Samenvatting. Inleiding
|
|
|
- Gijs Bakker
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Samenvatting EEN WINDPLAN VOOR DE GEMEENTE WIERINGERMEER Inleiding Met de Startnotitie Windplan Wieringermeer (28 mei 2009) gaf de gemeenteraad het startschot voor een windplan dat invulling geeft aan de behoefte tot herstructurering van de bestaande windturbines. De focus verschuift van aantallen turbines en projecten naar een verghoging van de stroomproductie. Uitgangspunt is de doelstelling meer energie met minder turbines in een mooier landschap. Na realisatie van het windplan bedraagt het opgesteld vermogen in de gemeente Wieringermeer tussen de 200 en 400 MW aan windenergie. Dit is genoeg om tussen de en huishoudens jaarlijks van stroom te voorzien. De realisatie van het windplan draagt bij aan de ambitie van de gemeente Wieringermeer om zicht te ontwikkelen tot een polder met ruimte voor innovatieve duurzame projecten op het gebied van energieproductie,-technologie en onderzoek. De realisatie van de ambitie draagt bij aan de ambities van het Rijk en de provincie Noord-Holland om in de komende jaren meer windenergie op land te realiseren. Naast het herstructureren van het bestaande windturbinebestand biedt het windplan ook een toetsingskader voor de huidige en toekomstige verzoeken voor plaatsing van windturbines binnen de gemeente. Hiervoor heeft de gemeenteraad expliciet besloten (d.d. 25 november 2010) om het Windplan een formele status te geven als structuurvisie conform artikel 2.1 lid 2 Wro. Het Windplan geeft invulling aan de volgende opgaven: De herstructurering van solitaire windturbines. Verantwoorde opschaling van bestaande windturbinelijnopstellingen. De uitbreiding van het Windturbinetestpark ECN. De opgave wordt nadrukkelijk vanuit een duurzaam ontwikkelingsperspectief benaderd. Gezocht wordt naar een balans tussen de belangen van mens, milieu en economie. De uitwerking van het windplan vond daarom plaats langs vier pijlers: Ruimtelijke kwaliteit. Milieu en Ecologie. Economische uitvoerbaarheid. Draagvlak. Voorwaarde is dat deze vier pijlers voldoende stabiel zijn om het windplan te dragen. De peilers zijn de concrete uitwerking van de visie op duurzame ontwikkeling van windenergie. In dit MER is de pijler Milieu en Economie uitgewerkt. De pijlers Ruimtelijke kwaliteit en Economische uitvoerbaarheid zijn onderbouwd met deelrapportages. Het Koppeldocument beschrijft de verschillende deelrapportages in samenhang. PROCES EN COMMUNICATIE Het windplan is een uniek plan, omdat er sprake is van een intensief overleg tussen de verschillende overheidsniveaus (gemeente, provincie en Rijk) enerzijds en private partijen anderzijds :A ARCADIS 6
2 Voor de samenwerking hebben de publieke partners op 18 januari 2010 een convenant ondertekend. De private partijen (NUON, ECN en de Vereniging Windturbine-eigenaren Noord Holland (VWNH) groep Wieringermeer hebben zich verenigd in het samenwerkingsverband Windkracht Wieringermeer. Tijdens een informatiebijeenkomst zijn ook andere aanbieders van windenergie geïnformeerd en de omwonenden en overige burgers van Wieringermeer zijn nadrukkelijk betrokken bij de visievorming. Voor de ontwikkeling zijn een stuurgroep, een werkgroep en een klankbordgroep opgericht met vertegenwoordigers van bovengenoemde partijen. Op deze wijze, hebben alle betrokken partijen hun advies, wensen en commentaar kunnen inbrengen. Het eerste (driedaagse) windweekend, in oktober 2009 georganiseerd in Wieringerwerf voor en door betrokkenen, functioneerde als breed georganiseerde aftrap en inspiratiebron voor de uitwerking van het windplan. M.E.R.-PROCEDURE Het doel van de procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) is om in de planvoorbereiding het onderdeel milieu & ecologie een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan plannen en besluiten, in dit geval de thematische structuurvisie Windplan Wieringermeer, die (uiteindelijk) kunnen leiden tot concrete projecten of activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Mede op basis van de resultaten uit dit rapport legt de gemeente in haar windplan vast waar ontwikkelingsruimte is voor windenergie. M.E.R.-PLICHT Directe aanleiding voor het verplicht doorlopen van de m.e.r-procedure is het feit dat het opschalen en verplaatsen van windturbines binnen de gemeente Wieringermeer valt onder het Besluit milieueffectrapportage, lijst D. Aangezien het windplan (art. 2.1 Wro) kaderstellend voor activiteiten op deze lijst D, moet een Milieueffectenrapport (MER) worden opgesteld. Daarnaast grenst het plangebied aan de Natura 2000-gebied IJsselmeer, waardoor mogelijk negatieve effecten op dit gebied optreden. Volgens de Natuurbeschermingswet is in dat geval een passende beoordeling verplicht volgens hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Deze verplichting maakt dat er ook sprake is van een m.e.r.-plicht voor het windplan. PLANGEBIED Het plangebied van het initiatief is de gemeente Wieringermeer zonder het IJsselmeer. Opstellingen in het water maken geen deel uit van de opgave van het windplan. In Afbeelding S1 is het plangebied weergegeven met de bestaande en twee geplande windturbines. Van de 90 windturbines zijn 54 turbines gegroepeerd in acht clusters en 36 turbines zijn solitair verspreid over de hele gemeente :A ARCADIS 7
3 Afbeelding S.1 Plangebied met bestaande windturbines in de gemeente Wieringermeer HET DOCUMENT RUIMTELIJK ONTWERP BESCHRIJFT DE PRINCIPES VOOR VISUEEL RUIMTELIJKE OPTIMALISATIE Het ontwikkelen van de alternatieven In het Ruimtelijk Ontwerp staan keuzes voor het gewenste landschapsbeeld van de Wieringermeer beschreven. Deze keuzes zijn gebaseerd op visualiserend onderzoek van beelden van mogelijke toekomstige landschappen. Hiervoor is eerst een randvoorwaardenkaart en kansenkaart ontwikkeld. Daarna zijn binnen de kansgebieden mogelijkheden ontworpen voor optimale en maximale plaatsing, het landschap is geanalyseerd en de ruimtelijke effecten van maximale plaatsing zijn visueel onderzocht. Op basis hiervan zijn principes ontwikkeld voor een visueel ruimtelijk optimale plaatsing. Binnen deze principes zijn twee ruimtelijke modellen ontwikkeld voor plaatsing van windturbines: Polderrand en Boemerang. HET KOPPELDOCUMENT BESCHRIJFT DE OPTIMALISATIE NAAR EEN EVENWICHTIG BOOGSPANTMODEL GEBASEERD OP 4 PIJLERS Beide modellen zijn in breder verband getest, namelijk naast ruimtelijke kwaliteit ook op milieu & ecologie, op economische uitvoerbaarheid en op draagvlak. De pijlers zijn van gelijkwaardig belang. Een belangrijke conclusie van deze test was dat zowel Polderrand als Boemerang economisch en ecologisch niet uitvoerbaar zijn. Daarom is, via een syntheseontwerp, het Boogspantmodel ontworpen. Met dit ruimtelijk model is iedere pijler voldoende stevig om het Windplan te dragen. In het Koppeldocument is deze optimalisatie beschreven waarin elementen uit Polderrand en Boemerang zijn vertaald naar een evenwichtig Boogspantmodel. Alle drie de modellen zijn in dit MER getoetst als drie planalternatieven. De drie modellen gaan uit van dezelfde type turbines (Repower 6M) met een masthoogte van 120 meter en 126 meter aan rotordiameter :A ARCADIS 8
4 Voor alle drie de modellen geldt dat alle solitaire turbines in de huidige situatie zijn verplaatst naar een lijnopstelling. De modellen verschillen in locatie en opstelling. Afbeelding S.2 Drie planalternatieven De effectbeoordeling De volgende scoretabel bevat een overzicht van de effecten tussen de drie alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie met de huidige locaties aan windturbines. Aspect Criterium Referentie Boemerang Polderrand Boogspant Geluid Aantal woningen met een overschrijding van 47 db Lden of 41 db Lnight. Stiltegebieden Geluidsbelast oppervlak db(a) Geluidsbelast oppervlak >30 db(a) Slagschaduw Aantal woningen met een :A ARCADIS 9
5 Aspect Criterium Referentie Boemerang Polderrand Boogspant slagschaduwduur van meer dan 6 uur per jaar. Landschap en Beïnvloeding van het /+ cultuurhistorie landschappelijk hoofdpatroon. Beïnvloeding van de karakteristiek van gebieden. Beïnvloeding van landschappelijke structuren. Beïnvloeding van landschappelijke elementen. Ecologie Natura Verstoring vogelrichtlijnsoorten Verandering in populatiedynamiek vogelrichtlijnsoorten (sterfte). Ecologie EHS Ruimtebeslag en verstoring EHS /- Ecologie Flora- en Verstoring broedvogels. 0-0/- - faunawet Barrièrewerking vleermuizen. 0-0/- 0/- Ruimtebeslag Boommarter en beschermde plantensoorten. Barrièrewerking trekvogels Ruimtegebruik Ruimtebeslag landbouw. 0 0/- 0/- 0/- Beïnvloeding radargebied Defensie. Beïnvloeding straalpad KPN. 0 0/- 0/- 0/- Archeologie Verstoring van verwachte 0 0/- 0/- 0/- archeologische waarden Bodem en water Aantasting geomorfologie en 0 0/- - - aardkundige waarden. Optreden van zettingen Invloed op waterhuishouding Externe Plaatsgebonden risico. 0 0/+ 0/+ 0/+ veiligheid Afstand tot de rijkswegen. 0 0/- 0/- 0/- Gasleiding. 0 0/- - 0 Overige kabels en leidingen Energieopbrengst Energieopbrengst en vermeden CO2 emissie reductie emissies Vermeden zuureenheden HET BOOGSPANTMODEL SCOORT HET BEST OP GELUID Geluid Voor het aspect geluid zijn in het Boogspantmodel het minste aantal adressen berekend waarbij de normen worden overschreden. In de beoordeling is het Boogspantmodel vergelijkbaar met Polderrand en iets beter dan Boemerang. In het volgende overzicht het aantal adressen met een geluidsbelasting boven de norm: Norm Referentie Boemerang Polderrand Boogspant Lden (47dB) Lnigt (41 db) In alle gevallen is echter sprake van een aanzienlijk aantal adressen waar de grenswaarde van 47 db Lden wordt overschreden. Dit betekent dat mitigerende maatregelen nodig zijn bij het daadwerkelijk plaatsen van de turbines. Dit kan door het instellen van een lagere noise-mode, het stilzetten van de turbine in een deel van de nacht of het inzetten van een :A ARCADIS 10
6 ander type turbine met een lager geluidsvermogen. In het Boogspantmodel neemt bijvoorbeeld het aantal woningen met bijna 40% af (van 72 naar 44) bij een lagere geluidsbelasting van 1dB. Al deze maatregelen hebben gevolgen voor de energieopbrengst en moeten in de uitwerking naar de definitieve turbinelocaties worden betrokken. In een vervolgonderzoek kan blijken dat een aantal adressen bij nader inzien niet geluidgevoelig zijn. BOOGSPANT EN POLDERRAND BETER VOOR STILTEGEBIED Stiltegebieden Voor het aspect stiltegebieden scoren de modellen Polderrand en Boogspant vergelijkbaar en beter dan Boemerang. Dit komt omdat in het model Boemerang veel windturbines in de omgeving en zelfs in stiltegebieden zijn geprojecteerd. Het model Polderrand is vooral beter in de laagste geluidsbelastingklasse van 25 tot 30 db(a). Dit komt omdat er nog wel een aantal windturbines geprojecteerd zijn in het stiltegebied Robbenoordbosch. Als de uiteindelijk turbinelocaties niet voldoen aan de milieukwaliteitseisen voor stiltegebieden kan de provincie een ontheffing verlenen als de heersende natuurlijke rust zich daartegen niet verzet. EFFECT SLAGSCHADUW IS GOED TE MITIGEREN Slagschaduw Voor het aspect slagschaduw scoort het model Polderrand beter dan het Boogspantmodel en aanzienlijk beter dan het model Boemerang. In alle gevallen is echter sprake van een aanzienlijk aantal woningen waar de grenswaarde van 6 uur per jaar wordt overschreden en krijgen daarom dezelfde score. Dit betekent dat mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. De mitigerende maatregelen voor geluid werken ook positief t.a.v. slagschaduw. Daarnaast heeft een lagere ashoogte en een kleinere rotordiameter minder effect. Met een stilstandvoorziening worden de rotorbladen stil gezet in de perioden waarin slagschaduw kan optreden. Dit heeft wel gevolgen voor de energieopbrengst maar deze gevolgen zijn aanzienlijk kleiner dan de maatregelen voor geluid. Stel dat met een reële inschatting van 100 uur stilstand per jaar van alle turbines het effect aan slagschaduw wordt voorkomen, dan levert dit een verlies op van circa 1% van de jaarproductie. Dit aspect is dus goed te mitigeren. POSITIEF EFFECT OP DE KARAKTERISTIEK VAN GEBIEDEN EN GEEN INVLOED OP LANDSCHAPPELIJKE STRUCTUREN OF ELEMENTEN Landschap en cultuurhistorie Voor het aspect landschap en cultuurhistorie treden alleen voor de criteria landschappelijk hoofdpatroon en karakteristiek van gebieden effecten op. Alle modellen hebben geen invloed op landschappelijke structuren of landschappelijke elementen. De karakteristiek van gebieden wordt over het geheel bezien in alle modellen positief beïnvloed doordat de modellen de visuele onrust van de referentiesituatie binnen de Wieringermeer verminderen en slechts een beperkte invloed op het karakter van omliggende gebieden hebben. De turbine opstellingen hebben een eigen kwaliteit en domineren hierdoor het landschapsbeeld niet. In het model Boemerang is er meer onderlinge interferentie tussen de nieuwe lijnen en wordt er minder vrije ruimte gecreëerd, hierdoor is sprake van een iets grotere visuele complexiteit. Ook het Boogspantmodel zorgt voor een sterke beperking van de visuele onrust, maar kent meer onderlinge interferentie dan het model Polderrand. Dit komt door de versterking van de visuele onrust van het ECN-windturbinetestpark door het opschalen en uitbreiden van de Wagendorplijn ten zuiden hiervan :A ARCADIS 11
7 SIGNIFICANT NEGATIEF EFFECT NIET UIT TE SLUITEN VOOR MEERVLEERMUIS, LEPELAAR EN 38 NIET- BROEDVOGELS. Ecologie Voor ecologie is eerst in een voortoets beoordeeld welke effecten kunnen optreden op de habitats en soorten waarvoor instandhoudingsdoelen gelden. Hieruit blijkt dat voor de modellen Boemerang en Polderrand significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten op de instandhoudingdoelen van Meervleermuis, Lepelaar (broedvogel) en 38 niet broedvogelsoorten. Het gaat hierbij vooral om het verlies aan oppervlakte foerageergebied en sterfte door extra barrièrewerking. Deze effecten zijn nader geanalyseerd in een passende beoordeling, verplicht op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en in een apart rapport als bijlage in dit MER opgenomen. Het model Boogspant heeft, na nadere analyse, voor geen van deze aspecten een significant negatief effect. MODELLEN BOEMERANG EN POLDERRAND HEBBEN EEN SIGNIFICANT NEGATIEF EFFECT OP EEN AANTAL WATERVOGELS. HET BOOGSPANTMODEL SCOORT NEGATIEF. Verstoring vogelrichtlijnsoorten (niet-broedvogels) Doordat het IJsselmeer als leefgebied voor de wieringermeervogels kwetsbaarder is dan de Waddenzee zijn er vooral effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het IJsselmeer. Het effect van Polderrand is zeer negatief, vooral voor de watervogels die voor de IJsselmeerkust foerageren. De effecten van het model Boemerang is geringer dan dat van Polderrand maar nog steeds significant negatief. Het model Boemerang heeft een aanvullend negatief effect op de Kleine rietgans. Het effect van het Boogspantmodel is, na nadere analyse, voor een aantal soorten net iets minder groot dan voor het model Boemerang en scoort hierdoor negatief en niet significant negatief. Gezien de significant negatieve effecten worden de effecten van de modellen Boemerang en Polderrand als zeer negatief beoordeeld. Het Boogspantmodel scoort negatief. VOOR STERFTE GEEN SIGNIFICANT NEGATIEVE EFFECTEN BOOGSPANTMODEL SCOORT HET BEST OP RUIMTEBESLAG EN VERSTORING EHS POLDERRAND VERSTOORT HET MINST DE BROEDVOGELS Verandering in populatiedynamiek vogelrichtlijnsoorten (sterfte) In de passende beoordeling is dit aspect nader uitgewerkt voor Brandgans, Grauwe gans, Kleine zwaan, Kolgans, Lepelaar, Rotgans en Toendrarietgans. Het aantal te verwachten slachtoffers is berekend op basis van flux en aanvaringskans. Dit aantal is afgezet tegen de 1%-mortaliteitsnorm van beide Natura 2000-gebieden. Bij de genoemde soorten is in geen enkel model sprake van een overschrijding van de 1%-mortaliteitsnorm voor IJsselmeer en Waddenzee. Geconcludeerd wordt dat er geen significant negatieve effecten zijn m.b.t. barrièrewerking en sterfte. De drie modellen scoren om die reden neutraal (0). Ruimtebeslag en verstoring EHS Het ruimtebeslag / de verstoring bij het model Polderrand is groter dan bij het model Boemerang. Voor het model Polderrand wordt dit beoordeeld als zeer negatief en voor het model Boemerang als negatief. Het ruimtebeslag van het Boogspantmodel op de EHS is het geringst en scoort daarom licht negatief. Verstoring broedvogels Het totale aantal broedparen met jaarrond beschermde nesten dat binnen de verstoringcontour valt, is het grootst bij model Boemerang, gevolgd door het Boogspantmodel en het geringst bij model Polderrand. Het aantal broedparen van de Bruine kiekendief dat binnen de 250-meter-contour valt, is het grootst bij de het Boogspantmodel, gevolgd door model Boemerang en het geringst bij model Polderrand. Voor het aspect broedvogels als totaal, is het effect van Boemerang en Boogspant als negatief beoordeeld en voor Polderrand als licht negatief :A ARCADIS 12
8 BOEMERANG SCOORT HET NEGATIEFST DOOR VLEERMUIZEN UIT HET ROBBENOORDBOS POLDERRAND MINSTE EFFECT OP BOOMMARTER EN BESCHERMDE PLANTENSOORTEN ALLE MODELLEN HEBBEN EEN BARRIEREWERKING OP TREKVOGELS Barrièrewerking vleermuizen Alle modellen zorgen voor aantasting van vlieg- en migratieroutes van vleermuizen in de Wieringermeer, waarbij het model Boemerang slechter scoort dan beide andere modellen. De doorsnijdingen van model Polderrand liggen meer aan de randen van het plangebied, de doorsnijdingen van model Boemerang liggen meer in de kern van het gebied. Voor vleermuizen uit het Robbenoordbos die in de Wieringermeer foerageren, wordt model Boemerang om deze reden beoordeeld als negatief, terwijl de modellen Polderrand en Boogspant als licht negatief wordt beoordeeld. Boommarter en beschermde plantensoorten De effecten op Boommarter, Brede wespenorchis en mogelijk Rietorchis, zijn alleen kwalitatief beoordeeld. Bij de modellen Boemerang en Boogspant vindt ruimtebeslag plaats in het Robbenoordbos op leefgebied en groeiplaatsen van genoemde soorten. Beide modellen hebben een negatief effect. Model Polderrand heeft een neutraal effect. Barrièrewerking trekvogels De huidige windturbines in de Wieringermeer interfereren niet met de beschreven trekbanen. Bij model Polderrand volgt de lijnopstelling op de IJsselmeerdijk een belangrijke trekbaan. Bij model Boemerang ligt een deel van de meest oostelijke lijnopstelling in het Robbenoordbos, middenin het rustgebied. Dat geldt ook voor het Boogspantmodel. Alle drie de modellen hebben daarom een negatief effect op trekvogels. VOOR RUIMTEGEBRUIK IS ER GEEN ONDERSCHEID TUSSEN DE DRIE MODELLEN Ruimtegebruik Het aspect ruimtegebruik is beoordeeld aan de hand van de criteria ruimtebeslag landbouw, beïnvloeding radargebied Defensie en beïnvloeding straalpad KPN. Voor deze drie criteria is er geen onderscheid tussen de modellen. Ruimteverlies van landbouwgebied is onvermijdelijk, waardoor de drie modellen licht negatief (0/-) zijn beoordeeld. Voor de verstoring van het radargebied geldt dat alle drie de modellen binnen de radarzone van 15 km vallen waardoor er mogelijk een verstoring kan optreden. Dit is afhankelijk van het type en de omvang van de turbine. Om die reden zijn de modellen negatief beoordeeld. Zowel het model Polderrand, model Boemerang als het Boogspantmodel kruist tweemaal het straalpad van KPN. Op dit detailniveau kan nog niet exact bepaald worden waar de turbines geplaatst worden, waardoor het mogelijk is dat de turbines op een hinderlijke afstand van het straalpad staan. Om die reden zijn de modellen licht negatief beoordeeld. VOOR ARCHEOLOGIE GEEN VERSCHIL IN EFFECTBEOORDELING Archeologie Het plangebied bestaat in het zuidwesten voor een groot deel uit grondgebied met een middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde. In dit gebied staan windturbines bij alle drie de modellen. Verder raken de onderste windturbines van opstelling langs het IJsselmeer in het model Polderrand en het Boogspantmodel gebieden met een hoge verwachtingswaarde. In het model Boemerang zijn het juist de bovenste turbines van de opstelling die door gebieden met een hoge verwachtingswaarde lopen. De drie modellen zijn om die reden licht negatief beoordeeld :A ARCADIS 13
9 ALLEEN EEN KLEIN EFFECT MOGELIJK OP AANTASTING VAN GEOMORFOLOGISCHE EN AARDKUNDIGE WAARDEN Bodem en water Alle modellen doorsnijden een deel van het voor geomorfologisch of aardkundig waardevolle gebied. Het effect van Polderrand en het Boogspantmodel is het grootst en scoort daarom negatief. Het model Boemerang scoort licht negatief. Voor het aspect optreden van zettingen zijn er voor de modellen geen negatieve effecten op de belangen te verwachten, aangezien het ruimtebeslag van de werkzaamheden overwegend plaatsheeft op de matig zettinggevoelige gronden. De effecten van de verstoring van de deklaag is tijdelijk. Wanneer de gehele weerstand van de deklaag met het aanvullen van de sleuf niet gerealiseerd kan worden dan is er een potentiële toename in zoute kwel en toename chloridenconcentraties in het oppervlaktewater. Dit kan echter zeer lokaal plaats vinden en heeft op de schaal van watergangen geen significant effect. HET BOOGSPANTMODEL SCOORT HET BEST OP EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid Het plaatsgebonden risico is voor de drie modellen licht positief beoordeeld. De polder is relatief dunbevolkt. In de omgeving van de windturbineclusters is eigenlijk alleen sprake van incidentele bebouwing en in de referentiesituatie zijn liggen veel solitaire turbines. Door het clusteren van de turbines (ongeacht welk model) verbetert de situatie licht voor externe veiligheid. De indicatieve afstand van 60 meter afstand tot de rijkswegen lijkt op basis van de schetsen bij de modellen niet altijd gehaald te worden. Om deze reden is de beoordeling licht negatief. De afstand van circa 140 meter van gasleidingen wordt waarschijnlijk niet gehaald op basis van de beschikbare schetsen bij Boemerang en Polderrand. Op basis van de ligging van de gasleiding scoort het model Boemerang minder negatief, omdat in dit model de afstanden tot gasleidingen groter zijn. Voor het Boogspantmodel is in de schetsen bewust rekening gehouden met de afstand tot de gasleidingen. De afstand van 5 meter voor overige leidingen lijkt in alle modellen goed mogelijk. Om die reden is dit effect neutraal voor alle modellen. ENERGIEOPBRENGST NEEMT MET EEN FACTOR 4 TOT 5 TOE Energieopbrengst en vermeden emissies In vergelijking tot de bestaande situatie zal de energieopbrengst met een factor 4 tot 5 toenemen. Ook de vermeden emissies zijn dus een factor 4 tot 5 hoger. Omdat het onderlinge verschil minder groot is, zijn de drie modellen zeer positief beoordeeld. Conclusie Het streven is een evenwichtig Windplan waarin de vier pijlers (Ruimtelijke Kwaliteit; Milieu en Ecologie; Economische Uitvoerbaarheid ; Draagvlak) voldoende steun bieden. De pijler Milieu en Ecologie is in dit MER (inclusief passende beoordeling) onderzocht aan de hand van drie ruimtelijke modellen waarbij het Boogspantmodel een optimalisatie is van de modellen Polderrand en Boemerang. Hierbij is vooral getoetst aan de ecologische en economische haalbaarheid, zoveel mogelijk binnen de criteria van het ruimtelijk ontwerp :A ARCADIS 14
10 Uit de effectbeoordeling op milieu en ecologie blijkt dat het Boogspantmodel gemiddeld het beste scoort op de 12 aspecten. Voor ecologie hebben de modellen Boemerang en Polderrand zeer negatieve effecten met name door het verstoren van vogelrichtlijnsoorten. Op basis van een nadere analyse scoort het Boogspantmodel minder ongunstig maar heeft het model nog steeds negatieve effecten voor het aspect ecologie. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden IJsselmeer en Waddenzee, zijn voor het Boogspantmodel echter wel uit te sluiten. Voor het aspect geluid geldt dat er een aantal extra maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de geluidsnormen. Dit moet worden meegenomen in de verdere uitwerking van de economische haalbaarheid. Als het Windplan rekening houdt met beide genoemde aspecten, kan de herstructurering van het windlandschap in de Wieringermeer verantwoord plaatsvinden vanuit milieu en ecologie :A ARCADIS 15
MER Windpark Den Tol. 13 april Pondera Consult Eric Arends
MER Windpark Den Tol 13 april 2011 Pondera Consult Eric Arends 1 Inhoud 1. Waarom een milieueffectrapportage? 2. Wat wordt onderzocht in een milieueffectrapport (MER) 3. Beoordeling van de mogelijke effecten
Waarom dit windpark? Windplan Blauw. Energieakkoord 2020: Megawatt (MW) aan windenergie op land in 11 provincies
Waarom dit windpark? Inzet op energiebesparing en hernieuwbare energie 2020: 14% hernieuwbare energie 2023: 16% hernieuwbare energie Energieakkoord 2020: 6.000 Megawatt (MW) aan windenergie op land in
Voorkeursvariant Windpark Industrieterrein Moerdijk. Raadsinformatieavond 10 maart 2016
Voorkeursvariant Windpark Industrieterrein Moerdijk Raadsinformatieavond 10 maart 2016 Programma Opening wethouder Jaap Kamp Aanleiding en procedure Roger Raat - Reitsma Toelichting milieueffecten en voorkeursvariant
Windmolenpark Hattemerbroek
Windmolenpark Hattemerbroek Milieueffectrapport Mark Groen September 2014 Milieueffectrapport (MER) Brengt milieugevolgen van een besluit in beeld (bestemmingsplan voor windmolens) Overheid neemt milieugevolgen
Geluid. De norm: 47 db L den
Geluid De norm: 47 db L den Elk windenergieproject moet voldoen aan de wettelijke norm: 47 db L den bij alle geluidsgevoelige objecten in de buurt. Dit is de maximaal toegestane gemiddelde jaarlijkse geluidsdruk
MER Windpark Zeewolde Ecologie
MER Windpark Zeewolde Ecologie Bijeenkomst natuur- en milieuorganisaties 19 oktober 2016 Jonne Kleyheeg-Hartman Camiel Heunks Inhoud Alternatieven in het MER Effecten Voorkeursalternatief Herstructureringsperiode
Windplan Wieringermeer
Windplan Wieringermeer Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 juni 2011 / rapportnummer 2380 67 1. Oordeel over het MER De gemeente Wieringermeer heeft het voornemen om een thematische structuurvisie
TECHNISCHE HAALBAARHEID WINDENERGIE Een eerste verkenning van windenergie in de Ondernemingspolder
TECHNISCHE HAALBAARHEID WINDENERGIE Een eerste verkenning van windenergie in de Ondernemingspolder 1 Doel 1. Het informeren van raadsleden over de beschikbare milieuruimte voor de plaatsing van windturbines
Meteren-Boxtel. Klankbordgroep Vught - 29 augustus Martijn de Ruiter - ARCADIS. Imagine the result
Meteren-Boxtel Klankbordgroep Vught - 29 augustus 2013 Martijn de Ruiter - ARCADIS Imagine the result Toelichting Beoordelingskader MER Afweging varianten Ontwerp s-hertogenbosch-vught Toelichting varianten
Geluid. Wat is onderzocht: Aantal ernstig gehinderden binnens- en buitenshuis. Hoe. Criteria
eluid Wat is onderzocht: antal ernstig gehinderden binnens- en buitenshuis 3 eluidscontouren per variant bepaald Tellen woningen per contour erekening # gehinderden binnenshuis / buitenshuis personen/woning):
Wie zit achter Windpark Fryslân?
Inititatiefnemer, Windpark Fryslân, 2016 windpark Wie zit achter Windpark Fryslân? Het windpark is een initiatief van Windpark Fryslân B.V. windpark De initiatiefnemers hebben ook het Windpark Westermeerwind
PASSENDE BEOORDELING OP HOOFDLIJNEN PLANMER WINDENERGIE GOEREE-OVERFLAKKEE. Provincie Zuid-Holland. Eindconcept. 7013039 1 november 2013
7013039 1 november 2013 PASSENDE BEOORDELING OP HOOFDLIJNEN PLANMER WINDENERGIE GOEREE-OVERFLAKKEE Provincie Zuid-Holland Eindconcept Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 579 7550
Bewonersavond Windenergie Korendijk. John Ebbelaar (Tauw) Bob Schulte (Ecofys)
Bewonersavond Windenergie Korendijk John Ebbelaar (Tauw) Bob Schulte (Ecofys) 2 Programma Opening Gesprek met de wethouder Inleiding Toelichting op de avond en het onderzoek Eerste verkenning quickscan
Toelichting op het bestemmingsplan Geluidzone industrieterrein Werkendam
Toelichting op het bestemmingsplan Geluidzone industrieterrein Werkendam HOOFDSTUK 1 Inleiding De gemeente Werkendam heeft in december 2009 het ontwerpbestemmingsplan Zonering industrieterreinen in procedure
Structuurvisie Windenergie gemeente Dordrecht
Structuurvisie Windenergie gemeente Dordrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 3 maart 2016 / projectnummer: 2910 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Dordrecht wil in
SAMENVATTING KENNISPILOT WINDTURBINES IN HET ROBBENOORDBOS INLEIDING
SAMENVATTING KENNISPILOT WINDTURBINES IN HET ROBBENOORDBOS INLEIDING De rapportage Windturbines in het Robbenoordbos 1 onderzoekt de mogelijkheden van de combinatie bos en windenergie. Doel van deze kennispilot
Uitbreiding Windturbine Testpark Wieringermeer Advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport
Uitbreiding Windturbine Testpark Wieringermeer Advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport 14 september 2007 / rapportnummer 1953-51 1. HOOFDPUNTEN VOOR HET MER ECN Windenergy Facilities BV heeft
Ruimtelijke onderbouwing Leveroyseweg 14, Heythuysen
Ruimtelijke onderbouwing Leveroyseweg 14, Heythuysen Inleiding Initiatiefnemer heeft een agrarisch bouwvlak aan Leveroyseweg 14 te Heythuysen. Op deze locatie worden varkens gehouden op extensieve wijze.
Quickscan natuur Besto terrein Zwartsluis
Quickscan natuur Besto terrein Zwartsluis 3 april 2014 Zoon ecologie Colofon Titel Quickscan natuur Besto terrein Zwartsluis Opdrachtgever mro Uitvoerder ZOON ECOLOGIE Auteur C.P.M. Zoon Datum 3 april
Entiteit: Energiecoöperatie Dordrecht Datum: Project: Windturbine Krabbegors Versie: 1.0 Auteur: E. van den Berg Status: Concept
Entiteit: Energiecoöperatie Dordrecht Datum: 09-11-2016 Project: Windturbine Krabbegors Versie: 1.0 Auteur: E. van den Berg Status: Concept 1 INHOUD blz. 1. Inleiding... 3 2. Windturbine Krabbegors algemeen...
gemeente Cromstrijen Investment Engineering De heer L. Schürmann Woudenbergseweg 19C HW ZEIST Datum 3 mei 2016 Verzonden o 9 MEI 2016 Kenmerk
gemeente Cromstrijen Investment Engineering De heer L. Schürmann Woudenbergseweg 19C-12 3707 HW ZEIST Datum 3 mei 2016 Uw brief van 13 april 2016 Verzonden o 9 MEI 2016 Kenmerk Behandeld door Z.00573/UIT.03184
Windpark Dintel. Informatieavond Startnotitie MER Fijnaart 1-11-2010 Dinteloord 15-11-2010
Windpark Dintel Informatieavond Startnotitie MER Fijnaart 1-11-2010 Dinteloord 15-11-2010 Het initiatief Windpark Dintel 11-14 windmolens, 30-40 MW 5-6 ten noorden van de Dintel langs de Rolleplaatdijk
Vraag en antwoord windmolens in de gemeente Dronten
Vraag en antwoord windmolens in de gemeente Dronten Waarom worden er windmolens geplaatst in Dronten? De realisatie van grootschalige windenergie op land is een belangrijke bouwsteen in de nationale opgave
Natuurtoets. 1. Wet- en regelgeving. Permanente openstelling A12 Woerden Gouda
Natuurtoets Permanente openstelling A12 Woerden Gouda 1. Wet- en regelgeving Flora- en faunawet (Ffw) De Ffw is gericht op de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied.
Motivering besluit ontwerp-vvgb windturbinepark Havenwind
899922/943613 Motivering besluit ontwerp-vvgb windturbinepark Havenwind Dit memo bevat de motivering voor het afgeven van een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen ex artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht
Westvoorne. Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte. Ruimtelijke onderbouwing. 101502.17477.00 31-10-2012 definitief
Westvoorne Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte Ruimtelijke onderbouwing identificatie planstatus projectnummer: datum: status: 101502.17477.00 31-10-2012 definitief projectleider: opdrachtgever:
Notitie. 1 Aanleiding
Aan Bart van Eck Onderwerp Advies over natuurwetgeving bij de inrichtingsplannen voor de waterberging de Ronde Hoep 1 Aanleiding De polder de Ronde Hoep is aangewezen voor calamiteitenberging in de deelstroomgebiedsvisie
Overleg Klankbordgroep Windenergie Korendijk. Reinder Siebinga
Overleg Klankbordgroep Windenergie Korendijk Reinder Siebinga 1 Agenda Korte toelichting Voorstelrondje Introductie gemeente (wethouder) Informatie onderzoek Inhoud Proces Planning Input vanuit Klankbordgroep
Windpark Nieuwe Waterweg
Windpark Nieuwe Waterweg Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 2 april 2014 / rapportnummer 2649 60 1. Oordeel over het MER De Wolff-Nederland-Windenergie (WNW), Wind&co en FMT BV willen een windpark
4. Toetsingskader kleinschalige windturbines
4. Toetsingskader kleinschalige windturbines In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het toetsingskader. In het toetsingskader zijn de criteria opgenomen voor de plaatsing van een kleinschalige windturbine.
Quick scan ecologie. Mientweg 5 & 29 te Lutjewinkel
Quick scan ecologie Mientweg 5 & 29 te Lutjewinkel Samenvatting Inhoud H 01 Aanleiding Voor de Mientweg 5 en Mientweg 29 te Lutjewinkel wordt een ruimtelijke ontwikkeling voorbereidt. Het gaat om de ontwikkeling
BIJLAGE 1: TOELICHTING BELEMMERINGENKAART OMGEVINGSVISIE
BIJLAGE 1: TOELICHTING BELEMMERINGENKAART OMGEVINGSVISIE Gebieden waar windenergie mogelijk is In deze gebieden ziet de provincie op voorhand geen belemmeringen voor de ontwikkeling van windenergie en
Windturbinepark Hogezandse Polder, gemeente Cromstrijen
Windturbinepark Hogezandse Polder, gemeente Cromstrijen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 oktober 2015/ rapportnummer 3070 1. Oordeel over het milieueffectrapport De gemeente Cromstrijen
Vormvrije mer-beoordeling Windpark Autena te Vianen
Vormvrije mer-beoordeling Windpark Autena te Vianen Bij deze vormvrije mer-beoordeling wordt gebruik gemaakt van de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III behorende bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling.
3. Gewenste ontwikkeling Milieu Planbeschrijving Inspraak Voorschriften 7
TOELICHTING INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Bestaande situatie 3 2.1 Plangebied 3 2.2 Vigerende bestemmingsplan 3 2.3 bestaande situatie 4 3. Gewenste ontwikkeling 4 4. Milieu 4 5. Planbeschrijving 6 6.
Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging
Ruimtelijke Onderbouwing Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Gemeente Tynaarlo September 2012 NL.IMRO.1730.ABYdermade3depunt-0301 Inhoudsopgave 2.1 Beschrijving van het projectgebied,
Structuurvisie Windplan Wieringermeer
Structuurvisie Windplan Wieringermeer projectnr. 0242252.00 Opdrachtgever Gemeente Wieringermeer Postbus 1 1770 AA WIERINGERWERF datum vrijgave beschrijving goedkeuring vrijgave Structuurvisie A. te Lindert
MER Lage Weide Windmolens op Lage Weide
Windmolens op Lage Weide Gemeente Utrecht 25 april 2013 Samenvatting 9Y3509 HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. PLANNING & STRATEGY Entrada 301 Postbus 94241 1090 GE Amsterdam +31 20 569 77 00 Telefoon 020-600
Betreft: Visie Vogelwerkgroep Arnhem e.o. op windmolenplannen Kleefse Waard / Koningspleij
Vogelwerkgroep Arnhem en omstreken p.a. secretariaat Rozendaalselaan 69a, 6881 LB Velp Arnhem, 12 januari 2015 Gemeente Arnhem t.a.v. de gemeenteraad Postbus 99 6800 AB Arnhem Betreft: Visie Vogelwerkgroep
Ontwerp wijziging PRVS
Model bekendmaking regeling provinciale staten 1 8 Ontwerp wijziging PRVS Ontwerp besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van [..], tot wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie
Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten. Gemeente Eijsden-Margraten
Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten Datum: 7 april 2014 Projectgegevens: ROB01-0252620-01B TEK01-0252620-01A Identificatienummer:
Vogels en Vleermuizen
Vogels en Vleermuizen bij windenergieprojecten Informatiebijeenkomst Nijverdal 24 mei 2016 Niels Jeurink Onderwerpen Natuurbescherming in Nederland in een notendop Windmolens en natuurbescherming Het bepalen
PlanMER windenergie Emmen
PlanMER windenergie Emmen 18 april 2013 PlanMER windenergie Emmen Kenmerk R001-1208388EMG-evp-V02-NL Verantwoording Titel Opdrachtgever Projectleider Auteur(s) PlanMER windenergie Emmen Gemeente Emmen
Windpark Westeinde. Notitie ten behoeve van de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Windpark Westeinde Notitie ten behoeve van de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets Alisios, s Gravenhage, 1 februari 2016 1. Inleiding Het voornemen bestaat uit het vervangen van een bestaand windpark.
Verdiepend onderzoek naar zesde variant Windpark N33
Verdiepend onderzoek naar zesde variant Windpark N33 28 augustus 2014 Verantwoording Titel Opdrachtgever Projectleider Auteur(s) Verdiepend onderzoek naar zesde variant Windpark N33 Provincie Groningen
