het Polen van de taalwetenschap altijd liggen er imperialistische buren op de loer. Het nummer van Taal en Tongval dat voor u ligt, verschijnt bij het afscheid van dr. Ton Goeman van het Meertens Instituut, waar hij sinds 1973 gewerkt heeft, waarvan de laatste jaren officieel als morfoloog en met het werk aan de Morfologische Atlas van de Nederlandse Dialecten als zijn belangrijkste taak. De belangrijkste consequentie van Goemans afscheid is dat de morfologie, de leer van de woordbouw, niet langer een zelfstandige plaats in het Meertens Instituut inneemt. Delen van het vakgebied zullen ondergebracht worden bij de morfofonologie en andere delen bij de morfosyntaxis. Men zou kunnen denken dat de ontwikkeling die Geert Booij aan sommige theoretische taalkundigen toeschrijft hiermee in de Nederlandse variatielinguïstiek zijn voltooïng vindt. Hoe bedreigd is het landschap van de dialectmorfologie nu Ton Goeman verdwijnt? De bijdragen aan dit nummer laten zien dat de dialectmorfologie springlevend is. Het object zelf kent een zeer grote (geografische) variatieruimte. De bijdragen zijn ruwweg in drie groepen in te delen, namelijk artikelen die het morfologisch land- (1) Morphology is at the conceptual centre of linguistics. This is not because it is the dominant subdiscipline, but because morphology is the study of word structure, and words are at the interface between phonology, syntax and semantics. 5
2 MARC VAN OOSTENDORP & LEONIE CORNIPS schap fonologisch bezien, artikelen die het morfologisch landschap syntactisch bezien en artikelen die gaan over de morfologie op zichzelf ( morphology by itself in de woorden van Aronoff 1993). Tot op zekere hoogte is deze indeling kunstmatig omdat veel bijdragen een beroep doen op alledrie de perspectieven om een specifiek morfologisch verschijnsel te kunnen verklaren. Alle bijdragen laten dan ook zien dat de morfologie een opsplitsing tussen fonologie en syntaxis best zal overleven. We zullen zelfs een nog wat sterkere hypothese verdedigen: taalvariatieonderzoek gedijt zeer goed waar de morfologie een interface vormt tussen fonologie en syntaxis. Juist op die terreinen waar verschillende modules van de grammatica hun onderlinge krachtsverhoudingen uitvechten, ontstaat ruimte voor variatie. De syntaxis, met zijn hiërarchische vormen, stelt andere eisen dan de fonologie, met haar lineaire structuren: soms wint de een en soms wint de ander. Het is geen toeval dat het empirische domein van de interface tussen syntaxis en morfologie in veel bijdragen de inflectie betreft. Inflectie is in het Nederlandse morfologische landschap springlevend en zeer productief. 1. Het morfologisch landschap fonologisch bekeken Vier bijdragen hebben de blik min of meer op de rol van allomorfen in inflectie gericht. Dit geldt met name voor de bijdrage van Hermans (p , vooral over verbale flectie), en ook voor de meer empirisch gerichte bijdragen van De Schutter (p , over nominale flectie), De Wulf en Taeldeman (p , over een ander aspect van verbale flectie) en van Tummers en anderen (p , over adjectivale flectie). In al deze gevallen blijkt een allomorfisch verschijnsel voor een deel door fonologische factoren bepaald te worden. Maar ook wordt duidelijk hoezeer de fonologie in de inflectie op verschillende manieren aan de syntaxis raakt. Een van de opmerkelijkste fonologische gestaltes van inflectionele suffixen is de nul-realisatie, die in alle vier de artikelen een rol speelt, evenals natuurlijk in Goeman (1999). Allerlei vragen doen zich hierbij voor, namelijk in welke omstandigheden een morfeem precies als fonologisch leeg kan worden gerealiseerd, en wat we precies moeten verstaan onder leegheid wil het feit dat er geen enkele volledige klinker of medeklinker wordt uitgesproken bijvoorbeeld ook zeggen dat er in de fonologische representatie geen enkel spoor van het morfeem te vinden is? 6
3 HET MORFOLOGISCHE LANDSCHAP: HET POLEN VAN DE NEDERLANDSE DIALECTOLOGIE? Een andere kwestie is die van de rol die lexicale categorieën zoals adjectief (A), prepositie (P), nomen (N) en verbum (V) spelen in de fonologie. Interessant in dit verband is de bijdrage van Don en Erkelens (p ), die er op wijzen dat er in het Standaardnederlands templatische fonologische eisen kunnen worden gesteld aan verba die anders (strikter) zijn dan de eisen op andere categorieën, met name nomina. Ook in zijn bijdrage concludeert Hermans dat de lexicale categorie waartoe een element behoort van belang is; hoorbare inflectionele affixen in nomina en adjectiva kunnen een toon dragen (evenals onhoorbare onbeklemtoonde lettergrepen (fonetisch 'leeg')) terwijl dat niet geldt voor verbale inflectionele affixen. Hoewel Don en Erkelens geen strikt variatielinguïstisch onderzoek presenteren, roepen hun resultaten, evenals Hermans' bijdrage, wel interessante vragen op in dit verband. Gelden dit soort eisen op verba en andere categorieën bijvoorbeeld ook voor de Nederlandse dialecten en is hier dan variatie in? We kunnen ons bijvoorbeeld voorstellen dat de striktere eisen op het werkwoord te maken hebben met het feit dat een werkwoordelijke stam allerlei inflectionele affixen moet dragen, terwijl nomina en adjectieven in het (noordelijk) Standaardnederlands hooguit een meervoudsmarkeerder respectievelijk een sjwa die agreement uitdrukt een plaats hoeven te geven. Als dit zo is, zouden we kunnen verwachten dat in dialecten met een ruimere hoeveelheid flectie op bijvoorbeeld adjectieven er ook striktere eisen op het fonologisch templaat van deze categorieën worden gesteld. 2. Het morfologisch landschap syntactisch bekeken Vijf bijdragen aan deze bundel gaan in op de syntactische kant van morfologische verschijnselen: Barbiers en Van Koppen (p ), De Vogelaer en anderen (p ), Hoekstra (p ), Jongkind en Van Reenen (p ) en Postma (p ). We kunnen uit het relatief grote aandeel van deze bijdragen aan deze bundeling enkele decennia geleden was de aandacht voor syntactische variatie nog zeer gering onder andere het succes van de Syntactische Atlas van de Nederlandse Dialecten (Barbiers e.a. 2005) aflezen. Syntactici die zich met dialectvariatie bezighouden, mogen graag Kloeke (1927) citeren: Op syntactisch gebied kan men het haast als een buitenkansje beginnen te beschouwen, indien men nog iets eigen-dialectisch vindt. 7
4 MARC VAN OOSTENDORP & LEONIE CORNIPS Vaak worden de resultaten van de SAND gezien als een weerlegging van deze opmerking van Kloeke, maar hierbij moet worden opgemerkt dat dit voor een deel te maken heeft met het expansionistische gedrag van de syntaxis: onderwerpen als voegwoordvervoeging, het infinitivus-pro-participio-effect en dergelijke zouden met evenveel gemak tot de morfologie gerekend kunnen worden. Dit expansionistisch gedrag heeft Goeman in zijn carrière zelf ondervonden. Voegwoordvervoeging - een van Goemans favoriete onderwerpen - viel in de jaren zeventig volgens de toenmalige syntactici buiten syntaxis en werd niet interessant bevonden. Opvallend genoeg gaat het in de bijdragen aan deze bundel ook weer voornamelijk over verschijnselen die in de ruimere zin inflectionele suffixen behelzen, dat wil zeggen van bundels φ-kenmerken (getal, aantal en grammaticaal geslacht) zoals dat in de moderne syntaxis genoemd wordt. Daarmee wordt onze stelling nogmaals bevestigd dat juist de gebieden waar fonologie en syntaxis elkaar in de morfologie overlappen uiterst vruchtbaar zijn voor variatieonderzoek. De bundels φ-kenmerken zijn relevant in de syntaxis in de zin dat er verschillende posities voor de verschillende kenmerken zijn voorgesteld. Een voorbeeld hiervan komt uit de bijdrage van Tummers e.a. waarin een van de bevindingen is dat in het noordoostelijk deel van Nederland een bezittelijk voornaamwoord vaker een onverbogen vorm van het adjectief selecteert dan het bepaald lidwoord of aanwijzend voornaamwoord. Barbiers en Koppen nemen bijvoorbeeld aan dat verba kaal in de syntactische structuur geprojecteerd worden terwijl in hun bijdrage Jongkind en Van Reenen veranderingen in de je-verba in de Friese dialecten categoriseren aan de hand van persoons- en getalkenmerken. Daarbij gaan twee artikels (dat van De Vogelaer e.a. en dat van Postma) in op voegwoordvervoeging, een van de klassiekers uit de Nederlandse dialectologie. De Vogelaer e.a. zetten een morfologische benadering tegenover een syntactische. De morfologische verklaring gaat uit van de begrippen paradigma en productiviteit, terwijl de syntactische uitgaat van een universeel beschikbare zinsstructuur. Postma neemt de laatste aanname tot zijn uitgangspunt, vertaalt de conclusies uit Goemans onderzoek naar voegwoordvervoeging binnen het moderne theoretische kader en vergelijkt deze met een analyse van Jan-Wouter Zwart. Hij laat zo eens te meer zien hoe juist dialecten en andere variëteiten nieuw licht kunnen werpen op sommige taaltheoretische kwesties. Voorbeelden van bijdragen waarin lexicale eigenschappen van een taal afgezet wordt tegen 8
5 HET MORFOLOGISCHE LANDSCHAP: HET POLEN VAN DE NEDERLANDSE DIALECTOLOGIE? grammaticale waarbij de laatste mogelijkerwijs een universeel karakter hebben, zijn de artikelen van Barbiers en Van Koppen en van Hoekstra. Hoekstra bespreekt een aantal Friese genitiefconstructies waarbij hij, enerzijds, probeert deze constructies te plaatsen in een algemene (op een Universele Grammatica gebaseerde) theorie over de interne structuur van naamwoordelijke groepen, terwijl hij tegelijkertijd aandacht vraagt voor het gelexicaliseerde of versteende karakter van sommige onderdelen van deze constructies. De bijdrage van Barbiers en Van Koppen gaat voor een belangrijk deel over de relatie tussen de grammatica en het lexicon. Het behandelt de splitsbaarheid van morfologisch complexe (geïnflecteerde) vormen in vooral Zuid-Hollandse dialecten en in kindertaal, en het laat daarmee zien dat de syntaxis ook in deze gevallen kan ingrijpen. Het is wederom waarschijnlijk geen toeval dat het hier een inflectioneel verschijnsel betreft: door derivatie gevormde complexe woorden kunnen door de syntaxis veel minder uit elkaar worden getrokken. 3. Morfologie op zichzelf De bijdragen die tot de morfologie op zichzelf gerekend kunnen worden, bieden met name onderdak aan taal- of dialectspecifieke verschijnselen die niet op fonologische of syntactische universalia kunnen worden teruggevoerd. Het onderscheid in werkwoordelijke of naamwoordelijke klassen is daar een bekend voorbeeld van (Aronoff 1993). Voorbeelden van (min of meer) puur morfologische bijdragen zijn ook in deze bundel te vinden: de artikelen van De Schutter (p ), De Vriendt (p ), Hinskens (p ) en Van Santen & van der Sijs (p ). In deze bijdragen worden lexicale eigenschappen afgezet tegen 'grammaticale' met exclusieve aandacht voor improductieve verschijnselen, paradigmatische gaten (zie ook De Vogelaer e.a., Hoekstra en Van Santen & van der Sijs) en anomalieën (De Schutter). Deze bijdragen zijn opvallend genoeg juist degene die vrijwel exclusieve aandacht besteden aan derivationele morfologie in tegenstelling tot de productieve inflectionele morfologie: De Vriendt over achtervoegsels in het Brussels die persoonsnamen vormen en Hinskens over het toponymische achtervoegsel ster. Ook het artikel van Van Santen en Van der Sijs (p ) kunnen we in deze categorie plaatsen: in de door deze auteurs voorgestelde opzet van een diachroon-morfologische database is de aandacht voor de derivatie primair (inflectie wordt alleen opgenomen in de vorm van paradigmatische informatie bij ieder lemma). Het is niet lastig om aan te tonen 9
6 MARC VAN OOSTENDORP & LEONIE CORNIPS dat de aandacht voor het meer lexicale domein een belangrijke interface vormt met de semantiek; bijvoorbeeld in Hoekstra's bijdrage is de versteende genitief meervoud -ene gerelateerd aan naamwoorden met het kenmerk [+menselijk]; in Hinskens bijdrage is het versteende -ster uitsluitend gerelateerd aan toponiemen. De interface met de semantiek is veel lastiger aan te tonen in het geval van flectie: ten eerste hebben flectionele affixen over het algemeen juist weinig betekenis en ten tweede doet zich vanuit syntactisch perspectief de vraag voor of bijvoorbeeld de verschillende structurele posities gerelateerd aan verschillen in bundels φ-kenmerken een semantische basis hebben (Merk overigens op dat met name bijtummers e.a. en tot op zekere hoogte ook bij De Schutter wel degelijk sprake is van semantische factoren). Aangezien de derivationele morfologie dichter bij het lexicon staat en daarmee verder weg van de grammatica, hebben theoretischer en universalistische ingestelde disciplines er van nature misschien minder belangstelling voor (al zijn er in het verleden vanuit beide disciplines ook interessante pogingen gedaan om de derivatie in te lijven). We kunnen dus concluderen dat het opdelen van de morfologie over de twee zusterdisciplines vooral gevolgen heeft voor de studie van de derivationele morfologie hoewel deze ook in het dialectonderzoek altijd wat onderbedeeld is geweest. Immers, ook in de beide delen van de MAND (De Schutter e.a. 2005) speelt derivatie nauwelijks of geen rol tenzij men diminutiefformatie tot de morfologische derivatie wil rekenen. Men zou kunnen menen dat dit een omissie is die te maken heeft met toevallige vakhistorische factoren er is minder bekend over derivatie omdat er minder onderzoek naar is gedaan, en omdat er minder over bekend is, wordt er ook minder onderzoek naar gedaan. Dit probleem is mogelijk reëel en houdt verband met een mogelijk algemener probleem van de moderne dialectologie, vooral in Nederland. Door de grotere belangstelling voor theorievorming en aansluiting bij het internationale debat, is het gemakkelijk om de aandacht voor traditionele onderwerpen uit de dialectstudie het particuliere en het detail uit het oog te verliezen. 4. Conclusie Zoals uit de door Leendert Brouwer samengestelde bibliografie in dit nummer blijkt, is de belangstelling voor de relatie tussen dialectonderzoek en de verschillende aspecten van de taalwetenschap een constante in Ton Goemans onderzoek. Er zijn daarbij nog maar weinig taalkundigen die een zo brede blik 10
7 HET MORFOLOGISCHE LANDSCHAP: HET POLEN VAN DE NEDERLANDSE DIALECTOLOGIE? op het gehele vakgebied hebben ontwikkeld en behouden als juist Goeman. Dat zo iemand zich uiteindelijk morfoloog noemde, is waarschijnlijk geen toeval: juist die centrale plek van de morfologie maakte het mogelijk om uitstapjes in alle richtingen te maken. In dit verband is het ook aardig om op te merken dat waar bij de reorganisatie van het Meertens Instituut in 1999 onderscheid werd gemaakt tussen twee plaatsen voor de syntaxis en twee voor de fonologie één voor een meer formeel-theoretisch gericht onderzoeker en één voor een meer sociolinguïstisch gericht onderzoeker dit voor de morfologie niet nodig werd geacht, omdat Goeman beide gebieden kon overzien. Iemand met zo n brede blik hoeft er waarschijnlijk niet van overtuigd te worden dat er geen rampen gebeuren als er morfologisch onderzoek wordt gedaan onder een andere vlag. Anderen maken zich misschien meer zorgen, maar wij menen dat het onderzoek naar morfologische variatie nu juist levendiger is dan ooit tevoren. Met name op het gebied van de inflectie een verschijnsel dat ook Goeman altijd geïnteresseerd heeft valt juist van de interactie tussen fonologen en syntactici veel te verwachten. Bibliografie ARONOFF, MARK 1993, Morhpology by itself. Stems and Inflectional Classes. Cambridge, MA: The MIT Press. Linguistic Inquiry Monographs. BARBIERS, SJEF, HANS BENNIS, GUNTHER DE VOGELAER, MAGDA DEVOS, MARGREET VAN DER HAM. 2005, Syntactische Atlas van de Nederlandse Dialecten. Deel I. Amsterdam: Amsterdam University Press. BOOIJ, GEERT. 2005, Een web van woorden. Inaugurele rede, Universiteit Leiden. letteren.leidenuniv.nl/forum/content_docs/oratie/oratie_gbooij.pdf GOEMAN, TON. 1999, T-deletie in Nederlandse dialecten. Kwantitatieve analyse van structurele, ruimtelijke en temporele variatie. Proefschrift, Vrije Universiteit Amsterdam. KLOEKE, G.G. 1927, De Hollandsche expansie in de zestiende en zeventiende eeuw en haar weerspiegeling in de hedendaagsche Nederlandsche dialecten. 's Gravenhage. 11
8 MARC VAN OOSTENDORP & LEONIE CORNIPS SCHUTTER, GEORGES DE, BOUDEWIJN VAN DEN BERG, TON GOEMAN, THERA DE JONG. 2005, Morfologische Atlas van de Nederlandse Dialecten I. Amsterdam: Amsterdam University Press. SPENCER, ANDREW, EN ARNOLD M. ZWICKY. 1998, Introduction. In: Andrew Spencer en Arnold M. Zwicky (red.) The Handbook of Morphology. London: Blackwell, pp
Basisbegrippen van de taalwetenschap: Variatielinguïstiek
Basisbegrippen van de taalwetenschap: Variatielinguïstiek Marc van Oostendorp [email protected] 29 november 2004 Variatielinguïstiek Wat is variatielinguïstiek? De studie van taalvariatie
Dialectsyntaxis in bloei *
Sjef Barbiers, Magda Devos, Georges de Schutter Dialectsyntaxis in bloei * De inleiding van een bundel artikelen over dialectsyntaxis begint gewoonlijk met de verzuchting dat de studie van syntactische
A Grammar of Tadaksahak, a Northern Songhay Language of Mali. geeft een beschrijving van de taal Tadaksahak, die gesproken wordt
Summary 352 12. Samenvatting A Grammar of Tadaksahak, a Northern Songhay Language of Mali geeft een beschrijving van de taal Tadaksahak, die gesproken wordt door de Idaksahak, een groep van ongeveer 30.000
Het enige standaardwerk op het terrein van de morfologie van het Nederlands is het
Morfologie Geert Booij. Handboeken Het enige standaardwerk op het terrein van de morfologie van het Nederlands is het Morfologisch handboek van het Nederlands. Een overzicht van de woordvorming, geschreven
1e Deeltentamen Inleiding Taalkunde
1e Deeltentamen Inleiding Taalkunde 28/05/2009 13.15-16.15 Dit tentamen heeft 5 vragen. Je hebt drie uur de tijd om deze te beantwoorden. Vergeet niet je naam en studentnummer steeds duidelijk te vermelden.
Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/29991 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Sun, Hongyuan Title: Temporal construals of bare predicates in Mandarin Chinese
Inleiding: Combinaties
Zinnen 1 Inleiding: Combinaties Combinaties op verschillende niveaus: Lettergrepen als combinaties van fonemen. Woorden als combinaties van morfemen. Zinnen als combinaties van woorden en woordgroepen.
Taalvariatie in Nederland: Fonologische Atlassen
Taalvariatie in Nederland: Fonologische Atlassen [email protected] 1/3 november 2004 1 Fonologische atlassen van het Nederlands Verschillen in uitspraak van woorden horen tot de opvallendste
Samenvatting in het Nederlands
Samenvatting in het Nederlands Congruentie is het verschijnsel in natuurlijke taal dat de vorm van het ene woord afhangt van de kenmerken van een ander woord. Zo hangt in het Nederlands de vorm van het
Transparency in Language: A Typological Study S.C. Leufkens
Transparency in Language: A Typological Study S.C. Leufkens Transparency in language. A typological study Sterre Leufkens Een taal kun je zien als een verzameling vormen (woorden, zinnen, klanken, regels),
De morfoloog: spin in het web van de taalbeschouwing
Ronde 5 Hans Smessaert KU Leuven Contact: [email protected] De morfoloog: spin in het web van de taalbeschouwing Het eerste luik van deze presentatie biedt een overzicht van de krachtlijnen
Samenvatting in het Nederlands
Samenvatting in het Nederlands In het Standaardnederlands wordt de congruentierelatie tussen het onderwerp en het werkwoord uitgedrukt door vervoeging op het werkwoord. Dit is geïllustreerd in het onderstaande
DE TONOLOGIE VAN ONBEKLEMTOONDE
DE TONOLOGIE VAN ONBEKLEMTOONDE LETTERGREPEN IN EEN LIMBURGS DIALECT BEN HERMANS DE TONOLOGIE VAN ONBEKLEMTOONDE LETTERGREPEN IN EEN LIMBURGS DIALECT 1. Inleiding Op het eerste gezicht lijkt het een onweerlegbaar
Tellen met Taal. Het meten van variatie in zinsbouw in Nederlandse dialecten. Marco René Spruit
Tellen met Taal Het meten van variatie in zinsbouw in Nederlandse dialecten Marco René Spruit Taalkundige afstand Iedereen weet dat de afstand tussen Amsterdam en Utrecht kleiner is dan de afstand tussen
Woordbouw als klankspel
René Kager Woordbouw als klankspel De grammatica Bij het spreken en verstaan blijken de gebruikers van een taal over veel verborgen kennis te beschikken. Zo zal een spreker van het Nederlands nooit een
Boekbesprekingen. Nederlandse Taalkunde, jaargang 17, 2012-1
Jan-Wouter Zwart. The Syntax of Dutch. Cambridge: Cambridge University Press, 2011, viii + 402 blz. ISBN 978 0 521 87128 0 (HB). GBP 65,00. The Syntax of Dutch van Jan-Wouter Zwart is verschenen als elfde
Gunther De Vogelaer De Nederlandse en Friese subjectsmarkeerders: geografie, typologie en diachronie
Review 119 Gunther De Vogelaer De Nederlandse en Friese subjectsmarkeerders: geografie, typologie en diachronie Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2008 449 pp. ISBN 978-90-72474-74-2
Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp
Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp Samenvatting Semantisch versus lexicaal geslacht: synchrone en diachrone variatie in Germaanse geslachtscongruentie De meeste Germaanse talen, waaronder het
Het belang van Nederlandse dialecten voor de fonologische theorie
Het belang van Nederlandse dialecten voor de fonologische theorie Marc van Oostendorp, Meertens Instituut 0. Inleiding There are three ways in which the study of dialect material can be useful for phonological
Verwerving van grammaticaal geslacht in Limburg
Verwerving van grammaticaal geslacht in Limburg Door Nederlands eentalige, dialectsprekende en anderstalige kinderen Merel Dirkx Studentnummer 10097481 Masterscriptie Nederlandse taal en cultuur Universiteit
Kenmerkeconomie in de GTRP-database
Kenmerkeconomie in de GTRP-database Marc van Oostendorp 1 De FAND en de moderne fonologie Uit Goeman & Taeldeman (1996), 1 waarin de voorgeschiedenis van de Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten
MEERVOUDEN IN NEDERLANDSE DIALECTEN: STAMALTERNANTIE ONDERHOUDT SUFFIXVARIATIE
MIRJAM ERNESTUS EN R. HARALD BAAYEN MIRJAM ERNESTUS EN R. HARALD BAAYEN MEERVOUDEN IN NEDERLANDSE DIALECTEN: STAMALTERNANTIE ONDERHOUDT SUFFIXVARIATIE Abstract This article presents an exploratory study
Huldenummer voor Georges De Schutter
Huldenummer voor Georges De Schutter redactie: Willy Vandeweghe Verslagen & Mededelingen / 119 95157_VerslagenGent_2011-2_01.indd 119 17/02/12 08:13 95157_VerslagenGent_2011-2_01.indd 120 17/02/12 08:13
De analyse van uitspraakverschillen in Nederlandse en Friese taalvariëteiten
De analyse van uitspraakverschillen in Nederlandse en Friese taalvariëteiten Wilbert Heeringa, John Nerbonne, Peter Kleiweg 1. Inleiding Schibbolets verraden de geografische herkomst van dialectsprekers.
The expression of modifiers and arguments in the noun phrase and beyond van Rijn, M.A.
UvA-DARE (Digital Academic Repository) The expression of modifiers and arguments in the noun phrase and beyond van Rijn, M.A. Link to publication Citation for published version (APA): van Rijn, M. A. (2017).
Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen
Samenvatting Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen Negen casestudies naar de verwerving van het Engels, Duits en Zweeds door volwassen moedertaalsprekers
EEN PLAATS VOOR TIJD IN HET MIDDENVELD
SJEF BARBIERS & MARJO VAN KOPPEN SJEF BARBIERS & MARJO VAN KOPPEN EEN PLAATS VOOR TIJD IN HET MIDDENVELD VAN HET NEDERLANDS 1. Inleiding In sommige Zuid-Hollandse dialecten (bijvoorbeeld het Rotterdams,
De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06 Pag. 3. Nicoline van der Sijs (red.) De Kaartenbank. Over taal en cultuur
De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06 Pag. 3 Nicoline van der Sijs (red.) De Kaartenbank Over taal en cultuur AUP De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06
Grammaticale functies van -E en -EN in het Westfries en het Fries en taalcontactgestuurde veranderingen
Eric Hoekstra Eric Hoekstra Grammaticale functies van -E en -EN in het Westfries en het Fries en taalcontactgestuurde veranderingen Abstract In this article I investigate the phenomenon of the multifunctionality
Samenstellingen en tussenklanken.
Samenstellingen en tussenklanken. Een onderzoek naar de geschiedenis van de tussenklank in nominale samenstellingen. Bob van Tiel Radboud Universiteit Nijmegen Samenstellingen Weinig beperkingen bij het
A GRAMMAR OF SANDAWE
Samenvatting The following is a summary of the thesis in Dutch. See section 1.4.1 for an overview in English. Het proefschrift A grammar of Sandawe, a Khoisan language of Tanzania is een beschrijvende
Divena. Digitalisering van veldnamen. Doreen Gerritzen, Marc van Oostendorp. GIS Expertmeeting DIVA, 11.11.2004. Meertens Instituut/KNAW, Amsterdam
Digitalisering van veldnamen Doreen Gerritzen Marc van Oostendorp Meertens Instituut/KNAW, Amsterdam GIS Expertmeeting DIVA, 11.11.2004 Overzicht Naamkunde en veldnamen 1 Naamkunde en veldnamen 2 Geografische
Taal is geen logica. Dr. Sjef Barbiers over Nederlandse dialecten. Akademie Nieuws december 2004. door Liesbeth Koenen
3 door Liesbeth Koenen Dr. Sjef Barbiers over Nederlandse dialecten Taal is geen logica Hoe wordt er gepraat in Nederland en Vlaanderen? Mensen uit 267 plaatsen en plaatsjes vertelden het aan onderzoekers
ARIANE VAN SANTEN EN NICOLINE VAN DER SIJS
EEN HISTORISCH-MORFOLOGISCHE DATABASE ARIANE VAN SANTEN EN NICOLINE VAN DER SIJS EEN HISTORISCH-MORFOLOGISCHE DATABASE 1. Het historisch-morfologische onderzoek van het Nederlands Er bestaan diverse handboeken
De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie / 15:06 Pag. 27
De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06 Pag. 27 Kaart 7. Toon wast zich, uit Syntactische Atlas van de Nederlandse Dialecten, deel 1 (68b). Kaart 8. Eduard kent zichzelf goed,
VORM EN CATEGORIE. Inleiding
JAN DON & MARIAN ERKELENS VORM EN CATEGORIE Inleiding Wie de klanken van een taal kent, weet nog niet welke woorden er met die klanken gevormd kunnen worden. Er rusten meer beperkingen op de verzameling
Kaarten in soorten en maten
De kaartenbank.indd Sander Pinkse Boekproductie 07-11-13 / 15:06 Pag. 20 Kaarten in soorten en maten Joep Kruijsen en Nicoline van der Sijs 20 De Kaartenbank die in januari 2014 is gelanceerd (www.meertenskaartenbank.nl),
Inleiding taalkunde. Inleiding - 23 april 2013 Marieke Schouwstra
Inleiding taalkunde Inleiding - 23 april 2013 Marieke Schouwstra 1 Dit college Overzicht cursus Wat is natuurlijke taal? Wat is taalkunde? 2 Docenten Marieke Schouwstra taalevolutie en betekenis Yoad Winter
8. Afasie [1/2] Bedenk tenminste drie verschillende problemen die je met taal zou kunnen hebben (drie soorten afasie).
8. Afasie [1/] 1 Afasie De term afasie wordt gebruikt om problemen met taal te beschrijven die het gevolg zijn van een hersenbeschadiging. Meestal is de oorzaak van afasie een beroerte. Het woord afasie
1. Van taal naar taalwetenschap
1. Van taal naar taalwetenschap Opdracht 1.1 Vraag: Ga voor jezelf na hoe de verkleinwoorden van Nederlandse zelfstandige naamwoorden worden gevormd (dus: huis huisje, enzovoorts) en probeer zo de onbewuste,
DE AAN HET INFINITIEF-CONSTRUCTIE IN HET NEDERLANDS
GEERT BOOIJ DE AAN HET INFINITIEF-CONSTRUCTIE IN HET NEDERLANDS 1. Inleiding Veel talen van Europa gebruiken syntactische constructies om progressief aspect uit te drukken (Bertinetto e.a. 2000). Globaal
http://fuzzy.arts.kuleuven.ac.be/rewo/
Ton van de Wijngaard WEGWIJZER NEDERLANDSE DIALECTOLOGIE Rubriek A geeft een overzicht van relevante literatuur die er op het gebied van de Nederlandse streektalen en dialecten is verschenen. De rubriek
Taalverandering. 19. Taalverandering. Opdracht 19.1
19. Taalverandering Opdracht 19.1 Vraag: Noem twee voorbeelden van varianten in het Nederlands (of in een andere taal) die steeds meer gebruikt lijken te gaan worden. Geef een lexicale en een andere variant.
Jij moet naar de logopedist! Leonie Cornips. Cornips.indd 1 07-01-2008 13:17:45
Jij moet naar de logopedist! Leonie Cornips Cornips.indd 1 07-01-2008 13:17:45 Cornips.indd 2 07-01-2008 13:17:45 3 Op haar middelbare school in Heerlen haalde Leonie Cornips steevast negens en tienen
Over de Nederlandse spreektaal
TON VAN DER WOUDEN (DUITSLAND, MÜNSTER) Over de Nederlandse spreektaal Summary The paper discusses some phenomena of spoken Dutch from a Construction grammar point of view. Inleiding Schrijftaal is iets
Samenvatting. wh-vraagzinnen genoemd, omdat in het Engels dergelijke vraagwoorden met de letters wh beginnen.
Samenvatting Talen verschillen in de wijze waarop woorden en zinnen of delen daarvan gecombineerd worden om een betekenisvolle expressie te vormen. Bijvoorbeeld, in de Engelse wh-vraagzin Who does John
Taalvariatie in Nederland: Limburgse tonen
Taalvariatie in Nederland: Limburgse tonen [email protected] 8/10 november 2004 1 Toon in het Limburgs De Limburgse dialecten (behalve die in het uiterste noorden van de Nederlandse
Nederlandse Samenvatting
Nederlandse Samenvatting Men neemt algemeen aan dat er in de orde van vijf- tot zesduizend talen zijn. Afgezien van het Engels, Frans of het Spaans, bestaat er voor veel talenparen X, Y niet een woordenboek
Inleveropdracht 1: Morfologie & Syntaxis
Inleveropdracht 1: Morfologie & Syntaxis Inleiding Taalkunde 2013 Lever de uitwerking van deze opgaves op papier in tijdens college of in het cursuspostvak op Trans 10, kamer 0.16b (dat is de kamer direct
Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20932 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Haar, Sita Minke ter Title: Birds and babies : a comparison of the early development
2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12
Inhoudsopgave 1 Русский алфавит Het Russische alfabet 10 2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12 3 Фонетика Fonetiek
Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van
Samenvatting Het is niet eenvoudig om te leren spellen. Om een woord te kunnen spellen moet een ingewikkeld proces worden doorlopen. Als een kind een bepaald woord nooit eerder gelezen of gespeld heeft,
Samenvatting in het Nederlands
Samenvatting in het Nederlands De vraag die in dit proefschrift centraal staat, betreft de aard van aspectuele verschillen in het Russisch. Het belangrijkste doel is het aanwijzen van een eigenschap of
Hoe zijn samenstellingen samengesteld?
Bacheloreindwerkstuk taalkunde Hoe zijn samenstellingen samengesteld? De diagnostische criteria om een Nederlandse samenstelling te definiëren Marleen Severijnen 22 december 2011 Begeleiders: prof. dr.
DE NOMINALE GROEP of NOMINALE CONSTITUENT (NC)
DE NOMINALE GROEP of NOMINALE CONSTITUENT (NC) 1. Definitie De nominale groep of nominale constituent (NC) bestaat principieel uit één woordgroep (soms één enkel woord) (i) die begint noch eindigt met
8. Logogrammen. Soemer. Uitbreiding
8. Logogrammen Soemer Ongeveer 5 duizend jaar geleden woonde in Zuid-Oost Irak een volk dat de Soemeriërs werd genoemd. Zelf noemden ze hun land ki-en-gir, het land van de beschaafde heersers. De Soemeriërs
3 De Nederlandse woordbouw
3 De Nederlandse woordbouw 3.1 Introductie Dit hoofdstuk biedt een systematisch overzicht van de morfologische aspecten van de Nederlandse woordbouw. Hierbij bespreek ik eerst het traditionele, op grammaticaregels
Samenvatting in het Nederlands
Samenvatting in het Nederlands Constructies, beperkingen en voorstellingswijze: Adposities in het Nederlands De term adpositie wordt gebruikt voor partikels, preposities (voorzetsels) en postposities (achterzetsels).
Eindtermen bij het beginonderwijs Klassiek Hebreeuws. Een handreiking aan docenten
Eindtermen bij het beginonderwijs Klassiek Hebreeuws Een handreiking aan docenten Inleiding Het is gebleken dat onder docenten Klassiek / Bijbels Hebreeuws voor beginners behoefte bestaat aan een overzicht
Programmaschema BA Taalwetenschap. traject Taal & Cognitie
Programmaschema BA Taalwetenschap traject Taal & Cognitie 2 e jaar: semester Cursusnaam ECTS Niveau I Semantiek I 5 100 I Neurolinguïstiek 5 200 I Taalverwerving 5 200 I Spraak en synthese 5 200 I Syntaxis
Woorden leren bouwen
Woorden leren bouwen Een corpusstudie naar de toepassing van wetenschappelijke inzichten over morfologisch bewustzijn in het Nederlandse taalonderwijs Morf -em -en Marloes van der Hoorn (3217590) Master
Bilingualism and Cognition: The Acquisition of Frisian and Dutch Mw. E. Bosma
Bilingualism and Cognition: The Acquisition of Frisian and Dutch Mw. E. Bosma Nederlandse samenvatting Tweetaligheid en cognitie: de verwerving van het Fries en het Nederlands Deze dissertatie is het resultaat
184 Maartje Schreuder
Samenvatting Iedereen is wel bekend met het fenomeen van de tikkende klok. Een klok zegt tik tak, tik tak. Waarom kennen wij de twee tikken van de klok twee verschillende klinkers toe? Klinken de twee
De constituent die niet bestaat Over het antecedent van betrekkelijke bijzinnen
De constituent die niet bestaat Over het antecedent van betrekkelijke bijzinnen Mark de Vries In zijn voorwoord bij In verband met de zin schrijft Jan: Ik heb in dit boek [ ] geprobeerd de traditionele
Nederlands leren: makkelijk of moeilijk? Folkert Kuiken,
Nederlands leren: makkelijk of moeilijk? Folkert Kuiken, [email protected] Landelijke Studiedag LOWAN-VO, Ede, 8 april 2019 George Orwell Animal farm 2 Alle talen zijn gelijkwaardig Zijn alle talen even
Toetsvragen bij domein 8 Taalbeschouwing
bijvoorbeeld Exemplarische opleidingsdidactiek voor taalonderwijs op de basisschool Toetsvragen bij domein 8 Taalbeschouwing Bart van der Leeuw (red.) Jo van den Hauwe (red.) Els Moonen Ietje Pauw Anneli
Voting Wiser. The Effect of Voting Advice Applications on Political Understanding. J. van de Pol
Voting Wiser. The Effect of Voting Advice Applications on Political Understanding. J. van de Pol Nederlandse samenvatting 140 Kieswijzers of stemhulpen in de wetenschappelijke literatuur aangeduid als
