Inhoudsopgave. 2. Het pestprotocol

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inhoudsopgave. 2. Het pestprotocol"

Transcriptie

1

2 Inhoudsopgave 1. Pesten Wanneer word er eigenlijk gesproken over pestgedrag Het verschil tussen pesten en plagen Handelingen van leerkracht richting leerlingen en groep. De pester De omstanders De gepeste leerling Gevolgen en signalen Mogelijke signalen van gepest worden Manieren van pesten Uitgangspunten Het bieden van steun aan de pester Het bieden van steun aan de ouders Preventieve maatregelen Leidraad voor een gesprek met een leerling die pest Algemene afspraken 2. Het pestprotocol 3. Signaleren en stelling innemen Het belang van signalering Hoe signaleer je pesten? Signalen die vooral door ouder/verzorgers opgevangen kunnen worden. Het aanpakken van pesten: preventief 4. Het aanpakken van pesten curatief stappenplan. Aanpak van pestgedrag De fasecoördinator De fasen in het gebruik van het plan van aanpak Bespreking van de resultaten 2

3 5. Het pestproject Schorsing Schoolverwijdering De taak van de leerkracht Leidraad voor een gesprek met de gepeste leerling 6. Digitaal pesten ofwel Cyberpesten Wat is cyberpesten? Hoe wordt er gepest? Het stappenplan na een melding van cyberpesten Tips voor leerlingen Wat kun je tegen cyberpesten en misbruik doen Wordt er op school gepest dan? 7. Bijlage 1 : Vragenlijst voor de groepen 4. Bijlage 2 : Vragenlijst voor de groepen 5 t/m 8. 3

4 Pesten Pesten komt meer voor dan we allemaal denken. Kinderen die zwaar gepest worden, hebben geen mogelijkheden om sociale vaardigheden te trainen. We tolereren op onze school dan ook geen enkele vorm van pesten. Alle leerkrachten zijn daar zeer alert op. In de groepen praten ze daar dan ook over met de leerlingen. Zo kent elke leerling de stop- regel. Als een leerling iets wordt aangedaan wat hij/zij niet wil, wordt er op een afgesproken manier gereageerd: a. Stop, houd op! b. Stop, houd op! + handgebaar Iedereen moet die stop regel respecteren. Wij verwachten ook van ouders dat zij meewerken aan een pestvrije school. Ook hanteren wij de methode De Leefstijl op onze school. Met behulp van De Leefstijl stimuleren we de kinderen zich te ontwikkelen tot sociaal vaardige, betrokken en zelfstandige volwassenen te worden. Om een aantal te noemen: samen spelen, samenwerken, praten, luisteren, rekening houden met elkaar, zelfvertrouwen opdoen, gevoelens uiten, omgaan met verschillen, conflicten oplossen en omgaan met groepsdruk. Wanneer wordt er eigenlijk gesproken over pestgedrag? We spreken van pestgedrag als dezelfde leerling regelmatig en systematisch bedreigd en geïntimideerd wordt. Pesten is een vorm van geweld en daarmee grensoverschrijdend en zeer bedreigend. Een klimaat waarin gepest wordt, tast iedereen aan. In een klas waar gepest wordt, kunnen alle leerlingen slachtoffer worden. Pestgedrag moet dan ook door iedereen serieus worden genomen. Het lastige is dat veel pestgedrag zich in het verborgene afspeelt, zodat het moeilijk is om er grip op te krijgen. En zelfs als het pestgedrag wordt opgemerkt, weten leerkrachtenen niet altijd hoe ze ermee om kunnen gaan. Docenten en onderwijsondersteunend personeel hebben echter een taak (samen met de ouders en de leerlingen zelf ) bij het tegengaan van pesten. Leerlingen moeten weten dat ze hulp kunnen krijgen van volwassenen in de school en hierom durven vragen. Volwassenen dienen oog te hebben voor de signalen van leerlingen. Ze dienen interesse te tonen en te luisteren naar wat de leerlingen te vertellen hebben. Voor fasecoördinator betekent het dat ze groepsgesprekken houden, aandacht hebben voor de groepssfeer en het functioneren van individuele leerlingen in de groep. Ze maken afspraken met de klas en zorgen ervoor dat deze afspraken nagekomen worden. Plagen en pesten worden vaak door elkaar gehaald. Plagen gaat tussen twee mensen die elkaar aankunnen. Het geplaagde kan zich verdedigen als dat nodig is. Plagen duurt meestal kort en is vriendelijk en zelfs grappig bedoelt. Tussen pester en gepeste is dit evenwicht er niet. De pester heeft de overmacht. Hij of zij is lichamelijk sterker, gevatter en mondiger of ontleent macht aan zijn of haar positie. 4

5 Pesters kiezen de kwetsbaarst in de groep als slachtoffer. De persoon die zich weerloos of machteloos voelt. Als het slachtoffer gaat huilen of overdreven agressief of verdedigend reageert, is dat voor de pester het bewijs dat de pesterij raak was. De pester pakt een persoon altijd op diens zwakke plek, zoals een afwijkend uiterlijk, een accent, snel blozen, dik zijn, slim of juist niet zo slim zijn. Zo n kenmerk is nooit alleen bepalend. Zeker zo belangrijk is dat de persoon er zelf onzeker of ontevreden over is. Ook kan het zijn dat de gepeste anders is dan de groep. Iemand kan uit de toon vallen door een hobby, een overtuiging of waarden en normen. Als die persoon zich niet wil aanpassen aan de groep, kan dit tot pesten leiden. Pesten is niet alleen lichamelijk geweld, maar psychisch geweld. Je bent bang, wordt uitgescholden of buitengesloten. Maar ook de dreiging dat je geslagen kan worden, kan iemand angstiger en onzeker maken. Je hebt minder vertrouwen in jezelf en het wordt ook moeilijker om anderen te vertrouwen. Dit nare gevoel werkt vaak nog lang door, ook als het pesten al gestopt is. In het ergste geval ziet het slachtoffer de leuke dingen in het leven niet meer. Vermijdt ten zeerste jaloezie, want jaloezie verteert goede daden, zoals vuur droog huid verteert. 5

6 Het verschil tussen pesten en plagen Vaak vertellen kinderen dat ze op school geplaagd worden, terwijl er eigenlijk sprake is van pesten en soms ook andersom. Als het als grapje bedoeld is, dan gaat het om plagen. Als je geplaagd wordt, kun je er meestal de humor wel van inzien en merk he dat er niets kwaads mee bedoeld wordt. Het wordt pesten wanneer het opzettelijk bedoeld is om jou te kwetsen/ bovendien gebeurt jet bij pesten ook nog eens regelmatig zonder dat je er iets tegen kunt doen. Plagen Gebeurt onbezonnen of spontaan. Heeft geen kwade bijbedoelingen. Duurt niet lang, gebeurt niet vaak en is onregelmatig. Speelt zich af tussen "gelijken". Is meestal te verdragen of zelfs plezierig, maar het kan ook kwetsend of agressief zijn. Meestal één tegen één. De rollen liggen niet vast: nu eens plaagt de ene, dan de andere. De pijn, lichamelijk of geestelijk, is draaglijk en van korte duur. Soms wordt ze als prettig ervaren (plagen is kusjes vragen!). De relaties worden na het plagen meteen hervat. Het geplaagde kind blijft een volwaardig lid van de groep. De groep lijdt niet onder plagerijen of vindt nadien meteen haar draai terug. Pesten Gebeurt met opzet: de pestkop weet vooraf wie hij of zij zal pesten, op welke manier en wanneer. Wil iemand bewust kwetsen of kleineren. Kan lang blijven duren, gebeurt meer dan eens, is systematisch. Houdt niet vanzelf op na een poosje. De strijd is ongelijk: de pestkop heeft altijd de bovenhand: De pestkop voelt zich zo machtig als het slachtoffer zich machteloos voelt. De pestkop heeft geen positieve bedoelingen wil pijn doen, vernielen of kwetsend. Meestal een groep (pestkop, meelopers en supporters) tegenover één geïsoleerd slachtoffer. Heeft een vaste structuur. De pestkoppen zijn meestal dezelfde, de slachtoffers ook. Als de slachtoffers wegvallen, kan de pestkop wel op zoek gaan naar een ander slachtoffer. Als er niet op tijd wordt ingegrepen, kunnen de lichamelijk en geestelijke gevolgen ingrijpend zijn en lang nawerken. Het is niet makkelijk om na het pesten een evenwichtige relatie te vinden; het herstel gaat moeilijk en traag. Het gepeste kind is geïsoleerd, voelt zich eenzaam en voelt dat het niet meer bij de groep hoort. De groep lijdt onder een dreigend, onveilig gevoel. Iedereen is angstig, de kinderen vertrouwen elkaar niet meer, ze zijn niet erg open of spontaan er zijn weinig echte vriendjes in de groep. 6

7 Handelingen van leerkracht richting leerlingen en groep: - Leerkracht probeert samen met de leerlingen door middel van een klassengesprek het verschil duidelijk te maken tussen plagen en pesten. - De leerkracht bespreekt elk pestprobleem met de betrokken leerlingen. Als eerst met het gepeste kind en vervolgens met het pestende kind. Gesprekken hebben met als doel het verkrijgen van inzicht in de situatie met het oog op het ondernemen van vervolgstappen. - De leerkracht bespreekt het pestprobleem ook met de groep als geheel. De leerkracht neemt duidelijk stelling tegen het pestgedrag. Hij/zij activeert de groep om SAMEN tot een oplossing te komen. Niet dreigen met maatregelen, maar hij/zij straalt gedurende het hele proces het geloof uit, zodat de kinderen die betrokken zijn worden gestimuleerd het probleem zelf op te lossen. - De leerkracht meldt het pestprotocol bij de interne begeleider en brengt verslag uit van de gesprekken die gevoerd zijn met de kinderen. Indien nodig brengt de interne begeleider advies uit. - De leerkracht neemt duidelijk stelling tegen het gedrag van de pester, dat niet te tolereren is. - Bij een pestprotocol kiest de leerkracht, eventueel in overleg de gedragscoach, een vorm van begeleiding voor de pester en gepeste leerling bv. elke week een kort gesprek met beide partijen (pester en gepeste kind). 7

8 De pester Een pestkop pest meestal om onzekerheid te verbergen en macht te krijgen. Met zijn gedrag geeft de pestkop zichzelf een stoere houding en gaan anderen tegen hem of haar opkijken. Zij zijn of lijken populair, maar zijn dat uiteindelijk niet. Ze dwingen hun populariteit af door zo te gedragen. Van binnen zijn ze vaak onzeker en ze proberen zichzelf groter te maken door een ander kleiner te maken. Soms pest iemand om eigen frustraties af te reageren of uit onmacht om op een gelijkwaardige manier met anderen om te gaan. Ook jaloezie kan een reden zijn om te pesten. Meestal weet de pester zelf niet goed waarom hij het doet en beseft hij of zij ook niet wat het gepest met de gepeste doet. Doorgaans voelen pesters zich niet schuldig want het slachtoffer vraagt er immers om gepest te worden. De omstanders Bij pesten zijn altijd omstanders betrokken. Voor een deel zijn dit meelopers die zelf ook pesten. Maar het merendeel bestaat uit mensen die doen if ze niets merken. Zo lopen ze minder risico om zelf te worden gepest of buitengesloten. Vaak voelen ze zich wel schuldig maar uit angst voor hun eigen veiligheid grijpen ze niet in. Wie het toch voor het slachtoffer opneemt, wordt meestal de mond gesnoerd. Omstanders leggen de schuld regelmatig bij de gepeste. De gepeste leerling Sommige leerlingen lopen meer kans gepest te worden dan anderen. Dat kan met hun uiterlijk, gedrag, gevoelens en sociale uitingsvormen te maken hebben. Bovendien worden kinderen pas gepest in situaties, waarin pesters de kans krijgen om een slachtoffer te pakken te nemen, dus in onveilige situaties. Leerlingen die gepest worden doen vaak andere dingen of hebben iets wat anders is dan de meeste van hun leeftijdgenoten: ze bespelen een ander instrument, doen een andere sport, zijn heel goed in bepaalde vakken of juist niet. Slachtoffers praten zelden uit zichzelf met ouders, leerkrachten of vrienden over pesterijen. Ze hebben vaak het gevoel dat het hun eigen schuld is. Of ze schamen zich omdat ze niet populair zijn. Ook denken ze vaak dat praten toch niet helpt. Ze zijn bang dat het pesten erger wordt als uitkomt dat ze erover gepraat hebben, of dat ze niet serieus worden genomen. Maar zwijgen houdt pesten juist tot stand. Alleen door het pesten en de pester, bekend te maken kan het stoppen. 8

9 Gevolgen en signalen Ababill vindt het van groot belang dat het schoolkind bij de groep hoort. Hier hoort pesten absoluut niet bij. Pesten kan het leven van het slachtoffer helemaal overhoop gooien en zodanig verzieken. Kinderen die gepest worden, schamen zich vaak en durven er niet goed met anderen over te praten. Zelfs niet met hun ouders. Maar vaak is uit signalen wel op te maken dat er iets aan de hand is. Mogelijke signalen zijn: angst om naar school te gaan, last krijgen van nare dromen en concentratiestoornissen waardoor de schoolprestaties achteruit gaan. Ook lichamelijke klachten zoals buikpijn, hoofdpijn of misselijkheid kunnen wijzen op pestproblematieke. Vaak zien we ook dat deze kinderen steeds somberder worden of zich steeds meer terugtrekken. Ook op volwassen leeftijd kunnen nog gevolgen gevonden worden van pesten in de lagere schoolleeftijd. Onder meer in de vorm van depressie, gebrek aan zelfvertrouwen en storende herinneringen. Maar pesten is zowel schadelijk voor de ontwikkeling van de gepeste als diegenen die pesten. De pesters pesten vaak om eigen problemen te overschreeuwen, vallen vaak met hun pestgedrag eigenlijk ook buiten de groep (al ervaart het kind dat gepest wordt dit vaak niet zo, omdat de groep het pesten laat gebeuren). Pesters komen vaak ook wanneer zij wat ouder worden in de problemen omdat hun gedrag niet meer geaccepteerd wordt Mogelijke signalen van gepest worden (ook van belang voor ouders) Niet meer naar school willen Niet meer over school vertellen thuis Nooit meer andere kinderen mee naar huis nemen of bij anderen gevraagd worden. Slechtere resultaten op school dan vroeger Regelmatig spullen kwijt zijn of met kapotte spullen thuiskomen Regelmatig hoofdpijn of buikpijn hebben Blauwe plekken hebben op ongewone plaatsen Niet willen slapen, vaker wakker worden, bedplassen, nachtmerries hebben. De verjaardag niet willen vieren Niet buiten willen spelen Niet alleen een boodschap durven doen Niet meer naar een bepaalde club of vereniging willen gaan Bepaalde kleren niet meer willen dragen Thuis prikkelbaar, boos of verdrietig zijn Zelf blessures scheppen om niet naar school te hoeven 9

10 Manieren van pesten Mensen kunnen op verschillende manieren pesten. Dit zijn de meest voorkomende: Met woorden - Vernederen - belachelijk maken, - uitlachen. - Schelden, - roddelen. - Bedreigen - Bijnamen geven. - Gemene briefjes, s of sms jes sturen. Lichamelijk - trekken aan kleding, - duwen - sjorren - Schoppen - slaan - Krabben - aan haren trekken - Achterna lopen - Opjagen Anders - In de val laten lopen, - klem zetten of rijden - Opsluiten - Uitsluiting: doodzwijgen en negeren - Uitsluiten van feestjes - Bij groepsopdrachten buitensluiten - Spullen aftroggelen. - Geld afpersen - Banden lek prikken, fiets beschadigen - Het afdwingen om iets voor de pestende leerling te doen. Wanneer je iets ziet wat de afkeuring verdient, bestrijd dit dan met je hand. Als je dat niet kan, bestrijd het dan met je tong en als dat niet kan, bestrijd het dan met je hart, maar dat is de zwakste Imaan. 10

11 Uitgangspunten: Een dergelijk protocol kan alleen functioneren als aan bepaalde voorwaarden is voldaan: 1. Pesten moet als een probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen; leerkrachten, onderwijsondersteunend personeel, ouders en leerlingen. Met het ondertekenen van het Nationaal onderwijsprotocol (zie bijlage) laten alle betrokken partijen zien, dat zij bereid zijn tot samenwerking om de problemen rond pesten aan te pakken. 2. De school is actief in het scheppen van een veilig, pedagogisch klimaat waar waarbinnen pesten als onacceptabel gedrag wordt ervaren. 3. Docenten en onderwijsondersteunend personeel moeten pesten kunnen signaleren en vervolgens duidelijk stelling nemen tegen het pesten. 4. De school dient te beschikken over een directe aanpak wanneer het pesten de kop opsteekt (het pestprotocol). 5. De school ontplooit preventieve (les)activiteiten. O u gelovige, indien een slecht persoon u nieuws brengt, onderzoek het nauwkeurig opdat u sommige mensen niet in onwetendheid schaadt en naderhand spijt krijgt van wat u hebt gedaan. 11

12 Het bieden van steun aan de pester Het confronteren van de jongere met zijn gedrag en de gevolgen hiervan voor de pester De achterliggende oorzaken boven tafel proberen te krijgen Wijzen op gebrek aan empathisch vermogen dat zichtbaar wordt in het gedrag Het aanbieden van hulp door de counselor Het bieden van steun aan de ouders Ouders die zich zorgen maken over pesten worden serieus genomen De school werkt samen met de ouders om het pesten aan te pakken De school geeft adviezen aan de ouders in het omgaan met hun gepeste of pestende kind De school verwijst de ouders zo nodig naar deskundige hulpverleners De ouders van leerlingen die gepest worden, hebben er soms moeite mee, dat hun kind aan zichzelf zou moeten werken. Hun kind wordt gepest en dat moet gewoon stoppen. Dat klopt, het pesten moet stoppen. Echter een gepest kind wil zich niet alleen veilig voelen op school; het wil ook geaccepteerd worden. Het verlangt ernaar om zich prettig en zelfverzekerder te voelen. Daar kan begeleiding of een training aan bijdragen. Preventieve maatregelen Elke leerkracht bespreekt aan het begin van het schooljaar de algemene afspraken en regels in de klas ( Groepsvorming ) het onderling plagen en pesten wordt hierbij genoemd en onderscheiden. Tevens bespreekt de leerkracht in zijn/haar klas het pestprotocol. Ook wordt duidelijk gesteld dat pesten altijd gemeld moet worden en niet als klikken maar als hulp bieden of vragen wordt beschouwd. Over de meelopers zegt de Profeet (v.z.m.h.): Iemand neemt de levenswijze van zijn vriend over, dus hij zou voorzichtig moeten zijn bij het kiezen van zijn vrienden. 12

13 Leidraad voor een gesprek met een leerling (pester ) Het doel van dit gesprek is drieledig: de leerling confronteren met zijn gedrag en de pijnlijke gevolgen hiervan Achterliggende oorzaken boven tafel proberen te krijgen Het schetsen van de stappen die volgen wanneer het pestgedrag niet stopt Confronteren Confronteren en kritiek geven is niet hetzelfde. Confronteren is: Probleemgericht en richt zich op gedrag wat waar te nemen is. Zodra we interpretaties gaan geven aan gedrag, wordt het persoonsgericht, bijvoorbeeld: je hebt cola in de tas van Piet laten lopen. Dat doe je zeker omdat je graag de lolligste bent! Zodra we gaan interpreteren reageren we een gevoel van frustratie op die ander af en zijn we gestopt met confronteren en begonnen met kritiseren. Relatiegericht. Je bent heel duidelijk op de inhoud, in wat je wilt en niet wilt maar met behoud van de relatie, bijvoorbeeld. Ik vind dat je heel erg gemeen doet tegen haar en ik wil dat je daarmee ophoudt. Zeg nooit: Je bent heel gemeen. Je wilt duidelijk verder met de jongere. Kritiek op de persoon voelt als een beschuldiging/afwijzing. Eigenlijk zeg je daarmee dat de pester een waardeloos mens is. Specifiek blijven. Je benoemt de situatie waar het over gaat en vermijdt woorden als altijd, vaak en meestal. Kritiek wordt vaak algemeen. Veranderingsgericht. Je stelt zaken vast en gaat vervolgens inventariseren hoe het anders kan. Achterliggende oorzaken Nadat het probleem benoemt is, richt jij je op het waarom? Hoe komt het dat je dit gedrag nodig hebt? Wat levert het jou op? Wat reageer je af op die ander? Etc. Maak duidelijk dat er een tekort aan empatisch vermogen zichtbaar wordt in dit gedrag. Wat ga je daaraan doen? Biedt zo nodig hulp aan van de counselor (op vrijwillige basis). Het pestgedrag moet stoppen Wees duidelijk over de stappen die volgen, wanneer het pestgedrag niet stopt (zie richtlijnen pesten). 13

14 Algemene afspraken We zijn aardig voor elkaar We doen elkaar geen pijn, lelijke woorden willen we niet horen Iedereen is ander. Dat is juist leuk. Ik ben zuinig op mijn spullen en op de spullen van een ander. Als er ruzie is, praten we het uit, soms met de leerkracht erbij. Als iemand pest, gaan we niet mee pesten, maar vertellen het aan de leerkracht. Als iemand mij hindert dan zeg ik duidelijk stop hou op (stop- regel). We doen niet iets bij een ander wat hij/zij niet wil. Wanneer iemand zich niet aan de afspraken houdt, mogen andere kinderen er wat van zeggen. Je bent dan geen klikspaan. Ik accepteer de ander zoals hij is en ik discrimineer niet Ik scheld niet en doe niet mee aan uitlachen en roddelen Ik blijf van de spullen van een ander af Als er ruzie is speel ik niet voor eigen rechter Ik bedreig niemand, ook niet met woorden Ik gebruik geen geweld Als iemand mij hindert vraag ik hem of haar duidelijk daarmee te stoppen Als dat niet helpt, vraag ik een leerkracht om hulp 2. Het pestprotocol In de leerjaren 1 t/m 8 wordt aandacht besteed aan pesten in één of meerdere lessen. De leerlingen ( groepen 3 t/m.8) ondertekenen aan het eind van deze les(sen) een aantal samen gemaakte afspraken (het pestcontract). Indien een leerkracht daartoe aanleiding ziet, besteedt hij/zij expliciet aandacht aan pestgedrag in een groepsgesprek. Hierbij worden de rol van de pester, het slachtoffer, de meelopers en de stille getuigen benoemd. Van de gesprekken rond pesten worden aantekeningen gemaakt, die door de leerkracht worden bewaard in het leerlingvolgsysteem van zowel de pester als het slachtoffer. Met dit pestprotocol wil de school zorgen voor een gecoördineerde en duidelijke aanpak van pesten op onze school. Wij zien pesten als een probleem. De sfeer op onze school vinden wij belangrijk. We werken met elkaar aan het creëren van een fijne, prettige en veilige sfeer. Alleen dan ontwikkelt een kin zich goed. Op onze school leren kinderen niet alleen, ze ontwikkelen ook hun persoonlijkheid door zelfvertrouwen op te bouwen en inzicht te krijgen in zichzelf en anderen. Ze leren met elkaar om te gaan, verdraagzaam te zijn, elkaar niet te pesten en ruzies op te lossen. Dit realiseren we bijvoorbeeld door kringgesprekken, spelwerkvormen, gezamenlijke vieringen en projecten. Voor de sociaal/ emotionele ontwikkeling werken wij met de methode : De leefstijl. Met behulp van deze methode leren we kinderen op een positieve manier omgaan met problemen en ruzies. Elk schooljaar besteden we aandacht aan het voorkomen van pestgedrag. 14

15 Voorbeeld van een pestcontract: 15

16 3. Signaleren en stelling innemen Het belang van signalering Het vroeg signaleren van pesten is van groot belang. Leerlingen hebben de neiging over pesten in de klas te zwijgen. De meerderheid van de gepeste kinderen vertelt niet aan hun leerkracht dat zij worden gepest. Als de kinderen het niet zelf zeggen, is het dus belangrijk dat de leerkracht dit signaleert. Pesten is een groepsproces omdat bijna iedereen in een klas (on) bewust een rol aanneemt. Het is daarom nodig met leerlingen af te spreken dat het praten met de leerkracht over pesten geen klikken is. Over pesten kan je niet klikken, het is een veel te belangrijk onderwerp om over te zwijgen en de leerkracht moet dit altijd weten/ leerlingen moeten ook weten dat zij bij de leerkracht terecht kunnen als zij gepest worden. Ook ouders moeten duidelijk zijn dat de leerkracht pesten in de klas niet tolereert en op dit gebied samen wil werken met ouders. De leerkracht zelf moet altijd alert zijn op signalen van pesten in de groep. Wanneer zij/ hij het idee heeft dat er gepest wordt, moet snel uitgezocht worden of dit werkelijk zo is. Als er gewacht wordt met het nemen van stappen. Kan de situatie snel verergeren. Hoe signaleer je pesten? Het is niet eenvoudig om pesten goed te onderscheiden van ander conflictgedrag. Er gebeurt ook veel buiten het directe gezichtsveld om. Je kunt het merken aan de onderstaande punten: - Altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen. - Zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot. - Een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven. - Briefjes doorgeven. - Jennen, beledigen, uitlokken. - Opmerkingen maken over kleding. - Isoleren, kring vormen of insluiten in de klas, in de gang of op het schoolplein. - Opwachten buiten school, slaan of schoppen. - Achterna rijden op weg naar huis. - Naar het huis van het slachtoffer gaan. - Bezittingen afpakken. - Schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer. - Iemand op het uiterlijk beoordelen. - Een kind staat alleen buiten in de pauze. - Een kind zoekt vaak contact met de leerkracht in de pauze. - Een kind wil niet naar buiten - Een kind speelt bijna altijd met jongere kinderen 16

17 - zuchten, piepen en steunen van andere kinderen als een bepaald kind een idee aandraagt of in de kring iets zegt - als kinderen alles van een bepaald kind stom vinden - als kinderen negatiever reageren op een fout van een bepaald kind dan bij andere kinderen - kinderen laten zich overdreven negatief uit over een bepaald kind of zijn/haar familie - een spel is 'toevallig' net begonnen als een bepaald kind mee wil doen, later kunnen andere kinderen wel meedoen - roddelen in de groep over een bepaald kind - Een kind krijgt steeds minder vrienden in de groep en komt langzaam alleen te staan Signalen die vooral door ouders/verzorgers opgevangen kunnen worden: - een kind wil niet meer naar school - een kind klaagt over buikpijn/hoofdpijn, in de vakanties zijn deze pijnen verdwenen - een kind wil bepaalde kleren niet meer aan naar school - een kind is snel prikkelbaar/boos - een kind heeft nachtmerries - een kind krijgt last van bedplassen - een kind wordt nooit uitgenodigd op feestjes Het aanpakken van pesten: preventief Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost, maar uitgesproken. Het goede voorbeeld van leerkrachten is daarnaast van groot belang. De school vindt het belangrijk pesten preventief aan te pakken. Dit doen wij door te werken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en te werken aan een veilig klimaat in de groep, ook als er geen signalen van pesten zijn. De beloning van iemand die andere aanzet tot het verrichten van een goede daad, zal hetzelfde zijn als de beloning van de laatste ( degene die de goede daad verricht). 17

18 4. Het aanpakken van pesten: curatief stappenplan Aanpak van pestgedrag in vier stappen Als ondanks de duidelijke gedragsregels pesten toch voorkomt, hanteert de school de volgende stappen: 1. Leerlingen proberen er met elkaar uit te komen. 2. Als leerlingen dit niet lukt, gaan ze naar de leerkracht om deze de situatie voor te leggen. Leerlingen die zien dat een andere leerling in de problemen zit, moeten dit ook melden aan de leerkracht. 3. De leerkracht brengt de betrokken leerlingen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek. De leerkracht probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen. Er worden (nieuwe) afspraken gemaakt. 4. De leerkracht houdt in de gaten of het nu beter loopt. Als dit niet het geval is, wordt een handelingsplan pesten gemaakt om de situatie op te lossen. - In de hele school wordt pesten op een vergelijkbare manier aangepakt - Met de vragenlijst formulier (Bijlage 2 ) wordt het welzijn van het kind in kaart gebracht - Leerkrachten kunnen eenvoudig een goede aanpak van pesten plannen en uitvoeren De fasecoördinator 1. De fasecoördinator neemt de rol van de leerkracht over, bij herhaling van het pestgedrag en wanneer het pesten, het klassenverband overstijgt. 2. Hij/zij heeft zo nodig een gesprek met de gepeste en de pester apart of organiseert direct een gesprek tussen beiden. 3. In het contact met de pester is het doel drieledig, namelijk: Confronteren. Mogelijke achterliggende problematiek op tafel krijgen Helderheid geven over het vervolgtraject bij herhaling van pesten 4. In het contact met de gepeste wordt gekeken of hij sociaal gedrag vertoont, waardoor hij een gemakkelijk doelwit vormt voor pesters. 5. Hij/zij adviseert zo nodig, zowel aan de pester als de gepeste, hulp op vrijwillige basis door de 6. Hij/zij stelt alle betrokken ouders op de hoogte wanneer er sprake is van recidief gedrag, verzoekt hen om met hun kind te praten en stelt hen op de hoogte van het vervolgtraject. 7. Hij/zij bespreekt de mogelijkheden tot hulp met de ouders. 8. Hij/zij koppelt alle informatie weer terug naar de leerkracht 18

19 De fasen in het gebruik van het plan van aanpak Signaleren en in kaart brengen van het probleem Alle kinderen de leerlingenlijst van ``Op School `` laten invullen in oktober. Naar aanleiding van deze screenings kan de vragenlijst ( zie bijlagen ) worden ingevuld. Daarnaast kunnen de volgende activiteiten helpen om een beter beeld te krijgen Een klassengesprek te houden over allerlei aspecten van het pesten. Naar aanleiding hiervan stelt de klas samen regels op die helpen het pesten tegen te gaan. Het maken van een sociogram. De betrokkenheid en het inlevingvermogen van kinderen vergroten. Dit kan door dramalessen, het kijken van een film, het voorlezen van een boek etc. Leerlingen vaardigheden te leren om voor zichzelf op te komen én voor anderen op te komen. Dit kan onder andere met behulp van dramalessen. De ouders te betrekken bij de situatie. Uitvoeren van het plan van aanpak Afronden en evalueren van het plan Het handelingsplan wordt geëvalueerd na zes tot acht weken. Daarna wordt het zo nodig een nieuw handelingsplan opgesteld. Niemand gelooft werkelijk, totdat hij in een andere wenst wat hij voor zichzelf wenst. 19

20 Vragenlijst Groep 1 t/m 3: De leerkracht stelt individueel in een gesprekje met een kind de vraag of hij/zij wel eens wordt geplaagd op school. Bij een bevestigend antwoord vraagt de leerkracht door: Wat gebeurt er dan? Dit wordt gedaan om een onderscheid te kunnen maken tussen pestgedrag en plagen. Andere aanvullende vragen: Gebeurt dit in de klas of daarbuiten? Gebeurt deze iedere dag, een paar keer per week of af en toe? Voor de groepen 4 en hoger wordt tevens het welzijn van het kind in beeld gebracht. Kinderen vullen een blad in met daarop de volgende items: Ik speel graag met : Ik wordt regelmatig gepest door: ( dit kunnen ook kinderen zijn uit andere groepen) Ik werk het liefst samen met: Dit vind ik leuk ik groep 4:.. Dit vind ik niet leuk in groep 4 :... Ik ga : 0 graag naar school 0 meestal graag naar school 0 meestal niet graag naar school 0 niet graag naar school Geef eerlijk antwoord met wat je opschrijft, alleen dan kunnen we je helpen. Groep 5 t/m 8 Het formulier is bijna identiek aan dat van de groep 4; er is een vraag aan toegevoegd nl: Hoe vindt je de sfeer in je groep en licht je antwoord toe. 20

21 Bespreking van de resultaten: Een week na de meting worden alleen de resultaten over het pestgedrag door de groepsleerkrachten bij de fasecoördinatoren aangeleverd. Deze maakt een totaal overzicht, waarbij de naam van de pester wordt genoteerd als hij/zij genoemd is en vervolgens wordt er geturfd voor iedere keer dat een kind, uit welke groep dan ook, zijn/haar naam noemt. Dit overzicht wordt besproken in een teamvergadering. Een kind, van wie de naam 5 keer of meer is genoemd is als pester, wordt als zodanig gekwalificeerd. Dit betekent, dat de groepsleerkracht een gesprek hierover heeft met de betrokkene en dat de ouders hierover worden ingelicht. Het gedrag van deze leerlingen wordt door de surveillance op het schoolplein en door de eigen leerkracht extra in de gaten gehouden. Bij de volgende meting wordt gekeken of de pester minder vaak of helemaal niet meer wordt aangeduid als pester door andere kinderen. Door de overzichten van de verschillende metingen met elkaar te vergelijken, is de ontwikkeling ( groei of afname) van het pestgedrag van kinderen te zien. C. Het pestproject Wanneer de pester opnieuw in pestgedrag vervalt, wordt hij ertoe verplicht om individueel een programma te volgen. Dit vindt plaats in de eigen tijd en dus niet tijdens schooltijd. Het doel van dit programma is reflectie en het gevoelig maken van de pester voor wat hij aanricht bij de gepeste leerling. Het gaat in principe om 6 ontmoetingen en huiswerk. De ouders worden van dit project op de hoogte gesteld door de fase coördinator,die de ouders verder zullen begeleiden. Het is een zonde voor iemand om zijn broeder of zuster meer dan drie dagen te negeren. Het beste van de twee is degene die het initiatief neemt en de andere groet. 21

22 D. Schorsing Wanneer ook het verplichte pestproject geen blijvende vruchten afwerpt, volgt een schorsing van een dag. Daarna krijgt de pestende leerling een lange schorsing. E. Schoolverwijdering Wanneer de leerling ondanks alle inspanningen van de betrokken partijen koppig blijft volharden in het ongewenste pestgedrag liggen er geen perspectieven meer tot verandering. De school kan en wil geen verantwoordelijkheid meer nemen voor de veiligheid van de overige leerlingen. Er rest de school niets anders dan schoolverwijdering. De taak van de leerkracht De leerkrachten hebben vooral een signalerende rol. Wanneer zij pesten waarnemen of redenen hebben om pesten te vermoeden, wordt er van hen verwacht dat zij hierop adequaat reageren en een melding doen om hulp en overleg in gang te zetten. Bespreek samen met de leerling wat hij/zij kan doen tegen het pesten en bekijk waar de leerling aan wil werken om de situatie te verbeteren. Let daarbij op de volgende aspecten: Hoe communiceert de leerling met anderen? Welke lichaamstaal speelt een rol? Hoe gaat de leerling om met zijn gevoelens en hoe maakt hij deze kenbaar aan anderen? Heeft de leerling genoeg vaardigheden om weerbaarder gedrag te tonen naar de pester? Gepeste jongeren lopen vaak rond met het gevoel dat er iets mis is met ze. Daardoor hebben ze moeite om voor zichzelf op te komen. Ergens is er iets in zichzelf dat de pester gelijk geeft. Leidraad voor een gesprek met de gepeste leerling Feiten Klopt het dat je gepest wordt? (h)erkenning van het probleem Door wie wordt je gepest? (doorvragen: zijn er nog meer?) Waar word je gepest? (doorvragen: zijn er nog meer plekken?) Hoe vaak wordt je gepest? Hoe lang speelt het pesten al? Weten je ouders of andere personen dat je gepest wordt? Wat heb je zelf tot nu toe aan het pesten proberen te doen? Zijn er jongeren die jou wel eens proberen te helpen? Wat wil je dat er nu gebeurd; wat wil je bereiken? 22

23 5. Digitaal pesten ofwel Cyberpesten Wat is Cyberpesten? Cyberpesten (of digitaal pesten) is het pesten of misbruiken via het internet en via mobiele telefoon. Cyberpesten kan nog veel harder zijn dan pesten in het gewone, dagelijkse leven. Dit komt doordat de daders gemakkelijk anoniem kunnen blijven en de reikwijdte van het internet veel groter is. Tegelijkertijd komen kinderen er op steeds jongere leeftijd mee in aanraking. Toen ik een half jaar geleden op een woensdagmiddag op MSN ging, werd ik in tien minuten, veertien keer met de dood bedreigd, vertelt Janna (13). De dagen daarna stroomde mijn mailbox vol met berichten van een adres dat ik niet kende: We komen je halen. Laat het licht maar aan s nachts. Er ging een mijn klas langs met een foto waarop mijn hoofd op het lichaam van een pornomeisje was geplakt, daaronder stond: Deze hoer gaat sterven. Hoe wordt er gepest? Pest-mail (schelden, beschuldigen, roddelen, beledigen) Stalking : Het stelselmatig lastig vallen van iemand door het blijven sturen van hat of het dreigen met geweld in chatrooms. Het tegenkomen van ongewenst materiaal zoals: porno en kinderporno, Gewelddadig materiaal etc. Ongewenst contact met vreemden Webcam-seks: beelden die ontvangen worden kunnen opgeslagen worden en te zijn er tijd misbruikt worden Hacken: gegevens stelen of instellingen aanpassen. Ook het uit naam van een ander versturen van pest-mail. 23

24 Het stappenplan na een melding van cyberpesten 1. Bewaar de berichten. Probeer de berichten waarin het pestgedrag voorkomt te bewaren. Vertel leerlingen hoe ze dat kunnen doen (afdrukken, selecteren en kopiëren, MSN-gesprekken opslaan). 2. Blokkeren van de afzender. Leg de leerling zo nodig uit hoe hij/zij de pestmail kan blokkeren. 3. Probeer de dader op te sporen. Soms is de dader te achterhalen door uit te zoeken van welke computer op school het bericht is verzonden. Neem contact op met de ICT-coördinator of de systeembeheerder. Het is mogelijk om van het IP adres van de af te leiden van welke computer het bericht is verzonden. Ook is er van alles mogelijk via de helpdesk. 4. Neem contact op met de ouders van de gepeste leerling. Geef de ouders voorlichting over welke maatregelen zij thuis kunnen nemen. 5. Verwijs de ouders zo nodig door. Er zijn twee telefoonnummers die ouders kunnen bellen met vragen, namelijk: : de onderwijstelefoon : de vertrouwensinspectie 6. Adviseer aangifte. In het geval dat een leerling stelselmatig wordt belaagd is er sprake van stalking en dan kunnen de ouders aangifte doen. Ook wanneer het slachtoffer lichamelijk letsel of materiële schade is toegebracht, kan de politie worden ingeschakeld. Zo nodig kun je verwijzen naar Bureau Slachtofferhulp ( tel: ) 7. De counselor. Verwijs de pester en/of de gepeste door naar de counselor wanneer verdere begeleiding nodig is. 24

25 Tips voor leerlingen. Wat kun je doen om digitaal pesten en misbruik te voorkomen? Bedenk dat niet alles waar is, wat je op het internet tegenkomt. Gebruik een apart hotmail adres om jezelf te registreren op websites. Kies een e- mailadres dat niet je eigen voor- en achternaam volledig weergeeft. Gebruik altijd een bijnaam als chat. Zorg dat je wachtwoorden geheim blijven en niet makkelijk te raden zijn. Als anderen wel binnen zijn gekomen, neem dan contact op met de beheerder van de site. Als je een vervelend gevoel hebt over iets wat je hebt gezien of meegemaakt, vertrouw dan op je gevoel en vertel het aan iemand die je vertrouwt. Blijf zelf respectvol naar anderen, scheld niet terug. Ga weg uit de chatroom als er iets vervelends gebeurt. Verwijder onbekende mensen uit je MSN contactlijst. Bel of mail niet zomaar met personen die je alleen van internet kent, spreek niet met ze af zonder dat je ouders dit weten. Verstuur zelf geen flauwe grappen, dreigmail of haatmail Geef geen persoonlijke informatie aan mensen die je alleen van chatten kent. Let vooral op bij foto s van jezelf. Als je een foto op internet zet, kan deze gemakkelijk gekopieerd en op een andere website geplaatst worden. Zo kan hij jarenlang terug te vinden zijn. Foto s kunnen ook bewerkt worden. Wees zeer voorzichtig met het gebruik van je webcam. Jouw beelden kunnen worden opgeslagen en gebruikt worden om ze aan andere personen te laten zien of voor doeleinden gebruikt worden die jij niet wilt. O, u die gelooft! Vermijdt in het algemeen verdenking, want achterdocht is een zonde. En bespioneert elkaar niet, noch belastert elkaar. Lust iemand onder u het vlees van zijn dode broeder? U verafschuwt het zeker. Vreest Allah voor zeker, Allah is Berouwaanvaardend, Genadevol. 25

26 Wat kun je tegen cyberpesten en misbruik doen? Niet persoonlijk opvatten als het van mensen komt die je niet kent. De anonimiteit van internet maakt dat mensen makkelijker gaan schelden. Reageer niet op pestmails of andere digitale pesterijen. Verwijder de zo mogelijk zonder hem te openen. Als je niet reageert, gaan pesters vaak op zoek naar iemand anders om te pesten. Blokkeer de afzender. Als het gaat om sms jes op de mobiele telefoon, dan heb je soms de mogelijkheid om nummers te blokkeren. Bewaar de bewijzen. Maak een print of sla ze op. Van het IP adres van de kan soms worden afgeleid, van welke computer de verzonden is. Een provider heeft vaak een helpdesk die klachten over nare mail aan kan nemen. Men heeft daar ook de technische mogelijkheden om na te gaan wie de mail heeft verstuurd. Bel de helpdesk op. Ga naar je leerkracht toe op school. Deze zal je verder helpen om het pestgedrag te stoppen. Bij stalken kun je aangifte doen bij de politie. Het is strafbaar. Voor meer informatie over aangifte doen: 26

27 Wordt er op school gepest dan? 27

28 Bijlage 1 Vragenlijst groep 4 Voor de groepen 4 wordt tevens het welzijn van het kind in beeld gebracht. Kinderen vullen een blad in met daarop de volgende items: Ik speel graag met : Ik wordt regelmatig gepest door: ( dit kunnen ook kinderen zijn uit andere groepen) Ik werk het liefst samen met: Dit vind ik leuk ik groep 4:.. Dit vind ik niet leuk in groep 4 :... Ik ga : 0 graag naar school 0 meestal graag naar school 0 meestal niet graag naar school 0 niet graag naar school Geef eerlijk antwoord met wat je opschrijft, alleen dan kunnen we je helpen. 28

29 Bijlage 2 Vragenlijst groep 5 t/m 8 Voor de groepen 5 en hoger wordt tevens het welzijn van het kind in beeld gebracht. Kinderen vullen een blad in met daarop de volgende items: Ik speel graag met : Ik wordt regelmatig gepest door: ( dit kunnen ook kinderen zijn uit andere groepen) Ik werk het liefst samen met: Dit vind ik leuk in mijn groep :.. Dit vind ik niet leuk in mijn groep :... Ik ga : 0 graag naar school 0 meestal graag naar school 0 meestal niet graag naar school 0 niet graag naar school Hoe vindt je de sfeer in de klas en licht je antwoord toe..... Geef eerlijk antwoord met wat je opschrijft, alleen dan kunnen we je helpen. 29