Tabel 4 Diergebonden normen
|
|
|
- Alexander van de Velde
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 01 van 08 Tabel 4 Diergebonden normen Waarvoor gebruiken? De diergebonden normen gebruikt u voor zowel de berekening van de minimumopslagcapaciteit die u nodig heeft, als de mestproductie van graasdieren en de stikstofcorrectie voor staldieren. Mestproductie per dier in m 3 De normen voor de mestproductie per dier in 1 augustus tot 1 maart in m 3 gebruikt u voor de berekening van de benodigde opslagcapaciteit van dierlijke mest voor de betreffende periode. U gaat bij de berekening van de benodigde opslagcapaciteit uit van het aantal dieren dat u mag houden (op basis van uw milieuvergunning). De normen gebruikt u voor graasdieren en staldieren. Voor melkkoeien gebruikt u Tabel 6a of 6b. Mestproductie per graasdier in kilo s stikstof en fosfaat De normen voor de mestproductie per dier in kilo s stikstof en fosfaat gebruikt u voor de berekening van de mestproductie van het gemiddeld aantal graasdieren dat u op uw bedrijf heeft. Voor melkkoeien gebruikt u Tabel 6a of 6b. Voor de berekening van de totale mestproductie van graasdieren vermenigvuldigt u het gemiddeld aantal dieren dat u in het jaar op uw bedrijf heeft met de bijbehorende forfaitaire excretienorm. Dit doet u voor alle graasdiercategorieën. De uitkomsten telt u bij elkaar op. Mestproductie per staldier in kilo s stikstof De mestproductie voor staldieren berekent u met de stalbalans. De stikstofnormen die voor staldieren zijn vermeld, gebruikt u alleen voor de berekening van de eventuele vrijstelling van de registratie- en/of administratieverplichtingen die geldt bij onder andere een stikstofproductie die kleiner is dan 350 kilo. per staldier in kilo s stikstof De normen voor stikstofcorrectie (gasvormige verliezen) gebruikt u voor de berekening van de totale stikstofcorrectie als onderdeel van de stalbalans. Graasdier of staldier? In de tabel worden graasdieren aangegeven met een G en staldieren met een S. Biologisch bedrijf Heeft u een biologisch bedrijf dat is geregistreerd bij de Stichting Skal en houdt u graasdieren? Dan gebruikt u niet de stikstofexcretienormen uit deze tabel. U moet dan gebruik maken van de excretienormen voor stikstof uit de bijlage van de Regeling dierlijke producten. Voor de berekening van de fosfaatexcretie gebruikt u wel de normen uit deze tabel.
2 02 van 08 Tabel 4 Diergebonden normen dier in /dier/ Rund 10 Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten 100 G Zie tabel 6 Zie tabel 6 Zie tabel 6 - minste eenmaal hebben gekalfd en die voor de melk productie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn en koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) Jongvee jonger dan 1 jaar voor de melkveehouderij, en vrouwelijke opfokkalveren voor de vleesveehouderij tot 1 jaar. 101 G Drijfmest Vaste mest 4,4 2,2 32,3 29,1 9,6 9,6 - Jongvee van 1 jaar en ouder (alle runderen van 1 jaar en ouder inclusief vleesvee, maar met uitzondering van roodvleesstieren en fokstieren) Witvleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden (kalveren van ca. 14 dagen en ouder die gehouden worden op een rantsoen van hoofdzakelijk melk en op een leeftijd van ca. 8 maanden worden geslacht) Rosevleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden (kalveren van ca. 14 dagen en ouder die gehouden worden op een rantsoen van melk en andere voeders en op een leeftijd van ca. 8 maanden worden geslacht) Startkalveren voor rosevlees of roodvlees (kalveren van ca. 14 dagen tot ca. 3 maanden die op gespecialiseerde bedrijven worden gehouden en vervolgens op een ander bedrijf als rosevleeskalf of roodvleesstier worden gehouden) Rosevleeskalveren van ca. 3 tot ca. 8 maanden (kalveren van ca. 3 maanden en ouder die hiervoor zijn gehouden als startkalf, gehouden worden op een rantsoen van melk en andere voeders en op een leeftijd van ca. 8 maanden worden geslacht) Roodvleesstieren van ca. 3 maanden tot de slacht (inclusief ossen en vrouwelijke dieren die op deze wijze worden gemest) Weide- en zoogkoeien (koeien die ten minste eenmaal hebben gekalfd niet zijnde melk- en kalfkoeien) 102 G Drijfmest Vaste mest 9,5 4,7 66,9 61,3 21,9 21,9 112 S Alle 1,6 (10,9) - 2,7 117 G Alle 2,6 24,6 8,2-115 G Alle 1,2 9,2 2,6-116 G Alle 3,3 24,6 10,9-122 G Drijfmest Vaste mest 120 G Drijfmest Vaste mest Fokstieren (stieren van 2 jaar en ouder) 104 G Alle 7,6 74,2 25,8-4,2 2,2 11,2 5,3 30,5 28,0 76,3 72,4 10,9 10,9 27,1 27,
3 03 van 08 dier in /dier/ Schaap 55 Fokschapen (alle vrouwelijke schapen die 550 G Alle 0,5 10,7 3,8 - ten minste eenmaal hebben gelammerd, inclusief alle schapen tot een gewicht van ca. 25 voor zover gehouden op het bedrijf waar deze schapen geboren zijn) Overige schapen 552 G Alle - 6 7,8 2,5 - Geit 60 Meleiten (alle vrouwelijke geiten die 600 G Alle 0,76 6,1 3,8 - ten minste eenmaal hebben gelammerd, inclusief pasgeboren lammeren en opfoeiten tot ca. 60 dagen en inclusief alle bokken van 7 maanden en ouder) Vleesgeiten (geiten die gehouden 601 G Alle 0,06 0,53 0,3 - worden om te worden geslacht op een gewicht van ca. 10 ) Overige geiten 602 G Alle 0,43 3,3 2,4 - Paard 7 94 Pony's van 6 maanden en ouder en een 941 G Alle 3,3 19,3 8,4 - gewicht tot ca. 250 Pony's van 6 maanden en ouder en een 942 G Alle 5,8 33,0 15,8 - gewicht van ca. 250 tot ca. 450 Paarden van 6 maanden en ouder en een 943 G Alle 7,1 40,6 19,4 - gewicht van ca. 250 tot ca. 450 Paarden van 6 maanden en ouder en een gewicht zwaarder dan ca G Alle 9,2 52,9 24,5 - Ezel 7 96 Alle ezels van 6 maanden en ouder G Alle 3,6 19,3 8,4 - Middeneuropees edelhert 97 Hinden gehouden voor de fokkerij 971 G Alle 0,94 18,6 6,7 - inclusief kalveren jonger dan 6 maanden en bijbehorende bokken Herten van 6 tot 12 maanden die worden 973 G Alle 0,44 8,6 2,8 - gehouden om te worden geslacht Herten van 12 maanden en ouder die worden gehouden om te worden geslacht 974 G Alle 1,09 21,4 6,4 - Damhert 98 Hinden gehouden voor de fokkerij 981 G Alle 1,31 11,8 3,4 - inclusief kalveren jonger dan 3 maanden en bijbehorende bokken Alle herten van 3 maanden en ouder die worden gehouden om te worden geslacht 982 G Alle 0,81 9,7 2,4 -
4 04 van 08 dier in /dier/ Waterbuffel 99 Waterbuffelkoeien (alle waterbuffelkoeien 991 G Alle 11,5 76,5 29,9 - die ten minste eenmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook waterbuffelkoeien die droog gezet zijn of worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) Waterbuffeljongvee (alle jongvee van waterbuffels tot een leeftijd van 2 jaar) 992 G Alle 4,3 28,7 10,1 - Varken 40 Fokzeugen inclusief biggen jonger dan 6 weken (ten minste eenmaal gedekte of geïnsemineerde zeugen, guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn en waarvan de biggen ca. 6 weken na hun geboorte aan een ander bedrijf worden geleverd) Fokzeugen inclusief biggen tot een gewicht van 25 (ten minste eenmaal gedekte of geïnsemineerde zeugen, guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25. Ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) Opfokzeugen jonger dan 7 maanden (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij van ca. 25 tot ca. 7 maanden; ook aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) Opfokzeugen van 7 maanden en ouder (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij van ca. 7 maanden tot de eerste dekking, ook opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) 400 S 401 S 402 S 403 S 1,03 (16,7) - 4,2 1,03 (14,2) - 7,8 1,4 (18,0) - 2,9 1,4 (15,8) - 5,8 2,0 (23,6) - 5,9 2,0 (19,7) - 10,9 2,5 (25,4) - 4,0 2,5 (21,6) - 8,1 0,76 (10,4) - 2,5 0,76 (8,5) - 5,1 1,00 (11,2) - 1,7 1,00 (9,8) - 3,9 1,02 (13,2) - 3,8 1,02 (11,4) - 6,8 1,3 (14,2) - 2,7 1,3 (13,0) - 5,2
5 05 van 08 dier in /dier/ Opfokzeugen van een gewicht van 25 tot eerste dekking (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij van ca. 25 tot de eerste dekking. Opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 tot de eerste dekking) Opfokberen (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 ) Dekberen (dekrijpe beren ook zoekberen van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden, beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) Biggen (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd en worden afgeleverd op ca. 25 ; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 ) Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) Vleesvarkens (varkens die worden gehouden voor de slacht vanaf ca. 25 of iets lichter tot ca Ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 ) 404 S 405 S 406 S 407 S 410 S 411 S 0,81 (11,0) - 2,7 0,81 (9,0) - 5,4 0,91 (11,9) - 1,9 0,91 (10,3) - 4,1 0,74 (10,0) - 2,4 0,74 (8,2) - 4,9 0,95 (10,8) - 1,7 0,95 (9,3) - 3,8 1,3 (17,9) - 5,4 1,3 (14,9) - 8,2 1,8 (19,4) - 4,0 1,8 (17,4) - 6,0 0,25 (3,0) - 0,7 0,25 (2,7) - 1,3 0,30 (3,2) - 0,5 0,30 (3,0) - 0,9 1,6 (20,8) - 5,1 1,6 (17,9) - 11,4 2,1 (22,8) - 3,4 2,1 (21,1) - 8,8 0,71 (9,4) - 2,1 0,71 (8,0) - 4,6 0,75 (9,9) - 1,4 0,75 (8,9) - 3,6
6 06 van 08 dier in /dier/ Kip 30 Opfokhennen en -hanen van legrassen 300 S Drijfmest 0,012 (0,21) - 0,083 (opfokhennen en -hanen voor de Deeppitstal 0,004 (0,09) - 0,211 vervanging van hennen en hanen van Alle 0,007 (0,22) - 0,073 legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, mestbanden die worden afgeleverd op ca. 18 weken. Dieren die op het eigen bedrijf worden Volièrestal 0,009 (0,22) - 0,113 aangehouden, worden tot exact 18 Overig 0,007 (0,16) - 0,178 weken meegeteld) Hennen en hanen van legrassen 301 S Drijfmest 0,025 (0,43) - 0,184 (hennen en hanen inclusief (groot) Deeppitstal 0,006 (0,16) - 0,480 ouderdieren die zijn aangeleverd Alle 0,014 (0,46) - 0,151 op ca. 18 weken. Ook van het eigen mestbanden bedrijf afkomstige hennen en hanen inclusief (groot)ouderdieren, vanaf Volièrestal 0,018 (0,42) - 0,340 exact 18 weken) Overig 0,015 (0,37) - 0,400 Opfokhennen en -hanen van vleesrassen 310 S Alle 0,004 (0,09) - 0,230 (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken. Dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) Ouderdieren van vleesrassen 311 S Emissie-arm 0,018 (0,63) - 0,410 (ouderdieren inclusief grootouderdieren van vleesrassen, die zijn Overig 0,018 (0,42) - 0,630 aangeleverd op ca. 19 weken. Ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder) dieren, vanaf exact 19 weken) Vleeskuikens (kippen die worden 312 S Emissie-arm 0,011 (0,48) - 0,049 gehouden voor de slacht) Overig 0,011 (0,36) - 0,150 Kalkoen 20 Jonge kalkoenen (hennen en hanen voor 200 S Alle 0,011 (0,22) 0,2 de productie van broedeieren van ca. 0 weken tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) Opfokkalkoenen (hennen en hanen voor 201 S Alle 0,071 (1,50) - 0,8 de productie van broedeieren van ca. 6 weken tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) Kalkoenen ouderdieren (hennen en 202 S Alle 0,073 (1,52) - 0,8 hanen voor de productie van broedeieren van ca. 30 weken en ouder) Vleeskalkoenen (kalkoenen die worden gehouden voor de slacht) 210 S Alle 0,048 (1,01) - 0,8 Nerts 75 Fokteven (alle vrouwelijke dieren, die tenminste eenmaal zijn gedekt, met bijbehorende reuen en jongen, en nertsen voor pelsproductie) S Vaste mest 0,039 (1,56) - 1,1 Drijfmest 0,075 (1,56) - 1,1
7 07 van 08 dier in /dier/ Konijn 90 Voedsters (alle vrouwelijke dieren die 900 S Alle 0,126 (1,13) - 1,58 tenminste eenmaal zijn gedekt, met bijbehorende zogende jongen, opfokkonijnen en fokrammen) Vleeskonijnen (alle jonge konijnen die na het spenen zijn bestemd voor de vleesproductie) 901 S Alle 0,025 (0,30) - 0,42 Bruine rat 8 15 Ratten (alle geslachtsrijpe vrouwelijke ratten) S Alle 0,023 (0,28) - 50% 9 Tamme muis 8 16 Muizen (alle geslachtsrijpe vrouwelijke muizen) S Alle 0,003 (0,033) - 50% 9 Cavia 8 17 Cavia's (alle geslachtsrijpe vrouwelijke cavia's) S Alle 0,054 (0,65) - 50% 9 Goudhamster 8 18 Goudhamsters (alle geslachtsrijpe vrouwelijke goudhamsters) S Alle 0,015 (0,18) - 50% 9 Gerbil 8 19 Gerbils (alle geslachtsrijpe vrouwelijke gerbils) S Alle 0,005 (0,057) - 50% 9 Pekingeend 80 Vleeseenden (eenden die worden 801 S Vaste mest 0,028 (0,399) - 0,405 gehouden voor de slacht) Drijfmest 0,081 (0,630) - 0,174 Ouderdieren van vleeseenden 802 S Vaste mest 0,037 (0,531) - 0,588 (opfokperiode tot 18 weken) Drijfmest 0,110 (0,853) 0,266 Ouderdieren van vleeseenden 803 S Vaste mest 0,045 (0,627) - 0,695 (legperiode vanaf 18 weken) Drijfmest 0,130 (1,007) 0,315 Struisvogel 8 25 Struisvogels (alle geslachtsrijpe vrouwelijke struisvogels) S Alle 0,56 (12,3) - 50% 9 Emoe 8 26 Emoe's (alle geslachtsrijpe vrouwelijke emoe's) S Alle 0,329 (7,8) - 50% 9 Nandoe 8 27 Nandoe's (alle geslachtsrijpe vrouwelijke nandoe's) S Alle 0,231 (5,5) - 50% 9
8 08 van 08 dier in /dier/ Knobbelgans 8 28 Knobbelganzen (alle geslachtsrijpe vrouwelijke knobbelganzen) S Alle 0,086 (3,2) - 50% 9 Grauwe gans 8 29 Grauwe ganzen (alle geslachtsrijpe vrouwelijke grauwe ganzen) S Alle 0,086 (3,2) - 50% 9 Helmparelhoen 8 95 Parelhoenders (alle geslachtsrijpe vrouwelijke parelhoenders) S Alle 0,009 (0,30) - 50% 9 Fazant 8 35 Fazanten (alle geslachtsrijpe vrouwelijke fazanten) S Alle 0,006 (0,12) - 50% 9 Patrijs 8 36 Patrijzen (alle geslachtsrijpe vrouwelijke patrijzen) S Alle 0,002 (0,11) - 50% 9 Vleesduif 8 37 Duiven (alle geslachtsrijpe vrouwelijke duiven) S Alle 0,0009 (0,05) - 50% 9 G = graasdier S = staldier 1 Als de omschrijving van de categorieën niet aansluit bij de voorkomende situatie, dan hanteert u de forfaits van de categorie die het best aansluit bij de voorkomende situatie. 2 Normen voor de berekening van de benodigde opslagcapaciteit dierlijke mest. 3 Normen voor de berekening van de mestproductie van graasdieren. Voor staldieren gebruikt u deze normen (cursief) alleen voor de berekening van de eventuele vrijstelling van de registratie- en/of administratieve verplichtingen. 4 Normen voor de berekening van de mestproductie van graasdieren. Voor staldieren niet van toepassing. 5 Normen voor de berekening van de totale stikstofcorrectie (gasvormige verliezen) als onderdeel van de stalbalans. Voor graasdieren niet van toepassing. Voor graasdieren is de stikstofcorrectie al meegenomen in de forfaitaire stikstofexcretie ( stikstof per ). 6 De mestproductie van deze dieren (voor de berekening van de benodigde opslagcapaciteit) is al verrekend in het forfait van de fokschapen. 7 De normen voor paarden, pony s en ezels zijn inclusief veulens tot zes maanden. 8 De normen zijn inclusief jongen en mannelijke dieren. Voor de berekening van de mestproductie telt u alleen de geslachtsrijpe vrouwelijke dieren. 9 De stikstofcorrectie (gasvormige verliezen) van e knaagdieren en pluimvee bedraagt 50% van de stikstofexcretie, die volgens de stalbalans is berekend.
Tabel 4 Diergebonden normen
Mestbeleid 20102013: tabellen Tabel 4 Diergebonden normen Waarvoor gebruiken? De diergebonden normen gebruikt u voor zowel de berekening van de minimumopslagcapaciteit die u nodig heeft, als de mestproductie
Tabel 4 Diergebonden normen
01 van 06 Tabel 4 Diergebonden normen 20162017 Waarvoor gebruiken? De diergebonden normen gebruikt u voor zowel de berekening van de minimumopslagcapaciteit die u nodig heeft, als de mestproductie van
Tabel 4 Diergebonden normen
01 van 07 Tabel 4 Diergebonden normen 20162017 Waarvoor gebruiken? De diergebonden normen gebruikt u voor zowel de berekening van de minimumopslagcapaciteit die u nodig heeft, als de mestproductie van
Tabel 4 Diergebonden forfaitaire gehalten 2017
01 van 06 Tabel 4 Diergebonden forfaitaire gehalten 2017 Waarvoor gebruiken? De diergebonden forfaitaire gehalten gebruikt u voor zowel de berekening van de minimumopslagcapaciteit die u nodig heeft, als
Tabel 4 Diergebonden normen 2016-2017
01 van 06 Tabel 4 Diergebonden normen 20162017 Waarvoor gebruiken? De diergebonden normen gebruikt u voor zowel de berekening van de minimumopslagcapaciteit die u nodig heeft, als de mestproductie van
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 818 Wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen van de tweede generieke korting
MESTWETGEVING EN WEIDEVOGELRESERVATEN. Een praktische samenvatting van de regelgeving. voor terreinbeheerders en pachters
MESTWETGEVING EN WEIDEVOGELRESERVATEN Een praktische samenvatting van de regelgeving voor terreinbeheerders en pachters In opdracht van: MESTWETGEVING EN WEIDEVOGELRESERVATEN Een praktische samenvatting
Bedrijfsomvang en -type volgens NEG-typering
In deze bijlage is de tabel opgenomen waarin de Nge-factor per diersoort is weergegeven. Tevens is de rekenmethode hier weergegeven die gebruikt is om het per bedrijf te berekenen conform de 300 Nge-systematiek.
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 542 Wet van 10 december 2003 tot wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen
Mestbeleid tabellen
mestbeleid agrarisch ondernemer Mestbeleid 20082009 tabellen U bent agrarisch ondernemer. In deze brochure vindt u de forfaitaire normen die gelden vanaf 1 januari 2008. U leest waarvoor en hoe u de normen
Bijlage 2 bij de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013
Bijlage 2 bij de stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013 Lijst met technische staleisen als bedoeld in artikel artikel 3 Emissiefactoren voor de vanuit het dierenverblijf, inclusief de van de mest die
Opzet van een Minasmineralendatabank
Opzet van een Minasmineralendatabank Informatie- en KennisCentrum Landbouw/Ede, juni 1998 1998 Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel
Tabel 1 Stikstofgebruiksnormen
01 van 07 Tabel 1 September 2015 Tabel 1 Stikstofgebruiksnormen Waarvoor gebruiken? De stikstofgebruiksnormen gebruikt u om de totale stikstofgebruiksruimte voor meststoffen voor uw bedrijf te berekenen.
Emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens traditioneel systeem
Bijlage 1 bij de stikstof en Natura2000 Noord-Brabant Emissiefactoren voor de vanuit het dierenverblijf, inclusief de van de mest die in het dierenverblijf is opgeslagen (versie 10 januari 2012) 1 2 Code
Wijziging Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
LNV Wijziging Uitvoeringsregeling Meststoffenwet Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 juni 2006, nr. TRCJZ/2006/1879, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Herplaatsing Bijlage Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij
Herplaatsing Bijlage Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij VROM, LNV In Staatscourant 69 van donderdag 9 april 1998 zijn in de tabel die behoort bij de Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak
- Concept voor internetconsultatie -
- Concept voor internetconsultatie - Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van, nr. WJZ/15162748, tot wijziging van de Regeling dierlijke producten in verband met de aanpassing van de
Beschrijving bedrijfsgegevens Mestbank tot en met 2006
Beschrijving bedrijfsgegevens Mestbank tot en met 2006 Aantal geregistreerde bedrijven Aantal bedrijven (koepels) Aantal bedrijven (relaties) Aantal exploitaties Aantal entiteiten Aantal verminderde relaties
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 18729 18 oktober 2011 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 3 oktober 2011, nr. DP2011054569,
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 16865 1 juli 2015 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 24 juni 2015, nr. IENM/BSK-2015/115905,
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Directoraat-Generaal Milieu en Internationaal; Directie Duurzaamheid
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35929 31 december 2013 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 13 december 2013, nr. IENM/BSK-2013/297853,
Deze tabellenbrochure is geldig voor het jaar 2018
Deze tabellenbrochure is geldig voor het jaar 2018 Mestbeleid Tabellen 01 van 07 Tabel 1 Januari Tabel 1 Stikstofgebruiksnormen Waarvoor gebruiken? De stikstofgebruiksnormen gebruikt u om de totale stikstofgebruiksruimte
Codelijsten AgroAdviseur rapportbeheer
Codelijsten AgroAdviseur rapportbeheer (bijgewerkt tot en met versie 2.0 AgroAdviseur versie 9.4) december 2005 ComponentAgro B.V. december 2005 (HL200410001/4081/RH) Pagina 1 van 13 2004 ComponentAgro
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 004 Wijziging van de Meststoffenwet en intrekking van de Wet verplaatsing mestproductie en de Wet herstructurering varkenshouderij (vereenvoudiging
Deze toelichting is opgesteld door het CBS op verzoek van het Ministerie van LNV.
Toelichting op de cijfers van de mestproductie in 2018 zoals berekend in de vorm van momentopnames in kwartaalrapportages en zoals gepubliceerd als voorlopige cijfers d.d.15-2-2018 op de CBS-website. Deze
GPBV bedrijf: begrippen en voorbeelden. Ilse De Vreese Dep. Omgeving, afd. GOP, directie Omgevingsprojecten
GPBV bedrijf: begrippen en voorbeelden Ilse De Vreese ([email protected]) Dep. Omgeving, afd. GOP, directie Omgevingsprojecten inhoud Begrip GPBV Begrippen en definities cfr. BREF IRPP GPBV installatie
Dierlijke mest en mineralen 2012
Dierlijke mest en mineralen 2012 Dierlijke mest en mineralen 2012 Verklaring van tekens. Gegevens ontbreken * Voorlopig cijfer ** Nader voorlopig cijfer x Geheim Nihil (Indien voorkomend tussen twee getallen)
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren Inhoudsopgave Emissiefactoren biggen... 2 Emissiefactoren kraamzeugen... 3 Emissiefactoren
VAN DER MEER. Inwerkingtreding Besluit Huisvesting. Oosterwolde, 11 augustus 2008
Inwerkingtreding Besluit Huisvesting Oosterwolde, 11 augustus 2008 Op 1 april jongstleden is het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting) inwerking getreden. Het Besluit huisvesting
(Tekst geldend op: 12-02-2011)
(Tekst geldend op: 12-02-2011) Bijlage als bedoeld in artikel 2 van de Regeling ammoniak en veehouderij Emissiefactoren voor de emissie vanuit het dierenverblijf, inclusief de emissie van de mest die in
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof
Lijst met geactualiseerde emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof Bijlage Richtlijnenboek Landbouwdieren Inhoudsopgave Emissiefactoren biggen... 2 Emissiefactoren kraamzeugen... 3 Emissiefactoren
Stikstof- en fosfaatexcretie van gangbaar en biologisch gehouden landbouwhuisdieren
Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu Stikstof- en fosfaatexcretie van gangbaar en biologisch gehouden landbouwhuisdieren Herziening excretieforfaits Meststoffenwet 2015 WOt-technical report 45 C.M.
De uitscheiding van stikstof en fosfor door varkens, kippen, kalkoenen, pelsdieren, eenden, konijnen en parelhoeders in 2002 en 2006
De uitscheiding van stikstof en fosfor door varkens, kippen, kalkoenen, pelsdieren, eenden, konijnen en parelhoeders in 2002 en 2006 A.W. Jongbloed en P.A. Kemme Rapport 05/I01077 Nutrition and Food Copyright
Regeling geurhinder en veehouderij
VROM Regeling geurhinder en veehouderij Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 december 2006, nr. BWL/2006333382, Directoraat- Generaal Milieubeheer,
Ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest in 2010. Berekeningen met het Nationaal Emissiemodel voor Ammoniak (NEMA)
294 Ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest in 2010 Berekeningen met het Nationaal Emissiemodel voor Ammoniak (NEMA) C. van Bruggen, C.M. Groenestein, B.J. de Haan, M.W. Hoogeveen, J.F.M. Huijsmans,
PROVINCIAAL BLAD JAARGANG: 2013
PROVINCIAAL BLAD JAARGANG: 2013 NR: 87 Officiële naam regeling: Verordening veehouderijen en Natura 2000 Provincie Limburg Citeertitel: Verordening veehouderijen en Natura 2000 Naam ingetrokken regeling:
Dierengezondheidszorg Vlaanderen
Pagina 1 van 7 Dierengezondheidszorg Vlaanderen FR_A_047_181105 REGISTRATIEFORMULIER VOOR HET HOUDEN VAN LANDBOUWHUISDIEREN (RUNDEREN, VARKENS, PLUIMVEE, LOOPVOGELS, KONIJNEN, SCHAPEN, GEITEN, HERTEN)
CDM-Advies Kortingspercentage fosfaatrechten. Samenvatting
CDM-Advies Kortingspercentage fosfaatrechten Samenvatting Per 1 januari 2018 zal het stelsel van fosfaatrechten voor melkvee in Nederland in werking treden. Bedrijven krijgen per 1 januari 2018 fosfaatrechten
Dierlijk mest en mineralen 2010
Dierlijk mest en mineralen 2010 07 08 09 10 11 12 13 14 Centraal Bureau voor de Statistiek Verklaring van tekens. gegevens ontbreken * voorlopig cijfer ** nader voorlopig cijfer x geheim nihil (indien
VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING HUISHOUDELIJKE HEFFINGEN PLUIMVEESECTOR (PPE) 2014 (2014-I)
VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING HUISHOUDELIJKE HEFFINGEN PLUIMVEESECTOR (PPE) 2014 (2014-I) Verordening van het Productschap Pluimvee en Eieren van 10 april 2014 tot wijziging van de Verordening
Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij
Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij VROM Interimwet ammoniak en veehouderij 7 juli 1998/Nr. DWL/98062403 Directoraat-Generaal Milieubeheer/Directie Drinkwater, Water, Landbouw/Afdeling
Informatiedocument Leefoppervlaktes in de Intensieve Veehouderij CONCEPT, versie 3 Uitgeprint: 5-4-2007
Informatiedocument Leefoppervlaktes in de Intensieve Veehouderij Inleiding In de milieuvergunning voor veehouderijbedrijven is vastgelegd hoeveel dieren volgens welk huisvestingssysteem op het bedrijf
Dierlijke mest en mineralen 2009
Dierlijke mest en mineralen 2009 06 07 08 09 10 11 12 13 Centraal Bureau voor de Statistiek Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader voorlopig cijfer x = geheim = nihil
Fosfaatrechten. Vleesvee en Zoogkoeien. Tony Huizinga, Bert Knegtering en Christel Pieterse 6 november 2018
Fosfaatrechten Vleesvee en Zoogkoeien Tony Huizinga, Bert Knegtering en Christel Pieterse 6 november 2018 Agenda Voor welke dieren zijn fosfaatrechten nodig? Diercategorie 101 en 102 Voorwaarden Aanmeld
Toelichting certificatie Plusstallen (inclusief ambitieniveau per diercategorie)
Toelichting certificatie Plusstallen (inclusief ambitieniveau per diercategorie) Datum van ingang: 1 januari 2017 Geldig tot en met: 31 december 2017 Vastgesteld door: College van Deskundigen agro/food
Criteria en beoordelingsrichtlijnen Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur
3a) Hoorzitting MDV-varkensstallen 15 november 2010 Criteria en beoordelingsrichtlijnen Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur Criteria en beoordelingsrichtlijnen voor het toetsen van stallen en viskwekerijen
Huisvesting van landbouwhuisdieren 2008
Huisvesting van landbouwhuisdieren 2008 Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer x = geheim = nihil = (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met 0 (0,0) = het getal is
