De RMO en de RMO-chauffeur

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De RMO en de RMO-chauffeur"

Transcriptie

1 De RMO en de RMO-chauffeur

2 De melkophaling in België (2020) melkveehouders (daalt jaarlijks) 4,20 miljard liter melk (stijgt jaarlijks) 80 melkkoeien/bedrijf liter/jaar/bedrijf of liter op 3 dagen 10-tal grote kopers 160-tal RMO s 450-tal RMO-chauffeurs RMO-ritten/jaar 20 miljoen RMO-km/jaar 2

3 Hygiënisch laden, transporteren en afleveren van de melk Doel: de initiële door de melkveehouder verzorgde melkkwaliteit onveranderd afleveren op het zuivelbedrijf of de kwaliteit van de geladen melk te borgen ACS-gids melkophaling: beschrijft de risico s verbonden aan de melkophaling en voorziet in Goede Transport Praktijken (GTP) => voedselveiligheid & traceerbaarheid verzekerd ACS-gids melkophaling: als G-009 gevalideerd door FAVV Correcte toepassing van de ACS-gids wordt gecontroleerd en gecertificeerd door een OCI 3

4 Traceerbaarheid doorheen de zuivelketen garanderen In geval van een risico voor de volksgezondheid : moet kunnen nagegaan worden van welke melkveehouders de melk in een zuivelproduct afkomstig is (stroomopwaartse tracering) moet kunnen nagegaan worden welke klant zuivelproducten met melk van een bepaalde melkveehouder heeft ontvangen (stroomafwaartse tracering) 4

5 Administratieve verplichtingen van de RMO-chauffeur Identiteitskaart en rijbewijs Vergunning afgeleverd door de Interprofessionele Organismen (IO n): Melkcontrolecentrum Vlaanderen (MCC-Lier) of Comité du Lait (CdL- Batice) 1. Elementaire opleiding door koper: tijdelijke vergunning 2. Basisopleiding door het IO: binnen het jaar na het bekomen van de vergunning 3. Continue opleiding: jaarlijks; georganiseerd door de koper i.s.m. zijn IO 4. Als voorwaarden 2 en 3 vervuld zijn wordt de vergunning met 2 jaar verlengd; als 2 opeenvolgende bijscholingen niet werden gevolgd wordt de vergunning ingetrokken Transportverslag Tachograaf: de melkophaling is ontheven van het gebruik van de tachograaf 5

6 De kerntaken van de RMOchauffeur 6

7 Kerntaken Hygiënisch laden, transporteren en afleveren van de melk 1. Inspecteren en accepteren van de te laden melk 2. De inname van de melk 1. Besmetting en verontreiniging uitsluiten 2. Correcte bepaling van het geladen volume 3. Correcte bemonstering voor bepaling van de samenstelling en de kwaliteit van de geladen melk 3. Het transport 4. Het lossen van de melk 5. Het reinigen van de RMO 6. Persoonlijke hygiëne en algemeen voorkomen 7

8 1. Inspecteren en accepteren van de te laden melk Doel: de initiële, zichtbare aspecten van de kwaliteit van de melk beoordelen Hoe: keuring van het uitzicht, de geur en de temperatuur Basisvoorwaarden: het tanklokaal en het erf ervoor moet proper zijn zodat op een hygiënische wijze kan worden geladen De tank moet voorzien zijn van een veilig toegankelijk mangat; op silotanks moet een monsternamekraantje voorzien zijn De koeltank moet voorzien zijn van een thermometer >>>> neem bij afwijkingen steeds contact met de koper/ontvanger van de melk 8

9 Mogelijke afwijkingen bij keuring van uitzicht en geur Geschift en/of zuur Kleurafwijking: bloed Vlokken op de melk: als gevolg van veel mastitis IJs in de melk of aan de wand: slecht werkend roerwerk of thermostaat te laag ingesteld Afwijkende geur: verflucht, geur van uien of kolen, >>>> neem bij afwijkingen steeds contact met de koper/ontvanger van de rauwe melk 9

10 Andere controles voor inname Temperatuurcontrole van de melk in de koeltank Er is reinigingswater met een reinigings- of desinfectiemiddel in de tank gelopen: chloorgeur of chemische geur Vreemde voorwerpen: bv. Het monsterpotje of de monsterlepel is in de tank gevallen (bij manuele monstername). De lamp in het tanklokaal is versplinterd en mogelijks deels in de melkkoeltank terechtgekomen Er zit ongedierte in de tank De ring van het mangatdeksel is in de tank gevallen >>>> neem bij afwijkingen steeds contact met de koper/ontvanger van de rauwe melk 10

11 Temperatuur van de melk 11

12 Ouderdom van de melk Tijdspanne tussen 2 melkophalingen: niet meer dan 72 uur Een overschrijding van maximum 3 uur is toegelaten voor zover de gemiddelde termijn tussen de melkophalingen berekend per maand de 72 uur niet overschrijdt 12

13 2. De inname het laden 2.1. Besmetting en verontreiniging vermijden Maak de koeltankuitloop proper met leidingwater indien deze onvoldoende schoon is Zorg dat de aanzuigslang proper is en blijft Er mag geen melk worden geladen wanneer nog melk aan de tank wordt toegevoegd (bv. tijdens het melken) Sommige kopers vragen de RMO- chauffeur om de melktankreiniging te starten na het beëindigen van de inname (mits aanvullende opleiding) 13

14 2. De inname het laden 2.2. Meting van de hoeveelheid melk De hoeveelheid geladen melk wordt vastgesteld door middel van een volumemeting (MID-meter) Voor een correcte meting moet de melk ontlucht zijn: daarom is een luchtafscheider voorzien Aan het einde van de melkinname moet de melk in de ontluchter op hetzelfde niveau staan als aan het begin van de inname Bij de eerste inname wordt het volume automatisch gecorrigeerd voor de inhoud van de ontluchter 14

15 Principeschema pompinstallatie 15

16 Principe van de Magnetische Inductieve Doorstroom-meter (MID) 16

17 Aandachtspunten voor een correcte hoeveelheidsbepaling Voor het opzuigen moet de teller op nul staan Tijdens het opzuigen van de melk moet de RMO- chauffeur toezicht houden op de koeltank en het RMObedieningsgedeelte Na het laden moet het melkniveau in de luchtafscheider terug op het rustniveau staan (tussen de maatstrepen) Het datasysteem registreert automatisch de hoeveelheid geladen melk De gemeten hoeveelheid wordt op de veehouders/literkaart in het tanklokaal genoteerd (volgens instructies van de koper) 17

18 Metrologische controle (ijkwezen) Modelgoedkeuring: door constructeur Identificatieplaatje met bouwjaar, fabricagenummer en goedkeuringsnummer van de pompinstallatie Eerste ijk: door metrologische dienst of erkende instelling (bv. SGS) Het ijkingverslag moet de RMO steeds vergezellen Jaarlijkse herijk: door erkende instelling (bv. MCC of CdL) groen vignet bij gunstig resultaat 18

19 2. De inname het laden 2.3. correcte bemonstering Officiële monster: zie elders Om de homogeniteit van de melk tijdens het laden te garanderen moet het roerwerk opgezet worden voordat de melklading wordt opgestart 19

20 3. Transport De melkophaalwagens mogen uitsluitend voor vervoer van levensmiddelen worden gebruikt Verplichte vermelding: uitsluitend voor levensmiddelen Vermijden dat de melk die bij de melkveehouder tussen 0 en 4 C wordt bewaard opwarmt tijdens het transport; indien de temperatuur bij ontvangst op het zuivelbedrijf hoger is dan 10 C dient apart te worden gelost en dient deze melk onmiddellijk een thermische behandeling te ondergaan RMO s met nieuwe tanks moeten vanaf 1/1/2016 thermisch geïsoleerd zijn Wanneer een aanhangwagen of oplegger onbeheerd dient te worden achtergelaten moeten deze afgesloten of verzegeld kunnen worden; dit om te vermijden dat onbevoegden toegang zouden kunnen hebben tot de melk. Voor iedere overslag moet de chauffeur de verzegeling nagaan. Bij verbroken verzegeling dient de melk te worden geblokkeerd. Bij overslag moeten de nodige documenten ingevuld worden om de traceerbaarheid te garanderen 20

21 4. Melkontvangst - lossen Iedere melkinrichting moet beschikken over geschreven procedures Registratie van de levering volgens de procedures van de melkinrichting: traceerbaarheid garanderen In- en uitwegen Correcte identificatie van de genomen monsters De melktemperatuur mag max. 10 C zijn Controle van de verzegeling Monstername van het geheel van de geleverde melk: antibioticatest, ph en temperatuur Manueel of automatisch 21

22 4. Melkontvangst - lossen Let op de zuiverheid van de koppeling van de losslang: deze moet na gebruik steeds afgedicht/teruggeschroefd worden Blijf tijdens het lossen bij de RMO Na elke rit de melk uit de ontluchter leegdrukken (traceerbaarheid); zeker voor iedere reiniging Officiële monsters naar voorziene koelkast/kamer brengen 22

23 5. Reinigen van de RMO 5.1. inwendige reiniging CIP (cleaning in place): correcte reiniging en ontsmetting zonder dat onderdelen moeten gedemonteerd worden 4 actieve elementen Temperatuur van de reinigingsoplossing Concentratie van het reinigingsmiddel Duurtijd van de reiniging Mechanische werking (druk op sproeibollen en snelheid in de leidingen) 23

24 5. Reinigen van de RMO 5.1. inwendige reiniging Wanneer: Minstens 1x/24 uur Als de stilstandtijd tussen 2 ritten groter is dan 6 uur Indien meer dan 72 uur verstreken is tussen de laatste reiniging en de eerstvolgende ophaling Na een transport van afwijkende melk of een ander levensmiddel Na een technische interventie op de citerne Registratie van de reinigingsgegevens: manueel of automatisch 24

25 5. Reinigen van de RMO 5.2. uitwendige reiniging Minstens 1x/24 uur manueel of in wasstraat Uitwendige van de tank en chassis Pompcabine Hulpstukken: koppelingen, verloopstukken, blindmoeren; LET OP: overpompslang mee in CIPcircuit schakelen Chauffeurscabine Koelbox voor monsters 25

26 5. Reinigen van de RMO: voorbeeld van reinigingsvoorschrift 1. Voorbereiden Verwijderen van de onderdelen die niet in het reinigingscircuit gereinigd mogen worden Zeef (indien aanwezig) demonteren, schoonspoelen en opnieuw monteren Ontluchtingsopening, mangatdeksels en dekselringen reinigen Reinigingscircuit aansluiten 2. CIP-reiniging Voorspoelen met koud of lauw water om de laatste melkresten te verwijderen (+- 2 min.) Hoofdreiniging. Circuleren met alkalische reinigingsoplossing van 60 à 80 C gedurende 5 min. Effectief, dwz. gerekend vanaf het moment dat de vloeistof de RMO verlaat op de beoogde reinigingstemperatuur. Naspoelen met water van drinkwaterkwaliteit tot alle resten van de reinigingsoplossing verwijderd zijn: 2 à 4 min. 3. Handmatige reiniging Alle onderdelen die bij de voorbereiding verwijderd zijn, reinigen. Koelbox voor de bewaring van de monsters reinigen Buitenzijde RMO reinigen 26

27 6. Persoonlijke hygiëne en algemeen voorkomen Door hygiënisch te werken wordt besmetting en verontreiniging van de melk voorkomen. Basisvoorwaarde: persoonlijke hygiëne Een verzorgd uitziende RMO- chauffeur, die zijn werk zorgvuldig doet en zijn materiaal goed onderhoudt, geeft vertrouwen en straalt respect uit voor een edel levensmiddel als melk 27

28 6.1. persoonlijke hygiëne De huid: bron van bacteriën; dagelijks wassen De handen: Korte en schone nagels Grondig wassen met zeep voor de aanvang van het werk, na ieder toiletgebruik, na het eten en na contact met verontreinigd materiaal Verwondingen doelmatig afschermen Neus en mond: Goede gebitsverzorging Propere zakdoek Bij niezen of hoesten hoofd afwenden of afschermen met hand Haren: regelmatig gewassen haar is goed voor hygiëne en uitstraling 28

29 6.2. Algemeen voorkomen Gedrag: Rij rustig Wees hoffelijk en maak geen onnodig lawaai Schone RMO is rijdende reclame voor melk; houdt ook de chauffeurscabine netjes Draag de correcte en nette werkkledij: wissel volgens afspraak of na incident 29

30 6.3. Bioveiligheid Om overdracht van dierziekten van het ene melkveebedrijf naar het andere te vermijden moet de RMO- chauffeur zich alleen daar begeven waar hij moet zijn voor zijn werk (het tanklokaal en direct ervoor) In geval van uitbraak van besmettelijke dierziekten (bv. Mond- en klauwzeer, rundertuberculose, ) wordt de melkophaling in bepaalde zones aan bijzondere voorwaarden onderworpen of verboden 30