Bekendmakingen aan de scheepvaart
|
|
|
- Nina Sasbrink
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bekendmakingen aan de scheepvaart Nr. 269/1990 Bekendmaking aan de scheepvaart tot wijziging van Bekendmaking aan de scheepvaart no. 269/1990 (Voorschriften voor patrijspoorten, lichtranden en ramen) Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, Gelet op artikel 42, tweede lid, van het Schepenbesluit 1965; Maakt bekend: Artikel I Bekendmaking aan de scheepvaart no. 269/1990 komt te luiden: Artikel 1 Patrijspoorten, lichtranden en ramen aan boord van schepen moeten voldoen aan het bepaalde in de bij deze bekendmaking behorende bijlage. Artikel 2 Indien het schip is gebouwd volgens de regels van een erkend klassebureau, mogen met betrekking tot het plaatsen en de constructie van ramen en patrijspoorten de betreffende voorschriften van dat klassebureau worden toegepast. Artikel 3 Met de in deze bekendmaking vastgestelde technische normen of technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische normen of technische eisen, vastgesteld door een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel door een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte. Artikel II Deze bekendmaking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Deze bekendmaking zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant, in de Curaçaosche Courant en in de Landscourant van Aruba worden geplaatst. Het Hoofd van Scheepvaartinspectie, H.G.H. ten Hoopen. VOORSCHRIFTEN VOOR PATRIJSPOOR- TEN, LICHTRANDEN EN RAMEN (Bijlage behorend bij Bekendmaking aan de scheepvaart nr. 269/1990). INHOUDSOPGAVE 1. ALGEMEEN 1.1 Omschrijvingen 1.2 Toepassing 1.3 Positie 2. PATRIJSPOORTEN 2.1 Constructie en materialen 2.2 Beperkingen aan de positie 2.3 Blinden 3. RAMEN 3.1 Constructie en materialen 3.2 Beperkingen aan de positie 3.3 Blinden 4. BEREKENINGSMETHODE 4.1 Ontwerpdruk 4.2 Bepaling van de hoogtefactor a 4.3 Bepaling van factor b betreffende de verdeling over de van de patrijspoorten of ramen over de scheepslengte 4.4 Bepaling van de waarschijnlijkheidsfactor f 4.5 Bepaling van de breedtefactor c 1. Algemeen 1.1 Omschrijvingen Voor toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder: 1. lengte (L): de lengte van het schip volgens het eerste lid van artikel 2 van Bijlage I van het Schepenbesluit; 2. scheepsbreedte of breedte (B): de breedte van het schip volgens het vierde lid van artikel 2 van Bijlage I van het Schepenbesluit; 3. holte (H): de holte van het schip volgens het vijfde lid van artikel 2 van Bijlage I van het Schepenbesluit; 4. patrijspoort: een cirkelvormig venster in metalen rand met een daarop scharnierend bevestigde passende metalen rand met glasschijf, al of niet voorzien van een blind; 5. lichtrand: een vast aangebrachte metalen cirkelvormige rand met een daarin passende glasschijf, al of niet voorzien van een blind; 6. raam: een vast aangebrachte metalen, niet-cirkelvormige rand met een daarin passende glasschijf of een nietcirkelvormig venster in metalen rand met een daarop scharnierend of schuivend bevestigde passende metalen rand met glasschijf, dan wel een enkele schuivende glasschijf; 7. scharnierend: een draaiende verbinding die zonder het wegnemen van een pen niet losgenomen kan worden; 8. haakscharnier: een scharnier, dat in doorsnede de vorm van een open haak heeft, waardoor een draaiende verbinding ontstaat die met een handgreep gemakkelijk kan worden losgenomen; 9. glas: gehard veiligheidsglas; 10. gehard veiligheidsglas: glas dat voldoet aan de specificaties in de normen NEN-ISO 1095 en 3254; 11. vrijboorddek: het dek volgens het negende lid van artikel 2 van Bijlage I van het Schepenbesluit; 12. bovenbouw: een overdekte constructie op het vrijboorddek van een schip die zich van boord tot boord uitstrekt of waarvan de afstand van de zijbeplating tot elk boord niet groter is dan 4 percent van de breedte van het schip; 13. dekhuis: een aan weer en wind blootgestelde constructie op het vrijboorddek of op de bovenbouw van een schip, waarvan de afstand van de zijbeplating tot elk boord groter is dan 4 percent van de breedte van het schip; 14. frontschot: het aan weer en wind blootgestelde schot aan de voorzijde van een bovenbouw of dekhuis; 15. achterschot: het aan weer en wind blootgestelde schot aan de achterzijde van een bovenbouw of dekhuis; 16. blootgestelde wand: een wand van een bovenbouw of een dekhuis wanneer deze niet of onvoldoende wordt beschermd door een overstekend dek in combinatie met een verschansing, door een ander dekhuis of andere bovenbouw, door dekwerktuigen en dergelijke; 17. hoogte y: de afstand van het laagste punt van de dagopening tot de waterlijn behorende bij het zomermerk. Indien aan het schip een hout- Uit: Staatscourant 1998, nr. 14 / pag. 94 1
2 vaart- of baggermerk is toegekend, moet de hoogte y worden gemeten tot aan de waterlijn behorende bij de zomeruitwatering van dit houtvaartrespectievelijk baggermerk; 18. ontwerpdruk: de verwachte druk p in kpa op een patrijspoort of raam, berekend volgens Toepassing Onverminderd het bepaalde in deze bijlage moet worden voldaan aan de navolgende artikelen uit de betreffende Bijlagen bij het Schepenbesluit 1965: artikel 23 van Bijlage I, Vaststelling van de uitwatering, geldend voor alle typen schepen; artikel 17, 18 en 20 van Bijlage II, Constructie-waterdichte indeling en stabiliteit, inrichting van de machinekamer en elektrische installaties, uitsluitend geldend voor passagiersschepen; artikel 33, 44 en 56 van Bijlage IV, Bescherming tegen, opsporing en bestrijding van brand aan boord van schepen, geen vissersvaartuig zijnde. Onder patrijspoorten wordt in deze bijlage mede verstaan lichtranden. Het bepaalde voor patrijspoorten is in gelijke mate van toepassing voor lichtranden, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald. 1.3 Positie De positie van patrijspoorten en ramen op het schip wordt bepaald door: 1. de hoogte y en de ligging ten opzichte van de achterloodlijn; en 2. de aard en de ligging van de constructie waarin de patrijspoort of het raam is aangebracht, namelijk in; de scheepshuid onder het vrijboorddek; front-, zij-,of achterschotten van bovenbouwen of dekhuizen. 2. Patrijspoorten uit tabel 2.2.1, zoals aangegeven in 2.2. Het toe te passen type patrijspoort wordt bepaald door uit tabel een patrijspoort te kiezen met een maximaal toelaatbare druk, welke gelijk is aan of hoger is dan de volgens 4. berekende ontwerpdruk. Bij toepassing van mat glas moet de glasdikte worden bepaald uit tabel De matte zijde van het glas moet zich aan de binnenzijde van de scheepsconstructie bevinden. 2.2 Beperkingen aan de positie 1. Een patrijspoort mag slechts in een bepaalde positie worden aangebracht indien de volgens 4. berekende ontwerpdruk geringer is dan of gelijk is aan de in tabel gegeven maximaal toelaatbare druk bij de betreffende afmetingen en het type van de patrijspoort; 2. Op schepen, geen passagiersschepen zijnde, welke aan eisen met betrekking tot de lekstabiliteit moeten voldoen, moeten patrijspoorten worden vervangen door lichtranden indien het laagste punt van de dagopening gelegen is onder de waterlijn behorende bij de eindtoestand na lek worden en het schip via een eventueel openstaande patrijspoort verder vervuld zou kunnen raken. 3. Patrijspoorten in de scheepshuid onder het vrijboorddek en in de eerste laag van bovenbouwen en van dekhuizen boven het vrijboorddek moeten van type A of B zijn. De keuze tussen beide typen moet gemaakt worden zoals aangegeven onder 2.1. Tabel 2.2.1: Maximaal toelaatbare druk voor patrijspoorten Patrijspoorten volgens ISO 1751 Maximaal toelaatbare druk P in kpa 2.1 Constructie en materialen De constructie van patrijspoorten, alsmede de toegepaste materialen moeten ten minste voldoen aan het gestelde in de NEN-ISO normen 1095, 1751 en Het toegepaste glas moet met goed gevolg te zijn beproefd volgens de in de NEN-ISO norm 614. De glasdikte van patrijspoorten moet, bij de verschillende te onderscheiden typen en afmetingen, worden bepaald Type Dagmaat (mm) Glasdikte (mm) A, zwaar B, middel Uit: Staatscourant 1998, nr. 14 / pag. 94 2
3 Patrijspoorten volgens ISO 1751 Maximaal toelaatbare druk P in kpa Type Dagmaat (mm) Glasdikte (mm) C, licht Tabel 2.2.2: Glasdikte bij toepassing van mat glas Dagmaat in mm Glasdikte voor patrijspoorten in mm. Type A Type B Type C Blinden 1. Patrijspoorten in de scheepshuid onder het vrijboorddek en in de eerste laag van bovenbouwen en van dekhuizen boven het vrijboorddek moeten zijn uitgevoerd met vast aangebrachte scharnierende blinden. 2. Patrijspoorten in de tweede laag van bovenbouwen en van dekhuizen boven het vrijboorddek moeten ten minste zijn uitgevoerd met blinden op haakscharnieren. 3. Voor de volgende patrijspoorten kunnen de ingevolge en voorgeschreven blinden worden weggelaten: a. patrijspoorten van het type B of C in de zijwanden en achterschotten van dekhuizen in de eerste laag boven het vrijboorddek, mits deze patrijspoorten zijn gelegen op een afstand van meer dan een 1 4L vanuit de voorloodlijn; en b. patrijspoorten in de tweede laag van bovenbouwen en dekhuizen boven het vrijboorddek, met uitzondering van patrijspoorten welke zijn aangebracht op passagiersschepen in de eerste laag van bovenbouwen en dekhuizen boven het schottendek. In de gevallen genoemd onder a en b moet een patrijspoort van type B respektievelijk van type C worden vervangen door een patrijspoort van type A respektievelijk van type B. 3. Ramen 3.1 Constructie en materialen De constructie van ramen alsmede de toegepaste materialen moeten met uitzondering van de toe te passen glasdikten, ten minste voldoen aan het gestelde in de NEN-ISO normen 3254, 3902 en Het toegepaste glas moet met goed gevolg zijn beproefd volgens de in de NEN-ISO norm 614 gegeven beproevingsmethode. Type volgens de NEN-ISO norm 3903 Voor een raam moet het toe te passen type worden vastgesteld en wel als volgt: 1. type E, zwaar, indien de berekende ontwerpdruk van het raam in de beschouwde positie groter is dan 25 kpa; 2. type F, licht, indien de berekende ontwerpdruk van het raam in de beschouwde positie kleiner of gelijk aan 25 kpa is. Bepaling glasdikte De glasdikte van een raam moet worden bepaald met behulp van de volgende formule: t = h (p ß), waarin t = minimale glasdikte in mm; h = de kleinste waarde van de breedte of hoogte van het raam in mm; p = de ontwerpdruk in kpa met dien verstande dat bij toepassing van een raam: 1. voor deze druk minimaal 25 kpa moet worden genomen; of 2. voor deze druk minimaal 17,5 kpa moet worden genomen, indien het beschouwde raam in een derde of hoger gelegen laag van een dekhuis wordt aangebracht; ß = een, van de hoogte en breedte van het raam afhankelijke, factor volgens tabel Bij toepassing van mat glas moet de dikte worden vergroot en wel zodanig dat de maximaal toelaatbare druk voor dat soort glas, op te geven door de fabrikant, groter dan of gelijk is aan de berekende druk. Tabel 3.1.1: Relatie tussen factor ß en de verhouding van de hoogte en de breedte van het raam a/h ß a/h ß 1,0 0,275 2,0 0,610 1,1 0,325 2,1 0,628 1,2 0,373 2,2 0,642 1,3 0,415 2,3 0,655 1,4 0,450 2,4 0,666 1,5 0, ,675 1,6 0,518 2,6 0,683 1,7 0,545 2,7 0,690 1,8 0,570 2,8 0,696 1,9 0,590 2,9 0,701 a = de grootste waarde van de hoogte of breedte van het raam Toepassing getint glas In stuurhuizen is de toepassing van getint glas vast aangebracht in ramen niet toegestaan. Toepassing dubbel glas Bij de toepassing van ramen met dubbel glas, waarbij de glasschijven al dan niet worden gescheiden door een spouw, moet glasdikte van de buitenste glasschijf worden bepaald zoals hierboven is aangegeven. 3.2 Beperkingen aan de positie 1. Ramen mogen niet worden aangebracht onder het vrijboorddek of bij passagiersschepen onder het schottendek en in de eerste laag boven het vrijboorddek van bovenbouwen en dekhuizen. Indien echter de eerste laag van een dekhuis is gelegen op een afstand van meer dan 1 4L vanuit de voorloodlijn en in een niet te zeer blootgestelde positie, kan daarin het aanbrengen van ramen worden toegestaan. Uit: Staatscourant 1998, nr. 14 / pag. 94 3
4 2. Ramen mogen slechts op een in beschouwing genomen positie worden aangebracht, indien de volgens 4. berekende ontwerpdruk kleiner is dan of gelijk is aan: i. 60 kpa voor ramen van het zware type E; ii. 25 kpa voor ramen van het lichte type F. 3.3 Blinden 1. Ramen in de eerste laag van dekhuizen boven het vrijboorddek moeten zijn uitgevoerd met vast aangebrachte scharnierende blinden. 2. Ramen in ruimten in de tweede laag van bovenbouwen en dekhuizen boven het vrijboorddek moeten zijn uitgevoerd met vast aangebrachte scharnierende blinden. 3. Met uitzondering van ramen welke op een passagiersschip zijn aangebracht in de eerste laag van bovenbouwen en dekhuizen boven het schottendek kunnen voor de volgende ramen de ingevolge en voorgeschreven blinden worden weggelaten: a. ramen van het type E in zijwanden en achterschotten van dekhuizen in de eerste laag boven het vrijboorddek, mits deze ramen zijn gelegen op een afstand van meer dan 1 4L vanuit de voorloodlijn; b. ramen van het type E in de tweede laag boven het vrijboorddek van bovenbouwen en dekhuizen; en c. ramen van het type F. In de gevallen genoemd onder a, b en c moet een raamconstructie van het lichte type F worden vervangen door een raamconstructie van het zware type E en de glasdikte met 50 percent worden vergroot. 4. Het toegepaste materiaal moet ten minste gelijkwaardig zijn aan dat van blinden voor patrijspoorten volgens NEN-ISO norm Blinden mogen, mits goed toegankelijk, zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde van het dekhuis worden aangebracht. 4. Berekeningsmethode Ontwerpdruk De ontwerpdruk p, in kpa, wordt gegeven door de volgende formule: p = 10ac(bf y), waarin: a: de hoogtefactor volgens 4.2; c: de breedtefactor volgens 4.5; b: de factor voor de verdeling over de scheepslengte volgens 4.3; f: de waarschijnlijkheidsfactor volgens 4.4; y: de hoogte, zoals omschreven in van deze bijlage, in m. 4.2 Bepaling van de hoogtefactor a De hoogtefactor moet worden bepaald volgens de betreffende formule uit tabel 4.2, waarbij geldt: L 1 =de lengte L, zoals omschreven in van deze bijlage, in m, doch niet groter dan 300 m; x =de afstand tussen de beschouwde patrijspoort of het raam en de achterloodlijn in m. Bij het vaststellen van x voor patrijspoorten of ramen in de zijden van de bovenbouw of dekhuis mogen deze zijwanden worden verdeeld in stroken van ongeveer gelijke breedte van maximaal 15 percent van L. In dat geval is x de afstand tussen de achterloodlijn en het midden van de beschouwde strook. 1 Met toestemming van het Nederlands Normalisatie Instituut overgenomen uit NEN-ISO 5779 (1987) Tabel 4.2: Formules ter bepaling van factor a Noot: De eerste laag van bovenbouwen en/of dekhuizen is gewoonlijk die laag die zich onmiddellijk boven het vrijboorddek bevindt. Indien echter het toegekende vrijboord het minimum toelaatbaar vrijboord met meer dan de standaardhoogte van een bovenbouw overschrijdt, kan de eerste laag voor de toepassing van deze tabel beschouwd worden als een tweede laag. 4.3 Bepaling van factor b betreffende de verdeling van de patrijspoorten of ramen over de scheepslengte. Tabel 4.3: Formules ter bepaling van factor b De in de formules in deze tabel gebruikte blokcoefficient C b moet als volgt worden bepaald: Volume naar de mal bij diepgang d C b = L. B. d waarin het gemalde volume wordt uitgedrukt in m 3 en L, B, d in m en waarbij d de diepgang naar de mal is. Voor vrachtschepen moet d worden genomen als de diepgang behorend bij het Uit: Staatscourant 1998, nr. 14 / pag. 94 4
5 toegekende zomermerk of als de diepgang behorend tot het houtvaartzomermerk, indien een dergelijk merk is toegekend. Voor baggermaterieel met verminderd vrijboord, moet d worden genomen als de diepgang naar de mal behorend bij het toegekende baggermerk. Voor passagiersschepen moet d worden genomen als de diepgang behorende bij de hoogste, toegekende indelings-lastlijn. De te gebruiken waarde voor C b mag niet kleiner dan 0,60 en niet groter dan 0,80 worden genomen. Bij het bepalen van ontwerpdrukken voor patrijspoorten en ramen in achterschotten of -wanden, die voor 1 2L gelegen zijn, behoeft C b niet kleiner dan 0,80 te worden genomen. Voor x zie omschrijving onder Bepaling van de waarschijnlijkheidsfactor f. De waarschijnlijkheidsfactor moet worden bepaald met de formules, zoals aangegeven in tabel 4.4.a of met de tabel 4.4.b. Bij gebruik van tabel 4.4.b moet lineair worden geïnterpoleerd om bij tussenliggende waarden voor L de waarschijnlijkheidsfactor te bepalen. Tabel 4.4.a: Formules ter bepaling van factor f Noot: EXP(-L/300) = e tot de macht - L/300, waarin e het grondtal van de natuurlijke logaritme. Tabel 4.4.b: Berekende waarden van factor f 4.5 Bepaling van de breedtefactor c De breedtefactor c moet met behulp van de volgende formule worden bepaald: c = 0,3 + 0,7 b / B, waarin b :de breedte in m van het dekhuis ter plaatse van de beschouwde patrijspoort of het beschouwde raam; B :de uiterste breedte van het schip op het aan weer en wind blootgestelde dek t.p.v. de beschouwde patrijspoort of het beschouwde raam in m. Voor b /B moet bij de toepassing van de formule ten minste 0,25 worden genomen. Toelichting Deze Bekendmaking aan de scheepvaart strekt tot het opnieuw vaststellen van Bekendmaking aan de scheepvaart no. 269/1990 (Stcrt. 221). Het ontwerp van die bekendmaking werd niet genotificeerd overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 83/189/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG L 109) 1. Om alsnog aan de verplichting tot notificatie te voldoen is deze bekendmaking in ontwerp aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen genotificeerd (zie ook kamerstukken II 1996/1997, ). De tekst van de bekendmaking is identiek aan de tekst van de huidige L f L f L f L f L f 20 0, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,03 Noot:Factor f = 11,03 voor L groter dan 300 m. bekendmaking, behoudens het volgende. In artikel 2 is een bepaling opgenomen die uitvoering geeft aan artikel 14 van Richtlijn nr. 94/57/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 november 1994 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (PbEG L 319). Dit artikel verplicht iedere lid-staat van de Europese Unie er op toe te zien dat schepen varend onder zijn vlag worden gebouwd en onderhouden overeenkomstig de voorschriften van een erkende organisatie betreffende de romp, de machines, de elektrische installaties en de bedieningsapparatuur. In artikel 3 is een bepaling opgenomen betreffende de wederzijdse erkenning van technische normen en technische eisen. De ontwerp-bekendmaking is op 14 augustus 1997 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (notificatienr. 97/0571/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van de eerdergenoemde richtlijn nr. 83/189/EEG. De ontwerpbekendmaking is op 30 september 1997 tevens gemeld aan het Secretariaat van de Wereld Handelsorganisatie (notificatienr. G/TBT/Notif ) ter voldoening aan artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235). Een aankondiging van die notificatie is gepubliceerd in Stcrt. 1997, 197. Deze notificaties zijn noodzakelijk aangezien de bekendmaking technische voorschriften bevat in de zin van richtlijn nr. 83/189/EEG, zoals gewijzigd, en als bedoeld in voornoemde overeenkomst. Als technisch voorschrift kan worden aangewezen artikel 1. Dit artikel, dat zonder onderscheid van toepassing is op Nederlandse en ingevoerde patrijspoorten, lichtranden en ramen, is uit hoofde van een doeltreffende bescherming van de openbare veiligheid en de gezondheid en het leven van personen noodzakelijk. Ook is het evenredig aan de met dit artikel beoogde doelen. Voor zover deze bekendmaking kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking in de zin van artikel 30 EG- Verdrag bevat, zijn deze derhalve Uit: Staatscourant 1998, nr. 14 / pag. 94 5
6 gerechtvaardigd ter bescherming van de bovengenoemde belangen. In het kader van de notificatie ingevolge de richtlijn is in artikel 3 de bovengenoemde bepaling betreffende wederzijdse erkenning opgenomen met het oog op de geharmoniseerde toepassing van technische voorschriften. De WTO-notificatieprocedure heeft niet geleid tot wijziging van de ontwerp-bekendmaking. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, H.G.H. ten Hoopen. 1 Laatstelijk gewijzigd bij richtlijn nr. 94/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 (PbEG L 100). Een bijgewerkte integrale tekst van de richtlijn is gepubliceerd in PbEG 1997, C 78. Uit: Staatscourant 1998, nr. 14 / pag. 94 6
16.3.2006 Publicatieblad van de Europese Unie L 79/27 COMMISSIE
16.3.2006 Publicatieblad van de Europese Unie L 79/27 COMMISSIE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 6 maart 2006 tot vaststelling van klassen van materiaalgedrag bij brand voor bepaalde voor de bouw bestemde
Beleidsregel verdubbelingen op bodem-,kim- en zijbeplating van de scheepshuid van schepen voor de Rijn- en binnenvaart
> 05 Aanvullende regels voor alle schepen > 3 : Beleidsregels Rijn, BSB en ADNR > 2001/11 : Verdubbelingen 2001/11 : - Verdubbelingen Ingangsdatum: 2001-01-06 Beleidsregel verdubbelingen op bodem-,kim-
21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/1. (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing)
21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/1 I (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing) VERORDENING (EG) Nr. 2182/2004 VAN DE RAAD van 6 december 2004 betreffende op
: LANDSVERORDENING tot vaststelling van nieuwe voorschriften betreffende de meting van zeeschepen
Intitulé : LANDSVERORDENING tot vaststelling van nieuwe voorschriften betreffende de meting van zeeschepen Citeertitel: Landsverordening internationale meetbrieven Vindplaats : AB 1991 no. 2 Wijzigingen:
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2008 444 Besluit van 3 november 2008, houdende wijziging van het Besluit draagbare blustoestellen 1997 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 9099 14 februari 2017 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 10 februari 2017, nr. WJZ / 16108877, tot wijziging
F1 71 PE T4.3 TREKKERS
NL F1 71 PE T4.3 TREKKERS NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Ontwerp Brussel, 23.6.2009. RICHTLIJN../ /EG VAN DE COMMISSIE van [ ] tot wijziging, met het oog op aanpassing van de technische
Artikel 11.03 Afmeting van de werkplekken Werkplekken moeten zo groot zijn dat iedere persoon die er werkt voldoende bewegingsvrijheid heeft.
Reglement Onderzoek Schepen Rijnvaart HOOFDSTUK 11 VEILIGHEID OP DE WERKPLEK Artikel 11.01 Algemene bepalingen 1. Vaartuigen moeten zodanig zijn gebouwd, ingericht en uitgerust, dat personen daarop veilig
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1997 763 Besluit van 22 december 1997 betreffende de titulatuur en het kostuum der rechterlijke ambtenaren alsmede het kostuum van de advocaten en
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1997 711 Besluit van 15 december 1997 tot wijziging van het Schepenbesluit 1965 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
Besluit van. Houdende wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995
Ingevolge artikel 52, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, kan een ieder, gedurende 30 dagen vanaf de dag waarop deze bekendmaking is geschied, zijn zienswijze met betrekking tot het onderstaande
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1999 429 Besluit van 23 september 1999, houdende wijziging van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen en van het Warenwetbesluit
Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995
(Tekst geldend op: 13-01-2004) Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 De Minister van Financiën; Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, tweede lid, 10, eerste lid, en 22, vijfde lid,
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van.. augustus 2005, directie Wetgeving, nr. /05/6;
BEATRIX Besluit van houdende wijziging van het Besluit alcoholonderzoeken in verband met de toepassing van dit besluit op onderzoeken bij beginnende bestuurders van motorrijtuigen als bedoeld in artikel
De Minister van Infrastructuur en Milieu, en de voorzitter van de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 1.19 van de Binnenvaartregeling;
Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Milieu en de voorzitter van de commissie van deskundigen van 14 oktober 2013, nr. ILT-2013/39422 betreffende een nadere invulling van de technische eisen
Citeertitel: Landsbesluit elektrische leidingen en kabels ==================================================================== Artikel 1
Intitulé : Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van de artikelen 1, vierde lid, en 11, eerste lid, van de Landsverordening elektriciteitsconcessies Citeertitel: Landsbesluit elektrische
Gelet op de artikelen 9 en 14 van het Meetinstrumentenbesluit I en artikel 8 van het Meetinstrumentenbesluit II;
(Tekst geldend op: 14-03-2013) Regeling van de Minister van Economische Zaken van 23 november 2006, nr. WJZ 6098739, houdende regels omtrent de eisen bij het gebruik van in Europese richtlijnen opgenomen
Regeling veiligheid zeeschepen
VW Regeling veiligheid zeeschepen Regeling houdende nadere regels met betrekking tot de veiligheid en certificering van in Nederland geregistreerde zeeschepen, alsmede regels met betrekking tot de veiligheid
Wijziging Regeling handel levende dieren en levende producten
LNV Wijziging Regeling handel Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 7 juli 2005, nr. TRCJZ/2005/2068, houdende wijziging van de Regeling handel ter implementatie van richtlijn
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 599 Besluit van 12 november 2004, houdende intrekking en wijziging van diverse Warenwetbesluiten in verband met de intrekking van beschikkingen
In deze regeling wordt verstaan onder besluit: Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.
REGELING van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende regels met betrekking tot de vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart (Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart) De Minister
Beleidsregels aanbesteding van werken 2005
Beleidsregels aanbesteding van werken 2005 Beleidsregels van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Staatssecretaris van Defensie
Bijlage VI ; Technische regelen voor rijksvaartuigen. Hfst 1; Algemeen
Bijlage VI ; Technische regelen voor rijksvaartuigen Hoofdstuk 1 - Algemeen Hfst 1; Algemeen Art. 1.01; Toepassing van de regelen 1. Rijksvaartuigen die zijn gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer
Wijziging Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte
VROM Wijziging Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 26 maart 2004, nr. MJZ2004029551, Centrale Directie Juridische
Beleidsregels voor de uitvoering van artikel 7A van de Woningwet
Beleidsregels voor de uitvoering van artikel 7A van de Woningwet VROM Circulaire De beleidsregels voor de uitvoering van artikel 7a van de Woningwet van 29 januari 1999 zijn toegevoegd aan de circulaire
Regeling agressieve dieren
Regeling agressieve dieren De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Gelet op artikel 73 en artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Stb. 1992, 585); (zie onderaan
2012 STAATSBLAD No. 42 VAN DE REPUBLIEK SURINAME
2012 1 2012 STAATSBLAD VAN DE REPUBLIEK SURINAME WET van 6 maart 2012, houdende wijziging van de Wet Surinaams Bureau voor Standaarden (S.B. 2006 No. 30). DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, In overweging
: LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 17 van de IJkverordening
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 17 van de IJkverordening Citeertitel: Lengtematenbesluit Vindplaats : AB 1988 no. 26 Wijzigingen: Geen = 1. Algemene bepalingen
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2018/970 VAN DE COMMISSIE
10.7.2018 L 174/15 GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2018/970 VAN DE COMMISSIE van 18 april 2018 tot wijziging van de bijlagen II, III en V bij Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad
Wijzigingsblad BRL
Dit wijzigingsblad behoort bij BRL 2701 d.d. 12-12-2012. Vaststelling, aanvaarding en bindend verklaring Vastgesteld door het College van Deskundigen voor metalen gevelelementen d.d. 20-11-2014. Aanvaard
RICHTLIJN 2009/62/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
L 198/20 Publicatieblad van de Europese Unie 30.7.2009 RICHTLIJN 2009/62/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juli 2009 betreffende de montageplaats voor de achterkentekenplaat van twee- of
TRIPARTIETE OVEREENKOMST 2015
TRIPARTIETE OVEREENKOMST 2015 Partijen, De Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en vertegenwoordiger van
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 654 Voorstel van wet tot wijziging van de Wet ammoniak en veehouderij Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,
De citeertitel is door de wetgever vastgesteld.
pagina 1 van 14 (Tekst geldend op: ) Algemene informatie Eerst verantwoordelijke ministerie: Afkorting: Niet officiële titel: Citeertitel: Soort regeling: VROM Geen Geen De citeertitel is door de wetgever
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2007 209 Besluit van 24 mei 2007, houdende wijziging van het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten inzake het vetgehalte van gehakt en mager
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 20 september 2006, TRCJZ/2006/2966 houdende wijziging (9) van de Regeling beperkingsgebieden
AANVULLENDE INFORMATIE
AANVULLENDE INFORMATIE Meterkasten zijn een lang vergeten detail in de woning geweest, veelal tot ongenoegen van de energiebedrijven. Deze situatie heeft geleid tot ontelbare plaatselijke voorschriften.
