RISICOANALYSE Definitief

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RISICOANALYSE Definitief"

Transcriptie

1 OPDRACHTGEVER: Provincie Fryslan Tweebaksmarkt KZ Leeuwarden RISICOANALYSE Definitief Verzekerde : Thialf Pim Mulierlaan DA Heerenveen Uw kenmerk Dossiernummer Onbekend 8443DA1F15398 CEA-code 1203 Naw-nummer 8443DA1 Contactpersoon Bezoekdatum 8, 10 en 11 juli 2020 Rapportdatum Adviseur 12 december 2020 (laatste aanpassingsdatum) ing. J. Burghgraef en R. Traas De inhoud van dit rapport heeft niet de intentie ieder mogelijk gevaar te beschrijven dan wel te onderkennen. Het doel van het rapport is te bewerkstelligen schade als gevolg van met name genoemde gevaren zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen. Burghgraef van Tiel en partners aanvaardt met betrekking tot de opstelling van dit rapport geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van enige tekortkoming in de rapportage noch voor enig advies of aanbeveling gegeven ook al zouden deze in strijd zijn of kunnen zijn met veiligheidsvoorschriften of wet- en regelgeving. Aan dit rapport kunnen derhalve geen rechten worden ontleend. Elke interpretatie van de gegevens van dit rapport kan enkel en alleen worden gemaakt door de opdrachtgever. ARBO-technische omstandigheden en risico inventarisatie ten aanzien van de veiligheid voor lijf en leden zijn in dit rapport niet betrokken.

2 Bladzijde 2/43 INHOUDSOPGAVE 1. RISICOINFORMATIE Inleiding Samenvatting Brandrisico Schadeverwachting Materiële schadeverwachting: Bedrijfsschadeverwachting: Verzekerde bedragen Mogelijke oplossingen (samenvatting) Nog niet volledig aangeleverde informatie BEDRIJFSFORMATIE Bedrijfsbeschrijving Bedrijfsactiviteiten Situering en belending(en) Bouwaard Brandwerende scheiding en spreiding Groter brandcompartiment op basis van de risicobenaderingsnorm, NEN Huishouding en moraliteit Vuurbelasting / branduitbreiding INSTALLATIES & RISICOFACTOREN Lokaalverwarming Elektrische installatie Computersystemen Risicofactoren Brandbare en risicovolle vloeistoffen Gassen Procesverwarming en koeling Lassen, slijpen, oven vuur Emballage / buitenopslag Afval Rookbeleid Specifieke factoren PV installatie Algemeen Oplevering Constructie Bevestiging zonnepanelen Wateraccumulatieberekening Bliksemafleider Omvormers en connectoren PV-panelen Omvormers uitgeschakeld Conclusie zonnestroom installatie UITGEBREIDE GEVAREN Storm Inbraak Overspanningsrisico bij bliksemontlading Overige BRANDBESTRIJDING & BEVEILIGINGEN Brandweer Blusvoorzieningen Automatische brandsignalering Sprinkler- en blusgasbeveiliging... 26

3 Bladzijde 3/43 6. BEDRIJFSSCHADE Algemeen Toelevering en afnemers Herstelperiode Samenvatting BIJLAGE A: CONSTRUCTIES BIJLAGE B: FOTOBIJLAGE BIJLAGE C: SITUATIEWEERGAVE EN PLATTEGRONDEN BIJLAGE D: PREVENTIEMAATREGELEN BIJLAGE E: RISICO GRADING BIJLAGE F: PREVENTIEMAATREGELEN ANTWOORDFORMULIER... 43

4 Bladzijde 4/43 1. RISICOINFORMATIE 1.1 Inleiding Bureau Burghgraef van Tiel & Partners (verder te noemen BvT) is door de provincie Fryslân, als mede aandeelhouder van Thialf verzocht, te onderzoeken op welke wijze de verzekeringen (opstal, inventaris en bedrijfsschade) van het bedrijfscomplex Thialf kunnen worden voortgezet. Door de huidige verzekeraars is als voorwaarde gesteld dat, de zonnepanelen op het dak moeten worden verwijderd voor en dat in de huidige situatie de omvormers zijn uitgeschakeld. Begin september is hiervoor uitstel verleend. Per zijn de omvormers uitgeschakeld. Deze nieuwe voorwaarde is gesteld door de verzekeraars en per moeten de panelen van het dak zijn gehaald. BvT heeft hiertoe in de basis een algehele risico-inventarisatie uitgevoerd. Dit is gedaan doordat verzekeraars altijd het totale risico beoordelen (totaal verzekerde belang, risicofactoren en de bijbehorende schadescenario s, later aangeduid als EML, PML en MPL scenario). Een groot deel van het complex is hierbij fysiek beoordeeld, daarnaast is onderzocht op welke wijze een aantal zaken, waaronder de PV-installatie en de dakbedekking zijn aangebracht. Het verkrijgen van de juiste informatie heeft veel tijd in beslag genomen. 1.2 Samenvatting Brandrisico Verzekerd is een ijsbaan (Thialf) met een hal (oorspronkelijk bouwjaar: 1986) voor het lange baan schaatsen met betonnen tribunes, verder direct aangrenzend de IJshockeyhal, die met elkaar verbonden zijn via een doorgang. Thialf is in fors uitgebreid, waarbij de begane grond, 1 e en 2 e etage een buitenring hebben gekregen, het bestaande dak (binnenring) boven de ijsbaan is behouden gebleven (wel voorzien van nieuwe isolatie en dakbedekking). De vuurbelasting in het complex is overwegend laag. De huishouding en de moraliteit zijn goed. Het belendingrisico is klein. De branduitbreiding wordt als snel beoordeeld, vanwege de dakconstructie (geprofileerde staalplaten, EPS- SE isolatie en PVC dakbedekking). De risicofactoren zijn voldoende beschermd. In de rapportage worden de brand gerelateerde risicofactoren samengevat in hoofdstuk 3. Zonnestroom installatie (PV-installatie): In 2016 is het dak voorzien van bijna zonnepanelen, die gelegd zijn op het nieuwe dak (boven de tribunes en buitenring). De omvormers (40 stuks, type Solar Edge met optimizers) zijn inpandig geplaatst, in een ruimte, op de begane grond. De panelen zijn op aluminium frames geplaatst, waarbij over de frames een met polystermat versterkte PVC-strook op de PVC dakbedekking zijn gelijmd. De buitenste ring is op een aantal plekken voorzien van dummy panelen, zodat het optisch lijkt of de gehele ring voorzien is van PV-panelen. Op dinsdag 18 augustus 2020 heeft een onafhankelijk deskundig bedrijf (BMT Netherlands B.V) een deel van de PV-installatie beoordeeld, waarbij onderzocht is of de PV-installatie is aangelegd op basis van de normering die van toepassing waren ten tijde van aanleg (de NEN 1010:2007+C1:2008) en of de installatie voldoet aan de huidige normering (de NEN 1010:2015+C2:2016+A1:2020). Geconcludeerd kan worden, op basis van deze rapporten, dat de installatie niet voldoet aan de NEN 1010:2007+C1:2008 en ook niet voldoet aan de NEN 1010:2015+C2:2016+A1:2020. Daarnaast wordt nog onderzocht of de ophangconstructie voldoet aan de NEN Met betrekking tot dit onderdeel zal nog een gesprek plaatsvinden met bureau Dakadvies (BBA). Huidige brandrisico PV-installatie: De omvormers staan uit op dit moment, waardoor het brandrisico vanuit de PV-installatie zeer klein is. Indien de PV-installatie voldoet aan de actuele normen en op een adequate wijze wordt onderhouden, kan worden gesteld dat het brandrisico vanuit de PV-installatie eveneens klein is. De weerstand bij verzekeraars wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de zonnepanelen zijn geplaatst op een dakconstructie die is opgebouwd uit geprofileerde staalplaten, waarop EPS-SE isolatie is toegepast. Verzekeraars beoordelen dit type dakconstructie, waarbij EPS-SE isolatie is aangebracht op een geprofileerde staalplaat, als zeer brandbaar.

5 Bladzijde 5/43 Conform het bouwbesluit is een dak voldoende brandveilig, als wordt voldaan aan de vliegvuurtest (NEN 6063). De toegepaste dakconstructie (EPS-SE isolatie, dat versterkt is met een glasvlies van 120 g/m 2 ) voldoet in de basis aan de vliegvuurtest, echter op basis van het KOMO certificaat wordt aangegeven dat de constructie is getest op een dakhelling tot maximaal 20 graden. De ring heeft een hellingshoek van >25 graden. Op basis van het verstrekte KOMO certificaat kan worden geconcludeerd dat niet is onderzocht of bij een dakhellingshoek van 25 graden wordt voldaan aan de vliegvuurtest. Op dit punt wijkt de hellingshoek af van het KOMO certificaat. Een test met een hellingshoek van 25 graden wordt binnenkort uitgevoerd (de verwachting is dat deze test voor 1 januari 2021 is uitgevoerd). Mogelijke oplossingen: Er zijn een aantal mogelijke oplossingen onderzocht, die worden verderop in deze rapportage behandeld (paragraaf 1.3.1). 1.3 Schadeverwachting Verzekeraars categoriseren een dergelijk risico op basis van het schadescenario en het type risico. Algemeen gebruiken verzekeraars hierbij de definitie: kans x omvang = het schaderisico. Indien bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van gemakkelijk brandbaar dakisolatiemateriaal, wordt de kans op schade hierdoor in de basis niet vergroot, maar wel kan de brandomvang worden vergroot. Met name door het isolatiemateriaal in combinatie met de luchtkanalen (open cannelures) in de stalen dakplaten en de brandbaarheid van de dakbedekking kan een brand zich snel verspreiden. De schadeomvang is hierdoor veelal ook gelijk aan het totale verlies van het betreffende gebouwdeel. Als op het dak een zonnestroom installatie wordt geplaatst met gebreken of onvoldoende veiligheidsvoorzieningen, wordt de kans op schade vergroot. In de rapportage worden deze onderdelen verder uitgewerkt. De schadescenario s worden in deze rapportage uitgedrukt in: EML, PML en de MPL. Deze begrippen worden veelal door verzekeraars in Nederland gehanteerd. De definities met toelichting staan hieronder weergegeven en worden verderop in dit hoofdstuk uitgewerkt. Definities EML : (Estimated Maximum Loss) is de waarschijnlijke omvang van de schade in geval van een brand onder normale omstandigheden, in relatie tot de aard van de activiteiten, de bestemming van de gebouwen, preventieve voorzieningen en repressieve maatregelen. Uitzonderlijke omstandigheden (toevallig of buitengewoon) die het risico kunnen beïnvloeden worden hierbij buiten beschouwing gelaten PML: (Probable Maximum Loss) is een verwachting van de grootste schade door brand of ander bedreigend risico waarbij aangenomen wordt dat de meest primaire brandpreventie voorziening faalt en andere preventieve voorzieningen of maatregelen naar behoren zullen functioneren. MPL : (Maximum Possible Loss) is de maximale schade die kan ontstaan wanneer de meest ongunstige omstandigheden min of meer gecombineerd optreden en als consequentie daarvan de brand niet voldoende bestreden kan worden. De brand stopt derhalve uitsluitend door gebrek aan brandbare materialen of door een perfecte brandscheiding Materiële schadeverwachting: Scenario 1 (huidige situatie, brand van binnenuit, geen dakbrand scenario): EML: 20% PML: 30% MPL: 100% Deze schatting is gebaseerd op een brand in de hoofdverdeelinrichting. De brand zal worden gedetecteerd door de brandmeldinstallatie en worden doorgemeld naar de brandweer. Door een effectieve brandweerinzet wordt de brand geblust. Er is wel sprake van rook-, roet- en waterschade in het overige deel van het complex. Het scenario is gelijk aan het EML scenario, echter de brandmeldinstallatie functioneert niet, waardoor de brand in een later stadium wordt ontdekt. Door een effectieve brandweerinzet, kan de brand wel worden geblust. Het betreffende gebouwdeel raakt hierbij wel zwaar beschadigd en er is sprake van veel rook-, roet- en waterschade in het overige deel van het complex. Deze schatting is gebaseerd op het verlies van het totale complex. Er zijn geen brandwerende scheidingswanden met een brandwerendheid van meer dan 4 uren en er is geen vrije ruimte tussen de gebouwen van > 30 meter.

6 Bladzijde 6/43 Scenario 2 (huidige situatie, brand op het dak): EML: 80% PML: 100% MPL: 100% Deze schatting is gebaseerd op een brand die ontstaat in de PV-installatie op het dak en vanuit de panelen slaat de brand over naar het dak. De brand wordt ontdekt door passanten en de brandweer wordt ingeschakeld. Bij aankomst van de brandweer, is sprake van een grote uitslaande brand, waarbij de brand zich snel verspreidt via de cannelures in de geprofileerde stalen dakplaten. Een groot deel van het dak gaat hierbij verloren en er ontstaat een grote schade op de onderliggende ruimten. De brandweer moet de brand van buitenaf bestrijden, waardoor een groot deel van het complex verloren gaat. Het scenario is gelijk aan het scenario beschreven hierboven (EML), alleen gaat hierbij het volledige risico verloren. Het scenario is gelijk aan het scenario beschreven onder het PML-scenario. Er zijn geen brandwerende scheidingswanden met een brandwerendheid van meer dan 4 uren en er is geen vrije ruimte tussen de gebouwen van > 30 meter. Scenario 3 (panelen zijn verwijderd, inclusief de bekabeling, dak raakt snel bij de brand betrokken): EML: 80% PML: 100% MPL: 100% Deze schatting is gebaseerd op een brand die ontstaat in een technische ruimte, direct onder het hoogste dak. De brand wordt gesignaleerd door de brandmeldinstallatie, maar bij aankomst van de brandweer is de brand al uitslaand. De brandweer bestrijdt de brand van buitenaf, waardoor een groot deel van het dak verloren gaat. Het scenario is vrijwel gelijk aan het scenario beschreven onder scenario 2. Het scenario is gelijk aan het scenario beschreven onder het EML scenario, alleen gaat hierbij het volledige risico verloren. Het scenario is gelijk aan het scenario beschreven onder het PML scenario. Er zijn geen brandwerende scheidingswanden met een brandwerendheid van meer dan 4 uren en er is geen vrije ruimte tussen de gebouwen van > 30 meter. Scenario 4 (PV-installatie blijft liggen, maar de omvormers blijven uitgeschakeld): De EML, PML en de MPL scenario s zijn gelijk aan de scenario s beschreven onder scenario 3. Echter de kans op een brand, in de PV-installatie, is zeer klein als de omvormers zijn uitgeschakeld. In de huidige situatie is dit het geval, waardoor op dit moment het brandrisico vanuit de PV-installatie, klein wordt ingeschat.

7 Bladzijde 7/43 Scenario 5 (de PV-installatie blijft liggen, de dakisolatie wordt onderbroken over een afstand van > 10 meter en vervangen door een moeilijk brandbaar isolatie, waarbij ook de cannelures worden dicht gezet) EML: 30% PML: 60% MPL: 100% Deze schatting is gebaseerd op een brand die ontstaat in de PV-installatie. De brand wordt gesignaleerd door passanten. De brandweer beschouwd de situatie direct als middel brand scenario, waarbij ook direct de hoogwerker wordt ingeschakeld. Door de snelle inzet met de hoogwerker kan de brand van bovenaf worden bestreden. Wel raakt de dakisolatie betrokken bij de brand, echter doordat de dakisolatie is onderbroken, kan de brandweer de brand beperken tot 50% van het dakvlak. Het overige deel van het dak blijft behouden en hierdoor blijft ook een groot deel van de inhoud (inventaris, machines en goederen) behouden. Het scenario is gelijk aan het scenario beschreven onder het EML scenario, echter wordt niet direct de hoogwerker opgeroepen. Doordat de hoogwerker later arriveert, raakt een groter deel van het dak beschadigd. Wel kan de brandweer, door de inzet van een 2 e hoogwerker (die wordt opgeroepen vanuit de kazerne in Sneek), een groot deel van het dak behouden. Het scenario is 100%. Er zijn geen brandwerende scheidingswanden met een brandwerendheid van meer dan 4 uren en er is geen vrije ruimte tussen de gebouwen van > 30 meter. Scenario 6 (de PV-installatie blijft liggen en er wordt een keramische coating aangebracht op de dakbedekking) EML: 20% Indien deze coating op het dak wordt aangebracht, is de kans op een dakbrand, vanaf de buitenzijde, bijvoorbeeld veroorzaakt door de zonnepanelen of vuurwerk, zeer klein. De betreffende coating heeft een hoge brandweerstand (> C) en als deze wordt aangebracht heeft het dak ter plaatse een hoge brandwerendheid. Daarom wordt uitgegaan van een binnenbrand scenario (scenario 1), omdat dit scenario een grotere schade kan veroorzaken, onder EML condities. Op december staat een test gepland bij Troned, met deze keramische coating, op een nagebouwd stukje dak van Thialf, waarbij 4 zonnepanelen in brand worden gestoken. PML: 30% Zie PML beschrijving scenario 1. MPL: 100% Het scenario is 100%. Er zijn geen brandwerende scheidingswanden met een brandwerendheid van meer dan 4 uren en er is geen vrije ruimte tussen de gebouwen van > 30 meter Bedrijfsschadeverwachting: Bedrijfsschadeverwachting (voor scenario 1): EML: 30% van het verzekerde belang. Deze schatting is gebaseerd op een EML materiële schade, bij een uitkeringstermijn van 104 weken, PML: 75% van het verzekerde belang. Deze schatting is gebaseerd op een PML materiële schade, bij een uitkeringstermijn van 104 weken, waarbij de materiële schade niet binnen 12 maanden en/of voor het schaatsseizoen volledig is hersteld. MPL: 100% van het verzekerde belang. Deze schatting is gebaseerd op een MPL materiële schade, bij een uitkeringstermijn van 104 weken, waarbij de materiële schade niet binnen 104 maanden volledig is hersteld. Bedrijfsschadeverwachting (voor scenario 2-6): In alle scenario s zullen de herstelmaatregelen minimaal 18 maanden in beslag nemen. De bedrijfsschade-uitkeringstermijn is daarom inmiddels verhoogd naar 104 weken.

8 Bladzijde 8/ Verzekerde bedragen Gebouwen : ,-- Inventaris : ,-- Totaal materieel : ,-- Bedrijfsschade : ,-- (104 weken, 30% accres/decres). Totaal : , Mogelijke oplossingen (samenvatting) Bij scenario 1 en 2 wordt uitgegaan van de huidige situatie. De PV installatie blijft op het dak en zal ook weer stroom gaan leveren, nadat de preventieve verbeterpunten zijn opgelost (zie rapportage BMT Netherlands B.V). In exploitatieberekening zijn de opbrengsten van de PV installatie meegenomen, deze kunnen hierdoor behouden blijven. Het merendeel van de verzekeraars heeft op dit moment het standpunt: geen zonnepanelen toestaan op stalen daken geïsoleerd met een EPS-SE isolatie, hierbij speelt ook mee: de omvang van het totale verzekerde belang. Verzekeraars zullen hierdoor mogelijk afhaken of het verzekeringsaandeel verlagen. Scenario 3: De PV panelen, inclusief de bekabeling, worden verwijderd. Op basis van de toegestuurde stukken zijn er in de huidige verzekeringsmarkt voldoende verzekeraars voor een 100% branddekking, indien gekozen wordt voor deze oplossing. Wel moet hierbij worden opgemerkt dat, de meeste betrokken verzekeraars, terughoudend zijn met betrekking tot het verstrekken van verzekeringscapaciteit als het dak is vervaardigd uit geprofileerde staalplaten, is geïsoleerd met EPS-SE isolatie en waarbij het dak wordt beschouwd als 1 brandvlak (zoals hier sprake van is). Het dakisolatiemateriaal is nergens onderbroken. Als de richtlijnen van verzekeraars wederom worden aangescherpt op deze onderdelen, kan hierdoor mogelijk wederom een dekkingsprobleem ontstaan. NB: de panelen kunnen bijvoorbeeld wel worden geplaatst op een nog te bouwen constructie boven de parkeerplaatsen. De opstalverzekeraars zullen vermoedelijk geen moeite hebben met deze oplossing. Wel moeten de panelen op voldoende afstand van de gebouwen worden geplaatst. Scenario 4: De omvormers worden uitgeschakeld, zoals in de huidige situatie het geval is. De kans op een brand vanuit de PV installatie is in deze situatie zeer klein. Wel blijft het onderhoud een punt van aandacht, dit moet volgens, in overeenstemming met de normering plaatsvinden. Scenario 5: Doordat het dak is gebouwd als één dakvlak, zonder onderbrekingen in het isolatiemateriaal, gaan verzekeraars ervan uit dat een dakbrand, vrijwel altijd leidt tot het volledig verlies van het dakvlak. In de meeste gevallen gaat hierbij ook alles verloren dat zich onder het dak bevindt. De enige manier om dit te voorkomen is een strook isolatie te vervangen door een moeilijk brandbaar isolatiemateriaal, waarbij ook de cannelures worden dicht gezet. De locatie van de dakonderbreking zal nog nader moeten worden uitgezocht. Als deze onderbreking op de juiste wijze wordt doorgevoerd, kan zowel de EML alsook de PML worden verlaagd, bij een dakbrandscenario. De MPL blijft altijd 100%.

9 Bladzijde 9/43 Scenario 6: Een keramische coating aanbrengen over de dakbedekking. Deze coating heeft een hoge brandweerstand en beschermd de dakbedekking. Indien er nu een dakbrand ontstaat, bijvoorbeeld door de PV-installatie of vuurwerk, kan de coating ervoor zorgen dat de dakbedekking en het onderliggende isolatiepakket, niet gaan branden of smelten. De grootste kans bij een dakbrand bij Thialf wordt veroorzaakt door een defect paneel of een defecte connector. Bij een defecte connector kan een vlamboog ontstaan. Door de vlamboogdetectie (Solar Edge systeem), is de kans groot dat de vlamboog snel wordt gedetecteerd (binnen 2 seconden) en vervolgens de spanning naar 1 Volt wordt geschakeld. Als een zonnepaneel gaat branden, functioneert de vlamboogdetectie vermoedelijk niet of te laat, echter als de coating op de juiste wijze wordt aangebracht, kan deze coating ervoor zorgen dat de brand niet overslaat vanuit de panelen naar het isolatiemateriaal. Een succesvolle brandweerinzet blijft wel noodzakelijk, in dit scenario. Brandtest: Op de dagen december staat een brandtest gepland bij Troned, waarbij 4 zonnepanelen in brand worden gestoken, op een nagebouwd stukje dak met dezelfde specificaties, inclusief hellingshoek, alsook bij het dak van Thialf. Indien de panelen zijn verbrand en het dakisolatiemateriaal is onbeschadigd, wordt het dak beoordeeld als voldoende veilig. Het dak is bijvoorbeeld dan ook bestand tegen vuurpijlen en ook het dakdekkersrisico wordt fors gereduceerd. Indien deze coating wordt aangebracht en de test voldoet aan de verwachting, kan een eventuele brand in een PV installatie niet meer eenvoudig overslaan naar het dakisolatiemateriaal. Daarnaast wordt het dakdekkersrisico nagenoeg volledig gereduceerd. Circa 5% van de grote branden in Nederland worden veroorzaakt door dergelijke werkzaamheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van open vuur. 1.6 Nog niet volledig aangeleverde informatie. Ter onderbouwing moeten nog een aantal technische documenten worden aangeleverd. De aanlevering van de benodigde informatie verloopt moeizaam. De benodigde informatie: - Een schriftelijke bevestiging dat het isolatieproduct is aangebracht, zoals het ook is getest en voldoet aan klasse 2, volgens de NEN 6065 in niet gecacheerde uitvoering. Het volledige testrapport, die dit moet onderbouwen, is nog niet verstrekt; - De hellingshoek wijkt circa 5 graden af ten opzichte van het KOMO certificaat. De branduitbreidingssnelheid bij schuinere daken verloopt sneller dan bij platte daken. Daarom is het van belang, dat wordt onderbouwd, waarom wordt afgeweken van het KOMO certificaat. Deze onderbouwing is nog niet verstrekt. Een vliegvuurtest, met een hellingshoek van 25 graden, zal vermoedelijk plaatsvinden voor 1 januari 2021.

10 Bladzijde 10/43 2. BEDRIJFSFORMATIE 2.1 Bedrijfsbeschrijving Verzekerd is een schaatsbaan (ijsstadion Thialf). In de basis was Thialf een openlucht langebaanschaatsbaan, officieel geopend in 1967 en is in 1986 voorzien van een overdekte hal met betonnen tribunes en een stalen dak. De ijshockey hal, gelegen naast de langebaan, is rond 1966 gerealiseerd. De langebaanschaatsbaan is in de loop van de jaren verder aangepast en begin 2015 is gestart met de vernieuwbouw, waarbij het complex is uitgebreid en onder meer voorzien is van een nieuwe ijsvloer met een topsport tunnel, een shorttrackbaan, een 1 e en 2 e etage ring met kantoren, omloop en diverse trainingsfaciliteiten. Certificering installaties: De brandmeldinstallatie is gecertificeerd. De voor het onderhoud van de technische installaties verantwoordelijke externe partijen zijn op de diverse relevante deelgebieden gecertificeerd. Het onderhoud op diverse installaties is uitbesteed, hiervoor zijn onderhoudscontracten afgesloten. 2.2 Bedrijfsactiviteiten Het nieuwe Thialf is het belangrijkste ijsstadion voor topsportschaatsers in Nederland. Naast (inter) nationale wedstrijden wordt het complex gebruikt door ijsverenigingen, verder zijn er mogelijkheden voor ijshockey, curling, kunst-, schoon- en recreatiefschaatsen. Er is een deel in gebruik als businessclub. Er zijn ruimten beschikbaar voor vergaderingen en presentaties. Er zijn horecavoorzieningen in de vorm van café het Klunplak, brasserie de Buitenbocht en tijdens evenementen zijn er meerdere tijdelijke keukens beschikbaar. In 2019 is Thialf aangewezen als Center of Excellence om topsport (o.a. langebaan en shorttrack) verder te verbeteren. Het Innovatielab en Thialf Academy zorgen ook voor verdere verbetering van het topsport klimaat. Een deel van het complex is verhuurd (2 e etage), dit betreft kantoorruimten. De huurders gebruiken een eigen ingang op de begane grond. Daarnaast wordt een deel gebruikt (2 e etage) voor topsport (kantoren en trainingsruimten). 2.3 Situering en belending(en) Het complex is gelegen in de bebouwde kom van Heerenveen. Er is een belending met zeer beperkte invloed op het risico, het betreft een bowlingcentrum op ongeveer 28 meter. De overige belendingen zijn gelegen op > 30 meter afstand van het complex. 2.4 Bouwaard Het ijsstadion heeft in de basis een stalen draagconstructie, waarbij de vernieuwbouw deels gebruik heeft gemaakt van de bestaande betonnen en stalen kolommen aan de onderzijde. Ook is er opnieuw geheid en zijn er stalen kolommen bijgeplaatst aan de buitenzijde van de bestaande hal. Het bestaande dak (uit 1986) boven de langebaan is behouden. Dit dak is wel voorzien van nieuwe isolatie (EPS-SE, 130 mm met een gewicht van 20kg/M 3 ) en een PVC dakbedekking. Volgens het bestek zijn de isolatieplaten mechanisch verankerd aan de stalen profielplaten. Volgens het bestek is op de isolatieplaten een scheidingslaag (glasvlies) aangebracht, waarna de PVC dakbedekking is aangebracht, met overlappende geföhnde delen (Monarplan). Door de leverancier en de hoofdaannemer is inmiddels bevestigd dat de glasvlies van 120 gr/m2 is aangebracht. Doordat de hellingshoek afwijkt met > 5 graden, kan nog niet met zekerheid worden bevestigd dat de dakconstructie volledig voldoet aan de vliegvuurtest (NEN 6063).

11 Bladzijde 11/43 Een klein deel (goten) van de dakbedekking is vervaardigd uit bitumen. Het overgrote deel bestaat uit een PVC dakbedekking. De opstaande randen zijn ter plaatse voorzien van een PIR isolatie. De dakconstructie (draagconstructie/dakplaten), waarop de PV installatie is geplaatst, zou volgens de constructieberekening (door Bartels en Aronsohn) voldoende sterk moeten zijn om de PV panelen te kunnen plaatsen. Er is rekening gehouden met 20 kilogram per m 2 aan extra gewicht met betrekking tot de zonnepanelen. Het gewicht van de zonnepanelen per m2 is lager, waardoor wordt voldaan aan dit uitgangspunt. De gevels bestaan overwegend uit sandwichpanelen (PIR isolatie), deels bekleed met witte composiet platen (leverancier Alucoil, product naam: Larson FR, brandklasse B-S1-D0), welke gelijmd zijn op de sandwichpanelen. Er is een kelder met technische ruimten en de topsporttunnel verbindt de buitenring met de binnenbaan. De begane grond bestaat grotendeels uit opslagruimten die onder en aan de buitenzijde van de betonnen tribunes zijn gerealiseerd, verder worden ruimten verhuurd, kleedruimten, technische ruimten (o.a. ammoniak installatie, machinekamer) vuilcontainerruimte. De 1 e etage heeft een hoofdentree voor de bezoekers die via de omloop in de buitenring naar de schaatshal met de tribunes kunnen lopen, verder een keuken, een restaurant en businessclub. In de omloop worden tijdens evenementen tijdelijk horecastands opgebouwd. De 2 e etage heeft businessclubruimten, jury en persruimten, verhuurde kantoorruimten, topsport, kantoren en topsport trainingsruimten, waaronder een lower oxigen ruimte (training op hoogte simulatie). De noordzijde van deze ring staat leeg. De ijshockeyhal heeft een hybride (staal & hout gelamineerde balken) draagconstructie. Het dak is opgetrokken uit geprofileerde staalplaten, geïsoleerd met EPS-SE en heeft een PVC dakbedekking. De gevels bestaan overwegend uit metselwerk met hierboven stalen sandwichpanelen met brandbare (PIR) isolatie. In 2019 is de dakconstructie van de ijshockeyhal aangepast (stalen drukkokers en windverbanden bijgeplaatst), doordat er indertijd twijfels waren over de stabiliteit van het dak. In de bijlage Constructies staat een overzicht van de gebouwconstructies Brandwerende scheiding en spreiding Er is geen sprake van spreiding. Er zijn in het complex meerdere lichte brandscheidingen, veelal bestaande uit metselwerk, de doorgangen in deze scheidingen zijn overwegend voorzien van zelfsluitende deuren die door middel van deurdrangers worden dicht gestuurd. Er zijn geen scheidingswanden doorgetrokken door het dak. De doorvoeren in de brandwerende wanden zijn afgedicht met manchetten en/of brandwerende isolatie en pasta. In augustus 2020 zijn de brandwerende scheidingen door een daartoe erkend bedrijf nagelopen en de gebreken zijn allemaal hersteld. Verbindingsgang tussen de langebaanhal en de ijshockeyhal. In deze scheiding is een brandwerend rolluik aangebracht. Dit rolluik wordt door de brandmeldinstallatie wordt aangestuurd.

12 Bladzijde 12/ Groter brandcompartiment op basis van de risicobenaderingsnorm, NEN Doordat de maximale brandcompartimentgrootte conform het bouwbesluit wordt overschreden is, op basis van artikel 1,3 een aanvullend brandonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de risicobenaderingsmethode, NEN 6079:2014. Deze berekening is opgesteld door Peutz. De berekening is inhoudelijk niet beoordeeld, wel is geconcludeerd dat er geen rekening is gehouden met een dakbrandscenario en er is ook geen rekening gehouden met het brandrisico verbonden aan een PVinstallatie. Op basis van de NEN 6079:2014 was dit indertijd ook niet noodzakelijk, het voornaamste doel van deze berekeningsmethode is gebaseerd op: 1) Het voorkomen van slachtoffers; 2) Het voorkomen van brandoverslag naar belendende gebouwen. Aan de genoemde doelen wordt voldaan. De betreffende methode wordt vermoedelijk binnenkort herzien, waarbij mogelijk wel wordt getoetst op basis van een dakbrandscenario (in verband met de PVinstallatie). 2.5 Huishouding en moraliteit Er zijn 13 mensen in dienst bij Thialf en er is een BHV organisatie van 8 personen die jaarlijks wordt getraind. Er zijn AED apparaten, de BHV ers zijn deels getraind in het gebruik van dit apparaat. Sinds begin 2020 is een externe partij ingehuurd en aan de directie toegevoegd, om noodzakelijke verbeteringen (financieel en operationeel) door te kunnen voeren. Er is een R.I&E (Risico Inventarisatie & Evaluatie) uitgevoerd in De rapportage is afgestemd op de huidige situatie en de verbeterpunten zijn opgepakt. Er is een ontruimingsplan, die geactualiseerd is in augustus De moraliteit en de preventieve instelling van het bedrijf is zeer goed. Er is een goede aandacht voor preventieve zaken. De verbeterpunten zijn, voor zover mogelijk, adequaat opgepakt. De huishouding, zowel in de gebouwen alsook op het buitenterrein, wordt als goed beoordeeld. Argumenten waardoor isolatie op basis van EPS-SE is toegepast: Voor zover nu kan worden achterhaald is vanaf het 1 e moment van het ontwerp van het nieuwe Thialf uitgegaan van een hoge RC waarde. In deze fase is niet specifiek gekeken naar de brandtechnische eigenschappen van de verschillende isolatieproducten. De belangrijkste uitgangspunten waren indertijd: het product moet voldoen aan het bouwbesluit en moet goed isoleren. Op basis van deze uitgangspunten en vermoedelijk ook de investeringskosten is gekozen voor een isolatiemateriaal op basis van EPS-SE. Op basis van toegestuurde stukken wordt dit isolatiemateriaal ingedeeld in risicoklasse 2, conform de NEN 6065, hetgeen wordt beschreven als: moeilijk brandbaar. De testrapporten, waaruit dit zal moeten blijken, zijn opgevraagd, echter nog niet verstrekt. Verzekeraars beoordelen dit materiaal, als het wordt aangebracht op stalen geprofileerde platen, als zeer brandbaar (smelt zeer snel). De testmethode (SBI-test), die leveranciers toepassen om de brandklasse aan te tonen, wijkt sterk af van een dakbrandscenario in de praktijksituatie. De SBI testmethode staat op dit moment ook ter discussie, maar mag nog wel worden toegepast. 2.6 Vuurbelasting / branduitbreiding De vuurlast in de hal is overwegend laag, in enkele ruimten door aankleding en/of inhoud middelbaar. Op basis van deze lage vuurlast en de preventieve maatregelen zal een brand van binnenuit beperkt kunnen blijven tot een beperkte brandomvang. Een (dak)brand zal zich onder andere door de brandbare dakisolatie in combinatie met de open cannelures snel kunnen verspreiden over het gehele dakvlak. Er zijn geen uitgekraagde brandscheidingen, waardoor de MPL verlaagd kan worden.

13 Bladzijde 13/43 3. INSTALLATIES & RISICOFACTOREN 3.1 Lokaalverwarming De gebouwen worden verwarmd door een verwarmingsinstallatie met water/lucht als verwarmingsmedium. De warmte wordt verkregen door middel van een warmtepomp (WKO in bodem) en warmteterugwinning vanuit het koelproces. Volgens opgave is er geen aansluiting op het aardgasnet. 3.2 Elektrische installatie Er zijn 2 trafo s ruimtes inpandig (niet bezocht). De trafo s zijn eigendom van derden (Liander). Er zijn twee diesel gevoede noodstroom aggregaten, vermoedelijk alleen voor (nood) verlichting. De elektrische installatie van het complex is conform NEN 1010 in 2015 en 2016 gekeurd. Bij deze controle heeft ook een thermografisch onderzoek plaatsgevonden. Een herstelverklaring van inspectiebureau Inspectro, verleend aan Croon Elektrotechniek, is ingezien. De inspectie rapportages (R t/m 4) zijn niet inhoudelijk beoordeeld en/of ingezien door BvT. 3.3 Computersystemen De back-up is online, de serverruimte is voorzien van een UPS noodvoorziening. De serverruimte is geconditioneerd en voorzien van branddetectie. Alle centrale bedrijfsdata wordt volgens opgave elke zaterdag in een volledige back-up op een schijfstation ter plaatse uitgevoerd met markt gestandaardiseerde software. Daarna wordt elke dag een verschil van de volledige back-up bijgeschreven op het schijfstation. De dagelijkse back-up wordt dagelijks versleuteld naar een Cloud locatie verzonden voor extra bedrijfszekerheid.

14 Bladzijde 14/ Risicofactoren Brandbare en risicovolle vloeistoffen De voorraad aan brandbare vloeistoffen (vallen in ADR klasse 3) is beperkt en bestaat overwegend uit benzine in jerrycans (voor trekker, maaier, kantenslijper e.d.). Op het buitenterrein staat een dieseltank met een inhoud van 1m 3. In de werkplaats staat een stalen kast met opvangbak waarin de ADR3 vloeistoffen worden opgeslagen Gassen Bij de Technische Dienst worden gassen (menggas voor mig lasapparaat, acetyleen en zuurstof) gebruikt voor lassen en snijden van metaal. De voorraad gasflessen is beperkt (enkele flessen, waarbij de acetyleengasfles is voorzien van een vlamdover). Verder Co2 flessen voor de horecadranken. Voor de brandstof van twee Zamboni s en een schrobmachine wordt LPG gebruikt, de voorraad LPG flessen (circa 25 stuks) staan opgesteld in een spijlenkooi op het buitenterrein op > 10 meter afstand van het pand. Er is circa kg ammoniak (vloeibaar gas onder druk). Ter plaatse is ammoniakdetectie toegepast, daarnaast is adembescherming apparatuur aanwezig. Het detectiesysteem wordt periodiek gecontroleerd Procesverwarming en koeling Procesverwarming: Het complex is volgens opgave niet voorzien van een aardgasnet aansluiting, in de keukens werkt men met elektrische kookplaten e.d. De frituurinstallaties zijn vermoedelijk voorzien van een maximaal thermostaat. Op enkele plekken in het complex staan wasmachines & drogers, deze worden periodiek onderhouden (conform de NEN 3140). Het warmwater wordt verkregen via de warmte die vrijkomt van de oliekoelers, desuperheaters (persgaskoeler) en condensors, verder zijn er warmtepompen (eigen WKO bron). Koeling: De proceskoeling geschiedt met ammoniak (NH3, circa kg). Deze installatie wordt door een externe partij (Warmtebouw) onderhouden. De ruimte waar deze installatie staat opgesteld is, naast branddetectie (aspiratie), ook voorzien van ammoniak detectie. De condensors staan opgesteld op het platte dak aan de Noord-Oost zijde van de schaatshal. Het koudemiddel voor de ijsvloer is Freezium -60C (niet licht ontvlambaar). Er zijn 4 compressoren (2x schroef en 2x zuiger) voor de 4 NH 3 chillers met lucht en watergekoelde condensors. De installaties worden periodiek onderhouden, op basis van een onderhoudscontract, dit contract is ingezien.

15 Bladzijde 15/ Lassen, slijpen, oven vuur In de TD-ruimten staan onder andere een afkortzaag, slijpgereedschappen en lasapparaten (autogeen en mig). Indien er eigen brandgevaarlijke werkzaamheden in het pand plaatsvinden, hanteert men de benodigde veiligheidsvoorzieningen. De lasdampen worden veilig afgezogen. Er vinden vrijwel geen bewerkingen meer plaats, waarbij gebruik wordt gemaakt van open vuur. Indien deze werkzaamheden zich wel voordoen, wordt gebruik gemaakt van een vergunning brandgevaarlijke werkzaamheden Emballage / buitenopslag De gebouwgevels van de hoofdgebouwen worden over een afstand van 10 meter rondom vrijgehouden van brandbare materialen Afval Op het buitenterrein, in container, op > 10 meter afstand van de gevel. Ook staan op meerdere plaatsen kunststof afvalcontainers inpandig Rookbeleid In alle gebouwen en op het buitenterrein mag niet worden gerookt Specifieke factoren Laden Zamboni s: Er zijn twee acculaders voor de Zamboni s, deze laders zijn opgesteld op verrijdbare onderstellen, en worden jaarlijks gekeurd PV installatie Algemeen In 2014 / 2015 is een SDE subsidie aanvraag in verband met de te plaatsen PV-panelen ingediend en verkregen. Overeenkomst, afgesloten met Ballast Nedam Bouw & Ontwikkeling B.V. (=Heddes): In de overeenkomst tot levering en installatie van PV installatie, is overeengekomen tussen April 2016 en Augustus 2016 de PV installatie te plaatsen en op te leveren door een onafhankelijk inspectiebureau (zie art. 11). De opleveringskeuring wordt uitgevoerd, op basis van de overeenkomst, conform NEN 1010 en NEN Artikelen 12 en 13 vermelden afspraken over het onderhoud en de garantietermijnen. In 2016 zijn er op het nieuwe dak bijna zonnepanelen (1.334 KWp, Luxra PV 60-SM6-270) geplaatst. De installatie is aangelegd door Zonel. De panelen liggen aan beide zijden van het nieuwe dak, in de buitenste ring (zichtbaar vanaf de begane grond op het buitenterrein) zijn dummy s geplaatst onder andere in de ronding van het dak, zodanig dat het lijkt of het gehele dak is voorzien van PV panelen.

16 Bladzijde 16/ Oplevering Conform inspectierapport d.d van Ekwadraat is de PV-installatie opgeleverd door middel van een opleveringsinspectie conform NTA Er waren indertijd nog wel enkele tekortkomingen (onder andere montage en onderhoud schijnpanelen), aldus opgave zijn deze inmiddels hersteld. In de rapportage van Ekwadraat staat vermeld, onder 1.2 dat de inspectie, bestaande uit visuele controle en metingen en beproevingen, worden uitgevoerd om aan te tonen dat het PV-systeem voldoet aan de eisen van de NTA Deze norm is echter sinds 2007 ingetrokken, waarom er is gekozen om te toetsen of wordt voldaan aan de NTA 8011, is tot nu toe niet achterhaald. De opleveringskeuring had moeten plaatsvinden op basis van de NEN 1010, waarbij de versie moet worden gehanteerd die actueel was ten tijde van aanleg. In deze situatie: de NEN 1010:2007+C1:2008. De inspectiemethode is gehanteerd conform de NTA Deze is ingetrokken op 8 april 2019, maar was nog wel actueel ten tijde van aanleg. De keuring heeft niet plaatsgevonden, conform de NEN 1010:2007+C1:2008. Waardoor er indertijd niet is gekozen voor deze opleveringskeuring, is niet achterhaald. Advies: Een nieuwe controle laten uitvoeren, conform de keuringsmethode Scope 12, waarbij wordt getoetst op basis van het Technisch Document 18 (TD18). Geconstateerde gebreken laten herstellen. Zie preventiepunt: 0720/01.01E. De Scope 12 keuringsmethode is een methode die ontwikkeld is in 2020 en de verwachting is dat verzekeraars vanaf 2021 deze methode zullen voorschrijven. Op basis van deze controle wordt zowel de DC-zijde alsook de AC-zijde gecontroleerd. Op basis van deze methode wordt gecontroleerd op basis van de NEN 1010, De NEN-EN-IEC , en Technisch onderzoek BMT Netherlands B.V.: Er heeft inmiddels een onderzoek plaatsgevonden door BMT Netherlands B.V. Dit bedrijf heeft onderzocht of de PV-installatie is aangelegd conform de indertijd geldende normering (NEN 1010:2007+C1:2008) en conform de huidige NEN 1010:2015+C2:2016+A1:2020. Op basis van deze rapportage is geconcludeerd dat de installatie niet is aangelegd conform de indertijd geldende normering. Er zijn afwijkingen waargenomen. Zonel heeft bevestigd de gebreken te herstellen Constructie Door het bedrijf Bartels Ingenieurs te Rotterdam is de constructie berekend en deze is gecontroleerd door Aronsohn (12 mei 2015). In de berekening, datum 12 mei 2015, is uitgegaan van een extra dakbelasting van 20 kg/ m 2 voor de zonnepanelen. Op basis van de verstrekte informatie varieert het gewicht van de panelen tussen 13 (schuine daken) en 18 kg/m 2 (vlakkere dakdelen, topsportgedeelte). Met betrekking tot de gevolgklasse is berekend met CC3 en als referentieperiode is aangehouden 50 jaar met betrekking tot de nieuwe situatie en bij een deel van de bestaande situatie is een referentieperiode van 15 jaar aangehouden. De betrouwbaarheidsklasse RC3 is aangehouden. Waarbij de oudbouw is getoetst op oudere normeringen en er zijn aanvullingen opgenomen ter verbetering van de constructie. Door het bedrijf Royal Haskoning DHV zijn de ontwerpuitgangspunten in december 2020 gecontroleerd. De algehele conclusie: Er wordt voldaan aan de uitgangspunten, er is voldoende rekening gehouden met het extra gewicht van de zonnepanelen en ook met betrekking tot het extra gewicht door bijvoorbeeld sneeuwval. Op dit onderdeel voldoet het ontwerp aan de normering. Daarnaast is ook onderzocht of er voldoende marge is, om de eventueel aan te brengen brandwerende coating te dragen. Deze coating krijgt een gewicht van circa 5 kg/ m². Er is voldoende marge in de berekening om dit extra gewicht te kunnen dragen.

17 Bladzijde 17/ Bevestiging zonnepanelen In de aanbieding van Zonel ( ) wordt gesproken over bevestiging van de solarfix consoles middels Solar Fix solarpootjes die met tuimelankers aan de onderconstructie wordt verbonden en daarna waterdicht gemaakt met een PVC manchet. Er is uiteindelijk gekozen (volgens opgave ter verkleining van het daklekkage risico) de alurails met PVC banen aan de PVC dakbedekking te bevestigen. Tevens zijn de alu bevestigingsrails aan beide zijden van het dak (boven de nok) met elkaar verbonden door een metalen strip, deze metalen strip is later aangebracht. De panelen zijn bevestigd op rails en met kunststof ankers (over de montage rails heen, voor zover zichtbaar op 6 plekken per rail) met het PVC dak verbonden. Onder de PVC dakbedekking ligt EPS-SE isolatie materiaal. Dit materiaal is mechanisch bevestigd aan de onderliggende stalen profielplaten. Bij een aantal panelen in sector 1 bleken de PVC ankers onvoldoende houvast te bieden, waardoor dit deel van de PV installatie begon te schuiven. Als gevolg hiervan zijn er circa 300 panelen gedemonteerd. Deze panelen liggen in opslag in een ruimte op de begane grond. De gedemonteerde optimizers en connectoren liggen los bij elkaar op een plat deel van het dak, waarbij de connectoren niet zijn afgeschermd. Voor dit onderdeel is preventie opgenomen en inmiddels is door Zonel bevestigd dat de betreffende connectoren niet meer worden gebruikt, doordat de binnenzijde mogelijk is gecorrodeerd. De bevestigingsmethode is doorgenomen met Bureau Dak Advies (BDA). De bevindingen staan in de rapportage, 23 augustus 2016 (document naam: (16-B-0292): In deze rapportage wordt bevestigd dat de bevestiging is gedaan, conform datgene dat is afgesproken. Er wordt echter niet bevestigd of de bevestiging voldoet aan de NEN 7250 en of de schroeven voldoen aan de vereiste rekenwaarde (voor de uitreksterkte). Oplossing: Laten onderzoeken of de installatie, inclusief de bevestiging, voldoet aan de NEN Indien hier niet aan wordt voldaan, de situatie aanpassen zodat er wel wordt voldaan aan de uitgangspunten opgenomen in de NEN Zie preventiepunt: 0720/01.01E. Er zijn nog aanvullende vragen gesteld aan BDA. De personen die indertijd betrokken waren bij dit onderzoek, zijn niet meer werkzaam bij BDA. BDA heeft bevestigd de betreffende vragen binnenkort te zullen beantwoorden Wateraccumulatieberekening In de rapportage van BDA, 6 juli 2017, opdrachtnummer: 16-B-0292, wordt bevestigd dat dit niet is onderzocht in de rapportage (artikel 1,4). Aangenomen wordt dat dit onderdeel wel is onderzocht door de constructeur, alleen moeten de rapportages hiervan nog worden overhandigd. Voor dit onderdeel staan nog aanvullende vragen open. De goten worden frequent schoongemaakt ook lijkt de afwatering voldoende (uitsluitend visueel beoordeeld) Bliksemafleider Het dak is voorzien van een externe bliksemafleidinstallatie, de metalen delen van de PV installatie zijn gekoppeld aan deze installatie. De installatie is aangelegd door firma van der Heide en aangepast aan de nieuwe situatie met betrekking tot de zonnepanelen. De bliksemafleider wordt periodiek gecontroleerd.

18 Bladzijde 18/ Omvormers en connectoren De panelen zijn voorzien van optimizers van Solar Edge, er zijn in drie verschillende technische ruimten op de begane grond in totaal 40 omvormers geïnstalleerd ( stuks). De omvormers zijn gemonteerd op houten underlayment platen. De technische ruimten zijn voorzien van branddetectie en zijn gecompartimenteerd op wandniveau in 60 minuten brandwerend afgescheiden ruimten. De deels ontbrekende, brandwerende afwerking van de doorvoeren is nog wel een aandachtspunt, hiervoor is preventie opgenomen. De kabels komen vanaf de onderzijde van de panelen (via de optimizers) naar de connectoren, een deel hiervan hangt niet overal strak onder de panelen en ligt op de dakbedekking. Oplossing: Een nieuwe controle laten uitvoeren, op basis van de Scope 12 methode. Zie hiervoor preventie. De geconstateerde herstelpunten laten herstellen. In de rapportage van BMT Netherlands B.V. wordt dit ook onderstreept. De kabels worden verder deels via metalen kabelgoten en/of flexibele kunststof mantel buizen naar de bovenzijde van het dak geleid, alwaar de kabels gebundeld (voor zover zichtbaar geen gescheiden invoer van rode en zwarte bekabeling) via een PVC pijp het gebouw ingaan. Gescheiden aanleg van kabels werd ten tijde van aanleg nog niet voorgeschreven als voorwaarde. Wel was dit vermoedelijk van toepassing ter plaatse van de dakdoorvoeren. Inpandig gaan de gebundelde kabelstrengen in flexibele leidingmantels naar de drie omvormer ruimten. Hier worden de kabels in metalen kabelgoten naar de omvormers (Solar Edge) geleid en aangesloten. De omvormers zijn voorzien van vlamboogdetectie. Op dit moment staan de omvormers uit. Het mogelijke brandrisico vanuit de PV installatie is hierdoor zeer klein. Connectoren: Een deel van de connectoren ligt op het PVC dak. Conform de normering is dit niet toegestaan, want de connectoren voldoen niet aan het criterium waterdicht. De kans op een vlamboog, door een niet goed aangesloten connector, is hierdoor verhoogd. Deze situatie zal moeten worden hersteld. Daarnaast kon tijdens het bezoek niet worden achterhaal of de juiste connectoren zijn toegepast en/of voorzien zijn van een type verklaring. Dit zal ook nader moeten worden onderzocht. Zonel heeft aangegeven dit te zullen herstellen. Oplossing: Door middel van de Scope 12 controle, worden deze onderdelen gecontroleerd en beoordeeld, zie hiervoor preventie en ook de rapportage van BMT Netherlands B.V PV-panelen De panelen van Luxra, type PV 60-SM zijn toegepast. Het betreft een Monocrystalline paneel (glas-folie paneel). Brandrapporten zijn niet verstrekt. Maar op basis van de verstrekte informatie wordt aangenomen dat brandklasse C maximaal haalbaar is, bij dit type paneel. Het betreft een brandbaar paneel. Op basis van de informatie van de leverancier wordt gesteld dat de afstand tussen het paneel en de dakbedekking minimaal 12 cm moet zijn, zie hiervoor ook de rapportage van BMT Netherlands B.V. De vrije ruimte tussen de panelen en het dak is circa 8 cm, hierdoor wordt niet voldaan aan de montagevoorschriften van de installateur en wordt het brandrisico hierdoor verzwaard. Inmiddels is bevestigd door Zonel dat de 12 centimeter mag worden teruggebracht naar circa 9 cm. Een verlaging naar circa 8 cm is nog niet voldoende onderbouwd. Oplossing: De panelen plaatsen, conform de montagevoorschriften van de leverancier, zie ook de rapportage van BMT Netherlands B.V.

19 Bladzijde 19/ Omvormers uitgeschakeld Op voorwaarde van de huidige verzekeraars voor de opstallen is afgedwongen de omvormers uit te schakelen. De omvormers zijn voorzien van een Arc Fault beveiliging en een temperatuur beveiliging. De PV-installatie is in de huidige situatie nagenoeg spanningsloos, dit is ook schriftelijk bevestigd door de leverancier Solar Edge. Per paneel is er nu nog sprake van 1v, per string is dit maximaal 50v. Het brandrisico geredeneerd vanuit de PV installatie is hierdoor zeer klein Conclusie zonnestroom installatie Indien een PV installatie wordt aangelegd op basis van de normeringen (NEN 1010 en de NEN-EN-IEC ), actuele versie ten tijde van aanleg, is de kans op een brand vanuit de PV installatie klein. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat het onderhoud ook op de juiste wijze wordt uitgevoerd. De huidige installatie vertoont echter meerdere ernstige gebreken, voor een onderbouwing van deze gebreken wordt ook verwezen naar de rapportage van BMT Netherlands B.V. Mede door deze gebreken wordt het brandrisico als verhoogd beoordeeld, indien de PV-installatie weer wordt ingeschakeld. Indien de gebreken worden hersteld en de PV installatie wordt jaarlijks op een adequate wijze onderhouden, wordt het brandrisico niet meer als verhoogd beoordeeld. Hetzelfde geldt ook voor het stormrisico. In de huidige situatie wordt dit als een verhoogd risico beoordeeld, doordat in het verleden is gebleken dat de bevestigingsmethode gebreken vertoond en doordat nog niet is bevestigd of de huidige methode voldoet aan de NEN Het hagelschaderisico bij PV installaties blijft altijd een verhoogd risico op schade. In de basis kunnen de panelen een hagelbui doorstaan, maar als het zware hagelstenen betreft, dan is de kans op schade groot. Risicotechnisch is dit een gegeven, er zijn vrijwel geen adequate preventieve maatregelen mogelijk, om dit risico te verkleinen. Wel had indertijd gekozen kunnen worden voor een glas-glas paneel. Deze PV-panelen zijn beter bestand tegen hagelstenen. De belangrijkste tekortkomingen zijn (voor de volledige lijst, zie rapportage BMT Netherlands B.V. - Verankering van de rails aan de PVC dakbedekking, onduidelijk of deze methode voldoet aan de NEN 7250; - Losliggende kabels en connectoren op het dak (voldoet niet aan de normering); - Nadere onderbouwing van gebruikte connectoren (type verklaring van de leverancier); - Bundeling van de kabels in de goten en in de kunststof flexibele mantel buis, met name ter plaatse van de dakdoorvoeren is dit een aandachtspunt. - Door verwijdering van optimizers, connectoren etc zijn nu een aantal installatie delen mogelijk niet meer spatwaterdicht. Deze onderdelen zijn in de huidige situatie niet aangesloten, waardoor deze onderdelen geen schade kunnen veroorzaken. Indien echter deze onderdelen weer worden aangesloten, moet eerst worden vastgesteld of er geen corrosie is ontstaan in de betreffende aansluitingen. Door middel van corrosievorming kunnen namelijk overgangsweerstanden ontstaan en deze verhoogde weerstanden kunnen een brand veroorzaken. Daarom: voordat onderdelen weer worden geïnstalleerd, laten beoordelen of er sprake is van corrosie. Indien dit het geval is, de betreffende onderdelen niet meer gebruiken; - Solar Edge arc fault (vlamboog) beveiliging moet ingeschakeld staan. In de huidige situatie staan de omvormers uit, waardoor dit onderdeel nu niet van toepassing is. - De gehele installatie laten controleren door middel van een Scope 12 inspectie, conform TD18, waarbij de geconstateerde gebreken worden hersteld (deze controle methode is ontwikkeling in 2020); - De zonnepanelen zo plaatsen, dat wordt voldaan aan de montagevoorschriften van de leverancier.

20 Bladzijde 20/43 Foto s risicofactoren Inkijk werkplaats (las- en verspaanruimte). Dakgoten, zijn schoon en voorzien van een noodoverloop. Acculader Accupakket zamboni Inkijk evenementen keuken in de omloop Aanzicht inpandige hemelwaterafvoeren

21 Bladzijde 21/43 Aanzicht buitenopslag gasflessen, dieselolie en vuilcontainer. Aanzicht van een omvormer ruimte Houtwolcementplaten met steenwol isolatie Aanzicht noodstroomaggregaat Aanzicht van een wasmachine en droger Inkijk in de keuken.

22 Bladzijde 22/43 Aanzicht van een elektrische frituur Aanzicht van de kunststof slangen in een afzuigkanaal Aanzicht van een LPG Zamboni Aanzicht van een elektrische Zamboni Hellingshoek dakvlak, buitenring.

23 Bladzijde 23/43 4. UITGEBREIDE GEVAREN 4.1 Storm De gebouwen zijn gelegen in een deels open omgeving. Deze ligging (hoger als omliggende gebouwen) in combinatie met de koelinstallaties en de PV panelen op de daken verzwaren het stormrisico. Bij het ontwerp is een windbelastingberekening opgesteld. De onderhoudsstaat met betrekking tot de gebouwen is goed. Doordat wordt getwijfeld of de bevestiging van de zonnepanelen aangebracht is conform de normering, wordt het stormrisico hierdoor als verhoogd beoordeeld. Voor dit onderdeel is reeds preventie opgenomen. 4.2 Inbraak De attractiviteit van de goederen is laag tot middelbaar. De kans op een gerichte inbraak is normaal. De schaatshal en kantoren zijn beveiligd met een elektronische inbraakmeldinstallatie conform de voorgeschreven VRKI klasse. Dit onderdeel is verder niet onderzocht en maakt geen onderdeel uit van deze rapportage. 4.3 Overspanningsrisico bij bliksemontlading De gebouwen zijn dominant gelegen in de omgeving. De kans op een directe blikseminslag is hierdoor verhoogd. In het proces wordt veel gebruik gemaakt van computergestuurde systemen. Door deze systemen is de kans op een grotere inductieschade verhoogd. De gebouwen zijn voorzien van een uitwendige bliksemafleidinstallatie en op de gebouwgrens is potentiaalvereffening toegepast. De potentiaalvereffening en de bliksemafleider worden periodiek gecontroleerd. Op kritische plaatsen heeft men aanvullend overspanningsbeveiligingen in de groepenkasten toegepast. Dit onderdeel is verder niet onderzocht en wordt niet behandeld in deze rapportage. 4.4 Overige - Rook en roet De kans op rook- en roetschades is normaal. De machines zijn gevoelig voor rook en roet. Er zijn compartimenten die ook rookwerend zijn uitgevoerd, alleen staan een deel van de compartimenten (leidingschachten) in directe verbinding met de open ruimte op de 2 e etage, hierdoor zal bij een brand, die bijvoorbeeld op de begane grond in de schacht ontstaat, een grote rook- en roetschade kunnen ontstaan.

24 Bladzijde 24/43 - Waterschade In het proces wordt veel gebruik gemaakt van water. De installaties zijn hierop gebouwd. Dit risico kan als normaal worden beoordeeld. Reinwatertanks voor de ijsbereiding staan op de begane grond. In de kelder is 1 dompelpomp die wordt gebruikt voor het wegpompen van het water en er is waterdetectie. Een waterschade in het kantoordeel kan een forse schade veroorzaken, maar door de detectie en de pomp wordt dit risico als voldoende beschermd beoordeeld. De daken hebben hoge dakranden. De dakgoot (met bitumen) tussen het bestaande dak en de nieuwbouw als wordt als risico verhogend beoordeeld. Er wordt gebruik gemaakt van een pluvia systeem. In deze goot zijn verhoogd geplaatste noodoverstorten aangebracht, welke inpandig onder het dak van de nieuwbouw naar de in de openingen in de gevel afwateren. De berekening met betrekking tot het wateraccumulatierisico is niet verstrekt, wel is een rapport overlegd met de locatie van de noodoverlopen, die rondom zijn aangebracht. - Hagelschade De kans op hagelschade is verhoogd, door de PV panelen op het dak. - Aanrijding, aanvaring De kans op aanrijdingschades is normaal. Er zijn aanrijdbeveiligingen geplaatst op kritische plaatsen, waardoor de kans op aanrijdingschaden aanzienlijk wordt verkleind. - Uitstromen vloeistoffen De kans op schade veroorzaakt door het uitstromen van milieuschadelijke vloeistoffen is licht verhoogd. Er is een installatie gevuld met ammoniak (circa 1.250kg), daarnaast zijn er meerdere IBC containers met Freezium, verder een 1m 3 dieseltank buiten, olie en smeermiddelen in klein verpakkingen, deels in kasten met opvangbak, jerrycans met brandstof (benzine). - Bomen, windmolens, kranen De kans op schade veroorzaakt door bomen is licht verhoogd ( < 20 meter van IJshockeyhal). - Asbest In de gebouwconstructie is volgens opgave geen asbest verwerkt, gezien de leeftijd van een deel van de gebouwen kan dit echter niet volledig worden uitgesloten. - Vandalisme De kans op vandalismeschades is licht verhoogd. Het terrein is deels (> 50%) afgesloten. - Glasschade De kans op schade is door de hoeveelheid glas in de gebouwconstructie licht verhoogd. Vanwege het open karakter van het gebouw naar de omgeving toe is gekozen om de gevels deels op te trekken uit glas. - Brandgevaarlijke werkzaamheden Bij alle brandgevaarlijke werkzaamheden wordt het formulier Brand Gevaarlijke Werkzaamheden gebruikt.

25 Bladzijde 25/43 5. BRANDBESTRIJDING & BEVEILIGINGEN 5.1 Brandweer De kazerne van de vrijwillige brandweer is gelegen op een afstand van < 3 kilometer. In de aanrijroute (< 5 minuten) zijn geen tijd vertragende obstakels te verwachten. De brandweer is volgens opgave bekend met de situatie. Het is van essentieel belang dat de brandweer, snel ter plaatse is, met de juiste middelen. In geval van een dakbrandmelding zal bij de 1 e inzet ook de hoogwerker worden meegestuurd. De brandweer kan in theorie met een hoogwerker rondom het gehele pand komen, waarbij de minimale afstand tussen gevel en niet berijdbaar terrein < 6 meter is ( betreft de zuid en west zijde, bij een noordoost wind kan dit een probleem veroorzaken) de noord en oostzijde hebben grotendeels > 20 meter vrije ruimte. 5.2 Blusvoorzieningen In de gebouwen hangen met name slanghaspels. Daarnaast hangen er meerdere handbrandblussers, die periodiek worden onderhouden. Er zijn ook droge stijgleidingen. Op het terrein zijn 6 hydranten. De capaciteit van de hydrant ( aansluiting op oppervlakte water) is niet bekend. Locatie van de hydranten, inclusief verzamelplaatsen in geval er ontruimd moet worden.

26 Bladzijde 26/ Automatische brandsignalering Het gehele complex is voorzien van een brandmeldinstallatie (NEN 2535 volledige bewaking ), de hallen zijn grotendeels beveiligd door middel van een ASD (aspiratie) systeem met doormelding naar de Siemens alarmcentrale, het alarm buiten werktijd doorgemeld naar de meldkamer van de brandweer (via de Siemens centrale). De installatie is recentelijk gecontroleerd en gecertificeerd op basis van volledige bewaking, door een inspectie-instelling. Een inspectiecertificaat is verstrekt. De 400 meter hal en de ijshockey-hal zijn voorzien van een rook- en warmte afvoerinstallatie. Deze wordt automatisch aangestuurd (via de brandmeldinstallatie) of handmatig via de ontruimingsinstallatie. De 400 meter hal is in 4 rooksegmenten opgedeeld. De schermen worden bij activering omlaag gestuurd tot 2,3m boven vloerniveau en na 2 minuten worden de schermen tot het vloerniveau gestuurd. Locatie rookschermen. 5.4 Sprinkler- en blusgasbeveiliging Er zijn geen sprinkler en/of blusgas installaties.

27 Bladzijde 27/43 6. BEDRIJFSSCHADE 6.1 Algemeen De bedrijfsschadetermijn is verzekerd voor 104 weken (tweejaarbelang). 6.2 Toelevering en afnemers Thialf is niet afhankelijk van een enkele toeleverancier en ook niet van een enkele afnemer. De omzet van de grootste klant (sportbonden) is naar schatting 50% van de totale omzet. 6.3 Herstelperiode De herbouwperiode van het complex zal, inclusief het aanvragen van de benodigde vergunningen en het maken van tekeningen, naar verwachting minimaal 24 maanden in beslag nemen. De levertijd van de productiemachines, procesinstallaties, e.d. zal circa 12 maanden bedragen. 6.4 Samenvatting Voor het volledig herstel, na een totaal verlies, wordt geschat dat een periode tussen 2 en 3 jaar minimaal benodigd zal zijn. Een herbouwtermijn kan ook meer tijd in beslag nemen, omdat herbouw van een dergelijk complex door bijvoorbeeld politieke afwegingen vertraagd kan worden.

28 Bladzijde 28/43 BIJLAGE A: CONSTRUCTIES Ge Dragende constructie Wanden Dak Verd. b.n Vloer r Kolommen Spanten Constructie Isolatie Constructie Isolatie Constr Bestemming VB Stalen profielplaten Sandwich 1 Staal / Beton Staal PIR Met PVC EPS-SE beton Lange baan L panelen dakbedekking 1 2 Staal /Beton Hout Metselwerk/ Stalen profielplaten PIR Stalen profielplaten Met PVC dakbedekking EPS-SE n.v.t. IJshockeyhal L NB: VB = Vuurbelasting, uitgedrukt in Laag, Middelbaar, Hoog en Zeer hoog. 1 = de dakgoot tussen het oude dak boven de lange baan en het nieuwbouwdeel uit 2015 is afgewerkt met een bitumineuze dakbedekking. Bijzondere ruimte(n) Ruimte Wandconstructie Dakconstructie Deuren/doorgangen Verwarming Elektrische installatie : Ammoniak (NH3) koelinstallatie : De brandwerendheid van de wanden bedraagt 60 minuten. : De brandwerendheid van de dakconstructie bedraagt 60 minuten. : De deur(en) hebben een brandwerendheid van circa 60 minuten en worden aangestuurd door deurdranger(s). : Geen risicoverzwaring. : Afgestemd op het risico.

29 Bladzijde 29/43 BIJLAGE B: FOTOBIJLAGE Foto s overige Aanzicht gebouw 1 Aanzicht gebouw 2 Aanzicht gebouwen 1 en 2 Aanzicht gebouwen 1 en 2 en trapopgang naar hoofd entree Aanzicht WKO (warmte en koude-opslag) Aanzicht van een hydrant

30 Bladzijde 30/43 Aanzicht rookmelder boven omvormers Inkijk in opslagruimte onder tribunes Aanzicht opgeslagen PV panelen Aanzicht magneet contact en PIR melder Aanzicht overspanningsbeveiliging in een groepenkast Aanzicht brievenbus paneel met huurders

31 Bladzijde 31/43 Aanzicht van een noodstroomaggregaat Aanzicht van een droger bij horeca Aanzicht keuringsticker keukenapparatuur Inkijk in een leeg en gesloten restaurant Inkijk pompruimte in de kelder Aanzicht dompelpomp en waterdetectie in pompruimte

32 Bladzijde 32/43 Inkijk lange baan Aanzicht lampen aan dak/plafond bij lange baan Aanzicht watertanks (in kelder niet meer in gebruik) Aanzicht UPS in server ruimte Aanzicht dak IJshockey hal met RWA luiken Aanzicht aspiratiesysteem IJshockeyhal

33 Bladzijde 33/43 Aanzicht compressor Aanzicht tanks en boilers Aanzicht technische ruimte met aspiratiesysteem en brandwerend beklede staalconstructie Inkijk HvK Aanzicht manitou (diesel) Aanzicht van de omloop

34 Bladzijde 34/43 Aanzicht horeca voorziening in de omloop Aanzicht koelinstallatie (condensor) op het dak Aanzicht draagconstructie op 2 e etage Aanzicht panelen op het dak Aanzicht deel van het dak waar PV panelen zijn verwijderd Aanzicht connectoren en optimizer onder pv paneel

35 Bladzijde 35/43 Aanzicht bevestiging en een losse connector Aanzicht PV panelen en optimizers Aangeleverd formulier BGW (Interpolis) Aanzicht luchtbehandelingskast

36 Bladzijde 36/43 BIJLAGE C: SITUATIEWEERGAVE EN PLATTEGRONDEN Bronvermelding: Google. 1 = Thialf langebaan 2= IJshockeyhal

37 Bladzijde 37/43 Begane grond 1 e etage 2 e etage

38 Bladzijde 38/43 BIJLAGE D: PREVENTIEMAATREGELEN 0720/01 PV installatie 01.01E De gebreken, die staan vermeld in de rapportage van BMT Netherlands B.V., laten herstellen. Connectoren en kabels op het dak. 0720/02 Elektrische installatie (keuring in 2021) 02.01E Veel branden in elektrische installaties zijn het gevolg van overbelasting van onderdelen of overgangsweerstanden veroorzaakt door slechte verbindingen. De elektrische installatie daarom - conform de procedure die staat omschreven in de NEN 3140+A3:2019 laten keuren (Scope 8, SCIOS normering). De keuring minimaal de volgende aspecten laten bevatten: - controle tekeningen pakket (op aanwezig-, actueel- en compleetheid); - visuele inspectie van de gehele elektrische installaties in alle ruimten (zichtbare gebreken aan schakelmateriaal, leidingen, armaturen, besturingskasten op machines en verdeelinrichtingen rapporteren); - visuele inspectie, meting en thermografisch onderzoek van de verdeelinrichtingen en de besturingskasten. - rapportage van de geconstateerde gebreken. De geconstateerde gebreken laten verhelpen. Een herstelverklaring en het inspectierapport beschikbaar stellen aan de contactpersoon van uw verzekeraar. Bedrijven die gespecialiseerd zijn in het verrichten van keuringen en waar wij goede ervaringen mee hebben zijn: - KSN tel ; - Inspexx BV tel ; - Van der Heide tel

39 Bladzijde 39/ /03 Horeca (afzuigkanalen) 03.01E Reiniging vetkanalen: Uit onderzoek is gebleken dat het vlampunt van de vetafzetting in afzuigkanalen wordt verlaagd door de wijziging in samenstelling, ten opzichte van het oorspronkelijke vet. Een eventuele brand onder de afzuiginstallatie kan, via het afzuigkanaal, door de vetafzetting snel overslaan naar de dakconstructie met alle gevolgen van dien. Om deze situatie te voorkomen is het noodzakelijk dat het afzuigkanaal tenminste eenmaal per jaar wordt geïnspecteerd. Indien wordt geconstateerd dat de vetafzetting op enige plaats in het kanaal > 0,5 mm. (500 um) is, dan is een reiniging van het kanaal noodzakelijk. Een bedrijf waar wij goede ervaringen mee hebben is: Altena Cleaning B.V. te Waalwijk, Overige schoonmaakbedrijven met ervaring op deze gebieden kunt u bereiken via De Vereniging Leveranciers van Luchttechnische Apparaten (VLA), Zilverstraat RP Zoetermeer tel.: (088) Flexibele slang: Een deel van het afzuigkanaal is uitgevoerd in flexibele slang, deze slang heeft als nadelen dat dit deel slecht kan worden gereinigd (kwetsbaar) tevens zal bij een brand in de afzuigkap de brand zich zeer snel via het flexibele deel, buiten het kanaal uitbreiden en is de kans op een grote schade sterk verhoogd. Daarom het gehele kanaal laten uitvoeren in onbrandbaar materiaal. Blusinstallatie: Wij adviseren u om de afzuigkap en 1 e deel van het kanaal te laten voorzien van een automatische blusinstallatie met een systeem zoals R102 van Ansul of gelijkwaardig.

40 Bladzijde 40/ /04 Doormelding brandalarm 04.01E Als er een brand ontstaat, zal deze snel worden gesignaleerd door de brandmeldinstallatie. Als de alarmopvolging adequaat plaatsvindt, kan de brand beperkt blijven tot een kleine brand. Daarom het brandalarm doorzetten naar de meldkamer van de brandweer, zodat ook direct de brandweer wordt ingezet bij een brandalarm. Een doorschakeling van het alarm buiten werktijd, direct via de huidige meldkamer naar de meldkamer van de brandweer, is mogelijk conform het Vebon Protocol. 0720/05 Brandweer 05.01E Nodig de brandweer uit, voor een oefening binnen uw bedrijf, waarbij een brand wordt nagebootst bijvoorbeeld op het dak en/of technische ruimte. Het is namelijk van groot belang, dat de brandweer direct de juiste beslissingen neemt, zodat de brand kan worden beperkt tot een kleine brand. Tevens kan men ook bepalen of de druk en de capaciteit op de hydranten toereikend is (minimaal 60 m 3 per uur). Laat controleren of men rondom het gehele complex hoogwerkers kan opstellen om een (dak) brand te kunnen bestrijden. Dit is namelijk essentieel bij een dakbrand.

41 Bladzijde 41/43 BIJLAGE E: RISICO GRADING 1. Brandschaderisico Grading VOOR Preventie onvoldoende matig voldoende goed uitstekend Conform dit scenario wordt er vanuit gegaan dat de omvormers niet worden ingeschakeld. Grading NA Preventie onvoldoende matig voldoende goed uitstekend NB: de grading na preventie is inclusief een ingeschakelde PV installatie die voldoet aan de normering. Indien het dakvlak wordt onderverdeeld in delen (scenario 5) en het dak wordt voorzien van een brandwerende coating (scenario 6), wordt de grading verhoogd naar: Goed. 2. Waterschaderisico Grading VOOR Preventie onvoldoende matig voldoende goed uitstekend Grading NA Preventie onvoldoende matig voldoende goed uitstekend 3. UGV risico's (storm, inductie, vandalisme etc, uitgezonderd waterschade) Grading VOOR Preventie onvoldoende matig voldoende goed uitstekend NB: als de bevestiging van de zonnepanelen voldoet aan de NEN 7250, wordt de grading voldoende. Grading NA Preventie 4. Inbraakrisico onvoldoende matig voldoende goed uitstekend Grading VOOR Preventie onvoldoende matig voldoende goed uitstekend Grading NA Preventie onvoldoende matig voldoende goed uitstekend

42 Bladzijde 42/43 5. Bedrijfsschaderisico Grading VOOR Preventie onvoldoende matig voldoende goed uitstekend Grading NA Preventie onvoldoende matig voldoende goed uitstekend

43 Bladzijde 43/43 BIJLAGE F: PREVENTIEMAATREGELEN ANTWOORDFORMULIER Preventiemaatregelen Antwoordformulier Verzekerde : Thialf Pim Mulierlaan DA Heerenveen Dossiernummer : 8443DA1 F15398 Inspectiedatum : 08 juli 2020 Ingevuld door : Functie : Rapportdatum : 12 december 2020 (laatste aanpassingsdatum) Preventie nr. Omschrijving Status Einddatum uitvoering 0720/01.01E PV installatie 0720/02.01E Elektrische installatie (keuring 2021) 0720/03.01E 0720/04.01E 0720/05.01E Horeca (afzuigkanalen) Brandmeldinstallatie (doormelding) Brandweer Status code: 0 = preventiepunt niet meer van toepassing; 1 = preventiepunt uitgevoerd; 2 = uitvoering wordt uitgevoerd; 3 = preventie wordt niet uitgevoerd; 4 = preventie is deels uitgevoerd; 5 = uitvoering wordt overwogen. NB: indien preventie niet wordt uitgevoerd, of dit wordt overwogen, dit graag toelichten separaat aan uw contactpersoon.