Nederlandse Mededingingsautoriteit

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nederlandse Mededingingsautoriteit"

Transcriptie

1 Nederlandse Mededingingsautoriteit Aan Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 3169/37.b353 Onderwerp Zaak 3169: Regenboogapotheek vs Apothekersvereniging Breda/ Dienstapotheek Breda B.V. Op 25 september 2002 ontving de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa) een brief waarin u namens uw cliënte, Regenboog Apotheek Bavel B.V., een klacht indient met betrekking tot gedragingen van Apothekersvereniging Breda. Per brief van 11 december 2002 heeft u namens uw cliënte de klacht aangevuld en uitgebreid tegen Dienstapotheek Breda B.V. te Breda. De klacht richt zich met name tegen de voorwaarden voor deelname aan de waarneemregeling waar het merendeel van de apothekers in Breda en omstreken in participeren. De klacht is door de NMa onderzocht. Naar aanleiding hiervan bericht ik u het volgende. Feiten Dienstapotheek Breda B.V. (hierna: Dienstapotheek) voert sinds begin januari 2003 ten behoeve van de in Breda en omstreken gevestigde apotheken de waarneming uit tijdens de avond, de nacht en het weekeinde. Van de 21 apotheken in de regio Breda zijn er 19 aangesloten bij de waarneemregeling. Voorwaarde voor deelname aan de waarneemregeling was, tot voor kort, dat de deelnemende apotheken zich verplichtten om tijdens waarneemuren hun apotheek gesloten te houden. De waarneemuren van de Dienstapotheek zijn als volgt bepaald: op maandag tot en met donderdag van uur tot uur van de daaropvolgende ochtend, van vrijdag uur tot maandag uur en op erkende feestdagen van uur op de avond hieraan voorafgaand tot uur de dag daaropvolgend. Regenboog Apotheek Bavel B.V. (hierna: Regenboogapotheek) exploiteert een apotheek gecombineerd met een drogisterij en is op zaterdag, derhalve tijdens de waarneemuren van de Postbus Wijnhaven 24 T: [070] [email protected] 2500 BH Den Haag 2511 GA Den Haag F: [070] Website:

2 Dienstapotheek, geopend. Om deze reden weigerde de Dienstapotheek aanvankelijk om Regenboogapotheek toe te laten tot de waarneemregeling. Per brief van 27 maart 2003 heeft de Dienstapotheek de NMa medegedeeld dat Regenboogapotheek zou kunnen deelnemen aan de waarneemregeling, echter tegen een tarief dat 25% hoger lag dan de vergoeding die de al deelnemende apotheken betaalden. Deze apotheken conformeerden zich aan de voorwaarde hun eigen apotheek gesloten te houden tijdens waarneemuren. Volgens de Dienstapotheek diende het hogere tarief ter compensatie van te derven omzet wegens de zaterdagopenstelling van Regenboogapotheek. Op aandringen van de NMa tijdens een gesprek met de Dienstapotheek en haar advocaat op 16 juni 2003 heeft de advocaat van de Dienstapotheek per brief van 27 juni 2003 aan de NMa laten weten dat de waarneemovereenkomsten van de Dienstapotheek op onderdelen zijn aangepast. Regenboogapotheek en de andere apotheken kunnen deelnemen aan de waarneemregeling zonder zich te hoeven conformeren aan de voorwaarde de eigen apotheek gesloten te houden tijdens de vastgestelde waarneemuren. Deze voorwaarde uit de waarneemovereenkomsten is komen te vervallen. Daarnaast zal voor elke deelnemende apotheek een gelijke vergoeding voor deelname in rekening worden gebracht en zal iedere deelnemende apotheek gelijkelijk delen in de kosten en opbrengsten van de Dienstapotheek. Regenboogapotheek is overigens tot op heden niet ingegaan op de nieuwe waarneemregeling maar wacht het oordeel van de NMa over deze regeling af. Voorgeschiedenis De waarneemregeling van de Dienstapotheek is in feite een voortzetting van een eerdere waarneemregeling die werd uitgevoerd via de Apothekers Vereniging Breda (AVB). Ook deze regeling kende de voorwaarde voor deelnemende apotheken om zich te conformeren aan vastgestelde openingstijden. De Regenboogapotheek werd door de AVB niet toegelaten tot deze waarneemregeling vanwege haar zaterdagopenstelling en spande naar aanleiding hiervan een kort geding aan met als vordering toelating tot de waarneemregeling. In een vonnis van 4 september 2002 heeft de President van de Rechtbank Breda bepaald dat AVB voor de duur van zes maanden Regenboogapotheek tegen betaling diende te laten deelnemen aan de waarneemregeling. De President deed in het vonnis geen uitspraak over de verenigbaarheid van de voorwaarden voor deelname aan de waarneemregeling met de Mededingingswet. Deze voorwaarden leenden zich voor een beoordeling door de NMa, aldus de President. Naar aanleiding van de klacht die Regenboogapotheek vervolgens bij de NMa indiende, heeft de NMa in een voorlopige zienswijze van 20 december 2002 het standpunt uiteengezet dat de voorwaarde om tijdens waarneemuren gesloten te zijn een afspraak is tussen ondernemingen die de mededinging beperkt en in strijd is met artikel 6 Mededingingswet (hierna: Mw). De AVB paste 2

3 naar aanleiding van deze zienswijze de waarneemovereenkomsten echter niet aan. Wel liet de AVB, en later de Dienstapotheek, Regenboogapotheek aan de waarneemregeling deelnemen tegen betaling van een vergoeding, conform het vonnis van de President van de Rechtbank Breda van 4 september Inhoud klacht De klacht van Regenboogapotheek richt zich ten eerste tegen de voorwaarde voor deelname aan de waarneemregeling van de AVB respectievelijk de Dienstapotheek om tijdens vastgestelde waarneemuren de eigen apotheek gesloten te houden. Consequentie hiervan zou zijn dat de Regenboogapotheek tegen haar zin op zaterdag gesloten diende te zijn. Daarnaast richt de klacht zich tegen de hoogte van de vergoeding voor deelname welke, in een later stadium, door de Dienstapotheek is gevraagd. Voorts richt de klacht zich tegen de ongelijke behandeling van deelnemende apotheken met betrekking tot het ter beschikking stellen van personeel aan de Dienstapotheek. Hierdoor zou de Regenboogapotheek vergoedingen mislopen die worden toegekend aan apotheken die personeel ter beschikking stellen. Ten slotte richt de klacht zich tegen de voorwaarden voor deelname aan de waarneemregeling zoals deze voorheen door de AVB werd georganiseerd en de weigering van de AVB om Regenboogapotheek als lid toe te laten. Beoordeling klacht Waarneemregeling Dienstapotheek Overeenkomst tussen ondernemingen Zowel de Dienstapotheek als de aan de waarneemregeling deelnemende apotheken en Regenboogapotheek zijn ondernemingen in de zin van de Mw. 1 De Dienstapotheek heeft met de deelnemende apotheken, thans 19 van de 21 in de regio Breda gevestigde apothekers, overeenkomsten betreffende de waarneming gesloten. Een exemplaar van deze standaardovereenkomst is op 12 december 2002 door de Dienstapotheek aan u toegestuurd (hierna: de Overeenkomst). De overeenkomsten die de Dienstapotheek sluit met de deelnemende apotheken zijn aan te merken als overeenkomsten tussen ondernemingen in de zin van artikel 6 Mw. Openingstijden Voorwaarde voor deelname aan de waarneemregeling van de Dienstapotheek was, tot voor kort, dat deelnemende apotheken zich verplichtten om tijdens de vastgestelde waarneemuren hun apotheek gesloten te houden. Deze bundel afspraken tussen de Dienstapotheek en de deelnemende apotheken had het cumulatieve effect dat de mededinging werd beperkt in de zin 1 Zie ook het NMa besluit van 6 juli 2001 in de zaak 912/CZ-Apotheker 3

4 van artikel 6 Mw. Openingstijden vormen een belangrijk aspect van de dienstverlening door apothekers. Een apotheker voor wie het organisatorisch en financieel mogelijk is om ruimere openingstijden te hanteren dan zijn concurrenten mag middels een waarneemregeling niet deze vrijheid ontnomen worden. Dit beperkt niet alleen de concurrentie tussen apothekers maar ontneemt bovendien consumenten de mogelijkheid te profiteren van ruimere openingstijden van apotheken. De bundel afspraken op het punt van openingstijden beperkte kortom merkbaar de mededinging in de zin van artikel 6 Mw. Naar aanleiding van een gesprek met de Dienstapotheek en haar advocaat op 16 juni 2003 is op aandringen van de NMa de overeenkomst op het punt van de openings- en sluitingstijden aangepast. Deze nieuwe overeenkomst (hierna: Aangepaste Overeenkomst) werd per brief d.d. 27 juni 2003 aan de NMa gestuurd. In de Aangepaste Overeenkomst is het beding met betrekking tot sluitingstijden vervallen. Hiermee is de Overeenkomst op dit punt in overeenstemming gebracht met de Mededingingswet. In het licht van de beleidsvrijheid van de dg-nma en mede gelet op de wijziging van de Overeenkomst en het gebrek aan urgentie van de te geven beslissing wordt dit onderdeel van de klacht afgewezen. Vergoeding voor deelname De klacht heeft tevens betrekking op de 25% hogere vergoeding die Regenboogapotheek, in een later stadium, diende te betalen voor deelname aan de waarneemregeling. Per brief van 27 juni 2003 heeft de advocaat van de Dienstapotheek echter aangegeven dat onder de Aangepaste Overeenkomst iedere deelnemer een gelijke vergoeding zal betalen. Daarnaast zullen de kosten en opbrengsten van de Dienstapotheek gelijkelijk verdeeld worden onder de deelnemers. Met betrekking tot dit onderdeel van de klacht kan in het algemeen worden opgemerkt dat voor deelname aan een waarneemregeling slechts objectieve, transparante en non-discriminatoire voorwaarden gesteld mogen worden. Dit geldt ook voor voorwaarden op het gebied van deelnemersvergoedingen. Op grond van de gewijzigde vergoedingensystematiek kan Regenboogapotheek nu deelnemen tegen een vaste voor iedere deelnemer gelijke vergoeding. Deze houdt weliswaar geen rekening met het feit dat Regenboogapotheek minder gebruik gemaakt van de waarneemregeling, maar hier staat tegenover dat Regenboogapotheek op zaterdag extra omzet kan genereren door op die dagen patiënten in Breda met (spoed)recepten te bedienen. De gewijzigde deelnemersvergoeding vormt daarmee geen merkbare beperking van de mededinging. In het licht van de beleidsvrijheid van de dg-nma en mede gelet op de gewijzigde deelnemersvergoeding, het gebrek aan urgentie van de te geven beslissing en het geringe economisch belang wordt dit onderdeel de klacht afgewezen. 4

5 Ter beschikking stellen personeel Een ander deel van de klacht heeft betrekking op het ter beschikking stellen van personeel aan de Dienstapotheek in het kader van de waarneming. Deelnemers die personeel ter beschikking stellen, krijgen hiervoor per dienst een vergoeding voor de reëel gemaakte kosten en een beschikbaarheidvergoeding. Tot op heden heeft de Dienstapotheek geen gebruik gemaakt van het aanbod van Regenboogapotheek om personeel ter beschikking te stellen en heeft aangegeven dit ook niet in de toekomst te zullen doen. Hierdoor loopt Regenboogapotheek beschikbaarheidvergoedingen mis, waarbij klager aangeeft dat deze vergoeding aanzienlijk is, zodat de kans bestaat dat op deze wijze Regenboogapotheek discriminatoir wordt behandeld. Met betrekking tot dit onderdeel van de klacht kan wederom in het algemeen worden opgemerkt dat voor deelname aan een waarneemregeling slechts objectieve, transparante en nondiscriminatoire voorwaarden gesteld mogen worden. Dit betekent dat Regenboogapotheek op het punt van het beschikbaar stellen van personeel en de vergoedingen die hiervoor bestaan niet anders behandeld dient te worden dan andere deelnemende apotheken, tenzij hier een objectieve rechtvaardiging voor bestaat. Volgens de Dienstapotheek geeft een aantal deelnemers er de voorkeur aan geen personeel ter beschikking te stellen en de waarneming volledig door de Dienstapotheek te laten uitvoeren. Bovendien heeft de Dienstapotheek inmiddels een aantal medewerkers in vaste dienst, waardoor slechts in beperkte mate van personeel van deelnemers gebruik gemaakt wordt. Gelet op het bovenstaande ligt het niet voor de hand dat het systeem en de hoogte van de beschikbaarheidvergoedingen van zodanig aard zullen zijn dat wordt bewerkstelligd dat Regenboogapotheek benadeeld wordt door het niet in natura kunnen deelnemen aan de waarneemregeling. Dit onderdeel van de klacht vormt kortom geen merkbare beperking van de mededinging en wordt dientengevolge afgewezen. Waarneemregeling en lidmaatschap AVB Voor zover de klacht ziet op de voorwaarden voor deelname aan de waarneemregeling zoals door de AVB werd georganiseerd en de weigering van de AVB om Regenboogapotheek als lid toe te laten kan worden opgemerkt dat AVB de waarneemregeling per 1 januari 2003 niet meer uitvoert. Sinds die datum voert de Dienstapotheek de waarneemregeling uit. Voor een mededingingsrechtelijk beoordeling van de klacht die zich tegen de AVB richt wordt verwezen naar de voorlopige zienswijze van de NMa d.d. 20 december In het licht de beleidsvrijheid van de dg-nma en mede gelet op de gewijzigde organisatie van waarneemregeling en het gebrek aan urgentie van de te geven beslissing worden deze onderdelen van uw klacht afgewezen. 5

6 Conclusie De klacht wordt op alle onderdelen afgewezen. Een kopie van deze brief wordt gestuurd naar de beklaagden, te weten AVB en de Dienstapotheek. Indien u met betrekking tot de inhoud van deze brief een beroep wilt doen op vertrouwelijke informatie die naar uw oordeel niet aan de beklaagden bekend mag worden gemaakt, verzoek ik u mij dat binnen drie werkdagen na dagtekening dezes gemotiveerd te laten weten. Hoogachtend, De directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, voor deze: Datum: 5 september 2003 w.g. mevrouw dr. mr. H.E. Akyürek-Kievits Directie Concurrentietoezicht Clustermanager Vrije beroepen, Zorg en Cultuur (VZC) Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de directeurgeneraal van de Nederlandse mededingingsautoriteit, Juridische Dienst, Postbus 16326, 2500 BH Den Haag. 6

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Nummer 6486/62 Betreft zaak: Easyjet v. N.V. Luchthaven Schiphol 1. Inleiding 1. Op

Nadere informatie

BESLUIT. 2. Bij brief van 21 oktober 2002 heeft P. Abegg tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

BESLUIT. 2. Bij brief van 21 oktober 2002 heeft P. Abegg tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 2960/ 24 Betreft zaak: Abegg - CZ Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit tot ongegrondverklaring van het tegen zijn

Nadere informatie

BESLUIT. Zaaknummer 1587/30 ATG vs St. OOMT Betreft zaak: ATG vs. SOOMT. I. Inleiding

BESLUIT. Zaaknummer 1587/30 ATG vs St. OOMT Betreft zaak: ATG vs. SOOMT. I. Inleiding BESLUIT Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot afwijzing van een aanvraag tot het nemen van een besluit op grond van artikel 56, eerste lid, van de Mededingingswet.

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 3698-22 Betreft zaak: natuurlijke persoon Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste

Nadere informatie

Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 3802-59 Betreft zaak: Waldeck (verzoek intrekking VLOD) Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit tot niet ontvankelijk

Nadere informatie

Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 3801-75 Betreft zaak: Waldeck (VLOD) Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit tot nietontvankelijk verklaring van het

Nadere informatie

BESLUIT. Zaaknummer 1060: Van Wieringen tegen Zorg en Zekerheid

BESLUIT. Zaaknummer 1060: Van Wieringen tegen Zorg en Zekerheid BESLUIT Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot afwijzing van een aanvraag tot het nemen van een besluit op grond van artikel 56, eerste lid, van de Mededingingswet.

Nadere informatie

Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit Aan De Brauw Blackstone Westbroek N.V. T.a.v. de heer mr. J.K. de Pree Postbus 75084 1070 AB Amsterdam per post per fax Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 6455_1

Nadere informatie

RET t.a.v. de heer Drs. R.J.A. Clayden. Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) /200001/55.B603

RET t.a.v. de heer Drs. R.J.A. Clayden. Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) /200001/55.B603 Gr osse Nederlandse Mededingingsautoriteit per post Auteur Datum Aan R.Leijenaar 18-03-2004 RET t.a.v. de heer Drs. R.J.A. Clayden Medeafdoening van ons kenmerk Postbus 112 Informatiekopie aan Medeparaaf

Nadere informatie

Zaaknummer 1436/ Baron Von Quast Juchter vs. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Zaaknummer 1436/ Baron Von Quast Juchter vs. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn BESLUIT Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot afwijzing van een aanvraag tot het nemen van een besluit op grond van artikel 56, eerste lid, van de Mededingingswet.

Nadere informatie

BESLUIT. Openbaar. Nederlandse Mededingingsautoriteit. Verloop procedure en feitelijke achtergrond

BESLUIT. Openbaar. Nederlandse Mededingingsautoriteit. Verloop procedure en feitelijke achtergrond Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 4040-31 Betreft zaak: Klacht Van der Brugge tegen Raden voor Rechtsbijstand en NOvA Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Nadat klagers hun opdracht tot dienstverlening bij verkoop van hun woning resp. perceel grond hadden ingetrokken, is onenigheid ontstaan over de door hun

Nadere informatie

Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 3938_348/86 Betreft zaak: B&U-sector / Bosch Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op de bezwaren gericht tegen het

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Optie en Bod. Afbreken onderhandelingen. Contact opnemen met opdrachtgever van collega.

Optie en Bod. Afbreken onderhandelingen. Contact opnemen met opdrachtgever van collega. Optie en Bod. Afbreken onderhandelingen. Contact opnemen met opdrachtgever van collega. Nadat de verkopend makelaar en haar opdrachtgeefster (klaagster) de onderhandelingen met gegadigde 1 hadden beëindigd,

Nadere informatie

BESLUIT. Openbaar. Nederlandse Mededingingsautoriteit. I. Het verloop van de procedure

BESLUIT. Openbaar. Nederlandse Mededingingsautoriteit. I. Het verloop van de procedure Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 2260-108 Betreft zaak: Vereniging Vrije Vogel vs. KLM Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op het bezwaar van Vereniging

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 12 d.d. 20 januari 2011 mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mevrouw mr. A.M. Wigger en de heer mr. J.Th de Wit Samenvatting Bij dalende

Nadere informatie

1. Op 2 juli 1999 heeft Nellen Seeds bij de NMa een klacht ingediend tegen de Nederlandse Vereniging voor Zaaizaad en Plantgoed (hierna: NVZP).

1. Op 2 juli 1999 heeft Nellen Seeds bij de NMa een klacht ingediend tegen de Nederlandse Vereniging voor Zaaizaad en Plantgoed (hierna: NVZP). BESLUIT Zaaknummer 1400/Nellen Seeds vs NVZP Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot niet ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift gericht tegen zijn besluit

Nadere informatie

BESLUIT. 4. Artikel 56 Mededingingswet (hierna: Mw) luidde tot 1 juli 2009, voor zover van belang, als volgt:

BESLUIT. 4. Artikel 56 Mededingingswet (hierna: Mw) luidde tot 1 juli 2009, voor zover van belang, als volgt: Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 6494_1/309; 6836_1/220 Betreft zaak: Limburgse bouwzaken 1 en 2 / de heer [A] Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nadere informatie

Ons kenmerk [VERTROUWELIJK] Contactpersoon [VERTROUWELIJK]

Ons kenmerk [VERTROUWELIJK] Contactpersoon [VERTROUWELIJK] Autoriteit Persoonsgegevens AANGETEKEND Datum Contactpersoon Onderwerp Besluit tot invordering en voornemen tot publicatie Geachte, Bij besluit van 11 mei 2017 met kenmerk heeft de Autoriteit Persoonsgegevens

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Minister van Economische Zaken als bedoeld in artikel 95d van de

BESLUIT. Besluit van de Minister van Economische Zaken als bedoeld in artikel 95d van de Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 10548_1/7.BT898 Betreft zaak: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel

Nadere informatie

Uitspraak Rechtbank Arnhem Sector civiel recht. Zaak-/rolnummer: 111855 / KG ZA 04-217 Datum vonnis: 19 mei 2004. Vonnis.

Uitspraak Rechtbank Arnhem Sector civiel recht. Zaak-/rolnummer: 111855 / KG ZA 04-217 Datum vonnis: 19 mei 2004. Vonnis. Uitspraak Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 111855 / KG ZA 04-217 Datum vonnis: 19 mei 2004 Vonnis in kort geding in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Echtscheiding, perikelen bij. Onvoldoende overleg opdrachtgever. Ongepast optreden.

Echtscheiding, perikelen bij. Onvoldoende overleg opdrachtgever. Ongepast optreden. 18-24 RvT Amsterdam 200 BELANGENBEHARTIGING OPDRACHTGEVER Echtscheiding, perikelen bij. Onvoldoende overleg opdrachtgever. Ongepast optreden. Klager en zijn ex-partner zijn door de voorzieningenrechter

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 52 d.d. 14 juli 2009 (mr R.J. Verschoof, voorzitter, mr drs M.L. Hendrikse en mr M.M. Mendel) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER ENERGIEKAMER BESLUIT Nummer: 102556_1/8. Betreft: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste lid Elektriciteitswet

Nadere informatie

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar Stichting Algemene Programma Raad (APR) p/a Hellingman Bunders advocaten t.a.v. mr. M. Bunders Postbus 75401 1070 AK AMSTERDAM Datum Onderwerp 18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007;

Nadere informatie

BESLUIT. 1. Bij brief van 3 maart 1998 heeft Polectro Plaza B.V., gevestigd te. 2. Het verzoek om een onderzoek in te stellen naar overtreding van de

BESLUIT. 1. Bij brief van 3 maart 1998 heeft Polectro Plaza B.V., gevestigd te. 2. Het verzoek om een onderzoek in te stellen naar overtreding van de pagina 1 van 5 BESLUIT Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit houdende afwijzing van een verzoek om toepassing van artikel 83 van de Mededingingswet. Betreft: zaak

Nadere informatie