Onderwijsen Examenregeling Bacheloropleiding Social Work deeltijd

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderwijsen Examenregeling Bacheloropleiding Social Work deeltijd"

Transcriptie

1 Onderwijsen Examenregeling Bacheloropleiding Social Work deeltijd Deze regeling is, met instemming van de Opleidingscommissie en de Academie Medezeggenschapsraad, vastgesteld door de Dean van de Academie voor Sociale Studies en treedt in werking op 1 september De meest recente versie van deze onderwijsregeling is te vinden op Hanze.nl onder het kopje Regels en Regelingen van de opleiding.

2 Inhoudsopgave Afkortingenlijst... 4 Inleiding Experiment leeruitkomsten Deelname aan experimenten flexibel hoger onderwijs Doel en inhoud van het experiment leeruitkomsten Onderwijsovereenkomst Zorgplicht van de onderwijsinstelling Commissies en medezeggenschap Examencommissie en Toetscommissie Toelatingscommissie Academiemedezeggenschapsraad Opleidingscommissie Bachelor Social Work De beroepscontext sociaal werk Het beroepsperspectief sociaal werk Kerntaken en kwalificaties sociaal werk Profielen Bachelor Social Work Hanzehogeschool Groningen Context Bachelor Social Work Noord Nederland De Bachelor opleiding Social Work van de Hanzehogeschool Visie op beroep en onderwijs Opbouw van de opleiding en het studieprogramma Opbouw van de modulaire opleiding en het studieprogramma Modulaire opzet Studieroutes en bijbehorende instapvoorwaarden Instapvoorwaarden Profielen Registraties Keuzeruimte Afstudeerprogramma Curriculumoverzichten Toelatingseisen bachelor Social Work deeltijd Vooropleidingseisen m.b.t. toelating Studiekeuzecheck Toelating op grond van andere diploma s

3 6.4 Toelating op grond van buitenlands diploma Toelatingsonderzoek ( toelatingsassessment) Opleidingsspecifieke regels en toelatingseisen studieonderdelen Inschrijving opleiding Vrijstellingen Studieadvies Eisen specifieke onderdelen Eisen Leerwerkomgeving Toelating tot de profielmodules voor voltijd studenten Social Work Toelating tot de profielmodule Jeugd voor voltijdstudenten Toegepaste Psychologie en Sociaal Juridische Dienstverlening Overstappen van deeltijd naar voltijd of van voltijd naar deeltijd Overstappen deeltijd naar voltijd Overstappen voltijd naar deeltijd Doorstroom vanuit Associate degrees naar Bachelor Social Work Doorstroom vanuit Ad EZW Doorstroom vanuit Ad PEP Doorstroom vanuit Ad SWZ Toetsing Organisatie van toetsing modulair onderwijs Anti-plagiaatregels Cum Laude Eigen bijdrage van studenten Decanaat en studeren met een functie beperking Studentendecanaaat Studeren met een functiebeperking Algemene informatie over rechten en plichten van studenten Algemene informatie over rechten en plichten van cursisten Bronnenlijst Bijlage 1: Examenregeling Bijlage 2: Dublin-descriptoren Bijlage 3: Onderwijsovereenkomst Bachelor Social Work Deeltijd Bijlage 4: Kenmerken Honoursprogramma Bijlage 5: GGZ-agoog Bijlage 6: Kies Op Maat procedure

4 Afkortingenlijst Afkorting AD AMR BBC BIG BSA CC CONO CROHO CvB DBC EC EU EZW GGZ GK hbo HMR HG HSS IFSW Jw KOM LOP LWO LWP mbo OC OER Pw RUG SASS SJP SKJ STAD SW WenS WHW WIJS Wlz Wmo WSG Zvw Omschrijving Associate Degree Academie Medezeggenschapsraad Bewijs Betaald Collegegeld Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg Bindend Studie Advies Curriculumcommissie Coördinerend Orgaan Nascholing en Opleiding in de GGZ Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs College van Bestuur Diagnose Behandel Combinatie European Credit Europese Unie Ervaringsdeskundigheid in Zorg en Welzijn Geestelijke Gezondheidszorg Gemiste Kans Hoger Beroeps Onderwijs Hogeschool Medezeggenschapsraad Hanzehogeschool Groningen Hogere Sociale Studies International Federation of Social Workers Jeugdwet Kies Op Maat Loopbaanontwikkeling voor Professionals Leerwerkomgeving Leerwerkplek Middelbaar Beroeps Onderwijs Opleidingscommissie Onderwijs- en Examenregeling Participatiewet Rijksuniversiteit Groningen Academie voor Sociale Studies Schooljaarplan Stichting Kwaliteitsregister Jeugd Studenten Administratie Social Work Welzijn en Samenleving (module) Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek Wijk Inzet door Jongeren en Studenten Wet langdurige zorg Wet maatschappelijke ondersteuning Werken met Systemen en Groepen Zorgverzekeringswet 4

5 Inleiding Sinds de invoering van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) in 1993 moeten de hoofdlijnen van het onderwijsprogramma en de examinering voor elke opleiding in een onderwijs- en examenregeling (OER) worden vastgelegd. De OER is het document waar alle betrokkenen (studenten, examencommissie, docenten, examinatoren en management) in kunnen lezen wat de inhoud van het onderwijs is, hoe het georganiseerd is, hoe er getoetst wordt en wat de geldende procedures en afspraken zijn. De rechten en plichten van studenten zijn eenduidig en volledig beschreven. Samenhang tussen Studentenstatuut, OER en Osiris De Hanzehogeschool heeft ervoor gekozen om een aantal bepalingen - die de wet aan de OER stelt - voor elke student te laten gelden. Deze bepalingen zijn opgenomen in de hogeschoolbrede examenregeling en als hoofdstuk 4 te vinden in het studentenstatuut. De specifiek voor de opleiding geldende overige bepalingen noemen we onderwijsregeling. O nderwijsregeling Met de Osirisonderwijsbeschrijvingen E xamen R egeling (hoofdstuk 4) Studentenstatuut Daarnaast heeft de Hanzehogeschool ervoor gekozen om de beschrijving van het onderwijs zichtbaar te maken in Osiris1. Daarmee zijn deze beschrijvingen op eenduidige wijze beschikbaar voor alle studenten. De inhoud van de beschrijvingen in Osiris maken deel uit van de OER. In deze beschrijvingen wordt inhoud gegeven aan de wettelijke verplichting om de inhoud en omvang van het onderwijs te beschrijven, het aantal te behalen EC s, de wijze waarop de bij het onderwijs behorende tentamens worden afgelegd en de wijze waarop het resultaat wordt uitgedrukt. 1 Student Informatie Systeem van de Hanzehogeschool 5

6 1. Experiment leeruitkomsten 1.1 DEELNAME AAN EXPERIMENTEN FLEXIBEL HOGER ONDERWIJS De Hanzehogeschool Groningen neemt per 1 september 2017 met haar deeltijdopleidingen deel aan één van de experimenten van het ministerie van Onderwijs met het oog op het flexibiliseren van het hoger onderwijs: experiment leeruitkomsten. Het experiment kent zijn grondslag in Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs (Staatsblad, 8 april 2016) en duurt uiterlijk tot en met 30 juni De deeltijd bachelor Social Work neemt deel aan dit experiment dat betrekking heeft op alle, vanaf het studiejaar nieuw ingeschreven studenten, van de deeltijd bachelor Social Work. 1.2 DOEL EN INHOUD VAN HET EXPERIMENT LEERUITKOMSTEN Met het experiment leeruitkomsten wordt beoogd te onderzoeken of het verzorgen van hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7 WHW leidt tot: a. een grotere deelname van studenten aan deeltijdse bachelors en deeltijdse Ad-programma s; en b. het verlenen van meer graden als bedoeld in de artikelen 7.10a van de WHW. Door deel te nemen aan het experiment leeruitkomsten is er geen sprake van een samenhangend geheel van onderwijseenheden. Op basis van leeruitkomsten worden opleidingstrajecten ingericht en afgestemd op de uitgangspositie, werksituatie, kenmerken en behoeften van individuele studenten of groepen studenten. Daarnaast is de koppeling tussen studiepunten en de studielast losgelaten. Het aantal studiepunten wordt bepaald door de mate waarin de eenheid van leeruitkomsten bijdraagt aan het realiseren van de eindkwalificaties. In verband met het experiment leeruitkomsten wordt daarmee afgeweken van de artikelen 7.3, tweede lid, en 7.4 van WHW. Concreet: - er is geen sprake van een samenhangend geheel van onderwijseenheden en - er is geen sprake van de koppeling tussen studielast en studiepunten. De bepalingen in artikel 7.13 WHW over tentamens en examens blijven gehandhaafd en zijn in de onderwijs- en examenregeling vastgelegd. 1.3 ONDERWIJSOVEREENKOMST In deze OER is vastgelegd hoe de onderwijsovereenkomst wordt gesloten tussen de student en de opleiding, en welke wederzijdse rechten en verplichtingen daarin worden vastgelegd. In de overeenkomst worden de leeractiviteiten die de student in het kader van zijn opleiding uitvoert vastgelegd (zie bijlage 3, ook te vinden in Osiris). Het experiment leeruitkomsten geeft de student ruimte om een eigen leerroute te bepalen. Zo kan de student er voor kiezen, op basis van een getoetste - eerder verworven eenheid van competenties/kwalificaties, om niet alle modules die de opleiding aanbiedt te gaan volgen. Tussen de opleiding en de student worden afspraken gemaakt over welke module(s) de student gaat volgen en op welke begeleiding de student mag rekenen vanuit de opleiding. De tenminste jaarlijks in overleg tussen de opleiding en de student gemaakte afspraken worden vastgelegd in Osiris en/of Blackboard en maken onderdeel uit van deze overeenkomst 6

7 1.4 ZORGPLICHT VAN DE ONDERWIJSINSTELLING De instelling die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten zorgt ervoor dat in geval van beëindiging van het experiment de onderwijscontinuïteit voor de betrokken studenten is gewaarborgd. Het instellingsbestuur van de opleiding die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten stelt de hogeschoolmedezeggenschapsraad in de gelegenheid te adviseren over de inrichting van het desbetreffende experiment. 7

8 2. Commissies en medezeggenschap Binnen het hbo (Hoger Beroeps Onderwijs) is het gebruikelijk dat er bij iedere opleiding een aantal (wettelijk voorgeschreven) commissies is ingesteld die elk hun eigen taken en bevoegdheden hebben. In dit hoofdstuk worden deze commissies beschreven. Bij elke commissie staat ook een link naar een pagina op Hanze.nl waar de contactgegevens en de meest recente samenstelling te vinden zijn. 2.1 EXAMENCOMMISSIE EN TOETSCOMMISSIE Examencommissie De examencommissie heeft de taak om vast te stellen of de afgestudeerde de in de onderwijs- en examenregeling beschreven kwalificaties gerealiseerd heeft. De examencommissie bewaakt het niveau van de opleiding door intern toezicht te houden op de tentaminering en examinering qua inhoud, werkwijze en niveau. In de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) worden de volgende taken en bevoegdheden van de examencommissie beschreven: het uitreiken van het getuigschrift (artikel 7.11, lid 2); het borgen van de kwaliteit van de tentamens en examens (artikel 7.12b lid 1 sub a); het vaststellen van richtlijnen en aanwijzingen binnen het kader van de OER om de uitslag van tentamens en examens te beoordelen en vast te stellen (artikel 7.12b lid 1 sub b); het verlenen van vrijstellingen (artikel 7.12b lid 1 sub d); het nemen van maatregelen bij fraude door een student (artikel 7.12b lid 2); het jaarlijks opstellen van een verslag van werkzaamheden (artikel 7.12b lid 5); het aanwijzen van examinatoren (artikel 7.12c). De examencommissie voor de associate degrees en bacheloropleidingen binnen de Academie voor Sociale Studies (SASS) bestaat uit ten minste drie leden, waaronder de voorzitter, afkomstig uit de diverse opleidingen of opleidingsvarianten (Social Work [SW], Toegepaste Psychologie [TP], Ervaringsdeskundigheid in Zorg en Welzijn [EZW] en Sociaal Werk in de Zorg [SWZ]). De voorzitter en overige leden van de examencommissie worden op basis van hun deskundigheid op het terrein van de desbetreffende opleiding(en) benoemd door de Dean; hierbij wordt gebruik gemaakt van door het College van Bestuur (CvB) vastgestelde profielen. Ten minste één lid is als docent verbonden aan één van de genoemde opleidingen en ten minste één lid is afkomstig van buiten de genoemde opleidingen. De actuele samenstelling van de examencommissie is te vinden op Hanze.nl. Communicatie tussen studenten en de examencommissie verloopt via de ambtelijk secretaris van de examencommissie. Voor de opleidingen SW, EZW en SWZ is de ambtelijk secretaris bereikbaar via: Toetscommissie De toetscommissie van de Academie voor Sociale Studies heeft als taak om, onder verantwoordelijkheid van de examencommissie, onderzoek te doen naar de kwaliteit van tentamens en examens. De toetscommissie bewaakt de goede werking van de toetscyclus en de onderlinge afstemming tussen de onderdelen van het curriculum voor wat betreft de toetsing. Daarnaast draagt de toetscommissie zorg voor archivering in het toetsarchief volgens de door het CvB vastgestelde bewaartermijnen. 8

9 Zie WHW artikel 7.11 en 7.12, HG-Bestuursreglement artikel 5.3 en 5.4 en bijlage 11 van het Studentenstatuut. De toetscommissie bestaat uit ten minste drie leden, waaronder de voorzitter. De leden van de toetscommissie worden benoemd door de Dean op voordracht van de examencommissie. De actuele samenstelling van de toetscommissie is te vinden op Hanze.nl. Contactgegevens van de toetscommissie: 2.2 TOELATINGSCOMMISSIE De toelatingscommissie adviseert de Dean over de toelating van studenten, daar waar toelating niet kan zonder nader onderzoek, zoals het onderzoek en het onderzoek bij deficiënties, zie WHW artikel 7.29 en bijlage 11 van het Studentenstatuut. De toelatingscommissie is verantwoordelijk voor: het adviseren van de Dean over de toelating van studenten; het (laten) uitvoeren van individuele toelatingsonderzoeken; het bewaken van de afgesproken kwaliteit van de toelatingsassessments. De toelatingscommissie bestaat uit minimaal drie leden, die worden benoemd door de Dean voor een periode van drie jaar. De actuele samenstelling van de toelatingscommissie is te vinden op Hanze.nl. Contactgegevens van de toelatingscommissie SW/EZW/SWZ: 2.3 ACADEMIEMEDEZEGGENSCHAPSRAAD De Academiemedezeggenschapsraad (AMR) is het democratisch gekozen medezeggenschapsorgaan van de Academie. De raad bestaat voor de helft uit leden die uit en door het personeel worden gekozen en voor de helft uit leden die uit en door de studenten worden gekozen. De AMR vindt zijn grondslag in artikel van de WHW en heeft op grond daarvan op verschillende gebieden instemmings- en/of adviesrecht, conform het Reglement van de Schoolmedezeggenschapsraad. Het gaat om de volgende rechten: instemmingsrecht op het Strategisch beleidsplan, het Schooljaarplan (SJP) en de OER-en; instemmingsrecht op inrichting van de organisatie, personeelsbeleid en de gang van zaken in en rond het gebouw; adviesrecht met betrekking tot nieuwbouw, wervingsprocedure van managers en de samenstelling van de opleidingscommissie; initiatiefrecht om, wanneer de AMR hiertoe aanleiding ziet, een advies te geven aan de Dean. De Dean is verplicht om hier beargumenteerd op te reageren; informatierecht: de AMR heeft recht op alle informatie die nodig is om zijn taak goed te kunnen uitvoeren. Voor het bijwonen van de bijeenkomsten van de AMR worden de docent- en studentleden daar waar mogelijk, uitgeroosterd van lesactiviteiten. Indien dit niet mogelijk is dan worden studentleden ontheven van aanwezigheidsplicht op het moment van vergaderen. Uiteraard maakt de student zelf de afweging om een lesactiviteit al dan niet te volgen. De actuele samenstelling en contactgegevens van de AMR zijn te vinden op Hanze.nl 9

10 2.4 OPLEIDINGSCOMMISSIE De opleidingscommissie (OC) is een wettelijk ingestelde commissie die minimaal zes keer per jaar vergadert over de kwaliteit van de opleidingen. Zie WHW artikel 10.3c en bijlage 11 van het Studentenstatuut. Taken van de opleidingscommissie zijn: het uitbrengen van advies over het bevorderen en waarborgen van de kwaliteit van de opleiding; het jaarlijks beoordelen van de wijze van uitvoeren van de OER; het gevraagd of ongevraagd advies uitbrengen aan de AMR en de Dean over alle andere aangelegenheden het onderwijs betreffende. tevens heeft de OC instemmingsrecht op de onderwijsregeling; dit betekent dat de Dean de instemming van de OC met de onderwijsregeling als onderdeel van de OER nodig heeft, voordat deze wordt vastgesteld. De OC stuurt adviezen en voorstellen altijd ter kennisneming aan de AMR. De OC bestaat voor de helft uit leden gekozen uit en door het onderwijsgevende personeel (personeelsgeleding) en voor de helft uit leden gekozen uit en door de studenten (studentgeleding) van de opleiding Social Work. De personeelsgeleding wordt verkozen voor een periode van twee jaren; de studentgeleding wordt verkozen voor een periode van één jaar. Nadere bijzonderheden over zittingsduur en verkiezingen zijn te vinden in het OC-reglement. Voor het bijwonen van de bijeenkomsten van de OC worden de docent- en studentleden daar waar mogelijk, uitgeroosterd van lesactiviteiten. Indien dit niet mogelijk is dan worden studentleden ontheven van aanwezigheidsplicht op het moment van vergaderen. Uiteraard maakt de student zelf de afweging om een lesactiviteit al dan niet te volgen. De OC s van de opleidingen SW, EZW en SWZ vergaderen altijd gezamenlijk onder voorzitterschap van de voorzitter van de OC SW. De actuele samenstelling en contactgegevens van de opleidingscommissie zijn te vinden op Hanze.nl Contactgegevens van de opleidingscommissie SW/EZW/SWZ: 10

11 3. Bachelor Social Work 3.1 DE BEROEPSCONTEXT SOCIAAL WERK Nederland zag het sociaal domein de afgelopen jaren ingrijpend veranderen. Rode draad is de omslag van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. De landelijke overheid heeft in de afgelopen decennia een terugtrekkende beweging gemaakt (deregulatie en decentralisatie). De ontwikkelingen vinden zijn neerslag in onder meer de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet Langdurige Zorg (WLZ), de Jeugdwet (Jw), de Participatiewet (Pw) en de Wet op het passend onderwijs. Termen als transitie, stelselwijziging en cultuurverandering karakteriseren de impact van deze omslag. De ontwikkelingen werken op verschillende manieren door in het sociaal werk. De belangrijkste daarvan zijn: - Het bevorderen van participatie in de samenleving door zoveel mogelijk mensen. Het motto is: minder mensen in instellingen met specialistische hulp, meer mensen die in hun eigen omgeving blijven functioneren en die dus blijven participeren, ondersteund door hun eigen netwerk. Sociale cohesie en participatie worden gezien als waardevolle doelen op zichzelf. - Het bevorderen van eigen kracht krijgt in het verlengde hiervan veel aandacht. Het gaat erom mensen te stimuleren en kinderen ontwikkelingskansen te bieden en ze alleen waar nodig te ondersteunen om hun mogelijkheden te (her)ontdekken, te waarderen en in te zetten. Belangrijke begrippen in dit verband zijn empowerment, maatschappelijke participatie, burgerinitiatieven, activeren in buurten en wijken, community development, pedagogische civil society. - Een grotere nadruk op efficiëntie en kostenbewustzijn is ook een belangrijke ontwikkeling. Dat wil zeggen: meer nadruk op signalering en preventie, op snelle (lichte) hulp bij zorgof ondersteuningsvragen, op hulp via één loket, op zorg en ondersteuning die nauw aansluit op iemands persoonlijke situatie. - Sociaal werkers moeten een plek innemen in het lokale speelveld. Veel verantwoordelijkheden en middelen zijn overgedragen naar gemeenten. Dit betekent meer invloed van lokaal sociaal beleid, lokale prioriteiten en lokale organisatiewijzen op het sociaal domein en sociaal werk. - Sociale technologie doordringt ook het sociaal domein. Dit brengt vraagstukken met zich mee rond privacy en veiligheid, online aanwezigheid, communicatie en scholing. De Bachelor Social Work richt zich op de sociale betekenis van deze vraagstukken. In de beroepspraktijk van sociaal werk draagt sociale technologie bij aan efficiënte dienstverlening, signaleren, voorkómen, communiceren, interveniëren en organiseren. Deze ontwikkelingen vragen dringend om sociaal werkers die hier in hun opleiding goed op zijn voorbereid en die als beginnend professional goed uit de voeten kunnen in het sterk veranderde sociaal domein (Landelijk opleidingsdocument sociaal werk, Vereniging Hogescholen, 2017, p.9). Het domeinprofiel sociaal werk onderschrijft onverkort de definitie van sociaal werk van de International Federation of Social Workers (IFSW) uit 2014 waarover internationaal consensus bestaat: Social work is a practice-based profession and an academic discipline that promotes social change and development, social cohesion, and the empowerment and liberation of people. Principles of social justice, human rights, collective responsibility and respect for diversities are central to social work. Underpinned by theories of social work, social sciences, humanities and indigenous knowledge, social work engages people and structures to address life challenges and enhance wellbeing. Deze definitie brengt tot uitdrukking dat sociaal werk een normatieve professie is en vormt de toetssteen voor het professioneel handelen van sociaal werkers. Het begrip sociale kwaliteit is 11

12 normatief en relatief: er bestaat geen absoluut optimaal sociaal functioneren dat leidt tot absolute sociale kwaliteit. Wat de één als acceptabel ervaart, vindt een ander onaanvaardbaar. De afwegingen die sociaal werkers maken, zijn daarom steeds gerelateerd aan de vraag wat in een bepaalde situatie het goede is. Sociaal werkers betrekken de waarden uit de internationale definitie van sociaal werk in hun afwegingen. Draagt mijn interventie bij maatschappelijke verandering, ontwikkeling en sociale cohesie? Draagt mijn interventie bij aan het verbeteren van ontwikkelingskansen van mensen en het ondersteunen en versterken (empowerment) van mensen bij het omgaan met hun levensvragen? (Landelijk opleidingsdocument sociaal werk, Vereniging Hogescholen, 2017, p.10). 3.2 HET BEROEPSPERSPECTIEF SOCIAAL WERK Sociaal werk draait om complexe problemen in een complexe werkelijkheid. Sociaal werkers betreden daarom in hun werk altijd andere domeinen, bijvoorbeeld het gezondheidsdomein of het juridische domein, en ze werken samen met professionals van andere disciplines. Sociaal werkers zijn experts in de integrale benadering die hiervoor vereist is. Door de combinatie van specifieke deskundigheid en hun sterke oriëntatie op integraal werken kunnen zij worden gekarakteriseerd als T-shaped professionals 2. Ze beschikken over een breed perspectief op sociale vraagstukken en mogelijke interventies dat hen in staat stelt verschillende factoren te onderscheiden en in overweging te nemen en daarop hun handelen te baseren (Landelijk opleidingsdocument sociaal werk, Vereniging Hogescholen, 2017, p.15). De sociaal werker werkt in verschillende werkvelden en vaak op het snijvlak van diverse domeinen. In grote lijnen worden de volgende organisatorische contexten onderscheiden: - Werken in de wijk. Sociaal werkers werken in de wijk, in teamverband, vanuit interdisciplinaire wijkteams of andere veelal interprofessionele samenwerkingsverbanden. - Werken in dienst van een instelling. Sociaal werkers zijn veelal in dienst van instellingen die als opdrachtnemer opereren voor een gemeente. - Werken in of vanuit een residentiële instelling. Sociaal werkers werken ook in en vanuit instellingen voor langdurig (soms gedwongen) verblijf en/of specialistische ondersteuning. - Werken als zelfstandig ondernemer. Het komt steeds vaker voor dat sociaal werkers vanuit een eigen onderneming werken voor verschillende opdrachtgevers (gemeentes maar ook instellingen of netwerken). - Andere verbanden. Er zijn ook andere verbanden waarin sociaal werkers werkzaam zijn in dienstverband of als zelfstandige. Bijvoorbeeld gemeenteambtenaar (ontwikkeling en/of uitvoering van sociaal beleid) of beleidsmedewerker bij verenigingen of (landelijke dan wel regionale) brancheorganisaties (Landelijk opleidingsdocument sociaal werk, Vereniging Hogescholen, 2017, p.18). 3.3 KERNTAKEN EN KWALIFICATIES SOCIAAL WERK Binnen Europa zijn afspraken gemaakt over het algemene niveau van de Bachelor. Deze afspraken zijn vastgelegd in de zogenaamde Dublin-descriptoren. In het domeinprofiel sociaal werk wordt de relatie gelegd met de Dublin-descriptoren. In totaal zijn er vijf descriptoren benoemd: 1. Kennis en inzicht 2. Toepassen kennis en inzicht 3. Oordeelsvorming 4. Communicatie 5. Leervaardigheden Een toelichting op de Dublin-descriptoren is te vinden in bijlage 2. 12

13 In dit hoofdstuk worden de drie kerntaken en tien generieke kwalificaties van sociaal werkers geformuleerd en toegelicht. Kerntaken en kwalificaties van sociaal werkers In onderstaand schema zijn de kerntaken en kwalificaties in samenhang weergegeven. De uitwerking van de kerntaken en kwalificaties is te vinden in het landelijk opleidingsdocument sociaal werk. (Vereniging Hogescholen, 2017). Kerntaak Bevorderen van sociaal functioneren van mensen en hun sociale context Versterken van de organisatorische verbanden waarbinnen sociaal werk plaatsvindt Bevorderen van de eigen Kwalificaties 1. Professionals sociaal werk benaderen mensen en hun sociale contexten en laten zich benaderen. Professionals sociaal werk zijn present, ze maken contact mogelijk via verschillende kanalen en vangen signalen op. 2. Professionals sociaal werk bevorderen sociaal functioneren van mensen en hun primaire leefomgeving op methodische wijze, evidence based of practice based. Ze doen dit wederkerig en in samenspraak, gericht op zelfregie en participatie. Ze letten op de veiligheid van kinderen en jongeren. 3. Professionals sociaal werk bevorderen sociaal functioneren van mensen en hun netwerken op methodische wijze, evidence based of practice based. Zij doen dit wederkerig en in samenspraak. Zij nemen daarbij het eigen karakter en handelingsvermogen van mensen en netwerken in acht. 4. Professionals sociaal werk bevorderen sociaal functioneren van mensen en hun gemeenschappen op methodische wijze, evidence based of practice based. Zij richten zich op versterken van sociale cohesie en inbedding, de ontwikkeling van collectieve arrangementen, rechtvaardigheid, rechtsgelijkheid, kansengelijkheid, sociale veiligheid, sociale duurzaamheid, sociale innovatie en bevorderen van sociaal beleid. 5. Professionals sociaal werk voeren effectieve regie ten aanzien van bijvoorbeeld indicatie, verwerving en inzet van middelen en inzet van professionals sociaal werk en andere betrokken professionals in specifieke gevallen. Ze werken transparant, resultaatgericht en efficiënt en onderscheiden output en outcome. 6. Professionals sociaal werk dragen bij aan interdisciplinaire en interprofessionele samenwerking binnen of tussen (professionele) netwerken. Dat doen ze op zodanige wijze dat mensen, netwerken en gemeenschappen hun eigen doelstellingen kunnen halen. 7. Professionals sociaal werk opereren actief en ondernemend. Ze dragen bij aan de voortgang van teamwerk, communiceren wat er moet gebeuren aan teamleden, dragen bij aan opdrachtverwerving bij aanbestedingen en zetten onderwerpen op de agenda bij opdrachtgevers. Ze opereren soms ook zelf als sociaal ondernemer. 8. Professionals sociaal werk leren van hun ervaringen door 13

14 professionaliteit en de ontwikkeling van het beroep steeds te reflecteren op hun eigen professioneel handelen. Zo ontwikkelen zij zichzelf als professional en vernieuwen zij de beroepspraktijk. 9. Professionals sociaal werk hebben een onderzoekende houding. Ze hebben het vermogen om kennis uit onderzoek van anderen toe te passen en om zelf praktijkgericht onderzoek te doen. Zij zijn in staat om de resultaten van onderzoek te vertalen naar innovatie van de beroepspraktijk. 10. Professionals sociaal werk maken ethische afwegingen met gebruikmaking van (inter-)nationale beroepscodes, ze maken gebruik van hun discretionaire ruimte en brengen hun ethische afwegingen over het voetlicht bij de verschillende betrokkenen. Professionals sociaal werk handelen kritisch reflecterend en zijn gericht op duurzame werking van hun professionele handelen. (Landelijk opleidingsdocument sociaal werk, [Vereniging Hogescholen, 2017, p.20]) 3.4 PROFIELEN Elke bachelorstudent social work studeert af als sociaal werker. Daarbinnen kiest de student een accent door een profiel te volgen. Er is sprake van drie profielen: Sociaal werk-jeugd Sociaal werk-welzijn en samenleving Sociaal werk-zorg De profielen zijn beschreven in het Landelijk opleidingsdocument sociaal werk (Vereniging Hogescholen, 2017). 14

15 4. Bachelor Social Work Hanzehogeschool Groningen 4.1 CONTEXT BACHELOR SOCIAL WORK NOORD NEDERLAND De Hanzehogeschool Groningen is één van de hogescholen in Noord-Nederland. De opleiding Social Work werkt in deze regio samen met organisaties op het gebied van sociaal werk en daarmee werken studenten in een context waarin welzijn en zorg worden vormgegeven in de plattelandscontext of die van de kleinere steden. Het Noorden kent van oudsher veel laaggeletterdheid, laaggeschooldheid, armoede en werkeloosheid. Ook het herkennen van burgerkracht als antwoord op de vraagstukken rondom leefbaarheid in de vorm van burgerinitiatieven en coöperaties is kenmerkend voor het sociale domein in Noord-Nederland. Tegenwoordig spelen vraagstukken omtrent leefbaarheid, welzijn en zorg voor jeugd, ouderen en kwetsbare groepen in krimpregio s die te maken hebben met vergrijzing, ontgroening en het wegvallen van voorzieningen. De provincie Groningen heeft daarnaast in het bijzonder te maken met de gevolgen van aardbevingen voor het welzijn van de bewoners. 4.2 DE BACHELOR OPLEIDING SOCIAL WORK VAN DE HANZEHOGESCHOOL De landelijk vastgelegde kwalificaties en kennisbasis (generiek en profielen) (Landelijk opleidingsdocument sociaal werk, Vereniging Hogescholen, 2017) zijn uiteraard uitgangspunt voor de inhoudelijke en samenhangende invulling van ons curriculum. Wij geven in onze opleiding met een aantal lectoraten extra aandacht aan participatie (lectoraat Rehabilitatie), healthy ageing en aan empowerment (lectoraat Jeugd, Educatie en Samenleving), netwerkontwikkeling en ervaringsdeskundigheid. Daarnaast zijn praktijkgericht onderzoek, ondernemerschap en internationalisering speerpunten. De opleiding is verbonden met het werkveld en de regio. Zo speelt de opleiding bijvoorbeeld een actieve rol in het ontwikkelen van nieuwe werkwijzen in de wijkteams. In het project WIJS (Wijk Inzet door Jongeren en Studenten) werkt de opleiding samen met de gemeente Groningen, WIJ-Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen. Namens WIJS zetten studenten zich in op allerlei vlakken in alle Groningse wijken, voor en met bewoners. Op deze manier doen studenten in het kader van hun studie praktijkervaring op en dragen ze bij aan de stad. De in paragraaf 4.1 omschreven vraagstukken vallen onder thema participatie en kansengelijkheid binnen het speerpunt Healthy Ageing van de Hanzehogeschool en sluiten ook aan bij de strategische ambities van de hogeschool. Voor het studiejaar ligt binnen de Academie voor Sociale Studies de focus op Kansengelijkheid vergroten, in het bijzonder met betrekking tot de thema s Black Lives Matter en Armoede. Daarmee sluiten we aan bij het Sustainable Development Goal Ongelijkheid verminderen. 4.3 VISIE OP BEROEP EN ONDERWIJS We zijn als opleiding lid van de European Association of Schools of Social Work (EASSW). Hiermee onderschrijven we de onderstaande Global Definition of Social Work die in juli 2014 is aangenomen door de International Federation of Social Work (IFSW) en de International Association of Schools of Social Work (IASSW): Sociaal werk is een praktijk-gebaseerd beroep en een academische discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit staan centraal in het sociaal werk. Onderbouwd door sociaalwerktheorieën, sociale wetenschappen, menswetenschappen en inheemse en lokale vormen van kennis engageert sociaal werk mensen en structuren om levensuitdagingen en 15

16 problemen aan te pakken en welzijn te bevorderen. ( Dit betekent dat sociaal werkers aan een rechtvaardige en inclusieve samenleving werken en opkomen voor de rechten en belangen van kwetsbare groepen. Mensen- en kinderrechten zijn een kompas voor professioneel methodisch handelen. Sociaal werkers ondersteunen en stimuleren de participatie van mensen met wie ze werken vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid, met eigenaarschap bij mensen en hun omgeving. De sociaal werker respecteert de autonomie en eigen kracht van mensen, maar beschermt wanneer mensen zichzelf, hun kinderen en/of andere naasten in gevaar brengen. De sociaal werker zet in op eigen kracht, eigen regie en veerkracht. De burger wordt steeds meer integraal benaderd waarbij het autonoom functioneren in verschillende omgevingen voorop staat. Nieuwe werkwijzen en benaderingen doemen op, maar er ontstaan ook nieuwe vormen van kwetsbaarheid die het sociaal werk niet over het hoofd mag zien. Wij zien sociaal werk als een principieel normatieve professie. Dit betekent dat sociaal werkers zich steeds moeten afvragen: draagt mijn interventie bij aan het verbeteren van ontwikkelingskansen van mensen en het ondersteunen en versterken van mensen (en hun omgeving) bij het omgaan met hun levensvragen? Draagt mijn interventie (ook) bij aan een inclusieve en rechtvaardige samenleving? Empowerment, emancipatie en bevrijding van mensen vraagt dat de sociaal werker in de lokale, nationale en internationale context de kracht van structuren herkent, adresseert en bevecht. Hiertoe zijn sociaal werkers in onze visie: - lerende en reflecterende professionals die zich continu zowel binnenschools als buitenschools ontwikkelen; - onderzoekende professionals die hun onderzoekend vermogen inzetten om zowel het eigen handelen als de beroepspraktijk en de maatschappij te verbeteren en innoveren; - normatieve professionals die zich verantwoordelijk weten voor de kernwaarden die in de Global Definition of Social Work zijn geformuleerd en de normen in de Beroepscode voor de sociaal werker ( - ondernemende professionals die initiatieven ontplooien voor een rechtvaardige samenleving en outreachend in actie komen voor de ander. Vanuit deze ondernemende houding ontwikkelen ze de beroepspraktijk en stimuleren ze ook anderen om initiatieven te nemen. Onze opleiding is een leergemeenschap: een plek waar studenten, medewerkers, professionals en burgers van elkaar leren en samenwerken aan het oplossen van actuele maatschappelijke vraagstukken. Onze verbondenheid met een inclusieve en rechtvaardige samenleving blijkt uit onderwerpen die wij door de opleidingen heen aan bod laten komen, de vormgeving van de leeromgeving en de thema s van de lectoraten. Wij zetten met ons onderwijs in op het vormen van lerende/ reflecterende, onderzoekende, normatieve en ondernemende sociaal werkers. Hiertoe bieden we een leeromgeving waarin studenten en docenten elkaar kennen (kleinschaligheid), die studenten en docenten leerruimte biedt en uitdagend is (werken aan de grenzen van je weten en kunnen) en waarin we werken met zorg voor het beroep en vanuit de waardering van diversiteit. We werken in ons onderwijs met elkaar samen, zoals we willen dat sociaal werkers (samen)werken aan de beroepswaarden, kwaliteit en niveau. We treden elkaar wellevend, belangstellend en respectvol tegemoet. We werken vanuit de interdisciplinaire uitgangspunten van het T-shaped model, waarin we als specialist en als generalist niet alleen vanuit ons eigen referentiekader handelen, maar ons ook verplaatsen in het referentiekader van de ander en bijdragen aan het oplossen van het vraagstuk van die ander. 16

17 5. Opbouw van de opleiding en het studieprogramma 5.1 OPBOUW VAN DE MODULAIRE OPLEIDING EN HET STUDIEPROGRAMMA De opleiding is volledig in het Nederlands Modulaire opzet De deeltijdopleiding is modulair van opzet. Een module is een afgerond, samenhangend deel van 30 studiepunten (EC). Modules bestaan uit meerdere eenheden van leeruitkomsten. De instapvoorwaarden worden beschreven in paragraaf De bachelor Social Work deeltijd duurt vier jaar en is opgedeeld in acht modules van elk 30 EC s. Elke module vindt plaats binnen een semester. Het eerste jaar is de propedeutische fase en bestaat uit twee modules: De Professionele Relatie (startmodule); De Community Centraal. Wanneer deze beide modules met een voldoende zijn afgerond, dan is het propedeutisch examen behaald. De student ontvangt hiervan een certificaat van de opleiding. De post-propedeutische fase bestaat uit zes modules: Werken met Systemen en Groepen; Profiel Welzijn en Samenleving of Profiel Zorg of Profiel Jeugd; Vrije keuzeruimte; Leerwerkomgeving (LWO) A; Leerwerkomgeving (LWO) B; Eindopdracht Studieroutes en bijbehorende instapvoorwaarden De opleiding kent een reguliere route (zie figuur 1) en een route met LWO (zie figuur 2). De reguliere route bestaat uit acht semesters, waarbij de student één module per semester volgt. Voor studenten die naast de opleiding werkzaam zijn op een voor de opleiding relevante werkplek, bestaat de mogelijkheid om de opleiding in zes semesters af te ronden. De twee modules Leerwerkomgeving (LWO) worden dan gelijktijdig met de overige zes modules gevolgd. De eisen die door de opleiding aan een relevante werkplek worden gesteld staan genoemd in paragraaf Instapvoorwaarden Voor alle modules in de postpropedeutische fase gelden instapvoorwaarden. Een instapvoorwaarde geeft aan welke modules behaald moeten zijn (dus met een voldoende afgerond in Osiris) of welke examens behaald moeten zijn (in dit geval het propedeutisch examen) om een bepaalde module in de post - propedeutische fase te kunnen volgen. Om te kunnen beginnen met de modules uit 17

18 de propedeutische fase moet voldaan worden aan de toelatingseisen van de opleiding, zie Hoofdstuk 6. Instapvoorwaarden Module: Propedeutische fase Professionele relatie (PR) Community centraal (CC) Postpropedeutische fase Werken met systemen en groepen (WSG) Leerwerkomgeving A (LWO A)** Leerwerkomgeving B (LWO B) Instapvoorwaarde: Toelatingseisen voor de opleiding Toelatingseisen voor de opleiding PR of CC* PR of CC Propedeuse, LWO A en bij voorkeur profielmodule gevolgd Profielmodule Propedeuse Vrije keuze Ruimte (VKR) Propedeuse Eindopdracht Propedeuse, WSG, profielmodule, bij voorkeur VKR, LWO A, LWO B*** * Beide modules moeten zijn gevolgd, waarvan er minimaal één met een voldoende moet zijn afgerond. ** De student kan met LWOA1 (in de versnelde route) beginnen direct bij aanvang van de opleiding. Voor LWOA1 gelden geen instapvoorwaarden. *** De student kan met de LOP-coach overeenkomen dat de module LWOB na de module Eindopdracht wordt gevolgd en/of afgerond Profielen Binnen de bachelor Social Work kiest de student in de post-propedeutische fase één van de drie profielen: Profiel Jeugd. Profiel Welzijn en Samenleving; Profiel Zorg; Elke major omvat 90 EC s, bestaande uit: module Profiel Welzijn en Samenleving of module Profiel Zorg of module Profiel Jeugd, module Leerwerkomgeving B (binnen een voor het profiel relevante werkplek). module Eindopdracht De profielen zijn beschreven in het Landelijk opleidingsdocument Sociaal Werk (Vereniging Hogescholen, 2017). 18

19 Bachelor Social Work in deeltijd Figuur 1, Modulen reguliere route 19

20 Bachelor Social Work in deeltijd Figuur 2, Modules route met LWO *Leerwerkomgeving 20

21 5.1.5 Registraties Registratie GGZ-agoog deeltijd Voor studenten die het profiel Sociaal werk - zorg volgen bestaat de mogelijkheid tot registratie als GGZ-agoog. Voor het GGZ-werkveld is de student dan herkenbaar als GGZ-agoog. De GGZ-agoog is een erkend gezondheidszorgberoep binnen de CONO (Coördinerend Orgaan Nascholing en Opleiding in de GGZ) beroepenstructuur. Om in aanmerking te komen voor de aantekening GGZ-agoog gelden naast het volgen van het profiel Zorg (extra) voorwaarden, deze worden beschreven in 5. Registratie Jeugd- en gezinsprofessional Er is een nieuwe kamer in het SKJ-beroepsregister (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd) voor het brede domein Jeugd. Na afronding van de profielroute van 90 EC s Sociaal werk jeugd wordt automatisch voldaan aan de vernieuwde registratie-eisen Jeugd- en gezinsprofessional voor dit beroepsregister Keuzeruimte Module Vrije keuzeruimte De opleiding biedt de student de ruimte om in één semester eigen keuzes te maken voor het indelen van het programma. De module Vrije keuzeruimte kan verdiepend of verbredend worden ingevuld. De student kan kiezen voor één van de onderstaande mogelijkheden: een extra (deeltijd) profielmodule Welzijn en Samenleving, Zorg of Jeugd; een externe Kies Op Maat-minor; een studieprogramma in het buitenland; een HG-minor; het volgen van losse onderwijseenheden buiten het curriculum van de opleiding. 1. Extra (deeltijd) profielmodule Welzijn en Samenleving, Zorg of Jeugd De student kan een profielmodule volgen anders dan degene die gekozen is voor het profiel van het afstuderen in combinatie met LWO B en de eindopdracht. 2. Kies op Maat Studenten kunnen een minor volgen bij een andere instelling: zie 3. Studeren in het buitenland Studenten kunnen ervoor kiezen in het buitenland te studeren. Het biedt studenten de mogelijkheid om andere visies op hulp- en dienstverlening op te doen, dan in Nederland gebruikelijk. Ze kunnen hiervoor de module Vrije Keuzeruimte gebruiken. Voorwaarde is dat aan de hand van het kader voor de invulling van de minorruimte in een internationale omgeving (zie hierna) een programma op maat gemaakt wordt, dat in overleg en met goedkeuring van de coördinator internationalisering vastgesteld wordt. 4. HG-minoren HG-minoren kunnen in het eerste of tweede semester worden gevolgd; ze starten dus in september en/of in februari. - Indien het onderwijs van een HG-minor niet parallel loopt met het aangeboden onderwijs op de Academie (verspreid over één semester), dan is de student zelf verantwoordelijk voor het vinden van oplossingen om het gewenste onderwijs te kunnen volgen. 21

22 - Voor het behalen van de HG minor moeten alle onderdelen die zijn opgenomen in Osiris onder de betreffende minor door de student met een voldoende afgerond worden. 5. Losse onderwijseenheden De vrijekeuzeruimte kan ook worden ingevuld met het volgen van losse onderwijseenheden buiten het curriculum van de opleiding of met het aanbod van andere instellingen voor hoger onderwijs in binnen- of buitenland. De POB er moet goedkeuring verlenen voor het opnemen van deze invulling van de keuzeruimte in de opleiding van de student. 5.2 AFSTUDEERPROGRAMMA Het afstudeerprogramma in studiejaar bestaat uit de volgende onderdelen van de deeltijd bachelor Social Work waar de student zijn/haar competenties/kwalificaties Sociaal Werk op eindniveau aantoont: Module Eindopdracht: (SSDB20EO) Module LWO B: (SSDB19LWOB) of (SSDB19LWOB1 en SSDBLWOB2 en SSDBLWOB3) 5.3 CURRICULUMOVERZICHTEN In de curriculumoverzichten staan alle onderdelen van de studieprogramma s van het studiejaar en indien van toepassing per major. Naast de omschrijving van de cursus staan de EC s, de cursuscode en de toetsvorm beschreven. Het volledige studieprogramma van de deeltijdbachelor Social Work is opgenomen en te raadplegen in Osiris. Hierin staat per cursus alle belangrijke informatie vermeld zoals; inhoud, instapvoorwaarden, leeruitkomsten en toetsing. Ook is er van alle modulen informatie en een moduleboek op Blackboard geplaatst. 22

23 Curriculumoverzichten Social Work Deeltijd Modules I t/m VI *beoordeling van de toetsen gebeurt met een cijfer Module I: Sociaal Werk, de professioneel relatie Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling Sociaal Werk, de professionele relatie Social Work in the Professional Relationship 30 SSDP20SWPR O portfolio (+CGI) * Module II: Sociaal Werk, de community centraal Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling Sociaal Werk, de community centraal Social Work in the Community 30 SSDP20SWCC O portfolio (+CGI) * Module III: Sociaal Werk, werken met Systemen en Groepen Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling Sociaal Werk, werken met Systemen en Groepen Social Work, working with Families and Groups 30 SSDB20SWSG O portfolio (+CGI) * Module IV: Sociaal Werk, Profiel Jeugd Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling Sociaal Werk, Profiel Jeugd Social Work, Profile Youth 30 SSDB21SWJ O portfolio (+CGI) * Module IV: Sociaal Werk, Profiel Welzijn & Samenleving Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling Sociaal Werk, Profiel Welzijn & Samenleving Social Work, Profile Well-being & Community 30 SSDB20SWW O portfolio (+CGI) * Module IV: Sociaal Werk, Profiel Zorg Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling Sociaal Werk, Profiel Zorg Social Work, Profile Care 30 SSDB20SWZ O portfolio (+CGI) * 23

24 Module V Module Vrije ruimte Keuze uit: Engelse omschrijving EC Module/Minorcode Beoordeling Sociaal Werk, Profiel Jeugd Social Work, Profile Youth 30 SSDB21SWJ zie module Sociaal Werk, Profiel Welzijn en Samenleving Social Work, Profile Well-being & Community 30 SSDB20SWW zie module Sociaal Werk, Profiel Zorg Social Work, Profile Care 30 SSDB20SWZ zie module Honoursminor Buiten kaders denken Honours Minor Expanding Your Mind 30 MH21SSBKD zie minor semester 1 en 2 Minor Jeugd- en gezinsprofessional Minor Youth- and Family Care 30 MI21SSJGP zie minor semester 1 en 2 Minor Inclusief Burgerschap voor mensen met lichte Minor Inclusive Citizenship MID 30 MO21SSLVBS zie minor verstandelijke beperkingen semester 2 Minor Elders (b.v. Kies op Maat) 30 divers Module VI Eindopdracht Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling Eindopdracht Final Assignment 30 SSDB20EO 3 toets-01 O opdracht (morele beraadslaging) 12 toets-02 O professioneel product 15 toets-03 O eindgesprek (portfolio + CGI) totaal 30 24

25 Curriculumoverzicht Deeltijd Social Work Module LWO A *beoordeling van toetsen gebeurt met een cijfer, tenzij in deze kolom is aangegeven dat v/o (voldoende/onvoldoende) of a/na (afgerond/niet afgerond) wordt ingevoerd in Osiris Module LWO A: Leerwerkomgeving A Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling * Leerwerkomgeving A1 Study and Working Environment A1 0 SSDP19LWOA1 O overig a/na Leerwerkomgeving A2 Study and Working Environment A2 0 SSDP19LWOA2 O overig a/na Leerwerkomgeving A3 Study and Working Environment A3 30 SSDB19LWOA3 O eindgesprek totaal 30 of Leerwerkomgeving A Study and Working Environment A 30 SSDB18LWOA O eindgesprek Curriculumoverzicht Deeltijd Social Work Module LWO B *beoordeling van toetsen gebeurt met een cijfer, tenzij in deze kolom is aangegeven dat v/o (voldoende/onvoldoende) of a/na (afgerond/niet afgerond) wordt ingevoerd in Osiris Module LWO B: Leerwerkomgeving B Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling * Leerwerkomgeving B1 Study and Working Environment B1 0 SSDB19LWOB1 O overig a/na Leerwerkomgeving B2 Study and Working Environment B2 0 SSDB19LWOB2 O overig a/na Leerwerkomgeving B3 Study and Working Environment B3 30 SSDB19LWOB3 Supervisie Supervision 0 toets-01 O overig a/na 30 toets-02 O eindgesprek totaal 30 of Leerwerkomgeving B Study and Working Environment B 30 SSDB19LWOB Supervisie Supervision 0 toets-01 O overig a/na 30 toets-02 O eindgesprek totaal 30 25

26 HG Honours minor Buiten kaders denken - HG Honours Minor Expanding your Mind (Osiriscode MH21SSBKD/MK21SSBKD (KOM) semester 1 én 2 doelgroep: studenten HG voltijd en deeltijd én KOM Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling * Ontwikkelingsproject Development Project 20 SSHH21OP 0 toets-01 O (eind)presentatie) v/o 20 toets-02 O professioneel product Management en beleid Management and Policy 5 SSHH21MB 0 toets-01 O overig (=workshop) a/na 5 toets-02 O overig (=zelfbeoordelingsverslag) Community Community 5 SSHH21CM O overig (=peerassessment) totaal 30 Hogeschoolbrede (HG) minor Jeugd- en gezinsprofessional HG minor Professional Youth- and Family Care (Osiriscode MI21SSJGP) semester 1 én 2 Studenten van de opleiding Social Work (SS) voltijd én deeltijd profiel Jeugd mogen NIET deelnemen aan de minor doelgroep: studenten van de opleidingen Social Work (SS) voltijd én deeltijd profielen Welzijn & Samenleving en Zorg, Toegepaste Psychologie (TP) met route Jeugd, Sociaal Juridische Dienstverlening (SJ) en op maat (= Professionals en Bedrijven of andere opleiding, toelating in afstemming met de minorcoördinator) Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling * Sociaal Werk, Profiel Jeugd Social Work, Profile Youth 30 SSDB21SWJ O portfolio (+CGI) Opleidingsspecifieke(SW) Minor Inclusief Burgerschap voor mensen met lichte verstandelijke beperkingen SASS Minor Inclusive Citizenship for people with Mild Intellectual Disability (Osiriscode MO21SSLVBS) semester 2 doelgroep: studenten Social Work (SS) voltijd én deeltijd Naam cursus Engelse omschrijving EC Cursuscode Beoordeling * Perspectieven en belangenbehartiging Perspectives en Advocacy 20 SSVB20PB 5 toets-01 O opdracht (=casus) v/o 10 toets-02 O professioneel product 5 toets-03 O overig (=vakgesprek) Training: Samen werkt het beter Training: Better together 10 SSVB19MN 0 toets-01 O (peer)assessment v/o 10 toets-02 O assessment v/o totaal 30 26

27 6. Toelatingseisen bachelor Social Work deeltijd 6.1 VOOROPLEIDINGSEISEN M.B.T. TOELATING Om toegelaten te worden tot de opleiding dient men in het bezit te zijn van één van de hieronder genoemde documenten: 1. vwo-diploma (alle profielen), 2. havo-diploma (alle profielen), 3. mbo-diploma (niveau 4) dat toelating geeft tot het hbo, 4. propedeuse getuigschrift, 5. door de minister aangewezen getuigschrift dat gelijkwaardig is aan 1, 2 of 3, 6. een getuigschrift dat naar het oordeel van de Dean van de Academie voor Sociale Studies op advies van de examencommissie tenminste gelijkwaardig is aan 1, 2 of STUDIEKEUZECHECK Voor toelating van aankomende studenten tot de bacheloropleiding SW deeltijd geldt, naast de toelatingseisen zoals geformuleerd in paragraaf 6.1 van deze OER, dat de Studiekeuzecheck (SKC) verplicht is. Het advies is niet-bindend van aard. Alle informatie over de Studiekeuzecheck is te vinden op Hanze.nl. 6.3 TOELATING OP GROND VAN ANDERE DIPLOMA S Er zijn geen andere diploma s die direct toelating tot de opleiding geven. Wel zijn er mogelijkheden om via een assessment tot de opleiding toegelaten te worden. Meer informatie hierover staat in paragraaf 6.5 van deze OER. 6.4 TOELATING OP GROND VAN BUITENLANDS DIPLOMA Om te worden toegelaten tot een Nederlandstalige opleiding dienen studenten met een buiten Nederland afgegeven diploma aan de volgende drie eisen te voldoen: 1. De student moet kunnen aantonen dat hij/zij in het bezit is van het diploma Staatsexamen NT2-II bestaande uit vier deelcertificaten. In bijzondere gevallen kan de Dean de student vrijstellen van deze eis. Vrijgesteld van deze eis worden studenten die beschikken over een in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Suriname afgegeven diploma vooropleiding indien deze vooropleiding in het Nederlands is genoten. 2. Het diploma vooropleiding is naar het oordeel van de Dean ten minste gelijkwaardig aan een vwo-, havo- of mbo4-diploma. Als bij het vwo- of havo diploma nadere eisen zijn gesteld aan het profiel of de vakken, dan kunnen deze eisen ook worden gesteld aan het buitenlands diploma. De Dean kan ter zake een advies van EP-Nuffic 2 inwinnen. Toelating kan tevens plaatsvinden op basis van het getuigschrift van het Voorbereidend Jaar van het Alfa-college of het Noorderpoort college met het juiste vakkenpakket. 3. De student dient te beschikken over een geldige verblijfsstatus voor het volgen van een studie in Nederland. Voor nadere informatie moet contact worden opgenomen met de Studenten Administratie (STAD) 2 Organisatie voor internationalisering in het Nederlandse onderwijs 27