Besluit. 1. Samenvatting. 2. Verloop van de procedure ACM/UIT/575729

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Besluit. 1. Samenvatting. 2. Verloop van de procedure ACM/UIT/575729"

Transcriptie

1 Besluit Besluit van de naar aanleiding van het bezwaar van [VERTROUWELIJK] tegen het besluit van 6 december 2021 op het handhavingsverzoek tegen Stichting Woonzorg Ons kenmerk : ACM/UIT/ Zaaknummer : ACM/21/ Datum : 21 april Samenvatting 1. In dit besluit verklaart de ACM het bezwaar dat bezwaarmaker heeft ingediend tegen het besluit op het handhavingsverzoek tegen Stichting Woonzorg ongegrond. 2. De ACM stelt vast dat Stichting Woonzorg, en haar voorganger Wooncorporatie Mooiland, de vanuit de Warmtewet voorgeschreven informatie hebben verschaft over de kwaliteitseisen van de te leveren warmte en hun identiteit. De ACM heeft niet de bevoegdheid om bij Stichting Woonzorg af te dwingen om de warmteleveringsovereenkomst met bezwaarmaker aan te passen of te oordelen over de rechtsgeldigheid van de overdracht daarvan. Tot slot constateert de ACM dat Stichting Woonzorg zich heeft ingeschreven bij een onafhankelijke geschillencommissie. Het bezwaar van bezwaarmaker kan op dat punt niet leiden tot een heroverweging van haar oordeel in het primaire besluit. 2. Verloop van de procedure Muzenstraat WB Den Haag Bij besluit van 6 december 2021 heeft de ACM beslist op het handhavingsverzoek van [VERTROUWELIJK] (hierna: bezwaarmaker). In dat besluit stelde de ACM vast dat Stichting Woonzorg kwalificeert als warmteleverancier en derhalve is gehouden aan de verplichtingen zoals die volgen uit de Warmtewet. De ACM constateerde dat Stichting Woonzorg haar informatieplicht uit de Warmtewet heeft geschonden door haar naam niet te vermelden op haar factuur en niet te vermelden dat verzoeker bevrijdend kan betalen aan ISTA Nederland B.V. Daarnaast stelde de ACM vast dat Stichting Woonzorg niet was aangesloten bij een onafhankelijke geschillencommissie, waarmee zij artikel 3b van de Warmtewet overtrad. 4. Vanwege deze overtredingen legde de ACM Stichting Woonzorg een bindende aanwijzing als bedoeld in artikel 12j van de Instellingswet op. Daarmee verplichtte zij Stichting Woonzorg om binnen drie weken na inwerkingtreding van het besluit duidelijk op de factuur te vermelden dat zij de verantwoordelijke warmteleverancier is en om zich binnen één maand na inwerkingtreding van dit besluit te registreren bij een onafhankelijke geschillencommissie. 5. Op 12 december 2021 heeft bezwaarmaker tijdig bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. In verband met de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus hebben bezwaarmaker en ACM/UIT/573952

2 Stichting Woonzorg afgezien van een fysieke hoorzitting. Op 23 februari heeft Stichting Woonzorg een schriftelijke zienswijze naar aanleiding van het bezwaarschrift ingediend. Bij brief van 14 maart heeft bezwaarmaker op die zienswijze gereageerd. 3. Feiten 6. Voor een overzicht van de feiten verwijst de ACM naar paragraaf 3 van haar besluit van 6 december 2021 met kenmerk ACM/UIT/ Bezwaargronden en zienswijzen Bezwaargronden 7. Bezwaarmaker geeft aan geen warmteleveringsovereenkomst (hierna; de overeenkomst) met Stichting Woonzorg te hebben en slechts een overeenkomst met voorganger Wooncorporatie Mooiland (hierna: Mooiland), te hebben getekend. Hij geeft aan een nieuwe overeenkomst te willen sluiten met Stichting Woonzorg die voldoet aan de Warmtewet. Volgens bezwaarmaker is conform de Warmtewet pas sprake van een akkoord indien een getekende overeenkomst bestaat tussen de betrokken partijen. 8. Indien de overdracht van de overeenkomst tussen Mooiland en Stichting Woonzorg in 2020 rechtsgeldig zou zijn, wenst bezwaarmaker dat Stichting Woonzorg de bestaande overeenkomst aanpast om deze in lijn te brengen met de Warmtewet. Zo zou in de bestaande overeenkomst geen minimum- en maximumtemperaturen en kwaliteitseisen van de warmtelevering worden vermeld. 9. Daarnaast zou Stichting Woonzorg niet aangesloten zijn bij een onafhankelijke geschillencommissie. Tot slot wijst bezwaarmaker op een aantal verschrijvingen en onjuiste verwijzingen in randnummers 13, 34 en 37 in het primaire besluit van de ACM Zienswijze Stichting Woonzorg 10. In haar zienswijze geeft Stichting Woonzorg allereerst aan dat zij de bindende aanwijzing uit het besluit van 6 december 2021 volledig heeft geïmplementeerd. Zo is de factuur aangepast, waardoor nu duidelijk is dat Woonzorg Nederland de leverancier in de zin van de Warmtewet is en is zij inmiddels aangesloten bij een onafhankelijke geschillencommissie. Dit is bij brief van 31 december 2021 aan de ACM bevestigd. 11. Stichting Woonzorg stelt dat in de bezwaarprocedure moet worden heroverwogen op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van de heroverweging. Aangezien Stichting Woonzorg inmiddels is ingeschreven bij een onafhankelijke geschillencommissie en daarmee voldoet aan de bindende aanwijzing kan de ACM in haar beslissing op bezwaar niet tot een ander oordeel komen. 12. Tijdens de voorbereiding van het primaire besluit heeft Stichting Woonzorg al aangegeven dat partijen in de praktijk handelden conform de overeenkomst en de daarbij behorende Algemene Leveringsvoorwaarden zoals aan bezwaarmaker in 2015 zijn aangeboden. Derhalve zou voor de 2/8

3 beslissing op bezwaar niet relevant zijn of bezwaarmaker een getekend exemplaar heeft geretourneerd, immers is voor partijen duidelijk welke voorwaarden van toepassing zijn. 13. Stichting Woonzorg wijst verder op artikel 1.1. van de overeenkomst, waarin de Algemene Leveringsvoorwaarden van toepassing worden verklaard. In artikel 24.2 van de Algemene Leveringsvoorwaarden staat dat de afnemer bij voorbaat zijn toestemming heeft verleend voor contractoverdracht door Mooiland aan een derde. Volgens Stichting Woonzorg betekent dit dat bezwaarmaker niet hoefde in te stemmen met de contractoverdracht van Mooiland aan Stichting Woonzorg en dat de overeenkomst die bezwaarmaker in 2015 heeft gesloten met Mooiland van toepassing is in de relatie tussen Stichting Woonzorg en de bezwaarmaker. Volgens Stichting Woonzorg is deze overeenkomst rechtsgeldig en heeft de ACM niet de bevoegdheid om bij Woonzorg Nederland af te dwingen dat zij haar civielrechtelijke afspraken of overeenkomsten met verbruikers aanpast. 14. Daarnaast geeft Stichting Woonzorg aan dat de geldende overeenkomst wel degelijk minimum- en maximumtemperaturen van warmtelevering bevat met een bandbreedte van 20 C tot 90 C. Tot slot stelt Stichting Woonzorg dat verschrijvingen of foutieve verwijzingen geen aanleiding geven tot heroverweging van het primaire besluit Reactie bezwaarmaker 15. In zijn reactie op de zienswijze van Stichting Woonzorg geeft bezwaarmaker aan dat hij de overeenkomst en bijbehorende machtiging voor de automatische incasso heeft ondertekend en verstuurd. Indien Stichting Woonzorg niet in het bezit is van een overeenkomst vindt bezwaarmaker het opmerkelijk dat zij zonder overeenkomst en zonder toestemming incasseert. Bovendien zou de overeenkomst en de overdracht daarvan in strijd zijn met de Warmtewet, omdat duidelijk moet zijn wat de identiteit is van de partij waarmee een verbruiker een overeenkomst sluit. 16. Daarnaast constateert bezwaarmaker dat Stichting Woonzorg en haar voorganger Mooiland al lang bij een onafhankelijke geschillencommissie aangesloten hadden moeten zijn aangesloten. Doordat Stichting Woonzorg dat onlangs pas heeft gedaan is bezwaarmaker een recht ontnomen. 17. Verder stelt bezwaarmaker dat weliswaar minimum- en maximum temperaturen tussen de 20 C en 90 C zijn opgenomen in de overeenkomst, maar dat deze niet corresponderen met de minimale- en maximale aanlevertemperaturen die het systeem technisch aankan. Zo geeft hij aan dat de vloerverwarming een beveiligingsmechanisme heeft, dat in werking treedt bij een aanvoertemperatuur van 55 C. Aanlevertemperaturen boven de 55 C zouden schade aan de leidingen en de vloer kunnen veroorzaken. Het foutief vermelden van deze minimum- en maximumtemperatuur zou strijdig zijn met de Warmtewet, omdat de leverancier een duidelijke en volledige omschrijving dient te geven van de te leveren warmte, inclusief de kwaliteitsniveaus. Volgens bezwaarmaker ontbreken de kwaliteitsniveaus in de overeenkomst, deze zouden verder gaan dan alleen vermelding van de aanvoertemperaturen. 18. Tot slot stelt bezwaarmaker dat Mooiland haar tariefwijzigingen niet publiceerde en dat zij vreest dat Stichting Woonzorg de eindafrekening niet binnen een redelijke termijn zal versturen. 3/8

4 5. Beoordeling bezwaar door ACM 19. De bezwaren van bezwaarmaker zijn onder te verdelen in vier categorieën; bezwaren gericht op de rechtsgeldigheid van de overeenkomst, het bezwaar dat ziet op het aansluiten bij een onafhankelijke geschillencommissie, de bezwaren over verschrijvingen en het bezwaar over tariefwijzigingen en jaarafrekeningen. Hieronder beoordeelt de ACM de bezwaren per categorie De warmteleveringsovereenkomst 20. Bezwaarmaker stelt dat hij geen geldige overeenkomst heeft met Stichting Woonzorg en dat de overeenkomst bovendien niet in lijn is met de Warmtewet, omdat daarin de vereiste kwaliteitsniveaus en de minimum- en maximumtemperaturen van de te leveren warmte niet worden vermeld. De ACM constateert dat deze bezwaren niet kunnen leiden tot heroverweging van het besluit en licht dit hieronder toe. 21. Op grond van artikel 15 van de Warmtewet is de ACM belast met het toezicht op de naleving van de Warmtewet. In artikel 3 van de Warmtewet wordt, in aanvulling op de eisen uit artikel 230m, eerste lid en artikel 230v van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, een aantal informatieverplichtingen opgelegd aan de warmteleverancier. De bezwaren van bezwaarmaker zien op het ontbreken van de kwaliteitsniveaus en minimum- en maximumtemperaturen in de overeenkomst. Op basis van artikel 3, eerste lid, van de Warmtewet dient de warmteleverancier in dat kader de volgende informatie te verstrekken aan de verbruiker voordat deze is gebonden aan een overeenkomst: - een duidelijke en volledige omschrijving van de te leveren goederen en diensten en de overeengekomen kwaliteitsniveaus daarvan, welke in ieder geval betrekking hebben op de minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte, alsmede de prijzen en voorwaarden waaronder deze goederen en diensten worden geleverd. 22. Verder volgt uit artikel 3, eerste lid, van de Warmtewet dat het voor verbruikers duidelijk moet zijn wie de partij is waarmee een overeenkomst wordt gesloten. 23. De ACM heeft de bevoegdheid om de overeenkomst te toetsen aan de vereisten uit artikel 3 van de Warmtewet en de eisen uit de daarin vermelde artikelen. Zij is niet bevoegd om de overdracht van de overeenkomst tussen Mooiland en Stichting Woonzorg te beoordelen. Dat is de taak van de civiele rechter. De ACM zal hierna dan ook enkel beoordelen of de overeenkomst de kwaliteitseisen bevat die zijn voorgeschreven vanuit de Warmtewet en of bezwaarmaker tijdig bekend was de identiteit van zijn warmteleverancier De overeenkomst bevat de vereiste kwaliteitsniveaus en minimummaximumtemperaturen 24. De ACM constateert dat de overeenkomst voldoet aan de eisen zoals genoemd in randnummer 20. Artikel 4 van de op de overeenkomst van toepassing verklaarde Algemene Leveringsvoorwaarden Warmte Mooiland 2014 / v1 (hierna: Algemene Leveringsvoorwaarden) omschrijft de te leveren warmte en/of het warmtapwater. Artikel 1.3. van de overeenkomst 4/8

5 beschrijft de kwaliteitsniveaus daarvan door een minimum- en maximumtemperatuur te bepalen. In artikel 2 van de overeenkomst wordt verwezen naar het bijgevoegde tarievenblad waarin de te betalen prijs voor warmtelevering staat vermeld. 25. In artikel 4 van de Algemene Leveringsvoorwaarden wordt verder voorzien in een regeling voor als de levering van warmte niet voldoet aan de voornoemde kwaliteitsniveaus. Indien bezwaarmaker van mening is dat de warmtelevering niet voldoet aan de in de overeenkomst opgenomen kwaliteitsniveaus, kan hij op grond van dat artikel een schriftelijk verzoek tot terugbetaling van (een deel van) de door hem betaalde kosten indienen bij Stichting Woonzorg. 26. Gelet op het voorgaande bevat de overeenkomst de door de Warmtewet vereiste informatie over kwaliteitsniveaus en minimum- en maximumtemperaturen. Daarmee zijn de bezwaren van bezwaarmaker ongegrond. Dat de minimum- en maximumtemperaturen volgens bezwaarmaker niet corresponderen met de technische grenzen van de binneninstallatie maakt dit niet anders. Zolang Stichting Woonzorg binnen de bandbreedte van de overeengekomen minimum- en maximumtemperaturen blijft, daarbij zorg draagt voor een betrouwbare levering van warmte en een goede kwaliteit van dienstverlening conform artikel 2 van de Warmtewet handelt zij binnen de grenzen van de Warmtewet De identiteit van de warmteleverancier 27. Voor wat betreft de identiteit van Stichting Woonzorg als warmteleverancier overweegt de ACM als volgt. Het economische eigendom van de WKO-installatie en onder andere het wooncomplex van bezwaarmaker is op 31 december 2019 door Mooiland overgedragen aan Stichting Woonzorg en het juridische eigendom op 31 maart Mooiland heeft dat per brief van 17 april 2020 schriftelijk aan bezwaarmaker kenbaar gemaakt. Verder heeft bezwaarmaker op 28 april 2020 per brief aan Mooiland en Stichting Woonzorg laten weten onder voorwaarden geen bezwaar te hebben dat Woonzorg zijn nieuwe warmteleverancier wordt. 28. Uit het voorgaande blijkt Stichting Woonzorg sinds 1 april 2020 de warmteleverancier van bezwaarmaker is en in de plaats van Mooiland is getreden als contractspartij bij de overeenkomst. Die overeenkomst is door bezwaarmaker in 2015 ondertekend en bevat daarnaast alle op grond van artikel 3 van de Warmtewet vereiste informatie. Daaruit maakt de ACM op dat de voorganger van Stichting Woonzorg, Mooiland heeft voldaan aan haar informatieverplichtingen voortvloeiend uit de Warmtewet. 29. De ACM constateert dat de overeenkomst sindsdien niet is gewijzigd, maar slechts overgedragen aan Stichting Woonzorg. Enkel de identiteit van de Warmteleverancier is dus gewijzigd. Bij brief van 17 april is de identiteit van Stichting Woonzorg als nieuwe warmteleverancier bekendgemaakt aan bezwaarmaker, waarop bezwaarmaker heeft aangegeven daar geen bezwaar tegen te hebben. Daarmee was bezwaarmaker ook bekend met de identiteit van Stichting Woonzorg. 30. Ten overvloede merkt de ACM op dat het aan de civiele rechter, en niet aan de ACM, is om te oordelen of bij bezwaarmaker ten onrechte bedragen voor warmtelevering zijn geïncasseerd. Zoals aangegeven kan de ACM de overeenkomst slechts toetsen aan de Warmtewet. Omdat de overeenkomst daaraan voldoet is de ACM niet bevoegd om Stichting Woonzorg te dwingen haar overeenkomst met bezwaarmaker aan te passen. 5/8

6 31. De ACM concludeert dat de overeenkomst de door bezwaarmaker genoemde kwaliteitseisen uit artikel 3 van de Warmtewet bevat. Verder was bezwaarmaker ten tijde van ondertekening van de overeenkomst op de hoogte van de identiteit van de voorganger van Mooiland als warmteleverancier. Tot slot is zij tevens op de hoogte gebracht van de identiteit van Stichting Woonzorg toen de WKO-installatie en de verplichtingen uit de overeenkomst werden opgenomen. 32. De bezwaren zijn daarom ongegrond Het aansluiten bij een onafhankelijke geschillencommissie 33. De ACM constateerde dat Stichting Woonzorg ten tijde van het nemen van het primaire besluit niet was aangesloten bij een onafhankelijke geschillencommissie waar bezwaarmaker terecht kan met klachten over de warmtelevering. Daarmee overtrad Stichting Woonzorg artikel 3b van de Warmtewet. Daarom heeft de ACM met het primaire besluit een bindende aanwijzing zoals bedoeld in artikel 1 Instellingswet opgelegd, waarmee zij Stichting Woonzorg gelastte om binnen een termijn van één maand na inwerkingtreding van het primaire besluit in te schrijven bij een geschillencommissie die voldoet aan de Warmtewet. 34. Uit de brief die de ACM op 31 december 2021 heeft ontvangen blijkt dat Stichting Woonzorg zich conform de bindende aanwijzing heeft ingeschreven bij een onafhankelijke geschillencommissie. Bij brief van 21 december 2021 heeft zij de verbruikers hier ook van op de hoogte gebracht. 35. De ACM ziet geen aanleiding om haar primaire besluit op dit punt te heroverwegen. Aangezien Stichting Woonzorg inmiddels conform de Warmtewet heeft ingeschreven bij een onafhankelijke geschillencommissie bestaat geen reden om tot een ander oordeel te komen in haar besluit op bezwaar. Ook de klacht van bezwaarmaker dat hem een recht is ontnomen doordat hij niet op een eerder moment naar een onafhankelijke geschillencommissie heeft kunnen stappen vormt geen aanleiding om het besluit te heroverwegen. 36. Ook op dit punt is het bezwaar ongegrond Verschrijvingen in het primaire besluit 37. Verder wijst bezwaarmaker op enkele verschrijvingen in het primaire besluit. De ACM constateert dat daarin enkele oneffenheden zijn geslopen. Echter kunnen deze niet leiden tot een heroverweging van het dictum van het primaire besluit De tariefwijzingen en eindafrekeningen 38. Ten aanzien van de tariefwijzingen en eindafrekening overweegt de ACM dat deze grond buiten de reikwijdte van het bestreden besluit valt. De grond is niet eerder aangedragen en behandeld in het bestreden besluit en is geen onderbouwing van een eerder aangevoerde grond. Daarom behandelt de ACM deze grond niet in het kader van dit besluit op bezwaar. 6/8

7 6. Dictum 39. De : - verklaart het bezwaar van bezwaarmaker ongegrond; - laat het besluit van 1 december 2021, met kenmerk ACM/UIT/558405, in stand. Den Haag, Hoogachtend,, namens deze, Monique van Oers Directeur Directie Juridische Zaken Als u belanghebbende bent, kunt u beroep instellen tegen dit besluit. Stuur uw gemotiveerde beroepschrift naar de Rechtbank Rotterdam, Sector bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam. Dit moet u doen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt. Meer informatie over de beroepsprocedure vindt u op U kunt ook digitaal beroep instellen, via Daarvoor moet u beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden. 7/8

8 Bijlage: Juridisch kader (voor zover relevant) Artikel 2 Warmtewet 1. Een leverancier draagt zorg voor een betrouwbare levering van warmte tegen redelijke voorwaarden en met inachtneming van een goede kwaliteit van dienstverlening. Artikel 3 Warmtewet 1. Een in Nederland gevestigde leverancier verstrekt een verbruiker, in aanvulling op de gegevens bedoeld in artikel 230m, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, voordat de verbruiker gebonden is aan een overeenkomst tot levering van warmte op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie: a. een duidelijke en volledige omschrijving van de te leveren goederen en diensten en de overeengekomen kwaliteitsniveaus daarvan, welke in ieder geval betrekking hebben op de minimum- en maximumtemperatuur van de te leveren warmte, alsmede de prijzen en voorwaarden waaronder deze goederen en diensten worden geleverd; b. een omschrijving van de terugbetalingsregelingen als de geleverde goederen en diensten niet aan de overeengekomen kwaliteitsniveaus voldoen, en c. de eisen waar de binneninstallatie van een verbruiker aan moet voldoen om veilig gebruik te kunnen maken van de door de leverancier geleverde warmte. 2. Artikel 230m, eerste lid, van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op een overeenkomst tot levering van warmte tussen een leverancier een verbruiker die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. 3. Artikel 230v van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op de informatieverplichtingen voor leveranciers bedoeld in het eerste en het tweede lid. 8/8