college van burgemeester en schepenen Zitting van 15 januari 2021

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "college van burgemeester en schepenen Zitting van 15 januari 2021"

Transcriptie

1 college van burgemeester en schepenen Zitting van 15 januari 2021 Besluit A-punt GOEDGEKEURD Stadsontwikkeling / Vergunningen Samenstelling de heer Bart De Wever, burgemeester de heer Koen Kennis, schepen; mevrouw Jinnih Beels, schepen; mevrouw Annick De Ridder, schepen; de heer Claude Marinower, schepen; mevrouw Nabilla Ait Daoud, schepen; de heer Fons Duchateau, schepen; de heer Karim Bachar, schepen; de heer Peter Wouters, schepen; de heer Tom Meeuws, schepen de heer Sven Cauwelier, algemeen directeur _CBS_00320 Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Ongunstig advies - OMV_ Terbekehofdreef 19. District Wilrijk - Goedkeuring Motivering Aanleiding en context Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om: - een openbaar onderzoek te houden; - advies uit te brengen. Projectnummer: OMV_ Gegevens van de aanvrager: zie exploitant Gegevens van de exploitant: H. ESSERS LOGISTICS COMPANY nv, Transportlaan 4 te 3600 Genk Ligging van het project: Terbekehofdreef 19 te 2610 Wilrijk (Antwerpen) en Fotografielaan 7 te 2610 Wilrijk (Antwerpen) Kadastrale gegevens: afdeling 44 sectie D nrs. 58H, 58C, 58B, 58F, 58E, 58D, 65D, 108D2, 108F2, 108E2, 108C2, 108W, 108R, 108Z, 108B2, 153M, 155A en 537A Inrichtingsnummer: (H. Essers Logistics Company) Vergunningsplichten: Stedenbouwkundige handelingen, Exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten Voorwerp van de aanvraag: bouwen en exploiteren van een opslagmagazijn op een industriële site Omschrijving stedenbouwkundige handelingen Relevante voorgeschiedenis - 31/01/2019:vergunning ( ) voor het verbouwen binnen een industriële site; - 14/04/2017: vergunning ( ) voor het aanleggen van een tijdelijke parking; 1 / 15

2 - 17/03/2017: vergunning ( ) voor het aanleggen van een containerpark, stooklokaal en gascabine; - 17/03/2017: vergunning ( ) voor het bouwen van 2 industriehallen; - 27/03/2009: vergunning ( ) bouwen van een magazijn met kantoren; - 27/03/2008: vergunning ( ) aanleggen van verdeelwegen en parkeerplaatsen. Vergunde toestand/geacht vergunde toestand - industriële site van transportbedrijf H. Essers Logistics Company NV; - site met op- en overslagruimtes en kantoren. Huidige toestand - tijdelijke personeelsparking; - braakliggend terrein grenzend aan de Fotografielaan; Gewenste toestand - gebouw (843) voor opslag en afvulling bestaande uit 2 bouwlagen onder plat dak met een totale oppervlakte van circa m²: Hal 1 en een NVO van m²; Hal 2 en een NVO van m²; Hal 3 en een NVO van m² en 13 laadkades; kantoren op de verdieping; variërende kroonlijsthoogte van 12,30 meter tot 13,30 meter; gevels in geïsoleerde betonpanelen en grijze sandwichpanelen met rode accenten en aluminium buitenschrijnwerk; zaakgebonden reclame ter hoogte van de achtergevel onder de vorm van een logo en het opschrift H.ESSERS ; - overdekte fietsenstalling bestaande uit 1 bouwlaag in zwart geprofileerde staalplaat met een oppervlakte van 25 m² en een kroonlijsthoogte van 2,50 meter; - prefab HS-cabine bekleed met sandwichpanelen, een oppervlakte van 16 m² en een hoogte van 3,90 m²; - nieuwe verharding: trailerparking 20 stuks in cementbeton; personeelsparking 117 stuks in grasdallen (grijs) en waterdoorlatende betonstraatstenen; circulatie rondom het gebouw 843 in asfaltbeton; aansluiting Fotografielaan voor toegang parking; groenaanleg en infiltratiebekken. Inhoud van de aanvraag - afbraak tijdelijke verharding personeelsparking en tijdelijke fietsenstalling; - bouwen van een nieuw gebouw (843) voor opslag en afvulling; - bouwen van een nieuwe fietsenstalling; - bouwen van een nieuwe HS-cabine; - aanleggen van nieuwe verhardingen; - aanleg nieuw infiltratiebekken en voorzien inheemse hoogstammige bomen en lage inheemse beplanting. Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten Voorgeschiedenis Op 29 juli 2004 verleende de deputatie een vergunning aan Agfa Gevaert voor het produceren van fotochemicaliën op de site (kenmerk MLAV1/04-121). Deze werd in 2007 deels overgenomen door Vittax Internationale Transporten. De vergunning van Vittax werd nog enkele malen uitgebreid en gewijzigd, tot ze op 7 februari 2019 overgedragen werd aan H. Essers Logistics Company. De vergunning was geldig tot 29 juli Een tweede vergunning op de site werd op 30 april 2003 verleend aan Agfa Gevaert voor het opslaan van machineonderdelen, fotoproducten en chemicaliën (MLAV1/02-487). De vergunning werd in 2007 deels 2 / 15

3 overgenomen door Essers & zonen, en later door H. Essers Logistics Company. Door uitbreidingen in 2010 en 2013 werd het een Seveso hogedrempelinrichting (MLAV1/ ). De vergunning werd in 2017 uitgebreid met twee magazijnen voor op- en overslag (MLAV1/17-52). In het besluit van 31 oktober 2019 werden alle activiteiten ondergebracht in één omgevingsvergunning met als einddatum 30 april 2023 (OMV_ ). Inhoud van de aanvraag De exploitant wenst een industriehal te exploiteren voor het opslaan en afvullen van producten. Aangevraagde rubrieken Rubriek Omschrijving Gevraagd voor d.2 opslag en overslag van andere afvalstoffen dan vermeld in e) (asbesthoudend afval) of f) (gemengde afvalstoffen, mengsels van afvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen) niet aan verwerking verbonden, met een opslagcapaciteit van meer dan 100 ton; f opslag en overslag van meer dan 1 ton afvalstoffen, bestaande uit al dan niet een combinatie van gemengde afvalstoffen, mengsels van afvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen; a het lozen van meer dan 600 m³ per jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; 4.5 opslagplaatsen voor meer dan 10 ton bedekkingsmiddelen met uitzondering van deze bedoeld in rubrieken 17 en 48; opslagplaatsen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 17 en 48, voor pesticiden van meer dan 2 ton; opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan liter; niet elders ingedeelde inrichtingen, voor de productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliën waarbij, gebruik gemaakt wordt van alkylering, aminering met ammoniak, carbonylering, condensatie, dehydrogenering, verestering, halogenering en fabricage van halogenen, hydrogenering, hydrolyse, oxidatie, polymerisatie, ontzwaveling, synthese en omzetting van zwavelhoudende verbindingen, nitrering en synthese van stikstofhoudende verbindingen, synthese van fosforhoudende verbindingen, distillatie, extractie, solvatie en/of menging, met een jaarcapaciteit van meer dan ton; transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van 100 kva tot en met kva; accumulatoren (gebruik van): vaste inrichtingen voor het laden van accumulatoren door middel van toestellen met een geïnstalleerd totaal vermogen van meer dan 10 kw; 13.3 opslagplaatsen voor farmaceutische stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton; al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van meer dan ton en +480 m³/jaar ton/jaar +1x 630 kva +32,30 kw 3 / 15

4 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; b koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioninginstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kw; opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan liter; opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan liter; VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Sevesoinrichting); gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55 C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 500 ton; opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; b opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders; brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek en met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton; opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton; opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton; opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; opslagplaatsen voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; 17.4 opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor voertuigen +103,90 kw liter liter 4 / 15

5 zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en kg of liter; c opslagplaatsen van hout (hout, houtschors, riet, vlas (houtachtig gedeelte), stro of soortgelijke producten), gelegen in industriegebied, met een capaciteit van meer dan 400 m³ in een lokaal; 21.3 opslagplaatsen voor kleurstoffen en pigmenten, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton; 22.2 opslagplaatsen voor cosmetische stoffen, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton; c opslag in industriegebied van meer dan 200 ton kunststoffen of voorwerpen uit kunststof in een lokaal; 24.4 laboratoria waar geen afvalwater eigen aan de 1 labo laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt; 25.3 opslagplaatsen voor niet-gelooide huiden, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton; 25.4 opslagplaatsen van niet-behandelde haren, veren of dons, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, met een capaciteit van meer dan 10 ton; 26.2 opslagplaatsen voor lijmen en niet voor consumptie bestemde gelatine, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48, van meer dan 10 ton; 27.2 opslagplaatsen voor lucifers, toortsen en analoge producten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, vanaf 1 ton; 28.1.f.2 opslagplaatsen van kunstmest met een opslagcapaciteit van meer dan 100 ton; 34.3 opslagplaatsen voor reinigingsmiddelen en poetsmiddelen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48; 40.2 opslagplaatsen voor tabak of tabakswaren met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 48; stookinstallaties zonder elektriciteitsproductie met een totaal +400 kw nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan kw; 44.3 opslagplaatsen voor vetten, wassen, oliën of andere niet-eetbare vetstoffen met een capaciteit van meer dan 10 ton, met uitzondering van deze bedoeld onder rubriek 17 en 48; 50 opslagplaatsen van strooizout van meer dan 20 ton. Juridische grond Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing. Regelgeving: bevoegdheid 5 / 15

6 Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij: 1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college; 2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten. Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen. Fasering Procedurestap Datum Ontvangst adviesvraag 26 november 2020 Start openbaar onderzoek 6 december 2020 Einde openbaar onderzoek 4 januari 2021 Gemeenteraad voor wegenwerken geen Uiterste adviesdatum 15 januari 2021 Openbaar onderzoek De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Ingediende bezwaarschriften en petitielijsten Startdatum Einddatum Schriftelijke bezwaarschriften Schriftelijke gebundelde bezwaarschriften Petitielijsten 6 december januari Informatievergadering Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden. Digitale bezwaarschriften Argumentatie Adviezen Externe adviezen Adviesinstantie Datum advies gevraagd Datum advies ontvangen AQUAFIN NV 10 december 2020 Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag Fluvius System Operator 10 december 2020 Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag Advies Geen tijdig advies ontvangen waardoor het geacht wordt gunstig te zijn Geen tijdig advies ontvangen waardoor het geacht wordt gunstig te zijn 6 / 15

7 FOD Binnenlandse Zaken - ASTRID veiligheidscommissie lokale politie/ verkeerspolitie (LP/VK/SE) 10 december december 2020 Voorwaardelijk gunstig 10 december december 2020 Geen bezwaar Interne adviezen Adviesinstantie Datum advies gevraagd Datum advies Onafhankelijke Diensten/ dienst 10 december december 2020 Strategische Coördinatie/ Loketwerking/ Stadsloketten/ Huisnummeringsteam ondernemen en stadsmarketing/ 10 december december 2020 business en innovatie stadsbeheer/ groen en 10 december december 2020 begraafplaatsen stadsontwikkeling/ energie en 10 december januari 2021 milieu Antwerpen stadsontwikkeling/ energie en 10 december januari 2021 milieu Antwerpen/ luchtkwaliteit en geluid stadsontwikkeling/ mobiliteit 10 december december 2020 stadsontwikkeling/ onroerend 10 december december 2020 erfgoed/ archeologie stadsontwikkeling/ publieke ruimte 10 december 2020 Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag stadsontwikkeling/ ruimtelijke planning (NIET inzake SOK of grond- en pandendecreet) 10 december januari 2021 Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen 7 / 15

8 Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een industriegebied. Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop. (Artikel 7 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.) Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het bijzonder plan van aanleg BPA Fotografielaan, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 29 april Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: zone voor industrie en openbare wegenis. (Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via Bijzondere plannen van aanleg (BPA's) kan u raadplegen via zoek op goedgekeurde BPA s en RUP s'. Het gewestplan kan u raadplegen via aanvraag ligt niet in een verkaveling. De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het bijzonder plan van aanleg. Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen - Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014 en goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober (De bouwcode kan u raadplegen via zoek op regelgeving bouwen in Antwerpen ) De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten: artikel 24 Minimale lichtinval en minimale luchttoevoer: Het bureel supervisor kan niet natuurlijk verlucht worden en het andere bureel heeft geen zicht aangezien het raam zich op 2,55 meter van het vloerniveau bevindt. Daarnaast heeft de vergaderzaal geen licht en zicht; artikel 38 Groendaken: de nieuwe platte daken worden niet als een groendak aangelegd. artikel 43 Septische putten: het volume van de nieuwe septische put moet conform dit artikel 43 voorzien worden; Sectorale regelgeving - Vlaamse Wooncode: het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. (De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse Wooncode zijn opgemaakt, kan u raadplegen via zoek op kwaliteitsbesluit ) De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse Wooncode. - Rooilijndecreet: het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen (Het Rooilijndecreet kan u raadplegen via ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Decreet houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen) Het Rooilijndecreet is niet van toepassing op de aanvraag. Beleidsrichtlijnen in het kader van goede ruimtelijke ordening (overeenkomstig artikel 4.3.1, 2, 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) 8 / 15

9 - BGO Wonen: de beleidsmatig gewenste ontwikkeling woninggrootte, woningmix en beschermen van eengezinswoningen (verder genoemd BGO Wonen), goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 24 juni (De BGO Wonen kan u raadplegen via zoek op regelgeving bouwen in Antwerpen ) De BGO Wonen is niet van toepassing op de aanvraag. Omgevingstoets Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening Functionele inpasbaarheid Het voorzien van een gebouw voor opslag en afvulling, fietsenstalling, HS-cabine en aanleggen van nieuwe verhardingen en een infiltratiebekken is in overeenstemming met de geldende voorschriften. Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid In 2016 werd op dit terrein een tijdelijke parking vergund voor de duur van 2 jaar. Er zou naar een oplossing gezocht worden om dit terrein, dat voormalig Ferraris-bos is, terug vrij te maken. Dit wegens de waterproblematiek in het bedrijventerrein Ter Beke en de ruimere omgeving. Het water stroomt afwaarts in min of meer zuidelijke richting. De waterstudie stelt dat op lange termijn het Ferrarisbos gebruikt wordt als waterbuffer. Daarnaast dient er ook op langere termijn een waterbuffer voorzien te worden op de locatie van de tijdelijke parking. Tot slot dient er ook een doorgang voor water voorzien over de terreinen van Essers. Dit is op korte termijn niet mogelijk wegens de voorzieningen in de ondergrond op de terreinen van Essers. Echter om naar een oplossing te komen voor het gehele bedrijventerrein Ter Beke is deze locatie cruciaal te vrijwaren van verdere bebouwing. Voor een uitgebreide argumentatie en details rond watervolume daaromtrent verwijzen we naar de Waterstudie Ter Beke. Visueel-vormelijke elementen Voorgestelde materialen (betonpanelen, grijze sandwichpanelen met rode accenten, aluminium buitenschrijnwerk en zaakgebonden reclame) zijn kenmerkend binnen de industriële context van het gebouw en bijgevolg stedenbouwkundig aanvaardbaar. Cultuurhistorische aspecten Het projectgebied bevindt zich buiten een archeologisch vastgestelde zone. Het projectgebied is buiten woon- en recreatiegebied met een ingreep in de bodem boven m² (7.123 m²). De aanvrager is niet publiekrechtelijk. Volgens het decreet Onroerend Erfgoed van 2 juli 2013, artikel is hiervoor een archeologienota verplicht. De archeologienota werd ingediend door Aron bvba en waarvan akte door het agentschap Onroerend Erfgoed op 2 oktober De aangevraagde ingrepen komen overeen met deze opgenomen in de archeologienota. Het bijhorende programma van maatregelen adviseert geen vervolgonderzoek ( In het projectgebied situeren zich mogelijk prehistorische vondsten in de vorm van vuursteen, hout en verkleuringen in de grond. De bouwheer dient deze vondsten te melden onder de vondstmeldingsplicht (decreet Onroerend Erfgoed van 2 juli 2013, artikel 5.1.4). De stedelijke dienst archeologie van de stad Antwerpen kan de waarde van eventuele vondsten steeds komen inschatten. Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte) Het algemene principe is dat een bouwaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het 9 / 15

10 parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien, het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein). De parkeernormen uit de bouwcode artikel 30 (tabel) goedgekeurd door het college op 25 oktober 2014 en herzien op 1 maart 2018 vormen de facto de algemene beleidslijn voor bouwen, verbouwen, vermeerderen van wooneenheden en functiewijzigingen. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen. Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 227 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging. Op de site van Essers wil het bedrijf op de plaats van de tijdelijke parking een gebouw neerzetten voor de opslag en herverpakking van (vloeibare) goederen. Boven de magazijnen komt op een mezzanine ook ruimte voor kantoren, refter en kleedkamers. Op de gronden ernaast wordt een definitieve (groene) parking voorzien voor 117 plaatsen en een overdekte niet afsluitbare fietsenstalling. Puur op basis van de oppervlakte van het nieuwe magazijn zouden er m²/100 m² x 0,75 = 53 parkeerplaatsen nodig zijn. Er verdwijnen door de verbouwing 180 parkeerplaatsen. Dit was een tijdelijke parking (Dossiernummer ). De parking die tijdelijk vergund werd in 2017 was te ruim voorzien. Uit de MOBER blijkt maar een bezetting van max 64%. Deze plaatsen worden bijgeteld bij de parkeerbehoefte. De parkeerbehoefte is = 233 Bijstelling mobiliteit: Het bedrijf heeft een MOBER opgemaakt voor deze ontwikkeling waarin de parkeerbehoefte wordt berekend voor het hele bedrijf. De gegevens die ze ons ter beschikking stellen zijn: Momenteel zijn er 313 vaste medewerkers in dienst van Essers Wilrijk. Deze personeelsleden werken voor een deel in shiften. Voor de uitbreiding van het magazijn dat onderwerp uitmaakt van deze aanvraag verwachten ze een toename van 24 personeelsleden. Ook een deel hiervan zal in shiften werkzaam zijn. De modal split van het bedrijf wordt veronderstelt 90% alleen in de wagen en 10% met de fiets. Geen carpool, openbaar vervoer, te voet of andere verplaatsingsmiddelen. Rekening houdend met de shiften die elkaar niet overlappen is er een parkeerbehoefte van 213 parkeerplaatsen op dit moment, wat bij de uitbreiding zou stijgen tot 227. De werkelijke parkeerbehoefte voor heel de site Essers is 227 parkeerplaatsen De plannen voorzien in 264 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. Er zijn in nieuwe toestand twee grote parkeerzones op het terrein. De P1 met ingang langs 10 / 15

11 de Terbekehofdreef heeft 148 plaatsen. De P2 met ingang langs de Fotografielaan heeft 117 plaatsen. In totaal op de parkings zijn er 264 parkeerplaatsen voor de werknemers. Niet in de cijfers opgenomen: Op het terrein zijn nog een 34 losse plaatsen voor onder meer bezoekers. Deze zijn momenteel niet opgenomen in de parkeerbehoefte noch in de nuttige plaatsen. Regelmatig wordt er beroep gedaan op tijdelijke werkkrachten (gemiddeld een 40-tal) Er worden in deze aanvraag ook nog 20 trailerparkings voorzien, waarmee het totaal op 100 trailerparkings op de site komt. Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 264. Dit aantal is toereikend. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0. Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen. Het nadeel van 2 parkeerterreinen met elks een aparte ingang is dat de effectieve capaciteit mogelijks naar beneden gaat. Staat de ene parking vol dan is het soms korter bij de werkplek om in de straat te gaan staan dan door te rijden naar de andere parking waar men nog geen zekerheid heeft dat er plaats is. Er moet via een duidelijk informatiesysteem heel snel inzicht geven worden aan de werknemers in de vrije plaatsen op beide parkings en zo stimuleren dat men op eigen terrein parkeert. Dit zal in voorwaarde worden opgenomen. Voor de fietsparkeerbehoefte is er dezelfde oefening gemaakt voor het hele bedrijfsterrein. De MOBER stelt een fietsparkeerbehoefte van 25 stalplaatsen die door de uitbreiding gaat toenemen met 2 plaatsen. Op beide parkeerterreinen is een overdekte niet afgesloten fietsenberging voorzien, in totaal voor 60 fietsen. Op parking 2 wordt een fietsenberging aangevraagd voor 28 fietsen. De fietsen hebben echter een hart-ophartafstand van slechts 30 cm. De minimumafstand tussen de fietsen moet minstens 40 cm zijn volgens de bouwcode. De ligging van de fietsenberging ten opzichte van de ingang tot het bedrijfsterrein (tourniquet) is uitstekend. De omgeving bij de bareel bij het in/uitrijden van de parking moet zo ingericht worden dat fietsers naast de bareel kunnen rijden. Zij tellen immers niet mee voor het telsysteem van vrije autoparkeerplaatsen en hierdoor is het fietsvriendelijker (niet ongewild moeten stoppen, niet moeten wachten achter/naast auto s, geen kans bareel op hoofd te krijgen, enzovoort). In de nieuwe magazijnen worden kleedkamers met douches voorzien. Deze moeten ook bruikbaar zijn voor werknemers die zich niet omwille van de uit te voeren werkzaamheden in de kleedkamers en douches hoeven te begeven. Elke fietsende werknemer moet hiervan gebruik kunnen maken. Dit geldt eveneens voor de lockers die in die ruimte staan. Fietsers moeten hun fietskledij, handdoek, enzovoort in de lockers kunnen achterlaten. (Een deel van) De lockers moet(en) voorzien zijn van een stopcontact om fietsbatterijen te kunnen opladen. Als extra stimulerende maatregel kan het bedrijf fietsvergoeding geven. 11 / 15

12 Hinderaspecten gezondheid gebruiksgenot veiligheid in het algemeen Het bedrijventerrein Ter Beke is gevoelig aan wateroverlast. Ook de zone waarvoor vergunning wordt aangevraagd is onderhevig aan wateroverlast. De voorgestelde ingrepen houden hiermee geen rekening en hypothekeren mogelijke oplossingen. Bij het aanplanten van een nieuwe boom moeten volgende zaken in acht genomen worden: - Het aspect duurzaamheid moet nagestreefd worden. Duurzaam aanplanten wil onder andere zeggen dat voor de nieuwe boom een groeiplaats moet voorzien worden die ondergronds voldoende geschikt doorwortelbaar volume heeft om zijn natuurlijke grootte en leeftijd te kunnen halen, en waar er ook bovengronds voldoende ruimte is voor zijn natuurlijke grootte; - Indien er onvoldoende onverharde ruimte is om bomen te voorzien, moeten er bomen in de verharding voorzien worden, eventueel moet er een tweede maaiveld voorzien worden. - Voor informatie omtrent geschikt doorwortelbaar volume en tweede maaiveld is het aangewezen om een gecertificeerd boomverzorger te raadplegen. Beoordeling afwijkingen van de voorschriften In de voorziene kantoorruimte zijn drie ruimtes voorzien die niet voldoen aan de voorschriften van artikel 24 van de bouwcode (bureel supervisor, vergaderzaal en bureel): - bij het bureel voor de supervisor is het aanvaardbaar dat het voorziene raam in hal 3 uitkijkt. Echter is het hierdoor niet mogelijk om deze ruimte op een natuurlijke wijze te verluchten. In voorwaarde zal daarom opgenomen worden dat deze ruimte moet beschikken over ten minste één te openen dakdeel zodat de ruimte op natuurlijke wijze geventileerd kan worden; - het gebruik van de vergaderzaal als verblijfsruimte zal worden uitgesloten van vergunning; - het bureel links beschikt over een raam dat uitkomt in open lucht. Echter is dit raam hoog geplaatst waardoor er geen rechtstreeks zicht naar buiten mogelijk is. Voor een bureelruimte is dit aanvaardbaar, ook omdat het zicht wel is voorzien in de refter en het landschapsbureel. Hier kan een afwijking worden toegestaan met toepassing van artikel 3 van de bouwcode. De nieuwe platte daken worden niet voorzien van een groendak. Vanuit duurzaamheid heeft een groendak een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van een gewoon dak. Ze zorgen voor een kleinere hoeveelheid afgevoerd regenwater en beperken gelijktijdig het piekdebiet bij stortbuien. Ook verminderen ze het urban heat island effect en werken ze als (extra) dakisolatie tegen oververhitting. Ze capteren fijn stof en zorgen voor meer biodiversiteit in het industriegebied. Omwille van dit positief effect is het verplicht om alle nieuwe platte daken ten minste als extensief groendak aan te leggen. In voorliggende aanvraag wordt geen afwijking aangevraagd voor deze verplichting. Het voorzien van een groendak dient bij een eventuele vergunning in voorwaarde opgenomen te worden. Verder dient de aanvraag te voldoen aan artikel 43 van de bouwcode. Bij een eventuele vergunning dient opgenomen te worden om de nieuwe septische put met de correcte dimensionering te voorzien. Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu Het noordelijk gelegen stuk terrein grenzend aan de Fotografielaan is deels braakliggend en deels ingericht als tijdelijke parking. Hierop plant de exploitant een gebouw van circa m² te bouwen met een hoogte van 12,35 m. Daarnaast worden een trailerparking met 20 parkeerplaatsen en fiets- en autostaanplaatsen voor het personeel voorzien. Het gebouw (gebouw 843) zal uit volgende compartimenten bestaan: - twee opslagcompartimenten (hal 1 en 2) voor de opslag van niet-gevaarlijke en gevaarlijke producten, inclusief ontvlambare vloeistoffen; - drie compartimenten met elk een opstelruimte voor twee tankwagens/containers voor overslag; 12 / 15

13 - drie afvulinstallaties (combi 1 en 2 en automaat); - de overslagzone met twee verlaadkades voor aan- en afvoer van eenheidsverpakkingen (hal 3); - de mengruimte (fysisch mengen); - het Value Added Services-lokaal (VAS); - nutsinstallaties zoals opslagtank voor vloeibare stikstof, gaswassingsinstallaties, batterijlaadzone, cleaninginstallaties, klimatisatie en brandbestrijding; - administratieve lokalen. Opslag van producten Voor de opslag van producten wordt algemeen uitgegaan van een gemiddelde dichtheid van 1. Het project voorziet in een voor zowel niet-gevaarlijke als gevaarlijke producten. De totale opslagcapaciteit binnen de vestiging wijzigt evenwel niet. De maximale opslag van brandbare vloeistoffen wijzigt niet en blijft m³, bij een gemiddelde dichtheid van 0,9 kg/liter. Er worden geen brandbare vloeistoffen opgeslagen in vaste houders, enkel in individuele verpakkingen (tot maximaal 1,2 m³). De exploitant voegde bij de aanvraag een overzicht van de maximale hoeveelheid brandbare stoffen die per hal opgeslagen kan worden. Voor hal 1 en hal 2 bedraagt de maximale opslag respectievelijk m³ en m³. Aan het project is geen verhoging van de maximale hoeveelheden gevaarlijke Seveso-producten binnen de vestiging verbonden. Opslag van afvalstoffen H. Essers Logistics (verder Essers) is vergund voor het opslaan van ton gevaarlijke of niet-gevaarlijke afvalstoffen. De opslag van gevaarlijke afvalstoffen wordt afgebouwd tot 49 ton. De opgeslagen gevaarlijke afvalstoffen zijn producten die buiten de kwaliteitsspecificaties van de klanten liggen en tijdelijk opgeslagen worden in afwachting van ophaling. Er worden geen handelingen op uitgevoerd. Een voor de afvalstoffen wordt voorzien in gebouw 843. VAS, mengruimte en afvullen De mengruimte bevindt zich op de zuidelijke punt van het nieuwe gebouw, vormt een afzonderlijk compartiment en is uitgerust met twee mengtanks waarin jaarlijks tot ton producten fysisch gemengd kunnen worden (dus zonder chemische reactie). Het kan zowel gaan om organische als anorganische chemicaliën. Klassieke toepassing van de mengvoorziening is het toevoegen van een additief. Hierbij kunnen zowel vloeistoffen van een tankcontainer naar een mengtank als van een mengtank naar een tankcontainer verpompt worden. In het VAS-lokaal kunnen op vraag van de klant diensten uitgevoerd worden, andere dan louter het afvullen. Deze kunnen onder meer het manueel overvullen naar andere verpakkingsgrootte, het sporadisch afvullen, het toevoegen van additieven, staalname en analyse en aëration omvatten. Aëration is het toevoegen van een specifiek gasmengsel in de verpakking om kwaliteitsdoeleinden. De als toxisch ingedeelde Sevesoproducten en de Seveso categorieën P6b, P7, O1, O2 en O3 worden echter niet afgevuld of herverpakt. Het afvullen van een tankcontainer gebeurt vanop één van de drie afvulcompartimenten, die volledig in het gebouw gelegen zijn. Via een flexibele verbinding wordt de tankwagen gekoppeld aan de vaste installatie (afvul combi 1 en 2 en - automaat). Het product wordt verpompt naar de afvulinstallatie waarna de afgevulde producten afgevoerd worden naar de overslagzone. De recipiënten zijn typisch vaten of IBC s die rechtstreeks afgevoerd of opgeslagen worden in één van de magazijnen op de site. Bij productwissels kan het noodzakelijk zijn de installatie te reinigen, waarvoor een cleaninginstallatie gebruikt wordt. Het spoelproduct wordt opgevangen in containers die afgevoerd worden voor externe verwerking. Indien nodig zullen hier ook solventen voor gebruikt worden. Inerte gassen De opslagtank van 20 m³ voor vloeibare stikstof staat opgesteld langsheen het gebouw en wordt op een maximale druk van 18 bar aan -196 C gehouden. Stikstof is inert en wordt in gasfase gebruikt bij het verpakken van producten (inertiseren). In het VAS-gebouw kunnen ook andere inerte gassen gebruikt worden, die er in 13 / 15

14 verplaatsbare recipiënten opgeslagen worden. Het gaat om twee batterijen van 12 x 50 liter, behorend tot groep 4. De opslag zal voldoen aan de sectorale voorwaarden uit Vlarem II. Overige Een nieuwe hoogspanningscabine van het droge type met een vermogen van 630 kva wordt geplaatst voor de stroomvoorziening. De cabine wordt opgesteld in een technische ruimte aan de noordzijde van het gebouw. De batterijen van de vorkheftrucks en laadtoestellen worden opgeladen in een afzonderlijk lokaal, uitgerust met een zelfsluitende poort in geval van brand. In totaal zullen er acht laders van 3,4 kw en drie laders van 1,7 kw opgesteld worden. Het totaal vermogen van de acculaders op de site stijgt tot 895,7 kw. In het gebouw worden 25 stalplaatsen voor bedrijfsvoertuigen ingepland. De kantoorruimte wordt verwarmd en gekoeld door drie lucht-lucht warmtepompen, samen goed voor een vermogen van circa 14,1 kw. Om producten geklimatiseerd te kunnen opslaan, wordt in de opslagruimtes gewerkt met warmtepompen (9 stuks, circa 79 kw) en wordt een stookinstallatie van 400 kw op aardgas geplaatst op de verhoogde verdieping van het technisch lokaal naast hal 2. Als koelmiddel voor de warmtepompen wordt telkens R410a gebruikt. De nieuwe installaties hebben een bijkomend CO2-equivalent van 20,8 ton. Veiligheidsnota Essers voegde bij de aanvraag een veiligheidsnota met kenmerk VN/20/13. Het recentste goedgekeurd omgevingsveiligheidsrapport (OVR) heeft als referentie OVR/19/08 en werd opgemaakt naar aanleiding van de significante uitbreiding in In de veiligheidsnota opgemaakt door een erkende VR-deskundige wordt de evaluatie gemaakt van de geplande uitbreiding vanuit het oogpunt van de externe veiligheid. Op basis van de veiligheidsnota verkreeg de exploitant een akkoord van het Team Externe Veiligheid om het bestaande OVR niet te moeten aanpassen voor de uitvoering van dit project. De veiligheidsnota toont aan dat de geplande wijziging geen invloed heeft op het globale milieurisicopotentieel, het externe mensrisico of op het groepsrisico van het opslagcomplex. Luchtkwaliteit Ook gevaarlijke producten met lagere dampspanning kunnen afgevuld worden, waarbij schadelijke dampen kunnen ontstaan. Het afvullen gebeurt door middel van een lans waarvan de uitstroomopening zich onder het vloeistofniveau zal bevinden. De afvulinstallatie zal ondergebracht worden in een omhulling waardoor efficiënte dampafzuiging en ventilatie kunnen gebeuren. De afgezogen dampen worden naar een gaswasinstallatie en/of actief kool unit geleid. De gaswassing kan bestaan uit een zure of een basische wassing, afhankelijk van de aard van het overgeslagen product. Er wordt geen relevante luchtemissie verwacht als gevolg van het afvulproces. De stookinstallatie stoot klassieke verbrandingsgassen uit, voornamelijk in de koudere periodes. Mits regelmatig onderhoud is er voldoende garantie dat de emissiegrenswaarden niet overschreden zullen worden. Geluid Tijdens de exploitatie zal geluid geproduceerd worden door de technische installaties zoals airco s, compressoren, afvulinstallaties, pompen en dergelijke. Geluid als gevolg van laad- en losactiviteiten zal eveneens toenemen. Vaste technische installaties staan veelal binnen opgesteld, met uitzondering van de aircoinstallaties, die op het dak staan opgesteld. Het betreft nieuwe relatief kleine units met een beperkte geluidsproductie. Bij het laden en lossen worden de motoren stilgelegd. De laad- en losactiviteiten vinden binnen plaats (laadkades). De activiteiten op de site vinden plaats op weekdagen, 24 uur op 24 uur. In het weekend zullen slechts uitzonderlijk activiteiten plaatsvinden. De site is gelegen in industriegebied op meer dan 400 meter van woongebied waardoor geen hinder wordt verwacht voor omwonenden. Lichthinder Het nieuwe gebouw zal voorzien worden van doelmatige verlichting met neerwaarts gerichte armaturen voorzien van timers. De verlichting is noodzakelijk om de activiteiten veilig uit te voeren. Gezien de ligging wordt geen hinder verwacht. 14 / 15

15 Afvalwater Het afvalwater van de nieuwe toiletten zal aangesloten worden op een nieuwe septische put en met het overige afvalwater aangesloten worden op de DWA-afvoer van de site. De exploitant berekende dat het debiet door de werknemers zal toenemen met 480 m³ tot m³/jaar. Als bron wordt hemelwater voorzien dat opgevangen wordt in een nieuwe hemelwaterput van 10 m³, aangevuld met leidingwater wanneer nodig. Een tweede circuit voor hemelwater is aangesloten op een infiltratiebekken, met een overloop naar de openbare riolering. Hemelwater dat naar het infiltratiebekken gaat, wordt behandeld in een KWS-afscheider en zandvanger. Er zal geen bedrijfsafvalwater ontstaan als gevolg van de exploitatie van het project. Bodem Het nieuwe opslagmagazijn wordt standaard voorzien van een vloeistofdichte vloer. Ieder compartiment waar gevaarlijke producten aanwezig kunnen zijn, vormt een inkuiping door middel van hellingen en opstaande randen. In hal 1 en 2 bedraagt de inkuipcapaciteit telkens 10 % van het maximaal aanwezige productvolume. De compartimenten waar twee tankcontainers opgesteld kunnen staan kunnen elk de volledige inhoud van een tankcontainer opvangen. De tanks in het menglokaal zijn dubbelwandig uitgevoerd. De verlaadkades en de inkuiping doen tevens dienst als opvang voor verontreinigd bluswater bij calamiteiten (totaal opvangcapaciteit = m³). Hiervoor wordt gewerkt met een systeem van overlopen naar de verlaadkades, zonder de compartimentering te doorbreken. Advies van het college Hoofdzakelijk omwille van de impact van de voorgestelde ingrepen op de mogelijke oplossingen omtrent de waterproblematiek van het bedrijventerrein, wordt ongunstig advies verleend voor de aanvraag tot omgevingsvergunning. Financiële gevolgen Nee Besluit Artikel 1 Het college beslist een ongunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag. Artikel 2 Het college geeft opdracht aan: Dienst SW/V Taak Het advies te bezorgen aan de instantie die advies gevraagd heeft Artikel 3 Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen. 15 / 15