Bestemmingsplan Buitengebied Ooststellingwerf
|
|
|
- Philomena Bosman
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bestemmingsplan Buitengebied Ooststellingwerf Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 3 december 2015 / rapportnummer 3040
2 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Ooststellingwerf wil in het buitengebied agrarische ontwikkelingen mogelijk maken en natuur realiseren. Daarvoor moet het bestemmingsplan gewijzigd worden. Voor het besluit over het bestemmingsplan is een Plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag voor deze procedure is de gemeenteraad van Ooststellingwerf. In dit advies spreekt de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna de Commissie 1 ) zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER een aantal tekortkomingen. Zij acht het opheffen ervan essentieel voor het volwaardig meewegen door de gemeenteraad van het milieubelang bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. De tekortkomingen betreffen: Hydrologie: Hydrologische effecten op Natura 2000 zijn onvoldoende in beeld gebracht, terwijl deze effecten naar verwachting negatief zijn. Effectbepaling stikstof: Het voornemen leidt tot een toename van stikstofdepositie op reeds overbelaste Natura 2000-gebieden. Het is in het MER niet aannemelijk gemaakt dat één van de alternatieven uitvoerbaar is binnen de kaders van de Natuurbeschermingswet ook al omdat niet is aangegeven of op dit moment voldoende ontwikkelruimte beschikbaar is binnen het PAS 2. Alternatieven: naar oordeel van de Commissie ontbreken alternatieven met minder milieugevolgen voor Natura 2000-gebieden (hydrologie en stikstofdepositie). Effectbepaling landschap: de effecten van de glastuinbouw op het landschap zijn negatief, maar mitigerende maatregelen om deze effecten te voorkomen zijn niet beschreven in het MER. De Commissie adviseert om eerst een aanvulling op het MER op te stellen en pas daarna een besluit te nemen over het bestemmingsplan buitengebied. In hoofdstuk 2 worden bovenstaande punten nader toegelicht. In hoofdstuk 3 volgt nog een aanbeveling voor de vervolgbesluitvorming over het onderwerp geur. 2. Gesignaleerde tekortkomingen In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en doet zij aanbevelingen voor de op te stellen aanvulling. Deze aanbevelingen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel 1 De samenstelling van de werkgroep van de Commissie m.e.r., haar werkwijze en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. Projectstukken, voor zover digitaal beschikbaar, vindt u door op projectnummer in te vullen in het zoekvak. 2 Programma Aanpak Stikstof. Doel van dit programma is het mogelijk maken van economische ontwikkelingen en behalen van instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden. Economische activiteiten kunnen ontwikkelruimte krijgen uit het PAS, afhankelijk van de hoeveelheid depositie die ze produceren. Dit is ingedeeld in segmenten, en elke segment heeft een beperkte hoeveelheid ontwikkelruimte. -1-
3 van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming. 2.1 Hydrologische effecten op Natura 2000-gebied Fochtelöerveen Het MER geeft aan (blz. 141) dat diverse door het bestemmingsplan mogelijk gemaakte werken en werkzaamheden (drainage, dempen en graven sloten, grondwaterpeilveranderingen) in principe invloed hebben op de hydrologische omstandigheden in het Fochtelöerveen en de bufferzone rond het Fochtelöerveen. De hydrologische effecten van deze activiteiten zijn echter niet in beeld gebracht. In het MER wordt ook verwezen naar gemaakte afspraken rond het beheer van het gebied en de bufferzone bij het Fochtelöerveen; deze worden in feite aangehaald als mitigerende maatregelen voor negatieve effecten van het voornemen. De inhoud van deze afspraken zijn in het MER echter niet duidelijk beschreven. Bovendien is van deze afspraken in het MER niet inzichtelijk gemaakt hoe deze zijn geborgd en/of in het bestemmingsplan zijn verwerkt. Ook is in het MER niet inzichtelijk gemaakt wat het voornemen betekent voor de effectiviteit van de gebiedsgerichte (hydrologische) herstelmaatregelen zelf; een gebiedsgerichte herstelmaatregel als verhogen van grondwaterstanden kan bijvoorbeeld teniet worden gedaan door drainage. Zolang de omvang van de effecten en daarnaast de effectiviteit en borging van deze mitigerende maatregelen in het kader van het voornemen óf in het kader van de bufferzone niet duidelijk zijn, kan aantasting van natuurlijke kenmerken niet worden uitgesloten. De Commissie adviseert voorafgaand aan het besluit over het bestemmingsplan in een aanvulling op het MER de hydrologische effecten van het voornemen in beeld te brengen. Geef vervolgens aan welke maatregelen mogelijk zijn, en of met de afgesproken maatregelen aantasting van natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebied Fochtelöerveen is uit te sluiten. Geef ten slotte aan hoe deze maatregelen zijn geborgd. De gemeente heeft mondeling aangegeven 3 van plan te zijn in het definitieve bestemmingsplan in een zone van 1000 meter rondom het Natura 2000 gebied onder andere een verbod op drainage en andere diepe grondwerkzaamheden vast te leggen. Deze maatregelen zullen negatieve effecten op de hydrologie van Natura 2000 gebieden en de effectiviteit van de bufferzone mogelijk kunnen voorkomen. De Commissie is bij de toetsing van het MER echter uitgegaan van de tekst van het ontwerp bestemmingsplan zoals deze aan de Commissie ter beschikking is gesteld. 3 Op 25 november 2015 heeft de Commissie een gesprek gevoerd met de gemeente over het advies. -2-
4 2.2 Effectbepaling Stikstof Referentiesituatie In het MER is de huidige situatie is berekend op basis van de aantallen dieren die in de vergunningen zijn opgenomen. Voor de effectbeoordeling van het voornemen moet in de Passende beoordeling worden vergeleken met de feitelijke huidige situatie. In veel gemeentes wijkt het werkelijke aantal dieren sterk af van de vergunde aantallen dieren. In de gemeente Ooststellingwerf is het vergunningbestand actueel. Echter, ook in deze situatie is er hier en daar sprake van onderbezetting, met name voor melkvee. Dit wordt door de gemeente ook onderkend. Hierdoor kan de stikstofdepositie voor de referentiesituatie ten onrechte te hoog uitpakken, waardoor de effecten van het voornemen niet goed kunnen worden beoordeeld en kleiner lijken. De Commissie adviseert, om met een vergelijking met de werkelijke veebezetting op gemeenteniveau per diercategorie inzichtelijk te maken van welke mate van onderbezetting sprake is. Indien afwijkingen met het vergunningbestand worden aangetroffen, reken dan de gemiddelde afwijking door- per diercategorie - in het bepalen van de feitelijke huidige situatie. Uitvoerbaarheid voornemen De uitbreiding van veehouderijen in het voornemen leidt volgens het MER tot een aanzienlijke toename van depositie van stikstof op reeds overbelaste Natura 2000-gebieden. Dit kan leiden tot aantasting van natuurlijke kenmerken van deze gebieden. Zonder aanvullende maatregelen is het voornemen en de alternatieven daarmee dus niet uitvoerbaar binnen de kaders van de Natuurbeschermingswet (Nb). Het MER moet minstens één uitvoerbaar alternatief beschrijven. Om te komen tot dit uitvoerbaar alternatief, is in alternatief 1 (het voorkeursalternatief dat verwerkt is in het ontwerpbestemmingsplan) de toename van stikstof beperkt. Dit is gedaan door gebruiksregels op te nemen voor agrarische bouwvlakken. In deze regels: wordt verwezen naar het PAS, door als strijdig gebruik de grenswaarde uit de AmvB 4 te definiëren (bestemmingsplan regel 3.4.k). Met andere woorden, bedrijven, die binnen het PAS geen vergunning nodig hebben in gevolge de Nb-wet 1998, mogen met deze gebruiksregel uitbreiden tot deze grenswaarde. Bedrijven die wél een Nb-wetvergunning nodig hebben (dit vanwege de depositietoename boven deze grenswaarde als gevolg van de gewenste uitbreiding), mogen deze uitbreiding niet uitvoeren. is ook vastgelegd (planregel 3.5.a) dat laatstgenoemde bedrijven wél mogen uitbreiden wanneer ze beschikken over een Nb-vergunning voor hun uitbreiding. 4 In dit geval het besluit grenswaarden PAS. Bedrijven die hieronder vallen hebben een beperkte toename van stikstofdepositie (minder dan 1 mol/ha/jr), en kunnen met een melding hiervan volstaan binnen het PAS. Deze grenswaarde kan voor een Natura 2000 gebied worden verlaagd (naar 0.05 mol/ha/jr) als de extra gemelde stikstofdepositie de hoeveelheid die is gereserveerd binnen het PAS voor dit segment wordt overschreden. -3-
5 De Commissie adviseert niet over de juridische aspecten van deze bepalingen en bestemmingsplanregels; wel beoordeelt de Commissie of er (realistische) alternatieven en/of maatregelen in het MER zijn beschreven om aantasting te voorkomen en daarmee of de betreffende bepalingen en bestemmingsplanregels in de praktijk uitvoerbaar zijn. De Commissie heeft bij de gekozen aanpak twee opmerkingen: Allereerst is uit de formulering in de planregels niet duidelijk of deze afwijking bedoeld is voor bestaande of nieuwe Nb-vergunningen die op basis van de provinciale beleidsregel in het kader van het PAS worden toegekend. Dit blijkt ook niet uit het MER. Daarbij is het vaste jurisprudentie dat bij vaststelling van een bestemmingsplan niet verwezen kan worden naar een later beoordelingskader met een ander bevoegd gezag. Ten tweede is in het MER niet aangetoond dat in het PAS op dit moment de benodigde ontwikkelruimte daadwerkelijk aanwezig is. Dit zou met een recente uitdraai uit Aerius moeten worden aangetoond. De Commissie wijst erop dat de looptijd van de eerste PASperiode 6 jaar is. Deze periode komt niet overeen met de looptijd van het bestemmingsplan (10 jaar). Maatregelen en ontwikkelruimte voor de tweede PAS-periode zijn nog niet bekend. De Commissie adviseert voorafgaande aan de besluitvorming inzichtelijk te maken of, voor de maximale invulling van het voornemen, op dit moment voldoende ontwikkelruimte aanwezig is in het PAS. Mocht blijken dat deze ruimte op dit moment niet aanwezig is, dan adviseert de Commissie in de aanvulling een alternatief uit te werken, dat uitvoerbaar is (zie ook 2.3 van dit advies). 2.3 Alternatieven De Commissie is van oordeel dan in het MER reële alternatieven met minder milieugevolgen ontbreken. Zij denkt hierbij aan een alternatief bufferzone met daarin beperkte groeimogelijkheden voor veehouderijen en van werken en werkzaamheden in een zone dichtbij de Natura 2000-gebieden. Een dergelijk alternatief kan aanzienlijk minder milieugevolgen hebben voor hydrologie en stikstofdepositie in deze gebieden. Bovendien kan het de effectiviteit van de gebiedsgerichte (hydrologische) maatregelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS vergroten. Voor de gemeente is het interessante informatie, omdat er hierdoor inzicht komt in de bedrijven die door hun ligging in de bufferzone een beperkt toekomstperspectief hebben. Een tweede alternatief met minder milieugevolgen is volgens de Commissie een alternatief intern salderen (een variant op alternatief 1), waarbij maximaal wordt ingezet op het nemen van stalmaatregelen bij veehouderijen zodanig dat de ammoniakuitstoot van een bedrijf niet toeneemt. Een dergelijke alternatief kan inzicht verschaffen in die bedrijven die naar 1,5 ha dan wel 2 ha kunnen groeien, zonder een beroep te hoeven doen op het PAS. Bedrijven die gangbare stikstofemissiereducerende stalmaatregelen kunnen inzetten, zullen in dit alternatief intern salderen niet bijdragen aan een hogere stikstofdepositie. Voor de gemeente is het interessante informatie, omdat inzicht wordt verschaft in de mogelijkheden van de gemeente om te sturen op de inzet van de ontwikkelruimte van het PAS. -4-
6 Mogelijk zijn bovenstaande alternatieven ook nodig om te komen tot een uitvoerbaar alternatief binnen de kaders van de Natuurbeschermingswet (1998) (zie ook 2.2 van dit advies). De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER de alternatieven 'bufferzone' en intern salderen uit te werken en de effecten van deze alternatieven gelijkwaardig te beschrijven. De Commissie wijst erop dat de effectbepaling in het MER niet is gebaseerd op de laatste RAV en de uitgangspunten van het Besluit Emissiearme Huisvesting; dit kan in sommige gevallen gunstiger of juist ongunstiger uitvallen voor de omvang van de effecten. De Commissie adviseert de meest recente gegevens te gebruiken bij het uitwerken van de referentiesituatie, het voornemen en de alternatieven. 2.4 Effectenbeoordeling Landschap De effecten van de vestiging van 0,15ha glastuinbouw bij elke agrarische kavel worden in het MER als negatief beoordeeld. Het landschap van het plangebied heeft hoge waarden, en het gebied is nog weinig verrommeld. Kleine glastuinbouwlocaties bij iedere kavel zullen op dit landschap naar oordeel van de Commissie leiden tot verrommeling en aantasting van de gaafheid van het bestaande landschap en daarmee een zeer negatief effect hebben. Daarnaast zijn in het MER geen maatregelen beschreven om deze negatieve effecten te verminderen of teniet te doen. De Commissie adviseert de effecten van glastuinbouw opnieuw in beeld te brengen (met visualisaties) en te beoordelen. Geef aan welke maatregelen genomen kunnen worden om deze effecten te verminderen of teniet te doen. De gemeente heeft aan de Commissie mondeling aangegeven 5 de vestiging van glastuinbouw eventueel geheel te schrappen bij definitieve vaststelling van het bestemmingsplan. De Commissie is bij de toetsing van het MER echter uitgegaan van de tekst van het ontwerp bestemmingsplan zoals deze aan de Commissie ter beschikking is gesteld. 3. Aanbevelingen voor het vervolg 3.1 Maatregelen lokale knelpunten geur De maximale invulling voor geur is in het MER goed in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat op veel locaties binnen het plangebied, bij de maximale invulling van het voornemen, de geurbelasting sterk toe zal nemen. Vanwege de zeer ruime normering in de gemeentelijke geurverordening leidt dit echter niet tot juridische knelpunten. Het kan echter lokaal tot een sterke toename van de geurbelasting leiden en daarmee negatieve effecten hebben op het 5 Op 25 november 2015 heeft de Commissie een gesprek gevoerd met de gemeente over het advies. -5-
7 woon- en leefklimaat. Het is mogelijk voor deze situaties maatregelen te treffen zoals stalmaatregelen. De Commissie adviseert om bij de vervolgbesluitvorming (maar tenminste in de vergunningverlening) de geurbelasting als gevolg van uitbreidingen in beeld te brengen, en daarbij in te gaan op mogelijke mitigerende maatregelen om deze effecten te voorkomen of teniet te doen. 3.2 Fijn stof Tot slot merkt de Commissie op dat het MER niet in gaat op de effecten voor PM2,5 formeel is dit niet juist omdat per 1 januari 2015 aan de grenswaarde moet worden getoetst. PM2,5 is een fractie van PM10. Gezien de bijdrage aan PM10 van het plan en de heersende achtergrondconcentratie PM2,5 is een overschrijding van deze grenswaarde in het plangebied niet waarschijnlijk. Om die reden acht de Commissie dit voor dit plan nu geen essentiële tekortkoming. -6-
8 BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing MER Initiatiefnemer: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf Bevoegd gezag: Gemeenteraad van de gemeente Ooststellingwerf Besluit: vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan Categorie Besluit m.e.r.: plan-m.e.r. vanwege kaderstelling voor categorie C14 en D14 plan-m.e.r. vanwege passende beoordeling Activiteit: het mogelijk maken van uitbreiding van veehouderijen en natuurontwikkeling Procedurele gegevens: kennisgeving MER in de Staatcourant van: 23 september 2015 ter inzage legging MER: 24 september t/m 4 november 2015 aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.: 28 september 2015 toetsingsadvies uitgebracht: 3 december 2015 Samenstelling van de werkgroep: Per project stelt de Commissie een werkgroep samen bestaande uit enkele deskundigen, een voorzitter en een werkgroepsecretaris. Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. J.J. Bakker ing. R.J. van Dijk drs. W. Smal (werkgroepsecretaris) M.A.J. van der Tas (voorzitter) Werkwijze Commissie bij toetsing: Tijdens de toetsing gaat de Commissie na of het MER voldoende juiste informatie bevat om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen in het besluit. De Commissie gaat bij het toetsen uit van de wettelijke eisen voor de inhoud van een MER, zoals aangegeven in artikel 7.7 dan wel 7.23 van de Wet milieubeheer, en van eventuele documenten over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Indien informatie ontbreekt, onvolledig of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij dit een essentiële tekortkoming vindt. Daarvan is sprake als aanvullende informatie in de ogen van de Commissie kan leiden tot andere afwegingen. In die gevallen adviseert de Commissie de ontbrekende informatie alsnog beschikbaar te stellen, vóór het besluit wordt genomen. Opmerkingen over niet-essentiële tekortkomingen in het MER worden in het toetsingsadvies opgenomen voor zover ze kunnen worden verwerkt tot duidelijke aanbevelingen voor het bevoegde gezag. De Commissie richt zich in het advies dus op hoofdzaken die van belang zijn voor de besluitvorming en gaat niet in op onjuistheden of onvolkomenheden van ondergeschikt belang. Omdat de Commissie niet is geraadpleegd bij de voorbereiding op het MER heeft ze een locatiebezoek afgelegd om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie.
9 Zie voor meer informatie over de werkwijze van de Commissie op de pagina Commissie m.e.r. Betrokken documenten: De Commissie heeft de volgende documenten betrokken bij haar advies: Bestemmingsplan buitengebied 2016, 2 september 2015 Berekeningslijst ammoniak, 1september 2015 Bestemmingsplan Buitengebied 2016, planmer, gemeente Ooststellingwerf, 1 september 2015 Rapport en bijlagen, BügelHajema Toelichting vergunningbestand De Commissie heeft geen zienswijzen of adviezen via bevoegd gezag ontvangen.
10 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Bestemmingsplan Buitengebied Ooststellingwerf
Bestemmingsplan Landelijk Gebied Vlist, gemeente Krimpenerwaard
Bestemmingsplan Landelijk Gebied Vlist, gemeente Krimpenerwaard Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 29 juli 2015 / rapportnummer 3060 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente
Bestemmingsplan buitengebied 2016 gemeente Simpelveld
Bestemmingsplan buitengebied 2016 gemeente Simpelveld Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 11 april 2016 / projectnummer: 3109 1. Oordeel over het Milieueffectrapport De gemeente Simpelveld heeft
Bestemmingsplan buitengebied Wageningen
Bestemmingsplan buitengebied Wageningen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 12 augustus 2013 / rapportnummer 2755 40 1. Oordeel over het MER De gemeente Wageningen wil haar bestemmingsplan voor
Bestemmingsplan buitengebied Doetinchem
Bestemmingsplan buitengebied Doetinchem Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 10 juni 2013 / rapportnummer 2779 31 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De Gemeente Doetinchem wil verschillende
Verplaatsing varkenshouderij van de Geerstraat naar de Begijnenstraat te Winssen, gemeente Beuningen
Verplaatsing varkenshouderij van de Geerstraat naar de Begijnenstraat te Winssen, gemeente Beuningen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 januari 2013 / rapportnummer 2725 31 1. Oordeel over
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Terneuzen
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Terneuzen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 18 april 2013 / rapportnummer 2762 22 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Terneuzen stelt
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Kampen
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Kampen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 29 november 2013 / rapportnummer 2844 24 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Kampen wil
Bestemmingsplan buitengebied Roosendaal - Nispen
Bestemmingsplan buitengebied Roosendaal - Nispen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 4 september 2014 / rapportnummer 2950 25 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Roosendaal
Bestemmingsplan buitengebied Breda Oost (Bavel)
Bestemmingsplan buitengebied Breda Oost (Bavel) Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 11 januari 2016 /projectnummer 3084 1. Oordeel over het Milieueffectrapport (MER) De gemeente Breda heeft het
Pluimveehouderij Duinkerken te Zuidwolde, gemeente De Wolden
Pluimveehouderij Duinkerken te Zuidwolde, gemeente De Wolden Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 26 september 2014 / rapportnummer 2971 26 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Maatschap
Vestiging intensieve veehouderij Beemte-Vaassen
Vestiging intensieve veehouderij Beemte-Vaassen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 5 maart 2015 / rapportnummer 2988 22 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De provincie Gelderland
Varkenshouderij Hendriks te Ter Apel, gemeente Vlagtwedde
Varkenshouderij Hendriks te Ter Apel, gemeente Vlagtwedde Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 1 oktober 2014 / rapportnummer 2960 10 Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Initiatiefnemer,
Bestemmingsplan Maastricht Aachen Airport, Businesspark AviationValley
Bestemmingsplan Maastricht Aachen Airport, Businesspark AviationValley Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 17 augustus 2016 / projectnummer: 3103 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER)
Uitbreiding pluimveehouderij Harmes BV te Klazienaveen, gemeente Emmen
Uitbreiding pluimveehouderij Harmes BV te Klazienaveen, gemeente Emmen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 9 november 2016/ projectnummer: 3156 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Harmes
Uitbreiding pluimveehouderij Buijs VOF te Emmer-Compascuum
Uitbreiding pluimveehouderij Buijs VOF te Emmer-Compascuum Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 9 november 2016 / projectnummer: 3157 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Landbouwbedrijf
Vleeskuikenhouderij Haambergweg 11 te Beringe, gemeente Peel en Maas
Vleeskuikenhouderij Haambergweg 11 te Beringe, gemeente Peel en Maas Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 juni 2015 / rapportnummer 2999 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De firma
Varkensbedrijf Broekkantsestraat 7-9, Beek en Donk
Varkensbedrijf Broekkantsestraat 7-9, Beek en Donk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16 december 2016 / projectnummer: 3163 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Varkensbedrijf Wiljan
Bestemmingsplan buitengebied Etten-Leur
Bestemmingsplan buitengebied Etten-Leur Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 31 mei 2012 / rapportnummer 2529 60 1. Oordeel over het MER De gemeente Etten-Leur wil het bestemmingsplan voor haar
Vermeerderingsbedrijf Exterkate, Slaghekkeweg 18 te Bentelo
Vermeerderingsbedrijf Exterkate, Slaghekkeweg 18 te Bentelo Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 10 september 2013 / rapportnummer 2819 28 1. Oordeel over het MER Vermeerderingsbedrijf Exterkate
Bestemmingsplan buitengebied Boxtel
Bestemmingsplan buitengebied Boxtel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 26 januari 2012 / rapportnummer 2438 76 1. Oordeel over het MER De gemeente Boxtel wil het bestemmingsplan
Bestemmingsplan buitengebied Epe
Bestemmingsplan buitengebied Epe Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 12 juni 2014 / rapportnummer 2911 26 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Epe heeft het voornemen een
Havenkwartier Zeewolde
Havenkwartier Zeewolde Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 8 september 2011 / rapportnummer 2459 60 Oordeel over het MER Voor de aanleg van de woonwijk Polderwijk te Zeewolde is in 2003 de procedure
Uitbreiden van veehouderij Van Deuveren, Beitelweg 5-7 te Putten
Uitbreiden van veehouderij Van Deuveren, Beitelweg 5-7 te Putten Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 1 september 2016 / projectnummer: 2736 1. Oordeel over het milieueffectrapport Maatschap van
Varkenshouderij J.F.M. van Gisbergen, De Gagel 16, Hooge Mierde
Varkenshouderij J.F.M. van Gisbergen, De Gagel 16, Hooge Mierde Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 31 juli 2012 / rapportnummer 2635 37 1. Oordeel over het MER J.F.M. Van Gisbergen is voornemens
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Bergen (LB)
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Bergen (LB) Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 24 oktober 2013 / rapportnummer 2832 19 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Bergen
Motorcrossterrein Arnhem
Motorcrossterrein Arnhem Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 14 december 2015 / rapportnummer 3083 1. Oordeel over het milieueffectrapport De Stichting Motorsport Park Gelderland Midden (een fusie
Varkenshouderij Van Deijne Zeeland BV, gemeente Landerd
Varkenshouderij Van Deijne Zeeland BV, gemeente Landerd Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 19 juni 2013 / rapportnummer 2787 31 Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Van Deijne Zeeland
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Someren 2014
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Someren 2014 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 20 mei 2014 / rapportnummer 2882 15 1. Oordeel over het Milieueffectrapport De gemeente Someren stelt het
Regionaal Bedrijvenpark Laarakker- Zuid
Regionaal Bedrijvenpark Laarakker- Zuid Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 20 maart 2015 / rapportnummer 2993 23 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente
Bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosterhorn (Industrieterrein Delfzijl)
Bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosterhorn (Industrieterrein Delfzijl) Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvullingen wind en geur 16 mei 2017 / projectnummer: 3041 1. Toetsingsadvies
Bestemmingsplan buitengebied Breda Zuid
Bestemmingsplan buitengebied Breda Zuid Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 5 september 2013 / rapportnummer 2797 35 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Breda heeft het
Anna's Hoeve RWZI, gemeente Hilversum
Anna's Hoeve RWZI, gemeente Hilversum Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 23 mei 2011 / rapportnummer 2530 23 Oordeel over het MER Het College van Burgemeester en Wethouders van Hilversum wil
Droge Voeten 2050, beheergebied waterschap Noorderzijlvest
Droge Voeten 2050, beheergebied waterschap Noorderzijlvest Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 18 september 2014 / rapportnummer 2820 43 1. Oordeel over het Milieueffectrapport (MER) De provincies
Bestemmingsplan Nauernasche Polder en omgeving, gemeente Zaanstad
Bestemmingsplan Nauernasche Polder en omgeving, gemeente Zaanstad Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 27 mei 2015 / rapportnummer 2872 21 1. Voorlopig oordeel over het milieueffectrapport
Uitbreiding pluimveehouderij Mts. Van der Cruijsen te Sambeek
Uitbreiding pluimveehouderij Mts. Van der Cruijsen te Sambeek Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 3 januari 2011 / rapportnummer 1965-63 1. Oordeel over het MER en de
Uitbreiding kuikenmesterij Haan VOF in Nieuw Weerdinge, gemeente Emmen
Uitbreiding kuikenmesterij Haan VOF in Nieuw Weerdinge, gemeente Emmen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 8 november 2016 / projectnummer: 3144 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) VOF
Bestemmingsplan buitengebied Heerhugowaard
Bestemmingsplan buitengebied Heerhugowaard Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 21 oktober 2014 / rapportnummer 2749 40 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Heerhugowaard
Oprichting pluimveebedrijf Maatschap Huisman, gemeente Dalfsen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Oprichting pluimveebedrijf Maatschap Huisman, gemeente Dalfsen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 22 januari 2010 / rapportnummer 2138-54 1. OORDEEL OVER HET MER Maatschap Huisman is voornemens
Bestemmingsplan Sluiskil Oost, gemeente Terneuzen
Bestemmingsplan Sluiskil Oost, gemeente Terneuzen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 5 april 2012 / rapportnummer 2619 35 1. Oordeel over het MER De gemeente Terneuzen heeft het voornemen het
Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau
Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 1 september 2011 / rapportnummer 2322 83 1. Oordeel over het MER De gemeente Baarle-Nassau
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 15 mei 2017 / projectnummer: 2732 1. Toetsingsadvies Inleiding De gemeente Moerdijk
Dijkversterking Hellevoetsluis
Dijkversterking Hellevoetsluis Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 15 mei 2013 / rapportnummer 2596 51 1. Oordeel over het MER Het Waterschap Hollandse Delta heeft het voornemen om twee dijkvakken
Uitbreiding pluimveebedrijf Adams te Ell, gemeente Leudal
Uitbreiding pluimveebedrijf Adams te Ell, gemeente Leudal Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 8 februari 2010 / rapportnummer 2193-63 1. OORDEEL OVER HET MER R. en T.
Windturbinepark Hogezandse Polder, gemeente Cromstrijen
Windturbinepark Hogezandse Polder, gemeente Cromstrijen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 oktober 2015/ rapportnummer 3070 1. Oordeel over het milieueffectrapport De gemeente Cromstrijen
Bestemmingsplan Omgeving Nauerna, gemeente Zaanstad
2017/5525 Bestemmingsplan Omgeving Nauerna, gemeente Zaanstad Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 22 december 2016 / projectnummer: 2872 1. Oordeel over het milieueffectrapport
Bestemmingsplan "Buitengebied 2011", gemeente Weert
Bestemmingsplan "Buitengebied 2011", gemeente Weert Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 24 april 2013 / rapportnummer 2721 54 1. Oordeel over het MER De gemeente Weert is bezig met het opstellen
Bestemmingsplan Wijk aan Zee (gemeente Beverwijk)
Bestemmingsplan Wijk aan Zee (gemeente Beverwijk) Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 juni 2017 / projectnummer: 3022 1. Advies over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Beverwijk wil
Vleeskuikenhouderij F.A.M. uit het Broek, Verlengde Elfde Wijk 8 te Dedemsvaart
Vleeskuikenhouderij F.A.M. uit het Broek, Verlengde Elfde Wijk 8 te Dedemsvaart Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 4 juli 2012 / rapportnummer 2517 60 1. Oordeel over het MER F.A.M.
Uitbreiding van de opslagvoorzieningen voor radioactief afval bij COVRA op industrieterrein Vlissingen-Oost
Uitbreiding van de opslagvoorzieningen voor radioactief afval bij COVRA op industrieterrein Vlissingen-Oost Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 december 2014 / rapportnummer 2617 39 1. Oordeel
Structuurvisie Windenergie gemeente Dordrecht
Structuurvisie Windenergie gemeente Dordrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 3 maart 2016 / projectnummer: 2910 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Dordrecht wil in
Bestemmingsplan buitengebied Sint Anthonis
Bestemmingsplan buitengebied Sint Anthonis Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 14 juni 2016 / projectnummer: 3116 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) 5 De gemeente Sint Anthonis herziet
Bestemmingsplan buitengebied Baarle-Nassau
Bestemmingsplan buitengebied BaarleNassau Voorlopig Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 april 2011/ rapportnummer 231168 1. Voorlopig oordeel over het MER De gemeente BaarleNassau wil het bestemmingsplan
Bestemmingsplan Buitengebied-West, gemeente De Ronde Venen
Bestemmingsplan Buitengebied-West, gemeente De Ronde Venen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 17 oktober 2017 / projectnummer: 3232 1. Oordeel over het Milieueffectrapport (MER) De gemeente
Varkenshouderij Lavi te Vogelwaarde
Varkenshouderij Lavi te Vogelwaarde Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 7 augustus 2012 / rapportnummer 1813 61 1. Oordeel over het MER en de aanvulling daarop Lavi BV
Geitenhouderij Beldsweg 20 te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente
Geitenhouderij Beldsweg 20 te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 21 maart 2016 / projectnummer: 2998 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De maatschap
Bestemmingsplan buitengebied Tholen
Bestemmingsplan buitengebied Tholen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 15 oktober 2013 / rapportnummer 2827 20 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Tholen heeft het voornemen
