Boordtabel sectoren (paritaire comités)
|
|
|
- Marina Wouters
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Boordtabel sectoren (paritaire comités) Methodologie Wouter Vanderbiesen Methodologisch Rapport Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus Leuven T:32(0) F:32(0)
2 Boordtabel sectoren (paritaire comités) Methodologie Wouter Vanderbiesen In samenwerking met het Departement Werk en Sociale Economie Een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, in het kader van het VIONA-onderzoeksprogramma Met ondersteuning van het departement Werk en Sociale Economie en het ESF ESF: de Europese bijdrage tot de ontwikkeling van de werkgelegenheid door inzetbaarheid, ondernemerschap, aanpasbaarheid en gelijke kansen te bevorderen en door te investeren in menselijke hulpbronnen Departement Werk en Sociale Economie METHODOLOGISCH RAPPORT / II
3 Vanderbiesen, Wouter Boordtabel sectoren (paritaire comités) Methodologie. Wouter Vanderbiesen Leuven: Katholieke Universiteit Leuven. Steunpunt Werk en Sociale Economie, 2008, 8p. Copyright (2008) Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303 B-3000 Leuven T:32(0) F:32(0) [email protected] Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this report may be reproduced in any form, by mimeograph, film or any other means, without permission in writing from the publisher. METHODOLOGISCH RAPPORT / III
4 1. Bronnen en populaties Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) gecentraliseerde statistiek De statistieken van de RSZ worden uitgewerkt op basis van de gegevens vermeld op of voortvloeiend uit de behandeling van de aangiften. Door het versturen van hun aangifte aan de RSZ, delen de werkgevers ieder kwartaal bepaalde informatie mee die het mogelijk maakt om statistieken op te stellen voor algemeen gebruik. Deze informatie heeft betrekking op een gevarieerd aantal domeinen zoals de werkgelegenheid, de lonen, de arbeidsprestaties, de bijdragen en de bijdrageverminderingen. Afhankelijk van de wijze waarop de ondernemingskenmerken worden weergegeven, zijn er twee statistiekcircuits binnen de RSZ: de gedecentraliseerde statistieken (op niveau van de vestigingen) en de gecentraliseerde statistieken (op niveau van de onderneming als geheel). De opgenomen cijfers zijn gebaseerd op de gecentraliseerde statistiek. Onder de gecentraliseerde statistieken verstaat men statistieken die werden opgemaakt op basis van de onderneming als een homogeen geheel: in het bijzonder wordt één enkele activiteit (de hoofdactiviteit) en één enkele lokalisatie (de hoofdzetel; de vestiging waar de meeste werknemers werken) in aanmerking genomen. De telling van de werknemers gebeurt op basis van het INSZ (het uniek socialezekerheidsnummer), zodat personen met meerdere jobs slechts eenmaal worden geteld. De opgenomen gecentraliseerde statistieken zijn gebaseerd op de in 2003 ingevoerde Multifunctionele aangifte (DM- FA). DMFA leidde er toe dat enkele nieuwe statistische mogelijkheden werden gecreëerd. De statistieken volgens paritair comité zijn hiervan een voorbeeld. De populatie die gebruikt wordt in de tabellen bestaat uit alle loontrekkenden die worden aangegeven bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ) voor het tweede kwartaal (30 juni) van het jaar. De ambtenaren die vallen onder het socialezekerheidsstelsel van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten (RSZPPO) worden hierbij dus niet opgenomen. Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming bij de Kruispuntbank Sociale Zekerheid Het Datawarehouse AM&SB behelst een samenwerkingsverband tussen de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (KSZ), het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV), de Rijksdienst voor Kinderbijslag van Werknemers (RKW), het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering van Zelfstandigen (RSVZ), de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten (RSZPPO), de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP), de Administratie der Pensioenen (AdP), de vzw Multisectoriële Individuele Rekening (CIMIRe), het Fonds voor Arbeidsongevallen (FAO), het Fonds voor de Beroepsziekten (FBZ), het Nationaal Intermutualistisch College (NIC), de POD Maatschappelijke Integratie, en de gewestelijke arbeidsbemiddelingsdiensten (VDAB/BGDA/FOREM). Het beoogt de koppeling van arbeidsmarktgegevens afkomstig van deze instellingen van sociale zekerheid. Deze gegevens worden verder aangevuld met data afkomstig uit het rijksregister en het KSZ-register (bisregister). De koppeling gebeurt op basis van het gecodeerd Identificatienummer van de Sociale Zekerheid (INSZ), wat in de meeste gevallen overeenstemt met het rijksregisternummer van de persoon. Voor uitgebreidere informatie over het Datawarehouse AM&SB verwijzen we u naar de website van de KSZ ( METHODOLOGISCH RAPPORT / 1
5 De variabele socio-economische positie, ook nomenclatuurcode genaamd, duidt aan welke arbeidsmarktpositie een individu inneemt. Deze code baseert zich op variabelen van verschillende instellingen, die de situatie weergeven van de persoon op de laatste dag van het kwartaal. De nomenclatuur van de socio-economische positie is hiërarchisch opgebouwd en kan worden uitgesplitst tot op 5 digits. Er bestaan 4 hoofdcategorieën: werkend, werkzoekend, niet-beroepsactief of onbekend. Bij de werkenden wordt een onderscheid gemaakt tussen werkenden in loondienst, werkenden als zelfstandige/helper en werkenden in loondienst én als zelfstandige/helper. Deze laatste groep wordt nog verder uitgesplitst al naargelang de voornaamste job wordt uitgeoefend als loontrekkende dan wel als zelfstandige. Voor de populatie die gebruikt wordt in de tabellen worden twee groepen weerhouden, met name code 1.1 (werkend in loondienst) en code (werkend in loondienst én als zelfstandige/helper met de voornaamste job in loondienst). Twee andere groepen waarin ook loontrekkenden gesitueerd zijn, worden niet mee opgenomen in de tabellen omdat we voor de betrokken personen geen informatie hebben over het paritair comité. Het gaat om de werkenden in loondienst én als zelfstandige/ helper met de voornaamste job als zelfstandige/ helper (codes en 1.4.3). In tegenstelling tot bij de tabellen o.b.v. RSZ, worden bij de tabellen o.b.v. het Datawarehouse AM&SB ook loontrekkenden van RSZPPO mee opgenomen. 2. Definities Sectorgroepen en paritaire comités: De indeling van de loontrekkenden naar paritair comité werd mogelijk sinds de invoering van de Multifunctionele Aangifte (DMFA) bij de RSZ. De eerste cijfers die een betrouwbare afbakening volgens paritair comité mogelijk maken hebben betrekking op De indeling van de paritaire comités in sectorgroepen werd opgesteld door het Steunpunt WSE in samenwerking met de RSZ, met de bedoeling om de paritaire comités die aan elkaar verwant zijn te groeperen. Deze indeling is gebaseerd op verschillende criteria: het bevoegdheidsgebied van de paritaire comités, het statuut waarvoor het paritair comité van toepassing is (arbeiders, bedienden of beiden), de syndicale werkingssferen en het aantal loontrekkenden in de paritaire comités. Toewijzing van de paritaire comités: In principe bepaalt de werkgever tot welk paritair comité hij meent te behoren, waarbij de activiteit van zijn onderneming als doorslaggevend criterium geldt. Sommige werkgevers kunnen onder een bepaald paritair comité vallen al naargelang het beroep van hun werknemers. Doorgaans behoort een onderneming tot één enkel paritair comité. Dit omwille van het feit dat de paritaire comités elk specifieke collectieve arbeidsovereenkomst sluiten, en de toepassing van meerdere overeenkomsten in een en dezelfde onderneming bijgevolg een lastige opgave zou vormen. Met het oog op dat eenheidsprincipe geldt de stelregel de nevenactiviteit volgt de hoofdactiviteit. De hoofdactiviteit is de economische activiteit waaraan de meeste arbeidsuren worden besteed of waaraan de meeste personeelsleden worden tewerkgesteld. In de praktijk vallen ondernemingen echter vaak onder meerdere paritaire comités. Dit kan bijvoorbeeld wanneer bedrijfssectoren vallen onder een paritair comité voor de arbeiders en onder een ander paritair comité voor de bedienden of wanneer een onderneming verschillende activiteiten uitoefent die niet aan elkaar verwant zijn, in afzonderlijke lokalen of met personeel dat uitsluitend tewerkgesteld is voor elke activiteit afzonderlijk. METHODOLOGISCH RAPPORT / 2
6 Sectorgroepen: Hieronder geven we een overzicht van de sectorgroepen met bijhorende paritaire comités. Voor de volledige benaming van de verschillende paritaire comités zie / publicaties / via type / methodologische rapporten / classificaties / WSE sectorindeling (pc). - Bouw: PC Chemie & petroleum: PC 116, PC 117, PC 207, PC Diensten aan ondernemingen & personen: PC 121, PC 219, PC 314, PC 317, PC 320, PC 322, PC Distributie: PC 119, PC 127, PC 201, PC 202, PC 311, PC 312, PC 313, PC Financiële sector: PC 216, PC 306, PC 307, PC 308, PC 309, PC 310, PC Gas & elektriciteit: PC Horeca, sport & ontspanning: PC 217, PC 223, PC 302, PC Houtnijverheid: PC 125, PC Kleding- en textielindustrie: PC 107, PC 109, PC 110, PC 120, PC 128, PC , PC 148, PC 214, PC Land- en tuinbouw, bosbouw & zeevisserij: PC 132, PC 143, PC 144, PC 145, PC Media, drukkerij- en uitgeverijsector: PC 130, PC 227, PC Metaalindustrie: PC 104, PC 105, PC 111, PC 112, PC , PC 147, PC 149, PC 209, PC 210, PC Papier- en kartonsector: PC 129, PC 136, PC , PC 221, PC Social profit: PC 152, PC 225, PC 304, PC 305, PC 318, PC 319, PC 327, PC Steen- en glasindustrie: PC 101, PC 102, PC 106, PC 113, PC 114, PC 115, PC 150, PC 203, PC 204, PC 205, PC Vervoer, transport & logistiek: PC 139, PC 140, PC 226, PC 301, PC 315, PC 316, PC Voedingsindustrie: PC 118, PC 133, PC Overige: PC 100, PC , PC 200, PC Overheid / geen PC: het betreft hier de werknemers waarvan het paritair comité niet gekend is, of die niet onder een paritair comité vallen (werknemers in de publieke sector, werknemers die vallen onder het socialezekerheidsstelsel van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten - RSZPPO) Regionale afbakening: De cijfers hebben betrekking op de loontrekkenden die wonen in België. De regionale afbakening is gebaseerd op de woonplaats of hoofdverblijfplaats van de loontrekkende. De cijfers voor het Vlaams Gewest hebben betrekking op alle werknemers die in Vlaanderen wonen, ongeacht hun plaats van tewerkstelling. De som van de opgenomen tabellen voor het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest is niet gelijk aan het totaal voor België aangezien de werknemers met een woonplaats buiten België (bijvoorbeeld grensarbeiders) niet in een afzonderlijke tabel worden opgenomen (maar deze zijn wel in het totaal voor België vervat). Belangrijkste arbeidsbetrekking: Indien een werknemer meerdere gelijktijdige arbeidsbetrekkingen heeft, wordt hij slechts eenmaal geteld en worden enkel die kenmerken weerhouden die verbonden zijn met de belangrijkste arbeidsovereenkomst. De bepaling van de belangrijkste betrekking gebeurt in geval van meerdere gelijktijdige arbeidsovereenkomsten volgens de volgende criteria (in dalende orde van belangrijkheid): type betrekking (voltijds, deeltijds, ), hoogste bruto bezoldiging, hoogste arbeidsvolume, hoogste aantal gelijkgestelde dagen. Arbeidsregime: Drie categorieën kunnen hier worden onderscheiden: loontrekkenden in een voltijds arbeidsregime, deeltijds arbeidsregime of speciaal arbeidsregime. Het speciaal arbeidsregime bevat de loontrekkenden die werken via seizoenarbeid, via arbeid met tussenpozen, of met gelimiteerde prestaties. Hieronder vallen ook de uitzendkrachten. METHODOLOGISCH RAPPORT / 3
7 Aandeel deeltijdarbeid: Het aandeel deeltijdarbeid heeft betrekking op de loontrekkenden die zijn tewerkgesteld in een deeltijds arbeidsregime. Het aandeel deeltijdarbeid verwijst naar het percentage van de gebruikelijke arbeidsduur van een referentiepersoon; d.i. de persoon die voltijds is tewerkgesteld in dezelfde onderneming of in dezelfde bedrijfstak, in een functie die gelijkaardig is aan deze van de werknemer. We onderscheiden volgende categorieën deeltijdarbeid: minder dan 45%, tussen 46 en 55%, tussen 56 en 75% en meer dan 75% van een voltijdse betrekking. Nace-Bel-sector: De Nace-Bel activiteitssector heeft betrekking op de hoofdactiviteit van de werkgever (de activiteit met het grootste omzetcijfer, of bij gebrek hieraan de activiteit waaraan het grootste aantal werknemers deelneemt). De indeling van de activiteitssectoren gebeurt aan de hand van de Nace-Bel-activiteitennomenclatuur. De indeling van de tewerkgestelde werknemers volgens Nace-Bel-sector gebeurt op basis van de hoofdactiviteit van de werkgever met wie zij hun (belangrijkste) arbeidsovereenkomst hebben. De sectorindeling van tewerkgestelde werknemers op basis van de Nace-Bel-nomenclatuur kan verschillen van de indeling volgens paritair comité (zie supra). Zo kunnen onder één paritair comité werknemers vallen die behoren tot verschillende Nace-sectoren, en omgekeerd. Dagloonklasse: Het dagloon is een afgeleid gegeven, berekend op basis van de normale bruto bezoldiging, die als basis dient voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. In deze berekening houdt met enkel rekening met de bezoldigingen die rechtstreeks verband houden met arbeidsprestaties uitgedrukt in bezoldigde dagen en/of bezoldigde uren. Er wordt geen rekening gehouden met het dubbel vakantiegeld, noch met premies, winstdeelnemingen, dertiende maand, gratificaties of gelijkaardige voordelen, noch met ontslagvergoedingen. Voor voltijdse werknemers wordt de totale bruto bezoldiging gedeeld door het aantal bezoldigde dagen. Voor de deeltijdse prestaties wordt het gelijkaardig berekend uurloon vermenigvuldigd met 7,6 (7u36min) wat overeenkomt met het dagloon in geval van voltijdse prestaties, rekening houdend met een gebruikelijke arbeidsduur van 38 uur per week. We onderscheiden volgende dagloonklassen: minder dan 80 euro, tussen 80 en 100 euro, tussen 100 en 125 euro en meer als 125 euro. Een klasse onbekend is voorzien voor die prestaties waarvoor geen bezoldigingen zijn geweest (bijvoorbeeld indien enkel gelijkgestelde prestaties zijn aangegeven). In de opgenomen tabellen wordt de verdeling van werknemers naar dagloonklasse uitgedrukt volgens voltijdsequivalente jobs (zie infra). Voltijdsequivalente jobs: Voor de berekening van werknemers, uitgedrukt naar voltijdsequivalenten, gaan we uit van een telling van de arbeidsprestaties van werknemers, gekoppeld aan het arbeidsvolume. Op die manier kunnen arbeidsprestaties worden uitgedrukt in voltijdsequivalente jobs. Jobs die niet voltijds zijn uitgeoefend, worden in de berekeningen bijgevolg slechts opgenomen volgens hun relatieve grootte. Op die manier wordt bijvoorbeeld een halftijdse job meegeteld als de helft van een voltijdse job. Gelijkgestelde periodes (periodes die in aanmerking worden genomen voor de berekening van bepaalde sociale voordelen, zoals pensioen, maar niet gedekt worden door een loon, bijvoorbeeld zwangerschaps- of bevallingsverlof) worden niet in het arbeidsvolume opgenomen, verlofperiodes daarentegen wel. Instroomgegevens: De instroomgraad geeft het aandeel weer van de werknemers die tussen 30 juni 2003 (jaar t-1) en 30 juni 2004 (jaar t) een paritair comité instroomden, vanuit een ander paritair comité of vanuit een niet-loontrekkend statuut, ten opzichte van het totaal aantal werknemers in het paritair comité op 30 juni 2004 (jaar t). Het statuut van oorsprong geeft de socio-economische positie weer op 30 juni 2003 (jaar t-1) van werknemers die tot het betreffende paritair comité toegetreden zijn. Het kan gaan om loontrekkend in een ander paritair comité, een zelfstandig statuut, werkloosheid (met uitkering RVA), tijdskrediet / loopbaanonderbreking en andere statuten. De groep van andere statuten is een verzamelnaam van statuten die niet gekend waren in het Datawarehouse AM&SB bij de redactie van de tabellen; het gaat onder andere over arbeidsongeschiktheid en huishouden. METHODOLOGISCH RAPPORT / 4
8 Uitstroomgegevens: De uitstroomgraad geeft het aandeel weer van de werknemers die tussen 30 juni 2003 (jaar t) en 30 juni 2004 (jaar t+1) een paritair comité uitstroomden, naar een ander paritair comité of naar een niet-loontrekkend statuut, ten opzichte van het totaal aantal werknemers in het paritair comité in 2003 (jaar t). Het statuut van bestemming geeft de socio-economische positie weer op 30 juni 2004 (jaar t+1) van werknemers die het betreffende paritair comité verlaten hebben. Het kan gaan om loontrekkend in een ander paritair comité, een zelfstandig statuut, werkloosheid (met uitkering RVA), tijdskrediet / loopbaanonderbreking, conventioneel brugpensioen, pensioentrekkend (zonder werk of bijverdienste) en andere statuten. De groep van andere statuten is een verzamelnaam van statuten die niet gekend waren in het Datawarehouse AM&SB bij de redactie van de tabellen; het gaat onder andere over arbeidsongeschiktheid en huishouden. Interne mobiliteit: De interne mobiliteitsgraad geeft het aandeel weer van de werknemers die zowel op 30 juni 2003 als op 30 juni 2004 in eenzelfde paritair comité aan het werk waren, maar in de tussenliggende periode mobiel geweest zijn. Het gaat om werknemers die ofwel van werkgever veranderden binnen de sector, ofwel in een speciaal regime werkzaam waren (seizoensarbeid), ofwel tijdelijk in een andere sector (bijvoorbeeld uitzendsector) of in een niet-loontrekkend statuut zaten. Bij deze laatste groep gaat het om werknemers die tijdelijk hun loopbaan hebben onderbroken om diverse redenen (werkloosheidsperiode tussen twee tijdelijke jobs, kortstondig tijdskrediet, enzovoort). METHODOLOGISCH RAPPORT / 5
Sectoren / paritaire comités Methodologie
Sectoren / paritaire comités Methodologie Wouter Vanderbiesen Mei 2014 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000 Leuven T:+32 (0)16 32 32 39 [email protected] www.steunpuntwse.be
rijksdienst voor sociale zekerheid Openbare Instelling van Sociale Zekerheid
rijksdienst voor sociale zekerheid Openbare Instelling van Sociale Zekerheid Gelijkgestelde periodes van de in de sociale zekerheid (RSZ) opgenomen werknemers voor de vier kwartalen van 2012 Inhoudstafel
rijksdienst voor sociale zekerheid Openbare Instelling van Sociale Zekerheid
rijksdienst voor sociale zekerheid Openbare Instelling van Sociale Zekerheid Gelijkgestelde periodes van de in de sociale zekerheid (RSZ) opgenomen werknemers voor de vier kwartalen van 2016 Inhoudstafel
Halftijds brugpensioen
Halftijds brugpensioen //dossier Eindeloopbaan Inhoud Wat verstaat men onder halftijds brugpensioen?... 01 Onder welke voorwaarden krijgt men toegang tot het halftijds brugpensioen?... 01 Welke procedure
VERSO- Cahier 2/ 2014 Profiel van de medewerkers in de social profit
VERSO- Cahier 2/ 2014 Profiel van de medewerkers in de social profit Een beschrijvende analyse van de kenmerken van de social profitmedewerker Voor vragen en toelichting [email protected] Zie verder
Werknemersstromen op de sectorale arbeidsmarkt
Sectoren in beweging Werknemersstromen op de sectorale arbeidsmarkt De Vlaamse overheid en de bedrijfssectoren leveren de laatste jaren belangrijke inspanningen om het beleid van sectoren op het vlak van
STATISTISCHE STUDIES
STATISTISCHE STUDIES december 2003 Inhoudstafel I. DE LOOPBAAN VAN EEN WERKNEMER Inleiding 1 a. De loopbaanduur 3 b. De werkelijke en gelijkgestelde dagen in een loopbaan 7 c. De aard van inactiviteit
Verdeling van de beroepsbevolking naar nationaliteit. Nulmeting 2007.
Verdeling van de beroepsbevolking naar nationaliteit. Nulmeting 2007. Methodologisch rapport Wim Herremans Steunpunt WSE 16-2011 WSE-Report Steunpunt Werk en Sociale Economie E. Van Evenstraat 2 blok C
SECTORFOTO Verhuissector 2008 DEpaRTEmEnT WERk En SOCialE ECOnOmiE
SECTORFOTO Verhuissector 2008 Departement Werk en Sociale Economie Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZG/17/037 BERAADSLAGING NR. 17/019 VAN 7 MAART 2017 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR
Vlaamse aanmoedigingspremie voor loopbaanonderbreking voor personeelsleden van de Vlaamse openbare sector en het Nederlandstalige onderwijs
Vlaamse aanmoedigingspremie voor loopbaanonderbreking voor personeelsleden van de Vlaamse openbare sector en het Nederlandstalige onderwijs De aanmoedigingspremie wordt toegekend door de Vlaamse overheid.
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid
Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/10/072 BERAADSLAGING NR 10/041 VAN 1 JUNI 2010 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN GECODEERDE PERSOONSGEGEVENS
Omschrijving: De werkzaamheidsgraad is het aandeel werkenden ( volgens IAB-statuut) in de bevolking.
Methodologie Boordtabel Eindeloopbaan Steunpunt WSE Werkzaamheidsgraad naar leeftijd en geslacht De werkzaamheidsgraad is het aandeel werkenden ( volgens IAB-statuut) in de bevolking. - Voor België en
