Beleidsregels Participatie 2015
|
|
|
- Robert Dekker
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beleidsregels Participatie Begripsomschrijvingen Aangesloten wordt bij de begripsbepalingen zoals genoemd in artikel 1, eerste lid van de Participatieverordening gemeente Leeuwarden Daarnaast worden in deze beleidsregels de volgende begrippen gebruikt: - bab: baanafspraakbaan; - BZF: Bureau Zelfstandigen Fryslân; - dienstverlener: externe aanbieder van voorzieningen; - meeneembare voorzieningen: het gaat hierbij om middelen die meestal niet deel uitmaken van de werkplek, en die niet algemeen gebruikelijk zijn, maar wel nodig om ondanks een beperking het werk te kunnen doen, zoals een brailleleesregel of orthopedische werkschoenen; - re-integratieplicht: de plicht tot het gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling en het meewerken aan een onderzoek naar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; - sociaal wijkteam: een wijk- of dorpenteam van ongeveer 10 fte (fulltime eenheden) waar generalisten met hun specifieke specialisme, alle burgers van de gemeente Leeuwarden kunnen ondersteunen bij hun vragen en ondersteunen bij onder andere de volgende onderwerpen: werk, bijv. hulp bij solliciteren of re-integratie, financiën, opvoeding, gezin, kinderen, wonen, vrije tijd en sport, wet en regelgeving, vrienden en relaties en zorg, ondersteuning en hulpmiddelen. Waar sociaal wijkteam staat kan ook dorpenteam gelezen worden; - vrijwilligerswerk: onbetaald werk met een maatschappelijk of liefdadig doel zonder commerciële belangen; - werkplekaanpassingen: aanpassingen die deel uit maken van de werkplek of de omgeving daarvan en nodig zijn om ondanks een beperking het werk te kunnen doen. Bijvoorbeeld aanpassing aan machine, werkblad, maar ook een aangepast toilet in het bedrijf; - participatieactiviteiten in de wijk: (het blijkgeven van) actief burgerschap in het (re-) vitaliseren van de leefomgeving ten aanzien van onderwerpen die op het gebied van sociaal, schoon, heel & veilig in de straat, buurt, of wijk spelen. 2. Doelgroep Tot de doelgroep van deze beleidsregels behoort de kring van klanten zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b van de Participatieverordening gemeente Leeuwarden Ondersteuning De bevordering van de participatie van de klanten is gericht op regulier werk, met of zonder ondersteuning. Dit wordt vanuit het regionale Werkbedrijf uitgevoerd. Voor klanten zonder actueel perspectief op regulier werk wordt participatiedienstverlening vanuit de sociale wijkteams uitgevoerd.
2 De gemeente voert de participatiedienstverlening op het onderdeel toeleiding werk als zijnde geïncorporeerd onderdeel van het Werkbedrijf uit. De gemeente diagnosticeert (soms m.b.v. externe partijen), doet aan acquisitie en marktbewerking, regelt werkplekaanpassingen en meeneembare voorzieningen voor arbeidsbelemmerden, voert trainingen, jobcoaching, begeleiding alsmede ondersteuning bij leerwerktrajecten als bedoeld in artikel 10 f van de Participatiewet uit. De gesubsidieerde arbeid ten behoeve van de voormalige Wiw- en ID-doelgroep wordt afgebouwd. De dienstverlening aan deze groep bestaat uit het begeleiden van de werknemers en de daarbij betrokken werkgevers. 4. Voorzieningen Waar nodig, worden voorzieningen ingezet om het hoogst mogelijke participatieniveau voor de betreffende klant te bereiken. Het uiteindelijke doel is het verkleinen van de afstand tussen klant en arbeidsmarkt. Hierbij wordt uitgegaan van het principe: werken is het doel, participeren de norm. In het kader van participatiedienstverlening worden de volgende op arbeidsinschakeling gerichte voorzieningen ingezet: a) Beschut werk: Het aantal beschut werken plekken wordt gemaximeerd op 1 op 3 uitgestroomde WSWmedewerkers. Voorrang van instroom op beschut werken plekken wordt gegeven aan de personen die voldoen aan de kenmerken van VSO/Pro onderwijs en/of WSW begeleid werken geïndiceerd zijn, waarbij sprake dient te zijn van een minimale leeftijd van 18 jaar. b) Loonkostensubsidie: De in artikel 10 c en 10 d van de Participatiewet, alsmede de daaronder hangende lagere wetgeving vastgelegde regels met betrekking tot loonkostensubsidie, dienen onverkort te worden toegepast. De hiervoor benodigde loonwaardemeting wordt uitgevoerd door het UWV. c) No- riskpolis: Verwezen wordt naar de polisvoorwaarden van de verzekeraar. d) Proefplaatsing: Een klant kan na bemiddeling op een reguliere vacature of op een bab gedurende maximaal drie maanden op proef worden geplaatst met behoud van uitkering, op voorwaarde dat de werkgever vervolgens de klant voor minimaal zes maanden een contract aanbiedt indien de klant voldoet. Deze periode van drie maanden kan indien nodig éénmalig worden verlengd met nog eens drie maanden. Indien in het kader van een proefplaatsing een loonwaardebepaling heeft plaatsgevonden, wordt de periode van de proefplaatsing niet verlengd. e) Werkstage: Als bemiddeling op een reguliere vacature nog niet mogelijk is en de klant wel voldoende werknemersvaardigheden en motivatie heeft om bij een werkgever ervaring op te doen kan een werkstage zinvol ingezet worden. De werkstage met behoud van uitkering duurt maximaal 6 maanden bij eenzelfde werkgever.
3 f) Préstart traject: Klanten met een bijstandsuitkering of een IOAW-uitkering die uitkeringsonafhankelijk willen proberen te worden door het starten van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep, kunnen mogelijk in aanmerking komen voor een préstart traject van het BZF. Het betreft een intensief advies- en begeleidingstraject dat is bedoeld om een klant voor te bereiden op zelfstandig ondernemerschap en wordt gefinancierd vanuit het Bbz Het bestaat uit een intake, een oriëntatiefase en een planfase. Gedurende het traject blijft de uitkering van de klant lopen en is hij vrijgesteld van de arbeidsverplichtingen. De maximale duur is zes maanden. Indien een klant die deelneemt aan een préstart traject in verband daarmee noodzakelijke kosten heeft, zoals kosten voor uitvoering van een marktonderzoek of voor geringe investeringen in het kader van de voorbereiding, kan daarvoor bijstand worden verstrekt in de vorm van een voorbereidingskrediet dat maximaal 2.000,- bedraagt. Het gaat in eerste instantie om een renteloze geldlening die wordt omgezet in een rentedragende lening indien de klant in aansluiting op het préstart traject een bedrijf of zelfstandig beroep begint. Als de klant na afloop daarvan echter in de uitkering blijft, wordt de renteloze geldlening omgezet in een bedrag om niet. g) additionele 1 op 1 inkoop: Het instrument additionele 1 op 1 inkoop (maatwerkaanpak) behelst het inkopen van (aanvullende) re-integratie / participatiedienstverlening op individueel klantniveau, zonder te zijn gebonden aan vooraf gecontracteerde marktpartijen. Het moet gaan om instrumenten of voorzieningen die participatie- of re-integratie bevorderen. De inzet van het instrument moet een directe toegevoegde waarde hebben op de verkleining tot de afstand tot de arbeidsmarkt of een daadwerkelijk meetbare meerwaarde leveren aan de zelfstandigheid van de klant. Tot maatwerkaanpak kunnen bijvoorbeeld worden gerekend werkplekaanpassingen, scholing en training (deze opsomming is niet uitputtend). Maatwerk betekent dat per klant een beoordeling gemaakt kan worden wat nodig is aanvullend aan de reguliere dienstverening. De mogelijkheden van de klant gericht op een zo snel mogelijke uitstroom naar werk of opleiding (dan wel participatie) zijn het uitganspunt. Voor alle inkoop geldt, dat we het inkoopbeleid van de gemeente Leeuwarden hanteren, waarbij uitdrukkelijk wordt aangetekend dat niet de bedoeling is dat het instrument wordt ingezet om brillen, kunstgebitten, rijbewijzen en dergelijke te financieren. h) vrijwilligerswerk: Het verrichten van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering kan, indien nodig, worden aangeboden als voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Maar als dit niet het geval is, kan toestemming aan de klant worden gegeven om met behoud van uitkering vrijwilligerswerk te doen omdat dergelijk werk bijvoorbeeld voor hem het maximaal haalbare is of om bepaalde vaardigheden niet te verliezen. Daarnaast wordt vrijwilligerswerk onder voorwaarden door het college beschouwd als onbetaalde maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie naar vermogen. 5. Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling Centraal in de Participatiewet staat het uitgangspunt van werk boven inkomen. Alle inspanningen van belanghebbende en de gemeente dienen te zijn gericht op arbeidsinschakeling. Hieronder wordt verstaan het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid, zonder dat daarbij gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, lid 1, sub. a Participatiewet. Re-integratie is het geheel van activiteiten dat leidt tot arbeidsinschakeling. De Participatiewet stelt het college van burgemeester en wethouders daarvoor mede verantwoordelijk door de
4 opdracht de cliënt bij zijn arbeidsinschakeling te ondersteunen. Daarbij wordt een voorziening aangeboden indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Het primaat van arbeidsinschakeling laat onverlet dat de gemeente de mogelijkheid heeft een voorziening aan te bieden in plaats van arbeid wanneer daarmee voor belanghebbende de kans op arbeidsinschakeling wordt vergroot. Het uitgangspunt van de Participatiewet is om alle klanten een arbeidsverplichting op te leggen. Wel kan de gemeente in individuele gevallen om dringende redenen afzien van het opleggen van de arbeidsverplichtingen. Er moet dus sprake zijn van dringende redenen, die individueel beoordeeld worden, en de vrijstelling heeft altijd een tijdelijk karakter. Middels periodieke beoordeling moet nagegaan worden of er nog sprake is van dringende redenen. Zo niet dan worden de arbeidsverplichtingen weer opgelegd. De ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling kan alleen plaats vinden als er sprake is van een dringende reden. Een dringende reden is aanwezig indien betrokkene dusdanige belemmeringen heeft richting de arbeidsmarkt, dat zelfs met aanwezige re-integratiemiddelen en andere voorzieningen geen enkele weg richting een (gedeeltelijke) zelfstandige bestaansvoorziening openstaat. Hierbij kan gedacht worden aan de volgende situaties: a) zorg voor kinderen De algemene beleidslijn is dat het hebben van de zorg voor kinderen op zichzelf niet leidt tot een ontheffing. Gehuwden Voor gehuwden geldt de plicht tot arbeidsinschakeling binnen de hierboven geschetste algemene kaders in beginsel voor ieder van hen, ook als er binnen het gezin kinderen zijn. Wanneer de zorg voor kinderen moet worden gecombineerd met arbeid is het aan beide gehuwden om hierin samen tot een verdeling te komen, waarbij de kansen op toetreding tot de arbeidsmarkt leidend moeten zijn. Met andere woorden: het kan niet zo zijn dat de ouder met een grote kans op toetreding tot de arbeidsmarkt geen uitvoering geeft aan de re-integratieverplichting vanwege de zorg voor de kinderen, terwijl de andere ouder deze zorg ook voor zijn rekening kan nemen. Alleenstaande ouders De alleenstaande ouder met de volledige zorg voor kinderen tot 5 jaar kan gebruik maken van de wettelijke mogelijkheid ontheffing van de arbeidsverplichting te krijgen. Voor een dergelijke ontheffing hoeft geen sprake te zijn van dringende redenen. Een ontheffing van de arbeidsverplichting op grond van dringende redenen kan aan de orde zijn wanneer voor de alleenstaande ouder (ongeacht de leeftijd van de kinderen) de combinatie van zorg met arbeid pertinent niet mogelijk is. Er moet dan sprake zijn van objectiveerbare omstandigheden, bijvoorbeeld ziekte of zware gedragsproblemen bij kinderen. b) mantelzorg Klanten die aantonen dat zij mantelzorg verrichten aan personen die niet zonder deze zorg kunnen, kunnen geheel of gedeeltelijk vrijgesteld worden van de arbeidsplicht gedurende de periode van mantelzorg. Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
5 c) medisch/psychische redenen Veel mensen met medische en/ of psychische klachten werken of kunnen aan het werk. Toch kan het voorkomen dat medische en/of psychische gronden aanleiding geven tot het verlenen van een (tijdelijke) ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling. In bepaalde situaties zal de consulent heel goed in staat zijn dit te beoordelen zo nodig ondersteund door een verklaring van huisarts of behandelend specialist. Te denken valt aan een loonwaarde lager dan 30% van het wettelijk minimumloon, terminale ziekte of een zeer zware drugs-/alcoholverslaving. In die gevallen, dat een verklaring van huisarts of behandelend specialist naar het oordeel van de consulent onvoldoende duidelijk maakt dat verkrijgen of aanvaarden van arbeid niet kan worden verlangd, kan een medisch advies worden opgevraagd. 6. Premiebeleid participatiepremie: Een persoon van 27 jaar of ouder met recht op een uitkering op grond van de Participatiewet, het Bbz 2004, de IOAW of de IOAZ, die met behoud van uitkering, gedurende een periode van 12 onafgebroken maanden naar vermogen participatieactiviteiten in de wijk heeft verricht, heeft telkens recht op een participatiepremie van 250,-, mits deze activiteiten naar het oordeel van het college bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling. Een participatiepremie moet binnen drie maanden na afloop van een periode waarin aan de voorwaarden voor de premieverstrekking is voldaan, worden aangevraagd middels een daarvoor bestemd formulier. 7. Inherente afwijkingsbevoegdheid Met toepassing van artikel 4:84 Awb kan in voorkomende gevallen van deze beleidsregels worden afgeweken. 8. Slotbepaling - Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari De beleidsregel Participatie 2014 worden ingetrokken. - Bestaande rechten voortvloeiende uit de onder het vorige punt ingetrokken beleidsregel blijven na de intrekking doorwerken, voor zover dat redelijkerwijs tot voordeel van de klant strekt.
Participatie 2015. Inhoud
Participatie 2015 Inhoud Participatie 2015... 1 1.Begripsomschrijving... 2 2.Doelgroep... 2 3.Ondersteuning... 2 4.Voorzieningen... 3 5.Ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling... 4 6.Inherente
Beleidsregel participatie gemeente Leeuwarden 2014
Beleidsregel participatie gemeente Leeuwarden 2014 1. Begripsomschrijvingen Aangesloten wordt bij de begripsbepalingen zoals genoemd onder artikel 1.1 van de gemeentelijke participatieverordening. Daarnaast
Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015
Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 ================================================================================== De raad van de gemeente (naam gemeente) ; gelezen het voorstel
Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Haarlem (versie ) De raad van de gemeente Haarlem;
Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Haarlem (versie 10-09-2014) De raad van de gemeente Haarlem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel
Gemeente Heerlen - Beleidsregel Tegenprestatie naar vermogen 2015
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Heerlen. Nr. 67375 23 juli 2015 Gemeente Heerlen - Beleidsregel Tegenprestatie naar vermogen 2015 Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. Alle begrippen die in deze
Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Venray 2017
Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Venray 2017 De raad van de gemeente Venray; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Participatiewet en artikel 35
Algemene toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 gemeente Pijnacker-Nootdorp
Algemene toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 gemeente Pijnacker-Nootdorp Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten,
Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015
Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015 De raad van de gemeente Enschede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2014, gelet op artikel
Verordening tegenprestatie Participatiewet BMWE 2015
Nummer 10.1-01.2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet BMWE 2015 De raad van de gemeente Eemsmond; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 18 december 2014, gezien
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 december 2014,
Agendanummer: 14 Vergadering: 27 januari 2015 De raad van de gemeente Winsum; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 december 2014, gezien de adviezen van de stichting
Verordening tegenprestatie Participatiewet en IOAW / IOAZ Krimpen aan den IJssel 2015
Verordening tegenprestatie Participatiewet en IOAW / IOAZ Krimpen aan den IJssel 2015 De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders
Verordening Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Orionis Walcheren 2015
Verordening Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Orionis Walcheren 2015 HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijving 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Tegenprestatie:
VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015
VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 mei 2015 nr. TB 15.5037761; gelet op artikel 8a,
VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015
VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Officiële naam regeling Verordening tegenprestatie participatiewet
besluit vast te stellen de Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Veenendaal 2015.
Verordening tegenprestatie Participatiewet De raad van de gemeente Veenendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 februari 2015; gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van
Verordening tegenprestatie Participatiewet
Verordening tegenprestatie Participatiewet De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel
Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015
Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015 De raad van de gemeente Castricum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober [nummer]; gelet op
VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW en IOAZ ASTEN 2015
VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW en IOAZ ASTEN 2015 De raad van de gemeente Asten, gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 19 mei 2015; gehoord het advies van de Commissie
Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard);
Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard); gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 20 november 2014;
Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015
De raad van de gemeente Boxtel, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2014, gelet op artikelen 8a, eerste lid, onderdeel b en 9 eerste lid onderdeel c van
VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015
VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Officiële naam regeling Verordening tegenprestatie participatiewet
Verordening tegenprestatie 2015
Verordening tegenprestatie 2015 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde
Gemeente Raalte Beleidsregels re-integratie en loonkostensubsidie
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Raalte. Nr. 83232 31 december 2014 Gemeente Raalte Beleidsregels re-integratie en loonkostensubsidie Het college van de gemeente Raalte, Gelet op de artikelen
De raad van de gemeente Schiermonnikoog,
De raad van de gemeente Schiermonnikoog, Gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet, artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
Verordening tegenprestatie Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015
Verordening tegenprestatie Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015 Het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard (RSDHW); gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de
Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente
Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Zoeterwoude 2015 De raad van de gemeente Zoeterwoude ; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2014; gelet
Wijziging Participatieverordening Rotterdam 2015
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Rotterdam. Nr. 92908 11 juli 2016 Wijziging Participatieverordening Rotterdam 2015 De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en
Beleidsregels tegenprestatie Participatiewet gemeente Druten 2015
Beleidsregels tegenprestatie Participatiewet gemeente Druten 2015 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Druten Officiële naam regeling Beleidsregels tegenprestatie
Nadere regels Re-integratieverordening 2015
Nadere regels Re-integratieverordening 2015 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel; overwegende dat het wenselijk is het beleid omtrent de re-integratievoorzieningen
Verordening Tegenprestatie 2015. Gemeente Achtkarspelen
Verordening Tegenprestatie 2015 Gemeente Achtkarspelen De Raad van de gemeente Achtkarspelen: overwegende dat: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers,
Wijziging Participatieverordening Rotterdam 2015
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Rotterdam Nr. 160520 15 september 2017 Wijziging Participatieverordening Rotterdam 2015 De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het herziene voorstel van
