Bedieningshandleiding
|
|
|
- Johan van der Velde
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bedieningshandleiding AMAz Software ISOBUS voor veldspuiten Multifunctionele handgreep AMAPILOT Deelbreedte-schakelkast AMACLICK MG4800 BAG Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de bedieningshandleiding voor toekomstig gebruik!
2 Het mag niet onbelangrijk of overbodig voorkomen, deze gebruiksaanwijzing te lezen en zich aan de aanwijzingen te houden; het volstaat niet van anderen te horen, dat de machine goed is, ze daarom te kopen en te denken dat alles vanzelf gaat. De persoon in kwestie berokkent niet alleen zichzelf schade maar zal ook fouten maken waarbij het mislukken niet aan zichzelf doch aan de machine zal worden toegeschreven. Om zeker te zijn van een goede werking moet men zich bewust zijn van de handelingen en over het doel van de functies van de machine geïnformeerd zijn en er mee leren omgaan. Pas dan zal men over de machine en zichzelf tevreden zijn. Om dit doel te bereiken dient deze bedieningshandleiding. Leipzig-Plagwitz ISOBUS spuit BAG
3 Identificatiegegevens Adres fabrikant AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) [email protected] Bestellen van onderdelen De lijsten met vervangingsonderdelen zijn vrij toegankelijk via het Portaal Vervangingsonderdelen op Wij verzoeken u uw orders bij uw AMAZONE-dealers te plaatsen. Over deze bedieningshandleiding Documentnummer: MG4800 Productiedatum: Copyright AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG, 2015 Alle rechten voorbehouden. Nadruk, ook gedeeltelijk, uitsluitend toegestaan na toestemming van AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG ISOBUS spuit BAG
4 Voorwoord Voorwoord Geachte klant, U heeft gekozen voor een van onze kwaliteitsproducten uit het uitgebreide programma van AMAZONEN-WERKE, H. DREYER GmbH & Co. KG. Wij bedanken u voor het in ons gestelde vertrouwen. Controleer bij ontvangst van de machine of er sprake is van transportschade en of er onderdelen ontbreken! Controleer aan de hand van het afleveringsbewijs of de machine compleet is geleverd, inclusief de bestelde toebehoren. Alleen bij directe reclamaties heeft u recht op schadevergoeding! Lees deze bedieningshandleiding, en vooral de veiligheidsinstructies, voor het in bedrijf stellen door en volg alle aanwijzingen zorgvuldig op. Door de bedieningshandleiding nauwlettend te lezen, kunt u de voordelen van uw nieuwe machine optimaal benutten. Zorg ervoor dat alle gebruikers van deze machine deze bedieningshandleiding lezen voordat zij met de machine aan het werk gaan. Raadpleeg bij eventuele vragen of problemen s.v.p. deze bedieningshandleiding of neem contact op met uw locale dealer. Door onderhoud regelmatig uit te voeren en versleten of beschadigde onderdelen tijdig te vervangen, verhoogt u de levensduur van uw machine. Uw suggesties Geachte lezers, Wij passen onze bedieningshandleidingen regelmatig aan. Uw suggesties helpen ons onze bedieningshandleidingen nog gebruikersvriendelijker te maken. AMAZONEN-WERKE H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen Tel.: + 49 (0) [email protected] 4 ISOBUS spuit BAG
5 Inhoudsopgave 1 Tips voor de gebruiker Doel van het document Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Gebruikte beschrijvingen Algemene veiligheidsinstructies Beschrijving van veiligheidssymbolen Beschrijving van het product software machinebesturing Softwareversie Structuur menubediening Hiërarchie van de ISOBUS-software Het hoofdmenu Weergeven van het hoofdmenu Submenu's van het hoofdmenu Weerdocumentatie Documentatie beheren Gebruikersprofiel Gebruikersspecifieke toetsindeling configureren Voorbeeld: voor vrij instelbare functies 1 t/m 30, 32 in het werkmenu Multifunctioneel display configureren Automaten configureren Alarmgrenzen configureren Pompaandrijving configureren Stappen configureren Deelbreedteschakeling configureren Boomgedrag configureren ISOBUS configureren Machinegegevens invoeren Bron Snelheid configureren Doorstroommeter kalibreren Doorstroommeter 1 kalibreren Doorstroommeter 2 (terugstroommeter) kalibreren Doorstroommeter 3 (High Flow) AutoTrail kalibreren Boom kalibreren Spuitboomvergrendeling kalibreren Helling verstelling kalibreren DistanceControl kalibreren Menu setup Diagnose Machine-instellingen invoeren Reset machinecomputer uitvoeren Menu info Gebruik op het veld Menu werk Section Control schakelen Menubediening Werkmenu met functiegroepen Gebruikersspecifieke toetsindeling oproepen Weergave in het menu Werk Afwijkingen van gewenste toestand ISOBUS spuit BAG
6 Inhoudsopgave 10.7 Miniview in SectionControl Functiegroep vullen Met niveaumelder Zonder niveaumelder Comfort-pakket: automatische vulstop Automatische vulstop bij het vullen via de persaansluiting Functiegroep boomkinematica (Profi inklappen) Boomhoogte instellen (Profi-inklappen) Trillingsdemping ver-/ontgrendelen (Profi inklappen) Boom inklappen (Profi inklappen) Zijarm opklappen (alleen Profi inklappen II) Helling verstelling Sproeierverlichting Functiegroep boomkinematica (voorinstelling inklappen) Keuzefunctieveld (voorinstelling inklappen) Boom eenzijdig klappen met voorinstelling Functiegroep spuiten Regeling spuithoeveelheid UX 11200: Hydraulische pompaandrijving Uitschakelen buitenste deelbreedten Uitschakelen willekeurige deelbreedten Schuimmarkering Grenssproeiers, eindsproeiers of extra sproeiers Functie groep vering/sturen AutoTrail (Stuurdissel/stuuras voor exact volgen van het spoor) Hydropneumatische vering UX 11200: tractieversterking van de tractor Functiegroep DistanceControl /Autolift DistanceControl Autolift Functiegroep Comfort UX Super, Pantera Verdunnen van de spuitvloeistof met spoelwater Reinigen van de spuit bij een gevulde tank (werkonderbreking) Reinigen van de spuit bij een geleegde tank Zuigfilter reinigen bij gevulde tank Circulatiereiniging Functiegroep Comfort UF, UG, UX Special Verdunnen van de spuitvloeistof met spoelwater Reinigen van de spuit bij een gevulde tank (werkonderbreking) Reinigen van de spuit bij een geleegde tank Automatische roerwerkuitschakeling Circulatiereiniging Functiegroep Fronttank Fronttank met Flow Control Werkwijze bij het gebruik ISOBUS spuit BAG
7 Inhoudsopgave 11 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling Afzonderlijke sproeierschakeling in gebruik AmaSwitch (optie) AmaSelect (optie) Sproeierschakeling configureen Reinigen van de sproeierbodies AmaSelect Onderhoud sproeierbody AmaSelect Multifunctionele handgreep AUX-N Multifunctionele greep AmaPilot/AmaPilot Deelbreedteschakelkast AMACLICK Werking Montage Storing Weergave op de bedieningsterminal: Storingstabel Uitval van functies zonder alarmmelding op de terminal Uitval van het snelheidssignaal van ISO-Bus Storingen hydraulische pompaandrijving ISOBUS spuit BAG
8 Tips voor de gebruiker 1 Tips voor de gebruiker Het hoofdstuk Tips voor de gebruiker bevat informatie over het omgaan met de bedieningshandleiding. 1.1 Doel van het document Deze bedieningshandleiding beschrijft de bediening en het onderhoud van de machine. geeft belangrijke aanwijzingen voor veilig en efficiënt gebruik van de machine. is een bestanddeel van de machine en moet altijd bij de machine of in de cabine van de tractor aanwezig zijn. voor toekomstig gebruik bewaren. 1.2 Plaatsaanduidingen in de bedieningshandleiding Alle in deze bedieningshandleiding genoemde richtingen zijn altijd gezien in rijrichting. 1.3 Gebruikte beschrijvingen Bedieningsinstructies en reacties De handelingen die de chauffeur dient uit te voeren, worden altijd genummerd weergegeven. Houd u aan de volgorde van de aangegeven bedieningsinstructies. Een pijl geeft in voorkomende gevallen de reactie op de betreffende bedieningsinstructie aan. Voorbeeld: 1. Bedieningsinstructie 1 Reactie van de machine op bedieningsinstructie 1 2. Bedieningsinstructie 2 Opsommingen Opsommingen zonder dwingende volgorde worden weergegeven met opsommingstekens. Voorbeeld: Punt 1 Punt 2 Positienummers in afbeeldingen Cijfers tussen ronde haakjes verwijzen naar positienummers in afbeeldingen. Voorbeeld: (1) Positie 1 8 ISOBUS spuit BAG
9 Algemene veiligheidsinstructies 2 Algemene veiligheidsinstructies Kennis van de basisveiligheidsinstructies en veiligheidsvoorschriften is de eerste voorwaarde om veilig en zonder storingen met de machine te kunnen werken. De bedieningshandleiding altijd daar bewaren waar de machine wordt gebruikt! dient te allen tijde voor chauffeurs en onderhoudsmedewerkers beschikbaar te zijn! 2.1 Beschrijving van veiligheidssymbolen Veiligheidsinstructies worden aangegeven met een driehoekig veiligheidssymbool en een signaalwoord. Het signaalwoord (GEVAAR, WAARSCHUWING, VOORZICHTIG) beschrijft de ernst van het dreigende gevaar en heeft de volgende betekenis: GEVAAR verwijst naar een direct gevaar met een hoog risico dat de dood of zwaar lichamelijk letsel (verlies van lichaamsdelen of langdurig letsel) ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan de dood of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben. WAARSCHUWING verwijst naar een mogelijk gevaar met gemiddeld risico dat de dood of (zwaar) lichamelijk letsel ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. Het negeren van deze instructies kan onder omstandigheden de dood of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben. VOORZICHTIG verwijst naar een gevaar met gering risico dat licht of gemiddeld lichamelijk letsel of materiële schade ten gevolge kan hebben als het gevaar niet wordt vermeden. BELANGRIJK verwijst naar een verplichting tot een bijzondere handelwijze of activiteit om vakkundig met de machine om te gaan. Het negeren van deze instructies kan storingen in de machine of in de omgeving veroorzaken. TIP verwijst naar praktische tips en bijzonder nuttige informatie. Deze tips helpen u om alle functies van uw machine optimaal te benutten. ISOBUS spuit BAG
10 Beschrijving van het product software machinebesturing 3 Beschrijving van het product software machinebesturing 3.1 Softwareversie Met de ISOBUS-software en een ISOBUS-terminal kunnen de AMAZONE-machines comfortabel worden aangestuurd, bediend en gecontroleerd. De ISOBUS-software werkt in combinatie met de volgende AMAZONE-veldspuiten: UF, UX, UG, Pantera Na het inschakelen van de ISOBUS-terminal bij aangesloten machinecomputer wordt het hoofdmenu getoond. Instellingen Instellingen kunnen via de submenu's van het hoofdmenu worden uitgevoerd. Gebruik De ISOBUS-software regelt de uitbrenghoeveelheid afhankelijk van de rijsnelheid. Tijdens het werken toont het werkmenu alle werkgegevens en afhankelijk van de uitrusting van de machine kan de machine via het werkmenu worden bediend. Deze bedieningshandleiding is geldig vanaf softwareversie: MHX-versie: Structuur menubediening Functievelden met een witte achtergrond Voor het uitvoeren van functies Functievelden met gekleurde achtergrond Voor menubediening Oproepen van functiegroepen in het werkmenu Terug naar voorgaand menu Bladeren in menu 10 ISOBUS spuit BAG
11 3.3 Hiërarchie van de ISOBUS-software Beschrijving van het product software machinebesturing Hoofdmenu Werkmenu Menu documentatie Spuiten aan/uit Opslaan van vlakken, tijden, hoeveelheden Functiegroepen: Vullen Boomkinematica Spuiten Vering/sturen DistanceControl Fronttank Vrij bezetbare functiegroep Menu gebruikersprofiel Menu weerdocumentatie Voer de naam van de gebruiker in Configureren toetsbezetting Multifunctioneel display in werkmenu configureren Automaten configureren Alarmgrenzen configureren Hydraulische pompaandrijving configureren Stappen ter vergroting of vermindering van de strooihoeveelheid configureren Wegrijhelling configureren Boomgedrag configureren Deelbreedteschakeling configureren ISOBUS configureren Menü Info Menu Machinegegevens Wachtwoord nodig Bron van het snelheidssignaal configureren Fronttank aan/uit High Flow aan/uit Kalibreer de doorstromingsmeter AutoTrail kalibreren Boom kalibreren Setup Diagnose Machine-instellingen - Machinetype - Tank configureren - Boom configureren - Hoeveelheidsregeling configureren - Bron pomptoerental - Comfortpakket configureren - Oliereservoir configureren - AutoTrail configureren - Hydropneumatische vering configureren RESET ISOBUS spuit BAG
12 Het hoofdmenu 4 Het hoofdmenu 4.1 Weergeven van het hoofdmenu ingestelde machine actieve documentatie Geactiveerde documentatie. ingevoerde strooihoeveelheid hier ook verandering mogelijk. Strooihoeveelh. 200 kg/ha ingestelde werkbreedte Werkbreedte 24,0 m Tankgrootte Tankgrootte 3200 l 4.2 Submenu's van het hoofdmenu Werkmenu Weergave en bediening tijdens het werk. Menu gebruikersprofiel Iedere gebruiker kan een persoonlijk profiel met instellingen voor terminal en veldspuit opslaan. Menu weerdocumentatie Weergegevens opslaan Menu documentatie Opslaan van vlakken, tijden, hoeveelheden. De berekende gegevens van maximaal 20 documentaties worden opgeslagen. Menu machinegegevens Invoer van machinespecifieke of individuele gegevens. Setup van de machine veranderen (wachtwoord nodig). Menu info Software-versies en totale capaciteit. 12 ISOBUS spuit BAG
13 Weerdocumentatie 5 Weerdocumentatie Task Controller moet zijn ingeschakeld. Bij elke keer opslaan worden de ingevoerde weergegevens bij de actieve opdracht in de Task Controller opgeslagen. Voer de windkracht in Voer de windrichting in Voer de temperatuur in Weergegevens Opdracht actief Weergegevens opslaan. Windkracht m/s Windrichting Temperatuur C Afbreken Opslaan ISOBUS spuit BAG
14 Documentatie beheren 6 Documentatie beheren In het hoofdmenu Documentatie kiezen! Het menu Documentatie is een intern niet uitleesbaar opdrachtgeheugen. Wanneer het menu documentatie wordt geopend, verschijnt de gestarte documentatie. Documentatie Weergave totaalgegevens Weergave daggegevens Voor het beëindigen van een documentatie moet een andere worden gestart. Er kunnen maximaal 20 documentaties worden opgeslagen. Voor het aanmaken van aanvullende documentaties, moeten aanwezige worden gewist. Naam Bewerkt oppervlak 0,00 0,00 ha Benodigde tijd 0,00 0,00 h Uitgebrachte hoeveelheid 0,00 0,00 l Nieuwe documentatie aanmaken. Naam toekennen. Documentatie starten. Daggegevens wissen. Eerder aangemaakte documentatie starten. Later aangemaakte documentatie starten. Documentatie wissen. Een documentatie is altijd gestart. Reeds opgeslagen documentaties kunnen worden gekozen en met weer worden gestart. 14 ISOBUS spuit BAG
15 Gebruikersprofiel 7 Gebruikersprofiel Kies in het hoofdmenu Gebruikersprofiel! Naam van de gebruiker invoeren Gebr.profiel Toetsbezetting configureren (zie pagina 17). Toetsbezetting configureren Multifunctioneel display in werkmenu configureren (zie pagina 19). Multifunctioneel display configureren Automaat configureren (zie pagina 19) Automaten configureren Alarmgrenzen configureren (zie pagina 19). Alarmgrenzen configureren Hydraulische pompaandrijving configureren (zie pagina 20) Hydr. pompaandrijving configureren Stappen ter vergroting of vermindering van de strooihoeveelheid configureren (zie pagina 21) Wegrijhelling configureren (zie pagina 21) Stappen configureren Boomgedrag configureren (zie pagina 24) Boomgedrag configureren Deelbreedteschakeling configureren (zie pagina 22) Deelbreedteschakeling configureren ISOBUS configureren, zie pagina 25. ISOBUS configureren Schakelen van de werkverlichting kan handmatig of door de TECU worden aangestuurd. TECU schakelt de werkverlichting in, zodra het parkeerlicht op de tractor wordt ingeschakeld. Werkverlichting handmatig schakelen. Bij herkenning van het achteruit rijden wordt de machinebesturing in de middenstand bewogen. Herkenning achteruit rijden aan Herkenning achteruit rijden uit Werkverlichting via TECU Herkenning achteruit rijden ISOBUS spuit BAG
16 Gebruikersprofiel Gebruiker: wisselen, nieuwe, wissen Van gebruiker wisselen: 1. Gebruiker markeren. 2. Markering bevestigen. Nieuwe gebruiker aanmaken: 1. Nieuwe gebruiker aanmaken. 2. Gebruiker markeren. 3. Markering bevestigen. 4. Naam invoeren. Pit Tom Profiellijst Kopiëren van de actuele gebruiker met alle instellingen. Gebruiker wissen: Symbool markeren en bevestigen. Bij gebruik van een AUX-N multifunctionele greep wordt de vrij instelbare toetsbezetting van de multifunctionele greep voor de betreffende gebruiker opgeslagen. Voor ieder gebruikersprofiel is een toetsbezetting nodig. Toetsbezetting op VT1 uitvoeren. 16 ISOBUS spuit BAG
17 Gebruikersprofiel 7.1 Gebruikersspecifieke toetsindeling configureren In het menu werk kan de gebruikersspecifieke toetsindeling worden opgeroepen. De indeling van de toetsen is vrij instelbaar. Terug naar standaardindeling Hier kunnen de functievelden van het werkmenu vrij worden bezet. Toetsbezetting configureren Toetsindeling uitvoeren: 1. Lijst van de functies oproepen. Al gekozen functies hebben een grijze achtergrond. 2. Functie selecteren Gewenste functie uit de lijst kiezen en gewenste toets bedienen. Menu vullen oproepen 3. Pagina kiezen, waarop de functie in het werkmenu moet worden opgeslagen. 4. Toets/functieveld bedienen om de functie op de toets/het functieveld te plaatsen. 5. Op deze manier alle functies instellen. Afbreken opslaan 6. opslaan van de instelling, of afbreken. ISOBUS spuit BAG
18 Gebruikersprofiel Voorbeeld: voor vrij instelbare functies 1 t/m 30, 32 in het werkmenu Pagina 1 Pagina 2 Pagina 3 Pagina 4 Pagina 5 Terminal met 8 toetsen: Terminal met 10 toetsen: Terminal met 12 toetsen: 18 ISOBUS spuit BAG
19 Gebruikersprofiel 7.2 Multifunctioneel display configureren In de drie dataregels in het werkmenu kunnen verschillende gegevens worden getoond. (1) Actuele snelheid (2) Pomptoerental (3) Hoeveelheid bewerkt oppervlak per dag (4) Uitgestrooide hoeveelheid per dag (5) Resttraject tot bak leeg is (6) Restoppervlak tot bak leeg is (7) Meter voor de wendakker voor het vinden van het volgende spoor. De meter wordt bij spuiten uitschakelen op de wendakker op nul gezet en beging met de wegmeting tot spuiten inschakelen. (8) Setpoint (9) Vulpeil tank Multifunctioneel display configureren Regel 1 Snelheid Regel 2 Oppervlak/dag Regel 3 Resttraject 7.3 Automaten configureren Hier kunnen de gemeenschappelijk inschakelbare automatische functies worden gekozen. Automaten configureren Automaten in werkmenu inschakelen! Automaat-functies (gemeenschappelijk schakelen) (niet gemeenschappelijk schakelen) De automatische functies kunnen alleen afzonderlijk worden uitgeschakeld Hoev. regeling Hand/automaat Section Control automaat AutoTrail Hand/automaat DistanceControl Hand/automaat vering Hand/automaat Roerdruk Hand/automaat Hydr. pompaandrijving hand/automaat Spuitbomen automaat ontgrendelen FlowControl automaat ISOBUS spuit BAG
20 Gebruikersprofiel 7.4 Alarmgrenzen configureren Alarmgrens voor niveau in I invoeren. Bij het onderschrijden van de alarmgrens tijdens het spuiten klinkt een signaal. Minimale spuitdruk invoeren. Maximale spuitdruk invoeren (< 15 bar). Bij het spuiten buiten het ingevoerde drukbereik verschijnt een waarschuwingsmelding. Gewenst pomptoerental invoeren Bovenste en onderste alarmgrens voor het pomptoerental invoeren. 7.5 Pompaandrijving configureren Alarmgrenzen configureren Niveau-alarmgrensw. Minimale druk Maximale druk Gewenst pomptoerental Alarmgrenzen pomp l bar bar 1/min + % % Pomptoerental configureren Pomptoerental spuiten Pomptoerental zuigen Pomptoerental roeren/reinigen Pomptoerental spuiten Pomptoerental zuigen Pomptoerental roeren/reinigen 1/min 1/min 1/min 20 ISOBUS spuit BAG
21 Gebruikersprofiel 7.6 Stappen configureren Stappen invoeren (waarde voor procentuele hoeveelheidsverandering tijdens het werk). De strooihoeveelheid wordt na bediening van, met de ingevoerde procentuele waarde verminderd of verhoogd. Bij meervoudige bediening wordt de strooihoeveelheid met een meervoud van de procentuele waarde veranderd. Stappen configureren Stap % Wegrijhelling configureren Strooihoeveelheid terug naar 100%. Wegrijhelling configureren Wegrijhelling configureren De lineaire startsproeier voorkomt te lage dosering bij het starten. Na het spuiten inschakelen wordt, tot de ingestelde tijd voor de dosering is afgelopen, met de gesimuleerde rijsnelheid gedoseerd verspreid. Daarna regelt de snelheidsafhankelijke spuithoeveelheidsregeling. Bij het bereiken van de ingevoerde snelheid of overschrijden van de gesimuleerde snelheid start de hoeveelheidsregeling. Wegrijhelling aan/uit aan uit Gesimuleerde startsnelheid (km/h) Standaardwaarde: 6 km/h Maximale waarde 12 km/h De tijd die verstrikt, tot de gesimuleerde snelheid werkelijk wordt bereikt in seconden. Standaardwaarde: 5 s Maximale waarde 10 s Wegrijhelling configureren Wegrijhelling Startsnelheid Starttijd km/h s ISOBUS spuit BAG
22 Gebruikersprofiel 7.7 Deelbreedteschakeling configureren Deelbreedteschakeling configureren Schakelen van willekeurige deelbreedten in het werkmenu aan uit Selecteren afzonderlijke deelbreedten Het aantal deelbreedten dat is uitgeschakeld wordt getoond. Afzonderlijke deelbreedten permanent deactiveren. Schakelpunten optimaliseren zie pagina 23 Bij voorkeur de schakelpunten via de bedieningsterminal instellen! Overlapping is in Section Control zichtbaar! Afzonderlijke deelbreedten deactiveren: Actief Uitgeschakeld Oproepen overige deelbreedten Gedeactiveerde deelbreedten Deelbreedten deactiveren Schakelpunten optimalisieren Deelbreedten deactiveren Deelbr 1 Deelbr 2 Deelbr 3 1 Het deactiveren van de deelbreedten is bedoeld voor het permanent uitschakelen van willekeurige deelbreedten. De permanent uitgeschakelde deelbreedten worden in het werkmenu met een rode X gemarkeerd. De deelbreedten blijven ook na het uitschakelen van de bedieningsterminal gedeactiveerd. Alle gedeactiveerde deelbreedten kunnen tijdelijk in het werkmenu worden ingeschakeld. De deelbreedten kunnen alleen hier weer permanent worden geactiveerd. De gereduceerde werkbreedte wordt ook zo in de Task Controller gedocumenteerd 22 ISOBUS spuit BAG
23 Gebruikersprofiel Schakelpunten configureren Positieve waarde: eerder inschakelen, later uitschakelen (overlapping). Negatieve waarde: later inschakelen, eerder uitschakelen (geen overlapping) Uitschakelpunt Alleen bij op een traject gebaseerde instelling van de schakelpunten (zie ISOBUS configureren)! Inschakelpunt Schakelpunten optimaliseren Alleen voor op tijd gebaseerde instelling van de schakelpunten (zie ISOBUS configureren)! Inschakelvertraging Standaardwaarde 400 ms Positieve waarde / hoge waarde: vroeg inschakelen (overlapping) Negatieve waarde / lage waarde laat inschakelen (geen overlapping) Uitschakelvertraging Standaardwaarde: 200 ms Positieve waarde / hoge waarde: laat uitschakelen (overlapping). Negatieve waarde / lage waarde vroeg uitschakelen (geen overlapping). Instelhulp Instelhulp voor inschakelpunt of uitschakelpunt kiezen. Te vroeg of te laat schakelen kiezen. Schakelpunten optimaliseren Inschakelvertraging Uitschakelvertraging Instelhulp ms ms 1. Traject invoeren, die te vroeg/te laat wordt geschakeld. 2. Gereden snelheid invoeren (alleen bij op tijd gebaseerde instelling). Nieuwe inschakeltijd/uitschakeltijd wordt berekend. Inschakelpunt optimaliseren Machine wordt te vroeg ingeschakeld, om: Gereden snelheid m km/h Nieuw berekende inschakeltijd ms Afbreken opslaan ISOBUS spuit BAG
24 Gebruikersprofiel 7.8 Boomgedrag configureren Automatisch vergrendelen van de trillingsdemping aan en uit (automatisch) (handmatig) Automatische hoekverstelling bij vergrendelen Voor het vergrendelen van de trillingsdemping wordt de boom opgetild en horizontaal uitgelijnd. De tractor/machine moet op een vlak oppervlak staan. Hellingverstelling op de wendakker bij DistanceControl. (aan) (uit) Via deze parameter kan de hellingverstelling van de boom op de wendakker worden geactiveerd en gedeactiveerd. Bij een gedeactiveerde hellingverstelling op de wendakker regelt Distance- Control alleen tijdens het spuitbedrijf de hellingverstelling van de boom. Hoogteverstelling Super L op wendakker zonder DistanceControl. (aan) (uit) Bij het spuiten inschakelen worden de bomen automatisch neergelaten. Bij het uitschakelen van het spuiten worden de bomen automatisch opgetild. Modus (Profi-inklappen II) Helling DistanceControl werkt met hellingverstelling en hoogteverstelling van het middendeel van de boom. Naar boven klappen DistanceControl werkt met hellingverstelling en met boom naar boven klappen. Alleen bij de UX met Profi II inklappen wordt in deze modus ook het boommiddeldeel in de opgeslagen hoogte gezet. Boomgedrag configureren Automatisch vergrendelen Automatische hoekverstelling bij vergrendelen Hellingverstelling op wendakker Automatische hoogteverstelling op wendakker Modus 24 ISOBUS spuit BAG
25 Gebruikersprofiel 7.9 ISOBUS configureren UT kiezen Wanneer 2 bedieningsterminals op de ISOBUS zijn aangesloten, dan kan de terminal voor de weergave van de AMAZONEmachinebediening worden gekozen. Iedere ISOBUS-terminal heeft een VTnummer. De software ISOBUS meldt zich bij de getoonde terminal aan. ISOBUS configureren UT Nummer identificeren wisselen Terminals identificeren: alle aangesloten ISOBUS-terminals tonen hun VT-nummer. Universal Terminal schakelt om naar de volgende aangesloten terminal Het aanmelden op de VT-terminal kan tot 60 seconden duren. Wanneer de ingevoerde terminal na deze tijd niet wordt gevonden, dan meldt de ISOBUS zich aan bij een andere terminal. Documentatie TaskController, opdrachtbeheer actief Machinecomputers communiceren met de Task Controller van de terminal Alleen machine-interne documentatie Documentatie Wanneer 2 bedieningsterminals met telkens een TaskController op ISOBUS zijn aangesloten, dan kan een TaskController worden geselecteerd. 1.. Toon het nummer van de actuele terminal. 2. Nummer voor de gewenste terminal (Task- Controller) kiezen. TC-nummer identificeren wisselen 3. Gekozen TaskController gebruiken. ISOBUS spuit BAG
26 Gebruikersprofiel Section Control Hand/ Automaat omschakelen in GPS-menu Section Control wordt in GPS-menu geschakeld. In werkmenu Section Control wordt in werkmenu ISOBUS geschakeld. Section Control Hand/ automaat omschakelen Section Control Hand / automaat Instelling van de schakelpunten bij het configureren van de deelbreedteschakeling Op traject gebaseerd Op tijd gebaseerd Weersregistratie aan uit Instelling van de schakelpunten Weer documenteren 26 ISOBUS spuit BAG
27 Machinegegevens invoeren 8 Machinegegevens invoeren In het hoofdmenu Machinegegevens kiezen! Bron van het snelheidssignaal configureren (zie pagina 28) Fronttank aan/uit aan uit High Flow aan/uit aan uit Bron Snelheid configureren Tank voor High Flow Doorstroommeter kalibreren (zie pagina 29) Doorstroommeter kalibreren AutoTrail configureren (zie pagina 32) AutoTrail configureren Boom kalibreren (zie pagina 33) Boom kalibreren Menu Setup oproepen (zie pagina 36) Basisinstellingen invoeren Diagnosegegevens weergeven Reset machinecomputer uitvoeren Setup ISOBUS spuit BAG
28 Machinegegevens invoeren 8.1 Bron Snelheid configureren De machinecomputer heeft een snelheidssignaal nodig voor een correcte hoeveelheidsregeling. Er kan tussen verschillende bronnen worden gekozen als ingang voor het signaal voor de rijsnelheid. Het snelheidssignaal kan via de ISOBUS ter beschikking worden gesteld. Het snelheidssignaal kan via de impulsen per 100 m op het wiel van de aangehangen machine worden berekend Het snelheidssignaal wordt door invoer van een snelheid gesimuleerd (bijv. bij uitval van het snelheidssignaal van de tractor). Door het invoeren van een gesimuleerde snelheid kan na een storing in het snelheidssignaal verder worden gewerkt. Bron van het snelheidssignaal kiezen. Bodem (ISOBUS) Wiel (ISOBUS) Positie (ISOBUS) Wiel van de aangehangen machine Gesimuleerd Houd de ingevoerde rijsnelheid absoluut later aan Wanneer een andere snelheidsbron wordt herkend, dan wordt de gesimuleerde snelheid automatisch uitgeschakeld. Voor aangekoppelde machines: Wielimpulsen per 100 m invoeren, of Wielimpulsen per 100 m bepalen Bron snelheid configureren Bron Snelheid Wielimp. Impulsen leren Imp/100m Snelheid via wielimpulsen per 100 m op de machine bepalen 1. Een meettraject van exact 100 m op het veld afmeten. 2. Begin- en eindpunt van het meettraject markeren. 3. > verder 4. Tractor in startpositie rijden 5. > verder 6. Meettraject van begin- tot eindpunt exact afrijden. Het display toont de vastgestelde hoeveelheid impulsen. 7. Stop exact op het eindpunt. 8. opslaan Impulsen leren 1/4 Exact het volgende traject afmeten Gereden impulsen 0 Afbreken Verder 100 m ISOBUS spuit BAG
29 Machinegegevens invoeren 8.2 Doorstroommeter kalibreren De machinecomputer heeft de kalibratiewaarde "Impulsen doorstroommeter" nodig voor de doorstroommeter/terugstroommeter voor het bepalen en de regeling van de opbrenghoeveelheid. U moet de kalibratiewaarde "Impulsen doorstroommeter" bepalen via een kalibratieprocedure van de doorstroommeter/terugstroommeter, wanneer de kalibratiewaarde niet bekend is. U kunt de kalibratiewaarde "Impulsen doorstroommeter" voor de doorstroommeter/terugstroommeter handmatig invoeren, wanneer de kalibratiewaarde exact bekend is. Bepaal de kalibratiewaarde "Impulsen doorstroommeter". jaarlijks. na demontage van de doorstromingsmeter. na langer gebruik, omdat spuitmiddelresten zich in de doorstromingsmeter kunnen afzetten. bij verschillen tussen gewenste en werkelijk verspreide dosering. Doorstroommeter 1 Doorstroommeter 2 (terugstroommeter) Doorstroommeter 3 (High Flow) Aantal impulsen per omwenteling invoeren Aantal impulsen door kalibreren bepalen Doorstroommeter kalibreren Impulsen doorstroommeter 1 Doorstroommeter 1 kalibreren Impulsen doorstroommeter 1 Doorstroommeter 2 kalibreren ISOBUS spuit BAG
30 Machinegegevens invoeren Doorstroommeter 1 kalibreren 1. Vul de spuitvloeistoftank met helder water (ca l) tot. 2. > verder 3. Start de pomp met pompbedrijfstoerental. 4. > verder 5. Schakel het spuiten in verspuit minimaal 500 l water. Doorstroommeter 1 kalibreren Volgende hoeveelheid water vullen Doorstroommeter 1 kalibreren Nominaal pomptoerental instellen 1/ l 2/6 6., Eventueel de spuithoeveelheid handmatig aanpassen. Het display toont de vastgestelde waarde van de "Impulsen" voor de gespoten waterhoeveelheid. Doorstroommeter 1 kalibreren Spuit inschakelen 3/6 7. Spuiten uitschakelen, pompaandrijving stoppen. 8. Bepaal de gespoten waterhoeveelheid exact door de spuitvloeistoftank weer te vullen tot de aan beide zijden van de spuitvloeistoftank aangebrachte vulmarkering. met behulp van een meetvat, door wegen of met een watermeter. 9. Voor de waarde voor de bepaalde waterhoeveelheid in. 10. > verder De berekende kalibratiewaarde wordt getoond. 11. opslaan Doorstroommeter 1 kalibreren 6/6 Nieuwe impulsaantal 670 1/l 30 ISOBUS spuit BAG
31 Machinegegevens invoeren Doorstroommeter 2 (terugstroommeter) kalibreren. 1. Vul de spuitvloeistoftank met helder water (ca l) tot een aan de beide zijden van de tank aangebrachte niveaumarkering. 2. > verder 3. Start de pomp met pompbedrijfstoerental. 4. > verder Automatische kalibratie starten. 5. opslaan Doorstroommeter 2 kalibreren automatische kalibratie starten Doorstroommeter 2 kalibreren 3/5 4/5 De kalibratie kan alleen worden uitgevoerd, wanneer "spuiten" uitgeschakeld. is Doorstroommeter 3 (High Flow) Voor het bepalen van het aantal impulsen per liter voor doorstroommeter 3 moet de doorstroommeter 3 op de positie in het vloeistofcircuit van doorstroommeter 2 worden gemonteerd. 1. High Flow uitschakelen (menu machinegegevens) 2. > verder 3. Doorstroommeter 3 op de positie van doorstroommeter 2 monteren. 4. > verder 5. Vul de spuitvloeistoftank met schoon water (ca l) tot de aan beide zijde op de spuitvloeistoftank aangebrachte niveaumarkering. 6. > verder 7. Start de pomp met pompbedrijfstoerental. 8. > verder Automatische kalibratie starten. 9. opslaan 10. Doorstroommeter 2 en 3 weer op de juiste plaats monteren. ISOBUS spuit BAG
32 Machinegegevens invoeren 8.3 AutoTrail kalibreren 1.Middelste stand kiezen Rij een kort stuk met de tractor met machine rechtdoor en met, uitrichten, totdat tractor en machine in hetzelfde spoor staan. 2. > verder 3.Kies de rechter aanslag. Draai het stuur van de tractor helemaal rechtsom en schuif de AutoTrail-cilinder in AutoTrail kalibreren middenstand benaderen Actuele basisw Aanslagen links Midd. rechts /6 met. 4. > verder Verschuiving Giersensor Hellingsensor Kies de linker aanslag. Draai het stuur van de tractor helemaal linksom en schuif de cilinder uit met Afbreken Verder 6. > verder AutoTrail. 7. Giersensor wordt gekalibreerd Tractor mag hiervoor niet bewegen. 8. > verder Giersensor kalibreren Sleper niet bewegen Actuele basisw Aanslagen links Midd. rechts Verschuiving Giersensor Hellingsensor Hellingsensor kalibreren. Machine eerst in horizontale positie brengen. 10. opslaan Hellingsensor kalibreren Spuit in horizontale positie plaatsen Actuele basisw. 0 Aanslagen links Midd. rechts Verschuiving Giersensor Hellingsensor ISOBUS spuit BAG
33 Machinegegevens invoeren 8.4 Boom kalibreren Kalibreer de boom eenmaal per jaar Spuitboomvergrendeling kalibreren Alleen bij analoge sensor: De spuitbomen zijn uitgeklapt. Boom kalibreren 0/0 1. Boomvergrendeling sluiten. 2. > Verder 3. Boomvergrendeling openen. 4. > Verder Verder met hellingverstelling kalibreren. Afbreken Verder Helling verstelling kalibreren 1., Stel de boomhoogte zodanig in, dat contact met de bodem via de hellingverstelling wordt vermeden (ca. 1,80 m). Boom kalibreren 0/0 2., Middenstand benaderen. Lijn de spuitboom horizontaal uit t.o.v. de boden. 3. > verder Afbreken 4. Rechter aanslag benaderen, tot de rechter afstandshouder licht contact maakt met de bodem. 5. > verder 6. Linker aanslag benaderen, tot de linker afstandshouder licht contact maakt met de bodem. 7. opslaan ISOBUS spuit BAG
34 Machinegegevens invoeren DistanceControl kalibreren Let voor het kalibreren van de DistanceControl op het volgende: De ondergrond moet vlak en horizontaal zijn Geen kuilen onder de ultrasone sensoren Het oppervlak van de ondergrond mag niet glad zijn (bijv. asfalt, beton of waterplassen). De kalibratie zelf bestaat uit 3 stappen. Horizontaal kalibreren Boom kalibreren 0/0 1., Boomhoogte zodanig instellen, dat een bodemcontact via de hellingverstelling wordt voorkomen (ca. 1,80 m). 2. > verder Afbreken 3., middenstand benaderen. Spuitboom horizontaal ten opzichte van de bodem uitlijnen. De actuele hoogte van de beide sensoren wordt constant weergegeven. Verschijnt in het display Balken nu horizontaal Handmatige kalibratie uitvoeren 4. Linker boomarm met de hand naar beneden drukken, tot het uiteinde zich ca 40 cm boven de grond bevindt. Houd deze positie ca. 5 seconden vast De signaalherkenning wordt getoond door: display groen: pieptoon, spuitboomverlichting knippert 3 keer. 5. Daarna de boom loslaten en wachten tot in het display "Balken nu horizontaal" verschijnt. 6. Wanneer de boom niet automatisch terugkeert in de middenstand (dit kan door wrijving in de ophanging gebeuren), dan moet de boom met de hand in de middenstand worden gebracht 7. > verder 34 ISOBUS spuit BAG
35 Machinegegevens invoeren Automatische kalibratie GEVAAR Gevaar voor lichamelijk letsel door zelfstandig draaiende boom! Bij de automatische kalibratie mogen personen zich niet ophouden binnen het draaibereik van de boom. 8. Automatische kalibratie starten. De boom wordt eerst automatisch links en dan rechts opgetild. Tenslotte wordt de horizontale stand weer ingenomen. 9. opslaan wanneer de automatische kalibratie is beëindigd. ISOBUS spuit BAG
36 Machinegegevens invoeren 8.5 Menu setup invoeren. Voor toegang tot het menu setup moet u een wachtwoord Wachtwoord: 1883 In setup kunnen de basisinstellingen van de machine worden veranderd. In machine-setup kunnen de basisinstellingen van machine worden veranderd. Instelfouten kunnen uitval van machine veroorzaken In- en uitvoer van data voor diagnose (alleen voor klantenservice, zie pagina 36). Diagnose Machine-instellingen uitvoeren (zie pagina 37). Machineinstellingen Machinecomputer naar de fabrieksinstelling terugzetten. Reset Diagnose GEVAAR Gevaar voor lichamelijk letsel door bediening van elektrisch of hydraulisch aangedreven steldelen, die in normaal bedrijf door veiligheidsfuncties in de software worden beveiligd. In het diagnosemenu zijn de veiligheidsfuncties buiten werking gesteld. Alleen voor servicedienst Diagnose oproepen 36 ISOBUS spuit BAG
37 Machinegegevens invoeren Machine-instellingen invoeren Keuze machinetype UF01 UG UX Pantera Tank configureren (zie pagina 38) Boom configureren (zie pagina 41) Tank configureren Boom configureren Circuit spuitvloeistof configureren (zie pagina 43) Comfortpakket configureren (zie pagina 44) Olietank configureren (zie pagina 45) Circuit spuitvloeistof configureren Comfortpakket configureren Olietank configureren AutoTrail configureren (zie pagina 46) AutoTrail configureren Hydropneumatische vering configureren (zie pagina 48) Geometriegegevens van de machine invoeren Hydropneumatische vering configureren Geometrie configureren ISOBUS spuit BAG
38 Machinegegevens invoeren Tank configureren Tankgrootte invoeren. Niveaumelder configureren. Tank configureren Tankgrootte Niveaumelder configureren Niveaumelder configureren Niveaumelder aanwezig: (ja) (nee) Niveaumelder configureren Niveaumelder Niveaumelder achtertank kalibreren Niveaucurve achtertank leren Niveaucurve achtertank bewerken Niveaumelder achtertank kalibreren: 1. Vul een exact gedefinieerde waterhoeveelheid (minimaal 200 liter) af in de spuitvloeistoftank. 2. > verder 3. Instellen van het actuele niveau. Voer de exacte waarde voor de hoeveelheid afgevuld water in de spuitvloeistoftank in. 4. opslaan Niveaumelder achtertank kalibreren minimaal de volgende hoeveelheid water vullen Niveaumelder achtertank kalibreren Vulhoeveelheid invoeren 1/2 200 l 2 / 2 l 38 ISOBUS spuit BAG
39 Machinegegevens invoeren Niveaucurve achtertank leren: 1. Tank tot het volgende meetpunt vullen. 2. > verder 3. Werkelijke tankinhoud invoeren. 4. Alle 29 meetpunten op deze manier opnemen. 5. opslaan 6. Meetpunten via het menu "Niveaucurve bewerken" uitschrijven. Niveaucurve achtertank leren volgende hoeveelheid water vullen Actuele spanning Afbreken Verder 1 / 59 0 l 4,877 V Niveaucurve achtertank bewerken: Voor handmatig invoeren van de niveaus voor de betreffende meetpunten. Offset (200 l-kalibratiewaarde) Oproepen van overige meetpunten. x handmatige keuze van meetpunt x. Niveaucurve na RESET handmatig invoeren. De data moeten vooraf worden opgenomen. Niveaucurve achtertank bewerken Offset 0,00 V Meetpunt Niveau Spanning 1 0 l 3,621 V Meetpunt Niveau Spanning 2 50 l 3,567 V Meetpunt Niveau Spanning l 3,494 V Meetpunt Niveau Spanning l 3,44 V UF met fronttank: fronttank separaat configureren. ISOBUS spuit BAG
40 Machinegegevens invoeren Voer de meetpunten van de niveaucurve hier in: Meetpunt Niveau Spanning Meetpunt Niveau Spanning Fronttank: Voer de meetpunten van de niveaucurve hier in: Meetpunt Niveau Spanning Meetpunt Niveau Spanning ISOBUS spuit BAG
41 Machinegegevens invoeren Boom configureren Boom configureren Boomtype kiezen. Super S-boom Super L-boom Inklappen boom kiezen. geen hellingverstelling hydraulische hellingverstelling voorkeuze inklappen Profi I Profi II ProfiClick Spuitboomvergrendeling kiezen Contactschakelaar Potentiometer Werkbreedte invoeren Boomtype Klapvariant Spuitboomvergrend Werkbreedte m Type sproeibody kiezen. AmaSelect meervoudige sproeibody AmaSwitch Standaard Aantal deelbreedten invoeren. Typ sproeibody AmaSelect : aantal bomen per kant Deelbreete-aantal Sproeiers per deelbreedte configureren. De nummer van de deelbreedten voor de spuitleiding volgt in de rijrichting gezien van linksbuiten naar rechtsbuiten. Sproeiers per deelbreedte configureren 1. Deelbreedte kiezen. 2. Bijbehorend aantal sproeiers invoeren. 3. Oproepen overige deelbreedten x handmatige keuze van deelbreedte x Deelbr. Aantal spr. Deelbr. Aantal spr. ISOBUS spuit BAG
42 Machinegegevens invoeren AmaSelect: aantal standaard sproeikoppen per boom invoeren (alleen links, van buiten naar binnen). Totaal aantal sproeiers op de boom invoeren. Totale aantal sproeiers op boom 48 DistanceControl configureren. o o DistanceControl aanwezig (ja) (nee) Curvefactor invoeren 0 weinig regeling in bochten 10 veel regeling in bochten 3 standaardwaarde Gevoeligheid hellingsensoren 0 Geringe gevoeligheid (heuvelachtig terrein) 10 Hoge gevoeligheid (vlak terrein) 5 standaardwaarde DistanceControl configureren DistanceControl Curvefactor Gevoeligheid hellingsensoren Randsproeiers configureren Soort randsproeier kiezen: Tot drie eindsproeiers uitschakelen. Werkbreedtevermindering met telkens 0,5 m. Buitenste extra sproeier bijschakelen. Werkbreedtevergroting met 0,5 m per arm. Grenssproeier binnenste, buitenste sproeier uitschakelen. Geen invloed op de werkbreedte. Nummer van de deelbreedte, waarop de linker randsproeier is gemonteerd. Nummer van de deelbreedte, waarop de rechter randsproeier is gemonteerd. Aantal eindsproeiers invoeren. Randsproeiers configureren 42 ISOBUS spuit BAG
43 Machinegegevens invoeren Randspr. Positie links randsproeier (TB) Positie rechts randsproeier (TB) Aantal eindspr Schuimmarkering aanwezig. (ja) (nee) Spuitboomverlichting aanwezig. (ja) (nee) Schuimmarkering Spuitboomverlichting Circuit spuitvloeistof configureren Armatuurtype kiezen TG (met hoeveelheidsregeling) High Flow Waarde voor de drukregelconstante invoeren (standaardwaarde: 5,0). Pompaandrijving Aftakas Hydraulisch Configuratie hydraulische pompaandrijving Persvulling (aanwezig) (niet aanwezig) Circuit spuitvloeistof configureren Arm.type Regelconstante Pompaandr. Configuratie hydraulische pompaandrijving Persvulling ISOBUS spuit BAG
44 Machinegegevens invoeren Comfortpakket configureren Comfortpakket uit (geen comfortuitrusting) aan (UF, UG) UX Special UX Super) Comfortpakket 1 (Pantera) Comfortpakket 2 (Pantera) Zuigkraanpositie kalibreren Alternatief: Zuigkraanpositie handmatig instellen Comfortpakket configureren Comfortpakket Zuigkraanpositie kalibreren Zuigkraanpositie spuiten zuigen spoel. V V V Regelparameters instellen (roerdrukregeling) Regelparameter 44 ISOBUS spuit BAG
45 Machinegegevens invoeren Zuigkraanpositie kalibreren: Het kalibreren van de aanzuigkraan is nodig, indien de elektromotor de aanzuigkraan niet in de juiste positie beweegt. 1., Aanzuigkraan in positie spuiten bewegen. 2. > verder Zuigkraanpositie kalibreren Positie "spuiten" benaderen 1/4 3. Aanzuigkraan in positie aanzuigen bewegen. 4. > verder Actuele basisw V 5. Aanzuigkraan in positie spoelen bewegen. 6. > verder 7. opslaan Zuigkraanpositie spuiten spuiten spuiten 2,50 V 1,32 V 3,50 V Afbreken Verder Regelparameter: Standaardwaarden: P-aand. I-aand. D-aand. max. PWM-signaal P aandeel I aandeel D aandeel max. PWM-sign. % Olietank configureren Olietank aanwezig: (ja) (nee) Nalooptijd van de olietank invoeren. Olietank configureren Olietank Nalooptijd s ISOBUS spuit BAG
46 Machinegegevens invoeren AutoTrail configureren UX met asbesturing: smoring voor de stuurcilinders geheel open draaien. AutoTrail configureren AutoTrail aanwezig: (ja) (nee) Besturingstype kiezen: As Dissel Soort stuurhoekregistratie kiezen Potentiometer Giersensor Regelfactor invoeren: Standaardwaarde:1,25 Machine overstuurt (1): Kleinere regelfactor kiezen Machine onderstuurt (2): Grotere regelfactor kiezen AutoTrail Besturingstype Soort stuurhoekregistratie Regelfactor 46 ISOBUS spuit BAG
47 Machinegegevens invoeren N-factor in cm invoeren. De spuitwielen moeten op dezelfde positie met insturen beginnen als de achterwielen van de tractor! De spuit stuurt te laat de curve in en te laat terug: Kleinere N-factor kiezen. Spuit stuurt te vroeg de curve in en te vroeg weer terug: Grotere N-factor kiezen. N-factor AutoTrail afwijkingsfactor invoeren. Standaardwaarde: 4 1 (gevoelig) tot 15 (ongevoelig) Voorkeurswaarde: 4 t/m 8. Pulsduur invoeren (standaardwaarde 1). Afwijkingsfactor Pulsduur Periodeduur invoeren (standaardwaarde: 4). Opgelet: verhouding tussen puls- en periodeduur ongeveer 1:3 tot 1:4! Uitschakelingsband invoeren (standaardwaarde: 2). Opgelet: de verhouding tussen afwijkingsfactor en uitschakelingsband moet ongeveer 2:1 zijn Hellingtegensturing: handmatig automatisch Periodeduur Uitschakelband Hangtegensturing ISOBUS spuit BAG
48 Machinegegevens invoeren Hydropneumatische vering configureren Hydropneumatische vering aanwezig: (ja) (nee) Setpoint voor hydropneumatische vering invoeren. Standaardwaarde:60%. Deze waarde geeft de machinehoogte als procentuele waarde aan, die bij wisselende tankinhoud moet worden aangehouden. Hydropneumatische vering kalibreren UX 11200: Tractieversterking aanwezig: (ja) (nee) Hydropneumatische vering configureren hyd. vering Setpoint % Hydropneumatische vering kalibreren Tractieversterking Hydropneumatische vering kalibreren: Hydropneumatische vering kalibreren 1/2 1. onderste positie innemen. 2. > verder 3. bovenste positie innemen. 4. opslaan Onderste positie benaderen Actuele basisw. links rechts 0 0 bov. onder 0 0 Afbreken Verder 48 ISOBUS spuit BAG
49 Machinegegevens invoeren Geometrie configureren De gegevens zijn afhankelijk van de machine vooringesteld en mogen in de regel niet worden veranderd. Twee lengtematen in meter: Aanhangpunt tot asmidden Asmidden tot sproeiers (1) (2) UF 1,11 m UG 4,05 m 1,4 m UX ,07 m 1,73 m UX 4200, 5200, ,53 m 1,73 m UX ,76 m 4,26 m Pantera 2, Reset machinecomputer uitvoeren Machinecomputer naar de fabrieksinstelling terugzetten. Alle ingevoerde en verzamelde gegevens (opdrachten, machinegegevens, kalibratiewaarden, Setupgegevens) gaan verloren. Noteer vooraf alle gegevens. OPGELET, de RESET van computer wist alle data en zet deze naar de defaultinstellingen terug Schrijf a.u.b. voor de RESET de volgende waarden op:? Impulsen voor snelheid (indien gebruikt) doorstroommeter Niveaucurven ISOBUS spuit BAG
50 Menu info 9 Menu info In hoofdmenu Info kiezen! Weergave Machine-ident.nr. (MIN) De nummers van de softkeys in de menu's laten weergeven. Weergave Totale oppervlakte Totale hoeveelheid Totale tijd Info MIN:: UX Softkeynummers tonen Totale oppervlakte 0 ha Tot. hoev. 0 l Tot. tijd 22 h Weergave van de softwareversies voor machinecomputer Basis, machinecomputer hydrauliek en andere jobcomputer hydrauliek Basis x.xx.xx x.xx.xx Weergave van de laatste 50 foutmeldingen (hiervoor nummers van de softkeys laten weergeven, zie boven). Foutgeheugen ECU bedrijfsuren: 0:00 Nr. Foutcode Bedrijfsuur 00 F :00 00 F :00 00 F :00 50 ISOBUS spuit BAG
51 Gebruik op het veld Menu werk 10 Gebruik op het veld Menu werk In het hoofdmenu Menu werk kiezen! WAARSCHUWING Gevaar voor ongevallen door ongecontroleerde bewegingen of kantelen van de machine! Stuuras/-dissel bij transportritten in de middenstand houden. Stuurdissel met afsluitkraan borgen. Vóór het begin van het spuiten moeten de volgende instellingen zijn uitgevoerd: Machinegegevens invoeren. Opdracht aanmaken en opdracht starten De machine wordt via het menu Werk en de daarbij behorende submenu's bediend. De submenu's zijn onderverdeeld in functiegroepen. Afhankelijk van het type en de uitrusting van de machine kunnen bepaalde functies van het werkmenu en de submenu's niet beschikbaar zijn. Functies zonder functiegroep: Spuiten aan/uit Automaatfuncties aan/uit Section Control Automaat / Hand ISOBUS spuit BAG
52 Gebruik op het veld Menu werk Spuiten in-/uitschakelen Spuiten inschakelen/spuiten uitschakelen Spuiten ingeschakeld: de spuitvloeistof wordt via de sproeiers verspreid. Spuiten uitgeschakeld: er wordt geen spuitvloeistof verspreid. Weergave in werkmenu: Spuiten uitgeschakeld Spuiten ingeschakeld Automaatfuncties in-/uitschakelen Gemeenschappelijk inschakelen van de automaatfuncties Afhankelijk van de configuratie kunnen de volgende automaatfuncties gemeenschappelijk worden ingeschakeld: Regeling spuithoeveelheid Section Control Automaat / Hand DistanceControl AutoTrail Hydropneumatische vering Roerwerk Hydraulische pompaandrijving Spuitbomen ontgrendelen FlowControl Gemeenschappelijk uitschakelen van de automaten is niet mogelijk. 52 ISOBUS spuit BAG
53 Gebruik op het veld Menu werk Section Control schakelen Section Control Automaat / Hand Werken met Section Control starten: 1. Section Control op automatisch instellen. 2. Spuiten eenmalig inschakelen indien de spuiten niet ingeschakeld zijn. Weergave in werkmenu (instelbaar in menu ISOBUS configureren): Spuiten zonder automatische deelbreedteschakeling: Spuiten met automatische deelbreedteschakeling Automatische deelbreedteschakeling heeft alle deelbreedten uitgeschakeld Spuiten uitgeschakeld, automatische deelbreedteschakeling ingeschakeld. Section Control via terminal ingeschakeld, maar machinesoftware niet geactiveerd. Section Control inschakelen. Wanneer de automatische deelbreedteschakeling niet mogelijk is verschijnt een melding met de benodigde voorwaarden. Aan voorwaarde niet voldaan Aan voorwaarde voldaan Aanw. Automatische deelbreedteschakeling niet mogelijk. Aan volgende voorwaarden moet zijn voldaan. Section Control van de terminal (Task Controller) geactiveerd Machine storingsvrij Boom in werkstand Boom vrijgegeven Bevestig a.u.b. deze melding ISOBUS spuit BAG
54 Gebruik op het veld Menu werk Milieubelasting door ongewild uitbrengen van spuitmiddel. Het gebruik van Section Control is alleen toegestaan binnen gedefinieerde veldgrenzen Menubediening In het submenu van de verschillende functiegroepen Bladeren door de functievelden in het menu Werk 54 ISOBUS spuit BAG
55 Gebruik op het veld Menu werk 10.3 Werkmenu met functiegroepen De rangschikking van de functievelden kan afhankelijk van de gebruikte terminal variëren. Terug Vullen Sturen/vering Comfort Fronttank Section Control Spuiten aan/uit Automaten Boomkinematica Spuiten DistanceControl Gebruikersspecifieke toetsindeling oproepen Functiegroep voor het vullen van de spuitvloeistoftank zie pagina 59 Functiegroep voor alle bewegingen van de boom zie pagina 62 Functiegroep voor het spuiten van spuitvloeistof zie pagina 71 Functiegroep voor het bedienen van de hydropneumatische vering en de stuuras/stuurdissel zie pagina 75 Functiegroep voor de bediening van DistanceControl zie pagina 81 Functiegroep voor het bedienen van de Comfort-functies zie pagina84 Functiegroep voor bediening van de fronttank in combinatie met de veldspuit UF zie pagina 97 ISOBUS spuit BAG
56 Gebruik op het veld Menu werk 10.4 Gebruikersspecifieke toetsindeling oproepen (1) Gebruikersspecifieke toetsindeling oproepen. De indeling van de knoppen verandert overeenkomstig de keue in het gebruikersprofiel. (2) Terug naar standaardindeling ISOBUS spuit BAG
57 Gebruik op het veld Menu werk 10.5 Weergave in het menu Werk Multifunctioneel display AutoTrail: Hand / Automaat Voorkeuze inklappen Positie AutoTrail: DistanceControl hand/automaat Helling verstelling Trillingsdemping Roerwerk DistanceControl Afstand doel Schuimmarkering links Beide boomarmen in de transportstand XXX l Tankinhoud in liter Schuimmarkering rechts Section Control: Automatik manuell Spuiten ingeschakeld uitgeschakeld Deelbreedtem ingeschakeld uitgeschakeld Willekeurige deelbreedten uitschakelen Extra sproeier geschakeld Randsproeier/eindsproeier geschakeld Spuiten Spuitdruk Dosering Automatik: Dosering % manuell: Dosering l/min ISOBUS spuit BAG
58 Gebruik op het veld Menu werk 10.6 Afwijkingen van gewenste toestand Geel gemarkeerde instructie zijn een aanwijzing voor een afwijking van de gewenste toestand. Rood gemarkeerde weergave zijn een verwijzing naar een ontbrekende informatiebron. (1) Geen opdracht gestart in Task Controller (2) Pomptoerental wijkt af van instelwaarde/informatiebron niet aanwezig (3) Trillingsvergrendeling is niet in eindpositie (4) De reservoirinhoud heeft de meldgrens bereikt (5) Spuitdruk wijkt af van instelwaarde (6) Opbrenghoeveelheid wijkt af van instelwaarde (7) Instelwaarde werd via de hoeveelheidsstap handmatig veranderd (8) Gesimuleerde snelheid actief/informatiebron niet aanwezig 10.7 Miniview in SectionControl Miniview is een sectie van het werkmenu, die in het menu SectionControl wordt getoond. (1) De eerste 2 regels van het multifunctionele display (2) Spuitdruk (3) Actuele hoeveelheid en aanpassing instelwaarde (4) Hellingverstelling / DistanceContro (5) AutoTrail Instructies worden ook in Miniview getoond. Miniview kan niet op alle bedieningsterminals worden getoond. 58 ISOBUS spuit BAG
59 Gebruik op het veld Menu werk 10.8 Functiegroep vullen Met het getoonde niveau na het vullen berekent de machinecomputer het resterende traject/oppervlak, die met de nieuwe tankvulling kan worden bespoten. Bepaal de exacte hoeveelheid gevuld water. Machine met meldgrens niveau: Bij het vullen moet de bedieningsterminal het vulmenu tonen zodat de niveaumelding actief is! Bij het bijvullen van de spuitvloeistoftank klinkt een alarmsignaal, zodra het spuitvloeistofniveau deze ingestelde meldingsgrens bereikt. De bewaking van de bijgevulde spuitvloeistofhoeveelheid helpt onnodige resthoeveelheden te voorkomen, wanneer u de meldgrens exact aanpast op de berekende bijvulhoeveelheid. Bij het vullen wordt de bijgevulde hoeveelheid water bepaald en weergegeven naast het woord "Nagevuld". Invoeren van de bijvulhoeveelheid Invoer bijvulhoeveelheid of Oppervlak wordt berekend Invoer van het oppervlak Bijvulhoeveelheid wordt berekend Voor de berekening moet de uitbrenghoeveelheid correct zijn ingevoerd. Spuitvloeistof bijvullen Instelvulhoeveelheid komt overeen met 7,0 ha Bij actuele strooihoeveelheid 163 l/ha Met niveaumelder 1. Menu vullen oproepen. 2. Voer de meldgrens in voor het maximaal bij te vullen spuitvloeistofniveau. 3. Vul de spuitvloeistoftank. 4. Beëindig het vullen uiterlijk wanneer het alarmsignaal klinkt. 5. Melding bevestigen. ISOBUS spuit BAG
60 Gebruik op het veld Menu werk Zonder niveaumelder 1. Menu vullen oproepen 2. Vul de spuitvloeistoftank. 3. Lees het actuele niveau af op de niveauindicatie. 4. Voer de waarde voor het actuele niveau in. 5. opslaan Comfort-pakket: automatische vulstop GEVAAR De extra injector mag niet worden ingeschakeld, omdat anders de automatische vulstop niet functioneert. Vullen via zuigkoppeling: 1. Menu vullen oproepen. 2. Voer de meldgrens in voor het maximaal bij te vullen spuitvloeistofniveau. Vloeistof bijvullen 3. Zuigen via zuigkoppeling instellen. De tank wordt automatisch tot aan de meldgrens gevuld. Na het vullen wordt de zuigzijde automatisch weer op spuiten gezet. Door de toets nogmaals in te drukken wordt het vullen voortijdig beëindigd. 4. Melding bevestigen. UX met roerdrukregeling/pantera: 100 liter voor het bereiken van de meldgrens wordt het hoofdroerwerk automatisch gesloten. Anders kan de veldspuit niet volledig worden gevuld. UX Super / Pantera: Het omschakelen van spuiten/zuigen kan ook via de knop op het bedieningspaneel worden uitgevoerd 60 ISOBUS spuit BAG
61 Automatische vulstop bij het vullen via de persaansluiting Vullen via persaansluiting: Gebruik op het veld Menu werk 1. Menu vullen oproepen. 2. Voer de meldgrens in voor het maximaal bij te vullen spuitvloeistofniveau. 3. Toets op het bedieningspaneel bedienen. De tank wordt automatisch tot aan de meldgrens gevuld. 4. Externe afsluitkraan op de vulslang sluiten. 5. Voor drukontlasting in vulslang: Toets op het bedieningspaneel bedienen. Ventiel opent kortstondig. 6. Melding bevestigen. Vloeistof bijvullen Voor het vroegtijdig beëindigen van de vulprocedure: Als alternatief toets (1) bedienen. ISOBUS spuit BAG
62 Gebruik op het veld Menu werk 10.9 Functiegroep boomkinematica (Profi inklappen) Boomhoogte instellen (Profi-inklappen) Boom optillen, neerlaten Voor het instellen van de afstand van de sproeiers tot het bestand. Voor het inklappen van de boom Trillingsdemping ver-/ontgrendelen (Profi inklappen) Trillingsdemping ver-/ontgrendelen Trillingsdemping vrijgegeven bij het spuiten Kort bevestigen en wachten tot de boom ontgrendeld is. Trillingsdemping vergrendeld bij het inklappen van de boom bij het spuiten met aan één zijde ingeklapte boom. Bij een automatische hellingverstelling wordt de boom automatisch horizontaal uitgelijnd. zo lang bedienen tot de boom is vergrendeld. Weergave in werkmenu: Trillingsdemping vergrendeld. Via het menu machinegegevens kan automatische vergrendelen van de trillingsdemping worden ingesteld. Automatisch vergrendelen uitgeschakeld (standaard). Ter voorkoming van schade aan de spuitboom door automatisch vergrendelen bij schuin staande machine. 62 ISOBUS spuit BAG
63 Gebruik op het veld Menu werk Boom inklappen (Profi inklappen) Boom aan beide zijden uitklappen/inklappen De boom in-/uitklappen is alleen mogelijk bij rijsnelheden minder dan 3 km/h. Veldspuiten zonder Profi-inklappen: zie handleiding veldspuit! Het uitklappen gebeurt niet altijd symmetrisch. De betreffende hydraulische cilinders borgen de spuitboom in de werkstand. Klap de spuitboom alleen in of uit op een vlak oppervlak, omdat er anders schade kan ontstaan! Lijn de spuitbomen voor het inklappen altijd weer horizontaal uit (0-positie), omat er andere problemen bij het vergrendelen van de spuitboom in de transportstand kunnen ontstaan (opvanghouders vallen niet in de openingen). Bij een automatische hellingverstelling wordt de boom automatisch horizontaal uitgelijnd Super L-boom uitklappen 1. Boom optillen (minimaal 30 cm). Transportborging ontgrendeld automatisch 2. Bomen aan beide zijden uitklappen. 3. Trillingsdemping ontgrendelen 4. Boomhoek/-hoogte of DistanceControl instellen. ISOBUS spuit BAG
64 Gebruik op het veld Menu werk Super L-bomen inklappen 1. Boom optillen (ca. 2 m), zodat bij gegoed over het spatbord van de spuithouder klapt. Boom horizontaal uilijnen! Het automatisch uitlijnen kan in het menu machinegegevens worden ingesteld. 2. Trillingsdemping vergrendelen. Het automatische vergrendelen van de trillingsdemping bij inklappen aan beide zijkanten kan in het menu machinegegevens worden ingesteld. Profi II: 3. Boom tot in de eindstand naar beneden klappen 4. Boom aan beide zijden compleet in de transportstand klappen. 5. Boom net zolang neerlaten, tot aan beide zijden de transportvergrendeling wordt getoond. Controleer voor het rijden op de openbare weg op de bedieningsterminal de correcte transportstand van de spuitbomen! Super S-boom uitklappen 1. Boom optillen (min. 30 cm). Transportborging ontgrendeld automatisch! Profi II: 2. Beide boompakketten in horizontale positie neerlaten. 3. Bomen aan beide zijden uitklappen. 4. Trillingsdemping ontgrendelen 5. Boomhoek/-hoogte of DistanceControl instellen. 64 ISOBUS spuit BAG
65 Gebruik op het veld Menu werk Super-S boom inklappen 1. Boom optillen (ca. 1 m). Boom horizontaal uilijnen! Het automatisch uitlijnen kan in het menu machinegegevens worden ingesteld. 2. Trillingsdemping vergrendelen Het automatische vergrendelen van de trillingsdemping bij inklappen aan beide zijkanten kan in het menu machinegegevens worden ingesteld. 3. Bomen aan beide kanten compleet in de transportstand inklappen. Profi II: 4. Boompakketten in verticale positie brengen. 5. Boom zolang neerlagen, tot aan beide zijden de transportvergrendeling wordt getoond. Controleer voor het rijden op de openbare weg op de bedieningsterminal de correcte transportstand van de spuitbomen! ISOBUS spuit BAG
66 Gebruik op het veld Menu werk Boom aan een zijde inklappen Boom aan een zijde uitklappen Het werken met een aan één zijde uitgeklapte spuitboom is toegestaan alleen met vergrendelde trillingscompensatie alleen, indien de andere zij-arm als pakket uit de transportstand Super S-boom: naar beneden geklapt Super L-boom: naar achteren dwars op de rijrichting is geklapt. Alleen voor kort passeren van hindernissen (boom, elektriciteitsmast enz.). Vergrendel de trillingscompensatie, voordat u de spuitboom aan een zijde inklapt. Bij niet vergrendelde trillingsdemping kan de spuitboom naar een kant wegdraaien. Wanneer de uitgeklapte zijarm op de grond slaat, kan schade ontstaan aan de spuitboom. Verlaag tijdens het spuiten duidelijk uw rijsnelheid; daarmee voorkomt u bij vergrendelde trillingsdemping contact met de grond van de spuitboom. Bij een onrustige spuitboombeweging is een gelijkmatige dwarsverdeling niet meer gewaarborgd. 1. Trillingsdemping vergrendelen. 2. Spuitboom in een middelste hoogtepositie optillen. 3. of De gewenst zijarm klapt in of uit 4. Lijn de spuitboom parallel uit ten opzicht van het doelvlak via de hellingverstelling. 5. Stel de spuithoogte zodanig in, dat de spuitboom minimaal een afstand van 1 m tot de bodem heeft. 6. Schakel de deelbreedten van de ingeklapte zijarm uit. 7. Rijd tijdens het spuiten met een duidelijk lagere snelheid. 66 ISOBUS spuit BAG
67 Gebruik op het veld Menu werk Zijarm opklappen (alleen Profi inklappen II) Zijarm aan een zijde naar boven klappen links/rechts Zijarm eenzijdig naar beneden klappen links/rechts Zijarm aan beide zijden naar boven/beneden klappen Het naar boven en beneden klappen van de spuitboomzijarmen is bedoeld voor het bewegen van de zijarm onder zeer ongunstige terreinomstandigheden, wanneer de instelmogelijkheden van de hoogteen hellingshoek voor het richten van de spuitboom ten opzichte van de bodem niet meer voldoende zijn. Breng de uitgeklapte spuitboom-zijarm nooit meer dan 20 omhoog. Voor het uitlijnen van de zijarm in de horizontale positie de spuitbomen maximaal naar beneden brengen (eindstand innemen). Neerlaten tot onder de horizontale positie is niet mogelijk. Lijn de spuitboom horizontaal uit, voordat u de spuitboom in de transportstand inklapt. ISOBUS spuit BAG
68 Gebruik op het veld Menu werk Helling verstelling Hellingverstelling links hoog Hellingverstelling rechts hoog Parallel aan de grond resp. het doelvlak kan de spuitboom worden uitgelijnd via de hellingverstelling in geval van ongunstige bodemomstandigheden, bijv. bij verschillend diepe sporen of eenzijdig rijden in een voor. Spuitbomen via de hellingverstelling uitlijnen, zolang bedienen, tot de spuitboom parallel aan het doelvlak is uitgelijnd. In het display toont het symbool hellingverstelling de gekozen spuitboomhoek. Hier is de linker spuitboomzijde opgetild. Hellingverstelling spiegelen (helling spiegelen) De gekozen spuitboomhoek kan eenvoudig worden gespiegeld bij de wendakkermanoeuvre, bijv. bij spuiten op hellingen dwars op de helling. Uitgangspositie: de linker spuitboomzijde is opgetild. 1. Eenmaal bedienen en de hydraulische hellingverstelling lijnt de spuitboom horizontaal uit (0-positie). Op het display toont het symbool hellingverstelling de horizontale uitlijning van de spuitboom. 2. Voer de wendmanoeuvre uit op de wendakker. 68 ISOBUS spuit BAG
69 Gebruik op het veld Menu werk 3. nogmaals bedienen en de hydraulische hellingverstelling spiegelt de eerder gebruikte spuitboomhoek. In het display toont het symbool hellingverstelling de gespiegelde spuitboomhoek. Bij het spiegelen van de hellingverstelling wordt het voorsturen van de AutoTrail uit veiligheidsoverwegingen automatisch opgeheven Sproeierverlichting Sproeierverlichting aan/uit WAARSCHUWING Gevaar voor ongevallen door verblinding van andere verkeersdeelnemers! Laat de sproeierverlichting bij rijden op de openbare weg uitgeschakeld. De sproeierverlichting wordt automatisch met de tractorlampen ingeschakeld (alleen bij eigen TECU tractor). ISOBUS spuit BAG
70 Gebruik op het veld Menu werk Functiegroep boomkinematica (voorinstelling inklappen) Keuzefunctieveld (voorinstelling inklappen) Voork. Hellingverstelling of Boom klappen De voorkeuze wordt in het menu getoond! De functies worden via de tractor-regeleenheid uitgevoerd! Klapprocedure: Zie handleiding veldspuit! Boom eenzijdig klappen met voorinstelling Boom rechts klappen Boom links klappen Weergave in werkmenu: De voorkeuze wordt in het menu getoond! De functies worden via de tractor-regeleenheid uitgevoerd! Klapprocedure: zie handleiding veldspuit! (1) Voorkeuze boom klappen. (2) Voorkeuze hellingverstelling. (3) Voorkeuze boom links klappen. (4) Voorkeuze boom rechts klappen. 70 ISOBUS spuit BAG
71 Gebruik op het veld Menu werk Functiegroep spuiten Regeling spuithoeveelheid Automaat/hand Automatische bediening (1) De machinecomputer neemt de regeling over van de dosering afhankelijk van de actuele rijsnelheid. Met de toetsen resp. kan de dosering met stappen worden veranderd. Dosering weer op 100% instellen. Handmatige bediening (2) Bij ingeschakeld handbedrijf verschijnt het symbool en bovendien de opgave [l\min] in het display. De dosering wordt handmatige geregeld door de spuitdruk te veranderen via de toetsen. en Het handbedrijf is niet geschikt voor spuitbedrijf maar wel voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden. ISOBUS spuit BAG
72 Gebruik op het veld Menu werk UX 11200: Hydraulische pompaandrijving Hydraulische pompaandrijving aan/uit Afhankelijk van de werksituatie wordt het toerental van de pomp geregeld. Boom in de werkstand werksituatie spuiten Boom in de transportstand werksituatie roeren/reinigen Onafhankelijk van werkstand/transportstand: Vulmenu geopend werksituatie zuigen Comfortmenu geopend werksituatie roeren/reinigen 72 ISOBUS spuit BAG
73 Gebruik op het veld Menu werk Uitschakelen buitenste deelbreedten Deelbreedten van links/van rechts uitschakelen. Deelbreedten naar links/naar rechts inschakelen. Deelbreedten kunnen worden in- en uitgeschakeld tijdens het spuiten, wanneer het spuiten is uitgeschakeld. Het uitschakelen van de buitenste deelbreedten is vooral voor het spuiten van sleuven op het veld nuttig Weergave in het werkmenu: deelbreedte van rechts uitgeschakeld Uitschakelen willekeurige deelbreedten Willekeurige deelbreedte permanent uitschakelen Willekeurige deelbreedte kiezen Afzonderlijke deelbreedten gedurende het gebruik uitschakelen (instelbaar in het menu deelbreedteschakeling configureren). - willekeurige deelbreedte uitgeschakeld. De met de horizontale balk gemarkeerde deelbreedte (hier uitgeschakeld) kan via de toetsen willekeurig worden in- en uitgeschakeld, bijvoorbeeld bij het spuiten van onkruid. U kunt iedere willekeurige deelbreedte via de toetsen in- resp. uitschakelen, wanneer u de horizontale balk (1) via de toetsen en verschuift Ook permanent uitgeschakelde deelbreedten kunnen hier tijdelijk worden ingeschakeld. ISOBUS spuit BAG
74 Gebruik op het veld Menu werk Schuimmarkering Schuimmarkering links in-/uitschakelen Schuimmarkering rechts in-/uitschakelen Weergave in werkmenu: (1) Schuimmarkering links ingeschakeld. (2) Schuimmarkering rechts ingeschakeld Grenssproeiers, eindsproeiers of extra sproeiers Randsproeier rechts inschakelen/uitschakelen Randsproeier links inschakelen/uitschakelen Weergave in werkmenu: (1) Randsproeier ingeschakeld. Eindsproeiers uitgeschakeld. (2) Extra sproeier ingeschakeld. 74 ISOBUS spuit BAG
75 Gebruik op het veld Menu werk Functie groep vering/sturen AutoTrail (Stuurdissel/stuuras voor exact volgen van het spoor) Automaat/hand Tegen de helling sturen Middenstand benaderen GEVAAR Gevaar voor ongevallen door kantelen van de machine! Verboden is in de modus automaat: manoeuvreren rijden over de openbare weg GEVAAR Kantelgevaar voor de machine bij ingeslagen stuurdissel; vooral op sterk oneffen terrein of op hellingen! Bij beladen of gedeeltelijk beladen machine met naloopstuurdissel bestaat er kantelgevaar bij draaimanoeuvres aan de wendakker met hoge rijsnelheid als gevolg van de verplaatsing van het zwaartepunt bij een ingeslagen stuurdissel. Het kantelgevaar is bijzonder groot bij het afrijden van hellingen. Pas uw rijgedrag aan en verlaag de rijsnelheid bij draaimanoeuvres aan de wendakker, zodat u tractor en machine goed onder controle hebt. Weergave in werkmenu: (1) AutoTrail in handbedrijf (2) AutoTrail in automatisch bedrijf (3) Stuurhoek (4) De maximale stuurhoek van de dissel is beperkt - veiligheidsfunctie (5) AutoTrail in wegverkeer (6) Terwijl middenstand actief wordt ingenomen ISOBUS spuit BAG
76 Gebruik op het veld Menu werk (1) Verschuiving van de middenstand bij rijden op een helling. (2) Werkelijke verplaatsing van de as/dissel (3) Correctiefactor (alleen bij automatisch tegensturen op een helling) Varianten van de AutoTrail AutoTrail met automatisch hellingtegensturen en hellingmeting met sensor. Bij een zijwaartse hoek van de spuit wordt automatisch de helling op tegengestuurd., De intensiteit van de hellingcorrectie kan door aanpassen van de correctiefactor worden beïnvloed. Wanneer in de automatische modus de toets voor handmatig sturen hellingopwaarts wordt bediend, dan wordt de correctiefactor verhoogd. Wanneer in automatische modus de toets voor handmatig sturen hellingafwaarts wordt bediend, dan wordt de correctiefactor verminderd. Standaardwaarde: 10 Waardebereik van 0-20 Correctiefactor verhogen: de intensiteit van het automatisch tegensturen wordt verhoogd. Correctiefactor verminderen: de intensiteit van het automatisch tegensturen wordt verlaagd. AutoTrail met handmatig hellingtegensturen via toetsbediening op het bedieningspaneel., voor handmatig sturen tegen de helling op. 76 ISOBUS spuit BAG
77 Gebruik op het veld Menu werk Wanneer de volgende functies worden uitgevoerd, dan wordt de handmatige hellingcorrectie gereset. Innemen van de middenstand, hellingspiegeling, spuiten in-/uitschakelen, Modi van de AutoTrail Modus automaat: omschakelen naar handbediening. 1. Zet AutoTrail in de modus automaat Bij ingeschakelde automatische bediening verschijnt het symbool op het display. De machinecomputer volgt exact de naloop volgens het spoor van de machine. Modus handbediening: 1. Zet AutoTrail in de modus handbediening Bij ingeschakelde handbediening verschijnt het symbool. Indien nodig:, bedienen, tot de banden van de machine weer exact in het tractorspoor lopen. De middenstand wordt ingenomen, zodra de snelheid groter is dan 0. De functievelden voor handmatig sturen in automatische modus zijn alleen bedoeld voor het corrigeren van het volgen van het spoor bijvoorbeeld op een helling. Uitzondering: In de modus automaat bij het achteruit rijden wordt eens de middenstand ingenomen. Daarna kan de machine handmatig worden bestuurd. ISOBUS spuit BAG
78 Gebruik op het veld Menu werk Transportritten - modus straat GEVAAR 1. Dissel/stuuras in middenstand zetten (dissel/wielen in lijn met de machine). Hiertoe Gevaar voor ongevallen door kantelen van de machine! Zet de stuuras/stuurdissel vóór het transporteren in de transportstand! 1.1 AutoTrail in handbediening zetten. 1.2 Innemen van de middenstand. 1.3 Met de machine bewegen tot de middenstand is bereikt. AutoTrail stopt automatisch als de middenstand is bereikt. 2. Schakel de tractor-regeleenheid rood uit. 3. Borg de dissel (1) door het sluiten van de afsluitkraan (3) in stand 0. Bij het bereiken van een rijsnelheid van 20 km/h wordt bij AutoTrail in de middenstand automatisch naar de modus straat omgeschakeld. Wanneer de rijsnelheid minder wordt dan 7 km/h in de modus straat: Afwisselend knipperen van de aanwijzing hand en straat. De modus straat blijft actief. Omschakelen naar de modus hand is door het bedienen van een willekeurige toets van de AutoTrail mogelijk. AutoTrail kalibreren, zie pagina 32. AutoTrail configureren, zie pagina ISOBUS spuit BAG
79 Gebruik op het veld Menu werk Hydropneumatische vering Handbediening, automaat Machine in handbediening neerlaten Machine in handbediening optillen Bij ingeschakeld automatisch bedrijf regelt de machinecomputer de rijhoogte van de veldspuit onafhankelijk van de tankinhoud op de in setup ingestelde waarde! kan de machine worden neergelaten of opge- In handbediening tild. Weergave in werkmenu: Hydropneumatische vering bij automatisch bedrijf (bedrijfstoestand). ISOBUS spuit BAG
80 Gebruik op het veld Menu werk UX 11200: tractieversterking van de tractor Tractieversterking inschakelen Bij een actieve tractieversterking wordt de belasting op de voorste as verminderd. Daardoor wordt de tractor meer belast en neemt de tractie van de tractor toe. De tractieversterking blijft na het inschakelen gedurende 60 seconden actief. Het inschakelen kan willekeurig vaak worden herhaald. Uitschakelen van de tractieversterking. Bij een rijsnelheid van 20 km/h schakelt de tractieversterking uit. Weergave in werkmenu: Knipperend symbool bij ingeschakelde tractieversterking. WAARSCHUWING Gevaar voor ongevallen door verminderd remvermogen bij machines in het wegverkeer met tractieversterking. Bij het rijden op de openbare weg mag de tractieversterking niet worden ingeschakeld. 80 ISOBUS spuit BAG
81 Gebruik op het veld Menu werk Functiegroep DistanceControl /Autolift DistanceControl Automaat/hand Bij ingeschakelde automatische bediening verschijnt het symbool op het display. De machinecomputer neemt de regeling van de afstand sproeier - doel. Vooraf gewenste afstand sproeier - doel bepalen: 1., gewenste afstand sproeier instellen. Profi-klappen II en DC-modus: naar boven klappen., Functie naar boven klappen ook gebruiken. 2. Instelling bevestigen. Gewenste afstand sproeier - doel is opgeslagen. 3., boomhoogte voor het wenden bepalen door innemen van de gewenste boomhoogte voor het wenden. Profi-klappen II en DC-modus: naar boven klappen., Functie naar boven klappen ook gebruiken. 4. Instelling bevestigen. De boomhoogte voor de wendakker is opgeslagen (wordt ingenomen, zodra het spuiten is uitgeschakeld). Bij ingeschakelde handbediening verschijnt het symbool. DistanceControl. De afstand sproeier - doel wordt handmatig ingesteld via de helling- en hoogteverstelling. bedienen: de afstand sproeier - doel wordt in het werkmenu ca. 20 s getoond ISOBUS spuit BAG
82 Gebruik op het veld Menu werk Weergave in werkmenu: (1) DistanceControl in automatisch bedrijf (2) DistanceControl in handbediening (3) Afstand sproeier - doel Boom horizontaal uitlijnen Voor het inklappen van de spuitboom 1. DistanceControl in modus Hand zetten. 2. Spuitboom horizontaal uitlijnen. VOORZICHTIG Beschadiging van de spuitboom door horizontaal uitlijnen bij schuin staande machine. DistanceControl kalibreren zie pagina ISOBUS spuit BAG
83 Gebruik op het veld Menu werk Autolift Alleen bij UX / Pantera zonder DC. De Autolift neemt het optillen van de spuitboom op de wendakker en het neerlaten van de spuitboom na het wenden over. Dit wordt aangestuurd via het spuiten in- en uitschakelen. Boomhoogte tijdens gebruik en op wendakker, 1., setpoint-afstand sproeier en doel naar wens instellen. 2. Instelling bevestigen. Gewenste afstand sproeier - doel is opgeslagen. 3., boomhoogte voor het wenden vastleggen door innemen van de gewenste boomhoogte voor het wenden 4. Instelling bevestigen. De boomhoogte voor de wendakker is opgeslagen (wordt ingenomen, zodra het spuiten is uitgeschakeld). ISOBUS spuit BAG
84 Gebruik op het veld Menu werk Functiegroep Comfort UX Super, Pantera Omschakeling spuiten/spoelen Verdunnen van de spuitvloeistof Reinigen in-/uitschakelen Roerwerk automatisch/handmatig Roerwerkintensiteit verhogen Roerwerkintensiteit verlagen Circulatiereiniging Spuiten in-/uitschakelen Vullen van de spuitvloeistoftank via Comfor-pakket, zie pagina 60. Houd bij het uitvoeren van de functies van het comfortpakket ook de handleiding van de machine aan. 84 ISOBUS spuit BAG
85 Gebruik op het veld Menu werk Het comfort-pakken maakt schakelen van de zuigzijde mogelijk via de bedieningsterminal, de knop op het bedieningspaneel (1). Op afstand bedienbare instellingen: Spuiten (positie A) Spoelen/verdunnen (positie B) Vullen via zuigkoppeling (positie C, alleen in menu vullen) Verdunnen van de spuitvloeistof met spoelwater 1. Verdunnen starten. Er wordt spoelwater via het hulproerwerk aan de tank toegevoerd. 2. Vulpeil in de tank bewaken. 3. Verdunnen beëindigen. Bij machines met DUS wordt de sproeileiding gespoeld. Bij het opnieuw starten van het sproeien duurt het twee tot vijf minuten voordat de geconcentreerde sproeioplossing kan worden verspreid. ISOBUS spuit BAG
86 Gebruik op het veld Menu werk Reinigen van de spuit bij een gevulde tank (werkonderbreking) 1. Zuigzijde op spoelen schakelen. Spoelwater wordt aangezogen, de roerwerken sluiten. Het omschakelen van spuiten/spoelen kan ook via de knop op het bedieningspaneel worden uitgevoerd. Machines zonder DUS: 2. Spuiten inschakelen. Spuitleidingen en sproeiers worden met spoelwater gereinigd. 3. Spuiten uitschakelen. Eventueel ook randsproeiers schakelen. 4. Pompaandrijving uitschakelen. 5. Zuigzijde weer op spuiten schakelen. Tank, roerwerken zijn niet gereinigd! De vloeistofconcentratie in de tank is ongewijzigd. Machines met DUS: 2. Wacht tot 2 liter spoelwater per meter werkbreedte de leidingen heeft gespoeld. 3. Spuiten kortstondig inschakelen, voor reinigen van sproeiers. 4. Sproeiers uitschakelen. 5. Pompaandrijving uitschakelen. 6. Zuigzijde weer op spuiten schakelen. Tank, roerwerken zijn niet gereinigd! De concentratie van de spuitvloeistof in de tanks is veranderd. 86 ISOBUS spuit BAG
87 Gebruik op het veld Menu werk Reinigen van de spuit bij een geleegde tank Reinigen: Voorwaarde vulpeil in de tank < 1% (bij voorkeur tank leeg). 1. Pomp met 450 min -1 aandrijven. 2. Reiniging starten. Hoofd- en hulproerwerk worden gespoeld, reiniging binnenzijde tank ingeschakeld. Bij een vulpeil in de tank van 4% wordt de reiniging automatisch beëindigd. Bij machines met DUS wordt automatisch ook de spuitleiding gereinigd. Tank leegmaken: 3. Spuiten inschakelen. Schakel de spuitfunctie tijdens het rijden minstens 10 maal in en uit. Spuit leeg spuiten. 4. Sproeiers uitschakelen. Eventueel ook randsproeiers schakelen. 5. Herhaal stap 1 t/m 3 een à twee keer. Machine is schoon! 6. Tap een eventuele laatste resthoeveelheid via de aftapkraan (K) op het veld af. 7. Zuig- en persfilter reinigen. Bijzondere procedure bij het kritisch wisselen van het spuitmiddel: 8. Spoelwater bijvullen. 9. Herhaal stap 1 t/m 6. ISOBUS spuit BAG
88 Gebruik op het veld Menu werk Zuigfilter reinigen bij gevulde tank Voor het reinigen van het zuigfilter bij gevulde tank moet het vulmenu worden opgeroepen! Spuitvloeistof bijvullen 1. Menu vullen oproepen. 2. Het invoeren een verhoogde hoeveelheid over minimaal 200 l. Dus geen spuitvloeistof onbedoeld lekken van de open zuigfilter. 3. Plaats de sluitkap op de zuigkoppeling. Instelvulhoeveelheid komt overeen met 7,0 ha Bij actuele strooihoeveelheid 163 l/ha 4. Omschakelkraan drukarmatuur in positie 5. Via de knop op het bedieningspaneel zuigzijde op vullen schakelen. De filterbeker wordt leeggezogen. 6. Deksel van het zuigfilter losmaken. 7. Ontlastingsklep op zuigfilter bedienen. 8. Deksel met zuigfilter wegnemen en met water reinigen. 9. Zuigfilter in de omgekeerde volgorde opnieuw monteren. 10. Lekdichtheid van het filterdeksel controleren. 11. Via knop op bedieningspaneel zuigzijde op spuiten schakelen. 12. Omschakelkraan drukarmatuur in positie Gewenste hoeveelheid weer reduceren. 88 ISOBUS spuit BAG
89 Gebruik op het veld Menu werk Automatische roerwerkregeling Roerwerk op automatisch De roerintensiteit wordt afhankelijk van het niveau geregeld. Het hoofdroerwerk schakelt bij onderschrijding van de tankinhoud van 5% uit. Het roerwerk schakelt na het vullen automatisch weer in. (1) Weergave automatische roerwerkregeling in werkmenu. Roerwerk op handbediening Roerwerkintensiteit verlagen. Roerwerkintensiteit verhogen. Aanwijzing van de roerintensiteit. ISOBUS spuit BAG
90 Gebruik op het veld Menu werk Circulatiereiniging Bij de circulatiereiniging wordt de vloeistof in de spuitvloeistoftank constant via de roerwerken en de inwendige reiniging gepompt. Circulatiereiniging in-/uitschakelen 90 ISOBUS spuit BAG
91 Gebruik op het veld Menu werk Functiegroep Comfort UF, UG, UX Special Omschakeling spuiten/spoelen Verdunnen van de spuitvloeistof Reinigen in-/uitschakelen Roerwerk automatisch/handmatig Hulproerwerk in-/uitschakelen Circulatiereiniging Spuiten in-/uitschakelen Vullen van de spuitvloeistoftank via Comfor-pakket, zie pagina 60. ISOBUS spuit BAG
92 Gebruik op het veld Menu werk Het comfort-pakken maakt schakelen van de zuigzijde mogelijk via de terminal Op afstand bedienbare instellingen: Spuiten Spoelen/verdunnen Vullen via zuigkoppeling (alleen in menu vullen) Houd bij het uitvoeren van de functies van het comfortpakket ook de handleiding van de machine aan Verdunnen van de spuitvloeistof met spoelwater 1. Verdunnen starten. Er wordt spoelwater via het hulproerwerk aan de tank toegevoerd. 2. Vulpeil in de tank bewaken. 3. Verdunnen beëindigen. Bij machines met DUS wordt de sproeileiding gespoeld. Bij het opnieuw starten van het sproeien duurt het twee tot vijf minuten voordat de geconcentreerde sproeioplossing kan worden verspreid. 92 ISOBUS spuit BAG
93 Reinigen van de spuit bij een gevulde tank (werkonderbreking) Gebruik op het veld Menu werk 1. Zuigzijde op spoelen schakelen. Spoelwater wordt aangezogen, de roerwerken sluiten. Machines zonder DUS: 2. Spuiten inschakelen. Spuitleidingen en sproeiers worden met spoelwater gereinigd. 3. Sproeiers uitschakelen. 4. Pompaandrijving uitschakelen. Eventueel ook randsproeiers schakelen. 5. Zuigzijde weer op spuiten schakelen. Tank, roerwerken zijn niet gereinigd! De vloeistofconcentratie in de tank is ongewijzigd. Machines met DUS: 2. Wacht tot 2 liter spoelwater per meter werkbreedte de leidingen heeft gespoeld. 3. Spuiten kortstondig inschakelen, voor reinigen van sproeiers. 4. Sproeiers uitschakelen. 5. Pompaandrijving uitschakelen. 6. Zuigzijde weer op spuiten schakelen. Tank, roerwerken zijn niet gereinigd! De concentratie van de spuitvloeistof in de tanks is veranderd. ISOBUS spuit BAG
94 Gebruik op het veld Menu werk Reinigen van de spuit bij een geleegde tank Reinigen: Voorwaarde vulpeil in de tank < 1% (bij voorkeur tank leeg). 1. Pomp met 450 min -1 aandrijven. 2. Reiniging starten. Hoofd- en hulproerwerk worden gespoeld, reiniging binnenzijde tank ingeschakeld. Bij een vulpeil in de tank van 4% wordt de reiniging automatisch beëindigd. Bij machines met DUS wordt automatisch ook de spuitleiding gereinigd. Tank leegmaken: 3. Spuiten inschakelen. Schakel de spuit tijdens het rijden minstens 10 maal in en uit. Spuit leeg spuiten. 4. Spuiten uitschakelen. Eventueel ook randsproeiers schakelen. 5. Herhaal stap 1 t/m 3 een à twee keer. Machine is schoon! 6. Zet de zuigzijde zo nodig handmatig op en tap de resthoeveelheid op het veld af en stel deze daarna weer met de hand in. Omschakelkraan zuigzijde moet vastklikken! 7. Zuig- en persfilter reinigen. Bijzondere procedure bij het kritisch wisselen van het spuitmiddel: 8. Spoelwater bijvullen. 9. Herhaal stap 1 t/m ISOBUS spuit BAG
95 Gebruik op het veld Menu werk Automatische roerwerkuitschakeling Roerwerk op automatische uitschakeling. Het roerwerk schakelt bij onderschrijding van de tankinhoud van 5% uit. Het roerwerk schakelt na het vullen automatisch weer in. (1) Aanwijzing automatische roerwerkuitschakeling in werkmenu. Roerwerkuitschakeling uit. Het roerwerk blijft ook ingeschakeld bij een tankinhoud kleiner dan 5%. Aanwijzing groen roerwerk aan Aanwijzing grijs roerwerk uit Rührwerk aan -/ uitschakelen. ISOBUS spuit BAG
96 Gebruik op het veld Menu werk Circulatiereiniging Bij de circulatiereiniging wordt de vloeistof in de spuitvloeistoftank constant via de roerwerken en de inwendige reiniging gepompt. Circulatiereiniging in-/uitschakelen. 96 ISOBUS spuit BAG
97 Gebruik op het veld Menu werk Functiegroep Fronttank Fronttank met Flow Control Modus Automaat/hand Pompen naar voor in-/uitschakelen Pompen naar achteren in-/uitschakelen Pompen uitschakelen Weergave in het menu Werk: (1) Modus handbediening ingeschakeld (2) Modus automatisch ingeschakeld (3) Totaal niveau (UF+FT) (4) Pompen van FT in UF ingeschakeld (5) Pompen van UF in FT ingeschakeld Modus Automaat: Tijdens gebruik/transport van de veldspuit/fronttank-combinatie in modus automaat gebruiken. Functies van de modus Automaat: Permanente circulatie van de spuitvloeistof met roerwerkeffect in de fronttank. Regeling van de niveaus in beide tanks tijdens spuiten. Modus hand: In de modus hand wordt de verdeling van de spuitvloeistof door de bestuurder geregeld. Daarvoor dienen de functies: Pompen naar voor. Pompen naar achteren. ISOBUS spuit BAG
98 Gebruik op het veld Menu werk Weergave in menu functiegroep fronttank: (1) Modus automatisch ingeschakeld (2) Modus handbediening ingeschakeld (3) Totaal niveau (UF+FT) (4) Pompen van FT in UF ingeschakeld (5) Pompen van UF in FT ingeschakeld, Pompen naar voor en pompen naar achteren kunnen tegelijkertijd worden ingeschakeld. Voor het gebruik van de veldspuit zonder fronttank, moet de fronttank in het menu machinegegevens worden uitgeschakeld. 98 ISOBUS spuit BAG
99 Gebruik op het veld Menu werk Vullen De fronttank wordt gevuld via de veldspuit UF. Roep hiervoor het menu vullen op Pas voor het samen vullen van fronttank en veldspuit de meldgrens voor het niveau aan. Spuitvloeistof bijvullen Om overvullen van de fronttank te voorkomen, sluit het betreffende ventiel bij het bereiken van het nominale volume. Instelvulhoeveelheid komt overeen met 7,0 ha Bij actuele strooihoeveelheid 163 l/ha Inwendige reiniging De fronttank beschikt over een inwendige reiniging, die parallel aan de inwendige reiniging van de veldspuit werkt. Zie bedieningshandleiding UF. Tijdens/na de inwendige reiniging Pompen naar achteren inschakelen, tot de fronttank is afgetapt. Wordt bij machines met comfort pakket automatisch uitgevoerd! Na de inwendige reiniging: restanten aftappen. Uitval van een niveausensor Bij uitval van een niveausensor verschijnt een alarmsignaal, wordt van de modus Automaat in de modus hand omgeschakeld, sluiten de beide ventielen van de Flow Control. ISOBUS spuit BAG
100 Gebruik op het veld Menu werk Werkwijze bij het gebruik 1. Werkmenu op bedieningsterminal kiezen. 2. Profi-klappen: hydraulisch blok via tractor-regelenheid rood van olie voorzien. 3. Klap de spuitbomen uit. 4. Stel de boomhoogte in en lijn de boom uit. 5. Voor UX/UG met stuuras/dissel: AutoTrail op automatisch bedrijf. 6. DistanceControl (optie) op automatisch bedrijf. 7. Spuiten inschakelen, met de tractor rijden en oppervlak spuiten. 8. Spuiten uitschakelen. 9. Spuitboom inklappen. 10. stuuras/dissel in middenstand zetten en borgen. 11. Voor Profi-klappen: olietoevoer onderbreken. 100 ISOBUS spuit BAG
101 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling 11 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling Standaard sproeierbody Extra sproeierb. Extra sproeierb. Voer voor de inbedrijfstelling van de afzonderlijke sproeierschakeling: Type sproeibody kiezen in het menu Setup. eerst de gegevens in het gebruikersprofiel in Afzonderlijke sproeierschakeling in gebruik In hoofdmenu: Werkmenu kiezen. Spuiten uitgeschakeld met aanwijzing van de deelbreedten voor handmatige sproeierkeuze Spuiten ingeschakeld met aanwijzing van alle actieve sproeiers ISOBUS spuit BAG
102 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling Eindsproeiers schakelen links/rechts De eindsproeiers kunnen links en rechts separaat worden geschakeld. Eindsproeiers ingeschakeld: Grenssproeiers schakelen links/rechts Extra sproeiers schakelen links/rechts Endspr. De extra sproeiers en de grenssproeiers kunnen links en rechts afzonderlijk worden geschakeld. Eindsproeier, extra sproeier ingeschakeld: Extra spr. Afdriftreducering schakelen links/rechts De afdriftreducering kan afzonderlijk links of rechts of gemeenschappelijk worden geschakeld. Afdriftreducerend spuiten ingeschakeld: 102 ISOBUS spuit BAG
103 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling 11.2 AmaSwitch (optie) Elke sproeier kan via Section Control afzonderlijk worden in- en uitgeschakeld AmaSelect (optie) De boom is met 4-voudige sproeierbodies uitgevoerd. Deze worden via een elektromotor bediend. Zo kunnen willekeurige sproeiers worden uit- en ingeschakeld (afhankelijk van de Section Control). Via de 4-voudige sproeierbodies kunnen meerdere sproeiers tegelijkertijd in één sproeierbody actief zijn. Als alternatief kunnen de sproeiers handmatig worden gekozen. Voor de randbehandeling kan een extra sproeierbody afzonderlijk worden geconfigureerd. LED-sproeierverlichting in sproeierbody geïntegreerd. Sproeierafstand 25 cm mogelijk (optie) Handmatige sproeierkeuze: De keuze van de sproeiers of de sproeiercombinatie kan via de bedieningsterminal worden gemaakt. Automatische sproeierkeuze: De sproeier of sproeiercombinatie wordt automatisch tijdens het spuiten conform de ingevoerde randvoorwaarden gekozen. Symbool voor sproeierbehuizing AmaSelect. De pijl geeft de rijrichting aan. Dat is van belang voor de uitrusting van de sproeiers in de sproeierbody! ISOBUS spuit BAG
104 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling Weergave sproeierbody in het menu Werk Sproeierbody met aanwijzing de met kleur gemarkeerde sproeiers de groot weergegeven actieve sproeier/sproeiercombinatie de automatische sproeierschakeling Functies van AmaSelect Automatische of handmatige sproeierkeuze Automatische sproeierkeuze Bij het inschakelen van de automatische sproeierkeuze verschijnt in het werkmenu het symbool. De automatische sproeierkeuze schakelt bij onder- of overschrijden van de spuitdruk over naar een andere sproeier of sproeierkeuze, die voor de actuele spuitdruk de voorkeur heeft. Handmatige sproeierkeuze Bij de handmatige sproeierkeuze kan de sproeierkeuze via een druk op de knop worden veranderd. 104 ISOBUS spuit BAG
105 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling Sproeiers handmatig kiezen De sproeikeuze verandert bij iedere druk op de knop. ISOBUS spuit BAG
106 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling 11.4 Sproeierschakeling configureen Kies in het hoofdmenu gebruikersprofiel! Configureer het menu sproeierschakeling Voer de volgende instellingen uit voor de sproeierschakeling. Schakelpunten configureren zie pagina 23 Schakelpunten optimaliseren zie pagina 23 Deelbreedteschakeling configureren Standaard sproeierbody configureren (alleen AmaSelect) Extra sproeierbody configureren (alleen AmaSelect) Handmatige sproeierkeuze configureren. (alleen AmaSelect) Automatische sproeierkeuze configureren (alleen AmaSelect) Sproeierschakeling configureren Schakelpunten config. Schakelpunten optimalisieren Deelbreedteschakeling configureren Standaard sproeierbody configureren Extra sproeierbody configureren Handmatige sproeierkeuze configureren Automatische ` sproeierkeuze configureren Randbehandeling configureren Randbehandeling configureren 106 ISOBUS spuit BAG
107 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling Deelbreedteschakeling configureren (AmaSelect) Werkbreedte invoeren Aantal deelbreedten bij automatische schakeling invoeren. Het aantal deelbreedten wordt eventueel door de TaskController begrensd. De kleinst mogelijke deelbreedte is 0,50m. Grootte van de automatische deelbreedte wordt getoond. Aantal deelbreedten bij handmatige schakeling invoeren. Breedte automatische deelbreedten configureren, zie onder. Voor iedere deelbreedte wordt een breedte ingesteld, die kan worden veranderd. Automatische sproeierreiniging (bij reinigen van de sproeiers met spoelwater wordt het gehele AmaSelect-sproeierlichaam gereinigd). Actief Uitgeschakeld Deelbreedteschakeling configureren Werkbreedte TB-aantal bij automatische TB-schakeling DB-aantal bij handmatige DB-schakeling Breedte automatische deelbreedten configureren Automatische sproeierreiniging Verder zie standaard sproeierbody, pagina22. De breedte voor iedere deelbreedte vanaf links beginnend invoeren/controleren. Breedte handmatige deelbreedten configureren overige deelbreedten. Deelbr. Breete automatische DB Bijbehorende handmatige DB m m m m m m m m m m m m m 13 ISOBUS spuit BAG
108 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling Standaard sproeierbody config. Iedere sproeier wordt met de ingestelde parameters weergegeven. De pijl geeft de rijrichting aan. Standaard sproeierbody configureren 1. Sproeier markeren. 2. Invoer bevestigen 3. Instellingen voor de sproeier uitvoeren. Sproeiertype Sproeiergrootte (met kleurmarkering) Toegestane drukbereik Afdriftreducerende sproeier ja nee Uitrusting standaard sproeierbody Spr.type Spr.grt Toegestaan drukbereik volgende sproeier Afdriftreducerende sproeier vorige sproeier Extra sproeierbody configureren De extra sproeierbodies worden met de ingevoerde parameters weergegeven. De pijl geeft de rijrichting aan. Extra sproeierbody configureren 1. Sproeier markeren. 2. Invoer bevestigen Extra spr. 108 ISOBUS spuit BAG
109 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling 3. Instellingen voor de sproeier uitvoeren. Sproeiertype Sproeiergrootte Randsproeiers Geen Extra sproeier Grenssproeier Uitrusting extra sproeierbody Spr.type Spr.grt Volgende sproeier Randspr. Vorige sproeier Handmatige sproeierkeuze configureren Kies de benodigde sproeiers of sproeiercombinaties. 1. Sproeiers of sproeiercombinatie markeren Maximaal 7 sproeiers en sproeiercombinaties zijn mogelijk. 2. Sproeier/sproeiercombinatie kiezen. kiezen niet kiezen Handmatige sproeierkeuze configureren Kies a.u.b. welke sproeiers tijdens het werken nodig zijn. Bij de keuze van sproeier 2 en 3 kan niet tussen 2 en 3 worden geschakeld zonder andere sproeiers kortstondig te openen. Bij gebruik van de uitbreiding voor sproeierafstand 25 cm: Handmatige sproeierkeuze configureren. Sproeier 1 en 2 kiezen. ISOBUS spuit BAG
110 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling Automatische sproeierkeuze configureren Sproeiers of sproeiercombinaties waartussen automatisch moet worden geschakeld. 1. Sproeier of sproeiercombinatie markeren. Maximaal 2 sproeiers en een sproeiercombinatie kunnen worden gekozen. Automatische sproeierkeuze configureren Kies a.u.b., tussen welke sproeiers tijdens het werken automatisch moet worden omgeschakeld. 2. Sproeier/sproeiercombinatie kiezen. kiezen niet kiezen 3. Kies conform het schakelritme van de sproeierbody de volgende volgorde. 1. kleine sproeier op 1 2. grote sproeier op 2 3. kleine en grote sproeier 4. Minimale en maximale spuitdruk voor omschakelen naar een andere sproeier/sproeiercombinatie invoeren. 4.1 Druk en sproeier markeren. 4.2 Markering bevestigen. 4.3 Minimale spuitdruk en maximale spuitdruk invoeren. Sproeierkeuze Invoer omschakelpunten Sproeiergrootte P min [bar] P max [bar] Toepassingsvoorbeeld voor het aanmaken van een sproeierkeuze (werken met applicatiekaarten) Rijsnelheid: 10 km/h Sproeier ID voor drukken van 2 8 bar Let erop bij de keuze van de sproeiers, dat de sproeicapaciteit van de afzonderlijke sproeiers elkaar voldoende overlappen, zodat alle hoeveelheden correct kunnen worden uitgebracht. Sproeier 1 Sproeier 2 Sproeier 1+2 Sproeier: ID015 ID025 ID015+ ID025 = 0,4 Drukbereik: 2,2 7,0 bar 2,0 6,9 bar 2,1 7,1 bar Voor sproeicapaciteiten: l/ha l/ha l/ha Drukken en sproeihoeveelheden uit de spuittabel 60 l/ha 100 l/ha 200 l/ha 300 l/ha Sproeier 1 Sproeier 2 Sproeier ISOBUS spuit BAG
111 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling Berekende gegevens invoeren. --- Geen invoer nodig. Invoer omschakelpunten Sproeierkeuze Sproeiergrootte P min [bar] P max [bar] , ,5 6, ,4 --- Spuittabel voor de keuze van de sproeiers en drukbereiken Randbehandeling configureren Invoer van de van buiten verminderde werkbreedte bij eindsproeierschakeling. Invoer van de breedte van buiten, die voor afdriftreducerende spuiten wordt geschakeld. Een sproeier van het standaard sproeierbody moet als afdriftreducerend zijn gemarkeerd. Randbehandeling configureren Eindspr. Afdriftreduceren van de spuit ISOBUS spuit BAG
112 Automatische afzonderlijke sproeierschakeling 11.5 Reinigen van de sproeierbodies AmaSelect Na ieder gebruik bij het reinigen van de sproeiers: 1. Handmatige sproeierkeuze instellen. 2. Per sproeier gedurende minimaal 5 seconden spoelen. 3. Grenssproeiers aan beide zijden minimaal 5 seconden spoelen. 4. Extra sproeiers minimaal 5 seconden spoelen Onderhoud sproeierbody AmaSelect Onderhoud van de sproeierbody is nodig om op lange termijn de lekdichtheid van het systeem te waarborgen. Aanw. F1280 Sproeierbodies moeten worden onderhouden. Neem contact op met uw dealer. Bevestig a.u.b. deze melding 112 ISOBUS spuit BAG
113 Multifunctionele handgreep AUX-N 12 Multifunctionele handgreep AUX-N AUX-N - Auxiliary Control De machinecomputer ondersteunt de AUX-N-standaard. Daarom kunnen de functies van de machine aan een AUX-N conforme multifunctionele handgreep worden toegekend. Multifunctionele hendel AmaPilot+ en Fendt zijn standaard voorbezet. Indeling multifunctionele handgreep Fendt Spuiten in-/uitschakelen Spuitbomen optillen Automaten schakelen Spuitboom links uitklappen inklappen Spuitboom rechts uitklappen inklappen naar links sturen Spuitbomen neerlaten naar rechts sturen ISOBUS spuit BAG
114 Multifunctionele greep AmaPilot/AmaPilot+ 13 Multifunctionele greep AmaPilot/AmaPilot+ Via de AmaPilot en de AmaPilot+ kunnen alle functies van de machine worden uitgevoerd. AmaPilot met vaste toetsindeling AmaPilot+ is een AUX-Nbedieningselement met vrij instelbare toetsindeling (toetsindeling voorbezet als in AmaPilot) 30 functies kunnen met een druk van de duim worden gekozen. Daarbij kunnen nog twee extra niveaus worden bijgeschakeld. Een folie met de standaard indeling kan in de cabine worden gelijmd. Voor een vrij instelbare toetsindeling kan de standaardindeling worden beplakt. Standaardniveau Niveau 2 bij ingedrukte trigger aan de achterzijde Niveau 3 na schakelen van de lichtknop 114 ISOBUS spuit BAG
115 Multifunctionele greep AmaPilot/AmaPilot+ Bezetting AmaPilot Standaardniveau: Sectiebreedten links bijschakelen/uitschakelen Sectiebreedten rechts inschakelen/uitschakelen Spuiten in-/uitschakelen Strooihoeveelheid verminderen/verhogen Randsproeiers links/rechts Niveau 2: Zijarm links naar boven/beneden klappen Zijarm rechts naar boven/beneden klappen DistanceControl Boom spiegelen Boom optillen/neerlaten Hoek spuitbomen Niveau 3: Stangen links uitklappen/inklappen Spuitbomen rechts uitklappen/inklappen Trillingsdemping ver- /ontgrendelen Boom optillen/neerlaten Boom uitklappen/inklappen ISOBUS spuit BAG
116 Multifunctionele greep AmaPilot/AmaPilot+ Functies op alle niveaus: Pantera: achterwielbesturing naar links sturen UX: as/dissel naar links sturen Pantera: achterwielbesturing naar rechts sturen UX: as/dissel naar rechts sturen Pantera: Omschakeling 2 <-> 4-wielbesturing UX: AutoTrail omschakeling automaat - handmatig 116 ISOBUS spuit BAG
117 14 Deelbreedteschakelkast AMACLICK 14.1 Werking Deelbreedteschakelkast AMACLICK De schakelkast AMACLICK wordt in combinatie met de bedieningsterminal, bedieningsterminal en multifunctiehandgreep voor de bediening van AMAZONE veldspuiten gebruikt. Met de AMACLICK + kan iedere deelbreedte willekeurig worden in- of uitgeschakeld. kan het verspreiden van spuitvloeistof worden in- en uitgeschakeld. (1) Aan-/uitschakelaar Schakelaarstand : AMACLICK niet actief. Bediening van de deelbreedten via bedieningsterminal/multifunctiehandgreep. Schakelaarstand AMACLICK : spuiten aan/uit en deelbreedten worden met AMACLICK geschakeld (een bediening met bedieningsterminal/multifunctiehandgreep is dan niet mogelijk). De lamp boven de deelbreedteschakelaar geeft aan, dat de deelbreedte is ingeschakeld. (2) Deelbreedteschakelaar Voor iedere deelbreedte staat een deelbreedteschakelaar ter beschikking. Wanneer meer schakelaars dan deelbreedten aanwezig zijn, zijn de schakelaars rechts niet bezet (bijv. veldspuit met 11 deelbreedten, AMACLICK 13 schakelaars 2 schakelaars geheel rechts zijn niet bezet. ISOBUS spuit BAG
118 Deelbreedteschakelkast AMACLICK (3) Schakelaar spuiten aan /uit. Over alle ingeschakelde deelbreedtes wordt spuitvloeistof uitgebracht/er wordt geen spuitvloeistof uitgebracht. Voor het markeren van de niet bezette deelbreedteschakelaars kunnen de kunststof kappen worden afgenomen Montage De AMACLICK op de uitsparing van de console op de multifunctiehandgreep schroeven of als alternatief onder handbereik in de tractorcabine monteren. Aanbouw op een terminal van derden 118 ISOBUS spuit BAG
119 Storing 15 Storing 15.1 Weergave op de bedieningsterminal: Een melding wordt getoond als: Aanwijzing UX Waarschuwing Aanw. Alarm Niveau-alarmgrens onderschreden F1200 Getoond wordt: Het nummer van de storing Een tekstmelding Eventueel het symbool van het betreffende menu Bevestig a.u.b. deze melding 15.2 Storingstabel Nummer Tekst van de melding Soort Oorzaak Oplossing --- Deze terminal wordt niet ondersteund --- Er worden alleen ISOBUSterminals ondersteund met minimaal 256 kleuren en minimaal 6 toetsen AMATRON 3 in ISOBUS modus straten, andere terminal gebruiken F15001 Computer Profi III-klappen uitgevallen Waarschuwing F15002 Niveau-alarmgrensw. onderschreden Aanwijzing Min. 1TB is geopend & ingestelde niveaualarmgrens > 0 & actuele tankinhoud < ingestelde niveaualarmgrens /// Vanaf softwareversie 1.06.xx: zodra de niveau-alarmgrens wordt onderschreden, wordt de melding eenmalig gegeven en krijgt de aanwijzing van het niveau een gele achtergrond Wanneer de melding niet is gewenst, kan de niveaualarmgrens op 0 liter worden ingesteld. F15003 Er is een snelheidssignaal > nul herkend. De gesim. snelheid is uitgeschakeld Aanwijzing De melding verschijnt, wanneer als bron voor de snelheid "gesimuleerde snelheid" is gekozen en op een andere bron een snelheid > 1 km/h wordt herkend F15004 Trekpoti uitgevallen Alarm De spanning van de disselpotmeter is hoger dan 4,653 V of lager dan 0,347 V Aansluitkabel en potmeter op trekhaak controleren. F15005 Potmeter van de as- /disselsturing uitgevallen Alarm Waarde van de as- /disselpotmeter < 0,5 V of > 4,5 V Hoekmeting op de as resp. dissel controleren Aansluitkabel controleren. ISOBUS spuit BAG
120 Storing F15006 F15007 F15008 F15009 Pomptoerental niet binnen de gekozen grenzen Druksensor olietank uitgevallen Opgelet! Let op de gewichtsverdeling van de machine. Aanwijzing Alarm Alarm Hydrauliek computer uitgevallen Waarschuwing F15010 Roerdruksensor uitgevallen Waarschuwing F15011 F15012 F15013 F15014 F15015 Hoofdroerwerkverstelling uitgevallen Potentiometer hoge vering linksachter uitgevallen Comfortcomputer uitgevallen Waarschuwing Sensor zuigkraan uitgevallen Waarschuwing Waarschuwing Zuigkraanverstelling uitgevallen Waarschuwing Aansluitkabel en motor zuigkraanverstelling controleren Mechaniek zuigkraan controleren Waarschuwing Min. 1TB geopend & ingestelde pomptoerental wijkt met meer dan de ingestelde grenzen (%min/%max) af De spanning van de oliedruksensor is hoger dan 4,5 V of lager dan 0,5 V Niveaumelder voor- of achtertank uitgevallen (de automatische modus van de niveauregeling tussen voor- en achtertank wordt beëindigd Verbinding met de hydraulica jobcomputer is sinds meer dan 10 s onderbroken Signaal roerdruksensor < 0,5V of > 4,5 V Computer comfort zendt sinds minimaal 14 s geen statusmeldingen Spanningswaarde van de potmeter aan de zuigkraan < 0,5 V of > 4,5 V Ontbrekende verandering van de spanningswaarde van de druksensor bij tegelijkertijd aansturen van de stelmotor Ontbrekende verandering van de spanningswaarde van de zuigkraanpotmeter bij tegelijkertijd aansturen van de stelmotor Veringscomputer zendt signaal van de sensor voor de registratie van de linker veerpositie (achter) < 0,5 V of > 4,5 V Pomptoerental of grenswaarde aanpassen Wanneer deze foutmelding niet is gewenst, dan de grenswaarde op 0 omw/min instellen. Druksensor en aansluitkabel van de hydrotank controleren. niveauverhouding tussen voor- en achtertank aanpassen Niveausensoren en niveaucurven controleren. Aansluiting van de hydrauliek computer en de computer zelf controleren Wordt de softwareversie van de computer in setup getoond? Is de computer in de downloadmanager na het verbinden zichtbaar? Softwareversie van de hydraulica computer op compatibiliteit met de basiscomputer controleren Voedingsspanning (aansluiting van de basisuitrusting enz.) controleren. Sensor en aansluitkabel controleren Aansluiting van de comfortcomputer en de computer zelf controleren Is de computer in de downloadmanager na het verbinden zichtbaar Softwareversie van de comfortcomputer op compatibiliteit met de basis- en hydraulica computer controleren. Voedingsspanning (aansluiting van de basisuitrusting enz.) controleren. Sensor en aansluitkabel controleren Aansluitkabel en ventiel roerdruk controleren Vloeistofcircuit controleren Hoogteregistratie aan de as en de aansluitkabel controleren 120 ISOBUS spuit BAG
121 Storing F15016 Potentiometer hoogte vering rechtsachter uitgevallen Waarschuwing F15017 Vering loopt niet synchroon Waarschuwing F15018 Veringscomputer uitgevallen Waarschuwing F15019 Druksensor uitgevallen Waarschuwing F15020 F15021 F15022 F15023 F15024 Bij wegverkeer sturing in de middenstand zetten Niveausensor achtertank uitgevallen Doorstroommeter 1 uitgevallen Waarschuwing Doorstroommeter 2 uitgevallen Waarschuwing Doorstroommeter 3 uitgevallen Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing Veringscomputer zendt signaal van de sensor voor de registratie van de rechter veerpositie (achter) < 0,5 V of > 4,5 V Veringscomputer meldt, dat de hoogte van de linker en rechter as op verschillende niveau liggen. Veringscomputer zendt sinds minimaal 10 s geen statusmeldingen Spanningswaarde van de druksensor voor druk- /hoeveelheidsregeling buiten het bereik van 0,5...4,5 V Ondanks dat minimaal één deelbreedteventiel is geopend en een druk > 1 bar actief is, zendt de doorstroommeter geen signaal Ondanks dat bypass-ventiel is geopend en een druk > 1 bar actief is, zendt de doorstroommeter geen signaal Ondanks dat minimaal één deelbreedteventiel is geopend, HighFlow is geactiveerd en een druk > 1 bar actief is, zendt de doorstroommeter geen signaal De transportstandsensor links of rechts is geactiveerd en de potentiometer voor de sturing heeft de middenstand nog niet herkend of de sturing heeft de middenstand verlaten De spanning van de niveausensor is hoger dan 4,5 V of lager dan 0,5 V Hoogteregistratie aan de as en de aansluitkabel controleren Olietoevoer controleren Softwareversie van de Hydac-veringscomputer op compatibiliteit met de basisen hydraulica computer controleren, Via het diagnosemenu controleren, of bij de aansluiting van de potmeter voor de hoogteregistratie of bij de aansluiting van het hydraulisch ventiel links en rechts zijn verwisseld. Aansluiting van de veringscomputer en de computer zelf controleren Wordt de softwareversie van de computer in setup getoond? Softwareversie van de Hydac-veringscomputer op compatibiliteit van de basisen hydraulica computer controleren. Voedingsspanning (aansluiting van de basisuitrusting enz.) controleren. Druksensor en aansluitkabel controleren. Doorstroommeter en aansluitkabel controleren Doorstroommeter en aansluitkabel controleren Doorstroommeter en aansluitkabel controleren Sturing in de middenstand zetten Transportstandsensoren en aansluitkabel controleren Aansluitkabel en potmeter van de niveausensor controleren. ISOBUS spuit BAG
122 Storing F15025 Niveausensor fronttank uitgevallen Waarschuwing Computer fronttank meldt, dat de niveausensor is uitgevallen (spanningswaarde op de potmeter buiten het bereik van 0,5...4,5 V) Aansluitkabel en potmeter van de niveausensor in de fronttank controleren. F15026 Er werden meerder virtuele terminals met dezelfde ID herkend. Controleer a.u.b. de instellingen. Aanwijzing F15027 Hellingsensor van de machine uitgevallen Waarschuwing Distance Control: de spanning van de hellingsensor is groter dan 4,5 V of lager dan 0,5 V Machine en spuitboominstellingen in setup controleren, Hellingsensor en aansluitkabel controleren F15028 F15029 F1229 U rijdt te snel, dissel geblokkeerd Hellingsverstelling reageert niet F15030 Er werden meerder Task Controllers met dezelfde ID herkend. Controleer a.u.b. de instellingen. F15031 Hellingsverstelling reageert niet Aanw. Fronttankcomputer uitgevallen Waarschuwing Aanwijzing F15032 Opdracht echt wissen? Aanwijzing TrailTron: wanneer bij het bedienen van de softkey dissel sturen links/rechts de snelheid < 20 km/h OF TT in de veiligheidsmodus staat Computer fronttank zendt sinds minimaal 14 s geen statusmeldingen Ondanks aansturing van de helling (door de operator of automatisch door de jobcomputer) geen signaalverandering van de hellingsensor geconstateerd. Ondanks aansturing van de helling (door de operator of automatisch door de jobcomputer) geen signaalverandering van de hellingsensor geconstateerd. Softkey "Wissen" werd in het opdrachtmenu bediend Snelheid verminderen Werkstand herstellen. Aansluiting van de fronttankcomputer en de computer zelf controleren Wordt de softwareversie van de computer in setup getoond? Is de computer in de downloadmanager na het verbinden zichtbaar? Softwareversie van de fronttankcomputer op compatibiliteit met de basis- en hydraulica computer controleren. Voedingsspanning (aansluiting van de basisuitrusting enz.) controleren. Olietoevoer controleren Hellingverstelling en hoekregistratie controleren. Olietoevoer controleren Hellingverstelling en hoekregistratie controleren. F15033 Hellingsensor uitgevallen Waarschuwing F15034 Potmeter veerpakket voor machine uitgevallen Waarschuwing DistanceControl: de spanning van de hellingsensor is gedurende ca. 4 s groter dan 4,5 V of lager dan 0,5 V DistanceControl: de spanning van de potmeter "Veerpakket voor machine" is groter dan 4,5 V of lager dan 0,5 V Machine en spuitboominstellingen in setup controleren Hellingsensor en aansluitkabel controleren Machine en spuitboominstellingen in setup controleren Aansluitkabel en potmeter controleren 122 ISOBUS spuit BAG
123 Storing F15035 Kalibratie afgebroken F15036 Aanwijzing Hellingsverstelling niet gekalibreerd Waarschuwing Verschijnt wanneer de gekalibreerde waarden fout zijn (bijv. posities voor zuigkraan in verkeerde volgorde, ultrasone sensoren minder dan 50% succesvolle metingen of een andere DC-sensor in storing) Hellingverstelling in machinemenu niet gekalibreerd. Kalibratie opnieuw uitvoeren Machine-instellingen controleren in setup Softwareversie op compatibiliteit met de basiscomputer controleren Positieregistratie van de zuigkraan controleren Correcte positie van de zuigkraan voor het opslaan controleren Ondergrond bij DistanceControl mag niet spiegelen Hellingverstelling kalibreren F15037 F15038 In het diagnosemenu zijn de veiligheidsfuncties buiten werking gesteld. Lees de handleiding en waarborg, dat u de veiligheidsinstructies heeft begrepen. Aanwijzing Potmeter boomhelling uitgevallen Waarschuwing F15039 DC sensor links uitgevallen Waarschuwing F15040 F15041 F15042 F15043 De gekozen bron voor de rijsnelheid is niet aanwezig. A.u.b. kies een aanwezige bron uit. Let erop, dat functies, die niet via ISOBUS worden gestuurd, separaat uitgeschak. moeten worden. Let erop, dat functies, die niet via ISOBUS worden gestuurd, separaat uitgeschak. moeten worden. De melding voor het aftakastoerental is op de ISOBUS niet aanwezig Aanwijzing Alarm Alarm Aanwijzing Melding verschijnt bij het benaderen van het diagnosemenu De spanning van de potentiometer "boomhelling" is groter dan 4,5 V of lager dan 0,5 V Linker DC-sensor zendt geen signaal Bron voor de rijsnelheid zendt geen signaal ISOBUS stop-knop ISB is bediend (bij AMATRON 3 = in- /uitschakelaar) ISOBUS stop-knop ISB is niet meer bediend (bij AMATRON 3 = in- /uitschakelaar) Geen signaal voor aftakastoerental op de ISOBUS Correcte machine en boominstellingen in setup controleren Aansluitkabel en potmeter controleren Ultrasone sensor links, verlengingskabel en de aansluitkabel (inclusief versterkerelektronica) controleren en eventueel vervangen /// Vanaf DC sensoren NH141 mag alleen nog NL653, NL654, NL655 of NL656 of hoger worden gebruikt, ISOBUS SW 1.06.xx of hoger In het menu machineinstellingen andere snelheidsbron kiezen Instellingen van de TECU controleren ISB losmaken Aftakastoerental moet door TECU worden verzonden Als alternatief in het menu machine-instelling een andere bron voor pomptoerental kiezen ISOBUS spuit BAG
124 Storing F15044 DC-sensor rechts uitgevallen Waarschuwing F15045 Hoogtepoti uitgevall. Waarschuwing F15046 Gewenste waarde olietank niet bereikbaar Waarschuwing F15047 Niveaucurve niet glad Aanwijzing F15050 F15051 Tankinhoud meer dan 1%, inwendige reiniging niet mogelijk F15052 Gewenste waarde voor de vering kan niet worden aangehouden Hellingsensor sturen uitgevallen Waarschuwing Aanwijzing Aanwijzing F15054 Gewenste waarde kan niet worden aangehouden F15053 Vering niet gekalibreerd Aanwijzing Aanwijzing F15055 Minimale druk onderschreden Aanwijzing Rechter DistanceControlsensor zendt geen signaal De spanning van de hoogtepotmeter is hoger dan 4,5 V of lager dan 0,5 V Na de 3e poging voor het laden van de olietank (een poging = laadtijd + pauze van 20 seconden) kon de gewenste waarde voor de olietank niet worden bereikt Verschijnt wanneer de jobcomputer na het programmeren van de niveaucurve (achtertank en/of voortank) herkend, dat de geprogrammeerde waarden niet plausibel zijn (bijv. waarde 5 is kleiner dan waarde 4, ondanks dat waarde 6, 7, 8 weer groter zijn en waarde 1, 2, 3 kleiner zijn). Hellingsensor sturen < 0,5 V of > 4,5 V Comfortpakket: inwendige reiniging moet worden gestart en hoeveelheid van de vloeistof in de tank is meer dan 1% van het nominale tankvolume Ondanks aansturing van de vering (door de operator of automatisch door de jobcomputer) geen signaalverandering van de veringssensoren geconstateerd. De eenmalige kalibratie van de niveausensor werd nog niet uitgevoerd Minimaal een deelbreedte geopend en hoeveelheidsregeling op automatisch en actuele spuithoeveelheid wijkt gedurende min. 10 s met min. 11% af van de ingestelde gewenste hoeveelheid. Minimaal een deelbreedte geopend en actuele druk is lager dan de ingestelde minimale druk Ultrasone sensor rechts, verlengingskabel en de aansluitkabel (inclusief versterkerelektronica) controleren en eventueel vervangen /// Vanaf DC sensoren NH141 mag alleen nog NL653, NL654, NL655 of NL656 of hoger worden gebruikt, ISOBUS SW 1.06.xx of hoger Hoogtepotmeter en aansluitkabel controleren Olietoevoer en het signaal van de druksensor Hydrotank controleren Meetpunten van de niveaucurve op plausibiliteit controleren Instellingen in het setupmenu controleren Hellingsensor en aansluitkabel controleren Tank leeg spuiten Niveauregistratie en niveaucurve controleren Olietoevoer vering controleren Sensoren veringspositie controleren Kalibratie vering controleren Compatibiliteit softwareversie vering en basiscomputer controleren Vering kalibreren Sproeierkeuze controleren Vloeistofcircuit op lekkages/verstoppingen controleren Doorstroommeter controleren Roerwerkinstelling controleren Druk in het vloeistofcircuit verhogen of de grens min. druk aanpassen 124 ISOBUS spuit BAG
125 Storing F15056 F15057 Niveausensor achtertank niet gekalibreerd Maximale druk overschreden Aanwijzing Aanwijzing F15058 Gewenste niveau bereikt Aanwijzing F15059 F15060 F15061 F15062 F15063 F15064 F15065 Niveau in achtertank te laag, rondpompen gestopt Kritisch niveau in fronttank, alleen handmatig pompen naar achteren mogelijk Niveausensor voortank niet gekalibreerd Kalibratie niet mogelijk, bomen in transportstand Kalibratie niet mogelijk, bomen vergrendeld Klappen nog niet mogelijk, snelheid is nog te hoog Aanwijzing Aanwijzing Aanwijzing Aanwijzing Spuitbomen uitklappen Sensoren voor transportstand en aansluitkabel controleren Aanwijzing Middenstand van de spuitbomen niet correct gekalibreerd Aanwijzing Waarschuwing Actuele druk is sinds min. 10 s groter dan de ingestelde maximale druk en de ingestelde druk is niet = 0 De eenmalige kalibratie van de niveausensor werd nog niet uitgevoerd Zonder comfortpakket: alarmmelding verschijnt 50 l voor het bereiken van het ingestelde niveau. Met comfortpakket: alarmmelding verschijnt 10 l voor het bereiken van het ingestelde niveau. Uitzondering UX met roerdrukregeling: hier verschijnt eerst de melding 20 l. Niveau in achtertank < 150 l, fronttank in handmatige modus "circulatie" Niveau in fronttank is hoger dan het nominale volume van de fronttank + 70 l (actueel 1070 l) De eenmalige kalibratie van de niveausensor werd nog niet uitgevoerd De boomhelling resp. DistanceControl moet worden gekalibreerd, maar de jobcomputer van de machine herkent dat de bomen in de transportstand staan. De boomhelling resp. DistanceControl moet worden gekalibreerd, maar de jobcomputer van de machine herkent dat de spuitboom is vergrendeld. De spanningswaarde van de potmeter spuitboomhelling moet binnen 2,0...3,0 V liggen Om de klapfuncties te kunnen bedienen mag de snelheid niet hoger zijn dan 3 km/h F15066 Giersensor uitgevallen Alarm De basiscomputer van de spuit ontvangt geen meldingen van de giersensor F15067 Druksensor vering uitgevallen Alarm Spanningswaarde van de druksensor ligt buiten het bereik van 0,5...4,5 V Druk in het vloeistofcircuit verlagen of de grens max. druk aanpassen Niveausensor kalibreren of offset-waarde voor niveaucurve invoeren Pomp inschakelen en vloeistof handmatig naar achteren pompen Niveausensor kalibreren of offset-waarde voor niveaucurve invoeren Spuitbomen ontgrendelen Sensor op de spuitboomvergrendeling en aansluitkabel controleren Kalibratie opnieuw uitvoeren Waarborg, dat de machine horizontaal staat Hellingsensor en aansluitkabel controleren Snelheid reduceren Signaal van de gekozen bron voor de snelheid controleren Instellingen in het setupmenu controleren Giersensor en aansluitkabel controleren Sensor en aansluitkabel controleren Machine-instellingen in setup controleren (sensor alleen UX11200) ISOBUS spuit BAG
126 Storing F15068 F15069 F15070 F15071 F15072 Potentiometer veringssensor linksvoor uitgevallen Potentiometer veringssensor rechtsvoor uitgevallen Vering op automatische modus instellen Gereduceerde stuurinslag in transportstand Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing A.u.b. de oliecirculatie inschakelen Waarschuwing Aanwijzing F15073 AutoTrail kalibreren Waarschuwing F15074 F15075 Section Control werd door Terminal uitgeschakeld. Moet de actuele toestand van de deelbreedten behouden blijven? F15076 Jobcomputer DistanceControl uitgevallen Kalibreren van de sturing is alleen in de werkstand mogelijk Waarschuwing Aanwijzing Waarschuwing Veringscomputer zendt signaal van de sensor voor de registratie van de voorste linker veerpositie ligt buiten het bereik van < 0,5 V of > 4,5 V Veringscomputer zendt signaal van de sensor voor de registratie van de rechter veerpositie < 0,5 V of > 4,5 V UX11200: handmatige modus vering actief UX11200: veringscomputer probeert de veerpositie te corrigeren en er is geen oliedruk actief Disselsturing: stuurinslag wordt begrensd, wanneer de boom zich in de transportstand bevindt De eenmalige kalibratie van de sturing werd nog niet uitgevoerd Voor het kalibreren van de sturing moet de sturing zich in de veldmodus bevinden De Task Controller heeft de Section Control uitgeschakeld Hoogteregistratie aan de as en de aansluitkabel controleren Machine-instellingen controleren (sensor alleen UX11200) Hoogteregistratie aan de as en de aansluitkabel controleren Machine-instellingen controleren (sensor alleen UX11200) Vering in automatische modus zetten Machine-instelling controleren Oliecirculatie inschakelen Olietoevoer controleren Sensor oliedruk controleren Sensoren en aansluitkabel controleren Sturing kalibreren Machine in de veldmodus brengen Signaal van de gekozen bron voor de snelheid controleren Sensor en aansluitkabel transportstandsensor controleren Task Controller controleren F15077 De volgende sproeiers reageren niet: de sproeierbodies worden pas na opnieuw starten weer geactiveerd. Waarschuwing Sproeierbody zendt foutmelding of bereikt niet de gewenste positie Sproeierbody en aansluitkabel controleren F15078 F15079 Centr. eenh. reageert niet. A.u.b. term. opn. starten! Strooieenheid... reageert niet. Wachten en opnieuw proberen Waarschuwing Verbindingskabel naar centrale eenheid controleren Compatibiliteit softwareversie controleren Machine-instellingen controleren Verbindingskabel naar centrale eenheid en naar de stuureenheid controleren Compatibiliteit softwareversie controleren Voedingsspanning controleren Sproeierbody op de stuureenheid controleren Waarschuwing Melding verschijnt, wanneer de basiscomputer van de machine geen meldingen van de centrale eenheid ontvangt Melding verschijnt, wanneer de basiscomputer van de machine geen meldingen van de betreffende stuureenheid ontvangt 126 ISOBUS spuit BAG
127 Storing F1278 Ingestelde drukbereik ligt buiten het toegestane drukbereik Aanwijzing De melding verschijnt, wanneer het omschakelpunt niet met het drukbereik van de ingestelde sproeiers overeenkomt Configuratie van de automatische sproeierschakeling controleren F15081 Klappen niet mogelijk, boom niet vergrendeld Waarschuwing Deze melding verschijnt, wanneer de functie spuitboom inklappen wordt opgeroepen, zonder dat de spuitboom is vergrendeld. Spuitboom vergrendelen Aansluitkabel en sensor op de spuitboomvergrendeling controleren F15082 Sproeierbody moet worden onderhouden. Neem contact op met uw dealer. Aanwijzing Deze melding verschijnt, wanneer de AmaSelect sproeierbody meer dan schakelcycli sinds het laatste onderhoud heeft uitgevoerd Sproeierbody laten onderhouden F15083 F15084 F15085 BoomWash - aandrijving links controleren BoomWash - aandrijving links controleren Spuitboom in transportstand - BoomWash niet mogelijk. Spuitboom voor BoomWash voorbereiden en reiniging starten Aanwijzing Aanwijzing Reinigingsslede bereikt de eindstand niet binnen 60 s. Reinigingsslede bereikt de eindstand niet binnen 60 s. Transportstandsensoren van de spuitboom bediend Aansluitkabel controleren Route van de reinigingsslede controleren Aansluitkabel controleren Route van de reinigingsslede controleren Spuitboom voor BoomWash voorbereiden Aansluitkabel en sensoren voor transportstand controleren F15086 Automatische deelbreedteschakeling niet mogelijk. Aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan: Section Control van de Terminal (Task Controller) geactiveerd, machine storingsvrij, spuitbomen in werkstand, spuitbomen vergrendeld Aanwijzing F15087 Automatische sproeierreiniging: niet alle sproeiers konden gereinigd worden, de reinigingstijd is te kort. Zuigkraan in de stand schoon water zetten en deelbreedten openen. Aanwijzing AmaSelect: melding verschijnt, wanneer bij het reinigen van de machine niet alle sproeierposities werden geopend Reiniging opnieuw uitvoeren F15088 Configuratie van de deelbreedten verkeerd. A.u.b. controleren! Aanwijzing AmaSelect: melding verschijnt wanneer de deelbreedteverdeling niet met het aantal sproeierbodies en de werkbreedte kan worden verenigd F15089 Tijdsoverschrijding Boom- Wash sleden controleren nodig Aanwijzing Reinigingsslede bereikt de eindstand niet binnen 60 s Aansluitkabel controleren Route van de reinigingsslede controleren F15090 Spuitboom klappen niet mogelijk. BoomWash in transportpositie brengen F15091 Klappen niet mogelijk, spuitboom optillen Spanningswaarde van de hoogtepotmeter op spuitboomhefwerk (L-spuitboom) onder 4,0 V Spuitbomen optillen Aansluitkabel en potmeter controleren ISOBUS spuit BAG
128 Storing F15092 F15093 Terugstroomhoeveelheid wijkt af van instelwaarde. Terugstroming controleren. Voedingsspanning onderschreden Waarschuwing F15093 AmaSelect Update fout Waarschuwing F18000 F18001 Er is een snelheidssignaal > nul herkend. De gesim. snelheid is uitgeschakeld F18002 F18004 F18005 F18006 Pomptoerental niet binnen de gekozen grenzen Gewenste waarde kan niet worden aangehouden Niveau-alarmgrensw. onderschreden Aanwijzing Aanwijzing Aanwijzing Aanwijzing Minimale druk onderschreden Aanwijzing Maximale druk overschreden Aanwijzing F18007 Gewenste niveau bereikt Aanwijzing F18008 Niveau in achtertank te laag, rondpompen gestopt Aanwijzing Min. 1TB is geopend & ingestelde niveaualarmgrens > 0 & actuele tankinhoud < ingestelde niveaualarmgrens /// Vanaf softwareversie 1.06.xx: zodra de niveau-alarmgrens wordt onderschreden, wordt de melding eenmalig gegeven en krijgt de aanwijzing van het niveau een gele achtergrond De melding verschijnt, wanneer als bron voor de snelheid "gesimuleerde snelheid" is gekozen en op een andere bron een snelheid > 1 km/h wordt herkend Min. 1TB geopend & ingestelde pomptoerental wijkt met meer dan de ingestelde grenzen (%min/%max) af Minimaal een deelbreedte geopend en hoeveelheidsregeling op automatisch en actuele spuithoeveelheid wijkt gedurende min. 10 s met min. 11% af van de ingestelde gewenste hoeveelheid. Minimaal een deelbreedte geopend en actuele druk is lager dan de ingestelde minimale druk Actuele druk is sinds min. 10 s groter dan de ingestelde maximale druk en de ingestelde druk is niet = 0 Zonder comfortpakket: alarmmelding verschijnt 50 l voor het bereiken van het ingestelde niveau. Met comfortpakket: alarmmelding verschijnt 10 l voor het bereiken van het ingestelde niveau. Uitzondering UX met roerdrukregeling: hier verschijnt eerst de melding 20 l. Niveau in achtertank < 150 l, fronttank in handmatige modus "circulatie" Wanneer de melding niet is gewenst, kan de niveaualarmgrens op 0 liter worden ingesteld. Pomptoerental of grenswaarde aanpassen Wanneer deze foutmelding niet is gewenst, dan de grenswaarde op 0 omw/min instellen. Sproeierkeuze controleren Vloeistofcircuit op lekkages/verstoppingen controleren Doorstroommeter controleren Roerwerkinstelling controleren Druk in het vloeistofcircuit verhogen of de grens min. druk aanpassen Druk in het vloeistofcircuit verlagen of de grens max. druk aanpassen 128 ISOBUS spuit BAG
129 Storing F18009 Kritisch niveau in fronttank, alleen handmatig pompen naar achteren mogelijk Aanwijzing Niveau in fronttank is hoger dan het nominale volume van de fronttank + 70 l (actueel 1070 l) Pomp inschakelen en vloeistof handmatig naar achteren pompen F18011 Sproeierbody moet worden onderhouden. Neem contact op met uw dealer. Aanwijzing Deze melding verschijnt, wanneer de AmaSelect sproeierbody meer dan schakelcycli sinds het laatste onderhoud heeft uitgevoerd Sproeierbody laten onderhouden F18012 Section Control werd door Terminal uitgeschakeld. Aanwijzing F18013 Snelheidsbron uitgevallen, laatste snelheid wordt gesimuleerd Aanwijzing 15.3 Uitval van functies zonder alarmmelding op de terminal Wanneer functies uitvallen, die niet op de bedieningsterminal worden getoond, controleer dan de zekering van de laststroomvoeding op de tractor Uitval van het snelheidssignaal van ISO-Bus Als bron van het snelheidssignaal kan een gesimuleerde snelheid in het menu "Machinegegevens" worden ingevoerd. Dit maakt verder werken mogelijk zonder een signaal voor de snelheid. Hiervoor: 1. Gesimuleerde snelheid ingeven 2. Tijdens het verder werken moet de ingevoerde gesimuleerde snelheid worden aangehouden. Bron snelheid configureren Bron Snelheid ISOBUS spuit BAG
130 Storing 15.5 Storingen hydraulische pompaandrijving Storing Oorzaak Oplossing Bij de bediening van een hydraulische functie aan de spuit of de tractor neemt het pomptoerental kortstondig sterk toe. Bij een verhoging van het motortoerental van de tractor neemt het toerental van de pompaandrijving toe tot boven het gewenste toerental. De hydraulische olie van de tractor is te koud. Het hydrauliekfilter naar de pompaandrijving is verstopt. De drukverliezen tussen de hydrauliekpomp van de tractor en de pompaandrijving zijn te groot. Bij een lager motortoerental transporteert de hydraulica van de tractor te weinig olie. Na een paar minuten bedrijf is de olie opgewarmd en blijft het toerental constant. Hydrauliekfilter vervangen De standbydruk in het hydraulisch systeem van de tractor moet worden verhoogd. Indien u deze niet op uw tractor kunt bijstellen, neem dan contact op met de dealer van uw tractor. Hout het motortoerental hoger. 130 ISOBUS spuit BAG
131 Storing ISOBUS spuit BAG
132 H. DREYER GmbH & Co. KG Postfach 51 D Hasbergen-Gaste Germany Tel.: + 49 (0) [email protected] Overige vestigingen: D Hude D Leipzig F Forbach, Fabrieksvestigingen in Engeland en Frankrijk Fabrieken voor strooiers van minerale kunstmest, landbouwsproeiers, zaaimachines, grondbewerkingsmachines en tuin- en parkmachines
Software ISOBUS voor
Bedieningshandleiding az Software ISOBUS voor ZA-V MG4962 BAG0134.7 11.16 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de bedieningshandleiding
az GPS-Switch Bedieningshandleiding Boordcomputer
Bedieningshandleiding az GPS-Switch Boordcomputer MG 2371 BAG0059.3 12.08 Printed in Germany Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de bedieningshandleiding
Uitsluitend aansluiten op de spanning en frequentie zoals aangegeven op het typeplaatje.
MODELLEN 1221 AANSLUITINGEN 1 kanaal 2 kanalen VEILIGHEIDSINSTRUCTIES In verband met brandgevaar of het risico op een elektrische schok dient inbouw en montage uitsluitend door een elektro vakman te geschieden.
ENA 50-60 Bijlage. Installatie- en bedieningsinstructies. Flamco www.flamcogroup.com
ENA 50-60 Bijlage Installatie- en bedieningsinstructies Flamco www.flamcogroup.com Editie 2010 / NL Inhoud Pagina 1. Inbedrijfstelling 3 1.1. Inbedrijfstelling ENA 50/60 3 1.2. Parameters instellen voor
BE 1000 Brand BEDIENINGS INSTRUCTIE INHOUDSOPGAVE 30.0221.9535 A3
BEDIENINGS INSTRUCTIE BE 1000 Brand 30.0221.9535 A3 INHOUDSOPGAVE Inleiding en aanwijzingen voor de veiligheid............. 2 Toelichting weergave en bedieningselementen Display en toetsen.....................................
Aanbouw- en bedieningshandleiding
Aanbouw- en bedieningshandleiding Joystick III Stand: V2.20141208 3032258305-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst. Impressum Document
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding az AMASPREAD + Bedieningsterminal MG5232 BAG0126.3 05.16 Printed in Germany nl Lees en schenk aandacht aan deze bedieningshandleiding voor u de machine in bedrijf stelt! Bewaren voor
Afbeelding 1: Schakelklok met alle segmenten
Art.-Nr.:..5201 DTST.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt
Jaloezie- en rolluikbesturingssysteem Jaloeziebesturingsknop, Jaloeziebesturingsknop met sensordetectie
Jaloeziebesturingsknop Best.nr. : 2328.. Jaloeziebesturingsknop met sensordetectie Best.nr. : 0820.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen
Afbeelding 1: Schakelklok met alle segmenten
Best. nr. : 1175.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Nederlands Français. Handleiding. Mobile Station
Nederlands Français Handleiding Mobile Station 60653 Inhoudsopgave Pagina Mobile Station Mobile Station 3 Aansluiten 3 Menu, toetsfuncties 4 Taalkeuze 4 Loc invoeren, configureren Rijden, toetsfuncties
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Afdekking Standaard met timerfunctie Art. nr. : ST.. Bedieningshandleiding
Art. nr. :.. 5232 ST.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële
GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART TIMER
Voertuigverwarmingen Technische documentatie GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART TIMER NL Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen Hoofdstuk Naam hoofdstuk Inhoud hoofdstuk Pagina 1 Inleiding 1.1
Toetselement onder lang indrukken: het licht wordt met minimale lichtsterkte ingeschakeld.
Best. nr.: 5406 00 Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade
Handleiding. Besturingen Megaspray. LEMKEN GmbH & Co. KG
Handleiding Besturingen Megaspray - nl - LEMKEN GmbH & Co. KG Weseler Straße 5, 4659 Alpen / Germany Telefoon +49 28 02 8 0, Fax +49 28 02 8 220 [email protected], www.lemken.com 75082 0/08.3 Beste klant!
Bedieningshandleiding. ExaControl E7R S
Bedieningshandleiding ExaControl E7R S UW APPARAAT GEBRUIKEN UW APPARAAT GEBRUIKEN 1 Het apparaat wordt geleverd met: Snelstartgids voor de gebruiker, Snelstartgids voor de installateur, Garantieverklaring
Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat
Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat Techneco Energiesystemen BV Kleveringweg 9 2616 LZ Delft T. 015 21 91 000 Symbolen Beschrijving Menu selecteren, wisselen bedrijfsmodus Verstellen waarde
1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. LB-management. Power DALI-taststuureenheid TW
Art. nr.: 1713DSTE Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade
1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. Systeem DALI-Power-besturingseenheid inbouwbasiselement
Best. nr.: 5406 00 Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade
az AMATRON 3 Bedieningshandleiding Bedieningsterminal
Bedieningshandleiding az AMATRON 3 Bedieningsterminal MG4164 BAG0094.6 02.15 Printed in Germany nl Lees deze bedieningshandleiding voor gebruik door en volg de aanwijzingen zorgvuldig op! Bewaar de bedieningshandleiding
Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG
Een merk van Dohse Aquaristik Gebruikshandleiding HumidityControl eco Art. nr. 10896 Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG www.dohse-terraristik.com Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1 Display 1.2 Veiligheidsinstructies
GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE
Voertuigverwarmingen Technische documentatie NL GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen EasyStart Select Bedienungsanleitung EasyStart Remote Gebruiksaanwijzing
Bedieningselement voor de Eeberspächer-standverwarmingen A WORLD OF COMFORT
Voertuigverwarmingen Technische documentatie Gebruiksaanwijzing EasyStart Timer NL Gebruiksaanwijzing Beknopte handleiding Inbouwhandleiding Bedieningselement voor de Eeberspächer-standverwarmingen A WORLD
INSTALLATIEHANDLEIDING. SBG SmartSwitch. Müller ISOBUS
INSTALLATIEHANDLEIDING SBG SmartSwitch Müller ISOBUS SBG SmartSwitch I Müller ISOBUS Versie 0.5 Vrij voor aantekeningen: Pag 2/18 I SBG SmartSwitch Muller ISOBUS -IM-NL-V0.5 SBG SmartSwitch Muller ISOBUS
GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL
GPS NAVIGATION SYSTEM QUICK START USER MANUAL DUTCH Van start gaan Als u de navigatiesoftware de eerste keer gebruikt, wordt een automatisch proces gestart voor het instellen van de basisinstellingen.
Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA
Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA Versie handleiding: 1.0 P a INLEIDING COMFORT-LUCHTGORDIJN MET CHIPS-REGELING 1.. Inleiding 1.1 Over deze aanvullende handleiding
draaimolen programmeren PC
Roboc@r draaimolen programmeren PC Draaimolen inleiding tot het programmeren Een draaimolen kom je in verschillende uitvoeringen tegen op dorpsfeesten en in pretparken. De eerste door een motor aangedreven
GEBRUIKERSHANDLEIDING (NEDERLANDS) SBGuidance SmartSwitch sectiecontrole
GEBRUIKERSHANDLEIDING (NEDERLANDS) SBGuidance 4.0.0 sectiecontrole Woord vooraf WAARSCHUWING!: Alle personen die bij de montage, ingebruikname, bediening, onderhoud en reparatie van dit product betrokken
Boordcomputer. Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding $0$=21( Boordcomputer $0$7521 YRRUYHOGVSXLW MG 990 SB 237.3 (NL) 10.04 Printed in Germany Lees en schenk aandacht aan deze bedieningshandleiding voordat u de machine in bedrijf stelt!
GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART SELECT
Voertuigverwarmingen Technische documentatie NL GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART SELECT Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen EasyStart Select BedienungsanleitungEasyStart Select Gebruiksaanwijzing
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice
Focus LCD PRO Electronic (PPVE) ELEKTRISCHE DOORSTROMER VOOR TAPWATER
Focus LCD PRO Electronic (PPVE) ELEKTRISCHE DOORSTROMER VOOR TAPWATER Gebruikershandleiding Rev. 1808GG Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Veiligheidsinstructies.. 2 Bediening Focus LCD Electronic (PPE2)...
Air Trade Centre NV, Hoogstraat 180, 1930 Zaventem, België www.fujitsu-airco.be
Module voor redundantie/omschakelen GEBRUIKS- EN MONTAGEAANWIJZINGEN UTD-USM 208 Air Trade Centre NV, Hoogstraat 180, 1930 Zaventem, België www.fujitsu-airco.be Inhoud 1. Inleiding en veiligheidsvoorschriften...
Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG www.dohse-aquaristik.com
Een merk van Dohse Aquaristik Gebruikshandleiding ph-control eco Art. nr. 43000 Dohse Aquaristik GmbH & Co. KG www.dohse-aquaristik.com Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1 Display 1.2 Veiligheidsinstructies
Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA
Aanvullende handleiding Comfort-luchtgordijn met CHIPS-regeling Model CA Versie handleiding: 2.0 P a INLEIDING COMFORT-LUCHTGORDIJN MET CHIPS-REGELING 1.. Inleiding 1.1 Over deze aanvullende handleiding
AQUASMART Infrared remote control
LLOYD'S REGISTER QUALITY ASSURANCE AQUASMART Infrared remote control IS O 9 00 1 001 BEDIENING EN ONDERHOUD Afstandbediening IR afstandsbediening Lees deze gebruiksaanwijzing goed door voordat u de apparatuur
Aanpassen van de totale energieopbrengst bij de vervanging van een omvormer in installaties met communicatieproducten
Aanpassen van de totale energieopbrengst bij de vervanging van een omvormer in installaties met communicatieproducten Installatiehandleiding voor vakmensen 1 Toelichting bij dit document Geldigheid Dit
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing Fun2Go Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding EXCLUSIV COMPACT THERMOSTAAT Dit product heeft de volgende eigenschappen: 1) Regeling van de verwarming 2) Eenvoudig te programmeren 3) Twee programma's: programma ingesteld af fabriek
SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding
SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding NETVOEDING/BATTERIJEN De psense-ii gebruikt vier oplaadbare penlite (AA) batterijen. Om de batterijen te plaatsen of te vervangen moet je met een schroevendraaier
Power Monitor Pro. Bestnr.: 10 32 50. Omwille van het milieu 100% recyclingpapier
G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 10 32 50 Power Monitor Pro Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Impressum Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden
Bestnr. 198322 Micro + 198335 Micro 2+ suevia Digitale schakelklok Data Micro +/2+
Bestnr. 198322 Micro + 198335 Micro 2+ suevia Digitale schakelklok Data Micro +/2+ Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische
Beknopte gebruiksaanwijzing voor de belangrijkste functies van het Mobile Station
Beknopte gebruiksaanwijzing voor de belangrijkste functies van het Mobile Station NL Het in gebruik nemen van het Mobile Station U dient de stappen in de aangegeven volgorde uit te voeren. Mobile Station
Bedieningsinstructie
Bedieningsinstructie Kamerthermostaat ModuLine 00 763 7600 (203/08) NL 763 7600-000.TD Inhoudsopgave Inhoudsopgave Uitleg van de symbolen................. 2 2 Inleiding.............................. 2
7 Serie. The Future Starts Now. Digitale thermometers Temp7. Temp7 PT100. Temp7 NTC. Temp7 K/T
7 Serie Digitale thermometers Temp7 Temp7 PT100 Temp7 NTC Temp7 K/T Voor Pt100 RTD elektrodes 0,1 C van -99,9 tot +199,9 C / 1 C van -200 tot +999 C Voor NTC 30K elektrodes 0,1 C van -50,0 tot +150,0 C
Montage- en bedieningshandleiding
Montage- en bedieningshandleiding DGPS/Glonass-ontvanger AG-STAR Stand: V5.20150602 3030247600-02-NL Lees en volg deze bedieningshandleiding op. Bewaar deze bedieningshandleiding voor gebruik in de toekomst.
RGB wand bedieningspaneel DMX sturing en PWM output
RGB wand bedieningspaneel DMX sturing en PWM output Mooi afgewerkt wandpaneel voor de bediening van RGB led strips Touch bediening 2 opties: rechtstreekse bediening + aansturing of bediening via het DMX-512
LCD scherm va LCD scherm
scherm 1. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica
Concept 420 sm (productinformatie) Blad 1 04/2008
Concept 420 sm (productinformatie) Blad 1 04/2008 Hoogwaardige, microprocessorgestuurde slangenpomp met stappenmotor voor het doseren van vloeibare media. Uitrusting - 2 potentiometers voor instellen van
MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat
MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat VDH doc: 9675 Versie: v. Datum: 7729 Software: 9668 MC885HLCMP File: Do9675.wpd Regelbereik: 5/+7 C per, C * Werking De MC 885 HL CMP is een brander thermostaat
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene
installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88
PowerGrade. Korte gebruiksaanwijzing
PowerGrade Korte gebruiksaanwijzing Inhoudsopgave PowerGrade... 1 Korte gebruiksaanwijzing... 1 Inhoudsopgave... 2 1 Display uitleg... 3 2 Aan de slag... 4 Plaatsen van het paneel... 4 Afnemen van het
INSTALLATIEHANDLEIDING. SBG SmartSwitch. Delvano CommanderUnit
INSTALLATIEHANDLEIDING SBG SmartSwitch Delvano CommanderUnit SBG SmartSwitch I CommanderUnit Versie 0.5 Vrij voor aantekeningen: Pag 2/18 I SBG SmartSwitch CommanderUnit -IM-NL-V0.5 SBG SmartSwitch Commanderunit
Inhoudstafel pagina. Gebruikte symbolen, inbouw batterij / batterij vervangen.. 3
Inhoudstafel pagina Flash-versie TULOX 100, Typ 4.17.0010.0 2 Gebruikte symbolen, inbouw batterij / batterij vervangen.. 3 Openen / Openen na vierogen-identificatie / Sluiten, blokkeertijd 4 Code veranderen,
Installatiehandleiding
LC-Products B.V. tel. (+31) 088-8111000 email: [email protected] website: www.lc-products.nl LC-Products. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced in any form or by any means
Systeem 2000 Trappenhuisverlichtingsautomaat, Basiselement impulsgever. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat
DIN-rail trappenhuisverlichtingsautomaat Best.nr. : 0821 00 Basiselement impulsgever Best.nr. : 0336 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag
LCD scherm ve LCD scherm
scherm. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica zelf
Gebruikhandleiding TC-500
Gebruikhandleiding TC-500 1:001 Steek de oven in. 1.002 Schakel de TC-500 in (schakelaar 1/0) aan de bovenzijde van het kastje display 1 (groen) geeft de actuele temperatuur aan. 2:001 Programmering. Een
Bedieningshandleiding GTC-II
Bedieningshandleiding GTC-II Frico BV van Leeuwenhoekstraat 2 3846 CB Harderwijk Uitgave 020419 Inhoudsopgave 1. Toegang tot het Home menu... 4 2. Handmatig instellen... 4 2.1 Ventilatorstand instellen...
Een Net2 Entry Monitor configureren
Een Entry Monitor configureren Overzicht De Entry monitor is een audio / videomonitor en wordt gebruikt om op afstand te communiceren met bezoekers. Het wordt gevoed door middel van Power over Ethernet
1. Wat is een repeater?... 2. 2. Hoe in te stellen?... 2. A. Instellen via Wi-Fi Protected Setup (WPS)... 2
Inhoud 1. Wat is een repeater?... 2 2. Hoe in te stellen?... 2 A. Instellen via Wi-Fi Protected Setup (WPS)... 2 B. Instellen via instellingsassistent... 3 C. Instellen via de webinterface... 6 3. De Fritz!WLAN
DT-F1/DT-F1V. NL Revision 1
DT-F1/DT-F1V NL Revision 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 Plaats van de bedieningsorganen Toets AAN/UIT (dient ook als FM/TV golfbereikschakelaar op DT-F1V) Keuzetoets zendergeheugenplaats en opslaggebied
nl Hulp bij opstarten
nl Hulp bij opstarten Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Hulp bij opstarten bedieningspaneel 1.................................................................. 3 1.1 Opstartcyclus.................................................................................
Handleiding: instelling en werking E-Drive LCD display
Handleiding: instelling en werking E-Drive LCD display 1 Product en type naam 1.1 Intelligent LCD Display 1.2 Model: APT12LCD800S 2 Elektrische Parameters 24V/36V/48V batterij ondersteuning Rated operating
testo 885 / testo 890 warmtebeeldcamera Korte handleiding
testo 885 / testo 890 warmtebeeldcamera Korte handleiding Overzicht Bedieningsconcept De camera kan op twee verschillende manieren bediend worden. De bediening via touchscreen biedt een snelle toegang
Focus LCD Electronic (PPE2) ELEKTRISCHE DOORSTROMER VOOR TAPWATER
Focus LCD Electronic (PPE2) ELEKTRISCHE DOORSTROMER VOOR TAPWATER Gebruikershandleiding Rev. 1808GG Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Veiligheidsinstructies.. 2 Bediening Focus LCD Electronic (PPE2)... 3 Technische
Handleiding Oxan Radio met obstakeldetectie
Handleiding Oxan Radio met obstakeldetectie Leest a.u.b deze handleiding aandachtig door en let vooral op de veiligheidsaanwijzingen. Schade ontstaan door het niet in acht nemen van de bedienings- en onderhoudsaanwijzingen,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Producteigenschappen. 4 Bediening met 2-voudig toetselement. Systeem 3000
Best. nr.: 5404 00 Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade
Agrifac
Agrifac 2010-10-21 1 1. Algemeen Functie Toetsen Beschrijving 1. Inschakelen. De unit schakelt in, en het eerste werkscherm verschijnt. Systeem begint met injecteren. 2. Uitschakelen. 3. Keuze werkscherm.
Verkorte gebruiksaanwijzing
Verkorte gebruiksaanwijzing VeloPlus Contactgegevens fabrikant: Tel. +31 (0)315 257370 E-mail: [email protected] Website: www.vanraam.com Van Raam Aaltenseweg 56 7051 CM Varsseveld Nederland Versie 18.06
Handleiding ComfortTouch App voor Busch-ComfortTouch. Busch-ComfortTouch 9 8136/09-811 8136/09-825. Busch-ComfortTouch 12.1 8136/12-811 8136/12-825
2273-1-8367 21.08.2013 Handleiding Busch- 9 8136/09-811 8136/09-825 Busch- 12.1 8136/12-811 8136/12-825 1 Inleiding... 3 1.1 Beoogd gebruik... 3 2 Systeemvereisten voor mobiele eindapparaten... 4 3 Voorinstelling
MEUBELSLOTEN (LOCKERSLOTEN) DS300 / DS400 1/13. t 0183 30 28 00 f 0183 30 28 46 01 INHOUDSOPGAVE
MEUBELSLOTEN (LOCKERSLOTEN) ELEKTRISCHE INHOUDSOPGAVE 1 Inhoudsopgave 2 Bedienings element 3 Slot met bevestigings elementen 4 Installatie informatie 4 Preparatie van de deur 4 Installtatie 5 Draairichting
SBGuidance Bediening software
SNELSTARTHANDLEIDING (NEDERLANDS) (ORIGINEEL) SBGuidance 4.2.0 Bediening software 016-8000-104NL Rev. A Pagina 2/24 I SBGuidance Auto I NL I Rev. A Woord vooraf Woord vooraf Woord vooraf Deze gebruikershandleiding
Meer comfort en eenvoudige bediening ermogen meer v ecisie meer pr oudige bediening een t en meer comf tificering met AEF- cherm een-beelds
EEN VOOR ALLES Een -terminal met meer! Bijzonder ergonomisch 12,1" groot touchscreen-beeldscherm met AEF-certificering meer comfort en eenvoudige bediening meer precisie meer vermogen Meer comfort en eenvoudige
VDH doc Versie: v1.0 Datum: Software: ALFA75-MTT File: Do WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0,1 C
Gebruikershandleiding ALFA 75MTT MelkTankThermostaat. VDH doc. 080743 Versie: v.0 Datum: 29052008 Software: ALFA75MTT File: Do080743.WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0, C * Beschrijving. De ALFA 75MTT is een
Bedieningshandleiding DALI Power Potentiometer
Lichtmanagement Bedieningshandleiding DALI Power Potentiometer 1. Veiligheidsinstructies Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend geschieden door een landelijk erkend installatiebedrijf..
Honeywell. Gebruiksaanwijzing DFRC. RF Afstandsbediening Sfeerhaard
Honeywell Gebruiksaanwijzing DFRC RF Afstandsbediening Sfeerhaard SCHERM EN TOETSEN Uitleesvenster Toets Verhoog Toets Verlaag Toets Stop/Stand-by Toets Menu Scherm Handbediening. Klokprogramma actief.
GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7
GEBRUIKSAANWIJZING 1 3 2 1 4 11 NOT AVAILABLE 12 6 5 5 7 8 14 9 10 19 17 18 21 13 20 15 16 1 ONZE WELGEMEENDE DANK VOOR UW AANKOOP VAN DEZE AFSTANDS- BEDIENING. LEES DE HANDLEIDING AANDACHTIG ALVORENS
811.1. Gebruiksaanwijzing WTW PC-software
811.1 Gebruiksaanwijzing WTW PC-software Inhoudsopgave 1 FUNCTIONELE SPECIFICATIES........................................................................... 1 2 INSTALLATIE.............................................................................................
1 Veiligheidsinstructies
Universeel-seriedimmer-basiselement Best.nr. : 2263 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.
5 Elektronische sturing (VSE) 5.1 Werking Schema. Tractor
5 Elektronische sturing (VSE) 5.1 Werking 5.1.1 Schema 9 10 M 4 Tractor 8 2 7 7 5 1 5 1 6 3 3 62 1. Cilinders 2. ECU 3. Hoeksensor 4. Kingpensensor 5. Hydrauliek unit 6. Centreerleiding 7. Stuurleidingen
1103/2 Sinthesi lezermodule Proximity
1103/2 Sinthesi lezermodule Proximity Installatiehandleiding Versie 1.2 - januari 2007 Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. Wijzigingen voorbehouden. Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Technische
Printerinstellingen wijzigen 1
Printerinstellingen wijzigen 1 U kunt de instellingen van de printer wijzigen met de toepassingssoftware, het Lexmark printerstuurprogramma, het bedieningspaneel of het bedieningspaneel op afstand van
BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING
BEP 600-TLM2 CONTOUR MATRIX TANK MONITOR INSTALLATIE EN GEBRUIKS AANWIJZING INDEX KENMERKEN 3 AFMETINGEN 3 AANSLUIT SCHEMA 4 GEBRUIK 5 NOTITIES 6 ALARMEN EN STILALARM 7 MENU OVERZICHT 7 SET-UP EN PROGRAMMERING
1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Producteigenschappen. 4 Bediening met 2-voudig toetselement. System 3000
Best. nr.: 5404 00 Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade
Besturingspaneel v Raam E-systeem functie omschrijving v109
Besturingspaneel v Raam E-systeem functie omschrijving v109 Aantal druktoetsen: 4 stuks met de volgende functies: On/off toets voor in- en uitschakelen, toets 1 laagste vermogen, 2 midden stand, 3 max.
HANDLEIDING! " # $ %! & ' ' ' % $ %! & ( % ) * +, -. +/ ". +/
HANDLEIDING! " # $ %! & ' ' ' % $ %! & ( % ) * +, -. +/ 0 +1 1 ". +/ 0 + 1 1 2 1. Instructie verstelling tafel De loungewerktafel is voor een correcte zithouding uitgerust met horizontale en verticale
Gebruikershandleiding vochtmeter FMW * * FMW Vochtmeter. Gebruiksaanwijzing Versie 3.13 VOCHTMETERS
28.07.999 Gebruikershandleiding vochtmeter FMW *28.07.999* FMW Vochtmeter Gebruiksaanwijzing Versie 3.13 VOCHTMETERS Voorwoord Gefeliciteerd met de aankoop van de FMW microprocessor gestuurde vochtmeter.
WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00
WWW.TECHGROW.NL TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER software versie: 1.00 HANDLEIDING TechGrow HS-1 handleiding GEFELICITEERD! U heeft de TechGrow HS-1 Portable CO 2 Meter aangeschaft. De HS-1 CO 2 Meter
testo 865, 868, 871, Warmtebeeldcamera
testo 865, 868, 871, 872 - Warmtebeeldcamera Korte handleiding Korte handleiding Bedieningshan dleiding Pocket Guide Thermografie Video s Om via Bluetooth een verbinding te kunnen maken heeft u een tablet
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. LB-management. Jaloeziebasiselement Universeel. Jaloeziebasiselement Universeel Art. nr.
Art. nr.: 1731JE Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade mogelijk.
Trimble CFX-750 Display
Trimble CFX-750 Display eknopte handleiding WERKSCHERM The Trimble CFX-750 display is een touch-screen display, die wordt geconfigureerd en bediend door op de symbolen te drukken die op het scherm verschijnen.
Inhoudsopgave Uitpakinstructies...1 Voordat u begint...5 Installatie...6 De fles met verzegelingsvloeistof vullen...9
Inhoudsopgave 1 Uitpakinstructies...1 Verpakkingsmateriaal verwijderen...3 2 Voordat u begint...5 3 Installatie...6 De documentfeederladen installeren...6 De schuif en opvanglade installeren...7 Zijuitgang...8
installatiehandleiding Alarmlicht
installatiehandleiding Alarmlicht INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88 E-mail WoonVeilig [email protected]
1. Wat is een repeater?... 2. 2. Hoe in te stellen?... 2. A. Instellen via Wi-Fi Protected Setup (WPS)... 2
Inhoud 1. Wat is een repeater?... 2 2. Hoe in te stellen?... 2 A. Instellen via Wi-Fi Protected Setup (WPS)... 2 B. Instellen via instellingsassistent... 3 C. Instellen via de webinterface... 6 3. De Fritz!WLAN
NAVIGATIE. Quick Start Guide X-302MH. Nederlands. Rev 1.0
NAVIGATIE Quick Start Guide X-302MH Nederlands Rev 1.0 Van start gaan Als u de navigatiesoftware de eerste keer gebruikt, wordt een automatisch proces gestart voor het instellen van de basisinstellingen.
Vertaling van de originele bedieningshandleiding 1.2. Zorgvuldig doorlezen voor de inbedrijfname! Uitgave: 02/2017, V.1.0. Bestelnr.
Vertaling van de originele bedieningshandleiding 1.2 Zorgvuldig doorlezen voor de inbedrijfname! Uitgave: 02/2017, V.1.0 Bestelnr.: 00601-3-339 2 Het mag NIET onaangenaam en overbodig lijken, de gebruiksaanwijzing
