PERSMEDEDELING. 3089e zitting van de Raad. Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken. Werkgelegenheid en Sociaal Beleid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PERSMEDEDELING. 3089e zitting van de Raad. Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken. Werkgelegenheid en Sociaal Beleid"

Transcriptie

1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE PERSMEDEDELING 3089e zitting van de Raad 10260/11 (OR. en) PRESSE 135 PR CO 29 Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken Werkgelegenheid en Sociaal Beleid Brussel, 19 mei 2011 Voorzitter de heer Zoltán Balog Staatssecretaris voor Sociale Insluiting van Hongarije P E R S W e t s t r a a t B B R U S S E L T e l. : ( 0 ) / F a x : ( 0 ) /11 1

2 Voornaamste resultaten van de Raadszitting Tijdens deze buitengewone zitting van de Raad EPSCO, die was gewijd aan de integratie van de Roma, heeft de Raad nota genomen van de presentatie door de Commissie van haar mededeling betreffende een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot De Raad hield een gedachtewisseling over de sociaaleconomische integratie van de Roma en nam conclusies aan. De Raad bekrachtigde tevens een advies van het Comité voor sociale bescherming over dit thema /11 2

3 INHOUD 1 DEELNEMERS... 4 BESPROKEN PUNTEN Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot Conclusies van de Raad... 8 ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN WERKGELEGENHEID Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid BENOEMINGEN Comité van de Regio's Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens. De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst /11 3

4 DEELNEMERS België mevrouw Joëlle MILQUET de heer Philippe COURARD Bulgarije: de heer Peter STEFANOV Tsjechië: de heer David KAFKA Denemarken: de heer Jonas BERING LIISBERG Duitsland: de heer Guido PERUZZO Estland: de heer Gert ANTSU Ierland: mevrouw Geraldine BYRNE NASON Griekenland: de heer Theodoros TSEKOS Spanje: mevrouw Isabel MARTINEZ LOZANO Frankrijk: mevrouw Roselyne BACHELOT-NARQUIN Italië : de heer Vincenzo GRASSI Cyprus: de heer George ZODIATES Letland: mevrouw Solvita ZVIDRINA Litouwen: de heer Dalius BITAITIS Luxemburg: mevrouw Michèle EISENBARTH Hongarije: de heer Zoltán BALOG mevrouw Rita IZSÁK Malta: de heer Clyde PULI Nederland : de heer Derk OLDENBURG Oostenrijk: de heer Harald GÜNTHER Polen: mevrouw Elzbieta RADZISZEWSKA Portugal: de heer Pedro COSTA PEREIRA vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, verantwoordelijk voor het migratie- en asielbeleid staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie onderminister van Arbeid en Sociale Zaken secretaris-generaal, ministerie van Werkgelegenheid en Sociale Bescherming secretaris-generaal voor Sociaal Beleid minister van Solidariteit en Sociale Cohesie staatssecretaris, ministerie van Cultuur viceminister van Sociale Zekerheid en Arbeid staatssecretaris, ministerie van Ambtenarenzaken en Justitie kabinetschef van de staatssecretaris, ministerie van Ambtenarenzaken en Justitie staatssecretaris voor Jeugdzaken en Sport staatssecretaris, kabinet van de minister-president, gevolgmachtigde van de regering voor gelijke behandeling 10260/11 4

5 Roemenië: de heer Valentin MOCANU Slovenië: mevrouw Anja KOPAČ MRAK Slowakije: mevrouw Lucia NICHOLSONOVA Finland: de heer Juha REHULA Zweden: de heer Erik ULLENHAG Verenigd Koninkrijk: de heer Andy LEBRECHT Commissie: mevrouw Viviane REDING de heer László ANDOR staatssecretaris, ministerie van Arbeid, Gezinszaken en Sociale Bescherming staatssecretaris, ministerie van Arbeid, Gezinszaken en Sociale Zaken staatssecretaris, ministerie van Arbeid, Sociale Zaken en Gezin minister van Volksgezondheid en Sociale Voorzieningen minister van Integratie vicevoorzitter lid 10260/11 5

6 BESPROKEN PUNTEN Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020 De Raad heeft de integratie van de Roma besproken, het vraagstuk waarvoor deze buitengewone zitting werd bijeengeroepen. De Raad nam nota van een mededeling betreffende een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020 (8727/11) die door de Commissie is uitgebracht als reactie op oproepen van lidstaten en van het Europees Parlement om maatregelen te nemen. De Commissie onderstreepte dat op EU-niveau en op nationaal niveau maatregelen moeten worden genomen om de economische en sociale integratie van de Roma te verbeteren, met volledige inachtneming van het non-discriminatiebeginsel en de mensenrechten. Daartoe moeten alle bestaande juridische en economische instrumenten worden aangewend. De Commissie zal ijveren voor de uitvoering van de strategie en voor een goed gebruik van de beschikbare middelen. Zij zal de gemaakte vorderingen monitoren en jaarlijks verslag uitbrengen. De Raad heeft zijn aandacht toegespitst op twee vragen: hoe kan de integratie van de Roma worden bevorderd door middel van een geïntegreerde nationale aanpak, en hoe kan worden gezorgd voor een doeltreffender gebruik van de financiële middelen? De Raad was ingenomen met het kader voor strategieën voor integratie van de Roma, en in het bijzonder met de vaststelling van vier prioritaire gebieden (onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting) waarop de kloof tussen de Roma-gemeenschap en de bevolking als geheel moet worden gedicht. De Raad onderstreepte tevens het belang van de integratie van de Roma in het kader van het bereiken van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. De ministers beklemtoonden dat de Roma EU-burgers zijn die vaak af te rekenen hebben met een ernstige sociale en economische achterstand, discriminatie en uitsluiting, die in bittere armoede leven en niet de kansen krijgen die andere EU-burgers wel hebben. Derhalve zijn geïntegreerde maatregelen op de vier prioritaire gebieden nodig /11 6

7 De ministers beklemtoonden dat bij de uitwerking van de maatregelen rekening moet worden gehouden met de specifieke nationale omstandigheden, en onderstreepten het belang van het beginsel "uitdrukkelijke maar niet-exclusieve gerichtheid" met betrekking tot de Roma in het meer algemene kader van het beleid inzake sociale integratie. De sociale en economische integratie van de Roma houdt ook in dat hun wettelijke rechten moeten worden gewaarborgd, in het bijzonder de rechten van de Roma die het slachtoffer zijn geworden van mensenhandel, en dat de verantwoordelijkheid en deelname van de Roma zelf moeten worden bevorderd. De ministers wezen op het belang van onderwijs en opleiding wanneer het erop aankomt te waarborgen dat de Roma een gelijke toegang tot de arbeidsmarkt hebben. Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar de rechten van vrouwen en kinderen. De integratie van de Roma kan voorts worden bevorderd door de actieve betrokkenheid van Roma-verenigingen en sociale bemiddelaars, onder meer op regionaal en lokaal niveau. De strategieën voor de integratie van de Roma moeten worden geïntegreerd in het EU-beleid en het nationale beleid. De meeste ministers onderstreepten dat de beschikbare financiële middelen, onder meer uit het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, op een flexibele manier moeten worden gebruikt en dat de voorschriften moeten worden vereenvoudigd om administratieve rompslomp te voorkomen. Vele ministers vonden dat de rol van het Europees platform voor de inclusie van de Roma moet worden versterkt, teneinde de uitwisseling van goede praktijken en ervaringen tussen lidstaten te intensiveren. Het voorzitterschap is voornemens om over de resultaten van de diverse besprekingen verslag uit te brengen aan de Raad Algemene Zaken van 23 mei en aan de Europese Raad van 24 juni /11 7

8 De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen: Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie 1 van de Roma 2 tot Conclusies van de Raad "DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, HERINNEREND AAN: 1. het feit dat eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, waarden zijn waarop de Europese Unie berust, zoals blijkt uit artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en met name uit artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; 2. het feit dat de bestrijding van sociale uitsluiting, discriminatie en ongelijkheid een uitdrukkelijk streven van de Europese Unie is, zoals vermeld in, onder meer, artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de artikelen 9 en 10 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; 3. het feit dat artikel 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de Raad specifiek machtigt om passende maatregelen te nemen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid te bestrijden; het feit dat de Raad deze bevoegdheden heeft uitgeoefend bij de aanneming van Richtlijn 2000/43/EG houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming; 4. de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad (december en juni ); de Raadsconclusies over de integratie van de Roma (december ); de Raadsconclusies over de integratie van de Roma en de daaraan gehechte gemeenschappelijke basisbeginselen inzake integratie van de Roma (juni ); de Raadsconclusies over betere integratie van de Roma (juni ); de conclusies van de Europese Raad waarin de Europa 2020-strategie is aangenomen (juni ) en de Raadsconclusies over het vijfde verslag over de economische, sociale en territoriale samenhang (februari 2011) 9 ; In onderhavige Raadsconclusies worden met zowel "integratie" als "insluiting" maatregelen ter verbetering van de situatie van de op het grondgebied van de lidstaten wonende Roma bedoeld. De term "Roma" wordt gebruikt overeenkomstig de definitie in de mededeling van de Commissie (8727/11, voetnoot 1) /1/07 REV /1/08 REV /1/08 REV /09 + COR /10 + COR 1. EUCO 13/1/10 REV / /11 8

9 5. de resoluties van het Europees Parlement, over respectievelijk de situatie van Romavrouwen in de Europese Unie (juni 2006); de sociale situatie van de Roma en de verbetering van hun toegang tot de arbeidsmarkt in de EU (maart 2009); de situatie van de Roma in Europa (september 2010); en de EU-strategie voor de integratie van de Roma (maart 2011); 6. de mededeling van de Commissie over de sociale en economische integratie van de Roma in Europa 1, en het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie "Roma in Europa: de toepassing van de instrumenten en beleidsmaatregelen van de EU voor de integratie van de Roma: voortgangsverslag" 2 ; 7. de Europese topbijeenkomsten over de Roma die op 16 september 2008 te Brussel en op 8 april 2010 te Córdoba hebben plaatsgevonden; 8. het advies van het Comité van de Regio's over de sociale en economische integratie van de Roma in Europa (december 2010); 9. Verordening (EU) nr. 437/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1080/2006 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling wat betreft de subsidiabiliteit van huisvestingsprojecten voor gemarginaliseerde gemeenschappen 3 ; BEKLEMTOONT HET VOLGENDE: 10. ondanks inspanningen op nationaal, Europees en internationaal niveau om de integratie van Roma te verbeteren, hebben vele Roma nog steeds te kampen met grote armoede, verregaande sociale uitsluiting, belemmeringen bij het doen gelden van grondrechten, alsook discriminatie, hetgeen vaak leidt tot een beperkte toegang tot kwaliteitsonderwijs, -banen en -diensten, lage inkomensniveaus, ondermaatse woonomstandigheden, een slechte gezondheid en een kortere levensverwachting. Deze situatie heeft niet alleen gevolgen voor de Roma, maar heeft ook een economische prijs voor de samenleving als geheel, onder meer door de verspilling van menselijk kapitaal en het verlies van productiviteit; 11. de omvang van de Roma-bevolking en de sociale en economische omstandigheden waarin deze verkeert, verschillen per lidstaat; nationale maatregelen met het oog op integratie van de Roma moeten daarom zijn toegesneden op de specifieke omstandigheden en behoeften ter plaatse, onder meer door het nemen of voortzetten van beleidsmaatregelen die in een breder verband op gemarginaliseerde en achtergestelde groepen, zoals de Roma, zijn gericht; / /10 ADD 1. PB L 132 van , blz /11 9

10 12. de actieve betrokkenheid en participatie van de Roma zelf is essentieel voor de verbetering van hun leefomstandigheden en voor het bevorderen van hun integratie; 13. de bescherming van de grondrechten, met name door bestrijding van discriminatie en segregatie, in overeenstemming met de bestaande EU-wetgeving en de internationale verplichtingen van de lidstaten, is essentieel voor de verbetering van de situatie van gemarginaliseerde gemeenschappen, waaronder de Roma; 14. verbetering van de situatie van de Roma is niet alleen een dringende sociale prioriteit, maar kan ook de economische groei op de lange termijn versterken; succesvolle integratiemaatregelen zullen bijdragen tot de inspanningen van de lidstaten om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, met name de kerndoelen op de gebieden werkgelegenheid, onderwijs en sociale insluiting, te verwezenlijken; 15. de lidstaten hebben de primaire bevoegdheid voor het uitwerken en uitvoeren van beleidsmaatregelen die gericht zijn op het bevorderen van de sociale en economische integratie van de Roma, en op EU-niveau genomen maatregelen moeten rekening houden met de verschillende nationale omstandigheden en het subsidiariteitsbeginsel eerbiedigen. Het bevorderen van de integratie van de Roma vormt een gezamenlijke zorg en een gezamenlijk belang van de lidstaten en de EU, en de samenwerking op Europees niveau levert een aanzienlijke meerwaarde op en verbetert het concurrentievermogen, de productiviteit en de economische groei, alsook de sociale samenhang; 16. de sociaaleconomische aspecten, en voor zover relevant de territoriale aspecten, moeten als voornaamste basis voor het uitwerken van beleidsinstrumenten voor de integratie van de Roma op belangrijke gebieden zoals onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting en gezondheidszorg dienen, overeenkomstig het gemeenschappelijke grondbeginsel "uitdrukkelijke maar niet-exclusieve gerichtheid" 1 en vanuit een mensenrechtenperspectief. Er kunnen echter ook specifieke maatregelen ter voorkoming of compensatie van met etnische afkomst verband houdende achterstanden worden genomen; 17. bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de belangen en problemen van Romavrouwen en -meisjes, die het gevaar van meervoudige discriminatie lopen, en in alle beleidsinstrumenten en maatregelen ter bevordering van de integratie van de Roma moet derhalve een genderperspectief worden gehanteerd; 18. de overdracht van armoede en sociale uitsluiting van de ene generatie op de andere moet dringend een halt worden toegeroepen; tegen deze achtergrond moet de situatie van Romakinderen vanaf een zo jong mogelijke leeftijd worden verbeterd, zodat zij hun potentieel kunnen ontplooien. Onderwijs en opleiding, met bijzondere aandacht voor het genderperspectief, alsmede nauwe samenwerking met families spelen hierbij een cruciale rol; 1 Gemeenschappelijk grondbeginsel /11 10

11 IS INGENOMEN MET: 19. de mededeling van de Commissie over een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot , waarin de lidstaten worden verzocht een geïntegreerde aanpak van de integratie van de Roma te hanteren of verder uit te werken en worden aangemoedigd haalbare nationale doelstellingen op de gebieden onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting te bepalen, alsook een toezichtmechanisme in te stellen en bestaande EU-fondsen toegankelijker te maken voor Roma-integratieprojecten in overeenstemming met de omvang en de sociale en economische situatie van de Roma-bevolking die op hun grondgebied woont en rekening houdend met de verschillende nationale omstandigheden; VERZOEKT DE LIDSTATEN: 20. de sociale en economische situatie van de Roma te verbeteren door te streven naar een geïntegreerde aanpak op de gebieden onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting en gezondheidszorg, waar van toepassing rekening houdend met de gemeenschappelijke grondbeginselen voor de integratie van de Roma, alsook door te zorgen voor gelijke toegang tot diensten van kwaliteit, en tevens een geïntegreerde aanpak te hanteren voor deze beleidsmaatregelen en zo goed mogelijk gebruik te maken van de beschikbare middelen en hulpbronnen; 21. in overeenstemming met het beleid van de lidstaten doelen te bepalen op de gebieden onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting en deze te blijven nastreven met het oog op het dichten van de kloof tussen gemarginaliseerde Roma-gemeenschappen en de bevolking als geheel. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de noodzaak voor concrete gelijke toegang te zorgen. De doelstellingen zouden kunnen worden toegespitst op de volgende prioritaire gebieden, met bijzondere aandacht voor het genderaspect: (a) (b) (c) (d) toegang tot kwaliteitsonderwijs, met inbegrip van voor- en vroegschoolse educatie en zorg, alsook basis-, secundair en hoger onderwijs, met speciale vermelding van de beëindiging van mogelijke segregatie op school, voorkoming van vroegtijdig schoolverlaten en zorgen voor geslaagde overgangen van school naar werk; toegang tot werkgelegenheid, met bijzondere nadruk op niet-discriminerende toegang tot de arbeidsmarkt, alsmede actieve arbeidsmarktmaatregelen, arbeidsmarktprogramma's, volwassenenonderwijs en beroepsopleiding, en steun voor het werken als zelfstandige; toegang tot gezondheidszorg, met bijzondere nadruk op kwaliteitsgezondheidszorg, waaronder preventieve gezondheidszorg en gezondheidseducatie; en toegang tot huisvesting, met bijzondere nadruk op sociale huisvesting en de noodzaak van het bevorderen van de beëindiging van de segregatie op huisvestingsgebied, en volledig gebruik van de financiering die recentelijk beschikbaar is gekomen in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2 ; /11. PB L 132 van , blz /11 11

12 22. uiterlijk eind 2011 hun nationale strategieën voor integratie van de Roma of geïntegreerde pakketten beleidsmaatregelen in het kader van hun bredere beleid inzake sociale integratie op te stellen, te actualiseren of verder te ontwikkelen, rekening houdend met hun specifieke omstandigheden, alsmede de noodzaak van bevordering van de sociale en economische integratie van de Roma in aanmerking te nemen bij de uitwerking en uitvoering van en het toezicht op hun nationale hervormingsprogramma's in de context van de Europa 2020-strategie; 23. op passende wijze toe te zien op en een beoordeling te verrichten van het effect van beleidsmaatregelen voor de integratie van de Roma of de in punt 22 genoemde geïntegreerde pakketten beleidsmaatregelen; 24. er, waar van toepassing, voor te zorgen dat beschikbare EU-middelen worden gebruikt in overeenstemming met de nationale, regionale en lokale beleidslijnen voor de integratie van de Roma; 25. de nodige maatregelen voor een betere toegang tot en een doeltreffend gebruik van EUfondsen voor de sociale en economische integratie van de Roma in kaart te brengen en uit te voeren, waaronder bijvoorbeeld wijziging van operationele programma's, uitgebreider gebruik van technische bijstand en verbetering van de voorspelbaarheid van de financiering door de looptijd van projecten te verlengen en de besteding van de middelen te optimaliseren; 26. in alle beleidsmaatregelen desegregatie te bevorderen en te voorkomen dat segregatie weer de kop opsteekt, teneinde dit probleem op de lange termijn te overwinnen; 27. een nationaal contactpunt in te stellen of gebruik te maken van een reeds bestaand orgaan om te zorgen voor efficiënt toezicht op de uitvoering van de strategieën met het oog op de integratie van de Roma of van de in punt 22 bedoelde geïntegreerde pakketten beleidsmaatregelen, en de uitwisseling van goede praktijken en besprekingen over empirische werkwijzen op het gebied van integratiebeleid ten behoeve van de Roma te bevorderen; 28. de actieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld van de Roma en alle andere belanghebbenden, ook op de regionale en de lokale niveaus, bij de beleidsmaatregelen ter bevordering van de integratie van de Roma te bevorderen; VERZOEKT DE COMMISSIE 29. het werk van de Roma Task Force voort te zetten, teneinde de integratie van de Roma in de beleidsinstrumenten van de EU te integreren en de rol van de EU-fondsen bij de inspanningen ter bevordering van de integratie van de Roma in de EU en in het kader van het uitbreidingsbeleid te beoordelen, en aldus ook de uitwisseling van beste praktijken te stimuleren en bij te dragen tot de besprekingen over de toekomst van de financiële instrumenten van de EU en het doeltreffender gebruik daarvan; 30. streng toezicht te houden op de uitvoering van Richtlijn 2000/43/EG van de Raad, die een krachtig instrument voor de bestrijding van discriminatie op grond van etnische afkomst vormt; 10260/11 12

13 31. een passende evaluatie te verrichten van de resultaten van beleidsmaatregelen van de lidstaten voor de integratie van Roma, overeenkomstig hun respectieve methoden en binnen het bestek van de bestaande coördinatiemechanismen, zoals de open coördinatiemethode; VERZOEKT DE COMMISSIE EN DE LIDSTATEN, in nauwe samenwerking en binnen de grenzen van hun bevoegdheden: 32. te overwegen de bestrijding van segregatie en extreme armoede en de bevordering van gelijke kansen voor gemarginaliseerde gemeenschappen, waaronder de Roma, te integreren in alle relevante beleidsterreinen, ook in de context van de EU-fondsen, en daarbij uit te gaan van duidelijke en controleerbare criteria; 33. ervoor te zorgen dat de diverse beschikbare EU-fondsen in de toekomst op meer geïntegreerde en flexibele wijze samenwerken en een passend kader bieden voor geïntegreerde langetermijnmaatregelen ter bevordering van de integratie van de Roma; 34. de uitvoering en de doeltreffendheid te verbeteren van EU-fondsen die worden gebruikt ten behoeve van gemarginaliseerde en kansarme groepen, waaronder de Roma, met name door middel van de beoordeling van de resultaten; 35. in voorkomend geval de voornaamste sociaaleconomische factoren aan te wijzen die de territoriale concentratie van gemarginaliseerde en kansarme groepen, waaronder de Roma, kenmerken, teneinde deze gebieden in kaart te brengen en relevante beleidsmaatregelen te nemen om verbetering te brengen in de situatie; 36. de samenwerking tussen de belanghebbenden te versterken teneinde de uitwisseling van beste praktijken en wederzijds leren met betrekking tot empirische beleidsmaatregelen en succesvolle methoden te vergemakkelijken, onder meer door de bestaande netwerken en initiatieven, zoals het EU Roma-netwerk en de door de Commissie georganiseerde seminars op hoog niveau, uit te breiden en te verbeteren; 37. de rol van het Europees platform voor integratie van de Roma te versterken en aldus de uitwisseling van goede praktijken en besprekingen over nationale beleidsmaatregelen tussen de lidstaten en de samenwerking met het maatschappelijk middenveld te intensiveren; de rol van de Commissie bij de voorbereiding en het functioneren van het platform alsook bij het waarborgen van de continuïteit ervan te versterken; en ervoor te zorgen dat de resultaten ervan weerspiegeld worden in de beleidsontwikkelingen op EU- en nationaal niveau; 38. gebruik te maken van de ervaring van internationale organisaties zoals de Raad van Europa 1 en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, alsook internationale initiatieven zoals het Decennium voor de integratie van de Roma ; 1 Zie met name de verklaring van Straatsburg over de Roma: /11 13

14 39. de sociale en de economische integratie van de Roma te bevorderen door hun wettelijke rechten te waarborgen, in het bijzonder de rechten van de Roma die het slachtoffer zijn geworden van mensenhandel, en de strijd tegen mensenhandel op te voeren, door de op EU-niveau beschikbare instrumenten, waaronder de recentelijk aangenomen Richtlijn 2011/36/EU 1, ten volle te benutten; 40. positieve mentaliteitsveranderingen jegens de Roma te bevorderen door het publieke bewustzijn van de Roma-cultuur en -identiteit te verbeteren en stereotypen, vreemdelingenhaat en racisme te bestrijden; 41. de verantwoordelijkheid, actieve betrokkenheid en noodzakelijke deelname van de Roma zelf op alle niveaus van beleidsontwikkeling, besluitvorming en uitvoering van maatregelen te bevorderen, mede door hen beter bewust te maken van hun rechten en plichten, en de capaciteit van Roma-ngo's te bestendigen en meer betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en alle andere belanghebbenden aan te moedigen. De Raad bekrachtigde het advies van het Comité voor sociale bescherming (9618/11), dat de Commissiemededeling in het algemeen steunt. 1 PB L 101 van , blz /11 14

15 ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN WERKGELEGENHEID Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2011 (8340/11). Aangezien de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid voor 2010 pas in oktober 2010 werden aangenomen (15184/10), in principe voor een termijn van vier jaar, worden de richtsnoeren voor 2011 ongewijzigd gehandhaafd. De richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid zijn een onderdeel van de geïntegreerde richtsnoeren. Het andere onderdeel zijn de globale richtsnoeren voor het economische beleid van de lidstaten. De geïntegreerde richtsnoeren bevatten vijf EU-kerndoelen, waarvan er drie tot de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten behoren. Zij hebben betrekking op de arbeidsparticipatie, het tegengaan van sociale uitsluiting en armoede, en de kwaliteit en de prestaties van de onderwijs- en opleidingsstelsels. De lidstaten dienen in hun werkgelegenheidsbeleid met deze richtsnoeren rekening te houden. BENOEMINGEN Comité van de Regio's De Raad heeft de heer J.F.M. (Hans) JANSSEN (Nederland) (9637/11) benoemd en de heer Henning JENSEN (Denemarken) (9840/11) opnieuw benoemd tot lid van het Comité van de Regio's voor de resterende duur van de ambtstermijn, te weten tot en met 25 januari /11 15