Bedieningshandleiding. Tastsensormodule
|
|
|
- Diana van den Pol
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bedieningshandleiding 1. Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Bij niet respecteren van de handleiding kan schade aan het apparaat, brand of ander gevaar ontstaan. Aansluiting van de tastsensormodule uitsluitend op het relais- /dimstation Universeel (geen netpotentiaal). Deze handleiding is onderdeel van het product en moet door de eindklant worden bewaard. 2. Functie 2.1. Correct gebruik voor aansluiting op het relaisstation 8-voudig Universeel art.nr.: RS 8 REGHE en her 4-voudige universele dimstation art.nr.: UDS 4 REGHE Montage in inbouwdoos conform DIN Producteigenschappen 8 kanalen van het relaisstation aanstuurbaar: schakelen, toetsen, jaloezie 16 kanalen bij parallel geschakeld relaisstation in combinatie met tastsensor-uitbreidingsmodule. 4 dimkanalen van het dimstation zijn aan te sturen 8 dimkanalen zijn aan te sturen bij twee parallel geschakelde dimstations in combinatie met taster-uitbreidingsmodule art.nr TSEM Alle kanalen van het relais-/dimstation zijn in uitleveringstoestand schakelbaar. Centrale functie: alle gekozen kanalen van het relais-/dimstation worden centraal aangestuurd Stand: Okt
2 Completering met tasterset 1-, 2-, 3- of 4-voudig Programmering onder extra hulpmiddelen. Vrije toekenning van de groepen aan de kanalen. Rode LED als statusindicatie (uitschakelbaar). Blauwe oriëntatielamp (uitschakelbaar). Terugmelding van de schakeltoestanden op alle aangesloten tastsensormodules en sensormodules. Tot maximaal 4 tastsensormodules met max. 4 tastsensoruitbreidingsmodules kunnen op een relais-/dimstation worden aangesloten (toepassing bijv. in wissel- of kruisschakelingen). Klonen van tastsensormodules: overdragen van de knoptoekenning van een sensormodule naar een andere sensormodule. Toepassing bijv. in wissel- of kruisschakelingen (klonen van tastsensormodules en tastsensormodules met uitbreidingsmodule is mogelijk) Eenvoudige installatie via 2-draads kabel Afdekkingen beschrijfbaar met laser-beletteringstool op internet 3. Bediening Iedere knop kan afhankelijk van de programmering over het hele oppervlak of boven/onder worden bediend. De werking hangt af van de instelling van het relais-/dimstation. Schakelen/toetsen: knop kort bedienen Jaloezie bewegen: knop lang bedienen Jaloezie stoppen of lamellen verstellen: knop kort bedienen. Informatie voor elektromonteurs 4. Montage en elektrische aansluiting GEVAAR! Elektrische schok bij aanraken van onderdelen in de inbouwomgeving die onder spanning staan. Elektrische schokken kunnen dodelijk letsel tot gevolg hebben. Voor werkzaamheden aan apparaat vrijschakelen en onder spanning staande onderdelen in de omgeving afdekken! Adapterraam bevestigen Een adapterraam is nodig afhankelijk van de designreeks LS reeks en Flat Design Het addapterraam LS4AR is voorgemonteerd AS500 en A reeksen Het adapterraam LS4AR is niet nodig. Demonteer het adapterraam door op een hoek van het raam te drukken. CD500 Het adapterraam LS4AR is niet nodig. Demonteer het adapterraam door op een hoek van het raam te drukken. Bevestig het adapterraam CD4AR. Klik het adapterraam CD4AR in de 2
3 juiste richting van de voorkant van de module naar achter. Let op het label TOP. Aansluiting Opgelet! Aansluiting van de tastsensormodule uitsluitend op het relais- /dimstation Universeel. Afb. 1: Aansluiting van de tastsensormodule (TSM) en tastsensoruitbreidingsmodle (TSEM) uitsluitend op het relaisstation Universeel. Apparaat monteren en aansluiten (1) Draagring (2) Frame (3) Adapterframe (4) (TSM) (5) Borgschroef (6) Tasterset Afb. 2: Montage 3
4 (7) Aansluitklem (8) Doosschroeven Afb. 3: Montage met uitbreidingsmodule (9) Aansluitkabel (10) Steekplaats (11) Tastsensor-uitbreidingsmodule (TSEM) (12) Frames (13) Dubbele draagring Draagringzijde A voor A-programma, CD-programma en FD-design. Draagringzijde B voor LS-programma's. Bij gebruik van de tastsensor-uitbreidingsmodule (afb. 3): montage bij voorkeur verticaal. Dubbele draagring (13) gebruiken. Bij montage op slechts een inbouwdoos de onderste schroeven in de wand verzinken, bijv. met gat ø 6 x 10 mm. Draagring als sjabloon gebruiken. GEVAAR! Bij montage met 230 V-apparaten onder een gemeenschappelijke afdekking, bijv. contactdozen, bestaat in geval van storing electrocutiegevaar! Elektrische schokken kunnen dodelijk letsel tot gevolg hebben. Geen 230 V-apparaten in combinatie met een tastsensoruitbreidingsmodule onder een gemeenschappelijke afdekking installeren! Draagring (1) resp. (13) in correcte positie op een apparatuurdoos monteren. Markering TOP = boven; markering A of B voor. Uitsluitend de meegeleverde doosschroeven (8) gebruiken. Frame (2) op de draagring plaatsen. Tastsensor-uitbreidingsmodule (11) bij voorkeur onder monteren. Aansluitkabel (9) tussen draagring en tussenschot leggen. Tastsensor-uitbreidingsmodule: aansluitkabel (9) in correct positie in steekplaats (10) in de tastsensormodule plaatsen. Aansluitkabel niet afklemmen. (4) met aansluitklem (7) op het relais-/dimstation aansluiten en op de draagring steken. 4
5 met de meegeleverde kunststof schroeven (5) op de draagring bevestigen. Kunststof schroeven slechts iets aantrekken. 5. Inbedrijfname De tastsensormodule is na aansluiting op het relais-/dimstation Universeel direct klaar voor gebruik (eerste inbedrijfstelling). Relaisstation Universeel Knop 1 boven Uitgang 1 Knop 1 onder Uitgang 2 Knop 2 boven Uitgang 3 Knop 2 onder Uitgang 4 Knop 3 boven Uitgang 5 Knop 3 onder Uitgang 6 enz... Dimstation Universeel Knop 1 boven Uitgang 1 lichter Knop 1 onder Uitgang 2 donkerder Knop 2 boven Uitgang 3 lichter Knop 2 onder Uitgang 4 donkerder Knop 3 boven Uitgang 5 lichter enz... Bij gebruik van de tastsensormodule met tastsensoruitbreidingsmodule op een relais-/dimstation heeft de tastsensoruitbreidingsmodule bij uitlevering geen functie. Afb. 4: Knoptoekenning in uitleveringstoestand zonderen met tastsensoruitbreidingsmodule. 5
6 6. Groepering De tastsensormodule kan met de tastersets 1-, 2-, 3- en 4-voudig worden gebruikt. Overeenkomstig de afdekking en de te schakelen kanalen moet de tastsensormodule en de tastsensor-uitbreidingsmodule worden gegroepeerd. Voor de toekenning moet de afdekking zijn weggenomen. Bezetting van de knoppen Iedere knop kan over het hele oppervlak of gedeeld boven/onder worden bediend. Hiervoor worden de knoppen als volgt toegewezen. Afb. 5: Knopbezetting voor bediening over het hele oppervlak of boven/onder, voor afdekkingen 1-, 2-, 3- en 4-voudig. Voorbeelden (afb. 5). Op een apparaat kunnen volledige en boven/ onder-bediening worden gecombineerd. 6
7 Knop 1-voudig volledige oppervlak bezetten. Microtoets 1 en dan 16 bedienen. Boven/onder bezetten: bovenste helft: microtoets 1 en dan 4 bedienen onderste helft: microtoets 13 en dan 16 bedienen Knop 2-voudig Volledig oppervlak linker knop bezetten: Microtoets 1 en dan 14 bedienen. Volledig oppervlak rechter knop bezetten: Microtoets 3 en dan 16 bedienen. Boven/onder bezetten: Linder knop bovenste helft: microtoets 1 en dan 2 bedienen onderste helft: microtoets 13 en dan 14 bedienen enz. Activering van de groeperingsmodus De groeperingsmodus wordt op de tastsensormodule geactiveerd. In de groeperingsmodus worden geen schakelcommando's uitgevoerd. Afdekking is niet gemonteerd. Microtoetsen na elkaar bedienen. Alle LED's knipperen 2x Microtoetsen opnieuw na elkaar bedienen. Alle LED's knipperen 2x LED's 1 t/m 8 (16) knipperen, de groeperingsmodus is actief. Na 2 minuten zonder bediening terug naar normaal bedrijf. Toekenning van de knoppen aan de uitgangen van het relais- /dimstation Groeperingsmodus is actief. LED's vrije kanalen knipperen. LED's toegewezen kanalen branden permanent Een eenheid bestaande uit TSM en TSEM wordt via de TSM in bedrijf genomen. Bezette toetsen worden bij een nieuwe toekenning overschreven. Met microtoets 1-8 (16) kanaal 1-8 (16) van het relais-/dimstation kiezen. LED van het gekozen kanaal brandt. Allen andere LED's zijn uit. 2 microtoetsen van de toegekende knop bedienen (afb. 5). LED's vrije kanalen knipperen. LED's toegewezen kanalen branden permanent De toekenning net zo vaak herhalen, tot alle gewenste kanalen zijn toegekend. Verder met centrale functie of toekenning beëindigen. Microtoets 16 lang (ca. 3 seconden) bedienen. Toekenning beëindigd Normaal bedrijf 7
8 Centrale functie Groeperingsmodus is actief. Er is minimaal één toets niet bezet. Bezette toetsen worden bij toekenning overschreven. Er kan ook alleen centraal AAN of centraal UIT worden ingesteld. Centraal AAN en centraal UIT kunnen in willekeurige volgorde worden bezet. Microtoets 15 lang (ca. 3 seconden) bedienen, LED 1 en 2 knipperen. Knop 1 voor centraal AAN bedienen, LED 1 brandt 2 microtoetsen van de toegekende knop bedienen LED 1 brandt LED 2 knippert Knop 2 voor centraal UIT bedienen LED 2 brandt 2 microtoetsen van de toegekende knop bedienen LED 1 en 2 branden Microtoets 16 lang (ca. 3 seconden) bedienen Toekenning beëindigd, normaal bedrijf Afb. 6: Microtoetsen Veranderen van een bestaande toekenning Groeperingsmodus activeren LED's vrije kanalen knipperen. LED's toegewezen kanalen branden permanent Bij verandering van de centrale functie toets 15 lang bedienen. Met microtoets 1-8 (16) nieuwe kanaal 1-8 (16) van het relais- /dimstation kiezen. LED van het gekozen kanaal brandt 2 microtoetsen van de te veranderen knop bedienen (afb. 5). Microtoets 16 lang (ca. 3 seconden) bedienen Toekenning beëindigd Normaal bedrijf 8
9 8. Status-LED aan- resp. uitschakelen De tastsensormodule is in normaal bedrijf Tasterset is niet gemonteerd. Knop boven resp. onder die in lijn ligt met de LED gedurende 10 seconden bedienen Rode status-led naast de knop wordt in- resp. uitgeschakeld. 9. Bedrijfs-LED aan- resp. uitschakelen De tastsensormodule is in normaal bedrijf (d.w.z. niet in de programmeermodus). Tasterset is gemonteerd. op de 4 hoeken gedurende ca. 10 seconden bedienen (4 microtoetsen op de hoeken, , worden tegelijkertijd bediend). Blauwe bedrijfs-led is in- resp. uitgeschakeld. De tastsensor-uitbreidingsmodule heeft geen bedrijfs-led 10. Reset naar de uitleveringstoestand terugzetten. Alle instellingen worden overschreven. De tastsensormodule is in normaal bedrijf. Microtoetsen na elkaar bedienen. Alle LED's knipperen 2x Microtoetsen opnieuw na elkaar bedienen. Alle LED's knipperen 2x. Uitleveringstoestand is hersteld. is gebruiksklaar. 11. Knoppen monteren De knoppen staan als complete tasterset ter beschikking. Afzonderlijke knoppen of de gehele tasterset kunnen worden vervangen door knoppen met symbolen. Het montagehulpmiddel is voor de montage van de knoppen niet nodig. Knoppen correct op het apparaat positioneren en met kort indrukken vastklikken. Markering TOP = boven aanhouden. Knoppen laseren onder 9
10 12. Klonen van tastsensormodules Met klonen wordt het overdragen van de knoptoekenning van een tastsensormodule naar een andere tastsensormodule bedoeld. Tijdens het klonen is bediening van het relais-/dimstation niet mogelijk. Alleen tastsensormodules kunnen onderling worden gekloond. Er zijn meerdere tastsensormodules op het relais-/dimstation aangesloten. Toetsen MODE en Central Switching Mode tegelijkertijd indrukken, tot de LED's c, ON/n en OFF/o knipperen. Relais-/dimstation en tastsensormodule bevinden zich in kloonbedrijf. Op de tastsensormodules knipperen alle rode LED's. Binnen ca. 2 minuten op de tastsensormodule, die gekloond moet worden, een knop indrukken. Op de tastsensormodule knipperen alle rode LED's snel. Op de alle andere tastsensormodules knipperen alle rode LED's gewoon verder. Binnen ca. 2 minuten op een andere tastsensormodule een knop indrukken. Op de beide tastsensormodules knipperen alle rode LED's snel. De tastsensormodule heeft de knoptoekenning overgenomen en het kloonbedrijf wordt beëindigd. Voor overige tastsensormodules de hiervoor beschreven stappen herhalen. Het kloonbedrijf kan niet handmatig worden beëindigd. Om het momentele kloonbedrijf te onderbreken, 2 minuten geen tastsensormodule aanraken. Wanneer op het relais-/dimstation het kloonbedrijf werd geactiveerd, zonder dat er tastsensormodules zijn aangesloten, dan wordt het kloonbedrijf na 2 minuten automatisch beëindigd. 13. Bijlage Technische gegevens Voedingsspanning via relais-/dimstation Universeel DC 24 V Stroom min. TSM ca. 3 ma Stroom max. TSM ca. 12 ma Stroom min. TSM + TSEM ca. 3 ma Stroom max. TSM + TSEM ca. 19 ma Beschermingsklasse IP20 Veiligheidsklasse III Omgevingstemperatuur C Opslagtemperatuur C Aansluittype Aansluitklem Kabellengte max. 100 m Kabeltype J-Y(St)4 2x2x0,8 10
11 13.2. Toebehoren Tastsensoruitbreidingsmodule Tasterset 1-voudig, compleet Tasterset 2-voudig, compleet Tasterset 3-voudig, compleet Tasterset 4-voudig, compleet Knop 1-voudig met symbolen Knop 2-voudig met symbolen Knop 4-voudig met symbolen voor knop 1 of 4 voor knop 2 of 3 Art.nr.: 4094 TSEM Art.nr.:..401 TSA.. Art.nr.:..402 TSA.. Art.nr.:..403 TSA.. Art.nr.:..404 TSA.. Art.nr.:..401 TSAP.. Art.nr.:..402 TSAP.. Art.nr.:..404 TSAP..14 Art.nr.:..404 TSAP Hulp bij de tastertoewijzing Kanaal relaisstation Programmering knopbezetting Voorbeeld 11
12 13.4. Garantie Wij bieden garantie in het kader van de wettelijke bepalingen. U gelieve het apparaat franco met een beschrijving van de fout/storing aan onze centrale serviceafdeling te zenden. ALBRECHT JUNG GMBH & CO. KG Service-Center Kupferstr D Lünen Service-Line: +(49) Telefax: +(49) [email protected] Technische dienst (allgemeen) Service-Line: +(49) Telefax: +(49) [email protected] Technische dienst (KNX) Service-Line: +(49) Telefax: +(49) [email protected] Het -teken.is een vrijhandelsteken dat uitsluitend voor de autoriteiten bedoeld is en geen toezegging van produkteigenschappen inhoudt. 12
Bedieningshandleiding DALI Power Potentiometer
Lichtmanagement Bedieningshandleiding DALI Power Potentiometer 1. Veiligheidsinstructies Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend geschieden door een landelijk erkend installatiebedrijf..
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding 1. Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd, kunnen schade
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Lichtmanagement Taststuureenheid. Bedieningshandleiding
Art.-Nr.: 1240 STE Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Afbeelding 1: Constructie apparaat
Afdekking met radiografische ontvanger Art.-Nr.:..5232 F.. Afdekking met radiografische ontvanger en sensoraansluiting Art.-Nr.:..5232 FS.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage
Afbeelding 1: Schakelklok met alle segmenten
Art.-Nr.:..5201 DTST.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Funkmanagement Radiografische zender Universeel, L-leider. Art.-Nr.
Art.-Nr.: FUS 22 UP Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Funkmanagement Radiografische stuureenheid 1-10 V, voor DIN-rail. Art.-Nr.
Art.-Nr.: FST 1240 REG Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt
Bedieningshandleiding. Tijdschakelklok-inzetmoduul voor. tijdschakelklok-displays
Bedieningshandleiding 1. Veiligheidsinstructies Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend geschieden door een landelijk erkend installatiebedrijf. Bij veronachtzaming van de installatie-instructies
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding 1. Veiligheidsinstructies Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend geschieden door een landelijk erkend installatiebedrijf. Bij veronachtzaming van de installatie-instructies
Bedieningshandleiding. Bereik-/Lijnkoppeling
Bedieningshandleiding 1. Veiligheidsinstructies Attentie! Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend door een landelijk erkend installatiebedrijf worden uitgevoerd! Daarbij de geldende
1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. LB-management. Power DALI-taststuureenheid TW
Art. nr.: 1713DSTE Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Voedingseenheid. Art.-Nr.: 2005 REG. Art.-Nr.: 2002 REG. Bedieningshandleiding
Voedingseenheid 320 ma Voedingseenheid 640 ma Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de
Jaloezie- en rolluikbesturingssysteem Jaloeziebesturingsknop, Jaloeziebesturingsknop met sensordetectie
Jaloeziebesturingsknop Best.nr. : 2328.. Jaloeziebesturingsknop met sensordetectie Best.nr. : 0820.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen
Afbeelding 1: Constructie apparaat
Art.-Nr.: 244 EX Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement. Bedieningshandleiding
Draaidimmer universeel met incrementaalgever Art.-Nr.: 254 UDIE 1 Neventoestel voor draaidimmer universeel met incrementaalgever Art.-Nr.: 254 NIE 1 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw
Bedieningshandleiding. Analoge ingang 4-kanaals
Bedieningshandleiding 1. Systeminformatie Dit apparaat is een product van het KNX/EIB-systeem en voldoet aan de KNX-richtlijnen. Voor een goed begrip is gedetailleerde vakkennis door KNX/EIBscholing een
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement Tronic dimmer. Bedieningshandleiding
Art.-Nr.: 243 EX Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Afbeelding 1: Repeater
Art. nr. : FMR 100 SGWW Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële
Bedieningshandleiding. Universele draadloze zender
Bedieningshandleiding 1. Functie De universele draadloze zender dient voor uitbreiding van een bestaande installatie door middel van draadloze transmissie van schakelcommando s. Het radio-telegram van
Afbeelding 1. (5) LK, groen, Ethernet Link Signal, brandt bij actieve verbinding met het IP-net
KNX IP-interface Art.-Nr.: IPS 100 REG Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding
Bedieningshandleiding. Memory-adapter JM
Bedieningshandleiding 1. Functie De memory-adatper JM is een component van het Jalousiemanagersysteem en wordt in combinatie met het motorregelmoduul in een wanddoos conform DIN 49073 (advies: diepe doos)
Afbeelding 1. (5) LK, groen, Ethernet Link Signal, brandt bij actieve verbinding met het IP-net
KNX IP-Router Art.-Nr.: IPR 100 REG Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding
Bedieningshandleiding. Vloerverwarmingsthermostaat
Bedieningshandleiding 1. Toepassingsgebied Voor het reguleren van de temperatuur van elektrische vloerverwarmingsinstallaties. 2. Functie De vloerthermostaat bestaat uit twee delen: Controleunit voor het
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Jaloeziemanagement Motorstuureenheid Universeel AC 230 V ~ Art. nr. 232 ME. Bedieningshandleiding
Art. nr. 232 ME Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële schade
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. LB-management. Jaloeziebasiselement Universeel. Jaloeziebasiselement Universeel Art. nr.
Art. nr.: 1731JE Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade mogelijk.
Bedieningshandleiding. Analoog uitgang 4-kanaals
Bedieningshandleiding 1. Veiligheidsinstructies Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend door een landelijk erkend installatiebedrijf worden uitgevoerd! Daarbij de geldende ongevallenpreventievoorschriften
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Jaloeziemanagement Motorstuureenheid Standaard AC 230 V ~ Art. nr. 230 ME. Bedieningshandleiding
Art. nr. 230 ME Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële schade
1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Bediening. Systeem DALI-Power-besturingseenheid inbouwbasiselement
Best. nr.: 5406 00 Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade
Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten.
enet radiografische repeater tussensteker Art. nr. : FMR100SGWW Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten.
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding 1. Veiligheidsinstructies Attentie! Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend door een landelijk erkend installatiebedrijf worden uitgevoerd! Daarbij de geldende
Bedieningshandleiding. Analoge ingangsmodul 4-kanaals
Bedieningshandleiding 1. Veiligheidsinstructies Attentie! Inbouw en montage van elektrische apparaten mogen uitsluitend door een landelijk erkend installatiebedrijf worden uitgevoerd! Daarbij de geldende
Afbeelding 1: Schakelklok met alle segmenten
Best. nr. : 1175.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Universeel-seriedimmer-basiselement. Universeel-seriedimmer-basiselement. Best.nr.
Universeel-seriedimmer-basiselement Best.nr. : 2263 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.
1 Veiligheidsinstructies
Universeel-seriedimmer-basiselement Best.nr. : 2263 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Afb.2.: Achteraanzicht
KNX Multiroom-versterker Artikelnr.: MR-AMP4.4 MR-AMP4.8 Bedieningshandleiding Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Bedieningshandleiding Aardlekschakelaar 30 ma volgens DIN VDE Inhoudsopgave
Bedieningshandleiding Aardlekschakelaar 30 ma Inhoudsopgave 1. Gevaarinstructies... 1 2. Functie... 1 2.1. Inzetbaarheid... 2 3. Montage en aansluiting... 2 4. Functietest... 4 5. Controle van de beveiligingsmaatregelen...
Systeem 2000 Trappenhuisverlichtingsautomaat, Basiselement impulsgever. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat
DIN-rail trappenhuisverlichtingsautomaat Best.nr. : 0821 00 Basiselement impulsgever Best.nr. : 0336 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag
LED-seinlicht LED-oriëntatielicht
LED-seinlicht Best.nr. : 2952 LED-oriëntatielicht Best.nr. : 2951 Bedieningsen montagehandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur
Systeem 2000 Systeem 2000 HLK-relais-basiselement. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Best. nr. : Bedieningshandleiding
Best. nr. : 0303 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Jaloezie- en rolluikbesturingssysteem Basiselement jaloezie- en rolluikbesturing zonder parallelaansluiting
Best. nr. : 0399 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële
Bedieningshandleiding Afdekking met timerfunctie Standaard
Bedieningshandleiding Afdekking met Standaard 1. Functie Manager en wordt in combinatie met een motorregelmoduul in een inbouwdoos conform DIN 49073 (advies: diepe doos) gemonteerd. Het toestel biedt de
Bedieningshandleiding. Kamerthermostaat
Bedieningshandleiding 1. Toepassingsgebied Voor het reguleren van de temperatuur in gesloten ruimten zoals woningen, scholen, zalen, werkplaatsen enz. 2. Veiligheidsinstructies Het installeren van elektrische
1 Veiligheidsinstructies. 2 Bedoeld gebruik. 3 Producteigenschappen. 4 Bediening met 2-voudig toetselement. Systeem 3000
Best. nr.: 5404 00 Bedieningsvoorschrift 1 Veiligheidsinstructies Elektrische apparaten mogen alleen door een elektromonteur worden gemonteerd en aangesloten. Ernstig letsel, brand of materiële schade
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement Trappenhuisautomaat, Impulsgever. Bedieningshandleiding
Trappenhuisautomaat Art.-Nr.: 1208 REG Impulsgever Art.-Nr.: 1208 UI Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden
Bedieningshandleiding. Schakelactor
Bedieningshandleiding Schakelactor 1289 00 Inhoudsopgave Apparatuurbeschrijving...4 Bedieningselementen en aanduidingen...5 Aansluitklemmen...7 Montage... 8 Instellen van de bedrijfsstand...9 Omschakelen
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement Draaidimmer conventioneel. Bedieningshandleiding
met druk-wisselschakelaar met druk-wisselschakelaar Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig
KNX/EIB. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Objectregelaar. Objectregelaar. Best.nr. : Bedieningshandleiding
Best.nr. : 2101.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Afbeelding 1: Binaire ingang 8-voudig 24 V
Art.-Nr.: 2128 REG Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Ernstig letsel, brand of materiële
Jaloezie- en rolluikbesturingssysteem Basiselement jaloezie- en rolluikbesturing DC 24 V. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat
Best.nr. : 0388 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Funkmanagement Radiografische wandzender "vlak" Art.-Nr.: A 41 F.. Art.-Nr.: A 42 F..
1-kanaals Art.-Nr.: A 41 F.. Art.-Nr.: A 42 F.. 4-kanaals Art.-Nr.: A 44 F.. Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur
Bedieningshandleiding Elektronische transformatoren voor LVhalogeenlamoen
Bedieningshandleiding Elektronische transformatoren voor LVhalogeenlamoen 1. Veiligheidsinstructies Attentie! Installatie en montage van elektrische apparaten mogen uit-sluitend door een landelijk erkend
Draadloze bussysteem Draadloze handzender comfort. 1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Functie. Best.nr. : 0527 00
Best.nr. : 0527 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Lichtmanagement Draaidimmer conventioneel. Bedieningshandleiding
met druk-wisselschakelaar met druk-wisselschakelaar Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als
Bedieningshandleiding Zendtoets met draadloze ontvanger R2.1
Bedieningshandleiding R2.1 1. Functie De zendtoets met maakt radiografisch of handmatig schakelen en dimmen van een verlichting mogelijk. De inschakelhelderheid kan in het toestel als memory-waarde worden
Gevaar voor lichamelijk letsel. Gebruik het apparaat alleen voor aansturen van jaloezieen rolluikmotoren of markiezen. Schakel geen andere lasten.
Best.nr. : 0425 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt opgevolgd,
Afbeelding 1: Constructie apparaat
Art.-Nr.: UDS 4 REG HE Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd. Als de handleiding niet wordt
