Het Kunstenaarsstatuut in beeld juni 2016
|
|
|
- Hans van de Velde
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Het Kunstenaarsstatuut in beeld juni 2016 De brochure Het kunstenaarsstatuut in beeld is een uitgave van het Kunstenloket vzw Kunstenloket vzw Sainctelettesquare 19 (7e verdieping) 1000 Brussel T [email protected] Publicatiedatum: juni 2016
2 Het Kunstenaarsstatuut: Een historische (r)evolutie 28/12/ 44 Besluitwet maatschappelijke zekerheid der arbeiders 28/11/ 69 KB uitvoering RSZ-wet 07/06/ 88 NAR-advies nr /10/ 95 Wetsvoortel Duquesne 29/10/ 96 NAR-advies nr /10/ 99 Wetsvoorstel PEETERS en BONTE 23/10/ 02 NAR-adviezen nrs en 1416 Hoe het vroeger was Aanloop naar het kunstenaarsstatuut /06/ 69 RSZ-Wet 22/12/ 81 NAR-advies nr /03/ 96 Wetsvoorstel PIETERS 28/01/ 98 Wetsvoorstel VERMASSEN en VANDENBOSSCHE 18/09/ 69 NAR-advies nr /09/ 99 Wetsvoorstel DE CLERCK en GOUTRY 19/10/ 99 Wetsvoorstel MAYEUR, MORIAU en GIET
3 26/06/ 03 KB organisatie en werking Commissie Kunstenaars + KB zelfstandigheidsverklaring 22/02/ 13 Wetsvoorstel De Padt et al. 24/12/ 02 Programmawet 24 december 2002 Het kunstenaarsstatuut Evaluatie van het kunstenaarsstatuut /06/ 03 KB Bijdragevermindering SZ 12/12/ 03 MB betreffende het inlichtingenformulier voor de zelfstandigheidsverklaring 06/ 05 Activiteitenverslag Commissie Kunstenaars 2010 Activiteitenverslag Commissie Kunstenaars 13/10/ 10 NAR-advies nr /07/ 12 NAR-advies nr. 1810
4 Het Kunstenaarsstatuut zoals we het nu kennen 26/03/ 14 KB tot aanvulling van het sociaal statuut der kunstenaars en tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van het visum kunstenaar en de kunstenaarskaart 24/04/ 14 Wet houdende aanpassingen van de vermindering van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid 24/03/ 15 NAR-advies nr /10/ 15 MB betreffende het model van de kaart en het visum kunstenaars 29/02/ 16 Koninklijk besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement Commissie Kunstenaars /12/ 13 Programmawet 24 december /07/ 14 KB tot nadere vaststelling van de regels betreffende de toekenning van het visum kunstenaars en de kunstenaarskaart 24/06/ 15 NAR-advies nr /07/ 15 Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken 27/09/ 15 KB houdende de organisatie en werking van de Commissie Kunstenaars
5 Het Kunstenaarsstatuut Een historische (r)evolutie in beeld
6 Handleiding De kunstenaar wordt doorgaans gekenmerkt door een grillig en gefragmenteerd arbeidsprofiel, niet in het minst door een veelheid en diversiteit aan opdrachtgevers, onzekere en onregelmatige inkomsten en contracten van diverse aard. Dit bemoeilijkt de opbouw van een gepaste sociale bescherming, waarvoor het algemene werknemersstelsel noch het stelsel van de zelfstandige de nodige oplossingen bieden. Om de kunstenaars toch een passende bescherming te geven, sleutelde men gedurende verschillende jaren aan een specifiek sociaal statuut voor de kunstenaar. Deze tijdlijn wil het de geïnteresseerden mogelijk maken een inzicht te verwerven in de wijze waarop dit sociaal statuut van de kunstenaar tot stand is gekomen en hoe het evolueert. Op basis van deze informatie werd tevens een uitgebreid dossier aangelegd, dat ter inzage ligt op het Kunstenloket. Statuut van de kunstenaar Hoe het vroeger was Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders Deze wet bepaalt dat werknemers die door middel van een arbeidsovereenkomst aan een werkgever gebonden zijn, aan de sociale zekerheid der loontrekkenden onderworpen worden. Bijgevolg is ook de kunstenaar die een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten met een werkgever, onderworpen aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden. Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid van arbeiders (RSZ-wet) Artikel 2, 1, 1 van de RSZ-wet biedt de wetgever de mogelijkheid de categorie van loontrekkenden uit te breiden tot categorieën van personen die niet door een arbeidsovereenkomst gebonden zijn aan een werkgever. Met dit artikel staat dan ook de mogelijkheid open voor de wetgever om de specifieke categorie van kunstenaars, zonder dat deze verbonden zijn d.m.v. een arbeidsovereenkomst, aan de sociale zekerheid te onderwerpen. NAR-advies nr. 309 van 18 september 1969 betreffende het ontwerp van koninklijk besluit te nemen in uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders De Nationale Arbeidsraad (NAR) maakt enkele bemerkingen, na overleg met de werknemers- en werkgeversorganisaties, bij de uitbreiding van de RSZ-wet tot artiesten. Bemerkingen met betrekking tot: de onderwerping van amateurs met toevallige activiteiten aan de RSZ-wet; de vaststelling van de personen die als werkgevers moeten beschouwd worden. 6
7 Koninklijk Besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juli 1969 Met artikel 3, 2 van dit Koninklijk Besluit wordt de sociale zekerheid uitgebreid tot schouwspelartiesten die niet met een arbeidsovereenkomst verbonden zijn aan een werkgever. Onder schouwspelartiesten moet worden verstaan: Kanttekening! de dramatische, lyrische, choreografische en variétéartiesten, alsmede de musici, de orkestleiders, de balletmeesters, de aanvullingsartiesten, die tegen betaling van een loon aangeworven worden om op te treden tijdens voorstellingen, repetities, radio- en televisieuitzendingen. Met de uitbreiding van het toepassingsgebied van de sociale zekerheid naar schouwspelartiesten die niet verbonden waren met een arbeidsovereenkomst, had men tot doel schouwspelartiesten de mogelijkheid te bieden rechten op te bouwen binnen de sociale zekerheid voor werknemers. In de praktijk bleek echter dat: weinig opdrachtgevers bereid waren de kunstenaar als werknemer te behandelen wegens de hoge administratieve verplichtingen; er een polemiek ontstond omtrent de afbakening van het begrip schouwspelartiest (Cass. 12 februari 1979: stripteasedanseres werd geacht werknemer te zijn); onduidelijkheid ontstond wie als werkgever aanschouwd diende te worden. Hij die de artiest aanwerft. Zo ontstonden er twee strekkingen: - Het aanduiden van de groeps- of orkestleider als werkgever in het kader van de sociale zekerheid - Het aanduiden van de organisator als de socialezekerheidswerkgever NAR-advies nr. 890 van 7 juni 1988 betreffende de onderwerping van schouwspelartiesten aan de sociale zekerheid van de werknemers. Dit NAR-advies is een weergave van het onderzoek dat de Raad uit eigen beweging heeft gevoerd, naar het vraagstuk omtrent de onderwerping van schouwspelartiesten aan de sociale zekerheid, en geeft gevolg aan een eerder advies nr. 712 van 22 december 1981 als reactie op Cass. 12 februari De NAR blijft echter verdeeld wat deze kwestie betreft. De werknemersorganisaties zijn van mening dat de schouwspelartiesten die niet met een arbeidsovereenkomst verbonden zijn aan een werkgever, als loontrekkenden onderworpen moeten worden aan de sociale zekerheid, en legden een voorstel met betrekking tot een coherent sociaal statuut voor. De werkgeversorganisaties waren het echter niet eens met deze zienswijze. kunstenaars die zich wilden aansluiten als zelfstandigen, geweigerd werden, omdat zij thuishoorden in het werknemersstatuut (Cass. 12 februari 1979: onweerlegbaar vermoeden). 7
8 Aanloop naar het Kunstenaarsstatuut Wetgevende initiatieven in aanloop naar programmawet 24 december 2002 In aanloop naar de programmawet van 24 december 2002, die de basis vormt van het kunstenaarsstatuut zoals we het nu kennen, werden enkele wetsvoorstellen gelanceerd door verschillende politici, elk met een eigen invalshoek. Enkele van de belangrijkste volgen hier: Wetsvoorstel Duquesne van 31 oktober 1995: toepassingsgebied: schouwspelartiesten; vermoeden werknemer te zijn, doch tegendeel kan bewezen worden; wettelijk vermoeden statuut zelfstandige te hebben, indien artiest aangesloten is bij socialezekerheidskas voor zelfstandigen. Wetsvoorstel Pieters van 7 maart 1996: afschaffing artikel 3, 2 KB van 28 november 1969 waarbij de sociale zekerheid wordt uitgebreid tot schouwspelartiesten die niet verbonden zijn door een arbeids-overeenkomst; engagement tot nemen van nieuwe initiatieven ten gunste van de kunstenaars. Wetsvoorstel Vermassen en Vandenbossche van 28 januari 1998: toepassingsgebied: uitvoerende kunstenaars (podiumkunstenaars) en hun werkgevers; oprichting Dienst Sociaal statuut van de podiumartiesten ; een door de bovenstaande dienst ter beschikking gesteld modelcontract, teneinde fiscale en sociale verplichtingen na te komen. Wetsvoorstel De Clerck en Goutry van 9 september 1999: toepassingsgebied: schouwspelartiesten; oprichting Secretariaat voor Podiumkunstenaars, welke de verplichtingen van de werkgever op zich neemt; modelovereenkomst voor elke artistieke prestatie; oprichting Dienst voor Podiumkunstenaars door RSZ en RSZV die erover waakt of men als kunstenaar beschikt over een statuut dat overeenstemt met zijn/haar sociaal-economische realiteit. Wetsvoorstel Peeters en Bonte van 15 oktober 1999: toepassingsgebied: uitvoerende kunstenaars; oprichting Dienst Sociaal Statuut van de uitvoerende kunstenaars ; modelovereenkomst; aanpassing toegangsvoorwaarden tot de verschillende takken van de sociale zekerheid. Wetsvoorstel Mayeur, Moriau en Giet van 19 oktober 1999: toepassingsgebied: alle kunstenaars; specifiek financieringsmechanisme; verplichte specifieke overeenkomst voor artistieke prestaties. 8
9 NAR-advies nr van 29 oktober 1996 met betrekking tot de toepassing van de sociale zekerheid op de schouwspelartiesten De NAR formuleert opmerkingen met betrekking tot enkele wetsvoorstellen: wetsvoorstel Moriau, Toussaint, Detienne en Wauters wetsvoorstel Vermassen en Vandenbossche NAR-advies nr van 23 oktober 2002 betreffende de toepassing van de sociale zekerheid op de kunstenaars wetsontwerp De Nationale Arbeidsraad maakt opmerkingen bij het wetsontwerp van 14 november met betrekking tot: het toepassingsgebied: De NAR is van mening dat het socialezekerheidsstelsel voor werknemers enkel maar toegepast kan worden op de podiumkunstenaars ; de financiering: het voorstel voorziet niet in een evenredige financiering ter compensatie van de meerkosten en de minderontvangsten die deze nieuwe regeling met zich brengt; de centralisering van de uitbetaling van de kinderbijslag (RKW), het vakantiegeld (RJV) en de verzekering voor arbeidsongevallen (FAO): De Raad acht het niet opportuun de verzekering van arbeidsongevallen voor podiumkunstenaars aan het FAO over te laten. Bovendien is de NAR in principe akkoord met de aansluiting bij de RJV, op voorwaarde dat voor de uitbetaling van het vakantiegeld een financiering wordt voorzien die in verhouding is met de uitgaven; de werking van de Commissie (podium)kunstenaars: de Raad stelt voor de procedure van de zelfstandigheidsverklaring grondig te bekijken, evenals de socio-economische factoren die dienen ter beoordeling van de zelfstandigheid. NAR-advies nr van 23 oktober 2002 betreffende de toepassing van de sociale zekerheid op de kunstenaars ontwerp van Koninklijk Besluit houdende vrijstelling van bepaalde werkgeversbijdragen ten behoeve van de werkgevers die kunstenaars tewerkstellen: De NAR maakt opmerkingen bij dit ontwerp van Koninklijk Besluit met betrekking tot: het toepassingsgebied: De NAR is van mening dat de bijdragevermindering beperkt moet worden tot de werkgevers die schouwspelartiesten tewerkstellen (in advies nr sprake van podiumkunstenaars ); de financiering: De Raad stipuleert dat hij enkel maar kan instemmen met de gunstmaatregel van de bijdragevermindering, indien voorzien wordt in een specifiek budget dat dient ter compensatie van de meerkosten en de minderontvangsten die het gevolg zullen zijn van deze regeling. 9
10 Het ontstaan van het Kunstenaarsstatuut Programmawet 24 december 2002 De programmawet van 24 december 2002 roept een artikel 1bis RSZ-wet in het leven volgens hetwelk eenieder die tegen betaling van een loon artistieke prestaties levert en/of artistieke werken produceert in opdracht van een natuurlijke of rechtspersoon, gelijkgesteld wordt met een werknemer. Waarbij: - een artistieke prestaties en/of werken gedefinieerd worden als: de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie bij twijfel over de notie artistieke prestatie beroep gedaan kan worden op de Commissie voor Kunstenaars; het om een weerlegbaar vermoeden gaat. Het is dus nog steeds mogelijk te kiezen voor het statuut van zelfstandige, indien de kunstenaar aantoont dat deze artistieke prestaties en/of werken niet worden geleverd in dezelfde socio-economische omstandigheden als die waarin een werknemer zich ten opzichte van zijn werkgever bevindt. Bovendien bepaalt de wet o.a. ook dat: de betaling van het kindergeld, het vakantiegeld en de vergoedingen ingevolge arbeidsongevallen gecentraliseerd worden bij respectievelijk de Rijksdienst voor Kinderbijslag (RKW), de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) en het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO) een nieuwe categorie van interimarbeid wordt voorzien (Artikel 1, 6 uitzendarbeidswet 1987). Voortaan is het mogelijk beroep te doen op een erkend Sociaal Bureau voor Kunstenaars (SBK) in vier gevallen: - voor de vervanging van een vaste werknemer; - bij tijdelijke vermeerding van werk; - voor de uitvoering van uitzonderlijk werk; - voor de levering van een artistieke prestatie en/of productie van een artistiek werk voor een occasionele gebruiker. De occasionele gebruiker heeft geen hoofdactiviteit in de artistieke sector en/of stelt geen ander personeel tewerk. Onder occasionele gebruiker en occasionele werkgever moet overeenkomstig KB van 23 mei 2003 tot uitvoering van artikel 1, 6 uitzendarbeidswet 1987 worden verstaan: De werkgever of gebruiker die niet als hoofdactiviteit heeft het organiseren van culturele manifestaties of het commercialiseren van artistieke creaties, of die geen ander personeel tewerkstelt waarvoor hij onderworpen is aan het sociale zekerheidsstelsel van de werknemers 10
11 DE COMMISSIE KUNSTENAARS Koninklijk Besluit van 26 juni 2003 houdende de organisatie en de werking van de Commissie Kunstenaars Met dit Koninklijk Besluit wordt de samenstelling en de procedure van de Commissie Kunstenaars vastgelegd. Deze Commissie spreekt zich uit over de zelfstandigheidsverklaring van bepaalde kunstenaars. Een individuele kunstenaar kan zich richten tot de Commissie met de vraag of zijn werkzaamheid valt onder het begrip artistieke prestatie. Het advies van de Commissie is echter niet bindend en het staat andere instellingen (RVA, RSVZ, ) vrij om dit advies al dan niet te volgen. Kanttekening! De Commissie Kunstenaars heeft zich reeds meermaals uitgesproken over het begrip artistieke prestatie. In het activiteitenverslag van de Commissie d.d. juni 2005 alsook de gepubliceerde ontwerptekst van activiteitenverslag van 2010 zijn dan ook enkele krijtlijnen te distilleren uit de administratieve rechtspraak van de Commissie Kunstenaars. Niet de persoon, maar de activiteit bepaalt of de prestaties als artistiek gekwalificeerd kunnen worden Enkele zuivere artistieke bezigheden worden onder dit begrip begrepen, waarbij: - Activiteiten slechts als artistiek aangemekt worden indien elementen van creativiteit of originaliteit de overhand hebben. - Het artistieke het overwicht moet halen op het technische, organisatorische, De beoordeling dient steeds in concreto te gebeuren, d.w.z. op basis van de feitelijke gegevens. Koninklijk Besluit van 26 juni 2003 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden- en modaliteiten met betrekking tot de zelfstandigheidsverklaring aangevraagd door bepaalde kunstenaars Artikel 3 van dit KB geeft de socio-economische indicatoren weer waarmee de Commissie Kunstenaars bij de toekenning van de zelfstandigheidsverklaring rekening houdt. Deze zijn: de aanwezigheid van een financieel plan of een bedrijfsplan of een uitlegbrief; een analyse van de boekhouding of van afschriften van relevante facturen; het werken met verschillende opdrachtgevers; de aanwezigheid van inkomsten uit andere beroepsbezigheden; het in dienst hebben van personeel; het maken van reclame in eigen naam voor werken of producten; het feit dat het inkomen van de betrokkene in belangrijke mate bepaald wordt door specifieke artistieke kwaliteiten; het beschikken over relevante opleiding of werkervaring; het feit dat betrokkene reeds is ingeschreven bij een sociale verzekeringsinstelling voor zelfstandigen; de naleving van de bijdrageverplichting of de stipte opvolging van toegekende betalingsfaciliteiten of de vrijstelling van betaling, toegekend door de Commissie voor vrijstelling van bijdragen. Het inlichtingenformulier dat door de Kunstenaar moet worden ingevuld werd vastgesteld bij Ministerieel Besluit van 12 december
12 DE BIJDRAGEVERMINDERING VOOR DE TEWERKSTELLING VAN KUNSTENAARS Koninklijk Besluit van 23 juni 2003 houdende maatregelen inzake de vermindering van de socialezekerheidsbijdragen verschuldigd voor de kunstenaar (bedragen gewijzigd bij KB 3 juli 2005) Om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om kunstenaars tewerk te stellen als loontrekkenden, en om werkgevers ertoe aan te zetten de bezoldiging van de kunstenaar te verhogen, wordt voorzien in een vermindering van sociale bijdragen voor: een bedrag van 55,67 euro per dag (maximum 50 dagen); of een bedrag van 7,33 per uur (maximum 380 uren per kwartaal). Voorwaarde voor de toepassing van de bijdragevermindering voor kunstenaars is wel dat minstens het interprofessioneel vastgelegd minimumloon betaald wordt. De evaluatie van het Statuut NAR-advies nr van 13 oktober 2010 betreffende de problematiek van de artistieke sector ten opzichte van de RSZ en de wet van 24 juli 1987 betreffende het ter beschikking stellen van werknemers Naar aanleiding van misbruiken die zich in de praktijk voordoen, bracht de NAR in oktober 2010 op eigen initiatief een advies uit. Na onderzoek kwam de NAR bij enkele lacunes terecht, namelijk: de arbeidswetgeving is niet automatisch van toepassing. Het is bovendien moeilijk voor kunstenaars om een arbeidsovereenkomst te bewijzen. Van een arbeidsovereenkomst is er slechts sprake indien men zich ertoe verbindt, bij wijze van overeenkomst, arbeid te verrichten onder het gezag van een werkgever, en dit voor een loon. Vaak zal de band van ondergeschiktheid ontbreken of moeilijk te bewijzen zijn voor een kunstenaar; moeilijkheden met betrekking tot artikel 1bis en de begrippen werkgever en derde betaler ; onduidelijkheid met betrekking tot het begrip artistieke prestatie. Om deze lacunes op te vullen en om misbruiken in de toekomst te vermijden, formuleert de NAR enkele denksporen: met betrekking tot de problematiek van het arbeidsrecht denkt de NAR als oplossing aan - het schrappen van het weerlegbaar vermoeden dat van toepassing is op alle kunstenaars uit artikel 1bis RSZ-wet en dit onder te brengen in de arbeidswet van 3 juli 1978; of - het schrappen van het weerlegbaar vermoeden artikel 1bis RSZ-wet en dit onder te brengen in de arbeidswet van 3 juli Dit enkel voor kunstenaars van het vermakelijkheidsbedrijf. 12
13 met betrekking tot werkgever en derde betaler adviseert de NAR : - het onrechtmatig gebruik van de naam SBK te vermijden; - het begrip derde betaler te verduidelijken. wat betreft het begrip artistieke activiteit adviseert de Raad: - het begrip te verduidelijken; en de bevoegdheden van de Commissie kunstenaars uit te breiden en te herzien. NAR-advies nr van 17 juli 2012 betreffende de problematiek van de artistieke sector ten opzichte van de RSZ en de wet van 24 juli 1987 betreffende het ter beschikking stellen van werknemers Wetsvoorstel de Padt et al. van 22 februari 2013 tot aanpassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten teneinde het statuut van de kunstenaars efficiënter te maken Dit wetsvoorstel wil tegemoet komen aan de opmerkingen geformuleerd door de NAR in zijn advies nr. 1744, door de arbeidswetgeving (wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten) van toepassing te verklaren op de kunstenaar (scheppend en uitvoerend) en artikel 1bis RSZwet op te heffen. Dit advies is een vervolg op het NAR-advies nr Het advies gaat dieper in op de problematiek en het misbruik van artikel 1bis en reikt enkele oplossingen aan met betrekking tot: het herzien van de procedure voor de Commissie Kunstenaars wat betreft de interne samenstelling en de opdrachten van de Commissie; de invoering van een beroepsvisum voor kunstenaars; de verplichting tot erkenning als werkgever door de RSZ indien men wil werken met overeenkomsten 1bis. 13
14 Het Kunstenaarsstatuut zoals we het nu kennen Art Programmawet I 24 december 2013 De programmawet van 24 december 2013 brengt wijzigingen aan aan artikel 1bis. Voortaan luidt de bepaling als volgt: Deze wet vindt eveneens toepassing op de personen die, omdat ze niet door een arbeidsovereenkomst kunnen zijn verbonden daar een of meerdere essentiële elementen voor het bestaan van de overeenkomst in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten ontbreken en die tegen betaling van een loon prestaties leveren of werken produceren van artistieke aard, in opdracht van een natuurlijke persoon of rechtspersoon. In dat geval wordt de opdrachtgever als de werkgever beschouwd en moet hij de verplichtingen bedoeld in de artikelen 21 en volgende naleven. Kortom, iedereen die: oud Voorwaarden Opdracht Loon Artistieke Prestatie Zonder arbeidsovereenkomst Verplichtingen Werkgever Diegene die loon betaalt Nieuw Opdracht Loon Artistieke Prestatie Niet door een arbeidsovereenkomst verbonden kunnen zijn Beschikken over een Visum Kunstenaar Opdrachtgever prestaties van artistieke aard levert, in opdracht, Nieuw is ook dat de artistieke aard van deze prestaties of werken, voor wie overeenkomstig artikel 1bis RSZ-wet wil of kan werken, aangetoond moet worden d.m.v. een visum kunstenaar. tegen betaling van een loon, niet door een arbeidsovereenkomst kan verbonden zijn daar 1 of meerdere essentiële elementen voor het bestaan van zo een overeenkomst ontbreken, kan genieten van een bescherming als werknemer binnen de sociale zekerheid. De opdrachtgever, anders dan voorheen het geval was, wordt als werkgever beschouwd en moet diens verplichtingen voldoen. 14
15 Dit visum: wordt afgeleverd door de Commissie Kunstenaars: - Op voorwaarde dat bij de aanvraag een verklaring op erewoord bezorgd wordt, waarin de kunstenaar verklaart dat hij/zij aan de voorwaarden van artikel 1bis RSZ-wet voldoet, wordt de kunstenaar voor een duur van 3 maanden vermoed overeenkomstig dit artikel te werken; - Dit vermoeden kan eenmaal hernieuwd worden, na ontvangst van een bewijs waarbij de aanvraag ontvankelijk wordt verklaard; - In geval van weigering, vervalt het vermoeden vanaf de datum van de weigering (Art. 1bis RSZ-wet). moet om de 5 jaar hernieuwd worden (Koninklijk Besluit van 26 maart 2014 tot aanvulling van het sociaal statuut der kunstenaars en tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van het visum kunstenaar en de kunstenaarskaart). Kanttekening! De programmawet van 24 december 2013 geeft geen definitie voor het leveren of werken produceren van artistieke aard. Art. 21, 2 van deze programmawet stelt wel dat: Om de artistieke aard van een prestatie of werk vast te stellen, inzonderheid rekening gehouden wordt met de activiteitensector waarin de prestatie of het werk werd gecreërd of uitgevoerd. (tegen deze bepaling werd o.a. een beroep tot vernietiging ingediend bij het Grondwettelijk Hof - zie arrest Grondwettelijk Hof nr. 115/2015 d.d. 17 september 2015) Daarnaast oordeelt de commissie Kunstenaars op basis van een methodologie bepaald in haar huishoudelijk reglement - bekrachtigd bij wijze van KB vastgesteld na overleg in de Ministerraad - of de betrokkene prestaties levert of werken produceert van artistieke aard, in de zin van art. 1bis RSZ-wet. moet, overeenkomstig het Minsterieel Besluit van 23 oktober 2015 betreffende het model van de kaart en het visum kunstenaars, door de kunstenaar op zijn werkplaats ter beschikking worden gehouden van de inspectiediensten en bevat volgende gegevens: - Het identificatienummer van de sociale zekerheid, of het bisnummer, of gelijk welk gegeven als bewijs van de identiteit van de kunstenaar; - De begindatum van geldigheid, de einddatum van geldigheid en het unieke identificatienummer van het visum; - Het logo, het telefoonnummer van het secretariaat en de handtekening van de Voorzitter van de Commissie Kunstenaars. 15
16 NAR-advies nr van 24 maart 2015 betreffende het Sociaal statuut van de kunstenaars Voorontwerp van wet houdende diverse sociale bepalingen follow-up van de adviezen nr en nr Dit advies is een vervolg op de NAR-adviezen nrs en 1810 en betreft een adviesaanvraag van de minister van Sociale zaken, betreffende een voorontwerp van wet, dat bepalingen tot herstelling van het sociaal statuut van de kunstenaars bevat. De NAR herinnert eraan dat de Raad van State op 19 november 2013 bij het ontwerp van Programmawet van 25 december 2013 een negatief advies had uitgebracht m.b.t. de bevoegdheid van de Commissie Kunstenaars. De Raad van State was van oordeel dat deze onwettig was, omdat ze te ruim was: - Art. 1bis, 2 RSZ-wet - Daarnaast oordeelt de commissie Kunstenaars op basis van een methodologie bepaald in haar huishoudelijk reglement bekrachtigd bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad of de betrokkene prestaties levert of werken produceert van artistieke aard in de zin van dit artikel. Aanvullend maakt de NAR op eigen initiatief ook enkele opmerkingen m.b.t. de tenuitvoerlegging van de kunstenaarskaart, nodig voor zij die vergoed willen/ kunnen worden bij wijze van de kleine vergoedingsregeling. De Raad dringt aan op het uitwerken van de kunstenaarskaart en werpt drie redenen op waarom de kunstenaarskaart nog niet afgegeven kan worden. Deze zijn: het nog niet werkzaam zijn van de Commissie Kunstenaars. De Raad dringt dan ook aan op de oprichting van deze Commissie en het voorzien in de noodzakelijke middelen zodat deze haar opdrachten correct kan uitoefenen; het nog ontbreken van regelgeving teinde de kunstenaarskaart concreet te kunnen afgeven; het ontstaan van een discussie omtrent de vraag of de papieren kunstenaarskaart niet vervangen moet worden door een elektronische kunstenaarskaart. De NAR stelt vast dat het voorontwerp tegemoet wil komen aan het advies van de Raad van State, door het herimplementeren van de definitie van het begrip prestatie of werk van artistieke aard, op basis waarvan de Commissie kunstenaars samen met haar huishoudelijke reglement oordeelt. De definitie luidt: - Onder het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken dient te worden verstaan de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie. 16
17 Art. 21 Wet van 20 juli 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken Artikel 1 van deze herstelwet herimplementeert de oude definitie van het begrip prestatie of werk van artistieke aard. Deze definitie luidt: Onder het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken dient te worden verstaan de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie. Door de implementatie: wordt tegemoet gekomen aan de opmerkingen van de Raad van State en de NAR. De Commissie Kunstenaars beslist voortaan op basis van deze definitie en haar, bij wijze van Koninkijk Besluit goedgekeurde, huishoudelijk reglement over de artistieke aard van een prestatie. stemt de definitie van artikel 1bis overeen met de definitie voor het begrip artistieke prestatie dat geïmplementeerd werd in de werkloosheidsreglementering bij wijze van MB 7 februari Zo wordt ook tegemoet gekomen aan de opmerkingen die reeds in het verleden door de NAR werden geformuleerd m.b.t. de coherentie in de definiëring van het begrip artistieke activiteit. DE COMMISSIE KUNSTENAARS Bij wijze van de programmawet van 24 december 2013 werden de bevoegdheden van de Commissie Kunstenaars uitgebreid. Naast de haar reeds toekomende bevoegdheden van: het op verzoek informeren van kunstenaars over hun rechten en plichten inzake de sociale zekerheid van werknemers of het sociaal statuut van de zelfstandigen; het afleveren van de verklaring zelfstandige activiteit; en het op verzoek of op eigen initiatief informeren of de kunstenaar terecht is aangesloten bij het sociaal statuut der zelfstandigen. zal de Commissie Kunstenaars voortaan ook: de kunstenaarskaart afleveren in het kader van de kleine vergoedingsregeling; het visum afleveren waarvan sprake in artikel 1bis, 1, vierde lid RSZ-wet; adviezen verstrekken over ontwerpen van wet, van besluit en over alle normontwerpen die haar door de auteur van deze ontwerpen worden voorgelegd. Tegen deze beslissingen is voortaan ook, overeenkomstig nieuw artikel 172, 5 programmawet 24 december 2002, beroep mogelijk bij de arbeidsrechtbank. 17
18 KB 17 juli 2014 tot uitvoering en tot bepaling van de inwerkingsdatum van artikel 4, 1 van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 tot aanvulling van het sociaal statuut der kunstenaars en tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning van het visum kunstenaar en van de kunstenaarskaart Conform de adviezen van de NAR werd de samenstelling van de commissie Kunstenaars grondig gewijzigd. De Commissie Kunstenaars heeft 2 kamers, een Nederlandstalige en een Franstalige. In deze respectievelijke kamers zetelen telkens: 1 vertegenwoordiger vanwege: RSZ (Rijksdienst voor sociale zekerheid) RSVZ (Rijksdienst voor sociale zekerheid voor de zelfstandigen) RVA (Rijksdienst voor arbeidsvoorziening) Vlaamse, respectievelijk Franstalige Gemeenschap 3 vertegenwoordigers vanwege: Interprofessionele vakbonden Werkgeversorganisaties Artistieke sector De samenstelling van de Commissie Kunstenaars kan door de Koning, bij besluit vastgesteld in de Ministerraad, uitgebreid worden. Kanttekening! De programmawet van 24 december 2013 liet artikel 172, 1 onaangeroerd. Artikel 172, 1 luidde: Er wordt een commissie kunstenaars opgericht, hierna de commissie genoemd, samengesteld uit ambtenaren van de Rijksdienst voor sociale zekerheid en het Rijksinstituut sociale verzekeringen der zelfstandigen en zij wordt voorgezeten door een onafhankelijke persoonlijkheid. NAR-advies nr van 24 maart 2015 betreffende het Sociaal statuut van de kunstenaars Voorontwerp van wet houdende diverse sociale bepalingen follow-up van de adviezen nr en nr Dit advies is een vervolg op de NAR-adviezen nrs en Het betreft een adviesaanvraag van de minister van Sociale zaken, betreffende een voorontwerp van wet, dat bepalingen tot herstelling van het sociaal statuut van de kunstenaars bevat. De NAR maakt opmerkingen bij dit ontwerp met betrekking tot de oprichting en de samenstelling van de Commissie Kunstenaars: De NAR wijst erop dat het KB van 26 maart 2014 de samenstelling van de commissie verruimt ten opzichte van wat in de wettelijke basis in Artikel 172, 1 van de Pogrammawet van 24 december 2002 staat. De NAR is dan ook van mening dat het voorliggende ontwerp van wet houdende diverse sociale bepalingen, rechtszekerheid wil brengen door meer precies te bepalen hoe de commissie is samengesteld en het KB van 26 maart 2014 in overeenstemming te brengen met art. 172 van de programmawet van 24 december Dit heeft aanleiding gegeven tot een ontwerp van wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, en een advies van de NAR d.d. 24 maart
19 Art. 20 Wet van 20 juli 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken Artikel 20 van de wet van 29 juli 2015 wil tegemoetkomen aan de opmerking van de NAR met betrekking tot de samenstelling van de commissie Kunstenaars. Voortaan luidt artikel 172, 1 Programmawet 24 december 2002, als volgt: Binnen de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid wordt een commissie Kunstenaars opgericht, hierna de Commissie genoemd, samengesteld uit ambtenaren van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen en van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, evenals vertegenwoordigers aangeduid door de syndicale organisaties op interprofessioneel niveau, werkgeversorganisaties en de artistieke sector; zij wordt voorgezeten door een onafhankelijk persoon. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling van de Commissie uitbreiden. De commissie kan het advies van experten inwinnen. NAR-advies nr van 24 juni 2015 betreffende het Sociaal statuut van de kunstenaars followup van de adviezen nr. 1744, nr en nr Adviesaanvraag over een ontwerp van koninklijk besluit en een ontwerp van ministerieel besluit Werking van de Commissie Kunstenaars en model van de kaart en van het visum kunstenaars Dit advies is een vervolg op het NAR-adviezen nrs. 1744, 1810 en De NAR formuleert opmerkingen met betrekking tot: De werking van de commissie kunstenaars - M.b.t. de wijze van beraadslaging: stemming, aanwezigheidsquorum, - Secretariaat van de Commissie Kunstenaars Verdere regels m.b.t. de kunstenaarskaart (kleine vergoedingsregeling) 19
20 Koninklijk Besluit van 27 september 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wat betreft het statuut van de kunstenaars, en van het koninklijk besluit van 26 juni 2003 houdende de organisatie en de werking van de Commissie Kunstenaars Dit KB legt enkele aspecten van de werking van de Commissie Kunstenaars vast. Het gaat daarbij onder meer om: Het presentiegeld voor de voorzitter; Het belasten van de FOD SZ met het secretariaat van de commissie en de voorbereiding van haar werkzaamheden; De wijze van beraadslaging en stemming van de Commissie Kunstenaars; Kanttekening! De aanhef van dit Koninklijk Besluit somt op dat: de Commissie momenteel een achterstand heeft van duizenden dossiers; het wettelijk statuut van de kunstenaars onduidelijk is aangezien de regelgeving bepaalt dat zij moeten beschikken over een kunstenaarskaart om gebruik te maken van de kleinevergoedingsregeling en over een kunstenaarsvisum om gebruik te maken van de zogenaamde regeling 1bis, terwijl de Commissie deze nog steeds niet kan uitreiken; gezien deze rechtsonzekerheid voor de kunstenaars, de situatie zo snel mogelijk moet verduidelijkt worden en de teksten zo spoedig mogelijk moeten gepubliceerd worden zodat de Commissie aan het werk kan gaan. Minsterieel Besluit van 23 oktober 2015 betreffende het model van de kaart en het visum kunstenaars Bij wijze van dit besluit worden verdere regels vastgelegd m.b.t. de kunstenaarskaart (voor wie beroep doet op de kleine vergoedingsregeling) en het visum kunstenaars. Kanttekening! Bij de publicatie van dit Ministerieel Besluit was nog geen huishoudelijk reglement goedgekeurd en bekrachtigd bij wijze van Koninklijk Besluit Koninklijk Besluit van 29 februari 2016 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Commissie Kunstenaars Overeenkomstig artikel 1bis RSZ-wet oordeelt de Commissie Kunstenaars of een prestatie en/of werk van artistieke aard is, op basis van de definitie van artikel 1bis RSZ-wet en haar, bij wijze van Koninklijk Besluit goedgekeurde, huishoudelijk reglement. Dit reglement verschaft ons inzage in de wijze waarop de Commissie Kunstenaars het begrip artistieke prestatie. Voortaan oordeelt de Commissie of er sprake is van een prestatie/en of werk van artistieke aard op basis van: de definitie van artikel 1bis RSZ-wet: Onder het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken dient te worden verstaan de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie., en de methodologie vermeld in haar huishoudelijk reglement. het artikel 17 van het Huishoudelijk Reglement volgens hetwelke de Commissie naast deze definitie evenzeer: - kan onderzoeken in welke mate het artistieke, technische en/of organisatorische aspect het overwicht haalt tijdens de uitoefening van de activiteiten; 20
21 - zich kan laten inspireren door de wetgeving m.b.t. auteursen naburige rechten; - rekening kan houden met de meest actuele aangewende vormen en technieken, technologieën, materialen die de aanvrager gebruikt om een artistieke prestatie/creatie te verwezenlijken. Verder bevat het Huishoudelijk Reglement bepalingen m.b.t. de beraadslaging van de Commissie, de behandeling van vragen om inlichtingen, de verspreiding van informatie,.... Zo: gebeurt het onderzoek naar de artistieke aard van een prestatie op elke aanvraag (artikel 17 Huishoudelijk Reglement); kan men ook buiten het kader van een aanvraag voor een kunstenaarsvisum of zelfstandigheidsverklaring vragen m.b.t. de artistieke aard van een prestatie voorleggen aan de Commissie Kunstenaars. Deze vragen gebeuren steeds schriftelijk (artikel 18, 3 Huishoudelijk Reglement). DE BIJDRAGEVERMINDERING VOOR DE TEWERKSTELLING VAN KUNSTENAARS Wet van 24 april 2014 houdende aanpassingen van de vermindering van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid ten gevolge van de 6e staatshervorming In het kader van de zesde staatshervorming werd de bijzondere bijdragevermindering die werkgevers genieten, omgevormd tot een doelgroepvermindering. Deze nieuwe vermindering geldt vanaf 1 januari In het kader hiervan werd ook het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de nonprofit sector en van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I),betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen gewijzigd bij wijze van KB van 24 april Technische informatie omtrent deze doelgroepvermindering vind je in de administratieve instructies RSZ. 21
Het statuut van de kunstenaar
Het statuut van de kunstenaar Een aantal voordelen en knelpunten juli 2012 www.kunstenloket.be Voorwoord Het kunstenaarsstatuut bestaat sinds 1 juli 2003. Een aantal specifieke regels maken het de kunstenaar
Het sociaal statuut van de kunstenaars
Het sociaal statuut van de kunstenaars Inhoud Het begrip kunstenaarsstatuut... 2 Welke statuten bestaan er in België?... 2 Hoe kan je weten onder welk sociaal stelsel een werker valt?... 3 Het principe...
KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR)
KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR) VEELGESTELDE VRAGEN MAART 2016 2 1. INHOUD 4... 1. PRINCIPE 4 A. Wat is de kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars (KVR)? 4... 2. VOORWAARDEN 4 A.
Kleine vergoedingsregeling Voor kunstenaars (KVR) Veelgestelde vragen
Kleine vergoedingsregeling Voor kunstenaars (KVR) Veelgestelde vragen Januari 2018 Inhoud 1. Principe A. Wat is de kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars (KVR)? 2. Voorwaarden A. Voor welke activiteiten
Het Statuut van de Kunstenaar
Het Statuut van de Kunstenaar 1 Het statuut van de kunstenaar Ik ontvang een vergoeding wat nu? Werkloosheidsreglementering + artistieke activiteit 2 België: 3 statuten in de Sociale Zekerheid - Werknemer
Hoe worden kunstenaars vergoed? Michael Van den Eynde 27 april 2013
Hoe worden kunstenaars vergoed? Michael Van den Eynde 27 april 2013 Overzicht 20 december 2012 1. Kunstenaarsstatuut 2. Wat is een artistieke prestatie? 3. Vergoeding voor een artistieke prestatie 3.1.
WERKEN ALS KUNSTENAAR
KUNSTENAAR Wie is kunstenaar?... 1 Werken als kunstenaar... 2 Werken via Tentoo... 2 De kleine vergoedingsregeling... 2 Artistieke prestatie VS het kunstenaarsstatuut... 4 Het Kunstenaarsstatuut... 5 De
KIEZEN VOOR HET JUISTE STATUUT
KIEZEN VOOR HET JUISTE STATUUT Vergoedingswijzen in de creatieve sector Christine Nozaradan STUK, Leuven 16 december 2014 Statuut? Beroepsactiviteit Werknemer Zelfstandige Ambtenaar 2 Statuut? Artistieke
Aan de slag in de dans. Statuten en vergoedingen
Aan de slag in de dans Statuten en vergoedingen Stijn Michielsen 4 maart 2019 Statuten en vergoedingen (Artistieke) Prestatie Auteurs- en naburige rechten Werknemer Occasionele prestatie Kostenvergoeding
nationale arbeidsraad
nationale arbeidsraad A D V I E S Nr. 1.336 ------------------------------ Zitting van dinsdag 6 februari 2001 Uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 22 december 2000 jaarlijkse vakantie x x
WERKEN ALS KUNSTENAAR
KUNSTENAAR Wie is kunstenaar?... 1 Werken als kunstenaar... 2 Werken via Tentoo... 2 De kleine vergoedingsregeling... 2 Artistieke prestatie VS het kunstenaarsstatuut... 3 Het Kunstenaarsstatuut... 4 De
Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen
Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van
Uittreksel m.b.t. de doelgroepvermindering mentors :
Programmawet (I) van 24 december 2002 Titel IV. Werk - Hoofdstuk 7. Harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van sociale zekerheidsbijdragen (B.S. 31.12.2002) Uittreksel
MEDEDELING Nr. 12 -------------------------------- Zitting van donderdag 28 maart 2013 -----------------------------------------------------
MEDEDELING Nr. 12 -------------------------------- Zitting van donderdag 28 maart 2013 ----------------------------------------------------- MEDEDELING BETREFFENDE DE INTERPRETATIE VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDS-
KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR)
KLEINE VERGOEDINGSREGELING VOOR KUNSTENAARS (KVR) VEELGESTELDE VRAGEN 2 1. INHOUD 4... 1. PRINCIPE 4 A. Wat is de kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars (KVR)? 4... 2. VOORWAARDEN 4 A. Voor welke
INLICHTINGENFORMULIER ZELFSTANDIGHEIDSVERKLARING KUNSTENAAR
INLICHTINGENFORMULIER Inlichtingenformulier Kc ZELFSTANDIGHEIDSVERKLARING KUNSTENAAR art.1 Koninklijk besluit van 26 juni 2003 - B.S.17 juli 2003 DOOR DE KUNSTENAAR ZELF IN TE VULLEN Met dit formulier
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid»
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» SCSZ/07/162 BERAADSLAGING NR. 07/059 VAN 6 NOVEMBER 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS
Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten
Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten Jozef II-straat 47 B-1000 BRUSSEL Tel. (02) 239 12 11 Aan mevrouw Aan de heer Gouverneur Burgemeester Voorzitter
Het statuut van de kunstenaar Enkele knelpunten
Het statuut van de kunstenaar Enkele knelpunten Voorwoord De lijst met knelpunten welke volgt is niet exhaustief. De opsomming is gebaseerd op de vragen welke onze consulenten krijgen en hun analyses van
Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1
Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Definities HOOFDSTUK III. - De organisatienota HOOFDSTUK IV. - Aansprakelijkheid
Wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers (BS 02.07.1981)
Wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers (BS 02.07.1981) Gewijzigd bij : (1) Programmawet van 22 december 2003 (BS 31.12.2003) Gewijzigd bij : (2) Programmawet
HET KUNSTENAARS- STATUUT. www.kunstenloket.be
HET KUNSTENAARS- STATUUT www.kunstenloket.be INLEIDING We krijgen bij het Kunstenloket vaak vragen rond het kunstenaarsstatuut: wat is het precies, wie heeft er recht op en hoe kies je het juiste statuut
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/10/085 BERAADSLAGING NR 10/016 VAN 2 MAART 2010, GEWIJZIGD OP 6 JULI 2010, MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING
MEMORIE VAN TOELICHTING
VOORONTWERP VAN DECREET HOUDENDE WIJZIGING VAN ARTIKEL 339 VAN DE PROGRAMMAWET (I) VAN 24 DECEMBER 2002 MEMORIE VAN TOELICHTING A. Algemene toelichting 1. Samenvatting Het decreet van 4 maart 2016 houdende
A D V I E S Nr. 1.810 ----------------------------- Zitting van dinsdag 17 juli 2012 -------------------------------------------
A D V I E S Nr. 1.810 ----------------------------- Zitting van dinsdag 17 juli 2012 ------------------------------------------- Problematiek van de artistieke sector ten opzichte van de RSZ (derde betaler)
A D V I E S Nr. 1.908 ------------------------------- Zitting van dinsdag 15 juli 2014 ------------------------------------------
A D V I E S Nr. 1.908 ------------------------------- Zitting van dinsdag 15 juli 2014 ------------------------------------------ Regelgeving inzake betaald educatief verlof Ontwerp van koninklijk besluit
Het kunstenaarsstatuut
Het kunstenaarsstatuut Inleiding We krijgen bij Cultuurloket vaak vragen rond het kunstenaarsstatuut: wat is het precies, wie heeft er recht op en hoe kies je het juiste statuut als je als kunstenaar
Doelgroepverminderingen voor eerste aanwervingen wat te doen bij weigeringsbeslissing RSZ?
Doelgroepverminderingen voor eerste aanwervingen wat te doen bij weigeringsbeslissing RSZ? Inleiding 1. Nieuwe werkgevers kunnen, onder bepaalde voorwaarden, voor de eerste zes werknemers die zij aanwerven
HET KUNSTENAARS- STATUUT.
HET KUNSTENAARS- STATUUT www.kunstenloket.be INLEIDING We krijgen bij het Kunstenloket vaak vragen rond het kunstenaarsstatuut: wat is het precies, wie heeft er recht op en hoe kies je het juiste statuut
A D V I E S Nr Zitting van dinsdag 26 januari
A D V I E S Nr. 1.971 ------------------------------- Zitting van dinsdag 26 januari 2016 ----------------------------------------------- Flexi-jobs Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het
VERGOEDINGEN INFONOTA
VERGOEDINGEN INFONOTA Algemeen Voor VLAMO willen we het combineren van vergoedingsmogelijkheden beperken. Enkel indien er geen andere mogelijkheid is, zal een combinatie toegelaten worden. Dat houdt in
Dienst. voor de. Bijzondere Socialezekerheidsstelsels
Dienst voor de Bijzondere Socialezekerheidsstelsels (DIBISS) + Sociaal statuut van de Onthaalouders Laatste update: 1/01/2015 (versie 2015.1) ALGEMEENHEDEN... 3 TOEPASSINGSGEBIED... 3 HET SOCIAAL STATUUT...
Koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques (BS 11.07.2007)
Koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques (BS 11.07.2007) Gewijzigd bij: (1) Koninklijk Besluit van 22 juli 2009 tot wijziging van het Koninklijk besluit van 7
Artikel 10 MB spreekt van de artiest-muzikant en de artiest van het spektakelbedrijf.
Juridische analyse van de specifieke werkloosheidsregels van toepassing op kunstenaars en de interpretatie daarvan in de infobrief artiesten van 19.12.2011 van de RVA. Artikel 10 MB 26.11.1991: de regel
A D V I E S Nr. 1.938 ------------------------------- Zitting van maandag 27 april 2015 ------------------------------------------------
A D V I E S Nr. 1.938 ------------------------------- Zitting van maandag 27 april 2015 ------------------------------------------------ Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 118 van 27 april 2015 tot vaststelling
Projectsubsidies organisaties: doel
Projectsubsidies organisaties: doel De projectsubsidiëring is erop gericht organisaties die niet structureel ondersteund worden, de kans te bieden om één project, afgerond in tijd en doelstelling, te realiseren.
Aanvraagformulier tot tegemoetkoming voor de loonkosten en/of voor kosten voor diensten voor de individuele huisarts
Aanvraagformulier tot tegemoetkoming voor de loonkosten en/of voor kosten voor diensten voor de individuele huisarts Dit formulier moet opgestuurd worden naar het Participatiefonds en dat uiterlijk op
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid
1 Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/14/203 BERAADSLAGING NR 11/016 VAN 1 MAART 2011, GEWIJZIGD OP 6 MAART 2012, OP 15 JANUARI 2013 EN OP 2 DECEMBER
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ;
1/6 Advies 69/2018 van 25 juli 2018 Betreft: adviesaanvraag over het ontwerp van Koninklijk besluit tot uitvoering van artikelen 19 en 25 van de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING VOOR SOMMIGE OUDERE WERKNEMERS, IN GEVAL VAN HAL- VERING VAN DE ARBEIDSPRESTATIES, GEWIJZIGD
HOOFDSTUK I.- Definities. Artikel 1.- Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
Koninklijk besluit van 30 januari 2003 tot vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor de toekenning van de toelage tot ondersteuning van acties die betrekking hebben op de bevordering
FAQ Sociaal Statuut van de Kunstenaar
FAQ Sociaal Statuut van de Kunstenaar Sinds 1 juli 2003 is de wetgeving rond het sociaal statuut van de kunstenaar van kracht. Hieronder worden kort enkele prangende vragen beantwoord. Wie graag wat uitgebreidere
