Studentenstatuut Stenden Hogeschool
|
|
|
- Elias de Veen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Studentenstatuut Stenden Hogeschool Instemming verleend door de Centrale Medezeggenschapsraad op 14 juli Vastgesteld door het College van Bestuur op 14 juli 2016.
2 Inhoudsopgave Inleiding Studentenstatuut Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Inhoud Artikel 3 Vaststelling en wijziging Artikel 4 Reikwijdte Artikel 5 Bekendmaking Artikel 6 gebruik Artikel 7 Medezeggenschap Artikel 8 Examencommissie Artikel 9 Opleidingscommissie Aanmelding, studiekeuzeactiviteiten en studiekeuzeadvies Artikel 1 Aanmelding uiterlijk op 1 mei Artikel 2 Rechten en verplichtingen bij aanmelding uiterlijk op 1 mei Artikel 3 Aanmelding na 1 mei voor een andere bacheloropleiding Artikel 4 Aanmelding na 1 mei voor de eerste keer Artikel 5 Te verstrekken persoonsgebonden nummer bij aanmelding Inschrijving, beëindiging inschrijving en collegegeld Artikel 1 Algemene bepalingen inschrijving Artikel 2 Voorwaarden inschrijving Artikel 3 Moment van inschrijving Artikel 3a Instroommoment 1 september Artikel 3b Extra instroommoment 1 februari Artikel 3c Tussentijds inschrijven Artikel 4 Bewijs van inschrijving Artikel 5 Rechten inschrijving als studenten en extraneï
3 Artikel 6 Beëindiging inschrijving Artikel 7 Collegegeldverplichting Artikel 8 Examengeldverplichting Artikel 9 Hoogte wettelijk collegegeld Artikel 9a Aanspraak op wettelijk collegegeld Artikel 10 Instellingscollegegeld Artikel 11 Voldoening wettelijk collegegeld Artikel 12 Vermindering, vrijstelling en terugbetaling collegegeld Artikel 13 Collegegeld voor bepaalde voltijdse opleidingen vanaf het studiejaar Artikel 14 Overige bijdragen Artikel 15 Vaststelling bedragen wettelijk collegegeld en instellingscollegegeld Artikel 16 Schadevergoeding en geldboete niet gerechtigde deelname onderwijs en niet nakoming identificatieplicht Artikel 17 Studievoortgang internationale studenten Artikel 18 Rechtsbescherming Artikel 19 Onvoorziene gevallen Onderwijs Artikel 1 Kwaliteit van het Onderwijs en onderzoek Artikel 2 Onderwijsdoelen Artikel 3 Stages, opdrachten en excursies Artikel 4 Profiel Stenden Hogeschool Studentenvoorzieningen Artikel 1 Studentendecanaat Artikel 2 Voorzieningen Reglement ongewenst gedrag Artikel 1 Begripsbepaling Artikel 2 Functie eisen Artikel 3 Taken
4 Artikel 4 Geheimhouding Artikel 5 Faciliteiten en ondersteuning Artikel 6 Klachtencommissie Artikel 7 Onderzoek in klachtenprocedure Artikel 8 Besluitvorming door het College van Bestuur Artikel 9 Inzage Bijlage: Reglement Landelijke Klachtencommissie Onderwijs Voorschriften Privacy en Persoonsgegevens Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Toepassingsgebied Artikel 3 Doelstelling Artikel 4 Doel van de gegevensverwerking Artikel 5 Meldingsplicht Artikel 6 Categorieën van personen Artikel 7 Soorten gegevens Artikel 8 Bijzondere persoonsgegevens Artikel 9 De wijze waarop gegevens worden verkregen Artikel 10 Bewaartermijn Artikel 11 Rechtstreekse toegang tot de registratie Artikel 12 Categorieën van personen of instanties waaraan Artikel 13 Soorten van gegevens die verstrekt kunnen worden Artikel 14 Beveiliging Artikel 15 Rechten betrokkenen Artikel 16 Rechtsbescherming Artikel 17 Geheimhouding en beveiliging a Financiële Ondersteuning deelname toelatingsprocedure Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie Artikel 1 Bijdrage kosten deelname toelatingsprocedure
5 Artikel 2 Commissie Profileringsfonds b Financiële Ondersteuning voor studenten Artikel 1 Profileringsfonds Artikel 2 Financiële ondersteuning Profileringsfonds Artikel 3 Bijzondere omstandigheden Artikel 4 Regelingen financiële ondersteuning voor Studentgroep A en Studentgroep B Artikel 5 Sancties Artikel 6 Onvoorziene gevallen en onbillijkheden van overwegende aard Huisregels en Ordemaatregelen Artikel 1 Huisregels en ordemaatregelen Artikel 2 Voorschriften goede gang van zaken Artikel 3 Aanwijzingen Artikel 4 Gebruik van netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten Artikel 5 Ordemaatregel: ontzegging toegang netwerkfaciliteiten en ICT Artikel 6 Ordemaatregel: kortdurende ontzegging Artikel 7 Ordemaatregel: voorwaardelijke ontzegging Artikel 8 Ordemaatregel: onvoorwaardelijke ontzegging Artikel 9 Beëindiging of beperking omvang van de ontzegging Artikel 10 Ernstige overlast Artikel 11 Aansprakelijkheid Artikel 12 Rechtsbescherming Eén Loket Faciliteit voor klachten, bezwaar en beroep Artikel 1 Eén Loket Faciliteit (ELF) Artikel 2 Taak Eén Loket Faciliteit Behandeling klachten Artikel 1 Behandeling klachten Artikel 2 Geen behandeling klachten
6 Artikel 3 Afwijkende Behandeling klachten In bezwaar tegen een beslissing van het College van Bestuur Artikel 1 Instellen van bezwaar Artikel 2 Indienen bezwaarschrift Artikel 3 Minnelijke schikking Artikel 4 Horen Artikel 5 Indiening, toezending en inzage documenten Artikel 6 Verslag hoorzitting Artikel 7 Intrekking bezwaar Artikel 8 Beslissing op bezwaar door College van Bestuur Artikel 9 Onverwijlde spoed Artikel 10 Onvoorziene gevallen Artikel 11 Instellen beroep Instellen van beroep tegen een beslissing van de Examencommissie Artikel 1 Behandeling Beroep door College van Beroep voor de Examens Artikel 2 Instellen van beroep Artikel 3 Minnelijke schikking Artikel 4 Verweerschrift Artikel 5 Vereenvoudigde behandeling en verzet Artikel 6 Wraking of verschoning Artikel 7 Vaststelling plaats en tijdstip behandeling Artikel 8 Bijstand ter zitting Artikel 9 Behandeling ter zitting Artikel 10 Uitspraak en beroep Artikel 11 Voorlopige voorziening Artikel 12 Behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening Artikel 13 Geldigheidsduur van de voorlopige voorziening
7 13 Beroep bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs Artikel 1 Het instellen van beroep bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs Slotbepalingen Artikel 1 Onvoorziene omstandigheden Artikel 2 Citeertitel en inwerkingtreding Bijlagen bij de hoofdstukken Hoofdstuk 0 Algemeen Reglement Examencommissie Opleiding of groep van Opleidingen Article 7a 60 EC programme IBC-students cohort 2016 at Stenden University of Applied Sciences (SUAS) Article 7b Admissions to the 60 EC programme IBC-students of cohort 2016 at SUAS Article 7c Learning agreement as part of 60 EC programme IBC-students of cohort 2016 at SUAS Regeling Examencondities Regeling voor surveillanten Reglement Fraude en Plagiaat Stenden Hogeschool Reglement Opleidingscommissies Stenden Hogeschool Hoofdstuk 1 Aanmelding, Studiekeuzeactiviteiten en studiekeuze advies Regeling studiekeuzeadvies (artikel 7.31a-d Whw) Hoofdstuk 2 Inschrijving, Beëindiging inschrijving en collegegeld Studenten debiteurenprotocol Gedragscode internationale student hoger onderwijs, augustus Hoofdstuk 3 Onderwijs Gedragscode praktijkgericht onderzoek Hoofdstuk 3 Onderwijs Gedragscode voor het gebruik van andere talen dan het Nederlands in het onderwijs Hoofdstuk 4 Studentenvoorzieningen
8 Regeling Studeren met een functiebeperking Praktische regels rond ziekte en andere bijzondere omstandigheden Werkwijzer voor studentendecanen Stenden Hoofdstuk 7a Financiële Ondersteuning deelname toelatingsprocedure Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie Regeling Financiële Ondersteuning deelname toelatingsprocedure Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie Bijlage: Aanvraagformulier Financiële Ondersteuning deelname Toelatingsprocedures Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie Hoofdstuk 7b Financiële Ondersteuning voor studenten Regeling Financiële Ondersteuning overige bijzondere omstandigheden Bijlage: Aanvraagformulier Financiële Ondersteuning Overige Bijzondere omstandigheden Regeling Financiële Ondersteuning student-topsporter Bijlage: Aanvraagformulier Financiële Ondersteuning Overige Bijzondere Omstandigheden Student-Topsporter Regeling Financiële ondersteuning medezeggenschapsorganen en studentenorganisaties Bijlage: Aanvraagformulier Financiële ondersteuning medezeggenschapsorganen en studentenorganisaties Regeling Noodfonds Stenden Hogeschool Bijlage: Aanvraagformulier Noodfonds Hoofdstuk 8 Huisregels en Ordemaatregelen Regeling gebruikers netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten Stenden Hogeschool
9 Inleiding Studentenstatuut Op instellingen voor hoger onderwijs, zoals Stenden Hogeschool is de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijke onderzoek van toepassing. In de WHW staan alle wettelijke bepalingen die op het hoger onderwijs van toepassing zijn, zoals bijvoorbeeld de eisen waaraan het onderwijs moet voldoen, de examencommissies, de rechtsbescherming, het bestuur en de medezeggenschap. In artikel 7.59 WHW is geregeld dat het College van Bestuur een studentenstatuut moet vaststellen waarin de rechten en plichten van studenten zijn verwoord. Het studentenstatuut bestaat uit regels die voor de gehele instelling gelden en regels die specifiek zijn voor de opleiding, die een student volgt. De instellingsbrede regels treft u in dit statuut aan. De opleidingsspecifieke regels, waaronder de opbouw van de opleiding, zijn opgenomen in de onderwijs- en examenregeling van de desbetreffende opleiding, de zgn. OER. Daarnaast heeft iedere opleiding een gids met de meer praktische zaken. Alle regelingen worden alleen gepubliceerd op (Quicklinks) en Juli 2016, Het College van Bestuur. 9
10 0 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen In dit Statuut wordt verstaan onder: afstudeerrichting: een specialisatie binnen de opleiding als bedoeld in artikel 7.13 WHW, niet zijnde een Associate-degreeprogramma of een minor; Associate-degreeprogramma: programma als bedoeld in artikel 7.8a WHW met een studielast van tenminste 120 studiepunten; bezwaar, beroep en klachtenloket: faciliteit als bedoeld in artikel 7.59a WHW; college van beroep voor de examens: college als bedoeld in artikel 7.60 WHW; college van bestuur: het instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1 en 10.8 WHW; competentie: een integraal geheel van beroepskennis, -houding en - vaardigheden die een persoon nodig heeft om binnen relevante beroepscontexten adequaat te kunnen functioneren; EC: european credit, zie studiepunt; examen: afsluitend onderdeel van een opleiding als bedoeld in artikel 7.3 WHW of de propedeutische fase als bedoeld in artikel 7.8 WHW; examencommissie: commissie als bedoeld in artikel 7.12 WHW; examinator: persoon als bedoeld in artikel 7.12c WHW, niet zijnde een student of extraneus; extraneus: degene die als extraneus als bedoeld in artikel 7.32 en 7.36 WHW is ingeschreven bij de opleiding die voltijds of deeltijds is ingericht; gedragscode internationale student: gedragscode internationale student hoger onderwijs, zoals deze geldt per 1 augustus 2014; internationale student: een student met een buitenlandse nationaliteit die voor zover het een verblijfsvergunningplichtige student betreft op basis van een daartoe afgegeven verblijfsvergunning onderwijs gaat volgen, volgt of heeft gevolgd aan een in Nederland gevestigde onderwijsinstelling. instelling: Stenden Hogeschool; centrale medezeggenschapsraad: raad als bedoeld in artikel WHW; OER: onderwijs- en examenregeling als bedoeld in artikel 7.13 WHW; onderwijseenheid: onderwijseenheid als bedoeld in artikel 7.3 WHW, die in samenhang met andere onderwijseenheden het onderwijsprogramma van de 10
11 opleiding vormt, waaraan één eindbeoordeling is verbonden. Een onderwijseenheid kan betrekking hebben op een praktische oefening; opleidingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10.3c WHW; opleidingsjaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar en, indien men zich inschrijft per 1 februari, het tijdvak dat aanvangt op 1 februari en eindigt op de laatste dag van februari van het daaropvolgende kalenderjaar; opleidingsvariant: een opleiding kan in de voltijd-, deeltijd- en/of duale variant aangeboden worden; post-propedeuse: de hoofdfase van de opleiding direct volgend op de propedeuse; praktische oefening: een onderwijseenheid als bedoeld in artikel 7.3 lid 2 WHW waarin de nadruk ligt op de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening en op de beroepsuitoefening in verband met het onderwijs in een duale opleiding, voor zover deze activiteiten onder begeleiding van de instelling plaatsvinden. Een praktische oefening kan vormgegeven zijn in een project, werkstuk, of ontwerp, scriptie, mondelinge presentatie, doorlopen van een stage, deelname aan excursie, werken in (thema)groepen; programma: het samenhangend geheel van onderwijseenheden verzorgd door de opleiding; propedeuse: propedeutische fase van de opleiding, als bedoeld in artikel 7.8 WHW; progress: studenten informatie systeem; schooldag:alle dagen die in de jaarplanning doorgaans niet als vakantiedagen, zaterdagen, zondagen of reguliere feestdagen zijn aangeduid, zijn schooldagen, waarbij de zaterdag uitsluitend bestemd mag worden voor afname van tentamens en of toetsen en of examens. School-/Cluster en Staf Medezeggenschapsraad: raad bedoeld als in artikel WHW. student: degene die als student als bedoeld in artikel 7.32 WHW is ingeschreven bij de instelling; studentenstatuut: statuut als bedoeld in artikel 7.59 WHW; studiejaar: het wettelijk studiejaar dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar; studieloopbaanbegeleider/studiecoach/studiebegeleider: degene die namens de opleiding is aangewezen om de student te begeleiden in zijn studie, keuze- en planningsprocessen, gericht op een effectieve studievoortgang; studiepunt: eenheid voor berekening van de studielast als bedoeld in artikel 7.4 WHW, waarbij 1 studiepunt gelijk staat aan 28 uren studie; 11
12 tentamen: een onderzoek naar kennis, inzicht, vaardigheden als bedoeld in artikel 7.3 en 7.10 WHW, waarvan de uitkomst in een beoordeling wordt uitgedrukt en die de afsluiting vormt van een onderwijseenheid; WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Artikel 2 Inhoud 1. Dit studentenstatuut regelt de rechtspositie van degenen die vallen onder de reikwijdte van dit statuut zoals beschreven in artikel De rechten en plichten die behoren bij de rechtspositie als bedoeld in het eerste lid worden mede bepaald door: a. de wet en daaruit voortvloeiende regelgeving; b. de besluiten van de hogeschool; 3. Dit studentenstatuut geldt voor alle studenten en extraneï van de hogeschool. Het opleiding specifieke deel is beschreven in de onderwijs- en examenregeling van de opleiding als bedoeld in artikel 1. Artikel 3 Vaststelling en wijziging 1. Het studentenstatuut - alsmede elke wijziging daarvan wordt, met instemming van de centrale medezeggenschap conform art WHW, vastgesteld door het College van Bestuur. Artikel 4 Reikwijdte 1. Behoudens het overigens in dit artikel bepaalde, is de reikwijdte van dit studentenstatuut beperkt tot de studenten en extranei van de hogeschool. 2. Daar waar dat in dit studentenstatuut is aangegeven, strekken de bepalingen zich tevens uit over de aspirant-student en de oud-student van de hogeschool en haar rechtsvoorgangers. Artikel 5 Bekendmaking 1. Het College van Bestuur maakt het studentenstatuut bekend door de tekst en de Engelse vertaling daarvan te plaatsen op en van de hogeschool. 2. De Head of School zorgt ervoor dat studenten toegang hebben tot en kennis kunnen nemen van de voor hen geldende onderwijs- en examenregeling(en) van de opleiding. 3. Wordt het studentenstatuut en/of een daarbij behorende onderwijs- en examenregeling gedurende het studiejaar gewijzigd, dan is de betreffende Head of School verplicht dit op adequate wijze bekend te maken. Van een wijziging als bedoeld in de vorige volzin kan alleen sprake zijn indien wet of regelgeving daartoe verplichten, ingeval van een kennelijke fout of op grond van zeer zwaarwegende en niet voorziene organisatorische omstandigheden. 12
13 Artikel 6 gebruik 1. Ten behoeve van het onderwijs wordt aan studenten een account beschikbaar gesteld. Studenten zijn verplicht dit account regelmatig te raadplegen. 2. Een vermoeden van fraude met persoonsgegevens wordt gemeld aan de Functionaris Gegevensbescherming van Stenden Hogeschool. 3. Studenten dienen zich te houden aan de algemeen geldende fatsoensnormen rond het gebruik van . Artikel 7 Medezeggenschap 1. De hogeschool kent een centrale medezeggenschapsraad en een School-/Cluster en Staf Medezeggenschapsraad. 2. De taken, bevoegdheden en omvang van de in het eerste lid bedoelde raden zijn vastgelegd in de bijbehorende reglementen. 3. De in het tweede lid bedoelde reglementen worden bekend gemaakt door deze te plaatsen op van de hogeschool. Artikel 8 Examencommissie 1. Aan elke opleiding of groep van opleidingen is een examencommissie verbonden. De Examencommissie wordt ingesteld door het College van Bestuur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.12a WHW. 2. De samenstelling, de taken en de bevoegdheden van de Examencommissie zijn vastgelegd in het Reglement Examencommissie Opleiding of groep van Opleidingen. Dit Reglement is opgenomen in hoofdstuk 15 van dit statuut. Artikel 9 Opleidingscommissie 1. Aan elke opleiding of groep van opleidingen is een Opleidingscommissie verbonden. De leden van de Opleidingscommissie worden benoemd en gefaciliteerd conform het Reglement Opleidingscommissies. 3. De samenstelling, de taken en de bevoegdheden van de Opleidingscommissie zijn nader uitgewerkt in het Reglement voor de Opleidingscommissie. Dit Reglement is opgenomen in hoofdstuk 15 van dit statuut. Bijlagen behorende bij dit hoofdstuk en opgenomen in Hoofdstuk 15 van dit Studentenstatuut: Reglement Examencommissie Opleiding of groep van Opleidingen. Regeling Examencondities; Regeling voor surveillanten; Nederlands hoger onderwijs in het buitenland, wat er wel en niet kan, OCW, 14 maart 2007 (ter informatie); Procedure en vereisten afstuderen studenten sites (2012); 13
14 De Handreiking Examencommissies (versie mei 2015) en het daarbij behorende bindingsbesluit van de HBO-raad, 3 februari 2011 (ter informatie); Reglement Fraude en Plagiaat Stenden Hogeschool. Reglement Opleidingscommissie. 14
15 1 Aanmelding, studiekeuzeactiviteiten en studiekeuzeadvies WHW: 7.31a, 7.31b, 7.31c, 7.31d en 7.31e Artikel 1 Aanmelding uiterlijk op 1 mei 1. Uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan het desbetreffende studiejaar meldt degene die zich als student wil inschrijven voor een bepaalde propedeutische fase van een bacheloropleiding aan een bepaalde instelling of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een bacheloropleiding met een studielast van 60 studiepunten, zich aan bij Onze minister, met inachtneming van artikel 4 en overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels van procedurele aard. 2. De aanmelding geschiedt onder vermelding van de instelling waarbij en de bacheloropleiding waarvoor de betrokkene zich wil inschrijven. 3. Indien de betrokkene zich voorafgaand aan het desbetreffende studiejaar voor meer dan een bacheloropleiding wil aanmelden, geldt de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voor één bacheloropleiding. 4. Onze minister levert de aanmeldingsgegevens, bedoeld in dit artikel en de artikelen 3 en 4, aan de instelling of instellingen waarvoor de betrokkene zich heeft aangemeld. 5. Dit artikel is niet van toepassing op een student die zich na 1 mei aanmeldt bij een andere bacheloropleiding dan die waarbij hij oorspronkelijk was ingeschreven maar kan aantonen dat de nieuwe aanmelding het gevolg is van een beëindiging van de inschrijving op grond van artikel 7.8b, vijfde lid WHW, op een zodanig tijdstip dat hij zich niet kon aanmelden voor 1 mei, voorafgaand aan het studiejaar waarvoor hij zich wenst in te schrijven. Artikel 2 Rechten en verplichtingen bij aanmelding uiterlijk op 1 mei 1. Indien de betrokkene zich uiterlijk op 1 mei voor een of meer bacheloropleidingen heeft aangemeld op de wijze, bedoeld in artikel 1, eerste lid, heeft hij het recht deel te nemen aan door de instelling met betrekking tot de desbetreffende bacheloropleidingen te organiseren studiekeuzeactiviteiten. Het College van Bestuur kan besluiten dat de betrokkene verplicht is deel te nemen aan de studiekeuzeactiviteiten. 2. Het College van Bestuur brengt ten aanzien van elke student die zich heeft aangemeld en die heeft deelgenomen aan de studiekeuzeactiviteiten, een studiekeuzeadvies uit. Bij ministeriële regeling kan een maximum aantal studiekeuzeadviezen worden vastgesteld waarop de betrokkene recht heeft. 3. Indien toepassing is gegeven aan de tweede volzin van het eerste lid en de betrokkene zonder geldige reden niet deelneemt aan de studiekeuzeactiviteiten, bedoeld in dat lid, kan het College van Bestuur besluiten de inschrijving van de 15
16 betrokkene te weigeren. 4. Het College van Bestuur stelt ter uitvoering van dit artikel nadere regels vast die in elk geval betrekking hebben op de aard en de inhoud van de studiekeuzeactiviteiten voor de instelling of per opleiding, de termijn waarbinnen de studiekeuzeactiviteiten plaatsvinden, de termijn waarbinnen en de wijze waarop het studiekeuzeadvies wordt uitgebracht, de gevolgen van het zonder geldige reden van verhindering niet deelnemen aan studiekeuzeactiviteiten en de geldige redenen van verhindering voor het deelnemen aan die activiteiten. Bij het vaststellen van de nadere regels treft het College van Bestuur voor aspirantstudenten afkomstig uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten zodanige voorzieningen dat zij kunnen deelnemen aan de studiekeuzeactiviteiten zonder dat hun fysieke aanwezigheid op de instelling vereist is. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. de inschrijving voor een bacheloropleiding waarvoor een selectieprocedure is ingesteld, en b. degene die op grond van artikel 7.28 WHW vanwege het bezit van een buiten Nederland behaald diploma is vrijgesteld van de diploma-eisen, bedoeld in de artikelen 7.24, eerste en tweede lid WHW. Artikel 3 Aanmelding na 1 mei voor een andere bacheloropleiding 1. Indien de betrokkene heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, behorend bij die andere bacheloropleiding en zich na 1 mei voor een andere bacheloropleiding dan de bacheloropleiding, bedoeld in genoemde bepaling, aanmeldt, kan het College van Bestuur besluiten dat de betrokkene verplicht is deel te nemen aan de studiekeuzeactiviteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid. 2. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de student, bedoeld in artikel 1, vijfde lid. Artikel 4 Aanmelding na 1 mei voor de eerste keer. 1. Indien de betrokkene niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en zich na 1 mei voor een bacheloropleiding aanmeldt, kan het College van Bestuur besluiten dat: a. hij de betrokkene de inschrijving voor de desbetreffende bacheloropleiding weigert, of b. de betrokkene verplicht is deel te nemen aan de studiekeuzeactiviteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid. 2. Met betrekking tot het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is artikel 2, tweede lid, van toepassing. Indien het College van Bestuur een negatief studiekeuzeadvies heeft uitgebracht, kan hij besluiten dat hij de betrokkene de inschrijving voor de desbetreffende bacheloropleiding weigert. Met betrekking tot dit artikel is voorts artikel 2, derde, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. 3. Dit artikel is niet van toepassing op de student, bedoeld in artikel 1, vijfde lid. 16
17 Artikel 5 Te verstrekken persoonsgebonden nummer bij aanmelding 1. Bij de aanmelding, bedoeld in deze paragraaf, legt de betrokkene mede zijn persoonsgebonden nummer over. Indien de student aannemelijk maakt dat hij geen persoonsgebonden nummer kan overleggen, vindt de aanmelding plaats met inachtneming van het derde lid. 2. Het persoonsgebonden nummer wordt overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document, waarop tevens de gegevens over de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum en het geslacht van de betrokkene zijn vermeld. 3. Indien de betrokkene aannemelijk maakt dat hij geen persoonsgebonden nummer kan overleggen, verstrekt Onze minister binnen acht weken na ontvangst van de aanmelding aan hem zijn onderwijsnummer. Het onderwijsnummer is een door Onze minister uitgegeven en aan de betrokkene toegekend persoonsgebonden nummer. 4. Onze minister verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de aanmelding aan het College van Bestuur van de instelling waaraan de betrokkene zich wil inschrijven, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene en de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid WHW, voorzover die door de betrokkene zijn verstrekt. Bijlage behorende bij dit hoofdstuk en opgenomen in Hoofdstuk 15 van dit Studentenstatuut: Regeling Studiekeuzeadvies 17
18 2 Inschrijving, beëindiging inschrijving en collegegeld WHW: art. 7.32, 7.33, 7.34, 7.37, 7.42, 7.42a, 7.43, 7.44, 7.45, 7.46, 7.46, 7.47, 7.48, 7.49, 7.50, 7.45, 7.68, 15.2, 15.3, Artikel 1 Algemene bepalingen inschrijving 1. Ieder die wenst gebruik te kunnen maken van onderwijsvoorzieningen, examenvoorzieningen of voorzieningen van andere aard ten behoeve van initieel onderwijs, dient zich door het College van Bestuur als student of extraneus te laten inschrijven. 2. In afwijking van het eerste lid is inschrijving voor een duale opleiding uitsluitend mogelijk als student. 3. De inschrijving geschiedt voor een opleiding. 4. De inschrijving voor een Associate-degree programma geschiedt in de bacheloropleiding. 5. De inschrijving voor een opleiding geschiedt voor het gehele studiejaar. Indien de inschrijving plaatsvindt in de loop van het studiejaar, geldt zij voor het resterende gedeelte van het studiejaar. 6. De inschrijving als student of extraneus staat slechts open voor degene waarvan de ouders, voogden of verzorgers aantonen, dan wel, indien hij meerderjarig en handelingsbekwaam is, degene die aantoont dat hij: a. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, b. vreemdeling is en jonger is dan 18 jaar op de eerste dag waarop de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal inschrijving wordt gewenst, c. vreemdeling is, 18 jaar of ouder is op de eerste dag waarop de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal inschrijving wordt gewenst en op die dag rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, d. vreemdeling is en buiten Nederland verblijf houdt op de eerste dag waarop de opleiding begint waarvoor voor de eerste maal de inschrijving wordt gewenst, of e. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden, genoemd onder b, c of d, en eerder in overeenstemming met een van die onderdelen is ingeschreven voor een opleiding van een instelling, welke opleiding nog steeds wordt gevolgd en nog niet is voltooid. f. voorafgaand aan de inschrijving voor een opleiding bij Stenden Hogeschool geen bindend negatief studieadvies heeft ontvangen voor diezelfde opleiding of daarvan door de examencommissie is ontheven, omdat hij aannemelijk heeft gemaakt de opleiding met vrucht te kunnen afronden. g. voldoet aan de vooropleidingseisen. 7. Indien na de inschrijving blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met het vijfde lid a tot en met g heeft plaatsgevonden wordt de inschrijving van de student of extraneus onmiddellijk beëindigd. 18
19 8. Degene die is toegelaten tot een opleiding na het afleggen van een colloquium doctum kan alleen ingeschreven worden voor de opleiding waarvoor hij het colloquium doctum heeft afgelegd. Artikel 2 Voorwaarden inschrijving 1. De inschrijving staat open voor degene die voldoet aan de in de WHW gestelde eisen, onverminderd art. 1 lid 6 onder f en artikelen 1, 2, 3 en 4 van hoofdstuk 1, met dien verstande dat de inschrijving als extraneus uitsluitend openstaat, indien naar het oordeel van het College van Bestuur de aard of het belang van het onderwijs zich daartegen niet verzet. 2. Tot de inschrijving wordt niet overgegaan dan nadat het bewijs is overgelegd dat het verschuldigde collegegeld is of wordt voldaan of het verschuldigde examengeld is voldaan. 3. Indien een meerderjarige student of extraneus het collegegeld, het examengeld of het cursusgeld niet zelf voldoet, wordt niet overgegaan tot inschrijving dan nadat door de student of extraneus schriftelijk is verklaard dat hij ermee instemt dat een in die verklaring vermelde derde namens hem het collegegeld, het examengeld of het cursusgeld voldoet. 4. Tot de inschrijving als student voor de eerste maal voor een bepaalde propedeutische fase van een bacheloropleiding of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een bacheloropleiding met een studielast van 60 studiepunten wordt niet overgegaan dan nadat de betrokkene zich te voren met inachtneming van artikel 7.38 WHW en, overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels van procedurele aard, bij Onze Minister heeft aangemeld, onder vermelding van de instelling en de bacheloropleiding waarop de inschrijving betrekking heeft. Onze Minister levert de aanmeldingsgegevens aan de instelling van eerste voorkeur. 5. Het College van Bestuur kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De weigering dan wel de intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. 6. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van de instelling, dan wel is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en daaraan verbonden rechten zulk een misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. 7. De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van het vijfde lid, indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen. 19
20 Artikel 3 Moment van inschrijving 1. Een (aspirant)student kan een verzoek tot inschrijving bij een opleiding via indienen. 2. Pas wanneer een student voldoet aan alle inschrijfvoorwaarden (financiële, administratieve en onderwijskundige voorwaarden) is een student feitelijk toelaatbaar. 3. Stenden Hogeschool hanteert 1 september als instroommoment. Voor een aantal opleidingen geldt een extra instroommoment per 1 februari. Artikel 3a Instroommoment 1 september 1. Het verzoek tot inschrijving dient via te geschieden vóór de aanvang van het studiejaar, te weten vóór 1 september. Inschrijving per 1 september kan alleen plaats vinden wanneer op uiterlijk 31 augustus daaraan voorafgaand aan alle inschrijfvoorwaarden is voldaan. 2. Inschrijving per 1 september vindt ook plaats indien het negatieve studieadvies dat betrokkene voor de opleiding waarvoor hij zich wil inschrijven, door de examencommissie is omgezet in een (voorwaardelijk) positief studieadvies, nadat het beroepschrift tegen het negatieve advies gegrond is verklaard en betrokkene ook aan de overige voorwaarden heeft voldaan. 3. Een van de voorwaarden is, dat inschrijving alleen plaats vindt wanneer de betaling van het collegegeld of getekende of digitaal bevestigde machtiging uiterlijk op 31 augustus is ontvangen. Een digitaal bevestigde machtiging is een machtiging die tot stand komt via het doorlopen van protocollen van studielink.nl en de instelling. 4. Het voldoen aan de inschrijfvoorwaarden lopende de maand september kan alleen met toestemming van directeur Expertise, Services & Research (ESR) en geldt alsdan voor het gehele studiejaar (1 september t/m 31 augustus). 5. Inschrijving met terugwerkende kracht is niet toegestaan. Artikel 3b Extra instroommoment 1 februari 1. Het verzoek tot inschrijving dient via te geschieden vóór 1 februari. 2. Inschrijving geschiedt per 1 februari, wanneer op uiterlijk 31 januari daaraan voorafgaand aan alle inschrijfvoorwaarden is voldaan. 3. Een van de voorwaarden is, dat inschrijving alleen plaats vindt wanneer de betaling van het collegegeld of getekende of digitaal bevestigde machtiging uiterlijk op 31 januari is ontvangen. Een digitaal bevestigde machtiging is een machtiging die tot stand komt via het doorlopen van protocollen van studielink.nl en de instelling. 20
21 4. Indien de inschrijving heeft plaatsgevonden per 1 februari geldt deze tot en met 31 augustus. 5. Herinschrijving vindt plaats per 1 september volgens de in artikel 3a genoemde voorwaarden. Artikel 3c Tussentijds inschrijven 1. Betrokkene die afkomstig is van één van de International Brand Campussites (IBC s) en zich voor een opleiding wil inschrijven, kan zich tussentijds inschrijven. 2. Tussentijdse inschrijving anders dan in dit hoofdstuk bepaald, is niet toegestaan. 3. In de volgende gevallen wordt in afwijking van lid 1 door de Head of School toestemming gegeven tot tussentijdse inschrijving: a. Indien betrokkene wegens ziekte (lichamelijk of psychisch) niet in staat is om per 1 september of per 1 februari aan het onderwijs deel te nemen. Hiervoor dient een verklaring van een arts of erkend hulpverlener overgelegd te worden. Met ziekte wordt zwangerschap gelijk gesteld. b. Indien betrokkene zich tijdens een studiejaar wegens ziekte heeft uitgeschreven, zich datzelfde studiejaar opnieuw wil inschrijven en een verklaring overlegt van een arts of een erkend hulpverlener. Met ziekte wordt zwangerschap gelijk gesteld. c. Indien betrokkene zich tijdens een studiejaar wegens wachttijd stage heeft uitgeschreven en hij in datzelfde studiejaar of tijdens het daaropvolgende studiejaar aan een stage kan beginnen. De student dient hiertoe een verklaring van de Head of School van zijn opleiding te overleggen. 4. Tussentijdse inschrijving met terugwerkende kracht is niet toegestaan. Artikel 4 Bewijs van inschrijving 1. Na inschrijving ontvangt de student een bewijs van inschrijving, waarop o.a. de rechten van de student staan vermeld. 2. Indien de student zijn bewijs van inschrijving kwijtraakt verstrekt de hogeschool tegen betaling van 20,- een nieuw bewijs van inschrijving. Dit bedrag wordt niet in rekening gebracht indien de student een proces verbaal overlegt, waaruit blijkt dat het bewijs van inschrijving gestolen dan wel anderszins kwijtgeraakt is. Artikel 5 Rechten inschrijving als studenten en extraneï 1. De inschrijving als student geeft het recht: a. aan het initieel onderwijs van de instelling deel te nemen, behoudens de bevoegdheid van het College van Bestuur in geval van toepassing van de artikelen 7.9, eerste lid, 7.30a, derde lid, 7.30b, eerste lid, 7.53, derde lid, of 7.56 WHW anders te beslissen, b. de tentamens af te leggen van de onderwijseenheden behorend tot de opleiding, alsmede de examens af te leggen van die opleiding, 21
22 c. van toegang tot de bij de instelling behorende inrichtingen en verzamelingen, tenzij naar het oordeel van het College van Bestuur de aard of het belang van het onderwijs of het onderzoek zich daartegen verzet, d. gebruik te maken van andere ten behoeve van de studenten getroffen voorzieningen, daaronder begrepen de diensten van een studentendecaan, en e. op studiebegeleiding; het College van Bestuur besteedt daarbij bijzondere zorg aan de begeleiding van studenten die behoren tot een etnische of culturele minderheid waarvan de deelname aan het hoger onderwijs in betekenende mate achterblijft bij de deelname van Nederlanders die niet behoren tot een dergelijke minderheid. 2. Indien het College van Bestuur een opleiding beëindigt, bepaalt dat bestuur het tijdstip waarop die beslissing van kracht wordt, zodanig dat de voor de opleiding ingeschreven studenten de opleiding aan dezelfde of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien. 3. De inschrijving als extraneus geeft uitsluitend de rechten vermeld in lid 1 b en c. 4. De Stenden Huisregels en Ordemaatregelen zoals opgenomen in hoofdstuk 8 van dit statuut zijn tevens van toepassing op dit artikel. Artikel 6 Beëindiging inschrijving 1. Het College van Bestuur beëindigt op verzoek van degene die is ingeschreven voor een opleiding diens inschrijving met ingang van eerste van de volgende maand. Beëindiging met terugwerkende kracht is niet toegestaan. 2. Indien degene die is ingeschreven voor een opleiding zijn wettelijk collegegeld, instellingscollegegeld of examengeld na aanmaning niet heeft voldaan, kan het College van Bestuur de inschrijving, met ingang van de tweede maand volgend op de aanmaning beëindigen volgens de regels van het debiteurenprotocol. 3. Indien een inschrijving wordt beëindigd in een geval als bedoeld in artikel 7.8b, vijfde lid WHW, artikel 7.12b, artikel 7.37, vijfde of zesde lid, artikel 7.42a of artikel 7.57h WHW, eerste of tweede lid, beëindigt het College van Bestuur de inschrijving met ingang van de volgende maand. Beëindiging op grond van artikel 7.8b, vijfde lid WHW vindt alleen plaats als een beroep tegen het besluit onherroepelijk ongegrond is verklaard. 4. Het College van Bestuur stelt regels van procedurele aard vast met betrekking tot de toepassing van dit artikel. 5. Het College van Bestuur informeert de betrokkene en DUO over de beëindiging van de inschrijving. 6. Als de persoon die de voorschriften, bedoeld in art. 7.57h lid 1 overtreedt, ernstige overlast binnen de gebouwen en terreinen van de instelling heeft veroorzaakt en deze overlast ook na aanmaning door of vanwege het College van Bestuur niet heeft gestaakt, kan het College van Bestuur die student de toegang tot de instelling definitief ontzeggen of zijn inschrijving beëindigen. 7. Het College van Bestuur kan in bijzondere gevallen na advies van de examencommissie, de decaan of een met de decaan vergelijkbaar orgaan binnen de instelling en na zorgvuldige afweging van de betrokken belangen de inschrijving van een student voor een opleiding beëindigen dan wel weigeren, als 22
23 die student door zijn gedragingen of uitlatingen blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de uitoefening van een of meer beroepen waartoe de door hem gevolgde opleiding hem opleidt, dan wel voor de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening. 8. Het College van Bestuur dan wel het College van Bestuur van een andere instelling die een zelfde of verwante opleiding verzorgt, kan besluiten de student niet opnieuw of niet voor die opleiding in te schrijven. 9. Indien de student, bedoeld in het eerste lid, is ingeschreven voor een andere opleiding en daarbinnen het onderwijs volgt van een afstudeerrichting die overeenkomt met of gelet op de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening verwant is aan de opleiding waarvoor de inschrijving met toepassing van het eerste lid is beëindigd, kan het College van Bestuur na advies van de examencommissie, de decaan of een met de decaan vergelijkbaar orgaan binnen de instelling en na zorgvuldige afweging van de betrokken belangen besluiten dat de student die afstudeerrichting of andere onderdelen van die opleiding niet mag volgen. 10. De inschrijving eindigt van rechtswege: a. op de laatste dag van het studiejaar (31 augustus). b. door overlijden van de student. 11. De Stenden Huisregels en Ordemaatregelen zoals opgenomen in hoofdstuk 8 van dit Statuut zijn tevens van toepassing op dit artikel. Artikel 7 Collegegeldverplichting 1. Een student is voor elk studiejaar dat hij door het College van Bestuur voor een opleiding is ingeschreven, aan de desbetreffende instelling wettelijk collegegeld als bedoeld in de artikelen 9 en 9a of instellingscollegegeld als bedoeld in artikel 10 verschuldigd. 2. Met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 12 leden 1 en 2 is artikel 6 lid 2, van toepassing. Artikel 8 Examengeldverplichting 1. Een extraneus is voor elk studiejaar dat hij door het College van Bestuur voor een opleiding is ingeschreven, aan de desbetreffende instelling examengeld verschuldigd. 2. Het College van Bestuur stelt de hoogte van het examengeld vast. 3. Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 9 Hoogte wettelijk collegegeld 1. De hoogte van het volledige wettelijke collegegeld wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. 23
24 2. De hoogte van het gedeeltelijke wettelijke collegegeld wordt door het instellingsbestuur vastgesteld en is gelegen tussen een minimum- en een maximumbedrag. Deze bedragen worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld. 3. Het gedeeltelijke wettelijke collegegeld bedraagt niet meer dan het volledige wettelijke collegegeld. 4. Het instellingsbestuur informeert Onze minister over de hoogte van het bedrag dat het instellingsbestuur op grond van het tweede lid heeft vastgesteld. 5. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden jaarlijks volgens de consumentenprijsindex geïndexeerd, op de wijze bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald. Artikel 9a Aanspraak op wettelijk collegegeld 1. Het wettelijke collegegeld is verschuldigd door een student die: a. blijkens het basisregister onderwijs sedert 1 september 1991 voor een inschrijving aan een bacheloropleiding niet eerder een bachelor-graad heeft behaald of voor een inschrijving aan een masteropleiding niet eerder een mastergraad heeft behaald, en b. tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000, behoort of de Surinaamse nationaliteit bezit De voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt niet voor: a. een student die voor de eerste maal een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg volgt, respectievelijk een opleiding onderwijs voorafgegaan door een graad in gezondheidszorg of een opleiding gezondheidszorg voorafgegaan door een graad in onderwijs b. een student die een tweede opleiding is gestart tijdens een eerste opleiding en deze ononderbroken heeft gevolgd. 3. Bij algemene maatregel van bestuur kan de categorie studenten, bedoeld in het eerste lid, worden uitgebreid. 4. Een student als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, die is ingeschreven voor een voltijdse opleiding is het volledige wettelijke collegegeld, bedoeld in artikel 9, eerste lid, verschuldigd. 5. Een student als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, die is ingeschreven voor een deeltijdse of duale opleiding, is het gedeeltelijke wettelijke collegegeld, bedoeld in artikel 9 tweede lid, verschuldigd. 6. Indien een student als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid meer dan één opleiding volgt en de opleiding waarvoor hij het eerst is ingeschreven met goed gevolg afrondt, is deze student het wettelijke collegegeld verschuldigd voor het resterende deel van het studiejaar. Het verschuldigde bedrag wordt in dat geval berekend naar rato van het aantal resterende maanden van het desbetreffende studiejaar. 1 Ministerie van OCW heeft de instellingen laten weten dat per 1 september 2017 aanstaande het collegegeld wijzigt voor de tweede studies onderwijs en zorg en daarmee de geldigheid van dit artikel. (Referentie OCW ) 24
25 7. Voor de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt met een student die een bachelor-graad heeft behaald gelijkgesteld: a. een student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd van een hogere beroepsopleiding met een studielast van 168 studiepunten, volgens de wet zoals die luidde op 31 augustus 2002, en b. een student die met goed gevolg het kandidaatsexamen heeft afgelegd van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.8WHW zoals dat artikel luidde op 31 augustus Voor de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt met een student die een bachelor- en mastergraad heeft behaald, gelijkgesteld: a. een student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.3WHW zoals dat artikel luidde op 31 augustus 2002; b. een student die op grond van artikel WHW met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs; en c. een student die op grond van artikel WHW met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs. Artikel 10 Instellingscollegegeld 1. Een student die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 9a, eerste, tweede, derde of zesde lid, is het instellingscollegegeld verschuldigd. 2. De hoogte van het instellingscollegegeld wordt door het College van Bestuur vastgesteld. Het College van Bestuur kan per opleiding of groep van opleidingen of per groep of groepen studenten een verschillend instellingscollegegeld vaststellen. 3. Onverminderd artikel 7.3c, vierde lid WHW, bedraagt het instellingscollegegeld ten minste het volledige wettelijke collegegeld bedoeld in artikel 9, eerste lid. 4. Indien de student, bedoeld in het eerste lid, gedurende een studiejaar alsnog voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 9a, eerste, tweede, derde of zesde lid, is hij voor het resterende deel van het studiejaar op zijn verzoek het wettelijke collegegeld verschuldigd en betaalt het College van Bestuur hem het hogere instellingscollegegeld, dat de student voor het restant van het studiejaar heeft betaald, terug. 5. Het College van Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de toepassing van dit artikel. Artikel 11 Voldoening wettelijk collegegeld 1. Het collegegeld wordt door of namens de student voldaan door: a. betaling ineens, dan wel b. betaling in vijf termijnen, op verzoek van degene die zich tot betaling heeft verbonden, dan wel c. betaling in een ander aantal termijnen overeenkomstig een door het College van Bestuur en degene die zich tot betaling heeft verbonden te treffen betalingsregeling. 25
26 2. Indien er sprake is van betaling in termijnen kunnen door het College van Bestuur administratiekosten in rekening kunnen worden gebracht tot een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld bedrag. Artikel 12 Vermindering, vrijstelling en terugbetaling collegegeld 1. Indien een student als bedoeld in artikel 9a bij een instelling is ingeschreven voor een opleiding en aan dezelfde of een andere bekostigde instelling een tweede inschrijving wenst, is hij voor de laatstbedoelde inschrijving vrijgesteld van het betalen van collegegeld, tenzij het betaalde dan wel te betalen bedrag voor de eerste inschrijving lager is dan het volledige wettelijke collegegeld, bedoeld in artikel 9, eerste lid. In dat geval is het verschil verschuldigd. 2. Degene die voor het volgen van uit de openbare kas bekostigd onderwijs les- of cursusgeld verschuldigd is op grond van de Les- en cursusgeldwet, en die in plaats daarvan, dan wel daarnaast in hetzelfde studiejaar wenst te worden ingeschreven en daarvoor het wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 9 eerste lid, is verschuldigd, is voor de inschrijving voor een opleiding aan een bekostigde instelling een collegegeld verschuldigd, dat het verschil bedraagt tussen de reeds voldane bijdrage en het bedoelde, wettelijke collegegeld. Indien hij een collegegeld verschuldigd is dat lager is dan het reeds voldane bedrag wordt hij van het betalen van collegegeld vrijgesteld. 3. Een student is slechts een gedeelte van het door hem verschuldigde wettelijk collegegeld verschuldigd, indien de student zich gedurende het studiejaar inschrijft. In dat geval wordt het verschuldigde bedrag berekend naar rato van het aantal resterende maanden van het desbetreffende studiejaar. 4. De student heeft aanspraak op terugbetaling van een twaalfde gedeelte van het door hem verschuldigde wettelijk collegegeld voor elke maand dat het studiejaar na beëindiging van zijn inschrijving duurt, tenzij een betalingsregeling als bedoeld in artikel 11, onderdeel b, is getroffen. 5. Indien een student in de loop van het studiejaar overlijdt, wordt voor elke daaropvolgende maand van het studiejaar na diens overlijden, een twaalfde gedeelte van het betaalde wettelijk collegegeld terugbetaald. 6. Bij beëindiging van de inschrijving met ingang van juli of augustus heeft de student geen aanspraak op beëindiging van betaling van de termijnen, bedoeld in artikel 11 onderdeel b, en op terugbetaling van het voor die maanden betaalde collegegeld. 7. Vermindering of vrijstelling van het wettelijk collegegeld in andere gevallen dan bedoeld in het eerste tot en met zesde lid, wordt aangemerkt als ondoelmatige besteding van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.9 WHW, eerste lid. 8. Een student die aanspraak maakt op wettelijk collegegeld op grond van artikel 9a, tweede lid, wordt voor een andere inschrijving niet vrijgesteld van het betalen van collegegeld als bedoeld in de artikelen 9, 9a en 10. Artikel 13 Collegegeld voor bepaalde voltijdse opleidingen vanaf het studiejaar
27 1. Het College van Bestuur stelt in afwijking van artikel 9, eerste lid voor een opleiding die of voor een experimenteel programma dat is aangewezen op grond van artikel 9 van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing, een collegegeld vast. Het collegegeld bedraagt ten hoogste vijf keer het volledige wettelijke collegegeld bedoeld in artikel 9, eerste lid. 2. Het College van Bestuur draagt tijdig voor de aanvang van het studiejaar zorg voor openbaarmaking van het op grond van het eerste lid vastgestelde bedrag. 3. Indien het eerste lid voor een opleiding toepassing heeft gevonden, komt het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde collegegeld in de plaats van het collegegeld, genoemd in artikel 9, eerste lid. 4. Artikel 9, vijfde lid is van overeenkomstige toepassing. 5. Artikel 11 is van toepassing. Artikel 14 Overige bijdragen 1. De inschrijving wordt niet afhankelijk gesteld van een andere geldelijke bijdrage dan de in de in dit hoofdstuk bedoelde bedragen. 2. In afwijking van het eerste lid kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het College van Bestuur met het oog op de inschrijving voor een opleiding als genoemd in artikel 7.50 lid 2 WHW waar voor aanvullende eisen mogen worden gesteld, een bijdrage mag verlangen in de kosten die rechtstreeks verband houden met het onderwijs. De algemene maatregel van bestuur bepaalt op welke kostensoorten een dergelijke bijdrage betrekking kan hebben en welk bedrag ten hoogste gevorderd kan worden. De volgende categorieën kosten worden onderscheiden: Categorie 1: kosten die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen die de instellingen op grond van de WHW hebben en die derhalve niet mogen worden doorberekend aan studenten (het kostenrisico komt voor de instelling); Categorie 2: de kosten verbonden aan onderwijsbenodigdheden en bepaalde onderwijsvoorzieningen mogen uitsluitend worden doorberekend aan studenten (het kostenrisico komt voor de instelling of de student); Categorie 2: kosten verbonden aan extra diensten en voorzieningen die de studenten aangeboden worden al dan niet tegen betaling (het kostenrisico komt voor de student). 3. Het College van Bestuur treft voorzieningen tot financiële ondersteuning van degenen voor wie de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, een onoverkomelijke belemmering voor de inschrijving vormt. Het College van Bestuur stelt nadere regels vast met betrekking tot de toepassing van het tweede lid en met betrekking tot de financiële ondersteuning, bedoeld in de eerste volzin. Artikel 15 Vaststelling bedragen wettelijk collegegeld en instellingscollegegeld 1. De hoogte van het wettelijk collegegeld is bij wet vastgesteld voor
28 2. De hoogte van het instellingscollegegeld wordt door het College van Bestuur vastgesteld en separaat bekend gemaakt op 3. Het wettelijk collegegeld voor een voltijdopleiding bedraagt voor het studiejaar euro. 4. Het wettelijk collegegeld voor een deeltijd- of duale opleiding wordt voor het studiejaar door het College van Bestuur bepaald tussen euro en euro. 5. Het wettelijk collegegeld wordt jaarlijks geïndexeerd met de consumentenprijsindex. 6. Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in het vijfde lid, wordt verstaan: de consumentenprijsindex «reeks alle huishoudens» zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor Statistiek. Artikel 16 Schadevergoeding en geldboete niet gerechtigde deelname onderwijs en niet nakoming identificatieplicht 1. Degene die niet is ingeschreven en gebruikmaakt van onderwijs- of examenvoorzieningen ten behoeve van onderwijs verzorgd door Stenden Hogeschool, is deswege conform artikel 15.2 WHW aan Stenden Hogeschool een schadevergoeding verschuldigd, die door het College van Bestuur wordt vastgesteld: a. met toepassing van artikel 10, tweede lid, indien het deelname aan een voltijdse opleiding betreft, of b. met toepassing van artikel 9 derde lid, indien het deelname aan een deeltijdse of duale opleiding betreft. 2. Degene die niet is ingeschreven en gebruikt maakt van onderwijs- of examenvoorzieningen ten behoeve van onderwijs verzorgd door Stenden Hogeschool, wordt conform artikel 15.3 WHW gestraft met geldboete van de tweede categorie. 3. Degene die aan onderwijs- of examenvoorzieningen ten behoeve van onderwijs verzorgd door Stenden Hogeschool deelneemt, is conform artikel 15.4 verplicht bij die gelegenheid of onmiddellijk daarna op eerste vordering van of vanwege het instellingsbestuur aan dat bestuur dan wel aan een door dat bestuur aangewezen persoon of personen zijn naam en adres bekend te maken en het bewijs waaruit blijkt dat hij gerechtigd is daaraan deel te nemen, behoorlijk ter inzage te geven. 4. Degene die in strijd handelt met het derde lid, wordt conform artikel 15.4 WHW gestraft met geldboete van de eerste categorie. Artikel 17 Studievoortgang internationale en/of verblijfsvergunningplichtige studenten 1. Na afloop van elk studiejaar stelt de instelling de studievoortgang vast van elke internationale student. Als voldoende studievoortgang wordt aangemerkt: 50% (of meer)van de proportionele nominale studielast voor het (gedeelte van het) 28
29 studiejaar. In afwijking hiervan geldt dat de internationale student het voorbereidend jaar met goed gevolg dient af te ronden. Indien geen sprake is van voldoende studievoortgang stelt de instelling de oorzaak hiervan vast, mede door middel van een studievoortganggesprek. 2. Indien blijkt dat de internationale student niet of onvoldoende studeert of het niveau niet aankan, wordt ingeval van een verblijfsvergunningplichtige internationale student binnen een maand de IND hierover geïnformeerd. 3. Indien er sprake is van persoonlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 7.51 lid 2 WHW, alsmede artikel 2.1 Uitvoeringsbesluit WHW ten gevolge waarvan er geen sprake is van voldoende studievoortgang, worden er bindende afspraken gemaakt met de internationale student om de achterstand weg te werken. Er vindt in dat geval voor een verblijfsvergunningplichtige internationale student geen afmelding plaats bij de IND. Het is per referentperiode - de periode dat de verblijfsvergunningplichtige internationale student bij Stenden staat ingeschreven - per internationale student slechts éénmalig mogelijk bij een melding aan de IND achterwege te laten indien geen sprake is van voldoende studievoortgang betreffende dezelfde verblijfsvergunningplichtige internationale student, waarbij sprake is van dezelfde persoonlijke omstandigheden. 4. Zodra Stenden Hogeschool constateert dat de inschrijving aan de instelling door een derdelander is beëindigd, wordt dit gemeld bij de IND. 5. Stenden Hogeschool zal de toelaatbare verblijfsvergunningplichtige internationale student bij de inschrijving verzoeken zich schriftelijk akkoord te verklaren met de procedure waarbij Stenden Hogeschool de verblijfsvergunningplichtige internationale student al dan niet met voorafgaand bericht bij de IND afmeldt, ingeval van beëindiging van de inschrijving of de vaststelling dat geen sprake is van voldoende studievoortgang als bedoeld in de voorgaande leden. 6. De gedragscode internationale student hoger onderwijs is van toepassing. Artikel 18 Rechtsbescherming 1. Tegen besluiten genomen op grond van dit hoofdstuk kan binnen zes weken na dagtekening via [email protected] bezwaar worden gemaakt bij het College van Bestuur. 2. Alvorens te beslissen wint het College van Bestuur advies in bij de Geschillen- en Klachtenadviescommissie. 3. Tegen beslissingen op bezwaar staat beroep open bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs in Den Haag Artikel 19 Onvoorziene gevallen 1. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet en waaromtrent een onmiddellijke beslissing noodzakelijk is, beslist het College van Bestuur, na raadpleging van de Head of School waar de student is ingeschreven of wenst ingeschreven te worden. De beslissing wordt onverwijld aan betrokkene meegedeeld. 29
30 Bijlage behorende bij dit hoofdstuk en opgenomen in Hoofdstuk 15 van dit Studentenstatuut: Studenten debiteurenprotocol studenten. Gedragscode internationale student hoger onderwijs (1 augustus 2014). 30
31 3 Onderwijs WHW: 5a.8, 7.3, 7.13, 1.3 Artikel 1 Kwaliteit van het Onderwijs en onderzoek 1. Het College van Bestuur stelt de voor de Schools geldende kaders voor de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek vast. Ten behoeve van de bewaking van de kwaliteit van het onderwijs kent de hogeschool een systeem van interne kwaliteitszorg waarbij de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek in een opleiding periodiek worden beoordeeld en waarbij - ingeval van onvoldoende kwaliteit verbetertrajecten worden ontwikkeld en uitgevoerd. 2. Deze doelstellingen en kwaliteitskenmerken worden geijkt aan de kwaliteitseisen die door de overheid worden gesteld aan de accreditatie van opleidingen als bedoeld in artikel 5a.8 WHW. 3. Visie, beleid en uitvoering zijn gedocumenteerd; deze documentatie is voor alle betrokkenen toegankelijk. 4. Door middel van een systeem van interne kwaliteitszorg wordt structureel gewerkt aan de bepaling, meting, analyse en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en het onderzoek. Studenten zijn bij dit proces betrokken. Artikel 2 Onderwijsdoelen 1. De onderwijsdoelen van een opleiding en de daarmee te verkrijgen competenties zijn afgeleid van algemeen erkende HBO-kernkwalificaties, van het profiel van het beroep of de beroepen op de uitoefening waarvan de opleiding de student voorbereidt en van de eigen visie en profilering van de opleiding. 2. In de Onderwijs- en Examenregeling (OER) wordt per studieonderdeel aangegeven: a. het leerdoel (in relatie tot de competenties); b. de onderwijsinhoud; c. de onderwijswerkvorm(en); d. de studielast en studiebelasting; e. de toetsvorm en -inhoud; f. de beoordelingscriteria. 3. Voor elke opleiding en eventueel daarbij behorende afstudeerrichtingen - worden de in het tweede lid genoemde onderwerpen op hoofdlijnen beschreven in de Onderwijs- en Examenregeling (OER) van de opleiding. Artikel 3 Stages, opdrachten en excursies 1. Informatie over praktische oefeningen en stages die buiten de hogeschool worden verricht alsmede onderzoeken - die onderdeel zijn van het programma van de 31
32 opleiding, wordt opgenomen in de Onderwijs- en Examenregeling (OER) van de opleiding. 2. De rechten en verplichtingen van de student ten opzichte van de hogeschool en de praktische oefening aanbiedende of vragende organisatie worden zo nodig schriftelijk vastgelegd. 3. Studenten worden tijdig over excursies die deel uitmaken van het onderwijsprogramma geïnformeerd. Artikel 4 Profiel Stenden Hogeschool Stenden heeft als uitgangspunt gekozen voor de volgende drie centrale thema s die invulling geven aan het begrip kwaliteit: 1. Probleemgestuurd onderwijs Stenden is een instelling die zich onderscheidt door het gehanteerde didactische concept: het onderwijs is probleem gestuurd (PGO, ofwel Probleem Gestuurd Onderwijs). In kleine groepen (maximaal 12 studenten) werken studenten begeleid door een tutor aan het actief construeren van kennis, aan de hand van taken ( problemen ) uit de actuele beroepspraktijk. 2. Internationalisering Stenden profileert zich al jaren als internationale hogeschool. Het PGO karakter van ons onderwijs speelt binnen Stenden een belangrijke rol in het internationale karakter van het onderwijs en omgekeerd. Bij het doorontwikkelen van het internationale karakter van de hogeschool zal daarom een nauwe verbinding met het onderwijsconcept worden gehandhaafd. 3. Toegepast onderzoek De focus op toegepast onderzoek leidt tot innovatie en vernieuwing van het onderwijs. Onderzoek kan een duidelijke meerwaarde geven voor het contextuele karakter van het onderwijs (een van de kenmerken van PGO). Inzet zal gericht zijn op het aanbrengen van focus in het onderzoek binnen Stenden Hogeschool, met als doel de kwaliteit ervan te versterken en de relatie van het onderzoek met het onderwijs te versterken. Hierbij de Gedragscode praktijkgericht Onderzoek voor het hbo leidend. Bijlage behorende bij dit hoofdstuk en opgenomen in Hoofdstuk 15 van dit Studentenstatuut: Gedragscode praktijkgericht Onderzoek voor het hbo. Gedragscode voor het voorbereiden en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek binnen het Hoger Beroepsonderwijs in Nederland. Advies van de Commissie Gedragscode Praktijkgericht Onderzoek in het hbo, 30 augustus Gedragscode voor het gebruik van andere talen dan het Nederlands in het onderwijs. 32
33 4 Studentenvoorzieningen WHW: 7.34 Artikel 1 Studentendecanaat 1. Er is ten behoeve van de studenten van de hogeschool een studentendecanaat ingesteld. 2. In het studentendecanaat is het contactpunt voor studenten met een functiebeperking ingericht. Ten aanzien van studeren met een functiebeperking is de Regeling Studeren met een functiebeperking 2 van toepassing. 3. De studentendecaan bemiddelt behandelt en of adviseert bij: a. studieloopbaanvragen (twijfels of je de juiste studie hebt gekozen, een tweede studie, doorstuderen, advies over stage en solliciteren); b. effectief studeren en studieplanning; c. uitstelgedrag; d. persoonlijke problemen (psychische problemen, loskomen van thuis, faalangst, rouwverwerking, stress, relatieproblemen etc.); e. praktische regels die gelden in geval van studievertraging door bijzondere omstandigheden; f. financiële problemen; g. studiefinanciering/studielening; h. het bindend studieadvies (BSA); i. functiebeperking en dyslexie, opstellen onderwijscontract met voorzieningen en faciliteiten; j. topsport; k. conflicten, bezwaar en beroep; l. modern migratie beleid/verstrekken van verschoonbare redenen. 4. De functie van studentendecaan heeft een vertrouwelijk karakter. Dit betekent dat met de informatie die door de student wordt verstrekt vertrouwelijk wordt omgegaan, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke regels. 5. Het studentendecanaat brengt over zijn werkzaamheden jaarlijks een verslag uit. Artikel 2 Voorzieningen 1. Er zijn aan de hogeschool minimaal de volgende studentenvoorzieningen: a. mediatheek/bibliotheek; b. reproductievoorzieningen; c. kantinevoorzieningen en verblijfsruimtes; d. it-voorzieningen nodig voor het onderwijs. 2 Voorheen Regeling Studie & Handicap. 33
34 2. Voor het gebruik van bepaalde voorzieningen of diensten kan het College van Bestuur een bijdrage vragen. Bijlagen behorende bij dit hoofdstuk en opgenomen in Hoofdstuk 15 van dit Studentenstatuut: Regeling Studeren met een functiebeperking. Regeling Studeren met een functiebeperking voor toetsen. Praktische regels rond ziekte en andere bijzondere omstandigheden. Werkwijzer voor studentendecanen Stenden. 34
35 5 Reglement ongewenst gedrag Préambule De meldings- en klachtenregeling inzake ongewenst gedrag maakt deel uit van het beleid van Stenden Hogeschool ter preventie van ongewenst gedrag. Een veilig werk- en studieklimaat is een essentiële voorwaarde voor het goed functioneren van medewerkers en studenten binnen de onderwijsinstelling en bij alle in Stenden-verband georganiseerde activiteiten buiten de instelling. Het reglement legt de weg c.q. de rechtsgang vast waarlangs gevallen van ongewenst gedrag gemeld en behandeld kunnen worden. Het respecteert hierbij de belangen van alle betrokkenen op een zorgvuldige behandeling. Stenden Hogeschool is hiervoor aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs van Stichting Onderwijs op basis van artikel U-1 CAO- HBO inzake Seksuele intimidatie en Agressie. Hoofdstuk I: Artikel 1 Begripsbepaling Onder ongewenste omgangsvormen vallen de volgende begrippen (Bron: arbocatalogus hbo): a. agressie en geweld Het welbewust verbaal uiten, gebruiken van fysieke kracht of macht, dan wel het dreigen daarmee, gericht tegen een medewerker of student, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid of studie, het geen resulteert of waarschijnlijk zal resulteren in een gevoel van bedreiging, materiële schade, letsel, de dood of psychische schade. b. seksuele intimidatie Enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. c. pesten Alle vormen van intimiderend gedrag met een structureel karakter, van een of meerdere werknemers (collega's, leidinggevenden) of een of meerdere studenten gericht tegen een werknemer of groep werknemers of student of groep studenten die zich niet kan of kunnen verdedigen tegen dit gedrag. Een belangrijk element aangaande pesten is de herhaling van die gedraging in de tijd. d. discriminatie Direct of indirect onderscheid met inbegrip van seksuele intimidatie. Onder direct respectievelijk indirect onderscheid wordt verstaan dat iemand op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, leeftijd, handicap of chronische ziekte, respectievelijk dat een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen van een bepaalde godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat, leeftijd dan wel een hetero- of homoseksuele 35
36 gerichtheid of met een handicap of chronische ziekte bijzonder treft. e. College van Bestuur College van Bestuur van Stenden In de zin van de WHW, artikel 10.2 f. Medewerker Degene die bij Stenden, onder welke titel ook, werkzaam is c.q. werkzaamheden verricht, onder wie ook een bestuurslid of vrijwilliger wordt begrepen. g. Student Degene die als student is ingeschreven bij Stenden, onder wie ook de ouders/verzorgers van een minderjarige student worden begrepen. h. Melding Het zich wenden tot de vertrouwenspersoon, het management of het College van Bestuur in verband met een confrontatie inzake ongewenst gedrag. i. Melder De medewerker of student die meent geconfronteerd te zijn met ongewenst gedrag en die hierover een melding heeft gedaan bij de vertrouwenspersoon, het management of het College van Bestuur. j. Vertrouwenspersoon De door het College van Bestuur aangewezen persoon die als eerste aanspreekpunt functioneert bij meldingen inzake ongewenst gedrag en daarbij begeleidt. k. Klager De medewerker of student die meent geconfronteerd te zijn met ongewenst gedrag en terzake een klacht heeft ingediend bij de klachtencommissie, het management of het College van Bestuur. l. Aangeklaagde De medewerker of student tegen wie een klacht inzake ongewenst gedrag is ingediend bij de klachtencommissie, het management of het College van Bestuur. m. Klacht Het indienen van een op schrift gestelde klacht inzake ongewenst gedrag bij de klachtencommissie, het management of het College van Bestuur. n. Klachtencommissie Een door het bevoegd gezag ingestelde commissie die is belast met onderzoek van klachten met betrekking tot ongewenst gedrag en rapportage en advisering hieromtrent aan het College van Bestuur. Hoofdstuk II - Informele fase Bepalingen inzake de vertrouwenspersoon en bemiddeling Artikel 2 Functie eisen 1. Het College van Bestuur stelt voor de hogeschool meerdere vertrouwenspersonen beschikbaar. De vertrouwenspersoon (-personen) dient zicht te hebben op de onderwijs-, werk- en stagesituatie en de participanten hierin, en dient kundig te zijn op het terrein van opvang en verwijzing. 36
37 Artikel 3 Taken 1. De vertrouwenspersoon functioneert als eerste aanspreekpunt bij meldingen en klachten met betrekking tot ongewenst gedrag, begeleidt en kan eventueel verwijzen naar een bemiddelaar of andere deskundigen op dit terrein. 2. Hierbij zorgt de vertrouwenspersoon voor een adequate opvang van diegene die een klacht uit over ongewenst gedrag, voor een vertrouwelijke behandeling van gegevens. De vertrouwenspersoon richt in eerste instantie op het onderzoeken van de mogelijkheid van een informele oplossing. 3. Bij het eventueel indienen van een formele klacht en de afhandeling daarvan staat de vertrouwenspersoon de klager terzijde. 4. De vertrouwenspersoon verwijst de melder of klager, indien en voor zover noodzakelijk en/of gewenst, naar andere instanties, zo mogelijk gespecialiseerd in opvang en nazorg. 5. De vertrouwenspersoon verwijst de melder die een klacht wenst in te dienen naar de klachtencommissie. Indien het een minderjarige student betreft, worden de ouders/verzorgers met medeweten van de melder hiervan door de vertrouwenspersoon in kennis gesteld, tenzij er naar het oordeel van de vertrouwenspersoon zwaarwegende redenen zijn, die hiermee in tegenspraak zijn. 6. De vertrouwenspersoon adviseert en, indien en voor zover gewenst door de melder, begeleidt bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie, het management of het College van Bestuur en verleent eventueel bijstand bij het doen van aangifte bij justitie. 7. De vertrouwenspersoon heeft slechts bemoeienis met concrete meldingen met betrekking tot ongewenst gedrag. Indien de vertrouwenspersoon signalen, doch geen concrete meldingen bereiken, doet hij/zij hiervan mededeling aan het management of het College van Bestuur. 8. De vertrouwenspersoon kan op eigen initiatief interne en externe deskundigen raadplegen. 9. De vertrouwenspersoon registreert de meldingen. 10. De vertrouwenspersoon kan het College van Bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. 11. De vertrouwenspersoon legt jaarlijks van haar of zijn werkzaamheden verantwoording af aan het College van Bestuur. Daarbij dient de anonimiteit van personen en het vertrouwelijk karakter van de informatie gewaarborgd te blijven. Artikel 4 Geheimhouding 1. De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van alle zaken die hij/zij in zijn/haar hoedanigheid van vertrouwenspersoon verneemt. Slechts met uitdrukkelijke toestemming van de melder of de klager kan hiervan worden afgeweken. Het hier bepaalde geldt niet, indien wettelijke bepalingen anders bepalen. 37
38 2. De plicht tot geheimhouding vervalt niet na beëindiging van de functie van de vertrouwenspersoon. 3. Aan de vertrouwenspersoon komt het recht van verschoning toe. Artikel 5 Faciliteiten en ondersteuning 1. Het College van Bestuur stelt de vertrouwenspersoon (-personen) in staat zijn/haar taak naar behoren te vervullen. De vertrouwenspersoon moet hiervoor voldoende faciliteiten krijgen. 2. Het College van Bestuur draagt er zorg voor dat de vertrouwenspersoon (- personen) niet uit hoofde daarvan wordt benadeeld in zijn/haar positie met betrekking tot de instelling. 3. De vertrouwenspersoon dient binnen de hogeschool toegang te hebben tot voor haar/hem belangrijke informatie. (b.v. met betrekking tot ziekteverzuim en verzoeken tot overplaatsing). 4. De vertrouwenspersonen moeten goed bereikbaar zijn. Hoofdstuk III: Formele fase Bepalingen inzake klachtencommissie, de klachtenprocedure en de besluitvorming door het College van Bestuur Artikel 6 Klachtencommissie 1. Het College van Bestuur is aangesloten bij de Stichting Onderwijsgeschillen en maakt gebruik van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs indien er een formele klacht wordt ingediend inzake ongewenste omgangvormen. 2. De Landelijke Klachtencommissie is belast met het onderzoek naar de klacht inzake ongewenst gedrag, doet uitspraak over de aannemelijkheid van de gestelde feiten en brengt aan het College van Bestuur een eventueel advies uit. Voor verdere informatie over de samenstelling en werkwijze van de klachtencommissie en de te volgen procedures voor het indienen van een klacht wordt verwezen naar het Reglement van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs die hier als pdf-bijlage is bijgevoegd. Artikel 7 Onderzoek in klachtenprocedure 1. Indien een melding of een klacht wordt ingediend bij het management of het College van Bestuur, wordt in geval van een melding verwezen naar de vertrouwenspersoon en in geval van een klacht naar de klachtencommissie. 2. In geval van een melding neemt betrokkene contact op met de vertrouwenspersoon. Hij/zij richt zich in eerste instantie op het onderzoeken van de mogelijkheid van een informele oplossing. Te denken valt aan de opvang en begeleiding van de melder en contact te leggen met een intern of extern bemiddelaar. 3. Indien een klacht wordt ingediend bij de Landelijke Klachtencommissie geldt het reglement van deze commissie. 38
39 Artikel 8 Besluitvorming door het College van Bestuur 1. Het College van Bestuur neemt binnen uiterlijk binnen 14 dagen na ontvangst van het rapport en het eventuele advies van de klachtencommissie een voorlopige beslissing. Dit wordt schriftelijk aan klager en aangeklaagde medegedeeld. 2. Ten aanzien van voorgenomen maatregelen zijn, indien het een personeelslid betreft, de bepalingen zoals neergelegd in de voorwaarden van de akte van benoeming en/of CAO, van toepassing. 3. Alvorens definitief te beslissen stelt het College van Bestuur klager en aangeklaagde separaat in de gelegenheid hun mondelinge zienswijze kenbaar te maken op het door hen voorgenomen besluit. Voorafgaand aan dit gesprek wordt aan klager en aangeklaagde inzage verschaft in het rapport en het eventuele advies van de klachtencommissie. 4. Indien het College van Bestuur niet beslist overeenkomstig het advies van de klachtencommissie, doet hij dit bij gemotiveerd besluit. 5. Het College van Bestuur brengt zijn definitieve beslissing binnen één week na het zienswijzegesprek ter kennis van de klager, de aangeklaagde en de voorzitter van de klachtencommissie. Klager en aangeklaagde ontvangen, desgewenst en ter beoordeling van het College van Bestuur, tevens een afschrift van het rapport en het eventuele advies van de klachtencommissie. Hoofdstuk IV: Overige bepalingen en slotbepalingen Artikel 9 Inzage 1. De originele verslagen van hoorzittingen en andere bescheiden blijven tijdens het onderzoek in het beheer van de commissie. 2. Een ieder die bij het onderzoek door de klachtencommissie betrokken is, is verplicht geheimhouding te betrachten omtrent hetgeen met hem/haar is besproken c.q. aan de orde is gesteld. 3. De klager en getuigen/derden mogen niet wegens het indienen van een klacht of het afleggen van een getuigenis worden benadeeld in hun rechtspositie of hun studie. 4. Het College van Bestuur draagt er zorg voor dat een bijgewerkt exemplaar van deze regeling op een voor belanghebbenden steeds toegankelijke plaats op de instelling ter inzage beschikbaar is. 5. Het College van Bestuur draagt er tevens zorg voor dat alle belanghebbenden op de hoogte zijn of worden gesteld van het bestaan van deze regeling. Artikel 10 Evaluatie 1. Deze regeling wordt 3-jaarlijks na inwerkingtreding geëvalueerd door het College van Bestuur, de vertrouwenspersonen en de hogeschoolraad. 39
40 Artikel 11 Wijzigingen 1. Deze regeling kan worden gewijzigd door het College van Bestuur na overleg met de vertrouwenspersonen en met inachtneming van de bepalingen ter zake in het hogeschoolreglement. Artikel 12 Overige bepalingen 1. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het College van Bestuur. Bijlage: Reglement Landelijke Klachtencommissie Onderwijs Reglement Landelijke Klachtencommissie On 40
41 6 Voorschriften Privacy en Persoonsgegevens WBP: Wet Bescherming Persoonsgegevens. Artikel 1 Begripsbepalingen In deze voorschriften wordt verstaan onder: a. persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; b. verwerking van persoonsgegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens; c. bestand: elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografisch bepaalde wijze, dat volgens bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende personen. Het betreft onder meer het studentenvolgsysteem (Progress.net) en de studenten-debiteuren-administratie van de afdeling Finance, Control & Procurement. d. verantwoordelijke: het bestuursorgaan dat, alleen of tezamen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt, in casu: het College van Bestuur van Stenden Hogeschool; e. functionaris gegevensbescherming: de door het College van Bestuur aangewezen deskundige belast met het meldingsproces en toezicht op naleving van de voorschriften; f. bewerker: degene die ten behoeve van de verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt, zonder aan zijn rechtstreeks gezag te zijn onderworpen; g. beheerder: degene die de leiding heeft over de dagelijkse werkzaamheden met betrekking tot verwerking van de persoonsgegevens, onder meer: directeur ESR, Heads of School, manager Communicatie en directeur Finance, Control & Procurement; h. systeembeheerder: degene die het technisch deel van de bestanden beheert, in casu: manager Facilities & ICT; i. betrokkene: degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft; j. ontvanger: degene aan wie de persoonsgegevens worden verstrekt; k. verzamelen van persoonsgegevens: het verkrijgen van persoonsgegevens; l. verstrekken van persoonsgegevens: het bekend maken of ter beschikking stellen van persoonsgegevens, voor zover die geheel of grotendeels afkomstig zijn uit 41
42 gegevens die in een bestand zijn opgenomen, of die door verwerking daarvan, al dan niet in verband met andere gegevens, zijn verkregen; m. verstrekken van persoonsgegevens aan een derde: verstrekken van gegevens uit een bestand aan een ieder, niet zijnde de betrokkene, de verantwoordelijke, de bewerker of enig persoon die onder rechtstreeks gezag van de verantwoordelijke of de bewerker gemachtigd is om persoonsgegevens te verwerken; n. Autoriteit Persoonsgegevens: het college bedoeld in artikel 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens, belast met het toezicht op de naleving van de privacywetgeving; o. WHW: Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek; p. DUO:Dienst Uitvoering Onderwijs ; q. de hogeschool: Stenden Hogeschool te Leeuwarden, met nevenvestigingen te Emmen, Groningen, Meppel, Assen en in het buitenland. Artikel 2 Toepassingsgebied 1. Deze voorschriften zijn van toepassing op alle verwerkingen van persoonsgegevens van studenten binnen Stenden Hogeschool, die door de verantwoordelijke of in diens opdracht worden verricht, voor zover die verwerkingen eenvoudig kunnen worden herleid tot individuele gegevens. Artikel 3 Doelstelling Deze voorschriften hebben tot doel: 1. de persoonlijke levenssfeer van ieder van wie persoonsgegevens zijn opgenomen in één of meer bestanden, te beschermen tegen misbruik van die gegevens en tegen opslag van onjuiste gegevens; 2. te voorkomen dat persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen voor een ander doel worden gebruikt dan waarvoor dat bestand is bestemd. 3. de rechten van de betrokkenen te waarborgen. Artikel 4 Doel van de gegevensverwerking De gegevensverwerking heeft tot doel: 1. het kunnen beschikken over informatie ten behoeve van de bedrijfsvoering van de hogeschool, onderscheidenlijk het uitvoering geven aan wettelijke taken, overeenkomstig het gestelde in artikel 19 lid 2 Vrijstellingsbesluit; 2. adequaat kunnen voldoen aan de vraag gegevens te verstrekken aan personen of instanties met een publiekrechtelijke taak. 42
43 Artikel 5 Meldingsplicht 1. Tenzij registraties onder het vrijstellingsbesluit vallen is een verwerking aanmeldingsplichtig indien de registratie bijzondere persoonsgegevens, dan wel een combinatie van persoonsgegevens bevat. 2. Ten behoeve van aanmeldingsplichtige verwerkingen wordt door de verantwoordelijke een schriftelijk of digitaal aanmeldingsbestand voorzien van de benodigde informatie, waarna de gegevens aan de functionaris voor de gegevensbescherming worden toegezonden. 3. Betrokkenen kunnen bij de Functionaris Gegevensbescherming informatie verkrijgen omtrent de aangemelde (combinatie van) persoonsgegevens. Deze informatie kan tevens worden geraadpleegd via Artikel 6 Categorieën van personen 1. Over de volgende categorieën van personen kunnen gegevens in de bestanden worden opgenomen: a. studenten, onder wie ook masterstudenten; b. cursisten; c. alumni; d. aspirant-studenten; e. evc-kandidaten. Artikel 7 Soorten gegevens De volgende soorten van gegevens kunnen in de bestanden worden opgenomen: a. Persoonlijke gegevens: achternaam, voorletters, voorvoegsels, voornamen, roepnaam; naam echtgenoot bij getrouwde vrouwen (indien opgegeven); geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland, jaar van aankomst in Nederland; nationaliteit; BSN; pasfoto, al dan niet gedigitaliseerd geslacht; studentnummer/relatienummer; correspondentienummer OC&W/DUO; bankrekeningnummer. b. Adressen: laatst bekende adres, postcode, woonplaats, land, telefoonnummer; adres, postcode, woonplaats, land, telefoonnummer en soortgelijke voor communicatie benodigde gegevens bij aanmelding. adres. c. Aanmeldings-/inschrijvingsgegevens: opleiding, opleidingsvorm, inschrijvingsvorm, fase, jaar, bekostiging, datum van inschrijving/aanmelding. 43
44 d. Vooropleiding: (aard) gevolgde vooropleiding inclusief vakken en behaalde cijfers; jaar waarin het aan de vooropleiding verbonden diploma is behaald; naam en adres van de school van de vooropleiding. e. Schoolhistorie: eerste jaar inschrijving hoger onderwijs; eerste jaar inschrijving instelling. f. Persoonlijke informatie gegevens van (zeer) persoonlijke aard t.b.v. het decanaat en/of vertrouwenspersoon; en/of financiële ondersteuning door het Profileringsfonds. g. Studievoortgang: datum behalen propedeuse; behaalde studiepunten; datum behalen eindgetuigschrift; bindend studieadvies. h. Financiële gegevens: facturatie en betaling collegegeld; facturatie en betaling overige kosten; lening noodfonds door Profileringsfonds; toekenning financiële ondersteuning door het Profileringsfonds. Artikel 8 Bijzondere persoonsgegevens 1. De verwerking van persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, alsmede persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakvereniging is in beginsel verboden. Eventuele wettelijke uitzonderingen hierop staan vermeld op Hetzelfde geldt voor strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd verbod naar aanleiding van dat gedrag. Artikel 9 De wijze waarop gegevens worden verkregen 1. De gegevens genoemd in artikel 7 worden door betrokkene voor zover mogelijk bij de aanmelding of inschrijving verstrekt via Studielink, dan wel door de afdeling Studentzaken van de afdeling ESR, de afdeling Legal Affairs, de administraties van de opleidingen of de afdeling Finance, Control & Procurement (bij derden) verzameld, in het bestand opgenomen en actueel gehouden. Artikel 10 Bewaartermijn 1. De gegevens als bedoeld in artikel 7 worden niet langer bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te identificeren, dan noodzakelijk is voor de verwerkelijking van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens 44
45 worden verwerkt. 2. De gegevens als bedoeld in artikel 7 mogen langer worden bewaard dan bepaald in het eerste lid voor zover ze voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden bewaard, en de verantwoordelijke de nodige voorzieningen heeft getroffen ten einde te verzekeren dat de desbetreffende gegevens uitsluitend voor deze specifieke doeleinden worden gebruikt. Artikel 11 Rechtstreekse toegang tot de registratie 1. Toegang tot een bestand hebben: a. de verantwoordelijke; b. de beheerder; c. de door de beheerder aangewezen functionarissen voor de verwerking van de persoonsgegevens over de tot zijn/haar werkgebied behorende betrokkenen; d. de bewerker; e. de systeembeheerder. 2. De systeembeheerder zal via een coderings- en wachtwoordbeveiliging in het systeem de verschillende functionarissen toegang geven tot bepaalde gedeelten van de persoonsgegevens of tot alle persoonsgegevens al naar gelang hun werkzaamheden dit vereisen. Artikel 12 Categorieën van personen of instanties waaraan persoonsgegevens uit het bestand worden verstrekt 1. Behalve aan degenen die toegang hebben tot het bestand, worden op verzoek persoonsgegevens uit het bestand door de beheerder verstrekt aan: a. de betrokkene, uitsluitend de eigen gegevens; b. studiebegeleiders en andere functionarissen, uitsluitend voor de persoonsen inschrijvingsgegevens van de onder hen ressorterende betrokkenen en voor zover nodig in het kader van de taken en bevoegdheden; c. opleidingssecretariaten, uitsluitend voor de persoons- en inschrijvingsgegevens van de onder hen ressorterende betrokkenen en voor zover nodig in het kader van de taken en bevoegdheden van de afdeling; d. andere afdelingen, uitsluitend voor zover nodig in het kader van de taken en bevoegdheden van de afdeling; e. Studentendecanaat en vertrouwenspersonen, voor zover nodig in het kader van taken en bevoegdheden; f. Opleidingsexamencommissies en College van Beroep voor de Examens voor zover nodig in het kader van taken en bevoegdheden; g. Commissie toelatingsonderzoek, voor zover nodig in het kader van taken en bevoegdheden; h. Het Profileringsfonds (Financiële ondersteuning Studenten) voor zover nodig in het kader van taken en bevoegdheden; i. verkiezingscommissies medezeggenschapsorganen; j. toeleverende nationale scholen voor havo, vwo, bve en internationale scholen waar het betreft de studievoortgang van oud-leerlingen, voor zover gedocumenteerd in de melding. 2. Tot identificeerbare personen herleidbare gegevens uit het bestand kunnen worden verstrekt aan: a. het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; b. de Informatie Beheer Groep/DUO; 45
46 c. de Inspectie van het hoger onderwijs; d. overige instellingen voor zover daar een wettelijke basis voor is; e. overige instellingen met uitsluitend de toestemming van de betrokkene. 3. Niet tot geïdentificeerde personen herleidbare gegevens uit het bestand kunnen worden verstrekt met toestemming van de verantwoordelijke: a. aan het Centraal Bureau voor de Statistiek; b. voor wetenschappelijke en statistische doeleinden. 4. Overige gegevensverstrekking geschiedt uitsluitend met toestemming van de betrokkene, behalve als het gaat om(externe) kwaliteitsonderzoeken. In dat geval worden de bij Stenden geregistreerde adressen verstrekt. Artikel 13 Soorten van gegevens die verstrekt kunnen worden 1. De soorten van gegevens die aan de in artikel 12 lid 2 genoemde instanties kunnen worden verstrekt, zijn die gegevens tot de verstrekking waarvan de verantwoordelijke op grond van de wet of contract verplicht is. Artikel 14 Beveiliging 1. De verantwoordelijke draagt zorg voor passende technische en organisatorische maatregelen ter voorkoming van verlies of onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Deze maatregelen garanderen -rekening houdend met de stand der techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging- een passend beveiligingsniveau, gelet op de risico s die de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens met zich meebrengen. 2. Gelijke plicht rust op de beheerder, bewerker en systeembeheerder. Artikel 15 Rechten betrokkenen 1. Elke betrokkene heeft het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen te wenden tot de verantwoordelijke te wenden en te verzoeken: a. of hem/haar betreffende persoonsgegevens in het bestand zijn opgenomen; b. zo ja, een overzicht daarvan met inlichtingen over de herkomst aan hem/haar te verstrekken dan wel die te mogen inzien; c. indien de gegevens uit het overzicht feitelijk onjuist, voor het doel van de registratie onvoldoende of niet ter zake dienend zijn dan wel in strijd met een wettelijk voorschrift, deze gegevens te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen; d. of hem/haar betreffende gegevens uit het systeem aan derden zijn verstrekt; e. om een verklaring met bepaalde persoonsgegevens uit het bestand, waarvan de betrokkene aantoont deze nodig te hebben om aan derden te kunnen overleggen. 2. Een verzoek wordt schriftelijk aan de verantwoordelijke gedaan; deze voldoet binnen een maand na ontvangst schriftelijk aan het verzoek als bedoeld onder 1a, b, d of e en bericht binnen twee maanden na ontvangst of, dan wel in hoeverre 46
47 aan het verzoek onder 1c zal worden voldaan. 3. Aan een verzoek zoals bedoeld onder lid 1 sub b en d wordt 1 keer per jaar gratis voldaan door de verantwoordelijke. Een verklaring als bedoeld in lid 1 sub e wordt 5 keer per jaar gratis verstrekt. 4. Bij een hoger aantal verzoeken als bedoeld in lid 3 dient de verzoeker een vergoeding van 5.-- te betalen door middel van overschrijving op het bankrekeningnummer van de hogeschool of door contante betaling en/of pinbetaling aan de beheerder tegen afgifte van een ontvangstbewijs. Een verzoek wordt in deze gevallen geacht te zijn ontvangen nadat de vergoeding is ontvangen. De vergoeding wordt terugbetaald indien het verzoek wordt geweigerd dan wel nadat de verantwoordelijke op verlangen van de verzoeker of op bevel van de rechter tot verbetering, aanvulling of verwijdering is overgegaan. 5. Indien de verantwoordelijke twijfelt aan de identiteit van de verzoeker, dan vraagt hij zo spoedig mogelijk aan de verzoeker schriftelijk nadere gegevens inzake zijn identiteit te verstrekken of, ingeval het een verzoek als bedoeld onder 1.b of e betreft, of hij het overzicht in persoon kan afhalen onder overlegging van een identiteitsbewijs. Artikel 16 Rechtsbescherming 1. Een student kan tegen een besluit op grond van dit hoofdstuk bezwaar indienen bij het College van Bestuur via [email protected]. Alvorens te beslissen wint het College van Bestuur advies in bij de Geschillen- en Klachtenadviescommissie. 2. Tegen beslissingen op bezwaar staat beroep open bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs in Den Haag. Artikel 17 Geheimhouding en beveiliging 1. Functionarissen die uit hoofde van hun functie kennis nemen van persoonsgegevens, zijn gehouden deze gegevens niet anders te gebruiken dan voor de uitoefening van hun functie nodig is en niet aan onbevoegden mede te delen, overeenkomstig het daartoe gestelde in de CAO-HBO. 2. De verantwoordelijke draagt er zorg voor dat onbevoegden niet de gelegenheid krijgen van verwerkte persoonsgegevens kennis te nemen. Deze zorgt voor de beveiliging tegen inbraak en diefstal en datalekken. 47
48 7a Financiële Ondersteuning deelname toelatingsprocedure Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie WHW: art Artikel 1 Bijdrage kosten deelname toelatingsprocedure 1. De inschrijving wordt niet afhankelijk gesteld van een andere geldelijke bijdrage dan de in de artikelen 7.43 tot en met 7.49 WHW bedoelde bedragen. 2. In afwijking van het eerste lid kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het College van Bestuur met het oog op de inschrijving voor een opleiding als bedoeld in de artikelen 6.7, 7.26, eerste lid, 7.26a, eerste lid, 7.53 en 7.56 WHW een bijdrage mag verlangen in de kosten die rechtstreeks verband houden met het onderwijs. De algemene maatregel van bestuur kan bepalen op welke kostensoorten een dergelijke bijdrage betrekking kan hebben en welk bedrag ten hoogste gevorderd kan worden. 3. Het College van Bestuur treft voorzieningen tot financiële ondersteuning van degenen voor wie de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, een onoverkomelijke belemmering voor de inschrijving vormt. Het College van Bestuur stelt nadere regels vast met betrekking tot de toepassing van het tweede lid en met betrekking tot de financiële ondersteuning, bedoeld in de eerste volzin. Deze regels zijn neergelegd in de Regeling Financiële Ondersteuning deelname toelatingsprocedures Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie. Artikel 2 Commissie Profileringsfonds 1. De Commissie Profileringsfonds neemt namens het College van Bestuur besluiten met betrekking tot de financiële ondersteuning uit hoofde van dit hoofdstuk. Bijlage behorende bij dit hoofdstuk en opgenomen in Hoofdstuk 15 van dit Studentenstatuut: Regeling Financiële Ondersteuning deelname Toelatingsprocedures Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie. inclusief PDF met aanvraagformulier 48
49 7b Financiële Ondersteuning voor studenten WHW: art Artikel 1 Profileringsfonds 1. Ten behoeve van de uitvoering van de financiële ondersteuning van studenten heeft het College van Bestuur een Profileringsfonds ingesteld. 2. In dit hoofdstuk wordt onder studenten verstaan, de studenten als bedoeld in de WSF 2000 (geldig tot 1 september 2015) 3 en de aankomende studenten als bedoeld in de gewijzigde wet WSF 2000 (geldig vanaf 1 september 2015) Met de uitvoering van het Profileringsfonds is de Commissie Profileringsfonds belast. De Commissie Profileringsfonds hanteert voor beide Studentgroepen, als bedoeld in de vorige leden van dit artikel, bij de uitvoering van haar taak dezelfde procedure en criteria. 4. De Commissie Profileringsfonds neemt namens het College van Bestuur besluiten met betrekking tot de financiële ondersteuning uit hoofde van het Profileringsfonds. Artikel 2 Financiële ondersteuning Profileringsfonds 1. De hogeschool kent voorzieningen voor de financiële ondersteuning van een student die: a. aan de hogeschool is ingeschreven voor een opleiding waarvoor aan hem nog geen graad is verleend en wettelijk collegegeld verschuldigd is, in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid de opleiding niet of niet geheel volgt, en voor die opleiding aanspraak heeft of heeft gehad op een prestatiebeurs als bedoeld in Hoofdstuk 5 van de Wet studiefinanciering 2000 (geldig tot 1 september 2015, =studentgroep A), en b. in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid de opleiding niet of niet geheel volgt, en voor die opleiding aanspraak heeft of heeft gehad op een prestatiebeurs als bedoeld in Hoofdstuk 5 van de gewijzigde Wet studiefinanciering 2000 (geldig vanaf 1 september 2015, =studentgroep B), en c. studievertraging heeft opgelopen of naar verwachting zal oplopen als gevolg van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 7.51 WHW en als bedoeld in Hoofdstuk 5 van de Wet studiefinanciering 2000 (geldig tot 1 september 2015, =studentgroep A), en d. studievertraging heeft opgelopen of naar verwachting zal oplopen als gevolg van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 7.51 WHW en als bedoeld in Hoofdstuk 5 van de gewijzigde Wet studiefinanciering 2000 (geldig vanaf 1 september 2015, =studentgroep B) of e. is ingeschreven voor een opleiding waaraan niet opnieuw accreditatie is verleend en waarvoor aan hem nog geen graad is verleend. 3 Studentgroep A. 4 Studentgroep B. 49
50 2. Het College van Bestuur kan voorzieningen treffen voor de financiële ondersteuning van studenten die: a. aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor een opleiding waarvoor aan hem nog geen graad is verleend, b. niet voldoet aan een nationaliteitseis als bedoeld in artikel 7.45a WHW, eerste lid. Artikel 3 Bijzondere omstandigheden 1. De bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2 lid 1 sub b en c zijn: a. het lidmaatschap van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid, een opleidingscommissie, de medezeggenschapsraad of een deelraad; b. activiteiten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het College van Bestuur mede in het belang zijn van de hogeschool of van het onderwijs dat de student volgt; c. ziekte, zwangerschap en bevalling; d. een handicap of chronische ziekte; e. bijzondere familieomstandigheden; f. een onvoldoende studeerbare opleiding; g. het bedrijven van topsport; h. andere dan in de onderdelen a tot en met g bedoelde omstandigheden die, indien een daarop gebaseerd verzoek om financiële ondersteuning door het College van Bestuur niet zou worden gehonoreerd, zouden leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 4 Regelingen financiële ondersteuning voor Studentgroep A en Studentgroep B 1. Het College van Bestuur stelt regels van procedurele aard vast met betrekking tot de toepassing van dit hoofdstuk, waartoe in ieder geval behoren regels over de aard, de duur en de hoogte van de financiële ondersteuning. 2. De financiële ondersteuning is niet hoger dan de studiefinanciering die betrokkene geniet uit hoofde van Hoofdstuk 3 van de Wet studiefinanciering 2000, dan wel zou hebben genoten indien hij daarop aanspraak zou maken of zou hebben mogen maken (studentgroep A) of zou mogen maken (studentgroep B). Het College van Bestuur kan aan de toekenning van financiële ondersteuning de voorwaarden verbinden dat de student feitelijk studerend is. 3. In aanvulling op de voorzieningen, bedoeld in dit hoofdstuk, kan een voorziening voor financiële ondersteuning worden getroffen, die samen met de financiële ondersteuning ingevolge de voorzieningen, bedoeld in dit hoofdstuk, hoger is dan de studiefinanciering, die betrokkene geniet uit hoofde van Hoofdstuk 3 van de Wet studiefinanciering 2000, dan wel zou hebben genoten, indien hij daarop aanspraak zou (hebben mogen) maken (studentgroep A) of zou mogen maken (studentgroep B). Deze aanvulling wordt verstrekt onder de benaming: voorziening voor aanvullende ondersteuning. 4. De regels van procedurele aard zijn vastgelegd in de volgende financiële regelingen: a. Regeling Financiële Ondersteuning overige bijzondere omstandigheden Stenden Hogeschool; 50
51 b. Regeling Financiële Ondersteuning medezeggenschapsorganen en Studentenorganisaties Stenden Hogeschool; c. Regeling Financiële Ondersteuning topsport-student Stenden Hogeschool; d. Regeling Noodfonds Stenden Hogeschool. Artikel 5 Sancties 1. Indien een ondersteuning op grond van dit hoofdstuk is respectievelijk wordt verleend na verstrekking van onjuiste gegevens en/of na fraude of indien niet meer voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden, kan het College van Bestuur besluiten tot: a. stopzetting van de ondersteuning; b. intrekking van het besluit tot verstrekking; c. terugvordering van de reeds uitgekeerde ondersteuning. Artikel 6 Onvoorziene gevallen en onbillijkheden van overwegende aard 1. In gevallen waarin de regelingen in dit hoofdstuk niet voorzien en bij onbillijkheden van overwegende aard, beslist het College van Bestuur, de Commissie Profileringsfonds gehoord hebbende. Bijlagen behorende bij dit hoofdstuk en opgenomen in Hoofdstuk 15 van dit Studentenstatuut: Regeling Financiële Ondersteuning overige bijzondere omstandigheden Stenden Hogeschool. inclusief PDF met aanvraagformulier Regeling Financiële Ondersteuning medezeggenschapsorganen en Studentenorganisaties Stenden Hogeschool. inclusief PDF met aanvraagformulier Regeling Financiële Ondersteuning topsport-student Stenden Hogeschool. inclusief PDF met aanvraagformulier Regeling Noodfonds Stenden Hogeschool. inclusief PDF met aanvraagformulier 51
52 8 Huisregels en Ordemaatregelen WHW: art. 7.57h Artikel 1 Huisregels en ordemaatregelen 1. Het College van Bestuur kan voorschriften geven en maatregelen nemen met betrekking tot de goede gang van zaken in de gebouwen en terreinen van de instelling. Artikel 2 Voorschriften goede gang van zaken 1. Iedereen die gebruik maakt van gebouwen van Stenden, terreinen of andere voorzieningen - of op een andere manier ergens anders onder verantwoordelijkheid van Stenden handelt -, is verplicht dit te doen in overeenstemming met de doelstelling van Stenden, de door of namens het College van Bestuur hiervoor ingevoerde regels na te leven en zich verder daarbij zodanig te gedragen dat hij: Stenden of derden, die gebruik maken van de gebouwen, terreinen of andere voorzieningen, of betrokken zijn bij handelingen ergens anders die onder de verantwoordelijkheid van Stenden vallen, op geen enkele wijze schade toebrengt; de veiligheid en de gezondheid van studenten en personeel van Stenden en van anderen niet in gevaar brengt; de goede orde niet verstoort of dreigt te verstoren; de voortgang van het onderwijs en onderzoek niet verstoort of dreigt te verstoren; geen inbreuk maakt op een recht van Stenden of derden, die gebruik maken van de gebouwen, terreinen of andere voorzieningen of betrokken zijn bij handelingen ergens anders die onder de verantwoordelijkheid van Stenden vallen; niet in strijd handelt met de wet; niet in strijd handelt met wat volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer passend is. De regels, als bedoeld in het eerste lid, moeten aan degene die gebruik maakt van de gebouwen, terreinen of andere voorzieningen van Stenden, of op een andere manier ergens anders onder verantwoordelijkheid van Stenden werkt, bekend gemaakt worden. Artikel 3 Aanwijzingen 1. Iedereen die gebruik maakt van de gebouwen, terreinen of andere voorzieningen van Stenden, of op een andere manier ergens anders onder verantwoordelijkheid van Stenden handelt, is verplicht de aanwijzingen gegeven door of namens het College van Bestuur zoals vermeld in artikel 1, onmiddellijk op te volgen. 2. Iedereen wordt geacht: 1. bij werk en studie, stages en andere activiteiten die vallen onder verantwoordelijkheid van Stenden, zorgvuldig en voorzichtig te handelen; 52
53 2. geen beeld- en of geluidsopnamen van lessen, colleges of andere onderwijsactiviteiten te maken, behalve wanner de docent hiervoor toestemming heeft gegeven. 3. Geen audio- en videobestanden te streamen. 4. zich te houden aan de kledingvoorschriften die vanuit de opleidingen kunnen worden vastgesteld; het beleid hiertoe wordt in belangrijke mate bepaald door de communicatieve waarden die in het betreffende beroepenveld een rol spelen; 5. zich te houden aan het algemeen geldend kledingvoorschrift van Stenden: binnen alle Nederlandse vestigingen van Stenden Hogeschool geldt een algemeen verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding, los van de bevoegdheid van de Heads of School om aanvullende kledingvoorschriften voor te schrijven, indien dit vanuit het oogpunt van praktische uitvoering van het onderwijs noodzakelijk is. 6. zich op de hoogte te stellen van de (veiligheids-) voorschriften die betrekking hebben op het werk en de studie, stages en andere activiteiten die vallen onder verantwoordelijkheid van Stenden; 7. zich te houden aan de algemeen gebruikelijke normen en fatsoensregels in de omgang met studenten en medewerkers van Stenden en met derden, zowel in persoon als op sociale media; 8. zich op verzoek van medewerkers van Stenden te legitimeren door middel van een geldig identiteitsbewijs én bewijs van inschrijving; 9. zich te houden aan de regels voor verspreiding en raadpleging van informatie via de toegankelijke Stenden-netwerken; 10. voor het ophangen van posters dient men van te voren toestemming te vragen aan de receptie (in de kleinere locaties aan de huismeester. Deze kijkt of er geen aanstootgevende zaken op staan en geeft vervolgens uitleg waar en hoe de posters mogen hangen. Voor het uitdelen van flyers, afnemen van enquêtes, plaatsen van (sandwich)borden moet men (graag een week van te voren) het bij de receptie/huismeester te verkrijgen aanvraagformulier volledig invullen en in te dienen zodat de receptie/huismeester kan beoordelen of het geen problemen geeft met andere geplande activiteiten; 11. Geen eigen huishoudelijke apparatuur en meubilair in het gebouw te plaatsen en in gebruik te nemen; 12. geen voedsel of drinken te nuttigen in de onderwijsruimten; 13. niet te roken binnen de gebouwen van Stenden en binnen de gebieden van het Stenden terrein met een rookverbod, met uitzondering van de daarvoor aangemerkte gedoogzones of de daarvoor aangemerkte rookruimte in de gebouwen van Stenden; 14. (buiten) opgerookte sigaretten te deponeren in de daarvoor bestemde asbakken; 15. zijn/haar eigen afval mee te nemen of weg te gooien in de daarvoor bestemde bakken; 16. geen drugs mee te nemen, te gebruiken en/of te verhandelen op de terreinen en in de gebouwen van Stenden; 17. geen alcohol mee te nemen of te gebruiken buiten de ruimtes waar alcohol door Stenden wordt verstrekt; 18. geen huisdieren mee te nemen of te houden binnen de gebouwen, terreinen of andere voorzieningen van Stenden, met uitzondering van blindengeleidehonden en speciaal getrainde honden die personen met een functiebeperking behulpzaam zijn; 19. (brom)fietsen alleen maar te stallen in de daarvoor bestemde stallingen; 53
54 20. auto s en motoren alleen maar te plaatsen in de daarvoor bestemde parkeervakken; 21. niet te fietsen en voort te bewegen op skates, skeelers, rolschaatsen, skateboard of step in de gebouwen van Stenden; 22. de gebouwen en terreinen niet te beschadigen en meubilair uitsluitend te gebruiken voor het doel waarvoor het bestemd is; 23. de onderwijs-, werk- en algemene ruimtes van Stenden uitsluitend te gebruiken voor het doel waarvoor het bestemd is; 24. gebruikte ruimtes netjes en opgeruimd achter te laten, het meubilair in de oorspronkelijke opstelling te laten of terug te plaatsen en bij het verlaten de ramen te sluiten, verlichting uit te doen en (indien aanwezig en zelf bedienbaar) zonwering omhoog te doen; 25. in de Stilteruimte (Leeuwarden) rust en stilte te bewaren, niet te eten en te drinken en geen opruiende of politieke uitingen op schrift of mondeling te doen; 26. mobiele telefoons uit te zetten in de onderwijs- en examenruimtes en in het studielandschap/bibliotheek, tenzij docenten in overleg met de groep bepalen dat van dit principe kan worden afgeweken in verband met de te realiseren onderwijsdoelen; 27. bij gebruik van mobiele telefoons in alle andere ruimtes geen overlast te veroorzaken voor medegebruikers van de betreffende ruimte; 28. de aangebrachte veiligheidsvoorzieningen op de juiste wijze te gebruiken en de verplichte beschermingsmiddelen te dragen of toe te passen; 29. onveilige en/of ongezonde werksituaties te melden aan de betreffende Head of School; 30. bij brand, calamiteiten, ongevallen en andere noodsituaties die zich in en om het gebouw voordoen, te melden bij het noodnummer van de vestiging van Stenden: * Assen: * Emmen: * Groningen: * Leeuwarden: * Meppel: vluchtwegen en redmiddelen vrij te houden en geen meubilair en goederen in trappenhuizen, doorgangen en verkeersruimten te plaatsen; 32. te weten waar de vluchtwegen zijn; 33. zich te gedragen volgens de aanwijzingen van een bevoegd persoon betreffende de zorg voor een schoon milieu in de gebouwen en op de terreinen. Artikel 4 Gebruik van netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten 1. Voor de goede gang van zaken met betrekking tot het gebruik van netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten heeft het College van Bestuur voorschriften vastgesteld en maatregelen getroffen zoals beschreven in de regeling Netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten Stenden Hogeschool. Artikel 5 Ordemaatregel: ontzegging toegang netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten 54
55 1. Iedereen die de voorschriften uit de Huisregels of de Regeling Netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten niet naleeft en/of die de aanwijzingen als bedoeld in artikel 3 niet direct opvolgt, kan van de toegang tot de netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten binnen Stenden Hogeschool worden afgesloten. 2. De Head of School beslist pas tot ontzegging nadat betrokkene is gehoord, of in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Betrokkene kan zich daarbij laten bijstaan. Van de beslissing wordt betrokkene schriftelijk op de hoogte gesteld. 3. Wanneer een ordemaatregel als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd, wordt hiervan direct schriftelijk melding gedaan aan het College van Bestuur. Bij deze melding wordt in ieder geval aangegeven, de aanleiding en voor welke periode de ontzegging geldt. Artikel 6 Ordemaatregel: kortdurende ontzegging 1. Iedereen die de voorschriften uit de Huisregels of de Regeling Netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten niet in naleeft en/of die de aanwijzingen als bedoeld in artikel 3 niet direct opvolgt, kan voor een periode van maximaal vijf werkdagen het gebruik en/of de toegang tot de gebouwen, terreinen of andere voorzieningen van Stenden worden ontzegd. 2. De Head of School beslist pas tot de ontzegging nadat betrokkene is gehoord, of in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Betrokkene kan zich daarbij laten bijstaan. Van de beslissing wordt betrokkene schriftelijk op de hoogte gesteld. 3. Indien een ordemaatregel als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd, wordt hiervan direct schriftelijk melding gedaan aan het College van Bestuur. Bij deze melding wordt in ieder geval aangegeven, de aanleiding, voor welke periode en voor welke gebouwen, terreinen en/of andere voorzieningen moet gelden. Artikel 7 Ordemaatregel: voorwaardelijke ontzegging 1. Iedereen die de voorschriften uit de Huisregels of de Regeling Netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten niet naleeft en/of die de aanwijzingen als bedoeld in artikel 3 niet direct opvolgt, kan voor een periode van maximaal twaalf aaneengesloten maanden het gebruik en/of de toegang tot de gebouwen, terreinen of andere voorzieningen van Stenden worden ontzegd: a. in de vorm van het stellen van voorwaarden aan het gebruik dan wel toegang, b. bij niet-naleving waarvan tot een definitieve ontzegging zal worden besloten. 2. De Head of School beslist pas tot een voorwaardelijke ontzegging nadat de betrokkene hierover is gehoord, of in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Betrokkene kan zich daarbij laten bijstaan. 3. Indien een ordemaatregel als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd, wordt hiervan direct schriftelijk melding gedaan aan het College van Bestuur. Bij deze melding wordt in ieder geval aangegeven, de aanleiding en voor welke periode de ontzegging geldt. 55
56 4. Indien betrokkene niet tijdig kan worden gehoord of in de gelegenheid kan worden gesteld te worden gehoord, kan de Head of School in afwachting van de besluitvorming als bedoeld in het eerste lid, een voorlopige ontzegging voor maximaal tien werkdagen opleggen zonder dat betrokkene is gehoord. Van de beslissing wordt betrokkene schriftelijk op de hoogte gesteld. Artikel 8 Ordemaatregel: onvoorwaardelijke ontzegging 1. Iedereen die de voorschriften uit de Huisregels of de Regeling Netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten niet in naleeft en/of die de aanwijzingen als bedoeld in artikel 3 niet direct opvolgt, kan voor een periode van maximaal twaalf aaneengesloten maanden het gebruik en/of de toegang tot de gebouwen, terreinen of andere voorzieningen van Stenden worden ontzegd. 2. De Head of School beslist pas tot een onvoorwaardelijke ontzegging nadat betrokkene hierover is gehoord, of in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Betrokkene kan zich daarbij laten bijstaan. 3. Indien een ordemaatregel als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd, wordt hiervan direct schriftelijk melding gedaan aan het College van Bestuur. Bij deze melding wordt in ieder geval aangegeven, de aanleiding en voor welke periode de ontzegging geldt. 4. Indien betrokkene niet op tijd kan worden gehoord of in de gelegenheid kan worden gesteld te worden gehoord, kan de Head of School in afwachting van de besluitvorming als bedoeld in het eerste lid, een voorlopige ontzegging voor maximaal tien werkdagen opleggen zonder dat betrokkene is gehoord. Van de beslissing wordt betrokkene schriftelijk op de hoogte gesteld. Artikel 9 Beëindiging of beperking omvang van de ontzegging 1. De ontzegging eindigt na het verstrijken van de periode waarvoor deze is opgelegd. Op verzoek kan de Head of School een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke ontzegging, voor het verstrijken van de periode waarvoor zij is opgelegd, beëindigen of de omvang van de ontzegging beperken. 2. De Head of School beslist over een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, niet eerder dan nadat de betrokkene is gehoord en de verzoeker in de gelegenheid is gesteld zijn verzoek mondeling toe te lichten. 3. Bij het opleggen van een ordemaatregel zoals bedoeld in het eerste lid, wordt hiervan direct schriftelijk melding gedaan aan het College van Bestuur. Bij deze melding wordt in ieder geval aangegeven, de aanleiding en voor welke periode de ontzegging geldt. 4. De Head of School kan aan de beëindiging of beperking van de omvang van de ontzegging (nadere) voorwaarden verbinden. 5. Wanneer de Head of School van oordeel is dat verzoeker niet aan de (nadere)voorwaarden als bedoeld in het derde lid heeft voldaan, blijft de oorspronkelijke voorwaardelijke of onvoorwaardelijke ontzegging gelden; de periode die is verstreken sinds de beëindiging of beperking van de ontzegging wordt in dat geval niet in mindering gebracht op de oorspronkelijke periode van 56
57 de ontzegging. Van de beslissing wordt betrokkene schriftelijk op de hoogte gesteld. Artikel 10 Ernstige overlast 1. Als de iemand de in artikel 1 en 2 genoemde regels overtreedt, ernstige overlast binnen gebouwen en terreinen van Stenden veroorzaakt en deze overlast ook na aanmaning door of namens het College van Bestuur niet heeft gestaakt, kan het College van Bestuur die persoon de toegang tot de instelling definitief ontzeggen en - als het een student betreft - zijn inschrijving beëindigen. 2. Het College van Bestuur beslist over een definitieve ontzegging of een uitschrijving pas dan nadat betrokkene in deze zaak is gehoord, of in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Betrokkene kan zich daarbij laten bijstaan. 3. Indien betrokkene niet tijdig kan worden gehoord of in de gelegenheid kan worden gesteld te worden gehoord en een onmiddellijke ontzegging noodzakelijk is, kan het College van Bestuur, in afwachting van de besluitvorming als bedoeld in het eerste lid, een voorlopige ontzegging voor maximaal tien werkdagen opleggen zonder dat betrokkene is gehoord. Van de beslissing wordt betrokkene schriftelijk op de hoogte gesteld. Artikel 11 Aansprakelijkheid 1. De betrokkene is aansprakelijk voor alle schade die als gevolg van zijn handelen of nalaten in strijd met dit Hoofdstuk is ontstaan. Artikel 12 Rechtsbescherming 1. Tegen beslissingen op basis van dit Hoofdstuk kan binnen zes weken na de datum van de bekendmaking van de beslissing via [email protected] bezwaar worden gemaakt bij het College van Bestuur conform Hoofdstuk 11 van dit Studentenstatuut. Bijlage behorende bij dit hoofdstuk en opgenomen in Hoofdstuk 15 van dit Studentenstatuut: Regeling gebruikers netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten Stenden Hogeschool. 57
58 9 Eén Loket Faciliteit voor klachten, bezwaar en beroep WHW: art. 7.59a, 7.59b Artikel 1 Eén Loket Faciliteit (ELF) 1. Stenden Hogeschool kent een klachten- bezwaar- en beroeploket als bedoeld in artikel 7.59a WHW, genaamd Eén Loket Faciliteit (hierna: ELF). Voornoemd loket dat wordt beheerd door de afdeling Legal Affairs is te vinden op de website van Stenden Hogeschool en 2. Elke betrokkene kan zich wenden tot het loket als bedoeld in het eerste lid met een klacht, een bezwaar of een beroep. Onder betrokkene wordt in dit hoofdstuk verstaan: een student, een aanstaande student, een voormalige student, een extraneus, een aanstaande extraneus of een voormalige extraneus. Artikel 2 Taak Eén Loket Faciliteit 1. ELF heeft tot taak klachten, bezwaar- en beroepschriften te registreren en door te geleiden naar het orgaan dat met de afhandeling van voornoemde klacht of bezwaar- of beroepschrift is belast en betrokkene (indiener) hierover te informeren. 2. Klachten, bezwaar- en beroepschriften kunnen zowel digitaal als per post worden ingediend: [email protected] Eén Loket Faciliteit T.a.v. ELF Stenden Hogeschool Postbus CG Leeuwarden 58
59 10 Behandeling klachten WHW: art. 7.59a, 7.59.b. Artikel 1 Behandeling klachten 1. Degene die rechtstreeks in zijn of haar belang is getroffen door een gedraging van een orgaan of een medewerker van de hogeschool, kan ter zake van die gedraging een klacht indienen bij ELF. 2. Elf bevestigt de ontvangst van de klacht per mail en zendt in eerste instantie de klacht door naar leidinggevende van de organisatorische eenheid waar de klacht betrekking op heeft om na te gaan of de klacht naar tevredenheid van de betrokkene kan worden opgelost. Als termijn wordt 2 weken gehanteerd. 3. Ingeval de klacht niet naar tevredenheid is opgelost dan geeft betrokkene dit door aan Elf. Elf zendt vervolgens de klacht per mail door naar de Geschillen- en Klachtenadviescommissie, die met de behandeling en advisering van de klacht is belast. Op de Geschillen- en Klachtenadviescommissie is art. 7:13, eerste tot en met zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft (hierna: beklaagde), wordt een afschrift van het klaagschrift alsmede van de daarbij meegezonden stukken toegezonden. 4. Alvorens de klacht in behandeling te nemen, onderzoekt de Geschillen- en Klachtenadviescommissie de mogelijkheid tot minnelijke schikking. Is minnelijke schikking mogelijk gebleken, dan bevestigt de Geschillen- en Klachtenadviescommissie dit aan klager en beklaagde, waarop de klacht als afgehandeld wordt beschouwd. Is minnelijke schikking niet mogelijk gebleken, dan wordt de klacht door de Geschillen- en Klachtenadviescommissie in behandeling genomen. 5. De termijn voor de afhandeling van een klacht bedraagt zes weken na ontvangst van het klaagschrift. De afhandeling van de klacht kan met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging wordt per mededeling gedaan aan de betrokkene (hierna: klager) en beklaagde. 6. Klager en beklaagde worden door de Geschillen- en Klachtenadviescommissie in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Van het horen van de klager kan worden afgezien, indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel de klager heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om te worden gehoord. Van het horen wordt een verslag gemaakt. 7. Het College van Bestuur stelt de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen het onderzoek naar de klacht, het oordeel daarover, alsmede van de eventuele conclusie die daaraan worden verbonden. De beklaagde en ELF ontvangen hiervan een afschrift. De afhandeling van de klacht wordt geregistreerd door ELF. 8. Indien de conclusies van het College van Bestuur afwijken van het advies van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie, wordt in de conclusies de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies meegezonden met de kennisgeving 59
60 9. Tegen de conclusies ten aanzien van de klacht kan geen bezwaar of beroep worden ingesteld, behoudens het recht van een ieder zich tot de burgerlijke rechter te wenden. Artikel 2 Geen behandeling klachten 1. Klachten worden door ELF niet in behandeling genomen als zij betrekking hebben op een gedraging in één van de volgende gevallen als bedoeld in art. 8.3 lid 1 Awb: a. waarover al eerder is geklaagd en die klacht is behandeld; b. die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden; c. waartegen door klager bezwaar gemaakt had kunnen worden; d. waartegen door klager beroep kan worden ingesteld, tenzij die gedraging bestaat uit het niet tijdig nemen van een besluit, of beroep kon worden ingesteld; e. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest of, f. ingeval van een strafrechtelijk onderzoek; g. waarvan wordt geconstateerd dat het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is. 2. Van het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift in kennis gesteld. Artikel 3 Afwijkende Behandeling klachten 1. Valt de klacht onder de reikwijdte van de Reglement Ongewenst Gedrag, dan wordt de klacht behandeld door de Klachtencommissie Ongewenst Gedrag. Klachten die betrekking hebben op het functioneren van (leden van) de Klachtencommissie Ongewenst Gedrag worden behandeld door het College van Bestuur. 2. Klachten die vallen onder de reikwijdte van de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs worden behandeld op de in die code en bijbehorende reglement beschreven wijze. 60
61 11 In bezwaar tegen een beslissing van het College van Bestuur WHW: 7.59a, 7.61, 7.63a, 7.63b Artikel 1 Instellen van bezwaar 1. De betrokkene die het oneens is met een beslissing van het College van Bestuur kan daar tegen bezwaar maken. 2. Het bezwaar als genoemd in lid 1 moet via ELF ( worden ingediend, waarna het voor advies wordt doorgezonden naar de Geschillen- Klachtenadviescommissie, gevolgd door behandeling door het College van Bestuur. Artikel 2 Indienen bezwaarschrift 1. Bezwaren tegen beslissingen anders dan genoemd in art. 1 lid 3 kunnen worden ingediend bij ELF. 2. De termijn voor het indienen van het bezwaarschrift bedraagt zes weken na bekendmaking van de beslissing waartegen het bezwaar wordt ingesteld aan de belanghebbende. De datum van ontvangst door de Eén-loket-faciliteit is bepalend voor de vraag of het bezwaar tijdig is ingediend. 3. Het bezwaarschrift is ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en adres van de indiener en als de indiener is ingeschreven de naam van de opleiding waaraan men verbonden is; b. een omschrijving van de beslissing waartegen het bezwaar is gericht; c. de gronden van het bezwaar; d. ingeval de indiener van het bezwaar namens een ander handelt; een schriftelijke volmacht; e. de dagtekening. 4. Het bezwaarschrift dient door Nederlandse studenten en studenten die de Nederlandse taal beheersen in de Nederlandse taal te worden opgesteld. In alle andere gevallen is het studenten toegestaan de Engelse taal te hanteren. 5. ELF bevestigt de ontvangst van het bezwaar per mail en zendt deze door naar de Geschillen- en Klachtenadviescommissie, die met de behandeling en advisering van het bezwaar is belast. Op de Geschillen- en Klachtenadviescommissie is art. 7:13, eerste tot en met zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Aan degene op wiens beslissing het bezwaar betrekking heeft, wordt een afschrift van het bezwaarschrift alsmede van de daarbij meegezonden stukken toegezonden. 61
62 Artikel 3 Minnelijke schikking 1. Alvorens het bezwaar in behandeling te nemen, onderzoekt de Geschillen- en Klachtenadviescommissie de mogelijkheid tot minnelijke schikking. 2. Is minnelijke schikking mogelijk gebleken, dan bevestigt de Geschillen- en Klachtenadviescommissie dit aan de indiener van het bezwaarschrift en degene die het bestreden beslissing heeft genomen, waarop het bezwaar als afgehandeld wordt beschouwd. Is minnelijke schikking niet mogelijk gebleken, dan wordt het bezwaar door de Geschillen- en Klachtenadviescommissie in behandeling genomen. 3. ELF ontvangt van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie een kopie van de bevestiging van de minnelijke schikking. Artikel 4 Horen 1. De Geschillen- en Klachtenadviescommissie brengt geen advies uit dan nadat zij belanghebbende in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord. 2. Het horen geschiedt tijdens een hoorzitting met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:5 en 7:6 Awb. De hoorzitting is niet openbaar. De Geschillen- en Klachtenadviescommissie kan het horen opdragen aan de voorzitter. 3. De Geschillen- en Klachtenadviescommissie kan van het horen van belanghebbende afzien in de gevallen als genoemd in artikel 7:3 Awb alsmede in het geval belanghebbende niet binnen een door de Geschillen- en Klachtenadviescommissie gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord. De Geschillen- en Klachtenadviescommissie geeft in haar advies aan op welke gronden van het horen is afgezien. 4. Op verzoek van belanghebbende kunnen door hem meegebrachte getuigen en deskundigen worden gehoord tijdens de hoorzitting. De Geschillen- en Klachtenadviescommissie kan ook op eigen initiatief getuigen en deskundigen horen tijdens de hoorzitting. Artikel 5 Indiening, toezending en inzage documenten 1. Tot tien dagen voor het horen kan de belanghebbende nadere documenten indienen. 2. De secretaris van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie verstrekt op verzoek van de belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting alle op het bezwaar betrekking hebbende documenten. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel liggen het bezwaarschrift en alle andere op de procedure betrekking hebbende documenten voorafgaand aan de hoorzitting één week ter inzage voor de belanghebbende op een door de Geschillen- en Klachtenadviescommissie te bepalen plaats en tijdstip, 62
63 tenzij om gewichtige redenen geheimhouding is geboden. 4. De Geschillen- en Klachtenadviescommissie wijst de belanghebbende in de uitnodiging voor de hoorzitting op de terinzagelegging. 5. De belanghebbende kan van de in het tweede lid bedoelde documenten, voor zover niet reeds toegezonden, tegen ten hoogste de kosten kopieën krijgen. Artikel 6 Verslag hoorzitting 1. Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt op verzoek kosteloos aan belanghebbende toegezonden. Toezending geschiedt in beginsel gelijktijdig met de beslissing op het bezwaar. 2. Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. Het houdt ten minste een korte vermelding in van al hetgeen over en weer is gezegd en van al hetgeen voor het overige ter zitting is voorgevallen, voor zover dit voor de zaak relevant is. 3. Het verslag verwijst naar de bescheiden die ter zitting zijn overgelegd. 4. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter van de hoorzitting. Artikel 7 Intrekking bezwaar 1. De belanghebbende kan zijn bezwaar te allen tijde schriftelijk intrekken. 2. De Geschillen- en Klachtenadviescommissie bevestigt de intrekking van het bezwaar schriftelijk. Artikel 8 Beslissing op bezwaar door College van Bestuur 1. Het College van Bestuur neemt met in achtneming van het advies van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie een beslissing op het bezwaar binnen tien weken na ontvangst van het bezwaar door de Eén-loket-faciliteit (ELF). 2. Het College van Bestuur kan de beslissing op bezwaar voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de belanghebbende. Verder uitstel is mogelijk voor zover belanghebbende daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad of ermee instemmen. 3. De beslissing op het bezwaar berust op een deugdelijke motivering die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. 4. Indien het College van Bestuur het bezwaar gegrond acht, heroverweegt het College van Bestuur het bestreden besluit en voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het College van Bestuur het bestreden besluit en neemt voor zover nodig in plaats daarvan een nieuw besluit. 5. Indien de beslissing van het College van Bestuur afwijkt van het advies van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie, wordt in de beslissing de reden voor die 63
64 afwijking vermeld en wordt het advies meegezonden met de beslissing. 6. ELF ontvangt van het College van Bestuur een kopie van de beslissing op bezwaar inclusief het advies van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie. Artikel 9 Onverwijlde spoed 1. Op verzoek van de belanghebbende kan de voorzitter van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie in geval van onverwijlde spoed bepalen dat de Geschillen- en Klachtenadviescommissie zo spoedig mogelijk advies uitbrengt aan het College van Bestuur. De voorzitter van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie bepaalt zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek of sprake is van onverwijlde spoed en bericht de belanghebbende hierover. 2. In geval de voorzitter van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie heeft geoordeeld dat sprake is van onverwijlde spoed, hoort hij de belanghebbende en stelt hij een spoedeisend advies op. Het College van Bestuur neemt met in achtneming van dit advies een beslissing op het bezwaar binnen vier weken na ontvangst van het bezwaar door ELF. 3. ELF ontvangt van het College van Bestuur een kopie van de beslissing op bezwaar inclusief het advies van de Geschillen- en Klachtenadviescommissie. Artikel 10 Onvoorziene gevallen 1. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het College van Bestuur. Artikel 11 Instellen beroep 1. Tegen de beslissing op bezwaar kan beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO) in Den Haag overeenkomstig art WHW en in Hoofdstuk 13 beschreven. 64
65 12 Instellen van beroep tegen een beslissing van de Examencommissie WHW: Art. 7.60, WHW Artikel 1 Behandeling Beroep door College van Beroep voor de Examens (COBEX) 1. Degene die het oneens is met een beslissing van de Examencommissie als bedoeld in art WHW kan daar tegen beroep instellen bij het College van Beroep voor de Examens (COBEX). 2. Met een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt gelijk gesteld een weigering van de Examencommissie om te beslissen. Indien een beslissing niet binnen de daarvoor bij of krachtens de wet gestelde termijn is genomen, wordt het nemen van de beslissing geacht te zijn geweigerd. Artikel 2 Instellen van beroep 1. Het met redenen omkleed beroepschrift wordt ingediend bij Eén Loket Faciliteit (ELF) binnen zes weken nadat de beslissing van de Examencommissie aan de belanghebbende is medegedeeld. Bij overschrijding van deze termijn ten gevolge van omstandigheden die de belanghebbende niet kunnen worden verweten, kan het COBEX de niet-ontvankelijkheidverklaring op die grond achterwege laten. 2. Het beroepschrift is ondertekend en bevat: a. de naam en adres van de indiener en als de indiener is ingeschreven de naam van de opleiding waaraan men verbonden is; b. de mededeling welke examencommissie de beslissing heeft genomen, c. een kopie van de beslissing van de examencommissie, of indien het beroep is gericht tegen de weigering om een beslissing te nemen, een omschrijving van de beslissing die naar het oordeel van de indiener had moeten worden genomen; d. de gronden waarop het beroep rust; e. ingeval de indiener van het beroep namens een ander handelt; een schriftelijke volmacht; f. de dagtekening. 3. Het beroepschrift dient door Nederlandse studenten en studenten die de Nederlandse taal beheersen in de Nederlandse taal te worden opgesteld. In alle andere gevallen is het studenten toegestaan de Engelse taal te hanteren. 4. ELF bevestigt de ontvangst van het beroepschrift digitaal en zendt deze zo spoedig mogelijk door naar het COBEX. 5. De voorzitter van het COBEX stelt degene die in beroep is gegaan ervan in kennis als gegevens in het beroepschrift ontbreken en nodigt hem of haar uit deze binnen een door de voorzitter te stellen termijn alsnog te verstrekken. In geval 65
66 de indiener van het beroep niet binnen die termijn de gegevens verstrekt, kan het beroep op die grond niet-ontvankelijk worden verklaard. Artikel 3 Minnelijke schikking 1. Alvorens het beroep in behandeling te nemen zendt het COBEX het beroepschrift aan de betrokken examencommissie met de uitnodiging om in overleg met de betrokkene(n) na te gaan of een minnelijke schikking als bedoeld in art lid 3 WHW mogelijk is. 2. Nadere regels omtrent de procedure van een minnelijke schikking en de gevallen waarin deze procedure achterwege kan worden gelaten zijn overeenkomstig art lid 1 sub e neergelegd in het Reglement van Orde van het COBEX. 3. De in het eerste lid bedoelde examencommissie deelt binnen drie weken aan het COBEX mee, onder overlegging van daarop betrekking hebbende stukken, tot welke uitkomst het beraad als bedoeld in lid 1 heeft geleid. 4. Is minnelijke schikking mogelijk gebleken, dan bevestigt de COBEX dit aan de indiener van het beroepschrift en de betrokken examencommissie, waarop het beroep als afgehandeld wordt beschouwd. Is minnelijke schikking niet mogelijk gebleken, dan wordt het beroep door het COBEX in behandeling genomen. 5. ELF ontvangt van het COBEX een kopie van de bevestiging van de minnelijke schikking. 6. Is een minnelijke schikking niet mogelijk gebleken, dan wordt het beroepschrift door het COBEX in behandeling genomen. Artikel 4 Verweerschrift 1. In geval een minnelijke schikking niet mogelijk is gebleken, wordt bij de stukken binnen de in art. 9.4 lid 3 genoemde termijn, een verweerschrift van de betreffende examencommissie gevoegd. 2. Indien de voorzitter van het COBEX, in afwijking van het bepaalde in artikel 9.4 eerste lid, besluit een minnelijke schikking achterwege te laten, bepaalt hij of zij de termijn waarbinnen het verweerschrift kan worden ingediend. 3. Van het verweerschrift wordt onverwijld een afschrift gezonden aan de indiener van het beroep. Artikel 5 Vereenvoudigde behandeling en verzet 1. De voorzitter van het COBEX kan het beroep het onderzoek afdoen en direct uitspraak doen, indien voortzetting van het beroep niet nodig is omdat: a. het COBEX kennelijk onbevoegd is; b. het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is; c. het beroep kennelijk ongegrond is; d. het beroep kennelijk gegrond is. 66
67 2. De voorzitter grondt voornoemde uitspraak uitsluitend op de stukken die op het geding betrekking hebben. 3. Tegen de uitspraak, bedoeld in het vorige lid, kan de indiener van het beroep binnen twee weken na de dag waarop die uitspraak is toegezonden, in verzet gaan bij het COBEX. Het verzet wordt gedaan bij een met redenen omkleed en ondertekend geschrift. De indiener kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. 4. Alvorens uitspraak te doen op verzet stelt het COBEX de indiener van het verzetschrift die daarom heeft verzocht in de gelegenheid op een zitting te worden gehoord, tenzij het COBEX van oordeel is dat het verzet gegrond is. Indien de indiener van het verzetschrift daarom niet heeft gevraagd kan het COBEX hem in de gelegenheid stellen op een zitting te worden gehoord. a. De uitspraak op het verzet strekt tot: b. niet-ontvankelijkverklaring van het verzet; c. ongegrondverklaring van het verzet, of; d. gegrondverklaring van het verzet. 5. Indien het COBEX het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart, blijft de uitspraak waartegen verzet was gedaan in stand. 6. Indien het COBEX het verzet gegrond verklaart, vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Artikel 6 Wraking of verschoning 1. Voor de behandeling ter zitting kan elk van de zittende leden van het COBEX door één of meer van de bij het beroep betrokken partijen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die het vormen van een onpartijdig oordeel door het betreffende lid van het COBEX zouden kunnen bemoeilijken. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van het COBEX zich verschonen. 2. De andere zittende leden van het COBEX beslissen zo spoedig mogelijk of de wraking, dan wel verschoning wordt toegestaan. Bij staking van stemmen is het verzoek toegestaan. Artikel 7 Vaststelling plaats en tijdstip behandeling 1. Het COBEX houdt zitting in Leeuwarden of op verzoek van de indiener van het beroepschrift in Emmen. 2. De voorzitter van het COBEX bepaalt op zo kort mogelijke termijn plaats en tijdstip waarop de behandeling van het beroep zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven. 3. Het COBEX kan uit eigen beweging de door hem nodig geachte inlichtingen inwinnen en de op het geding betrekking hebbende stukken opvragen. 4. Voor de behandeling ter zitting worden alle op het geding betrekking hebbende stukken gedurende ten minste drie dagen bij de secretaris van het COBEX voor 67
68 belangstellenden ter inzage gelegd. De voorzitter van het COBEX kan bepalen dat stukken van zeer persoonlijke aard slechts ter inzage worden gelegd voor partijen. 5. Partijen kunnen tot uiterlijk vijf dagen voor mondelinge behandeling van het beroep een beargumenteerd verzoek tot uitstel doen aan de voorzitter van het COBEX. De beoordeling van het verzoek is aan de voorzitter van het COBEX. Artikel 8 Bijstand ter zitting 1. Partijen kunnen zich ter zitting door een gemachtigde doen vervangen of zich door een raadsman of -vrouw doen bijstaan. Voorts kunnen zij getuigen en deskundigen ter zitting meebrengen, met dien verstande dat zij de namen van die personen uiterlijk op de vierde dag vóór de zitting schriftelijk opgeven aan het COBEX en aan de wederpartij. 2. Het COBEX kan ambtshalve of op verzoek van partijen getuigen en deskundigen oproepen. Artikel 9 Behandeling ter zitting 1. Het beroep wordt behandeld in een openbare zitting van het COBEX. In bijzondere gevallen kan het COBEX gemotiveerd besluiten, dat de behandeling van het beroep geheel of gedeeltelijk zal plaatsvinden in een zitting met gesloten deuren. 2. De behandeling van het beroep, de uitspraak op het beroep en de schriftelijke vastlegging daarvan vindt plaats in de Nederlandse taal. 3. Voordat de behandeling ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter van het COBEX mede, wanneer uitspraak zal worden gedaan. Deze uitspraak wordt gedaan uiterlijk binnen twee weken na de sluiting van de zitting. Deze termijn kan door het COBEX met ten hoogste twee weken worden verlengd. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven. Artikel 10 Uitspraak en beroep 1. Het COBEX beslist binnen tien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het beroepsschrift is verstreken. 2. De uitspraak van het COBEX strekt tot: a. niet-ontvankelijkverklaring van het beroep; b. ongegrondverklaring van het beroep; c. gegrondverklaring van het beroep; 3. Indien het COBEX het beroep gegrond acht, vernietigt het de beslissing geheel of gedeeltelijk. Het COBEX is niet bevoegd in de plaats van de geheel of gedeeltelijk vernietigde beslissing een nieuwe beslissing te nemen. Het COBEX kan bepalen dat opnieuw of, indien de beslissing is geweigerd alsnog in de zaak wordt beslist, dan wel dat de toets, het examen, het toelatingsonderzoek, het aanvullend onderzoek of enig onderdeel daarvan opnieuw wordt afgenomen onder door het COBEX te stellen voorwaarden. De examencommissie waarvan de beslissing is 68
69 vernietigd, voorziet voor zover nodig opnieuw in de zaak met inachtneming van de uitspraak van het COBEX. Het COBEX kan daarvoor een termijn stellen. 4. Het COBEX zendt zijn uitspraak, gedagtekend, met redenen omkleed aan partijen bij aangetekend schrijven. ELF ontvangt van het COBEX een afschrift van de uitspraak. 5. Tegen de uitspraak van het COBEX kan binnen zes weken beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs als omschreven in Hoofdstuk 13 van dit Studentenstatuut. Artikel 11 Voorlopige voorziening 1. In zaken waarin het belang van de indiener van het beroep een onverwijlde voorziening bij voorraad vordert, kan deze in afwachting van de uitspraak in de hoofdzaak, aan de voorzitter van het COBEX een voorlopige voorziening vragen bij een met redenen omkleed verzoekschrift, onverminderd het bepaalde in art. 7.66, tweede lid, en art. 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Een afschrift van het ingediende beroepschrift wordt bij het verzoek om een voorlopige voorziening overgelegd. 2. Het verzoek om een voorlopige voorziening kan ook worden opgenomen in het beroepschrift. Artikel 12 Behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening 1. De voorzitter bepaalt, met inachtneming van de algemene regels die aan een behoorlijke procedure tot het treffen van een voorlopige voorziening moeten worden gesteld, op welke wijze de voorbereiding van de behandeling en de behandeling plaatsvinden. 2. De voorzitter van het COBEX beslist op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, na het desbetreffende orgaan dan wel de desbetreffende examinator te hebben gehoord. 3. Na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid bepaalt de voorzitter van het COBEX zo spoedig mogelijk de plaats en het tijdstip waarop de openbare behandeling van het beroep zal plaatsvinden. Aan partijen wordt daarvan tijdig schriftelijk mededeling gedaan. 4. De voorzitter doet zo snel mogelijk uitspraak. De uitspraak strekt tot: a. niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek; b. afwijzing van het verzoek; c. gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek; 5. ELF ontvangt een kopie van de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening. Artikel 13 Geldigheidsduur van de voorlopige voorziening 1. De voorlopige voorziening vervalt zodra door het COBEX ten aanzien van het beroep is beslist, voor zover daarvoor in de uitspraak van het COBEX ten aanzien 69
70 van het verzoek om een voorlopige voorziening geen ander tijdstip is aangegeven. 2. Wordt het beroep ingetrokken voordat het COBEX daarin heeft beslist, dan komt de voorlopige voorziening te vervallen. 70
71 13 Beroep bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs WHW: 7.64, 7.66 Artikel 1 Het instellen van beroep bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs 1. Stenden is aangesloten bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO) te s-gravenhage. 2. Het CBHO oordeelt over het beroep dat een betrokkene heeft ingesteld tegen een beslissing van een orgaan van de hogeschool die jegens hem op grond van de WHW en de daarop gebaseerde regelingen is genomen. Tegen uitspraken van het CBHO staat geen hoger beroep open. 3. Op dit artikel is hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 8:1, eerste en tweede lid, en De organen van de Instelling verstrekken aan het CBHO de gegevens die dit college voor de uitvoering van zijn zaak nodig oordeelt. 5. De procesregels ter zake het instellen van beroep bij het CBHO kunnen geraadpleegd worden op 71
72 14 Slotbepalingen Artikel 1 Onvoorziene omstandigheden 1. In gevallen waarin dit Studentenstatuut niet voorziet, beslist het College van Bestuur. Artikel 2 Citeertitel en inwerkingtreding 1. Dit Studentenstatuut wordt, met instemming van de centrale medezeggenschapsraad, conform artikel 10.20, vastgesteld door het College van Bestuur, vervangt het eerder geldende Studentenstatuut en kan worden aangehaald als Studentenstatuut Stenden Hogeschool en treedt in werking op 1 september
73 15 Bijlagen bij de hoofdstukken 73
74 Hoofdstuk 0 Algemeen Reglement Examencommissie Opleiding of groep van Opleidingen WHW: Art. 7.12, 7.12a, 7.12b, 7.12c Artikel 1 Examencommissie 1. Elke opleiding of groep van opleidingen aan de instelling heeft een Examencommissie. Artikel 2 Benoeming en samenstelling Examencommissie 1. Het College van Bestuur stelt de Examencommissie in en benoemt jaarlijks - voorafgaand aan het nieuwe studiejaar - op basis van hun deskundigheid betreffende opleiding of groep van opleidingen en op voordracht van de Head of School de (nieuwe) leden van de Examencommissie. Tenminste één lid is als docent verbonden aan de opleiding of aan één van de opleidingen die tot de groep van opleidingen behoort. 2. Het College van Bestuur stelt voor een groep van opleidingen in een School een Schoolexamencommissie in, hierna te noemen Examencommissie. De Examencommissie kan bestaan uit kamers. 3. Een kamer van een Examencommissie bestaat uit minimaal 3 leden. 4. Het College van Bestuur draagt er zorg voor dat het onafhankelijk en deskundig functioneren van de Examencommissie voldoende wordt gewaarborgd. 5. Alvorens tot benoeming van een lid over te gaan hoort het College van Bestuur de leden van desbetreffende Examencommissie. 6. De Examencommissie bestaat uit minimaal 3 leden, waarvan één extern. De zittingsduur is gebonden aan het bepaalde in de Benoemingsprocedure leden Examencommissie. 7. Geen lid van een Examencommissie kan zijn: a. een lid van het College van Bestuur; b. een Head of School of een ander lid van het management met een financiële verantwoordelijkheid; c. een bij de Hogeschool ingeschreven student; Artikel 3 Portefeuilles Examencommissie 1. De Examencommissie benoemt een (plaatsvervangend) voorzitter en een (plaatsvervangend) secretaris uit haar midden. 2. Indien aan de orde heeft een lid van de Examencommissie de portefeuille contact en afstemming met de opleiding op de buitenlandse site(s). 74
75 3. Indien aan de orde heeft één lid van de Examencommissie de portefeuille contact en afstemming met de andere Nederlandse vestigingsplaatsen van de School. 4. De Examencommissie wordt in haar werkzaamheden ondersteund door een ambtelijk secretaris. De ambtelijk secretaris heeft geen stemrecht binnen de Examencommissie. 5. De (plaatsvervangend) voorzitter en (plaatsvervangend) secretaris zijn tekenbevoegd. De tekenbevoegdheid en betreffende handtekeningen worden geregistreerd in het Handtekeningen-register, beheerd door ESR-Studentzaken. Artikel 4 Competentieprofiel van leden Examencommissie 1. Elk lid van een Examencommissie voldoet aan de gestelde eisen in het desbetreffend competentieprofiel. Bij (her)benoeming worden betreffende eisen expliciet betrokken. Artikel 5 Beëindiging lidmaatschap Examencommissie 1. Beëindiging van het lidmaatschap van de leden van de Examencommissie door het College van Bestuur vindt plaats: a. na het verstrijken van de benoemingsperiode van een jaar, tenzij er sprake is van herbenoeming. b. tussentijds op eigen verzoek, waarbij in overleg met de Head of School een redelijke termijn wordt gehanteerd. c. tussentijds op schriftelijk verzoek tot beëindiging van benoeming door de Head of School om andere redenen dan het onafhankelijk functioneren. Daarbij geeft de Head of School aan wat de reden van het verzoek tot beëindiging is en per welke datum de beëindiging van de benoeming moet ingaan. Artikel 6 Taken en bevoegdheden Examencommissie 1. De Examencommissie kent de volgende taken en bevoegdheden: a. het uitreiken van getuigschriften en verklaringen als bedoeld in artikel 7.11 WHW; b. het op objectieve en deskundige wijze vaststellen of een student voldoet aan de voorwaarden die de onderwijs- en examenregeling stelt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad; c. het borgen van de kwaliteit van de tentamens en examens onverminderd artikel 7.12c WHW; d. het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen binnen het kader van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13 WHW, om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en vast te stellen; e. het door de meest daarvoor in aanmerking komende Examencommissie verlenen van toestemming aan een student om een door die student samengesteld programma als bedoeld in artikel 7.3d WHW te volgen, waarvan het examen leidt tot het verkrijgen van een graad, waarbij de Examencommissie tevens aangeeft tot welke opleiding van de instelling dat programma wordt geacht te behoren voor de toepassing van deze wet, en f. het verlenen van vrijstelling voor het afleggen van één of meer tentamens. 2. De Examencommissie kan overeenkomstig art lid 2 WHW een onderzoek instellen dat het examen tevens een door de Examencommissie zelf te verrichten 75
76 onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van een examinandus, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van het tentamen. 3. De Examencommissie verstrekt aan examinatoren richtlijnen voor de constructie van tentamens. 4. De Examencommissie checkt periodiek of het geheel van tentamens de vereiste kwalificaties dekt. 5. Indien een student of extraneus fraudeert, kan de Examencommissie de volgende sancties opleggen: Ongeldig verklaring van (gedeelte van) de betreffende toets en/of tentamen; Uitsluiting van de desbetreffende toets en/of tentamen tot een maximum van één jaar; Uitsluiting van meer, door de Examencommissie aan te wijzen toetsen en/of tentamens, tot een maximum van één jaar; Een combinaties van bovenstaande sancties. 6. Bij ernstige fraude, zoals bedoeld in artikel 7.12b lid 2 WHW 5 kan het College van Bestuur op voorstel van de Examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de student definitief beëindigen. In afwachting van het College van Bestuur besluit, sluit de Examencommissie in dat geval de student uit van deelname aan tentamens en/of examens uit. 7. De Examencommissie stelt regels vast over de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en f, en het derde lid en vierde lid, en over de maatregelen die zij in dat verband kan nemen. De Examencommissie kan onder door haar te stellen voorwaarden bepalen dat niet ieder tentamen met goed gevolg afgelegd hoeft te zijn om vast te stellen dat het examen met goed gevolg is afgelegd. 8. Indien een student bij de Examencommissie een verzoek of een klacht indient waarbij een examinator betrokken is die lid is van de Examencommissie, neemt de betrokken examinator geen deel aan de behandeling van het verzoek of de klacht. 9. De Examencommissie stelt mede aan de hand van de notulen van haar vergaderingen, jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden conform het verstrekte format. De Examencommissie verstrekt het jaarverslag aan het College van Bestuur. In een aparte paragraaf van het jaarverslag wordt de werkwijze en werkzaamheden van de Examencommissie met betrekking tot de buitenlandse IBC(s) toegelicht. 10. De Examencommissie adviseert en informeert over de Onderwijs- en Examenregeling (OER) en eventueel daarbij behorende uitvoeringsregelingen. Artikel 7 Onderwijs in het buitenland 1. Voor studeren in het buitenland geldt de Stenden beleidsregel dat maximaal 90 studiepunten van het onderwijsprogramma (30 studiepunten theorie en 60 studiepunten stage) in het buitenland mag worden gedaan. 5 Uitgewerkt in Reglement Fraude en Plagiaat Stenden Hogeschool, bijlage bij hoofdstuk 0 Studentenstatuut. 76
77 2. Een student behoeft voorafgaande schriftelijke toestemming van de Examencommissie van de opleiding om in het buitenland te mogen studeren. De navolgende artikelen zijn van toepassing en maken onderdeel uit van de Onderwijs- en Examenregeling 6 van de opleidingen International Business and Management Studies (IBMS), Tourism Management (TM), Hotelmanagement (HM) en Applied Business Administration (ABA): Article 7a 60 EC programme IBC-students cohort 2016 at Stenden University of Applied Sciences (SUAS) 1. Students studying at one of the IBCs (site(s)) of Stenden University to obtain the Dutch degree, will take a substantial part of the third-year-course of the programme at the institution in the Netherlands. Hereafter: 60 EC programme IBC-students at SUAS. 2. The period as set in paragraph 1 covers a programme year, which means a period that starts on 1 September and ends on 31 August of the next calendar year, and for those who register as of 1 February, the period that starts on 1 February and ends on the last day of February of the next calendar year. 3. A substantial part means a study load of 60 EC of which minimal 30 EC has to be obtained during the period as set in paragraph The study programme as set in paragraph 1 is worked out in the relevant appendix of the applicable TER. 5. The WHW is fully applicable for following the 60 EC programme IBC-students at SUAS as referred to in paragraph 1. Within this framework the SUAS Students Charter as referred to in article 7.59 WHW is also applicable. 6. The Code of Conduct for International Students applies during the relevant 60 EC programme IBC-students at SUAS. Article 7b SUAS. Admissions to the 60 EC programme IBC-students of cohort 2016 at 1. Students are obliged to The Certification of Sites procedure and corresponding exemption policy of the programme's Examination Committee, which is included as an appendix to the Students' Charter (Chapter 0). 2. The Code of Conduct for International Students applies during the relevant 60 EC programme IBC-students at SUAS. 3. The minimum entrance requirements to the 60 EC programme IBC-students at SUAS are: a. to obtain the entire propedeutic year (= 60 EC) of the studyprogramme at the IBC; and b. to obtain 30 EC of the second year of the studyprogramme at the IBC. c. maximum of 2 outstanding resits on top of the 90 EC s are allowed. 4. Every individual IBC-student who applies to enroll in the 60 EC programme IBC-students at SUAS has to: a. fulfill the requested enrollment procedure as monitored by IRC-SUAS; b. sign a learning agreement with regard to the 60 EC programme IBC-students at SUAS. Article 7c Learning agreement as part of 60 EC programme IBC-students of cohort 2016 at SUAS. By signing the Learning Agreement the IBC-student agrees with the following: 6 Hoofdstuk 2 artikel 14a, 14b, en 14c en Hoofdstuk 5 artikel 5. 77
78 1. to be able to obtain the Dutch degree the IBC-student has to obtain minimal 30 EC during the period as set in article 1 paragraph 1. If the IBC-student doesn t obtain this 30 EC, he or she has to leave immediately the 60 EC programme IBC-students at SUAS and isn t able to obtain the Dutch degree as set in art. 1 paragraph Students who have obtained 30 EC but still have outstanding credits which are part of the 60 EC programme IBC-students at SUAS may not progress to the 4 th year until all the required ECs have been achieved. 3. All resits which will take place at the IBC belonging to 60 EC programme IBC-students at SUAS are assessed by an examiner appointed by the Dutch Examination Committee. 4. All IBC students graduation assignments (theses) are assessed by an external examiner. 5. After the end of each academic year, SUAS will determine the study progress of each international student. Sufficient study progress is considered to be: 50% (or more) of the proportional nominal study load for the (part of the) academic year. If there is no question of sufficient study progress, SUAS must determine the cause of this, partly by way of a study progress interview. 6. In case the international student does not study at all, does not study enough or cannot handle the level, the IND is notified of the lack of progress of the third-country national within one month after establishing the fact. In case of personal circumstances as referred to in Article 7.51 WHW as well as in Article 2.1 of the WHW Implementation Decree, which can be regarded as valid reasons for unsatisfactory student progress, binding agreements are made with the international student so that the study can be completed in time. In such cases the IND will not be notified of the lack of progress of the third-country national. 7. As soon as Stenden University discovers that a third-country national has terminated enrolment at the university, it will report this to the IND. 8. Stenden University will request an admissible third-country national when he/she enrols to state in writing that he/she agrees to the procedure by which Stenden University signs the third-country national out at the IND - with prior notice or not, in case of termination of enrolment or the conclusion that there has not been sufficient study progress as referred to in the preceding paragraphs. Artikel 8 Mandaat 1. Namens het College van Bestuur verleent de Examencommissie de graad indien de tot het getuigschrift behorend examen met goed gevolg is afgelegd. 2. In geval van wijziging in graadtoevoeging 7 ontstaat het recht voor de student om zijn of haar getuigschrift om te ruilen voor een getuigschrift met de nieuwe graadtoevoeging in het lopende studiejaar 8 dat de 70% geaccrediteerde opleidingen binnen een cluster is bereikt tot en met het studiejaar dat daar op volgt. Indien een student van dit recht gebruik maakt door een verzoek tot omruilen van zijn getuigschrift in te dienen, zal de opleiding dit moeten faciliteren. 3. Namens het College van Bestuur brengt de Examencommissie aan iedere student aan het einde van diens eerste jaar van inschrijving aan dezelfde opleiding aan dezelfde instelling voor de propedeutische fase van de opleiding advies uit over de voortzetting van zijn studie binnen de opleiding, conform de herziene Regeling 7 Notitie titulatuur hoger onderwijs, Legal Affairs, d.d. 14 april Studiejaar = 1 september tot en met 31 augustus. 78
79 Studieadvies die door het College van Bestuur is vastgesteld op 18 mei Artikel 9 Examinatoren 1. Voor het afnemen van tentamens en toetsen en het vaststellen van de uitslag daarvan wijst de Examencommissie examinatoren aan voor de duur van een studiejaar op basis van het competentieprofiel Examinator. Herbenoeming is mogelijk. Bij niet goed functioneren kan de Examencommissie de aanwijzing intrekken. 2. Elke aangewezen examinator ontvangt een bericht van aanwijzing. 3. De examinatoren verstrekken de Examencommissie de gevraagde inlichtingen. 4. De examinatoren handelen binnen het kader van de Onderwijs- en Examenregeling (OER) van de opleiding en binnen de richtlijnen van de Examencommissie. Artikel 10 Examencommissie en Toetscommissie 1. De Examencommissie heeft conform 7.12b, lid 1 WHW de taak de kwaliteit van de tentamens, toetsen en examens te borgen. Ter uitvoering van deze taak laat de Examencommissie zich adviseren door de Toetscommissie van de School. De Examencommissie bewaakt de geldigheid en betrouwbaarheid van tentamen- en toetsopdrachten/-opgaven en beoordelingscriteria. 2. De Toetscommissie adviseert de Examencommissie over het te voeren toetsbeleid binnen het door het College van Bestuur gestelde kaders. 3. De Toetscommissie kan de Examencommissie adviseren aan examinatoren richtlijnen te geven om de kwaliteit van tentamens, toetsen en examens te borgen. 4. De omvang en samenstelling van de Toetscommissie worden bepaald door de Head of School. 5. Werkt de Toetscommissie naar het oordeel van de Examencommissie niet naar behoren, dan kan de Examencommissie de Head of School verzoeken maatregelen te treffen. Artikel 11 Examencommissie en Curriculumcommissie 1. De Head of School kan zich ten behoeve van de Onderwijs- en Examenregeling (OER) en inrichting van de opleiding(en) laten bijstaan door een Curriculumcommissie die de Head of School en het Management adviseert. 2. Adviezen van de Curriculumcommissie over substantiële wijzingen in het Examenprogramma van de opleiding(en) worden ter beoordeling voorgelegd aan de Examencommissie. De Examencommissie formuleert vervolgens een advies aan de Head of School. 3. Een lid van de Examencommissie kan tevens lid zijn van een Curriculumcommissie. Artikel 12 Examencommissie en Toelatingscommissie (Admission Committee) 79
80 1. De Head of School richt, gehoord hebbende de Examencommissie, een Toelatingscommissie (Admission Committee) van een School in. De omvang en samenstelling van Toelatingscommissie, worden bepaald door de Head of School. 2. De Toelatingscommissie heeft tot taak te onderzoeken: of een bezitter van een diploma die niet voldoet aan de nadere vooropleidingseisen als bedoeld in art WHW beschikt over de kennis en vaardigheden waarop de eisen, bedoeld in art WHW, betrekking hebben; of een persoon van 21 jaar en ouder die niet voldoet aan de vooropleidingseisen als bedoeld in art WHW, noch daarvan krachtens art WHW is vrijgesteld, blijk geeft van geschiktheid voor het desbetreffende onderwijs en van voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen volgen van het onderwijs; namens de Examencommissie of een al dan niet in Nederland afgegeven diploma bij ministeriële regeling is aangemerkt als tenminste gelijkwaardig als bedoeld in art lid 2 WHW. namens de Examencommissie of een al dan niet in Nederland afgegeven diploma dat niet bij ministeriële regeling is aangemerkt als tenminste gelijkwaardig, gelijkwaardig is aan het in art lid 1 en 2 WHW bedoelde diploma. namens de Examencommissie of een bezitter van een buiten Nederland afgegeven diploma bewijs kan leveren van voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen volgen van het onderwijs, als bedoeld in art lid 2 WHW. 3. Op basis van het onderzoek als bedoeld in lid 2 adviseert de Toelatingscommissie het College van Bestuur omtrent de toelaatbaarheid van de betrokkene. Het College van Bestuur neemt op basis hiervan een besluit. 4. Werkt de Toelatingscommissie naar het oordeel van de Examencommissie niet naar behoren, dan kan de Examencommissie de Head of School verzoeken maatregelen te treffen. Artikel 13 Huishoudelijk reglement Examencommissie 1. Elke Examencommissie stelt een Huishoudelijk Reglement op waarin onder meer wordt geregeld: a. Aantal vergaderingen per jaar; b. Werkwijze en organisatie waaronder besluitvorming, notuleren en archiveren. 2. De Examencommissie kan ten behoeve van de goede gang van zaken tijdens toetsing en tentaminering nadere richtlijnen geven. Richtlijnen voor wat betreft surveillanten zijn neergelegd in Regeling voor Surveillanten. Richtlijnen voor examencondities zijn neergelegd in de Regeling Examencondities. Artikel 14 Onvoorziene omstandigheden 1. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet en waar omtrent een onmiddellijke beslissing noodzakelijk is, beslist de Examencommissie op basis van redelijkheid 80
81 en billijkheid. 2. Een beslissing als bedoeld in het vorige lid wordt door de Examencommissie geregistreerd en vermeld in het jaarverslag. Artikel 15 Scholing 1. Het College van Bestuur draagt zorg voor een zodanige scholing dat leden Examencommissies en Examinatoren hun taken naar behoren kunnen vervullen. Artikel 16 Bindingsbesluit hogescholen 1. De Handreiking Examencommissies en het daarbij behorend bindingsbesluit van de HBO-raad, d.d. 3 februari 2011 en opvolgende regelingen zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 17 Inwerkingtreding 1. Het Reglement Examencommissie Opleiding of groep van Opleidingen is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september Het reglement kan worden aangehaald als Reglement Examencommissie Opleiding of groep van Opleidingen. Bijlagen die onderdeel uitmaken van het Reglement Examencommissie Opleiding of groep van Opleidingen: Regeling Examencondities; Regeling Surveillanten; Reglement Fraude en Plagiaat Stenden Hogeschool. Procedure en vereisten afstuderen studenten sites, 2012; Geslaagd! Handreiking Examencommissies (mei 2015) en het daarbij behorend bindingsbesluit van de HBO-raad, d.d. 3 februari 2011; Gedragslijn Nederlands Onderwijs in het buitenland van de minister van OCW, 2007; 81
82 Hoofdstuk 0 Algemeen Regeling Examencondities Artikel 1 Examencommissie en ESR-toetsbureau 1. De Examencommissie heeft conform 7.12b, lid 1 WHW de taak de kwaliteit van de tentamens, toetsen en examens te borgen. Met de uitvoering van deze taak is namens de Examencommissie voor wat betreft de organisatorische en logistieke deel van het algehele toetsproces het ESR-toetsbureau belast. Artikel 2 Publicatie (jaar)toetsrooster 1. Iedere secretaris van de Examencommissie meldt aan het ESR-toetsbureau voor 15 mei van elk opleidingsjaar het aantal tentamengelegenheden dat een student aan de desbetreffende opleiding aangeboden krijgt. Bij overschrijding van dit aantal gelegenheden wordt de intekening voor deelname aan de betreffende tentamen geblokkeerd. 2. Het ESR- toetsbureau publiceert bij aanvang van het opleidingsjaar het jaartoetsrooster per opleiding. Het definitieve toets en/of tentamenrooster wordt uiterlijk één schoolweek voor een tentamenperiode gepubliceerd. Het definitieve toets en/of tentamenrooster per toets- en of/tentamenperiode wordt door het ESRtoetsbureau ter vaststelling aangeboden aan de Examencommissie van de betreffende opleiding. 3. Het ESR- toetsbureau draagt er zorg voor dat de vastgestelde tijd van elk tentamen uitgevoerd wordt conform de vastgestelde planning van het toetsrooster per tentamenperiode. Artikel 3 Surveillantenrooster 1. In samenwerking met de Examencommissie worden door het ESR-toetsbureau de surveillanceroosters opgesteld. Op dit surveillancerooster staat vermeld welke surveillanten ingeroosterd zijn en welke examinator namens de betreffende examencommissie. 2. De surveillanten krijgen uiterlijk één week voor een tentamenperiode persoonlijk bericht over hun rooster. 3. Een der surveillanten wordt door het ESR-toetsbureau aangewezen als hoofdsurveillant. Artikel 4 Voorbereiding toets en/of tentamen 1. Het ESR-toetsbureau stelt een datumlijst op met deadlines voor het aanleveren van toetsen zowel digitaal als hard-copy. 2. Het ESR-toetsbureau stelt surveillanten in de gelegenheid toetsen en/of tentamens te kunnen afhalen bij het ESR toetsbureau op basis van een controleerbaar schema. 82
83 3. Het ESR-toetsbureau draagt er zorg voor dat alle surveillanten geïnstrueerd worden volgens de vastgelegde afspraken in de Regeling voor surveillanten. 4. Het ESR-toetsbureau maakt afspraken met alle surveillanten betreffende het gebruiken van consumpties door de surveillanten in de tentamenruimte. 5. Het ESR-toetsbureau controleert de inschrijvingen voor een toets en/of tentamen en stelt een presentielijst op welke gebruikt wordt tijdens de toets en/of tentamen als aftekenlijst voor deelname aan de toets en/of tentamen. 6. Het ESR-toetsbureau op de locatie draagt er zorg voor dat er ruimtes worden gereserveerd die voldoen aan de eisen: voldoende ruimte, goed verwarmd, rustige toets- en/of tentamenplek. 7. Het ESR-toetsbureau op de locatie draagt er zorg voor dat iedere toets en/of tentamen voorzien is van de juiste registratiecode in het studieresultatensysteem. 8. In geval van een digitale toets en/of tentamen draagt het ESR-toetsbureau er zorg voor dat benodigde pc s en/of laptop s voor digitale toetsing afgesloten zijn van oneigenlijk gebruik door studenten. Artikel 5 Faciliteren inschrijving/deelname toets en/of tentamen VOORAFGAAND AAN TENTAMINERING Artikel 5a Procedure inschrijven voor een tentamen en tentamen ter afsluiting van een praktische oefening 1. Voor mondelinge tentamens en voor tentamens ter afsluiting van praktische oefeningen dient de student zich tijdig in te schrijven, op een nader door de Examencommissie aan te geven wijze. Artikel 5b Deelname aan schriftelijke tentamens 1. Voor deelname aan schriftelijke tentamens is de student verplicht zich te houden aan de volgende inschrijfprocedure en inschrijfbepalingen: a. De student is verplicht zich digitaal voor een schriftelijke tentamenkans in te schrijven. De student moet na inschrijving een bewijs van inschrijving uitprinten. b. Indien een student niet kan intekenen voor een tentamen dan neemt de student voor sluitingstijd van intekening rechtstreeks contact op met het ESR- Toetsservicebureau. Voor de vestigingen Emmen, Meppel en Assen geldt dat de student contact opneemt met het secretariaat van de opleiding, die vervolgens contact opneemt met het ESR-Toetsservicebureau. c. Inschrijven betekent verplicht deelnemen aan het tentamen én een tentamenkans gebruiken, overmachtsituaties uitgezonderd. d. Iedere secretaris van de Examencommissie meldt aan het ESR- Toetsservicebureau voor 15 mei van elk opleidingsjaar het aantal tentamengelegenheden dat een student aan de desbetreffende opleiding aangeboden krijgt. Bij overschrijding van dit aantal gelegenheden wordt de intekening voor deelname aan de betreffende tentamen geblokkeerd. 83
84 e. Het ESR-Toetsservicebureau publiceert bij aanvang van het opleidingsjaar het jaartentamenrooster per opleiding. Het definitieve rooster wordt uiterlijk één schoolweek voor een tentamenperiode gepubliceerd. f. Verzoek tot wijziging van intekening of na-inschrijving voor een tentamen moet altijd door de student ter beoordeling aan de secretaris van de Examencommissie worden voorgelegd, overmachtsituaties uitgezonderd. Na toestemming van de secretaris van de Examencommissie kan tot twee werkdagen voor aanvang van de tentamenperiode tot uur de toegestane wijzigingen door ESR- Toetsservicebureau worden verwerkt. g. Indien de student te laat is met digitaal intekenen én er is daarbij sprake van bijzondere omstandigheden dan neemt de student rechtstreeks contact op met de secretaris van de Examencommissie. TIJDENS TENTAMINERING Artikel 5c Schriftelijk tentamen Bij het afleggen van een tentamen moet aan de eisen gesteld in de volgende leden worden voldaan: 1. Verplichte legitimatie met de Multifunctionele Kaart (MFK) bij één van de surveillanten geeft de enige toegang tot de tentamenruimte. Iedere andere vorm van legitimatie geeft geen toegang. Daarnaast moet de student zich desgevraagd kunnen legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. 2. In geval een student vanwege overmacht niet kan voldoen aan de in lid 1 genoemde verplichte vorm van legitimatie, kan deze een verzoek indienen bij de Examencommissie om deze onvoorziene omstandigheid te kwalificeren als overmacht. In geval van overmacht wordt, conform artikel 14 lid 1(c), de gebruikte toetskans ongedaan gemaakt. 3. De student dient vijf minuten voor aanvang van het aanvangstijdstip in de tentamenzaal aanwezig te zijn en plaats te nemen op de door de surveillanten aangewezen plaats. 4. Aan de student die meer dan 30 minuten te laat arriveert, wordt de toegang geweigerd door de betrokken surveillant. De student kan een verzoek indienen bij de Examencommissie om deze onvoorziene omstandigheid te kwalificeren als overmacht. In geval van overmacht wordt, conform artikel 14 lid 1(c), de gebruikte toetskans ongedaan gemaakt. 5. Het is niet toegestaan om gedurende de eerste 30 minuten na aanvang van het tentamen, de tentamenruimte te verlaten. 6. De aanwijzingen van de examinator of surveillant moeten door de student worden opgevolgd. 7. De aangegeven tijd voor een tentamen is inclusief het uitreiken en verzamelen van tentamenopgaven en antwoordformulieren. 8. De student dient bij ontvangst van de tentamenopgaven te controleren of hij een juist en volledig exemplaar heeft ontvangen. Is dit niet het geval dan dient hij/zij 84
85 dit kenbaar te maken aan de betrokken surveillant. 9. Het is niet toegestaan om het tentamen te maken op ander dan door de surveillant uitgedeelde antwoordformulieren. 10. De student dient -indien van toepassing- op tentamenopgaven en het antwoordformulier te vermelden: a. naam b. studentnummer / relatienummer c. tentamen d. aantal antwoordformulier, -bladen dat wordt ingeleverd e. datum waarop aan het tentamen is deelgenomen f. handtekening van de student 11. Het gebruik van andere hulpmiddelen dan schrijfgerei en het ter plekke uitgereikte materiaal is uitsluitend toegestaan als dit uitdrukkelijk is aangegeven bij de tentamenopgaven. 12. Elektronische apparaten waar gegevens op kunnen worden geraadpleegd of opgeslagen dienen vóór de aanvang te worden uitgezet én te worden weggeborgen in een afgesloten tas. Bij twijfel is de examinator en/of surveillant bevoegd om het apparaat tijdelijk in te nemen. Na afloop van het tentamen kan het apparaat bij de examinator en/of surveillant worden opgehaald. 13. Het is niet toegestaan zonder toestemming van de examinator of surveillant te communiceren met andere personen in of buiten het lokaal waar het tentamen of de toets wordt afgenomen. 14. De examinator en de surveillant zijn bevoegd passende maatregelen te nemen indien de orde en rust worden verstoord. 15. De tentamenopgaven moeten tegelijkertijd met de antwoordformulieren bij aftekening worden ingeleverd bij de surveillant. 16. Aan studenten met een functiebeperking kan de Examencommissie een verlenging van de standaardduur van het tentamen en/of het gebruik van hulpmiddelen toestaan, naast de bevoegdheid bepaald in artikel 1 voor studenten met een functiebeperking de tentamenvorm nog verder aan te passen aan de mogelijkheden van de betrokken student. 17. Indien de student een klacht wil indienen betreffende de afname van een tentamen dan laat de student zijn/ haar klacht direct op het protocolformulier noteren door een surveillant van het tentamen. Daarnaast schrijft de student binnen twee werkdagen een schriftelijke klacht aan de betreffende Examencommissie. 18. Indien een student een klacht heeft betreffende de inhoud van het tentamen dan moet deze klacht schriftelijk binnen twee werkdagen ingeleverd worden bij de secretaris van de betreffende Examencommissie. Na afloop van deze termijn wordt de toetssleutel gepubliceerd en/of het tentamen nabesproken. Artikel 6 Mondelinge tentamen 1. Mondeling wordt niet meer dan één student tegelijk getoetst, tenzij de Examencommissie anders heeft bepaald. 85
86 2. Het mondeling afnemen van een tentamen is niet openbaar, tenzij de Examencommissie of de desbetreffende examinator in een bijzonder geval anders heeft bepaald op verzoek van de student. 3. Bij het afnemen van een mondeling tentamen met een studiebelasting van minimaal 28 uur dient een tweede examinator aanwezig te zijn of dient het examen met behulp van audiovisuele middelen te worden vastgelegd. Artikel 7 Toezicht bij tentamens 1. De Examencommissie wijst (een) examinator/-en aan die aanwezig is bij in ieder geval de aanvang en het einde van de afname van de betreffende tentamen(s) en tijdens de betreffende tentamen(s) terstond beschikbaar. 2. Namens de Examencommissie zijn door het ESR - Toetsservicebureau surveillanten aangesteld die belast zijn met de handhaving van de orde tijdens de afname van het tentamen. De surveillanten dienen aanwijzingen van de examinator op te volgen. 3. De surveillanten dienen 15 minuten voor aanvang van het tentamen in de tentamenruimte aanwezig te zijn om de vereiste voorbereidingen te treffen. De hoofdsurveillant dient 30 minuten voor aanvang in de tentamenruimte aanwezig te zijn. 4. Bij schriftelijke tentamens is per ruimte tenminste één surveillant aanwezig. 5. Bij mondelinge tentamens kan worden volstaan met één examinator, tenzij bepaald is dat meer examinatoren noodzakelijk zijn. Artikel 8 Vastlegging en bekendmaking van de beoordelingen 1. De beoordelingen die een student heeft behaald, worden uiterlijk vijftien werkdagen na het maken van het tentamen en of toets, opgenomen in een geautomatiseerd systeem van studievoortgangregistratie (ProgRESS.NET). Op het gebruik van dit systeem is de Wet Bescherming Persoonsgegevens van de instelling van toepassing. 2. De registratie van studieresultaten vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de Examencommissie. 3. De student ontvangt van de behaalde beoordelingen geen schriftelijk bewijsstuk maar kan deze inzien in ProgRESS.www. 4. Indien de student een fout constateert op zijn resultatenoverzicht dan dient de student direct contact op te nemen met de afdeling ESR-Toetsservicebureau. Indien daar geen fout wordt geconstateerd dan dient hij uiterlijk vier schoolweken, na vaststelling van de definitieve uitslag van een onderwijseenheid, schriftelijk te reageren naar de Examencommissie. 5. Indien er een tentamenuitslag ontbreekt op de publicatielijst dan neemt de betreffende student direct contact op met de afdeling ESR-Toetsservicebureau. 6. Bij het ontbreken van een tentamenuitslag worden protocolformulier, presentielijst en tentamenopgaven door de afdeling ESR-Toetsservicebureau gecontroleerd. 86
87 7. Indien de student op protocolformulier en presentielijst als aanwezig staat geregistreerd en de tentamenopgave ontbreekt dan dient de student schriftelijk een klacht in bij de secretaris van de Examencommissie. Artikel 9 Na afloop van een tentamen 1. Het ESR-toetsbureau draagt er zorg voor dat alle afgenomen toetsen en/of tentamens, ontvangen van de surveillanten, ingeleverd worden met protocolformulier bij de door de Examencommissie aangewezen Examinator. In geval van digitale toetsing zal dit digitaal plaatsvinden. 2. De toetssleutel wordt binnen 24 uur beschikbaar gesteld door hetzij de opleiding, hetzij door het ESR-toetsbureau. 3. Het ESR-toetsbureau levert de voorlopige toetsresultaten aan binnen de vastgestelde termijn van tien schooldagen met inachtneming van het gestelde in Hoofdstuk 5 van de Onderwijs- en Examenregeling van de Opleiding. De Examencommissie publiceert de vastgestelde definitieve tentamenuitslagen. 4. Het ESR-toetsbureau draagt er zorg voor dat alle tentamenresultaten worden aangeleverd bij de juiste betrokkenen ter verwerking in ProgRESS.www. 5. Elke Head of School is verantwoordelijk voor de inrichting van de wijze waarop toetsscores decentraal binnen de School en/of Opleiding volgens het vierogen-principe - worden ingevoerd. Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De regeling Examencondities is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september De regeling kan worden aangehaald als Regeling Examencondities
88 Hoofdstuk 0 Algemeen Regeling voor surveillanten Regels voor de goede gang van zaken met betrekking tot examens (voor examinatoren en surveillanten) Artikel 1 Surveillanceroosters 1. In samenwerking met de Examencommissie worden door het ESR-toetsbureau de surveillanceroosters opgesteld. Op dit surveillancerooster staat vermeld welke surveillanten ingeroosterd zijn en welke examinator namens de betreffende examencommissie; 2. De surveillanten krijgen uiterlijk één week voor een toets- en of tentamenperiode persoonlijk bericht over hun rooster; 3. Een der surveillanten wordt door het ESR-toetsbureau aangewezen als hoofdsurveillant. Artikel 2 Toezicht bij tentamens en/of toetsen 1. De Examencommissie wijst (een) examinator/-en aan die aanwezig is bij in ieder geval de aanvang en het einde van de afname van de betreffende tentamen(s) en/of toets(en) en tijdens de betreffende tentamen(s) en/of toets(en) terstond beschikbaar; 2. Namens de Examencommissie zijn door het ESR-toetsbureau surveillanten aangesteld die belast zijn met de handhaving van de orde tijdens de afname van de toets en of tentamen. De surveillanten dienen aanwijzingen van de examinator op te volgen; 3. De surveillanten dienen 15 minuten voor aanvang van de toets en of tentamen in de toets- en of tentamenruimte aanwezig te zijn om de vereiste voorbereidingen te treffen. De hoofdsurveillant dient 30 minuten voor aanvang in de toets- en of tentamenruimte aanwezig te zijn; 4. Bij schriftelijke toetsen en of tentamens is per ruimte tenminste één surveillant aanwezig; 5. Bij mondelinge toetsen en of tentamens kan worden volstaan met één examinator, tenzij bepaald is dat meer examinatoren noodzakelijk zijn. Artikel 3 Taken surveillanten Voor aanvang 1. De (hoofd-)surveillant haalt de toets- en tentamenopgaven af bij het ESRtoetsbureau. Na afloop van de toets en /of tentamen dient de (hoofd-)surveillant de antwoordformulieren en bijbehorende toets- en/of tentamenopgaven in te leveren bij het ESR toetsbureau; 2. De (hoofd-)surveillant zorgt in samenwerking met de overige surveillanten voor de juiste uitvoering en verdeling van de taken; 3. De surveillanten wijzen de studenten hun juiste plaats. De studenten dienen vijf minuten voor aanvang van de toets- en/of tentamen in de tentamenzaal aanwezig te zijn. 88
89 Bij aanvang/tijdens tentamen 1. Surveillanten kunnen de student die als gevolg van overmacht meer dan 30 minuten te laat arriveert, de toegang weigeren; 2. Surveillanten dienen erop toe te zien dat geen der studenten gedurende de eerste 30 minuten de toets en/of tentamenruimte verlaat; 3. Informatie- en communicatiemiddelen dienen vóór de aanvang te worden uitgezet en te worden weggeborgen. Het gebruik van hulpmiddelen is niet toegestaan, tenzij toestemming voor gebruik is gegeven; 4. De surveillanten delen bij aanvang van de toets- en of het tentamen de antwoordformulieren en bijbehorende toets- en/of tentamenopgaven uit; 5. De student dient bij ontvangst van de toets- en/of tentamenopgaven te controleren of hij een juist en volledig exemplaar heeft ontvangen; 6. Het is niet toegestaan om het tentamen en toets te maken op ander dan door de surveillant uitgedeelde antwoordformulieren. Wanneer een student extra papier nodig heeft, dient hij dit aan de surveillant kenbaar te maken door handopsteking; 7. De surveillanten controleren bij elke student de Multifunctionele kaart (MFK) op geldigheid en controleren tevens het studentnummer/relatienummer met het op het antwoordformulier vermelde nummer; 8. Het is niet toegestaan zonder toestemming van de examinator of surveillant te communiceren met andere personen in of buiten het lokaal waar het tentamen of de toets wordt afgenomen; 9. De examinator en de surveillant zijn bevoegd passende maatregelen te nemen indien de orde en rust tijdens de toets en/of het tentamen wordt verstoord. Inleveren schriftelijke toets- en of tentamen 1. De surveillant dient er op toe te zien dat de student op de uitwerking vermeldt: naam; studentnummer/relatienummer; tentamen; aantal antwoordformulier-bladen dat wordt ingeleverd; datum waarop aan de toets en/of tentamen is deelgenomen; handtekening van de student; 2. De toets- en of tentamenopgaven moeten tegelijkertijd met de antwoordformulieren bij aftekening worden ingeleverd bij de surveillant; 3. Surveillanten dienen er op toe te zien dat de student wordt geacht aan een schriftelijke toets en/of tentamen te hebben deelgenomen als de toets- en of tentamenopgaven en het totale aantal antwoordformulieren en de presentatielijst is getekend. Indien de student een klacht wil indienen betreffende de afname van een toets en/of tentamen dan laat de student zijn/haar klacht direct op het protocolformulier noteren door de surveillant van de toets en/of tentamen. Na afloop schriftelijke toets en/of tentamen 1. De surveillanten dienen na in ontvangstneming van het gemaakte toets- en/of tentamenwerk, dit: 89
90 Artikel 4 per docent en klas/groep te sorteren; te controleren of het aantal ingeleverde toetsen en/of tentamenmateriaal overeenstemt met het aantal namen op de presentielijst. Bij verschillen dient direct contact te worden opgenomen met het ESR toetsbureau; de surveillancepresentielijst en de presentielijst waarop studenten tekenen volledig in te vullen en te ondertekenen; alle onregelmatigheden te vermelden op het protocolformulier; toets- en/of tentamenmateriaal, presentielijsten en het protocolformulier in te leveren bij het ESR-toetsbureau. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De regeling voor Surveillanten is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september De regeling kan worden aangehaald als Regeling Surveillanten. 90
91 Hoofdstuk 0 Algemeen Reglement Fraude en Plagiaat Stenden Hogeschool Artikel 1 Reikwijdte en definitie 1. Dit reglement heeft betrekking op fraude als bedoeld in artikel 7.12b WHW en is een nadere uitwerking van wat over fraude is vastgelegd in de onderwijs- en examenregeling. Waar in deze regeling wordt gesproken over fraude, wordt ook plagiaat bedoeld. 2. Onder fraude wordt verstaan het handelen of nalaten van een student, waardoor een juist oordeel over zijn kennis, inzicht en vaardigheden geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt. 3. Onder fraude wordt verstaan het handelen of nalaten van een student, waardoor een juist oordeel over de kennis, inzicht en vaardigheden van een andere student geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt. 4. Onder ernstige fraude wordt in ieder geval verstaan het bij herhaling plegen van één of meerdere vormen van fraude als bedoeld onder artikel 2. Artikel 2 Vormen van fraude 1. Als fraude in de zin van artikel 1 lid 1, wordt in ieder geval aangemerkt: a. het tijdens een toets en/of tentamen gebruiken van hulpmiddelen, tenzij dit uitdrukkelijk anders is bepaald; b. tijdens een toets of tentamen afkijken of, binnen of buiten de toets- en/of tentamenruimte uitwisselen van informatie; c. zich tijdens een toets en/of tentamen uitgeven voor iemand anders; d. zich tijdens een toets en/of tentamen door iemand anders laten vertegenwoordigen; e. zich voor de datum of het tijdstip waarop de toets en/of tentamen zal plaatsvinden, in het bezit stellen van de opgaven van de desbetreffende toets en/of tentamen; f. fingeren en/of vervalsen van enquête- of interviewantwoorden of onderzoekgegevens; g. gedragswijzen waarbij gebruik wordt gemaakt van het gedachtegoed van een ander of eerder aangewend eigen gedachtegoed en/of; h. geheel of gedeeltelijk overnemen van teksten/formuleringen/ ideeën van andere auteurs zonder plaatsing van aanhalingstekens en nauwkeurige bronvermelding en/of; i. het knippen en plakken van tekst van openbare digitale bronnen zonder aanhalingstekens en verwijzing en/of: j. passages uit het werk van een ander nagenoeg woordelijk overnemen zonder dat is aangegeven dat het hier de opvatting of gedachtegang van een ander betreft en zonder bronvermelding en/of; k. het opnemen van een vertaling zonder aanhalingstekens en verwijzing en/of; l. de uitgewerkte ideeën of vondsten van een ander presenteren als eigen ideeën of vondsten en/of; m. het gebruik van foto s, video s, geluidsfragmenten, testmateriaal of illustraties zonder toestemming en verwijzing en/of; 91
92 n. het zonder uitdrukkelijke toestemming van de docent indienen van essays of werkstukken of opdrachten die reeds in een ander moduul/onderwijsonderdeel zijn gebruikt en/of; o. eerder eigen werk gebruiken als basis voor een nieuw werkstuk zonder naar de oorspronkelijke tekst te verwijzen en/of; p. het niet duidelijk aangeven in de tekst, bijv. via aanhalingstekens of een bepaalde vormgeving, dat letterlijke of bijna letterlijke citaten in het werk werden overgenomen, zelfs indien met een correcte bronvermelding en/of; q. het citeren van auteurs op basis van een andere dan de zelf gebruikte bron, zonder dit duidelijk te verantwoorden en/of; r. het overnemen van werk van andere studenten en dit door laten gaan voor eigen werk en/of; s. ghost-writing: het laten schrijven van een werk door een ander, al dan niet tegen vergoeding en/of; t. citeren: letterlijk overgenomen tekst, weergegeven tussen aanhalingstekens, zonder bronvermelding en/of; u. parafraseren: andermans tekst anders geformuleerd en zonder bronvermelding weergeven en/of; v. annoteren: het geven van een korte beschrijving van een boek, artikel of ander materiaal, zonder bronvermelding. 2. Afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval kan ook ander handelen of nalaten van een student als vorm van fraude worden aangemerkt. Artikel 3 Constateren van fraude 1. Fraude kan zowel tijdens het afleggen van een tentamen en/of toets als ook naderhand worden vastgesteld. 2. Bij de detectie van plagiaat in teksten kan gebruik worden gemaakt van elektronische detectieprogramma s. Met het aanleveren van de tekst geeft de student toestemming tot het opnemen van de tekst in de database van het betreffende detectieprogramma. Artikel 4 Procedure 1. Wanneer tijdens een tentamen en/of toets fraude wordt geconstateerd of vermoed, maakt de examinator hiervan aantekening op het protocolformulier en op het door de student in te leveren werk en neemt eventuele bewijsstukken in. De student kan dat geval de mogelijkheid tot verdere deelname aan het tentamen en/of de toets worden geweigerd. De examinator meldt de fraude/ het vermoeden van fraude schriftelijk bij de Examencommissie onder overlegging van de stukken en zijn bevindingen. De student ontvangt van de Examencommissie een afschrift van deze melding binnen een week na ontvangst. 2. Wanneer de examinator na afloop van het tentamen en/of de toets fraude constateert of vermoedt, deelt hij dit schriftelijk mee aan de student en de Examencommissie. 3. Een vermoeden van fraude met persoonsgegevens wordt gemeld aan de betreffende Examencommissie. Artikel 5 De Examencommissie 1. Na ontvangst van een schriftelijke melding als bedoeld in artikel 4, stelt de Examencommissie de student in de gelegenheid te worden gehoord. 2. De Examencommissie stelt vast of er sprake is van fraude en deelt de student schriftelijk haar besluit en de hieraan verbonden sanctie mee, onder vermelding van de bezwaarmogelijkheid als genoemd in artikel 8. 92
93 3. Wordt fraude vastgesteld, dan kan de Examencommissie besluiten eerder ingeleverd werk van de betreffende student te onderzoeken op fraude en - indien fraude wordt geconstateerd - daar alsnog sancties aan verbinden. 4. Afhankelijk van de aard en ernst van de geconstateerde fraude, kan de Examencommissie ertoe besluiten een aantekening van de fraude te maken in het studentdossier van de student. Artikel 6 Vorm van fraude en bijbehorende sanctie 1. Afhankelijk van de aard en ernst van de gepleegde fraude, herhaalde fraude daaronder begrepen, kan de Examencommissie de volgende sancties opleggen: Ongeldig verklaring van (gedeelte van) de betreffende toets en/of tentamen; Uitsluiting van de desbetreffende toets en/of tentamen tot een maximum van één jaar; Uitsluiting van meer, door de Examencommissie aan te wijzen toetsen en/of tentamens, tot een maximum van één jaar; Een combinaties van bovenstaande sancties. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 lid 1 kan het College van Bestuur op voorstel van de Examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de student in geval van ernstige fraude, als bedoeld in artikel 1 lid 4, definitief beëindigen. 3. Bij het vaststellen van de omvang van de sanctie betrekt de Examencommissie de omstandigheden van de concrete situatie. 4. Bij de volgende vormen van fraude wordt de maximale omvang van de sanctie per vorm vastgelegd. ltr. Vorm fraude/plagiaat, cf art. 2 Sancties die door de Examencommissie (1 t/4) en het College van Bestuur (5) opgelegd kunnen worden: 1= Ongeldig verklaring van (gedeelte van) de betreffende toets en/of tentamen; 2= Uitsluiting van de desbetreffende toets en/of tentamen tot een maximum van één jaar; 3= Uitsluiting van meer, door de Examencommissie aan te wijzen toetsen en/of tentamens, tot een maximum van één jaar; 4= Een combinaties van bovenstaande sancties; 5=Onverminderd het bepaalde in artikel 6 lid 1 kan het College van Bestuur op voorstel van de Examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de student in geval van ernstige fraude, als bedoeld in artikel 1 lid 4, definitief beëindigen. a b c het tijdens een toets en/of tentamen gebruiken van hulpmiddelen, tenzij dit uitdrukkelijk anders is bepaald 1 tijdens een toets of tentamen afkijken of, binnen of buiten de toets- en/of tentamenruimte uitwisselen van informatie 1 zich tijdens een toets en/of tentamen uitgeven voor iemand anders 93
94 d e f g h zich tijdens een toets en/of tentamen door iemand anders laten vertegenwoordigen zich voor de datum of het tijdstip waarop de toets en/of tentamen zal plaatsvinden, in het bezit stellen van de opgaven van de desbetreffende toets en/of tentamen fingeren en/of vervalsen van enquête- of interviewantwoorden of onderzoekgegevens gedragswijzen waarbij gebruik wordt gemaakt van het gedachtegoed van een ander of eerder aangewend eigen gedachtegoed en/of geheel of gedeeltelijk overnemen van teksten/formuleringen/ ideeën van andere auteurs zonder plaatsing van aanhalingstekens en nauwkeurige bronvermelding en/of i het knippen en plakken van tekst van openbare digitale bronnen zonder aanhalingstekens en verwijzing en/of 4 j k passages uit het werk van een ander nagenoeg woordelijk overnemen zonder dat is aangegeven dat het hier de opvatting of gedachtegang van een ander betreft en zonder bronvermelding en/of het opnemen van een vertaling zonder aanhalingstekens en verwijzing en/of 4 4 l de uitgewerkte ideeën of vondsten van een ander presenteren als eigen ideeën of vondsten en/of 4 m n het gebruik van foto s, video s, geluidsfragmenten, testmateriaal of illustraties zonder toestemming en verwijzing en/of het zonder uitdrukkelijke toestemming van de docent indienen van essays of werkstukken of opdrachten die reeds in een ander moduul/onderwijsonderdeel zijn gebruikt en/of 2 2 o eerder eigen werk gebruiken als basis voor een nieuw werkstuk zonder naar de oorspronkelijke tekst te verwijzen en/of 2 94
95 p q r s t u v het indienen van een zelfde of vergelijkbare tekst voor opdrachten van andere opleidingsonderdelen en/of 2 het citeren van auteurs op basis van een andere dan de zelf gebruikte bron, zonder dit duidelijk te verantwoorden en/of 2 het overnemen van werk van andere studenten en dit door laten gaan voor eigen werk en/of 4 ghost-writing: het laten schrijven van een werk door een ander, al dan niet tegen vergoeding en/of 4 of 5 citeren: letterlijk overgenomen tekst, weergegeven tussen aanhalingstekens, zonder bronvermelding en/of 4 parafraseren: andermans tekst anders geformuleerd en zonder bronvermelding weergeven en/of 4 annoteren: het geven van een korte beschrijving van een boek, artikel of ander materiaal, zonder bronvermelding 2 5. Herhaalde fraude werkt sanctie verhogend binnen de marges van sanctie. 6. Uitsluiting van alle onderwijsactiviteiten mag niet als sanctie op fraude worden opgelegd. 7. Het invoeren van behaalde toets-resultaten mag ten tijde van een opgelegde sanctie op fraude niet worden opgeschort. Artikel 7 Medeplichtigheid 1. Ingeval van fraude kunnen behalve de student die zich hieraan schuldig maakt ook studenten die medeplichtig zijn aan de fraude worden bestraft. 2. Van medeplichtigheid is in ieder geval sprake indien de fraude, plagiaat of ernstige fraude plaatsvindt met toestemming en/of medewerking van de medestudent. In gevallen van medeplichtigheid is de sanctie: 1 (= ongeldig verklaring van (gedeelte van) de betreffende toets en/of tentamen). 3. Indien in een gezamenlijk werkstuk door één van de auteurs plagiaat wordt gepleegd zijn de andere auteurs medeplichtig aan plagiaat, indien zij hadden kunnen of moeten weten dat plagiaat werd gepleegd. Artikel 8 Rechtsbescherming 1. Tegen een besluit van de Examencommissie als bedoeld in artikel 5, kan de student bezwaar instellen bij de Examencommissie conform Hoofdstuk 12 van het Studentenstatuut. 2. Tegen een beslissing van het College van Bestuur als bedoeld in artikel 6 lid 1 sanctie 5, kan de student bezwaar instellen bij het College van Bestuur conform Hoofdstuk 11 van het Studentenstatuut. 95
96 Artikel 9 Onvoorziene omstandigheden 1. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Examencommissie op basis van redelijkheid en billijkheid. Artikel 10 Citeertitel en inwerkingtreding 1. Dit reglement vervangt alle eerder vastgestelde regelingen met betrekking tot fraude en treedt in werking op 1 september Het reglement kan worden aangehaald als Reglement Fraude en Plagiaat Stenden Hogeschool. 96
97 Hoofdstuk 0 Algemeen Ter informatie Procedure en vereisten afstuderen studenten sites (IBC) H0 Procedure en -vereisten afstuderen Nederlands hoger onderwijs in het buitenland, wat er wel en niet kan. OCW. H0 Onderwijs in het buitenland OCW 2007 Geslaagd! Handreiking Examencommissies, HBO-raad, mei Handreiking examencommissie 20 97
98 Hoofdstuk 0 Algemeen Reglement Opleidingscommissies Stenden Hogeschool Artikel 1 Reikwijdte 1. Dit reglement is van toepassing op de Opleidingscommissies van de in voltijd, deeltijd, duale of verkorte vorm aangeboden Bachelor-, Associate degree- en Master-opleidingen. Artikel 2 Begripsbepalingen (cf. Bestuurs- en beheersreglement) In dit reglement wordt voorts verstaan onder: a. Wet: de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW); b. Stichting: de Stichting Stenden Hogeschool; c. Statuten: de statuten van Stichting Stenden Hogeschool; d. Hogeschool: Stenden Hogeschool in stand gehouden door de Stichting Stenden Hogeschool; e. Raad van Toezicht: toezichthoudend orgaan als bedoeld in artikel 10.3d lid 1 WHW; f. College van Bestuur: bestuursorgaan van de hogeschool, tevens instellingsbestuur krachtens artikel 10.2 WHW met taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zoals geregeld in de statuten van de stichting; g. School: een organisatorische eenheid waarin opleidingen zijn geclusterd; h. Head of School: leidinggevende van een School i. Corporate Office: ondersteunende diensten of afdelingen ten behoeve van het College van Bestuur; j. Education Services and Research (ESR); ondersteunende afdeling ten behoeve van het onderwijs; k. Directeur of manager: leidinggevende van een ondersteunende dienst of afdeling; l. Centrale medezeggenschapsraad: het inspraakorgaan ex artikel WHW; m. Deelraad: een inspraakorgaan op het niveau van een organisatorische eenheid ex artikel WHW; Stenden Hogeschool hanteert voor deelraad de benaming School Medezeggenschapsraad en Cluster en Stafbureau Medezeggenschapsraad (SMR en CSMR), Dienstenmedezeggenschapsraad (SMR en DMR); n. Opleiding: een opleiding van de hogeschool zoals opgenomen in het Centraal Register Hoger Onderwijs; o. (Academic) Dean: inhoudelijk verantwoordelijke voor de opleiding; p. Opleidingscommissie: een Opleidingscommissie bedoeld in artikel 10.3c WHW; q. Schooldag: alle dagen die in de jaarplanning doorgaans niet als vakantiedagen, zaterdagen, zondagen of reguliere feestdagen zijn aangeduid, zijn schooldagen, waarbij de zaterdag uitsluitend bestemd mag worden voor afname van tentamens en/of examens en voor werkdagen in leerbedrijven en/of op stageplaatsen. Artikel 3 Instelling Opleidingscommissies (10.3c WHW) 1. Voor elke opleiding of groep van opleidingen wordt door de Head of School een Opleidingscommissie ingesteld, behoudens het bepaalde in het tweede lid. 2. Indien een School slechts één opleiding omvat, kan het bestuurs- en beheersreglement bepalen dat de taken en bevoegdheden van de Opleidingscommissie worden uitgeoefend door de SMR, bedoeld in artikel WHW. Artikel 4 Taken Opleidingscommissie 98
99 1. Een Opleidingscommissie heeft tot taak: a. advies uit te brengen over de Onderwijs-en examenregeling (OER) alvorens het College van Bestuur de regeling vaststelt; b. het jaarlijks beoordelen van de wijze van uitvoeren van de Onderwijs-en examenregeling; c. het desgevraagd of uit eigen beweging advies uitbrengen aan de SMR en CSMR, bedoeld in artikel van de WHW, en aan Head of School, Academic Dean en teamleiders over alle andere aangelegenheden betreffende het onderwijs in de desbetreffende opleiding. 2. De Opleidingscommissie zendt de adviezen, bedoeld onder a en b, ter kennisneming aan de SMR en CSMR. Artikel 5 Samenstelling 1. De helft van het totale aantal leden van de Opleidingscommissie komt voort uit de voor de desbetreffende opleiding ingeschreven studenten. De andere helft is afkomstig uit bij het onderwijs van die opleiding betrokken medewerkers. 2. Een Opleidingscommissie kan voor een cluster van verwante opleidingen van toepassing zijn mits tenminste per opleiding er één student uit de desbetreffende opleiding afkomstig is. 3. Een Opleidingscommissie kan voor een opleiding van toepassing zijn met meerdere vestigingsplaatsen, waarbij geldt dat van iedere vestigingsplaats er één student afkomstig is. 4. Leden van het College van Bestuur, Heads of School, Academic Deans en teamleiders kunnen geen lid zijn van een Opleidingscommissie. Zij kunnen wel op verzoek van de commissie als adviseur de vergaderingen bijwonen. Artikel 6 Vaststellen Opleidingscommissie 1. De Head of School roept studenten en medewerkers op deel te nemen in een Opleidingscommissie. 2. Wanneer er meerdere kandidaten dan plaatsen zijn beslist het lot. 3. Wanneer er een tussentijdse vacature ontstaat, draagt de Head of School conform lid 1 zorg voor invulling van de opengevallen plaats. 4. De Head of School stelt jaarlijks de samenstelling van de Opleidingscommissies vast. Artikel 7 Zittingsduur 1. De zittingsduur bedraagt voor studentleden minimaal één jaar en maximaal drie jaar. 2. De zittingsduur voor medewerkers bedraagt minimaal één jaar en maximaal drie jaar. Medewerkers kunnen worden herbenoemd. Artikel 8 Beëindiging lidmaatschap Opleidingscommissie 1. Het lidmaatschap van een Opleidingscommissie eindigt door: a. het aflopen van de zittingstermijn als bedoeld in artikel 7; 99
100 b. het geen deel meer uitmaken van de geleding van de opleiding die hij/zij vertegenwoordigt; c. een met redenen omkleed besluit van de Head of School indien een lid ernstig in gebreke blijft in de uitoefening van het Opleidingscommissielidmaatschap. Het met redenen te omkleden besluit wordt genomen met tenminste tweederde meerderheid van de in functie zijnde leden, het betrokken lid uitgezonderd, en niet dan nadat het betrokken lid schriftelijk van het voornemen in kennis is gesteld en in de gelegenheid is gesteld verweer te voeren; d. Op eigen verzoek van het lid. Artikel 9 Functies en functioneren van Opleidingscommissie 1. Een Opleidingscommissie kiest uit zijn midden tenminste een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris. 2. Een Opleidingscommissie wordt vertegenwoordigd door zijn voorzitter of diens plaatsvervanger. Artikel 10 Besluitvorming 1. Een Opleidingscommissie kan slechts besluiten nemen indien tenminste de helft plus een van het aantal leden ter vergadering aanwezig is. 2. Een Opleidingscommissie besluit met meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter. Artikel 11 Openbaarheid 1. Een Opleidingscommissie vergadert in het openbaar tenzij de Opleidingscommissie anders besluit. Een dergelijk besluit is met redenen omkleed. 2. Indien bij bepaalde vergaderingen of een onderdeel daarvan het persoonlijk belang van een van de leden van de Opleidingscommissie in het geding is, kan de Opleidingscommissie besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De Opleidingscommissie besluit dan tevens dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in besloten vergadering plaatsvindt. Artikel 12 Termijn 1. De Head of School draagt er zorg voor dat de Opleidingscommissie in redelijkheid in staat wordt gesteld tijdig een advies uit te brengen. 2. De Opleidingscommissie draagt er zorg voor binnen een redelijke termijn een schriftelijk advies uit te brengen. 3. Een redelijke termijn bedraagt twintig schooldagen ingaande op de dag dat het verzoek om advies is ontvangen. In onderling overleg kan van deze termijn worden afgeweken. 4. Indien het schriftelijk advies niet binnen de termijn genoemd in lid 3 is uitgebracht, wordt het advies in positieve zin geacht te zijn uitgebracht. 100
101 5. De genoemde termijn in dit artikel is voor een Opleidingscommissie bindend, tenzij partijen hieromtrent in concrete gevallen anders overeenkomen. Artikel 13 Overleg en initiatief 1. De Head of School stelt een Opleidingscommissie tenminste tweemaal per jaar in gelegenheid de algemene gang van zaken betreffende de opleiding(en) met de Head of School te bespreken. 2. De Head of School en een Opleidingscommissie komen voorts bijeen indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de Head of School of de Opleidingscommissie. 3. Een Opleidingscommissie is bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden het onderwijs in de opleiding betreffende. Zij is bevoegd over deze aangelegenheden aan de Head of School voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. Zij is ook bevoegd die standpunten en voorstellen ter kennis van de SMR en CSMR en de Head of School te brengen. 4. De Head of School dient op de voorstellen genoemd in lid 3 binnen twintig schooldagen schriftelijk met redenen omkleed te reageren. Artikel 14 Informatievoorziening 1. De Head of School verstrekt een Opleidingscommissie aan het begin van een studiejaar de basisgegevens omtrent de organisatie binnen de School en de geldende op de opleiding betrekking hebbende beleidsplannen en -regelingen. 2. De Head of School stelt een Opleidingscommissie jaarlijks in kennis van het afgelopen jaar gevoerde onderwijsbeleid. 3. De Head of School verschaft al dan niet gevraagd tijdig alle verdere inlichtingen die een Opleidingscommissie voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. De Head of School verstrekt de gevraagde informatie binnen twintig schooldagen volgend op de datum van het verzoek. Artikel 15 Geheimhouding 1. De door of namens de Head of School aan een Opleidingscommissie te verstrekken informatie kan met redenen omkleed worden verstrekt onder de plicht tot geheimhouding aan de leden van een Opleidingscommissie. 2. Degene die de geheimhouding oplegt deelt daarbij tevens mee, welke schriftelijk of mondeling verstrekte gegevens onder de geheimhouding vallen, hoelang deze dient te duren, alsmede of er personen zijn ten aanzien van wie de geheimhouding niet in acht behoeft te worden genomen. Artikel 16 Onthouding van een positief advies 1. Voor zover bij de vaststelling, nadere regeling of uitvoering van de Onderwijs-en examenregeling het advies van de Opleidingscommissie niet wordt gevolgd, wordt het desbetreffende besluit met redenen omkleed. 2. Alvorens het desbetreffende besluit uit te voeren dient de Head of School overleg te voeren met de Opleidingscommissie. 101
102 3. Het College van Bestuur stelt de CMR van de redenen bedoeld in lid 1 schriftelijk in kennis. Artikel 17 Geschillen 1. Indien de Head of School en de Opleidingscommissie van mening verschillen over de interpretatie van het omtrent de Opleidingscommissies bepaalde bij of krachtens de WHW, dan wel het bepaalde in dit reglement, kan de Head of School dan wel de Opleidingscommissie aan het College van Bestuur verzoeken binnen twintig schooldagen over dit interpretatiegeschil een uitspraak te doen. 2. De CMR kan voor wat betreft het aanhangig maken van een geschil bij de landelijke geschillencommissie medezeggenschap in de adviesbevoegdheden van de Opleidingscommissie treden, voor zover dat strookt met het advies van de Opleidingscommissie. Artikel 18 Faciliteitenregeling 1. De Opleidingscommissies worden redelijkerwijs in staat gesteld de benodigde werkzaamheden te verrichten. Hiertoe wordt door de Head of School vergaderruimte en ondersteuning vanuit de School, inclusief scholing beschikbaar gesteld. Studenten en medewerkers worden voor vergaderingen van de opleidingscommissies uitgeroosterd. 2. Voor personeelsleden behoren de werkzaamheden voor een Opleidingscommissie tot hun taakbelasting en deze dienen derhalve te worden verricht binnen de omvang van de aanstelling. 3. Studentleden maken met de Examencommissie afspraken over de vrijstelling van studie-activiteiten dan wel de wijze waarop gemiste verplichte studie-activiteiten kunnen worden gecompenseerd. 4. Als vergoeding voor lidmaatschap Opleidingscommissie ontvangt een studentlid: * in de hoedanigheid van voorzitter of secretaris 60,-- op basis van aanwezigheid per bijgewoonde vergadering. * in de hoedanigheid van algemeen lid 35,-- op basis van aanwezigheid per bijgewoonde vergadering. Artikel 19 Rechtsbescherming 1. Het College van Bestuur ziet er op toe dat (voormalige) leden van de Opleidingscommissies niet worden benadeeld in hun positie als gevolg van het lidmaatschap van een dergelijk commissie. Een beëindiging van de betrekking in strijd met het in dit lid bepaalde is nietig. Artikel 20 Bijzondere gevallen 1. In spoedeisende gevallen kan in gezamenlijk overleg bepaald worden van de in dit reglement genoemde procedure- en termijnenregeling af te wijken. Indien in dat geval niet het voor besluitneming vereiste aantal leden aanwezig is, is het oordeel van de meerderheid van de aanwezige leden beslissend. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter. Artikel 21 Overgangsbepaling 1. De al functionerende opleidingscommies blijven in stand tot het moment waarop op grond van deze regeling nieuwe commissies zijn ingesteld. 102
103 Artikel 22 Inwerkingtreding 1. Dit reglement kan worden aangehaald als "Reglement Opleidingscommissie Stenden Hogeschool" en is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september
104 Hoofdstuk 1 Aanmelding, Studiekeuzeactiviteiten en studiekeuze advies Regeling studiekeuzeadvies (artikel 7.31a-d Whw) Artikel 1 1. De aanstaande student die zich uiterlijk op 1 mei conform de wettelijke voorschriften heeft aangemeld, heeft recht op deelname aan een of meerdere door Stenden Hogeschool georganiseerde studiekeuzeactiviteiten van de door hem gekozen bacheloropleiding. Deze activiteiten zijn vermeld in bijlage 1. Artikel 2 1. De aanstaande student kan uiterlijk twee weken voor aanvang van het studiejaar een digitale vragenlijst invullen (studiekeuzecheck; bijlage 2). 2. De opleiding streeft er naar uiterlijk binnen een week na het invullen van deze digitale vragenlijst, namens het instellingsbestuur een studiekeuzeadvies uit te brengen. 3. De digitale vragenlijst is zodanig ingericht, dat een adequate inschatting gemaakt kan worden van het risico op uitval als gevolg van een verkeerde studiekeuze. Artikel 3 1. Het studiekeuzeadvies is a. positief; b. voorlopig waarschuwend; c. definitief waarschuwend. 2. Wanneer er sprake is van een voorlopig waarschuwend advies, wordt de student door de opleiding uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek gericht op een juiste studiekeuze. 3. Het gesprek kan leiden tot een definitief waarschuwend advies of tot een positief advies in tweede instantie. Artikel 4 1. Het studiekeuzeadvies is een hulpmiddel bij het maken van een keuze voor een opleiding. Er kunnen geen rechten aan ontleend worden. 2. Betrokkene heeft voor maximaal drie opleidingen in het hoger onderwijs recht op een studiekeuzeadvies. 3. Het studiekeuzeadvies wordt schriftelijk hetzij per brief, hetzij per verstrekt. 4. Het studiekeuzeadvies is niet bindend. Het staat de aanstaande student vrij om bij een waarschuwend advies, dit advies naast zich neer te leggen. Dit is de eigen verantwoordelijkheid van betrokkene. Artikel 5 1. De aanstaande student is niet verplicht deel te nemen aan de studiekeuzeactiviteiten. 2. De aanstaande student, die niet deelneemt aan de studiekeuzeactiviteiten om wat voor reden dan ook, draagt daar zelf de verantwoordelijkheid voor. 104
105 Artikel 6 1. De opleidingen IHM en CT zijn uitgezonderd van deze regeling. Zij hanteren een eigen selectieprocedure. Artikel 7 1. Degene die op grond van artikel 7.28 Whw vanwege het bezit van een buiten Nederland behaald diploma is vrijgesteld van de diploma-eisen, bedoeld in de artikelen 7.24, eerste en tweede lid Whw, is uitgezonderd van deze regeling. 2. Aanstaande studenten afkomstig uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten kunnen eveneens de digitale vragenlijst als bedoeld in artikel 2 invullen. 3. Het gesprek als bedoeld in artikel 3 vindt voor deze aanstaande studenten via Skype plaats. 105
106 Bijlage 1: Studiekeuzeactiviteiten op Stenden Hogeschool a. Open Dag b. Oriëntatiedag (Leeuwarden) c. Profielkeuzedag (Emmen) d. Proefstuderen e. Meeloopdag f. Studiekeuzegesprek Bijlage 2: Vragenlijst studiekeuzecheck 2016/2017 Versie1.0 Deze studiekeuzecheck gaat over de mate waarin je je hebt voorbereid op je studiekeuze, hoe zeker je bent van je studiekeuze. Ook onderzoekt de studiekeuzecheck een aantal factoren die van invloed kunnen zijn op je studiesucces. De opleiding waarvoor je je aanmeldt, laat je weten of ze je willen uitnodigen voor een extra activiteit of een gesprek. Je wordt niet afgewezen voor de opleiding op grond van deze gegevens, je kunt gewoon eerlijk antwoord geven. Privacy Je antwoorden worden gebruikt door de opleiding om te kunnen inschatten of ze je uitnodigen voor een gesprek of een extra activiteit. Je antwoorden worden anoniem verwerkt in onderzoek dat Stenden uitvoert naar studiesucces van studenten. Jouw gegevens worden niet openbaar gemaakt. Als je gaat studeren op Stenden Hogeschool worden de antwoorden 1 jaar lang bewaard en daarna vernietigd. Als je niet gaat studeren op Stenden Hogeschool worden je antwoorden na 1 september vernietigd. Als eerste willen we onderzoeken hoe jouw voorbereiding is verlopen 2. Ben je met jouw opleiding toelaatbaar? ( 1 antwoord mogelijk) a. Nee, ik ga naar de pabo, ik doe havo of mbo en moet een of meer toelatingstoetsen maken b. Nee, mijn havo/vwo profiel heeft niet de juiste vakken en ik moet een toelatingstoets maken c. Nee, mijn mbo-opleiding is niet verwant en ik moet een toelatingstoets maken. d. Nee, ik start op basis van een 21+ toets e. Ja, ik ga naar de pabo en met mijn vwo-opleiding ben ik toelaatbaar f. Ja, met mijn havo/vwo opleiding ben ik toelaatbaar g. Ja, mijn mbo-opleiding is verwant met de hbo-opleiding. h. Ja, mijn mbo-opleiding is niet verwant, maar ik hoef geen toelatingstoets te maken i. Ik weet het niet zeker 3. Met wie heb je gesproken om te kunnen besluiten voor deze studie? (meerdere antwoorden mogelijk) a. een decaan, docent of mentor b. ouders / verzorgers c. studenten die de opleiding al doen / hebben gedaan d. medewerkers / docenten van deze opleiding e. mensen uit het beroep f. vrienden, vriendinnen g. een studiekeuzeadviseur, iemand van een studiekeuzebureau h. iemand anders i. ik heb niet met anderen gesproken over deze studiekeuze 4. Wie was het meest belangrijk voor je in de beslissing om deze opleiding te kiezen? Voorprogrammeren, de categorieën die hierboven zijn gekozen 1 keuzemogelijkheid 5. In de vorige vraag heb je aangegeven dat je een belangrijk gesprek hebt gevoerd met XXX? (antwoord uit 3) Heeft deze persoon (personen) je het advies gegeven om deze studiekeuze te maken? 106
107 a. Nee, deze studie is helemaal mijn eigen keuze b. Nee, deze studie is redelijk mijn eigen keuze c. Niet echt d. Ja, ik heb het advies van deze persoon (personen) meegewogen e. Ja, deze studiekeuze is het advies van deze persoon (personen) 6. Wanneer ben je op Stenden Hogeschool geweest? (meerdere antwoorden mogelijk) a. Ik ben hier met mijn school geweest. b. Open Dag c. Proefstuderen d. Meeloopdag e. Studiekeuzegesprek f. Bij een andere gelegenheid g. Ik heb zelf een bezoek geregeld h. Niet 7. Wanneer ben je op de opleiding van je keuze geweest? (meerdere antwoorden mogelijk) a. Toen ik met mijn school op bezoek was b. Open Dag c. Proefstuderen d. Meeloopdag e. Studiekeuzegesprek f. Bij een andere gelegenheid g. Ik heb zelf een bezoek geregeld h. Niet 8. Welke informatiebronnen heb je gebruikt in je keuzeproces? (meerdere antwoorden mogelijk) a. Studiekeuzesites b. Website van de hogeschool c. Brochures d. Vacatures bekeken, vakbladen gelezen e. Geen van deze 9. Hoeveel kans geef je jezelf om de opleiding succesvol af te ronden? % 10. Heb je de laatste tijd serieus een andere opleiding overwogen? a. Ja b. nee 107
108 Als tweede willen we onderzoeken of er andere factoren zijn die je kans op studiesucces kunnen beïnvloeden. We stellen met behulp van een aantal vragen en stellingen vast hoe zeker je bent van je keuze. Er bestaan geen goede of foute antwoorden, je hoeft er niet lang over na te denken. We raden je daarom aan om deze stellingen op je gevoel in te vullen. Geef aan of je het eens bent met de stellingen. 11. Ik vind zelf dat ik goed heb nagedacht over de voors en tegens van deze studiekeuze 12. Deze opleiding past helemaal bij mijn interesses 13. Deze opleiding past 100 % bij mijn capaciteiten/vaardigheden 14. Het werk dat ik hierna kan doen, past perfect bij mijn interesses 15. Het werk dat ik hierna kan doen, past perfect bij mijn capaciteiten/vaardigheden 16. Het is me goed duidelijk geworden wat deze opleiding inhoudt 17. Ik ben zeer gemotiveerd om de propedeuse in één jaar te halen 18. Ik weet zeker dat dit de goede opleidingskeuze is voor mij 19. Ik ben optimistisch over mijn toekomst door deze opleidingskeuze 20. Ik weet zeker dat ik deze opleiding succesvol kan afronden Helemaal mee oneens Een beetje mee oneens Neutraal, niet mee eens, niet mee oneens Een beetje mee eens Helemaal mee eens Er volgen nu stellingen over de hogeschool 21. Toen ik op Stenden Hogeschool was, voelde ik me erg op mijn gemak bij de andere studenten. 22. Toen ik op Stenden Hogeschool was, voelde ik me erg op mijn gemak bij de docenten. Helemaal mee oneens Een beetje mee oneens Neutraal, niet mee eens, niet mee oneens Een beetje mee eens Helemaal mee eens Er volgen nu stellingen over je studievaardigheden en studiehouding waarop je met ja of nee kunt antwoorden 23. Ik heb in mijn schoolcarrière een klas over gedaan nee ja 24. Ik heb in mijn schoolcarrière een klas overgeslagen. nee ja 108
109 25. Het presenteren voor mijn klas gaat mij goed af. nee redelijk ja 26. Het is me duidelijk wat het werken met probleem gestuurd onderwijs inhoudt nee redelijk ja 27. Ik kan goed hoofdzaken en bijzaken van elkaar onderscheiden nee redelijk ja 28. Het maken van groepsopdrachten past goed bij mijn capaciteiten. nee redelijk ja 29. Ik zie er tegenop om voorzitter te zijn in de studiegroep nee redelijk ja 30. Ik lever meestal mijn werkstukken voor de eerste deadline in nee redelijk ja 31. Ik verwacht dat ik bepaalde studieonderdelen moeilijk zal vinden nee redelijk ja 32. Ik heb een goed beeld hoe mijn sterke punten bij deze opleiding passen nee redelijk ja 33. Ik realiseer me dat ik in het eerste jaar ook vakken kan krijgen die ik niet leuk vind nee redelijk ja 34. Het maken van opdrachten in een groep gaat mij goed af nee redelijk ja 35. Een belangrijke reden waarom ik deze opleiding kies is het salaris dat ik straks verdien nee redelijk ja 36. Ik zoek zelf actief naar oplossingen en antwoorden als dingen onduidelijk zijn. nee redelijk ja Er volgen nu stellingen over de balans tussen studie en thuis waarop je met ja of nee kunt antwoorden 37. Ik heb na de afronding van school een tussenjaar gedaan waarin ik niet op school of opleiding zat. nee ja 38. Ik heb minstens een uur reistijd naar de hogeschool. nee ja 39. In mijn familie/mijn omgeving zijn meerdere mensen die een hogere opleiding hebben gedaan. nee ja 40. Ik heb beslist een baantje nodig om rond te kunnen komen. nee neutraal ja 41. Ik ben van plan om meer dan 10 uur per week aan een baantje te besteden. nee neutraal Ja 109
110 Hoofdstuk 2 Inschrijving, Beëindiging inschrijving en collegegeld Studenten debiteurenprotocol Tijdig betalen van het collegegeld is te allen tijde je eigen verantwoordelijkheid! Wij adviseren je om eerst de voorwaarden goed door te lezen, voor dat je de digitale SEPA machtiging bevestigt! Artikel 1 Betalingsvoorwaarden 1. De rekeninghouder dient te beschikken over een EEU bankrekening waarvoor een SEPA machtiging wordt afgegeven (geen spaarrekening). 2. De rekeninghouder of zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger machtigt door het bevestigen van de digitale SEPA machtiging de hogeschool het collegegeld in 1 termijn of in meerdere termijnen van de bankrekening af te schrijven. 3. Betaling kan plaatsvinden ineens of in 5 termijnen. Voor betaling in termijnen wordt 24,00 administratiekosten in rekening gebracht samen met de eerste termijn. 4. De termijnen worden op of omstreeks de 25 ste van de maanden september, november, januari, maart en mei afgeschreven. 5. Bij inning in meerdere termijnen worden de boekingen ongeacht het saldo omstreeks de afgesproken data door de betreffende bank uitgevoerd. 6. De toelage in het kader van de Wet op de Studiefinanciering (WSF 2000), of gelden uit andere bronnen van inkomsten moeten gedurende de looptijd van de regeling op de bankrekening van de student worden bijgeschreven, zodanig dat er voldoende tegoed op de bankrekening aanwezig is. 7. Ingeval je het niet eens bent met de afschrijving kan je deze laten terugboeken. Neem hiervoor binnen 8 weken na afschrijving contact op je bank. Vraag je bank naar de voorwaarden. 8. Gedurende de looptijd van de regeling kan de SEPA machtiging niet worden ingetrokken door de rekeninghouder. 9. De rekening kan niet worden opgeheven / gewijzigd alvorens de laatste termijn is voldaan en een eventueel tekort op de rekening is aangezuiverd. 10. Bij niet betaling wordt de incasso uit handen gegeven en zullen alle daaraan verbonden kosten in rekening worden gebracht. Tevens wordt over het nog verschuldigde bedrag de alsdan geldende wettelijke rente gevorderd (zie ook Studentenstatuut, Regeling Inschrijving en Collegegeld). 11. De hoogte van het collegegeld kan gedurende het studiejaar worden gewijzigd indien de student niet voldoet aan de voorwaarden zoals deze zijn opgesteld in de 110
111 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). 12. Door het bevestigen van de digitale SEPA machtiging, ga je een betalingsverplichting aan voor het verschuldigde bedrag en stem je in met de betalingsvoorwaarden. Artikel 2 Betalingsverplichtingen 1. Indien het collegegeld niet kan worden geïncasseerd en er een betalingsachterstand optreedt, kan de inschrijving worden geweigerd of worden beëindigd zoals bepaald in art (WHW). Dit betekent dat je niet meer aan het onderwijs mag deelnemen, geen toetsen meer mag afleggen en niet kan afstuderen. Let op: dit wil niet zeggen dat het collegegeld komt te vervallen! Dat moet sowieso betaald worden. Eventuele vorderingskosten zullen op je worden verhaald. 2. Conform artikel 7.11 lid 2 van de WHW kan de Examencommissie, namens het College van Bestuur, niet overgaan tot verlening van de graad en het uitreiken van het getuigschrift indien de student niet heeft voldaan aan alle procedurele voorwaarden waaronder de geldende betalingsvoorwaarden in dit artikel. Wanneer aan alle procedurele voorwaarden is voldaan kan tot de uitreiking worden overgegaan. Artikel 3 Incasso mislukt? 1. Wanneer een incasso mislukt is (storno), dien je het volgende te controleren: a. Naam en rekeningnummer komen niet overeen: Controleer je gegevens in Studielink. Hier zie je of het rekeningnummer en de rekeninghouder dat bij ons bekend is, juist is. Mochten er gegevens moeten worden gewijzigd neem dan contact op met [email protected]. b. Onvoldoende saldo: Wanneer er onvoldoende saldo op de betaalrekening staat, kunnen wij niet incasseren. Zorg ervoor dat er op de eerst volgende incasso datum voldoende saldo is zodat wij wel kunnen incasseren. c. Incassoblokkade: Het kan zijn dat het rekeningnummer (selectief) is geblokkeerd voor automatische afschrijvingen. Selectief wil zeggen dat het alleen voor een bepaald soort incasso s is geblokkeerd. Telefoonkosten en verzekeringen worden dan bijvoorbeeld wel afgeschreven, maar collegegeld niet. Hiervoor dien je onmiddellijk contact op te nemen met de bank. Artikel 4 Procedure bij niet geïnde bedragen (eventuele wijzigingen voorbehouden). Procedure bij het niet nakomen van de betalingsverplichtingen aangegaan bij de SEPA machtiging voor de betaling van het collegegeld 2016/2017. Deze procedure geldt zowel voor de eenmalige als de gespreide inning van het collegegeld. 1. Vijf dagen voordat de incasso plaats vindt, ontvangt student een herinnering waarin wordt vermeld dat het collegegeld geïnd gaat worden. (via privé- en Stenden- ) 2. Indien een termijn niet kan worden geïncasseerd, ontvangt de student een herinnering via de waarmee de student in kennis wordt gesteld dat de incasso is mislukt. Het openstaande bedrag moet binnen 7 dagen na dagtekening van de mail via een overboeking worden voldaan. 111
112 Besluit: Gelijktijdig met deze herinnering wordt het Stenden account geblokkeerd. Indien het Stenden-account wordt geblokkeerd, heb je geen toegang tot de Stenden internetsystemen die door middel van invoer van de Stenden-accounts toegankelijk zijn, zoals ELO en PROGRESS. Je kan je ook niet intekenen voor toetsen ed. Bezwaar aantekenen Tegen een besluit op grond van deze regeling kan binnen zes weken na dagtekening via bezwaar worden gemaakt bij het College van Bestuur. Bij je bezwaar dien je een kopie bij te voegen van dit besluit. Voor meer informatie verwijzen we je naar Een-Loket-Faciliteit (ELF) 3. Aanmaning: Wanneer er na 7 dagen geen betaling is ontvangt de student een aanmaning omdat de betalingstermijn ruimschoots is verstreken. Wij verzoeken dringend het openstaande bedrag per omgaande aan Stenden over te maken. Indien de verschuldigde betaling niet binnen 15 dagen na dagtekening van deze brief is ontvangen, ben je zonder dat nadere ingebrekestelling is vereist, in verzuim. In dat geval zal de gehele vordering volledig en ineens opeisbaar worden, inclusief eventuele toekomstige, nog niet vervallen termijnen tot de uitschrijfdatum. 4. Laatste aanmaning: De vordering wordt ter incasso aan derden (deurwaarder) overgedragen. Zolang aan de openstaande betalingsverplichting bij de deurwaarder niet is voldaan zal een inschrijving voor een volgend studiejaar worden geweigerd totdat aan alle (financiële) verplichtingen is voldaan. Het collegegeld moet vervolgens voor aanvang van de studie volledig worden voldaan. Artikel 5 Beëindiging inschrijving en restitutie 1. Indien in de loop van het studiejaar de inschrijving wordt beëindigd (bijvoorbeeld vanwege afstuderen) en restitutie van het collegegeld wordt aangevraagd, geldt het volgende: de administratieve afhandelingsperiode kan ten minste 2 maanden duren; dit kan betekenen dat als het collegegeld in termijnen wordt voldaan, minimaal nog 1 termijn collegegeld kan worden geïncasseerd. Uiteraard wordt dit bedrag wel verrekend met het uiteindelijke restitutiebedrag. 112
113 Hoofdstuk 2 Inschrijving, Beëindiging inschrijving en collegegeld Gedragscode internationale student hoger onderwijs, augustus Gedragscode Internationale stude 113
114 Hoofdstuk 3 Onderwijs Gedragscode praktijkgericht onderzoek. Gedragscode praktijkgericht onde 114
115 Hoofdstuk 3 Onderwijs Gedragscode voor het gebruik van andere talen dan het Nederlands in het onderwijs WHW: art. 7.2 WHW Artikel 1 Begripsbepalingen Voor eenduidige begripsbepaling worden in de gedragscode de volgende termen hieronder gedefinieerd: Andere taal: elke andere taal dan Nederlands. Vreemde taal: elke andere taal dan Nederlands of Fries. Streektaal: elke in Nederland gesproken autochtone taal anders dan Nederlands of Fries. Voertaal: de taal die zowel mondeling als schriftelijk receptief en productief tijdens onderwijs en examens gehanteerd wordt. Gedragscode: de in artikel 7.2 lid c van de WHW bedoelde gedragscode. Artikel 2 Gedragscode 1. De Gedragscode is van kracht voor alle opleidingen van Stenden Hogeschool. 2. Naast het Nederlands kunnen andere talen, zoals Fries en Engels, als voertaal in de instelling worden gebezigd. 3. Elke student en medewerker heeft het recht buiten het onderwijsproces in contacten met anderen in Stenden de eigen voorkeurstaal te gebruiken, tenzij de goede samenwerking daardoor wordt belemmerd. 4. Veiligheidsvoorschriften, bewegwijzering en het studentenstatuut dienen zowel in het Nederlands als in het Engels aanwezig te zijn. 5. De opleiding draagt zorg dat gebruik van een andere voertaal geen onoverkomelijke belemmeringen vormt voor het volgen van onderwijs. 6. De opleiding bouwt waarborgen in dat een student die het beschreven startniveau heeft, het betreffende onderwijsprogramma kan realiseren en de examens kan afleggen. 7. De opleiding maakt middelen vrij voor deskundigheidsbevordering van medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van onderwijs in een andere voertaal. 8. Bij onderwijseenheden waarbij niet expliciet is vermeld dat de voertaal een andere taal is, is het Nederlands tijdens de contacturen van medewerkers en studenten en tijdens de examens de voertaal. 9. Een opleiding kan besluiten het totale curriculum of één of meerdere onderwijseenheden uitsluitend in een andere voertaal aan te bieden, indien leerdoelen, inhoud en doelgroep dit rechtvaardigen en het in de Onderwijs- en examenregeling is vermeld. 10. De wijze waarop het gebruik van verschillende voertalen plaatsvindt, is expliciet onderdeel van de Onderwijs- en examenregeling en de kwaliteitszorgprocedures van de opleiding. 11. Het gemiddelde taalbeheersingsniveau van een groep dient als startniveau voor het gebruik van de voertaal van de betreffende opleiding. 115
116 12. Met in achtneming van hoofdstuk 2 Toelating tot de opleiding van de Onderwijsen Examenregeling van de opleiding, dient het gemiddelde taalbeheersingsniveau van de groep studenten met de vereiste vooropleiding als startniveau voor het gebruik van de voertaal van de betreffende opleiding. 13. De opleiding draagt er zorg voor dat voor het uitvoeren van een onderwijseenheid in de voertaal van de betreffende opleiding voldoende lesmateriaal van goede kwaliteit in de betreffende voertaal beschikbaar is. 14. De opleiding kan besluiten dat bij een onderwijseenheid met Nederlands als voertaal gebruik gemaakt wordt van schriftelijk studiemateriaal in een andere taal. Doelstelling, inhoud en doelgroep voor dit onderwijsonderdeel rechtvaardigen een dergelijke beslissing en er wordt in de onderwijsbeschrijving expliciet melding van gemaakt. 15. De opleiding draagt er zorg voor dat de studielast van een onderwijseenheid door het gebruik van een andere taal dan de voertaal van de betreffende opleiding niet wordt overschreden. 16. Het gebruik van (geheel of gedeeltelijk) een andere voertaal dan de voertaal van de betreffende opleiding in enige onderwijseenheid wordt vermeld in de Onderwijs- en Examenregeling bij de beschrijving van het onderwijs. 17. Een examenonderdeel in een andere taal kan mede worden beoordeeld op taalgebruik volgens een in de onderwijsbeschrijving opgenomen weging. 18. De opleiding draagt er zorg voor dat studenten in de voertaal van de opleiding op de hoogte worden gesteld van zaken betreffende de voortgang van de studie. 19. Een student die een onderwijseenheid in een andere voertaal volgt, is verplicht het examenonderdeel in die voertaal af te leggen tenzij anders in de beschrijving vermeld. 20. Student en examinator kunnen bij mondelinge en schriftelijke examens overeenkomen ieder voor zich of beide een andere taal te gebruiken dan de voertaal van de betreffende opleiding. 21. De Examencommissie kan aan buitenlandse studenten die het Nederlandstalige programma volgen, toestaan mondelinge en schriftelijke examenonderdelen in een nader te bepalen vreemde taal af te leggen, dan wel in een vreemde taal te antwoorden op vragen in de Nederlandse taal, indien de betrokken examinator(en) aangeeft/aangeven de desbetreffende taal voldoende te beheersen om een oordeel te kunnen vormen. 22. Een student kan een verzoek indienen bij de Examencommissie om schriftelijke examenonderdelen in een andere taal dan de voertaal van de betreffende opleiding af te leggen. De Examencommissie willigt het verzoek in elk geval in, indien de betrokken examinator(en) aangeeft/aangeven de desbetreffende taal voldoende te beheersen om een oordeel te kunnen vormen. 23. Indien een verslag of werkstuk in een andere taal dan de voertaal van de betreffende opleiding is geschreven voegt de student een samenvatting toe in de voertaal van de betreffende opleiding. 24. Conform beleid van Stenden geldt dat in een bijeenkomst een niet- Nederlandstalige persoon aanwezig is de voertaal Engels is en de notulen in het Engels op schrift worden gezet. 25. Het College van Bestuur ziet toe op naleving van de gedragscode. Artikel 3 Rechtsbescherming 1. Een student heeft, naar aanleiding van de toepassing van de toepassing van deze Gedragscode, het recht een klacht in te dienen bij het College van Bestuur via [email protected]. Alvorens te beslissen wint het College van Bestuur advies in bij de Geschillen- en Klachtenadviescommissie naar aanleiding van de toepassing van deze Gedragscode bij. 2. Tegen beslissingen op bezwaar staat beroep open bij het College van beroep voor het hoger onderwijs. 116
117 Artikel 4 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze gedragscode is in juli 2015 vastgesteld door het College van Bestuur treedt in werking per 1 september 2015 en kan worden aangehaald als Gedragscode voor gebruik van andere talen dan het Nederlands in het onderwijs. 117
118 Hoofdstuk 4 Studentenvoorzieningen Regeling Studeren met een functiebeperking Inleiding De toegankelijkheid en studeerbaarheid van het hoger onderwijs voor studenten met een functiebeperking is in verschillende artikelen van de WHW (Wet op Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderwijs) opgenomen. Artikel 5a.8. lid 2 sub f WHW de opleidingsspecifieke voorzieningen alsmede de instellingsbrede voorzieningen die van invloed zijn op de kwaliteit van de opleiding daaronder mede begrepen voldoende studiebegeleiding en voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking bevorderen en Artikel 5a.13b. lid 2 sub d WHW Bij de beoordelingscriteria instellingstoets kwaltiteitszorg wordt specifiek genoemd: de voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking bevorderen. De Wet Gelijke Behandeling Daarnaast bestaat sinds 1 december 2003 de Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. De wet bepaalt dat wanneer een student met een functiebeperking aanpassingen nodig heeft van technische, onderwijskundige of begeleidende aard, om een opleiding te kunnen volgen en hij de instelling daarom verzoekt, de opleiding of instelling verplicht is die aanpassingen te realiseren. De aanpassingen moeten aan twee eisen voldoen: zij moeten geschikt zijn en noodzakelijk. Geschikt wil zeggen dat de aanpassing een belemmering moet wegnemen of verminderen, waardoor de zelfstandigheid van de desbetreffende student wordt vergroot. Noodzakelijk wil zeggen dat hetzelfde doel niet op een andere, goedkopere manier kan worden bereikt. Eén en ander voor zover de gevraagde aanpassingen voor Stenden geen onevenredige belasting betekenen als bedoeld in art. 2 van de Wet Gelijke Behandeling op grond van een handicap of chronische ziekte vormen. Aanspreekpunten studeren met een functiebeperking Binnen Stenden hogeschool zijn twee decanen contactpersoon handicap & studie. Zij geven informatie en advies over mogelijke materiële en onderwijskundige voorzieningen en bemiddelen bij het realiseren hiervan. Bij Istudy kan hiervoor met één van de decanen een afspraak worden gemaakt en kunnen de voorzieningen worden vastgelegd in een onderwijscontract. Aanvraag materiële voorzieningen De meeste materiële basisvoorzieningen zijn zonder meer te gebruiken. In andere gevallen zoals een speciale stoel of (tijdelijk) gebruik van een invalidenparkeerplaats kan dit via de studentendecaan worden aangevraagd. Aanvraag onderwijskundige voorzieningen Wanneer de student gebruik wil maken van bepaalde voorzieningen is het goed zo snel mogelijk een afspraak te maken met één van de studentendecanen. Soms is het raadzaam om dit al voor de start van de studie te doen. In overleg met de coördinator studiebegeleiding van de opleiding kan besproken worden welke voorzieningen mogelijk en noodzakelijk zijn en welke stappen ondernomen dienen te worden om de voorzieningen te realiseren. De voorzieningen worden vastgelegd in een onderwijscontract studeren met een functiebeperking en voorgelegd aan de examencommissie. In dit onderwijscontract worden ook de verantwoordelijkheden van 118
119 de betrokkenen benoemd. Het onderwijscontract geldt voor de gehele of bepaalde onderdelen van de opleiding en voor een bepaalde tijd. De examencommissie beslist over de toekenning van de voorzieningen. Het onderwijscontract wordt getekend door de student, de examencommissie en de contactpersoon in de opleiding (vaak de coördinator studiebegeleiding of teamleider). De student krijgt het origineel van het getekende onderwijscontract. De opleiding en de studentendecaan krijgen een kopie hiervan. Een medische verklaring dient getoond te worden aan de studentendecaan voordat een onderwijscontract studeren met een functiebeperking kan worden opgemaakt. Ter indicatie enkele mogelijke onderwijskundige voorzieningen: mogelijkheid tot verlenging van de toetstijd mogelijkheid toets vergroot te krijgen op A3 formaat mogelijkheid gebruik computer bij toetsen mogelijkheid gebruik computer met spraak mogelijkheid om apart te zitten bij een toets mogelijkheid om in lesrooster rekening te houden met wensen mogelijkheid aanpassing participatienorm mogelijkheid voor extra begeleiding en voor een studiemaatje mogelijkheid tot aanpassing studieplanning mogelijkheid tot een vervangende opdracht mogelijkheid tot een aangepaste werkvorm mogelijkheid tot aanpassing toetsvorm mogelijkheid tot flexibele leerroute mogelijkheid tot aangepaste stage in vorm en duur Aanvraag financiële vergoeding Wanneer de student of de opleiding het vermoeden heeft dat de student dyslexie heeft en de student ondervindt hiervan hinder in het onderwijs dan kan de student een dyslexieonderzoek laten doen, tegen een speciaal groepstarief. Wanneer de student studievertraging oploopt of zijn studie moet afbreken vanwege zijn functiebeperking zijn er verschillende financiële regelingen mogelijk via DUO of het Profileringsfonds van Stenden zoals beschreven in hoofdstuk 7 van het Studentenstatuut. De decaan bespreekt welke regeling op de situatie van de student van toepassing is en begeleidt de aanvraag. Contact Via Istudy Leeuwarden of Emmen kan de student een afspraak maken met een decaan. 119
120 Regeling Studeren met een functiebeperking voor toetsen Artikel 1 Studentendecanaat en Examencommissies 1. De studentendecaan stelt in overleg met de contactpersoon van de opleiding (veelal coördinator studiebegeleider of teamleider) of de examencommissie van de opleiding hetzij een contract op voor studeren met een functiebeperking hetzij een contract diversiteit met een voorziening, voor bepaalde tijd voor studenten die studeren onder invloed van Bijzondere Omstandigheden (BO); 2. De studentendecaan stuurt het Contract Studeren met een functiebeperking of met voorzieningen ter vaststelling aan de examencommissie. Dit kan als papieren versie of digitaal. De student wordt geïnformeerd over de procedure; 3. Na akkoord door de examencommissie stelt de betrokken studentendecaan van het studentendecanaat de registratie van de toetsvoorzieningen vast en geeft die door aan het ESR-Back Office Progress, bij de Support Unit op de locaties of bij andere meer relevante organisatieonderdelen; 4. Alle afspraken tussen examencommissie en student worden opgenomen in het studentdossier van de opleiding. Studenten met dyslexie Sinds september 2014 is er een onderscheid tussen studenten met een functiebeperking in het algemeen en studenten met dyslexie. Studenten met dyslexie melden zich in Leeuwarden aan bij Istudy voor een voorlichting betreffende dyslexie. Bij de andere locaties verloopt deze aanmelding via de studentendecanen of studenten maken een individuele afspraak met de betrokken studentendecaan. In overleg met de student worden de benodigde standaardvoorzieningen vastgesteld en vastgelegd in ProgRESSwww door de daartoe gerechtigde studentendecaan. Deze worden niet vastgelegd in een onderwijscontract. Aan het einde van het moduul wordt een Excel-overzicht van de studenten met dyslexie en hun voorzieningen aan de examencommissie van de verschillende opleidingen en aan de contactpersoon van de verschillende opleidingen gestuurd. Artikel 2 Inrichting van de software voor toetsinschrijving 1. De software, welke gebruikt wordt voor inschrijving voor toetsingen (ProgRESSwww) is door het ESR-Back Office Progress centraal ingericht met een optie: voorzieningen. 2. Alle studenten met een contract studeren met een functiebeperking of Bijzondere Omstandigheden (BO) met een toetsvoorziening hebben zich te houden aan alle reguliere afspraken betreffende de inschrijving voor toetsingen. 3. Alle afspraken voor de reguliere studenten betreffende de toetsweken, toetsdagen en toetstijden gelden óók voor deze studenten, tenzij nadrukkelijk anders overeengekomen. Artikel 3 Procedure bij inschrijvingen voor toetsen 1. Alle studenten die in bezit zijn van een contract studeren met een functiebeperking of diversiteit (voor studeren onder BO) schrijven via ProgRESSwww regulier in voor hun toetsmomenten. 120
121 2. Studenten kunnen zelf de afspraken over de voorzieningen voor de toetsen controleren op de lijst die bij de toets ligt. 3. Het ESR-Back Office Progress of de Support Unit op de locaties is daarbij verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen van alle benodigde faciliteiten. 4. Deze studenten worden via het intranet en/of de elektronische leeromgeving op de hoogte gesteld van waar zij op de betreffende toetsdag en toetstijd verwacht worden op de betreffende locatie van de hogeschool. 5. Inschrijven - conform gemaakte afspraken in het studiecontract of conform afspraken voor studeren onder invloed van BO- betekent verplicht deelnemen aan de toets en of tentamen én een kans gebruiken, overmachtsituaties uitgezonderd. 6. Indien van toepassing vindt verdere communicatie met deze groep studenten enkel en alleen plaats via de -adressen van de hogeschool. 7. Bij vragen over inschrijving richten deze studenten zich rechtstreeks tot I-study of het ESR-Back Office Progress op de locatie Leeuwarden en tot de Support Units op de andere locaties. Artikel 4 Organisatie van toetsmomenten 1. De organisatie van toetsmomenten voor studenten met een onderwijscontract studeren met een functiebeperking of diversiteit komt overeen met de inschrijfprocedure, toetsweek, toetsdag en toetstijd van die van de reguliere studenten. 2. Op betreffende toetsdag(en) en toetstijd(en) worden ten behoeve van deze studenten alle extra activiteiten georganiseerd op de betreffende locaties van de hogeschool. Van studenten wordt verwacht dat zij zich tijdig melden bij het ESR-Back Office Progress op de locatie Leeuwarden en bij de Support Units op de andere locaties van de hogeschool. 3. Afhankelijk van de vastgestelde afspraken per student worden de studenten zoveel mogelijk in één toetsruimte geplaatst. Zo nodig ontvangt de student een individuele toetsruimte. Studenten die de toets op een computer maken, hetzij met of zonder spraak-software maken hun toets in de daarvoor bestemde computerruimte. UITZONDERING 4. Studenten die studeren met een andere taalachtergrond, dan de Nederlandse Taal en op grond van de Onderwijs- en Examenregeling van de opleiding recht hebben op het gebruik van een Taal / Nederlands woordenboek tijdens de toets, krijgen een half uur extra toetstijd maar vallen NIET onder de maatregelen voor extra voorzieningen. 5. Die studenten doen volgens vaststaand protocol mee aan de reguliere toetsmomenten;op het protocol van iedere toets worden namen en registratienummers vermeld van die studenten die recht hebben op het gebruik van extra hulpmiddelen en extra toetstijd. 121
122 6. De student waarmee het decanaat, bekrachtigd door de examencommissie, een contract Diversiteit is afgesloten. 7. Studenten met een andere taalachtergrond dan de Nederlandse Taal, die studeren aan de opleiding Opleiding tot Leraar Basisonderwijs hebben gedurende het eerste opleidingsjaar recht op het gebruik van een woordenboek Nederlands. Een uitzondering hierop betreft een toets waar de beheersing van de taal onderdeel van de toets is. Artikel 5 Facilitering 1. Het ESR-Back Office Progress en/ of de Support Units zijn verantwoordelijk voor tijdige organisatie van ruimten, surveillanten en passende hulpmiddelen voor de toetsingen van deze groep studenten. 2. Indien er toetsingen plaatsvinden per opleiding, buiten het vastgestelde toetsrooster Stenden Hogeschool dan dient de examencommissie dit tijdig, zes weken voorafgaand aan de toetsing, te melden bij het ESR-Back Office Progress en de Support Units. 3. Alleen bij tijdige melding kunnen er ook passende maatregelen worden genomen door het ESR-Back Office Progress of de Support Units voor deze extra toetsmomenten. Artikel 6 Locaties Stenden Hogeschool 1. Examencommissies en Expertise, Services and Research (ESR) -Back Office Progress van de hogeschool zien er gezamenlijk op toe dat deze regeling op alle locaties (Nationaal) maximaal uitvoerbaar is. 2. Afhankelijk van de locatie dient bij het ESR-Back Office Progress gelezen te worden: de Support Unit van de locatie. 3. In situaties waarbij het ESR-Back Office Progress of de Support Unit tijdig problemen signaleert betreffende de uitvoer van toetsingen dan treedt zij direct in overleg met het presidium van de betreffende examencommissie. Artikel 7 Inwerkingtreding 1. De Regeling Studie & Handicap is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september De regeling kan worden aangehaald als Regeling studeren met een functiebeperking. 122
123 Hoofdstuk 4 Studentenvoorzieningen Praktische regels rond ziekte en andere bijzondere omstandigheden Hieronder wordt aangegeven wat je moet regelen als je door ziekte of andere bijzondere omstandigheden (tijdelijk) niet kunt deelnemen aan het onderwijs. Het is mogelijk dat jouw opleiding nadere praktische regels stelt die enigszins afwijken. Informeer tijdig. In geval van ziekte of andere bijzondere omstandigheden Als een student wegens ziekte of bijzondere omstandigheden niet aanwezig kan zijn bij een verplichte onderwijsactiviteit, moet dit diezelfde dag voor uur gemeld worden bij de Front Desk ( ) van de opleiding. Als de student wegens ziekte of omstandigheden vertrekt terwijl er nog verplichte onderwijsactiviteiten op die dag zijn, moet dit worden gemeld bij, afhankelijk van op de locatie is bepaald bij Front Desk, secretariaat van de opleiding, of de betrokken docent. Als door ziekte of bijzondere omstandigheden studievertraging dreigt te ontstaan, is de student (voltijds en duaal) verplicht contact op te nemen met zijn of haar studiecoach/opleidingscoach/studiebegeleider en met het decanaat. In geval van niet behalen van de norm van het (bindend) studieadvies Als je denkt door ziekte of andere bijzondere omstandigheden niet te kunnen voldoen aan de norm van het bindend studieadvies aan het einde van het eerste jaar van inschrijving bij de opleiding, moet je de bijzondere omstandigheid melden bij zowel je studie- of trajectbegeleider als bij een decaan. Verder moet je bij de examencommissie een schriftelijk verzoek indienen om bij het vaststellen van het studieadvies rekening te houden met de bijzondere omstandigheid. In geval van studievertraging Als je door ziekte of andere bijzondere omstandigheden dusdanige studievertraging oploopt, dat je langer over je studie moet doen dan vier jaar, moet je de ziekte/bijzondere omstandigheid zowel melden bij je studie- of trajectbegeleider als bij een decaan. De decaan bespreekt alle mogelijke consequenties en adviseert en begeleidt je bij het zoeken van de voor jou passende oplossingen. Ook informeert en adviseert de decaan over de consequenties voor je studiefinanciering en kan je inlichten over de geldende financiële regelingen en bijbehorende procedures. Mogelijk heb je recht op een verlenging van de prestatiebeurs of mogelijk een toelage uit het Profileringsfonds zoals bepaald in hoofdstuk 7 van het Studentenstatuut. Om in aanmerking te kunnen komen voor een financiële regeling ben je verplicht de bijzondere omstandigheid zo spoedig mogelijk aan de decaan te melden. Als je weet dat je een tijdje niet aan het onderwijs kunt deelnemen bijv. door een geplande ziekenhuisopname, moet je dat direct melden. Ook als je door bijzondere omstandigheden de kans loopt niet binnen de diplomatermijn van 10 jaar het einddiploma te behalen, kun je terecht bij het decanaat. 123
124 Hoofdstuk 4 Studentenvoorzieningen Werkwijzer voor studentendecanen Stenden MEE DENKEN MET DE STUDENT Werkwijzer voor de studentendecanen van Stenden Hogeschool Inleiding Met deze werkwijzer willen we als studentendecanen aan alle studenten en medewerkers van de hogeschool duidelijk maken welke diensten de studentendecanen aanbieden, op welke wijze wij werken als studentendecanen, welke plaats wij innemen binnen de hogeschool en bovenal dat en hoe de vertrouwelijkheid van onze contacten met studenten gewaarborgd is. De werkwijzer is ook een richtlijn om het professioneel handelen van de studentendecaan te toetsen. Enerzijds schept dat duidelijkheid voor de studentendecanen zelf bij hun professioneel handelen. Anderzijds schept het ook duidelijkheid zowel voor studenten alsook voor opleidingen en medewerkers, docenten, ten aanzien van wat ze van de studentendecaan mogen verwachten. Studentendecanaat Studentendecanen zijn er primair voor alle studenten van de hogeschool, Nederlandse alsook internationale, voltijds alsook duaal een deeltijds, bachelor alsook master studenten, zonder en met een functiebeperking. Studentendecanen zijn onafhankelijk in de inhoudelijke uitvoering van hun werk en voeren vertrouwelijke gesprekken met studenten. Vertrouwelijk, dat wil zeggen dat de studentendecaan niet zal communiceren met de opleiding, familie en anderen over alles wat er besproken wordt tussen een student en de studentendecaan, tenzij de student daar zelf om vraagt en toestemming voor geeft. Studenten kunnen zelf een afspraak met de studentendecanen maken. Studenten kunnen in een vertrouwelijke setting hun verhaal vertellen en worden desgewenst begeleid. Doel van de begeleiding is altijd om een student te helpen om eventuele studie belemmerende factoren zo snel mogelijk te verminderen. De studentendecaan begeleidt de student in dat proces. Indien nodig bemiddelen c.q. verwijzen studentendecanen naar externe hulpverlening. Opleidingen verwijzen studenten naar het studentendecanaat als er sprake is van (potentieel) studie belemmerende factoren. Positionering studentendecanaat Het studentendecanaat is onderdeel van Studentenzaken binnen de ondersteunende dienst ESR. Studentendecanen zijn medewerkers in dienst van de hogeschool en opereren binnen de kaders van de regelgeving van de hogeschool. Studentendecanen streven ernaar een goede balans te vinden tussen de individuele belangen van de student en de regelgeving van de hogeschool. Door middel van accountgesprekken is de decaan in overleg met opleidingen en examencommissies. Hierdoor ontstaat een klimaat die de belangenbehartiging van studenten ten goede komt. Maar niet altijd 124
125 vallen de belangen van de individuele student en de hogeschool samen. De studentendecaan beoogt binnen de kaders de belangen van de student centraal te stellen. Professioneel handelen De studentendecaan is een deskundige en geschoolde professional die de balans weet te vinden tussen betrokkenheid en distantie bij de advisering en begeleiding van studenten. De student mag verwachten dat de studentendecaan over voldoende competenties beschikt om de student te coachen (begeleiden) met voldoende betrokkenheid en distantie, adequaat te informeren en te adviseren en trajecten van de student te begeleiden zoals bij voorbeeld een combinatie van studie en hulpverlening of oriëntatie op studie en beroep. De student mag verwachten dat de studentendecaan op de hoogte is van voor Stenden, HBO studenten relevante wet- en regelgeving. Studentendecanen houden door diverse vormen van scholing hun deskundigheid op peil en up to date. De dienstverlening aan studenten staat open voor alle studenten van alle nationaliteiten, gezindten en geaardheid van de vestigingen in Nederland. Tijdens een eerste gesprek geeft de studentendecaan aan dat gesprekken vertrouwelijk zijn en dat informatie vanuit een gesprek alleen met derden gedeeld zal worden op verzoek van een student (b.v. bij bemiddeling) en/of na toestemming van een student. Omgekeerd betekent dit dat opleidingen (en andere derden) alleen informatie uit een studentcontact kunnen vragen en krijgen indien een student daarom verzoekt en/of mee instemt. Indien een studentendecaan geen mogelijkheid ziet tot (verdere) begeleiding zal dat aan een student worden meegedeeld en toegelicht. Indien nodig en desgewenst zal de studentendecaan de student informeren over andere begeleiding intern of extern. Omgekeerd mag een student te allen tijde het vrijwillig aangegane contact opzeggen en/of vragen om een andere begeleiding van een andere studentendecaan of een verwijzing naar of advies over een externe begeleider, hulpverlener. De studentendecaan kan voor studenten met enigerlei vorm van ziekte of chronische functiebeperking naast begeleiden ook bemiddelen in afspraken met en voorzieningen bij de opleidingen. Afspraken en voorzieningen worden dan door de studentendecaan vastgelegd in een onderwijscontract tussen de student en de opleiding (examencommissie). Belangenbehartiging De studentendecaan behartigt desgevraagd de specifieke belangen van een student door ondersteuning of bemiddeling. In zijn algemeenheid geeft de studentendecaan ook gevraagd en ongevraagd adviezen aan opleiding en hogeschool indien signalen vanuit gesprekken met studenten daar aanleiding toe geven, maar zonder de vertrouwelijkheid te schenden. Indien een student reden heeft om in bezwaar of beroep te gaan tegen de gang van zaken binnen een opleiding of tegen een besluit van de examencommissie zal de studentendecaan hem op verzoek van de student daarbij adviseren. In geval van schending van persoonlijke integriteit, discriminatie, machtsmisbruik en dergelijke zaken die beschreven zijn bij het instituut Vertrouwenspersoon, zal de studentendecaan de student verwijzen naar de vertrouwenspersoon. 125
126 Studenten worden geacht zelf hun rechten en plichten te kennen zoals die verwoord zijn in het gehele Studentenstatuut. De studentendecaan kan desgevraagd hierbij verder adviseren. Studentendecanen geven aan studenten op verschillende wijze voorlichting en informatie over hoe en wanneer gebruik te maken van de diensten van het studentendecanaat. Overleg Intern onderhouden studentendecanen structureel overleg met de opleidingen onder andere via het overleg met de coördinatoren studiebegeleiding en met de examencommissies. In dat overleg wordt vanwege de vertrouwelijkheid geen individuele informatie verstrekt over studenten. Wel worden signaleringen en ontwikkelingen besproken en afgestemd om de student- en studiebegeleiding te optimaliseren. Relatie tot de opleidingen. De opleidingen zijn verantwoordelijk voor hun studenten en voor de regelgeving zoals vastgelegd in het Studentenstatuut en Onderwijs- en Examenregeling (OER) van de opleiding. Indien studenten vragen of klachten over het onderwijs, de organisatie, medestudenten of medewerkers hebben, dienen zij conform het in het studentenstatuut en OER vastgelegde, zich te wenden tot de aangewezen personen o.a. personal coaches, studie(loopbaan)begeleiders en instanties zoals de examencommissie in de opleiding. Studentendecanen kunnen desgewenst studenten daarbij vertrouwelijk adviseren en begeleiden. 126
127 Hoofdstuk 7a Financiële Ondersteuning deelname toelatingsprocedure Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie Regeling Financiële Ondersteuning deelname toelatingsprocedure Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie Aanvragen op grond van deze Regeling kunnen worden ingediend bij: De Commissie Profileringsfonds Stenden Hogeschool p/a secretariaat ESR Postbus CG LEEUWARDEN Artikel 1 Financiële ondersteuning 1. Op grond van deze regeling komen in aanmerking voor financiële ondersteuning als bedoeld in hoofdstuk 7a van het Studentenstatuut, studenten die in verband met aanvullende eisen als bedoeld in artikel 7.26 WHW moeten deelnemen aan de toelatingsprocedures van de opleidingen Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie én waarvoor de gestelde bijdrage een belemmering vormt voor deelname hier aan. Artikel 2 Aanvraag voorziening voor de financiële ondersteuning van een student 2. Een aanvraag van financiële ondersteuning wordt, met gebruikmaking van het daartoe vastgesteld formulier, ingediend bij de Commissie Profileringsfonds. Uitsluitend een volledig ingevuld formulier wordt in behandeling genomen. 3. De aanvraag voor financiële ondersteuning op grond van deze regeling moet worden ingediend uiterlijk 10 werkdagen voorafgaand aan de betreffende toelatingsprocedure van de opleidingen als genoemd in artikel Aan de aanvrager wordt binnen 10 schooldagen een ontvangstbevestiging gestuurd. Artikel 3 Behandeling en beslissing van de aanvraag financiële ondersteuning 1. De Commissie Profileringsfonds neemt namens het College van Bestuur binnen 10 werkdagen na ontvangst van de aanvraag een beslissing. 2. Indien er positief beslist wordt op de aanvraag van financiële ondersteuning, houdt de beslissing het volgende in: a. de gronden waarop de student aanspraak kan maken op financiële ondersteuning; b. de vastgestelde omvang van de uitkering; c. het moment van uitkering van de financiële ondersteuning. 3. De met redenen omklede beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager. In de beslissing wordt de aanvrager erop gewezen dat hij tegen deze beslissing binnen zes weken na dagtekening via [email protected] bij het College van Bestuur bezwaar kan instellen overeenkomstig Hoofdstuk 11 van het 127
128 Studentenstatuut. Artikel 4 Hardheidsclausule 1. De Commissie Profileringsfonds kan van de bepalingen van deze regeling afwijken, indien strikte toepassing zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 5 Inwerkingtreding 1. De Regeling Financiële Ondersteuning deelname Toelatingsprocedures Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september De regeling kan worden aangehaald als Regeling Financiële Ondersteuning deelname Toelatingprocedures Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie. Bijlage: Aanvraagformulier Financiële Ondersteuning deelname Toelatingsprocedures Hoger Hotelonderwijs en Creatieve Therapie Aanvraagformulier F Aanvraagformulier F 128
129 Hoofdstuk 7b Financiële Ondersteuning voor studenten Regeling Financiële Ondersteuning overige bijzondere omstandigheden Aanvragen op grond van deze Regeling kunnen worden ingediend bij: De Commissie Profileringsfonds Stenden Hogeschool p/a secretariaat ESR Postbus CG LEEUWARDEN Artikel 1 Melden; beperken studievertraging; vastleggen gegevens; aanstellen vertegenwoordiger 1. De student is verplicht de bijzondere omstandigheid genoemd in Hoofdstuk 7b art. 3 lid 1 sub b tot en met f van het Studentenstatuut die kan leiden tot studievertraging en een aanspraak op financiële ondersteuning, zo spoedig mogelijk, doch niet later dan drie maanden nadat de bijzondere omstandigheid een aanvang heeft genomen, te melden bij de studie(traject)begeleider of de coördinator studiebegeleiding, teneinde te overleggen over maatregelen om studievertraging zoveel mogelijk te beperken. 2. De student is verplicht de bijzondere omstandigheid genoemd in Hoofdstuk 7b art. 3 lid 1 sub b tot en met f van het Studentenstatuut die kan leiden tot studievertraging en een aanspraak op financiële ondersteuning, zo spoedig mogelijk, doch niet later dan vijf maanden nadat de bijzondere omstandigheid een aanvang heeft genomen, te melden bij een studentendecaan, teneinde de mogelijkheid van het beëindigen van de studiefinanciering en/of van uitschrijving te bespreken. 3. Indien de student een door de studentendecaan in het kader van lid 2 verstrekt advies niet opvolgt of heeft opgevolgd, kan dit gevolgen hebben voor de gevraagde toekenning van de voorziening voor de financiële ondersteuning. 4. De student dient zelf te zorgen voor schriftelijk bewijsmateriaal van de contacten die hij heeft onderhouden met de studie(traject)begeleider of coördinator studiebegeleiding en de studentendecaan. 5. Indien de student ten gevolge van de bijzondere omstandigheid genoemd in Hoofdstuk 7b art. 3 lid 1 sub b tot en met f van het Studentenstatuut niet in staat is zelf met de studie(traject)begeleider of coördinator studiebegeleiding en met de studentendecaan contact op te nemen, dient hij schriftelijk een vertegenwoordiger aan te wijzen ter behartiging van zijn belangen in deze. 6. De student is verplicht om bij beëindiging van de bijzondere omstandigheid dit zo spoedig mogelijk te melden bij de studentendecaan. Artikel 2 Aanvraag voorziening voor de financiële ondersteuning van een student 1. Een aanvraag van financiële ondersteuning wordt, met gebruikmaking van het daartoe vastgesteld formulier, ingediend bij de Commissie Profileringsfonds. 129
130 Uitsluitend een volledig ingevuld formulier wordt in behandeling genomen. 2. Indien de student zelf niet in staat is een aanvraag in te dienen, kan de aanvraag worden ingediend door de door de student aangestelde vertegenwoordiger. 3. De aanvraag voor financiële ondersteuning op grond van deze regeling moet worden ingediend binnen het opleidingsjaar waarin de prestatiebeurs eindigt. Om de aanvraag in te kunnen dienen dient de student ingeschreven te staan bij de opleiding en te hebben voldaan aan zijn verplichtingen voortvloeiend uit het gestelde in artikel Studentgroep A Indien de student studievertraging heeft opgelopen of naar verwachting zal oplopen als gevolg van een bijzondere omstandigheid genoemd onder artikel 3 lid 1 sub c en d van Hoofdstuk 7b van het Studentenstatuut, is de student verplicht een aanvraag in te dienen bij de DUO om in aanmerking voor maximaal 1 jaar extra studiefinanciering, alvorens een verzoek in te dienen bij de Commissie Profileringsfonds. De student aan wie maximaal 1 jaar extra studiefinanciering wordt verleend door de DUO ontvangt gedurende de periode van maximaal 1 jaar geen voorziening voor financiële ondersteuning. 5. Aan de aanvrager wordt binnen 10 schooldagen een ontvangstbevestiging gestuurd. 6. Studentgroep B Indien de student studievertraging heeft opgelopen of naar verwachting zal oplopen als gevolg van een bijzondere omstandigheid genoemd onder artikel 3 lid 1 sub c en d van Hoofdstuk 7b van het Studentenstatuut, dient de student contact op te nemen met DUO betreffende de te volgen procedure. Artikel 3 Behandeling en beslissing van de aanvraag financiële ondersteuning De Commissie Profileringsfonds neemt namens het College van Bestuur binnen 10 weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing. De Commissie Profileringsfonds kan personen horen, wier mening naar het oordeel van de Commissie Profileringsfonds relevant kan zijn bij het tot stand komen van de beslissing. Indien er positief beslist wordt op de aanvraag van financiële ondersteuning, houdt de beslissing het volgende in: a. de constatering dat de student feitelijk studeert (WHW 7.51 lid 4); b. de gronden waarop de student aanspraak kan maken op financiële ondersteuning; c. de vastgestelde duur van de vertraging; d. de vastgestelde duur van de uitkering op basis van de vastgestelde duur van de vertraging; e. de vastgestelde omvang van de uitkering op basis van het bepaalde in artikel 4 lid 2 van Hoofdstuk 7b in het Studentenstatuut; f. het moment van uitkering van de financiële ondersteuning. De met redenen omklede beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager binnen tien schooldagen nadat de beslissing is genomen. In de beslissing wordt de aanvrager erop gewezen dat hij tegen deze beslissing binnen 130
131 zes weken na dagtekening via bij het College van Bestuur bezwaar kan instellen overeenkomstig Hoofdstuk 11 van het Studentenstatuut. Artikel 4 Omvang en uitbetaling financiële ondersteuning 1. De omvang van de financiële ondersteuning is gelijk aan de basisbeurs, aanvullende beurs, partnertoeslag en éénoudertoeslag die de student genoot of genoten zou hebben (studentgroep A) of zou kunnen hebben (Studentgroep B) indien hij daarop aanspraak zou maken of zou hebben mogen maken, in de maand voorafgaande aan de maand waarin de uitbetaling plaatsvindt. 2. De financiële ondersteuning voor beide studentgroepen als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan overeenkomstig art. 4 lid 3 van Hoofdstuk 7b van het Studentenstatuut als voorziening voor aanvullende ondersteuning worden vermeerderd met het bedrag van de tegenwaarde de OV-kaart, bedoeld in artikel 5.3 tweede lid van de WSF 2000; 3. De Commissie Profileringsfonds bepaalt het moment en de wijze van uitbetaling van de financiële ondersteuning. Op het moment van uitkering dient de student ingeschreven te staan bij de opleiding. Artikel 5 Terugvordering van ten onrechte betaalde financiële ondersteuning 1. Indien financiële ondersteuning is of wordt verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens, kan de Commissie Profileringsfonds besluiten tot: a. stopzetten van de ondersteuning; b. intrekken van het besluit tot ondersteuning; c. terugvorderen van reeds uitgekeerde ondersteuning. Artikel 6 Hardheidsclausule 2. De Commissie Profileringsfonds kan van de bepalingen van deze regeling afwijken, indien strikte toepassing zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 7 Inwerkingtreding 1. De Regeling Financiële Ondersteuning overige bijzondere omstandigheden is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september De regeling kan worden aangehaald als Regeling Financiële Ondersteuning overige bijzondere omstandigheden Stenden Hogeschool. 131
132 Bijlage: Aanvraagformulier Financiële Ondersteuning Overige Bijzondere omstandigheden Aanvraagformulier F Aanvraagformulier F 132
133 Hoofdstuk 7b Financiële Ondersteuning voor studenten Regeling Financiële Ondersteuning student-topsporter Aanvragen op grond van deze Regeling kunnen worden ingediend bij: De Commissie Profileringsfonds Stenden Hogeschool p/a secretariaat ESR Postbus CG LEEUWARDEN Artikel 1 Topsporter 1. De student kan als topsporter in de zin van deze regeling worden aangemerkt als kan worden aangetoond dat hij, al dan niet als gehandicapte en al dan niet in teamverband, sportprestaties levert binnen één van de volgende categorieën: a. bedrijft sport op het niveau van erkende finales van Europese- en Wereldkampioenschappen en/of Olympische Spelen, uitgaande van een sport(discipline) welke staat op de lijst van categorie 1 sporten van het NOC*NSF; b. in het bezit is van een A-, B-, of High Potential status van het NOC*NSF; c. deel uitmaakt van een nationale jeugdselectie van een categorie 1 sportonderdeel, met een topsportprogramma dat wordt erkend en ondersteund door het NOC*NSF; d. die niet behoort tot categorie a, b of c, maar sport ten minste op topniveau van N.K s voor senioren of neemt deel aan de hoogste nationale seniorencompetitie van topsportonderdelen die vallen binnen categorie I van het NOC*NSF. Het programma dat de student volgt moet een topsportprogramma zijn. Dit ter beoordeling van de topsportcoördinator. De criteria betreffende het niveau en het topsportprogramma aangaande lid 1d zijn afhankelijk van de tak van sport. 2. Om in aanmerking te kunnen komen voor een topsportstatus als bedoeld in het vorige lid dienen sporters een sport te beoefenen die valt onder een categorie 1 of 2 topsportonderdeel van het NOC*NSF. Onderstaand een overzicht met de sportdisciplines die binnen deze categorieën vallen. Sporttak Categorie 1 Categorie 2 Atletiek 1. werpnummers(d/h) 2. springnummers(d/h) 3. baannummers(d/h) 4. wegnummers(d/h) Autosport 1. rally 2. kart / autoren Badminton Baseball & softball Basketbal Biljarten 1. dames 2. heren 1. baseball(h) 2. softball(d/h) 1. dames 2. heren 3. rolstoel(d/h) 1. pool 2. snooker 3. driebanden 133
134 Bobslee Boksen Bowling Bridge Cricket Curling Dammen Danssport Darts Frisbee Go Golf Gymnastiek Handbal Handboogsport Hippische sport Hockey Indoor & Outdoor bowls Jeu de boules 1. bobslee 2. skeleton 3. rodelen 1. dames 2. heren 1. dames 2. heren 1. dames 2. heren 1. heren 1. dames 2. heren 1. heren 1. standaard 2. latin 3. streetdance 1. dames 1. dames 2. heren 1. ritmisch 2. trampoline 3. turnen(h/d) 4. sports aerobics(d) 1. dames 2. heren 1. doelschieten(d/h) 2. doelschieten aangepast 1. dressuur 2. springen 3. eventing 1. dames 2. heren 1. dames 2. heren 1. rock & roll 1. ultimate 1. heren 1. Acro 1. veldschieten 1. mennen 2. endurance 3. Voltage 1. zaal(d/h) 1. in&out Judo 1. judo(d/h) 1. jiu jitsu fighting Kano Karate Klimsport Korfbal Krachtsport Luchtvaart 1. wildwaterslalom 2. vlakwater 1. kata 2. kumite 1. sportklimmen(d/h) 1. dames/heren 1. gewichtheffen 2. vrije stijl worstelen 3. grieks worstelen 4. sumo 5. powerliften(d) 6. bodybuilding/fitness 1. kanopolo(d/h) 2. marathon 3. freestyle 4. kano afvaart 1. powerlfiten(h) 2. bankdrukken(h) 3. touwtrekken out 1. zeilvliegen 2. schermvliegen 134
135 Midgetgolf Motorsport Onderwatersport 1. motocross 2. wegrace 3. endure 4. ijsrace 1. vinzwemmen(d) 3. modelvliegsport 4. ballonsport 5. zweefvliegen 6. Parachute 1. dames 2. Heren 1. grasbaan 2. speedway 3. Trial Oosterse gevechtsport 1. wushu 1. kendo Racquetball Reddingsbrigade Roeisport Rolschaats/skeeleren Rugby Schaatssport Schaaksport Schermen Schietsport Skisport Squash 1. redden(d) 1. boord(d/h) 2. scull(d/h) 1. kunstrijden(d) 2. rolhockey(h) 3. skeeleren(d) 1. heren 2. dames 3. sevens(h) 1. kunstrijden(d/h) 2. ijsdansen 3. shorttrack(d/h) 4. lange baan(d/h) 1. dames 2. heren 1. degen 2. floret 3. sabel 1. pistool 2. luchtgeweer 3. kleiduiven 4. klein kaliber 1. snowboard alpine 2. snowboard halfpipe 3. snowboard cross 4. schansspringen 5. alpine techniek 6. alpine snelheid 7. freestyle acro 8. freestyle moguls 9. freestyle aerials 10. biatlon 11. langlaufen 12. aangepast skiën 1. dames 2. heren 1. dames 2. Heren 1. bandy 2. Inline 1. groot caliber 1. rolski Taekwondo 1. sparring(d/h) 1. stijl Tafeltennis Tennis 1. dames 2. heren 1. dames 2. heren 3. rolstoel 135
136 Triathlon Vijfkamp (modern) Voetbal Volleybal Waterski Watersport Wielersport IJshockey Zwemsport D - dames H heren 1. olympische afstand 2. wintertriathlon 1. dames 2. heren 1. dames 2. heren 3. zaalvoetbal(h) 1. dames 2. heren 3. beach(d/h) 1. klassiek 2. handyski 1. planken 2. 1man zwaardboot(h) 3. kielboot fleet 4. matchracing open 5. hp zwaardboot open 6. 2man zwaardboot 7. catamaran 8. 1man zwaardboot(d) 9. 1man zwaardboot open 10. kielboot(h) 1. baan 2. mtb 3. weg(d/h) 4. fietscross 5. cyclocross 1. dames 2. heren 1. zwemmen(d/h) 2. waterpolo(d/h) 3. schoon(d/h) 4. synchroon 1. duathlon 1. lange afstand 1. beachsoccer 1. wakeboard 2. blootvoet 3. kabelski 4. Skirace 1. funboard 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, kan een student, op advies van de topsportcoördinator van Stenden, door het College van Bestuur als topsporter worden aangemerkt. Artikel 2 Flexibilisering studieprogramma 1. Op verzoek van de student-topsporter wordt via de topsportcoördinator in overleg met de opleiding en de student-topsporter onderzocht of het mogelijk is een flexibel en waar nodig individueel studieprogramma op te stellen, zodanig dat hij zowel aan zijn sport- als studieverplichtingen kan voldoen. 2. In geval van een aan OSNN verbonden student-topsporter, heeft de topsportcoördinator mede overleg met OSNN inzake de flexibilisering van het studieprogramma. Artikel 3 Voorwaarden financiële ondersteuning student-topsporter 1. De student-topsporter die als gevolg van het bedrijven van topsport studievertraging oploopt, komt voor financiële ondersteuning als bedoeld in 136
137 Hoofdstuk 7b art. 3 lid 1 sub g van het Studentenstatuut op grond van deze Regeling voor financiële ondersteuning in aanmerking als hij voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de student-topsporter is topsporter in de zin van artikel 1 van deze regeling; en b. de student-topsporter staat ingeschreven als student van een voltijdse opleiding bij Stenden, heeft aan zijn collegegeldbetalingsverplichting voldaan; en c. de student-topsporter beoefent de topsport in de C + 3 -periode (nominale cursusduur plus aansluitend drie jaar); en d. de student-topsporter is ten gevolge van topsportactiviteiten er niet in geslaagd af te studeren binnen de nominale cursusduur van de opleiding; en e. het inkomen van de student-topsporter is van dien aard dat een financiële ondersteuning noodzakelijk is, waaronder in beginsel wordt verstaan een inkomen van de student-topsporter dat de DUO-inkomensnorm niet overschrijdt. Artikel 4 Aanvraag financiële ondersteuning 1. De aanvraag voor financiële ondersteuning op grond van deze regeling moet worden ingediend binnen het opleidingsjaar waarin de prestatiebeurs eindigt. Alvorens de aanvraag in te kunnen dienen dient de student ingeschreven te staan bij de opleiding en te hebben voldaan aan zijn verplichtingen voortvloeiend uit het gestelde in artikel 1 van deze regeling. 2. De student-topsporter dient de aanvraag voor financiële ondersteuning in via de topsportcoördinator bij de Commissie Profileringsfonds, voorzien van de door de Commissie Profileringsfonds verlangde bewijsstukken, waaronder in elk geval zijn begrepen: a. een bewijs waaruit blijkt dat de student de in art. 1 van deze regeling bedoelde topsportactiviteiten verricht; b. de DUO-verklaring waaruit blijkt dat het inkomen van de studenttopsporter de DUO-inkomensnorm niet overschrijdt. c. De student behorende tot Studentgroep B dient met betrekking tot het gevraagde in lid 2 sub b contact op te nemen met DUO. 3. Aan de aanvrager wordt binnen tien schooldagen een ontvangstbevestiging gestuurd. Artikel 5 Behandeling en beslissing 1. De Commissie Profileringsfonds neemt namens het College van Bestuur binnen 10 weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing. 2. De Commissie Profileringsfonds kan personen horen, wier mening naar het oordeel van de Commissie Profileringsfonds relevant kan zijn bij het tot stand komen van een beslissing. 3. Indien er positief beslist wordt op de aanvraag van financiële ondersteuning, houdt de beslissing het volgende in: a. de constatering dat de student feitelijk studeert (WHW 7.51 lid 4); b. de gronden waarop de student aanspraak kan maken op financiële ondersteuning; c. de vastgestelde duur van de vertraging vast; 137
138 d. de vastgestelde duur van de uitkering op basis van de vastgestelde duur van de vertraging; e. de vastgestelde omvang van de uitkering op basis van het bepaalde in artikel 4 lid 2 van Hoofdstuk 7b in het Studentenstatuut; f. het moment van uitkering van de financiële ondersteuning. 4. De met redenen omklede beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager binnen tien schooldagen nadat de beslissing is genomen. In de beslissing wordt de aanvrager erop gewezen dat hij tegen deze beslissing binnen zes weken na dagtekening via [email protected] bij het College van Bestuur bezwaar kan instellen overeenkomstig Hoofdstuk 11 van het Studentenstatuut. Artikel 6 Omvang financiële ondersteuning 1. Stenden biedt de student-topsporter financiële ondersteuning ter grootte van maximaal 12 maanden basisbeurs voor uitwonenden, aanvullende beurs, partnertoeslag en éénoudertoeslag die de student-topsporter genoot of genoten zou hebben indien hij daarop aanspraak zou maken of zou hebben mogen maken (studentgroep A) of zou kunnen hebben (Studentgroep B), in de maand voorafgaande aan de maand waarin de uitbetaling plaatsvindt. 2. De financiële ondersteuning van beide studentgroepen als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan overeenkomstig art. 4 lid 3 van Hoofdstuk 7b van het Studentenstatuut als voorziening voor aanvullende ondersteuning worden vermeerderd met het bedrag van de tegenwaarde de OV-kaart, bedoeld in artikel 5.3 tweede lid van de WSF 2000; 3. De Commissie Profileringsfonds bepaalt het moment en de wijze van uitbetaling van de financiële ondersteuning. De financiële ondersteuning gaat, na toekenning, niet eerder in dan op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van de nominale cursusduur van de opleiding, zonder dat de studenttopsporter er in is geslaagd af te studeren ten gevolge van topsportactiviteiten en stopt na 12 maanden of zoveel eerder de student-topsporter afstudeert. Op het moment van uitkering dient de student ingeschreven te staan bij de opleiding. Artikel 7 Terugvordering van ten onrechte betaalde financiële ondersteuning 1. Indien financiële ondersteuning is of wordt verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens, kan de Commissie Profileringsfonds besluiten tot: a. stopzetten van de ondersteuning; b. intrekken van het besluit tot ondersteuning; c. terugvorderen van reeds uitgekeerde ondersteuning. Artikel 8 Communicatie-uitingen relatie Stenden en student-topsporter 1. De student-topsporter dient op verzoek van Stenden zijn relatie met de hogeschool aan te geven in communicatie-uitingen. 2. Stenden is gerechtigd om de relatie tussen de student-topsporter en de hogeschool aan te geven in communicatie-uitingen van de hogeschool. Artikel 9 Hardheidsclausule 1. De Commissie Profileringsfonds kan van de bepalingen in deze regeling af wijken, indien strikte toepassing zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 138
139 Artikel 10 Inwerkingtreding 1. De Regeling Financiële ondersteuning student-topsporter is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september De regeling kan worden aangehaald als Regeling financiële ondersteuning student-topsporter Stenden Hogeschool. Bijlage: Aanvraagformulier Financiële Ondersteuning Overige Bijzondere Omstandigheden Student-Topsporter Aanvraagformulier FAanvraagformulier F 139
140 Hoofdstuk 7b Financiële Ondersteuningvoor studenten Regeling Financiële ondersteuning medezeggenschapsorganen en studentenorganisaties Aanvragen op grond van deze Regeling kunnen worden ingediend bij: De Commissie Profileringsfonds Stenden Hogeschool p/a secretariaat ESR Postbus CG LEEUWARDEN Artikel 1 Studentenorganisaties en Medezeggenschapsorganen 1. De functies die in aanmerking komen voor financiële ondersteuning als bedoeld in Hoofdstuk 7b art. 3 lid 1 sub a van het Studentenstatuut zijn lidmaatschappen van medezeggenschapsorganen binnen Stenden en bestuursfuncties van erkende studentenorganisaties. Jaarlijks wordt door het College van Bestuur van Stenden op uiterlijk 31 juli een Lijst van erkende organisaties samengesteld. 2. Niet in aanmerking voor financiële ondersteuning op grond van deze regeling komen studentenorganisaties waarvan het statutaire doel of de feitelijke werkzaamheden gericht zijn op het in stand houden of bevorderen van discriminatie van mensen op grond van hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook of wier activiteiten een commercieel karakter hebben. Artikel 2 (Bestuurs)activiteiten 1. Bestuursactiviteiten komen als grond voor financiële ondersteuning op basis van deze regeling in aanmerking, op grond van de volgende voorwaarden: a. de aanvrager ontplooit activiteiten in het kader van de medezeggenschap van Stenden, waarbij sprake is van een substantiële tijdsbesteding, ter beoordeling aan het College van Bestuur; b. de aanvrager verricht bestuursactiviteiten in een studentenorganisatie met rechtspersoonlijkheid, waarbij sprake is van een substantiële tijdsbesteding. 2. Voor de toepassing van deze regeling worden uitsluitend verenigingen of stichtingen in aanmerking genomen die: a. rechtsbevoegdheid hebben; b. zich blijkens de statuten richten op (een) opleiding(en) binnen Stenden of op de studentengemeenschap in ruimere zin of zich als overkoepelend orgaan bezighouden met het bevorderen van studentensport in algemene zin; c. in beginsel toegankelijk zijn voor elke student behorende tot de gemeenschap waarop de vereniging/stichting zich richt- met een minimum aantal van 50 Stenden leden. 3. Het College van Bestuur stelt jaarlijks op basis van de criteria genoemd in het eerste en tweede lid vast welke studentenorganisaties en medezeggenschapsorganisates in aanmerking komen voor de toepassing van deze regeling. Deze organisaties worden vermeld in de Lijst van erkende organisaties als genoemd in artikel 3 lid
141 Artikel 3 Lijst van erkende Studentenorganisaties en medezeggenschapsorganen 1. Studentenorganisaties die op de Lijst als bedoeld in lid 2 vermeld staan, dienen jaarlijks de volgende informatie in te dienen bij de Commissie Profileringsfonds op uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het studiejaar waarop de Lijst betrekking heeft: a. de statuten b. een recent financieel jaarverslag c. een kopie van de ledenlijst d. een overzicht van de georganiseerde evenementen en/of een jaarboek e. een schriftelijke omschrijving van het statutaire doel f. vermelding van het aantal bestuursfuncties, met de daarbij behorende werkzaamheden en tijdsinvestering g. vermelding van het aantal studiepunten of een vergoeding die reeds anderszins wordt genoten. 2. Lijst erkende studentenorganisatie en medezeggenschapsorganen Stenden Hogeschool 2016/2017: a. Studentenorganisaties Io Vivat te Leeuwarden. Doelstelling: a. het doen integreren van studenten binnen Stenden Hogeschool Leeuwarden; b. het leggen en onderhouden van contacten met het bedrijfsleven, in het bijzonder de horeca; c. het coördineren en besturen van verenigingsactiviteiten, bijvoorbeeld het introduceren van nieuwe leden, casu quo studenten. Wijnvereniging Dionysus te Leeuwarden. Doelstelling: het bevorderen van kennis van wijn bij haar leden en bij (overige) studenten van de opleiding Hoger Hotelonderwijs. A.S.V.L. Sempiternus V.M.N. Doelstelling: de Vereniging heeft ten doel de behartiging en bevordering van de onderlinge contacten tussen studenten van alle hogere beroepsopleidingen Leeuwarden, alsmede universiteitsstudenten die enige binding hebben met Leeuwarden, één en ander in de ruimste zin des woords. b. Medezeggenschapsorganen Centrale Medezeggenschapsraad (CMR) School-, Dienstenmedezeggenschapsraad Opleidingscommissies (OC) 3. Studentenorganisaties die gedurende het studiejaar opgericht worden en in aanmerking wensen te komen voor plaatsing op de in het vorige lid genoemde lijst, kunnen uiterlijk op 1 mei van het studiejaar een verzoek tot erkenning indienen bij de Commissie Profileringsfonds onder toezending van de in lid 1 genoemde informatie. Artikel 4 Informatieplicht 1. Jaarlijks dienen de voorzitters van de op de Lijst vermelde Studentenorganisaties persoonlijk aan de voorzitter van het College van Bestuur van Stenden een toelichting te geven op hun werkzaamheden, alsmede informatie te verstrekken omtrent de activiteitenplannen voor het komende studiejaar. 141
142 Artikel 5 Aanvraag financiële ondersteuning 1. Een aanvraag van financiële ondersteuning op grond van deze Regeling wordt, met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde formulier, door een lid van een Medezeggenschapsorganisatie of bestuurslid van een Studentenorganisatie individueel ingediend vóór het verstrijken van het studiejaar waarin men is benoemd als lid binnen een Medezeggenschapsorganisatie of waarin men is geïnaugureerd als bestuurslid van een Studentenorganisatie. Voor bestuursleden van Studentenorganisaties geldt dat individuele aanvragen gezamenlijk op één moment worden ingediend. 2. Uitsluitend een volledig ingevuld formulier wordt in behandeling genomen. Aanvragen buiten de in lid 1 genoemde termijn worden niet in behandeling genomen. 3. Aan de aanvrager wordt binnen tien schooldagen een ontvangstbevestiging gestuurd. Artikel 6 Behandeling en beslissing 1. De Commissie Profileringsfonds neemt namens het College van Bestuur binnen dertig schooldagen na ontvangst van de aanvraag een beslissing. Deze termijn kan met ten hoogste tien schooldagen worden verlengd. 2. De Commissie Profileringsfonds kan personen horen, wier mening naar het oordeel van de Commissie Profileringsfonds relevant kan zijn bij het tot stand komen van een beslissing. 3. Indien er positief beslist wordt op de aanvraag van financiële ondersteuning, houdt de beslissing het volgende in: a. de constatering dat de student feitelijk studeert (WHW 7.51 lid 4); b. de gronden waarop de student aanspraak kan maken op financiële ondersteuning; c. de omvang en de hoogte 9 van de financiële ondersteuning; d. de periode waarover de financiële ondersteuning wordt toegekend; e. het moment van uitkering van de financiële ondersteuning. 4. De met redenen omklede beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager binnen tien schooldagen nadat de beslissing is genomen. In de beslissing wordt de aanvrager erop gewezen dat hij tegen deze beslissing binnen zes weken na dagtekening via [email protected] bij het College van Bestuur bezwaar kan instellen overeenkomstig Hoofdstuk 11 van het Studentenstatuut. Artikel 7 Omvang en uitbetaling financiële ondersteuning 1. De omvang van de financiële ondersteuning is gelijk aan de basisbeurs, aanvullende beurs, partnertoeslag en éénoudertoeslag die de student genoot of 9 Voor bestuurlijke activiteiten in de in een Studentenorganisaties geldt de volgende verdeelsleutel: leden: maximaal vier bestuursbeurzen à zes maanden (vierentwintig maanden) leden: maximaal vijf bestuursbeurzen à zes maanden (dertig maanden) leden: maximaal zes bestuursbeurzen à zes maanden (zesendertig maanden). Voor activiteiten in medezeggenschapsorganen geldt een Faciliteringsregeling zoals vastgesteld door het College van Bestuur. 142
143 genoten zou hebben indien hij daarop aanspraak zou maken of zou hebben mogen maken (studentgroep A) of zou kunnen hebben (studentgroep B), in de maand voorafgaande aan de maand waarin de uitbetaling plaatsvindt. 2. De financiële ondersteuning van beide studentgroepen als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan overeenkomstig art. 4 lid 3 van Hoofdstuk 7b van het Studentenstatuut als voorziening voor aanvullende ondersteuning worden vermeerderd met het bedrag van de tegenwaarde de OV-kaart, bedoeld in artikel 5.3 tweede lid van de WSF De Commissie Profileringsfonds bepaalt het moment en de wijze van uitbetaling van de financiële ondersteuning. Op het moment van uitkering dient de student ingeschreven te staan bij de opleiding. Artikel 8 Tussentijds stoppen en wijzigingen 1. Indien de student tussentijds stopt met het vervullen van zijn lidmaatschap van een medezeggenschapsorganisatie, dient hij een evenredig deel van de financiële vergoeding terug te betalen aan Stenden. 2. Indien de student tussentijds stopt met het vervullen van zijn bestuursfunctie bij een op de Lijst erkende Studentenorganisatie, dient het zittende bestuur van die Studentenorganisatie er zorg voor te dragen dat het naar evenredigheid resterende deel van de financiële vergoeding wordt overgedragen aan de plaatsvervangende bestuurder. 3. Indien zich een situatie voordoet als genoemd onder lid 2 of wanneer het adres van de Studentenorganisatie is gewijzigd, dient het bestuur daarvan onverwijld melding te maken aan de Commissie Profileringsfonds. Artikel 9 Samenloop medezeggenschaps- en/of bestuursfunctie en bijzondere omstandigheid 1. Indien er sprake is van samenloop van medezeggenschaps- en/of bestuursfunctie en een bijzondere omstandigheid genoemd in Hoofdstuk 7b artikel 3 lid 1 sub b tot en f is de Regeling Financiële Ondersteuning Overige bijzondere omstandigheden Stenden Hogeschool van toepassing. 2. Indien er sprake is van samenloop van medezeggenschaps- en/of bestuursfunctie en een bijzondere omstandigheid genoemd in Hoofdstuk 7b artikel 3 lid 1 sub g is de Regeling Financiële Ondersteuning student-topsporter van toepassing. Artikel 10 Samenloop medezeggenschaps- en/of bestuursfuncties 1. De samenloop van een medezeggenschaps- en/of bestuursfunctie wordt geregeld in het Reglement Medezeggenschap Stenden Hogeschool. 2. Indien een student een bestuursfunctie vervult bij meer dan één op de Lijst erkende Studentenorganisaties, kan de student op grond van deze Regeling slechts éénmalig aanspraak maken op financiële ondersteuning. Artikel 11 Terugvordering van ten onrechte betaalde financiële ondersteuning 143
144 1. Indien financiële ondersteuning is of wordt verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens, kan de Commissie Profileringsfonds besluiten tot: a. stopzetten van de ondersteuning; b. intrekken van het besluit tot ondersteuning; c. terugvorderen van reeds uitgekeerde ondersteuning. Artikel 12 Landelijke financiële regeling (7.51 lid 6 WHW) 1. Onze minister treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van een student die bestuurslid is van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid uitgaande politieke jongerenorganisatie van enige omvang of van een landelijke organisatie van enige omvang die voor het hoger onderwijs relevante activiteiten ontplooit en die daartoe daadwerkelijke activiteiten ontplooit. Bij ministeriële regeling worden de voorwaarden gesteld waaronder deze financiële ondersteuning plaatsvindt. Artikel 13 Hardheidsclausule 1. De Commissie Profileringsfonds kan van de bepalingen in deze regeling af wijken, indien strikte toepassing zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 14 Inwerkingtreding 3. De Regeling Financiële ondersteuning Medezeggenschapsorganen en Studentenorganisaties is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2015 en treedt in werking op 1 september De regeling kan worden aangehaald als Regeling Financiële ondersteuning Medezeggenschapsorganen en Studentenorganisaties Stenden Hogeschool. Bijlage: Aanvraagformulier Financiële ondersteuning medezeggenschapsorganen en studentenorganisaties Aanvraagformulier FAanvraagformulier F 144
145 Hoofdstuk 7b Financiële Ondersteuning voor studenten Regeling Noodfonds Stenden Hogeschool Aanvragen op grond van deze Regeling kunnen worden ingediend bij: Secretariaat ESR Postbus CG LEEUWARDEN Artikel 1 Doelstelling van het Studenten Noodfonds 1. Het Studenten Noodfonds Stenden Hogeschool stelt zich ten doel om studenten die incidenteel en onvoorzien in financiële moeilijkheden zijn geraakt, die hun studievoortgang kunnen belemmeren, te helpen door de verstrekking van een lening. 2. Tevens stelt het Studenten Noodfonds zich ten doel om in uitzonderlijke situaties een gift te verstrekken. Dit zal hoofdzakelijk gebeuren in het kader van acuut noodzakelijke hulpverlening die niet onder een verzekering kan vallen. Bij het verstrekken van een gift zal een eigen bijdrage in de betreffende kosten moeten plaatsvinden. Artikel 2 Beheer Studenten Noodfonds 1. Beheer en uitvoering van het Studenten Noodfonds is opgedragen aan directeur ESR. Artikel 3 Besluitvorming 1. Directeur ESR beslist over een aanvraag niet dan nadat hij hierover het advies van een studentendecaan én de leidinggevende van het decanaat heeft ontvangen. Bij afwezigheid van directeur ESR beslist diens plaatsvervanger. 2. Indien er sprake is van een spoedeisende situatie beslist de directeur ESR eigenstandig. 3. Het Studenten Noodfonds werkt met euro eigen kapitaal en wordt niet uit de rijksbijdrage gefinancierd. 4. Directeur ESR draagt uiterlijk in februari van enig jaar zorg voor het jaarverslag en de jaarrekening en legt deze voor aan het College van Bestuur ter verantwoording. 5. De afdeling Finance, Control & Procurement is belast met het uitbetalen van de lening c.q. gift en draagt zorg voor de debiteuren-administratie. Artikel 4 Doelgroep en aanvraag 1. Ieder die als student ingeschreven staat bij een bacheloropleiding of masteropleiding van Stenden heeft het recht om een aanvraag in te dienen. 145
146 2. Aanvragen voor leningen en giften uit het Studenten Noodfonds worden om advies ingediend via het secretariaat ESR. Alvorens de aanvraag voor te leggen aan de directeur ESR voorziet een studentendecaan én de leidinggevende van het decanaat de aanvraag van advies. 3. Het secretariaat ESR legt de aanvraag voorzien van de adviezen ter besluitvorming voor aan directeur ESR of bij diens afwezigheid bij diens plaatsvervanger. Artikel 5 Verstrekking leningen en giften 1. Adviezen over leningen ter hoogte van maximaal 600,- kunnen zonder voorafgaande advisering door een studentendecaan én de leidinggevende van het decanaat door de directeur ESR toegekend worden. 2. Over alle andere leningen alsmede giften is advisering door een studentendecaan én de leidinggevende van het decanaat vereist. 3. Het rentepercentage van de leningen wordt in principe op 0 % gesteld. Wanneer er redenen zijn daarvan af te wijken, geeft de Commissie Profileringsfonds dit in het advies aan. 4. In principe dient een lening binnen 12 maanden te worden terugbetaald. Indien een terugbetalingstermijn langer dan 12 maanden gewenst is, dan moet de Commissie Profileringsfonds daarover expliciet adviseren, eveneens na advies te hebben ingewonnen bij de decaan. 5. De terugbetalingsregeling wordt door een studentendecaan én de leidinggevende van het decanaat vastgesteld in overleg vastgesteld met de aanvrager. 6. Giften zullen in principe tot de uitzonderingen behoren en een gering bedrag betreffen. 7. Directeur ESR heeft het recht in uitzonderlijke en bijzondere gevallen afwijkend te beslissen. In dat geval wordt het besluit en de motivering ervan in het jaarverslag opgenomen. Artikel 6 Criteria voor de toekenning van leningen c.q. giften 1. Tenzij er dringende redenen zijn om anders te beslissen komen voor leningen en giften alleen die kosten in aanmerking, waarvoor de aanvrager zich redelijkerwijze niet had kunnen verzekeren, door bijv. een ziektekostenverzekering, een ongevallenverzekering, een WA-particulier verzekering, een brand-, inbraak- en inboedelverzekering, een reisverzekering, een motorrijtuigverzekering etc. Uitgesloten zijn kosten die elders verhaald kunnen worden, tenzij als voorschot op een aangevraagde en te verwachten vergoeding waar de aanvrager recht op heeft. 2. De aanvrager moet kunnen aantonen over voldoende inkomen te beschikken of te hebben beschikt om de normale kosten van studie- en levensonderhoud te kunnen betalen. Hierbij dient het bedrag van de basisbeurs uitwonend (DUO) als uitgangspunt. 146
147 Artikel 7 Inwerkingtreding 1. De Regeling Noodfonds Stenden Hogeschool is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september De regeling kan worden aangehaald als Regeling Noodfonds Stenden Hogeschool. Bijlage Aanvraagformulier Noodfonds Aanvraagformulier N 147
148 Hoofdstuk 8 Huisregels en Ordemaatregelen Regeling gebruikers netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten Stenden Hogeschool Artikel 1 Algemeen 1. De aanwijzingen van de medewerkers Facilities & ICT moeten worden opgevolgd. 2. Gevonden voorwerpen moeten worden ingeleverd bij de receptie van de locatie. 3. Facilities & ICT medewerkers mogen studenten die gebruik maken van de ICT onderwijsfaciliteiten vragen hun studentenkaart te tonen. Indien de student hiertoe niet in staat blijkt, kan hem/haar de toegang tot deze faciliteiten worden geweigerd. 4. Bij overtreding van dit reglement kunnen de Facilities & ICT medewerkers hiervan melding maken bij de betreffende Head of School en deze verzoeken een ordemaatregel op te leggen aan de overtreder, conform de regelgeving in hoofdstuk 8 Huisregels en Ordemaatregelen van het Studentenstatuut. Artikel 2 Gebruik van de ICT onderwijsfaciliteiten 1. Het is niet toegestaan eten of drinken mee te nemen in de ruimtes waar gebruik gemaakt kan worden van de ICT onderwijsfaciliteiten. Bij overtreding kunnen de Facilities & ICT medewerkers hiervan melding maken bij de betreffende Head of School en deze verzoeken een ordemaatregel op te leggen aan de overtreder, conform de regelgeving in hoofdstuk 8 Huisregels en Ordemaatregelen van het Studentenstatuut. 2. Iedere student moet zijn/haar werkplek netjes achterlaten. 3. Als er naar oordeel van Facilities & ICT sprake is van wanorde in de ruimtes waar gebruik gemaakt kan worden van de ICT onderwijsfaciliteiten, hebben zij het recht, de aanwezige studenten op te dragen de orde te herstellen. 4. Als aan de oproep naar het oordeel van de Facilities & ICT medewerkers niet binnen de gestelde limiet op een juiste wijze gehoor is gegeven, hebben zij het recht het betreffende deel van het gebouw te ontruimen en af te sluiten. 5. Het is studenten niet toegestaan om wijzigingen aan te brengen aan de ICT onderwijsfaciliteiten en de aansluitingen daarvan. Artikel 3 Toegang tot het netwerk en het gebruik van systemen 1. Iedereen die bij Stenden staat ingeschreven als student, of personeelslid van Stenden is, heeft recht op toegang tot de netwerkfaciliteiten. 2. De voor de toegang en het gebruik noodzakelijke inloggegevens, worden door de afdeling ESR/Studentzaken aan studerenden verstrekt. 3. Na uitreiking is het niet mogelijk om de inlognaam te wijzigen, zolang dit niet het gevolg is van wijziging in de burgerlijke staat (huwelijk of scheiding) of een 148
149 naamswijziging op grond van een Koninklijk Besluit. In genoemde gevallen kan een student zich te wenden tot de afdeling ESR/Studentzaken en medewerkers tot de afdeling PSA. 4. Pogingen om toegang te krijgen tot de netwerkfaciliteiten door middel van andere inloggegevens dan de verstrekte inloggegevens zijn niet toegestaan. 5. De netwerkfaciliteiten kunnen worden gebruikt op de daartoe ingerichte werkplekken binnen Stenden of via WIFI. Voor studenten zijn in de Studielandschappen en onderwijsruimtes met ICT faciliteiten binnen de gebouwen van Stenden afzonderlijke werkplekken ingericht. 6. Het recht om de netwerkfaciliteiten en ICT onderwijsfaciliteiten te gebruiken vervalt zodra iemand niet meer staat ingeschreven bij Stenden of niet meer in dienst is van Stenden en tevens bij voorwaardelijke of definitieve ontzegging van de toegang tot de gebouwen en terreinen van Stenden of het gebruik van andere voorzieningen. Artikel 4 Verantwoordelijkheid in gebruik 1. Vanaf het moment van verstrekking van inloggegevens, wordt de houder daarvan aansprakelijk gesteld voor de gevolgen die kunnen voortvloeien uit zijn gebruik van het netwerkfaciliteiten en de daarop beschikbaar gestelde systemen. 2. Elke keer dat de houder gebruik maakt van de netwerkfaciliteiten en de daarop beschikbaar gestelde ICT onderwijsfaciliteiten, zal dat worden beschouwd als een overeenkomst waarmee hij/zij toestemt gebonden te zijn aan de bepalingen in dit reglement. 3. Het gebruik van de verstrekte inloggegevens is strikt persoonlijk. Ze mogen niet ter beschikking worden gesteld aan derden. In geval van overtreding van dit verbod, is de houder volledig aansprakelijk voor alle gevolgen die daaruit kunnen voortvloeien. Artikel 5 Gebruik multifunctionals 1. Studenten en medewerkers kunnen op alle locaties via de studentenkaart gebruik maken van multifunctionals. 2. De kosten voor het gebruik van de multifunctionals worden automatisch afgeschreven van het tegoed. Artikel 6 Onzorgvuldig gebruik 1. Onzorgvuldig gebruik van inloggegevens kan leiden tot schade voor de houder en/of Stenden. De houder moet hier zorgvuldig mee om te gaan en zich strikt houden aan de richtlijnen zoals omschreven in dit reglement. 2. Onzorgvuldig gebruik kan worden bestraft. Dit kan onder meer inhouden dat door het College van Bestuur de houder de toegang tot de netwerkfaciliteiten, of delen ervan, tijdelijk of permanent wordt ontzegd, dat illegale software in beslag wordt genomen en dat uitsluiting van ICT onderwijsfaciliteiten voor bepaalde tijd kan plaats vinden. 3. Onder onzorgvuldig gebruik wordt verstaan: 149
150 a. het ter beschikking stellen van inloggegevens aan derden of het verstrekken van informatie hierover; b. de oorspronkelijke eigenaar blijft altijd verantwoordelijk voor datgene wat onder zijn/haar naam op het netwerk gebeurt; c. het kopiëren van software van Stenden en/of het gebruik van eigen software op de netwerkfaciliteiten en/of de ICT onderwijsfaciliteiten van Stenden en/of het installeren van illegale of privé software op de netwerkfaciliteiten en/of op de ICT onderwijsfaciliteiten; d. het versturen van berichten zonder vermelding van de eigen naam; e. het sturen van s naar het volledige adressenbestand van Stenden; f. oproepen tot gewelddadige acties via de netwerkfaciliteiten; g. racistische of kwetsende uitlatingen via netwerkfaciliteiten; h. het aanbieden van informatie of verspreiden daarvan, dat in strijd is met de goede zeden; i. ieder gebruik van de netwerkfaciliteiten van Stenden en/of de daarop opererende systemen dat ingaat tegen de wet, dit reglement, de algemeen gebruikelijke normen en fatsoensregels of andere voorschriften hierover. j. Het besmetten van computers met kwaadaardige software. Besmette computers worden van (delen) van het netwerk afgesloten. 4. Versturen van SPAM is verboden. Artikel 7 Aansprakelijkheid 1. Iedere gebruiker van de netwerkfaciliteiten is verantwoordelijk voor de eigen gegevens op het netwerk. 2. Stenden is niet aansprakelijk voor verlies of beschadiging van gegevens op het netwerk. 3. Iedere gebruiker van de netwerkfaciliteiten is verantwoordelijk voor alle handelingen die onder de eigen inloggegevens zijn uitgevoerd en kan hierop worden aangesproken. 4. Iedere gebruiker dient zorg te dragen voor een goede antivirus protectie op de eigen privé computer. 5. Stenden is niet aansprakelijk voor schade door virussen in de eigen bestanden van studenten. 6. Voor het (tijdelijk) niet beschikbaar zijn van apparatuur of programmatuur is Stenden niet aansprakelijk. Artikel 8 accounts en persoonlijke opslagruimten 1. accounts en persoonlijke opslagruimten van een student worden twee maanden nadat de student zich heeft uitgeschreven of nadat het dienstverband van een medewerker is beëindigd, definitief verwijderd. Voorafgaand aan het vertrek van medewerkers dienen de archiefwaardige documenten uit de mailbox en de persoonlijke opslagruimte op de juiste wijze op een andere (digitale) locatie te worden bewaard. Ingeval een student in het kader van studie of bijzondere omstandigheden genoodzaakt is zich uit te schrijven, kan hij in overleg met de Head of School ontheffing vragen van de eerder genoemde maatregel. Artikel 9 Inwerkingtreding 150
151 1. De Regeling Netwerkfaciliteiten en gebruik ICT Onderwijsfaciliteiten Stenden Hogeschool is vastgesteld door het College van Bestuur in juli 2016 en treedt in werking op 1 september De regeling kan worden aangehaald als Regeling Netwerkfaciliteiten en gebruik ICT Onderwijsfaciliteiten Stenden Hogeschool. 151
Studentenstatuut Stenden Hogeschool
Studentenstatuut Stenden Hogeschool 2017 2018 Instemming verleend door de Centrale Medezeggenschapsraad op 4 juli 2017. Vastgesteld door het College van Bestuur op 4 juli 2017. Inhoudsopgave Inleiding
Studentenstatuut Stenden Hogeschool
Studentenstatuut Stenden Hogeschool 2013 2014 Instemming verleend door de Centrale Medezeggenschapsraad op juli 2013. Vastgesteld door het College van Bestuur op juli 2013. 1 Inhoudsopgave Inleiding 1
Studentenstatuut Stenden Hogeschool 2014 2015
Studentenstatuut Stenden Hogeschool 2014 2015 Instemming verleend door de Centrale Medezeggenschapsraad op 3 juli 2014. Vastgesteld door het College van Bestuur op 8 juli 2014. Inhoudsopgave Inleiding
De Regels van procedurele aard betreffende inschrijving en
Regels van procedurele aard betreffende inschrijving en collegegeld Citeertitel Datum inwerkingtreding 01-03-2017 Vastgesteld door College van Bestuur 14-02-2017 Instemming van Medezeggenschapsraad Rechtsgrondslag
De Regels van procedurele aard betreffende inschrijving en
Regels van procedurele aard betreffende inschrijving en collegegeld Citeertitel Datum inwerkingtreding 01-02-2019 Vastgesteld door College van Bestuur 26-02-2019 Instemming van medezeggenschapsraad Rechtsgrondslag
Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010
Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010 Vastgesteld door het College van Bestuur op 7 april 2009 Hoofdstuk I Inschrijving Artikel 1 Reikwijdte van deze regeling 1. Deze regeling heeft
REGLEMENT STUDIEKEUZECHECK WINDESHEIM 2016
REGLEMENT STUDIEKEUZECHECK WINDESHEIM 2016 Inhoud Inhoudsopgave Voorwoord... 2 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen... 3 Artikel 1: Begripsbepalingen... 3 Artikel 2: Relatie met de wet en overige regelgeving...
Studentenstatuut 2011-2012 DEEL 1. Stenden Hogeschool Rengerslaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden. Algemeen T +31 (0)58 2441 441 info@stenden.
DEEL 1 Studentenstatuut 2011-2012 Stenden Hogeschool Rengerslaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden www.stenden.com Algemeen T +31 (0)58 2441 441 [email protected] Inhoudsopgave Inleiding 10 1 Regeling vooropleidingseisen
REGLEMENT STUDIEKEUZECHECK WINDESHEIM
REGLEMENT STUDIEKEUZECHECK WINDESHEIM Inhoud Preambule... 3 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 4 Hoofdstuk 2 Doelgroep... 5 Hoofdstuk 3 Rechten en plichten bij aanmelding... 5 Hoofdstuk 4 Studiekeuzecheck...
de wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2015-2016 Hoofdstuk I Inschrijving Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepalingen 1. Deze regeling heeft betrekking op studenten en extranei van reguliere (in
Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2013-2014
Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2013-2014 Hoofdstuk I Inschrijving Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepalingen 1. Deze regeling heeft betrekking op studenten en extraneï van reguliere (in
BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR
BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR Nummer : 763 Paraaf: Onderwerp : Reglement Studiekeuzecheck Windesheim (van toepassing voor de inschrijving voor het studiejaar 2016-2017) Besluit : Het College van Bestuur
Regels van procedurele aard met betrekking tot vaststelling, bekendmaking en betaling college- en examengeld
Regels van procedurele aard met betrekking tot vaststelling, bekendmaking en betaling college- en examengeld Citeertitel Datum inwerkingtreding 01-09-2015 Vastgesteld door College van Bestuur 01-04-2015
Regeling Aanmelding, Toelating, Inschrijving, Uitschrijving en Collegegeld
Regeling Aanmelding, Toelating, Inschrijving, Uitschrijving en Collegegeld Hoofdstuk 1: Aanmelding, toelating en inschrijving Artikel 1.1 Beslissing op verzoek tot inschrijving Bureau Studentenzaken (hierna:
Reglement in- en uitschrijving Universiteit voor Humanistiek
Reglement in- en uitschrijving Universiteit voor Humanistiek 1 Inhoud 1. Bepalingen... 3 2. Vooropleidingseisen... 3 2.1. Vooropleidingseisen Bachelor Humanistiek... 3 2.2. Vooropleidingseisen premaster
Regeling Studiekeuzecheck en studiekeuzeadvies
Regeling Studiekeuzecheck en studiekeuzeadvies Eigenaar Studentenzaken Vastgesteld door het College van Bestuur d.d. 20 februari 2014 Instemming van de CMR d.d. 20 februari 2014 2014, Hogeschool van Amsterdam
Studentenstatuut Algemeen deel Hogeschool van Amsterdam
Studentenstatuut Algemeen deel Hogeschool van Amsterdam Het studentenstatuut van de Hogeschool van Amsterdam bestaat uit een algemeen deel en een bijzonder deel. Het bijzondere deel van het studentenstatuut
REGLEMENT SELECTIE EN PLAATSING Vanaf
bureau van de universiteit abjz REGLEMENT SELECTIE EN PLAATSING Vanaf 2019-2020 Dit reglement is opgesteld op grond van artikel 7.53, derde lid, van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek
Inschrijfvoorwaarden NHL. Studiejaar 2015-2016
Inschrijfvoorwaarden NHL Artikel 1 Begripsbepalingen In deze inschrijfvoorwaarden wordt verstaan onder: a NHL: de Stichting NHL en de NHL Hogeschool die door de Stichting NHL in stand wordt gehouden; b
Wetsartikelen ter toelichting van de OER
Wetsartikelen ter toelichting van de OER 2008-2009 Erasmus MC, Rotterdam Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of
[Geef tekst op] Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld
Hoofdstuk I Inschrijving Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepalingen 1. Deze regeling heeft betrekking op studenten en extranei van reguliere (in het CROHO opgenomen) opleidingen. 2. De hoofdstukken III
ArtEZ hogeschool voor de kunsten
ArtEZ hogeschool voor de kunsten Studentenstatuut 2015 2016 KADERREGELING Augustus 2015 ArtEZ hogeschool voor de kunsten Studentenstatuut 2015-2016 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN pag. 3 HOOFDSTUK 2
REGLEMENT SELECTIE EN PLAATSING
bureau van de universiteit abjz REGLEMENT SELECTIE EN PLAATSING Dit reglement is opgesteld op grond van artikel 7.53, derde lid, van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) met
De onderwijs- en examenregeling
De onderwijs- en examenregeling Algemeen In de onderwijs- en examenregeling (OER) wordt informatie gegeven over het onderwijs van een opleiding of een groep van opleidingen. Heeft de OER betrekking op
Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld Vastgesteld door het College van Bestuur op 24 mei 2011
Vastgesteld door het College van Bestuur op 24 mei 2011 Hoofdstuk I Inschrijving Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepalingen 1 Deze regeling heeft betrekking op studenten en extraneï van reguliere (in het
Wetsartikelen ter toelichting van de OER
Wetsartikelen ter toelichting van de OER 2010-2011 Erasmus MC, Rotterdam Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of
TMH Regeling aanmelding, inschrijving en uitschrijving
TMH Regeling aanmelding, inschrijving en uitschrijving 2017-2018 Toelichting Dit is de inschrijvingsregeling van Thomas More Hogeschool. Hierin staan de belangrijkste regels omtrent het (her)inschrijven
Uitvoeringsreglement in- en uitschrijving 2014-2015. Christelijke Hogeschool Windesheim
Uitvoeringsreglement in- en uitschrijving 2014-2015 Christelijke Hogeschool Windesheim UITVOERINGSREGLEMENT IN- EN UITSCHRIJVING Christelijke Hogeschool Windesheim Studiejaar 2014-2015 Artikel 1 Begripsbepalingen
Studentenstatuut Algemeen deel Hogeschool van Amsterdam
Studentenstatuut Algemeen deel Hogeschool van Amsterdam Het studentenstatuut van de Hogeschool van Amsterdam bestaat uit een algemeen deel dat geldt voor een ieder die aan de hogeschool studeert en een
Algemene bepaling DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE
DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende
Reglement (beëindiging) inschrijving studenten en extranei HZ. Stichting HZ Zeeland
Reglement (beëindiging) inschrijving studenten en extranei HZ Stichting HZ Zeeland Het college van bestuur van de Stichting Hogeschool Zeeland; Gelet op het bepaalde in de artikelen 7.33 en 7.42 van de
Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld
Hoofdstuk I Inschrijving Artikel 1 Reikwijdte en begripsbepalingen 1. Deze regeling heeft betrekking op studenten en extranei van reguliere (in het CROHO opgenomen) opleidingen. 2. De hoofdstukken III
REGLEMENT SELECTIE VOOR NUMERUS FIXUS BACHELOROPLEIDINGEN
REGLEMENT SELECTIE VOOR NUMERUS FIXUS BACHELOROPLEIDINGEN ex art. 7.53, 3 e lid en art. 6.7a, 1 e lid, WHW, vastgesteld door het College van Bestuur op 10 mei 2016 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
ArtEZ hogeschool voor de kunsten. Studentenstatuut KADERREGELING
ArtEZ hogeschool voor de kunsten Studentenstatuut 2018-2019 KADERREGELING ArtEZ hogeschool voor de kunsten Studentenstatuut 2018-2019 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 HOOFDSTUK 2 HOOFDSTUK 3 HOOFDSTUK 4 HOOFDSTUK
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN Het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, gelet op artikel 7.31 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek juncto
Regeling aanmelding en inschrijving Hogeschool Leiden 2015-2016
Regeling aanmelding en inschrijving Hogeschool Leiden 2015-2016 Toelichting Dit is de inschrijfregeling van Hogeschool Leiden. Hierin staan de belangrijkste regels omtrent het (her)inschrijven, uitschrijving
Regeling toelating tot de opleidingen van het Koning Willem I College
Regeling toelating tot de opleidingen van het Koning Willem I College Artikel 1 Grondslag reglement en reikwijdte 1.1 Deze regeling geeft een uitwerking van de wettelijke regels uit hoofdstuk 8, titel
Regeling Aanmelding, Studiekeuzecheck, Inschrijving en Beëindiging Inschrijving TU/e 2014
1 Regeling Aanmelding, Studiekeuzecheck, Inschrijving en Beëindiging Inschrijving TU/e 2014 Het College van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven, TU/e gelet op artikel 7.31b, 7.33, eerste lid,
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN Het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, gelet op artikel 7.30b, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Regeling Toelating en Inschrijving Zuyd Hogeschool
Regeling Toelating en Inschrijving Zuyd Hogeschool 2017-2018 Regeling Toelating en Inschrijving Zuyd Hogeschool 2017-2018 pagina 1 van 27 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN... 4 Artikel 1.1
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN
REGELING TOELATING MASTEROPLEIDINGEN UNIVERSITEIT LEIDEN Het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, gelet op artikel 7.31 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek juncto
Artikel 2.3 Instellingscollegegeld voor EER-studenten Artikel 2.4 Instellingscollegegeld voor niet-eer-studenten
REGELING INSTELLINGSCOLLEGEGELD, WETTELIJK COLLEGEGELD DEELTIJDSE OPLEIDIN- GEN, VERHOOGD WETTELIJK COLLEGEGELD VOOR OPLEIDING MET KLEINSCHALIG EN IN- TENSIEF ONDERWIJS EN VERGOEDING PREMASTERS 2018, VASTGESTELD
Regeling contractonderwijs 2015-2016 webversie 13 februari 2015
Regeling contractonderwijs 2015-2016 webversie 13 februari 2015 Tilburg University (TiU) verzorgt naast het onderwijs van initiële opleidingen contractonderwijs. Deze regeling bevat een explicitering van
Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013
Onderwijs- en Examenregeling 2012/2013 Masteropleidingen Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Biologie Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Natuurkunde Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs in Scheikunde
Artikel 2.3 Instellingscollegegeld voor EER-studenten Artikel 2.4 Instellingscollegegeld voor niet-eer-studenten
REGELING INSTELLINGSCOLLEGEGELD, WETTELIJK COLLEGEGELD DEELTIJDSE OPLEIDIN- GEN, VERHOOGD WETTELIJK COLLEGEGELD VOOR OPLEIDING MET KLEINSCHALIG EN IN- TENSIEF ONDERWIJS EN VERGOEDING PREMASTERS Artikel
Inschrijfbesluit Wageningen University
Inschrijfbesluit Wageningen University 2016-2017 Corporate Education, Research & Innovation Regulier: student, extraneus en schakelstudent DATUM 7 juni 2016 AUTEUR Michèle Gimbrère STATUS definitief Wageningen
ArtEZ hogeschool voor de kunsten. Studentenstatuut KADERREGELING
ArtEZ hogeschool voor de kunsten Studentenstatuut 2017-2018 KADERREGELING ArtEZ hogeschool voor de kunsten Studentenstatuut 2017-2018 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 HOOFDSTUK 2 HOOFDSTUK 3 HOOFDSTUK 4 HOOFDSTUK
Reglement in- en uitschrijving Universiteit voor Humanistiek
Reglement in- en uitschrijving Universiteit voor Humanistiek 1 1. Bepalingen... 3 2. Vooropleidingseisen... 3 2.1. Vooropleidingseisen Bachelor Humanistiek... 3 2.2. Vooropleidingseisen Premaster (schakelprogramma
DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE
DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende
DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE
Datum: 23.04.2014 Ingevuld door: Yvonne Smeets Faculteit: BÈTA Betreft opleiding(en): Built Environment DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen
Regeling in- en uitschrijving Christelijke Hogeschool Windesheim
Regeling in- en uitschrijving 2017-2018 Christelijke Hogeschool Windesheim Vastgesteld door het College van Bestuur op 14 juni 2017 Inleiding De Regeling in- en uitschrijving 2017-2018 is een uitwerking
BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR
BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR Nummer : 783 Paraaf: Onderwerp : Regeling in- en uitschrijving 2016-2017 Besluit : Het College van Bestuur besluit tot vaststelling van de Regeling in- en uitschrijving 2016-2017.
ArtEZ hogeschool voor de kunsten. Studentenstatuut KADERREGELING
ArtEZ hogeschool voor de kunsten Studentenstatuut 2019-2020 KADERREGELING ArtEZ hogeschool voor de kunsten Studentenstatuut 2019-2020 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 HOOFDSTUK 2 HOOFDSTUK 3 HOOFDSTUK 4 HOOFDSTUK
Onderwijs- en examenregeling 2013 2014. Bacheloropleiding Human Resource Management, crohonummer 34609
Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Bacheloropleiding Human Resource Management, crohonummer 34609 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 19 juni 2013 Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,
Leisure Management. Onderwijs- en examenregeling 2013 2014. Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden
Leisure Management Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Stenden Hogeschool Rengerlaan 8 Postbus 1298 8900 CG Leeuwarden Algemeen T (058) 2441441 [email protected] Opleiding T (058) 2441253 1 Onderwijs-
Onderwijs- en examenregeling 2013 2014
Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Bacheloropleiding Logistiek en Economie voltijd, crohonummer 34436 Logistiek en Economie duaal, crohonummer 34436 Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d.
Onderwijs- en examenregeling 2013 2014
Onderwijs- en examenregeling 2013 2014 Bacheloropleiding Leraar Basisonderwijs voltijd, chrohonummer 34808 [Advies afgegeven door Opleidingscommissie, d.d. 17 juni 2013] [Instemming verleend door Centrale
Fraudereglement. van de. Hogeschool van Amsterdam
Fraudereglement van de Hogeschool van Amsterdam 2011 1 Inhoud Artikel 1 Begripsbepalingen...3 Artikel 2 Reikwijdte...3 Artikel 3 Fraude...3 Artikel 4 Plagiaat...4 Artikel 5 Ernstige fraude...4 Artikel
Toelating tot de opleiding
DEEL 3: Toelating tot de opleiding Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende opleiding
Regeling Bindend Studieadvies
Regeling Bindend Studieadvies 2015-2016 Deze regeling is een uitwerking van artikel 58 van de OER en beschrijft de procedures van het uitbrengen van het bindend studie advies tijdens het eerste studiejaar
DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE
DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende
DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE
DEEL 3: VOOROPLEIDINGSEISEN EN EISEN PROPEDEUSE Algemene bepaling De specifieke vooropleidingseisen van elke opleiding zijn vermeld op de website van Zuyd Hogeschool bij de informatie van de desbetreffende
Regeling contractcursisten aanschuifonderwijs 2014-2015
Regeling contractcursisten aanschuifonderwijs 2014-2015 Tilburg University (TiU) onderscheidt binnen het contractonderwijs twee varianten, te weten het aanschuifonderwijs en het overig contractonderwijs.
INSCHRIJFREGELING HOGESCHOOL LEIDEN REGELING AANMELDING EN INSCHRIJVING HOGESCHOOL LEIDEN
161202/JZ/REM INSCHRIJFREGELING HOGESCHOOL LEIDEN REGELING AANMELDING EN INSCHRIJVING HOGESCHOOL LEIDEN 2017-2018 Deze regeling is op 1 februari 2017 vastgesteld door het College van Bestuur. De Studentenraad
Regeling Toelating en Inschrijving Zuyd Hogeschool
Regeling Toelating en Inschrijving Zuyd Hogeschool 2019-2020 Versie 17 juli 2018 Regeling Toelating en Inschrijving Zuyd Hogeschool 2019-2020 pagina 1 van 28 INHOUDSOPGAVE... 1 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN...
