Samenwerkingsprotocol CBP-OPTA
|
|
|
- Leen Brouwer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Samenwerkingsprotocol CBP-OPTA Afspraken tussen het College bescherming persoonsgegevens en het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit over de wijze van samenwerking bij het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens en van de Telecommunicatiewet en de bij of krachtens op grond daarvan vastgestelde regelgeving. Gehanteerde afkortingen CBP OPTA Algemene privacyrichtlijn Bijzondere privacyrichtlijn College bescherming persoonsgegevens Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG nr L 281 van 23 november 1995) Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van van 12 juli 2002 betreffende betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie, PbEG nr L 201van 31 juli 2002) WBP Wet bescherming persoonsgegevens (Stb. 2001, nr 180) TW Telecommunicatiewet (Stb. 1998, nr 610; gewijzigd Stb. 2004, nr 189) BUDE RUDE het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Stb. 2004, nr. 203) de Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Stcrt. 2004, nr 92) Wet OPTA Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit (Stb. 1997, nr 580) Awb Algemene wet bestuursrecht (Stb. 1992, nr 315) Considerans 1. De in dit samenwerkingsprotocol vastgelegde afspraken tussen het CBP en het college van OPTA komen voort uit de samenloop van bevoegdheden van voornoemde colleges voor het uitoefenen van toezicht op de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer binnen de sector elektronische communicatie. Er bestaat geen formeel wettelijke verplichting voor beide instanties een dergelijk samenwerkingsprotocol vast te stellen. Toch achten beide colleges het wenselijk om, gezien de verbanden die er bestaan tussen hun taken, te komen tot wederzijdse afspraken. Deze taken hangen immers met elkaar samen. In het algemeen, maar ook in concrete zaken, kunnen beide colleges profiteren van de wederzijdse kennis en ervaring en van het afbakenen en verduidelijken van elkaars bevoegdheden en verantwoordelijkheden. 2. Dit document geeft de afspraken weer over de wijze van behandeling van aangelegenheden waarbij de aan OPTA en het CBP opgedragen taken of de uitoefening van de aan OPTA en het CBP toegekende bevoegdheden elkaar raken of overlappen. Deze afspraken zijn in lijn met hetgeen hierover is gezegd door de Minister van Economische Zaken bij de kamerbehandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet. 1 1 Kamerstukken II, , nr. 7, Nota naar aanleiding van het verslag, blz
2 3. Met deze afspraken scheppen OPTA en het CBP een kader voor samenwerking, zodat deze niet langer op ad hoc basis behoeft plaats te vinden. Daarnaast beogen de afspraken een duidelijk beeld aan de buitenwereld te geven van hoe deze samenwerking verloopt. Partijen 1. Het CBP is onder meer belast met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij of krachtens wet bepaalde. 2. OPTA is onder meer belast met uitvoering en handhaving van het toezicht op wet- en regelgeving ten aanzien van openbare elektronische communicatiediensten en -netwerken, overeenkomstig het bij of krachtens wet bepaalde. Juridisch kader Internationaal Op de verwerking van persoonsgegevens in de sector elektronische communicatie ziet zowel de algemene als de bijzondere privacyrichtlijn. De bepalingen uit de bijzondere privacyrichtlijn geven aan de normen uit de algemene privacyrichtlijn een nadere invulling; waar nadere uitwerking in de bijzondere richtlijn ontbreekt, geldt de algemene richtlijn. Daarnaast heeft de bijzondere privacyrichtlijn een aanvullend karakter, aangezien er bepalingen in zijn opgenomen die ook van toepassing zijn als er geen sprake is van verwerking van persoonsgegevens. Nationaal 1. De algemene privacyrichtlijn is geïmplementeerd in de WBP, alsmede andere op deze wet gebaseerde regelgeving. De WBP richt zich primair tot verantwoordelijken voor de gegevensverwerking, en is alleen van toepassing in de sector elektronische communicatie waar sprake is van de verwerking van persoonsgegevens. 2. De bijzondere privacyrichtlijn is geïmplementeerd in hoofdstuk 11 van de TW, alsmede andere op deze wet gebaseerde regelgeving, in het bijzonder BUDE en RUDE. De Tw richt zich primair tot aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten. 3. In hoofdstuk 11 TW, BUDE en RUDE zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van abonnees en gebruikers en bepalingen die betrekking hebben op een verwerking van persoonsgegevens door onder meer aanbieders van elektronische communicatienetwerken en diensten. I Verwijzing Artikel 1 1. OPTA en het CBP zullen bevorderen dat belanghebbenden zich wenden tot het CBP in zaken waarin uitsluitend of overwegend de WBP van toepassing is. 2. OPTA en het CBP zullen bevorderen dat belanghebbenden zich wenden tot OPTA in zaken waarin uitsluitend of overwegend de TW van toepassing is. II Behandeling bij samenlopende bevoegdheden Artikel 2 1. In zaken waar de TW toepassing vindt en waarin bovendien sprake is van een verwerking van persoonsgegevens kan er samenloop bestaan tussen de bevoegdheden van OPTA en het CBP. OPTA en CBP gaan telkens na of van samenloop sprake is en overleggen voor zover nodig met elkaar over de uitoefening van bevoegdheden. 2. OPTA is bevoegd ten aanzien van de bepalingen in Hoofdstuk 11 van de Tw, Bude en Rude. OPTA zal zich bij het uitoefenen van haar bevoegdheden primair richten op gevallen waar het zwaartepunt in de toepassing van de bepalingen van de Tw, Bude en Rude ligt. 3. Het CBP is bevoegd in gevallen waar sprake is van een verwerking van persoonsgegevens binnen de elektronische communicatiesector. Het CBP zal zich bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden primair richten op gevallen waar het zwaartepunt in de toepassing van bepalingen van de WBP ligt. 2
3 Artikel 3 1. De uitoefening van bevoegdheden bevat mede de beslissing om in voorkomende gevallen niet op te treden. 2. Indien één van beide partijen bij dit samenwerkingsprotocol niet binnen een redelijke termijn op grond van zijn eigen bevoegdheden optreedt tegen een mogelijk onzorgvuldige verwerking van persoonsgegevens of een overtreding van de bepalingen van hoofdstuk 11 van de Tw, dan kan de andere partij de zaak alsnog (verder) in behandeling nemen, voorzover deze daartoe bevoegd is. 3. Voorafgaand aan het in behandeling nemen stelt de optredende partij de niet optredende partij in de gelegenheid om binnen drie weken alsnog over te gaan tot optreden tegen een mogelijk onzorgvuldige verwerking dan wel de handhaving van het in hoofdstuk 11 van de Tw bepaalde. In uitzonderlijke situaties en na onderling overleg bestaat de mogelijkheid van verlenging van de in het vorige lid genoemde termijn met nog eens drie weken. III Taakverdeling ten aanzien van specifieke onderwerpen Spam Artikel 4 Dit samenwerkingsprotocol treedt in de plaats van de werkafspraken spam (Stcrt. 2004, nr 205), die hierdoor komen te vervallen. Artikel 5 1. Dit artikel betreft het toezicht op de naleving van artikel 11.7 Tw voor zover het elektronische berichten en de daarvoor benodigde contactgegevens betreft. 2. OPTA zal haar bevoegdheden uitoefenen daar waar sprake is van het gebruik van elektronische berichten voor het overbrengen van communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden. 3. Het CBP zal zijn bevoegdheden uitoefenen daar waar sprake is van het verwerken van elektronische contactgegevens voor elektronische berichten, anders dan het gebruik als bedoeld in het vorige lid. Artikel 6 Daar waar sprake is van internationale samenwerking tussen de op grond van de bijzondere richtlijn bevoegde toezichthoudende autoriteiten zal OPTA in beginsel als contactorgaan optreden. Beide toezichthouders nemen voorts deel aan voor hun taakuitoefening relevante samenwerkingsverbanden. IV Gezamenlijke behandeling Artikel 7 1. OPTA en het CBP stellen in onderling overleg vast welke onderwerpen, waarbij sprake is van samenlopende bevoegdheden, zij gezamenlijk willen behandelen. In ieder geval één keer per jaar of zoveel vaker als noodzakelijk zullen OPTA en CBP de feitelijke invulling van werkzaamheden, waaruit de samenwerking bestaat, per onderwerp nader bepalen. 2. OPTA en het CBP kunnen een gezamenlijk behandelteam samenstellen.het behandelteam doet een voorstel voor (een) te nemen besluit(en) of de te verrichten handeling(en). Dit voorstel wordt steeds ter goedkeuring voorgelegd aan het college van OPTA en het CBP. 3. Indien OPTA en het CBP gedurende de gezamenlijke uitoefening van samenlopende bevoegdheden in onderling overleg tot de conclusie komen dat het onderzoek op basis van effectiviteit van het wettelijk instrumentarium en of uit efficiëntieoverwegingen beter door de één dan door de ander kan worden voortgezet, treedt die ander alsnog terug en staakt verdere behandeling. Het terugtredende college bericht het andere college over de staking van de behandeling. V Interpretatie van begrippen Artikel 8 Begrippen uit de algemene regelgeving, de WBP, en begrippen uit de bijzondere regelgeving, de TW, inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zullen door OPTA en het CBP op consistente 3
4 wijze worden uitgelegd. OPTA en het CBP consulteren elkaar voor zover nodig over de wijze van uitleg van begrippen. VI Advisering en overleg Artikel 9 1. OPTA en het CBP zullen elkaar vanuit hun eigen deskundigheid op verzoek of voor zover nodig ambtshalve met raad en daad bijstaan. Zij zullen op elkaars verzoek om bijstand binnen drie weken na ontvangst van het desbetreffende verzoek reageren. 2. OPTA en het CBP kunnen in elkaars (al dan niet ambtshalve) onderzoeken over en weer als deskundige in de zin van artikel 5:15, derde lid, Awb optreden. Daartoe stellen zij elkaar op verzoek en voor zover mogelijk mensen en middelen beschikbaar. 3. In uitzonderlijke situaties en na onderling overleg bestaat de mogelijkheid van verlenging van de in lid 1 genoemde termijn met nog eens drie weken. 4. OPTA en het CBP benoemen ieder een contactpersoon die verantwoordelijk is voor het in stand houden van wederzijdse communicatie zoals bedoeld in dit samenwerkingsprotocol. 5. Ieder kwartaal, of zoveel vaker als nodig is, vindt overleg plaats tussen de contactpersonen van OPTA en het CBP. VII Uitwisseling van informatie Artikel Op de uitwisseling en verstrekking van informatie tussen OPTA en het CBP zien artikel 24 Wet OPTA en artikel 8 sub e j o 51 WBP j o artikel 2:5 Awb. 2. OPTA en het CBP informeren elkaar wederzijds over aangelegenheden die van belang kunnen zijn voor de uitoefening van de taken van de andere toezichthoudende instantie voor zover wettelijke bepalingen hieraan niet in de weg staan. 3. Alvorens informatie te verstrekken op basis van artikel 24, tweede lid, Wet OPTA, treedt OPTA in overleg met het CBP, in verband met de onderzoeksplicht die het CBP in dat geval als ontvangende instantie heeftop grond van artikel 24, derde lid, Wet OPTA. 4. OPTA en het CBP behandelen de van elkaar ontvangen informatie als vertrouwelijk, voor zover dit uit de aard van de informatie voortvloeit. De gegevens worden slechts gebruikt voor het doel waarvoor ze aan de ander zijn verstrekt. 5. Bij het behandelen van een klacht die betrekking heeft op een van de onderwerpen waarbij sprake is van samenlopende bevoegdheden van OPTA en het CBP als bedoeld in dit samenwerkingsprotocol kan de uitwisseling van klachtinformatie noodzakelijk zijn voor een bevredigende afhandeling van deze klacht. OPTA en het CBP informeren de desbetreffende klager en beklaagde zodra het voornemen bestaat om klachtinformatie met de andere bevoegde toezichthouder te delen, behoudens als een onderzoek hierdoor zou kunnen worden gefrustreerd. VIII Publiciteit Artikel OPTA en het CBP stellen ieder op hun eigen website dit samenwerkingsprotocol beschikbaar voor het publiek. 2. OPTA en het CBP richten ieder op hun eigen website een gedeelte in waarbij aan het publiek voorlichting wordt gegeven over de uitoefening van de ieder toekomende bevoegdheden. 3. OPTA en het CBP informeren elkaar over en stemmen voor zover nodig onderling af de publicatie van beslissingen, resultaten of overige mededelingen die betrekking hebben op gezamenlijke bevoegdheden. Publicaties kunnen onder meer plaats vinden op in de OPTA - service, in het OPTA -blad Connecties, op in de CBP- service of in het katern Berichten van het College bescherming persoonsgegevens in het tijdschrift Privacy & Informatie. IX Aanpassingen en wijzigingen Artikel OPTA en het CBP kunnen in onderling overleg op grond van bijzondere omstandigheden besluiten om af te wijken van de afspraken in dit protocol. 4
5 2. Het protocol kan in onderling overleg tussentijds worden aangepast of aangevuld en zal in overeenstemming worden gebracht met eventuele wetswijzigingen. 3. Jaarlijks wordt door OPTA en het CBP gezamenlijk bekeken of een aanpassing van dit protocol noodzakelijk is. Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar de realisatie van de gestelde doelen en naar de praktische werkbaarheid van hetgeen in het protocol is vastgelegd en de wenselijkheid om dit protocol aan te vullen met in de praktijk gebleken nuttige werkafspraken en beleidsregels. X Looptijd en werkingsduur Artikel Dit samenwerkingsprotocol treedt in werking met ingang van de dag volgend op de dagtekening van de publicatie ervan in de Staatscourant. Het heeft een werkingsduur van 3 jaar. 2. Dit convenant kan slechts schriftelijk en met instemming van partijen worden gewijzigd. 3. Als dit convenant niet schriftelijk tenminste zes maanden voor de vervaldatum wordt opgezegd, wordt het geacht te zijn verlengd met één jaar onder dezelfde voorwaarden. Den Haag, 30 juni 2005 Het college van de Onafhankelijke Post- en Telecommunicatie Autoriteit, Het College bescherming persoons-gegevens, Prof. Dr. J.C. Arnbak, voorzitter Mr. J. Kohnstamm, voorzitter 5
Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ
Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ Afspraken tussen het College bescherming persoonsgegevens en de Inspectie voor de gezondheidszorg over de wijze van samenwerking bij het toezicht op de naleving van de bepalingen
Samenwerkingsprotocol. Commissariaat voor de Media. Agentschap Telecom
Samenwerkingsprotocol Commissariaat voor de Media en Agentschap Telecom Partijen, 1. het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat ) en 2. Agentschap Telecom (hierna: AT ) Overwegen het volgende:
Openbaar. Gezamenlijk rechtsoordeel van CBP en OPTA inzake tell-a-friend systemen op websites
Gezamenlijk rechtsoordeel van CBP en OPTA inzake tell-a-friend systemen op websites Inleiding... 2 Juridisch kader... 3 Bevoegdheid OPTA en bevoegdheid CBP... 3 Aanleiding rechtsoordeel... 3 Toepasbaarheid
Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg
Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg Afspraken tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport over de wijze
Samenwerkingsprotocol. Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit
Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Afspraken tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit over de wijze
Dit samenwerkingsconvenant vervangt het Samenwerkingsprotocol tussen de AFM en de NZa van 10 september 2007;
Samenwerkingsconvenant tussen de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) inzake de samenwerking en de uitwisseling van informatie met betrekking tot toezicht
Samenwerkingsprotocol
Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische
NOTA VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN
Besluit van. tot wijziging van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen in verband met in verband met de wijziging van artikel 12.1 Telecommunicatiewet NOTA VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN
Samenwerkingsprotocol Logius. Agentschap Telecom
- Samenwerkingsprotocol Logius Agentschap Telecom Partijen: Agentschap Telecom, vertegenwoordigd door de Directeur - Hoofdinspecteur mr. drs. P.A. Spijkerman, verder te noemen: AT. en De Minister van Binnenlandse
Artikel 2 Samenwerking en informatie-uitwisseling met betrekking tot de Wok, Wft en Wwft
Convenant tussen de Kansspelautoriteit en de Stichting Autoriteit Financiële Markten inzake de samenwerking en uitwisseling van informatie met betrekking tot het toezicht uit hoofde van de Wok, Wft en
Samenwerkingsprotocol. Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code
Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische
Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit
Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere
TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT
TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT Inleiding Op 29 december 2006 is de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) in werking getreden. De Whc implementeert verordening 2006/2004
Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit
Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere taken van gemeenschappelijk
SAMENWERKINGSPROTOCOL BUREAU TELECOMMUNICATIE EN POST EN DE FAIR TRADE AUTHORITY CURAÇAO
SAMENWERKINGSPROTOCOL BUREAU TELECOMMUNICATIE EN POST EN DE FAIR TRADE AUTHORITY CURAÇAO 26 juni 2018 De openbare rechtspersonen: i. het Bureau Telecommunicatie en Post (hierna: BT&P), ingesteld bij Landsverordening
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.
Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en de Telecommunicatiewet in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking van maatregelen voor de beveiliging van persoonsgegevens (meldplicht
het College bescherming persoonsgegevens, gevestigd in Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de voorzitter, hierna te noemen: het CBP
Samenwerkingsovereenkomst tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het College bescherming persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van de zelfevaluatie BRP door gemeenten
Convenant inzake samenwerking op het gebied van toezicht op accountantsorganisaties. tussen
Convenant inzake samenwerking op het gebied van toezicht op accountantsorganisaties tussen de Stichting Autoriteit Financiële Markten en het Nederlands Instituut van Registeraccountants alsmede tussen
Samenwerkingsconvenant informatieuitwisseling CIZ - NZa
Samenwerkingsconvenant informatieuitwisseling CIZ - NZa Samenwerkingsconvenant tussen de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met betrekking tot onderlinge
Contactpersoon Ons kenmerk Uw kenmerk Doorkiesnummer. Reactie OPTA consultatiedocument nummeridentificatie
OPENBARE VERSIE College Bescherming Persoonsgegevens Contactpersoon Ons kenmerk Uw kenmerk Doorkiesnummer OPTA/EGM/2005/200257 z2003-0091 Datum Onderwerp Bijlage(n) Reactie OPTA consultatiedocument nummeridentificatie
Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid 2011
Bijlage: Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid 2011 Artikel 1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. bevoegd gezag: het orgaan dat in
Openbare versie. Bijlage 1: Boetebeleid en handhavingsbeleid spam. 1. Inleiding
Bijlage 1: Boetebeleid en handhavingsbeleid spam 1. Inleiding 1.1. De Telecommunicatiewet geeft het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (hierna: het college) de bevoegdheid
de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Economische Zaken,
De Minister van Veiligheid en Justitie, handelend in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 2011, nr., houdende vaststelling van een technisch protocol met betrekking tot de wijze van aflevering van geïntercepteerde telecommunicatie (Regeling
Pagina. ACM Beleidsregel kenbaarheid van internetsnelheden. De Autoriteit Consument en Markt
ACM Beleidsregel kenbaarheid van internetsnelheden De Autoriteit Consument en Markt Gelet op de artikelen 15.1, derde lid, 15.2 en 15.4 van de Telecommunicatiewet, de artikelen 4, eerste lid onder d, en
Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen
Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft een aanvraag ontvangen tot het afgeven van een verklaring in
Zienswijze ronde tafel wetsvoorstel brede meldplicht. 24 februari Inleiding
Zienswijze ronde tafel wetsvoorstel brede meldplicht 24 februari 2012 Inleiding 1. De deelnemers aan de ronde tafel voor consumentenzaken (hierna: Partijen) hebben kennisgenomen van de consultatieversie
De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie
Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe
Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe accountants, accountantsorganisaties en (mede)beleidsbepalers daarvan en (ii) financiële ondernemingen en (mede)beleidsbepalers
Afdeling 3.4A Informatie over samenhangende besluiten
Consultatieversie Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten in verband met het nieuwe omgevingsrecht en het nieuwe nadeelcompensatierecht VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander,
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.
Wet van houdende wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg, de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten bij elektronische
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wijziging in SZW wetgeving
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN De minister van Sociale Zaken en
De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet.
Werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inspectie), de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) over de wijze van samenwerking
Convenant inzake de samenwerking op grond van art. 64 Wet SUWI
Belastingdienst Convenant inzake de samenwerking op grond van art. 64 Wet SUWI Datum Convenant samenwerking 64 Suwt Pagina 1 van 5 Partijen: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheld handelend in
Ons kenmerk [VERTROUWELIJK] Contactpersoon [VERTROUWELIJK]
Autoriteit Persoonsgegevens AANGETEKEND Datum Contactpersoon Onderwerp Besluit tot invordering en voornemen tot publicatie Geachte, Bij besluit van 11 mei 2017 met kenmerk heeft de Autoriteit Persoonsgegevens
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
POLITIE DCMR. nrrna. Rijnmond. milieudienst. Convenant gegevensuitwisseling tussen de politie Rotterdam-Rijnmond en de DCMR Milieudienst Rijnmond
POLITIE nrrna DCMR milieudienst Rijnmond Convenant gegevensuitwisseling tussen de politie Rotterdam-Rijnmond en de DCMR Milieudienst Rijnmond DMS 21007606 Rotterdam, 14 januari 2010 De politie Rotterdam-Rijnmond,
Convenant. va n. Fraudehel pdes k. n 1. aan
0FRAU DEH ELPDESK. ni Convenant inzake de informatie-overdracht va n Fraudehel pdes k. n 1 aan het Bureau Financieel Toezicht Convenant Fraudehelpdesk - Bureau Financieel Toezicht 1 mei 2015 Bureau BUREAU
Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe
Autoriteit woningcorporaties Inspectie Leefomgeving en Transport Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe accountants, accountantsorganisaties en (mede)beleidsbepalers
Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens
POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen
Beleidsregels met betrekking tot de handhaving van artikel 11.7, eerste tot en met vierde lid, van de Telecommunicatiewet (Handhavingsbeleid spam)
OPTA HANDHAVINGSBELEID SPAM Beleidsregels met betrekking tot de handhaving van artikel 11.7, eerste tot en met vierde lid, van de Telecommunicatiewet (Handhavingsbeleid spam) 1. Inleiding 1.1. De Telecommunicatiewet
Partos Nalevingsprocedure oktober 2012
Partos Gedragscode Nalevingsprocedure oktober 2012 2 Toelichting Het doel van de Gedragscode is het weergeven van die waarden volgens welke de lidorganisaties van Partos willen handelen. Via deze nalevingsprocedure
Klachtencommissie Goed Bestuur MBO Reglement
Klachtencommissie Goed Bestuur MBO Reglement (Branchecode goed bestuur in het MBO, paragraaf 5.3.) Inleiding Bij besluit van het Platform Raden van Toezicht mbo-instellingen en de Vereniging MBO Raad d.d.
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum De raad van de gemeente Renkum; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 december 2012; Gelet op artikel
