Veldonderzoek d.m.v verkennende/ waarderende boringen in de Oeverdijk te Den Oever. HOLLANDIA reeks 548

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Veldonderzoek d.m.v verkennende/ waarderende boringen in de Oeverdijk te Den Oever. HOLLANDIA reeks 548"

Transcriptie

1 Veldonderzoek d.m.v verkennende/ waarderende boringen in de Oeverdijk te Den Oever HOLLANDIA reeks 548

2

3 COLOFON Hollandia reeks nr. 548 Titel: Toponiem: Gemeente: Veldonderzoek d.m.v verkennende/waarderende boringen in de Oeverdijk te Den Oever Hoogwaterkering, Den Oever Hollands Kroon Onderzoeksmeldingsnummer Archis: Hoekcoördinaten: / / / / Auteurs: In opdracht van: Contactpersoon opdrachtgever: Wetenschappelijke leiding: Illustraties: N. Tuinman, S. Dautzenberg, K. Salomons, P. Floore Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Bevelandseweg AZ Heerhugowaard Mevr. M. Rieter P. Floore N. Tuinman, tenzij anders vermeld. Definitieve versie: 21 maart 2016 Oplage: 6 ISSN: Hollandia archeologen, Zaandijk 2016 HOLLANDIA archeologen Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk

4

5 Inhoudsopgave Samenvatting 7 1. Inleiding 9 2. Onderzoeksgebied Algemeen Historisch en geologisch kader Archeologische verwachting Doel en methode Onderzoeksresultaten Beantwoording van de onderzoeksvragen Waardering Conclusie en aanbeveling 23 Literatuur Bijlagen : Bijlage 1 Archeologische perioden Bijlage 2 Archeologisch stappenplan Bijlage 3 Boorraai Bijlage 4 Boorstaten handmatige boringen Bijlage 5 Boorstaten machinale boringen (sonic drill) Bijlage 6: Overzicht van de ligging van alle boringen (handmatig en mechanisch). Bijlage 7: Reacties en correcties op conceptraportage

6

7 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 7 Samenvatting Binnen het plangebied, de Oeverdijk te Den Oever, is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek was het lokaliseren van een oud keersluisje. In totaal zijn 14 handmatige boringen gezet aan de voet van het dijktalud tot een diepte van ca. 3 m. Op de kruin van de dijk zijn 5 mechanische boringen gezet tot een diepte van 10 meter. Tijdens het booronderzoek is een structuur van hout en baksteen aangetroffen die zeer waarschijnlijk een onderdeel van deze sluis is. Dit was het geval bij 6 handmatige boringen in de voet van de dijk. Dit was tevens het geval bij vijf boringen die werden verricht vanaf de kruin van de dijk, met behulp van een sonic drill boorinstallatie. Hiermee kon het bestaan van resten van de keersluis onder de dijk bevestigd worden en het verloop van de duikersluis onder de dijk getraceerd worden. Gelet op de behoudenswaardigheid van de sluis wordt, voor zover dit mogelijk is, behoud in situ aanbevolen door middel van planaanpassing. Mocht behoud in situ niet mogelijk blijken dient de sluis deels gedocumenteerd te worden door middel van een archeologische opgraving. Dit geldt met name voor het deel aan de voet van de dijk, langs de landzijde. Het is technisch niet mogelijk om het deel van de sluis dat zich onder de kruin van de dijk bevindt, door middel van een opgraving te onderzoeken. De dijk fungeert immers als een primaire waterkering. Voorgesteld wordt om door deze resten de damwand te laten plaatsen op voorwaarde dat dan wel het deel aan de voet van de dijk archeologisch onderzocht wordt.

8 8 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever

9 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 9 1. Inleiding Op 16 oktober 2015 en 4 februari 2016 heeft Hollandia archeologen in opdracht van mevr. A. Kuhn van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen, zowel handmatig als mechanisch, uitgevoerd in de Oeverdijk te Den Oever (afb. 1). Vanwege het grote aantal gezette boringen is het booronderzoek naast verkennend ook waarderend. De opdrachtgever is van plan dijkverzwaring aan te brengen aan de buitenzijde van dijk. Het doel van het onderzoek is het aanvullen en toetsen van de archeologische verwachting, teneinde een selectieadvies te for- Afbeelding 1. Het plangebied met de verwachte locatie van het sluisje binnen het rode kader.

10 10 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever muleren naar de bevoegde overheid over eventuele vervolgstappen. Het onderzoek is in dit geval gericht op het lokaliseren van een sluisje waarvan de resten naar verwachting nog in het dijklichaam aanwezig zijn. Het veldwerk is conform de geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie(KNA 3.3) uitgevoerd. Naderhand zal de onderzoeksdocumentatie aan het provinciaal archeologisch depot van Noord-Holland in Castricum worden overhandigd. Afbeelding 2. De locatie van het sluisje weergegeven op een kaart uit 1796 van Peereboom. De kaart is niet op schaal. Het noorden is beneden.

11 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Onderzoeksgebied 2.1 Algemeen Het onderzoek vond plaats aan de binnenzijde en op de kruin van de Oeverdijk te Den Oever. Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van het dorp. De RD-coördinaten zijn: / , / , / en / Aan de dijk zullen meerdere werkzaamheden worden uitgevoerd: Openbreken van bestaande verharding en obstakels Aanbrengen van verticale constructies (binnenteen) en keerwanden (buitenteen). Tevens wordt een verticale constructie aangebracht in de kruin, ter plaatse van het sluisje. Grondwerk ten behoeve van ophoging van Havendijk Vervangen van een aantal kadeconstructies en plaatselijk zeewaarts uitbreiden van de kadeconstructies. Vervangen van de coupure Verleggen van kabels en leidingen Aanvoer en afvoer van materieel Lossen van aangevoerd materiaal in een depot of haventerrein Aanbrengen van dijkbekleding Werkzaamheden aan infrastructuur (bestraten/asfalteren, etc.) Inrichten van het terrein (herplaatsen van straatverlichting en andere objecten) Enkele van deze werkzaamheden hebben betrekking op de binnenzijde van de dijk. Ter hoogte van de vermoedelijke locatie van de sluis zullen damwanden worden geplaatst aan de voet van de dijk. Om een inzicht te krijgen in de mogelijk aanwezige archeologische waarden heeft de opdrachtgever een archeologisch bureauonderzoek laten opstellen (Brokke & Du Pied en Brouwer 2015). Uit dit bureauonderzoek bleek dat onder het dijklichaam van de Oeverdijk mogelijk de restanten van een sluisje aanwezig waren. Naar aanleiding van deze conclusie volgde het advies om door middel van grondboringen te onderzoeken waar dit sluisje zich bevond en op welke diepte. 2.2 Historisch en geologisch kader (naar: Brokke, Du Pied & Brouwer 2015) Het voormalig eiland Wieringen, waar het plangebied op is gelegen is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien, jaar geleden). Tijdens deze periode ontstond een ijslob tussen Wieringen en Texel waardoor een geul werd uitgeschuurd. Aan weerszijden hiervan werd de grond omhooggeduwd met als gevolg het ontstaan van de stuwwallen van Texel en Wieringen. Tijdens een latere fase van het Saalien schoof het landijs over de ontstane stuwwallen heen waarbij een laag keileem werd afgezet. Gedurende het Holoceen (vanaf ca jaar geleden) verbeterde het klimaat en ging de algemene temperatuur omhoog. In de duizenden jaren die volgden steeg het zeeniveau gestaag waardoor het landschap vernatte en veen rondom Wieringen werd gevormd vanaf 3750 v.chr. Rond het begin van de jaartelling was het niveau van de Noordzee dermate gestegen dat het veen weer erodeerde. Het landschap rondom Wieringen veranderde nu in een kwelderlandschap. Geomorfologisch ligt het onderzoeksgebied op een stuwwal met aan weerszijden hiervan strandvlakten, abrasievlakten

12 12 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever en ten zuiden van de stuwwal een vlakte van getij-afzettingen. Het eiland Wieringen is volgens historische bronnen al sinds de 8 e eeuw n. Chr. bewoond. Langs Wieringen liep een belangrijke vaar- en handelsroute die Dorestad naar Friesland verbond en verder. Het eiland was een van de zogeheten koningsgoederen, gronden die ten faveure van de koning geëxploiteerd werden. Deze koningsgoederen stammen uit de tijd van de Frankische koningen. Rond de 8e eeuw was het eiland koningsgoed van het bisdom Utrecht. In de lager gelegen delen, in het veen, bleken ook nederzettingen aanwezig. Het veen is ontgonnen in de loop van de middeleeuwen, de dijken van Wieringen zijn in de late middeleeuwen aangelegd. Aan de zuidzijde van het eiland ligt een wierdijk waarvan bekend is dat deze in de 16e eeuw is aangelegd. De dijk is in de loop van de tijd meerdere malen verstevigd. Omdat de bebouwing van Den Oever dicht achter de dijk lag was het niet mogelijk om de dijk aan de binnenzijde uit te breiden. In de jaren 60 van de 20e eeuw is de dijk verbreed en verhoogd. Op historische kaarten vanaf 1796 wordt binnen het plangebied een sluisje weergegeven (afb. 2). Het sluisje was van groot belang voor de waterhuishouding in de nederzetting van Den Oever. De exacte locatie en diepte van deze sluis is niet duidelijk. 2.3 Archeologische verwachting Aan de hand van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek kan gesteld worden dat op de verwachte locatie van de sluis een zeer hoge kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten (Brokke, Du Pied & Brouwer 2015).

13 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Doel en methode Het doel van dit verkennend archeologisch booronderzoek is de locatie, de diepte en de omvang vast te stellen van een sluisje. Wanneer de sluis is aangetroffen, dient gekeken te worden naar de staat van conservering, de constructie en de datering van desbetreffende sluis. Daarnaast zijn er enkele vragen opgesteld die betrekking hebben op de opbouw van de dijk. De volgende onderzoeksvragen zijn voor dit onderzoek opgesteld. 1. Wat is de bodemopbouw van de dijk? 2. Zijn meerdere ophogingsfases te onderscheiden? 3. Is de sluis nog aanwezig in de dijk? Zo ja, hoe is de conservering? 4. Vormen de geplande werkzaamheden een bedreiging voor de sluis? 5. Zijn de aangetroffen archeologische resten behoudenswaardig? Binnen het plangebied zijn handmatig14 boringen gezet (afb. 3)(tabel 1). In eerste instantie was het plan om 2 rijen van verspringende boringen te zetten om de meter. Nadat in een vroeg stadium de sluis was aangetroffen werd besloten om enkel de locatie van de sluis beter in kaart te brengen zodat de omvang nader kon worden bepaald. Het uitgangspunt van het onderzoek waren verkennende boringen maar uiteindelijk zijn er zoveel boringen gezet dat de locatie van de sluis in kaart kon worden gebracht. Het verloop en daarmee de lengte van de sluis onder de dijk is hiermee niet bepaald. Wel kon de breedte van de sluis gedocumenteerd worden. Hierdoor is het onderzoek tevens een waarderend booronderzoek en is in hoofdstuk 6 een waardering van de sluis toegevoegd. De boringen zijn gezet tot een diepte van ca. 3,0 meter onder het maaiveld. De bovenste meter van elke boring werd gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Wanneer de ondergrond het toeliet werd overgestapt op een gutsboor. De opgeboorde grond is handmatig doorzocht op archeologische indicatoren. De beschrijving van de bodem is geschied volgens de archeologische standaard boorbeschrijving (ASB). De boorpunten zijn door middel van een GPS-instrument ingemeten in het RD-coördinatensysteem. Op 4 februari 2016 zijn in aanvulling hierop vervolgens nog 6 mechanische boringen uitgevoerd vanaf de kruin van de dijk (zie daarvoor par. 4.2). De mechanische boringen door de kruin van de dijk zijn gezet om: a. de hypothese te toetsen dat we hier daadwerkelijk te maken hebben met het tracee van de sluiskolk dat bekend was uit het bureauonderzoek maar nog niet gelokaliseerd onder de dijk door, b. meer te weten te komen over de constructie van de sluis en of deze constructie een mogelijk obstakel vormt voor het plaatsen van de damwand. Als bijkomstigheid kregen wij ook een inzicht in de opbouw van de dijk. n.b. De boringen zijn uitsluitend vanaf de kruin gezet omdat de handmatige boringen de locatie en dat deel van sluis voldoende in kaart gebracht zoals op pagina 15 is verwoord. Mechanische boringen zullen gezien de geringe diameter van de boorkolom geen extra waarde hebben om uitspraken te kunnen doen over de constructie van de sluis, dit kan dan uitsluitend met een opgraving.

14 14 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Dijk Weg Berm Afbeelding 3 a. De locatie van de daadwerkelijk gezette handmatige boringen. Het gele vlak geeft de omvang weer van de locatie waar de constructie is aangetroffen. De omvang is daarnaast ook weergegeven door middel van de stippellijn. Voor de mechanische boringen zie afb. 3b.

15 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Onderzoeksresultaten 4.1 Handmatige boringen aan de voet van de dijk (Bijlage 3 & 4) Bodemopbouw De bovenlaag bestaat binnen de locatie uit een pakket donker grijs/bruin matig siltig zand. Dit pakket vormt de bovenste 35 tot 70 cm van de bodem. De daaropvolgende lagen bestaan uit matig siltig zand in verschillende kleuren grijs en bruin en een pakket zeer fijn wit zand. Dieper in de boringen worden de lagen steeds kleiiger en bestaan nagenoeg allemaal uit KZ2/ KZ3 (zandige klei). Binnen deze lagen is hout, baksteenspikkels en roestvlekken aangetroffen wat er op wijst dat dit geen natuurlijke lagen zijn. Vanaf 240 cm onder het maaiveld zijn natuurlijke lagen aangetroffen. Deze lagen kenmerken zich door de aanwezigheid van natuurlijk afgezette zandbandjes en kleibandjes maar ook door het aantreffen van verspoelde brokken veen, klei en zand. De natuurlijke lagen bestaan uit matig zandige klei (KZ2), zeer siltige klei (KS3) en weinig zandige klei (KZ1). Archeologische indicatoren en vergravingen Binnen de boringen werd tot op een diepte van 272 cm onder het maaiveld gele baksteen aangetroffen. Bij boring 2, 3, 4, 5, 11 en 13 is op een structuur gestuikt op de verwachte locatie van de sluis. Boring 2 en 5 vormden de buitenste boringen waarin de sluis werd aangetroffen, hier werd gestuikt op een diepte van ca. 135 cm onder het maaiveld. Bij boring 2, 3, 4, en 11 werd gestuikt op een diepte van ca. 190 cm onder het maaiveld. Het is onduidelijk of de stuik bij de boringen de bovenkant of onderkant van de sluis betreft. Dit is door middel van de boringen niet vast te stellen. Een zeer recente vergraving werd aangetroffen binnen boring 13 op een diepte van 135 cm onder het maaiveld. Hier werd 20 e eeuws kunststof aangetroffen. Interpretatie De boringen die stuikten geven een goede weergave van de omvang en diepte van het sluisje. Aan de hand van de hoogtes waarop gestuikt werd is een beeld ontstaan van een sluis van ca. 3 meter breed met aan weerszijden een hoge bakstenen constructie. Het midden van de sluis ligt ca. 45 cm dieper en bestaat niet alleen uit een rand van bakstenen maar zet zich ook voort onder de huidige dijk. De dijk is opgebouwd uit twee ophogingslagen. Een groot deel van deze ophoging heeft vermoedelijk in de 20 e eeuw plaatsgevonden gelet op de aanwezigheid van een witte zandlaag die aangetroffen werd tot op een diepte van ca. 150 cm onder het maaiveld en is te dateren in deze periode. Er werd namelijk op deze diepte kunststof aangetroffen. Binnen de overige lagen zitten minimale verschillen in kleur en samenstelling. Deze kleine variaties geven geen aanleiding om te concluderen dat er nog meer verschillende fases binnen de dijk waar zijn te nemen.

16 16 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Afbeelding 3 b. De locatie van de vijf mechanische boringen met de sonic drill. De plaats waar resten van de sluis werden aangetroffen bevindt zich tussen de rode stippelijnen en betreft de boringen 2, 4 en 5.

17 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Machinale boringen in de dijk (Bijlage 5) Op 4 februari 2016 zijn met behulp van een sonic drill boorinstallatie vijf boringen verricht vanaf de kruin van de dijk. Het doel van de boringen was naast de bevindingen van het handmatig onderzoek van 16 oktober te testen, maar ook om de aanwezigheid van de sluis ook ter plekke van de kruin van de huidige dijk, waar constructies voorzien zijn, te onderzoeken. Daarvoor was gebruik van een mechanische boorinstallatie (Sonic drill) nodig. Aan de hand van de handmatige boringen aan de binnenzijde van de dijk zou een sluisconstructie te verwachten zijn onder een voornaam deel van het huidige dijklichaam (zie afb. 6). Met de mechanische boringen bleek het mogelijk om de juiste diepte van de constructie te bereiken en, nog belangrijker zelfs, om gegevens naar boven te krijgen over de constructie van de sluis. De aard van de constructie van de sluis viel zo te bepalen dat omtrent de eventuele belemmering voor het plaatsen van de damwandconstructie een uitspraak gedaan kan worden. Door middel van de zes boringen is met zekere waarschijnlijkheid de ligging en constructie van de sluis in beeld gebracht. Bodemopbouw In alle boringen werd een gelaagd pakket van afwisselend zand- en kleilagen met een dikte van circa 6 tot 8 meter. Deze lagen maken deel uit van het opgeworpen dijklichaam. Het diepste niveau dat is aangeboord is een laag lichtgrijs, matig siltig zand op een diepte van 9.00 tot 9.45 meter -mv (kruin van de dijk). Dit is strandzand, de zogenaamde wadplaat die zich als natuurlijke ondergrond in de bodem bevindt. Archeologische indicatoren Direct op dit strandzand waren in meerdere boringen zeer heterogene lagen aanwezig waarin zich veel fragmenten van rode en gele bakstenen bevinden, veel hout, schelpenlagen en fragmenten pijpaarde. Deze lagen dateren onmiskenbaar uit de periode van de aanleg van de dijk: de 18e eeuw. Mogelijke restanten van de sluis zijn aangetroffen in boringen 2, 4 en 5. Interpretatie De ophogingslagen die bij de handmatige boringen werden aangetroffen werden ook zichtbaar bij de mechanische boringen echter omdat de boringen op de kruin van de dijk zijn gezet, is het pakket dijkophogingen hier circa 7 meter dik. Onder deze dijkophogingen werden resten van bouwconstructies aangetroffen. In drie van de vijf boringen die werden gezet bevonden zich op een diepte variërend tussen meter en t.o.v. NAP niveaus met baksteen, baksteenpuin en hout te onderscheiden. Waarschijnlijk is dit een aanwijzing voor een lichte constructie of de restanten hiervan aangezien de doorboring van deze resten met de sonic drill geen merkbare weerstand opleverden. Dit betrof de mechanische boringen 2, 4 en 5

18 18 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Foto 1. Mechanische boring (sonic drill) met baksteenresten Foto 2. Mechanische boring met houtresten

19 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Beantwoording van de onderzoeksvragen 1. Wat is de bodemopbouw van de dijk? De bovenlaag bestaat binnen de locatie uit een pakket donker grijs/bruin matig siltig zand. Dit pakket vormt de bovenste 35 tot 70 cm van de bodem. De daaropvolgende lagen bestaan uit matig siltig zand in verschillende kleuren grijs en bruin en een pakket zeer fijn wit zand. Dieper in de boringen worden de lagen steeds kleiiger en bestaan nagenoeg allemaal uit zandige klei (KZ2/KZ3). Binnen deze lagen zijn hout, baksteenspikkels en roestvlekken aangetroffen wat er op wijst dat dit geen natuurlijke lagen zijn. Vanaf 240 cm onder het maaiveld zijn natuurlijke lagen aangetroffen. Deze lagen kenmerken zich door de aanwezigheid van natuurlijk afgezette zandbandjes en kleibandjes maar ook door het aantreffen van verspoelde brokken veen, klei en zand. De natuurlijke lagen bestaan uit matig zandige klei (KZ2), zeer siltige klei (KS3) en weinig zandige klei (KZ1). 2. Zijn meerdere ophogingsfases te onderscheiden? Binnen de dijk is enkel een duidelijke grens waarneembaar tussen het witte zand en de overige lagen. De witte zandlaag is vermoedelijk 20e eeuws en vormt een grens tussen de zandige lagen erboven en de kleiige lagen er onder. Dit laat zien dat de dijk in twee fases is opgehoogd. De overige gelaagdheid is enkel gebaseerd op kleine variaties in kleur en zandigheid/ kleiigheid en vormen geen onderscheidbare ophogingsfases. 3. Is de sluis nog aanwezig in de dijk? Zo ja, hoe is de conservering? Binnen de boringen is op een structuur gestuikt op de verwachte locatie van de sluis. Dit doet zeer sterk vermoeden dat we daadwerkelijk met de sluis te maken hebben. De stuik vond plaats op gele bakstenen. De staat van conservering is met behulp van de boringen niet vast te stellen. Aan de hand van het vooraf uitgevoerde bureauonderzoek kan gesteld worden dat wanneer de sluis nog aanwezig is, deze in goede staat zal verkeren (Brokke, Du Pied & Brouwer 2015). 4. Vormen de geplande werkzaamheden een bedreiging voor de sluis? Het afgraven van de toplaag zal geen bedreiging vormen voor de sluis daar deze pas aanwezig is op een diepte vanaf ca. 130 cm onder het huidige maaiveld ter plaate van de binnenteen. Het plaatsen van damwanden aan de voet van de binnenteen vormt echter wel een bedreiging. De sluis is in ieder geval direct in de voet van de dijk aanwezig en zal bij het plaatsen van de damwanden geraakt worden. Het plaatsen van de damwand constructie vanaf de kruin van de dijk zal de hier door het dijklichaam afgedekt liggende constructiesporen van de sluis aantasten. Ingrijpender archeologisch onderzoek dan boringen zijn hier echter niet mogelijk. Als de constructie aan de binnenteen onderzocht kan worden kan dit compenseren voor een onderzoek dat ook mogelijk inzicht verschaft in de onder de kruin liggende resten. 5. Zijn de aangetroffen archeologische resten behoudenswaardig? Gelet op de vermoedelijk goede conservering van de sluis en de ouderdom, de sluis is al zichtbaar op kaarten vanaf de 18 e eeuw, zijn de aangetroffen resten zeker behoudenswaardig.

20 20 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Afbeelding 4. Waarderingscriteria. waarden criteria scores beleving schoonheid herinneringswaarde fysieke kwaliteit gaafheid conservering inhoudelijke kwaliteit zeldzaamheid informatiewaarde ensemblewaarde representativiteit Afbeelding 5. Waarderingstabel. hoog midden laag 3 n.v.t. n.v.t

21 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Waardering De bij een onderzoek aangetroffen archeologische resten worden per vindplaats aan de hand van een viertal waarden (beleving, fysieke kwaliteit, inhoudelijke kwaliteit en representativiteit) in een aantal stappen gewaardeerd (afb. 4 en 5). De waardering wordt uitgedrukt in cijfers (1=laag, 2=middelmatig, 3=hoge waarde). De uitkomst van de waardestelling bepaalt of de vindplaats al dan niet behoudenswaardig is. De richtlijnen voor het waarderen van een vindplaats zijn vastgesteld in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 3.3. Beleving: schoonheid: Doordat de overblijfselen niet visueel waarneembaar zijn in het landschap, is schoonheid hier niet van toepassing. Dit kan echter veranderen wanneer besloten wordt het sluisje in situ te conserveren en mogelijk zichtbaar te maken. herinneringswaarde: De vindplaatsen roepen geen herinneringen op aan het verleden. Ook dit criterium is hier niet van toepassing. De belevingswaarde van het terrein wordt niet uitgedrukt in cijfers. Binnen deze waarde wordt slechts de keuze tussen behoudenswaardig en niet-behoudenswaardig geboden. Fysieke kwaliteit: Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gaafheid en conservering. Gaafheid is de mate van niet verstoord zijn en de stabiliteit van de fysieke omgeving. Conservering is de mate waarin het archeologisch vondstmateriaal bewaard is gebleven. gaafheid: Het plangebied is opgehoogd, samen met de dijk. Bij één boring bleek op een plek waar de constructie werd verwacht, deze niet aanwezig te zijn. Dit duidt mogelijk op een verstoring van de gaafheid van de sluis. Het is ook mogelijk dat de constructie van de sluis anders is dan wordt aangenomen. conservering: De ondergrond bestaat voornamelijk uit kleiige zandlagen. Zoals in het bureauonderzoek gesteld is de sluis vermoedelijk zeer goed geconserveerd aangezien hij direct afgedekt is met ophogingslagen. De opgetelde score voor fysieke kwaliteit is 5 punten. Wanneer de fysieke kwaliteit 5 of 6 punten oplevert is de vindplaats behoudenswaardig. Voor de volledigheid zullen de volgende punten ook kort besproken worden. Inhoudelijke kwaliteit: zeldzaamheid: In de omgeving van Den Oever zijn weinig andere sluisjes bekend die op de zee uitwateren. Ze bestaan wel in andere gebieden. Hierdoor is de sluis wel zeldzaam voor Wieringen maar niet voor Noord-Holland. informatiewaarde: Onderzoek naar de sluis levert waarschijnlijk informatie op over de constructie van uitwaterende sluizen in deze omgeving. ensemblewaarde: De sluis draagt bij aan de ontstaansgeschiedenis van het huidige landschap op Wieringen. Hierdoor scoort het goed binnen deze categorie representativiteit: De sluis is, hoewel er niet veel zijn, kenmerkend voor een bepaalde periode in de Nederlandse geschiedenis.

22 22 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Het opgetelde aantal punten in deze waarderingscategorie is 8. Hier geldt bij een score van 7 of hoger dat de resten als behoudenswaardig worden gezien. Ook op dit vlak scoort de sluis daarmee ruim voldoende. Aan de hand van de, door de KNA opgestelde waarderingstabel, kan geconcludeerd worden dat de sluis als behoudenswaardig kan worden geschouwd. Afbeelding 6. De handmatige boringen aan de voet van de dijk (blauwe stippen) en de mechanische boringen op de kruin van de dijk (rode stippen). De groene lijn geeft de vermoedelijke ligging van de sluis aan.

23 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Conclusie en aanbeveling Conclusie Binnen het plangebied, de Oeverdijk te Den Oever, is om de locatie van een sluis vast te stellen, een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. In totaal zijn 14 handmatige boringen gezet tot een diepte van ca. 3,00 m tenzij de boor eerder stuikte op een structuur die ofwel van steen dan wel uit hout bestond. vervolgens zijn er vijf mechanische boringen op de kruin van de dijk gezet tot een diepte 10 m. De handmatige boringen bevatten resten van hout en baksteen vanaf een diepte variëren tussen 0,00 en +0,50 meter t.o.v. NAP, waarschijnlijk afkomstig van een bouwconstructie. De mechanische boringen lieten zien dat er resten van bouwconstructies aanwezig waren op dieptes tussen meter en t.o.v. NAP. Het doel van het onderzoek was het lokaliseren van een oud keersluisje. Tijdens het booronderzoek is bij 6 van de handmatige boringen en bij 5 van de mechanische boringen een stenen en houten structuur aangetroffen die zeer waarschijnlijk een onderdeel is van deze sluis (zie afbeelding 6 en bijlage 6 voor de geconstateerde locatie). De doorboring van deze resten leverden geen merkbare weerstand op waardoor deze constructies als relatief licht zijn te beschouwen. Het hoogteverschil tussen de niveaus van de archeologische resten tussen de handmatige en de mechanische boringen kan te maken hebben met het gewicht van de dijk, en de zetting die heeft plaats gevonden als gevolg hiervan, en/of met de aard van de constructie van de sluis. Advies Gelet op de behoudenswaardigheid van de sluis wordt, voor zover dit mogelijk is, behoud in situ aanbevolen door middel van planaanpassing. Mocht behoud in situ niet mogelijk blijken dient de sluis deels gedocumenteerd te worden door middel van een archeologische opgraving. Dit geldt met name voor het deel aan de voet van de dijk, langs de landzijde. Omdat het fysiek niet mogelijk is om de sluis onder het dijklichaam geheel te onderzoeken kan besloten worden om het damwandscherm vanaf de kruin van de dijk te plaatsen door de restanten van de sluis heen. De eventuele schade aan de sluis als gevolg van het plaatsen van een damwandscherm vanaf de kruin van de dijk zal slechts plaatselijk zijn. Aan de hand van de mechanisch boringen viel niet vast te stellen of de aangetroffen baksteenresten en het hout een beletsel kunnen vormen voor het plaatsen van de damwand.

24 24 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Literatuur Brokke, A.J., & L.P. Du Pied & E.W. Brouwer, 2015: Archeologisch bureauonderzoek hoogwaterkering Den Oever, Amsterdam.

25 Bijlagen

26 26 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Bijlage 1: Archeologische perioden Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Late-Middeleeuwen Late-Middeleeuwen Vroege-Middeleeuwen Laat-Romeinse tijd B A Miden-Romeinse tijd Vroeg-Romeinse tijd Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Vroege-Bronstijd C heden B A B A D C B A B A B A na Chr v. Chr A BRONSTIJD IJZERTIJD ROMEINSE TIJD MIDDELEEUWEN NIEUWE TIJD Laat-Neolithicum B A Midden-Neolithicum B A Vroeg-Neolithicum B A Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum Laat-Paleolithicum B A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum PALEOLITHICUM MESOLITHICUM NEOLITHICUM

27 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 27 Bijlage 2: Archeologisch stappenplan In het stappenplan archeologie wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken. I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archiefen literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v. universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat. Dit in verband met het bepalen van het onderzoekskader; * beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens; * beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geografische gegevens o een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap o een impressie van de bewoningsgeschiedenis; * beschrijven bekende archeologische waarden o archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE. Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische escherming te krijgen binnen het bestemmingsplan; o archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn. Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewonings-sporen uit het verleden; * beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden: o aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch

28 28 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever onderzoek in aanmerking; o aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart; * rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces. II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: * non-destructieve methoden: geofysische methoden ; * weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); * destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies. Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken. Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek. Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het belopen van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek. Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is. Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem).

29 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 29 Eventueel: III. Opgraven ofwel archeologisch vervolgonderzoek Indien het niet mogelijk is een behoudenswaardige of beschermenswaardige vindplaats in situ te bewaren, zal het hier aanwezige bodemarchief voor het nageslacht bewaard dienen te worden door middel van een vlakdekkend onderzoek. Alleen dan is deze stap (stap III) noodzakelijk. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

30 30 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Bijlage 3: Boorraai met in het rood de vermoedelijke omvang van de sluis

31 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 31 Bijlage 4: Boorstaten handmatige boringen Boring 1 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,31 Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, zwak humeus, donkergrijs/bruin 50 1, ,31 40 Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, lichtbruin/grijs Klei, matig zandig, donkerbruin 90 Zand, zeer fijn, matig siltig, lichtgrijs/wit 130 Klei, sterk zandig, donkerbruin 150 0, , Klei, sterk zandig, bruin Klei, zwak zandig, zwak humeus, donkergrijs Veen, donkerbruin 250-0, Klei, matig zandig, grijs 300-0, Boring 2 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,35 Zand, matig siltig, donkergrijs/bruin 50 1, , Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/grijs, spoor baksteen, spoor houtskoolspikkels Zand, matig siltig, lichtgrijs/wit, zeer fijn, opgebracht Klei, sterk zandig, grijs/bruin Klei, matig zandig, bruin/grijs, spoor schelpmateriaal, stuik op gele baksteen 150 0,85

32 32 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Boring 3 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,36 Zand, matig siltig, donkergrijs/bruin 50 1, , Zand, matig siltig, lichtgrijs/bruin Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/grijs Zand, matig siltig, lichtgrijs/wit, zeer fijn 150 0, , Klei, sterk zandig, grijs/bruin Klei, matig zandig, grijs/bruin, spoor houtresten, spoor schelpmateriaal, spoor baksteen, kiezel Klei, matig zandig, bruin/grijs, spoor schelpmateriaal Klei, zwak zandig, grijs, spoor baksteen, bltgr gevlekt, stuik op gele bst1

33 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 33 Boring 4 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,34 Zand, matig siltig, donkergrijs/bruin 50 1, , Zand, matig siltig, lichtgrijs/bruin 75 Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/grijs 85 Zand, matig siltig, lichtgrijs/wit, zeer fijn 150 0, , , Klei, sterk zandig, grijs/bruin, spoor schelpmateriaal, spoor baksteen, spoor houtskoolspikkels, zandbrokken Klei, matig zandig, bruin/grijs, spoor baksteen, stuik maar boorden door de gele bst heen Klei, sterk zandig, matig slap, blauw/grijs, spoor schelpmateriaal, spoor baksteen, spoor houtskoolspikkels, gele bst, mortel, scherpe grens Klei, zwak zandig, grijs, spoor schelpmateriaal, dogr gevlekt, veenbrokken, kleibroken, heel rommelig Klei, sterk siltig, grijs/bruin, spoor schelpmateriaal, verspoeld, brokken veen, brokken zand 300-0, , , Boring 5 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,41 Zand, matig siltig, donkergrijs/bruin 50 1, , Zand, matig siltig, lichtgrijs/bruin Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/grijs, spoor baksteen, spoor houtskoolspikkels Zand, matig siltig, lichtgrijs/wit, zeer fijn 150 0, Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/grijs, stuik op oranje bst en mortel

34 34 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Boring 6 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,45 Zand, matig siltig, donkergrijs/bruin 50 1, ,45 Zand, matig siltig, lichtgrijs/bruin Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/grijs Zand, matig siltig, lichtgrijs/wit, zeer fijn 150 0, , , , Klei, sterk zandig, grijs/bruin, spoor schelpmateriaal, spoor baksteen Klei, matig zandig, bruin/grijs, spoor schelpmateriaal, spoor baksteen, spoor houtskoolspikkels Klei, matig zandig, matig slap, bruin/grijs, spoor schelpmateriaal, spoor baksteen, libr gevlekt Zand, zwak siltig, grijs/bruin, weinig schelpmateriaal Klei, matig zandig, blauw/grijs, gevlekt, zandbrokken, hum brokken Klei, sterk siltig, zwak humeus, bruin/grijs, zandbandjes, hum brokjes, natuurlijk Zand, matig siltig, donkergrijs, gr gevlekt, natuurlijk Klei, sterk zandig, bruin/grijs, grtbr gelaagd, op zit een gelaagde kleiband licht humeus, natuurlijk

35 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 35 Boring 7 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,47 Zand, matig siltig, donkergrijs/bruin 50 1, , Zand, matig siltig, lichtgrijs/wit, zeer fijn Klei, sterk zandig, zwak humeus, grijs/bruin, spoor houtskoolspikkels Klei, sterk zandig, bruin/grijs, weinig schelpmateriaal, spoor baksteen 150 0, Klei, sterk zandig, donkergrijs/bruin, spoor schelpmateriaal, spoor houtskoolspikkels, libr gevlekt Klei, zwak zandig, zwak humeus, lichtgrijs, spoor schelpmateriaal, libr gevlekt 200 0, , , Klei, matig zandig, lichtgrijs, spoor schelpmateriaal, br gevlekt, hum bandje Klei, matig siltig, lichtgrijs, spoor roestvlekken, br gevlekt, kleibandjes, natuurlijk Veen, sterk amorf, zwart Klei, matig zandig, grijs Klei, sterk siltig, bruin/grijs, zandbandjes, hum brokken Klei, sterk siltig, donkergrijs/bruin, gevlekt, natuurlijk Zand, matig siltig, donkergrijs, kleibrokken, hum brokken

36 36 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Boring 8 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,48 Zand, matig siltig, donkergrijs/bruin 50 1, Zand, matig siltig, lichtgrijs/bruin Zand, matig siltig, donkerbruin/grijs 100 1, Zand, matig siltig, lichtgrijs/wit, zeer fijn Klei, sterk zandig, grijs/bruin, spoor schelpmateriaal, hum brokjes 150 0, , Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, spoor schelpmateriaal, br gevlekt Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkergrijs/bruin, spoor roestvlekken, spoor 208 baksteen Klei, sterk zandig, donkergrijs, spoor baksteen 250-0, Klei, matig zandig, grijs, spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, ligr gevlekt Klei, matig zandig, zwak humeus, grijs, spoor roestvlekken, spoor baksteen Zand, matig siltig, lichtgrijs/bruin, spoor roestvlekken, kleibandjes Klei, matig zandig, donkergrijs, ks3 gr brokken, 260 vm dobr 2cm

37 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 37 Boring 9 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,43 Zand, matig siltig, donkergrijs/bruin 50 1, Klei, sterk zandig, donkerbruin/grijs Zand, matig siltig, lichtgrijs/wit, zeer fijn 100 1, , , , Klei, sterk zandig, grijs/bruin, spoor schelpmateriaal, spoor baksteen Klei, sterk zandig, grijs/bruin, spoor roestvlekken, librtgr gevlekt, zandbrokken, hum brokken Klei, matig zandig, stevig, grijs/bruin, hum brokken Klei, zwak zandig, stevig, grijs, spoor roestvlekken, ligrtbr gevlekt, gelaagd Klei, matig zandig, matig stevig, donkergrijs, spoor roestvlekken Klei, matig zandig, donkergrijs, ks3 gr brokken, hum brokken, zandbandje 300-0,57 290

38 38 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Boring 10 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,41 Klei, sterk zandig, donkergrijs/bruin 50 1,91 Klei, matig zandig, grijs/bruin Klei, matig zandig, matig slap, lichtbruin/grijs, spoor schelpmateriaal, spoor baksteen 100 1, Klei, sterk zandig, slap, blauw/grijs, spoor schelpmateriaal 150 0, , , Klei, matig zandig, matig slap, donkergrijs, spoor schelpmateriaal, spoor baksteen, spoor houtskoolspikkels, kleibrok Klei, matig zandig, zwak humeus, bruin/grijs, spoor schelpmateriaal, gr gevlekt, hum brokken, losse structuur Klei, sterk zandig, zwak humeus, matig stevig, grijs/bruin, spoor plantenresten, spoor schelpmateriaal, br gevlekt, kiezeltje 300-0, , ,59 400

39 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 39 Boring 11 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,42 Klei, sterk zandig, donkergrijs/bruin 50 1, , Klei, matig zandig, grijs/bruin, spoor baksteen Klei, matig zandig, bruin/grijs, spoor baksteen Klei, sterk zandig, lichtbruin, spoor schelpmateriaal, br gevlekt stuik op gele bst 150 0, , Boring 12 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,46 Klei, sterk zandig, donkergrijs/bruin 50 1, , , Klei, matig zandig, grijs/bruin, spoor baksteen Klei, matig zandig, stevig, bruin/grijs, spoor baksteen, spoor houtskoolspikkels, zand brok Klei, sterk zandig, matig stevig, bruin Klei, sterk zandig, donkergrijs, weinig schelpmateriaal, bltgr gevlekt 200 0, ,04

40 40 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Boring 13 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,47 Klei, sterk zandig, donkergrijs/bruin 50 1,97 60 Klei, matig zandig, grijs/bruin, spoor baksteen, plastic Klei, matig zandig, bruin/grijs, spoor baksteen, brokzand 100 1,47 Klei, zwak zandig, matig stevig, grijs/bruin 150 0, Klei, sterk zandig, donkergrijs, blauw grijs gevlekt, stuik op gele baksteen 200 0, ,97 Boring 14 RD-coördinaten: / mv (cm) NAP(m) 0 2,53 Klei, sterk zandig, donkergrijs/bruin 50 2, , , Klei, matig zandig, grijs/bruin, spoor baksteen Klei, matig zandig, stevig, bruin/grijs, spoor baksteen, spoor houtskoolspikkels, brok zand Klei, sterk zandig, lichtbruin/grijs, spoor baksteen, spoor houtskoolspikkels, gevlekt Klei, sterk zandig, matig slap, donkergrijs spoor baksteen, bltgr gevlekt 200 0, ,03 250

41 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 41 Boring X-coördinaat Y-coördinaat Opmerking , , , ,5379 Constructie op 134 cm onder maaiveld , ,7612 Constructie op 190 cm onder maaiveld , ,033 Constructie op 192 cm onder maaiveld , ,0415 Constructie op 138 cm onder maaiveld , , , , , , , , , , , ,4469 Constructie op 190 cm onder maaiveld , , , ,6329 Constructie op 230 cm onder maaiveld , ,378 De coördinaten van de boringen uit bijlage 3.

42 42 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever Bijlage 5: Boorstaten mechanische boringen Sonic Drill Boring 1 RD-coördinaten: ,6447/ ,6/549642, ,0942 -mv (m) NAP(m) 0 5,77 1 4, Zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin/grijs, doorworteling Zand, matig siltig, bruin/rood, spoor roestvlekken Zand, matig siltig, lichtgrijs, rotbr-bltgr gevlekt Zand, matig siltig, bruingr, gevlekt 2 3,77 3 2,77 4 1,77 5 0,77 6-0, Klei, sterk zandig, grijs/bruin, weinig baksteen, verharding? Zand, zwak siltig, lichtgrijs, compact Zand, zwak siltig, bruin/grijs, ligr gelaagd verhardingsniveau Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/zwart, spoor baksteen, brok vkm dobr, interp. oude dijk? Klei, sterk zandig, grijs, compakt Zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, hum zand Zand, matig siltig, lichtgrijs, brtgr-gr gevlekt, stuk tras bst hard rood, mossel Mineraalarm veen, bruin, schelpenbandjes 7-1,23 8-2, Klei, matig zandig, stevig, grijs Zand, matig siltig veel schelpmateriaal gele baksteen Klei, sterk zandig, matig humeus, bruin Zand, matig siltig, bruin, spoor vuursteen Zand, matig siltig, lichtgrijs 9-3, ,

43 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever ,23 Boring 2 RD-coördinaten: ,2171/549641,0534 -mv (m) NAP(m) 0 5,76 1 4, Zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin/grijs, doorworteling Zand, matig siltig, bruin/rood, spoor roestvlekken Zand, matig siltig, lichtgrijs, rotbr-bltgr gevlekt Zand, matig siltig, bruin, ligr gr gevlekt 2 3,76 3 2,76 Zand, sterk siltig, lichtgrijs, zavelig 4 1,76 5 0,76 6-0,24 7-1, Klei, zwak zandig, lichtgrijs, spoor baksteen, cstv mortel Zand, zwak siltig, lichtgrijs, weinig schelpmateriaal niet benoemd, steen Klei, sterk zandig, matig humeus, donkergrijs/zwart, brtgr gevlekt, ker roodbakkend spaarzaam glazuur Mineraalarm veen, sterk amorf, donkerbruin Klei, sterk zandig, matig humeus, donkergrijs/zwart, dogr gevlekt, brokken ks3 brtgr, stuk houtsplinter op 580 Zand, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin/grijs Zand, matig siltig, grijs, brokken kz2 gr Zand, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin/grijs hout 2x stuik, verzameld ontbreekt door hout 8-2,24 9-3, Klei, matig siltig, donkerbruin, schelpenlaag, vk3 laag, kleilaag ks3 op bst slik bst geel verzameld Zand, matig siltig, lichtgrijs, wad 10-4,

44 44 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 10-4,24 Boring 3 RD-coördinaten: ,738/549639,9359 -mv (m) NAP(m) 0 5,82 1 4, Zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin/grijs, doorworteling Zand, matig siltig, bruin/rood, spoor roestvlekken Zand, matig siltig, lichtgrijs, rotbr-bltgr gevlekt Zand, matig siltig, bruin/grijs, ligr gevlekt 2 3,82 3 2,82 4 1,82 5 0,82 6-0,18 7-1,18 8-2,18 9-3, Klei, sterk zandig, grijs/bruin, weinig baksteen, verharding? Zand, zwak siltig, lichtgrijs Zand, zwak siltig, bruin/grijs, ligr gelaagd verhardingsniveau Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/zwart, spoor baksteen, brok vkm dobr interp. oude dijk? Zand, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin/grijs, brok vkm dobr av2 Zand, zwak siltig, grijs, veel schelpmateriaal, bandjes, natuurlijk Mineraalarm veen, matig amorf, bruin, gelaagd, bemonsterd Zand, matig siltig, grijs, veel schelpmateriaal, brok vkm br av2 Veen, zwak kleiig, matig amorf, bruin, losse structuur ontbreekt Klei, matig siltig, slap, grijs, spoor schelpmateriaal, fragment py 18/19e bst rood hard, vreemde diepte Klei, sterk zandig, matig humeus, bruin, weinig schelpmateriaal Zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, sterk humeus zand, scherpe grens Zand, matig siltig, lichtgrijs 10-4,

45 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever ,18 Boring 4 RD-coördinaten: ,9236/549641,4971 -mv (m) NAP(m) 0 5,79 1 4, Zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin/grijs, doorworteling Zand, matig siltig, bruin/rood, spoor roestvlekken Zand, matig siltig, lichtgrijs, rotbr-bltgr gevlekt Zand, matig siltig, lichtgrijs, gevlekt 2 3,79 3 2,79 4 1,79 5 0,79 6-0,21 7-1,21 8-2,21 9-3, Klei, sterk zandig, grijs/bruin, weinig baksteen, verharding? Klei, sterk zandig, lichtgrijs Zand, zwak siltig, lichtgrijs verhardingsniveau Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/zwart, spoor baksteen, brok vkm dobr interp. oude dijk? Zand, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin/grijs Zand, matig siltig, grijs, brokken kz2 gr Zand, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin/grijs Zand, matig siltig, lichtgrijs, brokken kz2 dogr Zand, matig siltig, matig humeus, bruin, humeus zand niet benoemd, baksteen ontbreekt vanwege bst Zand, matig siltig, grijs, weinig schelpmateriaal Mineraalarm veen, bruin, losse structuur Klei, matig siltig, matig stevig, grijs Zand, matig siltig, matig grindig, grijs, veel schelpmateriaal, weinig baksteen Klei, matig siltig, matig humeus, matig stevig, grijs, br gevlekt Mineraalarm veen, matig amorf, bruin, schelpenbandjes Zand, matig siltig, lichtgrijs 10-4,

46 46 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 10-4,21 Boring 5 RD-coördinaten: ,4118/549640,6003 -mv (m) NAP(m) 0 5,75 1 4, Zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin/grijs, doorworteling Zand, matig siltig, bruin/rood, spoor roestvlekken Zand, matig siltig, lichtgrijs, rotbr-bltgr gevlekt Zand, matig siltig, bruin, gr gevlekt 2 3,75 3 2,75 4 1,75 5 0,75 6-0,25 7-1,25 8-2,25 9-3, Klei, sterk zandig, grijs/bruin, weinig baksteen, verharding? Klei, sterk zandig, lichtgrijs Zand, zwak siltig, lichtgrijs niet benoemd, verhardingsniveau Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin/zwart, spoor baksteen, brok vkm dobr Zand, matig siltig, matig humeus, donkergrijs/zwart Klei, sterk zandig, donkergrijs/bruin Zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, humeus zand hout Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin Zand, matig siltig veel schelpmateriaal, spoor baksteen Mineraalarm veen, sterk amorf, donkerbruin, schelpenbandjes Klei, matig siltig, stevig, grijs ontbreekt Veen, sterk kleiig, matig amorf, bruin Klei, matig siltig, stevig, grijs bst en hout Zand, matig siltig, lichtgrijs 10-4,

47 Veldonderzoek d.m.v. verkennende/waarderende boringen in de oeverdijk te Den Oever 47 Boring X-coördinaat Y-coördinaat Opmerkingen De coördinaten van de boorpunten uit bijlage 4