HEMBYSE ARCHEOLOGIE. TEMSE, Frank Van Dyckelaan 15

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HEMBYSE ARCHEOLOGIE. TEMSE, Frank Van Dyckelaan 15"

Transcriptie

1 TEMSE, Frank Van Dyckelaan 15 ONDERZOEKSRAPPORT N. 15 ONDERDEEL VERSLAG VAN RESULTATEN VOORONDERZOEK ZONDER INGREEP IN DE BODEM Bureaustudie De Smaele Bart & Pieters Hadewijch 2017

2 INHOUDSOPGAVE 1 ADMINISTRATIEVE FICHE BESCHRIJVEND GEDEELTE Gewestplan Beschrijving geplande werken en juridisch kader Onderzoeksopdracht Werkwijze ASSESSMENT Landschappelijke ligging van het onderzochte gebied Fysisch-geografische gegevens Topografie Hydrografische situering Erosiegevoeligheid Aardkundige situering Tertiair geologisch Quartair geologisch Bodemkaart van België Gekende boringen Traditionele landschappenkaart Grondgebruik Bodemgebruiksbestand Bodembedekking Historische beschrijving van het onderzochte gebied en zijn omgeving Algemene historische situering van het plangebied Relevante historische kaarten en plannen Figuratieve kaart van de Eschpolder langs de Schelde nabij Temse (1645) Figuratieve kaart van de heerlijkheid van Cauwerburgh (1750) Kaart van Villaret ( ) Atlas van Ferraris (1777) Atlas der Buurtwegen (1841) Kaart van Vandermaelen ( ) Popp-kaarten ( ) Topografische kaart van België (1873) Relevante luchtfoto s Luchtfoto uit Orthofoto uit Orthofoto uit Orthofoto uit Archeologische situering van het onderzochte gebied CAI en belendende elementen met erfgoedwaarde Datering en interpretatie van het onderzochte gebied Verwachting ten aanzien van archeologisch erfgoed

3 4 BESLUIT Antwoord op de onderzoeksvragen Besluit voor een algemeen publiek BIBLIOGRAFIE LIJST VAN FIGUREN LIJST VAN BIJLAGEN

4 1 ADMINISTRATIEVE FICHE Projectcode Onroerend Erfgoed 2017J148 Projectgebied Temse, Frank Van Dyckelaan 15 Grootte projectgebied ,5 vierkante meter Ligging Oost-Vlaanderen, Temse, Frank Van Dyckelaan 15 Lambert 72-coördinaten (m) (NO): X: ,141 x Y: ,543 meter (ZW): X: ,97 x Y: ,384 meter Kadaster Afdeling: 1 Sectie: B Percelen: 1190H23 (deels) Initiatiefnemer Cordeel zetel Temse NV Eurolaan Temse Uitvoerder Hembyse Archeologie Interne projectsigle Hembyse Archeologie TEM-FRA Type onderzoek Archeologienota Verantwoordelijke uitgever van het Hembyse Archeologie onderzoeksrapport Plaats en jaar van uitgave Gent, 2017 Wettelijk depot ISSN Bibliografische referentie De Smaele B. & Pieters H., Archeologienota naar aanleiding van de uitbreiding van een bedrijf te Temse, Frank Van Dyckelaan 15, Onderzoeksrapport Hembyse Archeologie 15, Gent. 4 Termijn van het onderzoek Betrokken actoren en specialisten met vermelding van rol/functie Gecontacteerde regiospecialisten Resultaten Aanbeveling 7 werkdagen Bart De Smaele/erkend archeoloog Hadewijch Pieters/erkend archeoloog Hembyse bvba/erkend archeoloog Lieven Muësen (Erfgoedvereniging Op Stoapel vzw) Alluvium, ophogingspakketten Geen vervolgonderzoek Bewaarplaats archief Van toepassing zijnde onroerend erfgoeddepot Hembyse BVBA Onroerend Erfgoeddepot Waasland (ERFPUNT) Opmerkingen Nvt. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hembyse Archeologie.

5 5

6 2 BESCHRIJVEND GEDEELTE 2.1 Gewestplan Het projectgebied bevindt zich in het Vlaamse Gewest, Gemeente Temse, wijk Cauwerburg, Frank Van Dyckelaan 15, en is gelegen op het bedrijventerrein De Zaat, op de linkeroever van de Schelde. Volgens het gewestplan bevindt het volledige projectgebied zich binnen een zone voor industriegebieden. 6 Figuur 1. Situering van het projectgebied ten opzichte van het gewestplan. In een volgend hoofdstuk zal worden ingegaan op deze bestemming: de initiatiefnemer wenst de bestaande bedrijfsinfrastructuur uit te breiden met een schrijnwerkerij.

7 2.2 Beschrijving geplande werken en juridisch kader Voor de geplande werkzaamheden is een stedenbouwkundige vergunning vereist. Het projectgebied bevindt zich niet in een vastgestelde archeologische zone; de perceelsoppervlakte bedraagt meer dan 3000m² en de geplande werkzaamheden behelzen een bodemingreep van meer dan 1000m². Het betreft een privaatrechtelijke aanvrager. De geplande werkzaamheden binnen het projectgebied omvatten: - Egalisering van het volledige projectgebied tot op het maaiveld van de omliggende percelen - Nieuwbouw van een schrijnwerkerij (5300m²); - Buitenaanleg (5164,5m²) 7 Figuur 2. Overzicht van de geplande toestand ( opdrachtgever). Binnen het grootste gedeelte van het projectgebied is een ophoging (cf. Topografie) aanwezig waardoor het terrein 3,5 à 4 meter hoger ligt dan de omliggende percelen. In eerste instantie zal deze ophoging worden afgegraven zodat het terrein op hetzelfde niveau komt te liggen als de rest van de KMO-zone. Het gebouw van de schrijnwerkerij zal bestaan uit twee grote ateliers (respectievelijk 1080m² en 1900m²). Aan weerszijden van dit gebouw worden een ruimte en een overdekte zone voorzien voor de ontvangst ( m²) en de verzending ( m²) van goederen. In de zuidwestelijke hoek van het gebouw worden eveneens een aantal overdekte ruimtes voorzien, met name een archief (48 m²), een kleedruimte met sanitaire voorzieningen (40 m²), sociale lokalen (100 m²), een

8 tellerlokaal (14 m²), een refter (50 m²) en een verbindende ruimte (30 m²) die tevens toegang geeft tot de eerste verdieping. Tot slot wordt hier een overdekte buitenruimte (230 m²) voorzien. Bovenop deze kleinere ruimtes wordt een tweede bouwlaag voorzien, waarin in hoofdzaak kantoorruimtes ondergebracht zullen worden. 8 Figuur 3. Grondplan van de schrijnwerkerij ( opdrachtgever). Het gebouw wordt opgericht met behulp van kolommen (50x50cm) die op een funderingsmassief worden gezet. De bovenkant van dit funderingsmassief komt op ongeveer 50 centimeter onder het maaiveld. De aanzet hiervan bevindt zich op 1,10 meter onder het maaiveld. Voor de buitenaanleg wordt een verharding in beton voorzien. In de volgende hoofdstukken zal worden ingegaan op de wijze waarop de archeologische waarde van het gebied kan worden ingeschat. Daarna worden landschappelijke en historische data onderzocht om de archeologische waarde van het gebied te onderzoeken.

9 2.3 Onderzoeksopdracht Het doel van deze bureaustudie is om de eventuele archeologische waarde van het projectgebied te evalueren zonder de mogelijk aanwezige archeologische resten wezenlijk aan te tasten. Concreet wordt getracht vast te stellen of een archeologische site binnen het projectgebied aanwezig is en wat de karakteristieken en de bewaringstoestand hiervan zijn. Tevens wordt de impact van de toekomstige werken op de ondergrond en het eventueel archeologische erfgoed vastgesteld. De resultaten van dit onderzoek laten aldus toe een gemotiveerd advies te formuleren met betrekking tot de vervolgstrategie en de methodiek hiervan. Onderzoeksvragen: - Welke aanwijzingen bieden de bestaande historische en archeologische bronnen over het aanwezige archeologisch erfgoed? - Welke aanwijzingen bieden de bestaande landschappelijke en geologische bronnen aangaande de bewaringstoestand van eventueel aanwezig archeologisch erfgoed? - Wat is de impact van de geplande werken op het eventueel aanwezige archeologisch erfgoed? - Is vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke is de te volgen strategie? Randvoorwaarden: Niet van toepassing. 9

10 2.4 Werkwijze Om een inschatting te maken van het eventueel aanwezige archeologisch erfgoed binnen het projectgebied worden de bestaande en publiek beschikbare bronnen geraadpleegd. Het betreft zowel historisch kaart- en fotomateriaal, als archeologische en geologische bronnen. Tevens werd advies ingewonnen bij de vzw Op Stoapel, Erfgoedvereniging Boelwerf Temse (met dank aan Lieven Muësen). De bureaustudie voor de archeologienota met uitgesteld traject werd opgemaakt conform de Code Van Goede Praktijk voor de uitvoering van en rapportering over archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen en het gebruik van metaaldetectoren, versie

11 3 ASSESSMENT 3.1 Landschappelijke ligging van het onderzochte gebied Fysisch-geografische gegevens Topografie Het projectgebied bevindt zich binnen de wijk Cauwerburg, die ten westen van het dorpscentrum van Temse en ten oosten van Tielrode ligt. Naast Cauwerburg bestaat de gemeente Temse uit de wijken Hollebeek en Velle. Steendorpe, Tielrode en Elversele vormen deelgemeenten van Temse. Temse op zijn beurt behoort dan weer tot het Land van Waas, een historische en geografische streek in het noordoosten van de provincie Oost-Vlaanderen en het gedeelte van de provincie Antwerpen op de linkeroever van de Schelde. Het Waasland wordt in het noorden begrensd door de grens met Nederland; in het oosten door de Schelde; in het zuiden door de Schelde en de Durme; en in het westen door het kanaal Gent- Terneuzen. 11 Figuur 4. Situering van het projectgebied op een toeristische kaart van het Waasland. 1 Het landschap van het Waasland wordt in grote mate gekarakteriseerd door de cuesta van het Waasland, waarvan de oorsprong terug te vinden is in de afzetting van de Boomse klei. Deze kleilaag werd afgezet tussen ongeveer 38 en 32,8 miljoen 1

12 jaar geleden, in het geologische tijdperk van het Rupeliaan. Grote delen van het huidige Laag- en Midden-België werden toen regelmatig en langdurig overstroomd door de zee. Hierbij werden zowel zandige als kleiige pakketten op de zeebodem afgezet, waaronder ook de Boomse Klei. Deze afzetting gebeurde in horizontale lagen. Na deze afzetting werd de Boomse klei, samen met oudere en jongere lagen, lichtjes gekanteld in een noordnoordoostelijke richting, doordat Midden- België werd opgeheven, terwijl Nederland wegzakte. Dit werd veroorzaakt doordat de Afrikaanse plaat langzaam noordwaarts opschoof onder de Europese plaat. De Europese plaat begon te kantelen waarbij de zuidelijke helft omhoog geduwd werd. Dit stimuleerde niet alleen de alpiene bergvorming, maar zorgde er tevens voor dat de zee zich in noordwestelijke richting terugtrok. Bijgevolg kwam Midden-België op een plateau te liggen dat licht afhelde in noordelijke richting. Op dit plateau ontstond een rivierennet dat in noordnoordoostelijke richting afwatert. Deze oorspronkelijke drainagerichting is nog steeds terug te vinden in de oriëntatie van een aantal rivieren in Midden-België, zoals bijvoorbeeld de Schelde. 2 Door de afvoer van het water naar de zee ontstond een ondiepe valleivorming in de bovenste zandlaag: de Vlaamse Vallei. Tijdens de laatste IJstijd daalde het niveau van het zeewater waardoor het hoogteverschil met de rivieren in de Vlaamse Vallei groter werd. Aldus ontstond een snellere stroming van het water naar de zee toe en bijgevolg een diepere insnijding in het landschap. Door de afhelling van het landschap (van zuid naar noord) vond deze insnijding voornamelijk plaats aan de noordzijde van de Vlaamse Vallei. Zodoende werd een scherp geprononceerd cuestafront van Waasmunster over Temse tot Rupelmonde gevormd. Ze wordt gekenmerkt door een zachte noordhelling tot Vrasene die bedekt is met een laag zand die tot 4 meter dik is. De maximale hoogte van de cuesta bedraagt ongeveer 30 meter boven de zeespiegel, met name te Waasmunster Thoen H. e.a., Temse en de Schelde: van ijstijd tot Romeinen, Brussel. 3

13 Figuur 5. Situering van het projectgebied ten opzichte van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II, digitaal terreinmodel, raster 1m. 4 Het reliëf van deze Wase cuesta wordt duidelijk zichtbaar in het hoogteprofiel, dat een verloop kent in zuidoostelijke richting. De zachte noordelijke helling van het cuestafront wordt weergegeven tussen 0 en 9 meter op de X-as van het profiel. Daar bereikt de geleidelijke helling een piek van 29,72 m TAW. Het bijhorende plateau bevindt zich rond 28 meter ten opzichte van de zeespiegel. Vanaf 11,4 meter op de X-as neemt de cuesta een steile duik naar beneden, in de richting van de Schelde die zich op 1,73 meter ten opzichte van de TAW bevindt

14 Figuur 6. Grafische weergave van het hoogteprofiel op regionaal vlak. Het projectgebied zelf bevindt zich binnen de laagvlakte van de Schelde die gekenmerkt wordt door meersen en overstromingsgebieden. De KMO-zone waarbinnen het projectgebied gelegen is (cf Algemene historische situering) bevindt zich iets hoger in het landschap. Het projectgebied zelf bevindt zich nog wat hoger in het landschap. 14

15 15 Figuur 7. Situering van het onderzoeksgebied ten opzichte van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II, digitaal terreinmodel, raster 1m. De grafische weergave van het hoogteprofiel toont duidelijk aan dat zich binnen het projectgebied een ophoging bevindt. De KMO-zone bevindt zich op een hoogte van 8 à 8,5 meter ten opzichte van de TAW. Het grootste gedeelte van het projectgebied bevindt zich echter op 12 meter ten opzichte van de TAW. Dit betekent dat er sprake is van een ophoging van 3,5 à 4 meter. De noordoostelijke

16 grens van het projectgebied wordt gekenmerkt door een scherpe daling naar de Schelde toe, die zich op 1,7 meter ten opzichte van de TAW bevindt. 16 Figuur 8. Grafische weergave van het hoogteprofiel van het onderzoeksgebied. Deze ophoging is eveneens goed zichtbaar op het dwarsprofiel van het projectgebied. De terreinen ten noorden van het projectgebied bevinden zich op 8 meter ten opzichte van de TAW (terwijl deze ten westen van het projectgebied op bijna 9 meter TAW gelegen zijn). De noordwestelijke grens van het projectgebied (gelegen op 40 meter op de X-as van het hoogteprofiel) wordt gekenmerkt door een vrij steile helling. Het projectgebied zelf ligt op 12 meter TAW. De zuidelijke helling van het projectgebied is minder steil. De afdaling wordt reeds ingezet binnen het projectgebied: het meest zuidelijke deel van het projectgebied bevindt zich op 6 meter ten opzichte van de TAW, waarna de daling verder loopt in de richting van de Schelde.

17 Hydrografische situering Door de ondoordringbaarheid van klei kent de Wase cuesta een hoge grondwaterstand. De afwatering van de cuesta geschiedt enkel door de Barbierbeek voor wat betreft het hoger gelegen gedeelte, en de Vrasenebeek voor de voet van de helling (ter hoogte van Beveren aan de noordzijde van de cuesta). 5 Het projectgebied bevindt zich op de linkeroever van de Schelde. Het projectgebied is gelegen binnen het Beneden-Scheldebekken, en meer bepaald in het deelbekken van de Barbierbeek. De Barbierbeek ontstaat in Sint-Niklaas en mondt uit in de Schelde nabij Kruibeke, via de Kruibeekse beek. De Barbierbeek loopt vanaf de bron min of meer parallel met de Wase cuesta. Ter hoogte van de oostelijke flank van de cuesta loopt zij echter in hoofdzaak dwars op de helling waardoor een diepe vallei werd uitgegraven. 17 Figuur 9. Situering van de Barbierbeek op de Vlaamse Hydrografische Atlas ten opzichte van het projectgebied en het DTM. Aangezien De Barbierbeek de enige beek is die de afwatering van het hogere deel van de cuesta verzorgt, is deze enorm overstromingsgevoelig, voornamelijk in de oostelijke vallei. Ook de Schelde, als getijdegevoelige rivier, is uiteraard enorm overstromingsgevoelig. 5

18 Figuur 10. Situering van de Barbierbeek op de VHA ten opzichte van het projectgebied en de kaart van van nature overstroombare gebieden. Het bedrijventerrein De Zaat, en voornamelijk het projectgebied zelf, zijn echter hoger gelegen (cf. Topografie), waardoor zij van overstroming gevrijwaard worden. Het Tielrode Broek, ten westen van het projectgebied, is echter wel nog een overstromingsgebied. Het wordt gekarakteriseerd door een groot aantal kleinere beekjes teneinde een goede afwatering van het landbouwgebied te creëren. 18 Aangezien het projectgebied zich op een artificiële verhevenheid bevindt in een gebied waar de mens de nodige ingrepen in de waterhuishouding heeft moeten aanbrengen, kan in een volgende stap onderzocht worden hoe de topografie en het waterbeheer het projectgebied (en de daaraan gekoppelde mogelijke archeologische relicten) middels erosie hebben beïnvloed Erosiegevoeligheid De Erosiegevoeligheidskaart voor de Vlaamse Gemeenten geeft voor elke gemeente in Vlaanderen de gemiddelde gevoeligheid voor bodemerosie weer (de dato 2006). De kaart geeft dus op niveau van Vlaanderen een eerste indicatie van de locatie van erosiegevoelige gebieden. De kaart is een afgeleide van de potentiële bodemerosiekaart per perceel (de dato 2006). Op de Erosiegevoeligheidskaart voor de Vlaamse Gemeenten staat het gebied ingekleurd als Weinig erosiegevoelig. Het onderzoeksgebied is niet fundamenteel veranderd sinds 2006, dus de kaart is nog steeds van toepassing.

19 Figuur 11. Situering van het projectgebied op de erosiegevoeligheidskaart. De kaart is een afgeleide van de potentiële bodemerosiekaart per perceel (de dato 2006). Echter, de potentiële bodemerosiekaart per perceel de dato 2017 geeft in theorie een meer gedetailleerd beeld. In de praktijk blijkt een groot aantal gebieden niet gekarteerd te zijn. Ook het hier besproken projectgebied staat niet gekarteerd. Een verklaring hiervoor kan mogelijk gezocht worden in het feit dat het een artificieel opgehoogd terrein betreft, waarbij de natuurlijke situatie en dus de oorspronkelijke bodemerosie niet meer achterhaald kunnen worden. Het overstromingsgebied De Esch, ten westen van het projectgebied, staat wel gekarteerd, met name als een terrein met een verwaarloosbare potentiële bodemerosie. Dit kan verklaard worden door de zeer lage ligging, met name aan de voet van de Wase cuesta en in het overstromingsgebied van de Schelde. Deze situatie kan vermoedelijk worden doorgetrokken naar de oorspronkelijke gesteldheid van het projectgebied, alvorens het terrein voor economische activiteiten werd aangepast (cf. Algemene historische situering). 19

20 Figuur 12. Situering van het projectgebied op de potentiële bodemerosiekaart. Deze kaarten sluiten echter wel aan bij het beeld dat wordt aangereikt door het DHMVII: het projectgebied bevindt zich aan de voet van de helling van de Wase Cuesta, ter hoogte van het overstromingsgebied van de Schelde. Een dergelijke landschappelijke situering geeft inderdaad geen aanleiding tot een sterke erosiegevoeligheid. De mate waarin een gebied erodeert kan gevolgen hebben voor de archeologische waarde van het gebied: wanneer een site zich in een sterk tot zeer sterk erosiegevoelig gebied bevindt, is algemeen gesteld de kans op bewaring kleiner, of is de kans op het beschadigen van dit archeologisch erfgoed groter. Anderzijds kunnen archeologische lagen door geërodeerde pakketten worden afgedekt, waarbij de kans op een goede bewaring over het algemeen verbetert (of beter wordt geacht). In het geval van het hier besproken onderzoeksgebied is de kans op erosie dus vrij klein. Het is dus onontbeerlijk om ook naar de aardkundige toestand van het onderzoeksgebied te kijken om de staat van de ondergrond te onderzoeken. Deze ondergrond heeft immers een enorme impact gehad op hoe de mens in het verleden de gronden heeft waargenomen en geïnterpreteerd. 20

21 3.1.2 Aardkundige situering Tertiair geologisch De tertiaire (het geologische tijdvak van 66,0 tot 2,58 miljoen jaar geleden) gelaagdheden in de ondergrond van het onderzoeksgebied bestaan uit bodems van de Formatie van Zelzate, ook wel het Zand van Zelzate genoemd. Deze formatie bestaat uit ondiep-mariene (waarschijnlijk kustnabije) zanden en kleien uit het Priabonien (Laat-Eoceen; 38 tot 33,9 miljoen jaar geleden) en het Rupelien (Vroeg-Oligoceen; 33,9 tot 28,1 miljoen jaar geleden). Het Zand van Zelzate kan tot 30 meter dik zijn en wordt onderverdeeld in drie leden, die samen de Tongeren Groep vormen. 21 Figuur 13. Situering van het projectgebied op de tertiair geologische kaart (1/50.000). De Tongeren Groep bestaat aan de basis uit groengrijze, glauconiet- en micahoudende zanden met kleilenzen (het Zand van Bassevelde); afgedekt door een pakket dikke klei (de Klei van Watervliet). De top wordt gevormd door het Lid van Ruisbroek waarbinnen het projectgebied zich bevindt. Dit bestaat uit licht grijsgroen zand dat rijk is aan fossielen. Er is sprake van veel bioturbaties, een groot percentage glauconiet en een hoog kleigehalte, waardoor zelfs kleirijke horizonten voorkomen. 6 6 Bogemans F., Toelichting bij de Quartairgeologische Kaart. Kaartblad 23 Mechelen, Brussel.

22 Voor het onderzoeksgebied zelf heeft de aanwezigheid van dit zand waarschijnlijk weinig invloed op de archeologische waarde. Bovenop de tertiaire afzettingen bevinden zich echter quartaire afzettingen, die van groter belang zijn voor de archeologische waarde en waardering Quartair geologisch Op de quartair geologische kaart (1: ) staan de bodemtypes weergegeven die afgezet zijn in het quartaire tijdvak (onderverdeeld in het Pleistoceen en het Holoceen, respectievelijk voor en na de laatste ijstijd), met name vanaf 2,58 miljoen jaar geleden tot op heden. Deze afzettingen zijn meestal vrij ondiep aan de oppervlakte aanwezig en zijn in grote mate bepalend voor menselijke activiteiten zoals landbouw, veeteelt, enzovoort. 22 Figuur 14. Situering van het projectgebied op de quartair geologische kaart (1: ). Het onderzoeksgebied staat ingekleurd als zijnde type 3a. Dit profieltype bestaat in theorie uit drie karteereenheden die boven elkaar zijn afgezet.

23 Figuur 15. Beschrijving van profieltype 3a. In de praktijk blijkt dat sommige karteereenheden mogelijk afwezig zijn. Bijgevolg dienen bijkomende bronnen geraadpleegd te worden teneinde de aan- of afwezigheid van deze karteereenheden binnen het projectgebied vast te stellen. De quartair geologische kaart beschikt over een verklarende tekst bij het kaartblad Antwerpen, waardoor de beschikbare quartaire gegevens op een grotere schaal (1/50.000) kunnen afgelezen worden. 7 Op basis hiervan kan vastgesteld worden dat ter hoogte van het projectgebied sprake is van slechts twee karteereenheden, met name de fluviatiele afzettingen. Er zijn immers geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van eolische pakketten of hellingsafzettingen. Het projectgebied wordt hierbij opgedeeld in twee delen, waarbij het oostelijke gedeelte slechts bestaat uit fluvioperiglaciale afzettingen uit het Weichseliaan (F); terwijl het westelijke gedeelte bestaat uit perimariene afzettingen uit het Holoceen op een, eveneens Holoceen, veenpakket bovenop fluvioperiglaciale afzettingen uit het Weichseliaan (p1vf) Haecon, in samenwerking met Prof. Dr. De Moor G., 2002, Toelichting bij de Quartairgeologische Kaart, kaartblad 15 Antwerpen, Vlaamse Overheid, dienst Natuurlijke Rijkdommen, Brussel.

24 Figuur 16. Situering van het projectgebied op de toelichting bij de quartair geologische kaart (1:50.000). In de Vlaamse Vallei ligt de huidige Schelde ingesneden tot een diepte van -7 tot - 6 meter ten opzichte van de TAW. Hoewel het exacte verloop van de talweg 8 uit het Weichseliaan niet gereconstrueerd kan worden, is wel gekend dat de basis hiervan is opgevuld met een grof, heterogeen zandig sediment dat rijk is aan grind. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als het valleibodemgrind uit het Weichseliaan (F) en vertoont hoofdzakelijk een zandig facies. De grove eenheid bevat talrijke grindelementen (silexen, kwartskorrels, zandsteenstukken), evenals kleikeien, leembrokstukken en venige houtstukken. Tevens worden schelpjes en schelpgruis aangetroffen. Het fluvioperiglaciaal Weichseliaan oppervlak ligt het laagste (op +0 m TAW) in het poldergebied ten noorden van de Schelde (waartoe ook de Eschpolder behoort). Het wordt bedekt door een venig pakket (v) dat verdikt naar de Schelde toe. Het betreft een donkerbruin tot zwart veen tot venige klei, en soms venig zand. Lokaal kunnen zandige of kleiige lenzen voorkomen. Het veen dat aangetroffen wordt onder de mariene kleien van de Scheldepolders kan geïnterpreteerd worden als veen dat gevormd werd bij een stijging van de grondwatertafel onder invloed van de Holocene zeespiegelrijzing. Het is in feite een bosveen dat bij het stijgen van de wateren onder sedimenten werd bedolven. In veel boringen van het BGD-archief wordt veen veelvuldig beschreven. Deze gegevens zijn echter vaak verouderd waardoor de kartering dus een vroeger 24 8 Een talweg is een lijn die de laagste punten in de vallei van een helling met elkaar verbindt. Een talweg geeft zo ook het natuurlijke profiel van een waterloop weer.

25 voorkomensgebied weergeeft. Het is echter niet uitgesloten dat het veen ondertussen verdwenen is door ontginning. Bovenop dit veen rust polderklei (p). Het betreft in hoofdzaak klei tot zware klei, hoewel soms ook een meer lemige variant voorkomt. Er is sprake van kleine plantenresten en fijn grind als insluitsels. Het hoogste punt van dit poldergebied bevindt zich op +3 m TAW, of 3 meter onder het vloedpeil van de Schelde. Door de aanwezigheid van dijken lopen deze polders echter niet meer onder water Bodemkaart van België Op de bodemkaart van België, die de bodems inventariseert naar -voornamelijkde bodemtextuur en de vochtigheid, met het oog op een duidelijk beeld van waar welke gewassen geteeld kunnen worden, staat het grootste deel van het projectgebied gekarteerd als type ON, wat neerkomt op opgehoogde terreinen. De omliggende percelen staan voornamelijk ingekleurd als OB, wat verwijst naar bebouwde zones. 25 Figuur 17. Situering van het projectgebied op de bodemkaart. Het bodemtype ON werd reeds vastgesteld op basis van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen waaruit duidelijk naar voor kwam dat het projectgebied 3,5 tot 4 meter opgehoogd was. Dit beeld wordt bijgevolg bevestigd door de bodemkaart. 9 Haecon, in samenwerking met Prof. Dr. De Moor G., 2002, Toelichting bij de Quartairgeologische Kaart, kaartblad 15 Antwerpen, Vlaamse Overheid, dienst Natuurlijke Rijkdommen, Brussel.

26 Bodemtype OB verwijst in hoofdzaak naar de bebouwde kern van Temse, alsook naar de loop van de Schelde. Hierbij werden niet alleen de rechtgetrokken armen van de Schelde als antropogene zone aangeduid, maar ook de oude rivierarmen en de dijken, die onder andere ter hoogte van het projectgebied zichtbaar zijn (cf. Relevante historische kaarten) worden als antropogeen weergegeven. Deze dijken en rivierarmen, inclusief de min of meer noord-zuid verlopende dijk aan de noordzijde van het projectgebied zijn goed herkenbaar op historisch kaartmateriaal. Het grootste gedeelte van het bedrijventerrein wordt ingekleurd als behorende tot bodemtype Ufp(o), wat neerkomt op natte zware klei. Het betreft zeer sterk gleyige gronden op zware klei, met een reductiehorizont, en zonder profielontwikkeling. Deze hydromorfe, alluviale grondwatergronden hebben een donkergrijze Ap-horizont die sterk roestig is met een dikte tussen 20 en 30 cm. In de winter staan deze bodems periodiek onder water, maar ook in de zomer zijn ze vaak te nat. Deze bodems worden dan ook als hooiweide gebruikt, maar leveren meestal een minderwaardig grasbestand. Op basis van boringen die in het verleden in de nabijheid gezet zijn, kan nagegaan worden of de hier vooropgestelde verwachting klopt, dan wel moet bijgesteld worden Gekende boringen 10 In de nabijheid van het onderzoeksgebied zijn reeds enkele boringen uitgevoerd, zij het niet met archeologische doeleinden in gedachten. Het zijn eerder sonderingen voor het bepalen van draagkracht of samendrukbaarheid. De meest nabij gelegen boringen worden hieronder besproken. Boring met code kb15d42w-b94 bevindt zich ten zuidwesten van het projectgebied. De boring werd uitgevoerd in 1894 door de Belgische Geologische Dienst (BGD) tot op een diepte van 3,5 meter onder het toenmalige maaiveld (3,00 m TAW). De bovenste laag (0 tot 0,70 m) werd omschreven als klei uit de polders ( argile des polders ). Tussen 0,70 en 1,90 m werd een alluviaal pakket aangesneden dat als modern gedateerd werd. Hieronder bevond zich, tot op een diepte van 3 m, een blauwachtige alluviale afzetting, dat als turfachtig omschreven wordt. Dit kan worden geïnterpreteerd als een gereduceerde afzetting met organische inclusies. Dit is niet hetzelfde als veen en heeft mogelijk ook een alluviale oorsprong. De onderste aangesneden laag bestond uit blauw kwartshoudend zand. Er kan geconcludeerd worden dat dit bodemprofiel een weerspiegeling vormt van de natuurlijke bodemopbouw zoals deze gevormd werd tijdens het Holoceen, voorafgaand aan antropogene ingrepen. Een belangrijke aanvulling op deze gegevens betreft het feit dat het maaiveld van waaruit de boring gezet werd, gelegen was op 3,00 m ten opzichte van de TAW. Wanneer deze hoogteligging vergeleken wordt met de data van het huidige DHMVII, is een verschil van bijna 4,

27 meter zichtbaar: het huidige maaiveld van deze boring bevindt zich immers op 7,46 m ten opzichte van de TAW. Dit betekent dat het terrein werd opgehoogd, waarvoor de verklaring vermoedelijk gezocht kan worden bij baggerwerkzaamheden in combinatie met het gebruik van deze terreinen als onderdeel van de oude Boelwerf, en het huidige industrieterrein De Zaat. Hierop wordt verder ingegaan in het hoofdstuk Historische beschrijving van het onderzoeksgebied. Een gelijkaardige bodemopbouw werd aangetroffen bij boring met code kb15d42e-b104, eveneens uit Hier is echter geen onderscheid gemaakt tussen de polderklei en een recent alluviaal pakket; er is slechts sprake van een pakket van 1,90 meter dikte van polderklei. Op dezelfde diepte als de hierboven beschreven boring bevindt zich een laag gereduceerde alluviale afzetting met organische inclusies. Vanaf 3,40 meter onder het toenmalige maaiveld werd hetzelfde blauwe kwartshoudend zand aangetroffen. Ook hier is sprake van een ophoging ná het uitvoeren van de boring. Deze lijkt echter minder groot aangezien de boring zich juist op de hoek van het droogdok en de Schelde bevindt. Het huidige maaiveld ligt er op 3,74 m TAW. 27 Figuur 18. Situering van DOV-boringen ten opzichte van het projectgebied. Boring met code kb15d42w-b315 bevindt zich ten noordoosten van het projectgebied en werd in 1973 uitgevoerd, eveneens door de BGD, tot op een diepte van 50 meter onder het toenmalige maaiveld. Het bovenste pakket (0 tot 12 m) bestond uit zeer fijn grijs, licht glimmer-, glauconiet- en kalkhoudend zand, waarbinnen, tussen 3 en 4 m diepte, een venig (vegetatieresten) pakket werd

28 aangetroffen. Onder dit zandige pakket bevonden zich verschillende sedimentatiepakketten, waarbij zandige lagen werden afgewisseld met meer kleihoudende of zelfs kleiige lagen. Ook hier kan melding gemaakt worden van een recente ophoging van het terrein. Het maaiveld bevond zich in 1973 op 2,00 meter TAW, terwijl het huidige maaiveld, op basis van het DHMVII, gelegen is op 7,96 m TAW. Dit betekent een ophoging van bijna 6 meter. Op basis van deze gegevens kan de tijdspanne waarin de ophoging heeft plaatsgevonden alvast vernauwd worden tot de periode tussen 1973 en het opstellen van het DHMVII (waarvan de opnames in 2016 werden afgerond). Boring met code kb15d42w-b314 bevindt zich eveneens ten noordoosten van het projectgebied en werd eveneens in 1973 uitgevoerd door de BGD. De boring werd gezet tot op een diepte van 14 meter onder het toenmalige maaiveld. Het bovenste pakket bestond uit grijs leem- en kalkhoudend fijn zand met bruingrijze leemlenzen. Op 3 meter onder het maaiveld werden vegetatieresten aangetroffen. Hieronder bevonden zich eveneens verschillende sedimentatiepakketten waarin zandige lagen werden afgewisseld met meer kleihoudende pakketten, of zandhoudende kleilagen. Ook deze boring bevindt zich ondertussen ter hoogte van een opgehoogd terrein: ten tijde van de boring bevond het maaiveld zich eveneens op 2,00 m TAW, terwijl het zich ondertussen op 8,18 m TAW bevindt, wat neerkomt op een ophoging van iets meer dan 6 meter. Boring met code kb15d42e-b313 en boring met code kb15d42e-b312 geven een ander beeld dan de hierboven beschreven boringen. Er is immers sprake van een pakket aangevuld (grijs) zand met een dikte van 5 meter. Hieronder bevindt zich een pakket grijsgroen fijn zand, en tussen 8 en 10 meter onder het toenmalige maaiveld werd een pakket kalkhoudend zand met vegetatieresten aangesneden. Hieronder bevinden zich de tertiaire lagen waarbij kleiige pakketten afgewisseld worden met meer zandige pakketten. Ook bij deze boringen is sprake van een recente ophoging: het maaiveld van beide boringen bevond zich in 1973 op een hoogte van 2 m TAW. Het huidige maaiveld werd vastgesteld op respectievelijk 8,53 m TAW en 6,98 m TAW. Dit komt dus neer op een ophoging van respectievelijk 6,53 meter en 4,78 meter, en dit bovenop de reeds vastgestelde ophoging in de bodemprofielen. Gelet op de historiek van het terrein waarop deze boringen zich bevinden (cf. Historische beschrijving van het onderzoeksgebied), kan men zich hier de vraag stellen of zich al dan niet een fout heeft voorgedaan bij het vaststellen van de TAW-waarde van het toenmalige maaiveld. Aangezien er in het bodemprofiel sprake is van ophogingspakketten (baggerspecie?) is het mogelijk dat deze delen van de Eschpolder reeds in 1973 waren opgehoogd naar aanleiding van baggerwerkzaamheden in 1959 en 1962 waarbij de bouwrijp werden gemaakt. 28 Samenvattend kan gesteld worden dat er in eerste instantie sprake is van een vrij recente ophoging van het terrein. Deze ophoging heeft een dikte van 5 à 6 meter.

29 Hieronder bevinden zich uitsluitend alluviale pakketten en op basis van de boringen uit het einde van de 19 e eeuw zijn er geen aanwijzingen dat er bewoonbare oeverzones of bewoonbare stroomruggen aanwezig waren Traditionele landschappenkaart De combinatie van de fysisch-geografische, aardkundige en hydrografische data plaatst Temse binnen een traditioneel landschap, dat door de Vlaamse overheid in een kaart is vervat. 29 Figuur 19. Situering van het projectgebied ten opzichte van de traditionele landschappenkaart. Het projectgebied bevindt zich binnen de Scheldevallei stroomafwaarts Gent (code ), dat deel uitmaakt van het traditionele landschap van de Scheldevallei met getijden. De vallei wordt gekenmerkt door bedijkte rivieren, afgesneden meanders met kronkelwaardafzettingen en rivierduinen in een vlak landschap. Het landgebruik en de eeuwenlange evolutie binnen het landschap worden in volgende hoofdstukken bondig en in functie tot het projectgebied beschreven. 11

30 3.1.3 Grondgebruik Bodemgebruiksbestand Welke bodemingrepen hebben binnen het onderzoeksgebied reeds plaatsgevonden? Het onderzoeken van het grondgebruik kan hierop een antwoord bieden. Het grootste gedeelte van het projectgebied staat gekarteerd als weideland; het meest oostelijk gelegen deel als loofbos. Het lager gelegen overstromingsgebied ten westen van het projectgebied staat ook als dusdanig ingekleurd, met name als alluviaal weiland. De Schelde en het droogdok worden gekarteerd als zones voor water, terwijl het grootste deel van het bedrijventerrein een functie heeft als haveninfrastructuur. 30 Figuur 20. Situering van het onderzoeksgebied ten opzichte van het bodemgebruik van de regio Bodembedekking Een vergelijkbaar, maar meer gedetailleerd beeld wordt aangeleverd door de bodembedekkingskaart. Hierop is de meest recente situatie grafisch weergegeven. Het grootste deel van het projectgebied staat gekarteerd als zones met gras en struiken. Een kleiner gedeelte aan de waterzijde, in het oosten van het projectgebied, staat ingekleurd als een zone met bomen.

31 Figuur 21. Situering van het projectgebied ten opzichte van het bodembedekkingsbestand. Hoewel deze kaart de huidige toestand van het terrein vrij nauwkeurig weergeeft, kunnen deze gegevens op basis van de fysisch-geografische en aardkundige situering reeds worden bijgesteld. Het projectgebied staat gekarteerd als grasland en als loofbos. Dit insinueert een zekere vorm van natuurlijke bodemgesteldheid. Echter hebben het Digitaal Hoogtemodel en enkele DOV-boringen aangetoond dat het terrein in een recent verleden werd opgehoogd. Het aanwezige gras en de bestaande bomen verwijzen hierbij eerder naar het feit dat het projectgebied zelf lange tijd als een braakliggend stuk grond in gebruik is geweest. Dit betekent dat het projectgebied ten dele gekenmerkt wordt door een economische geschiedenis die mogelijk een nefaste invloed heeft gehad op het bodemarchief. 31

32 3.2 Historische beschrijving van het onderzochte gebied en zijn omgeving Algemene historische situering van het plangebied De Wase bodem heeft tot nog toe een relatief beperkte hoeveelheid aan informatie met betrekking tot menselijke aanwezigheid tijdens de Steentijd prijsgegeven. De reden hiervoor kan onder andere gevonden worden in het feit dat bewoningssporen uit deze periode, die ongetwijfeld aanwezig zijn, afgedekt werden met allerhande afzettingen, zowel eolische (stuifzanden) als alluviale (overstromingssedimenten). De lager gelegen komgronden werd bedekt met veen en klei (cf. Aardkundige situering). Het begin van de veenvorming is te situeren omstreeks 5500 à 5000 jaar geleden waardoor alle sporen uit de Steentijd (tot en met het Vroeg-Neolithicum) in het gebied van de Wase Scheldepolders zijn toegedekt. Verder dient opgemerkt dat, ten gevolge van de erosieve werking van de Schelde op de oevers, een aantal nederzettingssporen uit de Steentijd zijn verdwenen. 12 In ieder geval kan gesteld worden dat op het grondgebied van Temse aanwijzingen zijn voor bewoning ten tijde van de vroegste geschiedenis van de mens. Vanaf de latere periodes zijn er meer sporen geattesteerd wat het eenvoudiger maakt om de verdere geschiedenis van de gemeente te reconstrueren. De aanwezigheid van twee en mogelijk zelfs drie grafvelden op het grondgebied van Temse wijst op een bloeiende bewoning tijdens de Late Bronstijd/Vroege IJzertijd. Hierbij moet de bedenking gemaakt worden dat deze zich in hoofdzaak situeerde op de hoger en dus droger gelegen delen van de Wase cuesta. Rond 750 voor onze jaartelling, misschien iets later, worden de begraafplaatsen, en vermoedelijk ook de nog niet geattesteerde nederzettingen, opgegeven. Daarna volgt een hiaat in de geschiedenis, of in de beschikbare documentatie. De eerstvolgende aanwijzingen voor menselijke bewoning dateren uit de periode vlak voor de komst van de Romeinen naar onze gewesten. Ook de naam van de gemeente, zou afgeleid zijn van een Gallo-Romeinse benaming, namelijk Tamisiacum of Tamasiacum. Plaatsnamen op -iacum zijn veelal afgeleid van Latijnse of inheemse persoonsnamen en ontstonden tussen de 1 e en de 4 e eeuw. In deze context zou de plek dus toebehoord hebben aan een zekere Tamisios. Echter, soms worden plaatsnamen op -iacum afgeleid van waterlopen waarbij het voorvoegsel tamzoveel betekent als donker. De naam wordt aldus verklaard als donkere waterloop 13 Er is nog een derde mogelijke verklaring voor de plaatsnaam, waarbij de wortel tam- vertaald wordt als uitstekend. De betekenis van de plaats wordt dan verklaard door de ligging ten overstaan van de Schelde en de Oude Schelde en zou vertaald kunnen worden als eiland tussen de rivierarmen, verwijzend naar een pre-germaanse waternaam die een plaats nabij een doorwaadbaar water aanduidt. 14 Etymologisch gezien gaat ook Waas terug op een Germaanse term: Thoen H. e.a., Temse en de Schelde: van ijstijd tot Romeinen, Brussel. 13 Ook de Engelse rivier de Thames gaat terug op hetzelfde etymon. 14

33 wasu betekent drassige grond. Een andere mogelijkheid is dat de naam terug gaat op het Middelnederlandse woord wastin(ne), dat woeste grond, woestenij betekent. 15 Een vaststaand gegeven is in ieder geval dat er op het grondgebied 7 nederzettingen uit de inheems-romeinse periode werden aangetroffen. Deze bevinden zich binnen het zandleemgebied op de zuidelijke helling van de Wase cuesta, waarbij ze duidelijk gericht zijn op de Schelde. De archeologische context wijst op handelsactiviteiten en artisanale bedrijvigheid, met onder andere siderurgie en potten- en pannenbakkerijen. Grondstoffen werden gehaald uit het lokale moeras- of weide-erts (limoniet) en de Boomse/Rupeliaanse klei die zich in de ondergrond bevindt. Aanwijzingen voor het ontginnen van de klei van het Waasland werden onder andere teruggevonden langsheen de Lage Heirweg, een oude verbindingsweg tussen Sombeke-Waasmunster en Rupelmonde. En ook nu nog zijn, onder andere in Tielrode, Steendorp en Kruibeke/Burcht, steenbakkerijen actief. De aanwezigheid van lokale grondstoffen zorgde, in combinatie met het uitgebreide wegen- en rivierennet, voor een bloeiende economische activiteit en aldus voor een Romeinse aanwezigheid die vrij continu verliep van 50 tot 410 na Christus. De Romeinse bewoning zal zeker niet ontsnapt zijn aan de raids van de Chauken in de jaren na Christus en zal ook te lijden hebben gehad onder de Germaanse invallen tijdens het derde kwart van de 3 e eeuw, maar de breuk tussen de Romeinse en de Germaanse leefwereld zal niet totaal geweest zijn. 16 De kerstening van de gemeente vond plaats voor 772. Uit deze periode stamt de legende van de Heilige Amelberga, patrones van Temse. Zij stamde uit het huis der Pippiniden en werd ten huwelijk gevraagd door Karel Martel. Amelberga van Temse weigerde en vluchtte volgens de legende weg op de rug van een steur. Op het grondgebied van Temse staan maar liefst 8 kapelletjes die aan haar werden opgedragen, en ook de Onze-Lieve-Vrouwekerk in het centrum wordt aan haar toegeschreven Thoen H. e.a., Temse en de Schelde: van ijstijd tot Romeinen, Brussel.

34 Figuur 22. De heilige Amelberga voor de kerk in Temse In 864 werd het dorp aan de Sint-Pietersabdij te Gent geschonken door de Graaf van Vlaanderen, die op haar beurt het beheer van het gebied in handen van riddervoogden gaf, en dit tot in Periodes van hoog- en laagconjunctuur volgden elkaar op. In 1264 werd een wekelijkse markt ingericht. In de 14 e eeuw was het een bloeiend centrum voor wevers en volders. De 15 e eeuw echter bracht oorlog en vernietiging met zich mee. In 1493 verkocht de Sint-Pietersabdij haar bezit, bestaande uit de burcht en de heerlijkheid van Temse, aan Roeland Lefèvre, de eerste wereldlijke heer van Temse. 17

35 Figuur 23. Temse vanop de Schelde, 1641 (Flandria Illustrata, A. Sanderus). 18 Hij werd den goeden heer genoemd, onder andere omdat hij, na de brand van de Onze Lieve Vrouwekerk in 1496, de toelating verkreeg van Filips de Schone om een deel van de belastingopbrengst te gebruiken voor herstellingswerken. In 1498 verkreeg hij de afschaffing van de watertol op de Schelde en in 1519 werd hem door Karel V de toelating verleend om de jaarmarkt te organiseren. De godsdienstoorlogen uit de tweede helft van de 16 e eeuw onderbraken deze gunstige evolutie. Pas rond 1640 keerde de rust weer, gekenmerkt door zowel een katholiek als een economisch reveil. Dit manifesteerde zich onder andere in de bouw van de benedenkerk en de oprichting van een Latijnse school. In 1658 werd de vlasmarkt ingesteld. Op het einde van de 17 e eeuw volgden echter opnieuw donkere tijden: in 1676 brak een pestepidemie uit en in 1684 woedde een hevige brand die een groot deel van het dorp in de as legde. In 1783 werd de burcht afgebroken en vervangen door een kasteel in classicistische stijl. 19 Tijdens de 19 e eeuw kwam het industriële Temse tot volle ontplooiing. De vestiging van textielbedrijven, de start van een scheepswerf, de bouw van de Scheldebrug in 1870 voor de aanleg van de spoorlijn Mechelen-Terneuzen en de oprichting van een vaartmaatschappij in 1857 waren de voornaamste groeifactoren. De Boelwerf Temse werd opgericht door Bernard Boel in Hij startte met een kleine scheepswerf aan de kil, een inham in de Schelde, net ten westen van het dorpscentrum, en vlakbij de textielfabriek Orlay, die startte als katoenspinnerij, maar later overschakelde op jutte en vlas. Nog later werd het aangekocht door Boelwerf

36 Figuur 24. Postkaart uit het einde van de 19 e eeuw met de scheepswerf aan de kil. Rechts is een stukje van het Orlay-gebouw zichtbaar. 20 Al snel steeg het ritme van de opleveringen en de tonnenmaat, alsook het aantal werknemers en de oppervlakte van de werf, waardoor uiteindelijk het grootste deel van de Eschpolder werd ingepalmd. Rond de eeuwwisseling was Temse het centrum van de jute- en zeildoekverwerkende nijverheid in België en in Europa. Ook het klompen- en vooral het mandenmaken kenden fraaie hoogtes, en dit tot Na 1945 ging de volle aandacht naar de wederopbouw. De jaren 50 waren dan ook de jaren van het herstel. De daaropvolgende jaren 60 betekende echter de terugval en zelfs de ineenstorting van de textielindustrie. Het kasteel van Temse werd gesloopt in De Boelwerf kon haar monopolie als grote werkverschaffer nog enige tijd handhaven. In 1973 volgde zelfs nog een grote uitbreiding met de aanleg van het droogdok. Echter, onder druk van de concurrentie uit onder andere Azië, stagneerde de groei. Uiteindelijk volgde in 1994 het faillissement van de Boelwerf. Tot 1996 werden de laatste schepen nog afgewerkt, maar daarna werden het materiaal en de gronden verkocht en kwam er een einde aan 165 jaar scheepsbouw in Temse. Nagenoeg alle gebouwen en installaties werden gesloopt in Zij hebben ondertussen plaats gemaakt voor een nieuwe woon- en KMO-zone, genaamd De Zaat, hierbij verwijzend naar het verleden van de site: zaat is immers Muësen L., s.d. De Zaat, nieuwe site doet Boelwerf vergeten!?

37 streektaal voor scheepswerf en betekent de afdruk die een schip achterlaat in het slib van de oever van een getijdenrivier Relevante historische kaarten en plannen Om de archeologische waarde van het onderzoeksgebied in te schatten wordt in onderstaand hoofdstuk historisch kaartenmateriaal onderzocht Figuratieve kaart van de Eschpolder langs de Schelde nabij Temse (1645) De volledige titel van deze 17 e -eeuwse kaart luidt: Caerte figuratief van de groote ende consistentie van den polder van den Esch, ghelegen binnen de prochie van Temse, heerlichede Van Cauwenborch mitsgaeders den oorspronc van de voornoemde heerlichede, haer extenderende binnen het tielzoode bronc, inde jaeren 1645 en werd opgemaakt door Jerenmyan Semeelen, gezworen landmeter in Brabant en Vlaanderen. 37 Figuur 25. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Caerte figuratief van den polder van de Esch. 22 Min of meer centraal op de kaart bevindt zich de huidige straat Esdreef. Het volledige gebied ten oosten van de Esdreef wordt aangeduid als Den polder van den Esch, terwijl Den Esch zelf zich ten westen van deze dreef bevindt. De Eschpolder wordt doorsneden door een straat die zich haaks op de Esdreef bevindt. Aan de oostzijde van de Esdreef bevindt zich het hof van Couwerborch dat volledig omgeven wordt door een gracht. Dit kasteel, met bijhorende hoeve, dateert waarschijnlijk uit de 16 e eeuw, maar de rechthoekige omwalling doet vermoeden 21 Dit is vermoedelijk een geromantiseerde versie van de auteur van het artikel. Zaat betekent immers zo veel als droogvallende zandplaten, waar vroeger schepen werden geteerd. 22

38 dat het hof teruggaat op een oudere Frankische (?) burcht. Het kasteel van de heerlijkheid Cauwerburg wordt pas in 1528 voor het eerst vermeld in de historische bronnen en gold als één van de meest machtige grafelijke lenen van het Waasland Figuur 26. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Caerte figuratief van den polder van de Esch. 24 Helemaal in het westen van de kaart wordt het Tielro Broeck weergegeven, dat gescheiden is van Den Esch door een dijk. Het projectgebied, weergegeven als een onontgonnen gebied, bevindt zich ongeveer op de plaats waar deze dijk uitmondt in een andere dijk die min of meer parallel met de Schelde werd aangelegd. Het projectgebied wordt als het ware geprangd tussen deze dijk en de Schelde. Ook binnen de Eschpolder zelf wordt een grote oude rivierarm weergegeven, die gekenmerkt wordt door verschillende kleinere aftakkingen en die tevens de gracht rondom het Hof van Cauwerburg van water voorzien. Ten noordoosten van het projectgebied wordt een vuurtoren afgebeeld. Helemaal in het oosten van de kaart wordt de dorpskern van Temse weergegeven die zich gevormd heeft rondom de Onze-Lieve-Vrouwekerk en het omliggende kerkhof

39 Figuratieve kaart van de heerlijkheid van Cauwerburgh (1750) Deze ingekleurde figuratieve kaart van de heerlijkheid van Cauwerburgh, gelegen op het grondgebied van Temse, werd ondertekend door landmeter Van Goethem. Blijkens het opschrift werd de kaart getekend op vraag van de burgemeester van Temse, op basis van een bestaande kaart van de heerlijkheid (mogelijk de hierboven beschreven kaart?, nvdr.). Een aanzienlijk deel van de kaart wordt ingenomen door de Polder van den Es. Ten westen bevindt zich de grens tussen Temse en Tielrode, wat duidelijk maakt dat de heerlijkheid Cauwerburg behoort aan de heerlijkheid van Temse. 39 Figuur 27. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Figuratieve kaart van de heerlijkheid van Cauwerburgh. 25 Het projectgebied wordt weergegeven als een soort woestenij, een moerassig gebied. De dijk die zich ten noorden van het projectgebied bevindt, wordt hier ook als dusdanig aangeduid, namelijk met de term Den Dijck. Het vormt de grens met het gebied ten westen hiervan, met name In Thielroode Broeck. Ten noordoosten van de Eschpolder wordt de Amelberga Put afgebeeld. Deze waterput was sinds de jaren 1300 algemeen bekend als een plaats van gebed, maar gaat vermoedelijk terug op een oudere cultusplaats op de plaats van een bron. Aanvankelijk stond hier een kruis geplant, dat aan het begin van de 17 e eeuw door een stenen kapel vervangen werd. 26 Tot op de dag van vandaag staat op deze locatie een Heilige Amelbergakapel, gelegen aan de Cauwerburg 8 te Temse

40 40 Figuur 28. Situering van het projectgebied (boven) en de Amelberga Put (onder) ten opzichte van de Figuratieve kaart van de heerlijkheid van Cauwerburgh Kaart van Villaret ( ) Op de kaart van Villaret wordt het projectgebied net niet afgebeeld: de Schelde werd als grens genomen voor de karteringsopdracht waarbij enkel de gebieden ten zuiden van de Schelde in kaart werden gebracht. Wel staat het dorp van Temse aangeduid, aan de hand van de locatie van de kerk, alsook de Amelbergakapel. 27

41 Deze kaart leert ons dus enkel dat het projectgebied gelegen is op de linkeroever van de Schelde. Figuur 29. Situering van het projectgebied ten opzichte van de kaart van Villaret Atlas van Ferraris (1777) De kaart van Ferraris geeft een vrij gelijkaardige situatie weer als op de hoger vermelde figuratieve kaarten van de Eschpolder. Uitzondering hierop is de oude rivierarm in het oostelijk deel van de Eschpolder die hier minder uitgesproken weergegeven wordt. Het oostelijke deel van deze arm is nog duidelijk zichtbaar als een vrij brede beek, en ook het noordelijke deel staat nog aangegeven, echter slechts als een klein stroompje. Het westelijke deel van deze rivierarm lijkt verdwenen te zijn. Lijkt, aangezien deze oude rivierarm wel nog wordt weergegeven op jonger kaartmateriaal. De kaart van Ferraris laat toe om uitspraken te doen over het landgebruik van de regio rondom het projectgebied. Het grootste deel van de Eschpolder is in gebruik genomen als cultuurland. Er is sprake van landbouwgronden die van elkaar gescheiden worden door hagen. Een kleiner aantal percelen kent een gebruik als weideland of als bosgrond. De route die op de figuratieve kaart uit 1750 werd aangeduid als dijk vormt de grens met het Tielrode Broek, dat hier gekarteerd staat als weideland. Het projectgebied, dat nog steeds geprangd zit tussen de Schelde in het zuiden en een dijk langsheen de andere zijden, staat aangeduid als een ondoordringbaar moeras. Het Chateau Cauwerberg is nog steeds aanwezig en wordt afgebeeld als een omwald kasteel. Langsheen de straat Cauwerburg en

42 de dwarsstraat hierop (de huidige Smesstraat) wordt verspreide bebouwing weergegeven. De gebouwen worden vergezeld van het nummer 31, dat overeenkomt met de nummering die aan de huizen in de dorpskern van Temse wordt gegeven; een aanduiding dat dit gehucht deel uitmaakt van dezelfde parochie waartoe ook de dorpskern van Temse behoort. Wanneer de Cauwerburg gevolg wordt naar het centrum van Temse, wordt de Amelbergakapel zichtbaar aan de linkerzijde van de straat. 42 Figuur 30. Situering van het projectgebied ten opzichte van de kaart van Ferraris Atlas der Buurtwegen (1841) Op de Atlas der Buurtwegen wordt de oude Scheldearm in het oosten van de Eschpolder opnieuw duidelijk weergegeven. Deze krijgt de naam De Creke. De dijk die op de linkeroever van de Schelde kronkelt, wordt aangeduid met de benaming Dijksloot, wat mogelijk wijst dat rond deze dijk een greppel aanwezig was die de afwatering van de Eschpolder verzorgde om aldus gewassen te kunnen verbouwen. Vanaf deze dijk vertrekt een paadje dwars door het projectgebied, van noord naar zuid. Het Hof ter Cauwerburg is verdwenen, en dit komt ook overeen met de historische gegevens waaruit blijkt dat het kasteel gesloopt werd in Langsheen de Cauwerburg, de weg naar Tielrode en hier al Chemin n 2 genoemd, wordt schaarse bebouwing weergegeven, gelegen net ten noorden van het broek langs de Schelde. Deze wordt aangeduid als Hameau Oevers.

43 Figuur 31. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Atlas der Buurtwegen Kaart van Vandermaelen ( ) 43 De nabije omgeving van het projectgebied is nauwelijks gewijzigd ten opzichte van de Atlas der Buurtwegen. Het projectgebied kent geen veranderingen. Wel wordt het paadje, dat het projectgebied dwarst, duidelijker weergegeven. Ten westen wordt het Thielrode Broeck weergegeven; ten oosten de Creke. Het gebied ten oosten van de dijk wordt hier opnieuw vermeld als Grooten Esch. Beide gebieden worden afgebeeld als natte, laaggelegen zones. Het gehucht Oevers bevindt zich op de rand van het moerasgebied, waar een helling wordt weergegeven. Op de hoek van de Cauwerburg en de Smesstraat wordt het Schalien Huys (Cab.) weergegeven. Dit 17 e -eeuws Schaliënhuis was het wethuis van de heerlijkheid Cauwerburg.

44 Figuur 32. Situering van het projectgebied ten opzichte van de kaart van Vandermaelen Popp-kaarten ( ) 44 De Popp-kaarten geven een nagenoeg identiek beeld als de kaart van Vandermaelen. Een kleine wijziging betreft het feit dat het Tielrode Broek op de kaart van Popp wordt doorgetrokken tot een stukje ten oosten van de dijk. Mogelijk vormde de Esdreef de grens tussen het Tielrode Broek enerzijds en de Grooten Esch anderzijds. De straat Cauwerburg wordt hier aangeduid als Leeg Heir Weg.

45 Figuur 33. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Popp-kaarten Topografische kaart van België (1873) 45 De topografische kaart van België uit 1873 geeft ongeveer dezelfde situatie weer. Het paadje dat door het projectgebied liep, is wel verdwenen. Deze kaart wordt hier toegevoegd aangezien ze een duidelijk beeld geeft van de hoogteligging van het toenmalige landschap. De zones net langs de Schelde liggen het laagst, met een hoogte van ongeveer 1 meter ten opzichte van de TAW. Verder weg van de Schelde stijgt dit langzaam, met een gemiddelde hoogte van 1,5 m TAW. De kaart geeft dus de hoogteligging van het landschap weer ten tijde van de DOV-boringen.

46 Figuur 34. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Popp-kaarten Relevante luchtfoto s 46 Na het onderzoek van het kaartenmateriaal, dat steeds met een zweem van artistieke vrijheid en de harde realiteit van verschuivingen in het georefereren beladen is, kunnen ook enkele luchtfoto s onderzocht worden. De publiek beschikbare foto s kunnen immers aangewend worden om de meer recente aanpassingen in het onderzoeksgebied te bekijken Luchtfoto uit 1952 Het landschap op de linkeroever van de Schelde ter hoogte van Temse blijft lange tijd ongewijzigd. Hierin komt verandering in de jaren 40 van de 20 e eeuw wanneer een eerste grote uitbreiding van de Boelwerf in gang gezet wordt. Het oostelijke deel van de Esch, vlakbij het dorpscentrum van Temse, wordt vanaf dan ingepalmd door de scheepswerf. Zo wordt een administratief centrum ( den banaan in de volksmond, verwijzend naar de vorm van het gebouw) gebouwd en onderhouds- en werkhuizen. Deze uitbreiding wordt duidelijk weergegeven op de luchtfoto van het gebied uit Het uitzicht van het projectgebied zelf is nog steeds onveranderd.

47 Figuur 35. Situering van het projectgebied ten opzichte van de orthofoto uit Orthofoto uit Enkele jaren later volgt opnieuw een aantal uitbreidingen. In de jaren 60 wordt in de noordoostelijke hoek van de Esch een aantal vijvers aangelegd. Zij dienden in de eerste plaats voor de aanlevering van zuiver water voor het testen van scheepstanks; anderzijds voorzagen zij de brandweer van de Boelwerf van het nodige bluswater. Door de bouw van steeds grotere schepen was tevens nood aan een nieuwe dwarshelling voor tewaterlatingen, zodat de schepen die in de langsrichting te water gelaten werden niet dreigden te stranden op de zandplaat in de bocht van de Schelde. Deze nieuwe dwarshelling werd ontworpen door ingenieur Frank Van Dycke, naar wie de huidige straatnaam op de KMO-zone genoemd is. De dwarshelling werd voor het eerst in gebruik genomen in 1958, en de bouw ervan zorgde ervoor dat de totale oppervlakte van de Boelwerf werd verdubbeld tot 40 hectare. Hiervoor werd maar liefst 1 miljoen kubieke meter zand opgespoten. 28 Hiervoor werd baggerspecie gebruikt, afkomstig van baggerwerken die werden uitgevoerd in 1959 en De baggerspecie werd in het meersbroek de Esch opgespoten. 29 Vermoedelijk werd de ophoging van de Esch beperkt tot die zones die men wilde bebouwen. Immers, op de luchtfoto is geen wijziging zichtbaar in de 28 Muësen L., s.d. De Zaat, nieuwe site doet Boelwerf vergeten!? 29 Thoen H. e.a., Temse en de Schelde: van ijstijd tot Romeinen, Brussel.

48 meest westelijke delen van de Eschpolder, en dus ook niet binnen het projectgebied. Bovendien getuigen de hoger besproken DOV-boringen uit 1973 dat de bodemopbouw binnen de meer oostelijke gelegen gebieden gekenmerkt worden door een pakket aangevuld zand van 5 meter, terwijl dit pakket niet werd vastgesteld in de boringen uit 1973 die iets meer naar het westen gelegen zijn. 48 Figuur 36. Situering van het projectgebied op de luchtfoto uit Orthofoto uit De laatste grote uitbreiding van de werf vond plaats in 1973 door de bouw van het langste droogdok ter wereld. Hiervoor moest het terrein nogmaals verdubbeld worden, van 40 hectare tot het huidige 85 hectare. Aanleiding hiervoor was de order voor de bouw van de grootste methaantanker ter wereld, de Methania. Ook het projectgebied wordt hierdoor aan veranderingen onderhevig waarbij onder meer de oude dijk volledig wordt weggegraven (of verdwijnt onder de ophoging). Vermoedelijk dateert de ophoging van de meest zuidwestelijke delen van de Eschpolder uit deze periode waarbij de grond die werd uitgegraven ter hoogte van het droogdok werd uitgespreid over de omliggende percelen. Het terrein zelf wordt niet in gebruik genomen voor de Boelwerf en zal lange tijd een functie als braakliggend terrein kennen.

49 Figuur 37. Situering van het projectgebied op de luchtfoto uit Orthofoto uit Na het faillissement van de Boelwerf in 1992 blijft de site er verlaten en ongewijzigd bij liggen. Eind 2000 wordt het terrein verkocht en, na een gewestplanwijziging, wordt gestart met de verkaveling van de voormalige scheepswerf. Het oostelijke gedeelte van de Esch wordt woongebied, met onder andere appartementen langs de Schelde. Het westelijke deel wordt KMO-zone. Aan de zuidzijde van het droogdok start bouwbedrijf Cordeel in 2008 met de bouw van een nieuwe werkplaats met bijhorende kantoren en sociale lokalen. In 2014 volgt de bouw van een prefabafdeling. In dezelfde periode is een ophoging zichtbaar binnen het projectgebied, die mogelijks verklaard kan worden door het gebruik van het projectgebied als grondopslagplaats. Dit is tevens de situatie zoals deze vandaag aanwezig is.

50 Figuur 38. Situering van het projectgebied op de luchtfoto uit

51 3.3 Archeologische situering van het onderzochte gebied CAI en belendende elementen met erfgoedwaarde 30 Binnen of belendend aan het onderzoeksgebied zijn geen archeologische sites gekend. 51 Figuur 39. Situering van de voor het onderzoeksgebied relevante CAI-meldingen ten opzichte van de GRB-kaart. Ten noorden van het projectgebied bevinden zich drie CAI Locaties (CAI 39542; CAI & CAI 39468). Het betreft in totaal 11 losse vondsten die gedateerd werden in de Steentijd en verder niet nader omschreven worden. Ten noordwesten van het projectgebied bevinden zich twee grotere CAI Locaties, die iets meer informatie opleveren. Het betreft CAI Locatie waar 57 losse vondsten uit lithisch materiaal werden aangetroffen. De vondstenconcentratie bevat een hoefschrabber, enkele (micro)klingen en een grote hoeveelheid afslagen. Ter hoogte van CAI Locatie werden 47 losse vondsten lithisch materiaal aangetroffen, met onder andere een afslagschrabber, enkele klingen en eveneens een grote hoeveelheid afslagen. Hoger op de helling bevindt zich her en der een groot aantal CAI Locaties, die stuk voor stuk getuigen van menselijke activiteiten tijdens de Steentijd, maar waarnaar tot nu toe nog geen verder onderzoek werd gedaan. Dit werd wel uitgevoerd ter hoogte van het Groot Broek en het Klein Broek nabij de Durme te Elversele. Deze locaties bevinden zich op een relatief grote afstand van het 30

52 projectgebied, maar vertonen, wat de lager gelegen zones betreft, een zelfde bodemgesteldheid als de hier besproken Eschpolder. CAI Locatie verwijst naar het gebied Klein Broek te Elversele, ten zuiden van de Legen Heirweg. De boorcampagne ter hoogte van het Groot Broek is niet opgenomen in de CAIdatabank. Binnen deze zones werd in 2008 en 2009 een paleolandschappelijk, archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd in het kader van het Sigmaplan, door het toenmalige VIOE. 31 Er werden verschillende concentraties vuursteenvondsten aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid van nederzettingen. Momenteel zijn de vondsten nog ongedateerd, maar er is mogelijk sprake van verschillende periodes. De spreiding van de vuursteenvondsten lijkt een voorkeur te vertonen voor de hoger gelegen delen van het landschap. Tevens lijkt een associatie te bestaan met de bewaring van podzolbodems. Op de plaatsen waar de podzolbodems beter bewaard zijn gebleven, wordt niet alleen vaker maar ook in grotere aantallen vuursteen aangetroffen. Deze waarnemingen lijken erop te wijzen dat de oorspronkelijke reliëfverschillen in het landschap groter zijn geweest en vermoedelijk door zowel erosie als menselijke ingrepen zijn afgezwakt. Bijgevolg kan geconcludeerd worden dat een deel van de prehistorische vondsten op de hoger gelegen delen van de cuesta verloren is gegaan. Tevens werden fragmenten handgevormd aardewerk en verbrand botmateriaal aangetroffen in de boorstalen. Een datering van het aardewerk is voorlopig niet mogelijk. Opvallend is wel dat de vondsten zich in de lager gelegen zones bevinden en geen ruimtelijke associatie vertonen met de aangetroffen vuursteenartefacten of het verbrand botmateriaal Op de hoger gelegen zandleemgronden, op de zuidelijke helling van de Wase cuesta, werden tevens archeologische sporen uit de Late Bronstijd/Vroege Ijzertijd en uit de Romeinse periode aangetroffen. Het betreft onder andere CAI Locatie , ten noorden van het centrum van Temse, waar verschillende sporen werden aangetroffen die mogelijk geïnterpreteerd kunnen worden als gebouwplattegronden van gebouwen uit de IJzertijd. Tevens werden hier enkele Romeinse brandrestengraven geattesteerd. Ter hoogte van CAI Locatie 32722, ten noorden van Tielrode Broek, werden overblijfselen van veldovens, aslagen en haardplekken in combinatie met een grote hoeveelheid aan fragmenten van tegulae en imbrices aangetroffen. Deze wijzen mogelijk op een nederzetting van steenbakkers. Samenhangend met deze nederzetting werd ook een waterput aangetroffen. Binnen deze zone werden ook de overblijfselen van een Gallo- Romeinse woning met hypocaustum en enkele sigillatascherven aangetroffen (CAI Locatie 32724). Meer naar het gehucht Tielrode op, ten westen van het projectgebied, wijzen een aantal versierde terra sigillatascherven en enkele kraaltjes op de aanwezigheid van een Gallo-Romeinse begraafplaats die 31 Bogemans F. e.a., Paleolandschappelijk, archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek in het kader van het geactualiseerde Sigmaplan. Sigma-Durmecluster, zone Groot en Klein Broek, VIOE, Brussel. 32 Perdaen Y. e.a., Prospectie- en evaluatieonderzoek in het kader van het Sigmaplan, deel 2, Notae Praehistoricae 29, p

53 vermoedelijk gesitueerd is op het nabijgelegen topje van de cuestahelling. Op deze locatie (CAI 32730) werden tevens 27 lithische artefacten aangetroffen die in de Steentijd gedateerd werden. Tot slot kan nog melding gemaakt worden van CAI Locatie 32723, die betrekking heeft op een site met walgracht, met name Hoeve het Walleken. Deze middeleeuwse hoeve is reeds zichtbaar op de kaart van Ferraris, maar wordt pas op de Atlas der Buurtwegen als Walleken aangeduid. Het is één van de weinige attestaties van menselijke aanwezigheid uit deze periode in de nabijheid van het projectgebied. Er kan worden besloten dat de reeds gekende archeologische data voor het onderzoeksgebied geen uitsluitsel kunnen bieden over de aan- of afwezigheid van archeologisch erfgoed. Op basis van de bestaande indicatoren kan wel gesteld worden dat een lage archeologische verwachting vooropgesteld kan worden met betrekking tot het projectgebied. 53

54 3.4 Datering en interpretatie van het onderzochte gebied Het projectgebied is gelegen in de alluviale vlakte van de Schelde. Het betreft bijgevolg een zeer laag gelegen en drassig gebied dat voortdurend onderhevig was aan overstromingen. Op basis van de onderzochte historische data, de historische kaarten, de luchtfoto s en de gekende archeologische gegevens kan gesteld worden dat het projectgebied in mindere mate geschikt was voor menselijke bewoning. Het merendeel van de aangetroffen archeologische vondsten bevindt zich immers op de hoger gelegen delen van de cuesta. Dit sluit echter niet uit dat de mens, aangetrokken door de Schelde, afzakte naar de lager gelegen rivieroevers. Steentijdvondsten ter hoogte van het Groot Broek en het Klein Broek aan de Durme getuigen immers van menselijke (al dan niet kortstondige) aanwezigheid binnen deze lager gelegen alluviale gebieden. Een belangrijke opmerking die hierbij gemaakt moet worden is dat de Durme geen getijderivier was (dit gebeurde pas in de 13 e eeuw) 33 en de Schelde wel, waardoor zo dicht bij de oever enkel lokale stroomruggen geschikt waren voor menselijke activiteiten. Op basis van het beschikbare kaartmateriaal (vanaf de 17 e eeuw) kan gesteld worden dat het projectgebied lange tijd deel uitmaakte van de Eschpolder, gekenmerkt door landbouwgronden die elk jaar een paar keer onder water werden gezet om de vruchtbaarheid te vergroten. Het projectgebied zelf lijkt echter niet als dusdanig in gebruik genomen te zijn. Het kent eerder een functie als overstromingsgebied. Dit kan verklaard worden doordat het grootste gedeelte van de Eschpolder werd afgesloten van de Schelde door een dijk, terwijl het projectgebied zich tussen deze dijk en de Schelde bevond en dus onderhevig bleef aan de wisselwerking van het water. De Eschpolder werd in de tweede helft van de 20 e eeuw opgehoogd met baggerspecie teneinde deze gronden geschikt te maken voor economische activiteiten. De gronden binnen het projectgebied bleven echter braak liggen, totdat ze in 2014 nogmaals werden opgehoogd naar aanleiding van werkzaamheden op de omliggende percelen in het kader van de inrichting van de nieuwe KMO-zone

55 3.5 Verwachting ten aanzien van archeologisch erfgoed Zowel de nabije omgeving van het projectgebied als de ruimere omgeving van de Schelde- en de Durmevallei getuigen van een intensieve menselijke aanwezigheid. Er kan dus een hoge archeologische verwachting vooropgesteld worden. Deze bureaustudie laat echter toe om een aantal parameters naar voren te schuiven op basis van dewelke deze verwachting kan bijgeschaafd worden. 1. Het reeds uitgevoerde archeologisch onderzoek in de omgeving van het projectgebied heeft aangetoond dat er sprake is van menselijke bewoning ten tijde van de Steentijd, de Late Bronstijd/Vroege IJzertijd en de Romeinse periode. Archeologische vondsten uit jongere periodes werd tot op heden nog niet aangetroffen. Bijgevolg wordt een lage verwachting voor deze jongere sporen vooropgesteld. 2. De aangetroffen nederzettingssporen uit de Late Bronstijd/Vroege IJzertijd en de Romeinse periode werden aangetroffen op de hoger, en dus droger, gelegen delen van de Wase cuesta, en meer bepaald binnen het zandleemgebied op de zuidelijke helling. Bijgevolg kan ook de verwachting voor deze periodes naar beneden worden getrokken. 3. Wel zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van steentijdartefactsites op lager gelegen gebieden. Boorcampagnes binnen de meersen op de linkeroever van de Durme hebben immers vondstenconcentraties van vuursteen aan het licht gebracht. Hoewel de aangetroffen concentraties aantonen dat de nederzettingen uit de Steentijd zich eveneens hoger op de helling bevonden moeten hebben, valt niet uit te sluiten dat archeologische sporen uit de Steentijd worden aangetroffen binnen lager gelegen gebieden. Echter hebben de DOV-boringen uit het einde van de 19 e eeuw aangetoond dat er op de oevers van de getijdegevoelige Schelde geen aanwijzingen zijn voor bewoonbare oeverzones, waardoor de verwachting naar bewaarde archeologische steentijdartefactsites binnen het projectgebied zeer laag is Het projectgebied wordt gekenmerkt door -voor zover gekend uit historisch kaartmateriaal- een gebruik als moeras dat voortdurend onderhevig was aan overstromingen aangezien het geprangd zat tussen de Schelde en een dijk. Dit duidt er op dat het gebied tot op het einde van de 20 e eeuw onbewoonbaar en onbewerkbaar was en dat ook uit jongere periodes geen archeologische sporen verwacht worden. 5. In de tweede helft van de 20 e eeuw werden baggerwerken uitgevoerd op de Schelde, waarbij de baggerspecie gebruikt werd om deze laaggelegen gebieden van de Eschpolder op te spuiten. Een vergelijking van

56 topografische kaarten uit het einde van de 19 e eeuw en DOV-boringen uit het einde van de 20 e eeuw enerzijds, en het vrij recent opgestelde Digitaal Hoogtemodel anderzijds, toont aan dat er sprake is van een ophoging van maar liefst 4,5 tot 6 meter. 6. In 2014 wordt het projectgebied opnieuw opgehoogd, naar aanleiding van werkzaamheden op de omliggende percelen. Zo goed als het volledige projectgebied wordt zodoende opgehoogd met 3,5 tot 4 meter grond. Er is dus sprake van een totale ophoging van minimum 8 meter ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld. 7. De geplande werkzaamheden behelzen een bodemingreep van maximaal 1,10 meter onder het maaiveld van het industrieterrein, met andere woorden de ophoging uit 2014 wordt te niet gedaan zodat het terrein gelijk komt te liggen met de overige percelen binnen de KMO-zone, en dus op ongeveer 8 m ten opzichte van de TAW. Vervolgens reikt de geplande bodemingreep van1,10 meter niet dieper dan 6,9 meter TAW. Dit betekent dat de geplande werkzaamheden niet dieper reiken dan de ophoging uit de tweede helft van de 20 e eeuw en dus geen nefaste invloed hebben op het eventueel aanwezige bodemarchief. 56

57 4 BESLUIT 4.1 Antwoord op de onderzoeksvragen Aan het begin van deze bureaustudie (zie Onderzoeksopdracht) werden enkele elementaire onderzoeksvragen gesteld, die in de loop van de tekst gaandeweg beantwoord zijn. Hier worden deze bij wijze van besluit hernomen en beantwoord. - Welke aanwijzingen bieden de bestaande landschappelijke en geologische bronnen aangaande de bewaringstoestand van eventueel aanwezig archeologisch erfgoed? De landschappelijke en geologische data geven aan dat het projectgebied gelegen is binnen een alluviale oeverzone op de linkeroever van de Schelde. Deze zone wordt gekenmerkt door polderklei. De polders werden pas vanaf de 17 e eeuw in gebruik genomen als landbouwgrond die enkele keren per jaar onder water werd gezet teneinde de vruchtbaarheid te vergroten. Het projectgebied zelf bevond zich echter aan de buitenkant van de dijk en bleef dus deel uitmaken van het overstromingsgebied van de Schelde. In de tweede helft van de 20 e eeuw werd de volledige Eschpolder opgespoten met baggerspecie uit de Schelde. Het betreft een ophoging van ongeveer 6 meter. Binnen het projectgebied zelf is een tweede ophoging aanwezig, die dateert uit 2014 en 4,5 meter bedraagt. Samen bedraagt de ophoging op het onderzoeksgebied dus meer dan 10 meter! - Welke aanwijzingen bieden de bestaande historische en archeologische bronnen over het aanwezige archeologisch erfgoed? De archeologische bronnen geven aan dat het gebied een zeer lage verwachting naar archeologische sporen uit alle periodes van de menselijke geschiedenis heeft. De aangetroffen nederzettingen, uit verschillende archeologische periodes, bevinden zich immers allemaal op hoger gelegen delen van de helling. En ook aanwijzingen voor artisanale activiteiten bevinden zich hoger op de helling, in gebieden die niet voortdurend onder water dreigden te komen. - Wat is de impact van de geplande werken op het eventueel aanwezige archeologisch erfgoed? De geplande werken behelzen een bodemingreep die niet dieper reikt dan de ophoging uit de tweede helft van de 20 e eeuw. De bodemingreep reikt immers tot ongeveer 6,9 meter ten opzichte van de TAW, wat 4,9 meter hoger ligt dan het 19 e -eeuwse maaiveld (zoals vastgesteld op basis van boringen in de DOV en contemporaine topografische kaarten). - Is vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke is de te volgen strategie? Op basis van de geraadpleegde data kan geconcludeerd worden dat verder onderzoek niet noodzakelijk en logistiek niet mogelijk is. 57

58 4.2 Besluit voor een algemeen publiek De bureaustudie heeft aangetoond dat het projectgebied gelegen is in een laaggelegen drassig gebied op de oever van de Schelde, dat bovendien voortdurend onderhevig was aan de werking van de Schelde (overstroming en erosie). Dergelijke gebieden leenden zich bijgevolg niet voor menselijke bewoning, noch voor enige andere tastbare vorm van activiteiten (bijvoorbeeld bleekweide, vlasroten, ). Het projectgebied is ten minste sinds de 17 e eeuw niet in gebruik door de mens: het gebied wordt gekarteerd als een ondoordringbaar moeras. De oorzaak hiervan is de inwerking van de Schelde. Deze situatie bleef ongewijzigd tot in de 20 e eeuw. Zelfs na ophoging van het terrein met baggerspecie, noodzakelijk om de omliggende percelen bouwrijp te maken, bleef het terrein braak liggen. Aangezien de geplande werkzaamheden niet dieper reiken dan dit ophogingspakket baggerspecie, wordt het archeologisch bodemarchief niet bedreigd en wordt geen verder onderzoek geadviseerd. 58

59 5 BIBLIOGRAFIE Naslagwerken Bogemans F. e.a., Paleolandschappelijk, archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek in het kader van het geactualiseerde Sigmaplan. Sigma-Durmecluster, zone Groot en Klein Broek, VIOE, Brussel. Bogemans F., Toelichting bij de Quartairgeologische Kaart. Kaartblad 23 Mechelen, Brussel. Haecon, in samenwerking met Prof. Dr. De Moor G., 2002, Toelichting bij de Quartairgeologische Kaart, kaartblad 15 Antwerpen, Vlaamse Overheid, dienst Natuurlijke Rijkdommen, Brussel. Muësen L., s.d. De Zaat, nieuwe site doet Boelwerf vergeten!? Perdaen Y. e.a., Prospectie- en evaluatieonderzoek in het kader van het Sigmaplan, deel 2, Notae Praehistoricae 29, p Thoen H. e.a., Temse en de Schelde: van ijstijd tot Romeinen, Brussel. Vandeputte O., 1995, Gids voor Vlaanderen. Toeristische en culturele gids van de Vlaamse gemeenten, Uitgeverij Lannoo, Tielt. 59 Van Ranst E. & Sys C., 2000, Eenduidige legende voor de digitale bodemkaart van Vlaanderen (Schaal 1:20 000), Universiteit Gent, Gent. Van Zijverden W. & De Moor J., Het groot profielenboek; Fysische geografie voor archeologen, Leiden.

60 Online bronnen:

61 6 LIJST VAN FIGUREN Figuur 1. Situering van het projectgebied ten opzichte van het gewestplan Figuur 2. Overzicht van de geplande toestand ( opdrachtgever) Figuur 3. Grondplan van de schrijnwerkerij ( opdrachtgever) Figuur 4. Situering van het projectgebied op een toeristische kaart van het Waasland Figuur 5. Situering van het projectgebied ten opzichte van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II, digitaal terreinmodel, raster 1m Figuur 6. Grafische weergave van het hoogteprofiel op regionaal vlak Figuur 7. Situering van het onderzoeksgebied ten opzichte van het Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II, digitaal terreinmodel, raster 1m Figuur 8. Grafische weergave van het hoogteprofiel van het onderzoeksgebied.. 16 Figuur 9. Situering van de Barbierbeek op de Vlaamse Hydrografische Atlas ten opzichte van het projectgebied en het DTM Figuur 10. Situering van de Barbierbeek op de VHA ten opzichte van het projectgebied en de kaart van van nature overstroombare gebieden Figuur 11. Situering van het projectgebied op de erosiegevoeligheidskaart Figuur 12. Situering van het projectgebied op de potentiële bodemerosiekaart Figuur 13. Situering van het projectgebied op de tertiair geologische kaart (1/50.000) Figuur 14. Situering van het projectgebied op de quartair geologische kaart (1: ) Figuur 15. Beschrijving van profieltype 3a Figuur 16. Situering van het projectgebied op de toelichting bij de quartair geologische kaart (1:50.000) Figuur 17. Situering van het projectgebied op de bodemkaart Figuur 18. Situering van DOV-boringen ten opzichte van het projectgebied Figuur 19. Situering van het projectgebied ten opzichte van de traditionele landschappenkaart Figuur 20. Situering van het onderzoeksgebied ten opzichte van het bodemgebruik van de regio Figuur 21. Situering van het projectgebied ten opzichte van het bodembedekkingsbestand Figuur 22. De heilige Amelberga voor de kerk in Temse Figuur 23. Temse vanop de Schelde, 1641 (Flandria Illustrata, A. Sanderus) Figuur 24. Postkaart uit het einde van de 19 e eeuw met de scheepswerf aan de kil. Rechts is een stukje van het Orlay-gebouw zichtbaar Figuur 25. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Caerte figuratief van den polder van de Esch Figuur 26. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Caerte figuratief van den polder van de Esch

62 Figuur 27. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Figuratieve kaart van de heerlijkheid van Cauwerburgh Figuur 28. Situering van het projectgebied (boven) en de Amelberga Put (onder) ten opzichte van de Figuratieve kaart van de heerlijkheid van Cauwerburgh Figuur 29. Situering van het projectgebied ten opzichte van de kaart van Villaret Figuur 30. Situering van het projectgebied ten opzichte van de kaart van Ferraris Figuur 31. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Atlas der Buurtwegen Figuur 32. Situering van het projectgebied ten opzichte van de kaart van Vandermaelen Figuur 33. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Popp-kaarten Figuur 34. Situering van het projectgebied ten opzichte van de Popp-kaarten Figuur 35. Situering van het projectgebied ten opzichte van de orthofoto uit Figuur 36. Situering van het projectgebied op de luchtfoto uit Figuur 37. Situering van het projectgebied op de luchtfoto uit Figuur 38. Situering van het projectgebied op de luchtfoto uit Figuur 39. Situering van de voor het onderzoeksgebied relevante CAI-meldingen ten opzichte van de GRB-kaart

63 7 LIJST VAN BIJLAGEN 1. Inventaris van plannen & kaarten 2. Boorrapporten DOV 3. Topografische kaart met aanduiding van het onderzoeksgebied 4. Kadastrale kaart met aanduiding van het onderzoeksgebied 5. Inplantingsplannen en doorsneden van de geplande bouwwerken 63

64 64 Hembyse Archeologie is een handelsnaam van Hembyse bvba. Maatschappelijke zetel: Kastanjestraat 26, 9000 Gent BTW: BE IBAN: BE BIC: VDSP BE 91 Tel Web:

65 2017J148 TEMSE, FRANK VAN DYCKELAAN 15 PLAN NR. Digitaal/analoog aangemaakt Schaal Formaat ONDERWERP 001 digitaal 1:1 A4 Situering van het projectgebied op de topografische kaart 002 digitaal 1:1 A4 Situering van het projectgebied op het kadasterplan 003 digitaal 1:1 004 digitaal 1:1 005 digitaal 1:1 006 digitaal 1:1 007 digitaal 1:1 008 digitaal 1:1 009 digitaal 1:1 010 digitaal 1:1 011 digitaal 1:1 012 digitaal 1:1 013 digitaal 1:1 014 digitaal 1:1 015 digitaal 1:1 016 digitaal 1:1 017 digitaal 1:1 018 digitaal 1:1 019 digitaal 1:1 020 digitaal 1:1 021 digitaal 1:1 022 digitaal 1:1 023 digitaal 1:1 024 digitaal 1:1 025 digitaal 1:1 tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE Situering van het projectgebied ten opzichte van het gewestplan Geplande toestand Situering van het projectgebied ten opzichte van het DMVII DTM 1m (regionaal) Situering van het projectgebied ten opzichte van het DMVII DTM 1m (lokaal) Situering van het projectgebied ten opzichte van het DMVII DTM 1m (projectgebied) Situering van het projectgebied ten opzichte van de VHA en het DHMVII DTM 1m Situering van het projectgebied ten opzichte van de VHA en de kaart van van nature overstroombare gebieden Situering van het projectgebied ten opzichte van de erosiegevoeligheidskaart Situering van het projectgebied ten opzichte van de potentiële bodemerosiekaart Situering van het projectgebied ten opzichte van de tertiair geologische kaart Situering van het projectgebied ten opzichte van de quartair geologische kaart (1: ) Situering van het projectgebied ten opzichte van de quartair geologische kaart (1:50.000) Situering van het projectgebied ten opzichte van de bodemkaart Situering van enkele DOV-boringen in de omgeving van het projectgebied op de bodemkaart Situering van het projectgebied ten opzichte van de traditionele landschappenkaart Situering van het projectgebied ten opzichte van het bodemgebruiksbestand Situering van het projectgebied ten opzichte van de bodembedekkingskaart Situering van het projectgebied ten opzichte van de kaart van Villaret Situering van het projectgebied ten opzichte van de kaart van Ferraris Situering van het projectgebied ten opzichte van de Atlas der Buurtwegen Situering van het projectgebied ten opzichte van de kaart van Vandermaelen Situering van het projectgebied ten opzichte van de Popp-kaarten Situering van het projectgebied ten opzichte van de topografische kaart van België uit 1873 Bureaustudie 1 Bijlage bij Onderzoeksrapport Hembyse Archeologie Nr.15

66 2017J148 TEMSE, FRANK VAN DYCKELAAN 15 PLAN NR. Digitaal/analoog aangemaakt Schaal Formaat ONDERWERP 026 digitaal 1:1 027 digitaal 1:1 028 digitaal 1:1 029 digitaal 1:1 030 digitaal 1:1 tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE tekstformaat HEMBYSE Situering van het projectgebied ten opzichte van de orthofoto uit 1952 Situering van het projectgebied ten opzichte van de orthofoto uit 1971 Situering van het projectgebied ten opzichte van de orthofoto uit 1990 Situering van het projectgebied ten opzichte van de orthofoto uit 2014 Situering van enkele CAI Locaties ten opzichte van de GRB-kaart Bureaustudie 2 Bijlage bij Onderzoeksrapport Hembyse Archeologie Nr.15

67 DOV Boorrapport Boring Proefnummer: kb15d42w-b94 Aanvangsdatum: 03/08/1894 X (mlambert): (XY_uit dossier) Uitvoeringsmethode: onbekend Y (mlambert): (XY_uit dossier) Diepte (m): Z (mtaw): 3.00 (Z_uit dossier) Water op (m): Gemeente: Temse (Temse) Uitvoerder: onbekend Lithologische beschrijving - 03/08/1894 Auteur(s): Mourlon, Michel (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Argile des polders Alluvions modernes Sable bleuâtre tourbeux Sable quartzeux bleu Informele stratigrafie - 03/08/1894 Auteur(s): Mourlon, Michel (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving alp alm alt q4 DATABANK ONDERGROND VLAANDEREN 16/10/17 p.1 De gegevens worden enkel meegedeeld ter informatie. Het Vlaams Gewest kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van welk gebruik dan ook.

68 '0("42!" ) 234./ :0= A/B13C3 2 8C(3*++,/00D40,1 0!"9:46+0,;0,1'<=;,3>?47060,1' T LM N0O7M' N3OPQR' 'R N3OS N4O H43E0- I0G33,;1 *++,734/04:-71 <=;,3>?4A0-B1 F,+-;G340,D43-; A/B1 K:>?4:-71 J0E: E1 2343E060,3->:0,1' U ' WXYZ[\ ^_ àb WZcd\efghi pzbqzbrst\auv<=70/040- :- /wxy j1085!0"c33 l C33 k04?+;0 jl1mno% <,:7:-0 jl1 P x3-63-7d=0:ea/wxyb1 6 NP6O *04,+.GI33,?0:; jl1' ZZaq\u} Xt ~\f cxc\bf qzb }\ afqx\eabrv {D 70D43,41 +=?04 /33:60E; I+60-?04 /33:60E; A/B1 k04?+;0 z1 +-;0,?04 /33:60E; A/B1 <,:7:-0 z1 *04,+.GI33,?0:; z1 a}ar czzaq\u} d\tzzu} c\f ƒ v \\sf e\y\bf czzaq\u}v k33:60e;a/wxyb18c33 k33:60e;a/wxyb1 k04?+;0 z1 o% <,:7:-0 z1 P k04?+;0 z1 <,:7:-0 z1 6 NP6O *04,+.GI33,?0:; z1' WarrabrvF0/00-401UM k33:60e; A/wxyB15C"1 *04,+.GI33,?0:; z1 200E70/00-401UM *0D>?,: 6:-71 V 0!" #$%& 00

69 DOV Boorrapport Boring Proefnummer: kb15d42e-b104 Aanvangsdatum: 30/07/1894 X (mlambert): (XY_uit dossier) Uitvoeringsmethode: onbekend Y (mlambert): (XY_uit dossier) Diepte (m): Z (mtaw): 2.00 (Z_uit dossier) Water op (m): Gemeente: Temse (Temse) Uitvoerder: onbekend Lithologische beschrijving - 30/07/1894 Auteur(s): Mourlon, Michel (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Argile des polders Argile tourbeuse Sable quartzeux argileux Formele stratigrafie - 02/02/2000 Auteur(s): Polfliet, Tim (Universiteit Gent) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Betrouwbaarheid Q - Quartaire afzetting goed Informele stratigrafie - 30/07/1894 Auteur(s): Mourlon, Michel (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving alp alt q4 DATABANK ONDERGROND VLAANDEREN 19/10/17 p.1 De gegevens worden enkel meegedeeld ter informatie. Het Vlaams Gewest kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van welk gebruik dan ook.

70 (0)!4203! * 345/ "3350 3:1=51 5,5 A0B23C3 2!C03+,,-011D51-2 1!9:57,1-;1-2(<=;-4>? ( T LM N0O7M( N3OPQR( (R N3OS N"O H54E1. I1G44-;2 +,, :.82 <=;-4>?5A1.B2 F-,.;G451-D54.; A0B2 K:>?5:.82 J1E:.82 3,1E2 3454E171-4.>:1-2( U ( WXYZ[\ ^_ àb WZcd\efghi pzbqzbrst\auv j20" l2433 <= :. 0wxy ")"C33 0)C33 x4.74.8d=1:ea0wxyb2np6o k15?,;1 jl2mno& <-:8:.1 jl2 P ,/GI44-?1:; jl2( ZZaq\u} Xt ~\f cxc\bf qzb }\ afqx\eabrv {D 81D54-52,=?15 044:71E; I,71.?15 044:71E; A0B2 k15?,;1 z2,.;1-?15 044:71E; A0B2 <-:8:.1 z2 +15-,/GI44-?1:; z2 \\sf e\y\bf czzaq\u}v a}ar czzaq\u} d\tzzu} c\f ƒ v k44:71e;a0wxyb24c33 k44:71e;a0wxyb2 k15?,;1 z2 o& k15?,;1 z2 <-:8:.1 z2 P 6 <-:8:.1 z2 NP6O +15-,/GI44-?1:; z2 +15-,/GI44-?1:; z2( WarrabrvF UM k44:71e; A0wxyB2"C5) 311E UM +1D>?-: 7:.82 V 0 1!2001"3#$%&' 00

71 DOV Boorrapport Boring Proefnummer: kb15d42e-b315 Aanvangsdatum: 01/01/1973 X (mlambert): (XY_uit dossier) Uitvoeringsmethode: spoelboring Y (mlambert): (XY_uit dossier) Diepte (m): Z (mtaw): 2.00 (Z_uit dossier) Water op (m): Gemeente: Temse (Temse) Uitvoerder: Smet - Dessel Opmerking: peil : in rust = 0 ; in werking = 16 ; debiet = 7000 Opmerking: opdrachtgever : Boel West werf Lithologische beschrijving - 05/11/1973 Auteur(s): Hanssen, E. (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving zeer fijn, grijs, licht glimmerhoudend, glauconiethoudend, kalkhoudend zand veen zeer fijn, grijs, licht glimmerhoudend, glauconiethoudend, kalkhoudend zand grijze, silteuze, zandige klei, licht micahoudend half fijn, licht glauconiethoudend, kleihoudend zand fijn tot zeer fijn, licht kleihoudend groen zand, glauconiethoudend groenige, glauconiethoudende silteuze klei lichtgroen, glauconiethoudend fijn zand, kleihoudend lichtgroen, glauconiethoudend fijn zand, kleihoudend, geelgroen geelgroen, glauconiethoudend fijn tot zeer fijn kleihoudend zand met S plekken geelgroen, glauconiethoudend fijn tot zeer fijn kleihoudend zand, geen S plekken grijze, silteuze klei Lithologische beschrijving - 05/11/1973 Auteur(s): boormeester (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving zwart zand bruine en grijsblauwe klei hout grijs fijn zand met losse stenen grijze klei grijsgroen vet zand grijze klei zandachtige klei grijze klei grijsgroen fijn zand grijze klei Gecodeerde lithologie - 23/01/2002 Auteur(s): onbekend (Envico) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Kleur Hoofdgrondsoort Bijmenging grijs zand leem, kalk grijs fijn zand kalk grijs fijn zand kalk, klei onbekend klei weinig kalk, silt, glimmers DATABANK ONDERGROND VLAANDEREN 16/10/17 p.1 De gegevens worden enkel meegedeeld ter informatie. Het Vlaams Gewest kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van welk gebruik dan ook.

72 DOV Boorrapport Formele stratigrafie - 02/02/2000 Auteur(s): Polfliet, Tim (Universiteit Gent) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Betrouwbaarheid Q - Quartaire afzetting goed MaOd - Lid van Onderdijke (Formatie van Maldegem) tot Ma - Formatie van Maldegem onbekend Informele stratigrafie - 05/11/1973 Auteur(s): Hanssen, E. (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Kwartair Complex van Kallo Hydrogeologische stratigrafie - 22/06/2001 Auteur(s): onbekend (Envico) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Aquifer Regime Pakketnummer Onbekend DATABANK ONDERGROND VLAANDEREN 16/10/17 p.2 De gegevens worden enkel meegedeeld ter informatie. Het Vlaams Gewest kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van welk gebruik dan ook.

73 '0("42!0( ) *++,-.//0,1'0("42!0( A.4-.//0,1 234./ > B/C13D3 2 (3D33*++,/00E40,1 5!8946+0,:0,1;< 2 T M< N4O7<' N4OPQR' 'R N3OS N1O I43F0- J0H33,:1 *++,734/ G,+-:H340,E43-: B/C1 K0F F1 2343F060,3-?90,1' U ' WXYZ[\ ^_ àb WZcd\efghi qzbrzbstu\avw=>70/ /xyz j10!k3 m1433(5!d33 4D33 jm1nop% =,979-0 jm1 P y3-63-7e>09fb/xyzc1 6 NP6O jm1' }ZZar\v~ Xu \f cxc\bf rzb ~\ afrx\eabsw E 70E43,41 /33960F: /33960F: B/C1 {1 /33960F: B/C1 =,979-0 {1 {1 a~as czzar\v~ d\uzzv~ c\f ƒ } w }\\tf e\y\bf czzar\v~w l33960f:b/xyzc14d33 l33960f:b/xyzc1 {1 p% =,979-0 {1 P {1 =,979-0 {1 6 NP6O {1' WassabswG0/00-401U< l33960f: B/xyzC15D 1 {1 200F70/00-401U< V 0 5!200!"!#$%& 00

74 DOV Boorrapport Boring Proefnummer: kb15d42e-b314 Aanvangsdatum: 01/11/1973 X (mlambert): (XY_uit dossier) Uitvoeringsmethode: spoelboring Y (mlambert): (XY_uit dossier) Diepte (m): Z (mtaw): 2.00 (Z_uit dossier) Water op (m): Gemeente: Temse (Temse) Uitvoerder: Smet - Dessel Opmerking: peil : in rust = 0 ; in werking = 11 ; debiet = Opmerking: opdrachtgever : Boelwerf Lithologische beschrijving - 01/11/1973 Auteur(s): Hanssen, E. (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving grijs, leemhoudend, kalkhoudend fijn zand met bruingrijze leemlenzen op 3m vegetatieresten tamelijk fijn, grijs kalkhoudend zand kleihoudend silteuse, glimmerhoudende, licht kalkhoudende, zandhoudende klei Formele stratigrafie - 02/02/2000 Auteur(s): Polfliet, Tim (Universiteit Gent) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Betrouwbaarheid Q - Quartaire afzetting goed ZzBa - Lid van Bassevelde (Formatie van Zelzate) onbekend MaOd - Lid van Onderdijke (Formatie van Maldegem) onbekend Informele stratigrafie - 01/11/1973 Auteur(s): Hanssen, E. (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Kwartair Complex van Kallo DATABANK ONDERGROND VLAANDEREN 16/10/17 p.1 De gegevens worden enkel meegedeeld ter informatie. Het Vlaams Gewest kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van welk gebruik dan ook.

75 '0("42!0" ) *++,-.//0,1'0("42!0" A.4-.//0,1 234./ > B/C13D3 2 0"D33*++,/00E40,1 5!8946+0,:0,1;< 2 T M< N4O7<' N4OPQR' 'R N3OS N!O I43F0- J0H33,:1 *++,734/ G,+-:H340,E43-: B/C1 K0F F1 2343F060,3-?90,1' U ' WXYZ[\ ^_ àb WZcd\efghi qzbrzbstu\avw=>70/ /xyz j10!k001d33 m d33 jm1nop% =,979-0 jm1 P y3-63-7e>09fb/xyzc1 6 NP6O jm1' }ZZar\v~ Xu \f cxc\bf rzb ~\ afrx\eabsw E 70E43,41 /33960F: /33960F: B/C1 {1 /33960F: B/C1 =,979-0 {1 {1 a~as czzar\v~ d\uzzv~ c\f ƒ } w }\\tf e\y\bf czzar\v~w l33960f:b/xyzc14d33 l33960f:b/xyzc1 {1 p% =,979-0 {1 P {1 =,979-0 {1 6 NP6O {1' WassabswG0/00-401U< l33960f: B/xyzC1kD0k {1 200F70/00-401U< V 0 5!200!"4#$%& 00

76 DOV Boorrapport Boring Proefnummer: kb15d42e-b313 Aanvangsdatum: 01/11/1973 X (mlambert): (XY_uit dossier) Uitvoeringsmethode: spoelboring Y (mlambert): (XY_uit dossier) Diepte (m): Z (mtaw): 2.00 (Z_uit dossier) Water op (m): Gemeente: Temse (Temse) Uitvoerder: Smet - Dessel Opmerking: opdrachtgever : Boelwerf Opmerking: peil : in rust = 5 ; in werking = 11 ; debiet = 7000 Lithologische beschrijving - 01/11/1973 Auteur(s): Hanssen, E. (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving tamelijk fijn rood, kalkhoudend zand tamelijk fijn rood, kalkhoudend zand met vegetatieresten fijn tot tamelijk fijn, licht kalkhoudend, grijswit zand zeer sterk zandige, grijze silteuse klei tamelijk fijn, licht kalkhoudend, kleihoudend zand, zeer licht kalkhoudend grijze zandhoudende silteuse klei met S plekken grijs, tamelijk fijn, kleiig zand met S plekken grijs, tamelijk fijn, kleiig zand met S plekken, zonder klei grijze silteuse klei met gerolde silexkeitjes Lithologische beschrijving - 01/11/1973 Auteur(s): boormeester (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving aangevuld grijs zand grijsgroen fijn zand turf grijs zand met enkele schelpen grijze harde klei grijsgroen vet zand grijze klei grijsgroen vet zand grijze klei grijsgroen vet zand grijsgroen vet zand grijze klei grijsgroen zand met enkele losse stenen grijsblauwe zachte klei Formele stratigrafie - 02/02/2000 Auteur(s): Polfliet, Tim (Universiteit Gent) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Betrouwbaarheid Q - Quartaire afzetting goed Zz - Formatie van Zelzate en Ma - Formatie van Maldegem onbekend DATABANK ONDERGROND VLAANDEREN 19/10/17 p.1 De gegevens worden enkel meegedeeld ter informatie. Het Vlaams Gewest kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van welk gebruik dan ook.

77 DOV Boorrapport Informele stratigrafie - 01/11/1973 Auteur(s): Hanssen, E. (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Kwartair Complex van Kallo DATABANK ONDERGROND VLAANDEREN 19/10/17 p.2 De gegevens worden enkel meegedeeld ter informatie. Het Vlaams Gewest kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van welk gebruik dan ook.

78 &0'!42 0! ( 0! ,52, /=3/ 3*3 A.B03C3 2 0!C33)**+.//D3/ */+9/+0:; 2 6<=9+2>?36/5/+0& L; M4N7;& M4NOPQ& &Q M3NR M H32E/, I/G22+90 )**+623./38,60 <=9+2>?3A/,B0 F+*,9G23/+D32,9 A.B0 K8>?38,60 J/E8,60 1*/E0 1232E/5/+2,>8/+0& T & S VWXYZ[ ]^ _à VYbc[defgh qyaryastu[`vw i00 m0433k03c33 j00kc33 l/3?*9/ im0nop$ <+868,/ im0 O 6 )/3+*-GI22+?/89 im0& N <=6/./3/, 8,.xyz y2,52,6d=/8ea.xyzb0mo6n }YỲr[v~ Wu [e bwb[ae rya ~[ èrw[dàsw D 6/D32+30 *=?/3.2285/E9 I*5/,?/3.2285/E9 A.B0 l/3?*9/ {0 *,9/+?/3.2285/E9 A.B0 <+868,/ {0 )/3+*-GI22+?/89 {0 }[[te d[x[ae byỳr[v~w `~`s byỳr[v~ c[uyyv~ b[e ƒ } w l2285/e9a.xyzb04c33 l2285/e9a.xyzb0 l/3?*9/ {0 p$ l/3?*9/ {0 <+868,/ {0 O 6 <+868,/ {0 MO6N )/3+*-GI22+?/89 {0 )/3+*-GI22+?/89 {0& V`ssàswF/.//,3/0T; l2285/e9 A.xyzB0jC0j 1//E6/.//,3/0T; )/D>?+8 58,60 U !4"#$% 00

79 DOV Boorrapport Boring Proefnummer: kb15d42e-b312 Aanvangsdatum: 01/02/1973 X (mlambert): (XY_uit dossier) Uitvoeringsmethode: spoelboring Y (mlambert): (XY_uit dossier) Diepte (m): Z (mtaw): 2.00 (Z_uit dossier) Water op (m): Gemeente: Temse (Temse) Uitvoerder: Smet - Dessel Opmerking: peil : in rust = 6 ; in werking = 26 ; debiet = 6500 Opmerking: opdrachtgever : Boelwerf Lithologische beschrijving - 01/02/1973 Auteur(s): Hanssen, E. (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving tamelijk fijn, kalkhoudend wit zand tamelijk fijn, kalkhoudend wit zand grover en scherp tamelijk fijn, kalkhoudend wit zand leemhoudend met vegetatieresten tamelijk fijn grijs zand tamelijk fijn grijs zand, kleihoudend silteuse, zandige klei met silex schelpje Lithologische beschrijving - 01/02/1973 Auteur(s): boormeester (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving aangevuld zand grijsgroen fijn zand hout grijs zand met enkele schelpen grijze klei Formele stratigrafie - 02/02/2000 Auteur(s): Polfliet, Tim (Universiteit Gent) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Betrouwbaarheid Q - Quartaire afzetting goed Zz - Formatie van Zelzate onbekend Informele stratigrafie - 01/02/1973 Auteur(s): Hanssen, E. (Belgische Geologische Dienst (BGD)) Betrouwbaarheid: goed Van(m) Tot(m) Beschrijving Kwartair Complex van Kallo DATABANK ONDERGROND VLAANDEREN 19/10/17 p.1 De gegevens worden enkel meegedeeld ter informatie. Het Vlaams Gewest kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van welk gebruik dan ook.

80 &0'! ( ,52, /=3/ 3*3 A.B03C3 2 43C33)**+.//D3/ */+9/+0:; 2 6<=9+2>?36/5/+0& S L; M4N7;& M4NOPQ& &Q M3NR M!N H32E/, I/G22+90 )**+623./38,60 <=9+2>?3A/,B0 F+*,9G23/+D32,9 A.B0 K8>?38,60 J/E8,60 1*/E0 1232E/5/+2,>8/+0& T & VWXYZ[ ]^ _à VYbc[defgh pyaqyarst[ùv i00 l043354jc33 <=6/./3/, 8,.wxy j 30C33 x2,52,6d=/8ea.wxyb0mo6n k/3?*9/ il0mno$ <+868,/ il0 O 6 )/3+*-GI22+?/89 il0& YỲq[u} Wt ~[e bwb[ae qya }[ èqw[dàrv {D 6/D32+30 *=?/3.2285/E9 I*5/,?/3.2285/E9 A.B0 k/3?*9/ z0 *,9/+?/3.2285/E9 A.B0 <+868,/ z0 )/3+*-GI22+?/89 z0 [[se d[x[ae byỳq[u}v `}`r byỳq[u} c[tyyu} b[e ƒ v k2285/e9a.wxyb04c33 k2285/e9a.wxyb0 k/3?*9/ z0 o$ k/3?*9/ z0 <+868,/ z0 O 6 <+868,/ z0 MO6N )/3+*-GI22+?/89 z0 )/3+*-GI22+?/89 z0& V`rràrvF/.//,3/0T; k2285/e9 A.wxyB0 C1j 1//E6/.//,3/0T; )/D>?+8 58,60 U !3"#$% 00

81 centimeter = 99,12 meter, afdrukschaal TEMSE FRANK VAN DYCKELAAN J148 - Aanmaakdatum van plan nr. 1 : 19/10/ Underlay: topografische kaart [ M Hembyse Archeologie -- Kastanjestraat Gent Hembyse Archeologie is een handelsnaam van Hembyse bvba -- alle rechten gereserveerd --

82 TEMSE FRANK VAN DYCKELAAN J148 - Aanmaakdatum van plan nr. 2 : 19/10/ Underlay: kadasterkaart centimeter = 39,04 meter, afdrukschaal [ 0 80 M Hembyse Archeologie -- Kastanjestraat Gent Hembyse Archeologie is een handelsnaam van Hembyse bvba -- alle rechten gereserveerd --

83 dakluik v H H H 700 H v v v v v BUFFERGRACHT Regenwater buffer gracht (besaand) Fietspad (dubbelrichting) v Schuifpoort 1 robby delobelle SCHUIFPOORT robby delobelle robby delobelle robby delobelle robby delobelle robby delobelle robby delobelle robby delobelle robby delobelle robby delobelle perceelsgrens / draadafsluiting robby delobelle v sk. sk. sk. sk. sk. sk. LIN G sk dubbele slagboom 9600 uitbreiding 1.650m² sk. stockage 5.500m² 800 interne draadafsluiting sk sk. sk. sk LOSKADE H H H 1600 parking auto's 100 plaatsen R8 00 Schuifpoort 2 Schuifpoort Parkeerplaatsen SCHUIFPOORT stockage/uitbr 4.800m² FIET SE M m² sk m² POORT 2 MAD sk POORT 1 C Conciërge 160m² NST AL sk. droogdok m² 2.500m² K parking vrachtwagens 20 plaatsen auto's : 90 plaatsen auto's : 44 plaatsen P P LAADPUNT P P P LAADPUNT POORT P LAADPUNT 2640 POORT 24 POORT 23 P 4000 POORT PORTAALKRAAN 1.300m² 600 stockageplein m² 600 SCH 5.300m² m² 1702 stockage/uitbr 8.700m² stockage/uitbr 7.000m² auto's : 30 plaatsen D AN ST AF ND EL O GR ST Z VO WEN OR UW IJ VR m BO Z 10 WEN m nfor S co ST DA KA ER EN LSGR EE RC PE ogste rlijn Wate Ho 15 - G 20 OP ME TIN houtkant extra stockagezone?? te onderhandelen Natuur & Bos 8.000m² Zone m² - NIET TE BEBOUWEN - Vijver 8.800m² - Aanplanting m² vijver 8.800m² NIEUWE OMHEINING Project Masterplan Site Cordeel Frank Van Dyckelaan 9140 Temse Datum 9/01/2017 Schaal 1/2.000 Cordeel Zetel Temse n.v. Eurolaan 7 - B-9140 Temse Tel